Opvolging aanbevelingen VN-comité voor de Rechten van Personen met een Handicap
Brontekst
Versie 9c1d4ea4303d33d4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202524 170GehandicaptenbeleidNr. 329 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 oktober 2024Hierbij zend ik u de beleidsreactie naar aanleiding van het onlangsverschenen rapport met concluding observations van het VN-comité voorde Rechten van Personen met een Handicap (hierna: het Comité). Naaraanleiding van het verzoek van de vaste Kamercommissie voor Volksge-zondheid, Welzijn en Sport van 13 september 2024 ontvangt u deze reactienog voor de plenaire begrotingsbehandeling van Volksgezondheid,Welzijn en Sport.1Op 15 augustus jl. voerde een delegatie namens de Nederlandse overheidde zogeheten dialoog met het Comité, voor de eerste keer sinds ratificatievan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap(hierna: VN-verdrag Handicap) in 2016. Op 11 september 2024 publiceerdehet Comité zijn concluding observations voor de verdere implementatievan het VN-verdrag Handicap in Nederland. Het gaat om een groot aantalobservaties en aanbevelingen, die betrekking hebben op verschillendeonderdelen van het VN-verdrag Handicap. In deze brief schets ik op welkewijze ik van plan ben samen met de betrokken departementen opvolgingte geven aan die aanbevelingen.Opbouw van deze reactieIk ga in het vervolg van deze brief nader in op:–De ambitie die uit de concluding observations naar voren komt, en hoedeze ambitie aansluit op de maatschappelijke beweging in Nederlandom de positie van mensen met een beperking te verbeteren entoegankelijkheid te vergroten.–Hoe ik de concluding observations betrek bij de ontwikkeling van dewerkagenda bij de Nationale Strategie VN-verdrag Handicap, en hoe ikomga met de aanbevelingen dit niet direct relateren aan dezewerkagenda.1Kenmerk 2024Z13548 kst-24170-329ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3291 –Welk ingezet beleid op een aantal hoofdpunten uit de concludingobservations bijdraagt aan de implementatie van het VN-verdragHandicap en hoe de concluding observations hier in meegenomenwordt.–Hoe de rapportagecyclus van het Comité verder is opgebouwd, en watde vervolgstappen daarin zijn.Ambitie op VN-verdrag ligt in het verlengde van de aanbevelingenHet Comité spoort aan om te blijven werken aan het verbeteren van depositie van mensen met een beperking, en er hierbij voor te zorgen datmensen met een beperking dezelfde kansen krijgen als ieder ander in onzesamenleving. Dat is een aansporing die ik van harte onderschrijf. Onzesamenleving is nog niet toegankelijk genoeg voor mensen met eenbeperking, bijvoorbeeld als het gaat om de toegang tot gebouwen, deopenbare ruimte of gelijkwaardig meedoen op de arbeidsmarkt. Daaromzet ik me er samen met mijn collega’s in het kabinet voor in om stap voorstap te werken aan verbeteringen.De implementatie van het VN-verdrag Handicap stelt het sociaal modelcentraal in de manier van kijken naar een beperking. Dit betekent dat weniet moeten kijken naar wat iemand niet kan, maar we moeten juist ooghebben voor wat iemand nodig heeft om naar eigen wens en vermogendeel te kunnen nemen aan de samenleving. Hiervoor moeten weontoegankelijkheden en belemmeringen voor mensen met een beperkingin de samenleving wegnemen. Dit spreekt ook duidelijk uit de aanbeve-lingen van het Comité.Het opvolgen van de aanbevelingen van het Comité vraagt dat wevoortdurend oog blijven houden voor de rechten en positie van mensenmet een beperking. In het maken van beleid en wetgeving vanuit deoverheid, in de uitvoeringspraktijk van organisaties, maar ook in hoe wemet elkaar omgaan in de samenleving. Dit krijgt vorm in de werkagendabij de Nationale strategie VN-verdrag Handicap 2040 (hierna: NationaleStrategie) die nu wordt voorbereid. Het vaststellen van deze meerjarigestrategie was een initiatief dat mede vanuit uw Kamer kwam, om hetmogelijk te maken om te werken aan toegankelijkheid gedurende eenlangere tijdsperiode. Parallel aan de ontwikkeling van de werkagenda is erook veel beweging in de samenleving. Zoals het werk van bedrijven omproducten, goederen en diensten toegankelijker te maken, de inzet vangemeenten om lokale inclusie-agenda’s vast te stellen en de veleinspirerende voorbeelden van maatschappelijke organisaties eninitiatiefnemers.Het Comité licht in haar aanbevelingen ook een aantal punten in positievezin uit, die laten zien op welke terreinen Nederland de afgelopen jarenstappen voorwaarts heeft gezet en waar we op voort kunnen borduren.Het gaat hier om:–Het vaststellen van de Nationale Strategie VN-verdrag Handicap 2040.