KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 15 december 2025, over OCW-begroting, onderdeel Emancipatie

21 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 345cb6d10ab30e1f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2026Nr. 51 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 21 januari 2026 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op15 december 2025 overleg gevoerd met de heer Becking, Staatssecretarisvan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, over:−het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voorhet jaar 2026 (Kamerstuk 36 800 VIII);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 12 november 2025 inzake verslag houdende eenlijst van vragen en antwoorden inzake het wetsvoorstelVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026(Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 17);−de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap d.d. 29 september 2025 inzake de periodiekerapportage over het emancipatiebeleid in de periode 2018–2025 (Kamerstuk 30 420, nr. 433);−de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap d.d. 15 oktober 2025 inzake nazending oordeelvan onafhankelijk deskundige bij de periodieke rapportageover het emancipatiebeleid in de periode 2018–2025 (Kamer-stuk 30 420, nr. 434);−de brief van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap d.d. 8 december 2025 inzake actualisatie toezeg-gingen emancipatiebeleid Q4 2025 (Kamerstuk 30 420,nr. 435).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,BrometDe griffier van de commissie,Verhoev kst-36800-VIII-51ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 511 Voorzitter: BrometGriffier: VerhoevAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Bromet, Dobbe, VanDuijvenvoorde, Hamstra, Martens-America, Moorman, Edgar Mulder,Podt, Vermeer en Vliegenthart,en de heer Becking, Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap.Aanvang 10.03 uur.De voorzitter:Dames en heren, goedemorgen allemaal. Welkom bij het wetgevings-overleg Emancipatie. Ik heet de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap, de heer Becking, en zijn ondersteuning van harte welkom.Ook verwelkom ik graag de aanwezige Kamerleden: mevrouw Moormanvan GroenLinks-PvdA, mevrouw Dobbe van de SP, de heer Mulder van dePVV, de heer Hamstra van het CDA, de heer Vermeer van de BBB,mevrouw Podt van D66, mevrouw Martens-America van de VVD, en deheer Van Duijvenvoorde van Forum voor Democratie. Ook een warmwelkom aan de mensen op de publieke tribune en aan iedereen die ditdebat digitaal volgt. We hebben tot 15.00 uur de tijd.Op de uitnodiging, de convocatie, van dit wetgevingsoverleg staan deindicatieve spreektijden van de fracties vermeld. De spreektijden zijn naarfractiegrootte. Voor de eerste termijn is de spreektijd twee derde van detotale spreektijd. De overige een derde van de spreektijd is voor detweede termijn. In deze termijn kunnen moties ingediend worden. Ik stelvoor dat we vier interrupties doen, maar als de interruptie korter is dan30 seconden, tel ik ’m niet mee. Als hij langer is dan 30 seconden, dan zijnhet er twee. Als de officiële interrupties op zijn, kan je ook geen korteinterruptie meer plaatsen. Dat stimuleert een korte vraagstelling en ookhet debat. Ik hoop dat dat lukt. Omdat het een wetgevingsoverleg is, is devolgorde van de spreektijden in de begrotingsvolgorde. We beginnen metde eerste grootste partij en dat is D66.O, neem me niet kwalijk, ik zou mevrouw Moorman nog het woord gevenvoor een punt van orde.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik heb een wat uitzonderlijk verzoek, maar ik moet eerder uit de verga-dering omdat ik vanmiddag een crematie heb. Daarom zou ik decommissie willen verzoeken of ik in eerste termijn al moties magindienen. Als het nog nodig is, zal ik in de tweede termijn wordenvervangen door mevrouw Vliegenthart. Dat is mijn verzoek aan decommissie.De voorzitter:Is de commissie daarmee akkoord? Ik zie geknik. Dan gaan we dat doen.We gaan de moties pas uitdelen als de andere moties ook zijn ingediend.Dat heeft te maken met de werkwijze van de bodes. U bent in ieder gevalin de gelegenheid om de moties straks in te dienen.Allereerst wil ik het woord geven aan mevrouw Podt van D66.Mevrouw Podt (D66):Dank, voorzitter. Dit is mijn allereerste emancipatiedebat in deze Kamer. Ikvind het ontzettend mooi dat ik me de komende tijd kan bezighouden meteen onderwerp dat voor heel veel mensen in Nederland zo ontzettendbelangrijk is. Het gaat namelijk heel simpel over goed en veilig meekunnen doen aan de samenleving, wie je ook bent en van wie je ookhoudt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 512 De afgelopen twee jaar hebben we op dit dossier vooral stilstand gezienen soms zelf achteruitgang. Als er al stappen vooruit werden gezet, dankwam dat vanuit de Kamer, met een initiatiefwet over het verbod ophomogenezing, de wet van de leden Timmermans en Bikker overstrafverzwaring bij hatecrimes en de initiatiefwet op meerouderschap.Complimenten aan de VVD voor het goede werk dat daar verricht is.Het is heel fijn om met deze commissie een nieuwe start te kunnenmaken. In verkiezingstijd zijn er verschillende debatten geweest, onderandere bij het COC, waarin duidelijk werd dat veel partijen het op eenaantal punten eens zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het bestrijden vangeweld en discriminatie, het verbeteren van wetgeving over ouderschapen het voorkomen van niet-noodzakelijke ingrepen bij intersekse kinderen.Ook in de strijd tegen femicide staat de Kamer veelal zij aan zij. Deonderhandelingen zijn nog in volle gang, maar ik heb er alle vertrouwenin dat we in de komende periode goede stappen kunnen gaan zetten vooral de mensen in Nederland die zich vrij en veilig willen voelen om zichzelfte zijn.Voorzitter. Dat is hard nodig, want conservatief en soms echt repressiefgedachtegoed wint aan populariteit. Dat is geen natuurverschijnsel; dat ishet resultaat van doelbewuste campagnes. In de afgelopen jaren is er eennetwerk gebouwd van organisaties en politici die een mix vanzogenaamde «traditionele waarden», xenofoob gedachtegoed enantidemocratische ideeën verspreiden. Ze zijn goed georganiseerd enhebben honderden miljoenen tot hun beschikking. Net als veel andereKamerleden kreeg ik de dag na de verkiezingen een dik pakket van CivitasChristiana, met een plastic foetuspoppetje en een stapel onfrisse boeken.Dat is dezelfde club die eerder de hetze tegen de Week van de Lente-kriebels aanvoerde. Het heeft effect, vooral bij jonge mannen. We zien inveel westerse democratieën dat vrouwen progressiever worden, maar datjonge mannen achterblijven. Zij zijn ook ontvankelijk voor conservatievedenkbeelden. Het lijkt met zichzelf in tegenspraak, maar conservatief zijn,is in sommige kringen weer hip geworden. Nou is er natuurlijk helemaalniks mis mee als jonge mensen op zoek gaan naar zingeving in de Bijbelof een traditioneel leven met een groot gezin willen. De schoen begint tewringen wanneer stereotiepe denkbeelden over mannen en vrouwenweer meer de norm worden, vrouwen als vanzelfsprekend achter hetaanrecht verdwijnen en er minder vrijheid is om uit de kast te komen.Dat wordt zeker een probleem wanneer haat en wantrouwen tegenvrouwen en lhbti-personen worden aangewakkerd en daarmee geweldgelegitimeerd wordt. Dat is wat we zien in veel van de content die in demanosphere rondgaat. Kijk bijvoorbeeld naar het incident in Venlo,waarbij jongeren die bij een queer space in Venlo hadden opgetreden, inelkaar werden geslagen door figuren die daarbij de Hitlergroet brachtenen het hadden over – sorry, voorzitter – «kankerhomo’s». Wanneerorganisaties die zich inzetten voor gelijke rechten, eerlijke seksuelevoorlichting en ruimte voor jonge mensen om zichzelf te zijn in dezeKamer voor de bus worden gegooid, waardoor die organisaties en hunmedewerkers worden bedreigd, dan gaat er iets goed fout.Afgelopen vrijdag was het Paarse Vrijdag. Ik vind dat altijd een hoopvolledag. Het gaat over scholen die zeggen: hier ben je veilig. Het gaat overjonge mensen die durven zeggen: dit ben ik. En het gaat over klasgenotendie zeggen: ik ben je bondgenoot en je staat niet alleen. Gelukkig gebeurtdat niet alleen daar. In mijn vrije tijd zit ik in de jury van de AnnieBrouwer-Korfprijs, genoemd naar een van die geweldige bondgenotenvan de lhbti-gemeenschap, de Utrechtse oud-burgemeesterAnnie Brouwer-Korf. Deze prijs zet mensen en initiatieven in het zonnetjedie zich in Utrecht inzetten voor de lhbti-gemeenschap. Ik kan u zeggen:het valt ieder jaar weer niet mee om te kiezen uit de grote hoeveelheidprachtige voordrachten van mensen en organisaties die de gemeenschapzichtbaar maken en ondersteunen en die bruggen bouwen. Die scholieren,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 513 mensen en initiatieven zijn de positieve krachten die ik vanuit deze Kamergraag wil ondersteunen. Ik wil dat al die mensen die zich de afgelopentwee jaar zorgen maakten over de vraag welke kant het op ging, weervoelen: dit is ook míjn land en ik ben hier thuis.Ik wil graag twee dingen uitlichten waar we wat D66 betreft snel mee aande slag moeten. Allereerst is dat het bestrijden van geweld en discrimi-natie tegen vrouwen en lhbti-personen en het een einde maken aan hetpesten en bedreigen van lhbti-kinderen. Als tweede is dat het werken aaneconomische zelfstandigheid van vrouwen.Voorzitter. Om met dat eerste te beginnen: de wet van Timmermans enBikker over strafverzwaring bij hatecrimes is sinds juli van kracht. Ik benbenieuwd of we dat nou ook al terugzien in de rechtspraktijk. Welkeeffecten zien we ervan? Twee wetten die de bescherming tegen groepsbe-lediging en discriminatie van transgender en intersekse personen moetenvergroten, liggen al veel te lang stil. Ik lees daar nu ook niets over in debrief die de Staatssecretaris vorige week nog stuurde; dat verbaast meeigenlijk een beetje. Kan de Staatssecretaris toezeggen deze voor heteinde van het eerste kwartaal van 2026 naar de Kamer te sturen?Een belangrijke stap is ook het vergroten van het aantal discriminatiere-chercheurs. Het aantal aangiftes stijgt, maar de politie komt er simpelwegniet aan toe om alles op te pakken. Dat is ontzettend frustrerend voormensen die hele nare dingen meemaken maar het gevoel hebben dat zehier nergens mee terechtkunnen. Gelukkig ontstaan er hele mooieinitiatieven vanuit de samenleving, zoals een communitycenter van RITA,Report it Always, waar mensen melding maken van discriminatie ofgeweld in Amsterdam. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om hetook bij de politie op orde te hebben. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is:waarom doet hij hier niets aan? Ik lees in de brief niets over extrapolitiecapaciteit. De mensen van Roze in Blauw doen hun extra taken vooreen groot deel nog steeds erbij. Ik kan me voor bijvoorbeeld woningin-braken toch ook niet voorstellen dat we het gewoon maar zoudenaccepteren als men zich maar moet melden bij een stichting. Waarom isdat hier dan wel het geval? Graag een reflectie van de Staatssecretaris.Voorzitter. De Kinderombudsman vestigde de dag voor Paarse Vrijdag deaandacht op lhbti-kinderen en het feit dat zij nog te vaak gepest enbedreigd worden en dat ze er te vaak alleen voor staan. Waarom schrijftde Staatssecretaris daar niets over in zijn versterkte aanpak voorlhbti+-veiligheid? Is hij bereid om dit plan aan te vullen met extramaatregelen met een aanpak specifiek gericht op kinderen?Voorzitter. In verschillende media kwam het afgelopen weekend hetnieuws dat Meta een groot aantal ook Nederlandse organisaties die zichinzetten voor seksuele rechten en seksuele diversiteit, heeft geblokkeerd.Als je zaken post over lhbti-thema’s of abortus, lijkt Meta je zonder verdereuitleg op slot te kunnen gooien. Dat kan natuurlijk niet. Kan de Staatsse-cretaris in het geval dat dit nog niet gedaan is, zorgen dat wordt uitge-zocht welke organisaties door deze blokkade getroffen zijn? Kan hij zorgendat deze organisaties met ruggensteun van de Nederlandse overheiduitleg krijgen van Meta over de vraag wat hier is gebeurd? Kan hij ervoorzorgen dat Nederland zich er met andere lidstaten voor inzet om te zorgendat socialemediaplatforms zich gewoon aan de wet houden?Voorzitter, tot slot in dit blok. We zien dat er een afbouw komt van demiddelen in het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensover-schrijdend gedrag en seksueel geweld en voor de regeringscommissarisdie zich op dit onderwerp richt. Vanaf volgend jaar zijn er helemaal geenmiddelen meer. Ik vind dat verbazingwekkend na alles wat we in hetafgelopen jaar hebben gezien, de noodzaak om een verschil te makenvoor de veiligheid van vrouwen en de maatschappelijke beweging omhier nu echt stappen op te zetten. Ik kan me dan ook bijna niet voorstellendat dit de bedoeling is. Is de Staatssecretaris bereid om er in samen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 514 werking met zijn collega’s voor te zorgen dat dit programma onverkortdoor kan?Voorzitter. Ik kreeg het van jongs af aan mee: zorg ervoor dat je als vrouwvoor jezelf kan zorgen als dat nodig is en dat je financieel niet afhankelijkbent van je partner. Vanzelfsprekend is het een groot goed om zelf jekeuzes te kunnen maken, maar individuele keuzes op jonge leeftijd,bijvoorbeeld stoppen met werken of kiezen voor een kleine deeltijdbaannaast een partner met een volledige baan, hebben soms grote persoon-lijke en maatschappelijke gevolgen. Denk aan afhankelijkheid van departner, moeite met herintreden of de arbeidsmarkt, afhankelijkheid vaneen uitkering wanneer de relatie stopt en onvoldoende pensioen. Dekeuzes die je ooit maakte, leiden dan uiteindelijk tot minder keuzevrijheid.30% van de vrouwen en 17% van de mannen is economisch nietzelfstandig. Om daar iets aan te doen moeten we vooral het systeemveranderen. Gratis kinderopvang, beter verlof, werken meer laten lonenen meer flexibiliteit in werktijden zijn daar onderdeel van. Is de Staatsse-cretaris het met D66 eens dat economische zelfstandigheid een belangrijkdoel zou moeten zijn in het emancipatiebeleid? Is hij bereid hier explicietop te rapporteren?Om wat praktische stappen te zetten, noem ik een programma waarvan ikzelf zeer onder de indruk ben, namelijk het programma «Meer urenwerkt!», dat wetenschappelijk én heel praktisch kijkt naar hoe we het alsoverheid makkelijker maken voor mensen, veelal vrouwen, om meer tewerken. Want laten we wel zijn: we hebben de komende tijd ook gewoonheel veel mensen nodig op de arbeidsmarkt. Ik geef alvast een kleineeerste stap uit het onderzoek. Veel mensen hebben maar weinig zicht opwat werk ze oplevert. We zien dat steeds meer gemeenten en andereinstanties met rekenhulpen laten zien wat meer werk onmiddellijkoplevert. Maar ook als het niet direct veel oplevert, dan zijn de voordelenop de lange termijn vaak groot. Dat kan gaan over persoonlijke ontwik-keling, loonontwikkeling door de jaren heen en pensioenopbouw. Is deStaatssecretaris samen met zijn collega van SZW bereid om te bekijkenhoe deze langetermijneffecten van meer werk voor mensen meerinzichtelijk gemaakt kunnen worden, en deze inzichten dan ook handzaamte delen met gemeenten en andere relevante instanties?Voorzitter, ten slotte. Ik heb zin om met deze commissie aan de slag tegaan. Als we een beetje los kunnen komen van het geschreeuw, dankunnen we samen mooie dingen doen volgens mij. Ik zal onze campagne-slogan niet herhalen, maar u weet wat ik bedoel.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw Dobbe van de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank voor het betoog. Ik ben heel benieuwd naar de antwoorden op devragen die volgens mij heel terecht werden gesteld door D66. Ik had nogeen vraag over de loonkloof. Vrouwen verdienen voor ongeveer hetzelfdewerk nog steeds minder dan mannen. Nou is er de Wet loontransparantie.Vindt D66 dat deze versneld, maar ook volledig moet worden ingevoerd?Mevrouw Podt (D66):Wauw. Ja, dat krijg je als je voor de eerste keer zo’n debat doet in decommissie: dan word je gelijk om de oren geslagen met wetten waarvanje nog niet de complete ins en outs kent. Ik hoop dat mevrouw Dobbe mijten goede houdt dat ik een groot tegenstander ben van de loonkloof. Ikhoop dat we daar als politiek heel veel aan kunnen doen. Ik ken deprecieze ins en outs van deze wet niet, maar ik kan me goed voorstellendat D66 er een voorstander van is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 515 Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik was sowieso heel blij met de woorden van mevrouw Podt. Ik kijk uitnaar de samenwerking. Specifiek hoorde ik haar ook over het aflopendeNationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedragen seksueel geweld en de opdracht aan de regeringscommissaris. Ikhoorde mevrouw Podt ook zeggen dat het verstandig is om datprogramma voort te zetten. Ik ben het daar erg mee eens. Het lijkt me indeze tijd juist raar om dat stop te zetten. Maar de middelen houden welop. Ik vraag me daarom af hoe mevrouw Podt daarop reflecteert.Mevrouw Podt (D66):Dat is precies de reden waarom ik aan de Staatssecretaris vroeg of hij datmet zijn collega’s kan oppakken. We waren voor de vergadering al eenklein beetje met elkaar aan het grappen dat het budget van Emancipatiebepaald niet tegen de plinten op klotst. Als we de Staatssecretaris dit inzijn eentje laten oplossen, dan lijkt me dat ingewikkeld worden. Dus ikdacht: ik denk een beetje met hem mee. Het lijk mij verstandig om datinderdaad met anderen te gaan oppakken, ook omdat ik denk dat erbinnen de Kamer een heel groot draagvlak is om met deze activiteitendoor te gaan; dat heb ik in de afgelopen anderhalf jaar wel gezien toen ikde debatten hierover vanaf de zijlijn volgde.