Verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026
Brontekst
Versie 9dc5eb3c14fe1c54 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3366 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 maart 2026Hierbij bied ik u het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart2026 aan, met als bijlage het non-paper medeondertekend doorNederland over EU GVDB missies en operaties.De Minister van Buitenlandse Zaken,T.B.W. Berendsen kst-21501-02-3366ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33661 Verslag Raad Buitenlandse Zaken van 16 maart 2026 Op maandag 16 maart jl. vond de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) plaats inBrussel. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft deelgenomen. Op deagenda van de Raad stonden de Russische agressie tegen Oekraïne, desituatie in het Midden-Oosten, het EU-Zuidelijk Nabuurschap en eeninformeel werkontbijt over een Europese veiligheidsstrategie. Tijdens eenlunch heeft de Raad gesproken met de Indiase Minister van BuitenlandseZaken S. Jaishankar.Verder wordt uw Kamer middels dit verslag geïnformeerd over hetNederlandse non-paper over EU gemeenschappelijk veiligheids- endefensiebeleid (GVDB) missies en operaties.Russische agressie tegen OekraïneDe Raad stond stil bij de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. DeOekraïense Minister van Buitenlandse Zaken Sybiha sloot voor het eerstegedeelte van de bijeenkomst aan. De Raad sprak over de implicaties vande escalatie van het conflict in het Midden-Oosten voor Oekraïne. Vrijwelalle lidstaten, inclusief Nederland, toonden zich eensgezind over denoodzaak om onze prioriteiten niet uit het oog te verliezen: de steun aanOekraïne doorzetten en de druk op Rusland verhogen.Tijdens de Raad hield een lidstaat vast aan de blokkade van de steun-lening voor Oekraïne en gaven twee lidstaten aan niet te kunneninstemmen met het twintigste sanctiepakket. Vrijwel alle overige lidstaten,waaronder Nederland, toonden zich opnieuw ontstemd over dezeblokkades en onderstreepten de urgentie om zo snel mogelijk tot eenakkoord te komen. Hierbij benadrukte Nederland dat de lening snelgeïmplementeerd dient te worden, maar op zichzelf niet voldoende is omOekraïne sterk te positioneren. Nederland riep andere lidstaten op ookhun bilaterale steun te intensiveren. Nederland benadrukte tevens hetbelang van betrokkenheid van derde landen bij de implementatie van delening, om voor Oekraïne mogelijk te maken urgent benodigd militairmaterieel ook in deze landen te kunnen inkopen. Verschillende lidstatenvroegen aandacht voor voortgang in het toetredingsproces van Oekraïne.Daarnaast verwelkomde de Raad de aanname van Raadsconclusies overhybride dreigingen en nieuwe listings in het licht van Ruslands hybrideactiviteiten.Situatie in het Midden-OostenDe Raad sprak over het conflict in het Midden-Oosten. Hierbij werd ondermeer gesproken over samenwerking om gestrande EU-burgers in de regiote repatriëren. Lidstaten riepen gezamenlijk op tot de-escalatie enbespraken tevens mogelijke EU-inzet om vrije doorvaart in de Straat vanHormuz te waarborgen. Nederland riep in dit kader op tot uitbreiding vanEU sanctiebevoegdheden om personen en entiteiten betrokken bijbelemmering van vrije doorvaart te kunnen sanctioneren. VeelEU-lidstaten, waaronder Nederland, benadrukte het belang van solidariteitmet de Golflanden die nog dagelijks het doelwit zijn van Iraanseaanvallen. Nederland vroeg daarnaast aandacht voor de secundaireeffecten van deze crisis op Europese belangen en onderstreepte denoodzaak tot EU-coördinatie in het beschermen van deze belangen. Er isbrede steun onder EU-lidstaten om de druk op het Iraanse regime tebehouden. Door de Raad werden – mede op voorstel van Nederland –nieuwe sancties aangenomen gericht op personen en entiteiten betrokkenbij mensenrechtenschendingen in Iran, evenals Iraanse actoren betrokkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33662 bij cyberaanvallen gericht tegen de EU. Daarnaast was er brede steunonder EU-lidstaten voor Europese steun aan het Iraanse maatschappelijkmiddenveld.De Raad sprak tevens over de humanitaire situatie in Libanon, waarbijNederland onderstreepte begrip te hebben voor de legitieme veiligheids-zorgen van Israël, maar met oog op de impact van de oorlog tegelijkertijdoproept tot de-escalatie en terugkeer tot resolutie 1701 conform de motiePiri1. Ook benadrukte Nederland het belang van ontwapening vanHezbollah, zorgen over de humanitaire situatie in Libanon en noodzaakom de Libanese regering en de Lebanese Armed Forces te steunen.De Raad onderstreepte het belang om aandacht te houden voor desituatie in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Meerderelidstaten, waaronder Nederland, benadrukten het belang om druk opIsraël te houden om veilig, ongehinderde, en onvoorwaardelijke humani-taire hulp toe te laten tot de Gazastrook en de iNGO-wetgeving terug tedraaien. Een brede groep lidstaten, waaronder Nederland, onderstreeptetevens zorgen over de situatie op de Westelijke Jordaanoever, o.a. doorhet toenemende kolonistengeweld. Nederland riep in dat kader op totaanname van het derde EU-sanctiepakket tegen gewelddadige kolonisten.EU-Zuidelijk NabuurschapDe Raad reflecteerde op het Zuidelijk Nabuurschapsbeleid van de EU enspecifiek op de uitwerking van het Actieplan