Verslag van een commissiedebat, gehouden op 1 oktober 2025, over mbo
Brontekst
Versie c37d9aaf9296a51f · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 524Beroepsonderwijs en Volwassenen EducatieNr. 679 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 24 oktober 2025 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op1 oktober 2025 overleg gevoerd met de heer Moes, Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap, over:−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 10 juli 2025 inzake voortgang van de herziening vande mbo-bekostiging: inventarisatie van de mogelijkheden doorPwC en het eerste advies van de Commissie herzieningbekostiging mbo (Kamerstuk 31 524, nr. 674);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 24 april 2025 inzake proces pact opleiden voor dearbeidsmarkt van de toekomst (Kamerstuk 31 524, nr. 655);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 24 maart 2025 inzake voortgang actieplan voortij-dig schoolverlaten (Kamerstuk 26 695, nr. 145);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 4 juli 2025 inzake voortgang bbl-offensief (Kamer-stuk 31 524, nr. 673);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 19 mei 2025 inzake tweede voortgangsbrief aanpakbasisvaardigheden mbo (Kamerstuk 31 524, nr. 657);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 16 januari 2025 inzake rapport Personeelstekortenmiddelbaar beroepsonderwijs (peildatum 1 oktober 2024)(Kamerstuk 31 524, nr. 627);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 27 maart 2025 inzake beantwoording vragencommissie over het rapport Personeelstekorten middelbaarberoepsonderwijs (peildatum 1 oktober 2024) (Kamerstuk31 524, nr. 627) (Kamerstuk 31 524, nr. 639);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 5 juni 2025 inzake behoud van toegankelijk mbo inde regio (Kamerstuk 31 524, nr. 671);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 15 september 2025 inzake behoud van toegankelijkmbo in Limburg en Rivierenland (Kamerstuk 31 524, nr. 676); kst-31524-679ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6791 −de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 21 mei 2025 inzake onderzoeksrapport Gelijkwaar-dige behandeling mbo-studenten (Kamerstuk 31 524, nr. 658);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 15 januari 2025 inzake beleidsreactie op MonitorIntegrale Veiligheid MBO 2023: Sectorrapport (Kamerstuk29 240, nr. 158);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 11 juli 2025 inzake onderzoeksrapport Inventarisa-tie taalinterventies in het mbo (Kamerstuk 31 524, nr. 675);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 10 december 2024 inzake vierde meting monitorvan de wet vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht mbo(Kamerstuk 31 524, nr. 625);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 3 juli 2025 inzake reactie op verzoek commissiemet betrekking tot de problemen bij verkrijgen van diploma(Kamerstuk 31 524, nr. 672);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 26 mei 2025 inzake reactie op een burgerbrief metbetrekking tot oplossingen voor het behalen van mbo-diplomavoor leerlingen met dyscalculie (Kamerstuk 31 524, nr. 667);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 24 april 2025 inzake voortgang cyberweerbaarheidin het vervolgonderwijs (Kamerstuk 31 288, nr. 1189).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,BrometDe griffier van de commissie,VerhoevTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6792 Voorzitter: BrometGriffier: VerhoevAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Beckerman, Bromet,Hertzberger, Oostenbrink, Paternotte, Rajkowski, Tseggai en Uppel-schoten,en de heer Moes, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Welkom bij de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.We hebben vandaag een debat over het mbo. Er is gisteren een briefbinnengekomen. Dat is een kabinetsreactie op het advies van het Collegevoor de Rechten van de Mens over de opname van de grond opleidings-niveau in de Algemene wet gelijke behandeling. Daar is twee keer opgerappelleerd. De brief is nu gekomen, maar die maakt eigenlijk nog geenonderdeel uit van dit debat. Die vervolgt zijn weg via de procedureverga-dering. Dus dan weet u dat.Ik wil de Minister, het publiek en de Kamerleden van harte welkom heten.Ik stel voor dat we beginnen met vier interrupties op elkaar. Dezevergadering duurt van 10.00 uur tot 14.00 uur, maar wij hebben om13.40 uur een hoofdelijke stemming, dus ik wil proberen om het debatvoor die tijd afgerond te hebben. Dan weet u dat.De heer Paternotte (D66):Er is nog een eerdere stemmingsronde die over mijn portefeuille gaat.Daarvoor zal ik de vergadering dus even uit moeten lopen. Ik hoop dat datniet is op het moment dat ik spreek. Dat is om 10.40 uur.De voorzitter:Als u dan net aan de beurt bent, schorsen we eventjes. Of u spreekt alseerste; dat is misschien veel praktischer.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik wil voorstellen om meneer Paternotte als tweede spreker het woord tegeven.De heer Paternotte (D66):Als tweede? Daar ben ik zeer erkentelijk voor.De voorzitter:Dank u voor de vrijgevigheid. Dan wil ik nu eerst het woord geven aanmevrouw Tseggai van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik ga proberen om binnen de vier minuten die wehebben de grootste onderwijssector in Nederland te bespreken. Ik wilgraag beginnen met de stagevergoeding.Voorzitter. Vandaag staan er studentenorganisaties te demonstreren bij deTweede Kamer. Helaas is het nog steeds zo dat twee derde van dembo-studenten en een derde van de hbo- en wo-studenten geenstagevergoeding krijgt. Er is afgelopen Kamerperiode een hoop gebeurdaan de zijde van die studentenorganisaties, maar helaas niet aan de zijdevan het kabinet. In januari ’24 is er een motie aangenomen om onderzoekte doen naar een minimale stagevergoeding. In juni ’24 hebben zij eenpetitie aangeboden met 25.000 handtekeningen. In juni 2025 hebben zewederom een petitie met 25.000 handtekening aangeboden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6793 Voorzitter. In de tussentijd verkennen we hoe het recht op de stagever-goeding kan worden ingevoerd. Maar deze studenten kunnen niet langerwachten. Ik zou de Minister dus willen vragen hoe hij dit dossier verdergaat brengen. Ook vandaag is er weer een oproep van de gemeenteAmsterdam met vijftien andere organisaties: geef die studenten eenstagevergoeding, want ze komen niet rond tijdens hun studie.Voorzitter. Dan gelijke behandeling. In deze Kamer of online wordt doorpolitieke partijen regelmatig de waardering voor het mbo uitgesproken.Maar van waardering kunnen mbo-studenten de huur niet betalen. Er zijnecht nog heel veel voorbeelden – ik heb hier een rijtje voor me – waarbijmbo-studenten ongelijk behandeld worden ten opzichte van hbo- enwo-studenten. De thuiswonende basisbeurs: € 266 per jaar minder voormbo-studenten. De aanvullende beurs: € 288 per jaar minder. Geenlesgeldterugbetaling bij vroegtijdig stoppen. Geen lesgeldkrediet. Eenlager leenbedrag. Dat kan oplopen tot bijna € 3.000 per jaar permbo-student. Dat is ongelijk ten opzichte van hbo- en wo-studenten. Mijnvraag aan deze nieuwe Minister is dan ook: erkent hij dit probleem en, zoja, wat gaat hij hieraan doen?Voorzitter, u haalde het net al even aan: de brief over diplomadiscrimi-natie. Die wordt nu dus helaas niet betrokken bij dit debat. Ik zal het dusalgemeen houden. Ook daarvan ben ik benieuwd of deze Minister bereidis om dit probleem aan te pakken, bijvoorbeeld door opleidingsgrond opte nemen in de Algemene wet gelijke behandeling.Voorzitter. Dan de bbl-studenten. Er is een bbl-offensief gaande, waarbijvijf actielijnen zijn uitgetekend. Maar wij maken ons toch nog steedszorgen over de positie van bbl-studenten. Ten eerste is slechts 53% van debbl-studenten positief over de rol van hun school tijdens dat bbl-traject.Hoe zou dit beter kunnen? Maakt deze Minister zich dan ook geen zorgenin het licht van de bezuiniging op de Subsidieregeling praktijkleren? 20%van de bbl-studenten heeft moeite ronde te komen tijdens het traject. Is deMinister bereid om de bbl-salarissen gelijk te trekken met het minimum-loon?Voorzitter. Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat we mbo-studentenook echt de kans geven om te excelleren. Alle mooie woorden over hetmbo in dit huis ten spijt, worstelen gewoon te veel mbo-studenten tijdenshun opleiding. Daardoor verlaten ze hun opleiding en krijgen ze gewoongeen eerlijke kans. Ik hoor dus graag hoe deze nieuwe Minister hieroverdenkt.De voorzitter:Dank u wel. Keurig binnen de tijd. Dan geef ik nu het woord aan de heerPaternotte van D66, omdat hij zo meteen even weg moet.De heer Paternotte (D66):Veel dank daarvoor, voorzitter. Het is heel fijn dat we op de valreep vanhet verkiezingsreces nog de kans hebben voor een debat over het mbo.Dat is heel terecht. We zijn blij dat we dat doen. Het is wel ontzettendjammer dat we geen kans hebben om Kameruitspraken uit dit debat tekrijgen, omdat gisteren een meerderheid dat niet wilde toestaan.Voorzitter. Het is belangrijk dat we het hebben over het mbo, want te langis het mbo gezien als een deel van een onderwijsladder. De voorgangervan de vorige Minister, Minister Dijkgraaf, zei dat we daarmee moetenstoppen. Je kunt excelleren in de academie, maar je kunt ook excelleren inpraktisch denken en handelen. Bovendien laat de arbeidsmarkt zien datwe dat heel hard nodig hebben. Daarom is het onderwijs geen ladder,maar een waaier. Ik ben heel benieuwd hoe deze Minister daarover denkt.Ik vermoed dat hij de visie van zijn voorganger zal omarmen.Ook de twee overgebleven coalitiepartijen hebben het vaak over het mbo.Maar ik wil toch even kijken of we dat ook zien in de keuzes die nugemaakt worden in de begroting. Zien we dat ook in de portemonnee?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6794 Dan is het antwoord nee. Want helaas wordt er bezuinigd op plekken waarhet geld echt het hardst nodig is, bijvoorbeeld bij stages in de zorg enpraktijkleren. Ook in de begroting die we net hebben gekregen, gaat weer20 miljoen euro weg bij het mbo. Daarom vraag ik: hoe kan dat nou?Voorzitter. Juist in de zorg zijn mensen heel hard nodig. Vorig jaarmaakten 22.500 leerbedrijven gebruik van het stagefonds mbo. Door deafschaffing van het stagefonds zal het begeleiden en opleiden vanmbo-studenten heel veel minder worden. De Subsidieregelingpraktijkleren is juist bedoeld als kostentegemoetkoming voor werkgeversdie een praktijk- of werkleerplaats aanbieden aan een student tervoorbereiding op de arbeidsmarkt, om hen een zetje in de goede richtingte geven.In 2028 verdwijnt ook het Regionaal investeringsfonds. Dat is tien jaargeleden opgericht om mbo’ers en mkb-bedrijven in de regio aan elkaar tekoppelen. Als we die infrastructuur nu afbreken, dan zal het heel lastig zijnom die daarna weer te herstellen. Waarom wordt hier nu op bezuinigd,vraag ik aan de Minister. Zou hij misschien bereid zijn om op z’n minstvoordat de OCW-begroting wordt behandeld komende februari dezebezuinigingen op te schorten, zodat de Kamer de kans heeft om tevoorkomen dat dingen worden afgebroken voordat die keuze gemaaktwordt? Is hij bereid om er überhaupt op in te zetten dat we de bezuinigingop het mbo uit de begroting halen en ons daarvoor een wijziging van debegroting te sturen? Want er zijn heel veel mooie woorden over het mbo,maar tegelijkertijd niet de daden die daarbij horen. Dat maakt die woordenwel leeg.Voorzitter. Daarnaast geldt wat ons betreft dat ook de mbo’er zelf gelijkerechten zou moeten krijgen, dus dat die waardering er niet alleen metwoorden is. Ik denk dat mevrouw Tseggai daar net hele verstandigedingen over heeft gezegd. Ook mbo-studenten moeten geld overhoudenin hun portemonnee. In aanvulling op wat we net hoorden: vorig jaar is dekoopkracht van studenten in Nederland met zo’n 6,6% afgenomen. Dateffect zien we dit jaar.Het is natuurlijk ook niet uit te leggen dat er voor mbo’ers nog steeds eenandere inkomensgrens wordt gehanteerd dan voor hbo’ers en wo’ers omaanspraak te kunnen maken op de aanvullende beurs. Dat moet echtgelijkgetrokken worden. Graag een reactie van deze Minister. Is hij bereidom die inkomensgrens ook gelijk te trekken en er op die manier voor tezorgen dat mbo-studenten zien dat ze gelijke rechten hebben en dat er ookvoor hen oog voor is dat zij aan het eind van de maand genoeg geldoverhouden om rond te komen?Voorzitter. Ik heb hele hoge verwachtingen van deze Minister. Ik hoopeigenlijk dat hij op mijn vragen alleen maar zegt: jazeker, dat gaan wedoen.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Hertzberger van NieuwSociaal Contract.Mevrouw Hertzberger (NSC):Voorzitter. Mbo’ers houden onze samenleving draaiende. Het zijn demensen die je geen dag kunt missen. Het probleem is dat het mbo krimpt.Dat kunnen we ons in Nederland gewoonweg niet veroorloven. Wemoeten ook constateren dat het moeilijker is geworden voor veel mensenom een mbo-opleiding te voltooien.Het leven is duurder geworden. Studenten hebben geen inkomen datmeegroeit met de prijsstijging, zeker wanneer zij voltijds stage lopen enniets meer kunnen bijverdienen. Dan komt hun koopkracht onder druk.«Koopkracht» is eigenlijk een vreemd woord; het is natuurlijk gewoonleefkracht. We horen veel over de hardwerkende Nederlanders, maar deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6795 hardstuderende Nederlander krijgt nu wel de volledige gevolgen van hetduurdere leven te verstouwen.Voorzitter. Daarom vragen wij de Minister naar de verplichte minimumsta-gevergoeding. Hoe denkt de Minister de economische impuls, die dezeregering voorstaat, te combineren met de opbouw van onze defensie en aldie verzorgenden en verpleegkundigen die we nodig hebben nuNederland veroudert? Hoe zorgen we ervoor dat studenten, ook als hetleven duurder wordt, in staat blijven om de benodigde opleidingen tevolgen? Wij pleiten dan ook voor een verplichte stagevergoeding van€ 450 voor elke voltijdstage langer dan zes weken. Wat vindt de Ministerdaarvan? Hoe kan een wettelijk verplichte minimale stagevergoedingworden vastgelegd en ingericht? Zoals eerdere sprekers al zeiden,kondigde de vorige Minister een verkenning aan. Hoe staat het daarmee?Vaak wordt er alleen gekeken naar de stages, maar de 140.000 bbl’ers zijnnet zo belangrijk. Die lopen geen stage; die werken gewoon vier dagen enleren daarbij één dag. Vanaf dag één dragen zij bij in deze tekortsectoren,aan techniek en zorgen voor kinderopvang, aan plekken waar we keihardmensen nodig hebben. We kunnen ons niet veroorloven dat bbl’ersuitvallen omdat ze het financieel niet kunnen volhouden. De vorigeMinister heeft al aangekondigd de bbl-staffel, het minimumjongerensa-laris, af te schaffen per 2027. Kan de Minister toezeggen dat dit inderdaadgaat gebeuren? Want dat zou mooi nieuws zijn en een flinke impuls voorde bbl-student, zeker als het minimumloon ook flink gaat stijgen naar€ 18 per uur, zoals wij bij Nieuw Sociaal Contract voorstellen.Voorzitter. Dan de studenten die uitvallen. In het mbo hebben studentenvaak net iets meer bananenschillen op hun pad liggen dan in het hbo ofwo. Ik was bij Albeda op Rotterdam-Zuid. Ze hebben daar bijvoorbeeld deTalenthub, waar jongeren die stoppen met hun opleiding of dreigen uit tevallen even op de pauzeknop kunnen drukken en een stapje terug kunnendoen, om zich te herpakken en hun motivatie terug te vinden. Hoe kijkt deMinister naar dit soort ontwikkelingen? Op welke manier kan dit structu-reler ondersteund worden vanuit OCW?Dan de dunbevolktheidstoeslag. Daarvoor zien we nu de eerste tranchesverdeeld worden. Eerst is Limburg aan de beurt. Mijn fractie is benieuwdof er ook bindende afspraken worden gemaakt over welke opleidingen instand worden gehouden. Het lijkt ons belangrijk dat we inzetten op hetondersteunen van opleidingen, ook voor de arbeidsmarkt en de tekortsec-toren. Zijn daar afspraken over? Dat kan namelijk ook een impuls zijn voorde lokale economie en de voorzieningen.Tot slot de Wet van school naar duurzaam werk. Mijn fractie was albezorgd over het financiële plaatje hierachter: meer taken voor de scholenen maar een klein beetje meer geld en vooral heel veel verschuivingen inde potten. Er zit niet alleen een intensivering in die wet, maar er stoppenook regelingen, zoals de nazorgregeling en de gemeentelijke doeluitkeringjeugd. Wij krijgen signalen dat deze wet netto negatief uitpakt als je het opregionaal niveau bekijkt, met name in de gemeenten met het hoogstepercentage kwetsbare mbo-studenten en het hoogste percentagembo-studenten met een niet-Europese achtergrond, die net iets moeilijkerdoorstromen. In Rotterdam en Amsterdam krijgen mbo-instellingenminder geld voor de cruciale begeleiding van mbo-studenten naar werk.Wel extra werk, geen extra geld: dat kan toch niet de bedoeling zijn? Kande Minister hier echt heel zorgvuldig naar kijken? Hoe borgen we dat allestudenten baat hebben bij deze wet? Kan de Minister ook toezeggen dat,waar er correcties nodig zijn, deze negatieve uitwerking zo snel mogelijkaan de Kamer wordt gerapporteerd?Voorzitter. Deze vragen stel ik niet alleen in het belang van dembo-studenten zelf of in het belang van de mbo-scholen, maar ookgewoon in het belang van Nederland.