Internationale inzet van Nederlandse militairen, civiele experts en politiefunctionarissen 2025 - 2028
Brontekst
Versie 1a721072a8094882 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 521Nederlandse deelname aan vredesmissiesNr. 493 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VANDEFENSIE, VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID EN VOOR BUITEN-LANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSHULP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 april 2025Zoals toegezegd tijdens het commissiedebat evaluatie missies van22 oktober 2024 (Kamerstuk 29 521, nr. 492) informeert het kabinet uwKamer met deze brief over de Nederlandse militaire, civiele en politiëlebijdragen aan internationale missies en operaties voor de periode 2025 toten met juni 2028 in het kader van de bevordering van de internationalerechtsorde en stabiliteit.1In het Regeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) geeft hetkabinet aan dat het van belang is om invulling te blijven geven aaninternationale missies buiten het NAVO- en EU-grondgebied. Het kabinetneemt de verantwoordelijkheid die gepaard gaat met het uitzenden vanNederlanders naar het buitenland uitermate serieus en dat doet hetweloverwogen. Bij elke inzet is het Nederlandse belang leidend.Er is grootschalige oorlog in Europa. Ook elders in de wereld zijngrootmachten verwikkeld in competitie en confrontatie. Machtsverhou-dingen verschuiven en verschillende spelers, zoals Rusland en China,proberen hun invloed ten koste van het Westen te vergroten en onder-mijnen de internationale rechtsorde. Deze ontwikkelingen hebben directeimpact op ons land: ze bedreigen de veiligheid en welvaart van Nederlanden Nederlanders.Vanwege toenemende veiligheidsdreigingen voor Nederland en de restvan Europa vraagt de NAVO een grotere militaire bijdrage van bondge-noten (waaronder Nederland) aan de collectieve veiligheid. Ook is het1Met deze brief werkt het kabinet ook de afspraak in het Regeerprogramma (36 471 nr. 96, d.d.13 september 2024) uit dat «Het van belang [is] om invulling te blijven geven aan internationalemissies buiten het NAVO- en EU-grondgebied, in het kader van het bevorderen van deinternationale rechtsorde. De geografische prioriteit voor landen in de bredere nabuurregio vanEuropa zal worden meegewogen bij de inzet van militair, politie en civiel personeel voor zulkemissies.» kst-29521-493ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 4931 mogelijk dat Nederland in de nabije toekomst om een bijdrage zal wordengevraagd voor veiligheidsgaranties in Oekraïne. In dit stadium kan hetkabinet daarom niets uitsluiten en is derhalve bereid om over elkeserieuze optie met betrekking tot Oekraïne het gesprek aan te gaan. Ditalles legt een toenemend beslag op schaarse militaire capaciteiten.Ontwikkelingen die het dreigingsbeeld in Europa in korte tijd verslech-teren kunnen aanleiding zijn tot tussentijdse herprioritering van militairecapaciteiten. Dat zal keuzes vergen voor de inzet voor internationalemissies en operaties.Ook conflicten en oorlogen buiten het NAVO-verdragsgebied kunnen onzeveiligheid en welvaart en die van onze bondgenoten bedreigen. Aanvallenop de vrije doorvaart kunnen de Nederlandse economie raken. Instabiliteitelders kan ruimte bieden aan georganiseerde (ondermijnende) crimina-liteit en irreguliere migratie naar Europa en Nederland. Terrorisme elderskan terrorisme in Nederland aanwakkeren. En als internationale rechts-normen zoals vrije doorvaart verder weg ongestraft worden geschonden,kan dat op termijn ook dichterbij huis gebeuren. Die dreigingen