KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang aanpak Netcongestie

2 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b430f0d63ed5a8e7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 640 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKENEN KLIMAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 april 2026De aanpak van netcongestie, het volle stroomnet, is een urgente uitdagingvoor het nieuwe kabinet. Voldoende toegang tot transportcapaciteit voorelektriciteit is een essentiële randvoorwaarde voor grote maatschappelijkeambities op het gebied van woningbouw, economische groei, verduur-zaming, en strategische autonomie. Het Coalitieakkoord «Aan de slag»kent de aanpak van netcongestie dan ook de hoogste prioriteit toe. Hetkabinet zet zich hier met ambitie en daadkracht voor in, samen metnetbeheerders, medeoverheden en marktpartijen, en uiteraard in goedoverleg met de Kamer.De gevolgen van netcongestie worden breed gevoeld in de samenlevingen de economie. Bedrijven en maatschappelijke instellingen voor ondermeer zorg en onderwijs lopen aan tegen oplopende wachtrijen voor eennieuwe of zwaardere aansluiting. Het investeringsklimaat voor bedrijvenstaat hierdoor onder druk. Netcongestie is verder een knelpunt voor debouw van voldoende nieuwe woningen. Kortom, de voortgang van deverduurzaming van onze economie, gebouwde omgeving en mobiliteit, endaarmee de energie-autonomie van ons land, dreigen te wordenafgeremd door netcongestie. Die trend moet en kan worden gekeerd. Desituatie op het stroomnet is echter fundamenteel veranderd ten opzichtevan het verleden; we keren niet terug naar de oude toestand waarintransportcapaciteit voor elektriciteit altijd en overal praktisch oneindigbeschikbaar was. Het kabinet werkt met alle betrokken partijen dekomende jaren toe naar een situatie waarin netcongestie desondanksonder controle is, wachtrijen fors zijn teruggedrongen en de ingezette wegnaar verduurzaming en versterking van onze energie-onafhankelijkheidvia elektrificatie tempo behoudt. Dit vereist én een voortvarendeuitbreiding van de netinfrastructuur én een structureel betere benuttingvan het net door flexibel gebruik van elektriciteit als «het nieuwenormaal», ondersteund door slimme technologie, duidelijke afspraken enscherp inzicht in de belasting van het net. Daarnaast is in sommigegebieden meer nodig en schuwen we de taboes niet. Dit geldt in ieder kst-29023-640ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6401 geval voor de regio Flevopolder-Gelderland-Utrecht (FGU) waar hetkabinet een gezamenlijke crisisaanpak met medeoverheden en netbe-heerders is gestart. Hier halen we alles uit de kast om een volledigeaansluitstop in deze regio te voorkomen1. Lessen die daar worden geleerdzullen ook worden ingezet in andere delen van het land.Zowel bij het sneller bouwen van nieuwe infrastructuur als bij het beterbenutten van de beschikbare capaciteit is nog veel ruimte om stappen tezetten om het netcongestieprobleem structureel te verlichten. Binnen debestaande wettelijke kaders is veel mogelijk en waar nodig past hetkabinet wet- en regelgeving aan, zoals afgesproken in het Coalitieakkoord.In samenwerking met uw Kamer werk ik graag aan een snelle behandelingvan deze voorstellen, gezien de urgentie van de netcongestieproble-matiek. Het voorstel van de Europese Commissie voor een Grids Packagebiedt daarbij voor elektriciteitsprojecten uitzicht op een einde aan hetstikstofslot.Voor het realiseren van flexibel en efficiënt netgebruik zorgen we met denetbeheerders en het bedrijfsleven dat nieuwe flexibele contractvormenecht een aantrekkelijke en praktisch uitvoerbare optie worden voorbedrijven en instellingen, ook als sneller beschikbaar alternatief voor een«ouderwets» vast transportrecht-contract waarvoor de wachttijd tot jarenkan oplopen. Met 50 grote elektriciteitsverbruikers gaan we direct aan deslag om hun potentieel voor flexibiliteit te benutten. Verder zal – overenkele jaren – de invoering van tijdsafhankelijke tarieven bij de regionalenetbeheerders, zowel voor groot- als kleinverbruikers, bijdragen aanbetere spreiding van het elektriciteitsgebruik. Ook schuwen we niet omaan de slag te gaan met het zwaarder belasten van het net en te kijkenwaar we ten aanzien van risicobereidheid scherper aan de wind kunnenvaren. Om dit alles te realiseren zijn forse stappen nodig in verbetering enverfijning van het inzicht in de capaciteit, belasting en inrichting van hetnet, ook om op basis van scherpere prognoses binnen verantwoordemarges meer risico te nemen en zo extra transportcapaciteit beschikbaarte maken. Gezien het grote maatschappelijk belang dat hiermee isgediend neemt het kabinet hierin de regie.Dit kabinet begint niet bij nul, maar zal voortbouwen op wat de afgelopenjaren in gang is gezet, in het bijzonder:–het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) waarin het Rijk,medeoverheden, netbeheerders en marktpartijen samen werken aanhet realiseren van toegang tot elektriciteit om maatschappelijke doelenbereikbaar te houden;–de Versnellingsaanpak realisatie elektriciteitsinfrastructuur2;–en het Aansluitoffensief netcongestie3.Deze trajecten zijn uiteraard nauw met elkaar verweven. Het kabinetinformeert de Eerste en Tweede Kamer twee keer per jaar over deintegrale voortgang van de aanpak van netcongestie. Deze brief enbijlagen vormen de editie van het voorjaar 2026. Als bijlage bij deze briefvindt u de voortgangsrapportage van het LAN. Deze rapportage bevat eenweergave van de voortgang van de acties binnen het programma, encijfermatige informatie van de netbeheerders over zowel de fysiekeuitbreiding van het elektriciteitsnet, als over de realisatie van aanslui-tingen, betere benutting van het net en ontwikkeling van de wachtrijen.Verder is een overzicht bijgevoegd van hoe het kabinet uitvoering heeftgegeven aan een aantal aan netcongestie gerelateerde moties en1Kamerstukken II, 2025–26, 29 023, nr. 6382Kamerstukken II, 2024–25, 29 023, nr. 5663Kamerstukken II, 2025–26, 29 023, nr. 626Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6402 toezeggingen. Tot slot gaan bij deze brief enkele voor de aanpak vannetcongestie relevante rapporten.De cijfers in de voortgangsrapportage geven de stand weer aan het eindevan het jaar 2025. De doorbraken uit het Aansluitoffensief hebben hier dusnog geen effect op gehad. Ik beschouw deze rapportage mede als«nulmeting» van de situatie om de verwachte positieve impact van hetbeleid van dit kabinet, waaronder de uitvoering van het Aansluitoffensief,in de komende maanden en jaren tegen af te zetten.In de rest van deze brief