KamerkringInloggen
Kamerbrief

Onvolledige afname doorstroomtoets Stichting Spaarnesant en Samen Katholieke Scholen

19 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d20450e3b2b682ab · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 293Primair OnderwijsNr. 783 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 februari 2025Op 7 februari jl. heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie)mij geïnformeerd dat op vier basisscholen de doorstroomtoets bij eenzeer groot deel van de leerlingen niet is afgenomen. Het gaat ombasisschool De Molenwiek, bassischool De Peppelaer en IKC DeArgonauten van Stichting Spaarnesant in Haarlem en de MatthieuWiegmanschool van Samen Katholieke Scholen in Alkmaar. De inspectie-rapporten zijn vandaag gepubliceerd en daarom informeer ik uw Kamernu over de bevindingen van de inspectie en oplegging van een spoedaan-wijzing die de besturen oproept om, in het belang van hun leerlingen, dedoorstroomtoets alsnog bij alle leerlingen af te nemen.Achtergrond doorstroomtoets en bijstellenDoor middel van de in 2022 door uw Kamer aangenomen en in 2023 inwerking getreden Wet doorstroomtoetsen po is wettelijk verankerd dat dedoorstroomtoets door iedere groep 8-leerling verplicht moet wordengemaakt, tenzij een leerling valt onder een wettelijke ontheffingsgrond. Dedoorstroomtoets is een belangrijk onderdeel van het aanmelddossier voorde middelbare school en is een tweede, objectief gegeven bij hetschooladvies. Het biedt een aanvullend perspectief omdat het laat zienwaar de leerling op dat moment staat. Scholen moeten het advies inprincipe bijstellen als uit de toets blijkt dat een leerling méér uitdagingaankan, tenzij bijstelling niet in het belang van de leerling is. Hiermeewordt onderadvisering tegengegaan, om kinderen een eerlijke kans tebieden bij de overgang naar de middelbare school. Dat is nodig:onderzoek wijst uit dat bepaalde kinderen, zoals meisjes, leerlingen uitgezinnen die het financieel moeilijk hebben en leerlingen buiten derandstad vaak worden onderschat. Uiteindelijk bepaalt de school zosamen met de leerling en de ouders, met het advies van de doorstroom-toets erbij, de meest passende plek voor een leerling. De doorstroomtoetsis daarom een essentieel onderdeel van de afsluiting van de basisschool-periode en de overgang naar de middelbare school. kst-31293-783ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7831 Situatie op deze scholen met betrekking tot de doorstroomtoetsDesondanks hebben deze scholen de afgelopen periode actief demogelijkheid geboden aan ouders om hun kind(eren) juist niet deel telaten nemen aan de doorstroomtoets: de toets werd alleen afgenomen alsouders daarom vroegen. De scholen hebben ouders zo onjuist geïnfor-meerd over het verplichte karakter van de toets. Ook wordt leerlingen hetaanvullende perspectief van de toets en een eventuele bijstelling van hetadvies naar aanleiding hiervan ontnomen. Naar aanleiding van signalenhierover heeft de inspectie beide besturen de afgelopen maandenmeermaals met klem verzocht zich te houden aan de wet. Op 4 februari jl.heb ik aanvullend daarop zelf contact gezocht met de bestuurders van debetreffende scholen en hen er nadrukkelijk op gewezen dat zij handelen instrijd met geldende wet- en regelgeving en hen gevraagd – voorafgaandaan het geplande afnamemoment – de toetsen bij alle leerlingen af tenemen. Toch hebben de besturen tot op heden hun besluit niet gewijzigd.De inspectie heeft bij de twee besturen en op de vier betreffende scholenonderzoek gedaan op 5 februari jl., na afloop van het geplande afname-moment. Daaruit is gebleken dat een zeer groot deel van de leerlingen dedoorstroomtoets zonder geldige wettelijke reden niet heeft gemaakt. Deinspectie concludeert dat de scholen in strijd met de wet