KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie Evaluatie Wet Kwaliteit (v)so en administratieve lasten verminderen bij het aanvragen van toelaatbaarheidsverklaringen

16 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 31f7a5c7db934fc4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 289Voortgezet OnderwijsNr. 603 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 mei 2025Het gespecialiseerd onderwijs (go) vormt een belangrijk onderdeel vanhet onderwijsstelsel. Het biedt voor veel leerlingen die extra onder-steuning nodig hebben een goede plek om zich verder te ontwikkelen enbereidt ze voor op een plek in de samenleving. Per 1 augustus 2013 is deWet Kwaliteit (v)so1 ingegaan met als hoofddoel het verbeteren van dekwaliteit van het (voortgezet) speciaal onderwijs en het verbeteren van dekansen van de leerlingen. Vorig jaar is de wet geëvalueerd en is onder-zocht in hoeverre de doelen zijn behaald en welke verbeteringen mogelijkzijn. Hierbij bied ik uw Kamer het rapport van de evaluatie aan.2Daarnaast bied ik uw Kamer twee andere rapporten aan: het onderzoeks-en adviesrapport «Toelaatbaarheidsverklaringen en administratievelasten» van Sardes en het onderzoeksrapport «Beleidsalternatieven vooradministratieve last toelaatbaarheidsverklaring passend onderwijs» vanNijkampConsult. Ik ga in op de belangrijkste bevindingen en welke actiesik naar aanleiding hiervan neem. Hiermee wordt een stap gezet in hetverminderen van de administratieve last van toelaatbaarheidsverkla-ringen, zoals afgesproken in de verbeteraanpak passend onderwijs.Het (voortgezet) speciaal onderwijsIn Nederland volgen circa 73.000 leerlingen onderwijs in het(voortgezet) speciaal onderwijs (verder: (v)so). Deze onderwijssoortbiedt onderwijs aan leerlingen die door een lichamelijke, zintuiglijkeof verstandelijke handicap of vanwege leer- of gedragsproblemenonderwijsondersteuning nodig hebben die het regulier onderwijsniet kan bieden. Afhankelijk van de ondersteuning die een leerlingnodig heeft, kan de leerling naar een (v)so-school en/of onder-1Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van onder meer de Wet op de expertisecentra in verbandmet de kwaliteit van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, Stb. 2012, nr. 545.2Evaluatie Wet Kwaliteit (v)so. KBA Nijmegen & ResearchNed. kst-31289-603ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 6031 steuning krijgen in het regulier onderwijs vanuit één van de vierclusters:•Cluster 1: onderwijs aan blinde en slechtziende leerlingen•Cluster 2: onderwijs aan dove en slechthorende leerlingen enleerlingen met een taalontwikkelingsstoornis•Cluster 3/4: onderwijs aan lichamelijk en/of verstandelijk beperkteen langdurig zieke leerlingen en onderwijs aan leerlingen metpsychische stoornissen en gedragsproblemen.I. Evaluatie Wet Kwaliteit (v)so: Verbeterde onderwijskwaliteit enaandachtspunten in de uitvoering De belangrijkste conclusie van de evaluatie is dat de Wet Kwaliteit (v)sopositief heeft bijgedragen aan de kwaliteit van het (v)so en het vergrotenvan kansen voor leerlingen in het (v)so. Zo concluderen de onderzoekersbijvoorbeeld dat de wet scholen een goed kader biedt om opbrengstge-richt te werken, is er in het so focus aangebracht op basisvaardigheden enworden leerlingen in het vso gericht voorbereid op hun uitstroombe-stemming. Het onderzoek legt ook een aantal knelpunten bloot. Dezeworden verder uitgewerkt en maatregelen om de kwaliteit van het (v)soverder te versterken toegelicht.Knelpunt 1: Het OPP wordt voor meer doelen gebruikt dan bedoeldHet OPP is bedoeld als handvat om het onderwijs af te stemmen op debehoefte van de leerling. Tegelijkertijd is het ook een instrument in decommunicatie met ouders. Ondanks dat het gebruik van de OPP’s scholenhelpt om planmatig en opbrengstgericht te werken, blijkt in de praktijk ookdat het door onderwijsprofessionals wordt ervaren als een administra-tieve last, mede omdat er meer informatie in de OPP’s wordt opgenomendan wettelijk verplicht is. Dit komt deels omdat het OPP wordt gebruiktvoor andere doelen dan bedoeld, bijvoorbeeld als onderdeel van deaanvraag van een zorgindicatie. En hoe meer doelen