geef ik langs de actielijnen van het LAN – BeterBenutten, Sneller Bouwen en Slimmer Inzicht – een overzicht van degezette stappen en vooruitzichten.Voortgang beleid aanpak netcongestieBeter Benutten – GrootverbruikNetcongestie remt de verduurzamings- en groeiambities van bedrijven eninstellingen met een grootverbruikersaansluiting. Uit bijgevoegderapportage blijkt dat de wachtrij voor grootverbruikers op 31 december jl.ruim 15.000 aanvragen van afnemers omvat, een stijging van ca. 1.000 ineen half jaar. Dit betreft bedrijven en maatschappelijke instellingen meteen grootverbruikersaansluiting bij de regionale netbeheerders. Ook dewachtrij voor invoeding is toegenomen. De wachtrij bij TenneT, metdaarop onder andere energie-intensieve industrie en grootschaligebatterijen, is juist afgenomen tot 211 aanvragers voor het landelijkhoogspanningsnet. Ook de invoedingswachtrij is daar afgenomen. Dezeafname is onder andere het gevolg van het opschonen van de wachtrijwaarover de Kamer in oktober jl. al is geïnformeerd.4 Het beter benuttenvan het net is essentieel om op korte termijn partijen op de wachtrij vantransportcapaciteit te kunnen voorzien. Daarom is dit ook de rode draad inhet Aansluitoffensief. Dat er potentieel is om op structurele basisafnameflexibiliteit te ontsluiten bij specifieke sectoren en daarmee dewachtlijsten te kunnen verkorten blijkt uit recent onderzoek in opdrachtvan Topsector Energie.5 De afgelopen tijd zijn er al verschillende stappengezet rondom nieuwe flexibele contractvormen, het ondersteunen vanbedrijven en instellingen en het zwaarder belasten van het net.Flexibel netgebruikFlexibel gebruik van het net zorgt ervoor dat de bestaande netcapaciteitbeter wordt benut. Dit is mogelijk gemaakt door nieuwe vormen vanaansluit- en transportovereenkomsten en congestiemanagementcon-tracten. De eerste stappen om tot grootschalige toepassing te komen zijninmiddels gezet: de bijgevoegde voortgangsrapportage laat een duidelijketoename zien in het aantal afgesloten contracten ten opzichte van 2024.Zo is het aantal afgesloten Blokstroomcontracten verdrievoudigd (142 nutegen 41 in 2024) en is er inmiddels bijna honderd keer meer vermogengecontracteerd met een capaciteitsbeperkingscontract voor afname daneen jaar eerder. Ook bij andere nieuwe contractvormen zien we eenpositieve trend. Zo heeft Enexis in Nederweert een van de eerstegroepstransportovereenkomsten (GTO) afgesloten. Hierdoor kan eenbedrijventerrein vraag en aanbod van energie op elkaar afstemmen enwordt de beschikbare ruimte op het stroomnet efficiënter benut zodat erruimte ontstaat voor verdere groei en verduurzaming van het bedrij-4Kamerstukken II, 2025–26, 29 023, nr. 5975https://topsectorenergie.nl/nl/kennisbank/nederland-kan-netcongestie-sneller-verlichten-met-slimme-afnameflex/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6403 venpark. Toch zijn we er nog niet en moet de uitrol van flexibelecontracten sneller. De netbeheerders hebben inmiddels verbeterplanneningediend bij de toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM)waarin ze aangeven wanneer ze de implementatie van congestiemaatre-gelen gereed hebben, hoe ze tot beter netinzicht komen en hoe deafstemming tussen de verschillende netbeheerders verbeterd wordt.Daarnaast zijn de netbeheerders, het Ministerie van KGG, de ACM en demarkt aan de slag met de doorbraken uit het Aansluitoffensief.Doorbraken rond het vooruitstrevender flexibiliteit inkopen boven dezogenoemde financiële grens en het verbeteren van de voorwaarden vande contracten leiden naar verwachting tot het ontsluiten van meerflexibiliteit. Netbeheerders maken dit jaar een extra stap met het flexibelaansluiten van partijen op de wachtrij en het contracteren van flexibiliteitbij bestaande klanten. Zo zullen netbeheerders, waar mogelijk, vaker eenflexibel aanbod doen aan partijen op de wachtrij.Flexibel gebruik van het elektriciteitsnet en het leveren van flexibiliteit aande netbeheerder biedt ook kansen voor bedrijven, maar het vergt ookinzet van hun kant om deze te verzilveren. Ondernemers focussen zichlogischerwijze op hun primaire bedrijfsprocessen en minder op hunenergiehuishouding en mogelijke flexibiliteitsopties. Netbeheerders, hetbedrijfsleven en de overheid zullen het komende halfjaar met 50 groteelektriciteitsverbruikers met kansrijk potentieel voor flexibiliteitgesprekken voeren. Het streven is om tot flexafspraken te komen tussendeze individuele bedrijven en netbeheerders, om zo het potentieel tebenutten en andere partijen van de wachtrij van transportcapaciteit tekunnen voorzien. Deze top 50 aanpak is een van de doorbraken uit hetaansluitoffensief. Bedrijven en instellingen worden ondersteund, zowel bijhet flexibiliseren van hun bedrijfsprocessen als bij het mitigeren van degevolgen van netcongestie. Begin mei wordt de Flex-e regeling opnieuwopengesteld met een verruimde doelgroep. Met deze regeling wordenflexibiliteitsmaatregelen gestimuleerd zodat bedrijven en instellingen tochkunnen groeien en verduurzamen binnen hun gecontracteerde vermogen.Ook worden maatregelen gesubsidieerd die ervoor kunnen zorgen dat eenbedrijf flexibiliteit kan leveren aan het systeem, waardoor andere partijenop de wachtrij alsnog kunnen worden aangesloten. Het kabinet verkent demogelijkheden om de Flex-e regeling ook na 2026 te continueren enverbreden, zodat ook grotere industriële bedrijven hier gebruik vankunnen maken.Tijdsafhankelijke nettarieven grootverbruikersEen andere belangrijke maatregel voor flexibel netgebruik is de intro-ductie van tijdsafhankelijke nettarieven. Deze zijn sinds 1 januari 2025ingevoerd voor TenneT-klanten op het hoogspanningsnet. Uit een analysevan TenneT over de eerste helft van 2025 blijkt dat de gemiddeldemaandelijkse piekbelasting van verbruikers op piekmomenten met 7,1% isafgenomen. Het verbruik is deels verplaatst van uren met hoge systeem-belasting naar momenten met lagere systeembelasting.Nu wordt gewerkt om dergelijke tijdsafhankelijke tarieven ook mogelijk temaken voor partijen met een grootverbruikersaansluiting bij regionalenetbeheerders (ruim 70.000 netgebruikers). Het codewijzigingsvoorstel isonlangs door de netbeheerders ingediend bij de ACM. De verwachting isdat deze tijdsafhankelijke tarieven in 2028 in werking treden. Hiermeewordt een stimulans gecreëerd om drukke momenten op het elektrici-teitsnet te vermijden en waar mogelijk het verbruik te verplaatsen naarrustige momenten. Netbeheerders verwachten dat met de invoering vandeze tijdsafhankelijke tarieven tot 5,2% vraagverschuiving uit de piekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6404 