KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 13 feb 2026 · Tweede Kamer

Verslag van een schriftelijk overleg Antwoorden op vragen commissie over o.a. de voortgangsrapportage Hersteloperatie toeslagen over de periode mei - augustus 2025 (21e VGR)(Kamerstuk 36 708-58)

Tom van der Lee · GroenLinks-PvdA adjunct-griffier (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 708ToeslagenNr. 66 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 13 februari 2026 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de op17 oktober 2025 toegezonden brief inzake de voortgangsrapportage vande hersteloperatie toeslagen over de periode mei-augustus 2025(Kamerstuk 36 708, nr. 58) en de op 11 november 2025 toegezonden briefinzake de openstelling van het informatie- en aanmeldportaal MijnHerstel(Kamerstuk 36 708, nr. 59).De vragen en opmerkingen zijn op 12 december 2025 aan de Staatssecre-taris van Financiën voorgelegd. Bij brief van 13 februari 2026 zijn devragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,Van der LeeAdjunct-griffier van de commissie,Lips kst-36708-66ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 661 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonReactie op vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie lezen op het punt van de financiële compen-satie van gedupeerden van de kinderopvangtoeslag dat naar verwachtingde UHT eind 2025 alle integrale beoordelingen heeft gedaan. Uitzonderinghierop zijn de ouders die moeilijk of niet kunnen worden bereikt, deafronding van deze groep loopt door in 2026 en vragen hoe wordtgeborgd dat de afronding van integrale beoordelingen [IB] in 2026 nietleidt tot nieuwe vertragingen voor moeilijk bereikbare ouders.De UHT hecht er groot belang aan dat ook ouders die moeilijk of nietbereikbaar zijn, zo zorgvuldig en voortvarend mogelijk worden geholpen.Er is geen aanleiding voor eventuele vertraging van de afronding van dezegroep ouders.Tevens vragen deze leden welke verklaring is er voor het feit dat drieprocent van de ouders nog in behandeling voor IB is, ondanks eerderetoezeggingen over afronding.De toezeggingen zagen op afronding per eind december 2025. Diedoelstelling is inmiddels bereikt. Per eind december 2025 zijn alleintegrale beoordelingen conform de toezegging afgerond, behalve vaneen aantal ouders waar sprake is van bijzondere omstandigheden, zoalsouders die UHT niet heeft kunnen bereiken. UHT heeft diverse maatre-gelen genomen om weer in contact te komen met deze ouders en UHTblijft zich de komende tijd inzetten om de beoordeling af te ronden vanouders die eerder niet bereikbaar waren.Ten aanzien van de bezwaarafhandeling vragen de leden van de VVD hoede UHT om gaat met de stijging naar 18.115 bezwaren en welke struc-turele maatregelen worden genomen om deze instroom te beperken.Tegelijk constateren de leden dat het percentage van ouders dat inbezwaar ging tegen de integrale beoordeling is gedaald van 24 procentnaar 17 procent en zij vragen welke concrete verbeteringen hebben geleidtot deze daling en hoe wordt dit percentage verder teruggebracht.Er zijn maatregelen toegepast om de instroom te beperken bij deafhandeling van de integrale beoordelingen. Dit heeft een daling van hetbezwaarpercentage van 24 naar 17 procent tot gevolg gehad. Ook bijandere regelingen probeert UHT het aantal bezwaren waar mogelijk tebeperken. Het huidige aantal bezwaren is conform de prognose en UHTheeft daar de capaciteit ook op aangepast, met als inzet om binnen dekabinetsdoelstelling van eind 2026 alle IB bezwaren afgerond te hebben.Als ouders meerdere bezwaren hebben lopen tegen verschillendebeschikkingen, worden deze zoveel als mogelijk in één keer opgepakt.Verder verken ik op dit moment hoe IB-bezwaren en aanvragen voorcompensatie van aanvullende schade zoveel als mogelijk in één keerkunnen opgepakt. Om ouders de mogelijkheid te bieden een geschil overaanvullende schade direct aan de rechter voor te leggen ondersteun ik demogelijkheid van rechtstreeks beroep.Het huidige aantal bezwaren is conform de prognose en UHT heeft daarde capaciteit ook op aangepast, met als inzet om binnen de kabinetsdoel-stelling van eind 2026 alle IB bezwaren afgerond te hebben. Als oudersmeerdere bezwaren hebben lopen tegen verschillende beschikkingen,worden deze zoveel als mogelijk in één keer opgepakt. Verder verken ik opdit moment hoe zoveel als mogelijk IB-bezwaren en aanvragen voorcompensatie van aanvullende schade zoveel mogelijk in één keer kunnenopgepakt. En ik verken op het gebied van aanvullende schade welkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 662 kansen en mogelijkheden er liggen rondom het overslaan van debezwaarfase en de optie voor rechtstreeks beroep.De leden van de VVD-fractie lezen dat er nauw overleg blijft plaatsvindenmet de BAC om de capaciteit en de versnelling te monitoren en indiennodig aanvullende maatregelen te nemen, en vragen welke aanvullendemaatregelen het kabinet in overweging heeft en wat dat dan zoubetekenen voor de doorlooptijden.Op dit moment is sprake van intensieve samenwerking tussen hetMinisterie van Financiën en de BAC over het sneller afdoen van bezwaar-zaken. Het ministerie en de BAC zetten in op een lagere instroom vanzaken bij de BAC, onder meer door beter inzicht in reeds beantwoorderechtsvragen. Ook wordt ingezet op triage aan de zijde van de BAC.De leden van de VVD-fractie waren in de veronderstelling dat hybrideinsourcing een oplossing zou zijn voor de capaciteitstekorten bij debezwaarafhandeling. Deze leden stellen vast dat er verstoringen envertragingen zijn en dat een evaluatie nog niet mogelijk is en vragen ofhet kabinet inzicht kan geven in de resultaten van hybride insourcing totnu toe.Het doel van de pilot niet is behaald, omdat er geen sprake was van eensnellere afdoening van de bezwaardossiers. Ook heeft de pilot helaasgeen nieuwe inzichten gegeven voor een aangepaste werkwijze van hetbezwaarproces. In de aankomende voortgangsrapportage (periodeseptember – december 2025) zullen de bevindingen nader wordentoegelicht.De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van de aanvullende schadedat het gemiddelde uitgekeerde bedrag via SGH 72.937 euro bedraagt,terwijl via de CWS gemiddeld 26.000 euro wordt uitgekeerd en vraagt hetkabinet om een verklaring van deze grote verschillen in uitgekeerdebedragen tussen SGH en de CWS en hoe rechtsgelijkheid wordt gewaar-borgd.Het betreft twee verschillende routes met verschillende systematiek enkenmerken. Ten eerste kennen de routes een verschillende instroom vangedupeerden. Het verschil tussen de uitgekeerde bedragen laat zichdaarnaast onder andere verklaren door het verschil in benaderingswijzevan causaliteit en de opbouw van de vergoedingen. Bij de berekenings-wijze van CWS wordt op basis van onderbouwende stukken nadrukkelijkergetoetst op aannemelijkheid van het causale verband tussen de aange-voerde schade en de kinderopvangproblematiek. Hierbij wordt vervolgensuitgegaan van daadwerkelijke financiële schade, en eindigt de route in eenindividuele beschikking. De ouder ontvangt hierop een beschikking.Bij SGH (en bij MijnHerstel) wordt causaliteit aangenomen als – op basisvan het verhaal van de ouder, op onderdelen aangevuld met ondersteu-nende stukken – aannemelijk is dat de gebeurtenis heeft plaatsgevondenna de startdatum van de kinderopvangtoeslagproblematiek. Bij SGH (enbij MijnHerstel) wordt niet de daadwerkelijke financiële omvang van deschade berekend, maar wordt uitgegaan van forfaitaire bedragen. Deforfaitaire benadering heeft tot doel om te komen tot een ruimhartigeschadevergoeding, zonder tijdrovende juridische procedures. Zowel bijSGH als MijnHerstel is de inzet om de compensatie af te ronden met eenvaststellingsovereenkomst.Ten aanzien van de schuldenaanpak vragen de leden van de VVD-fractiehoe wordt gecontroleerd dat kwijtschelding van publieke schulden correcten volledig plaatsvindt, gezien de omvang van 1 miljard euro sinds destart van de aanpak.Publieke schulden worden alleen kwijtgescholden als zij voor31 december 2020 zijn ontstaan. Op het moment dat iemand zich alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 663 gedupeerde bij UHT aanmeldt, worden de publieke schulden van de oudertijdelijk gepauzeerd. Nadat UHT de ouder als gedupeerde heeft aange-merkt ontvangen de publieke schuldeisers hierover bericht. Publiekeschuldeisers controleren vervolgens op basis van deze berichtgevingwelke publieke schulden in aanmerking komen voor kwijtschelding, zodatde publieke schulden worden kwijtgescholden van gedupeerde ouders diezijn ontstaan voor 31 december 2020.Zowel de VVD-fractie als de CDA-fractie geven aan signalen te ontvangendat ouders verrast worden door hun schulden of door de brieven die zijhierover ontvangen en vraagt het kabinet welke maatregelen zij neemt omdeze (communicatie)problemen structureel op te lossen.Onverwachte schulden vallen ouders zwaar. Dat vind ik vervelend. Wedoen erg ons best om ouders zo goed mogelijk te informeren. Aan hetbegin van de invorderingspauze is per brief gecommuniceerd dat deinvorderingspauze duurt zolang de UHT-behandeling loopt. Tijdens depauze zijn nieuwe belastingaanslagen en terugvorderingsbeschikkingenverstuurd om ouders op de hoogte te houden van nieuwe schulden. Inapril 2024 is binnen het UHT-proces ingevoerd dat persoonlijk zaakbehan-delaars en het Serviceteam ouders adviseren om te betalen, ook indien debehandeling door UHT nog niet is afgerond. Het serviceteam neemtcontact op gezinnen in financieel kwatsbare situaties.Na afloop van het UHT-traject krijgen ouders twee keer een brief met eenoverzicht van de openstaande bedragen (dit is ook online beschikbaar) enin de laatste brief staat ook de betaaltermijn. De brieven zijn opgesteldmet behulp van een ouderpanel. Er wordt ook informatie gedeeld viawebinars en op de UHT-website.De toeslagschuld mag verspreid over 24 maanden afgelost worden. Luktdat niet, dan kan een persoonlijke betalingsregeling worden aangevraagddie past bij de betaalcapaciteit van de ouder.De leden van de VVD-fractie hebben, evenals de leden van de CDA-fractie,vragen over de aanpak voor gezinnen die de regie kwijt zijn geraakt. Zijvragen hoeveel gezinnen inmiddels gebruik hebben gemaakt van dezeintensieve begeleiding en hoe het succes van de aanpak wordt gemeten.Afgelopen zomer is gestart met de aanpak: na pilotfase wordt deze aanpaknu steeds verder verbeterd. In totaal zijn tot nu toe ca. 60 gezinnengeholpen op weg naar eigen regie.Naar verwachting zal deze aanpak uiteindelijk voor circa 750 – 1.500gezinnen zinvol kunnen worden ingezet.Als maatstaf voor succes wordt gekeken naar de mate waarin acuteproblemen worden opgelost, vastgelopen dossiers duurzaam in bewegingkomen en er indien nodig een langetermijnperspectief op ondersteuning.De leden van de VVD-fractie vragen welke vervolgstappen wordenoverwogen naar aanleiding van het vooronderzoek Landelijk Steunpuntvoor Toeslagengedupeerden en wat hiervoor de planning is. Tevensvragen zij welke budgettaire gevolgen de oprichting en operationaliseringvan een dergelijk steunpunt heeft.Het Landelijk Steunpunt Mentaal Welzijn voor Toeslagengedupeerdenstart gefaseerd; enerzijds als informatiepunt voor zowel gedupeerden alsprofessionals, anderzijds als doorgeleidingsfunctie in de leerfase. In deleerfase, van eind Q1 tot en met Q2 2026, wordt aan de hand van concreteverzoeken ervaring opgedaan met de typen hulpvragen en ondersteu-ningsbehoeften.In de leerfase biedt het landelijk steunpunt:–Toeleiding naar passend hulpaanbod binnen bestaande voorzieningen(onafhankelijke procesbegeleiding, psycho-sociale ondersteuning,GGZ);–Psycho-educatie aan gedupeerde ouders, getroffen jongeren;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 664 –Kennis voor gemeenteambtenaren en betrokken zorgverleners rondomtrauma-, en stressgerelateerde problemen.Na de leerfase vindt verder uitbouw en opschaling plaats.Voor zo goed mogelijke verbinding met het gehele hersteltraject vanouders