het OPP dient, hoegroter de omvang van het document wordt en ontoegankelijker voorouders.Dit is onwenselijk. OCW voert samen met het Steunpunt PassendOnderwijs, ouders, leerlingen, de sectorraden en samenwerkingsver-banden een «Verbetertraject OPP» uit, met als onderdeel hiervan eenhandreiking voor een beknopter en functioneel OPP en verschillendeOPP-trainingen, om ervoor te zorgen dat het alleen nog wordt gebruiktwaarvoor het is bedoeld. Daarnaast moet het oneigenlijk gebruik van hetOPP voor zorgindicaties en uitkeringen worden voorkomen. Hierover ga ikin gesprek met de VNG.Knelpunt 2: Vso-scholen maken nog niet goed gebruik van alle examen-mogelijkheden.3Veruit het grootste deel (ca. 75%) van de leerlingen in het vso dat examendoet, doet dat via staatsexamens. Staatsexamens bieden leerlingenflexibiliteit, maar zijn niet voor alle leerlingen de beste optie. Zo kunnenstaatsexamens belemmerend zijn voor de overstap naar het reguliereonderwijs.3Zoals de mogelijkheid voor vso-scholen om zelf examens af te nemen (door een eigenexamenlicentie te verkrijgen) en de mogelijkheid voor leerlingen om examens als extraneus inhet volwassenenonderwijs (vavo) af te leggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 6032 Zoals ook beschreven in mijn recente brief over een inclusief examenland-schap willen we dat meer (vso-)leerlingen deelnemen aan het reguliereexamen.4 Dit vraagt om beter benutten van de mogelijkheden binnen hetreguliere eindexamen om deze passend te maken voor leerlingen met eenondersteuningsbehoefte. Ook het aangaan van examensamenwerkingentussen een vso-school en een reguliere vo-school of vavo-instelling isnodig. Het staatsexamen blijft beschikbaar voor leerlingen voor wie ditpassender is. We nemen de volgende aanvullende maatregelen:•Er komt een expertisepunt passend examineren waar scholen terechtkunnen voor informatie en ondersteuning bij het benutten van demogelijkheden binnen het reguliere eindexamen.•Er wordt een afspraak gemaakt tussen de vo- en vso-sector over hetstimuleren van examensamenwerkingen tussen reguliere vo-scholenen vso-scholen. Het expertisepunt zal een proactieve rol spelen inverbinden en ondersteunen van de scholen.•V(s)o-scholen worden opgeroepen een examencontactpersoon aan tewijzen die kennis heeft van de exameneisen en de verschillendemanieren waarop vso-leerlingen examen kunnen doen.•We verkennen welke rol de samenwerkingsverbanden passendonderwijs kunnen spelen in het stimuleren van examen samenwerkin-gen tussen reguliere vo-scholen en vso-scholen.Knelpunt 3: Leraren in het (v)so worden onvoldoende voorbereid oplesgeven aan leerlingen met (zware) ondersteuningsbehoeften en hettoeleiden van vso-leerlingen naar het examen.Op (v)so-scholen werken vaak leraren die opgeleid zijn op de pabo. Depabo’s zijn beperkt gericht op leerlingen in de leeftijd van 4 tot 20 jaar inhet (v)so met diverse extra ondersteuningsbehoeften. Leraren worden ookniet voorbereid op het geven van vakspecifiek onderwijs gericht op deeindtermen van het vmbo, havo en vwo, terwijl zij vso-leerlingen nu welvoorbereiden op het examen van zowel de beroepsgerichte als dealgemeen vormende vakken.Daarom wordt er door de Landelijke Werkgroep Bevoegd (LWB) eenmaatwerktraject voor leraren in de uitstroomprofielen dagbesteding enarbeidsmarkt uitgewerkt.5 Verder ontwikkelt de LWB een maatwerktrajectvoor vakmensen met een mbo-4 diploma die versneld een bevoegdheidwillen halen om les te geven in onder andere vso uitstroomprofielvervolgonderwijs. De LWB verkent aanvullend of de inzet van eengroepsleerkracht 12+ in het bevoegdheden- en/of opleidingsstelsel ookpassend is voor het vso. Ook worden de voor de Wet kwaliteit vsogeïntroduceerde functieprofielen6 benut in de onderwijsregio’s bij hetkomen tot een doorlopende leer- en ontwikkellijn voor leraren.7 Tot slot isreeds aangekondigd hoe er meer stagemogelijkheden in het go voorleraren in opleiding kunnen worden gecreëerd. De hogescholen wordenopgeroepen om eventuele barrières weg te halen, samen met deonderwijsregio’s en in overleg met go-scholen.84Kamerstukken II, 2024 – 2025, 31 289, nr. 601.5Kamerstukken II, 2021–2022, 27 923, nr. 424.6Het functiehuis