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Mulder van de PVV.De heer Edgar Mulder (PVV):Dank u, voorzitter. Net als mijn collega, mevrouw Podt, doe ik dit voor deeerste keer op deze portefeuille. Bij het inlezen voor dit debat kwam ik bijde betekenis van het woord «emancipatie». De collega’s die al wat langerop deze portefeuille zitten, weten natuurlijk wel dat dit van het Latijnsewoord «emancipare» komt. Voor mij was het nieuw. De oorspronkelijkebetekenis luidt «verlossing uit slavernij». In het oude Rome kon een slaafjuridisch worden geëmancipeerd. Hij werd dan dus Romeins staatsburger.Tegenwoordig is het wat minder zwaar en betekent emancipatie depolitieke en maatschappelijke beweging om groepen die wordengediscrimineerd voor de wet gelijk te maken.Die emancipatiebeweging was in onze westerse beschaving ook hardnodig. Er waren enorme verschillen in de maatschappij. Een kleinebovenlaag had alle politieke, culturele en maatschappelijke macht. Pas in1917 kregen mannen het algemeen kiesrecht, en vrouwen drie jaar laterook. Maar voor vrouwen moest er nog veel meer worden ingehaald ofgelijkgesteld. Pas in 1956 kwam er een wet die het mogelijk maakte datvrouwen mochten werken en bijvoorbeeld een bankrekening mochtenopenen. Pas in 1986 kregen vrouwen recht op sociale voorzieningen alsAOW en WW. Toen was ik al heel lang volwassen, maar ik wist dateigenlijk helemaal niet. Naast wettelijke aanpassingen, veranderde ermaatschappelijk veel door de komst van de pil. Ook parttime werken enkinderopvang – daar gaan we het vandaag nog wel over hebben –droegen bij het aan verbeteren van de positie van de vrouw.Is het vandaag de dag dan allemaal perfect? Nee, zeker niet. Wel mag jevaststellen, denk ik, dat er in onze westerse beschaving veel verbeterd is.Vrouwen zijn tegenwoordig hoger opgeleid dan mannen. In de eerstejaren dat ze werken verdienen ze ook meer dan mannen. Steeds meervrouwen werken, één op de drie, fulltime. Er wordt ook niet meer vreemdopgekeken indien de vrouw kostwinner is – godzijdank. Het is nog nietperfect, nogmaals, maar er is best wel veel bereikt.Voorzitter. Eenzelfde soort overzicht kan je maken van mensen die vallenop hetzelfde geslacht: van maatschappelijk acceptatie via geregistreerdpartnerschap en het homohuwelijk naar het recht om kinderen teadopteren. Het was een lange en ook zware strijd. Natuurlijk kan het hierTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 516 en daar best beter, maar de emancipatie is, denk ik, ook daar goed opweg. Volgens velen, ook van de groep zelf, is die ook best geslaagd. Ikvind het jammer dat we deze kant van het verhaal bijna nooit horen. Ikrealiseer me dat het goed is om te wijzen op fouten en verschillen, wantdan schuurt het en dan kan je duidelijk maken wat er nog moet gebeuren.Maar het is best knap wat er allemaal is gerealiseerd, zeker als je datvergelijkt met een hoop andere landen in de wereld. Dat geldt niet alleenvoor deze emancipatie, maar ook voor onze verzorgingsstaat en onzemanier van leven. De gelijkheid van man en vrouw en homo en hetero iseen voorbeeld voor de rest van de wereld. Staat u mij toe, voorzitter. Ikheb dit altijd al een keer in de Tweede Kamer willen zeggen: nog nooitwas er een beschaving, in welk tijdsgewricht dan ook, waar dan ook terwereld, waar het leven zo goed is.Voorzitter. Tot zover het goede nieuws. Door de komst van woke, dieagenda van haat op basis van afkomst en seksuele voorkeur, staan deNederlandse samenleving en onze cultuur onder druk. Alles en iedereenmoet opeens in een hokje. Ook binnen die hokjes moeten weer tegenstel-lingen ontstaan. Bijna iedere dag krijgen de Nederlanders te horen dat zeschuldig zijn aan van alles en nog wat. Je kunt het zo gek niet bedenken ofhet wordt de Nederlander in zijn gezicht gesmeerd. Alles is slecht eniedereen moet zich schuldig voelen. Opvallend daarbij – dat vind ik inieder geval – is dat nu bij de genderdiscussie opeens de wetenschap nietmeer leidend is; daarbij moeten we de wetenschap negeren. Biologie doeter opeens niet meer toe. Je bent geen man en vrouw meer op basis vanchromosomen. Nee, je gevoel bepaalt het: gendergevoel boven feiten.Voorzitter. Laat heel duidelijk zijn dat voor de PVV niet de zogenaamdegenderidentiteit, maar het biologische geslacht leidend is voor wet- enregelgeving. Wij volgen de wetenschap. Dat zouden meer mensen moetendoen.Voorzitter. Nederlanders zijn tolerant. Uit de stukken die wij voor vandaagkregen van het ministerie zie je dat ook terug. In de reader zie je op heteind een aantal grafieken waarin duidelijk wordt dat er grote acceptatie isvan de verschillende seksuele voorkeuren. Leven en laten leven. Have fun,doe de juiste dingen, leef je leven. In Nederland kan dat. Doe dus lekkerwat je wil, maar laat de rest van ons met rust. Stop dus met die gevaar-lijke woke-onzin. Woke is in de kern marxisme in een nieuw jasje. Het iseen cultuuroorlog tegen alles wat goed en mooi is, een oorlog tegen onzewesterse cultuur.Voorzitter. Woke is gevaarlijk en heeft helemaal niets, maar dan ook nietsmet emancipatie te maken, want het einddoel van iedere normaleemancipatiebeweging is de integratie van onderdrukte groepen in debestaande samenleving. Maar woke wil niet integreren. Woke wil diehuidige samenleving vervangen door iets anders, en dat is dus weergewoon marxisme. Uit de geschiedenis weten we waar dit soortbewegingen toe kan leiden. Er zijn 120 miljoen voorbeelden. Die zijn hetbewijs. Gelukkig is er nu een tegenbeweging. Laten we hopen dat wokeheel erg snel verdwijnt.Voorzitter. Als je in 2025 het slagveld van de emancipatie bekijkt, moet jetoch constateren dat er best wel positieve ontwikkelingen zijn. Met degelijkwaardigheid gaat het in ieder geval steeds beter. Nogmaals, het iszeker niet perfect, maar we zijn op weg. Het is dus goed dat er nog steedsgewerkt wordt aan verbetering van de positie van groepen die achterge-steld worden. Het is goed dat deze Minister blijft werken aan een beter enveiliger Nederland. De Minister is scherp op alle ontwikkelingen en opelke vorm van discriminatie of ongelijkheid. Dat blijkt ook uit zijn brieven.Maar hoe kan het dan dat in alle documenten die wij voor dit debatgekregen hebben, de woorden «verplichte bedekking», «genitaleverminking» of «islam» niet voorkomen? Niet één keer! In al diedocumenten staat helemaal niets over de groepen die vandaag inNederland het meest te vrezen hebben voor geweld en onderdrukkingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 517 vanuit die masculiene, patriarchale, ouderwetse, achterhaalde cultuur.Waarom wordt hierover niets gezegd? Er is wel een campagne tegengroepsdruk onder jonge mannen op het platteland, maar er is niets overde cultuur die daadwerkelijk zorgt voor gevaar op onze straten. Waaromgeen beleid? Waarom geen overheidscampagnes hiervoor? Voor iedereenen zijn moeder is er een aanpak, een beleid en subsidie, maar de clubaanpakken die vandaag de dag zorgt voor zichtbare vrouwendiscriminatie,die zorgt voor onveiligheid op straat en die oververtegenwoordigd is opelk verkeerd lijstje, doen we dan weer niet. Dat vind ik laf.Voorzitter. Laten we twee voorbeelden noemen. Laten we eens beginnenmet genitale verminking. Er wonen in Nederland 41.000 vrouwen dieverminkt zijn. Ieder jaar worden het er meer. 41.000 vrouwen! In al diejaren – ik heb het op alle mogelijke manieren opgezocht – is er niet éénveroordeling geweest. Hoe kan dat? 41.000 vrouwen zijn verminkt, maar ikzie geen daders. Hoe kan dat? Zou de Minister daar antwoord op kunnengeven? Waarom is er nooit iemand veroordeeld? Bij deze vrouwen, devrouwen die dit hebben meegemaakt, zit tegenwoordig het leed. Het leedzit bij vrouwen die niet naar buiten mogen en alleen maar naar Nederlandzijn getransporteerd omdat hun «eigenaren» – zo zien ze zich – dan geldkrijgen van de staat. Het leed van vrouwen, meisjes, dochters, zusters: zijmoeten altijd leven onder dreiging van eerwraak. Hoe laf is het om dezegroep in je beleid te negeren, maar je wel in te zetten voor diversiteit enhet doorbreken van glazen plafonds? Over het stellen van prioriteitengesproken.Voorzitter. Een ander voorbeeld. De laatste maanden komen er steedsmeer berichten dat separate azc’s nodig zijn voor lhbti-mensen, omdat zijniet geaccepteerd worden door andere migranten. Deze Minister is altijdzo bezorgd over die groep mensen, maar volgens mij is hij ook tegen hetstoppen van immigratie uit die landen. Hoe werkt dat, wil ik de Ministervragen. Hoe combineert hij deze twee dingen? Is het niet veel beter om testoppen met de import van mensen die antihomo, anti gelijke rechtenvoor vrouwen en anti alles wat geen islam is zijn? Graag een duidelijkantwoord.Voorzitter, ik sluit af. Laat u eerst de grote problemen oplossen die er zijn.Het stoppen van migratie zou de emancipatie van kwetsbare groepenenorm helpen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Een interruptie van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ik heb een beetje zitten luisteren naar het betoog van de heer Mulder. Hijzegt: die hele genderdiscussie, dus alles wat te maken heeft met transpersonen en zo, is wetenschappelijk helemaal niet erkend, maar dat isgewoon kul; dat is gewoon niet waar. Genderdysforie en alles watdaarmee te maken heeft, is gewoon breed erkend en onderzocht inwetenschappelijke literatuur. Er zijn hartstikke veel studies over. Voordat jedit soort dingen gaat zeggen, moet je dus misschien heel eventjes ietsbeter kijken. Maar ik sloeg vooral ook even aan op zijn uitleg vanemancipatie. Hij zegt: emancipatie is feitelijk de integratie van onderdruktegroepen in de samenleving. Als ik hem vervolgens hoor praten, dan hoorik hem allemaal dingen zeggen als: «Je mag dan wel integreren in desamenleving, maar alleen op mijn voorwaarden. Je mag dus alleenintegreren in de samenleving als je dat doet op de manier die ik, meneerMulder, prettig vind.» Ik vind dat wonderlijk, komende van een partij diezich de «Partij voor de Vrijheid» noemt.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 518 Dat zijn dus twee interrupties, mevrouw Podt, maar dat heeft u ervoorover.De heer Edgar Mulder (PVV):Dat waren in uw ogen misschien twee interrupties, maar ik hoorde drieverschillende dingen, voorzitter. Alle drie zijn totale onzin. In de inleidingheb ik niets gezegd over dat gender onzin is. Ik heb aangetoond en vertelddat je volgens de biologie twee soorten mensen hebt: mensen metgeslachtschromosomen XX en XY. Er is ook nog een heel kleine groep dieintersekse is, oftewel die dubbele geslachtskenmerken hebben. Dat zijn er30 tot 50 per jaar. Dat geef ik dan toe, maar voor de rest is het gewoon XXen XY. Je hebt mannen en je hebt vrouwen. Voor de rest is het een gevoelvan mensen die vinden dat ze iets anders zijn. Daarna gaat mevrouw Podtin haar interruptie verder en stelt ze dat ik zeg dat emancipatie «niet meerdiscrimineren» zou zijn. Nee, ik heb heel duidelijk gezegd dat emancipatiehet gelijkstellen is van alle groepen in wet- en regelgeving. Dat is mijnstelling. Als laatste zegt ze dat ze denkt dat ik vind dat iedereen volgensmijn manier zou moeten leven. Op geen enkele manier heb ik datbeweerd. Ik heb alleen gezegd dat een kleine groep zijn of haar maniervan denken wil opdringen en dat ik dat niet nodig vind. Leven en latenleven. Iedereen mag in Nederland zijn wie die is. Maar dring het ons nietop. Dat was het. Alle drie onzin, dus.De voorzitter:Dat leidt tot een reactie van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ik wil meneer Mulder even meegeven dat de wetenschap breder is danalleen biologie. Je zou ook andere wetenschappelijke aspecten kunnenmeewegen, waarin een enorme hoeveelheid studies genderdysforiegewoon laat zien als een bestaand fenomeen. Ik wil ertoe oproepen dat ditook voor transgenders zou moeten gelden, als hij zegt dat iedereen magzijn wie hij is.De heer Edgar Mulder (PVV):Ik hoor niks raars. Iedereen mag alles zijn. Een transgender mag eentransgender zijn. Er is niemand, juist in Nederland ... Dat is ook mijn helebetoog: iedereen mag hier leven zoals die wil. Ik hoor dus geen enkelverschil met mijn bijdrage, behalve dan dat ik erbij blijf dat er vrouwen enmannen zijn: XX en XY. En dat is het dan.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik vond het wel mooi dat mevrouw Mulder, of nee, meneer Mulder – eengrappige verspreking – begon met het feit dat er inderdaad vrouwenkies-recht is gekomen en dat vrouwen steeds meer rechten hebben gekregen.Misschien is de heer Mulder zich ook bewust van het feit dat er destijdsbest wel veel protest tegen was. Want je kon vrouwen die rechten tochallemaal niet toekennen? Gelukkig zien we inmiddels in dat dit wel heelverstandig was. We kijken door de tijd heen nou eenmaal soms ineensanders naar de rechten van mensen. Ik heb de vraag aan de heer Mulderwelke rechten er worden afgenomen van mensen die inderdaad XX- ofXY-chromosomen hebben als wij mensen die intersekse zijn of op eenandere manier seksueel ... Waarom is dit betoog van de heer Mulder zohard nodig? Als we die paar mensen – meneer Mulder erkent ook dat hetmaar een paar mensen betreft – gewoon hun rechten toekennen, welkerechten worden er dan van anderen afgenomen?De voorzitter:Dat waren ook twee interrupties voor u.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 519 De heer Edgar Mulder (PVV):Dit is ongeveer dezelfde insteek. Ik zeg helemaal niet dat er rechtenworden afgenomen van mannen of vrouwen op het gebied van trans-genders. Dat zeg ik helemaal niet. Laat ik ’m andersom stellen, want dat iseigenlijk een veel betere vraag. Op welke manieren mogen transgendersof mensen die zich als iets anders identificeren tegenwoordig in wet- enregelgeving minder dan mensen met een XX- of XY-chromosoom?Volgens welke wet mogen die mensen iets niet? Dat geldt ook voor dediscussie over huidskleur. In welke wetten in Nederland staat dat iemandiets wel mag wat ik niet mag, of andersom? Die zijn er niet. Volgens mijzijn we juist heel goed bezig om die ideale samenleving te benaderen. Ermoet nog steeds scherp worden opgelet en bijgestuurd, maar we zijn aleen heel eind. Er zijn geen wetten meer die stellen dat je geen trans-gender mag zijn. Sterker, transgenders hebben eigen feestdagen, eigenfeestweken, eigen heiligen en eigen bijeenkomsten. Ze worden gesubsi-dieerd. Er is dus niets of niemand die in Nederland op transgenders jaagtof iets doet wat niet mag.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik heb uw betoog toch echt anders beluisterd, want het lijkt erop dat udiezelfde rechten juist niet wilt toekennen. U zegt namelijk dat u datallemaal maar een vervelende agenda vindt en dat u het daar überhauptniet over wilt hebben. We hebben het hier gewoon over erkenning,erkenning voor wie je bent, van wie je houdt en hoe je jezelf wilt identifi-ceren. Ik wil dan toch vragen of de heer Mulder zijn eigen betoog een keerwil terugluisteren, vanuit de gedachte dat we het inderdaad over gelijkerechten zouden moeten hebben, die voor iedereen zouden moetengelden.De heer Edgar Mulder (PVV):Het antwoord is weer hetzelfde: ik wil van niemand rechten afpakken.Volgens mij zijn er gelijke rechten. Ik zie dus niet in wat er verkeerd is aanwat ik heb gezegd. Sterker, ik probeer juist te helpen en te zeggen dat wein Nederland heel goed op weg zijn en dat groepen mensen die achterge-steld waren in wet- en regelgeving, gelijk zijn geworden. Ik blijf iedereenvragen: welke wetten zeggen dat je niet iets anders mag zijn als je dat wil?Waar worden die mensen achtergesteld? Geef het aan in wet- enregelgeving; dan kunnen we die bijstellen. Daarvoor zitten we hier onderandere ook. Daarvoor is er een Staatssecretaris en een ministerie en zijner heel veel ambtenaren aan het werk. Maar ga nou niet komen met hetverhaal: ik voel me de ene dag zo en de andere dag zo, en ik wordgediscrimineerd omdat iemand anders die ik op straat tegenkom mij opeen verkeerde manier aanspreekt. Dat vind ik onzin. Het gaat om wet- enregelgeving en om hoe we deze maatschappij hebben georganiseerd.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik haakte eigenlijk aan op de uitgestoken hand van de heer Mulder. Hijstelde ons voor om aan te dragen welke wetten al dan niet verbeterdzouden kunnen worden voor de groepen waar de heer Mulder zelf niet toebehoort, want dat is natuurlijk waar we het hier vandaag over hebben, zegik via de voorzitter. Volgens mij gaat het niet over het behandelen van deTransgenderwet, een van de voorstellen waar de PVV tegen heeftgestemd. Alleen al het feit dat je die wet – wat je er inhoudelijk gezien ookvan zou kunnen vinden – niet wilt bespreken ... Maar als de heer Mulder erniet tegen heeft gestemd, dan hoor ik dat zo meteen ook heel graag. Deheer Mulder heeft het over het homohuwelijk. Dat bestaat niet inNederland; het huwelijk is opengesteld voor personen van gelijk geslacht.Volgens mij maakt de PVV de afgelopen maanden en jaren ook een heelduidelijke verschuiving richting de pro-lifebeweging. Dat is nou net eenbeweging die de rechten van vrouwen – dat is wederom een groep waarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5110 de heer Mulder zelf niet toe behoort – beperkt. Ik ben ook heel benieuwd –misschien kan de heer Mulder daarop reflecteren – hoe zijn fractie kijktnaar de stemming die we het afgelopen jaar hebben gehad over het aldan niet herinvoeren van de vijf dagen bedenktijd als een vrouw aankloptbij een abortuskliniek. Volgens mij heb ik dat recht over mijn eigenlichaam. Nogmaals, ik heb deze portefeuille ook pas sinds kort. Misschienis dit een heel goed moment voor de heer Mulder om toch even namensde PVV te reflecteren op de vraag hoe zijn partij kijkt naar de wetten dieervoor zorgen dat de heer Mulder en ik gelijke rechten krijgen in dit huis.De voorzitter:Dat waren ook twee interrupties.De heer Edgar Mulder (PVV):Hoor ik mijn collega-Kamerlid nou zeggen dat zij in dit land niet dezelfderechten heeft als ik? Is dat de afsluiting?Mevrouw Martens-America (VVD):Klopt. Dat is zo, ja.De heer Edgar Mulder (PVV):Oké, nou, dat vind ik raar. Ik moet dan wat vaker bij dit soort bijeen-komsten komen om die voorbeelden te horen. U noemde twee voor-beelden. U zegt tot mijn verbazing: het homohuwelijk bestaat niet. Ik hebvrienden die getrouwd zijn met elkaar. Dat zijn twee mannen die aan mijhebben uitgelegd dat ze homo zijn, dus waarom bestaat het homohu-welijk dan niet, wil ik vragen. Abortus is bij de PVV een vrije kwestie, dusieder Kamerlid bepaalt zelf hoe hij daarover stemt. Niet dat het hier nu zobelangrijk is, maar ik heb niet tegen abortus gestemd. Dat is een vrijekwestie. Volgens mij is dit de derde interruptie die gaat over allerlei zakendie ik in feite niet benoem. Nogmaals, ik wil blijven zeggen dat het inNederland om wet- en regelgeving gaat. Ik heb nog steeds niet gehoordwelke wetten er zijn die ervoor zorgen dat mensen achtergesteld worden.Nogmaals, ik hoor dat graag. Dan kunnen we daarmee verder.De voorzitter:Dank u wel. Volgens mij gaan we nu verder met de termijn van ... O, wiltu nog interrumperen, mevrouw Dobbe? Dat had ik niet gezien, sorry.Mevrouw Dobbe (SP):Eerder werd er al gerefereerd aan een antirechtenbeweging die goedgefinancierd wordt en die erkend is in verschillende onderzoeken die wezien. Bijvoorbeeld vrouwenrechten maar ook lhbti-rechten wordendaardoor aangevallen. Ook in Nederland is er een organisatie veroordeeldvanwege het verspreiden van desinformatie rond de Week van deLentekriebels. Daarin werd ook vaak gerefereerd naar het woord «woke».Is de PVV het ermee eens dat we desinformatie moeten blijven bestrijden,net zoals buitenlandse beïnvloeding?De heer Edgar Mulder (PVV):Desinformatie moet je aan de kaak stellen en bestrijden.Mevrouw Dobbe (SP):Dan ben ik ook benieuwd naar buitenlandse beïnvloeding als het gaatover bijvoorbeeld het onderwerp «woke» en alle dingen die daaraanworden gekoppeld die niet bleken te kloppen, aldus ook de rechter. Iknoem bijvoorbeeld het onderwerp lentekriebels. Kunnen wij dan ook opde steun van de PVV rekenen als het gaat om het bestrijden van desinfor-matie inclusief alles wat onder «woke» wordt geschaard wat allemaal nietblijkt te kloppen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5111 De heer Edgar Mulder (PVV):«Woke» an sich is desinformatie en moet bestreden worden.Mevrouw Dobbe (SP):Dat is toch geen antwoord op de vraag? We hebben het hier overaangetoonde buitenlandse beïnvloeding en desinformatie. De PVV zegt:ja, dat willen wij bestrijden. Maar als het gaat over desinformatie waar dePVV het blijkbaar mee eens is, dan gaat dat niet op? Heb ik dat nu goedgeïnterpreteerd?De heer Edgar Mulder (PVV):Nee. Wat u had kunnen horen, is dat ik zeg dat «woke» an sich bijna 100%desinformatie is, dat we ervoor moeten zorgen dat die «woke»-gekte stopten dat «woke» heel snel verdwijnt uit onze samenleving.