KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op de IOB-evaluatie “De vrije zee onder vuur''

27 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 2e0a52de87b3f158 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 521Nederlandse deelname aan vredesmissies27 925Bestrijding internationaal terrorismeNr. 512 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VANDEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 maart 2026Op 3 maart jl. ontving uw Kamer de evaluatie van de Nederlandse inzet opmaritieme veiligheid in de Rode Zee, getiteld «De vrije zee onder vuur»(bijlage bij Kamerstuk 29 521, nr. 505), opgesteld door de DirectieInternationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van het Ministerie vanBuitenlandse Zaken. U ontvangt hierbij de kabinetsreactie op dezeevaluatie. De evaluatie ziet op de periode tussen het begin van deHouthi-aanvallen in november 2023 en het vertrek van de Zr.Ms. KarelDoorman uit operatie Aspides op 8 augustus 2024. Deze kabinetsreactieziet dan ook niet op de huidige ontwikkelingen in de regio; daarover is uwKamer separaat geïnformeerd.De eindevaluatie is in lijn met het besluit van het kabinet om eindevalu-aties van artikel 100-missies standaard volledig door een onafhankelijkepartij te laten uitvoeren.1 De hoofdvraag van de evaluatie is: «in hoeverrezijn de doelen van de geïntegreerde Nederlandse inzet op maritiemeveiligheid in het Rode Zeegebied bereikt, hoe kan dit worden verklaard, enwelke lessen kunnen worden getrokken voor toekomstige bijdragen aanmissies en operaties?» Het kabinet is de IOB erkentelijk voor haar werk.ContextIn november 2023 verslechterde de veiligheidssituatie in de Rode Zee alsgevolg van de Houthi-aanvallen vanuit Jemen op de commerciëlescheepvaart en marineschepen, waardoor de Rode Zee hoog-risicogebiedwerd. De Rode Zee is een cruciale schakel in de internationale handels-keten, waardoor het regionale conflict in korte tijd een mondiaal karakterkreeg. Het Houthi-narratief over deze aanvallen was dat deze in solidariteitmet de Palestijnse bevolking in Gaza werden uitgevoerd. Houthi-eenheden voerden van november 2023 tot en met december 2024minstens honderd aanvallen (of pogingen tot aanvallen) uit op commer-1Kamerstuk 27 925, nr. 721 van 20 mei 2020 kst-29521-512ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5121 ciële scheepvaart en marineschepen. Daarbij vonden ook gijzelingen vanscheepsbemanningen plaats.Toen de Houthi-aanvallen de internationale scheepvaart steeds ernstigerverstoorden, werden drie operaties opgestart waarvoor Nederland omeen bijdrage werd verzocht: 1) de VS-geleide Operatie ProsperityGuardian (OPG), met een defensief mandaat opgericht onder hetCombined Maritime Forces (CMF) in Bahrein, 2) Operatie Poseidon Archer(OPA), een VS-geleide operatie met offensief mandaat, gericht op hetverminderen van de militaire capaciteit van de Houthi’s, en 3) EUNAVFORAspides, opgericht door de EU met een defensief mandaat. Nederlanddroeg gedurende de evaluatieperiode eveneens met enkele stafofficierenbij aan de regionale hoofdkwartieren, waaronder aan de CMF.De IOB heeft de hoofdvraag beantwoord aan de hand van driedeelthema’s: i) besluitvorming en opzet, ii) uitgevoerde activiteiten enbereikte resultaten, en iii) doelrealisatie van de gepleegde inzet.De IOB gaat in op het besluitvormingsproces rondom de Nederlandsebijdrage van stafofficieren op de hoofdkwartieren en de inzet vanZr.Ms. Tromp (TRMP) en Zr.Ms. Karel Doorman (DMAN) binnen OPG enAspides, en op de niet-operationele militaire steun aan OPA. Dedoelstelling van de Nederlandse inzet in OPG en Aspides om «bij [te]dragen aan het bevorderen van vrije doorvaart en bescherming vanscheepvaart in de Rode Zee» kwam volgens de IOB nauw overeen met deoperatiedoelen. De IOB stelt vast dat er sprake was van realisme in deartikel 100-brieven over de Nederlandse maritieme inzet in de Rode Zee.Ook gaat de IOB in op de uitgevoerde activiteiten en bereikte resultatenvan de operaties als zodanig en de Nederlandse bijdrage daaraan. BinnenOPG droeg TRMP bij aan