KamerkringInloggen
Kamerbrief

Toekomst van onderzoek met apen in Nederland

3 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ec66ba91bbf92341 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 336DierproevenNr. 176 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2026Met deze brief informeer ik uw Kamer over het onderzoek met apen1. Indeze brief licht ik toe op welke manier ik uitvoering geef aan hetamendement Kostic´ c.s.2 en het amendement Rajkowski3. Daarmee ga ikin op de toekomst van het onderzoek met apen in Nederland, specifiek bijhet Biomedical Primate Research Centre (BPRC) en wat ik de komendeperiode extra doe om de transitie te versnellen naar proefdiervrijonderzoek. Het doel van het kabinet blijft om het aantal dierproeven – zosnel als verantwoord is – af te bouwen en om het onderzoek naarproefdiervrij onderzoek en de ontwikkeling voor alternatieven voordierproeven te stimuleren. Deze brief verstuur ik mede namens deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.Onderzoek met apenHet liefst had ik u gemeld dat we het onderzoek met apen niet meer nodighebben. De realiteit is echter dat we nog niet zonder kunnen. We zitten ineen transitie van medisch noodzakelijk onderzoek dat vroeger alleen metdierproeven kon, naar onderzoek dat in de toekomst zoveel mogelijk ofzelfs uitsluitend met proefdiervrije alternatieven wordt gedaan. Enondanks dat er heel veel is ingezet op die alternatieven, zijn we er nogniet. Een dergelijke transitie duurt lang en vraagt inzet en volharding.Dat neemt niet weg dat het goed is om de maatschappelijke en politiekediscussie over apenonderzoek te (blijven) voeren. Het kader dat ik voor hetonderzoek met apen hanteer, en dat ook vanuit de Tweede Kamer ismeegegeven, is dat we zo snel als mogelijk en op een veilige manier het1Met «apen» worden niet-humane primaten (NHP) bedoeld. Vanwege de leesbaarheid wordt inde tekst de term apen gebruikt.2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 113Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 83 kst-32336-176ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1761 onderzoek met apen afbouwen, maar dat dit alleen kan als dit geengevolgen heeft voor het onderzoek dat strikt noodzakelijk is voor debestrijding van levensbedreigende ziekten en infectieziekten die devolksgezondheid bedreigen.4 Voor de komende jaren zorg ik voor hetbehoud van noodzakelijk onderzoek met apen en bijbehorende infra-structuur, en voor een impuls aan het proefdiervrije onderzoek en deontwikkeling voor alternatieven voor apenproeven.Essentiële infrastructuurIn het kabinetsstandpunt van 11 april 2025 is de relevantie en het belangvan het onderzoek met apen aangegeven, op basis van het rapport vaneen onafhankelijke commissie.5 Het kabinet is er door de recentegeopolitieke ontwikkelingen nog meer van doordrongen dat een eigenfaciliteit met onderzoekscapaciteit van groot belang is voor het behoudvan de strategische Europese autonomie; zowel met infrastructurelecapaciteit als met kundige onderzoekers.Door de specifieke overeenkomsten in anatomie, fysiologie, genetica,immunologie, ziekte-specifieke pathologie of gedrag tussen apen enmensen, kunnen bepaalde menselijke ziekten goed in apen wordenonderzocht. Dit mag enkel en alleen na een zorgvuldige afweging. Despeciale positie van apen (vanwege de nauwe verwantschap met demens) heeft tot gevolg dat er een zware bewijslast is om aan te geven daten waarom onderzoek met apen in een specifiek geval nodig is.Onderzoek met apen dient tevens gericht te zijn op gezondheidsondermij-nende of mogelijk levensbedreigende aandoeningen en is alleentoegestaan als het onderzoek niet met een andere diersoort kan wordenuitgevoerd.6 In 2024 werd in Nederland 0,04% van het totaal aantaldierproeven op apen uitgevoerd. Onderzoek met