mogelijk is6. Dit zorgt voor een betere benutting van het elektriciteitsnetvan de regionale netbeheerders, wat bijdraagt aan het verkleinen van hettekort aan transportcapaciteit, en daarmee op termijn minder noodzaak totuitbreiding van de infrastructuur. Tijdsafhankelijke tarieven zullen zobijdragen aan het dempen van de verwachte toekomstige stijging van denettarieven7. Hiervan zullen alle afnemers profiteren, omdat maatschap-pelijke kosten worden vermeden en nettarieven voor alle gebruikers vanhet elektriciteitsnet minder zullen stijgen.De gevolgen voor afnemers zijn afhankelijk van de sector en de matewaarin een bedrijf anticipeert op de nieuwe tarieven en de kansen die ditbiedt. Afnemers die acteren op tijdsafhankelijke nettarieven zullenvoordeliger uit zijn, zeker als zij dit kunnen combineren met dynamischetarieven van hun elektriciteitsleverancier. Bedrijven en instellingen krijgenzo meer grip op hun energierekening en kunnen sturen op kostenver-laging. De verwachting is dat bijvoorbeeld de sector logistiek, met veelelektrisch vervoer, kan profiteren van deze tijdsafhankelijke tarieven.FlextendersWanneer duidelijk is dat de reguliere fases van congestiemanagement(vrijwillig en verplicht) bij bestaande aansluitingen niet voldoendeflexibiliteit opleveren om afnamecongestie te verhelpen, kan de netbe-heerder als uiterste maatregel een flextender uitschrijven. Met dezetenders wordt flexibiliteit aan de markt gevraagd. Netbeheer Nederland enEnergie-Nederland zijn een kader overeengekomen waarmee devoorwaarden en inrichting van flextenders is vastgelegd. Het kader geeftduidelijkheid aan alle partijen over welke informatie de netbeheerderverstrekt en wat de voorwaarden van de tender zijn. De flextenders zijntechnologieneutraal, het kan bijvoorbeeld gaan om het plaatsen vanbatterijen of in het uiterste geval het inzetten van gasinstallaties. In depraktijk kan de inzet van een flextender dus leiden tot beperkte extraopwek met fossiele brandstof op piekmomenten om zo overbelasting enuitval te voorkomen en mogelijk klanten van de wachtrij aan te sluiten. Ditwillen we zo veel mogelijk voorkomen, maar is ook niet geheel uit tesluiten. Gezien de urgentie van de situatie op het stroomnet en de ruimtedie genoemde flextenders opleveren, kan het nadeel van eventuele(beperkte) tijdelijke CO2-uitstoot door het tijdelijk inzetten van gasinstal-laties opwegen tegen mogelijk maken van vertraging van verdereverduurzaming, economische ontwikkeling en woningbouw. Ook voordeze situaties is CO2-vrije stroom het structurele antwoord.WachtrijenDe ACM heeft eind vorig jaar een nieuw prioriteringskader vastgesteldwaarmee partijen met een groot maatschappelijk belang voorrang krijgenin de wachtrij zodra capaciteit beschikbaar komt. Verder is, in samen-werking met Topsector Energie, een internationale vergelijking naar dewachtrijsystematiek in andere landen uitgevoerd. Uit het onderzoek8komen verschillende aanbevelingen om meer inzicht te bieden in hetwachtrijproces en in het perspectief van wachtenden. Netbeheerdershebben, mede naar aanleiding van dit onderzoek, het wachtrijprocesverduidelijkt en relevante informatie voor bedrijven en instellingen6https://www.netbeheernederland.nl/sites/default/files/2025-05/ce_delft_240472_achtergrondrapport_tijdsafhankelijke_nettarieven_grootverbruikers_def_002.pdf7het IBO Bekostiging Elektriciteitsinfrastructuur hanteert als prognose een stijging van 4,8% tot6,7% per jaar, afhankelijk van de netgebruikersgroep (Kamerstukken II, 2024–25, 29 023, nr. 553)8https://topsectorenergie.nl/nl/nieuws/internationale-vergelijking-geeft-nieuwe-handvatten-voor-aanpak-wachtrijen-netaansluiting/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6405 rondom de wachtrij online gepubliceerd.9 Bovendien moet het dit jaarvoor klanten van de regionale netbeheerders in hun klantenportaalinzichtelijk worden wanneer zij naar verwachting transportcapaciteitkrijgen. Daarnaast wordt de capaciteitskaart ook de komende tijd verderdoorontwikkeld, zodat ook hier informatie over netuitbreiding enflexbehoefte per gebied te vinden is voor partijen.Het rapport adviseert ook om de mate van projectgereedheid mee te latenwegen bij het verkrijgen en behouden van een plek in de wachtrij. Eendergelijke volwassenheidstoets voorkomt dat er niet-realistischeaanvragen op de wachtrij komen. Met de netbeheerders en de ACM wordtgesproken over de eventuele toegevoegde waarde, uitvoerbaarheid enwenselijkheid van een dergelijke systematiek.Zwaarder belasten elektriciteitsnetDoor het net zwaarder te belasten kan er meer elektriciteit door dezelfdeinfrastructuur getransporteerd worden. Dit is echter niet overal mogelijken kan leiden tot meer risico’s op overbelasting. De ACM en EZK hebbendaarom het onderzoeksbureau DNV gevraagd om te na te gaan wat dehuidige belasting is van het net, in welke mate netbeheerders nu al het netzwaarder belasten, welke mogelijkheden de netbeheerders hebben om hetnet binnen de huidige regelgeving nog verder verantwoord te belasten enwelke beleidswijzigingen nodig zijn om dit nog verder mogelijk te maken.De focus ligt hierbij op het hoogspanningsnet, omdat volgens DNV depotentie op het midden- en laagspanningsnet beperkt is door de congestieop het (bovenliggende) hoogspanningsnet. Het rapport is als bijlage bijdeze brief gevoegd.10Volgens DNV is gemiddeld 60% van het hoogspanningsnet van TenneTbeschikbaar voor netgebruikers. De overige 40% is de zogenoemdestoringsreserve, dat volgens de wet beschikbaar moet zijn om stroom omte leiden tijdens storingen en onderhoud. Dit zodat een enkele storing nietdirect leidt tot langdurige uitval. Op piekmomenten, zoals een koudewinteravond, wordt nu ongeveer 53% gebruikt. Dit zit dus al dicht tegende beschikbare 60% aan. Wel is er buiten de piek nog wel ruimte omdat debelasting dan gemiddeld 30% is. Over alle netvlakken gezien ligt dehuidige gemiddelde belasting tussen de 45 tot 65% van de aanwezigetransportcapaciteit (dus exclusief de storingsreserve die op verschillendenetvlakken wordt aangehouden). De (piek)belasting blijft de komendejaren naar verwachting toenemen door groei van bestaande gebruikers enreeds toegezegde maar nog niet gerealiseerde projecten. DNV concludeertdat daardoor de laatste jaren voor de realisatie van netuitbreidingen oppiekmomenten zelfs een deel van de storingsreserve op hoog- enmiddenspanning in sommige gebieden gebruikt zal moeten worden. DNVverwacht dat dit ten koste gaat van de ruimte bedoeld voor onderhoud enstoringen, waardoor er vaker overbelasting en uitval kan optreden. Opsommige netcomponenten op het midden- en laagspanningsnet vinden ernu al overschrijding van de capaciteit plaats. DNV ziet ook dit toenemenen dit leidt eveneens tot meer risico op overbelasting.Met markt-gebaseerde oplossingen, zoals de nieuwe flexibele contract-vormen en tijdsafhankelijke tarieven, wordt de nog beschikbare ruimtebeter benut. Partijen worden hiermee immers bewogen om hun elektrici-teitsvraag te verschuiven van piek naar dalmomenten, pieken te verlagen,9https://www.partnersinenergie.nl/wachtlijst-voor-transportcapaciteit10Met deze toelichting en toezending van het rapport van DNV is tevens uitvoering gegeven aande motie-Postma (Kamerstukken II, 2024–25, 29 023, nr. 584) die verzoekt de Kamer teinformeren over inzet van de «reservestrook».