KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op Periodieke Rapportage Contraterrorismebeleid 2025

19 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9c5461951a522cc8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 821Nationale Veiligheid29 754TerrorismebestrijdingNr. 330 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 maart 2026Hierbij bied ik uw Kamer de Periodieke Rapportage Contraterrorisme-beleid (CT-beleid) aan, uitgevoerd door Berenschot en RAND Europeconform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE). Het doel vandeze periodieke rapportage is inzicht bieden in de doeltreffendheid endoelmatigheid van het CT-beleid en een solide basis creëren voorbeleidsontwikkeling en besluitvorming binnen het domein van denationale veiligheid.1 Uw Kamer is op 16 september 2024 geïnformeerdover het plan van aanpak van deze periodieke rapportage.2Bevindingen en aanbevelingenHet onderzoek is gebaseerd op een synthese van reeds uitgevoerdeevaluaties en studies naar beleidsmaatregelen binnen het CT-beleidtussen 2018 en 2024. De geanalyseerde evaluatiestudies bestrijken slechtseen deel van het CT-beleid en behandelen vaak slechts deelaspecten ofbeperkte tijdsperioden. Daarnaast maakt uitwerking van een besparings-optie standaard onderdeel uit van een Periodieke Rapportage. Volgens hetonderzoek leidt dit ertoe dat er binnen het CT-beleid tussen 2018 en 2024weinig indicatie gegeven kan worden van de doeltreffendheid en er geenzicht bestaat op de doelmatigheid van de maatregelen. Ook internationaalwordt erkend dat effectevaluaties van contraterrorisme maatregelenmoeilijk uitvoerbaar zijn, vooral omdat het lastig is voldoende zicht tekrijgen op de wil, capaciteiten en gelegenheid van («would be») terro-1Het is verplicht om de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid periodiek te evalueren. Deuitgewerkte richtlijnen van beleidsevaluatie staan in de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek2022. Met de Periodieke Rapportage Contraterrorismebeleid wordt voldaan aan dezeverplichting.2Kamerstukken II, 2023–2024, 30 821, nr. 237. kst-30821-330ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3301 risten en in de mate waarin zij door welke contraterrorisme maatregelenworden beïnvloed.3Het onderzoek resulteert in elf aanbevelingen, die zijn gegroepeerd binnenvier thema’s. Deze gaan in op de samenhang van het CT-beleid, deverbetering van de doeltreffendheid, de verbetering van de doelmatigheiden de verbetering van de coördinerende rol van de NCTV.BeleidsreactieHet kabinet is er alles aan gelegen om een gedegen CT-beleid vorm tegeven. De aanbevelingen uit de periodieke rapportage kunnen wordenbenut om het CT-beleid te verbeteren. Onderstaand wordt themagewijseen reactie gegeven op de aanbevelingen. Tevens wordt de besparings-optie besproken.Aanbevelingen1. Verbetering van de samenhang in het CT-beleid Er wordt aanbevolen om in de volgende Nationale Contraterrorismestra-tegie 2027–2030 de samenhang tussen interventiegebieden,beleidsmaatregelen- en instrumenten door middel van een beleidstheorietoe te lichten. Door daarbij uniforme definities en een indeling tehanteren, kan consistentie in alle documenten worden gewaarborgd. Ookdienen maatregelen en activiteiten te worden gekoppeld aan begrotings-posten zodat de kosten duidelijk kunnen worden toe geschreven.Deze aanbeveling wordt meegenomen in de nieuwe Nationale Contrater-rorismestrategie die is voorzien voor 2027. Er zal extra aandacht wordenbesteed aan het belang van goed, gedegen en uniform evalueren vanbeleidsmaatregelen- en instrumenten ter bevordering van de samenhangin CT-beleid.Daarnaast wordt de uniformering van definities en werkwijzen in brederezin door de NCTV opgenomen in het versterken van de methodischewerkwijzen binnen de CT-aanpak, bijvoorbeeld binnen de lokale persoons-gerichte aanpak, waar via de uitrol van de Leidraad Professioneel Oordeelop methodische wijze een beeld kan worden gevormd over (de mate vanprogressie binnen) een casus en de benodigde interventies.2. Verbetering van het inzicht in de doeltreffendheid van het CT-beleid Er wordt aanbevolen om de doelstellingen, resultaten en uitkomsten vanCT-beleid expliciet te maken, waarbij prestatie-indicatoren kunnen wordenonderbouwd met theoretisch en empirisch bewijs. In de ontwerpfase vannieuw beleid moet tevens worden nagedacht over de evaluatie ervan.Ten aanzien van deze aanbeveling