KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgangsrapportage Nederlandse inzet oostflank NAVO 2023

15 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7255e26e3e0f58de · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202428 676NAVONr. 455 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN DEFENSIE EN VAN BUITEN-LANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 mei 2024Het kabinet geeft met deze voortgangsrapportage inzicht in de Neder-landse militaire inzet aan de oostflank van het NAVO-verdragsgebied overde periode mei 2023 tot en met april 2024.1 Als gevolg van de groot-schalige Russische invasie van Oekraïne op 24 februari 2022, is hetdreigingsbeeld voor het gehele verdragsgebied ingrijpend en langdurigverslechterd. De Russische dreiging manifesteert zich nadrukkelijk aan deoostflank. Dit heeft gevolgen gehad voor de inzet aan de NAVO-oostflankin het afgelopen jaar. In deze voortgangsrapportage licht het kabinet dezeontwikkelingen en recente besluiten tot aanvullende inzet aan deOostflank toe.De voortgangsrapportage bestaat uit vier onderdelen:1.Overzicht van Nederlandse inzet aan de oostflank;2.Voortgang van de Nederlandse inzet;a.Inzet in Litouwen enhanced Forward Presence (eFP) / bijdrage MultiNational Battle Group (MNBG);b.Inzet in Roemenië eFP / bijdrage MNBG;c.Inzet in Roemenië enhanced Vigilance Activities (VA) / inzet MQ-9Reaper;d.Inzet in Slowakije / bijdrage Air and Missile Defence Task Force(AMDTF);3.Financiën;4.Vooruitblik op ontwikkelingen van NAVO-inzet aan de oostflank.1Het kabinet heeft de Tweede Kamer een jaarlijks ijkmoment toegezegd over de doorlopendeNederlandse inspanning in Litouwen als onderdeel van eFP. In lijn met de voortgangsrap-portage van Nederlandse inzet aan de oostflank van de NAVO in 2023 omvat deze voortgangs-rapportage ook andere Nederlandse inzet langs de oostflank van de NAVO. kst-28676-455ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 676, nr. 4551 KernDe Nederlandse militaire inzet aan de NAVO-oostflank vormt primair eendirecte bijdrage aan de versterking van de collectieve afschrikking enverdediging van de NAVO. Onze inzet draagt bij aan hoofdtaak 1 van dekrijgsmacht: bescherming van het eigen grondgebied en dat vanNAVO-bondgenoten. Nederland ontplooide in NAVO-verband eenhedenaan de oostflank in reactie op de hogere dreiging tegen het verdrags-gebied en de aanhoudende Russische agressie in Oekraïne. De dreigingvanuit Rusland tegen het NAVO-verdragsgebied – ongeacht de uitkomstvan de oorlog in Oekraïne – is onverminderd groot. Daarom blijft deNAVO inzetten op de versterking van de afschrikking en verdediging. DeNAVO onderstreept door de directe militaire aanwezigheid in de regio deboodschap dat het – nu en in de toekomst – elke centimeter van hetverdragsgebied zal verdedigen.De strategische doelstellingen van de inzet langs de oostflank – de matevan daadwerkelijk succesvolle afschrikking – zijn niet «meetbaar». Het isniet te concretiseren in hoeverre Rusland heeft afgezien van militaireagressie tegen NAVO-buurlanden door de betreffende inzet. Tegelijkertijdgeldt: zo lang Rusland het NAVO-grondgebied niet aanvalt, is deafschrikking effectief.De Nederlandse militaire inzet draagt ook bij aan geruststelling van (debevolking van) bondgenoten, het bevordert de eensgezindheid ensolidariteit van de NAVO, de onderlinge samenwerking en interoperabi-liteit en het biedt kansen voor (andere) bilaterale vormen van samen-werking met bondgenoten. Nederland verdiept(e) door de militaire inzetaan de oostflank de (operationele) samenwerking met partners,waaronder