Beleidsreactie op Staat van de Luchtvaart 2023
Brontekst
Versie 546dd9b8d225a541 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 936LuchtvaartbeleidNr. 1152 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 april 2024Met deze brief ontvangt u de beleidsreactie op het rapport «Staat van deLuchtvaart 2023» van de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: deILT).De ILT brengt de Staat van de Luchtvaart (hierna: Staat) dit jaar voor heteerst uit. De Staat is een doorontwikkeling van de «Staat van Schiphol»die de ILT voorheen jaarlijks uitbracht. Aanleiding voor de Staat vanSchiphol was een aanbeveling uit het rapport «Veiligheid VliegverkeerLuchthaven Schiphol» van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) uitapril 20171 om periodiek te rapporteren over de trends en ontwikkelingeninzake de veiligheid op Schiphol. In deze doorontwikkelde Staat brengt deILT in kaart hoe het gaat met de veiligheid en de duurzaamheid op en rondSchiphol, de luchthavens van nationaal belang en de luchtvaart in denbrede (inclusief General Aviation).Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: het ministerie)heeft met veel belangstelling kennisgenomen van de inhoud van de Staat.Hierin schetst de ILT een uitgebreid en inzichtelijk beeld van de trends enontwikkelingen over de veiligheid en duurzaamheid in en rondomluchthavens. Veel dank gaat uit naar de ILT voor het vele werk datwederom is verzet bij de totstandkoming van dit waardevolle rapport.BeleidsreactieHieronder volgen de vier hoofdthema’s uit de Staat, hierna te noemen:veiligheid, onbemande luchtvaart, leefomgeving en duurzaamheid.1Onderzoeksraad voor de Veiligheid, 6 april 2017, https://onderzoeksraad.nl/onderzoek/veiligheid-vliegverkeer-luchthaven-schiphol/. kst-31936-1152ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11521 VeiligheidZoals de ILT terecht aangeeft in de Staat, vraagt vliegveiligheid continueaandacht. Voor de luchtvaartveiligheid gelden strenge internationale eisenwaaraan alle partijen moeten voldoen. De ILT heeft een belangrijke taak inhet toezicht hierop. Signalen tijdens audits of inspecties, voorvallen ofbevindingen kunnen aanleiding zijn tot extra toezicht. De luchtvaartvei-ligheid is hoog omdat iedereen hier aandacht voor heeft, vanuit de eigenrol en functie. Het is belangrijk dat dit zo blijft. Dit is ook het uitgangspuntvan de Luchtvaartnota 2020–20502 die veiligheid als topprioriteit in deluchtvaart benoemt. Het ministerie heeft de Kamer op meerderemomenten geïnformeerd over de voortgang van het NederlandsLuchtvaartveiligheids Programma (NLVP).3 Daarbij gaat het bijvoorbeeldover hoe binnen dit veiligheidssysteem gewerkt wordt aan hetbeheersbaar maken van risico’s en het monitoren en borgen van continueverbetering van de luchtvaartveiligheid. Dit is onderdeel van de vele«check&balances» waar de ILT van spreekt. Dat maakt dat vliegen tot eenvan de veiligste vormen van vervoer behoort.De ILT vraagt aandacht voor de rol van de menselijke factor om deveiligheid op een hoog niveau te houden. Zij signaleert dat de krapte in debeschikbaarheid van bekwaam personeel de veiligheid onder druk kanzetten. Een tekort aan personeel kan leiden tot hogere werkdruk. Daarmeewordt de kans groter dat procedures niet volledig worden gevolgd, of dater fouten gemaakt worden. De ILT benadrukt daarom dat luchtvaartbe-drijven transparant moeten zijn over de effecten van personeelstekortenop hun activiteiten en hoe zij de veiligheid blijvend te borgen. Dit signaalvan de ILT onderstreept dat luchtvaartbedrijven hierin hun verantwoorde-lijkheid moeten nemen en verder moeten kijken dan het voldoen aan dewettelijke bepalingen.Het ministerie herkent