KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 27 mei 2025, over Toerisme & recreatie

17 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 715cbf23535ca42f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202526 419Toerisme en recreatieNr. 107 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 17 juni 2025 De vaste commissie voor Economische Zaken heeft op 27 mei 2025overleg gevoerd met de heer Beljaarts, Minister van Economische Zaken,over:–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 6 juli 2022 inzake toezeggingen gedaan tijdens hetcommissiedebat Toerisme van 11 mei 2022 en de uitvoeringvan de motie van het lid Inge Van Dijk en anderen over debruine vloot (Kamerstuk 26 419, nr. 105);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 21 okto-ber 2024 inzake stand van zaken gastvrijheidssector (Kamer-stuk 26 419, nr. 106).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Michon-DerkzenDe griffier van de commissie,Reinders kst-26419-107ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 1071 Voorzitter: StofferGriffier: KrijgerAanwezig zijn vier leden der Kamer, te weten: Kisteman, Van Meetelen,Stoffer en Thijssen,en de heer Beljaarts, Minister van Economische Zaken.Aanvang 17.32 uur.De voorzitter:Goedemiddag. Het is iets over half zes. U denkt: wat gaat er gebeuren?Nou, de Minister zit nog in de plenaire zaal. Vanwege uitgelopenstemmingen is het tweeminutendebat waarbij hij aanwezig moet zijn ookuitgelopen. We hebben zojuist dus even overleg gevoerd met debodedienst, de griffie en de nu aanwezige leden. Ons voorstel is om 18.00uur te beginnen. De Minister kan er dan ook bij zijn. Iedereen heeft dannog even de tijd om zich te verpozen. Excuses voor degenen die op detribune zitten, maar u kunt dadelijk rechts om de hoek vast koffie halen.Voor de mensen die van buitenaf meekijken: u mag nog een halfuurtje eenrondje wandelen om het huis, kantoor of wat dan ook. U heeft gewooneen halfuur om te recreëren, tot 18.00 uur. Misschien is dat wel heel goed.De vergadering wordt van 17.33 uur tot 18.00 uur geschorst.De voorzitter:Goedenavond. Het is precies 18.00 uur. We zijn dus een halfuurtje laterbegonnen dan oorspronkelijk gepland, vanwege de uitloop van deplenaire agenda. Van harte welkom bij de vaste commissie voor Econo-mische Zaken. We hebben vandaag een debat over toerisme en recreatie.Er zijn drie leden van de Kamer aanwezig: mevrouw Van Meetelen, deheer Kisteman en de heer Thijssen. We hebben verder geen af- ofaanmeldingen. Er zijn dus drie partijen aanwezig. Als ik het goed heb, zijndat de drie grootste partijen. Dat is dus heel goed, wat dat betreft. Aan deandere zijde hebben we de Minister. Van harte welkom. We gaan er metelkaar een mooi debat van maken, denk ik, om – daar ga ik van uit –toerisme en recreatie in Nederland op een goed peil te houden. Wehebben vandaag vier minuten spreektijd per spreker. Ik denk dat hetaantal interrupties niet ingeperkt hoeft te worden, tenzij u het helemaal despuigaten uit laat lopen. Mochten die boven de tien uitkomen en heel langzijn, dan ... Ik zie iemand grinniken. U weet zich toch altijd goed tebeperken, meneer Thijssen? Niet? We gaan het vanzelf zien. Als het te gekwordt, grijpen we in. We gaan beginnen. Eerst heet ik natuurlijk iedereenvan harte welkom die op de publieke tribune zit of thuis meekijkt. Fijn datu nog opgewekt kijkt, ook nadat u een halfuurtje moest wachten. Maarmisschien heeft u wel iets goeds genuttigd en bent u eigenlijk nogopgewekter dan daarvoor.We gaan beginnen. De eerste vier minuten zijn voor mevrouw VanMeetelen. Ga uw gang.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u, voorzitter. Dit debat gaat mij aan het hart, niet in de laatste plaatsomdat de kermissector vandaag op de agenda staat. Recreëren is alszuurstof: iedereen heeft het nodig. Of je nu een weekendje naar een hotelof naar de Efteling gaat of de kermis bezoekt: ontspanning en tijddoorbrengen met familie en vrienden zijn essentieel. Het draagt bij aanons welzijn en helpt ons beter te functioneren in het dagelijks leven.Voorzitter. Maar wat als je een bedrijf hebt in deze sector? Zoals iedereenheeft kunnen lezen, hebben de vervolggesprekken met de kermissectorplaatsgevonden met EZ, OCW en BZK. Daaruit is de Wegwijzer gemeen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 1072 telijk kermisbeleid voortgekomen. Ik weet dat de sector het enorm heeftgewaardeerd dat ze eindelijk aan tafel zaten om hun problematiek naarvoren te brengen.Voorzitter. Maar het is veel te vrijblijvend. Ervaring leert dat de wegwijzerstof ligt te happen als die wordt uitgeprint, als dat al gebeurt. Veel van debenoemde problematiek is niet verbeterd of gewoonweg niet aangepakt.De PVV heeft al vaker gezien dat er mooie handreikingen of wegwijzersworden geschreven, die vervolgens niet worden opgevolgd of geëva-lueerd. Herkent de Minister dit? Is hij bereid om dit in ieder geval met dezesector te doen?Voorzitter. Ik heb al tijdens de begrotingsbehandeling aandacht gevraagdvoor de groeiende veiligheidsproblemen bij kermissen, maar ook bijzwembaden, stranden, bioscopen en winkelcentra. Recent heb ik dat ookgedaan tijdens het vragenuurtje. Ik heb u destijds gevraagd om samenmet de Minister van Justitie en Veiligheid, de politie, de VNG en de sectoreen plan op te stellen. Hoe staat het daarmee? Wanneer gaat de Ministerin gesprek met de sector? Hoe en wanneer gaat u dit aanpakken?Ik heb inmiddels samen met mijn fractiegenoot Aardema een rondetafelover overlast publieke recreatievoorzieningen georganiseerd. Ik hoop datiedereen daaraan wil deelnemen. De nood is namelijk echt hoog. Dit jaarhebben we Hoogland al achter de rug. Vorig jaar hadden we Emmeloord.Na ernstige bedreigingen, vernielingen en racistische leuzen heeft degemeente besloten om de kermis buiten het centrum te plaatsen. Maarverplaatsen is geen oplossing; het probleem wordt slechts verschoven,terwijl ondernemers en goedwillende bezoekers de prijs betalen. Er zijnextra kosten voor beveiliging en minder bezoekers omdat de locatieminder aantrekkelijk is. Dat resulteert in hogere entree- en attractieprijzen.Gemeenten moeten niet de ondernemers straffen, maar daadkrachtigoptreden tegen het tuig dat deze problemen veroorzaakt.Voorzitter. Het is voor de sector heel moeilijk om hier iets over te zeggen.Er is namelijk een hoge mate van inkomensafhankelijkheid en de kans opimagoschade is groot. Daardoor zeggen zij meestal maar niks of bagatelli-seren zij het. Dat is te begrijpen, maar het lost ook niks op.Voorzitter. Het in stand houden van essentiële voorzieningen voorkermisexploitanten wordt ook steeds moeilijker. De beschikbaarheid vansalonwagenlocaties neemt af, terwijl deze plekken van groot belang zijnvoor de rondreizende beroepsgroep. Exploitanten hebben recht opfatsoenlijke woonvoorzieningen, maar gemeenten schieten hier steedsvaker in tekort. Daarbij komt ook nog eens dat de rijdende school, diecruciaal is voor de educatie van kinderen in kermisfamilies, niet geplaatstkan worden. Dit unieke onderwijssysteem zorgt ervoor dat ze ondankshun reizende bestaan, gelijke kansen krijgen in de maatschappij. Maar ookhier worden de mogelijkheden steeds beperkter. Ik vraag dit aan dezeMinister en niet aan de Minister van OCW, omdat deze school voor haarwerkzaamheden direct afhankelijk is van de mogelijkheden die deexploitant biedt. Het loopt dus samen: zonder kermis geen rijdendeschool, zonder woonwagenlocatie geen rijdende school. Is hij bereid omzich in te zetten voor het behoud van de salonwagenlocatie en de rijdendeschool, zodat deze families hun inkomen kunnen blijven verwerven enhun scholing en tradities kunnen voortzetten zonder onnodige extraobstakels?Ik denk dat ik door mijn tijd heen ben.De voorzitter:Ja, exact, dus u heeft het keurig gedaan. Dank u wel. Ik zie een interruptievan de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ja, een stuk of tien. Om te beginnen die rijdende school. Ik ben heelbenieuwd naar de antwoorden van de Minister, want mevrouw VanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 1073 Meetelen heeft mij vaker verteld hoe dat werkt en het is inderdaad eenhele mooie cultuur en een traditie. Ik ben dus benieuwd naar deantwoorden van de Minister. Verder ben ik blij te horen dat de recreatie-sector mevrouw Van Meetelen aan het hart gaat. En inderdaad, recreërenis ook wel het zuurstof van onze samenleving, en toch ook een beetjewaar we het voor doen. Hard werken is mooi en geeft zin aan het leven,maar recreëren is natuurlijk ook heel erg belangrijk. Wat ik dan onbegrij-pelijk vind, is dat de PVV ermee instemt dat er in tijden van een heel hogeinflatie een btw-verhoging komt van 12%. Daar snap ik werkelijk helemaalniets van, vooral met het oog op verenigingen maar ook mensen met watminder inkomen, die hard sparen voor hun vakantie en naar budgetac-commodaties gaan. We hebben inderdaad een rondetafelgesprek gehadwaar Stayokay bij was en die zeiden gewoon bang te zijn dat als dieverhoging doorgaat, heel veel mensen dat weekendje weg niet meerkunnen hebben, niet meer kunnen recreëren, niet meer de nodige zuurstofkunnen gaan happen om de week daarna dan weer aan de slag te gaan.Waarom gaat de PVV hiermee akkoord?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ja, weet u, ik geef de heer Thijssen natuurlijk eigenlijk gewoon gelijk. Wijzijn daar ook niet blij mee; dat hebben we ook nooit gezegd. Maar wehebben nu eenmaal een coalitie en we hebben afspraken gemaakt. Dit iser een van, en daar heb je je aan te houden. Dat is heel vervelend en datsnap ik ook. Niemand staat te juichen voor een verhoging van wat danook, laat staan voor dit soort dingen. Ik geef de heer Thijssen dus gelijkdat het een heel onprettige maatregel is, maar ja, wij hebben nu eenmaaleen akkoord gesloten en daar staat onze handtekening onder.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nou, ik kan het waarderen dat de PVV hierin eerlijk is en zegt: wij vindendit ook geen fijne maatregel; die gaat mensen heel erg hard raken in ietswat belangrijk voor ze is. Dat is te prijzen. Jammer dat de PVV het er nietuit heeft kunnen houden. Maar ik ga het toch proberen: kunnen we nieteen andere oplossing vinden? Een van de dingen die straks gaangebeuren, is namelijk dat gewone mensen, de gewone Nederlanders waarde PVV voor opkomt, die hogere btw maar moeten zien op te hoesten,terwijl mensen die zakelijk reizen, de btw kunnen aftrekken van debelasting. Die kunnen die btw terugkrijgen en hebben geen last van die12% btw-verhoging. Kunnen we niet zoeken naar een of andere manierom die aftrek voor de zakelijke reizen, de zakelijke klant, de zakelijkehotelganger te beperken of teruggave te voorkomen, zodat debtw-verhoging wat minder hard doorspeelt in de hotelsector? Valt er metde PVV te praten over hoe we de zakelijke reiziger kunnen laten betalenvoor die btw-verhoging, terwijl we die verhoging voor de gewoneNederlander zo veel mogelijk beperken?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik begrijp de vraag van de heer Thijssen heel goed, maar u overvraagt mij.Ten eerste ga ik daar niet over en ten tweede ligt dat bij een andereportefeuillehouder. Dat ligt bij de btw. Dat ligt niet hier. Ik kan ook nietzeggen «we gaan ernaar kijken», want dat kan ik gewoonweg niet. Dus ja,dat is mijn antwoord.