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord nu toch echt aan mevrouw Martens-Americavan de VVD.Mevrouw Martens-America (VVD):Dank u wel, voorzitter. Vandaag spreken we over emancipatie, eenonderwerp dat zo breed is dat het bijna onmogelijk lijkt te zijn om allethema’s hier recht te doen: van de strijd tegen huwelijkse dwang tot hetrecht om zelf te beslissen over je lichaam als het bijvoorbeeld gaat overabortus tot de vrijheid om te zijn wie je bent, lief te hebben wie je wil enoveral vrij en veilig jezelf te kunnen zijn. Maar de realiteit is dat dat nogsteeds niet vanzelfsprekend is. Ik heb bijna twintig jaar in Amsterdammogen wonen. Ik heb heel veel verhalen gehoord van vrienden,insprekers in de gemeenteraad en mensen die simpelweg niet overal vrijen veilig zichzelf durven te zijn.Voorzitter. Het laat zien dat we nog een hele lange weg te gaan hebben.Dat is een weg naar een land waarin wij de ruimte hebben en gunnen omjezelf te kunnen zijn en waar veiligheid tijdens het uitgaan niet afhangtvan je seksuele voorkeur of geaardheid. De woorden die wij hiergebruiken, doen ertoe. Het veroordelen van en optreden tegen geweld ofintolerantie is dan ook essentieel. Het wegkijken voor geweld en intimi-datie omdat dadergroepen ons niet uitkomen, moet ook voorbij zijn.Voorzitter. Vandaag kies ik voor een specifiek onderwerp dat ik graagbreder wil uitlichten. Dat is de emancipatie en de economische zelfstan-digheid van jonge vrouwen in Nederland. Want ja, we hebben veelbereikt. De kansen en vrijheden die ik vandaag heb om te studeren, omfinancieel zelfstandig te zijn en om autonoom keuzes te kunnen makenover mijn eigen lichaam, mijn carrière en mijn toekomst, zijn enorm. Datzijn ze zeker in vergelijking met de generatie van mijn oma.Voorzitter. Maar vrijheid betekent niet dat we klaar zijn, integendeel. Opbelangrijke vlakken stagneert de emancipatie van vrouwen. Daar moetenwe eerlijk over zijn. Het is nog maar heel kortgeleden dat getrouwdevrouwen wettelijk handelingsonbekwaam waren; dat is hier al eerdergezegd. Tot 1956 – dat is echt niet zo heel erg lang geleden – mochtenvrouwen geen arbeidscontract ondertekenen, geen lening afsluiten engeen eigen geld beheren zonder toestemming van hun man. Dat is voormijn generatie bijna onvoorstelbaar. Juist daarom moeten we blijvenbenadrukken dat emancipatie geen vanzelfsprekendheid is. Het is iets watelke generatie opnieuw moet bevechten en versterken.Voorzitter. Vandaag ontstaat er een nieuwe vorm van afhankelijkheid.Nederland heeft het hoogste percentage deeltijdwerkende vrouwen vanEuropa. Zo’n 65% van de vrouwen werkt parttime. Er is geen enkel anderland in de Europese Unie waar het verschil zo groot is. Opvallend is datdie deeltijdkeuze vaak al ontstaat nog voordat er kinderen zijn. Datbetekent dat emancipatie niet alleen op de werkvloer of in Den HaagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5112 plaatsvindt, maar ook aan de keukentafel zou moeten plaatsvinden, daarwaar partners spreken over ambitie, werk, inkomen en de toekomst. Degevolgen van vroeg en langdurig deeltijd werken zijn immers reëel.Minder uren werken betekent minder doorgroeimogelijkheden, een lagerinkomen en uiteindelijk een groot pensioengat. Gepensioneerde vrouwenontvangen gemiddeld rond 40% minder pensioen dan mannen. Dat isgeen detail. Dat is structurele financiële kwetsbaarheid, want ook bijscheidingen zien we de impact. Een jaar na de scheiding leeft 17% van devrouwen onder de lage inkomensgrens tegenover 7% van de mannen. Enlaten we eerlijk zijn: een op de drie huwelijken eindigt in scheiding; hetspijt me. Een relatie kan nooit een financieel vangnet zijn en de overheidmoet dat ook niet hoeven zijn. Zelfredzaamheid moet voor jonge vrouwenweer het uitgangspunt worden.Voorzitter. De VVD staat voor keuzevrijheid. Parttime werken kan eenwaardevolle keuze zijn, maar keuzevrijheid vraagt wel om inzicht in degevolgen daarvan, om beleid dat vrouwen niet benadeelt wanneer zijminder uren werken en om een samenleving waarin ook mannen hunverantwoordelijkheid nemen voor zorg en opvoeding. Daarom is het watde VVD betreft tijd dat we eerlijk bekijken hoe we deze economischezelfstandigheid gaan versterken, niet door mensen voor te schrijven hoeze moeten leven, maar door hun de mogelijkheden te geven omzelfstandig te zijn en zich bovenal bewust te zijn van de financiëleconsequenties die keuzes op een zeer jonge leeftijd al met zichmeebrengen voor de langere termijn.Voorzitter. Ik heb een aantal vragen. Erkent de Staatssecretaris deuitdagingen die ik schets rondom het pensioengat en de financiëleafhankelijkheid van vrouwen van hun partner of van de overheid? Erkentde Staatssecretaris dat Nederland in vergelijking met de rest van Europauitzonderlijk veel parttimers kent en dat dit structureel bijdraagt aan deafhankelijkheid van vrouwen van mannen of de overheid? Welkeonderzoeken worden hier op dit moment naar gedaan? Kan de Staatsse-cretaris de meest recente daarvan wellicht opnieuw met de Kamer delen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dat leidt tot een interruptie van de heer Mulder.De heer Edgar Mulder (PVV):In de inleiding had mijn collega het erover dat we moeten stoppen metwegkijken bij dadergroepen die ons niet uitkomen. Welke dadergroepenzijn dat?Mevrouw Martens-America (VVD):Goed dat de heer Mulder dat vraagt. Ik heb twintig jaar in Amsterdamgewoond. Ik ben daar ook raadslid geweest. Ik was een van de debataan-vragers over het in de la van Rutger Groot Wassink verdwenen rapportwaarin daadwerkelijk naar voren kwam dat een grote groep veelal jongeMarokkaanse mannen oververtegenwoordigd was in de groep die geweldpleegt tegen homo’s. Dat is een rapport wat Amsterdam betreft. Als je ditwellicht in andere gebieden in Nederland onderzoekt, kan ik mevoorstellen dat daar een ander daderprofiel uit naar voren komt. In onzehoofdstad is dit een duidelijk daderprofiel. Ik zeg dat niet zo eerlijk omdatik het heel leuk vind om groepen weg te zetten. Ik zeg dat wel heel eerlijkomdat ik het belangrijk vind dat iedereen vrij en veilig over straat kan enwe daarom moeten weten waar de uitdagingen liggen. In dit geval is dateen oververtegenwoordigde groep.De heer Edgar Mulder (PVV):Ik wil mijn collega vragen waarom die disclaimer van «geen groepenwegzetten» erbij moet. Ik hoor in de emancipatiediscussie voortdurendTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5113 dat blanke heteroseksuele mannen genoemd worden als het kwaad vanalles. Zij worden heel duidelijk benoemd, aangewezen en uitgelicht.Waarom kan dat bij deze groep niet? Waarom moet er gesproken wordenover wegkijken bij dadergroepen die ons niet uitkomen, zonder ze tenoemen, en als je ze noemt, dan moet erbij worden gezegd: dat doe ikeigenlijk liever niet?Mevrouw Martens-America (VVD):Wat een gekke opmerking, zeg ik via de voorzitter. Nu ben ik volgens mijeen van de personen die hier zonder meel in de mond eerlijk durft tebenoemen dat in de hoofdstad jonge groepen Marokkanen hierbij zijnoververtegenwoordigd en dan is het voor de PVV nog niet goed.De heer Edgar Mulder (PVV):Mijn interruptie ging er juist over dat het wel met meel in de mond was. Ubenoemde het niet; u vertelde het heel voorzichtig en zonder de groep tebenoemen. Als dat al geen meel in de mond is, dan weet ik het niet meer.Mevrouw Dobbe (SP):Ik wil de VVD iets anders vragen. Als het gaat over emancipatie vanvrouwen, ook in de geschiedenis, dan zie je dat kinderopvang heelbelangrijk is om ervoor te zorgen dat vrouwen kunnen werken. Ik denk datde VVD dat ook erkent. Wat we zien, wat ik ook in de vorige debatten overemancipatie heb aangekaart en waar de Kamer ook moties over heeftaangenomen, is dat we private equity uit de kinderopvang willen weren,omdat er nu dus een heleboel geld – dat is publiek geld – naar aandeel-houders vloeit. Wat vindt de VVD daarvan?Mevrouw Martens-America (VVD):Dank voor de vraag. Ik probeer even een beetje te zoeken welke schuldprivate equity heeft in relatie tot het feit dat vrouwen er na hun afstuderenonvoldoende voor kiezen om fulltime te gaan werken wanneer er geenkinderen zijn, wat eigenlijk de boodschap was van mijn verhaal. Hetvraagstuk van kinderopvang speelt dan dus ook nog niet. Ik ben geentegenstander van private equity. Ik zie ook wat voor enorme mooie dingenzij kunnen doen. Volgens mij is dit niet het debat om investeerders ingroeibedrijven weg te zetten alsof zij slecht zijn voor de emancipatie.Volgens mij moeten we dat debat voeren bij bijvoorbeeld het debat overde kinderopvang. Het punt dat ik hier vandaag wil maken, is dat Neder-landse vrouwen in grote mate na hun afstuderen al voor eenparttimebaan kiezen en dat we daarbij heel veel te winnen hebben watbetreft die economische zelfredzaamheid. Als u dus verdere vragen heeftover de kinderopvang, zal ik me daarin moeten verdiepen, want dat is opdit moment nog niet mijn specialisatie. Ik kan daar wel eventueel in detweede termijn op terugkomen.Mevrouw Dobbe (SP):Dat lijkt mij prima, want dit lijkt me bij uitstek het debat om het ook tehebben over kinderopvang, de kwaliteit van onze kinderopvang, debetaalbaarheid van onze kinderopvang en de toegankelijkheid van onzekinderopvang, omdat het zo veel te maken heeft met de emancipatie enarbeidsparticipatie van vrouwen. Het lijkt mij dus heel vreemd om dat teontkennen in dit debat. Wat betreft private equity en de kinderopvang: jeziet dat het verloop groter is bij private-equitybedrijven, je ziet dat hetduurder is en je ziet gewoon dat er publiek geld wegstroomt. Misschienkan de VVD in de tweede termijn een principe-uitspraak doen over wat zedaarvan vindt?Mevrouw Martens-America (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5114 Ik kan het mevrouw Dobbe dan heel makkelijk maken: ik ben eenvoorstander van private equity.De voorzitter:Tot slot.Mevrouw Dobbe (SP):Dat snap ik dan niet. Ik vind dit wel een heel summier antwoord van deVVD, omdat we net hebben gehoord hoe belangrijk kinderopvang is voorde emancipatie en arbeidsparticipatie van vrouwen, en omdat we zien watvoor gevaren private equity oplevert, ook voor de kinderopvang, metbijvoorbeeld alle bezwaren die ik net heb opgesomd.Mevrouw Martens-America (VVD):Nu wordt het een beetje omgedraaid. Ik heb niet een bijdrage gehoudenover het belang van de kinderopvang, maar ik kreeg een vraag van de SPover het belang van de kinderopvang, met daarbij de vraag of ik het helegedeelte van private equity zou willen veroordelen. Dat laatste doe ik niet.Mijn bijdrage ging over het feit dat vrouwen na hun afstuderen er al voorkiezen om parttime te gaan werken. Dan is er geen sprake van kinder-opvang. Als we willen dat vrouwen meer gaan werken, is er wel degelijkhet probleem dat er plek moet zijn op de kinderopvang, maar volgens mijis dat een andere discussie.De heer Vermeer (BBB):Ik zou graag van mevrouw Martens-America willen weten wat zij denkt datde belangrijke redenen zijn waardoor jonge vrouwen zonder kinderenmeer parttime werken dan jonge mannen zonder kinderen.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik wil de heer Vermeer danken voor deze vraag, want ik denk dat dit eenvan de belangrijke vragen is waar we in onze samenleving op dit momentvoor staan. We hebben de mensen namelijk nodig op de arbeidsmarkt enhet zorgt ervoor dat vrouwen vaker financieel afhankelijk zijn. De redenwaarom ik aan de Staatssecretaris heb gevraagd wat de meest recentonderzoeken zijn, is dat n hier wel 1 is, omdat het om mijn omgeving gaaten de mensen die ik spreek. Daar hoor ik veelal dat het financieel nietaltijd nodig is om die dag extra te werken, of dat het niet loont. Dat zijnnatuurlijk de uitdagingen waar we op dit moment voor staan. Ik hoop datwe de komende jaren breder willen gaan bespreken wat de oorzaken vandit onderwerp zijn. Ik wil wel heel voorzichtig zijn met doen alsof ik daarhet antwoord heb, want ik leef ook maar in mijn eigen leefomgeving. Ditis wat ik hoor: het is niet nodig, omdat mensen kunnen rondkomen – danheb ik het over de tijd voordat ze kinderen hebben, want dan zijn derekeningen anders dan wanneer er wel kinderen zijn – en het loont nietgenoeg. Volgens mij zijn dat de twee grootste uitdagingen waar we nuvoor staan. We hebben op dit moment iedereen nodig op de arbeids-markt.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we nu over naar de bijdrage van mevrouwMoorman van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank u wel. Voor mij is het ook de eerste keer dat ik in dezecommissie zit over emancipatie, maar dat is tegenwoordig in allecommissies zo. Fijn dat we hier de komende tijd met elkaar over een heelbelangrijk onderwerp zullen spreken. Ik zocht op wanneer emancipatienou eigenlijk voor het eerst een onderwerp is geworden binnen hetparlement en wanneer er nou eigenlijk voor het eerst een bewinds-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5115 persoon is aangesteld die over emancipatie gaat. Dat was in 1974,toevallig ook nog mijn geboortejaar. Dat was tijdens het kabinet-Den Uyl.Ik ben negen maanden na de vorming van het kabinet-Den Uyl geboren;dat is misschien ook nog een leuk feitje. Maar goed, dat was dus 51 jaargeleden. In die tijd is er ontzettend veel gebeurd. In 1978 erkenden de VNde Internationale Vrouwendag als een officiële feestdag; best mooi, al dieofficiële feestdagen als er iets gevierd moet worden. In 1984 begint delandelijke overheid voor het eerst, mede naar aanleiding van de demon-stratie tegen geweld tegen lhbtiq+’ers, met het ontwikkelen van beleidvoor homoseksuele Nederlanders. In 1993 wordt de Wet gelijke behan-deling aangenomen. In 1998 krijgen we in kabinet-Kok II voor het eerstvrouwelijke vicepremiers. In 2001 was Nederland het eerste land terwereld waar homo’s met elkaar in het huwelijk mochten treden. Al dezeiconische momenten gingen gepaard met een groeiende acceptatie vansteun voor de emancipatiebeweging. De vrouwenrechtenbeweging, delhbtiq+-rechtenbeweging, maar ook de strijd tegen racisme en anderevormen van discriminatie zijn allemaal onlosmakelijk verbonden metelkaar in een bredere emancipatiebeweging.Ondertussen zijn ook de Dolle Mina’s weer terug. Enerzijds toont dit deprachtige kracht van de maatschappelijke beweging, maar anderzijdsmaakt dit ook duidelijk dat er nog steeds veel op het spel staat. Rechtenstaan wereldwijd, maar ook in Nederland, onder druk. Abortus staatvandaag de dag nog steeds in het Wetboek van Strafrecht, alsof het geenkwestie is van vrije keuze en zorg, maar van een misdaad. Er is nog steedseen loonkloof tussen mannen en vrouwen. Er bestaat ook een kloof in deverdeling van de zorgtaken. Er wordt nog steeds van uitgegaan dat dezetaken bij vrouwen thuishoren, alsof het een soort natuurwet is.Ook hebben we in recente jaren de manosphere groot zien worden.Daarom heeft GroenLinks-PvdA destijds opgeroepen tot een lespakketover onder andere mediawijsheid, en dat kwam er ook. Er ligt een gratislespakket, dat ontwikkeld is naar aanleiding van de Netflixserie Adoles-cence, in samenwerking met docenten. Dan kom ik meteen bij mijn eerstevraag aan de Staatssecretaris. Hoeveel scholen weten nu eigenlijk dat ditlespakket er is? Hoe is dit gecommuniceerd naar hen? Wordt dit ook echtactief aan scholen aangeboden? Het begint immers bij preventie en hetonderwijzen van kinderen en jongeren over normen en waarden. We zijnnatuurlijk benieuwd naar het antwoord van de Staatssecretaris. Maaromdat ik nu in mijn eerste termijn moties indien, zoals ik net al zei, zal ikhier alvast een motie over indienen. Afhankelijk van de antwoorden vande Staatssecretaris bekijken we of deze motie noodzakelijk is.Voorzitter. We zien dat «homo» nog steeds het meest gebruikte scheld-woord is op scholen. Dat is alarmerend. Het draagt bij aan de normalisatievan schadelijke stereotypen en geeft velen een onveilig gevoel, alsof zijniet kunnen zijn wie ze zijn. Dat verdient onze aandacht. Daarvoor zijn erlopende campagnes, zoals Paarse Vrijdag vorige week. Maar vorige weekzagen we ook het nieuws verschijnen dat lhbtiq+’ers zich op veel plekkenonveilig voelen. Ook de Kinderombudsman waarschuwde: kinderen dielhbtiq+ zijn, kunnen steeds minder vaak vrij en veilig opgroeien. Juist alsje opgroeit en jezelf nog volop aan het ontdekken bent, is het van grootbelang dat je jezelf mag en durft te zijn. Voor veel kinderen is dat helaasdus niet de realiteit. Daarom vraag ik aan de Staatssecretaris welkeverantwoordelijkheid hij voor zichzelf ziet bij het creëren en koesteren vanveilige omgevingen op alle scholen.Verder zou ik ook graag aandacht willen vragen voor intersekse kinderen,die met veel stigmatisering kampen en mede daardoor op jonge leeftijdaan niet-noodzakelijke en niet-consensuele medische behandelingenworden onderworpen – mevrouw Podt had het er ook over – omdat ze eenjongen of een meisje moeten zijn, met alle gevolgen van dien. De Kamerheeft het kabinet nu drie keer opgeroepen om te komen met een voorstelvoor een wettelijk verbod. In de laatste motie heeft de Kamer zelfs eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5116 vorm hiervoor genoemd, naar aanleiding van overtuigend onderzoekhierover. Er is hier namelijk heel veel overtuigend onderzoek naar gedaan,zeg ik maar even tegen mijn buurman. Toch schuift het kabinet hetcontinu weg door te zeggen dat er nog meer onderzoek nodig is. Maar wehebben inmiddels tig onderzoeken over de schadelijkheid van dezepraktijken en een helder rapport van ZonMw over de juridische mogelijk-heden. Mijn vraag is dus: wat is er gebeurd met deze moties; gaat deStaatssecretaris komen met dit verbod waar we steeds maar weer omvragen? Hoeveel onderzoeksrapporten zijn er nog nodig voordat dezekinderen tegen dergelijke praktijken worden beschermd worden en er eenecht verbod komt?Voorzitter. Daarnaast zagen we in deze Kamer ook van dichtbij hoe opdemocratisch dubieuze wijze voor het eerst via een motie werd bepaalddat een wetsvoorstel, de Transgenderwet, van het kabinet ingetrokken zoumoeten worden. Waar we het hier altijd hebben over de zorgvuldigheidvan wetgeving, werd dat volledig terzijde geschoven. Daarom dien ik eenmotie in op dit punt, zodat we alsnog op een zuivere en fatsoenlijke wijzemet elkaar over dit wetsvoorstel kunnen praten en het kunnen behan-delen. Want wat je er ook van vindt, we moeten dat gesprek wel metelkaar kunnen voeren en aangaan in het parlement. Daar zijn wij voor endaar gaan wij over.Voorzitter. Ook zagen we dat dit kabinet ervoor koos om zich niet hard temaken voor een regeling voor meerouderschap. Iets wat zo vanzelf-sprekend zou moeten zijn, namelijk erkenning dat je ouder bent van jekind, wordt tientallen ouders nog steeds ontnomen. Dit was nog pijnlijkeromdat het na jaren eindelijk in zicht leek te zijn en vervolgens door hetkabinet per brief werd aangekondigd dat ze vooralsnog geen voorstellenzouden doen om er werk van te maken. Je zou maar een kind of eenouder zijn in een regenbooggezin die al hun hoop hadden op erkenning,om te kunnen leven zoals alle andere gezinnen, maar die hoop nu weer degrond in geboord zien. Gelukkig zagen we een voorstel van de VVD en isook het Regenboogakkoord ondertekend door vele partijen hier. Daarinwordt opgeroepen tot het tot stand brengen van een regeling voormeeroudergezinnen. Mijn vraag is daarom: ziet het kabinet echt geenmogelijkheid, als er zo veel partijen zijn die dat willen, om voor dezeenkele tientallen gezinnen hun langgekoesterde wens voor erkenning vanhun gezin en hun ouderschap uit te laten komen? Ik wil daarbijbenadrukken dat ik het niet alleen heb over nieuwe gezinnen, maar ookover bestaande gezinnen. Graag een reactie daarop van de Staatssecre-taris.Voorzitter. Terwijl we zien dat veel rechten onder druk staan, voeren webezuinigingen in. Dat is pijnlijk. Belangrijke programma’s zoals hetnationaal actieprogramma seksueel geweld dreigen daardoor stopgezet teworden. Kan de Staatssecretaris meer zeggen over de toekomstigefinanciering van dit programma en de opdracht aan de regeringscommis-saris? Is hij het met ons eens dat het zonde zou zijn om dit programmastop te zetten en daarmee alle opgedane kennis en inzichten verloren telaten gaan ten tijde van grote uitdagingen op het gebied van veiligheidvan vrouwen? Er is een effectieve langjarige aanpak nodig, waarbij eraandacht is voor de vele vormen van geweld: seksueel geweld, psychischgeweld, fysiek geweld, femicide en ook economisch geweld, dat raakt aande onafhankelijkheid van vrouwen. Over dat laatste sprak mevrouwMartens net ook. Het is nog te vaak onzichtbaar dat sommige vrouwengedwongen worden om hun baan op te zeggen of zelfs geen toeganghebben tot betaalrekeningen. Door deze onzichtbaarheid kunnen we dezevrouwen ook niet goed helpen. Daarom vinden we het voor de handliggen om de opdracht aan de regeringscommissaris en het nationaalactieprogramma te verlengen. Ook op dit punt dien ik een motie in, maarwe kijken natuurlijk ook uit naar de reactie van de Staatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5117 Voorzitter. Het komt niet uit de lucht vallen dat veel rechten momenteelonder druk staan. Vorige week verscheen het nieuwe NCTV-rapport overhet dreigingsbeeld van terrorisme in Nederland. Daarin wordt duidelijkgesteld dat de dreiging van rechts-extremisme nog altijd aanwezig is endat binnen rechts-extremistisch gedachtegoed ook lhbtiq+-personen enfeministen worden gezien als een gevaar. Ik noemde het net ook al: demanosphere. Met sociale media is het makkelijker en sneller dan ooit omdergelijke ideeën te verspreiden, maar we moeten ook de aard nietonderschatten. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat er tussen 2019 en2023 maar liefst 1 miljard euro vanuit het buitenland is gegaan naarallerlei groepen en organisaties die zich verzetten tegen de rechten, debestaansrechten en de vrijheden van vrouwen en lhbtiq+-personen inEuropa. Gevolg hiervan is dat we ook hier steeds vaker gerichtecampagnes voor het ondermijnen van mensenrechten zien. Neembijvoorbeeld de brieven die naar scholen worden gestuurd met misinfor-matie over Paarse Vrijdag. Hier moeten we met z’n allen stevig tegenstaan. Dat is in het belang van dat jongetje in de prinsessenjurk die ikvrijdag trots zag zitten in de klas. In zijn belang en ook dat van de leraar inde paarse trui die zich erkend voelt, moeten we blijven opkomen voorjezelf kunnen zijn: op school, op werk, op straat. Welke maatregelenneemt de Staatssecretaris om dit soort oneigenlijke beïnvloeding encampagnes van misinformatie tegen te gaan?De collega van de Staatssecretaris in het kabinet tweette nota bene opPaarse Vrijdag: «Zo plant je twijfel aan het eigen lichaam.» Dat is eenongefundeerde, zeer suggestieve, angstzaaiende, kwalijke tweet van devrouw die zich «vicepremier van alle Nederlanders» noemt. Zij doet alsoflhbtiq+’ers niet voor zichzelf kunnen denken en zelf niet weten wie ze zijn,zoals u en ik ook weten wie we zijn. Ik zou graag willen weten hoe deStaatssecretaris hierop reflecteert, zeker gezien het feit dat het kabinet inprincipe dient te spreken met één mond. Is de Staatssecretaris het metmevrouw Keijzer eens in dezen?Voorzitter. Daarnaast zien we ook dat er nog steeds een drempel wordtervaren bij het melding maken of aangifte doen van discriminatie. Als eral aangifte wordt gedaan, wordt die lang niet altijd voortvarend of op dejuiste wijze opgepakt. Gelukkig is onze wet omtrent hatecrimes aange-nomen – mevrouw Podt had het er ook al over – zodat hier ook verbe-tering in kan komen. Er zijn echter nog meer verbeterpunten in de huidigewetgeving. Er ligt namelijk al jarenlang een voorstel voor een wijzigingvan de wet om ook gender toe te voegen aan de gronden voor groepsbe-lediging. De Kamer heeft hier jaren geleden ook haar schriftelijke inbrenghierop geleverd, maar daar is nooit antwoord op gekomen van hetkabinet. Waarom kwam dit wetstraject ineens stil te liggen? Is deStaatssecretaris bereid om toe te zeggen dat er voor de begrotingsbehan-deling van OCW alsnog een kabinetsreactie zal komen op de schriftelijkeronde? Anders zullen wij genoodzaakt zijn om op dit thema zelf met eeninitiatief te komen.Voorzitter, ik rond af. Ik heb in mijn betoog benadrukt en zal ook steedsweer benadrukken: we hebben het hier over mensenrechten. Er wordenallerlei andere labeltjes op geplakt, maar het gaat gewoon heel funda-menteel over mensenrechten, over gelijke rechten, wie je ook bent en vanwie je ook houdt. We zijn er nog lang niet. Helaas is het na 51 jaaremancipatiebeleid nog steeds hard nodig om hier aandacht aan te blijvengeven, niet alleen om meer gelijkwaardigheid te bewerkstelligen, maarinmiddels ook om verworven rechten te beschermen. U kunt het komendejaar van mij verwachten dat ik altijd voor ieders recht zal opkomen. Ikverwacht dat ook van mijn collega’s. Ik hoop op een mooie samen-werking.Voorzitter, daar wil ik mee afsluiten. Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5118 Dank u wel. U had zelf nog verzocht om uw moties in te dienen. Dat kunt unu doen.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ja. Alstublieft.De voorzitter:O, u mag ze nog voorlezen.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Sorry, voorzitter. Natuurlijk. Dan begin ik met de motie over eenzorgvuldig wetgevingsproces bij de Transgenderwet.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in 2021 door het kabinet een wetsvoorstel is ingediendvoor het wijzigen van de voorwaarden voor de wijziging van devermelding van het geslacht in de geboorteakte;constaterende dat in 2024 per motie de oproep is gedaan door diversepartijen tot het intrekken van het wetsvoorstel;constaterende dat het kabinet de intentie tot het intrekken van de wetheeft aangekondigd wegens een gebrek aan medewerking en instemmingvan de Tweede Kamer, zoals werd aangegeven in een brief gericht aan hetTransgender Netwerk;overwegende dat een zorgvuldig wetgevingsproces van groot belang is,welke is geschaad door de wijze waarop per motie de behandeling van dewet is stilgelegd;overwegende dat de Kamer bij uitstek de plaats is voor het voeren vaneen debat over de wetgeving;verzoekt de regering om het wetsvoorstel voor het wijzigen van devoorwaarden voor de wijziging van de vermelding van het geslacht in degeboorteakte alsnog voor bespreking aan de Kamer voor te leggen enhiermee de Kamer in positie te brengen om haar taak als medewetgeveren controleur van het kabinet te vervullen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.Zij krijgt nr. 24 (36 800 VIII).Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dat was de eerste. Dan een motie over het weerbaar maken van onzejongeren tegen misinformatie en schadelijke ideeën.Motie Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5119 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in recente jaren de manosphere alleen maar isgegroeid;constaterende dat hiermee vrouwenhaat en schadelijke ideeën overvrouwen en maatschappelijke gelijkheid breed verspreid worden, ook bijjongeren;overwegende dat het van groot belang is dat de omgeving van eenjongere ruimte biedt voor verkenning en gesprek;overwegende dat het onderwijs, gelet op de kerndoelen, bij uitstek ookeen rol heeft bij de vorming van jongeren;overwegende dat het van groot belang is dat scholen voldoendeondersteund worden bij dit nieuwe leergebied;overwegende dat het digitale lesmateriaal «Adolescence en media-wijsheid» gratis beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs;verzoekt de regering om zich in te zetten voor een bredere bekendheidvan dit lespakket onder scholen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.Zij krijgt nr. 25 (36 800 VIII).Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Tot slot.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat door middel van het Nationaal ActieprogrammaAanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld hetMinisterie van OCW zich inzet voor het voorkomen en bestrijden vanseksueel geweld en het bevorderen van de veiligheid van vrouwen;constaterende dat voor de uitvoering hiervan een regeringscommissaris isaangesteld;constaterende dat het programma en de opdracht aan de regeringscom-missaris na 2026 aflopen;overwegende dat er groeiende zorgen zijn in de samenleving over deveiligheid van vrouwen en vrouwen zich nog altijd onvoldoende veiligvoelen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5120 overwegende dat het teweegbrengen van een maatschappelijke veran-dering en cultuurverandering meer tijd en een langer lopend programmavereist;overwegende dat de noodzaak voor het programma onverminderd is;verzoekt de regering om het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueelgrensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en de opdracht aan deregeringscommissaris te verlengen, waarna het programma weergeëvalueerd wordt,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Moorman.Zij krijgt nr. 26 (36 800 VIII).Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende spreker, de heer Hamstra vanhet CDA.De heer Hamstra (CDA):Voorzitter, dank. Dit is mijn eerste WGO. Volgens mij wordt niet heel vaakgezegd dat het iemands eerste WGO is, maar dat is het voor mij dus welen het gaat over emancipatie. Leuk om hier met z’n allen over ditbelangrijke onderwerp te mogen spreken.Voorzitter. We zijn allemaal gelijk als het ware, zo zong Herman Finkersparadoxaal: gelijk, maar niet hetzelfde. Als mensen verschillen we, maarwe zijn fundamenteel gelijkwaardig. Goede emancipatiepolitiek zou in hetteken daarvan moeten staan: dat er ruimte is voor verschil, maar dat weook over die verschillen heen kijken en zorgen dat iedereen mee kan doen.Emancipatie gaat voor het CDA niet over de volledige ontplooiing vanlosse individuen of groepen van individuen; ook gaat emancipatie voorhet CDA niet over het opleggen van een eenvormig emancipatie-ideaaldoor de overheid. Nee, emancipatie is een maatschappelijk proces, eenproces van de samenleving. Het CDA gelooft in een inclusieve samen-leving, want een samenleving waarin voor bepaalde groepen of mensendie daarin leven geen plaats is, is incompleet en onvolmaakt. De samen-leving is bovendien meer dan de som van alle individuen bij elkaaropgeteld; ze is per definitie pluriform en divers.Emancipatie wordt vaak gezien als een strijd, maar emancipatie is voorons niet per se een strijd van minderheden. Martin Luther King beschreefhet al als een droom voor allen, «want ik kan nooit zijn wat ik moet zijntotdat jij bent wat jij moet zijn». Eind negentiende eeuw, ten tijde van desociale kwestie, waren de protestanten onder leiding van Kuyper en dekatholieken onder leiding van Schaepman niet alleen de spreekbuis voorhun eigen groep; nee, zij zochten de samenwerking met elkaar in hetbesef dat we elkaars naasten zijn en in dezelfde gemeenschap leven. Hetpast dus ook niet bij het CDA om mensen en groepen tegenover elkaar tezetten en te praten in tegenstellingen of die zelfs uit te vergroten. Het isonze opdracht om te zoeken naar verbinding en tegelijkertijd ruimte telaten voor de verschillen.Dat betekent overigens niet dat de overheid daar geen rol in heeft. Deoverheid moet zich juist actief inspannen voor de juiste omstandighedenwaarbij mensen tot bloei komen, bijvoorbeeld door zorg te dragen voorhet onderwijs, de toegang tot zorg, de toegang tot de arbeidsmarkt, hettegengaan van discriminatie en racisme, het versterken van pluriformiteitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5121 en het zoeken naar verbinding in verschillen. Dit draagt bij aan een sterkesamenleving.Dat is de bril waardoor het CDA naar het emancipatiebeleid van deoverheid en naar deze begroting kijkt. Vandaag willen we voor een aantalzaken aandacht vragen. Allereerst is dat de veiligheid van vrouwen. Het isongelofelijk belangrijk dat we Nederland veiliger maken voor vrouwen.Geweld tegen vrouwen, dat soms zelfs uitmondt in moord, is afschu-welijk. Hier is de laatste tijd terecht veel aandacht voor in de media; ookcampagnes als Orange the World helpen mee. Er worden maatregelengenomen, zoals meer geld voor de opvang van vrouwen. Ook zagen wehet bericht dat gemeenten aan de slag zijn gegaan om de openbareruimte veiliger te maken, bijvoorbeeld door meer verlichting te plaatsenen bosjes op donkere plekken te snoeien. Maar is dit genoeg? Wij hebbende volgende vragen. Hoe kan het emancipatiebeleid vanuit OCWbijdragen aan de veiligheid van vrouwen? Welke mogelijkheden ziet deStaatssecretaris om dat ook in de begroting tot uiting te brengen,bijvoorbeeld door hier in de bekostiging van allianties en prep-subsidiesexpliciet oog voor te hebben? Kan de Staatssecretaris iets meer zeggenover het programma Veilige Steden? Is er al zicht op de effecten hiervan?Dat vraag ik ook omdat dat programma eind 2026 afloopt.Dan de lhbtiq+-doelgroep. In Nederland mag je zijn wie je bent en houdenvan wie je wilt. Toch blijkt er in Nederland steeds minder tolerantie te zijnvoor deze doelgroep. Uit onderzoek blijkt dat de acceptatie voor hetzoveelste jaar daalt. Ook voelen lhbtiq+-personen zich vaak onveilig. Erzijn te veel voorbeelden van geweld, van mensen die worden geïntimi-deerd of zelfs in elkaar geslagen worden om wie ze zijn. Wat is de visievan Staatssecretaris op hoe we dit aan gaan pakken? Het is goed om teconstateren dat de aangiftebereidheid toeneemt, maar te vaak krijgen wijsignalen te horen dat er met een melding niets of nauwelijks iets wordtgedaan. Hoe staat het met de sensitiviteit van de politie voor dit soortmeldingen, vraag ik aan de Staatssecretaris. Kunt u hier vanuit uwcoördinerende rol extra aandacht voor vragen?Mevrouw Martens-America (VVD):Dank voor de bijdrage van de collega van het CDA. Ik hoor hem zowel bijhet stuk vrouwenemancipatie als bij lhbtiq+-emancipatie het vooralhebben over veiligheid. De vraag aan de Staatssecretaris was wat wekunnen doen aan de emancipatie. Wat is dan, los van het verbeteren vande veiligheid – daarop vinden we elkaar voor honderd procent, zeg ik viade voorzitter – de visie van het CDA zelf om die emancipatie te versnellen?Hoe kijkt u daar zelf naar, vraag ik via de voorzitter.De heer Hamstra (CDA):Hebben we het dan over de emancipatie van vrouwen in het algemeen?Daar heeft u het over. Wij vinden het ook ontzettend belangrijk dat wedaar ons steentje aan bijdragen. Ik sluit wanneer het bijvoorbeeld gaat omde arbeidsmarkt in die zin wel aan bij de vraag die de heer Vermeer aan ustelde in uw eerste termijn. Ik ben zelf ook wel benieuwd naar wat danbijvoorbeeld de reden is dat de vrouwenparticipatie op de arbeidsmarktachterblijft. U geeft ook aan dat misschien geldt: n = 1. Ik zeg maar even inalle eerlijkheid dat ik in mijn bubbel een ander beeld zie ontstaan. Ik kende cijfers dus wel, maar ik geloof niet en het CDA gelooft ook niet dat weeen soort van blauwdruk op de samenleving moeten leggen door tezeggen dat vrouwen koste wat het kost voltijds moeten werken. Dat gaatons veel te ver. Als het gaat om de arbeidsmarkt is dat dus ons antwoord.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Hamstra (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5122 Zeker. Ik pak ’m weer even op. Hoe staat het met de sensitiviteit voor ditsoort meldingen, vroeg ik aan de Staatssecretaris. Kunt u vanuit uwcoördinerende rol hier extra aandacht voor vragen?Dan ouderen- en leeftijdsdiscriminatie. Emancipatie betekent ook: ooghebben voor hoe de samenleving verandert. Juist als het gaat omouderen verandert de samenleving enorm. De Raad voor Volksgezondheid& Samenleving bracht onlangs het rapport Het rimpeleffect uit. Daarinbeschrijven zij dat ouderen van nu gemiddeld genomen vitaler zijn danvroeger. Pensionering markeert daardoor voor veel mensen het begin vaneen nieuwe actieve levensfase. Ons denken is hierin echter nog niethelemaal meegegroeid. Ouderen worden of gezien als kwetsbare,eenzame, afhankelijke mensen die volop ondersteuning en zorg nodighebben, of juist als een consumerende en vitale groep mensen die tot ophoge leeftijd zelfredzaam moeten zijn en die bij wijze van spreken nog opde golfbaan staan. Dit doet geen recht aan de grote en pluriforme groepouderen. Ook kan dit concreet tot leeftijdsdiscriminatie van ouderenleiden. Daar heeft het CDA al eerder aandacht voor gevraagd, onderandere op basis van het onderzoek van de ANBO-PCOB. Denk aanouderen die geen werk kunnen vinden of die worden geweigerd voor eenvrijwilligersfunctie, die niet kunnen deelnemen aan een bevolkingson-derzoek of die leeftijdsdiscriminatie ervaren bij verhuur en lease vanauto’s. Wij vinden dit niet acceptabel, en er wordt nog te weinig gedaanom dit tegen te gaan. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dus wat hijhieraan wil gaan doen, bijvoorbeeld in samenwerking met de Minister vanBZK. We wachten hierop graag de reactie van de Staatssecretaris af.Voorzitter. Mensen met een beperking. Het CDA heeft zich er al eerdervoor ingezet om het emancipatiebeleid van de overheid ook specifiek terichten op mensen met een beperking. We weten al jaren dat hier nog eenlange weg te gaan is. Er liggen allerlei rapporten en er zijn allerlei signalendat mensen met een beperking vaak nog niet mee kunnen doen, en alhelemaal niet op de manier zoals ze dat zelf graag zouden willen. Onzeconcrete vraag is: is de Staatssecretaris bereid om mensen met eenbeperking expliciet als derde groep op te nemen in het emancipatie-beleid?Voorzitter, ik rond af. Tot slot wil ik graag een algemene opmerkingmaken. In de periodieke rapportage over het emancipatiebeleid wordtgeconcludeerd dat de doeltreffendheid beperkt meetbaar en toerekenbaaris. Voor onze partij is het van belang dat de effecten van de inzet vooralmerkbaar zijn voor de mensen. Op welke manier gaat de Staatssecretariszich er hard voor maken dat de effecten niet alleen maar beter meetbaarzijn, maar vooral ook merkbaar zijn voor de mensen om wie het gaat?Voorzitter, daar wil ik het graag bij laten. Dank.De voorzitter:Dank u wel. Er is een vraag van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel voor het betoog. Het is weer een nieuwe interessante insteekmet het rimpeleffect. Dat is, denk ik, heel goed. Ik heb een vraag over dearbeidsparticipatie van vrouwen en het belang van goede kinderopvang.Mijn vraag is: hoe kijkt het CDA daarnaar? Er ligt een nieuwe wet op dekinderopvang. Hoe kijkt u daarnaar in het licht van de formatie? Gaat udaarvoor blijven staan, of niet?De heer Hamstra (CDA):Een mooie vraag van mevrouw Dobbe. Dank. Kinderopvang is vanwezenlijk belang voor het CDA, zeker ook in het kader van de emancipatievan vrouwen. Overigens is het ook van belang voor meer dan alleen deemancipatie. Ik moet u in alle eerlijkheid zeggen dat ik de ins en outs vandie wet niet ken. Wij staan als CDA wel voor goede kinderopvang. Ik kan uTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5123 wel toezeggen dat we in de formatie aandacht vragen voor goedekinderopvang.Mevrouw Dobbe (SP):Ik zou het graag wat specifieker willen weten, want die nieuwe wet regeltsowieso de betaalbaarheid. Kinderopvang wordt dan bijna gratis. Dat iswel essentieel. Het regelt bijvoorbeeld ook het afschaffen van hettoeslagenstelsel, waarbij we zoveel schandalen hebben gezien. Ik zou hetCDA toch wel willen vragen om daar wat specifieker op in te willen gaan.Ondersteunen zij in ieder geval deze twee uitgangspunten en blijven zijdeze ondersteunen?De heer Hamstra (CDA):Fijn dat u deze toelichting geeft, maar ik zei net al dat ik de ins en outs vandeze wet niet ken. Dat maakt het wat lastig om hier nu inhoudelijk op in tegaan. Het lijkt mij heel onzorgvuldig als ik nu bij u zou aangeven dat wemeer gaan doen dan het onder de aandacht brengen aan de formatietafel.Meer kan ik daar nu niet op toezeggen.De voorzitter:Dank u wel. Uw laatste interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Ik vind het wel jammer, hoor. Dit is een debat over emancipatie enblijkbaar wordt kinderopvang daar niet als cruciaal in gezien, terwijl hetwel echt cruciaal is als het gaat over de arbeidsparticipatie van vrouwen.Dan heb ik een ander, meer specifiek punt. Tijdens de vorige debattenover emancipatie hebben wij een motie ingediend over private equityweren uit de kinderopvang. Daar is het CDA toen voor geweest. Kunnenwe in ieder geval op uw blijvende steun daarvoor rekenen?De heer Hamstra (CDA):Ik zie nu geen reden om daarin van koers te wijzigen. Ik zat er zelf toenniet. Ik ben er nu vier