KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de reactie op het rapport 'Maatschappelijke acceptatie van vrouwspecifieke aandoeningen' van de NVOG (Kamerstuk 31765-843)

13 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 771df6dd715874e6 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 765Kwaliteit van zorgNr. 855 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 13 juni 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister voor MedischeZorg over de brief van 7 maart 2024 over de reactie op het rapport«Maatschappelijke acceptatie van vrouwspecifieke aandoeningen» van deNVOG (Kamerstuk 31 765, nr. 843).De vragen en opmerkingen zijn op 2 april 2024 aan de Minister voorMedische Zorg voorgelegd. Bij brief van 13 juni 2024 zijn de vragenbeantwoord.De fungerend-voorzitter van de commissie,AgemaAdjunct-griffier van de commissie,Heller kst-31765-855ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8551 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie7II.Reactie van de Minister8 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het rapport«Maatschappelijke acceptatie van vrouwspecifieke aandoeningen» van deNVOG, alsmede ook van de reactie van de Minister voor Medische Zorgop dit rapport. De leden van de PVV-fractie vinden het een goedeontwikkeling dat er meer aandacht is voor vrouwspecifieke aandoeningengezien de grote impact hiervan op de zorg en op de maatschappij. Zijhebben geen aanvullende vragen ten aanzien van het rapport of de reactievan de Minister hierop.Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractieDe leden van de GL-PvdA-fractie zijn blij met het rapport van de NVOG. Zijvragen al langere tijd aandacht voor vrouwspecifieke aandoeningen enzien het rapport als een bevestiging van de noodzaak hiervan. Genoemdeleden zijn blij met de al in gang gezette acties zoals beschreven onder delopende initiatieven, het op te zetten kennisprogramma en de gesprekkendie de Minister gaat voeren over de strategie en de kennisagenda, waarbijprioriteit wordt gegeven aan vrouwspecifieke aandoeningen. Zij hebbennog wel enkele opmerkingen en vragen.De leden van de GL-PvdA-fractie merken op dat uit het onderzoek blijktdat vrouwspecifieke aandoeningen, zoals bekkenbodemproblemen (1),cyclusstoornissen en cyclus gerelateerde buikpijn (2), hormonaleproblemen (3) en vulvaire klachten (4), vaak voorkomen en een groteimpact hebben op kwaliteit van leven. Zij spreken liever van bekkenbo-demaandoeningen (bij punt 1), van hormoon-gerelateerde gezondheids-klachten (bij punt 3) en van klachten aan de uitwendige geslachtsorganen(bij punt 4).De leden van de GL-PvdA-fractie vinden het van groot belang dat er meeraandacht is voor vrouwspecifieke aandoeningen. Ook het taboe omdaarover te spreken bij zorgverleners, werkgevers, Arbodiensten en in desamenleving is daarbij van belang. Welke acties onderneemt de Ministerom dit taboe weg te nemen?De leden van de GL-PvdA-fractie constateren dat artsen nog te weinigkennis van het vrouwenlichaam hebben. Lichamen van vrouwen enmannen zijn biologisch niet hetzelfde, hoewel dit eeuwenlang door mediciwel het uitgangspunt was bij onderzoek naar symptomen en diagnostiek.Zo was ook medicijnontwikkeling veelal op mannen gericht. Als jevrouwen goed zou willen meenemen in medische onderzoeken zou jeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8552 grotere onderzoekspopulaties moeten gebruiken, of ook specifiekvrouwgericht onderzoek moeten doen op gebied van fysiologie,diagnostiek en behandeling. Dat kost tijd energie en geld. Wat betreftgenoemde leden is dit een belangrijk punt om in de politiek aandacht voorte blijven vragen en niet geheel aan het veld over te laten. Wil de Ministerdit ook nog extra onder de aandacht brengen bij het Europees Genees-middelenbureau (EMA)?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van dereactie van de Minister op het rapport «Maatschappelijke acceptatie vanvrouwspecifieke aandoeningen» van de NVOG. Het rapport maaktduidelijk dat er nog een hoop werk te verzetten valt als het aankomt opvrouwspecifieke aandoeningen. Genoemde leden pleiten al langer vooreen structurele aanpak Vrouwengezondheid, met aandacht, onderzoek enbetere inbedding van het vrouwelijk geslacht in de gezondheidszorg, eenzogenoemde Nationale Strategie Vrouwengezondheid. Het doet dezeleden goed dat de Minister hier ook oog voor heeft. Als eerste vragen zijde Minister of zij kan toezeggen te komen met zo’n Nationale StrategieVrouwengezondheid.Uit het rapport blijkt dat er sprake is van een kennisachterstand op hetgebied van vrouwspecifieke aandoeningen. Het kan, bijvoorbeeld bijvrouwen met endometriose, jaren duren voordat een juiste diagnosewordt gesteld. Onwenselijk en onnodig. Genoemde leden zijn benieuwdwelke stappen nu zijn gezet in zowel opleidingen als de spreekkamer omde kennis over dit thema te vergroten.De maatschappelijke kosten gerelateerd aan vrouwspecifieke aandoe-ningen worden geschat op basis van directe zorgkosten, omdat er geenspecifieke, betrouwbare cijfers bekend zijn, zo lezen de leden van deVVD-fractie in het rapport. In hoeverre is het mogelijk om in aanvullingdaarop een inschatting te maken van bijvoorbeeld verzuimpercentage enook verloop in banen, voortkomende uit (niet-herkende) vrouwspecifiekeaandoeningen?Onderzoek naar vrouwspecifieke aandoeningen komt onvoldoende van degrond, zoals staat aangegeven in het rapport. De leden van de VVD-fractielezen in de brief dat het in de eerste plaats aan het zorgveld zelf is. Hoeverhoudt zich dit tot een andere conclusie uit het rapport, namelijk dat erüberhaupt onvoldoende aandacht is voor dit thema? Wat is volgens deMinister de reden daarvoor, ondanks dat elke vrouw met minimaal eenvan de genoemde aandoeningen te maken krijgt?De leden van de VVD-fractie lezen in de brief dat de Minister de «sector»zal aanspreken op hun verantwoordelijkheid en ook in gesprek gaat metdepartementen vanwege de gedeelde verantwoordelijkheid. Is de Ministerbereid de Kamer halfjaarlijks op de hoogte te stellen van de voortgangvan lopende acties?De leden van de VVD-fractie vinden het een goede ontwikkeling dat erzowel nationaal als internationaal meer aandacht voor komt. Engeland enAustralië hebben al ervaring met een nationale strategie voor vrouwenge-zondheid. Is de Minister bereid om voor een Nederlandse StrategieVrouwengezondheid, waar genoemde leden om vragen, kennis eninspiratie op te halen uit deze landen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8553 De leden van de VVD-fractie lezen in de bijlage van de brief over delopende initiatieven. Het is goed te zien dat het amendement-Ellemeet1over een publiekscampagne rondom endometriose wordt uitgevoerd. DeMinister geeft aan dat zij verwacht dat dit jaar nog kan worden gestart methet project. Wat is de stand van zaken op dit moment? Waar hangt hetnog van af of er inderdaad dit jaar kan worden gestart? Hoewel de ledenvan de VVD-fractie dit amendement hebben gesteund, zien zij aanvullendmeer in het breder trekken en meer inzet op bewustwording bij artsen. Hetduurt nu vaak te lang voordat een (juiste) diagnose wordt gesteld. Inhoeverre wordt in dit project aandacht besteed aan het vergroten vanbewustwording bij zorgverleners zodat vrouwen sneller een diagnosekunnen krijgen?De leden van de VVD-fractie willen ook meer weten over de stand vanzaken omtrent sekseverschillen in medisch onderzoek. Symptomen vanbepaalde ziektes, bijvoorbeeld hart -en vaatziekten, zijn anders bijvrouwen dan bij mannen. Dit geldt ook voor het verloop van ziekten. Ookkunnen medicijnen bij vrouwen anders werken dan bij mannen, en zijndeze veelal getest op mannenlichamen. De leden van de VVD-fractie lezendat de Taakopdracht Gender en Gezondheid wordt verlengd. Zij vragen ofde Minister kan aangeven of er vooruitgang zit in de verhoudingman/vrouw bij medisch onderzoek. Ziet zij hierin verbetering of is hiermeer actie nodig? Welke stappen zijn gezet in het vergroten van de kennisop het gebied van sekseverschillen bij symptomen, verloop en behande-lingen van ziektes? En hoe wordt deze kennis vertaald richting desamenleving, zodat ook mensen zelf alerter worden op deze verschillen?Tot slot vragen genoemde leden wat de stand van zaken is van deopvolging van de motie Rudmer Heerema c.s. over meer aandacht voorgender- en man-vrouwverschillen in onderzoek2.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de leden van de NSC-fractie hebben het onderzoek naar demaatschappelijke acceptatie van vrouwspecifieke aandoeningen,uitgevoerd op initiatief van de NVOG, WOMEN INC. en in opdracht vanZonMw, en de reactie van de Minister hierop met interesse gelezen. Dezeleden hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wat de belangrijksteredenen zijn voor de kennisachterstand en het gebrek aan aandacht voorvrouwspecifieke aandoeningen in het huidige zorglandschap, ondanks degenoemde stimuleringsmaatregelen en aandachtspunten tot nu toe.Waarom hebben de interventies en programma’s tot nu toe onvoldoendeopgeleverd?De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoe de voorgesteldeinvestering van enkele miljoenen per jaar concreet kan bijdragen aan hetaanpakken van de bestaande hiaten in kennis en implementatievraag-stukken met betrekking tot vrouwspecifieke aandoeningen. Hoe zeker is deMinister ervan dat de kennisachterstand en het gebrek aan aandachthiermee wordt weggewerkt? Welke concrete stappen zullen wordengenomen om ervoor te zorgen dat het kennisprogramma vrouwspecifiekeaandoeningen een duurzame impact heeft en bijdraagt aan een nationalestrategie rondom vrouwengezondheid?De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoe wordt gezorgd vooreen inclusieve benadering binnen het kennisprogramma, rekening1Kamerstuk 36 200 XVI, nr. 312Kamerstuk 35 560, nr. 