Verslag van een notaoverleg, gehouden op 8 september 2025, over Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
Brontekst
Versie 1ea4391a4d74a84e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 592Defensienota 2024 – Sterk, slim en samenNr. 51 VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEGVastgesteld 30 september 2025 De vaste commissie voor Defensie heeft op 8 september 2025 overleggevoerd met de heer Tuinman, Staatssecretaris van Defensie, over:−de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 29 augustus2024 inzake nota van reactie naar aanleiding van informatie-bijeenkomsten NPRD juni en juli 2024 (Kamerstuk 36 124,nr. 47);−de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 28 oktober2024 inzake verzamelbrief ontwikkelingen in vastgoed,leefomgeving en ruimtelijke ordening (Kamerstuk 36 592,nr. 4);−de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 12 novem-ber 2024 inzake NPRD (Nationaal Programma Ruimte voorDefensie) resultaten eerste trechtering (Kamerstuk 36 592,nr. 7);−de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 12 decem-ber 2024 inzake resultaten van de eerste trechtering van delocatiealternatieven uit het NPRD voor de behoeftes uitbrei-ding jachtvliegtuigcapaciteit en een korte onverharde lan-dingsbaan (herdruk) (Kamerstuk 36 592, nr. 10);−de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 31 maart2025 inzake verzamelbrief ontwikkelingen in vastgoed,leefomgeving en ruimtelijke ordening (Kamerstuk 36 592,nr. 13);−de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 23 mei 2025inzake ontwerp-beleidsvisie van het Nationaal ProgrammaRuimte voor Defensie (NPRD) (Kamerstuk 36 592, nr. 17);−de brief van de Staatssecretaris van Defensie d.d. 3 juli 2025inzake verzamelbrief ontwikkelingen in vastgoed en leefomge-ving (Kamerstuk 36 592, nr. 24). kst-36592-51ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 511 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,KahramanDe griffier van de commissie,De LangeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 512 Voorzitter: KahramanGriffier: De LangeAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Boswijk, Ceder, Diederikvan Dijk, Dobbe, Ellian, Heite, Kahraman, Nordkamp, Pool, Teunissen,Van der Werf en Wijen-Nass,en de heer Tuinman, Staatssecretaris van Defensie.Aanvang 18.00 uur.De voorzitter:Goedenavond. Ik heet de Staatssecretaris en zijn ondersteuning van hartewelkom bij de commissievergadering van de vaste commissie voorDefensie. Ik heet ook de Kamerleden van harte welkom, en natuurlijk ookde toeschouwers op de publieke tribune. Fijn dat u in groten getale bij ditdebat aanwezig bent.Vandaag staat op de agenda het Nationaal Programma Ruimte voorDefensie. We hebben tot 23.00 uur de tijd om deze vergadering af teronden. Ik zal proberen daar ook strak op te acteren. Ik sta in de eerstetermijn vier interrupties toe, vier vragen. Zoals u weet, geldt in de vastecommissie voor Defensie de regel dat interrupties boven de 40 secondentellen voor twee interrupties. Onder de 40 seconden tellen ze gewoon alséén. Hoe korter en bondiger u bent, hoe meer u gebruik kunt maken vanuw vier interrupties.We hebben natuurlijk ook spreektijd, en wel op basis van de grootte vande fractie. Ik geef elke keer als ik iemand het woord geef voor zijn inbrengook het aantal minuten spreektijd aan dat het betreffende lid heeft. Datzijn dan wel de minuten spreektijd van de eerste en de tweede termijnsamen, dus houdt u daar rekening mee. De griffier klokt dat en houdt hetnetjes bij.Dan geef ik als eerste het woord aan de heer Ceder van de ChristenUnie.U heeft vijf minuten spreektijd voor beide termijnen. De heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Vrede en veiligheid zijn niet vanzelfsprekend enkunnen niet zonder bescherming. We investeren de komende jaren fors indefensie om ons grondgebied en dat van onze bondgenoten te kunnenbeschermen. Dat vraagt financieel veel, maar ook fysiek. Ik wil allereerstde Staatssecretaris, de betrokken ambtenaren en militairen complimen-teren met het werk dat reeds gedaan is. Mijn dank ook aan hen die bereidzijn om als gemeenschap, als gemeente, verantwoordelijkheid te nemenen de komst van een kazerne, oefengebied of munitiedepot welwillend tebekijken.Het Staphorster bod is hier een mooi voorbeeld van, een bod waarpolitiek draagvlak, bestuurlijk draagvlak en maatschappelijk draagvlaksamen lijken te komen. Complimenten voor een uitgewerkt plan, volgensmij een voorbeeld voor velen. Wat de ChristenUnie betreft omarmt hetkabinet het plan dan ook en slaan Defensie en IenW de handen ineen omdit te realiseren. Daarom mijn vraag: gaat de Staatssecretaris hiervandaag de duidelijkheid geven dat de rechtstreekse aansluiting op deA28 en een nieuwe spoorwegovergang er komen? Het lijkt mijn fractiezeer wenselijk om de inwoners van Staphorst hierover niet langer inonduidelijkheid te laten verkeren. Hoe kunnen we de wens van Defensiezo inpassen dat het voor omwonenden tot zo min mogelijk nadelen ofzelfs tot voordeel leidt? Dat moet wat mijn fractie betreft bij de inpassingvan alle plannen de kern van de aanpak zijn. Straks dient de heer Van Dijkvan de SGP mede namens de ChristenUnie een richtinggevende motiedaarover in.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 513 Voorzitter. Voor de ChristenUnie is het beoordelen van de verschillendeplannen het volgende uitgangspunt van belang. Argumentatie encommunicatie: het moet voor omwonenden en betrokkenen duidelijk zijnwaarom het voor Defensie noodzakelijk is om bepaalde uitbreidingen tedoen op specifiek die ene locatie. Participatie: hoe worden mensen enlokale overheden betrokken bij de besluitvorming en de uitwerkingdaarvan? En compensatie: mensen of bedrijven die in hun eigendomworden aangetast en natuur die moet verdwijnen, moeten ruimhartiggecompenseerd worden.Voorzitter. Ik wil het vervolgens hebben over de kazerne bij Zeewolde,want mijn fractie heeft hier best veel vragen over, met name rond deargumentatie. Kan de Staatssecretaris nader toelichten waarom ergekozen is voor Zeewolde en niet voor Oosterwold? Zowel Almere alsZeewolde hebben een voorkeur voor Oosterwold in plaats van deSpiekweg. Waarom is de voorkeur van de lokale overheden niet doorslag-gevend? Is mijn constatering correct dat er bij de Spiekweg meerlandbouwgrond moet worden opgeofferd voor de komst van de kazerne?Het hele gebied van Oosterwold is namelijk sowieso bedoeld voorwoningbouw, dus de landbouwgrond verdwijnt daar hoe dan ook. Dat isbij de Spiekweg niet het geval. Bovendien verdwijnt daar straks zeervruchtbare landbouwgrond. Ook de infrastructurele ontsluiting is bijOosterwold veel beter; dat ligt namelijk letterlijk naast de A27. Kan deStaatssecretaris nader duiden hoe de keuze toch op de Spiekweg isgevallen?Voorzitter. Dan Lelystad Airport, want daar wordt de nieuwe statione-ringsplek voor de F-35’s ingericht. Mijn fractie kan die keuze volgen. Maarde voorwaarde van de gemeente Lelystad is dat er vervolgens ookburgerluchtvaart komt. Dat kan volgens mijn fractie niet aan de orde zijn.Wat vindt de Staatssecretaris van deze voorwaarde? Is het vanuit hetoogpunt van Defensie niet ook veel wenselijker om Lelystad Airport loutervoor defensiedoeleinden te gebruiken? Gaat dit kabinet hier nog eenbesluit over nemen? Met de aangenomen motie-Teunissen kan Lelystadnu toch niet én geopend worden voor burgerluchtvaart én statione-ringsplek worden voor de F-35’s?Voorzitter. Sinds 2008 is rond Lelystad Airport de eis dat er geenautonome groei zou plaatsvinden. Dat blijkt een gordiaanse knoop. Het isdus in het geheel niet in het belang van Defensie om dit te verknopen. Isde Staatssecretaris dat met ons eens en kan de veiligheid van deluchthaven voldoende gegarandeerd worden bij een combinatie van beidedoeleinden? Voorzitter, u hoort het: voor mijn fractie zou dat een zeeronwenselijke uitkomst zijn, die ook niet uit te leggen is aan de veleomwoners.Voorzitter, tot slot. Onze oproep is: betrek inwoners en lokale overhedenbeter. Benut ook het lokaal potentieel. We horen veel verhalen datinwoners of lokale overheden zich onvoldoende betrokken voelen bij hetproces. Als politicus weet ik maar al te goed dat je niet iedereen tevredenkunt stellen en dat er af en toe ook dingen fout gaan, maar ik wil deStaatssecretaris oproepen om echt met de lokale gemeenten en nietalleen met provincies om de tafel te gaan en samen te onderzoeken hoede wensen van Defensie ingepast kunnen worden.Dank u wel.De voorzitter:Dank aan de heer Ceder voor zijn inbreng. U heeft keurig vier minutengebruikt. U heeft nog een minuut over voor uw tweede termijn. Dan ga ikover naar de heer Nordkamp namens GroenLinks-Partij van de Arbeid. Uheeft tien minuten in totaal voor uw beide termijnen. De heer Nordkamp.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 514 Dank, voorzitter. We moeten met elkaar erkennen dat in Nederland eenstrijd gaande is om de ruimte. We zijn een klein, dichtbevolkt land met eengroot aantal ruimtelijke opgaven, die steeds vaker met elkaar lijken teconcurreren. Zo moeten we woningen bouwen voor starters en gezinnen,want er is grote woningnood. We moeten onze natuur beschermen enversterken, hebben ruimte nodig voor klimaatadaptatie en moeten ruimtemaken voor de opwekking van duurzame energie. Kortom, of het nu gaatom woningbouw, natuur, energietransitie of infrastructuur, de ruimtelijkeopgaven stapelen zich op, terwijl ons landoppervlak niet meegroeit.Daarom hadden wij deze ruimteclaim van Defensie ook liever niet gezien,niet omdat we de behoefte aan extra ruimte niet begrijpen, maar omdathet toevoegen van nog een nog grote claim de toch al complexe puzzelvan onze ruimtelijke ordening verder onder druk zet.Maar, voorzitter, het is niet anders en het is noodzakelijk. We zien dat deinternationale veiligheidssituatie fundamenteel is veranderd. De oorlog inOekraïne heeft ons pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en stabiliteit inEuropa geen vanzelfsprekendheden meer zijn. Daarnaast zien we detoenemende geopolitieke spanningen in een wereldorde die mindervoorspelbaar is dan we lange tijd gewend waren. In dat licht kunnen weniet stil blijven staan. Nederland heeft de plicht om klaar te staan vooronze veiligheid en die van onze bondgenoten. Die verantwoordelijkheidbetekent iets. Dat vraagt om serieuze investeringen in onze krijgsmacht.De extra ruimteclaim van Defensie is daar een logisch vervolg op. Daaromsteunen wij het doel van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie.Tegelijkertijd zijn wij ons er terdege van bewust dat deze ruimteclaimextra druk legt op het toch al ingewikkelde ruimtelijkeordeningsvraagstukwaar Nederland voor staat en dat er blijvend oog moet zijn voor mens ennatuur.Verschillende voorgestelde locaties voor oefenterreinen en opslag-plaatsen liggen in of vlak bij kwetsbare natuurgebieden, waaronder delenvan het Natuurnetwerk Nederland. Juist dat netwerk vormt de ecologischeruggengraat van ons land. We zien dat organisaties als Natuurmonu-menten de urgentie van versterking van onze krijgsmacht erkennen. Zijkiezen niet voor óf natuur óf veiligheid, maar willen actief meebouwenaan een toekomst waarin Nederland leefbaar, veilig en natuurrijk is. Dat isprecies de balans die we met elkaar moeten zoeken. GroenLinks-Partij vande Arbeid vindt dat de gevolgen voor het Natuurnetwerk Nederland meeraandacht verdienen bij de verdere uitwerking van het NPRD en datterreinbeherende organisaties zoals Natuurmonumenten hier structureelen actief bij betrokken moeten worden, zowel op nationaal niveau als inde uitwerking per locatie, dit vanuit de overtuiging dat er ruimte moet zijnvoor zowel veiligheid als natuur en dat dit ook mogelijk is als we dat metaandacht en brede betrokkenheid doen. Hierover zullen wij een motieindienen.We lezen dat het kabinet zijn voorkeur heeft uitgesproken voor eenstationering van jachtvliegtuigen op Lelystad Airport, een logische keuze.De verschillen met de andere in beschouwing genomen vliegvelden zijnaanzienlijk. Maar we maken ons ernstige zorgen over de voorwaarden dieworden gesteld, namelijk dat stationering van jachtvliegtuigen alleen kanals Lelystad Airport ook opengaat voor groot handelsverkeer, leesvakantievluchten. Wij vinden dat een zorgwekkende koppeling. Dediscussie over onze nationale veiligheid mag niet worden gegijzeld doorcommerciëleluchtvaartbelangen. Het openen van Lelystad Airport voorgroot handelsverkeer brengt allerlei risico’s met zich mee. Het creëertextra stikstofdruk in een regio die daar nu al geen ruimte voor heeft, hetleidt tot dubbele overlast voor omwonenden – naast het geluid vangevechtsvliegtuigen mogelijk ook dat van commercieel vliegverkeer – enook vergroot het de kans op vertraging van onze defensieplannen. Deregio kan begrip opbrengen voor mogelijke overlast als gevolg van eengrotere bijdrage aan onze veiligheid, maar het commerciële deel ligt veelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 515 gevoeliger in de regio. Dat zagen we ook afgelopen vrijdag tijdens onsbezoek aan Lelystad Airport, waar omwonenden zeiden: laat het alsjeblieftniet en-en zijn. Wij begrijpen hun zorgen en vinden deze wensenrealistisch. Het hoeft immers ook niet en-en te zijn, want laten we nietdoen alsof dit een packagedeal móét zijn. Defensie heeft recht op eeneigenstandige afweging. Als de keuze voor Lelystad Airport voor onzeveiligheid de beste is, dan moet de afweging daarop gebaseerd zijn enniet op de wensen van de commerciëleluchtvaartlobby. GroenLinks-Partijvan de Arbeid is tegen het aan elkaar koppelen van nationale veiligheid encommerciëleluchtvaartbelangen. Lelystad Airport moet niet opengesteldworden voor vakantievluchten enkel om bestuurlijk draagvlak te kopenvoor een Defensieopgave. Ik vraag dan ook aan de Staatssecretaris hoe hijdenkt te voorkomen dat de discussie over onze nationale veiligheid kanworden gegijzeld door commerciële luchtvaartbelangen.Voor het realiseren van de groei van de krijgsmacht is ook stikstofruimtenodig. Gesteld wordt dat het recent door het kabinet gepresenteerdestartpakket «Nederland van het slot» hiervoor belangrijke maatregelenbevat, maar ik vraag me af of die voldoende zullen zijn. De Staatssecre-taris lijkt deze zorgen te delen, aangezien hij in zijn brief van 23 meischrijft dat voorkomen moet worden dat stikstofproblematiek leidt totvertraging van zijn plannen. Daarover zijn wij het eens. Mijn vraag is danook hoe de Staatssecretaris ervoor gaat zorgen dat wordt voorkomen dathet daadwerkelijk zover komt dat door een gebrek aan daadkracht van ditkabinet de stikstofproblematiek kan leiden tot vertraging in de uitvoeringvan dit Nationaal Programma Ruimte voor Defensie, want de stiksto-faanpak van dit kabinet schiet fors tekort. Naar nu blijkt, lopen wedaarmee zelfs het risico dat onze nationale veiligheid hierdoor wordtgeraakt. Dit komt alles door de onbekwaamheid van ons landsbestuur omhet stikstofprobleem aan te pakken met gerichte keuzes en passendemaatregelen.Op dat vlak geef ik wel mijn complimenten aan de Staatssecretaris.Blijkens deze nota heeft hij wel het lef om gerichte keuzes te maken enpassende maatregelen te nemen, gezien de mogelijke onteigening vangrond, woningen of agrarische bedrijven. Dat is niet leuk en dat doen weook niet graag, maar het kan wel nodig zijn als er keuzes gemaakt moetenworden, omdat een land bestuurd moet worden. Ik hoop dan ook dat deStaatssecretaris dit kabinet hiermee inspireert om wel het lef te hebbendaadwerkelijke keuzes te maken om het stikstofprobleem op te durvenlossen, zodat onze economische ontwikkelingen, onze woningbouw-opgave, maar in het bijzonder nu ook onze nationale veiligheid niet langergehinderd worden door de onbekwaamheid van dit kabinet om hetstikstofprobleem op te kunnen en durven lossen. Want het kan inderdaadniet zo zijn dat de stikstofproblematiek leidt tot vertraging in de uitvoeringvan dit nationaal programma en daarmee een directe bedreiging vormtvoor onze nationale veiligheid.Bij mijn contacten in de provincies hoor ik een duidelijke boodschap. Ja,er is bereidheid om bij te dragen aan onze nationale veiligheidsopgave.Men ziet het belang van een sterke defensie-infrastructuur. Maartegelijkertijd zijn er ook zorgen. Provincies en gemeenten maken zich erterecht zorgen over dat deze uitbreidingen ten koste kunnen gaan vanandere ruimtelijke opgaven en van de leefbaarheid in de regio’s. Tegelij-kertijd worden er ook kansen gezien, want investeringen in Defensieter-reinen kunnen, mits goed aangepakt, juist bijdragen aan de lokaleeconomie, aan duurzame infrastructuur, aan werkgelegenheid en zelfs aannatuurontwikkeling. Een zorgvuldige aanpak met oog voor wat erregionaal speelt, blijft daarom van belang. Voor een goede uitvoering vanhet Nationaal Programma Ruimte voor Defensie zal het vervolgprocessamen met provincies, gemeentes en andere lokale partners moetenworden vormgegeven. Dit is van belang voor het zien van kansen en voorhet creëren van draagvlak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 516 Een mooi voorbeeld hiervan is het Staphorster bod. Onder de bezielendeleiding van burgemeester Jan ten Kate heeft de gemeente Staphorst inhet landsbelang een stap naar voren gezet door proactief draagvlak tezoeken voor de komst van een extra munitiedepot. Afgelopen vrijdaghebben wij dit zelf mogen aanschouwen tijdens ons werkbezoek. We zatenaan tafel met verschillende vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Denkaan de agrarische sector, maar ook aan recreatieve ondernemers. Ookwas er een grote afvaardiging van de gemeenteraad van Staphorstaanwezig. Ook zij kiezen voor een constructieve houding in plaats van datze de komst van een extra munitiedepot aangrijpen om onrust aan tewakkeren met het oog op de komende gemeenteraadsverkiezingen. Zijkiezen daar niet voor; zij kiezen voor de constructiviteit. Persoonlijk heb ikdaar heel veel respect voor.In Staphorst hebben wij vrijdag gezien hoe we in dit land weer samenvooruit kunnen komen. Op basis van respect en samenwerking hebben zijDefensie de hand gereikt. Het aanbod dat zij doen, het Staphorster bod, isniet alleen bijzonder, maar ook realistisch. Wanneer zij hier niet integemoet gekomen worden, dan maken wij het onszelf voor de toekomsterg lastig wanneer wij bij dergelijke opgaven een beroep doen op desamenleving en lokale overheden. Zij zullen zich dan wel twee keerbedenken voordat ze uit landsbelang vrijwillig hun hand opsteken omsamen ergens de schouders onder te zetten. Of het nu gaat over Staphorstof over de vele andere locaties die zijn aangewezen voor uitbreiding, voorhet behoud van draagvlak is het van belang om dit vraagstuk vanuit eenbrede benadering, van veiligheid en leefbaarheid tot natuur en infra-structuur, te blijven benaderen. Hierover zullen wij een motie indienen.Voorzitter, afsluitend. Het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie iseen noodzakelijk antwoord op de veranderende internationale veiligheids-situatie. Nederland heeft hierin een verantwoordelijkheid. Die moeten wenemen. Daarom steunen we de uitbreiding van Defensie, evenals degevolgen daarvan voor de benodigde ruimte. Tegelijkertijd mogen we nietvoorbijgaan aan de ingewikkelde ruimtelijke opgave waar ons land voorstaat en aan de impact die deze uitbreiding heeft op mens en natuur, oponze leefomgeving. Daarom pleiten wij voor een zorgvuldig vervolg-proces waarin provincies, gemeentes en lokale stakeholders eenvolwaardige rol spelen. Laten we samen zorgen voor een toekomst waarinveiligheid en leefbaarheid hand in hand gaan, en waarin we niet kiezentussen natuur en Defensie, maar bouwen aan een Nederland dat veilig,vitaal en natuurrijk is.Dank u wel.De voorzitter:Dank aan de heer Nordkamp voor zijn inbreng. U heeft ook nogéén minuut over voor uw tweede termijn.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Prima.De voorzitter:Ik zie dat u een interruptie heeft van de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Voorzitter, u zei dat ik het heel kort moet houden en dus zal ik dat ookdoen. Ik heb in mijn bijdrage twee projecten genoemd, allereerst hetStaphorster bod en ten tweede de situatie rondom Zeewolde. Mijn vraagis hoe de fractie van GroenLinks-PvdA tegenover beide projecten staat.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Volgens mij heb ik in mijn betoog uitgebreid stilgestaan bij de situatie inStaphorst. Wij zijn daar op vrijdag geweest. Dat was zeer indrukwekkend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 517 De verzoeken die zij doen, lijken mij zeer terecht. Zoals ik in mijn betoogaangaf, lijkt het mij verstandig dat daar constructief naar gekeken wordten dat er wellicht ook wat afgeweken wordt van de werkwijzen zoals wedie hier gewend zijn, om de integraliteit op te zoeken. Daar sta ik volledigachter.Wat betreft de locatie voor de kazernes zijn uw vragen zeer terecht. Ik benbenieuwd naar het antwoord van de Staatssecretaris daarop en of dat nogiets kan doen met mijn positie daarin. Maar de plannen zoals die er nu inde basis liggen, zijn gewoon goed te volgen. Laten we even afwachtenwat voor antwoord u krijgt.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw Dobbe een interruptie heeft richting de heerNordkamp.Mevrouw Dobbe (SP):Dank aan de heer Nordkamp voor zijn betoog. Ik heb een vraag, want deheer Nordkamp zei een aantal keren: het is niet anders en het is noodza-kelijk; we zien het liever niet, omdat er druk is op ruimte, maar het isnoodzakelijk gezien de veiligheidssituatie. Als wij dan helemaal teruggaannaar de basis van dit plan en het waarom, de vraag waarom dit gebeurt,dan zien we bijvoorbeeld ook dat Defensie moet voorzien in de ruimtebe-hoefte die de NAVO van Nederland verwacht. We weten ook hoe deverwachtingen van de NAVO worden vormgegeven. Dat hebben wegezien rond de NAVO-top. We hebben bijvoorbeeld het sms’je van Trumpgelezen, waarin stond: «Europe is going to pay in a BIG way.» Ruttenoemde Trump «daddy» en zo. Is er, dat overziende, twijfel geweest bij defractie van GroenLinks? Is er discussie geweest over de vraag of dit nu inhet belang van de Nederlandse veiligheidssituatie is of dat hier eenandere agenda achter zit, namelijk de agenda van Trump?De voorzitter:Ik krijg van de griffier door dat dit ruim over de 40 seconden was, dusdeze interruptie tel ik voor twee.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Een aantal zaken daarover: ik verwacht niet dat de Staatssecretaris zich opdeze manier laat piepelen door de NAVO. Als ik de stukken grosso modobekijk, heb ik daar weinig aanleiding voor. In de basis vertrouw ik er ookop dat onze Defensieorganisatie en onze Staatssecretaris zich niet latenpiepelen door de NAVO. Daar heb ik vertrouwen in. Dat is wat ik daaroverte zeggen heb. Het zou wellicht een verschil kunnen zijn tussen de SP enGroenLinks-Partij van de Arbeid. Misschien hebben wij een anderebeleving van de huidige veiligheidssituatie en wellicht zien wij van daaruitook andere handelingsperspectieven. Dat kan allemaal. Daar mogen weook over van mening verschillen. Maar in de basis twijfel ik er niet aan datDefensie en onze Staatssecretaris zorgvuldig hebben ingeschat welkecapaciteit zij nodig hebben om garant te staan voor onze eigen veilig-heidsopgave en die van onze bondgenoten.De voorzitter:Mevrouw Dobbe, voor haar derde interruptie.Mevrouw Dobbe (SP):Dat gaat snel zo. U bent streng, voorzitter. Ik hoor de heer Van Dijk naastme zeggen: dat zijn er twee. Precies, daar gaan er weer twee. Mijn vraagaan de heer Nordkamp is dan wel als volgt. U zit hier als Kamerlid. Wijzitten hier als Tweede Kamer. Heeft u zelf genoeg om te controleren of hetniet de behoefte is van de NAVO en van Trump, maar dat het daadwer-kelijk onze eigen landelijke defensie dient?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 518 De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Nee, ik heb niet de behoefte om dat in deze mate in twijfel te trekken.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik hoorde collega Nordkamp hele warme woorden zeggen en hoorde dathij de kansen zag als het gaat over de combinatie van natuurterreinen enDefensieterreinen. Mijn vraag is: ziet hij dat soort kansrijke combinatiesook als het gaat over landbouwterreinen en Defensieterreinen, juist ookmet het oog op de voedselvoorziening en dergelijke? Staat GroenLinks-PvdA daar ook voor open?De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat we elke kans moeten aangrijpen om het oorspronkelijkegebruik van een beoogde locatie zo veel mogelijk intact te houden. Wat ikelke keer terugkrijg van Defensie is dat men dat ook voornemens is. Daarhoren verschillende functies bij, ook die die u noemt.Mevrouw Heite (NSC):Ik sla even aan op de opmerking van de heer Nordkamp: «We laten onsniet piepelen door de NAVO.» Is de heer Nordkamp het met mij eens datde NAVO een bondgenootschap is en dat we samen, binnen de NAVO,voor elkaars veiligheid opkomen? De woordkeuze «we laten ons nietpiepelen door de NAVO» is in deze context wellicht wat vreemd. Hetverbaasde mij in ieder geval.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Ik vind het een hele rare interruptie. Wellicht hoort die thuis bij mijncollega van de SP, want zij suggereerde dat we ons mogelijk latenpiepelen door de NAVO. Dat heb ik alleen maar ferm ontkracht. En ik hebgesteld dat ik er niet aan twijfel dat Onze Minister daar te allen tijde voorzal waken.De voorzitter:Dank. Ik zie geen interrupties meer voor de heer Nordkamp. Dan ga ikover naar de inbreng van de heer Ellian namens de VVD. U heeft ooktien minuten spreektijd in de eerste en tweede termijn. De heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Dank, voorzitter. Een krijgsmacht die gevechtsgereed, snel inzetbaar,interoperabel en schaalbaar is én beschikt over een stevig voortzettings-vermogen, heeft ruimte nodig. Dat is wat ons betreft een logisch gevolgvan een wereld waarin veiligheid, helaas, niet meer vanzelfsprekend is, ofdat misschien zelfs nooit was. Die ruimtelijke uitbreidingen van onzekrijgsmacht zijn dus supernoodzakelijk en zeer urgent. Daar hoort dan dusbij dat er extra beslag wordt gelegd op ruimte door Defensie. Daar hoortdan dus ook bij dat mens en natuur daar enige overlast van zullen hebbente dulden. Op die overlast kom ik zo nog even terug.Voorzitter. Ik ga eerst even naar het totale plan. Ik wil ook mijn compli-menten overbrengen aan Defensie, omdat er een plan voorligt – collega’szullen het daar op onderdelen mee eens of mee oneens zijn – waarvan ikhet gevoel heb dat het een goed afgewogen totaal is. Er is bijvoorbeeldook goed gekeken naar proportionaliteit per gebied: wat kan wel en watkan niet? Wat evident niet kan, bijvoorbeeld de springlocatie, is eruitgehaald. Dus dank daarvoor. Mijn fractie zal dus ook geen losse stukjes inbeweging willen brengen. Wel heb ik nog een paar zorgen die ik zo zaluiten.Dan ga ik over van het compliment naar kritiek die tot mij is gekomen endie ik wel wil overbrengen aan de Staatssecretaris. Dat betreft decommunicatie. Uiteraard zijn er omwonenden en lagere overheden diegoed betrokken zijn, maar met name vanuit Drenthe heb ik signalenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 519 ontvangen die mij verwonderen en ook wel wat teleurstellen. Ik wil deStaatssecretaris vragen om in het vervolg echt oog te hebben voor decommunicatie. Dat zal in het ene geval beter zijn gegaan dan in hetandere, maar ik begrijp dat mensen in Drenthe zich echt overvallenvoelden. Ik vind dat dat niet aan de orde kan zijn. Zo hoorde ik ook hetverhaal van een VVD-lid dat een stukje grond heeft waar familie begravenligt. Ja, dat gaat wel over de diepste gevoelens van mensen. Daar moet jedan wel oog voor hebben.Voorzitter. Als het dan gaat om overlast, en natuurlijk ook om degevoelens van mensen, dat hoort bij dit plan. Collega Nordkampverwoordde dat, denk ik, net mooi, of nou ja «mooi», treffend. Er zullenmisschien bedrijven verplaatst moeten worden en er zullen misschienmensen onteigend worden, maar ik vind wel dat daar ruimhartigecompensatie bij hoort. Dus aan de ene kant goede communicatie, maaraan de andere kant ook ruimhartige compensatie. Wij vragen iets vandeze mensen. Dat kunnen we afdwingen, want zo zijn de regels nueenmaal, maar daar staat dan ruimhartige compensatie tegenover, zekergelet op het belang dat hiermee gemoeid is, namelijk de nationaleveiligheid. Dan is die compensatie wel op zijn plaats. Ik hoop dat deStaatssecretaris dat ook gewoon kan toezeggen. Ik ken hem ook in zijnbeleving van zaken, dus dat zou volgens mij ook geen probleem moetenzijn.Dan wil ik ingaan op een andere zorg die ik heb, namelijk over desnelheid. Daarin verschil ik namens de VVD misschien wat van hetstandpunt van anderen, maar dat is niet erg. Als ik kijk naar de realisatie-paragraaf, zie ik dat er bij een heleboel echt belangrijke behoeften staat:«Voorziene ingebruikname: 2035.» Het kan zelfs 2040 zijn. Ik zie: 2035,2030, 2035. Dat is te laat. Dus ik wil de Staatssecretaris vragen hoe ervolgens hem – nogmaals, met respect voor de belangen van anderen –versnelling aangebracht kan worden. Je kan én snelheid maken én rechtdoen aan de belangen van anderen. Op dit tempo duurt het superlangvoordat aan deze behoeftes voldaan wordt. Ik heb het in de briefing ookaan de plaatsvervangend CDS gevraagd. Hij zei: ik heb het eigenlijkgisteren nodig. Die urgentie mis ik nog wel een beetje in het vervolg dattot uitvoering van het NPRD moet leiden. Ik ben dus ook benieuwd of deStaatssecretaris mogelijkheden ziet om bijvoorbeeld een uitzonderings-grond voor Defensie te creëren. Ik weet dat dat nieuw zou zijn inNederland, maar als ik naar dit verloop kijk, denk ik dat dat misschien welnodig is. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan versnelde vergunningver-lening, maar je kan bijvoorbeeld ook kijken of je boerenbedrijvenmakkelijker kan verplaatsen. Als daar dan een aparte bepaling voorgemaakt moet worden, dan moet dat misschien ook maar gebeuren. Ikzeg het nogmaals: met respect voor de omgeving.Voorzitter. Ik kom bij Lelystad Airport. Het zal niemand verbazen dat deVVD-fractie vindt dat die wel open moet. Volgens mij is dat ook eenlogisch gevolg van de behoeftestelling, namelijk dat we F-35 op LelystadAirport gaan stationeren. De Staatssecretaris en de Minister van IenWschrijven dat het zonder de synergievoordelen een heel ander soortbeslissing wordt. Eigenlijk lees ik daarin dat het zonder de voordelen vaneen volledig operationele luchthaven een lastig verhaal wordt voorDefensie. Ik sta dus volledig anders in dat vraagstuk dan bijvoorbeeldcollega Ceder. De VVD-fractie vindt dat het vliegveld open moet. Ik stel deStaatssecretaris eigenlijk de omgekeerde vraag: is hij samen met zijncollega in het kabinet, de Minister van IenW, bereid om Lelystad Airport teopenen voor groot handelsverkeer? Als het gaat om bestuurlijk draagvlak,wat veel collega’s hier belangrijk vinden: in dit gebied, waar ik al sinds2002 woon, namelijk Flevoland, is alleen bestuurlijk draagvlak voorstationering van de F-35 als groot handelsverkeer wordt toegestaan. Dusik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris hier nu tegenaan kijkt. Ik weet dathij alle meningen en standpunten goed tot zich heeft genomen. Dit is voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5110 mijn fractie wel van belang. Ja, we begrijpen dat de F-35’s gestationeerdmoeten worden op Lelystad Airport vanwege de 2.300 sorties die nodigzijn, maar dan móét Lelystad Airport ook open voor groot handelsverkeer.De voorzitter:Dank aan de heer Ellian, die heeft gezien dat hij interrupties heeft. Dankdat u even stopt en ons de tijd geeft. De heer Boswijk was als eerste.De heer Boswijk (CDA):Wij vinden allemaal dat het sneller zou moeten als dat kan. Dat zeggen weeigenlijk al drie jaar, denk ik, sinds we het hierover hebben. We hebbenhet er met de ambtsvoorganger van deze Staatssecretaris, Christophe vander Maat, ook vaak over gehad dat het sneller moest. Er is al honderd keernaar gekeken en gezien dat het niet sneller kon. Wat het nu vaakbelemmert, is bijvoorbeeld stikstof. Dan denk ik toch: de VVD zit nu nog ineen kabinet; er zijn al een aantal maatregelen te nemen. Gaat de VVD dannu bijvoorbeeld voorstellen om rigoureuze stappen te zetten op hetgebied van stikstof?De heer Ellian (VVD):Vorige week is volgens mij de maatwerkwet voor PAS-melders behandeld.Dit is een serieuze vraag, dus hij krijgt een serieus antwoord. Ik ga hemook serieus benadrukken, want collega Boswijk heeft terecht veel creditsin Nederland als het gaat om het belang van defensie. Maar je moet dankeuzes durven maken. De heer Boswijk weet dat onze mannen envrouwen in Litouwen niet trainen om het trainen, maar dat de dreigingreëel is. Ik probeer het netjes te zeggen, omdat ik weet hoe gevoelig ditstikstofvraagstuk is: zou je niet moeten overwegen om, ondanks allebelemmeringen, een nationale wet of clausule te maken waarin je het tochmogelijk maakt om bijvoorbeeld intern te salderen, zoals dat heet, omDefensie in ieder geval de mogelijkheid te geven om bijvoorbeeldboerenbedrijven te kunnen verplaatsen? Misschien – ik zeg «misschien»,maar ik vind dat dit punt wel ingebracht moet worden – moet je welzeggen dat we voor Defensie een uitzondering gaan maken, ook al hebbenwe allerlei stikstofvraagstukken die woningbouw en andere zakenbelemmeren, en die uitzondering gelijktijdig in Europa gaan verdedigen.Maar gezien dit tempo, dus de voorgenomen ingebruikname van eenkazerne in 2035, vind ik dat ik in ieder geval moet opperen Defensiemisschien een andere positie te geven.De heer Boswijk (CDA):Ik denk dat wij niet alleen de verantwoordelijkheid hebben om iets te«opperen», maar ook om dan te zeggen hoe dat zou moeten. Ja, natuurlijkzou ik Defensie een uitzondering willen geven op het gebied van stikstof.Ik zou ook intern salderen willen gebruiken, maar het feit is dat internesaldering is gesneuveld bij de Raad van State, mede omdat dit kabinet dehele systematiek heeft afgebroken. Als u dan zegt «versnellen», zou ik dusook zeggen: oké, dan gaan we dat tak, tak, tak doen. Anders heeft het nietzo veel zin om dit te opperen. Of de VVD moet nu zeggen: die Boswijk haddestijds een goed idee om de kazerne niet in Zeewolde te vestigen maarbijvoorbeeld in Stroe en Ermelo. Die gronden zijn immers al in bezit vanDefensie en het is zandgrond; je hoeft het dus niet voor te belasten, je kaner meteen al beginnen en je hoeft niemand te onteigenen. Dus kom metconcrete voorstellen of met hele grote voorstellen, zoals het laatste wat iknu noemde, waar hier in de Kamer overigens geen draagvlak voor is. Wewillen allemaal versnellen. Ik zou dan dus toch wel iets meer willen horen.De heer Ellian (VVD):Jammer dat het met zo veel jij-bakken gepaard gaat, maar dat maakt nietuit; dat is prima. Volgens mij probeer ik het netjes te zeggen, want ik weetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5111 dat dit gevoelig kan liggen voor collega’s en ook voor mensen in het land.Ik zeg heel duidelijk: «een nationale bepaling». Dat betekent dus: in eennationale wet vastleggen. Dat kunnen wij hier doen. Volgens mij hebbenwij hier nog steeds het primaat, zeg ik via de voorzitter tegen de heerBoswijk. Wij kunnen dus een wet maken waarin je zegt dat wij Defensietot op zekere hoogte uitzonderen van nu geldende stikstofregels. Dat kanproblematisch zijn in Europa. Daar zal je dus iets mee moeten doen. Jekan ook zeggen dat we dat voor lief nemen en dat we dit gaan doen,omdat de urgentie en de behoefte zo groot zijn. Want in Rusland en Iranheb je deze vraagstukken niet en zij zijn wel bezig met het maken vanplannen om ons land volledig naar de knoppen te helpen. Ik zeg dusbijvoorbeeld: kijk daarnaar. De wet op de gereedstelling wordt gemaakt;wie weet kan je daar nog een bepaling aan toevoegen. Je kan kijken of jetoch niet iets kan met het verplaatsen en daarmee dus ook het overdragenvan de milieuvergunningen van boerenbedrijven. Ik weet dat internsalderen gesneuveld is, maar als je een nationale wet maakt met een goedgemotiveerde uitzonderingsgrond die een legitiem doel dient, zou datwellicht kunnen. Volgens mij is dit redelijk concreet, maar ik besef dat jedaarmee nogal wat zegt, want je zegt tegen één organisatie: u mag gaanen de rest mag allemaal niet. Dus ik vind dat ik dat met enige voorzich-tigheid moet zeggen. Maar het is niet alleen opperen; dit is een serieuzevraag, waar ook vrij serieuze gevolgen aan zitten.De voorzitter:Dank. Dan is mevrouw Teunissen de volgende. U was er nog niet bij. Ikhanteer vier interrupties, en boven de 40 seconden hanteer ik die als twee.Mevrouw Teunissen (PvdD):Helder, voorzitter. Ik wil hierop door, want dit is een volledig VVD-sprookjedat we hier horen. Het is veel te makkelijk om te zeggen van «we zettenalle natuur- en milieuregels aan de kant; we geven Defensie een uitzon-dering want er is nou eenmaal ruimte nodig». Ik zie dat de VVD nu pleitvoor een geitenpaadje naar Brussel, wat allang is geprobeerd. En ik hoorgeen enkele concrete maatregel van de VVD om daadwerkelijk die keuzete maken. We hebben een stikstofprobleem. Nederland zit al jarenlang opslot doordat onder andere de VVD geen keuzes maakt. Nou wil ik eindelijkbij dit debat van de VVD horen, nu er weer extra ruimte moet komen voorDefensie, wat de concrete maatregelen zijn die u gaat nemen om wél diekeuzes te maken.De heer Ellian (VVD):Het was te verwachten dat partijen er een stikstofdebat van proberen temaken. Ik heb juist geprobeerd om dat niet te doen. En ik merk dat defatsoensnormen ook achteruitgaan in de Kamer, maar dat is niet erg. Dit isniet richting u, mevrouw Teunissen; ik zal dit later toelichten. Ik zeg dus ...Ik besef terdege dat dat een stevig standpunt is. En ook gedurfd; ik benjurist, en ik weet hoe gevoelig het is. We zouden niet moeten zeggen «wijzonderen Defensie gewoon uit en de gevolgen daarvan». Dat zijn dannatuurlijk met name gevolgen in Europa, waar overigens wel op ditmoment ook gesproken wordt over de vergunningverlening die verkortkan worden tot en met 60 dagen, en er wordt in het kader van deDefensieomnibus ook gesproken over een soort alomvattendenoodclausule, een uitzonderingsgrond voor Defensie. Ik hoop dat het diekant op gaat.Wat ik bepleit – zo zeg ik, voorzitter, via u tegen mevrouw Teunissen – is:maak een soort uitzonderingsgrond in een nationale wet, motiveerwaarom je afwijkt van de staande regels en motiveer ook waarom jebepaalde gevolgen aanvaardt, en dien dat in. En het is natuurlijk aan eenmeerderheid van de Kamer, en de Eerste Kamer natuurlijk, om daar daniets van te vinden, maar ik probeer het dus uit het stikstofdebat te trekkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5112 en daarboven – en ik besef dat dat ingrijpend is – te zeggen: laat Defensiegewoon doorgaan, want als we gaan wachten op allerlei oplossingen,dan ... In het programma staat overigens ook letterlijk: «Een deel van hetprogramma is niet uitvoerbaar vanwege de stikstofproblematiek». Tja,dan vind ik dat ik daar iets van moet vinden, en dit is wat ik inbreng. Endat doe ik juist omdat ik weet dat het op allerlei andere onderwerpen zogevoelig ligt en er wordt gekeken naar specifieke oplossingen. Maar daarkan Defensie niet op wachten en nu niet mee vooruit.De voorzitter:Dank. Ik zie ... Ja, mevrouw Teunissen, voor uw tweede interruptie?Mevrouw Teunissen (PvdD):De heer Ellian begint met wild om zich heen te slaan. Ik denk dat dat komtdoordat hij geen antwoord weet op de vraag. Ik heb hem een heleconcrete vraag gesteld. Het is natuurlijk veel te simpel om te zeggen «wewillen ruimte voor Defensie, dus we schuiven maar even alle milieu- ennatuurregels aan de kant», terwijl elke Nederlander zich moet houden aande natuur- en milieuregels, net als Defensie. Dus ik vraag hem heelconcreet dit. We lopen gewoon tegen die stikstofgrens aan, al jarenlang.Het land zit op slot. Nu moet er voor de VVD weer heel veel extra ruimtebij komen. Dan is mijn hele concrete vraag: wat staat daar dan tegenover;welke keuzes maakt de VVD?De heer Ellian (VVD):Kijk, wat ik dus ... Misschien ligt het aan mij dat ik het niet goed uitleg. Enik sla niet wild om me heen; ik probeer heel serieus een debat te voeren.Het is weer «VVD dit, VVD dat, VVD zus en zo». Ik zei in de debatten overhet gevangeniswezen altijd grappend: als het slecht weer is of de wereldvergaat, dan is dat ook de schuld van de VVD. Dus ik kan daartegen. Ikprobeer gewoon serieus dit debat te voeren. Er wordt continu door mijheen gesproken. Dat is prima. Als dat anderen in de plenaire zaal gebeurt,gaan ze zelfs huilen, maar ik vind het prima. Wat ik dus probeer voor testellen, is een uitzonderingspositie waardoor de keuze die je maakt, is – endat ziet mevrouw Teunissen, denk ik, goed – dat je zegt: aan een aantalregels hoeft Defensie niet meer te voldoen. Dan hoeft dat dus ook nietbinnen het kader dat nu geldt, want binnen dat kader heb je allerlei keuzeste maken. Daar wordt in een andere commissie dan deze volgens mijenorm over gedebatteerd, en plenair ook, over de stikstofruimte endergelijke. Ik zeg dus: als we snel vooruit willen, zou je misschien moetenkijken, bijvoorbeeld via de wet op de gereedstelling die nu in consultatie isvolgens mij, of je niet een uitzonderingspositie zou moeten geven aanDefensie.Ik denk dat dat consistent is met de VVD-lijn, omdat wij continu het belangvan opschaling van de krijgsmacht benadrukken. We zien namelijk dat hetgevaar concreet en reëel is. Inderdaad, iedereen moet zich aan de wethouden. Daarom zeg ik: maak een nationale wet, een wet in formele zin.Dat kan een kleine wet zijn, waarin je zegt: Defensie hoeft even niet meerte voldoen aan deze bepaling, want als je niets doet, duurt het te lang endie tijd hebben we niet. Bij de kazerne in Zeewolde gaat het om hetondersteuningscommando, omdat ons voortzettingsvermogen te kort isop dit moment. Dat gaat ergens over. Als je zegt dat de krijgsmachtgereed moet zijn, dan moet je ook durven de consequenties teaanvaarden, in dit geval de consequenties voor ruimte en natuur en inzekere zin ook voor omwonenden. Ik vind dat mijn plicht. Ik geloof dat dithoogstnoodzakelijk is. Sterker nog, ik denk dat dit niet eens genoeg is. Ikdenk dat er nog veel meer moet gebeuren. We hebben het nog niet eensover de doorvertaling van de nieuwe NAVO-capaciteitsdoelstelling. Ik steleen oplossing voor. Ik heb geen wet gemaakt. Dat bedoel ik metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5113 «opperen». Ik heb gezegd: zouden we niet een uitzonderingspositie voorDefensie creëren? Ik ben heel benieuwd hoe de Staatssecretaris dat ziet.De voorzitter:Meneer Ellian, ik wil u toch verzoeken korter en bondiger te antwoorden.We vallen soms ook in herhaling, merk ik. Mevrouw Teunissen, uw derdeinterruptie.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het is duidelijk dat de VVD voor een uitzonderingspositie pleit, maar datbetekent dus wel dat de VVD de afspraken uit de Klimaatwet volledig aande kant schuift, de stikstofregels volledig aan de kant schuift, dat we opdat vlak ook niet voldoen aan internationale afspraken en dat we nietvoldoen aan de regels. Dan concludeer ik dus dat de VVD Defensie bovenalles stelt, maar dus ook aan alle afspraken die we hebben gemaakt op hetgebied van natuur en klimaat. Die doelen worden door de VVD helemaallosgelaten.De heer Ellian (VVD):Dat heb ik toch niet gezegd.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dat is wel de consequentie.De voorzitter:Niet buiten de microfoon alstublieft, mevrouw Teunissen.De heer Ellian (VVD):De consequentie van afwachten en de prijs die je daarvoor betaalt, zijnnaar mijn bescheiden mening vele malen hoger dan de consequentiesvoor bijvoorbeeld natuur of klimaat. Als in 2030 Poetin inderdaad gereedis en hij een dorpje in Litouwen aanvalt, of Venezuela een dorpje in onsKoninkrijk in de Cariben aanvalt, of China over twee jaar aanvalt, danhebben we een hele andere wereld. Daar leven we al in. Ik geloof erin dathet mijn plicht is, omdat ik van dit land houd. Mevrouw Teunissen doetdat ook, maar die legt de prioriteit anders en dat mag. Maar ik geloof erindat de prijs vele malen hoger is als je je krijgsmacht niet gereedmaakt. Ikweet dat we dat allang hadden moeten doen. Dat is niet gebeurd. CollegaBoswijk verdient een compliment. Hij heeft daar altijd voor gepleit. Prima.Ik zeg nu: we moeten dit doen. Ik vind dat het belang van mens en natuur,in zekere zin, op dit moment moet wijken, omdat ik het niet normaal vinddat onze strijdkrachten een gevecht niet lang genoeg kunnen volhouden.Ik vind dat essentieel. Als de dreiging reëel is, dan vind ik ook dat je moetzeggen dat je vooruit moet kunnen.De voorzitter:Dank. Dan is de heer Nordkamp de volgende.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Het riekt toch wel een beetje naar populisme ...De voorzitter:Ik heb de handen van de andere leden gezien. De heer Nordkamp was uecht voor. Ik heb het genoteerd op mijn briefje. De heer Nordkamp wasecht voor mevrouw Van der Werf.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Het riekt wel een beetje naar populisme wat ik mijn collega Ellian hierhoor zeggen. Hij pleit voor snelheid. «Je kunt dit doen, je kunt dat doen,niet langer wachten, keuzes maken.» Ja, de VVD is een regeringspartij. AlsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5114 ze onze veiligheid zo belangrijk vindt en wil dat we sneller aan onzegereedstelling werken, dan moet ze met de vuist op tafel slaan. Dan moetze in het kabinet zeggen: maak nou eens die keuzes, blijf niet langerwachten wat betreft stikstof, want het gaat nu zo ver dat het zelfs onzenationale veiligheid in gevaar brengt. Terug naar snelheid. De heer Ellianpleit voor snelheid. Hij pleit tegelijkertijd ook voor de openstelling vanLelystad voor commerciële luchtvaart. Ik vraag me dan af of de wens omLelystad open te stellen voor commerciële luchtvaart de snelheid voor dielocatie niet in gevaar brengt.De heer Ellian (VVD):Nee, hoor. Als je besluit om de F-35 daar te stationeren en het nietopenstelt, dan voorspel ik iedereen dat de zaal hier vol zit met Flevo-landers. Dat is ook al aangekondigd door de diverse bestuurders. Diezullen dat besluit niet pikken. Dat is ook niet gek, want de provincie wachtal vijftien jaar, over bestuurlijk fatsoen gesproken. Het is beloofd aanFlevoland. Ik denk dus dat het veel langer gaat duren, omdat je allerleiprocedures tegemoet kan zien en het draagvlak volledig weg is, terwijl deluchthaven – meneer Nordkamp was er vrijdag met mij – zo open kan. Desnelheid die je kunt maken doordat Defensie kan meeliften op deoperationele voordelen, de luchtverkeersleiding, veiligheid en een aantalandere zaken, is enorm. Dan kan je dus wel degelijk snelheid maken.Volgens mij liggen alle benodigde besluiten er al. Dat hebben we vrijdaggehoord. Collega Ceder had het net over het omgekeerde, het alleenstationeren van de F-35. Ik wens iedereen daar succes mee. Ik denk dat hetrisico daarvan groot is, nog los van het feit dat het uitgangspunt van hetkabinet, volgens mij gesteund door de Kamer, is dat je draagvlak moethebben. Als er geen bestuurlijk draagvlak meer is in Flevoland, wat ga jedaar dan nog doen? Ik denk dat dit juist de snelheid is die je nodig hebt.En met «dit» bedoel ik de openstelling.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Nou ja, goed, daar kunnen we inderdaad anders over denken. Ik ben ervanovertuigd dat het wel een vertragend effect zal hebben. We hebben hetafgelopen vrijdag ook gehoord. Omwonenden zeiden duidelijk: «Doealsjeblieft niet en-en.» Ik heb een brief ontvangen van raadsleden uitFlevoland die zeggen dat de argumentatie dat de hele provincie erachterstaat, niet klopt. We horen van mensen dat ze begrip kunnen hebbenwanneer we meer van Lelystad vragen als het gaat om een bijdrage aanonze nationale veiligheid, maar niet wanneer het gaat om vliegvakanties.Ik heb nog een verhelderende vraag over vliegvakanties aan collegaEllian. Ik dacht dat hij in zijn betoog iets zei van: «Juist de synergie die ermogelijk kan ontstaan met het commerciële gedeelte van Lelystad Airport,maakt dat het voor Defensie zo’n aantrekkelijke locatie is. Als de synergievervalt, wordt dat een heel ander verhaal.» Ik meen afgelopen vrijdag tehebben gehoord, toen we Lelystad Airport bezochten, dat Defensie zei:«We zien synergie, maar ook al zou er geen sprake zijn van synergie enzou er geen sprake zijn van commercieel medegebruik, blijft LelystadAirport voor ons nog steeds bovenaan het lijstje staan.» Ik vraag collegaEllian of ik dat goed gehoord heb. Want als dit zo is, is dat toch tegen-strijdig met wat mijn collega zojuist in zijn inbreng zei.De voorzitter:Deze kost u wel twee interrupties. De heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Ik zit even te denken, want we waren allebei op dezelfde plek. Volgens mijis er gezegd: «Als het bestuurlijk draagvlak wegvalt» – wat dus een feit isals Lelystad Airport niet wordt geopend voor groot handelsverkeer – «ende synergievoordelen vallen weg, moeten wij terug naar de tekentafel enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5115 zullen we naar alle andere opties moeten kijken. Daarvan weten we al datwe daarmee niet gaan uitkomen.» Kort en goed, dan heb je dus een grootprobleem. Nog los van het feit, dat wil ik hier toch maar evenbenadrukken, dat het een vliegveld in civiel eigendom is. Het is nietaangelegd voor militairen. Als iedereen hier vindt ... Dat mag ik nietzeggen, want na mij moeten er nog collega’s. Tegen de fracties die vindendat we alleen de F-35 moeten stationeren, zeg ik dat de Staatssecretarishet moet kopen. Ik weet niet wat het vliegveld zal kosten. Dat is tochlogisch? Het is geen militair vliegveld. Schiphol, de eigenaar van LelystadAirport, zegt: «Van harte welkom. Wij willen open.» Je kunt een helediscussie voeren of het wel of niet bijdraagt aan het verminderen vanpassagiersvluchten, maar dat daar gelaten, is het beloofd en helpt het.Defensie heeft er baat bij. Daarom heb ik het weleens een no-brainergenoemd. Waarom zou je het niet doen? Wetende dat je dan de Staatsse-cretaris in de problemen brengt met de sorties voor de F-35.De voorzitter:De heer Nordkamp voor uw laatste interruptie.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, afrondend. De VVD laat zich nu wel kennen als een pleitbe-zorger van commerciëleluchtvaartbelangen. Mijn fractie vindt het zeerriskant, juist met het oog op de gewenste snelheid, dat we de belangenvan de commerciële luchtvaart gaan verweven met onze veiligheids-opgave. Daarnaast heb ik vrijdag iets anders gehoord. Je kuntverschillend naar draagvlak kijken, omwonend, bestuurlijk. Maar ook alzou er niet gekozen worden voor commercieel medegebruik, heb ikDefensie afgelopen vrijdag horen zeggen: «Dan nog staat voor dezeopgave Lelystad Airport het hoogst op ons lijstje. Dat verandert niet doorwel of geen bestuurlijk draagvlak en synergievoordelen.» Dan hebben wemisschien wat anders gehoord.De heer Ellian (VVD):Dan hebben we de boodschap, denk ik, inderdaad anders begrepen. Het isevident dat Lelystad van alle locaties de voorkeur heeft. Maar als je nietopent voor groot handelsverkeer, is het heel simpel. Dan moet je hetvliegveld van Schiphol kopen. Dat is normaal. Je kunt het onteigenen,maar dan zul je er alsnog voor moeten betalen. En of dat nou de besteroute is. Ik ben helemaal geen pleitbezorger van de commerciëleluchtvaart. Ik wóón in dat gebied. Ik was er raadslid. Toen was ik daar enwas de luchthaven in dezelfde toestand als nu. Dat ding draait en niemanddoet er wat aan. Ja oké, de Kamer heeft in meerderheid besloten dat deluchthaven niet opengaat. Dat is democratie. Ik wijs alleen op de gevolgenervan voor de regio waar ik woon. De regio wil wel degelijk in overwe-gende mate dat het vliegveld opengaat. Bestuurlijk wil men dat ook. En nuzijn er ook enorme voordelen voor Defensie als men de F-35 daarstationeert. Dat kan wel degelijk snel. Willen mijn collega’s dat niet? Ik zaleen motie hierover indienen en dan gaan we het uiteraard zien. Wil menhet vliegveld niet openen? Oké, dan hoor ik graag wat we dan gaan doen.Gaan we dan de Flevolanders de F-35 door de strot drukken? Dat kan tochniet?De voorzitter:Dank. Dan ga ik naar mevrouw Van der Werf namens D66.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik heb met stijgende verbazing naar deze discussie geluisterd. Dat isvooral omdat de heer Ellian een beetje doet alsof hij een voetbalcommen-tator is, maar stiekem zit hij gewoon met zijn club aan het stuur. Hetkabinet is nu twee keer gevallen, maar de VVD zit er nog steeds in. Ik zouTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5116 zeggen: als je het over «de prijs van afwachten» hebt, zorg er dan gewoonvoor dat je fatsoenlijke dingen regelt voor mensen in Nederland. U heeftanderhalf jaar de tijd gehad en niks geregeld. Tot nu toe heeft de Raad vanState gehakt gemaakt van al dit soort politieke afleidingsmanoeuvres. Udeed er net ook weer een. Wat stelt u concreet voor wat echt haalbaar is?De heer Ellian (VVD):Een hoop ... Ik zal maar niks zeggen over ... Goed, maakt niet uit. Ik ga inherhaling vallen, want ik neem aan dat de vraag ziet op de versnelling dieik zoek. Je kunt allerlei wetten maken. Daar kan de Raad van State iets vanvinden, maar het is nog steeds aan ons om te beslissen wat we met diewet doen. Dat is nog steeds het systeem waarin we leven. De kritiek kanzien op de onderbouwing, de kritiek kan zien op de vraag of de proportio-naliteit goed gemotiveerd is en of het een legitiem doel dient. Er kan denkik veel meer dan mensen vaak denken. Ik heb twee wetsvoorstellengemaakt, die vrij spannend zijn, maar waarvan ik denk dat ze binnen degrens zijn. Sommigen zeggen dat ze erbuiten vallen. Wat ik dus zeg, is hetvolgende. Ik heb geconstateerd dat er lang en veel over wordt gesproken.Ik constateer in het NPRD dat er nog lang en veel gezocht moet wordennaar de wijze waarop je dit plan tot uitvoering brengt. Ik zit hier ook maarvanuit mijn beste intenties namens de VVD, dus ik dacht: we moeten vaartmaken; zou het een idee zijn om Defensie uit te zonderen? Nogmaals, degevoeligheid begrijp ik. Ik denk dat het kan. Mits men het goed onder-bouwt, het doel goed beschrijft en goed beschrijft wat de proportionaliteiten de subsidiariteit is, denk ik dat de Tweede Kamer en de Eerste Kamerkunnen zeggen: ik heb geen andere mogelijkheden meer dan deze, want ikmoet mijn krijgsmacht gereedmaken.In de wet op de gereedstelling zit overigens al een aantal van dezevoorbeelden. Helaas zijn die er niet op het punt van versnelling. Dat is dekeuze die ik hier neerleg als woordvoerder. Heeft het te lang geduurd? Ikconstateer dat er heel veel haast geboden is. Daarom doe ik dit voorstel.Als anderen dat populistisch vinden, zij het zo. Dit is niet om eennummertje te maken. Dit is omdat ik oprecht geloof dat we iets moetendoen. Dit is waar ik mee kan komen. Als later blijkt dat het een dom ideevan me is, dan ga ik weer kijken naar een ander idee. Maar dit is wat ik nukon bedenken, waarvan ik denk dat het haalbaar is. Je zal wel wat gedoekrijgen met Europa. Ik vraag me af of dat zo’n punt is. Ik denk dat het intheorie zou moeten kunnen.De voorzitter:Mevrouw Van der Werf, uw tweede interruptie.Mevrouw Van der Werf (D66):Ik vind het heel gênant dat we straks bij mensen het erf op gaan lopen enzeggen dat ze hun spullen moeten pakken en dat bedrijven moetenvertrekken voor meer ruimte voor Defensie. Vervolgens laten we zien datwe als politiek onze zaakjes niet op orde hebben. Nu zegt de VVD: weet jewat, al hebben wij er een potje van gemaakt, maak voor Defensie maareen uitzondering, maar voor ondernemers en woningzoekenden doen wedat niet. Mijn voorstel is natuurlijk: pak het fundamentele probleem aanen help mensen in Nederland vooruit. Kan de heer Ellian daaropreageren?De heer Ellian (VVD):Nee, want dit is een valse tegenstelling. Ik ben de eerste vanavond die inzijn betoog gezegd heeft: ruimhartig compenseren. Ook daar betekent dat:wijk desnoods een beetje af van de maatstaven en de regels. We hebbenop het werkbezoek daar het een en ander over gehoord. Dus: weesruimhartig naar ondernemers. Ik zeg dit juist om ervoor te zorgen datbijvoorbeeld bepaalde boerenbedrijven wel verplaatst kunnen worden. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5117 zeg dit juist omdat ik vind dat dit netjes gedaan moet worden richting deomgeving; dat heb ik in mijn bijdrage gezegd. Maar je moet wel vaartmaken. Ik zie dat dat op deze manier niet gaat lukken. Ik begrijp heel goeddat voor woningbouw een dergelijke uitzondering niet is bepleit. Dat weetik. Daarom heb ik nu ook al een paar keer gezegd: ik snap de gevoeligheidhiervan. Ik snap ook dat het dermate gevoelig is dat ik niet meteen eenwetsvoorstel zelf heb ingediend of het zelf heb uitgewerkt. Maar ik denkdat je als Kamerlid namens een partij prima kan inbrengen: zou het nietmogelijk zijn, gelet op de situatie in de wereld, om Defensie een uitzonde-ringspositie te geven?In de wet op de gereedstelling zitten allerlei uitzonderingsposities; de AVGwordt straks voor een deel terzijde geschoven. Terecht, vind ik. Ik benbenieuwd wat de partij van mevrouw Van der Werf straks gaat zeggen. Erzitten andere uitzonderingen in, bijvoorbeeld ten aanzien van geluids-normen. Dat kan dus. Ik begrijp heel goed dat die uitzonderingen nietgemaakt worden voor andere doelgroepen. Ik geloof dat de dreigingdermate reëel is en de noodzaak voor onze krijgsmacht zo hoog dat je ietsmoet doen. Had ik een jaar geleden al iets willen hebben? Ja. Is dat er?Nee. Dus dan doe ik gewoon mijn werk hier om die voorstellen te doen. Iksnap dat anderen daar iets anders van vinden, maar ik snap niet goedwaar alle aanvallen ... Ja, we zitten in het kabinet. Prima. Moeten ze aande bak? Ja, en dat weten ze. Dat weet meneer Tuinman, dat weet MinisterBrekelmans. En de rest weet dat trouwens ook.De voorzitter:Mevrouw Van der Werf nog? Nee? Dan ga ik naar mevrouw Dobbe, dieeen interruptie wil plegen. Voordat ik mevrouw Dobbe het woord geefeven het volgende. Ik ben vergeten iets te benoemen. De heer Ceder enmevrouw Dobbe moeten om 19.00 uur er een uurtje uit. Ik weet datmevrouw Dobbe haar inbreng wil doen en dat ze daarna naar haarafspraak moet. Probeert u de interruptie dus ook kort te houden, mevrouwDobbe, want dan kunnen we misschien meteen door met het betoog vande heer Ellian.Mevrouw Dobbe (SP):Ik zal mijn best doen, voorzitter. Ik denk dat de heer Ellian en ik het nieteens gaan worden over wat dat betekent. Ik hoorde de heer Ellian in zijnlaatste antwoord zeggen: wijk desnoods een beetje af. Dat is dus in iedergeval al een beetje invulling. Maar wat betekent dit nu? Er zitten nubijvoorbeeld mensen al een hele tijd in onzekerheid. Die hebben nu ook alschade, zelfs als ze niet worden onteigend. Ze hebben investeringenmisschien uitgesteld, ze hebben misschien gezondheidsklachtengekregen. We hebben het allemaal voorbij horen komen. Stel dat er straksecht locaties worden aangewezen en mensen misschien moeten wordenonteigend. Wat betekent «ruimhartige compensatie» dan? Ik vind het ookzo’n ontzettend abstract woord, waar mensen ook niks mee kunnen.De heer Ellian (VVD):Dank voor de vraag. Dit is in ieder geval wat meer een open vraag, zonderte oordelen over de ander.Mevrouw Dobbe (SP):Ik zal oordelen over het antwoord.De heer Ellian (VVD):Heel goed, heel goed, heel goed, heel goed. Het is verkiezingstijd, lievemensen, dus dat is prima.Ik heb hierover nagedacht. Als je zegt «ruimhartig», moet je ook enigeduiding geven over wat je ermee bedoelt, al is het maar omdat het ookeen juridische ... Nou, wat ik zeg, heeft niet per se een juridisch gevolg,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5118 maar goed, het doet er wel toe. Wat wij zeggen, doet er ook toe in debeoordeling van een rechter.Mevrouw Dobbe noemt een aantal omstandigheden en nevenschade. Ikvind het wat lastig om daarop in te gaan, maar ik denk dat ik het goed kanillustreren aan de hand van wat we vrijdag samen hebben gehoord.Iemand zei: «Oké, dan verkoop je je bedrijf en koop je een ander bedrijfterug. Maar dat is vier keer duurder.» Toen dacht ik: dat is een beetje gek.Iemand zegt dus graag door te willen. Dat is moeilijk, maar er is wel wat tevinden. Maar andere boerenbedrijven – daar gaat het dan om – wordenuitgekocht, door ontwikkelaars of wat dan ook, en krijgen een heel anderbedrag aangeboden. Toen dacht ik: daar zou je natuurlijk best iets meekunnen doen. We hoorden toen dat je moet uitkijken of er geen sprake isvan ongeoorloofde staatssteun. Toen dacht ik: ja, oké ... Nou ja, daarvanzou ik de onderbouwing nog weleens willen horen. Dit is ook eenvoorbeeld van iets waarvan je op dit moment misschien zou moetendurven afwijken, zo zeg ik tegen de collega’s die zeggen dat de VVD geenkeuzes durft te maken. Dat zou netjes zijn naar die mensen. Ik zou het gekvinden als ze van een ontwikkelaar een bedrag keer vier kunnen krijgen envan Defensie een bedrag keer anderhalf. Dit is dus een voorbeeld van ietswaarvan ik vind dat je er ruimhartig naar zou moeten kijken. Betrekinderdaad in brede zin de gevolgen voor de mensen erbij.De voorzitter:Dank aan de heer Ellian. Ik zie geen interrupties meer. U kunt uw betoogvervolgen, meneer Ellian.De heer Ellian (VVD):Eens even kijken. Ik zal maar niks zeggen over de snelheid rondomLelystad Airport. Ik maak een uitstapje naar vliegveld Twente. Dat heefthet moeilijk; dat is algemeen bekend. Ik ben benieuwd of de Staatssecre-taris mogelijk een toekomstige behoefte ziet die vervuld kan worden doormiddel van dit vliegveld. Als dat vliegveld ter ziele gaat, dan kun je er ookgeen beroep meer op doen. Ik ben hier dus benieuwd naar. Ik snap dat deStaatssecretaris zal zeggen: het zit nu niet in het plan. Maar ziet hijhelemaal geen toekomst of is er iets te bedenken? Ik begrijp dat er ookgekeken wordt naar een soort navigatiesysteem daar en naar de luchtver-keersleiding. Dit is een open vraag aan de Staatssecretaris.Voorzitter. Tot slot de infrastructurele vraagstukken. Ik heb ook waarderingvoor Staphorst. Het is mooi dat mensen hun nek op die manier willenuitsteken. Ik kan hier kort over zijn: op mij komt de vraag van Staphorstten aanzien van de A28 helemaal niet gek over. Daar wil ik bij zeggen dathet vrij logisch is dat je iets zal moeten doen met de vraag die degemeente Nijkerk, en ik denk ook Zeewolde, heeft. Dat betreft deNijkerkerbrug, de N704 en de N301. Ik vind het ook niet gek dat dezegemeenten «wacht eens even» zeggen. Daar moet wel wat mee gebeuren.Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dus: is hij bereid die infrastructurelevragen met prioriteit mee te nemen bij de uitvoering en de uitwerking vanhet NPRD? Ik denk dat dat netjes is naar de betreffende gemeenten.Dan ben ik er, voorzitter.De voorzitter:Dank. U bent ruim binnen uw tijd gebleven. U had nog tweeënhalveminuut. O, ik zie dat de heer Diederik van Dijk van de SGP nog eeninterruptie heeft.De heer Diederik van Dijk (SGP):Graag nog even een interruptie op het slot. Collega Ellian wijdt warmewoorden aan het Staphorster bod. Hij doet een stevig beroep op deStaatssecretaris. Staphorst weet natuurlijk als geen ander dat je overgoede bedoelingen geen munitietransport kunt laten rijden. Ze vragenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5119 natuurlijk om een financiële borging, zodat ze niet alleen de lasten gaanmeenemen maar ook de lusten. Is de VVD bereid om die zekerheid op eentijdig moment te bieden aan deze gemeente?De heer Ellian (VVD):Als ik die zekerheid nu had willen bieden – over eerlijke politiek gesproken– had ik een motie met dekking moeten indienen. Anders is het eenwassen neus. Zo’n motie heb ik niet. Ik zie ook niet hoe die dekking nu inhet NPRD gevonden gaat worden. Ik zie wel een proces dat heel lang gaatduren, dat bij Infrastructuur en Waterstaat terechtkomt en waarvan diegemeentes ergens over een paar jaar horen hoe het zit. Dat vind ik ookniet kunnen. Ik heb dus gezocht naar een middenweg daarin. Volgens mijzijn er diverse moties, maar ik heb een iets andere motie. Ik roep deStaatssecretaris op om dit te zien als onderdeel van de uitvoering en omhet als opdracht te zien om dit te regelen. Dat zal niet meteen kunnen,maar voel als Staatssecretaris van Defensie wel de verantwoordelijkheidom dit binnen afzienbare tijd tot een goed einde te brengen. Dat bedoel ikniet lullig; ik ken de commissie voor I&W niet goed, maar ik wil niet dathet daar in de normale MIRT-besluitvorming terechtkomt, want dan ben jeheel veel verder.Dat is dus hoe ik het zie. De absolute zekerheid die Staphort wil, kan ik nuniet bieden, want dan had ik geld moeten vinden. Wat betreft de omvangvan de bedragen denk ik dat het punt van Zeewolde en Nijkerk nog watdieper uitgezocht moet worden. Je zou zeggen dat je dit in de uitvoeringvan dit gehele programma toch ergens zou moeten kunnen fiksen. Ik zouhet een fijn gevoel vinden als Defensie zich er verantwoordelijk voor voelt,want dan kan je het met een gevoel van urgentie en wat doorzettings-macht hopelijk voor elkaar krijgen.De voorzitter:Volgens mij zie ik geen interrupties meer. Dan ga ik naar mevrouw Dobbe,die een beetje op hete kolen zit voor een volgende afspraak. U heeft zesminuten spreektijd in de eerste en tweede termijn. Dan geef ik u nu hetwoord.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. De afgelopen tijd hebben we op verschillendeplekken met mensen gesproken: op de Witte Heide in Arnhem en deafgelopen week in Staphorst, Zeewolde en Lelystad. Ook spraken wevorige week hier in de Tweede Kamer met mensen uit De Haar in Drenthe.Wij hoorden dat mensen echt wel constructief willen meedenken; mensenzitten constructief in de wedstrijd. Maar we horen ook de enorme zorgenen de onzekerheid. Wij hoorden bijvoorbeeld in Zeewolde: ook al doet uuw best, u heeft nog niet het begin van een idee van de impact op onzegezinnen, van het enorme verdriet, de gigantische zorgen, de continuestress en de grote spanningen die dit achter de voordeur geeft. Datvertelde een van de inwoners van Zeewolde ons een aantal dagengeleden. Zij zitten dus al drie jaar in onzekerheid.Op verschillende plekken waar Defensie gaat uitbreiden, zitten mensen inonzekerheid. Dat gaat over hun huis, waar ze soms al generaties langwonen, of over hun bedrijf. Het gaat over onzekerheid voor ouders diedicht bij hun kinderen wonen en afhankelijk zijn voor zorg, die plaatsmoeten maken. Het gaat om de zorgen van kinderen die aan huntoekomst werken in het bedrijf van hun ouders, die daarvoor eenopleiding doen, maar nu hun hele toekomst zien verdampen. Dan is devraag wel waarom dit nodig is. Want natuurlijk moet onze krijgsmachtgoed uitgerust zijn, goed kunnen trainen en goed voorbereid zijn op huntaak. Dat betekent goede arbeidsvoorwaarden, genoeg materiaal, genoegopleiding en dus ook ruimte om te trainen. Dat is allemaal duidelijk. Maarhoeveel ruimte is er dan nodig en voor welke grootte van de krijgsmacht?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5120 In de nota wordt onder andere gesteld dat Defensie moet «voorzien in watde NAVO van Nederland verwacht». We hebben gezien hoe de verwach-tingen van de NAVO worden vormgegeven. Ik zei het net al. We hebbende uitspraken gelezen van NAVO-voorman Rutte, die Trump «daddy»noemt en stelde «Europe is going to pay in a BIG way and it will be ourwin». Dezelfde Trump die overigens met trots de Amerikaanse Defensieheeft omgedoopt in «the Department of War».Nederlanders zullen al enorm moeten gaan betalen voor de 30 miljard tot40 miljard euro die de NAVO-Trumpnorm de Nederlandse samenlevinggaat kosten. En als de levens van mensen in onzekerheid worden gestortop de manier die ik net noemde, en ondergeschikt worden gemaakt aande belangen van Trump en de VS, dan vinden wij dat problematisch. Wantwat is dan de onderbouwing van de behoefte van de NAVO aan onzeruimte? Dat vraag ik de Staatssecretaris.Wat wij terughoren van veel mensen is dat zij vaak het gevoel hebben dathet allemaal al is besloten en dat het niet meer uitmaakt wat zij vinden.We lezen in de brief van de Staatssecretaris ook «op dit kabinetsvoor-nemen is nu inspraak mogelijk». Maar waar kunnen mensen op devoorkeurslocaties die zijn geselecteerd nog inspraak op hebben? Wat isdan precies nog die inspraak?Een gedwongen onteigening, of de dreiging daarvan, is óngelofelijkingrijpend. Wat ons betreft is er geen sprake van gedwongen uitzettingen,onteigening of het verdwijnen van beschermde natuur hiervoor. Datmogen we niet boven de hoofden van mensen laten hangen. Is deStaatssecretaris bereid om dit plan zo aan te passen dat hiervan geensprake zal zijn? Hoe wordt er omgegaan met de schade die mensen nu allijden of hebben geleden door investeringen die niet zijn gedaan,besluiten die niet zijn genomen of die zijn uitgesteld in de levens vanmensen of in de bedrijfsvoering, door de emotionele stress, door degezondheidsklachten die sommige mensen noemen? Het woord«ruimhartig» wordt verschillende keren genoemd, hier net ook al in deKamer. Wat betekent dat dan precies voor deze mensen: ruimhartig?Hoe zit het met compensatie voor mensen die worden geraakt dooroverlast? Wat betekent «ruimhartig» voor hen? Welke beperkingenworden daarbij precies gehanteerd? Het lijkt me heel erg goed als mensenhier precies weten waar ze aan toe zijn.