Openstaande vragen tweede termijn commissiedebat Ouderenzorg 16 oktober 2024
Brontekst
Versie c904ce6ec6925687 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 389Vergrijzing en het integrale ouderenbeleidNr. 129 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 november 2024Op 16 oktober jl. vond het commissiedebat Ouderenzorg inclusiefouderenhuisvesting plaats. De tweede termijn van dit debat kon vanwegetijdgebrek niet worden afgerond. Daarom is toegezegd op een aantalopenstaande vragen schriftelijk terug te komen. Dat doe ik, mede namensde Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, via deze brief.In december zal ik u separaat door middel van de voortgangsbrief WOZO(Wonen, Zorg en Ondersteuning voor Ouderen) informeren over de inzetvan de Specialist Ouderengeneeskunde via de Wet langdurige zorg (Wlz),reablement, de ontwikkelingen rondom het Generiek Kompas en detoepassing van de vrijwilligersvergoeding voor mantelzorgers. Hieronderga ik in op de gestelde vragen.Het lid Paulusma (D66) heeft een vraag gesteld over de Stimuleringsre-geling zorggeschikte woningen. Zij gaf in het debat aan signalen teontvangen dat ouderen met een beperking geen gebruik kunnen makenvan de regeling terwijl zij tevens signalen ontvangt dat driekwart van hetbudget nog niet besteed is. Tijdens de behandeling van de ontwerpbe-groting 2025 van VWS is ook over dit onderwerp met uw Kamergesproken. De motie van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA)1 is op mijnverzoek aangehouden.De strekking van de motie is om de Stimuleringsregeling zorggeschiktewoningen zodanig aan te passen dat – bij de voorwaarde dat minimaal30% van de met subsidie gebouwde zorggeschikte woningen in iederinitiatief bestemd moet zijn voor ouderen met een Wlz-indicatie voor VV4t/m VV10 – ook ouderen met een VG-indicatie worden meegerekend.Tijdens het debat heb ik hierover gezegd dat 30% van de woningen isgereserveerd voor ouderen met een VV4- t/m VV10-indicatie en mensenmet een beperking ook mogen wonen in de overige 70% van het1Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 60 kst-29389-129ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1291 wooncomplex. Ik heb gevraagd om de motie aan te houden, zodat ik meerin detail kan verduidelijken welke uitgangspunten gelden bij de desbetref-fende regeling.De Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen is alleen ingevoerd voorde verpleeghuissector (in verband met het scheiden van wonen en zorg indie sector) en wordt ook bekostigd vanuit de transitiemiddelen scheidenvan wonen en zorg voor die sector. Bij het bepalen van de behoefte (zowelin aantallen – die zijn gebaseerd op demografische prognoses – als invormgeving van de eisen waaraan de zorggeschikte woningen moetenvoldoen) is gekeken naar de behoefte in de ouderenzorg (mensen met eenindicatie voor VV4 t/m VV10). De openstelling voor mensen met eenbeperking in het wooncomplex geldt daarom alleen in combinatie met hetvereiste dat in het wooncomplex minimaal 30% wordt toegewezen aanouderen met een VV4- t/m VV10-indicatie.De beschikbare middelen (totaal € 312 miljoen in de periode t/m 2028) zijnnodig om voor die sector voldoende zorggeschikte woningen te kunnenrealiseren. Voor uitbreiding naar andere sectoren is geen financiëledekking zonder dat dit ten koste zou gaan van het bedrag per zorgge-schikte woning of het aantal woningen voor de oorspronkelijke doelgroep.De inschrijving van de eerste tranche van deze stimuleringsruimte isoverigens op 31 oktober 2024 gesloten. Voor deze tranche was totaal€ 75 miljoen beschikbaar, maar is voor bijna € 97 miljoen (voor bijna6.500 woningen) aan aanvragen gedaan. Daarmee is er vooralsnog geensprake van onderbesteding die elders zou kunnen worden ingezet.In de gehandicaptensector is geen sprake van een beleid van scheidenvan wonen en zorg en is de intramurale capaciteit voor mensen met eenbeperking niet bevroren. Er zijn derhalve binnen de Wlz voldoendemogelijkheden om wooncomplexen voor mensen met een beperking terealiseren.Ik ontraad om bovenstaande redenen deze motie.Vervolgens stelde het lid Joseph (NSC) een vraag of dit kabinet stappenzou willen zetten om een vergunningsplicht in te stellen voor