–Het eerder genomen principebesluit van de Nederlandse regering rondratificatie van het facultatief protocol bij het VN-verdrag Handicap.–De aanpassing van artikel 1 van de Grondwet, waarbij «handicap»specifiek als discriminatiegrond is toegevoegd.–Het besluit van de regering om nationale wetgeving inzake gelijkebehandeling in te voeren in Caribisch Nederland, inclusief de Wetgelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte(Wgbh/cz).–De Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028, gericht op het wijzigen vandelen van de Jeugdwet (2015) om de ondersteuning van jongeren meteen handicap en hun gezinnen te verbeteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3292 –De erkenning van de Nederlandse Gebarentaal als officiële taal.–Stappen die zijn ondernomen om de Europese Toegankelijkheidsricht-lijn te implementeren.Aanbevelingen Comité worden betrokken bij de totstandkomingvan de werkagenda bij de Nationale strategie VN-verdragHandicapVoor het opvolgen van de aanbevelingen van het Comité is dewerkagenda bij de Nationale Strategie een belangrijk instrument. Dit isook in lijn met de aanbeveling van het Comité om aan de hand van eenstrategie te werken aan de invulling van de principes en rechten uit hetVN-verdrag Handicap in de wetgeving en het beleid van overheden. Zoalsu bekend, is deze Nationale Strategie eerder dit jaar vastgesteld, insamenwerking met mensen met een beperking en hun vertegenwoordi-gende organisaties. Deze strategie bevat de meerjarige doelen waaraanhet kabinet samen met alle betrokken partners werkt om Nederlandtoegankelijker en inclusiever te maken voor mensen met een beperking.De doelstellingen in de strategie zijn gegroepeerd in meerdere levensdo-meinen: werk en inkomen, thuis en wonen, onderwijs en ontwikkeling,gezondheid en ondersteuning, vervoer en mobiliteit, cultuur, media,sporten en bewegen, veiligheid en rechtsbescherming. De eerstewerkagenda voor een periode van vijf jaar wordt momenteel ontwikkeld.Deze werkagenda ontwikkel ik wederom samen met een brede vertegen-woordiging van mensen met een beperking, maatschappelijke organi-saties, bracheorganisaties, gemeenten en alle betrokken Ministeries (SZW,OCW, IenW, BZK, JenV, EZ). Hiermee geef ik ook invulling aan deaanbevelingen van het Comité gericht op het belang van het betrekkenvan de mensen om wie het gaat in de ontwikkeling van beleid.Het Comité verwelkomt in haar aanbevelingen de Nationale Strategie,maar bespiegelt ook de relatie tussen deze nationale strategie en hetVN-verdrag Handicap. In reactie hierop kan ik aangeven dat het eenbewuste keuze is geweest om de Nationale Strategie te ontwikkelenvanuit de levensdomeinen waar mensen met een beperking drempelservaren. En deze levensdomeinen sluiten aan bij een aanzienlijk deel vande verdragsartikelen. De belangrijke principes in de strategie zorgen voorde verdere aansluiting op de verdragsartikelen. Uit de dialogen met hetComité blijkt dat ook andere landen een soortgelijke focus aanbrengen inhun Nationale Strategie om het VN-verdrag Handicap te implementeren.Daarnaast legt het Comité de nadruk op specifieke groepen, zoalsbijvoorbeeld vrouwen en kinderen met een beperking, die op meerderegronden uitsluiting kunnen ervaren in de samenleving. Ik betrek dezegroepen ook nadrukkelijk bij de werkagenda. Op 12 oktober 2024 deeldenkinderen met een beperking hun ervaringen in een bijeenkomst die doorHet Gehandicapte Kind werd georganiseerd. Zij maakten de verschillendevormen van uitsluiting op het gebied van spelen, sporten, media enschool tastbaar en gaven aan wat zij belangrijk vinden, nu en in detoekomst. Daarnaast verken ik, in de voorbereiding op de sessies waarinde werkagenda bij de Nationale Strategie gevormd wordt, met dekoepelorganisaties Ieder(in) en Mind de mogelijkheden om een brederevertegenwoordiging van groepen uit te nodigen die vanwege meerderepersoonskenmerken uitsluiting ervaren.De werkagenda zal zowel bestaande als nieuwe beleidsinitiatievenbevatten waarmee we stapsgewijs toewerken naar de realisatie van dedoelstellingen uit de strategie. Vanaf het voorjaar 2024 zijn mogelijkebeleidsmaatregelen en oplossingen met deze partijen in kaart gebracht enin het najaar van 2024 en het begin van 2025 verschillende bijeenkomstenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3293 gepland om tot verdere uitwerking te komen en keuzes te maken. In hetproces om deze werkagenda te ontwikkelen, bespreek ik de aanbevelingenvan het Comité die