Stand van zaken screening kennisveiligheid
Brontekst
Versie f6a6936fd11215f6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleidNr. 1260 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juni 2026In april 2025 heeft mijn ambtsvoorganger het wetsvoorstel screeningkennisveiligheid openbaar gemaakt voor internetconsultatie.1 Paralleldaaraan is een aantal organisaties en adviescolleges, zoals de beoogdeuitvoerders en toezichthouder, gevraagd om uitvoeringstoetsen te doen ofadvies te geven.2Het kabinet is van mening dat kennis veilig moet zijn. Kennisinstellingen,inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de overheid blijven samenwerkenom Nederlandse kennis veilig te houden. Er komt een screeningswetkennisveiligheid die mogelijk maakt dat we waar nodig onderzoekers enPhD-studenten van buiten de Europese Unie die met onze kennis werkenkunnen screenen. We trekken daarbij gelijk op met het kennisintensievebedrijfsleven en houden rekening met de internationale praktijk. Met dezebrief informeer ik uw Kamer, mede namens de Ministers van Justitie enVeiligheid en van Economische Zaken en Klimaat, over de stand van zakenvan de screening kennisveiligheid.31Zie https://www.internetconsultatie.nl/screeningkennisveiligheid en Kamerstukken II 2024/25,31 288, nr. 1187.2Voor de adviezen van het Adviescollege toetsing regeldruk, de Autoriteit Persoonsgegevens, deRaad voor de Rechtspraak en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zie:https://www.adviescollegeregeldruk.nl/actueel/nieuws/2025/06/30/voorstel-screening-toegang-sensitieve-informatie-onvoldoende-onderbouwd; https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/documenten/toets-wet-screening-kennisveiligheid, https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/WA-Screeningsbevoegdheid.pdf en https://www.raadvanstate.nl/publicaties/consultaties/wetsvoorstel-screening-kennisveiligheid. Het College voor de Rechtenvan de Mens, die eerder heeft geadviseerd over de doelgroepafbakening en heeft aangegevengeen aanleiding te zien over het gehele wetsvoorstel te adviseren.3Hiermee wordt voldaan aan de toezegging aan het lid De Beer tijdens het CommissiedebatWetenschapsbeleid van 16 april 2026. kst-31288-1260ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12601 LeeswijzerAllereerst schets ik de criteria effectiviteit, uitvoerbaarheid en proportiona-liteit op basis waarvan het kabinet de haalbaarheid van de screeningkennisveiligheid beoordeelt. Vervolgens schets ik per criterium debevindingen. Tot slot geef ik aan hoe het kabinet verder gaat met descreening kennisveiligheid en geef ik in deze brief een beleidsreactie ophet rapport Aan de poort.4Criteria haalbare screeningDe screening kennisveiligheid moet voor inwerkingtreding effectief,uitvoerbaar en proportioneel zijn. Dit zijn de criteria op basis waarvan hetkabinet beoordeelt of de screening kennisveiligheid haalbaar is.1)Een effectieve screening is een scherp afgesteld instrument dat degrootste risico’s adresseert en ruimte laat voor open en strategischeinternationale samenwerking. Dit vraagt dat er een continue afwegingplaats moet kunnen vinden tussen de belangen van open enstrategische onderzoekssamenwerking en nationale veiligheid. Alleenzo blijven hoger onderwijs, onderzoek, wetenschap en innovatie inhet Nederlandse ecosysteem van topniveau, en kunnen we op dezegebieden concurreren met andere landen. Gelijke speelvelden binnenNederland en internationaal zijn daarvoor van essentieel belang.2)De screening moet uitvoerbaar zijn voor uitvoeringsorganisaties, detoezichthouder, de rechtspraak én voor kennisinstellingen.3)De screening is proportioneel als de (regel)druk die hieruit voortkomtvoor kennisinstellingen, screeningsplichtigen en de Nederlandsesamenleving in verhouding staat tot de risico’s die ermee wordenaangepakt. Ook moeten er geen minder zware alternatieve instru-menten zijn waarmee hetzelfde doel kan worden bereikt.Daarnaast hanteert het kabinet als