beeldopbouw, terwijl DMAN Aspides voorallogistiek en medisch ondersteunde en tijdelijk het Force Headquarters(FHQ) huisvestte. De inzet van een stafofficier binnen het Combined AirOperations Center (CAOC) in Qatar, waarmee Nederland niet-operationelesteun verleende aan OPA, leverde Nederland een informatiepositie op meteen duidelijke toegevoegde waarde. Nederland schaakte hiermee opdiverse borden tegelijk.Ten aanzien van randvoorwaarden voor effectief operationeel optreden –van het inrichten van logistieke steunpunten tot het verkrijgen van eengoede informatiepositie en solide commandovoering – ziet de IOB ruimtevoor verbetering, zeker bij militair optreden in EU-verband. Ook wijst deIOB op het belang van inspelen op asymmetrische oorlogvoering metgoedkope middelen. Met een single set of forces, waaraan in veleoperatiegebieden wereldwijd behoefte bestaat, is de beschikbaarheid vancapaciteiten (ook voor partnerlanden) een bekend punt van zorg. Tevensgaat de IOB uitvoerig in op andere uitdagingen binnen (de Nederlandsebijdrage aan) Aspides, zoals het beperkte aantal schepen in de operatie.Ook gaat de IOB in op de diplomatieke inzet van Nederland, zowel in EU-en VN-verband als bilateraal. De IOB constateert dat Nederland diploma-tieke resultaten heeft geboekt, ondanks de beperkte Nederlandseinvloedssfeer en het minimale diplomatieke momentum rond de RodeZee. Een vreedzame oplossing van het conflict in Jemen en de-escalatie inde regio bleven in de evaluatieperiode achterwege, hetgeen buiten deNederlandse invloedssfeer ligt.Op basis van de integrale contextanalyse gaat de IOB conform dehoofdvraag in op de doelrealisatie van de Nederlandse bijdragen in hetRode Zeegebied. De IOB stelt dat het kabinet vooraf gepaste, bescheidenverwachtingen had over de invloed van de Nederlandse diplomatieke enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5122 militaire inzet. De IOB constateert echter ook dat de vrije doorvaart nietduurzaam is hersteld. Wel heeft dankzij begeleiding en escorte scheep-vaartverkeer kunnen plaatsvinden en zijn aanvallen afgeslagen. Daarnaastkon het ingrijpen tegen de belemmering van de vrije doorvaart veelalrekenen op begrip, ook in de regio, zo constateert de IOB.Het kabinet kan zich grotendeels vinden in de analyses en conclusies vandeze evaluatie. Hieronder reflecteert het kabinet op de analyse, (deel)con-clusies en aanbevelingen in de evaluatie.Conclusies1. Er was een discrepantie tussen de bescheiden Nederlandsedoelstellingen van de militaire bijdragen en de ambitieuzeoperatiedoelstellingen.Voor het kabinet speelden diverse overwegingen voor het bijdragen aande verschillende missies en operaties in de Rode Zee. Het kabinetbeoogde onder meer bij te dragen aan het handhaven en bevorderen vande internationale rechtsorde, specifiek met betrekking tot het beginsel vande vrijheid van scheepvaart of navigatie. Ook beoogde het kabinet eenproportionele bijdrage te leveren aan voor Nederland belangrijkebondgenootschappen, zich hierin een betrouwbare partner te tonen doorverantwoordelijkheid te nemen en bij te dragen aan het versterken van deEU als geopolitieke speler. Tot slot wenste het kabinet een bijdrage televeren aan het effectief beschermen van vrijheid van scheepvaart ofnavigatie, met als concreet effect dat diverse aanvallen op de scheepvaartin de Rode Zee werden afgeslagen. De aanwezigheid van marineschepenin de Rode Zee zou aan de Houthi’s het signaal afgeven dat het belem-meren van de vrijheid van scheepvaart of navigatie onacceptabel is. In deartikel 100-brief ging het kabinet dan ook in op deze gronden voordeelname.Het kabinet erkent dat helder onderscheid noodzakelijk is tussen a) destrategische doelstelling, b) de operatiedoelstelling die expliciteert wat de(internationale) operatie wil bereiken, en c) de doelstellingen van deNederlandse bijdragen. In de communicatie met de Kamer heeft hetkabinet realistisch en precies willen zijn over wat het met de Nederlandsebijdrage beoogde. In die communicatie is benoemd dat Nederland binnenOPG en Aspides wilde bijdragen aan het bevorderen