gaan over de levensdomeinen, zodat maatregelen diein de werkagenda worden opgenomen ook zoveel als mogelijk aansluitenop de aanbevelingen. In het vierde kwartaal van 2024 informeer ik u perbrief nader over de voortgang van de ontwikkeling van de werkagenda. Ikzal u bij de oplevering van de werkagenda ook informeren hoe devertaling van de aanbevelingen gemaakt is. Op de aanbevelingen van hetComité die geen onderdeel uitmaken van de Nationale Strategie kom ik,zodra de werkagenda in uitvoering is, terug in de eerste voortgangsrap-portage vanuit de werkagenda.Aanbevelingen Comité worden ook meegenomen in ingezetbeleidHieronder geef ik voorbeelden van ingezet beleid dat aansluit op diverseaandachtspunten van het Comité, en waarin aanbevelingen van hetComité reeds in dat ingezette beleid worden meegenomen.1. Samen met inwoners in gemeenten het verschil makenGemeenten hebben een belangrijke rol in de uitvoering van hetVN-verdrag Handicap. Sinds de decentralisatie van het sociaal domein ligtde verantwoordelijkheid voor zorg en ondersteuning aan hun inwonersprimair bij hen. Het Comité wijst op verschillen in de wijze waaropgemeenten het VN-verdrag Handicap implementeren en uit zorgen overde verschillen die zijn ontstaan in mogelijkheden voor zorg en onder-steuning tussen gemeenten. Het Comité beveelt aan om duidelijkerichtlijnen en procedures te ontwikkelen die een consistente implemen-tatie van het VN-verdrag Handicap door alle gemeenten garanderen.Gemeenten zijn rond het VN-verdrag Handicap in specifieke zin verplichtom een plan op te stellen waarin zij aangeven hoe zij uitvoering gevenaan het VN-verdrag, de zogeheten Lokale inclusieagenda (LIA). Dedoelstelling is dat elke gemeente in Nederland in 2025 een lokaleinclusie-agenda heeft opgesteld in samenwerking met ervaringsdes-kundige inwoners. 62% van de gemeenten beschikt momenteel over dezeLIA. De afgelopen periode is hier fors op ingezet en gelukkig is ditpercentage hoger aan het worden. Maar we zijn er nog niet. De VNG biedtdaarom gemeenten een ondersteuningsprogramma om tot lokaalinclusiebeleid te komen.2 Beschikbaar voor gemeenten in dit programmazijn onder andere handreikingen, kennissessies en een zelfscan. Dezeinstrumenten dragen ook bij aan harmonisering van de inzet vangemeenten. Een mooi voorbeeld van hoe de VNG met een landelijkecampagne aanspoort tot lokaal inclusiebeleid is de verkiezing «MeestToegankelijke gemeente van Nederland», die onlangs is gewonnen doorde gemeente Oude IJsselstreek. Met deze inzet is het doel dat het aantalgemeenten met een LIA in 2025 verder doorstijgt.Het is belangrijk dat het initiatief in deze aanpak bij gemeenten zelf blijftliggen. In eerste instantie omdat het VN-verdrag Handicap zelf ookoproept tot het maken van (lokaal) inclusiebeleid in nauwe samenspraakmet inwoners met een beperking en organisaties die hen vertegenwoor-digen. En juist ook omdat een belangrijk fundament van gedecentrali-seerde wetgeving is het hebben van beleidsruimte voor gemeenten.Ruimte om beleid te kunnen voeren passend bij de lokale situatie, hetgeenverankerd wordt in de lokale verordening, dan wel lokale beleidsregels.Hierdoor kunnen dus verschillen ontstaan bij de uitvoering van taken door2https://vng.nl/rubrieken/onderwerpen/iedereen-doet-meeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3294 gemeenten als het gaat om vergoedingen, maar ook als het gaat om devormgeving van regelingen. Tien jaar na de decentralisatie is het eengoed moment om te kijken of die diversiteit op alle onderdelen van deuitvoeringspraktijk noodzakelijk en nuttig is. Derhalve wordt in een bredestudie naar de houdbaarheid van de Wmo 2015 in de nabije toekomst ookgekeken naar de diversiteit in de uitvoeringspraktijk en zodoende ook naarde reikwijdte van beleidsruimte en stelselverantwoordelijkheid.2. Passende zorg en ondersteuningMeerdere aanbevelingen van het Comité raken aan de toegang tot zorg enondersteuning voor mensen met een beperking én de hulp voor mensenom binnen het aanbod de zorg en ondersteuning te vinden die nodig enpassend is. Ik herken dat mensen met een beperking veel tijd kwijt kunnenzijn aan het vinden en regelen van zorg en ondersteuning, zeker als ersprake is van zorg en ondersteuning vanuit meerdere wetten (Wmo2015,Jeugdwet, Wlz en/of Zvw). Ik heb de ambitie om financiële regelingen tevereenvoudigen en de toegang tot zorg en ondersteuning toegankelijkerte maken, tegelijkertijd is dit een complex vraagstuk. Op dit moment werkthet kabinet aan verschillende trajecten die tezamen gericht zijn opverbeteringen.Vanuit