algemene voorwaarde dat eeninstrument als screening rechtmatig en juridisch houdbaar moet zijn;boven alle twijfel verheven. In het coalitieakkoord staat dat de screeninggericht wordt op onderzoekers en PhD-studenten van buiten de EuropeseUnie. Daarover is al eerder gebleken dat deze keuze juridisch niethoudbaar is. Hierover heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer reedsgeïnformeerd.5 Dat maakt dat dit kabinet de doelgroep van de screeningkennisveiligheid niet kan beperken tot derdelanders.6Haalbaarheid brede screening kennisveiligheidHet wetsvoorstel in de vorm waarin het in internetconsultatie is gegaan iseen brede screening kennisveiligheid qua scope en omvang. De consulta-tiereacties, adviezen en uitvoeringstoetsen hebben laten zien dat de bredescreening kennisveiligheid niet aan de criteria van effectiviteit, uitvoer-baarheid en proportionaliteit voldoet en daarom niet haalbaar is. Ik voerdaarom de komende tijd samen met de Minister van Justitie en Veiligheiden de Minister van Economische Zaken en Klimaat een analyse uit naarhoe de screening kennisveiligheid in aangepaste, meer beperkte engerichtere vorm wel haalbaar te maken is. Ook de kosten voor de overheiden de kennisinstellingen wil ik meewegen. Vanuit het oogpunt van eengelijk speelveld betrek ik ook de samenhang met een risicogerichteaanpak om ongewenste kennis- en technologieoverdracht in het kennisin-4Kamerstukken II 2025/2026, 31 288, nr. 1212.5Kamerstuk 31 288, nr. 1187.6Met «derdelanders» wordt eenieder bedoeld die geen onderdaan is van een lidstaat van deEuropese Unie alsmede geen onderdaan is van een van de landen van de Europese Vrijhan-delsassociatie (EVA) – IJsland, Liechtenstein en Noorwegen – of Zwitserland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12602 tensieve bedrijfsleven tegen te gaan, waarover de Minister van Econo-mische Zaken en Klimaat uw Kamer in het najaar nader zal informeren.Internationale en nationale samenwerking in het kennisecosysteem is vancruciaal belang voor hoger onderwijs en wetenschap op topniveau.Tegelijkertijd laat het dreigingsbeeld zoals geschetst door de inlichtingen-en veiligheidsdiensten7 zien dat de statelijke dreiging onverminderd hoogis en niets doen geen optie is. Ik kijk daarom ook naar alternatieven voorscreening.Bevindingen op effectiviteitScreening is effectief als je het inzet daar waar het echt nodig is. Als ermeer beschermd wordt dan nodig is, belemmert dat de beoefening vanonderzoek en wetenschap onnodig. In de screening kennisveiligheid zoalsvoorgelegd in internetconsultatie lukt het nog niet goed om te komen toteen manier van aanwijzen waar de screening precies wél moet plaats-vinden, en daarmee ook waar het níet nodig is.Het ontbreken van die scherpte heeft consequenties voor de omvang vande screening. Zoals blijkt uit de reacties in internetconsultatie, zoudenmogelijk veel meer screenings plaatsvinden dan nodig. Een veel hogeraantal screenings dan voorzien drukt zwaar op de capaciteit vanuitvoerders, toezichthouder en kennisinstellingen en kan leiden tot hetoplopen van doorlooptijden. Dit ondermijnt de effectiviteit van descreening. De knelpunten in de uitvoering hiervan door de Rijksoverheidstaan onder het kopje uitvoerbaarheid in deze brief toegelicht.De mogelijkheid om het internationaal en nationaal gelijk speelveld tebehouden is medebepalend voor de effectiviteit van de screeningkennisveiligheid. In het coalitieakkoord is opgenomen dat wat betreft descreening kennisveiligheid gelijk wordt opgetrokken met het kennisinten-sieve bedrijfsleven en rekening wordt gehouden met de internationalepraktijk. Als oplopende doorlooptijden het aantrekken van (internationaal)student- en onderzoekstalent belemmert, schiet de screening zijn doelvoorbij, omdat de gewenste balans ontbreekt. Dat wil ik voorkomen.Daarnaast is het voor de effectiviteit van belang om nationaal beleid terbescherming van sensitieve kennis op Nederlandse kennisinstellingen innauwe samenhang