KamerkringInloggen
Kamerstuk

Initiatiefnota

4 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c200718be19cbde3 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 624Initiatiefnota van het lid Hertzberger over eenkritische reflectie op euthanasie bij psychischlijden van jonge mensenNr. 2 INITIATIEFNOTA 1. Samenvatting Deze initiatiefnota richt zich op de groei van euthanasie bij jonge mensenmet psychisch lijden en heeft als doel om tot een kritische reflectie tekomen op deze ontwikkeling. Het aantal euthanasiegevallen in degeestelijke gezondheidszorg is de afgelopen jaren sterk toegenomen,vooral onder vrouwen onder de 30 jaar. Deze toename vindt plaats tegende achtergrond van een verschraald zorgaanbod in de geestelijkegezondheidszorg (GGZ), lange wachtlijsten en een verslechtering van hetmentale welzijn. Daarnaast is er veel media-aandacht geweest vooreuthanasiegevallen met steeds een golf van euthanasieverzoeken totgevolg.De huidige euthanasiewet biedt ruimte voor euthanasie bij psychischlijden. Toch zijn de termen van de wet bij psychisch lijden lastiger toe tepassen dan bij somatische aandoeningen. Er bestaat meer onzekerheidover de prognose van een patiënt en de effectiviteit van behandelingen.Ook de lage bereidheid tot euthanasie binnen de beroepsgroep vanGGZ-behandelaren leidt tot een concentratie van euthanasieverzoeken bijeen klein aantal artsen en het Expertisecentrum Euthanasie. Dezeonzekerheid, specialisatie en media-aandacht brengen risico’s met zichmee voor het vertrouwen in de euthanasiepraktijk bij psychisch lijden.In deze nota staan een aantal voorstellen voor wetenschappelijkonderzoek naar uitzichtloosheid bij psychiatrische aandoeningen en deinvloed van het beperkte zorgaanbod op euthanasieverzoeken. Ook steltinitiatiefnemer voor om een commissie van wijzen samen te stellen om teadviseren over de invulling van de zorgvuldigheidscriteria en de inrichtingvan de euthanasiepraktijk in het licht van de geringe bereidheid.Daarnaast pleit de nota voor een vrijwillige mediarichtlijn voor veiligerberichtgeving over euthanasiegevallen, gezien de mogelijke besmettings-effecten die ook bij zelfdoding zijn beschreven. kst-36624-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 21 2. Aanleiding De afgelopen jaren is het aantal euthanasiegevallen in de geestelijkegezondheidszorg sterk toegenomen. Vóór 2010 was euthanasie bij eenpatiënt vanwege psychisch lijden zeer zeldzaam. In 2020 ging het om68 gevallen. Inmiddels is het aantal meldingen bij de regionale toetsings-commissie euthanasie verdubbeld.1 Binnen die patiëntenpopulatie vindtbovendien een verschuiving plaats naar jongere patiënten. Het aantalkeren dat euthanasie is toegepast bij mensen met een psychische stoornisjonger dan 30 jaar is gegroeid van 5 in 2020 naar 22 in 2023, in totaal 52 in4 jaar. Die toename is vrijwel volledig toe te schrijven aan vrouwen onderde 30.2Deze ontwikkeling vindt plaats in een context van een sterk verschraaldaanbod in de GGZ, waar de kwaliteit van de zorg onder druk staat en erbijna 100.000 patiënten op de wachtlijst staan.3 Daarnaast is er sprake vaneen verslechtering van het algemene mentale welzijn met name bij jongevrouwen.4 Euthanasiegevallen bij jonge mensen werden breed uitge-meten in de media, met een klein aantal uitvoerende psychiaters in dehoofdrol. Die media-aandacht heeft steeds een stevige toename vaneuthanasieverzoeken bij het expertisecentrum tot gevolg gehad.5Van oudsher is een kleine minderheid van artsen bereid tot euthanasie bijpsychisch lijden, en dat geringe draagvlak duurt voort ook nu de wettwintig jaar van kracht is.6 De kleinere groep artsen die wél bereid is toteuthanasie is zeer vocaal in het oproepen van collega’s om welwillenderom te springen met euthanasieverzoeken. Zij zien euthanasie als eenmanier om suïcides bij deze groep terug te dringen en zijn zeer actief in demedia om een klimaat te creëren waarin euthanasie vaker mogelijk is ende wachtlijsten korter worden. Ook geven zij cursussen en workshops aanjeugdzorg- en GGZ-professionals met als doel kennis te verspreiden overde mogelijkheden binnen de euthanasiewet, ook voor jonge mensen diepsychisch lijden.De wet biedt klaarblijkelijk ook de ruimte voor euthanasie van jongemensen die psychisch lijden. De euthanasiemeldingen werden door deregionale toetsingscommissie euthanasie (RTE) zonder uitzondering alszorgvuldig getoetst. In de Wet Toetsing Levensbeëindiging op verzoek enhulp bij zelfdoding (hierna: Wtl) zijn bewust geen beperkingenopgenomen in medische diagnose, fysiek of