en jongeren krijgen de mentale hulpvragen zoveel als mogelijk eenplek binnen het plan van aanpak van de Brede Ondersteuning.De oprichting en operationalisering van het steunpunt heeft geen (extra)budgettaire gevolgen. Hiervoor zijn reeds financiële middelen gereser-veerd en goedgekeurd.Voorts vragen de leden hoe een dergelijk steunpunt zich verhoudt tot debrede ondersteuning door gemeentenIn het voorjaar van 2024 hebben de VNG en gemeenten de noodzaakuitgesproken voor een centrale voorziening psychosociale ondersteuningbij mentaal welzijn om knelpunten weg te nemen die gemeenten op ditterrein ervaren bij de brede ondersteuning aan gedupeerde gezinnen.Het Landelijk Steunpunt verbindt gemeenteambtenaren aan professionalsen organisaties in het netwerk van hulp en zorgverleners om zo doorver-wijzingen vanuit gemeenten soepeler te laten verlopen en hun hulp aan(kinderen van) gedupeerden te verbeteren. Vanuit gemeenten is er grotebehoefte aan kennisdeling rondom trauma-, en cultuursensitief met entussen gemeenten, betrokken professionals en het landelijk steunpuntmentaal welzijn.De leden van de VVD-fractie begrijpen uit het rapport van Divosa datgemeenten die iets willen stopzetten, zich richten op het terugdringen vanmateriele beschikkingen. Deze leden vragen het kabinet hierop een reactiete geven.Materiële verstrekkingen kunnen voor een ouder of jongere in de eerstefase noodzakelijk zijn bij het weer oppakken van diens leven. Sinds deinvoering van de termijnen voor de brede ondersteuning is er zesmaanden de tijd vanaf het eerste gesprek om materiële voorzieningen toete kennen die noodzakelijk en doelmatig zijn voor mensen om weer opeen goede manier verder te kunnen met hun leven. De gemeentebeoordeelt de draagkracht en noodzakelijkheid van de verstrekking. Vaakzijn deze materiële voorzieningen nodig om rust te realiseren in een gezinen om aan dieperliggende problemen te kunnen werken. Gemeentenkunnen aanvragen voor materiële verzoeken afwijzen als deze nietpassend, doelmatig of noodzakelijk zijn. Inmiddels zijn binnen hetfinancieel herstel alle IB’s afgerond en hebben ouders tot en met de IBgemiddeld € 40.400 euro ontvangen.De leden van de VVD-fractie stellen dat gemeenten vragen om helderekaders, uniforme richtlijnen en een concrete einddatum en vragen of hetkabinet de eerste bevindingen van de aangestelde kwartiermaker met deKamer kan delen.De eerste bevindingen van de bestuurlijk regisseur hebben geleid totbestuurlijke afspraken tussen de VNG en het Ministerie van Financiën,waar meerjarige (financiële) zekerheid van de brede ondersteuning eenonderdeel van is, gekoppeld aan een uiterste aanmelddatum voor detoegang tot brede ondersteuning. Uw Kamer is hierover recentelijk perbrief geïnformeerd.1 Ook daarvoor zijn maatregelen getroffen ten behoevevan meer harmonisatie, via de toevoeging van termijnen voor de duur vaneen plan van aanpak aan de Wet hersteloperatie toeslagen en formatbeleidsregels, ontwikkeld door de VNG. Dit biedt ouders en kinderen meerduidelijkheid over de hulp die zij van gemeenten ontvangen en hoe dezehulp tot stand komt.1Kamerstuk II, 2025/2026, 36 708, nr. 61Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 665 De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van organisatie enfinanciën dat de feitelijke bezetting binnen de UHT per eind augustus1.909 FTE is en dat dit een daling is ten opzichte van 2.280 FTE in mei. Zijvragen hoe wordt voorkomen dat deze daling in bezetting leidt totvertraging in de afhandeling van dossiers.Voor UHT staat de opgave om herstel te bieden aan ouders, kinderen enex-toeslagpartners als vanzelfsprekend centraal. De daling van het aantalfte heeft ermee te maken dat de werkzaamheden afnemen – te beginnenbij de integrale beoordelingen die eind 2025 nagenoeg zijn afgerond.Eén van de uitgangspunten is daarom dat medewerkers die klaar zijn meteen bepaalde taak, daar waar mogelijk, ingezet worden op taken die nogmoeten worden gedaan. Zo wordt interne doorstroom gefaciliteerd vanmedewerkers die klaar zijn met integrale beoordelingen, naar bijvoorbeeldhet organisatieonderdeel waar bezwaren en beroepen worden behandeld.Ook heeft UHT specifieke taken bij de uitvoering van de nieuweMijnHerstel-route voor aanvullende schade.Naar aanleiding van de constatering van de UHT dat er onterechtuitbetalingen vanuit de kindregeling zijn gedaan aan stiefkinderen, vooreen totaalbedrag van 972.000 euro, vragen de leden van de VVD-fractiewelke maatregelen worden genomen om dergelijke fouten in de toekomstte voorkomen en hoe hierover wordt gerapporteerd aan de Kamer.Er is inderdaad vastgesteld dat er ten onrechte uitbetalingen aanstiefkinderen hebben plaatsgevonden. Om herhaling te voorkomen zijn deselectiecriteria voor de regeling direct geactualiseerd en is een aanvul-lende controle ingebouwd. Op het moment van uitbetaling wordt getoetstof de kinderen voldoen aan de selectiecriteria. Daarnaast wordenperiodieke steekproefcontroles uitgevoerd om nieuwe risico’s tijdig tesignaleren. Deze aanpak maakt onderdeel uit van het bredere kwaliteits-kader waarin structurele checks en waarborgen zijn verankerd. Overeventuele damages, kwaliteitsmaatregelen en de voortgang wordtregulier gerapporteerd in de periodieke voortgangsrapportages aan deKamer.De leden van de VVD-fractie lezen dat binnen de totale raming eenherschikking heeft plaatsgevonden, waarbij middelen die niet benodigdzijn door een bijstelling van het geraamde aantal gedupeerde ouderstoegevoegd zijn aan de reservering voor de brede ondersteuning (totaal281 miljoen euro). Deze leden vragen of het kabinet kan onderbouwenwaarom deze reservering juist nu moet worden verhoogd, wat de totalereservering voor brede ondersteuning is, hoe dit budget zich heeftontwikkeld over de afgelopen jaren, of deze bedragen via de Spukbeschikbaar worden gesteld aan gemeenten en of deze bedragen volledigworden/zijn besteed.Het ministerie heeft op 30 juni 2025 de eerste declaraties over 2024 inzakede brede ondersteuning van gemeenten ontvangen. De ontvangendeclaraties gaven aanleiding om de begroting naar boven bij te stellen. Ditinzicht was bij Voorjaarsnota 2025 nog niet voorhanden en is daarom perMiljoenennota 2026 in de begroting verwerkt.Ultimo 2025 is de totale reservering voor brede ondersteuning ca. € 662mln.Bij de originele publicatie van de Spuk-regeling in 2021 was geen plafondopgenomen. In 2021 is een plafond van € 195 mln. geïntroduceerd. In2023 is het plafond tweemaal gewijzigd, in eerste instantie naar € 221,5mln. en daarna naar € 256 mln. In 2025 is besloten om het plafond teverhogen naar het huidige budget (€ 662 mln.).Gemeenten kunnen via declaraties middels de Spuk-regeling een beroepdoen op de gereserveerde middelen. Het ministerie verwacht dat dereservering volledig zal worden uitgeput.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 666 Reactie op vragen en opmerkingen van de leden van deGroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn op het punt van hetbezwaarproces benieuwd naar de tevredenheid van gedupeerden over deuitkomst van bezwaar- en beroepsprocedures. Deze leden vragen ofgedupeerden hierover worden bevraagd en of hier informatie ofonderzoek over beschikbaar is.Onderzoeksbureau Motivaction doet al ruim vier jaar in opdracht van UHTonderzoek naar ouderbeleving rondom de integrale beoordeling. Ookvoert Motivaction sinds 2025 elk kwartaal kwantitatief onderzoek uit naarde ervaringen met de bezwaarprocedure na beslissingen uit de integralebeoordeling. Het meest recente onderzoek (uitgevoerd van juli t/mseptember 2025) laat met betrekking tot de uitkomst van bezwaar zien dateen meerderheid van de respondenten aangeeft dat UHT hun bezwaareerlijk en zonder vooroordelen heeft behandeld. Deze resultaten zijnindicatief vanwege een laag aantal respondenten. Dit lage aantal lijktveroorzaakt doordat veel ouders communiceren met UHT via hungemachtigde. Een minderheid van de ouders vindt dat de uiteindelijkebeslissing recht doet aan de situatie. Gedupeerden worden op dit momentniet bevraagd naar hun tevredenheid over de uitkomsten vanberoepsprocedures.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ten aanzien van de dossiersblij om te lezen dat de UHT een proces heeft ontwikkeld om ongelaktedossiers te verstrekken aan advocaten op basis van afspraken over devertrouwelijkheid. Tegelijk lezen de leden dat de UHT nieuwe laksoftwarein gebruik heeft genomen, waardoor het verstrekken van gelakte dossierseveneens is versneld. Deze leden zijn benieuwd naar precieze getallen envragen hoeveel sneller het verstrekken van gelakte dossiers gaat tenopzichte van het eerdere proces. Ook vragen zij hoe lang het duurtvoordat een ongelakt dossier aan advocaten wordt verstrekt.De nieuwe laksoftware heeft uiteindelijk helaas niet zozeer voor eenversnelling gezorgd, maar is vooral waardevol gebleken om minderafhankelijk te zijn van de bestaande software. Het proces is in 2025 tenopzichte van 2024 desondanks met ruim 15% versneld. Deze gerealiseerdeversnelling komt vooral door de andere maatregelen, zoals minder lakken,het efficiënter maken van het lakproces waardoor er minder medewerkersvoor nodig zijn, de toegenomen expertise van medewerkers en deverduidelijkte werkinstructies. Daarnaast is de personele bezettingverhoogd, met als effect dat er in 2025 ruim 40% meer dossiers zijnverstrekt dan in 2024.De doorlooptijd van het proces van het samenstellen en verstrekken vaneen ouderdossier is, net als bij een gelakt ouderdossier, zo’n twee tot driemaanden. Die tijd zit vooral in het proces van samenstellen van hetouderdossier op basis van informatie uit diverse systemen en bronnen.Een ongelakt dossier vraagt enkele uren minder behandeltijd omdat erweinig of geen gegevens hoeven te worden geanonimiseerd, maar ditheeft nauwelijks of geen effect op de snelheid waarmee het dossier wordtverstrekt aan advocaten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd naar het tijdpadvoor het herinrichten van het stelsel voor aanvullende schade en hoe langde verwachting is dat ex-toeslagpartners dienen te wachten voordat ookhun aanvullende schade (boven de reeds ontvangen forfaitaire € 10.000)kan worden gecompenseerd.Daarover is nog geen duidelijkheid. Ex-toeslagpartners hebben eenforfaitaire compensatie van € 10.000 ontvangen en toegang tot bredeondersteuning en de schuldenaanpak. Het kabinet werkt momenteel aanopties voor de compensatie van hun eventuele aanvullende schade, dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 667 een snelle en eenvoudig uit te voeren oplossing kan bieden en tegelijkrechtdoet aan de geleden schade van ex-toeslagpartners.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn op het punt van deinrichting van de uitvoeringsorganisatie blij dat er is ingezet op aanvul-lende initiatieven om senior juristen te werven en zijn teleurgesteld dat ditslechts minimaal effect heeft gesorteerd. Deze leden zijn benieuwd welkeaanvullende initiatieven er zijn ingezet en vragen wat de verwachting waswat betreft instroom van nieuwe senior juristen naar aanleiding van dezeinitiatieven en wat de redenen zijn – los van de krappe arbeidsmarkt –waardoor dit tegenviel. Verder vragen zij of er plannen zijn om (andere)initiatieven op te zetten of de ingezette initiatieven te continueren tot erwel voldoende senior juristen aan de slag kunnen.Er zijn verschillende aanvullende initiatieven ingezet om senior juristen tewerven voor UHT. Vacatures voor de functie van senior jurist staandoorlopend open voor zowel vaste functies alsook via (externe)detachering. Voorts is een uitvraag gedaan bij juridische afdelingen vanverschillende departementen om te inventariseren of er beroepsjuristeninteresse hebben in een overstap naar UHT (in vaste dienst ofdetachering). Ook is er een netwerkcafé georganiseerd. Tot op hedenhebben deze initiatieven niet tot een vermindering van de wervingsbe-hoefte geleid.De handhaving op de Wet DBA per januari 2025 heeft tot gevolg dat denieuwe instroom van senior juristen verder is gedaald. Daarnaast is nietondenkbaar dat, vanwege het tijdelijke karakter van de UHT-organisatie,senior juristen eerder kiezen voor een andere werkgever.De reeds aanvullende ingezette initiatieven worden gecontinueerd. Ookworden andere initiatieven verkend waaronder het op een andere manieronder de aandacht brengen van vacatures, bijvoorbeeld in landelijkedagbladen. Binnen UHT zijn verder maatregelen getroffen om debeschikbare capaciteit onder senior juristen efficiënter in te zetten op hetgebied van onderlinge werkverdeling. Daarnaast wordt intern bezien of er(potentiële) juristen zijn, werkzaam binnen andere onderdelen van deorganisatie, die een mogelijke interne overstap kunnen/willen maken. Ditmede in het licht van de aankomende afbouw van bepaalde onderdelenvan UHT.