Duitsland, Litouwen, Slowakije, Roemenië en Frankijk. DeNederlandse krijgsmacht doet via de inzet aan de oostflank daarnaastwaardevolle ervaring op met het opereren binnen een context van(hybride) dreiging en het inzetten van nieuwe complexe (wapen)sys-temen, die gereedheid en geoefendheid van de Nederlandse krijgsmachtbevordert.Het kabinet is van mening dat een actieve bijdrage aan de beschermingvan het NAVO-verdragsgebied van fundamenteel belang is om de eigenen collectieve veiligheid te waarborgen. Het kabinet geeft de toekomstigeinzet van de Nederlandse krijgsmacht aan de oostflank vorm aan de handvan wat de NAVO aan bondgenoten vraagt en de capaciteiten waaroverde Nederlandse krijgsmacht nu en in de toekomst over beschikt. Denieuwe NAVO-plannen voor de verdediging van het bondgenootschap,ofwel de Regional Plans met het bijbehorend NATO New Force Model(NFM) voor de toekenning van troepen, vormen daarvoor de basis. UwKamer wordt nader geïnformeerd over de uitwerking en consequentiesvan deze plannen voor Nederland zodra de uitkomsten bekend zijn.Overzicht van Nederlandse inzet aan de oostflankDreigingsbeeld en NAVO-perspectiefDe NAVO-bondgenoten besloten na de illegale annexatie van de Krimdoor Rusland in 2014 tot de versterking van de afschrikking- en verdedi-gingsfunctie aan de oostflank van het verdragsgebied door middel vanonder andere de enhanced Forward Presence-presentie (eFP). Als gevolgvan de Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 nam de NAVOaanvullende maatregelen om het verdragsgebied verder te beschermen,Rusland af te schrikken en bondgenoten bij te staan. Het uitbreiden vaneFP met een viertal extra Battle Groups aan de zuidoostflank en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 676, nr. 4552 onderbrengen van deze eenheden onder het bevel van SACEUR zijnhiervan enkele voorbeelden. Sindsdien blijft Rusland bedreigingen tegenNAVO-bondgenoten uitspreken. De NAVO volgt de veiligheidsontwikke-lingen in de regio nauwgezet en beziet op welke wijze de collectieveverdediging van de oostflank dient te worden versterkt.Naast deze directe inzet ter versterking van de afschrikking en verdedigingvan de NAVO, heeft de NAVO ook besloten over de plannen voorafschrikking en verdediging op langere termijn. Dit betreft onder anderede nieuwe militaire verdedigingsplannen, maar ook samenwerking met deEU in het kader van bijvoorbeeld militaire mobiliteit. Deze nieuwe plannenzullen invloed hebben op de Nederlandse inzet. Aan het eind van dezebrief blikt het kabinet hierop vooruit.Nederlandse bijdragen aan de oostflankDe Nederlandse inzet als onderdeel van de bredere NAVO-aanwezigheidkan aan de gehele oostflank onverminderd op veel waardering rekenen. Eris brede steun onder de lokale bevolking voor de NAVO-inzet; debijdragen van de Nederlandse krijgsmacht aan de militaire presentieworden ervaren als een wezenlijke bijdrage aan de veiligheid van debetreffende landen.In de periode mei 2023 tot en met april 2024 bestond de Nederlandse inzetuit:•Een bijdrage aan de Multi National Battle Group (MNBG) in Litouwenmet compagnieën van de 13 Lichte Brigade en de 43 GemechaniseerdeBrigade (alle rotaties met circa 300 militairen) tot en met 31 december2024.•Een bijdrage aan de MNBG in Roemenië met een compagnie van de11e Luchtmobiele Brigade (circa 150 militairen per rotatie) tot en met30 juni 2023.•De inzet van drie MQ-9 Reapers vanuit Roemenië vanaf januari 2024.