apen is voorlopigessentieel voor infectieziekten zoals Covid-19, tuberculose, malaria en HIV,dengue en het West Nile virus en naar hersenaandoeningen zoalsAlzheimer en Parkinson. Ook worden apen gebruikt bij het ontwikkelen enreguleren van geneesmiddelen, omdat ze op een aantal kritischemomenten in het ontwikkelingsproces van geneesmiddelen vooralsnogonmisbaar worden geacht door experts en regulatoire instanties.Met het BRPC hebben we in Nederland een toonaangevende onderzoeks-faciliteit, die hoogwaardige expertise levert voor fundamenteel enpreklinisch biomedisch onderzoek. In de Europese Unie is er naast hetBPRC, maar één ander wetenschappelijk primatencentrum in Duitslanddat haar eigen fokkolonie onderhoudt. Hiermee neemt het BPRC binnende EU een unieke positie in het wetenschaps- en innovatielandschap inlife sciences en biotechnologie in. Het BPRC kan met hun specialistischekennis en capaciteiten een rol spelen op het gebied van gezondheidsinno-vatie en daarmee bijdragen aan onze strategische relevantie. Voor hetonderzoek met apen willen we als Europa en Nederland onafhankelijk zijnen blijven van andere machtsblokken. Het niet meer kunnen uitvoeren vanonderzoek met apen vergroot de afhankelijkheid van derde landen, onderandere bij geneesmiddelenontwikkeling, omdat dit type onderzoekvolgens de internationale richtlijnen wel vereist is voor toelating vangeneesmiddelen op de markt. In derde landen is er minder goed zicht opde kwaliteit van studies en op het dierenwelzijn. Dit betekent niet per sedat dit onderzoek slecht wordt uitgevoerd, maar wel dat er meer4In diverse moties, waaronder de motie Van Dekken/Heerma (Kamerstuk 32 336, nr. 57), demotie Tielen (Kamerstuk 32 336, nr. 83), en de motie Wassenberg (Kamerstuk 36 200 VIII, nr.113).5Kamerstukken II, vergaderjaar 2024/2025, 32 336, nr. 1646Wet op de dierproeven, artikel 10e 2de lidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1762 onzekerheid is bij de vervolgbeoordeling van nieuwe geneesmiddelen.Het is van belang dat Nederlandse onderzoekers en bedrijven een bijdrage(kunnen) blijven leveren aan gezondheidsonderzoek en biotechnologischeinnovatie, en de beschikking houden over een toonaangevende faciliteit.Internationaal gezien loopt het BPRC voorop op het gebied van dieren-welzijn. Het beheer van de fokkolonie gaat gepaard met huisvesting enverzorging volgens de hoogste dierenwelzijnsstandaarden.7 Het hoogstedierenwelzijn zijn wij niet alleen verplicht tegenover de apen, het verhoogtook de kwaliteit van het onderzoek. Naar aanleiding van het KNAW-advies«Gebruik van niet-humane primaten als proefdier. Nut en noodzaak?» uit2014, is met Nederlandse onderzoeksinstellingen reeds overeengekomendat onderzoek met apen bij voorkeur in het BPRC of met dieren afkomstigvan het BPRC wordt uitgevoerd en er geen gebruik wordt gemaakt vanapen uit de handel.Amendementen over de instellingssubsidie aan het BPRCOp 3 juli 2025 heeft uw Kamer het amendement Kostic´ c.s.8 aangenomenen op 24 maart 2026 het amendement Rajkowski9. Waar het eersteamendement de regering vroeg om stapsgewijs een toenemend deel vande subsidie aan het BPRC te oormerken voor proefdiervrije onderzoeks-en testmethoden en de ontwikkeling voor alternatieven voor dierproeven,totdat in 2030 de gehele subsidie hiervoor zou zijn geoormerkt, heeft hettweede amendement het oplopende oormerk weer teruggedraaid. Ditbetekent dat onderzoeksfinanciering aan het BPRC opnieuw kan wordeningezet op basis van wetenschappelijke noodzaak en beschikbaarheid vanvolwaardige alternatieven.Voorlopig behoud, inzet op meer alternatieven en samenwerkingIn de brief van 11 april 2025 heeft het kabinet gekozen voor het behoudvan het aantal proeven op apen voor de komende vijf jaar, waarbij hetdoel van het kabinet blijft om het aantal dierproeven – zo