Verslag van een schriftelijk overleg over de voortgang Nederlandse Kanker Agenda (Kamerstuk 32793-808)
Brontekst
Versie d04ba1e4d899efd9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 793Preventief gezondheidsbeleidNr. 827 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 13 mei 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 13 februari 2025 inzake de«voortgang Nederlandse Kanker Agenda» (Kamerstuk 32 793, nr. 808).De vragen en opmerkingen zijn op 17 maart 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 13 mei 2025zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-32793-827ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8271 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie7II.Reactie van de Minister7 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de «VoortgangNederlandse Kanker Agenda», die bij voorkeur Nederlandse OncologieAgenda wordt genoemd, zoals reeds eerder gevraagd de naamgeving omte buigen. Genoemde leden hebben hierover nog een aantal vragen.De leden van de PVV-fractie zijn blij te lezen dat het Integraal Kanker-centrum Nederland (IKNL) constateerde dat bij verschillende soortenkanker aanzienlijke verbeteringen zijn aangetoond in de 3-jaarsoverleving.Het is echter spijtig dat de overlevingskans van patiënten met een lageresociaaleconomische status 10% lager is op de 5-jaaroverleving dan anderepatiënten. Het is goed dat de Minister de aanpak om deze laatste groep tehelpen over alle domeinen heen aanpakt, veel beleidsterreinen liggenimmers buiten VWS maar beïnvloeden wel de gezondheid.Genoemde leden lezen dat het aantal nieuwe kankerdiagnoses blijftstijgen, ondanks alle preventieve maatregelen en beperkingen van deoverheid. Hoe verklaart de Minister deze stijging nadat er, met name ophet gebied van tabak, enorme preventieve maatregelen en beperkingenzijn doorgevoerd? Wat verwacht de Minister in de toekomst van het aantalnieuwe diagnoses?De leden van de PVV-fractie zijn benieuwd wat de concrete resultaten zijnvan de aanvullende HPV-campagne voor jongvolwassenen van 18 tot26 jaar? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat ook in de toekomst eenhoge vaccinatiegraad wordt bereikt? Zeker gezien het feit dat onlangsbekend werd dat jonge vrouwen met baarmoederhalskanker vaak nietgevaccineerd zijn.De leden van de PVV-fractie lezen dat er de afgelopen tijd 23 nieuwekanker gerelateerde projecten via ZonMw-programma’s zijn gestart. Zoude Minister een overzicht kunnen geven van deze projecten en de teverwachten resultaten en de reeds verkregen inzichten?Tot slot willen de leden weten op welke manier Nederland concreetbijdraagt aan de uitvoering van het Europe’s Beating Cancer Plan en deEU Mission on Cancer? Welke concrete resultaten heeft deze Europesesamenwerking tot nu toe opgeleverd voor de Nederlandse situatie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8272 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de brief «Voortgang Nederlandse Kanker Agenda» en hebbennog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het positief nieuws in debrief van de Minister te lezen dat de 5-jaarsoverleving van kankertoeneemt en bij verschillende soorten kanker de 3-jaarsoverleving ooksignificant toeneemt. Er is echter ook een andere werkelijkheid. Dekankerincidentie en -mortaliteit in Nederland ligt boven het EU-gemid-delde. Daarnaast laten de recente cijfers zien dat het aantal kankerdiag-noses stijgt naar 156.000 in 2032. Eén op de twee Nederlanders krijgthiermee direct of indirect te maken. Er is dus grote urgentie voor deverder uitvoering van Nederlandse Kanker Agenda. Onderschrijft u dedoelen uit de Nederlandse Kanker Agenda? Hoe draagt uw ministerieactief bij aan de versnelling van de Nederlandse Kanker Agenda? Eerdergaf uw voorganger aan veel van de acties al terug te zien in het IntegraalZorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Kunt uaangeven hoe en of u hiermee de nodige versnelling ziet optreden?Een grote zorg van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is hetverschil in overlevingskans tussen kankerpatiënten met een lagesociaaleconomische status (SES) en hogere-inkomensgroepen. Hoe kijktde Minister hier tegenaan? Wat gaat de Minister concreet doen om deoverlevingskans voor kankerpatiënten met een lage sociaaleconomischestatus (SES) te verbeteren? En op welke termijn?Doordat zowel het aantal mensen met een kankerdiagnose toeneemt alsde 5-jaarsoverleving zal de zorgvraag veranderen met meer nadruk opleven met en na kanker. Hoe kijkt de Minister tegen deze veranderendezorgvraag aan? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat voorzieningen diebijdragen aan de kwaliteit van leven van mensen die leven met en nakanker geborgd worden en breder bekend worden?In uw brief stelt u dat «het bereiken van de doelen in eerder geslotenlandelijke akkoorden zoals het Nationaal Preventieakkoord (NPA), hetIntegraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord(GALA) van groot belang». Hoe rijmt u deze uitspraak met de bezuini-gingen van € 230 miljoen minder incidentele middelen, 10% korting opSPUK-gelden en een bezuinigingstaak van € 1 miljard bij VWS? Zijn erinschattingen wat deze bezuinigingen betekenen voor het voorkomen vankanker?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het spijtig dat«Verbinding Aanpak Kanker» voor de zomer al wordt opgeheven. Hiermeekomt een belangrijke partner te vervallen, die een essentiële schakelvormt in de doelstellingen die we met elkaar geformuleerd hebben.Waarom wordt het team «Verbinding Aanpak Kanker» opgeheven, terwijlverschillende veldpartijen dit erg waardeerden? Welke stappen neemt hetministerie om de opgebouwde kennis en samenwerkingsverbanden tebehouden? Hoe bouwt het ministerie verder aan een aanpak tegenkanker? Welke structurele oplossing biedt het kabinet om de betrok-kenheid bij de resultaten vanuit het ministerie bij de Nederlandse KankerAgenda te garanderen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8273 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief over de «Voortgang Nederlandse Kanker Agenda» (NKA). Deze ledenwaarderen het initiatief van het Nederlands Kanker Collectief (NKC) enhebben nog enkele vragen naar aanleiding van deze brief.De doelen van de NKA en de inzet vanuit de overheid zijn niet preciesdezelfde, zo lezen de leden van de VVD-fractie. Zij willen graag van deMinister weten wat volgens haar de belangrijkste overeenkomsten enverschillen zijn. De Nederlandse Kanker Agenda (NKA) is een initiatiefvanuit zorgpartijen zelf. Welke acties onderneemt de Minister om dezeagenda te ondersteunen en ook toekomstbestendig te implementeren inbeleid? Daarnaast vragen deze leden de Minister om mede-eigenaarschapte nemen voor deze agenda, zoals beschreven in de motie Tielen-Kuik1.Genoemde leden lezen een verwijzing naar een nog te publiceren bredepreventiestrategie, maar kankerzorg is breder dan preventie en gaat ookover vroegsignalering, behandelingen (met aandacht voor kwaliteit vanleven) en het leven met en na kanker. Is de Minister bereid zelf met eenbeleidsagenda te komen waarin wordt ingegaan op deze aspectengerelateerd aan de NKA? En zo nee, op welke manier zorgt de Minister datde Nederlandse Kanker Agenda in synergie is met kabinetsbeleid en opdie manier ook bijdraagt aan het behalen van de doelen.De leden van de VVD-fractie zijn positief over de constatering dat mededankzij bevolkingsonderzoek, darmkanker vaker in een vroeg(er) stadiumwordt ontdekt en tot betere overleving leidt. Zij zien helaas ook dat dedeelnamegraad achterblijft bij alle aangeboden bevolkingsonderzoeken.Klopt het dat het telefoonnummer van de «twijfeltelefoon» niet wordtvermeld in de uitnodigingsbrieven voor bevolkingsonderzoeken? Hoestaat de Minister tegenover het idee om dit daar wel in op te nemen zoalsinmiddels gebeurt in herinneringsbrieven voor vaccinaties uit hetRijksvaccinatieprogramma?Onlangs bleek uit onderzoek van IKNL dat de stijgende zorgkosten op hetgebied van kankerzorg voornamelijk worden veroorzaak door nieuwe(dure) geneesmiddelen en niet door een stijgend aantal patiënten2. Deleden van de VVD-fractie vragen de Minister om een reactie op ditonderzoek en de uitkomsten. Welke rol hebben de Minister, de farmaceu-tische industrie en de zorg om te voorkomen dat deze kosten andere zorgverdringt?De leden van de VVD-fractie vinden het belangrijk dat mensen met en nakankerdiagnose zo veel mogelijk mee kunnen blijven doen in demaatschappij. In het Landenprofiel 20253 lezen zij dat de impact vankanker op de Nederlandse arbeidsmarkt groter is dan gemiddeld in de EU.Waar heeft dat volgens de Minister mee te maken? Wat kan Nederlandleren van andere landen? Wat is de stand van zaken van het subsidiepro-gramma Kanker en Werk? Welke concrete acties zijn voortgekomen uit ditsubsidieprogramma en wat zijn de ervaringen? Welke acties wordenvanuit de Ministeries van VWS en van SZW ondernomen als het gaat omwerken met en na kanker?1Kamerstuk 36 200 XVI, nr. 48.2IKNL, Stijgende incidentie en vergrijzing beperkt van invloed op stijging zorguitgaven kanker.3OECD, https://www.oecd.org/nl/publications/landenprofiel-voor-kanker-nederland-2025_132c6cf3-nl.html.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8274 IKNL maakte onlangs bekend dat jonge vrouwen met baarmoederhals-kanker vaak niet gevaccineerd zijn4. De vorige Staatssecretaris onder-schreef de doelstelling van het Europees Kankerbestrijdingsplan in hetkader van HPV-vaccinatie, namelijk het elimineren van baarmoederhals-kanker en andere vormen van HPV-gerelateerde kankers5. Onderschrijft dehuidige Minister deze doelstelling ook? Zo ja, welke concrete actiesworden ondernomen om deze doelstelling te behalen?Dat IKNL bovenstaand onderzoek heeft kunnen uitvoeren komt doorgegevensuitwisseling en inzicht in data vanuit onder meer het Rijksin-stituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het benadrukt dus hetbelang van goede gegevensuitwisseling. Deelt de Minister de mening datdergelijk onderzoek zeer nuttig is voor het vormen van effectief beleid endat het mogelijk maken van gegevensuitwisseling hierbij onmisbaar is?Zo ja, hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat veilig secundair datagebruikmakkelijker wordt?