•Een personele bijdrage aan de Air and Missile Defence Task Force(4 tot maximaal 16 militairen) in Slowakije tot en met 20 juni 2023.De Nederlandse bijdragen en steun aan bondgenoten langs de oostflankin de vorm van staf-ondersteuning, advisering, training of de NAVO snelleinterventiemacht (zoals de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF))zijn geen onderdeel van deze voortgangsrapportage. Dat laat onverlet datal deze Nederlandse activiteiten indirect bijdragen aan de collectieveafschrikking en verdediging langs de oostflank.Resultaten bijdrage inzet oostflankIn de internationale context wordt door de inzet aan de oostflank eenbijdrage geleverd aan:•De strategische doelstelling van de inzet aan de oostflank, namelijkafschrikking en verdediging van het NAVO-bondgenootschap.•Betrouwbaar bondgenootschap: Nederland toont zich een betrouw-bare bondgenoot door de actieve bijdrage aan de afschrikking enverdediging van de NAVO. De inzet bestendigt de Nederlandsezichtbaarheid en invloed binnen het bondgenootschap.•Relatie met landen aan de NAVO-oostflank: de Nederlandse militairebijdrage aan de oostflank verstevigt de samenwerkingsrelatie met dezeEuropese landen. Dit verdiept de samenwerking ook op andere(veiligheids-)dossiers, zowel bilateraal als binnen de NAVO en de EU.•Relatie met strategische partners: het gezamenlijk optreden verdieptde veiligheidssamenwerking met belangrijke partners.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 676, nr. 4553 •Verhogen interoperabiliteit: het gezamenlijk op treden binnen dediverse multinationale initiatieven verbetert het samenwerken metandere betrokken krijgsmachten binnen de NAVO.In de nationale context draagt de inzet aan de oostflank bij aan:•Operationele gereedheid: de inzet aan de oostflank biedt uitgezondeneenheden goede trainingsmogelijkheden. De inzet verhoogt derhalvede operationele gereedheid van deze eenheden.•Situational awareness, kennis en kunde: de inzet aan de oostflanklevert waardevolle ervaring en kennis op. Dit betreft onder meerrelevante kennis over de dynamiek aan de oostflank van het NAVOverdragsgebied en het opereren binnen een context van (hybride)dreiging, zoals de omgang met elektronische oorlogsvoering,desinformatie en het verhogen van de weerbaarheid tegeninlichtingenoperaties.Algemene aandachtspunten en lessons learnedDe aandachtspunten zoals geïdentificeerd in de voortgangsrapportagevan 2023 blijven onverminderd van toepassing. Dit betreft ten eerste hetNederlandse belang van solidariteit en relaties met de landen aan deoostflank. Een goede relatie met deze landen draagt niet alleen bij aan hetbevorderen van de veiligheidsbelangen, maar kan ook leiden tot kansen inde regio voor samenwerking op andere vlakken. Nederland zet daarom inop zowel civiele als militaire samenwerking met deze landen. Ten tweedeis het van belang tijdig met deze landen en de NAVO tot overeen-stemming en communicatie te komen over de (on)mogelijkheden inzakevoortzetting van Nederlandse bijdragen langs de oostflank, ten behoevevan rust en duidelijkheid bij de landen en inwoners langs de oostflank.Nederland streeft ernaar hierover zo transparant en spoedig mogelijk tecommuniceren. Ten derde vormt de Nederlandse bijdrage aan deoostflank niet alleen een bijdrage aan de afschrikking en verdediging vanhet bondgenootschap, maar draagt deze inzet ook bij aan de mogelijk-heden voor training en gereedstelling van de Nederlandse krijgsmacht.Sinds de voortgangsrapportage in 2023 is een aanvullend aandachtspuntgeïdentificeerd. Door de toegenomen aanwezigheid van internationaleeenheden neemt de druk op de aanwezige oefenterreinen toe. Hierdoornemen de mogelijkheden voor training voor alle deelnemende eenhedenaf, hetgeen ten koste gaat van de geoefendheid van uitgezondenmilitairen. In