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. U heeft een interruptie van de heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Ik hoor mevrouw Dobbe vragen: waar doen we het eigenlijk allemaalvoor? Als je het in historisch perspectief plaatst: de landmacht alleen alheeft 35,5 miljoen vierkante meter ingeleverd in de afgelopen 30 jaar. Nugaan we weer groeien, dus iedereen kan zien dat we meer ruimte nodighebben. Van die 35,5 miljoen wordt nu maar een paar procent terugge-vraagd van de samenleving. Ik hoor mevrouw Dobbe ook zeggen: wewillen minder afhankelijk zijn van de Amerikanen en we willen beterearbeidsomstandigheden. Dan is de conclusie dat je wil dat er mindermilitairen in Arizona gaan trainen en meer in Nederland. Alles bij elkaargenomen, concludeer ik dat mevrouw Dobbe hier toch op de banken zoumoeten staan springen en zeggen «wat fantastisch dat we dat nu eindelijkgaan doen».Mevrouw Dobbe (SP):Dank voor de vraag. Ik sta niet op de banken te springen. Deze groei vande behoefte aan ruimte is gekoppeld aan de groei van Defensie. Daaromgroeit ook de behoefte om te trainen en om mensen goed voor tebereiden op hun taak. Wij hebben grote vraagtekens bij waar die groeiTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5121 van Defensie op gebaseerd is. Wij hebben eerder al gezegd: we hebbeneen boodschappenlijstje gezien vanuit de NAVO. Dat probeert Defensie zogoed mogelijk in te vullen, met mensen en met ruimte. Maar waar datboodschappenlijstje van de NAVO, van Trump, op gebaseerd is – wijhebben gezien welke woorden daarbij zijn gebruikt – daar hebben wij noggeen onderbouwing van gezien. Daarom hebben wij hier twijfels bij, ookals we zien dat we bijvoorbeeld ten opzichte van Rusland zelfs zonder deVerenigde Staten al drie keer zoveel uitgeven aan defensie als Ruslanddoet, dat we meer manschappen hebben, dat we meer materieel hebbente land, ter zee en in de lucht. Dan hebben wij ook vragen bij de groei vanDefensie en daarmee dus ook bij de groei van de behoefte aan ruimte.De voorzitter:Ik zie geen interrupties meer voor mevrouw Dobbe. Ik geef mevrouwDobbe nog mee: u heeft nog tweeënhalf minuten spreektijd in uwtweede termijn. Dan ga ik over naar de heer Diederik van Dijk namens deSGP.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. Veiligheid is een kerntaak en daar is ruimte voornodig. Oefenen in het buitenland is ook peperduur, maakt onze krijgs-macht minder inzetbaar en drukt op het privéleven van beroepsmilitairen.De SGP onderstreept noodzaak en urgentie van het voorliggendeprogramma. Oefenen met tanks en helikopters doe je helaas niet op hetcircuit van Zandvoort. De SGP pleit wel voor een royale houding richtingde gemeenten, burgers en boeren die het voor hun kiezen krijgen.Voorzitter. Vanaf de A28 zie je het niet: verscholen in het bos bij het fraaieStaphorst ligt een munitiedepot. De SGP waardeert de proactieveopstelling van Staphorst voor uitbreiding van deze munitieopslag. Diehandschoen moet worden opgepakt, ook als voorbeeldproject. Tekent deStaatssecretaris voor het hele Staphorster bod, inclusief de op- en afrittenvan de A28 en de ondertunneling van het spoor? Neemt Defensie dit alsgebiedsopgave voor haar rekening? Worden bij het komende BestuurlijkOverleg Leefomgeving harde afspraken gemaakt, zodat het gebiedsprocessnel kan starten? En zorgt de Staatssecretaris ervoor dat de financieringvoor de start van het gebiedsproces geborgd is, ook voor de infrastruc-turele investeringen?Voorzitter. Ook Zeewolde krijgt het voor de kiezen. Kan de Staatssecretarisnog eens duidelijk maken waarom er is gekozen voor de locatie Spiekwegen niet voor Oosterwold? Zeewolde staat hoe dan ook voor eenmegaproject. Dit moet echt samen opgepakt worden via een bestuursak-koord. Je wilt bijvoorbeeld voorkomen dat met het volle elektriciteitsnetZeewoldenaren nog veel langer moeten wachten op een netaansluiting.Nijkerk vraagt aandacht voor de verkeersdruk op de Nijkerker brug, dievaak openstaat voor scheepvaart. De gevolgen voor de Nijkerksewoningmarkt zijn ook niet onderzocht. De betrokken gemeenten willenversterking van het ov in de regio. Kortom, komt er een bestuursakkoordmet Zeewolde en Nijkerk? Bij de kazernes in Stroe en Ermelo zou erplanologische ruimte zijn voor uitbreiding. Waarom wordt hier niet opingezet? En wat zou daar wel op inzetten betekenen voor het plan bijZeewolde?Voorzitter. Oefenterreinen en nieuwbouw maar ook natuurcompensatiegaan vaak ten koste van landbouwgrond. Tegelijkertijd is ook behoud vanlandbouwgrond van belang. Denk alleen al aan de politieke druk richtingde grondgebonden veehouderij. Ik zie hier kansen voor meer agrarischmedegebruik van Defensieterreinen. Hoe wordt dit opgepakt?Voorzitter. Het kabinet wil oefenterrein De Haar uitbreiden en bijna300 hectare landbouwgrond opkopen. Waarom 100 hectare meer daneerder aangegeven? En waarom is er niet gekozen voor een combinatievan uitbreiding in zowel natuur- als landbouwgebied? Ook de helikopter-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5122 laagvlieggebieden hebben invloed op de leefomgeving. Denk aan vee datop hol kan slaan. Wordt er rekening gehouden met gevoelige bestem-mingen binnen een laagvliegzone, zoals gebieden waar veel vee buitenloopt?Voorzitter. Waarom is er gekozen voor de Maasvlakte voor extra afmeer-en overslagcapaciteit voor de Host Nation Support en niet vooruitbreiding van de capaciteit in Vlissingen en de Eemshaven? De havenRotterdam en de Randstad zijn al vol, druk en kwetsbaar.Voorzitter, afrondend. Het is er al uitgebreid over gegaan: de grote vijandvan het programma is de stikstofproblematiek. «De impact is enorm»,aldus TNO. Het gaat enkele jaren duren voordat de vergunningverleningop gang komt. Die tijd hebben we toch niet? Wat verwacht de Staatssecre-taris van de Wet op defensiegereedheid? We zien deze wet graag snel inde Kamer.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank aan de heer Diederik van Dijk. U heeft nog mooi twee minutenspreektijd in tweede termijn. Ik zie geen interrupties. Dan ga ik naarmevrouw Heite namens Nieuw Sociaal Contract. U heeft negen minutenin beide termijnen samen.Mevrouw Heite (NSC):Dank u wel, voorzitter. We spreken vandaag over het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie, een programma dat raakt aan een vande meest wezenlijke verantwoordelijkheden van de overheid: onzenationale veiligheid en de weerbaarheid van onze samenleving. In een tijdwaarin de geopolitieke spanningen scherp voelbaar zijn, is het van grootbelang dat Defensie de ruimte krijgt die ze nodig heeft. Wat NSC betreftgeldt: hoe sneller, hoe beter. Maar daarbij moeten we uiteraard wel scherpblijven op de manier waarop we dat doen.Ik wil beginnen met een compliment. Het is duidelijk dat niet alles in ditproces vlekkeloos is verlopen. Dat kan ook bijna niet bij zo’n complex eningrijpend programma. Maar NSC waardeert de inzet en betrokkenheidvan Defensie en de Staatssecretaris zeer. Het feit dat u alle locatiespersoonlijk heeft bezocht, met mensen hebt gesproken en de zorgen enemoties in de lokale gemeenschap hebt aangehoord, getuigt van grotebetrokkenheid. Dát maakt het verschil. Mensen voelen dat ze gehoordworden en dat schept vertrouwen, iets wat in dit dossier absoluutnoodzakelijk is.Voorzitter. NSC wil nadrukkelijk aandacht vragen voor een aantal punten.Waar de ruimte voor Defensie wordt uitgebreid, worden mensen geraakt:huishoudens, agrariërs, bedrijven en hele gemeenschappen. Daarom ishet van groot belang dat alle betrokkenen zo snel mogelijk duidelijkheidkrijgen, uiteraard zonder dat dit ten koste gaat van de zorgvuldigheid. Alservaringsdeskundige uit Groningen zou ik willen zeggen: leer van watdaar is misgegaan. NSC pleit nadrukkelijk voor een snelle, zorgvuldige enruimhartige aanpak met oog voor de menselijke maat. Daarom is mijndringende oproep om in deze nieuwe fase zo snel mogelijk met allebetrokkenen in gesprek te gaan, want de impact is nu al groot. Huizen zijnbijvoorbeeld nu al onverkoopbaar, terwijl het hele proces nog jaren kanduren. Iedereen kan zich voorstellen wat dat met mensen doet. Kan deStaatssecretaris toezeggen dat hij hieraan tegemoetkomt?Voorzitter. De gevolgen van het NPRD zijn voor een aantal gemeenten engemeenschappen groot. Daarbij wil ik vandaag specifieke aandachtvragen voor Staphorst, Midden-Drenthe, Zeewolde en Weert. Allereerstmijn complimenten – die zijn op zijn plaats – voor de constructievehouding van deze gemeentes. De gemeenteraad in Staphorst heeftaangegeven dat hij verantwoordelijkheid wil nemen en de bestaandemunitieopslag wil uitbreiden naar een grootschalige opslag vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5123 70 hectare in het kader van onze nationale veiligheid. Daarbij heeft hij eenaantal randvoorwaarden gesteld op het gebied van inpassing enveiligheid. Het Rijk, de provincie en de gemeente zijn hiertoe inmiddelseen gezamenlijke inspanningsverplichting aangegaan. Het zou mooi zijnals dit als voorbeeld kan dienen voor overige projecten binnen het NPRD.NSC roept de Staatssecretaris dan ook op om bij het komend BestuurlijkOverleg Leefomgeving afspraken te maken over de verdere invulling vanhet gebiedsproces met alle gestelde randvoorwaarden en financiëleborging vóór aanvang van dit proces, en overweegt hiertoe samen met deSGP een motie in te dienen in de tweede termijn.Het vergroten van het oefenterrein in De Haar, Midden-Drenthe, heeft alsgevolg dat drie agrarische familiebedrijven, die al decennialang en somsvele generaties hun bedrijven hebben opgebouwd, gedwongen moetenvertrekken. Deze agrariërs hebben hierover een constructieve oproepgedaan. Dat laat zien dat er draagvlak is om mee te denken. Ze wijzen erterecht op dat de voorontwerpnota van het NPRD benadrukt dat er rechtmoet worden gedaan aan de schaarse grond door deze meervoudig tebenutten. Waarom zouden we dat niet verder uitwerken? We zien inDuitsland hybride gebruik, waarbij landbouw, natuur en defensie ophetzelfde terrein heel goed samengaan. Het scheelt hoge onteigenings-kosten. Het betekent dat de unieke Drentse cultuur, natuur en agrarischebedrijven behouden kunnen blijven én dat Defensie kan oefenen. NSCvraagt de Staatssecretaris dan ook om dit model serieus te onderzoekenvoor Nederland. Het is een kansrijke manier om draagvlak te creëren,maatschappelijke kosten te beperken en de samenwerking met boeren ennatuurorganisaties te versterken. Graag een reactie van de Staatssecre-taris.Jachtvliegtuigen op Lelystad Airport, de komst van een kazerne met7.000 arbeids- en opleidingsplaatsen: dat is inderdaad niet niks. Dat isvoor een middelgrote gemeente als Zeewolde uitzonderlijk en zeercomplex. Weert is aangewezen als uitbreidingslocatie, waarbij het albestaande oefenterrein op de Weerterheide wordt aangevuld met eenoefendorp, met grote gevolgen voor de leefomgeving. NSC wil deStaatssecretaris hier dan ook dringend meegeven dat het van belang isom dit proces zorgvuldig en op basis van gelijkwaardige samenwerkingmet deze gemeenten verder vorm te geven, en daarbij zo veel mogelijkrekening te houden met de gevolgen voor andere sectoren zoals natuuren recreatie, wonen, infra, voorzieningen, economie en energietransitie.Benut koppelkansen en creëer daarmee zo veel mogelijk regionale enmaatschappelijke meerwaarde voor deze gebieden. Kan de Staatssecre-taris toezeggen dat hij hiertoe bereid is?Voorzitter. Tot slot wil ik benadrukken dat het NPRD niet alleen eentechnische opgave is. Het is ook een maatschappelijke opgave, die onsallemaal aangaat. Ruimte voor Defensie raakt direct aan de leefomgevingvan mensen, maar creëert ook koppelkansen. Dit alles vraagt om eenwederkerige samenwerking op basis van transparantie en onderlingvertrouwen. Alleen als mensen merken dat Defensie eerlijk, zorgvuldig enbetrokken handelt, ontstaat er bereidheid om mee te denken en mee tedoen. Die komt weer ten goede aan een snelle realisatie van alleprojecten, aan het zo optimaal mogelijk benutten van alle koppelkansenen aan een weerbare samenleving. Juist in tijden van crisis hebben weelkaar nodig. Boeren, bestuurders, burgers, gemeenten en provinciesvormen allemaal samen met Defensie de ruggengraat van onze nationaleveiligheid en weerbaarheid.NSC steunt de inzet om Defensie de ruimte te geven die ze nodig heeft.Dat is belangrijker dan ooit. Hoe sneller, hoe beter, wat ons betreft; ik wilhet nog maar een keer zeggen. Maar daarbij vragen we wel dat ditgebeurt met oog voor mens, gemeenschappen, landbouw, natuur enbestuurlijk draagvlak. Hou rekening met de dringende verzoeken van debetreffende gemeenten. Maak werk van de mogelijkheden voor hybrideTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5124 grondgebruik bij specifieke casussen binnen het NPRD. Compenseer inhet geval van onteigening de direct betrokkenen ruimhartig. Werk opbasis van gelijkwaardigheid samen. Alleen zo maken we van het NPRDeen programma dat snel kan worden gerealiseerd, dat zo optimaalmogelijk gebruikmaakt van alle koppelkansen, met breed draagvlak onderalle betrokkenen, en dat daarmee bijdraagt aan de veiligheid enweerbaarheid van Nederland.Dank u wel.De voorzitter:Dank aan mevrouw Heite. U heeft nog drie minuten voor uw tweedetermijn. Ik zie dat u een interruptie krijgt van de heer Pool.De heer Pool (PVV):Mevrouw Heite begon over Groningen, dus ik heb de volgende vraag.Vorig jaar hadden we het natuurlijk over het bouwen van de munitie-depots in Groningen, specifiek in het mijnbouwschadegebied. Toen kwamer een motie om dat te gaan verbieden. De PVV steunde die motie.Daarom is die aangenomen en daarom heeft de Staatssecretaris ookgezegd: daar gaan we in elk geval geen munitiedepots bouwen. Alleenstemde de partij Nieuw Sociaal Contract tegen die motie, dus als het aanNieuw Sociaal Contract had gelegen, waren daar dus wel munitiedepotsgekomen. Als ik dat mag vragen: waarom?Mevrouw Heite (NSC):Dank u wel voor deze mooie vraag, want ik heb het altijd al een keer in depublieke ruimte willen uitleggen. Wij hebben niet gesteund dat demunitiedepots daar komen. In dat stadium hebben we gezegd, en ik zeihet net ook in mijn betoog: ruimte voor Defensie is van ons allemaal en iseen maatschappelijke opgave. Je kunt bij iets wat zo wezenlijk is als onzeveiligheid niet aan de voorkant al zeggen: dit gebied niet. Wij vinden hetniet kies dat we dan als Kamer bij de Staatssecretaris gaan aangeven datwe het in die provincie wel en in die provincie niet willen. We hebbenertoe opgeroepen en hebben een dringend verzoek gedaan aan deStaatssecretaris om bij zijn afwegingskader transparant en eerlijk te zijn.We hebben dat proces willen afwachten en niet aan de voorkant al eenuitzondering willen maken voor de provincie Groningen. Dat vonden wein dit geval niet de juiste route, ook tegen het licht van hoe belangrijk ditprogramma in onze gemeenschappelijke veiligheid is.De heer Pool (PVV):Vond mevrouw Heite niet dat de Groningers dan al genoeg geledenhadden?Mevrouw Heite (NSC):Heel mooi dat u nog weer aandacht vraagt voor het leed dat in Groningenis veroorzaakt. Ik ben het helemaal met u eens dat dat groot is en dat dattot op de dag van vandaag groot is. Alleen was er wat ons betreft in datstadium van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie geenargument om Groningen aan de voorkant al uit te sluiten. Er zijn wat datbetreft ook nog andere provincies – ik noem Zeeland – waar ook denodige problemen zijn geweest. Die zijn onvergelijkbaar met Groningen,maar het probleem in dezen is ook, vind ik, dat je als het om onzenationale veiligheid gaat, provincies niet tegen elkaar kunt uitspelen enzeggen dat wat daar gebeurd is, erger is dan wat daar gebeurd is. Wijhebben vertrouwd op deze Staatssecretaris om een transparant en goedafwegingskader te maken en op basis daarvan de juiste beslissingen tenemen. Ik constateer dat dat is gebeurd; complimenten daarvoor heb ikook al gemaakt. Wij staan wat dat betreft achter onze beslissing omGroningen niet toen al in die uitzonderingspositie te brengen, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5125 daarmee wil ik niets afdoen aan het enorme leed dat in Groningen isveroorzaakt.De heer Pool (PVV):Als mevrouw Heite dus haar zin had gekregen, hadden de Groningers nogheel erg lang in de onzekerheid gezeten; dan hadden ze die uitsluiting dusniet gehad vorig jaar. Waarom is ze daar zo’n voorstander van, als ze zo’nhart heeft voor die Groningers? Ik snap het niet. Kunt u dat uitleggen?Mevrouw Heite (NSC):Volgens mij heb ik geprobeerd dat uit te leggen, maar ik constateer datmijn uitleg niet voldoende is. Ik zal het nog één keer herhalen. Wij hebbenaan de voorkant bij het Programma Ruimte voor Defensie gezegd dat wijerop vertrouwden dat deze Staatssecretaris en Defensie met eentransparant en goed afwegingskader komen. Wij wilden niet aan devoorkant vanuit de Kamer de Staatssecretaris opdragen in welke provinciehij wel of niet wat mocht gaan doen. Dit proces moet je zorgvuldig, op dejuiste manier en in de juiste stappen doorlopen. Dat had kunnenbetekenen dat ook voor mensen in Groningen de onzekerheid langer hadgeduurd. Maar ik wil wat betreft de situatie in Groningen een onderscheidmaken tussen de aardbevingsproblematiek en dit programma dat gaatover nationale veiligheid. Wat mij betreft is de uitkomst ook geweest datde Staatssecretaris het zorgvuldig heeft afgewogen en dat die duide-lijkheid er nu is. Ik kan alleen maar zeggen dat ik daar ontzettend blij meeben voor mijn provincie, want deze mensen hebben inderdaad heel veelvoor hun kiezen gekregen. Maar nogmaals, wat ons betreft kunnen we datniet continu vermengen met onze nationale veiligheid.De voorzitter:De heer Pool voor zijn vierde en laatste interruptie.De heer Pool (PVV):Het is hartstikke fijn dat de realiteit dus anders heeft uitgepakt, dat demensen in Groningen, die inderdaad al zo veel voor hun kiezen hebbengekregen, toch die uitsluiting hebben gekregen, en dat we in elk geval ziendat de Staatssecretaris zich daar ook aan houdt. Het is fijn dat zij in elkgeval weten dat we over dat mijnbouwschadegebied, waar nog steeds zoveel ellende is, in ieder geval niet de discussie hoeven voeren dankzij dieaangenomen motie.De voorzitter:Ik hoorde geen vraag, maar ik geef mevrouw Heite, als ze dat wil, hetwoord om erop te reageren.Mevrouw Heite (NSC):Ik kan alleen maar zeggen dat ik het helemaal eens ben met wat de heerPool hier net zei. Misschien zou ik nog willen toevoegen dat, als het aanmij had gelegen, aan de voorkant Groningen wellicht niet opgenomen hadmoeten worden in de lijst met provincies waar gekeken werd naar locatiesvoor munitiedepots. Nogmaals, op het moment dat die er wel op staat,moet je vervolgens in een transparant en zorgvuldig proces de juisteafwegingen maken. Maar ik ben het helemaal met de heer Pool eens dathet voor Groningen heel prettig is. Dank ook aan de Staatssecretaris dathij daar heel snel duidelijkheid over heeft gegeven en dat wij niet verderin dat proces hebben moeten meelopen, want wat de mensen daar isaangedaan en wat daar heel veel mensen nog steeds wordt aangedaan, isinderdaad hemelschreiend. Dus dank u wel voor uw vragen hierover.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5126 Dank aan mevrouw Heite. Ik zie geen interrupties meer. Dan gaan we naarde inbreng van mevrouw Wijen-Nass namens de BBB. U heeft zes minu-ten voor beide termijnen.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dank u wel, meneer de voorzitter. Nederland moet een veilig, stabiel enweerbaar land zijn. Dat vraagt om een sterke krijgsmacht, maar ook omeen veerkrachtige samenleving, betrouwbare infrastructuur en strategischbeleid voor wonen, voedsel en economie. Veiligheid is geen losstaandthema, maar de optelsom van hoe wij als land zijn georganiseerd. BBBstaat voor realisme, verantwoordelijkheid en investeringen met gezondverstand. De krijgsmacht vormt een onmisbare pijler van onze nationaleveiligheid.Vandaag bespreken we als commissie voor Defensie het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie. Dit programma gaat over hetuitbreiden van onze Nederlandse krijgsmacht en op welke plek inNederland dit moet gebeuren. In een dichtbevolkt land als Nederland gaathet dan automatisch ook over gemeenschappen, ondernemers en boeren.BBB snapt dat het heel veel onzekerheid met zich meebrengt en ookenorm veel spanning achter de voordeur. Kan ik hier wel blijven wonen?Wat betekent het voor mijn gezin? Kan ik mijn bedrijf hier nog welvoortzetten? Ik ben dan ook, namens BBB, het land doorgereisd om veelvan die plekken waar mogelijk ruimte voor Defensie werd gemaakt, zelf tegaan bekijken en te spreken met inwoners en ondernemers, van Agelo totBantega. Veel van die locaties zijn afgevallen, waarmee gelukkig veelgemeenschappen gespaard zijn. Het besef met betrekking tot deuitbreiding van Defensie is bij eenieder aanwezig, merkte ik tijdens al diegesprekken. Maar op sommige plekken zijn de gevolgen wel groter dan opandere plekken. BBB heeft daarom altijd gepleit voor een combinatie vanDefensie en natuur. Volgens mij heeft de Staatssecretaris ook geprobeerdom zo veel mogelijk gebruik te maken van natuur. Ik ben benieuwd of deStaatssecretaris daar wellicht wat meer inzicht in kan geven.Langs deze weg wil BBB nogmaals benadrukken dat voedselzekerheidnooit in het gedrang mag komen, want onze vruchtbare grond isuiteindelijk ons grootste strategische wapen. Daarom zien wij graag datDefensie gaat experimenteren met agrarische oefenterreinen waarmilitairen realistisch kunnen trainen, terwijl boeren hun werkzaamhedengewoon voortzetten met gegarandeerde compensatie bij eventueleschade. Dat zou misschien ook wel een mogelijkheid kunnen zijn bij DeHaar in Drenthe. Kan de Staatssecretaris reageren op het multifunctioneelgebruik van grond met betrekking tot landbouw? Zou dit een oplossingkunnen zijn waarmee ervoor gezorgd wordt dat zo veel mogelijk boerenhun bedrijf in Drenthe kunnen voortzetten?Ik wil de Staatssecretaris nog een aantal concrete punten meegeven,allereerst over de infrastructuur. Wat BBB betreft gaan veiligheid enbereikbaarheid, dus ook infrastructuur, hand in hand. Ik heb hier al eerdervoor gepleit, maar dat idee werd toen door vrijwel elke politieke partij indit huis afgeschoten. Ik zal straks dan ook mijn motie hiertoe opnieuwindienen. Een veelgehoord geluid in veel gebieden waar ruimte gemaaktwordt voor Defensie, is dat er aanpassingen gedaan moeten worden aande infrastructuur.Dan ga ik door met de provincie Drenthe en het oefengebied De Haar.Daar heb ik net ook al aandacht voor gevraagd. Heb oog voor deondernemers en boeren in dit gebied en kijk of hybride gebruik vanlandbouwgrond mogelijk is. Zo kunnen Defensie, landbouw en natuurperfect met elkaar samengaan en hoeven er wellicht geen of veel minderbedrijven en gezinnen te verplaatsen.De gemeente Nijkerk valt tussen wal en schip. Het ligt tegen de provincieFlevoland aan, maar is provincie Gelderland. Daardoor zitten ze niet echtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5127 ergens aan tafel. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat zij wordenmeegenomen in het vervolg?Dan ben ik bij de provincie Flevoland. In deze provincie ligt een groteopgave voor Defensie: het vliegveld voor F-35’s en de megakazerne. Hetvliegveld is een prima optie voor F-35’s, maar wat de commerciëleluchtvaart betreft heeft BBB altijd gezegd: eerst de PAS-melders. En dat isen blijft het standpunt van de BBB. F-35’s geven wel een enorme herrie.Daar hebben omwonenden geluidsoverlast van en ondernemers kunnenwellicht ook schade ondervinden, bijvoorbeeld aan hun gewassen. Kan deStaatssecretaris toezeggen dat dit bij de verder uitwerking van de plannenwordt meegenomen en dat omwonenden hierbij actief worden betrokken?De megakazerne in Zeewolde heeft een enorme impact op de omgeving:het zorgt voor werkgelegenheid, maar het zorgt er ook voor dat boerenhun bedrijf moeten verplaatsen. Door de gemeente Zeewolde is eenandere locatie aangedragen. Is het juist dat deze locatie niet is gekozenomdat dan meer ondernemers ruimte zouden moeten maken voorDefensie? Er leven daar ook zorgen over de laagvlieggebieden en overwat die bijvoorbeeld betekenen voor paarden, braderieën in dorpen eneen rustige leefomgeving. Kan de Staatssecretaris een beetje een inkijkjegeven in de frequentie?De voorzitter:Mevrouw Wijen-Nass, ik wil u meegeven dat u echt in uw laatste minuutzit. U kunt uw betoog gewoon vervolgen, hoor, maar besef dat u in delaatste minuut van uw spreektijd zit.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Als ik nu zou stoppen, heb ik dan nog een minuut voor de laatste termijn?Mag ik nog één zin zeggen?De voorzitter:Ja, u mag zo veel tijd gebruiken als u wilt. Alleen, zes minuten zijnzes minuten.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Dat begrijp ik, maar ik vraag nu concreet of ik ...De voorzitter:Ja, hoor. Dat is geen probleem.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ja, prima.De voorzitter:U heeft ook nog één minuut van uw tijd.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Nee, dat snap ik. Maar als ik nu nog één zin zeg, mag ik dan wel nogmoties indienen?De voorzitter:Eén zin mag.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ja, deze voorzitter is echt extreem streng.De voorzitter:Jaja, ik ben heel streng.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5128 Ik heb vaker voorgezeten, maar dit heb ik niet eerder meegemaakt. Maargoed, dat is een andere discussie.De voorzitter:Maar maakt u uw zin af, zou ik zeggen.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Ja, nog één zin, inderdaad. Indien boeren zouden moeten verplaatsen,staat voor BBB voorop dat zij ruimhartig gecompenseerd moeten worden.Daar laat ik het voor nu bij, want dan heb ik nog een minuutje over voorde tweede termijn.Dank u wel.De voorzitter:Dank aan mevrouw Wijen-Nass. U heeft inderdaad nog een minuut overvoor uw tweede termijn. Dan ga ik over naar mevrouw Van der Werf, diespreekt namens D66. U heeft ook zes minuten spreektijd voor uw beidetermijnen.Mevrouw Van der Werf (D66):Nou, de stopwatch gaat aan.Voorzitter. Onze militairen staan elke dag klaar om onze vrede enveiligheid te bewaken, maar daarvoor is nu meer ruimte nodig. Zondervoldoende oefenterreinen en uitbreidingsruimte kunnen zij hun werksimpelweg niet goed doen. Met de nieuwe NAVO-norm van 5% en detoenemende dreiging vanuit Rusland is het essentieel dat Defensie nu defysieke ruimte, middelen en planning krijgt om onze mannen en vrouwenoptimaal voor te bereiden op de dreigingen van vandaag en morgen. Deuitbreidingsplannen voor Defensie kunnen rekenen op brede steun vanuitde samenleving. Mensen in Nederland zien heel goed dat deze uitbrei-dingen noodzakelijk zijn voor onze vrede en veiligheid. Maar dat neemtniet weg dat er ook serieuze zorgen zijn. 63% van de mensen die deuitbreiding liever niet in hun omgevingen willen, geeft aan zorgen tehebben over geluidsoverlast. 57% zegt zich zorgen te maken over deveiligheid rondom die Defensielocaties. Ik wil de Staatssecretaris daaromvragen: kan geluidsoverlast, daar waar de oefendoelstelling dat toelaat, zoveel mogelijk worden beperkt bij oefeningen? Dat kan bijvoorbeeld doorze tijdens kantooruren te laten plaatsvinden, wanneer de meeste mensenaan het werk zijn. En hoe wordt bijvoorbeeld de veiligheid geborgdwanneer het gaat om branden, zoals recent nog op de hei bij Ede?Voorzitter. Daarnaast zijn er mensen en bedrijven die een heel groot offermoeten brengen, voor wie de gevolgen het grootst zijn. 27 huishoudensen bedrijven zullen moeten verhuizen. Voor hen betekent dit niet alleenafscheid nemen van hun woning of bedrijf, maar vaak ook van hunomgeving, van hun buren, van hun vertrouwde leefomgeving. Voor dezemensen in Zeewolde, in Staphorst, bij de Weerterheide, bij De Haar enrondom Lelystad Airport vraag ik: hoe worden deze mensen op eenmenselijke manier begeleid naar een nieuw thuis of een nieuwe vesti-gingsplek, ook gezien de enorme druk op de woningmarkt? Juist in dezetijd van woningcrisis moeten deze mensen van deur tot deur begeleidworden, van hun huidige woning naar hun nieuwe woning, zodat mensenzo snel mogelijk een nieuw thuis kunnen opbouwen. Wat vindt deStaatssecretaris van zo’n deur-tot-deuraanpak?Voorzitter. Oefenterreinen, springvelden, kazernes, stallingplaatsen voorF-35’s: er is meer ruimte nodig om onze veiligheid en die van onzebondgenoten te garanderen. Maar die uitbreidingen en de operationelegereedheid van Defensie worden ernstig bedreigd door het uitblijven vaneffectief stikstofbeleid. De Staatssecretaris omschrijft de effecten zelf als«enorm» en verwacht dat het nog wel jaren kan duren voor uitbreidingenvan start kunnen gaan, met zelfs het risico dat de verdedigingscapaciteitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5129 van het NAVO-grondgebied beperkt wordt. Defensie heeft ruimte nodigom te oefenen, maar het huidige stikstofbeleid blokkeert elke vooruitgang.Boeren, bouwers en Defensie lopen vast. Militairen kunnen niet trainen,materieel blijft ongebruikt en onze operationele paraatheid staat onderdruk. Wie stikstofbeleid uitstelt, stelt onze veiligheid uit. Hoe gaat deStaatssecretaris ervoor zorgen dat de noodzakelijke locaties tijdig de juistenatuurvergunningen krijgen? Kan hij toezeggen dat de Kamer nog voor debehandeling van de Defensiebegroting een overzicht ontvangt van destikstofeffecten per voorgenomen locatie, inclusief de vertragingen diedaardoor ontstaan?Wanneer het gaat over het stikstofslot verwijst de Staatssecretaris steedsnaar de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel en naar deWet op de defensiegereedheid, maar die wet biedt volgens Defensie zelfgeen oplossing. En de plannen van de commissie? De Minister vanLandbouw noemde ze in het FD nog «goede plannen», maar het PBL zettedat beeld een dag later al recht: nauwelijks stikstofreductie, weinigconcreet, niet realistisch en een kostenplaatje van maar liefst 21 miljardeuro. Kortom, met het getreuzel van dit kabinet blijft Defensie op slot.Voelt deze Staatssecretaris zich niet in de steek gelaten door zijn collegaop Landbouw? Erkent hij dat het uitblijven van een serieus stikstofpakketenorme gevolgen heeft voor de noodzakelijke uitbreidingen van Defensie?Je kunt niet bij mensen het erf oplopen om te zeggen dat ze hun spullenmoeten pakken voor meer ruimte voor Defensie als je zelf je zaakjes zoslecht op orde hebt.Voorzitter. Tot slot nog een paar vragen. Dit hele proces rondom Ruimtevoor Defensie is gestart in een tijd dat de 2%-norm nog niet in onze wetstond, maar inmiddels hebben we ons al gecommitteerd aan de nieuwe5%-norm. Hoe is deze nieuwe norm meegenomen in de plannen? Biedende locaties straks ook nog voldoende ruimte wanneer we die 5% willeninvesteren?De Staatssecretaris heeft besloten geen specifieke locatie aan te wijzenvoor een springveld. Welke mogelijkheden ziet hij om dit Europees op tepakken? Welke bredere kansen zijn daar om meer samenwerking terealiseren op het gebied van Ruimte voor Defensie?De voorzitter:Dank u wel. U heeft één minuut spreektijd voor uw tweede termijn. Ik gaover naar de heer Boswijk, die zes minuten spreektijd heeft in beidetermijnen.De heer Boswijk (CDA):Dank u wel, voorzitter. Het is al meerdere keren gezegd: de veiligheidssi-tuatie op ons continent is dusdanig verslechterd dat het goed is dat wijmeer geld, materieel, mensen en ruimte gaan geven aan onze krijgs-macht. Daarom is het ook goed dat we het vandaag over het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie hebben. Laat ik beginnen metcomplimenten voor de Staatssecretaris en zijn ondersteuning. Het is algenoemd door een aantal collega’s dat de Staatssecretaris zelf het landdoor is getrokken. Ik geef zeker ook complimenten aan de lokalebestuurders – een aantal zitten hier op de publieke tribune – zoals deraadsleden, van bijvoorbeeld de gemeenteraad van Staphorst en nog eenaantal gemeenteraden, die misschien ondanks lokale druk toch hebbengezien dat bepaalde stappen op dit moment nodig zijn. Wat ons betreftmoeten we dat ook ruimhartig belonen. Die moed missen we helaas vaak,zeker ook hier in Den Haag. De moed die wij lokaal zien, moeten wijbelonen. Dat zouden we moeten doen door opgaves integraal aan tepakken. De koppelkansen voor aansluiting met IenW of de vraagstukkenrond wonen of landbouw zijn al een paar keer genoemd. Die zouden weeigenlijk integraal moeten oppakken. We moeten ook zeker gemeentesmeenemen die misschien niet direct betrokken zijn maar die wel degelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5130 de effecten voelen; de gemeente Nijkerk is al genoemd. Hoe kijkt deStaatssecretaris hiernaar? Ik hoor dat dit in de Kamer breed leeft. Het zoudus mooi zijn als de Staatssecretaris dit ook omarmt. Tegelijkertijd heb ikwel zorgen, want het kan natuurlijk mooi zijn als deze Staatssecretaris zegtdat hij het hier helemaal mee eens is en dat we dit gaan doen, maar ikweet vanuit mijn vorige leven als woordvoerder Landbouw dat we er heelvaak met de Minister van Landbouw goed uit waren en dat vervolgens hetMinisterie van Financiën niet thuis gaf. Hoe gaan we er dus voor zorgendat het Ministerie van IenW én het Ministerie van Financiën over de brugkomen? Zijn de zorgen die ik destijds had terecht? In hoeverre is ersamenwerking met de andere ministeries?Voorzitter. Ook al genoemd is de ruimte voor dubbelgebruik, onder anderevan agrarische grond maar ook van natuurgebieden; het is een beetje saaials je een van de laatste sprekers bent. We weten dat natuurgebieden enmilitaire terreinen heel goed samen kunnen gaan. Ik doe een extra oproepom op dat punt zo efficiënt mogelijk samen te werken en ook de link metde agrarische sector te zoeken.Wat Lelystad Airport betreft: het is nodig dat daar F-35’s komen; daar zijnwe als CDA ook hartstikke voor. Tegelijkertijd zijn we wel bang datbepaalde dossiers hier een beetje vertroebeld rondgaan, terwijl er nogniet tegemoet is gekomen aan de randvoorwaarden die destijds zijngesteld aan de burgerluchtvaart: het moet stiller, het moet schoner en ermoet een oplossing komen voor de laagvliegroutes. Zolang dat nog nietgeregeld is, zou «militair» wat ons betreft echt los moeten worden gekniptvan de burger. Ik ben heel benieuwd hoe de Staatssecretaris hiernaar kijkt,omdat ik weet dat daar ook binnen de coalitie, die steeds kleiner wordt,verschillend over wordt gedacht.Voorzitter. Ik heb eerder al eens aangehaald dat heel veel mensen inNederland zien dat het nodig is dat Defensie groeit. Het is niet zo dat zedat niet willen, maar de ervaring met Defensie is vaak niet al te best. Dangaat het vooral om de klachtenafhandeling, om mensen die rondspringterreinen leven. Ik ben heel benieuwd welke maatregelen deStaatssecretaris heeft genomen sinds ik daar vorig jaar een melding overmaakte. En ik ben ook heel benieuwd hoe de Staatssecretaris kijkt naar dezorgen van mensen in bijvoorbeeld Midden-Drenthe die in onzekerheidleven, die ook heel graag snel duidelijkheid willen hebben. Is de Staatsse-cretaris bekend met deze zorgen? Zo ja, hoe komt hij hieraan tegemoet?Dank u wel.De voorzitter:Dank aan de heer Boswijk. U heeft nog anderhalve minuut in uw tweedetermijn over. Ik zag dat de heer Ellian een interruptie heeft.De heer Ellian (VVD):De heer Boswijk is duidelijk. Het verkiezingsprogramma van het CDA lietwat ruimte ten aanzien van de opening van Lelystad Airport, maar de heerBoswijk is duidelijk: aan die randvoorwaarden is niet voldaan. Ik