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6796 De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Oostenbrink van de BBB.De heer Oostenbrink (BBB):Dank u, voorzitter. Zonder mbo’ers staat ons land stil. Dat is geen slogan;dat is een feit. Ook maandag meldde RTL dat BBB een van de partijen ismet de meeste mbo’ers op de kieslijst. Dat is geen toeval, want wij staanpal voor vakmensen: voor de mensen die bouwen, zorgen, repareren enNederland draaiende houden. Het mbo is geen bijzaak, maar hetfundament van onze samenleving. Dat fundament verdient erkenning,instroom en waardering. Als mbo’er heb ik geleerd praktisch en pragma-tisch problemen aan te pakken. Maar ik heb ook de ongelijkheid in desamenleving gezien, in hoe er tegen het mbo en mbo-studenten wordtaangekeken.Voorzitter. De instroom daalt al jaren. In de zorgopleiding is het verlies hetgrootst. De opleiding tot verzorgende IG verloor sinds 2019 ruim10.000 studenten, maar ook in de techniek, bouw, infra en logistiek zienwe een daling, terwijl de arbeidsmarkt schreeuwt om vakmensen: zondertechnici geen stroom, zonder loodgieters geen water, zonder bouwvakkersgeen huizen en zonder verzorgenden geen zorg. Dit is geen trend; dit iseen systeemcrisis. BBB ziet dit als het gevolg van jarenlang beleid waarinhet theoretisch onderwijs werd voorgetrokken en het praktisch onderwijswerd verwaarloosd.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Beckerman van de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, maar niet omdat ik het met enig woord oneens ben, want ik vind heteen zeer terecht betoog van de heer Oostenbrink. Ook mooi dat BBB heelveel mbo’ers op de lijst heeft staan. Wat ik bij dit soort debatten altijd heelvervelend vind – dat is geen verwijt aan de heer Oostenbrink – is dat weallemaal het mbo roemen en allemaal zeggen hoe geweldig we het vindenen dat mbo’ers onmisbaar zijn, dat Nederland stil zou staan. Tegelijkertijdzien we, ook in deze begroting, bezuinigingen. U had het net bijvoorbeeldover de zorg, als ik daar als eerste op mag interrumperen. Op hetStagefonds Zorg wordt hard bezuinigd. Wil BBB samen met anderepartijen hier dat bijvoorbeeld terugdraaien, zodat we niet alleen zeggendat we mbo’ers waarderen, maar we het ook financieel mogelijk makenvoor hen om die opleiding te doen?De heer Oostenbrink (BBB):Dank voor deze vraag. In een eerder debat hebben we het ook al gehadover toegang van de mbo’ers tot de arbeidsmarkt. De Algemene Reken-kamer heeft geconcludeerd dat het Stagefonds Zorg niet per se meerstageplekken heeft opgeleverd. Dat is natuurlijk ook voor ons een keusgeweest. Bij bepaalde fondsen moet je wikken en wegen: wat is hetresultaat dat je wil behalen met een bepaald fonds en geeft dat dan ookhet gewenste resultaat?Mevrouw Beckerman (SP):Deels eens natuurlijk, maar de heer Oostenbrink zei net bijvoorbeeld zelfdat je bij de opleiding tot verzorgende IG nu de minste mensen zietinstromen. De instroom daalt enorm, dus straks hebben we veel minderverzorgenden en tegelijkertijd hebben we door de vergrijzing heel veelmensen nodig. Dan kun je twee dingen doen: je kunt zeggen «webezuinigen dat geld weg» óf «we zetten dat geld anders in». Er is nu voorgekozen om een groot deel weg te bezuinigen. We zien ook in dezebegroting weer verkapte bezuinigingen. D66 had het er net al over. Er gaatweer 20 miljoen vanaf. De stagevergoeding is nog steeds niet geregeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6797 Dit geld verdwijnt wél. Daarom is de vraag aan de heer Oostenbrink devolgende. Dit is wegbezuinigd door het kabinet. Zou BBB bereid zijn omopnieuw geld vrij te maken om deze bezuinigingen terug te draaien endaadwerkelijk te investeren in deze groep studenten?De heer Oostenbrink (BBB):Dank ook voor deze vraag. Zoals ik eerder zei: in een coalitie moet jenatuurlijk altijd keuzes maken, dus dat geldt ook voor bepaalde bezuini-gingen. Daarom moet je natuurlijk altijd kijken wat wel kan en wat nietkan, maar kijk je ook naar bepaalde fondsen om te zien of je daarmee eenprobleem kan oplossen dat je graag wil bewerkstelligen. In het geval vanbijvoorbeeld het Stagefonds Zorg geeft ook een rapport van de AlgemeneRekenkamer aan dat het niet oplevert wat we willen. Als het gaat omstaan voor het mbo: als BBB staan we daarvoor. Dat geldt bijvoorbeeldook voor bepaalde krimpgelden, waarvan we zeggen: die moetenbeschikbaar komen om het mbo beschikbaar te houden in de regio’s.De voorzitter:Derde interruptie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Maar dat was ook geen antwoord op de vraag. Ik heb in heel veeldebatten gezien – want wij zijn een kleine fractie – dat er soms eerstenorme bezuinigingen komen. Ik heb dat bijvoorbeeld gezien bij hetstikstoffonds. Dat werd weggezet als een fonds dat niet zou werken.Vervolgens wordt de crisis groter en groter en komen we erachter: o shit,we hebben toch heel veel geld nodig. Maar dan is die crisis al welvergroot. Dus mijn vraag bij dit debat is: ga nou niet alleen maarwegbezuinigen, maar ga kijken hoe je kunt investeren. Daar zou ik graageen antwoord op willen. Dus niet opnieuw het antwoord geven van deRekenkamer of, zoals bij het boerenfonds, zeggen «het was een boerenop-rotfonds» en vervolgens twee jaar later: o shit, we hebben toch 21 miljardnodig. Mijn vraag aan BBB is deze. U ziet wat de problemen zijn. U ziet datNederland stilstaat zonder het mbo. U ziet dat de opleiding verzorgendeIG niet meer aantrekkelijk is. U ziet dat die studenten in problemen komen.Wat zou u willen doen en waar wilt u daar geld voor vrijmaken?De heer Oostenbrink (BBB):Dank ook voor deze vraag. Zoals ik al eerder zei: er moeten bepaaldekeuzes worden gemaakt, ook op het moment dat je in een coalitie zit en ereen nieuwe begroting aan komt. Dan moet je in sommige gevallen, ook alis het met pijn in je hart, kiezen voor bezuinigingen. Als het gaat om detoekomst ... We zitten in de laatste week voor het verkiezingsreces. Deverkiezingen komen eraan. Ik hoop vooral dat een nieuw kabinet daarinkeuzes zal maken om te kijken wat we anders kunnen doen. Als het gaatom BBB: wij staan voor het mbo. Bepaalde keuzes die gemaakt zijn, doenzeer. Die doen pijn. Maar als het gaat om de vakmensen zie ik terdege datze van belang zijn voor onze samenleving.De heer Paternotte (D66):Het klopt natuurlijk dat de Algemene Rekenkamer een paar jaar geledenvraagtekens heeft gezet bij de effectiviteit van het Stagefonds Zorg zoalshet nu bestaat. Ik weet dat BBB altijd veel waarde hecht aan wat HogeColleges van Staat aan adviezen geven. Maar er is ook een enormenoodoproep vanuit de mbo-sector zelf, vanuit SBB en ook vanuit de zorg.Door het stagefonds helemaal te schrappen, door het gewoon helemaalop te heffen, gaan we meer tekorten in de zorg krijgen en gaan heel veelopleidingsplaatsen verdwijnen. Dus als je zegt «wij staan voor het mbo»,zoals BBB doet, hoe kan je dan niet zeggen, als iets in de ogen van BBBniet helemaal goed werkt: dan gaan we met dat geld iets anders doen ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6798 dan gaan we proberen het te verbeteren? Nee, dan schrappen we hethelemaal. Dat is dan toch niet «BBB levert» maar «BBB levert in»?De heer Oostenbrink (BBB):Mooie woordspelingen trouwens. Zoals ik al eerder zei: je moet natuurlijkook luisteren naar wat bijvoorbeeld een Algemene Rekenkamer zegt. Alseen rapport aangeeft dat iets niet werkt, moet je ermee ophouden. Danmoet je zeggen: dat is iets wat niet het resultaat oplevert dat we willen.Dan moet je daar ook eerlijk over zijn en zeggen: oké, dan stoppen wedaarmee. We hebben deze discussie eerder gehad, ook in een eerderdebat. Dat maakt ook dat je daarin als coalitiepartij keuzes maakt.De heer Paternotte (D66):Als coalitiepartij maak je keuzes. Vorig jaar heb ik aan uw voorganger alsonderwijswoordvoerder, mevrouw Van Zanten, ook gevraagd: «U zegt datu onderwijs en regio’s superbelangrijk vindt. Waarom wordt er dankeihard bezuinigd op het onderwijs en de regio?» We zijn nu een jaarverder. Het aantal coalitiepartijen is gehalveerd, dus dan zou je zeggen datonderhandelen over de begroting makkelijker wordt. Je hebt meerinvloed. Vervolgens wordt er wederom bezuinigd op het mbo. Kan deheer Oostenbrink ons dan misschien drie voorbeelden noemen van extrainvesteringen in het mbo die BBB voor elkaar heeft gekregen, waaruit wijkunnen afleiden: oké, BBB staat voor het mbo?De heer Oostenbrink (BBB):Kijk, BBB staat vooral voor het mbo omdat we zien dat er zo veelvakmensen nodig zijn in de samenleving, ook naar de toekomst toe. Wezien dat er op dit moment zo veel stagneert in de bouw en in de zorg, endat we echt wel merken dat we de vakmensen die we in het verledengehad hebben, terug moeten krijgen. We hebben er daarom ook voorgepleit dat de krimpgelden teruggaan naar de regio’s die het nodighebben, om daar mbo’ers weer toegang te geven tot regionalembo-scholen. We hebben ook het voorbeeld in Zuid-Limburg gezien, waarze een extra mogelijkheid hebben gekregen om samen te werken en extragelden om het daar breder neer te zetten, zodat het mbo daar toegankelijkblijft.De heer Paternotte (D66):Dit is eigenlijk een soort woordensalade als antwoord op een vrijduidelijke vraag, namelijk wat u extra doet voor het mbo. Want er wordtbezuinigd, in de vorige begroting en in deze begroting opnieuw. Hetregiofonds mbo: geschrapt. De Subsidieregeling praktijkleren: geschrapt.Het Stagefonds Zorg: opgeheven. Dus hoe kunt u nou verklaren dat u zegt«wij staan voor het mbo», maar dat er alleen maar geld wordt wegge-haald, tegen alle noodoproepen van de mbo-sector zelf in?De heer Oostenbrink (BBB):Zoals ik zei: je moet keuzes maken. Dat doet pijn en is soms lastig, maardat maakt wel dat we ook getracht hebben om ervoor te zorgen dat je hetmbo op bepaalde plekken in een bepaalde regio toegankelijk houdt. Zoalsik net ook al zei, is Limburg daar een goed voorbeeld van, waarin je echtkan laten zien, ook voor de mensen daar in de buurt, dat een mbotoegankelijk blijft, in de buurt blijft, zodat je er bij wijze van spreken metde buurtbus naartoe kan gaan, omdat veel minderjarigen onderwijs willengenieten en een vakspecifieke opleiding willen volgen.De voorzitter:Dank u wel. U betoog was al afgerond? Nee? Vervolgt u uw betoog.De heer Oostenbrink (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6799 Dank, voorzitter. Even zoeken waar ik was. De arbeidsmarkt schreeuwt omvakmensen. Dit is geen trend, dit is een systeemcrisis. BBB ziet dit als hetgevolg van jarenlang beleid waarin het theoretisch onderwijs ... Dat heb iknet al gehad.Het mbo levert onze nieuwe helden, de mensen die zorgen, bouwen,repareren en onderhouden. Zij verdienen geen stigma maar waardering.Het is absurd dat mbo’ers nog steeds worden geweigerd in uitgaansgele-genheden en zich ondergewaardeerd voelen. BBB wil dat de overheid hetvoortouw neemt in het herstellen van het imago van het mbo. Dat begintniet alleen met taal, maar ook met representatie. Laten we kijken naarkundigheid en ons niet alleen blindstaren op diploma’s.Voorzitter. BBB roept de Minister op om het tij te keren. Kom met eenbrede instroomcampagne voor het mbo gericht op zorg, techniek, bouwen vakmanschap. Gebruik succesvolle voorbeelden uit het hbo, maarbreid ze uit met instroombonussen zoals het afschaffen van collegegeldvoor cruciale beroepen en stage- en baangaranties. Juist nu moeten weinvesteren in de mensen die Nederland draaiende houden. Graag ookdaarop een reactie van de Minister.Daarnaast moet het mbo weer aantrekkelijk worden als werkplek. Depersoneelstekorten zijn nijpend. Uit een rapport blijkt een tekort van900 tot 1.400 fte aan docenten en 40 tot 100 fte aan instructeurs, vooral intechniek, specialistisch vakmanschap, Nederlands en rekenen. BBB wilstructurele bekostiging voor vakdocenten, minder bureaucratie en meerruimte voor leermeesters en praktijkroutes. Zoals we vaker zeggen:werken ín het onderwijs en niet áán het onderwijs.Voorzitter. Een stage hoort aantrekkelijk te zijn, voor diegene die stageloopt en voor het bedrijf en de instelling die de stage bieden. BBB pleitdan ook voor het aantrekkelijk maken van een stage, rekening houdendmet draagvlak en maatwerk. Hoe gaat de Minister het aantrekkelijkermaken om stage te lopen? Wordt er gekeken naar een advies voor eenminimale stagevergoeding, rekening houdend met draagvlak bij bedrijvenen maatwerk voor studenten?Tot slot, voorzitter, wil ik onze waardering uitspreken voor allembo-studenten en -docenten, en specifiek voor alle mbo’ers diemeekijken. Nederland kan niet zonder jullie en heeft jullie keihard nodig.Wat jullie doen, is waar jullie goed in zijn. En als je doet waar je goed inbent, heb je altijd een voorsprong.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Hertzberger heeft een interruptie.Mevrouw Hertzberger (NSC):Toch nog een vraag. De heer Oostenbrink refereert volgens mij aan dehalvering van het collegegeld als experiment in het hbo. Juist dat isvolgens mij afgeschaft vanwege het gebrek aan effectiviteit, vanwege hetgebrek aan effect. Waarom denkt de heer Oostenbrink dan dat dit welgoed gaat uitpakken in het mbo? Waar gaat hij het uit bekostigen?De heer Oostenbrink (BBB):U noemt het hbo. Ik denk dat het leven van een mbo-student anders isdan dat van een hbo-student. Een mbo’er moet vaak nog een bijbaanhebben om het allemaal te kunnen bekostigen. Dat heb ik zelf meege-maakt. Dat is anders dan voor een hbo’er, die studiefinanciering krijgt ofwat anders. Daarvoor is het beter geregeld. Die ongelijkwaardigheid zie jedaarin natuurlijk ook weer terug. Dat maakt dat we ook willen kijken of ereen mogelijkheid is om te onderzoeken of dat voorbeeld specifiek geëntkan worden op het mbo, om te kijken wat de eventuele resultaten daarvanzijn.