psychisch lijden of levensver-wachting van de patiënt. Ook bevat de wet geen nadere omschrijvingenvan de termen «ondraaglijk» of «uitzichtloos». De wet eist slechts dat dearts en de SCEN-consulent «de overtuiging (moeten hebben) gekregen»dat het lijden van de patiënt aan de criteria in de wet voldoet.7Daarmee doet de wet recht aan de realiteit dat verschillende soortenmedische aandoeningen in verschillende levensstadia ondraaglijk enuitzichtloos lijden tot gevolg kunnen hebben. Tegelijkertijd vereist dezebrede formulering dat de samenleving groot vertrouwen heeft in debeoordeling van de behandelend arts en de onafhankelijke SCEN-arts.1Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE), Jaarverslag 2023.2Kamerstukken II 2023/24, kenmerk 2024Z12151, p. 2–3.3In de wachtstand Trimbos Instituut / Nivel Schutjens et al. 2024.4Onderzoeksrapport Jong na Corona, Universiteit Utrecht en Trimbos Instituut Stevens et al.2023.5Expertisecentrum Euthanasie, 2023 in beeld (https://expertisecentrumeuthanasie.nl/app/uploads/2024/04/EE_2023_in_beeld_web_150.pdf).6ZonMw, Vierde evaluatie Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding,2023.7Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 22 Ook de commissie die achteraf toetst is vrijwel volledig afhankelijk van debeoordeling van de betrokken artsen. Als onafhankelijke psychiaters en/ofeen SCEN-consulent vaststellen dat het lijden van een patiënt ondraaglijken uitzichtloos is, dat er geen redelijk alternatief is voor euthanasie of hulpbij zelfdoding, en de artsen onderbouwen deze conclusie, dan neemt detoetsingscommissie in de praktijk ook aan dat dit het geval is.Bij het beëindigen van een mensenleven, zeker wanneer dat gaat om hetleven van een jong, kwetsbaar mens, is het van immens belang dat debetrokken artsen met gezag optreden. De maatschappij moet ervan uitkunnen gaan dat de betrokken artsen op groot vertrouwen en draagvlakkunnen rekenen bij hun collega’s.Door de ontwikkelingen en de openlijke onenigheid in de GGZ is daartwijfel over ontstaan. Verschillende psychiaters lieten een tegengeluidhoren in brieven en opiniestukken waarin zij hun zorgen uiten8. Zij zienhoe de nooduitgang die nu steeds wijder wordt opengezet effect heeft opde zorg voor de patiëntengroep. Zowel de voorstanders als de kritischepsychiaters signaleren dat patiënten soms alleen nog op zoek zijn naarartsen die hun verzoek willen inwilligen, in plaats van naar therapeuten ofbehandelingen die hen kunnen helpen beter te worden. De uitgebreideaandacht en toename van de mogelijkheid tot euthanasie heeft gevolgenvoor de motivatie van patiënten met een doodswens om daadwerkelijkbeter te worden. Deze patiënten zouden steeds vaker bezig zijn metbehandelingen «afvinken», «voor het cv» om in aanmerking te komenvoor euthanasie.9Artsen en onderzoekers maken zich ook zorgen over de eenzijdigeweergave van de kleine minderheid van jonge mensen wiens euthanasie-verzoek wordt ingewilligd.10 Dat leidt tot het risico op een vervormderealiteit en draagt bij aan gevoelens van hopeloosheid, fatalisme, eenfixatie op de dood. Ondertussen worden andere verhalen veel mindervaak verteld. De euthanasieverzoeken die werden ingetrokken omdatpatiënten ondanks hun ernstige lijden toch een verbetering in hunkwaliteit van leven ervaarden of zelfs herstelden.11De euthanasiepraktijk in de psychiatrieInitiatiefnemer vindt dat de huidige wet volstaat maar is zeer kritisch opde verschuiving in de euthanasiepraktijk bij psychiatrie. Euthanasie wordtin Nederland al tweeëntwintig jaar zeer zorgvuldig uitgevoerd. In 2023werden meer dan 9000 meldingen van euthanasie gedaan waarvanslechts in vijf gevallen de toetsingscommissie tot de conclusie kwam datde arts niet in overeenstemming met de zorgvuldigheidscriteria heeftgehandeld. Kortom, de euthanasiepraktijk is in algemene zin van hogekwaliteit en artsen springen consciëntieus en behoedzaam om met deruimte die de wet biedt om het leven van een patiënt te beëindigen.8Damiaan Denys, De wens om niet te willen leven mag je niet gelijkstellen aan de wens omdood te zijn, NRC, 19 juli 2024. Sisco van Veen, Eenzijdige berichtgeving brengt een goedepsychiatrische euthanasiepraktijk verder weg, Villamedia, 8 maart 2024. Jim van Os, Jongereneuthanasie aanbieden, negeert hun psychisch lijden, Trouw, 26 juni 2024. Esther van Fenema,Zoeken naar gezamenlijkheid, Medisch Contact, 9 mei 2024.9Menno Oosterhoff, Kit Vanmechelen, en Esther Beukema, Laat me gaan (Uitgeverij Lucht,2023).10Sisco van Veen, Eenzijdige berichtgeving brengt een goede psychiatrische euthanasiepraktijkverder weg, Villamedia, 8 maart 2024.11Verhofstadt, M., Marijnissen, R., Creemers, D., Rasing, S., Schweren, L., Sterckx, S., ... & Pronk,R. (2024). Exploring the interplay of clinical, ethical and societal dynamics: two decades ofMedical Assistance in Dying (MAID) on psychiatric grounds in the Netherlands and Belgium.Frontiers in Psychiatry, 15, 1463813.