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn ten aanzien van deOudercommissie blij om te lezen dat de zorgen van de Oudercommissieserieus worden genomen. Wel zijn deze leden benieuwd naar welkeafspraken er gemaakt zijn over de borging van de inbreng van deoudertoetsgroep en de Oudercommissie en vragen de Staatssecretaris omdeze afspraken met de Kamer delen.Zowel de Oudercommissie als de oudertoetsgroep heeft voor deMijnHerstel-route in verschillende bijeenkomsten verbeteringen aange-dragen. De meeste daarvan (uit de oudertoetsgroep 55 van de 60aanbevelingen) zijn voor de livegang van het informatie- aanmeldportaalen MijnHerstel verwerkt.Naast het formele schriftelijke advies van de Oudercommissie overMijnHerstel, waarop ik ook schriftelijk heb gereageerd, is ook in diversebijeenkomsten met de Oudercommissie van gedachten gewisseld overhet Aanmeld- en informatieportaal en de MijnHerstel route. Naaraanleiding van de demo is een aantal concrete suggesties van deOudercommissie doorgevoerd.Nu het aanmeld- en informatieportaal en MijnHerstel live zijn gegaankunnen signalen en verbeterpunten nog steeds worden gemeld, nietalleen door leden van de Oudercommissie of de oudertoetsgroep, maardoor alle gebruikers, en worden deze waar mogelijk opgepakt endoorgevoerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 668 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel interesse debrief van de Oudercommissie gelezen. Deze leden zijn benieuwd naar dedatum waarop deze is opgesteld en vragen de Staatssecretaris om dat aante geven.De brief waaraan GroenLinks-PvdA lijkt te refereren is een schriftelijkadvies van de Oudercommissie over de afhandeling van aanvullendeschade die ik op 20 november 2025 heb ontvangen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd wat de reactie vande Staatssecretaris is op het advies van de Oudercommissie om terug tekomen op het naar beneden bijstellen van bedragen voor UIG-posten inhet schadekader.De bedragen die zijn vastgesteld voor UIG’s zijn sinds de ingebruiknamevan het forfaitaire schadekader van SGH in juli 2024 ongewijzigd.Hetzelfde schadekader wordt gebruikt door MijnHerstel.Het schadekader biedt ouders de mogelijkheid om, binnen de leefge-bieden Financiën, Gezin en Welzijn en Zorg, een vergoeding te ontvangenvoor een uitzonderlijk impactvolle gebeurtenis (UIG) die samenhangt methet betreffende leefgebied, maar die niet in het schadekader is vervat. Inde praktijk gaat het hierbij veelal om gebeurtenissen van emotionele aarddie voor ouders, en vaak ook voor hun kinderen, zeer ingrijpend zijngeweest. Bij de beoordeling van deze UIG’s staat het verhaal van de oudercentraal. Er worden bewust geen ondersteunende stukken gevraagd, juistom ouders niet opnieuw te belasten en om ruimte te bieden aanervaringen die zich niet altijd laten vangen in documenten. Het vastge-stelde bedrag voor deze vergoeding is zorgvuldig afgewogen. Daarbij isniet alleen gekeken naar de ernst en impact van individuele gebeurte-nissen, maar ook naar het collectieve karakter van de forfaitaire route ende brede variëteit aan gebeurtenissen die hieronder kunnen vallen. Hetbedrag is bedoeld als een erkenning van het leed en de ervaren impact,niet als een volledige compensatie van alle gevolgen die ouders hebbenondervonden. Deze afweging doet op geen enkele wijze af aan de ernstvan de gebeurtenissen die ouders hebben meegemaakt. Integendeel, juistdoor het laagdrempelige karakter van deze schadeposten en het centraalstellen van het verhaal van de ouder, wordt beoogd om erkenning tebieden voor ervaringen die anders moeilijk een plek zouden krijgenbinnen het schadekader.Deze leden zijn verder benieuwd naar de zorgen die de Oudercommissieper brief heeft gedeeld over zowel de inhoud als het proces van totstand-koming van de schaderoute MijnHerstel en vragen de Staatssecretarisdeze brief met de Kamer te delen. Ook zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd wat de opvolging is geweest ten aanzien van elkadvies en punt dat de Oudercommissie heeft gemaakt. Deze leden hebbener begrip voor dat wellicht niet elke opmerking of advies is overgenomen,mits gemotiveerd kan worden wat daarvan de reden is.Zowel de brief van de Oudercommissie als mijn reactie hierop is alsbijlage bij dit verslag gevoegd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn het – zoals eerder kenbaargemaakt in dit overleg – volmondig eens met de opmerking van deOudercommissie dat de voortgangsrapportages op dit moment kwanti-tatief is ingestoken en er onvoldoende zicht is op de ervaringen entevredenheid van ouders/gedupeerden en wensen eveneens dat hieroverwordt gerapporteerd. Zij vragen de Staatssecretaris op deze wens tereflecterenDe voortgangsrapportage hersteloperatie toeslagen ziet voornamelijk opcijfermatig onderbouwde vorderingen, bedoeld om de beide Kamersperiodiek te informeren over de voortgang van de uitvoering van dehersteloperatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 669 Monitoring van de hersteloperatie vanuit het ouderperspectief enoudertevredenheid vind ik ook waardevol. Op onderdelen zijn hiergegevens over beschikbaar en wordt hierover gerapporteerd.Of en op welke manier invulling kan worden gegeven aan monitoringvoor de hersteloperatie in zijn totaliteit, die ook representatief is voor degehele groep van gedupeerde ouders, vraagt nadere analyse. Ik wil ditook bezien in samenhang met de evaluatie van de Wet hersteloperatietoeslagen die begin dit jaar van start zal gaan. Ik heb de Oudercommissiegevraagd hierover mee te denken.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich zorgen over debrede toegankelijkheid van het aanmeldportaal en vragen de Staatssecre-taris naar de vereisten van het Tijdelijk Besluit Digitale ToegankelijkheidOverheid.De gehele website van het informatie- en aanmeldportaal is ontworpen enontwikkeld met het toegankelijkheidsperspectief als speerpunt. Op hetportaal is een toegankelijkheidsverklaring gepubliceerd (https://www.toegankelijkheidsverklaring.nl/register/24684), en daardoor voldoetdeze aan de wet. Door middel van testen met daaraan gekoppeldeverbeterplannen wordt continu aan de verbetering van de toeganke-lijkheid gewerkt. Verder is ten aanzien van de toegankelijkheid eenmeldingsproces ingericht waarbij aandachtspunten ten aanzien vantoegankelijkheid gemeld kunnen worden, hier wordt binnen 2–4 weken namelding opvolging aan gegeven. Dit kan gevonden worden op: https://schadeherstel.toeslagen.nl/toegankelijkheid/.Het aanmeldportaal wordt opgenomen in het dashboard digitoegankelijk,dit volgt automatisch op het publiceren van de toegankelijkheidsver-klaring in het register.Voorts vragen de leden of de Staatssecretaris ook kan reflecteren op devraag wat gedupeerden die om wat voor reden dan ook geen toeganghebben tot een internetverbinding moeten doen om zich aan te meldenvia het portaal. Zij vragen of het tevens mogelijk is om de module vanMijnHerstel offline in te vullen en bijvoorbeeld via de post in te sturen.Gedupeerden die geen toegang hebben tot een internetverbinding, of dieom andere redenen hun aanvraag niet digitaal willen doen, kunnen zichvia de post aanmelden. Het is – gegeven de digitale ondersteuning diebeschikbaar is binnen MijnHerstel – niet mogelijk een schadestaat metondersteunende documenten offline in te dienen. Wel kunnengedupeerden hun schadestaat offline samen met hun gemachtigdeopstellen. De gemachtigde kan vervolgens de indiening in de onlineomgeving verzorgen.Daarop aanvullend zijn de leden ook benieuwd naar het taalniveau vanhet aanmeldportaal. Het viel deze leden op dat het bezoekers van hetaanmeldportaal worden begroet door een muur van tekst metwaarschijnlijk allerlei relevante informatie. Zij vragen naar het taalniveauvan het aanmeldportaal en of de informatie op het aanmeldportaal en demanier waarop deze wordt gepresenteerd is gedeeld met relevantestakeholders die zich bezighouden met begrijpelijke en toegankelijke taal.Uitgangspunt bij het opstellen van tekst voor het informatieportaal,aanmeldportaal en MijnHerstel is schrijven op taalniveau B1. Enkelwanneer dit leidde tot ontbreken van belangrijke nuances, is hiervanafgeweken. Verder is gebruik gemaakt van infographics, en zijn eruiteenlopende video’s beschikbaar. Ook op die manier kunnengedupeerden de informatie tot zich nemen. Ook deze video’s zijn optaalniveau B1 en voorzien van ondersteunende animaties. Als zaken tochonduidelijk zijn, kunnen ouders bellen met het Serviceteam. Alle gemach-tigden zijn voorzien van extra informatie die hierbij relevant kan zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6610 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn tevreden met het feit dat hetministerie en SGH samenwerken aan de verdere opschaling van deSGH-route. Gelet op de ambitie om met de SGH-route 100 VSO’s per weekte realiseren en de ambitie van de Staatssecretaris om de (financiële)hersteloperatie eind 2027 afgerond te hebben zou dit betekenen dat er viade SGH-route 10.000 tot 11.000 VSO’s gerealiseerd kunnen worden. Zijvragen de Staatssecretaris aan te geven wat dit betekent voor het aantalVSO’s dat via de route MijnHerstel worden gerealiseerd, wat deinschatting van het totale aantal is en wat de inschatting is van het aantalVSO’s dat per week via MijnHerstel gerealiseerd dienen te worden om deambitie van eind 2027 te behalen. Voorts vragen zij of de organisatie aande achterkant van MijnHerstel zodanig is dat de vereiste opschalingbehaald kan worden of dat de Staatssecretaris nu al hobbels voorziet,zoals het gebrek aan voldoende senior juristen.Uitgaande van de raming in het rapport van de Commissie Van Dam,zullen circa 26.000 gedupeerden een verzoek voor vergoeding vooraanvullende schade doen. Op dit moment zijn circa 2.600 aanvragen vooreen vergoeding voor aanvullende schade afgerond. Met SGH is deafspraak gemaakt dat zij per 1 april 2026 is opgeschaald naar 100 VSO’sper week. Uitgaande van uiteindelijk 11.000 VSO’s via SGH, zoudendaarmee circa 12.400 verzoeken via MijnHerstel uitgevoerd worden. Deorganisatie aan de achterkant van MijnHerstel is zodanig ingericht dat devereiste opschaling behaald kan worden. Er hebben zich al circa 9.000mensen aangemeld voor aanvullende schade via CWS.