zijnconcreet in regio’s in de directe omgeving van Europa en daarbuiten.Het kabinet richt zich dus vooral op de primaire taak van verdediging vande veiligheid van het bondgenootschappelijk grondgebied door dekrijgsmacht. Daarom wil dit kabinet anders omgaan met de Nederlandsebijdragen aan missies en operaties: zij zullen eerst en vooral moetenbijdragen aan de Nederlandse veiligheidsbelangen. Ook kiest het kabinetvoor minder grootschalige en langdurige bijdragen ver weg. Realismestaat voorop bij beslissingen.Deze brief gaat in op de Nederlandse belangen, het beleidskader en op devoorgenomen inzet in de verschillende regio’s. Deze brief heeft geenbetrekking op de noodzakelijke en uitgebreide inspanningen terversterking van de NAVO-oostflank en de onverminderde steun aanOekraïne. Uw Kamer wordt hierover via andere brieven geïnformeerd.Belangen: waar we het voor doenHet kabinet hecht er zeer aan dat missies en operaties concreet bijdragenaan de Nederlandse belangen. Om die reden prioriteert het kabinetmissies en operaties die bijdragen aan de volgende Nederlandsebelangen:i.De veiligheid van Nederland. De veiligheid van Nederland isonlosmakelijk verbonden met de veiligheid in en rondom Europa.Beide staan onder druk. Dat vergt onze absolute aandacht en inspan-ning. Terrorisme, gewelddadig extremisme, ondermijning en grens-overschrijdende criminaliteit vormen een constante dreiging voor onzedemocratische rechtsstaat en nationale veiligheid.ii.Positionering als een betrouwbare bondgenoot. Zoals hetkabinet in het Regeerprogramma heeft verwoord, zijn de NAVO en deEU de twee belangrijkste samenwerkingsverbanden voor onzeinternationale veiligheid. Nederland heeft daarmee een belang bij eensterke NAVO en EU, en daarmee (proportionele) bijdragen aan dezeorganisaties en in voorkomende gevallen aan bijdragen multilateraleverbanden zoals de VN.iii.Economische veiligheid van Nederland. Nederland verdient eenaanzienlijk deel van het nationaal inkomen in het buitenland. Zo werdin 2022 ruim 35 procent van het Nederlandse bruto binnenlandsproduct verdiend met export van goederen en diensten en was bijnaeen derde van de totale werkgelegenheid te danken aan export.22CBS Nederland Handelsland 2024 (Nederland Handelsland – export, import en investeringen,2024 | CBS).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 4932 Instabiliteit in de wereld bedreigt die economische belangen, zoals eenbetrouwbaar investeringsklimaat, de toevoer- en waardenketens enhandelsstromen die Nederland als open handelsnatie nodig heeft omwelvarend te blijven. Om deze redenen draagt dit kabinet bij aanmissies en operaties die belangrijke handelsroutes en het beginsel vande vrije doorvaart beschermen.iv.Het tegengaan van irreguliere migratie en het versterken vangrensbeheer. Het tegengaan van irreguliere migratie is een prioriteitvoor dit kabinet. Het kabinet maakt zich sterk om migratie en grensbe-heer, waar relevant, in toekomstige mandaten op te nemen. Dit geldtzeker voor missies onder de vlag van het Europees gemeenschappelijkveiligheid- en defensiebeleid (GVDB), in uitzendgebieden in bron- entransitlanden van irreguliere migratie naar Nederland en Europa. Hetkabinet streeft daarin naar complementariteit met de brede partner-schappen met migratierelevante landen.v.Het bestrijden van grensoverschrijdende criminaliteit. Hetkabinet wenst de samenhang tussen de uitzending van politieperso-neel en grensoverschrijdende criminaliteit te versterken door:a.uitzendingen te prioriteren in conflictgebieden met een criminali-teitsrelatie met Nederland;b.in toenemende mate modulaire capaciteit aan