voor de uitvoering van hetEU Pact voor het Middellandse Zeegebied (MedPact). Onder het Actieplanworden diverse concrete initiatieven vormgegeven die invulling gevenaan de strategische richting van het MedPact. EU Hoge Vertegenwoor-diger Kallas verwees naar de aankomende informele Europese Raad vanapril, waarvoor de inzet is om ook de tien landen uit de ZuidelijkeNabuurschapsregio2 uit te nodigen en de eerste concrete initiatievenonder het MedPact aan te kondigen. Daartoe riep Eurocommissaris Sˇuicaop tot bijdragen van EU-lidstaten aan concrete initiatieven. Lidstatenbenadrukten daarbij het belang van implementatie en een realistischambitieniveau. Nederland ziet het MedPact als een kans om regionaleprioriteiten, zoals stabiliteit, veiligheid, migratie en economischesamenwerking te bevorderen en de samenwerking met de partners in deZuidelijk Nabuurschapsregio te versterken.Informeel werkontbijt over de Europese veiligheidsstrategieTijdens een informeel werkontbijt sprak de Raad over de EuropeseVeiligheidsstrategie. Voorafgaand aan de bespreking deelden Nederlanden verschillende andere lidstaten non-papers met elementen die deEuropese Veiligheidsstrategie volgens de diverse nationale visies zoumoeten bevatten. Tijdens de bespreking werden in lijn met het Neder-landse non-paper3 steun aan Oekraïne, het afbouwen van strategischeafhankelijkheden en het aangaan van partnerschappen door meerderelidstaten gesteund als belangrijke elementen van de Europese Veiligheids-strategie. De Europese Commissie en EDEO zijn voornemens om deEuropese Veiligheidsstrategie in de zomer te publiceren, in nauweafstemming met de lidstaten.1Motie Piri Kamerstuk 32 623, nr. 3692Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Marokko, Libanon, Libië, de Palestijnse Gebieden, Syrië enTunesië.3Kamerstuk 22 112, nr. 4294Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33663 Lunch met Indiase Minister van Buitenlandse ZakenOp uitnodiging van EU Hoge Vertegenwoordiger Kallas spraken deMinisters van Buitenlandse Zaken van de verschillende lidstaten met deIndiase Minister van Buitenlandse Zaken S. Jaishankar. De Ministersspraken over het verdiepen van de relaties tussen India en de EU,voortbouwend op de EU-India top van 27 januari jl. waarin een nieuweEU-India strategische agenda, een veiligheids-en-defensiepartnerschap,en een handelsakkoord werden afgesloten. Daarnaast werd vangedachten gewisseld over de situatie in het Midden Oosten en de oorlogin Oekraïne.OverigNon-paper EU GVDB missies en operatiesGraag informeer ik uw Kamer middels dit verslag ook over het recentenon-paper over EU GVDB missies en -operaties, mede namens Duitsland,Estland, Ierland, Letland, Litouwen, en Nederland. Het non-paperbenadrukt de noodzaak om EU GVDB missies en -operaties te versterkenen te hervormen tot een efficiënter en effectiever instrument. Daarbijwordt ingezet op realistische en uitvoerbare mandaten met voldoendemiddelen, met een focus op de directe omgeving van de EU, zodat zijbeter aansluiten bij de huidige realiteit en strategische veiligheidsuitda-gingen van de EU.Toezegging aan het lid Ram op het vlak van wapenexportbeleidTijdens het Commissiedebat Wapenexportbeleid van 3 september 2025heeft de voormalig Minister van Buitenlandse Zaken toegezegd te bezienhoe de vergunningverlening voor de uitvoer/doorvoer van militairegoederen kan worden versneld en verbeterd.4 Het kabinet heeft in hetverslag van Raad Buitenlandse Zaken d.d. 15 december 20255 medege-deeld dat uw Kamer in 2026 over de opvolging van deze motie zal wordengeïnformeerd.Naar aanleiding van deze toezegging zijn de procedures van het Ministerievan Buitenlandse Zaken op het vlak van wapenexportcontrole tegen hetlicht gehouden. Het uitgangspunt was het streven naar een proces dat eenzorgvuldige toetsing hand in hand laat gaan met een tijdige en soepeleafwikkeling van vergunningaanvragen. Dit heeft geresulteerd in devolgende wijzigingen:–Op basis van een zorgvuldige evaluatie van de verschillende soortenvergunningaanvragen is besloten om bepaalde minder risicovolletransacties op (lager) ambtelijk niveau af te handelen.–Uitbreiding van het type aanvragen voor uitvoer van militairegoederen naar de Oekraïense strijdkrachten die vanwege hun aard viaeen versnelde procedure afgehandeld kunnen worden.Daarmee wordt de behandeling van minst gevoelige transacties versnelden verbeterd waardoor meer capaciteit beschikbaar komt voor eenspoedigere behandeling van complexere aanvragen.Op langere termijn zal de Nederlandse toetreding tot het Verdrag inzakeexportcontrole in het defensiedomein (ook wel bekend als het Verdrag vanAken), dat gebaseerd is op het vertrouwen van de verdragspartners inelkaars exportcontroletoets, tot een verlaging van administratieve lastenen kortere doorlooptijden van vergunningaanvragen leiden.4TZ202509-0325Kamerstuk 21 501-02, nr. 3313Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33664
Gerelateerde bronnen
- De minister zegt toe te kijken naar hoe de vergunningverlening kan worden versneld en verbeterd en hier voor het einde van het jaar schriftelijk op terug te ko
De minister zegt toe te kijken naar hoe de vergunningverlening kan worden versneld en verbeterd en hier voor het einde van het jaar schriftelijk op terug te komen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.