Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 december 2024, over Zero-emissiezones
Brontekst
Versie a1851755a683e4df · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat (XII)voor het jaar 2025Nr. 83 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 14 januari 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op4 december 2024 overleg gevoerd met de heer Jansen, StaatssecretarisOpenbaar Vervoer en Milieu, over:−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 22 november 2024 inzake uitvoering van de motie van hetlid Veltman over een plan om te komen tot een landelijkgestandaardiseerde uitzondering van zero-emissiezones voorondernemers tot 2029 (Kamerstuk 36 600 XII, nr. 37) (Kamer-stuk 36 600 XII, nr. 66).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,Schukkink kst-36600-XII-83ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 831 Voorzitter: MeulenkampGriffier: KoerselmanAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: El Abassi, Bamenga,Dekker, Olger van Dijk, Heutink, De Hoop, Meulenkamp, Veltman enVermeer,en de heer Jansen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 15.30 uur.De voorzitter:Ik open het commissiedebat Zero-emissiezones van de vaste commissievoor Infrastructuur en Waterstaat. Ik heet de Staatssecretaris en zijnondersteuning, evenals de leden en de mensen op de publieke tribune,van harte welkom. Ik zal de leden aan u voorstellen. Aan mijn linkerhand:de heer Bamenga van D66, mevrouw Veltman van de VVD, de heerHeutink van de PVV, de heer Vermeer van de BBB, de heer De Hoop vanGroenLinks-PvdA, de heer Dekker van Forum voor Democratie en de heerVan Dijk van NSC. Ik maak de leden er graag op attent dat de spreektijdvandaag vier minuten per fractie is. Ik stel voor dat de Kamer in de eerstetermijn vier interrupties per fractie krijgt. Ik geef graag het woord aan deheer Bamenga van de fractie van D66.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Zero-emissiezones zijn er niet om ondernemers tepesten. Ze dragen bij aan een schonere stad, aan de gezondheid van haarburgers en aan een duurzame toekomst. Na jarenlang discussie waren erduidelijke afspraken over deze zones gemaakt, waar ondernemers engemeenten op konden vertrouwen en bouwen. Nu blijkt dat de Staatsse-cretaris deze eerdere afspraken toch wil aanpassen. De goede onder-nemers in Nederland worden hierdoor hard geraakt. Een deel van deondernemers heeft namelijk al gehandeld op basis van de eerdereafspraken. Ze hebben al geïnvesteerd, bijvoorbeeld in elektrischebestelwagens. Uitstel van de zones of uitstel van handhaving hieropbenadeelt dus deze voorlopers en bevoordeelt juist de laatkomers. Mijnverwachting is zelfs dat uitstel, afstel of langere boetevrije periodes totrechtszaken van ondernemers gaan leiden vanwege oneerlijke concur-rentie. Heeft de Staatssecretaris rekening gehouden met mogelijkerechtszaken door uitstel, afstel of langere boetevrije periodes?De heer Heutink (PVV):Dit valt me eigenlijk een beetje tegen van de fractie van D66. Waaromheeft meneer Bamenga het niet over de ruim 166.000 bedrijven die in deproblemen komen? Waarom heeft D66 het niet over het feit dat228.000 bestelauto’s en vrachtauto’s zo meteen uit binnensteden wordengeweerd en de ongelofelijk grote consequenties daarvan voor al diehardwerkende ondernemers in ons land?De heer Bamenga (D66):Ik heb alle vertrouwen dat er bij de gemeentes heel goed gekeken wordtnaar allerlei partijen waarvoor het niet haalbaar zou zijn. Dat vertrouwenheb ik aan de hand van alle afspraken die in het verleden zijn gemaakt. Ikvoel juist aan dat hier geen vertrouwen is, ook niet vanuit de Staatssecre-taris. Daardoor willen wij het vanaf hier anders gaan regelen, terwijl dezeondernemers het op lokaal niveau gewoon al geregeld hadden. Ik kijk hierdus echt anders tegen aan. Daarnaast wil ik aan de PVV duidelijk makendat we klimaatdoelen hebben. Daarvan hebben we met z’n allen gezegddat we ze willen bereiken. Deze acties van de Staatssecretaris dragen daarniet aan bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 832 De voorzitter:Ik zie nog een interruptie van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Het blijkt maar weer dat D66 oog heeft voor alles en iedereen behalvevoor hardwerkende ondernemers. We hebben hier namelijk een artikelvan EenVandaag van 12 december 2024 met als titel: «Grote zorgen bijondernemers over zero-emissiezones: «Dit is het einde van de markt»».80% zou gaan stoppen. Wat zegt meneer Bamenga tegen al die onder-nemers die dit niet kunnen meemaken?De heer Bamenga (D66):Wat hier gaande is, is volgens mij oneerlijke concurrentie voor onder-nemers. Er zijn ontzettend veel ondernemers die hebben gezegd: wijwillen ons steentje bijdragen aan de klimaatdoelen en aan een schonereen gezondere leefomgeving. Zij hebben hier keihard aan gewerkt. Als wijlast minute andere regels gaan instellen, als die worden ingevoerd, is datdus oneerlijk voor al die andere ondernemers die gewoon hun werkhebben gedaan en meegewerkt hebben aan een omgeving die wij met z’nallen willen.De heer Vermeer (BBB):De heer Bamenga gebruikte de kwalificatie «goede ondernemers»,waarmee hij impliceert dat er ook slechte ondernemers zijn. Dat is daniedereen die nog niet heeft kunnen investeren. Mijn vraag aan de heerBamenga is als volgt. Ik weet niet wat zijn ervaring met ondernemen is,maar is hij ervan op de hoogte dat sommige ondernemers heel weinigkilometers per jaar maken, een lange afschrijfperiode hanteren voor hunvervoermiddel en hun dieselvervoermiddel dus hebben aangeschaft langvoordat bekend was dat er een zero-emissiezone zou komen? Dat heeftdus niets met slecht ondernemerschap te maken. Misschien is het zelfsheel goed: je doet lang met je spullen, onderhoudt ze goed en zorgt dat jeer nog heel lang mee kan rijden.De heer Bamenga (D66):Ik denk dat de heer Vermeer mijn opmerking niet goed interpreteert. Ik gaer niet over of ondernemers nou goed of slecht zijn. Wat ik hier bedoel tezeggen, is dat er ondernemers zijn die hebben gezegd: wij willen onssteentje bijdragen; wij willen meedoen aan het creëren van een schonereleefomgeving. Zij hebben daar investeringen in gedaan aan de hand vanallerlei spelregels die ze hebben afgesproken met gemeenten. Op hetmoment dat je het last minute gaat terugdraaien, creëer je daarmee eenoneerlijk speelveld. Dat wilde ik daarmee zeggen. Ik zeg ook helemaal nietdat je die ondernemers daar moet laten. Ik vind dat je als overheid ookwat moet met de ondernemers die het moeilijk hebben. Maar dat is vanuitmij gesproken.De heer Vermeer (BBB):Ik heb toch nog een vraag. Het antwoord dat de heer Bamenga nu geeft,suggereert dat elektrisch lijden ... Dat was bijna een freudiaanseverspreking! Hij suggereert dat elektrisch rijden lijden is, omdat het geldkost en helemaal niks oplevert. Hij suggereert dat deze bedrijven al eenoffer gebracht hebben. Dat terwijl de total cost of ownership, de totalekosten van het bezit van een elektrisch vervoermiddel, volgens deberekeningen van IenW zelf al lager is dan bij een brandstofauto. Daaromvervallen er ook allerlei vrijstellingen voor elektrische auto’s.De heer Bamenga (D66):De heer Vermeer interpreteert mij iedere keer op een hele aparte manier.Dit zijn allemaal dingen die ik niet gezegd heb, maar goed dat hij zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 833 veronderstellingen bij mij neerlegt om die vraag te stellen! Nee, dat is nietzo. Natuurlijk kun je er keuzes in maken. We hebben hier volgens mijvorige week nog een presentatie gehad over allerlei maatregelen die weals overheid nemen en die kunnen bijdragen aan het halen van deklimaatdoelen. We hebben toen nog aan de deskundigen gevraagd watdaar niet aan bijdraagt. Een van de dingen waar ze het over hadden wasde onduidelijkheid over de zero-emissiezones en de oneerlijke situatie dieontstaat. Wat draagt er wel aan bij? Als we met z’n allen overgaan opelektrische auto’s.Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoor meneer Bamenga net spreken over bedrijven die de stap hebbenkunnen zetten en bedrijven die dat niet doen. Nou is mijn ervaring dat indie laatste groep ook heel veel bedrijven zitten die wél zouden willen. Zijzijn bereidwillig en zouden die stap willen zetten. Meneer Bamenga zegt:we willen hulp aanbieden, zodat ze dat kunnen doen. Is meneer Bamengahet dan met me eens dat de ondersteuning, de hulp, de faciliteiten eneigenlijk alles wat daarachter wegkomt, dan wel goed geregeld moetenzijn en dat, als dat niet zo is, je die ondernemers dan meer ruimte moetkunnen bieden?De heer Bamenga (D66):Ja, het moet goed geregeld zijn. Ik heb er ook alle vertrouwen in dat degemeentes dat doen. Ik heb zelf aangegeven dat, als er ondernemers zijndie niet meekunnen, die zeggen dat het niet haalbaar is, je dan alsoverheid zou moeten kijken hoe je dat wel haalbaar kan maken.Mevrouw Veltman (VVD):Dat is in ieder geval goed, maar als je kijkt hoe het nu geregeld is, dan zieje dat er nogal wat aan schort. Er is veel onduidelijkheid tussengemeenten onderling en tussen gemeenten en het loket. We kregenvandaag het bericht dat je, als er een ontheffing is aangevraagd, somsdrie maanden moet wachten en dat er nog geen duidelijkheid is. Ik weetniet of meneer Bamenga enig idee heeft van wat er wordt verwacht vaneen ondernemer die een ontheffing wil aanvragen om zogenaamdebedrijfseconomische redenen. Even voor het beeld: de jaarrekeningen vande afgelopen drie jaar, de btw-aangifte, per voertuig het kenteken, decategorie, de emissieklasse en een indicatie van het aantal dagen in dezero-emissiezone per jaar met de benodigde laadcapaciteit, contractenmet opdrachtgevers in de zero-emissiezones – ik ben bijna klaar, voorzitter– rittenstaten en/of facturen van vervoer naar de zero-emissiezones, deomzet per rit, en vergunningen en offertes die zijn aangevraagd voor dezero-emissievoertuigen. Mijn hemel! Dan denk ik: is het wel zo goedgeregeld? Mijn antwoord daarop is nee. Geef de mensen dus wat meerruimte.De heer Bamenga (D66):Ik ben zelf ook ondernemer geweest. Ik weet dat je daarbij heel veeldingen moet regelen. Dat is natuurlijk afhankelijk van wat voor typeonderneming je hebt. Ik ben hier niet om te zeggen dat de problemen diemensen ervaren, wel of niet legitiem zijn. Ik ga er altijd van uit dat dielegitiem zijn en dat het gewoon goed is om in gesprek te gaan met deoverheidsinstanties, om daar duidelijke afspraken over te maken en omhier en daar maatwerk te leveren bij de ondernemingen. Volgens mij isdat heel erg belangrijk. Ik heb alle vertrouwen dat dat bij de gemeentengebeurt. Nogmaals, ik ben zeker ook van mening dat de overheid eenbijdrage zou kunnen leveren als het voor bepaalde individuen niethaalbaar is om dat te bereiken. Ik heb daar in het verleden ook eenvoorbeeld van gegeven met mijn motie over de social lease. Die wilde ikindienen, maar daarover heb ik al een toezegging gekregen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 834 Staatssecretaris. Die vroeg toen: hoe kunnen we mensen die dat zelf nietkunnen op een andere manier stimuleren om bijvoorbeeld de stap temaken richting elektrische auto’s? Daar werd in ieder geval ook positief opgereageerd. Ik ben ook heel erg benieuwd naar wat er uit die inventari-satie zal komen.De heer Dekker (FVD):Ik proef in de woorden van de heer Bamenga een beetje dat hij ervanuitgaat dat continuïteit van beleid altijd goed is voor ondernemers, wantdie kunnen dan anticiperen. Dat begrijp ik ook, maar we hebben hiernatuurlijk wel een heel ingrijpende verkiezingsuitslag gehad. Beleid wordtecht fundamenteel bijgesteld. Dat betekent dus ook dat ondernemers diegeanticipeerd hebben en die te ver geanticipeerd hebben, risico’s lopen.Dat is toch een reëel risico?De heer Bamenga (D66):Ik lees ook de brieven die geschreven zijn door de gemeenten. Die hebbenhet bijvoorbeeld ook over onbehoorlijk bestuur. Er is ook eerdergesproken over onduidelijkheid. Ik denk dat de manier waarop dit procesnu loopt, nog meer onduidelijkheid met zich meebrengt. Dat vind ikpersoonlijk echt heel erg jammer, zeker als je kijkt naar de doelstelling diewe hiermee met z’n allen willen bereiken. Ik denk ook dat de gemeentenwel bereid waren – zo lees ik die stukken in ieder geval – een steentje bij tedragen in het kader van continuïteit van beleid, om te zorgen dat dieverschillen niet te groot zijn. Maar ik begrijp dat daar dus niet positief opis gereageerd. Daarom heb ik zelf ook nog gewoon vragen hierover aande Staatssecretaris.De heer Vermeer (BBB):Ik heb toch nog een vraagje over die duidelijkheid aan de heer Bamenga.Die duidelijkheid was er namelijk waarschijnlijk wel bij gemeentes en opgemeentelijke afdelingen. Maar ik zou de heer Bamenga echt willenvragen om de website van de gemeente Amsterdam er eens bij te pakkenen dan te zoeken naar: ik wil de stad in met mijn vrachtwagen; waar kan iktegenaan lopen en wat moet ik doen? Nou, ik wens hem veel succes. Ikkan hem wel vertellen dat hij daar volgens mij een paar dagen voor uitmoet trekken, want dat valt niet mee. Je moet precies weten waar je naarzoekt. Vervolgens word je doorverwezen naar de RVO, waar vervolgensweer spelregels staan, waaruit al duidelijk is dat een aantal van dieondernemers daar niet aan kan voldoen, omdat hun vrachtwagenbijvoorbeeld ouder is dan 13 jaar. Volgens mij is de beste manier ...De voorzitter:Heeft u ook een vraag?De heer Vermeer (BBB):Nee, eigenlijk niet eens.De voorzitter:Dan doet u dit zo meteen bij uw eigen inbreng. Ik wil de heer El Abassivan DENK van harte welkom heten. De heer Bamenga gaat verder met zijninbreng.De heer Bamenga (D66):Ik denk dat wat de heer Vermeer noemt, een veelvoorkomend probleemis. Dat geldt niet alleen voor ondernemers. Op een internetsite op zoek zijnnaar informatie maar die moeizaam kunnen krijgen kan ook gelden voorburgers. Als dat het geval is, probeer je dat aan te pakken. Dan ga je nieteen beleidsafspraak helemaal veranderen die we met z’n allen gemaakthebben. Maar goed, dat was toch eventjes een reactie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 835 Niet alleen ondernemers, maar ook gemeenten zijn ontevreden over dezeplotselinge wijziging. Gemeenten waren namelijk al jaren bezig met devoorbereidingen op zero-emissiezones. Het is goed doordacht. Er zijnalternatieven en uitzonderingen voor ondernemers die, om wat voorreden dan ook, niet zelf over kunnen naar zero-emissievoertuigen. DeStaatssecretaris zadelt hun nu op met grote onduidelijkheid. De Staatsse-cretaris stelt bovendien in zijn brief dat hij zijn voorstel in overeen-stemming heeft gedaan met gemeenten. Hoe kan het dan dat er zo’ngroot verschil is tussen wat de Staatssecretaris schrijft in de brief en hoede wethouders dat hebben geïnterpreteerd? Gemeenten geven in hunbrief aan dat er helemaal geen overeenstemming is bereikt. Wat gaat deStaatssecretaris doen om het vertrouwen van gemeenten en ondernemerste herstellen?Voorzitter. Er is nog een andere belangrijke reden om de zero-emissie-zones niet uit te stellen. Die dragen namelijk bij aan een schoner klimaat.Uitstel betekent meer vervuiling en minder schone lucht in Nederlandsesteden. Hoe kijkt de Staatssecretaris naar de negatieve invloed die dit gaathebben op de CO2-reductie in Nederland, ook in het licht van de bevin-dingen van de KEV? Heeft de Staatssecretaris al enig idee welke maatre-gelen er genomen gaan worden om de negatieve effecten van dit plan tecompenseren, zodat we op koers blijven voor onze doelen voor eengezond en schoon Nederland?Voorzitter, ik rond af. Onze gemeenten en ondernemers verdienen beter.Onze steden en burgers verdienen ook echt een toekomst. Het is daaromcruciaal dat we vasthouden aan eerder gemaakte afspraken en dat weondernemers en gemeenten en hun inwoners, niet in verwarring brengen.Zo zetten we geen stappen achteruit, maar juist vooruit, richting eengezonde en schone toekomst.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Dan geef ik het woord aan mevrouwVeltman van de VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Dank u wel, voorzitter. Een aantal weken geleden spraken wij in hetcommissiedebat Duurzaam vervoer uitvoerig over zero-emissiezones.Vanaf 1 januari worden deze zones namelijk in veertien gemeenteningevoerd. Dit levert bij vele ondernemers hoofdbrekens en slapelozenachten op. De marktkraamhouder vraagt zich bijvoorbeeld af hoe hijstraks met zijn kraam op de markt moet komen en de loodgieter kan nietmeer bij zijn klanten in het centrum komen. Dat is de reden waarom deVVD zich genoodzaakt voelde om een motie in te dienen, die de Staatsse-cretaris ertoe opriep te werken aan een landelijk gestandaardiseerdeuitzondering voor ondernemers tot 2029, en hierover voor 1 november terapporteren aan de Kamer. Die motie is door een meerderheid in deKamer aangenomen. Daar voeren wij vandaag het debat over met deStaatssecretaris.Voorzitter. Ik zou graag willen beginnen met het uitdelen van eencompliment aan de Staatssecretaris. Een paar dagen geleden bleek datenkele steden voornemens zijn ook personenauto’s te weren uit hunzero-emissiezones. Dit is voor de VVD onacceptabel. Veel inwoners vanzero-emissiezones zijn afhankelijk van hun auto als vervoermiddel omnaar hun werk te gaan of om familie verderop in het land te bezoeken. Wezijn dan ook blij met de duidelijke reactie van de Staatssecretaris: hij werkthier niet aan mee. Dat is heel goed.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Vermeer. Dat is trouwens uw laatsteinterruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 836 De heer Vermeer (BBB):Ja, dat weet ik. Ik houd die altijd bij. Ik heb een vraag aan mevrouwVeltman. Ik ben het helemaal met haar eens over die zero-emissiezonesvoor personenauto’s. Maar eigenlijk zijn er al een soort van zero-emissiezones. Die noemt men nu «milieuzones». Vindt mevrouw Veltmandat we daar ook mee moeten stoppen?Mevrouw Veltman (VVD):Nou, daar gaan we het nu niet uitgebreider over hebben. Gelukkig zijn erniet zo veel milieuzones als zero-emissiezones. Maar voor ons is gewoonhet allerbelangrijkste dat je van A naar B moet kunnen als je een perso-nenauto hebt, en dat je daarbij niet wordt belet door zones waar bordenstaan met de tekst: u mag hier niet meer in komen.De heer Heutink (PVV):Ik kan zeggen dat we blij zijn met de inzet van de VVD op die zero-emissiezones en dat we ook zij aan zij staan in het uitstellen van dieverschrikkelijke milieugevangenissen. We zien dat de VVD zich daar indeze Kamer ontzettend hard voor maakt. Maar tegelijkertijd zit de VVD inzes van de veertien gemeenten in het college van burgemeester enwethouders. Mijn vraag is dus: leveren de lokale VVD’ers, die ookverantwoordelijk zijn voor het invoeren van die zero-emissiezones,dezelfde inspanning als de VVD in de Kamer levert om die zero-emissie-zones uit te stellen?Mevrouw Veltman (VVD):Wij hebben een prachtige partij, die verdeeld is over de verschillendebestuurslagen in het land. Gelooft u mij maar dat we daar zeker contactover hebben, ook in dit geval, ook in dit geval. Alleen, wij hebben hier eenlandelijke afweging over te maken. Daarover spreken wij hier vandaag.Dat was het compliment. Dan over naar de zero-emissiezones voorbestelauto’s en vrachtauto’s. Zoals gezegd, leven er veel zorgen in hetland. Aan de ene kant zijn er partijen die de afgelopen jaren hard gewerkthebben om te kunnen starten met de zero-emissiezones. Gemeenten,fabrikanten en importeurs willen door met de invoering van zero-emissiezones per 1 januari 2025. Aan de andere kant ziet de VVD dat veelvooral kleine ondernemers en zzp’ers de zero-emissiezones straks niet inkunnen, omdat zij net het hoofd boven water kunnen houden en geengeld hebben voor het aanschaffen van een nieuwe bestelauto. Bovendienhebben we de afgelopen week nog kunnen lezen dat maar een handvolvan de gemeenten die een zero-emissiezone willen invoeren, genoegruimte op het stroomnet heeft om de laadinfrastructuur op orde te krijgen.Voorzitter. De Staatssecretaris heeft laten weten hoe hij invulling geeft aande motie, maar de VVD is van mening dat deze invulling volstrektonvoldoende is. Het is een magere oplossing voor het probleem dat wezien. De Staatssecretaris wil weliswaar inzetten op één jaar geen boetes,maar de crux is dat hij daar geen enkele garantie voor geeft. Degemeenten hebben aangegeven hierin nauwelijks coulance te willenbieden. Nu lijkt er sprake te zijn van een impasse. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is: welke opties heeft hij onderzocht om invulling tegeven aan de motie? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat de ondernemers degarantie krijgen dat aan hen minimaal één jaar meer ruimte en coulancewordt geboden? Hoe heeft dit zover kunnen komen? Welk overleg is metde gemeenten gevoerd en waarom is er blijkbaar geen vertrouwen omsamen tot een oplossing te komen?Voorzitter. De door een Kamermeerderheid aangenomen motie-Veltmanwas klip-en-klaar, en de tijd begint te dringen. 1 januari is tenslotte al overvier weken. Wij nemen de zorgen van de ondernemers serieus. Wij wetendat er vrijstellingen en ontheffingen zijn, maar we kunnen niet leven methet gemak waarmee wordt gezegd dat ondernemers zich wel even kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 837 aanpassen. Dat alles via vrijstellingen, een logistieke hub of ontheffingente regelen is, is te simplistisch gedacht en doet geen recht aan watdaarmee op deze ondernemers afkomt.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Als je de bijdrage van mevrouw Veltman van de VVD hoort, zou je bijnavergeten dat de VVD de afgelopen vijftien jaar IenW heeft «geruled». Allevier de Ministers van de VVD die de afgelopen vijftien jaar op IenW zaten,hebben dit proces gefaciliteerd. Ik vind het dus een beetje opmerkelijk datde VVD er zo stevig in zit.Ik ga toch naar de motie-Veltman. Naar aanleiding van die motie heeft deStaatssecretaris één jaar uitstel voorgesteld, maar daar komen dan devolgende reacties op. De gemeenten noemen het onbetrouwbaar enzeggen dat hun gezag wordt ondermijnd. Ik citeer de RAI Vereniging: demotie-Veltman zorgt voor onnodige onduidelijkheid over de zero-emissiezones en vertraagt verduurzaming waar ondernemers al jarenlangnaartoe werken. En Berenschot, dat een onafhankelijk advies heeftuitgebracht, zegt nota bene: «Deze ontwikkeling staat haaks op de rust diewij in onze toets adviseren naar aanleiding van de oproep van Veltman.Wij zijn benieuwd of de Tweede Kamer het belang van de rust zalonderkennen en of de landelijke politiek en overheid gezamenlijk met degemeenten optrekken om de invoering van de ZE-zones door te voeren.»Ik ben benieuwd hoe de VVD kijkt naar al die reacties die zijn veroorzaaktdoor de motie die mevrouw Veltman heeft ingediend.Mevrouw Veltman (VVD):Hartelijk dank voor deze vraag, want het is goed om dat nog een keer uitte leggen. Ja, de VVD heeft al jarenlang met een Minister deze bewinds-personenpost ingevuld, maar wij zijn vanuit de Kamer altijd scherpgeweest op de manier waarop invulling wordt gegeven aan die zero-emissiezones. Ongeveer een jaar geleden heeft de heer Erkens – mijnvoorganger en nu ook een van mijn collega’s – een motie ingediend omuitstel te vragen voor de kleine mkb’ers en voor hen goede ontheffingente regelen. Deze zorg was daarin dus al duidelijk naar voren gebracht.Vervolgens komen wij er in het jaar daarna, met een hoogtepunt in deafgelopen maanden, achter dat die ontheffingen onvoldoende zijngeregeld en dat de zorgen te groot zijn. Er is dus geen sprake van dat wijhier eerder geen of onvoldoende aandacht voor hebben gehad. Dit heeftaltijd op ons netvlies gestaan. Wij maken er nu een punt van, want hetkomt eraan. Wij vinden het heel erg vervelend en jammer om te zien hoedit zo veel ondernemers raakt.Er wordt ook gerefereerd aan een rapport van Berenschot. Daar wil ik ookgraag even op ingaan, want een van de dingen die Berenschot ook zegt, isdat een goed functionerend Centraal Loket een randvoorwaarde is voorhet goed functioneren van een zero-emissiezone en dat de communicatieop orde moet zijn. Er moet dus effectief gewerkt worden aan het bereikenvan diverse groepen ondernemers, ook ondernemers in wier business-model logistiek niet centraal staat. En er moet voldoende laadinfra-structuur zijn. Daarop moet een versterking plaatsvinden. Ook dit zijndingen die Berenschot heeft gezegd. Nou ja, het is misschien net hoe jehet leest of aan welke kant van het douchegordijn je staat, zoals mijn manaltijd zegt als we op elkaar wachten in de badkamer. Het is wél belangrijkdat wij hier aan tafel alle verschillende verhalen die we horen afwegen. Ikkom daar zo in mijn bijdrage nog even op terug. Ja, er zijn verschillendemeningen. Het is aan ons om daar een weging in te maken. En dat doet uop een andere manier dan ik.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het is overduidelijk dat ik dat op een andere manier doe dan mevrouwVeltman. Kijk, er staan zeker kritiekpunten in dat rapport van Berenschot,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 838 maar de conclusies zijn best wel helder. Daarin zeggen ze: het is gebalan-ceerd, het is redelijk. Bijvoorbeeld op het punt dat mevrouw Veltmannoemt – de netcongestie – zou je beter moeten kijken naar een hardheids-clausule. Kan. Je kunt beter kijken naar die ontheffingen. Maar een uitstelop deze manier, het uitstel tot 2029 dat mevrouw Veltman voorstelt, isecht heel fors.De voorzitter:Heeft u ook een vraag aan mevrouw Veltman?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, ik ga naar mijn vraag toe. Het is best een groot dossier. Soms heb jeeven twee zinnen nodig om naar een vraag toe te gaan, voorzitter.Mevrouw Veltman stelt nu een nog langer uitstel voor. Ik vind dat best welheftig. De samenleving is daar heel kritisch op. Als de motie-Veltman nietwordt uitgevoerd, als er nu niet een ander voorstel van de Staatssecretariskomt, welke conclusie verbindt de VVD daar dan aan? Mevrouw Veltmanzit er heel stevig in. Ik ben dan ook benieuwd welke conclusie zij trekt alsde Staatssecretaris zijn huidige voorstel niet aanpast.Mevrouw Veltman (VVD):Een paar dingen. Ik hoor de heer De Hoop in ieder geval zeggen dat desamenleving er niet op zit te wachten. Nou, ik denk dat mijn definitie vande samenleving dan een iets andere is. Sterker nog, er zijn verschillendepartijen in de samenleving die verschillende meningen hebben. En dat isde weging die wij hier maken en waar wij in verschillen.Ik hoor meneer De Hoop dingen zeggen over het Berenschot-rapport.Prima, daar staan dingen in en daar staan ook aandachtspunten in. Dieheb ik net genoemd, maar wat ik vooral belangrijk vind, is: ga eens in diewinkelstraat, in dat stadscentrum, praten met die ondernemers en leg jeoor te luisteren. Wat houdt hen bezig en waarom hebben zij slapelozenachten? Dat is waarom wij dit initiatief genomen hebben.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst is dit op geen enkele manier een antwoord op mijn vraag welkeconclusie mevrouw Veltman daaraan zou verbinden. Om dan toch meteeneen interruptie te doen, voorzitter, want ik verwacht dat mevrouw Veltmandaar nog wel antwoord op geeft, het volgende. Kijk, dit zijn heel groteveranderingen. Die raken mensen altijd. Dan moet je heel nadrukkelijkbekijken hoe je die mensen kunt helpen. Ik denk dat er een heel aantalhardheidsclausules zijn waarmee we dat kunnen doen. Als we daarin ietsmissen, dan ben ik de eerste die naast mevrouw Veltman staat om tekijken hoe we hen kunnen helpen. Maar wat er nu gebeurt, is chaoscreëren. Gemeentes zijn woest, want zij hebben geen idee hoe ze hier zometeen mee om moeten gaan. Er zijn heel veel ondernemers diegigantische investeringen hebben gedaan en hier nadelen van onder-vinden. Ook een partij als de VVD, een partij voor de ondernemers, moetzich afvragen hoeveel mensen je hiermee helpt als je chaos en onduide-lijkheid creëert. En dan begrijp ik de route van de VVD niet. Dat is één.Twee. Ik hoor graag welke conclusie mevrouw Veltman eraan verbindt alsde Staatssecretaris niet een ander voorstel doet.Mevrouw Veltman (VVD):GroenLinks-PvdA begrijpt wel vaker de route van de VVD niet, enandersom ook. Dat is, denk ik, een feit. Bij de opmerking over het creërenvan chaos ga ik weer terug naar wat ik net zei: ga die winkelstraat en datstadscentrum in; die mensen ervaren dat zij in een chaos terechtkomenals ze op de een of andere manier aan de eisen voor de zero-emissiezoneswillen voldoen, en er zijn er genoeg die dat willen. Daarom maken wij hiereen punt van. Ik hoor meneer De Hoop praten over betrouwbaarheid vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 839 beleid. Ik denk dat het aan ons in de Tweede Kamer is om op de rem tetrappen of aan de bel te trekken als wij zien dat de uitvoering van beleiddat wij met elkaar hebben vastgesteld, niet goed gaat of als wij zien dathet in de uitvoering schort. Het is dan aan ons om daarover het debat aante gaan, en dat is wat wij hier doen.Dan over de andere vraag. Ik heb aan de Staatssecretaris vragen gesteld.Ik wacht graag op de antwoorden die hij daarop geeft. Ik ben daar ookheel benieuwd naar, net als de heer De Hoop. Die wil ik eerst afwachten.De voorzitter:Ik zag dat de heer Van Dijk u wilde interrumperen. Nee, eerst meneerDe Hoop. Prima.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dit is dan mijn laatste interruptie. Ik verbaas mij oprecht overhoe de VVD hier in de wedstrijd zit. Ik ken de VVD als een partij die heusvaak kritiek op dingen heeft maar, als puntje bij paaltje komt, eenverantwoordelijke bestuurderspartij is. Er zijn heel veel gemeenten diemet de handen in het haar zitten. Vanochtend zeiden 41 ondernemendepartijen uit het maatschappelijk veld: «Wat hier gebeurt, is ongelofelijk.Wij hebben hier zo veel last van, er zijn zo veel ondernemers die zo veelinvesteringen hebben gedaan die hier zo de sjaak van zijn. Dit kan niet.»Nota bene Berenschot kwam na dat rapport nog met een laatste reactie,waarin ze zeggen: deze ontwikkeling naar aanleiding van de motie-Veltman staat haaks op wat wij adviseren; het belang van rust, eenlandelijke politiek die gezamenlijk met gemeenten optrekt, wordt hiervolledig doorkruist. Een verantwoordelijke bestuurderspartij als de VVDmoet zich dat toch aantrekken, zou ik zeggen.Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoor wat de heer De Hoop zegt, maar over handen in het haargesproken: het zijn ook de ondernemers die met de handen in het haarzitten. Wij kiezen ervoor om voor deze mensen op te komen, want zijweten niet welke volgende stap zij moeten zetten. Ja, het is heel goed dater bedrijven zijn die deze stap al hebben kunnen zetten. Wat ons betreft,komen er wel zero-emissiezones. De stap zal dus gezet gaan worden. Alsje dat al hebt kunnen doen, is dat fantastisch. Dan lever je als bedrijf eenheel positieve bijdrage aan een schonere lucht. Dat stel ik voorop, maarals je dat niet kunt, dan vinden wij het geen goede oplossing dat je danofwel naar een hub wordt gestuurd en het logistiek onmogelijk wordt omzaken te doen, ofwel naar een ontheffingencircus wordt gestuurd enbijvoorbeeld de waslijst aan stukken moet aanleveren die ik net noemde.Dat is waar het ons om gaat.De heer Olger van Dijk (NSC):Een aantal zorgen die mevrouw Veltman hier namens de VVD uit, zijn ookde zorgen van Nieuw Sociaal Contract. Daar hebben we ook in eerderedebatten aandacht voor gevraagd. Daar kom ik zo op terug in mijn eigenbijdrage. Wat nu nodig is en wat ook vandaag weer doorklinkt in deoproep van de organisaties, is, denk ik, duidelijkheid. Er moet duide-lijkheid zijn: waar is iedereen aan toe? Dat is wat hier belangrijk is. Ik hoormevrouw Veltman zeggen dat klip-en-klaar is wat met haar motie wordtbeoogd, maar dat is nu juist het probleem, in ieder geval voor NieuwSociaal Contract. Daarom hebben wij tegen die motie gestemd. Wat onsbetreft, geeft die motie die duidelijkheid toch niet. In een vorig debat hebik mevrouw Veltman gevraagd wat zij bedoelt met «ondernemers». Zijndat alleen kleine ondernemers, zoals eerder door haar collega is bepleit?Toen heeft ze de definitie iets verruimd, namelijk ook naar de wat grotereondernemers. En vervolgens staat in de motie: uitzonderingen voorondernemers tot 2029. Dat lijkt te suggereren dat het om een generiekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8310 uitstel tot 2029 gaat. Dat lijkt zo, want ik hoorde mevrouw Veltman net watanders zeggen. Ik zou dit debat graag willen benutten om van de VVDhelder te krijgen dat dát, een generiek uitstel tot 1 januari 2029, niet is watwordt beoogd.Mevrouw Veltman (VVD):In de motie staat: «overwegende dat zero-emissiezones er voor bepaaldeondernemers voor zorgen dat binnensteden niet meer bereikbaar zijn enzij hun werk niet meer kunnen doen met de middelen die hun totbeschikking staan». In ieder debat en in ieder interview, waar dan ook, hebik aangegeven dat het gaat om de ondernemers die het niet redden. Endat zijn vaak de kleine ondernemers die niet het vermogen hebben, dieniet de financiën hebben, die niet de leningen af kunnen sluiten, die nogmoeten bijkomen van corona omdat ze leningen uit die periode aan hetafbetalen zijn, die hun spaargeld door corona hebben opgemaakt, die hetwater aan de lippen staat en nu zeggen: dit wordt voor ons een stap dienet even te ver gaat. Dat zijn de ondernemers waar we het over hebben.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank voor dit antwoord. Mag ik dan concluderen dat de VVD op zichzelfkan leven met het feit dat we op 1 januari gewoon van start gaan met dezero-emissiezones? Dat is ook wat de Staatssecretaris nu bepleit: in dekomende maanden wordt niet gehandhaafd en we gaan kijken of dieuitzondering, die harmonisatie, inderdaad nog te regelen is. Ik hoor graagvan de VVD wat daar wellicht nog aan toe te voegen is, maar is dat ookvoor de VVD wel de basis om op door te gaan?Mevrouw Veltman (VVD):We hebben gevraagd om een uitstel tot 2029. Dat is het verzoek dat in demotie wordt gedaan. Dat staat voor ons centraal. We hebben daarbijgezegd: doe dat voor de ondernemers die het niet kunnen redden. Ik hoorstraks graag van de Staatssecretaris welke andere oplossing dan die nuvoorligt, hij daarvoor zou kunnen bieden. Want wat nu voorligt, isonvoldoende.De voorzitter:Wat mij betreft vervolgt u uw betoog, mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Voorzitter. Een elektrische bus is duur. Werken via hubs of klushubs issoms gewoonweg logistiek niet mogelijk, of veel te complex of tekostbaar. De laadinfrastructuur is nog niet op orde. En als je eenontheffing wil aanvragen omdat je een busje niet kunt betalen, dan moetje een waslijst aan gegevens en documenten aanleveren en eenaccountant inhuren om het voor elkaar te krijgen. En ja, de VVD pleit vooreen stabiel overheidsbeleid, maar dat betekent niet dat, als we zien datiets in de praktijk niet goed werkt, wij onze ogen daarvoor sluiten. Wijwillen ook dat ondernemers zuurstof krijgen en flexibiliteit hebben om teondernemen.Voorzitter. Wat de VVD betreft staan de zero-emissiezones an sich niet terdiscussie. Iedereen wil schone lucht. Maar we vinden het belangrijk datiedereen dit mee kan maken en de kans en de tijd krijgt om zich aan tepassen, op een ondernemersvriendelijke manier en zonder slapelozenachten.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Dan geef ik het woord aan de heer Heutinkvan de PVV.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8311 De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Ondernemers worden kapotgemaakt. Mkb’ers worden eenfaillissement in gejaagd. Het leven van heel veel mensen wordt deprullenbak in gemieterd. Het is onze dure plicht om uitstel van dieverschrikkelijke zero-emissiezones te regelen. Het is dit kabinet dat het laatgebeuren dat hardwerkende ondernemers straks geen cent meer kunnenverdienen. Het zijn al die gemeenten met linkse bestuurders die ervoorzorgen dat al die hardwerkende Nederlanders tot personae non gratae inde binnenstad worden verklaard. Het is nu alleen de Staatssecretaris diedit alles kan voorkomen.Voorzitter. We hebben het verdorie over de kaasboer. We hebben het overde vishandel, de loodgieter, de timmerman, de kermis. Noem ze maar op.De lijst is eindeloos. Denkt dit kabinet nou echt dat zij binnen zes maandentijd voldoende geld bij elkaar hebben gespaard om een peperdureelektrische bus of vrachtwagen aan te schaffen? Natuurlijk niet. Je kunttoch op je klompen aanvoelen dat we afstevenen op een regelrechteramp? Waarom komt de Staatssecretaris met dit verschrikkelijk slechtevoorstel? Het lijkt wel alsof hij niet eens de moeite heeft genomen omuitstel te realiseren. In plaats van dat hij gewoon per besluit regelt dat álleondernemers uitstel hebben tot 2029, komt hij nu aan met een lief verzoekaan gemeenten: of ze alsjeblieft niet willen gaan handhaven. En dan nietvoor één jaar, of voor vijf jaar, zoals deze Kamer graag wil. Nee, hij komtmet het verzoek aan gemeenten of zij twee maanden lang niet willenbeboeten. Twee hele maanden! Is dit nou werkelijk het voorstel? Moetenal die ondernemers het hier maar mee doen? Dat kan toch niet waar zijn?Hoe kan de Staatssecretaris dit uitleggen? Hoe legt hij dit uit aan deoliebollenkraam op de hoek van de straat? Hoe legt hij dit uit aan depatatkraam op de Albert Cuyp? Dit kan niet langer zo!Voorzitter. We hebben ontzettend veel berichten ontvangen van al dieondernemers. Die hebben er buikpijn van. Ze maken zich zorgen: kunnenze straks nog wel werken? Want dat is wat ze het liefst doen: werken voorhun centen. Dat moeten we koesteren in plaats van afstraffen. Dezemensen willen niet hun hand ophouden bij de overheid. Deze mensenwillen niet in de bijstand belanden. Ze hebben verdorie nog gelijk ook. Wijverwachten echt een beter voorstel van de Staatssecretaris. Hoe hij hetdoet? Het maakt ons werkelijk niets uit. Maar het voorstel dat er nu ligt, isgewoon uitstel van executie. Dit voorstel is uitstel van executie voor al dieondernemers die geen elektrische bus of vrachtwagen kunnenaanschaffen. Zo’n dure aankoop valt niet te betalen met de verkoop vaneen pondje kaas of een gebakken vis. Dat gaat gewoon niet. Daarom is ermeer tijd nodig. En de Kamer wil ook meer tijd geven aan al die onder-nemers. Er is gewoon een meerderheid in deze Kamer die zegt: uitstel tot2029. Waarom komt de Staatssecretaris daar dan niet aan tegemoet?Voorzitter. Ik doe echt een klemmend beroep op de Staatssecretaris. Laathet heel erg duidelijk zijn. Laat die ondernemers niet vallen. Laat ze niet inde steek en kom met een beter voorstel. Want het voorstel dat er nu ligt,komt nog niet in de buurt van wat een meerderheid in deze Kamer wil.Dank u wel.