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie snappen dat de VSO alsuitgangspunt wordt genomen. Deze leden zijn benieuwd hoe lang hetduurt voordat er een beslissing te verwachten is op de aanvraag van eengedupeerde via de MijnHerstel-route.De verwachting is dat de eerste gedupeerden in de loop van januari eenterugkoppeling op hun schadestaat ontvangen. Op het moment dat zijdeze ontvangen, kunnen zij waar relevant aanvullende informatieinleveren en hun verzoek aangevuld indienen. Als zij het eens zijn met deuitkomst, en na saldering van de reeds ontvangen schadevergoedingrecht hebben op een aanvullend bedrag, dan kunnen zij een concept VSOen vervolgens een VSO genereren.De leden van de GroenLinks-PvdA fractie zijn, evenals de leden van deCDA-fractie, ook benieuwd of het klopt dat gedupeerden ermee moeteninstemmen dat de beslistermijn wordt opgeschort, en zo ja, wat derationale en grondslag is achter die eis. De leden van de CDA-fractie en dePvdA-fractie vragen wat de juridische basis is om bij een keuze voor eenvan de hoofdroutes steeds tot opschorting over te gaan tijdens die heleroute. Deze leden vragen of het niet vreemd is dat alle aanmeldingen inhet portaal daarmee in feite worden opgeschort. Ook vragen deze leden ofde Staatssecretaris het wenselijk vindt dat ouders daarmee geen enkelejuridische stok hebben in de wachtrij voor een schaderoute.Op het moment dat de Staat en de ouder proberen om gezamenlijk toteen vaststellingsovereenkomst te komen wordt instemming van de oudergevraagd voor het opschorten van de termijn (artikel 4:15, lid 2 sub a).Indien het niet lukt om tot overeenstemming te komen gaat de beslis-termijn weer lopen. Ook kan op grond van artikel 4:15 opschortingplaatsvinden omdat de aanvraag onvoldoende is om daar een besluit opte nemen.Overigens is de realiteit dat de juridische stok achter de deur niet altijdeffectief is, omdat het aantal beroepen-niet-tijdig-beslissen op sommigeonderdelen van de hersteloperatie groter is dan de afhandelcapaciteit. Ditgeldt zeker ook voor de wachtrij bij de CWS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6611 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen verder dat voor ouders dieenkel gedupeerd zijn vanwege een onterecht label opzet/grove schuld envoor nabestaanden van ouders waarbij de integrale beoordeling niet devolledige schade dekt, nader wordt uitgewerkt hoe zij via de methode vanindividuele berekening kunnen worden geholpen. Zij vragen de Staatsse-cretaris aan te geven op welke termijn zij verwacht dat deze nadereuitwerking afgerond zal worden.Ouders die enkel gedupeerd zijn vanwege een onterecht label opzet/groveschuld en nabestaanden van ouders waarbij de integrale beoordeling nietvolledig de schade dekt kunnen op dit moment terecht bij CWS.Momenteel wordt in kaart gebracht of en welke aanvullende maatregelennodig zijn in de context van aanvullende schade.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ten aanzien vanMijnHerstel signalen ontvangen van advocaten die zich zorgen makenover het proces. Deze leden zien in de stukken en brief van de regeringregelmatig dat gedupeerden worden aangespoord om de route vanMijnHerstel met advocaten te doorlopen. Het is echter voor deze ledenonduidelijk op welke manier advocaten een vergoeding krijgen voor dezebegeleiding.De subsidieregeling Pakket Rechtsbijstand Herstelregelingen Kinderop-vangtoeslag 2023 biedt advocaten die een gedupeerde ouder bijstaan demogelijkheid om een toevoeging aan te vragen. Hierdoor ontvangt degedupeerde ouder kosteloze rechtsbijstand en ontvangt de advocaat eenvergoeding voor specifieke werkzaamheden.De werkzaamheden die verricht worden voor MijnHerstel vallenmomenteel onder de vso-fase in deze subsidieregeling. Het Ministerie vanFinanciën is samen met de Raad voor Rechtsbijstand bezig met eenherijking van deze regeling. Met de Werkgroep toeslagenadvocaten vande Nederlandse Orde van Advocaten is regelmatig contact hierover.Het voornemen is om in die herijking een aparte fase in te regelen voorMijnHerstel. De Werkgroep toeslagenadvocaten is hierover geïnformeerd,samen met informatie over de voorgenomen ophoging van het aantalmaximale punten voor de werkzaamheden in dat kader. Na een jaar zal deRaad voor Rechtsbijstand een tijdschrijfonderzoek uitvoeren, waarinonder meer bezien zal worden of het aantal punten aansluit bij hetgemiddelde aantal gedeclareerde uren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de beslisnota bij dekamerbrief over de openstelling van het informatie- en aanmeldportaalvan MijnHerstel wat de spelregels zijn voor gedupeerden, die willenoverstappen van MijnHerstel richting SGH/CWS of andersom. Deze ledenzijn blij met deze helderheid, maar hebben hierover toch nog enkelevragen. Zo zijn deze leden, net als de leden van de CDA-fractie, benieuwdop welke manier gedupeerden worden geïnformeerd over de (on)moge-lijkheden van overstappen binnen het aanmeldportaal. Zij vragen opwelke manier gedupeerden duidelijk wordt gemaakt dat wanneer eenaanvraag «in behandeling» is genomen, dat een overstap vervolgens nietmeer mogelijk is en op welke manier zij daarvoor worden gewaarschuwd.Gedupeerden worden op verschillende momenten over de mogelijkhedenmet betrekking tot overstappen geïnformeerd. Ten eerste is de informatieuiteengezet op het informatie- en aanmeldportaal en op de website vanSGH. Daarnaast worden gedupeerden er binnen MijnHerstel op gewezen,voordat zij hun schadestaat voor het eerst indienen, dat hun verzoekhiermee in behandeling wordt genomen en zij niet meer kunnenoverstappen. Ook bij SGH wordt de ouder hierover geïnformeerd viaverschillende kanalen en op diverse momenten in het proces.Verder vragen deze leden wat het beleid is ten aanzien van gedupeerdendie reeds een VSO hebben afgesloten, maar die onder de voorwaardenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6612 van het uniform forfaitair schadekader wellicht recht zouden hebbengehad op hogere schadebedragen.Een VSO wordt gesloten tegen finale kwijting, waarbij de ouder en deoverheid instemmen met finale beslechting van de aanvullende schade. Ikheb uw Kamer eerder geïnformeerd2 dat een VSO met finale kwijting eendefinitieve afronding is van het financieel herstel. Hierbij merk ik op datbijna alle VSO’s die reeds zijn afgesloten, verliepen via de SGH-route. Diezijn gebaseerd zijn op het SGH-kader, dat gelijk is aan het geüniformeerdeforfaitaire schadekader. Ik heb begrip voor de zorgen van ouders en neemdeze zorgen serieus, maar de prioriteit ligt bij het afhandelen vancompensatieaanvragen van ouders die überhaupt nog geen schadecom-pensatie hebben ontvangen. Deze lijn heeft mijn ambtsvoorganger eerdermet uw Kamer gedeeld3 en wordt door mij gehandhaafd.Verder vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie op welke maniergedupeerden worden geïnformeerd over de bestuursrechtelijke schade-route. Zij vragen of er binnen het aanmeldportaal informatie over dezeroute is opgenomen, en indien dat niet het geval is, wat de overwegingenzijn om deze informatie niet op te nemen.In lijn met het advies van de Commissie Van Dam is het uitgangspunt isdat ouders die geen vaststellingsovereenkomst willen sluiten eenbestuursrechtelijk besluit ontvangen op basis van een concept VSO. Ophet informatieportaal wordt de ouder voorgelicht over de bestuursrechte-lijke aspecten. Ik onderzoek op dit moment de wenselijkheid en uitvoer-baarheid van de optie om een getekende VSO te voorzien van eenbeschikking voor ouders die daar sterk aan hechten.Reactie op vragen en opmerkingen van de leden van deCDA-fractieDe leden van de CDA-fractie lezen dat om inzicht te krijgen in hoe deuitvoering van de Brede Ondersteuning in de praktijk verloopt, Divosa eeneerste inventarisatie heeft uitgezet. Aan de enquête van Divosa heeft 22procent van de gemeenten meegedaan. Deze leden vragen wat de redenis dat zo weinig gemeenten aan het onderzoek hebben deelgenomen envragen of de Staatssecretaris het beeld uit het onderzoek voldoenderepresentatief acht. De leden van de BBB-fractie hebben een soortgelijkevraag gesteld, namelijk hoe representatief dit onderzoek is voor delandelijke uitvoering van de Brede Ondersteuning en hoe ervoor wordtgezorgd dat knelpunten in de overige gemeenten ook boven water komen.Divosa heeft zelfstandig een inventarisatie gedaan onder haar ledenwaarbij om medewerking is gevraagd. Het Ministerie van Financiën hadhierbij geen betrokkenheid. Van Divosa heb ik begrepen dat de uitvraagniet tot doel had om representatief te zijn, maar om te inventariseren hoede respondenten de uitvoering van de hersteloperatie ervaren en of zijknelpunten ervaren. Leden die 76 gemeenten vertegenwoordigen hebbenmeegewerkt aan de inventarisatie. Eerder in de hersteloperatie is inopdracht van de VNG verschillende keren onderzoek gedaan onder allegemeenten naar de uitvoering van de brede ondersteuning. Over deuitkomsten is uw Kamer via voortgangsrapportages in 2023 en 2024geïnformeerd.De bestuurlijk regisseur zal conform zijn opdracht de effectiviteit van debrede ondersteuning monitoren.De leden van de CDA-fractie constateren dat 70 procent van de onder-vraagde gemeenten aangeeft meer tijd nodig te hebben om brede2Kamerstukken II 2023/24, 31 066, nr. 14513Plenair debat over het proces van afhandeling van compensatie van aanvullende werkelijkeschade in de toeslagenaffaire, d.d. 13 juni 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6613 ondersteuning te verlenen aan haar inwoners. De leden van deCDA-fractie vragen hoe de Staatssecretaris hierop reflecteert in relatie totde gestelde strenge termijnen.Respondenten vragen in de inventarisatie met name om duidelijkheidover termijnen om ongelijkheid te voorkomen en beter te kunnen plannen.Recentelijk is uw Kamer geïnformeerd over bestuurlijke afspraken tussende VNG en het Ministerie van Financiën waarin langdurige financiëlezekerheid en een uiterste aanmelddatum voor de toegang tot bredeondersteuning zijn afgesproken. Dit biedt ouders, kinderen en gemeentenmeer duidelijkheid over hoe lang de brede ondersteuning beschikbaarblijft en tot wanneer gemeenten kosten mogen verantwoorden. Ook biedthet tijd om te zorgen voor een verantwoorde overgang van bredeondersteuning naar het regulier sociaal domein. Daarmee is de gevraagdeduidelijkheid voor ouders, kinderen en gemeenten er gekomen.De Kamer heeft inmiddels een brief ontvangen over de bevindingen vande heer Blokhuis en de aanpassingen die gaan worden gedaan metbetrekking tot de brede ondersteuning. Namelijk het oprekken van determijn zodat beter aangesloten wordt op het tempo van financieelherstel, zoals ook een groot deel van de Kamer destijds al heeft voorge-steld, maar door het kabinet werd afgewezen. De leden van de CDA-fractievragen waarom hier destijds geen ruimte voor was, maar nu blijkbaar wel.Ook vragen deze leden waarom ervoor is gekozen ouders hieroveronnodig in onzekerheid te laten verkeren.Zowel getroffen ouders, hun kinderen als gemeenten hebben duide-lijkheid gevraagd over de uiterste aanmelddatum voor de brede onder-steuning. Onderdeel van de afspraken is daarom de zekerheid dat allebetrokkenen die mogelijk recht hebben op de brede ondersteuning zich tot1 september 2027 bij gemeenten kunnen aanmelden. De uitersteaanmelddatum van 1 september 2027 is gekozen omdat deze oudersgenoeg tijd geeft om zich aan te melden en gemeente de tijd geeft om toete werken naar het afronden van de brede ondersteuning. De afsprakenzijn onderdeel van een gezamenlijk besluitvormingsproces met de VNG.Eerder kon ik hier niet op vooruit lopen.Ten aanzien van het rapport over het Landelijke steunpunt voor toeslagge-dupeerden merken de leden van de CDA-fractie op dat van groot belang isdit steunpunt op afstand van het ministerie te zetten, omdat dit in de ogenvan de ouders de dader is. Deze leden vragen, evenals de leden van deVVD-fractie, hoe de Staatssecretaris de positionering van een dergelijksteunpunt voor zich ziet.De organisaties ARQ en SOS International nemen de inrichting enoperationalisering van het steunpunt voor hun rekening. Hiermee wordtde uitvoering van het Landelijk Steunpunt bewust verzorgd doororganisaties met de benodigde expertise. De inrichting, vormgeving enuitvoering van het steunpunt vinden plaats in nauwe samenwerking metervaringsdeskundigen uit de doelgroep en met andere experts.Ten aanzien van jongeren lezen de leden van de CDA-fractie dat eenmeldpunt geopend was met betrekking tot DUO-schulden. De uitkomstenzijn inmiddels bekend en deze leden zouden graag een reactie willen vande Staatssecretaris op de volgende constateringen:1.Gedupeerde jongeren hebben twee keer zo veel hoge DUO-schuldenals gemiddeld;2.Gedupeerde jongeren hebben twee keer vaker hun studie afgebrokendan gemiddeld (40 procent van de gedupeerde jongeren heeft hunstudie afgebroken, landelijk minder dan 20 procent);3.De impact van het toeslagenschandaal duurt tot op de dag vanvandaag voort op het leven van