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6406 of krijgen alleen tijdens specifieke tijdsblokken nog beschikbare transport-capaciteit. Met het zwaarder belasten van netcomponenten wordt juist defysieke capaciteit (transportcapaciteit en storingsreserve) verhoogd. Doorhet net zwaarder te belasten kan er meer elektriciteit door dezelfde kabelworden getransporteerd. Er is dan dus meer belasting mogelijk op debestaande infrastructuur en dit kan ruimte geven voor partijen op dewachtrij en (toekomstige) overbelasting opvangen. DNV stelt dat hetzwaarder belasten van het hoogspanningsnet van de landelijke netbe-heerder in theorie circa 30% extra ruimte kan opleveren voor netge-bruikers. In de netten van de regionale netbeheerders is dit eveneensmaximaal 30%. Vanwege technische beperkingen en lokale omstandig-heden is dit theoretische potentieel niet volledig te realiseren. Het geeftechter wel aan dat het zwaarder belasten ruimte biedt voor het inpassenvan extra klanten van de wachtrij, maar ook soms nodig zal zijn om deverwachte overschrijding op te vangen. Voor het laagspanningsnet zietDNV nauwelijks tot geen potentieel in maatregelen om deze netcompo-nenten zwaarder te belasten. Het zwaarder belasten gebeurt hier al omdatde vraag toeneemt, bijvoorbeeld als gevolg van autonome groei.Beschikbaarheid van capaciteit op hogere netvlakken is vaak eenbelemmering voor het aansluiten van partijen op lagere netvlakken. Methet zwaarder belasten van de hogere netvlakken kan er dus ook meerruimte op lagere netvlakken beschikbaar komen.Netbeheerders ondernemen al stappen rondom het zwaarder belastenvan het hoog- en middenspanningsnet. Zo staan bijna alle netbeheerdersvoor bepaalde netcomponenten een hogere belasting toe dan destroomlimiet van de fabrikant, doordat de netbeheerders rekening houdenmet de werkelijke omgeving in plaats van de testomstandigheden in defabriek. Ook stellen alle netbeheerders de stroomlimieten vaak bij aan dehand van voorspelbare gebruikspatronen en temperaturen zoals dag ennacht, en zomer en winter. Wanneer het kouder is of harder waait kunnensommige componenten sneller afkoelen, waardoor oververhitting doorzwaarder belasten voorkomen wordt. Daarnaast lopen er meerdere pilotsen onderzoeken door de netbeheerders om het potentieel van zwaarderbelasten nog verder te benutten. Een deel van het genoemde potentieelwordt dus al gerealiseerd. DNV stelt dat er nog 15 tot 20% onbenutpotentieel ligt op midden- en hoogspanningsnetten. Waarbij het reali-seerbaar potentieel op het regionale netten momenteel sterk belemmerdwordt (tot maximaal 3%) door congestie op bovenliggende netvlakken.Naast lokale omstandigheden wordt het realiseren van het potentieeldeels belemmerd door technische en organisatorische beperkingen bij denetbeheerders. DNV ziet mogelijkheden om het te realiseren van hetpotentieel te versnellen door het prioriteren van zwaarder belasten en eenhogere risicobereidheid waarbij netdelen zwaarder worden belast omdatde samenleving een hoger risico op grootschalige en langdurigestoringen accepteert. Hier wordt samen met de betrokken partijen naargekeken binnen het Aansluitoffensief. DNV adviseert de netbeheerdersbovendien om meer transparantie te bieden over de (on)mogelijkhedenrondom zwaarder belasten.De belangrijkste belemmering voor het realiseren van het potentieel isvolgens DNV echter de huidige werkwijze rondom de elektromagnetischeinvloed op omliggende infrastructuur. Door het zwaarder belasten gaat ermeer stroom door een kabel, waardoor het magnetische veld (niet voor degezondheid schadelijk) groter wordt. Dit grotere magnetische veld kaninvloed hebben op apparaten in de omgeving, bijvoorbeeld de spoorsys-temen van ProRail of buisleidingen onder de grond. De mate van dezebeïnvloeding wordt de elektromagnetische compatibiliteit (EMC)genoemd. Het is een gezamenlijke opgave van de netbeheerder en deomgeving om deze interferentie te mitigeren. TenneT heeft onlangs deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6407 limieten van 113 netschakels verhoogd wat tientallen MW heeftopgeleverd, maar loopt bij deze en circa 500 soortgelijke casussen tegenmogelijke grenswaarden op het gebied van EMC aan. Het onderzoekenvan het mogelijke effect en eventuele mitigerende maatregelen kan op ditmoment jaren in beslag nemen. TenneT en ProRail werken daarom, metnauwe betrokkenheid van EZK, een versnelde en pragmatischermethodiek uit. TenneT start dit traject ook met andere stakeholders.Daarnaast kijken TenneT, de ACM en EZK samen of TenneT preventieveinvesteringen kan doen voor het mitigeren van EMC.Naast dit potentieel, ziet DNV extra potentieel in het inzetten van destoringsreserve voor het aansluiten van nieuwe klanten. Een initiëleinschatting van het realistische potentieel bedraagt 10%. Het inzetten vandit potentieel is gebiedsafhankelijk en afhankelijk van het lokalenetontwerp, waardoor de reservecapaciteit in de praktijk maar op eenbeperkt aantal plekken veilig kan worden benut. TenneT is namelijkwettelijk verplicht om deze reservecapaciteit in het hoogspanningsnet tehebben zodat iedereen nog steeds veilig stroom heeft, zelfs wanneer hetnet wordt onderhouden én er op dat moment een storing optreedt. Dereden hiervoor is dat uitval op het hoogspanningsnet een hele stad ofzelfs een provincie kan raken. Ook op het middenspanningsnet houden denetbeheerders vaak een klein deel van de transportcapaciteit hiervoorover. Op plekken waar de storingsreserve meer kan worden ingezetzonder wijzigingen in de regelgeving, zouden volgens DNV de netbe-heerders specifieke contracten af kunnen sluiten met bedrijven die bereidzijn om (tegen een vergoeding of korting) teruggeregeld of afgeschakeldte worden in het geval van een storing en/of tijdens onderhoud. Eenandere mogelijkheid is het aanpassen van de eisen aan de storingsreservein de regelgeving. Dit leidt echter mogelijk