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, ik kon niet lang genoeg wachten. Zulke spierballentaal: daarluister je graag naar. Het verschil tussen de PVV van nu en die van eenaantal jaren geleden is niet de tekst, want die is hetzelfde gebleven. Ik hebhier het verkiezingsprogramma van de PVV. Het verschil is dat de PVV nuin het kabinet zit. Ik hoor de PVV constant verwijzen naar de Staatssecre-taris. Ik zou willen zeggen: laten we vooral in de spiegel kijken. We kunnenmoties indienen, we kunnen amendementen indienen. Ik ben benieuwd ofde PVV dan dezelfde stelling inneemt als het om een amendement gaat.Je kunt dit soort problemen immers ook op landelijk niveau aanpakken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8312 Dat is eigenlijk mijn vraag aan de PVV: staat de PVV ook aan onze zijde alsstraks een motie of amendement wordt ingediend?De heer Heutink (PVV):Alles wat leidt tot uitstel tot 2029 zullen wij gaan bekijken, en als het eengoed voorstel is, zullen we daarover ook positief adviseren. Volgens mijheeft een meerderheid in deze Kamer gezegd dat er uitstel moet komentot 2029. Dat staat als een paal boven water.De heer El Abassi (DENK):Fijn om te horen: tot 2029. Dat is al minder stellig dan wat in het verkie-zingsprogramma van de PVV staat en dan het geluid dat we in hetverleden van de PVV hebben gehoord. Daar gaat het om afschaffen, enniet alleen van de zero-emissiezone, maar van alle milieuzones. Ik merktoch wel een verandering bij de PVV. Als er straks een motie of eenamendement komt waarin wordt aangegeven «geen zero-emissiezonestot 2029», of als we daar straks met z’n allen toe besluiten, steunt de PVVdat dan? Begrijp ik dat goed?De heer Heutink (PVV):Wij doen wat we hebben afgesproken in het coalitieakkoord. In hetcoalitieakkoord staat nadrukkelijk een resultaatverplichting voor hetkabinet: bezien hoe zero-emissiezones voor ondernemers kunnen wordenuitgesteld tot 2029. Dat is wat in het hoofdlijnenakkoord staat. Dat is watin het regeerprogramma staat. Wij zijn goed voor onze handtekening. Endat is onze inzet, het enige waar wij hier vandaag voor zitten. Wijverwachten van de Staatssecretaris dat hij diezelfde inzet heeft en met eenverbeterd plan komt om ervoor te zorgen dat al die ondernemers die ditniet mee kunnen maken – ik heb het net genoemd: die meer dan honderd-duizend ondernemers – nog kunnen werken, nog een boterham kunnenverdienen. Ik verwacht echt een beter voorstel van de Staatssecretaris. Ikhoop dat meneer El Abassi aan mijn zijde staat en dat we de Staatssecre-taris samen gaan vragen om met een beter voorstel te komen.De heer Olger van Dijk (NSC):Het is terecht dat wordt gerefereerd aan het hoofdlijnenakkoord en aanhet regeerprogramma, ook door de heer Heutink, maar dan moet hij hetwel goed doen. Daarin staat geen jaartal. Daarin staat geen 2029. Daarstaat dat dat een uitstel wordt bezien, zodat bekeken kan worden ofuitzonderingen voor ondernemers mogelijk zijn. Maar het blijft eengemeentelijk besluit. Daar moeten we binnen blijven. Daar heeft ook NSCzijn handtekening onder gezet, en daar heeft de PVV de handtekeningonderzet, net als BBB en natuurlijk ook de VVD. We hebben net van deindiener van de motie gehoord hoe zij de motie uitlegt, en in dit huis is deindiener daarbij altijd leidend: zij verwacht meer uitzonderingen, maar nieteen generiek uitstel tot 2029. Er is dus geen ruime meerderheid in dezeKamer voor een generiek uitstel tot 2029. Het staat de heer Heutinknatuurlijk vrij om een motie in te dienen als het zover komt, maar wespreken vandaag over de motie die is ingediend en aangenomen. Daarmoet deze Staatssecretaris chocola van maken en daar moet de Kamer bijhelpen. Laten we ook naar duidelijkheid streven. Mijn vraag aan de heerHeutink is hoe hij reageert op de duiding van de indiener, in dit gevalmevrouw Veltman.De heer Heutink (PVV):Ik ben er eigenlijk wel een beetje klaar mee dat meneer Olger van Dijksteeds een vrije interpretatie geeft aan letterlijke teksten die ergens staan,want zowel in het hoofdlijnenakkoord als in het regeerprogramma staatgewoon «ondernemers». In het dictum van de motie staat ook «onder-nemers». We kunnen er allemaal de interpretatie aan geven die we eraanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8313 willen geven, maar dat staat letterlijk op papier. Het is letterlijk deopdracht die naar het kabinet is gegaan. Wat mij betreft is dat de lijn diewe volgen: uitstel tot 2029 voor ondernemers. En het is aan het kabinetom daaraan te voldoen.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik constateer dat de heer Heutink het met mij eens is dat het niet in hethoofdlijnenakkoord staat, maar wel in de motie. De Staatssecretarisprobeert daar recht aan te doen door dat uitstel voor de grootste groepondernemers, bijna 50%, inderdaad naar 2029 te tillen. Mij lijkt dat ditrecht doet aan de motie. De indiener heeft gezegd daar nog wat meer vante verwachten. Nou, ik wacht de reactie van de Staatssecretaris af. Maar ikblijf bij mijn punt dat ik de indiener van de motie zojuist een andereduiding heb horen geven dan de heer Heutink. En ja, uiteindelijk is deindiener van de motie leidend bij de interpretatie ervan. Op basis daarvanmag de bestuurder, in dit geval de Staatssecretaris, een besluitvoorleggen, en dat doet hij vandaag ook. Ik constateer dat de heer Heutinkdaar toch een andere draai aan geeft dan de indiener van de motie.De heer Heutink (PVV):Over het scheppen van onduidelijkheid gesproken. Er wordt hier eenverschillende interpretatie gegeven van de definitie van «ondernemers»,maar dat het gaat om 2029 staat als een paal boven water. Sterker nog,dat heeft de collega van de VVD hier rechts naast mij net bevestigd. Dathet om ondernemers gaat die het niet mee kunnen maken, laat ik voorrekening van de VVD. Maar dat het hier gaat om 2029 staat als een paalboven water. Het voorstel van de Staatssecretaris is nu dat hij weliswaarmet een jaar uitstel komt maar over een halfjaar bekijkt of dat daadwer-kelijk nodig is. Dat is een uitspraak die ik totaal niet kan volgen, wantnatuurlijk is dat uitstel nodig. Dat is nodig tot 2029. Dus, meneer Van Dijk,als u onjuist gaat interpreteren, dan moet u dat in ieder geval doen op dejuiste dingen.De voorzitter:Ik zie geen interrupties meer. Dan is het woord aan de heer Vermeer vande BBB.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Laat ik meteen duidelijk zijn: de invoering vanzero-emissiezones is een schoolvoorbeeld van hoe beleid volledig los kanstaan van de realiteit. Het is een chaos. Ondernemers worden aan hun lotovergelaten, gemeenten trekken hun eigen plan en de beloofde harmoni-satie ontbreekt. BBB wil dat de mede door ons ondertekende motie vooruitstel van invoering tot 2029 volledig en onverkort wordt uitgevoerd.Invoering is namelijk in veel gevallen onhaalbaar voor de ondernemers,vooral in de binnensteden. Veel ondernemers hebben simpelweg niet demiddelen om over te stappen op elektrische voertuigen. Dat brengt nietalleen de bevoorrading van winkels en horeca in gevaar, maar leidt ooktot ongelijkheid tussen gebieden met en zonder zero-emissiezones.Voorzitter. Ik heb ook gesproken met de kermisexploitanten. Zij stellenterecht dat hun transport geen verdienmodel is, maar slechts een middelom attracties te transporteren. Deze groep, die een rijke traditie van meerdan duizend jaar vertegenwoordigt – precies duizend en één jaar geledenwerd voor het eerst een kermis vermeld – dreigt door de zero-emissie-zones volledig klem te komen zitten. Kermiswagens staan stil, zijn algeregistreerd bij de RDW en veroorzaken nauwelijks milieubelasting. Tochworden kermisexploitanten verplicht tot het doen van onhaalbareinvesteringen. Dit is een voorbeeld van beleid zonder oog voor demenselijke maat. Is de Staatssecretaris het met BBB eens dat dezespecifieke groep ondernemers onevenredig zwaar gedupeerd wordt doorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8314 het invoeren van de zero-emissiezones? Is de Staatssecretaris het metBBB eens dat het transport voor deze sector geen verdienmodel is, maarslechts een middel om attracties te transporteren? Is de Staatssecretarisbereid om deze meer dan duizend jaar oude traditie te helpen, om voor detoekomst te waarborgen dat onze kermissen kunnen voortbestaan? Is deStaatssecretaris bereid om in overleg met de belangenbehartigers van dekermissector te bezien hoe we deze toekomst veilig kunnen stellen?Voorzitter. Ook de typisch Nederlandse weekmarkten zien de toekomstmet angst en beven tegemoet. Marktkooplui zeiden het treffend in DeTelegraaf: «Ze zijn echt gek geworden. Als ik straks geen plek meer heb opde markt omdat ik me geen elektrische wagen kan veroorloven, dan houdthet op. Voor veel collega’s is dat een kwestie van tijd.» Die markt is meerdan alleen een plek waar mensen producten kopen. Het is een ontmoe-tingsplaats waar mensen elkaar treffen en een praatje maken en eengevoel van saamhorigheid ontstaat. Dit raakt vooral ouderen en mensenzonder eigen vervoer die de markt gebruiken als sociale verbinding.Voorzitter. De gekte wordt nóg groter. Meerdere steden hebben aange-geven dat ze ook personenauto’s willen gaan weren, terwijl maar 8% vande auto’s in Nederland elektrisch is. Er worden nu plannen gesmeed dieniets anders dan chaos veroorzaken. Hoe denken deze gemeenten dit inde praktijk te regelen? Straks krijgen we een woud aan ontheffingen. En,let op mijn woorden, daar horen dan ook nog leges bij, oftewel: kosten. Enwie gaan we dan allemaal uitzonderen? Wijkverpleegkundigen, artsen,ondernemers, marktkooplui, evenementenorganisatoren, artiesten,koeriersdiensten, mensen op ziekenbezoek, ouders die hun kinderen naarde opvang brengen? U noemt het maar. Dit raakt werkelijk iedereen. Hetresultaat? Niemand wordt hier blij van. Misschien een handvol links-draaiende politici en mensen met een bakfiets.Voorzitter. Dit is geen klimaatbeleid. Dit is activistische symboolpolitiek dieonze samenleving en economie op enorme kosten jaagt. Kan de Staatsse-cretaris de keiharde garantie geven dat er geen zero-emissiezones voorpersonenauto’s komen of dat via milieuzones gelijkwaardige beperkingenworden ingesteld?Voorzitter, ik rond af. Mijn tijd is ook om, hoor ik. En ik zal dit even andersinstellen, zodat het geen geluid maakt de volgende keer.De voorzitter:Als u maar afrondt.De heer Vermeer (BBB):Daarom. BBB zal graag het volgende zien. Een landelijk gestandaardiseerduitstel tot 2029; het signaal van de Kamer is duidelijk. Wij zien graageenduidige landelijke regels. Stop de chaos van gemeentelijke willekeur.En wij willen geen zero-emissiezones of iets wat daarop lijkt, voorpersonenauto’s. De Staatssecretaris moet nu keuzes maken. En het is tijdvoor beleid dat werkt, niet alleen voor ondernemers maar ook voor alleinwoners van steden.Dank u wel.De heer Dekker (FVD):Ik vroeg me af: is de heer Vermeer op de hoogte van het feit dat er eenmotie van het lid Van Houwelingen is aangenomen in februari van ditjaar? Die is aangenomen, en daarin spreekt hij uit dat het in ieder gevalonmenselijk is om brandstofauto’s voor 2040 op te nemen in de regelsomtrent emissiezones en ook om zekerheid te bieden aan consumentenop die manier. Dat is misschien een geruststelling.De heer Vermeer (BBB):Dat is helemaal geen geruststelling, want dat sluit dus niet uit dat na 2040die auto’s wel beperkingen krijgen om de stad binnen te komen. Wat onsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8315 betreft is dat veel te vroeg om daar nu al uitspraken over te doen, want wijweten helemaal niet hoe het wagenpark er tegen die tijd uitziet. Misschienkomen we wel tot de conclusie dat we hele zuinige brandstofmotoren nogveel langer nodig hebben om voor het klimaat gewoon onze doelen tehalen.De heer Dekker (FVD):Ik ben heel blij om dat antwoord te vernemen.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. De heer De Hoop voor zijn bijdrage.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. In de politiek is het makkelijk om te vertellen waarom je ietsniet wil. En laat ik het zo zeggen: daar zijn de coalitiepartijen best welgoed in. Maar soms is het ook even goed om terug te gaan in de tijd, omte kijken waarom we iets wel wilden. Waarom wilden we nou uitstootvrijezones? Eigenlijk is het best simpel: we hebben behoefte aan schone,gezonde en leefbare steden. En dat is nodig, want alle Noord- enWest-Europese landen, uitgezonderd België, doen het beter danNederland op dit vlak. Nederland staat op de 25ste plaats van Europeselidstaten als het gaat om luchtkwaliteit. 1,2 miljoen mensen in Nederlandhebben chronische longziekten. Elk jaar sterven 23.000 mensen hieraan.En de jaarlijkse zorgkosten hieraan bedragen 3 miljard. Het Rijk, en danmet name het Ministerie van IenW, heeft in 2014 de basis gelegd voor deinvoering van uitstootvrije zones. Alle bewindspersonen hebben hier ophet Ministerie van IenW flinke stappen gezet. Buitengewoon verstandigeMinisters als Melanie Schultz van de VVD, Cora van Nieuwenhuizen, VVD,Barbara Visser, VVD, Mark Harbers, VVD, hebben dat bijvoorbeeldhartstikke goed gefaciliteerd en dit proces lang en goed overwogendoorlopen, waardoor iedereen ruim van tevoren wist waar hij of zij aantoe was.In de afgelopen vijf jaar zijn de voorbereidingen van de invoering van deuitstootvrije zones in volle gang en hebben gemeentes samen metbelangenbehartigers het beleid verder vormgegeven. Maar de VVD en dePVV trokken zich hier niks van aan, en dus vroegen zij om een onafhan-kelijk onderzoek van Berenschot. Laat ik u meenemen in de conclusie: hetis gebalanceerd en het is redelijk. Maar wederom trokken de PVV en deVVD zich er niks van aan en kwamen ze met een motie om ondernemersuit te stellen tot 2029. En de Staatssecretaris wil een jaar uitstel. Daarkwamen de volgende reacties op. Gemeenten noemen het onbetrouwbaarbestuur en vinden dat het lokale gezag wordt ondermijnd. Bovendienzeggen ze dat de Staatssecretaris wist dat zij hier helemaal niet meeakkoord zijn. En toch deed hij het. Graag een reactie van de Staatssecre-taris. De maatschappelijke organisaties bepleiten om vast te houden aande invoerdatum en roepen de politiek op om geen twijfel meer te zaaien.Ik citeer de RAI Vereniging maar even: «De motie-Veltman zorgt vooronnodige onduidelijkheid over de zero-emissiezones en vertraagt deverduurzaming waar ondernemers al jarenlang naar toewerken.» En totslot kwam Berenschot weer met een reactie op de motie in de Kamer:«Deze ontwikkeling staat haaks op de rust die wij in onze onafhankelijketoets adviseerden. We zijn benieuwd of de Tweede Kamer het belang vanrust zal onderkennen en de landelijke politiek en de overheid gezamenlijkmet gemeenten op zal trekken voor de invoering van dezero-emissiezones.»De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Heutink. Dit is uw laatste interruptie.De heer Heutink (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8316 Jazeker, voorzitter. Ik wil meneer De Hoop even terugnemen naar een helelange tijd geleden, toen de Partij van de Arbeid nog de partij was dieopkwam voor die ondernemer op de hoek, voor die ondernemer op demarkt, voor de kaasboer, voor de vishandel. Die zijn natuurlijk allemaalweggelopen bij de Partij van de Arbeid en dat snappen we allemaal metdit soort gekke uitspraken. Maar mijn vraag aan hem is: wat zegt u tegende kaasboer die zo meteen de stad niet meer in mag; wat zegt u tegen devishandel die zo meteen de binnenstad niet meer in mag? Zegt u tegenhen: «U mag uw portemonnee trekken om een onbetaalbare elektrischebus aan te schaffen»? Of zegt u tegen hen: «U kunt lekker failliet gaan»?Wat zegt u tegen hen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Wat ik tegen hen zeg, is dat een groot deel van iedereen die dezeontwikkeling zelf mee kan maken, dat al gedaan heeft. Op het moment datmen dat niet kan, zijn er tal van ontheffingen. Er zijn ontheffingen voorbedrijfseconomische omstandigheden, waar in principe bijna iedereenonder zou kunnen vallen. De communicatie kan beter; met de kritiek vande verschillende partijen ben ik het eens. Het had ook geholpen als hetRijk daar al mee bezig was geweest in plaats van dit proces volledig tedoorkruisen, want dan hadden we misschien nog wat meer stappen gezetin de communicatie met de gemeentes. Maar dat kan inderdaad beter. Erzijn ook nog ontheffingen nodig voor netcongestie. Dat vind ik ook echt.Daar moet beter naar gekeken worden. Bovendien zijn er bijvoorbeeld ookontheffingen voor speciale voertuigcategorieën. Ik heb in dit debatongeveer zestien keer het woord «kermisvoertuigen» gehoord, maarkermisvoertuigen vallen er helemaal niet onder. Die vallen er helemaalniet onder! Ik zou dus ook tegen de andere partijen willen zeggen: kijkeerst even over welke categorieën u het heeft. Kermisvoertuigen zijngewoon een uitzonderingscategorie. U kunt het allemaal opzoeken. Als ernog steeds bepaalde categorieën zijn die daar niet onder vallen, zoalsmarktkooplui, ben ik de eerste die bereid is om te kijken hoe we henkunnen helpen. Dat heb ik in het vorige debat ook gezegd. Het is bijvoor-beeld ook zo dat als je er maar twaalf keer per jaar naartoe gaat, je er ookniet onder valt. Laten we in alle redelijkheid en ook feitelijk ernaar kijken.Als er dan echt iets onredelijks tussen zit, ben ik de eerste die bereid is ommet de andere partijen te kijken hoe we daar een uitzondering voorkunnen maken. Maar ik constateer niet dat dit redelijk is. Nee, dat wordtgeconstateerd in een onafhankelijk onderzoek van Berenschot, opaanvraag van de motie van de VVD. Ja, ik weet dan ook niet meer wat ikmoet zeggen.De voorzitter:Dan vervolgt u gewoon uw betoog. Of wacht, ik zie nog een interruptie,van de heer Dekker.De heer Dekker (FVD):Ik hoor de heer De Hoop toch voortdurend naar voren brengen dat hetvoor gemeenten die zich hebben voorbereid op deze regelingen, bijzonderlastig en verwarrend is. Dat begrijp ik. Maar uiteindelijk nemen we ditsoort maatregelen niet voor gemeenten, maar voor burgers en onder-nemers. Er zijn natuurlijk een aantal ondernemers die ten onrechtehebben geanticipeerd en die nu misschien hun koers moeten verleggen.Maar in hoofdlijnen is een aantal ondernemers gewoon geholpen met hetverzachten van deze maatregelen. Dat de gemeenten daar moeilijkhedendoor hebben, vind ik dan toch van een tweede orde. Hoe kijkt de heerDe Hoop daarnaar?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8317 Er zijn twee dingen. Het eerste is wat ik ervan vind. Ik vind niet alleen dateen groot deel van de ondernemers juist keihard geraakt wordt als wezorgen voor uitstel. Mensen hebben tienduizenden euro’s, en soms nogwel meer geld, aan investeringen gedaan. Het is echt ongekend watondernemers aan investeringen hebben gedaan. Zij hebben in hunconcurrerende positie een gigantische achterstand als we het pas in 2029invoeren. Ik wil niet weten hoeveel rechtszaken daarvan komen. Inhou-delijk deel ik niet wat Forum voor Democratie zegt. Maar er is ook eenfeitelijkheid, namelijk dat de instelling van zero-emissiezones gewoon aangemeentes is. Wij gaan er helemaal niet over. Dus de heer Dekker kan vanalles en nog wat willen, maar het mandaat ligt bij gemeentes. Dan kunnenwe opdrachten geven wat we willen. Het staat nota bene in het hoofdlij-nenakkoord. Ik zou iedereen aanraden om het nog een keer te lezen, wantiedereen geeft er een andere interpretatie aan. Maar het staat er best welduidelijk, zou ik willen zeggen.De voorzitter:Ik zie de heer Vermeer, maar hij heeft zijn interrupties verbruikt.De heer Vermeer (BBB):Daarom wou ik even een persoonlijk feit maken. De heer De Hoopsuggereert dat onder anderen ik hier verkeerde informatie verstrekt heb.Hij bevestigt dat nogmaals. Maar er staat gewoon duidelijk op de websitevan zowel de gemeente Amsterdam als van milieuzones.nl bij VRO dat deontheffing voor kermiswagens alleen maar geldt voor vrachtwagens diejonger zijn dan dertien jaar. Wij hebben hier helemaal geen valseinformatie verspreid, maar de heer De Hoop moet zijn feiten op ordebrengen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Nee, ik heb het hier voor me liggen. Dit komt van de website vanZero-Emissie Stadslogistiek: «De volgende vrachtauto’s komen inaanmerking voor een ontheffing tot uiterlijk 2030: kermis- of circusvoer-tuigen of tot ze voor die tijd de leeftijd van dertien jaar hebben bereikt.»Dus het geldt voor beide routes. Het staat er gewoon.De voorzitter:Misschien kunt u daar na de vergadering misschien even met elkaar overhebben. Ik zie nog een interruptie van de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Ik wil de waarheid van de heer De Hoop niet in twijfel trekken, maar ikhoorde hem aangeven dat Nederland – corrigeer me als dit niet zo was –het slechter doet dan andere landen als het gaat om de luchtkwaliteit. Nuheb ik hier een stuk van het RIVM voor me, en daar staat juist in datNederland goed scoort en dat er in de afgelopen 50 jaar een enormeverbetering is in luchtkwaliteit. Ik hoor graag hoe de heer De Hoop daaropreflecteert.Om daarop door te vragen zou ik de heer De Hoop het volgende willenvragen. Je kunt aan heel veel knoppen draaien als het gaat om deluchtkwaliteit. Je kunt ook ervoor zorgen dat huizen worden verduur-zaamd en ga zo maar door. Hier kiest de heer De Hoop er bewust voor ombepaalde groepen, die het niet kunnen betalen, uit de stad te weren. Denkaan de wat kleinere ondernemers. Waarom kiest de heer De Hoopdaarvoor, terwijl er veel meer knoppen zijn om aan te draaien?