hebbengehandeld en zich bewust waren van de onrechtmatigheid hiervan.Omdat de besturen van de scholen op deze manier onvoldoendezorgdragen voor een deugdelijke afsluiting van het onderwijs, constateertde inspectie dat er sprake is van een wezenlijk vermoeden vanwanbeheer.1 Vanwege de urgentie heeft de inspectie haar bevindingenvastgelegd in spoedrapporten.Op basis van de bevindingen in haar rapport heeft de inspectie mij op7 februari jl. gemeld dat ze beide casussen escaleert naar fase E. Dit is dehoogste en meest urgente fase in het toezicht, waarin door mij maatre-gelen genomen kunnen worden die buiten de bevoegdheid van deinspectie vallen. Na afloop van de reguliere afnameperiode heeft deinspectie nogmaals onderzoek gedaan en haar bevindingen op 14 februarijl. in aanvullende spoedrapporten vastgelegd. Daaruit is gebleken dat descholen de doorstroomtoets ook in de laatste week niet door alleleerlingen hebben laten maken.VervolgstappenDe doorstroomtoets is er gekomen na een zorgvuldig proces, ook metinstemming van uw Kamer en het veld. Desondanks staat het iedereennatuurlijk vrij om te discussiëren over de vorm en invulling van dedoorstroomtoets en over het nut en de noodzaak van toetsen in hetalgemeen. Dat gebeurt dan ook maatschappelijk en politiek. Zo onderzoekik op verzoek van uw Kamer wat er nodig is om terug te gaan naar ééndoorstroomtoets en hoe de toets weer primair ten dienste kan komen testaan van de ontwikkeling van de leerling en de ondersteuning van deleerkracht.2 In april kom ik daar bij uw Kamer op terug. Ik blijf graag metscholen en besturen in gesprek over de best passende manier van toetsenin het algemeen en de doorstroomtoets in het bijzonder. Ik heb daarom detwee besturen, die in hun mondelinge zienswijze hebben aangegeven deopvattingen van de Kamer te delen, een gesprek aangeboden met mijnministerie.1Zoals bedoeld in artikel 153 en 153a van de Wet op het primair onderwijs.2Kamerstukken II, 2024–2025, 31 293, nr. 770; Kamerstukken II, 2024–2025, 31 293, nr. 771.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7832 Feit is echter wel dat de wet moet worden nageleefd, in het belang vanleerlingen. Ik vind het buitengewoon ernstig dat schoolbesturen inNederland willens en wetens de wet overtreden. Helaas zie ik mij dan ookgenoodzaakt Stichting Spaarnesant en Stichting Samen KatholiekeScholen door middel van een spoedaanwijzing te dwingen tot nalevingvan de wet. Een spoedaanwijzing is in dit geval noodzakelijk vanwege devereiste snelheid: de doorstroomtoets kan slechts tot en met 7 maartworden afgenomen. Op 10 februari jl. heb ik mijn voornemen aan beidebesturen kenbaar gemaakt. Op 14 februari jl. hebben de besturen hierophun zienswijze ingediend. Na bestudering hiervan heb ik gisteren despoedaanwijzing definitief opgelegd. De opdracht aan de besturen isduidelijk: zorg ervoor dat de groep 8-leerlingen die de doorstroomtoetsnog niet hebben gemaakt dit alsnog doen, zodat ook zij hun basisschool-periode goed afronden. De besturen kunnen hiervoor gebruik maken vande inhaalperiode, die nog loopt tot en met 7 maart. De besturen moetenhier ook helder over communiceren naar ouders. Als de maatregelen indeze spoedaanwijzing niet worden nageleefd, kan ik een bekostigings-sanctie opleggen die kan oplopen tot een volledige inhouding van demaandelijkse bekostiging. Uiteraard hoop ik van harte dat het niet zoverhoeft te komen en dat beide besturen in het belang van hun leerlingenzullen besluiten de wet na te leven.Vanzelfsprekend informeer ik uw Kamer nader over deze casus zodra daaraanleiding toe is.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7833

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e2591979fe30ac0b

14 okt 2026 · cbf9a11a11cd7ded

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.