de Wmo2015 kunnen mensen gratis gebruik maken van onafhanke-lijke cliëntondersteuners, die mensen helpen om de juiste zorg enondersteuning te vinden. Ze kijken hierbij ook naar zorg en ondersteuningvanuit de Jeugdwet, Zorgverzekeringswet en toeleiding naar de WetLangdurige Zorg. Cliëntondersteuners hanteren daarbij een brede blik enkunnen ook helpen bij vragen over werk, inkomen of wonen. Met deToekomstagenda Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperkingwordt er gewerkt aan het verbeteren van de vindbaarheid en kwaliteit vancliëntondersteuners.Een andere goede ontwikkeling betreft het inzetten van een passendebeschikkingsduur voor mensen met een beperking. Gemeenten kunnenop verschillende manieren een passende beschikkingsduur voor eenlangere periode voor de Wmo2015 in hun verordeningen vaststellen.Hiermee zorgen gemeenten ervoor dat inwoners met een stabieleondersteuningsvraag niet elk jaar een herindicatie nodig hebben. Steedsmeer gemeenten zijn hiermee aan de slag met als gevolg dat de adminis-tratieve lasten voor zowel mensen met een beperking als gemeentenworden verminderd. Gemeenten worden daarbij ondersteund door hetKetenbureau i-Sociaal Domein, onlangs is hier een handreiking bijverschenen.3 Binnen de Zvw-pgb is per mei 2023 de werkwijze verlengdetoekenning ingegaan. Dit betekent dat het voor budgethouders met eenchronische en stabiele zorgvraag mogelijk is om in aanmerking te komenvoor een toekenning van Zvw-pgb tot maximaal 5 jaar.Eén van de trajecten om te werken aan het tegengaan van versnipperingis het programma «Inrichten overheidsbrede loketten» van het Ministerievan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Vanuit het «geenverkeerde, altijd de juiste deur» principe geeft het Ministerie van BZKinvulling aan overheidsbrede ingangen en toegang tot publieke dienstver-lening. Het doel daarvan is dat het niet uitmaakt waar de burger bij deoverheid aanklopt; er wordt gezamenlijk de juiste hulp of ondersteuning.Ook voor de zorg geldt dat mensen met een beperking het stelsel alscomplex of versnipperd ervaren. Daarom wordt ook daar gekeken insamenwerking met ervaringsdeskundigen hoe we naar oplossingenkunnen toewerken zodat mensen niet steeds doorgestuurd worden. In het3Handreiking verrassend passend (vng.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3295 onderdeel gezondheid en ondersteuning in de werkagenda bij deNationale Strategie kom ik terug op de aanbevelingen van het Comité diehierop gericht zijn.3. Beweging naar inclusief onderwijsHet Comité doet verschillende aanbevelingen om verder te werken aanhet toegankelijk en inclusief maken van het onderwijs. Om ervoor tezorgen dat er zoveel mogelijk kinderen naar school kunnen, wordt er opdit moment al gewerkt aan de verdere verbetering van passend onderwijs,via de acties uit de Verbeteraanpak passend onderwijs. Zo wordt erbijvoorbeeld gewerkt aan het terugdringen van het aantal kinderen datvoor kortere of langere tijd thuis zit, via een wetsvoorstel dat nog later ditjaar door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschapwordt aangeboden aan de Tweede Kamer. Doel hierbij is onder andere hetverzuimbeleid op scholen versterken, maar ook het aantal vrijstellingenvan onderwijs terugdringen door ook het onderwijskundig perspectiefmeer mee te laten wegen. Verder wordt er bijvoorbeeld ingezet op digitaalafstandsonderwijs en op het vergroten van de mogelijkheden voormaatwerk.Ondertussen bieden steeds meer scholen in het primair en voortgezetonderwijs al inclusief onderwijs, waarbij er nog meer kinderen welkomzijn op een school in de buurt, ook als er extra ondersteuning nodig is. Deambitie om dit op meer plekken te realiseren is verder uitgewerkt in hetbeleidskader «Met elkaar voor alle kinderen en jongeren: werken aan eeninclusieve leeromgeving», dat in het voorjaar aan uw Kamer is gestuurd.4Ook bij inclusief onderwijs zal er altijd een vorm van gespecialiseerdonderwijs blijven bestaan voor leerlingen voor wie dit nodig is. Scholenwerken nu al aan het bieden van inclusief onderwijs via bijvoorbeeld desymbioseregeling, waardoor individuele leerlingen uit het gespecialiseerdonderwijs een deel van het onderwijsprogramma op een reguliere schoolkunnen volgen. Of met de beleidsregels die meer ruimte bieden aanscholen zodat groepen leerlingen vanuit het regulier en speciaal onderwijssamen onderwijs volgen.Om te zorgen dat er voor alle kinderen nu en in de toekomst een goedeplek in het onderwijs is, is het belangrijk dat er voldoende en goedtoegerust onderwijs- en zorgpersoneel