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8554 houdend met diverse subgroepen van vrouwen, waaronder vrouwen meteen andere etniciteit, LGBTQ+-vrouwen en vrouwen met een lageresociaaleconomische status.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister op welke manier deimplementatie van de resultaten uit het kennisprogramma in de praktijkvan de gezondheidszorg zal worden geborgd. Welke rol verwacht deMinister precies van zorgverleners, onderzoekers en bestuurders hierin?De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoe de participatie vanvrouwen in het onderzoek binnen het kennisprogramma wordt gewaar-borgd, om ervoor te zorgen dat hun specifieke behoeften en ervaringenworden meegenomen.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie vinden het een hele goede zaak dat eronderzoek is gedaan naar de impact op de zorg en maatschappij vanvrouwspecifieke aandoeningen. Helaas – niet verassend – blijkt uit hetrapport dat er onvoldoende aandacht is voor vrouwspecifieke aandoe-ningen in erkenning, maatschappelijke acceptatie en onderzoek enontwikkeling van behandeling. De leden van de D66-fractie zien dit rapportdaarom (opnieuw) als een startschot om hier verandering in te brengenzodat vrouwspecifieke aandoeningen niet worden weggedaan als een«vrouwenkwaaltje», maar dat er echt wordt toegewerkt naar eenoplossing. Daartoe hebben deze leden nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie constateren in het rapport dat de miskenningvan vrouwspecifieke aandoeningen ook grote economische schade metzich meebrengt. Deze leden vragen zich daarom op welke wijze deMinister gaat optrekken met collega’s van andere departementen om ditprobleem op te lossen. Hoe kijkt de Minister bijvoorbeeld naar denoodzakelijke samenwerking met de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid om bewustwording van vrouwspecifieke aandoeningenop de werkvloer en onder bedrijfsartsen te vergroten, zo vragen dezeleden.De leden van de D66-fractie zijn zeer verheugd dat de Minister een extraonderzoeksimpuls wil geven door middel van een kennisprogrammavrouwspecifieke aandoeningen. Deze onderzoeksimpuls is essentieel ombreder kennis en daarmee ook de ontwikkeling van behandeling vanvrouwspecifieke aandoeningen te bevorderen. Wel vragen deze leden opwelke wijze de Minister ook toewerkt naar maatschappelijke bekendheiden acceptatie van vrouwspecifieke aandoeningen. Zo zijn er aandoeningenwaarbij er mogelijk al voldoende onderzoek en behandelingsopties zijn,maar door een taboe mensen onvoldoende toegang hebben tot zorg. Dezeleden noemen hierin migraine als voorbeeld, een aandoening die tenminste één op de vier vrouwen treft. Kan de Minister aangeven welkestrategie er is om bewustwording over vrouwspecifieke aandoening teverbeteren, met als doel toegang tot zorg te bevorderen, zo vragen dezeleden.De leden van de D66-fractie lezen dat de Minister zich de komende tijd ookinternationaal verder zal inzetten op het gebied van vrouwengezondheid.Kan de Minister toelichten op welke wijze zij voornemens is dit te doen enhierin specifiek toe te lichten of en zo ja hoe zij een voortrekkersrol in deEuropese Unie op zich kan nemen, zo vragen deze leden. Kan de Ministerhierbij aangeven welke kansen zij hierin ziet voor internationale enEuropese samenwerking?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8555 Tot slot, vinden de leden van de D66-fractie het probleem dermate grootdat zij om snelheid vragen aan de Minister. Kan de Minister toelichten ofzij deze urgentie onderschrijft en op welke wijze dit tot uiting komt. Kan deMinister daarbij in een tijdspad aangeven wat de volgende stappen zijn,zo vragen deze leden.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van dekabinetsreactie op het rapport «Maatschappelijke acceptatie van vrouw-specifieke aandoeningen» van de NVOG. Deze leden steunen het besluitvan de Minister om meer middelen beschikbaar te stellen voor onderzoeknaar en kennis over vrouwspecifieke aandoeningen. Deze leden vragen ofde Minister nader wil toelichten hoe deze middelen precies wordenbesteed en wat het tijdspad voor de ontwikkeling van het kennispro-gramma is.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Minister zich ook internationaalwil inzetten voor meer aandacht voor vrouwspecifieke aandoeningen inhet kader van de Mondiale Gezondheidsstrategie. Deze leden vragen of deMinister wil aangeven hoe zij dit wil aanpakken en welke acties zijdaarvoor onderneemt.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetrapport «Maatschappelijke acceptatie van vrouwspecifieke aandoeningen»van de NVOG.Zij ondersteunen de boodschap dat meer aandacht nodig is voorvrouwspecifieke aandoeningen en voor de specifieke manier waaropgezondheidsproblemen zich bij vrouwen in bredere zin voordoen. Zijhebben daarnaast nog een aantal vragen en opmerkingen.De leden van de SP-fractie zijn positief over de investering die wordtgedaan in het kennisprogramma voor vrouwspecifieke aandoeningen.De leden van de SP-fractie vragen de Minister hoe zij omgaat met deaanbevelingen uit het rapport voor het verbeteren van het bewustzijn vanzorgverleners enerzijds en meisjes en vrouwen anderzijds over vrouwspe-cifieke aandoeningen. Gaat zij deze aanbevelingen opvolgen en zo ja,hoe?De leden van de SP-fractie zijn van mening dat ook de farmaceutischeindustrie een deel van de verantwoordelijkheid draagt voor de specifiekegezondheidsproblemen van vrouwen. Zo zijn geneesmiddelen lange tijdamper getest op vrouwen en wordt nog steeds niet altijd gerapporteerdover afwijkende effecten van geneesmiddelen op vrouwen. Vrouwenervaren daardoor vaker bijwerkingen van geneesmiddelen. Hoe kijkt deMinister hiernaar? Welke stappen is zij bereid om te nemen om ervoor tezorgen dat de farmaceutische industrie haar verantwoordelijkheid neemt?In hoeverre is het noodzakelijk om wet- en regelgeving op dit gebied aante scherpen?De leden van de SP-fractie wijzen erop dat veel onderzoek en kennisverza-meling ook internationaal plaatsvindt en dat vrouwspecifieke aandoe-ningen dan ook internationaal meer aandacht zouden moeten krijgen. Zijzijn er positief over dat de Minister dit ook expliciet noemt. Welke stappenzet zij concreet op dit gebied?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8556 De leden van de SP-fractie wijzen erop dat er een grote inhaalslag nodigis, niet alleen als het gaat om kennis, aandacht en bewustzijn op hetgebied van vrouwspecifieke aandoeningen, maar ook op het gebied vande specifieke kenmerken en effecten van andere aandoeningen enbehandelingen op vrouwen. Zij zijn positief over het feit dat de Ministernu stappen zet en financiering vrijmaakt, maar zij vragen de Minister welin hoeverre de huidige stappen en financiering voldoende zijn voor deinhaalslag die noodzakelijk is.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de reactie van de Minister op het rapport van de NVOG overvrouwspecifieke aandoeningen. Mannen- en vrouwenlichamen verschillenvan elkaar. Als gevolg hiervan zijn er seksespecifieke aandoeningen dierelatief méér of zelfs uitsluitend voorkomen bij één van de geslachten. Alshet gaat om vrouwspecifieke aandoeningen valt te denken aan endome-triose, de overgang, maar bijvoorbeeld ook verschillen tussen mannen envrouwen in het ontstaan van hart- en vaatziekten. Het is een kwestie vangoede en passende zorg dat hier aandacht voor is. De leden van deSGP-fractie ondersteunen daarom de inzet van de Minister om kennisover vrouwspecifieke aandoeningen te vergroten.De leden van de SGP-fractie constateren dat in bijlage 1 bij de briefdiverse lopende acties worden opgesomd. Zij hebben hierover nog eenaantal vragen.De Minister stelt dat meisjes en vrouwen niet altijd de benodigde hulpkrijgen door onvoldoende kennis over vrouwspecifieke aandoeningen. Zijwil het taboe hieromtrent doorbreken. Volgens de Minister zou hetdoorbreken van het taboe kunnen beginnen door voorlichting aan meisjesen jonge vrouwen te geven op de basisschool. Hier zetten de leden van deSGP-fractie vraagtekens bij. Om te beginnen vragen de leden van deSGP-fractie de Minister of er daadwerkelijk sprake is van een taboe, of dater eerder sprake van veel onkunde en onwetendheid. In het verlengdedaarvan vragen de leden van de SGP-fractie haar of het onderwijs de plekis waar dit «taboe» aangepakt zou moeten worden. Ligt hier niet veelmeer een taak voor de medische (wetenschap)?De Minister verwijst in haar pleidooi voor het slechten van het taboe naarhet onderwijs met betrekking tot relationele en seksuele vorming en hetdaarvoor bestemde Stimuleringsprogramma Gezonde Relaties enSeksualiteit van de Gezonde School. De leden van de SGP-fractie vragenzich sterk af, áls je dit al via het onderwijs aan de orde zou willen stellen,dit dan de juiste route is. Zij vinden dit eigenlijk een veel te beperkendebenadering. Voor zover bekend bij de leden van de SGP-fractie richten deinterventies in het aanbod van de Gezonde School zich uitsluitend opthematiek met betrekking tot relationele en seksuele ontwikkeling.Uiteraard komen hier de verschillen tussen het lichaam van man en vrouwaan de orde, maar vrouwspecifieke aandoeningen beperken zich niet totde seksuele ontwikkeling of tot seksuele problemen. Ook vragen de ledenvan de SGP-fractie de Minister of het onderwerp «seksespecifiekeaandoeningen» hiermee