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 23 Minder dan 2% van het totale aantal euthanasiemeldingen betreft mensendie alleen psychisch lijden. Nog een veel kleiner aantal daarvan betreftjonge mensen. Toch zijn deze snelle maatschappelijk zeer gevoeligeverschuivingen riskant als ze niet kritisch worden gemonitord. Artsenleunen zwaar op de geformuleerde criteria, maar de vraag is of dietoereikend zijn als het gaat om psychisch lijden, in het bijzonder bij jongemensen. De euthanasiecode uit 2022 stelt: «euthanasieverzoek (dat) inoverwegende mate voortkomt uit lijden dat het gevolg is van eenpsychische stoornis wordt van de arts grote behoedzaamheidverwacht.»12 De maatschappij moet ervan uit kunnen gaan dat een artsdie grote behoedzaamheid inderdaad betracht. Het geringe draagvlakbinnen de beroepsgroep, de omgang met de media en de kritiek binnende psychiatrie zetten dat vertrouwen onder druk.Met deze nota beoogt de initiatiefnemer meer duidelijkheid te krijgen overhoe deze verschuiving van de euthanasiepraktijk past binnen de Wtl. Eencommissie van wijzen zou meer duidelijkheid moeten geven of deinrichting van de Wtl volstaat voor psychisch lijden, Daarnaast bevat dezenota een verzoek om met artsenorganisaties en media een gedragscodevast te stellen voor berichtgeving over dit soort euthanasiegevallen.3. Uitzichtloosheid De Wtl stelt een aantal criteria aan euthanasie. Het verzoek moet vrijwilligen weloverwogen zijn, het lijden moet ondraaglijk en uitzichtloos zijn.Alleen wanneer aan deze en aanvullende zorgvuldigheidsvereisten wordtvoldaan is euthanasie of hulp bij zelfdoding uitgesloten van strafbaar-stelling. In de eerste jaren na de invoering van de Wtl was euthanasievoorbehouden aan ziektes die zonder uitzondering progressief zijn: ziekteszoals ALS, MS, Parkinsonisme en sommige vormen en stadia van kanker.Wanneer alle redelijke behandelingen zijn geprobeerd en er geen andereopties meer zijn is de situatie voor deze patiënten uitzichtloos.Twee aspecten van uitzichtloosheidDe uitzichtloosheid wordt hierin bepaald door twee aspecten. Allereersthet gebrek aan behandelopties, oftewel het niets meer kunnen «doen».Zoals beschreven in de euthanasiecode: de aandoening is «niet tegenezen». En «curatieve of palliatieve behandelopties» ontbreken. Ditaspect van de betekenis van uitzichtloosheid vinden we ook terug in derichtlijn «Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychischestoornis» van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.13 Daarin wordtuitzichtloosheid ook alleen beschreven aan de hand van opties totverlichten, verzachten, verdragen of wegnemen. Nadrukkelijk wordtuitgesloten dat het gaat om een «algemeen oordeel over uitzichtloosheidgegeven de psychische diagnose». Deze invulling van uitzichtloosheidheeft tot gevolg dat dit zorgvuldigheidscriterium vrijwel volledigsamenvalt met een ander zorgvuldigheidscriterium, namelijk deafwezigheid van een redelijk behandelalternatief.Een tweede aspect van uitzichtloosheid is de verwachting van hetziektebeloop: dat is de vraag wat het langjarige vooruitzicht is voor depatiënt en de kans dat er een verbetering dan wel verslechtering in deernst van de symptomen en de kwaliteit van leven optreedt.12Regionale Toetsinscommissies Euthanasie (RTE), EuthanasieCode 2022.13Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), Levensbeëindiging op verzoek bij patiëntenmet een psychische stoornis, 2018.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 24 Aan deze twee aspecten wordt in de euthanasiecode niet hetzelfdegewicht gegeven. In de code wordt de nadruk gelegd op het eerste aspect:het wel of niet kunnen behandelen of de symptomen te kunnenverzachten. Uitzichtloosheid wordt in nauwe samenhang bekeken met hetzorgvuldigheidscriterium van het ontbreken van redelijke alternatieveoplossingen. Maar aan het tweede aspect, de prognose van de ziekte zelf,wordt veel minder aandacht besteed. Dat is met name opvallend wanneerhet patiënten betreft met een psychische aandoening, omdat er eenbelangrijk verschil bestaat met somatische aandoeningen.Voor somatische aandoeningen zijn vaak prognoses beschikbaar voor dekwaliteit van