missies ter beschik-king te stellen op voor Nederland prioritaire criminaliteitsfenome-nen;c.het verstevigen van de verbinding tussen uitgezonden politiefuncti-onarissen en de informatieorganisatie van de Nederlandse politie.vi.Gereedstelling en geoefendheid van de krijgsmacht. Inzet inmissies en operaties elders draagt bij aan de geoefendheid, ervaringen motivatie van Nederlandse militairen, en daarmee ook aan wervingen behoud van ervaren personeel.Beleidskader: hoe gaan we te werk?Zoals verankerd in het Regeerprogramma, stelt het kabinet zich tot doelmiddels internationale inzet en versterking van de krijgsmacht deveiligheid en weerbaarheid van Nederland te vergroten. Dit doet hetkabinet met een realistisch buitenlands beleid, dat de belangen vanNederland en Nederlanders dient, onze waarden hoog houdt en onzevrijheden verdedigt.Daarbinnen past, zoals eveneens vastgelegd in het Regeerprogramma, datwe invulling blijven geven aan internationale missies buiten het NAVO- enEU-grondgebied, in het kader van het bevorderen van de internationalerechtsorde. Dat past ook binnen het kabinetsstreven dat Nederland eenbetrouwbare bondgenoot is. Het kabinet is zich ook bewust van denoodzaak dat Europa, ook Nederland, meer verantwoordelijkheid neemtvoor de veiligheid in de eigen omgeving.Onveiligheid en instabiliteit kunnen concrete belangen en waardenbedreigen. Missies en operaties worden door het kabinet ingezet om dittegen te gaan. Zo is in Bosnië de missie EUFOR Althea gericht op behoudvan stabiliteit. Soms zetten we bijdragen ook in om een boodschap uit tedragen over het belang van onze principes en de internationalerechtsorde, zoals de operaties in de Rode Zee die laten zien dat aanvallenop de vrije zeevaart niet ongestraft kunnen plaatsvinden. Een anderereden kan zijn om solidariteit en burden sharing met onze partners tebetrachten. En soms zijn bijdragen van nut om een voet tussen de deur tehouden of te voorkomen dat een situatie ontstaat waarin onze belangenkunnen worden bedreigd, bijvoorbeeld de groeiende samenwerking metde West-Afrikaanse kuststaten om de toenemende rol als transitregio voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 4933 drugssmokkel naar Europa en de uitbreiding van invloed van jihadistischegroeperingen tegen te gaan.De context van missies en operaties is altijd weerbarstig. De resultatenvan inzet zijn sterk afhankelijk van welwillendheid van regeringen enandere partners ter plaatse en de internationale coalitie waarin weopereren. Nederland kan aan zo’n internationale coalitie (bijvoorbeeld eenNAVO-, EU- of VN-missie of een coalition of the willing) een waardevollebijdrage leveren, maar qua omvang is die relatief gezien doorgaansbescheiden.We bezien weloverwogen met welke capaciteit, in welke omvang en inwelk samenwerkingsverband een Nederlandse bijdrage of interventie hetmeest effectief kan zijn. Soms is dat een missie of operatie van signifi-cante omvang, maar soms kunnen juist doelgerichte, kleinschaligebijdragen of anderszins activiteiten (zoals oefeningen waarvan buitenland-politieke signaalwerking uitgaat, capaciteitsopbouw, (modulaire)politiecapaciteit of vroegtijdige kleinschalige aanwezigheid ten behoevevan een goede informatiepositie) de meest effectieve én haalbare vormzijn om een doel te bereiken.Het kabinet streeft hierbij naar onderlinge samenhang van de verschil-lende Nederlandse inspanningen. Dit betekent dat we de in deze briefbeschreven inzet waar mogelijk en wenselijk ook ondersteunen met(economische) diplomatie en ontwikkelingshulp. Ook dat kunneneffectieve manieren zijn om instabiliteit te adresseren. In