niet onnodig gevoelig wordt gemaakt.Verschillen tussen een mannenlichaam en vrouwenlichaam en wat ditbetekent voor ziektes en aandoeningen zou ook via reguliere biologie-lessen aan de orde kunnen komen. Zij vragen de Minister hierop tereflecteren.De leden van de SGP-fractie hebben vergelijkbare vragen over deverwijzing naar informatiewebsites www.sense.info enwww.seksindepraktijk.nl. De leden van de SGP-fractie vragen of er op ditmoment deze website daadwerkelijk informatie te vinden is oververschillen tussen mannen- en vrouwenlichamen en daaraan gerelateerdeaandoeningen of -ziektes. Zij vragen de Minister ook of deze websitesTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8557 daarvoor bedoeld zijn. Nogmaals benadrukken de leden van deSGP-fractie dat seksespecifieke aandoeningen niet uitsluitend betrekkinghebben op de seksuele ontwikkeling of «seksuele problemen» zijn. Zijvragen de Minister hierop te reageren.De leden van de SGP-fractie constateren verder dat er in de bijlage nietalleen gebruikt wordt gemaakt van het begrip «sekse», maar ook van hetbegrip «gender». De leden van de SGP-fractie menen dat er een wezenlijkverschil bestaat tussen de termen «seksespecifiek» en «genderspecifiek».Is de Minister het daarmee eens? De leden van de SGP-fractie vragen deMinister uit te leggen wat volgens haar «genderspecifieke zorg» is en«genderspecifieke aandoeningen» zouden zijn. Zij vragen of de Ministerhet ermee eens is dat het gebruik van «genderspecifiek» in de context vanhet verschil tussen mannen- en vrouwenlichamen erg verwarrend kanzijn. Erkent zij dat begripsverwarring zelfs averechts kan uitpakken voorhet doel van de Minister, namelijk het vergroten van kennis en bewustzijnrondom vrouwspecifieke aandoeningen en het verbeteren van de zorg enhulp?Tot slot vragen de leden van de SGP-fractie om te verduidelijken hoesekse en gender worden verankerd in processen en procedures bijZonMw, zoals aangekondigd door de Minister.II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het rapport«Maatschappelijke acceptatie van vrouwspecifieke aandoeningen» van deNVOG, alsmede ook van de reactie van de Minister voor Medische Zorgop dit rapport. De leden van de PVV-fractie vinden het een goedeontwikkeling dat er meer aandacht is voor vrouwspecifieke aandoeningengezien de grote impact hiervan op de zorg en op de maatschappij. Zijhebben geen aanvullende vragen ten aanzien van het rapport of de reactievan de Minister hierop.Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractieDe leden van de GL-PvdA-fractie zijn blij met het rapport van de NVOG. Zijvragen al langere tijd aandacht voor vrouwspecifieke aandoeningen enzien het rapport als een bevestiging van de noodzaak hiervan. Genoemdeleden zijn blij met de al in gang gezette acties zoals beschreven onder delopende initiatieven, het op te zetten kennisprogramma en de gesprekkendie de Minister gaat voeren over de strategie en de kennisagenda, waarbijprioriteit wordt gegeven aan vrouwspecifieke aandoeningen. Zij hebbennog wel enkele opmerkingen en vragen.De leden van de GL-PvdA-fractie merken op dat uit het onderzoek blijktdat vrouwspecifieke aandoeningen, zoals bekkenbodemproblemen (1),cyclusstoornissen en cyclus gerelateerde buikpijn (2), hormonaleproblemen (3) en vulvaire klachten (4), vaak voorkomen en een groteimpact hebben op kwaliteit van leven. Zij spreken liever van bekkenbo-demaandoeningen (bij punt 1), van hormoon-gerelateerde gezondheids-klachten (bij punt 3) en van klachten aan de uitwendige geslachtsorganen(bij punt 4).De leden van de GL-PvdA-fractie vinden het van groot belang dat er meeraandacht is voor vrouwspecifieke aandoeningen. Ook het taboe omdaarover te spreken bij zorgverleners, werkgevers, Arbodiensten en in desamenleving is daarbij van belang. Welke acties onderneemt de Ministerom dit taboe weg te nemen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8558 Op 26 april 2023 heeft uw Kamer een brief3 ontvangen over het themaovergang en taboe. In deze brief wordt toegelicht hoe door de Ministeriesvan Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Sociale Zaken en Werkgele-genheid wordt ingezet op het doorbreken van het maatschappelijke taboeop overgangsklachten. De focus hierbij zit op het vergroten van debewustwording en kennis van vrouwen, huisartsen, bedrijfsartsen,werknemers en werkgevers over de overgang. Op verzoek van de Ministervan Sociale Zaken en Werkgelegenheid4 ontwikkelt de NederlandseVereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) een richtlijnover overgang en werk voor bedrijfsartsen zodat zij ook beter klachten diete maken hebben met de overgang herkennen. De sociale partners in deStichting van de Arbeid hebben inmiddels een handreiking4 opgesteldvoor werkgevers en vrouwen om het taboe te doorbreken en het gesprekop de werkvloer te voeren. Ik vind dit goede initiatieven die bijdragen aande bewustwording op het thema overgang en taboe.Daarnaast ontvangt WOMEN INC., een belangenorganisatie die deemancipatie van vrouwen in Nederland versnelt, subsidie van de Ministervan Sociale Zaken en Werkgelegenheid om in te zetten op communicatievoor werkgevers en werkende vrouwen waarbij ook de handreiking vande Stichting van de Arbeid onder de aandacht wordt gebracht. WOMENINC. richt zich vooral op sectoren waar veel vrouwen werken. Ook vraagthet Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in internationaalverband aandacht voor het belang van het voeren van het gesprek op dewerkvloer over vrouwspecifieke aandoeningen, zoals de overgang.Bij het doorbreken van de taboesfeer bij jongere meisjes en vrouwenstimuleert de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport methet Stimuleringsprogramma Gezonde Relaties en Seksualiteit scholen(primair, voortgezet en speciaal onderwijs) om middels de GezondeSchool-aanpak aandacht te besteden aan het thema Relaties en Seksua-liteit. Scholen zijn vrij om te bepalen op wat voor manier ze hier aandachtaan geven, maar wanneer goede voorlichting wordt gegeven aan jongemeisjes en vrouwen op het basis- en voortgezet onderwijs, kan detaboesfeer op vrouwspecifieke aandoeningen al vroeg doorbrokenworden.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ondersteunt meerjarigde Alliantie Gezondheidszorg op Maat 25. Deze alliantie is een samenwer-kingsverband tussen WOMEN INC., het COC en Rutgers en zet zich in vooreen gender-sensitieve en lhbti-sensitieve gezondheidszorg. Een voorbeeldvan een actie is de campagne «Komt een mens bij de dokter». Dezecampagne omvat onder meer een rondreizende expositie en eenpodcastreeks waarin het bewustzijn en de kennis over aandoeningen zoalsendometriose en Premenstrual Dysphoric Disorder (PMDD) wordtvergroot. Dit wordt gedaan aan de hand van persoonlijke verhalen waarinvrouwen en lhbti-personen zich kunnen herkennen. De expositie heeftonder meer gestaan op het Museumplein in Amsterdam, de Hogeschoolvan Amsterdam en in tal van gemeenten en ziekenhuizen door het heleland. Ook dit jaar is de expositie op diverse plekken in het land te zien.3Tweede Kamer vergaderjaar 2022–2023, 36 200 XV, nr. 914Arboportaal, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: handreiking de overgang enwerk https://www.arboportaal.nl/documenten/publicatie/2023/11/2/handreiking-de-overgang-en-werk5WOMEN INC. Alliantie Gezondheidszorg op Maat https://www.womeninc.nl/cases/alliantie-gezondheidszorg-op-maatTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 8559 Voor zorgprofessionals is er een toolkit6 ontwikkeld met praktischeinformatie en handelingsperspectieven voor zorgprofessionals. Voor hetonderwijs komt nog in 2024 een toolkit beschikbaar (MBO en HBO) metdaarin verschillende basismaterialen. Deze toolkit wordt in samenwerkingmet het HBO en MBO onderwijs ontwikkeld. Het doorbreken van het taboerondom vrouwspecifieke aandoeningen is daarbij van belang.In 2022 en 2023 heeft de alliantie de campagne «Doorbreek de Cyclus»over overgangsklachten en hevig menstrueel bloedverlies (HMB)uitgevoerd. Vanuit deze campagne is bijvoorbeeld de Menstruatiecheckontwikkeld. WOMEN INC. heeft na de campagne veel reacties ontvangen.Ook binnen de Rijksoverheid wordt gewerkt aan het bespreekbaar makenvan deze onderwerpen. Er zijn verschillende workshops en cursussen voorleidinggevenden en medewerkers om het gesprek over de overgang op dewerkvloer te voeren.Zoals uit het bovenstaande antwoord blijkt wordt er breed ingezet op devitaliteit van (werkende) vrouwen en kennis en bewustzijn rondom deovergang. Ook andere departementen zetten zich hier op in om zodoendede bespreekbaarheid en de kennis over overgangsklachten te vergrotenonder vrouwen, mannen, werkgevers, artsen en arbo-professionals.De leden van de GL-PvdA-fractie constateren dat artsen nog te weinigkennis van het vrouwenlichaam hebben. Lichamen van vrouwen enmannen zijn biologisch niet hetzelfde, hoewel dit eeuwenlang door mediciwel het uitgangspunt was bij onderzoek naar symptomen en diagnostiek.Zo was ook medicijnontwikkeling veelal op mannen gericht. Als jevrouwen goed zou willen meenemen in medische onderzoeken zou jegrotere onderzoekspopulaties moeten gebruiken, of ook specifiekvrouwgericht onderzoek moeten doen op gebied van fysiologie,diagnostiek en behandeling. Dat kost tijd energie en geld. Wat betreftgenoemde leden is dit een belangrijk punt om in de politiek aandacht voorte blijven vragen en niet geheel aan het veld over te laten. Wil de Ministerdit ook nog extra onder de aandacht brengen bij het Europees Genees-middelenbureau (EMA)?Onderzoek gericht op vrouwen en vrouwspecifieke aandoeningen reiktverder dan alleen de Nederlandse grenzen, en daarom heb ik mij ookinternationaal ingezet voor dit thema. Dit omvat onder meer hetagenderen van deze kwesties (tijdens internationale fora zoals de WorldHealth Assembly (WHA) en binnen de EU), het versterken van interna-tionale wetenschappelijke samenwerking en het delen van kennis enervaringen met andere landen. Het belang van medische onderzoekenmet een grotere onderzoekspopulatie en specifiek vrouwgerichtonderzoek staat hoog op de agenda, zowel nationaal als internationaal.Momenteel wordt verkend hoe Nederland zich het beste in kan zetten opdit thema. Bijvoorbeeld de Europese onderzoekssamenwerking in hetkader van Horizon Europe biedt een goede gelegenheid om hier specifiekaandacht voor te vragen. Het EMA heeft al in richtlijnen opgenomen datonderzoekspopulaties voldoende representatief moeten zijn op een aantalfactoren, zoals gender.