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67910 De heer Paternotte zei het al even: we hebben gisteren een debataangevraagd over het mbo, en alle mooie woorden ten spijt hebben wedan ook eigenlijk niks aan BBB. Ik hoor de heer Oostenbrink zeggen datmbo’ers zich ondergewaardeerd voelen. Nee, ze voelen zich niet onderge-waardeerd, ze wórden ondergewaardeerd. Ik noemde net al die ongelijk-heden die mbo-studenten bijna € 3.000 per jaar kosten. Staat BBB dannaast GroenLinks-PvdA als wij voorstellen doen om die ongelijkhedenrecht te trekken? Of blijft het bij mooie woorden?De heer Oostenbrink (BBB):Zoals ik al vaker heb gezegd: elk voorstel dat langskomt, zullen wij alsfractie goed bekijken. Echter, overheidsgeld en overheidsfinanciën zijnniet onuitputtelijk. Daarin zul je altijd moeten kijken wat wel kan en watniet kan. Het mbo gaat me aan het hart. Ik heb het zelf gevolgd. Ik heb deongelijkwaardigheid ook meegemaakt. Ik heb ook meegemaakt dat je, alsje dat volgt, met volle lesweken en volle lespakketten, daarnaast moetwerken in het weekend om het allemaal maar zelf te kunnen bekostigen,ook de reis ernaartoe. U heeft het over mooie woorden, maar dit is zekerook hoe wij vanuit de fractie dit oprecht voor ons zien. Maar tegelijkertijdkun je niet alles, dus daarin moeten we goede keuzes maken. Elk voorsteldat langskomt, zullen we goed bekijken. Vooruitlopend op de stagever-goeding, wat ik al eerder heb aangegeven, vragen we de Minister ook omecht goed te kijken hoe je dat het beste kunt doen.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Meneer Oostenbrink heeft het steeds over keuzes maken, maar hij kiestconsequent niet voor het mbo. Zijn fractie kiest consequent niet voor hetmbo. Elke keer dat ik, mevrouw Beckerman of de heer Paternotte motiesindienen over het stagefonds, over de stagevergoeding of over debezuinigingen in krimpregio’s, maakt BBB inderdaad een keuze, maar diekeuze is niet voor het mbo. Dus ik vraag nogmaals: welke voorstellen gaatu deze keer wel steunen? U heeft het al mede onmogelijk gemaakt ommoties in te dienen deze week. Als we het na het verkiezingsreces doen,welke keuzes maakt u dan? Kiest u dan echt voor het mbo? Of blijft hetdan bij die mooie woorden?De heer Oostenbrink (BBB):Dank ook voor deze vraag. Wat ik eerder zei, als het gaat om het tegen-stemmen ten aanzien van het stagefonds: we hebben gegronde redenenvoor de keuzes die we daarin hebben gemaakt. Dat moet je niet voort-zetten op het moment dat je het resultaat niet haalt. We hebben hetgisteren inderdaad nog over een tweeminutendebat gehad. We zitten voorhet verkiezingsreces. We hebben ook de keuze gemaakt voor wat je laatvoorgaan. De Griffie heeft ook al aangegeven dat de hele agenda bomvolzit. Gisteren waren er nog veel verzoeken om een en ander in te plannen.Ook daarin moet je keuzes maken. Als er een verzoek tot een tweeminu-tendebat wordt ingediend en dit plaatsvindt na het verkiezingsreces, danzal BBB er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de situatie voormbo’ers gelijkwaardiger wordt dan die nu is.De voorzitter:De derde interruptie van mevrouw Tseggai.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik concludeer dat in de BBB-fractie heel veel keuzes worden gemaakt,maar dat die keuze nooit voor het mbo is. Daar ga ik het dan nu bij laten.De heer Oostenbrink (BBB):Daar ben ik het grondig mee oneens. Ik ben zelf mbo’er, dus als geenander weet ik hoe we daarvoor strijden, ook om het toegankelijk teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67911 houden in de krimpregio’s, om ervoor te zorgen dat ook daar vakmensenopgeleid worden om onze samenleving dragend te houden.De voorzitter:De laatste interruptie van de heer Paternotte.De heer Paternotte (D66):We hebben de komende dagen nog een tweeminutendebat RES en windop zee. We hebben nog een tweeminutendebat Academische vrijheid. Wehebben nog een tweeminutendebat Circulaire economie. Gisteren vroegmevrouw Tseggai om een kans voor de Kamer om een uitspraak te doenover het mbo. Het klinkt natuurlijk allemaal heel technisch, maar het gaatom de vraag: kunnen we hier een voorstel voorleggen waarover gestemdwordt? Uit dit commissiedebat kan geen enkel voorstel komen waarovergestemd wordt, omdat dat gisteren is geblokkeerd. BBB zegt dat zembo’ers superbelangrijk vinden en dat ze daarvoor mensen op de lijsthebben staan. BBB zegt: wij staan ervoor. Maar BBB blokkeerde het dat ervoorstellen mogen komen waarover gestemd kan worden. Ik denk tochdat het wel goed is om van u te horen waarom dat zo is. Je kunt anderedingen belangrijker vinden, maar waarom vind je andere dingen, zoals dedingen die ik net noemde, dan belangrijker?De heer Oostenbrink (BBB):In het tweeminutendebat, of dat nou deze week ingepland wordt of na hetverkiezingsreces, zullen voorstellen worden gedaan waarover gestemdgaat worden. Met alles wat er voorbijkomt, ook in deze laatste weken voorhet verkiezingsreces, denk ik dat er keuzes moeten worden gemaakt overwat je wel en niet steunt. Ook daarin maak je per fractie verschillendekeuzes over wat je wel en niet steunt.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Uppelschoten van de PVV.De heer Uppelschoten (PVV):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Op het gevaar af dat er wordt gezegd«daar komt weer een liefdesverklaring voor het mbo», wil ik toch eenaantal dingen over het mbo zeggen. Voor de PVV is het mbo ontzettendbelangrijk. Een beetje in antwoord op de vraag van de heer Paternotte: bijalle bezuinigingen op het onderwijs is het mbo erg ontzien. De bezuini-gingen hebben vooral plaatsgevonden bij de universiteiten en het hbo.Dat is al een antwoord dat laat zien dat wij, en ook de BBB, het mbo ergbelangrijk vinden.Het mbo is voor ons het fundament van Nederland. Zondermbo-studenten staat de zorg stil, worden er geen huizen gebouwd, looptde techniek vast en ontbreekt de veiligheid op straat. Het zijn devakmensen die dit land dragen. Tegelijkertijd zien we een groeiend tekortaan deze vakmensen, terwijl er juist een overvloed is aan functies dievooral bezig zijn met papier en vergaderen in plaats van te werken aanechte oplossingen. De PVV zegt helder: Nederland moet structureel enkrachtig kiezen voor het mbo. Geen tijdelijke lapmiddelen. Geen vrijblij-vende regioplannen, maar duidelijke, nationale keuzes. Elke regio moetbinnen een redelijke reistijd toegang hebben tot kleinschalige en sterkeopleidingen. Wat zien we nu? In krimpregio’s verdwijnen opleidingen. Hetantwoord van het kabinet is: nog meer plannen, nog meer overleg, nogmeer papieren constructies. Maar voor een student die dagelijks urenonderweg is, verandert er weinig. Daarom vraag ik de Staatssecretariswanneer hij vastlegt dat er in elke regio een minimum aan opleidingenbeschikbaar moet zijn, vooral mbo-opleidingen die gebonden zijn aan deregio, zodat jongeren daadwerkelijk kunnen kiezen voor een vakopleiding.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67912 Voorzitter. Er moeten duidelijke afspraken komen met werkgevers.Bedrijven die draaien op goedopgeleide vakmensen moeten laten zien datze zelf bijdragen aan leerplekken en ook willen betalen voor stage-plaatsen, praktijkvoorzieningen en begeleiding op de stageplaatsen. Welkeconcrete instrumenten ziet de Staatssecretaris om werkgevers hunverantwoordelijkheid te laten nemen, vooral in sectoren waar nijpendetekorten zijn?Voorzitter. De PVV stelt dat geld veel slimmer moet worden ingezet. Ervloeien jaarlijks miljarden naar flauwekulstudies in het onderwijs,opleidingen die nauwelijks waarde toevoegen en instellingen die meerbezig zijn met een eigen ideologische schijnwereld dan met de toekomstvan dit land. Dat is een grote verspilling. Dat geld moet gaan naaropleidingen waar echte maatschappelijke waarde wordt toegevoegd. DePVV verwacht veel van het pact opleiden voor de arbeidsmarkt van detoekomst, dat met de werkgevers wordt afgesloten. Daarin moetenduidelijke keuzes worden gemaakt over welke opleidingen we belangrijkvinden, waar we op gaan inzetten, en welke opleidingen minder belangrijkzijn.Dan iets over het mbo zelf. Ik heb zelf lang in het mbo gewerkt. Het wordthoog tijd dat het mbo niet meer gezien wordt als niet-avo-onderwijs datdaardoor van mindere kwaliteit is. Volgens de PVV moet na de basis-school gekozen worden uit de stroom avo-onderwijs, havo en vwo, destroom beroepsonderwijs, vmbo, en de stroom praktijkonderwijs, depraktijkscholen. Vindt de Minister ook dat uitstel van de keuze na debasisschool leidt tot geen passend onderwijs voor een grote groepleerlingen, namelijk de leerlingen die minder cognitief bezig willen zijn?De beroepskolom is een volwaardige kolom, met als top het hbo alsleverancier van theoretisch hoogwaardige beroepsmensen en het mbo alsleverancier van alle praktische beroepsmensen die nodig zijn inNederland. Het vmbo is de voorbereiding om naar het mbo te gaan enniet een verkapte havo-opleiding. Is de Minister dat met de PVV eens?Naar het vmbo, en later naar het mbo, gaan juist de leerlingen die lerendoor te doen, die een houding aangeleerd krijgen om te durven doen enom niet bang te zijn om fouten te maken. Dat is een hele andere maniervan kijken naar de kwaliteit van het onderwijs. Er wordt in het mbo nietgefocust op cognitieve vaardigheden, maar op praktische intelligentie. Ditvergt ook in het mbo een trotse houding. Het onderwijs en de studentenzijn niet minder, maar anders. Er is juist grote behoefte aan praktischeintelligentie en aan mensen die praktische problemen kunnen oplossendoor te kijken naar wat een probleem is en naar wat er fout is gegaan,zodat het de volgende keer beter kan.Dan de basisvaardigheden. Taal en rekenen zijn geen bijzaak, maar eenfundament. Een diploma moet altijd garant staan voor kwaliteit envakbekwaamheid. Kan de Staatssecretaris hier bevestigen dat de eisenvoor taal en rekenen overeind blijven, zodat een mbo-diploma altijd staatvoor inzetbaarheid en trots vakmanschap?Tot slot. Wij vinden het mbo heel belangrijk en we hopen dat ook in denieuwe periode duidelijk te maken. We willen structurele keuzes voor hetmbo, met sterke opleidingen in elke regio, geen papieren overlegcultuur,maar een focus op opleidingen die het land vooruithelpen, in de sectorendie Nederland draaiende houden, zoals de techniek, de zorg, de bouw,veiligheid en onderwijs. Werkgevers moeten niet alleen profiteren, maarook opleiden en begeleiden. De diploma’s moeten staan voor kennis,vaardigheden en vooral trots vakmanschap en trotse mensen die gewerkthebben en opgeleid zijn in het mbo.Dank u.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik hoor de PVV hier pleiten voor een versterking van de basisvaardig-heden op het mbo. Wat vindt meneer Uppelschoten van bekwaam-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67913 heidseisen voor docenten van de basisvaardigheden op het mbo? Zijn dienoodzakelijk en zouden die als norm moeten worden gesteld? Of zouiedereen basisvaardigheden moeten kunnen geven op het mbo? Ismeneer Uppelschoten net als mijn fractie benieuwd of de Minister dezebekwaamheidseisen als norm wil stellen?De heer Uppelschoten (PVV):De docenten in het mbo moeten allemaal bekwaam zijn om goed met taal,schrijven en rekenen om te gaan, maar ik denk ook dat er specifieke eisengesteld moeten worden. Als er zo’n achterstand is in de basisvaardig-heden en het behalen van de referentieniveaus, dan kun je dat nietzomaar oplossen. Ik denk dat er bij bepaalde docenten specifiekeaandacht moet zijn om daaraan te werken. Maar ik kan me bijna nietvoorstellen dat je daar in het mbo aparte vakken voor moet geven.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik doel eigenlijk meer op de eisen aan de docenten van de basisvaardig-heden. Vindt meneer Uppelschoten dat iedereen op het mbo basisvaar-digheden zou moeten kunnen doceren of vindt hij dat je daar bepaaldeminimumeisen aan moet stellen? Is meneer Uppelschoten daar ookbenieuwd naar en wil hij dat gezamenlijk aan de Minister vragen?De heer Uppelschoten (PVV):Ik ben blij met deze vraag. Ik denk ook dat er minimumeisen gesteldmoeten worden aan alle docenten in het mbo. Als leerlingen het mboverlaten, dan wordt er verwacht dat de basisvaardigheden aanwezig zijn.De docenten moeten die dus zelf ook beheersen en kunnen overdragen. Ikzou dat in de opleiding tot mbo-docent veel zwaarder naar voren willenbrengen.De voorzitter:Dan is nu het woord aan mevrouw Beckerman van de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Goedemorgen. Wie gaat de huizen bouwen om de wooncrisis op telossen? Wie legt de warmtenetten aan en installeert de warmtepompen?Wie zorgt er in de zorg, in de landbouw en in de techniek voor dat onsland blijft draaien? Het antwoord is steeds hetzelfde: mbo’ers. We gaangeen enkele crisis in dit land oplossen zonder mbo’ers. Juist daarom ishet onverteerbaar dat heel veel mbo’ers zich minder gewaardeerd voelen.Als ik de stand na dit debat opmaak, dan zie ik dat er heel veel waarderingis. Maar het beste waar de coalitiepartijen en ex-coalitiepartijen meekomen, is: we hebben hier minder hard op bezuinigd dan op anderedingen. En dat terwijl we zien dat het aantal studenten afneemt voor heelveel kritieke opleidingen, die we gewoon nodig hebben, zoals in de zorg.Een aantal mbo-studenten zegt: ik kan gewoon niet meer rondkomen. Demensen die bij zulke belangrijke opleidingen uitvallen, zeggen: het kanniet anders, want het lukt niet.Daarom willen wij in dit debat aandacht vragen voor een aantal onder-werpen. Dat hebben we al eerder gedaan. Het is natuurlijk wel heel lastigdat we voorstellen hierover niet meer voor de verkiezingen in stemmingkunnen brengen. Mijn punten zijn de stagevergoeding, gelijkwaardigefinanciële regelingen, de bezuinigingen en de verkapte bezuinigingen.Wat betreft de stagevergoeding: het lijkt wel alsof je hier elke keeropnieuw met dezelfde spreektekst kunt komen. Een stage is een leerpleken geen gratis arbeidskracht, maar toch krijgt een mbo-student vaak geenof een veel lagere stagevergoeding. Dat is gewoon niet uit te leggen. Hetgebeurt ook niet incidenteel. We zien talloze signalen van stagediscrimi-natie. Er is al verwezen naar de petitie, die 25.000 keer is ondertekenddoor mensen van links tot rechts. De boodschap is duidelijk: een gelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67914 stage betekent een gelijke beloning. De SP wil dat er nu eindelijk eenwettelijk verplichte gelijke stagevergoeding komt, zodat iedere studenteen fatsoenlijke beloning krijgt voor zijn of haar inzet op de werkvloer. DeMinister zegt opnieuw een verkenning te willen doen naar de mogelijk-heden. Dat is een mooie escape, die we wel vaker zien. Maar de vraag is:wat wil je eigenlijk nog verkennen? We horen vaak «we gaan hetonderzoeken» of «we gaan nog een keer kijken», maar waarom lossen wehet niet gewoon op? Want dat kan wel degelijk. Als iedereen zegt «westaan ervoor, we waarderen het en we leveren», dan moeten we hetvolgens de SP ook echt gaan regelen.Voorzitter. Er is onder andere vanuit GroenLinks-PvdA en D66 al aandachtgevraagd voor het feit dat de ongelijkwaardigheid zich ook in geld laatuitdrukken. Het is niet alleen een gevoel, in de zin van: ik voel me mindergewaardeerd. Het is ook gewoon zo. Mbo-studenten krijgen een lagerebasisbeurs en komen minder