Bestuurlijk Overleg Woontop d.d. 8 december 2025: Eén jaar Woontop
Brontekst
Versie 9ed2bc6e0c3a363d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarktNr. 1395 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 december 2025Met deze brief informeer ik u over de uitkomsten van het BestuurlijkOverleg Woontop 2025 van 8 december jl. en de resultaten van één jaarWoontop. De Woontop 2024 markeerde een belangrijk moment in deaanpak van de woningnood en de samenwerking tussen Rijk, provincies,gemeenten, woningcorporaties, marktpartijen en maatschappelijkeorganisaties. Het belang van de woningzoekende stond hier centraal. Ikkijk nog dagelijks op de jaarkalender met de woningzoekenden die mij opde Woontop 2024 is overhandigd. Deze geeft de woningzoekende eengezicht, zodat we weten voor wie we het doen. Een groot deel van hetleven van de woningzoekende staat op pauze, omdat zij geen passendewoning kunnen vinden. De nadruk bij de Woontop 2024 lag op het makenvan concrete afspraken die de woningbouw op korte termijn versnellen,niet alleen op het maken van mooie plannen.Tijdens het Bestuurlijk Overleg Woontop 2025 markeerde ik samen met deWoontoppartners de concrete resultaten die in een jaar na de Woontopzijn geboekt. Een goed voorbeeld is de locatie Stougjeswijk (2.500woningen) in de gemeente Hoeksche Waard, één van de aangewezendoorbraaklocaties vanuit de Woontop. Daar hebben partijen knopendoorgehakt over onder meer de bestemming van de grond, waardoor destart bouw mogelijk al eind 2026 kan plaatsvinden.Door alle partijen is op 8 december onderstreept dat de woningbouw-opgave in Nederland alleen succesvol kan worden aangepakt als allebetrokken partijen gezamenlijk optrekken, elkaar weten te vinden en elkaaraanspreken waar nodig. Alle partijen zien de toegevoegde waarde van desamenwerking tussen overheid, markt en corporaties en houden vast aande gemaakte afspraken. Het vervolgen van de ingeslagen weg is essen-tieel voor de woningbouw.We benutten de kansen die bijdragen aan het realiseren van onzegezamenlijke doelstelling van 100.000 woningen per jaar, waarvan 2/3 kst-32847-1395ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13951 betaalbaar en 30% sociaal. De partijen die met mij eind 2024 deWoontopafspraken ondertekenden, begrijpen dat het bereiken van dezeopgave om een langjarige samenwerking vraagt en dat we daarin moeteninvesteren. Daarbij wordt geleerd van de uitvoering. Elke partij wilvoortgang boeken en voelt de verantwoordelijkheid voor het terug-brengen van het woningtekort. Er zijn nog steeds teveel woningzoekendendie geen passende woning hebben. Ondanks verschillen die er ook zijn,werken we samen doorlopend aan de uitvoering van de afspraken en hetwegnemen van mogelijke belemmeringen.De Woontoppartners hebben een aantal onderwerpen benoemd waarkomende tijd nog stappen op moeten worden gezet. Genoemd zijn hetcreëren van stabiel en voorspelbaar woningbouwbeleid, het beschikbaarstellen van voldoende langjarige middelen voor de woningbouw enlangjarige investeringen in (grootschalige) infrastructuur1, het verbeterenvan het investeringsklimaat en het oplossen van randvoorwaarden voorwoningbouw, zoals stikstof en netcongestie.In deze brief sta ik stil bij de onderwerpen die centraal stonden tijdens hetBestuurlijk Overleg Woontop 2025 op 8 december jl.:1.De voortgang van de woningbouw.2.Het belang van de samenwerking: bestendiging van de samenwer-king en Woontopafspraken.3.Eén jaar Woontop: concrete successen en geboekte resultaten.4.Woontop in de praktijk: concrete afspraken over de uitvoering van degemaakte Woontopafspraken.5.Grote uitdagingen die de Woontoppartners nog zien.1. De voortgang van de