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van dereactie van de Minister op het rapport «Maatschappelijke acceptatie vanvrouwspecifieke aandoeningen» van de NVOG. Het rapport maakt6Alliantie Gezondheidszorg op Maat, Toolkit voor zorg- en hulpverlenershttps://detoolkit.komteenmensbijdedokter.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85510 duidelijk dat er nog een hoop werk te verzetten valt als het aankomt opvrouwspecifieke aandoeningen. Genoemde leden pleiten al langer vooreen structurele aanpak Vrouwengezondheid, met aandacht, onderzoek enbetere inbedding van het vrouwelijk geslacht in de gezondheidszorg, eenzogenoemde Nationale Strategie Vrouwengezondheid. Het doet dezeleden goed dat de Minister hier ook oog voor heeft. Als eerste vragen zijde Minister of zij kan toezeggen te komen met zo’n Nationale StrategieVrouwengezondheid.Voor het opstellen en uitvoeren van een dergelijke strategie zullen ookandere departementen een bijdrage moeten leveren, denk bijvoorbeeldaan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Ministerievan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap alsmede het Ministerie vanEconomische Zaken en Klimaat. Gegeven de demissionaire status van hethuidige kabinet, acht ik het opstellen van een dergelijke strategie (brederdan zorg alleen), met alle betrokken departementen zodat ook allerelevante beleidsterreinen worden meegenomen, dan ook aan eenvolgend kabinet. Ik verwijs hiervoor naar mijn brief van 3 juni 2024(appreciatie motie Zeedijk7) (Kamerstuk 30 420, nr. 406).Uit het rapport blijkt dat er sprake is van een kennisachterstand op hetgebied van vrouwspecifieke aandoeningen. Het kan, bijvoorbeeld bijvrouwen met endometriose, jaren duren voordat een juiste diagnosewordt gesteld. Onwenselijk en onnodig. Genoemde leden zijn benieuwdwelke stappen nu zijn gezet in zowel opleidingen als de spreekkamer omde kennis over dit thema te vergroten.Ik zie het belang van meer aandacht voor vrouwspecifieke aandoeningenzoals bijv. endometriose en de noodzaak om vrouwen die hier aan lijdengoede passende zorg te bieden. Wat ik van zorgverleners en patiëntenbegrepen heb is er nog veel te winnen op het gebied van awareness,goede informatie en wetenschappelijk onderzoek om vrouwen de juistezorg te bieden. Met diverse partijen zijn er gesprekken gevoerd over hoeer bijv. meer bekendheid gegenereerd kan worden voor endometriose: bijvrouwen, bij zorgverleners én opleiders. Want als de diagnose vroegtijdiggesteld wordt, kunnen vrouwen eerder de juiste behandeling krijgen enzijn de gevolgen minder ingrijpend.Ik zet op dit specifieke onderdeel in door onder andere het toekomstigekennisprogramma bij ZonMw voor wat betreft vrouwspecifieke aandoe-ningen. Daarnaast heeft ZonMw vorig jaar een opdracht verstrekt aan eenconsortium van relevante experts en partijen betrokken bij endometriosehoe de voorlichting en kennis verbeterd te verbeteren. Ik verwacht eind2025 de resultaten hiervan.Vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt deAlliantie Gezondheidszorg op Maat 2 gefinancierd. Deze Alliantie zet zichin voor het bevorderen van kennis in de maatschappij en bij zorgverlenersover vrouwspecifieke aandoeningen, Dit wordt onder andere gedaan viade campagne «Doorbreek de cyclus», zie verder ook mijn reactie bij devraag van de leden van GL-PvdA over dit onderwerp.Vanuit de Alliantie is verder een masterclass inclusieve gezondheidszorgvoor zorgmedewerkers ontwikkeld. Ook is er een toolkit beschikbaar diepraktische informatie en handelingsperspectieven voor zorg- en hulpver-leners biedt.Met verschillende stakeholders, zowel eerste- als tweedelijns, bereidt deAlliantie Gezondheidszorg op Maat 2 een rondetafel bijeenkomst voor in7Kamerstuk 30 420, nr. 400Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85511 2024 met bestuurders uit het onderwijsveld om de noodzaak vaninclusieve gezondheidszorg onder de aandacht te brengen en denoodzaak om de al ontwikkelde kennis bij toekomstige curricula aanpas-singen op te nemen.De alliantie werkt verder samen met de vereniging Gender en gezondheiden de alliantie Gender en GGZ om diversiteit in sekse, gender en desamenhang met gezondheidsverschillen te borgen in het onderwijs en inde bij- en nascholing van zorgprofessionals. Zo wordt gestimuleerd omaandacht voor vrouwspecifieke aandoeningen op te nemen in hetRaamplan van de artsenopleiding. Voor de opleidingen psychologie en(ortho-)pedagogiek brengt de alliantie dit jaar in kaart hoe de aandachtvoor diversiteit in sekse en gender geborgd kan worden in het curriculum.Verder zal de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra(NFU) het rapport onder de aandacht brengen van de Opleidingscom-missie Geneeskunde (OCG). De OCG is een officieel adviesorgaan voor deNFU waarin de opleidingsdirecteuren (of vice-decanen) van degeneeskunde-opleidingen van Nederland vertegenwoordigd zijn.De maatschappelijke kosten gerelateerd aan vrouwspecifieke aandoe-ningen worden geschat op basis van directe zorgkosten, omdat er geenspecifieke, betrouwbare cijfers bekend zijn, zo lezen de leden van deVVD-fractie in het rapport. In hoeverre is het mogelijk om in aanvullingdaarop een inschatting te maken van bijvoorbeeld verzuimpercentage enook verloop in banen, voortkomende uit (niet-herkende) vrouwspecifiekeaandoeningen?Als het gaat om de overgang is hier op verzoek van de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoek naar gedaan door TNO enRIVM. Daaruit volgt dat van de vrouwen in de overgang (315.000 jaarlijks)55% (ca. 173.000 vrouwen) zodanige klachten ervaart dat ze invloedhebben op hun werk. Vrouwen die regelmatig of vaak overgangsklachtenhebben ervaren drie keer zo vaak burn-outklachten als vrouwen zonderovergangsklachten in dezelfde leeftijdscategorie (39% tegenover 13%).Veel vrouwen ervaren niet de mogelijkheid om hun overgangsklachten tebespreken. Dit leidt er mede toe dat vrouwen met overgangsklachten zichtwee keer zo vaak ziekmelden als vrouwen zonder overgangsklachten. Ditziekteverzuim moet worden voorkomen. Vandaar ook de acties om hettaboe te doorbreken zoals benoemd in de kamerbrief van 26 april 2023.8Onderzoek naar vrouwspecifieke aandoeningen komt onvoldoende van degrond, zoals staat aangegeven in het rapport. De leden van de VVD-fractielezen in de brief dat het in de eerste plaats aan het zorgveld zelf is. Hoeverhoudt zich dit tot een andere conclusie uit het rapport, namelijk dat erüberhaupt onvoldoende aandacht is voor dit thema? Wat is volgens deMinister de reden daarvoor, ondanks dat elke vrouw met minimaal eenvan de genoemde aandoeningen te maken krijgt?Er zijn meerdere oorzaken dat onderzoek naar vrouwspecifieke aandoe-ningen op dit moment nog onvoldoende van de grond komt. Dit heeft temaken met onder andere onvoldoende prioritering en financiering vanwetenschappelijk onderzoek en innovatie om de onderliggende oorzakenvan de problemen gericht op te lossen en effectieve behandelingen teontwikkelen.Dit gaat om de inhoud van de zorg en is het is aan het veld om dit teverbeteren. Echter, aan de andere kant is het ook belangrijk dat defactoren die bijdragen aan deze lage prioritering zoals taboe enmaatschappelijke onwetendheid worden aangepakt zoals bijvoorbeeld8Tweede Kamer vergaderjaar 2022–2023, 36 200 XV, nr. 91Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85512 gedaan wordt door de diverse acties waaronder de totstandkoming vaneen kennisprogramma bij ZonMw.De leden van de VVD-fractie lezen in de brief dat de Minister de «sector»zal aanspreken op hun verantwoordelijkheid en ook in gesprek gaat metdepartementen vanwege de gedeelde verantwoordelijkheid. Is de Ministerbereid de Kamer halfjaarlijks op de hoogte te stellen van de voortgangvan lopende acties?De toezegging om regulier hier de Kamer over te informeren laat ik overaan een volgend kabinet. Het is aan het nieuwe kabinet om aandacht teblijven geven aan het onderwerp vrouwengezondheid en de koers uit tezetten. Daarbij moet breder worden gekeken dan naar zorg alleen.Dat laat onverlet dat ik het belang van vrouwspecifieke aandoeningen bijde zorgpartijen wel onder de aandacht blijf brengen en hen nog zo langmogelijk zal stimuleren om vrouwspecifieke zorg een prominente plek te(blijven) geven. Ik ben van mening dat vrouwengezondheid net zo serieusmoet worden genomen als de gezondheid van mannen. Indien sprake isvan nieuwe ontwikkelingen zal ik u daarover uiteraard informeren.De leden van de VVD-fractie vinden het een goede ontwikkeling dat erzowel nationaal als internationaal meer aandacht voor komt. Engeland enAustralië hebben al ervaring met een nationale strategie