de zorg en heeft, mede op basis van de inbreng vande sector zelf, de werkdruk bij huidig personeel door moeite vanaantrekken van gekwalificeerd personeel binnen het Nationaal ActieplanLuchtvaartveiligheid (NALV)4 als veiligheidsinitiatief met prioriteitaangemerkt. Het ministerie vervult een faciliterende rol bij het nemen vanmaatregelen. Zo is het ministerie in gesprek met sectorpartijen, HBO- enMBO-instellingen en overheden over de arbeidsmarktkrapte en wat ditbetekent voor de luchtvaart. Sectorpartijen hebben meerdere initiatievenopgepakt, zoals gerichte campagnes en gecombineerde werk- enleertrajecten. Op Europees niveau is het ministerie actief betrokken bij hetopzetten van een Safety Promotion Task Team binnen de European UnionSafety Agency (EASA). Dit team wordt opgericht om de luchtvaartsectorte ondersteunen in de uitdagingen die zich voordoen vanwege dearbeidsmarktkrapte.In de Staat heeft de ILT ook gekeken naar de ontwikkelingen op het gebiedvan vogelaanvaringen. Botsingen met vogels behoren tot de grootsterisicofactoren voor de luchtvaart. De ILT heeft vastgesteld dat luchthavensdit jaar de wild- en vogelbeheerprogramma op orde hebben, waarmee zemaatregelen treffen om vogels zoveel mogelijk te weren van het vliegveld.De ILT trekt nog geen harde conclusies over de aantallen vogelaanva-ringen. Hoewel het aantal in 2023 minder is dan in voorgaande jaren,week dit aantal niet significant af van het langjarig gemiddelde. Of hetpatroon zal veranderen, moet blijken uit het aantal meldingen over 2024.Ook noemt de ILT de belangrijke rol van regionale overheden ten aanzien2Kamerstuk 31 936, nr. 820.3Kamerstuk 24 804, nr. 116.4Kamerstuk 31 936, nr. 1052.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11522 van vogel aantrekkende gebieden buiten de luchthavens. Het ministeriewerkt nauw samen met de luchtvaartsector en de betrokken partijen in deregio (overheden, landbouworganisaties) om het risico op vogelaanva-ringen verder te reduceren. In 2024 wordt het huidige Convenant«reduceren risico op vogelaanvaringen Schiphol 2020–2024» geëvalueerd.De Kamer wordt vóór de zomer over deze evaluatie geïnformeerd. In hetkader van continue verbetering, wordt voortdurend bekeken of de huidigebeheersmaatregelen nog voldoen en of er alternatieve beheersmaatre-gelen zijn die kunnen worden toegepast.Verder signaleert en vraagt de ILT aandacht voor de toename van hetaantal meldingen over orde verstorende passagiers bij het Analysebureauluchtvaartvoorvallen (ABL). Het ministerie deelt de opvatting dat dit eenzorgwekkende ontwikkeling is en werkt om deze reden intensief samenmet de luchtvaartsector om de overlast van orde verstorende passagiersaan te pakken. Op 14 december 2023 is er een belangrijke stap gezet innadere aanpak van orde verstorende passagiers. Partijen hebben toen de«Intentieverklaring aanpak orde verstorende passagiers» ondertekend entreffen partijen elkaar regelmatig om volgende acties te formuleren. Op ditmoment zijn de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen bezig met hetuitwerken van het stappenplan inzake het onderling delen van zwartelijsten. De eerste inzichten van de stappen uit dit stappenplan wijzen nogniet doorslaggevend uit dat het delen van zwarte lijsten aanzienlijk zalbijdragen aan het terugdringen van orde verstorende passagiers. Hetgrootste deel van de orde verstorende passagiers dat op een zwarte lijst isgeplaatst bevindt zich namelijk op de lijsten van KLM en Transavia diedeze informatie al binnen het concern delen. Daarnaast wordt geenrecidive gesignaleerd. De juridische uitdagingen en kosten als gevolg vande privacywetgeving blijken op voorhand lastig af te bakenen. Deinformatie die