woningbouw De vergunningverlening gaat de goede kant op, maar de realisatie van dewoningbouw heeft nog te maken met vertragende omstandigheden, o.a.uit het verleden. In de maanden oktober 2024 tot en met september 2025zijn er op basis van de CBS-cijfers 77.600 woningen gerealiseerd.Vergunningverlening is een belangrijke indicator voor de verwachtewoningbouw. In diezelfde periode zijn er voor 104.000 woningenbouwvergunningen verstrekt. Vanaf begin 2024 was er een flinke stijgingin het aantal maandelijkse bouwvergunningen. In de eerste zes maandenvan 2025 was er een daling waarneembaar. Inmiddels stijgen de vergun-ningen weer en is het aantal vergunningen dat over een periode van 12maanden is verleend vanaf juli 2024 structureel boven de 100.000bouwvergunningen. Daarbij spreek ik mijn waardering uit voor de inzetvan alle partners en de gemeenten in het bijzonder.Ondanks de inspanningen van alle bij de uitvoering betrokken partijenwordt de beoogde realisatie van 100.000 woningen per jaar nog nietgehaald. Dat komt onder meer door de effecten van de voor de bouwslechte economische omstandigheden in de jaren 2022 en 2023. Diewerken met vertraging door in de realisaties en daarom ligt het aantalrealisaties nu relatief lager. De uitvoering van de Woontopafspraken en dedoorwerking hiervan vergen tijd. De verwachting is dat vanaf volgend jaarde woningbouw toeneemt en in 2027 een realisatie van 100.000 woningenhaalbaar is.De vergunningverlening trekt aan en is gestegen naar 104.000 in deafgelopen 12 maanden. Het is belangrijk om dit vast te houden. DeWoontoppartners zien het behandelingstempo van bezwaar- en beroepdoor de Raad van State, de capaciteit en uitvoeringskracht voor vergun-1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 270Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13952 ningverlening bij gemeenten, het oplossen van de knelpunten bijrandvoorwaarden als stikstof en netcongestie en de beschikbaarheid vanvoldoende bouwlocaties als een belangrijke uitdaging voor de vergun-ningverlening en de gewenste versnelling van de woningbouw. Ookgeven zij aan dat het uitdagend blijft om de businesscase voor woning-bouwprojecten sluitend te krijgen.2. Het belang van samenwerking: bestendiging van de samen-werking en Woontopafspraken. De Woontop 2025 heeft opnieuw onderstreept dat de woningbouwopgavein Nederland alleen succesvol kan worden aangepakt wanneer allebetrokken partijen – rijk, provincies, gemeenten, woningcorporaties,marktpartijen en maatschappelijke organisaties – gezamenlijk optrekken.De schaal en complexiteit van de huidige wooncrisis overstijgt demogelijkheden van afzonderlijke partijen.Een gezamenlijke missie en verantwoordelijkheidDe Woontop 2024 heeft geleid tot een gedeeld gevoel van urgentie engezamenlijk eigenaarschap. De woningmarkt staat onder grote druk. Devraag naar betaalbare woningen is groot. Het is zoeken naar mogelijk-heden voor meer ruimte voor woningbouw, sluitende businesscases enmeer uitvoeringscapaciteit voor medeoverheden. Het is om die redenenvan essentieel belang dat de beschikbare kennis, uitvoeringskracht enfinanciële middelen effectief worden gebundeld. De samenwerking zoalsvastgelegd tijdens de Woontop 2024 is het fundament van deze gezamen-lijke verantwoordelijkheid. Alle partijen hebben dan ook afgesproken omde samenwerking te continueren en vast te houden aan de gemaakteafspraken.Vertrouwen, transparantie en voorspelbaarheidDe Woontop heeft geleid tot de verdere versterking van vertrouwen envoorspelbaarheid in de samenwerking. Woningbouwprojecten zijnsuccesvol door vroegtijdige afstemming tussen overheden, markt enmaatschappij op alle niveaus. De afspraken geven helderheid