gedupeerde jongeren. Zij hebben lastvan chronische stress, psychische problemen, groot wantrouwenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6614 jegens overheid en anderen, verbroken familiebanden en onstabielewoonsituaties; en4.Meer dan de helft van de gedupeerde jongeren heeft DUO (mede)gebruikt om thuis te helpen overleven. Bijna 80 procent geeft aanDUO te hebben gebruikt om zelf te overleven, omdat ouders dat doorhet toeslagenschandaal niet konden.Ik heb kennisgenomen van het eindverslag van de kinderombudsmannenwaarin jongeren hun ervaringen delen over opgroeien in stress enarmoede en welke impact dit heeft op hun toekomstperspectief. Samenmet de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heb ik dekinderombudsmannen hier ook over gesproken. In de beantwoording opde schriftelijke vragen die op 12 februari jl. zijn gesteld door het de ledenWesterveld (GroenLinks-PvdA), Dijk (SP) en Inge van Dijk (CDA) zullen weeen verdere reactie geven.De leden van de CDA-fractie vragen de staatsecretaris om de toezeggingdat compensatie van DUO-schulden die nu via de ouders plaatsvindt,rechtstreeks bij DUO wordt afgelost.Financiële compensatie en aanvullende schadevergoeding in de herstel-operatie gaat naar de erkend gedupeerde ouder en diens gezin, o.a. via deaanvullende schadeherstelroute door middel van een vaststellingsover-eenkomst met de ouder. Het gaat dan bijvoorbeeld om financiëlecompensatie voor gemist inkomen. Wanneer het inkomensverlies ofandere schade van de ouder destijds deels werd opgevangen door definanciële bijdrage van bijvoorbeeld een kind aan het huishouden, dan kaneen ouder ervoor kiezen om een deel van de financiële compensatie in tezetten voor het desbetreffende kind, bijvoorbeeld door een bijdrage televeren aan het aflossen van een studieschuld. Het is dus aan de ouderom te bepalen of en op welke wijze het ontvangen bedrag geheel ofgedeeltelijk ten goede komt aan mensen die hen ten tijde van detoeslagenaffaire financieel hebben bijgestaan. Ik kan om die reden geentoezegging doen om financiële compensatie die via de ouder plaatsvindtrechtstreeks te gebruiken voor het (deels) aflossen van een studieschuld.Ik zie wel meerwaarde in ouders extra te wijzen op de mogelijkheden voorhet besteden van de vergoeding – zoals een bijdrage aan het aflossen vaneen studieschuld van een kind – in het kader van nazorg. Hier wil ik graagextra op inzetten.Mocht de studielening tot problemen leiden voor jongeren, dan kunnen zijbovendien contact opnemen met DUO. DUO kent verschillende voorzie-ningen waar jongeren in veel gevallen een beroep op kunnen doen als zijproblemen ervaren bij het terugbetalen van de lening, of tegen onvoor-ziene omstandigheden aanlopen tijdens hun studie. Ook toeslagenjon-geren die zich in een dergelijke situatie bevinden kunnen hier gebruik vanmaken.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief inzakecompensatie van aanvullende schade in de hersteloperatie toeslagen.Deze leden lezen dat het online portaal de startplek wordt voor verderebehandeling van aanvullende schade. Ouders worden hierover schriftelijkbenaderd. Deze leden vragen wat er gebeurt als ouders niet reageren opde brief en of de brief de enige route is via welke ouders wordenbenaderd.De ouders die op dit moment in de CWS-wachtrij staan krijgen binnenkorteen brief thuisgestuurd waarmee zij worden gevraagd een keuze te makenvoor één van de twee forfaitaire schaderoutes.Naast een brief communiceren we ook naar ouders via allerlei anderekanalen: door middel van posts op sociale media, die ook wordenverspreid in informele netwerken van ouders, via nieuwsbrieven en sitesvan UHT, SGH en het ministerie, door communicatie stakeholders die ookveel contacten hebben met gedupeerde ouders, waaronder gemeenten enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6615 via berichtgeving in de pers. Daarnaast informeren we ook advocaten diegedupeerde ouders bijstaan bij het aanvragen van aanvullende schade. Zokrijgen de advocaten van de ouders die in de wachtrij staan bij CWS ookde brief aan de ouders toegestuurd. Als zowel de ouder als de advocaatniet reageert op de betreffende brief, worden nog nader te bepalenvervolgacties ingezet.De ouders die bij SGH in het proces zitten, worden door SGH begeleid omnaar het Aanmeldportaal te gaan.Deze leden vragen de Staatssecretaris verder om aan te geven hoe deopschaling van SGH zo wordt vormgegeven dat 100 VSO’s per weekinderdaad kunnen worden gerealiseerd. Ook vragen deze leden of deStaatssecretaris kan aangeven wat de kostenontwikkeling per VSO bijSGH is vanaf de startfase SGH tot nu.SGH richt een organisatie in die structureel de ondersteuning van 100gedupeerde ouders (Vertellers) per week kan faciliteren. Hierover waren aleerder afspraken gemaakt maar om diverse redenen is de beoogde outputtot op heden niet gehaald. Om de afgesproken opschaling in 2026mogelijk te maken is volgens inschatting van SGH een bezetting van circa120 FTE actieve schadeanalisten noodzakelijk. SGH schaalt op naar eenformatie van 185 FTE aan schadeanalisten voor 2026, omdat zij een buffernodig hebben om het aantal actieve schadeanalisten constant te houden,vanwege de inwerkperiode voor instroom aan nieuwe analisten en frictieals gevolg van uitstroom van analisten. Daarnaast schaalt SGH op incoördinatoren en ondersteunende functies.Op basis van de huidige inzichten is het nog te vroeg om te overzien hoede hersteloperatie er in 2027 uit ziet en welke bijbehorende capaciteit vanSGH hiervoor nodig is. Het ministerie heeft afgesproken met SGH om nade definitieve sluitingstermijn voor de aanmelding voor aanvullendeschade op 1 april 2026, samen met SGH te kijken naar de benodigdecapaciteit voor 2027.In 2024 zijn bij SGH 444 VSO’s afgesloten. De gemiddelde uitvoerings-kosten per VSO bedroegen in 2024 ruim € 40.200. In 2025 zijn 1.305 VSO’safgesloten, de gemiddelde uitvoeringskosten per VSO bedroegen in 2025ruim € 27.100.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Staatssecretaris ouders adviseertom voor MijnHerstel een advocaat in te schakelen. Deze leden vragen ofhiervoor naar verwachting voldoende betaalbare advocaten beschikbaarzijn en zo niet, of herstel dan wederom vertraging oploopt met name ookomdat door advocaten wordt aangegeven dat momenteel geen adequatevoorziening is voor rechtsbijstand bij MijnHerstel in het kader van degefinancierde rechtsbijstand.Een aanzienlijk aantal gedupeerde ouders heeft een rechtsbijstandverlenerof heeft daar bijstand van gekregen. Ik ben regelmatig in gesprek metzowel de Nederlandse Orde van Advocaten als met de Werkgroeptoeslagenadvocaten en zal ook langs die weg eventuele signalen overknelpunten monitoren. Op dit moment zijn er geen signalen dat er teweinig advocaten beschikbaar zullen zijn om gedupeerde ouders bij testaan voor MijnHerstel.Verder lezen de leden dat ouders voor bepaalde gebeurtenissen kanworden gevraagd om ondersteunende stukken aan te leveren. Deze ledenvragen voor wat voor gebeurtenissen zulke aanvullende stukken nodigzijn en hoe voorkomen wordt dat dit weer neigt naar bewijzen, wat wejuist met elkaar niet meer wilden.Binnen MijnHerstel kunnen ouders zelfstandig of met ondersteuning vaneen gemachtigde hun verhaal toelichten en relevante stukken indienen. Zijworden daarbij ondersteund door een gebruiksvriendelijke digitaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6616 omgeving, waarin zoveel mogelijk informatie vooraf is ontsloten om deindiening te vergemakkelijken en de administratieve last voor ouders tebeperken. Daar waar binnen MijnHerstel gevraagd wordt om ondersteu-nende stukken, gaat het erom met documenten aannemelijk te maken datde gebeurtenis waarvoor een vergoeding wordt gevraagd heeft plaatsge-vonden. En dat dit plaatsvond nadat de problemen met de kinderopvang-toeslag zijn begonnen. Voor bepaalde gebeurtenissen worden ondersteu-nende stukken gevraagd vanwege de aard van de gebeurtenis of de wijzewaarop de schade wordt vastgesteld. Dit betreft onder meer gebeurte-nissen zoals een verhuizing, het verlies van een koopwoning of eenstructureel hogere huur, evenals schadeposten waarvoor berekeningennodig zijn op basis van aantallen, duur of hoogte, zoals schade op hetleefgebied Werk en de varianten binnen het leefgebied Gezin. Ook gaathet om gebeurtenissen waarbij doorgaans sprake is geweest vanrechterlijke tussenkomst, zoals faillissement, WSNP/MSNP enbeschermingsbewind.Bij de forfaitere routes wordt oorzaak en gevolg voornamelijk veronder-steld, in de individuele berekening vragen we aan ouders om de causa-liteit aannemelijk te maken. Van ouders wordt nadrukkelijk niet gevraagdom met documenten het causaal verband met de kinderopvangtoeslag-problematiek of de omvang van de schade aan te tonen. Het causaalverband en de schade worden verondersteld op basis van de tijdlijn en detoelichting van de ouder. Ouders zijn vrij in de keuze van de documentendie zij aanleveren. Er geldt daarbij een vrije onderbouwing: alle stukkendie relevante informatie bevatten en bijdragen aan de aannemelijkheidvan de gebeurtenis kunnen worden gebruikt. Om ouders hierin verder teondersteunen, wordt voortdurend gewerkt aan het ontsluiten vanaanvullende documenten. Veel gebeurtenissen worden onderbouwd metgegevens uit toegankelijke overheidssystemen zoals MijnOverheid,MijnDUO en MijnUWV.De leden van de CDA-fractie lezen dat op het portaal wordt ingelogd metDigiD. Deze leden vragen of de Staatssecretaris zich bewust is dat dit voorouders spannend kan zijn, omdat dit weer het gevoel kan oproepen van«overgenomen worden» door de overheid.DigiD is een persoonlijke, digitale inlogmethode waarmee alle burgersveilig online zaken kunnen regelen bij overheidsorganisaties. Via DigiDkunnen burgers zich identificeren en worden persoongesgevensbeschermd; zo ook voor het aanvragen van aanvullende schade.Gedupeerden die om wat voor reden dan ook geen gebruik willen makenvan DigiD kunnen zich via het postformulier aanmelden voor aanvullendecompensatie.De leden lezen dat MijnHerstel zal worden doorontwikkeld. Deze ledenmerken op dat het goed is dat het systeem waar nodig wordt aangepast,maar vragen hoe wordt voorkomen dat lopende dit proces onevenrediggrote verschillen kunnen ontstaan in behandeling en bejegening vanouders ten aanzien van ouders die het traject al hebben doorlopen.Rondom de livegang van MijnHerstel is continu zorgvuldig de weginggemaakt tussen snelheid en compleetheid. Hierbij is gekeken op welkemanier het mogelijk was en is gedupeerden zo snel mogelijk helderheiden toegang te bieden, en tegelijkertijd een gelijkwaardige behandeling enbejegening te borgen. De medewerkers die bij MijnHerstel aan de slaggingen zijn mede geselecteerd op de mate waarin zij passen binnen decultuur van een hersteloperatie.De verdere doorontwikkeling van MijnHerstel is gericht op het vergrotenvan de gebruiksvriendelijkheid. Een verdere doorontwikkeling wijzigtderhalve niet de behandeling van een schadestaat en bejegening van degedupeerde. Uit tevredenheidsonderzoek over de afgelopen periode blijktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6617 overigens dat ouders tot op heden MijnHerstel waarderen met gemiddeldeen 7,5.De leden van de CDA-fractie vragen verder waarom de handleiding metbetrekking tot het schadekader nog niet gereed is, terwijl er al wel meewordt gewerkt. Deze leden vragen de Staatssecretaris of dat verstandig is.De handleiding is op 23 december 2025 gepubliceerd. De inschatting isdat de relatief korte periode tussen livegang en publicatie handleidinggoed was te overbruggen. Daarnaast is en wordt voorzien in training enopleiding en werkinstructies voor de organisatie, waardoor kennis enkunde met het uniforme forfaitaire schadekader voldoende is geborgdDeze leden merken ook op dat er nog steeds, of weer, discussie is metSGH over het schadekader. SHG is van mening dat de strakke inrichtingnu vertraging en meer bezwaren tot gevolg heeft. Deze leden vragen hoede Staatssecretaris hiernaar kijkt en of