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nou ja, dat is jammer, want dit is dus het vervelende aan die helemaatregel. Het is al erg jammer dat de Nederlanders worden geraakt inhun weekendje weg, en vooral dat het de mensen met de laagsteinkomens het hardst zal raken. Maar daarbovenop is het heel schrijnenddat de mensen die zakelijk reizen en dat geld eigenlijk wel beschikbaarhebben, die btw gewoon terug kunnen vragen. Dat is best wel schrijnend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 1074 Ik heb nog een ander idee en hoop dat mevrouw Van Meetelen daar weliets mee kan. Ik heb toevallig voor het debat gisteren over de initiatiefnotaRed de camping nog eens het PVV-programma bekeken. Daar staat in dater geen winstuitkering meer moet plaatsvinden, dus gewoon een verboddaarop. Is dat niet iets waar we naar kunnen kijken, op zoek naar eenandere manier om dit probleem te financieren? We weten dat bedrijvenhistorische winsten maken. Er is meer geld dan ooit in Nederland. De PVVstaat ervoor om überhaupt geen winsten meer uit te keren. Kunnen weniet kijken of we die historisch hoge winsten iets meer kunnen gaanbelasten, om op die manier de btw-verhoging te kunnen voorkomen?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ja, ook hier overvraagt de heer Thijssen mij. Het is, denk ik, niet aan onsom het hierover te hebben, en zeker niet in dit debat. Ik weet niet zo goedwat ik daar op dit moment op moet antwoorden. U kunt wel zeggen dat udat ergens in ons programma hebt gevonden, maar ... Nee, ook dit ligt bijFinanciën en daar wil ik het ook laten.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Sorry, dan toch nog heel kort. Kijk, dat van de btw snap ik. Dat zijnbtw-regels, belastingregels. Dan moet er misschien even overlegplaatsvinden met de collega die daarover gaat. Maar dit gaat over dewinstuitkering van bedrijven, en wij gaan over bedrijven want wij zijn decommissie voor Economische Zaken. Ik vind dus dat mevrouw VanMeetelen best wel kan zeggen: «Ik zie ook dat er historisch hoge winstenzijn. Ik vind het echt een probleem dat mensen zo hard geraakt wordenmet hun weekendje weg en ik vind het eigenlijk wel wenselijk dat diewinstbelasting iets omhooggaat om deze bezuiniging terug te kunnendraaien.» Of zegt mevrouw Van Meetelen: «Nou nee, ook al zijn erhistorisch hoge winsten, we gaan het niet doen. Het blijft zoals het is.»?De voorzitter:We gaan eens kijken wat mevrouw Van Meetelen zegt. Het woord is aan u.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Wat ik er nog over wil zeggen, is dat ik weet dat het staat in het stuk overzorg. Ik denk dat we elkaar daarin gewoon kunnen vinden. Maar wijhebben het hier over heel andere bedrijven en over een heel andere wijzewaarop u dat wilt inkleden. Ik ga daar niet in mee en daar wil ik het bijlaten.De voorzitter:Ik kijk even rond. Dan is het woord aan de heer Kisteman voor zijn vierminuten.De heer Kisteman (VVD):Dank u wel, voorzitter. Toerisme kan niet zonder onze ondernemers enonze ondernemers kunnen niet zonder toerisme. Nederland is eenontzettend aantrekkelijk land voor toeristen uit binnen- en buitenland.Onze molens, de Keukenhof, Amsterdam of al onze kleine vestingstadjes:toeristen komen er graag. Toeristen uit binnen- en buitenland zijnontzettend belangrijk voor onze economie. Deze wisselwerking tussentoerist en ondernemer maakt ons land uniek. Wij moeten onze onder-nemers dan ook de ruimte geven om te kunnen ondernemen en detoeristen gastvrij te ontvangen. Waar mogelijk moet er een gelijkspeelveld zijn, zodat er geen oneerlijke concurrentie ontstaat.Voorzitter. Tal van kleinere stadjes of dorpjes zijn doordeweeks en metname in het weekend een belangrijke trekpleister voor de toeristischesector. Wij hebben het, denk ik, allemaal weleens gedaan: op zondageropuit, toeristische plekken bezoeken en dan de dag afsluiten met ietsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 1075 lekkers op een terrasje en met het aankopen van iets lokaals. Maar op heelveel plekken kan dat helemaal niet. Daar mogen op de drukste dag van deweek de winkels helemaal niet open, althans niet alle winkels mogenopen. Een restaurant mag wel open voor een lekkere versnapering, maarde buurman die andere producten verkoopt, bijvoorbeeld lokaal gemaakt,moet dicht blijven.De winkels in de grote stad gaan op zondag wel open, maar in het dorpjeiets verderop moeten de winkels dicht blijven. Het lunchgedeelte in eenwinkel mag wel open, maar kleding mag niet verkocht worden. Super-markten mogen wel open, maar de winkelstraat blijft leeg. Naar de kapperkan niet op zondag, terwijl je dan juist vrij bent. Ik ken zelfs een bakker dieop zondag wel oliebollen mocht verkopen, terwijl de oliebollenkramen 200meter verderop dicht moesten blijven. Die bakker was ikzelf, maar datbegreep u denk ik al.Voorzitter. Dit beperkt keuzes die Nederlanders prima zelf kunnen maken.Als een Nederlander op zondag naar de bouwmarkt wil, zou dat niet bijwet verboden moeten zijn. Doordat de regels in gemeenten verschillen, iser bovendien oneerlijke concurrentie voor ondernemers. Gemeentesbepalen nu namelijk op lokaal niveau of een ondernemer zijn deuren magopenen of niet. Dit zorgt voor totale willekeur. Mijn vraag aan de Ministeris dan ook of hij de Winkeltijdenwet zo wil aanpassen dat de ondernemerszelf mogen bepalen of zij op zondag open willen. Zo hebben consumentenmeer vrijheid en is er een gelijk speelveld voor alle ondernemers inNederland.Voorzitter. Dan een ander onderwerp dat deze Minister ontzettend moetaanspreken. Het gaat over een sector die enorm belangrijk is voor detoerist, namelijk de horeca. Daar speelt al jaren een probleem: debijschrijfplicht voor dagleidinggevenden in de horeca. De nummer éénonnodige regeldruk in de horeca. Kosten: circa 13 miljoen per jaar voor dehoreca. Geld dat niet gebruikt kan worden om te investeren in het bedrijfof om de lonen van werknemers te verhogen. Zoals de Minister weet, hebik recent een motie ingediend om de regeldrukkosten met 20% tereduceren. Hier ligt de reductie voor het oprapen. Dit cadeautje hoeft deMinister alleen nog maar uit te pakken.In 2023 heeft de VVD ook al een motie ingediend – die is aangenomen –om hier iets aan te doen, om dit ontzettend langdurige probleem op telossen. Maar die motie wordt gewoon niet uitgevoerd. De reden sluit ookhelemaal niet aan bij waarvoor deze wet is bedoeld. Gemeenten makenvolledig misbruik van deze bijschrijfplicht: een melkkoe voor de lokalefinanciën of een schijncontrole op horecazaken. Echter, het gaat hier omwerknemers die bijgeschreven moeten zijn. Zodra de eerste terrasstoelbuiten wordt gezet, moet er al een werknemer aanwezig zijn die staatingeschreven als dagleidinggevende.Voorzitter. De Minister weet nog beter dan ik hoe ontzettend groot ditprobleem is voor de horeca in Nederland. Mijn vraag aan de Minister isdan ook: hoe gaat hij ervoor zorgen dat het probleem nog dit jaar wordtopgelost? Wanneer gaat deze motie van de VVD uitgevoerd worden? Hoegaat de Minister er bij zijn collega op aandringen dat deze aangenomenmotie uitgevoerd móét worden? Kan de Minister met zijn kennis vanzaken niet een opening maken in dit probleem en een nieuwe kanscreëren?Hier wou ik het bij laten, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even. Ja, meneer Thijssen gaat echt op richting de tien.Ga uw gang.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ja, als de tijd er is, en de mogelijkheid is er. Ik vind het ook een heel goedpleidooi van de VVD. Zo kennen we de heer Kisteman ook, die zichTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 1076 hardmaakt voor het mkb. Daarom stel ik ook aan hem de vraag waaromhij dan deze sector gaat raken met een btw-verhoging van 12%. Dit zal nietalleen veel gevolgen hebben voor die Nederlanders die een weekendjeweg willen. We horen de sector ons natuurlijk ook waarschuwen dat ditecht grote gevolgen gaat hebben voor al die mkb’ers waar we terecht-kunnen voor onze recreatie.De heer Kisteman (VVD):Een goede vraag van de heer Thijssen. Deze coalitie maakt keuzes. Wijkiezen voor veiligheid; dat vinden wij belangrijk. Aan de andere kanthebben we ook enorm veel lastenverhogingen voor het mkb terugge-draaid, deels onder de mkb-winstvrijstelling. Aan de ene kant maken wijdus keuzes, en we hebben heel veel mkb’ers geholpen door het terug-draaien van verhogingen. Deze valt er wel door, maar dat zijn de keuzesdie wij maken in deze coalitie.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Maar ik zie in het VVD-programma ook een maatregel staan, volgens mijom belastingontwijking door grote bedrijven tegen te gaan. Ik kan mezomaar voorstellen dat de PVV daar ook wel voor te porren is. Wij zijn erook voor te porren; dan hebben we al bijna een meerderheid. Is dat nieteen veel betere manier om het geld wat er dan schijnbaar nodig is op tehalen, zodat we deze sector en al die vakantiegangers kunnen ontzien?De heer Kisteman (VVD):Deze btw-verhoging waar de heer Thijssen het over heeft, raakt gewoonde kleinere mkb’ers. Het gaat niet over grote bedrijven die grote winstenmaken et cetera. Daar hebben we het in dit geval over. Dat zijn de keuzesdie wij maken met dit kabinet. Wij kiezen voor de veiligheid. We hebbenveel belastingverhogingen teruggedraaid. Ik denk dat deze ondernemersdaar ook voordeel bij hebben. Daarnaast proberen wij de regeldruk teverlagen, wat zich terugbetaalt in minder kosten voor deze ondernemers.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik heb dan toch nog een laatste vraag, want helaas krijg ik niet echtantwoord op mijn vraag over een maatregel die in het VVD-programmastaat om belastingontwijking door grote bedrijven aan te pakken.Daarmee haal je geld op en dan hoef je deze btw-verhoging niet door tevoeren. Zoals we hier zitten met zijn drieën, denk ik dat er al bijna eenKamermeerderheid is. Het staat gewoon in het verkiezingsprogramma vande VVD, dus waarom doen we dat niet? Ik weet niet of ik daar antwoordop krijg, dus daarom heb ik een andere vraag. Dit is vooral een probleemin de grensstreek. We krijgen ook waarschuwingen uit de sector dat als deprijzen nog verder worden verhoogd, met name in de grensstreek,mensen denken: dan rij ik wel twintig minuten verder, dan ga ik net overde grens kamperen, een hotelletje pakken of naar een restaurant. Heeft deVVD ideeën over hoe voorkomen kan worden dat met name die onder-nemers in de grensstreek hard geraakt worden?De heer Kisteman (VVD):Een meer dan terechte vraag van de heer Thijssen. Uiteraard ben ik ookmeerdere malen in de grensstreek geweest om daar te praten over wat deimpact hiervan is. De vraag is wat de impact is, want die zekerheid hebbenwe nog niet. De ene ondernemer heeft het over het teruglopen van hetaantal reserveringen: eerder werd er twee weken gereserveerd en nu nogeen week, maar we zitten nog steeds vol. We zullen de definitieve effectenin beeld moeten brengen. Er komt volgens mij ook nog een onderzoek vanKoninklijke Horeca Nederland over de impact hiervan. Dat wachten wij af.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 1077 U laat het erbij, meneer Thijssen? U zit pas op zeven. Maar goed, dan magu nu vier minuten spreken. Ga uw gang.