van vrije doorvaarten de bescherming van scheepvaart in de Rode Zee; maar is ook explicietingegaan op de verwachte beperkte effecten van de inzet.2Operatiedoelstellingen moeten tevens realistisch en haalbaar zijn. Hetdiplomatiek en militair opereren binnen een (militaire) coalitie blijft in depraktijk complex aangezien Nederland een betekenisvolle, maar niet altijdeen doorslaggevende stem heeft. Het kabinet spant zich, wanneer hetbetrokken is bij vormgeving van een missie of operatie, in voor realis-tische en haalbare strategische- en operatiedoelstellingen en voor hetdaarbij maken van onderscheid met de doelstellingen van de Nederlandsebijdrage. In de artikel 100-brief van 8 maart 2024 heeft het kabinet hetonderscheid tussen de Nederlandse strategie en de doelstellingen van deinternationale missies wel benoemd, maar had het dit nog explicieter enspecifieker kunnen verwoorden.2Kamerbrief artikel 100-bijdrage aan maritieme veiligheid Rode Zee, 8 maart 2024 (Kamerstuk29 521, nr. 471).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5123 2. De doelstellingen van de Nederlandse militaire bijdragen zijngrotendeels bereikt.Het kabinet heeft bewust ingezet op realisme door bij de geformuleerdedoelstelling van de Nederlandse bijdrage tevens aan te geven wat debeoogde effecten en de beperkingen hierin waren. Het kabinet heeftaangegeven dat de inzetduur beperkt was en daarmee ook het effect vande Nederlandse bijdrage. Dit was in lijn met aanbevelingen uitvoorgaande IOB-evaluaties.3 In een complexe en volatiele context dienenambities en doelstellingen in verhouding te staan tot de in te zettenmiddelen. Het kabinet constateert dat hierin in de afgelopen jaren stappenzijn gezet en waardeert de erkenning van de IOB dat er sprake was vanrealisme.Het kabinet onderschrijft ook de conclusie dat de Nederlandse inbrenggoed aansloot op de behoeften binnen de missies; eveneens eenaandachtspunt uit eerdere IOB-evaluaties. Het opereren in eenhoog-geweldsspectrum in internationaal verband leverde daarnaastrelevante operationele ervaring op.3. Nederland is flexibel omgegaan met veranderende omstandig-heden.Doordachte politiek- en militair-strategische analyses en planningenblijven van fundamenteel belang voor het formuleren van doelstellingenen effecten, en voor de operationele planning en uitvoering van missiesen operaties. Tegelijk beaamt het kabinet dat in een veranderlijke envolatiele geopolitieke context, flexibiliteit en wendbaarheid vantoenemend belang zijn. Dat betekent dat bij artikel 100-inzetten moetkunnen worden ingespeeld op zowel kansen als bedreigingen. Het kabinetconstateert dat dit bij de inzet van TRMP en DMAN grotendeels is gelukt.Het verzoek om het Aspides FHQ aan boord van DMAN te huisvestenwerd tijdens de inzet ontvangen. Dit bood Nederland de kans tot een meerimpactvolle bijdrage aan de missie en ook de effectiviteit daarvan tebevorderen. Ook de inzet van de TRMP speelde in op specifieke behoeftenvoor beeldopbouw van de missie, om luchtdreiging tegen te gaan.4. De ambitieuze operatiedoelen van Operatie ProsperityGuardian en Aspides zijn slechts zeer gedeeltelijk bereikt.Met verwijzing naar het antwoord op conclusies 1 en 2, erkent het kabinetdat de operatiedoelen van OPG en Aspides – het «herstellen» (OPG) of«handhaven» (Aspides) van de vrijheid van scheepvaart of navigatie enbijdragen aan maritieme veiligheid – ambitieus waren en tot op hedenslechts in beperkte mate zijn gerealiseerd. Hoewel de operaties hebbenbijgedragen aan het mogelijk maken van scheepvaart door de Rode Zee,onder meer via begeleiding door marineschepen, is geen duurzameoplossing gecreëerd. Dit resultaat is in lijn met de vooraf door het kabinetgeschetste verwachtingen over het doelbereik van zowel de Nederlandsebijdragen als de internationale operaties als geheel. Om deze reden zetteNederland naast de militaire inspanningen ook in op een diplomatiekspoor, zoals nader toegelicht onder conclusie 8. Het kabinet onderschrijftdaarbij de observatie dat een artikel 100-brief realistisch dient te commu-niceren over de beoogde effecten van een operatie zonder daarbij hetafschrikwekkende signaal van de beoogde inzet te ondermijnen. In dehuidige geopolitieke context moet daarnaast ook rekening gehouden3Onder meer de IOB-evaluaties over de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA (2022) en ResoluteSupport (2023).