overdoelstellingen, investeringen en termijnen. De samenwerking zorgtdaarmee voor vertrouwen, voorspelbaarheid en transparantie. DeWoontopsamenwerking bevordert de continuïteit in beleid en uitvoeringen zorgt voor goede aansluiting van beleid bij de praktijk. De Woontop-partners spreken regulier over de voortgang van de Woontopafspraken,beleid en marktontwikkelingen om zo knelpunten tijdig te signaleren engezamenlijk op te lossen.Goede samenwerking komt niet vanzelf tot stand. We hebben eengezamenlijke doelstelling, maar onderkennen ook dat er verschillen zijn inbelangen. Blijven investeren in de samenwerking is nodig om elkaarsperspectief te begrijpen, elkaar te helpen en aan te spreken waar nodig, engezamenlijk besluiten te nemen die ons dichter bij onze gezamenlijkedoelstelling brengen. Daarom hebben we tijdens het Bestuurlijk OverlegWoontop van 8 december jl. een leidraad voor de gezamenlijke aanpakvan knelpunten in de Woontopafspraken met elkaar afgesproken. Als eenWoontopafspraak achterblijft of zich een ander knelpunt voordoet, voerenwe een constructief gesprek met elkaar om tot een gezamenlijkeprobleemanalyse te komen. Vervolgens zoeken we binnen de huidigeafspraken naar oplossingen. Daarbij wordt steeds de balans gezochttussen het gezamenlijke doel en de gemaakte afspraken en de individuelebelangen van de Woontoppartners.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13953 3. Eén jaar Woontop: concrete successen en geboekte resultaten. Door de uitvoering van de 20 Woontopafspraken zijn in één jaar tijdstappen gezet in het versnellen van de woningbouw. Onderstaand eenaantal concrete resultaten die we gezamenlijk bereikt hebben.Dit kabinet heeft € 5 miljard beschikbaar gesteld om de woningbouw-opgave financieel te ondersteunen en € 2,5 miljard vrijgemaakt voor hetbereikbaar maken van nieuwe woningen. Recent is uw Kamer geïnfor-meerd over de verdeling van de middelen voor bereikbaarheid en hetgebiedsbudget (waar € 877 mln. voor beschikbaar is binnen de woning-bouwmiddelen) voor de nationaal grootschalige woningbouwgebieden.Circa € 1,3 miljard wordt ingezet voor voorstellen gericht op woningbouwop de korte termijn. Hiermee wordt de bouw van ongeveer 145.000nieuwe woningen ondersteund. Aanvullend is er circa € 1,2 miljardgereserveerd voor investeringen in de bereikbaarheid van de nationalegrootschalige woningbouwgebieden. Met deze bijdrage van ruim € 3miljard draagt het kabinet bij aan de realisatie van ongeveer 273.000woningen verspreid over heel Nederland. Op 4 december jl. is uw Kamergeïnformeerd over de uitkomsten van verschillende woningbouwrege-lingen2: de Woningbouwimpuls (Wbi), Woningbouwregeling Metropool-regio Eindhoven en de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen. Er is metdeze drie regelingen gezamenlijk in 2025 bijna € 150 miljoen bijgedragenvoor de bouw van ruim 16.500 woningen.De regeling Realisatiestimulans is gepubliceerd. Met deze nieuwe regelingondersteunt het Rijk gemeenten bij het bouwen van meer betaalbarewoningen. Gemeenten ontvangen vanaf 2026 tot en met 2030 eenbijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw het jaarervoor is gestart. Hiermee wordt gevolg gegeven aan Woontopafspraak19, waarin afspraken zijn gemaakt over de besteding van de € 5 miljard ende € 2,5 miljard.In juni is uw Kamer geïnformeerd over de selectie van de 20 meestkansrijke doorbraaklocaties. Inmiddels zijn er bestuurlijke akkoordenbereikt voor de locaties Stougjeswijk (Hoeksche Waard) en Lisserbroek(Haarlemmermeer) waarmee de bouw van 6.000 woningen mogelijkwordt gemaakt en versneld. Door de recente besluiten over de inzet vansubstantiële Rijksmiddelen in het kader van Woningbouw