in de stappen wordt opgehaald, waaronder hoe passendom te gaan met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG),is echter nog niet compleet. Zoals vermeld in de Kamerbrief van 3 april2023 zullen de resultaten hiervan voor de zomer 2024 met de Kamerworden gedeeld. De leden Vedder (CDA) en de Groot (VVD) hebbendaarnaast gevraagd naar zwaardere straffen en het gebruik van vliegver-boden of gebiedsverboden. Samenwerkende partijen geven aan dat het almogelijk is om passende straffen te vorderen. Luchtvaartmaatschappijendie een passagier op de zwarte lijst plaatsen, verbieden daarmee ook hetvliegen voor minstens 5 jaar of in ernstige gevallen voor altijd. Gebieds-verboden worden onder andere toegepast op landzijde van Schiphol, voorandere doelstellingen. Voor het voorkomen van orde verstorend gedragdat zich als eerste aan boord van een vliegtuig of bij de gate wordtvertoond, zijn echter andere maatregelen nodig. Dit is dan ook een van deredenen dat de samenwerkende partijen naar het gehele ketenproces vanvluchten- en passagiersafhandeling kijken. Passagiers voorlichten over degevolgen van het orde verstorende gedrag en de impact die dit heeft voorandere passagiers en crew is daarin een belangrijk aandachtspunt.Momenteel werkt het ministerie in samenwerking met EASA en met desector aan een voorlichtingscampagne.Ten aanzien van de veiligheidscultuur, vindt het ministerie het een goedezaak dat de ILT in de Staat ruim aandacht besteedt aan het proces vangrondafhandeling op luchthavens. Veiligheidscultuur is een belangrijkonderdeel van de keten in het waarborgen van de luchtvaartveiligheid. Defocus van de ILT op het proces van incidentenmeldingen en de safetyculture bij grondafhandelingsbedrijven vormt dan ook een belangrijkeaanzet tot gedragsverandering richting normconform gedrag op devliegtuigopstelplaatsen. Het feit dat de actieve handhaving door deHavendienst van Schiphol versterkt is, draagt hier ook positief aan bij.Vanuit het ministerie wordt Europees al enige tijd aangedrongen op eenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11523 directe regulering van de veiligheid van grondafhandelaren op de groteluchthavens. Er is door het Europees Agentschap voor de veiligheid vande luchtvaart (EASA) een voorstel ontwikkeld met voorschriften voor deveiligheid van grondafhandelaren, waar het ministerie actief aan heeftbijgedragen. Hierdoor zal het veiligheidsniveau in de toekomst nog verderverbeteren. De implementatie van deze nieuwe voorschriften voor deveiligheid van grondafhandeling pakken de ILT en het ministeriegezamenlijk en voortvarend op. Aansluitend heeft het ministerie op hetgebied van grondafhandeling recent aangekondigd dat het aantalafhandelingsbedrijven op Schiphol beperkt wordt tot drie.5 Verwachtwordt dat met de invoering van deze beperking een belangrijke bijdragegeleverd kan worden aan verbetering, in algemene zin, van de situatie inde grondafhandeling op Schiphol.De ILT constateert dat in 2023 de effectiviteit van het Schiphol IntegralSafety Management System (ISMS) is verbeterd, door onder meer deintroductie van een effectiviteitsdashboard om de status en effectiviteitvan de veiligheidsmaatregelen te monitoren en te beoordelen. Ooksignaleert de ILT dat er rond een aantal veiligheidsmaatregelen hetafgelopen jaar voortgang is geboekt maar dat het risico op vertraging nietis afgenomen. Het ministerie herkent het beeld en ziet ook dat er sinds2022 belangrijke stappen zijn genomen. De ontwikkeling van het effectivi-teitsdashbord zal een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het volgensplanning uitvoeren van de maatregelen in de roadmap. Het Convenantveiligheidsverbetering Schiphol6 