KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

20 sep 2011 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 45df6cdf600c87c5 · officiële bron

kst-33000-A-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage ongedefinieerdTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2011–201233 000 AVaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2012Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING Inhoudsopgave Blz. A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WETSARTIKELEN 2 Wetsartikel 1 2 B. BEGROTINGSTOELICHTING 3 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 21 A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETS-VOORSTEL Wetsartikel 1 De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk jaar afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen. Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota. Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting). De Minister van Infrastructuur en Milieu,M. H. Schultz van Haegen Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 22 B. BEGROTINGSTOELICHTING Inhoudsopgave Blz. 1. Leeswijzer 4 2. De infrastructuuragenda 7 3. De productartikelen 13 4. De bijlagen 104 4.1 Overzichtsconstructie Kustwacht Nieuwe Stijl 104 4.2 Begroting Beheer en Onderhoud 107 4.3 Lijst met afkortingen 111 Internetbijlage Het verdiepingshoofdstuk Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 23 1. LEESWIJZER Naast de beleidsbegroting van IenM, hoofdstuk XII van de rijksbegroting, kent IenM ook het Infrastructuurfonds. Door een apart fonds voor infrastructuur kan beter invulling worden gegeven aan de doelstellingen zoals genoemd in de wet op het Infrastructuurfonds, te weten het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur. Zo mag het fonds jaarlijkse saldi («meer of minder uitgaven in enig jaar») overhevelen – in tegenstelling tot de beleidsbegroting van IenM – waardoor (kasmatige) vertragingen en versnellingen van projecten niet hoeven te leiden tot budgettaire knelpunten. Het Infrastructuurfonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de begroting van IenM (artikelonderdeel 39.01) . Deze bijdragen worden ondermeer ontvangen voor de investeringsimpuls in het kader van het regeerakkoord 1998, de Betuweroute, de HSL-Zuid, het Bereikbaarheidsoffensief Randstad (BOR), prijsbeleid en Zuidas. Tenslotte wordt voor een aantal projecten de uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsin-stanties en de Europese Unie. IenM maakt bij de rijksinfrastructuur onderscheid tussen transportinfra-structuur (hoofdwegennet, spoorwegen en hoofdvaarwegennet) en hoofdwatersystemen, aansluitend bij de indeling van het Infrastructuur-fonds. Daarnaast worden de in de Nota Mobiliteit benoemde sectoren (hoofdwegennet, spoorwegen, hoofdwatersystemen en hoofdvaarwegen) ook afzonderlijk zichtbaar. Bij transportinfrastructuur is het doel om de bereikbaarheid te verbeteren binnen (wettelijke) kaders van verkeersvei-ligheid en kwaliteit van de leefomgeving. Voor hoofdwatersystemen (waterbeheren- en waterkeringsprojecten) staat allereerst het hebben en houden van een veilig en bewoonbaar land centraal. Daarbij wordt gewerkt aan gezonde en veerkrachtige watersystemen als basis voor een duurzame samenleving. IenM financiert niet alleen rijksinfrastructuur, maar geeft ook financiële bijdragen aan grote regionale/lokale infrastruc-tuurprojecten. De indeling van de begroting 2012 komt grotendeels overeen met die van 2011. Net als het afgelopen jaar, beperkt de infrastructuuragenda zich tot het presenteren van de agenda op projectniveau, met aandacht voor de mijlpalen in het lopende infrastructuurprogramma. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2012 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2012 begint. Belangrijkste wijziging is dat het project HWBP vanaf deze begroting wordt verantwoord op artikel 16 Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer. Daarnaast is in lijn met de VJN 2011 de bekostiging van RWS ook doorvertaald in deze begroting. Een nadere toelichting op deze en alle overige infrastructuurprojecten is te vinden in het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) Projectenboek 2012. Bij de realisatie van het MIRT moeten rijkspartijen onderling en het Rijk en de decentrale overheden intensiever samenwerken en de besluitvorming over (rijks)infrastructuur en ruimte-lijke ontwikkelingen beter op elkaar afstemmen. Daarom is gekozen voor een integrale gebiedsgerichte benadering waarbij het Rijk, regionale partners en andere partijen worden betrokken. Daarom is sinds 1 januari 2009 het MIRT Spelregelkader van kracht en worden onder andere de gebiedsagenda’s opgesteld. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 24Leeswijzer Vervolgens worden de productartikelen behandeld. De projectoverzichten zijn achter de producten opgenomen. Mutaties in de projectsfeer worden in deze begroting toegelicht als deze financieel groter zijn dan tien procent van het projectbudget of in absolute zin meer bedragen dan € 10 mln. of meer dan een jaar afwijken van de eerder afgesproken oplevering1. De begroting kent verder een verdiepingshoofdstuk, waarin de overzichten met de opbouw van de beschikbare bedragen zijn opgenomen. Mits politiek relevant is er een ondergrens van € 2 mln. gehanteerd voor het toelichten van begrotingsmutaties. Het verkeersmanagement en beheer en onderhoud van het hoofdwater-systemen (artikel 11), het hoofdwegennet (artikel 12) en de hoofdvaar-wegen (artikel 15) wordt door Rijkswaterstaat gedaan op basis van prestatieafspraken met de beleidsdiensten. Deze prestatieafspraken geven aan op welk kwaliteitsniveau het beheer en onderhoud zich moet bevinden. De bekostiging van de prestatieafspraken vindt in principe plaats op basis van een tarief (P) per eenheid areaal (Q). Ten behoeve van de inzichtelijkheid ten aanzien van de gerealiseerde uitgaven en beschikbare budgetten op de afzonderlijke artikelonderdelen versus de programmering van de aanleg programma’s, is in de betref-fende projectoverzichten een analyse opgenomen. In deze analyse wordt inzichtelijk gemaakt op welke artikelonderdelen de gerealiseerde programma-uitgaven zijn verantwoord. De begrotingen van IenM zijn ook digitaal beschikbaar op www.rijksbegroting.nl/. Als bijstuk bij de begroting van het IF wordt ook jaarlijks het MIRT-projectenboek (www.mirtprojectenboek.nl/) meegestuurd. Toezegging Minister (AO MIRT 29 juni 2011): meebetalen door regio’s Uitgangspunt is dat het Rijk verantwoordelijk is voor de rijksinfrastructuur, te weten het hoofdwegennet, -spoornet, -vaarwegen en -watersysteem. Dit betekent dat kosten voor aanleg, beheer en onderhoud aan deze systemen in beginsel voor rekening van het Rijk komen. In de volgende gevallen wordt derde partijen, veelal provincies en gemeenten, gevraagd bij te dragen (meebetalen) aan de bekostiging van rijksprojecten: –Bovenwettelijke inpassing: wanneer er op verzoek van de regio inpassingsmaatregelen in projecten worden opgenomen die niet wettelijk verplicht zijn dan dient de regio deze meerkosten te betalen. Hiervan is sprake bij bijvoorbeeld de projecten A13/16/20 Rotterdam, de spoorwegovergang Soestdijkseweg Bilthoven en Spoorbrug Zuidhorn. –Werk met werk/ extra functionaliteit: het kan efficiënt zijn dat wanneer er ergens een schop de grond in gaat andere, door de regio geplande, werken in de planning en uitvoering door het Rijk worden meegenomen. Te denken valt aan de verbreding van een rijksweg in combinatie met de aanleg van een busbaan of parallelstructuur voor langzaam verkeer of het onderhoud aan een spoorweg in combinatie met de aanleg van een fietstunnel. De kosten voor dergelijke additio-nele werkzaamheden zijn voor rekening van de regio. Hiervan is sprake bij bijvoorbeeld de projecten A9 Omleiding Badhoevedorp, de grote stationsprojecten in bijvoorbeeld Den Haag en Rotterdam, de spoortunnel in Delft en de Meppelerdiep Keersluis te Zwartsluis. 1 In het MIRT projectenboek is per aanleg-project beschreven welk probleem met het betreffende project wordt opgelost. Hierin zijn de belangrijkste beslismomenten van de infrastructuurprojecten vastgelegd. De onzekerheidsmarge van de raming neem af naarmate het project verder wordt uitgewerkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 25Leeswijzer –Kosten versus baten: in sommige situaties wegen in de landelijke prioritering van het rijk de kosten van een project niet op tegen de beoogde baten. Echter voor een regio kan de problematiek dermate groot zijn dat zij bereid is financieel bij te dragen om het project toch mogelijk te maken. Hiervan is sprake bij bijvoorbeeld het knooppunt Joure, het Programma Kleine Stations, de Wilhelminasluis in de Zaan en sluizen 4, 5 en 6 in de Zuidwillemsvaart. Daarnaast bestaat de situatie van voorfinanciering door een regio. Hiervan is sprake wanneer op verzoek van de regio een project eerder wordt uitgevoerd dan wanneer de rijksmiddelen hiervoor beschikbaar zijn. De regio schiet feitelijk het benodigde budget voor aan het Rijk. De bijbeho-rende rentekosten zijn voor rekening van de regio. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 26Leeswijzer 2. INFRASTRUCTUURAGENDA De infrastructuuragenda beperkt zich tot het presenteren van de agenda op projectniveau, met aandacht voor de mijlpalen in het lopende infrastructuurprogramma. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2012 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2012 begint. A. Mijlpalen en resultaten 2012 Beheer en onderhoud In 2012 wil IenM onder meer de volgende maatregelen uit de plannen van aanpak voor beheer en onderhoud uitvoeren: Mijlpaal Project Hoofdwegen Verhardingsonderhoud Levensduurproblematiek stalen bruggen aanpakken. Aanleggen van ecoducten en uitvoeren andere ontsnipperingsmaatregelen rondom het hoofdwe-gennet Uitvoeren maatregelen in het kader van de impuls verkeersveiligheid autosnelwegen Hoofdwatersystemen Zandsuppleties basiskustlijn Opstellen leggers waterwet (afronding eind 2012) Levensduur verlengend onderhoud aan stuwen Lek. Programma stroomlijn ten behoeve van de beheersing van de hoogwaterveiligheid in het rivierengebied. Hoofdvaarwegen Onderhoud damwanden en vaarwegen Zeeland Oevers Amsterdam-Rijnkanaal (damwanden en meerplaatsen) Renovatie Havenhoofdden Ijmuiden Achterstallig basisonderhoud diverse regio’s Onderhoud oevers en bodems Brabantse kanalen Onderhoud Oevers en bodems vaarwegen Zuid Holland Renovatie kunstwerken Limburg en IJsselmeergebied Onderhoud Oevers en bodems Maasroute Aanpassing bodembescherming, sluizen en bruggen en overige kunstwerken i.v.m. hogere belasting Noord-Holland Onderhoud vaargeulen NederRijn, IJssel, Twentekanalen/Meppelerdiep en Zwarte Water Renovatie sluizen en in- en aflaatwerken Twenteka-nalen Delden/Hengelo en Spooldersluis Renovatie stalen boogbruggen Utrecht Afronden project «Amsterdam–Lemmer/Ijsselmeer» Afronden project «Kanaal Gent–Terneuzen, baggeren en oevers» Afronden project «Maas: baggeren en kunstwerken» Afronden project «Rotterdam–België/ Zeeland: renovatie o.a. Volkeraksluizen en baggeren» Baggeren zeetoegangen Bediening op afstand in Zeeland Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van beheer en onderhoud wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Projectenboek 2012. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 27Beleidsagenda Aanleg en benutting Hieronder volgen de mijlpalen die IenM in 2012 wil halen binnen de sectoren van het Infrastructuurfonds. Hoofdwatersystemen Mijlpaal Project Oplevering Integrale Inrichting Veluwerandmeren (IIVR) Innovatie Delta Technologie Innovatieprogramma Kaderrichtlijn Water Start realisatie Delen van NURG (w.o. Afferdense en Deelse waarden) Naast deze mijlpalen wordt in 2012 voortvarend gewerkt aan Ruimte voor de Rivier, het HWBP, Maaswerken en het Deltaprogramma. Hoofdwegennet Mijlpaal Project Oplevering N2 Meerenakkerweg–Noord Brabantlaan A12 Zoetermeer–Zoetermeer centrum A74 Venlo A9 Alkmaar–Uitgeest Start realisatie A4 Delft–Schiedam A1/A27 Utrecht–Hilversum–Amersfoort A7/6 Knooppunt Joure A12 Bypass Nootdorp N31 Traverse Harlingen N61 Hoek–Schoonedijke N33 Assen–Zuidbroek A9 Omlegging Badhoevedorp Spoorwegen Mijlpaal Project Oplevering Hanzelijn (incl. stations Dronten en Kampen Zuid) Groningen Europapark Regionet (Station Halfweg, Station Almere Poort) Vleuten-Geldermalsen div. onderdelen) Hanzelijn (incl. stations Dronten en Kampen Zuid) Start realisatie Station Nijmegen Lent OV SAAL KT cluster a (Flevolijn) Versnelling emplacement Zwolle (PHS Sporendriehoek/Motie Koopmans Uitbreiding emplacement Maasvlakte West Herinrichting emplacement Waalhaven Zuid Station Nijmegen Lent OV SAAL KT cluster a (Flevolijn) Versnelling emplacement Zwolle (PHS Sporendriehoek/Motie Koopmans Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 28Beleidsagenda Hoofdvaarwegennet Mijlpaal Project Oplevering Walradar Noordzeekanaal Start realisatie Vaarweg Meppel–Ramspol (keersluis Zwartsluis) Verdieping vaarweg Harlingen–Kornwerderzand (Boontjes) Wilhelminakanaal Tilburg Capaciteit Julianasluis Gouda De Zaan (Wilhelminasluis) Verbreding Maasgeul Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor het lopende programma wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT/SNIP Projectenboek 2011. Regionale/lokale infrastructuur (> 112,5/225 miljoen euro) Voor de grote regionale en lokale infrastructuurprojecten (kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger dan € 112,5 resp. € 225 mln.) ligt de verantwoordelijkheid voor voorbereiding, aanleg, beheer en onderhoud en exploitatie bij de betreffende regionale of lokale overheid. IenM kan een bijdrage leveren in de aanlegkosten van zo’n project als nut en noodzaak zijn aangetoond en het project van (boven)regionaal belang is. Voorbeelden van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten zijn projecten zoals de N201, de Noord-Zuidlijn en de Rijn-Gouwe lijn. In artikel 14.01 van het Infrastructuurfonds van de Rijksbegroting zijn de grote regionale /lokale projecten nader aangeduid. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 29Beleidsagenda B. Begroting op hoofdlijnen De onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2011.art 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Stand ontwerp-begroting 2011 8 321 857 8 203 477 7 995 536 8 541 553 7 598 464 8 165 966 Amendementen 21 600 Nota’s van Wijziging 2011 61 413 28 518 6 877 – 40 000 – 50 000 – 50 000 Mutaties 1e suppletoire wet 2011 – 103 265 – 354 161 – 15 021 – 70 402 – 344 324 – 73 789 Stand Voorjaarsnota 2011 8 301 605 7 877 834 7 987 392 8 431 151 7 204 140 8 042 177 I Belangrijkste mutaties Infrastruc-tuurfonds – 49 946 109 931 133 995 10 600 174 570 345 872 1. Desalderingen Div. – 8 119 15 360 53 227 4 242 – 32 728 67 000 2. Tolinkomsten 12 – 51 000 – 51 000 – 119 000 – 119 000 3. Aanvullende post: extra wegen 12/13 100 000 200 000 500 000 500 000 4. Van hfdst XII: NSP 13 135 000 5. Van/naar BDU Div. – 24 211 – 61 919 – 39 505 – 19 000 – 36 000 – 26 499 6. Kasschuiven Div. – 99 977 124 346 – 33 791 – 54 766 – 27 170 9 860 7. Amendement 19 – 21 600 8. Naar EL&I: diversen Div. – 3 711 – 3 962 – 4 604 – 2 797 – 3 456 – 3 597 9. Van hfdst XII: BES Div. 740 700 770 770 820 770 10. Van vhVROM: deltapor-gramma 11 2 975 3 020 11. Naar hfdst XII: ikv centraal artikel apparaat Div. – 7 573 – 6 356 – 5 056 – 4 596 – 4 596 12. naar hfdst XII: HRN 13 – 4 250 – 2 000 – 2 000 – 2 000 – 2 000 – 2 000 13. naar hfdst XII: Taakuitvoering overbelading 12 – 2 027 – 2 540 – 2 588 – 2 598 14. Prijs- en loonbijstelling Div. 114 462 75 484 54 814 77 205 73 307 98 958 15. Rentevrijval verkoop Structon 13 – 8 610 – 8 610 – 8 610 – 8 610 – 8 610 16. Taakstelling apparaat Div. – 1 253 – 14 987 – 56 572 – 121 550 – 158 716 – 166 414 17. Naar GF: Den Haag World Forum 14. – 7 259 – 7 260 – 7 281 18. Naar PF: Den Haag World Forum 14. – 4 368 – 506 II Diversen – 1 898 – 1 087 – 8 569 – 9 604 – 4 574 1 066 Totale mutaties – 51 844 108 844 125 426 996 169 996 346 938 Stand ontwerp-begroting 2012 8 249 761 7 986 678 8 112 818 8 432 147 7 374 136 8 389 115Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in het verdie-pingshoofdstuk. Ad 1. Dit bestaat enerzijds uit de verwerking van bijdragen van derden op de verschillende aanlegprojecten, met name op hoofdwegen- en hoofdvaarwegenprogramma. Anderzijds betreft dit het afboeken van de tolopbrengsten op het project A27 Lunetten-Hooipolder (153 mln.); dit project bestaat uit het verbreden van bestaande infrastructuur en komt dus niet in aanmerking voor tolfinanciering. Door aanpassingen binnen het project kan het taakstellende budget worden verlaagd. Deze verlaging wordt benut voor het afboeken van de tolfinanciering op dit project. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 210Beleidsagenda Ad 2. Ten behoeve van de financiële dekking van het aanlegprogramma uit de Nota Mobiliteit is destijds afgesproken dat € 1 mld. gefinancierd zou worden door middel van tolopbrengsten bij een aantal Infrastructuur-projecten. In het Regeerakkoord is opgenomen dat alleen de aanleg van additionele infrastructuur, zoals supersnelwegen, gefinancierd kan worden door tolheffing. Het gewone wegennet komt niet in aanmerking voor tolheffing. Dit is in overeenstemming met de huidige wetgeving die alleen op nieuwe infrastructuur/doorsnijdingen tolheffing mogelijk maakt. Dit betekent dat de ingeboekte tolinkomsten als dekking van het Infra-structuurfonds deels niet zullen worden gegenereerd. De resterende tolinkomsten (€ 507 mln.) zijn niet meer gekoppeld aan concrete projecten. Deze tolinkomsten worden hierom afgeboekt. Ad 3. In het Regeerakkoord is voor IenM een stevige beleidsambitie geformuleerd. Met name het belang van een goede infrastructuur is onderstreept. Daarom is het jaarlijkse budget voor aanleg van wegen en spoor vanaf 2015 structureel met € 500 mln. verhoogd. Met deze begroting worden de betreffende middelen grotendeels toegevoegd. De projectmatige invulling sluit aan bij de Structuurvisie, de beleidsbrief Investeringen en het plan Beter Benutten. Ad 4. Met de samenvoeging van VROM en VenW zijn ook de departe-mentale begrotingen samengevoegd. In dat kader wordt nu de bijdrage van VROM aan de Zuidas toegevoegd aan het spoorbudget. Ad 5. Het gaat om de overboeking van verschillende projecten, waarvan de betaalbaarstelling via de BDU zal verlopen. Met betrekking tot het wegenprogramma betreft dit de aansluiting A13/N209 Doenkadeviaduct, ruimtelijke mobiliteitsaanpak Maastricht-Noord, N62 Sloe- en tractaatweg, A58 Reconstructie kruispunt. Anderzijds verloopt het project A12 pilot spitsmijden niet meer via de BDU. Deze BDU reservering wordt teruggeboekt naar artikel IF/12 het project spitsmijden A12 corridor. Met betrekking tot het spoorprogramma worden met name projecten in het kader van het actieplan overgeboekt naar de BDU. Ad 6. Met deze kasschuif wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de actuele inzichten in de programmering. Ad 7. In december 2010 is door de Tweede Kamer een amendement van de heer De Rouwe aangenomen dat € 21,6 mln. toewijst aan de N23 (32 500 XII, nr. 12). Deze bijdrage is deels bestemd voor medefinanciering van een nieuwe oeververbinding bij de Roggebotsluis (Flevoland–Overijssel, € 10 mln.), deels voor de verbinding Hoorn–Enkhuizen (Noord-Holland, € 11,6 mln.). Amendement 32 500 A, nr. 13, waarin de dekking hiervan wordt geregeld, is echter door de Tweede Kamer verworpen. De programmering is nu in een latere fase voorzien. Ad 8. De overboeking naar het ministerie EL&I betreft met name een bijdragen in de jaren 2011 t/m 2013 van € 3,6 mln. per jaar ten behoeve van het verdrogingsprogramma. Daarnaast wordt een bedrag oplopende naar ca € 3 mln. in 2016 overgeboekt in verband met het aandeel van IenM uit hoofde van het opdrachtgeverschap in de taakstelling Rutte van EL&I. Het gaat dan vooral om de baten-lastendiensten van EL&I: AGNL (SenterNovem, Economische voorlichtingsdienst), Dienst Landelijk gebied en Agentschap Telecom en Dienst Regelingen. Vervolgens wordt een bedrag van € 0,6 mln. vanaf 2014 overgeboekt als bijdrage in de huisvestingskosten van de GTI NLR. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 211Beleidsagenda Ad 9. Deze mutatie betreft de overboeking vanuit Hoofdstuk XII van de BES-budgetten welke aangewend worden voor activiteiten op het gebied van watermanagement en vaarwegen. Ad 10. Deze overboeking betreft de bijdrage van voorheen VROM in de kosten van het deltaprogramma. Ad 11. Deze mutatie heeft betrekking op de centralisatie van de apparaat-budgetten naar artikel 98 «Apparaatuitgaven van het Kerndepartement». Ad 12. Dit betreft met name de overboeking naar Hoofdstuk XII artikel 34 voor spoorse problematiek. Ad 13. Dit betreft een overboeking naar Hoofdstuk XII artikel 32 voor de inspectie van de taakuitvoering overbelading. Ad 14. Dit betreft de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2011. Ad 15. Deze mutatie betreft de rente vrijval als gevolg van de verkoop van Structon. Ad 16. Dit betreft de toedeling van de taakstelling «Rijk, Agentschappen en uitvoerende ZBO’s uit het Kabinet Rutte» en de toedeling van de taakstellingen «bedrijfsvoering» en «augustusbrief 2010» van het kabinet Balkende IV. Ad 17. Dit betreft de decentralisatie van het project Den Haag Interna-tionale Stad: World forum naar het Gemeentefonds (GF). Ad 18. Dit betreft de decentralisatie van een deel van het project Den Haag Internationale Stad: Scheveningen Boulevard naar het Provinciefonds (PF). Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 212Beleidsagenda 3. DE PRODUCTARTIKELEN Artikel 11 Hoofdwatersystemen Op dit artikel worden de producten op het gebied van hoofdwatersys-temen verantwoord. Dit betreft de onderdelen watermanagement, beheer en onderhoud, aanleg, verkenning en planstudie, staf deltacommissaris en netwerkgebonden kosten. Het watersysteem omvat het geheel van oppervlaktewater, waterbodems, oevers, etc. Het artikel hoofdwatersystemen op het infrastructuurfonds is gerelateerd aan het beleidsartikel 31 (integraal waterbeleid) op de IenM begroting (XII). De doelstelling van dit beleidsartikel is het op orde krijgen en houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.Overzicht budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000) 11 Hoofdwatersystemen 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 719 027 983 799 588 136 597 387 528 757 557 365 568 203 Uitgaven 805 124 1 085 263 617 781 563 231 603 980 585 999 691 505 11.01 Watermanagement 87 132 14 803 13 114 12 529 13 393 13 436 13 361 11.01.01 Basispakket watermanagement 87 132 14 803 13 114 12 529 13 393 13 436 13 361 11.02 Beheer en onderhoud 278 610 144 990 149 119 133 034 138 610 134 943 128 801 11.02.01 Basispakket B&O waterkeren 168 899 64 052 107 299 109 817 118 942 115 279 109 172 11.02.05 Basispakket B&O integraal waterbe-heren 95 000 27 045 25 538 23 217 19 668 19 664 19 629 11.02.08 Groot variabel onderhoud water-beheer 14 711 53 893 16 282 11.03 Aanleg 425 097 638 254 194 271 164 398 184 641 194 196 159 892 11.03.01 Realisatieprogramma waterkeren 322 921 362 906 106 668 97 702 129 834 145 576 143 576 11.03.02 Realisatieprogramma waterbeheren 102 176 275 348 87 604 66 696 54 807 48 620 16 316 11.05 Verkenning en planstudie 11 988 43 361 28 669 31 590 61 039 46 242 193 903 11.05.01 Verkenningenprogramma hoofdwa-tersystemen 7 007 21 898 22 094 27 849 16 504 400 400 11.05.02 Planstudieprogramma waterkeren 585 7 703 3 256 1 344 39 439 40 746 191 360 11.05.03 Planstudieprogramma waterbeheer 4 396 13 760 3 319 2 397 5 096 5 096 2 143 11.06 Staf Deltacommisaris 2 297 5 226 2 375 1 925 1 925 1 925 1 925 11.06.01 Staf Deltacommisaris 2 297 5 226 2 375 1 925 1 925 1 925 1 925 11.07 Netwerkgebonden kosten HWS 0 238 629 230 233 219 755 204 372 195 257 193 623 11.07.01 Apparaatskosten RWS 189 350 183 903 176 689 165 402 158 884 157 320 11.07.02 Overige netwerkgebonden kosten 49 279 46 330 43 066 38 970 36 373 36 302 11.09 Ontvangsten 60 067 127 791 16 632 5 150 2 650 3 150 25 150Budgetflexibiliteit Deze tabel geeft voor het jaar 2012 per artikelonderdeel de programma-middelen weer en maakt de mate van budgetflexibiliteit inzichtelijk door middel van vijf categorieën. De verhoudingen binnen de artikelonderdelen worden zowel procentueel als nominaal gepresenteerd. Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 213 Productartikel 11 Toelichting: 11.01 en 11.02 Watermanagement en Beheer en Onderhoud De voor beheer en onderhoud opgenomen bedragen zijn volledig beleidsmatig verplicht. Het gaat hier om de verwachte uitgaven voor het project Stuwen in de Lek. 11.03 Aanleg Het artikelonderdeel Waterbeheer is voor 53% juridisch verplicht. Het beleidsmatig verplichte gedeelte betreft hoofdzakelijk de nog niet afgegeven beschikkingen op het Hoogwaterbeschermingsprogramma, alsmede de beleidsmatig afgesproken projecten SBW (Sterkte Belasting Waterkeren) en WTI (Wettelijk Toetsingsinstrumentarium). 11.05 Verkenning en planstudie De verkenningen en planstudies zijn grotendeels juridisch verplicht. De bestuurlijk gebonden uitgaven hebben betrekking op de Vlaams–Nederlandse Scheldecommissie. Het overige deel is beleidsmatig verplicht. 11.06 Staf Deltacommissaris De programmauitgaven van de staf Deltacommissaris zijn grotendeels beleidsmatig verplicht. Het deel bestuurlijk gebonden betreft de inzet van gemeenteambassadeurs. Per gebiedsgericht deelprogramma is er één gemeenteambassadeur (afspraak is gemaakt met de VNG). 11.01 Watermanagement Met Watermanagement streeft IenM naar: •het waarborgen van de bescherming tegen de gevolgen van zowel extreem hoog als laag water. ProcentueelIn € 10000%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%100%16.28213%87%3062.069Juridisch verplichtBestuurlijk gebondenBeleidsmatig verplichtComplementair noodzakelijkBeleidsmatig nog niet ingevuldProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 100011.01 en 11.02Watermanagement enBeheer en Onderhoud11.03Aanleg11.05Verkenning enplanstudie11.06Staf Deltacommissie53%4%43%103.1956.92584.15073%1%26%16.8733245.917MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 214Productartikel 11 •het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem. •een duurzaam watersysteem, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker. Basispakket Watermanagement Binnen het basispakket watermanagement worden de volgende activi-teiten uitgevoerd: •peilbeheer en bediening van objecten. •monitoring en informatieverstrekking. •crisisbeheersing en -preventie. De operationele doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de rijkswateren zijn: •Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem in 2015. Hiermee wordt zowel wateroverlast als watertekort bestreden. •Het kunnen beschikken over voldoende water in de rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties. Om dit te realiseren worden peilbesluiten nageleefd, worden de waterakkoorden geactualiseerd en uiteraard nageleefd. Het waterpeil is zoveel mogelijk afgestemd op de gebruiksfuncties. Daarnaast wordt zorggedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne- en externe informatie over het watersysteem. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om berichtgeving over hoog en laagwater, naderende stormen, verontreinigingen en ijsvorming. Omvang areaal Basispakket Areaaleenheid omvang 2010 2011 2012 Watermanagement Km2 water 65 250 90 042 90 042Toelichting In 2010 zijn de Caribische eilanden Bonaire, St. Eustatius en Saba als gemeenten bij Nederland gevoegd. De bij deze eilanden behorende kuststrook valt daarmee onder de (beheers)verantwoordelijkheid van IenM. Deze beheerstaak is belegd bij Rijkswaterstaat. De omvang van het areaal neemt hierdoor toe met circa 25 131 km2 (6 271 km2 territoriale zee en 18 860 km2 exclusieve economische zone).Producten Meetbare gegevens bij watermanagementTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 215 Productartikel 11 Indicatoren Basispakket Indicator Eenheid realisatie 2010 streefwaarde 2011 streefwaarde 2012 Watermanagement RWS participeert minimaal tien keer per jaar in een multidisciplinaire oefening, evalueert opgetreden grote calamiteiten en oefeningen en voert afgesproken verbeter-acties uit op het gebied van waterkwaliteit, -overlast en -tekort. % 90% 80% 80% RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen. % 100% 90% 90%Toelichting Om te weten of Rijkswaterstaat haar taken op het gebied van waterma-nagement goed uitvoert, zijn de indicatoren geënt op het optreden van bijzondere omstandigheden. Het op orde hebben van de calamiteitenorga-nisatie en de informatievoorziening voor maatschappelijk vitale processen ten tijde van hoogwater, laagwater, ijsgang of calamiteuze lozingen zijn zaken die gemeten worden. Dit betekent dat Rijkswaterstaat minimaal tien keer per jaar deelneemt aan multidisciplinaire oefeningen, opgetreden grote calamiteiten evalueert en de afgesproken verbeteracties uitvoert. De streefwaarden zijn berekend op basis van de scores op drie prestatieken-merken (participatie, afhandeling en verbeteracties). De waarde wordt dus niet alleen bepaald door de score op participatie maar ook door de scores op de onderdelen afhandeling en verbeteracties. Ook verstrekt Rijkswater-staat informatie binnen de afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen (m.n. ijsberichtgeving, berichtgeving over hoogwater en stormvloed). 11.02 Beheer en onderhoud Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie van zowel het waterkeren als het waterbeheren vervuld kan worden. In de begroting 2010 en 2011 is opgemerkt dat de kosten van beheer en onderhoud toenemen en dat de budgetten onder druk komen te staan. In het afgelopen jaar is deze spanning tussen ambities en budgettaire mogelijkheden in kaart gebracht en zijn oplossingsmogelijkheden verkend, dit mede op basis van de uitgevoerde audits op de netwerken. Dit heeft in deze begroting geresulteerd in een oplossing van de proble-matiek door een structurele verhoging van het budget, aanvullende efficiencymaatregelen en versoberingen van het onderhoudsniveau. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar bijlage 4.2. Basispakket Beheer en Onderhoud waterkeren Het basispakket Beheer en Onderhoud waterkeren bevat: 1.Kustlijnhandhaving (conform de basiskustlijn zandige kust niveau 1990). 2.Beheer en Onderhoud rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen (conform de Wet op de waterkering). Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 216 Productartikel 11 ad 1. Kustlijnhandhaving Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu verlies aan zand dat jaarlijks gecompen-seerd moet worden. Vanaf 2001 wordt er ook zand gesuppleerd om de zandverliezen op dieper water te compenseren. Daarmee wordt de zandhoeveelheid in het kustfundament op peil gehouden en wordt het effect van de zeespiegelstijging tenietgedaan. Ook zijn er lokale activi-teiten zoals onderhoud van dammen en strandhoofden, eveneens met het doel om structurele kusterosie te bestrijden. ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen • Rijkswaterkeringen Rijkswaterstaat beheert en onderhoudt ongeveer 249,3 km primaire waterkeringen. Er wordt vast onderhoud gepleegd, bijvoorbeeld maaien van dijken. Daarnaast wordt er variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de waterkeringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortkomingen worden verholpen. Primaire waterkeringen zijn waterke-ringen die onder de Waterwet vallen omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het gaat met name om enkele zeedijken op de Wadden-eilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland. Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt Rijkswaterstaat ook 829 km niet-primaire waterkeringen. Deze vallen niet onder de Waterwet omdat ze geen bescherming hoeven te bieden tegen het buitenwater. Ze bieden bescherming tegen het binnenwater. • Stormvloedkeringen Om ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Ook de storm-vloedkeringen zijn primaire waterkeringen (welke vallen onder de Wet op de waterkering). Het Rijk heeft vier stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering en de Hollandsche IJsselkering. Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van de schuiven, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het besturingssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden er periodiek inspecties uitgevoerd. Basispakket Beheer en Onderhoud integraal waterbeheren Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem op een zodanig kwaliteitsniveau te houden dat dit voldoet aan de vigerende regelgeving. Hierbij valt te denken aan beheer en onderhoud van: •rijkswateren ten behoeve van maatgevend hoogwater (MHW). •stuwende en spuiende kunstwerken. •rijkswateren ten behoeve van waterkwaliteit. •oevers en bodems. •vergunningverlening en handhaving. Onder het basispakket valt ook de voorbereiding van respectievelijk WB21, de implementatie van de Kader Richtlijn Water (KRW) en de Waterwet, alsmede de activiteiten in het kader van Natura 2000. Zowel de KRW als Natura 2000 streven naar het beschermen van gezonde watersys-temen die een duurzaam gebruik mogelijk maken. Voor de KRW zijn stroomgebiedbeheersplannen opgesteld. Die bepalen welke maatregelen Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 217Productartikel 11 op het terrein van beheer en onderhoud genomen worden om aan de KRW te blijven voldoen. Tevens vallen onder het basispakket beheer en onderhoud waterbeheren de maatregelen gericht op het op orde krijgen en houden van de vegetatie in de uiterwaarden. Groot variabel onderhoud waterbeheren Het betreft beheer en onderhoudsactiviteiten die per project groter zijn dan € 30 mln. (vervangingen, mid-life onderhoud, etc.). Meetbare gegevens bij Beheer en Onderhoud In de kabinetsreactie op het IBO Beleid en Onderhoud (Kamerstukken 2006–2007, 30 800 XII, nr. 57) is toegezegd om extracomptabele informatie te verstrekken over de wijze waarop de middelen voor beheer en onderhoud worden aangewend. Ter invulling daarvan is hieronder een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten over dijken, dammen en duinen, over stormvloedkeringen, over kunstwerken, over kustlijnzorg en over vergunningen. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde: van jaar tot jaar kan het actueel uitgegeven percentage fluctueren. • WaterkerenOmvang Areaal Areaal Eenheid Omvang 2012 Budget 2012 B&O waterkeren Kustlijnzorg Mln. m3 11 190 000 55,9 Stormvloedkeringen stuks 4 43,9 Dammen, dijken en duinen w.o.: 7,5 – dijken primaire waterkeringen km 249,3 – niet primaire waterkeringen km 829 Totaal 107,315%5%27%48%5%KunstwerkenDijken dammen duinenStormvloedkeringenKustfundamentVergunningenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 218 Productartikel 11 Toelichting 1.Ten opzichte van de begroting 2011 is de areaalomvang met 18 km afgenomen. Deze daling is veroorzaakt doordat er keringen in Zeeland zijn overgedragen aan de waterschappen. 2.Vanwege de gewenste normering van niet-primaire waterkeringen is in 2010 het areaal opnieuw in kaart gebracht. Met de daaruit voortgekomen inzichten is ook de areaalomvang opnieuw vastge-steld. Het in eerdere begrotingen gepresenteerde areaal (396 km) had alleen betrekking op de lengte van dijken langs vaarwegen met tevens een waterkerende functie. Met de herijking van het areaal is inzicht verkregen in de totale omvang van niet primaire waterkerin-gen (829 km). Deze waarde wordt met ingang van de begroting 2012 dan ook opgenomenIndicatoren Indicator Eenheid 2010 2011 2012 B&O Waterkeren De primaire rijkswaterkeringen (dijken, duinen, stormvloedkeringen, etc) en andere werken die direct buitenwater keren voldoen aan de veiligheids-normen uit de Wet op de waterkering. % 62% 62% 62% Het jaarlijks suppleren van gemiddeld 12 miljoen m3 zand conform een jaarlijks vastgesteld suppletiepro-gramma om de basiskustlijn te handhaven. m3 per jaar 8 206 000 10 399 000 11 190 000Toelichting: 1.De eerste indicator is gericht op het voldoen van de primaire rijkswaterkeringen aan de Waterwet of, indien de kering niet aan die wet voldoet, het in technische staat houden van de situatie 2006. Uit die zogenaamde «tweede toetsing» is gebleken dat 62% van de primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk voldoet aan de WOW-eisen. Het beheer en onderhoud programma is er vooralsnog op gericht dit percentage vast te houden. Het verbeteren van dit percentage richting 100% moet worden gerealiseerd via het aanlegprogramma. 2.De tweede indicator geeft de gerealiseerde en verwachte jaarlijkse hoeveelheid zand aan die RWS suppleert voor de Nederlandse kust volgens een vastgesteld suppletieprogramma om de basiskustlijn en het kustfundament op orde te houden. 3.De opgenomen waarde voor het jaar 2012 (11 190 000) is het verwachte minimale suppletievolume gebaseerd op het totaal van het verwachte suppletievolume uit de lopende suppleties van het programma 2011 (3 190) en de benodigde suppletie om de basiskust-lijn in stand te houden uit de programmering 2012–2015 (8 000). Daar bovenop kan nog een deel van het flexibele deel in 2012 gesuppleerd worden. Suppleren voor kustlijnzorg Om de Basiskustlijn en het kustfundament te kunnen handhaven dient jaarlijks gemiddeld 12 miljoen m3 te worden gesuppleerd. Hiertoe wordt jaarlijks een suppletieprogramma vastgesteld. Inhoud en omvang van dit programma kan jaarlijks variëren naargelang specifieke behoefte en budgettaire mogelijkheden. Bij de aanbesteding van de suppletiepro-gramma’s hebben de aannemers de vrijheid om de suppletiewerkzaam-Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 219 Productartikel 11 heden over meerdere jaren te spreiden. De afgelopen jaren is steeds gewerkt met tweejaarlijkse uitvoeringstermijnen voor de aannemers. Met ingang van 2012 wordt overgegaan op vierjarige contracten (voor de periode 2012–2015). Verwachte realisatie lopende programma’s (t/m 2011) (x 1 000 m3) 2010 2011 2012 Onderwater 4 340 5 499 1 800 strand 3 866 4 900 1 390 totaal 8 206 10 399 3 190* de gepresenteerde verwachte realisatie 2012 is nog exclusief het deel van het programma 2012 dat door de aannemer gespreid over de jaren 2012 en 2013 zal worden gesuppleerd. Toelichting In bovenstaande tabel zijn de suppleties opgenomen van de programma’s 2009 t/m 2011. Hierbij moet worden opgemerkt dat er tussen het jaar 2011 en 2012 nog verschuivingen kunnen plaatsvinden in verband met de vrijheid van de aannemer om de suppleties binnen twee jaar uit te voeren. Programmering 2012–2015 (x 1 000 m3) 2012 2013 2014 2015 Basiskustlijn (BKL) 8 000 8 000 8 000 8 000 Kustfundament en BKL correcties 16 000 Totaal 48 000 Toelichting Om te bereiken dat voor het beschikbare budget de maximale hoeveelheid zand wordt gesuppleerd is een innovatieve benadering gekozen.Het nieuwe programma 2012–2015 zal bestaan uit een basis van (gemiddeld) 8 mln. m3 per jaar ten behoeven van het in stand houden van de Basiskustlijn (BKL) en een meer flexibele hoeveelheid van 16 mln. m3 (of gemiddeld 4 mln. per jaar) dat wordt ingezet voor BKL onderhoud ten gevolge van niet voorspelde erosie en ten behoeve van het kustfun-dament. Hiermee zal het gemiddelde suppletievolume over de periode 2012–2015 rond de 12 mln. m3 per jaar bedragen. Het is de intentie om voor de basis van 8 mln. Per jaar (32 mln. m3) vierjarige contracten af te sluiten. Het meer flexibele deel zal daarnaast aanvullend in de markt worden gezet. • WaterbeherenOmvang Areaal Areaal Eenheid Omvang 2012 Budget 2012 B&O waterbeheren Spuiende en stuwende kunstwerken aantal 98 25 538Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 220 Productartikel 11 Indicatoren:Indicatoren Indicator Eenheid realisatie 2010 streefwaarde 2011 streefwaarde 2012 B&O Waterbeheren De spuiende kunstwerken en stuwen kunnen te allen tijde worden geopend. % 100% 100% 100% Het percentage van de door Rijkswaterstaat verleende vergunningen in voldoet aan de wettelijke termijnen. % 86% 90% 95%Toelichting: 1.Altijd werkende spuiende kunstwerken, stuwen en gemalen is een noodzakelijke voorwaarde om de water af- en aanvoer goed te kunnen reguleren en een adequaat peilbeheer uit te voeren. 2.Vergunningverlening en handhaving zijn belangrijke wettelijke instrumenten om de kwaliteit van het hoofdwatersysteem te beïnvloeden. Het betreft hier alle wetten, dus zowel de milieu- als niet-milieu wetten. Het streven is erop gericht om uiterlijk in 2012 aan de gestelde norm (in minimaal 95% van de gevallen voldaan aan de wettelijke termijnen) te voldoen. • Groot variabel onderhoud Het betreft beheer en onderhoudsactiviteiten die voortvloeien uit het Plan van Aanpak achterstallig onderhoud 2003, welke was bijgevoegd bij de begroting 2004. In het kader van dit plan is een aantal projecten gedefi-nieerd. Groot variabel onderhoud Projecten Uitvoeringsperiode Stuwen lek 2010–2016 Toelichting: Na de afgebroken aanbesteding bij het project Stuwen Lek (biedingen hoger dan het beschikbare budget, zie Begroting IF 2010, pag. 33) is dit project in 2009 doorgestart. De renovatie wordt nu in twee fases uitge-voerd. In 2010 is met de uitvoering van de urgente maatregelen en de voorbereiding van fase 2 gestart. Het project zal uiterlijk doorlopen t/m 2016. 11.03 Aanleg Om een bijdrage te leveren aan het voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij het rijk én een bijdrage te leveren aan het beheer van de rijkswateren. MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 221 Productartikel 11 Realisatieprogramma waterkeren Rivierverruiming, niet zijnde Ruimte voor de Rivier Langs de Maas, de Rijn, de Waal en de Lek worden rivierverruimingspro-jecten uitgevoerd om een grotere waterafvoer te kunnen opvangen, de zogeheten NURG (Nadere Uitwerking Rivieren Gebied) projecten. De realisatie moet uiterlijk 2015 afgerond zijn. Voorbeelden van projecten die worden uitgevoerd zijn de projecten Afferdense en Deetse waarden, Heesseltsche uiterwaarden en Rijnwaardense uiterwaarden. Dijkversterking en herstel en onderzoek steenbekleding Verbetering van dijken bestaat uit verhoging en/of versterking van de dijk of uit vervanging van de bestaande steenbekleding. Het herstel van de steenbekledingen in Zeeland wordt in 2015 opgeleverd. In totaal zal dan langs de Wester- en Oosterschelde 321 kilometer steenbekleding zijn vervangen. 2e Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) De procedureregeling grote projecten is in 22 maart 2011 op (Kamer-stukken 2010–2011, 32 698, nr. 1) op het HWBP2 van toepassing verklaard. Dit betekent dat dit project onder artikelonderdeel 16.05 is opgenomen. 3e Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) Vanaf 2012 wordt gestart met de voorbereiding van een volgende hoogwaterbeschermingsprogramma voortvloeiende uit de resultaten van de 3e toetsing. Daarbij zullen ook de aanbevelingen van de Taskforce Ten Heuvelhof worden benut. Zandmotor In het kader van de Pilot Zandmotor wordt een grote hoeveelheid zand aangebracht voor de Delflandse kust. Door wind, golven en zeestroming verspreidt het zand zich en groeit de kust op natuurlijke wijze aan. Zo levert de Zandmotor een bijdrage aan de kustveiligheid op langere termijn. De Pilot Zandmotor Delflandese Kust is een gezamenlijk project van IenM en de provincie Zuid-Holland. De Zandmotor, als object, komt ten noorden van de plaats Ter Heijde te liggen, ter hoogte van natuur-gebied Solleveld. De functie zal natuur en recreatie zijn, zolang de Zandmotor bestaat. De natuurlijke afbraak is voorzien. De Zandmotor gaat er uitzien als een haak die 1,5 kilometer de zee in steekt. Op het strand ligt dan een basis van twee kilometer breed welke aansluit op het natuur-gebied Solleveld. In het kader van het project Pilot Zandmotor Delflandse Kust wordt circa 20 miljoen m3 zand gesuppleerd. De uitvoering van het project is begin 2011 gestart. De kosten voor IenM zijn begroot op € 69 mln. De provincie Zuid-Holland draagt € 14 mln. bij. De uitvoering loopt zeer spoedig, oplevering is voorzien in de tweede helft van 2011. De belangrijkste mutaties in het realisatieprogramma waterkeren zijn: •Over het Hoogwaterbeschermingsprogramma zijn in het Bestuursak-koord Waterafspraken gemaakt over de financiering: met ingang van 2014 betalen Rijk en waterschappen ieder de helft van de kosten van het programma. Uit hoofde van de Spoedwet en het Bestuursakkoord Water wordt van de Waterschappen een bijdrage ontvangen van € 81 mln. oplopend tot € 131 mln. in 2014 en vanaf 2015 structureel € 181 mln. Voor de Rijksmiddelen is met een kasschuif € 1,2 mld. uit het Deltafonds naar voren gehaald. ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 222Productartikel 11 •Het HWBP-2 is op 22 maart door de Tweede Kamer als Groot Project aangemerkt (Kamerstukken 2010–2011, 32 698, nr. 1). Dit betekent dat dit project wordt verantwoord op artikelonderdeel 16.05. •Om een representatief beeld te krijgen van de waterveiligheidssituatie in Nederland moeten nog een aantal dijkringen, bijv. langs de Waddenzee en het IJsselmeer worden onderzocht. Daarom is voor de verdere ontwikkeling van VNK-2 (MIRT –project «kleine projecten») € 8 mln. toegevoegd. •Op basis van het Regeerakkoord is een taakstelling Vereenvoudiging omgevingsrecht verwerkt op het Hoogwaterbeschermingsprogramma (bijna € 3,4 mln.) en de uitvoeringskosten van de Afsluitdijk (€ 0,4 mln.). •De in het Regeerakkoord opgenomen taakstelling subsidies op het gebied van water is groter dan de daadwerkelijke subsidies in de afgelopen jaren. Deze taakstelling wordt deels op het IF ingevuld op het innovatieprogramma Delta Technologie (€ 5,2 mln.) en (vanwege het karakter van het programma) ook deels op het HWBP(€ 30,1 mln). •De taakstelling PPS uit het regeerakkoord is voor € 3,3 mln. verwerkt op het project Afsluitdijk. •Het taakstellend budget voor de steenbekledingen Ooster- en Westerschelde is met € 48,5 mln. neerwaarts bijgesteld vanwege te verwachten lagere kosten in de uitvoering. •Daarnaast zijn de projectbudgetten geschoond voor de agentschapbij-dragen in verband met de nieuwe bekostigingswijze van Rijkswater-staat. Realisatieprogramma waterbeheren Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast De nadruk in de projecten ligt op het vasthouden en bergen van overtollig water. De projecten moesten uiterlijk op 1 juli 2010 zijn afgerond. Een beperkt aantal projecten bleek op die datum nog niet te zijn voltooid. De verwachting is dat eind 2011 de laatste vaststellingen kunnen plaats-vinden. Innovatie KRW Er is € 75 miljoen beschikbaar voor de bevordering van innovaties bij de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water. Dit geld is verdeeld over twee tenderregelingen. Van de ruim 160 ingediende innovatievoorstellen krijgen er circa 65 een financiële bijdrage. De regelingen worden in 2012 geëvalueerd. Synergie KRW/WB21 In 2009 zijn de eerste subsidiemiddelen uitgegeven. Het merendeel van de middelen is in het ILG opgenomen en is, overeenkomstig het afgesproken kasritme, aan de provincies verstrekt. De overige middelen zijn op grond van een specifieke uitkeringsregeling aan gemeenten en waterschappen beschikt (voorschot). De projecten moeten uiterlijk op 31 december 2012 zijn gestart en uiterlijk op 31 december 2015 zijn afgerond. Verruiming vaargeul Westerschelde inclusief natuurcompensatie Perkpolder De verruiming van de vaargeul (zowel op Vlaams als Nederlands grondgebied) wordt uitgevoerd en gefinancierd door Vlaanderen. Nederland financiert maximaal € 30 mln. op Nederlands grondgebied voor wrakkenberging, kabels- en leidingbescherming en vaargeulwand-Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 223Productartikel 11 verdediging. Daarnaast wordt in verband met EU-verplichtingen natuur-compensatie uitgevoerd bij Perkpolder op basis van de vorige (2e) verdieping van de Westerschelde. Natuurlijker Markermeer/IJmeer Het water in het Markermeer en het IJmeer is door de Houtribdijk afgesloten van het IJsselmeer. Het kan niet meer vrij stromen en bij harde wind wordt er veel slib van de bodem losgemaakt. Dat maakt het water troebel waardoor waterplanten niet goed aanslaan. Door het gebrek aan voedingsstoffen neemt ook het aantal dieren af. De waterkwaliteit voldoet dan ook niet meer aan de Europese normen. In een voortraject heeft een inventarisatie plaatsgevonden waaruit meerdere maatregelen naar voren zijn gekomen die de waterkwaliteit kunnen verbeteren. De pilot dient ertoe om die maatregelen in het klein uit te proberen door middel van verschil-lende experimenten. De resultaten zullen in 2015 leiden tot een advies aan het Kabinet over welke mogelijke maatregelen in de toekomst nodig zijn voor het op peil brengen en houden van de waterkwaliteit van het Markermeer en IJmeer. Belangrijkste mutaties in het Realisatieprogramma Waterbeheren zijn: •Op het verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren is op basis van het Regeerakkoord een taakstelling verwerkt van € 20 mln. per jaar vanaf 2011 oplopend tot structureel € 50 mln. per jaar vanaf 2015. Hierdoor worden KRW-maatregelen getemporiseerd. Voor de uitvoering van het bijgestelde pakket aan lopende KRW-maatregelen is het noodzakelijk om de middelen conform de uitvoeringsplanning van RWS beschikbaar te stellen. Hiervoor is een kasschuif uitgevoerd. •Daarnaast is op het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren, op basis van het Regeerakkoord, een taakstelling Vereenvoudiging omgevingsrecht verwerkt van bijna € 0,5 mln. •Verder zijn vanuit het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren de KRW-maatregelen Lent (€ 5 mln.), Nederrijn (€ 2,5 mln.) en Hengforderwaarden (€ 0,5 mln.) overgeheveld naar het project Ruimte voor de Rivier, vanwege de synergie tussen de waterveiligheid- en waterkwaliteitmaatregelen. •Daarnaast zijn de projectbudgetten geschoond voor de agentschapbij-dragen in verband met de nieuwe bekostigingswijze van Rijkswater-staat. Projectoverzicht behorende bij 11.03.01: Realisatieprogramma WaterkerenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 224Productartikel 11 Totaal Budget in € mln Openstelling Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Projecten Nationaal Deltaplan grote rivieren 679 667 676 3 2010 2010 Maatregelen i.r.t. rivierverruiming 187 202 120 24 9 5 17 12 2015 2015 Dijkversterking en Herstel steenbekleding 1 011 1 105 654 62 57 54 63 77 44 2015 2015 Hoogwaterbeschermingspro-gramma 3 558 4 5 5 6 50 457 Deltares Deltafaciliteit 26 25 9 9 7 2013 2013 IJsselsprong Zutphen (smalle geul) 30 30 0 16 4 5 5 2015 2015 IJsseldelta Kampen (Hoogwa-tergeul) 51 50 0 31 20 2015 2015 Pilot Zandmotor 82 69 2 68 10 1 2011 2012 Overige onderzoeken en kleine projecten 337 369 183 72 26 9 9 9 9 20 2020 2020 Afrondingen 1 1 2 2 1 Sub-totaal categorie 0 2 961 1 644 239 107 98 130 146 144 478 Tweede Hoogwaterbeschermings-programma 524 124 Totaal categorie 0 2 168 363 107 98 130 146 144 478 Begroting (IF 11.03.01) 363 107 98 130 146 144 Projectoverzicht behorende bij 11.03.02: Realisatieprogramma WaterbeherenTotaal Budget in € mln Openstelling Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Projecten Nationaal Subsidie baggeren bebouwd gebied (SUBBIED) 97 107 86 11 2011 2011 Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren 491 1 012 234 119 17 37 33 34 15 2 divers divers Tijdelijke regeling bestrijding regionale wateroverlast 95 100 58 37 2011 2011 Projecten Noordwest-Nederland Natte natuurprojecten IJsselmeer-gebied 35 47 24 11 2011 2011 Natuurlijker Markermeer/IJmeer 22 26 2 10 8 3 2015 2015 Projecten Zuidwestelijke Delta Natuurcompensatie Perkpolder 32 32 11 5 9 2 4 2015 2014 Verruiming vaargeul Wester-schelde 28 31 1 9 4 4 6 4 2010/2011 2011 Projecten Oost-Nederland Integrale inrichting Veluwe randmeer (IIVR) 43 49 15 21 7 2012 2012 Overige projecten Innovatie KRW/WB 76 76 16 33 26 2012 2012 Synergie KRW/WB 117 117 38 19 16 21 12 10 1 2015 2015 Afrondingen 1 1 Totaal categorie 0 1 036 485 275 88 67 55 49 16 2 Begroting (IF 11.03.02) 275 88 67 55 49 16 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 225Productartikel 11 Art 11.04 Geïntegreerde contractvormen Bij infraprojecten waarbij sprake is van publiek-private samenwerking bestaat de betaling uit een geïntegreerd bedrag voor aanleg, onderhoud én financiering gedurende een langdurige periode. De meest toegepaste vorm is Design, Build, Finance, Maintain (DBFM) waarbij de overheid betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van een product. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar netwerk te realiseren.Op dit moment zijn er nog geen geïntegreerd projecten bij de hoofdwater-systemen afgerond zodat er op dit artikel nog geen uitgaven hoeven te wroden verantwoord. De PCC-meerwaardetoets voor het project «Zwakke Schakels (NH)» is inmiddels afgerond. De keuze voor de contractvorm zal binnenkort worden genomen. Geplande PPC’s (2011–2012): –Capaciteitsuitbreiding Volkeraksluizen; –Volkerak Zoommeer; –Verkenning Grevelingen; –Toekomst Afsluitdijk; –Zwakke Schakels (NH). 11.05 Verkenning en planstudie Om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde op het gebied van Waterbeheer te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering. Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten en programma’s uitgevoerd. Deze projecten en programma’s hebben betrekking op MIRT-onderzoeken, MIRT-verkenningen en planstudies. De MIRT-onderzoeken op dit artikelonderdeel zijn: 1.Deltaprogramma: het deltaprogramma is een programma van maatregelen en voorzieningen, gericht op de lange termijn veiligheid en zoetwatervoorziening van Nederland. Vooruitlopend op het van kracht worden van de Deltawet, wordt gewerkt met negen deelpro-gramma’s. De drie generieke en zes regionale deelprogramma’s zijn in onderstaande tabel weergegeven: Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 226Productartikel 11 Deelprogramma’s deltaprogramma programma Verantwoordelijkheid Generiek – Veiligheid IenM – Zoetwatervoorziening IenM – Nieuwbouw en herstructurering IenM Regionaal – IJsselmeer IenM – Rivieren IenM – Rijnmond IenM – Kust IenM – Zuidwestelijke Delta EL&I en IenM – Wadden EL&I De deelprogramma’s Zuidwestelijke Delta en Wadden worden verant-woord op de begroting van het ministerie van EL&I. Voor ieder deelprogramma is een plan van aanpak gemaakt in 2010, dat in 2011 ter hand is genomen. In het Deltaprogramma 2012 staan de verdere analyses en toekomstige opgaven per deelprogramma centraal. Het betreft onderzoeken en studies, gericht op de volgende vragen: •Veiligheid: actualisering nieuwe normen voor waterveiligheid, buitendijks beleid, deltadijken en gebiedspilots; mogelijke oplossings-strategieën. •Zoetwatervoorziening: In verband met klimaatverandering en de ontwikkeling in de zoetwatervraag ontwikkelen van een lange termijn strategie voor de beschikbaarheid van zoetwater; mogelijke oplos-singsstrategieën. •Nieuwbouw en Herstructurering: Het ontwikkelen van een lange termijn visie en een nationaal beleidskader voor de ontwikkeling van bebouwd gebied met condities voor tenminste binnendijks, buiten-dijks, en in, op en rond waterkerings- en reserveringszones vanuit waterveiligheid en wateroverlast. •IJsselmeergebied: In verband met klimaatverandering en een veranderende zoetwatervraag ontwikkelen van een integrale korte- en lange termijn strategie voor het peilbeheer van het IJsselmeer. In 2013 wordt geen peilbesluit voor het IJsselmeergebied genomen voor de korte termijn tot 2035, zoals in het NWP was aangekondigd. •Rivieren: In verband met verwachte hogere rivierafvoeren van Maas en Rijntakken zal voor het rivierengebied een integrale lange termijn opgave worden geformuleerd en een strategie wordt uitgewerkt vanuit veiligheid, natuurdoelen, ruimtelijke kwaliteit en ruimtelijke ontwikke-lingen. •Rijnmond-Drechtsteden: In verband met de verwachting van hogere zeespiegel en toenemende extreme rivierafvoeren ontwikkelen lange termijn oplossingsrichtingen voor waterveiligheid en zoetwatervoor-ziening in synergie met een duurzame en vitale ruimtelijke ontwikke-ling van het gebied. •Kust: Onderzoek naar een duurzame veiligheidsstrategie voor de kust voortbouwend op het Nationaal kader kust. •Zuidwestelijke Delta: In verband met verwachting van hogere zeespiegel en toenemende extremen (hoog en laag) in rivierafvoeren ontwikkelen van een lange termijn strategie voor de Zuidwestelijke Delta om een veilig, veerkrachtig en vitaal gebied te blijven ontwikke-len. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 227 Productartikel 11 •Wadden: Een onderzoek naar de veiligheid op lange termijn van het Waddengebied en het opstellen van een monitoringsplan om de gevolgen van klimaatverandering op de Waddenzee vast te stellen. De deelprogramma’s van het Deltaprogramma zijn bedoeld om Nederland op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening op de toekomst voor te bereiden. Daarnaast blijft het van belang de huidige veiligheid op orde te krijgen en te houden. Dat gebeurt via lopende uitvoeringsprogramma’s, zoals het HWBP, RVR, MW. Daarom maken deze uitvoeringsprogramma’s onderdeel uit van het Deltaprogramma. 2.Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium: Het betreft hier de uitvoering van het Scheldeverdrag Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium. Hierin zijn de projecten opgenomen waarmee het Vlaams Gewest en Nederland de toegankelijkheid (3e vaargeulver-ruiming; afgerond in 2010), natuurlijkheid (natuurherstel i.k.v. Vogel- en Habitatrichtlijn) en veiligheid van het Schelde-estuarium bevorderen. 3.Innovatie Haaglanden: Er worden studies verricht naar de wateropgave in de glastuinbouw via zogenaamde proeftuinen en in nieuwbouwwijken (Rijswijk-Zuid) en bestaand stedelijk gebied. Verder wordt gekeken naar de bestuurlijke en participatieprocessen, communicatie en visualisatie en alternatieve financiele constructies t.a.v. de wateropgave in Haaglanden. Naar verwachting vindt eind 2011 de afronding plaats. 4.Deltamodel: Het Deltamodel wordt in opdracht van IenM ontwikkeld door Rijkswater-staat en Deltares tezamen met andere kennisinstituten en adviesbureaus in samenwerking met andere departementen. Het Deltamodel heeft als doel om de waterhuishoudkundige onderbouwing van het Deltapro-gramma te leveren. Het is een modelinstrumentarium, dat wordt ontwikkeld voor de beleidsanalyse (opgave, maatregelen, effecten) met lange(re) tijdshorizon voor de besluitvorming in het Deltaprogramma. Het Deltamodel wordt gebruikt door deelprogramma’s van het Deltapro-gramma bij het uitvoeren van hun onderzoeken. Het Deltamodel berekent daarbij onder meer de effecten van maatregelen in het ene deelpro-gramma op de opgave en maatregelen van andere deelprogramma’s. Het zorgt er tevens voor dat de effecten van maatregelen op een vergelijkbare manier worden bepaald, waardoor een integrale afweging binnen het deltaprogramma mogelijk is. Het definitieve modelinstrumentarium zal eind 2012 gereed zijn. 5.TBES-Markermeer: Het Integraal Afspraken Kader (IAK) bevat de wederzijdse werkafspraken tussen het Rijk, de gemeente Almere en provincie Flevoland voor de Schaalsprong Almere. In het IAK is de oprichting van een drietal werkmaatschappijen geregeld die de gebiedsontwikkelingen zullen operationaliseren. Een van de kernwerkzaamheden is het komen tot een ToekomstBestendig Ecologisch Systeem (TBES); conform de besluiten in de RRAAM-brief. In de RRAAM-brief is nadere besluitvorming in 2012 aangekondigd onder meer over de rijkstructuurvisie. De verkenningen op dit artikelonderdeel zijn: 1.Toekomst Afsluitdijk. 2.Grevelingen. 3.Zandhonger Oosterschelde. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 228Productartikel 11 4.Integrale verkenning Legger Vlieland en Terschelling. De planstudies op dit artikelonderdeel zijn: 1.Extra spuicapaciteit Afsluitdijk. 2.Volkerak-Zoommeer. De MIRT-verkenningen en planstudies zijn opgenomen in het MIRT-projectenboek. Verkenningen waterkeren en beheren Wijzigingen in de verkenningentabel zijn: •Voor de uitvoering van de plannen van aanpak van de deelprogram-ma’s van het Deltaprogramma is een kasschuif uit latere jaren verwerkt. •Voor de uitvoering van het Deltamodel zijn structureel middelen (in totaal ruim € 4 mln.) overgeheveld vanuit de reservering Deltapro-gramma. •Voor de bijdrage van IenM aan het deelprogramma Zuid Westelijke Delta heeft een budgetoverheveling naar EL&I van bijna € 1 mln. plaatsgevonden. •Voor het deelprogramma Wadden heeft IenM een voorfinanciering aan EL&I verstrekt van € 2 mln. in de jaren 2011 en 2012. De middelen worden in de jaren 2013 en 2014 terugbetaald. •Door DG-Ruimte (vmVROM) is een bijdrage geleverd voor de deelprogramma’s Kust (€ 3 mln.) en Rijnmond en Drechtsteden € 3,1 mln.). •De verkenning Grevelingen is met een jaar vertraagd, omdat de voorkeursbeslissing is gekoppeld aan de integrale besluitvorming in 2012 over de toekomst van Grevelingen en Volkerak Zoommeer. Planstudieprogramma waterkeren De belangrijkste mutaties in de planstudietabel waterkeren zijn: •Het project Extra Spuicapaciteit Afsluitdijk (ESA) zal naar verwachting in de periode 2014–2017 worden uitgevoerd. Het Projectbesluit/Uitvoeringsbesluit zal hierdoor verschuiven naar 2013. Daarnaast is het budget aangepast als gevolg van de bekostiging van RWS en de taakstelling PPS uit het Regeerakkoord. •Uit het planstudiebudget worden middelen ingezet voor VNK-2 en de pilot Oesterdam. Het is de intentie om de overige steenzettingen mee te nemen in de toetsronden van het Hoogwaterbeschermingspro-gramma. Planstudieprogramma waterbeheren De belangrijkste mutaties in de planstudietabel waterbeheren zijn: •Volkerak Zoommeer (VZM): de kostenschatting voor het maken van doorlaatmiddelen en aanpassingen van sluizen bedraagt € 70 miljoen. De bijkomende maatregelen ten behoeve van zoetwatervoorziening € 95 à € 140 miljoen. Dit uitgaande van een situatie waarin het lukt om met innovatieve maatregelen de zoutlek door Volkeraksluizen naar het Haringvliet–Hollandsch Diep afdoende terug te dringen. Hiertoe is in 2010 een pilot uitgevoerd. •Het project Ecologisch Herstel Eem- en Gooimeer maakt onderdeel uit van het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren en vervalt als aparte planstudie. Projectoverzicht behorende bij 11.05.01: Verkenningenprogramma hoofdwatersystemenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 229Productartikel 11 Gebied Probleem Indicatie modaliteit Referentiekader Gereed Projecten Noordwest-Nederland Toekomst Afsluitdijk Veiligheid Waterkeren Waterwet 2011 Projecten Zuidwestelijke Delta Grevelingen Ecologische waarden in combinatie met gebruiksfuncties Waterbeheren Watervisie 2012 Zandhonger Oosterschelde Veiligheid en waterkwaliteit Waterkeren Waterwet en Natura 2000 2013 Integrale verkenning Legger Vlieland en Terschelling Veiligheid Waterkeren Waterwet 2012Projectoverzicht behorende bij 11.05.02: Planstudieprogramma waterkerenBedrag in € mln Raming kosten Budget Planning Uitvoe-ring Projectomschrijving min. max. taakstel- lend 2011 2012 2013 2014 2015 2016 periode CATEGORIE 1 Projecten Noordwest-Nederland Extra spuicapaciteit Afsluitdijk 203 pb/uo 2014–2017 Totaal categorie 1 203 Legenda pb projectbesluit uo uitvoeringsopdracht (beschikking)Projectoverzicht behorende bij 11.05.03: Planstudieprogramma waterbeherenBedrag in € mln Raming kosten Budget Planning Uitvoe-ring Projectomschrijving min. max. taakstel-lend 2011 2012 2013 2014 2015 2016 periode CATEGORIE 1 Projecten Zuidwestelijke Delta Volkerak Zoommeer 165 210 pb/uo 2012–2017 Totaal categorie 1 210 Legenda pb projectbesluit uo uitvoeringsopdracht (beschikking)11.06 Staf Deltacommissaris De staf deltacommissaris ondersteunt de deltacommissaris in zijn taak om, via de coördinerend bewindspersoon, het Kabinet te adviseren over het Deltaprogramma en in zijn taak om te sturen op samenhang en integraliteit, op voortgang en op draagvlak voor maatregelen en het Deltaprogramma als geheel. Om deze doelstelling te bereiken worden door de staf DC de volgende hoofdtaken verricht: 1.Jaarlijks voorbereiden en herzien van het Deltaprogramma, inclusief de financiële consequenties en zorgen voor de planning voor het maken en begeleiden van de jaarlijkse herziening. Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 230Productartikel 11 2.Rapporteren over de voortgang in uitvoering van het Deltapro-gramma. 3.Bewaken van de samenhang van de voorstellen; en beoordelen wat nodig is om de samenhang en consistentie te waarborgen. 4.Bevorderen van draagvlak via contacten met overheden en maat-schappelijke organisaties. 5.Signaleren en oplossen van eventuele knelpunten en aandragen van oplossingsrichtingen. De belangrijkste mutatie is de centralisatie van de apparaatbudgetten naar artikel 98 «Apparaatuitgaven van het Kerndepartement». 11.07 Netwerkgebonden kosten Hoofdwatersystemen Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaats-kosten van Rijkswaterstaat en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. Dit artikelonderdeel is in de Voorjaarsnota 2011 ingesteld als gevolg van de herstructurering van de bekostiging van Rijkswaterstaat per 1 januari 2011. De Tweede kamer is op 10 januari 2011 en 3 maart 2011 over de herstructurering van de bekostiging nader geïnformeerd (Kamerstukken II, 30 119, nrs. 4 en 5). MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 231Productartikel 11 Artikel 12 Hoofdwegennet Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijkswegen verantwoord. Dit betreft de onderdelen verkeersmanagement, beheer en onderhoud, aanleg en verkenning, planstudie en netwerkgebonden kosten. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de beleidsbegroting 2011 (XII). Het Infrastructuurfondsartikel hoofdwegen is gerelateerd aan de beleidsartikelen 32 (bereiken van een optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit), 34 (betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijd) en 36 (bewaken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefomgeving). Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoeringOverzicht van de budgettaire gevolgen van de uitvoering (x € 1 000)2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 5 072 103 3 706 181 2 451 568 4 325 854 2 104 593 2 849 221 2 566 125 Uitgaven 3 269 934 2 590 360 2 457 595 2 692 288 3 200 950 2 175 266 3 439 143 12.01 Verkeersmanagement 57 150 50 137 43 993 27 340 23 304 23 273 23 228 12.01.01 Basispakket verkeersma-nagement 57 150 50 137 43 993 27 340 23 304 23 273 23 228 12.01.02 Servicepakket verkeers-management 12.02 Beheer en onderhoud 1 209 404 275 325 343 137 549 956 471 665 331 765 419 595 12.02.01 Basispakket B&O 1 031 823 139 882 267 409 342 029 340 025 310 381 402 462 12.02.02 Servicepakket B&O 80 592 72 115 59 194 32 787 2 991 21 384 17 050 12.02.04 Groot variabel onderhoud 96 989 63 328 16 534 175 139 128 750 0 83 12.03 Aanleg en planstudie na tracebesluit 1 709 262 1 517 133 1 512 384 1 189 519 938 479 542 239 145 746 12.03.01 Realisatieprogramma 1 699 800 1 517 133 1 512 384 1 189 519 938 479 542 239 145 746 12.03.02 Planstudie na tracèbesluit 9 462 12.04.01 GIV/PPS 225 341 166 897 354 075 384 106 171 962 145 777 147 252 12.05 Verkenningen en planstudie voor tracèbesluit 68 777 133 997 – 233 744 122 506 1 203 574 753 818 2 328 262 12.05.01 Verkenningen 4 371 21 164 13 661 11 700 0 0 0 12.05.02 Planstudie voor tracèbe-sluit 64 406 12 833 2 595 185 806 1 128 574 603 818 2 328 262 Overprogrammering* 100 000 – 250 000 – 75 000 75 000 150 000 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN 0 446 871 437 750 418 861 391 966 378 394 375 060 12.06.01 Apparaatskosten RWS 387 074 381 498 365 999 342 619 329 117 325 878 12.06.02 Overige netwerkgebonden kosten 59 797 56 252 52 862 49 347 49 277 49 182 12.09 Ontvangsten 217 125 112 569 232 114 263 591 205 850 107 337 505 954Budgetflexibliteit Deze tabel geeft voor het jaar 2012 per artikelonderdeel de programma-middelen weer en maakt de mate van budgetflexibiliteit inzichtelijk door middel van vijf categorieën. De verhoudingen binnen de artikelonderdelen worden zowel procentueel als nominaal gepresenteerd. Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 232 Productartikel 12 Toelichting: 12.01 en 12.02 Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud De onder beheer en onderhoud opgenomen bedragen hebben betrekking op het groot variabel onderhoud en zijn volledig beleidsmatig verplicht. De middelen zijn noodzakelijk om de renovatie van de stalenbruggen uit te kunnen voeren. 12.03 en 12.05 Aanleg en planstudie na tracébesluit en verkenning en planstudie voor tracébesluit De categorie bestuurlijk gebonden houdt dat gedeelte in dat in afspraken met de regio aan planstudies wordt uitgevoerd. De categorie beleidsmatig verplicht betreft lopende c.q. te starten projecten die nog niet volledig tot juridische verplichten hebben geleid. 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS Het hiervoor geraamde budget is juridisch verplicht. 12.01 Verkeersmanagement Met verkeersmanagement streeft IenM naar optimaal gebruik van en informatie over de beschikbare infrastructuur en draagt bij aan het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur. Met verkeersmanagement draagt IenM concreet bij aan de bereikbaarheid en verkeersveiligheid in Nederland, binnen de randvoorwaarden van duurzaamheid Basispakket Verkeersmanagement Bij verkeersmanagement wordt onderscheid gemaakt in de volgende maatregelcategorieën: Juridisch verplichtBestuurlijk gebondenBeleidsmatig verplichtComplementair noodzakelijkBeleidsmatig nog niet ingevuld16.2560%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%100%24.187100%420.920100%ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 100012.03Aanleg en planstudiena tracébesluit12.02Beheer en onderhoud12.04GIV/PPS12.05Verkenningen enplanstudie voortracébesluit18%40%42%603.789634.361274.233Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 233Productartikel 12 •Verkeersgeleiding bij grote drukte, inclusief crisissituaties (o.a. weeralarm). •Hulpverlening ten behoeve van doorstroming en informatievoorzie-ning bij pech en ongevallen (incidentmanagement). •Reistijd- en route-informatie, zowel voorafgaand als tijdens de rit. •Maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal wegge-drag, zoals bumperkleven en negeren van rode kruizen. •Voorlichting over rijkswegen, zoals voorlichting over de gevolgen van wegwerkzaamheden. De meeste van deze maatregelen worden ingezet vanuit vijf regionale verkeerscentrales en een landelijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet steeds vaker in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking. Goed voorbeeld hiervan is de Mobiliteitsaanpak waarmee in de periode 2010–2012 in totaal 17 pakketten met regionale benuttingsmaatregelen worden gerealiseerd met de intentie om ook na 2012 deze vorm van regionale samenwerking structureel voort te zetten. Naast deze 17 regionale pakketten wordt vanuit dezelfde mobiliteitsaanpak een extra impuls gegeven aan Incident Management waarbij het gehele netwerk in beschouwing wordt genomen. Dit geldt ook voor het beschikbaar krijgen van de data om betrouwbare reis- en route-informatie te verstrekken en het tonen van de vertraging uitgedrukt in minuten in plaats van in kilometers. De mobili-teitsaanpak maakt onderdeel uit van het realisatieprogramma wegen. Dat geldt ook voor de Praktijkproef Amsterdam, waarbij door middel van het gecoördineerd netwerkbreed inzetten van maatregelen een bijdrage wordt geleverd aan de beleidsdoelen zoals reistijd en bereikbaarheid in de regio Amsterdam. In deze proef zullen zowel wegkantsystemen als dynamische navigatiesystemen worden ingezet op het hoofd – en onderliggend wegennet in de regio Amsterdam. Zeventien publieke wegbeheerders (landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal) hebben in de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW) de krachten gebundeld om verkeersgegevens van goede kwaliteit te verzamelen en te distribueren. In 2012 zullen de actuele verkeersgegevens van de belangrijkste stroomwegen van het Hoofdwegennet en het Onderliggend wegennet in Nederland in de databank zijn opgenomen. In totaal is dit meer dan 5 850 strekkende km wegen van de 10 000 km wegen die hiervoor in aanmerking komen. Specificatie bedieningsareaal: Omvang areaal Areaalomschrijving Eenheid omvang 2010 2011 2012 Verkeerssignalering op rijbanen1 km 2 587 2 613 2 645 Verkeerscentrales aantal 6 6 6 Spits- en plusstroken km 192 322 3191 de presentatie van het areaal verkeerssignalering is aangepast t.o.v. de voorgaande begroting. Met ingang van deze begroting wordt aangesloten bij de gehanteerde definitie bij de presentatie van de areaalomvang. Meetbare gegevens bij VerkeersmanagementTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 234 Productartikel 12 Toelichting Binnen het totale aanlegpakket is een belangrijke rol weggelegd voor de uitbreiding van spits- en plusstroken. Dit verklaart dan ook de forse toename van het aantal km in de periode 2009 t/m 2011. De toename van 2009 naar 2011 wordt met name verklaard door de afronding van een groot aantal Spoedwet wegaanpassingen. Indicatoren:Indicatoren Basispakket Indicator Eenheid realisatie 2010 streefwaarde 2011 streefwaarde 2012 Op minimaal 95% van de bemeten wegvakken levert RWS betrouwbare reis en route-informatie % van bemeten rij baanlengte 96% 95% 95% Op de drukste trajecten van het rijkswegennet bedraagt de aanrijtijd bij incidenten in de spits ten hoogste 15 minuten. % van de gevallen 79% 80% 80% Op de overige rijkswegen bedraagt de aanrijtijd bij incidenten in de spits ten hoogste 30 minuten. % van de gevallen 92% 80% 80%Toelichting Voor verkeersmanagement wordt gebruik gemaakt van een indicator die een duiding geeft van de effecten van het uitgevoerde programma. Deze indicator geeft aan in welke mate Rijkswaterstaat betrouwbare reis- en route-informatie op de Dynamische Route-Informatie Panelen (DRIP’s) zet en die informatie beschikbaar stelt voor serviceproviders. Daarnaast is er een indicator, die aangeeft hoe snel Rijkswaterstaat na een ongeval ter plekke is om de weg zo snel mogelijk weer vrij te kunnen geven voor het verkeer. Op de drukste trajecten wordt het ieder jaar moeilijker om de streefwaarde van 80% te halen, dit heeft met name te maken met de toename van het verkeer en het «inleveren» van de vluchtstrook voor spitsstroken. 12.02 Beheer en onderhoud Het rijkswegennet (en de onmiddellijke omgeving daarvan) in een dusdanige staat houden dat het vervullen van de primaire functie gewaarborgd is (het faciliteren van vlot en veilig vervoer van personen en goederen onder de randvoorwaarde van een kwalitatief hoogwaardig milieu. Het beheer en onderhoud van rijkswegen omvat maatregelen aan verhardingen, bruggen, tunnels en viaducten, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en exploitatie. In de begroting 2010 en 2011 is opgemerkt dat de kosten van beheer en onderhoud toenemen en dat de budgetten onder druk komen te staan. In het afgelopen jaar is deze spanning tussen ambities en budgettaire mogelijkheden in kaart gebracht en zijn oplossingsmogelijkheden verkend, dit mede op basis van de uitgevoerde audits op de netwerken. Dit heeft in deze begroting geresulteerd in een oplossing van de proble-matiek door een structurele verhoging van het budget, aanvullende Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 235 Productartikel 12 efficiencymaatregelen en versoberingen van het onderhoudsniveau. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar bijlage 4.2. Basispakket beheer en onderhoud Een voorwaarde voor optimaal gebruik van het wegennet is beschik-baarheid, betrouwbaarheid en veiligheid van de infrastructuur van wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrixborden, verkeerscen-trales, verkeersvoorzieningen. Daarbij gelden de eisen ten aanzien van het landschap en het milieu rond de rijkswegen als randvoorwaarden. Deze kunnen het best worden gegarandeerd indien de infrastructuur zoveel mogelijk preventief beheerd en onderhouden wordt. Dit in tegenstelling tot correctief onderhoud, waarbij de beheerder geconfronteerd wordt met functieverlies en de gebruiker ongewild voor onaangename verrassingen wordt geplaatst. Zowel het preventief als het correctief onderhoud vallen onder het basispakket. De uitgaven voor het basispakket beheer en onderhoud bestaan in hoofdlijn uit: •Uitgaven voor onderhoud van verhardingen waaronder het herstel van vorstschade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan. •Uitgaven voor onderhoud van kunstwerken. •Uitgaven voor onderhoud aan DVM-systemen. •Klein variabel en vast onderhoud zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting. Servicepakket Beheer en Onderhoud • Servicepakket Meer veilig-2 Er is gestart met de uitvoering van een nieuw pakket verkeersveiligheids-maatregelen op rijkswegen. Daar waar het eerdere pakket Meer Veilig-1 zich richtte op rijks-N-wegen, heeft deze nieuwe impuls betrekking op het gehele rijkswegennet. Met dit pakket wordt een bijdrage geleverd aan het verder terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers en files door incidenten. Uitvoering van de maatregelen is gepland tot en met 2014. Voor 2012 is uitvoering van onder meer de volgende maatregelen gepland: –aanleggen rotondes op aansluitingen met het onderliggend wegennet (A2, A28 en A59); –reconstructie van aansluitingen (A27), kruispunten (N9) en wegvakken (A35); –bermverharding (N35 en A50) en obstakelbeveiliging (A2). • Servicepakket Meer Kwaliteit Leefomgeving Binnen dit servicepakket worden bijdragen geleverd aan het meerjaren-programma Ontsnippering en het meerjarenprogramma Bodemsanering. De geplande werkzaamheden binnen het ontsnipperingsprogramma lopen door tot 2018. Een voorbeeld van een ontsnipperingsproject is het plaatsen van een ecoduct of een dassentunnel. Hierdoor worden twee gescheiden natuurgebieden met elkaar verbonden. In 2012 zullen de volgende ecoducten worden opgeleverd: de A12 bij de Zuid Veluwe (oplevering eind 2011/begin 2012), A35 bij Nijverdal, A28 bij Huis ter Heide en bij Hulshorst en de A50 bij Heerde. Tevens zal de passage over de A2 bij het Geuldal in 2012 worden opgeleverd. In 2012 zal naar verwachting worden begonnen met de aanleg van een extra Natuurbrug (ecoduct) over de A50 bij Oss (valt formeel echter niet onder ontsnipperingsprogramma maar de uitgaven worden wel ten laste van het servicepakket gebracht) en Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 236Productartikel 12 wordt tevens begonnen met de aanleg van het ecoduct over de A28 bij Dwingelo. Met het meerjarenprogramma Bodemsanering wordt sinds 2005 uitvoering gegeven aan de in 2009 herziene gedragslijnen inzake bodemverontreiniging in Staatseigendommen. In 2012 zijn er werkzaam-heden gepland voor een drietal bodemonderzoeken, 14 saneringen en een viertal monitoring of nazorgwerkzaamheden. Verwacht wordt dat in 2015/16 de saneringswerkzaamheden grotendeels afgerond zullen zijn. Groot Variabel onderhoud De werkzaamheden in verband met de levensduurproblematiek van de stalen kunstwerken wordt ook in 2012 voortgezet. Van de 274 bruggen met een stalen rijdek in het hoofdwegennet is bij vooral oudere exemplaren in toenemende mate sprake van ernstige scheurvorming in de stalen rijdekken. Deze scheurvorming wordt veroorzaakt door een aanzienlijk hogere belasting met zwaar vrachtverkeer dan indertijd bij het ontwerp kon worden voorzien. De volgende stalen bruggen worden aangepakt:Groot variabel onderhoud – stalen bruggen In de programmering t/m 2014 Vaste bruggen Beweegbare bruggen Afgerond Geprogrammeerd na 2014 Scharberg (Elsloo) Gideonbrug Scharsterrijnbrug Brienenoordbrug (westelijke boog) Galecopperbrug Ketelbrug Muiderbrug Suurhoffbrug Beek (Geleen) Kruiswaterbrug Wantybrug Calandbrug Ewijk Kreekrak In de kabinetsreactie op het IBO Beleid en Onderhoud (Kamerstukken 2006–2007, 30 800 XII, nr. 57) is toegezegd om extracomptabele informatie te verstrekken over de wijze waarop de middelen voor beheer en onderhoud worden aangewend. Ter invulling daarvan is hieronder een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor verhar-dingen, bruggen en viaducten (kunstwerken), systemen voor DVM, verkeersvoorzieningen, arealen voor landschap en milieu en exploitatie. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde: van jaar tot jaar kan het actueel uitgegeven percentage fluctueren. Meetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 237 Productartikel 12 • Basispakket Beheer en OnderhoudAreaal rijkswegen Eenheid 2010 2011 2012 Rijbaanlengte Hoofdrijbaan km 5 695 5 698 5 721 Rijbaanlengte Verbindingswegen en op- en afritten km 1 408 1 427 1 451 Areaal asfalt Hoofdrijbaan km2 74 74 75 Areaal asfalt Verbindingswegen en op- en afritten km2 12 12 12 Groen areaal stuks km2 204 204 204Omvang Areaal Areaal Eenheid Omvang 2012 Budget 2012 B&O Oppervlakte wegdek km2 87 259 180Indicatoren Indicator Norm Realisatie 2010 Streefwaarde 2011 streefwaarde 2012 B&O Voldoen van wegen aan de normen 95% 97% 95% 95% B&O Voldoen van buggen en viaducten aan de normen 90% 85% 84% 82%Toelichting Voor het jaar 2012 hanteert IenM dezelfde twee indicatoren als in de begroting 2011, namelijk een indicator die de conditie van de wegen aangeeft en één die de kwaliteit van bruggen en viaducten in het rijkswegennet weergeeft. Hiermee wordt inzicht geboden in de prestaties op het gebied van beheer en onderhoud. 37%26%15%8%13%1%VerhardingenKunstwerkenDVMVerkeersvoorzieningenLandschap en MilieuExploitatieTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 238 Productartikel 12 • Servicepakket Beheer en onderhoud De bekostiging van het servicepakket is hieronder weergegeven. Specificatie servicepakket (x € 1 000,–) 2012 Servicepakket Meer veilig-2 20 217 Meer kwaliteit leefomgeving 38 977 Totaal 59 194 – Groot variabel onderhoud Groot variabel onderhoud (x € 1 000,–) Projecten 2012 Kunstwerken 16 534 12.03 Aanleg, benutting en planstudie na tracébesluit Door middel van voorbereiding en uitvoering van infrastructuurprojecten wordt bereikt dat de noodzakelijke capaciteit beschikbaar is en komt om de verwachte verkeersgroei te faciliteren en een betrouwbaar netwerk te realiseren met voorspelbare reistijden. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid. Dynamisch Verkeersmanagement In 2007 heeft voormalig VenW een start gemaakt met een investeringspro-gramma voor DVM. In de periode 2009–2012 wordt een bedrag van € 200 mln. geïnvesteerd. Het gaat daarbij met name om een betere benutting van de wegen, vooral op de file top-50 en om het verbeteren van aansluitingen tussen de snelweg en regionale wegen. Bij dit investerings-programma houdt IenM ook rekening met het groot onderhoud om de hinder voor de weggebruiker te beperken. Daarnaast voert IenM met het oog op de langere termijn een aantal proeven uit die het effect van meer innovatieve verkeersmaatregelen moeten aantonen. Zo wordt vanaf 2012 op de ring Amsterdam een proef met sturend verkeersmanagement opgezet gericht op een meer gecoördi-neerde inzet van maatregelen op het gebied van regionaal verkeersma-nagement. Hiervoor is € 50 mln. uitgetrokken. In 2012 experimenteert IenM met de mogelijkheden van coöperatieve systemen van in-car technologie en wegkant. Een nieuwe generatie wegkantsystemen wordt voorbereid. Nederland levert hiermee een bijdrage aan proeven die in Europees verband zijn gestart. De proeven met dynamische snelheden op de A1, A12 (Den Haag), A58 en A12 (Woerden) zijn afgerond en geëvalueerd. De resultaten van deze proeven zijn in februari 2011 aan de Tweede Kamer verzonden. In 2011 is een experiment met een (dynamische) maximumsnelheid van 130 km/h gestart op acht trajecten. Daarnaast is een proef gestart waarbij de Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 239 Productartikel 12 snelheid in de 80 km zone op de A20 Noordbaan wordt verhoogd naar 100 Km/h aan de randen van de spits en in de avond en nacht. De resultaten van alle proeven worden gebruikt om uitwerking te geven aan het kabinetsvoornemen om dynamische snelheden in te voeren en de maximumsnelheid te verhogen naar maximaal 130 Km/h. De Kamer wordt hierover in het najaar geïnformeerd. Op acht trajecten is bij wijze van experiment de maximumsnelheid (dynamisch) verhoogd naar 130 kilometer per uur. Dit najaar laten we weten hoe dat heeft uitgepakt en waar en wanneer we maximumsnel-heden verhogen. De bedoeling is dat we gedurende deze kabinetsperiode op ten minste een derde van de autosnelwegen de snelheid naar 130 km/uur verhogen. Aankomend jaar willen we de snelheidsverhoging op de acht proeftrajecten definitief maken en ook elders toepassen. Uiteraard wordt een snelheidsverhoging alleen doorgevoerd waar dat volgens milieu- en veiligheidsnormen mogelijk is, dan wel door maatre-gelen te nemen zodat aan de eisen kan worden voldaan. Spoedaanpak Wegen/Fileplan ZSM De wet Versnelling Besluitvorming Wegprojecten (Kamerstukken II, 2008–2009, 31 721, nr. A) maakt het mogelijk dertig wegprojecten met spoed op te pakken. Samen vormen deze projecten de Spoedaanpak Wegen. Doel van de spoedaanpak was om uiterlijk in mei 2011 bij 30 spoedaanpakprojecten de schop in de grond te hebben en er 10 te hebben opengesteld. Naast de wetswijziging is ook de interne werkwijze geïntensiveerd en er zijn afspraken gemaakt met de GWW-sector om tot een snelle aanbe-steding en realisatie van de projecten te komen. Inmiddels is duidelijk dat er per mei 2011 28 schoppen de grond in zijn gegaan en er lintjes zijn doorgeknipt. De weggebruiker profiteert nu dus reeds maximaal van de extra wegcapaciteit op deze 16 trajecten. Overige realisatieprojecten De volgende projecten zijn opengesteld en worden opgenomen onder de kleine projecten/afronding projecten: •A12 Den Haag–Gouda benutting; •A73 Venlo–Maasbracht ism A74, N68 en OTR; •A2 Everdingen–Deil en Zaltbommel–Empel; •A7 Rondweg Sneek. Daarnaast zijn de volgende projecten overgegaan naar het realisatiepro-gramma: •A9 Alkmaar–Uitgeest. •A12 Zoetermeer–Zoetermeer Centrum. •N31 Haak om Leeuwarden. •A50 Ewijk–Valburg. •A74 Venlo. •A4 Dinteloord–Bergen op Zoom. •A2 Passage Maastricht. •A4 Delft–Schiedam. •Innovatieprogramma Geluid en Lucht. De belangrijkste budgettaire aanpassingen betreffen de volgende projecten: •Algemeen: Door de nieuwe bekostigingsystematiek vervalt in de taakstellende budgetten de generieke opslag voor de apparaatskosten van Rijkswaterstaat. Hierdoor zal het weergegeven taakstellend budget Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 240Productartikel 12 in de begroting en het MIRT louter bestaan uit de programmagelden voor de specifieke projecten. •A2 Holendrecht–Oudenrijn: toevoeging van regiobijdragen aan het taakstellend budget (+ € 26 mln.).•A4 Delft–Schiedam: overheveling kosten TTI naar B&O (– € 6 mln.) en toevoegen van extra budget t.b.v. uitbreiding scope t.b.v. geluidsscher-men (+ € 2 mln.).•A73 Venlo–Maasbracht: verhoging taakstellend budget in verband met de tunnelproblematiek (+ € 15,5 mln., ook toegelicht in brief van 15 maart 2011, TK 29 296, nr. 20).•N35 Zwolle–Almelo (traverse Nijverdal): verhoging taakstellend budget met bijdrage derden t.b.v. de stationsverplaatsing (+ € 8,5 mln.).•ZSM 1+2 (spoedwet wegverbreding): verlaging taakstellend budget in verband met overheveling budget t.b.v. A12 Lunetten–Veenendaal naar geïntegreerde contractvormen (– € 395,2 mln.).•A 15 Maasvlakte–Vaanplein: in het kader van de Rijksbrede PPS taakstelling is het budget verlaagd met € 125 mln.•A28 Utrecht–Amersfoort (spoedaanpak): het taakstellend budget wordt met € 33,9 mln. verlaagd vanwege een bijstelling van de totale projectraming.•A9 Alkmaar–Uitgeest (spoedaanpak): het taakstellend budget is met € 28,6 mln. verhoogd in verband met een bijstelling van de projectra-ming. Planstudieprogramma na tracébesluit Er zijn de volgende mutaties in de tabel planstudie na TB: •Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit (NSL): beschikbaar budget is met € 190 mln. verlaagd in verband met de taakstelling omgevingsrecht. •A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere: verhoging taakstellend budget met € 190 mln. vanwege wijzigingen tussen OTB en TB en prijsontwikkelingen in de GWW-sector (ook toegelicht in brief aan Tweede Kamer met kenmerk TK 31 089, nr. 82). •A50 Ewijk–Valburg: project is over gegaan naar de realisatietabel. •N 31 Leeuwarden (Haak om Leeuwarden): project is overgegaan naar de realisatietabel. •A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere: project is overgegaan naar categorie 1 (planstudie na tracébesluit). •A9 Alkmaar–Uitgeest: project is overgegaan naar de realisatietabel. In 2012 wil IenM de volgende mijlpalen realiseren: Mijlpaal Project Oplevering N2 Meerenakkerweg–Noord Brabantlaan A12 Zoetermeer–Zoetermeer centrum A74 Venlo A9 Alkmaar–Uitgeest Start realisatie A4 Delft–Schiedam A1/A27 Utrecht–Hilversum–Amersfoort A7/6 Knooppunt Joure A12 Bypass Nootdorp N31 Traverse Harlingen N61 Hoek–Schoonedijke N33 Assen–Zuidbroek A9 Omlegging Badhoevedorp Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 241Productartikel 12 Tabel Projectoverzicht behorende bij 12.03.01: Realisatieprogramma HoofdwegennetTotaal Budget in € mln Openstelling Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Projecten Noordwest-Nederland A10 Amsterdam praktijkproef FES 46 51 3 2 9 17 16 2011 2011 A9 Alkmaar Uitgeest 53 3 39 10 2012 N9 Koedijk–De Stolpen 66 78 34 9 14 8 2011 2011 N50 Ramspol–Ens 126 134 31 22 31 21 21 2013 2013 Projecten Utrecht A28 Utrecht–Amersfoort 191 258 24 68 53 46 2013 2012 A2 Holendrecht–Oudenrijn 1 199 1 366 1 015 73 59 45 8 2012 2012 A2 Oudenrijn–Everdingen 103 123 5 63 5 30 2012 – Projecten Zuidvleugel A4 Burgerveen–Leiden 588 687 258 70 81 75 38 54 7 6 2014 2014 A4 Delft–Schiedam 869 15 13 120 163 260 240 46 12 2015 A15 Maasvlakte Vaanplein1 1 185 1 428 129 191 239 229 287 109 0 2015 2015 A12 Zoetermeer–Zoetermeer centrum 24 5 20 2011 Projecten Zuidwestelijke Delta N57 Veersedam–Middelburg 202 215 173 20 8 2010/2011 2011 Projecten Oost-Nederland A2 Everdingen–Deil en Zaltbommel–Empel2 424 512 398 6 21 2010 2010/2011 N34 Omleiding Ommen 42 48 33 4 3 3 2011 2011 N35 Zwolle–Almelo (traverse Nijverdal) 212 245 90 40 65 18 0 0 2014 2013 N50 Viaduct Hanzelijn Toekomstvast 5 5 0 A50 Ewijk–Valburg 268 28 50 130 54 6 2014 Projecten Brabant A4 Dinteloord–Bergen op Zoom 269 49 22 40 46 44 45 22 2013 N2 Meerenakkerweg (A2 zone) 6 6 2012 Projecten Limburg A2 Maasbracht–Geleen, 1e fase 169 185 21 64 61 23 2011/2013 – A74 Venlo 130 17 44 22 44 3 2012 A2 Passage Maastricht 565 160 49 79 95 98 48 36 2016 A2/A76 Maatregelenpakket Limburg3 108 114 34 54 0 1 5 13 2010/2015 2011 Projecten Noord-Nederland N31 Leeuwarden (De Haak) 179 1 14 39 35 62 28 2014 Projecten Nationaal ZSM 1+2 (spoedwet wegver-breding) 1 647 2 441 883 220 258 164 84 17 21 2014 2014 Dynamisch verkeersmanagement 165 212 74 53 37 1 2012 2012 Kleine projecten/Afronding projecten 173 227 96 59 13 5 0 0 Programma aansluitingen 96 102 0 20 37 39 nvt nvt Quick Wins Wegen 45 51 1 10 15 19 2011 2011 Totaal uitvoeringsprogramma 9 156 3 489 1 337 1 501 1 188 937 541 146 18 Realisatieuitgaven op IF 12.03.01 mbt planstudieprojecten 180 11 2 1 2 Begroting (IF 12.03.01) 1 517 1 512 1 190 938 542 146 1 Inclusief aan- en ontsluitende infrastructuur mainport Rotterdam.2 Oplevering 2x3 in 2010; oplevering 2x4 Everdingen–Deil in 2011.3 Betreft amendement Van Hijum (29 800 A, nr. 8); aanleg spitsstrook A2 St.Joost–Urmond wordt opgeleverd in 2010 en aanpassing aansluiting Nuth op A76 wordt opgeleverd in 2015.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 242Productartikel 12 Tabel Projectoverzicht behorende bij 12.03.02 en 12.05.02: Planstudie hoofdwegennet voor en na tracébesluitBedrag in € mln Raming kosten Budget Planning Uitvoering Projectomschrijving min. max. taakstel-lend 2011 2012 2013 2014 2015 2016 periode CATEGORIE 1 (na tracébesluit) Projecten Noordwest-Nederland A1/A6/A9 Schiphol–Amsterdam–Almere1 4 094 tb 2011–2020 Projecten Zuidwestelijke delta N61 Hoek–Schoondijke2 115 tb 2012–2014 CATEGORIE 1 (voor tracébesluit) Tracé/-projectbesluit t/m 2012 Projecten Noordwest-Nederland A9 Omlegging Badhoevedorp 318 tb 2013–2017 Projecten Utrecht A27/A1 Utrecht Noord-knooppunt Eemnes-Aansluiting Bunschoten 252 tb 2013–2015 Projecten Zuidvleugel A12 Bypass Nootdorp tb 2012–2014 Projecten Oost-Nederland A1 Beekbergen–Apeldoorn Zuid 35 tb 2013–2014 A12 Ede–Grijsoord 107 tb 2014–2015 N18 Varsseveld–Enschede 303 tb 2014–2016 N35 Zwolle–Wythmen 45 tb 2013–2014 Projecten Noord-Nederland A6/A7 Knooppunt Joure3 76 tb 2012–2015 N31 Harlingen (traverse Harlingen)3 143 tb 2012–2017 N33 Assen-Zuidbroek3 190 tb 2013–2015 Tracé-/projectbesluit na 2012 Projecten Noordwest-Nederland A10 Zuidas (hoofdweggedeelte) 301 tb vanaf 2013 Projecten Utrecht A28/A1 Knooppunt Hoevelaken 676 tb 2016–2020 A2/A12/A27 Ring Utrecht 1 065 tb 2016–2020 Projecten Brabant A27 Utrecht–Lunetten–Hooipolder Projecten Zuidvleugel A13/A16/A20 Rotterdam Projecten Oost-Nederland A12/A15 Bereikbaarheid regio Arnhem–Nijmegen 800 tb Projecten Noord-Nederland A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 24 575 tb 2014–2019 Totaal categorie 1 9 095 CATEGORIE 2 Projecten Limburg A2 Maasbracht-Geleen 2e fase tb 2016–2018 Totaal uitvoeringsprogramma 13 3 186 1 129 604 2 328 Overprogrammering 100 – 250 – 75 75 150 Begroting (IF 12.03.02/12.05.02) 113 – 247 111 1 204 754 2 328 1 Hierin is opgenomen A6/A9, kruising natte as A1 en groene uitweg.2 Waarvan 4 mln grondbank.3 Budget en financiering van deze projecten aan rijksinfrastructuur vinden gedeeltelijk plaats vanuit art. 14.03.4 Exclusief 13% voorbereidingskosten.Legendatb = tracébesluit wab=wegaanpassingsbesluitTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 243Productartikel 12 12.04 Geïntegreerde contractvormen Bij infrastructuurprojecten waarbij sprake is van publiek-private samen-werking bestaat de betaling uit een geïntegreerd bedrag voor aanleg, onderhoud én financiering gedurende een langdurige periode. De meest toegepaste vorm is Design, Build, Finance, Maintain (DBFM) waarbij de overheid betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van een product. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar netwerk te realiseren met voorspelbare reistijden. Eind 2010 zijn twee projecten via DBFM aanbesteed: A15 Maasvlakte Vaanplein en A12 Lunetten Veenendaal. Het budget voor het project A12 Lunetten Veenendaal is bij miljoenennota reeds omgezet in beschikbaar-heidsvergoedingen en in deze begroting overgeheveld naar het artikel geïntegreerde contractvormen. Het project N33 Assen–Zuidbroek wordt naar verwachting in 2011 via DBFM aanbesteed. De N33 is tevens een pilot project voor Index Linked financiering (inflatiegerelateerde vergoedingen voor verschaffers van vreemd vermogen zoals pensioenfondsen). Het Project Schiphol–Amsterdam–Almere zal in 2011 een DB en een van de vier DBFM contracten op de markt zetten. De budgetten voor deze projecten worden naar dit artikel overgeheveld vanuit de artikelen voor aanleg en onderhoud nadat de contracten zijn afgesloten De voorbereiding van de aanbesteding van het project Schiphol–Amsterdam–Almere (opgeknipt in vier DBFM-deelcontracten en één DB-contract) is gestart. Geplande PPC’s (2011–2012) •Driehoek A1–A28–A27. •A7 Zuidelijke Ringweg Groningen. •Ring Utrecht. •Nieuwe Westelijke Oververbinding. •Amsterdam Zuidas. •A2 Maasbracht–Geleen. •N35 – Nijverdal–Wierden. •A28/A1 Knooppunt Hoevelaken •A27 Lunetten Hooipolder Afgeronde PPC’s – Aanbesteding na 2011 •N18 – Varsseveld–Enschede1 . •A13/A16 Rotterdam1. •ViA15. •A12 Ede–Grijsoord. •A27/A1 Utrecht Noord–Knp Eemnes–Bunschoten1*. Tabel Projectoverzicht behorende bij 12.04 geïntegreerde contractvormen Hoofdwegennet 1 Formeel besluit nog niet genomen.Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 244Productartikel 12 Totaal Budgetten in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Projecten Noordwest-Nederland Aflossing tunnels1 1 194 845 286 51 52 53 54 56 57 586 A10 Tweede Coentunnel2 2 016 2 173 337 88 160 224 78 51 51 1 028 2013 2012 Projecten Utrecht A12 Lunetten–Veenendaal 603 22 7 122 87 19 19 19 308 Projecten Brabant A59 Rosmalen–Geffen, PPS 283 288 139 15 14 14 14 14 14 57 2005 2005 Projecten Noord-Nederland N31 Leeuwarden–Drachten 146 127 90 5 6 6 5 6 6 22 2007 2007 Afrondingen 1 2 Totaal categorie 0 4 241 874 166 354 384 170 146 147 1 Aflossing tunnels: verplichting loopt t/m 2026.2 Verplichting loopt t/m 2037 en is incl. Westrandweg.12.05 Verkenning en planstudie voor tracébesluit Om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde te verkennen en daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering (planstudie voor tracébesluit). Verkenningen Wijziging in de verkenningentabel: •As Leiden–Katwijk, in het BO MIRT voorjaar 2011 is besloten dat het rijk onder voorwaarden één gebiedsbudget van € 722 miljoen aan de regio beschikbaar stelt, teneinde een integrale oplossing voor de RijnlandRoute en de RijnGouwelijn te realiseren. •De verkenning Rotterdam Vooruit wordt voor de zomer afgerond. De resultaten van de drie projecten Herontwerp Brienenoord–AlgeraCorridor, kwaliteitsprong OV Rotterdam zuid en A20 nieuwer-kerk aan de IJssel worden niet voor 2024 gerealiseerd. Voor de eerste twee projecten wordt gekeken naar eventuele aanloopinvesteringen die passen binnen het programma Beter Benutten. Hierover maken rijk en regio in het BO MIRT najaar afspraken. Voor de NWO wordt najaar 2011 een voorkeursbeslissing genomen op basis van ontwerp-Rijksstructuurvisie. •A58 Sint Annabosch–Galder: In het bestuurlijk overleg MIRT najaar 2010 is de startbeslissing vastgesteld. In het najaar van 2011 volgt een go/no-go besluit over de start van de planuitwerking. •Voor de A1-zone is een gezamenlijke gebiedsgerichte verkenning uitgevoerd. Tijdens BO MIRT voorjaar 2011 hebben Rijk en regio een principeafspraak gemaakt over de gezamenlijke bekostiging van de capaciteitsuitbreiding A1 Apeldoorn–Azelo. Najaar 2011 is definitieve besluitvorming gepland. •N50 Ens–Emmeloord is toegevoegd aan de tabel. Planstudieprogramma vóór tracébesluit 2012 •A1/A27 Utrecht–Eemnes–Bunschoten: beschikbaar budget is met € 50 mln. verlaagd in verband met de taakstelling bovenwettelijke inpas-sing. •A13/A16/A20 Rotterdam: beschikbaar budget is met € 45 mln. verlaagd in verband met de rijksbrede PPS taakstelling. Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 245Productartikel 12 •A27 Lunetten–Hooipolder: beschikbaar budget is met € 30 mln. verlaagd in verband met de rijksbrede PPS taakstelling. •A1/27 Utrecht–Eemnes–Bunschoten: beschikbaar budget is met € 15 mln. verlaagd in verband met de rijksbrede PPS taakstelling. •N18 Varsseveld–Enschede: beschikbaar budget is met € 10 mln. verlaagd in verband met de rijksbrede PPS taakstelling. •A9 Omlegging Badhoevedorp is het budget met € 10 miljoen verhoogd (€ 4 mln. rijk, € 6 mln. regio). •A6/A7 knooppunt Joure is het budget met € 4,05 mln. verhoogd, in verband met scopewijziging, het knooppunt wordt geschikt gemaakt voor 130 km/uur. •A12/A15 Bereikbaarheid regio Arnhem–Nijmegen is het budget met € 305 mln. verhoogd (€ 45 mln. Rijk, € 260 mln. regio). In 2012 staan 2 grote projecten rondom Utrecht in de planning: •A28/A1 Knooppunt Hoevelaken; •A2/A12/A27 Ring Utrecht. Daarnaast staat het Ontwerp Tracébesluit voor de A12/A15 bereikbaarheid regio Arnhem op de planning. Projectoverzicht behorende bij 12.05.02 Verkenning en planstudie voor tracébesluit De planstudies voor tracébesluit zijn opgenomen onder 12.03. Projectoverzicht behorende bij 12.05.01 VerkenningenVerkenningenprogramma 2010–2020A. Lopende verkenningenGebied Probleem Referentiekader Gereed Projecten Noordwest-Nederland N50 Ens–Emmeloord aantasting van afwikkelingskwa-liteit, rijcomfort en trajectsnelheid. Bestuurlijk overleg MIRT najaar 2010 2011 Projecten Zuidvleugel As Leiden–Katwijk (Integrale Benadering Holland Rijnland) Bereikbaarheid en ruimtelijke opgaven Notaoverleg MIRT december 2007, Bestuurlijk Overleg MIRT voorjaar 2011 2011 Verkenning Haaglanden Bereikbaarheid in samenhang met ruimtelijke opgaven, openbaar vervoer, functioneren toeleidende wegen en onderliggend (stedelijk) hoofdwegennet LMCA Hoofdwegen, Bestuurlijk Overleg MIRT voorjaar 2011 2012 Verkenning Rotterdam vooruit Bereikbaarheid in relatie tot ruimtelijke ordening, economie, verkeer en vervoer, landschap en natuur LMCA hoofdwegen, Bestuurlijk Overleg MIRT voorjaar 2011 2012 Projecten Brabant A58 Sint Annabosch–Galder Bereikbaarheid Startbeslissing Bestuurlijk Overleg MIRT najaar 2010 2011 Projecten Oost-Nederland A1-zone, Gebiedsgerichte verkenning (inclusief corridor Apeldoorn–Deventer–Azelo) Bereikbaarheid Bestuurlijk Overleg MIRT voorjaar 2011 2012 N35 Wierden–Nijverdal Bereikbaarheid Bestuurlijk Overleg MIRT najaar 2010 2012Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 246 Productartikel 12 12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaats-kosten van Rijkswaterstaat en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. Dit artikelonderdeel is in de Voorjaarsnota 2011 ingesteld als gevolg van de herstructurering van de bekostiging van Rijkswaterstaat per 1 januari 2011. De Tweede kamer is op 10 januari 2011 en 3 maart 2011 over de herstructurering van de bekostiging nader geïnformeerd (Kamerstukken II, 30 119, nrs. 4 en 5). MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 247Productartikel 12 Artikel 13 Spoorwegen Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord.Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstel-lingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting 2009 van Verkeer en Waterstaat (XII) bij beleidsartikelen: –Artikel 32: Bereiken van een optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit. –Artikel 34: Betrouwbare netwerken en voorspelbare reistijd. –Artikel 35: Mainports en logistiek. –Artikel 36: Bewaken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefom-geving. Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoeringOverzicht van de budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000) 13 Spoorwegen 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 2 538 710 2 245 364 2 032 613 2 850 388 1 989 762 1 885 305 2 018 825 Uitgaven 2 645 273 2 433 672 2 445 684 2 568 502 2 391 935 2 575 692 2 399 814 13.02 Onderhoud en vervanging 1 689 994 1 536 401 1 510 623 1 567 862 1 360 564 1 472 331 1 271 147 13.02.01 Regulier onderhoud 894 536 788 481 671 520 687 236 608 760 556 930 570 588 13.02.02 Grote onderhoudsprojecten 490 667 382 117 455 699 477 593 383 747 571 233 405 282 13.02.03 Rentelasten 70 210 62 910 37 919 39 109 40 299 40 299 40 299 13.02.04 Betuweroute 77 565 57 811 55 600 54 479 34 967 32 458 37 479 13.02.05 Kleine infra en overige proj. 157 016 245 082 289 885 309 445 292 791 271 411 217 499 13.02.06 Aandeel ProRail in taakst I&M 0 0 13.03 Aanleg 794 285 696 774 675 852 645 858 561 017 507 963 414 633 13.03.01 Realisatieprogramma personen-vervoer 772 350 677 065 630 772 593 382 508 546 477 121 383 073 13.03.02 Realisatieprogramma goederen-vervoer 21 935 19 709 45 080 52 476 52 471 30 842 31 560 13.03.03 Uitgaven leenfaciliteit versnelde aanleg 13.04 Geintegreerde contractvormen/PPS 121 510 137 133 151 489 143 776 145 040 146 099 147 580 13.05 Verkenningen en planstudies 39 484 63 364 107 720 211 006 325 314 449 299 566 454 13.05.01 Planstudieprogramma personen-vervoer 28 462 57 030 73 572 171 846 271 858 372 333 499 188 13.05.02 Planstudieprogramma goederen-vervoer 11 022 6 334 34 148 39 160 53 456 76 966 67 266 13.09 Ontvangsten 15 848 43 682 93 136 174 105 186 489 346 489 346 489Budgetflexibiliteit Deze tabel geeft voor het jaar 2012 per artikelonderdeel de programma-middelen weer en maakt de mate van budgetflexibiliteit inzichtelijk door middel van vijf categorieën. De verhoudingen binnen de artikelonderdelen worden zowel procentueel als nominaal gepresenteerd. Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 248 Productartikel 13 Toelichting 13.02 Onderhoud en vervanging Dit betreft de jaarlijkse beschikking aan ProRail voor beheer en onderhoud spoor. 13.03 Aanleg Dit betreft de realisatie van aanlegprojecten personen- en goederen-vervoer. Voor het bestuurlijk gebonden gedeelte worden beschikkingen afgegeven aan ProRail. 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS Het betreft het contract met HSA. 13.02 Beheer en instandhouding IenM is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud (inclusief vervangingen) van de hoofdspoorweginfrastructuur. Het bestaande spoornet vertegenwoordigt een groot maatschappelijk geïnvesteerd kapitaal. Instandhouding van dit goed is de eerste prioriteit. Beheer en instandhouding zijn noodzakelijk om de kwaliteit van het spoor verder te verbeteren. De Beheer- en instandhoudingsactiviteiten zijn gericht op het realiseren van de in het Beheerplan opgenomen prestaties betreffende de in de beheerconcessie vastgelegde zorgtaken van ProRail. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met spoor-verkeersleiding en activiteiten op het gebied van capaciteitsmanagement en capaciteitsstudies. Juridisch verplichtBestuurlijk gebondenBeleidsmatig verplichtComplementair noodzakelijkBeleidsmatig nog niet ingevuld0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%100%1.510.618100%675.852100%151.489100%107.725ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 100013.03Aanleg13.02Onderhoud envervanging13.04Geïntegreerdecontractvormen/PPS13.05Verkenningen enplanstudiesMotivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 249Productartikel 13 ProRail ontvangt voor de uit te voeren taken van het Rijk een bijdrage. Bij de vaststelling van de rijksbijdrage voor het onderhoud spoor wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding. De door ProRail te ontvangen gebruiksvergoeding wordt in mindering gebracht op de door het Rijk te subsidiëren uitgaven. In het onderhouds-budget wordt een onderscheid gemaakt tussen •Regulier onderhoud (waaronder beheer). •Grote onderhoudsprojecten (waaronder vervangingen). •Rentelasten. •Exploitatie Betuweroute. •Kleine infra en overige projecten. Voor Beheer en Instandhouding is in de periode 2014–2016 nog sprake van een tijdelijke spanning tussen beschikbaar en benodigd budget, na 2016 is er sprake van overschotten. Actieplan Groei op het spoor Het Actieplan «Groei op het Spoor» is opgesteld in 2007 als uitwerking van het regeerakkoord Balkenende IV en heeft een looptijd van 2008–2012 en zet in den brede in op het aantrekkelijker maken van de trein voor meer reizigers. Het Actieplan «Groei op het spoor» had als ambitie een jaarlijkse groei van 5% van het aantal reizigerskilometers per trein. De groeiambitie is niet in het huidige regeerakkoord opgenomen. Bijna alle acties van het actieplan «Groei op het spoor» (TK 2007–2008, 29 644, nr. 85 en TK 2009–2010, 29 984, nr. 216) zijn in uitvoering. Op 11 maart 2011 is de Tweede Kamer door middel van de vijfde voortgangs-rapportage Actieplan/PHS/OV SAAL geïnformeerd over de uitvoering van het actieplan Groei op het Spoor. De maatregelen zijn ondergebracht in vijf clusters: voor- en natransport, informatievoorziening, kaartjes en kennismaking, treinaanbod en spreiding van mobiliteit. Het regeerakkoord bevat een subsidietaakstelling. Er is voor gekozen om de uitvoering van de maatregel Kaartsoorten en Kennismakingsacties te stoppen. Daarnaast is tijdens de uitvoering gebleken dat de maatregel »Stimuleren van shuttleservices tussen stations en bedrijfslocaties» niet zal leiden tot een rendabele service na de looptijd van het Actieplan. Deze maatregel zal daarom worden gestopt. Van de maatregel «Pilots met dynamische reisinformatie» is gebleken dat deze niet binnen de looptijd van het Actieplan zal kunnen worden uitgevoerd. Het voor deze maatregel beschikbare budget zal op het Actieplanbudget in mindering worden gebracht. Het aantal reizigerskilometers per spoor op het hoofdrailnet is in 2010 hetzelfde gebleven als in 2009. Toegankelijkheid Spoor NS en ProRail liggen op schema met het toegankelijk maken van het spoorsysteem voor mensen met een functiebeperking. In 2009 is begonnen met de versnelde uitvoering van het Implementatieplan Toegankelijkheid Spoor (TK 2006–2007, 23 645, nr. 144), zodat de doelstellingen uit het implementatieplan zo veel als mogelijk voor 2020 gerealiseerd worden. Het door NS en ProRail gezamenlijk opgestelde Actualisatieplan Toegankelijkheid Spoor is in mei 2011 aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport geeft inzicht in de stand van zaken van het programma, in de mogelijkheden tot versnelling van de aanpassingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 250Productartikel 13 voor toegankelijkheid conform de ambitie uit het regeerakkoord 2010, alsmede in de mogelijkheid en de gevolgen van de moties Roemer – De krom 25 847, nrs. 64 en 66. 13.03 Aanleg Spoorwegen IenM is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfra-structuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit hoofdproduct worden alle uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor: •De uitvoering van nieuwbouwprojecten spoor. •De voorbereiding van de uitvoering van deze projecten. Realisatie programma aanleg personenvervoer Taakstellingen Regeerakkoord In het regeerakkoord zijn taakstellingen afgesproken voor bovenwettelijke inpassing, aanpassing omgevingsrecht en toepassing PPS. Voor het project PHS betreft het een bedrag van € 194 mln., voor OV SAAL € 45 mln. en voor GoeNoord € 6 mln. De intentie is dat de taakstellingen op deze projecten worden gerealiseerd. Aanbestedingsresultaten ProRail heeft aangegeven voor € 238 mln. aan aanbestedingsresultaat op aanleg spoor te verwachten in de periode 2005–2012. Dit bedrag is toentertijd vooruitlopend op daadwerkelijk realisatie in mindering gebracht op de beschikbare jaarbudgetten en technisch verwerkt op het project 2e fase betrouwbaar Benutten. Tot het voorjaar 2011 was van de verwachte 238 mln. reeds € 209 mln. gerealiseerd. In aanvulling op deze al gerealiseerde aanbestedingsmeevallers worden de onderstaande aanbestedingsmeevallers verwerkt: •Vleuten–Geldermalsen (€ 9 mln.). •Hanzelijn (€ 17 mln.). •Knelpunt Baarn (€ 2 mln.). •Elektr. empl. Maasvlakte West (€ 1 mln.). Hiermee heeft ProRail het verwachte aanbestedingsresultaat ad € 238 mln. volledig gerealiseerd. Nieuw opgenomen in het realisatieprogramma ERTMS pilot A’dam–Utrecht en ERTMS expertisecentrum In het kader van het project «Integrale spooruitbreiding Amsterdam–Utrecht» is op dit traject het treinbeveiligingssysteem ERTMS aangelegd. Over de te volgen aanpak bij de verdere implementatie van ERTMS op de landelijke hoofdspoorweginfrastructuur bestaat nog geen eensluidende visie. Op basis van een maatschappelijke kosten/baten-analyse van verschillende ERTMS-implementatiestrategieën is gebleken dat het wenselijk is om meer praktijkervaring op te doen met ERTMS, alvorens een besluit te nemen over de te volgen ERTMS-implementatiestrategie. Het ERTMS-traject Amsterdam–Utrecht lijkt hiervoor het meest geëigend. Een aantal treinen zal voorzien worden van ERTMS. Door uitvoering van baan-trein-integratie-testen zullen hiervoor «Vergunningen Voor Indienst-stelling» worden verkregen. Vervolgens zullen deze treinen op het traject Amsterdam–Utrecht onder ERTMS gaan rijden met maximumsnelheden Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 251Productartikel 13 van 160 km/uur. De praktijkervaring en expertise op het gebied van ERTMS die hiermee wordt opgedaan zal gebruikt worden om verschil-lende ERTMS-implementatiestrategieën te beoordelen op kosten en baten. Op basis hiervan zal worden bezien of en zo ja op welke wijze ERTMS zal worden geïmplementeerd op het nationale net. PHS Diezebrug In het Herstelplan Spoor project «Sporen in Den Bosch» is de aanleg van een nieuwe extra brug voorzien. Vervanging van de huidige brug was niet voorzien. In het kader van het OTB kwam de wens van de gemeente naar voren voor vervanging van de huidige stalen brug door een betonnen brug, ingegeven door het aspect ruimtelijke kwaliteit. ProRail heeft met IenM, gemeente en provincie de mogelijkheid tot realisatie hiervan onderzocht. Realisatie blijkt mogelijk via dekking uit het Beheer en Instandhoudingsbudget (eerdere vervanging oude brug) en bijdragen van gemeente en provincie. Ook IenM zal bijdragen aan dit project waarbij de hoogte van de bijdrage is gebaseerd op berekeningen inzake verwachte besparingen voor geluidsmaatregelen die in het kader van PHS alsnog zouden moeten worden getroffen voor de huidige brug. Sporendriehoek Noord Nederland (nav Motie Koopmans) Conform de Motie Koopmans (TK 2007–2008 27 658, nr. 41) is vanuit het budget voor Programma Hoofdfrequent Spoorvervoer € 164 miljoen beschikbaar gesteld om in Noord Nederland intensivering van de treindienst mogelijk te maken en kosteneffectieve maatregelen te treffen om de rijtijden tussen Noord Nederland en de Randstad te verbeteren. Het project Zwolle Transfer-Rijtijdverkorting wordt momenteel door ProRail uitgevoerd en zal eind 2012 gereed zijn, het moment dat ook de Hanzelijn in bedrijf komt. Verder worden de volgende projecten bestudeerd: •Het vervangen van een overweg te Wolvega door de spoortunnel «Om den Noort». •Aanpassen van de boog te Hoogeveen en Herfte ten behoeve van een hogere snelheid. •Seinaanpassing Zwolle–Meppel. •Aanpassing seinplaatsing bij overwegen. •4sporen Groningen–Groningen losplaats inclusief Groningen Europa-park. De dan nog resterende middelen zijn gereserveerd voor overwegvei-ligheid Zwolle–Leeuwarden en versnelling bediening brug over het Van Harinxmakanaal. Andere mogelijk te treffen maatregelen, afhankelijk van de uiteindelijke dienstregeling, hebben betrekking op capaciteitsver-ruiming van het baanvak Zwolle–Herfte, aanpassingen te Assen, Meppel en Groningen en overige brugopeningen te Fryslan. Partiële spooruitbreiding spoor Groningen–Leeuwarden De huidige capaciteit van de spoorlijn Groningen–Leeuwarden is onvoldoende om het aantal reizigers en de toekomstige groei te facili-teren. Er rijden nu twee stoptreinen en één sneltrein per uur. Om aan de vraag te kunnen voldoen zouden er twee stop- en twee sneltreinen per uur moeten gaan rijden. De huidige infrastructuur heeft hiervoor onvoldoende capaciteit. Daarom worden de volgende maatregelen voorgesteld: •Dubbelspoor Zuidhorn–Hoogkerk. •Snelheidsverhoging Leeuwarden–Veenwouden. •Snelheidsverhoging Zuidhorn–Groningen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 252Productartikel 13 Verder wordt de mogelijkheid voor een nieuw station Hoogkerk en de overwegveiligheid op het hele traject onderzocht. Het taakstellend budget op basis van Convenant regiospecifiek Pakket RSP Zuiderzeelijn bedraagt € 125 mln. (pp 2010, TK vergaderjaar 2008–2009, 31 700 A, nr. 19). Vooralsnog is een bedrag van € 4,6 mln. toegevoegd aan 13.03.01 ten behoeve van de lopende planstudie. De resterende gelden voor dit project zijn geraamd op IF 14.03.01. Overige toelichtingen Kleine projecten In de begroting 2011 was nog sprake van de post kleine projecten. Dit betrof slechts het project Knelpunt Baarn. Dit project is afgerond en de resterende werkzaamheden zijn toegevoegd aan de post Nazorg gereed gekomen lijnen/halten. Kleine Stations De verlaging van het programmabudget met € 1 mln. wordt veroorzaakt door het niet meer opnemen van gerealiseerde en formeel vastgestelde planstudieuitgaven. Nazorg gereedgekomen lijnen/halten Met ingang van deze begroting worden slechts de gerealiseerde uitgaven over het afgelopen jaar alsmede de geprognosticeerde uitgaven over het lopende en de komende jaren gepresenteerd. Daarnaast bleek het, gelet op de resterende werkzaamheden van de in deze post ondergebrachte werkzaamheden, mogelijk het projectbudget te verlagen met € 3,6 mln. en zijn de restwerkzaamheden van het project Knelpunt Baarn ondergebracht bij deze post. Genoemde aanpassingen hebben geleid tot een neerwaartse bijstelling van het projectbudget met € 31,5 mln. Ontsnippering De verlaging van het programmabudget wordt veroorzaakt door het niet meer opnemen van gerealiseerde en formeel vastgestelde planstudieuit-gaven. OV SAAL In het OTB voor het project OV SAAL KT cluster a (Flevolijn) en in het TB SAA is hetzelfde geluidscherm langs de spoorlijn bij Muiderberg opgenomen. Dit geluidscherm dient de geluidhinder van én de spoorlijn én de A6 bij Muiderberg te verminderen. De plaatsing van het scherm langs het spoor is het meest effectief en een gezamenlijk scherm is ook beduidend goedkoper dan twee schermen. Het projectbudget is derhalve opgehoogd met de bijdrage vanuit het wegenbudget ad € 2,6 mln. ten behoeve van het geluidscherm. Amsterdam Cuypershal Er is besloten tot gefaseerde aanleg. Restauratie Cuypersgebouw 2012 -2013; verplaatsen van de theatertrappen van de Middentunnel naar de Oosttunnel en verbreden Oosttunnel wordt in samenhang bezien met benodigde uitbreiding transfercapaciteit Oosttunnel in kader Programma Hoogfrequent Spoorvervoer. De planning is om medio 2013 met de uitvoering van de Oosttunnel te starten. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 253Productartikel 13 Fietsenstalling Amsterdam CS Er worden drie stallingen gerealiseerd op het stationseiland. Deze stallingen worden gebouwd in een gebied met weinig ruimte, waar al vele projecten in uitvoering zijn. Er is daarom gestudeerd op diverse varianten om uiteindelijk één haalbare variant te kunnen vaststellen. In maart 2011 is de projectbeslissing genomen en is de voorkeursvariant vastgesteld. De noordwestelijke stalling zal als eerste (start in 2012/2013) gerealiseerd worden, zodra in opdracht van de gemeente Amsterdam een nieuwe fietspassage onder de sporen door is gerealiseerd. De grootste stalling (zuidwest met 7 000 plaatsen) zal gedeeltelijk onder de westelijke tramlus worden gebouwd (start 2014/2015). De stalling in het Postzakkengebouw (2000 plaatsen) zal tenslotte vanaf 2015 worden afgebouwd. Regionet Het projectbudget is verhoogd met € 0,7 mln. als bijdrage in de vervanging van de gelijkvloerse spoorwegovergang Aagtenpoort door een ongelijkvloerse kruising (maatregelen Beverwijk). Daarnaast is het projectbudget verlaagd met € 2,5 mln. als gevolg van het niet meer opnemen van gerealiseerde en formeel vastgestelde planstudieuitgaven. Vleuten–Geldermalsen Het projectbudget is verlaagd met € 31 mln. als gevolg van het verwerken van de aanbestedingsmeevaller 2011, behaald voordeel uit combinaties van werk en het inleveren van niet benodigd onvoorzien. OV-terminal stationsgebied Utrecht Verlaging van het programmabudget met € 10 mln. wordt veroorzaakt door het niet meer opnemen van gerealiseerde en formeel vastgestelde planstudieuitgaven. Den Haag perronsporen 11/12 De stijging van de geraamde investeringskosten met € 7 mln. is het gevolg van gewijzigde uitgangspunten en nadere uitwerking. Zo kende in 2004 het voorlopig ontwerp, waar de initiële projectraming op was gebaseerd, geen raakvlakken met de realisatie van de definitieve aanlanding van RandstadRail. Ook was in het functioneel programma geen rekening gehouden met inkorting van perronsporen aan de halzijde. NSP Rotterdam Verlaging van het projectbudget met € 8 mln. wordt veroorzaakt door het niet meer opnemen van gerealiseerde en formeel vastgestelde planstudie-uitgaven. Rijswijk–Schiedam De indienststelling van de 2-sporige tunnel is verschoven van 2014 naar 2015 als gevolg van vertraging in de voorbereidingsfase en optredende risico’s in het project. Het huidige beschikbare budget volstaat niet om deze risico’s te dekken. In 2012 worden afspraken gemaakt tussen de betrokken partijen over de financiële consequenties.Traject Oost Optimalisering van de planuitwerking heeft geleid tot € 2 mln. hogere planstudiekosten. Deze zijn gedekt uit het realisatiebudget Traject Oost. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 254Productartikel 13 Sporen in Arnhem De wijziging in het projectbudget wordt veroorzaakt door een toename met € 34,5 mln. als gevolg van een tegenvallende aanbesteding op het hoofdcontract, meerwerk aannemers door tegenvallende conditionering, complexe stedelijke omgeving en risicomitigatie om geplande buiten-dienststellingen te halen en substantieel hogere vertragingskostente vermijden. Arnhem Centraal t.b.v. NSP Ter voorbereiding op de aanbesteding van de afbouw van het OV-terminalcomplex (fase 2 van het realisatieproject) is de business case herijkt en een analyse opgesteld van de kosten voor voorbereiding, engineering administratie en toezicht. Voor het sluitend maken van de businesscase is vanuit het Rijk een extra bijdrage van € 7,5 miljoen toegezegd. Verder is het projectbudget verlaagd met € 2,2 mln. veroor-zaakt door het niet meer opnemen van gerealiseerde en formeel vastge-stelde planstudieuitgaven. Hanzelijn Het projectbudget is verlaagd met € 47,6 mln. als gevolg van gereali-seerde aanbestedingsmeevallers. Realisatieprogramma aanleg goederenvervoer Nieuw opgenomen in het realisatieprogramma Optimalisering Goederencorridor Rotterdam-Genua Zevenaar Voor het derde spoor tussen Zevenaar en grens is de noordelijke ligging als voorlopige voorkeursvariant vastgesteld door IenM in februari 2011. Aan de MER commissie is (vrijwillig) advies gevraagd en deze bevestigt dat de studies van najaar 2010 voldoende basis bieden voor de keuze. ProRail werkt nu de detailengineering uit en het tracébesluit en de definitieve mer worden eind 2011 verwacht. Oplevering van het derde spoor is voorzien in 2017 en zal tegelijkertijd plaatsvinden met de ingebruikname van het derde spoor aan de Duitse kant van de grens. De systeemwijziging naar ERTMS en 25 kV op de bestaande twee sporen vindt voor 2016 plaats. De keuze voor ERTMS is gevallen op level-1, vanwege beperking van kosten en risico’s. De nationale beveiliging ATB wordt verwijderd. Van de optie op PZB (onder ERTMS) wordt afgezien. Dit betekent dat na oplevering van ERTMS in 2014 alleen nog maar treinen met ERTMS boordapparatuur de grens bij Zevenaar kunnen passeren en dus voor die tijd de ICE treinstellen omgebouwd moeten zijn. Na verwijdering van de ATB kan de nieuwe 25 kV Voltage in 2015 aangebracht worden op de portalen. Kijfhoek Op de doorgaande sporen wordt een overlay van ERTMS level-1 aangelegd, die qua software versie overeenkomst met de huidige level-1 op de havenspoorlijn. De ATB blijft liggen op het gemengde spoor en maakt de noord-zuid bewegingen voor personentreinen onder ATB mogelijk. De goederentreinen rijden onder ERTMS en kunnen zonder transitie afslaan naar de Betuweroute. ERTMS is ook voorzien op het emplacement Kijfhoek zelf. De uitvoering ervan verdient nadere analyse Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 255Productartikel 13 om alle rangeer bewegingen mogelijk te maken. De in bedrijf name van ERTMS te Kijfhoek zal samenvallen met die te Zevenaar en is voorzien in 2014. Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding In 2009 hebben ProRail en het Havenbedrijf Rotterdam de Integrale Verkenning Rotterdams Havengebied aangeboden aan het ministerie van IenM. Aanleiding voor de verkenning was de aanleg van de Tweede Maasvlakte. In het rapport staat beschreven welke maatregelen er getroffen moeten worden in en nabij het havengebied om de groeiende stroom goederen per spoor op een logistiek efficiënte en betrouwbare wijze te kunnen blijven aan- en afvoeren. De maatregelen omvatten zowel aanleg en aanpassingen van de spoorinfrastructuur als de verbetering van het gebruik ervan via zogenaamde procesverbeteringen. Horizon is 2020 met een doorkijk naar 2035. De infrastructurele maatregelen betreffen de uitbreiding en/of herin-richting van de emplacementen Maasvlakte West (op de 1e Maasvlakte), Waalhaven Zuid (langs de Havenspoorlijn) en Kijfhoek (net buiten het havengebied), de nieuwbouw van het emplacement Maasvlakte Zuid (op de 2e Maasvlakte) en aanpassingen van een aantal kleinere emplace-menten. De aanleg van emplacement Maasvlakte Zuid is voor rekening en risico van het Havenbedrijf Rotterdam conform de bestuurlijke overeen-komst in het kader van het Project Mainport Rotterdam. De procesverbeteringen moeten ervoor zorgen dat de operationele capaciteit van de spoorinfrastructuur in het havengebied groeit én optimaal wordt benut zonder dat er (tot 2020) meer moet worden bijgebouwd dan staat beschreven in de verkenning waarin procesverbete-ringen al zijn verdisconteerd. Dat is niet alleen sowieso financieel aantrekkelijk, maar ook noodzakelijk gegeven de beperkte fysieke ruimte in het havengebied. Voorbeelden: verkorting van de verblijftijd van treinen op emplacementen, verbetering van het openingsregime van de Calandbrug en spreiden van treinen over de dag (reductie piekfactor). In 2011 is via de Aanvullende Post een bedrag van € 170 mln. beschikbaar gekomen voor dit project dat opgeteld met de reeds beschikbare € 43 mln. zorgt voor dekking van de in de Verkenning en in een nadere beschouwing van Maasvlakte West geraamde kosten. In 2011 wordt gestart met de planstudie voor emplacement Maasvlakte West en de realisatie van een aantal procesverbeteringen. Deze trajecten waren al in gang gezet uitgaande van de beschikbare € 43 mln. Daarnaast is € 2.7 mln. overgeboekt naar artikel 13.02.05 in verband met het uitvoeren door Keyrail van een vijftal uitgewerkte procesmaatregelen in het Rotterdamse Havengebied Overige toelichtingen Elektrificatie emplacement Maasvlakte/passeerspoor Botlek Het project is in dienstgesteld en de resterende werkzaamheden zijn overgeboekt naar de post Nazorg gereedgekomen projecten. Sloelijn De verlaging van het projectbudget met € 65 mln. wordt verklaard door het feit dat het project Sloelijn in dienst is gesteld. De resterende werkzaamheden zijn overgeboekt naar het project Nazorg gereedgekomen projecten. Het separaat beschikte onderdeel geluidmaatregelen maakt nog wel onderdeel uit van het realisatieprogramma. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 256Productartikel 13 Nazorg gereedgekomen projecten Met ingang van deze begroting worden alleen de gerealiseerde uitgaven over het afgelopen jaar alsmede de geprognosticeerde uitgaven over het lopende en de komende jaren gepresenteerd. Daarnaast zijn ten opzichte van de vorige begroting de restwerkzaamheden van de projecten Sloelijn (onderdeel optimalisatie railontsluiting) en Elektrificatie emplacement Maasvlakte West ondergebracht bij deze post. Per saldo hebben boven-staande aanpassingen geleid tot een ophoging van het projectbudget met € 6 mln. In 2012 wil IenM de volgende mijlpalen realiseren: Mijlpaal Project Oplevering Hanzelijn (incl. stations Dronten en Kampen Zuid) Groningen Europapark Regionet (Station Halfweg, Station Almere Poort) Vleuten-Geldermalsen div. onderdelen) Start realisatie Station Nijmegen Lent OV SAAL KT cluster a (Flevolijn) Versnelling emplacement Zwolle (PHS Sporendriehoek/Motie Koopmans Uitbreiding emplacement Maasvlakte West Herinrichting emplacement Waalhaven Zuid Projectoverzicht behorende bij 13.03.01: Spoorwegen personenvervoer; realisatieBedragen in € mln incl. btw Totaal MIRT Budget Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Projecten nationaal Benutten BB21 (ontw. Bev21, VPT+,VPT2) 158 158 153 5 divers divers ERTMS-pilot A’dam–Utrecht en ERTMS expertisecentrum 47 5 19 23 2013 Geluidsanering Spoorwegen 417 415 18 2 7 4 17 44 56 269 divers divers Geluid (empl. en innovatieve ontwikkelingen) 7 7 7 0 Amsterdam–Utrecht–Maastricht/Heerlen Integrale spooruitbreiding Amsterdam–Utrecht 986 986 971 3 4 2 6 2006/07 2006/07 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Vervanging Dieze brug Den Bosch 2 1 1 2014 Stations en stationsaanpassingen Kleine stations1 80 81 6 10 9 10 9 9 9 19 divers divers Overige projecten/lijndelen enz. Afdekking risico’s spoorpro-gramma’s 39 76 39 n.v.t. n.v.t. AKI-plan en veiligheidsknelpunten 366 365 289 12 23 17 17 8 divers divers Intensivering Spoor in steden (I) 245 244 173 10 10 10 10 10 10 11 divers divers Nazorg gereedgekomen lijnen/halten 24 55 2 5 5 5 5 2 divers divers Ontsnippering 82 84 3 8 14 12 14 12 13 6 divers divers Projecten Noordwest Nederland Amsterdam–Almere–Lelystad OV SAAL korte termijn 634 629 7 18 49 59 82 114 111 195 2016 2016 Stations en stationsaanpassingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 257Productartikel 13 Bedragen in € mln incl. btw Totaal MIRT Budget Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig Amsterdam CS spoor 10/15 77 77 72 0 2 2 2 2004/pm 2004/pm Amsterdam Centraal Cuyperhal 37 37 5 13 11 6 2 1 2013/2015 2011 Fietsenstalling Amsterdam CS 34 34 1 1 2 3 7 8 8 4 2013/17 2009/15 Overige projecten/lijndelen enz. Regionet (inclusief verkeersmaatre-gelen Schiphol) 182 184 86 21 35 22 10 7 1 divers divers Projecten Utrecht Vleuten–Geldermalsen 4/6 sp. (incl. RSS) 963 992 431 55 64 66 74 66 63 144 2005 e.v. 2005 e.v. Stations en stationsaanpassingen OV-terminal stationsgebied Utrecht (VINEX/NSP) 322 332 57 53 66 62 46 17 12 9 2016 2015 Overige projecten/lijndelen enz. Spoorwegovergang Soest-dijkseweg te Bilthoven 29 29 5 12 12 2013 2013 Projecten Zuidvleugel Den Haag Centraal (t.b.v. NSP) 115 115 19 21 34 34 6 2014 2013 Den Haag CS: terugbouwen sporen 11/12 37 30 3 3 9 10 6 1 3 2 2013 2013 Rotterdam Centraal (t.b.v. NSP) 260 267 124 35 48 31 22 2013 2012 Overige projecten/lijndelen enz. Rijswijk–Schiedam incl. spoorcor-ridor Delft 453 452 187 76 48 42 24 43 18 16 2015 2014 Projecten Brabant Stations en stationsaanpassingen Breda Centraal (t.b.v. NSP) 59 59 19 3 9 13 10 5 1 2015 2014 Projecten Oost Nederland Utrecht–Arnhem–Zevenaar Arnhem Centraal (t.b.v. NSP) 106 101 51 18 21 13 4 2011/2013 2011/2014 Spoorzone Ede 41 41 2 19 13 8 n.v.t n.v.t Sporen in Arnhem 275 248 158 91 15 11 2011 2012 Traject Oost (perronverbredingen) 21 21 18 2 0 0 2006/08/12 2006/08/11 Traject Oost uitv. convenant DMB 205 206 1 11 38 33 40 36 46 div. tot 2019 div. tot 2019 Overige projecten/lijndelen enz. Hanzelijn 1 080 1 128 690 151 81 77 48 30 4 2012 2012 Projecten Noord Nederland Sporendriehoek Noord Nederland 170 12 21 16 32 45 29 15 div div Partiele spooruitbreiding spoor Groningen Leeuwarden 5 2 2 0 1 afronding 1 -1 Totaal categorie 0 7 557 3 551 677 631 593 509 477 383 736 Begroting (IF 13.03.01) 677 631 593 509 477 383 1 Ten laste van het programma is een beschikking afgegeven voor de stations Tilburg Reeshof, Almere Oostvaarders, Arnhem Zuid, Ypenburg Haaglanden, Helmond Brandevoort en Sassenheim en Groningen Europapark.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 258Productartikel 13 Projectoverzicht behorende bij 13.03.02: Spoorwegen goederenvervoer; realisatieBedragen in € mln Totaal MIRT Budget Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Projecten nationaal PAGE risico reductie 18 18 3 2 4 1 1 3 3 2 divers 2009/div. Geluidspilot Goederenvervoer 6 6 5 0 2011 2010 Optimalisering Goederencor-ridor Rotterdam–Genua 127 1 20 35 32 10 15 15 2013 e.v. Projecten Oost Nederland Uitv.progr Goederenroute Elst–Deventer–Twente (NaNov) 146 146 17 14 19 11 15 17 13 40 divers 2015 Projecten Zuidwestelijke delta Sloelijn/geluidmaatregelen Zeeuwselijn 18 83 9 0 1 4 3 1 2011/pm 2009/11 Overige projecten Kleine Projecten 4 3 3 1 divers Nazorg gereedgekomen Lijnen-halten 9 3 0 2 2 2 2 1 1 divers afronding 1 – 1 Totaal categorie 0 327 259 38 20 45 52 52 31 32 57 Begroting (IF 13.03.02) 20 45 52 52 31 32 13.04 Geintegreerde contractvormen/PPS De Staat betaalt voor de beschikbaarheid van de HSL-infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- én bovenbouw), conform de contractuele overeenkomst tussen beide partijen. Het kabinet heeft in januari 1999 ingestemd met het model voor privati-sering van de HSL-Zuid. De publiekprivate samenwerking komt bij de onderdelen Infraprovider, vervoer en stations elk op afzonderlijke wijze tot stand. Eind 2001 zijn de contracten met de Infraprovider en de Vervoerder getekend. Vanaf augustus 2004 is de Infraprovider begonnen met het werk aan de bovenbouw. Voor de onderbouw geldt dat de HSL-zuid-onderdelen gefaseerd worden opgeleverd voor de start van de werkzaamheden van de Infraprovider. Op het zuidelijke deel was de eerste oplevering augustus 2004. De laatste oplevering in het noordelijke deel was december 2005. De bovenbouw van het zuidelijk deel is opgeleverd in juli 2006 en het noordelijk deel in december 2006. De komende periode (2011) is voor de volgende projecten een PPC in uitvoering of wordt een PPC gepland: –ProRail voert – onder regie van IenM – de PPC uit voor OV SAAL (traject Almere–Lelystad). Projectoverzicht behorende bij 13.04.01: Geïntegreerde contractvormen spoorMotivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 259Productartikel 13 Totaal MIRT Budget in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig Reeks Infraprovider (IP): beschikbaarheidsvergoeding (13.04) 3 563 3 563 594 137 151 144 145 146 147 2 099 2007 2007 Totaal categorie 0 (incl. reeks Infraprovider) 3 563 594 137 151 144 145 146 147 2 099 Begroting (IF 13.04) 137 151 144 145 146 147 13.05 Verkenningen en planstudies Het Rijk verkent en studeert op verbeteringen of uitbreiding van de vervoersmodaliteiten per spoor. Op dit artikelonderdeel worden uitgaven geraamd •Voor door ProRail uit te voeren planstudies en de voor de planstudie-projecten gereserveerde middelen. •Voor zelf uit te voeren studies. Planstudie spoor personen Voor de korte termijn gaat het om uitvoering van de maatregelen uit het actieplan Groei op het spoor; dit wordt afgerond. Voor de middellange termijn is uitvoering van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer opgenomen in het Regeerakkoord Rutte-Verhagen, rekening houdend met de woon- en leefomgeving. Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Op 4 juni 2010 is een voorkeursbeslissing genomen over de invulling van PHS (zie brief met kenmerk IenM/DGMo-2010/5651). Het betreft een besluit over de 4 planstudies PHS, exclusief het genoemde deel voor Noord Nederland en OV SAAL. Wat betreft de ambitie van spoorboekloos reizen in de brede Randstad is een zogeheten «maatwerk 6/6» variant de voorkeursbeslissing van het kabinet voor de PHS-corridors «Utrecht–Den Bosch», «Utrecht–Arnhem», «Den Haag–Rotterdam»: •Op de Zaanlijn 6 Intercity’s en 6 sprinters per uur. •Rond Utrecht 6 Intercity’s en 6 Sprinters per uur (6 sprinters Geldermalsen–Utrecht en 6 sprinters Breukelen–Driebergen/Zeist). •Op de corridor Den Haag–Rotterdam 8 Intercity’s (inclusief de HSA) en 6 Sprinters per uur. •Op de Brabantroute een 3e en 4e Intercity per uur. Om dit mogelijk te maken wordt het goederenvervoer dat nu nog door Brabant rijdt, grotendeels gerouteerd via de Betuweroute. •Er is gekozen voor spreiden van het spoorgoederen-vervoer over meerdere routes volgens de variant 2/2/2. Het besluit behelst een maatregelpakket van in totaal ca. € 3 mld tot en met 2020; hiervan is de helft infrastructuur en de helft overige maatre-gelen (zoals overwegen, extra onderhoud in de periode tot en met 2020, emplacementen, transfer, fietsenstallingen, externe veiligheid). Uitvoering van maatregelen kan starten in 2012/2013. Bezien wordt of enkele PHS maatregelen versneld uitgevoerd kunnen worden in het kader van het programma Beter Benutten.MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 260Productartikel 13 De uitwerkingsfase van PHS is in januari 2011 van start gegaan en het overleg met provincies en alle betrokken gemeenten is begin 2011 gestart. Bij deze uitwerkingsfase wordt naar aanleiding van het Kamerdebat en de aangenomen moties, ook een aantal nadere studies gedaan met het oog op het goederenvervoer om te komen tot een nog intensiever gebruik van de Betuweroute dan al is voorzien in de voorkeursbeslissing. Dit zal in overleg met de Kamer medio 2012 tot een besluit leiden t.a.v. de exacte routeringskeuzes in Oost Nederland. Er wordt gestreefd om op zo snel mogelijk de eerste beschikkingen af te geven voor onderdelen van PHS, zoals fietsenstallingen en het Doorstroomstation Utrecht. Ten aanzien van PHS maatregelen die samenhangen met de goederenroutering in Oost Nederland of de aangenomen moties zullen voor de besluitvorming medio 2012 geen onomkeerbare stappen worden gezet. Bij de verdere uitwerking zal de onderlinge samenhang van maatregelen en corridors en het houden van enige flexibiliteit van belang zijn. Er is daarom ook in deze fase voor gekozen het PHS budget nog niet verder onder te verdelen naar de betreffende corridors, deelprogramma’s e.d. De Tweede Kamer wordt elk half jaar op de hoogte gehouden van de voortgang van PHS en OV SAAL. In het regeerakkoord zijn taakstellingen afgesproken voor bovenwettelijke inpassing, aanpassing omgevingsrecht en toepassing PPS. Voor het project PHS betreft het een bedrag van € 194 mln. De intentie is dat deze taakstellingen op PHS worden gerealiseerd. Voor de periode 2012–2020 is totaal € 4,1 mln. overgeboekt naar HXII omdat vanaf 2012 materiële- en personele uitgaven worden verantwoord op HXII. Zuidas De ruimtelijke ontwikkelingen in de corridor Haarlemmermeer–Almere en de Zuidas zelf versterken de toename van reizigers en verkeer. Door opening van de Utrechtboog, HSL-Zuid, Noord-Zuidlijn en Hanzelijn neemt het railverkeer toe. Uitbreiding van de railinfrastructuur op de Zuidas naar viersporigheid is nodig. In het project Zuidas wordt de uitbreiding van de railinfrastructuur gecombineerd met de uitbreiding van de weginfrastructuur (A10), de uitbreiding van het station Amsterdam Zuid tot een volwaardige OV-terminal en de stedelijke ontwikkeling van dit deel van Amsterdam. De doelstelling is het ondergronds brengen van bepaalde delen van de infrastructuur om bovengronds tot een kwalita-tieve stedelijke ontwikkeling te komen. Omdat de viersporige railinfra-structuur op de corridor Schiphol–Lelystad op korte termijn noodzakelijk is, en er nog geen duidelijkheid bestaat over de haalbaarheid van de Zuidasambities ten aanzien van het ondergronds brengen van alle infrastructuur is besloten om de viersporigheid op de Zuidas bovengronds aan te laten leggen in het kader van het project OV SAAL korte termijn (cluster c). Het benodigde budget (€ 233 mln.) is daarom overgeheveld van Zuidas naar OV SAAL korte termijn. De geplande bijdrage van vm Vrom ad € 135 mln. aan dit project is toegevoegd aan het Zuidasbudget (deel Station). Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 261Productartikel 13 OV SAAL (Schiphol–Amsterdam–Almere–Lelystad) Korte termijn Het OTB voor OV SAAL KT cluster a betreft het tracé vanaf Weesp tot Lelystad. Dit betreft geluidsmaatregelen in Weesp, Muiderberg en Almere, keersporen in Almere Centrum en Oostvaarders en diverse kleinere maatregelen. Dit OTB is op 14 april 2011 gepubliceerd. Gestreefd wordt het Tracébesluit in oktober 2011 vast te stellen, dit met het oog op de ingebruikname van de Hanzelijn per december 2012. De investering betreft € 210 mln. Deze investering is exclusief maatregelen «kort volgen». In het najaar is een spoorontwerp beschikbaar, inclusief een kostenraming van de benodigde maatregelen. In het project GoeNoord is rekening gehouden met een bijdrage aan het project OV SAAL voor de geluidsmaatregelen in het kader van dit OTB. Een deel van de maatregelen – de kostenraming voor alle geluidsmaatre-gelen op het traject Weesp – Lelystad bedraagt in totaal € 135 mln. – is immers nodig om de effecten van de toename van het goederenverkeer in Weesp en het rijden met goederentreinen op de Flevolijn na de ingebruikname van de Hanzelijn te mitigeren. De bijdrage is € 20 mln. In totaal is voor het project OV SAAL (exclusief overhevelingen uit andere projecten) een budget van € 1.5 mrd gereserveerd. Dit wordt deels ingezet voor de korte termijn (cluster C in realisatie en cluster A in planstudie) OV SAAL middellange termijn Voor de middellange termijn is besloten de invulling van het middellange termijn pakket eind 2012 te koppelen aan de uitwerking van alternatieven voor de lange termijn in het kader van RRAAM. Eind 2012 zal worden bezien welke van de twee varianten voor de middellange termijn (variant C of variant E») het beste aansluit bij het beeld voor de lange termijn. Het hiervoor benodigde budget zal tot en met de besluitvorming eind 2012 gereserveerd blijven. Deze werkwijze sluit aan bij de gewenste planning om de maatregelen voor de middellange termijn in 2020 op te kunnen leveren. In het regeerakkoord zijn taakstellingen afgesproken voor bovenwettelijke inpassing, aanpassing omgevingsrecht en toepassing PPS. Intentie is dat deze taakstellingen voor een bedrag van € 45 mln. op OV SAAL worden gerealiseerd. Voor de periode 2012–2020 is totaal € 2,2 mln. overgeboekt naar HXII omdat vanaf 2012 materiële- en personele uitgaven worden verantwoord op HXII. Quickscan decentraal Spoor Gelderland Het projectbudget is opgehoogd met € 12 mln. naar aanleiding van de financiële bijdragen van de Stadsregio Arnhem–Nijmegen en de provincie Gelderland. Dit is conform de afspraken die zijn gemaakt in de BO’s MIRT in 2009 en 2010, waarbij is afgesproken dat de quick scan maatregelen decentraal spoor 50/50 gefinancierd worden door rijk en regio. Grensoverschrijdend Spoorvervoer Het projectbudget is verlaagd als gevolg van de overboeking naar HXII (BDU) ten behoeve van de pilot Heerlen–Bad Bentheim. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 262Productartikel 13 Planstudie spoor goederen Nieuw opgenomen projecten ERTMS Amsterdamse haven–Betuweroute en ERTMS Rotterdam–Antwerpen Het internationale goederenverkeer per spoor ondervindt belemmeringen bij grensovergangen vanwege de specifieke technische systemen die de verschillende Europese lidstaten gebruiken. Om deze belemmeringen zo veel mogelijk op te heffen heeft de Europese Commissie technische specificaties voor interoperabiliteit (TSI) vastgesteld. De verschillende Europese lidstaten hebben nationale plannen voor de tenuitvoerlegging van de TSI «besturing en seingeving» ingediend bij de Europese Commissie. Mede op basis daarvan heeft de Europese Commissie door middel van beschikking 2009/561/EG het Europees implementatieplan voor ERTMS vastgesteld. Hierin is beschreven welke goederencorridors uitgerust dienen te worden met ERTMS en welke havens, rangeerterreinen, goederenterminals en goederenzones door middel van ERTMS aangesloten dienen te worden op minstens één van deze corridors. In dat kader dient de Amsterdamse haven door middel van ERTMS verbonden te worden met de Betuweroute. Het daarvoor te volgen tracé loopt vanaf Amsterdam via Utrecht naar de aansluiting op de Betuweroute bij Meteren. De Rotterdamse haven dient door middel van ERTMS verbonden te worden met de Antwerpse haven. Overige Toelichtingen Goederenroute Rotterdam–Noord Nederland In de voorgaande jaren zijn in het kader van diverse projecten de benodigde voorzieningen voor het goederenvervoer op de GoeNoord-route getroffen. Deze maatregelen zijn gefinancierd uit andere budgetten dan het GoeNoord budget. Thans zijn alleen nog benodigde geluidsmaatregelen in Weesp en op de Flevolijn voorzien. Het hierbij behorende budget ad € 20 mln. is overgeheveld naar het project OV SAAL KT cluster a. Een zelfstandige planstudie voor GoeNoord is niet meer benodigd. Van de resterende gelden is o.a. € 6 mln. ingezet ten behoeve van de in het regeerakkoord afgesproken taakstelling voor bovenwettelijke inpassing. aanpassing.omgevingsrecht en toepassing PPS. Optimalisering Goederencorridor Rotterdam–Genua De verlaging van het projectbudget wordt veroorzaakt door het opnemen in de realisatietabel van de projectonderdelen Rotterdam–Genua Kijfhoek fase 1 ERTMS L1 doorgaand spoor (21 mln.) en Rotterdam–Genua opheffen 1500V en ATB inclusief aanleg 3e-spoor (105 mln.) alsmede door het niet meer opnemen van gerealiseerde en formeel vastgestelde planstudieuitgaven (2 mln.). Projectoverzicht bij 13.05.01 Spoorwegen personenvervoer; planstudieTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 263Productartikel 13 Bedragen in € mln incl. btw Budget planning Uitvoering Projectomschrijving Taakstel-lend 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Later periode CATEGORIE 1 Projecten nationaal Programma Hoogfequent Spoorvervoer 2 841 tb1 vanaf 2012 Grensoverschrijdend Spoorvervoer 43 Kleine projecten 5 Projecten Noordwest Nederland A’dam Zuidas: deel station (tbv NSP)2 231 vanaf 2012 A’dam Zuidas WTC 4-sp + keersporen 95 tb vanaf 2013 OV Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad 989 tb3 Projecten Oost-Nederland Regionale Lijnen Gelderland 31 pb/uo4 pb/uo4 2011–2014 Traject Oost 8 Totaal categorie 1 Begroting (IF 13.05.01) 57 74 172 272 372 499 1 Meerdere te nemen tb’s vanaf 2012 en verder2 inclusief bijdrage vm VROM ad € 135 mln3 Tracedeel Flevolijn. Zie MIRT blad voor uitgebreide toelichting4 Arnhem–Doetinchem en Barneveld Noord (2011) Zutphen–Winterswijk (2012)Projectoverzicht bij 13.05.02 Spoorwegen goederenvervoer; planstudieBedragen in € mln incl. btw Budget planning Uitvoerings-periode Projectomschrijving Taakstel-lend 2011 2012 2013 2014 2015 2016 CATEGORIE 1 Projecten nationaal Aslasten Cluster III 38 uo Divers t/m 2016 Optimalisering Goederencorridor R’dam–Genua 28 uo1 2011–2012 Europese ERTMS Goederenverbin-dingen ERTMS Amsterdamse haven–Betuweroute 3 2012 ERTMS Rotterdam–Antwerpen 3 2012 Projecten Oost-Nederland Goederenroute Elst-Deventer–Twente (NaNOV) 5 Projecten Zuidwestelijke delta Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding 212 uo Projecten Limburg Goederenverbinding Antwerpen–Roergebied (IJzeren Rijn)1 pm pm Overige projecten Kleine projecten/studies 5 Totaal categorie 1 Begroting (IF 13.05.02) 6 34 37 53 77 67 1 een deel van het project is reeds in uitvoering en opgenomen in het realisatieprogrammaLegendauo uitvoeringsopdrachtTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 264Productartikel 13 Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) toegelicht.De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de Begroting 2012 van Infrastructuur en Milieu (XII) bij beleidsartikelen 32 «Het bereiken van optimale veiligheid in of als gevolg van mobiliteit» en 34 «Sterke netwerken, voorspelbare reistijden en een goede bereikbaarheid». Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoeringOverzicht van de budgettaire gevolgen van uitvoering (x € 1 000) 14. Regionaal/lokale infra 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 98 661 385 712 215 471 236 088 234 120 98 701 214 923 Uitgaven 266 337 311 857 329 348 268 298 329 946 169 543 248 602 14.01 Grote regionaal/lokale projecten 156 053 266 252 187 266 140 607 120 653 61 919 34 235 14.01.01 Verkenningen 14.01.02 Planst. Progr. Reg/lok 668 45 430 888 48 700 35 890 1 000 0 14.01.03 Realistieprogr reg/lok 155 385 220 822 186 377 91 907 84 763 60 919 34 235 14.02 Regionale Mob. Fondsen 50 576 25 959 41 291 30 257 12 749 14.03 RSP – ZZL: Pakket Bereikbaarheid 59 708 19 646 100 791 97 434 196 544 107 624 214 367 14.03.01 RSP – ZZL: RB projecten 7 885 19 612 31 182 28 591 127 644 38 801 136 392 14.03.02 RSP – ZZL: RB mob fondsen 51 823 0 51 968 51 968 51 968 51 968 59 043 14.03.03 RSP – ZZL: REP 0 34 17 641 16 875 16 932 16 855 18 932 Ontvangsten 14.09 Ontv. Reg./lokale infra 0 0 0 0 0 0 0Budgetflexibiliteit Deze tabel geeft voor het jaar 2012 per artikelonderdeel de programma-middelen weer en maakt de mate van budgetflexibiliteit inzichtelijk door middel van vijf categorieën. De verhoudingen binnen de artikelonderdelen worden zowel procentueel als nominaal gepresenteerd. Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 265 Productartikel 14 Toelichting: 14.01 Grote regionale/lokale projecten. Dit betreft bijdragen tbv grote regionale/lokale projecten waarvoor overeenkomsten met lagere overheden zijn afgesloten. Deze bedragen zijn grotendeels al juridisch verplicht. 14.02 Regionale Mobiliteitsfondsen Dit betreft bijdragen aan regionale mobiliteitsfondsen waarvoor overeen-komsten met lagere overheden zijn afgesloten. 14.03 RSP-ZZL: Rijksbijdrage. Voor de inzet van deze middelen is een convenant met het Noorden afgesloten en derhalve zijn deze middelen bestuurlijk gebonden, voor zover nog niet juridisch verplicht. 14.01 Grote regionale/lokale projecten Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan de grenswaarden in de BDU (respectievelijk € 112,5 mln. en € 225 mln.) en moet het project passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid zoals verwoord onder de begroting 2012 van Infrastructuur en Milieu (XII) bij beleidsartikel 34. Verkenningen Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart verkennin-genprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De verkenningen worden Juridisch verplichtBestuurlijk gebondenBeleidsmatig verplichtComplementair noodzakelijkBeleidsmatig nog niet ingevuld0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%92%8%172.83314.433100%41.29112%88%12.01288.779ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 100014.01Grote regionale/lokale projecten14.02Regionalemobiliteitsfondsen14.03RSP-ZZL:Pakket BereikbaarheidMotivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 266Productartikel 14 onder verantwoordelijkheid van de regionale overheid uitgevoerd en pas na toetsing al dan niet opgenomen in het planstudieprogramma. Planstudieprogramma regionaal/lokaal Van een project dat in de planstudietabel is opgenomen worden de kosten van de meest kosteneffectieve variant als basis voor de rijksbijdrage aangemerkt (onder aftrek van de eigen bijdrage van € 112,5 mln. resp. € 225 mln.). Wijzigingen in het planstudieprogramma: –Rijngouwelijn West van planstudie naar realisatieprogramma. Nieuw in het planstudieprogramma: –Tram Utrecht Centraal – de Uithof. Voor deze tram is door de minister een bijdrage van € 110 mln. gereserveerd. Er moet nog wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De uitvoering loopt van 2012 t/m 2015. Realisatieprogramma regionaal/lokaal Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote infrastructuurprojecten die door derden worden aangelegd. Wijzigingen in het realisatieprogramma: Tilburg Noordwesttangent wordt in 2011 opgeleverd i.p.v. 2010. Oorzaak is de latere oplevering van de kruising met het kanaal. Projectoverzicht bij 14.01.02 Regionale/lokale infrastructuur; planstudieBedrag in € mln Raming kosten Budget Planning Uitvoering Projectomschrijving min. max. taakstel-lend 2011 2012 2013 2014 2015 2016 periode CATEGORIE 1 (voor tracébesluit) Projecten Zuidvleugel Haaglanden/Den Haag, R’damsebaan (vh. Trekvliettracé) 450 228 pb uo 2014–2018 A12/A20 Parallelstructuur Gouweknoop 109 pb uo 2011–2015 RijnGouwelijn West 46 2012–2015 Projecten Utrecht Utrecht Tram CS–De Uithof 110 2013–2018 Projecten Brabant Eindhoven Helmond, voltooiing verkeersruit (T-str.) 815 259 pb uo 2015–2018 CATEGORIE 2 Projecten Nationaal Projecten in voorbereiding variabel 2010 evLegendaPb projectbesluit Uo uitvoeringsopdrachtTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 267Productartikel 14 Projectoverzicht bij 14.01.03 Regionale/lokale infrastructuur; realisatieTotaal Budget in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Projecten Noordwest-Nederland Noord/Zuidlijn Noord-WTC1 1 173 1 168 799 93 44 37 85 61 34 20 2017 2017 N201 178 178 128 32 18 2012 2012 Projecten Zuidvleugel Rijn Gouwelijn Oost 151 149 0 72 42 31 6 2015 2015 Den Haag Internationale stad, Scheveningen Boulevard 6 11 2 4 2013 Randstadrail (incl. voorbereidings-kosten en aanlanding)2 890 888 836 2 52 2006,2010/13 2006,2009/12 Beneluxmetro (excl. Bodemsa-nering)3 660 660 658 2 Projecten Brabant Tilburg Noordwesttangent 0 5 2012 2010 Projecten Oost-Nederland Nijmegen 2e stadsbrug 71 71 0 16 31 24 2013 2013 Totaal categorie 0 3 129 3 131 2 423 222 186 92 85 61 34 26 Begroting (IF 14.01.03 ) 222 186 92 85 61 34 1 Deels investeringsimpuls 19982 Mijlpaal 2013 betreft aanlanding metro Den Haag CS3 Deels investeringsimpuls 199414.02 Regionale mobiliteitsfondsen Over heel Nederland worden verschillende Regionale Mobiliteitsfondsen (RMf) gebruikt. Deze fondsen zijn gevoed op basis van de volgende impulsen: –Bereikbaarheidsoffensief Randstad. –Amendement Dijsselbloem. –Amendement Van der Staaij. –Regionale bereikbaarheid (Kwartje van Kok). –Amendement Van Hijum. –Quick wins NWA eerste en tweede tranche. –Tunnel Sluiskil. Rijksbijdrage De rijksmiddelen in het kader van het Bereikbaarheidsoffensief Randstad (BOR; inclusief de terugsluisopbrengsten), de amendementen Dijssel-bloem, Van der Staaij en Van Hijum, Regionale bereikbaarheid en Quick wins NWA zijn volledig uitgekeerd. In het kader van Tunnel Sluiskil worden ook in 2012 rijksmiddelen beschikbaar gesteld. Tunnel Sluiskil Op 18 mei 2009 is de bestuursovereenkomst inzake een tunnel bij Sluiskil getekend. In overleg met de provincie Zeeland is besloten om de IenM-bijdrage via het (her)opgerichte Regionaal Mobiliteitsfonds Zeeland te laten verlopen. Het totaal van € 135 mln komt beschikbaar in 2010–2014. 14.03 RSP Zuiderzeelijn, pakket Regionale Bereikbaarheid Betreft het RSP-convenant Rijk–regio (TK 2007–2008, 27 658, nr. 43)Motivering Producten MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 268Productartikel 14 Het pakket omvat een ruimtelijk-economisch programma (REP) en projecten ter verbetering van de regionale bereikbaarheid (concrete bereikbaarheidsprojecten en regionaal mobiliteitsfonds). In totaal gaat het om vijf concrete bereikbaarheidsprojecten. De rijksbij-drage voor de A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2 is inclusief € 200 mln. uit het MIRT.In 2009 is het Regionaal Mobiliteitsfonds Regiospecifiek Pakket (RMf RSP) opgericht voor Noord-Nederland. De instelling van het RMf RSP volgt uit het Convenant RSP Zuiderzeelijn d.d. 23 juni 2008. Het totale budget RMf RSP is € 970 miljoen1. Dit bestaat uit € 500 miljoen bijdrage van het rijk en € 470 miljoen bijdrage van de regio. Binnen het RMf RSP is € 100 miljoen gereserveerd als bijdrage aan de concrete projecten. Deze bijdrage vervalt, indien na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is. De inzet van middelen uit het RMf RSP is een decentrale verantwoordelijkheid. Het RMf RSP is beschikbaar voor projecten, die in principe kunnen worden gerealiseerd vóór 2020. Binnen het REP wordt onderscheid gemaakt tussen een rijksdeel en een regionaal deel. Voor het rijksdeel, onder regie van EL&I, wordt € 150 mln. van de rijksbijdrage ingezet. In 2009 is dit deel van het budget overge-heveld naar de begroting van EL&I i.v.m. het ontbreken van een deugde-lijke betaaltitel bij IenM. Voor het regionaal deel, onder regie van de regio, wordt € 250 mln. ingezet (€ 150 mln. Rijk + € 100 mln. regio). De voorwaarden voor het RSP zijn beschreven in het op 23 juni 2008 ondertekende convenant Rijk-regio (TK 2008–2009, 31 700 A, nr. 19). Over de voortgang wordt de Tweede Kamer jaarlijks geïnformeerd met een voortgangsrapportage (in het najaar).Project overzicht Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn Totaal Budget in € mln Projectomschrijving Kosten Totaal rijk t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016–2020 Totaal regio1 Projecten Noord-Nederland 14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten2 3 1 415 572 8 19 31 28 128 39 319 200 14.03.02 Regionaal Mobiliteitsfonds 524 52 0 52 52 52 52 264 370 14.03.03 Ruimtelijk economisch programma 162 0 0 18 17 17 17 93 100 Begroting (IF 14.03) 1 258 60 19 101 97 197 108 676 670 Overige afspraken LMCA Spoor: spoordriehoek4 166 166 Totaal rijksbijdrage Noord-Nederland 1 423 60 19 101 97 197 108 842 1 Bijdrage regio zijn op prijspeil 2007.2 Het betreft de volgende projecten: A7 Zuidelijke Ringweg Groningen (ZRG) fase 2; Bereikbaarheid Leeuwarden; Bereikbaarheid Assen; N50 Ramspol–Ens en Openbaar vervoer/spoor. De totale rijksbijdrage is inclusief € 200 mln. uit het MIRT t.b.v de A7 ZRG fase 2.3 Uit het regionaal mobiliteitsfonds wordt een bijdrage van € 100 mln. (prijspeil 2007) geleverd aan de concrete projecten. Deze bijdrage vervalt, indien na realisatie van de concrete projecten is gebleken dat deze bijdrage niet nodig is.4 Betreft Pakket Noorden, hetgeen op artikel 13 is opgenomen. 1 De bijdragen zijn kasbedragen, prijspeil 2007 en all in (inclusief BTW, Voorbereiding en Toezicht, Onvoorzien en Risico’s).ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 269 Productartikel 14 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet Op dit artikel worden de producten op het gebied van Rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen verkeersmanagement, beheer en onderhoud, aanleg, verkenningen en planstudie en netwerkgebonden kosten. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de beleidsbegroting 2010 (XII) en vinden hun oorsprong in de Nota Mobiliteit (Kamerstukken II, 2004–2005, 29 644, nr. 6). Het productartikel Hoofdvaarwegennet is gerelateerd aan de volgende beleidsartikelen: •Artikel 33: Veiligheid gericht op de beheersing van veiligheidsrisico’s; •Artikel 34: Betrouwbare netwerken, voorspelbare reistijden en een goede bereikbaarheid; •Artikel 35: Mainports en logistiek; •Artikel 36: Bewaken, waarborgen en verbeteren van kwaliteit leefom-geving, gegeven de toename van mobiliteit. Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoeringOverzicht budgettaire gevolgen van de uitvoering (x € 1 000) 15. Hoofdvaarwegennet 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 963 376 988 805 1 015 926 834 447 747 294 576 511 582 201 Uitgaven 848 903 764 385 843 656 908 096 884 078 871 135 775 429 15.01 Verkeersmanagement 85 811 23 366 23 552 14 856 12 495 12 487 12 464 15.01.01 Basispakket Verkeersmanagement 84 762 23 366 23 552 14 856 12 495 12 487 12 464 15.01.02 Servicepakket Verkeersmanagement 1 049 0 0 0 0 0 0 15.02 Beheer en onderhoud 543 934 261 263 199 385 268 584 261 747 252 622 344 678 15.02.01 Basispakket B&O hoofdvaarwegen 374 741 202 584 125 947 195 439 191 791 181 625 254 204 15.02.02 Servicepakket B&O hoofdvaarwegen 29 250 22 783 23 176 23 130 23 143 23 157 23 172 15.02.04 Groot var. onderh.hoofdvaarwegen 139 943 35 896 50 262 50 015 46 813 47 840 67 302 15.03 Aanleg en planstudie na tracébesluit 211 124 210 988 343 610 346 248 272 298 201 043 40 446 15.03.01 Realisatieprogramma Hoofdvaar-wegen 211 097 210 019 334 891 330 510 264 103 172 216 39 623 15.03.02 Planstudieprogramma na tracébesluit 27 969 8 719 15 738 8 195 28 827 823 15.05 Verkenning en planstudie voor tracébe-sluit 8 034 8 549 21 287 30 171 104 736 180 681 155 642 15.05.01 Verkenningen 7 995 0 0 0 0 0 0 15.05.02 Planstudieprogramma voor tracébe-sluit 39 8 549 21 287 30 171 104 736 180 681 155 642 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN 0 260 219 255 822 248 237 232 802 224 302 222 199 15.06.01 Apparaatskosten RWS 0 247 354 243 456 234 731 219 585 211 104 209 026 15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten 0 12 865 12 366 13 506 13 217 13 198 13 172 15.09 Ontvangsten 49 647 48 376 68 687 29 703 22 155 3 042 0 Budgetflexibiliteit Deze tabel geeft voor het jaar 2012 per artikelonderdeel de programma-middelen weer en maakt de mate van budgetflexibiliteit inzichtelijk door middel van vijf categorieën. De verhoudingen binnen de artikelonderdelen worden zowel procentueel als nominaal gepresenteerd. Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 270 Productartikel 15 15.01 en 15.02 Verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud De voor beheer en onderhoud opgenomen bedragen zijn volledig beleidsmatig verplicht en betreffen in hoofdzaak het groot variabel onderhoud aan vaarwegen. 15.03 Aanleg en planstudie na tracébesluit Het beschikbare begrotingsbedrag is grotendeels juridisch verplicht. Voor het overige deel is het budget bestuurlijk gebonden. 15.05 Verkenning en planstudie voor tracébesluit Alle verkenningen en planstudies zijn beleidsmatig verplicht. 