lijn met deBeleidsbrief Ontwikkelingshulp (Kamerstuk 36 180, nr. 133) investeert hetkabinet op plekken waar dat in het Nederlands belang is met ontwikke-lingshulp gericht in onze eigen veiligheid, bijvoorbeeld door bij te dragenaan het versterken van lokale politie en justitie, goed bestuur en eenprofessionele veiligheidssector.3Dit kabinet trekt lessen uit evaluaties van bijdragen aan missies enoperaties en past deze lessen toe.4 Dit betekent dat we realistisch entransparant zijn over het karakter van de conflicten in de landen waarmissies en operaties plaatsvinden, over de geopolitieke context, en overwat we wel en niet kunnen bereiken. We wegen risico’s zorgvuldig, enmonitoren en evalueren de Nederlandse bijdragen aan missies enoperaties. Daarbij hebben we specifiek aandacht voor de risico’s diemissies en operaties met zich meebrengen voor de burgerbevolking ininzetgebieden.Voorgenomen inzet: waar gaan we aan de slag?In de bijlage bij deze brief geeft het kabinet een overzicht van de voorge-nomen inzet (de nationale kaders voor voorgenomen missiebijdragen).Het betreft inzet van militair, civiel en politieel personeel in: i) Europa(Westelijke Balkan, Moldavië en Zuidelijke Kaukasus); ii) het Midden-Oosten; iii) de Rode Zee-regio; iv) de Indo-Pacific; v) West-Afrika; envi) kleinschalige missiebijdragen. Conform artikel 100 van de Grondwetzal het kabinet, waar nodig, uw Kamer schriftelijk informeren overconcrete uitwerking van deze inzet.3Beleidsbrief Ontwikkelingshulp (Kamerstuk nr. 36 180 nr. 133, d.d. 20 februari 2025).4Onder andere: «Een missie in een missie: De Nederlandse bijdrage aan MINUSMA 2014–2019»,d.d. augustus 2022; «Eindevaluatie Nederlandse bijdrage RSM Afghanistan», d.d. 19 mei 2023;«Nederlandse bijdrage aan stabiliteit, veiligheid en rechtsorde in fragiele contexten», d.d.augustus 2023; «Rapport: Commissie van onderzoek wapeninzet Hawija», d.d. 26 januari 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 4934 Het kabinet merkt daarbij op dat de mogelijkheid altijd bestaat dat op enigmoment additionele inzet nodig is, bijvoorbeeld vanwege een bondge-nootschappelijk verzoek of om in te spelen op onvoorziene ontwikke-lingen. Daarnaast is het ook mogelijk dat het kabinet besluit inzet af teschalen, bijvoorbeeld omdat doelen niet haalbaar blijken, vanwegeveranderingen in de veiligheidssituatie of omdat een herprioritering vande beschikbare capaciteiten nodig blijkt.Financiële aspectenDe in deze brief beschreven inzet van militair en civiel personeel wordt uithet Budget Internationale Veiligheid (BIV) gefinancierd dat onderdeel isvan artikel 1 Inzet van de Defensiebegroting. De omvang van het BIV isstructureel circa EUR 200 miljoen per jaar. Militaire activiteiten die niet inaanmerking komen voor financiering vanuit het BIV worden vanuit deDefensiebegroting gefinancierd.De internationale politiële inzet zoals vormgegeven in deze brief wordtbekostigd uit de bijzondere bijdrage «uitzendingen en IPS inODA-landen», zoals opgenomen in Begroting en Beheerplan NationalePolitie 2025–2029 (d.d. 17 september 2024).De Minister van Buitenlandse Zaken,C.C.J. VeldkampDe Minister van Defensie,R.P. BrekelmansDe Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,R.J. KleverDe Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 4935 VOORGENOMEN NEDERLANDSE MILITAIRE, POLITIËLE ENCIVIELE BIJDRAGEN (NATIONALE KADERS) MET LOOPTIJD:2025 TOT EN MET JUNI 2028In deze bijlage vertaalt het kabinet de genoemde uitgangspunten enbelangen naar voorgenomen militaire, civiele en politiële inzet. Denationale kaders van de bijdragen lopen tot en met juni 