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst: twee dingen kunnen tegelijkertijd waar zijn, zegt RaymondMens altijd in een van mijn favoriete politieke podcasts. Dat is zo in ditgeval. Nederland is ver vooruitgegaan als het gaat om de luchtkwaliteit,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8318 zo schetst het RIVM, maar nog steeds staan we op de 25ste plaats. Wehebben heel veel stappen gezet, maar nog steeds hebben wij na België deslechtste luchtkwaliteit van Noord- en West-Europa. Het tweede punt is:waarom wil de heer De Hoop het op deze manier doen? Ik wil helemaalniks. Dit is een proces dat de afgelopen tien jaar door het Ministerie vanIenW, waar vier VVD-Ministers zaten die de lead hadden, op deze manieris begeleid, met ondernemers, met gemeenten. Het is niet dat ik dat wil.Het is een samenloop van jarenlang zorgvuldig beleid geweest dat hieropuitkwam. Als er dan bepaalde groepen zijn die daardoor onevenrediggeraakt worden, wil ik daar best naar kijken. Berenschot zegt dat dit nietzo is. Maar als er andere mensen zijn die zeggen dat er een speciale groepis waar we nog beter naar moeten kijken, sta ik vooraan om daarnaar tekijken. Maar dat is wat anders dan dit volledig te doorkruisen. En ja, hetmaakt mij wat uit dat het slecht gaat met de luchtkwaliteit in Nederland,het maakt mij wat uit dat 1,2 miljoen in Nederland een chronischelongziekte hebben. We zitten er ook met die zorgen. Met alle respect, maarik vind het bijna bizar dat zoiets bijna niet eens naar voren komt in ditdebat. We doen het wel ergens om. Ik vind het heel erg makkelijk om tevertellen waarom we van alles en nog wat niet willen, maar ik vind hetook belangrijk om te zeggen waarom de politiek soms een bepaalderichting uit beweegt. Dit is een richting voor gezondheid van mensen,voor de klimaatdoelstellingen. Dit gaat gewoon gebeuren. De partijen diede suggestie wekken dat dit niet gaat gebeuren, bedrijven niet zo’n heeleerlijke politiek op dit moment.De voorzitter:De heer El Abassi heeft een vervolg op zijn eerdere interruptie.De heer El Abassi (DENK):Daar wil ik toch op doorvragen. De heer De Hoop lijkt aan te geven dat hetmeer iets is wat vanaf landelijk niveau komt. Nou, ik hoor hier een heelander geluid. Ik ben als raadslid actief geweest en zie dit vooral vanuit degemeentes oppoppen. De heer De Hoop lijkt de indruk te wekken dat decollega’s hier niet om het milieu geven, maar dat is niet waar. Het gaat omde vraag aan welke knoppen we willen draaien. Er zijn genoeg manierenom de CO2-uitstoot te verminderen. Waar wij – laat ik in ieder geval voormezelf spreken – vooral moeite mee hebben, is dat we precies aan eenknop draaien waarmee we groepen uitsluiten en dat we die de binnenstadniet meer in laten. Daar hebben we heel veel moeite mee. Ik zou de heerDe Hoop willen vragen: er zijn genoeg andere knoppen waar we aankunnen draaien; laten we daarin samenwerken in plaats van mensen teduperen en ze de toegang tot de stad te ontnemen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind het wel ingewikkeld als er suggesties gewekt worden die gewoonniet waar zijn. Het is gewoon niet waar dat er groepen niet meer de stad inkunnen. Dat is feitelijk echt totaal onjuist. We hoorden zojuist ook eensoort van suggestie alsof er een bepaalde zero-emissiegevangenis zoukomen in Nederland. Jongens, laten we even normaal doen. Alsjeblieft,laten we even normaal doen. Ja, er zijn ondernemers, bijvoorbeeld demarktkooplui, die zeggen: dit raakt mij. Ik wil heel gericht kijken naar eenontheffing. Als we dat morgen met elkaar regelen, kunnen we volgens mijop een hele fatsoenlijke manier die ingang starten. De gemeentes gaanover de ontheffing, zeg ik via de voorzitter tegen de heer El Abassi, maartegelijkertijd is het wel zo dat vanaf 2014 het Rijk en het Ministerie vanIenW de basis hebben gelegd voor deze afspraken. Daaropvolgendhebben gemeentes stappen gezet. Die gemeentes gingen uit van eenbetrouwbare overheid. En toen we bijna bij de finish waren, werd ditopeens gebombardeerd door een voorstel van de VVD, en nu zitten we indeze situatie. Dat is gewoon feitelijk hoe het proces is gelopen. Als het aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8319 GroenLinks-Partij van de Arbeid had gelegen, hadden we dat procesgewoon zorgvuldig doorlopen. Dan wist iedereen waar hij aan toe was.Dat is ook wat Berenschot zegt: houd de rust in dat proces. Nou, wekunnen één ding concluderen: dat is niet helemaal gelukt.Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoor de heer De Hoop zeggen dat het aan de gemeenten is. Toevalligheeft hij er zelf ook een inhoudelijke opvatting over. Maar kijk hoe dit in depraktijk uitpakt. Het is nu de laatste periode. Het komt nu dichterbij en danhoop je dat alles gereed is. Maar dat blijkt dus niet zo te zijn, en daarmaken we een punt van. Tegelijkertijd zien we dat er ook gemeenten zijndie om hele geldige redenen juist overgaan tot uitstel. Ze zien dat voorbijna alle ondernemers die het treft de aanschaf van een elektrischvoertuig te duur is, dat de laadinfra niet op orde is en dat eigenlijk bijnaiedereen daardoor een ontheffing aan moet vragen, wat ook nog eens eenhoop belastinggeld kost om dat te organiseren. Dus gemeenten als Ede,Apeldoorn, Deventer en recent ook Zaanstad hebben gezegd: we doen hettoch maar niet en stellen het uit. Hoe denkt de heer De Hoop daar danover?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat mag. Het mag. Volgens mij zei een van die gemeentes ook dat denetcongestie een probleem is. Ik zou het ook goed vinden als je in devoortgang vanaf 2025 kijkt of het niet goed is om nog een hardheids-clausule te hebben voor bijvoorbeeld netcongestie. Ik vind ook dat jepragmatisch moet kijken bij dit soort invoeringen, want het zijn hele groteprocessen. Als daarbij iets misloopt, is het a aan de gemeenten om tezeggen «wij stellen het uit». Dat mag. En b moet je kijken of je daar nogeen specifieke hardheidsclausule voor moet hebben. Prima, echt prima.Maar dat is wat anders dan het generiek uitstellen naar 2029. Dat is echt alheel wat anders.Mevrouw Veltman (VVD):Maar deze gemeentes stellen dus generiek uit, naar 2030 zelfs. Daarmeegeven ze de ondernemers meer ruimte om te kunnen gaan voldoen aande eisen. Het antwoord begrijp ik dus nog niet helemaal, maar juistvanwege de inhoudelijke afweging die zij maken, lijken mij dit primavoorbeelden om mee te wegen in hoe je daar landelijk over denkt.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Uiteindelijk is het een feit dat de instelling van zero-emissiezones eengemeentelijk besluit is. De gemeentes die mevrouw Veltman noemt,nemen zelf het gemeentelijke besluit om het uit te stellen. Prima. Daar kunje inhoudelijke redenen voor hebben. Daar leg ik me bij neer. Ik weet ookniet precies hoe het in die gemeentes zit met schone lucht. Misschien ishet daar wel minder heftig. Ik kan me best voorstellen dat zij zelf deafweging maken om het niet te doen. Maar het is ook zo dat alsgemeentes wel die afweging maken en het wel willen doen, het niet heelhandig is dat de landelijke politiek zegt «we gaan niet handhaven», terwijlde gemeentes daar zelf over gaan. Wij gaan daar helemaal niet over. Jewekt dus een indruk die de realiteit helemaal niet bevestigt. Daarom zijngemeentes hartstikke boos. Ze voelen zich ondermijnd. Het lokale gezagwordt ondermijnd door het Rijk. Dat zien we continu. Dat zien we nu ookop dit dossier. Ik maak me daar grote zorgen over. Ik vraag me ook af hoede Staatssecretaris überhaupt denkt om nog met gemeentes samen tewerken de komende periode als hij zo met ze omgaat. Ik vind dat echtzorgelijk.De voorzitter:Ik zie geen interrupties meer. Vervolgt u uw betoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8320 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter, maar ik heb even niet scherp hoelang ik nog heb.De voorzitter:Nog anderhalve minuut.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Oké, dan kan ik rustig aan doen.Voorzitter. De coalitiepartijen hebben wat mij betreft een zorgvuldigproces van meer dan tien jaar gebombardeerd. De Staatssecretaris is doorde VVD en de PVV totaal ondermijnd en in de wielen gereden. Zijnzogenaamde compromis dan wel oplossing heeft letterlijk niemand blijgemaakt. Niemand, níémand is hier blij mee. Ja, misschien de heer Olgervan Dijk. Waar NSC tegenwoordig allemaal blij mee is ... Nee, dat is eenflauw grapje.Voorzitter. De VVD en de PVV, en vandaag blijkt ook nog steeds de BBB,zijn nog steeds niet uitgestampt. Het lokale bestuur voelt zich ondermijnd.Ondernemers voelen zich in het pak genaaid. Het onafhankelijke advies-bureau Berenschot ziet dat hetgeen waar het juist zo nadrukkelijk op wees,rust en duidelijkheid, door deze politieke partijen doorkruist is en niet isgedaan. Mijn vragen aan de Staatssecretaris zijn de volgende. Hecht uüberhaupt nog aan een betrouwbare overheid? Hoe kijkt u naar de tweedebrief van Berenschot, waarin zij zeggen dat het optrekken met degemeenten cruciaal is en de huidige ontwikkeling haaks staat op de rustdie zij adviseren?Ik wens de Staatssecretaris en de coalitiepartijen ontzettend veel succesmet het oplossen van het potje dat ze hiervan hebben gemaakt. Deopmerking die ik ook zou willen maken, is dat drie coalitiepartijenvandaag hele grote woorden hebben gesproken. Ze hebben gezegd datondernemers de nek wordt omgedraaid. Ik kan de bewoordingen allemaalniet meer helemaal citeren. Als je zulke grote woorden gebruikt en je hebteen motie liggen waarvan je zegt dat die uitgevoerd moet worden, lijkt hetme ook dat er politieke consequenties aan zitten als dat niet gebeurt. Ikben dus ook heel benieuwd hoe de VVD, de PVV en de BBB zich opstellenals de Staatssecretaris vasthoudt aan zijn compromis. Dat gaan we zien inhet vervolg van het debat.Dank.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Dekker.De heer Dekker (FVD):Dank u wel, voorzitter. De basis van de discussie die we hier vandaagvoeren gaat over klimaat en vloeit voort uit het Klimaatakkoord, of loopter eigenlijk op vooruit. Daarom is het misschien goed om hier nog eensnaar voren te brengen dat het hele klimaatveranderingsconcept, de doormensen veroorzaakte klimaatopwarming en de rol van Nederlandse CO2daarin, van een lachwekkende futiliteit is. Klimaatverandering buiten denormale natuurlijke variatie wordt helemaal niet waargenomen. De rolvan CO2 daarin is een vergezochte en onbewijsbare hypothese. Hetaandeel van Nederland, terwijl de belangrijkste CO2-producerende landenniet meedoen, is verwaarloosbaar klein en tegen astronomische kosten.Waanzin dus. Het idee van zero-emissiezones in steden is gericht op hetterugdringen van luchtverontreiniging en geluidsoverlast in gebiedenwaar veel mensen wonen en werken. Het derde veelgebruikte argument,het beperken van CO2-uitstoot, en daarmee beperking van de vermeendeCO2-gerelateerde klimaatverandering, is niet van toepassing, aangeziende totale Nederlandse productie van CO2 met de instelling van zero-emissiezones niet wordt beïnvloed, maar veeleer wordt verplaatst enhooguit indirect een effect zou kunnen hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8321 Waar het de vermindering van de productie van fijnstof betreft zijn devoordelen van een zero-emissiezone discutabel. Elektrisch aangedrevenvoertuigen produceren door hun hogere gewicht en grotere aandrijfkrachtmeer fijnstof van bandenslijtage dan auto’s met een verbrandingsmotor.Op dat punt geeft een zero-emissiezone dus geen duidelijk voordeel.Waar het gaat om de uitstoot van verontreinigende gassen is hetzonneklaar dat elektrische voertuigen het wel winnen. Die stoten immersniets uit. Maar de uitlaatgassen van moderne auto’s zijn in de laatstedecennia zover teruggedrongen dat deze winst nog maar beperkt is. Het isonvergelijkbaar met de situatie van vroeger, waarbij walmende diesels enknetterende brommertjes de norm waren.Ten slotte de geluidsoverlast. Ook hier zijn de verschillen een stuk kleinergeworden. Hier doet zich een omgekeerd fenomeen voor. Elektrischevoertuigen zijn zó stil dat het gevaarlijk wordt. Je hoort ze namelijk nietaankomen. Spooky and frightening, zei Julian Assange na zijn vrijlatingover elektrisch rijden. Hij had deze ontwikkeling in de openbare ruimtetotaal gemist.Kortom, voorzitter, de voordelen van zero-emissiezones voor stedelingenbestaan, maar zijn van zeer beperkte betekenis. Er staan gigantischekosten en problemen voor ondernemers tegenover. De logica vangeboden en verboden in het openbaar bestuur zou in onze ogen altijdmoeten zijn: als er geen substantiële problemen aan de orde zijn diedringend opgelost moeten worden en er voor de burgers geen spectacu-laire voordelen behaald kunnen worden met regelgeving, laat als overheiddan geboden en verboden achterwege. Geboden en verboden kostenaltijd vrijheid en in dit geval bovendien heel veel geld. Wij zijn principieeltegen zero-emissiezones. Als ze er toch moeten komen, zijn we voor eenmaximum aan de beperking van hun werkzaamheid, hetzij door uitstel,hetzij door afstel. De vraag aan de Staatssecretaris is dus om op allemogelijke manieren daar het maximale aan te doen.Ten slotte. Waar het slecht beleid betreft geldt wat ons betreft nog steeds«beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald».Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Het woord is aan de heer Van Dijk van NSC.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank u wel, voorzitter. Wat Nieuw Sociaal Contract betreft gaat hetvandaag vooral over het proces rond de zero-emissiezones en debesluitvorming. Er is de afgelopen tien jaar gewerkt aan de introductievan deze zones, met alle belanghebbenden. Het regeerprogramma vraagtom uitstel te bezien om uitzonderingen voor onder andere ondernemerslandelijk te kunnen regelen. Dus dat is het doel. Het regeerprogrammamaakt net als het hoofdlijnenakkoord duidelijk dat het een gemeentelijkbesluit is en blijft. De aangenomen motie-Veltman noemt nog een termijnvan 2029. Onduidelijk is welke groep ondernemers dat precies betreft ofdat de motie toch generiek uitstel bepleit. Daarom hebben wij toen tegendie motie gestemd. Ik ben heel blij vandaag te horen dat de indiener vande motie níét dat generieke uitstel beoogt, maar wél meer uitzonderingenwil. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris daarop reageert, want datgenerieke uitstel van de zones kan wat Nieuw Sociaal Contract betreftnooit de bedoeling zijn. Gemeenten willen daar ook absoluut niets vanweten en kunnen praktisch overigens ook niet afgehouden worden vaninvoering per 1 januari. Dat is al over vier weken. En dan heb ik het nogniet over alle ondernemingsorganisaties. De rij wordt steeds langer. Hetzijn er inmiddels 41. Zie daar de ondankbare opdracht voor deze Staatsse-cretaris om daar chocola van te maken.Eerlijk is eerlijk. Wat ons betreft heeft deze PVV-Staatssecretaris dezebestuurlijke vuurdoop wél goed doorstaan. Besturen is wikken en wegenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8322 van afspraken en belangen, keuzes maken en pijn nemen. Het is ook welzaak om te kiezen en om onduidelijkheid niet te lang te laten bestaan. Dieduidelijkheid ligt er nu met deze brief van de Staatssecretaris. Het gaatook over belangen van ondernemers en bewoners, maar ook over debevoegdheden van het Rijk en de beleidsvrijheid van gemeenten. Met hetcompromis van de Staatssecretaris kunnen wij uit de voeten. Het vraagtgemeenten één jaar niet te handhaven en na zes maanden te evalueren.De overgangsregeling voor emissieklasse 6 wordt verlengd tot 1 januari2029. Daar valt overigens bijna de helft van al die voertuigen in. Tegelij-kertijd worden er afspraken gemaakt en geharmoniseerd voor debedrijfseconomische omstandigheden en de ontheffing voor netcongestiekan landelijk worden aangevraagd, niet langer per gemeente. Dat lijkt megewoon winst.Toch hebben wij ook nog een enkele vraag. Op welke termijn is hetconvenant met de extra standaardisatie te verwachten? Eerder heeft mijnfractie al gepleit voor een aparte regeling voor de marktkooplui. Dat kwamalweer even aan de orde. Wordt dat nu wel of niet meegenomen? Nazes maanden wordt de boetevrije periode geëvalueerd. Ik neem aan dathet convenant klaar moet zijn als ook het centraal loket voor ondernemersgoed moet functioneren voordat de gemeenten mogen gaan handhaven.Hoe staat het eigenlijk met dat centraal loket voor ontheffingen? Is hetmonitoringsysteem dan ook in de lucht? Kan de Staatssecretaris meerduidelijkheid geven over de afgesproken bestuurlijke momenten vanevaluatie op basis van het dashboard? Is het dan maandelijks of perkwartaal? Aan welke interventiemogelijkheden denkt hij dan nog? «Alleopties zijn open», staat er in de brief.Voorzitter, tot slot. Nieuw Sociaal Contract staat voor zorgvuldig bestuur,voor beleid dat met de omgeving, met belanghebbenden en medeover-heden wordt gemaakt. Kunnen wij ervan op aan dat gemeenten hetcompromis ook accepteren en meewerken aan de uitvoering? Kunnen wijervan op aan dat de Staatssecretaris erbovenop blijft zitten, in dialoog metde gemeenten? Uiteindelijk is er namelijk op dit dossier vooral behoefteaan duidelijkheid. Mijn fractie steunt het voorstel van de Staatssecretarisop hoofdlijnen. Laat dat er dan ook zijn, zodat we vooruit kunnen en zodatbewoners, ondernemers en gemeenten weten waar ze aan toe zijn.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Het woord is aan de heer El Abassi vanDENK.