zie maaréén mogelijkheid: de militaire mogelijkheid. Mijn eerste vraag is: betekentdat volgens de heer Boswijk dat Defensie Lelystad Airport van Schipholmoet kopen? En gaat hij dan ook een motie indienen die daartoe oproept?De heer Boswijk (CDA):Het is geloof ik nog niet aangeboden aan ons, dus ik ga daar ook niet opvooruitlopen. Als het besluit van deze regering uiteindelijk gaat zijn dat,gezien het draagvlak in deze Kamer, de eigenaar ervanaf wil, dan moet diezich melden; dan hebben we een situatie en zullen we die discussiemoeten gaan voeren. Ik baseer ons standpunt op de huidige, feitelijkesituatie en ons standpunt is wat dat betreft niet veranderd. We gaan zienwaar de toekomst ons uiteindelijk gaat brengen. Ik verwacht overigenswel dat ik vandaag een motie kan indienen waar we dan voor of tegenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5131 gaan stemmen, maar dat dat uiteindelijk een onderdeel gaat zijn van deformatie – om het maar even gelijk dood te slaan.De heer Ellian (VVD):Over makkelijke politiek gesproken, voorzitter ... Ik bedoel, ik respecteerdat, want het CDA is op zich duidelijk. Het CDA was in ieder geval in dezeKamerperiode tegen de opening. Daar was geen woord Spaans bij: tegen.Nu was er in het verkiezingsprogramma een opening, maar zegt de heerBoswijk nu: «Ook daar is geen woord Spaans bij. Ik zie niet dat er voldaanis aan de randvoorwaarden, dus een opening voor burgerluchtvaart is nietaan de orde»? Maar zegt hij ook: «Die F-35 moet er wel komen»? Oké,maar daar is geen bestuurlijk draagvlak voor in Flevoland, en het is geenmilitair vliegveld. Schiphol gaat zich niet melden. Als de heer Boswijkvindt dat de F-35’s daar gestationeerd moeten worden, dan is er maar éénoplossing mogelijk: dan moet deze regering het gaan kopen van Schiphol.Is dat dan de consequentie die het CDA op zich wil nemen?De heer Boswijk (CDA):Ik heb net gehoord in de interruptie van de heer Ellian: «Heb het vooralover de inhoud, niet jij-bakken.» Toen heb ik er maar geen persoonlijkpunt van gemaakt. Ik zal dat nu ook niet doen; ik houd het gewoon op deinhoud. Ik weet niet helemaal waar die zurigheid vandaan komt, maargoed. Het is niet dat wij willen dat hier een militair vliegveld komt. Het iseen verzoek vanuit Defensie, waarvan wij zeggen: gezien de veiligheidssi-tuatie vinden wij het best begrijpelijk dat dat daar komt. Dat zijn de feiten;niet omgedraaid. Dus we gaan zien wat deze Staatssecretaris van onsnodig heeft. Ik hoor ook dat er binnen dit kabinet wordt gelobbyd. Ja, ikweet waar het vandaan komt, want het standpunt van de VVD is helder: jemoet die twee aan elkaar koppelen. Nou, dat kan, maar dat is niet onsstandpunt. Dus dat is niet «gemakkelijke politiek». Wij zijn hier altijdhelder over geweest. Wij zien dat de wereld is veranderd, dat er pijnlijkebesluiten nodig zijn. Ik had er liever ook geen F-35’s extra bij gehad en alons geld liever uitgegeven aan onderwijs, zorg en vroeger met pensioengaan. Maar de situatie in de wereld is anders. We moeten pijnlijkebesluiten nemen, en wat ons betreft verstandige. En wij steunen dezeStaatssecretaris daarin, maar we willen niet dat we hier ineens dossiersdoor elkaar gaan mengen. Tenzij aan die randvoorwaarden voldaan is;dan zullen we er met alle liefde naar kijken.De heer Ellian (VVD):Ik meng geen dossiers. Dat doet de regering, op zich op een terechtemanier. Volgens mij is dat niet vermengen. Want wat zegt de regering?Het kabinet zegt: er zijn voordelen op het gebied van veiligheid, operaties,personeel; er is van alles te bedenken. Erkent de heer Boswijk wel dat dievoordelen er zijn en dat het voor Defensie prettig zou zijn om daarvangebruik te kunnen maken? Want nogmaals, als dat niet zo is, dan heb jedus een luchthaven die je moet ombouwen tot een militair vliegveldzonder die voordelen. Dan kan je toch niet zeggen: «We gaan het welzien»? Als je zegt dat die F-35 daar moet, dan moet je deze Staatssecre-taris toch helpen? Jullie kennen elkaar goed. Dan moet je toch zeggen:«Oké, bouw het om. Koop het. Vergeet die voordelen. En succes ermee»?De heer Boswijk (CDA):Het is nogal wiedes dat er voordelen zijn. Als we nog meer diensten opLelystad Airport gaan plakken, worden de verdiensten natuurlijk altijdbeter. Maar wij moeten in onze afweging ook andere aspectenmeenemen: gemeenschappelijk draagvlak, overlast, afspraken die metbuurgemeenten zijn gemaakt en de politieke realiteit. Nogmaals, desituatie in de wereld is veranderd. De wens van Defensie is om daar eenmilitair vliegveld van te maken. Wij zijn, gezien de actualiteit, bereid dat teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5132 steunen. Dan is het niet aan een partij met vijf zetels in de oppositie om derekensom te maken. De Staatssecretaris moet zeggen: «Prima, dat gaanwe doen, maar dan wil ik jullie ook een dilemma meegeven. Als we ditdoen, kost het dit. Als we de burgerluchtvaart erbij doen, dan kost hetdit.» Dan gaan we ernaar kijken. Ik geef alleen nu al een winstwaar-schuwing af dat wij er niet zo veel voor voelen om terug te komen op eenstandpunt dat we al heel lang hebben.De voorzitter:Ik zie geen interrupties meer voor de heer Boswijk. Dan ga ik naar deinbreng van de heer Pool namens de PVV. U heeft twaalf minutenspreektijd. Ik ga u niet uitdagen om alle twaalf minuten te gebruiken, maaru heeft het woord.De heer Pool (PVV):Gaat u er maar even goed voor zitten, meneer de voorzitter. Nee, veel is algezegd.Voorzitter. De PVV staat voor een sterke en soevereine Nederlandsekrijgsmacht die in staat is de vrijheid en de veiligheid van het Nederlandsevolk te verdedigen. Dit kan alleen als onze mannen en vrouwen bijDefensie de adequate middelen en ruimte krijgen om hun belangrijkewerk naar behoren te doen. Daarom begrijpt de PVV ook de noodzaakvoor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Te lang heeft onzekrijgsmacht moeten inkrimpen en bezuinigen, waardoor er nu met dehuidige groei domweg te weinig plek is voor Defensie. Er zijn onderandere meer oefengebieden nodig, meer kazernes en meer munitieop-slagplaatsen. Deze zaken worden in dit programma geregeld en zorgenervoor dat onze militairen, als de nood uitbreekt, in staat zijn om hunplicht te doen. Dat is nodig, want hoe kunnen onze soldaten Nederlandbeschermen als ze nooit in eigen land kunnen oefenen, gestationeerd zijnof als onze munitie in het buitenland ligt?Voorzitter. Het is goed dat met dit programma ook de meest belachelijkebelemmeringen uit de weg worden geruimd waar Defensie nu mee temaken heeft. Zo mogen onze militairen op veel van de huidige oefenter-reinen niet eens een schuttersputje graven zonder direct voor deecologische krijgsraad te moeten verschijnen. Het is dan ook goed dat ditprogramma die mogelijkheid uitbreidt op twaalf locaties. Graag vraag ikde Staatssecretaris of dit voldoende is voor de komende jaren of dat deverwachte groei van de krijgsmacht ervoor zorgt dat dit binnen afzienbaretijd weer een probleem wordt. Het is namelijk wel duidelijk dat de ruimtedie Defensie met dit programma heeft ingetekend ook het absoluutminimale is dat de krijgsmacht nodig heeft. Waarom, vraag ik deStaatssecretaris. Waarom is er voor de minimale behoefte gekozen en nietvoor een minder bescheiden variant? Leidt dit er niet toe dat we dit procesover een paar jaar weer compleet moeten doorlopen?Zo valt in het ontwerp te lezen dat ervoor gekozen is om geen spring-terrein op te nemen in het voorkeurspakket. Door deze keuze blijft eronvoldoende capaciteit in Nederland om onze militairen volledig op teleiden en te trainen in het gebruik van explosieven, terwijl Defensie hierwel behoefte aan heeft. Hetzelfde geldt voor het schieten met Hellfirera-ketten op de Vliehors en het schieten met de pantserhouwitsermunitie bijhet IJsselmeer. Graag een reactie hierop van de Staatssecretaris. Waaromworden deze zaken dan op de lange baan geschoven? Wat zijn degevolgen voor de gereedstelling van onze krijgsmacht, nu er aan dezebehoefte van Defensie geen invulling wordt gegeven?Voorzitter. Dat dit geen makkelijk dossier is, begrijpt iedereen. Jarenlanglinks-liberaal beleid heeft ons land volgegooid met windmolenparken,Natura 2000-gebieden en azc’s. Probeer dan nog maar eens een plekje tevinden voor de krijgsmacht. Ja, het is echt zo. We zien ook in Budel datDefensie heel erg graag aan het werk wil op de kazerne, maar ja, er zit nogTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5133 een azc. Dat leidt dus tot conflict, bijvoorbeeld bij het militair oefenterreinDe Haar in Drenthe. Hier wil Defensie uitbreiden met 292 hectare grond inzuidelijke en westelijke richting, voor het grootste gedeelte agrarischegrond. Afgelopen dinsdag waren daarom twee agrariërs, die hierdoorgetroffen gaan worden, afgereisd naar de Tweede Kamer om een petitieaan te bieden met het verzoek om deze plannen te herzien. Hun verhaalwas indringend. Ze vrezen dat ze door de plannen van Defensie zelfszullen moeten gaan emigreren, omdat er voor zo’n bedrijf geen plek meeris in Nederland. Na afloop van de petitieaanbieding heb ik nog lang metze staan napraten. Het was duidelijk dat ze niet tegen de uitbreiding vanDefensie zijn. Ook zij snappen dat de huidige tijd hierom vraagt. Wat zealleen niet snappen, is waarom bijvoorbeeld niet meer wordt ingezet ophet hybride gebruik van agrarische grond voor militaire oefeningen. Datwil zeggen dat de boer kan blijven boeren en dat Defensie die grond kangebruiken voor militaire oefeningen zolang de aangerichte schade wordtvergoed.Ook LTO Noord laat weten dat dit alternatief van het hybride gebruik vanlandbouwgrond onderbelicht is gebleven in het ontwerpprogramma. Datis vreemd, aangezien hier een BBB-staatssecretaris zit van wie je zouverwachten dat hij meer met de boeren zou meedenken. De agrariërs diedoor deze aangekondigde uitbreiding getroffen worden, merken daarweinig van. Ze hadden de Staatssecretaris nog speciaal uitgenodigd vooreen gesprek hierover, maar vertelden dat hij nog steeds niet is langsgeweest. Klopt dit? Waarom wordt er zo weinig gekeken naar zo’nalternatief? Als we hiermee Defensie de ruimte kunnen geven die nodig is,zonder het levenswerk van deze boerenfamilies te verwoesten, verdientdit toch een kans? Graag een reactie van de Staatssecretaris. Ziet hij hiernog mogelijkheden of niet?Dat de PVV oog blijft houden voor de impact van de plannen voor desamenleving is wel duidelijk. Daarom stemden wij vorig jaar voor demotie die opriep tot een verbod op het bouwen van munitiedepots in hetmijnbouwschadegebied in Groningen, waardoor die motie eenmeerderheid haalde. De Groningers lijden immers al genoeg. Het is goedom te zien dat de Staatssecretaris zich hieraan houdt en dat voor delocatiealternatieven Slochteren, Luddeweer en Tjuchem een streep isgezet. Wat een geluk heeft Defensie dan met de gemeente Staphorst. Dieheeft aangeboden de huidige munitieopslag in de gemeente uit te breidenom te voorzien in de opslagbehoefte van de krijgsmacht. Het enige dat zijdaarvoor terugvragen is het borgen van de inpassing en het borgen vande veiligheid. Voor dit laatste zien zij een oplossing in een directeaansluiting op de A28 en een ondertunneling van de spoorwegovergang.Meerdere partijen hebben hier terecht aandacht voor gevraagd. Met dezeoplossing kan het munitietransport veilig plaatsvinden, niet door het dorpmaar via de snelweg; er hoeft dan ook niet stil te worden gestaan vooreen passerende trein. PVV heeft er ook alle begrip voor. Daarom devolgende vraag aan de Staatssecretaris. In het ontwerpprogrammakunnen we lezen dat Defensie op deze punten een inspanningsver-plichting aangaat om het vervolgtraject verder uit te werken. Hoe staat hetdaar nou mee? Kan de Staatssecretaris vandaag toezeggen dat aan dezewensen gehoor wordt gegeven? Zo ja, hoe heeft hij de financieringdaarvoor geregeld? En hoe regelt hij dat dit niet een proces van jaren enjaren gaat worden doordat dit project ergens onder op de MIRT-stapelbelandt? Graag een reactie.We willen dat onze krijgsmacht de benodigde ruimte krijgt om zich goedvoor te bereiden op het uitoefenen van haar belangrijke taken. Maar alswe een stramme en halsstarrige overheid hebben, die niet in staat is omop flexibele wijze in te gaan op de oplossingen die de samenleving zelfaanreikt, dreigen we het draagvlak voor Defensie te verliezen. In dezetijden, waarin Nederland zo’n groot beroep doet op zijn mannen enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5134 vrouwen in het leger, zou dat dood en doodzonde zijn. Ik kijk daarom uitnaar de beantwoording van de Staatssecretaris en ik dank u hartelijk.De voorzitter:Dank aan de heer Pool voor zijn inbreng. U heeft nog ruim vier minutenover voor de tweede termijn. Dan ga ik over naar mevrouw Teunissennamens de Partij voor de Dieren. U heeft vijf minuten spreektijd in beidetermijnen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Veiligheid begint bij een leefbare aarde. Zondergezonde natuur en bodem en zonder een stabiel klimaat is geen samen-leving veilig. En toch staat die basis onder enorme druk. De biodiversiteitin Nederland is ingestort, onze natuurgebieden staan op omvallen en onsland behoort tot de meest vervuilde landen van Europa. In plaats van diefundamenten te herstellen, kiest het demissionaire kabinet ervoor omduizenden hectaren natuur op te offeren aan Defensie. Er komen plannenvoor extra oefenterreinen, munitieopslag en een vliegbasis. Door denatuur af te breken en de klimaatcrisis te verergeren, ondermijnt hetkabinet de veiligheid die het zegt te willen beschermen.De Partij voor de Dieren erkent de pijnlijke noodzaak om extra te inves-teren in defensie. Dat moet efficiënt en effectief gebeuren met zo minmogelijk impact op klimaat en natuur en het mag niet ten koste gaan vansociale voorzieningen. Bij elke uitgave kijken we dan ook kritisch en willenwe een goede onderbouwing zien.Wat nu wordt voorgesteld, is echter volledig de verkeerde volgorde. DeStaatssecretaris heeft een ruimteprobleem en lost dat op door natuur- enmilieuregels aan de kant te schuiven. De reden voor die drastischemaatregelen is dat het land nu volledig op slot zit door de grootschaligevee-industrie die we in Nederland hebben. Dat is volledig te wijten aan dekabinetten van de afgelopen jaren en aan het huidige demissionairekabinet van de VVD en BBB, die geen drastische, noodzakelijke keuzesmaken voor hoe wij onze ruimte gebruiken. We hebben geen ruimte voorde natuur en geen ruimte voor wonen. En nu zien we dat onze defensieook in de problemen komt. Nu wordt er voor de zoveelste keer eengeitenpaadje gezocht. Alle regels worden aan de kant geschoven, waarnatuur, milieu en klimaat alweer de dupe van worden.De stikstofcrisis laat zien hoe kwetsbaar Nederland is. Nederland zit aljaren op slot door een te hoge stikstofuitstoot. Bouwprojecten liggen stil,boeren zitten klem, natuurgebieden raken onherstelbaar beschadigd. Juistin die context wil het kabinet extra ruimte claimen voor oefenterreinen envliegbases. Dat zijn activiteiten die opnieuw stikstof uitstoten enkwetsbare natuur onder druk zetten. Terwijl andere sectoren wordengedwongen om hun uitstoot te verminderen, vraagt Defensie omuitzonderingen. Als je het draagvlak voor Defensie wilt ondermijnen, moetje het op deze manier doen.Onze veiligheid is meer dan alleen defensie. Het gaat om het ecosysteemdat ons beschermt tegen hittestress, overstromingen en klimaatveran-dering. Het gaat om schone lucht en schoon water, zodat mensen endieren gezond kunnen leven. Defensie moet zich daarom, net als iedereNederlander, aan de natuur- en milieuregels houden.Tot slot heb ik een aantal vragen aan de Staatssecretaris. Erkent hij datonze veiligheid afhankelijk is van gezonde ecosystemen en een stabielklimaat? Moet Defensie zich, als elke Nederlander, aan de natuur- enmilieuwetgeving houden? Kan de Staatssecretaris uitleggen waarom hijniet inzet op een doelgerichte, forse krimp van de vee-industrie? Dan losje namelijk meerdere problemen in één keer op. Hoeveel defensie isnodig? Welke onderbouwing is hiervoor, behalve dat Nederland aan deNAVO-norm wil voldoen, iets waar de Partij voor de Dieren op tegen is?En tot slot. Heeft de Staatssecretaris onderzocht of daadwerkelijk alleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5135 oefenlocaties in Nederland moeten en heeft hij dat afgewogen tegen hetbelang van natuurbescherming?Dank u wel.De voorzitter:Dank aan mevrouw Teunissen. U heeft nog anderhalve minuut voor uwtweede termijn.De Staatssecretaris heeft een halfuur nodig om de vragen die u heeftgesteld, te kunnen beantwoorden. Ik schors de vergadering daarom tot20.30 uur.De vergadering wordt van 19.55 uur tot 20.30 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We zijn aangekomen bij de eerste termijn vanhet kabinet. Ik laat ook in de termijn van de Staatssecretaris vier inter-rupties toe. De griffier houdt de 40 seconden scherp in de gaten. Ik geefhet woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Tuinman:Voorzitter, dank u wel. De grote aanwezigheid op de tribune en het aantalleden van uw commissie hier sterken mij in de gedachte dat het vandaagecht ergens over gaat. Het gaat vandaag over het versterken van dekrijgsmacht op het gebied van de ruimtelijke behoeften, maar ook over devraag wat dat uiteindelijk betekent voor de mensen in Nederland. Ik heb aleen aantal keer eerder gezegd dat het motto van de krijgsmacht«beschermen wat ons dierbaar» is. Aan dat beschermen zit een wathardere kant. Daarover hebben we het vandaag ook echt. Het merendeelvan de mensen op de tribune en de mensen die thuis meekijken wordtgetroffen en geraakt door het punt «wat ons dierbaar is». In elk gevalheeft dat een impact op hen. Daar gaat het vandaag om. Dat is ook degrote boodschap die ik vanuit uw Kamer krijg: «Meneer Tuinman, ga daarmet het departement van Defensie omzichtig mee om. We vinden dat denoodzaak tot uitbreiding van de krijgsmacht terecht is en dat dat moetgaan gebeuren, maar ga alsjeblieft zo menswaardig en zo voorzichtigmogelijk om met alles wat we hier in Nederland hebben.»Eind mei heb ik uw Kamer het ontwerpbesluit NPRD toegestuurd. In deafgelopen anderhalf jaar is er heel veel werk verzet. Er was een uitgebreidplanMER-onderzoek naar alle locatiealternatieven. Dat heeft veel milieu-en ruimtelijke thema’s en raakvlakken met andere ruimtelijke plannen.Daarover heb ik ook met mijn collega-bewindspersonen gesproken. Er isintensieve afstemming met die departementen, want je moet wel zorgendat al die behoeftes uiteindelijk in elkaar passen en elkaar niet snijden. Jemoet op zoek gaan naar koppelkansen. Dat geldt ook met betrekking totde behoeftes en de noodzakelijkheden op andere thema’s.Er waren door het land heel veel rondes, met informatiebijeenkomsten,webinars en toelichtingen. Ik heb ook heel veel een-op-eengesprekkengevoerd. Ik heb aan de keukentafel gezeten. Ik heb op bankjes gezeten. Ikheb op bedrijfslocaties gelopen. Ik heb door het terrein gelopen. Ik heb inhet bos gezeten, gelegen en gekropen. Waar mogelijk ben ik zo veelmogelijk gesprekken aangegaan met mensen die direct geraakt worden.Bij die gesprekken hebben mensen echt wel in de gaten wat er aan dehand is, wat er moet gebeuren en dat het impact heeft op hun eigenpersoonlijke leefomgeving. Dat heeft mij regelmatig tot diep in mijn zielgeraakt.We hebben diverse rondes van bestuurlijke overleggen met provincies engemeentes gevoerd. Ik zie een aantal van de medebestuurders, decollega’s, ook op de tribune zitten. Dank voor uw komst. Het is een langezit, maar ik denk dat het de moeite waard is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5136 Dat werk heeft uiteindelijk geleid tot resultaat. Voor het overgrote deel vande Defensiebehoeftes heeft het kabinet een voorkeurslocatie kunnenaanwijzen. Dat geldt voor 56 van de 57 keuzes. Dat is belangrijk voor degereedstelling van de krijgsmacht, wat uw commissie ook aangeeft. Dezekeuzes kunnen gelukkig veelal op de nodige acceptatie en op draagvlakrekenen. Daar ben ik blij om.Met het NPRD lopen we vooruit op de troepen waar het gaat om hetwerken met de nieuwe Omgevingswet. We zijn daarbij nog volop aan hetleren hoe je slim kunt omgaan met de instrumenten die in de wet zitten.We zien daarbij ook dat we tegen een aantal dingen aanlopen, zoals langedoorlooptijden van de realisatie. Ik zal daarop zo meteen nog specifiekterugkomen. Dit heeft enerzijds te maken met vergunningverlening enstikstof, maar ook met de beschikbare capaciteit aan mensen en middelen.Met de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel zoekt hetkabinet naar oplossingen voor de stikstofproblematiek. Met de EuropeseCommissie werken we op dit moment ook aan een Defensieomnibus. Wehebben met uw Kamer aangegeven wat onze insteek daarbij is. Onzenon-paper is daarin voor het grootste gedeelte daadwerkelijk meege-nomen. Ik zal daarop ook nog specifiek terugkomen.Daarnaast roepen deze keuzes de nodige vragen en zorgen op. Dat geldtzeker voor bewoners en voor eigenaren die hier direct bij betrokken zijn ofdoor geraakt worden. We proberen dat zo veel mogelijk te beperken, maarje kunt het simpelweg niet altijd voorkomen. Met deze mensen zijn we zosnel mogelijk eerlijk in gesprek gegaan en dat blijven we ook doen, metals doel om de mensen zo goed mogelijk perspectief te bieden. Laat ikheel duidelijk zijn: dat perspectief is gericht op volledige schadeloos-stelling. Ik zal straks bij de vragen ook specifiek ingaan op wat dat danuiteindelijk betekent. Dat is belangrijk voor u, maar dat is zeker ookbelangrijk voor de mensen op de tribune en de mensen thuis.Het betekent dus ook dat wij als Defensie de werkelijke waarde van de teverwerven gronden gaan betalen. Ook wordt de schade vergoed diebijvoorbeeld ontstaat doordat een eigenaar zijn bedrijf moet verplaatsenof beëindigen, of een nieuwe woning moet kopen.Afgelopen vrijdag heeft een aantal van u – het merendeel, geloof ik – eendeel van de voorkeurslocaties bezocht. Hiermee is waarschijnlijk duidelijkgeworden dat er nog veel moet gebeuren om de behoeftes allemaal terealiseren. Wat we hiervoor nu al kunnen doen, doen we ook. Maar eengroot deel van de in te zetten vervolgstappen is pas mogelijk als hetNationaal Programma Ruimte voor Defensie definitief is vastgesteld. Datgebeurt aan het einde van het jaar. We hebben uitvoerig met u over hetproces en de tijdslijnen gecommuniceerd.Ik wil het dus zo snel als mogelijk doen, vanwege het belang voor dekrijgsmacht, maar ook omdat belanghebbenden en andere overhedengebaat zijn bij snelle duidelijkheid over de vervolgstappen. Laat ik ookeerlijk en duidelijk zijn, bij alle gesprekken die mijn collega’s en ik hebbengevoerd in den lande, is het grootste zorgpunt en het grootste verzoek«wees duidelijk en zorg dat je beslissingen tijdig en spoedig neemt, ookals ze vervelend zijn, want onzekerheid is misschien wel de grootste pijndie wij ervaren». Ik neem dat ter harte. Ik wil uw Kamer daarom aan heteinde van het jaar het stuk toezenden met het definitieve NationaalProgramma Ruimte voor Defensie, samen met een aantal aanvullendeonderzoeken en daaruit getrechterde voorkeursalternatieven, alsmede hetadvies van de Commissie m.e.r., want zo werkt dat ook in deOmgevingswet.Voorzitter. Ik heb een aantal mapjes. Eén is proces, of algemeen, dan ga iknaar de compensatie, stikstof en vergunningsverlening, dan een aantallocatiespecifieke behoeften en ik zal afronden met het mapje overig.Bij het onderwerp proces is de eerste vraag van de heer Ceder, namelijkhoe we zo goed mogelijk alle inwoners en belanghebbenden bij hetproces betrekken. Defensie realiseert zich dat alleen al het aanwijzen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5137 te onderzoeken locatiealternatieven grote impact kan hebben, zeker bij deaanwijzing tot voorkeursalternatief en dat is het punt waar we nu staan.Defensie streeft naar een zo zorgvuldig en tijdig mogelijke informatiever-strekking naar alle betrokkenen. Na de publicatie van het ontwerp zijnomwonenden geïnformeerd via online en fysieke informatiebijeen-komsten in elke provincie. Belangstellenden konden daar terecht metvragen over het onderwerp en de impact op hun omgeving.Voorzitter. Ik begrijp de onzekerheid heel goed, maar een verzoek totnadeelcompensatie kan pas ingediend worden nadat een besluitonherroepelijk en juridisch bindend is voor een betreffende bewoner ofvoor een bedrijf.De heer Boswijk had een vraag over hoe Defensie omgaat met gemeentenwaar wel effecten zijn, maar waarbij het gebied van het voorkeursalter-natief niet in die gemeente valt. In de bestuurlijke overleggen zijn we metalle provincies en gemeentes in overleg gegaan over de behoefte vanDefensie en de impact op de leefbaarheid van inwoners. In een aantalbestuurlijke overleggen hebben we de aanpalende gemeenten daar ookbij betrokken. We maken geen uitzondering of de behoefte in diegemeente ligt of niet. We hebben dat breed aangepakt en dat zullen weblijven doen, ook in de volgende ronde van bestuurlijk overleg en devervolgfase, die ergens in november zal plaatsvinden. Dan zullen wewederom een reis maken door alle provincies en spreken met allebestuurders die daar in een bepaalde mate bij betrokken zijn, dus ookaanpalende gemeenten.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Boswijk. U heeft een viertal inter-rupties met de 40 secondenregel.De heer Boswijk (CDA):Hè, shit! Goed om te horen. Het was inderdaad een belangrijk punt dat ikhad aangehaald, met nog een aantal collega’s. Ik doelde heel specifiek opNijkerk, omdat de plaats in een andere provincie ligt als waar de activi-teiten plaatsvinden. Die valt dus tussen de wal en het schip. Kan deStaatssecretaris dus toezeggen dat Nijkerk of soortgelijke gevallen ook inlatere bestuurlijke overleggen en overeenkomsten net zo wordenmeegenomen als de gemeentes waar de activiteiten daadwerkelijkplaatsvinden? Dat zou heel mooi zijn.Staatssecretaris Tuinman:Zeker. Als de gemeente Nijkerk daar voor de volgende bo’s behoefte aanheeft, is men zeker welkom en dan nemen we dat daar ook in mee. Ik weetniet of we dat de vorige keer hebben gedaan, maar bij dezen in elk gevalde toezegging dat we dat doen, als de gemeente Nijkerk daar behoefteaan heeft.De volgende vraag van de heer Boswijk: hoe gaat Defensie om ... Nee, diehebben we al gehad. Excuus.De vraag van de heer Ellian: hebben we in het vervolg extra oog voor decommunicatie? Ik heb de motie ter harte genomen die mij opdroeg omspecifiek aandacht te besteden aan communicatie met alle lagen vanbestuur in de samenleving. De motie riep mij ook op om betrokkenen zovroeg mogelijk te informeren en verkregen informatie, zodra wij ietsweten, niet te onthouden aan de Kamer, ook al zou die informatie dan opverschillende momenten komen. Dat herken ik ook: goede communicatieis echt superbelangrijk in dezen. We hebben het er vaak over. Je kunt eenvoorkeursalternatief aanwijzen en daar goed over spreken met elkaar. Jekunt een besluit nemen als kabinet. Prima. Maar uiteindelijk heb ik voorhet realiseren van alle opgaven die wij hebben in heel het land echt debestuurders van provincie en gemeenten nodig op het gebied vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5138 vergunningsverlening, participatie en om koppelkansen te realiseren. Ikzal dat dus ook zeker blijven doen.De vraag van de heer Ceder: hoe worden medeoverheden betrokken in debesluitvorming? Voor de definitieve besluitvorming zal ik wederom metalle bestuurders in gesprek gaan, wat ik ook net aangaf. Dat zal voor mij indeze rol een derde ronde van bestuurlijke overleggen zijn door het heleland heen. Daar zijn ook alle betrokken medeoverheden bij betrokken. Wezullen ook reflecteren op de voorgenomen keuzes. Voor mij is van belangdat we een goed inzicht hebben in wat alle consequenties zijn uit hetalgemene beeld dat we krijgen vanuit de zienswijzen, die we op ditmoment aan het analyseren zijn. Dat wordt daarin meegenomen. Debesluitvorming zal uiteindelijk plaatsvinden in het kabinet en daarnaast zalik in gesprek blijven over de verdere uitwerking van het NPRD envoornamelijk over de realisatie van de ruimtelijke behoeften dieaansluitend komen, want dat is wat uiteindelijk nodig is. We kunnenmooie plannen maken en allerlei afspraken maken en handtekeningenzetten, maar het heeft pas effect en het draagt pas bij aan afschrikking,geoefendheid en gevechtskracht – de heer Ellian en anderen zeiden hetook – als onze mannen en vrouwen er ook daadwerkelijk heen kunnenrijden, schieten, vliegen, wonen en dat soort zaken meer.Dan de vraag van de heer Nordkamp: kunnen we integraal niet alleen deDefensiebehoeften realiseren, maar ook de inpassing? Dat zit best wellastig in elkaar. Ik ben het met u eens dat de vragen en aandachtspuntenzoals benoemd door de verschillende regio’s heel belangrijk zijn, ook voorde realisatie van de Defensiebehoeften en het draagvlak in de regio. Ik hebdaar net ook al iets over gezegd. Ik ben er ook heilig van overtuigd dat we,als we een sterkere krijgsmacht moeten hebben, meer moeten kunnenoefenen. Voor een afschrikwekkende krijgsmacht moeten we ookbijdragen aan de economische ontwikkeling liefst in al die regio’s enbijdragen aan een weerbare samenleving. Het helpt niet als dat heelrommelig gebeurt en als er een hoop negatief sentiment is, want dat zorgtjuist voor het tegenovergestelde. Daarom voer ik met de provincies engemeenten constructieve gesprekken en dat blijf ik ook doen, om dieinpassing zo goed mogelijk te realiseren. In de Omgevingswet is die fasegedefinieerd als gebiedsprocessen en daarin gaan wij met elkaar dieinpassing organiseren.Ik kreeg ook het verzoek om met andere departementen en bewindsper-sonen in overleg te treden om waar nodig zaken vast te stellen aanrijkszijde. Laat ik iets zeggen over die interdepartementale samenwerking.Sinds dit kabinet in mei is gestart, heeft die ruimtelijke opgave voorNederland als een grote prioriteit bij heel veel bewindspersonenbovenaan gestaan. De Minister van VRO is daar coördinerend in. Het heetdan ook de Nota Ruimte. Daar bent u mee bekend. Die loopt deels samenmet het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. De definitievebesluitvorming moet tot een einde komen aan het einde van het jaar. Inhet proces van de Nota Ruimte hebben we continu, eigenlijk elke weekwel, meestal op vrijdag van 17.00 uur tot 18.00, 19.00 uur op eendepartement gezeten, met kaartensessies, om te kijken hoe al dezebehoeftes, of het nou gaat over energie, water, recreatie of natuur,uiteindelijk in elkaar passen. Als je het bijvoorbeeld over Vlissingen hebt,gaat het over Host Nation Support, maar daar moeten ook wat dingengebeuren op het gebied van energie en kernenergie. Past dat allemaal?Daar zijn we een jaar lang bijna wekelijks mee bezig geweest. Die puzzelhebben we uiteindelijk kunnen leggen. Voor wat betreft het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie zit dat hierin verwerkt. Je hebt dusgeen overlap, maar je hebt wel koppelkansen en multifunctioneel gebruikvan de ruimte; daar kom ik zo meteen nog op terug. Ik kan hier dus metdroge ogen verkondigen dat dit is afgestemd met de andere behoeftes endat we daar nu geen frictie zien, omdat we al die puzzelstukjes op en naastelkaar hebben gelegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5139 De voorzitter:Voordat u verdergaat: u heeft een interruptie van de heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik heb toch even een concrete vraag over die afstemming met de anderedepartementen. Het is algemeen bekend dat nogal wat bruggen enviaducten zich aan het einde van hun levensduur bevinden. Je moet ernatuurlijk niet aan denken dat, als de nood aan de man komt en we metallemaal zwaar materieel gaan rijden, zo’n brug doormidden gaat. KijktRijkswaterstaat ook met een Defensiebril naar het onderhoud?Staatssecretaris Tuinman:Het voordeel is dat de huidige directeur van Rijkswaterstaat eenoud-commandant van de Landmacht is, en ook nog eens van de categoriegenietroepen, die zich in zijn carrière specifiek op dit soort zaken richtte.We hadden toen nog een Dienst, Gebouwen, Werken en Terreinen,DGW&T. Een deel van de gemoedsrust zit dus daarin. Ten tweede zijn wenatuurlijk heel specifiek en nauwgezet hiermee bezig. Enerzijds doen wedat op internationaal vlak, binnen de Europese Unie. We hebben natuurlijkgezien dat, met alle plannen en whitepapers die er liggen, militairemobiliteit wel degelijk hoog op de prioriteitenlijst staat, zoals u ookaangaf. Er liggen nog wat zaken met betrekking tot het MFK, het MeerjarigFinancieel Kader van de Europese Unie. Maar goed, daar ga ik niet over.Daar gaan de Minister van Financiën en de Minister van BuitenlandseZaken over. Ik kan er wel over zeggen dat het een prominente plek in hetgeheel heeft.We zijn nu ook bezig om samen met de Duitsers een non-paper op testellen dat zich specifiek richt op militaire mobiliteit op dat vlak, in hetbesef dat Nederland een hele specifieke rol heeft in de NAVO-plannen.Daar is niks geheims aan; dat weet iedereen wel. Het is natuurlijk de in- endoorvoerhaven van onze transnationale bondgenoten, dus de Britten, deVerenigde Staten en Canada. Het moet uiteindelijk door drie multimodalecorridors richting het oosten. Dat nemen we dus zeer zeker mee. We kijkenook – daar zijn we net mee gestart – naar het grootonderhoudsplan vanIenW, zoals u ook aangaf. De financiering zit daar ook in. We kijkenwanneer welke brug, weg of duiker aan de beurt komt. We hebben ookeen goed inzicht in waar de militairemobiliteitsaspecten zitten. Uiteindelijkga je dat samen doen. Met betrekking tot de militaire mobiliteit kijken weook naar het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Daarinproberen we een aantal van die behoeftes te clusteren, zodat je datallemaal daadwerkelijk goed verankert, nationaal maar voornamelijkinternationaal. Ik kom daar straks specifiek bij Zeewolde en Staphorst nogverder op terug.Voorzitter. De heer Ellian vroeg of de stas bereid zou zijn om alle infra-vraagstukken met prioriteit mee te nemen bij de uitwerking van hetNationaal Programma Ruimte voor Defensie. Ik heb net al even aange-geven hoe dat proces er nu uitziet. We pakken dat zowel internationaal,nationaal als regionaal op. Ik waardeer ook iedere stap naar voren vangemeentes en provincies. Ik zie de burgemeester en wethouder vanStaphorst hier zitten. Ik ben ook bij ze langs geweest. We hebben op allelocaties gestaan. Ik heb op de rotonde midden in Staphorst gestaan, waarook de munitietransporten op dit moment langskomen, en heb detopdrukte van het verkeer gezien. Ik heb ook gezien wat dat uiteindelijkbetekent, maar specifiek daarover zal ik straks ook wat meer zeggen.Ik ben het er ook mee eens dat de vragen en aandachtspunten zoals diedoor de verschillende regio’s zijn benoemd en die uw leden zojuist ooknaar voren hebben gebracht, bijdragen aan de realisatie van de Defensie-behoefte en aan het draagvlak in de regio. U hoeft mij en mijn team nietuit te leggen dat als we het