vorm te geven met beleid in omliggende en gelijkge-zinde landen waar Nederlandse kennisinstellingen intensief meesamenwerken. Door de sterke samenwerking met de kennissector in dezelanden kan sensitieve kennis en technologie anders nog steedsweglekken.Een soortgelijk effect kan ook op nationaal niveau optreden. De kennis-keten in Nederland moet over de volle breedte weerbaar zijn. Kennisin-stellingen en het kennisintensieve bedrijfsleven zijn in hoge mate metelkaar verweven in kennisecosystemen en het kabinetsbeleid is eropgericht de publiek-private samenwerking verder te versterken. Screeningheeft niet veel zin wanneer binnen een samenwerkingsverband vankennisinstellingen en bedrijven alle betrokken personen toegang hebbentot sensitieve technologie, en slechts een deel van hen wordt gescreend.Dit betekent dat de maatregelen om ongewenste kennis- en technologie-overdracht in deze sectoren tegen te gaan, goed op elkaar afgestemdmoeten zijn. Hierbij trek ik nauw samen op met de Minister van Justitie enVeiligheid en met de Minister van Economische Zaken en Klimaat.Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (hierna ATR) wijst er in haar adviesop dat uit de consultatieversie van het wetsvoorstel onvoldoende blijkt dat7AIVD, MIVD en NCTV, Dreigingsbeeld Statelijke Actoren 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12603 de screening kennisveiligheid werkbaar is voor kennisinstellingen. In deinternetconsultatie geven kennisinstellingen zelf aan grote uitdagingen,zowel praktisch als financieel, te zien in de verplichting om sensitievekennis en technologie gericht af te schermen. Scherp toegangsbeleid israndvoorwaardelijk om alleen daar waar de risico’s voor de nationaleveiligheid het grootst zijn te screenen. Ik erken dat kennisinstellingen eengrote opgave hebben op het gebied van compartimentering en bevei-liging van sensitieve kennis en technologie. Met een incidentele impulsvan € 17,6 miljoen eind 2025 kwam mijn ambtsvoorganger hen deelstegemoet in de kosten die zij hiervoor moeten maken. Zij hebben dezemiddelen inmiddels ontvangen. In aanvulling hierop maak ik, zoalsaangekondigd in mijn beleidsbrief8, extra incidentele middelen vrij. Overde uitwerking hiervan informeer ik uw Kamer voor de zomer in de bredevoortgangsbrief kennisveiligheid.Bevindingen op uitvoerbaarheidIk werk aan de totstandbrenging van een geheel nieuwe uitvoeringsketenvan verschillende uitvoerende en toezichthoudende organisaties binnende Rijksoverheid. Deze keten staat in verbinding met kennisinstellingen ende rechtspraak. Voor al deze organisaties moet de screening kennisvei-ligheid uitvoerbaar zijn. De consultatiereacties, adviezen en uitvoerings-toetsen wijzen uit dat het wetsvoorstel in de vorm waarin het voorstel inconsultatie is gegaan niet uitvoerbaar is. Hieronder geef ik per categoriede bevindingen op het gebied van uitvoerbaarheid tot nu toe weer.Beoogd centraal uitvoerder Justis heeft inmiddels de uitvoeringstoetsopgeleverd en geeft aan dat die in de rol van screeningsautoriteituitvoering kan geven aan het wetsvoorstel, mits aan drie randvoor-waarden wordt voldaan: (1) het wetsvoorstel moet op enkele puntenworden aangepast om de uitvoerbaarheid te garanderen, zoals bijvoor-beeld een beperkte en gefaseerde startperiode; (2) de huisvesting en denoodzakelijke beveiligde digitale infrastructuur moeten op tijd op ordezijn; en (3) er moet voldoende financiering beschikbaar zijn. Justid enNuffic, twee van de beoogd leveranciers van informatie ten behoeve vande screening, geven ook aan dat hun taak onder voorwaarden uitvoerbaaris.Een toezichthouder is een vereiste voor inwerkingtreding van hetwetsvoorstel. Beoogd toezichthouder Inspectie van het Onderwijs (hiernaIvhO) heeft aangegeven dat het wetsvoorstel in de huidige vormonvoldoende is uitgewerkt om te kunnen beoordelen of het toezicht op dewet uitgevoerd kan worden. De IvhO heeft onder andere vragen over deinterpretatie van een aantal definities, waaronder