van (v)so is met ruim 53% OOP en directie (t.o.v. 27% in bao), anders samenge-steld dan in het regulier onderwijs. Voor de wet kwaliteit vso zijn daarom functieprofielenopgesteld voor wat het onderwijspersoneel in verschillend functies kenmerkt en welkespecifieke competenties het werk van hen vraagt. Er zijn competentieprofielen opgesteld voordocent algemeen vormend onderwijs, de praktijkvakdocent, de stagecoördinator, de stage-docent, de leerwerkmeester, en voor de onderwijsassistent.7Zoals voorgesteld binnen het Nationaal Groeifondsproject Aanpak Professionalisering vanLeraren (NAPL).8Kamerstukken II, 2024–2025, 31 497, nr.496.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 6033 Knelpunt 4: De uitval van jongeren die uitstromen van het vso naar dearbeidsmarkt of vervolgonderwijs is hoogUit de uitstroomcijfers blijkt helaas dat veel leerlingen op hun vervolgbe-stemming kwetsbaar blijven. Van de leerlingen die in de jaren 2016 tot enmet 2018 met uitstroomprofiel arbeidsmarkt zijn uitgestroomd heeftslechts 41–45% na 4 of 5 jaar nog (beschut) werk. Ook in het mbo is deuitval hoog: meer dan de helft van de vso-jongeren valt ongediplomeerduit op entreeniveau of niveau 2. Op niveau 3 en 4 ligt de uitval oprespectievelijk 25% en 33%.Met het wetsvoorstel Van school naar duurzaam werk, waarvan inwer-kingtreding is voorzien op 1 januari 2026, wil het kabinet de huidigereactieve nazorgplicht van scholen vervangen door een actievere vormvan begeleiding. Vso-scholen worden verplicht om de leerlingen uit hetuitstroomprofiel arbeidsmarkt in de twee jaar na verlaten van de schoolactief loopbaanbegeleiding aan te bieden.9 Verder wordt er ookverdiepend onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van specifiekeinterventies voorafgaand, tijdens en na de overstap van oudvso-leerlingen naar het mbo. De resultaten hiervan worden na de zomerverwacht en zullen worden gedeeld met de doorstroompunten.II. Administratieve lasten verminderen bij het aanvragen vantoelaatbaarheidsverklaringen In 2014 is passend onderwijs ingevoerd en is de toelaatbaarheid vanleerlingen tot het speciaal basisonderwijs (sbo), praktijkonderwijs (pro) en(voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) gedecentraliseerd. Vanaf datmoment moeten de samenwerkingsverbanden zelf een procedure entoelatingscriteria vaststellen voor de toelating tot het sbo en (v)so voorcluster 3- en 4-leerlingen.10 De procedure bij het aanvragen van tlv’s zorgtsoms voor ervaren administratieve lasten en onnodige bureaucratie.Sardes heeft in opdracht van OCW onderzoek gedaan naar de factoren dieinvloed hebben op de ervaren administratieve last rondom detlv-procedure. Dit onderzoek biedt de volgende aangrijpingspunten om deadministratieve lasten voor samenwerkingsverbanden en scholen binnenhet huidige systeem te verminderen.a. Regelmatige nieuwe aanvragen van tlv’s Als de geldigheidsduur van een tlv is verlopen, moet voor het volgen vanhet onderwijs in de go-school een nieuwe tlv aangevraagd worden. Ruimde helft van de leerlingen krijgt een tlv voor de schoolloopbaan, maardaarmee ook bijna de helft voor een (aanzienlijk) kortere periode.11 Eenlange geldigheidsduur geeft betrokkenen zekerheid en rust en hetvermindert de bureaucratie. Daarom ga ik de minimum termijn voor eentlv verlengen. Tegelijkertijd is de aanvraag van een nieuwe tlv ook eenbelangrijk moment om opnieuw te beoordelen of de leerling diensschoolloopbaan kan vervolgen in het regulier onderwijs of dat een plek inhet go nog steeds noodzakelijk is. In de praktijk gebeurt dat laatste echterweinig en wordt er vaak automatisch een verlenging gegeven. Daarom gaik borgen dat er jaarlijks wordt geëvalueerd waar een leerling de9Voor leerlingen met een uitstroombestemming dagbesteding of vervolgonderwijs blijft detweejarige reactieve nazorgplicht gelden.10Bij cluster 1 en cluster 2 bepaalt de instelling zelf of het kind in aanmerking komt voor eenplek.11Inspectie van het Onderwijs, De Staat van het Onderwijs 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 6034 benodigde ondersteuning kan krijgen binnen het onderwijs. Dit werk ik dekomende periode in overleg met het veld uit.b. Wettelijke