dat in 2023 is ondertekend, bestendigtdaarnaast het commitment van de betrokken partijen op het gezamenlijkverder verbeteren van de veiligheid op Schiphol.Ten aanzien van cybersecurity onderkent het ministerie net als de ILT hetgroeiende belang van cybersecurity voor de luchtvaartsector. Daarom issinds maart 2023 wettelijk vastgelegd dat meer luchtvaartorganisaties,waaronder verschillende luchtvaartmaatschappijen en regionale lucht-havens van nationale betekenis, zijn aangewezen als Aanbieder van eenEssentiële Dienst (AED) onder de huidige Wbni (Wet beveiliging netwerken informatiesystemen). Ook de toezichtsrol van de ILT wordt hiermeeuitgebreid. Met de komst van de nieuwe Europese Richtlijn, de Networkand information Security 2 directive (NIS2), zullen nog meer luchtvaartor-ganisaties wettelijk verplicht worden om cyberincidenten boven eenbepaald niveau te melden (meldplicht) en moeten deze organisatieszorgen voor voldoende beveiligingsmaatregelen (zorgplicht).Daarnaast werkt het ministerie aan de ontwikkeling van een cyberweer-baarheidsprogramma voor onder meer de luchtvaartsector. Binnen ditprogramma wordt nauw samengewerkt met belanghebbenden, expertsen organisaties uit diverse sectoren, met als doel het vergroten van kennisen bewustwording omtrent cybersecurity. Hierbij worden trainingen enondersteuning aangeboden en wordt actief gestimuleerd om bestpractices te delen, zodat de digitale weerbaarheid van de betrokkenpartijen verder wordt versterkt.In de Staat gaat de ILT in op het informeren van passagiers over hetvervoer van lithiumbatterijen. Het gebruik van lithiumbatterijen in onsdagelijks leven is inmiddels wijdverspreid. Zij worden gebruikt in veleconsumentenproducten, maar ook voor industriële- en militaire toepas-singen. Echter, het transport van lithiumbatterijen brengt een belangrijkveiligheidsaspect met zich mee. Lithiumbatterijen zijn zeer brandge-vaarlijk. Als ze niet volgens internationale voorschriften worden vervoerd5Kamerstuk 29 665, nr. 496.6Stcrt. 2023, nr. 30812.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11524 of beschadigd raken, kunnen ze kortsluiting veroorzaken en ontbranden.Luchtvaartmaatschappijen zijn wettelijk verplicht passagiers te informerenover en te wijzen op de voorwaarden waaronder lithiumbatterijen mogenworden vervoerd in hun handbagage of in hun ruimbagage. Dit isessentieel om de veiligheid van luchttransport met lithiumbatterijen tewaarborgen. De toegestane voorwaarden voor het meenemen vanlithiumbatterijen in handbagage zijn ruimer dan die voor ruimbagage. Hetgebrek aan naleving van de verplichting door luchtvaartmaatschappijenom passagiers te wijzen op de voorwaarden, zoals geconstateerd door deILT, vergroot de kans dat passagiers lithiumbatterijen meenemen die nietzijn toegestaan. Dit is vooral aan de orde wanneer handbagage op hetlaatste moment in het ruim wordt geplaatst vanwege ruimtegebrek in decabine. Het ministerie benadrukt het belang van naleving van dezeverplichting door luchtvaartmaatschappijen en zal ook bij internationaleluchtvaartorganisaties, zoals de International Air Transport Association(IATA), aandringen op correcte naleving van deze internationaleverplichting. Dat de ILT voornemens is om in 2024 weer controles uit tevoeren, zal daar positief aan kunnen bijdragen.Met betrekking tot de «kleine luchtvaart» ondersteunt het ministerie deextra aandacht die de ILT vraagt voor het onderwerp veiligheid binnen deGeneral Aviation. Met name de extra aandacht voor het verminderen vanhet aantal luchtruimschendingen. Daarbij is het van belang om niet alleennaar het aantal luchtruimschendingen te kijken, maar ook naar de ernstvan de individuele