voor vrouwenge-zondheid. Is de Minister bereid om voor een Nederlandse StrategieVrouwengezondheid, waar genoemde leden om vragen, kennis eninspiratie op te halen uit deze landen?Meerdere landen zoals het Verenigd koninkrijk en Australië hebbenervaring en expertise op het gebied van vrouwengezondheid, dievoorbeelden zijn mij bekend. Ik verwijs hiervoor naar mijn brief van 3 juni2024 (appreciatie motie Zeedijk9) waarin ik heb toegelicht de uitvoeringvan deze motie aan een volgend kabinet over te laten. Het is dan ook aaneen volgend kabinet om te bezien welke kennis en inspiratie zij uit deaanpak van andere landen kunnen halen.De leden van de VVD-fractie lezen in de bijlage van de brief over delopende initiatieven. Het is goed te zien dat het amendement-Ellemeet10over een publiekscampagne rondom endometriose wordt uitgevoerd. DeMinister geeft aan dat zij verwacht dat dit jaar nog kan worden gestart methet project. Wat is de stand van zaken op dit moment? Waar hangt hetnog van af of er inderdaad dit jaar kan worden gestart?ZonMw heeft een subsidieoproep11 uitgezet voor een project die dekennis en bewustwording over endometriose kunnen vergroten door hetontwikkelen van publieksvoorlichtingsinstrumenten en voorlichtingscom-petenties bij betrokken zorgaanbieders. Ik heb begrepen dat het projectinmiddels is toegekend en in juli 2024 zal starten. Ik hoop dat de eindresul-taten van dit project zo snel mogelijk gedeeld kunnen worden.Hoewel de leden van de VVD-fractie dit amendement hebben gesteund,zien zij aanvullend meer in het breder trekken en meer inzet op bewust-wording bij artsen. Het duurt nu vaak te lang voordat een (juiste) diagnosewordt gesteld. In hoeverre wordt in dit project aandacht besteed aan het9Kamerstuk 30 420, nr. 40010Kamerstuk 36 200 XVI, nr. 3111ZonMw, Endometriose: ontwikkeling van voorlichtingsinstrumenten en- competentieshttps://www.zonmw.nl/nl/subsidie/endometriose-ontwikkeling-van-voorlichtingsinstrumenten-en-competentiesTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85513 vergroten van bewustwording bij zorgverleners zodat vrouwen sneller eendiagnose kunnen krijgen?Het doel van de genoemde subsidieoproep is het vergroten van kennis enbewustwording over endometriose door het bundelen en beschikbaarmaken van informatie rondom endometriose, en het daartoe ontwikkelenvan publieksvoorlichtingsinstrumenten en voorlichtingscompetenties bijbetrokken zorgaanbieders. De ontwikkeling van publieksvoorlichtingsin-strumenten en -competenties bij zorgprofessionals zal uiteindelijk primairten goede moeten komen aan mensen die klachten ervaren die (mogelijk)veroorzaakt worden door endometriose en secundair aan zorgprofes-sionals die hen behandelen. Startpunt is de patiënt die op zoek is naarerkenning, herkenning en de juiste zorg en/of ondersteuning, en het goedtoerusten van zorgprofessionals om patiënten hierin te voorzien. Bij deontwikkeling van de voorlichtingsinstrumenten worden ook artsenbetrokken en worden ook de betrokken wetenschappelijke verenigingenbetrokken. Te zijner tijd zal bezien worden hoe een en ander ingezet kanworden bij de bewustwording artsen.De leden van de VVD-fractie willen ook meer weten over de stand vanzaken omtrent sekseverschillen in medisch onderzoek. Symptomen vanbepaalde ziektes, bijvoorbeeld hart -en vaatziekten, zijn anders bijvrouwen dan bij mannen. Dit geldt ook voor het verloop van ziekten. Ookkunnen medicijnen bij vrouwen anders werken dan bij mannen, en zijndeze veelal getest op mannenlichamen. De leden van de VVD-fractie lezendat de Taakopdracht Gender en Gezondheid wordt verlengd. Zij vragen ofde Minister kan aangeven of er vooruitgang zit in de verhoudingman/vrouw bij medisch onderzoek. Ziet zij hierin verbetering of is hiermeer actie nodig? Welke stappen zijn gezet in het vergroten van de kennisop het gebied van sekseverschillen bij symptomen, verloop en behande-lingen van ziektes? En hoe wordt deze kennis vertaald richting desamenleving, zodat ook mensen zelf alerter worden op deze verschillen?Er is groeiende aandacht voor de thematiek – ook in onderzoek. Veran-dering kost echter tijd en de ondersteuning die nu met de TaakopdrachtGender en Gezondheid12 geboden wordt is op dit moment nog cruciaalvoor duurzame verankering van sekse en gender in het gezondheidson-derzoek. Rond de zomer 2024 zal een tussentijds rapport over de impacten opbrengsten van de Taakopdracht Gender en Gezondheid tot nu toeworden uitgebracht door ZonMw. Ik zal deze tussentijdse rapportage tezijner tijd ook delen met uw Kamer.Daarnaast wordt ingezet op onderzoek door het toekomstig kennispro-gramma bij ZonMw voor wat betreft vrouwspecifieke aandoeningen. Ikverwacht dat dit kennisprogramma nog eind dit jaar kan starten.Tot slot vragen genoemde leden wat de stand van zaken is van deopvolging van de motie Heerema c.s. over meer aandacht voor gender- enman-vrouwverschillen in onderzoek13.De opvolging van de motie Rudmer Heerema13 c.s. is opgepakt in deeerdergenoemde Taakopdracht Gender en Gezondheid die bij ZonMw isbelegd.12ZonMw, Taakopdracht Gender en Gezondheid https://www.zonmw.nl/sites/zonmw/files/typo3-migrated-files/Taakopdracht_Gender_en_Gezondheid_v1.pdf13Kamerstuk 35 560, nr. 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85514 Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de leden van de NSC-fractie hebben het onderzoek naar demaatschappelijke acceptatie van vrouwspecifieke aandoeningen,uitgevoerd op initiatief van de NVOG, WOMEN INC. en in opdracht vanZonMw, en de reactie van de Minister hierop met interesse gelezen. Dezeleden hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wat de belangrijksteredenen zijn voor de kennisachterstand en het gebrek aan aandacht voorvrouwspecifieke aandoeningen in het huidige zorglandschap, ondanks degenoemde stimuleringsmaatregelen en aandachtspunten tot nu toe.Waarom hebben de interventies en programma’s tot nu toe onvoldoendeopgeleverd?De kennisachterstand heeft te maken met een combinatie van factoren.Een belangrijke reden is dat de gezondheidszorg veel gericht is op hetmannenlichaam, waardoor de kennis over vrouwspecifieke aandoeningentekortschiet. Onvoldoende aandacht voor dit thema en het gebrek aansamenwerken in netwerken zorgt ervoor dat vrouwspecifieke aandoe-ningen veelal onderbelicht blijven. Het is belangrijk dat vrouwspecifiekeaandoeningen voldoende aandacht krijgen in onderzoek om zodoendeeffectievere, gerichtere en preventievere behandelingen te ontwikkelen endiagnostiek te verbeteren. Het NVOG-rapport Maatschappelijke acceptatievan vrouwspecifieke aandoeningen14 beschrijft bijvoorbeeld hoe de grenstussen normale en abnormale menstruele klachten vaak lastig te trekkenis. Een zekere mate van ongemak en »het hoort er nu eenmaal bij» is destelling. Gevolg is dat aandoeningen soms nog onvoldoende herkendworden, sowieso bij signalering van klachten (zowel door vrouwen zelf alsdoor zorgprofessionals) maar zeer waarschijnlijk ook als topic vooronderzoek. Hormoongerelateerde klachten vormen een blinde vlek voorprofessionals en onderzoekers. Verandering hiervan kost tijd. Een gerichtkennisprogramma op deze thematiek kan deze verandering versnellen.Daar wordt op ingezet met het toekomstige kennisprogramma vanZonMw voor wat betreft vrouwspecifieke aandoeningen. Ik verwacht datZonMw eind dit jaar al kan starten met het programma.In algemene programma’s van ZonMw waar in principe ruimte is vooronderzoek naar vrouwspecifieke aandoeningen is de competitie sterk en isde budgettaire ruimte beperkt voor de hoeveelheid aanvragen diebinnenkomt. De onderwerpen zijn te specifiek, diversiteit is nog onvol-doende verankerd binnen de context van algemene programma’s. Ik zethierop in met onder andere de Taakopdracht Gender en Gezondheid bijZonMw. Deze verandering heeft tijd nodig om zichtbaar te worden. Rondde zomer 2024 wordt er een tussentijds rapport over de impact enopbrengsten van de Taakopdracht tot nu toe uitgebracht. Ik zal dezerapportage te zijner tijd delen met uw Kamer.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoe de voorgesteldeinvestering van enkele miljoenen per jaar concreet kan bijdragen aan hetaanpakken van de bestaande hiaten in kennis en implementatievraag-stukken met betrekking tot vrouwspecifieke aandoeningen. Hoe zeker is deMinister ervan dat de kennisachterstand en het gebrek aan aandachthiermee wordt weggewerkt? Welke concrete stappen zullen wordengenomen om ervoor te zorgen dat het kennisprogramma vrouwspecifieke14NVOG-rapport Maatschappelijke acceptatie van vrouwspecifieke aandoeningen https://www.nvog.nl/wp-content/uploads/2023/12/NVOG-rapport-maatschappelijke-acceptatie-van-vrouwspecifieke-aandoeningen.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85515 aandoeningen een duurzame impact heeft en bijdraagt aan een nationalestrategie rondom vrouwengezondheid?Mijn inzet als demissionair Minister is om nog dit jaar (laatste kwartaal) tekunnen starten met het kennisprogramma. Het is essentieel dat deaandacht voor, en kennis over behandelingen van, vrouwspecifiekeaandoeningen vergroot wordt, zodat vrouwen eerder de benodigde hulpzullen zoeken en eerder passende zorg krijgen. Binnen de regulieresubsidieprogramma’s worden de vrouwspecifieke aandoeningenonvoldoende geprioriteerd. Door kennisachterstand, onvoldoendeaandacht, gebrek aan samenwerken in netwerken rondom vrouwspeci-fieke aandoeningen en gebrekkige informatie en voorlichting, ervaren veelvrouwen onbegrepen klachten, misdiagnoses en onbehandelde aandoe-ningen. Deze aandoeningen hebben een grote sociale en maatschappe-lijke impact (verhoogd ziekteverzuim, verminderde participatie in hetarbeidsproces, minder kwaliteit van leven). Het is van belang dat dezekennis zo snel mogelijk in de spreekkamer beschikbaar is. In het nieuwekennisprogramma rondom vrouwspecifieke aandoeningen dat bij ZonMwuitgezet wordt, zal hier dan ook expliciet op ingezet worden.