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Het is fijn dat dit debat nu eindelijk gevoerd wordt, wantvakantie, recreëren, is inderdaad superbelangrijk voor heel veel Neder-landers. Het is toch een beetje waar het om gaat in het leven. Ik zei al datbetekenisvol werk natuurlijk heel erg belangrijk is. Het is fijn als je dathebt. Maar het is natuurlijk ook heel erg fijn om op een gegeven momentte kunnen recreëren, op vakantie te gaan, om lekker te ontspannen, omnieuwe mensen te leren kennen, om nieuwe culturen te leren kennen,nieuwe plekken te leren kennen, bij je familie en vrienden te zijn, om gelukte ervaren.Voorzitter. We spraken een paar maanden geleden tijdens een rondetafelmet de budgetaccommodaties. Ik zei het net al: die zijn voor iedereen diejong van geest is, oftewel de jonge backpacker, een gezin met kinderen,de sport- of muziekgroep of schoolklassen. Zij waarschuwen voor diebtw-verhoging van 12%. Zij zeggen dat dit echt een grote, grote impactgaat hebben op ondernemers. We hoeven dat onderzoek niet af tewachten; dit gaat gewoon zo zijn. Na de enorme inflatie van de afgelopenjaren en ook na het feit dat de lonen achterblijven bij die hoge inflatie,hebben mensen echt minder te besteden. Na de coronaschulden is deze12% prijsstijging niet te dragen. Ik wil toch vragen, zeker met de achter-grond van deze Minister: hoe ziet hij dit? Dit is toch een onacceptabelrisico dat we lopen met deze sector, die heel belangrijk is voor Neder-landers en die ook heel veel werkgelegenheid geeft?Ik zei het ook al: hij komt onevenredig groot terecht bij die budgetaccom-modaties en die plekken waar gewone Nederlanders komen. Deongelijkheid wordt ook groter. De zakelijke reiziger kan de btw gewoonterughalen, maar gewone mensen kunnen dat niet. Hoe ziet de Ministerdit? Is daar niet iets aan te doen? De tweedeling in de samenleving wordtalleen maar groter op deze manier.Ik vraag me toch af hoe het kabinet het nu in zijn hoofd heeft gehaald omde btw op een weekendje weg met 12% te verhogen, en dat in tijden vanhoge inflatie, terwijl beursgenoteerde bedrijven historisch hoge winstenmaken. Volgens mij is er meer geld dan ooit in Nederland. Haal het gelddaar waar het zit.Dan heb ik ook nog een vraag. Deze maatregel is niet zozeer bedoeldomdat de partijen dat zo leuk vinden – dat hebben we net ook gehoordvan de PVV en van de VVD – maar om de begroting rond te krijgen. Er zijnhele kritische rapporten geweest, bijvoorbeeld van ABN AMRO, diezeggen dat je hiermee niet het geld gaat ophalen dat je denkt te gaanophalen. Er zijn echt grote, grote zorgen dat het kabinet zich hier rijkrekent. Lopen we nu niet het risico dat deze sector kapot wordt gemaakt,of deels kapot wordt gemaakt, terwijl we ook nog eens een keer met eenfinancieel probleem blijven zitten? Ik wil graag een reactie van de Ministerop die studies die gedaan zijn en die aangeven dat dit niet de manier isom extra geld op te halen, omdat het geld gewoon niet binnen zal komen.We zien iedere dag het nieuws in de wereld over de bosbranden, deoverstromingen. We hebben recent weer een periode van droogte gehadin Nederland. We zijn blij dat er nu weer wat regen is gevallen, maar het isde vraag of dat zo doorgaat. Oftewel, ons klimaat verandert hard en datheeft enorme gevolgen. Ook dit kabinet, ook deze PVV-minister, isgebonden aan het klimaatakkoord van Parijs om de CO2-vervuiling snelnaar beneden te brengen. Op dit moment groeit de CO2-uitstoot van dezesector, terwijl de overige CO2-uitstoot in Nederland daalt. Dat is nieteerlijk. Erkent de Minister ook dat het terugdringen van emissies doorvlieg- en cruisereizen in lijn met de Glasgow Declaration noodzakelijk isvoor de toekomstbestendigheid van de toerismesector? Kan de Ministerreageren op de bevindingen van het Envisioning 2030-onderzoek, datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 1078 concludeert dat toerisme prima kan groeien mits het aantal gevlogenkilometers afneemt? Op welke manier is de Minister van plan omreisbedrijven te helpen om hun klimaatrisico’s af te bouwen? Kan deMinister bijvoorbeeld toezeggen om in een actieagenda maatregelen op tenemen om de fossiele afhankelijkheid in de verdienmodellen vanreisbedrijven te verminderen, zoals het aanbieden van duurzamerevakanties dicht bij huis? Hier in Den Haag is er een verbod op fossielereclames, bijvoorbeeld op vliegvakanties. Is de Minister bereid omfossiele reclames te verbieden in heel Nederland? Want het kan en hetmag in Den Haag, en het werkt. Is de Minister bereid zich daar hard voorte maken?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. Zijn er interrupties? Meneer Kisteman ... O,mevrouw Van Meetelen, had u er een? U keek me straks aan. Ja? Dan bentu eerst.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik zit even naar het laatste stukje van de heer Thijssen te luisteren over aluw klimaatmaatregelen die u zit te verzinnen. Dat houdt dus in dat ueigenlijk wil dat niemand meer op vakantie gaat, want het wordt eenonbetaalbare exercitie. We zien nu al dat de mensen het gewoon nietmeer kunnen betalen. Hoe wordt dat dan allemaal betaald, meneerThijssen? Hoe gaat u de klimaatmaatregelen – het zijn allemaal hele duremaatregelen – doorberekenen aan die mensen die op vakantie moeten?Dat wordt helemaal onbetaalbaar. Kunt u mij dat uitleggen?De voorzitter:De volgende interrupties gaan weer via de voorzitter, maar de heerThijssen mag nu antwoorden.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik heb nog geen klimaatmaatregel genoemd. Ik heb gezegd: laten we noudie fossiele reclames stoppen. Er gaan miljarden om bij reclamebedrijven.Er gaan miljarden om bij bedrijven om reclame te maken om toch vooralmaar de producten te kopen die bedrijven willen dat we kopen. Eenvoorbeeld van de reclames die er zijn, zijn de vliegvakanties. Het isnatuurlijk heel fijn om te vliegen naar een vakantie, want je kunt naarplaatsen toe waar je met de auto niet zo makkelijk komt. Maar we wetenook dat dat voor een enorme CO2-vervuiling zorgt en dat zorgt weer voorklimaatverandering. Dat is niet iets wat ik verzin. Dat is waar alle weten-schappers in de wereld voor waarschuwen. Dat is dé grote existentiëleuitdaging voor de mensheid: om weer in evenwicht te gaan leven met deaarde.Ik stel nu voor al die mkb’ers in Nederland en in Europa voor: laten wekijken of we meer reclame kunnen maken voor duurzamere vakanties, watdichter bij huis, of we die aantrekkelijker kunnen maken door de btw teverlagen. Maar laten we nou, net zoals dat hier in Den Haag is gedaan,niet meer toestaan dat bedrijven die heel veel geld willen verdienen metheel veel CO2-uitstoot, overal in het land reclame kunnen maken. Dus ikstel voor om een verbod in te stellen op fossiele reclames. Dat zorgtvolgens mij niet voor hogere prijzen. Het zorgt er alleen maar voor dat diebedrijven, die met heel veel CO2-vervuiling geld willen verdienen, nietmeer de mogelijkheid hebben om in de publieke ruimte reclame te maken.De voorzitter:Ik kijk naar mevrouw Van Meetelen. Heeft u nog een vervolgvraag? Ga uwgang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 1079 Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ja, ik zit even te denken of het een vraag is of een opmerking. Ik ben hetabsoluut niet eens met de heer Thijssen. Reclame wordt niet zomaargemaakt. Met die reclame worden een heleboel dingen betaald. De PVV iser sowieso voor dat iedereen daar vrij in moet zijn. Het is te gek voorwoorden, dit voorstel.Even een andere vraag. Een lokale camping heeft bijvoorbeeldzwembaden. Die worden opgewarmd en dat kost ook energie. Wat vindtde heer Thijssen daar dan van? Of moet die camping daar maar meestoppen? Moeten we in het koude water springen? Ik weet niet zo goedwaar u heen wilt. De kosten zijn hoog. Die moeten ergens vandaankomen. Wij vinden sowieso dat je vrij je vakantie moet kunnen vieren,waar je dat maar wilt. Als je lekker ergens met het vliegtuig heen wilt,moet dat gewoon kunnen. En als daar reclame voor gemaakt moetworden, begrijp ik dat, want die mensen moeten dat op de een of anderemanier kunnen verkopen. Ik wil daar een antwoord op van de heerThijssen. Hoe moet dat volgens hem bijvoorbeeld bij de lokale campinggebeuren? Of moeten die mensen ook allemaal op kosten gejaagdworden?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Kijk, mevrouw Van Meetelen. Ik wil aan mevrouw Van Meetelen meegevendat het heel fijn is om je huis te isoleren. Als je je huis isoleert, kun je jehuis met veel minder energie lekker warm maken in de winter. Als je datdoet met een warmtepomp, die bijvoorbeeld groene stroom gebruikt vanzonnepanelen of van windmolens op zee, kun je op een duurzame manierheel comfortabel wonen, een stuk comfortabeler dan heel veel huurdersnu wonen met enkel glas in slecht geïsoleerde huizen. Klimaatbeleid zorgtervoor dat de kwaliteit van leven omhoog gaat. Als wij goede afsprakenmet elkaar maken, gaat de energierekening ook nog eens naar beneden.Voor iemand die een camping heeft en graag warm water wil aanbiedenaan de recreanten die hij krijgt, zijn er allemaal prachtige oplossingen. Jekunt in de zomer de warmte van de zon opslaan in de warmte-koudeopslag. Als het wat kouder is, kun je die warmte gebruiken om jezwembad te verwarmen. Als we dat met z’n allen afspreken, gaan dekosten naar beneden en kunnen we op een duurzame manier zorgen datcampings warm water hebben.Wat ik nu voorstel voor de bedrijven die heel graag geld willen verdienenaan onze vakanties, is dat we als samenleving nadenken over wie we daarde ruimte voor geven. Geven we de ruimte aan die vakanties waarvan weweten dat ze niet passen in een klimaatneutraal Nederland? Daarmee zegik niet dat je nooit meer mag vliegen. Ik zeg niet dat er een verbod opvliegen is. Ik zeg dat er een verbod is op fossiele reclames.En tot slot wil ik ook gezegd hebben dat de afgelopen maanden dezewereld en Nederland in het warmste klimaat leven dat ooit is gemeten. Detemperatuur gaat sneller omhoog dan de klimaatwetenschappers hebbenkunnen voorspellen. We zijn allemaal bang dat de droogte van deafgelopen maanden doorzet, dat we ons voedsel niet kunnen verbouwen,dat het voedsel niet meer groeit in Nederland. We zijn bang dat erdrinkwaterproblemen komen in Nederland. Daar waarschuwen dedrinkwaterbedrijven voor. Dat zijn de gevolgen van klimaatverandering.De zeespiegel stijgt. Dat betekent dat we in Nederland hele groteproblemen hebben om de voeten droog te houden. Dat zijn de gevolgenvan klimaatverandering. Het is niet een of andere fantasie vanGroenLinks-PvdA. Het is een keiharde wetenschappelijke realiteit,waarvoor de PVV haar hoofd in het zand steekt. Dat is onverantwoord.GroenLinks-PvdA weigert om dat te doen. Wij zullen dit blijven adres-seren. Dit is volgens mij een vrij vriendelijke maatregel, die in deze stad alwordt uitgevoerd. Ik denk dat het een heel goed idee zou zijn om dat inheel Nederland te doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10710 De voorzitter:Ik dacht eigenlijk dat we in de commissie voor Economische Zaken zaten,maar het lijkt wel weer Economische Zaken en Klimaat. Mevrouw VanMeetelen, wilt u nog reageren? Nee? Dan is het woord aan de heerKisteman.De heer Kisteman (VVD):Laten we dan weer teruggaan naar het onderwerp waarvoor we hierkwamen. Het is goed om van de heer Thijssen te horen dat hij zichhardmaakt voor alle ondernemers die getroffen worden door debtw-verhoging. Zou de heer Thijssen eens aan ons willen uitleggen dathet koopkrachtpakket dat GroenLinks-PvdA recent heeft gepresenteerd,zorgt voor miljarden lastenverzwaring voor alle mkb’ers en dat de impactdaarvan enorm groot is? Hoe wil de heer Thijssen dit verdedigen, terwijlhij het aan de andere kant alleen maar zwaarder maakt voor deondernemers?