leven, voor de ernst van symptomen en voor langjarigeoverleving. Deze prognoses worden onderbouwd door follow-up studiesen cohortenstudies. Vaak zijn deze prognoses met enige zekerheid vast testellen. Psychiaters benadrukken dat er aanzienlijke variatie bestaatbinnen een diagnose, dat het gaat om veelal complexe ziektebeelden endat er grote verschillen zijn in beloop en de mate waarin behandelingenaanslaan.Wanneer is psychisch lijden uitzichtloos?Er bestaan wetenschappelijke studies over de prognose van, bijvoorbeeld,een ernstige angststoornis of depressie op jonge leeftijd. Maar dezeworden niet meegenomen in de beoordeling van het euthanasieverzoek.Ook in de beschreven euthanasiemeldingen bij de RTE’s speelt deprognose van een ziekte een minder centrale rol. De uitzichtloosheidwordt veelal onderbouwd met de beschikbaarheid van alternatieven. DeRTE’s varen hierin volledig op de beroepsgroep en beoordelen zelf nietwat de verwachting is van het ziektebeloop.Dat de psychiatrische patiënten die een euthanasieverzoek doen ernstiglijden is vaak duidelijk. Maar de vraag of dit lijden ook uitzichtloos is, isminder makkelijk te beantwoorden. Bij angststoornissen en depressiekunnen patiënten alle behandelingen hebben doorlopen, uitbehandeld zijnen alleen nog verpleegd worden met als doel comfort te bieden toch is desituatie dan niet uitzichtloos. Op termijn kan een deel van de patiëntendan toch een verbetering van hun kwaliteit van leven ervaren. Dat is eenbelangrijk verschil met somatische aandoeningen en dit verschil wordt nuonvoldoende erkend. Bij euthanasie bij psychisch lijden moet veel meeronzekerheid en houvast geaccepteerd worden dan bij euthanasievanwege een somatische aandoening.Vaststellen van uitzichtloosheid en het zorgvuldigheidscriteriumDe vraag is of uitzichtloosheid van een situatie wel met voldoendezekerheid kan worden vastgesteld wanneer er zo weinig bekend is overhet ziektebeloop en dit beloop ook nog eens sterk individueel bepaald is.Juist de open normen van de wet vereisen dat artsen moeten «handelennaar – min of meer – te objectiveren normen.», zo stelt Esther Pans in haarboek De normatieve grondslagen van het Nederlandse euthanasierecht14.Ook destijds tijdens de wetsbehandeling werd benadrukt dat uitzichtloosvolgens geobjectiveerde medische maatstaven moest worden vastge-steld.15 Het is onduidelijk of met het kennisniveau over ziektemechanisme,ziektebeloop en behandelingen in de psychiatrie kan worden voldaan aandeze vereiste.14Esther Pans, De normatieve grondslagen van het Nederlandse Euthanasierecht (Wolf LegalPublishers, 2012).15Kamerstukken II 1999/00, 26 691, nr. 6, p. 59.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 25 Voorstel 1Initiatiefnemer wil onderzoek laten uitvoeren naar hoe uitzichtloosheid bijpsychiatrische aandoeningen moet worden bezien als zorgvuldigheidscri-terium, los van het criterium van de afwezigheid van een redelijkbehandelalternatief. De vraag is met welke zekerheid iets kan wordengezegd over prognoses van veel voorkomende psychiatrische aandoe-ningen. Wat de verwachting van het ziektebeloop is en hoe factoren alsleeftijd, ernst van de symptomen, risico op suïcide of zelfbeschadiging ende mate waarin een aandoening therapieresistent de kans op verbeteringvan de kwaliteit van leven beïnvloeden. Ook is de vraag hoe de prognosevan psychiatrische aandoeningen zich verhoudt tot die van somatischeaandoeningen waarbij euthanasieverzoeken worden ingewilligd. Ditonderzoek moet voortbouwen op eerder onderzoek naar uitzichtloosheidbij euthanasie binnen de psychiatrie.16Voorstel 2Ten tweede wil initiatiefnemer een commissie van wijzen vragen adviesuit te brengen over welke aspecten moeten worden meegenomen bij hetbeoordelen van de uitzichtloosheid van de situatie. Staat dit zorgvuldig-heidscriterium voldoende op zichzelf, en op welke wijze wordt dezeingevuld los van het criterium van redelijke behandelopties? Is er sprakevan de geobjectiveerde medische maatstaven? Welke mate vanonzekerheid over de prognose is acceptabel bij euthanasie?Deze aanbevelingen zouden op termijn kunnen leiden tot een scherpereomschrijving en methode om uitzichtloosheid te kunnen vaststellen, zodatde euthanasiewetgeving en -code ook toereikend is voor psychisch lijden.4. Redelijke behandelalternatieven De jeugdzorg en de GGZ staan sterk onder druk. Er staan bijna 100.000mensen op de wachtlijst. Met name het aanbod voor complexe patiëntenmet meerdere psychische aandoeningen is verschraald. Patiënten met eencomplex ziektebeeld moeten nog langer wachten op