gevallen. Vluchtvoorbereiding, kennis van de boorduit-rusting en complexiteit van het lagere luchtruim hebben de aandacht vande werkgroep veilig gebruik luchtruim, waar zowel het ministerie als deILT aan deelnemen. Zoals de ILT beschrijft is (en blijft) aandacht voor eengoede vluchtvoorbereiding van belang om veilig te kunnen vliegen.Daarom werkt het ministerie onder meer aan het zo goed mogelijkbeschikbaar stellen van obstakelinformatie. Een goede uitleg van(Europese) regelgeving aan de kleine luchtvaart is zeer belangrijk.Afgelopen maanden hebben het ministerie en de ILT bij een tweetaldossiers gezamenlijk de sector geïnformeerd over de introductie vannationale regelgeving voor de kleine luchtvaart. Ook is een gezamenlijkoverleg van het ministerie en de ILT met de kleine luchtvaart sectoropgestart om vragen en onduidelijkheden vanuit de sector te kunnenadresseren.Tot slot heeft het ministerie kennisgenomen van de bevindingen van deILT in de Staat over de assistentie van reizigers met een mobiliteitsbe-perking op de luchthaven Schiphol. De toegankelijkheid van de luchtvaartop alle luchthavens in Nederland acht het Ministerie van groot belang. Deverplichtingen en verantwoordelijkheden van luchthavens en luchtvaart-maatschappijen zijn Europees vastgelegd in de Verordening inzake derechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit.7 De ILTvervult in deze context effectief haar rol als toezichthouder en richt daarbijde aandacht op onder andere Schiphol. Schiphol is zelf verantwoordelijkvoor de implementatie en naleving van de verplichtingen uit de Veror-dening en wordt daarbij in de praktische uitvoering ondersteund door hetministerie – onder meer op het gebied van communicatie (het informerenvan passagiers over het gebruik van mobiliteitshulpmiddelen en hetmeenemen van assistentiehonden) – om de vereisten en doelen op hetgebied van toegankelijkheid en assistentie van reizigers met een mobili-teitsbeperking te behalen. Daarnaast werkt Schiphol aan een lange termijnstrategie die structureel de door de ILT gesignaleerde bevindingen op hetgebied van assistentie van reizigers met een mobiliteitsbeperkingadresseert. Het ministerie is hierbij nauw betrokken.7Verordening (EG) nr. 1107/2006.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11525 Onbemande LuchtvaartHet ministerie herkent de zorg van het aantal gemelde voorvallen enluchtruimschendingen in het gecontroleerde luchtruim met onbemandeluchtvaarttuigen (drones). Het toetreden van deze nieuwe gebruiker in hetluchtruim vraagt een specifieke benadering om de vlieg- en gedragsregelsonder de aandacht te brengen bij de dronepiloot. Aangezien het gebruikvan drones laagdrempelig is constateert het ministerie dat de nalevingvan de regels voor vluchten die worden uitgevoerd in de Open categorie8,aandacht nodig heeft. Het is de verantwoordelijkheid van het ministerieom samen met de verantwoordelijke partners de luchtvaartveiligheid oppeil te houden.Ook ziet het ministerie veel nuttige toepassingen met drones voor deuitvoering van maatschappelijke taken en de bijbehorende baten. Veel vandeze vluchten worden uitgevoerd in de Specifieke categorie9, die in hetgecontroleerde luchtruim vooraf toestemming nodig hebben van deluchtverkeersleiding om de vlucht uit te voeren.In de Staat is niet uit te sluiten of bij de gedetecteerde vluchten in hetgecontroleerd luchtruim ook vluchten zijn die toestemming hebbenontvangen van de luchtverkeersleiding om de vlucht uit te voeren. Ookhelpt het voor de analyse om te achterhalen hoeveel afstand er tussen dedrone en het bemand luchtverkeer zit en of er sprake is van een daadwer-kelijk gevaar voor de luchtvaartveiligheid. Het ministerie heeft, rekeninghoudend met de voorvalmeldingen, een veiligheidsaanpak voor dronesopgericht bestaande uit de volgende onderdelen:•Communicatie en voorlichting; update van de rijksbrede communicatievia de officiële kanalen voor een eenduidige communicatie. Eennieuwe video-instructie is ontwikkeld voor de dronesvlieger en wordtvia sociale-media kanalen verspreid. Parallel hieraan is contact gelegdmet de drones retail sector om de piloot voor de aanschaf van eendrone te benaderen over het veilige gebruik ervan.