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Toch nog even een korte reactie over de opmerking dat dit over econo-mische zaken zou moeten gaan en niet over klimaat. Dit is de grootsteuitdaging van de mensheid: hoe komen we binnen de planetaire grenzenen hoe gaan we zorgen voor een gezonde economie binnen die planetairegrenzen? Volgens mij moet dat wel degelijk een discussie zijn, ook omdatde Minister volgens mij aan de lat staat voor de Glasgow Declaration enwe het hier hebben over toerisme. De CO2-vervuiling van toerisme groeit:daarom maak ik dit punt.Dan naar het punt van de heer Kisteman. Het is niet zo dat er bij ons eenmiljardenverzwaring is voor mkb’ers. Dat is niet zo. Wij zien inderdaad dater meer geld is dan ooit in de Nederlandse samenleving. Wij halen datgeld waar het zit. We halen dat wat ons betreft op drie plekken. Eén. Bijwinstgevende grote bedrijven, want we zien in de Miljoenennota van hetkabinet dat er historisch hoge winsten zijn. Als je succesvol bent in ditland vinden wij dat je echt wel winst mag maken, maar dat je wat meermag bijdragen aan de Nederlandse samenleving als die winsten historischhoog zijn. Dat is één. Twee. We zien de vermogensongelijkheid inNederland alleen maar groeien. Wij vinden dat de mensen die een zeergroot vermogen hebben ook een grotere bijdrage mogen leveren aan ditland. Ten derde vinden wij dat vervuiling, ongewenst gedrag, een grotereprijs moet betalen. Dus ook daar zie je dat wij de belasting verhogen.Eerlijk gezegd, in de doorrekening van ons verkiezingsprogramma zie jedat we ook dingen doen voor de mkb’ers, zie je dat onze economie hardergroeit. En wie heeft daar heel veel profijt van? De mkb’ers.De heer Kisteman (VVD):Dan komt de heer Thijssen weer bij die torenhoge winsten die bedrijvenzouden draaien. Maar we hebben het over die kleine mkb’ers diedaadwerkelijk hard worden getroffen door de lastenverzwaring dieGroenLinks-PvdA wil doorvoeren in zijn koopkrachtpakket. De heerThijssen gooit het op de grote bedrijven, maar dit raakt daadwerkelijk dekleine mkb’ers. Nogmaals de vraag, hoe wil de heer Thijssen het rechtpraten dat hij aan de ene kant opkomt voor de btw-verhoging, maar dathij aan de andere kant de kleine mkb’ers raakt in hun koopkrachtpakket?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):De heer Kisteman kan blijven herhalen dat we dat doen, maar dat doenwij niet. Wij komen met voorstellen en wij denken inderdaad dat er ruimteis in de Nederlandse economie om geld op te halen en goede dingen tedoen met dat geld. Zo hoef je bijvoorbeeld de btw op een weekendje wegniet met 12% te verhogen, zoals de VVD doet. We halen dat geld echterniet weg bij de mkb’ers, zeker niet met miljarden. We doen dat gewoonTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10711 niet. U kunt stoppen met het blijven verspreiden van deze leugen, wanthet is gewoon niet waar.De voorzitter:Heeft u nog een vervolgvraag, meneer Kisteman? Dat kan uiteraard.De heer Kisteman (VVD):Ja, voorzitter, laten we het daarbij laten. Het is helemaal geen leugenuiteraard. We weten allemaal hoe GroenLinks-PvdA de kleine mkb’ers ookraakt. Al hun plannen om de lonen voor de werknemers te kunnenverhogen, gaan ten koste van de mkb’ers. Het idee dat als een uurloonmet een euro omhooggaat, die euro dan ook netto bij de werknemer in deportemonnee komt en vervolgens bij de mkb’er wordt uitgegeven, isnatuurlijk een verhaal dat niet klopt. Ook het verhaal van de heer Thijssen,dat wij leugens verkondigen, is pertinent niet waar. Ik denk dat we daartoch een kleine balans in moeten vinden.De voorzitter:Meneer Thijssen, nog een slotreactie.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dit gaat natuurlijk over heel iets anders. Dit gaat erover dat wij vinden datje een leefbaar loon moet verdienen als je in Nederland 40 uur werkt. Datgaat erover dat er een commissie is geweest die heeft gekeken naar hetminimumloon en heeft gezegd dat het minimumloon te laag is. Ja, wijhebben voorstellen waarin we zeggen dat het minimumloon in stappennaar € 17 per uur moet. Dan kun je namelijk een leefbaar loon verdienenen dan kun je gewoon rondkomen. Dus ja, wij doen die voorstellen, wantwij komen op voor Nederlanders. Dat betekent dat bedrijven, en ookmkb’ers, die € 17 moeten opbrengen. Zij moeten dat bedrag betalen aande mensen. Iedereen snapt dat dit een extra belasting is voor de mkb’ers.Het goede is dat de mensen die € 17 per uur gaan krijgen dat geld gaanuitgeven. Ze gaan het niet beleggen, zoals de rijken. Ze gaan het uitgeven,want ze zijn blij dat ze wat geld hebben. Waar geven ze dat uit? Bij demkb’ers in de buurt. Dus wat ga je zien? Je ziet dat de bedrijvigheid, metname lokaal, aangejaagd wordt en dat het beter gaat. Dat is precies wat jeziet in de doorrekening van ons verkiezingsprogramma. Inderdaad, wijkomen op voor die mensen en zeggen dat het minimumloon verhoogdmoet worden. Dat betekent dat mkb’ers meer moeten betalen, maar je zultzien dat die mkb’ers het kunnen opbrengen, doordat ze ook meer omzetdraaien. Zo werkt de economie. Zo werkt ons verkiezingsprogramma.Daarom is het heel verstandig beleid om door te voeren.De voorzitter:Meneer Kisteman, geeft dat toch nog aanleiding tot een vraag? Want ik zieuw hand omhooggaan.De heer Kisteman (VVD):We mogen nog wel even, hè, voorzitter?De voorzitter:Van mij mag u.De heer Kisteman (VVD):Dan moeten we de heer Thijssen volgens mij toch uitleggen hoe hetbedrijfsleven werkt. Die euro moet namelijk eerst binnenkomen voordat je«m kan uitgeven. Het idee van GroenLinks-PvdA is om de ondernemerseerst de lonen te laten verhogen en hun lasten te verzwaren, want «datgeld komt wel weer terug». Maar dat is niet de werkelijkheid. Je betaaltnamelijk eerst je kosten en daarna heb je pas je inkomsten. Ik vraag deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10712 heer Thijssen nogmaals: schetst hij niet een beetje een romantisch plaatjevan al die ondernemers, die juist al die lastenverzwaringen ... We hebbenhet over de toeristische sector, waarop een minimumloonsverhoging eenenorm grote impact heeft. Die gaat juist voor faillissementen zorgen,omdat die ondernemers het niet meer kunnen betalen. Sterker nog, zekunnen minder mensen aannemen, waardoor de mensen die er nuwerken, hetzelfde moeten doen met minder capaciteit.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nou ja, ik begin dan even met de constatering dat de VVD het blijkbaaroké vindt dat je in dit land 40 uur kan werken zonder rond te kunnenkomen. Wij vinden dat niet acceptabel. Wij vinden dat het minimumloonomhoog moet. Maar de heer Kisteman heeft natuurlijk gelijk dat bedrijvenin de problemen kunnen komen als je dat zomaar doet. Dat zie ik ook wel.Wij stellen dus voor om het stapsgewijs te doen. Bovendien zeggen wij:laten we ook kijken wat mkb’ers nodig hebben. Een van de grote klachtenbij mkb’ers is bijvoorbeeld: je moet zo lang doorbetalen als iemand ziekwordt. Wij stellen dus voor om dat te collectiviseren: voor de niet al tegrote mkb’ers moet er wel degelijk een prikkel blijven om hun mensengezond te houden, maar als mensen op een gegeven moment uitvallen,moet je wel kijken wat je kan doen om ervoor te zorgen dat zij niet tweejaar lang dat loon hoeven door te betalen. Daar hebben mkb’ers heel ergveel aan. Die voorstellen doen wij ook. Op die manier kunnen we zeggen:nou, we gaan dat minimumloon echt wel omhoog brengen, maartegelijkertijd zien we dat we naast de mkb’er moeten staan, zodat die kanondernemen. Wij denken dat het zo een heel mooi, werkbaar pakket is.De voorzitter:Dank u wel. U mag nog interrumperen. Nee? Goed. Dan stel ik voor datwe de eerste termijn afronden. Het is inmiddels 18.37 uur. De Ministerheeft gevraagd om maximaal twintig minuten, misschien iets minder. Ikstel dus voor dat we hier om 18.55 uur weer zitten. Mocht de Minister eenpaar minuten later zijn, dan zitten we in ieder geval gelijk weer klaar om tevervolgen. Ik schors dus tot 18.55 uur. Dan zijn we hier weer terug. Totstraks.De vergadering wordt van 18.37 uur tot 18.55 uur geschorst.De voorzitter:Goed, het is 18.55 uur. Inmiddels is iedereen weer aanwezig. Het woord isaan de Minister om de vragen uit de eerste termijn van de Kamer tebeantwoorden. Ga uw gang.Minister Beljaarts:Dank, voorzitter. We zijn hier vandaag bij elkaar om te spreken over degastvrijheidssector. Voor mij, met een achtergrond in de horeca, voelt hetgesprek heel dichtbij. Ik weet nog goed hoe de dynamiek is om met jeteam klaar te staan voor je gasten. Vandaag hebben we gereflecteerd opnut en noodzaak van horeca, toerisme en recreatie. De laatste keer dat weeen commissiedebat hadden over toerisme en recreatie is inmiddelsalweer drie jaar geleden. Dat is natuurlijk volledig onterecht, want desector blijft onverminderd een belangrijke bijdrage leveren aanNederland. De toegevoegde waarde van de toeristische sector voor deNederlandse economie stijgt jaar na jaar. In 2023 was de omzet 104,9miljard euro. Ook het aantal beschikbare banen in de sector neemt toe. In2023 waren dat er 768.000. Met andere woorden, de gastvrijheidssectordoet er toe. Hij vergroot de kwaliteit van leven, maakt mensen gezonderen gelukkiger en verbindt groepen mensen. Ik ben het dan ook eens metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10713 uw Kamer: recreëren is de zuurstof van de samenleving. Hard werken isbelangrijk, maar genieten van vrije tijd en ontspanning zijn ook van grootbelang.Tegelijkertijd moeten we oog hebben voor de uitdagingen die onder-nemers in de sector ervaren. Denk aan de druk op kermissen en evene-menten waarbij exploitanten te maken krijgen met overlast door toene-mende regelgeving, maar ook met hoge kosten en beperkingen, zoals hetverbod op single-use plastics. Ook veroorzaken jongeren soms overlast opkermissen; denk aan vandalisme, geweldsincidenten en intimiderendgedrag. Dat maakt het voor kermisexploitanten steeds moeilijker om hunwerk te doen. Die zorgen moeten we serieus nemen. We moeten samenzoeken naar oplossingen die werkbaar zijn voor ondernemers en diebijdragen aan de veiligheid en gezelligheid op kermissen.Maar, voorzitter, laten we het grotere plaatje niet uit het oog verliezen.Toerisme en recreatie brengen mensen samen, stimuleren economischeactiviteiten en maken Nederland aantrekkelijk voor bezoekers enbewoners. Het is van groot belang dat ondernemers in de gastvrijheids-sector de ruimte en vrijheid behouden om te ondernemen, met oog voorinnovatie en duurzaamheid. Hoewel de sector na de coronacrisis in 2022en 2023 een sterk herstel doormaakte, heeft de afgelopen periode ooklaten zien dat de sector kwetsbaar is voor externe factoren, zoalspersoneelstekorten, stijgende kosten, lage marges, gebrek aan ruimte,extreme weersomstandigheden en geopolitieke spanningen. De afgelopenjaren is succesvol ingezet op het stimuleren en faciliteren van samen-werking in de sector om de gastvrijheidseconomie verder te ontwikkelen.Daarbij gaat het om voortdurende afstemming en samenwerking metstakeholders om de partijen bij elkaar te brengen en te motiveren om bijte dragen aan concrete acties, onder andere via de publiek-privatesamenwerking.De oprichting van de Landelijke Raad voor Recreatie en Toerisme ishiervan een mooi voorbeeld. Ik heb vertegenwoordigers van de landelijkeraad op 15 