snel in aanmerking voor een aanvullendebeurs dan hun leeftijdsgenoten op het hbo en wo. Soms wordt er gezegddat dat eerlijk is omdat het collegegeld in het hoger onderwijs hoger is,maar als je de maandelijkse lasten naast elkaar zet, dan zie je dat eenmbo-student per maand ongeveer evenveel nodig heeft om rond tekomen als een student in het hbo of wo. Het verschil in beurs is dusonterecht en vergroot de ongelijkheid. Deelt het kabinet die analyse? Zoja, wat wil het daaraan doen? Zo nee, waarom niet? De SP steunt hetvisiestuk van JOB MBO en de MBO Raad, waarin wordt gepleit voorgelijke financiële regelingen. Dat is ook een mooie manier om jewaardering uit te drukken.Voorzitter, dan mijn laatste punt. Het is al vaker gegaan over de bezuini-gingen. We zien in deze begroting ook echt verkapte bezuinigingen. Hetmbo, het hbo en de universiteiten worden niet volledig gecompenseerdvoor de loon- en prijsstijgingen. De vraag die we daarover willen stellenaan het kabinet is als volgt. Voor basisscholen en middelbare scholen is ereen volledige compensatie. Dat is wettelijk goed geregeld. Als je dat nietook doet voor de andere instellingen, dan krijg je jaar na jaar eenteruggang in de financiële ondersteuning. Dat zorgt op de lange termijnecht voor financiële uitholling. Zou het kabinet dit ook structureel willenregelen voor deze scholen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. We gaan vandaag tot slot aan de zijde van de Kamer luisterennaar mevrouw Rajkowski van de VVD.Mevrouw Rajkowski (VVD):Dank, voorzitter. Dit is mijn eerste mbo-debat. Veel partijen hebben het algezegd: ons mbo bruist van de gouden handen en knappe koppen. Als wein de toekomst willen innoveren, dan hebben we de kennis en kunde vandeze studenten hard nodig. We vertrouwen er dan ook op dat deinstellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken, zonder dat deoverheid al te veel stuurt. Maar tegelijkertijd ontslaat ons dat niet van depolitieke plicht om in periodes van arbeidsmarkttekorten richting te gevenen te helpen waar dat nodig is. Daarom wil de VVD een stap naar vorenzetten. Het is tijd voor een toekomstbeeld voor het mbo, want een sterkmbo is essentieel voor Nederland. Hun vakmanschap houdt demaatschappij draaiende. We moeten af van het vooroordeel dat eentheoretische opleiding beter zou zijn dan een praktische opleiding. Eenmbo-diploma is een gerespecteerd eindstation en geen tussenstop. DeVVD wil vol inzetten op maatschappelijke herwaardering van het mbo.Voorzitter. Ik kom op mijn eerste punt: het bestuursjaar. Voor veelstudenten is een bestuursjaar een waardevolle manier om zich teontwikkelen buiten de collegebanken. Je leert er allerlei vaardigheden,zoals organiseren, samenwerken en netwerken. Dat zijn allemaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67915 vaardigheden die ook later op de arbeidsmarkt van belang kunnen zijn.Toch zien we dat mbo-studenten hierin worden achtergesteld ten opzichtevan hbo- en wo-studenten, want anders dan studenten in het hbo en wokunnen zij geen financiële tegemoetkoming krijgen omdat deLeerplichtwet hieraan schijnbaar in de weg staat. Dat vinden wij vreemd,want mbo-studenten verdienen dezelfde kansen om zich te ontplooien alsstudenten in het hoger onderwijs. Daarom vraag ik de Minister om teonderzoeken hoe ook mbo-studenten bij bijzondere omstandigheden,zoals een bestuursjaar, aanspraak kunnen maken op een vorm vanfinanciële ondersteuning. Net als in het hbo en het wo zou de verantwoor-delijkheid hiervoor bij de onderwijsinstelling kunnen liggen. Ik hoor graagvan de Minister hoe hij dit verschil wil gaan oplossen.Ik noemde net al het mbo als volwaardig eindstation. Op dit moment daalthet aantal mbo’ers dat hun studie met een diploma lijkt af te ronden. Ditheeft verschillende oorzaken, zoals vroegtijdig schoolverlaten, maar ookbanen die heel aantrekkelijk lijken om in te springen en krimpregio’s. Derapporten staan vol met oorzaken. Daarnaast lijkt het nog steeds debedoeling dat je moet gaan doorstuderen, alsof een hbo-diploma beterzou zijn dan een mbo-diploma. Dat vind ik jammer, want de transities ophet gebied van klimaat en digitalisering kunnen niet zonder mbo’ers. Datgeldt ook voor de bouw, de techniek en de zorg.Ook de onderwijsinspectie straft onderwijsinstellingen af als studenten«afstromen», zoals dat wordt genoemd. Dit moet stoppen, want waaromzou een havoleerling niet naar het mbo mogen? En waarom zou eenhbo-leerling niet toch naar het mbo mogen? Waarom zou je, als je opniveau 3 zit, niet toch naar niveau 2 mogen gaan? Op dit moment moet jedan je hele studiegeld terugbetalen. Mijn collega Martens heeft daar vakerwat over gezegd. Dat betekent nogal wat voor de kosten, de achterstanden de schulden waar je als student je volwassen leven mee start.Schijnbaar is hier ook een wetswijziging voor nodig. Ik begrijp dat dat eenlang proces is, maar ik vraag de Minister toch of hij hiernaar zou kunnenkijken. Laten we onderwijsinstellingen en de leerlingen en studentenalsjeblieft niet straffen als ze ervoor kiezen om iets anders te gaan doen.Voorzitter. Ik kom als laatste op de financiering. Uiteindelijk is het aan eenvolgende Tweede Kamer en een volgend kabinet om daar echt keuzes inte maken. Op de agenda van dit debat staan rapporten van onder anderePwC, die heel veel varianten aandragen voor hoe de financiering van hetmbo er uiteindelijk uit zou kunnen zien. Dat vond ik zeer interessant om telezen. Maar ook dat is echt iets waar een nieuwe Kamer en een nieuwkabinet een ei over moeten leggen.Ik kan wel alvast een beetje een richting meegeven van wat voor de VVDbelangrijk is en zal blijven. De aansluiting op de arbeidsmarkt zou eenbouwsteen moeten zijn, net als de toekomstgerichtheid. Als er in detoekomst meer of minder studenten komen, dan moet daarop ingespeeldworden. Maar we moeten bijvoorbeeld ook kijken of sommige oplei-dingen beter gefinancierd moeten worden of meer moeten krijgen danandere opleidingen. In het hbo en het wo zijn daar heel veel modellen enoplossingen voor. Zoiets zouden wij wellicht ook voor het mbo interessantvinden. Ik heb al mensen op de lijn gehad die vroegen of het onderwijsre-sultatenmodel ook een idee zou kunnen zijn. Dat geldt ook niet in hetmbo. Eerlijkheidshalve weet ik daar nog te weinig van af, aangezien ik pasnet woordvoerder OCW ben. Ik hoor daarop graag de reflectie van deMinister.Voorzitter, ik heb nog een laatste zin en dan rond ik af.De voorzitter:Heel kort, want u bent al een minuut over uw tijd heen.Mevrouw Rajkowski (VVD):O, excuus. Het kan ook in de tweede termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67916 De voorzitter:Mevrouw Beckerman gaat u redden!Mevrouw Beckerman (SP):Ja, ik was zo benieuwd! Wat was nou de laatste zin die u zo graag tegende Kamer wilde zeggen?Mevrouw Rajkowski (VVD):Dat was mijn meest rabiate zin! Nee hoor, dat valt hartstikke mee. Hetging over de 19 miljoen euro die Minister Bruins beschikbaar heeft gesteldvoor de krimpregio’s. Denk aan de mbo’s in Zeeland, Limburg, Groningenen Drenthe. Het was een heel rijtje. Ik denk dat dat aantoont dat dehuidige bekostigingssystematiek van het mbo niet voldoende is en dat ermisschien extra impulsen nodig zijn. Nogmaals, dat is aan een nieuwkabinet, maar wij vonden dit een goed model.De voorzitter:Er is ook nog een vraag van mevrouw Hertzberger.Mevrouw Hertzberger (NSC):Het is goed om te horen dat ook de VVD aandacht heeft voor de krimpre-gio’s. De VVD is het waarschijnlijk met ons eens dat het ook belangrijk isdat we daar afspraken maken over de arbeidsmarkt. Welke opleidingenhoud je daar in stand?Ik wilde nog even wat vragen over de afstroom en de gevolgen voor debasisbeurs en het terugbetalen van de studiefinanciering. Wij hebbeneerder het punt gemaakt dat een mbo-student soms naar een lager niveaugaat, bijvoorbeeld omdat er meer bananenschillen op de weg liggen ofomdat er dingen in het leven gebeuren waardoor het net niet lukt op mbo4 of mbo 3. Is de VVD het met ons eens dat er vaak enorme wijzigingenzitten in het examenprogramma en in de eisen die mbo-instellingenstellen? Als je bijna drie of vier jaar van je mbo 4 hebt afgerond, dan moetje eigenlijk weer opnieuw beginnen, terwijl dat overbodig is. Het is heellastig om vrijstellingen te krijgen, om een stapje terug te zetten en eendiploma op een lager niveau te behalen. Wat zou de VVD daaraan willendoen?Mevrouw Rajkowski (VVD):Wat de VVD betreft zorgen we ervoor dat studenten uiteindelijk hunopleiding verlaten met een diploma. Dat vraagt soms wel wat flexibili-sering. Als dit drempels zijn die het moeilijk maken om vanaf niveau 3naar niveau 2 te gaan, zou ik daar zeker naar willen kijken. Ik ken hier dedetails gewoon nog niet van, maar het klinkt als een logische vraag.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Tseggai heeft ook nog een vraag.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik heb even gewacht tot het einde van het betoog van de VVD. MevrouwRajkowski begon over het bestuursjaar van mbo’ers. Dat is een heelterecht punt. Als ze daarover na het reces een motie indient, kan zijGroenLinks-PvdA ook aan haar zijde vinden. Maar een veel grotere groepstudenten komt financieel in de knel door die stagevergoeding waar wehet steeds over hebben. Overigens betreft dat niet alleen mbo-studenten,maar ook hbo- en wo-studenten, maar mbo-studenten krijgen vaker geenstagevergoeding dan hbo- en wo-studenten. Wat is de mening van deVVD over de stagevergoeding nou precies? Kunnen we mevrouwRajkowski aan onze zijde vinden als het gaat om de wettelijk verplichtestagevergoeding?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67917 Mevrouw Rajkowski (VVD):Nee, helaas niet. Hier zit voor ons namelijk een dilemma. Wij vindeneigenlijk dat mensen die werk leveren, daarvoor ook betaald zoudenmoeten worden. We zien ook dat het voor bepaalde opleidingen somslastig is om goeie stages te kunnen vinden. Als we kleine ondernemersspreken, zeggen ze: «We zouden best een stage willen aanbieden. Dit isalleen een beginstage. Dat kan ervoor zorgen dat iemand heel veelbegeleiding nodig heeft. En we hebben al zo veel krapte op de arbeids-markt. Ik moet eigenlijk iemand deels vrijspelen om iemand te begeleiden.Als we dan ook nog een bepaalde stagevergoeding zouden moetengeven, dan weten we niet of we die stage nog kunnen aanbieden.» Voormij is dit dus echt een worsteling. Daarom zijn wij niet voor eenverplichting op dit moment.De voorzitter:Dank u wel. Hiermee beëindigen we de eerste ronde van de Kamer. Wegaan nu schorsen tot 11.15 uur. We wachten de beantwoording van deMinister af.De vergadering wordt van 10.53 uur tot 11.15 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, we gaan verder met het debat over het mbo. Zoals ikaan het begin van het debat al verteld heb, hebben wij om 13.40 uur eenstemming, een hoofdelijke stemming, waarbij iedereen aanwezig moetzijn. Daarvoor wil ik in ieder geval klaar zijn, maar er moet ook noggeluncht worden. Ik hoorde de heer Paternotte voor een snelle snackgaan, maar ik gun de Kamerleden ook een lunch. Ik wil dus proberen omdit debat om 13.10 uur af te ronden. De Minister heeft aangegeven dathem dat gaat lukken. Ik wil zes interrupties toestaan. Ik wil de Kamerledenwel vragen om ze kort te doen, want anders kost het te veel tijd. Dan geefik nu graag het woord aan de Minister.Minister Moes:Dank u wel, voorzitter. Ik ga mijn uiterste best doen. Ik heb mijn inleidendespreektekst ingekort. Daarna ga ik dan snel naar de vragen die gesteld zijndoor uw Kamer.Voorzitter. Met extra veel plezier heb ik vandaag naar de inbreng van uwKamer geluisterd. Het onderwerp gaat me zeer aan het hart. Ik bennamelijk een mbo’er. Ik heb een mbo-opleiding afgerond – machinebank-werker bbl niveau 2, om precies te zijn – en daar ben ik nog altijd trots op,ook al heb inmiddels ook een hbo-papiertje op zak. Vakmanschap iscruciaal voor ons dagelijkse leven en verdient zichtbaarheid enwaardering. Vakmensen maken Nederland, letterlijk. Onze huizen, onzeinfrastructuur, onze zorg, onze energievoorziening, onze industrie, onzelandbouw en nog duizend dingen meer zouden niet mogelijk zijn zonderde dagelijkse inzet van onze vakmensen. Het mbo is daarom de onderwijs-motor van ons land. Mensen leren hier een vak. En als je op de werkvloereen beetje oplet, leer je ook de fijne kneepjes van al die vaklui die je ooitvoorgingen. Een mooie en oeroude traditie, in het bijzonder op het mbo.Zonder vaklui komt de samenleving krakend en piepend tot stilstand. Alsonze mbo’ers een dagje zouden stoppen, dan stopt de wereld voor heelveel mensen en ik benieuwd of wij dat ook over onszelf zouden kunnenzeggen.In het mbo komt heel veel samen – ontwikkeling, beroepstrots enperspectief – op een betekenisvolle plek in het dagelijks leven. Op descholen kun je met al je zintuigen waarnemen hoe studenten met volleinzet en overtuiging bouwen aan hun toekomst en aan de toekomst vanNederland. Ik was zeer blij dat ik woorden van dergelijke strekking terughoorde komen in veel van de inbrengen vanmorgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67918 Dan ga ik naar de vragen en de antwoorden. Het eerste en denk ik ook hetbelangrijkste is de stagevergoeding.De voorzitter:Heeft u blokjes voorbereid of gaat het gewoon allemaal achterelkaardoor?Minister Moes:Volgens mij gingen veel van de vragen over dezelfde thema’s, dus dieprobeer ik te clusteren. Ik verwacht eigenlijk dat er als ik te vaag of teonduidelijk ben wel interrupties op volgen.De voorzitter:Geen blokjes. Dat kan. Gaat uw gang.Minister Moes:De stagevergoeding. Dat loopt al heel lang. Dat is ook al heel lang eenthema in de Kamer. Ik wil dit gewoon goed gaan regelen. Er lopen allerleidingen, ook uit het verleden: toezeggingen, onderzoeken en noem maarop. Het doel is heel simpel: we gaan gewoon een stagevergoeding vooriedere stagiair regelen. Natuurlijk heb je dan uitwerkingsvraagstukken enrandvoorwaarden: moet het ook als je één dag in de week stage loopt ofbegint het pas bij drie dagen en dat soort dingen. Daar gaan we goed naarkijken. Ik ben op dit moment bezig met een verkenning van wat de routenou zou moeten zijn. Je kunt je zulke wetgeving op verschillendemanieren voorstellen: moet dat via onderwijswetgeving of via arbeids-rechtwetgeving en dat soort dingen. We zijn nu aan het kijken hoe we ditgaan regelen. Maar dat we dit gaan regelen, staat vast. Wanneer ditgeregeld is, is natuurlijk ook een belangrijke vraag. Er lopen nu allerleidingen. Ik wil eventjes wachten op de laatste resultaten van de lopendeverkenningen en onderzoeken, maar dit gaan we gewoon regelen.Mevrouw Hertzberger (NSC):Nou, dat is ontzettend goed nieuws. Het hangt natuurlijk wel heel erg afvan hoe het er in de praktijk uit gaat zien, maar dat is prachtig. Kan deMinister dan bijvoorbeeld toezeggen om voor het zomerreces van 2026 inieder geval de contouren hiervan en de aanzet voor de wet en eigenlijkook de wet naar de Kamer te sturen?Minister Moes:Ik kan wel wat toezeggen. De richting en de contouren moeten danongeveer wel bekend zijn. Er lopen nog een paar andere dingen,waardoor ik niet gelijk kan toezeggen dat ik dan al een conceptwet heb. Ikzal dan nog niet super ver zijn, maar de contouren zijn er dan wel en diekan ik de Kamer ook doen toekomen.Mevrouw Hertzberger (NSC):Wat is de kortste termijn waarop die contouren naar de Kamer gestuurdkunnen worden? Is dat al eerder mogelijk, zodat we ook echt goed kunnenmeekijken? Zou dat dus eerder kunnen, bijvoorbeeld in Q1 van 2026?Minister Moes:Ik kan op zich wel proberen vaart te maken met die contouren, maar ikben ook afhankelijk van wat de Kamer bepaalt tijdens de formatie na deverkiezingen. Als dit, bij wijze van spreken, controversieel wordt verklaardomdat het onderdeel wordt van de formatie, dan ben ik natuurlijk aanhanden gebonden. Laten we zeggen dat het, met dat voorbehoud, in Q2zeker gaat lukken.