geclusterdewoonvormen waar ook 24-uurszorg wordt geleverd. Een zorgaanbiederdie in de geclusterde woonvormen 24-uurszorg levert, heeft een vergun-ningplicht onder de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), indien dezezorgaanbieder een instelling is die zorg verleent op grond van Wetlangdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw). De door het lidJoseph gewenste situatie bestaat dus. Eén van de voorwaarden, dieverbonden is aan de vergunning, is dat de zorgaanbieder de zorg zo moethebben georganiseerd, dat dat redelijkerwijs leidt tot het verlenen vangoede zorg. Bij geclusterde woonvormen zijn er signalen dat de huisart-senzorg en de betrokkenheid van de specialist ouderengeneeskunde nietaltijd optimaal is geregeld. De Staatssecretaris LMZ is bereid in gesprek tegaan met de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) en Verenso.Het lid Thiadens (PVV) vroeg hoeveel herindicaties het in de thuissituatiezou schelen als deze zouden worden afgeschaft en hoeveel kosten dit zouschelen. Op dit moment wordt het voorstel om de Wlz-herindicaties voormensen in het verpleeghuis af te schaffen verder uitgewerkt. Het gaat intotaal jaarlijks om circa 30.000 herindicaties voor de zorgprofielenverzorging en verpleging (V&V). Uit cijfers van het CBS en CIZ blijkt datvan alle herindicaties (V&V) ongeveer 11.000 van de cliënten niet verblijftin een verblijfssetting, zij verzilveren de indicatie met een VPT, MPT ofPgb. Er zijn overigens veel mensen zonder Wlz-indicatie die thuis wonenmet ondersteuning op grond van de Wmo en zorg op basis van de Zvw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1292 De indicatiestelling is daar anders geregeld dan in de Wlz en wordt nietdoor het CIZ uitgevoerd.De Staatssecretaris LMZ heeft uw Kamer tijdens dit commissie debatreeds een brief toegezegd in het eerste kwartaal 2025 over de uitwerkingvan het voorstel om de Wlz-herindicaties voor mensen in het verpleeghuisaf te schaffen. De effecten in arbeidstijd en kosten worden hierinmeegenomen.Met betrekking tot het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverplegingstelde het lid Thiadens (PVV) de vraag wat het akkoord tot zover heeftgebracht en of er al meer bekend is over de structurele borging hiervan.Vanuit het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging werkt VWSsamen met Actiz, Zorgthuisnl, V&VN en Zorgverzekeraars Nederland. Doelis te komen tot het meer, samen en anders opleiden van zij-instromersvoor de wijkverpleging via de subsidieregeling Inrichten Opleidings-structuur Wijkverpleging. Dertien samenwerkingsverbanden van zorg- enonderwijsinstellingen verspreid over diverse regio’s hebben hiervoor in deeerste aanvraagronde een aanvraag ingediend. Daarnaast subsidieertVWS vanuit het akkoord een project van de HAN University of AppliedSciences waarbij zorgaanbieders worden gestimuleerd om extraopleidingsplaatsen aan te bieden om 30 Verpleegkundig Specialisten (VS)in de wijkverpleging op te leiden (met mogelijkheid ophoging naar45 plaatsen). Hiermee doen meer VVT-instellingen ervaring op met (hetopleiden van) VS’en zodat zij beter toegerust zijn om gebruik te gaanmaken van de extra beschikbare opleidingsplaatsen. Met ingang van 2025wordt structureel € 60 miljoen overgeheveld naar de VWS-begroting tenbehoeve van een nieuwe subsidieregeling ter compensatie van dewerkgeverslasten voor opleiden in de wijkverpleging. Deze structurelemiddelen borgen de inzet op het meer, samen en anders opleiden.Het lid Krul (CDA) stelde de vraag over de onderbesteding in de thuiszorgen wat de boodschap is van de Staatssecretaris LMZ voor mensen diegeen thuiszorg kunnen krijgen door personeelstekorten. Ik heb vanuit deonderschrijding wijkverpleging structureel € 60 miljoen geïnvesteerd inhet opleiden in de wijkverpleging. Daarnaast heb ik een groot deel van deonderbesteding gebruikt om te investeren in andere delen van de zorg:diverse knelpunten op de VWS begroting, zoals de overschrijdingen GGZ,multidisciplinaire zorg (MDZ), tegenvallers in de Wlz, besparingsverliezenin de Wlz, besparingsverlies maatregel Wet geneesmiddelenprijzen enbesparingsverlies eigen risico voor 2025, zijn door inzet van de onderbe-steding van dekking voorzien.Wat