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Vandaag spreek ik over bestuurlijke krankzinnigheid.Sommige partijen in dit huis en sommige gemeenten in het land zijnervan overtuigd dat nul-emissiezones dé oplossing zouden zijn voorbetere luchtkwaliteit. Daarom starten ze met het aanpakken van bestel-busjes van ondernemers, maar het einddoel is ook geen geheim meer,namelijk personenauto’s met een brandstofmotor uit de stad latenverdwijnen.Voorzitter. Het klopt natuurlijk dat nul uitstoot leidt tot schonere lucht, netzoals het ook klopt dat je afvalt als je stopt met eten. Maar het is wel zoeerlijk om erbij te vermelden dat je ook sterft als je stopt met eten. Dienuchtere realiteitszin mis ik in dit debat. Niemand is namelijk tegenschonere lucht, een beter klimaat of haalbare maatregelen om dat tebereiken, wellicht met uitzondering van FVD. Maar er moet mij toch weliets van het hart. Bepaalde partijen in Den Haag en sommige gemeentesin het land hebben zich volledig losgezongen van de realiteit waarinNederlanders van dag tot dag proberen te overleven. Het lijkt hun hobbyte zijn geworden om de schuld van alle problemen in de wereld aan debroek van de ondernemers te hangen, inclusief het klimaat. Het idee omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8323 ondernemers te dwingen over te stappen op elektrische busjes komtrechtstreeks van de tekentafels van rijke, welvarende elites, die zich ditsoort experimenten kunnen permitteren.Voorzitter. Wat op papier mooi klinkt, voelt in de praktijk als een strop omde nek van de doorsneeondernemer en de gewone man. Duurzameoplossingen werken alleen als iedereen mee kan doen. Dat is nu bij langena niet het geval. Dat weten de partijen in dit huis donders goed. Dat weetook de Staatssecretaris en dat weten ook de gemeenten die een wirwaraan uitzonderingen en ontheffingen hebben bedacht om ons emissievrijezones door de strot te duwen.Voorzitter. Ik ben er helemaal klaar mee. Ik heb geen respect meer voormoreel verheven plannetjes die mensen buitensluiten die de financiëlemiddelen niet hebben. Wil je verduurzamen? Prima, dan vind je DENK aanje zijde, maar dat moet wel met realistische plannen, binnen eenuitvoerbare actieradius, want je kunt een stad niet ontoegankelijk makenvoor auto’s met brandstofmotoren als 95% nog in zo’n auto rijdt. Dat is debestuurlijke krankzinnigheid waar ik op doel. Je kunt niet verwachten datmensen morgen een elektrische auto aanschaffen, omdat jij vanuit hetreferentiekader van je eigen salaris denkt dat dat zomaar gedaan kanworden. Je kunt niet afspraken maken met grote bedrijven, terwijl je weetdat kleine ondernemers daar de dupe van worden.Voorzitter. Ik schaam me dat ik zulke vanzelfsprekendheden hier moetuitleggen. Het gebrek aan inlevingsvermogen in bestuurlijk Nederland iszo schrijnend dat mensen het als stuitend ervaren. Ons fantasiebeleidmaakt namelijk slachtoffers. Het is tijd dat we dat erkennen en daaromvraag ik de Staatssecretaris of hij bereid is te onderzoeken of de invoeringvan emissievrije zones niet alleen uitgesteld, maar ook afgesteld kanworden. Kan hij ondernemers die al geïnvesteerd hebben in elektrischebusjes compenseren of subsidiëren? Kan hij helderheid verschaffen overde gevolgen van deze plannen voor verhuizers en klussers die busjesnodig hebben voor hun werk?Tot slot. Is de Staatssecretaris het ermee eens dat het categorischuitgesloten moet zijn dat steden ontoegankelijk worden voor personen-auto’s met een brandstofmotor?Voorzitter, dank u wel. Dat was het.De voorzitter:Dank u wel. Met uw bijdrage zijn we aan het einde gekomen van dezeeerste termijn. Ik kijk even naar mijn rechterzijde hoelang we gaanschorsen.Staatssecretaris Jansen:Een halfuur graag.De voorzitter:Goed, we gaan een halfuur schorsen en beginnen om 17.20 uur.De vergadering wordt van 16.50 uur tot 17.20 uur geschorst.De voorzitter:Ik wou beginnen met de heropening van het commissiedebat overzero-emissiezones. Het woord is aan de Staatssecretaris om de gesteldevragen te beantwoorden.Staatssecretaris Jansen:Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de commissie voor de vragen ineerste termijn. Ik heb een stukje introductie, waarin ik ook al een aantalvragen en opmerkingen zal meenemen. Dan heb ik de mapjes effectenkabinetsbeleid, specifieke groepen, centraal loket en convenant, en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8324 laatste mapje is wat ik maar even «specials» noem; dat zijn wat aparteonderwerpen die niet onder een van de andere mapjes vallen te scharen.De voorzitter:Heel even tussendoor: ik stel voor om weer vier interrupties per persoonte doen.Staatssecretaris Jansen:Goed, voorzitter. «Chocola maken» was een van de opmerkingen die deheer Van Dijk maakte in zijn eerste termijn. En dat klopt. Gemeenten,brancheorganisaties, uw Kamer, het kabinet: wij delen volgens mijallemaal het standpunt dat de overgang naar een zero-emissiezone soepelzou moeten verlopen. Ik wil direct duidelijk afbakenen waar het vandaagom gaat. Het gaat om zero-emissiezones en de verduurzaming vanbedrijfslogistiek. Het gaat dus om bedrijfsvoertuigen en het gaat zeker nietom personenvoertuigen.U heeft dit weekend net zoals ik kunnen lezen dat diverse gemeenten vanplan zouden zijn om op termijn een zero-emissiezone voor personenvoer-tuigen in te stellen. Het is juridisch niet mogelijk om een dergelijke zonevoor personenvoertuigen in te voeren. Deze gemeenten weten ook dat ikniet van plan ben om een wetswijziging uit te werken die dat wel mogelijkzou maken. Onder het kopje «krantenartikelen» adresseer ik ook direct debuitenlandse kentekens, waar kortgeleden over geschreven werd. De regelvoor zero-emissiezones geldt ook voor buitenlandse voertuigen.Gemeenten hebben aangekondigd steekproefsgewijs te gaan handhaven,zoals Rotterdam, of zelfs continu, zoals Maastricht.Voorzitter. Terug naar waar het wat mij betreft vandaag om draait. Allepartijen zijn het met elkaar eens dat ondernemers niet aan het onmoge-lijke gehouden kunnen en moeten worden, en dat zij de kans moetenkrijgen om in hun eigen tempo toe te werken richting de verduurzamingvan hun logistiek. In lijn met dit gezamenlijke uitgangspunt heb ik ruimeen week geleden een afgewogen en gebalanceerd pakket aan maatre-gelen gepresenteerd. Het kabinetsbeleid houdt vast aan het doel van dezero-emissiezones, schone lucht in onze binnensteden, en voorkomttegelijkertijd dat ondernemers tussen wal en schip terechtkomen.Voor gemeenten betekent dit kabinetsbesluit dat zij ondanks fermebezwaren vanuit uw Kamer en het kabinet vanaf 1 januari 2025 kunnenstarten met het instellen van een zero-emissiezone. Voor ondernemers envoor het kritische deel van uw Kamer is de inzet van dit kabinet om tevoorkomen dat in het eerste jaar boetes worden uitgeschreven, en datondernemers met een schone emissieklasse 6 dieselbus, conform dewens van de motie, in totaal vier jaar uitstel voor zero-emissiezoneskrijgen tot 1 januari 2029. Dit laatste gaat op voor bijna de helft van allebedrijfsbussen, ongeveer 46%. Beide maatregelen geven ondernemersmeer tijd en ruimte voor de overstap naar een elektrisch bedrijfsvoertuig.Daarnaast ga ik met gemeenten in gesprek over de landelijke dekking vanbelangrijke ontheffingen, waaronder bedrijfseconomische omstandig-heden en ook, zoals in eerste termijn al langskwam, netcongestie. Ditschept uniformiteit en duidelijkheid richting ondernemers, een duidelijkewens uit het hoofdlijnenakkoord én het regeerprogramma. Ten slotte gaanwe de impact van zero-emissiezones monitoren en zullen we indien nodigbijsturen. Hiertoe behouden we alle mogelijke maatregelen open.Voorzitter. Alles bij elkaar opgeteld is in de ministerraad een afgewogenen gebalanceerd pakket aan maatregelen goedgekeurd. Hier zouden allebetrokken partijen zich in moeten kunnen vinden. Het is een pakket aanmaatregelen waarmee ik bovendien binnen de kaders van het regeerpro-gramma het maximaal haalbare resultaat op tafel leg. In een eerder debatmet uw Kamer gaf ik u een overzicht van de verhoudingen onder desectorpartijen. Dit overzicht breng ik graag nog een keer in herinnering.De partijen die door willen met de invoering van zero-emissiezones zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8325 Transport en Logistiek Nederland, evofenedex, RAI Vereniging, BOVAG,Techniek Nederland, OnderhoudNL, MKB INFRA, VHG, dat zijn dehoveniers, NOA, dat is de afbouw, en AFNL, dat zijn de aannemers. OokMKB-Nederland en VNO-NCW hebben aangegeven door te willen gaanmet de invoering per 1 januari 2025. Partijen die uitstel willen, zijn deambulante handel, marktkooplui, Ondernemend Nederland en meerdereondernemers die dit in de media hebben geuit.Voorzitter. Alle partijen in dit dossier hebben, ieder op zijn eigen manier,het belang van ondernemers scherp op hun netvlies. Daar ben ik vanovertuigd. Een deel van uw Kamer komt daarbij echter tot een andereweging dan de gemeenten. In het kabinetsbesluit kunnen alle partijenelkaar ontmoeten binnen de kaders van het hoofdlijnenakkoord.De afgelopen tijd is mij opnieuw duidelijk geworden dat de gemeenten eneen deel van de Kamer toch heel verschillend tegen deze materieaankijken. Gemeenten geven aan weinig te voelen voor de inzet van hetkabinet om tot een boetevrije periode van één jaar te komen. Zij zien niksin een periode langer dan zes maanden. In eerste instantie was hun inzetzelfs slechts vier maanden. Anderzijds wordt er in uw Kamer juistgevraagd om langer uitstel. Het spijt mij te moeten concluderen datondernemers helaas weinig kopen voor deze verschillen van inzichttussen de Kamer enerzijds en de gemeenten anderzijds. Ondernemerssnakken namelijk naar duidelijkheid. Dat is ook een aantal keren in deeerste termijn van de Kamer langsgekomen. De klok tikt onverbiddelijkdoor. Het is al bijna 1 januari.In dit dossier constateer ik een duidelijke wederzijdse afhankelijkheidtussen gemeenten en het Rijk. De gemeenten gaan over de invoering vande zero-emissiezones en het verzoek aan het Openbaar Ministerie omboetevrije periodes. Het Rijk daarentegen, aangestuurd door de Kamer,gaat over overkoepelende wet- en regelgeving. Dit kabinetsbesluit is danook een compromis dat op een weloverwogen manier recht doet aanieders belangen en bevoegdheden. Hiermee vinden we de balans tussenbestaande afspraken en de nieuwe politieke werkelijkheid. Aangemeenten doe ik daarom de oproep: beweeg mee en werk samen metons aan een boetevrije periode van één jaar. Aan uw Kamer vraag ik:omarm de in totaal vier jaar uitstel voor de schone dieselbusjes inemissieklasse 6 en de winst van één jaar boetevrij.Voorzitter. Het kabinetsbeleid dat er nu ligt, biedt aan alle betrokkenpartijen, of ze nu positief of kritisch zijn over zero-emissiezones, aankno-pingspunten om precies datgene te realiseren waar we het met elkaarover eens zijn, namelijk dat we de ondernemers niet aan het onmogelijkemogen houden en willen voorkomen dat zij tussen wal en schip vallen.De voorzitter:Ik zie de eerste interrupties. Ik wil voorstellen om na elk blokje even eeninterruptie te doen en niet tussendoor. Zo kunnen de mensen thuis nogenigszins volgen wat hier gebeurt. Ik zag de heer Heutink als eerste zijnhand opsteken.De heer Heutink (PVV):De Staatssecretaris noemt dit pakket «een afgewogen en gebalanceerdpakket», terwijl het in de praktijk betekent dat straks ruim 48% van alledieselauto’s, bestelbusjes en vrachtauto’s niet meer de binnensteden inmag. De consequentie daarvan is dat al die ondernemers, ruim 100.000,dit niet meer gaan meemaken. Dus mijn vraag aan de Staatssecretaris is:wanneer komt u met een beter voorstel? Wanneer komt u met het voorstelom het voor alle emissieklassen gewoon uit te stellen tot 2029, conformde motie zoals de Kamer deze bij meerderheid heeft aangenomen,meneer de Staatssecretaris?Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8326 Dank voor deze vraag, zeg ik richting de PVV. De feiten. Emissieklasse0 tot 4 betreft 27% van de ondernemers, emissieklasse 5 betreft 26%,emissieklasse 6 betreft 46% en de groep met zero-emissie is 1,8%. Als weovergaan tot invoering per 1 januari 2025, is het brutopercentage dat dezezones niet meer in mag 27%. Het nettopercentage is lager, want dit houdtrekening met de vrijstellingen, de bestaande milieuzones en of dit typemomenteel überhaupt in die zones komt. De schatting van het kabinet isop dit moment dat het tussen de 5% en de 15% ligt. Daar praten we over.Bij vrachtwagens in emissieklasse 0 tot 4 is dat overigens 11%, inemissieklasse 5 is het 20%, in emissieklasse 6 is het 68% en in dezero-emissieklasse is het slechts 0,7%. Dat zijn de feitelijke cijfers. Duswanneer kom ik met een beter voorstel? Dit laat juist zien dat wij met ditvoorstel oog hebben gehad voor alle ondernemers en alle typen vervoer.Het probleem ligt uiteindelijk bij een percentage dat tussen de 5% en de15% ligt.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Leuk hoor, deze cijfers. Hartstikke bedankt. Maar het betekent wel dat weduizenden vrachtwagens, duizenden bestelbusjes ... Het kabinet laatdaarmee duizenden ondernemers in de kou staan. Daar geldt dit«compromis», zoals de Staatssecretaris dit noemt, niet voor. Mijn vraag isdus de volgende. Leuk hoor, dat we nu allemaal feiten en cijfertjes krijgen,maar de opdracht van de Kamer was helder: uitstel voor ondernemers tot2029, dus niet zes maanden, niet een jaar en niet alleen zero-emissieklasse6 een jaar vooruitschuiven. Die mensen zouden pas in 2028 in deproblemen komen. Het komt niet eens in de buurt van wat de Kamervraagt. Ik vraag het nog één keer. Gaat de Staatssecretaris met een betervoorstel komen? Zo nee, waarom niet? En zo ja, hoelang gaat dat dan nogduren?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik net betoogd dat wij met dit voorstel recht denken tedoen aan de motie, aan het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogrammaen aan de stelling van de gemeenten. Natuurlijk heb ik de afgelopen tijdook met de gemeenten gesprekken gevoerd om te kijken of er anderemogelijkheden waren, bijvoorbeeld langer uitstel of een spoed-AMvB, ommaar wat te noemen. Uiteindelijk heb ik ook te maken met een afspraak.Dat is ook geschetst in de onderlinge discussie in de eerste termijn.Gemeenten gaan over de zero-emissiezones. Dat heb ik net ook in mijnbijdrage gezegd. Wij gaan over de wettelijke kaders. Maar de gemeenteskunnen zelfstandig besluiten of ze dit willen doen. Ik heb de afgelopen tijdgeprobeerd de gemeenten zover te krijgen dat ze akkoord gaan mettwaalf maanden boetevrij. Op dit moment is de situatie dat de gemeentenniet verder willen gaan dan zes. Het gesprek daarover loopt nog.Overigens, alle andere dingen die in de eerste termijn zijn genoemd, zoalsknelpunten, dingen waar we tegenaan lopen en meer uitzonderingen, zijnprecies de dingen waar we de komende periode met elkaar het gesprekover willen voeren. Waarom hebben wij ingezet op een jaar boetevrij enop een evaluatie na zes maanden? Dat deden we juist om te kijken of weiedereen werkelijk in beeld hebben en of er bepaalde groepen onder-nemers zijn die tussen wal en schip vallen. Zo ja, dan kunnen we daar metelkaar naar kijken en daar een uitzondering voor realiseren. Dat wasprecies onze insteek.Er is ook gevraagd – daar kom ik misschien zo direct nog uitgebreider opterug – of er nu sprake is van een desinvestering. Door het voorstel omeen jaar boetevrij te werken, zullen er ondernemers zijn die misschien eenjaar te vroeg hebben geïnvesteerd in zero-emissievoertuigen. Dat wil nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8327 zeggen dat het een desinvestering is. Ze hebben een jaar te vroeg dieinvestering gedaan. Ga je werken aan langer uitstel, bijvoorbeeld vier jaarvoor alle ondernemers, zoals ik de heer Heutink hoor zeggen, dan praat jeinderdaad wel over een mogelijke desinvestering. Dan lopen we het risico.Maar ik kom nog uitgebreider terug op het feit dat er boeteclaims gaankomen. Dat is nou precies waarom wij hebben gezegd: volgens mij doenwij recht aan vier jaar uitstel voor emissieklasse 6 en aan het feit dat wewillen kijken hoe we voorkomen dat ondernemers tussen wal en schipvallen. Dat hebben we gedaan door een jaar boetevrij voor te stellen.Nogmaals, wij moeten nog met de gemeenten overleggen of zij daarinmee willen gaan. Anders hebben we een andere discussie.De voorzitter:Ik zie nog een vervolgvraag.De heer Heutink (PVV):Dit betekent dus concreet dat de helft van al die ondernemers gewoon inde problemen gaat komen. Het is leuk dat het kabinet aan gemeentenvraagt om een jaar geen boetes uit te delen, maar we hebben nulgaranties. We hebben nul garanties van al die gemeenten die zeggen:prima voorstel. Sterker nog, die gemeenten blijven vasthouden aan viermaanden uitstel. Ook wordt er nog een tussenpauze ingebouwd en wordter gezegd: we gaan zes maanden kijken of er nog langer uitstel nodig is.We kunnen toch allemaal op onze klompen aanvoelen dat langer uitstelnodig is en dat binnen een jaar al die ondernemers geen dure elektrischebus kunnen aanschaffen? Ze hebben langer nodig dan één jaar. Ze hebbenin ieder geval vier jaar nodig, tot 2029. Dat wenst ook een meerderheidvan deze Kamer. Niet alleen de heer Heutink en de PVV vragen hierom; demeerderheid van de Kamer, die zich er per motie voor heeft uitgesprokenom dit te realiseren, vraagt hierom. Ik hoop dat de Staatssecretaris beseftdat het voorstel dat nu wordt verdedigd daar nog niet eens bij in de buurtkomt.Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik ook gezegd in mijn beantwoording van zonet dat ditvoorstel een compromis is. Iedereen voelt daar pijn van. Ook het kabinetvoelt daar pijn van. Maar als ik op dringend verzoek van de Kamer moetovergaan tot een spoed-AMvB, om maar een voorbeeld te noemen, danpraten we over een termijn van tussen de 13 en 63 weken, als alles meezit.Dan slaan we een aantal stappen over, waarvan een deel van de Kamer zalzeggen dat je dat niet moet doen omdat je daarmee de zorgvuldigebesluitvorming gaat beïnvloeden. Maar goed, dat duurt dus tussen de13 en 63 weken. En dan hebben we alsnog de situatie dat per 1 januari dezero-emissiezones gewoon ingaan en het iedere gemeente vrijstaat daarop zijn eigen wijze invulling aan te geven. Dat is nou precies wat wijprobeerden te voorkomen.Wij willen juist dat er duidelijkheid is voor ondernemers. Wij willen zo veelmogelijk harmonisatie en standaardisatie. Dat zijn precies de termen dieook in het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma terugkeren. Dat iswat wij hebben geprobeerd met deze brief en dit voorstel. Er is eenuitzondering voor de ambulante handel. Net kwam al voorbij dat er ookeen uitzondering is voor kermisexploitanten, dat wil zeggen voorvoertuigen jonger dan dertien jaar. De discussie was waar het nou preciesover gaat. Nou, voor voertuigen jonger dan dertien jaar is het standaard.Voertuigen ouder dan dertien jaar kunnen onder een andere uitzonde-ringsregel vallen, bijvoorbeeld bedrijfseconomisch. Dat zijn de mogelijk-heden die op die manier gecreëerd worden. Sorry, voorzitter, ik laat meeven afleiden door een gebaar van een van de Kamerleden. Maar goed,wij hebben dit bedoeld om te voorkomen dat kermisexploitanten in deproblemen zouden komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8328 De voorzitter:Ik zie mevrouw Veltman al een tijdje vragen om een interruptie.Mevrouw Veltman (VVD):Ik probeer te vinden waar de Staatssecretaris ons gerust kan stellen alshet gaat om de zorgen van de ondernemers die hier zo veel hinder vanondervinden. Die geruststelling vind ik nog niet. De Staatssecretaris zegtdat hij inzet op een jaar niet beboeten. De gemeenten zitten opzes maanden. Ik kan niet zo goed uit de voeten met het feit dat hier totaalgeen garanties zijn. Als je overweegt om een jaar niet te beboeten, heb jein ieder geval een jaar de tijd om zaken goed te regelen, waarondermogelijkheden voor vrijstellingen en ontheffingen tot 2029, zoals in demotie gevraagd is. Dus welke garanties kan de Staatssecretaris ons geven,vraag ik toch nog maar een keer.Staatssecretaris Jansen:De garantie is dat ik met de gemeenten in ieder geval die zes maandenheb, maar dat ik wil inzetten op dat jaar, precies conform de brief die wijgestuurd hebben. Alleen gaan de gemeenten er op dit moment niet meeakkoord. Of ze het gaan doen, is maar de vraag. Maar er zijn wel afsprakengemaakt. Volgens mij zei de heer De Hoop dat ook. De gemeenten gaanover de instelling van de zero-emissiezones. De gemeenten kunnenbesluiten of zij bij het Openbaar Ministerie daadwerkelijk een jaarboetevrij willen. Wij kunnen het willen, maar als ik het wil afdwingen ismijn enige middel een spoed-AMvB. Maar daarmee zet je wel de deurvoor onduidelijkheid richting de ondernemers helemaal wijd open omdatwe niet weten waar ze uitkomen. En dat is nou juist wat we niet willen. Iksnap de wens van de Kamer om iedereen zekerheid te bieden. Dat hebbenwij geprobeerd met dit voorstel. Het is een compromis tussen alle smakendie er zijn; de chocola die we zelf hebben moeten maken. Dit is watdaaruit is gekomen. Is dat niet voldoende, dan hoor ik heel graag van deKamer wat ik dan nog meer zou moeten doen, anders dan eenspoed-AMvB.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Wat verstaat de Staatssecretaris onder «een compromis»?Staatssecretaris Jansen:Wat ik versta onder een compromis is datgene wat wij nu op papierhebben gezet. Kijkend naar de Kamer, kijkend naar het hoofdlijnenak-koord, kijkend naar het regeerprogramma, kijkend naar draagvlak binnenhet kabinet, kijkend naar de positie van de gemeenten en kijkend naar wathet uiteindelijk voor de ondernemers betekent, is dit het compromiswaarop we zijn uitgekomen.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer De Hoop?