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5124 worden met de mate waarin operationele informatie openbaar gemaaktkan worden.De operatiedoelen van Aspides zijn tot stand gekomen op basis vanbesprekingen in de EU. Nederland heeft in dit verband, als onderdeel vanhet grotere geheel, gepleit voor realisme en effectiviteit. OPG is destijdsonder leiding van de VS tot stand gekomen; Nederland stapte in dezereeds lopende operatie in.Het kabinet benadrukt dat er mede dankzij begeleiding en escortescheepvaartverkeer heeft kunnen plaatsvinden en er aanvallen zijnafgeslagen. Daarbij kon ingrijpen tegen de belemmering van de vrijedoorvaart ook vanuit de regio veelal rekenen op begrip, zoals ook de IOBconstateert.5. Verschillende factoren belemmerden de effectiviteit vanOperatie Prosperity Guardian en Aspides.De operaties OPG en Aspides richtten zich primair op bescherming vanscheepvaart en niet op het wegnemen van de onderliggende oorzakenvan de onveiligheid, te weten de militaire capaciteit en intenties van deHouthi’s. Zoals ook aangegeven in conclusie 4 onderschrijft het kabinet, inlijn met de bevindingen van de IOB, dat deelname aan deze coalities maarbeperkt effect heeft gehad op het wegnemen van de oorzaak van deaanvallen.De evaluatie laat zien dat meerdere factoren de effectiviteit van deoperaties beperkten. Het beperkte aantal beschikbare schepen, uiteenlo-pende nationale restricties, de wijze van aansturing en tekortschietendeinlichtingenuitwisseling – met name in EU-verband – maakten continue engebiedsdekkende bescherming onhaalbaar. Het kabinet zet zich reeds invoor de implementatie van de lessen die voortkomen uit de voorbereidingen uitvoering van de inzet. Zo heeft bijvoorbeeld de indeling van hetoperatiegebied in zones van dreiging bijgedragen aan het veiliger enefficiënter inzetten van personeel en middelen. Ook zijn gaandeweg en naafloop van de inzetperioden lessen geïdentificeerd op scheepsniveau,onder meer aangaande versleutelde communicatie en logistieke onder-steuning. Samenwerking (interoperabiliteit) tussen operaties en synergietussen partnerlanden binnen operaties blijft daarbij nadrukkelijk een puntvan aandacht.6. Het afgegeven signaal had geen zichtbaar effect op deHouthi’s.Het kabinet hechtte er belang aan dat Nederland zich aansloot bij hetinternationale signaal dat het belemmeren van vrijheid van scheepvaart ofnavigatie onacceptabel is. Tegelijkertijd heeft het kabinet in de artikel 100-brieven de verwachting uitgesproken dat de Houthi’s een sterke intentiezouden blijven houden om de scheepvaart op de Rode Zee te bedreigen.In de geëvalueerde periode heeft OPA verschillende militaire capaciteitenvan de Houthi’s aangegrepen die een directe bedreiging vormden voor descheepvaart. Het bredere handelingsvermogen van de Houthi’s werddaarentegen beperkt aangetast. Lange termijneffecten waren in dezecontext moeilijk in te schatten. Verder erkent het kabinet enerzijds datmilitaire druk op de Houthi’s hen een internationaal podium gaf, maaranderzijds geldt ook dat inactiviteit een ongewenst signaal zou zijngeweest, met mogelijk verder verminderd scheepvaartverkeer als gevolg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5125 7. De Houthi’s hebben laten zien dat het mogelijk is met beperktemiddelen maritieme knelpunten te blokkeren en westerse landenonevenredige kosten op te leggen.Wereldwijd is een toename zichtbaar van asymmetrische oorlogvoering,waarbij zowel statelijke als non-statelijke actoren steeds meer gebruikmaken van goedkope, eenvoudige en vaak onbemande systemen ommaximale schade en impact te creëren. De Houthi’s zijn een voorbeeld vaneen non-statelijke actor die, hoewel fors gesteund door Iran, met relatiefbeperkte middelen een groot geostrategisch effect en hoog