is en dat leraren en schoolleidersde juiste ondersteuning krijgen. Dit krijgt bijvoorbeeld vorm in multidisci-plinaire teams op school, daarbij wordt de expertise van het gespeciali-seerd onderwijs of de (jeugd)zorg onderdeel van het netwerk om deschool heen. Dit betekent dat de benodigde ondersteuning op alle scholenbeschikbaar is voor zowel de leerlingen als de leerkrachten. Ook is het vanbelang dat de huisvesting en de leermiddelen toegankelijk en passend zijnvoor alle kinderen en jongeren. De komende periode wordt, ook opverzoek van uw Kamer, samen met het onderwijsveld in kaart gebrachtwelke wetgeving aangepast moet worden voor de route naar inclusiefonderwijs5 en wat hiervoor financieel gezien nodig is.6 De aanbevelingenvan het Comité worden in dit proces meegenomen.Het Comité heeft verder in haar aanbevelingen speciale aandacht voor hetaantal kinderen in het speciaal onderwijs. De stijging van wachtlijsten inhet gespecialiseerd onderwijs zijn zorgelijk, omdat het betekent dat erleerlingen zijn die niet of niet meteen op de gewenste school terecht4Bijlage bij Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 475.5Motie van Meenen (D66), Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024, 31 497, nr. 460.6Motie Westerveld en De Hoop (GroenLinks/PvdA) Kamerstukken II, vergaderjaar 2023–2024,31 497, nr. 462.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3296 kunnen. De wachtlijsten zijn geen op zichzelf staand probleem, maaronderdeel van bredere maatschappelijke ontwikkelingen en de krapte inde gehele keten van kinderopvang, onderwijs en zorg. Binnenkortontvangt uw Kamer ook een gezamenlijke beleidsreactie van de Minis-teries VWS, SZW en OCW over het rapport «Druk op de Keten». Over deacties die worden ondernomen, heeft de toenmalig Minister voor Primairen Voortgezet Onderwijs uw Kamer via de brief over passend onderwijs inmei 2024 geïnformeerd.7Daarnaast beveelt het Comité specifiek aan om de toegankelijkheid vanscholen voor kinderen met een beperking te verbeteren. De eisen diegesteld worden aan schoolgebouwen liggen grotendeels verankerd inbouwregelgeving (Bbl) van het Ministerie van BZK. Alleen de minimaleruimtebehoefte per schoolsoort wordt bepaald in de sectorwetten. Op ditmoment brengt onderzoeksbureau Oberon in kaart wat er nodig is aannormen en eisen om een inclusief schoolgebouw te bouwen en bestaandeschoolgebouwen aan te passen. De Staatssecretaris van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap zal u uiterlijk in het voorjaar van 2025 informerenover de uitkomsten van dit onderzoek. Daarnaast is vanuit het NationaalGroeifonds een leerlab Inclusieve Scholenbouw gestart, waarin een aantalscholen met hun bouwprojecten leren en ontwikkelen op het gebied vanhet inclusiever en toegankelijker maken van het schoolgebouw.Ten slotte roept het Comité op om te zorgen voor toegang tot inclusiefvervolgonderwijs. In het mbo krijgt dit vorm met de verbeteragendapassend onderwijs mbo, die in 2020 opgesteld is en loopt tot en met2025.8 In het ho en wo werken instellingen aan inclusief onderwijsmiddels het Kader Studentenwelzijn en via de ondersteuning van hetExpertisecentrum Inclusief Onderwijs en de «intentieverklaringVN-verdrag in het hoger onderwijs». Via beide routes en in het onderdeelOnderwijs en Ontwikkeling van de werkagenda bij de Nationale StrategieVN-Handicap 2040 krijgen de aanbevelingen van het Comité op dit terreinverdere opvolging.4. Toegankelijk openbaar vervoerHet Comité doet ook aanbevelingen voor het verder werken aan hettoegankelijk maken van het openbaar vervoer. Vanaf 2006 wordt ergewerkt aan het toegankelijk maken van het spoor in Nederland.Inmiddels is ruim 90% van de Nederlandse treinstations toegankelijk. Innovember 2022 is het Bestuursakkoord Toegankelijkheid OpenbaarVervoer 2022–2032 getekend door IenW, Nederlandse Spoorwegen, despoorwegbeheerder ProRail, regionale vervoerders en decentraleov-autoriteiten. Daarin staan maatregelen die snel leiden tot verbeteringvan de toegankelijkheid, zoals reisassistentie die uiterlijk in 2025 op alletreinstations aanwezig moet zijn, toegankelijke toiletten in regionaletreinen en het beter vindbaar maken van toiletten op stations voor blindenen slechtzienden. Sommige maatregelen kosten meer tijd, zoals hetvolledig toegankelijk maken van alle bus- en tramhaltes en het zorgenvoor toegankelijke toiletten in alle treinen.Verder is er specifieke aandacht van het Comité voor de gedeeltelijkevervanging van de lijnbus door kleinere buurtbussen die veelal niettoegankelijk zijn. Het Ministerie van IenW heeft een onderzoek latenuitvoeren naar toegankelijkheid van buurtbussen. Ook neemt hetMinisterie van IenW samen met andere departementen – in het bredereperspectief van een lopende verkenning naar publieke mobiliteit – de7Kamerstukken II, 2023/2024, 31 497, nr. 475.8Kamerstukken II, 2023/2024, 31 497, nr. 472.