KamerkringInloggen
Kamerbrief

Inzet en proces Sociaal Klimaatfonds

9 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 87cbb534c61b9f34 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 813Kabinetsaanpak Klimaatbeleid29 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 1533 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 september 2025InleidingIn mijn brief aan uw Kamer van 24 juni 20251 bent u geïnformeerd overhet kabinetsbesluit met betrekking tot de inzet en de verdeling van deSCF-middelen bestemd voor Nederland. Het kabinet voorziet een inzet vanhet SCF over 5 beoogde maatregelen die nader worden uitgewerkt in hetSociaal Klimaatplan (SKP). Uw Kamer heeft in het commissiedebatEnergiebesparing en Energierekening op 3 juli 2025 gevraagd om eenbrief met een update over de inzet van het Sociaal Klimaatplan na dezomer te ontvangen. Deze brief voorziet in de gevraagde update.Het Sociaal Klimaatfonds (SCF)Het Sociaal Klimaatfonds (SCF) is een nieuw instrument van de EuropeseUnie dat tot doel heeft om de sociale gevolgen van de klimaat- enenergietransitie te verzachten. Het fonds is specifiek gericht op hetondersteunen van financieel kwetsbare huishoudens en micro-ondernemingen, die onevenredig worden geraakt door de stijgendekosten als gevolg van de uitbreiding van het Europese Emissiehandels-systeem (ETS2).Nederland kan een beroep doen op € 720 miljoen uit het SCF voor detotale looptijd van 7 jaar (2026 t/m 2032). Deze middelen mogen ingezetworden voor 75% van het beoogde budget van de voorstellen. De overige25% – € 240 miljoen – moet komen uit nationale middelen. Deze vereistecofinanciering wordt gedekt vanuit de Rijksbegroting en het Klimaatfonds.1Kamerstukken 32 813 en 29 023, nr. 1467 kst-32813-1533ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15331 Proces goedkeuring Sociaal Klimaatplan (SKP)Het Sociaal Klimaatplan (SKP) vormt de basis voor de inzet van deSCF-middelen bestemd voor Nederland en wordt in nauwe samenwerkingmet de Europese Commissie opgesteld overeenkomstig een vast format.Samen met de betrokken departementen wordt hieraan gewerkt envinden gesprekken plaats met de Europese Commissie over de Neder-landse inzet zoals op te nemen in het SKP. De Europese Commissie heeftinformeel aangegeven de door het kabinet voorgestelde maatregelen teverwelkomen. De Europese Commissie vraagt op onderdelen van dezemaatregelen om een nadere onderbouwing, uitleg of aanpassing. Inseptember wordt een integraal concept van het SKP met de EuropeseCommissie besproken. De verwachting is dat het SKP na dat overleg opkorte termijn kan én moet worden ingediend, zodat er geen verderevertraging wordt opgelopen en de maatregelen tijdig kunnen wordengeïmplementeerd.Het formele goedkeuringsproces bij de Europese Commissie zal tot vijfmaanden in beslag kunnen nemen. De maatregelen worden daarbij opindividueel niveau getoetst op conformiteit met de verordening en erwordt zorgvuldig gekeken naar de samenhang tussen de maatregelen ende algehele doelstelling van het SKP. De Europese Commissie kan hierbijook vragen om aanpassingen van het plan, bijvoorbeeld om maatregeleninhoudelijk of budgettair te wijzigen. Als er geen openstaande bespreek-punten meer zijn, neemt de Europese Commissie een besluit over hetNederlandse SKP door dit goed of af te keuren. Bij een positief besluit vande Europese Commissie kan Nederland aan de slag met de implementatievan het SCF in overeenstemming met het door de Europese Commissiegoedgekeurde SKP.Beoogde doelgroep van het SCFVolgens de van toepassing zijnde Europese verordening2 heeft het SCF totdoel:«om de lidstaten van middelen te voorzien om hun beleid voor hetaanpakken van de sociale gevolgen voor kwetsbare huishoudens,kwetsbare micro-ondernemingen en kwetsbare vervoergebruikers alsgevolg van de invoering van het emissiehandelssysteem met betrekkingtot gebouwen en wegvervoer te ondersteunen. Dit moet met