en mobiliteits-middelen3 zijn grote stappen gezet in de richting van de realisatie vandiverse nationale grootschalige woningbouwgebieden. Door dezebesluiten is ook € 208 miljoen onder voorwaarden bijgedragen aan derealisatie van 14.000 woningen in de regio Midden-Holland, waarvan8.000 woningen in Cortelande (Zuidplas). Over de ontwikkeling vanCortelande zijn nadere bestuurlijke afspraken gemaakt.Op 24 juni zijn bestuurlijke afspraken4 met de NPLV-gebieden gemaakt omtussen 2024 en 2029 50.000 betaalbare woningen te realiseren in deNPLV-gebieden. Daarmee is in totaal € 600 miljoen gemoeid, waarvan€ 180 miljoen voor het verbeteren van openbare ruimte en collectiefmaatschappelijke voorzieningen in diezelfde periode, en € 50 miljoen voorpersonele ondersteuning zodat de plannen voor de woningbouw en devoorzieningen daadwerkelijk zullen worden gerealiseerd. Voor de overigemiddelen kunnen gebieden aanspraak maken op bestaande instrumenten2Bekendmakingen diverse regelingen op het gebied van woningbouw | Tweede Kamer derStaten-Generaal.3Kamerstuk II, 2025/2026, 32 847, nr. 1389.4Hierbij is afgesproken dat de beoogde inzet van de Realisatiestimulans voor de afgesprokennieuwbouwwoningen, overeenkomstig de gezamenlijke ambitie van de lokale Alliantie, wordtbesteed aan woningen in het betreffende NPLV-gebied.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13954 zoals de Woningbouwimpuls en de Realisatiestimulans. Met dezeinvestering wordt een impuls gegeven aan de relatief slechte woning-voorraad en verbetering van de leefbaarheid en veiligheid in de meestkwetsbare gebieden van Nederland.Met STOER zijn substantiële stappen gezet om overbodige en tegen-strijdige regels te schrappen en op die wijze de woningbouw teversnellen. Concreet ga ik bijvoorbeeld aan de slag met het versoepelenvan de bouwtechnische eisen. Deze worden in het voorjaar van 2026 aande Kamer voorgelegd. Ook is besloten dat de geluidruimte voor het spoorop veel plekken wordt verlaagd, waardoor dure aanpassingen van degevels niet langer nodig zijn. Het kabinet onderzoekt of het proces vanflora en fauna vergunningen versneld kan worden, met behulp vanSoortenmanagementplannen (SMP).Er zijn concrete stappen gezet op industrieel bouwen en innovatie,bijvoorbeeld het inrichten van industriële bouwstromen om de opgavenuit de woondeals versneld te realiseren en het opzetten van «Fastlanes»voor vergunningverlening van woningen met een typegoedkeuring.Inmiddels zijn er 8 bouwers met woningen met een erkende kwaliteitsver-klaring (typegoedkeuring). Samen met bouwers en ontwikkelaars is forsingezet op digitalisering en het implementeren van standaarden. Dezenieuwe innovatieve manieren van werken en bouwen kunnen degebiedsontwikkeling en woningbouw de komende jaren fors gaanversnellen.De Woontoppartners zijn actief betrokken geweest bij de voorbereiding ophet wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. In die samenwerkingzijn de belangen transparant gemaakt en heeft de Tweede Kamer mede opbasis daarvan met het wetsvoorstel ingestemd. Ik zet in op spoedigebehandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer. De wet Versterkingregie volkshuisvesting geeft meer duidelijkheid en regie aan de overheidin de gewenste sturing op de woningbouw.Samen met de partners en adviesbureaus Rebel en Stadkwadraat heb ik inkaart gebracht wat de ontwikkelingen zijn van de geschatte publieketekorten bij gebiedsontwikkelingen voor woningbouw na 2030, innavolging van het financiële feitenrelaas van afgelopen jaar. Dit om meerinzicht te krijgen in de langjarige financiële opgave van de woningbouw-opgave. De rapportage van Rebel is als bijlage gevoegd bij deze brief.4. Woontop