het begrip «toegang» enbepalingen in het wetsvoorstel. Aanpassing van het wetsvoorstel opverschillende punten is nodig om de screening kennisveiligheiduitvoerbaar en handhaafbaar te maken voor de IvhO.Een volgend vraagstuk betreft de aanwijzing van screeningsplichtigeonderdelen binnen sensitieve vakgebieden in kennisinstellingen. Uit eennadere juridische analyse, heb ik de conclusie getrokken dat het wenselijkis het wetsvoorstel op dit punt te wijzigen. In het huidige ontwerp zou dietaak bij kennisinstellingen liggen, maar de analyse wijst onder meer uitdat zij die aanwijzingsbesluiten openbaar bekend moeten maken. Het isonwenselijk dat dergelijke sensitieve informatie op deze manier toegan-kelijk wordt. Mede daarom wil ik deze verantwoordelijkheid en taak bij deRijksoverheid beleggen. Dit brengt een aantal complexe en nieuweuitvoeringsvragen met zich mee die nu nog niet beantwoord zijn. Hoe8Kamerstuk 36 800-VIII, nr. 148Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12604 deze taak er exact uitziet en door welk onderdeel van de Rijksoverheiddeze kan worden uitgevoerd is onderdeel van de haalbaarheidsanalysedie ik uitvoer. Ook hierbij moet het internationaal en nationaal gelijkspeelveld gewaarborgd worden.Wel is al het volgende duidelijk. Om goed te kunnen besluiten welkeonderdelen binnen kennisinstellingen onder de werking van hetwetsvoorstel moeten vallen, is zogenaamde actuele technische duidingnoodzakelijk. Dit bestaat uit expertise op het gebied van de laatste(internationaal) wetenschappelijke ontwikkelingen, de te beschermenbelangen en risico’s voor de nationale veiligheid. Technische duiding isbijvoorbeeld nodig als een kennisinstelling geen risico ziet bij eenbepaalde toepassing van hun onderzoek, maar het Rijk hierover twijfelt.Technische duiding kan ook nodig zijn als de kennisinstelling niet metzekerheid kan zeggen of een technologie sensitief is. Op die momentenkan technische duiding de doorslag geven bij het besluit van OCW om eenonderdeel wel of niet aan te wijzen voor een verplichte screening.Technische duiding is een structureel te organiseren taak. De combinatievan expertise op het gebied van technologische innovatie, nationaleveiligheid, te beschermen belangen en geopolitieke ontwikkelingen isenerzijds schaars en is anderzijds versnipperd over verschillendeorganisaties en de kennissector. De ervaringen met het VerscherptToezicht9 op kennisinstellingen leert dat technische duiding niet alleen vanessentieel belang is voor de uitvoerbaarheid maar ook voor het inrichtenvan een effectief, risicogericht en dynamisch screeningsinstrument.10 Opbasis van de beperkte beschikbaarheid van de benodigde expertise kantechnische duiding nu niet worden georganiseerd. Omdat OCW dezeexpertise niet alleen kan samenbrengen, is het noodzakelijk om hierRijksbreed mee aan de slag te gaan.De screening kennisveiligheid vraagt daarnaast om de inrichting vanrechtsbescherming. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad vanState en de Raad voor de Rechtspraak onderschrijven in hun adviezen dekeuzes die hiervoor in het wetsvoorstel zijn gemaakt.De beoogde uitvoeringsorganisaties, beoogd toezichthouder en derechtspraak is gevraagd om een inschatting te maken van de financiëlegevolgen voor hun organisatie bij inwerkingtreding van het wetsvoorstelscreening kennisveiligheid. Niet alle organisaties konden deze inschattingop basis van de consultatieversie van het wetsvoorstel maken. Eenbijzonder aandachtspunt is hierbij dat de werkprocessen en informatie-stromen aan hoge veiligheidseisen moeten voldoen, omdat er metvertrouwelijke en (persoons)gevoelige informatie gewerkt wordt. Dit heeftconsequenties voor het tijdpad en de kosten die nodig zijn om dezeuitvoeringsketen tot stand te brengen. Op basis van de inschattingen dieik tot nu toe heb gekregen, acht ik het aannemelijk dat de uitvoerings-kosten op basis van het huidig wetsvoorstel een stuk hoger uitvallen daneerder verwacht. Als de