nameworden gerealiseerd door tijdelijke rechtstreekse inkomenssteun enmaatregelen en investeringen ten gunste van kwetsbare huishoudens,kwetsbare micro-ondernemingen en kwetsbare vervoergebruikers met hetdoel om hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen terug te dringen[...]».Het SCF moet worden gericht op huishoudens die in energiearmoedeverkeren of kwetsbare huishoudens, kwetsbare micro-ondernemingen enkwetsbare vervoergebruikers.3 Het is aan de lidstaat om in te vullen hoedit nader te definiëren in het SKP en om dit te onderbouwen. De onder-bouwing moet gebaseerd zijn op wetenschappelijke analyses over deimpact van het ETS2. Het kabinet heeft ervoor gekozen om geen groepenuit te sluiten en alle drie de doelgroepen te bedienen met het SCF:huishoudens in energiearmoede, huishoudens in vervoersarmoede en2Verordening tot oprichting van een sociaal klimaatfonds: Verordening (EU) 2023/955,https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32023R09553DE SCF-verordening stelt: «voor een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit is hetessentieel dat de maatregelen en investeringen in het bijzonder worden gericht ophuishoudens die in energiearmoede verkeren of kwetsbare huishoudens, kwetsbare micro-ondernemingen en kwetsbare vervoergebruikers.»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15332 micro-ondernemers, gezien zij allemaal kwetsbaar zijn voor de gevolgenvan het ETS2. Dit onderschrijft ook CE Delft, dat in opdracht van hetkabinet een onderzoek heeft uitgevoerd over de impact van het ETS2 opde doelgroepen van het SCF.4De SCF-verordening biedt lidstaten de mogelijkheid om maatregelen eninvesteringen op te nemen in het SKP met blijvende gevolgen terbevordering van de reductie van broeikasgasemissies. Dit kan bijvoor-beeld door te ondersteunen bij de renovatie van gebouwen, bij te dragenaan het koolstofvrij maken van gebouwen, het bieden van doelgerichte,toegankelijke en betaalbare informatie over beschikbare steun of hettoegankelijk en betaalbaar maken van het openbaar vervoer. Daarnaast ishet onder het SCF mogelijk om, in afwachting van het effect van dieinvesteringen, doelgerichte rechtstreekse inkomenssteun te bieden aankwetsbare huishoudens.Het kabinet heeft gekozen om in lijn met de doelstelling van het SCF demiddelen in te zetten op maatregelen gericht op duurzame en blijvendegevolgen in de gebouwde omgeving, gerichte informatievoorziening,directe inkomensondersteuning en het stimuleren van het openbaarvervoer.De maatregelen in het SKPGebouwde omgeving verduurzamenNederland heeft afgelopen jaren al veel gedaan om verduurzaming vangebouwen te stimuleren, juist ook voor de mensen die dat het hardstnodig hebben.5 Een belangrijke stap is bijvoorbeeld dat met de corporatie-sector in de Nationale prestatieafspraken is vastgelegd om de woningenmet de slechte energielabels uit te faseren en voor alle verhuurders gaatnormering op dit punt gelden per 2029. De nieuwe Europese middelen uithet SCF bieden de mogelijkheid om twee gerichte extra maatregelen teregelen:1.Een investering in energiehuizen: een instrument om proactiefhuishoudens (en ondernemers) in een kwetsbare positie te benaderen,vertrouwen te winnen via persoonlijk contact en hen de begeleiding tebieden die nodig is om te starten met energiebesparende maatregelen.Zorgen voor concrete instrumenten die lokale partijen kunnengebruiken om hun dienstverlening te verbeteren. Daarnaast het biedenvan subsidie voor de concrete uitvoering van de energiehuizen (nietalleen een fysieke locatie, maar ook de wijk in met kraampjes op eenmarkt, actie in de bibliotheek, huisbezoeken met energieadvies, etc.).2.Een aantrekkelijk financieel plaatje voor de «sociale koop» doormiddelen toe te voegen aan het Nationaal Warmtefonds, een stichtingzonder winstoogmerk. Hiermee bieden zij onder andere leningen aanwoningeigenaren die nergens anders terecht kunnen en aan