in de praktijk: concrete afspraken over de uitvoeringvan de gemaakte Woontopafspraken. In de Kamerbrief over de voortgang van de Woontopafspraken van 10 julijl.5 heb ik u reeds via een voortgangsoverzicht geïnformeerd over devoortgang van alle Woontopafspraken. De uitvoering van veel afsprakenligt op schema en er is duidelijkheid over wat er moet gebeuren. In dezebrief loop ik daarom niet alle Woontopafspraken puntsgewijs langs. Ik wilhier met name stilstaan bij de afspraken die in de praktijk tot knelpuntenleiden en hoe we gezamenlijk een weg vinden naar oplossingen. Deeerder benoemde leidraad voor de gezamenlijke aanpak van knelpuntenin de Woontopafspraken passen we toe als een Woontopafspraakachterblijft of zich een knelpunt voordoet. Dit houdt in dat we eenconstructief gesprek met elkaar voeren om tot een gezamenlijkeprobleemanalyse te komen en vervolgens binnen de huidige afsprakenzoeken naar oplossingen. Daarbij wordt steeds de balans gezocht tussenhet gezamenlijke doel en gemaakte afspraken en de individuele belangen5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 847, nr. 1374Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13955 van de Woontoppartners. Onderstaand de concrete afspraken die wehebben gemaakt om de gesignaleerde knelpunten weg te nemen.We zien dat de versnellingstafels6 waardevol zijn voor het vroegtijdigsignaleren van knelpunten, zodat er voldoende tijd en ruimte is om metelkaar oplossingen te vinden. Alle Woontoppartners onderstrepen hetbelang van de uitvoering van deze Woontopafspraak. We zien een aantalregio’s waar dit goed gaat. We constateren ook dat nog niet overalprovinciale en/of regionale versnellingstafels actief zijn en naar wensfunctioneren. Ook is het gebruik van publiek private monitors (PPM) aande versnellingstafels op veel tafels nog nieuw en is tijd nodig voor deoperationele toepassing van de publiek private monitors (PPM). DeWoontoppartners zien dat verbeteringen nodig zijn voor het versterkenvan de samenwerking en het vertrouwen tussen partijen aan de versnel-lingstafels en het gebruik van de PPM. Dit vraagt tijd, aandacht en eengezamenlijke inzet van de partijen. Partijen hebben afgesproken – op basisvan de landelijke handreiking en handleiding voor het gebruik van de PPM– de samenwerking op deze Woontopafspraak te intensiveren om komendjaar concrete stappen te zetten die ervoor zorgen dat overheden,marktpartijen en corporaties goed kunnen samenwerken aan de versnel-lingstafels. Onderdeel hiervan is het creëren van een compleet overzichtvan het functioneren van de tafels.In december wordt daarnaast een eerste stap gezet in het publiektoegankelijk maken van de openbare data in de database aan woning-bouwplannen uit de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw. Met alsperspectief een structurele en eenvoudig bereikbare landelijke databaseaan woningbouwplannen voor het brede publiek.Standaardisatie en uniformering van eisen is cruciaal voor meer ensnellere woningbouw. Een deel van de Woontoppartners loopt in depraktijk aan tegen een mate van lokale sturing op bovenwettelijkebouwtechnische eisen in de nieuwbouw. Dit leidt tot hogere kosten endoorlooptijden. Ik wijs erop dat wettelijk is bepaald7 dat deze lokale eisenniet zijn toegestaan, dit is ook zo afgesproken met alle Woontoppartnersop de Woontop 2024. Als desondanks sprake is van bovenwettelijke eisen,dan kan dit besproken worden aan lokale of regionale versnellingstafelsmet zo nodig escalatie naar de Landelijke Versnellingstafel Woningbouw.Door de meldfunctie van de Landelijke Versnellingstafel Woningbouwword ik geïnformeerd en kan ik zo nodig passende maatregelen treffen.Ook bouw ik samen