weken. Als het CDA toen voor is geweest, dan zie ikgeen reden waarom we daar nu niet meer voor zouden zijn.De voorzitter:Dank u wel. Nu was het eigenlijk de beurt aan de heer Van Duijvenvoorde,maar die is eventjes weg. Ik hoop dat hij zo weer terugkomt. Daarom wil ikgraag nu het woord geven aan de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. De emancipatie-uitgaven zijn de afgelopen jarengestegen tot ruim 22 miljoen euro in 2026. Maar waar gaat dat geldnaartoe? En vooral, wat levert het op? Het grootste deel wordt besteedaan programma’s als Regenboogsteden, Veilige Steden en de aanpak vanseksueel grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast gaat een aanzienlijk deelnaar de doorstroom van vrouwen naar topfuncties, acceptatie enveiligheid op school, burgerschapsonderwijs en representatie in demedia.Voorzitter. Emancipatiebeleid kwam op papier prachtig over. Maar hoestaat het met de veiligheid van vrouwen en lhbtiq+-personen in depraktijk? De effectstudies geven geen antwoord op de vraag of dezemiljoenen daadwerkelijk leiden tot minder geweld of meer acceptatie. Kande Staatssecretaris inzicht geven in de echte effecten van het emancipatie-beleid? Hoe wordt gemeten of deze miljoenen daadwerkelijk leiden totmeer veiligheid en acceptatie?Voorzitter. Ondertussen krijgt tegenwoordig het platteland de schuld vanafnemende acceptatie. Ze zouden daar volgens de Randstedelijke blikkampen met giftige groepsdruk, schadelijke mannelijkheidsnormen enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5124 een moeizame acceptatie van mensen die anders zijn; alsof jongeren,volgens de Randstad, blijkbaar op het platteland elkaar de maat nemen,homoseksualiteit afwijzen en vrouwonvriendelijk gedrag normaal vinden.De boodschap is volgens hen: op het platteland is het niet veilig om jezelfte zijn.Wie de feiten kent, weet beter. Het onderzoek waar deze beeldvorming oprust, kent forse beperkingen: jongeren van kleur zijn nauwelijksgesproken, het perspectief van jongeren met een migratieachtergrondontbreekt volledig en er zijn geen vragen gesteld aan jongeren instedelijke wijken of wijken met een migratieachtergrond. Het beeld vanhet platteland als probleemgebied is dus niet hard te maken op basis vandit onderzoek.De ophef zegt vooral iets over de afstand tussen stad en land. Plattelands-jongeren voelen zich betutteld door mensen die er nog nooit zijn geweest.Zij herkennen zich totaal niet in het beeld van schadelijke mannelijkheids-normen of een gebrek aan acceptatie. «Waar bemoeien ze zich mee? Wezorgen goed voor elkaar en iedereen is welkom.»De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ik zou de heer Vermeer even dit stukje laten afmaken, als dat nog nietklaar is.De voorzitter:O, ik dacht dat dit het einde van dit stukje was. Gaat uw gang, meneerVermeer.De heer Vermeer (BBB):Terwijl de politiek zich vooral focust op het belang van regenboogpaden,steden en campagnes die we vooral in de grote stad zien, daalt juist daarde acceptatie. Uit de meest recente literatuurstudie van de Universiteitvan Amsterdam blijkt dat de acceptatie van homoseksualiteit onderjongeren in Amsterdam fors is gedaald. Slechts 43% van de Amsterdamsejongeren vindt het goed dat twee mensen van hetzelfde geslacht verliefdop elkaar worden. In Noord-Holland-Noord en Utrecht is dat ongeveer50%. In Gelderland-Zuid en Noord- en Oost-Gelderland liggen de cijfersaanzienlijk hoger: 56% en 73%.Voorzitter. Waar ligt het probleem dus echt? Niet in de regio, maar in degrote stad, niet bij boeren of zo, maar bij jongeren met een migratieach-tergrond of een etnische minderheidsstatus. Zij rapporteren gemiddeldminder positieve opvattingen over homoseksuele personen dan jongerenzonder deze kenmerken.Voorzitter. Gooien we geen geld weg als we blijven investeren incampagnes die het probleem niet oplossen? Waarom blijft de ophef zichrichten op het platteland terwijl de problemen zich opstapelen in grotesteden? Is de Staatssecretaris bereid om het zwaartepunt van beleid enmiddelen te verschuiven naar waar het probleem echt zit? Waarom gaat erzo veel geld naar campagnes waarin mensen vermanend met opgehevenvingertjes worden toegesproken, terwijl we regelmatig incidenten vangeweld en discriminatie zien richting vrouwen en lhbtqi+-mensen?Hoe denkt de Staatssecretaris over maatregelen in landen als Spanje enFrankrijk, waar rechters de mogelijkheid hebben om daders van discrimi-natie te verplichten tot het volgen van een cursus over gelijke behandelingen niet-discriminatie? Kan de Staatssecretaris toezeggen de Minister vanJenV te verzoeken om dit door middel van een wetsaanpassing ook inNederland uit te werken? En, zo ja, is de Staatssecretaris bereid daar insamenwerking met de Minister van JenV middelen voor vrij te maken dienu naar campagnes gaan die het probleem niet oplossen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5125 De voorzitter:Dit is een mooi moment voor de interruptie van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ja, het was nog wat langer, voorzitter. Ik was een beetje verrast, want deheer ... Sorry, hoor.De heer Vermeer (BBB):Vermeer.Mevrouw Podt (D66):Pardon! We zitten niet zo vaak samen in een commissie. De heer Vermeeren ik verschillen volgens mij een beetje van mening over deze campagne.Ik heb die campagne gezien. Ik vond het eigenlijk een hele leuke, positievecampagne over plattelandsjongeren die opkomen voor elkaar. Ik zag hetdus helemaal niet als een soort afschildering van een probleemgebied.Misschien wel veel belangrijker: deze campagne is ingezet door platte-landsjongeren zelf. De organisatie van plattelandsjongeren in Nederlandherkent zich niet in stadse campagnes en zegt: maak nou iets voor ons,want wij zien soms dat het gewoon schuurt om niet jezelf te zijn. Pratendie plattelandsjongeren dan onzin?De heer Vermeer (BBB):Die plattelandsjongeren en die organisatie praten geen onzin, maarvervolgens komt er via de media, via de publieke omroep, een filmpjewaarin wordt gezegd: leven en laten leven staat in veel kleinere gemeen-schappen inmiddels hoger in het vaandel. Nee, sorry. Er wordt gezegd: degroepsdruk is groter en waarschijnlijk komt men door een traditioneleopvoeding minder in aanraking met andere meningen. Het onderzoek isdus niet mijn probleem; de manier waarop daarmee op de loop wordtgegaan is mijn probleem. De mensen in het land lezen niet het onderzoekdat door die plattelandsjongeren is gevraagd en uitgevoerd, maar komenin aanraking met het verhaal dat er weer in de media van gemaakt wordt.Daar heb ik een groot probleem mee.De voorzitter:Mevrouw Podt, u bent eigenlijk door uw interrupties heen. Als ik heelstreng ben, laat ik geen interrupties meer toe. Maar als u nog éénslotopmerking wil maken, dan wil ik coulant zijn. Maar die is dan welonder de 30 seconden.Mevrouw Podt (D66):Dit is wonderlijk, want volgens mij is het filmpje gewoon ook gemaaktdoor die plattelandsjongeren. En ja, het is de BBB, dus de publiekeomroep heeft het blijkbaar weer gedaan.De voorzitter:De heer Vermeer vervolgt zijn betoog. O, neem me niet kwalijk. MevrouwMoorman.De heer Vermeer (BBB):Nee, voorzitter, ik wil hier toch wel graag even op reageren, want ik vinddit echt superaanmatigend. Ik geef alleen weer welk onderzoek eruitgevoerd is en wat de publieke media hiervan presenteren. Ik zeg dat datjuist stigmatiserend werkt. Als ik dat niet aan de orde mag stellen en alswij hier niet aan de orde mogen stellen wat een omroep communiceert,wordt het hier een soort Kremlintoestand, want in dat soort landen is hetniet toegestaan om een mening te hebben over of om kritiek te hebben opmedia. Volgens mij is dat gewoon ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5126 Mevrouw Podt (D66):Maar dit is gewoon niet wat ik heb gezegd.De voorzitter:Een persoonlijk feit dan.Mevrouw Podt (D66):Nu moet meneer Vermeer het wel eventjes bij de feiten houden. Wehebben de afgelopen tijd vaker gezien dat de BBB nogal flink optreedttegen de publieke omroep. Daar maak ik een opmerking over. Op geenenkele manier heeft dat iets te maken met wat de heer Vermeer nu zegt.Als het gaat over «aanmatigend», nou, dan hebben we er hier nog weleentje!De voorzitter:We gaan deze discussie ...De heer Vermeer (BBB):Voorzitter ...De voorzitter:Nee, ik ben hier de voorzitter.De heer Vermeer (BBB):Nou, ik word hier ook ...De voorzitter:Meneer Vermeer, wilt u even naar me luisteren? Ik ben de voorzitter. Ditgaat eindeloos door, dus we gaan nu stoppen. Mevrouw Moorman heeftook een interruptie en die mag ze nu plegen.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):Ik probeerde het betoog van de heer Vermeer te volgen. Hij heeft weldegelijk in zijn betoog eerst gezegd dat het onderzoek niet deugde. Nubegrijp ik uit zijn antwoord aan mevrouw Podt dat het de publieke omroepwas die daar dingen over zei en dat onderzoek niet. Maar ik wil vooral hetvolgende aan de heer Vermeer vragen. Als hij niet tevreden is over eenbepaald onderzoek, moet hij hier niet ineens andere feiten op tafel leggendie óók niet onderzocht zijn. Laten we hier vooral niet groepen tegenoverelkaar zetten, maar laten we vooral met elkaar constateren dat het overalin het land een probleem is. Er is niemand hier die heeft gezegd dat het deschuld van de plattelandsjongeren is, maar ik hoor de heer Vermeer welweer allerlei andere schuldigen aanwijzen. Dat lijkt mij niet te helpen in ditdebat, en zeker niet als het niet feitelijk hier neergelegd wordt of nietfeitelijk is onderzocht. We zien inderdaad in onderzoeken van de GGD dater overal in het land een afname is van homoacceptatie. We zien overal inhet land dat «homo» nog steeds het meest gebruikte scheldwoord is. Ikwil de heer Vermeer vragen hier op basis van feiten te praten en groepenniet tegenover elkaar te zetten.De voorzitter:Uw interrupties zijn op, mevrouw Moorman.De heer Vermeer (BBB):Ik leg alleen maar feiten op tafel, dus ik ben helemaal niet iets zelf aan hetverzinnen. Dit is gewoon het rapport, een literatuurstudie, over deopvattingen van jongeren over lhbtqi+-personen, van de Universiteit vanAmsterdam. Mevrouw Martens-America heeft net al het rapportbeschreven dat in Amsterdam eerst in de bureaula verdween. Ik geefhelemaal geen alternatieve feiten, ik geef gewoon dé feiten weer. Als ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5127 rapport dus niet als gezaghebbend gezien wordt, dan is dat misschien hetprobleem van mevrouw Moorman. Maar ik benoem gewoon dingen uithet rapport, zeker omdat ik weet hoe gevoelig deze discussie is. Ik wil datwe die op basis van feiten voeren en niet op basis van aannames. En ja,ik ... Ja, dan kan mevrouw Podt hier weer zitten lachen buiten demicrofoon om ...Mevrouw Podt (D66):Nee, ik zit te huilen.De heer Vermeer (BBB):Nou, ja, kijk ...De voorzitter:Gaat u verder.De heer Vermeer (BBB):Weet u, op deze manier komen we niet verder in dit land, hoor. Sorry.De voorzitter:U kunt uw betoog vervolgen.De heer Vermeer (BBB):Ik heb gewoon in mijn betoog aangegeven dat voor dat rapport overgelijkheid en jongeren allerlei groepen niet benaderd zijn en dat dit eenzeer beperkte groep is. Ook daar mag je volgens mij kritiek op hebben.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Vermeer (BBB):Voorzitter, tot slot. Afgelopen week kwam het rapport Verborgen in hetvolle zicht van de Kinderombudsman naar buiten. Daarin staat datlhbtqi+-kinderen steeds vaker worden gepest, bedreigd en onvoldoendesteun krijgen. De Kinderombudsman wijt dit mede aan scherpe uitsprakendoor politici, maar laat in midden om welke uitspraken en welke politicihet gaat. Ook belangenorganisaties zouden dit hebben bevestigd. Omdatde Kinderombudsman een onafhankelijk en onpartijdig instituut is dat dekinderrechten in Nederland bewaakt, is BBB benieuwd naar de trans-cripties van de gesprekken met deze organisaties. Wij hebben deKinderombudsman zelf hier de afgelopen week al om verzocht, maar totnu toe hebben wij die helaas niet ontvangen. Is de Staatssecretaris bereidom de Kinderombudsman te verzoeken deze transcripties naar de Kamerte sturen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Nou, mevrouw Moorman, ik ben net heel coulant geweesttegenover mevrouw Podt, dus als u het bij één interruptie houdt die korteris dan 30 seconden, dan mag dat nog. Dan geef ik iedereen daartoegelegenheid. Maar ik ga u echt afkappen als het langer duurt.Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):De heer Vermeer begint zelf over het pesten van lhbtiq+-jongeren, waar deOmbudsman voor heeft gewaarschuwd. Dat is ook gerelateerd aan tweetsvan politici. Hoe kijkt de heer Vermeer in dat licht naar de tweet vanmevrouw Keijzer van afgelopen vrijdag, op Paarse Vrijdag?De heer Vermeer (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5128 Ik ben blij dat mevrouw Moorman daarover begint. De Staatssecretaris zaldaar ook vast op antwoorden. Als mevrouw Moorman de tweet goedgelezen had, dan had zij ook kunnen lezen dat de vicepremier op datmoment iemand citeerde, namelijk de oud-COC-medewerker Geert-Jan Edelenbosch, en dat zij in die tweet duidelijk erbij zet: schrijft ...Huppeldepup.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Dobbe, u mag uw betoog starten.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Op 24 november was het Equal Pay Day. Vanaf diedag werken vrouwen voor de rest van het jaar gratis, uitgaande van hetverschil in de gemiddelde beloning tussen mannen en vrouwen. Ook in2025 is de loonkloof tussen mannen en vrouwen nog steeds eenhardnekkige realiteit. Voor hetzelfde aantal gewerkte uren verdienenvrouwen gemiddeld 10,5% minder dan mannen. Ook als we dit corrigerenmet factoren zoals werkervaring en opleiding, blijft de loonkloof bestaan,of de werknemer nou leiding geeft of niet. De structurele onderwaarderingvan vrouwen wordt met dit verschil pijnlijk duidelijk, elk jaar weer. Dat isonrechtvaardig en onacceptabel. Onderzoek toont ook aan dat zodra eengroter aandeel vrouwen een bepaald beroep uitoefent of in een bepaaldesector gaat werken, de desbetreffende lonen stagneren of zelfs dalen. Danworden de verschillen dus groter. Ook dit is al jaren bekend. Ziet deStaatssecretaris dat ook? Erkent hij dat dat zo is? Erkent hij ook dat dit eenprobleem is dat opgelost moet worden?Het is tijd voor een concrete oplossing. Leg de verantwoordelijkheid vooreen gelijke beloning dus expliciet bij werkgevers zelf. Laat bedrijvenaantonen dat vrouwen en mannen gelijk worden beloond. Dat houdt indat de Wet loontransparantie snel en volledig moet worden ingevoerd.Zorg ook voor 100% doorbetaling bij ouderschapsverlof, want anderskunnen ouders met lage inkomens hiervan simpelweg geen gebruik-maken omdat ze dat niet kunnen betalen. Is de Staatssecretaris hiertoebereid? Wat is zijn reactie? Is hij bereid om de verschillen in financiëlebeloning tussen de publieke sectoren inzichtelijk te maken en maatregelente nemen om deze kloof te dichten, waaronder de hoogte van deloonruimte bij onderhandelingen voor arbeidsvoorwaarden?Voorzitter. In dit debat heb ik het er al eerder over gehad: kinderopvang.De gebrekkige toegang tot dure kinderopvang maakt vooral vrouwen metkinderen afhankelijk, van hun partner, van hun omgeving en van deoverheid. Het is dan ook goed dat de regering een nieuwe wet voorkinderopvang heeft ingediend, maar hij wordt telkens uitgesteld. 2029duurt nog ontzettend lang. Op welke manier wil de Staatssecretaris nú alouders helpen? Overleeft deze wet de aankomende formatie? Ik benbenieuwd of de beoogde coalitiepartijen daarop willen reageren, als datkan.Ook zien we nog steeds private equity of sprinkhaankapitalisten in dekinderopvang. Dat betekent dat publiek geld naar aandeelhouders stroomten niet naar de kinderopvang gaat. Een aantal van de grote, soms enormeketens in de kinderopvang zijn in handen van private equity. Het verloopvan personeel is daar gemiddeld 10% hoger dan in een non-profitsector.Dit is een sector waar al personeelstekorten zijn en waar vaste krachten,vertrouwde gezichten, cruciaal zijn voor hechting. De solvabiliteit – als jehet daarover wilt hebben – zit op het randje en is twee keer lager dan innon-profit kinderopvangorganisaties, met alle risico’s van dien. Weherinneren ons Estro nog en alle gevolgen die dat heeft gehad. De Kamerheeft zich eerder al tegen private equity in de kinderopvang uitgesproken.Toch zien wij geen actie. Vindt de Staatssecretaris dat moties van deKamer moeten worden uitgevoerd of is dat een principe dat niet meerwordt gesteund? Wanneer mogen we de uitvoering hiervan verwachten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5129 De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):We hebben hier weleens een apart debat gevoerd over private equity. Datvraagstuk gaat wel wat verder dan één manier van financieren als hetgrote kwaad kwalificeren. Is mevrouw Dobbe het met mij eens dat hetontbreken van maximale tarieven een nog groter probleem in dekinderopvangwet is? Op deze manier gaat er straks een scheidingontstaan tussen mensen die wel een hoog tarief kunnen betalen enmensen die dat niet kunnen betalen. Dan wordt de beschikbaarheidgewoon veel te laag.Mevrouw Dobbe (SP):Dank voor de vraag. Ja, natuurlijk: het doel moet zijn dat kinderopvangbetaalbaar wordt voor iedereen. Het is niet de bedoeling dat het geld naarwinsten en bijvoorbeeld private equity gaat. Ik ben het daar helemaal meeeens. Ik weet niet of het het grootste probleem is, maar het is wel een vande fundamentele problemen van die wet. Ik denk dat een groter probleemis dat de invoering van die wet überhaupt de hele tijd wordt uitgesteld endat het de vraag is of die er nog komt.De heer Vermeer (BBB):Mijn punt is niet dat de hogere tarieven tot hogere winsten kunnen leiden.Mijn punt is dat dat een scheiding in de maatschappij geeft. Op die manierwordt via geld gestuurd welk type kinderen uit welke milieus je in jekinderopvang krijgt. Er wordt nu soms ook al in het primair onderwijsgeronseld richting bepaalde samenstellingen.Mevrouw Dobbe (SP):Het gevaar van het gevolg daarvan zie ik natuurlijk ook. Ik ben het metBBB eens dat we er alles aan moeten doen om dat te voorkomen, wantdat is absoluut niet wenselijk. Daar zullen wij ons ook tegen verzetten.Maar de oorzaken zijn natuurlijk wel dat er in de kinderopvangsector eenmarkt is gemaakt. De tarieven vliegen juist zo uit de pan omdat het heelerg loont en lucratief is om er winst mee te maken. Ik denk dat je één enéén wel bij elkaar moet beschouwen.De heer Edgar Mulder (PVV):Ik heb een interruptie aan mijn collega over de hele belangrijke kinder-opvang. Terecht zijn er al een aantal interrupties geplaatst en terechtwordt er ook steeds gezegd dat het belangrijk is voor de arbeidsdeelnamevan vrouwen. Eigenlijk is mijn vraag, ook om de snelheid er in te houdenen de wet aangenomen te krijgen: is het niet beter om het dan te houdenbij de 8,6 miljard die we als samenleving gaan besteden aan kinder-opvang en arbeidsdeelname van vrouwen? Steunt de SP dan ook dearbeidseis?Mevrouw Dobbe (SP):U moet mij even helpen.De heer Edgar Mulder (PVV):Kinderopvang is voor mensen die werken en niet voor mensen diewerkloos zijn.Mevrouw Dobbe (SP):In principe zien wij kinderopvang ook breder. Voor dit debat is kinder-opvang natuurlijk heel belangrijk met betrekking tot de arbeidsparticipatievan vrouwen. Het geeft vrouwen de gelegenheid om überhaupt te kunnenwerken. Men hoeft dan niet de afweging te maken of het loont om teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5130 werken of niet, omdat kinderopvang niet te betalen is. Maar kinderopvangheeft natuurlijk ook meerdere functies. Kinderopvang heeft ook de functievan voorschoolse educatie. Er gebeurt veel meer op zo’n kinderopvang opvroege leeftijd in de ontwikkeling van kinderen. Dat is ontzettendbelangrijk. Het gaat dus niet alleen om de arbeidsparticipatie en hetbelang van daarvan. Wij onderkennen het andere belang dus ook. In diezin zou kinderopvang dus voor alle ouders beschikbaar moeten zijn.De voorzitter:Tot slot.De heer Edgar Mulder (PVV):Het is de hele tijd gegaan over hoe belangrijk het is voor de participatie enarbeidsdeelname van vrouwen. Maar de SP ziet het dus ook als eenmanier van opvoeden en dat de Staat dat dus van de ouders moetovernemen. Dat is een keuze, maar dat is dan wel weer jammer. Dat kostextra geld en dat geld is er niet. Daardoor wordt de invoering van die wetsteeds uitgesteld. Is het dan niet beter voor de SP om te kiezen voor eenmisschien in uw ogen second best oplossing en de wet toch door te latengaan, zodat vrouwen kunnen gaan werken, en dat we het niet laten geldenvoor mensen die niet werken?Mevrouw Dobbe (SP):We hadden het net over het belang van voorschoolse educatie en deontwikkeling van kinderen. De PVV doet nu net alsof het heel raar is omde Staat dat voor een deel van de ouders over te laten nemen. Dat isnatuurlijk in het hele onderwijssysteem zo. Wij doen niet allemaal aanthuisonderwijs; wij sturen onze kinderen naar school. Ik denk dat dat ookheel goed is. Ik denk dat er andere redenen zijn waarom deze wetvertraagd wordt dan alleen dit. Ik zou vooral willen uitdagen om deze wetzo snel als mogelijk in te voeren, niet meer uit te stellen en daarmee aande slag te gaan.