•Monitoring en handhaving; samen met alle verantwoordelijkeoverheden en organisaties is onder regie van het ministerie denationale aanpak van ongewenste droneactiviteiten ingericht. Hierinwordt de expertise en monitoringsinformatie samengebracht ombewuste maar ook onbewuste overtreders gerichter aan te pakken. Detoepassing van Remote ID (identificatie op afstand) zal hierbij helpenbij het effectiever handhaven op overtreders die een Remote IDverplichting hebben.•Europese doorontwikkeling; op Europees niveau wordt de wet- enregelgeving doorontwikkeld voor het behoud en verbetering van deluchtvaartveiligheid. Denk hierbij aan de komst van de EuropeseCertificering labels en Remote ID. Ook wordt op Europees niveaugewerkt aan het direct koppelen van de nationale zones waar wel/nietgevlogen mag worden in de software van de drone. Hierdoor neemt dekans af dat een drone zich begeeft in een gebied met restricties zoalseen luchthaven.•Het is in het gecontroleerd luchtruim rondom de civiele en militaireluchthavens niet toegestaan om in de Open categorie vluchten uit tevoeren. Deze vluchten worden geregistreerd als een luchtruimschen-ding. Veel van deze vluchten worden op veilige afstand uitgevoerd vanhet bemande luchtverkeer en brengen geen gevaar voor de luchtvaart-veiligheid. Het ministerie is voornemens om in de zones waar geenregulier bemand verkeer vliegt, de verplichting tot contact met deluchtverkeerleiding voor de Open en Specifieke categorie opnieuw in8Drone operatie met een klein lucht- en grondrisico.9Drone operaties met een gemiddeld lucht- en grondrisico, overwegend professioneel gebruik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11526 te richten. Mede door het aanwijzen van zones waar drones wel ofgeen gevaar opleveren voor de bemande luchtvaart, krijgen nuttigetoepassingen van drones meer ruimte en kan gerichter wordenopgetreden in de handhaving.LeefomgevingGeluidIn de Staat gaat de ILT uitvoerig in op het onderwerp geluid. Naast degebruikelijke rapportages conform haar rol als toezichthouder, belicht deILT steeds meer aspecten van het thema geluid. Zo heeft de ILT in 2023een aantal onderzoeken uitgevoerd naar geluidhinder en geluidbelasting,die het ministerie ondersteunt. Volgens de ILT leveren de onderzoekenonder meer de volgende aangrijpingspunten op om de hinder teverminderen:•Vliegtuigtype: grootte en gewicht, vracht of passagiers, aantalmotoren, geluidscategorie. Met name de Boeing 747-400 levert veelmeldingen en veel gemeten hinder op.•Verdere ontwikkeling van tariefdifferentiatie voor stille vliegtuigen.•Inzet van de vloot op bepaalde momenten van de dag; stilleretoestellen inzetten in de (randen van de) nacht.•Factoren die het moment van loskomen van de baan bepalen.•Naderingen met een continu daalprofiel (Continuous DescentOperations).