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3297 positie van de buurtbus in het mobiliteitssysteem mee. In deze verkenningworden de mogelijkheden en bijbehorende voorwaarden onderzocht omde verschillende vormen van doelgroepenvervoer en regulier regionaalopenbaar vervoer te optimaliseren. Hierbij wordt gestreefd naar eensamenhangend mobiliteitssysteem voor alle reizigers, waarbij het huidigedienstregeling gestuurde ov wordt aangevuld met vraaggestuurd ov,doelgroepenvervoer en de inzet van andere vormen zoals deelmobiliteit.Daarnaast zullen er altijd mensen zijn voor wie reizen met (aanvullend) ovhelaas nooit mogelijk zal zijn. Voor die mensen moeten we uiteraard inredelijkheid voorzien in een alternatief. Valys-vervoer is één van diealternatieven.5. Werkgelegenheid en een behoorlijke levensstandaardOp het terrein van werk en inkomen beveelt het Comité aan om te kijkennaar de systemische en structurele belemmeringen die ervaren wordendoor mensen met een beperking en om maatregelen te nemen om dearbeidsparticipatie van mensen met een beperking te verhogen. Ookbeveelt het Comité aan om de banenafspraak verder te implementeren, tezorgen voor toegankelijke werkplekken en adequate ondersteuning vanmensen met een beperking. Daarnaast beveelt het Comité aan omwetgeving aan te passen zodat op een gepaste manier naar mensen meteen beperking wordt verwezen en om de mensenrechtenbenadering vandenken over handicap door te voeren in alle programma’s, beleid enwetgeving.Te veel mensen met een beperking staan aan de kant. Om ervoor tezorgen dat meer mensen kunnen participeren op de arbeidsmarkt zet hetMinisterie van SZW op korte termijn in op verbeteringen van de banenaf-spraak. Zo wordt er bijvoorbeeld gewerkt aan het beter in beeld brengenvan kandidaten uit de doelgroep banenafspraak. Ook ligt er eenwetsvoorstel in uw Kamer waarin wordt ingezet op een beperkteverbreding van de doelgroep, een bonus-malusregeling in plaats van eenquotumregeling en een vereenvoudiging voor werkgevers voor hetverkrijgen van de loonkostenvoordelen. Het Ministerie van SZW werktverder in samenwerking met mensen met een beperking, hun vertegen-woordigende organisaties en onder andere sociale partners aan detoekomstvisie banenafspraak, waarbij het uitgangspunt is dat deondersteuningsbehoefte van mensen centraal komt te staan in plaats vande uitkering waar iemand in zit.9 De aanbevelingen van het Comitéomtrent de banenafspraak worden hierbij ook bestudeerd. Voor mensenmet een uitkering is ondersteuning naar werk beschikbaar vanuitgemeenten of UWV. Door het actieplan arbeidsmarktdiscriminatie werktde Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verder aan hetuitbannen van discriminatie op de werkplek.Sociaal ontwikkelbedrijven hebben een grote rol bij het aan het werkhelpen van mensen met een beperking. Wanneer mensen (tijdelijk) niet bijeen reguliere werkgever kunnen werken, spelen sociaal ontwikkelbe-drijven een belangrijke rol om werken tóch mogelijk te maken. Zij biedenmensen een (beschutte) werkplek en begeleiden ze waar mogelijk naarwerk op de reguliere arbeidsmarkt. Het kabinet zet in op het stimulerenvan beschut werk en het versterken van de infrastructuur van sociaalontwikkelbedrijven. Hiervoor is vanaf 2025 € 65 miljoen structureel perjaar beschikbaar. Het kabinet werkt ook aan de verbeteragenda beschutwerk, met daarin maatregelen die de uitvoering van beschut werk verderversimpelen. Uw Kamer heeft recent de voortgangsbrief «Infrastructuur9Kamerstukken II 2023/2024, 34 352, nr. 320Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3298 sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk» ontvangen.10 In deze briefstaan bovengenoemde maatregelen en enkele andere stappen uitge-breider toegelicht.Het Comité beveelt verder aan dat het verhoogde risico op armoede ondermensen met een beperking moet worden aangepakt en dat mensen meteen beperking specifiek meegenomen moeten worden in plannen diearmoede tegengaan. Tevens dient de beperking de belangrijkste factor tezijn in de toekenning en berekening voor kosten, sociale toelages en eigenbijdragen van mensen met een beperking. Hierbij dienen toelages dieafhangen van het huishoudinkomen te worden vermeden.Het