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Dobbe (SP):Fijn dat het even over de kinderopvang kon gaan. De afgelopen jarentekent zich ook een sterke en groeiende tegenbeweging af die deemancipatie van vrouwen ongedaan wil maken; het is hier net al evenover gegaan. Het meest recente rapport uit 2025, The Next Wave, laat zienhoe conservatieve en vaak religieus geïnspireerde organisaties uit Europa,de Verenigde Staten, Rusland en Spanje hun krachten bundelen. Zijoefenen doelgericht invloed uit op overheden en parlementen, enproberen via desinformatiecampagnes ook de publieke opinie te sturen.We hebben hier eerder aandacht voor gevraagd, ook samen met de VVD.Er zijn een aantal moties van ons aangenomen waarin de Kamer vraagtom aanvullende maatregelen uit de contrastrategie buitenlandsebeïnvloeding te nemen en dit niet aan een volgend kabinet te laten. Ditvolgende kabinet komt eraan, dus hoe staat het hiermee? We moetennamelijk wel haast maken als we dit voor een volgend kabinet willenregelen.De Kamer heeft gevraagd om een aanpak tegen desinformatie overvrouwen en lhbtqi+-personen, om een onderzoek naar beïnvloeding enom organisaties die opkomen voor vrouwen- en lhbtqi-rechten teondersteunen om hun weerbaarheid tegen deze vormen van intimidatieen tegenwerking te vergroten. Hoe staat het met de uitvoering van diemotie?Voorzitter. Ik heb hier één keer de pil voorbij horen komen, maar dat wasin een soort geschiedenis van de emancipatie. Dat is heel belangrijk, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5131 het is nog niet gegaan over anticonceptie. Toegang tot anticonceptie iscruciaal in emancipatie. Als we kijken naar de kosten van anticonceptie,dan zien we dat die grotendeels worden gedragen door vrouwen. De pilen het spiraal zijn flinke kosten. Vrouwen worden hierin benadeeld.Kosten kunnen een drempel vormen, wat ook de keuzevrijheid vanvrouwen inperkt. Is de Staatssecretaris bereid om te regelen dat ditgewoon vergoed wordt in het basispakket?Tot slot de veiligheid van vrouwen. In september nam de Kamer in grotemeerderheid een motie aan die vroeg om een integraal actieplan voorgeweld tegen vrouwen. Hier kan niet snel genoeg werk van wordengemaakt. We kennen allemaal de dieptrieste aanleiding – ik moet eigenlijk«aanleidingen» zeggen – van deze discussie en aangenomen motie. Nogsteeds zijn vrouwen niet veilig in hun huis en op straat, soms met de doodtot gevolg. Wat is de laatste stand van zaken voor dit actieplan? Wil deStaatssecretaris hier snel werk van maken?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van deKamer. Ik wil graag tot 12.30 uur schorsen om de Staatssecretaris degelegenheid te geven de beantwoording voor te bereiden en zodat deKamerleden de tijd hebben voor de lunch. We gaan om 12.30 uur verder.Dank u wel.De vergadering wordt van 11.41 uur tot 12.30 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, we gaan weer verder met het debat over emancipatie. Ikvraag iedereen zijn plekje weer in te nemen. Ik heb even kort met de heerVermeer gesproken. Hij moet over twintig minuten weg. Hij zou heelgraag, omdat we toch al een beetje aan het rommelen waren met hetindienen van moties in allerlei termijnen, even zijn motie willen voorlezenvoordat de Staatssecretaris het woord krijgt, zodat hij daarna weg kan. Deheer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter, dat u dit toestaat. Ik heb dus één motie opgesteld.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de acceptatie en veiligheid van vrouwen en lhbtiq+-personen vooral in grote steden en binnen bepaalde groepen onder drukstaan;overwegende dat het huidige emancipatiebeleid te veel inzet op symbo-lische campagnes en te weinig op effectieve handhaving en beschermingvan slachtoffers;overwegende dat in landen als Spanje en Frankrijk rechters demogelijkheid hebben om daders van discriminatie te verplichten tot hetvolgen van een cursus over gelijke behandeling en non-discriminatie;verzoekt de regering de wet aan te passen zodat rechters bij discriminatievan vrouwen of lhbtiq+-personen verplicht kunnen opleggen dat de daderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5132 een cursus gelijke behandeling en non-discriminatie volgt, naar Spaans enFrans voorbeeld,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.Zij krijgt nr. 27 (36 800 VIII).Dank u wel. Dan is nu het woord aan de Staatssecretaris voor debeantwoording in de eerste termijn van de vragen die zijn gesteld door deKamerleden in hun eerste termijn. Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Becking:Dank u wel, voorzitter. Ik bedank alle leden voor hun bijdragen in deeerste termijn. We bespreken vandaag de begroting van het emancipatie-beleid. Emancipatie is een grote opgave met een beperkt budget van ditjaar 21 miljoen euro. Daarom kiest het kabinet inhoudelijk voortwee prioriteiten: iedereen moet veilig kunnen zijn en iedereen moetvolwaardig kunnen meedoen. Deze prioriteiten worden verder uitgewerktin de Emancipatienota.Als coördinerend bewindspersoon voor emancipatie ben ik verantwoor-delijk voor het bevorderen van gelijke rechten, kansen en behandeling vanvrouwen en lhbtiq+-personen. Dat doe en kan ik niet alleen; dat kwam alin uw termijn aan de orde. Ik werk nauw samen met collega-bewinds-personen van andere departementen en veel onderwerpen zijn deprimaire verantwoordelijkheid van vakministers.Het recht op gelijke behandeling is verankerd in de Grondwet. InNederland mag je over je eigen leven beslissen. Je mag je eigen keuzesmaken, je mag jezelf zijn en je mag houden van wie je wilt. Ik ben blij datdeze nieuwe Kamer ziet dat emancipatie nog steeds nodig is. Dat heb ikzelf de afgelopen maanden ook ervaren in veel gesprekken en op veelplekken waar ik kwam, bijvoorbeeld afgelopen week met Paarse Vrijdag. Iksprak in Leiden met ouders en docenten die zich samen met jongereninzetten om hun school veilig en fijn te maken, niet alleen voor lhbtiq+-personen, maar voor iedereen op school.Ook vrouwen moeten veilig kunnen zijn in de samenleving, voor en achterde voordeur. Geweld tegen vrouwen is onacceptabel. We gaan daaromdoor met de strijd tegen fysiek en psychisch geweld, seksueel grensover-schrijdend gedrag, intieme terreur en intimidatie. Dit doen we samen methet maatschappelijk middenveld.Voorzitter. Ik reageer graag op de inbreng in de eerste termijn van uwKamer. Ik heb daarvoor drie blokjes: veiligheid van zowel vrouwen alslhbtiq+-personen, volwaardig meedoen en algemeen.Dan kom ik meteen bij het blokje veiligheid. De heer Vermeer vroeg mij: isde Staatssecretaris bereid om de Kinderombudsman te vragen trans-cripties van gesprekken te delen? Nee, daar ga ik niet over; dat is aan deKinderombudsman zelf.Mevrouw Podt vroeg om de versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid aan tevullen met een aanpak specifiek voor kinderen. Ik ga samen met deMinister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Jeugd,Preventie en Sport kijken of er maatregelen gericht op lhbtiq+-kinderenkunnen worden toegevoegd aan de versterkte aanpak en/of anderelopende programma’s. Daarbij wil ik wel graag opmerken dat het budgetbeperkt is.Mevrouw Moorman zei dat lhbtiq+-leerlingen zich vaak onveilig voelen. Zevroeg: welke rol ziet de Staatssecretaris voor zichzelf in het creëren enkoesteren van veilige omgevingen op alle scholen? Naast de zorgplichtvoor een sociaal veilig schoolklimaat, de wettelijke burgerschapsopdrachten de kerndoelen ondersteun ik initiatieven van de Stichting School &Veiligheid en het COC die bijdragen aan een veilige schoolomgeving voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5133 het lhbtiq+-personen. Ook binnen de versterkte aanpak is er aandachtvoor lhbtiq+-leerlingen. Met het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijsversterken we daarnaast ook de veiligheid op scholen, dus dat draagt daarook toe bij.Mevrouw Podt vroeg: «Kan er meer politiecapaciteit komen voor deaanpak van discriminatie en geweld tegen lhbtiq+-personen? Graag eenreflectie.» In het regeerprogramma van het demissionaire kabinet zijnstructurele middelen uitgetrokken voor onder andere Roze in Blauw en dediscriminatierechercheurs. In de eerste voortgangsrapportage over deversterkte aanpak, die eind 2026 komt, zullen we rapporteren over deverdere investeringen die bij de politie zijn gedaan. U krijgt die dus eindvolgend jaar.De heer Hamstra vroeg hoe ik extra aandacht kan vragen voor aangiftebe-reidheid en voor sensitiviteit bij de politie voor lhbtiq+-personen. Zoals inde versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid staat vermeld, wordt op dePolitieacademie tijdens voorlichtingen en ook in e-learnings voor agentenaandacht besteed aan correctieve en sensitieve bejegening van lhbtiq+-personen en overigens ook van andere personen.De voorzitter:Mevrouw Podt heeft een vraag. Even tussendoor: ik doe weer vierinterrupties. Interrupties die langer duren dan 30 seconden, tellen voortwee, zeg ik voor de nieuwkomers. De interrupties onder de 30 secondenzijn gratis.Mevrouw Podt (D66):Oké. Ik ga mijn best doen. Ik vroeg me het volgende af. De Staatssecre-taris zegt dat er al wat is uitgetrokken voor politiecapaciteit en ook voorRoze in Blauw. Nou krijg ik toch te horen dat je Roze in Blauw nog steedsérbij moet doen, als een soort hobby, zeg ik maar even oneerbiedig. Datkan toch niet de bedoeling zijn?Staatssecretaris Becking:Roze in Blauw is een vrijwillig netwerk. Meer capaciteit is dus afhankelijkvan de intrinsieke motivatie van de agenten zelf; ja, dat klopt.Mevrouw Podt (D66):Maar als ze dan eigenlijk zo bepalend zijn voor het feit dat mensen op eenveilige en goede manier kunnen melden, dan vraag ik me toch af ... Het ismooi dat mensen dat erbij willen doen, maar daar zou het natuurlijk nietvan afhankelijk moeten zijn.Staatssecretaris Becking:Ik kan daar het volgende over zeggen. Komend jaar gaan we kijken naarde effecten op de investeringen die gedaan zijn. We gaan kijken hoe dituitwerkt. Daarover wordt dan gerapporteerd.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Staatssecretaris Becking:Dan kom ik bij de volgende vraag van mevrouw Podt: «Kunt u zorgen datwordt uitgezocht welke lhbtiq+-organisaties geblokkeerd zijn door Meta?Wat is hier gebeurd? Kunt u er met andere lidstaten voor zorgen datsociale media zich aan de wet houden?» Ik hou die ontwikkelingen goed inde gaten samen met mijn collega van BZK. Zeer grote onlineplatforms,waaronder Meta, vallen echt onder het toezicht van de EuropeseCommissie. We zullen deze ontwikkelingen wel daar signaleren.Mevrouw Moorman vroeg mij: welke maatregelen neemt u omanti-lhbtiq+-campagnes en desinformatie tegen te gaan? Het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5134 bestrijdt de verspreiding van desinformatie met de rijksbrede strategieEffectieve aanpak desinformatie. Dit gebeurt onder coördinatie van BZKen daar ben ik nauw bij aangesloten.Mevrouw Podt (D66):Dan even over Meta. Het is mooi dat de Staatssecretaris dit wil signalerenbij de Europese Commissie, maar mijn vraag ging ook over het volgende.De mensen en die organisaties krijgen nu geen antwoord van Meta overde reden waarom dat is gebeurd. Mijn vraag was of de Nederlandseoverheid deze mensen kan bijstaan om daar een antwoord op te krijgen,want daar is Meta gewoon toe verplicht.Staatssecretaris Becking:Ik kan daaraan toevoegen dat de Europese Commissie de uitvoering ennaleving van de DSA, de Digital Services Act, zo goed mogelijk probeert telaten verlopen. BZK ondersteunt de inzet van de toezichthouders in hunonafhankelijke roluitoefening. Ondertussen is BZK aan het verkennen hoeburgers gemakkelijk bezwaar kunnen maken tegen moderatiebesluitenvan onlineplatforms. Dat moet bijdragen aan het tegengaan van dat soortpraktijken.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Podt, heeft u een vervolgvraag? Of is het zo goed?Mevrouw Podt (D66):Nee. Ik vind het niet veel, maar ja.Staatssecretaris Becking:De heer Mulder vroeg: waarom geen beleid over het echte gevaar opstraat? Er valt niet aan te tonen dat migranten een significant groteraandeel hebben in geweldsdelicten jegens lhbtiq+-personen. Politiecijferstonen geen relatie tussen een migratieachtergrond en dergelijk geweld.We weten wel dat het overgrote deel van de daders man is.Mevrouw Moorman wil graag een reactie op de tweets van vicepremierMona Keijzer. Ze vroeg: spreekt het kabinet met één mond? Ik denk dat dievraag aan mevrouw Keijzer gericht moet zijn. Ik draag als Staatssecretarisvoor Emancipatie het emancipatiebeleid uit namens het kabinet. Datbeleid is uitgewerkt in de Emancipatienota.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Zoals mevrouw Moorman ook al zei, praat het kabinet met één mond. Devicepremier heeft deze tweet gestuurd. Ik zou toch graag willen weten watuw reflectie hierop is.Staatssecretaris Becking:Ik zei net ook dat het kabinet voor het emancipatiebeleid staat zoals dat inde Emancipatienota is uitgewerkt. Iedereen moet zich veilig kunnenvoelen. Ook op Paarse Vrijdag laten scholen zien dat dit zo is, dat iedereenerbij hoort en dat iedereen respect verdient.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Zoals mevrouw Moorman ook al zei, gaat mevrouw Keijzer daar in dezetweet eigenlijk tegenin. Ze zet een knipoog in de tweet. Die gaat eigenlijkin tegen het belang van Paarse Vrijdag dat we hier allemaal al benoemdhebben. Het gaat ook in tegen het emancipatiebeleid dat u benoemt. Ikben heel benieuwd hoe u daarop reflecteert.Staatssecretaris Becking:Ik ben Staatssecretaris voor Emancipatie en draag het emancipatiebeleiduit namens het kabinet. Daar ben ik volgens mij duidelijk over.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5135 De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Becking:Mevrouw Podt vroeg of ik bereid ben om het NAP voort te zetten. Ik kan inieder geval zeggen dat ik de kennis graag wil borgen. De aanpak vanseksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en de geleerdelessen uit het nationaal actieprogramma, worden geïntegreerd in debredere aanpak van geweld tegen vrouwen.De heer Hamstra vroeg: kan de Staatssecretaris iets zeggen over VeiligeSteden en de effectiviteit daarvan? De effectiviteit van het programmawordt op dit moment geëvalueerd. De resultaten zijn voor de zomer van2026 beschikbaar.Mevrouw Podt (D66):Het verbaast me toch een beetje dat de Staatssecretaris nu zegt: dielessen worden geïntegreerd. Dat is allemaal hartstikke leuk, maar deregeringscommissaris is bijkans net begonnen. We hebben net een jaarachter de rug waarin ongeveer half Nederland op straat stond om teprotesteren tegen het geweld tegen vrouwen. Dan zegt de Staatssecretarisnu: het is nu wel klaar; we gaan het integreren. Dat lijkt me veel te kort. Deregeringscommissaris heeft er zelf een brief over geschreven dat datnogal aan de korte kant is en dat er echt nog wel ruimte en tijd nodig isom hier meer mee te doen. Hoe reflecteert de Staatssecretaris daarop?Staatssecretaris Becking:In die zin ben ik het ermee eens. Het wordt ook onderdeel van eennationaal actieplan dat vereist is vanuit de EU-Richtlijn ter bestrijding vangeweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Het is van belang dat wedaarbij een integrale benadering kiezen. Ik kan nu niet vooruitlopen ophoe dat eruit gaat zien.De heer Hamstra vroeg ook: «Hoe kan emancipatiebeleid bijdragen aan deveiligheid van vrouwen? Welke mogelijkheden zijn er om dit te bekos-tigen?» Genderongelijkheid, schadelijke gendernormen en stereotypendragen bij aan het voortduren van geweld tegen vrouwen. Het emancipa-tiebeleid is erop gericht dit te bestrijden en draagt zo bij aan het bevor-deren van de veiligheid van vrouwen. Daar is ook bekostiging voor. Diegaat nu naar verschillende interventies vanuit het NAP, allianties zoalsVerandering van Binnenuit, Act4Respect en het programma VeiligeSteden.Mevrouw Dobbe vroeg naar de laatste stand van zaken van het integraalactieplan inzake geweld tegen vrouwen. Ik zei er net ook al iets over. Uwordt nog voor het einde van het jaar door de StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg geïnformeerd over de laatste standvan zaken met betrekking tot een integraal actieplan inzake geweld tegenvrouwen.De voorzitter:Nog voor het volgende jaar, is dat 2026 of 2027?Staatssecretaris Becking:Dat is nog dit jaar. Ja, dat klopt. Daar wordt hard aan gewerkt achter deschermen; dat weet ik.De heer Vermeer vroeg of ik bereid ben de campagnes te richten opacceptatie in steden in plaats van op het platteland. De campagne «Kleinedingen worden grote dingen» richt zich op alle jongens in heel Nederland,van elke achtergrond. Om alle perspectieven zowel in de steden als op hetplatteland mee te nemen is er naast organisaties voor biculturele jongerenzoals Femmes for Freedom en Colored Qollective ditmaal ook samenge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5136 werkt met plattelandsjongeren in Nederland. Het is dus een brederverhaal wat dat betreft.De heer Vermeer (BBB):Ik heb de tekst nog even nagekeken. Ik vroeg de Staatssecretaris of hijbereid is om het zwaartepunt te verschuiven, niet om alle middelen teverschuiven.Staatssecretaris Becking:Nou, dat zie ik niet zo. Die campagne richt zich op alle jongens, om tekunnen praten over mannelijkheid, en laat zien hoe groot groepsdruk kanzijn en hoe onschuldige opmerkingen een ander effect kunnen hebbendan beoogd. Ik denk dat dat op alle plekken dezelfde soort boodschapmoet zijn.Mevrouw Moorman vroeg naar de manosphere. Hoeveel scholen wetendat er een lespakket voor is en welke scholen zijn daar actief mee bezig?Dat weet ik niet precies. Daar ga ik ook niet over. Het staat scholennamelijk vrij om zelf een keuze te maken in welk lesmateriaal zegebruiken.De heer Mulder vroeg hoe het kan dat in alle documenten de woorden«verplichte bedekking» of «genitale verminking» of «islam» nietvoorkomen. Genitale verminking is in Nederland strafbaar. In de Emanci-patienota staat een overzicht van onze maatregelen tegen schadelijkepraktijken. Binnen het emancipatiebeleid kijken we breder naar deemancipatie van gesloten gemeenschappen. Daarbij kijken we ook naarverschillende geloofsgemeenschappen, niet alleen de islam, maar óók deislam.De heer Mulder vroeg ook waarom er nooit iemand is veroordeeld voorvrouwelijke