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben de brief over de «VoortgangNederlandse Kanker Agenda» (NKA) gelezen. Zij zijn van mening dat eensamenhangende, lange termijnaanpak met preventie als speerpuntcruciaal is in de strijd tegen kanker. Genoemde leden zijn verheugd teconstateren dat een jaar na de lancering van het NKA de doelstellingen,met name die met betrekking tot rookgedrag, worden omgezet inactieplannen. Desondanks benadrukken deze leden dat de doelstellingenuit landelijke akkoorden, zoals het Nationaal Preventieakkoord, gereali-seerd moeten worden. Deze leden hebben nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de NSC-fractie lezen in de brief dat de Organisatie voorEconomische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) op 3 februari 2025geactualiseerde landenprofielen heeft gepresenteerd, waaruit blijkt dat hetaantal kankergevallen en -sterfgevallen per 100.000 inwoners inNederland hoger is dan het EU-gemiddelde. Hoe verklaart de Ministerdeze cijfers en welke uitdagingen ziet de Minister momenteel in de strijdtegen kanker? Daarnaast lezen deze leden dat in landen als Zweden hetaantal sterfgevallen aan kanker per 100.000 inwoners aanzienlijk lager is,ondanks dat de Net Survival Rates voor verschillende kankervormen nietsignificant hoger liggen dan het EU-gemiddelde. Hoe duidt de Ministerdeze relatief goede resultaten van Zweden en welke positieve initiatievenzou de Minister kunnen overnemen om het aantal kankergevallen inNederland te verlagen?De leden van de NSC-fractie constateren dat uit een uitgebreid onderzoekvan IKNL naar voren komt dat mensen met een lage sociaaleconomischestatus (SES), een hoger risico op kanker hebben. Kan de Ministeraangeven hoe zij ervoor gaat zorgen dat de sociaaleconomischeverschillen in de kankerzorg worden verkleind, gezien de aanzienlijkeimpact van factoren zoals lagere deelname aan bevolkingsonderzoeken engrotere moeilijkheden voor mensen met een lage SES in hetzorgsysteem? Welke concrete maatregelen worden genomen om desamenwerking tussen VWS en andere beleidsdomeinen, zoals werk eninkomen, te versterken om de volksgezondheid op deze gebieden teverbeteren?4IKNL, Nederlandse studie bevestigt: jonge vrouwen met baarmoederhalskanker zijn vaak nietgevaccineerd.5Kamerstuk 32 793, nr. 633.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8275 De leden van de NSC-fractie lezen dat de verkoop van tabaksproductenvanaf 2032 uitsluitend zal worden toegestaan in tabak speciaalzaken.Onlangs werd echter een motie van Danielle Jansen6 aangenomen,waarin wordt voorgesteld de verkoop van nicotineproducten al vanaf 2028te beperken tot speciaalzaken. Kan de Minister garanderen dat zij dezemotie, die inmiddels is aangenomen, ook daadwerkelijk zal uitvoeren?De leden van de NSC-fractie merken op dat uit de Kanker Barometer vanhet NKC naar voren komt dat de cijfers rondom alcoholgebruikmomenteel onvoldoende zijn om de doelen van het NKA van 2032 tehalen. De leden van de NSC-fractie zijn benieuwd wat de Minister vandeze cijfers vindt. Ziet zij noodzaak om de aanpak en bewustwording vanalcoholpreventie te verstevigen? Zo ja, hoe wordt dit concreet vormge-geven?De leden van de NSC-fractie waarderen de aandacht voor voeding in debrief, maar zijn benieuwd naar de voortgang van de NKA-doelen rondombeweging. In het NKA worden oplossingsrichtingen genoemd, zoals hetverlagen van de drempel tot sport- en beweegaanbod en het creëren vaneen beweegvriendelijke leefomgeving. Deze leden merken op dat dezepunten eerder besproken zijn in de context van het vastleggen van detaken en verantwoordelijkheden van overheden op dit gebied. In het kaderhiervan is een motie van het lid Saris7 aangenomen. Kan de Ministeraangeven wat de stand van zaken is van deze motie?De leden van de NSC-fractie merken op dat de Staatssecretaris eerderheeft aangegeven met een Samenhangende Effectieve Preventie Strategiete komen. Deze leden vragen hoe het thema voeding in deze strategieterugkomt. Is de Minister van plan om ongezonde voeding minderaantrekkelijk of toegankelijk te maken en zo ja, hoe? Genoemde ledenmerken daarnaast op dat er kritiek is op de Nutri-Score, zoals hetonvoldoende aansluiten bij de Schijf van Vijf en de mogelijkheid om descore kunstmatig te verhogen door water toe te voegen aan producten. Isde Minister tevreden met de huidige versie van de Nutri-Score? Hoe zietde Minister de toekomst van dit systeem, en worden er verbeteringenonderzocht om de gezondere keuze voor consumenten makkelijker temaken?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief van de Minister over de «Voortgang Nederlandse Kanker Agenda».Daartoe hebben deze leden verdere vragen.In de brief besteed de Minister aandacht aan de kwaliteit van leven vankankerpatiënten: een ontzettend belangrijk onderwerp. Echter beperkt deaandacht voor kwaliteit van leven zich in de desbetreffende brief slechtstot het thema kanker en werk. Daartoe vragen de leden van de D66-fractiehoe de Minister ervoor gaat zorgen dat ook andere voorzieningen diebijdragen aan de kwaliteit van leven voor kankerpatiënten, zoals psycholo-gische hulp en ondersteuning bij angst, depressie en eenzaamheid alsgevolg van het leven met kanker, zowel breder bekend worden, als ookbreder gedragen worden? Welke beleidsinstrumenten gaat de Ministerhiervoor inzetten? Wanneer gaat de Minister deze stappen zetten, enwanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?6Kamerstuk 36 541, nr. 8.7Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 129.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8276 Daarnaast wordt er in de brief geen aandacht besteed aan de afwegingtussen kwaliteit van leven en behandelen. Dit is een onderwerp waar nogveel taboe op rust, terwijl uit onderzoek blijkt dat patiënten vaak eenandere keuze zouden maken als er in de spreekkamer meer ruimte en tijdwas geweest om stil te staan bij alle behandelopties, inclusief de optie omniet te behandelen8. Het gebrek aan openheid in de spreekkamer zorgtervoor dat patiënten het gesprek over niet-behandelen vaak uit de weggaan of het gevoel hebben dat hun wensen niet serieus genomen worden.Voorts vragen de leden van de D66-fractie of de Minister het ook alsbelangrijk ziet dat er meer ruimte komt voor het behandelend personeelen de patiënt om samen een afweging te maken tussen kwaliteit van levenen het kiezen voor een behandeling. Welke stappen zullen ondernomenworden om hier meer aandacht voor te vragen? Op welke wijze en welketermijn zal de Minister hierover in gesprek gaan met veldpartijen, en hoegaat de Minister de Kamer hiervan op de hoogte houden?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de «VoortgangNederlandse Kanker Agenda». Deze leden hebben de volgende vragenaan de Minister.De leden van de BBB-fractie lezen in de brief dat om besmettingen methet HPV-virus zo veel mogelijk te voorkomen, het belangrijk is om een zohoog mogelijke deelname aan het HPV-vaccinatieprogramma te reali-seren. Hoe kijkt de Staatssecretaris aan tegen de recente berichtgevingvan de NOS waarin staat dat jonge vrouwen met baarmoederhalskankervaak niet gevaccineerd zijn9? En wat gaat de Staatssecretaris doen, metaandacht voor de keuze om wel of niet te vaccineren, om het percentagevan het HPV-vaccinatieprogramma te verhogen?Daarnaast hebben deze leden signalen bereikt dat uit onderzoek blijkt dathet bezoeken van IPSO-centra, bijdraagt aan een snellere en succesvolleterugkeer naar werk na ziekte. Hoe gaat de Minister ervoor zorgen datvoorzieningen die bijdragen aan de kwaliteit van leven van mensen dieleven met en na kanker geborgd en breder bekend worden?II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de «VoortgangNederlandse Kanker Agenda», die bij voorkeur Nederlandse OncologieAgenda wordt genoemd, zoals reeds eerder gevraagd de naamgeving omte buigen. Genoemde leden hebben hierover nog een aantal vragen.De leden van de PVV-fractie zijn blij te lezen dat het Integraal Kanker-centrum Nederland (IKNL) constateerde dat bij verschillende soortenkanker aanzienlijke verbeteringen zijn aangetoond in de 3-jaarsoverleving.Het is echter spijtig dat de overlevingskans van patiënten met een lageresociaaleconomische status 10% lager is op de 5-jaaroverleving dan anderepatiënten. Het is goed dat de Minister de aanpak om deze laatste groep tehelpen over alle domeinen heen aanpakt, veel beleidsterreinen liggenimmers buiten VWS maar beïnvloeden wel de gezondheid.8Patiëntenfederatie Nederland, 4 maart 2024, https://www.patientenfederatie.nl/actueel/nieuws/patienten-ervaren-regelmatig-onnodige-zorg-het-gesprek-hierover-moet-beter.9NOS Nieuws, 4 maart 2025, Jonge vrouwen met baarmoederhalskanker vaak niet gevacci-neerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8277 Genoemde leden lezen dat het aantal nieuwe kankerdiagnoses blijftstijgen, ondanks alle preventieve maatregelen en beperkingen van deoverheid.Hoe verklaart de Minister deze stijging nadat er, met name op het gebiedvan tabak, enorme preventieve maatregelen en beperkingen zijn doorge-voerd?Wat verwacht de Minister in de toekomst van het aantal nieuwediagnoses?De stijgende kankerincidentie is in belangrijke mate het gevolg vandemografische ontwikkelingen, namelijk het stijgende percentageouderen in de totale Nederlandse bevolking («vergrijzing»). Kanker isdeels een ouderdomsziekte, maar is deels ook het gevolg van anderefactoren zoals rookgedrag. De afgelopen decennia is zowel de rookpreva-lentie (percentage rokers onder de bevolking) als de totale tabakscon-sumptie gedaald. Dit is onder andere het gevolg van het door de overheidgevoerde tabaksontmoedigingsbeleid. Dat de longkankerincidentie –longkanker is in overwegende mate het gevolg van roken – volgensberekeningen van het IKNL desondanks is toegenomen en tot en met 2032naar verwachting verder blijft toenemen, verklaart het IKNL als volgt: «Deincidentie van longkanker is gerelateerd aan het rookgedrag 20–30 jaargeleden.»Wanneer we de vraag naar de toekomstverwachting over het aantalnieuwe diagnoses beperken tot longkanker, dan tekent zich het volgendebeeld af. De voorspelde groei van de longkankerincidentie komt vooralvoor rekening van vrouwen die later zijn gaan roken dan mannen. Delongkankerincidentie bij vrouwen zal tussen 2019 en 2032 naarverwachting met 31% stijgen (van 6.532 naar 8.526 nieuwe diagnoses). Bijmannen zal de stijging in dezelfde periode naar verwachting 4% zijn (van7.805 naar 8.145 nieuwe diagnoses).10De leden van de PVV-fractie zijn benieuwd wat de concrete resultaten zijnvan de aanvullende HPV-campagne voor jongvolwassenen van 18 tot26 jaar?Van februari 2023 tot 1 juni 2024 liep de aanvullende HPV-vaccinatie-campagne voor jongvolwassenen (18 tot en met 26 jaar) die nog nieteerder gevaccineerd waren tegen HPV. Initiële cijfers geven aan dat intotaal ruim 24% van de doelgroep die was uitgenodigd zich heeft latenvaccineren, dit betreft 336.000 jongvolwassenen. Het RIVM is momenteelbezig met het analyseren van alle gegevens en zal de definitieve vaccina-tiegraadcijfers van de cohorten die zijn uitgenodigd voor deze aanvul-lende campagne presenteren in het vaccinatiegraadrapport dat in junigepubliceerd wordt.Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat ook in de toekomst een hogevaccinatiegraad wordt bereikt? Zeker gezien het feit dat onlangs bekendwerd dat jonge vrouwen met baarmoederhalskanker vaak niet gevacci-neerd zijn.Het nieuws dat jonge vrouwen met baarmoederhalskanker vaak nietgevaccineerd zijn, onderstreept het belang van vaccinatie tegen HPV. DeHPV-vaccinatie is, in het jaar dat een kind 10 wordt, een regulier onderdeelvan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) en wordt dan ook meegenomenbij de algemene communicatie over het RVP. Daarnaast wordt jaarlijksextra aandacht besteed aan de HPV-vaccinatie tijdens de HPV Awareness10IKNL, «Cijfers over longkanker» en Kanker in Nederland. Trends & prognoses tot en met 2032(2022).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8278 Day (4 maart 2025), in samenwerking met o.a. KWF Kankerbestrijding, deTaskforce NL HPV-kankervrij en het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhals-kanker. Vanaf 2024 wordt in de uitnodigingsbrief voor de MenACWY-vaccinatie11 ook expliciet genoemd dat de HPV-vaccinatie ingehaald kanworden als iemand (volgens de gegevens bekend bij RIVM) deHPV-vaccinatie nog niet heeft gehaald.De leden van de PVV-fractie lezen dat er de afgelopen tijd 23 nieuwekanker gerelateerde projecten via ZonMw-programma’s zijn gestart. Zoude Minister een overzicht kunnen geven van deze projecten en de teverwachten resultaten en de reeds verkregen inzichten?In 2024 zijn 23 nieuwe kanker-gerelateerde projecten via verschillendeZonMw-programma’s van start gegaan. In de Kamerbrief van 13 februari2025 zijn twee daarvan als voorbeeld genoemd. De 23 projecten betreffenuiteenlopende onderwerpen, zoals «Alternatieve bekostiging van vroegepalliatieve zorg bij patiënten met een kwaadaardige hersentumor» en «Hetontrafelen van de rol van niet-uniforme tRNA-genregulatie in kanker enhet aanpassen van cellen aan hun omgeving». Voor een overzicht verwijsik u naar de website van ZonMw.12 Daar staat voor elk van de 23 projectenbeknopte informatie, wat de te verwachten resultaten zijn en vanuit welkprogramma een project gefinancierd wordt. De meeste projecten hebbeneen looptijd van meerdere jaren.Tot slot willen de deze leden weten op welke manier Nederland concreetbijdraagt aan de uitvoering van het Europe’s Beating Cancer Plan en deEU Mission on Cancer?Het Europe’s Beating Cancer Plan (EBCP) is opgesteld door de EuropeseCommissie, die daarvoor lidstaten en stakeholders heeft geconsulteerd.Het EBCP bevat 42 concrete acties, inclusief een daaraan gekoppeldeindicatieve planning. De acties beogen de lidstaten te ondersteunen bijhun nationale inspanningen om de impact van kanker te verminderen. Deacties waaraan de Commissie zichzelf heeft gecommitteerd zijn uiteen-lopend van aard: het opstellen van EU-wetgevingsvoorstellen en conceptRaadsaanbevelingen (op beide heeft de Commissie het alleenrecht), hetlanceren van initiatieven, het oprichten van allerlei EU-platforms ennetwerken enz. Deze acties liggen hoofdzakelijk bij de Commissie.Lidstaten kunnen bijdragen via Europese projecten zoals Joint Actions. Opsommige terreinen van kankerbestrijding heeft Nederland een voorhoede-positie; bijvoorbeeld op het terrein van kinderkanker, kankerregistratie engepersonaliseerde kankerbehandeling. In Europese projecten op dezeterreinen speelt Nederland vaak een leidende rol. Maar ook op andereterreinen nemen Nederlandse partijen deel aan EU-projecten.De EU Mission on Cancer betreft vooral onderzoek. De uitvoering van deCancer Mission geschiedt in belangrijke mate door consortia van veld-partijen uit de lidstaten die tot stand komen in reactie op calls forproposals voor thema’s die gedefinieerd worden in de jaarlijkse werkpro-gramma’s. Eén voorbeeld uit vele: PRIME-ROSE (Precision CancerMedicine Repurposing System Using Pragmatic Clinical Trials), eenconsortium van 28 partners uit 19 landen. De Leidse hoogleraarHans Gelderblom is co-coördinator van dit samenwerkingsverband(2023–2028).1311Meningokokken ACWY-vaccinatie | Rijksvaccinatieprogramma.nl12Zie: Met kennis werken aan een goede gezondheid voor iedereen | ZonMw13PRIME-ROSE: Advancing Precision Cancer Medicine in EuropeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8279 Welke concrete resultaten heeft deze Europese samenwerking tot nu toeopgeleverd voor de Nederlandse situatie?In een op 4 februari 2025 door de Europese Commissie gepubliceerddocument14, dat bij het afronden van de Kamerbrief over de voortgangvan de NKA nog niet beschikbaar was, zegt de Commissie over deconcrete resultaten van het EBCP het volgende: «Het lanceren van dezeacties is al een succes op zichzelf, maar het is duidelijk dat het effect vandeze acties – Raadsaanbevelingen, wetgevingsvoorstellen, platforms,campagnes, EU-projecten enz. – veelal pas op langere termijn zichtbaarwordt. Niettemin hebben sommige acties al een duidelijke impact, zoalshet EU Network of Youth Cancer Survivors, waar jonge (ex-)kanker-patiënten ervaringen en tips delen, de European Cancer InequalityRegistry en het nieuwe EU Cancer Screening Scheme; de beoogdegebruikers kunnen hier al hun voordeel mee doen.»Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de brief «Voortgang Nederlandse Kanker Agenda» en hebbennog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het positief nieuws in debrief van de Minister te lezen dat de 5-jaarsoverleving van kankertoeneemt en bij verschillende soorten kanker de 3-jaarsoverleving ooksignificant toeneemt. Er is echter ook een andere werkelijkheid. Dekankerincidentie en -mortaliteit in Nederland ligt boven hetEU-gemiddelde. Daarnaast laten de recente cijfers zien dat het aantalkankerdiagnoses stijgt naar 156.000 in 2032. Eén op de twee Nederlanderskrijgt hiermee direct of indirect te maken. Er is dus grote urgentie voor deverder uitvoering van Nederlandse Kanker Agenda. Onderschrijft u dedoelen uit de Nederlandse Kanker Agenda?Ja, ik onderschrijf de doelen van de Nederlandse Kanker Agenda (NKA).Zoals in de brief van 13 februari 2025 aangegeven heb ik tijdens hetbestuurlijk overleg met het Nederlands Kanker Collectief (NKC) warmesteun voor de NKA uitgesproken. Kanker is zowel een van de meestimpactvolle als complexe volksziekten.Hoe draagt uw ministerie actief bij aan de versnelling van de NederlandseKanker Agenda?Waar dit waardevol is, draagt VWS actief bij aan het formuleren enuitvoeren van actieplannen bij de NKA-doelen. Zo nam VWS deel aan hetversnellingsteam Vroege Opsporing dat voor dit doel een actieplan15 heeftopgesteld. Telkens wanneer er een versnellingsteam van start gaat omvoor een van de twintig NKA-doelen een actieplan uit te werken, zal VWSin afstemming met het NKC bezien of het hieraan zal deelnemen. Ook is erop ambtelijk en bestuurlijk niveau frequent contact tussen NKC en VWS.Eerder gaf uw voorganger aan veel van de acties al terug te zien in hetIntegraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord(GALA). Kunt u aangeven hoe en of u hiermee de nodige versnelling zietoptreden?14Review of Europe’s Beating Cancer Plan.15https://nederlandskankercollectief.nl/app/uploads/2024/04/2024-0426-Actieplan-Vroege-Opsporing.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82710 Een gezonde leefstijl draagt bij aan het voorkomen van kanker (en andereziekten). In het Preventieakkoord zijn doelen geformuleerd om roken,problematisch alcoholgebruik en overgewicht terug te dringen. Dit zijnbelangrijke risicofactoren voor het ontwikkelen van kanker. De leefstijl-doelen zijn ook opgenomen in het Gezond en Actief Leven Akkoord(GALA). Dit kabinet houdt vast aan de doelstellingen van het Preventieak-koord. Met landelijke maatregelen wordt hierop actie ondernomen (zoalshet verminderen van verkooppunten van rookwaren, het actieplan tegenvapen, ontmoediging van alcoholgebruik door minderjarigen, hetwetsvoorstel om de marketing van ongezonde voedingsmiddelen gerichtop kinderen aan banden te leggen, en het stimuleren van sport enbewegen). Ook wordt ingezet op programma’s om de omgeving vankinderen gezonder te maken, denk aan programma’s als gezondekinderopvang en gezonde school. En wordt er landelijk en lokaal ingezetop bijvoorbeeld de ketenaanpak kinderen met overgewicht/obesitas omhet zorg en sociaal domein aan elkaar te verbinden en kinderen te helpeneen gezond leefstijl te houden en te bereiken en overgewicht terug tedringen.Het gaat om een combinatie van maatregelen die samen het meeste effecthebben als ze langdurig worden ingezet. In de onlangs gepubliceerdeleefstijlmonitor door het CBS zien we dat het aantal rokers en mensen datproblematisch drinkt over de afgelopen tien jaar gedaald is. We zijn dusop de goede weg. Het aantal mensen met overgewicht is daarentegenjuist de afgelopen tien jaar gelijk gebleven en nog steeds te hoog.De Staatssecretaris Jeugd Preventie en Sport werkt aan een samenhan-gende effectieve preventiestrategie voor de komende jaren, hiermeebeoogt hij op een effectievere wijze het preventiebeleid vorm te geven,om zo meer resultaat te bereiken op diverse leefstijlthema’s die ookbijdragen aan het voorkomen van kanker. De Kamer is in de Kamerbriefvan 8 april 2025 geïnformeerd over de voortgang van de preventiestra-tegie.Een grote zorg van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is hetverschil in overlevingskans tussen kankerpatiënten met een lagesociaaleconomische status (SES) en hogere-inkomensgroepen.Hoe kijkt de Minister hier tegenaan?Wat gaat de Minister concreet doen om de overlevingskans voorkankerpatiënten met een lage sociaaleconomische status (SES) teverbeteren?En op welke termijn?Ik vind het belangrijk dat iedereen in Nederland gelijkwaardige toegangheeft tot goede zorg, inclusief oncologische zorg. Kankerpatiënten meteen lage sociaaleconomische status (SES) hebben gemiddeld een 10%lagere 5-jaarsoverleving dan patiënten uit hogere-inkomensgroepen. Ditblijkt uit een uitgebreid onderzoek van IKNL16 naar de relatie tussenkanker en SES.Dit kabinet zet zich op verschillende manieren in om de gezondheidsach-terstanden in Nederland te verkleinen. Zo verlaag ik bijvoorbeeld heteigen risico met het oog op een gelijkwaardigere toegang tot zorg vooriedereen. De gezondheidsachterstanden bij kwetsbare groepen hangenvoor een groot deel samen met andere maatschappelijke achterstandendie elkaar versterken, zoals armoede, schulden, een onzekere werksituatieen een ongezonde leefomgeving. De oorzaken en dus ook de oplossingenvan gezondheidsproblemen liggen grotendeels buiten de zorg. Daarom16IKNL, Kanker in Nederland, sociaaleconomische verschillen, deel I, II en III.