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoe wordt gezorgd vooreen inclusieve benadering binnen het kennisprogramma, rekeninghoudend met diverse subgroepen van vrouwen, waaronder vrouwen meteen andere etniciteit, LGBTQ+-vrouwen en vrouwen met een lageresociaaleconomische status.Aandacht voor diversiteit van de doelgroep is een belangrijk criteriumwaar aanvragers aan moeten voldoen bij het aanvragen van subsidie bijZonMw.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister op welke manier deimplementatie van de resultaten uit het kennisprogramma in de praktijkvan de gezondheidszorg zal worden geborgd. Welke rol verwacht deMinister precies van zorgverleners, onderzoekers en bestuurders hierin?Het consortium achter het rapport «Maatschappelijke acceptatie vrouw-specifieke aandoeningen» werkt momenteel aan 3 agenda’s(wetenschappelijke-, implementatie- en maatschappelijke agenda) voor dedrie aandoeningen (bekkenbodemproblemen, cyclusproblemen & cyclusgerelateerde buikpijn en hormonale aandoeningen) met de grootsteimpact op kwaliteit van leven en maatschappij. De prioritering in dezeagenda’s is vastgesteld met een breed draagvlak vanuit het veld, waarbijrekening gehouden is met onder andere de impact op de maatschappe-lijke kosten en gezondheid. Met deze werkwijze wordt een belangrijkebijdrage geleverd aan een succesvolle uitvoering van de studies en eensnelle verwerking van de resultaten in de vigerende richtlijnen van deberoepsgroepen. Vanwege de inhaalslag die gemaakt moet worden en omzo snel mogelijk het grootste effect te hebben ten aanzien van deverbetering van kennis en zorg voor patiënten met vrouwspecifiekeaandoeningen is het belangrijk dat de onderzoeksprojecten die wordengeselecteerd ook aansluiten bij de onderzoeksgroepen met bewezenexpertise en een goede onderzoekinfrastructuur om succesvolle uitvoer tefaciliteren. Daarnaast is co-creatie met relevante veldpartijen en borgingvan de kwaliteitscirkel door ondersteunende brieven van de betrokkenberoepsgroepen belangrijk.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister hoe de participatie vanvrouwen in het onderzoek binnen het kennisprogramma wordt gewaar-borgd, om ervoor te zorgen dat hun specifieke behoeften en ervaringenworden meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85516 Participatie van de doelgroep in het project is een belangrijk criteriumwaar onderzoekers aan moeten voldoen bij het aanvragen van subsidie bijZonMw.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie vinden het een hele goede zaak dat eronderzoek is gedaan naar de impact op de zorg en maatschappij vanvrouwspecifieke aandoeningen. Helaas – niet verassend – blijkt uit hetrapport dat er onvoldoende aandacht is voor vrouwspecifieke aandoe-ningen in erkenning, maatschappelijke acceptatie en onderzoek enontwikkeling van behandeling. De leden van de D66-fractie zien dit rapportdaarom (opnieuw) als een startschot om hier verandering in te brengenzodat vrouwspecifieke aandoeningen niet worden weggedaan als een«vrouwenkwaaltje», maar dat er echt wordt toegewerkt naar eenoplossing. Daartoe hebben deze leden nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie constateren in het rapport dat de miskenningvan vrouwspecifieke aandoeningen ook grote economische schade metzich meebrengt. Deze leden vragen zich daarom op welke wijze deMinister gaat optrekken met collega’s van andere departementen om ditprobleem op te lossen. Hoe kijkt de Minister bijvoorbeeld naar denoodzakelijke samenwerking met de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid om bewustwording van vrouwspecifieke aandoeningenop de werkvloer en onder bedrijfsartsen te vergroten, zo vragen dezeleden.Beide ministeries werken samen om bewustwording van vrouwspecifiekeaandoeningen op de werkvloer en onder bedrijfsartsen en zorgverlenerste vergroten. Er wordt hierbij ingezet op het vergroten van de bewust-wording en kennis van vrouwen, huisartsen, bedrijfsartsen, werknemersen werkgevers over de overgang. Zoals bij de eerdere vraag van GL PvdAopgenomen wordt samen ingezet op het doorbreken van het maatschap-pelijke taboe op overgangsklachten.De leden van de D66-fractie zijn zeer verheugd dat de Minister een extraonderzoeksimpuls wil geven door middel van een kennisprogrammavrouwspecifieke aandoeningen. Deze onderzoeksimpuls is essentieel ombreder kennis en daarmee ook de ontwikkeling van behandeling vanvrouwspecifieke aandoeningen te bevorderen. Wel vragen deze leden opwelke wijze de Minister ook toewerkt naar maatschappelijke bekendheiden acceptatie van vrouwspecifieke aandoeningen. Zo zijn er aandoeningenwaarbij er mogelijk al voldoende onderzoek en behandelingsopties zijn,maar door een taboe mensen onvoldoende toegang hebben tot zorg. Dezeleden noemen hierin migraine als voorbeeld, een aandoening die tenminste één op de vier vrouwen treft. Kan de Minister aangeven welkestrategie er is om bewustwording over vrouwspecifieke aandoening teverbeteren, met als doel toegang tot zorg te bevorderen, zo vragen dezeleden.Zoals is toegelicht in de brief aan uw Kamer van 26 april 202315 ben ik metpartijen in overleg gegaan om te bezien of het mogelijk is om te komen toteen maatschappelijke agenda op gebied van vrouwspecifieke aandoe-ningen. Het rapport van de NVOG vormt hierin de eerste stap. Mede nahet lezen van de conclusies onderschrijf ik de oproep dat zowel onderzorgverleners als breed in de maatschappij het bewustzijn rondomvrouwspecifieke aandoeningen dient te groeien. Het zorgveld is hiervoorin de eerste plaats zelf aan zet, maar ik blijf het belang van vrouwspeci-15Tweede Kamer vergaderjaar 2022–2023, 36 200 XV, nr. 91Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85517 fieke aandoeningen bij de zorgpartijen wel onder de aandacht brengen.Dit vraagt van zorgverleners dat zij proactief aandacht hebben voorseksuele gezondheid en diversiteit en seksualiteit, gender en sekse. Medeomdat patiënten dit soms niet durven. Via de websitewww.seksindepraktijk.nl worden informatie en handvatten geboden voorzorgverleners om aandacht te hebben voor deze thema’s. Maatschappe-lijke bewustwording kan echter niet alleen vanuit het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport onder de aandacht gebracht wordenmaar vraagt ook van andere partijen inzet.De leden van de D66-fractie lezen dat de Minister zich de komende tijd ookinternationaal verder zal inzetten op het gebied van vrouwengezondheid.Kan de Minister toelichten op welke wijze zij voornemens is dit te doen enhierin specifiek toe te lichten of en zo ja hoe zij een voortrekkersrol in deEuropese Unie op zich kan nemen, zo vragen deze leden. Kan de Ministerhierbij aangeven welke kansen zij hierin ziet voor internationale enEuropese samenwerking?Zoals aangegeven in de beantwoording van de vragen van de VVD zet ikmij als demissionair Minister nog zo lang mogelijk in op het gebied vanvrouwengezondheid, in zowel Europees- als mondiaal verband. Ik wil mijconcreet inzetten op het gebied van vrouw-gerelateerde gezondheids-klachten en ziektes (inclusief onverklaarbare klachten van vrouwen), deimpact van klimaatverandering op vrouwengezondheid en preventievevrouwengezondheidszorg (zoals HPV-vaccinaties en hormoonverstorendestoffen). Tijdens de World Health Assembly heb ik deelgenomen aanverschillende panels waar ik opgeroepen heb tot meer samenwerkingwereldwijd op het gebied van onder andere vrouw-gerelateerde gezond-heidsklachten en ziektes16. Daarnaast zet ik mij in Europees verband in opdit thema door het te adresseren bij ministeriële bijeenkomsten enconferenties.Tot slot, vinden de leden van de D66-fractie het probleem dermate grootdat zij om snelheid vragen aan de Minister. Kan de Minister toelichten ofzij deze urgentie onderschrijft en op welke wijze dit tot uiting komt. Kan deMinister daarbij in een tijdspad aangeven wat de volgende stappen zijn,zo vragen deze leden.Ik onderschrijf deze urgentie en zet daarop in door nog dit jaar te startenmet een kennisprogramma bij ZonMw. Het gaat hierbij om een zesjarigkennisprogramma.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van dekabinetsreactie op het rapport «Maatschappelijke acceptatie van vrouw-specifieke aandoeningen» van de NVOG. Deze leden steunen het besluitvan de Minister om meer middelen beschikbaar te stellen voor onderzoeknaar en kennis over vrouwspecifieke aandoeningen. Deze leden vragen ofde Minister nader wil toelichten hoe deze middelen precies wordenbesteed en wat het tijdspad voor de ontwikkeling van het kennispro-gramma is.Mijn inzet als demissionair Minister is om nog dit jaar te kunnen startenmet het kennisprogramma. Het consortium achter het rapport«Maatschappelijke acceptatie vrouwspecifieke aandoeningen» werktmomenteel aan 3 agenda’s (wetenschappelijke-, implementatie- enmaatschappelijke agenda) voor de drie aandoeningen (bekkenbodempro-16Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 158Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85518 blemen, cyclusproblemen & cyclusgerelateerde buikpijn en hormonaleaandoeningen) met de grootste impact op kwaliteit van leven enmaatschappij. De prioritering in deze agenda’s is vastgesteld met eenbreed draagvlak vanuit het veld, waarbij rekening gehouden is met onderandere de impact op de maatschappelijke kosten en gezondheid. Met dezewerkwijze wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan een succesvolleuitvoering van de studies en een snelle verwerking van de resultaten in devigerende richtlijnen van de beroepsgroepen. Vanwege de inhaalslag diegemaakt moet worden en om zo snel mogelijk het grootste effect tehebben ten aanzien van de verbetering van kennis en zorg voor patiëntenmet vrouwspecifieke aandoeningen is het belangrijk dat de onderzoeks-projecten die worden geselecteerd ook aansluiten bij de onderzoeks-groepen met bewezen expertise en een goede onderzoekinfrastructuurom succesvolle uitvoer te faciliteren. Daarnaast is co-creatie met relevanteveldpartijen en borging van de kwaliteitscirkel door ondersteunendebrieven van de betrokken beroepsgroepen belangrijk. Zie ook debovenstaande vraag.