2028 tenzij andersaangegeven. Waar additionele informatievoorziening nodig is, bijvoor-beeld in het kader van art. 100 GW (Toetsingskader), benoemen we dit.1. Europa (Westelijke Balkan, Moldavië en Zuidelijke Kaukasus) Nederland heeft een direct veiligheidsbelang om verdere instabiliteit aande grenzen van de EU te voorkomen. Het kabinet zal, conform hetRegeerprogramma, landen op het Europese continent waarvan debestaanszekerheid onder druk staat steunen. Het kabinet kiest daaromvoor civiele, politiële en militaire inzet in de directe ring rondom Europa.Buiten de inzet ten behoeve van collectieve verdediging van hetNAVO-grondgebied en de steun aan Oekraïne, die buiten het bestek vandeze brief vallen, zal Nederland in de komende jaren zijn bijdragen aanstabiliteit, veiligheid en rechtsstaatontwikkeling toespitsen op deWestelijke Balkan; stabiliteit in Armenië en Georgië; en de weerbaarheidvan Moldavië tegen Rusland.De stabiliteit in Bosnië en Herzegovina en Kosovo staat onder druk. Omdie reden is EU- en NAVO-betrokkenheid van belang. Het kabinet verkentdaarom de mogelijkheid om een nieuwe bijdrage met een infanteriecom-pagnie aan de militaire operatie EUFOR Althea in Bosnië en Herzegovinate leveren, en de bijdrage van het field human intelligence team en destaffunctionarissen voort te zetten. Bij een positief voornemen zal hetkabinet uw Kamer op korte termijn via een artikel 100-brief nader overdeze voorgenomen bijdrage informeren.Verder is Nederland de komende jaren aanwezig in verschillende andereciviele, politiële en militaire missies op de Westelijke Balkan. Het kabinetstelt een nationaal kader vast voor circa vijftien civiele functionarissen perjaar voor de European Union Rule of Law missie EULEX Kosovo en het EUkantoor in Kosovo. Ook draagt Nederland vanaf april 2025 met eenImagery Intelligence analist bij aan de NAVO-missie in Kosovo (KFOR).Moldavië en Armenië zijn kwetsbare Europese landen waarvan hetkabinet de stabiliteit en veiligheid wil versterken. In Moldavië doen we ditdoor financiële steun te bieden aan en een nationaal kader vast te stellenvoor de European Union Partnership Mission (EUPM) Moldavië (circa tienpersonen per jaar) en de European Union Border Assistance Mission(EUBAM) Moldavië (circa vijf personen per jaar) en via bilaterale veilig-heidssamenwerking (één persoon per jaar). Voor Armenië stelt het kabinetde komende jaren maximaal vijftien adviseurs en/of waarnemers (per jaar)beschikbaar aan de monitoringsmissie European Union Mission inArmenia (EUMA) en voor Georgië circa vijftien personen per jaar aan deEuropean Union Monitoring Mission in Georgia (EUMM). Aanvullendemogelijkheden tot ondersteuning, multilateraal en bilateraal, wordendoorlopend onderzocht.2. Midden-Oosten Stabiliteit in het Midden-Oosten is een direct Nederlands belang. Daarbijheeft het kabinet in het bijzonder aandacht voor de ontwikkelingen in Iraken Syrië vanwege de dreiging van een opleving van terrorisme. HoewelISIS in 2019 territoriaal is verslagen, is deze dreiging niet weg. Er is nogBIJLAGE:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 4936 steeds een aanzienlijk aantal IS-strijders aanwezig in Irak en Syrië. Desituatie in de opvangkampen en gevangenissen in Noordoost-Syrië iszorgelijk. Tijdens de hoogtijdagen van ISIS kwamen massale migratie-stromen op gang, zowel binnen de regio als richting Europa.Na recente verlenging van relatief grootschalige militaire bijdragen aan deNAVO-Missie in Irak (NMI) en (eerder) aan operatie Inherent Resolve (OIR)van de VS-geleide anti-ISIS coalitie, zet het kabinet op korte termijn niet inop hernieuwde