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67919 Aan de Minister zal het niet liggen.Minister Moes:Dan een groot thema dat ik veel terug hoorde komen: de ongelijkheid methet hbo en de universiteit als het gaat over studiefinanciering. Ik kan daarkort over zijn. Ik wil daar goed naar kijken en ik wil daar voorbereidendwerk voor doen, maar dit is ook vooral een financieringsvraagstuk. Het isdus ook echt aan de nieuwe Kamer en het nieuwe kabinet om daarfinanciële keuzes in te maken.Mevrouw Beckerman (SP):Dat begrijp ik. Dank daarvoor. Maar wat kan de Minister heel concreetklaarleggen zodat we dit wel snel kunnen regelen? We merken namelijkecht dat veel mbo’ers zich hierdoor minder gewaardeerd voelen, omdat zeook letterlijk financieel minder gewaardeerd worden.Minister Moes:Ik heb een heleboel verschillende, vrij technische vragen gehoord over deongelijkheid op dit vlak, maar overkoepelend gaat het over het systeemvan studiefinancieringen dat niet gelijk is voor het mbo, hbo en deuniversiteit. Ik wil goed in kaart brengen wat nou precies die verschillenallemaal zijn, hoe je die kan oplossen en wat daarvoor nodig is – eenwetswijziging, noem maar op – en of het uitvoerbaar is. Ik wil daar echtgelijk al heel praktisch mee aan de gang. Ik wil het eigenlijk zo vervoorbereiden dat na de verkiezingen een volgend kabinet en een volgendeKamer daarin zo snel mogelijk heldere keuzes kunnen maken, want diekeuzes zullen gewoon financiële consequenties hebben. Het enige wat iktot die tijd kan doen, is zo helder mogelijk zijn over wat die keuzes precieszijn, wat je daarmee oplost en hoe uitvoerbaar die zijn. Zo ver zou ik welwillen gaan.Mevrouw Beckerman (SP):Ik heb alleen maar de vraag: ligt dat er dus bijvoorbeeld voor debegroting, zodat we echt meteen keuzes kunnen maken? Welke datumhangen we hieraan? Want dat hoort natuurlijk wel bij een toezegging.Minister Moes:Ik durf niet toe te zeggen dat we dit al medio ’26 rond hebben, want dit iswel vrij omvangrijk; dit is potentieel een vrij grote ingreep in het stelsel. Ikga wel echt kijken of ik hier enigszins vaart mee kan maken, zodat er juistbij de formatie hopelijk wat duidelijkheid over is. Ik snap wel dat ditbelang speelt.De heer Paternotte (D66):De Minister wil zich niet vastleggen op midden 2026, maar wil wel zorgendat er tijdens de formatie nog keuzes gemaakt kunnen worden. Er zijnmensen die heel pessimistisch zijn over de volgende formatie, maar dathet nog erger wordt dan de afgelopen twee formaties kan ik me toch nietvoorstellen. Allereerst constateer ik dat hij zegt: ik ga dit nu zelf niet meerfixen, maar ik wil die keuze aan de Kamer laten, na de verkiezingen. In datgeval zouden we eigenlijk in november al moeten weten wat er moetgebeuren. Zeker omdat heel veel partijen, waaronder die van mij, zeggendat we voor kerst een regeerakkoord moeten hebben. Niks ten nadele vandeze Minister, overigens.Minister Moes:Ik droom natuurlijk mee met de heer Paternotte: ik hoop ook dat we zosnel mogelijk weer een missionair kabinet hebben. Dat zou goed zijn voorNederland. Ik wil er echt werk van maken om hier zo snel mogelijkduidelijk over te zijn, maar ik wil dat ook niet ten koste laten gaan van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67920 zorgvuldigheid. Ik wil dus doen wat ik kan, maar ik kan geen ijzer methanden breken.De heer Paternotte (D66):Oké, dan even voor de mensen die thuis kijken, maar misschien eigenlijkook wel een beetje voor mij: wat gaat de Minister dan precies voorbe-reiden wat dusdanig ingewikkeld is dat we dat midden 2026 krijgen? Watkan hij eventueel al doen op het moment dat er politieke besluiten moetenworden genomen in november, december en januari?Minister Moes:Ik kan voor het einde van het jaar de contouren van zo’n aanpak, hoe dateruit zou zien, in elk geval al ... O sorry, ik bedoel: ik kan de verkenningnaar de drie lijnen voor het einde van het jaar naar de Kamer sturen. Deconcretere contouren van een eventuele aanpak kosten meer tijd.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik dacht: ik ga proberen om het misschien iets makkelijker te maken. Zoude Minister op zeer korte termijn, voordat de formatie begint dus, in iedergeval op een rijtje kunnen zetten in welke wetten of regelingen dieongelijkheid tussen mbo- en hbo- en wo-studenten nou zit? Zo weten deformerende partijen welke wetten ze moeten aanpassen of wat dat dankost.Minister Moes:Ik ga zorgen dat er een overzichtje van komt. Dat zal niet tot op detail-niveau superconcreet uitgewerkt zijn, met een wetsvoorstel en van alles,maar we gaan wel zorgen dat hier tijdens de formatie enigszinshelderheid over is. Zo kunnen daar in elk geval op formatieniveau, ophoofdlijnen, heldere keuzes over gemaakt worden. Daar horen ookrichtbedragen bij over wat het gaat kosten en waar die scheefheid zit. Datzeg ik dus toe, want dat kunnen we vrij snel doen. We zullen dat dus metde Kamer delen en zo kunnen we dat bij de formatie ook onderdeel latenzijn van de gesprekken.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Moes:Het was niet helemaal onderdeel van het debat, zoals u aangaf, voorzitter,maar de vraag van GroenLinks-PvdA over discriminatie gaat me toch aanhet hart. Ik zat daar wat over na te denken. Het gaat dan eigenlijk overdiscriminatie op basis van niveau. We hebben ook een advies liggen vanhet College voor de Rechten van de Mens, dat eigenlijk zegt: het is lastigom dat in zijn algemeenheid in wetgeving te vangen. Ik denk ook dat ereen verschil zit tussen discriminatie op grond van kwalificatie endiscriminatie op grond van opleidingsniveau in zijn algemeenheid. Wewillen natuurlijk wel verschil kunnen maken op basis van kwalificatie.Daartoe dient tenslotte een diploma. Ik vind het een heel serieusonderwerp, maar ik kan er nog niet al te concreet over zijn. Dit is iets waarwe sowieso aandacht voor hebben en wat we willen aanpakken, maar devraag is ook even wat het meest effectief is. Uiteindelijk is dit een breedmaatschappelijk probleem. Dat is ook iets wat we met elkaar moetendoen. Dat zit ’m onder andere in de waardering, en de mbo’ers die zelf deongelijkheid aan de kaak stellen door af en toe gezond actie te voeren. Datzijn ook goede dingen die gebeuren. Ik ben nog even op zoek of we datmet wet- en regelgeving moeten aanpakken of op een andere manier,maar het heeft wel serieus mijn aandacht. Ik wou dat toch even genoemdhebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67921 De voorzitter:Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Tseggai.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik vind het ontzettend fijn om te horen dat dit de Minister aan het hartgaat. Kijk, het College voor de Rechten van de Mens heeft natuurlijkgezegd dat het onlogisch is om het in bestaande wetgeving op te nemen,maar het adviseert wel om het misschien in een nieuwe wet te gieten. Wehebben het over discriminatie bij studentenverenigingen, datingbureaus,horecagelegenheden, soms ook studentenhuizen – er worden me nu nogmeer dingen ingefluisterd – waar gezegd wordt: geen mbo-studenten. Datis volgens mij waartegen mbo-studenten al jaren actie voeren. Ik denk weldat het misschien goed is om te verkennen wat we met dat advies van hetCRM zouden kunnen. Dus misschien kan de Minister in ieder geval eenverkenning doen over wat voor soort wet hierbij zou passen, en zo inieder geval dat advies serieus nemen.Minister Moes:Dat advies neem ik zeer serieus. Ik heb daarover ook een reactie naar deKamer gestuurd. Alleen, ik ben zelf nog niet zover dat ik gelijk zeg: ik wil alheel richtinggevend verkennen of dat in een wet gegoten kan worden. Hetprobleem is overduidelijk aanwezig in onze samenleving en daar moetenwe wat mee. Laat ik het zo zeggen: niet alle structurele problemen kunnenwe gemakkelijk oplossen met een nieuwe wet. Dat kost ook ambtelijkecapaciteit. Daar heb ik dus ook een afweging in te maken: welkeproblemen in het mbo los ik als eerst op en welke oplossingen hebben hetmeeste effect? Het heeft zeker mijn aandacht. Ik kijk hiernaar en ik benhiermee bezig, maar ik ga niet gelijk toezeggen dat ik al een verkenningnaar een nieuwe wet ga beginnen.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Maar dan is mijn vraag: wat gaat de Minister er dan wél mee doen?Minister Moes:Ik ga verder in dit onderwerp duiken. Ik ga kijken welke stappen passendzouden zijn bij de aard van dit probleem en welke rol ik daarin weggelegdzie voor de wetgever. Mocht ik er uiteindelijk op uitkomen dat er eenverkenning naar een wetstraject gestart moet worden, dan ga ik dat zekerniet nalaten. Zover ben ik op dit moment gewoon nog niet.De voorzitter:In de brief waar ik het aan het begin van het debat over had, die gisterenis gekomen, staat de reactie van de Minister wat uitgebreider. Vervolgt uuw betoog.Minister Moes:Er was een vraag over de bbl-staffel. We zijn ermee bezig om dat gewoongelijk te trekken. Ik verwacht dat dit in 2027 in kan gaan. Het is natuurlijkniet oké dat bbl’ers een lager salaris hebben dan het minimumloon. Datgaan we rechttrekken.Mevrouw Hertzberger (NSC):Bedoelt de Minister dan specifiek het afschaffen van de bbl-staffel?Anders moeten we, elke keer als het minimumloon verhoogd wordt, tochweer gaan leuren met de bbl-staffel.Minister Moes:Ja.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67922 Gaat lekker zo. Gaat u door.Minister Moes:De heer Paternotte vroeg naar mijn mening over «waaier of ladder». Ikvind dat een hele mooie vondst van mijn voorvoorganger en ik ben het erook mee eens. Er is inderdaad sprake van een waaier als het gaat over jepersoonlijke traject. Sterker nog, mijn persoonlijke ervaring is dat je vande ene tak van de waaier ook zomaar een paardensprong kunt maken naarde andere tak van de waaier. Wat dat betreft zit ons stelsel al best heelmooi in elkaar. Daar mogen we het ook weleens over hebben: dat hetNederlandse onderwijsstelsel heel veel flexibiliteit biedt voor je persoon-lijke ontwikkeling. Tegelijkertijd vind ik het beeld van de ladder wel ergmooi als het gaat over de sociaal-economische ladder. Welke tak van dewaaier je ook pakt: onderwijs in de brede zin helpt je om verder te komenin je leven. Ik vind dus eigenlijk beide beelden erg mooi, maar ik vind nietdat er bij niveauverschil in het onderwijsstelsel geldt: hoe hoger, hoebeter. Die terminologie is ook wel passé, denk ik.Mevrouw Hertzberger (NSC):Dit zit misschien niet bij de Minister in de portefeuille, maar misschien kanhij er toch wat over zeggen. Die waaier is een heel mooi idee, net als datklimmen, of nou ja, uitwaaieren, zou je nu zeggen. Maar wij begrijpen ookdat het in die nieuwe leerweg, wat eigenlijk een experiment is, moeilijkerwordt voor leerlingen om over te stappen van het vmbo naar de havo.Doorstromen van het mbo naar het hbo, en ook naar de Ad, is aardiggeborgd. Dat zou nog veel beter kunnen; we hadden het net met de VVDbijvoorbeeld over dat afstromen. Maar wij krijgen signalen datoverstappen van het vmbo naar de havo bemoeilijkt wordt. Zo zijn ertwee extra vakken nodig in dat experiment van de nieuwe leerweg. Wil deMinister daar kritisch naar kijken, ook met zijn Staatssecretaris, zodat hetin alle onderwijsniveaus makkelijk wordt om over te stappen naar eenmeer theoretische leerroute, of juist om af te stromen?Minister Moes:Ik ben zeker bereid om hier met de Staatssecretaris naar te kijken. Die hebik daar ook zeer zeker wel bij nodig. Tegelijkertijd wil ik daar wel bijopmerken dat we moeten oppassen dat we iemand daarmee implicietéén richting op sturen. Er was eerder ook een vraag – volgens mij was dieook van mevrouw Hertzberger; ik weet het niet helemaal meer uit mijnhoofd – over een soort afstroomboete, of afstroomstraf voor scholen. Danpakt het nadelig uit als iemand van de havo zegt: ik ga toch mbo doen. Datzijn allemaal dingen die ik graag anders wil zien in het stelsel. Daar ga ikme ook echt voor inzetten. Ik heb geen idee wanneer en hoe, maar we zijnecht bezig met die verkenningen. Ik voer die gesprekken ook zeker metmijn Staatssecretaris om hiernaar te kijken. Want wanneer je na jepropedeuse hbo zegt: «ik wil toch niet door op het hbo, maar ik wil naarhet mbo toe», dan zou dat idealiter gewoon mogelijk moeten zijn. Dat pastbij die waaier. Mensen met praktische vaardigheden zijn zeker net zo hardnodig als hbo’ers. Dat past bij hoe we nu dat stelsel beginnen te zien. Hetis niet alleen maar één richting op, het kan alle kanten op. Dat vind ik juistheel goed passen bij het idee van de waaier. Het moet tegelijkertijdnatuurlijk wel mogelijk blijven om te kiezen om een theoretisch pad tegaan lopen, ook wanneer je al een eindje op die waaier bent, en je je ergveel hebt verdiept en je hebt gefocust op praktische vaardigheden. Hetkan natuurlijk wel zo zijn ... Hoe verder je gespecialiseerd bent, hoe meerje nodig hebt om weer een andere richting te kiezen. Ik vind dus zeker datdat mogelijk moet blijven. Ik ga ook het gesprek voeren over hoe we ditzorgvuldig kunnen doen.Er waren ook een aantal hele mooie vragen over mbo-opleidingen in deregio en over hoe we ervoor zorgen dat ook in de krimpgebiedenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67923 voldoende opleidingsaanbod beschikbaar blijft voor onderwijs dicht bijhuis, zodat je niet al te ver weg hoeft. Nou zit het mbo zo in elkaar dat je afen toe ook een zeer specialistische opleiding hebt waarvoor je echt verdermoet reizen, bijvoorbeeld instrumentenmaker, grondwerker of kraanma-chinist. Er zijn echt heel erg specialistische onderwijsinstituten. Dat werktgewoon echt anders. Tegelijkertijd wil je zeker een soort basisaanbod instand houden. Daar zijn we mee bezig. We zijn ook bezig om met deinstellingen zelf te bekijken: hoe zit dat systeem in elkaar? Dan kom je ophet feit dat de financieringssystematiek eigenlijk niet meer voldoet aan dewensen van deze tijd en de uitdagingen die we nu hebben. De financie-ringssystematiek is namelijk vooral gericht op leerlingenaantal. Dat werktniet in een krimpregio. Daar passen de keuzes van de instellingen ook nietbij, want die worden gedwongen om daar keuzes in te maken. Dan ga jedingen afschalen. Dan wil je zo weinig mogelijk opleidingen met zo veelmogelijk studenten. Dat willen we allemaal niet. We zijn dus echt aan hetkijken: hoe kunnen we dat aanpakken, ook in de financieringssystematiek?Hoe kunnen we in het systeem meer prikkels inbouwen voor samen-werking in plaats van concurrentie met elkaar? We zien dat verschillendembo-scholen in het huidige stelsel vooral concurreren om leerlingenaan-tallen. We zouden willen zien dat ze meer samenwerken op regionaalniveau, juist om een antwoord te kunnen bieden aan de krimp en voor hetopleidingsaanbod binnen de regio’s. Daar zijn we ook echt mee bezig.De voorzitter:Mevrouw Hertzberger neemt de gelegenheid om een vraag te stellen.Mevrouw Hertzberger (NSC):Er wordt nu dus geld geïnvesteerd in de dunbevolktheidstoeslag –«krimpregio» klinkt altijd zo negatief, dus ik vind «dunbevolktheids-toeslag» eigenlijk wel mooi klinken – maar de vraag is: zitten daarafspraken bij om de cruciale opleidingen in de benen te houden? Wijhoren echt dat dit in verschillende gebieden onder druk staat. Het is nietde bedoeling dat juist de opleidingen die belangrijk zijn voor Defensie ende zorg en dergelijke het kind van de rekening worden; het is de bedoelingdat daar afspraken over worden gemaakt wanneer die toeslag wordtuitgekeerd.Minister Moes:Als ik de vraag goed begrijp, dan is die of wij afspraken maken met deverschillende scholen in de regio’s om dat opleidingsaanbod goed tehouden. We volgen meerdere sporen. We zijn ook bezig met de herzieningvan het financieringsstelsel, maar ook met gesprekken met de instellingenzelf om te kijken: wat kunnen we nu al doen om daarvoor te zorgen. Daaris inderdaad ook geld voor vrijgemaakt.Mevrouw Hertzberger (NSC):Mag ik de vraag nog iets toelichten zonder dat het mij een interruptie kost,om het nog iets toe te spitsen?De voorzitter:Dat is een hellend vlak, maar heel kort.Mevrouw Hertzberger (NSC):Eentje dan. Ik vroeg of er in het opleidingsaanbod ook wordt gekozen voorde opleidingen die cruciaal zijn voor de tekortberoepen in de arbeidsmarkten voor de economie van de toekomst.Minister Moes:Nou heb ik ’m. Daar hebben we zeker aandacht voor. Je ziet dat juistbinnen het huidige systeem een prikkel zit om te gaan voor populaireTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67924 opleidingen. Iedereen wil wel YouTuber worden, zeg maar. Studenten dieniet weten wat ze precies moeten kiezen, komen vaak op administratieveopleidingen terecht. Dat is niet altijd waar de samenleving behoefte aanheeft. Dat matcht dus ook niet altijd met tekortsectoren of toekomstper-spectief. Daarin kun je ook denken aan ontwikkelingen op AI-gebied en deuitdagingen die dat in de toekomst met zich meebrengt. Daar kijken wezeker naar. We zijn ook bezig om te kijken naar de instrumenten die wemoeten ontwikkelen om daar meer sturing aan te kunnen geven.De voorzitter:De heer Uppelschoten heeft ook een vraag.De heer Uppelschoten (PVV):Daarbij aansluitend. We hadden toch een pact met werkgevers om eenkeuze te maken in welke opleidingen maatschappelijk het meest relevantzijn? Want we krijgen steeds minder studenten, dus we zullen iets moetendoen om die studenten wat meer te verdelen. Dat klinkt heel bedreigendallemaal, maar we zullen iets moeten doen om ervoor te zorgen dat inieder geval de essentiële of noodzakelijke beroepen toch voldoendestudenten krijgen. Anders wordt het allemaal minimaal, minimaal en danhebben we een nog veel groter probleem. Maar ik begreep dat de vorigeMinister daar druk mee bezig was.Minister Moes:Zeker. Ik volg datzelfde spoor. Het pact is daar een onderdeel van; datklopt. Tegelijkertijd is het ook een balans, want je wil ook de keuzevrijheidvan individuele studenten hooghouden, maar er zit ook een maatschap-pelijk belang. Dat is een balans waar we rekening mee moeten houden.Maar dat pact is daar zeker een onderdeel van.De voorzitter:Ik zie een tevreden blik van de heer Uppelschoten. U kunt verdergaan.Minister Moes:Daar doen we het voor. De heer Uppelschoten had ook een vraag over debasisvaardigheden van lesgevenden, specifiek taal en rekenen. Moetendie eisen overeind blijven? Wat mij betreft moet elke docent die een vakgeeft, zeker als het gaat om de basisvaardigheden, goed gekwalificeerdzijn. We zien inderdaad af en toe wel dat er ook ongekwalificeerdedocenten zijn, in elk geval voor het vak dat ze geven. Daar is ook nogruimte voor, maar ik wil er wel echt naar kijken om juist het niveau van debasisvaardigheden weer hoog te krijgen, want we hebben echt te makenmet een achterstand sinds corona. Dat is ook een uitdaging met deinstroom van de basisschool. We werken aan alle kanten – daar hebbenwe ook geld voor vrijgemaakt – om dat gat dicht te lopen in het mbo enom die basisvaardigheden, ook de eisen voor taal en rekenen, overeind tehouden. Die moeten we hooghouden.Nog één. Mevrouw Rajkowski had een vraag over het bestuursjaar in hetmbo. Wil ik onderzoeken hoe dat kan voor mbo’ers? Daar ben ik zeker toebereid. De uitdaging zit ’m daar in de startkwalificatie. Je hebt tot je 27steeen wettelijke startkwalificatie nodig. Dat wil zeggen: een mbo 2-, mbo 3-of mbo 4-diploma of een havo- of vwo-diploma. Als je nog geen startkwa-lificatie hebt, ben je nog scholingsplichtig. Daar zit die uitdaging in. Ik gaserieus bekijken: kunnen we daar een manier voor verzinnen of moetenwe de wet aanpassen? Ik ga kijken hoe we dat kunnen regelen. Want ookmbo’ers moeten gewoon zulke dingen kunnen doen. Wat mij betreft valtdit ook onder de gelijkheid tussen mbo, hbo en universiteit, dus ik vinddat een mooi punt.Mevrouw Rajkowski (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67925 Dank voor die toezegging. Dat is heel fijn. Ik heb er twee vragen over. Eén.Wanneer kunnen wij hier een update over verwachten? Twee. Ik weet nietof er een hardheidsclausule in de wet zit; misschien zou dat een makke-lijke oplossing kunnen zijn, maar dat weet ik zelf ook niet.Minister Moes:Ik ga sowieso breed kijken. Als er een makkelijke oplossing te vinden is,kiezen we daar natuurlijk graag voor. Dit zouden we onderdeel kunnenlaten zijn van de midterm review die eraan komt. Die komt voor het eindvan het jaar.Volgens mij heb ik dan de vragen beantwoord, voorzitter.De voorzitter:Dat is echt werkelijk geweldig, denk ik. Maar ik zie bepaalde Kamerledennog nee schudden, dus ik doe één rondje voor herhalingsvragen.Mevrouw Hertzberger (NSC):We waren echt nog benieuwd naar de Wet van school naar duurzaamwerk. Die wet komt eraan. Wij waren bezorgd over het financiële plaatjevoor de scholen. We krijgen signalen uit Rotterdam en Amsterdam dat diewet financieel negatief uitpakt. Juist die gebieden hebben het hoogstepercentage armoede en het hoogste percentage kwetsbare studenten, ookmet een niet-Europese achtergrond. Zij komen toch net iets moeilijker aanhet werk; dat laten ook de statistieken zien. Juist zij hebben diebegeleiding naar duurzaam werk heel hard nodig. Het kan niet zo zijn datdie wet op instellingsniveau uiteindelijk negatief uitpakt door hetwegvallen van een aantal andere potten. Kent de Minister deze signalen?Wat kan hij daaraan doen?Minister Moes:Ik herken en ken deze signalen niet. Landelijk komt er meer dan 30 miljoenextra beschikbaar voor de begeleiding van jongeren. Ik hoor wel watmevrouw Hertzberger zegt. Er komt ook een evaluatie op deze wet in2028. Dat is nog niet om de hoek. Ik ga wel even kijken of ik wellichtsignalen gemist heb. Dan kijk ik of dat aanleiding geeft om daar dieper inte duiken.De voorzitter:Er is een interruptie van de BBB.De heer Oostenbrink (BBB):Ik had in ieder geval in mijn betoog nog een reactie gevraagd van deMinister op de inzet van een brede instroomcampagne voor het mbo.Minister Moes:Ook hier is de vraag wat het meest effectief is. Waar gaan we onze tijd,aandacht en capaciteit aan besteden, zodat de instroom omhooggaat?Wat betreft het doel staan we, denk ik, aan dezelfde kant. Ik denk niet dateen campagne of een instroombonus in de eerste plaats het meesteffectief zal zijn. Ik wil wel de drempel om in het mbo in te stromenverlagen. Daar heb ik het net ook al over gehad, vandaar dat ik dacht datik de vraag al deels had beantwoord. Daarbij gaat het over de afstroom-boete. Het heeft ook te maken met de waardering voor het mbo in bredezin. Dat is ook een maatschappelijke uitdaging. Ik denk dat het ook heelgoed is dat we om die regen toch elke keer onze waardering en denoodzaak uit blijven spreken. Daarmee is ook al een stap gezet. Ik neemhet wel mee, want we kijken natuurlijk wel wat we kunnen doen aan deinstroom. We kijken ook bij welke opleidingen en sectoren we specifiekdie instroom willen zien. Daar heb ik het ook al over gehad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67926 Mevrouw Beckerman (SP):Wij hadden ook nog een vraag gesteld over de verkapte bezuiniging, ofeigenlijk de uitholling. De lonen stijgen en de prijzen stijgen. Bij basis-scholen en middelbare scholen wordt dat gecompenseerd. Dat geldt voorhet mbo, het hbo en de universiteiten niet of niet volledig. Daardoorkomen mbo-scholen sneller in de problemen, want ze hebben wel temaken met hogere kosten en hogere lonen. Daar had ik nog een vraagover gesteld en die is nog niet beantwoord.Minister Moes:Dit is echt aan een volgend kabinet. Daar kan ik voor de huidige tijd nietiets op toezeggen.Mevrouw Beckerman (SP):Herkent de Minister wel dat dit een probleem kan zijn voor dembo-instellingen? Dit kan zeker een probleem zijn wanneer je bijvoor-beeld niet de kans hebt om, zoals de Minister zelf zei, opleidingen samente voegen en te kijken waar commerciële kans liggen in plaats van naarwat wenselijk is voor een regio en beroepsgroep. Herkent de Minister weldat dit een probleem is? Kan hij dit wel, net als hij bijvoorbeeld toezei ophet punt van ongelijkheid, zo goed mogelijk in kaart brengen, zodatformerende partijen of de partijen die na de verkiezingen de debattengaan doen hier goede inzichten in hebben, zodat ze hier maatregelen opkunnen nemen?Minister Moes:Waar mevrouw Beckerman volgens mij concreet naar vroeg, is of erstructureel geborgd kan worden dat de loon- en prijsbijstelling standaardmeegroeit. Zij vroeg om dat strakker te borgen. Ze noemde daarbij ookeen voorbeeld waarbij dat wel geregeld is. Daar kan ik geen toezegging opdoen. Ik snap dat dat in de toekomst potentieel ook de ongelijkheid tussende sectoren vergroot. We hebben een tijdje geleden juist de lonen van hetbasis- en voortgezet onderwijs gelijkgetrokken. Dat was een heel mooivoorbeeld van het dichten van een kloof. Ik snap goed dat we moetenoppassen dat we niet onverhoopt nieuwe kloven gaan realiseren. Dat iseen uitdaging. Het is altijd een politieke uitdaging om schaarse middelente verdelen. De keuzes zijn nu gemaakt. Daarom zeg ik ook dat dezeuitdaging echt aan een volgend kabinet is.De voorzitter:Een vervolgvraag.Mevrouw Beckerman (SP):Ik begrijp dat die keuze uiteindelijk aan een volgend kabinet is. We haddennet al een debatje over de vraag wanneer het volgende kabinet zal komen.Wat kan de Minister wel klaarleggen voor een nieuw kabinet of eennieuwe Kamer, zodat we hierin duidelijke keuzes kunnen maken? Het ishelder dat we altijd moeten kiezen tussen middelen en dat we moetenkiezen in schaarste, maar we kunnen wel een beeld krijgen over de kostenen de manier waarop we dat kunnen doen. Is de Minister bereid om datwel voor te bereiden?Minister Moes:Als ik ’m zo opvat dat ik concreet ga kijken naar wat het kost om de loon-en prijsbijstelling te borgen en dat structureel te laten meegroeien, danwil ik best wat informatie op een rij zetten. Dat lijkt me niet een heelingewikkeld rekensommetje. Die informatie kan wat mij betreft ook primabeschikbaar zijn voor de formatie.De heer Paternotte (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67927 De Minister zei net dat de loonkloof gedicht is. Het was een politiekekeuze, niet van dit kabinet, maar van het vorige kabinet, om flink geld teinvesteren om ervoor te zorgen dat de loonkloof gedicht kon worden. Ditkabinet maakt de keuze om te bezuinigen op het onderwijs en om metdeze loon- en prijsbijstelling weer voor een verschraling te zorgen. Hoekijkt de Minister daar nu naar? Als je hem hoort praten, zou je bijnadenken dat hij dat nieuws heeft ontvangen en er verder niets over tezeggen heeft gehad. Nu klopt dat in zekere zin ook, omdat hij er net zit. Hijis nu wel de vertegenwoordiger van het kabinet dat die keuze heeftgemaakt. Hoe verdedigt hij de keuze om de verschraling door te zetten,los van dat hij die inzichtelijk wil gaan maken en een volgend kabinet eriets aan kan doen? Hoe verdedigt hij die keuze?Minister Moes:Die keuzes zijn gewoon gemaakt. Overigens begreep ik zojuist dat het nietde loon- en prijsbijstelling is, maar dat het alleen de prijsbijstelling is. Datis alweer goed nieuws. Keuzes moeten gemaakt worden. Er zijn veeluitdagingen in de maatschappij. Daarbij zijn sommige dingen ook eenonderhandelingsresultaat. Dit pakket is nu wat het is. Ik geloof dat deTweede Kamer daar ook al akkoord mee is gegaan. Dat is dus gewoon nuwat het is. Keuzes worden gemaakt. We kijken naar wat wel mogelijk is. Ikdenk dat we een goed debat met goede vragen hebben gehad. Ik heb ookeen aantal dingen aangegeven die ik ga doen en in gang ga zetten. Datzijn allemaal dingen die we kunnen doen om het mbo beter, gelijker entoegankelijker te maken. We hebben het over een stagevergoeding gehad.Dat zijn allemaal dingen die wel kunnen en waar geen geldvraagstukbijkomt. Ik ga me zeker focussen op alle dingen die wel kunnen en daarstappen in zetten in de korte tijd die mij gegeven is in deze rol. Definanciële keuzes zijn echt aan een volgend kabinet.De heer Paternotte (D66):Keuzes zijn gemaakt. Het is wat het is. Dat is ook een slogan. Ik zou alleenhet volgende willen zeggen. De BBB zit nu met de VVD in een kabinet. Ikheb ook zeven jaar met de VVD in een kabinet gezeten. Dat doe je ook nietalleen maar voor de lol.(Hilariteit)De heer Paternotte (D66):Soms was het zeker gezellig. Ik heb er alleen wel geleerd dat je echt jebest moet doen voor elke euro voor het onderwijs. Ik zie dat dat de BBBtotaal niet lukt, terwijl er wel mooie woorden over het onderwijs klinken.U zegt: keuzes zijn gemaakt en het is wat het is. Ik hoop dat we hier eenMinister van Onderwijs hebben die ook gaat vechten voor het onderwijsen die de volgende keer ook kan laten zien hoe hij dat gedaan heeft en diede les die ik hem hier nu meegeef ook in de praktijk brengt.Minister Moes:Kijk eens aan. Ik krijg gewoon les tijdens een Kamerdebat. Dat is altijdmooi. Dank daarvoor, zeg ik richting de heer Paternotte. Lol hebben metde VVD-bewindspersonen kan zeker. Daar kan ik ook over getuigen. Ik zetmij zeker in voor het onderwijs. Ik heb net ook al aangegeven dat het langniet altijd een geldprobleem is. Geld is niet altijd de oplossing voor alles.Het gaat ook om goed beleid, goede keuzes, slimme dingen doen eninspelen op problemen die je herkent uit de samenleving. Er kan heel veelzonder dat daar altijd extra geld bij moet. Dat wil niet zeggen dat geldonbelangrijk is, maar als geld niet het probleem is, is geld vaak ook nietde oplossing. In het gesprek over onderwijs zal ik natuurlijk vechten voorhet onderwijs, ook als het gaat om de knikkers. Dat doet volgens mij elkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67928 bewindspersoon op zijn terrein. Dat is ook een hele gezonde gewoonte.Vechten voor het onderwijs is niet alleen een kwestie van euro’s.De voorzitter:Tot slot.De heer Paternotte (D66):Dat laatste laat zien dat deze Minister wel echt grossiert in oneliners: alsgeld niet het probleem is, is geld ook niet de oplossing. In dit geval gaathet gewoon om een prijsbijstelling: als dingen duurder worden, krijg jeook het geld om die dingen te betalen. Als je dat geld er niet bij krijgtterwijl alles duurder wordt, dan heb je in feite minder te besteden, danverschraal je. Zo is het heel vaak gegaan in de publieke sector als dingenslechter gingen. Uiteindelijk resulteert dat in minder goed onderwijs vooronze kinderen en jongeren. Ik zou het volgende willen zeggen. Ik hoop datwe wel iets inhoudelijker kijken dan de logica van «een stagefonds is niethelemaal effectief, dus dan schaffen we het helemaal af» of «de keuze watbetreft de prijsbijstelling is gemaakt». Je kunt niet bij alle andere sectorenzeggen dat er extra geld nodig is en bij het onderwijs zeggen dat geld niethet verschil maakt. Dat zou raar zijn.De voorzitter:Een hartenkreet. Mevrouw Tseggai heeft ook nog een vraag.