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82711 heeft dit kabinet een Rijksbrede beleidsagenda «Gezondheid in alleBeleidsdomeinen»17 opgesteld. Doel hiervan is om de gezondheid vaniedereen, én in het bijzonder die van mensen in een kwetsbare situatie teverbeteren en gezondheidsachterstanden terug te dringen. Uw Kamer isin december 2024 geïnformeerd over de eerste contouren van dezebeleidsagenda.Daarnaast hebben de initiatiefnemers van de NKA (KWF Kankerbe-strijding, de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties(NFK) en IKNL) mij laten weten met alle betrokken veldpartijen te werkenaan een actieplan voor gezondheidsverschillen bij kanker. Gekeken wordthoe er aandacht besteed kan worden aan deze verschillen bij deuitwerking van de actieplannen, per uitgelicht doel.Doordat zowel het aantal mensen met een kankerdiagnose toeneemt alsde 5-jaarsoverleving zal de zorgvraag veranderen met meer nadruk opleven met en na kanker.Hoe kijkt de Minister tegen deze veranderende zorgvraag aan?Het verbeteren van de oncologische zorg is een doorlopende inspanning,waaraan langs verschillende wegen wordt gewerkt. Een van die wegen ishet Integraal Zorgakkoord (IZA). In het IZA zijn afspraken gemaakt overeen toekomstbestendig zorglandschap via netwerkzorg, spreiding enconcentratie van zorg.Uitgangspunt is daarbij dat we de zorg zo dichtbij mogelijk om de patiëntheen organiseren en dat, als het moet, we de hoog complexe zorgafhankelijk van waar je woont, verder weg moeten organiseren. Eenbelangrijke bouwsteen in de ontwikkeling van een toegankelijk enkwalitatief hoogwaardig medisch specialistisch zorglandschap is debeweging dat ziekenhuizen meer gaan samenwerken in zorgnetwerken.Dat helpt om patiënten zoveel mogelijk in hun eigen ziekenhuis, waar zijzich vertrouwd voelen, te kunnen behandelen. Als een patiënt moetworden doorverwezen naar een hooggespecialiseerd ziekenhuis, is hetdoel om, zodra het kan, die patiënt zoveel mogelijk verder te behandelenin het eigen ziekenhuis. Zorg die goed toegankelijk is voor omwonendenen in goed contact staat met de huisartsen, thuiszorg en sociaal werk.Soms is concentratie van zorg nodig om zorg van hogere kwaliteit voorpatiënten mogelijk te maken. In andere gevallen leidt spreiding tot beterpassende zorg dichtbij. Om deze beweging te stimuleren, hebben partijenafgesproken om volumenormen voor geselecteerde oncologische envaatchirurgische interventies vast te stellen. Onder regie van hetZorginstituut zijn voor de uitwerking van deze beweging Ronde Tafels18ingericht die een uitgebreid en zorgvuldig proces hebben doorlopen. Op25 maart heeft besluitvorming plaatsgevonden en zijn de (volume)normenvastgesteld door de partijen aan de Ronde Tafels. De komende maandenzullen de regio’s op basis van de uitgevoerde impactanalyses en devastgestelde normen afspraken maken over samenwerking in netwerkenen de herverdeling van zorg.Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat voorzieningen die bijdragen aande kwaliteit van leven van mensen die leven met en na kanker geborgdworden en breder bekend worden?17Kamerstukken II, 2024/25, 32 793, nr. 794.18Met daarin een afvaardiging van de FMS, NVZ, NFU, ZN, V&VN, Harteraad, NFK, ACM, NZa enVWS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82712 Helaas krijgt ongeveer de helft van alle mensen met kanker vroeg of laatte horen dat ze niet meer zullen genezen. Zij komen dan in de palliatievefase. Deze fase kan maanden of zelfs jaren duren. In deze fase is erpalliatieve zorg en ondersteuning. Deze biedt lichamelijke, maar ookemotionele, spirituele en sociale steun. Het draait om kwaliteit van levenen de dingen kunnen blijven doen die iemand belangrijk vindt. Palliatieveondersteuning en zorg zouden een vanzelfsprekend onderdeel moeten zijnvan reguliere zorg en het sociaal domein, en moeten goed georganiseerden toegankelijk zijn. Ook is het belangrijk dat mensen vroegtijdig hetgesprek aangaan over de laatste levensfase en dit niet alleen in despreekkamer van de arts doen, maar ook met hun familie en anderenaasten. In het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II wordt samen metalle betrokken partijen gewerkt aan maatschappelijke bewustwording,proactieve zorgplanning en regionale transformaties palliatieve zorg.Daarnaast draagt het Ministerie van VWS bij aan het onderzoek van IPSOdat gericht is op het toekomstbestendig organiseren en financieren van(informele) psychosociale zorg bij kanker. Deze resultaten zullen breedgedeeld worden door IPSO, zodat zij meer bekendheid zullen verwerven.In uw brief stelt u dat «het bereiken van de doelen in eerder geslotenlandelijke akkoorden zoals het Nationaal Preventieakkoord (NPA), hetIntegraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord(GALA) van groot belang».Hoe rijmt u deze uitspraak met de bezuinigingen van € 230 miljoenminder incidentele middelen, 10% korting op SPUK-gelden en eenbezuinigingstaak van € 1 miljard bij VWS?Het is een gegeven dat er minder middelen beschikbaar zijn voorpreventie dan onder voorgaande kabinetten. Daarom wordt goed gekekennaar de inzet van andere beleidsinstrumenten dan subsidies, zoals wet- enregelgeving of verdergaande afspraken met producenten en super-markten. Tevens wordt zorgvuldig met (veld)partijen gekeken waarefficiëntiewinst mogelijk is. Ook laat de Staatssecretaris Jeugd, Preventieen Sport een investeringsmodel voor preventie ontwikkelen. Dit modelkan in de toekomst helpen om de kosten en baten van preventie beter inkaart te brengen, en deze mee te wegen in de (financiële) besluitvormingover preventieve maatregelen van VWS en op andere beleidsterreinen endeze (mede) te financieren.Zijn er inschattingen wat deze bezuinigingen betekenen voor hetvoorkomen van kanker?Nee, hier zijn geen specifieke inschattingen van gemaakt. Het gaat hierveelal om indirecte effecten die niet één op één te relateren zijn aan hetvoorkomen van kanker.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het spijtig dat«Verbinding Aanpak Kanker» voor de zomer al wordt opgeheven. Hiermeekomt een belangrijke partner te vervallen, die een essentiële schakelvormt in de doelstellingen die we met elkaar geformuleerd hebben.Waarom wordt het team «Verbinding Aanpak Kanker» opgeheven, terwijlverschillende veldpartijen dit erg waardeerden?Welke stappen neemt het ministerie om de opgebouwde kennis ensamenwerkingsverbanden te behouden?Hoe bouwt het ministerie verder aan een aanpak tegen kanker?Welke structurele oplossing biedt het kabinet om de betrokkenheid bij deresultaten vanuit het ministerie bij de Nederlandse Kanker Agenda tegaranderen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82713 Het team Verbinding Aanpak Kanker (VAK) van het Ministerie van VWS isin het leven geroepen om het contactpunt te zijn voor het NKC en desamenwerking op binnen het ministerie te verbeteren op het terrein vankanker. Het team was van begin af aan tijdelijk bedoeld. Het heeft eenimpuls gegeven aan de interne en externe samenwerking. Om dezesamenwerking te borgen, wordt de komende periode uitgewerkt hoe eenaantal taken van team VAK blijvend binnen het Ministerie van VWS belegdkunnen worden. Belangrijk onderdeel daarvan is het contact met het NKCover de NKA.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief over de «Voortgang Nederlandse Kanker Agenda» (NKA). Deze ledenwaarderen het initiatief van het Nederlands Kanker Collectief (NKC) enhebben nog enkele vragen naar aanleiding van deze brief.De doelen van de NKA en de inzet vanuit de overheid zijn niet preciesdezelfde, zo lezen de leden van de VVD-fractie. Zij willen graag van deMinister weten wat volgens haar de belangrijkste overeenkomsten enverschillen zijn.De Nederlandse Kanker Agenda (NKA) is een initiatief vanuit zorgpartijenzelf. Welke acties onderneemt de Minister om deze agenda te onder-steunen en ook toekomstbestendig te implementeren in beleid?De NKA en de inzet op kanker vanuit de overheid stemmen geheelovereen waar het gaat om het overkoepelende doel: de impact van kankerop de samenleving verminderen. Hoewel VWS de twintig doelen van deNKA volledig onderschrijft, komen deze niet één op één overeen met deeigen beleidsinzet op kankerbestrijding. Soms gaat het om een verschil intempo, zoals bij rookpreventie. VWS houdt hier vast aan het doel van eenrookvrije generatie in 2040 (Nationaal Preventieakkoord), terwijl de NKAdit doel al in 2032 wil realiseren. Rookpreventie is voor VWS breder dankanker, het gaat bijvoorbeeld ook over preventie van andere longaandoe-ningen, zoals COPD, en cardiovasculaire ziekten. Ook voor andereNKA-doelen geldt dat VWS hierop actief is, maar niet altijd specifiek methet oog op kanker. Zo voert VWS beleid op zeldzame ziekten, inclusiefzeldzame kankers, en palliatieve zorg, inclusief palliatieve zorg voorkankerpatiënten. Voor sommige NKA-doelen geldt dat zij vooral raken aanbeleid van andere ministeries. Denk hierbij aan «onderwijs en kanker»(NKA-doel 16) en «milieu- en luchtverontreiniging» (NKA-doel 5).Ik ondersteun de NKA door steeds te bezien waar VWS en de veldpartijenelkaar kunnen versterken. Dat betekent onder meer dat bij de uitwerkingvan NKA-doelen in actieplannen steeds wordt bezien of actieve VWS-betrokkenheid bij de uitwerking van actieplannen meerwaarde heeft.Daarnaast heeft VWS ook een brugfunctie tussen de NKA en relevanteandere ministeries.Daarnaast vragen deze leden de Minister om mede-eigenaarschap tenemen voor deze agenda, zoals beschreven in de motie Tielen-Kuik19.Genoemde leden lezen een verwijzing naar een nog te publiceren bredepreventiestrategie, maar kankerzorg is breder dan preventie en gaat ookover vroegsignalering, behandelingen (met aandacht voor kwaliteit vanleven) en het leven met en na kanker.Is de Minister bereid zelf met een beleidsagenda te komen waarin wordtingegaan op deze aspecten gerelateerd aan de NKA?19Kamerstuk 36 200 XVI, nr. 48.