dreigings- engeweldsniveau heeft bewerkstelligd, wat noopte tot de inzet van geavan-ceerde wapensystemen. Een zo effectief mogelijke aanpak van actoren alsde Houthi’s vraagt om innovatie en nauwe samenwerking met like-mindedlanden, alsook in multilateraal verband. Nederland zet in op versterkingvan de Jemenitische overheid als tegenwicht tegen de Houthi’s, gecombi-neerd met een gerichte EU-inzet op het aanpakken van hun internationalefinanciële en wapensmokkelnetwerken. Nederland draagt daarnaast bijaan het VN-verificatiemechanisme van het wapenembargo tegen Jemen(UNVIM). Via het uitvoeren van inspecties draagt UNVIM bij aan hettegengaan van wapensmokkel richting de Houthi’s. In EU-verband pleitNederland voor gerichte individuele sancties en een EU-terrorismelistingvan de Houthi’s.8. Ondanks de beperkte Nederlandse invloedssfeer en hetminimale diplomatieke momentum, heeft Nederland diplomatiekeresultaten geboekt; wel bleven vrede in Jemen en de-escalatie inde regio in de evaluatieperiode buiten zicht.Nederland heeft zich, zoals de IOB constateert, bilateraal en in multila-teraal verband diplomatiek ingespannen voor stabiliteit in Jemen enveiligheid in het Rode Zeegebied. Daarbij zijn bescheiden resultatenbereikt, ondanks de weerbarstige context. Zo heeft Nederland herhaal-delijk binnen de EU gepleit voor het toevoegen van een diplomatiekspoor, onder andere middels een Senior Civil Representative aan Aspides.Toen dit niet mogelijk bleek – door tegenstand van enkele lidstatenomwille van nationale afwegingen zoals toegelicht door de IOB –ondernam Nederland andere stappen om de EU aan te zetten tot eengecoördineerde diplomatieke aanpak. Nederland speelde een aanjagenderol richting de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) in hetuitwerken van Europese handelingsopties gericht op onder andere hetnauwer betrekken van de Golflanden bij de Rode Zeecrisis en hettegengaan van de wapenproliferatie naar de Houthi’s. Nederland speeldetevens een constructieve rol in het uitbreiden van het mandaat van de EUSpeciaal Gezant voor de Golfstaten met de portefeuille maritiemeveiligheid, en het verbreden van bestaande EU sanctie-instrumenten omde dreiging van de Houthi’s effectiever tegen te kunnen te gaan. Zoals deevaluatie stelt, is Nederland zich er gedurende de inzet van bewust dateen vreedzame oplossing van het conflict in Jemen en de-escalatie in deregio grote politieke doelen zijn die Nederland niet alleen kan bereiken.Aanbevelingen1. Bespreek in de artikel 100-brief de beperkte invloed vanNederland op de operatiedoelstellingen en de haalbaarheid van deoperatie(s).Het kabinet onderschrijft het belang om in artikel 100-brieven waarrelevant expliciet stil te staan bij de beperkte Nederlandse invloed opoperatiedoelstellingen en bij de haalbaarheid van operaties. In deartikel 100-brief van 8 maart 2024 gaf het kabinet bijvoorbeeld aan datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5126 OPG «geen formele structuur [kent] van waaruit Nederland invloeduitoefent op wat de operatie kan en mag doen, dit is aan de deelnemendelanden zelf.» Voor de toekomst blijft ook hier realisme geboden, zoals ooktoegelicht onder (deel)conclusie 1 en 2: als één van (soms) vele betrokkenlanden heeft Nederland een betekenisvolle, maar niet altijd doorslagge-vende stem.2. Zet binnen de EU in op de ontwikkeling van capaciteiten ommilitair effectiever in EU-verband te kunnen opereren.Het kabinet streeft naar het versterken van de EU als geopolitieke speleren het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) alsinstrument daarvan. Het kabinet onderschrijft ook de aanbeveling van IOBdat dat concrete bijdragen aan GVDB-missies en operaties en versterkingvan de bijbehorende structuur vereist. Het kabinet streeft aanhoudendnaar een proportionele bijdrage aan GVDB-missies; de bijdrage aanAspides was daarvan een voorbeeld.Het kabinet zet daarbij in op een realistisch ambitieniveau van EUGVDB-missies, ook omdat deze momenteel tegen de grenzen vanbeschikbare capaciteiten aanlopen.4 Het kabinet zet daarom in Europeesverband tevens