passende zorg ofkunnen die in zijn geheel niet vinden. De specialisatie die in de gehelegezondheidszorg plaatsvindt is ook te zien in de geestelijke gezond-heidszorg. Dat betekent dat patiënten vaak meerdere behandelaren, somsin korte tijd na elkaar, aan deelaspecten van hun gehele ziektebeeldwerken. De behandelrelatie tussen psychiaters en patiënt staat daarmeeonder druk.Euthanasie wordt niet uitgevoerd bij patiënten die op een wachtlijst staan,er moeten immers geen redelijke oplossingen meer zijn voor hetverzachten van het lijden. Toch is het aannemelijk dat de lange wacht-lijsten van een therapie meespelen bij de vraag of het als een «redelijkeoplossing» kan worden beschouwd. Ook op andere manieren kan hetversoberde zorgaanbod binnen de geestelijke gezondheidszorg indirectmeespelen in de beslissing tot euthanasie. Als artsen geen passendebehandeling meer zien is er binnen het aanbod in de GGZ weinig optiestot zorg. In sommige publicaties wordt hier gesproken over «palliatieve»psychiatrische zorg», ook al is het gezien de vragen rondom uitzicht-loosheid twijfelachtig of deze patiënten inderdaad geen verbetering in hunkwaliteit van leven meer zullen ervaren. In een recent artikel wordt16The art of letting go – a study on irremediable psychiatric suffering in the context of physicianassisted death, S. van Veen 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 26 aangestipt dat in België wél zorg beschikbaar is, gericht op comfort inplaats van verbetering, voor chronisch zieke patiënten.17Voorstel 3Initiatiefnemer wil onderzoek laten uitvoeren naar de staat van de GGZ, debeschikbaarheid van redelijke alternatieve oplossingen, de wachtlijsten ende invloed hiervan op euthanasieverzoeken. Welke rol speelt de situatie inde jeugdzorg en de GGZ bij de groei in het aantal euthanasieverzoeken eneuthanasiemeldingen? Zijn er behandelalternatieven die met dehervorming van de jeugdzorg en de GGZ uit het aanbod zijn weggevallenen die nog kansrijk zijn om het lijden te verlichten? Wanneer een patiënt«uitbehandeld» is, welke redelijke oplossingen zijn er nog voor zijn/haarlijden? Op welke wijze kunnen deze patiënten zo goed mogelijk verzorgdworden, welke internationale voorbeelden zijn hier te vinden en is dezezorg beschikbaar in Nederland?5. Euthanasie als specialisatie Een relatief gering aantal psychiaters is verantwoordelijk voor veel van deeuthanasie-uitvoeringen, second opinions en SCEN-consulten bij jongenmensen. Van de 52 gevallen tussen 2020 en 2023 onder de 30 jaar werdener door één psychiater bijvoorbeeld twaalf uitgevoerd. Van het aantalartsen dat betrokken was bij de SCEN-consulten zijn geen gegevensbekend.Veel euthanasiemeldingen bij psychisch lijden komen van het expertise-centrum euthanasie, de voortzetting van de Levenseindekliniek, datgespecialiseerd is in euthanasie. Artsen sturen patiënten door naar ditexpertisecentrum wanneer zij niet tot euthanasie over willen gaan, of decasus ingewikkeld vinden. Waar het expertisecentrum in 2023 meer dande helft van de euthanasie bij psychisch lijden voor zijn rekening neemt isdat bij alle euthanasiegevallen in Nederland minder dan 15%.Voor de vierde wetsevaluatie werd de euthanasie-bereidheid van artsenonderzocht. Twee derde van de ondervraagde artsen gaf in 2022 aan bijpsychisch lijden het ondenkbaar te vinden ooit euthanasie te verlenen,terwijl dat bij kankerpatiënten maar 18% is. Voor euthanasie bij minderja-rigen, met welke oorzaak dan ook, geldt hetzelfde. Ook daar was in 2022een meerderheid niet bereid om mee te werken aan een verzoek (64%). Ditis een relatief stabiel aandeel, in 2016 betrof dit 63% van de artsen, in 201166%. Opvallend is dat het percentage bereidwillige artsen is gedaald tenopzichte van de jaren negentig terwijl bij euthanasie op basis vansomatisch aandoeningen deze is gestegen.De retrospectieve dossierstudie «Psychiatrische patiënten bij Expertise-centrum Euthanasie»18 over de tijdsperiode 2012–2018 geeft inzicht in deoorzaken van die specialisatie. Veruit de grote meerderheid van psychi-aters is niet bereid een euthanasieverzoek in te willigen omdat ze vindendat er niet aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen is voldaan. Van deGGZ-behandelaren die zelf een patiënt hadden doorverwezen (n=104) washet aandeel dat zichzelf niet bekwaam achtte voor de beoordeling net zogroot als de groep psychiaters die nog behandelmogelijkheden zag.17Verhofstadt, M., Marijnissen, R., Creemers, D., Rasing, S., Schweren, L., Sterckx, S., ... & Pronk,R. (2024). Exploring the interplay of clinical, ethical and societal dynamics: two decades ofMedical Assistance in Dying (MAID) on psychiatric grounds in the Netherlands and Belgium.Frontiers in Psychiatry, 15, 1463813.18Expertisecentrum Euthanasie, Psychiatrische patiënten bij Expertisecentrum Euthanasie, 2020.