genitale verminking terwijl er 41.000 besneden vrouwen inNederland wonen. Dat is omdat er weinig tot geen aangiftes zijn. Daaromricht de aanpak van vrouwelijke genitale verminking zich ook op designalering; ernstig genoeg.Dat was het blokje veiligheid, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor deze zeer efficiënte beantwoording; dat zien we weleensanders. Zijn er nog vragen over dit eerste blokje: veiligheid van vrouwenen lhbtq? Nee. Dan kunnen we over naar het volgende blokje: volwaardigmeedoen.Staatssecretaris Becking:Dank u wel, voorzitter. Erken ik de uitdagingen rondom het pensioengaten de financiële afhankelijkheid van vrouwen van de partner of deoverheid, vroeg mevrouw Martens-America. Ja, ik erken deze uitda-gingen. Het pensioengat wordt vooral veroorzaakt door onderliggendeoorzaken op de arbeidsmarkt. Het kabinet zet zich volop in op beterearbeidsmarktkansen voor vrouwen, bijvoorbeeld door vereenvoudigingvan het verlof, het aanpakken van de loonkloof – daar waren ook vragenover gesteld – het stimuleren van meer uren werk en het bijna gratismaken van de kinderopvang. Ik denk dat als de verschillen op dearbeidsmarkt afnemen, het pensioengat ook afneemt. Meer in algemenezin denk ik dat het ontzettend belangrijk is dat vrouwen gewoonvolwaardig meedoen en de uren draaien.Mevrouw Martens-America (VVD):Het is natuurlijk niet altijd een financiële prikkel die ervoor zorgt datvrouwen moeten kiezen om fulltime te werken. Dat maakt natuurlijk ditprobleem zo ontzettend groot. Op de korte termijn is het niet nodig ommeer uren te werken, maar dames, veelal dames, moeten zich ervanbewust zijn wat de gevolgen zijn op de langere termijn, zowel in achtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5137 nemend dat een op de drie huwelijken strandt als het feit dat er toch echteen loonkloof bestaat. Dat los je niet op door de kinderopvang goedkoperte maken, want we moeten dit probleem tackelen op het moment datmensen van het mbo, hbo of wo afkomen. Dus ziet de Staatssecretarisdaar dan misschien ook ruimte om het bijvoorbeeld op te pakken met deMinister van OCW? Hoe kan het zo zijn dat Nederlandse dames zich daarminder bewust van zijn dan die in alle andere landen om ons heen?Staatssecretaris Becking:Er lopen verschillende onderzoeken en projecten op dit terrein, bijvoor-beeld in het kader van het Nationaal Groeifondsprogramma «Meer urenwerkt!» Volgend jaar wil ik daar uw Kamer over informeren met de collegavan SZW. Ik steun ook de alliantie Financieel Sterk door Werk, die zichricht op het vergroten van de financiële zelfstandigheid van praktischopgeleide vrouwen. Een voorbeeld van een concrete activiteit is hetwegnemen van belemmeringen, zoals onregelmatige roosters. Ik komdaar dus graag nog op terug.Dan had mevrouw Martens-America een vraag over dat Nederlanduitzonderlijk veel parttimers heeft in vergelijking met de rest van Europa,wat structureel bijdraagt aan de afhankelijkheid. Het klopt dat er inNederland relatief veel vrouwen in deeltijd werken. Ik vind het belangrijkdat vrouwen een bewuste keuze maken en dat zij niet belemmerd wordenom meer uren te maken als ze dat zouden willen. Ik denk dat we iedereenheel goed kunnen gebruiken in Nederland. Ik draag daar ook aan bij metde alliantie Financieel Sterk door Werk.Mevrouw Podt stelde een vergelijkbare vraag. Zij vroeg of ik bereid ben delangetermijneffecten van meer uren inzichtelijk te maken met gemeentenen relevante instanties. Zeker. Met de alliantie die ik net al noemde, Sterkdoor Werk, wordt onderzoek gedaan onder werkgevers en werknemers inde zorg, schoonmaak en kinderopvang. Met werkgevers worden inzichtengedeeld over hoe zij belemmeringen kunnen wegnemen, zodat vrouwenhet gesprek kunnen aangaan en zij meer uren kunnen gaan werken. Methet programma Economische Veerkracht wordt onderzocht wat vrouwenen alle partijen eromheen kunnen doen om de economische en financiëlezelfstandigheid van vrouwen duurzaam te vergroten. Die resultatenworden dan ook weer gedeeld met alle stakeholders, waarondergemeenten, het UWV, overheden, werkgevers en maatschappelijkeorganisaties.Mevrouw Podt (D66):Mijn vraag was toch iets specifieker dan dat. Die ging echt specifiek overhet feit dat gemeenten en organisaties nu vaak met vrouwen zitten enzeggen: het gaat je morgen zo veel opleveren als je gaat werken. Maarhoe maak je nou inzichtelijk wat het op de lange termijn doet, zowel vooreen pensioengat als voor ontwikkelmogelijkheden en stappen die je gaatzetten in je carrière?Staatssecretaris Becking:Dat is een goeie vraag, maar daar heb ik niet meteen een antwoord op.Het raakt namelijk nogal wat beleidsterreinen, denk ik. Als er een goeiesuggestie is, hoor ik die graag en dan wil ik daar graag op reageren.Mevrouw Podt (D66):Mijn suggestie was dus om dat op te nemen met de collega van SZW ensamen te bekijken hoe we handvatten kunnen bieden aan gemeenten,UWV en andere organisaties.Staatssecretaris Becking:Ja hoor, die bereidheid heb ik. Dank u.Mevrouw Podt vroeg ook ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5138 De voorzitter:Mevrouw Dobbe heeft ook nog een vraag.Staatssecretaris Becking:Excuus.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, misschien naar aanleiding van het antwoord dat de Staatssecretarisnet gaf. Het vergroten van de economische zelfstandigheid van vrouwenzit ’m toch wel in meer dan dat vrouwen alleen meer moeten werken. Hetzit ook in de beloning, die omhoog moet et cetera. Is de Staatssecretarishet daarmee eens?Staatssecretaris Becking:Nou, in zoverre dat de beloning omhoog moet zodat die in ieder gevalgelijk is aan die van mannen, ja. Waar er ongelijkheid zou bestaan, moet jedie wegnemen, denk ik, ja.Dan kom ik bij mevrouw Podt, die vroeg naar expliciet rapporteren overeconomische zelfstandigheid als een belangrijk doel op zich. Ik denk dat ikkan bevestigen dat economische zelfstandigheid een centraal doel in hetemancipatiebeleid is. Ik rapporteer daar ook over, onder andere in deEmancipatiemonitor, in OCW in cijfers en in het jaarverslag bij deOCW-vergroting.Mevrouw Dobbe vroeg: de loonkloof blijft hoog; wat doet u daaraan? Nou,in het wetsvoorstel Loontransparantie wordt de EU-richtlijn loontranspa-rantie geïmplementeerd. Er is dus Europese wetgeving, die we ook inNederland gaan invoeren. Daar staan maatregelen in om de gelijkebeloning van mannen en vrouwen te vergroten. Het streven is om datwetsvoorstel voor het einde van het jaar aan te bieden aan de Raad vanState. De behandeling in uw Kamer wordt voorzien in de eerste helft vanhet komende jaar.Mevrouw Dobbe vroeg ook ...De voorzitter:Mevrouw Dobbe heeft eerst nog een vraag.Mevrouw Dobbe (SP):Voorziet dat dan ook in de volledige implementatie van de richtlijn uitEuropa?Staatssecretaris Becking:Het antwoord is ja.U vroeg ook: het vergoedingspercentage voor ouderschapsverlof moetnaar 100%, wat doet u daaraan? Op dit moment zijn er geen voornemens,of financiële middelen, om de uitkering tijdens het ouderschapsverlof teverhogen van 70% naar 100% van het dagloon. Of zo’n maatregel passendzou zijn of genomen moet worden, is aan een volgend kabinet.Mevrouw Dobbe vroeg ook de beloningsverschillen tussen sectoren inkaart te brengen en aan te pakken met maatregelen. Vorige week is deCBS-monitor over loonverschillen verschenen. Die geeft inzicht in debeloningsverschillen tussen sectoren. De invoering van het wetsvoorstelover loontransparantie zal daar ook aan bijdragen.Mevrouw Dobbe (SP):Het wetsvoorstel over loontransparantie gaat natuurlijk heel erg overvrouwen in gelijksoortige beroepen als mannen, die minder verdienendan mannen. Het gaat mij echt om de sectoren waarin veel vrouwenwerken en die ondergewaardeerd worden, waardoor de beloningachterblijft ten opzichte van andere sectoren. Ik vroeg mij af of deStaatssecretaris daar inzicht in kan geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5139 Staatssecretaris Becking:Dat kan ik, maar dan wel in tweede termijn.Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Dobbe over het tegengaan vanloonverschillen in publieke sectoren en het benutten van de loonruimte inde cao’s. De vakministers stellen jaarlijks via de arbeidskostenontwik-keling extra geld beschikbaar voor marktconforme loonontwikkeling.Daarna is het aan partijen aan de cao-tafel om met die extra middelen eenpassende cao af te sluiten. Ik ben geen onderhandelende partij aan eencao-tafel. Op grond van internationale verdragen mag ik me daar zelfs nietmee bezighouden.Mevrouw Dobbe (SP):Deze discussie eindigt altijd een beetje met dit antwoord: wij gaan nietover de cao-onderhandelingen. Dat is terecht. Maar bijvoorbeeld in dezorg bestaat nog een loonkloof met de rest van de publieke sector,volgens mij van om en nabij de 10%. Als ze niet genoeg middelen krijgenvan het Rijk om aan die cao-tafel die loonkloof te dichten en de arbeids-voorwaarden te verhogen, lukt dat niet. Daar ligt dus wel een verantwoor-delijkheid voor het Rijk. Erkent de Staatssecretaris dat?Staatssecretaris Becking:Ik wil wel erkennen dat het Rijk in algemene zin die verantwoordelijkheiddraagt, maar hoe dat in de praktijk wordt toegepast ... Ten eerste weet ikdat niet en ten tweede ga ik daar als Staatssecretaris Emancipatie nietover.De voorzitter:Uw laatste vraag.Mevrouw Dobbe (SP):Maar het is natuurlijk wel zo ... Als je die loonkloof wil oplossen in eensector waar veel vrouwen werken, waardoor die vrouwen dus achterge-steld worden omdat de lonen achterblijven, moet daar extra geld bijvanuit het Rijk. Dat heeft heel veel met emancipatie te maken. Is deStaatssecretaris bereid om zich daarvoor te gaan inzetten bij zijnvakcollega?Staatssecretaris Becking:Ik wil best onder de aandacht brengen dat dit een belangrijk punt is, ja.Dan ga ik hem bellen.Mevrouw Dobbe (SP):Krijgen wij een terugkoppeling?Staatssecretaris Becking:Ja, natuurlijk wil ik laten weten hoe dat gesprek verloopt.De voorzitter:Daarmee is het een officiële toezegging geworden. Die is namelijkafhankelijk van of er een terugkoppeling komt. Wanneer denkt u daar eenterugkoppeling over te gaan geven?Staatssecretaris Becking:Dat wordt dan het eerste kwartaal van volgend jaar.De voorzitter:Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.Staatssecretaris Becking:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5140 Dan de volgende vraag van mevrouw Dobbe: wilt u ervoor zorgen dat hetuitstel van de stelselherziening kinderopvang niet leidt tot afstel? Destelselherziening kinderopvang gaat door. Het gaat om een grote,complexe operatie, waarbij de uitvoering en de kinderopvangsectorvoldoende tijd moeten hebben voor een goede voorbereiding. Deinternetconsultatie heeft tot eind november opengestaan. Het kabinet wilvoor de zomer van 2026 een wetsvoorstel indienen bij de Tweede Kamer.De nieuwe financiering wordt daarom ingevoerd per 2029. Het kabinet zetdaarvoor alles op alles.Mevrouw Dobbe vroeg hoe ik ouders help om de toegang tot de kinder-opvang te verbeteren. Mijn collega bij SZW treft hiervoor een aantalmaatregelen. Er wordt actief beleid gevoerd rondom personeelstekorten.Er worden meer krachten aangetrokken. Urenuitbreiding wordt bekeken.Er is sprake van een jaarlijkse indexatie van de kinderopvangtoeslag. Erzijn vast nog een heleboel andere maatregelen.Mevrouw Dobbe vroeg ook naar de motie over private equity. Die is nietuitgevoerd. Zij wil weten hoe ik daartegen aankijk. Ik heb begrepen dat hette maken heeft met de brief die de Staatssecretaris Participatie enIntegratie op 20 december heeft gestuurd over het niet uitvoeren van diemotie. Het valt ook onder zijn verantwoordelijkheid. De hoofdreden iseigenlijk de negatieve impact op het aanbod van kinderopvang bij hetafschaffen van private equity in de kinderopvang. Dat aanbod hebben wejuist hard nodig.Mevrouw Dobbe vroeg ook ...De voorzitter:Voordat u verdergaat: mevrouw Dobbe wil nog even door op dit punt.Mevrouw Dobbe (SP):Die brief heb ik natuurlijk ook gelezen. Het stoort mij echt mateloos datmoties die worden aangenomen door de Kamer, worden afgedaan met zoweinig onderbouwing als «het is niet wenselijk». Het is wel uitvoerbaar,maar het kabinet vindt het niet wenselijk. Nee, dat wisten we al. Daaromhebben wij een motie aangenomen. Daarom heeft de Tweede Kamer zichuitgesproken. Mijn vraag is dan: als dit volgens het kabinet zou leiden totbijvoorbeeld langere wachtlijsten, mag ik daar dan ook de analyse vanontvangen?Staatssecretaris Becking:Hier kan ik niks over toezeggen. Het is niet mijn verantwoordelijkheid; hetis de verantwoordelijkheid van mijn collega, die die brief ook heeftgestuurd. Daar moet ik dus echt naar verwijzen. Anders kom ik nu in eendebat over kinderopvang terecht. Volgens mij is dat niet de bedoeling vanvandaag.Mevrouw Dobbe (SP):Dat vind ik wel ingewikkeld, want u bent verantwoordelijk voor deportefeuille Emancipatie en we kunnen kinderopvang niet los zien vanemancipatie. Ik zou u dus willen vragen om uw rolopvatting en uwverantwoordelijkheid hierin serieus te nemen en te zorgen dat wij alsKamer die onderbouwing kunnen ontvangen, zodat we ook zelf kunnenbekijken wat voor invloed het zou hebben – volgens het kabinet heeft hetinvloed – als private equity uit de kinderopvang zou gaan.Staatssecretaris Becking:Jawel, maar ik ben de coördinerend bewindspersoon voor emancipatie. Erzijn natuurlijk raakvlakken met de kinderopvang, omdat die de emanci-patie van met name vrouwen ten goede komt, maar als u mij vragen steltover hoe de kinderopvang in Nederland wordt ingeregeld, welke partijendie aan mogen bieden en wat dat kost, dan overvraagt u mij gewoon.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5141 De voorzitter:Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.Staatssecretaris Becking:Ten slotte. Mevrouw Dobbe vroeg of ik bereid ben om de pil in hetbasispakket op te nemen. De vergoeding van anticonceptie valt onder deMinister van VWS.Dat is het einde van dit blokje.De voorzitter:Dank u wel. Is er nog een vraag blijven liggen in deze ronde? Nee? Dangaan we naar het blokje overige vragen en algemeen.Staatssecretaris Becking:Het blokje algemeen en overig. Mevrouw Podt en mevrouw Moormanvroegen om een kabinetsreactie in het wetstraject waarmee debescherming van onder anderen transgender en intersekse personentegen groepsbelediging en discriminatie wordt vergroot. Zij vroegen ofdie in Q1 van het komende jaar naar de Kamer wordt gestuurd. Datwetsvoorstel ligt bij mijn collega’s van BZK en Justitie en Veiligheid. Zijhebben, gelet op de huidige politieke situatie, besloten om de vragen uithet verslag en de wetenschapstoets met betrekking tot dit wetsvoorstelover te laten aan een volgend kabinet.Mevrouw Podt vroeg of er al effecten bekend zijn van de Wet strafver-zwaring. Deze wet is in werking getreden op 1 juli en zal na vijf jaargeëvalueerd worden. Conform een toezegging van de Minister vanJustitie en Veiligheid aan uw Kamer zal in het jaarlijkse discriminatie-rapport van het Openbaar Ministerie van komend jaar expliciet aandachtworden besteed aan de eerste ervaringen met het wetsartikel.Mevrouw Moorman vroeg: waarom is er nog steeds geen verbod opnnmb’s? Ik erken dat die moeten worden voorkomen. Daar hoeft geennader onderzoek naar te worden gedaan. We zijn echter wel aan hetonderzoeken wat de meest wenselijke vorm van regulering is, wat ook istoegelicht in de brief die op 16 juni aan uw Kamer is gestuurd.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik zou graag van de Staatssecretaris willen weten op welke termijn we ditkunnen ontvangen. Er wordt nu onderzoek gedaan naar de implementatie.U geeft aan dat het van belang is, dus ik zou het graag willen weten.Staatssecretaris Becking:Daar kom ik graag even op terug in de tweede termijn.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Oké, dank.Staatssecretaris Becking:Mevrouw Moorman vroeg of het kabinet een mogelijkheid ziet ommeerouderschap alsnog wettelijk te regelen voor nieuwe en bestaandegezinnen. Op 19 november van dit jaar heeft het Kamerlid Michon eeninitiatiefvoorstel voor de introductie van juridisch meerouderschapingediend. De consultatie daarvan loopt af op 31 januari volgend jaar. Ikwacht dat proces af.De heer Mulder vroeg waarom er niets wordt gezegd over de patriarchalecultuur. Binnen het emancipatiebeleid hebben we specifieke aandachtvoor de rol van mannen. Zo wordt er een subsidieregeling opgezet metbetrekking tot jongens en mannen bij het voorkomen, signaleren enbestrijden van gendergerelateerd geweld. Hierbij is ook oog voortraditionele gendernormen, structurele ongelijkheid en de patriarchalecultuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5142 De heer Edgar Mulder (PVV):De Staatssecretaris moet al lachen, voorzitter. Het is wel erg grappig. Ikhad het over de islam, maar dat weet hij. Hij maakt er een grapje van,maar dat moet hij zelf weten.Staatssecretaris Becking:Dan kom ik bij de vraag van de heer Mulder. Hij wil separate opvang voorlhbtiq+’ers in azc’s. Hij vroeg: kunt u niet beter stoppen met de import vanalles wat antihomo en pro-islam is? Ik ben niet per se voorstander vanaparte opvanglocaties. Door volledig aparte opvanglocaties in te richtenisoleer je kwetsbare groepen en dat wil ik het liefst vermijden.De heer Vermeer vroeg wat de echte effecten van het emancipatiebeleidzijn. Volgens de periodieke rapportage van bureau AEF is het zeeraannemelijk – dat is hun term – dat het emancipatiebeleid effectief is. Hetfinancieren van allianties, van maatschappelijke partners, is volgens heneffectief. Mijn rijksbreed coördinerende rol wordt als positief beoordeeld.Het ingezette beleid is wetenschappelijk onderbouwd.De heer Hamstra vroeg: hoe gaat u ervoor zorgen dat het emancipatie-beleid niet alleen meetbaar, maar ook merkbaar is? Dat is eigenlijk eenbeetje hetzelfde antwoord dat ik net heb gegeven, dus dat ga ik nietherhalen.De heer Vermeer vroeg: hoe denkt u over de maatregelen in landen alsSpanje en Frankrijk, waar rechters de mogelijkheid hebben om daders vandiscriminatie te verplichten tot het volgen van een cursus over gelijkebehandeling en niet-discriminatie? Ik heb de Spaanse en Franse maatre-gelen niet bestudeerd, dus daar kan ik eigenlijk geen inhoudelijkeuitspraak over doen.De heer Vermeer vroeg ook of ik de Minister van Justitie en Veiligheid wilverzoeken om dit met een wetsaanpassing ook in Nederland uit te werkenen zo ja, of ik dan bereid ben om voor die samenwerking middelen vrij temaken die nu naar campagnes gaan die het probleem niet oplossen. Ikkan uw verzoek met betrekking tot een wetsaanpassing doorgeleiden naarde Minister van Justitie en Veiligheid; dat kan ik doen. Ik acht het ontijdigom hier nu al middelen voor vrij te maken. Daarbij wil ik graag meegevendat publiekscampagnes wel een rol hebben in het tegengaan vandiscriminatie. Zij dragen namelijk bij aan het kweken van begrip tussenverschillende groepen en aan het normeren van onwenselijk gedrag.De heer Hamstra vroeg wat ik wil doen aan leeftijdsdiscriminatie vanouderen en of ik de emancipatie van mensen met een beperking wilopnemen in het emancipatiebeleid. Leeftijdsdiscriminatie valt onder hetmandaat van de Minister van BZK en de coördinerend bewindspersoonvoor mensen met een beperking valt onder VWS. Mijn mandaat beperktzich tot de emancipatie van vrouwen en lhbtiq+-personen. In de Emanci-patiemonitor 2024 is wel aandacht besteed aan de factoren «leeftijd» en«beperking». Die informatie gebruik ik uiteraard graag voor de beleids-inzet voor vrouwen en lhbtiq+-personen met deze achtergronden ofkenmerken.Mevrouw Dobbe vroeg hoe het staat met de motie-Dobbe/Van Campenover de aanpak van desinformatie en met het onderzoek naaranti-emancipatie-invloeden en het versterken van weerbaarheidsorgani-saties. Die motie is volop in uitvoering. Ik ben aangesloten bij derijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie om tezorgen dat er continue aandacht is voor desinformatie over vrouwen enlhbtiq+-personen. Ik tref extra maatregelen om organisaties in hetemancipatiedomein te versterken met het oog op weerbaarheid. Denkbijvoorbeeld aan de toolkit voor veiligheid en weerbaarheid, dehandreiking omgaan met misinformatie en het organiseren van bijeen-komsten die kennisdeling en samenwerking stimuleren. Ik verkenmomenteel de opties en de mogelijkheden voor aanvullend onderzoeknaar anti-emancipatoire invloeden in Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5143 Mevrouw de voorzitter, ik ben door het blokje heen.De voorzitter:Dank u wel. Zijn er nog vragen blijven liggen bij de Kamerleden?Mevrouw Vliegenthart.