hebben over een munitiecomplex, het dan dusniet alleen gaat over het munitiecomplex – daar kun je iets in opslaan enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5140 daar moet iets in – maar dat het er voornamelijk over gaat dat op hetjuiste moment de juiste spullen eruit komen die naar een andere plekmoeten; dat moet je dus als geheel beschouwen.Met de provincies en de gemeenten voer ik constructieve gesprekken endat blijf ik ook doen om die inpassing straks – dat is niet nu – goed voorelkaar te krijgen. Ik zal daarnaast ook met de andere departementen enbewindspersonen in gesprek blijven, zeker met de Minister van IenW,maar ook met de Staatssecretaris van IenW. In elke ruimte die we hebbenin een onderraad of een mr gaat het over het algemeen over dit soortdingen. Het gaat niet altijd over de daadwerkelijke behoefte, maar zekerwel over de vraag hoe je dat proces nu goed en slim in moet richten,zodat we uiteindelijk allemaal die stappen in de juiste volgorde zetten enmet de juiste waardering voor iedereen die ook een stap naar voren zet.Mevrouw Dobbe stelde dat mensen het gevoel hebben dat alles albesloten is en stelde de vraag waar mensen hun inspraak op kunnenhebben met betrekking tot die voorkeurslocatie. In het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie hebben we natuurlijk een voorfasegehad met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en vervolgens een eerstetrechtering. In die eerste trechtering hebben we de eerste niet-kansrijkelocaties laten afvallen, ook op het verzoek van uw Kamer om zo snelmogelijk duidelijkheid te creëren. Daar is een zienswijze overheengeweest; dat was de eerste fase. De tweede fase is dat we uiteindelijk naardefinitieve voorkeursalternatieven van het kabinet zijn gegaan. Dat besluitligt er; dat heeft u ook van ons gehad op 23 mei. Daar is een tweedezienswijzenfase overheen gegaan. Die is nu een aantal weken afgelopen,volgens mij een week of zes. Die zienswijzen hebben we uiteindelijkallemaal binnen en die zijn we met elkaar nauwgezet, zorgvuldig ennavolgbaar aan het analyseren op wat de trends zijn, dus de ontwikke-lingen en de grote zaken, maar ook op wat de echt schrijnende gevallenzijn, zodat we daar straks goed naar kunnen kijken om die daadwerkelijk inte passen. Het gaat om ongeveer 2.000 zienswijzen op al die 56 verschil-lende behoeftes. Daar komen we nog op terug. Die nota van antwoordzullen we met het kabinetsbesluit publiceren.Daar wil ik wel bij aangeven dat op het kabinetsbesluit, dat aan het eindevan het jaar genomen zal worden, geen bezwaar of beroep mogelijk is,zoals we dat in Nederland met de Omgevingswet hebben geregeld. Later,in de realisatiefase, is daar wel gelegenheid toe, op basis van de ruimte-lijke procedures die gevolgd worden bij de gebiedsprocessen voor deafzonderlijke projecten, ook met betrekking tot de inpassing.Mevrouw Dobbe vroeg ook hoeveel ruimte er nou echt nodig is om tevoorzien in wat de NAVO van Nederland verwacht. Laat me duidelijk zijn:het gaat niet zozeer over wat de NAVO van ons verwacht, maar wijhebben als Nederland in de Grondwet een aantal artikelen waarin staatdat je allereerst moet zorgen voor de veiligheid en de integriteit van jeeigen grenzen, bijvoorbeeld. In de tweede plaats wil ik er ook wel opwijzen dat de NAVO niet alleen artikel 5 heeft, dat gaat over bondgenoot-schappelijke verdediging, maar dat ze ook artikel 3 heeft. Artikel 3 stelt datlanden allereerst hun eigen zaken voor elkaar moeten hebben. Ongeachtwat de NAVO vindt en wat ze uiteindelijk neerlegt, moeten wij dussowieso deze plannen uitvoeren. Dat wil ik wel even duidelijk gezegdhebben. De NAVO is geen entiteit an sich; de NAVO is de collectievebesluitvorming, het collectieve geheel van al die afzonderlijke lidstaten.Daarin gaat het steeds op basis van unanimiteit en veto.Defensie heeft de afgelopen jaren ook heel veel ruimte in het fysiekedomein teruggegeven ten gunste van andere functies. Kazernes,vliegvelden en oefenterreinen zijn nu of natuurgebieden of woningen. Ikvind altijd dat Ede een passend voorbeeld is. Dat had vroeger15.000 militairen en dienstplichtigen op locatie. Er was een militairvliegveld; dat ging over heel veel hectares. Nou goed, dat is nu een kleinepostzegel van Defensie geworden, want er kunnen nog net 150 militairenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5141 parttime terecht. Je ziet dus ook dat we heel veel terug hebben gegevenen daar eigenlijk door de bodem heen zijn gebroken.Met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van december 2023 hebben wede minimaal noodzakelijke behoefte vastgesteld. Hoe hebben we datgedaan? We hebben bekeken wat we eigenlijk allemaal in het buitenlanddoen. Daar waren ook aantal vragen over. Maar beseft u goed dat wemeer dan 50% van de vlieguren in het buitenland maken. Dus alleopleidingen op het gebied van F-35 en helikopters doen we al in Amerika.En als je kijkt naar het oefenen, zeker het oefenen met de landmacht eneigenlijk elke grote oefening, dan zie je dat daar eigenlijk in Nederlandgeen ruimte voor is. Het gaat om de tijd- en ruimtefactoren, om hoeveelruimte je nodig hebt om daadwerkelijk met tanks en artillerie te kunnenbewegen en trainen. Dat doen we eigenlijk allemaal al in het buitenland,in Duitsland, in Polen of in Litouwen. Dus dit moet ook echt wel gewoonin Nederland landen. Dat heeft ook geleid tot 57 concrete behoeftes. Diezijn ook opgenomen. Daarvan hebben we er uiteindelijk eentje nietkunnen realiseren. Aan het einde, helemaal als allerlaatste, zal ik daarspecifiek op terugkomen, omdat dat ook een vraag was van een van uwleden.Er waren ook een hoop vragen – of laat ik het zo zeggen: ik denk eerderdat het een soort aanmoediging betrof – over hoe we multifunctioneelgebruik, specifiek het agrarisch medegebruik, oppakken. We hebben voorhet NPRD – ik heb daar zelf ook altijd veel tekst en tijd aan gewijd; ik bendaar hard mee bezig geweest – het multifunctioneel gebruik van ruimteals uitgangspunt gepakt. Wat betekent multifunctioneel gebruik van deruimte? Dat is dat je dus uiteindelijk twee of meer functionaliteiten opelkaar kunt stapelen. Waarom doe je dat? Dat doe je omdat vaak de zakenof factoren die belangrijk zijn voor een bepaalde functionaliteit bij elkaarpassen. Het meest sprekende is een munitiecomplex in combinatie metnatuur. Want wat heb je nodig voor een munitiecomplex? Geen recreatie.Het moet er een beetje rustig zijn. Er zijn strenge eisen met betrekking totalles wat erin komt en wat eruit gaat. Op zich is dat ook nog wel beperkten uiteindelijk planbaar. Als je gaat kijken naar de natuur, dan zie je dat diebehoeftes juist heel erg daarbij passen.Ik geef een heel concreet voorbeeld, dat we in Staphorst gezien hebben.Er waren wat vragen over dat er een dassenburcht in de Zwarte Dennenzat. Dat klopt. Maar die dassenburcht zit op het huidige munitiecomplex.Een van de redenen daarvoor is dat je daar geen verstoring hebt doormountainbikers, hardlopers, wandelaars of mensen die hun hond uitlaten.We hebben heel veel onderzoek liggen – een aantal jaren terug is dat alnaar uw Kamer gestuurd – van ecologen die zien dat Defensie en denatuurdoelen een goed huwelijk vormen. Dat gaat zowel over debiodiversiteit als de kwaliteit van de natuur. Dat is niet zozeer omdatDefensie er weinig gebruik van maakt, maar juist omdat de bedrijfs-voering ervoor zorgt dat je dat eigenlijk met natuurherstelmaatregelenvoor elkaar krijgt.Als u me dat gunt, voorzitter, geef ik een allerlaatste voorbeeld. Woens-drecht is een vliegveld. Om dat vliegveld is heel veel Natura 2000, en ookschraal grasland, veldleeuwerikjes en dat soort dingen meer. Waarom isdat daar? Omdat we 30 jaar geleden zijn begonnen met het afvoeren vanmaaisel. Waarom? Omdat dat dan het gras dat er groeit minder voedings-waarde heeft en de grote grazers, de ganzen, daar niet komen landen. Jeziet dat je dus heel goed en mooi zaken bij elkaar kunt doen.De heer Pool (PVV):Ook de PVV ziet het nut van dat hybride gebruik in. Maar de Staatssecre-taris geeft nu deze voorbeelden en gaat dan niet in op het hybride gebruikvan landbouwgrond, terwijl de meeste grond die we nu gaan vragen juistlandbouwgrond is. Kan de Staatssecretaris daar nog iets meer oververtellen? Waarom is dat eigenlijk zo onderbelicht gebleven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5142 Staatssecretaris Tuinman:Zeker. Het multifunctioneel gebruik van ruimte voor landbouwgrond isiets gecompliceerder, omdat dat uiteindelijk gewoon wat lastiger in tepassen is. Ik ben echt wel enthousiast over agrarisch medegebruik ofhybride gebruik. Maar de militaire behoefte moet daar uiteindelijk echtwel in geborgd zijn. Ik denk dat dat wel kan. We gaan de mogelijkhedenonderzoeken en ik wil eigenlijk ook vrij rap beginnen met een pilottraject.Ik heb daar uiteindelijk in het voortraject al met een aantal koepelorga-nisaties, zoals LTO en Agractie, over gesproken. Zij zien die ruimte ook,maar ik denk wel dat we er goed over moeten nadenken. Ik zie ook dat ueigenlijk allemaal aangeeft: ga ermee aan de slag. Dat neem ik ook terharte en dat gaan we uiteindelijk versnellen. We gaan in elk geval zo snelmogelijk een plek zoeken waar we dat ook daadwerkelijk kunnen gaandoen en kunnen gaan uitproberen.De voorzitter:De heer Pool heeft een vervolgvraag.De heer Pool (PVV):Dat is een mooi antwoord, waar we wat mee kunnen. Is dan bijvoorbeeldDe Haar een van de locaties die zo’n pilot zouden kunnen gaan doen? Enkan dus zo’n idee, dat de Staatssecretaris wil gaan uitvoeren, er ook toeleiden dat dat dus gewoon landbouwgrond kan blijven, waardoor dieboeren daar kunnen blijven boeren?Staatssecretaris Tuinman:Er zijn drie locaties waar het echt gaat over flink wat hectares in hetuitbreiden van oefenterreinen, zowel landbouw als natuur. Dat gaat overWeerterheide, de Spiekweg – dat gaan we straks nog bespreken – enuiteindelijk ook over De Haar. We gaan kijken waar het gaat plaatsvinden.Maar wat ik wel nu heb meegekregen, ikzelf ook, is dat De Haar wel dehand heeft uitgestoken, zo van: nou Defensie, nou Staatssecretaris, als uergens een pilot wilt gaan starten, staan wij in elk geval aan de voorkantom dat met u samen te gaan doen. Daar gaan we dus zeker naar kijken.Maar geeft u mij even de tijd om dit goed uit te denken. Ik hoor namelijkvaak «ja, maar de Duitsers doen dat ook» en «we hebben dat vroeger ookgedaan», maar dat was toch net iets anders. Dat heette toen «oefenen inde strook» en dat was vaak eenmalig. Je had een oefening en je had eenstrook, en in die strook, bij de boer, moest je als je bleef overnachten7 à 8 gulden per avond betalen. Als je dan met de voertuigen in hetmaisveld ging staan, liep daar een admeur, een administrator, achter dieaangaf: «Dit is 1 hectare. Dit is de marktwaarde. Plus wat erbij. Dan krijg jedat.» Dit gaat natuurlijk wel over structureel medegebruik van terrein enruimte. Daar sta ik welwillend tegenover. Ik denk dat de heer Pool hetvolgende wel weet, maar in elk geval eenieder van u die vaak meegaat opde werkbezoeken van Defensie.Kijk, op dit moment zijn de oefenterreinen of oefendorp of natuur. Weweten met z’n allen dat de conflicten in de toekomst niet per definitiealleen maar in een dorp, een stad of in de natuur gaan zijn. Het is dus ookin de omgeving. Het terrein dat u buiten ziet als u van Den Haag naarAmsterdam rijdt, is ook polder, agrarische omgeving en meer van datsoort zaken. Als Defensie moeten wij daaraan gaan wennen en datmoeten we ook nog gaan leren. We zijn nu namelijk gewend dat je inNederland oefent in een bos of op de hei. Het vergt dus van alle kantenwat. Maar goed, ik geloof er echt wel in, ook vanuit mijn achtergrond inhet militaire bedrijf, dat hier wel degelijk kansen zitten. Dat is ietsnoodzakelijks dat we wel weer opnieuw met elkaar moeten gaanontdekken en uitvinden, en waarover we afspraken moeten maken.Mevrouw Van der Werf had een vraag over de bredere kansen omsamenwerking te realiseren op het gebied van Ruimte voor Defensie. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5143 heb net al aangegeven dat er heel veel opgaven zijn die uiteindelijkallemaal bij elkaar moeten komen. Daarom is er ook zorgvuldigeafstemming met de andere departementen. Maar ik zie ook wel weerkansen, bijvoorbeeld als we het hebben over de centrale kazerne, in hetmidden van het land. Goed, daar zijn ook zorgen op het gebied vannetcongestie van een hoop medebestuurders, bijvoorbeeld de provincieen de gemeente. Dan heb je dus wel ook weer kansen om daar lokaal ietste doen. Ik vind dus ook dat overal waar we kijken waar we het moeteninpassen, we ook moeten uitkijken dat we niet het probleem of deuitdagingen in de regio vergroten, maar dat we daar een constructievebijdrage bij proberen te leveren, om het uiteindelijk in elkaar te latenpassen. Hetzelfde geldt voor een centrale kazerne. Het gaat over 7.000 ofmisschien wel 9.000 medewerkers van Defensie. Tel daar de families bijop. Die moeten ook ergens wonen. Je kunt wel een kazerne hebben diedaar mooi staat, maar als er geen energie is om de kazernes te latenopereren of om de schietbanen te laten draaien, er op afzienbare afstandgeen woningen zijn om in te wonen en er geen stukje natuur is om in tekunnen hardlopen – dat is toch wel wat militairen en burgermedewerkersvan Defensie graag doen – dan krijg je het ook niet voor elkaar.Mevrouw Wijen-Nass vroeg hoe het nou zit met landbouw en natuur. Wehebben heel goed gekeken hoe we de multifunctionaliteit van de ruimtezo optimaal mogelijk kunnen krijgen. Dat is één. Ten tweede: met hetNationaal Programma Ruimte voor Defensie is ook gekeken naar dedraagkracht en naar een evenredige verdeling over provincies. De heerEllian gaf ook al aan dat hij dat zag. Zo hebben we het eigenlijk op allevlakken gedaan. We hebben echt gekeken hoe we de lasten en de kansendie er zijn zo goed mogelijk kunnen verdelen. Met betrekking tot natuurhebben we daarnaar gekeken, maar ook met betrekking tot landbouw,zodat je uiteindelijk de situatie krijgt dat eigenlijk alles wel goed enaanpasbaar is. Daarbovenop komt dat voor ons het meest zwaarwegendeargument en criterium is geweest hoeveel mensen hier uiteindelijk doorworden geraakt. Daar heeft u geen vraag over gesteld, maar ik wil datpunt toch maken. Het allerbelangrijkste waren de «te amoveren woningenof bedrijfslocaties», zoals dat netjes heet in de Omgevingswet. Hoe zorg jeervoor dat je het uiteindelijk zo inpast dat je zo min mogelijk woningenvan mensen en bedrijfslocaties hoeft te slopen? Ik besef echt heel goeddat er boerenbedrijven zijn van families die 200 of 300 jaar op een plekwonen. Als je op het erf staat en naar buiten kijkt ... Elk slootje, elke boom,elk stukje land en dijk dat er ligt, hebben de mensen vaak zelf aangelegdof laten aanleggen. Ik besef dus heel goed wat de impact daarvan is. Diehebben we met prioriteit geprobeerd te minimaliseren, zonder te veelnevenschade.De heer Nordkamp vroeg of we de natuurorganisaties meenemen in deplannen. Ik gaf aan dat het geen keuze is van óf defensie óf natuur, maardat we zo veel mogelijk op zoek gaan naar en-en. De natuurorganisatieshebben we er zo veel mogelijk bij betrokken. U had het specifiek overNatuurmonumenten. Natuurmonumenten was in alles wel geïnteresseerd,maar was voornamelijk bezorgd over de Sallandse Heuvelrug. Dat waseen van de voorkeurslocaties voor een springterrein in het oosten van hetland. Daar hebben we heel veel over gespard. Een van de redenen dat wede Sallandse Heuvelrug uiteindelijk hebben laten afvallen, is dat we metelkaar vonden dat het een onevenredige belasting zou zijn voor die uniekenatuur op die locatie, wat ook al uit de MER kwam. Nogmaals, ik heb netal gezegd dat ik best wel enthousiast ben over het bij elkaar brengen vancombinaties. Ik denk dat dat heel kansrijk is. Staatsbosbeheer heeft onsverzocht nauwer te gaan samenwerken. Dan heb ik het niet overkwetsbare natuur. We hebben het elke keer over kwetsbare, gevoelige ofstikstofgevoelige natuur, maar we hebben in Nederland ook heel veelrobuuste natuur. Staatsbosbeheer heeft ook droog bos. We gaan binnenafzienbare tijd, deze maand nog, de vervolgstap zetten van het tekenenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5144 van een intentieverklaring om daar meer gezamenlijk gebruik van tekunnen maken.Mevrouw Teunissen vroeg of onderzocht is of alle locaties in Nederlandmoeten. Dat hebben we gedaan: dit is wat we moeten. Dit is de minimalebehoefte; die hebben we afgewogen tegen het belang van natuurbe-scherming. Ik hoef mevrouw Teunissen niet uit te leggen hoe de wet ophet gebied van natuur en klimaat in elkaar steekt. De Natuurherstelveror-dening is natuurlijk EU-wetgeving; die staat zelfs boven de NederlandseGrondwet. In die Natuurherstelverordening zit een verslechteringsverbod.Dat verslechteringsverbod is gewoon geldend. Ik hoor vaak dat weuitzonderingen moeten hebben. Dat kan, maar als je bijvoorbeeld eenuitzondering hebt voor Defensie om een kazerne te bouwen of om ietsanders aan te leggen, dan betekent dat niet dat je klaar bent met hetverslechteringsverbod. Als je dat een-op-een zou doen, dan leg je eigenlijkhet probleem van de rijksoverheid terug bij de provincies en degemeenten, want die moeten daar dan alsnog ruimte voor zien te vindenin hun omgeving. We doen dat dus wel degelijk nauwgezet. Ongeveertussen 50% en 60% van alle hectares van Defensie, zeker alle oefenter-reinen, ligt in Natura 2000-gebied. Volgens mij is het iets van 55% of 52%.Tegen de 60% valt onder Natuurnetwerk Nederland. We hebben eeninnige relatie met de natuur. We weten er op zich ook goed mee om tegaan. We hebben ook expertise, zowel buiten als van terreinopzichters endat soort zaken en van ecologen. Dat hebben we nu ook zowel in deoperatie als uiteindelijk ook ambtelijk. Tegenwoordig hebben we zelfs ooknatuurbeleid, met een budget daaraan vast, want ook daarin zijn winzakente vinden.De voorzitter:Voordat u verdergaat, heeft u een interruptie van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):De Staatssecretaris heeft gelijk als hij zegt dat de natuur het ook weleensgoed doet op Defensieterreinen. Dat blijkt ook uit verschillende onder-zoeken. Dat ontkent de Partij voor de Dieren dus niet, maar het isnatuurlijk veel beter voor de natuur als er geen activiteiten plaatsvinden,ook geen menselijke activiteiten. Ik geef een heel concreet voorbeeld; dezeinterruptie mag u voor twee tellen, voorzitter. Dat voorbeeld komt uit hetplan van de Staatssecretaris zelf en betreft uitbreiding bij de Veluwe.Honderden hectaren natuurgrond krijgen een militaire bestemming, metsignificante stikstofdepositie, verstoring van soorten door extravoertuigen en schietoefeningen. Dit is een van de vele voorbeelden. Ik wilhiermee aantonen dat wat de Staatssecretaris zegt nogal eenzijdig is: wegaan samenwerken met de natuur en dan komt het goed. Er staanallemaal schadelijke effecten in dit plan. Erkent de Staatssecretarisallereerst die schadelijke effecten?Staatssecretaris Tuinman:Elk stukje grond, elke ruimte en elke hectare die we in Nederlandgebruiken, heeft impact. Natuurlijk heeft mevrouw Teunissen daar gelijkin. Als wij met een tank over de zandhagedis rijden, heeft dat eenschadelijk effect voor de zandhagedis. Dat bagatelliseer ik niet; ik ben datmet u eens. Daarom bouwen we onze kennisbasis flink op en zijn we hierook met ecologen hartstikke hard mee aan de slag. We begrijpen dit ookecht. Een voorbeeld: op Woensdrecht is er een kleine bluspoel, die we nietmeer gebruiken, maar waarin ook een broedlocatie van de dodaars zit. Wenemen dit dus echt wel serieus. Het bijzondere is namelijk dat detoezichthouder, de ILT, zegt dat die bluspoel daar niet mag zitten, omdatdie te dicht bij de strip is. Een ander zegt, en terecht ook: tja, het is eenbluspoel geweest. En hij zit bij een van de dertien pfas-locaties, waar ik deKamer ook al regelmatig over heb geïnformeerd, dus ik heb ook deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5145 verplichting om die locatie daar, die bluspoel, met elkaar te gaan saneren.En beseft u wel goed dat over die bluspoel twee, drie, vier Natura 2000-hexagonen zitten, omdat het een specifieke veenachtige habitat is uit deNatuurherstelverordening van ’81 van de Europese Unie?Mijn punt is dit. Ik ben het met u eens dat elke activiteit impact heeft. Ik wilhierbij ook aangeven dat we, als we naar de grote lijnen gaan kijken, ziendat de biodiversiteit en de kwaliteit van de natuur op onze oefenterreinengoed zijn. Zeker, het kan op plekken beter. Daar investeren we ook in. Ikheb specifiek natuurbeleid en in dat natuurbeleid zitten nu natuurherstel-maatregelen op het gebied van hydrologie, op het gebied van nestel-kasten en dat soort zaken meer. Dus ik herken dat, maar ik wil zeggen datwij op elke locatie wel degelijk ook kijken naar de specifieke implicatiesdaarvan. Wat we bijvoorbeeld ook doen, is kijken naar het broedseizoen.Dus als het broedseizoen is, dan kan het goed zijn dat we op dat momentbepaalde delen van het oefenterrein niet gebruiken en dat we aan deandere kant gaan zitten. Zo zijn er allerlei zaken die we echt proberen in tepassen. Ik kan u ook verzekeren dat de militair in die natuur wil zitten. Datzijn gewoon natuurliefhebbers, hè. Waarom? Omdat je dag en nacht in dienatuur van Nederland aanwezig bent.De voorzitter:Dank voor de beantwoording. Maar ik wil de Staatssecretaris tochaansporen om de beantwoording kort en bondig te doen. Ik ben echtonder de indruk van uw natuurkennis, zeg ik daar meteen bij, maar wezitten nog in het eerste blokje.Staatssecretaris Tuinman:Een Tuinman, hè.De voorzitter:Ja, die is leuk! Maar we zitten nog steeds in het eerste blokje en ik kijkecht naar de tijd. We hebben nog een tweede termijn, waarin ook motiesingediend worden, en daar wil ik echt nog voldoende tijd vooroverhouden. Mevrouw Teunissen, voor uw tweede interruptie?Mevrouw Teunissen (PvdD):Ja, voorzitter. Ik ben heel blij met uitgebreide natuurantwoorden, maar ikdenk dat dit toch niet helemaal de kern is van waar het over gaat. Iedereenkan in het nationaal programma lezen dat de plannen enorm negatieveeffecten hebben op de natuur. We zitten nu al op slot met de stikstof. Ende Staatssecretaris zegt als oplossing: ik ga uitzonderingen maken voorDefensie. Dan vraag ik hem: waar is dan die uitzondering op gebaseerd?Waarom moet de natuur altijd opgeofferd worden? Waarom heeft hij erbijvoorbeeld niet voor gekozen om de bio-industrie te verminderen, ofvoor locaties in het buitenland? De Staatssecretaris zegt net dat we dan inDuitsland en Polen moeten oefenen. Dan vraag ik me af: ja, waarom niet?Ik bedoel, als je afhankelijk bent van een land als de VS, dan kan ik mevoorstellen dat je dat niet wil. Maar gewoon een Europees land, wat isdaar mis mee? Dus waarom die afweging? Waarom moet de natuur wéérworden opgeofferd?Staatssecretaris Tuinman:Nou, volgens mij heb ik niet gezegd dat ik allerlei uitzonderingen ganeerleggen. Dat ten eerste. Kijk, wat ik wel wil aangeven, is dit. Datonderzoek heb ik naar uw Kamer gestuurd. Dat is niet omdat ik dat vind,maar omdat we daar specifiek onderzoek naar hebben laten doen, ookdoor TNO. Defensie met al haar activiteiten, maar ook de kazernes, devliegbases en dat soort zaken meer, dragen voor 0,01% van de stikstofe-missie bij in Nederland. Dus de bijdrage van Defensie is beperkt. Ik hebook aan uw Kamer doen toekomen wat de uiteindelijke stikstofemissiesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5146 zijn op heel veel afzonderlijke locaties. Dat is op een aantal plekken vaakwel een benadering, dat ben ik met u eens, maar het is wat dat betreft ookvrij beperkt. U had het ook over wat andere zaken. Kijk, hét probleem voorde krijgsmacht met betrekking tot het Nationaal Programma Ruimte voorDefensie – en dat kunt u ook in de onderzoeken vinden die ik naar deKamer heb gestuurd – is niet stikstof. Dat is de vergunningverlening. Metde MCEN, de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel, heefthet kabinet – en er gaat meer aankomen – met het startpakket daadwer-kelijk de eerste stappen gezet, niet alleen in de stikstofreductie, maarvoornamelijk ook in het aanpakken van de vergunningverlening. Ikverwacht straks ook veel van de rekenkundige ondergrens, als datallemaal rond is en die ook juridisch is geproefd, en dat soort zaken meer.Dat betekent eigenlijk dat het merendeel van de behoeftes hier in dit plan,waar we vanavond over spreken, voor u staat. Stikstof en de vergunning-verlening zijn dan niet meer hetgeen wat ons dwarszit.De voorzitter:Ik zei net «uw tweede», maar dit wordt uw vierde interruptie, mevrouwTeunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):De Staatssecretaris noemde zelf het EU-verslechteringsverbod. Daarvoldoet Nederland niet aan. Het is overduidelijk als je dit NationaalProgramma leest: dit plan voor Defensie leidt tot een grove verslechteringvan de natuur. Erkent de Staatssecretaris op z’n minst dat de natuur hiervoor de zoveelste keer wordt opgeofferd en dat niet de keuze wordtgemaakt voor alternatieven?Staatssecretaris Tuinman:Dat herken ik niet, nee.De voorzitter:U kunt uw beantwoording vervolgen.Staatssecretaris Tuinman:Mevrouw Van der Werf had een vraag over de veiligheid met betrekkingtot branden op Defensielocaties. Daar hebben we aanvullend beleid opgemaakt. We werken met alle departementen samen. Dat kader is ooknaar de Kamer gestuurd. Natuurlijk betreurt Defensie dat kostbare natuur,voornamelijk onvoorzien, uiteindelijk in brand gaat. Dat is nooit debedoeling van Defensie. We houden er uiteindelijk rekening mee. Wat ookmeespeelt, zeker bij de brand op de Edese heide een aantal maandenterug, is dat de hoeveelheid brandbaar materiaal op het oefenterreinervoor heeft gezorgd dat de brand groter was dan noodzakelijk. We zijnmet onze ecologen en met zowel de Veiligheidsregio’s als de provincie ende gemeente aan het kijken hoe je beter kunt omgaan met die natuur. InEde gaat het bijvoorbeeld over heide. De voedingswaarde moet laag zijnvoor heide. Hoe krijg je dat voor elkaar? Er kan gekozen worden voor hetbewust afbranden van delen van die heide, want na vijf tot zes jaar groeitheide eigenlijk niet meer. Dan verhout en verdort het en is het megak-wetsbaar. We zijn nu dus ook aan het kijken hoe je met slimme natuurin-standhouding de zaken voor elkaar kunt krijgen.Ik wil nog iets zeggen over natuurbranden en dan houd ik erover op. Juisthet feit dat militairen gebruikmaken van de Edese heide en stoïcijns dezandpaden open rijden heeft ervoor gezorgd dat je natuurlijke vuurlijnenhebt waar het vuur niet over kan steken. Daar gaan we dus goed naarkijken. In het midden heb je een mooi bosje staan. Dat noemen ze een«waterslot». Dat zijn loofbomen. Bij het oefenen zit je daar mooi ondereen bovendekking. Dan kun je niet gezien worden vanaf de bovenkant,vanuit een vliegtuig of iets dergelijks. Dat waterslot heeft er juist voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5147 gezorgd dat er uiteindelijk een heel stuk natuur behouden werd. Daarleren we van. Dat moeten we gewoon rapido meer gaan gebruiken enslim implementeren in onze oefenterreinen, zodat ze robuuster enweerbaarder worden.Er was nog een vraag over geluidsoverlast en of er geoefend kon wordentijdens kantooruren. De truc is, zeker in deze tijd – daar is het programmaook op gericht – dat onze militairen zo realistisch mogelijk kunnen trainen.Die moeten dus ook ’s nachts kunnen trainen. Met het vliegen houden zeer zo veel mogelijk rekening mee. Als je ’s avonds moet vliegen, doe je datop uren waarvan mensen die in de buurt wonen het van tevoren weten enop tijden die nog een beetje oké zijn, zodat je niet tussen 2.00 uur en5.00 uur iedereen in Leeuwarden wakker vliegt. Dat proberen we echt zogoed mogelijk met elkaar in te passen. Iedereen, of velen ervan, die omzo’n kazerne of zo’n oefenterrein heen woont, zijn familie, vrienden of degezinnen van de militairen. Ook militairen letten er dus wel op.Mevrouw Van der Werf (D66):Dat lijkt mij prima. Ik zei ook niet voor niets: voor zover de oefendoel-stelling dat toelaat. Ik begrijp ook dat we niet het onmogelijke van uworganisatie moeten vragen en dat het ook nut moet hebben om teoefenen. Ik denk dat dit typisch zo’n onderwerp is, zeker als je ziet hoeveelNederlanders aangeven zich hier echt grote zorgen om te maken, waaromwonenden en Defensie nader tot elkaar kunnen komen en er een beetjein het redelijke uit kunnen komen.Staatssecretaris Tuinman:Eens. We hebben ook in de zienswijzen gezien dat de meeste op debehoefte met geluid zien; ze gaan over laagvliegen. Dat is dus zeker eenpunt van zorg. Mensen en omwonenden hebben heel vaak behoefte aanvoorspelbaarheid. Het feit dat het niet voorspelbaar is, is lastig.Er waren ook vragen over vee en paarden. Dat is eigenlijk hetzelfdeverhaal. Ik ben in Zuid-, nee, dat is verkeerd, in Midden-, nee, in Noord-Limburg zelfs geweest, waar een heel cluster zit op het gebied vanpaarden, tot en met olympisch niveau. Ook bij veehouders is het hetzelfdeverhaal: zorg nou dat het voorspelbaar is. Mensen willen het van tevorenweten, want dan kunnen ze meehelpen om de dieren te trainen en zeeraan te laten wennen als het plaatsvindt. Dat zijn we dus nu meer enbeter aan het doen zodat iedereen weet hoe of wat.De heer Pool vraagt waarom voor een minimale behoefte is gekozen enniet voor een mindere, bescheiden variant. De hoeveelheid ruimte inNederland is beperkt. Als we alles in Nederland doen wat we zoudenwillen, heb je twee of drie keer Nederland nodig. Dat past gewoon niet.We moeten ook realistisch zijn en zeggen: oké, wat heb je uiteindelijknodig? En dat ligt in het NPRD ook voor. Daarbij wil ik wel aangeven datdit is gericht op 2% en een beetje meer. Er zit echt nog wel wat ruimte inom daarin te kunnen bewegen. Het is niet zo dat met enkel 2% het meteengaat knijpen als er nog iets bij komt. Vooralsnog zijn we niet voornemensom een nationaal programma 2.0 te gaan uitrollen.De vragen over het proces. U had specifiek aandacht voor de compen-satie. Die gaat erover dat mensen daadwerkelijk in hun leefomgeving,maar ook in het recht dat ze hebben, beperkt kunnen worden. De vraagwas: kan de Staatssecretaris toezeggen dat we ruimhartige compensatietoepassen? Ik hecht aan goede, maar ook snelle compensatie van schadevoor betrokkenen, die eigendom of hun woning verliezen door noodzake-lijke uitbreidingen van Defensie. Dit betekent in principe een volledigeschadeloosstelling. Die houdt in dat alle schade wordt vergoed die hetrechtstreekse en noodzakelijke gevolg is van een eventuele onteigening.Dat betekent onder meer dat Defensie de marktwaarde van de teonteigenen grond en het vastgoed betaalt, maar ook de schade dieontstaat doordat iemand zich elders moet vestigen, inkomensschade lijdt,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5148 deskundigen moet inhuren, zoals een advocaat, mits dat redelijk is.Daarmee ontzorgen we die families zo veel mogelijk om om te gaan meteen impactvolle gebeurtenis. Dit vergt niet alleen het doen van een goeden reëel financieel bod, maar ook het bieden van toekomstperspectief eneen vanuit Defensie proactieve benadering. Eerder heb ik hierover berichtwat we hebben gedaan. Na het moment dat de ministerraad het besluitheeft genomen, hebben we nog een aantal uur gepakt voordat de briefnaar u gezonden zou worden, zodat we met teams overal in Nederland dedirect betrokkenen, die significant hun land of hun woning kwijt zoudenkunnen raken, persoonlijk konden informeren. Dit is niet alleen gedaandoor een rentmeester, want die is besluitbevoegd, maar ook door een vanmijn eigen mensen, gewoon in pak. We hebben niet maar wat mensenaangewezen, maar mensen gekozen die operationele ervaring hebben,weten hoe het werkt, maar ook betrokken zijn geweest bij het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie, zodat ze zich werkelijk kunnen inlevenin de feitelijke situatie.Ik betreur het dat het op een specifieke locatie in Midden Drenthe ismisgegaan: de brieven zijn blijven liggen en een week te laat verstuurd.Goed genaaid houdt beter, dus je moet het altijd dubbel uitvoeren. Wehebben die mensen het wel degelijk fysiek en mondeling toegezegd. Uhad wat opmerkingen dat een aantal brieven te laat zijn gekomen. Ikbetreur dat. De volgende keer ga ik ze gewoon aangetekend versturen.Dan gaan ze gewoon fysiek met de mensen mee. Misschien moet ik dangeen twee maatregelen stellen, maar drie. Ik kan me goed voorstellen dathet meest verschrikkelijke wat je kan meemaken, is dat je via de krant ofde tv moet vernemen dat jouw specifieke woning, bedrijf of terrein eenvoorkeursbesluit is opgelegd.Mevrouw Dobbe had daar ook nog een vraag over. Ze vroeg wat datprecies betekent. Ik heb net al iets aangegeven over die nadeelcompen-satie. Als je niet rechtstreeks onder een voorkeursbesluit zit, kan dienadeelcompensatie volgens de Omgevingswet pas aangevraagd wordenop het moment dat het besluit onherroepelijk is.Hoe wordt omgegaan met verliezen die mensen nu al hebben geleden?Dat is eigenlijk dezelfde vraag. De regeling voor nadeelcompensatie kaneigenlijk pas in werking treden als het besluit onherroepelijk en juridischbindend is voor de betreffende bewoner of het betreffende bedrijf. Datontslaat ons niet van de plicht om met deze mensen het gesprek aan tegaan en ze op de juiste manier van advies te voorzien. Je ziet ook veel datmensen niet alleen naar ons toekomen. Mensen kloppen niet als eerste bijDefensie aan, maar over het algemeen bij de gemeente, namelijk bij degemeentelijke ambtenaren die over de ruimtelijke omgeving gaan. Wijproberen zo goed mogelijk om aan de voorkant gezamenlijk alle infor-matie op te stellen en goed erover te communiceren. We zorgen er ookaltijd voor dat we inhoudelijke achtervang hebben. Als een ambtenaar,een beleidsmedewerker, van een gemeente er niet uitkomt, heeft hij altijdachtervang, zodat we de mensen zo spoedig mogelijk van de juisteprocesinformatie kunnen voorzien.De heer Boswijk had een vraag over Midden-Drenthe. We zagen dat hetaanwijzen van locatiealternatieven ook voor Midden-Drenthe grote impactheeft gehad. We streven altijd naar zorgvuldige en tijdige informatievoor-ziening voor alle betrokkenen. Dat hebben we ook uitgelegd. Zodra hetkon, zijn alle inwoners geïnformeerd. Uiteindelijk bleek dat het locatieal-ternatief niet verder werd onderzocht. Ik besef goed dat het onrust enonzekerheid bij betrokkenen oplevert. We doorlopen het onderzoek en debesluitvormingsprocessen zo snel mogelijk. Je ziet dat ook in Midden-Drenthe en De Haar. Ik zag de burgemeester op de tribune zitten. Wehebben geregeld contact. Dat heb ik met een hoop burgemeesters. Ookals er schrijnende gevallen zijn, zorg ik dat mijn mensen of ikzelfbeschikbaar zijn om de burgemeester of wethouder antwoord te geven.Want daar staan de mensen uiteindelijk toch aan de poort te rammelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5149 Mevrouw Van der Werf had een vraag over de