het kader van de inzet in Litouwen verkent Defensie daaromvanaf de huidige rotatie proactief opties om in buurlanden te oefenen.Tijdens het commissiedebat van 26 maart 2024 over missies en operatiesheeft de Minister van Defensie uw Kamer toegezegd nader in te gaan opde lessons learned van de inzet aan de oostflank. U treft deze aan inuitgelichte paragrafen per militaire bijdrage.In het algemeen geldt dat lessons learned Defensie in staat stellen te lerenvan zaken die militairen tegenkomen tijdens de inzet en de (uitvoeringvan) inzet te verbeteren. Om lessons learned te identificeren en verbeter-plannen toe te passen, kent Defensie een doorlopend proces gestoeld opdagelijkse en wekelijkse informatie van de Senior National Representative(SNR). Daarnaast stelt de SNR aan het eind van elke inzet/rotatie eeneindrapport en observatielijst op. Op basis van dit proces worden waarnodig (operationele) aanpassingen doorgevoerd. Deze documentendienen als leidraad voor verdere discussie over mogelijke leerpunten.Tevens spreken de betrokken ministeries (Defensie, Buitenlandse Zaken enJustitie en Veiligheid) periodiek op beleidsmatig en strategisch niveauover inzet en missiegebieden. De (parlementaire bespreking van de)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 676, nr. 4554 voortgangsrapportages over inzet/missies aan uw Kamer, zoals deze,dragen bij aan het identificeren van aandachtspunten. Waar nodig kan ditleiden tot het bijstellen van bijvoorbeeld de aard of het nationaal kadervan inzet/missies.De belangrijkste die het kabinet trekt uit de inzet aan de oostflank is hetbelang van interoperabiliteit tussen NAVO-bondgenoten om effectief enefficiënt samen te kunnen werken. Dit geldt voor alle niveaus: vanoperationeel, tot tactische en strategisch samenwerken. Vooral zakenzoals communicatie, bevoorrading en/of de koppeling van technischesystemen behoeven effectief en efficiënt interoperabel optreden. Destapsgewijze verbetering van de interoperabiliteit vraagt doorlopendeaandacht en tijd.Voortgang van de Nederlandse inzetInzet in Litouwen eFP / bijdrage Multinational Battle GroupNederland maakt in Litouwen (momenteel met circa 300 militairen)onderdeel uit van een Multinational Battle Group (MNBG) samen metDuitsland (560 militairen), België (200 militairen), Noorwegen(140 militairen) en Tsjechië (36 militairen). Duitsland treedt op alsFramework Nation en levert de commandant van de MNBG. Nederlandlevert, met de grootste militaire bijdrage na Duitsland, de plaatsver-vangend commandant en levert de inzet die Litouwen in het kader van hetLitouwse National Defence Plan vraagt: een manoeuvre-element vancompagniesgrootte. De inzet roteert veelal tussen de 13 Lichte Brigade ende 43 Gemechaniseerde Brigade van het Commando Landstrijdkrachten.De primaire doelstelling van de MNBG is de afschrikking van Rusland.Terugblik mei 2023–april 2024De langjarige Nederlandse bijdrage aan de MNBG draagt bij aan hetverhogen van de ervaring met het gezamenlijk optreden met bovenge-noemde partners. Vrijwel alle resultaten zoals beschreven in de algemeneresultaten paragraaf (pagina 3–4), zoals een waardevolle bijdrage aan hetstrategische doel van de missie, het verdiepen van de samenwerking,interoperabiliteit en relaties met bondgenoten, toegevoegde waarde voorNederlandse gereedstelling, waren van toepassing in de rapportagepe-riode. De inzet biedt de mogelijkheid om de vooraf gestelde trainingsdoel-einden te behalen. Gedurende de rapportageperiode heeft Nederlandtevens bijgedragen met een Nationale Datalink Management Cel (NDMC)capaciteit.Aandachtspunten en lessons learnedDe