KamerkringInloggen
Kamerstuk

Gewijzigd amendement van de leden Rudmer Heerema en Van Nispen t.v.v. nr. 22 over bewegingsonderwijs als deugdelijkheidseis

3 feb 2020 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e60931c8017309d6 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 35 102Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het onderwijstoezicht en enkele andere wetten in verband met actualisering van de deugdelijkheidseisen, het daarmee samenhangende onderwijstoezicht en vermindering van administratieve verplichtingen in het funderend onderwijs, alsmede reparatie van wetstechnische gebreken (actualisering deugdelijkheidseisen funderend onderwijs) Nr. 23 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN RUDMER HEEREMA EN VAN NISPEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 221 Ontvangen 2 februari 2020 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: IArtikel I, onderdeel D, komt als volgt te luiden: DArtikel 9 wordt als volgt gewijzigd: 1. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2a. Het onderwijs in zintuiglijke en lichamelijke oefening, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt gespreid verzorgd over alle schooljaren en beslaat in een schooljaar gemiddeld ten minste twee uren per schoolweek. 2. In het veertiende lid wordt «artikel 8, zevende lid» vervangen door «artikel 8, negende lid». IIIn artikel III wordt na onderdeel B een onderdeel ingevoegd, luidende: 1Vervanging in verband met een wijziging in de toelichting. kst-35102-23ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 102, nr. 231 BaIn artikel 13 wordt na het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende: 5a. Het onderwijs in zintuiglijke en lichamelijke oefening, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en vijfde lid, onderdelen a en b, wordt gespreid verzorgd over alle schooljaren en beslaat in een schooljaar gemiddeld ten minste twee uren per schoolweek. IIIIn artikel IX worden na onderdeel A twee onderdelen ingevoegd, luidende: AaIn artikel 11 wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: 2a. Het onderwijs in zintuiglijke en lichamelijke oefening, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt gespreid verzorgd over alle schooljaren en beslaat in een schooljaar gemiddeld ten minste twee uren per schoolweek. AbIn artikel 12 wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: 2a. Het onderwijs in zintuiglijke en lichamelijke oefening, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, wordt gespreid verzorgd over alle schooljaren en beslaat in een schooljaar gemiddeld ten minste twee uren per schoolweek. IVVoor de punt aan het slot van artikel XIV wordt ingevoegd «, met uitzondering van de artikelen I, onderdeel D, III, onderdeel Ba, en IX, onderdelen Aa en Ab, die in werking treden drie jaar na de dag volgend op de datum van uitgifte in het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst». Toelichting Met dit amendement willen de indieners regelen dat het geven van minimaal twee uur bewegingsonderwijs als deugdelijkheidseis wordt opgenomen voor het primair onderwijs. De indieners willen hiermee tot een steviger fundament komen voor voldoende en goed bewegingson-derwijs voor alle kinderen. De indieners van het amendement onderschrijven de inspanning die scholen momenteel al leveren om de twee uur bewegingsonderwijs per week te halen, maar zien dat dit nog niet overal lukt. Om scholen de mogelijkheid te geven om zich aan te passen aan de nieuwe deugdelijk-heidseisen, regelt dit amendement dat de minimale norm van twee uur bewegingsonderwijs pas drie jaar na inwerkingstelling van deze wet als deugdelijkheidseis gaat gelden. Hiermee geven de indieners meer ruimte aan scholen om aan de deugdelijkheidseis te voldoen en aan gemeenten om hiervoor de benodigde faciliteiten te regelen. Om extra ruimte aan scholen te geven, willen de indieners met dit amendement benadrukken dat bewegingsonderwijs wordt gegeven in een gymlokaal, tenzij een andere locatie geschikt is om de kerndoelen c.q. bouwstenen van het bewegingsonderwijs c.q. leergebied bewegen en sport te behalen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 102, nr. 232 Dit amendement leidt niet tot een aanvullende financiële claim op de Rijksbegroting, aangezien reeds op eerdere momenten aan het gemeente-fonds een bedrag van 61 miljoen euro is toegevoegd, bedoeld om extra in te zetten op het versterken van sport- en beweegaanbieders en het ondersteunen bij het verbeteren van de kwaliteit van het bewegingson-derwijs. Rudmer HeeremaVan NispenTweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 102, nr. 233

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 84e542c2a7b2e596

14 okt 2026 · 6ccd2d962f4ddfd7

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.