worden er binnen het bestuursdepar-tement van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, en zo ook de NCTV,inspanningen verricht.Op het gebied van evalueren wordt er door de kenniscoördinatoren vanhet Ministerie van Justitie en Veiligheid in samenwerking met de DirectieInnovatie, Kennis en Strategie gewerkt aan een handreiking voor hetevalueren van beleid voor beleidsmedewerkers en onderzoekers. Om hetwerken met theoretisch en empirisch bewijs aan te moedigen, wordt er3Eindrapport Periodieke Rapportage Contraterrorismebeleid (74090 – 19 november 2025) – RandEurope en Berenschot, p. 7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3302 daarnaast een conferentie georganiseerd in de tweede helft van 2026.Deze conferentie heeft als doel Nederlandse wetenschappers dieonderzoek doen op het gebied van contraterrorisme samen te brengen,om gezamenlijk te verkennen wat onderzoeksmatig kan worden verbeterdom het zicht op de doeltreffendheid en doelmatigheid van het CT-beleid tevergroten.Met het oog op methodologische verbeteringen in het CT-evaluatiebeleidis de Regeling wetenschappelijke onafhankelijkheid WODC relevant.Artikel 5 van deze ministeriële regeling plaatst het bestuursdepartementJustitie en Veiligheid (inclusief de NCTV) op afstand ten aanzien van devormgeving en de (realisering van de) uitvoering van evaluatieonderzoeken legt die verantwoordelijkheid bij het Wetenschappelijk Onderzoek- enDatacentrum (WODC). De vragen naar de effectiviteit en efficiëntie van hetbeleid kunnen door de NCTV worden opgenomen in de aanvraag vanevaluatieonderzoek binnen onze beleidsdomeinen. Kanttekening hierbij isdat het WODC beslist of deze vragen, en zo ja, hoe deze vragen wordenopgenomen in het onderzoek.Daarnaast wordt aanbevolen om de ketenpartners te vragen om eenbeleidstheorie aan te leveren en een periodieke rapportage overmiddelen, resultaten en uitkomsten uit te voeren.Met deze aanbeveling lijkt te worden verondersteld dat grote hoeveel-heden middelen worden toegekend. In de praktijk gaat dit om relatiefkleine bedragen. Op deze relatief kleine bedragen weegt het opstellen vaneen gedegen beleidstheorie vaak niet op tegen de baten die de doeltref-fendheid dienen.De post «Versterkingsgelden» is een van de posten waarvan middelenworden uitgekeerd aan gemeenten. Echter, de aard van de Versterkings-gelden bemoeilijkt opvolging van deze aanbeveling. Voor de bestedingvan deze gelden wordt inhoudelijke verantwoording in de gemeenteraadafgelegd. Vanaf 2027 zal het uitkeren van deze gelden de vorm krijgen vaneen decentralisatie-uitkering (voorheen SPUK), wat het niet langermogelijk maakt om verantwoording van de besteding van de gelden uit tevragen bij betreffende gemeenten. Het is voor de Versterkingsgeldendaarmee dus aan de gemeenten om een beleidstheorie te maken en die tebespreken met hun eigen gemeenteraad. De aanbeveling zal dan ookonder de aandacht worden gebracht van gemeenten.3. Verbetering van het inzicht in de doelmatigheid van het CT-beleid Er wordt aanbevolen om te zorgen voor een volledig en gestructureerdoverzicht van begrote middelen, inzet van personeel en kosten van allebeleidsmaatregelen. En daarbij ook de middelen en kosten voor decoördinerende rol van de NCTV op te nemen. Daarnaast wordt aanbe-volen om een evaluatiekader voor doelmatigheid te ontwikkelen waarinvooraf kosten, verwachte resultaten en uitkomsten worden ingeschat, omzo beter in staat te zijn de proportionaliteit van uitgaven ten opzichte vanbehaalde resultaten te beoordelen.Deze aanbevelingen sluiten aan bij het voornemen om binnen de NCTV,binnen het beleidsterrein CT, meer projectmatig te werken en daarmee opvoorhand een beter beeld te creëren van de beoogde doelstellingen enbenodigde middelen. Ook komt het evalueren en monitoren van beleidterug bij het gebruik van het rijksbrede Beleidskompas.