betreft de vraag van het lid Krul (CDA) over de mensen die geenthuiszorg kunnen krijgen vanwege de personeelstekorten: omdat partijensignalen hadden dat de toegankelijkheid van de wijkverpleging ondertoenemende druk zou staan, heeft de voormalig Minister van VWS eencliëntvolgend onderzoek naar de toegankelijkheid van wijkverpleging uitlaten voeren. Hieruit blijkt dat het overgrote deel van de cliënten nog altijdsnel toegang heeft tot zorg.2 Wel moeten hiervoor regelmatig meerdereaanbieders benaderd worden. Een kleine groep – veelal mensen met eencomplexe zorgvraag – moet echter langer wachten. De StaatssecretarisLMZ zet zich ervoor in dat er voldoende personeel is en alle cliënten snelop de juiste plek in zorg komen. Dat doet zij onder meer met het oplei-dingsfonds wijkverpleging en door afspraken over landelijke implemen-tatie van «herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging».2Cliëntvolgend onderzoek in de wijkverpleging | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1293 Het lid Dobbe (SP) vroeg welke belang ik hecht aan adequate zorgsala-rissen. Er is een fatsoenlijke beloning nodig als het gaat om het oplossenvan zorgtekorten en zij vraagt wat ik hieraan ga doen. Voor een concurre-rende salarisontwikkeling stel ik jaarlijks de overheidsbijdrage in dearbeidskostenontwikkeling (ova) beschikbaar. De ova voor 2025 bedraagtnaar huidige inzichten € 3,6 miljard structureel. Het is aan sociale partnersbinnen zorg en welzijn om met deze extra middelen cao’s af te sluiten.Daarnaast spelen secundaire arbeidsvoorwaarden, goed werkgeverschapen de inrichting van werk en werkomgeving een belangrijke rol in dewaardering en de aantrekkelijkheid van werken in de zorg. Uit onderzoekblijkt dat zaken als professionele autonomie, zeggenschap en ontwikkel-mogelijkheden zeker zo belangrijk zijn als salaris voor een keuze om welof niet in de zorg te willen/blijven werken. Zoals in het regeerprogrammaaangegeven, is het vergroten van vakmanschap en werkplezier eennadrukkelijk speerpunt van dit kabinet. Ik werk op dit moment eenleidraad vakmanschap en werkplezier uit, geïnspireerd op een aantalkoplopers binnen zorg en welzijn. Deze leidraad zal ik samen metaanvullende afspraken in het kader van het Zorg en Welzijnsakkoord naaruw Kamer sturen.Tevens wil ik deze vraag als aanleiding nemen om de Kamer nogmaals teinformeren over de afgesloten zorgcao’s met een overzicht van degemaakte afspraken, deze vindt u in de bijlage van deze brief. Hiermee isde toezegging aan het lid Dobbe (SP), gedaan tijdens het commissiedebatvan 16 oktober, afgedaan.Tot slot beantwoord ik de vraag van het lid El Abassi (DENK) ten aanzienvan informatie begrijpelijk en toegankelijk maken voor iedereen. Het isbelangrijk dat mantelzorgers de weg naar informatie weten te vinden endat deze begrijpelijk en toegankelijk voor hen is. Het is de wettelijke taakvan gemeenten om mantelzorgondersteuning aan te bieden aan huninwoners. Gemeenten hebben beleidsruimte over hoe zij dit op lokaalniveau inrichten.Om de begrijpelijkheid en toegankelijkheid van informatie te kunnenwaarborgen kunnen gemeenten hierbij gebruikmaken van de kennispro-ducten van Movisie en het Expertisepunt Basisvaardigheden. Daarnaastondersteun ik met het Adviesteam Mantelzorg, samen met de VNG,gemeenten bij het vormgeven van hun mantelzorgbeleid.Hiermee heb ik, mede namens Staatssecretaris LMZ, de nog openstaandevragen uit het commissiedebat van 16 oktober jl. beantwoord.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M-F. AgemaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 389, nr. 1294
Gerelateerde bronnen
- De minister zal de Kamer een schriftelijke reactie doen toekomen over de gestelde vragen van de Kamer in de tweede termijn van het debat.
De minister zal de Kamer een schriftelijke reactie doen toekomen over de gestelde vragen van de Kamer in de tweede termijn van het debat.
- De minister stuurt de Kamer per brief een overzicht van de afgesloten zorgcao’s, inclusief een overzicht van de gemaakte afspraken.
De minister stuurt de Kamer per brief een overzicht van de afgesloten zorgcao’s, inclusief een overzicht van de gemaakte afspraken.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.