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 27 WachtlijstenEuthanasiegevallen bij psychisch lijden, ook bij jonge mensen, zijn bijnazonder uitzondering achteraf als zorgvuldig beoordeeld door de toetsings-commissie. Er is dus beleidsmatig en juridisch ruimte binnen de zorgvul-digheidscriteria voor euthanasie bij deze doelgroep. Echter, in praktijk isdie ruimte veel kleiner door de beperkte uitvoeringsbereidheid bij deberoepsgroep. GGZ-behandelaars zijn veelal niet bereid tot euthanasie,omdat zij vinden dat de verzoeken niet voldoen aan de zorgvuldigheidscri-teria. Zij verwijzen dan soms door naar de expertisecentra maar veruit hetgrootste aantal aanmeldingen (85%) doen patiënten op eigen initiatief. Bijhet expertisecentrum zijn lange wachtlijsten ontstaan voor het inbehandeling nemen van een verzoek.Cijfers ontbreken maar het is waarschijnlijk dat de bereidheid om toteuthanasie over te gaan nog lager ligt naarmate de patiënt jonger is. Dieverantwoordelijkheid komt dan bij een nog kleinere groep psychiaters teliggen. Dit patroon valt vervolgens ook te verwachten bij de tweedeonafhankelijke psychiater, die volgens de richtlijn moet worden geconsul-teerd en de SCEN-arts. Het gevolg is dat patiënten met zeer ernstigecomplexe psychiatrische problematiek soms jarenlang op een wachtlijststaan met een euthanasieverzoek waarna 90% alsnog wordt afgewezen.Dit heeft grote frustratie, teleurstelling en hopeloosheid tot gevolg.Onwenselijke gevolgen van specialisatieIn verschillende medische beroepsgroepen zijn er gewetensbezwaardeartsen die niet bereid zijn tot euthanasie, ook niet bij somatische aandoe-ningen. Zij verwijzen hiervoor door naar collega’s. Echter, wanneer devraag groot is en zichzelf versterkt, en het aantal behandelaars datverzoeken wil inwilligen zo klein is ontstaan er onwenselijke situaties. Devraag is hoe onafhankelijk deze specialisten zijn als er slechts eenbeperkte groep psychiaters met overeenkomend medisch-ethischeperspectief beschikbaar is om euthanasie uit te voeren, die groep elkaargoed kent en steeds weet te vinden bijvoorbeeld in app-groepen. Er zijneen aantal waarborgen binnen de richtlijnen over de onafhankelijkheidvan de arts die de second opinion en het SCEN-consult uitvoert, maaronduidelijk is wat de uitwerking van onafhankelijkheid nog is naarmatehet aandeel bereidwillige artsen kleiner wordt.Het is belangrijk dat de wachtlijsten niet (alleen) worden gezien alslogistiek/praktisch probleem maar er ook naar de ethische bezwarenwordt gekeken die achter de verdeelde vakgroep schuil gaat. In de huidigesituatie leiden de grote individuele verschillen tussen GGZ-behandelaarsin hoe zij omspringen met een euthanasieverzoek, zeker bij een jongerepatiënten groep, tot willekeur, ongelijkheid en onzekerheid. Die situatie isschrijnend omdat het gaat over de ultieme keuze, namelijk die vanlevensbeëindiging van de patiënt.Tijdens de oorspronkelijk wetsbehandeling van de Wtl was dezeeuthanasie-specialisatie binnen de psychiatrische beroepsgroep nietvoorzien. Aanvankelijk werd voorgesorteerd op een centralere rol van debehandelend arts bij euthanasie. Bij voorkeur zou de arts die de patiënt inbehandeling kent ook de uitvoering op zich nemen. De behandelrelatietussen patiënt en arts werd als waardevol gezien waardoor de uitvoerendarts, die dus bij voorkeur ook de behandelend arts is. Bij de oprichting vande levenseindekliniek, nu het expertisecentrum euthanasie, tekendeKNMG dan ook bezwaar aan omdat zonder een langdurige behandelre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 28 latie en vertrouwensband de arts niet goed tot de overtuiging zou kunnenkomen dat een verzoek vrijwillig en weloverwogen is.19De continuïteit en de kwaliteit van de behandelrelatie staat nu sterk onderdruk. In de organisatie van het GGZ-stelsel is sprake van een versnip-pering en een verschraling van het aanbod. Vooral aanbod voor complexeproblematiek, waar sprake is van meerdere stoornissen, is nauwelijksbeschikbaar. Patiënten zijn jaren bezig met het vinden van de juiste zorg.Gespecialiseerde GGZ-instellingen behandelen vaak maar één aspect vande problemen, maar kunnen niet uit de voeten met aanvullende proble-matiek. Daardoor wordt de behandelrelatie tussen arts en patiëntuitgehold. Het betekent dat patiënten