met de Woontoppartners voort op de acties die in deKamerbrief Kabinetsreactie STOER8 zijn opgenomen. Hierbij worden ooklokale exploitatie-eisen en kosten betrokken.Gemeentebesturen, die gebruik willen maken van de experimenteerre-geling uit de Omgevingswet, kunnen een onderbouwd verzoek voor eenexperiment indienen bij het rijk. Doel van dit experimenteerartikel is om teleren van bepaalde technische toepassingen of lokale omstandighedenwaar nu het Bbl knelt, niet het stellen van scherpere kwaliteitseisen danhet Bbl voorschrijft.Daarnaast geven de medeoverheden aan te weinig toekomstperspectief tezien in de beleidsontwikkeling van het Bbl. Zij geven aan behoefte tehebben aan een doorontwikkeling van het Bbl. Het Bbl is vrijwelpermanent in ontwikkeling en wordt bijna jaarlijks aangepast aanveranderde maatschappelijke wensen of technische ontwikkelingen. Ook6Er is een landelijk dekkend beeld van provinciale en regionale versnellingstafels. In enkeleprovincies zijn ook lokale versnellingstafels actief. Daarnaast is er ook een Landelijke Versnel-lingstafel Woningbouw.7Via de Gemeentewet en Omgevingswet.8Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 1383Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13956 op duurzaamheid zullen stappen worden gezet, zoals aangekondigd inmijn brief van 14 juli jl.9.Het lukt op dit moment nog niet om overal de potentie van de bestaandegebouwen en bijbehorende omgeving in beeld te brengen en vervolgensoptimaal te benutten voor meer woningen en woonplekken. Volgendestap is om de lokale initiatieven op te schalen. Daarom werk ik insamenwerking met de Woontoppartners aan een Landelijke Aanpak BeterBenutten. Tien koplopergemeenten gaan samen met daar werkzamecorporaties en marktpartijen aan de slag met het gebiedsgericht benuttenvan de aanwezige potentie en wegnemen van belemmeringen. Voor hetsplitsen van bestaande woningen publiceer ik een Splitsgids. Daarnaastwerk ik met de Rijksbouwmeester aan een ontwerpend onderzoek. Dezeacties zijn vooruitlopend op het uniform landelijk beleidskader voorwoningsplitsen en ook woningdelen, waarmee wordt uitgewerkt hoesplitsen en delen (juridisch) makkelijker en waar mogelijk vergunningsvrijwordt. Ik ga dit vormgeven met inbreng van koplopergemeenten.De private partijen en medeoverheden zijn van mening dat het investe-ringsklimaat voor middenhuurwoningen om verbetering vraagt. Naaraanleiding van de afspraken tijdens de Woontop 2024 is onafhankelijkonderzoek gedaan naar het investeringsklimaat in middenhuurwoningendoor SEO economisch onderzoek. Het rapport maakt duidelijk dat er noguitdagingen zijn voor de bouw van middenhuurwoningen. De Woontop-partners zien een groot belang in het hebben van voldoende middenhuur-woningen voor een goed functionerende woningmarkt. De Woontop-partners stellen dat een verbetering van het investeringsklimaat kanbijdragen aan het in stand houden van de bestaande voorraad midden-huurwoningen en de nieuwbouw van dergelijke woningen kan stimuleren.SEO heeft beleidsopties ter verbetering van het investeringsklimaatbeoordeeld. Het kabinet komt begin volgend jaar met een reactie op debevindingen van SEO.Het realiseren van onze gezamenlijke ambities vergt tijd, aanpassingsver-mogen en wederzijds vertrouwen. Daarbij moeten we oog houden voorde uitvoering van de afspraken in de praktijk en mogelijke belemmeringendaarbij.5. Vooruitkijken In het BO van 8 december hebben de Woontoppartners mij op het hartgedrukt dat we weliswaar het afgelopen jaar belangrijke stappen hebbengezet, maar dat extra inzet nodig is. De Woontoppartners hebbenaangegeven dat het van belang is om de komende jaren met de volgendeonderwerpen aan de slag te gaan:–De Woontoppartners benadrukken het belang om de ingeslagen wegvan gezamenlijke uitvoering van beleid te blijven volgen. De Woontop-samenwerking en de Woontopafspraken spelen hierin een belangrijkerol. Daarbij moeten we alle kansen aangrijpen om onze gezamenlijkedoelstelling van 100.000 woningen per jaar, waarvan 2/3 betaalbaar en30% sociaal, te realiseren.