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82714 En zo nee, op welke manier zorgt de Minister dat de Nederlandse KankerAgenda in synergie is met kabinetsbeleid en op die manier ook bijdraagtaan het behalen van de doelen.Er zijn in eerder gesloten landelijke akkoorden zoals het NationaalPreventieakkoord (NPA), het IZA en het GALA allerlei doelen weergegevendie bijdragen aan de doelen uit de NKA. Om die reden zie ik op ditmoment geen reden om met een aparte beleidsagenda te komen op hetterrein van kanker.Op het gebied van vroege opsporing geldt dat er een natuurlijkeverbinding bestaat tussen de bevolkingsonderzoeken naar kanker en deNKA. De doelstellingen van de NKA zijn dan ook meegenomen in deontwikkelagenda bevolkingsonderzoek, die op 20 maart 2024 is gepubli-ceerd.Verder maakt sinds 2019 een subsidieregeling de inzet van geestelijkverzorgers in de thuissituatie mogelijk. Geestelijke verzorging in dethuissituatie wordt ingezet bij levensvragen van mensen die ongeneeslijkziek zijn, kwetsbare senioren, ouders van een kind met een ernstige ziekte,maar ook mensen die te maken hebben met verlies van werk, relaties, ofnaasten. Ook kinderen en jongvolwassenen (tot 23 jaar) van wie de vaderof moeder komt te overlijden of is overleden, kunnen door een rouw- enverliesbegeleider of geestelijk verzorger begeleid worden.Daarnaast ontvangt IPSO vanuit het Ministerie van VWS een projectsub-sidie van 2022 t/m 2025. IPSO is een organisatie die informele psychoso-ciale (na)zorg aan kankerpatiënten en hun naasten biedt. Deze projectsub-sidie is gericht op het toekomstbestendig organiseren en financieren van(informele) psychosociale zorg bij kanker.De leden van de VVD-fractie zijn positief over de constatering dat mededankzij bevolkingsonderzoek, darmkanker vaker in een vroeg(er) stadiumwordt ontdekt en tot betere overleving leidt. Zij zien helaas ook dat dedeelnamegraad achterblijft bij alle aangeboden bevolkingsonderzoeken.Klopt het dat het telefoonnummer van de «twijfeltelefoon» niet wordtvermeld in de uitnodigingsbrieven voor bevolkingsonderzoeken?Hoe staat de Minister tegenover het idee om dit daar wel in op te nemenzoals inmiddels gebeurt in herinneringsbrieven voor vaccinaties uit hetRijksvaccinatieprogramma?Het telefoonnummer van de twijfeltelefoon is niet opgenomen in deuitnodigingsbrieven voor de bevolkingsonderzoeken, omdat voor hetbeantwoorden van vragen over de bevolkingsonderzoeken al een nummerbeschikbaar is. Het nummer van Bevolkingsonderzoek Nederland (BVONL). De contactgegevens van BVO NL staan in de uitnodigingsbrievenvoor de bevolkingsonderzoeken. Ik hecht eraan dat de informatievoor-ziening overzichtelijk is en mensen op één plek terecht kunnen met hun(soms ook heel praktische) vragen over deelname aan bevolkingson-derzoek.Het RIVM en BVO NL hebben doorlopend aandacht voor het optimaliserenvan de informatie in de uitnodigingsbrieven en mogelijkheden om vragente stellen. Ook wordt in verschillende pilots gekeken naar het bereiken vanmensen met lage gezondheidsvaardigheden door middel van begrijpelijkeinformatie over de bevolkingsonderzoeken. Er wordt onder andere ingezetop voorlichting in de wijk en informatiematerialen zijn toegankelijker enbegrijpelijker gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82715 Onlangs bleek uit onderzoek van IKNL dat de stijgende zorgkosten op hetgebied van kankerzorg voornamelijk worden veroorzaak door nieuwe(dure) geneesmiddelen en niet door een stijgend aantal patiënten20.De leden van de VVD-fractie vragen de Minister om een reactie op ditonderzoek en de uitkomsten. Welke rol hebben de Minister, de farmaceu-tische industrie en de zorg om te voorkomen dat deze kosten andere zorgverdringt?De resultaten van het onderzoek van IKNL komen overeen met derapportages die ik jaarlijks ontvang van de Nederlandse Zorgautoriteit(NZa): zij hebben in oktober vorig jaar een gedetailleerde analysegepubliceerd over de kostenontwikkeling van dure intramurale genees-middelen.21 Deze rapportages onderschrijven de noodzaak om hetpakketbeheer voor nieuwe geneesmiddelen te verbeteren. Ik ben daarmeeaan de slag, en verwacht dat per 1 januari 2027 de verbeteringen zijndoorgevoerd. Die verbeteringen moeten ertoe leiden dat het juistegeneesmiddel bij de juiste patiënt terecht komt, tegen een aanvaardbareprijs. Over de stand van zaken van deze verbeterplannen heb ik uw Kamerin december 2024 geïnformeerd.22Over veel nieuwe geneesmiddelen worden financiële afspraken gemaakt.Door deze afspraken leggen nieuwe geneesmiddelen een minder grootbeslag op het zorgbudget. Ik wil de positie van zorgverzekeraars enziekenhuizen verbeteren zodat zij een sterkere positie hebben in deonderhandelingen over de prijs. Dat moet er ook aan bijdragen dat deuitgaven aan nieuwe geneesmiddelen minder, of minder vaak, anderezorg verdringen.De leden van de VVD-fractie vinden het belangrijk dat mensen met en nakankerdiagnose zo veel mogelijk mee kunnen blijven doen in demaatschappij. In het Landenprofiel 202523 lezen zij dat de impact vankanker op de Nederlandse arbeidsmarkt groter is dan gemiddeld in de EU.Waar heeft dat volgens de Minister mee te maken?De Organisatie voor Europese Samenwerking en Organisatie (OESO)constateert op pagina 23 van het Landenprofiel 2025 dat de impact vankanker op de arbeidsmarkt in Nederland groter is dan gemiddeld in de EU.Tussen 2030 en 2050 zal er jaarlijks naar verwachting gemiddeld eenverlies zijn van 250 voltijdequivalenten (fte’s) per 100.000 mensen, door denoodzaak om minder te werken ten gevolge van kanker. Dit is aanzienlijkmeer dan het EU-gemiddelde van 178 per 100.000.De volgende aspecten kunnen eraan bijdragen dat de (gemeten) impactvan kanker op de Nederlandse arbeidsmarkt groter is dan gemiddeld in deEU:–Nederland heeft een hogere incidentie en prevalentie van kanker danhet EU-gemiddelde. Ook de kankersterfte is hoger in Nederland. In derapportage wordt aangegeven dat «de zeer hoge kwaliteit, tijdigheiden volledigheid van de Nederlandse Kankerregistratie een van deredenen is voor de bijzonder hoge incidentie en prevalentie».–De arbeidsparticipatie is in alle leeftijdsgroepen gestegen en bijvrouwen van 55 tot 65 jaar het meest. Volgens Eurostat is de arbeids-participatie (tot 65 jaar) in Nederland het hoogst. Daarnaast ligt depensioenleeftijd in Nederland hoger dan in veel andere EU-landen. De20IKNL, Stijgende incidentie en vergrijzing beperkt van invloed op stijging zorguitgaven kanker.21Nederlandse Zorgautoriteit. NZa Kerncijfers intramurale dure geneesmiddelen 2018 tm 2022en voorlopige cijfers 2023. 8-10-202422Kamerstukken II 2024/25, 29 477, nr. 92123OECD, https://www.oecd.org/nl/publications/landenprofiel-voor-kanker-nederland-2025_132c6cf3-nl.html.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82716 hoge pensioenleeftijd en hoge arbeidsparticipatie zullen er ook aanbijdragen dat er in Nederland onder werkenden (relatief) meerkankergevallen gemeten worden dan gemiddeld in de EU.Wat kan Nederland leren van andere landen?Het is van belang dat bedrijven preventiebeleid voeren zoals bedoeld inde Arbowet en -regelgeving om de beroepsmatige blootstelling aangevaarlijke stoffen te verminderen. Dit volgt uit de «Arbovisie 2040: Detrend gekeerd».24 Werkgevers en opdrachtgevers investeren gemiddeld teweinig in preventiemaatregelen. Er moet veel gebeuren om de arbeids-omstandigheden in de breedte op een hoger niveau te krijgen. Met deArbovisie legt het kabinet een stevige ambitie neer om de komendeperiode het tij te keren.Wat is de stand van zaken van het subsidieprogramma Kanker en Werk?Welke concrete acties zijn voortgekomen uit dit subsidieprogramma enwat zijn de ervaringen?Naar aanleiding van het amendement van de leden Tielen (VVD) en VanWeyenberg (D66) op de conceptbegroting van het Ministerie van VWSvoor het jaar 202325 heeft mijn ambtsvoorganger ZonMw opdrachtgegeven het programma Kanker en Werk te starten. Het doel van hetprogramma is, zoals de indieners van het amendement voor ogenhadden, het bundelen van informatie rondom ondersteuning bij kanker enwerk en mogelijk interventies die hieraan bijdragen. Er is een consortiumsamengesteld dat bestaat uit verschillende belangrijke partners in het veldrondom kanker en werk: de Stichting Kanker.nl, de NFK, het IKNL,Amsterdam UMC, de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsge-neeskunde (NVAB), de Nederlandse Vereniging voor Klinische Arbeidsge-neeskunde (NVKA) en Re-integratiebureau Re-Turn. Het consortium heeftin de eerste fase van het programma een overzicht gemaakt van debehoefte aan en het aanbod van informatie over kanker en werk.Daarnaast is het consortium gestart met het vormen van een netwerk datin het vervolg van het programma zorgdraagt voor actuele enbetrouwbare informatie op de juiste plek. In de huidige fase van hetprogramma wordt de gevonden informatie samengebracht en wordenvoorbereidingen getroffen voor het organiseren van een werkconferentie.Welke acties worden vanuit de Ministeries van VWS en van SZWondernomen als het gaat om werken met en na kanker?VWSHierboven ben ik al ingegaan op het subsidieprogramma Kanker en Werk.Ik wil ook wijzen op de module Arbeidsparticipatie voor medischspecialistische richtlijnen van de Federatie Medisch Specialisten,gepubliceerd op 30 mei 2024. Het doel van deze module is de kwaliteit vande medisch specialistische zorgverlening voor werkenden te verbeteren.26Ik juich het toe dat dit initiatief vanuit de beroepsgroep is genomen.24Kamerstukken II 2023/24, 25 883, nr. 477.25Kamerstukken II 2022/23, 36 200 XVI, nr. 33.26https://richtlijnendatabase.