•Verdere vlootvernieuwing.De Staat geeft ten aanzien van geluid een uitvoerig overzicht met factorendie bijdragen aan de hinder die omwonenden rond de luchthavenSchiphol ondervinden. Veel van deze vraagstukken worden reedsopgepakt binnen lopende beleidstrajecten en overleggen (waaronder MRSen NOVEX werkgroepen) vanuit het Programma Omgeving LuchthavenSchiphol (POLS). Ook binnen het Programma Luchtruimherziening isonder andere de Continuous Descent Operations onderwerp vanonderzoek en toekomstige uitwerking. Ten aanzien van toekomstig beleidspeelt hinder met name een rol bij het nieuw te ontwerpen stelsel voorluchtvaartgeluid (spoor 3 uit de Hoofdlijnenbrief Schiphol10). Op ditmoment wordt in samenwerking met stakeholders die zijn vertegen-woordigd in een nationale klankbordgroep, onderzocht hoe hinderer-varing en hinderreductie in de toekomstige wet- en regelgeving eengrotere rol kan spelen. De bevindingen van de ILT leveren hier een extrabijdrage aan. Tot slot is de recente RBV-uitspraak ook relevant voor deplek van hinderervaring en hinderreductie in de toekomstige wet- enregelgeving. Momenteel kijkt het ministerie naar hoe deze uitspraak eenplek krijgt in het (te ontwikkelen) beleid.Emissie zwaveldioxideDe ILT stelt in de Staat dat de norm voor zwaveldioxide (SO2) in hetLuchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol wordt nageleefd. Wel signaleertde ILT dat die norm beperkte invloed heeft op het werkelijk verminderenvan de SO2-uitstoot door de luchtvaart en geen beperkingen oplegt aanindividuele vluchten. Verder geeft de ILT aan dat aannames in hetrekenvoorschrift voor de uitstoot van zwaveldioxide niet overeenkomenmet de werkelijkheid. Het gaat daarbij met name om het zwavelgehaltevan kerosine. Gelet op haar constateringen, stelt de ILT dat vernieuwingvan de systematiek nodig is.10Kamerstuk 29 665, nr. 432.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11527 De norm waar de ILT aan refereert, is in 2002 geformuleerd met als doelom ruimte te bieden voor groei van de luchtvaart, en daardoor meeremissies toe te staan, maar daarbij te voorkomen dat inefficiënterevliegtuigen zouden worden ingezet, waardoor de emissies onnodigzouden stijgen. Het tijdbeeld is inmiddels echter veranderd. Dat heeft eronder meer toe geleid dat in de Luchtvaartnota en de HoofdlijnenbriefSchiphol van 22 juni 2022 is aangegeven dat wordt bezien of in nieuwe ofte wijzigen luchthavenbesluiten absolute grenswaarden (milieuplafonds)worden opgenomen, onder meer voor emissies. Die absolute grens-waarden zouden dan in het LVB Schiphol in de plaats kunnen komen vande bestaande relatieve emissiegrenswaarden, waaronder die voor SO2.Deze ingezette lijn wordt ondersteund door het ILT-standpunt datvernieuwing van de systematiek nodig is.Op 21 december 2023 is de Kamer geïnformeerd11 over vijf onderzoekendie zijn uitgevoerd in het kader van emissies van de luchtvaart. Één vandie rapporten geeft aan wat het relatieve aandeel is van luchtvaart aan detotale hoeveelheid luchtverontreinigende stoffen in de omgeving van vijfluchthavens. Daarbij is een emissiefactor van SO2 gebruikt, waarvan opbasis van bevindingen van de ILT in hoofdstuk 12 van de Staat blijkt datdeze te laag is.Na overleg met de ILT en de opstellers van het betreffende rapport, zaleen herzien rapport worden opgeleverd, waarin met een meer realistischeemissiefactor van SO2 is gerekend. Het streven is om dat herziene rapportrond het zomerreces naar de Kamer te sturen. De actuele inzichtenworden meegenomen bij de afweging over de regulering vanluchtvaartemissies.Emissies door APU-gebruikVerder gaat de ILT in de Staat in op het gebruik van de Auxiliary PowerUnit (APU, hulpmotor van een vliegtuig) op Schiphol. De ILT heeftgesignaleerd dat deze nog te veel wordt gebruikt en heeft daaromwaarschuwingen gegeven aan enkele luchtvaartmaatschappijen, Schipholen een grondafhandelaar. Twee luchtvaartmaatschappijen kregen een lastonder dwangsom.Aansluitend heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) in januari 2024haar definitieve tweede deelbesluit