snel alsverantwoord kan – af te bouwen. Zoals is toegezegd aan de Eerste Kamerheb ik mij door diverse partijen breed laten informeren. Men is het erovereens dat de transitie gebaat is bij een blijvende inzet op de ontwikkelingen validatie van proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden. Ook isduidelijk dat de samenwerking tussen onderzoekers die vooral met apenwerken en zij die vooral met proefdiervrije alternatieven werken verdermoet worden versterkt, omdat dit de kwaliteit van het onderzoek verbeterten de transitie versnelt.Tegelijkertijd constateer ik dat de op dit moment beschikbare proefdier-vrije onderzoeksmethoden vooralsnog geen toereikend antwoord zijnvoor het onderzoek dat nu met apen wordt gedaan en dat, ondanks desnelle ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven, het onderzoekmet apen de komende jaren nog noodzakelijk is voor de bestrijding vanlevensbedreigende ziekten en uitbraken van infectieziekten die devolksgezondheid bedreigen. De commissie heeft aangegeven dat bijvermindering van het onderzoek met apen de afhankelijkheid van anderelanden voor dit type onderzoek groter wordt.10 In het kader van strate-gische relevantie vind ik het van belang dat het BPRC als toonaangevendeonderzoeksfaciliteit een bijdrage blijft leveren aan de bestrijding van7Het voldoet aan de Europese welzijnsstandaarden en aan de richtlijnen van het Britse 3RCentre.8Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 119Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 8310Kamerstukken II, vergaderjaar 2024/2025, 32 336, nr. 164Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1763 levensbedreigende ziekten en uitbraken van infectieziekten die devolksgezondheid bedreigen en daarnaast internationaal voorop blijftlopen op het gebied van dierenwelzijn. Ik zie mijzelf dan ook genoodzaaktom te kiezen voor voorlopig behoud van apen-onderzoek in Nederland.Dat betekent dat het BPRC gehouden is aan een maximum van 120–150proeven per jaar. Ik wil echter blijven zoeken naar manieren om hetapenonderzoek zo snel mogelijk als verantwoord af te bouwen. Ik hebdaarbij de volgende maatregelen voor ogen.Allereerst heb ik met het BPRC afgesproken dat het een impuls gaat gevenaan het proefdiervrije onderzoek en de ontwikkeling voor alternatievenvoor apenproeven, conform de motie Teunissen c.s.11 Het BPRC heeft deambitie uitgesproken een leidende rol te willen nemen in de ontwikkelingen validatie van relevante new approach methodologies (NAMs)12. HetBPRC gaat daarom een oplopend deel van de instellingssubsidie hieraanbesteden, van 17% nu naar 30% in 2030. Op de route van het ontwikkelenen valideren van new approach methodologies (NAMs) zijn het aapmodelen apen-NAMs namelijk onmisbaar, en is het uitwisselen van kennis enonderzoeksdata tussen onderzoekers die werken met apen en zij diewerken aan NAMs van groot belang. In lijn hiermee gaat het BPRC actiefde samenwerking opzoeken met partijen die werken aan proefdiervrijeonderzoeks- en testmethoden en de ontwikkeling voor alternatieven voordierproeven, zoals Ombion. Ombion is het centrum voor proefdiervrijebiomedische translatie, waar met een investering van € 124,5 miljoen uithet Nationaal Groeifonds wordt ingezet op het ontwikkelen, valideren envermarkten van proefdiervrije technieken voor geneesmiddelenontwik-keling.Ten tweede wil ik inzetten op meer samenwerking in Europa. Ik wil daarbijvoortbouwen op de toezegging van mijn ambtsvoorganger om in Europain gesprek te gaan over betere samenwerking waaronder het delen vanonderzoeksdata uit onderzoek met apen, specialisatie/profilering van deverschillende primatencentra en het stimuleren van de wisselwerkingtussen proefdiervrije onderzoeksmodellen en proefdieronderzoek.Samenwerking draagt ook bij aan een gecoördineerde inzet bij