deur-tot-deuraanpak. Ikdenk eigenlijk dat de deur-tot-deuraanpak hetgeen is wat we nu aan hetdoen zijn. We proberen het echt zo dicht mogelijk naar de mensen toe tebrengen. We proberen alle ruimte op te zoeken om ervoor te zorgen datde mensen zo snel mogelijk informatie hebben en dat die informatie ookop de behoefte van de mensen wordt afgestemd. Ikzelf doe dat ook. Ik bentwee maanden geleden bijvoorbeeld in Laaghalerveen geweest. Op24 september zal ik daar ook weer heengaan. Aan het aantal zienswijzenen aan de manier waarop het uiteindelijk in het traject gegaan is, zien wedat het ook van mij uit, als politiek bewindspersoon, aandacht verdient.De voorzitter:U bent klaar met uw blokje? Ik heb de interrupties gespaard. Dat zal ik ookbij de volgende blokjes doen. Aan het eind van het blokje geef ik u de kansom interrupties te plegen. De heer Pool was de eerste.De heer Pool (PVV):Ik heb een vraag over de compensatie. Ik hoor de Staatssecretaris sprekenover marktwaarde, over de wet en over gemaakte kosten die vergoedworden. Het menselijke en het emotionele aspect ontbreekt echter eenbeetje, wat de PVV betreft. Als je daar al generaties lang boert en je krijgthiermee te maken, dan is dat zeker een aspect dat ook meegewogen moetworden. Hoe kijkt de Staatssecretaris daarnaar?Staatssecretaris Tuinman:Dat ben ik eens met de heer Pool. We noemen dit «de eerste fase». Weproberen dan de directe schade en dat soort zaken goed te regelen. Wekennen ook de tweede fase. Ik wil wel een voorbehoud maken. Als weDefensie perspectief willen bieden, dan kan ik niet alles voor iedereenoplossen. Daar is Nederland gewoon te klein voor. Als we perspectiefwillen bieden, dan betekent dat ook dat we kijken naar ruilgrond. Dat doenwe ook. Dat doen wij niet zelf, maar daarbij kijkt het Rijksvastgoedbedrijfvoor ons of er in een regio grond die relevant kan zijn, beschikbaar komt.Er moet dan altijd een directe behoefte zijn. Dat moet direct te relaterenzijn aan een betrokkene of een gedupeerde die daar profijt van kanhebben. Dan zullen we die grond verwerven en specifiek beschikbaarmaken voor een eventuele ruil. Dit is dus meer dan alleen het financieelcompenseren. We proberen daar zo goed mogelijk mee om te gaan.Het tweede wat we doen, is kijken naar wat mensen willen. Boeren,agrariërs, zijn ondernemers. Niet iedereen wil per definitie door; somswillen ze iets anders. We kijken er ook goed naar hoe we dat kunnenfaciliteren.Dan het laatste wat ik hierover wil zeggen. We hebben de grondverwer-vingsstrategie uiteindelijk laten vastleggen. Die grondverwervingsstra-tegie betekent dat je de volledige schadeloosstelling al helemaal aan devoorkant van het proces kunt krijgen. Wat betekent dat? Even hard gezegdbetekent dat het volgende. Als je nu zegt «meneer Tuinman, ik ben erhelemaal klaar mee en ik wil mijn grond gewoon verkopen» en als je hetproces het proces laat, dan heb je eerst een minnelijke regeling. Bij dieminnelijke regeling bestaat er wettelijk geen ruimte voor een volledigeschadeloosstelling. Dan moet je het helemaal doorlopen en daarna kom jepas in een onteigeningsproces. Dat kan soms wel acht jaar duren. Dankom je pas in de situatie waarin je een volledige schadeloosstelling zoukunnen krijgen.Met de snelheid waarmee we het Nationaal Programma Ruimte voorDefensie hebben vormgegeven, met het belang dat er is om het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie zo snel mogelijk te realiseren, wat hetmerendeel van u ook aangeeft, en met de opdracht die u mij elke keergeeft om ruimhartig om te gaan met de benadeling door dit programma,hebben we uiteindelijk deze keuzes gemaakt. Dat betekent eigenlijk dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5150 in een heel vroegtijdig stadium van het proces kan als je schadeloosgesteld wil worden. Ik kan daar nog niet te veel over zeggen, maar in eenaantal gevallen vinden daar op dit moment gesprekken over plaats. Ik vinddat dat iets is wat we terug kunnen doen. Ik vind dat «ruimhartig» nietalleen gaat om hoeveel cash het je oplevert, maar het betekent ook dat wealles binnen het redelijke moeten doen om perspectief te bieden en om deonzekerheid en de juridische rompslomp zo ver mogelijk terug te dringen.Als mensen een keuze maken, dan kunnen we ook doorpakken. Dankunnen we dat doen wat betreft ons deel, vanuit de overheid en vanuit deregering.De voorzitter:Dank. Ik wil u toch verzoeken om de beantwoording echt korter enbondiger te houden, want ik zie een groot aantal interrupties en ik kijkdaarbij naar de klok. De volgende interruptie is die van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb een vraag over de nadeelcompensatie die de Staatssecretarisnoemde. Wat doet de Staatssecretaris met die mensen? Zij zitten nubijvoorbeeld op een voorkeurslocatie. Die wordt wel of niet gekozen.Misschien wordt die niet gekozen. Zij hebben bijvoorbeeld stress ofgezondheidsproblemen, ze hebben besluiten uitgesteld et cetera. Watdoet de Staatssecretaris nu met dat soort schade, die ook is voortge-komen uit het traject?Staatssecretaris Tuinman:De voorkeursalternatieven die er nu liggen, die ik ook heb gecommuni-ceerd in de brief van 23 mei, zijn de voorkeursalternatieven van ditkabinet. Er zijn dus geen andere alternatieven. Die hebben we uiteindelijkallemaal af laten vallen. Die club mensen zit dus in het proces dat ik netbeschreef. Voor de mensen die vinden dat ze nadeel hebben ondervondenvan de voorkeursalternatieven die we uiteindelijk hebben laten afvallen,geldt het idee van nadeelcompensatie. Dat heb ik net ook uitgelegd.Daarvoor moet het eerst juridisch bindend en onherroepelijk zijn. Ik kannu niet afwijken van hoe we het met elkaar in de wet hebben afgesproken.Ik besef heel goed dat het impact heeft, maar op die manier zit het inelkaar.Mevrouw Dobbe (SP):Erkent de Staatssecretaris dat er schade kan zijn, zoals bijvoorbeeldgezondheidsklachten die mensen hieraan hebben overgehouden, ofbijvoorbeeld mensen die geen investeringen hebben gedaan wat heeftgeleid tot schade die ze moeten inhalen? Erkent de Staatssecretaris dat erdat soort schade kan zijn, ook op de plekken die nu niet zijn gekozen alsvoorkeurslocatie?Staatssecretaris Tuinman:Ik ben op een hoop van die locaties geweest. Ik ben in Bantega geweest, ikben in Weerselo geweest. Ik ben ook op de proefboerderij geweest, waareventueel een springterrein zou moeten komen. Dat was nog voordat wehet definitieve besluit hebben genomen, dus ik ben echt wel doordrongenvan wat de impact is al er zo’n ... ja, wat is het, als er een lijn of een vlekrond jouw kavel is getrokken, dat realiseer ik me heel goed. Wat hetuiteindelijk betekent en of je wel of niet recht hebt op de nadeelcompen-satie, moet toch echt verlopen volgens de procedures die ervoor staan.Dat houdt in dat het in Frage komt als de zaken onherroepelijk zijn.Wat ik er ook over wil zeggen, is het volgende. Iedereen spoort medaartoe aan, mijn eigen departement, uw leden, maar ook de medeover-heden, de mensen thuis, namelijk: gooi het tempo erop, zorg dat je debesluiten neemt en dat het zo snel mogelijk gaat, zorg dat besluiten zoTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5151 snel mogelijk definitief zijn, dan kun je uiteindelijk ook dit soort zakengaan opzetten. Dat is ook wat ik probeer te doen. Daarom heb ik ook eenstrakke tijdsplanning. Eind van het jaar definitieve besluiten nemen en dankunnen we met gebiedsprocessen aan de gang. Daar waar nadeelcom-pensatie ter sprake komt, is dat prima. Het moet dan wel volgens deprocedures en dan zullen we dat doen.Mevrouw Dobbe (SP):Ik vraag hier natuurlijk op door, omdat we niet willen zien dat mensenstraks allerlei procedures moeten doorlopen, terwijl zij buiten hun schuldom schade hebben ondervonden. Allerlei ingewikkelde procedures, die zewel of niet winnen, waarbij de Staat of Defensie wel advocaten heeft endie mensen niet. Dat scenario zou ik heel graag willen vermijden voordeze mensen. Er moet dus een makkelijk en toegankelijk, maar échtruimhartig traject zijn voor deze mensen. Komt dat er ook of gaan we hethelemaal volgens de wet tot het laatste moment helemaal uitspitten enhet die mensen moeilijk maken?Staatssecretaris Tuinman:Mijn laatste doelstelling is zaken voor mensen moeilijk en gecompliceerdmaken, want we hebben het in Nederland al moeilijk en gecompliceerd zatgemaakt. Ik verlies me daar soms ook in. Naast het feit dat we ruimtenodig hebben, zie ik ook dat heel veel mensen, bijvoorbeeld in Bantega,blij zijn dat het uiteindelijk niet bij hen terechtkomt. Ik kan me goedvoorstellen dat het even bij je in moet dalen wat het betekent op hetmoment dat er wél zo’n «vlek» ligt en jij zit erin. Ik kan me ook goedvoorstellen dat na anderhalf jaar onzekerheid je weer even tijd nodig hebtom te beseffen en te laten landen dat je er níet meer in zit.Wat we ook hebben geleerd op het gebied van communicatie isomgevingsmanagement. We zijn het een beetje kwijtgeraakt door de jarenheen. Om alle militairen en alle kazernes ging een groot hek, men wildehet vooral niet meer zien. Verplaatsingen moesten in de nacht, kazerneswaren verkeerd, bij oefenterreinen moest er een hek omheen, men wildevooral geen militairen zien. Dus het omgevingsmanagement en de relatiemet «de buren» was zo goed als weg. We hebben zeker met het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie echt wel weer geleerd, samen met onzemedeoverheden, hoe je dat gaat doen. We hebben er best wel een grooten dik team op staan, dus we blijven doorgaan met het omgevingsma-nagement en het daadwerkelijke contact met de omgeving, met de regio,met de gemeentes en met de bestuurlijke overleggen, zoals we het nuhebben ingericht. Dat gaan we gestructureerd institutioneel – om hetmooi te zeggen – inregelen. We zullen elk jaar met gemeentes om de tafelzitten over hoe we het zo goed mogelijk kunnen doen.Het geldt niet voor iedereen, daar ben ik ook eerlijk in, maar ik denk dathet voor een hele hoop mensen ook belangrijk is dat Defensie zicht-baarder is, en dat als je in gesprek wil met Defensie, er niet alleen eene-mailadres is of iets wat ver weg is, maar dat je dan een herkenbarepersoon hebt bij wie terecht kan met je klacht of je vraag of bij wie je deinformatie kan krijgen die je nodig hebt.Mevrouw Van der Werf (D66):Over de deur-tot-deuraanpak, zoals ik hem in mijn vraag noemde, gaf deStaatssecretaris aan: «natuurlijk zijn we bij mensen langs geweest» – daarheb ik ook veel positieve geluiden over gehoord – «en natuurlijk geven wijze optimaal informatie». Toch denk ik dat je meer kan doen dan dat, ookmeer dan het financiële aspect en het grondaspect. Misschien zijn er ookwel mensen die een bepaalde praktische begeleiding nodig hebben of eenbepaalde beer op de weg zien, of misschien zijn er wel mensen diepsychosociale begeleiding nodig hebben. Zo zou je allerlei andere dingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5152 kunnen bedenken die er in zo’n geval langskomen. Wat kan het ministerieof wat kan Defensie dan voor hen betekenen?Staatssecretaris Tuinman:Wij moeten geen psychosociale hulp willen geven. U bedoelt het ook nietzo dat wij dat moeten doen. Dat moet je met de instanties doen diedaarvoor zijn en voornamelijk met de gemeentes en de overheden die erdicht op zitten. Dat nemen we gewoon mee. Als onze mensen ergenskomen en ze zien dat het ergens gewoon misgaat, dan zorgen we echt weldat daarop geacteerd wordt en gereageerd. Dat kan ik u sowiesotoezeggen.Het team van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie is er nu ietsvan twee jaar mee bezig. Dat team heeft ook impact. Die komen ook aandie keukentafels en hebben echt wel zicht op wat er nodig is. Zij proberende verschillende instanties en vooral de gemeentes daarin zo strakmogelijk in te zetten, want wij beseffen met z’n allen heel goed wat deimpact is van de besluiten die uiteindelijk zullen voorliggen.De voorzitter:Dank. Dan ga ik naar de heer Boswijk voor zijn interruptie.De heer Boswijk (CDA):Heel kort over Midden-Drenthe. Ik had net al gevraagd hoelang dat bovende markt blijft hangen. Daar heeft de Staatssecretaris op geantwoord.Naast de tijd is ook de invulling, of eigenlijk de onbekendheid van dieinvulling, bij de omwonenden een groot vraagteken. Kan de Staatssecre-taris iets zeggen over wanneer hij verwacht dat die onzekerheid kanworden weggenomen?Staatssecretaris Tuinman:Zo snel mogelijk! Twee dingen daarover. Allereerst liggen er dievoorkeursbesluiten. Wat de functie is waar het naartoe moet, is ookhelder. Daar hebben we met de betrokkenen in Drenthe uitgebreid overgesproken. Daar zijn militairen aan tafel geweest en die blijven ookkomen, en hetzelfde geldt voor de rentmeesters. Het tweede is dat wegewoon rap door de processen heen moeten die we nu hebben staan. Duseen besluit nemen einde van het jaar, dan naar gebiedsgerichte processentoe – hoe ga je dat eigenlijk doen? – en dan de inpassing. Dan kun jedefinitieve afspraken maken maar ook tot een closing kunt komen van watde mensen willen.Wij gaan daar niet op wachten. Wij hebben daarin echt wel een vooruit-leunende positie, zal ik netjes in het Nederlands zeggen, omdat we metalle betrokkenen op 23 mei of de dagen daarna in gesprek zijn gegaan,maar ook omdat we een rentmeester mee hebben genomen die op dehoogte is van het specifieke geval, van wat de mogelijkheden zijn. Dieging ook direct op dag één al in gesprek, van: als u er al aan toe bent omüberhaupt met ons te bekijken wat de mogelijkheden zijn, de perspec-tieven, welke kant het opgaat of welke stappen u wilt zetten, dan kan dat.Het kan zelfs zo zijn dat iemand zegt – niet specifiek in deze casus of opdeze locatie, hè – «ik vind het goed zo, ik heb mijn tijd hier gehad of ik hebiets anders, ik bied de grond te koop aan», dan heeft die in principebinnen een paar maanden zijn deal. Dat zou theoretisch zelfs kunnenvoordat het definitieve besluit eind december is genomen.De voorzitter:Dank. Ik zie geen interrupties meer, dan kunt u vlug door naar blokje drieover stikstof.Staatssecretaris Tuinman:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5153 Ja, vergunningverlening stikstof. De heer Ellian had het over versnellingaanbrengen, tempo, verwoord in de realisatieparagraaf. Laat ik daarmeebeginnen. In die realisatieparagraaf staan de einddatums waarop devolledige capaciteit gebruikt moet kunnen worden. Laat ik een voorbeeldgeven. Als je het over de centrale kazerne hebt, dan staat die best welnaar achter, maar er moet ook een hele hoop gebeuren. Maar dat betekentniet dat als bijvoorbeeld een deel van de grondverwerving al gedaan is ener een significant deel aan onze zijde is, we niet al direct beginnen met hetgebruik ervan. We gaan echt zo snel mogelijk al die stappen zetten. Wenoemen dat «gefaseerde ingebruikname». Dat is één.Twee. We kunnen niet alles tegelijkertijd, maar de datums die er staan, zijnde uiterlijke datums waarop het uiteindelijk volledig ingericht moet zijn.We willen eigenlijk alleen maar sneller dan dat. We kijken ook of we datnaar voren kunnen halen. Maar goed, uiteindelijk moeten we wel eenprogramma bouwen, we moeten een ontwerp neerzetten, we moeten datontwikkelen en we moeten strategisch omgevingsmanagement inzetten.Je wilt uiteindelijk ook met iedereen kunnen spreken. Er zijn planologischeprocedures en gebiedsprocessen; daar hebben we het over gehad. Ik hebnet ook al iets gezegd over de grondverwering. Dat zijn allemaal zakenwaar we echt op de grens zitten om de vergunning en realisatie verdernaar voren te kunnen krijgen. Laat ik ook iets zeggen over realisatie.Uiteindelijk moet er gewoon gebouwd worden. Er moeten op allerleiplekken ook huizen gebouwd worden. We kijken met de ingenieurs en debouwbedrijven in Nederland en met het RVB hoe we dat precies gaandoen; ik kom daar later, ik denk volgende maand, nog concreet op terug ineen brief. We hebben iets bedacht waardoor we echt kunnen versnellen,want dat is vaak de uitdaging: je moet ook nog eens keer alle bouwbe-drijven, bouwproducten en dat soort dingen bij elkaar krijgen.De heer Ellian had ook een vraag over vergunningen en ontheffingen.Vergunningen zijn bij de realisatie van de Defensiebehoefte nodig. Wemoeten ons aan de Omgevingswet en de natuurvergunning houden. Ikzeg dat ook in de richting van mevrouw Teunissen. Ja, we moeten onshouden aan de bestaande wet- en regelgeving. Het Nationaal ProgrammaRuimte voor Defensie voorziet dus niet in ontheffingen. Het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie valt binnen de kaders van deOmgevingswet. Je hebt instrumenten die je daarvoor uiteindelijk kuntinzetten.We doen wel het volgende, zoals ik heb aangeven. Bij de EuropeseCommissie wordt op Europees niveau gewerkt aan een Omnibus forDefence Readiness. Uw Kamer heeft onze inzet daarop ontvangen. Daarinzitten een aantal zaken waarmee je kunt versnellen. Dat moeten we opnationaal niveau gaan verwerken, zodat we dat goed kunnen wegzetten.We hebben ook de Wet op de defensiegereedheid, die in internetconsul-tatie is geweest. We zien nu de zienswijzen aan het bekijken. Deverwachting is dat de volgende stap voor het eind van het jaar gezet kanworden. De Wodg voorziet in het wegnemen van eventuele juridischebelemmeringen voor de noodzakelijke gereedstellingsactiviteiten. Maargoed, de Wodg is op dit moment nog niet door het wetgevingstrajectheen. We werken aan een definitief wetsvoorstel. Dat moet natuurlijk naarde ministerraad en uiteindelijk naar de Raad van State. Ik wil nogmaalsbenadrukken dat de Wodg, de Wet op de defensiegereedheid, geenuitzondering kan maken op de Europese verplichtingen op het gebied vanbijvoorbeeld natuur en stikstof, waar we het net ook over hebben gehad.Verder zijn we natuurlijk in de Ministeriële Commissie Economie enNatuurherstel bezig om de vergunningssystematiek te veranderen enweer te laten draaien. Ik wil ook aangeven: ja, we moeten bouwen, maarwe hebben ook energie nodig. De netcongestie moet ook opgelostworden. We moeten woningen kunnen bouwen. Dat moet ook opgelostkunnen worden. Daarom moeten we de stikstofaanpak door de MCENloskrijgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5154 Er was een vraag van mevrouw Van der Werf of de uitbreiding wordtbedreigd door de stikstof. De stikstofemissie van Defensie is 0,01%. Die iseigenlijk best beperkt; laten we het daarop houden. Ook als je deadditionele behoefte daarin meeneemt en als je op locatieniveau gaatkijken, per kazerne of type, hebben we met een rekenkundige ondergrensvan 1 mol misschien wel 85% voor elkaar. Als we vervolgens weer eenoplossing weten te vinden voor eventueel intern salderen, dan zijn weeigenlijk zo goed als los. Over de Wodg en MCEN heb ik het gehad.De heer Van Dijk stelde ook de vraag of stikstof de vijand van hetprogramma is. Ik denk het niet; ik denk dat dat een misvatting is. Ik denkwel dat vergunningverlening een vijand is van ons programma. Ik denkdat we daar heel uitgesproken en heel duidelijk in zijn geweest. Ik bentrouwens niet teleurgesteld in Minister Wiersma; ik vind dat zij op dejuiste weg is met het startpakket en dat vinden we als kabinet ook. Jebalanceert tussen enerzijds stikstofreductie in de gebiedsgerichte aanpak,met de Peel en de Veluwe als eerste stap. We hebben, denk ik, vorigeweek nog een bewindspersonenoverleg gehad over de manier waarop jekoppelkansen hebt met Defensie. Uiteindelijk moet je ook de vergunning-verleningssystematiek aanpakken. De stikstofreductie moet gebalanceerdzijn met de borging en uiteindelijk met de nieuwe vergunningverlenings-systematiek, die stand moet houden bij de rechter. Over alle jurispru-dentie die er is en over de referentiesituaties hoef ik u niet te vertellen,want daar gaan een hele hoop debatten in dit huis over.De voorzitter:Heeft u het blokje stikstofvergunningverlening afgerond?Staatssecretaris Tuinman:Ja, afgerond.De voorzitter:Dan krijgt u nog een aantal interrupties. De heer Ellian was de eerste.De heer Ellian (VVD):Even over de vergunningverlening. De antwoorden op de vragen van decollega’s Van der Werf, Paternotte en Podt gaan over het geheime rapportdat alarm slaat over Defensie. Goed, de Staatssecretaris kent de vragen enhij kent natuurlijk zijn eigen antwoorden. De Staatssecretaris schrijftdaarin heel duidelijk dat juist het ontbreken van een natuurvergunningeen van de allergrootste oorzaken zal zijn van vertraging, omdat dieprocedures heel lang duren. Dat beluister ik zonet ook. Maar in deEuropese Defensieomnibus staat dat die vergunningsprocedures terugmoeten naar 60 dagen. Dan kom je er weer op dat het moeilijk is metstikstof en zo blijf je dus bezig. Ik probeer dus toch te begrijpen welke kanthet nu opgaat: gaan we naar versnelling of niet?Staatssecretaris Tuinman:Het hele kabinet is er superenthousiast over dat de Europese Commissa-rissen eigenlijk allemaal Omnibussen aan het bouwen zijn, dus dat ze dewet- en regelregimes eenvoudiger maken. Daar zijn we superenthousiastover. Als kabinet hebben we gezegd: de Omnibus defence and space vanCommissaris Kubilius moet je niet alleen sec betrekken op je defensiebe-hoeftes, want in de Nederlandse situatie – we zijn best wel uniek – gaatdat niks oplossen, maar we moeten die breder interpreteren. Met MinisterBrekelmans hebben we hier met zijn tweeën, samen met onze ambte-naren, echt heel hard op gedrukt. Dat is uiteindelijk ook meegenomen indie Omnibus. In die Omnibus staat ook – u bent daar goed van op dehoogte – dat je 60 dagen de tijd hebt om de vergunning te verlenen ofhaar af te wijzen, zoals dat vroeger een beetje het geval was, en als je datniet doet, is die per definitie gegund. Zover is het nog niet, want dat moetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5155 nog door een heel systeem heen. Maar hier zijn we nu natuurlijk ook goedover in gesprek met de Minister van VRO, want die is uiteindelijkbeleidsverantwoordelijk voor de Omgevingswet en hoe je het doorvertaaltin nationale wetgeving. Ik ben er dus heel enthousiast over. Wij vinden hetmet z’n allen echt een schop onder onze kont om ook zelf een aantalstappen verder te zetten.Onze inschatting, ook vanuit onze juridische afdeling, is dat het jeuiteindelijk ook in beroepsrechtzaken en -procedures naar de rechter toekan helpen in de onderbouwing van waarom we bij sommige zaken weldegelijk een stap naar voren moeten zetten, omdat het nu op deze maniervorm is gegeven. U heeft het dan over het Nationaal Programma Ruimtevoor Defensie; dat betreft nieuwe behoeftes. We zien natuurlijk ook dateen aantal natuurvergunningen onder locaties en activiteiten die we echtal sinds sint-juttemis doen nu ook nietig zijn verklaard. Maar goed, daarhebben we beroepsprocedures voor. Het zit hier vaak niet vast op destikstof. Waar het over gaat, is dat de rechter zegt met betrekking tot devergunningverlening, de natuurvergunning, de referentiesituatie: vroegervloog u tien keer per dag, nu vliegt u nog maar één keer per dag, dus uwvergunning mag enkel ruimte hebben voor één keer per dag. Die anderenegen betreft latente stikstofruimte en die moet ergens anders heen. Datheeft allemaal te maken met de uitspraken van Greenpeace en ook van deRaad van State van 18 december. Dat betekent dus dat je niet meer internmag salderen.Mevrouw Van der Werf (D66):De Staatssecretaris wekte net een beetje de indruk dat het allemaal welmeevalt met het stikstofprobleem, omdat Defensie daar nou niet zo’ngrote bijdrage aan levert, maar dat was natuurlijk het hele punt niet en datwas ook mijn vraag niet. Het probleem is dat er nu gewoon geen serieusstikstofpakket ligt, terwijl dit kabinet daar toch anderhalf jaar de tijd voorheeft gehad. Daardoor staat u nu, volgens uw eigen woorden, «voorenorme gevolgen» als het om die noodzakelijke uitbreiding van Defensiegaat. Dus dat zouden we hier niet even moeten wegpoetsen op maandag-avond om 22.00 uur. Dat is gewoon een serieus issue voor uw organisatie.Wat gaat de Staatssecretaris vanuit zijn verantwoordelijkheid in dit kabinetdaaraan doen?Staatssecretaris Tuinman:Nogmaals, ik vind dat er wel een flinke stap naar voren is gezet metbetrekking tot het startpakket dat uit de MCEN van dit kabinet komt.Nogmaals, de krijgsmacht heeft geen stikstofprobleem. Het probleem zit’m bij ons in de vergunningverlening. Nogmaals, we dragen weinig bij.Het tweede gaat over de specifieke behoeftes die we op al die verschil-lende locaties hebben. Met een rekenkundige ondergrens van 1 mol is hetmerendeel van al die problemen weg. Dus dit zit ’m niet in stikstof. Het zit’m in de vergunningverlening. Ik denk dat het startpakket een eerstegoede aanzet was van ons als kabinet. Het gaat om de balans tussenstikstofreductie aan de ene kant en nieuwe wetgeving met betrekking totdie vergunningverlening aan de andere kant. Mevrouw Van der Werf kanzeggen: u moet stikstof reduceren. Nou goed, je kan op alles reduceren. Ikzeg bijvoorbeeld: Woensdrecht. Je kan alles reduceren tot stikstof. DeBrabantse Wal: daar ligt Woensdrecht, het vliegveld waar al hetonderhoud van onze vliegtuigen plaatsvindt. Alle stikstofdepositie dieover komt waaien vanuit Antwerpen zit al boven de kritieke depositie-waarde op dit moment.Dus ik kan dan stikstof reduceren wat ik wil en iedereen kan daarweggaan, ook de mensen die daar wonen, maar dan is nog steeds hetprobleem niet opgelost. Het zit echt in de vergunningverlening die we opeen andere manier moeten aanpakken. Daar zijn de eerste stappen voorgezet. Nogmaals, het hele kabinet is het met u eens, en ik ben dat ook, datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5156 het hand in hand gaat in een evenwichtige balans tussen enerzijdsgeborgde stikstofreductie en anderzijds een andere vergunningverlenings-systematiek, die uiteindelijk ook een keer bij de rechter moet stand-houden. Anders komen we namelijk nooit bij een nieuwe referentiesituatieen dan gaat Defensie haar behoeftes niet realiseren, en gaan er ook nietmeer woningen bijkomen en wat dies meer zij.De voorzitter:Dank. De heer Nordkamp en daarna kom ik bij de heer Boswijk.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Mijn collega Van der Werf had het eigenlijk niet beter kunnen verwoordendan hoe zij dat net deed. Ik heb eigenlijk dezelfde vraag. Het wordt hier nueen beetje weg gebagatelliseerd. Ik volg de logica van de Staatssecretarisook niet helemaal, want het gaat toch niet per se om de stikstofuitstootvan een Defensieactiviteit op een locatie? Het gaat er toch om dat destikstofruimte er an sich niet is? Dat is toch waar de bottleneck zit? U zegt:stikstof is niet per se het probleem. Maar toch schrijft u in uw Kamerbriefvan 23 mei: voor het realiseren van de groei van de krijgsmacht is ookstikstofruimte nodig. De Staatssecretaris stelt dat de stikstofproblematiekniet mag leiden tot vertraging van de uitvoering van het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie. Hier doet u net alsof het eigenlijkallemaal geen probleem is. Wat is het nu?Staatssecretaris Tuinman:Ik bagatelliseer de stikstofproblematiek hier niet. Nogmaals, de uitda-gingen, het probleem waar de krijgsmacht op dit moment mee zit, is nietstikstof, dat is de vergunningverleningssystematiek. Dat kan ik ookuitleggen. Op het moment dat de Raad van State de uitspraak heeftgedaan, waar we ons prima aan gaan houden, dat je niet meer intern magsalderen, ben ik ook ambtelijk geadviseerd: ja, meneer Tuinman, maar nuhebben we wel een probleem. Waarom? Omdat de referentieruimte, delatente stikstofruimte, op heel veel locaties van Defensie, ook die we methet programma gaan ontwikkelen en die we op dit moment hebben, heelruim is. Dat is heel hard gezegd. Een voorbeeld is de kazerne in NieuwMilligen. Bij de kazerne in Nieuw Milligen zit heel veel stikstofruimte,omdat we die heel lang niet hebben gebruikt, zegt de rechter. En terecht.Dat is de wet. Die volgen we ook. Dat betwist ik ook helemaal niet. Maardie zegt: meneer Tuinman, wat u daar met uw vergunningen wilde doen,is intern salderen; dat kan niet meer.By the way, dat intern salderen is door de Raad van State met terugwer-kende kracht gedaan, tot vijf jaar. Dat betekent dat een schietcomplex inSoesterberg, waar we een aantal jaar geleden alles voor hebben opgezet,nu ter discussie kan komen te staan, omdat je daar intern hebt gesaldeerd.Soms betekent dat als ik eigenlijk stop met het rijden met voertuigen, diein de vergunningsruimte zaten omdat ik dat altijd heb gedaan, en ik nubijvoorbeeld met drones wil gaan vliegen die wel op fossiele brandstofwerken, dat dan niet mag. Waarom mag dat niet? Omdat dat een andereactiviteit is, en dat is intern salderen. Daarom blijf ik benadrukken wat dekrijgsmacht heeft: een vergunningverleningsprobleem. Dat daar stikstofaan vastzit en dat we met z’n allen stikstof moeten reduceren, daarvanheb ik volgens mij ook aangegeven dat ik dat met u eens ben en dat jedaar een gebalanceerd pakket voor moet hebben. Met enkel en alleen hetreduceren van stikstof tot nul hebben we niks opgelost. Dat is mijnantwoord.De voorzitter:Dank. Laten we inderdaad proberen het in het vervolg toch wat korter enbondiger te doen, want ik kijk echt naar de tijd. We hebben het met z’nTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5157 allen in de hand. Ik zie dat de heer Nordkamp geen vervolgvraag heeft.Prima. Dan is de heer Boswijk.De heer Boswijk (CDA):Ik dacht: ik ben woordvoerder Landbouw af, dus ik ga het nooit meer overstikstof hebben in mijn leven. Maar helaas, ik word er nu toch wel toegedwongen. De Staatssecretaris doet namelijk toch wel een beetjeballetje-balletje, helaas, namelijk door te zeggen dat het een vergunning-probleem is. Maar dat vergunningprobleem is ontstaan doordat we hetstikstofprobleem niet aanpakken. Ik hoor de Staatssecretaris ook zeggen:ja, aan de grens kan ik reduceren wat ik wil, maar door de stikstof uit hetbuitenland kom ik nooit aan de KDW. Dat klopt, maar als je breed, naarheel Nederland, kijkt, zie je dat we vijf keer meer stikstof exporteren danwe importeren. Als je dan naar Brussel wilt gaan, wat denk ik verstandigis, om daar ruimte te zoeken, zal de eurocommissaris het volgendezeggen. De vorige deed dat tenminste, en deze gaat het weer zeggen: wijwillen Nederland best ruimte geven, maar dan moet je wel eerst heel hardstikstof gaan reduceren. Daartoe heeft het vorige kabinet natuurlijk heelveel maatregelen genomen. Dat is ook begonnen met natuurdoelanalyses,om met een betere juridische basis te komen.Dan is het toch ongemakkelijk dat dit kabinet, dat met veel pijn en moeitein de steigers is gezet, dit wel heeft gesloopt. Daardoor wordt het nu veelmoeilijker, volgens elke gedeputeerde die ik spreek, om handhavingsver-zoeken bij PAS-melders te doen en vergunningen te krijgen om intern tekunnen salderen. Het wordt telkens moeilijker, omdat we geen enkelalternatief meer hebben. Dit kabinet heeft alles gesloopt. Ik concludeer nueigenlijk – ik vind het jammer dat ik over stikstof moet beginnen – dat hetonze veiligheid dus op die manier bedreigt. Dan heeft het geen zin om tezeggen: het is een vergunningprobleem. Nee, dat probleem is ontstaandoordat we stikstof niet aanpakken. Dat is gewoon wat het is.De voorzitter:Dit zijn twee interrupties en daarmee was dit meteen uw laatste inter-ruptie. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Tuinman:Over PAS-melders is deze week nog een heel debat geweest. Over deuitkomst van de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel isook een hele discussie, een heel debat geweest. Dat wil ik hier niet gaanherhalen. Dat ga ik ook niet doen. Nogmaals, ik kijk naar de beleidsverant-woordelijkheid die ik op het gebied van Defensie heb. Daar kan allerleihistorie aan vastzitten, maar ik wil gaan kijken: waar zitten we nu en hoekomen we uit de impasse? Je hebt een internationaal spoor. U kent devier sporen van de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel.Volgens mij moeten we op alle vier de sporen gas geven. Dat betekent:andere vergunningensystematiek, reduceren van stikstof, een specifiekeaanpak voor PAS-melders – daar ga ik niet over, maar Minister Wiersma; uheeft daar al met haar over gedebatteerd – en een internationaal spoor.Vanuit mijn positie kan ik daarover zeggen dat ik samenhang zie tussenalle vier die verschillende sporen. Welke zijn voor Defensie superbe-langrijk om dit soort zaken te organiseren? Voor de lange termijn is dathet EU-spoor, want daar zitten uiteindelijk de structurele oplossingen.Laten we het daarop houden.Nationaal hebben we de combinatie tussen aan de ene kant stikstofre-ductie en aan de andere kant de vergunningverleningen. Ik probeer dezecommissie duidelijk te maken – dat is de vraag die ik gesteld krijg overstikstof – dat Defensie tot 18 december jongstleden natuurlijk weluitdagingen had, maar dat het ambtelijke advies niet was: Tuinman, dit isje prioriteit numero één. Allesbehalve dat zelfs. Waarom? Omdat er heelveel latente stikstofruimte in al onze vergunningen zit. Met de uitspraakTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5158 van 18 december kan intern en extern salderen nog wel, maar dan heb jede additionaliteitstoets en moeten alle ecologen door hetzelfde stukje bosheen gaan lopen. Dat wordt dus een stuk lastiger.Ik geloof echt dat de aanpak van de MCEN ... U heeft het zelf overnatuurdoelanalyses; in dit kabinet is Staatssecretaris Rummenie daarmeebezig. Het gaat erom dat je specifiek op bedrijfsniveau gaat kijken en datdegene die daadwerkelijk stikstof uitstoot en een impact heeft op delocatie uiteindelijk met doelsturing zijn ding nog kan doen. We moeten deinnovaties erin zetten. We hebben een gebiedsgerichte aanpak. Dit is deeerste keer dat zowel de Veluwe als de Peel een gebiedsgerichte aanpakkrijgen waarbij geld beschikbaar komt voor de regio’s. Dat dit complex isen dat we hier al vijftien jaar mee aan het worstelen zijn met z’n allen isme hartstikke helder. Niet alle partijen, maar ook uw partij, wij ook en deVVD ... Met z’n allen hebben we er wel op een manier onze vingers aangebrand. Ik kijk nu naar die vier verschillende sporen. Ik geef decommissie ook aan dat de totale hoeveelheid stikstofbeperking misschienwel minimaal is. Ik heb ook aangegeven dat we met natuurbeleid, datnieuw is en waar we budget tegenaan hebben gezet, specifiek kijken hoewe meer natuur uiteindelijk mee kunnen laten tellen, want niet al onzeoefenterreinen tellen mee. Hoe kun je ervoor zorgen dat de natuurherstel-maatregelen die we nemen en die impact hebben ook meetellen en datwe dat pakket uiteindelijk richting Europa brengen?We moeten nu echt naar Lelystad, denk ik. Dat was een tip van mijnmedewerker.De voorzitter:Dank. Ik zie geen interrupties. Dan gaan we nu naar blokje vier. Ik hebstaan dat dat het blokje locatie is.Staatssecretaris Tuinman:Dat is Lelystad. Daar ga ik even snel door. Een aantal van u, de heer Ceder,de heer Boswijk ... U heeft het er allemaal over gehad. In de Kamerbriefover het ontwerp van het NPRD heb ik aangegeven dat het kabinet laterdit jaar definitief wil besluiten over zowel de F-35’s, dus de jachtvliegcapa-citeit, als groot handelsverkeer in Lelystad. Dat heeft het kabinet ook inzijn regeerprogramma gezegd: dit jaar wordt er een definitief besluitgenomen met betrekking tot groot handelsverkeer in Lelystad. Ik heb uwKamer hier met de Minister van IenW volgens mij een aantal dagengeleden een brief over gestuurd. De schriftelijke vragen, volgens mij vande heer Ellian en de heer De Groot, heb ik daar volgens mij uiteindelijkook mee beantwoord. Ik spreek hier de laatste tijd veel over met deMinister van IenW. We hebben er laatst ook nog een bewindspersonen-overleg over gehad. Beide zaken zijn nog steeds ons voornemen, maar ikwil niet nu hier vooruitlopen op die keuzes en scenario’s of daar eenbesluit over nemen.De heer Ellian vroeg met betrekking tot Flevoland nog of er alleendraagvlak is voor groot handelsverkeer of dat ook wordt toegestaan ...Even kijken hoe het hier precies staat. «Flevoland heeft alleen bestuurlijkdraagvlak als groot handelsverkeer wordt toegestaan. Hoe kijkt uhiernaar?» Ik ben wekelijks goed in gesprek met zowel de provincie als hetvliegveld Lelystad en de eigenaar Schiphol. Ik zie draagvlak voor decombinatie van groot handelsverkeer en militair verkeer in de regio enook bij de luchthaven zelf. Ik heb ook heel specifieke woorden gebruikt inde brief van 23 mei over hoe we hiermee omgaan. Wij zien met z’n allenook dat Defensie belang heeft bij synergievoordelen die die combinatiemet zich meebrengt, gewoon echt in harde euro’s maar ook in demogelijkheden die je hebt op het gebied van ontwikkeling, economischeontwikkeling, omdat je uiteindelijk clusters bij elkaar kunt samenbrengen.In de Kamerbrief over het NPRD heb ik ook aangegeven dat het kabinethier later een besluit over zal nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5159 De heer Ceder had het over de voorwaarden voor de burgerluchtvaart envroeg wat ik daarvan zou vinden. Een goed gecombineerd gebruik heeftvoordelen, zoals een extra economische impuls. De regio is daar heeluitgesproken over. Er is draagvlak in de combinatie met de regio en ookbij de luchthaven zelf. Daar zijn ook een aantal opiniepeilingen overgeweest. Nogmaals, het biedt synergievoordelen op het gebied vanpersoneel, gedeelde faciliteiten, brandweer, luchtverkeersleiding,technologie, bedrijfsvoering, zowel civiel als militair.De heer Ceder vroeg ook of dat veilig kan. Ja, dat kan veilig. Zowel opvliegveld Eindhoven als op Maritiem Vliegkamp De Kooy in de buurt vanDen Helder is het omgekeerde het geval: een militair vliegveld met civielmedegebruik. Hier zou het gaan om een civiel vliegveld met militairmedegebruik. Daar zijn hele strenge en strikte regels voor, ook met alleEuropese toezichthouders, maar dit valt prima in te passen. F-35’s makeneen hele hoop herrie. De afgelopen, denk ik, anderhalve week zijn onzeF-35’s op diverse plekken geweest: Amsterdam, Zandvoort, Rotterdam.Het klopt, die maken veel herrie, en daar ben ik me ook heel goed bewustvan. Bij de verdere uitwerking van de plannen kijken we elke keer goednaar wat die effecten zijn. Die brengen we dan ook in kaart. Nou goed, erliggen ook gewoon geluidscontouren, hè. Bij die geluidscontourenhebben we meetnetten voor alles. Wij moeten daadwerkelijk binnen diegeluidscontouren blijven en dat zullen we ook gewoon doen. Dat geldtvoor de huidige vliegvelden, maar ook in de toekomst mogelijk voorLelystad.Hoe voorkom ik dat de discussie over nationale veiligheid een commer-ciële discussie wordt? Nou, door het precies te doen op de manier waaropwe het doen. In dit kabinet zeggen we: we besluiten over die twee F-35’saan het einde van het jaar. De openstelling voor groot handelsverkeer isniet mijn beleidsverantwoordelijkheid; dat is die van de Minister vanIenW. Dat is uiteindelijk ook dit jaar. Wat wij eigenlijk doen, is allevoorbereidingen treffen op het eventuele besluit om te openen. En dan ishet aan het kabinet, maar voornamelijk ook aan uw Kamer, zeker in denieuwe Kamersamenstelling na 29 oktober, om daar uiteindelijk over tebesluiten.Dat was Lelystad.De voorzitter:Dank. U heeft een aantal interrupties. De heer Ceder was als eerste.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel. De Staatssecretaris heeft gezegd wat van een aantal zaken devoordelen zijn en wat de nadelen zijn. Het grootste nadeel heeft deStaatssecretaris niet genoemd, namelijk dat de Kamer zich hier al overheeft uitgesproken, dat de Kamer in meerderheid de regering heeftverzocht om er geen burgerluchtvaart toe te laten. Dus de vraag is of deStaatssecretaris deze motie nog wel gaat respecteren, en, dit in combi-natie met dat omwonenden het niet willen, dat hij vandaag ook duidelijkkan toezeggen dat die wens niet uitgevoerd zal worden, zodat de onrustweggenomen kan worden. Dit omdat er een Kamermeerderheid is en ookvanwege de andere nadelen die de Staatssecretaris zelf ook noemde.Staatssecretaris Tuinman:Allereerst, de Minister van IenW, de heer Tieman, heeft u hier recent eenbrief over gestuurd. Het verzoek van uw Kamer was ook om te reflecterenop de specifieke motie die u aangeeft. Maar goed, de keuze voor hetbesluit rond groot handelsverkeer is niet aan mij. Die is aan de heerTieman, de Minister van Verkeer en Waterstaat.De voorzitter:Meneer Ceder, voor uw tweede interruptie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5160 De heer Ceder (ChristenUnie):Ik vind het wel makkelijk. En ik ben toch wel benieuwd, omdat het kabinetmet één mond spreekt, of de motie, ook in combinatie met volgens mij dewens van de Staatssecretaris om draagvlak serieus mee te nemen, ertoeleidt dat de Staatssecretaris van mening is dat Lelystad Airport, wat hetMinisterie van Defensie betreft, exclusief voor F-35’s gebruikt zou moetenworden.Staatssecretaris Tuinman:Nogmaals, ik heb net het standpunt van het kabinet uitgelegd. We hebbeninvulling gegeven aan het verzoek van uw commissie om de Kamer eenbrief daarover te sturen. Dat hebben we uiteindelijk gedaan. In hetregeerprogramma staat ook heel duidelijk dat dit jaar een definitievekeuze voorligt over het wel of niet opengaan van het vliegveld voor groothandelsverkeer. Dat is het beleid van mij en van de Minister van IenW. Iktrek daar nauw samen mee op. De behoeften of posities van de verschil-lende medeoverheden, zowel de provincie als de gemeente, zijn mijhartstikke helder. Ik heb in de beleidsvisie NPRD en ook in de Kamerbriefdie ik u heb gestuurd, specifiek woorden gewijd aan dat wij dat zeer zwaarmeewegen. Dat doe ik voor elke behoefte, omdat je niet zomaar iets kuntlaten landen als er geen draagvlak voor is. Linksom of rechtsom, welkscenario het uiteindelijk ook wordt, we zullen te allen tijde met zowel deprovincie als met de gemeente hiermee aan de slag moeten. We hebbendaarvoor ook medewerking en instemming. Het kabinet heeft die brief algestuurd.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Even een checkvraag, een ja- of neevraag: klopt het dat Lelystad Airportevident de meest logische keus is voor het stationeren van jachtvlieg-tuigen? Synergie en bestuurlijk draagvlak is mooi meegenomen, maar steldat daar in mindere mate sprake van is, dan blijf Lelystad Airport evidentde meest logische keus is voor het stationeren van jachtvliegtuigen. Hebik dat afgelopen vrijdag goed gehoord of niet?Staatssecretaris Tuinman:Dat hebben de heer Nordkamp en de commissie goed gehoord. Bij debesluitvorming over het voorkeursalternatief voor jachtvliegtuigcapaciteitspelen een paar afwegingen. De eerste heeft te maken met de vraag water uiteindelijk komt uit de analyse van de planMER. Die is eenduidig. Datis Lelystad. Waarom? Omdat de geluidshinder daar significant minimaal isten opzichte van bijvoorbeeld Groningen Airport Eelde of de Peel. Detweede waar we naar kijken is het bestuurlijk en maatschappelijkdraagvlak. Dat is daar het allerhoogst. De derde is de operationelenoodzaak. Dan moet je strategisch kijken en zie je dat Lelystad tenopzichte van de plaatsen waar onze twee grote operatiebasissen van deF-35’s liggen, Volkel en Leeuwarden, strategisch een heel juiste keuze is.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Staatssecretaris voor dit heldere antwoord. We hadden hetnet over stikstof. Er is meer stikstofruimte nodig en het mag niet zo zijndat stikstofproblematiek leidt tot vertraging in de uitvoering. Hoe kijkt hijdan naar het mogelijk pleiten voor commercieel medegebruik vanLelystad Airport en alles wat erbij komt kijken in relatie tot de stikstof-ruimte voor de veiligheidsopgave? Wat is de zienswijze van deStaatssecretaris?Staatssecretaris Tuinman:Als je zaken combineert, dan ga je meer vliegen en heb je een natuurver-gunning en vooral een ruimer luchthavenbesluit nodig. Op dit momentligt er een luchthavenbesluit waar je in principe gebruik van zou kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5161 maken, maar dat ligt nu allemaal nog ter besluitvorming voor. Nu ligt hetbesluit voor om het voorkeursalternatief Lelystad definitief te maken aanhet einde van het jaar. Nogmaals, ik heb gezegd dat je, als je dat samendoet met groot handelsverkeer, allerlei koppelkansen en synergievoor-delen hebt.De voorzitter:De laatste interruptie van de heer Nordkamp.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Afsluitend, ook gelet op het gesprek van zojuist. Ik constateer dat deStaatssecretaris het toch heeft afgelegd in het kabinet bij het verkrijgenvan extra stikstofruimte. Hij sprak zojuist over zijn eigen beleidsverant-woordelijkheid. Deze Staatssecretaris is samen met de Minister hoofdver-antwoordelijk voor onze defensie. Ik hoop dat hij het in het kabinet nietaflegt wanneer het gaat om het commercieel medegebruik van LelystadAirport. Daarvoor zijn de uitdagingen van Defensie te groot en hebben wedie stikstofruimte heel hard nodig.Staatssecretaris Tuinman:Het verzoek van de commissie is ook om het niet al te laat te maken. Dankrijg je altijd de kritiek dat je in details gaat. Lelystad Airport heeft gewoonheel veel stikstofruimte. Ze hebben zo veel ruimte dat ze wat ze niet nodighebben aangeboden hebben, ook publiekelijk en ook richting onsdepartement. Wij zijn welwillend om de hoeveelheden stikstofruimte diewe niet nodig hebben, de mollen, beschikbaar te stellen, bijvoorbeeld omPAS-melders te legaliseren of andere zaken te doen. De stikstof is niet hetprobleem. Het probleem is dat we niet intern kunnen salderen. Je hebt erdus niks aan. Dat is het punt.De heer Ellian (VVD):Heeft de Staatssecretaris weleens een bedrag gehoord dat nodig zou zijn?Anderen doen er wat gemakkelijk over, maar ik benadruk het toch maareven: dit is een civiel vliegveld. Heeft de Staatssecretaris een bedraggehoord wat het bij benadering zou kosten – het vliegveld staat niet tekoop – als je het zou moeten toe-eigenen?Staatssecretaris Tuinman:Nee, dat hebben we niet, maar laten we heel eerlijk zijn: het vliegveld isvan Schiphol. Schiphol is een staatsdeelneming van de Nederlandseoverheid. Uiteindelijk is het dus allemaal ons eigen geld en onze eigenproblematiek. Ik heb wel het volgende toegezegd. Het gaat niet alleenmaar om wat het kost. We zijn scenario’s aan het uitwerken. We bekijkenmet IenW wat het allemaal betekent. Kijk, ik heb ze niet paraat, maarzowel de gemeente als de provincie heeft hierin diep geïnvesteerd. En ookSchiphol heeft hierin diep geïnvesteerd. Dat zijn, even plat gezegd, dekosten die bij die partij zitten. Dan heb je het nog niet over alle pachteige-naren en andere bedrijven die eromheen zitten. Ik denk dat iedereen zichwel kan voorstellen dat het significant is. We zijn wel aan het werk met hetkostenprofiel, maar ik heb dat nu hier niet paraatDe heer Ellian (VVD):De opmerking over staatsdeelnemingen is al opmerkelijk, maar dat doeter even niet toe. Even voor mijn berekening. De erfpachters, de investe-ringen van gemeenten en provincie, de kosten van Schiphol: is richtingeen miljard indicatief? Is dat een gek bedrag, vraag ik aan de Staatssecre-taris.Staatssecretaris Tuinman:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5162 Daar kan ik niet op reageren. Dat weet ik niet, maar ik weet wel dat hetsignificant is. Dat kunnen we met z’n allen ook wel uittellen. Ik kan geenindicatie geven van hoe ver dat in de buurt zit. Dat bedrag hebben wij opdit moment zelf ook niet.De voorzitter:Duidelijk. Ik zie geen vragen meer. Dan gaan we naar het laatste blokje.Probeert u dat alstublieft staccato te doen.Staatssecretaris Tuinman:Ja, ik doe mijn best, voorzitter. Maar goed, het gaat wel ergens over.Zowel op de tribune als thuis luisteren mensen mee, omdat het insommige gevallen over hun eigen grond en hun eigen bedrijf gaat. Dus ja,ik doe mijn best.Dit gaat over Staphorst en de heer Ceder had daar een vraag over. Ofeigenlijk was het een opmerking. U heeft allemaal gezegd dat u hetontzettend waardeert en respecteert dat Staphorst een stap naar vorendoet. Laat mij vanuit mijn departement en vanuit mijn positie die dank ookuitspreken. Staphorst toont moed en lef, want in eerste instantie zatStaphorst niet in de initiële ronde waar we naar hebben gekeken.Allereerst dank daarvoor. Ik ben ook op de locatie geweest. Ik heb hetgezien. Het is een veilige, robuuste, rechtstreekse aansluiting op hethoofdwegennet A28 en het gaat om een veilige spoorwegovergang. Diezijn nodig voor de omgeving en het verbeteren van de omgevingsvei-ligheid. Defensie, maar ook de provincie Overijssel, heeft hier een rol in.We zijn met de gemeente Staphorst constructief in gesprek, ook metondernemers, om het bod van Staphorst te realiseren. Ik steek alles wat ikheb erin om het voor elkaar te krijgen. Op dit moment ben ik ook ingesprek met de Minister van IenW om de vervolgstappen in kaart tebrengen. We zullen u daarover zo snel mogelijk nader informeren.Ik zal op nog een aantal vragen terugkomen. Er is een vraag van de heerVan Dijk over het aankomende bestuurlijk overleg. Dat bestuurlijk overlegis er juist op gericht om met elkaar afspraken te maken over hoe we ditallemaal voor mekaar gaan krijgen. Daar gaat het dus over.U had ook nog een vraag over een royale houding richting gemeenten enboeren. Dat geldt ook voor Staphorst. We willen uiteindelijk iedereenperspectief bieden. Aan Staphorst zitten ook nog enkele andere personeleaspecten vast. Die hebben mijn aandacht. Dat gaan we voor mekaarkrijgen.Ik vraag de commissie om mij even de tijd te geven om het met mijn teamverder uit te werken en het samen met de betrokkenen, zowel degemeente Staphorst als de provincie, in het volgende bestuurlijk overlegallemaal goed op elkaar te leggen. Er zitten allerlei procesopties in om hetgoed te kunnen inregelen. Ik besef heel goed hoe complex deMIRT-systematiek is en dat het heel lastig is om eruit te komen. We zijnaan het kijken hoe we hiermee op de juiste manier om kunnen gaan zodatwe de juiste prioriteiten kunnen stellen. Niet alleen op het gebied van derijksoverheid, Defensie, IenW, maar ook vanavond met Rijkwaterstaat,zodat je qua timing de juiste volgorde hebt en dat het juist in te passen is.We kunnen besluiten nemen en geld alloceren zoals we willen, maar hetpunt is dat we het met elkaar moeten realiseren.De voorzitter:Was dit het? O, u heeft nog meer. Was dit het blokje overig? Of heeft uallemaal verschillende mapjes voor «overig»?Staatssecretaris Tuinman:Nee, er was nog een vraag van mevrouw Heite. Die ging ook overStaphorst. Ze vroeg hoe we het gebiedsproces daar inrichten. Dat isprecies wat we aan het doen zijn. In de fase waar we nu in zitten, heeftTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5163 Staphorst mijn persoonlijke aandacht en ook die van het team. Wat datbetreft zitten jullie aan de voorkant. Het resultaat van dat gebiedsprocesmoet in de omgevingsvisie terechtkomen en in andere documenten. Hetenige waar het mij om gaat, is dat het munitiecomplex daar komt, dat demensen in Staphorst er tevreden en blij mee zijn en dat je dat spul op eenveilige manier van A naar B kunt krijgen. Daar heb ik het net ook al overgehad. Goed, ik heb daar zelf op de rotonde gestaan. Ik kan me nietvoorstellen dat er een munitiecomplex is dat vier keer zo groot wordt alshet nu is en dat die vrachtwagens daadwerkelijk goed over die rotondehun zaken kunnen vervoeren. Dat moeten ze echt oplossen.De voorzitter:Ja? Dank. Dan heeft de heer Van Dijk een vraag.De heer Diederik van Dijk (SGP):Allereerst dank aan de Staatssecretaris voor de warme woorden, ook overhet Staphorster bod. Het is een benadering die me erg aanspreekt. Latenwe in onze handen knijpen dat Staphorst die stap naar voren heeft gedaanen de last van een munitiedepot, met alles wat daar aan vastzit, wiloppakken. Blij dus met die positieve insteek. Erkent de Staatssecretaris datvoor Staphorst een inspanningsverplichting niet voldoende is om deeigen burgers recht in de ogen te kunnen kijken? De gemeente wil horendat Defensie de verantwoordelijkheid voor de gebiedsopgave neemt entoezegt dat de financiële borging van de randvoorwaarden vóór de startvan het gebiedsproces rond is. Men wil niet wachten op een MIRT of ietsdergelijks, want dat geeft allemaal onzekerheid voor de gemeente.De voorzitter:Dat zijn twee interrupties. Ik geef de Staatssecretaris het woord.Staatssecretaris Tuinman:Ik probeer het kort te houden. Ik volg helemaal de lijn van de heerVan Dijk. Daar ben ik het mee eens. Dat zeg ik ook richting Staphorst, wantdat is een voorbeeld. Het zorgt ervoor dat je een afschrikwekkendekrijgsmacht hebt, een munitiecomplex dat functioneert. Het zorgtuiteindelijk ook voor koppelkansen voor de economie, die moet gaanronken. En de samenleving wordt er weerbaar van. Ik kan echter niettoezeggen dat ik het aan de voorkant allemaal inregel, want we kijken nusamen naar het kostenplaatje en hoe we het gaan doen. Een deel ervankunnen we, zeker weten, door middel van inpassing faciliteren. Die ruimteis er gewoon. Geef mij nog even de tijd voor het bestuurlijk overleg. Danhebben we ook meer zaken bij elkaar: wat het betekent, hoeveel het kosten hoe we het op zo’n goed mogelijke manier kunnen inrichten. Ik voel dehele Kamer hijgen in mijn nek.De voorzitter:Goed dat u dat voelt. Mevrouw Dobbe, had u een interruptie?Mevrouw Dobbe (SP):We zaten nu ergens in het blokje locaties, geloof ik hè? Ik had gevraagd ofhet plan zo aangepast kan worden dat er geen sprake zal zijn vangedwongen onteigening en gedwongen huisuitzettingen. Voor de locatieSpiekweg is er bijvoorbeeld een alternatieve locatie. Oosterwold wordtaangedragen. Die locatie is misschien niet zo ideaal als je zou willen als jealleen voor Defensie zou kunnen kiezen, maar misschien is het welwerkbaar als alternatief. Dat kan misschien op andere plekken ook zo zijn,zodat er geen sprake hoeft te zijn van gedwongen onteigening enuitzetting. Is de Staatssecretaris bereid om daarnaar te kijken, zodat hetzonder onteigeningen kan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5164 Staatssecretaris Tuinman:De voorkeursalternatieven zijn de voorkeursalternatieven. Ik kom zometeen nog terug op waarom het Spiekweg is en niet Oosterwold. Datstaat ook in de stukken die we naar u gestuurd hebben. Dat is één. Tentweede. Ik zet zoveel mogelijk instrumenten in om niemand van A naar Bte moeten verplaatsen, die dat niet wil. Ik kan echter niet toezeggen dat ditper definitie niet gaat gebeuren. Ik heb ook nog niet de indicaties dat hetper definitie wel gaat gebeuren. We zitten nu in een proces. Ik besef heelgoed dat er mensen op een plek zitten waar het niet allebei kan, dus dat zeer kunnen blijven wonen of hun bedrijfsvoering kunnen draaien met debehoefte van Defensie erbij. Enerzijds zitten we nu in het proces met dezienswijzen. Dat wil ik zorgvuldig, transparant en navolgbaar doen. Dat ishet eerste.Dan het tweede. Ik moet ook eerlijk zijn. Het onderzoek dat we gedaanhebben, de planMER, beslaat meer dan 9.000 pagina’s. Dat zijn vijf dozenvol met alle gesprekken die we hebben gevoerd. Het kan altijd beter, maarwe hebben het echt nauwgezet gedaan. Goed, we gaan de zienswijzedaarover zien. Ook de Commissie m.e.r. gaat daar iets van vinden.Nogmaals, ik doe er echt alles aan om mensen perspectief te bieden enom duidelijk te zijn over wat niet samen kan en over de mogelijkheden omhet op te lossen. Hoe graag ik het ook zou willen, ik kan hier niettoezeggen dat niemand in een uiterst geval zonder volledige instemmingop een plek terechtkomt of ergens naartoe moet verplaatsen of verkassen.De heer Pool (PVV):Ik kom even terug op Staphorst. Dat bod is van december 2024. Ik vind hetzeer onbevredigend wat de Staatssecretaris nu zegt. Hij zegt: ik weeteigenlijk niet wat het gaat kosten en ik weet nog niet hoe het zit met deplanning, met het MIRT et cetera, et cetera. Dat is toch volstrekt onaccep-tabel? Je kunt toch niet «het is geweldig dat jullie dit willen doen – ik bener geweest – jullie hebben helemaal gelijk; dit moeten we oppakken»zeggen en vervolgens niks, helemaal niks, concreet uitwerken? Dat is tochgewoon deze mensen straks met een kluitje het riet in sturen? Waarom isdat nog niet geregeld, vraag ik aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Tuinman:Ik stuur niemand met een kluitje het riet in. Volgens mij heb ik gezegd datik volledig begrijp dat de infrastructurele aanpassingen en een munitie-complex bij elkaar horen. Dat heb ik gezegd. Ik heb ook gezegd dat ikontzettend waardeer wat Staphorst doet. Staphorst is juist met het bodgekomen door heel duidelijk te zeggen: dit, dit en dit is voor onsbelangrijk en daarmee faciliteren we het maatschappelijke en hetbestuurlijke draagvlak en de draagbaarheid in de regio. Daar kan ik nietomheen, net zo goed als dat geldt voor bijvoorbeeld de Spiekweg of voorLelystad Airport.Het punt is alleen het volgende. Ik kan op dit moment geen blanco chequeneerleggen. Ik kan nu niet zeggen: ik zet zoveel honderd miljoen klaar. Ikweet niet precies hoeveel het kost; die berekeningen maak ik ook niet. Wehebben wel zo snel mogelijk alles in werking gezet. Als je het hebt overgebiedsprocessen: onze mensen waren volgens mij vorige week met demensen van IenW in gesprek in Staphorst. Ze waren ook in gesprek metde provincie en met de gedeputeerden, om dat proces al in gang te zettenvoordat het definitieve besluit is genomen. Dat stelt mij gerust. We zijn ernog niet, maar het stelt mij gerust dat dat in elk geval loopt.Ik heb ook aangegeven dat de militaire noodzaak voor een munitie-complex niet alleen betreft dat je een stuk grond hebt, dat je een besluithebt genomen en dat het er staat. Het gaat er voornamelijk om dat deaanpalende infrastructuur voldoet aan de wet en dat die veilig,beheersbaar, planbaar en wat niet meer van dat soort zaken is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5165 De voorzitter:Dank. Ik zie geen vragen. Volgens mij had u nog wat meer in dit blokje.Rondt u dat maar helemaal af, en dan geef ik daarna nog de kans om teinterrumperen.Staatssecretaris Tuinman:Ik heb Staphorst afgerond en nu ben ik bij de centrale kazerne. Daaroverhad mevrouw Dobbe wat vragen. De heer Ceder en de heer Van Dijkvroegen naar de centrale kazerne, en mevrouw Dobbe volgens mij ook. Devraag was: waarom is het focusalternatief de Spiekweg en nietOosterwold? Zeewolde Spiekweg kan beter, sneller en goedkoper wordengerealiseerd dan Zeewolde Oosterwold. Dit heeft ook een impact op deomgeving, maar die is minder dan wanneer er voor de locatie Oosterwoldzou worden gekozen. Een aandachtspunt daarbij is, naast recht doen aande huidige inwoners, mobiliteit. De achtergrond is dat de Spiekweg inZeewolde na een brede zorgvuldige afweging een voorkeurslocatie isgeworden. Je ziet dat de planMER daar uiteindelijk uitkomt.Bereikbaarheid is een onderdeel geweest van de afweging bij Oosterwold.De effecten voor bereikbaarheid zijn minder nadelig dan bij de Spiekweg.Dat voordeel weegt echter niet op tegen de nadelen van Oosterwold.Oosterwold scoort veel slechter op het gebied van bodem, water enafstand tot grootschalige woningbouw. Als je een kazerne zou neerzettenbij Oosterwold valt er een heel stuk weg van wat je voor woningbouwdoet.Bij de Spiekweg worden wel degelijk families direct geraakt, maar inmindere mate dan bij Oosterwold. Het is dichter bij de huidige oefenter-reinen, kenmerken van het landschap en de inrichting. Er kan op deSpiekweg ook geoefend worden met drones en helikopters. BijOosterwold is dat lastiger te realiseren.Er is nog een vraag over landbouwgrond in relatie tot de Spiekweg. Wehebben het even bij elkaar gezocht. Bij Oosterwold zou de totale opper-vlakte gaan om 1.459 hectare, waarvan 1.400 hectare landbouwgrond. Detotale oppervlakte van de Spiekweg is 653 hectare, waarvan 400 hectarelandbouwgrond. Dat is de reden geweest voor de afweging.De heer Boswijk en de heer Van Dijk hadden een vraag over Ermelo enStroe. Ik wil het graag goed uitleggen. Ermelo en Stroe zijn alternatievendie zijn afgevallen omdat in de eerste trechtering Zeewolde met de tweevoorkeuren als optie overbleef. Uiteindelijk hebben zowel Ermelo alsStroe bij ons aangeklopt en gezegd dat ze toch graag betrokken wildenblijven. Met de groei van de krijgsmacht gaan we, naast de centralekazerne, Ermelo en Stroe daadwerkelijk optimaliseren. De heer Boswijkvroeg waarom we niet deze twee locaties hebben gekozen en wel deSpiekweg. De reden is dat Ermelo en Stroe ín Natura 2000 zitten. Dat isecht één grote nachtmerrie. Drie à vier weken geleden hebben we eenbestuurlijk akkoord getekend met Ermelo, Stroe en Apeldoorn, eenregio-aanpak, om het met elkaar verder te ontwikkelen. Stroe en Ermelo,en Apeldoorn ook wel een beetje, zijn echte Defensielocaties. Doorburgemeester Van der Tak is me op het hart gedrukt dat het DNA echt indie regio zit. Ik spreek hier nogmaals uit: we gaan er niet weg, we gaanook daar uiteindelijk intensiveren. Daarvoor zijn we de eerste stappen nudaadwerkelijk aan het zetten.Hetzelfde geldt voor wat er in de regio gebeurt, bij Lelystad, Zeewolde enWeert. Het heeft gevolgen voor locaties. De vraag is of ik kan toezeggen ofik bereid ben de koppelkansen te benutten. Ja, dat doen we zeker. Wat ikzie, is dat een regio of provincie in eerste instantie zei «ik moet compen-satie hebben», maar dat ze dat nu omdraaien en met een agenda komen.Limburg is met een Defensieagenda Limburg gekomen. Daar begint deeerste zaak al uit te rollen met VDL en Brightlands in het zuiden. Drentheis net met een agenda gekomen. Daar zeiden ze dat ze allerlei koppel-kansen hebben op het gebied van economie, maar ook onderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5166 Groningen is ermee bezig, Zeeland is ermee bezig, Noord-Holland.Zuid-Holland heeft er al een. De koppelkansen zijn er niet alleen om watterug te doen met betrekking tot infrastructuur en economie, maar wedoen het samen met de regio’s, ook bij het versterken van deweerbaarheid van de regio.Het laatste blokje zijn de overige vragen. De eerste vraag ging over DeHaar: waarom is er niet gekozen voor een combinatie van het uitbreidenvan natuur en Defensie? Er is naar verschillende locaties gekeken voor deuitbreiding van het oefenterrein De Haar. Niet alle locaties waren directaan het huidige oefenterrein verbonden. De noodzakelijke uitbreiding vanoefenterrein De Haar gaan we invullen met het voorgestelde alternatief.Het is duidelijk dat er schuurplekken zijn, maar ook koppelkansen. Eenervan hebben we al genoemd: hybride gebruik of agrarisch medegebruik.De gemeente en de provincie hebben hun zienswijzen ingediend. Ik weetniet precies waar die nu zitten in het proces. We hebben aan de voorkantgeprobeerd, waar we dat konden, ambtelijk met feitelijke informatie teondersteunen. Waarom is het 100 hectare meer dan oorspronkelijkopgegeven? In de planMER staat vermeld dat 200 hectare voldoende zouzijn, maar dat dit wel afhankelijk is van een effectieve aansluiting op hetoefenterrein. Uiteindelijk hebben we rondom De Haar een voorkeursalter-natief kunnen vinden dat zo goed als aansluit op het oefenterrein datressorteert in het focusalternatief van 292 hectare, wat uiteindelijk debeste inpassing daar is. Nogmaals, ik wil daar niet te veel over zeggenomdat we nu midden in het proces van zienswijzen zitten. Hoe meer ikdaar specifiek over zeg, hoe lastiger het wordt om die zienswijzenzorgvuldig en nauwgezet mee te nemen.Twente Airport is natuurlijk uit de voorkeursalternatieven gevallen als eenhalve behoefte voor een Nationaal Programma Ruimte voor Defensie.Nogmaals, de F-35’s komen niet in Twente. Daar hebben we LelystadAirport voor als voorkeursalternatief. Ik weet wel dat er behoefte is omvoornamelijk op het cluster van onderwijs, innovatie en wetenschap eenkoppeling te maken met ondernemingen op zaken zoals drones. Wehebben in het voorkeursalternatief voor cargodrones, dat zijn corridors,uiteindelijk een planologische verbinding gelegd naar Twente. Die zit erdus in. Het voorkeursalternatief voor die stationering is Deelen. Daarinhebben we planologisch wel de optie open gehouden om die verbindingte maken, want wij zien ook dat er een hoogwaardig technologisch clusterzit op autonome systemen.Helikopterlaagvlieggebied is de behoefte die als voorkeursalternatief demeeste zienswijzen heeft gekregen. Dat is ook logisch want het gaat omgrote gebieden. De vraag is hoe je daarmee omgaat. Wij hebben ervoorgekozen om het gebied zo groot mogelijk te maken. We hebben allaagvlieggebieden die we kunnen gebruiken – neem het Wieringermeer eneen aantal andere plekken – maar je ziet dat die steeds kleiner worden. Alswe dan meer moeten gaan laagvliegen, worden die ruimtes, diebestaande laagvlieggebieden intensiever gebruikt. Dat willen we niet, watdat helpt onze vliegers niet. Die kunnen daar ongeveer met de ogen dichtvliegen, behalve boven de Bommelerwaard, want daar staan wathoogspanningsmasten die je wel moet zien. Ik heb er dus voor gekozenom daar zo veel mogelijk ruimte voor aan te wijzen en die te gebruiken.Dat is één.Ten tweede hebben we inzichtelijk gemaakt over hoeveel uren hetuiteindelijk zal gaan. Wat we daaroverheen leggen, noemen ze een «lichtplanologisch regime». We zijn dus met al die regio’s, provincies engemeenten in gesprek over hoe je dat doet. Je kunt bijvoorbeeld delenvan laagvlieggebied aan- en uitzetten. Als er ergens een braderie is of hetis broedseizoen, dan kun je naar een ander gebied. Je hebt dus echt welmogelijkheden en opties om die gebieden aan en uit te zetten. Wat ookheel belangrijk is, zeker voor hoog- en laagvliegen en helikopterlandings-plekken, is dat je het omgevingsmanagement goed hebt ingericht, zodatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5167 ook agrariërs, boeren met vee weten wanneer er wel en wanneer er nietlaag wordt gevlogen.Dat is ook wat ze ons elke keer vragen. «We snappen dat je er gebruik vanwilt maken, maar doe het liever niet bij ons. Kun je daar rekening meehouden? En twee, kunnen wij in elk geval van tevoren horen wanneerjullie er zijn, want dan kan ik de koeien wat eerder binnen- of buiten-zetten.» Hetzelfde geldt ook voor de paardenhouderij.De voorzitter:Probeert u alstublieft de laatste antwoorden staccato alleen op hoofdlijnente geven.Staatssecretaris Tuinman:Staccato, yes. De frequentie van het gebruik van de laagvlieggebieden zitook in het programma. Per sector hebben we planologisch aangegevenhoeveel dat is, bijvoorbeeld tussen de 0 en de 200 of 150 uur. U moet mijdaar niet op pakken. Maar dat is het maximale. Uiteindelijk doen we heelveel van ons laagvliegen in het buitenland, omdat onze helikopters op ditmoment echt heel veel gebruikt worden, zowel de Apaches als detransporthelikopters.Dan was er nog een vraag over de Host Nation Support. Waarom is datRotterdam? Nou, Rotterdam is de plek waar je dat het beste kuntinregelen. Die hebben gewoon echt heel veel capaciteit. Daar zijn we numee bezig. Ik heb ook aangegeven, en dat zeg ik hier ook toe, dat wezowel Vlissingen als Eemshaven blijven gebruiken, want je wilt niet vanéén haven afhankelijk zijn. Je wilt die multimodale corridors naar deopslagpunten. Dat zijn deze drie havens. Dat weten de locaties ook.Voorzitter. Ik zal afronden met het springterrein. De enige behoefte die weniet hebben kunnen invullen, is een springterrein. Dat was enerzijdstechnisch uiteindelijk niet mogelijk, ook niet in de omgeving van Lelystad,omdat de totale behoefte die we hebben, planologisch niet op die plekpast. De impact van het aantal hectares ten opzichte van de overgeblevenbehoefte die we wel zouden kunnen invullen, was onevenredig zwaar incombinatie met de stapeling van andere Defensiebehoeftes. We hebbendus met pijn in ons hart gezegd dat we deze terugnemen. U had ookgevraagd of de locaties die voor het springterrein bekeken zijn, niet nualsnog een keer aan de beurt zijn. Dat is niet het geval. We moeten nogeven heel goed kijken hoe we dit kunnen vormgeven, of het nou medege-bruik in het buitenland is of iets wat we in Nederland gaan doen. Dathoudt u nog even van mij tegoed.De voorzitter:Dank aan de Staatssecretaris voor het zorgvuldig beantwoorden van devragen, maar ik zie dat er waarschijnlijk toch nog eentje gemist is van deheer Ellian.De heer Ellian (VVD):Ik heb nog één interruptie, toch?De voorzitter:O, een interruptie. Excuus. Ja, zeker.De heer Ellian (VVD):Ik dacht: ik wacht even tot de Staatssecretaris klaar is. Even kort overAirport Twente: ziet de Staatssecretaris wel een meerwaarde in hetsatellietnavigatiesysteem dat nu is aangevraagd? In het antwoord leek hetnet alsof de Staatssecretaris ook voor de toekomst geen meerwaarde zietin Twente, maar eenmaal weg is weg. We hebben inmiddels geleerd watdaarvan de consequenties kunnen zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5168 Staatssecretaris Tuinman:Voor de kijkers thuis: het gaat over een navigatiesysteem dat eensignaaltje uitzendt en dat vliegtuigen, ook al is het bewolkt, toestemminggeeft om uiteindelijk te landen. Dat kost heel, heel veel geld. Ik ben ervanop de hoogte dat zowel de provincie als de regio de vraag bij mij hebbenneergelegd of we daarnaar zouden willen kijken. Defensie heeft diebehoefte niet. Laten we daar heel eerlijk in zijn. Het is wel zo dat je het bijde jachtvliegtuigcapaciteit hebt over «ACE». Dat betekent dat je vlieg-tuigen moet kunnen verplaatsen als het echt te heet wordt in Nederland.Daar heb je een x-aantal vliegvelden voor. We zijn nu nog in gesprek overhoe we dat ACE-concept verder willen invullen, dus daar kan ik nu nietheel veel over zeggen. Maar ik ben ook heel eerlijk: elk vliegveld vannationaal belang of regionaal belang heeft uiteindelijk een meerwaardevoor de krijgsmacht, omdat je daarmee je vliegtuigen kan verdelen. Datdat betekent dat Defensie daar in Twente geld in gaat steken, ga ik hierniet toezeggen.De voorzitter:Dank. Ik zie geen interrupties meer. Dan ga ik echt naar de tweede termijn.We lopen tegen de tijd aan, maar dankzij de bodes die bereid zijn om teblijven, kunnen we wat uitlopen. Laten we wel proberen het netjes enordentelijk te laten verlopen. Ik geef de heer Ceder het woord.