apparte-mentseigenaren met een laag inkomen die geconfronteerd wordenmet een stijgende bijdrage aan de Vereniging van Eigenaren vanwegeverduurzaming van het gebouw.Bovenstaande maatregelen zijn, financieel gezien, bescheiden in omvangvergeleken met het totale beleid om verduurzaming te stimuleren. Maarhet zijn wel maatregelen waarvan we verwachten dat het een verschil zalmaken voor de mensen die dat het hardst nodig hebben.4Effect ETS2 op kwetsbare groepen | Publicatie | Uitvoering Van Beleid5Voor de zomer heeft de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening middels eenKamerbrief een overzicht gegeven van het beleid gericht op verduurzaming van huur- enkoopwoningen en utiliteitsbouw. Kamerstuk 32 847, nr. 1376Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15333 Veel huishoudens zijn al aan de slag met verduurzaming6, maar dat geldtniet voor iedereen. Een deel van de huishoudens wil wel verduurzamen,maar heeft minder mogelijkheden (financieel of vanwege de complexiteitvan de aanvraag). Daarnaast is een gedeelte van de huishoudensmoeilijker te bereiken omdat zij minder vertrouwen hebben in de overheidof te maken hebben met andere uitdagingen.7Uit onderzoek blijkt dat het vertrouwen van mensen in verduurzaming, enhet tegengaan van leenaversie bij verduurzaming, verhoogd kan wordenmiddels persoonlijk en herhaald contact, zoals door een energiecoach ofeen goede buur.8 Mensen zijn goed te bereiken vanuit de vertrouwdekring.9Om deze vertrouwde kring dichtbij mensen thuis te organiseren, voorziethet SKP in een investering in energiehuizen. Dat betekent dat lokalepartijen onder de naam «Energiehuis» starten met éénloketsystemen waarenergieloketten, -coaches, -fixers, enzovoort onder vallen. MetEnergiehuis bedoelen we een organisatie, zoals gedefinieerd in deherziene Europese Richtlijn Energieprestatie Gebouwen (artikel 18 uitEPBD IV). Het doel is om proactief in gesprek te gaan met de huishoudensin een kwetsbare positie en ondernemers. Andere doelgroepen krijgeneen reactieve benadering; zij worden niet uitgesloten van de ondersteu-ningsmogelijkheden maar worden niet proactief benaderd. Lokale partijengaan Energiehuizen op verschillende manieren opzetten. Zo kan gekozenworden voor een fysieke locatie waar mensen op eigen initiatief heenkunnen. Maar de verwachting is dat verreweg de meeste inspanningengericht moeten worden op het proactief benaderen van de doelgroepmiddels huisbezoeken en zeer lokale, kleinere varianten van hetEnergiehuis (bijvoorbeeld in een bibliotheek).In sommige regio’s zijn lokale partijen hier al mee bezig. Om ervoor tezorgen dat in Nederland vergelijkbare kwaliteit en ondersteuning wordtgeboden en te voorkomen dat iedere regio zelf het wiel moet uitvinden,worden concrete landelijke randvoorwaarden en instrumenten ontwikkeld,zoals een handreiking, communicatiematerialen en een datasysteem.Anderzijds willen we middelen bieden aan lokale overheden voor deuitvoering van energiehuizen. Energiehuizen zijn er voor de lange termijn,zodat de komende jaren duidelijk is waar mensen ondersteuning kunnenkrijgen. Op dit moment zijn middelen vanuit CDOKE10 beschikbaar,aanvullend zal € 106,7 miljoen vanuit het SCF (inclusief € 26,7 miljoencofinanciering) ingezet worden vanaf 2026 tot 2032.De activiteiten van het energiehuis worden grotendeels gefinancierdvanuit het SCF. Daarom zijn deze activiteiten gericht op het bereiken vanhuishoudens in een kwetsbare positie en het mitigeren van de effectenvan het ETS2. Zo kunnen mensen die in aanmerking komen voor hetenergiefonds (zie hieronder) doorverwezen worden voor ondersteuningom structurele energiebesparende maatregelen te treffen (hetenergiehuis) en vice versa. Om deze maatregelen te bekostigen kunnen zijook hulp krijgen bij het (aanvragen van) financiering via het NationaalWarmtefonds.Een tweede maatregel, in het verlengde van de energiehuizen, is hetNationaal Warmtefonds. Veel woningeigenaren met een laag- of laag6Publieksmonitor Klimaat en Energie 2024 | Rapport | Rijksoverheid.nl7Atlas van Afgehaakt Nederland8Onderzoek betaalbaarheid verduurzaming en leenaversie (intern bekend: niet gepubliceerd)9Doelgroeponderzoek | Energiehulpnetwerk10Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) |RVO.