beperkte beschikbaarheid van het oefenterrein in Rukla (Litouwen)hindert (Nederlandse) eenheden in de mogelijkheden voor training enbrengt ook extra kosten met zich mee, aangezien moet worden uitge-weken naar oefenterreinen in Duitsland. Nederland verkent de mogelijk-heden voor aanvullende oefenterreinen in de Baltische Staten om dezeconsequenties te mitigeren.De kansen die grootschalige oefeningen, zoals Iron Wolf – waar de eFPinzet aan bijdraagt – bieden, worden steeds beter benut door hetinbrengen van specialistische Nederlandse capaciteiten. Dergelijkecapaciteiten stuwen het niveau van oefeningen omhoog. Ook neemt degeoefendheid van deze Nederlandse capaciteiten toe. Een recentvoorbeeld is de deelname van een Tactical Psyops Team aan Iron Wolfeind september 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 676, nr. 4555 Inzet in Roemenië eFP / bijdrage Multinational Battle GroupTussen 2 augustus 2022 en 31 juni 2023 namen circa 150 Nederlandsemilitairen van de 11e Luchtmobiele Brigade (11 LMB) deel aan de doorFrankrijk geleide NATO Multinational Battle Group (MNBG) in Roemenië.Belgische eenheden losten de Nederlandse eenheden in de MNBGaansluitend af. De primaire doelstelling van de MNBG was de afschrikkingvan Rusland.Terugblik mei 2023–april 2024Aangezien deze voortgangsrapportage slechts twee maanden van detotale duur van de inzet in Roemenië beslaat, verwijzen wij graag naar deeerdere voortgangsrapportage uit 2023 voor een nadere toelichting enterugblik op deze inzet (Kamerstuk 28 676, nr. 433). In deze voortgangsrap-portage werd toegelicht dat er sprake was van goede training- engereedstellingsmogelijkheden, er goede mogelijkheden waren voorsamenwerking met partners en de Nederlandse bijdrage de voorzieningenter plekke significant heeft verbeterd en dat er sprake is geweest van eensuccesvolle inzet van reservisten en materieel. De afronding van de inzetis zonder noemenswaardige ontwikkelingen verlopen. De Nederlandsemilitaire presentie in Roemenië is bovendien op een andere maniervoortgezet (zie hieronder).Aandachtspunten en lessons learnedEr zijn geen aanvullende aandachtspunten of lessons learned dangenoemd in de voortgangsrapportage uit 2023 of de algemene aandachts-punten en lessons learned eerder benoemd in deze brief.Inzet in Roemenië eVA / bijdrage MQ-9 ReapersOp 17 oktober 2023 (Kamerstuk 28 676, nr. 422) informeerde het kabinetuw Kamer over het besluit tot inzet van drie MQ-9 Reapers vanuitRoemenië voor de versterking van de NAVO-oostflank vanaf heteerste kwartaal van 2024 voor een periode van minimaal zes maanden.Nederland draagt met deze inzet bij aan het versterken van de inlichtin-genpositie van de NAVO aan de oostflank in het kader van Air ShieldingOperations (AS) en daarmee aan het versteken van de afschrikking enverdediging van de NAVO.Terugblik mei 2023–april 2024In januari 2024 heeft een genietaakteam van de Landmacht de inzetlocatiegereed gemaakt. Kort daarna arriveerden de eerste Reapers en bijbe-horend personeel op locatie. Per 4 april 2024 is de eenheid Fully Opera-tional Capable.Aandachtspunten en lessons learnedMet het oog op de recente start van de inzet informeert het kabinet uwKamer in de volgende voortgangsrapportage (2025) of eerder, indien daaraanleiding toe bestaat, over eventuele aandachtspunten en lessonslearned.Inzet in Slowakije / bijdrage Air and Missile Defence Task Force(AMDTF)Een multidisciplinair team van Nederlandse militairen droeg van18 oktober 2022 tot en met 20 juni 2023 in NAVO-verband bij aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 676, nr. 4556 versterking van de