–De Woontoppartners constateren dat de doelstelling van jaarlijks100.000 woningen waarvan 30% sociaal en 2/3 betaalbaar vereist dat ervoldoende langjarige middelen beschikbaar zijn voor de bredewoningbouwopgave. Ook benadrukken zij het belang van langjarigeinvesteringen in (grootschalige) infrastructuur voor een goede9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 22 112, nr. 4107: de implementatie van de EuropeseRichtlijn Energieprestatie van Gebouwen (EPBDIV) leidt tot een substantieel hoger verplichtkwaliteitsniveau in de nieuwbouw en toekomstperspectief voor heel Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13957 ontsluiting. Zekerheid over het financiële kader en de bijbehorendescope van de opgave bevordert voor alle Woontoppartners dehaalbaarheid van de gezamenlijke doelstelling.–De Woontoppartners geven aan dat doorbraken nodig zijn op devolgende grote dossiers: uitvoeringskracht, arbeidsmarkt in de bouw,ruimte, stikstof, netcongestie, bodem en watervoorziening. Zowelstructurele als kortetermijnoplossingen zijn noodzakelijk om door tekunnen bouwen. De Woontoppartners wijzen erop dat het van belangis dat verschillende departementen goed samenwerken om dezeopgaves gezamenlijk aan te pakken.–De Woontoppartners geven aan dat de woningcorporaties voldoendefinanciële middelen moeten hebben voor de benodigde investeringenin woningbouw.–De Woontoppartners maken zich zorgen over terugtrekkende investeer-ders uit de Nederlandse woningmarkt. De oproep is gedaan om tezorgen voor een concurrerend investeringsklimaat in de woningmarkt,zodat voldoende in de woningmarkt wordt geïnvesteerd.–De Woontoppartners hebben aandacht gevraagd voor de haalbaarheidvan de businesscase voor woningbouw. Deze haalbaarheid wordt sterkbeïnvloed op lokaal niveau; er is blijvend aandacht nodig voor depraktische invulling van de sturing op onze doelstellingen. Benadruktwordt dat flexibiliteit in de programmering hierbij van groot belang is.De Woontoppartners zoeken naar een goed evenwicht tussen ruimteen flexibiliteit op lokaal niveau en het voldoen aan de wettelijkeafspraken die er komen met de wet regie over de betaalbaarheid vande woningbouwopgave op regionaal/provinciaal en landelijk niveau.Van belang is dat niet op projectniveau op deze doelstellingengestuurd wordt.6. Tot slot De Woontop 2024 heeft een belangrijke verandering ingezet: de woning-bouwopgave is niet langer een verzameling losse initiatieven, maar eengezamenlijke nationale missie. De eerste successen bewijzen dat dezeaanpak werkt, maar de uitvoering blijft complex, veeleisend en vraagt omeen lange adem. Het BO Woontop 2025 heeft laten zien dat samenwerkingtussen overheden, corporaties en marktpartijen noodzakelijk is én blijft, entoegevoegde waarde heeft in het realiseren van de woningbouwopgave.De gezamenlijke inzet draagt bij aan concrete resultaten, versnelling,betere afstemming en meer vertrouwen in de uitvoeringspraktijk.Tegelijkertijd realiseer ik, samen met alle Woontoppartijen, dat deuitdagingen groot blijven.Ik blijf mij – samen met alle Woontoppartners – onverminderd inzettenvoor de woningzoekende. Voor de zomer 2026 informeer ik u wederomover de voortgang van de Woontopafspraken.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 13958
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.