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Minister zich ook internationaalwil inzetten voor meer aandacht voor vrouwspecifieke aandoeningen inhet kader van de Mondiale Gezondheidsstrategie. Deze leden vragen of deMinister wil aangeven hoe zij dit wil aanpakken en welke acties zijdaarvoor onderneemt.Zoals aangegeven in de beantwoording van de vragen van de VVD en D66wil ik mij nog zo lang mogelijk inzetten als demissionair Minister op hetgebied van vrouwengezondheid, in zowel Europees- als mondiaalverband. Ik wil mij concreet inzetten op het gebied van vrouw-gerelateerde gezondheidsklachten en ziektes (inclusief onverklaarbareklachten van vrouwen), de impact van klimaatverandering op vrouwenge-zondheid en preventieve vrouwengezondheidszorg (zoals HPV-vaccinatiesen hormoonverstorende stoffen). Tijdens de World Health Assembly eindmei heb ik deelgenomen aan verschillende panels waar ik opgeroepenheb tot meer samenwerking wereldwijd op het gebied van onder anderevrouw-gerelateerde gezondheidsklachten en ziektes17. Daarnaast zet ik mijin Europees verband in op dit thema door het te adresseren bij minis-teriële bijeenkomsten en conferenties.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de reactie op hetrapport «Maatschappelijke acceptatie van vrouwspecifieke aandoeningen»van de NVOG. Zij ondersteunen de boodschap dat meer aandacht nodig isvoor vrouwspecifieke aandoeningen en voor de specifieke manier waaropgezondheidsproblemen zich bij vrouwen in bredere zin voordoen. Zijhebben daarnaast nog een aantal vragen en opmerkingen.De leden van de SP-fractie zijn positief over de investering die wordtgedaan in het kennisprogramma voor vrouwspecifieke aandoeningen.De leden van de SP-fractie vragen de Minister hoe zij omgaat met deaanbevelingen uit het rapport voor het verbeteren van het bewustzijn vanzorgverleners enerzijds en meisjes en vrouwen anderzijds over vrouwspe-cifieke aandoeningen. Gaat zij deze aanbevelingen opvolgen en zo ja,hoe?17Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 158Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85519 Ik onderschrijf de oproep dat zowel onder zorgverleners als breed in demaatschappij het bewustzijn rondom vrouwspecifieke aandoeningen dientte groeien. Ten aanzien van zorgverleners is het in de eerste plaatsbelangrijk dat het zorgveld dit zelf oppakt. Onderzoekers binnen de zorgbepalen immers zelf in welke mate zij onderzoek doen naar gezondheids-klachten bij vrouwen en ook hoe zij komen tot prioritering van onder-zoekthema’s.Ik zal het belang van vrouwspecifieke aandoeningen wel bij de zorgpar-tijen onder de aandacht blijven brengen en hen hierop aanspreken. Via deTaakopdracht Gender en Gezondheid van ZonMw blijf ik bovendienaandacht vragen voor integratie van sekse en gender in onderzoek om zopassende zorg voor iedereen te realiseren (ongeacht sekse en of gender)en waar die zorg ook plaatsvindt.Dit is niet alleen een taak voor de zorg, ook in relationele en seksuelevorming in het onderwijs en thuis in de opvoeding wordt aandachtgegeven aan verschillen tussen het jongens- en meisjeslichaam. Websiteszoals www.sense.info voor jongeren en www.seksueleopvoeding.nl voorouders of verzorgers kunnen hierbij ondersteunen.De leden van de SP-fractie zijn van mening dat ook de farmaceutischeindustrie een deel van de verantwoordelijkheid draagt voor de specifiekegezondheidsproblemen van vrouwen. Zo zijn geneesmiddelen lange tijdamper getest op vrouwen en wordt nog steeds niet altijd gerapporteerdover afwijkende effecten van geneesmiddelen op vrouwen. Vrouwenervaren daardoor vaker bijwerkingen van geneesmiddelen. Hoe kijkt deMinister hiernaar? Welke stappen is zij bereid om te nemen om ervoor tezorgen dat de farmaceutische industrie haar verantwoordelijkheid neemt?In hoeverre is het noodzakelijk om wet- en regelgeving op dit gebied aante scherpen?Het klopt dat vrouwen vaker bijwerkingen melden dan mannen. Ditverschil kan meerdere oorzaken hebben, bijvoorbeeld fysiologisch ofdoordat vrouwen meer geneesmiddelen gebruiken. Opvallend is datvrouwen in klinische studies ook meer bijwerkingen melden als zijonderdeel zijn van de controle-(placebo)groep (nocebo effect). De huidigeregelgeving over het onderzoeken van verschillen in bijwerkingen isvoldoende. In de richtlijn voor geneesmiddelonderzoek en -beoordeling is beschreven hoe effecten, waaronder bijwerkingen, vangeneesmiddelen in relevante subgroepen, waaronder sekse, moetenworden geëvalueerd. Hierdoor wordt er dus al onderzoek gedaan naar deeffecten van geneesmiddelen op vrouwen. In de uitgebreide dossiers dieeen fabrikant indient ter goedkeuring van een geneesmiddel staan dezebevindingen uitvoerig beschreven. Indien klinische relevante verschillenworden gevonden in deze subgroep analyses, leidt dit tot aangepaste(doseer)adviezen in, of waarschuwingen bij, het bedoelde gebruik van eengeneesmiddel zoals beschreven in de productinformatie.De leden van de SP-fractie wijzen erop dat veel onderzoek en kennisverza-meling ook internationaal plaatsvindt en dat vrouwspecifieke aandoe-ningen dan ook internationaal meer aandacht zouden moeten krijgen. Zijzijn er positief over dat de Minister dit ook expliciet noemt. Welke stappenzet zij concreet op dit gebied?Zoals aangegeven in de beantwoording van de eerdere vragen wil ik mijinderdaad zo lang mogelijk blijven inzetten op het gebied van vrouwenge-zondheid, in zowel Europees- als mondiaal verband. Ik wil mij concreetinzetten op het gebied van vrouw-gerelateerde gezondheidsklachten enziektes (inclusief onverklaarbare klachten van vrouwen), de impact vanklimaatverandering op vrouwengezondheid en preventieve vrouwenge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85520 zondheidszorg (zoals HPV-vaccinaties en hormoonverstorende stoffen).Tijdens de World Health Assembly heb ik deelgenomen aan verschillendepanels waar ik opgeroepen heb tot meer samenwerking wereldwijd op hetgebied van onder andere vrouw-gerelateerde gezondheidsklachten enziektes18. Daarnaast zet ik mij in Europees verband in op dit thema doorhet te adresseren bij ministeriële bijeenkomsten en conferenties.De leden van de SP-fractie wijzen erop dat er een grote inhaalslag nodigis, niet alleen als het gaat om kennis, aandacht en bewustzijn op hetgebied van vrouwspecifieke aandoeningen, maar ook op het gebied vande specifieke kenmerken en effecten van andere aandoeningen enbehandelingen op vrouwen.Zij zijn positief over het feit dat de Minister nu stappen zet en financieringvrijmaakt, maar zij vragen de Minister wel in hoeverre de huidige stappenen financiering voldoende zijn voor de inhaalslag die noodzakelijk isIk ben van mening dat het een substantieel bedrag is om uiteindelijk hetverschil te kunnen maken voor verbetering. Daarnaast hoop ik met deaandacht voor het onderwerp ook anderen te inspireren om hiermee aande slag te gaan en de verandering door te zetten.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de reactie van de Minister op het rapport van de NVOG overvrouwspecifieke aandoeningen. Mannen- en vrouwenlichamen verschillenvan elkaar. Als gevolg hiervan zijn er seksespecifieke aandoeningen dierelatief méér of zelfs uitsluitend voorkomen bij één van de geslachten. Alshet gaat om vrouwspecifieke aandoeningen valt te denken aan endome-triose, de overgang, maar bijvoorbeeld ook verschillen tussen mannen envrouwen in het ontstaan van hart- en vaatziekten. Het is een kwestie vangoede en passende zorg dat hier aandacht voor is. De leden van deSGP-fractie ondersteunen daarom de inzet van de Minister om kennisover vrouwspecifieke aandoeningen te vergroten.De leden van de SGP-fractie constateren dat in bijlage 1 bij de briefdiverse lopende acties worden opgesomd. Zij hebben hierover nog eenaantal vragen.De Minister stelt dat meisjes en vrouwen niet altijd de benodigde hulpkrijgen door onvoldoende kennis over vrouwspecifieke aandoeningen. Zijwil het taboe hieromtrent doorbreken. Volgens de Minister zou hetdoorbreken van het taboe kunnen beginnen door voorlichting aan meisjesen jonge vrouwen te geven op de basisschool. Hier zetten de leden van deSGP-fractie vraagtekens bij. Om te beginnen vragen de leden van deSGP-fractie de Minister of er daadwerkelijk sprake is van een taboe, of dater eerder sprake van veel onkunde en onwetendheid. In het verlengdedaarvan vragen de leden van de SGP-fractie haar of het onderwijs de plekis waar dit «taboe» aangepakt zou moeten worden. Ligt hier niet veelmeer een taak voor de medische (wetenschap)?Bij elk van de in kaart gebrachte vrouwspecifieke aandoeningen, consta-teert de NVOG dat er sprake is van een taboe, zowel bij de vrouwen zelf,als ook in