mei op het ministerie ontvangen en met hen kennisgemaakt.Vooruitkijkend is het belangrijk dat de rijksoverheid de juiste randvoor-waarden schept voor een goed ondernemersklimaat, waarmee we hetvermogen van de sector om in te spelen op veranderingen en ontwikke-lingen in de toekomst versterken. Daarom ben ik, in gesprek met desector, aan de slag gegaan met een EZ-actieagenda toerisme, die ookspoedig naar uw Kamer zal worden gezonden.Voorzitter. Dan zal ik nu overgaan tot de beantwoording. Dat zal ik inchronologische volgorde doen.Mevrouw Van Meetelen stelde mij een aantal vragen. Die heb ik gecombi-neerd in mijn beantwoording. Het ging over het gemeentelijke kermis-beleid. Ze vroeg of ik herken dat er geen opvolging en evaluatie is van ditbeleid en of ik bereid ben om met de kermissector opvolging te geven aanhet gemeentelijke kermisbeleid en een evaluatie te doen. Ook sprak zijover de school- en inkomensafhankelijkheid. Zij zei: zonder rijdendeschool geen kermis. Zij vroeg mij of ik bereid ben om mij daarvoor in tezetten. Ik moet zeggen dat dat specifieke voorbeeld mij wel heeftaangegrepen, want dat laat naast iets cultuur waardevols ook deafhankelijkheid van dit belangrijke onderdeel zien.Naar aanleiding van de eerdere toezeggingen in 2022 heeft mijnvoorganger inderdaad, in samenwerking met de kermissector en deVereniging van Nederlandse Gemeenten, een handreiking voor dekermissector ontwikkeld. Bij de begrotingsbehandeling in oktober heb ikzelf al aangegeven dat ik bereid ben om in gesprek te gaan. Inmiddels ishet eerste contact gelegd om met de kermissector in gesprek te gaan omte bezien of deze handreiking toereikend is, of dat er nog aanvullendemaatregelen nodig zijn. Het eerste contact is dus gelegd. De locaties voorde salonwagens en rijdende school zijn een gemeentelijke verantwoorde-lijkheid. Dat is hun dienstverlening, maar ik ga graag, gezien het belang,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10714 het gesprek aan met de VNG over dit onderwerp. Ik heb dat belang netook benadrukt.De voorzitter:U heeft een interruptie, Minister, van mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik ben natuurlijk heel erg blij met deze beantwoording, deze toereiking. Ikheb gevraagd om het op deze manier te doen, want het een kan nietzonder het ander gezien worden. Ze zijn volkomen afhankelijk van elkaar:de locaties behouden voor de woonwagens, het houden van de kermissenin de binnensteden en de educatie voor de kinderen in de rijdendescholen. Ik ben heel blij met de beantwoording. Ik wil het heel even hierbijlaten. Excuus.De voorzitter:Dank u wel. Minister, u mag hier uiteraard een reactie op geven.Minister Beljaarts:Sta me toe dat ik dat toch even doe. Elk debat hebben we een verdiepingvan lid Van Meetelen op dit onderwerp. Dat helpt mij om meer inzicht tekrijgen in de problematiek en in de complexiteit. Als ik me probeer teverplaatsen in de situatie van de kermisexploitanten, dan bouwt diefrustratie zich ook bij mij op door de complexiteit en de zorgen die daarleven. Ik ben dus oprecht dankbaar voor die opbouw aan input die ik meega nemen in de gesprekken met de VNG.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik was het heel even kwijt, maar ik weet weer wat ik wilde zeggen. Doordie verplaatsing, omdat er overlast is of om een andere reden, verdwijntde kermis ten eerste uit de binnenstad. Dat is, zoals ik heb aangegeven,om economische redenen natuurlijk niet goed. Vaak is die andere locatiejuist de locatie waar de woonwagens staan. Het hangt dus ontzettend metelkaar samen. Dat wilde ik benadrukken. Om economische redenen moethet dus zo blijven, maar ook vanwege de educatie, de hele cultuur en alleswat eromheen zit, dus de wijze van wonen. Die kunnen niet los van elkaargezien worden. Daarom blijf ik erop hameren en zeggen dat het door alledepartementen heen een beetje zou moeten. Ik kom dan toch weer elkekeer bij u terecht, omdat het uiteindelijk bij Economische Zaken ligt.Minister Beljaarts:Dank voor de toevoeging. Die context is helder.De voorzitter:Dan kunt u verdergaan met uw beantwoording.Minister Beljaarts:De heer Kisteman vroeg mij of ik de Winkeltijdenwet zo wil aanpassen datondernemers zelf mogen bepalen of ze opengaan op zondagen. Ik benuiteraard voor zo veel mogelijk vrijheid voor ondernemers, maar wemoeten als kabinet natuurlijk ook een balans vinden tussen deze vrijheiden de wensen van bewoners. Daar komt ook bij dat de wensen van deondernemers hierin ook niet altijd even eenduidig zijn. Op dit moment isin de Winkeltijdenwet flexibiliteit ingebouwd door gemeenten zelf deruimte te geven om een lokale afweging te maken. Zij kunnen namelijkzelf bepalen of en in hoeverre ze de vrijstelling verlenen voor ruimereopeningstijden. Hiermee wordt maatwerk mogelijk gemaakt. De Winkeltij-denwet wordt in 2026 al geëvalueerd. Ik stel voor aan lid Kisteman dat ikde wensen van die ondernemers over die openingstijden dan explicietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10715 meeneem. Ik zal aanjagen dat zo veel mogelijk van die input in deevaluatie meegenomen wordt, zodat die stem goed zal doorklinken.De voorzitter:Dan heeft u een interruptie van de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Dat onderzoek is helemaal niet nodig, denk ik. Als ik alleen al m’n mailboxkan doorsturen naar de Minister, hebben we al genoeg reden om dit aante passen. Uiteindelijk is het aan een ondernemer zelf om te bepalen of hijop zondag open wil of niet en is het aan die inwoner zelf om te bepalen ofhij op zondag wil winkelen of voor een rustdag kiest. Mijn vraag is of deMinister het niet met ons eens is dat die manier van vrijheid gewoon bijdie ondernemer kan liggen of bij die inwoner of bij die consument en nietbij een gemeente? De gemeente maakt die afweging uiteindelijk namelijkuit eigen principes, niet in het belang van die ondernemer of dieconsument. Het zorgt daarnaast voor oneerlijke concurrentie. Eigenlijk ismijn vraag dus waarom we dit onderzoek nog moeten afwachten. Hetantwoord is er eigenlijk gewoon al.Minister Beljaarts:Nou, dat antwoord is wetgeving en die wetgeving is zoals die nu is. En ja,ik ben het met het lid Kisteman eens dat ook ik zo veel mogelijk vrijheidnastreef voor ondernemers. Daarom is de evaluatie van de Winkeltij-denwet hét moment om al die input mee te nemen, zodat we breed, ookbinnen het kabinet, de afweging kunnen maken of dit het moment is omde Winkeltijdenwet aan te passen. Maar lopende de wetgeving en degeldigheid van de wetgeving is dit naar mijn inzicht niet het moment omhet open te breken. De evaluatie staat al gepland voor 2026. Dat is opredelijk korte termijn. Om de heer Kisteman comfort te geven heb ik ookaangegeven dat ik echt actie wil ondernemen, ook richting werkgeversver-enigingen en brancheverenigingen, om te zorgen dat zo veel mogelijkinput in de evaluatie terechtkomt. Ik zal in die evaluatie ook mijn rolnemen om ervoor te zorgen dat de wens van de ondernemers zo veelmogelijk meegenomen wordt.De heer Kisteman (VVD):Uiteraard kunnen wij niet op onderzoeken vooruitlopen. Maar stel nu dathet volgende het geval is. Ik ben gewoon benieuwd hoe de Minister datziet. Een ondernemer zegt: ik hoef op zondag niet open. Ziet de Ministerdat dan als een afwijzing om de Winkeltijdenwet aan te passen of is hetuiteindelijk aan die ondernemer zelf om voor die vrijheid te kiezen? Alseen ondernemer «ik hoef niet open» zegt, betekent dat dan voor deMinister: dan gaan we dit doen? Of zit daar nog onderscheid in? Want alsde buurman wel open wil, kan het zijn dat die ondernemer dat primavindt, maar dat hij zelf anders kiest. Dat is net als met de koopavonden,waarbij de ene ondernemer besluit om wel open te gaan en de andereniet, ondanks dat ze dezelfde rechten hebben.Minister Beljaarts:Op het gevaar af om de wat-alsvraag te beantwoorden, zeg ik dat hetgoed is om terug te gaan naar wat ik eerder zei. Juist die zorgvuldigeafweging is van belang om te zorgen dat we iets gaan repareren wat in deogen van de ondernemers ook gerepareerd moet worden. Dat betreft dusbreed input ophalen, zodat beide buren de input voor de evaluatie geven.Ik denk dat dat het juiste moment is. Het is geen onderzoek, maar het iseen evaluatie van de wet zelf, die breed uitgezet wordt. Daarin kan alleinput worden meegenomen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10716 Ik zie dat u de vraag van de heer Kisteman naar tevredenheid beantwoordheeft. O, dat is toch niet helemaal het geval, maar hij heeft geen vervolg-vraag. U kunt dus verder, Minister. O, meneer Kisteman heeft toch eenvraag. Ik denk dat ik dat een beetje heb uitgelokt.De heer Kisteman (VVD):Jazeker. Mijn vraag is: voor wanneer staat die evaluatie gepland? Dat is in2026, maar is daar iets meer over bekend? De Minister gaf ook aan er eenbrede evaluatie van te maken, maar staat er dan ook ergens wat debedoeling van die evaluatie is? Met wie gaat de Minister in gesprek etcetera? Kunnen we dat als Kamercommissie ergens zien?Minister Beljaarts:Over de tijdigheid kan ik in de tweede termijn uitsluitsel geven. Op hetbredere proces, alle betrokken partijen en het chronologische proces kanik schriftelijk terugkomen bij de heer Kisteman.De voorzitter:Dank u wel. Dan kunt u verder met de beantwoording.Minister Beljaarts:De heer Kisteman vroeg mij ook om de bijschrijfplicht voor de dagleiding-gevenden te laten vallen. Dat is een bekend onderwerp. Dank voor hetopbrengen daarvan, maar helaas kunnen we de bijschrijfplicht nu nietlaten vallen. In de zomer van 2024 hebben JenV en VWS besloten tot hetbehoud van de bijschrijfplicht. Samen met JenV is er wel gezocht naaralternatieven, maar die zijn tot mijn spijt niet gevonden. De noodzaak is tegroot in relatie tot het voorkomen van problemen op het gebied van deopenbare orde en het voorkomen van criminele activiteiten. Zie ook deKamerbrief over de uitwerking van de motie over de bijschrijfplicht voordagleidinggevenden, van 28 juni 2024. Daarin hebben we de toelichtinggegeven. Maar ik zal het signaal nadrukkelijk ook bij JenV en VWSopnieuw onder de aandacht brengen, want ik weet dat het een grotefrustratie is.De voorzitter:Dan heeft u opnieuw een interruptie van de heer Kisteman. Ga uw gang,meneer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Zoals de Minister zelf ook weet, is het probleem dat de vier grootstegemeentes van Nederland dit tegenhouden en dat heel Koninklijke HorecaNederland hiervan de dupe is. Die bijschrijfplicht voor dagleidingge-venden wordt gewoon misbruikt om het Bibob-onderzoek te kunnen doen.Ik snap dat de Minister zegt dat het lastig is en dat er iets is besloten, maardeze beide ministeries misbruiken de mogelijkheid gewoon. Dusnogmaals de vraag aan de Minister: wat is er nou belangrijker, de viergrootste gemeentes die de bijschrijfplicht voor de dagleidinggevendemisbruiken of al die horecaondernemers in Nederland die 13 miljoen perjaar kwijt zijn en die lange wachttijden hebben om überhaupt eeninschrijving te krijgen? Waar ligt de prioriteit van deze Minister? Ik denkdat er genoeg onderzocht en besproken is, en dat weet de Minister alsgeen ander. Volgens mij kan de Minister dit doen.Minister Beljaarts:Om te beginnen kan ik als Minister natuurlijk niet de kwalificatie van hetlid Kisteman over de intenties van de vier grote gemeenten overnemen.Hoe graag ik het gevraagde ook zou willen doen – want ook in