grootschalige Nederlandse militaire presentie in Irak. Decirca 280 Nederlandse militairen die nu in Irak ontplooid zijn ten behoevevan NMI keren tussen mei en juni 2025 terug. Nederland zal vervolgenskleinschalig bijdragen met circa twintig civiele en militaire adviseurs aanNMI. Daarnaast blijft het kabinet met circa vijfentwintig militaireadviseurs, trainers en liaisons aan de anti-ISIS coalitie bijdragen. Dezeadviseurs, trainers en liaisons opereren vanaf verschillende coalitielocaties zowel binnen als buiten Irak. Ook zal het kabinet met civieleinstrumenten de hervorming van de Iraakse veiligheidssector steunen. Datdoen we om behaalde resultaten in de strijd tegen ISIS duurzaam tebestendigen en vanuit bondgenootschappelijk perspectief. Het kabinetblijft de situatie in Irak en Syrië nauwgezet monitoren. Indien er noodzaakof aanleiding ontstaat voor opnieuw een grotere bijdrage in Irak of eldersin het Midden-Oosten, behoudt het kabinet de mogelijkheid om dit teoverwegen.Daarnaast levert Nederland de komende periode op kleine schaalbijdragen aan internationale missies ten behoeve van de stabiliteit inIsraël, de Palestijnse gebieden en Libanon (zie verderop onder klein-schalige missiebijdragen).3. Rode Zee De aanvallen van de Houthi’s op de internationale scheepvaart enmarineschepen vormen een bedreiging van de maritieme veiligheid, hetbeginsel van vrije doorvaart en van stabiliteit in de regio. Na het staakt-het-vuren in Gaza zijn de aanvallen op de vrije doorvaart in aantalafgenomen, maar de situatie blijft onvoorspelbaar en de Houthi-dreigingvoor de vrije doorvaart is niet weg.Het kabinet blijft bijdragen aan de internationale inspanningen om de vrijedoorvaart in de Rode Zee te bevorderen. Het kabinet onderzoekt daaromof het in 2025 met luchttankercapaciteit kan bijdragen aan operaties in deRode Zee. Complementair hieraan blijft Nederland zich inzetten voorstabiliteit en veiligheid in Jemen middels programmering op conflictbe-middeling, ontmijning en het versterken van de rechtsstaat. Op de langeretermijn is het kabinet voornemens aan de maritieme veiligheid in de regiobij te dragen door inzet van een marineschip als de context daaromvraagt. Uw Kamer wordt te zijner tijd separaat nader geïnformeerd overdeze bijdrage. Daarnaast verlengt het kabinet tot en met eind mei 2025 deinzet van stafofficieren in de EU-missie Aspides (circa tien staffunctiona-rissen) en Operation Poseidon Archer (OPA, één niet-operationelestafofficier). Naast de bijdrage aan de verschillende operaties in de RodeZee is Nederland met circa vijf staffunctionarissen vertegenwoordigd inde Combined Maritime Forces (CMF), een internationaal maritiemhoofdkwartier gevestigd in Bahrein.4. Indo-Pacific De Indo-Pacific vormt de belangrijkste economische groeiregio in dewereld en in toenemende mate ook een geopolitiek zwaartepunt. Europaen de Indo-Pacific zijn in toenemende mate met elkaar verbonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 4937 Maritieme stabiliteit en veiligheid in de Indo-Pacific is nadrukkelijk in hetNederlands belang. De Verenigde Staten en Aziatische partners vragenom Europese en specifiek ook Nederlandse betrokkenheid. Het kabinet wilde Nederlandse bondgenootschappelijke, economische en veiligheidsbe-langen beschermen en streeft daarom naar jaarlijkse militaire aanwe-zigheid in de regio, zodat de banden met de landen in de regio wordenversterkt. Het kabinet is voornemens elke twee jaar een maritiemepresentie te realiseren zoals eerder in 2021 en 2024, met een eerstvol-gende presentie in 2026. Uw Kamer wordt hierover nader geïnformeerd.In de overige