15.01 Verkeersmanagement De activiteiten binnen het basispakket verkeersmanagement worden uitgevoerd om een vlotter en veiliger scheepvaartverkeer op het hoofd-vaarwegennet te realiseren. Basispakket Verkeersmanagement Hoofdvaarwegen Bij verkeersmanagement gaat het met name om de volgende activiteiten: •Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering. •Monitoring en informatieverstrekking. •Vergunningverlening en handhaving. •Crisisbeheersing en preventie. In het goederenvervoer over water is een groei voorzien die deels met verkeersmanagement wordt gefaciliteerd. Daarnaast moet de betrouw-baarheid en reistijd op orde worden gebracht. Operationele beleidsdoel-stellingen op het gebied van verkeersmanagement zijn: •Het zoveel mogelijk beperken van de gemiddelde structurele wachttijd bij sluizen in de hoofdvaarwegen; Juridisch verplichtBestuurlijk gebondenBeleidsmatig verplichtComplementair noodzakelijkBeleidsmatig nog niet ingevuld0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%63%37%39.52623.21482%7%11%283.33023.44236.838ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 100015.03Aanleg en planstudiena tracébesluit15.01/02Verkeersmanagement enBeheer en Onderhoud15.05Verkenningen en planstudievoor tracébesluit10.987100%Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 271Productartikel 15 •Het afstemmen van de bediening van bruggen en sluizen op de vraag vanuit de markt. De bediening van sluizen en beweegbare bruggen zal conform het vigerende Beheerplan Rijkswateren (2010–2015) worden uitgevoerd. Waar mogelijk en zinvol wordt samen met de andere overheden naar centrale bediening op vaarroutes overgeschakeld. Vanzelfsprekend wordt getracht de bediening zodanig in te richten dat wachttijden en stremmingen zo veel mogelijk worden beperkt. Een goede informatievoorziening hierover aan gebruikers is daarbij van groot belang. Met het toezicht op het water dat door RWS (o.a. samen met KLPD) wordt uitgevoerd, wordt beoogd de veiligheid voor de gebruikers te borgen. Dit toezicht heeft ook een preventieve werking. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Binnen-vaartwet komt er meer nadruk op bestuursrechtelijke handhaving door IenM te liggen (i.p.v. strafrechtelijke handhaving door de KLPD). In geval van calamiteiten, zoals schade en verontreinigingen, wordt hierover bericht en adequaat opgetreden. Hiervoor is een calamiteitenorganisatie operationeel. Servicepakket Verkeersmanagement Hoofdvaarwegen De invoering van AIS (Automatic Identification System) transponders maakt deel uit van de implementatie van River Information Services (RIS) in Nederland. De invoering van RIS vloeit voort uit de EU RIS richtlijn (2005/44). Schepen uitgerust met AIS-transponders worden automatisch aangemeld bij en kunnen gevolgd worden door de bedien- en verkeerscentrales van RWS. Dit maakt het mogelijk om: •De veiligheid van het scheepvaartverkeer te verhogen. •De bestaande infrastructuur beter te benutten en daarmee de komende jaren de groei van het scheepvaartverkeer beter op te vangen. •Efficiencywinst te realiseren bij de verkeersposten en bedieningscen-trales van RWS. In november 2006 heeft de minister van VenW een convenant afgesloten met vier brancheorganisaties uit de binnenvaart. In dit convenant is afgesproken dat de Staat bereid is om, gedurende de periode van vrijwillige invoering, een deel van de kosten van de aanschaf en installatie van AIS aan boord van binnenvaartschepen voor haar rekening te nemen. De uitvoering van de regeling vindt plaats tussen eind 2009 en eind 2012 Meetbare gegevens basispakket verkeersmanagement Specificatie areaal:Omvang areaal Areaalomschrijving Eenheid omvang 2010 2011 2012 Begeleide vaarweg in km km 608 608 608 Bediende objecten in aantallen aantal 214 214 214Toelichting Alleen de vaarweg die vanuit vaste verkeersposten wordt begeleid is in het hierboven opgenomen areaal meegeteld. De vaarwegen in beheer bij RWS die met patrouille vaartuigen worden bestreken, zijn niet meegerekend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 272 Productartikel 15 Indicatoren Basispakket Indicator Eenheid realisatie 2010 streefwaarde 2011 streefwaarde 2012 De passeertijd betreft de tijd die het kost voor schepen om sluizen en bruggen te passeren. Het IVS (Informatie en volgsysteem voor de Scheepvaart) registreert deze tijd. De norm voor de passeertijd betreft een vastgesteld aantal minuten per sluis of brug dat moet worden gerealiseerd. De eenheid wordt weergegeven als het % waarop de passeertijd wordt gerealiseerd Hoofd-transportas 68% 80% 85% Hoofd-vaarweg 81% 75% 75% Overige vaarweg 88% 70% 70%Toelichting Bovenstaande indicatoren zijn gericht op de gebruiker en geven een indicatie van de passeertijden en dus ook over de wachttijden als gevolg van onderhoud. De norm voor de passeertijd wordt per object vastgesteld op basis van wachttijd en schuttijd. Gestreefd wordt naar een gemiddelde wachttijd van maximaal 30 minuten. Door het bij de sluizen aanwezige achterstallig onderhoud worden de prestaties t.a.v. de passeertijden bij de hoofdvaarwegen en de overige vaarwegen, de komende paar jaren vooralsnog negatief beïnvloed. Enerzijds door het frequenter optreden van storingen, anderzijds door de tijdelijke stremmingen die noodzakelijk zijn voor de werkzaamheden om deze achterstanden in te lopen. In de periode tot en met 2016 worden de bekende achterstanden weggewerkt en zullen de prestaties verbeteren. Daarnaast kan de passeertijd ook negatief beïnvloed worden door een capaciteitstekort van een sluizen-complex, zoals het geval is bij de sluizen op de Zeeuwse corridor. Via het aanlegprogramma wordt daaraan gewerkt met studies naar de capaciteit van de Volkeraksluizen en de sluis bij Terneuzen. Dit wordt ook zichtbaar als de realisatiecijfers 2010 worden gedifferentieerd naar corridors; Amsterdam-Rijnkanaal 86%, Rijn-Scheldeverbinding 66%, Westerschelde 58%. 15.02 Beheer en Onderhoud Beheer en onderhoud wordt uitgevoerd om het hoofdvaarwegennet in een staat te houden die noodzakelijk is voor het faciliteren van vlot, veilig, duurzaam en comfortabel vervoer van goederen. In de begroting 2010 en 2011 is opgemerkt dat de kosten van beheer en onderhoud toenemen en dat de budgetten onder druk komen te staan. In het afgelopen jaar is deze spanning tussen ambities en budgettaire mogelijkheden in kaart gebracht en zijn oplossingsmogelijkheden verkend, dit mede op basis van de uitgevoerde audits op de netwerken. Dit heeft in deze begroting geresulteerd in een oplossing van de proble-matiek door een structurele verhoging van het budget, aanvullende efficiencymaatregelen en versoberingen van het onderhoudsniveau. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar bijlage 4.2. Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 273 Productartikel 15 Basispakket Beheer en Onderhoud Hoofdvaarwegen Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen. Deze kan alleen worden gegarandeerd indien de infrastructuur preventief beheerd en onderhouden wordt. Daarnaast vindt correctief onderhoud plaats, waarbij de beheerder geconfronteerd kan worden met onverwacht functieverlies en de gebruiker ongewild minder service kan worden geboden (strem-mingen, beperkingen). Zowel het preventief als het correctief onderhoud valt onder het basispakket. De activiteiten zijn erop gericht om de scheepvaart (beroeps- en recreatie-vaart) zo goed als mogelijk te faciliteren. Het betreft maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betreft het maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzie-ningen te laten functioneren. Om verkeersoverlast tot een minimum te beperken, worden de werkzaamheden goed afgestemd, zowel onderling als met werkzaamheden die voortkomen uit het aanlegprogramma alsmede met werkzaamheden vanuit hoofdwatersystemen. Rijksrederij De Rijksbrede Civiele Rijksrederij is een organisatie die nautische diensten levert aan andere overheden zoals LNV, Financiën (Douane), IenM en de Kustwacht. De Rijksrederij valt onder de verantwoordelijkheid van RWS. De kerntaken van de Rijksrederij zijn: •Het ter beschikking stellen van vaartuigen voor een bepaalde tijdsduur (al dan niet met nautische bemanning) met een door de opdrachtgever gespecificeerd dienstverleningsniveau. •Het leveren van kennisintensief advies aan overheidsinstellingen bij beheer, ontwerp en aanbesteding van vaartuigen. •Het leveren van kennisintensief advies op het gebied van eisen aan bemanningen, veiligheidsmanagement en scheepsuitrustingen. Kustwacht De Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegd-heden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de raad voor de kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast. De directeur Kustwacht heeft onvoorwaardelijke zeggenschap over vier schepen die (vrijwel) full time kustwachttaken uitvoeren. Daarnaast heeft hij trekkingsrechten voor een aantal dagen per jaar op schepen van de Rijksrederij en schepen, vliegtuigen en helikopters van het ministerie van Defensie. De minister van IenM is als coördinerend minister voor Noordzee aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming van geïntegreerd beleid en het activiteitenplan en begroting voor de Noordzee. De overzichtsconstructie Kustwacht nieuwe stijl is als bijlage aan deze begroting toegevoegd. Servicepakket Beheer en Onderhoud Hoofdvaarwegen Overdracht Brokx-Nat De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II, 2002–2003, 28 600 XII, nr. 17). Behoudens Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 274Productartikel 15 de Fries-Groningse kanalen resteren er nog slechts enkele kleinschalige verplichtingen die op dit artikel worden geboekt.. Fries-Groningse kanalen De hieraan gerelateerde uitgaven hebben betrekking op de Rijksbijdrage aan de provincies Groningen en Friesland ten behoeve van het onderhoud van de Fries-Groningse kanalen. De Rijksbijdrage voor het onderhoud van de Fries-Groningse kanalen is vastgelegd in een convenant dat gesloten is met de provincies Friesland en Groningen. De kanalen zijn eigendom van deze provincies en zij zijn in de huidige situatie primair verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Voor het beheer en onderhoud ontvangen beide provincies jaarlijkse rijksbijdragen in de vorm van een specifieke uitkering. In december 2010 is de Tweede Kamer geïnformeerd (32 500 A, 39) over de stand van zaken van de nadere invulling van de op 1 juli 2010 aangenomen motie van de heer De Rouwe c.s. (32 723 A, nr. 125). In het BO MIRT 2011 zijn afspraken gemaakt over de actualisatie van de afspraken voor het Beheer en Onderhoud van de Fries Groningse kanalen. De afspraken betreffen de uitgangspunten en invulling van de overdracht van de taken die gerelateerd zijn aan de jaarlijkse rijksbijdragen. Deze afspraken worden nu uitgewerkt ten behoeve van de definitieve besluit-vorming. Groot variabel onderhoud hoofdvaarwegen Het groot variabel onderhoud is opgebouwd uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel betreft het Plan van Aanpak Beheer en Onderhoud (Impuls). Het tweede onderdeel betreft het groot variabel onderhoud uit NOMO achterstallig onderhoud vaarwegen. Plan van Aanpak Beheer en onderhoud (impuls) De ontwikkeling van de budgetten voor beheer en onderhoud heeft in het verleden geen gelijke tred gehouden met de kosten van beheer en onderhoud. Ongewild leidde dit tot een geleidelijke overgang van preventief naar correctief onderhoud, waarbij geprioriteerd is naar vaarwegklasse. In het hoofdlijnenakkoord is daarom bij de begroting 2004 besloten tot het geven van een impuls aan het Beheer en Onderhoud van Rijkswaterwegen in de periode tot en met 2010. Destijds is € 700 mln. beschikbaar gesteld om een deel van het achterstallig onderhoud op de belangrijkste hoofdtransportassen in te lopen, de zogenoemde Impuls. Voor een aantal projecten kent de uitvoeringsperiode een uitloop tot in 2012 en in een enkel geval tot in 2016. Projecten (plan van aanpak Beheer en Onderhoud) Projecten Uitvoeringsperiode Amsterdam Rijnkanaal baggeren en renoveren sluizen en oevers 2005–2011 Amsterdam–Lemmer/Ijsselmeer (1 2004–2012 Baggeren Ijssel 2008–2011 Vervanging vaartuigen 2006–2010 Kanaal Gent–Terneuzen, baggeren en oevers (2 2004–2010/2012 Maas: baggeren en kunstwerken 2004–2010/2012 Rotterdam–België/Zeeland: renovatie o.a. Volkeraksluizen en baggeren (3 2005–2012 Rotterdam–Duitsland: baggeren en oevers 2005–2009 Wrakkenberging 2009–2011 Natte bruggen (4 2004–2011/2016 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 275 Productartikel 15 Toelichting: 1.De baggerwerkzaamheden aan het Zwolse Diep zijn in 2010 afgerond. Het Groot Onderhoud aan de Houtribsluizen is gecombineerd met de werkzaamheden die voor de periode ná 2010 aan de Houtribsluizen waren gepland. Dit deel van het project zal daarom naar verwachting in 2012 worden opgeleverd. 2.Het baggerwerk is in 2009 opgeleverd. De civiele onderdelen zijn in 2010 opgeleverd. Het deelproject «Bewegingswerken West- en Middensluis» zal naar verwachting pas in 2012 worden opgeleverd. Om dit project met zo min mogelijk hinder voor de scheepvaart uit te voeren, bleek een langere uitvoeringsduur noodzakelijk. 3.De baggerwerkzaamheden zijn in 2009 opgeleverd. De gecombi-neerde renovatie van de Volkeraksluizen en de Haringvlietsluizen is in 2011 afgerond.Diverse werkzaamheden aan de sluizen in Zeeland (o.a. Hansweert) moeten in combinatie met de Modernisering ObjectBedieningZeeland (MOBZ) worden uitgevoerd. De oplevering van het totale pakket aan maatregelen staat hierdoor nu voor 2012 gepland. 4.De meeste bruggen zijn inmiddels opgeleverd. De Sint-Servaasbrug zal als gevolg van de vertraging door de tegenvallende aanbesteding naar verwachting pas in 2011 worden opgeleverd. De gecombineerde aanbesteding voor de bruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal is in het najaar 2009 gestart. Uitvoering start zomer 2011 In overleg met gemeenten is een plan opgesteld om het gehele pakket aan bruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal gefaseerd aan te pakken. Volledige oplevering zal in 2016 plaatsvinden. Nota Mobiliteit achterstallig onderhoud vaarwegen (NOMO AOV) In de aanloop naar de begroting 2009 is gewerkt aan een programma van onderhoudsactiviteiten ten behoeve van het inlopen van het achterstallig onderhoud aan de vaarwegen in de periode vanaf 2010 waarvoor in het kader van de Nota Mobiliteit ca. € 900 mln. is gereserveerd. Dit programma is opgebouwd uit de onderstaande projecten. Deze projecten vallen voor een deel onder de noemer Groot Variabel onderhoud. De middelen voor dat deel zijn dan ook ondergebracht onder artikel 15.02.04. De overige projecten worden geraamd en verantwoord onder het reguliere beheer en onderhoudsbudget (15.02.01). Met de in de begroting 2009 opgenomen versnelling zullen deze projecten al in 2016 zijn afgerond, conform de wens van Tweede Kamer en de sector. De voorbe-reiding en uitvoering van geplande projecten worden inmiddels voort-varend ter hand genomen. In onderstaande twee tabellen zijn de afzonderlijke projecten opgenomen en de periode van de verwachte uitvoering. Ook is de verdeling van de beschikbare NOMO-middelen voor achterstallig onderhoud vaarwegen per project indicatief aangegeven. NOMO – Groot Variabel Onderhoud Projecten Uitvoerings-periode Indicatief budget (mln €) Onderhoud damwanden en vaarwegen Zeeland 1 2009–2016 66 Oevers Amsterdam-Rijnkanaal (damwanden en meerplaatsen) 2 2011–2016 178 Renovatie Havenhoofdden IJmuiden 3 2009–2015 60 Totaal 304 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 276 Productartikel 15 Toelichting 1.Enkele baggerwerkzaamheden (Westbuitenhaven, Krabbekreek) uit dit project zijn versneld opgepakt in het kader van de investerings-impuls uit het Aanvullend Beleidsakkoord. 2.Als gevolg van de beperkte uitvoeringscapaciteit van Rijkswaterstaat is de start van dit project vertraagd naar 2011. Oplevering is nog wel voor uiterlijk 2016 gepland. 3.Reeds in 2009 is gestart met de uitvoering van diverse kleine renovatiemaatregelen aan de havenhoofden. Totale oplevering van de werkzaamheden t.b.v. het wegwerken van het achterstallig onderhoud is voor 2015 gepland.NOMO – Overig achterstalling onderhoud Projecten Uitvoeringsperiode Indicatief budget (mln €) Achterstallig basisonderhoud diverse regio’s 2007–2016 144 Onderhoud oevers en bodems Brabantse kanalen 2009–2015 47 Onderhoud Oevers en bodems vaarwegen Zuid Holland 2007–2016 1 79 Renovatie kunstwerken Limburg en IJsselmeergebied 2007–2016 88 Onderhoud Oevers en bodems Maasroute 2008–2016 70 Aanpassing bodembescherming, sluizen en bruggen en overige kunstwerken i.v.m. hogere belasting Noord-Holland 2011–2016 1 50 Onderhoud vaargeulen NederRijn, IJssel, Twentekanalen/Meppelerdiep en Zwarte Water 2009–2016 2 77 Renovatie sluizen en in- en aflaatwerken Twentekanalen Delden/Hengelo en Spooldersluis 2009–2013 2 0 Renovatie stalen boogbruggen Utrecht 2011–2016 62 Totaal 617Toelichting 1.De werkzaamheden in Noord- en Zuid-Holland lopen door tot in 2016 om de verkeershinder voor de scheepvaart te beperken. 2.Beide projecten in Oost-Nederland zijn samengevoegd tot één totaalproject «Onderhoud vaargeulen, oevers en sluizen Oost-Nederland». Meetbare gegevens Beheer en onderhoud hoofdvaarwegen In de kabinetsreactie op het IBO Beleid en Onderhoud (Kamerstukken 2006–2007, 30 800 XII, nr. 57) is toegezegd om extracomptabele informatie te verstrekken over de wijze waarop de middelen voor beheer en onderhoud worden aangewend. Ter invulling daarvan is hieronder een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten over oevers, bodems, kunstwerken en verkeersvoorzieningen. Deze percentages zijn gebaseerd op het meerjarig gemiddeld benodigde budget: van jaar tot jaar kan het actueel uitgegeven percentage fluctueren. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 277 Productartikel 15 Ten aanzien van beheer en onderhoud is er het volgende areaal: Omvang Areaal Areaal Eenheid Omvang 2012 B&O Vaarwegen km 7 609 Toelichting Het areaal bestaat enerzijds uit de hoofdtransportassen, hoofdvaarwegen en overige vaarwegen die ten behoeve van de binnenvaart in beheer zijn bij RWS, die in totaal 3 730 km meten en anderzijds het aantal km zeevaartweg van in totaal 3 879 km. Voor het jaar 2012 geldt de volgende indicator:Indicatoren Indicator Norm realisatie 2010 Streefwaarde 2011 streefwaarde 2012 B&O De vaarbak dient conform de norm uit het vaarwegplan qua vaarwegdiepte en -breedte, op basis van de vaarwegmarkering op orde te zijn. De eenheid waarop dit wordt weergegeven is het % van de tijd dat de vaarbak op orde is. Hoofd-transportas 96% 85% 90% Hoofd-vaarweg 83% 70% 75% Overige vaarweg 84% 70% 70%Toelichting Deze indicator geeft een beeld van achterstanden bij het beheer en onderhoud van de vaarwegen. In de afgelopen jaren zijn de gerealiseerde scores mede opgelopen als gevolg van het programma om de achter-standen in te lopen. Als eerste worden de achterstanden op de hoofd-18%33%40%9%OeversBodemsKunstwerkenVerkeersvoorzieningenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 278 Productartikel 15 transportassen weggewerkt. Dit programma is in 2010 grotendeels afgerond. Het programma tot en met 2016 is erop gericht ook de achterstanden op de hoofd- en overige vaarwegen weg te werken. 15.03 Aanleg en planstudie na tracébesluit Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de aanleg- en planstudie activiteiten bij het hoofdvaarwegen netwerk nadat het tracébesluit genomen is. Realisatieprogramma hoofdvaarwegen In 2012 wordt naar verwachting het project Walradar Noordzeekanaal opgeleverd Naar verwachting start in 2012 de realisatie van de volgende projecten: •Verdieping vaarweg Harlingen–Kornwerderzand (Boontjes). •Vaarweg Meppel–Ramspol (keersluis Zwartsluis). •Wilhelminakanaal Tilburg. •De Zaan (Wilhelminasluis). •Capaciteit Julianasluis Gouda. •Verbreding Maasgeul. De belangrijkste (budgettaire) aanpassingen betreft de volgende projecten: •Het taakstellend budget voor het project Maasroute-fase 2 is met € 40 mln. verhoogd vanuit het budget voor Groot Variabel Onderhoud. Dit in verband met het meenemen van enkele geplande onderhoudswerk-zaamheden in het aanleg contract van de Maasroute. •Het project vaarweg Meppel–Ramspol (keersluis Zwartsluis) is overgegaan naar de realisatiefase. Hieraan gekoppeld is de overheve-ling van € 39,3 mln. vanuit de planstudieruimte (na tracébesluit). •Het project Bouw 4e sluiskolk Ternaaien is overgegaan naar de realisatiefase en de uitvoering zal onder verantwoordelijkheid van België en naar verwachting eind 2011 starten. •Voor de spoorbrug Zuidhorn is medio 2011 een realisatiebesluit genomen. Dit project is overgaan naar de realisatiefase en is toege-voegd aan het project Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 1. De uitvoering gebeurt onder verantwoordelijkheid van de provincie Groningen en zal naar verwachting eind 2011 starten. •Daarnaast zijn de projectbudgetten geschoond voor de AGB bijdragen in verband met de nieuwe bekostigingswijze van Rijkswaterstaat. Ten opzichte van de begroting 2011 is bij enkele projecten sprake van mutaties. Deze zijn per project opgenomen en toegelicht in het MIRT-projectenboek (www.mirtprojectenboek.nl). Planstudieprogramma na tracébesluit De belangrijkste (budgettaire) aanpassingen betreft de volgende projecten: •Het project vaarweg Meppel–Ramspol (keersluis Zwartsluis) is overgegaan naar de realisatiefase. Hieraan gekoppeld is de overheve-ling van € 39,3 mln. vanuit de planstudieruimte (na tracébesluit). •Het project verbreding Maasgeul is in 2011 van de verkenningsfase overgegaan naar de planstudiefase. Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 279Productartikel 15 Impuls infrastructuur vaarwegen Quick-wins binnenhavens Het oorspronkelijk beschikbare budget voor quick win maatregelen op het gebied van binnenhavens en vaarwegen is in het kader van de subsidie-taakstelling van het kabinet verlaagd met € 9,7 mln. Het nog resterende budget zal worden ingezet voor een derde tranche die zich zal richten op een beperkt aantal infrastructurele projecten ten behoeve van het faciliteren van containervervoer over water. Deze tranche zal in 2012 tot besluitvorming leiden. De uitvoering van deze projecten is voorzien in de periode tussen 2013 en eind 2015. Dynamisch verkeersmanagement Uit de enveloppe Infrastructuur en (vaar)wegen is een bedrag van € 102 mln. (prijspeil 2010 en inclusief 17 mln. agentschapsbijdrage) beschikbaar gesteld voor maatregelen op het gebied van dynamisch verkeersma-nagement op vaarwegen. De middelen worden met name ingezet om de verbindingen vanuit de Maasvlakte naar het achterland beter te benutten. De maatregelen zijn opgebouwd langs 3 sporen:•spoor 1 bevat maatregelen gericht op het vernieuwen en verbeteren van de efficiency van de dienstverlening door de vaarwegbeheerders;•spoor 2 gaat over het stroomlijnen van de informatie tussen het publieke en private domein (één loket voor vervoer over water);•spoor 3 heeft betrekking op kennisopbouw om ervoor te zorgen dat de totale logistieke keten goed functioneert.Projectoverzicht behorende bij 15.03.01: Realisatieprogramma HoofdvaarwegenTotaal Budget in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Projecten Nationaal Quick Wins Binnenhavens 103 112 31 21 15 12 13 6 5 2011/ 2013 2011/ 2013 Impuls Dynamisch verkeersma-nagement 87 102 1 15 35 36 2013 2013 Projecten Noordwest-Nederland Verbeteren vaargeul IJsselmeer Amsterdam–Lemmer 15 16 12 3 na 2011 na 2011 Walradar Noordzeekanaal 26 28 12 9 4 2012 2012 De Zaan (Wilhelminasluis) 13 13 10 3 2014 2014 Projecten Utrecht Lekkanaal, verbreding kanaalzijde en uitbreiding ligplaatsen 17 19 8 2 2 2 2 na 2013 2013 Projecten Zuidvleugel Capaciteit Julianasluis Gouda 0 3 2013 2013 Projecten Brabant Zuid-Willemsvaart; renovatie middendeel klasse II 55 59 50 0 4 2008 2008 Zuid-Willemsvaart; omleggen en opwaarderen (Maas–Veghel) 417 470 60 25 70 125 70 56 10 2015 2015 Wilhelminakanaal Tilburg 74 84 0 1 2 15 15 20 22 2016 2015 Zuid-Willemsvaart; vervanging sluizen 4, 5 en 6 78 83 52 1 25 2011 2011 Projecten Limburg Maasroute, modernisering fase 2 601 613 119 108 111 94 95 74 na 2012 na 2012 Bouw 4e sluiskolk Ternaaien 9 9 0 9 2015 Projecten Oost-Nederland Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 280Productartikel 15 Totaal Budget in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig Vaarweg Meppel–Rampspol (keersluis Zwartsluis) 51 1 1 7 14 14 14 1 0 2012–2015 Projecten Noord-Nederland Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 1 247 205 145 7 23 27 41 0 0 3 2014 2013 Verruiming vaarweg Eemshaven–Noordzee 35 41 2 2 26 4 2013 2012 Overige projecten Walradarsystemen 36 46 11 4 9 3 10 0 divers 2013 Kleine projecten 64 93 63 0 1 nvt nvt Ligplaatsvoorzieningen 4 4 3 0 2007 2007 Subsidieprogramma ZeehavenIn-novatieProject voor duurzaamheid (ZIP) 5 5 0 2 2 1 1 2011/14 Afronding 2 1 1 Totaal categorie 0 1 937 580 210 335 331 264 172 40 6 Begroting (IF 15.03.01) 210 335 331 264 172 40 Projectoverzicht behorende bij 15.03.02/15.05.02: Planstudieprogramma voor- en na tracébesluit/projectbesluitBedrag in € mln. Raming kosten Budget Planning Uitvoering Projectomschrijving min. max. taakstel-lend 2011 2012 2013 2014 2015 2016 periode CATEGORIE 1 (na tracébesluit/projectbesluit) Projecten Limburg Maasroute, modernisering fase 2 (verbreding Julianakanaal (aanvulling III)) 65 uo 2011–2017 Projecten Zuidvleugel Verbreding Maasgeul 3 2012–2013 Totaal categorie 1 na tracébesluit/projectbesluit (IF 15.03.02) 68 CATEGORIE 1 (voor tracébesluit/projectbesluit) Projecten Noordwest-Nederland Amsterdam-Rijnkanaal, verwijderen keersluis Zeeburg 14 uo 2012–2015 Lichteren Buitenhaven IJmuiden 63 pn/pb uo 2013–2015 Vaarweg IJsselmeer–Meppel 35 2021–2023 Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam–Lemmer 6 2021–2023 Zeetoegang IJmond pm1 pn t/m 2016 Projecten Utrecht Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis 177 tb uo 2015–2020 Projecten Zuidvleugel Capaciteitsuitbreiding overnachtingsplaatsen Merwedes 28 pn/pb uo 2015–2017 Uitbreiding ligplaatscapaciteit Beneden Lek 3 uo 2014–2015 Verkeerssituatie Splitsing Hollandsch Diep–Dordtsche Kil 9 2021–2023 Projecten Oost-Nederland Bovenloop IJssel (IJsselkop tot Zutphen) 36 2021–2023 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 281Productartikel 15 Bedrag in € mln. Raming kosten Budget Planning Uitvoering Projectomschrijving min. max. taakstel-lend 2011 2012 2013 2014 2015 2016 periode Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel 27 pb uo 2014–2016 Toekomstvisie Waal 142 2006–2023 Verruiming Twentekanalen (fase 2) en capaciteitsuit-breiding sluis Eefde 95 pn/pb uo 2014–2017 Projecten Noord-Nederland Vaarweg Lemmer–Delfzijl fase 2 pm2 2014–2023 Verdieping vaarweg Harlingen-Kornwerderzand (Boontjes) 5 pb/uo 2012–2013 Totaal categorie 1 voor tracébesluit/ projectbesluit (IF 15.05.02) 640 Totaal categorie 1 708 1 Het betreft een nog te realiseren DBFM-contract. De rijksbijdrage in het convenant is € 541,5 mln (prijspeil 2007). Het totaal aan bijdragen bedraagt maximaal € 800,5 mln (prijspeil 2007), inclusief regiobijdrage.2 Het taakstellend budget voor dit project is afhankelijk van de nog uit te werken alternatieven door de provincies.15.04 Geïntegreerde contractvormen Bij infrastructuurprojecten waarbij sprake is van publiek-private samen-werking bestaat de betaling uit een geïntegreerd bedrag voor aanleg, onderhoud én financiering gedurende een langdurige periode. De meest toegepaste vorm is Design, Build, Finance, Maintain (DBFM) waarbij de overheid betaalt voor een dienst (beschikbaarheid) in plaats van een product. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschikbaarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten van veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar netwerk te realiseren. Op dit moment zijn er nog geen geïntegreerde projecten op het hoofd-vaarwegennet afgerond zodat er op dit moment nog geen uitgaven hoeven te worden verantwoord. De PPC-meerwaardetoetsen voor de projecten Zeetoegang IJmond, Sluis Limmel, Kanaal Gent Terneuzen en Twentekanalen 2e fase en capaciteitsuitbreiding sluis Eefde zijn inmiddels afgerond. De keuze voor de contractvorm zal binnenkort worden genomen. Geplande PPC’s (2011–2012): •Lichteren Buitenhaven IJmuiden; •Toekomstvisie Waal. 15.05 Verkenning en planstudie voor tracébesluit/projectbesluit Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de verkenning- en planstudie activiteiten bij het hoofdvaarwegen netwerk voordat het tracébesluit genomen is. Verkenningen De verkenningen Verbreding Maasgeul en capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam-Rijnkanaal zijn in 2011 naar de planstudiefase gegaan. Motivering Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 282Productartikel 15 Voor de verkenning Volkeraksluizen wordt in 2012 een voorkeursbeslissing verwacht.De Vlaams-Nederlandse verkenning maritieme toegankelijkheid kanaalzone Gent-Terneuzen is afgerond. Eind 2011 wordt een Vlaams-Nederlands akkoord verwacht over de voorkeursvariant en de start van de planstudie. Planstudieprogramma vóór tracé-/projectbesluit Over de voortgang van het planstudieprogramma voor tracébesluit is het volgende te melden: •Het project bouw 4e sluiskolk Ternaaien (verantwoordelijkheid van België) is in 2011 naar de realisatiefase gegaan. •Het deelproject spoorbrug Zuidhorn (onderdeel Lemmer–Delfzijl fase 2) is in 2011 naar de realisatiefase gegaan. •Naar verwachting zal het project Amsterdam-Rijnkanaal, verwijderen keersluis Zeeburg eind 2011 naar de realisatiefase gaan. •Naar verwachting zal het project Verdieping vaarweg Harlingen–Kornwerderzand (Boontjes) eind 2011 naar de realisatiefase gaan. •In 2012 wordt een voorkeursbeslissing verwacht voor het project Twentekanalen (fase 2) en capaciteitsuitbreiding sluis Eefde. •In 2012 wordt naar verwachting de planstudie voor de Zeetoegang IJmond opgeleverd; •In 2012 wordt een projectbeslissing verwacht voor Lichteren Buitenha-ven IJmuiden. •Voor het project Lekkanaal/3e kolk Beatrixsluis wordt eind 2011 een voorkeursbeslissing verwacht. Vanwege de prioritering uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt een aantal projecten vertraagd en wordt de oplevering verwacht in de periode 2021–2023. Het gaat dan om de projecten Bovenloop–IJssel, Vaarweg IJsselmeer–Meppel, ligplaatsen Amsterdam–Lemmer, Waal (overnachtingshaven Weurt) een deel van Lemmer–Delfzijl fase 2, ligplaatsen Lemmer–Delfzijl en de Verkeerssituatie Hollandsch Diep-Dortsche Kil. Het projectoverzicht van de planstudies vóór tracébesluit is opgenomen onder 15.03. Projectoverzicht behorende bij 15.05 Lopende verkenningenA. Lopende verklenningenLocatie Probleem Referentiekader Gereed Zuidwestelijke Delta Capaciteit Volkeraksluizen Capaciteit en toeganke-lijkheid Nota Mobiliteit 2012 Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Rijn–Scheldeverbinding Capaciteit en toeganke-lijkheid Nota Mobiliteit 2010 Grensoverschrijdende verkenning Gent–Terneuzen Capaciteit en toeganke-lijkheid 3e Memorandum van Overeenstemming Vlaanderen en Nederland 2010 Noord-Nederland Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Lemmer–Delfzijl Capaciteit en veiligheid Nota Mobiliteit 2011Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 283 Productartikel 15 15.06 Apparaatskosten RWS Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaats-kosten van Rijkswaterstaat en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. Dit artikelonderdeel is in de Voorjaarsnota 2011 ingesteld als gevolg van de herstructurering van de bekostiging van Rijkswaterstaat per 1 januari 2011. De Tweede kamer is op 10 januari 2011 en 3 maart 2011 over de herstructurering van de bekostiging nader geïnformeerd (Kamerstukken II, 30 119 nrs. 4 en 5). MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 284Productartikel 15 Artikel 16 Megaprojecten niet-Verkeer en vervoer In deze begroting is een onderscheid gemaakt tussen de Megaprojecten Verkeer en Vervoer en niet-Verkeer en Vervoer. Onder het artikel Megapro-jecten niet-Verkeer en Vervoer vallen: •Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR); •Ruimte voor de Rivier; •Maaswerken; •2e Hoogwaterbeschermingsprogramma Het projectartikel is gerelateerd aan Beleidsartikel 35 Mainports en logistiek en aan artikel 31 Integraal Waterbeleid. Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoeringOverzicht budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000) 16 Megaprojecten niet- Verkeeren Vervoer 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 189 945 503 270 674 428 575 507 522 703 283 282 574 262 Uitgaven 194 395 637 488 861 154 838 270 765 747 747 013 593 586 16.01 Project Mainportontwikkeling R’dam 14 206 463 492 437 934 50 644 18 616 5 344 3 777 16.01.01 Planstudie PMR 16.01.02 Realisatieprogramma PMR 14 206 463 492 437 934 50 644 18 616 5 344 3 777 16.02 Ruimte voor de Rivier 146 604 112 865 154 610 292 036 341 925 349 884 191 854 16.03 Maaswerken 33 585 46 315 34 769 39 614 30 402 29 323 26 075 16.04 Netwerkgebonden kosten Mega niet VenV 0 14 816 18 324 18 626 18 093 16 274 12 961 16.04.01 Apparaatskosten RWS 0 14 816 18 324 18 626 18 093 16 274 12 961 16.04.02 Overige netwerkgebonden kosten 16.05 Hoogwaterbeschermingsprogramma 2 0 0 215 517 437 350 356 711 346 188 358 919 Ontvangsten 2 607 0 80 193 88 039 139 589 195 411 155 850 16.09.01 PMR 1 193 3 000 16.09.02 Ruimte voor de Rivier 2 512 6 689 11 239 17 561 16.09.03 Maaswerken 95 16.09.04 Ontvangsten HWBP-2 79 000 78 350 128 350 177 850 155 850Budgetflexibilteit Deze tabel geeft voor het jaar 2012 per artikelonderdeel de programma-middelen weer en maakt de mate van budgetflexibiliteit inzichtelijk door middel van vijf categorieën. De verhoudingen binnen de artikelonderdelen worden zowel procentueel als nominaal gepresenteerd. Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 285 Productartikel 16 Toelichting: 16.01 PMR Het aan de Landaanwinning verbonden product Natuurcompensatie is juridisch verplicht op het budget voor planschade/nadeelcompensatie na, welke bestuurlijk gebonden is. Ook de bijdragen aan de Groene verbinding en de landaanwinning zijn juridisch verplicht. De kosten voor de Uitvoeringsorganisatie zijn complementair noodzakelijk. 16.02 Ruimte voor de rivier Het totale programmabudget bedraagt € 2,268 miljard. Binnen het programma Ruimte voor de Rivier worden bestuurlijke verplichtingen gedurende het programma omgezet in juridische verplichtingen. De juridische verplichting bestaat uit verplichtingen voor uitgaven met betrekking tot planstudies die naar aanleiding van goedgekeurde plannen van aanpak zijn verplicht aan de decentrale initiatiefnemers en Rijkswater-staat, en uit verplichtingen voor uitgaven door decentrale realisatoren en Rijkswaterstaat met betrekking tot de realisatie van de maatregelen, als uitvloeisel van door de staatssecretaris en/of de minister genomen projectbeslissingen. 16.03 Maaswerken Buiten het deel van de Maaswerken waarvoor juridische verplichtingen zijn aangegaan, zoals deelprojecten voor rivierverruiming en de kaden, zijn er bestuurlijke verplichtingen voor de uitwerkingsovereenkomsten met de regio en het consortium. 16.05 Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) Het totale programmabudget HWBP-2 bedraagt bijna € 3,2 miljard en is op grond van de Waterwet en vaststelling van de HWBP2 lijst met 92 maatregelen wettelijk noodzakelijk. Het HWBP2 is door de Tweede Kamer Juridisch verplichtBestuurlijk gebondenBeleidsmatig verplichtComplementair noodzakelijkBeleidsmatig nog niet ingevuld0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%81%1%17%0%355.8826.46073.5032.08940%60%22.35732.536100%215.517100%34.769ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 1000ProcentueelIn € 100016.01PMR16.02Ruimte voorde Rivier16.03Maaswerken16.05Hoogwaterbescher-mingsprogrammaTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 286Productartikel 16 aangewezen als Groot Project. Naar verwachting zal eind 2011 een eerste basisrapportage aan de Kamer worden aangeboden. Er wordt qua werkwijze en rapportageverplichting aangesloten bij die van Ruimte voor de Rivier. 16.01 Project Mainportontwikkeling Rotterdam Het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) heeft een tweeledige doelstelling: •het versterken van de positie van de mainport Rotterdam en •het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in Rijnmond. In drie deelprojecten wordt deze dubbele doelstelling verwezenlijkt. Dat zijn «Bestaand Rotterdams Gebied (BRG)» (uitgevoerd door de gemeente Rotterdam), «750 hectare natuur- en recreatiegebied» (uitgevoerd door de provincie Zuid-Holland) en «Landaanwinning» (uitgevoerd door Havenbe-drijf Rotterdam NV (HbR)). In samenhang met de Landaanwinning dient voldoende natuurcompensatie te worden gerealiseerd. IenM beschouwt PMR als een bijdrageproject, waarbij de verantwoorde-lijkheid en risico’s voor de uitvoering bij andere partijen zijn neergelegd. Uitzondering vormt de natuurcompensatie waarvan RWS is belast met de uitvoering. EL&I en IenM zijn het aan te spreken vakdepartement voor respectievelijk de 750ha en het Bestaand Rotterdams Gebied (BRG). IenM is het vakdepartement voor de landaanwinning. IenM is in het kader van de Procedureregeling Grote Projecten (Kamer-stukken II, 2006–2007, 30 351, nr. 3) aangewezen als coördinerend projectministerie. Als zodanig is de minister van IenM verantwoordelijk voor de overall-projectbeheersing. De projectbeheersing is zodanig ingericht dat zij adequaat kan rapporteren over de processen die leiden tot de realisatie van de deelprojecten en sturing kan geven aan de uitvoering van het deelproject Natuurcompensatie dat rechtstreeks onder haar verantwoordelijkheid valt. In 2006 heeft het Parlement de herstelde planologische kernbeslissing PMR vastgesteld en ingestemd met het Bestuursakkoord (juni 2004) en de Uitwerkingsovereenkomsten van de afzonderlijke deelprojecten (september 2005). De PKB PMR (deel 4: de definitieve tekst na parlemen-taire instemming) is uitgebracht (Staatscourant nr. 247, 2006). De deelprojecten landaanwinning, natuurcompensatie en BRG zijn in uitvoering. Voor het deelproject 750 ha lopen de bestemmingsplan-procedures. De volgende producten worden onderscheiden: •Landaanwinning: dit betreft de vaste bijdrage van de Rijksoverheid in de kosten van de aanleg van de buitencontour. •BTW: dit betreft de niet-compensabele BTW over de buitencontour naar rato van de overheidsbijdrage en over de kosten van de Natuur-compensatie. •Onvoorzien: deze post dient ter dekking van die projectposten, waarvoor bij de bepaling van het budget nog onvoldoende mogelijkhe-den waren om een 100%-raming op te stellen (bijvoorbeeld in het geval dat de ramingen nog niet voldoende hard kunnen worden gemaakt). Daarnaast kan een beroep worden gedaan op de post Onvoorzien, indien er sprake is van een volledig nieuwe situatie (zgn. Onvoorzien onvoorzien). De post onvoorzien heeft betrekking op alle Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 287Productartikel 16 risico’s waarvoor het Rijk verantwoordelijk is (met name natuurcom-pensatie). •Aan- en ontsluitende infrastructuur: vanuit het project PMR is bij Miljoenennota 2010 het budget van € 345 mln. overgeheveld naar het project A15 Maasvlakte-Vaanplein (artikel 12 Hoofdwegennet). •Uitvoeringsorganisatie: dit betreft de kosten die samenhangen met de coördinatie van het project en de projectbeheersing. •750 ha Natuur- en recreatiegebied: dit betreft de vaste bijdrage van het Rijk voor de omvorming van agrarisch gebied naar natuurgebied met recreatief medegebruik en tot openluchtrecreatiegebied met natuur-waarden. De deelbijdrage van IenM is in 2006 volledig betaald aan de Stichting Nationaal Groenfonds. •Groene Verbinding: dit betreft de kosten voor een verbinding tussen Midden-IJsselmonde en het stedelijk gebied van Rotterdam-Zuid. Dit is een IenM-bijdrage. •Bestaand Rotterdams Gebied: dit bevat een serie projecten om het bestaande havengebied beter te benutten en de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Dit budget is bij eerste Suppletore wet 2007 (Wet van 14 september 2007, Stb. 359) overgeboekt naar voormalig VROM als eerstverantwoordelijk departement. •Natuurcompensatie: dit betreft de instelling van een Bodembescher-mingsgebied, de aanleg van de Duincompensatie Delfland en het Monitorings- en Evaluatieprogramma. Voorts wordt uit dit budget de Stimuleringsregelingen recreatie & toerisme en visserij en de eventuele planschade/nadeelcompensatie gefinancierd. •2009 Procedures met betrekking tot landaanwinning en natuurcompen-satie afgerond. •2010 Uitvoering Duincompensatie Delfland gereed. •2011 Eerste terreinuitgifte Maasvlakte II. •2011 Afronding procedure bestemmingsplanprocedures 750 ha. •2012 Bestemmingsplannen 750 ha onherroepelijk. •2013 Landaanwinning eerste fase gereed; eerste overslag. •2021 Deelprojecten 750 ha natuur- en recreatieterrein en BRG afgerond. •Voor 2040 Terreinen Tweede Maasvlakte volledig uitgegeven. Projectoverzicht bij 16.01.02 PMR; realisatieMeetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 288Productartikel 16 Totaal Budget in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Project Mainportontwikkeling Rotterdam Uitvoeringsorganisatie1 25 24 16 4 2 2 1 pm pm 750 ha 30 30 30 2021 2021 Groene verbinding 31 31 23 8 2011 2011 Bestaand Rotterdams Gebied (BRG) 0 0 0 2021 2021 Landaanwinning Monitoringsporgramma 2 2 2 2007 2007 Natuurcompensatie2 113 112 67 12 6 5 6 5 4 8 pm pm Landaanwinning 735 721 16 363 356 2013 2013 BTW Buitencontour 137 134 0 69 68 2013 2013 Onvoorzien3 69 111 0 8 6 44 12 pm pm Totaal categorie 0 1 142 154 464 438 51 19 5 4 8 Begroting (IF 16.01.02) 464 438 51 19 5 4 1 Als gevolg van een uitspraak van de Raad van State van 26 januari 2005 inzake de PKB+ heeft in 2005 en 2006 een hersteltraject gelopen. De kosten hiervan zijn opgenomen onder de uitvoeringsorganisatie.2 Invulling van deze noot is afhankelijk van de definitieve cijfers over natuurcompensatie.3 € 69,1 mln. is gereserveerd op de begroting van IenM. Het verschil tussen het vorig en het huidig budget (€ 42,9 mln. minus de prijscompensatie over 2011) is de aanspraak die bestond op het FES; met het leegboeken van het FES is deze aanspraak komen te vervallen.16.02 Ruimte voor de Rivier In 2005 heeft het kabinet deel 1 van de PKB Ruimte voor de Rivier vastgesteld en samen met de milieueffectrapportage ter inzage gelegd. Na de inspraakronde (deel 2) heeft het kabinet op 22 december 2005 in deel 3 een definitief standpunt ingenomen (PKB, Kamerstukken II, 2004–2006, 30 080, nrs. 1–6). In de zomer 2006 en december 2006 hebben de Tweede Kamer en Eerste Kamer de PKB unaniem aanvaard. Met de PKB (deel 4) wil het kabinet twee doelstellingen bereiken: 1.Het op het vereiste niveau brengen van de bescherming van het rivierengebied tegen overstromingen. Dit houdt in dat de veiligheid langs de Rijntakken en het benedenstroomse deel van de bedijkte Maas (vanaf Hedikhuizen) uiterlijk in 2015 in overeenstemming moet worden gebracht met de wettelijke vereiste norm. 2.Een bijdrage leveren aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied. Daarmee wordt het rivierengebied econo-misch, ecologisch en landschappelijk versterkt. De PKB deel 4 bevat een besluit over het uiterlijk eind 2015 uit te voeren basispakket van 39 maatregelen én de plaats waar ze getroffen moeten worden. In de PKB wordt bovendien een doorkijk gegeven naar de lange termijnopgave voor waterveiligheid. Om flexibiliteit in te bouwen is gekozen voor een programmatische aanpak. Het programmabudget bedraagt € 2,3 miljard. Conform de Regeling Grote Projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder half jaar een voortgangsrapportrage: vóór 1 april 2012 VGR 19 en voor 1 oktober 2012 VGR 20. Voor de actuele stand van zaken wordt verwezen naar de laatste voortgangsrapportage. De stand van zaken per 31 december 2012 is naar verwachting: •5 van de 39 maatregelen zijn geschrapt: voor het bereiken van de waterveiligheidsdoelstelling bleken ze niet nodig; •Voor alle 34 maatregelen is de projectbeslissing genomen; Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 289Productartikel 16 •Alle 34 maatregelen zijn in uitvoering danwel worden uitgevoerd. Ruimte voor de Rivier is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering. Belangrijkste budgettaire wijzigingen op dit project zijn de volgende: •In het kader van de kabinetstaakstelling met betrekking tot bovenwet-telijke inpassing wordt het taakstellend budget met € 8 mln. verlaagd. •In het kader van de kabinetstaakstelling vereenvoudiging omgevings-recht wordt het taakstellend budget met € 2,7 mln. verlaagd. •Het taakstellend budget wordt verlaagd met € 64 mln. als gevolg van een bijstelling van de verwachtte EU subsidiebijdrage. •Vanuit het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren zijn de KRW-maatregelen Lent (€ 5 mln.), Nederrijn (€ 2,5 mln.) en Hengfor-derwaarden (€ 0,5 mln.) overgeheveld naar het project Ruimte voor de Rivier, vanwege de synergie tussen de waterveiligheid- en waterkwali-teitmaatregelen. •Daarnaast zijn de projectbudgetten geschoond voor de AGB bijdragen in verband met de nieuwe bekostigingswijze van Rijkswaterstaat. Deze bijdragen maken nu onderdeel uit van art. 16.04.01. Ruimte voor de Rivier Het vereiste veiligheidsniveau in het rivierengebied rond de Rijntakken moet uiterlijk in 2015 in overeenstemming zijn gebracht met een maatgevende afvoer van 16 000 m3/s bij Lobith. Alleen de 3 projecten-maatregelen hoogwatergeul Veessen-Wapenveld, dijkteruglegging Lent en dijkverleggingen Cortenoever en Voorsterklei zullen pas na 2015 gereed zijn omdat in deze gebieden relatief veel mensen wonen die moeten wijken. Dat vergt een zorgvuldige aanpak en kost tijd. Deze 3 projecten volgen snel na 2015. Projectoverzicht bij 16.02 Ruimte voor de Rivier; realisatieTotaal Budget in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Projecten Nationaal Projectbudget 2 158 2 335 530 113 155 292 342 350 192 185 2015 2015 Totaal categorie 0 2 158 530 113 155 292 342 350 192 185 Begroting (IF 16.02) 113 155 292 342 350 192 16.03 Maaswerken Op dit onderdeel worden de uitgaven van de deelprojecten Zandmaas en Grensmaas van het project Maaswerken verantwoord. Na de twee hoogwaters in de Rijn en de Maas, in december 1993 en januari 1995, is het Deltaplan Grote Rivieren tot stand gekomen. Voor de bestrijding van de wateroverlast langs de Maas is de Maaswerken opgestart. Belang-rijkste doelstelling van de onderdelen Zandmaas en Grensmaas is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord-Brabant tegen hoog water van de Maas. Binnen de Maaswerken wordt ook uitvoering gegeven aan het project Maasroute. De Maasroute draagt bij aan een verbeterde bevaarbaarheid tussen Ternaaien en het Maas-Waalkanaal. Meetbare gegevens MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 290Productartikel 16 Het project Zandmaas kent de volgende doelstellingen: •Hoogwaterbescherming, op zodanige wijze dat de bevolking achter de kaden van de Zandmaas (die aangelegd zijn in het kader van het Deltaplan Grote Rivieren) een beschermingsniveau van 1:250 jaar in 2015 wordt geboden. •Het in de periode tot 2015 realiseren van beperkte natuurontwikkeling in de Zandmaas. Het project Grensmaas kent de volgende doelstellingen: •Het door rivierverruiming verlagen van de hoogwaterstanden in de Maas met als maatstaf dat uiterlijk in 2017 de gebieden, die door de op basis van de Deltawet Grote Rivieren aangelegde kades zijn beschermd, een beschermingsniveau van 1:250 hebben. •Het tot ontwikkeling brengen van tenminste 1 000 ha natuur binnen het Grensmaasgebied in de periode tot 2018. Dit gekoppeld aan het ecologisch herstel van de rivier zoals vastgelegd in de intentieverkla-ring voor het Maasdal in Limburg van 26 november 1992. •Het winnen van tenminste 35 mln. ton grind voor de nationale behoefte. Daarnaast wordt binnen de projecten Zandmaas en Grensmaas het maatregelenpakket van de prioritaire sluitstukkaden uitgevoerd. Deze moeten uiterlijk in het jaar 2020 gerealiseerd zijn. In de voortgangsrappor-tages over de Zandmaas en de Grensmaas is de Tweede Kamer hierover geinformeerd. Voor de Zandmaas (oplevering 2015) ligt de focus in 2012 op continuering van de zomerbedverdieping Grave en Sambeek en tevens het opzetten van het peil, de aanleg van de hoogwatergeulen in Well Aijen en Lomm en het retentiegebied Lateraalkanaal-West. Voor de Grensmaas ligt de nadruk op rivierkundige maatregelen. Met de uitvoering van van de projecten Zandmaas en Grensmaas zou oorspronkelijk een hoogwaterbescherming-sniveau van een waterstand met een overschrijdingskans van 1/250e gerealiseerd moeten worden. Voortschrijdend inzicht heeft opgeleverd dat naast de projecten Zandmaas en Grensmaas aanvullende maatregelen nodig zijn om het beschermingsniveau van 1/250e per jaar te bereiken. Verder zijn bij de uitvoering van het Grensmaasproject problemen ontstaan. Door de economische crisis is de vraag naar zand en grind afgenomen. Er vindt overleg plaats tussen Rijk, regio en het Consortium Grensmaas om tot een gezamenlijke oplossing te komen. In het bestuurlijk overleg MIRT hebben Rijk en regio afgesproken het waterveiligheidsvraagstuk in het Maasdal integraal te benaderen. Dat geldt voor de aanpak van het grensmaasdossier als voor de aanvullende werkzaamheden die nodigh zijn om een wettelijk beschemringsniveau van 1/250 te bereiken (zie kamerstuk TK 18 106, nr. 204). Conform de procedureregeling uitvoering grote projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder jaar twee voortgangsrapportages Maaswerken is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering. Belangrijkste budgettaire wijzigingen op dit project zijn de volgende: •Ten behoeve van de uitvoering van het project Well- Aijen wordt € 15 mln. overgeheveld naar EL&I. ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 291Productartikel 16 •Daarnaast zijn de projectbudgetten geschoond voor de agentschapbij-dragen in verband met de nieuwe bekostigingswijze van Rijkswater-staat. Deze bijdragen maken nu onderdeel uit van artikel 16.04.01 Indicator Zandmaas Grensmaas Hoogwaterbeschermingsprogramma1 70% in 2008/100% in 2015 100% in 2017 Natuurontwikkeling 556 ha (plus 60 ha compensatie) ten minste 1 000 ha Delfstoffen – ten minste 35 mln. ton1 De hoogwaterdoelstellingen vergen aanvullende maatregelen naast de uitvoering van de Zandmaas en de Grensmaas.Projectoverzicht bij 16.03 Maaswerken; realisatie Totaal Budget in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Projecten Nationaal Zandmaas 397 539 198 37 32 37 27 26 23 17 2017/20201 2017 Grensmaas 72 140 24 9 3 3 3 3 3 25 2022 2022 Totaal categorie 0 469 222 46 35 40 30 29 26 42 Begroting (IF 16.03) 46 35 40 30 29 26 1 2020 betreft de oplevering van de sluitstukkades.16.04 Netwerkgebonden kosten Mega niet Vervoer en Verkeer Op dit artikel worden alle apparaatskosten van Rijkswaterstaat geraamd en verantwoord die direct gerelateerd zijn aan de werkzaamheden binnen Artikel 16 Megaprojecten niet-Verkeer en Vervoer. 16.05 Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) Onder dit programma vallen de verbetermaatregelen die zijn voortge-komen uit de periodieke toetsing conform de Waterwet. Uit de resultaten van de eerste (2001) en tweede (2006) toetsing op veiligheid van de primaire waterkeringen blijkt dat een deel van deze keringen niet voldoet aan de wettelijke norm (Kamerstuk II, 2007–2008, 27 625 en 18 106, nr. 103). Vanuit het 2e Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP2) worden subsidies verstrekt aan de waterschappen ten behoeve van de uitvoering van de vereiste verbetermaatregelen. In juli 2010 heeft de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat de Kamer geïnformeerd over de evaluatie en de voortgang van het HWBP (Kamerstuk 27 625, nr. 167). In het kader van doelmatig waterbeheer leveren de waterschappen met ingang van 2011 jaarlijks een financiële bijdragen aan het Hoogwaterbe-schermingsprogramma.De procedureregeling grote projecten is op 22 maart 2011 op het HWBP2 van toepassing verklaard. Op basis van de uitgangspuntennotitie van de Kamer wordt een basisrapportage opgesteld. Het HWBP-2 bestaat uit 92 versterkingsprojecten, inclusief de Zwakke Schakels. Meetbare gegevens Motivering Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 292 Productartikel 16 Conform de Regeling Grote Projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder half jaar een voortgangsrapportrage: vóór 1 april 2012 en voor 1 oktober 2012. Het HWBP2 is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering. Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma Het HWBP-2 bestaat uit 92 projecten. Eind 2010 voldeden 42 projecten aan de norm. Streven is conform brief 2 juli 2010 dat het programma eind 2017 gereed is. In de basisrapportage van het HWBP2 (Groot Project) zal de laatste actuele stand van zaken m.b.t. de planning van de projecten opgenomen worden. Projectoverzicht bij 16.05 Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma; realisatieTotaal Budget in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Projecten Nationaal Project HWBP-2 2017 HWBP-2 Waterschapsprojecten 3 071 519 118 206 423 341 333 353 776 HWBP-2 Rijksprojecten 72 2 4 8 10 9 3 37 Overige projectkosten 43 5 4 6 6 6 4 4 11 Totaal categorie 0 3 187 2 811 524 124 216 437 357 346 359 824 Begroting (IF 11.03) 524 124 Begroting (IF 16.05) 216 437 357 346 359 16.09 Ontvangsten Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) Met het sluiten van het Bestuursakkoord Water dragen de waterschappen conform de spoedwet vanaf 2011 € 81 miljoen per jaar bij aan het HWBP-2. Deze bijdrage van de waterschappen wordt conform het regeerakkoord aangevuld tot 131 miljoen euro in 2014 en vanaf 2015 181 miljoen euro per jaar. De middelen van de waterschappen kunnen worden ingezet voor zowel de maatregelen van HWBP-2 (artikel 16) als een volgend HWBP (artikel 11) voor zover het waterschapsprojecten betreft. De bijdragen aan het Bestuursakkoord Water van de waterschappen worden om deze reden deels op artikel 16.09 en deels op artikel 11.09 ontvangsten Hoofdwatersystemen verantwoord.bedragen x € 1 000,– 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Ontvangsten Waterschappen HWBP-2 (art 16.09) 81 000 79 000 78 350 128 350 177 850 155 850 Ontvangsten Waterschappen HWBP-3 (art 11.09) 0 2 000 2 650 2 650 3 150 25 150 totaal 81 000 81 000 81 000 131 000 181 000 181 000Meetbare gegevens MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 293Productartikel 16 Artikel 17 Megaprojecten verkeer en vervoer In deze begroting is een onderscheid gemaakt tussen de Megaprojecten Verkeer en Vervoer en niet-Verkeer en Vervoer. Onder het artikel Megapro-jecten Verkeer en Vervoer vallen de Betuweroute en de Hogesnelheidslijn-zuid. Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 32 (Veiligheid in mobiliteit), 34 (Betrouwbare netwerken en acceptabele reistijden) en 35 (Mainports en logistiek). Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoeringOverzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000) 17. Megaprojecten Verkeer en Vervoer 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 41 807 171 371 Uitgaven 119 501 121 083 10 000 2 235 0 0 0 17.01 Westerscheldetunnel 435 5 147 0 0 0 0 0 17.02 Betuweroute 31 831 22 249 10 000 2 235 0 0 0 17.03 Hoge snelheidslijn 53 577 90 346 17.03.01 Realisatie HSL – Zuid 53 577 90 346 0 0 0 0 0 17.03.02 Realisatie HSL – Zuid spoorwegen 0 0 0 0 0 0 17.03.03 Realisatie HSL – Zuid hoofdwegen 0 0 0 0 0 0 17.04 Anders betalen voor mobiliteit 33 659 3 341 0 0 0 0 0 17.05 Zuiderzeelijn 0 0 0 0 0 0 0 17.09 Ontvangsten 5 286 2 500 0 0 0 0 0Budgetflexibiliteit Deze tabel geeft voor het jaar 2012 per artikelonderdeel de programma-middelen weer en maakt de mate van budgetflexibiliteit inzichtelijk door middel van vijf categorieën. De verhoudingen binnen de artikelonderdelen worden zowel procentueel als nominaal gepresenteerd. Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 294 Productartikel 17 17.02 Betuweroute De Betuweroute is de 160 kilometer lange, tweesporige lijn, die exclusief bestemd is voor goederenvervoer, tussen de Rotterdamse haven en de Duitse grens bij Zevenaar–Emmerich. De stroom containershuttles per spoor naar het Europese achterland groeit gestaag. Goederenvervoer per spoor is belangrijk voor de bereik-baarheid van de Nederlandse industrie en zeehavens. Na oplevering van de Havenspoorlijn met ERTMS en 25 kV sinds 13 december 2009 is de Betuweroute als groot bouwproject klaar.Wel worden nog enkele restpunten afgehandeld, deze zijn ondergebracht in het project Nazorg Betuweroute. Financiering: De eindstand komt gecorrigeerd voor mee- en tegenvallers op € 4 683 mln. Van de Europese Unie worden voor het project Betuweroute bijdragen (onder andere TEN-gelden) ontvangen. Deze bijdragen worden jaarlijks aangevraagd bij de Europese Unie en in fasen uitgekeerd. In de totale financiering van het project wordt thans uitgegaan van een bedrag van € 172,5 mln. Tot en met 2007 is door de Europese Unie € 168 mln. betaald. De op dit productartikel opgenomen bedragen zijn voor het totale project als volgt opgebouwd: •Reguliere SVV middelen. •Bijdrage uit het FES. •Bijdrage private financiering voorgefinancierd uit FES. •Bijdrage van de Europese Unie. •Bijdrage Gelderland. •Bijdrage vhVROM voor geluidmaatregelen Calandbrug. Juridisch verplichtBestuurlijk gebondenBeleidsmatig verplichtComplementair noodzakelijkBeleidsmatig nog niet ingevuld0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%ProcentueelIn € 100017.02Betuweroute100%10.000Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 295Productartikel 17 •Bijdrage ProRail. Een evaluatie in het kader van de status Groot Project is ingediend. Projectoverzicht 17.02 BetuwerouteTotaal Budget in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 Betuweroute 2007 2007 Reguliere SVV-middelen 931 720 897 22 10 2 FES-middelen 2 826 2 826 2 826 Privaat 843 843 843 Financiering ProRail 97 97 97 Bijdrage Gelderland 8 8 8 Bijdrage voormalig VROM 14 14 14 EU-ontvangsten 175 175 175 Totaal categorie 0 4 894 4 683 4 860 22 10 2 0 0 Begroting (IF 17.02.01) 22 10 2 0 0 17.03 Hogesnelheidslijn-zuid Met het vaststellen van de PKB HSL-Zuid is besloten tot aansluiting van Nederland op het Europese net van hogesnelheidslijnen. De HSL zuid bewerkstelligt een milieuvriendelijke verbinding tussen de Europese mainports en vormt daarmee een belangrijke schakel in het internationale en nationale lange afstandsverkeer. Hogesnelheidslijn-zuid De bouwwerkzaamheden aan het tracé HST-Zuid zijn inmiddels gereed. De volgende activiteiten resteren nog tot het einde van het project: •Afwikkelen restpunten bouwfase. •Afronden ERTMS-migratie. •Uitvoeren testprogramma. •Faciliteren trein-/baanintegratie en proefbedrijf HSA. •Inregelen van het vervoerssysteem. •Faciliteren van de instroom van nieuw treinmaterieel. Financiering: De in dit productartikel opgenomen bedragen zijn als volgt opgebouwd: •Reguliere SVV-middelen. •Een bijdrage uit het FES. •De bijdrage uit private financiering. •Ontvangsten derden. •De bijdragen van de Europese Unie. De ontvangsten van de HSA worden verantwoord op artikel 13 van deze begroting. Vanaf begin 2002 wordt de risico-analyse per kwartaal geactualiseerd. In de reguliere voortgangsrapportages worden de belangrijkste risico’s nader toegelicht. Ook wordt daar aangegeven met welke maatregelen de risico’s zo veel als mogelijk worden beheerst. De aanleg van de HSL-Zuid is inmiddels afgerond. De ingangsdatum van het vervoer hangt nog van een aantal factoren af, waarvoor de vervoerder verantwoordelijk is. Hierbij is van belang de beschikbaarheid van het materieel, de resultaten van de Meetbare gegevens Motivering Producten Meetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 296Productartikel 17 verschillende testen en het oordeel van de vervoerder of er een betrouwbaar en kwalitatief product aan de reiziger kan worden aange-boden. Op dit moment is hiervoor nog geen concrete datum te noemen. Projectoverzicht 17.03 HSLTotaal Budget in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig CATEGORIE 0 HSL-Zuid (IF 17.03.01) 5 973 6 074 5 883 90 2008/2009 2008/2009 – Reguliere SVV middelen (incl. FES BOR) 2 505 2 643 2 452 53 – Fes regulier 1 710 1 710 1 710 – Privaat 940 940 940 – EU-ontvangsten 193 193 193 – Ontvangsten derden 106 106 106 – Risicoreservering 519 482 482 37 HSL-Zuid spoorwegen (17.03.02) 113 115 113 HSL-Zuid hoofdwegen (17.03.03) 1 018 1 012 1 018 Totaal categorie 0 (excl. reeks Infraprovider) 7 104 7 201 7 014 90 0 0 0 0 0 Begroting (IF 17.03) 90 0 0 0 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 297Productartikel 17 Artikel 18 Overige uitgaven Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.Met de aan Railinfrabeheer BV (18.05) verstrekte lening werden middelen beschikbaar gesteld om de doelstellingen die betrekking hebben op het onderhoud (functiehandhaving en -wijziging) van het spoor, zoals beschreven in artikel 34 «Sterke netwerken en voorspelbare reistijden» van de beleidsbegroting HXII, uit te voeren. De doelstellingen van het Intermodaal Vervoer zijn opgenomen in artikel 35 Mainports en Logistiek van de beleidsbegroting HXII. Tabel budgettaire gevolgen van de uitvoeringOverzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000) 18. Overige uitgaven 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Verplichtingen 37 159 323 438 403 504 270 696 255 511 249 488 241 036 Uitgaven 633 231 305 653 421 460 271 898 255 511 249 488 241 036 18.01 Saldo van de afgesloten rekeningen 18.03 Intermodaal vervoer 1 232 8 647 4 574 1 202 0 0 0 18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR) 1 468 5 875 213 18.05 Railinfrabeheer 624 029 5 525 119 541 0 0 0 0 18.06 Externe veiligheid 0 127 13 382 0 0 0 0 18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise 6 501 565 42 42 42 42 42 18.07.01 Nationale basisinform.voorz. en ov. uitgaven. 6 501 427 42 42 42 42 42 18.07.02 Subsidies algemeen 138 0 0 0 0 0 18.08 Netwerkoverstijgende kosten 0 284 914 283 708 270 654 255 469 249 446 240 994 18.08.01 Apparaatskosten RWS 222 124 224 545 215 737 203 482 197 535 189 182 18.08.02 Overige netwerkoverstijgende kosten 62 790 59 163 54 918 51 987 51 911 51 812 18.09 Ontvangsten Ontvangsten 624 030 5 416 119 603 0 0 0 0 18.10 Ontvangsten Voordelig saldo 372 259 354 756 Budgetflexibiliteit Deze tabel geeft voor het jaar 2012 per artikelonderdeel de programma-middelen weer en maakt de mate van budgetflexibiliteit inzichtelijk door middel van vijf categorieën. De verhoudingen binnen de artikelonderdelen worden zowel procentueel als nominaal gepresenteerd. Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 298 Productartikel 18 Toelichting: 18.03 Intermodaal vervoer Het betreft de inzet van middelen tbv het beleidskader Spoor goederen-knooppunten en de afronding van de subsidieregeling openbare inland terminals (SOIT). 18.05 Railinfrabeheer Deze middelen zijn juridisch verplicht. 18.06 Externe veiligheid Deze middelen zijn beleidsmatig gebonden. 18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise Deze middelen zijn bestuurlijk gebonden. 