tot grotere risico’s voor deleveringszekerheid en storingen. Bovendien is de storingsreserve ooknodig voor cruciale realisatie van netuitbreidingen. De netbeheerders, deACM en EZK werken de opties en de daarbij benodigde wijzigingen inbeleid en regelgeving gezamenlijk verder uit, rekening houdend met demaatschappelijke baten en risico’s.Kortom, het potentieel van zwaarder belasten wordt al deels door denetbeheerders benut. Echter er is nog niet gerealiseerd potentieel.Rekening houdend met lokale omstandigheden biedt dit kansen om meerpartijen aan te kunnen sluiten. Dit vergt zowel van de netbeheerders, deACM als het kabinet inzet. Het kabinet gaat in gesprek met netbeheerdersom belemmeringen voor zwaarder belasten weg te nemen en hetpotentieel optimaal kunnen inzetten.Subsidie-instrumentariumIn opdracht van het LAN heeft RVO onderzoek gedaan naar de impact vanhet subsidie-instrumentarium van RVO op netcongestie en de mogelijk-heden om hier mitigerende maatregelen voor te treffen. Het onderzoeks-rapport gaat als bijlage bij deze brief.11 Veel van de onderzochteregelingen van RVO zijn opgezet om beleidsdoelstellingen op het gebiedvan energie en klimaat te behalen, maar kunnen ook leiden tot een hogerebelasting van het elektriciteitsnet. Het onderzoek laat zien dat er in veelsubsidieregelingen al rekening is gehouden met netcongestie, bijvoor-beeld in de regelingen rondom elektrisch wegvervoer. Ook geeft hetonderzoek aan dat bij verschillende regelingen netcongestie vooral alsknelpunt wordt ervaren. In het rapport worden aanbevelingen gedaanrondom het mitigeren van de impact van de elektrificatie als gevolg van11Met toezending van dit rapport en deze toelichting is uitvoering gegeven aan de toezeggingaan het Tweede Kamerlid De Vos, nr. TZ202512-006Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6408 de verschillende subsidieregelingen. Hierbij zijn er in verschillenderegelingen kansen voor het toepassen van eisen rondom slimmeaansturing van apparaten of het verplichten van congestiemanagement-contracten om hiermee piekbelasting te voorkomen. Omdat dezecontractvormen nog niet grootschalig uitgerold zijn, zal dit op een latermoment, kunnen worden overwogen. Bij de Flex-e regeling is wel eendergelijke koppeling gemaakt en de toepassing daarvan wordtgemonitord. De overige aanbevelingen, onder andere rondom hettoevoegen van extra (technische) voorwaarden bij het subsidiëren vanbatterijen, worden de komende tijd verder verkend en waar mogelijkgeoperationaliseerd. Het onderzoek heeft ook geleid tot een overzicht vansubsidies die ondernemers kunnen helpen wanneer zij te maken hebbenmet netcongestie. Dit overzicht wordt op het Loket Netcongestie geplaatst.Beter Benutten – KleinverbruikersHet beter benutten van de laagspanningsnetten, waarop huishoudens,(kleine) bedrijven en maatschappelijke instellingen zoals scholen op zijnaangesloten, kan – met name in stedelijke gebieden – substantieelbijdragen aan het ontlasten van het net, ook op hogere netvlakken. Dit kanbovendien de investeringsopgave in het net te verminderen.Flexibel netgebruik kleinverbruikersHet is een prioriteit van het kabinet om flexibiliteit bij kleinverbruikersgrootschalig te ontsluiten en als volwaardig netinstrument te benutten omoverbelasting tegen te gaan, netverzwaringen te beperken en ruimte tecreëren voor nieuwe woningen, en huishoudens en bedrijven die willenverduurzamen. Overbelasting van het laagspanningsnet kan het besteworden voorkomen door efficiënt netgebruik te stimuleren en verbruik oprustige momenten te belonen. Dit wordt bevestigd door het TNOonderzoek «Technische opties voor netbescherming bij kleinverbruikers»Het rapport is bijgevoegd bij deze brief. TNO concludeert dat het op ditmoment niet mogelijk is om kleinverbruikers op een passende manier teverplichten hun stroomverbruik op piekmomenten te verminderen enadviseert in te zetten op marktgebaseerde, lokale flexibiliteit, op basis vanvrijwilligheid. Dit is in lijn met het kabinetsbeleid en aangenomen motiesvan de Tweede Kamer12. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voormarktpartijen die consumenten ontzorgen en helpen te profiteren vanprijsprikkels, bijvoorbeeld via slimme apps en energiemanagement-diensten die net-intensieve apparaten in huis, zoals de thuisbatterij,laadpaal of warmtepomp, automatisch optimaal inzetten. Netbeheerdersontwikkelen samen met energieleveranciers en andere marktpartijenzowel landelijk als regionaal steeds meer van dit soort flexibiliteits-diensten voor kleinverbruikers. Het kabinet werkt samen met de ACM ennetbeheerders om belemmeringen in wet- en regelgeving voor bredetoepassing weg te nemen. Zo bouwen we aan een toekomstbestendigsysteem waarin kleinverbruikers efficiënt gebruikmaken van het laagspan-ningsnet, met behoud van inzicht, regie en comfort.Tijdsafhankelijke nettarieven kleinverbruikersOp 6 oktober 2025 is de Kamer geïnformeerd over een nieuw tariefstelselmet tijdsafhankelijke nettarieven voor kleinverbruikers13. Dit nieuwetariefstelsel gaat uit van betalen naar gebruik, waarmee piekbelasting ophet elektriciteitsnet wordt voorkomen en netcongestie wordt verminderd,waardoor uiteindelijk minder netuitbreiding nodig is wat bijdraagt aan12Kamerstukken II, 2023–24, 29 023, nrs. 473 en 47513Kamerstukken II, 2024–25, 29 023, nr. 597Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6409 demping van de stijging van de nettarieven. Het kabinet acht het vanbelang bij de uitwerking van het nieuwe tariefstelsel dat huishoudens enMKB-ers met een kleine aansluiting grip houden op hun energierekening,dat het gekozen model zo begrijpelijk mogelijk is voor gebruikers. Daaromis in samenwerking met netbeheerders en energieleveranciers gekozenvoor een tariefstelsel met vier verschillende prijsniveaus in vijf tijds-blokken, verschillend voor het zomer- en winterseizoen. Momenteelwerken de netbeheerders aan een codewijzigingsvoorstel waarin eennieuw tariefstelsel met tijdsafhankelijke nettarieven voor kleine aanslui-tingen wordt vormgegeven. Dit codewijzigingsvoorstel zal naarverwachting eind april naar de ACM worden verzonden. Parallel wordt deEnergieregeling aangepast en worden de Meetregeling en Regelinggegevensuitwisseling zodanig vormgegeven dat implementatie vantijdsafhankelijke nettarieven mogelijk is. Tegelijkertijd wordt gewerkt aande benodigde ict-wijzigingen om de tijdsafhankelijke nettarieven tekunnen invoeren. Deze stappen worden in intensieve samenwerking gezetdoor de netbeheerders, EZK, ACM en de energieleveranciers om tijdigeimplementatie te realiseren. De voorbereidingen voor het nieuwetariefstelsel