de samenleving en soms bij zorgverleners. Er is geen twijfelover of dit taboe doorbroken moet worden. Gemiddeld krijgt elke vrouwte maken met minimaal een van de genoemde vrouwspecifieke aandoe-ningen. Ruim 30% van deze vrouwen ervaart zoveel hinder dat dit hetdagelijks functioneren en werk negatief beïnvloedt.18Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 158Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85521 Deze aandoeningen worden bij vrouwen vaak laat ontdekt. Niet alleenomdat er nog te weinig over bekend is, maar ook omdat veel vrouwenniet over dit soort aandoeningen praten. Het gebrek aan openheid leidtertoe dat zowel de vrouwen om wie het draait, als hun omgeving enzorgverleners klachten niet serieus nemen. Het is dus nadrukkelijk eenmaatschappelijk probleem waarbij taboe een rol speelt. Daarom is het vanbelang dat juist in het onderwijs hier aandacht wordt besteed, zodat dezeaandoeningen vroegtijdig gesignaleerd worden.Naast het doorbreken van de taboesfeer door voorlichting in hetonderwijs (zie ook het antwoord op de volgende vraag van de leden vande SGP), ligt hier ook een taak voor de medische wetenschap. Het is ineerste instantie aan de onderzoekers in het zorgveld zelf om te bepalen inwelke mate zij onderzoek doen naar gezondheidsklachten bij vrouwen enook hoe zij komen tot prioritering van de onderzoekthema’s. Om dit soortonderzoeken een extra impuls te geven heb ik ZonMw gevraagd eenkennisprogramma vrouwspecifieke aandoeningen op te zetten. Ook deNVOG ziet, gezien de aanbevelingen in het rapport, nadrukkelijk een rolweggelegd voor de wetenschap.De Minister verwijst in haar pleidooi voor het slechten van het taboe naarhet onderwijs met betrekking tot relationele en seksuele vorming en hetdaarvoor bestemde Stimuleringsprogramma Gezonde Relaties enSeksualiteit van de Gezonde School. De leden van de SGP-fractie vragenzich sterk af, áls je dit al via het onderwijs aan de orde zou willen stellen,dit dan de juiste route is. Zij vinden dit eigenlijk een veel te beperkendebenadering. Voor zover bekend bij de leden van de SGP-fractie richten deinterventies in het aanbod van de Gezonde School zich uitsluitend opthematiek met betrekking tot relationele en seksuele ontwikkeling.Uiteraard komen hier de verschillen tussen het lichaam van man en vrouwaan de orde, maar vrouwspecifieke aandoeningen beperken zich niet totde seksuele ontwikkeling of tot seksuele problemen. Ook vragen de ledenvan de SGP-fractie de Minister of het onderwerp «seksespecifiekeaandoeningen» hiermee niet onnodig gevoelig wordt gemaakt.Verschillen tussen een mannenlichaam en vrouwenlichaam en wat ditbetekent voor ziektes en aandoeningen zou ook via reguliere biologie-lessen aan de orde kunnen komen. Zij vragen de Minister hierop tereflecteren.Bij al het onderwijs dat in het funderend onderwijs gegeven wordt staande kerndoelen, en later in het voortgezet onderwijs de eindtermen,centraal. Een aantal kerndoelen raken aan deze thematiek:–Kerndoel 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke enpsychische gezondheid van henzelf en anderen.–Kerndoel 38: De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromin-gen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijkerol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en metdiversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.–Kerndoel 41: De leerlingen leren over de bouw van planten, dieren enmensen en over de vorm en functie van hun onderdelen.Deze kerndoelen gelden voor het primair onderwijs en de onderbouw vanhet voortgezet onderwijs. Het speciaal onderwijs kent gelijksoortigekerndoelen. Scholen zijn vrij om te bepalen hoe en met welk lesmateriaalzij invulling geven aan de kerndoelen. Leerkrachten bouwen de lesstof perleerjaar op zodat de onderwijsinhoud past bij de leeftijd en belevings-wereld van het kind. Diverse lespakketten, bijvoorbeeld in het kader vanrelationele en seksuele vorming, behandelen diversiteit al in groep 1 en 2op een manier die past bij jonge kinderen. Hiermee wordt de basis gelegdvoor bewustzijn dat iedereen anders is en toch gelijkwaardig. NaarmateTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85522 kinderen ouder worden, wordt de lesinhoud uitgebreid of opgebouwd. Zobesteden een aantal lespakketten ook aandacht aan inzicht in de anatomieen functie van de primaire en secundaire geslachtskenmerken vanjongens en meisjes.Het aan de orde stellen of behandelen van seksespeficieke aandoeningenis niet voorbehouden aan de interventies van het stimuleringsprogrammaGezonde Relaties en Seksualiteit, maar het is wel een van de manierenwaarop scholen aandacht kunnen besteden aan deze thema’s. Verschillenin sekse of kennis van seksespecifieke aandoeningen kan daar aan bodkomen, maar kan ook aan bod komen in andere lespakketten ofinderdaad, zoals de vraag impliceert, in de biologielessen in het voort-gezet onderwijs. Er zijn geen signalen bekend dat aandacht geven aanseksespecifieke aandoeningen tijdens relationele en seksuele vorming ditonderwerp onnodig gevoelig maakt.De leden van de SGP-fractie hebben vergelijkbare vragen over deverwijzing naar informatiewebsites www.sense.info enwww.seksindepraktijk.nl. De leden van de SGP-fractie vragen of er op ditmoment deze website daadwerkelijk informatie te vinden is oververschillen tussen mannen- en vrouwenlichamen en daaraan gerelateerdeaandoeningen of -ziektes. Zij vragen de Minister ook of deze websitesdaarvoor bedoeld zijn. Nogmaals benadrukken de leden van deSGP-fractie dat seksespecifieke aandoeningen niet uitsluitend betrekkinghebben op de seksuele ontwikkeling of «seksuele problemen» zijn. Zijvragen de Minister hierop te reageren.Zoals in een eerder antwoord wordt benadrukt gaat seksuele ontwikkelingook over het vergaren van inzicht in de anatomie en functie van deprimaire en secundaire geslachtskenmerken van jongens en meisjes.Seksespecifieke aandoeningen kunnen hier onderdeel van zijn, maar erzijn ook seksespecifieke aandoeningen die hier minder mee te makenhebben. Op www.sense.info staat inderdaad informatie over deverschillen tussen het meisjeslichaam en jongenslichaam en overbepaalde seksespecifieke aandoeningen. Via www.seksindepraktijk.nlworden zorgverleners geïnformeerd en handvatten geboden om aandachtte hebben voor seksuele gezondheid en (diversiteit) in seksualiteit engender. Dit kan zorgverleners helpen om seksespecifieke aandoeningenbeter op te merken.De leden van de SGP-fractie constateren verder dat er in de bijlage nietalleen gebruikt wordt gemaakt van het begrip «sekse», maar ook van hetbegrip «gender». De leden van de SGP-fractie menen dat er een wezenlijkverschil bestaat tussen de termen «seksespecifiek» en «genderspecifiek».Is de Minister het daarmee eens? De leden van de SGP-fractie vragen deMinister uit te leggen wat volgens haar «genderspecifieke zorg» is en«genderspecifieke aandoeningen» zouden zijn. Zij vragen of de Ministerhet ermee eens is dat het gebruik van «genderspecifiek» in de context vanhet verschil tussen mannen- en vrouwenlichamen erg verwarrend kanzijn. Erkent zij dat begripsverwarring zelfs averechts kan uitpakken voorhet doel van de Minister, namelijk het vergroten van kennis en bewustzijnrondom vrouwspecifieke aandoeningen en het verbeteren van de zorg enhulp?Ik zie het belang in van het gebruik maken van beide termen, juistvanwege het verschil. Bij sekse gaat het om de puur biologische enlichamelijke verschillen. Voor het emancipatiebeleid is meestal genderrelevanter, omdat met beleid de sociale en culturele ongelijkheid kanworden verkleind. Met gender wordt verwezen naar de sociale enculturele kenmerken van mannen, vrouwen en non-binaire personen. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85523 gaat dan om verschillen in hoe mensen worden behandeld en bejegend,hoe zij zich voelen of wat er van hen wordt verwacht.Als we kijken naar bejegening dan speelt gender een belangrijke rol. Uitonderzoek19 blijkt dat dokters bij patiënten die vrouw zijn anders handelendan bij mannelijke patiënten. Vrouwen krijgen bijvoorbeeld minder vaaklichamelijk onderzoek en diagnostische beeldvorming, zoals röntgenfoto’sen echo’s. En ze worden minder vaak doorverwezen dan mannen. Dit isook zo als ze dezelfde klachten hebben, zoals hoofdpijn of rugpijn. En alsvrouwen wél een lichamelijk onderzoek krijgen, wordt bij hen minder vaakeen diagnose gesteld.Om recht te doen aan de totaliteit van het probleem van vrouwspecifiekeaandoeningen sta ik achter het gebruik van beide termen en benadruk ikhet belang van kennis over beiden in de zorg en maatschappij.Tot slot vragen de leden van de SGP-fractie om te verduidelijken hoesekse en gender worden verankerd in processen en procedures bijZonMw, zoals aangekondigd door de Minister.Dit wordt opgepakt vanuit de Taakopdracht Gender en Gezondheid20.Rond de zomer 2024 zal een tussentijds rapport over de impact enopbrengsten van deze Taakopdracht tot nu toe uitgebracht worden doorZonMw. Ik zal dit rapport te zijner tijd met uw Kamer delen.19https://www.radboudumc.nl/nieuws/2022/in-de-spreekkamer-communiceren-vrouwen-niet-anders-dan-mannen#:~:text=Vrouwen%20krijgen%20bijvoorbeeld%20minder%20vaak,hebben%2C%20zoals%20hoofdpijn%20ZonMw, Taakopdracht Gender en Gezondheid https://www.zonmw.nl/sites/zonmw/files/typo3-migrated-files/Taakopdracht_Gender_en_Gezondheid_v1.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 85524

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 5d799ea2a5469fd4

14 okt 2026 · 9fe6952b5e08679d

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.