18.03 Intermodaal vervoer Realisatie van de doelen is in belangrijke mate afhankelijk van andere factoren, zoals het gedrag van verladers, vervoerders en consumenten en bestuurlijke afspraken ten aanzien van het ruimtelijk beleid. Het effect van deze beleidsdoelstelling is dat de bereikbaarheid van economisch belangrijke gebieden verbetert. Beleid Spoorgoederenknooppunten Uit het BCI-onderzoek Goederenvervoer per spoor, marktontwikkelingen en beleid (2009) komt naar voren dat spoorgoederenknooppunten in het achterland een belangrijke rol kunnen spelen voor het havennetwerk en voor binnenlandse verladers in het achterland. Als vervolg hierop is in 2010 een beleidskader spoorgoederenknooppunten ontwikkeld met een Juridisch verplichtBestuurlijk gebondenBeleidsmatig verplichtComplementair noodzakelijkBeleidsmatig nog niet ingevuld0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%100%4.574100%213100%119.541100%13.420100%42%In € 100018.03Intermodaalvervoer%%%%In € 1000In € 1000In € 1000In € 100018.04Gebiedsgerichteaanpak (UPR)18.05Railinfrabeheer18.06Externeveiligheid18.07Mobiliteitsonaf-hankelijke kennisMotivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 299Productartikel 18 beleidsvisie op de ontwikkeling van spooraansluitingen, railterminals, openbare laad- en losplaatsen, greenports e.d. In 2012–13 komt een stimuleringsprogramma voor railterminals tot uitvoering, waarvan de projecten in 2011 worden voorbereid. Subsidieregeling Openbare Inland Terminals (SOIT) De financiële afwikkeling van in het verleden gesubsidieerde projecten. Projectoverzicht 18.03 Intermodaal vervoerTotaal Budget in € mln Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 later huidig vorig Multi- en modaalvervoer SOIT 20 20 20 0 divers divers Container Transferium Alblasserdam 6 6 1 4 1 2013 – Totaal categorie 0 26 20 1 5 1 0 0 0 Ruimte voor planstudies 8 Begroting (IF 18.03.01) 9 5 1 0 0 0 18.04 Gebiedsgerichte aanpak (Randstad Urgent/RRAAM) Randstad UrgentIn het Regeerakkoord is aangegeven dat de aanpak van Randstad Urgent wordt voortgezet en uitgebouwd. Deze voortzetting wordt gekoppeld aan het actualisatietraject van de Nota’s Mobiliteit en Ruimte in 2011 en de prioritering van projecten die hier uit voortkomt. RRAAM Het Rijk-Regioprogramma Amsterdam–Almere–Markermeer (RRAAM) is in februari 2010 door de Tweede Kamer is aangewezen als Groot Project. Het nieuwe kabinet heeft besloten RRAAM voort te zetten. Het ministerie van IenM is het coördinerende departement. Zie www.rijksoverheid.nl/rraam. In 2011 ligt de nadruk op het optimaliseren van de plannen voor verstede-lijking, natuur en bereikbaarheid ten behoeve van de groei van Almere. In 2012 wordt een MKBA en planMER (inclusief Passende Beoordeling) opgesteld. De 2e helft van 2012 vindt besluitvorming plaats, resulterend in een concept-Rijksstructuurvisie. Gedurende het traject vindt participatie plaats van maatschappelijke organisaties en burgers. Randstad Urgent: •Het vervolg van de aanpak van Randstad Urgent vormt onderdeel van het Actualisatie/Decentralisatie-traject. RRAAM: •2011: Aankondiging planMER met publicatie Participatieplan, Basisrapportage Groot Project, Notitie Reikwijdte en Detailniveau, Optimalisatievoorstellen voor 3-voudige ambitie Almere, Notitie kansrijke oplossingsrichtingen. •2012: MKBA, planMER, concept Rijksstructuurvisie Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2100Productartikel 18 18.05 Railinfrabeheer De aandelen van Railinfrabeheer B.V. (als onderdeel van Rail Infra Trust (RIT)) zijn per 1 juli 2002 overgedragen aan de Staat der Nederlanden. Met ingang van 2005 opereert RIB met Railverkeerleiding en Railned onder de naam ProRail. ProRail kan met ingang van 1 januari 2001 niet meer voorzien in de financiering van de investeringen door het aantrekken van leningen op de kapitaalmarkt. Daarom was de mogelijkheid geschapen dat ProRail gebruik kon maken van zogenaamde schatkistleningen via een lening van het ministerie van Financiën aan vh VenW. Vanaf 2003 wordt rechtstreeks geleend bij het ministerie van Financiën. IenM staat garant voor die leningen. Op dit onderdeel wordt de rente over en aflossing van deze schatkistle-ningen verantwoord die in de periode 2001/2002 zijn verstrekt aan ProRail. Het betreft hier de leningen die door het Ministerie van Financiën aan vh VenW beschikbaar zijn gesteld om vervolgens door vh VenW aan ProRail te worden uitgeleend. In totaal is op deze wijze € 806 mln. aan ProRail beschikbaar gesteld (€ 483 mln. in 2001 en € 323 mln. in 2002). Op deze leningen is € 97 mln. vervroegd afgelost in 2005 en 2006. In 2010 is € 595 mln. vervroegd afgelost vanuit het beschikbaar gekomen superdividend van NS in 2009. In totaal is € 1,4 miljard aan dividend beschikbaar gekomen voor aflossing van de leningen van ProRail. Er is netto € 1,32 miljard afgelost; de resterende € 80 mln. heeft betrekking op de marktwaarde-correctie in verband met het vervroegd aflossen van de leningen. Van de € 1,32 miljard heeft € 595 mln. betrekking op leningen die via het voormalige ministerie van VenW zijn afgesloten. De resterende € 725 mln. heeft betrekking op leningen die rechtstreeks door ProRail bij Financiën zijn afgesloten en waarvoor IenM garant staat. Als gevolg van deze aflossingen ontstaat bij ProRail een jaarlijkse rentevrijval van € 77 mln. (incl. BTW), die leidt tot een verlaging van de uitgaven op artikel 13.02.03 (rentelasten) en vervolgens wordt ingezet ter financiering van PHS. In 2011 is de resterende € 114 mln. vervroegd afgelost vanuit de beschikbaar gekomen verkoopopbrengst van Strukton (door NS). In totaal is € 154,6 mln. aan verkoopopbrengst beschikbaar gekomen voor aflossing van de leningen van ProRail. Er is netto € 149 miljoen afgelost; de resterende € 5,6 mln. heeft betrekking op de marktwaarde-correctie in verband met het vervroegd aflossen van leningen. Van de € 149 mln. heeft € 114 mln. betrekking op leningen die via IenM zijn afgesloten. De resterende € 35 mln. heeft betrekking op een lening die ProRail bij een bank heeft afgesloten en waarvoor IenM garant staat. Als gevolg van deze aflossingen ontstaat bij ProRail een jaarlijkse rentevrijval van € 8,6 mln. (incl. BTW), die leidt tot een verlaging van de uitgaven op artikel 13.02.03 (rentelasten) en vervolgens wordt ingezet ter financiering van PHS. 18.06 Externe veiligheid Het budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknel-punten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS, Kamerstukken II, 2005–2006, 30 373, nr. 2). Saneringsopgave voor Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (t/m 2035). Motivering Producten Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2101Productartikel 18 18.08 Apparaatskosten RWS Op dit artikelonderdeel worden de netwerkoverstijgende apparaatskosten van Rijkswaterstaat verantwoord. Het gaat hierbij om zowel de kosten die met de overhead van Rijkswaterstaat gemoeid zijn als bepaalde onder-delen van Landelijke taken die een netwerk overstijgend karakter kennen. Dit artikelonderdeel is in de Voorjaarsnota 2011 ingesteld als gevolg van de herstructurering van de bekostiging van Rijkswaterstaat per 1 januari 2011. De Tweede kamer is op 10 januari 2011 en 3 maart 2011 over de herstructurering van de bekostiging nader geïnformeerd (TK 30 119, nrs. 4 en 5). MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2102Productartikel 18 Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord, die ten laste van de begroting van Infrastructuur en Milieu komen. De doelstellingen van het onderliggende beleid zijn terug te vinden in de beleidsbegroting 2012 (XII).Het productartikel is gerelateerd aan artikel 39 Bijdragen aan het Infra-structuurfonds. Budgettaire gevolgen van beleidOverzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000) 19. Bijdragen andere begrotingen Rijk 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Ontvangsten 7 790 588 7 554 671 7 376 313 7 552 230 7 875 414 6 718 707 7 355 672 19.09 T.l.v. begroting IenM 6 430 684 7 554 671 7 376 313 7 552 230 7 875 414 6 718 707 7 355 672 19.10 T.l.v. FES 1 359 904 Operationele doelstellingen 19.01 Ten laste van begroting IenM Dit begrotingsartikel is technisch van aard. Omschrijving van de samenhang van beleid Operationele doelstelling MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2103 Productartikel 19 4. DE BIJLAGEN 4.1 Overzichtsconstructie Kustwacht Nederland Nieuwe Stijl De Kustwacht Nederland nieuwe stijl is sinds 1 januari 2007 actief. De minister van Infrastructuur en Milieu (IenM) is als coördinerend minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming van geïntegreerd beleid en het activiteitenplan en begroting voor de Noordzee. De minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht, wat betekent dat deze verantwoordelijk is voor het opstellen van het activiteitenplan en begroting Kustwacht NL alsmede de uitvoering daarvan met inzet van eigen en toegewezen mensen en middelen. Alle bij de Kustwacht betrokken ministeries behouden hun eigen wettelijke verantwoordelijkheden. Het integrale beleid en daarvan afgeleide activiteitenplan en begroting waarover de ministerraad beslist worden zodanig concreet dat elke minister zich daarover in het parlement kan verantwoorden en vormen in feite een integraal contract tussen de verschillende departementen en de Kustwacht NL. De overzichtsconstructie is gebaseerd op het door het ministerie van Defensie opgestelde activiteitenplan en begroting 2011 (APB-2011) en wordt door IenM gepubliceerd in de rol van coördinerend ministerie. In de overzichtsconstructie wordt een onderscheid gemaakt in de uitgaven van de Kustwacht zelf en de uitgaven die de deelnemende departementen ten behoeve van de Kustwacht verrichten. Defensie/kustwacht •Betreft de uitgavenbudgetten in beheer van de Kustwacht NL. •Defensie is beheerder van het Kustwachtcentrum (KWC), nagenoeg de gehele personele bezetting is Defensiepersoneel. Het KWC is het informatiecentrum van de Noordzee, waar het actuele beeld van (scheeps-)activiteiten, (veiligheids-)incidenten en verontreinigingen op de Noordzee beschikbaar is. •De lagere realisatie 2010 wordt m.n. verklaard door minder vlieguren en vaardagen en een nog niet uitgevoerd investeringsplan (Walradar). In de begrotingsbedragen voor 2011 en 2012 is ruim € 1 mln. opgenomen i.v.m. het Walradarproject. Vanaf 2013 is structureel € 27,2 mln. beschikbaar. Infrastructuur en Milieu •Het betreft de inzet vaarwegmarkering, loodsen, liaison en luchtwaar-nemers. Defensie Het opgenomen bedrag heeft betrekking op: •de inzet van de Koninklijke Marechaussee; •de kosten van de vliegers ten behoeve van de Kustwachtvliegtuigen. Financiën •De bijdrage van Financiën heeft betrekking op de inzet van schepen ten behoeve van de Douane. Economische Zaken, Landbouw en Innovatie •Visserijtoezicht betreft de inzet van AID op het NCP en in internationaal verband. De inzet van het schip de Barend Biesheuvel is onderdeel geworden van het uitgavenbudget Kustwacht NL. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2104Bijlagen •Activiteiten en bedragen zijn afkomstig uit de begroting van Staatstoe-zicht op mijninstallaties. •De inzet betreft gebruik van politiehelikopters voor mijnbouwcontroles, kosten inspecteurs en analyse watermonsters. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties •Activiteiten en bedragen zijn afkomstig uit de agentschapsbegroting van de KLPD. •De inzet van helikopters geschiedt op afroep voor luchtwaarneming of spoedeisende zoekvluchten. •De personele en materiële inzet betreft enerzijds de justitiële afwerking van geconstateerde strafbare feiten en strafrechtelijke onderzoeken alsmede de coördinatie en anderzijds de inzet bij calamiteiten van vijf zeevaartuigen, bomverkenners, duikers, Rampen Identificatie Team, speedboten, LOCC en mobiele communicatie-units.Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2105Bijlagen Overzichtsconstructie Kustwacht Nieuwe Stijl (x € 1 000,–) Departement Begroting Activiteit Doel 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 Defensie X Uitvoering kustwachttaken Centrale coordinatie kustwachttaken 21 118 24 712 24 635 23 549 23 559 23 553 23 553 Defensie X Salarissen (Militair en Burgerpersoneel) 3 481 3 649 3 649 3 649 3 649 3 649 3 649 Subtotaal eigen uitgaven kustwacht 24 599 28 361 28 284 27 198 27 208 27 202 27 202 IenM IF Inzet vaarwegmarkering, loodsen, liaison, lucht-waarnemers Bijdragen aan veiligheid vaarwater, handhaving via luchtsurveillance 2 580 2 691 2 691 2 691 2 691 2 691 2 691 Defensie X Inzet Kmar-personeel voor grensbewaking, luchtwaar-neming, liaison & HH-desk/inzet vliegers Dornier Uitvoering grensbewaking/luchtsurveillance 3 813 3 414 3 414 3 414 3 414 3 414 3 414 Financien IXB Inzet Douane personeel Fraudecontrole 1 472 1 525 1 525 1 525 1 525 1 525 1 525 ELenI XIV Inzet AID personeel Visserijcontrole 885 920 920 920 920 920 920 BZK VII Inzet KLPD personeel & helikopter Algemene handhaving/wetgeving scheepvaartverkeer/bemanningcontrole 1 053 1 461 1 461 1 461 1 461 1 461 1 461 Subtotaal andere departementen 9 803 10 011 10 011 10 011 10 011 10 011 10 011 Totale uitgaven ten behoeve van de kustwacht 34 402 38 372 38 295 37 209 37 219 37 213 37 213Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2106Bijlagen 4.2 Begroting Beheer en Onderhoud In het verleden was het budget voor Beheer en Onderhoud (BenO) van het Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofdwatersystemen structureel lager dan benodigd en werd het budget aangevuld vanuit de onderuit-putting op andere budgetten. Hierbij werd geleend uit de toekomst. Dit is geen houdbare situatie. De vorige minister heeft daarom gevraagd om onafhankelijk onderzoek naar de onderhoudsprogrammering van RWS en mogelijke besparingen. Daarnaast heeft hij aangekondigd, naar aanleiding van de evaluatie batenlastendienst (TK 30 873, nr. 3), de bekostiging van RWS te herstructureren en voortaan bij aanlegbesluiten rekening te houden met toekomstige beheer- en onderhoudskosten: het zogenaamde life cycle cost management. De onderzoeken hebben uitgewezen dat de onderhoudsaanpak van RWS en de wijze waarop het onderhoudspakket van hoofdwegen, hoofdvaar-wegen en hoofdwatersystemen is opgezet, een economisch verstandige en goed onderbouwde aanpak is. Het onderzoek bevestigt ook dat de beschikbare middelen onvoldoende zijn om de noodzakelijke onderhouds-programmering uit te voeren. Dit betekent dat als er geen orde op zaken wordt gesteld en dit probleem vooruit wordt geschoven, er steeds grotere achterstanden zullen ontstaan. De prestaties van de netwerken in termen van veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid zullen dan sterk vermin-deren en het onderhoud zal op termijn duurder worden of steeds vaker moeten gebeuren. De totale niet gedekte onderhoudsproblematiek tot en met 2020 voor de drie netwerken tezamen is vastgesteld op ca € 4,8 miljard, waarvan € 3,8 miljard regulier onderhoud (inclusief areaalgroei) en € 1,0 miljard voor renovatie/vervangingen. Omdat de precieze omvang van met name de renovatie/vervangingen vanaf 2015 nog onzeker is, vindt hierover pas besluitvorming plaats als er meer informatie is. Een bedrag van € 700 miljoen is als reservering meegenomen in het verlengde Infrastructuurfonds (na 2020). In het verlengde Infrastructuurfonds is voor het Beheer en Onderhoud van wegen, vaarwegen, spoor en water voor in de periode 2021–2028 een reservering getroffen van € 24,4 miljard (zie tevens TK 32 500 A, 32 660, nr. 83). De in de begroting 2012 op te lossen problematiek tot en met 2020 bedraagt daarmee € 4,1 miljard. Door de budgettaire situatie is het niet mogelijk de problematiek volledig op te lossen door het simpelweg ophogen van de budgetten voor beheer en onderhoud tot het gewenste niveau. Dit zou ten koste gaan van budgettaire ruimte die nodig is voor investeringen in verbetering van de bereikbaarheid. Om ervoor te zorgen dat de betrouwbaarheid van de netwerken niet verder afneemt en op termijn weer kan verbeteren zijn drie keuzes gemaakt. In de eerste plaats wordt er budget toegevoegd voor beheer en onderhoud. Een deel van het aanlegbudget (omvang € 1,5 miljard) dat nog niet concreet belegd was met juridische, bestuurlijke of andere verplichtingen is hiervoor vrijgemaakt in de periode tot en met 2020. Op de tweede plaats zijn middelen met een omvang van € 1,6 miljard vooralsnog gereserveerd in de periode na 2020. Tot slot zijn er extra versobering- en efficiencymaatregelen getroffen van in totaal € 1 miljard. De begrotingsproblematiek van € 4,1 miljard is daarmee opgelost. In de begroting van 2011 waren daarnaast reeds versobering- en efficiencymaatregelen aangekondigd van € 640 miljoen. In onderstaand overzicht is de verdeling van het totale pakket efficiency- Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2107Bijlagen en versoberingmaatregelen a € 1,64 miljard naar netwerk gepresenteerd, waarvan ongeveer de helft bestaat uit efficiency. De efficiency, waarbij dezelfde kwaliteits- en serviceniveau’s worden geleverd tegen lagere kosten, wordt onder meer gerealiseerd door te standaardiseren en efficiënter te werken. Dat kan bijvoorbeeld door veel losse, korte contracten te vervangen door grotere contracten met een looptijd van meerdere jaren. Maar ook door het slim combineren van vast en variabel onderhoud in deze contracten. De versoberingmaatregelen zullen worden gerealiseerd door het kwaliteitsniveau van het beheer- en onderhoud voor alle netwerken vanaf 2012 aan te passen aan de intensiteit van het gebruik. Dit betekent dat bepaalde taken die RWS nu nog doet, niet meer, of minder intensief worden gedaan. Een voorwaarde bij die maatregelen is dat onze infrastructuur zoveel mogelijk beschikbaar, betrouwbaar en veilig blijft. Met het genoemde pakket aan maatregelen is het beheer en onderhoud van RWS in balans gebracht met onze investe-ringsambities. De komende jaren zal alles op alles worden gezet om binnen deze nieuwe kaders de beheer- en onderhoudsopgave te reali-seren. Dit zal forse inspanningen vragen en het zal voor de gebruiker niet onopgemerkt blijven. Overzicht maatregelen 1. Efficiencyverbetering a. Hoofdwegennet: •Standaardisatie wegkantsystemen Een grote kostenpost voor B&O is het verkeerssignalering. De komende jaren is een belangrijke component daarvan (het onderstation) aan vervanging toe. De standaardisering van deze component zal naar verwachting een aanzienlijke kostenbesparing opleveren. •Standaardisatie/optimalisatie strooiregime en contractering gladheid Het strooimanagement kan worden geoptimaliseerd, door het verkleinen van de omvang van strooicontracten en meer kennisborging. •Tegengaan overbelading: handhaving Overbelading van vrachtwagens zorgt voor relatief veel schade aan de wegen, waardoor er eerder sprake is van noodzaak tot het vervangen van de deklagen van wegen. Door scherpere handhaving wordt overbelading tegengegaan. b. Hoofdwatersysteem: •Suppleren met eigen schip Momenteel wordt een business case uitgewerkt voor het in eigen beheer uitvoeren van de zandsuppleties aan de kust. c. Alle netwerken: •Vast onderhoud en variabel onderhoud meerjarig contracteren Efficiency is voornamelijk mogelijk door grotere en langjarige contracten af te sluiten waarbinnen enerzijds verschillende soorten werkzaamheden gecombineerd worden en anderzijds de aannemer zekerheid wordt geboden over een langere periode. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2108Bijlagen 2. Versoberingen en afstemmen onderhoud op intensiteit van het gebruik. a. Hoofdwegennet: •Versoberen bermonderhoud Het onderhoud aan de bermen (maaien, snoeien, onderhoud water-gangen) wordt versoberd. De activiteiten voor natuurontwikkeling in bermen, boven op de Ecologische Hoofdstructuur, wordt conform kabinetsbeleid gestaakt. •Verlengen hersteltijden Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) De hersteltijden voor storingen in het DVM worden gedifferentieerd op basis van de intensiteit van het gebruik van de weg. Storingen worden sneller hersteld, naarmate de weg intensiever gebruikt wordt. •Uitzetten verlichting, afhankelijk van de intensiteit van het gebruik van de weg. De hoeveelheid verlichting op de wegen en de plekken waar deze maatregel toegepast wordt, zal met het oog op de veiligheid kritisch bezien worden. De verlichting zal worden uitgezet op (die delen van) wegen waar de intensiteit van het gebruik van de weg dit toelaat. Dit levert een besparing op in de kosten van het beheer en onderhoud en op de energierekening, en levert een positieve bijdrage aan het reduceren van omgevingsverlichting. •Afstand vergroten tussen portalen met dynamische panelen (snelhe-den; kruizen/pijlen) De onderlinge afstand tussen signaalgevers wordt, daar waar mogelijk vergroot van 750 tot 1 500 meter. Onderdelen die zijn uitgeschakeld worden niet gedemonteerd of verwijderd, tenzij de veiligheid in geding komt. Er worden wel borden geplaatst met de mededeling dat de signalering niet werkt. •Verminderen dynamische panelen, Drips, TDI’s en camera’s. Met de toegenomen in car technologie en in de verwachting dat dit nog verder doorgroeit, zal gebaseerd op de intensiteit van het gebruik van het netwerk en de effectiviteit van de toepassing de hoeveelheid dynamische panelen, Drips, TDI’s en camera’s worden beperkt. •Permanent openstellen plusstroken aan linkerkant van de wegen Zoals al eerder in het kader van Beter Benutten richting de Kamer aangegeven (IenM-BSK/2011–88715 ) wordt samen met de regionale overheden gekeken naar de mogelijkheden om plusstroken permanent open te stellen. Dit levert een besparing op de benodigde DVM apparatuur op. •Verminderen aantal wegkantsystemen Voor twee oude wegkantsystemen (de onderstations van de verkeerssig-nalering) die worden vervangen komt er één wegkantsysteem terug dat een langer traject bestrijkt. Hierdoor is er bij eventuele uitval van een wegkantsysteem sprake van een langer traject dat tijdelijk niet bedienbaar is. •Oprekken werkbare uren en uitvoeren onderhoud overdag op grote delen van het netwerk. In de afgelopen jaren is steeds meer onderhoud aan de weg verplaatst naar de nacht en het aantal uren dat er kan worden gewerkt, als gevolg van toenemende drukte, in de nacht is steeds korter geworden. Er zal Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2109Bijlagen weer meer werk overdag worden uitgevoerd, waarbij ook gekeken gaat worden naar de mogelijkheden om de werkbare uren te verruimen, zodat het werk efficiënter kan worden uitgevoerd. Ook hier wordt gekeken naar de intensiteit van het gebruik van de weg om de overlast voor de weggebruiker zoveel mogelijk te beperken. •Onderhoud kunstwerken in laatste adviesjaar, alleen curatief onder-houd Door vaker te inspecteren en daardoor nog scherper te plannen kan het onderhoud naar het laatst mogelijke moment worden verschoven. Hierdoor wordt de kans op spoedreparaties groter. •Minder actieve gebruikersinformatie verschaffen aan weggebruikers Met het toegenomen gebruiken van internet en de sociale media zal de actieve communicatie naar weggebruikers in de maanden voorafgaand aan de uitvoering van het onderhoud gevoerd worden via deze kanalen. b. Hoofdvaarwegennet: •Minder maaien taluds vaarwegen Het onderhoud aan de taluds wordt versoberd, waarbij het onderhoud zich primair richt op het waarborgen van de zichtlijnen en de veiligheid en waarbij het aanzien, het ecologisch beheer en de recreatieve toeganke-lijkheid van de taluds zal verminderen. •Verminderen walvoorzieningen schippers De walvoorzieningen voor schippers, zoals ligplaatsen, steigers, afzetvoor-zieningen, meerpalen en walstroom worden kritisch bezien en het onderhoud daarvan wordt op verschillende plekken versoberd. De faciliteiten gaan hierdoor terug naar een basisniveau. •Minder baggeren «hoeken» zeetoegangen. De zeetoegangen zullen worden gebaggerd op een wijze die meer aansluit bij de natuurlijke vaargeul voor schepen in plaats van bij de exacte vormgeving van de zeetoegangen. De toegankelijkheid en veiligheid blijft gewaarborgd. •Beperken baggeren vaarwegen. Gebaseerd op de intensiteit van het gebruik zal het baggeren van de vaarwegen worden beperkt op de minder prioritaire vaarwegen, zoals de vaargeulen en randmeren in het IJsselmeer, enkele Zeeuwse wateren (o.a. Haringvliet, Oosterschelde), de Hollandsche IJssel en de Brabantse en midden-Limburgse kanalen. c. Bijstellen niveau van de Landelijke Taken De landelijk geconcentreerde uitvoeringstaken van RWS worden in lijn gebracht met de afgesproken versoberingen en efficiënter georganiseerd. IBO Naast bovenstaande versoberingsmogelijkheden die binnen het wettelijk kader kunnen worden uitgevoerd, heeft het kabinet recentelijk besloten om een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) beheer en onderhoud te starten naar mogelijkheden om besparingen of versobe-ringen te vinden door aanpassing van het vigerende wettelijke kader, en in het bijzonder eventuele nationale koppen op de Europese regelgeving. De resultaten hiervan worden begin 2012 verwacht. Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2110Bijlagen 4.3 Lijst met afkortingen AAS Amsterdam Airport Schiphol ABM Actief bodembeheer Maas ABP Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds ABR Actief bodembeheer Rijntakken ABvM Anders Betalen voor Mobiliteit AGOR Actuele grond- en oppervlaktewater regime AIS Automatic Identification System AIVD Algemene Inlichtingen en veiligheidsdienst AKI Automatische Knipperlichtinstallaties AMvB Algemene Maatregel van Bestuur APK Algemene periodieke keuring ATB Automatische treinbeïnvloeding ATB-V Arbeidstijdenbesluit Vervoer AVV Adviesdienst Verkeer en Vervoer BBP Bruto Binnenlands Produkt BDU Brede Doeluitkering BES Bonaire, St. Eustatius en Saba BIBOB (wet) bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur BKL Basiskustlijn BKMW Besluit Milieukwaliteitseisen en Monitoring Water BLD Baten-Lastendienst BLS Baten-Lastenstelsel B&O Beheer en Onderhoud BuZa Ministerie van Buitenlandse Zaken BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties CBR Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CBV Comité voor Binnenvaartveiligheid CCR Centrale Commissie voor de Rijnvaart CEMT Conferentie van Europese Transportministers CenD Centrale Diensten CO2 Kooldioxide CPV Collectief Personenvervoer Vergunningen dB Decibel DBFM Design-Build-Finance-Maintenance DG Directeur Generaal EASA European Aviation Safety Agency EBIT Energiebesparing in Transport ECAC European Civil Aviation Conference EL&I Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie EPCIP European Program for Critical Infrastructure Protection EU Europese Unie ETCS European Train Control System ERTMS European Rail Traffic Management System EP Europees Parlement ECE Economic Commission for Europe ESA European Space Agency ETS Emission Trading System EUMESTAT European Organisation for the Exploration Meteorological Satellites FAA Federal Aviation Administration FABEC Functional Airspace Block Europe Central FES Fonds Economische Structuurversterking GGOR Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime GIS Geluidsisolatieproject Schiphol GNB Gemeenschappelijk Nautisch Beheer GOV Gratis Openbaar Vervoer Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2111Lijst van afkortingen GVB Gemeentelijke Vervoerbedrijven GTI Grote Technologische Instituten GMES Global Monitoring for Environment and Security GWW Grond- Weg en Waterbouwprojecten HNS Hazardous and Noxious Substances HSL Hogesnelheidslijn HGIS Homogene Groep Internationale Samenwerking HOI Havenontvangst Installatie HOV Havenontvangst voorzieningen HNR Het Nieuwe Rijden HSA High Speed Alliance HWBP Hoogwaterbeschermingsprogramma HWN Hoofd Wegennet IBN Integraal Beheersplan Noordzee ICAO International Civil Aviation Organization ICES Interdepartementale Commissie voor Economische Structuurversterking ICT Informatie en Communicatie Technologie IDON Interdepartementaal overleg beleid Noordzee IF Infrastructuur Fonds ILO International Labour Organization IMO International Maritime Organisation IPCC Intergovernmental Panel on Climate Change IPG Innovatieprogramma Geluid IPK Innovatieprogramma Klimaat ISA Intelligente SnelheidsAssistent IT Informatie Technologie IVM Integrale Verkeninningen Maas IVW Inspectie Verkeer en Waterstaat JAA Joint Aviation Administration KDC Knowledge Development Center KIS Kennisinfrastructuur KNMI Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut KNRM Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij KpVV Kennisplatform Verkeer en Vervoer KRM Kaderrichtlijn Mariene Strategie KRW (Europese) Kaderrichtlijn Water Kton Kiloton (miljoen kilo) LCC Life Cycle Costs LIB Luchthavenindelingbesluit LNV Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit LMCA Landelijke Markt- en Capaciteitsanalyse LVB Luchthavenverkeerbesluit LVNL Luchtverkeersleiding Nederland LRIT Long Range Identification and Tracking LRT Landelijke Rapportage Toetsing LZV Langere, Zwaardere Vrachtwagens LDen Day-evening-night level MAA Maastricht Aachen Airport MARIN Stichting Maritiem Research Instituut Nederland MER Milieu Effect Rapportage MIA Milieu investeringsaftrek MIT Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport MIRT Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport MJPO Meerjarenprogramma Ontsnippering MON Mobiliteitsonderzoek Nederland MOU Memorandum of Understanding Mton Megaton (miljard kilo) MTOW Maximum take off weight MTR Maximaal Toelaatbaar Risico Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2112Lijst van afkortingen MTR Mid-term Review Beheer en Onderhoud MUAC Maastricht Upper Area Control Centre NAVO Noord-Atlantische Verdragsorganisatie NBW Nationaal Bestuursakkoord Water NGO Niet Gouvernementele Organisatie NIWO Stichting Nationale en Internationale Wegvervoerorgani-satie NLR Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium NMCA Nationale Markt en capaciteitsanalyse NML Stichting Nederland Maritiem Land NNI Nederlands Normalisatie Instituut NOMO Nota Mobiliteit NOx Stikstofoxiden NO2 Stikstofdioxide NS Nederlandse Spoorwegen NSL Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit NSR NS-Reizigers NV Naamloze vennootschap NW4 Vierde nota Waterhuishouding NWP Nationaal Waterplan OAG Official Airline Guide OEI Overzichten Effecten Infrastructuur OPC Expertisecentrum Consumenteninspraak Regionaal Openbaar Vervoer OSPAR Oslo-Parijs OV Openbaar vervoer OV SAAL Openbaar Vervoer Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad OMI Ozon Monitoring Instrument PAGE Plan van Aanpak Goederen Emplacementen PKB Planologische Kernbeslissing PMR Project Mainportontwikkeling Rotterdam PPS Publiek-private samenwerking PSC Port State Control PVVP Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan RDW Rijksdienst voor het Wegverkeer RHB Rijkshoofdboekhouding RIKZ Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Kust en Zee RIS Rivier Informatie Systemen RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ROM Ruimtelijke Ordening en Milieu Ro/Ro Roll-on/Roll-off RRKL Regeling Regionale en Kleine Luchthavens RVS Raad van State RVVP Regionaal Verkeers- en Vervoersplan RWS Rijkswaterstaat RWT Rechtspersoon met een wettelijke taak SES Single European Sky SESAME Single European Sky Implementation Program SGBP’s Stroomgebiedbeheersplannen SMI Subsidieregeling Maritieme Innovatie SO2 Zwaveldioxide SOLAS Safety of Life at Sea – de internationale overeenkomst voor de veiligheid van leven op zee SSO Shared Services Organisatie SSZ Stil, schoon, zuinig STCW Standards of Training Certification Watchkeeping for Seafarers STS Stoptonend Sein SVOV Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer SVW Scheepvaartverkeerswet Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2113Lijst van afkortingen SWOV Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid TAF Terminal Aerodrome Forecast TCI Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten TEN Trans Europees Netwerk TFMM Taskforce Mobiliteitsmanagement TK Tweede Kamer TNO Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurweten-schappelijk Onderwijs TRG Totaal Risicogewicht Grenswaarde TSI SRT Technical Specification for Interoperability Safety in Railway Tunnels TVG Totaal Volume Geluid UWV Uitkeringsinstituut Werknemers Verzekeringen VNK Veiligheid Nederland in kaart VNSC Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie VROM Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer WHO World Health Organisation WMO Wereld Meteorlogische Organisatie ZBO Zelfstandig Bestuursorgaan Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 33 000 A, nr. 2114Lijst van afkortingen

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 588d629c1cd18427

14 okt 2026 · 630503a1ca86475b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.