worden eind 2028 afgerond, met het oog op invoering per1 januari 2029.14Prioriteringskader – kleinverbruikersNetbeheerders, het Rijk, IPO, VNG en ACM werken aan een zorgvuldigeovergang naar een nieuwe werkwijze voor het aanvragen van transportca-paciteit. Dit is nodig omdat netbeheerders stoppen met de huidigewerkwijze waarbij ze in congestiegebieden capaciteit vrijhouden voor allekleinverbruikers. Het reserveren van capaciteit voor alle kleinverbruikers isniet houdbaar en kan leiden tot de situatie dat grootverbruikers,waaronder prioritaire partijen zoals ziekenhuizen of defensie, op dewachtrij komen terwijl kleinverbruikers, ook zonder prioriteit, wel wordenaangesloten. Dit is niet in lijn met een maatschappelijk wenselijkeverdeling van schaarse transportcapaciteit volgens het prioriteringskadervan de ACM. Met de nieuwe werkwijze kan alleen voorrang wordenverkregen op basis van de maatschappelijk prioritaire categorieën zoalsgedefinieerd in het prioriteringskader van de ACM. Bij netcongestieworden zowel groot- als kleinverbruikers op een wachtrij geplaatst. Eenbelangrijk onderdeel van de nieuwe werkwijze is dat gemeenten voorwoningbouwprojecten en onderwijsinstellingen15 in een vroeger stadiumvan het bouwproject dan voorheen vermogen en prioriteit toegewezenkunnen krijgen. Hierdoor krijgen deze projecten eerder in het planprocesduidelijkheid over de beschikbare transportcapaciteit.Voor een zorgvuldige overgang naar de nieuwe werkwijze is het cruciaaldat de bestaande reserveringen voor kleinverbruik stapsgewijs wordenafgebouwd, zodat partijen die voorheen niet op de wachtrij kwamenvoldoende tijd en gelegenheid krijgen om transportvermogen eneventueel prioriteit aan te vragen. Hiermee kunnen zij aanspraak doen opde nog resterende netcapaciteit. Het afbouwpad in de komende maandenziet er als volgt uit:•Tot 1 juli blijft de werkwijze van reserveren voor kleinverbruik depraktijk.•Vanaf 1 juli maken alleen nog prioritaire partijen, groot- en kleinver-bruikers, aanspraak op gereserveerde ruimte.14Met deze toelichting is uitvoering gegeven aan de toezegging aan het Tweede Kamerlid Kops(PVV), TZ202512-00215Het prioriteringskader prioriteert alleen onderwijsinstellingen die onderwijs aanbiedenwaarvoor de leerplicht geldt. Dit is het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en het mbo.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 64010 •Vanaf 1 oktober wordt het mogelijk voor woningbouw en onderwijs-instellingen om eerder transportcapaciteit en prioriteit aan te vragenvoor toekomstige projecten (tot 10 jaar vooruit). Indien er noggereserveerde ruimte is kan deze ook direct worden gecontracteerd.•Per 1 januari 2027 treedt de nieuwe werkwijze volledig in werking. Ditbetekent dat ook niet-prioritaire partijen aanspraak kunnen maken opeventueel resterende transportcapaciteit.Netbeheerders zijn druk met doorrekenen waar nog welke ruimtebeschikbaar is, zodat dit ook inzichtelijk wordt. Netbeheerders geven aandat het helaas voor zal komen dat op plekken de gereserveerde transport-capaciteit beperkt is en op sommige plekken mogelijk op.De komende tijd werken de betrokken partijen aan zorgvuldige uitwerkingvan de nieuwe werkwijze en worden enkele nog openstaande punten enzorgen geadresseerd. Parallel wordt al naar gemeenten en marktpartijenin de woningbouw gecommuniceerd over wat er op hen af komt en wat zijal kunnen doen ter voorbereiding op de veranderingen die op degenoemde data ingaan16.Netbewust ladenDe afgelopen winter zijn de regionale netbeheerders Enexis en Stedinsamen met 8 laadpaalexploitanten een pilot statisch netbewust laden17gestart met ongeveer 5.200 van de circa 60.000 publieke laadpunten inNederland. Het gaat om locaties waar het elektriciteitsnet tijdenspiekmomenten (werkdagen 16:00–21:00 uur) extra is belast. Door hetlaadvermogen daar tijdelijk te reduceren, blijft het net beter in balans enontstaat ruimte voor nieuwe aansluitingen. Met alle partijen zijn intentie-verklaringen getekend om in de komende winters dynamisch netbewustladen18 breed toe te passen. Het einddoel is om te komen tot bilateralecontractafspraken tussen de drie grote regionale netbeheerders enlaadpaalexploitanten. Deze aanpak heeft inmiddels een landelijk uniformebenadering waarbij Netbeheerders, laadpaalexploitanten, de NationaleAgenda Laadinfrastructuur (NAL) en het Ministerie van IenW toewerkennaar een landelijke propositie, die leidt tot afspraken over bestaande ennieuw te plaatsen laadpalen. Deze propositie is van toepassing op zowelconcessie- als vergunningspartijen en gaat in zodra het herziene priorite-ringskader per 1 juli 2026 ten aanzien van kleinverbruikers van kracht zalzijn. Publieke laadpalen hebben in het herziene kader geen prioriteitgekregen.Het Ministerie van IenW levert, conform de toezegging aan de TweedeKamer19, voor de zomer van 2026 een routekaart bi-directioneel laden op.Het doel van de routekaart is opschaling van bi-directioneel laden inNederland te realiseren. Ook wordt er ingegaan op randvoorwaarden diehiervoor op orde moeten zijn en de acties die het Rijk en sectorpartijenuitvoeren om deze randvoorwaarden te realiseren. In lijn met degenoemde toezegging zal de routekaart daarnaast de acties benoemen dieworden ondernomen m.b.t. dubbele energiebelasting die op dit momentnog wordt geheven bij bi-directioneel laden.16https://vng.nl/artikelen/eerder-aanvragen-in-het-bouwproces17«statisch» netbewust laden betreft reductie van het laadvermogen op vaste piekuren.18Bij «dynamisch» netbewust laden wordt het laadvermogen geoptimaliseerd aan de hand vaneen dynamisch stuursignaal dat is gebaseerd op de daadwerkelijke netbelasting op eenspecifieke tijd en plaats19TZ202601-019Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 64011 Netbewust renoveren en elektrificerenBij deze brief wordt het rapport «Netbewust renoveren en elektrificeren»met de Kamer gedeeld. Dit rapport is opgesteld om woningcorporaties ennetbeheerders handelingsperspectief te bieden bij verduurzaming vanbestaande huurwoningen in een context van toenemende netcongestie.De reikwijdte van het rapport betreft woningen die worden verduurzaamddoor middel van elektrificatie, dus in gebieden waar geen warmtenetkomt, waar de grootste impact van netcongestie bestaat.20 Het doel vandeze handreiking is, zoals vastgelegd in de Nationale Prestatieafspraken2025–2035, «een leidraad (op te stellen) om woningcorporaties te helpenmet netbewust verduurzamen». Het rapport geeft inzicht in de netbe-lasting van technische maatregelen die de woningcorporatie kantoepassen in renovatie en verduurzamingsprojecten. Het idee is