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82717 SZWMede naar aanleiding van de motie van het lid Van Weyenberg c.s.27 overde inbedding van klinische arbeidsgeneeskundige zorg in de reguliereoncologische zorg, zet de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgele-genheid in op arbeidsgerichte zorg, waarbij tijdens de behandeling ennazorg de relatie met werk zoveel mogelijk in stand blijft. Het doel is datkankerpatiënten die in verband met hun behandeling tijdelijk niet(volledig) kunnen werken, op die manier eerder terugkomen in hetwerkproces («werk als medicijn»). Het versterken van de arbeidsgerichtezorg in algemene zin is ook onderdeel van de Arbovisie 2040. In eeneerste advies van de SER op de Arbovisie 204028, benoemde de SER deintegratie van arbeidsgerichte zorg in de algemene gezondheidszorg ookals een belangrijk thema. De SER zal hier in een tweede advies nader opingaan.IKNL maakte onlangs bekend dat jonge vrouwen met baarmoederhals-kanker vaak niet gevaccineerd zijn29. De vorige Staatssecretaris onder-schreef de doelstelling van het Europees Kankerbestrijdingsplan in hetkader van HPV-vaccinatie, namelijk het elimineren van baarmoederhals-kanker en andere vormen van HPV-gerelateerde kankers30.Onderschrijft de huidige Minister deze doelstelling ook?Zo ja, welke concrete acties worden ondernomen om deze doelstelling tebehalen?De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport onderschrijft dezedoelstelling. De HPV-vaccinatie is, in het jaar dat een kind 10 wordt, eenregulier onderdeel van het RVP en wordt dan ook meegenomen bij dealgemene communicatie over het RVP. Daarnaast wordt jaarlijks extraaandacht besteed aan de HPV-vaccinatie tijdens de HPV Awareness Day(4 maart), in samenwerking met o.a. KWF Kankerbestrijding, de TaskforceNL HPV-kankervrij en het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker.Vanaf 2024 wordt in de uitnodigingsbrief voor de MenACWY-vaccinatie31ook expliciet genoemd dat de HPV-vaccinatie ingehaald kan worden alsiemand (volgens de gegevens bekend bij RIVM) de HPV-vaccinatie nogniet heeft gehaald.Dat IKNL bovenstaand onderzoek heeft kunnen uitvoeren komt doorgegevensuitwisseling en inzicht in data vanuit onder meer het Rijksin-stituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het benadrukt dus hetbelang van goede gegevensuitwisseling.Deelt de Minister de mening dat dergelijk onderzoek zeer nuttig is voorhet vormen van effectief beleid en dat het mogelijk maken van gegevens-uitwisseling hierbij onmisbaar is?Zo ja, hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat veilig secundair datagebruikmakkelijker wordt?Ik deel deze mening. In december 2024 heb ik de nationale strategie voorhet gezondheidsinformatiestelsel32 naar de Tweede Kamer gestuurd. In denationale strategie staat wat de komende jaren moet gebeuren om tekomen tot een integraal georganiseerd gezondheidsinformatiestelsel datde noodzakelijke beweging naar passende (digitale en hybride) zorg,27Kamerstukken II 2020/21, 35 570 XV, nr. 56.28Naar een werkend Arbo stelsel voor iedereen, SER-advies 9 mei 2023.29IKNL, Nederlandse studie bevestigt: jonge vrouwen met baarmoederhalskanker zijn vaak nietgevaccineerd.30Kamerstuk 32 793, nr. 633.31Meningokokken ACWY-vaccinatie | Rijksvaccinatieprogramma.nl32Kamerstuk 27 529, nr. 326Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82718 gezondheid en preventie ondersteunt. Deze strategie richt zich niet alleenop de databeschikbaarheid in het zorgproces (primair datagebruik), maarook op de beschikbaarheid van gezondheidsgegevens voor secundairdatagebruik.In de strategie beschrijf ik dat het belangrijk is dat burgers bereid zijn omgepseudonimiseerde of geanonimiseerde gezondheidsgegevensbeschikbaar te stellen voor onderzoek dat het publieke belang dient.Daarvoor is het nodig dat er waarborgen zijn voor patiëntveiligheid,privacy en vrije toegang tot zorg. De komende jaren werk ik aan deinvulling hiervan. Dit doe ik onder andere door generieke functies in terichten voor secundair gebruik, zoals rolgebaseerde autorisatie engenerieke functies op het gebied van logging en pseudonimisering/anonimisering. Daarnaast werk ik aan een landelijk dekkend netwerk vaninfrastructuren en een bijbehorend landelijk vertrouwensstelsel mettechnische, organisatorische en juridische afspraken die nodig zijn omervoor te zorgen dat burgers en zorgverleners kunnen vertrouwen op dedata en het veilige en verantwoorde gebruik daarvan. Ik vind hetbelangrijk dat burgers daarbij ook zeggenschap hebben over hetsecundair gebruik van gezondheidsgegevens die over hen zijn vastgelegdin verschillende systemen. Eerdergenoemde zaken worden in eersteinstantie ontwikkeld voor de ondersteuning van het zorgproces, maar bijde ontwikkeling wordt er al rekening mee gehouden dat deze infra-structuur vanaf het tweede plateau van de nationale visie en strategie(NVS) ook gereed gemaakt wordt voor secundair datagebruik.Naast deze nationale ontwikkelingen geeft ook de onlangs aangenomenEuropean Health Data Space verordening (EHDS) nieuwe, aanvullendekaders voor secundair datagebruik op basis van een vergunning. De EHDSregelt dat elektronische gezondheidsgegevens beschikbaar wordengesteld voor een aantal gebruiksdoelen, zoals bijvoorbeeld wetenschap-pelijk onderzoek, statistiek, beleidsontwikkeling en innovatie. Datage-bruikers uit de gehele Europese Unie mogen daarvoor een aanvraag doenbij een Health Data Access Body (HDAB). De verordening geeft burgershet recht om bezwaar te maken (opt-out-recht) tegen het gebruik vanindividuele gezondheidsgegevens via de HDAB voor andere doeleindendan hun eigen zorg, zoals (medisch) wetenschappelijk onderzoek,(zorg)innovatie en beleidsontwikkeling (secundair gebruik).De komende jaren wordt de EHDS ook in Nederland geïmplementeerd. Ditbetekent onder andere dat een Nederlandse HDAB zal worden opgezet dieaanvragen voor het gebruik van elektronische gezondheidsgegevens zalbeoordelen en vergunningen zal afgegeven voor secundair gebruik. DezeEuropese regels gaan de databeschikbaarheid voor secundair gebruik inEuropa vergroten en dragen bij aan de beschikbaarheid in Nederland vangegevens voor onderzoek, statistiek, beleid en innovatie. Bestaanderegelgeving, zoals de AVG, blijft van kracht. Ook blijft de AutoriteitPersoonsgegevens (AP) toezicht houden op toepassing van deze regels inde praktijk.Deze stappen zorgen er samen voor dat secundair gebruik van zorgge-gevens op een veilige en efficiëntere manier plaats kan vinden.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben de brief over de «VoortgangNederlandse Kanker Agenda» (NKA) gelezen. Zij zijn van mening dat eensamenhangende, lange termijnaanpak met preventie als speerpuntcruciaal is in de strijd tegen kanker. Genoemde leden zijn verheugd teconstateren dat een jaar na de lancering van het NKA de doelstellingen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82719 met name die met betrekking tot rookgedrag, worden omgezet inactieplannen. Desondanks benadrukken deze leden dat de doelstellingenuit landelijke akkoorden, zoals het Nationaal Preventieakkoord, gereali-seerd moeten worden. Deze leden hebben nog enkele vragen enopmerkingen.De leden van de NSC-fractie lezen in de brief dat de Organisatie voorEconomische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) op 3 februari 2025geactualiseerde landenprofielen heeft gepresenteerd, waaruit blijkt dat hetaantal kankergevallen en -sterfgevallen per 100.000 inwoners inNederland hoger is dan het EU-gemiddelde.Hoe verklaart de Minister deze cijfers en welke uitdagingen ziet deMinister momenteel in de strijd tegen kanker?Daarnaast lezen deze leden dat in landen als Zweden het aantal sterfge-vallen aan kanker per 100.000 inwoners aanzienlijk lager is, ondanks datde Net Survival Rates voor verschillende kankervormen niet significanthoger liggen dan het EU-gemiddelde. Hoe duidt de Minister deze relatiefgoede resultaten van Zweden en welke positieve initiatieven zou deMinister kunnen overnemen om het aantal kankergevallen in Nederland teverlagen?In Zweden ligt de kankermortaliteit met 207 per 100.000 inwonersinderdaad aanzienlijk lager dan het EU-gemiddelde van 235 per100.000 inwoners. Het is niet eenvoudig om op basis van enkele cijfersharde conclusies te trekken over de achtergrond(en) van verschillen. Opbasis van de landenprofielen en andere beschikbare cijfers is wel eeneerste aanzet te geven.Het feit dat kankersterfte in Zweden lager is dan in Nederland, en lagerdan het EU-gemiddelde, heeft verschillende oorzaken, maar vooral datZweden het op het terrein van preventie al decennialang heel goed doet.Dat uit zich bijvoorbeeld in een veel lager aantal rokers wat weer leidt totveel lagere longkankerincidentie. Aangezien longkanker een slechteprognose heeft en verantwoordelijk is voor veel sterfte, leidt dat over hetalgemeen tot lagere kankersterfte in Zweden. In Nederland komt relatiefveel longkanker voor, door rookgedrag in het verleden.In Zweden liggen de Net Survival Rates voor verschillende kankervormenniet significant hoger dan het EU-gemiddelde. Sterfte en overleving zijnandere uitkomstmaten die ook anders geïnterpreteerd dienen te worden.De Zweedse 5-jaarsoverleving mag dan in de buurt van EU-gemiddeldeliggen, maar een hoge longkankerincidentie werkt door in de mortaliteits-statistieken.Daarnaast vragen de leden van de NSC-fractie welke uitdagingen ikmomenteel zie in de strijd tegen kanker. Op basis van de cijfers (en hetZweedse voorbeeld) constateer ik dat het van belang blijft om kanker doormiddel van een integrale aanpak te bestrijden. Dat betekent slimmer enbeter worden in het vroeg opsporen en behandelen van de ziekte.Primaire preventie geldt als de meest (kosten)effectieve strategie om opde langere termijn de impact van kanker op de samenleving te vermin-deren. Het is daarom zaak om vermijdbare kankers (door leefstijl enmilieufactoren) zoveel mogelijk te voorkomen.De leden van de NSC-fractie constateren dat uit een uitgebreid onderzoekvan IKNL naar voren komt dat mensen met een lage sociaaleconomischestatus (SES), een hoger risico op kanker hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82720 Kan de Minister aangeven hoe zij ervoor gaat zorgen dat de sociaalecono-mische verschillen in de kankerzorg worden verkleind, gezien deaanzienlijke impact van factoren zoals lagere deelname aan bevolkingson-derzoeken en grotere moeilijkheden voor mensen met een lage SES in hetzorgsysteem?Ik vind het belangrijk dat iedereen in Nederland gelijkwaardige toegangheeft tot goede zorg. Uit het uitgebreide onderzoek van IKNL33 naar derelatie tussen kanker en SES blijkt dat mensen met een lage SES eenhoger risico op kanker hebben, deels door leefstijlgerelateerde factoren(zoals roken en overgewicht), en minder vaak deelnemen aan bevolkings-onderzoeken en aan het HPV-vaccinatieprogramma.Dit kabinet zet zich in om de gezondheidsverschillen in Nederland teverkleinen. Hiervoor neemt het kabinet verschillende maatregelen. Zoverlaag ik bijvoorbeeld het eigen risico voor een gelijkwaardigere toegangtot zorg voor iedereen. Verder is uw Kamer in december 2024 geïnfor-meerd over de eerste contouren van de beleidsagenda «Gezondheid inalle Beleidsdomeinen».34 Doel van deze Rijksbrede beleidsagenda is hetterugdringen van gezondheidsachterstanden en om de gezondheid vaniedereen, én in het bijzonder die van mensen in een kwetsbare situatie, teverbeteren.Daarnaast vind ik het belangrijk dat zorgprofessionals en organisatiesbinnen de oncologie rekening houden met gezondheidsvaardigheden,door onder andere het gebruiken van begrijpelijke taal en door persoons-gericht te werken.Om het bereik van de bevolkingsonderzoeken te verhogen voert