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15334 middeninkomen ervaren de verduurzaming als een ingewikkelde klus enhebben weinig spaargeld beschikbaar. Voor deze eigenaren, noem hen de«sociale koop», is er een goede mogelijkheid: naast de landelijke subsidievoor woningverduurzaming (ISDE) een renteloze financiering via hetNationaal Warmtefonds. Dankzij die renteloze lening bereikt het NationaalWarmtefonds mensen die voorheen helemaal niet bezig waren metverduurzaming. Zij zien de renteloze lening als omgekeerd sparen waarbijde baten (energiebesparing en wooncomfort) naar voren worden gehaald.Een Vereniging van Eigenaren, waar vaak ook huurders wonen, kan ooklenen bij het Nationaal Warmtefonds en ontvangt een rentekorting. Met decombinatie van landelijke ISDE-subsidie en een renteloze lening uit hetNationaal Warmtefonds wordt het goed isoleren en verduurzamen van dewoning bereikbaar voor nagenoeg iedere eigenaar-bewoner, ook voor de«sociale koop». Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) hebbengemeenten middelen ontvangen voor het opzetten van lokale isolatieaan-pakken. Hiermee kunnen gemeenten ervoor zorgen dat eigenaar-bewoners en VvE’s – en met name de mensen met lagere inkomens die inde slechtst geïsoleerde huizen of appartementen wonen – een isolatie-aanbod krijgen met begeleiding, advies, praktische ondersteuning enfinanciering. Deze subsidie mogen mensen combineren met landelijkesubsidie (ISDE) en indien nodig met een (renteloze) financiering via hetNationaal Warmtefonds.Met de SCF-middelen zorgen we ervoor dat het Nationaal Warmtefondshuishoudens ondersteunt (of kan blijven ondersteunen) die dat het hardstnodig hebben. Zo biedt het Nationaal Warmtefonds al renteloze leningenaan woningeigenaren zonder leenruimte. Ook start het NationaalWarmtefonds met de vve-ledenlening. Het kan voorkomen dat apparte-mentseigenaren met een laag inkomen moeite hebben de VvE-bijdrage tebetalen, als die wordt verhoogd in verband met verduurzamingsmaatre-gelen waarvoor de VvE een energiebespaarlening aan gaat. Daarom starthet Nationaal Warmtefonds met de VvE-ledenlening: een persoonlijkelening die in veel gevallen niet hoeft te worden terugbetaald, tenzij dewoning wordt verkocht met overwaarde. De appartementseigenaarontvangt dan maandelijks een bedrag dat jaarlijks afloopt.Publiek energiefondsHet kabinet heeft een brede aanpak om de energierekening betaalbaar tehouden. Waarbij wordt ingezet op financiële ondersteuning en verduur-zaming en een energiesysteem waar betaalbaarheid van energie voorhuishoudens met een laag inkomen een uitgangspunt is. Door hetMinisterie van SZW wordt gewerkt aan een tegemoetkoming vanuit eenpubliek energiefonds voor huishoudens met een te hoge energierekeningin relatie tot een laag inkomen. Het doel is om dit in de winterperiodevanaf 2026/2027 beschikbaar te stellen.Financiële ondersteuning is bedoeld als tijdelijke maatregel omhuishoudens te helpen terwijl zij wachten op de isolatie van hun woningdoor onder andere het uitfaseren van de slechtste energielabels op basisvan de prestatieafspraken met de woningcorporaties. Om die reden wordtingezet om deze huishoudens ook te begeleiden naar verduurzamings-maatregelen om de uitgaven aan energie voor deze huishoudensstructureel te kunnen verlagen. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij hetvoorstel van het Ministerie van VRO zoals hierboven is beschreven. In2025 wordt er al een start gemaakt met deze doorverwijzing, zoals istoegelicht in de kamerbrief van 27 juni jongstleden.1111Kamerstuk 24 515, nr. 813Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15335 De afgelopen tijd is er uitvoerig gesproken met de beoogd uitvoerder vanhet publiek energiefonds, de werkeenheid Uitvoering van Beleid (UVB)van de directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoeringvan het Ministerie van SZW. UVB heeft een quickscan gedaan naar deuitvoerbaarheid van de regeling en deze was onder voorwaarden positief.Het vormgeven van een publiek energiefonds vraagt grote zorgvuldigheiden ik hecht hier veel waarde aan.Dit vraagt daarmee ook tijd, maar ik benadruk dat er met hoge prioriteitaan onderstaande punten wordt gewerkt om huishoudens snel te kunnenondersteunen. Er zijn veel lessen geleerd uit de vorige jaren van hetTijdelijk Noodfonds Energie en dat is behulpzaam. Het voortzetten van dehuidige privaat-publieke constructie is echter geen mogelijkheid, omdathet dan niet mogelijk is om alleen rijksmiddelen in te leggen. Dit is bij eenpubliek fonds wel het geval.Op het moment dat er alleen Rijksmiddelen aan een privaat-publiekeconstructie worden verstrekt, is het risico groot dat het TijdelijkNoodfonds Energie als een buitenwettelijk bestuursorgaan wordtgekwalificeerd. Dit kan verschillende consequenties hebben. Eén van demogelijke consequenties is dat een huishouden als gevolg van deze steungekort kan worden op de (bijstands-)uitkering. Een andere consequentie ishet ontstaan van een open einderegeling. De omvang is niet exact tebepalen, maar dit kan zeker honderden miljoenen euro’s betreffen.Om er voor te zorgen dat alle financiële en juridische punten aan devoorkant voor het Rijk goed zijn afgehecht, is er daarom nu gekozen om inte zetten op een volledig publiek fonds.Voor het publieke energiefonds moet de juridische basis geregeld zijn enmoet door een uitvoerder de daadwerkelijke systemen en processenontworpen zijn. Voor de juridische basis zijn onder andere de volgendestappen belangrijk: juridische analyse, uitzondering regelen van hetmiddelenbegrip (door middel van een wetswijziging) en een grondslagvoor gegevensdeling. Voor de uitvoering is een koppeling met gegevensvan de Belastingdienst nodig, zodat inkomensgegevens kunnen wordengecontroleerd. Daarnaast is ook een DigiD-aansluiting, het inrichten vaneen beroep- en bezwaarprocedure en een toegankelijk aanvraagprocesvereist.In Q4 2025 wordt naast de juridische start en het opzetten en verderverkennen van de uitvoering, het plan bij de Europese Commissieingediend. Er wordt in Q1 2026 een brief over het publiek energiefondsmet daarin de laatste stand van zaken met de Tweede Kamer gedeeld.Binnen de vormgeving van het publiek energiefonds is het kabinetvoornemens om het fonds in te richten voor de huishoudens in definancieel meest kwetsbare positie. Dit is in lijn met de verordening vanhet SCF waarin staat dat de directe inkomenssteun uitsluitend bedoeld isvoor zogenoemde «kwetsbare huishoudens» (vulnerable households).Tevens leidt afbakening van de doelgroep tot een grotere kans op het zoveel als mogelijk kunnen voorkomen dat mensen binnen de doelgroepalsnog buiten de boot vallen door een tekort aan middelen.Volgens de Europese Commissie gaat het bij kwetsbare huishoudens om1) Mensen die in energiearmoede verkeren of 2) Mensen met lage enlagere middeninkomens die zowel hard geraakt worden door de prijsstij-gingen door het ETS2, als onvoldoende middelen hebben om te verduur-zamen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15336 Het energiefonds 2025 was geopend voor een doelgroep tot 200% van hetsociaal minimum. Voor het publieke energiefonds zal de inkomensgrenslager liggen. Op dit moment wordt met de beschikbare data van TNO enCBS en binnen de beschikbare datatoepassingen gezocht naar de exacteafbakening. Dit op een manier waarbij voldaan wordt aan de voorwaardenvan de Europese SCF-verordening en de wensen van dit kabinet om tekomen tot een regeling die voor de hele doelgroep toegankelijk is en nietvoortijdig uitgeput raakt.In