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, een vervolgvraag. Onder een compromis versta ik dat er een overeen-komst is tussen beide partijen en dat je daarbij beide iets toegeeft. Dat ismeestal wat een compromis is. Het probleem is dat de Staatssecretarishier de illusie wekt dat hij een compromis gevonden heeft, terwijl dat erhelemaal niet is. Het zijn nota bene de gemeenten zelf geweest die zeggendat de Staatssecretaris met het voorgenomen besluit naar buiten isgegaan, zonder een gezamenlijk akkoord tussen het Rijk en de gemeenten.De Telegraaf schrijft: «De gemeenten komen superlatieven tekort om watze vinden van het zwabberbeleid van Jansen: we zijn overrompeld en nietakkoord.» Als dit de reactie van gemeenten is, dan kunt u toch niet stellendat u een compromis hebt bereikt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8329 Staatssecretaris Jansen:Voorzitter, we lopen vooruit op een van de mapjes die ik hier heb, maar inde brief – u kunt ’m 10 of 100 keer lezen – staat niet dat er overeen-stemming is met de gemeenten. Er staat juist in dat we nog het gesprekmet de gemeenten aangaan. De gemeenten hebben gelijk: er is nog geenovereenstemming. Dat heb ik ook netjes in de ministerraad gemeld. Erwas nog geen overeenstemming, maar het is wel onze inzet om hier metgemeenten uit te komen. Als u het hebt over betrouwbaar overkomen enhet feit dat gemeenten nogal verbolgen zijn, zeg ik het volgende. Op4 oktober was er een overleg. In dat overleg heb ik tot drie keer toegezegd dat het kabinet nog geen besluit had genomen. Een kwartier nadat overleg staat er in de pers de mededeling dat het kabinet zijn verzetlaat vallen. Ik wil maar even aangeven hoe er wordt geopereerd in ditdossier. Baal ik daarvan? Ja, als een stekker. Ik baal hier gigantisch van,want ik moet daar vervolgens in dat weekend weer op reageren. Het isdus niet zo dat het alleen aan onze kant zit. Het zit aan alle kanten. Erwordt aan alle kanten op een eigen manier naar de feiten gekeken.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik toch nog een vervolgvraag, want dit zegt natuurlijk genoegover de verhouding tussen de Staatssecretaris en de gemeenten. Vind ikhet goed dat de gemeenten naar buiten klappen als de Staatssecretariseen overleg met ze heeft gehad? Als Staatssecretaris zou ik dat ook heelvervelend vinden, maar om daarna een zogenaamd compromis op tafel teleggen, terwijl zij zelf zeggen dat ze overrompeld zijn, helpt natuurlijk ookniet. Zij zijn juist degene die moeten handhaven. Mijn concluderendevraag is dan: in hoeverre is de Staatssecretaris er op dit moment zekervan dat gemeenten daadwerkelijk gaan handhaven wat hij nu voorstelt?Als dat namelijk niet het geval is, waar zijn we dan mee bezig?Staatssecretaris Jansen:Ondanks de stroeve start op 4 oktober zijn er in de tussentijd drieoverlegmomenten geweest met een deel van de gemeenten. Zij hebbenzelf een aantal gemeenten naar voren geschoven die namens de helegroep praten. We hebben iedere keer op inhoud geprobeerd daar metelkaar uit te komen, tot drie keer toe. Sterker nog, ik heb afgelopenmaandag nog gesproken met een wethouder en ik heb vorige weekdonderdag of vrijdag nog gesproken met een wethouder die namens degroep het woord voerde. Er is dus continu overleg. We kijken ook of we ermet elkaar uit kunnen komen. Binnen de gemeenten is er bij sommigeenige bereidheid om mee te bewegen en bij een aantal andere gemeentenis die bereidheid er niet op dit moment. We gaan op een hele normalemanier met elkaar om, maar er zijn wat stroeve momenten geweestdaartussenin. Een van de redenen dat gemeenten via de pers naar buitenzijn gekomen, is dat er nog geen overstemming is. Dat klopt. In de briefstaat ook gewoon dat we nog in overleg gaan. Maar je kunt dat ook lezen– dat ben ik met de heer De Hoop eens – alsof het lijkt alsof er overeen-stemming is. Maar die is er dus niet. Dat heb ik ook netjes met degemeenten afgesproken toen ik zei: we gaan ermee naar buiten.De heer Vermeer (BBB):Dank aan de Staatssecretaris voor in ieder geval de eerste antwoorden enhet staatje van hoeveel bestelwagens hier eigenlijk door getroffenworden, namelijk 5% tot 15%. Dat is het aantal bestelwagens. Ik zouergens volgende week graag nog schriftelijk ontvangen over hoeveelondernemers het gaat, want vaak zijn het de grote leasevloten van degrote bedrijven die al door elektrisch vervangen zijn. Dan houd je meerondernemers over dan 5% tot 15% is mijn stellige overtuiging.We zouden ook het volgende kunnen vragen. Als het er maar 5% tot 15%zijn, waarom verlenen we dan niet gewoon uitstel tot 2029? Het hoofddoelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8330 van al die emissiebeperkingen is dan namelijk allang bereikt. Waarvoorzitten we dan nog al die mensen te pesten, terwijl het hoofddoel al bereiktis?Maar wat mij nog meer intrigeerde, was de toezegging van de Staatsse-cretaris dat de impact gemonitord wordt. Daar zou ik graag iets meer overhoren. Ook zei hij dat «waar nodig wordt bijgestuurd». Na alles wat er nugezegd is, vraag ik me af wat die bijsturing in kan houden, want deStaatssecretaris zegt dat hij niks kan omdat het bij de gemeenten ligt. Is erdan wel de bereidheid in het kabinet om een spoed-AMvB af te kondigen?Bij welke rode vlag mag die spoed-AMvB dan op tafel gelegd worden?Staatssecretaris Jansen:De gevraagde informatie kunt u deze week nog ontvangen. Dat is bijdezen een toezegging, voorzitter.Welke mogelijkheden hebben we nog? We gaan ook een nieuw convenantmet de gemeenten afsluiten. Daarin willen we juist alle uitzonderingen dieer zijn, ook dingen waar we recenter tegenaan zijn gelopen, een plekgeven als onderdeel van het totaalpakket dat we voor ogen hebben.Daarom moeten we ook continu met elkaar in gesprek blijven, dus met degemeenten en het ministerie. Dat is ook wat we doen. We proberen iederekeer beter in beeld te krijgen of we alle ondernemers goed in beeldhebben, zodat we waar nodig op dat soort punten kunnen bijsturen metbepaalde ontheffingen.De heer Heutink (PVV):Ik begrijp dat de route om uit de impasse te komen die spoed-AMvB is. Ja,de gemeenten gaan over de invoering van zo’n zero-emissiezone, maarwij, hier, gaan binnen het besluit dat gaat over kentekens, het kentekenre-glement en vervoerstekens ... Dat komt volgens mij uit het RVV 1990, datgaat over de kaders waarbinnen zo’n zero-emissiezone kan wordeningevoerd en waarin staat aan welke regels die bebording dan moetvoldoen. Met andere woorden, de Staatssecretaris kan het dus vooremissieklasse 6 al een jaar uitstellen. Dat kan hij blijkbaar doen middelsdat reguliere AMvB-wetgevingstraject dat hij gaat opstarten. Dan begrijpik niet waarom hij niet eenzelfde procedure kan doorlopen voor alleandere emissieklassen. Wij gaan namelijk over de kaders en degemeenten over de invoering. Dat is precies wat is afgesproken in hethoofdlijnenakkoord en dat is precies wat nodig is om dit te realiseren. Ikbegrijp niet waarom de Staatssecretaris niet overweegt, of al maandenterug heeft overwogen, om dit op deze manier te doen. Dit is namelijk demanier waarop we kunnen voorkomen dat al die ondernemers straks in deproblemen gaan geraken. Ik verwacht van de Staatssecretaris dat hij komtmet een toezegging, dat hij dit gaat overwegen, dat hij hier serieus naargaat kijken en dat hij de Kamer binnen twee weken gaat informeren overhoe dit kan en hoe hij dit gaat regelen.Staatssecretaris Jansen:Wederom dank voor deze vraag. Er zijn twee dingen die ik daarover wilopmerken. Er is draagvlak voor het kabinetsvoorstel. In eerste instantieben ik daar verder in gegaan, maar dit is waar we draagvlak voor hebbenbinnen het kabinet. In de brief die u nu ontvangen heeft, ziet u hoe weuitvoering geven aan deze motie. Er was op dit moment geen draagvlakvoor meer.Ik heb net ook al het volgende gezegd. Als we met die spoed-AMvB aangang gaan, of dat nou 13 of 63 weken duurt, of iets daartussenin, staat hetde gemeenten in de tussentijd nog steeds vrij om per 1 januarizero-emissiezones in te voeren. Dan is er geen enkele harmonisatie enstandaardisatie. Daar zijn ondernemers dan de dupe van, omdat eronduidelijkheid is. Dat is het probleem waar ik tegenaan loop. Dat isprecies de reden waarom ik met dit compromisvoorstel naar het kabinetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8331 ben gegaan, waar ik draagvlak voor heb, juist om te voorkomen dat deondernemers tussen wal en schip komen te vallen. Had ik het beter enmooier willen zien voor de ondernemers? Ja, persoonlijk had ik dat graagwillen zien. Maar hier heb ik draagvlak voor. Dit is waar iedereen in hetkabinet achter staat.De voorzitter:Dan wil ik u vragen om verder te gaan met uw volgende blokje.Staatssecretaris Jansen:Dat zijn alle vragen over de effecten van het kabinetsbeleid. Een deel zal ikmisschien overslaan, omdat ik dat al gehad heb. Maar ik zal wel refererenaan datgene wat ik daar al over gezegd heb.Mevrouw Veltman van de VVD: welke opties zijn er onderzocht ominvulling te geven aan de motie-Veltman? Binnen de kaders van de motieen het regeerprogramma hebben we alle opties onderzocht die er waren.Dat waren een aantal opties. We hebben niet alleen gekeken naar wat wequa ontheffingen extra kunnen harmoniseren, zoals ontheffing voorbedrijfseconomische omstandigheden en netcongestie – ik noemde datnet ook al – maar ook naar wat we eventueel kunnen aanpassen in deovergangsregeling voor bestelbussen en vrachtwagens in de emissie-klassen 5 en 6, en of we ontheffing voor specifieke doelgroepen kunnentoevoegen. Hierbij is gekeken naar de belangen van alle verschillendebetrokken partijen. Daarvoor hebben we juist de gesprekken gevoerd metondernemers, gemeenten en ook met Kamerleden. Mij is duidelijkgeworden dat al deze partijen helaas, zoals ik al een paar keer heb gezegd,nogal verschillend tegen dit dossier aankijken. Dit pakket aan maatregelenis terug te vinden in het voorstel dat we hebben gedaan. Dat heb ikvoorgelegd in de ministerraad en daar heb ik akkoord voor gekregen.Dan een vraag van de heer De Hoop van GroenLinks-PvdA: hoe kijkt u aantegen de huidige ontwikkeling, die haaks staat op de rust die Berenschotadviseerde? Ik wil zo snel mogelijk een einde maken aan de onduide-lijkheid bij de ondernemers, en rust bieden door de balans te vindentussen bestaande afspraken en de nieuwe politieke werkelijkheid. Aangemeenten doe ik daarom de oproep om mee te bewegen en samen metons te werken aan een boetevrije periode van een jaar. Dat heb ik zonetook al gezegd. Aan de Kamer vraag ik om de vier jaar uitstel voor deemissieklasse 6-dieselbusjes en de winst van één jaar boetevrij teomarmen.Dan een vraag van mevrouw Veltman: kunt u de garantie geven dat deboetevrije periode één jaar zal zijn? Volgens mij ben ik daar zonet al opingegaan.De voorzitter:Zou u uw interruptie kunnen bewaren tot het einde van het blokje,mevrouw Veltman?Staatssecretaris Jansen:Anders ga ik er iets uitgebreider op in, voorzitter. Misschien kan dat eenvraag voorkomen.De voorzitter:Nee, ik zou gewoon even doorgaan met uw betoog.Staatssecretaris Jansen:De gemeenten gaan, zoals ik net heb betoogd, over de invoering vanzero-emissiezones, net als over het verzoek aan het Openbaar Ministerieover een boetevrije periode. Daarmee kan ik dus geen garantie geven overde lengte van de boetevrije periode. Wel kan ik hierop een inspannings-verplichting geven. Ik zal me absoluut tot het uiterste inspannen om ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8332 voor elkaar te krijgen. Ik doe nogmaals een oproep aan de gemeenten:beweeg met ons mee; we moeten werken aan die boetevrije periode vaneen jaar.Dan een vraag van de heer Bamenga: heeft de Staatssecretaris rekeninggehouden met mogelijke rechtszaken door uitstel, afstel of een langeboetevrije periode? Mochten er eventueel rechtszaken komen, dan zien wedie met vertrouwen tegemoet. We hebben naar alle belangen gekeken,dus zowel naar die van de gemeenten als die van de ondernemers enzowel naar die van voorstanders als naar die van tegenstanders. Dathebben we zorgvuldig gedaan. Daarmee hebben we ook een gebalan-ceerd kabinetsbesluit gepresenteerd. Zoals ik zonet al betoogde, is er bijeen boetevrije periode niet zozeer sprake van een desinvestering als welvan een investering die misschien een jaar te vroeg is gedaan.Dan een vraag van de heer Bamenga en mevrouw Veltman: wat gaat deStaatssecretaris doen om het vertrouwen van de gemeenten en deondernemers te herstellen? In de afgelopen periode hebben wij nauwsamengewerkt met gemeenten, brancheverenigingen en belangenorgani-saties. In de Kamerbrief heb ik een voorstel gedaan waarop alle partijenzich uiteindelijk zouden moeten kunnen ontmoeten binnen de kaders vanonder andere het hoofdlijnenakkoord. Ik ben me er ook van bewust dat ikzal moeten samenwerken met alle betrokken partijen om meer invulling tegeven aan dit plan. In de komende periode ga ik dan ook graag in gesprekmet de gemeenten en de brancheverenigingen. Ik heb er alle vertrouwenin dat we op een constructieve manier kunnen samenwerken, omdat weallemaal hetzelfde doel nastreven, namelijk het soepel laten verlopen vande overgang naar zero emissie.Hoe kijk ik aan tegen de tweede brief van Berenschot, waarin het zegt datoptrekken met de gemeentes cruciaal is? Dat is wederom een vraag vande heer De Hoop. In dit dossier constateren we duidelijk een wederzijdseafhankelijkheid tussen gemeenten en Rijk. De gemeenten gaan over deinvoering van de zero-emissiezones, evenals over het verzoek aan hetOpenbaar Ministerie. Ik ga met de gemeenten in gesprek over deboetevrije periode, harmonisatie en belangrijke ontheffingen, waaronderbedrijfseconomische omstandigheden en netcongestie. Uiteindelijk moetdit uniformiteit en duidelijkheid bieden richting ondernemers. Dat isvolgens mij een wens uit zowel het hoofdlijnenakkoord als het regeerpro-gramma.Dan een vraag van de heer Van Dijk van NSC: kunnen we ervan op aan datde gemeenten dit compromis accepteren en meewerken aan deuitvoering, en dat de Staatssecretaris erbovenop blijft zitten? Volgens mijben ik daar zonet op ingegaan. Ik kan u geen garanties geven anders dandat ik continu in gesprek ben, ook met de gemeenten, om te kijken of wehier op een goede manier uit kunnen komen.Dan een vraag van de heer De Hoop. De gemeenten noemen ditonbetrouwbaar bestuur en vinden dat het lokale gezag wordt ondermijnd,en ze zeggen bovendien dat de Staatssecretaris het wist. Volgens mij benik daar net al uitgebreid op ingegaan.De heer Bamenga vraagt hoe het kan dat er een verschil zit tussen wat deStaatssecretaris schrijft en wat de wethouders schrijven. Volgens mij benik daar ook op ingegaan.Dan nog een vraag van de heer Bamenga: hoe kijkt de Staatssecretarisaan tegen de negatieve invloed die dit gaat hebben op de CO2-reductie inNederland? Ik denk dat dat een interessante vraag is. De klimaatdoelstel-lingen komen hierdoor namelijk niet in gevaar. In de berekening van hetKlimaatakkoord en ook in de jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning,KEV, wordt pas per 2030 gerekend met het CO2-effect van zero-emissie-zones. Met dit kabinetsbeleid houden wij dus vast aan de doelen van dezero-emissiezones, namelijk schone lucht in onze binnensteden enCO2-reductie.Nog twee vragen en dan heb ik dit kopje afgerond, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8333 Wederom een vraag van de heer Bamenga. Welke maatregelen ga iknemen om de negatieve effecten van het plan te compenseren? Volgensmij heb ik dat net aangegeven. De doelstellingen voor 2030, zowel hetKlimaatakkoord als het Schone Lucht Akkoord, komen met dit beleid nietin gevaar. Wij zien dan ook geen reden om hier extra voor te compen-seren.De laatste vraag is van de heer El Abassi van DENK. Kan ik ondernemersdie al hebben geïnvesteerd, compenseren of subsidiëren? Ik heb geenplannen voor een compensatieregeling, want ondernemers hebben deafgelopen jaren ruimschoots gebruik kunnen maken van bestaandesubsidieregelingen voor de aanschaf van een zero-emissiebestelbusje en-vrachtwagen. Ook is er een subsidieregeling voor de laadinfrastructuur.Het gaat om tientallen miljoenen in de afgelopen vier jaar.Dat was het kopje effecten kabinetsbeleid.De voorzitter:Dan kijk ik even naar de leden om te zien of er vragen of interrupties zijn.Ik zie geen interrupties. O, toch wel. Mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoor de woorden: de Kamer kan één jaar boetevrij zien als winst. Datheb ik de Staatssecretaris twee keer horen zeggen. Het is heel goed dat ereen inspanningsverplichting is – ik verwacht niet anders van eenStaatssecretaris – maar ik zie het niet als winst als ik geen garanties krijg.De VVD wil graag garanties voor de ondernemers die er nu van wakkerliggen, die niet weten hoe ze vanaf 1 januari – dat is over vier weken – enin de periode daarna het probleem moeten oplossen. Hoe moeten ze daarnou mee verder? Ik vraag me dus toch af wat er dan precies wordtbedoeld met «winst».Staatssecretaris Jansen:De winst is dat we vanuit het voorstel van de gemeenten in ieder gevalvan vier naar zes maanden zijn gegaan. Maar wat ik bedoel met winst, ishet volgende. We hebben nog een aantal maanden de tijd om met diegemeenten het gesprek te voeren en om toch, gehoord de discussie in deKamer, gehoord de wens vanuit het kabinet, naar dat één jaar boetevrijtoe te werken. Dat is de winst die we hebben. Heb ik een garantie? Ik hebhet net al twee keer eerder gezegd: nee, ik kan u geen garantie geven,anders dan dat ik het gesprek daarover ga blijven voeren met degemeenten.De heer El Abassi (DENK):Ik heb inderdaad de Minister gevraagd of de ondernemers met elektrischebusjes gecompenseerd of gesubsidieerd konden worden. Maar vooraf-gaand daaraan had ik een andere vraag gesteld, namelijk of hij bereid wasom te onderzoeken of emissievrije zones niet alleen uitgesteld, maar zelfsafgesteld konden worden. Mijn bedoeling was om die twee vragen aanelkaar te koppelen. Stel dat we dit zouden afstellen en dat dit niet zoudoorgaan, kunnen we dan die ondernemers compenseren? Dat is eigenlijkde vraag zoals ik ’m bedoelde. Ik heb net een ander antwoord gekregenvan de Staatssecretaris, waarin hij lijkt aan te geven: ze hebben altientallen miljoenen aan subsidies gehad, dus zijn we niet van plan ommeer subsidies te geven. Dat is niet de insteek die ik bedoelde.Staatssecretaris Jansen:Ik kom daar zo op terug, als dat goed is, voorzitter.De voorzitter:Ik zie geen ander interrupties, dus u kunt uw betoog vervolgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8334 Staatssecretaris Jansen:Voorzitter. Dan kom ik bij het onderwerp specifieke groepen. Ik begin meteen vraag van de heer Vermeer van de fractie van BBB. Kan ik de keihardegarantie geven dat er geen zero-emissiezones voor personenauto’s komenof dat er via milieuzones gelijkwaardige beperkingen worden ingesteld?Ja, die garantie kan ik geven. In de wet is aangegeven voor welkevoertuigen zero-emissiezones mogelijk zijn. Het gaat hier alleen ombestel- en vrachtauto’s. Er kunnen dus geen zero-emissiezones oppersonenauto’s worden ingesteld. Ik heb ook geen enkele intentie of geenenkel plan om de wet hiervoor aan te passen. Ik heb de steden daar alover geïnformeerd. Gemeenten hebben wel de mogelijkheid om milieu-zones in te voeren. Daar ging een van de interruptietjes net ook over.Milieuzones kunnen niet gebruikt worden om een zero-emissiezone voorpersonenauto’s in te voeren.Dan ga ik naar een vraag van de heer Van Dijk van de fractie van NSC: kaner in de regeling voor marktkooplui ook een regeling voor ambulantehandel worden meegenomen, zodat markthandelaren niet in gemeente Awelkom zijn en in gemeente B geweerd worden? Gemeenten kunnen opbasis van de huidige ontheffingen maatwerk bieden aan de marktkooplui.Wij gaan met de gemeenten en de brancheorganisatie bespreken of hetnodig is om een meer geharmoniseerde afspraak op te nemen in hetnieuwe convenant. Ik denk dat dat wenselijk is, omdat je daarmeeduidelijkheid schept voor de ondernemers.Een vraag van de heer Vermeer van BBB. U vroeg me naar de impact vande zero-emissiezones op kermiswagens; net hebben we daar ook al kortover gesproken. In de wet, RVV 1990, zoals de heer Heutink netvermeldde, is opgenomen dat kermis- en circusvrachtwagens altijd rechthebben op een ontheffing, mits zij dertien jaar of jonger zijn. Ik draag dekermis en het circus echt een warm hart toe. Dat kan ik echt vanuit mijnhart toegeven. Ik ben daarom blij dat zij een geharmoniseerde ontheffingkunnen krijgen. Zij moeten deze ontheffing één keer aanvragen bij hetcentraal loket, en die is vervolgens in heel Nederland geldig.Een vraag van de heer El