gehele kabinet vindt het van groot belang om armoede aan te pakken.De afgelopen jaren zijn de armoedecijfers in Nederland gedaald. Tegelij-kertijd zijn economische ontwikkelingen onvoorspelbaar. In het Nationaalprogramma armoede en schulden werkt het kabinet samen met ervarings-deskundigen, gemeenten, vakbonden, werkgevers, maatschappelijke enprivate organisaties aan het tegengaan van de langetermijngevolgen vanarmoede. Het onderzoek «»Meerkosten van het leven met eenbeperking»» door het NIBUD maakte tevens inzichtelijk met welkemeerkosten mensen geconfronteerd kunnen worden als gevolg van hunbeperking. Ik ga met de collega-bewindspersonen van het Ministerie vanSociale Zaken en Werkgelegenheid in gesprek over dit rapport en kommet een beleidsreactie waarbij het regeerprogramma van het kabinet(bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) het vertrekpunt is.Ons sociale zekerheidsstelsel verzekert mensen van inkomen bijwerkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid en ouderdom. De afgelopenjaren hebben signalen uit de praktijk en rapporten van verschillendecommissies ons gewezen op de onbedoelde effecten van de complexewetgeving in de sociale zekerheid. Het kabinet erkent dat de socialezekerheid complex is voor veel mensen die er van afhankelijk zijn en datde regelingen begrijpelijker, voorspelbaarder en toegankelijker moetenworden. Het kabinet werkt daarom onder andere aan het wegnemen vande hardheden en structurele knelpunten in het arbeidsongeschiktheids-stelsel. De beleidsvarianten en opties die de commissie toekomstarbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS) voorstelt, worden op dit momentambtelijk nader uitgewerkt. De Minister van Sociale Zaken en Werkgele-genheid informeert uw Kamer dit najaar over deze uitwerking.Een deel van de mensen met een beperking die niet terecht kunnen in hetarbeidsongeschiktheidsstelsel zijn voor hun levensonderhoud afhankelijkvan de Participatiewet. Onder andere OCTAS heeft geconcludeerd dat ditvanwege de strenge voorwaarden en de focus op werk niet passend is.Het vraagstuk hoe mensen zonder of met beperkt arbeidsvermogen die inde Participatiewet zitten, beter ondersteund kunnen worden, wordtopgepakt binnen het programma Participatiewet in balans. Een werkgroepwaarin ook gemeenten en UWV meedoen, werkt hiervoor opties uit.Daarbij worden ook de normen, rechten en plichten tegen het lichtgehouden. In het voorjaar van 2025 wordt uw Kamer geïnformeerd overde voortgang.Voor sommige mensen stopt ondersteuning niet in het domein van desociale zekerheid. Veel mensen met een uitkering ontvangen ook één ofmeerdere toeslagen. Zij maken gebruik van lokale regelingen, of hebbenzorg nodig waarvoor zij een eigen bijdrage betalen of een fiscaleaftrekpost gebruiken. Al deze onderdelen werken op elkaar in. Via hetprogramma Vereenvoudiging inkomensondersteuning voor mensen (VIM)10Kamerstukken II, 2023/24, 34 352, nr. 326.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3299 werkt het kabinet aan vereenvoudiging in de samenhang van toeslagen,fiscaliteit, sociale zekerheidsuitkeringen en gemeentelijke regelingen.Hierover is uw Kamer eerder geïnformeerd in december 2023.11 Daarnaastvereenvoudigt het kabinet de aftrek van extra vervoerskosten door ziekteof een beperking in de inkomstenbelasting per 1 januari 2025. Om beteraan te sluiten bij de hoge kosten die mensen met een beperking makenvoor vervoer, stelt het kabinet extra middelen ter beschikking om hetforfait voor het aftrekbaar bedrag bij extra vervoerskosten te verhogennaar 0,60 euro per kilometer.6. Ook spoedig toewerken naar implementatie in Caribisch NederlandOfschoon het Comité positief is over het besluit van de regering omnationale wetgeving inzake gelijke behandeling in te voeren in CaribischNederland, inclusief de Wet gelijke behandeling op grond van handicap ofchronische ziekte (Wgbh/cz), beveelt het Comité verder aan om spoedigwerk te maken van medegelding en volledige implementatie van hetVerdrag in het Caribisch Nederland. Momenteel onderzoeken debetrokken ministeries welke verdere stappen hiervoor gezet moetenworden. Daarnaast wordt ingezet op een apart programma gericht optoegankelijkheid en participatie voor inwoners van Caribisch Nederland.Dit is nu in voorbereiding. Hierin zullen acties worden uitgevoerd die ingezamenlijkheid met partners op de eilanden zijn vastgesteld. DeStaatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport zal na een bezoek aan deeilanden in het eerste kwartaal van 2025 een brief sturen over de standvan zaken en