vaker switchen, en bij een euthana-sieverzoek gaan zij eerder op eigen initiatief op zoek naar hulp. Dezezoektocht wordt gefaciliteerd als artsen in de media zeer publiekelijk deindruk wekken dat zij wél op korte termijn welwillend euthanasiever-zoeken in overweging nemen. Ook signaleren GGZ-behandelaren dat insommige gevallen patiënten soms plotseling en buiten hun weten omworden «overgenomen» door collega’s en euthanasie krijgen, ondankshet feit dat zij zelf wel behandelmogelijkheden zagen.Het geheel van bovengenoemde factoren -geringe draagvlak bij deberoepsgroep, de eroderende behandelrelatie en verschraalde versnip-perde zorg- leidt tot de vraag of de inrichting van actieve levensbeëin-diging nog wel volstaat bij psychisch lijden.Voorstel 4Initiatiefnemer wil daarom advies laten uitbrengen door een commissievan wijzen over de risico’s van deze specialisatie voor de euthanasie-praktijk en de achterliggende ethische bezwaren binnen de beroepsgroep.Daarbij zouden de volgende aandachtspunten moeten worden meege-nomen:–de rol van de behandelend arts in de beoordeling van een euthanasie-verzoek.–De rol van de uitvoerend arts, de onafhankelijk psychiater en/of deSCEN-arts, in welke mate er sprake is van specialisatie en onafhanke-lijkheid.–De wijze waarop de verschillende consulten en beoordelingen vaneuthanasieverzoeken van één patiënt moeten meewegen in deuiteindelijke beslissing tot euthanasie en hoe deze in het verslagmoeten worden opgenomen.6. Media De afgelopen jaren is er steeds meer media-aandacht gekomen vooreuthanasie bij psychisch lijden, met name van jonge mensen. Eenwetenschappelijk overzichtsartikel concludeert dat er nauwelijks aandachtwas voor euthanasie bij terminaal zieke mensen in de media maar er deste meer aandacht is voor «sensationele» euthanasiegevallen van jongemensen die psychisch lijden.2019Snijdewind, M. C., Willems, D. L., & Onwuteaka-Philipsen, B. D. (2014). Het functioneren vande Levenseindekliniek. Verslag van het evaluatieonderzoek over het eerste jaar.AMC/VUmc.20Verhofstadt, M., Marijnissen, R., Creemers, D., Rasing, S., Schweren, L., Sterckx, S., ... & Pronk,R. (2024). Exploring the interplay of clinical, ethical and societal dynamics: two decades ofMedical Assistance in Dying (MAID) on psychiatric grounds in the Netherlands and Belgium.Frontiers in Psychiatry, 15, 1463813.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 29 Eén groep psychiaters verenigd in Stichting Kea trad daarbij sterk op devoorgrond. De stichting heeft als doelstelling om «kennis over, begripvoor, en toegankelijkheid van een euthanasietraject bij psychischeaandoeningen vergroten».21 Zij bereikt haar doelen onder meer doorcursussen aan zorgmedewerkers en jeugdzorgprofessionals om meerbekendheid te geven aan de mogelijkheden binnen de wet. Zij verspreidenpositieve verhalen van de verschillende casussen en zochten actief demedia op om deze verhalen aandacht te bieden. De aan de Stichtingverbonden psychiaters deden meermaals de oproep aan collega’s om zichover hun «ongemak en handelingsverlegenheid» te zetten. D66 politicaPia Dijkstra sloot zich als Minister van medische zorg aan bij deze oproeptot het verminderen van terughoudendheid.22Het is bekend dat publieke aandacht voor zelfmoord kan leiden tot meerzelfmoorden, dit fenomeen heet het Werther-effect. Media springendaarom uiterst voorzichtig om met berichtgeving hierover, en laten detailszoals zelfdodingsmethode achterwege.23 Daarnaast gaan berichten overzelfdoding altijd gepaard met een verwijzing naar zelfmoordpreventie-hulplijn 113. Ook bij zelfbeschadiging is dit besmettingseffect goedgedocumenteerd.Bij euthanasie speelt naar alle waarschijnlijkheid ook een besmettings-effect. Zowel Stichting 113 zelfmoorpreventielijn, het expertisecentrumeuthanasie als de verschillende GGZ-instellingen signaleren dat media-aandacht steevast leidt tot een golf in het aantal euthanasieverzoeken. Bijhet expertisecentrum euthanasie bleef het aantal euthanasieverzoekenvan mensen jonger dan 30 beperkt tot 30 per jaar. In 2023 is het aantalverzoeken gestegen tot 895 per jaar.24 Het is aannemelijk dat de toege-nomen media-aandacht ook verband houdt met groei in het aantaleuthanasieverzoeken van jonge patiënten.Daarnaast is de berichtgeving over deze euthanasiegevallen zeereenzijdig. De media-aandacht is met name gericht op euthanasiever-zoeken van jonge mensen die ook daadwerkelijk worden ingewilligd.Echter, in werkelijkheid wordt 10% van de euthanasieverzoeken bij hetexpertisecentrum ingewilligd. Van de ingewilligde