kosten van het wetsvoorstel inderdaad hoger zijndan op het ogenblik op de begroting staat, dan zal OCW deze kostenconform de begrotingsregels op de eigen begroting dekken. U wordthierover op een later moment geïnformeerd.9Nederland is als lidstaat verplicht om de verboden uit EU-sanctieverordening na te leven. Ookkennisinstellingen zijn rechtstreeks gebonden aan deze verboden. De rijksoverheid ondersteuntkennisinstellingen sinds 2019 bij de naleving van een deel van deze verboden met de taskforceVerscherpt toezicht. Specifiek als het gaat om het overdragen van bepaalde kennis entechnologie naar Noord-Korea, Iran, Belarus en Rusland.10Kamerstukken II 2024/2025, 31 288, nr. 1205.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12605 Ook de kennisinstellingen moeten voorbereidingen treffen. De ATR geeftaan dat onvoldoende blijkt dat het wetsvoorstel werkbaar is voorkennisinstellingen en adviseert om dit beter te onderbouwen. Kennisin-stellingen en koepelorganisaties hebben bij de internetconsultatie hunzorgen uitgesproken over de uitvoerbaarheid van het voorstel en overwelke impact de screening zal hebben op de kennissector. Kennisinstel-lingen spreken hun zorgen uit over de doorlooptijden van de screening ende effecten daarvan op hun concurrentiepositie ten opzichte van buiten-landse kennisinstellingen bij het aantrekken van studenten en onder-zoekers, het ontbreken van een gelijk speelveld internationaal én tussenkennisinstellingen en bedrijven. Ook zijn er grote zorgen over de eis omsensitieve technologie door compartimentering te beschermen en tebeveiligen. Deze uitdagingen heb ik eerder in deze brief beschreven. Ditmaakt het voor kennisinstellingen lastig om uitvoering te geven aan hetvoorstel zoals dit in consultatie is gebracht. Tegelijkertijd onderschrijvenzij het belang van het beschermen van sensitieve kennis en technologieënwaar het gaat om de nationale veiligheid. Het is geen optie om debestaande risico’s niet te adresseren.Bevindingen op proportionaliteitIk vind het van groot belang dat de screening een proportioneelinstrument is. Ik streef naar een risicogerichte aanpak en de screeningkennisveiligheid moet daarin passen.De screening mag niet onnodig zwaar drukken op de uitvoerders,kennisinstellingen en screeningsplichtigen. Dit kan pas worden beoor-deeld als de vragen ten aanzien van effectiviteit en uitvoerbaarheid zijnbeantwoord. Screening is een maatregel die ingrijpt op de persoonlijkelevenssfeer van een individu en moet alleen bij de grootste risico’s voorde nationale veiligheid worden ingezet. Ik zal daarbij dus scherpe keuzesmoeten maken, in het besef dat risico’s niet 100% af te dekken zijn met descreening. Een persoonsgerichte screening is bovendien bedoeld alssluitstuk van de bredere aanpak kennisveiligheid waarbij kennisveilig-heidsbeleid binnen instellingen het zwaartepunt vormt. Dit betekent datscreening alleen daar zou gelden waar risico’s niet via andere instru-menten, bijvoorbeeld met de Nationale Leidraad Kennisveiligheid en hetLoket Kennisveiligheid, kunnen worden beheerst.Bij proportionaliteit hoort ook dat de inbreuk die de screening maakt opde persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens,niet onevenredig mag zijn. Het door de Autoriteit Persoonsgegevensuitgebrachte advies geeft vertrouwen dat het wetsvoorstel in dit opzichteen goede balans heeft getroffen.Proportionaliteit is tot slot een aspect van regeldruk. De ATR wijst er inhaar advies op dat nut en noodzaak van de screening kennisveiligheid openkele punten in het wetsvoorstel meer moeten worden onderbouwd, omte kunnen beoordelen of de verwachte regeldruk in verhouding staat tothet doel van de screening.VervolgHet is van belang om het doel van wat we willen bereiken voor ogen tehouden. Voor onderwijs en wetenschap van wereldklasse is het essentieeldat internationaal kan worden samengewerkt en dat een open uitwis-seling van resultaten, data en onderzoekers binnen het nationaleecosysteem