Abassi: kunt u helderheid verschaffen over degevolgen van deze plannen voor verhuizers en klussers die deze busjesnodig hebben? Voor verhuizers geldt dat zij tot 2030 onder een onthef-fingsregeling vallen. Dit geldt wanneer het voertuig maximaal twaalf jaaroud is. Voor oudere verhuis- en klusvoertuigen geldt dat deze bedrijven,indien nodig, gebruik kunnen maken van reguliere ontheffingsmogelijk-heden. De ondernemer kan deze ontheffing aanvragen bij een centraalloket.Dat waren de vragen.De heer El Abassi (DENK):Ik wil ’m toch even iets algemener inschieten. De Minister gaf aan dat erverschillende partijen zijn en dat dingen verschillend worden geïnterpre-teerd. Als ik kijk naar de coalitie zelf, merk ik dat daar ook geen eensge-zindheid in is. Ik probeer dat vandaag toch duidelijk te krijgen. Ik zou deMinister het volgende willen vragen. Is het kabinet nou voor of tegenemissiezones? En als ze voor die emissiezones zijn, hoe moet ik dat danzien en waarom zijn ze daarvoor?De voorzitter:Het is aan de Staatssecretaris. U zei «Minister».Staatssecretaris Jansen:Dat maakt niet uit, voorzitter, maar ik begrijp ... Nee, u heeft gelijk. U heefthonderd procent gelijk. Juist de vragen die hier nu gesteld worden, nietalleen door de heer El Abassi, maar ook door andere Kamerleden, zijn dereden dat we binnen het kabinet voor deze aanpak hebben gekozen. Alshet begin 2025 fout gaat, hebben we bij wijze van spreken extra redenenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8335 voor uitstel van de boete, tot dat ene jaar dat wij voor ogen hebben. Zoniet, dan kunnen wij naar de ministerraad ten behoeve van een spoed-AMvB. Dat is hoe we daarmee om kunnen gaan.Wat ik nog interessanter vind, is het volgende. De heer El Abassi had hetook over communicatie en interpretatie. Ik ben zelf vorige week dinsdag inAmsterdam geweest, en ik heb eens gekeken hoe het daar in de praktijkgaat. Nou, dan kom je bij een invalsweg Amsterdam in en dan staat er eenmatrixbord met «milieuzone gaat in per 01-01-2025». Maar voor onder-nemers is het lastig om de informatie te vinden die ze nodig hebben. Eenander voorbeeld. In Den Bosch was een informatieavond voor onder-nemers. Die was op een dag dat er geen markt was, dus de marktkoopluiwaren daarvan niet op de hoogte en dus ook niet aanwezig. Dat zijn dedingen waar we tegenaan lopen. Op het gebied van communicatie kan erdus echt nog wel verbetering plaatsvinden. Dat zijn juist de redenen diewij willen gebruiken om in 2025, als de zones ingaan, te kijken naar hoewe omgaan met de dingen waar we tegenaan lopen.De basisvraag was of wij voor of tegen het instellen van emissiezones zijn.Volgens mij heeft de Kamer in het verleden heel duidelijk een uitspraakgedaan. Per 1 januari 2025 kunnen gemeenten overgaan tot de instellingvan een zero-emissiezone. Wij proberen alleen om die voor de onder-nemers zo goed mogelijk te laten landen. Met onze Kamerbrief en met onsvoorstel proberen we dat op de juiste manier vorm te geven.De voorzitter:Ik zie nog een vervolgvraag bij de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Ik had net ook een kort debatje met de heer De Hoop. We kunnen het metelkaar oneens zijn, maar hij heeft er wel een visie op. Hij heeft wel eengedachte; hij wil wat doen. Dat compliment mag de heer De Hoop ookontvangen. Maar het kabinet? Ik heb geen idee hoe zij in deze wedstrijdzitten. Is het kabinet nou voor of tegen zero-emissiezones? Er zijn genoegknoppen waar het kabinet aan kan draaien om de CO2-uitstoot teverminderen. Als ik even kijk naar het kabinet zelf, zie ik met name partijendie in het verleden keihard hebben geschreeuwd tegen zero-emissiezoneste zijn, en ik hoor ze nu eigenlijk dezelfde toon aanslaan. Mijn vraag aanhet kabinet is: is het tegen, zoals ik hoor uit de geluiden van in ieder gevaldrie van de vier partijen, of is het voor? En als het kabinet voor is, kan hetdan uitleggen waarom? Zit daar een verhaal achter? Wil het deCO2-uitstoot verminderen?Staatssecretaris Jansen:Het antwoord is heel simpel: ik kijk naar de passages in het hoofdlijnenak-koord, ik kijk naar de passages in het regeerprogramma, en op grond vandie passages is dit de uitwerking waar wij binnen het kabinet draagvlakvoor hebben.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Naar aanleiding van de vragen die eerder gesteld zijn over het spoed-AMvB hoorde ik de Staatssecretaris dat nadrukkelijk in de beantwoordingnog wel als mogelijkheid noemen. En ik moet zeggen dat mijn fractie datbehoorlijk ingewikkeld vindt, want dan hebben we zo meteen dieinvoering en ga je heel hard ingrijpen in het lokale gezag met eenspoed-AMvB; ik denk dat het dan een nog grotere chaos wordt. Ik zoueigenlijk de Staatssecretaris willen vragen of hij voor dit compromis staaten dan ook zegt: dit is wat ik ga doen en daar laat ik het bij, en daar ga ikover in gesprek met de gemeenten? En kunt u dan ook hierbij toezeggen:dit is mijn compromis en ik ga dan niet later nog inzetten op eenspoed-AMvB? Want ik denk dat je daarmee nog meer chaos creëert. Ik zouhet goed vinden als de Staatssecretaris dat zwaard van Damocles bovenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8336 de gemeenten in dit debat wel echt weghaalt. Het zou mij echt zorgenbaren als dat niet het geval is.Staatssecretaris Jansen:Dank voor deze vraag, zeg ik richting de heer De Hoop. Wat wij hebbenaangegeven in de Kamerbrief is dat wij met de gemeenten op de juistemanier hieruit proberen te komen, met uitstel, een jaar boetevrij enemissieklasse 6 tot 2029. Dat is wat wij proberen. Op het moment dat eenmeerderheid van de Tweede Kamer mij oproept om het via eenspoed-AMvB te realiseren, neem ik dat mee terug naar de ministerraad,kijk ik of we daar inderdaad draagvlak voor vinden en ga ik daarmee aande gang. Dat is hoe ik daarmee omga.De voorzitter:U bent wel door uw interrupties heen.De heer Heutink (PVV):Dan wil ik hier even vragen aan mijn collega’s of ik nog één interruptiemag doen, want dat ...De voorzitter:Daar gaan we niet aan beginnen. Er komt nog een tweede termijn; diekunt u daarvoor gebruiken. Ik verzoek de Minister om door te gaan metzijn verhaal. Staatssecretaris, ga uw gang.Staatssecretaris Jansen:Dan kom ik bij het kopje Centraal Loket en convenant, voorzitter. Eenvraag van de heer Van Dijk van NSC: wanneer wordt het convenant metde extra standaardisatie verwacht? Samen met gemeenten, branchever-eniging en belangenorganisaties is er al een conceptconvenant voor deperiode tot 2030 opgesteld. Mijn inzet is om in het eerste kwartaal van2025 samen met deze partijen het convenant te ondertekenen.Nog een vraag van de heer Van Dijk: zijn het convenant en het CentraalLoket operationeel voordat de gemeenten na zes maanden boetevrijhandhaven kunnen overgaan tot handhaving? Ja, het Centraal Loket is aloperationeel sinds in juli 2024. Mijn verwachting is dat we het nieuweconvenant in het eerste kwartaal van komend jaar kunnen ondertekenen.Een vraag van nogmaals de heer Van Dijk: hoe staat het nu eigenlijk metdat Centraal Loket en is het monitoringsysteem ook tijdig in de lucht? Ophet Centraal Loket ben ik net ingegaan. En het monitoringsysteem zaltijdig in de lucht zijn. Er worden al veel data verzameld over de onthef-fingsaanvragen: wie waarom een aanvraag indient, welk type ontheffingnodig is en hoeveel ontheffingen er worden verstrekt. Ook staat er nogeen toezegging aan de Kamer open. Daarom wil ik voor het einde van ditjaar – nou, we zitten al in december – per brief een evaluatie van de eerstedrie maanden van het Centraal Loket met de Kamer delen. Die kunt u dusspoedig van mij verwachten.Even kijken ... Nog twee stuks, voorzitter. Of wilt u eerst een interruptietoestaan? Zo nee, dan een vraag van wederom de heer Van Dijk: kan ikmeer duidelijkheid geven over de afgesproken bestuurlijke momenten vanevaluatie op basis van het dashboard; is dat maandelijks of per kwartaal?Op zeer korte termijn zal ik hierover afspraken maken op bestuurlijkniveau. Ik sta in nauw contact met alle betrokken partijen en vanuit hetconvenant vindt er wekelijks, maandelijks en op kwartaalbasis structureeloverleg plaats op verschillende niveaus.En de laatste vraag, wederom van de heer Van Dijk: aan welke interventie-mogelijkheden denk ik op het moment dat uit de evaluatie blijkt datingrijpen noodzakelijk is? Nou, op dit moment gaan we er nog steeds vanuit dat ingrijpen niet nodig is, omdat er een kabinetsbeleid ligt waarin allebelangen, voor zover wij kunnen overzien, zijn meegewogen. MochtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8337 bijsturing daadwerkelijk noodzakelijk zijn, dan ga ik hierover in gesprekmet gemeenten en met ondernemers. En ik heb het al eerder gezegd:daarbij liggen voor mij alle opties op tafel.De voorzitter:Ik kijk naar de commissie. Mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoorde de Staatssecretaris net zeggen: als de Kamer wil dat ik toch naareen spoed-AMvB ga kijken – daar is een meerderheid voor – dan neem ikdat mee terug en ga ik daarnaar kijken. Maar dat is toch eigenlijk ook watde motie zegt, waar al een meerderheid voor is? Kortom, er moet een plankomen om die uitzondering voor die ondernemers te kunnen bieden. Datzegt de motie, waar een meerderheid voor is, dus ik begrijp niet zo goedwat er nog meer nodig is voor de Staatssecretaris, want die opdrachtheeft hij inmiddels.Staatssecretaris Jansen:Dat is een goede vraag van mevrouw Veltman. Wij hebben de motiegeïnterpreteerd zoals wij dat hebben gecommuniceerd in de kabinetsbrief.Binnen de ministerraad is hier draagvlak voor. Voor een verdergaandemaatregel is geen draagvlak op dit moment.Voorzitter. Ik heb inmiddels ook het antwoord op de vraag van de heerEl Abassi gekregen.De voorzitter:Dan doen we die er gelijk achteraan.Staatssecretaris Jansen:Ga ik ondernemers compenseren die al hebben geïnvesteerd, is de vraag.Daar zie ik geen aanleiding toe. Het kabinetsbeleid gaat niet over afstelmaar over een boetevrije periode van één jaar. Investeren in dezero-emissiebusjes doen ondernemers om verschillende redenen,bijvoorbeeld omdat het goedkoper is op de lange termijn of vanwege deduurzaamheid. Het is dus geen desinvestering.De voorzitter:Helder. Ik kijk even of er nog vragen zijn. Nee? Dan kunt u gewoonvervolgen.Staatssecretaris Jansen:Ik heb eigenlijk nog één punt, voorzitter, onder de noemer specials. Datwas de vraag van mevrouw Veltman, of eigenlijk niet zozeer een vraagmaar meer een opmerking die langskwam in een interruptie. Zij zegt dathet veel administratieve lasten oplevert om een ontheffing vanwegebedrijfseconomische omstandigheden te krijgen. Dat klopt. Er wordenverschillende voorwaarden gesteld aan het aanvragen van een ontheffing.De voorwaarden zijn opgesteld om een beeld te kunnen krijgen van deonderbouwing van een aanvraag en om fraude te voorkomen. Dit vraagteen eenmalige tijdsinvestering, waarna er voor een langere tijd eengeldende ontheffing verkregen kan worden. In mijn Kamerbrief van20 november geef ik mijn intentie weer dat deze ontheffing voor állesteden moet gelden als deze eenmaal is toegekend. Het is dus eeneenmalige investering en het zijn ingewikkelde vragen, maar het geldt welvoor alle steden waar de zero-emissiezone op dat moment actueel is.De voorzitter:Ik zie nog één interruptie van de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8338 Als de Staatssecretaris klaar is met spreken, dan heb ik nog wel een vraag.Ik heb de Staatssecretaris terecht horen spreken over harmonisatie enstandaardisatie. Ik zie dat probleem wel, omdat de zero-emissiezones nubij alle gemeentes liggen, meer dan 300 verspreid over het hele land. Ikzou de Staatssecretaris willen vragen en eigenlijk ook met hem mee willendenken over hoe we vanuit hier ervoor kunnen zorgen dat het gestandaar-diseerd, geharmoniseerd wordt, bijvoorbeeld door een artikel toe tevoegen aan de Wegenverkeerswet. Hoe kijkt de Staatssecretaris daartegenaan, zodat we met een goeie, concrete eis komen waardoor alles duidelijkis, ook voor de gemeentes, voor nu en in de toekomst?Staatssecretaris Jansen:Natuurlijk staan wij als kabinet altijd open voor goede suggesties, dus ookvoor die van de heer El Abassi. Ik roep alleen wel in herinnering dat hettraject dat ik noemde voor bijvoorbeeld de spoed-AMvB 13 tot 63 wekenduurt. Als we dit via een gewone AMvB zouden doen, zou het zomaartwee jaar kunnen duren. Dus ik vind de suggestie prima, maar ik moet welwaarschuwen voor de termijnen die daarmee gemoeid zijn.De voorzitter:De heer El Abassi, uw laatste interruptie inderdaad.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dat had ik door. Beter laat dan nooit zou ik richting de Staatsse-cretaris willen aangeven. En ik zie ook een en-en-optie. We kunnen ervoorzorgen dat we in gesprek blijven met de gemeenten en tegelijkertijd eenAMvB inzetten en aan een wetgevingswijziging werken. Ik zou deStaatssecretaris daar richting de stemming van morgen best bij willenhelpen met een amendement en wellicht in het tweeminutendebat met demoties die deze kant op zullen komen. Maar ik zou de Staatssecretaris ookwillen vragen om daar vooral met de coalitiepartners over te praten enom daar eensgezindheid in te tonen. Dat zou helpen, denk ik.Staatssecretaris Jansen:Juist dit is ook onderdeel van het gesprek dat we iedere keer met degemeenten hebben. U zult immers ook wel begrijpen dat eenspoed-AMvB bij de gemeente niet altijd als even prettig wordt ervaren.Dus wij proberen juist iedere keer in overleg op de juiste punten overeen-stemming te bereiken. Daar is onder andere het convenant voor. Dat isjuist bedoeld om te kijken of we voor bepaalde uitzonderingen verder-gaande harmonisatie en standaardisatie kunnen bewerkstelligen. Eenspoed-AMvB heb ik zelf ooit een «zeer lomp middel» genoemd, maar hetis wel effectief. Zo wordt het ook wel ervaren, dus dat maakt de discussieaf en toe wat lastig.De voorzitter:Mevrouw Veltman, u was iets eerder dan uw collega.Mevrouw Veltman (VVD):Even een vraag om wat te preciseren: daarnet hoorde ik de Staatssecre-taris zeggen dat een ontheffing vanwege bedrijfseconomische omstandig-heden niet per gemeente maar landelijk in één keer aangevraagd zoumoet worden. Dat is in ieder geval het minste wat we zouden kunnendoen. Wel vraag ik me af waarvoor we hier nou eigenlijk zitten. Dat isomdat wij zien dat die ondernemers nu met hun handen in het haar zitten.Ze weten niet hoe ze verder moeten, omdat ze niet aan de eisen kunnenvoldoen. Ik moet zeggen dat het me heel erg tegen de borst stuit hoe indeze Kamer soms gesproken wordt over deze ondernemers. Kijk naar hetgemak waarmee, in dit geval dan, gezegd wordt: ach, het hoeft maar éénkeer. De vraag is overigens of het volgend jaar dan weer één keer moet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8339 Maar het is nogal wat waar je voor moet staan. Je moet ook nog eens eenaccountant inhuren om dat voor je te regelen. Mijn vraag die hieruitvoortvloeit, is dus eigenlijk: is de Staatssecretaris met de ondernemers,die dit zo lastig vinden, gaan praten? Is hij die winkelcentra, stadscentraen winkelstraten ingelopen om precies over dit probleem te praten, zodathelder is waar het probleem zit en wat er van ze verwacht wordt, enhelder is dat deze ondernemers dat gewoon niet trekken?Staatssecretaris Jansen:Dat is een goede vraag van mevrouw Veltman. Ambtelijk is er ook via dekoepels contact hierover geweest. Ook met de gemeenten hebben wehierover gesproken, juist om te kijken in hoeverre je dingen kuntversimpelen. Natuurlijk is het onwenselijk dat het heel veel tijd kost en dater om lastige informatie wordt gevraagd. Het hoeft gelukkig maaréén keer, en dat bedoel ik zeker niet bagatelliserend. Want hoe simpeleren makkelijker, hoe beter. Maar de situatie is wel zoals die is, en ookbinnen de afspraken met de gemeenten in het convenant proberen weook dit soort dingen mee te nemen. Maar daarvoor moeten we eruiteindelijk met elkaar wel overeenstemming over bereiken. Wij hebbengemeend dat het goed is om dit landelijk op die manier vorm te geven,maar het is iedere keer weer een kwestie van onderhandelen met elkaar.De heer Olger van Dijk (NSC):Onderhandelen is wat Nieuw Sociaal Contract betreft geen dictaat dat jedrie weken van tevoren aan gemeenten oplegt met een spoed-AMvB, diewe ook nog in de Kamer zorgvuldig moeten behandelen, wat dus 13 tot –hoeveel weken was het? – maar liefst 63 zou kunnen duren. Dat geeftonduidelijkheid, waar niemand mee geholpen is. Ik ben er niet vanovertuigd dat een meerderheid van deze Kamer daarvoor is, even los vanhet feit wat we dan gaan regelen in die spoed-AMvB, want dat is mij in ditdebat niet helder geworden. Maar misschien zou de Staatssecretaris nogeven kunnen duiden wat het gaat betekenen als hij wél die opdracht zoukrijgen en er een meerderheid in het kabinet is om die route op te gaan?Wat betekent dat voor gemeenten? Wat voor reactie kunnen we danverwachten? Gaan ze daar überhaupt meewerken aan de uitvoering? Op1 januari gaan ze toch gewoon verder met de invoering, dus mijn gevoelis dat er vooral meer bestuurlijke chaos ontstaat, als we die route opzouden gaan. Zou de Staatssecretaris dat nog een keer kunnen toelichten?Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik daar al het een en ander over gezegd. Het kanbetekenen dat er daardoor meer chaos ontstaat, omdat er minderharmonisatie, minder standaardisatie is. Daarnaast werd het in dediscussie met de gemeenten – want het is wel met de gemeentenbesproken – wel ervaren als: u zet een vrij zwaar middel in, waardoor wijhet gevoel hebben dat u niet serieus onze inzet waardeert. Die discussiehebben we met elkaar gevoerd, nogmaals, in een hele goede sfeer. Alleen,voor mij was het een soort paardenmiddel, als dus blijkt dat een aantalondernemers tussen wal en schip terecht gaat komen. Maar we probereniedere keer – dat is nog steeds het standpunt van het kabinet – met allebetrokkenen, brancheorganisaties, gemeenten, individuele ondernemersjuist te voorkomen dat mensen tussen wal en schip belanden. Dat is hetgesprek dat we aan de lopende band met elkaar voeren. We zijn er nogniet uit met elkaar. Dat kan ik blijven herhalen, maar de intentie van hetkabinet is: een jaar boetevrij en vier jaar uitstel voor mensen metemissieklasse 6. Ik ben het wel met mevrouw Veltman eens – en daaromzeg ik ook dat het niet denigrerend bedoeld is – dat we het hebben over5% tot 15% van de ondernemers. Dat betekent dat we het uiteindelijk – wegaan even uit van het negatieve – voor 85% wel goed in beeld hebben.Maar dat jaar boetevrij is juist bedoeld om ook de resterende 15% dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8340 tussen wal en schip zou kunnen belanden, op een goede manier vandienst te kunnen zijn.De voorzitter:De heer Van Dijk, aanvullend.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank voor deze toelichting van de Staatssecretaris en voor de eerdergedane toezegging om die marktkooplui toch nog eens verder mee tenemen, dus om ook standaardisatie mogelijk te maken voor degenen metvoertuigen van dertien jaar en ouder. Want het doel is toch ook om datbinnen dat halfjaar geregeld te krijgen, sterker nog, om dat mee te nemenin het convenant dat al in Q1 van «25 gesloten zou worden. Dat zou mijnvraag zijn ter verduidelijking. Er wordt dus ook voor marktkooplui gewerktaan verdere standaardisatie. Wordt dat dan al meegenomen in hetconvenant dat nu in Q1 wordt opgesteld?Staatssecretaris Jansen:Dat is inderdaad een van de groepen die we in het convenant willenmeenemen. Overigens, even om scherp te zijn: bij die dertien jaar ging hetover kermisexploitanten. Daar gingen die dertien jaar over.De voorzitter:Dan wil ik de Staatssecretaris bedanken voor zijn beantwoording tot zover.We gaan naar de tweede termijn van de Tweede Kamer. De heer Bamengaziet af van een tweede termijn. Ik wil iedereen 1 minuut 20 geven. Het magsneller. Ik kijk ook even naar de klok. We hebben tot 18.30 uur. Het woordis aan mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Voorzitter. Ik ben teleurgesteld. Ik ben ook verbaasd over ... Ik heb eenbeetje het gevoel alsof ... We zitten hier onder meer omdat we de taakhebben om te bekijken of beleid dat we in uitvoering zien gaan, goed gaaten waar het dan aan schort, en om te kunnen bijsturen als het niet goedgaat. Daarvoor zitten we hier. Daarvoor was de motie ingediend. Als ik ditallemaal hoor, dan ben ik niet gerustgesteld. Laat ik dat maar voorop-stellen. Om die reden zal ik ook een tweeminutendebat aanvragen.De voorzitter:De heer De Hoop, een interruptie?