Veilig Thuis, aanscherping meldcode en reactie op het bericht in NRC.nl d.d. 2 maart 2016 "Geweld achter de voordeur? Op de wachtlijst"
Brontekst
Versie 3624da3cf35ff4fd · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 28 345Aanpak huiselijk geweld Nr. 159 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 16 maart 2016 Uw Kamer heeft verzocht om een reactie op het artikel op NRC.nl d.d. 2 maart 2016 «Geweld achter de voordeur? Op de wachtlijst». In het Algemeen Overleg (AO) Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA) / kindermishandeling van 9 februari jongstleden heb ik toegezegd de Tweede Kamer schriftelijk te informeren over het programma Veilig Thuis. Met deze brief voldoe ik, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie (VenJ), aan het verzoek van de Kamer en mijn toezegging. De gesignaleerde knelpunten bij Veilig Thuis, maar ook de noodzakelijke verbeteringen in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling vragen om een gezamenlijke, krachtige inzet van alle partijen. Om dit waar te maken starten de VNG, de verantwoordelijke wethouders en het Rijk met het programma Veilig Thuis en het programma aanscherping werkwijze meldcode en Veilig Thuis. Daarbij bouwen we voort op wat in het afgelopen jaar met veel betrokkenheid en inzet tot stand is gebracht op lokaal en regionaal niveau. Nu is het tijd om een kwaliteitsslag te maken. We stellen het zeer op prijs dat de heer Sprokkereef, met zijn ervaring in de Jeugdzorg, bij Veilig Thuis Utrecht en vanuit de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik, bereid is om deze kwaliteitsslag samen met betrokken partijen tot stand te brengen en deze programma’s te leiden. De programma’s worden gefinancierd door de ministeries van VWS en VenJ. Daarnaast start de VNG met een programma Gecertificeerde Instellingen (GI’s), dat ook door de heer Sprokkereef zal worden begeleid. Doel van dit programma is om ook voor de toekomst zorg te dragen dat er altijd jeugdbescherming en -reclassering beschikbaar is, die wordt geleverd door levensvatbare GI’s met een duurzaam perspectief die in samen-spraak met gemeenten invulling geven aan hun opdracht. Dit programma loopt tot juli 2017. kst-28345-159ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 28 345, nr. 1591 Programma Veilig Thuis Het artikel in het NRC gaat in op de situatie bij de Veilig Thuis-organisaties (VT-organisaties), in het bijzonder de wachtlijsten. Bij de aanbieding van het rapport «De kwaliteit van Veilig Thuis» van de Inspectie Jeugdzorg (IJZ) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) aan uw Kamer1 op 2 maart jongstleden heb ik geconstateerd dat het in situaties van vermoedelijke mishandeling en geweld onaanvaardbaar is als mensen te lang moeten wachten terwijl er ondertussen onvoldoende zicht is op hun veiligheid. Ook wethouders zijn van mening dat een dergelijk risico onwenselijk is. Veilig Thuis speelt een cruciale rol in het signaleren en stoppen van mishandeling van alle vormen van geweld in huiselijke kring. Om deze rol waar te kunnen maken is doorontwikkeling nodig. Daarom start de VNG met een programma waarmee in samenwerking met lokale bestuurders de VT-organisaties worden ondersteund zodat de kwaliteit van het hele netwerk van VT-organisaties naar een hoger niveau wordt getild. Doel van het programma is dat er sprake is van een dekkend netwerk van duurzame effectieve en kwalitatieve VT-organisaties, die voldoen aan de verwachtingen van de Inspecties, zodanig dat gemeenten kunnen voldoen aan hun wettelijke verantwoordelijkheden. Het programma loopt tot en met juni 2017. De focus van het programma ligt de komende maanden op de basis op orde. Dat betekent dat in elk regio de daarvoor noodzakelijke acties moeten zijn uitgevoerd. Waar dat niet mogelijk is, zijn er concrete afspraken gemaakt over interventies waarmee en de termijn waarbinnen een goed functionerend Veilig Thuis wordt gerealiseerd. Het wegwerken van de wachttijden is daarvan een belangrijk onderdeel. Andere belang-rijke verbeterpunten, die ook uit het artikel in het NRC naar voren kwamen, zijn de verdere deskundigheidsbevordering van de medewerkers en het verbeteren van de samenwerking van Veilig Thuis met partners als wijkteams, andere zorgaanbieders, de GI’s, de Raad voor de Kinderbe-scherming, het Openbaar Ministerie (OM) en politie en de reclassering om te komen tot een sluitende ketenaanpak. Veilig Thuis kan alleen samen met ketenpartners de centrale rol vervullen die noodzakelijk is voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishan-deling op lokaal en regionaal niveau. Alleen samen met deze partners kan er een duurzaam en kwalitatief goed netwerk van VT-organisaties tot stand komen. Dit is de volgende fase van het programma. Het spreekt voor zich dat ik uw Kamer over de voortgang informeer door middel van de voortgangsrapportages GIA. Programma aanscherping werkwijze meldcode en Veilig Thuis In eerdergenoemd AO is gesproken over de maatregelen die ik wil nemen met het oog op een intensivering van het gebruik van de meldcode en de kindcheck, en de hiermee in verband staande aanscherping van de werkwijze van Veilig Thuis. Naast de functie van Veilig Thuis vormt de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling een van de fundamenten onder de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. De meldcode biedt professionals 1Kamerstuk 31 839, nr. 505Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 28 345, nr. 1592 ondersteuning en houvast hoe te handelen bij vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling. De meldcode is daarmee een belangrijk aangrijpingspunt om verbete-ringen te realiseren. Ik heb, na overleg met diverse partijen en organi-saties, in de voortgangrapportage GIA van 12 januari 20162 verschillende maatregelen opgenomen met als doel het gebruik van de meldcode te intensiveren en minder vrijblijvend te maken. Hierop is vanuit het veld gereageerd, zoals besproken in het AO. De heer Sprokkereef heb ik gevraagd om met een nadere invulling te komen van de aanscherping van de werkwijze van de meldcode en de registratievereiste. In het AO heb ik toegezegd uw Kamer over dit traject te informeren. Dit zal ik binnenkort met een aparte brief doen. De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn2Kamerstuk 28 345, nr. 153Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 28 345, nr. 1593
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.