het huidige voorstel wordt in totaal € 234,5 miljoen (€ 174,5 miljoen uitSCF, € 60 miljoen euro nationale cofinanciering) beschikbaar gesteld voorhet energiefonds.OnderwegpasIn de studie «Betaalbare mobiliteit?» van het Kennisinstituut voorMobiliteitsbeleid12 wordt ingeschat dat tot 5,5% van de volwasseninwoners van Nederland activiteiten soms niet kan bereiken voornamelijkvanwege betaalbaarheidsproblemen bij mobiliteit. Dat betreft vooralbezoek aan vrienden of familie en het bereiken van het ziekenhuis. Deinvoering van het ETS2 heeft tot gevolg dat brandstoffen duurder worden,wat vooral een effect heeft op automobilisten, die binnen het SCF als«significantly affected» worden omschreven. Er is echter ook een groep«financieel autolozen» voor wie een auto nu al niet betaalbaar is en voorwie dit door de komst van het ETS2 nog moeilijker wordt. Om vervoersar-moede tegen te gaan wordt daarom gekozen voor een brede maatregelom het alternatief, het openbaar vervoer, betaalbaarder te maken. UwKamer heeft het kabinet ook opgeroepen om een dergelijke maatregel opte nemen in het SKP13. Als doelgroep worden de huishoudens met eeninkomen tot 101% van het sociaal minimum gehanteerd, dit is volgens hetrapport van CE Delft een groep van ongeveer 507.000 huishoudens.Het doel van de Onderwegpas is om de doelgroep gratis of met korting telaten reizen in zowel bus, tram, metro als trein. In sommige gemeenten enprovincies wordt aan (een deel van) de doelgroep vergelijkbare productenaangeboden, deze zijn echter alleen te gebruiken bij de vervoerder in destad/regio. Een werkgroep binnen het Nationaal OV Beraad (NOVB), eenoverlegorgaan tussen het Rijk, decentrale ov-autoriteiten, vervoerders enconsumentenorganisaties, werkt aan een aantal mogelijke scenario’s voorde Onderwegpas, die op één centrale locatie aangevraagd moet kunnenworden. Keuzes met betrekking tot kortingspercentages en budget hebbeneen effect op de verwachte vraag en het gebruik en hebben daarmee ookeen direct effect op de looptijd van de Onderwegpas binnen het SCF. HetNOVB zal op bestuurlijk niveau een keuze maken voor het product datwordt opgenomen in het SKP.De Onderwegpas wordt een nieuw multimodaal product dat beschikbaarkomt binnen OVpay, het nieuwe betaalsysteem in het openbaar vervoer.Dit systeem biedt nieuwe technische mogelijkheden voor product-vorming, waarbij voor de Onderwegpas rekening moet worden gehoudenmet de kenmerken van de verschillende vervoersconcessies, zoals degehanteerde daluren. In de huidige planning wordt 2026 voor OVpay eenbelangrijk migratiejaar, waardoor de Onderwegpas kan worden gestart naafronding van die migratie.12Betaalbare mobiliteit? Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), augustus 2024.13Motie van het lid Bamenga c.s. over de Nederlandticket financieren via het Social ClimateFund, Kamerstuk 36 683, nr. 10.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15337 Fixteams micro-ondernemersVia de inzet van zogenaamde FIXteams bij gemeenten zullen de negatievefinanciële consequenties voor kwetsbare micro-ondernemingen (tot 10medewerkers) in (zeer) slecht geïsoleerde gebouwen gemitigeerd wordendoor:1.ter plekke simpele energiebesparende maatregelen toe te passen,zoals isolatie en ledverlichting, of het beter inregelen van bestaandeinstallaties en;2.advies te geven over aanvullende energiebesparende maatregelen eninformeren over de mogelijke subsidie- en financieringsregelingen.Naar verwachting zullen door de implementatie van het ETS2 handels-systeem de jaarlijkse kosten voor micro-ondernemers voor aardgas dekomende jaren stijgen met in totaal 450 tot 1.050 euro per ondernemer.Verduurzamingsmaatregelen gericht op energiebesparing biedenhandelingsperspectief voor deze ondernemers. Bij kwetsbare micro-ondernemingen gaat het om bedrijven met een hoog energieverbruik diede kosten niet of nauwelijks kunnen doorgeven aan de consument, zoalsbakkers, of