anderedebatten hebben we het over regeldruk en de lasten die daarmeegemoeid zijn – het is natuurlijk ook een competentie van JenV en vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10717 VWS. Dus al zou ik het willen, ik kan het daadwerkelijk niet alleen. Daarheb ik echt mijn collega’s voor nodig. De noodzaak om hier te handelen ismij meer dan duidelijk. Aan mijn inzet zal het niet liggen, maar dit is echteen gedeelde competentie met de andere collega-bewindspersonen.De voorzitter:Dan kunt u weer verder. Toch nog één interruptie. Ga uw gang.De heer Kisteman (VVD):Ik snap dat het niet aan de Minister ligt. Maar de onderzoeken zijnduidelijk. Ik hoef niet uit te leggen wat de indicatorbedrijven zijn; dat weetde Minister ook en ook zijn collega’s kunnen dat gewoon lezen. Deafschaffing van de bijschrijfplicht staat gewoon op nummer één. Betekentdit dan dat zijn collega’s het indicatoronderzoek niet serieus nemen enzeggen «het staat wel bovenaan op nummer één, maar ja, het is nietanders, wij vinden de G4 belangrijker dan al die ondernemers»? Moet ikdat dan gewoon concluderen? Moeten we dan nu ook maar afconcluderendat we dit gewoon niet gaan aanpakken hier in Den Haag? Moeten we aldie ondernemers dan maar het eerlijke antwoord geven, in plaats van zenog jaren aan het lijntje te houden? Dat kan ook een antwoord zijnnatuurlijk.Minister Beljaarts:Dank voor de vraag en dank voor het delen van de frustratie. Die deel ikmet de heer Kisteman. Alleen is het niet zo eenvoudig gebleken aan dezekant van de tafel om de bijschrijfplicht te laten vallen. Ik heb me in deafgelopen tien maanden in die complexiteit verdiept en ook de argumen-tatie van de collega’s tot mij genomen. Ik heb niet gezegd «we gaan hetniet doen en we gaan het nooit doen». Maar het heeft iets meer tijd nodigin de afstemming om ervoor te zorgen dat de zorgen welke leven bij decollega’s van JenV en VWS goed geadresseerd worden, en om ervoor tezorgen dat het op een andere manier kan. Ik heb dus niet gezegd dat we erniets aan gaan doen. Dat zou ook de inzet vanuit mijn ministerie echttekortdoen. Alleen kan ik er nu, ten tijde van dit debat, geen uitsluitselover geven dat we het binnen een maand gaan regelen, hoe graag ik datook zou willen.De heer Kisteman (VVD):Afrondend dan. Ik dank de Minister voor zijn antwoord. Bij de bijschrijf-plicht voor dagleidinggevenden gaat het om de werknemers en niet omde ondernemers die in de vier grote gemeenten een horecagelegenheidwillen starten. Om de Minister enigszins tegemoet te komen – ik snap zijndilemma – vraag ik hem: wat kunnen we dan concreet afspreken overwanneer we hier een vervolg aan geven? Kunnen we dan in de tweedehelft van dit jaar een vervolg zien? Wat zijn de plannen van de Minister,behalve aan zijn collega’s uitleggen dat het echt heel vervelend is voor dieondernemers?Minister Beljaarts:Een begrijpelijke vraag. Ik heb tegen het lid Kisteman gezegd dat ikopnieuw zal refereren aan het eerdere contact – want het is niet zo dat ergeen contact over is geweest; dat contact is er al eerder geweest – om tekijken wat we nu wél kunnen doen. Maar er is nu geen uitgelijnd plan overhoe we dat verder gaan aanpakken. Op dit punt kan ik de heer Kistemanniet heel concreet comfort bieden. Ik wil in de richting van de heerKisteman nogmaals herhalen dat ik het niet laat vallen. Dat is zeker niethet geval. Maar ik wil ook geen beloftes doen terwijl ik weet dat ik diebeloftes niet in mijn eentje kan nakomen. Ik hoop dat we elkaar in hetmidden kunnen treffen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10718 De voorzitter:Dank u wel. Dan kunt u verdergaan met uw beantwoording. MeneerThijssen, over dit punt?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ja. Onbeperkte interrupties toch?De voorzitter:Zeker. Nou ja, bij tien interrupties begin ik wat te bedenkelijk te kijken.Maar u staat nog op nul, dus ga uw gang.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Daarom. Dus ik dacht: het wordt toch eens tijd. Ik wil hier toch nog evenop doorgaan. Regeldruk is een groot punt voor de Minister. Als ik anderedebatten voer over innovatie of over weet ik wat, hoor ik: we gaan hetallemaal regelen door te zorgen voor minder regels. Nu hebben we hiereen heel concrete regel, en dan lukt het maar niet om die af te schaffen.Dan denk ik dat we misschien toch eens moeten bijschakelen op anderedingen om die innovatie mogelijk te maken. Maar ik wil hier toch nogeven op doorgaan. Klopt het nou, zoals de heer Kisteman zegt, dat de viergrote steden deze regeling gebruiken om Bibob-onderzoek te doen? Daaris de regeling eigenlijk niet voor bedoeld. Is dat inderdaad de situatie?Minister Beljaarts:Ik moet me als Minister baseren op de feiten, dus ik heb net ook aange-geven dat ik niet op de kwalificatie van het lid Kisteman in kan gaan. Mij isniet feitelijk bekend dat dit het geval is.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Er zijn hele concrete voorstellen uit de sector over hoe dit opgelost kanworden, zodat er minder kosten zijn en er sneller gehandeld kan worden.Kan de Minister mij vertellen waarom die dan niet doorgevoerd kunnenworden?Minister Beljaarts:Ik heb net getracht uit te leggen dat de realiteit, gezien de complexiteitvanwege de gedeelde verantwoordelijkheid met onder andere JenV enVWS, wat weerbarstiger is dan hoe ogenschijnlijk makkelijk het lijkt. Ik zouniets liever willen dan dat we dit soort concrete verzoeken eigenlijk algelijk kunnen inwilligen, maar er is gewoon meer tijd voor nodig.Misschien ten overvloede – dan ga ik misschien tegen de regeldrukver-mindering in – maar er zijn natuurlijk ook wel gewoon regels nodig. Diezijn ook ooit ontstaan met een valide reden. Het is daarom ook van belangom te weten: «Waar zit de zorg bij de verschillende departementenwaardoor dit per se in stand gehouden moet worden? Waar kunnen wevanuit EZ en waar kan de sector het comfort geven dat het ook een tandjeminder kan of dat dit bijvoorbeeld helemaal geschrapt kan worden?» Datproces is gaande. Ik heb ook aan het lid Kisteman aangegeven dat ik medaar wederom nadrukkelijk voor ga inzetten.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nog kort, als dat mag.De voorzitter:Jazeker, dat mag. Ga uw gang.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik ben het daar heel erg mee eens. Er zijn heel veel regels die hartstikkehard nodig zijn, voor voedselveiligheid, veiligheid en allemaal van datsoort zaken. Dit is er zeker een van. We willen gewoon dat we op eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10719 veilige manier een biertje kunnen drinken op het terras of in de kroeg.Daar gaat dit volgens mij over, dus laten we dan ook de verwachtingenvan «met minder regels gaan we alle problemen oplossen» ietsjetemperen, want dat is niet zo. Maar dan toch concreet hierover: ik vind hetgoed dat de Minister hier toch weer met hernieuwde aandacht naar gaatkijken, maar misschien kan hij ook in een brief even terugkoppelen watnou precies de reden is waarom dit maar niet lukt en wat dan misschieneen weg voorwaarts is. Ik vermoed zomaar dat er in het tweeminuten-debat misschien wel een motie aan zit te komen naar aanleiding van ditdebat. Dan is het misschien wel goed als we gewoon weten hoe we deMinister kunnen helpen om hier een doorbraak in te krijgen. Tenminste, ikvermoed ... Nou ja, ik weet niet wat de heer Kisteman gaat doen, maar ikkan natuurlijk zelf ook nog een motie indienen. Maar zou dat kunnen?Misschien kan dat helpen om eens te kijken of we hier echt meters inkunnen maken.Minister Beljaarts:Ik kan natuurlijk niet toezeggen dat dit voor het tweeminutendebat komt,maar ik vind het heel terecht dat wordt gevraagd om meer inzicht tekrijgen in de complexiteit van de vraag waarom de bijschrijfplicht ergekomen is. Het is een plezier om daar in overleg met de anderedepartementen inzicht in te geven. Die toezegging kan ik doen. Ik kan nietde garantie geven dat dat voor het tweeminutendebat lukt, want dat moetten eerste nog aangevraagd worden en daarna moet dat nog geplandworden. En ik heb die afstemming nodig met de collega’s. Maar gezien decontrolerende taak van de Kamer is het uiteraard geen enkel probleem omdaar wat meer inzicht in te geven.De voorzitter:Dank u wel. Dat levert een vraag op van de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Ja, ik sla toch even aan op wat de Minister zei: sommige regels zijn ooknuttige regels en die hebben we nodig. Dat snap ik wel, maar het idee vande bijschrijfplicht voor de dagleidinggevenden is dat er op een verant-woorde manier alcohol wordt verstrekt. Nu zijn er een aantal gemeentesdie die wet, die plicht, misbruiken, want het komt hun heel goed uit. Danzegt de Minister: ja, het is lastig. Betekent dat dus dat het, als allemaalregels die wij graag willen afschaffen – de Minister weet dat ik daarkeihard voor werk; ik heb de komende debatten nog tal van voorbeelden –die op een andere manier worden ingevuld of worden misbruikt, dan inéén keer wat lastiger wordt om de problemen met die regels op te lossenof ze aan te passen? Dat kan namelijk niet de bedoeling zijn.Minister Beljaarts:Misschien is het toch goed om even de zorgvuldigheid te herpakken. Ikheb eerder ook uitgesproken dat ik natuurlijk nooit de kwalificatie aangemeenten kan geven dat zij een dergelijke bijschrijfplicht misbruikenvoor andere doeleinden. Die conclusie kan ik niet trekken. Dat kan ik dusook niet als aanleiding gebruiken om hier verder mee aan de slag te gaan.Maar er is daarnaast al reden genoeg – ook u heeft namens KoninklijkeHoreca Nederland geuit waarom het anders zou kunnen en waarom ditbelemmerd werkt – om hiermee aan de slag te gaan. Dat heb ik net ooktoegelicht.De heer Kisteman (VVD):Zou de Minister dan eens willen onderzoeken of de G4 dit misbruikt?Minister Beljaarts:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10720 Ik denk niet dat dat de juiste vraagstelling is, met alle respect naar de heerKisteman. Ik kan in de brief als antwoord op het lid Thijssen met deandere collega’s uiteenzetten hoe het ontstaan is en daarin kan ik decontext schetsen. Dat kan ik doen. Anders ga ik toch ergens, linksom ofrechtsom, in kwalificaties mee. Daar voel ik geen comfort bij.De voorzitter:Dank u wel. Volgens mij bent u helder geweest, dus ik denk dat u doorkunt met uw verdere beantwoording.Minister Beljaarts:Dan ga ik door naar de vragen van de heer Thijssen over debtw-verhoging in de sector, de risico’s die hieruit volgen en de tweedelingdie groter wordt omdat zakelijke reizigers dit kunnen terugvorderen. Deheer Thijssen vroeg hoe ik dit zie. De fiscale regelingen zijn natuurlijk inhet verleden ook op basis van de toen gemaakte politieke keuzesingevoerd. Het kabinet heeft op basis van de afspraken in het hoofdlijnen-akkoord nu andere politieke keuzes gemaakt. Dat zakelijke reizigers ditkunnen terugvorderen, is ook een politieke keuze. Er is natuurlijk eenverschil tussen het zakelijk gebruik van faciliteiten en het recreatief,particulier gebruik van faciliteiten. De commissie voor Financiën heeft opdonderdag 13 februari gesproken over de alternatieven voor hetafschaffen van de verlaagde btw-tarieven voor de culturele goederen endiensten, waaronder sport. Het btw-tarief voor logies is, zoals u weet, instand gebleven. De keuzes sluiten ook aan bij de wens van een vereen-voudiging van het belastingstelsel. Daarbij schrijven de begrotingsregelsvoor