van kennis en innovatie met het bedrijfsleven mogelijk is.Tegelijk zijn er geopolitieke verschuivingen gaande en wordt Nederland intoenemende mate geconfronteerd met statelijke dreigingen. DiverseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12606 statelijke actoren stellen als strategisch doel het verwerven vanhoogwaardige kennis en technologie en het beïnvloeden van onderwijs enwetenschap.11 Niets doen is geen optie.Daarom werk ik, via de kabinetsbrede aanpak kennisveiligheid en samenmet kennisinstellingen en inlichtingen- en veiligheidsdiensten, aan hetversterken van de weerbaarheid van Nederlands onderzoek en weten-schap. Zelfregulering en bewustwording zijn het fundament van dezeaanpak. Uit de nulmeting naar de ontwikkeling van het beleid bijkennisinstellingen bleek in 2023 en 2024 al dat zij kennisveiligheid serieusoppakken en het kennisveiligheidsbeleid volop in ontwikkeling was.12 HetRijk ondersteunt instellingen daarbij, bijvoorbeeld via het Loket kennisvei-ligheid, en werkt samen met het veld aan de doorontwikkeling van hetkennisveiligheidsbeleid, bijvoorbeeld met het gezamenlijk opstellen vanuniforme risico-indicatoren.13 In een separate brief die gelijktijdig wordtverzonden informeer ik uw Kamer over de voortgang op deze onderdelenvan mijn aanpak.De screening kennisveiligheid is het sluitstuk van de brede aanpakkennisveiligheid. Het heeft tot doel ongewenste overdracht van sensitievekennis- en technologie via personen tegen te gaan, om daarmee degrootste risico’s voor de nationale veiligheid te verkleinen, en tegelijkertijdde openheid van samenwerking in het ecosysteem met het kennisinten-sieve bedrijfsleven en internationaal te behouden. Op basis van mijnbevindingen op het gebied van effectiviteit, uitvoerbaarheid en proportio-naliteit concludeer ik dat de brede screening kennisveiligheid niethaalbaar is. De komende tijd voer ik daarom een haalbaarheidsanalysenaar een screening kennisveiligheid in aangepaste, meer beperkte engerichtere vorm, zodat het kabinet een besluit kan nemen over hetvervolg. Hierbij houd ik rekening met het gelijk speelveld op nationaal eninternationaal niveau. Ik kijk ook naar alternatieven voor screening. Bij debesluitvorming zal het kabinet ook de verplichtingen betrekken die opgrond van internationale sanctieregelgeving gelden voor het voorkomenvan ongewenste kennis- en technologieoverdracht, in het kader waarvanop dit moment het Verscherpt Toezicht op grond van de Sanctiewet 1977plaatsvindt. Na de zomer informeer ik uw Kamer over de voortgang vande haalbaarheidsanalyse.Reactie rapport Aan de poortOp 24 september jl. heb ik het onderzoeksrapport Aan de poort met uwKamer gedeeld, met de aankondiging dat een reactie zou volgen.14 Diegeef ik bij dezen. In voorbereiding op de uitvoering van de screeningkennisveiligheid heeft het WODC een onderzoek laten uitvoeren naar dewijze waarop kennisinstellingen documenten controleren van weten-schappers en studenten, zoals paspoorten en cv’s. Dit is belangrijkeinformatie voor de inrichting van een eventuele screeningsprocedure. Decontrole van identiteitsdocumenten vindt op verschillende momenten inhet proces van toetreding van wetenschappers en studenten tot deinstelling plaats. Cv’s en referenties worden in mindere mate gecontro-11AIVD, MIVD en NCTV, Dreigingsbeeld Statelijke Actoren 2025.12Kamerbrief over voortgang aanpak kennisveiligheid in hoger onderwijs en wetenschap |24-10-202413Kamerbrief over uitvoering moties en toezeggingen kennisveiligheid van 13-06-2025(Kamerstuk 31 288, nr. 1205)14Kamerstukken II 2025/2026, 31 288, nr. 1212.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12607 leerd. Ik heb het rapport onder de aandacht van de kennisinstellingengebracht. Ik ga ervan uit dat kennisinstellingen de uitkomsten van ditrapport gebruiken om hun processen waar nodig te verbeteren.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 288, nr. 12608
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.