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3303 In de periodieke rapportage wordt daarnaast ook gewezen op deoverweging om ketenbrede impactanalyses uit te voeren, om zo dewerklast en middelenverdeling tussen partners structureel te kunnenanalyseren en om in staat te zijn te uniformeren en centraliseren van hetproces voor aanvragen, beoordeling en verantwoording van middelen.Het uitvoeren van ketenbrede impactanalyses om de werklast enmiddelenverdeling tussen partners structureel te analyseren, gaat voorbijaan de coördinerende taak van de NCTV. Aan deze aanbeveling zal danook vanuit de NCTV geen nadere uitvoering worden gegeven.4. Verbetering van het inzicht in de coördinerende rol van de NCTV Er wordt aanbevolen de coördinerende rol van de NCTV op te nemen inevaluatievragen en hierbij te overwegen om een aparte evaluatie vanketensamenwerkingen inclusief beleidstheorie en raamwerken voorprocesevaluatie aan te bieden. Daarnaast wordt aanbevolen om meeraanvullend onderzoek te doen.Het opnemen van evaluatievragen ten aanzien van de coördinerende rolvan de NCTV voor toekomstig uit te voeren evaluaties van contraterroris-mebeleid is een aanbeveling die ik zal overnemen. Mocht het opvolgenvan bovenstaande aanbeveling niet leiden tot een sluitend beeld tenaanzien van de coördinerende rol, dan zou een apart onderzoek naar decoördinerende rol van de NCTV tot de mogelijkheden kunnen behoren.Besparingsopties4Een vast onderdeel van de periodieke rapportage behelst het schetsen vaneen besparingsvariant van 20% op de budgettaire grondslag van hetbeleidsthema. In dit geval gaat het om het subthema contraterrorisme,wat de kwantitatieve financiële grondslag van € 16,5 miljoen omvat. Drieposten die hieronder vallen hebben betrekking op beleidsinitiatieven,namelijk de CT-Versterkingsgelden, de CT-programmagelden en degeoormerkte gelden voor het Passenger Name Record(PNR)-instrument.Hieronder vallen projecten van de NCTV (in samenwerking met partners),bijdragen aan medeoverheden, zelfstandige bestuursorganen enagentschappen, en subsidies aan private organisaties.Twee verschillende besparingsvarianten zijn in overweging genomen, eenevenredige reductie van posten en gerichte bezuinigingen. De eerstge-noemde optie is niet goed uitvoerbaar, aangezien op deze manier nietmeer kan worden voldaan aan meerjarig toegezegde uitgaven. Daarmeeresteert de tweede optie, waarbij € 3,3 miljoen bespaard (20% van degrondslag van € 16,5 miljoen) dient te worden.Vanwege reeds toegezegde uitgaven blijft van de grondslag van€ 16,5 miljoen slechts € 6,3 miljoen over om op te bezuinigen. In dedenkexcercitie is rekening gehouden met het absolute minimum datbenodigd is om de beleidsinitiatieven onder de posten CT-programmagelden en PNR-gelden te behouden. Dit leidt tot een uitkomst met eenbesparing van € 2,9 miljoen op de CT-Versterkingsgelden, een besparing4De, in de Harbersbrief en budgettaire tabel in de periodieke rapportage, genoemde€ 22 miljoen betrof het destijds ingeschatte structureel benodigde eindbedrag zoals ookonderbouwd in de memorie van toelichting op de Wet op het gebruik van passagiersgegevensvoor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven. Naar dat bedrag is in een aantaljaren toegewerkt; In 2018 bedroeg het totaal beschikbaar gestelde PNR-budget afgerond12 mln. Het noemen van de 22 miljoen in plaats van de 12 miljoen heeft geen impact op deuitgevoerde beleidsevaluatie en de daarbij horende conclusies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3304 van € 0,3 miljoen op de CT-programmagelden en een besparing van€ 0,1 miljoen op de PNR-gelden.In het Coalitieakkoord van het kabinet Jetten is nogmaals bekrachtigd datde NCTV inzet op de (lokale) aanpak van contraterrorisme en eengecoördineerde aanpak op radicaliserende jongeren. Juist initiatieven diedoor deze bezuinigen worden geraakt, zoals vroegtijdige signalering vanradicalisering, lokale preventie van radicalisering, intergemeentelijkesamenwerking, training voor professionals, internationale preventiepro-jecten, beleidsflexibiliteit, kort cyclisch onderzoek en de verdere ontwik-keling van Passagiersinformatie-eenheid Nederland, vormen de ruggen-graat van onze inzet in het tegengaan van (online) radicalisering engewelddadig extremisme. Het afbouwen van de middelen past niet bijonze inzet om de nationale veiligheid te versterken. Daarom is in hetCoalitieakkoord een aanvullend bedrag van 8 miljoen euro opgenomenom de CT-aanpak te versterken.AfsluitendDe bevindingen en aanbevelingen in de periodieke rapportage bieden eengoede basis voor de borging van een duurzaam, robuust en wendbaarCT-beleid. In de komende periode zullen deze bevindingen en aanbeve-lingen als hierboven geschetst worden benut om het CT-beleid verder teverbeteren.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 821, nr. 3305

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 25d1d2e77c69ab79

14 okt 2026 · 2b295e214f2cd1b4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.