om negatief geëvalueerde regelingen aan te passen of af te schaffen.De heer Thijssen vroeg mij ook of ik erken dat het terugdringen vanemissies door vlieg- en cruiselijnen in lijn ligt met de Glasgow Declarationen of dat noodzakelijk is voor de toekomstbestendigheid van de sector.Allereerst is de Minister van KGG natuurlijk verantwoordelijk voor hetklimaat. Daarnaast wil ik ook benadrukken dat er al heel veel gebeurt ophet gebied van duurzaamheid, vooral ook bij de ondernemers zelf. Er zijnvoorbeelden te over. Ze worden daarbij door de overheid ondersteunddoor bijvoorbeeld een breed scala aan programma’s en regelingen die hetmkb helpen met de verduurzaming, waarvoor sinds 2022 al 4,6 miljard perjaar aan rijksmiddelen beschikbaar is gesteld. Dat is ook niet niets.Daarnaast heeft het kabinet aandacht voor de effecten van de klimaatver-andering op de bestemming Nederland. Het kabinet heeft ook opdrachtgegeven voor een onderzoek naar de effecten van klimaatverandering opde gastvrijheidssector. Dat resultaat wordt na de zomer van dit jaarverwacht. De resultaten kunnen ondernemers en overheden helpen bij deontwikkeling van adaptatiestrategieën en om toekomstbestendig teblijven. Daarnaast werken het NBTC en de regionale overheden aanklimaatplannen en zetten ze in op duurzaam aanbod, om gasten op eenduurzame manier te verleiden naar Nederland te komen. Zo werk ik ooksamen met de sector en mijn collega’s aan toekomstbestendig beleid.Daarna vroeg de heer Thijssen mij naar mijn bereidheid om fossielereclames in het land te verbieden. De heer Thijssen verwijst dus naar decasus specifiek in de gemeente Den Haag. Dat is een zaak van het lokalebestuur. Daar ga ik me als Minister natuurlijk niet in mengen. Het is ookaan de reissector zelf om te kijken hoe ze hiermee om willen gaan. Ookdaar wil ik me niet in mengen. Als het gaat om een nationaal verbod, is ditecht een vraag aan mijn collega van KGG, omdat het deel over het klimaatbetrekking heeft op haar portefeuille.De heer Thijssen vroeg mij ook naar de bevindingen van Envisioning ...De voorzitter:Zou de heer Thijssen eerst een interruptie mogen plegen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10721 Minister Beljaarts:Ja, dat mag hij van mij. Ga uw gang.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):De Minister gaat het nu nog over Envisioning 2030 hebben, dus misschienkan hij het stukje klimaat en toerisme afmaken. Dan doe ik daarna mijninterrupties.De voorzitter:Dat mag ook. Gaat u verder.Minister Beljaarts:Ik was inderdaad bij de vraag over Envisioning 2030. De bevinding is dattoerisme kan groeien mits het aantal gevlogen kilometers afneemt. Zoalsu weet, ligt luchtvaart bij het Ministerie van IenW en duurzame luchtvaartweer bij KGG. De heer Thijssen kan de vraag het beste aan een van mijncollega’s stellen. Dat zeg ik niet om het daarmee af te doen, maar omdathet niet zo chic is om hier antwoord te geven op vragen die betrekkinghebben op hun portefeuilles.Om het af te maken: de laatste vraag, ook van de heer Thijssen, is opwelke manier ik van plan ben de reisbedrijven te helpen om klimaatri-sico’s af te bouwen. Ik ga in gesprek met de reisbranche over de actie-agenda. Hierbij zal ik met de sector spreken over de opgave rondomklimaat. Waar nodig betrek ik mijn collega, de Minister van KGG, daarbij.Daarmee ben ik aan het einde gekomen, voorzitter.De voorzitter:U bent aan het einde gekomen van de eerste termijn. Meneer Thijssen, uwilde nog interrumperen, toch?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Graag, voorzitter; dank u wel. Dank aan de Minister voor zijn beant-woording; ook dank aan zijn team, uiteraard. Ik vind dit toch wel lastig.Deze Minister gaat over toerisme en recreatie. Hij heeft natuurlijk overlegmet die sector. Een van de grote uitdagingen voor deze sector is hoe zij inlijn komen met het klimaatakkoord van Parijs: hoe gaan we op eenduurzame manier recreëren zonder de aarde kapot te maken? Als ik daarvragen over stel, wordt er vervolgens verwezen naar allerlei anderebewindspersonen. Ik denk dan: dit ligt toch, naast de btw-verhoging, zouik denken, prominent op tafel als de Minister overlegt met deze sector?Wat is nou dus de visie van deze Minister, van dit kabinet, om deCO2-emissies naar beneden te krijgen? Die stijgen namelijk op ditmoment. Dat gaat tegen alle trends in, want de rest van de CO2-emissiesdaalt gelukkig. In deze sector stijgen ze echter. Dus wat gaat de Ministernou concreet doen om ze naar beneden te krijgen?Minister Beljaarts:Misschien een kleine reflectie van mijn zijde. Ik denk niet dat dat degrootste uitdaging voor de sector is. Ik denk dat voor veel ondernemersoverleven de grootste uitdaging is op dit moment, kijkend naar deachterstanden die opgebouwd zijn in coronatijd en dat soort zaken. Dusals de heer Thijssen dat stelt, dan zou ik dit graag daartegenover willenstellen. Ten tweede denk ik dat de sector al heel veel doet om te verduur-zamen: er zijn allerlei initiatieven voor warmtepompen, zonne-energie etcetera et cetera. Er is echter wel een grens tussen wat dit kabinet wilopleggen en de dwang die het wil toepassen om dit te realiseren, en devrijheid die het ondernemers toch vooral wil bieden om zelf te bepalenhoe ze hun bedrijfsvoering inrichten. Dat doen we volgens de afspraken.Daarom verwees ik ook naar mijn collega van KGG, want die is hier elkedag druk mee bezig. Maar ik ga de sector natuurlijk geen zaken opleggenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10722 en ga de ondernemersvrijheid niet beperken door te zeggen dat ze alleengasten mogen ontvangen als ze met de elektrische auto aankomen en zedie niet mogen ontvangen als ze per vliegtuig aankomen. Dat ga ik nietdoen. Ik denk dat de heer Thijssen dat ook niet van een Minister vanEconomische Zaken kan vragen.De voorzitter:Geeft dat aanleiding tot een vervolgvraag?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik praat volgens mij met het kabinet, niet alleen met de Minister vanEconomische Zaken. Ik verwacht wel degelijk van dit kabinet dat hetuitvoering geeft aan de afspraak dat we het klimaatakkoord van Parijsuitvoeren, omdat we Nederland veilig willen houden. Daar hebben we hetover, niet over een of ander vervelend internationaal verdrag. Nederlandwordt bedreigd door klimaatverandering; dat zijn we hier aan hetbespreken. Het is een beetje flauw om te zeggen: ik wil geen voorschriftenopleggen en zeggen dat mensen met een elektrische auto moetenaankomen. Dat is niet waar dit over gaat.Envisioning 2030 gaat erover dat de toeristensector kan groeien, maarmet een beperking van de grote groei van het aantal cruise- en vliegkilo-meters. Daar kan de Minister naar kijken. Wat kunnen we daar nou aandoen? Dat kan met dwang, dat kan met drang, dat kan met prijzen, dat kanmet subsidies, dat kan met het verbieden van fossiele reclames: er is eenpalet aan mogelijkheden voor wat je kunt doen. Maar als ik het goed hoor,doet de Minister nu niks. De Minister zegt namelijk: de sector doet allerleidingen. Ondertussen stijgt echter de CO2-uitstoot, dus het is niet genoeg.Ik hoor echter niet dat er iets additioneels komt: we laten het de marktdoen; de ondernemers moeten het zelf doen. Begrijp ik de Minister dangoed?Minister Beljaarts:Nee, dat is niet wat ik gezegd heb. We doen wel degelijk iets. Alleen, in dittoerismedebat – ik heb ook een klimaatdebat en deels een verkiezings-debat tussen de Kamerleden gehoord – wilde ik me toespitsen op het deelwaar ik verantwoordelijk voor ben. Deze vragen, die terechte vragen zijn –dat weet ik van de heer Thijssen; dat respecteer ik oprecht – kunnen echtworden beter gesteld aan de Minister die hiervoor verantwoordelijk is. Datis de Minister van KGG of, als het gaat om de vliegbewegingen, deMinister van IenW. Zo zijn de verantwoordelijkheden in de portefeuillesverdeeld.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Oké. Dan toch nog één andere vraag, over fossiele reclames. Ik denk datdie dan ook wordt doorverwezen. Ik had het er namelijk niet over dat deMinister zich zou moeten mengen in wat er hier in Den Haag gebeurt. Ikvond het beleid in Den Haag een inspirerend voorbeeld van beleid dat eenbewindspersoon in Den Haag, een wethouder, kan voeren. Deze Minister,of dit kabinet, zou dat landelijk kunnen voeren. Mijn vraag was: bent u nietgeïnspireerd? We hebben hier een maatregel zonder dwang, zonderdrang, maar waarvan we gewoon weten dat die effectief is, die voor derechter getoetst is en die dus gewoon genomen kan worden. Is dit dangeen maatregel waar deze Minister toch nog eens goed naar wil kijken,omdat deze maatregel gewoon behulpzaam kan zijn om onze doelen tebereiken?Minister Beljaarts:Ik ben niet per se geïnspireerd, want ik heb ook veel geluiden gehoordover het beperken van vrijheid, betutteling en dat soort zaken. Het is aanons als kabinet om altijd alle belangen goed af te wegen en een plek teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10723 geven. In dit specifieke geval ga ik natuurlijk niet op de stoel van deMinister van KGG zitten. Als het klimaatgerelateerde reclame betreft, zouzij degene zijn die daar iets van moet vinden. Het zou heel gek zijn als ikdaar namens haar en zonder afstemming iets over zou roepen in hettoerismedebat.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik blijf het problematisch vinden dat we het hier over een sector hebben,maar het dan niet kunnen hebben over een van de grote uitdagingen, teweten de klimaatcrisis. Maar laat ik nog even teruggaan naar eenopmerking die de Minister eerder maakte. Hij zei namelijk dat hij dacht datdit niet de grootste uitdaging voor de sector was. Volgens hem is degrootste uitdaging dat de sector worstelt met overleven. Het maakt mijniet heel veel uit wat de grootste uitdaging is; volgens mij zijn het allebeigrote uitdagingen. Als we daar dan even naar kijken, snap ik werkelijk nietdat de prijzen met 12% verhoogd worden, in tijden van hoge inflatie. Ik wiltoch aan de Minister vragen of er niks anders op tafel heeft gelegen toende begroting werd gemaakt, ook niet binnen zijn eigen portefeuille. Ik hebvaker gewezen op de historisch hoge winsten van de bedrijven waar dezeMinister wel over gaat. Heeft de Minister nooit bedacht: «Dit gaat over dezeer verdiende vakantie van Nederlanders. Dit gaat over heel mkb’ers. Ditmoeten we echt niet doen, want dit zal heel veel negatieve effectenhebben, dus laten we dan toch maar iets met de winsten doen of ietsanders.»? Ik vraag me af, ook omdat u uit de sector komt: was dit nou echtde enige mogelijkheid?Minister Beljaarts:Op het gevaar af dat we weer een hoofdlijnenakkoorddebat gaan doen,want ik heb hier toch al wel een aantal keren bij stilgestaan: natuurlijk isdit een hele vervelende maatregel, maar die is, ook na de laatste rondedoor de Kamer, als enige overeind gebleven. Niemand van het kabinet zalontkennen dat het een vervelende maatregel is. Maar we hebben het er alvaker over gehad, in veel gevallen met de heer Thijssen, dat we alskabinet ook gewoon keuzes hebben moeten maken. We hebben niet deluxe, en luxe is geen kwalificatie, van eerdere kabinetten gehad dat erenorm veel gelden over waren en te verdelen waren. We zijn in eenandere context geïnstalleerd en hebben keuzes moeten maken. Wehebben ook keuzes gemaakt voor de koopkracht, om te zorgen dat alleNederlanders er iets op vooruitgaan. We hebben ook keuzes gemaakt omte investeren in zaken als zorg, infrastructuur en, niet te vergeten,veiligheid. In die context is dit de uitkomst geweest waar we onze periodemee aangevangen zijn. Niemand in het kabinet heeft ooit gezegd dat diteen maatregel is waar we bij staan te juichen, noch voor de particulieren –het is natuurlijk een particuliere heffing en geen bedrijfsheffing – nochvoor de ondernemers, die misschien een deel van hun marge moetenabsorberen om dit te compenseren. Daar zijn we altijd heel helder ingeweest. Daar zijn we nooit voor weggelopen, ik ook niet. Maar in decontext van keuzes maken zijn we hierop uitgekomen.