het RIVMsamen met BVO NL sinds 2023 verschillende pilots uit. De focus van dezepilots is, zoals uiteengezet in de Kamerbrief van 20 maart jl.35, hetbereiken van mensen met lage gezondheidsvaardigheden met begrijpe-lijke informatie over de bevolkingsonderzoeken. Het doel is het verbeterenvan geïnformeerde besluitvorming en het verlagen van drempels voordeelname aan de bevolkingsonderzoeken.Welke concrete maatregelen worden genomen om de samenwerkingtussen VWS en andere beleidsdomeinen, zoals werk en inkomen, teversterken om de volksgezondheid op deze gebieden te verbeteren?Naar aanleiding van het amendement van de leden Tielen (VVD) en VanWeyenberg (D66) op de conceptbegroting van het Ministerie van VWSvoor het jaar 202336 heeft mijn ambtsvoorganger ZonMw opdrachtgegeven het programma Kanker en Werk te starten. Het doel van hetprogramma is, zoals de indieners van het amendement voor ogenhadden, het bundelen van informatie rondom ondersteuning bij kanker enwerk en mogelijk interventies die hieraan bijdragen. Er is een consortiumsamengesteld dat bestaat uit verschillende belangrijke partners in het veldrondom kanker en werk: de Stichting Kanker.nl, de NFK, het IKNL,Amsterdam UMC, de NVAB, de NVKA en Re-integratiebureau Re-Turn.Het consortium heeft in de eerste fase van het programma een overzichtgemaakt van de behoefte aan en het aanbod van informatie over kankeren werk. Daarnaast is het consortium gestart met het vormen van eennetwerk dat in het vervolg van het programma zorgdraagt voor actuele enbetrouwbare informatie op de juiste plek. In de huidige fase van hetprogramma wordt de gevonden informatie samengebracht en wordenvoorbereidingen getroffen voor het organiseren van een werkconferentie.33IKNL, Kanker in Nederland, sociaaleconomische verschillen, deel I, II en III.34Kamerstukken II 2024/2025, 32 793, nr. 794.35Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 814.36Kamerstukken II 2022/23, 36 200 XVI, nr. 33.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82721 Door het Kabinet is op 17 december 2024 de beleidsagenda «Gezondheidin alle beleidsterreinen» vastgesteld. Met deze beleidsagenda worden deeerste stappen van een Rijksbrede aanpakgezondheid in alle beleids-terreinen gepresenteerd. We voeren dat uit langs drie lijnen. De eerste lijnfocust op de beleidsthema’s die de meeste impact hebben op gezond-heidsachterstanden, overeenkomstig met de adviezen van de SER. Datgaat onder andere over werk en bestaanszekerheid, een gezondegeneratie, een gezonde omgeving om te wonen en preventie. De tweedelijn verkent mogelijkheden om gezondheid beter mee te nemen inalgeheel Rijksbeleid. De derde en laatste lijn richt zich op het scherper inbeeld brengen van de kosten en baten van gezondheid. In de komende tijdwordt de beleidsagenda verder doorontwikkeld (in samenwerking meto.a. gemeenten, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten) en zaldeze meer focus en concretere doelen krijgen.Ik wil ook wijzen op de module Arbeidsparticipatie voor medisch specia-listische richtlijnen van de Federatie Medisch Specialisten, gepubliceerdop 30 mei 2024. Het doel van deze module is de kwaliteit van de medischspecialistische zorgverlening voor werkenden te verbeteren.37 Ik juich hettoe dat dit initiatief vanuit de beroepsgroep is genomen.De leden van de NSC-fractie lezen dat de verkoop van tabaksproductenvanaf 2032 uitsluitend zal worden toegestaan in tabak speciaalzaken.Onlangs werd echter een motie van Danielle Jansen38 aangenomen,waarin wordt voorgesteld de verkoop van nicotineproducten al vanaf 2028te beperken tot speciaalzaken.Kan de Minister garanderen dat zij deze motie, die inmiddels is aange-nomen, ook daadwerkelijk zal uitvoeren?Op dit moment verken ik de mogelijkheden om het moment waarop deverkoop voorbehouden zal zijn aan speciaalzaken te vervroegen naar2028. Ik laat daarbij twee onderzoeken verrichten, gericht op de impli-caties van het vervroegen.Het eerste onderzoek richt zich specifiek op de gevolgen voor de grens-overschrijdende aankopen, illegale handel en de gevolgen voor hetverkooppuntenlandschap. Daarbij zullen deze effecten zowel wordenonderzocht voor de situatie waarbij aan het tijdspad van 2032 wordtvastgehouden als de versnelling waarbij de verkoop vanaf 2028 isvoorbehouden aan speciaalzaken. Voorts zal ik de Landsadvocaat vragente adviseren over de gevolgen van de versnelling naar 2028 in verhoudingtot de beperking op het eigendomsrecht. Beperking van het eigendoms-recht is juridisch alleen toelaatbaar als er voldoende rekening gehoudenwordt met belang van de ondernemers van wie het eigendom (bedrijfs-middelen voor de verkoop van tabaksproducten en aanverwanteproducten) gereguleerd wordt. De vraag die speelt is of er bij eenversnelling naar 2028 voldoende rekening gehouden wordt met debelangen van de ondernemers, die zich sneller dan voorheen voorzienmoeten aanpassen aan nieuwe regelgeving. Om de voortgang van hetwetsvoorstel te bewaken, zal ik het wetsvoorstel waarin het tijdpad tot2032 is opgenomen, verder in procedure brengen. Dit is noodzakelijk omte blijven streven naar inwerkingtreding van de maatregel dat de verkoopvan elektronische dampwaar (waaronder e-sigaretten) per 2026 voorbe-houden is aan speciaalzaken.De leden van de NSC-fractie merken op dat uit de Kanker Barometer vanhet NKC naar voren komt dat de cijfers rondom alcoholgebruikmomenteel onvoldoende zijn om de doelen van het NKA van 2032 tehalen.37https://richtlijnendatabase.nl38Kamerstuk 36 541, nr. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82722 De leden van de NSC-fractie zijn benieuwd wat de Minister van dezecijfers vindt. Ziet zij noodzaak om de aanpak en bewustwording vanalcoholpreventie te verstevigen?Zo ja, hoe wordt dit concreet vormgegeven?Het kabinet werkt aan een gezonde generatie in 2040 en zet de NPAdoelstellingen voor 2040 door. De meest recente leefstijlmonitor van hetCBS39 laat zien dat het aantal overmatige drinkers onder de volwassenpopulatie in 10 jaar tijd is gedaald van 10% in 2014 naar 6% in 2024. Wezijn dus goed op weg. Het lijkt erop dat mensen wat vaker niet drinken.Uiteindelijk streven we naar maximaal 5% overmatige drinkers in 2040,daar blijft dit kabinet aan werken.De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport werkt aan een samenhan-gende effectieve preventiestrategie voor de komende jaren en neemtalcoholpreventie daarin mee. Uw Kamer wordt voor het CommissiedebatLeefstijl van 24 april 2025 geïnformeerd over de voortgang van depreventiestrategie.De leden van de NSC-fractie waarderen de aandacht voor voeding in debrief, maar zijn benieuwd naar de voortgang van de NKA-doelen rondombeweging. In het NKA worden oplossingsrichtingen genoemd, zoals hetverlagen van de drempel tot sport- en beweegaanbod en het creëren vaneen beweegvriendelijke leefomgeving. Deze leden merken op dat dezepunten eerder besproken zijn in de context van het vastleggen van detaken en verantwoordelijkheden van overheden op dit gebied. In het kaderhiervan is een motie van het lid Saris40 aangenomen.Kan de Minister aangeven wat de stand van zaken is van deze motie?In de brief van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport van28 november 2024 heeft de Staatssecretaris aangegeven om in 2025 testarten met een beleidsevaluatie die input gaat opleveren voor nieuwbeleid na 2026. In dezelfde brief is ook toegezegd dat verkend wordt ofeen sport- en beweegwet tot de mogelijkheden behoort. In het licht van debesluitvorming over het overhevelen van Specifieke Uitkeringen naar hetGemeentefonds bereidt de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sportalternatieve mogelijkheden voor om vanuit het Rijk beleidsdoelen op hetterrein van sport en bewegen te kunnen realiseren en verantwoordelijk-heden vast te leggen, waarbij onder andere het proces tot het komen vaneen sport- en beweegwet wordt hernomen. Een sport- en beweegwetdraagt bij aan het duidelijker vastleggen van verantwoordelijkheden entaken van overheden op het gebied van sport- en beweegbeleid. DeStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport zal uw Kamer in de zomerinformeren over de plannen met deze wet en de voortgang op de motieSaris.De leden van de NSC-fractie merken op dat de Staatssecretaris eerderheeft aangegeven met een Samenhangende Effectieve Preventie Strategiete komen.Deze leden vragen hoe het thema voeding in deze strategie terugkomt.De Preventiestrategie is een samenhangende strategie waarin verschil-lende thema’s op het gebied van leefstijl integraal gepresenteerd worden.In de preventiestrategie zet ik de omgeving waarin kinderen en jongerenopgroeien, zich ontwikkelen en waardoor zij worden beïnvloed centraal.Per omgeving wil ik maatregelen nemen en afspraken maken om de39CBS, (2024) Roken en alcoholgebruik afgenomen sinds 2014 overgewicht gelijk geblevenVerkregen van: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/12/roken-en-alcoholgebruik-afgenomen-sinds-2014-overgewicht-gelijk-gebleven40Kamerstukken II 36 600 XVI, nr. 129.