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel. Dank voor de beantwoording. Ik onderteken een motie dievraagt om het bod van Staphorst door te zetten. De heer Van Dijk zal dieindienen. Zo heb ik nog een aantal andere moties ondertekend. Ik heb zelfde volgende moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Lelystad Airport in de ontwerpbeleidsvisie wordtaangewezen als nieuwe locatie voor stationering van jachtvliegtuigen;overwegende dat deze stationering mogelijk gepaard gaat met openingvan Lelystad voor burgerluchtvaart;overwegende dat de Kamer zich uitgesproken heeft tegen opening vanLelystad Airport voor burgerluchtvaart (32 813, nr. 1348);verzoekt de regering de stationering van jachtvliegtuigen op LelystadAirport niet te koppelen aan opening van deze luchthaven voor deburgerluchtvaart,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Nordkamp en Teunissen.Zij krijgt nr. 25 (36 592).De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5169 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Nationaal Programma Ruimte voor Defensievoorziet in aanzienlijke uitbreiding en versterking van defensie-infrastructuur in Nederland;overwegende dat het van belang is dat lokale ondernemingen enmbo-instellingen actief worden betrokken bij de uitvoering, zodatwerkgelegenheid, stageplekken en opleidingskansen in de regio gestimu-leerd worden;verzoekt de regering om bij de uitvoering van het Nationaal ProgrammaRuimte voor Defensie structureel en actief samen te werken met lokaleondernemingen waar dit mogelijk en passend is, mbo-instellingen enregionale opleidingscentra structureel en actief te betrekken, en de Kamerjaarlijks in de Stand van Defensie te informeren over de mate, voor zoverte meten, waarin deze samenwerking heeft bijgedragen aan werkgele-genheid en scholing,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ceder.Zij krijgt nr. 26 (36 592).De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank aan de heer Ceder. Dan geef ik het woord aan de heer Nordkamp.De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik denk dat we in de eerste termijn wel wat politiekeverschillen gehoord hebben, maar ik denk dat er over het algemeenovereenstemming was over de uitbreiding van de krijgsmacht en de extraruimteclaim voor Defensie. Ik denk dat er daarmee brede steun is voor hetdoel van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Dat lijkt me dewinst van vandaag.Ik heb wel wat zorgen over de laksheid en onbekwaamheid van dit kabinetals het gaat om de stikstofproblematiek. Die dreigt nu echt een directedreiging te worden voor onze nationale veiligheid. Dat blijft een zorg dieniet is weggenomen, maar daar komen we vast nog wel over te spreken.Ik heb twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5170 constaterende dat het Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voorDefensie (NPRD) voorziet in een substantiële uitbreiding van Defensieter-reinen in verschillende regio’s;constaterende dat provincies bereid zijn bij te dragen aan de nationaleveiligheidsopgave, maar ook zorgen uiten over de impact van dezeuitbreidingen op ruimtelijke ordening, leefbaarheid en lokale opgaven;overwegende dat investeringen in Defensieterreinen ook kansen kunnenbieden voor lokale economie, infrastructuur, duurzaamheid ennatuurontwikkeling;overwegende dat het versterken van de leefbaarheid en het benutten vankoppelkansen belangrijke voorwaarden zijn voor draagvlak en eensuccesvolle uitvoering van het NPRD;verzoekt de regering om:–in het vervolgproces van het NPRD nadrukkelijk oog te hebben voor deleefbaarheid van omwonenden en de impact van Defensie-uitbreidingen op regionale ruimtelijke opgaven;–met provincies, gemeenten en andere lokale stakeholders actief tezoeken naar koppelkansen die kunnen ontstaan door Defensie-investeringen, bijvoorbeeld op het gebied van natuur, infrastructuur,werkgelegenheid of duurzaamheid;–daarbij, waar nodig, hiervoor binnen gerelateerde projecten eeninpassingsbudget op te nemen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Nordkamp, Diederik van Dijk enHeite.Zij krijgt nr. 27 (36 592).De heer Nordkamp (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voorDefensie (NPRD) een forse ruimteclaim legt in Nederland;constaterende dat meerdere uitbreidingslocaties van Defensie zichbevinden in of nabij natuurgebieden die deel uitmaken van het Natuurne-twerk Nederland (NNN);overwegende dat natuurorganisaties zoals Natuurmonumenten begriptonen voor de noodzaak van uitbreiding van Defensie, maar aangeven datde effecten op het Natuurnetwerk Nederland in het huidige ontwerp meeraandacht verdienen;overwegende dat terreinbeherende organisaties beschikken overwaardevolle gebiedskennis en ervaring met natuurontwikkeling, en breedaanwezig zijn in de regio’s waar Defensie actief is;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5171 verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van het NPRD expliciet degevolgen voor het Natuurnetwerk Nederland mee te nemen en tevensterreinbeherende organisaties actief te betrekken bij het verdereplanproces,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Nordkamp en Heite.Zij krijgt nr. 28 (36 592).Dank aan de heer Nordkamp. Dan geef ik het woord aan de heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Dank, voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris en zijn ondersteuning voor debeantwoording; ik denk dat velen hem hebben ondersteund vandaag. Ikheb drie moties. Ik zal meteen van wal steken. Uiteraard dank aan onzegewaardeerde eigen ondersteuning dat jullie willen blijven. Het is onzeschuld dat we uitlopen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Nationaal Programma Ruimte voor DefensieLelystad Airport als voorkeurslocatie aanwijst voor stationering van F-35’s;constaterende dat de gewenste operationele voordelen voor Defensiealleen te behalen zijn als Lelystad Airport voor groot handelsverkeeropengesteld wordt;constaterende dat er alleen bestuurlijk draagvlak in Flevoland is indiensprake is van militair medegebruik en Lelystad Airport dus geopend wordtvoor groot handelsverkeer;verzoekt de regering bij het definitieve besluit over het NPRD, waaronderhet stationeren van jachtvliegtuigen op Lelystad Airport, tevens tebesluiten dat Lelystad Airport geopend wordt voor groot handelsverkeer,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ellian en Peter de Groot.Zij krijgt nr. 29 (36 592).De heer Ellian (VVD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5172 constaterende dat het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie insommige gebieden ook tot infrastructurele aanpassingen zal moetenleiden;van mening dat het in sommige gebieden, zoals Staphorst en Zeewolde,evident is dat aanpassingen aan de infrastructuur noodzakelijk zijn om deuitbreidingen van Defensie mogelijk te maken;verzoekt de regering om de infrastructurele aanpassingen die noodzakelijkzijn als gevolg van de uitvoering van het NPRD als prioritair tebeschouwen en deze ook zo spoedig mogelijk te realiseren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Ellian en Veltman.Zij krijgt nr. 30 (36 592).De heer Ellian (VVD):Tot slot.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het NPRD van cruciaal belang is voor de invulling vancapaciteitsbehoeften en opschaling van de krijgsmacht;constaterende dat het zo snel mogelijk opschalen van de krijgsmachtessentieel is om te voldoen aan NAVO-capaciteitsdoelstellingen, HostNation Support en Homeland Defence, en noodzakelijk is om geloof-waardig te kunnen afschrikken;verzoekt de regering het NPRD op de kortst mogelijke termijn uit te voerenen daarvoor indien nodig een wettelijke uitzonderingsgrond voor Defensiete creëren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Ellian.Zij krijgt nr. 31 (36 592).Dank aan de heer Ellian. O, ik zie dat er een interruptie is. Kort en krachtig,zeg ik tegen de heer Van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Kort en krachtig. In de tweede motie werd, als ik het in de snelheid goedheb gevolgd, het volgende gezegd. Infrastructurele aanpassingen,bijvoorbeeld rondom het Staphorster bod: prioritair. Wat betekent dat?Welke zekerheid kunnen gemeentes of regio’s daaraan ontlenen?De heer Ellian (VVD):Even eerlijk: dat kunnen ze niet. Ik snap deze vraag, hoor. Maar hetantwoord is: niet. Ik doe mijn best hier. Ik doe echt mijn best om binnende kaders die ik zelf zie en waar ik me ook aan te houden heb, Staphorstiets te geven. Ik denk namelijk dat de Staphorstmotie zo geen positiefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5173 oordeel gaat krijgen, maar het is aan ons natuurlijk. Dus: niet. Maar wat ikwil meegeven is: maak dit prioritair. Dat betekent dat het boven op destapel komt en dat je ermee aan de slag moet. Maak het onderdeel van deuitvoering. Dat betekent dus dat ik wil dat deze Staatssecretaris zichervoor verantwoordelijk voelt en wordt, zodat het ook uit dieMIRT-besluitvorming wordt getrokken. Dan heb ik hoop dat je een heeleind zou kunnen komen. Maar zekerheid: nee, op zich niet.De voorzitter:Dank. Dan geef ik het woord aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel. Ik was mijn betoog begonnen met een vraag over denoodzaak van deze uitbreiding of in ieder geval over de mate van dezeuitbreiding. Toen heb ik begrepen – ik heb het teruggelezen, want datstukje van het debat heb ik gemist – dat de Staatssecretaris zei dat dit nietgaat over wat de NAVO van ons verwacht, terwijl in de stukken gewoonstaat: we moeten voorzien in wat de NAVO van Nederland verwacht. Ikheb eerder gezegd dat als de levens van mensen in onzekerheid wordengestort en ondergeschikt worden gemaakt aan de belangen van Trump ende VS, wij dat problematisch vinden.Verder heb ik nog twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensieeen aantal voorkeurslocaties zijn geselecteerd waarbij woningen,bedrijven en beschermde natuur plaats zouden moeten maken;overwegende dat onteigening, gedwongen uitzetting of verhuizing eenenorme impact heeft op de levens van mensen;verzoekt de regering in het Nationaal Programma Ruimte voor Defensieniet over te gaan tot gedwongen uitzettingen, onteigening of het latenverdwijnen van beschermde natuur,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.Zij krijgt nr. 32 (36 592).Mevrouw Dobbe (SP):Volgens mij moet dat gewoon kunnen als dat het kader is waarop jelocaties zoekt.Dan de tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5174 constaterende dat mensen zo veel mogelijk moeten worden behoed voorhet ondervinden van schade door het Nationaal Programma Ruimte voorDefensie;constaterende dat deze schade financieel of emotioneel kan zijn, of degezondheid kan betreffen;overwegende dat deze schade tijdens alle fasen van het besluitvormings-proces kan (zijn) ontstaan of tijdens de uitvoering;verzoekt de regering kaders voor de compensatieregeling uit te werken,met daarin gespecificeerd hoe het begrip «ruimhartig» wordt toegepast,en de Tweede Kamer daarover te informeren ruim voor het vaststellen vande definitieve uitbreidingslocaties,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe en Nordkamp.Zij krijgt nr. 33 (36 592).Dank aan mevrouw Dobbe voor haar inbreng. Dan gaan we over naar deheer Diederik van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de gegevenantwoorden. Ik heb twee moties.De eerste gaat over het al veelgenoemde Staphorster bod. Het is duidelijkdat de Staatssecretaris van heel goede wil is op dit punt. Deze motie moetdus vooral functioneren als een heel erg grote steun in de rug in debesprekingen met zijn collega-bewindslieden. Deze motie wil voorts ookbevorderen dat we regio’s en gemeenten die hun nek uitsteken, omhelzenen niet afstoten. Hier past wat mij betreft echt een offensieve aanpak engeen defensieve. Dat moet deze Staatssecretaris aanspreken. De motie isals volgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de gemeente Staphorst op proactieve wijze heeftgereageerd op de behoefte van Defensie met betrekking tot een groot-schalige munitieopslag en dit heeft vertaald in het zogenaamde«Staphorster bod»;overwegende dat het «Staphorster bod» niet alleen de belangen vanbewoners zorgvuldig heeft meegenomen, maar ook adequate randvoor-waarden kent op het vlak van natuur, recreatie, landbouw, infrastructuuren veiligheid;overwegende dat Rijk, provincie en gemeente inmiddels een gezamenlijkeinspanningsverplichting zijn aangegaan voor een veilige verkeersont-sluiting van de grootschalige munitieopslag;verzoekt de regering om de genoemde proactieve en integrale samen-werking tussen de betrokken overheden te benutten als voorbeeldprojectbinnen het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5175 verzoekt de regering om bij het komende Bestuurlijke Overleg Leefom-geving afspraken te maken met het oog op het zo snel mogelijk oppakkenvan het desbetreffende gebiedsproces, waarbij alle randvoorwaarden uithet «Staphorster bod» meegenomen worden en het een gebiedsopgavewordt onder verantwoordelijkheid van Defensie;verzoekt de regering om vóór de start van het gebiedsproces te zorgenvoor interdepartementale en financiële borging van de realisatie van het«Staphorster bod», inclusief de verplaatsing van de op- en afritten op deA28 en de realisatie van de ondertunnelde spoorwegovergang,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Boswijk, Heiteen Ceder.Zij krijgt nr. 34 (36 592).De heer Diederik van Dijk (SGP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie(NPRD) een claim legt op landbouwgronden;overwegende dat landbouwgronden ook nodig zijn voor de voedselvoor-ziening en grondgebondenheid in de veehouderij;overwegende dat er mogelijkheden zijn voor agrarisch medegebruik vannieuwe en bestaande Defensieterreinen;verzoekt de regering voor de definitieve vaststelling van het NPRDafspraken te maken met de agrarische sector over meer agrarischmedegebruik van nieuwe en bestaande Defensieterreinen, dit mee tenemen in het NPRD en, zo nodig, regelgeving te herzien,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Diederik van Dijk, Boswijk, Heiteen Wijen-Nass.Zij krijgt nr. 35 (36 592).De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Dijk. Dan ga ik over naar mevrouw Heite.Mevrouw Heite (NSC):Voorzitter, mag ik het woord eerst aan mijn collega Hanneke van der Werfgeven?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5176 Ja, ik zie dat mevrouw Van der Werf de trein nog probeert te halen.Kunnen mevrouw Dobbe en de heer Diederik van Dijk de microfoonuitzetten? Ja. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van der Werf.Mevrouw Van der Werf (D66):Dat is ontzettend sympathiek, voorzitter. Dan heb ik één motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de huidige Ruimte voor Defensieplannen27 woningen en bedrijven moeten wijken voor de uitbreiding vanDefensie;constaterende dat de huidige krapte op de woningmarkt het voorbewoners en ondernemers moeilijk maakt om een passende nieuwe plekte vinden;overwegende dat maatschappelijk draagvlak voor de versterking vanDefensie mede afhangt van een menswaardige behandeling van demensen die de gevolgen het meest direct ervaren;verzoekt de regering ervoor te zorgen dat bij het uitplaatsen en uitkopenvan deze woningen en bedrijfspanden een menswaardige deur-tot-deuraanpak wordt gehanteerd en daarbij bewoners en ondernemers actiefen persoonlijk zo veel mogelijk te begeleiden van hun huidige woning ofbedrijfspand naar een passende nieuwe plek, met ondersteuning op hetgebied van huisvesting en herhuisvesting en, waar nodig, met praktischeen psychosociale begeleiding,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf, Boswijk, Heite enNordkamp.Zij krijgt nr. 36 (36 592).Dank aan mevrouw Van der Werf. Dan ga ik nu wel naar mevrouw Heite.Mevrouw Heite (NSC):Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan de Staatssecretaris en zijn heleteam voor de uitgebreide beantwoording. Ik heb drie moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de voorontwerpnota van het NPRD is opgenomendat er recht moet worden gedaan aan de schaarse grond door dezemeervoudig te benutten;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5177 overwegende dat in landen als Duitsland hybride gebruik van landbouw-grond, natuur en Defensieterreinen al gangbare praktijk is;overwegende dat dit goedkoper kan zijn dan onteigening en bijdraagt aanbehoud van agrarische bedrijven, natuurwaarden en cultuurhistorie;verzoekt de regering werk te maken van hybride gebruik van landbouw,natuur en defensie bij specifieke casussen binnen het NPRD, zoals DeHaar in Midden-Drenthe, en de Kamer hierover voor de definitievevaststelling van het NPRD te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Heite, Wijen-Nass, Van der Werf,Boswijk, Diederik van Dijk en Ceder.Zij krijgt nr. 37 (36 592).Mevrouw Heite (NSC):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat betrokken burgers, agrariërs, bedrijven en medeover-heden bij de uitvoering van het NPRD worden geraakt en vaak lang inonzekerheid blijven, terwijl de impact nu al groot is;overwegende dat ervaringen zoals in Groningen laten zien dat uitstel enbureaucratie leiden tot wantrouwen en verlies van draagvlak;verzoekt de regering om alle betrokkenen zo spoedig mogelijk duide-lijkheid te geven, daarbij ruimhartig te compenseren, de menselijke maatte hanteren en daarover nu al met hen in gesprek te gaan,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Heite, Diederik van Dijk,Nordkamp en Ceder.Zij krijgt nr. 38 (36 592).Mevrouw Heite (NSC):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de gemeenten Staphorst en Zeewolde op proactievewijze hebben gereageerd op de behoefte van Defensie met betrekking totde uitbreiding van een grootschalige munitieopslag en de realisatie vaneen kazerne, met grote gevolgen voor de leefomgeving;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5178 constaterende dat ook voor de gemeenten Midden-Drenthe en Weert deimpact van de plannen uit het NPRD op de leefomgeving groot is;overwegende dat er koppelkansen bestaan om via deze samenwerkingook regionale en maatschappelijke meerwaarde te realiseren op hetgebied van natuur en recreatie, wonen, infra, voorzieningen, economischestimulans en energietransitie;verzoekt de regering om zo veel mogelijk rekening te houden met de doorde gemeenten gestelde voorwaarden bij de verdere uitwerking van hetNPRD;verzoekt de regering om vanuit Defensie, samen met de gemeenten waarde impact op de leefomgeving het grootst is, zoals Staphorst, Zeewolde,Midden-Drenthe en Weert, structurele betrokkenheid te tonen over derolverdeling, fasering en compensatie;verzoekt de regering om bij de verdere uitwerking van de plannen zo veelmogelijk gebruik te maken van regionale koppelkansen, zodat deontwikkeling niet alleen op nationaal niveau, maar ook op lokaal enregionaal niveau bijdraagt;verzoekt de regering de Tweede Kamer hierover vóór de definitievevaststelling van het NPRD te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Heite en Ceder.Zij krijgt nr. 39 (36 592).Dank aan mevrouw Heite. Dan ga ik naar mevrouw Wijen-Nass.Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Gelet op de tijd: twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat langdurige onzekerheid bij inwoners en ondernemersover grondverwerving leidt tot verlies van vertrouwen en draagvlak;verzoekt de regering om bij de verdere uitvoering van het NationaalProgramma Ruimte voor Defensie bij grondverwerving zo veel mogelijk tewerken met verkorte en transparante procedures;verzoekt de regering betrokkenen direct bij de start duidelijkheid te biedenover eventuele ruimhartige compensatie,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Wijen-Nass.Zij krijgt nr. 40 (36 592).Mevrouw Wijen-Nass (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5179 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland heeft uitgesproken de krijgsmacht realis-tisch, planmatig en stapsgewijs te willen versterken, onder andere door deNAVO-norm te gebruiken;constaterende dat tussen verschillende landen verschillend geteld wordtom hun bestedingen aan NAVO te kwantificeren;constaterende dat Nederland investeringen wil doen in infrastructuur ophet gebied van spoorlijnen, (water)wegen, (lucht)havens et cetera die ookdoor Defensie zijn te gebruiken om in geval van dreiging of oorlog snellerinzetbaar te zijn;verzoekt de regering om te inventariseren of en hoe dergelijke investe-ringen tot de Defensiebestedingen gerekend kunnen worden en infrastruc-tuurprojecten binnen Nederland aan te merken die hier onderdeel vanzouden kunnen uitmaken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Wijen-Nass en Diederik van Dijk.Zij krijgt nr. 41 (36 592).Dank aan mevrouw Wijen-Nass voor haar inbreng. Dan ga ik over naar deheer Pool.De heer Pool (PVV):Hartelijk dank, voorzitter, en natuurlijk hartelijk dank aan de Staatssecre-taris voor de beantwoording en aan alle mannen en vrouwen bij Defensiedie hier natuurlijk ontzettend hard aan werken voor hun inzet. Ik hoopoprecht dat alle mensen die gedupeerd lijken te worden vandaag echtgehoord zijn en dat de volksvertegenwoordiging ook echt hun zorgengeuit heeft gekregen richting de Staatssecretaris.Het is hartstikke mooi dat de Staatssecretaris heeft toegezegd dat hij gaatwerken aan de pilots met het hybride gebruik van landbouwgrond. Ik wilde Staatssecretaris alleen nog vragen op welke termijn hij daarmee naarde Kamer gaat komen, aangezien hij dat al heeft toegezegd. Is dat voordatde beslissing wordt genomen aan het eind van het jaar, waarbij alleknopen worden doorgehakt? Dat zou hartstikke fijn zijn, want ook daarwillen we graag duidelijkheid over.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank aan de heer Pool. Ik ga naar mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter, dank u wel. De Partij voor de Dieren is net als een Kamermeer-derheid tegen het openen van Lelystad Airport voor burgerluchtvaart,gewoonweg omdat dat heel veel ellende met zich meebrengt: geluids-overlast, uitstoot. Het moet dus zo blijven dat dat niet geopend wordt.Daarom hebben we de motie van de heer Ceder meegetekend.Voorzitter. Nederland heeft nog heel weinig natuur over. De bestaandegebieden zijn versnipperd. Leefgebieden staan onder druk door verzuring,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5180 verdroging en vermesting. De oorzaak ligt bij de intensieve landbouw, bijde vee-industrie. In plaats van dat de Staatssecretaris ervoor kiest om dieschade van de vee-industrie fors te verminderen, voor krimp te kiezen endaardoor ook meer ruimte te maken voor natuur, voor wonen en ook voorDefensie, kiest hij ervoor om grootschalige natuurgebieden op te offeren.Dat is geen oplossing; dat is onveiligheid veroorzaken. Wij zijn compleetafhankelijk van vitale ecosystemen. Daarom de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de natuur zwaar onder druk staat;overwegende dat het beschermen van natuur, klimaat en leefomgeving debasis vormt van onze veiligheid;overwegende dat meer defensie niet ten koste mag gaan van natuur-herstel of het naleven van milieuregels;overwegende dat Defensie zich aan dezelfde natuur- en milieuwetgevingmoet houden als iedereen;spreekt uit dat natuur- en milieuregels voor iedereen gelden, dus ook voorDefensie;verzoekt de regering binnen de natuur- en milieuwetgeving te opereren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.Zij krijgt nr. 42 (36 592).Dank aan mevrouw Teunissen. We hebben de tweede termijn van de zijdevan de commissie gehad. Ik ga over naar de Staatssecretaris voor deappreciatie. U krijgt zo de laatste motie. Of wilt u schorsen?Staatssecretaris Tuinman:Ja, heel even. Ik heb mijn team al naar beneden gestuurd en dat zit hierstraks.De voorzitter:Is vijf minuten voldoende om kort met uw team te overleggen? Ja. Ikschors de vergadering voor vijf minuten.De vergadering wordt van 23.10 uur tot 23.24 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Ik verzoek de Staatssecretaris om de appreci-aties zo veel mogelijk zonder toelichting te geven. Ik geef het woord aande Staatssecretaris.Staatssecretaris Tuinman:Voorzitter. De moties op de stukken nrs. 25 en 29 gaan over Lelystad. In deene motie wordt verzocht om burgerluchtvaart en groot handelsverkeerwel te koppelen aan F-35’s en in de andere om dat juist niet te doen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5181 heb uitgelegd wat het standpunt van het kabinet is. We gaan hier in deloop van het jaar over besluiten. Op die basis wil ik beide motiesontraden.De motie op stuk nr. 26 van de heer Ceder krijgt oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 27 van de heer Nordkamp krijgt oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 28 van de heer Nordkamp gaat over natuur. Hijverzoekt de regering bij de verdere uitwerking van het NPRD expliciet degevolgen voor het Natuurnetwerk Nederland mee te nemen en actief tebetrekken bij het verdere planproces. Mijn punt hierbij is dat we dit aldoen. Ik zie de motie dan ook als een inspanningsbenadrukking omdaarmee door te gaan. De motie krijgt oordeel Kamer.De voorzitter:De heer Nordkamp is het ermee eens, zie ik.Staatssecretaris Tuinman:Met de motie op stuk nr. 30 van de heer Ellian heb ik wel even zittenworstelen. Een aantal andere moties zijn wat scherper en kunnen eigenlijkniet. Om daar wel iets mee te doen, zou ik deze motie oordeel Kamerwillen geven. Mijn voorstel zou zijn om de motie oordeel Kamer te geven,als we «prioriteren» uit kunnen leggen als «zo snel mogelijk» en dat wedat gelijk laten oplopen met de behoeftes. Dan krijgt de motie opstuk nr. 30 oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 29 zat er nog tussenin.Staatssecretaris Tuinman:De motie op stuk nr. 28 is van de heer Nordkamp en gaat over de verdereuitwerking van het NPRD. De motie op stuk nr. 29 heb ik als eerstebehandeld. Toen deed ik de moties op de stukken nrs. 25 en 29 samen.De motie op stuk nr. 30 krijgt oordeel Kamer als ik «prioriteren» uit magleggen als «zo snel mogelijk» en dat we dat gelijk laten oplopen met debehoeftes.De motie op stuk nr. 31 kan ik oordeel Kamer geven. Die gaat over dewettelijke uitzonderingsgronden voor Defensie. Als ik de motie zo maginterpreteren dat we niet iets nieuws gaan doen, maar dat ik voornamelijkhartstikke hard inzet op de lopende processen die ik heb aangegeven,zoals de Wodg en Omnibus, en ook op het doorvertalen van Europesewetgeving met Omnibus in nationale wetgeving.De voorzitter:Ik zie de heer Ellian knikken.Staatssecretaris Tuinman:De motie op stuk nr. 32 van mevrouw Dobbe is ontraden. Ik heb ook in hetdebat gezegd dat ik dit niet kan garanderen. Wel kan ik toezeggen dat weeen zorgvuldig, transparant en navolgbaar proces volgen.De motie op stuk nr. 33, ook van mevrouw Dobbe, krijgt oordeel Kamer.Die gaat over de grondverwervingsstrategie. Wat «ruimhartig» betekent,heb ik in dit commissiedebat neergelegd: snel in gesprek gaan, volledigeschadeloosstelling. Ik zal de Kamer daar in een brief over informeren.Daarin zal precies staan wat ik ook vandaag heb gezegd.De motie op stuk nr. 34 van de heer Van Dijk gaat over het Staphorsterbod. Er staat «vóór de start van het gebiedsproces». Dat betekent dat ikalle financiën al geregeld moet hebben. Dat gaat me niet lukken. Dat hebik ook aangegeven. Daarom heb ik ook aangegeven dat ik met de motievan de heer Ellian, over het prioritair verklaren, wel akkoord ben. Ik gaervan uit dat daar het comfort in zit dat u nodig heeft. Ik ontraad de motie.De motie op het gebied van agrarisch medegebruik.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5182 De voorzitter:Voordat u verdergaat: de heer Diederik van Dijk heeft een vraag.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dit stelt me wel heel erg teleur. Is dit niet een vorm van penny wise,pound foolish? Zonder die financiële borging voor de start van hetgebiedsproces duwen we de gemeente Staphorst terug. We staan dangewoon op nul. Dat kunnen we ons toch niet permitteren? Waarom niethet omarmen van zo’n motie zodat het kabinet het gaat regelen?Staatssecretaris Tuinman:Dat gaan we juist in het gebiedsproces doen. Ik zeg dat ik daar alleinspanning lever en prioriteer om die zaak voor mekaar te krijgen. Als uhard stelt dat het voor het gebiedsproces moet plaatsvinden, zeg ik dat ditniet in de Omgevingswet gaat passen. Daarom krijgt de motie ontraden,want ik ga dat met iedereen in het gebiedsproces doen.Dan kom ik op de motie op stuk nr. 35 van de heer Diederik van Dijk overhet agrarisch medegebruik. Die kan ik oordeel Kamer geven als ik ’m zokan interpreteren dat we afspraken maken om pilots te gaan doen. Er staatnu dat ik voor de definitieve vaststelling al die afspraken maak. Dit wil ikvoorstellen. Ik geef ’m oordeel Kamer. Dan gaan we in gesprek en makenwe er afspraken over, maar die pilots gaan niet daarvoor plaatsvinden.Vindt u dat akkoord?De voorzitter:De heer Diederik van Dijk knikt.Staatssecretaris Tuinman:We geloven hierin. We gaan het doen.Dan de motie op stuk nr. 36 van mevrouw Van der Werf over eendeur-tot-deuraanpak. Die kan ik oordeel Kamer geven als ik ’m zo uit kanleggen dat Defensie samen met gemeenten en instanties er op eenmenswaardige deur-tot-deurmanier mee aan de slag gaat. Zo kan ik ’moordeel Kamer geven.De voorzitter:Mevrouw Van der Werf is er niet, maar we gaan ervan uit dat u ’m metdeze interpretatie oordeel Kamer heeft gegeven.Staatssecretaris Tuinman:Dan de motie op stuk nr. 37 van mevrouw Heite, ook over hybride gebruik.Hier staat De Haar en Midden-Drenthe in. Ik kan ’m oordeel Kamer geven,want ik weet dat de gemeente Midden-Drenthe en De Haar hier graagforward leaning in willen zijn. Ik wil dat zeker met hen aangaan, maar ikwil ook de ruimte houden om andere regio’s erin mee te nemen. Dezekrijgt oordeel Kamer.Dan kom ik op de motie op stuk nr. 38, ook van mevrouw Heite, overruimhartig compenseren. Ik heb ook een andere motie daarover oordeelKamer gegeven, want het is staand beleid. Ik heb uitgelegd dat we hetallemaal barmhartig doen, snel, met een dialoog en volledige schadeloos-stelling, en dat ik de Kamer voor het definitieve besluit ervan op dehoogte zal stellen.De motie op stuk nr. 39 is ook van mevrouw Heite. Zoals het er nu staat,krijgt zij ontraden. Dat komt door de laatste zin: «de Tweede Kamerhierover voor de definitieve vaststelling van het NPRD te informeren».Ontraden. Als u de tijdsindicatie kunt weghalen en ik wat ruimte heb omhet daarna te doen, kan de motie oordeel Kamer krijgen, anders krijgt zij«ontraden».Mevrouw Heite (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5183 Dat is wat mij betreft akkoord.Staatssecretaris Tuinman:Dan gaat die zin eruit.De voorzitter:Mevrouw Heite moet deze motie aanpassen voordat die in stemmingwordt gebracht.Staatssecretaris Tuinman:Dan de motie op stuk nr. 40 van mevrouw Wijen-Nass. Die gaat ook overruimhartige compensatie. Die krijgt oordeel Kamer, net als de vorige.Dan heb ik de motie op stuk nr. 41 van mevrouw Wijen-Nass. Die motiegaat niet zozeer over het NPRD, maar wel over de totale versterking vande krijgsmacht. Ik interpreteer het even hard zoals het er nu staat. DeNAVO hanteert een hele strikte afbakening van wat wel en niet toege-rekend kan worden, zeker voor de eerste 3,5% harde Defensie-uitgaven.De 1,5% die ook gaat over alles op het gebied van weerbaarheid,infrastructuur, cybersecurity; nou goed, u kent dat verhaal. Als het debedoeling is om investeringen in de infrastructuur enkel en alleen aanDefensie-uitgaven toe te rekenen, moet ik ’m ontraden. Maar als ik demotie zo kan interpreteren dat er op dit moment nog geen nationaleafbakening is vastgesteld over zaken die toegerekend worden aan die1,5% en als ik de motie zo mag interpreteren dat wordt onderzocht ofinfrastructuur die noodzakelijk is voor het uitvoeren van NAVO- ennationale plannen, kan worden toegerekend aan de 1,5%-norm, dan kan ikde motie oordeel Kamer geven.De heer Ellian (VVD):Ik snap dat we moe zijn. Ik snap wat de Staatssecretaris bedoelt, maar ditis echt een andere uitleg van de motie. De indiener is er niet. Ik vind datwe wel een beetje zorgvuldig moeten zijn met dit soort dingen. De tekst isde tekst. Je kan een beetje toelichten hoe je het wilt gaan doen, maar ikweet niet wat mevrouw Wijen-Nass hiervan vindt.De voorzitter:Ze is er niet, dus dat maakt het wat lastig.Staatssecretaris Tuinman:Dan wordt het oordeel «ontraden».De voorzitter:Dan wordt de motie op stuk nr. 41 ontraden, ja.Staatssecretaris Tuinman:Het Kamerlid heeft de tekst, dus ze kan de motie nog aanpassen als ze wil.De heer Ellian (VVD):Dat wilde ik zeggen, want anders is het lullig wat ik nu doe. Maar ze kande motie aanpassen, mede naar aanleiding van de uitleg van deStaatssecretaris.Staatssecretaris Tuinman:Helemaal terecht.Dan de laatste motie, die op stuk nr. 42, van mevrouw Teunissen. Dit isgewoon staand beleid. Ik zal me altijd moeten houden aan de natuur- enmilieuregels. Hetzelfde geldt voor natuur- en milieuwetgeving. Dat zal ikdan ook doen. De motie krijgt oordeel Kamer.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5184 Oké. Dank. De heer Pool had nog een vraag. Ik weet niet of u daar nog opwilt ingaan.Staatssecretaris Tuinman:Zeker, voorzitter. Kan de heer Pool de vraag nog een keer herhalen?De voorzitter:Meneer Pool, wilt u de vraag nog een keer herhalen?De heer Pool (PVV):Ja, natuurlijk. Het ging om de toezegging die de Staatssecretaris hadgedaan over de pilot die wordt opgestart over het hybride gebruik vangrond voor landbouw en voor militaire oefeningen, waardoor er mindereen claim op grond voor alleen militair gebruik wordt gedaan. Ik was nogheel erg benieuwd op wat voor termijn we daar meer over te horenkrijgen.Staatssecretaris Tuinman:Volgens mij was er één motie die ik daarop heb toegekend. Ik probeer heteven samen te vatten. Volgens mij hebben we toegezegd dat we hetonderzoek en de gesprekken gaan doen en dat we vóór het definitievebesluit NPRD de Kamer hierover informeren. De pilot kan niet daarvóórgestart zijn, maar die komt later. Ook op verzoek van de regio gaan weeerst kijken of het bij De Haar zou kunnen.De voorzitter:Dan dank ik de Staatssecretaris voor de beantwoording en het appre-ciëren van de moties. Ik dank de Kamerleden voor hun inbreng. Maar ikdank vooral de mensen op de publieke tribune, omdat zij het volgehoudenhebben met ons tot 23.30 uur.(Geroffel op de bankjes)De voorzitter:O, en natuurlijk de bodes. Dank dat zij een halfuur extra hebben genomen.En de verslaglegging natuurlijk en onze griffier. Dank voor alleondersteuning.(Geroffel op de bankjes)De voorzitter:Dan sluit ik hierbij de vergadering.Sluiting 23.37 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 592, nr. 5185
Gerelateerde bronnen
- Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
Verslag van een notaoverleg, gehouden op 8 september 2025, over Nationaal Programma Ruimte voor Defensie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.