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even of er nog vragen zijn. Mevrouw Van Meetelen, zagik u zojuist nog gebaren dat u een interruptie wilde?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ja, dat klopt.De voorzitter:Ga uw gang.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10724 Ja, ik zat erop te wachten dat... Ik ben natuurlijk heel blij met detoezegging dat u in gesprek gaat met de sector, maar dat was niet mijnenige vraag. Ik had gevraagd, en dat heb ik destijds ook bij de begroting algedaan, of u in samenwerking met de Minister van JenV, politie en VNG inzijn totaliteit met een plan kunt komen, niet alleen voor de kermissen,maar voor alle recreatie in de openbare ruimte. Dat is vooral wat ik graagwil. Ik hoop dat u mij daarin tegemoet kunt komen.Minister Beljaarts:Vergeef me, ik heb de vraag geïnterpreteerd zoals die letterlijk uitge-sproken is, in het kader van de salonwagens en de schoolwagen. Maar ineen ander debat hebben we het ook gehad over de intimidatie en deonveiligheid en dat is het gesprek dat ik met de collega van JenV aanga.Die belofte staat onverminderd.De voorzitter:Mevrouw Van Meetelen, is dat antwoord voldoende of wilt u nog eenvervolgvraag?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Kan ik dit dan zo interpreteren dat ik nu twee beloftes heb gekregen,namelijk een voor het plan voor veiligheid en een voor de kermissector?De voorzitter:Minister, zijn het twee beloften?Minister Beljaarts:Het is een oude belofte, die ik bij dezen herhaal, en een nieuwe beloftenaar aanleiding van het debat van vandaag.De voorzitter:Twee beloften maken twee keer schuld. Ik kijk even rond of er verder noginterrupties zijn. Dat is niet het geval. Dan zijn we aan het einde van deeerste termijn gekomen. Ik denk dat we direct door kunnen met de tweedetermijn. U krijgt maximaal 1 minuut en 20 seconden spreektijd. Die hoeft uniet op te maken, maar dat mag wel. Mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Voorzitter, dank. Er is al heel veel gezegd. Er was nog een ander probleemdat ik wilde aankaarten. Heel veel kleine evenementen verdwijnen. Dereden daarvoor is dat ze aan dezelfde zware regelgeving moeten voldoenals grote evenementen, waardoor het onbetaalbaar wordt. Denk aan eenkinderboekenmarkt, een dorpskermis, een braderie, een wielerronde ofzelfs een simpele wandeltocht. Dat zijn evenementen die de socialesamenhang in de dorpen en steden heel erg versterken, maar die nietmeer kunnen worden georganiseerd vanwege de torenhoge kosten en debureaucratische lasten. Vaak worden ze georganiseerd door verenigingenen stichtingen, zoals de Oranjeverenigingen. Ze kunnen daar gewoon nietmeer aan voldoen. Wat kan de Minister eraan doen om te voorkomen dater nog meer van die kleine evenementen verdwijnen door de veel tezware eisen die aan die evenementenvergunningen worden gesteld?Kunnen we kijken of dit anders kan? Kunnen we de vergunningenversimpelen? Wordt dit onderwerp meegenomen in de nog te verwachtenactieagenda? Zo nee, kan dit er dan nog aan toegevoegd worden?Ik denk dat ik door mijn tijd heen ben.De voorzitter:Mevrouw Van Meetelen, u gaf aan dat u een tweeminutendebat wildeaanvragen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10725 Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ja, ik wil inderdaad een tweeminutendebat aanvragen.De voorzitter:Helder. Zijn er interrupties? Nee. Dan gaan we naar de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ikdenk dat het goed is dat we vandaag een keer over het toerisme hebbengesproken. Dat kunnen we vaker doen. Het is jammer dat we hier maarmet z’n drieën zijn, terwijl het naar mijn idee toch echt een ontzettendbelangrijke sector is. Ik ben nog benieuwd naar de beantwoording vanmijn vraag in de tweede termijn van de Minister. Ik denk dat ik nog weleen motie ga indienen over de bijschrijfplicht van de dagleidinggevende,want we moeten de Minister daar toch echt mee zien te helpen.Hier wil ik het bij laten.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee is de vraag die de heer Thijssen had, beantwoord:die motie gaat u inderdaad indienen, dus dan hoeft hij daar niet meer overna te denken. Maar misschien kan het samen. Het woord is aan u, meneerThijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik heb misschien nog wel andere moties.Dank aan de Minister voor de beantwoording en voor dit debat.GroenLinks-PvdA vindt het echt zeer onverstandig om de prijzen met 12%te laten stijgen in tijden van hoge inflatie. Wat een klap voor al dieNederlanders die op vakantie willen, die een dagje weg willen, die lekkervakantie willen vieren in eigen land. Wat een klap voor de sportclub, deschoolklas, het muziekklasje dat ook een keer een weekend weg wil. Dit isecht onverstandig beleid en het is vooral, in onze visie, onnodig.Nederland verdient meer geld dan ooit, dus als er ergens geld moetworden gehaald, hoeft dat echt niet bij de mkb’ers en bij de hardwerkendeNederlanders, en zeker niet bij de mkb’ers in een sector die worstelt metde nasleep van corona, zoals de Minister zelf ook zei.Dan is het financiële risico volgens mij nog steeds niet opgelost, want metdeze maatregelen ga je het geld helemaal niet ophalen. Graag nog eenreactie – dat had ik in eerste termijn ook gevraagd – op die studie van deABN, waarin staat dat dit niet gaat ophalen wat de regering denkt dat hetgaat ophalen. Voor ons is het het zoveelste voorbeeld van vier partijen diezonder visie, diep in de nacht, shoppen in mogelijke maatregelen om eensluitende, rammelende begroting te maken, zodat ze weer een paarmaanden door kunnen struikelen. Wij vinden het zeer teleurstellend.De vragen die ik heb gesteld over klimaat en toerisme ga ik stellen aan deMinister van KGG, want ik vind het echt belangrijk dat de regering naastdeze sector gaat staan om te kijken hoe omgegaan kan worden met deuitdagingen van klimaatverandering.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik even naar de Minister. Heeft u behoefte aan eenschorsing? Nee, u kunt gelijk door, zie ik. Ga uw gang.Minister Beljaarts:Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de vraag van mevrouw Van Meetelenover de kleine evenementen en haar zorg dat die niet georganiseerdkunnen worden door de hoge kosten, regels en dergelijke. Zoals mevrouwVan Meetelen weet, zijn evenementenvergunningen de competentie vangemeenten, dus als Minister past mij een bescheiden rol om daar iets vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10726 te vinden, maar ik wil dit wel meenemen in het gesprek met de VNG.Mevrouw Van Meetelen heeft deze zorg eerder geuit, dus ik was alvoornemens om dit mee te nemen. Hoge kosten zijn een realiteit waareenieder mee te maken heeft, dus daar kan ik niets aan doen, maar in hetgesprek met de VNG wil ik absoluut meenemen dat er gekeken wordt naarwaar en hoe beperkingen van evenementenvergunningen in de wegzitten, hoe die ervaren worden en welke rol gemeenten daarin kunnenspelen. Die toezegging wil ik doen.Dan het antwoord op de vraag van de heer Kisteman. De evaluatie van dewet is voorzien in het derde kwartaal. Voor de zomer wordt al begonnenmet die evaluatie.De heer Thijssen vroeg naar de studies van ABN AMRO. Op die vraag hebik net eigenlijk al antwoord gegeven. Ik heb de twee vragen gecombi-neerd. Dit is een onderzoek en dat nemen we uiteraard ter harte. Er zijnmeerdere inzichten die ons bereiken. De collega’s van Financiën hebbenook een evaluatie van de effecten aangekondigd. Daar wil ik niet opvooruitlopen. Dat loopt. Dat wordt een eigen bevinding, los van andereinzichten en rapporten, die we natuurlijk ook ter harte nemen. Maar wehebben dus ook een eigen inzicht, mede naar aanleiding van het debat inde Eerste Kamer dat is gevoerd met mijn collega’s van Financiën. Datonderzoek naar de effecten loopt nog. Het moet immers nog ingaan. Ikdenk dat het verstandig is om dat af te wachten, want dan hebben wedaar een goed en objectief oordeel over.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat dit geen aanleiding tot interrupties geeft. Dan komenwij aan het einde van dit debat. Maar voordat we echt afsluiten hebbenwe eerst een aantal toezeggingen genoteerd. Ik er drie staan. We gaaneven kijken of die kloppen.–De Minister stuurt op korte termijn de actieagenda toerisme naar deKamer.Wat is «op korte termijn», Minister?Minister Beljaarts:Voor de zomer, voorzitter.De voorzitter:Helder. Voor de zomer. Dat is inderdaad op vrij korte termijn, want diebegint op 21 juni, geloof ik. Dank.–De Minister zal de vragen van het lid Kisteman over de evaluatie vande Winkeltijdenwet schriftelijk beantwoorden.Ik schat in dat dat ook op zo kort mogelijke termijn zal zijn. Neemt u daargenoegen mee, meneer Kisteman? Of wilt u een exacte datum hebben?Nee? Kijk, dat is nog eens een kwestie van vertrouwen.–De Minister zal een brief naar de Kamer sturen over de bijschrijfplicht.Kunt u daar ook iets van een termijn aan hangen?Minister Beljaarts:Ja, ik heb daar getracht wat coulance van de heer Kisteman te krijgen,omdat ik nog afstemming moet hebben met mijn collega’s van JenV enVWS. Om hen niet onnodig onder druk te zetten probeer ik wat flexibiliteitte krijgen. Als uiterlijk derde kwartaal akkoord is en de heer Kisteman eropvertrouwt dat ik er alles aan zal doen om het zo snel mogelijk te doen:heel graag.De voorzitter:Dus uiterlijk voor eind september. Ik kijk even naar meneer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10727 Ja, ik vertrouw de Minister volledig in zijn goede bedoelingen. Maar ikdenk dat we toch een manier moeten vinden om zijn collega’s een beetjeaan te sporen.De voorzitter:Ik heb gehoord dat de Minister zegt «ik doe het zo snel mogelijk» en datdat het uiterste is. Iemand die zelf zo lang in de recreatiesector heeftgewerkt, wil volgens mij alleen maar service verlenen.Dit zijn de toezeggingen die ik heb staan. Ik kijk even rond: klopt dat? Ja,iedereen is daar blij mee? Dan hebben we nog één ding staan: mevrouwVan Meetelen heeft een tweeminutendebat aangevraagd. Dat zal t.z.t. opde plenaire agenda worden ingepland.Dan zijn we aan het eind van het debat gekomen. We begonnen eenhalfuur later, maar we zijn drie kwartier eerder klaar; kom daar nog maareens om tegenwoordig! Hartelijk dank aan iedereen vanuit de Kamer, ookaan de Minister en degenen die hem hierbij hebben geholpen en uiteraardook aan u als publiek. U mag gewoon drie kwartier eerder naar huis. Ukunt nog ergens in de horecasector gaan recreëren, koffiedrinken of eten.Ik wens iedereen een hele fijne avond. Tot ziens.Sluiting 19.44 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 419, nr. 10728

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · cae249378e24b89b

14 okt 2026 · 157406ae703c72e3

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.