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Volgens mij heb ik het antwoord gemist op de vraag wat er na 2026 gaatgebeuren met het programma over seksueel geweld en de regeringscom-missaris. Het kan zijn dat ik die in de snelheid heb gemist.Staatssecretaris Becking:Daar heb ik al antwoord op gegeven.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Zou u het antwoord even willen herhalen en mij willen vergeven dat ik hetbij de beantwoording moest overnemen?Staatssecretaris Becking:Ik heb daarover gezegd dat we die kennis graag willen bewaren. We willennaar een integraal nationaal programma toewerken. Ik kan niet ietstoezeggen over de concrete voortzetting van dat nationaal programma inzijn huidige vorm.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Oké, dank.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Dobbe nog.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb nog één verduidelijkende vraag over de anti-emancipatoirebeïnvloeding die plaatsvindt. Hoorde ik de Staatssecretaris nou netzeggen dat hij aan het verkennen of overdenken is – ik weet niet precieswelke woorden hij gebruikte – om daar aanvullend onderzoek naar tedoen? Volgens mij vraagt onze motie om een onderzoek te doen. Dezemotie is ook aangenomen, dus ik hoop dat het niet «verkennen» is, maardat het een vooruitblik was naar onderzoek dat gaat plaatsvinden.Staatssecretaris Becking:Ik wacht eerst het wetsvoorstel Transparantie en tegengaan ondermijningdoor maatschappelijke organisaties, de Wtmo, en het onderzoek van SZWnaar de juridische definitie van problematisch gedrag af, waarin ook deverspreiding van anti-emancipatoir gedachtegoed wordt meegenomen.Dan kan je afwegen wat de toegevoegde waarde is van een aanvullendejuridische grondslag voor ministeries en of het effectief bijdraagt aan hettegengaan van anti-emancipatoire invloeden. De Wtmo is belegd bij hetMinisterie van Justitie en Veiligheid en is momenteel in behandeling bijde Eerste Kamer. Ik vergat dat net te zeggen. Op 13 januari 2026 staat eentweede schriftelijke ronde over de Wtmo gepland. Het SZW-onderzoek datik net noemde, komt in Q1 van 2026 naar uw Kamer.De voorzitter:Nogmaals dank u wel voor de zeer efficiënte beantwoording. We gaannaar de tweede termijn van de Kamer. Die gaan we weer op begrotings-volgorde doen. Daarmee is de eerste beurt aan mevrouw Podt van D66.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter. Ik had er heel veel zin in vandaag, maar ik moet even wennenaan het tempo. Allemachtig. Veel dank aan de Staatssecretaris en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5144 ambtenaren die hier zitten voor de beantwoording. Ik moet zeggen dat ikbij sommige dingen toch nog een beetje dacht: mwah. Het mag nog welmet iets meer voortvarendheid, denk ik, maar ik zal nog niet gelijk in mijnallereerste debat mijn hand overspelen.Ik heb één motie gemaakt. Die gaat specifiek over het rapport van deKinderombudsman. Die dien ik mede namens het CDA in.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat lhbti+-kinderen vaker bedreigd en gepest worden;overwegende dat de Kinderombudsman in het rapport Verborgen in hetvolle zicht een aantal concrete aanbevelingen doet om acceptatie van dezekinderen en hun gevoel van veiligheid te vergroten;van mening dat ieder kind het recht heeft om vrij en veilig op te groeienen mee te doen in de samenleving;verzoekt de regering in het emancipatiebeleid expliciet aandacht tehebben voor deze groep kinderen, de aanbevelingen van de Kinderom-budsman waar mogelijk en passend over te nemen, en de Kamer hier in2026 over te rapporteren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Podt en Hamstra.Zij krijgt nr. 28 (36 800 VIII).Mevrouw Podt (D66):Dat was het.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Mulder van de PVV.De heer Edgar Mulder (PVV):Geen bijdrage en geen moties.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Martens-America heeft ook geen bijdrage.Mevrouw Vliegenthart, wilt u nog twee zinnen toevoegen aan de motiesdie al ingediend zijn?Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Nee, hoor, ik laat het hierbij.De voorzitter:Dank u wel. De heer Hamstra, CDA.De heer Hamstra (CDA):Voorzitter, dank. Dank voor de beantwoording van de Staatssecretaris inde eerste termijn. Ik heb nog een aantal vragen. De eerste gaat over deaangiftebereidheid, waar ik in de eerste termijn bij stilstond. Ik hoor deStaatssecretaris zeggen dat daar bij de Politieacademie wel aandacht aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5145 wordt besteed. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is: vindt u dat op ditmoment genoeg? Hoe kijkt u daarnaar? Graag uw reflectie hierop.Tot slot een tweede vraag. Ik snap wat de Staatssecretaris zegt overdiscriminatie van ouderen en van mensen met een beperking: dat zitrespectievelijk bij BZK en VWS. Primair zeg ik: dat vind ik toch wel jammeren misschien wat mager. Mijn vraag aan de Staatssecretaris zou dus zijn:bent u bereid om dit met uw collega’s van BZK en VWS op te pakkenvanuit uw coördinerende rol, om te kijken of we daar misschien toch watmeer voor kunnen doen?Voorzitter. Daar wil ik het graag bij laten. Dank.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot mevrouw Dobbe van de SP.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Een aantal moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen met 10,5%nog steeds aanzienlijk is;overwegende dat het ouderschap voor vrouwen nog steeds een buiten-proportionele rem op hun carrière is;verzoekt de regering te onderzoeken of volledige doorbetaling bijouderschapsverlof een bijdrage zou leveren aan het dichten van deloonkloof,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 29 (36 800 VIII).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen een blijvendprobleem is;overwegende dat veel maatregelen om de loonkloof tegen te houden, nuniet worden genomen;verzoekt de regering om een actieplan tegen de loonkloof te ontwikkelenmet daarin in ieder geval een versnelde en volledige implementatie vande Europese richtlijn voor loontransparantie,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5146 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 30 (36 800 VIII).Mevrouw Dobbe (SP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het gemiddelde salaris van vrouwen nog steeds 10,5%lager is dan dat van mannen en de loonkloof daarmee aanzienlijk is;overwegende dat veel beroepen waarin vrouwen zijn oververtegen-woordigd, zoals in de zorg, relatief weinig betaald krijgen, hetgeen aan deloonkloof bijdraagt;overwegende dat de overheid er alles aan moet doen om de loonklooftussen mannen en vrouwen te verkleinen;verzoekt de regering het verband tussen het aandeel werkzame vrouwenen de financiële beloning in de publieke sector inzichtelijk te maken enmaatregelen te inventariseren om deze kloof te dichten, waaronder dehoogte van de loonruimte bij onderhandelingen over arbeidsvoor-waarden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 31 (36 800 VIII).Mevrouw Dobbe (SP):Dan wil ik toch nog mijn teleurstelling uitspreken over het antwoord opmijn vraag over private equity of sprinkhaankapitalisten in de kinder-opvang. Die motie is namelijk ingediend in de context van een emancipa-tiedebat. Die is ook in die context door deze Tweede Kamer aangenomen.We krijgen vervolgens een briefje van een andere bewindspersoon waarinstaat: wij voeren die motie niet uit. Als we er vervolgens naar vragen,moeten we weer naar een andere bewindspersoon, in plaats van dat wetijdens dit debat een antwoord krijgen. Ik vind dat wel ingewikkeld zo. Ikvoel ook niet dat moties die zijn aangenomen in de Tweede Kamer, overzo’n belangrijk onderwerp, heel serieus worden genomen. We zullen hierdus op een andere manier mee verdergaan, maar we stoppen er niet mee.De voorzitter:Dank u wel. Staatssecretaris, hoeveel tijd heeft u nodig voor de beant-woording en de reactie op de moties? Tien minuten? Oké. Dan gaan wijom 13.25 uur verder. Ik schors even de vergadering.De vergadering wordt van 13.14 uur tot 13.28 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5147 Dames en heren, het wordt heel gezellig, maar we gaan lekker verder metde beantwoording van de Staatssecretaris. Graag stilte. De Staatssecre-taris.Staatssecretaris Becking:Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een enkele vraag genoteerd. MevrouwDobbe vroeg of ik wil erkennen dat de lonen in bepaalde sectoren dalenals er meer vrouwen werken. Ja. Dat fenomeen heet loondemping. DeUniversiteit Maastricht heeft daar onder andere onderzoek naar gedaan inNederland. Om dat verschijnsel te voorkomen is het van groot belang datde status van en de perceptie over werkende vrouwen veranderen. Omdie reden werkt het kabinet ook aan het doorbreken van die genderstereo-typering bij onder andere loopbaanontwikkeling en beroepskeuze. Deloonmonitor, de monitor die ik al genoemd heb, splitst al uit naarsectoren. Het aandeel werkzame vrouwen staat er onder andere in, netzoals de financiële beloning in de publieke sector, uitgesplitst naarsectoren.De heer Hamstra vroeg naar de meldingsbereidheid van de Politieaca-demie. Samen met Justitie en Veiligheid blijven wij ons inzetten voor ditthema en blijven we kijken wat we nog meer kunnen doen. De maatre-gelen uit de versterkte aanpak lhbtiq+-personen zijn slechts een eerstestap.De heer Hamstra vroeg of ik bereid ben met VWS en BZK in gesprek tegaan om in het kader van emancipatie ook leeftijdsdiscriminatie vanouderen tegen te gaan. Dat kan ik aan de heer Hamstra toezeggen. Ik zalmet beide bewindspersonen in gesprek gaan.Dan kom ik bij de appreciatie van de moties.De voorzitter:Eerst nog een vraag van de heer Hamstra.De heer Hamstra (CDA):Ik houd het heel kort, voorzitter. Kan de Staatssecretaris daarover eenterugkoppeling geven aan de Kamer als hij dat gesprek heeft gevoerd?Staatssecretaris Becking:Vanzelfsprekend.De heer Hamstra (CDA):Weet u wanneer dat ongeveer zou lukken?Staatssecretaris Becking:Q1.De heer Hamstra (CDA):Oké, dank.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Volgens mij heeft de Staatssecretaris ook toegezegd in tweede termijn aante geven wanneer een terugkoppeling gegeven kan worden over hetonderzoek naar nnmb’s.Staatssecretaris Becking:Dat is eind 2026.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Oké. De eerste motie stamt uit 2024. In de laatste motie die is aange-nomen, is ook nog een handreiking gedaan over de vorm die de Kamervoor het verbod voor ogen heeft. Er zijn dus al heel veel handreikingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5148 gedaan. Ik wil eigenlijk vragen of dat voor de zomer zou kunnen, want ditspeelt al zo ontzettend lang.Staatssecretaris Becking:Ik begrijp dat dit nu niet kan.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ik zou dan graag willen weten waarom het niet kan.Staatssecretaris Becking:Het antwoord daarop is dat het onderzoek naar de juridische mogelijk-heden nog loopt.De voorzitter:Kunt u zeggen wanneer die wel kan komen?Staatssecretaris Becking:Het streven is eind 2026. Wat ik ervan kan maken is: zo snel als mogelijk.Ik zal wel nog even nagaan of het ook sneller kan.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):We gaan van «eind 2026» naar «het streven is eind 2026». Ik zou welgraag een strakke toezegging willen. We zijn al bijna twee jaar verdersinds de eerste aangenomen motie.Staatssecretaris Becking:Ik wil u graag tegemoetkomen, maar ik kan het niet helemaal overzien. Ikheb daar wat meer tijd voor nodig. Ik kan u daar wel een briefje oversturen.Mevrouw Vliegenthart (GroenLinks-PvdA):Ja.Staatssecretaris Becking:Oké, dan doen we dat.De voorzitter:Volgens mij zei de Staatssecretaris: eind 2026 of zo veel eerder alsmogelijk is.Staatssecretaris Becking:Of zo veel eerder als mogelijk is.De voorzitter:Dan is het misschien ... Fijn. Dank. Goed.Zijn er nog andere vervolgvragen naar aanleiding van de beantwoordingvan de Staatssecretaris? Nee. Dan kan de Staatssecretaris verdergaan methet oordeel over de moties.Even over de motie op stuk nr. 27 van de heer Vermeer. Deze motie isinmiddels gewijzigd. In de motie stond: verzoekt de regering de wet aan tepassen. Dat is geworden: verzoekt de regering in gesprek te gaan metSpanje en Frankrijk. Maar dat is voor zo meteen. De Staatssecretaris is opde hoogte van deze wijziging.De Staatssecretaris.Staatssecretaris Becking:De motie-Moorman op stuk nr. 24: oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 24: oordeel Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5149 Staatssecretaris Becking:De motie-Moorman op stuk nr. 25: ontraden. Het is niet aan het kabinetom lesmateriaal aan te prijzen. Dat is aan de scholen zelf.De voorzitter:De motie op stuk nr. 25: ontraden.Staatssecretaris Becking:De motie-Moorman op stuk nr. 26: ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 26: ontraden.Staatssecretaris Becking:Er is geen financiële dekking. We kiezen voor een geïntegreerde aanpak,voor een brede aanpak, ook in lijn met de motie-Becker van 22 september2025.De motie-Vermeer op stuk nr. 27: oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 27: oordeel Kamer.Staatssecretaris Becking:De motie op stuk nr. 28: oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 28: oordeel Kamer.Staatssecretaris Becking:Voorzitter. De motie op stuk nr. 29 is wat mij betreft ontijdig. Ik wil het welonder de aandacht brengen bij de collega’s van SZW, maar eigenlijk wordtdat al meegenomen. Dat wil ik nog wel een keer bevorderen, maar in diezin is de motie ontijdig.De voorzitter:De motie op stuk nr. 29: ontijdig.Mevrouw Dobbe (SP):Ik snap het niet helemaal. Het wordt al meegenomen en de Staatssecre-taris gaat het misschien onder de aandacht brengen. Wat is het nou?Staatssecretaris Becking:Die grote onderzoeken, die ik in de eerste termijn al benoemde, lopen al.Ik kan onder de aandacht brengen of ze ook willen kijken of de volledigedoorbetaling bij ouderschapsverlof een bijdrage zou leveren aan hetverkleinen van de loonkloof. Dat kan ik toezeggen. Dat loopt dus. Ik kankijken of ik kan bevorderen dat ze dit ook meenemen. Punt.Mevrouw Dobbe (SP):Ja, maar het is of het een of het ander: óf er loopt een onderzoek waarindit wordt meegenomen óf er loopt geen onderzoek waarin dit wordtmeegenomen, maar er loopt een ander onderzoek. Wij vragen om dit teonderzoeken. Dus als dit nu al wordt onderzocht, zou de motie overbodigzijn, maar het oordeel ontijdig snap ik dan niet.Staatssecretaris Becking:Zo specifiek kan ik dat niet beantwoorden, dus dan moet ik de motieontraden.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5150 Dan wordt de motie op stuk nr. 29 ontraden. De motie op stuk nr. 30.Staatssecretaris Becking:De motie op stuk nr. 30 ontraad ik. De eerste stap in dit traject is hetwetsvoorstel Loontransparantie.De voorzitter:De motie op stuk nr. 30: ontraden.Staatssecretaris Becking:De motie op stuk nr. 31 ontraad ik ook. De CBS-monitor maakt het alinzichtelijk en ik heb toegezegd in gesprek te gaan met de collega’s overloonruimte en loonkloof.De voorzitter:De motie op stuk nr. 31: ontraden.Daarmee zijn we aan het einde van ... O, mevrouw Podt nog.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter, zou u misschien nog één keertje de gewijzigde tekst van demotie op stuk nr. 27 kunnen herhalen? Ik hoorde iets over «in gesprekgaan». Kunt u het hele dictum voorlezen?De voorzitter:Het probleem is dat de gewijzigde motie wel aangeleverd is bij de Griffieplenair, maar nog niet bij ons en dat deze ook nog niet raadpleegbaar isop de website. De tekst is dus ongeveer zo. Let dus goed op als u demoties gaat beoordelen voor de fractie. Maar de tekst zal ongeveer zoietszijn als «verzoekt de regering in gesprek te gaan met Spanje en Frankrijk»in plaats van wat eerst stond: verzoekt de regering de wet aan te passen.Mevrouw Podt (D66):Oké. Nou ...De voorzitter:Ja, het is een bijzondere figuur omdat de heer Vermeer natuurlijk nietmeer aanwezig is. Ik kon het oordeel over de oude motie vragen, maaromdat ik wist dat er een nieuwe motie komt, is het oordeel van deStaatssecretaris gericht op de nieuwe motietekst. Die krijgt oordeelKamer.Mevrouw Podt (D66):Oké, dank u wel. Sorry, mag ik er toch nog één vraag over stellen aan deStaatssecretaris? Er staat nu bij de overwegingen «overwegende dat hethuidige emancipatiebeleid te veel inzet op symbolische campagnes en teweinig op effectieve handhaving en bescherming van slachtoffers». Geeftde Staatssecretaris met «oordeel Kamer» aan dat hij het daarmee eens is?Staatssecretaris Becking:Nee, het gaat alleen om de actie die wordt gevraagd aan de Staatssecre-taris. Daarover geef ik «oordeel Kamer».Mevrouw Podt (D66):Oké, dus dat is de interpretatie bij deze motie.Staatssecretaris Becking:Van mij wel, ja.Mevrouw Podt (D66):Oké, prima. Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5151 De voorzitter:Dank u wel voor deze duidelijkheid. Wij zijn aan het einde gekomen vandit commissiedebat. De Staatssecretaris heeft de volgende toezeggingengedaan.−Uiterlijk eind 2026 ontvangt de Kamer de voortgangsrapportageversterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid, waarin ook Roze in Blauwterugkomt.−Nog in 2025 wordt de Kamer geïnformeerd over het integraal actieplangeweld tegen vrouwen, via de Staatssecretaris Langdurige enMaatschappelijke Zorg.−Volgend jaar wordt de Kamer geïnformeerd over het Groeifondspro-gramma «Meer uren werkt!».Heeft de Staatssecretaris nog een idee over wanneer volgend jaar?Staatssecretaris Becking:Nee, voorzitter.De voorzitter:Ergens in 2026.−De Kamer krijgt in het eerste kwartaal van 2026 een terugkoppelingvan het gesprek dat de Staatssecretaris zal voeren met de Minister vanSZW over gelden die het Rijk beschikbaar stelt ten behoeve van delonen in bepaalde sectoren.−De Staatssecretaris gaat met de bewindspersonen van VWS en SZW ingesprek over leeftijdsdiscriminatie en komt hier in het eerste kwartaalvan 2026 op terug.−De Kamer wordt zo spoedig mogelijk, in ieder geval voor eind 2026,geïnformeerd over het onderzoek naar het verbod op non-consensueleen niet-noodzakelijke medische behandeling. De Staatssecretaris komtin een brief terug op de termijn.Over de moties wordt donderdag 18 december 2025 gestemd. Ik dank deStaatssecretaris hartelijk voor de beantwoording van de vragen tijdens ditwetgevingsoverleg. Ook dank ik de aanwezige Kamerleden en allegeïnteresseerden die hebben meegeluisterd op de tribune en thuis. Ik sluithierbij het debat en wens u nog een fijne middag.Sluiting 13.38 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 5152

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 54308df3bf8d36e9

14 okt 2026 · 583e06d956e0a17a

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingOCW-begroting, onderdeel Emancipatie
    Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 15 december 2025, over OCW-begroting, onderdeel Emancipatie

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.