luchtverdediging van het verdragsgebied als onderdeelvan de Air and Missile Defence Task Force (AMDTF) in Slowakije. DeAMDTF beschermt het NAVO-verdragsgebied en de bevolking tegeninkomende raketten.Terugblik mei 2023–april 2024Nederland versterkte door de gezamenlijke inzet in Slowakije de samen-werkingsrelatie met Duitsland op het gebied van luchtverdediging.Nederlandse militairen leerden daarbij de Duitse (operationele)werkwijzen en systemen beter kennen. Hierdoor kan ook bij een mogelijketoekomstige gezamenlijke inzet effectiever en sneller worden samenge-werkt. Nederland heeft personele capaciteit ingebracht waar binnen deDuitse rotaties behoefte aan was. Hiermee werd Framework NationDuitsland ondersteund in zijn taakuitvoering in het beschermen in hetNAVO-luchtruim.Aandachtspunten en lessons learnedZoals toegelicht in de geannoteerde agenda voor de NAVO defensieministeriële bijeenkomst van juni 2023 (Kamerstuk 28 676, nr. 434, 5 juni2023) besloot Framework Nation Duitsland de inzet in Slowakije tebeëindigen ten behoeve van de NAVO-top in Vilnius in juni 2023. DeNederlandse militairen keerden in juni 2023 terug naar Nederland.Er zijn geen aanvullende lessons learned dan genoemd in de voortgangs-rapportage uit 2023 of de algemene lessons learned eerder benoemd indeze brief.FinanciënDe Nederlandse inzet aan de NAVO-oostflank heeft in 2023 in totaal€ 45,89 miljoen gekost.2 Dit bedrag omvat:−MNBG Litouwen: € 31,37 miljoen−MNBG Roemenië: € 13,58 miljoen−MQ9 Roemenië: € 0,00 miljoen (kosten vallen in boekjaar 2024)−AMDTF Slowakije: € 0,94 miljoenDe inzet aan de oostflank van de NAVO werd primair bekostigd door hetBudget Internationale Veiligheid (BIV).Vooruitblik op ontwikkelingen van NAVO-inzet aan de oostflankDe NAVO en Nederland houden rekening met een langdurig verslechterdeveiligheidssituatie in Europa. Om deze dreiging het hoofd te bieden zijnsubstantiële militaire bijdragen van bondgenoten nodig, conform denieuwe plannen van de NAVO voor de bondgenootschappelijkeafschrikking en verdediging. Daarbij gaat het om zowel stand-byeenheden (op hoge gereedheid) als om troepen ter versterking van dedirecte militaire aanwezigheid aan de oostflank. Het kabinet zal op basisvan deze plannen en gesprekken met de NAVO en bondgenoten bepalenhoe de Nederlandse militaire inzet aan de oostflank optimaal kan wordenvormgegeven. Op 5 maart 2024 heeft het Ministerie van Defensie hierovereen vertrouwelijke briefing verzorgd.Intussen blijft Nederland met de NAVO en bondgenoten in gesprek overmogelijke bijdragen aan de oostflank van Nederland op kortere termijn –2Om boekhoudkundige redenen is het alleen mogelijk om terug te kijken op (fiscale)kalenderjaren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 676, nr. 4557 voordat het NFM in werking treedt – om zo in te kunnen spelen op actueleontwikkelingen in het dreigingsbeeld. Zo heeft het kabinet uw Kamerjongstleden geïnformeerd over de verlenging van de Nederlandsebijdrage aan eFP in Litouwen tot eind 2026 en de bijdrage aan NAVO-luchtruimactiviteiten in Estland in de periode december 2024–maart 2024.Een actieve bijdrage aan de bescherming van het NAVO-verdragsgebied,waaronder aan de oostflank, is nu en in de toekomst essentieel om deeigen en collectieve veiligheid in Europa te waarborgen.De Minister van Defensie,K.H. OllongrenDe Minister van Buitenlandse Zaken,H.G.J. Bruins SlotTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 28 676, nr. 4558

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e365335dd9670925

14 okt 2026 · d388b6c9bca64ec0

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.