verplichting van twee onafhankelijke deskundigen Om te borgen dat de beoordeling van de tlv-aanvragen objectief is, is hetverplicht om twee onafhankelijke deskundigen in te zetten voor de(her)beoordeling van de aanvraag. Het onderzoek laat zien dat er twijfel isaan de nut en noodzaak van deze inzet, omdat de beoordeling enkel wordtgebaseerd op het bestaande dossier en deze zelden leidt tot een anderoordeel dan van de aanvragende school. De onderzoekers adviseren omde eis van twee onafhankelijke deskundigen te heroverwegen. Ik volg ditadvies op en ga de komende periode in gesprek met alle betrokkenen omte komen tot een voorstel.c. Verschillende procedures bij verschillende samenwerkingsverbanden Omdat de leerlingen op een go-school vaak uit meerdere samenwerkings-verbanden komen, moeten de scholen bij meerdere samenwerkingsver-banden, met verschillende procedures, een tlv-aanvraag doen. Hier zijn almaatregelen voor in gang gezet: zo is er al een landelijk format ontwikkeldvoor de tlv-aanvraag. Vanaf januari 2023 is het format beproefd engeëvalueerd ter voorbereiding op implementatie in OverstapserviceOnderwijs (OSO)12 en de leerlingen-administratiesystemen, maar was erbij partijen in het veld nog geen draagvlak voor het landelijk invoeren vandit format. Omdat de diversiteit die er nu is leidt tot veel extra lasten, kiesik ervoor het ontwikkelde landelijk format vast te leggen in wet- enregelgeving. Aanvullend roep ik het Overkoepelend Netwerk vanSamenwerkingsverbanden (ONSwv) op de organisatie van de beoordelingvan de tlv’s te uniformeren, bijvoorbeeld bij de samenstelling van depersonen die de beoordeling doen. In de verdere uitwerking wordt ook hetbeter stroomlijnen van de aanmeldprocedure en tlv-afgifte meegenomenzodat go-scholen beter kunnen anticiperen op de instroom van leerlingen.d. Veelheid aan ICT-systemen om mee te werken Tot slot werken scholen vaak met verschillende ICT-systemen die niet opelkaar aansluiten. Er is winst te behalen in het koppelen van de verschil-lende ICT-systemen voor scholen. Ook daar zijn al acties voor ingezet viaEdu-V. Edu-V is een organisatie voor veilige gegevensuitwisseling in hetpo, so, vo en mbo. Het Ministerie van OCW heeft Edu-V gevraagd teonderzoeken of een keurmerk en achterliggende afspraken, zoals hetgebruik van dezelfde standaarden voor het maken van koppelingen, eenoplossing kan zijn.NijkampConsult heeft in opdracht van OCW mogelijke beleidsalterna-tieven uiteen gezet voor het nog verder verminderen van de administra-tieve lasten bij de toelaatbaarheid tot het go. De gevolgen van verschil-lende beleidsinterventies zijn verkend. Hiermee worden vergaandewijzigingen in het systeem beschreven. Deze opties vragen om eenzorgvuldige weging van de wenselijkheid, uitvoerbaarheid, nut ennoodzaak in samenhang met de ontwikkelingen en de verdere uitwerkingvan de beweging naar inclusief onderwijs. Ik kom hier voor de zomer van2026 op terug. Met dit onderzoek wordt ook invulling gegeven aan demotie van het lid Bisschop (SGP) over het zoeken naar concrete oplos-12Overstapservice Onderwijs (OSO) is een systeem waarin leerling gegevens veilig wordenuitgewisseld tussen de oude en de nieuwe school wanneer een leerling overstapt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 6035 singen voor onrechtvaardige situaties bij de verrekening van grensverkeertussen samenwerkingsverbanden.13Tot slotMet de wet kwaliteit (v)so zijn er mooie stappen gezet in de kwaliteitsver-betering van het gespecialiseerd onderwijs. En met de aangekondigdemaatregelen werken we verder aan de kwaliteit van dit onderwijs en aanhet verminderen van de (ervaren) administratieve last. Op deze manierblijft het gespecialiseerd onderwijs toegankelijk voor leerlingen die ditnodig hebben en vergroten we de mogelijkheden die deze leerlingenhebben op de langere termijn.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. Paul13Kamerstukken II, 2020–2021, 31 497, nr. 381.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 289, nr. 6036

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7f67bf16dc1c1bef

14 okt 2026 · fb1d98f647863698

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.