dat bij hetkiezen van de verduurzamingsstrategie rekening kan worden gehoudenmet de netimpact van verschillende keuzes. De auteurs van het rapporthebben hiervoor een prestatiekader opgesteld. Nu start een vervolgtraject,samen met de woningcorporaties en de netbeheerders, voor de verderetoepassing van de adviezen uit het rapport in de praktijk.Sneller BouwenHet versnellen van de aanleg van elektriciteitsinfrastructuur brengt deoplossing van netcongestie dichterbij. Op 25 april 2025 is een versnel-lingsaanpak21 voor de uitbreiding van het hoogspanningsnet gestart, metverschillende sporen waaronder een wetgevingsprogramma, eenbeleidsaanpak en een projectenaanpak. Deze aanpak wordt in lijn met hetcoalitieakkoord versterkt. Hieronder volgt de stand van zaken van deversnellingsaanpak en een update over de aanpak van de stikstofproble-matiek bij energie-infrastructuurprojecten.Wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojectenIn het Coalitieakkoord is een crisiswet netcongestie aangekondigd. Ik geefhier invulling aan met het wetgevingsprogramma Stroomlijnen energie-projecten, waarbinnen ik ook de reeds lopende aanpassingen van wet- enregelgeving onderbreng. Hierbij pas ik wet- en regelgeving in tranchesaan om de realisatie van energieprojecten te stroomlijnen en teversnellen. Ik werk hierbij nauw samen met de Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening binnen haar verantwoordelijkheid voorde Omgevingswet en voor de woningbouwopgave. Door wet- enregelgeving in meerdere tranches aan te passen, wordt voorkomen datsnel op te pakken maatregelen moeten wachten op maatregelen die meeruitwerkingstijd vergen.Maatregelen binnen het wetgevingsprogramma Stroomlijnen energiepro-jecten zijn onder meer gericht op de verbetering van wet- en regelgevingom procedures te versnellen, grondbeleid effectiever in te zetten, hetvrijmaken van ruimte voor energie-infrastructuurprojecten en de beterebenutting van het bestaande net. Waar mogelijk worden deze aanpas-singen zo vormgegeven dat ook projecten op midden- en laagspanning enandere energiemodaliteiten (waterstof, warmte en CCS) hiervan profi-teren. Dit maakt dat projecten die noodzakelijk zijn voor het verminderenvan netcongestie zo snel mogelijk kunnen worden gerealiseerd. De eerstetranche maatregelen gaat in april in consultatie als onderdeel van de20Tegelijkertijd is het een nadrukkelijke wens om in de toekomst ook de werkelijke netbelastingvan collectieve systemen (zoals warmtenetten) op basis van monitoringdata inzichtelijk temaken, zodat het handelingsperspectief verder kan worden verbreed.21Kamerstukken II, 2024–25, 29 023, nr. 566Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 64012 Vereenvoudigingswet die het kabinet in het coalitieakkoord heeftaangekondigd. In deze tranche zit een maatregel die het Rijk en provincieseen wettelijke basis geeft om leges te kunnen heffen waarmee met deprojectprocedure gemoeide ambtelijke kosten worden vergoed. Na adviesvan de Raad van State, zal het wetsvoorstel in het najaar aan de Kamerworden aangeboden. In samenwerking met de Eerste en Tweede Kamerwerk ik graag aan een snelle behandeling van deze en volgende wetsvoor-stellen, gezien de urgentie van de netcongestieproblematiek.Binnen het wetgevingsprogramma Stroomlijnen energieprojecten wordtook een verkenning gestart naar mogelijke project-specifieke maatregelen,gericht op extra versnelling van de procedures voor een specifieke groepnetcongestie-verlichtende projecten. Deze versnellingen moeten passenbinnen Europese kaders en vragen een afweging met andere ruimtelijkebelangen, zoals de Omgevingswet dat ook vraagt. Ook wordt onderzochtof er wettelijke aanpassingen noodzakelijk zijn om het net beter tebenutten. Voor de zomer zal ik uw Kamer nader informeren over hetresultaat van deze verkenningen en de vervolgstappen.BeleidsaanpakAanvullend en vooruitlopend op het wetgevingsprogramma werkt hetkabinet samen met provincies, gemeenten en netbeheerders aanversnellingsmaatregelen zoals het beschikbaar stellen van expertise,effectiever toepassen van grond- en ruimtelijk beleid, snellere proceduresen kennisdeling. De bijgevoegde voortgangsrapportage LAN laat zien dateen deel van deze maatregelen inmiddels is geïmplementeerd en wordttoegepast zoals medewerkers uit de Expertpool energie-infrastructuur diede provincie Utrecht helpen bij de procedures voor de aanleg van stationUtrecht Noord. Verder wordt dit jaar onder meer ingezet op hetvoorkomen van vertraging en op een zorgvuldige inpassing bij hoogspan-ningsprojecten in de nabijheid van werelderfgoed en het ontwikkelen vaneen uniforme taxatieaanpak om sneller grond te verwerven. Daarnaastworden waar mogelijk maatregelen toepasbaar gemaakt voor midden- enlaagspanning.Maatregelen TenneTEen belangrijk onderdeel van de versnellingsaanpak is een herziening vande werkwijzen van TenneT. TenneT neemt meerdere maatregelen in zowelde planfase als de realisatie om projecten te versnellen. Deze maatregelenzijn gericht op een betere aansluiting van de verkenningsfase op de(juridische) besluitvorming, het eerder starten met grondverwerving enonteigening en het loskoppelen van onder meer EMC-studies enlandschappelijke inpassing van het kritieke pad van de projectbesluit-vorming. Daarnaast neemt TenneT meer risico door zo vroeg mogelijk testarten met bouwen, zet in op standaardisatie van netcomponenten enorganiseert de inkoop portfolio-breed in plaats van per project. Een deelvan deze maatregelen gestart in pilots, worden deels nu doorgevoerd oflater in 2026 afgerond.ProjectenaanpakIn de zomer van 2025 is het kabinet met TenneT gestart met een projecten-aanpak voor 26 doorbraakprojecten die cruciaal zijn voor het oplossen vannetcongestie. Op 4 december is uw Kamer geïnformeerd over de aanpaken de projectateliers die hiervoor in het najaar zijn georganiseerd metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 64013 netbeheerders, gemeenten en provincies22. Deze projectateliers hebbengeleid tot eerste afspraken over het toepassen van versnellingsmaatre-gelen en versterking van de samenwerking. Er is echter meer nodig vooreen succesvolle projectenaanpak. Om meer concretere projectafspraken temaken over zowel bestaande versnellingsmaatregelen als extra versnel-lingsopties is in de maanden februari tot en met april een tweede rondeprojectateliers georganiseerd. Bij de projecten waar dit al heeft plaatsge-vonden zijn zoals is beoogd meer concrete afspraken gemaakt. Hetversnellingspotentieel van projecten verschilt en is afhankelijk van deomvang en de fase waarin het project zich bevindt. Enkele projecten