gepubliceerd en strenge eisenopgelegd aan de werkgevers om de situatie ten aanzien van blootstellingaan gevaarlijke stoffen op het platform te verbeteren. Bij naleving vandeze eisen worden de werknemers beter beschermd tegen dergelijkeblootstelling. Het is immers van het grootste belang dat iedereen zijn ofhaar werk onder gezonde en veilige werkomstandigheden kan uitvoeren.Het ministerie ondersteunt zowel de handhavende acties van de ILT alsdie van de NLA.NachtslotsOm (geluids)overlast van nachtvluchten te beperken, moeten luchthavenstussen bepaalde tijdstippen gebruik maken van nachtslots. Voor Schipholmogen er jaarlijks niet meer dan 32.000 vluchten vertrekken tussen 23:00en 07:00 uur. Het ministerie is positief over dat het aantal overtredingenvan vliegtuigbewegingen zonder een vereist nachtslot is gedaald tenopzichte van 2022, dankzij handhaving door de ILT en het aanpassingsver-mogen van luchtvaartmaatschappijen. Het ministerie blijft in goed overlegmet ILT over de slotregelgeving. Bij deze overleggen is in de afgelopen11Kamerstuk 31 936, nr. 1137.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11528 periode ook aandacht voor de voorgenomen handhaving op het slotge-bruik van General Aviation. Het ministerie zal ook in overleg met ACNLblijven over de verdeling van taken op het gebied van handhaving zoalsopgenomen in de slot enforcement code, waarbij ook de handhaving opGeneral Aviation onderwerp van gesprek is. Hierdoor wordt de komendetijd ingezet op harmonisatie van de toepassing van de slotverordening opalle gecoördineerde luchthavens, zoals eerder gesignaleerd door de ILT.DuurzaamheidVoor de grondgebonden activiteiten van de burgerluchtvaart is in deLuchtvaartnota 2020–2050 als doel opgenomen dat deze activiteiten in2030 geen CO2 meer uitstoten. Om dit doel te behalen richt de luchtvaart-sector zich op de elektrificatie van het grondmaterieel, zoals beschreven inde Staat. In deze Staat signaleert de ILT ook dat op Eindhoven Airport,netcongestie in 2023 een reden was voor vertraging van de introductievan elektrische alternatieven voor bestaande brandstofaggregaten.De Kamer ontving recentelijk middels een verzamelbrief12, een aantalstudies, waaronder een studie over de benodigde infrastructureleveranderingen voor het faciliteren van de verdere verduurzaming van deluchtvaart door de inzet van nieuwe duurzame energiedragers. Detransitie naar duurzame luchtvaart, door onder andere een emissievrijegrondgebonden operatie en elektrisch vliegen en vliegen op waterstof,vereisen meerdere infrastructurele veranderingen. Het gaat daarbij onderandere om de aanleg van nieuwe laad- en tankinfrastructuur op lucht-havens en de aanleg van verzwaarde aansluiting op het elektriciteitsnet. Inde toekomst is er mogelijk ook een aansluiting van luchthavens op hetnationale waterstofnetwerk nodig. Ook laten de studies zien dat netcon-gestie een belemmering kan zijn voor de elektrificatie van het grondmate-rieel. Het ministerie blijft hierover met luchthavens en afhandelaren ingesprek zodat de transitie naar uitstootvrije grondafhandeling in 2030gerealiseerd kan worden.Tot slot ondersteunt het ministerie de ingezette acties op het gebied vanduurzaamheid, zoals het stimuleren van schonere en stillere vliegtuigenvia de havengelden en het proactief opstellen van regels voor het gebruikvan Auxiliary Power Units (APU) om zo uitstoot te verminderen. Dit geldtook voor de inzet van dergelijke maatregelen op de overige luchthavens.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. Harbers12Kamerstuk 31 936, nr. 1150.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 936, nr. 11529
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.