jaren wil het kabinet militair aanwezig zijn in de regio metandere activiteiten, zoals zichtbare, strategische oefeningen of doormiddel van (kleinschalige) aanwezigheid van speciale eenheden tenbehoeve van beeldopbouw en partnerschappen.Het kabinet beoogt bovengenoemde inzet te versterken door middel vandiplomatieke inspanningen, (hoog)ambtelijke en militaire bezoeken, hetcreëren en benutten van economische kansen, onder ander ten aanzienvan de defensie-industrie, politiesamenwerking, kennisuitwisseling,capaciteitsopbouw (onder andere ten aanzien van UNCLOS) en veilig-heidsdialogen.5. Sahel en West-Afrika Het kabinet kiest voor een beperkte aanwezigheid in de Sahel enWest-Afrika vanwege het Nederlandse belang in het tegengaan vanirreguliere migratie, het versterken van grensbeheer en het bestrijden vangrensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme in deze regio. Met deNederlandse bijdragen beoogt het kabinet een beperkte vorm vansamenwerking met bepaalde landen, met name in de West-Afrikaansekuststaten, om zo een voet tussen de deur houden en daarmee onzeNederlandse belangen te behartigen. Ook draagt deze bijdrage bij aan degeoefendheid van de krijgsmacht.Het kabinet stelt daarom nationale kaders vast voor de volgende missiesen initiatieven: European Union Security and Defense Initiative Gulf ofGuinee (EU SDI GoG; modulair circa twintig personen) en EUCAP SahelMali (circa zeven personen). Nederland heeft in het kader van EarlyForward Presence SOF een Special Operations Liaison Element (SOLE) inWest-Afrika. Op kleine schaal trainen Nederlandse politiefunctionarissenen speciale eenheden Ivoriaanse eenheden en mogelijk in de toekomstook eenheden uit Senegal. Het kabinet blijft openstaan voor mogelijk-heden voor kleinschalige veiligheidssamenwerking indien deze onzebelangen dient.6. Kleinschalige bijdragen Het kabinet kiest er tot slot voor in de volgende gevallen geen groot-schalige bijdragen beschikbaar te stellen, maar wel een kleinschalige omzo een beperkte en toch waardevolle bijdrage te leveren aan de doelenvan de missie, een boodschap uit te dragen, een bijdrage aan burdensharing te leveren en/of een informatiepositie te verwerven of tebehouden.Westelijke BalkanHet kabinet verkent de mogelijkheid tot een bredere invulling van depolitiële bijdrage aan missies op de Westelijke Balkan, waaronder develdmissie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking inEuropa (OVSE). Uw Kamer wordt hierover op een later moment geïnfor-meerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 4938 IrakHet kabinet verlengt het nationaal kader voor circa zeven civiele enpolitiële adviseurs binnen de European Union Advisory Mission (EUAM)in Irak. Naast het belang dat het kabinet hecht aan burden sharing, richtdeze missie zich op versterking van de binnenlandse veiligheidsstructurenen is daarmee complementair aan het werk van NMI en OIR. In deKoerdische Autonome Regio (KAR) draagt Nederland bescheiden bij metéén militaire adviseur aan de multinationale inspanningen op het Ministryof Peshmerga Affairs (MoPA), om zo ook de Koerdische autoriteiten teondersteunen bij de versterking van de Peshmerga.Israël – Palestijnse Gebieden – LibanonOp kleine schaal draagt het kabinet in de komende jaren bij aan verschil-lende missies voor vredeshandhaving en -monitoring, alsook de onder-steuning van veiligheidssectoren vanuit de vier betrokken departemententen behoeve van de veiligheid en stabiliteit in Israël, de Palestijnsegebieden en Libanon. Dat doen we ook ten behoeve van het behoudenvan een goede informatiepositie en «burden sharing». Specifiek