zijn alvergevorderd, waardoor de maatregelen zich voornamelijk richten op hetbeperken van uitlooprisico’s. In het vervolg gaan betrokken partijen perproject in taskforces sturen op voortgang en nakomen van deprojectafspraken.Het is van belang de inzet van het kabinet doelgericht en met maximaleeffectiviteit te organiseren in de projectenaanpak. Hoewel alle projectenvan TenneT maatschappelijke relevantie hebben, verschilt per project inde projectenaanpak de inzet die nodig is vanuit het Rijk. Structurele inzetvan het Rijk is noodzakelijk op projecten met een groot en urgentmaatschappelijk belang, zoals de hoogspanningsstations Utrecht-Noorden Einighausen. Bij andere projecten dragen juist incidentele interventiesbij aan doorbraken in het project.StikstofDe aanleg van energie-infrastructuurprojecten wordt door stikstofbeper-kingen 3 tot 12 maanden vertraagd23, terwijl deze projecten juistrandvoorwaardelijk zijn voor verduurzaming en daarmee bijdragen aanstikstofreductie en een snellere aanpak van netcongestie. De EuropeseCommissie biedt met het voorstel van het Grids Package een oplossingvoor deze problematiek24. Door het voorstel zouden de gevolgen vanstikstofdeposities door de aanleg van elektriciteitsinfrastructuur niet meehoeven te worden genomen in een beoordeling van natuureffecten. Omdeze potentiële versnelling te verzilveren zet het kabinet, gesteund doorde motie-Klos25, in op spoedige onderhandelingen en werkt het vooruit-lopend op een akkoord aan de implementatie van deze wetgeving. Ook zetik er in de onderhandelingen in Brussel op in dat deze oplossing ook vooralle type hernieuwbare energieprojecten gaan gelden zoals waterstof26.Als onderhandelingen voorspoedig verlopen kunnen vanaf begin 2028 alleelektriciteits-infrastructuurprojecten gebruik kunnen maken van dezeoplossing voor stikstof. De bepaling over stikstof in het Grids Package ismede tot stand gekomen door de inzet van het Nederlandse kabinet27.Hiervoor is gebruik gemaakt van de resultaten van onderzoeken die zijnuitgevoerd als onderdeel van een verkenning van potentiële juridischhaalbare nationale routes (waaronder de ADC toets) voor stikstofvergun-ningverlening voor energie-infrastructuurprojecten en verduurzaming vanindustrie28. Als bijlage bij deze brief wordt een ecologische beoordelingverstuurd. Dit onderzoek bevestigt dat ook ecologisch gezien de verduur-22Kamerstukken II, 2025–26, 29 023, nr. 60123https://www.netbeheernederland.nl/publicatie/sneller-meer-energie-infrastructuur-dankzij-europa24Kamerstukken II, 2025–26, 22 112, nr. 426025Kamerstukken II, 2025–26, 29 023, nr. 61926Kamerstukken II, 2025–26, 22 112, nr. 426027Non-paper Versnellen van de energietransitie met tijdelijke, beperkte stikstofdepositie, bijlagebij Kamerstukken II, 2024–25, 21 501-33, nr. 114528Onderzoek Samenhang energietransitie & stikstof in de industrie 2025, bijlage bij Kamer-stukken II, 2025–26, 29 023, nr. 597 en Samenvattend rapport Onderzoek samenhang Energie-transitie en stikstof in de industrie, bijlage bij Kamerstukken II, 2023–24, 29 826, nr. 201Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 64014 zaming van de industrie met daarvoor noodzakelijke aanleg van energie-infrastructuur bijdraagt aan stikstofreductie en daarmee aan hettegengaan van verslechtering van de natuur. Uit de verkenning die hetkabinet heeft gedaan naar een mogelijke nationale route is gebleken datdeze nationale route dusdanig complex is dat deze niet of nauwelijkspraktisch uitvoerbaar is. Daarom richt het kabinet zich nu volledig op hetonderhandelingstraject van het Europese Grids Package om de vertragingvan de aanleg van energie-infrastructuur weg te nemen.29Slimmer Inzicht en risicobereidheidVoor een gerichte aanpak van netcongestie door middel van beterebenutting en uitbreiding van het net is scherp inzicht in de belasting,capaciteit en inrichting van het elektriciteitsnet essentieel, evenalsbetrouwbare prognoses van hoe zich dit in de toekomst ontwikkelt. Uitbijgevoegde voortgangsrapportage LAN komt naar voren dat de actielijnSlimmer Inzicht nuttige dataproducten oplevert en dat de interactievecapaciteitskaart30 steeds meer informatie bevat. Er is echter nog veelruimte voor verbetering van het inzicht in het elektriciteitsnet. Denetbeheerders zijn hiervoor inhoudelijk aan zet. Het kabinet pakt hierbij deregie, in lijn met de motie-Jumelet31. Alleen zo kunnen we stappen zettenom het net structureel efficiënter te benutten en acties gericht teprioriteren.Met het Aansluitoffensief zijn de eerste stappen gezet; met de doorbraak«optimalisatie van prognoses» kan naar verwachting regionaal snelruimte worden vrijgespeeld en de doorbraak «inzicht in flexverwach-tingen» is een essentiële randvoorwaarde om tot grootschalige uitrol vanflexibele contracten te komen. Verder is een start gemaakt met concretevoorstellen om meer risico te nemen. In hoeverre het wenselijk is om eennieuwe adviesraad in te richten om de risico’s maatschappelijk te wegen,zoals geadviseerd in het Aansluitoffensief, zal op basis van de eersteervaringen nader worden bezien. Uitgangspunt is dat de maatschappelijkewaarden betaalbaarheid, betrouwbaarheid en beschikbaarheid vantoegang tot elektriciteit met elkaar in evenwicht zijn.Tot slotDe aanpak van netcongestie vergt de komende jaren de volle inzet vankabinet en parlement, samen met netbeheerders, medeoverheden,betrokken marktpartijen en ook burgers. Alleen door samen alle mogelijk-heden maximaal te benutten kunnen we wachtrijen terugdringen ennetcongestie structureel aanpakken. We zullen in goede samenwerkingscherpe maar zorgvuldige afwegingen moeten maken tussen toegang tothet elektriciteitsnet en andere maatschappelijke belangen en prioriteiten.Zo werken we toe naar een nieuw energiesysteem waarin schaarsetransportcapaciteit van elektriciteit eerlijk wordt verdeeld en optimaalbenut, en scheppen we de noodzakelijke randvoorwaarden voor hetbouwen van woningen, het stimuleren van de economie en toegroeiennaar een duurzaam, weerbaar en robuust energiesysteem.De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,J. de Bat29Met deze toelichting is uitvoering gegeven aan de toezegging om de Tweede Kamer teinformeren over het stikstofprogramma gericht op energieprojecten, nr. TZ202512-00430https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl31Kamerstukken II, 2025–26, 29 023, nr. 612Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 64015

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e9a09e65a6599189

14 okt 2026 · d864c7c7f1f263f3

13 okt 2026 · 6c48eba3fdb5c4bc

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.