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82723 gezonde keuze te stimuleren. Voeding is daar een onderdeel van. Deprecieze uitwerking ontvangt uw Kamer later dit voorjaar.Is de Minister van plan om ongezonde voeding minder aantrekkelijk oftoegankelijk te maken en zo ja, hoe?Eén van de maatregelen waar het kabinet op inzet is het verbod opkindermarketing voor bepaalde voedingsmiddelen. Daarnaast beraadt hetkabinet zich momenteel over het omzetten van de verbruiksbelasting vanalcoholvrije dranken in een gedifferentieerde verbruiksbelasting op basisvan het suikergehalte. Ook beraadt het kabinet zich momenteel over hetomzetten van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken in eengedifferentieerde verbruiksbelasting op basis van het suikergehalte.Daarnaast heeft het kabinet besloten om de uitzondering voorzuiveldranken in de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken aan tepassen. Zo wordt het niet langer mogelijk om een vleugje zuivel toe tevoegen aan dranken en daarmee in aanmerking te komen voor eenvrijstelling van de verbruiksbelasting. Ook worden zuiveldranken met veelsuiker, bijvoorbeeld chocolademelk of frambozenmelk, niet langeruitgezonderd. Deze aanpassing loopt mee in het Belastingplan 2026. Aleerder heeft de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport aangekondigdeen monitor te introduceren om jaarlijks in kaart te brengen hoeveelgezonde versus ongezonde producten supermarkten verkopen en heeft hijaangekondigd afspraken te gaan maken met supermarkten over dezeverhouding gezond-ongezond. Verdere maatregelen om ongezondevoeding minder aantrekkelijk of toegankelijk te maken ontvangt u later viade brief over de Preventiestrategie van de Staatssecretaris.Genoemde leden merken daarnaast op dat er kritiek is op de Nutri-Score,zoals het onvoldoende aansluiten bij de Schijf van Vijf en de mogelijkheidom de score kunstmatig te verhogen door water toe te voegen aanproducten. Is de Minister tevreden met de huidige versie van de Nutri-Score?Voor een gezond voedingspatroon is de Schijf van Vijf de belangrijksteleidraad: welke producten passen in welke hoeveelheid in een gezondvoedingspatroon. In het NPA zijn met de ondertekenaars afsprakengemaakt over de introductie van een voedselkeuzelogo zodat consu-menten in een oogopslag eenvoudig bewuste keuzes kunnen maken. Omhierin te faciliteren heeft de Rijksoverheid het voedselkeuzelogo Nutri-Score geïntroduceerd, op basis van onafhankelijk consumentenonderzoekdat uitwees dat Nutri-Score een makkelijk te begrijpen logo is. Ook voorproducten die niet in de Schijf van Vijf staan en waarvoor nu geeneenvoudige handvatten bestaan om de betere keuze te maken. Nutri-Score is gebaseerd op wetenschappelijk inzichten en zo goed mogelijk inlijn met de voedingsrichtlijnen die gelden in de deelnemende landen aanNutri-Score. De Gezondheidsraad heeft eind 2022 advies uitgebracht overhet herziene algoritme van Nutri-Score en geconcludeerd: «het logo heefteen meerwaarde, in het bijzonder voor mensen met beperkte voedings-kennis die met de huidige voedingsvoorlichting moeilijk te bereiken zijnen die vaker een ongezond voedingspatroon hebben. Nutri-Score is eenintuïtief en visueel krachtig logo dat al bekendheid heeft doordat het logoal op tal van producten staat. Bovendien is het in de ons omringendelanden ingevoerd en komt het via die landen op de Nederlandse markt».De Gezondheidsraad concludeerde in het advies over Nutri-Score dat hetherziene algoritme goed aansluit bij de Richtlijnen Goede Voeding en deSchijf van Vijf: de producten buiten de Schijf van Vijf krijgen met hetherziene algoritme bijna allemaal een D of E. Bij de productgroepen dieeen groene score krijgen is de aansluiting tussen Nutri-Score en deNederlandse voedingsaanbevelingen vaak wel goed, maar niet altijd. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82724 Internationaal Wetenschappelijk Comité (IWC) van Nutri-Score blijft dekomende jaren werken aan verdere verbeteringen van het algoritme maarvolledige overeenstemming met de Schijf van Vijf zal niet haalbaar zijnomdat de herziene Nutri-Score tot stand komt op basis van de voedings-richtlijnen van alle deelnemende landen.Hoe ziet de Minister de toekomst van dit systeem, en worden er verbete-ringen onderzocht om de gezondere keuze voor consumenten makkelijkerte maken?Het IWC van Nutri-Score blijft de komende jaren werken aan verdereverbeteringen van het algoritme en betrekt hierin de aanbevelingen vande Gezondheidsraad. Het IWC richt zich hierbij op het optimaliseren vanhet algoritme voor het groente-, fruit- en peulvruchtenaandeel, zoetstoffenin vaste voedingsmiddelen, het vetgehalte van kaas en beter onderscheidtussen granen (wel of niet volkoren).Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief van de Minister over de «Voortgang Nederlandse Kanker Agenda».Daartoe hebben deze leden verdere vragen.In de brief besteed de Minister aandacht aan de kwaliteit van leven vankankerpatiënten: een ontzettend belangrijk onderwerp. Echter beperkt deaandacht voor kwaliteit van leven zich in de desbetreffende brief slechtstot het thema kanker en werk.Daartoe vragen de leden van de D66-fractie hoe de Minister ervoor gaatzorgen dat ook andere voorzieningen die bijdragen aan de kwaliteit vanleven voor kankerpatiënten, zoals psychologische hulp en ondersteuningbij angst, depressie en eenzaamheid als gevolg van het leven met kanker,zowel breder bekend worden, als ook breder gedragen worden?Welke beleidsinstrumenten gaat de Minister hiervoor inzetten?Wanneer gaat de Minister deze stappen zetten, en wanneer wordt deKamer hierover geïnformeerd?Het Ministerie van VWS verstrekt een projectsubsidie aan IPSO gericht ophet toekomstbestendig organiseren en financieren van (informele)psychosociale zorg bij kanker. De verwachting is dat dit onderzoek in hetvierde kwartaal van 2025 afgerond zal zijn en ik zal uw Kamer hieroverinformeren.Daarnaast wordt er in de brief geen aandacht besteed aan de afwegingtussen kwaliteit van leven en behandelen. Dit is een onderwerp waar nogveel taboe op rust, terwijl uit onderzoek blijkt dat patiënten vaak eenandere keuze zouden maken als er in de spreekkamer meer ruimte en tijdwas geweest om stil te staan bij alle behandelopties, inclusief de optie omniet te behandelen41. Het gebrek aan openheid in de spreekkamer zorgtervoor dat patiënten het gesprek over niet-behandelen vaak uit de weggaan of het gevoel hebben dat hun wensen niet serieus genomen worden.Voorts vragen de leden van de D66-fractie of de Minister het ook alsbelangrijk ziet dat er meer ruimte komt voor het behandelend personeelen de patiënt om samen een afweging te maken tussen kwaliteit van levenen het kiezen voor een behandeling.Welke stappen zullen ondernomen worden om hier meer aandacht voor tevragen?41Patiëntenfederatie Nederland, 4 maart 2024, https://www.patientenfederatie.nl/actueel/nieuws/patienten-ervaren-regelmatig-onnodige-zorg-het-gesprek-hierover-moet-beter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82725 Op welke wijze en welke termijn zal de Minister hierover in gesprek gaanmet veldpartijen, en hoe gaat de Minister de Kamer hiervan op de hoogtehouden?Ik onderstreep het belang om het goede gesprek in de spreekkamer tebevorderen zodat de patiënt samen met de zorgverlener kan beslissenover de best passende behandeling of om te kiezen voor de niet-behandeloptie. Het programma Uitkomstgerichte zorg (UZ) Fase II(2023–2026), voortvloeiend uit het IZA, richt zich op het beschikbaarmaken van uitkomsten van zorg die inzicht geven in de kwaliteit van levenvan een patiënt ná de behandeling. Deze uitkomstinformatie kunnen dezorgverlener en de patiënt gebruiken om samen te beslissen over welkebehandeling het meest passend is, afhankelijk van de situatie en voorkeurvan de patiënt.Het proces «samen beslissen» biedt de patiënt de gelegenheid om eigenregie in het zorgproces te voeren, de voor- en nadelen van alle keuze-opties af te wegen inclusief de niet-behandeloptie, en de persoonlijkevoorkeuren voorop te stellen. Om meer aandacht te vragen voor hettoepassen van samen beslissen in de praktijk, zet het Programma UZ eenaantal stappen. Zo heeft er een behoeftebepaling bij alle MedischSpecialistische Zorg-instellingen (MSZ-instellingen) plaats gevonden.Hierin is gevraagd naar het toepassen van samen beslissen door deinstellingen en de behoefte op ondersteuning hiervan. Op basis van dezebehoeften ontwikkelt het programma UZ-activiteiten om «samenbeslissen» samen met de MSZ-instellingen te verankeren. De activiteitenzijn voor zowel de zorgverlener als de patiënt bedoeld. Dit doe ik samenmet de IZA MSZ-partijen. Het programma Uitkomstgerichte zorg stuurteind 2025 de jaarlijkse voortgangsrapportage naar uw Kamer.Ook is het belangrijk dat mensen vroegtijdig het gesprek aangaan over delaatste levensfase en dit niet alleen in de spreekkamer van de arts doen,maar ook met hun familie en andere naasten. Zorgverleners moetenvroegtijdig het gesprek aangaan met de patiënt over zijn/haar wensen envoorkeuren om te weten wat een patiënt belangrijk vindt in de laatste fasevan het leven (proactieve zorgplanning). De NZa heeft ter stimuleringhiervan per 2025 een betaaltitel ingevoerd voor proactieve zorgplanningin ziekenhuizen. Hiermee kunnen zorgaanbieders in de medisch-specialistische zorg specifiek vastleggen wanneer sprake is van proactievezorgplanning of samen beslissen. Met deze wijziging in de bekostigingwordt het goede gesprek tussen patiënt en behandelaar gestimuleerd.Daarnaast werken veldpartijen en NZa gezamenlijk aan opname vanproactieve zorgplanning in de basisbekostiging van de huisartsen per2027.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de «VoortgangNederlandse Kanker Agenda». Deze leden hebben de volgende vragenaan de Minister.De leden van de BBB-fractie lezen in de brief dat om besmettingen methet HPV-virus zo veel mogelijk te voorkomen, het belangrijk is om een zohoog mogelijke deelname aan het HPV-vaccinatieprogramma te reali-seren.Hoe kijkt de Staatssecretaris aan tegen de recente berichtgeving van deNOS waarin staat dat jonge vrouwen met baarmoederhalskanker vaak nietgevaccineerd zijn42?42NOS Nieuws, 4 maart 2025, Jonge vrouwen met baarmoederhalskanker vaak niet gevacci-neerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82726 En wat gaat de Staatssecretaris doen, met aandacht voor de keuze om welof niet te vaccineren, om het percentage van het HPV-vaccinatie-programma te verhogen?Het nieuws dat jonge vrouwen met baarmoederhalskanker vaak nietgevaccineerd zijn, onderstreept het belang van vaccinatie tegen HPV. DeHPV-vaccinatie is, in het jaar dat het kind 10 wordt, een regulier onderdeelvan het RVP en wordt dan ook meegenomen bij de algemene communi-catie over het RVP. Daarnaast wordt jaarlijks extra aandacht besteed aande HPV-vaccinatie tijdens de HPV Awareness Day (4 maart), in samen-werking met o.a. KWF Kankerbestrijding, de Taskforce NL HPV-kankervrijen het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker. Vanaf 2024 wordt inde uitnodigingsbrief voor de MenACWY-vaccinatie43 ook explicietgenoemd dat de HPV-vaccinatie ingehaald kan worden als iemand(volgens de gegevens bekend bij RIVM) de HPV-vaccinatie nog niet heeftgehaald.Daarnaast hebben deze leden signalen bereikt dat uit onderzoek blijkt dathet bezoeken van IPSO centra, bijdraagt aan een snellere en succesvolleterugkeer naar werk na ziekte.Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat voorzieningen die bijdragen aande kwaliteit van leven van mensen die leven met en na kanker geborgd enbreder bekend worden?Het Ministerie van VWS draagt bij aan het onderzoek van IPSO dat gerichtis op het toekomstbestendig organiseren en financieren van (informele)psychosociale zorg bij kanker. Deze resultaten zullen breed gedeeldworden door IPSO, zodat zij meer bekendheid zullen verwerven.43Meningokokken ACWY-vaccinatie | Rijksvaccinatieprogramma.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 82727
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.