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Hebben we twee interrupties of één? Twee. Dank. Betekent dat dan datmevrouw Veltman de Staatssecretaris hierbij oproept, en daar dan in hettweeminutendebat een motie voor zal indienen, om dat spoed-AMvB-proces in te leiden? Is dat wat we kunnen verwachten?Mevrouw Veltman (VVD):Nou, ik denk daar nog even over na. Wat ik belangrijk vind, is dat ergaranties komen, en die heb ik niet gehoord. Ondertussen hoor ik dat erambtelijk via de branches en met gemeenten is gesproken over dieondernemer waar we het nu over hebben. Ik mis echt de link met depraktijk. Daar wil ik garanties voor. Ik denk nog na. Ik overweeg nog inwelke vorm en welke motie ik dat zal doen.De voorzitter:Tweede en laatste interruptie.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8341 Dat is prima. Dan concludeer ik dat er twee mogelijkheden zijn. Óf de VVDdient een motie in voor een spoed-AMvB, want er is geen anderemogelijke route om in die gemeentelijke bevoegdheid in te grijpen.Daarmee geeft u de Staatssecretaris de opdracht om dat te doen. Óf utrekt uw keutel in. Als de Staatssecretaris niet doet wat u wil als u diemotie indient, dan moet u met zulke grote woorden eigenlijk ook eenmotie van afkeuring indienen. Dus ik wil graag van de VVD horen: hoestevig is dit dan? Want als u zo hard het debat in gaat en zegt dat diemotie niet wordt uitgevoerd en dat u meer wilt en teleurgesteld bent, danmoet u die route ook hard bewandelen. Dus ik ben benieuwd: waar staatde VVD? Durft u dan nu ook kleur te bekennen over wat de route wordt?Mevrouw Veltman (VVD):Vooropgesteld, ik moet helemaal niets. Dat past ook erg goed bij de partijdie wij zijn, de VVD. Ik moet helemaal niets en ik ben al helemaal nietbereid om hier mee te doen aan een politiek spel. U heeft het over deconsequenties en dat soort zaken. Ik heb het over de inhoud. Laat mij mijnafweging maken. Ik ben niet gerustgesteld. Ik wil graag garanties en daarzal ik moties over indienen.De heer El Abassi (DENK):Ik hoor de VVD het hebben over garanties voor ondernemers. Geldt datook voor garanties ten aanzien van personenauto’s? Want we zien datsteeds meer gemeentes ook daartoe willen overgaan.Mevrouw Veltman (VVD):Zeker. De heer El Abassi is volgens mij net iets later in het debat gekomen,want ik heb helemaal bij aanvang van mijn inbreng aangegeven dat ik hetheel prettig vind dat deze Staatssecretaris zich ferm heeft uitgesprokentegen het toestaan van het verbod op personenauto’s in zero-emissie-zones. Want ik moet er niet aan denken.De voorzitter:Tweede en laatste interruptie.De heer El Abassi (DENK):Dat had ik wel gehoord, alleen, we hebben het over garanties. Diegaranties zijn er niet. Gemeentes gaan hierover, zoals de Staatssecretarisook heeft aangegeven, dus het kan zomaar zijn dat deze gemeentes straksbesluiten om dit wel te doen. Volgens mij kunnen wij hier in de Kamerervoor zorgen dat we dat weghalen bij de gemeentes en dat wij diebevoegdheid hebben. Daarom vraag ik de VVD, die garanties heelbelangrijk vindt: hoe kunnen we garanderen dat de gemeentes dit nietdoen? Staat de VVD aan onze zijde als we daar straks een amendementover indienen?Mevrouw Veltman (VVD):Ik heb begrepen dat daar een wetswijziging voor nodig is. Daarvoor zittenwij in de Kamer. Die moet eerst door onze handen gaan. Dat zal niet zogemakkelijk gebeuren.De voorzitter:Helder. De tweede termijn van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Ik begrijp echt niet wie of wat de Staatssecretaris tegenhoudtom al die ondernemers te behoeden voor de ondergang en hun faillis-sement. We verwachten écht een beter voorstel van de Staatssecretaris.Met alle respect, meneer de Staatssecretaris, maar het lijkt er echt niet op.Dat geldt ook voor de beantwoording. We kunnen écht niet verkroppenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8342 dat al die ondernemers straks kopje-onder gaan omdat de Staatssecretarisstar vast blijft houden aan dit magere plan. Het is, net als wat de VVD zei,écht teleurstellend dat de Staatssecretaris geen millimeter beweegt naareen meerderheid – nogmaals, een meerderheid! – van deze Kamer. Wehadden écht meer verwacht vandaag. We zullen de uitkomsten van ditdebat dan ook mee terugnemen naar de fractie om te kijken wat er nodigis om uitstel tot 2029 alsnog te realiseren.Tot slot. Even voor de duidelijkheid: deze Staatssecretaris heeft geennieuwe motie of nieuwe opdracht nodig om met een route te komen dievoldoet aan de motie om voor ondernemers tot 2029 uitstel te regelen. Hijheeft die meerderheid namelijk al. Hij heeft draagvlak vanuit de Kamer endus ook vanuit een meerderheid van het land om dit te realiseren.De voorzitter:De tweede termijn van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Staatssecretaris en zijn medewerkersbedanken voor de antwoorden die we hebben gekregen, ook al ben ikdaar niet blij mee. Maar het zijn in ieder geval duidelijke antwoorden. Wezullen heroverwegen of we de motie die we bij de begroting van EZingediend hebben, nog een keer gaan indienen.Verder is het zo dat er in maart 2026 gemeenteraadsverkiezingen zijn. BBBgaat hier voor de eerste keer aan meedoen. Ik vrees dat we er nu niet uitgaan komen, en dat dat dus blijkbaar in de gemeentes moet gebeuren.Burgers en ondernemers kunnen straks dus kiezen voor blijvende chaos ofvoor het op dat moment oplossen van de veroorzaakte chaos doorzero-emissiezones. Daarvoor kunt u zich op onze website nog aanmelden.Dank u wel.De voorzitter:De heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. De laatste twee zinnen van de heer Vermeer zeggen natuurlijkgenoeg. Met alle respect, dit debat is eigenlijk een campagneaftrapgeweest voor twee – inmiddels zijn het er misschien wel drie – populis-tische partijen in het kabinet. Zij hebben dit debat aangegrepen om tedoen alsof ze dit even gaan regelen, dus dat de zero-emissiezones nietingevoerd gaan worden, terwijl dat gewoon een gemeentelijkebevoegdheid is. Ik denk dat de VVD die motie voor een spoed-AMvB nietgaat indienen. Ik denk dat ze nogmaals een oproep daarvoor gaan doen,maar ik denk niet dat ze het aandurven om het mes zo bij de Staatssecre-taris op de keel te zetten.Ik denk ook dat de Staatssecretaris zich zou moeten bezinnen en als volgtzou moeten nadenken. «Ik ben zelf Staatssecretaris. Ik heb die motie zogeïnterpreteerd, namelijk voor een jaar. Daar heb ik de gemeentes nogniet eens in meegekregen.» Volgens mij moet je dan als bestuurder tegende coalitie zeggen: «Dit is wat ik heb kunnen doen. Meer ga ik ook nietdoen, want dan zet ik álle relaties met de gemeentes op het spel.» Ik maghopen dat de Staatssecretaris dit meeneemt in zijn overweging. Ik hoopdat er snel duidelijkheid komt. Dat vind ik namelijk niet alleen belangrijk.Dat vinden de mensen belangrijk. Het rapport van Berenschot is er ookheel helder in dat dit juist belangrijk is bij de invoering van zo’n grootpolitiek dossier.De heer Vermeer (BBB):Ik wil even een persoonlijk feit maken. We zijn dit debat namelijk nietingegaan met het doel om campagne te voeren voor de gemeenteraads-verkiezingen. Maar de afdronk en de reactie van het kabinet zijn gewoonTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8343 heel duidelijk: daar moet de oplossing gezocht worden. Daar kan de heerDe Hoop een andere conclusie uit trekken. Maar ik vind dit niet terecht. Ikvind dat hij daarmee ook geen recht doet aan de inhoudelijke inbreng diewij hier gedaan hebben. Die hebben wij ook al in eerdere debattengedaan. Die zou hij wat mij betreft ook serieus moeten nemen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik neem echt elke inhoudelijke bijdrage serieus. Maar ik neem ook deverhoudingen tussen de gemeenten en het Rijk heel serieus. Dit isgewoon een gemeentelijke bevoegdheid. Ik hoop toch dat het kabinet ende coalitie die verhoudingen respecteren. De laatste zin van de inbrengvan de heer Vermeer was grappend – dat begrijp ik – maar tegelijkertijdvind ik ook wel dat dit een beetje de start van de campagne is tegen dezogenaamde «linkse colleges», die van alles en nog wat willen. Jongens,kom op! We moeten de bestuurlijke verhoudingen tussen de gemeentenen het kabinet serieus nemen. Ik vond de brief van de VNG aan deStaatssecretaris ook vrij hard. Ik hoop dus ook dat hij dit meeneemt in zijnafweging.De voorzitter:De heer Dekker, voor zijn tweede termijn.De heer Dekker (FVD):Voorzitter. Heel teleurstellend. Ik vind zero-emissiezones een ramp. Iederuitstel is dus mooi meegenomen, maar eigenlijk zou ik het liefst afstelzien. Ik stel vast dat de Staatssecretaris helemaal vastzit tussen allerleicompromissen en allerlei betrokken partijen. Zelfs binnen het kabinet is ereen haalbaarheidsoverweging of men het wel of niet wil goedkeuren.Bestuurlijke duidelijkheid moet er zijn. Harmonisatie is belangrijk. Dat zijnallemaal bestuurlijke overwegingen, terwijl ik denk: uiteindelijk zijnondernemers in groten getale de dupe. Ik ben geneigd om wat bestuur-lijke chaos te accepteren als we die mensen enigszins uit de wind kunnenhouden. Ik ben dus heel teleurgesteld dat dit zo verloopt. Ik hoop – in diezin geef ik de heer De Hoop ook gelijk – dat de krachtige woorden die hiergesproken worden door de coalitiepartijen ook waargemaakt worden inhet uiteindelijke debat.Dank u wel.De voorzitter:De heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank, voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor zijn zorgvuldigebeantwoording en voor de middenweg die hij toch heeft proberen tevinden. Dat gaat inderdaad met pijn; daar gaf hij een duidelijke toelichtingop. Maar ik heb namens NSC ook wel een beetje pijn door hoe we ditdoen met elkaar. We zijn de partij van met elkaar beleid maken, metgemeenten, met medeoverheden en met organisaties, van de boel bijelkaar houden en samen tot oplossingen komen. Dat moeten weproberen. Ik zie de Staatssecretaris daarmee worstelen, maar hij doet weleen poging. Daar wil ik echt een compliment voor maken.Ik zie ook dat hij een poging doet om wel degelijk recht te doen aan deaangenomen motie-Veltman. Daar hebben wij heel veel waardering voor.Ik ben ook heel blij met de extra toezegging die ik vandaag heb gehoord inonze richting, namelijk om nog een poging te doen tot verdere standaardi-satie voor de marktkooplui. Ik reken er ook op dat dat gaat lukken, wantdie groep zit ook echt in de knel. Er is dan wat ons betreft duidelijkheid. Ikdoe ook een oproep aan alle betrokkenen om die duidelijkheid te geven enniet te zorgen voor verdere onduidelijkheid en bestuurlijke chaos, zodatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8344 we vooruit kunnen, ook met deze zero-emissiezones, en we ook rechtdoen aan de gemeentelijke autonomie.Dank u wel.De heer Heutink (PVV):Ik hoor NSC een heel lijstje met partners opnoemen, met gemeenten enbelangenverenigingen. Maar ik mis daarin natuurlijk de kleine onder-nemer en de ondernemers die volgend jaar in de problemen gaan komen.Mijn vraag is als volgt. Iedereen weet dat al die ondernemers in deproblemen gaan komen. We hebben het over duizenden ondernemers.NSC wil nu geen millimeter bewegen om hier een oplossing te zoekenzodat al die ondernemers niet kopje-onder gaan. Moeten al die onder-nemers kopje-onder gaan om NSC zover te krijgen om zij aan zij te staanmet de PVV en alle andere partijen die in meerderheid hebben gezegd welserieus te willen kijken naar uitstel voor al die ondernemers?De heer Olger van Dijk (NSC):Dit dossier loopt al een tijdje. We spreken hier ook vaker over. Inmiddels ishet volgens mij de derde of vierde keer. We hebben vanuit Nieuw SociaalContract ook steeds gewezen op ondernemers die in de problemenkomen. We hebben tijdens een rondetafel gesproken met een marktkoop-vrouw die daar ook over vertelde. Ik heb ook het voorbeeld genoemd datwe daar oog voor moeten hebben en dat het niet zo kan zijn dat je eenaanvraag doet in gemeente A en dat je daar wel naar binnen kan met jeoude wagen, maar in gemeente B niet. Ik ben dus ook heel blij – dat heeftdit debat vandaag dan wel opgeleverd – dat daar ook standaardisatie voorgaat komen. Dat gaat duidelijkheid geven. Maar er zijn ook heel veelondernemers, ook kleine ondernemers, die wél geïnvesteerd hebben. Diehebben we ook allemaal gezien in de media. Die zitten nu toch te kijkenmet een gevoel van: wat is er nou aan de hand in Den Haag? Daar willenwe ook recht aan doen. Nogmaals, het is een compromis. Het is wikken enwegen. Wij zijn blij met de koers die nu is uitgezet. Daarin is recht gedaan.Laten we nu ook met elkaar de stap vooruitzetten om dit op deze manierte gaan doen.De voorzitter:De heer Heutink met een vervolgvraag. Daarna de heer Vermeer.De heer Heutink (PVV):Ik wil het dus even snel concretiseren. NSC vindt het dus blijkbaar primadat al die ondernemers die dit niet gaan meemaken, kopje-onder gaan,met als argument dat we dan recht doen aan ondernemers die hier al ingeïnvesteerd hebben. Dat is toch de juiste conclusie, vraag ik aan NSC.De heer Olger van Dijk (NSC):Dat is het niet. De juiste conclusie is dat er tien jaar is gewerkt aan deinvoering van zero-emissiezones, met tal van ondernemers, organisatiesen gemeenten. Uiteindelijk ligt er een voorstel waar we nu, een paarweken voor invoering, voorstaan. Het is dan heel logisch en goed dat jekijkt of er nog partijen in de knel komen – ik heb die categorie genoemd –en dat je alsnog probeert die standaardisatie vorm te geven. Daarvoor gaje ook de komende maanden benutten. Dat is heel verstandig beleid, maarje moet ook duidelijk zijn. Die duidelijkheid willen we na die tien jaargeven. Daar roepen we die 41 organisaties ook toe op. Het gaat omondernemersorganisaties – ik noem het nog een keer – en gemeenten.Dan is het toch heel gek als wij hier te elfder ure gaan zeggen: u heeft hetallemaal verkeerd gezien; het moet allemaal anders? Dat moeten we dusniet doen.De heer Vermeer (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8345 Net als de heer Van Dijk van NSC vinden ook wij een goede relatie metgemeentes belangrijk. Ik heb zes jaar in de gemeenteraad gezeten en megruwelijk geërgerd als de landelijke overheid zich met dingen gingbemoeien die eigenlijk bij de gemeenteraad hoorden. Maar heeft de heerVan Dijk bij zijn hele betoog ook over het volgende nagedacht? Als erstraks loodgieters, warmtepompmonteurs of whatever de stad niet meerin gaan of in kunnen, dan hebben niet alleen ondernemers of stadsbe-stuurders problemen met chaos. Dat zullen vooral honderdduizendenburgers zijn. Zij krijgen straks met forse tariefverhogingen en/of eengebrek aan service te maken.De heer Olger van Dijk (NSC):Ja. Daarom is er dus tien jaar gesproken met allerlei partijen en zijn erallerlei ontheffingen gemaakt. Die gaan over bedrijfseconomischeaspecten. Daar kan een beroep op worden gedaan. We gaan ervan uit datdat geslaagd is en dat, in die zin, niet al die ondernemers in problemenhoeven te komen. Er is duidelijkheid over gegeven. Als we de komendemaanden nog situaties tegenkomen waarin dat wel geldt, dan is er – datheeft de Staatssecretaris volgens mij aangegeven – ruimte om daarnaar tekijken. Daarom wordt er geëvalueerd en worden er afspraken gemaakt. DeBBB vindt NSC aan haar zijde om daarnaar te blijven kijken. Daarom benik ook opgekomen voor de marktkooplui; dat zal ik blijven doen.De voorzitter:De heer El Abassi voor zijn tweede termijn. Ik zie enige twijfel.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, ik heb toch nog een vraag. Ik hoor de heer Olger van Dijk in zijnlaatste zin aangeven dat hij opkomt voor de marktkooplui. Ik zou hemwillen vragen op welke manier hij deze ondernemers helpt.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank voor de vraag. Ik licht het graag nog een keer toe. Nu er geenstandaardisatie is, geldt dat een marktkoopman of -vrouw, die vaak eenklein bedrijf heeft, apart een aanvraag moet doen in gemeente A engemeente B. Op het moment dat we gaan standaardiseren, kan het dus inéén keer landelijk worden aangevraagd. Dat lijkt me heel duidelijk helpen.Maar het geeft deze marktkooplui ook een gelijk beeld. Dat lijkt me echteen vooruitgang.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, meneer Vermeer. Ziet de heer El Abassiaf van zijn tweede termijn? O, niet? Dan mag u beginnen aan uw tweedetermijn.De heer El Abassi (DENK):Wel, maar misschien toch niet, voorzitter. Ik wil namelijk alleen hetvolgende kort aangeven. Ik kan hele krachtige woorden gebruiken. Die zijnhier al gebruikt. Ik kan er alleen ook voor kiezen om die woorden hier nuniet te gebruiken en ze om te zetten in daden, namelijk in moties enamendementen. Dat ben ik ook van plan. Ik ben benieuwd of de partijendie vandaag hele krachtige woorden hebben geuit, die ook kunnenomzetten in moties en amendementen. Wij dienen die straks in.Dat was alles, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Wij constateren hier dat er geen extra vragen zijn gesteld. Alsik die conclusie goed heb, kijk ik even naar de Staatssecretaris of hij nogeen korte reactie heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8346 Staatssecretaris Jansen:Ik heb geen vragen gehoord. Ik heb natuurlijk wel de discussie in allebeide termijnen tot mij genomen. Wij kijken waar wij nog stappen kunnenzetten. Maar nogmaals – ik herhaal me hier misschien mee – het voorsteldat wij hebben gedaan voor de uitwerking van de motie van mevrouwVeltman doet recht aan de situatie zoals die is. Het doet recht aan iedereenen probeert zo veel mogelijk zekerheid te bieden aan de ondernemers. Hetjaar boetevrij is juist bedoeld om alle kinderziektes waar we tegenaankunnen lopen, te kunnen ondervangen. Dat is hoe we met de gemeentenhet gesprek aangaan. Zij zitten op zes maanden; wij willen er twaalf. Dat isonderdeel van de discussie. De insteek is om zo veel mogelijk zaken testandaardiseren, te harmoniseren en te verwerken in een convenant.De voorzitter:Dank u wel. Ter afronding. Er zijn twee toezeggingen gedaan.−Deze week nog wordt de Kamer geïnformeerd over het percentageondernemers die worden geraakt door de invoering van de zero-emissiezones. Die was in reactie op een vraag van de heer Vermeer.−De Kamer ontvangt spoedig een evaluatie van de eerste drie maandenvan het Centraal Loket.Staatssecretaris Jansen:Dat zou gebeuren voor het eind van deze maand, voorzitter.De voorzitter:Dan zetten we dat erbij. Mevrouw Veltman van de VVD heeft eentweeminutendebat aangevraagd over dit onderwerp. Ik zie nog een vingerbij de heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik had een toezegging gehoord over de standaardisatie voor de markt-kooplui. Dat lijkt me toch heel relevant. Dat werd meegenomen in hetconvenant in Q1.Staatssecretaris Jansen:Klopt. Dat heb ik inderdaad gezegd. Dat nemen we mee in het convenant.De voorzitter:Gaat u daar een brief over sturen?Staatssecretaris Jansen:We komen daarop terug op het moment dat het convenant getekend is.Het is onze inzet bij het convenant. Laat ik het zo zeggen: ik zeg toe dat ikde Kamer informeer op het moment dat dat geregeld is in een convenant.Laat ik het dan zo opschrijven.De voorzitter:Dan is dit de derde toezegging, waarvan akte. Ik wil jullie allen bedankenvoor de beraadslaging. Een fijne dag nog.Sluiting 18.38 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 8347
Gerelateerde bronnen
- Zero-emissiezones
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 december 2024, over Zero-emissiezones
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.