bedrijven met een relatief lage omzet gekoppeld aan hetonvermogen hogere kosten door te geven aan de consument, zoals in dedetailhandel en horeca vaak voorkomt. Vooral de bedrijven die zijngevestigd in economisch kwetsbare gebieden zijn kwetsbaar voor diteffect omdat hier het vermogen en de mogelijkheid van de consument omextra kosten te absorberen beperkt is. Dit geldt uiteraard ook voormaatschappelijke ondernemingen die geen winstoogmerk hebben.FIXteams die langsgaan op locatie bieden bij uitstek voor deze kwetsbaremicro-ondernemingen een oplossing, omdat zij in direct contact tredenmet ondernemers en de pandeigenaren. Kwetsbare micro-ondernemersworden bovendien direct geholpen met hun energiekosten door het terplekke toepassen van simpele energiebesparende maatregelen. Ditverhoogt het bewustzijn over energiebesparing, omdat ondernemersdirect kunnen zien wat de effecten zijn, en ze zullen eerder maatregelennemen.Tussen 2026 en 2032 is er een totaalbudget van € 34 miljoen begroot voordeze maatregel. Het doel is om via deze maatregel 28.900 micro-ondernemers te ondersteunen in door gemeenten aangewezen gebieden.EnergiehulpdienstenLeden van de Tweede Kamer hebben in het commissiedebat Energiebe-sparing en betaalbare energierekening op 3 juli 2025 aandacht gevraagdvoor het belang van het voortbestaan van organisaties zoals deFIXbrigade, Energiebank en Participatiecoalitie. De leden betogen dat dezepartijen een groot lokaal netwerk hebben en dat zij hiermee op plekkenkunnen komen waar landelijke initiatieven niet altijd een ingang hebben.Zij vragen om nieuwe langdurige financiële steun zodat zij hun werkzaam-heden kunnen voortzetten, nu de Specifieke Uitkering Aanpak Energiear-moede eind 2027 afloopt.Het kabinet onderschrijft het belang van deze (lokale) organisaties. Nietalleen in relatie tot besparings- en verduurzamingsmaatregelen zijn zijheel belangrijk; vaak hebben zij ook een bredere maatschappelijke ensociale functie.Het is niet mogelijk de FIXbrigade en de Participatiecoalitie rechtstreeks tefinancieren vanuit het SCF. De Participatiecoalitie voldoet niet (volledig)aan de eisen van het SCF. De Participatiecoalitie richt zich immers op álleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15338 bewoners en niet alleen op de bewoners in die moeite hebben hunenergierekening te betalen. Indirect kunnen de Participatiecoalitie en deFIXbrigade wel gebruik maken van het SCF. Gemeenten kunnen henbijvoorbeeld een plek geven in het Energiehuis. Voor het Energiehuis is€ 80 miljoen beschikbaar vanuit SCF. Via onder andere de éénloketfunctievan het Energiehuis kunnen bewoners inzicht, hulp en advies aangebodenkrijgen bij het nemen van verduurzamings- en energiebesparendemaatregelen in de woning. Aanvullend is met het amendementRooderkerk-Postma € 10 miljoen aan middelen gereserveerd voor nietcommerciële organisaties, zoals lokale organisaties die energiehulpaanbieden, ten behoeve van de aanpak van energiearmoede.Hiervan is inmiddels door het Ministerie van VRO € 7,5 miljoen beschiktaan het samenwerkingsverband van FIXbrigade Nederland enEnergiebank Nederland voor het opbouwen en verstevigen van lokalesociaal-maatschappelijke energiehulpinitiatieven.Tot slotDe Kamer vroeg om deze brief kort na het zomerreces te ontvangen.Daaraan heb ik van harte voldaan, want uw verzoek past bij de planningom tijdig de voorgestelde maatregelen te kunnen implementeren. Eindseptember of begin oktober dit jaar verwacht ik het SKP formeel aan deEC aan te bieden, waarna de EC maximaal vijf maanden nodig heeft vooreen eindoordeel. Uw Kamer ontvangt een afschrift van het SociaalKlimaatplan dat in september of oktober formeel aan de EC wordtaangeboden.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 813, nr. 15339

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f64803501c6e3a06

14 okt 2026 · f9797123570d9706

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.