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Het is een beetje mosterd ... spuit elf, laat ik het zo zeggen. Ik was nogeven aan het nadenken over de stagevergoeding en toen vroeg ik me afwat we nou eigenlijk precies hebben afgesproken. De vraag zat voor mijvooral in het verschil tussen contouren of een wetsvoorstel. Hebben wenu afgesproken dat we volgend jaar een wetsvoorstel krijgen van dezeMinister? Hebben we afgesproken dat we een begin van een wetsvoorstelof contouren van een wetsvoorstel krijgen? Ik wilde daar toch nog even opterugkomen.Minister Moes:Daar kan ik heel duidelijk over zijn. Ik neig heel erg naar het wettelijkregelen van een stagevergoeding. Ik wil namelijk dat iedere stagiairbinnen bepaalde kaders – die kaders moeten uitgewerkt worden – in deregel een vergoeding krijgt. Je ziet namelijk echt superschrijnendevoorbeelden in de praktijk. Ik heb vorige week nog gesproken metmbo’ers die letterlijk geld moeten bijleggen om überhaupt stage tekunnen lopen. Ze lopen een stage van drie tot vier dagen in de weekwaarbij ze ingezet worden en veel verantwoordelijkheid dragen. Zefunctioneren eigenlijk half als volledige werknemer. Je kunt niet zeggendat een stage werk is en je daar loon voor krijgt; het is namelijk gewooneen leerplek. Maar in de praktijk komt het veel te vaak voor dat situatiesknetterscheef zijn. Dat is onacceptabel. Ik heb ook gezien dat dit probleemzichzelf niet zomaar oplost. Ik ga daar dus wat aan doen. Daarom neig iksterk naar het oplossen van de situatie middels wetgeving, maar er lopenook nog verschillende onderzoeken en trajecten van mijn voorgangers. Ikzeg niet dat ik eerst alles afwacht en daarna eens rustig na ga denken,maar ik wil wel even de processen op een juiste manier afronden. Maarnu weet u hoe ik erin sta.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik vind het heel fijn, of heel leuk eigenlijk, dat de Minister de Kamer erbijna van aan het overtuigen is dat we de stagevergoedingen moetengaan regelen. Dat doet mij goed. Ik zit er zo bovenop, omdat we geentweeminutendebat meer gaan doen voor het verkiezingsreces en er dusook geen moties meer kunnen worden ingediend door de Kamer. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67929 Minister zegt dat hij wat processen af gaat ronden en daarna stappen gaatzetten. U heeft net gezegd dat u in Q2 van 2026 iets op gaat sturen naar deKamer. Is dat het wetsvoorstel of een update van de stappen die gezetzijn?Minister Moes:De contouren stuur ik voor de zomer van 2026 naar de Kamer.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we toegekomen aan de tweede termijn van deKamer, als daar nog behoefte aan is. Die is er. Het woord is als eerste aanmevrouw Tseggai.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik wil even waardering uitspreken voor de Minister. Dat zei ik net al. Ikvind het leuk dat deze Minister de Kamer er bijna van aan het overtuigenis dat de stagevergoeding nodig is. Ik denk dat alle mbo-, hbo- enwo-studenten die zich hiervoor hebben ingezet onwijs trots op zichzelfkunnen zijn. Ook hun wil ik vanaf deze kant een compliment geven.Ik wil er even een nieuw punt in fietsen. Dat punt was ik vergeten in devorige termijn. Vorige week kwam in de pers dat mbo-studenten met eenmigratieachtergrond minder vaak een baan vinden na hun afstuderen danmbo-studenten zonder migratieachtergrond. Het CBS zei dat ze niet zogoed weten wat de oorzaak is, omdat ze er verder nog geen onderzoeknaar hebben gedaan. Mijn vraag is eigenlijk heel simpel. Zou de Ministermisschien bereid zijn om dat onderzoek nog iets verder te specificeren,zodat we ook weten waarom bepaalde groepen mbo’ers minder makkelijkeen baan vinden? We hebben volgens mij iedere mbo’er heel hard nodigop de arbeidsmarkt.Daar wilde ik het bij laten. Ik wil ook een tweeminutendebat aanvragen.De voorzitter:Even voor de duidelijkheid: het tweeminutendebat dat u aanvraagt, zal nade verkiezingen plaatsvinden. Het woord is aan mevrouw Hertzberger,NSC.Mevrouw Hertzberger (NSC):Dank aan de Minister. Het was een goede beantwoording, denk ik. Omdatwe nog zo lang moeten wachten op een tweeminutendebat, wil ik graageven kijken hoeveel concrete toezeggingen de Minister nu echt heeftgedaan. Hij heeft ten eerste toegezegd in Q2 van 2026 de contouren vande wet, hoe de wet eruit gaat zien, naar de Kamer te sturen. De wet hoeftop dat moment nog niet naar de Kamer, maar wat gaat de Minister noudoen voor een minimaal verplichte stagevergoeding?We horen ook dat de Minister gaat praten met de Staatssecretaris over denieuwe leerweg, de nieuwe, experimentele inrichting van het voortgezetonderwijs, waarbij het moeilijker wordt om van het vmbo naar de havoover te stappen. Kan de Minister dat ook toezeggen?Dan wil ik het nog heel even over de bekwaamheidseisen van dembo-docenten hebben. Die zijn op dit moment niet verplicht, zover wijbegrijpen. Het is dus niet zozeer een kwestie van handhaven. De normmoet echt gesteld worden. Kan de Minister toezeggen daar ook naar tekijken?Tot slot. We hoorden net al van mijn collega Tseggai over de problemenbij de doorstroom van het mbo naar werk. De Wet van school naarduurzaam werk moet dat oplossen. Kan de Minister concreet toezeggenom op instellingsniveau, met nadruk op de G5-instellingen, naar definanciële gevolgen van deze wet te kijken, deze waar nodig te corrigerenen hierover een brief naar de Kamer te sturen?Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67930 De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Oostenbrink van de BBB.De heer Oostenbrink (BBB):Dank, voorzitter. Ook dank aan de Minister. Het is enorm fijn en goed omte horen dat de Minister bereid is om aan de slag te gaan met deverplichte stagevergoeding en dat het in zijn woorden «gewoon geregeldgaat worden». Daarnaast is het ook goed om te horen dat de Minister zichin wil zetten om het basisaanbod van het mbo in de regio in stand tehouden. Ik roep de Minister nog wel op om goed te kijken naar deaantrekkelijkheid van een eventuele instroomcampagne, de charme vanhet mbo en hoe dit toch op een andere en betere manier geplot kanworden in de samenleving. Ik merk veel om mij heen dat er ook doorouders anders wordt gekeken naar een mbo-studieadvies dan wanneereen kind kiest voor een hbo- of wo-opleiding. Ik denk dat daar ook echt decrux zit in de samenleving. We moeten kijken hoe we dat kunnenaanpassen, zodat we de waardering in de samenleving goed kunnenborgen. We moeten niet alleen, zoals vandaag veel gedaan is, hier in deKamer waardering uitspreken.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. De heer Uppelschoten van de PVV.De heer Uppelschoten (PVV):Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik wil eigenlijk nog graag drieopmerkingen maken. We praten over het vmbo. We vergeten wel eens dathet vmbo voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs is. Het is eenkolom waar je voor gekozen hebt. Je bent er niet naar afgeschoven. Het isgoed dat we praten over de overstap van vmbo naar havo, maar er moetgeen beeld geschetst worden dat je naar de havo kunt als je een goedevmbo-leerling bent. Je hebt gekozen voor de beroepskolom en deberoepskolom is je toekomstperspectief. Daar ga je het helemaal maken.Ik wil er heel scherp op zijn dat niet het beeld ontstaat dat je op het vmboniet meer geschikt bent voor de havo. Je hebt gewoon een hele anderekeuze gemaakt. Je hebt gekozen voor praktische intelligentie en praktischbezig zijn. Dat is jouw keuze en dat is een hele goede.De voorzitter:Dat leidt tot een interruptie van mevrouw Hertzberger.Mevrouw Hertzberger (NSC):Wij zijn niet voor het later selecteren, maar het gaat dan ook wel weerheel erg ver om te zeggen: je bent 12 jaar, je komt van de basisschool enkiest voor deze school. Als bij een 12-jarige blijkt dat zijn interesses entalenten anders liggen, dan moet je het volgens mij wel makkelijk houdenom de overstap te kunnen maken. Ik heb het dan zowel over de richtingvan vmbo naar havo als van havo naar vmbo. In het vorige systeem wasdat makkelijk. Wij begrijpen nu dat dat in de nieuwe leerweg moeilijkerwordt gemaakt. Vindt meneer Uppelschoten dat ook onwenselijk? Zou jein ieder geval op een later moment in je schoolloopbaan nog een switchmoeten kunnen maken?De heer Uppelschoten (PVV):Natuurlijk, dat is het verhaal van de waaier. Natuurlijk moet je een switchkunnen maken. Maar ik heb nu het idee ... Het is ontzettend nodig dat wena de basisschool passend onderwijs krijgen voor iedere leerling. Passendonderwijs betekent ook dat er een groep leerlingen is die heel praktischbezig wil zijn, die praktisch intelligent is. Dat is een positieve keuze. Vandie groep gaan heel veel leerlingen dan naar het mbo toe. NatuurlijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67931 zullen er altijd uitzonderingen zijn, maar dat zijn wat mij betreft dan deuitzonderingen die altijd mogelijk moeten zijn. Die moeten we nietonmogelijk maken. Dat is mijn opmerking over de positie van het vmbo,want we zijn eigenlijk vergeten dat dat voorbereidend middelbaarberoepsonderwijs is. Het is gewoon een losse keten geworden.Mijn tweede punt is het volgende. We hebben het net even gehad over hetopleiden voor beroepen waar heel veel behoefte aan is, de arbeidsmarktvoor de toekomst. Het gaat wat mij betreft ook over een herverdeling vangeld. Ik vind niet dat er steeds meer geld nodig is en dat geld deproblemen oplost. Het is een herverdeling van het beschikbare geld. Ikben allang blij als het geld hetzelfde blijft, want met de terugloop van deleerlingen zou het budget juist kleiner moeten worden. Het geld wordtnamelijk per leerling, per student berekend. Als het aantal studentenafneemt, dan zou het bedrag onmiddellijk kleiner moeten worden. Nee,het bedrag moet hetzelfde blijven. We moeten ook een vaste voet krijgenvoor die regio’s, of weet ik wat, zodat de opleidingen daar blijven. Maarhet probleem voor de toekomst is, denk ik: welke opleidingen krijgen eennumerus fixus, dat niet meer zovelen ernaartoe mogen? En welke krijgeneen positieve incentive? Dat kan zijn dat je spullen, weet ik wat, gratiskrijgt van de instelling of van de bedrijven die daarmee geassocieerd zijn.Dat is een vraag voor de toekomst.Het derde punt is dat we ook praten over de beeldvorming. Er zijn delaatste tijd ook weer publicaties over geweest: we hebben een opdelingtussen links en rechts in de maatschappij. Progressief en conservatief iseen opdeling. Maar ook de opdeling tussen hoogopgeleid en laagopgeleidbegint steeds manifester te worden. Ik wil niet zeggen dat dat totuitsluiting leidt en ik wil het woord «discriminatie» niet gebruiken, maardie opsplitsing tussen wel of niet hoogopgeleid is ook heel bepalend voorje toekomstperspectief in deze maatschappij. Neem dat alsjeblieft ookmee in het bepalen van de positie van het mbo.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Beckerman van de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Dank. Ik denk dat we de komende jaren voor heel grote keuzes staanbetreffende het mbo, of het nou de financieringssystematiek is, de aanpakvan ongelijkheid of het terugdraaien van verkapte bezuinigingen. Maar wezitten nu in een heel vreemde periode, omdat we die keuzes moetenuitstellen tot na de verkiezingen. Dat voelt, denk ik, voor iedereen wrang,omdat het zo urgent is.Voor dit debat heb ik nog een aantal opmerkingen. Eén. Dank aan deMinister voor de toezegging over de verplichte stagevergoeding. Maarwat mij niet helemaal duidelijk was, is of hij dit nu toezegt voor het mboof voor alle studenten. Daarvan krijg ik nog graag een specificering, wantdit zou voor iedereen moeten gelden.Mooie opmerking van de collega van BBB over een instroomcampagne,maar ik denk dat er ook een voorkomen-van-uitstroomcampagne zoumoeten zijn en een goede ondersteuning voor studenten die dat nodighebben, bijvoorbeeld studenten met dyslexie die nu vastlopen.Dan nog heel kort over de basisvaardigheden, want ik vond het antwoordprima, maar het sloeg niet helemaal op de vraag van mevrouw Hertz-berger. Gaat de Minister nou echt de aangenomen Kamermotiesuitvoeren, bijvoorbeeld over die 30 studielasturen? En hoe doen we dat –dat was haar vraag – met de docenten op het mbo? Welke kwalificatiesworden daar bijvoorbeeld gevraagd?Dat was het.De voorzitter:Dank u wel. De heer Paternotte, D66.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67932 De heer Paternotte (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik had nog dezelfde vraag over de 30 studielasturenen de uitvoering van die motie.Verder is het heel erg goed dat de Minister de stagevergoeding wil gaanregelen. Dat is een mooi en goed resultaat. Het heeft ook lang geduurd.Laten we hopen dat het ook gaat leiden tot onder andere meer instroomvan docenten, dus het is fijn als we dat snel kunnen zien. Ik sluit me aanbij de vraag van mevrouw Hertzberger daarover.Ik had nog de vraag gesteld over de onomkeerbare stappen richtingbezuinigingen. Laat ik het concreet maken. Wat moet er nou de komendevijf maanden gebeuren om het Stagefonds Zorg en het Regionaalinvesteringsfonds mbo te ontmantelen in het kader van de bezuinigingen?Voordat wij de begroting met elkaar behandelen, zou ik daar graag nogeen concreter antwoord van de Minister op willen.Verder wil ik hem danken voor zijn blijmoedige presentatie in dit debat.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot mevrouw Rajkowski voor de VVD.Mevrouw Rajkowski (VVD):Alleen dank voor de toezeggingen.De voorzitter:We gaan even vijf minuten schorsen.De vergadering wordt van 12.09 uur tot 12.14 uur geschorst.De voorzitter:De Minister is er klaar voor. Meneer Paternotte, we gaan verder. Hetwoord is aan de Minister.Minister Moes:Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Tseggai vroeg naar het artikel over deverschillen tussen mbo-studenten, studenten met een migratieachter-grond, waarbij er ook nog een verschil was tussen studenten metmigratieachtergrond buiten Europa en binnen Europa, en studenten meteen Nederlandse achtergrond, waarin stond dat er niet nader onderzochtis waar dat nou precies in zit. Vooropgesteld, stagediscriminatie is ietswaar we hard mee bezig zijn. Het is natuurlijk onacceptabel dat studenten,leerlingen en wie dan ook gediscrimineerd worden. Dat zien we welgebeuren, dus daar hebben we een aanpak op. Dit gaat niet alleen overstage, maar ook over werk vinden na je opleiding. Ik wil zeker nader kijkennaar de oorzaken daarvan. Het kan natuurlijk ook zijn dat daar eenuitdaging ligt voor studenten die de taal nog niet zo machtig zijn of bij wienog een uitdaging zit op culturele dingen. Ik heb in de praktijk gezien datmbo-scholen al bezig zijn met speciale trajecten om juist die taalkloof tedichten en dat is echt heel mooi om te zien. Het veld heeft daar dus welaandacht voor. Maar ik ga zeker ook kijken naar wat hier verder achter zit,want ik vind het een zorgelijk signaal. Daar kan ook discriminatie achterzitten, dus daar willen wij echt goed naar kijken.De voorzitter:U gaat ernaar kijken. Wanneer?Minister Moes:Voor de zomer.De voorzitter:Dank u.