euthanasieverzoekenvanwege psychisch lijden is de gemiddelde leeftijd 58 jaar.Er is veel minder aandacht voor andere uitkomsten van een euthanasie-traject dan euthanasie. Een meerderheid van de mensen die een verzoekindienen trekt dit terug. Ook kan er alsnog een oplossing wordengevonden zoals bijvoorbeeld bij een casus die werd beschreven in hetproefschrift van dr. Van Veen waar de onafhankelijke second opinionleidde tot een andere diagnose, met een andere behandeling resulterendein remissie.25 Door de afwezigheid van de minder sensationele euthana-sieverhalen is er geen kans voor het tegenovergestelde van het besmet-tingseffect, het zogeheten Papageno-effect waarbij een hoopvoller verhaalook minder fatalisme en doodsfixatie tot gevolg kan hebben.21Stiching KEA, «Wat zijn onze doelen?» (https://stichtingkea.nl/over-kea/#wiezijnwe)22Kamerstukken II 2023/24, kenmerk 2024Z02772, p. 1.23Trimbos-instituut, Suïcide voorkomen via de media: een handreiking voor mediaprofessionals,201824Verhofstadt, M., Marijnissen, R., Creemers, D., Rasing, S., Schweren, L., Sterckx, S.,... & Pronk,R. (2024). Exploring the interplay of clinical, ethical and societal dynamics: two decades ofMedical Assistance in Dying (MAID) on psychiatric grounds in the Netherlands and Belgium.Frontiers in Psychiatry, 15, 1463813.25The art of letting go – a study on irremediable psychiatric suffering in the context of physicianassisted death, S. van Veen 2022Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 210 Initiatiefnemer waardeert dat het expertisecentrum euthanasie insamenwerking met experts het voortouw heeft genomen om tot eenvrijwillige richtlijn voor mediaberichtgeving te komen.Voorstel 5Initiatiefnemer verzoekt de regering om het initiatief van het expertise-centrum euthanasie richting een vrijwillige mediarichtlijn over euthanasiete omarmen en waar mogelijk te bevorderen.7. Beslispunten Deze initiatiefnota presenteert een aantal voorstellen die helderheidmoeten bieden over de invulling van en media-aandacht voor euthanasiebij psychisch lijden van jonge mensen. Daartoe stelt initiatiefnemer deKamer voor ermee in te stemmen de betrokken bewindspersoon teverzoeken om de volgende voorstellen uit te voeren.Beslispunt 1Wetenschappelijk onderzoek laten uitvoeren naar wat er gesteld kanworden over de prognose van veelvoorkomende psychiatrische aandoe-ningen die hebben geleid tot euthanasie-aanvragen en welk aspectfactoren zoals leeftijd hierin speelt.Beslispunt 2Een advisering door een commissie van wijzen over uitzichtloosheid alszorgvuldigheidscriterium losstaand van het zorgvuldigheidscriterium vanhet ontbreken van een redelijk alternatief.Beslispunt 3Wetenschappelijk onderzoek naar de staat van de GGZ, de invloed opeuthanasieverzoeken en -meldingen en de beschikbaarheid van redelijkealternatieve oplossingen voor jonge psychiatrische patiënten die eeneuthanasieverzoek indienen.Beslispunt 4Een advisering door een commissie van wijzen over de rol van debehandelend arts, de uitvoerend arts, de psychiater die een secondopinion geeft en een SCEN arts en de gevolgen van het geringe draagvlakvoor de euthanasiepraktijk bij de psychiatrie.Beslispunt 5Het initiatief uit het veld voor een vrijwillige mediarichtlijn voor bericht-geving over euthanasie te omarmen en waar mogelijk de steunen enbevorderen.De beslispunten 1 en 3 waar wetenschappelijk onderzoek wordt gevraagdzouden kunnen worden neergelegd bij een onderzoeksorganisatie. DeGezondheidsraad gezien zijn taakopvatting en de beschikbare weten-schappelijke kennis en literatuur zou hiervoor een optie zijn. Voor voorstel2 en 4 stelt initiatiefnemer voor om een commissie van wijzen te vragenzich hierover te buigen en een advies te schrijven. Eerder bracht eencommissie van wijzen onder leiding van Prof. Dr. Paul Schnabel advies uitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 211 over de juridische mogelijkheden en de maatschappelijke dilemma’s metbetrekking tot hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooidachten.8. Financiële paragraaf Inschatting is dat het gevraagde onderzoek ongeveer een jaar zal duren en170.000 euro zal kosten. Dit kan uit het vaste kamerbudget voorgezondheidsraad-adviezen komen. Daarnaast is budget voor commissienodig voor 1 jaar van 100.000 euro. Dat kan binnen het budget vanZonMw.HertzbergerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 624, nr. 212

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c19e653a391ccd12

14 okt 2026 · 6bee546597cae0ed

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.