de Staatssecretaris deze begrijpe-lijke zorg met cijfers kan ontkrachten.Het uniforme schadekader is in samenwerking met SGH tot standgekomen. In het huidige uniforme schadekader heeft enkel een aantalkleine aanpassing plaatsgehad op het reeds bestaande schadekader dat altijden wordt toegepast door SGH, het uitvoeringsbeleid is opgenomen inhet kader. Ik herken de discussie over kaders daarom niet. De aanpas-singen zijn voor een aantal punten een verruiming of nadere uitwerkingvan schadeposten op basis van anderhalf jaar praktijkervaring met hetkader en uiteenlopende casuïstiek en zijn gezamenlijk met SGH doorge-voerd. Het is voor beide routes hierdoor een toepasbaar en werkbaarschadekader. En van een strakke inrichting of een strakkere inrichting danvoorheen is daarmee geen sprake.Er wordt bovendien een kwaliteitsstelsel opgezet voor de MijnHerstel-route dat vergelijkbaar is met het kwaliteitsstelsel voor de SGH-route.Daarbij vindt een integraal overleg plaats over de schaderoutes heen omde gelijkwaardige toepassing van het schadekader in de verschillenderoutes te waarborgen.De leden van de CDA-fractie vragen of het klopt dat voor de bestuursrech-telijke route een ander schadekader geldt. Deze leden vragen of ereigenlijk wel sprake is van één uniform schadekader. Ook vragen dezeleden op basis van welk kader in de precieze berekening wordt gewerkt.Er is één geüniformeerd forfaitair schadekader dat wordt toegepast inzowel de SGH-route als bij MijnHerstel. In de individuele berekening geldteen kader dat dezelfde basis heeft als het uniforme forfaitaire schadekadermaar dat op onderdelen is aangepast om recht te kunnen doen aan deindividuele situatie. Net als in de Regieroute VSO zal in de individueleberekening worden uitgegaan van de (werkelijk) geleden schade, op basisvan het hetzelfde kader en gebaseerd op het civiele schadevergoedings-recht. Daarin zitten op onderdelen overigens ook nog een aantal forfaitairevergoedingen, dit ziet bijvoorbeeld op immateriële schadeposten.Deze leden merken op dat met betrekking tot de individuele berekeningnog veel niet bekend is en vragen of de Staatssecretaris over wat welbekend is een zo volledig mogelijk beeld kan geven van hoe de route eruitkomt te zien, de tijdsplanning dat deze route ook kan worden opengezeten of deze route geschikt is voor ondernemers of mensen die arbeidson-geschikt zijn geraakt als gevolg van de Toeslagenaffaire.De individuele berekening is in ontwikkeling, en de verwachting is dathierover in de loop van februari meer duidelijkheid verschaft kan worden.Bij de ontwikkeling van de individuele berekening wordt voortgebouwdop de werkwijze van de VSO regieroute. De route zal geschikt zijn voorgedupeerden voor wie het forfaitaire kader niet past bij hun persoonlijkesituatie. Het gaat hier bijvoorbeeld om ondernemers of mensen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6618 arbeidsongeschikt zijn geraakt als gevolg van de Toeslagenaffaire. Dedoor de ouder opgestelde schadestaat uit een van de forfaitaire routesdient samen met aanvullende onderbouwing voor causaliteit en specifiekeschade als vertrekpunt voor de individuele berekening.Het is echter van belang om op te merken dat de verwachting is dat hetruimhartige forfaitaire kader voor het overgrote deel van de gedupeerdeouders voldoende is om hun aanvullende schade te kunnen compenseren.De individuele berekening leidt niet in alle gevallen tot een hogerefinanciële compensatie; daar worden ouders op het informatieportaal ookop gewezen en het is van belang dat gedupeerden waar mogelijk incontact te treden met een advocaat voordat zij de stap naar de individueleberekening zetten.De leden van de CDA-fractie constateren dat in de technische briefing istoegelicht hoe ouders eventueel kunnen overstappen van de ene routenaar de andere route. Deze leden, evenals de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie, vragen of de Staatssecretaris de spelregels over overstappenduidelijk wil publiceren op de website.Alle informatie omtrent overstappen is uiteengezet op het Informatie- enAanmeldportaal en op de website van SGH.De leden van de CDA-fractie vragen op welke wijze met lopende bezwarenIB in het kader van MijnHerstel wordt omgegaan.Het uitgangspunt van het kabinet is om ouders die een bezwaar hebbenlopen tegen hun IB en tevens een aanvraag indienen voor compensatievan aanvullende schade, zoveel mogelijk integraal te helpen. Momenteelwordt door het kabinet gewerkt aan een werkwijze die hierin moetvoorzien.De leden van de CDA-fractie merken op dat het in de praktijk regelmatigvoorkomt dat een ouder via SGH een VSO sluit over aanvullendewerkelijke schade, waarbij tevens het IB-bezwaar moet wordeningetrokken. Dit terwijl de ouder zich niet realiseert wat dit betekent en debetrokken advocaat niet conform de verplichtingen in de Awb op dehoogte wordt gesteld van de voorgenomen intrekking van dit bezwaar.Deze leden vragen of de Staatssecretaris deze situatie herkent en deelt datdie onwenselijk is. Deze leden vragen of de Staatssecretaris bereid ishiervoor naar oplossingen te zoeken, zonder dat hierover ingewikkeldejuridische procedures over moeten worden gevoerd.Ik herken de in de vraagstelling geformuleerde situatie niet. Als een ouderen de Staat een VSO sluiten over aanvullende schade, tekenen de ouderen de Staat voor finale kwijting. Dat wil zeggen dat het financieel herstelwordt afgerond en eventuele lopende claims of bezwaren over en weerworden ingetrokken. Dit is duidelijk in de VSO opgenomen, en ouders engemachtigden worden hierover geïnformeerd.Ook vragen deze leden of de Staatssecretaris bereid is om aan ouders alleop het bezwaar betrekking hebbende stukken te geven als zij gevraagdworden om een lopende bezwaarprocedure in te trekken.Ouders krijgen standaard het ouderdossier vóór de start van de behan-deling van hun bezwaar. Daar zitten alle stukken in die betrekking hebbenop hun zaak. Het kan voorkomen dat een ouder/gemachtigde eerder in hetproces aangeeft open te staan voor een VSO, dan is er mogelijk nog geenouderdossier samengesteld. Op verzoek kan dan alsnog een ouderdossierworden samengesteld.Voorts vragen deze leden of de bestuursrechtelijke schaderoute voorouders open blijft staan, met de daarbij behorende bezwaar- en beroeps-mogelijkheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6619 Een ouder heeft altijd het wettelijke recht om van de overheid een besluit(beschikking) te ontvangen over aanvullende schade, conform de Wethersteloperatie toeslagen en de Awb. Op dit moment is het aanmeld-portaal de start van de bestuursrechtelijke route. De inzet is om er samenuit te komen met een vaststellingsovereenkomst (eerst via de forfaitaireroute en als dat niet lukt via de individuele berekening). We onderzoekenmomenteel opties om de bestuursrechtelijke afronding voor ouders diehun financieel herstel niet via een VSO willen afronden op efficiënte wijzein te richten. Hierbij wordt rechtstreeks beroep bij de rechter ondersteund.Verder vragen de leden van de CDA-fractie of er ruimte is voor contacttussen gemachtigden en overheid alsmede voldoende flexibiliteit ofonderhandelingsruimte om tot een vorm van maatwerk te komen inMijnHerstel.Zowel MijnHerstel als SGH werken volgens hetzelfde ruimhartigeforfaitaire schadekader; een kader dat zich kenmerkt door vaste bedragenper gebeurtenis en de aannemelijkheid dat die gebeurtenis heeftplaatsgevonden. Binnen dit kader is er mogelijkheid tot maatwerk in devorm van de «Uitzonderlijk Impactvolle Gebeurtenissen»: gebeurtenissendie in de overige posten in het schadekader niet terugkomen, maarwaarvan het niet rechtvaardig zou zijn als deze niet zouden worden erkendrichting de ouder. Daarnaast is voor situaties waarin bepaalde documen-tatie ontbreekt in een casuïstiektafel voorzien hier is altijd ruimte voor deuitzondering. Maatwerk is onze standaard.De leden van de CDA-fractie vragen of het dasboard in de voortgangsrap-portage kan worden uitgebreid met alle routes die financieel herstel rakenzodat er een totaaloverzicht ontstaat en de Kamer ook weet hoeveelouders inderdaad financieel volledig zijn gecompenseerd.In het dasboard in de 21e VGR was de voortgang opgenomen van deschaderoutes die in de rapportageperiode mei-augustus 2025 beschikbaarwaren. Met de openstelling van MijnHerstel op 2 december 2025 zal hetdashboard in de volgende VGR ook informatie over deze schaderoutebevatten. Tevens zal informatie worden opgenomen over het totaal aantalingediende en afgeronde aanvragen voor compensatie van aanvullendeschade.De leden van de CDA-fractie vragen hoeveel ouders zich hebben gemeldna sluiting van de aanmeldtermijn en hoeveel ouders vervolgens nog zijntoegelaten, dan wel afgewezen.Er hebben zich 3.277 ouders gemeld bij UHT na sluiting van de aanmeld-termijn, waarvan 1.156 zijn toegelaten en 2.051 zijn afgewezen (peildatum02-01-2026).Veel ouders die in eerste instantie niet gedupeerd worden geacht bij deeerste toets, kunnen bij de integrale beoordeling alsnog wel gedupeerdblijken (13.900). Deze leden vragen of de Staatssecretaris nog eens goedkan uitleggen hoe dit precies komt.De eerste toets is bewust ingericht als een snelle en laagdrempeligebeoordeling, met als doel om ouders – waar dit mogelijk is – snelduidelijkheid te geven over de vraag of zij mogelijk in aanmerking komenvoor herstel. Blijkt uit de eerste toets dat de ouder gedupeerd is, danwordt de ouder direct financiële compensatie geboden middels deCatshuisregeling (30.000 euro).De integrale beoordeling heeft een ander doel. Deze beoordeling isbedoeld om zorgvuldig en volledig vast te stellen of en in welke mate eenouder is gedupeerd en welke precieze compensatie daarbij hoort. Ook iser meer tijd en ruimte voor de ouder om het eigen verhaal te doen enaanvullende informatie aan te leveren. De persoonlijk zaakbehandelaarstelt in de integrale beoordeling een overzicht op van alle beschikbareTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6620 informatie, dat door de ouder kan worden gecontroleerd en aangevuld.Hierna wordt beoordeeld of en op welke herstelregelingen recht bestaat.Door deze grotere diepgang en bredere informatiebasis kan in deintegrale beoordeling alsnog blijken dat sprake is van gedupeerdheid.Verder lezen deze leden dat het aantal bezwaren enorm hoog is en degetroffen maatregelen om bezwaren te voorkomen een verlaging totgevolg gehad hebben, maar niet significant (van 24 procent naar 17procent). Deze leden vragen waarom het niet lukt dit aantal terug tebrengen naar redelijke proporties.Er zijn verschillende maatregelen genomen om bezwaren te voorkomen,waaronder betere communicatie naar ouders over de beoordeling. Datheeft ertoe geleid dat circa een derde minder ouders in bezwaar gaat nade integrale beoordeling. Desondanks kan een deel van de beoordeeldeouders zich niet verenigen met de uitkomst van de integrale beoordeling.Zo maken gedupeerden vaak bezwaar tegen de hoogte van de compen-satie, of tegen het aantal toeslagjaren waarvoor is gecompenseerd.Niet-gedupeerde ouders maken bezwaar omdat zij menen wel gedupeerdte zijn en behoefte hebben aan hun dossier.Ook vragen deze leden naar de visie van de BAC hierop en of de BACoplossingen ziet.De BAC is hierover om een reactie gevraagd. Zij geeft aan rondom hetterugdringen van bezwaar het als een remmende factor te zien dat oudersniet standaard hun hele dossier ontvangen bij het besluit op hun IB.Daarnaast merkt de BAC op dat het aandeel bezwaren met de uitkomst(deels) gegrond al jaren rond de 40% schommelt en dat dit een motivatiekan zijn om in bezwaar te gaan. Ook merkt de BAC op dat het feit datgewerkt wordt met vaststellingsovereenkomsten op bezwaarzaken voorouders en gemachtigden een aanleiding kan vormen om in bezwaar tegaan. Tot slot merkt de BAC op dat het denkbaar is dat het overschrijdenvan de beslistermijnen op bezwaar en de bijbehorende systematiek metdwangsommen een motivatie kan zijn voor ouders en gemachtigden omeen bezwaar in te dienen.De leden van de CDA-fractie