stelt hetkabinet nationale kaders vast voor bijdragen aan: Office of SecurityCoordination for Israel and the Palestinian Authority (OSC) met circazeven personen, European Union Police Coordinating Office forPalestinian Police Support (EUPOL COPPS) met circa vijf personen, UnitedNations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) met één persoon en UnitedNations Truce Supervision Organization (UNTSO) met circa twaalfpersonen.OSC, EUPOL COPPS en European Union Border Assistance Mission inRafah (EUBAM Rafah) onderzoeken plannen voor een mogelijke rol inGaza. Daarbij is een concreet verzoek voor intensivering van de Neder-landse bijdrage mogelijk. In lijn met het kabinetsbeleid voor eentwee-staten-oplossing volgt het kabinet de ontwikkelingen in Gaza op devoet en zal het in de toekomst afwegen of het wenselijk is om deNederlandse bijdrage te herzien.Daarnaast worden, naast financiële steun, de mogelijkheden voor steunaan de Lebanese Armed Forces (LAF) via een bescheiden personelebijdrage in kaart gebracht. In Libanon is tevens een SOLE aanwezig.Indo-Pacific – Japan en Zuid-KoreaHet kabinet zal een personele bijdrage leveren van één persoon aan dePacific Security Maritime Exchange/Enforcement Coordination Cell(PSMX/ECC). Op deze manier ondersteunt Nederland het naleven van desancties die in VN-verband zijn opgelegd aan Noord-Korea. Verdercontinueert het kabinet de Nederlandse bijdrage aan United NationsCommand (UNC) Zuid-Korea met circa drie personen, indien uit deevaluatie blijkt dat ook een langere betrokkenheid van Nederlandwenselijk is. Daarnaast zal op continue basis worden ingezet op hetaanhalen en onderhouden van de Nederlandse banden met belangrijkepartners in de regio.Middellandse Zee regio – LibiëDe voortdurende instabiliteit in Libië, als gevolg van het ontstanemachtsvacuüm in het land, draagt een veiligheidsrisico in zich voorNederland en Europa én maakt van Libië een belangrijk doorvoerlandvoor irreguliere migratie. Het kabinet kiest ervoor een bescheidenpersonele bijdrage te leveren aan de internationale inspanningen om hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 4939 Libische grensbeheer te versterken en de VN-inspanningen te onder-steunen, en stelt een nationaal kader vast van circa vijf personen voor eenbijdrage aan de European Union Border Assistance Mission (EUBAM) envan circa twee personen voor een bijdrage aan de United Nations SupportMission in Libya (UNSMIL).Afrika – Hoorn van AfrikaDe Hoornregio lijdt al langere tijd onder aanhoudende instabiliteit en is intoenemende mate ook het toneel van geopolitieke competitie, onderandere gelinkt aan ontwikkelingen in de Rode Zee en ook het bredereMidden-Oosten. Gezien de moeilijke omstandigheden is het ambitie-niveau van het kabinet in de regio beperkt, maar middels bescheidenbijdragen beoogt het kabinet wel de inspanningen van de EU te onder-steunen om piraterij en terrorisme tegen te gaan. Concreet stelt hetkabinet voor Somalië nationale kaders vast voor: European UnionCapacity Building Mission (EUCAP) Somalië (circa zes personen),European Union Training Mission (EUTM) Somalië (één persoon) en deanti-piraterij-operatie European Union Naval Force (EUNAVFOR) Atalanta(circa twee personen). In Zuid-Soedan stopt het kabinet de Nederlandsebijdrage aan de VN-missie in Zuid-Soedan (UNMISS).Latijns-Amerika – ColombiaTer ondersteuning van de bredere inzet van Defensie in het Caribischgebied, zal Nederland een SOLE ontplooien in Colombia en Curaçao.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 521, nr. 49310
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.