eentoekomstige pandemie. Ik ben gestart met een verkenning in hoeverre hetmogelijk is om tot verdere samenwerking te komen van Europeseprimatencentra. Eind 2026 zal ik de uitkomsten van de verkenning met uwKamer delen. In het verlengde van deze Europese verkenning heeft hetBPRC op 26 en 27 mei PrimeMeet Europe georganiseerd. Op dezeconferentie waren vertegenwoordigers van Europese primatencentra,13onderzoekers, beleidsmakers en bestuurders die betrokken zijn bijonderzoek met apen aanwezig. Zij hebben afgesproken om intensieversamen te werken op het gebied van onderzoek, kennisuitwisseling,dierenwelzijn en infrastructuur. Ik zal in mijn rol als financier het BPRCstimuleren om te blijven zoeken naar samenwerking en daarbij over deinstitutionele belangen heen te zoeken naar de bundeling van activiteitenen kennis. Ik zal het BPRC vragen om hierover concrete acties op tenemen in zijn ambitieplan 2027–2030.Ten derde heb ik met mijn ambtsgenoot van Volksgezondheid, Welzijn enSport (VWS) afgesproken dat zij aan het agentschap College ter Beoor-deling van Geneesmiddelen (aCBG) gaat vragen om expertise beschikbaarte stellen voor het reduceren van het aantal proefdieren (waaronder11Kamerstuk 2023/2024, 36 410 VIII, nr. 96.12New Approach Methodology. NAMs zijn wetenschappelijke modellen, zoals organoids enorganen-op-chips, die gebaseerd zijn op menselijke cellen, computermodellen en/of kunst-matige intelligentie.13Met en zonder eigen fokkolonie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1764 apen), het ontwikkelen van proefdiervrije alternatieven en de implemen-tatie daarvan in de praktijk. Het aCBG draagt zo actief bij aan de validatieen acceptatie van NAMs voor de beoordeling van geneesmiddelen. Voordatzelfde doel wordt door het aCBG ook samengewerkt met het EuropeesMedicijn Agentschap (EMA) bij een beleidstraject binnen het EuropeanResearch Area-voorstel waarmee het innovatiebeleid rondom proefdier-vrije innovaties tussen EU-lidstaten en de Europese Commissie gestroom-lijnd gaat worden. Recent is tevens de Roadmap for phasing out animaltesting for safety assessments door de Europese Commissie gepubli-ceerd. De kabinetsappreciatie van deze roadmap zal binnenkort met uwKamer gedeeld worden.Ook wil ik, in lijn met de brief van 11 april 2025, in 2030 een nieuwonafhankelijk onderzoek doen naar de mogelijkheid om het aantalproeven op apen verder te verlagen, zonder dat dit gevolgen heeft voorhet onderzoek dat strikt noodzakelijk is voor de bestrijding van levensbe-dreigende ziekten en uitbraken van infectieziekten die de volksgezondheidbedreigen.Tot slotMet deze brief geef ik invulling aan de wensen van de Kamer verwoord inde verschillende moties en amendementen en erken ik tevens het belangvan het behoud van het onderzoek met apen dat noodzakelijk is voor debestrijding van levensbedreigende ziekten en uitbraken van infectieziektendie de volksgezondheid bedreigen. Het doel van het kabinet blijft om hetaantal dierproeven – zo snel als verantwoord is – af te bouwen en om hetonderzoek naar proefdiervrij onderzoek en de ontwikkeling voor alterna-tieven voor dierproeven te stimuleren. Met de gekozen route kan hetBPRC zich ontwikkelen tot een belangrijke speler op het gebied vanproefdiervrije onderzoeks- en testmethoden, en zorgt er gelijktijdig voordat het noodzakelijke onderzoek met apen doorgang kan vinden en dehoge dierenwelzijnsstandaard gehandhaafd blijft. De afspraken met hetBPRC komen terug in het ambitieplan 2027–2030 dat het BPRC momenteelaan het opstellen is. Het ambitieplan stuur ik begin 2027 aan de Eerste enTweede Kamer toe.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1765

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f1973de355b9bc6b

14 okt 2026 · 354da7559c51ff41

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.