lezen dat in ongeveer tien procent van degevallen de UHT afwijkt van het BAC-advies. Het is van groot belang dathet BAC een onafhankelijk karakter houdt, maar door het recht van deUHT om dit te overrulen staat dit op spanning. Deze leden vragen of deKamer meer inzicht kan krijgen in de redenen voor gemotiveerdeafwijking van BAC-adviezen.Het komt voor dat er nieuwe feiten na totstandkoming van het BAC adviesbeschikbaar zijn. Omdat de BAC slechts eenmalig advies geeft, moet UHTafwijken van het advies indien de nieuwe feiten leiden tot een andereconclusie. Daarnaast zijn de betrokken ambtenaren op grond van hunambtseed, wet- en regelgeving en werkinstructie onafhankelijk in hunoordeel.Circa 36% van de ouders gaat na een beslissing op bezwaar in beroeptegen het IB besluit en 54% gaat in beroep na een beslissing op bezwaartegen een besluit over aanvullende schade.De leden van de CDA-fractie ontvangen over het proces van mediationwisselende geluiden. In sommige gevallen start deze namelijk met demededeling dat er wel gesproken wordt, maar niks meer wordtaangepast. Deze leden vragen of de Staatssecretaris dit herkent en watdan het nut is van een mediationtraject voor ouders.Ik herken dit niet. Mediation in bezwaar is bedoeld om samen metgedupeerden te zoeken naar een passende oplossing voor het bezwaar ener samen uit te komen. Hierbij kan een uitkomst zijn dat het besluit inprimo wordt heroverwogen en wordt bezien of maatwerk nodig is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6621 In sommige gevallen kan, ondanks het goede gesprek en welwillendheidvan beide kanten, geen andere conclusie worden getrokken overgedupeerdheid of over uit te keren bedragen dan er al is gedaan. In diegevallen benut UHT het mediationtraject alsnog om persoonlijk in gesprekte gaan met de ouder en advocaat en uitleg te geven over hoe debeoordeling tot stand is gekomen. Ook geeft het mediationtrajectgedupeerden de gelegenheid nogmaals uitgebreid hun verhaal tevertellen, wat kan bijdragen aan het herstel.Ten aanzien van hybride insourcing vragen de leden van de CDA-fractietot wanneer de pilot nu doorloopt en wanneer evaluatie plaatsvindt.De pilot is eind september 2025 afgesloten en in oktober 2025 geëva-lueerd. Uit de evaluatie blijkt dat er geen sprake was van een snellereafdoening van de bezwaardossiers.De leden van de CDA-fractie lezen dat ouders de dienstverlening van UHTmet een 6 of 7 waarderen. Deze leden vragen hoe de Staatssecretarisreflecteert op deze score, in relatie tot het feit dat we te maken hebbenmet een hersteloperatie voor ouders deel veel leed hebben doorgemaakt.Elk kwartaal laat UHT de beleving van ouders over de verschillendeprocessen binnen het financieel herstel meten. De meeste ouders die inQ2 2025 hebben meegedaan aan dit belevingsonderzoek geven eenalgemene tevredenheidsscore van een 6 of 7 over de verschillendeprocessen, bijvoorbeeld over de integrale beoordeling en de diensten vanhet serviceteam. Het contact met medewerkers van UHT wordt over hetalgemeen hoger beoordeeld met een 7 of 8. Dit is vrij consistent geblevende afgelopen jaren. We zien in Q3 2025 dat er een significante stijging is inde waardering van proces en contact bij Integrale Beoordeling,Serviceteam en Nazorgteam. Gesignaleerde verbeterkansen die voort-komen uit extern onderzoek en uit het verzamelen van interne- en externesignalen hebben geleid tot aanpassingen ter verbetering van de dienstver-lening. Bij de uitvoering van de verschillende regelingen zijn processen eninstructies aangepast om de stem van de ouders terug te laten komen inde dienstverlening van UHT. Oplossingsgericht en dienstbaar werken issteeds meer de cultuur van de hersteloperatie.De leden van de CDA-fractie merken ook op dat het tempo van de CWSonverminderd laag is en de wachttijden onverminderd lang. Deze ledenvragen de Staatssecretaris hoe kan worden voorkomen dat de nog teontwikkelen regietafels zo meteen eenzelfde tempo laten zien.Ik ga er vanuit dat de leden hier doelen op de inrichting van de individueleberekening. De inrichting van de individuele berekening is nog in vollegang. Schaalbaarheid is bij de inrichting een belangrijk criterium. Er wordteen werkwijze gebruikt die lijkt op de regieroute VSO. Daar hebben weinmiddels veel succesvolle ervaring opgedaan met het doen vanvergelijkbare berekeningen van aanvullende schade.Ten aanzien van de bestuursrechtelijke beschikking als alternatief voor deVSO lezen deze leden dat de consequentie van vernietiging van de VSO isdat de ouder het ontvangen bedrag terug moet betalen. Deze ledenvragen waar in het proces dit wordt gecommuniceerd en vragen deStaatssecretaris om te bevestigen dat dit niet geldt voor de € 30.000Catshuisregeling.In de Kamerbrief van 25 november 20254 heeft het kabinet aangegevenopties te onderzoeken voor de bestuursrechtelijke afronding van eenaanvraag voor compensatie van aanvullende schade voor ouders die niettot een VSO komen. Hier is geen sprake van het vernietigen van een VSO,want er is in deze gevallen geen VSO. Een ouder die als uitkomst van een4Kamerstukken II, 2025/26, 36 708, nr. 60Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6622 schaderoute een VSO heeft gesloten heeft de schaderoute daarmeeafgerond. Mocht, in een uitzonderlijk geval, de ouder achteraf menen datde VSO nietig/vernietigbaar is, dan kan de ouder dat voorleggen aan derechter. Als de rechter besluit dat een VSO nietig/vernietigd is, dan is deuiterste consequentie dat de VSO ongedaan wordt gemaakt en de ouderhet ontvangen bedrag terug moet betalen. Betalingen die een oudervoorafgaand aan en los van de VSO heeft gekregen maken geen deel uitvan de schade-VSO en blijven gewoon in stand.Met betrekking tot de aanpak van schulden bereiken deze leden diversesignalen dat ouders door de duur van het traject van financieel herstelwederom in de financiële problemen en schulden terecht komen. Dit kanin de ogen van deze leden nooit de bedoeling zijn van een hersteloperatie.Deze leden vragen of de Staatssecretaris deze signalen herkent en hoe zijhiermee wil omgaan.Zoals eerder aangegeven (reactie op VVD) begrijp ik dat de onverwachteschulden ouders zwaar vallen. We zetten dan ook uiteenlopende commu-nicatiekanalen en -middelen in om ouders zo goed mogelijk te informeren.Aan het begin van de invorderingspauze is per brief gecommuniceerd datde invorderingspauze duurt zolang de UHT-behandeling loopt. Er is ookinformatie gedeeld via webinars en op de UHT-website. Tijdens de pauzezijn nieuwe belastingaanslagen en toeslagen- terugvorderingsbeschik-kingen verstuurd om ouders op de hoogte te houden van nieuweschulden.In april 2024 is binnen het UHT-proces ingevoerd dat persoonlijk zaakbe-handelaars en het Serviceteam ouders adviseren om te betalen, ookindien de behandeling door UHT nog niet is afgerond.Nadat de integrale beoordeling is afgerond, ontvangt de ouder een briefmet uitleg dat de pauzering stopt. De ouder krijgt een overzicht van alleopenstaande aanslagen en terugvorderingsbeschikkingen (dit is ookonline beschikbaar). De brieven zijn opgesteld met behulp van eenouderpanel. De toeslagschuld mag verspreid over 24 maanden afgelostworden. Lukt dat niet, dan kan een persoonlijke betalingsregeling wordenaangevraagd die past bij de betaalcapaciteit van de ouder. In alle gevallenneemt het serviceteam contact op met financieel kwetsbare gezinnen.Voorts vragen deze leden of het probleem van niet afgemeld zijn vanschulden bij het BKR voor de ouders inmiddels is opgelost.Sociale Banken Nederland (SBN) vraagt na het overnemen van schuldenaltijd aan schuldeisers om de negatieve BKR-registratie te verwijderen. Deschuldeiser meldt de betaalde schuld dan, volgens de gemaakteafspraken, af bij BKR. Een ouder kan ook een verzoek doen bij deschuldeiser. Bijvoorbeeld als de schuld niet door SBN maar door de ouderzelf is betaald. Op de website van UHT wordt hier informatie, inclusiefvoorbeeldbrief, over gedeeld.De leden van de CDA-fractie lezen in de voortgangsrapportage over«gezinnen die de regie kwijt zijn». Deze leden vragen, evenals de ledenvan de VVD-fractie, of inmiddels in beeld is om hoeveel gezinnen dit gaat.Ook vragen deze leden of de Kamer kan worden geïnformeerd over deaanpak die wordt gehanteerd voor deze gezinnen.Specifiek voor deze gezinnen starten we met de Aanpak IntensieveOndersteuning. Het hoofddoel van de Intensieve Ondersteuning is om denaar meest actuele inschatting, 750 tot 1500 gezinnen die het betreft teondersteunen en begeleiden naar een stabiele situatie, waarin herstel kanplaatsvinden en een basis wordt gelegd voor het ontwikkelen van eigenregie, al dan niet met hulp.Afgelopen zomer is gestart met de aanpak, eerst in pilot fase envervolgens in een doorontwikkeltraject. In totaal zijn tot nu toe ca. 60gezinnen geholpen op weg naar eigen regie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6623 De leden van de CDA-fractie vragen of de Staatssecretaris de Kamer ookkan informeren over de huidige status van hulp aan ouders in hetbuitenland, met name over hoe het aanvragen van hulp in eigen landwerkt en functioneert. Ook hier bereiken deze leden veel signalen dat hulpvoor deze ouders moeizaam verloopt in tegenstelling tot wat deze leden inde voortgangsrapportage lezen, namelijk dat de focus ligt op afronding.Deze leden vragen dan ook waarom dit wat de Staatssecretaris betreftredelijk en verantwoord uitwerkt.Gedupeerde ouders in het buitenland hebben recht op ondersteuning opde vijf leefgebieden en indien gewenst en realiseerbaar op hulp bijremigratie. Deze ondersteuning wordt geleverd door het Ondersteuning-steam voor ouders in het buitenland (OTB) aan ouders die voor31 december 2021 niet meer woonachtig waren in Nederland.Nadat UHT de gedupeerdheid heeft vastgesteld en de ouder toestemmingheeft gegeven om contactgegevens te delen met OTB, neemt OTB contactop met de ouder. Daarnaast participeert het OTB in het buitenland indiverse netwerken van lokale gemeenschappen en lokale overheden omde bekendheid over het aanbieden van ondersteuning in het buitenlandvoor gedupeerde ouders onder de aandacht te brengen. Hoewel het doelvan de hulp hetzelfde is, is vanaf de start van de regeling ook onderkenddat de omstandigheden, zoals bijvoorbeeld de geldende wetgeving in hetbuitenland, maken dat er grenzen zijn aan wat mogelijk is en dat nietoveral hetzelfde niveau kan worden bereikt als via ondersteuning doorgemeenten in Nederland.Klachten over de UHT worden niet gepresenteerd in de voortgangsrap-portage, constateren de leden van de CDA-fractie. Zij vragen of deStaatssecretaris bereid is om inzicht te geven in de aard van de klachtenen de afwikkeling daarvan. Zij vragen naar de percentages van gegrond/ongegrondheid en op welke wijze wordt gereflecteerd op gegrondeklachten.Klachten die betrekking hebben op de organisatie UHT worden verwerktin het jaarverslag van Dienst Toeslagen, waar UHT onderdeel van is.Klachten worden behandeld door het UHT Klachtenteam.In de periode tussen 1 mei 2025 en 2 januari 2026 heeft UHT in totaal 232klachten ontvangen. Deze klachten hebben betrekking op verschillendeprocessen, waaronder bijvoorbeeld de integrale beoordeling, hetserviceteam, bezwaar en de kindregeling. Ongeveer twee derde van deklachten is (deels) gegrond verklaard en circa een derde ongegrond.Indien een klacht geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, dankrijgt de klager daarvan een terugkoppeling en worden de daaruitvoortvloeiende signalen besproken met de verantwoordelijken om deprocessen of dienstverlening te verbeteren.Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie of de Staatssecretaris hunbeeld deelt dat het amendement Leijten dat toeziet op hulp bijnabestaanden een hele goede manier is om complexe dossiers verder tebrengen en daadwerkelijk kan bijdragen aan herstel. Deze leden vragenhoe de Staatssecretaris deze aanpak verder wil brengen in de herstelope-ratie.In de nabestaandenregeling wordt standaard gewerkt met een persoonlijkzaakbehandelaar die de nabestaande helpt met het doorlopen van zijn ofhaar herstel. Voor complexe nabestaanden dossiers is ook de integraleaanpak van het Instituut Publieke Waarden (IPW) beschikbaar, in lijn methet amendement Leijten. Een soortgelijke aanpak wordt ook toegepast inhet hersteltraject voor gezinnen die de regie kwijt zijn (zoals benoemddoor de Commissie Van Dam). Ook de afwikkeling van aanvullendeschade in MijnHerstel in samenloop met bezwaar wordt zo veel mogelijkingericht vanuit het principe van «1x dossier open en dicht».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6624 Reactie op vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie vragen welke beleidsvrijheid gemeentenmomenteel hebben om eigen handelingskaders te hanteren als het gaatom materiële verstrekkingen (waaronder spullen, diensten en activiteiten),bijvoorbeeld als het gaat om vastleggen van welke producten wel (enonder welke omstandigheden) en niet aangevraagd kunnen worden,normbedragen et cetera. De leden vragen ook wat de wettelijke onder-grens is waaraan gemeenten van het Rijk moeten voldoen als het gaat ommateriële verstrekkingen in het kader van de brede ondersteuning.Materiële voorzieningen toekennen is mogelijk in de zes maanden na heteerste gesprek met een gedupeerde ouder of kind van een gedupeerdeouder. Daarvoor stelt men verplicht een plan van aanpak op met doelenen eventuele toegekende voorzieningen. Materiële voorzieningen dienennoodzakelijk en doelmatig te zijn voor het weer oppakken van het levenvan een ouder of jongere. Wat noodzakelijk is, bepaalt de namens degemeente gemandateerde medewerker vanuit gesprekken met derechthebbende. Gemeenten hebben de vrijheid om zelf aanvullend op deWet hersteloperatie toeslagen beleidsregels of kaders op te stellen. Omhen daarbij te helpen, heeft de VNG modelbeleidsregels5 opgesteld enverspreid.De leden van de JA21-fractie vragen of de Staatssecretaris de Kamer kanvoorzien van bestaande handelingskaders van gemeenten die hier eenrelatief strikte, een gemiddelde en een relatief soepele invulling aangeven.Een dergelijk overzicht is niet beschikbaar. De VNG heeft wel modelbe-leidsregels (2025), handreikingen en andere vormen van ondersteuningvoor gemeenten ontwikkeld die de toeleiding naar hulp zoveel mogelijkgelijk trekken (harmoniseren). We zien dat veel gemeenten van dezeondersteuning gebruik maken. Ook heeft de bestuurlijk regisseur alsopdracht om te kijken op welke manier meer harmonisatie mogelijk is; hijgaat daar de komende periode in samenwerking met onder andere deVNG en gemeenten mee aan de slag. Daarbij blijft de daadwerkelijkeinvulling van een plan van aanpak en toekenning van eventuele voorzie-ningen uiteindelijk standaard maatwerk.De leden van de JA21-fractie vragen waarom pas nu, als onderdeel van deopdracht aan de heer Blokhuis, werk wordt gemaakt van het hervormenvan de gemeentelijke ondersteuning, terwijl al lange tijd bekend is datgemeenten worstelen met disproportionele materiële aanvragen en sterkebehoefte hebben aan duidelijke kaders.Er wordt sinds 2021 continu gewerkt aan het verbeteren van de bredeondersteuning. Begin 2025 zijn de termijnen van zes maanden voormateriële verstrekkingen en twee jaar voor immateriële voorzieningenvoor de brede ondersteuning ingegaan. Daar is een uitgebreideverkenning met gemeenten en het rijk aan vooraf gegaan in 2024. Ookheeft de VNG in mei 2025 model-beleidsregels gepubliceerd om bij tedragen aan harmonisatie van de brede ondersteuning. Ook komend jaarwordt bekeken waar de brede ondersteuning nog verder verbeterd engeharmoniseerd kan worden: de opdracht van de bestuurlijk regisseur isonder andere om gemeenten te ondersteunen bij de harmonisatie van debrede ondersteuning en om bij te dragen aan monitoring en het oplossenvan knelpunten.De leden van de JA21-fractie vragen of de cijfers kloppen zoals weerge-geven door De Volkskrant van 5 december jongstleden over de vertien-voudiging van de kosten met betrekking tot de brede ondersteuning in vijf5Nieuwe model beleidsregels brede ondersteuning toeslagen | VNGTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6625 jaar tijd. Zij vragen om een nadere specificatie op welke onderdelen dezekosten betrekking hebben. Voorts vragen zij naar de deze kosten voor ditjaar.Vijf jaar geleden bevond de brede ondersteuning zich nog in deopstartfase, met een beperkte doelgroep en minimale voorzieningen.Inmiddels is de doelgroep fors uitgebreid (ouders, kinderen, ex-partners,nabestaanden), zijn er meer ouders bijgekomen en is de ondersteuningwettelijk verankerd. Het aantal gedupeerde ouders en andere rechtheb-benden is hoger dan de oorspronkelijke inventarisaties en ook de langeredoorlooptijd van de hersteloperatie heeft invloed op de kosten diegemeenten maken in het kader van de brede ondersteuning. Bovendienkonden nazorgkosten pas na verloop van tijd door gemeenten wordengedeclareerd door een aanpassing in de verantwoordingsmethodiek, watde kostenontwikkeling ook heeft beïnvloed.De kosten die de gemeenten in 2024 hebben gemaakt (en die in 2025 doorhet ministerie zijn betaald) bedragen € 210 mln. Deze kosten zijn verdeeldin verschillende onderdelen, die hieronder zijn uitgesplitst:–Onderdeel A (registratie, eerste contact en inventarisatie), B (plan vanaanpak en brede ondersteuning) en D (nazorg) & F (driegesprekken),tezamen: € 47.774.903,–Onderdeel C (inkoop en uitvoering van trajectzorg op leefgebieden):€ 113.835.970,53–Onderdeel E (organisatiekosten): € 33.746.799,20–Onderdeel E (organisatiekosten kindregeling): € 3.630.430,73De leden van de JA21-fractie vragen wat de gemiddelde kosten vanmateriële verstrekkingen zijn vanuit de brede ondersteuning per persoon,en naar de hoogste kosten van materiële verstrekkingen zijn die aan éénbetrokkene zijn toegekend.Er wordt in de verantwoording van de brede ondersteuning doorgemeenten via de Spuk geen onderscheid gemaakt tussen materiële enimmateriële verstrekkingen. Bovendien kan een plan van aanpakbetrekking hebben op meerdere personen, omdat het gezin van een ouderonderdeel van het plan kan zijn. Gemiddelde kosten en hoog(s)te vanmateriële verstrekkingen vanuit de brede ondersteuning per persoon zijndaarom niet bekend. Er zijn tot en met 2024 in totaal 23.675 plannen vanaanpak opgesteld, sinds 2021 is in totaal bijna € 400 miljoen aangemeenten uitgekeerd voor het bieden van brede ondersteuning.Tenslotte vragen de leden naar het detailniveau waarop het Rijk, dat dekosten richting gemeenten vergoedt, inzicht heeft in materiële verstrek-kingen door gemeenten.Het Rijk heeft inzicht in de totale uitgaven van gemeenten voor trajectzorg,waarin zowel materiële als immateriële verstrekkingen zijn opgenomen.Gemeenten rapporteren deze uitgaven als een verzamelpost, zonderonderscheid te maken tussen materiële en immateriële verstrekkingen. Ditbetekent dat er geen specifiek inzicht is in de kosten voor materiëleverstrekkingen afzonderlijk.Reactie op vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben de volgende vragen aan de Staatsse-cretaris over de opening van MijnHerstel: welke opties zijn er voorondernemers om deel te nemen aan de MijnHerstel route? Zijn er signalendat hier zaken verkeerd lopen? Welke opties hebben ondernemers vooreventuele rechtsbijstand? Krijgen ondernemers dezelfde mogelijkhedengeboden als niet-ondernemers? Hoeveel ouders gaan naar verwachtingvan de Staatssecretaris nog de keuze maken tussen MijnHerstel en SGH?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6626 Ondernemers kunnen deelnemen aan de MijnHerstel route, en hierbij eenbeoordeling ontvangen. Als blijkt dat de forfaitaire bedragen vanMijnHerstel niet passen bij de situatie van de gedupeerde ondernemer,kan deze ervoor kiezen een vervolgstap te zetten richting de Individueleberekening. Dit proces is gelijk aan de werkwijze voor ondernemers die inde eerste plaats kiezen voor SGH.Er zijn hier geen signalen dat er zaken verkeerd lopen. De individueleberekening wordt momenteel uitgewerkt en de verwachting is dat als dezetoegankelijk is, ondernemers voor wie het forfaitaire kader niet passend isvoortvarend geholpen kunnen worden.Ondernemers hebben, net als niet-ondernemers, toegang tot rechtsbij-stand via de Raad voor Rechtsbijstand. Op het informatieportaal is hiertoelichting voor opgenomen: Juridische hulp bij schade | SchadeherstelToeslagenOp grond van het rapport van Dam is de inschatting dat in totaal 26.000ouders een verzoek om aanvullende schade zullen doen. Hiervan zijn ca.2.600 verzoeken afgerond. Momenteel hebben ca. 2.650 gedupeerdengekozen voor SGH (waarvan ca. 800 na livegang), en ca. 420 voorMijnHerstel. En eerder ca. 8.800 voor CWS. De aanmeldingen voor SGHen CWS vonden grotendeels voor livegang van het aanmeldportaal plaats.Voorts vragen de leden van de BBB-fractie of de opening van de routeMijnHerstel ook is bedoeld om het aantal bezwaren te doen afnemen.Het doel van MijnHerstel is om de afhandeling van compensatie vanaanvullende schade te versnellen en ouders eerder voorbij het onrecht tehelpen. Het uitgangspunt van het kabinet is verder om ouders die eenbezwaar hebben lopen tegen hun IB en tevens een aanvraag indienenvoor compensatie van aanvullende schade, zoveel mogelijk integraal tehelpen. Momenteel wordt door het kabinet gewerkt aan een werkwijze diehierin moet voorzien. Uw Kamer wordt hierover spoedig geïnformeerd.De meeste bezwaren treffen de beoordeling, constateren deze leden. Zijvragen in hoeveel gevallen het nog steeds gaat om bezwaren tegen destatus van niet gedupeerde en in hoeveel gevallen het gaat om bezwarentegen de hoogte van de financiële compensatie.Ongeveer twee derde van de bezwaren tegen de IB is ingediend doorouders die zijn beoordeeld als gedupeerde en een derde is ingediend doorpersonen die in de IB als niet gedupeerde zijn beoordeeld.De leden van de fractie van de BBB vragen hoeveel tijdwinst bij deafwikkeling van bezwaren de Staatssecretaris verwacht te kunnen boekendoor het hanteren van het nieuwe schadekader met twee routes, en bijwelk type bezwaren de meeste tijdwinst kan worden behaald.Het uniforme forfaitaire schadekader wordt toegepast bij aanvragen voorcompensatie van aanvullende schade die niet in de IB is vergoed. Hetschadekader wordt niet toegepast bij behandeling van het IB-bezwaar.Zoals hierboven is toegelicht werkt het kabinet wel aan manieren om deafhandeling van IB-bezwaren te betrekken bij de schade-VSO om tebespoedigen dat ouders het financieel herstel in één keer kunnenafronden.Tot slot hebben de leden van de BBB-fractie, evenals die van deCDA-fractie, nog een vraag over de Divosa-enquete onder gemeentenover de rol van gemeenten in de hersteloperatie. Deze enquête is door 76gemeenten ingevuld. Daaruit blijkt dat 74 procent van de deelnemendegemeenten aan de Divosa-enquête momenteel in staat is om allebenodigde vormen van brede ondersteuning te verlenen. Slechts 76gemeenten hebben deelgenomen aan het onderzoek, zo constateren dezeleden. Zij vragen hoe representatief dit is voor de landelijke uitvoering vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6627 de Brede Ondersteuning. Tevens vragen zij hoe ervoor wordt gezorgd datknelpunten in de overige gemeenten ook boven water komen.Divosa heeft zelfstandig een inventarisatie gedaan onder haar ledenwaarbij om medewerking is gevraagd, waarbij het geen doel was omrepresentatief te zijn, maar te inventariseren hoe de respondenten deuitvoering van de hersteloperatie ervaren en of zij knelpunten ervaren.Leden die 76 gemeenten vertegenwoordigen hebben meegewerkt aan deinventarisatie van Divosa. Eerder in de hersteloperatie is in opdracht vande VNG vijf keer onderzoek gedaan onder alle gemeenten naar deuitvoering van de brede ondersteuning. Over de uitkomsten is uw Kamervia voortgangsrapportages in 2023 en 2024 geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 708, nr. 6628

Versie ee8a69994adb4f2922db7110c9c76168f7f988fa281b46189280577063164944 · Officiële bron.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.