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67933 Minister Moes:NSC noemde een rijtje op en vroeg of het klopt dat ik al die toezeggingenheb gedaan. Ik heb trouwens net binnen dat die nieuwe leerweg nietwordt doorgevoerd, dus dat probleem is er voorlopig nog niet. Debekwaamheidseisen kwamen ook weer terug. Er was een motie over die30 EC’s, over dat er ruimte moet komen voor docenten om zich verder tebekwamen zodat zij goed geëquipeerd zijn om les te geven in debasisvaardigheden. Die voeren we uit. Dus dat gebeurt nu ook gewoon.We houden ook gewoon de taal- en rekeneisen op niveau. We gaan nietversoepelen, want het is juist belangrijk dat we de kwaliteit van hetonderwijs zo hoog mogelijk hebben in Nederland. Daar hecht ik zeer aan.Ik hecht dus ook zeer aan een goed toegeruste docentenpopulatie. Daarzijn we echt stappen in aan het zetten.NSC vroeg ook nog naar de problemen met de wet en de financiëlegevolgen voor met name de G5-scholen en vroeg of ik bereid ben om dateventueel te corrigeren. Dat corrigeren tussendoor gaat niet zomaar, maarik wil wel met een brief komen waarin ik inga op de signalen die er al danniet zijn en met een reactie van mijn kant daarop. Dus ik kom met eenbrief.De voorzitter:En wanneer komt u met die brief?Minister Moes:Q2 2026 moet kunnen.Mevrouw Hertzberger (NSC):Die gelden beginnen al in 2026, dus ik denk dat het iets eerder moet.Minister Moes:Voor het einde van het jaar moet kunnen.Mevrouw Hertzberger (NSC):Gelukkig.Minister Moes:Dat is goed nieuws, denk ik.De voorzitter:Het lijkt de koemarkt wel, maar goed. Gaat u verder.Minister Moes:Een oproep van de BBB was om goed te kijken naar de aantrekkelijkheidvan het mbo. Jazeker, doorlopend. Als ik denk dat daar concrete stappenin nodig zijn aanvullend, dan kom ik met voorstellen naar uw Kamer toenatuurlijk.De PVV benoemde nogmaals die waaier en de keuze voor een kolom. Datis natuurlijk ook zo. Ik heb zelf lesgegeven op het vmbo, op een praktijk-richting. Er zijn ook richtingen in het vmbo waarvoor je kunt kiezen waarinje de helft van de lestijd praktijk krijgt. Ik heb lesgegeven in PIE, eenprachtig vak. Dan besteed je heel veel onderwijstijd aan praktischevaardigheden, gewoon in de werkplaatsen, aan het bed of noem het maarop. Je kunt allerlei praktijkrichtingen kiezen. Dat is inherent aan de keuze.Maar uiteindelijk hecht ik er wel aan dat binnen het stelsel hetoverstappen van de ene tak van de waaier naar de andere in elk gevalovereind blijft. Er zijn binnen ons stelsel gelukkig allerlei manieren om jete kwalificeren, bepaalde routes. Persoonlijk heb ik een heel vreemderoute afgelegd. Ik ben ooit gestopt met het vwo. Toen ben ik mbo 2 gaandoen. Toen heb ik later de 21+-toets gedaan en ben ik het hbo binnenge-komen. Dus het kan allemaal. Waar een wil is, is een weg. GelukkigTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67934 hebben we ons stelsel zo ingericht dat je er als je maar eigenwijs enkoppig genoeg bent meestal wel komt. Als die drive er is – die is er vaakbij studenten – om echt te gaan voor wat je wil, moet het stelsel niet in deweg staan. Vaak is dat ook niet het geval, gelukkig. En dat moeten we zohouden.De heer Uppelschoten refereerde ook nog aan de kloof in de samenlevingtussen mbo, hbo en wo. Ik zal niet pretenderen dat ik die kloof zomaar kandichten vanuit mijn rol. Dat is iets wat we met elkaar moeten doen. Hetbegin is hier wel doorlopend het gesprek voeren over de waardering overen weer, zeker voor de praktische talenten. We moeten inderdaad ooknaar elkaar blijven luisteren en in gesprek gaan. Het gaat niet alleen overopleidingsniveau. Het is vaak ook gecorreleerd aan politieke voorkeur ennoem maar op. Dus dat is wel echt iets anders dan een probleem dat wein het onderwijs kunnen oplossen, denk ik. Het begint met luisteren naarelkaar en waardering hebben voor elkaars verscheidenheid.De SP vroeg ten aanzien van de stagevergoeding of dat geldt voor hetmbo of voor alle studenten. Dit gaat eerst echt over het mbo, omdat op ditmoment die verschillen er nog zijn. Ik heb ook al gezegd dat ik met eenverkenning bezig ben van de studiefinanciering en alle uitdagingen enverschillen die er daar zijn, om dat mee te geven in de formatie. Ik wil danonderdeel van die verkenning laten zijn of dat voor hbo en wo ook opdezelfde goede manier geregeld kan zijn.De voorzitter:Er is een vraagje van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Dat vind ik een vreemd antwoord. Want hoewel we kunnen zien datmbo’ers het vaakst zijn uitgesloten, geen stagevergoeding krijgen, komtdat ook gewoon voor op hbo en wo. Waarom zou je dan nieuweongelijkheid creëren als je ziet dat het voor alle studenten van belang is?Minister Moes:Dat wil ik niet doen. Ik wil het juist gelijk krijgen. Laat ik het zo zeggen. Hetzit gewoon in de verkenning over het verplichten van de stagevergoedingvoor het mbo. Daarin kijken we ook of het tegelijkertijd kan voor hbo enwo. Mocht dat verder geen problemen of vertragingen opleveren, dangaan we dat natuurlijk gewoon doen. Maar mochten we extra complexi-teiten tegenkomen die weer allerlei vertraging opleveren waardoor jembo’ers laat wachten, denk ik niet dat ik dat zou doen. Dan wil ik hetmeenemen in de brede verkenning naar het gelijktrekken. Ik neem dit duswel mee, voor de helderheid. Dus als ik geen aanvullende problementegenkom, zeg maar, dan ga ik dat ook gewoon zo doen.Mevrouw Beckerman (SP):Dan anticipeer je nu al op dat er een probleem zou kunnen ontstaan. Is datdan ook al zo? Waarom anticiperen we nu op een probleem dat we nietkennen? Een van de problemen die we natuurlijk de afgelopen tijd zagen,was dat juist bij de overheid of de semioverheid, bijvoorbeeld in sectorenals het onderwijs, de stagevergoedingen niet altijd op orde waren. Is datdan niet een probleem dat je direct zelf kan oplossen? Juist in dit soortsectoren, de zorg en het onderwijs, ligt het moeilijker en die zijn juist zocruciaal voor alle crises die we hebben, of je nou een mooie opleiding inhet mbo doet voor de zorg of bijvoorbeeld hbo-v.Minister Moes:Ik weet niet of ik extra problemen tegenkom. Daar zijn we dus juist naaraan het kijken. We zijn aan het verkennen welke route het best geschikt isom dit in wetgeving te verankeren. Daar zijn verschillende opties voor endie zijn we aan het verkennen. In die verkenning neem ik dus mee of eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67935 van die routes geschikt is om het gelijk overkoepelend te regelen, dusdaar ben ik al mee bezig. En waar ik potentieel een knelpunt zie? Op ditmoment is het stelsel voor het mbo gewoon echt anders dan dat voor hboen wo. Dat is juist iets wat we uiteindelijk gelijk willen gaan trekken. Daarheb ik al het nodige over gezegd. Juist omdat het op dit moment echt opeen andere manier ingeregeld is, zou het potentieel zo kunnen zijn dat hetextra uitdagingen oplevert. Dat weet ik niet. Ik hoop het niet. Ik hoop dat ikhet gewoon kan regelen, maar ik houd toch even een slag om de arm.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik zou de Minister echt willen aanbevelen om dit traject nu niet weer uitelkaar te trekken. De uitdrukkelijke wens van de Kamer is volgens mij dater een stagevergoeding komt voor mbo-, hbo- en wo-studenten en ookhbo- en wo-studenten krijgen in een derde van de gevallen geenstagevergoeding. Laten we in de uitwerking kijken hoe we dit vormgeven.Laten we alsjeblieft het wetsvoorstel niet uit elkaar trekken, want ik denkdat we daarmee echt weer nieuwe ongelijkheid creëren.Minister Moes:We zitten volgens mij helemaal op één lijn. Dit is precies wat ik aan hetdoen ben. Mijn wens is niet om het uit elkaar te trekken, dus ik wil dat ookniet gaan doen. Er is, zoals ik heb gezegd, op dit moment echt een verschilin hoe het systeem in elkaar zit. Ik ben bezig met die verkenning. Ik heb deantwoorden nog niet, want die komen pas aan het eind van dieverkenning. De richting en de wens zijn gewoon hetzelfde.De heer Paternotte (D66):Goed dat de Minister zegt: ik wil het niet uit elkaar trekken. Ik begrijp danalleen niet waarom we het dan daar dan toch over hebben. Hij zegt: hetstelsel van studiefinanciering is anders. Ja, dat klopt. Maar dat staat tochlos van stagevergoedingen? Dat heeft toch in het stelsel niks met elkaar temaken? Welk potentieel probleem zou er kunnen zijn, waardoor we het nuüberhaupt hebben over het niet gelijk op laten lopen van stagevergoe-dingen in het mbo, hbo en wo?Minister Moes:Dit is echt op de muziek vooruitlopen. We willen hier hetzelfde. Ik benbezig met een verkenning. De wens is echt hetzelfde, om dit breed teregelen. Ik weet het gewoon niet. Ik wil niet vooruitlopen op dieverkenning, omdat ik gewoon deze informatie nog niet heb. Ik hoop dat erniks in de weg staat en ik verwacht dat ook niet gelijk. Het is niet zo dat iknu al voorsorteer op ergens iets uit elkaar trekken of zo. Ik ga gewoongeen beloftes doen die ik nu niet waar kan maken. Dat is wat ik hier zeg.Dus dat is even de slag om de arm die ik hou. Ik ben met dezelfde intentieals uw Kamer hiermee aan de slag. Ik wil dit gewoon geregeld hebben. Opdit moment is het gewoon echt heel anders. Sterker nog, er is gewoonniks geregeld als het gaat over stages in het hbo bijvoorbeeld. Ik benbezig om daarnaar te kijken, maar ik moet echt wel eerst die verkenningdoen voordat ik met de antwoorden kan komen.De voorzitter:Dank u. De Kamer is ongeduldig, maar het wordt vervolgd. Gaat u verder.Minister Moes:Volgens mij had ik dan nog één vraag openstaan, van de heer Paternotte,over wat er wat er moet gebeuren om bezuinigingen te ontmantelen. Datis echt aan de Kamer bij de begrotingsbehandeling. Het voorstel is inprincipe naar de Kamer gestuurd met Prinsjesdag.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67936 De heer Paternotte is het daar niet mee eens.De heer Paternotte (D66):Dat was niet de vraag die ik stelde. De vraag die ik stelde, is welke stappener worden gezet in het ontmantelen van het Stagefonds Zorg en van hetregiofonds, het Regionaal investeringsfonds mbo, in de komendevijf, zes maanden. Dat zijn immers stappen die het demissionaire kabinetdan nog neemt en stel dat je dat zou willen omdraaien of zou willenveranderen. Het antwoord is dus niet: het is aan de Kamer. Nee, hetkabinet is bezig met het doorvoeren van die bezuinigingen en niet deKamer.Minister Moes:Er zit een aanlooptijd in die bezuinigingen. Die gaan pas in per ’28, dusvoorlopig wordt er nog niks concreets in veranderd.De heer Paternotte (D66):Het gaat om het Regionaal investeringsfonds mbo. Het Stagefonds Zorgwordt eerder ontmanteld, dacht ik.Minister Moes:Volgens mijn informatie is dat in beide gevallen per ’28.De heer Paternotte (D66):Ik dacht per ’27, maar daar gaat dus eigenlijk het komende halfjaar wat datbetreft niet iets veranderen?Minister Moes:Klopt.De heer Paternotte (D66):Oké.De voorzitter:Dan was de Minister klaar met zijn beantwoording. Ik zie ook geen vragenmeer bij de Kamer. Ik ga de toezeggingen die de Minister gedaan heefteven voorlezen.−De Minister zal voor de zomer van 2026 de contouren voor hetinvoeren van een verplichte stagevergoeding voor mbo-studenten aande Kamer doen toekomen.−De Minister zal onderzoeken of en hoe de financiële tegemoetkomingvoor mbo-studenten gelijk kan worden getrokken met die voorstudenten aan hogescholen en universiteiten en komt hierop terug inhet tweede kwartaal van 2026.−De Minister stuurt de Kamer in november 2025 een overzicht van definanciële verschillen in tegemoetkomeng tussen mbo-studenten enhbo-/wo-studenten.−De Minister zal onderzoeken op welke wijze mbo-studenten eenfinanciële tegemoetkoming kunnen krijgen indien zij kiezen voor eenbestuursjaar. In de midterm review aan het eind van dit jaar zal deMinister hierop terugkomen.Minister Moes:Pardon, voorzitter. Dit gaat alleen over een financiële tegemoetkomingvoor mbo-studenten met een ... Sorry, mevrouw Beckerman? Ja, precies.Dit gaat vooral over de regelgeving die een belemmerende factor is, enniet zozeer over een financiële tegemoetkoming. Volgens mij zit daar nuniet het grootste probleem. Die toezegging is dus breder.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67937 Dat gaan we aanpassen, dank u.−Vijf. De Minister zal op instellingsniveau onderzoeken of de invoeringvan de Wet van school naar duurzaam werk negatieve financiëleconsequenties heeft voor mbo-instellingen, en zal hierop bij de Kamerterugkomen voor het eind van het jaar.−Zes. De Minister zal op een rijtje zetten welke prijsbijstellingen nietmeer worden gecompenseerd vanwege de onderwijsbezuinigingen enzal de Kamer hierover informeren.Is daar ook nog een termijn bij te geven?Zal ik ’m nog een keer voorlezen? De Minister zal op een rijtje zetten welkeprijsbijstellingen niet meer worden gecompenseerd vanwege deonderwijsbezuinigingen en zal de Kamer hierover informeren.Minister Moes:Volgens mij heb ik die niet zo als toezegging gegeven, voorzitter.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik denk dat dit gaat over het op een rijtje zetten welke regelingen tussenmbo-, hbo- en wo-studenten ongelijk zijn, wat het kost om die recht tetrekken en in welke wet dat veranderd moet worden. O, ik hoor dat datniet klopt.De voorzitter:Nee, nu wordt de verwarring heel groot.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Tot zover mijn inbreng.Mevrouw Beckerman (SP):Los van dat dat wel een valide punt is, was dit een toezegging ... Ik hebhet er in mijn interruptiedebatje met de Minister over gehad. De heerPaternotte heeft dat punt ook gemaakt. Dat ging over de vraag wanneerwe dat in beeld kunnen brengen. Het was in het debatje waarin het gingover de vraag wanneer je nou eigenlijk een nieuw kabinet hebt. Misschienkunnen we dat stukje nog even terugkijken. Toen werd er gevraagd of inbeeld kan worden gebracht wat dat zou kosten. Daar werd wel echt eensnelle toezegging op gedaan.De heer Paternotte (D66):De VAR is het hiermee eens.Minister Moes:O, dus dat gaat over de borging van de loon- en prijsbijstelling, net als inandere sectoren, en wat dat zou kosten. Ja, die toezegging staatinderdaad. We brengen voor de formatie al dat rekensommetje naar deKamer. Ik hoor hier dat dat in Q1 van 2026 gaat gebeuren, maar we gaanecht ...De voorzitter:Maar dat is niet voor de formatie.Minister Moes:Precies. Dat moet echt wel eerder kunnen.De heer Paternotte (D66):Voor de kerst op het bordes.De voorzitter:We gaan opschrijven: voor de formatie. Ik ga even verder met ... MevrouwTseggai?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67938 Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Even voor de volledigheid: de toezegging die ik net noemde, gaat dus nietverloren en komt ook voor de formatie? O, die was al genoemd. Oké, top.De voorzitter:Wel op blijven letten, mevrouw Tseggai.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Sorry, voorzitter.De voorzitter:Ik ga nu de laatste toezegging voorlezen.−Toezegging zeven. De Minister zal kijken naar de oorzaken van het feitdat mbo-afgestudeerden met een migratieachtergrond mindereenvoudig een baan kunnen vinden en komt hierop voor de zomer van2026 bij de Kamer terug.Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit heel efficiënte debat.Complimenten aan de Minister. De Kamerleden hebben daardoor degelegenheid om een lunch te genieten, en de Minister ook. Dank voor alleheldere antwoorden. Dank aan de Kamerleden voor de inzet en dank aande griffie en het publiek. Tot de volgende keer.Sluiting 12.33 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 67939
Gerelateerde bronnen
- mbo
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 1 oktober 2025, over mbo
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.