in op het vergroten van de effectiviteit van militaire enciviele GVDB-missies en -operaties, onder andere door te pleiten voorbetere aansluiting bij de veiligheidsbelangen van de EU, heldere enrealistische mandaten en doelen, voldoende capaciteiten om deze tebereiken en afschaling of sluiting van missies waar dat opportuun is. Ditdoet het kabinet zowel in brede zin in overkoepelende discussies over hetGVDB, als op individueel missie- en operatie-niveau.Het kabinet spant zich in EU-verband in voor het verbeteren van deeffectiviteit van en synergie tussen EU-missies zoals Aspides en Atalanta,en voor het bevorderen van de hiervoor benodigde randvoorwaardenzoals gedegen communicatiesystemen en samenwerking op het gebiedvan inlichtingen. Bij de recente besprekingen over de strategischeherziening van operatie Aspides in het Politiek en Veiligheidscomité heeftNederland meermaals gepleit voor verdere verdieping van de synergiëntussen de maritieme EU-operaties Aspides en Atalanta, zoals toewerkennaar eenduidige aansturing van de maritieme EU-missies vanuit deMilitary Planning and Conduct Capability (MPCC), teneinde de effectiviteitvan de maritieme EU-inzet in het Rode Zeegebied te verhogen en depositie van de EU in de regio te versterken.3. Blijf investeren in efficiëntere verdedigingsmiddelen voorasymmetrische oorlogen met goedkope drones en raketten.Defensie investeert sinds enkele jaren al in innovatieve en efficiënteverdedigings- en aanvalsmiddelen waarmee tegen minimale kostenmaximale effecten bereikt kunnen worden. Zo investeert Defensie ondermeer fors in zowel de inzet van als de verdediging tegen onbemandesystemen. Dit is onder meer noodzakelijk in het kader van de bredere inzetvan Nederland en Europese bondgenoten om een grotere Europeseverantwoordelijkheid binnen de NAVO te nemen. De EU kan hier eenbelangrijke rol in spelen door onder meer industrie-ontwikkeling aan tejagen en samenwerking te bevorderen. Daarbij is Nederland samen metLetland en Kroatië lead-nation op de Priority Capability Area (PCA) dronesen counterdrones, voortkomend uit de White Paper for European Defence– Readiness 2030.4Zie ook de kabinetsappreciatie van het Clingendaelrapport over de toekomst van EU-missies(Kamerstuk 21 502-28, nr. 268).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5127 4. Als er verschillende internationale militaire inspanningen ineen voor Nederland belangrijk conflict actief zijn, kan hetstrategisch zijn dat Nederland aan de verschillende operatiesbijdraagt.Het kabinet onderschrijft deze aanbeveling, met een kanttekening.Deelname aan de verschillende operaties bood Nederland de gelegenheidom bij te dragen aan verschillende bondgenootschappen waar het kabinetwaarde aan hecht. Ook bood dit het kabinet een waardevolle informatie-positie. Daarnaast kan het bijdragen aan diverse militaire inspanningen desamenhang en operationele effectiviteit daarvan vergroten. Daarbij noemtde IOB voldoende langdurig commitment terecht als aandachtspunt, ookals het gaat om de uitzendduur van stafofficieren.Er zijn echter ook gevallen denkbaar waarin dit kan leiden tot versnip-pering van capaciteiten. Samen met partnerlanden wordt telkens opnieuwgekeken naar waar de Nederlandse bijdrage met mensen en/of middelende grootste meerwaarde heeft in het licht van strategische- enoperatiedoelen.5. Speel diplomatiek flexibel in op veranderend politiek-militairmomentum.Het kabinet onderschrijft, zoals ook aangegeven in conclusie 3, dat dehuidige mondiale instabiliteit een hoge mate van flexibiliteit vergt terbevordering van de internationale rechtsorde en de Nederlandsebelangen wereldwijd. Dat geldt ook in het Rode Zeegebied, zoals dehuidige ontwikkelingen in de Midden-Oostenregio eens te meer duidelijkmaken.De Minister van Buitenlandse Zaken,T.B.W. BerendsenDe Minister van Defensie,D. Yes¸ilgöz-ZegeriusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 521, nr. 5128

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e45e8c9584a730e1

14 okt 2026 · 85b4be9337215328

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.