de voortgang hiervan. Het kabinet werkt bovendien aan eenregeling zodat ouders met kinderen in Caribisch Nederland met een grotezorgbehoefte, bijvoorbeeld door een beperking of aandoening, inaanmerking kunnen komen voor een extra tegemoetkoming in de kostenvan de intensieve zorg. Vooruitlopend op de structurele regelgeving, dienaar verwachting op 1 juli 2025 in werking zal treden, kunnen ouders nu alhiervoor in aanmerking komen middels een tijdelijke subsidieregeling.7. Assistentie bij het zelfstandig een stem uitbrengenTot slot komen ook de verkiezingen terug in de aanbevelingen van hetComité. En vormen een belangrijk onderwerp, omdat toegankelijkeverkiezingen mensen met een beperking letterlijk en figuurlijk een stemgeeft om de veranderingen aan te kaarten die zij nodig achten. Het Comitébeveelt aan de interpretatieve verklaring van Nederland bij artikel 29 vanhet VN-verdrag Handicap in te trekken en de bijbehorende wetgeving aante passen. Op grond van artikel 29 van het VN-verdrag Handicap hebbenmensen met een beperking het recht om op hun verzoek te wordenbijgestaan bij het uitbrengen van hun stem in een verkiezing door eenpersoon naar keuze. Bij de ratificatie van het Verdrag heeft de Neder-landse regering een interpretatieve verklaring afgelegd, waarin staat datzij onder hulp alleen vormen van ondersteuning buiten het stemhokjeverstaat, met uitzondering van de bestaande mogelijkheid voor kiezersmet een lichamelijke beperking om ondersteuning in het stemhokje tekrijgen.12De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bereidt op ditmoment een wetsvoorstel voor, waarin wordt opgenomen dat alle kiezersook hulp van een stembureaulid kunnen verkrijgen. Als het wetsvoorsteldoor het parlement wordt aangenomen, en als de wet in werking treedt,zal de regering besluiten of de interpretatieve verklaring bij artikel 29 vanhet VN-verdrag Handicap ingetrokken wordt.11Kamerstukken II 2023/2024, 29 362, nr. 34712Trb. 2016, nr. 105, blz. 20.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32910 Afrondende toelichting op de rapportagecyclus.Ieder land dat het Verdrag heeft geratificeerd, legt hierover verant-woording af aan het Comité. Dit gebeurt volgens een vaste procedure, diebekend staat als de rapportagecyclus.De volgende stappen heeft Nederland nu doorlopen in de rapportage-cyclus:–Na ratificatie van het VN-verdrag Handicap in 2016 heeft Nederland op13 juli 2018 de initiële rapportage over de implementatie van hetVerdrag ingediend bij het Comité, het zogeheten Statenrapport.–Na bestudering van het Statenrapport, de rapportages van het Collegevoor de Rechten van de Mens en de schaduwrapportage van deAlliantie VN-verdrag Handicap heeft het Comité een vragenlijst («Listof Issues») opgesteld. De beantwoording van deze vragenlijst isingediend bij het Comité op 30 november 2022.–Op 15 augustus 2024 vond de dialoog met het Comité over deimplementatie van het VN-verdrag Handicap plaats in Genève.–Op 11 september 2024 heeft het Comité zijn concluding observationsmet bevindingen en aanbevelingen uitgebracht over de naleving vanhet VN-verdrag Handicap in Nederland. Deze zijn gebaseerd op hetStatenrapport, de beantwoording van de List of Issues, de schaduw-rapportages en de dialoog.Hiermee is de eerste rapportagecyclus voor Nederland afgerond en begintde volgende rapportagecyclus, waarin Nederland opnieuw moetrapporteren over de implementatie van het VN-verdrag Handicap en deopvolging die gegeven is aan de aanbevelingen van het Comité. Devolgende schriftelijke rapportage op basis van een nieuwe «List of Issues»moet bij het Comité worden ingediend vóór 14 juli 2030.Tot slotDe aanbevelingen van het Comité benadrukken het belang om ambitieuste blijven werken aan de uitvoering van het VN-verdrag Handicap inNederland. Ik vind het goed dat het Comité ons hier scherp op houdt. Deaanbevelingen raken aan de volle breedte van het VN-verdrag Handicapen bieden goede aanknopingspunten om verdere verbeteringen terealiseren in de komende periode. Bijvoorbeeld voor het verder imple-menteren van het VN-verdrag Handicap op lokaal niveau en het realiserenvan inclusief onderwijs in het funderend onderwijs en vervolgonderwijs.Ik zal er dan ook zorg voor dragen dat alle betrokken departementen enorganisaties de aanbevelingen zullen betrekken bij de invulling van dewerkagenda, zoals ik in deze brief ook heb toegelicht.De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,V. MaeijerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32911
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.