KamerkringInloggen
Kamerbrief

Mogelijkheden tot het verbieden van organisaties die extremisme en terrorisme bevorderen en tot het tegengaan van ongewenste buitenlandse financiering

19 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a754fffae6ade014 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 754Terrorismebestrijding29 279Rechtsstaat en Rechtsorde30 821Nationale VeiligheidNr. 777 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 maart 2026Voor organisaties die onze democratische rechtsorde ondermijnen doorextremisme en terrorisme te bevorderen en geweld te verheerlijken isgeen plaats in Nederland. Het kabinet is er alles aan gelegen om tegendergelijke organisaties op te treden. Ook dient te worden voorkomen dater financieringsstromen ons land binnenkomen die leiden tot ongewensteinmenging, zoals de financiering van terrorisme of politieke beïnvloe-dingsactiviteiten.Op 15 mei 2025 is uw Kamer geïnformeerd1 over de resultaten van deinternationale verkenningen naar de mogelijkheden om dergelijkeorganisaties te verbieden en ongewenste buitenlandse financiering tegente gaan. Deze resultaten gaven aanleiding tot nader onderzoek. In dezebrief en de bijbehorende bijlage informeer ik u over dit nadere onderzoeken de vervolgstappen. Tevens zal ik, mede namens de Minister vanBuitenlandse Zaken, ingaan op verschillende moties ten aanzien vanspecifieke organisaties en hoe binnen de wettelijke kaders uitvoeringwordt gegeven aan deze moties.MotiesUw Kamer heeft op verschillende momenten zorgen geuit over specifiekeorganisaties. Hiertoe zijn ook verschillende moties ingediend. Dezeorganisaties zouden misbruik maken van de vrijheden die wij kennen inonze democratische rechtsorde door onder meer haat en (terroristisch)geweld te bevorderen. Specifiek gaat het hier om Samidoun, BrigadeNhamedu, de organisaties genoemd in het special report van hetIsraëlische Ministerie van Diaspora en Antisemitismebestrijding2, de bij derellen in Den Haag op 20 september 2025 betrokken rechts-extremistischeorganisaties en de organisaties die de vernietiging van het Israëlische1Kamerstukken II 2024/2025, 29 754, nr. 7502Specifiek ten aanzien van het rapport is uw Kamer geïnformeerd de brief van 29 november2024 (Kamerstukken II 2024/25 36 651, nr. 34). kst-29754-777ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7771 volk, de Israëlische staat en daarmee het Joodse volk propageren.3 UwKamer heeft mij verzocht te bevorderen dat deze organisaties op denationale sanctielijst terrorisme worden geplaatst.Voor plaatsing op de nationale sanctielijst kan de Minister van Buiten-landse Zaken, bij voldoende aanwijzingen van betrokkenheid bij terroris-tische activiteiten, in overeenstemming met de Minister van Financiën ende Minister van Justitie en Veiligheid, deze personen of organisaties op denationale sanctielijst terrorisme plaatsen. Voldoende aanwijzingen zijnonder meer het instellen van een onderzoek of vervolging door hetOpenbaar Ministerie (OM) wegens een terroristische activiteit, eenveroordeling door de rechter of een ambtsbericht van de AlgemeneInlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) dat geloofwaardige indicatiesbevat van betrokkenheid van een persoon of organisatie bij een terroris-tische activiteit of poging daartoe. Als dergelijke informatie voorhandenis, zal het OM en/of de AIVD beoordelen of deze informatie ook op datmoment gedeeld kan worden teneinde een plaatsing op de nationalesanctielijst terrorisme te realiseren. Bij deze beoordeling zullen door hetOM en de AIVD ook de (lopende) onderzoeksbelangen wordenmeegewogen.4Het plaatsen van organisaties op de nationale sanctielijst terrorisme is eenverregaande en ingrijpende maatregel die alleen kan worden genomen alsaan de hierboven genoemde juridische vereisten is voldaan. In allegevallen wordt per organisatie zorgvuldig gekeken naar alle omstandig-heden van het geval. Met het oog op de uitvoering van de hierbovengenoemde moties heeft het kabinet per organisatie aan de bevoegdeinstanties gevraagd of er informatie voorhanden was, en zo ja, of dezegedeeld kon worden ten behoeve van plaatsing op de nationale sanctie-lijst terrorisme. De bevoegde instanties hebben het kabinet laten wetendat er ten aanzien van de hierboven genoemde organisaties in Nederlandop dit moment geen of onvoldoende informatie beschikbaar is en/of kanworden gedeeld. Het kabinet beschikt daarom op dit moment niet overinformatie ten aanzien van de eerdergenoemde organisaties dievoldoende onderbouwing vormt voor plaatsing op de nationale sanctie-lijst terrorisme. Mocht er in de omstandigheden iets veranderen, wordtuw Kamer hierover geïnformeerd. Ook op internationaal niveau kunnende Verenigde Naties en de Europese Unie sancties opleggen aanpersonen, groepen en entiteiten die betrokken zijn bij terroristische daden.Hiervoor worden strenge voorwaarden gehanteerd.5 Conform detoezegging van de Minister van Buitenlandse Zaken is onderzocht of hetmogelijk is de Allied Democratic Forces, ook wel IS Centraal-AfrikaanseProvincie genoemd, op de EU terrorisme-sanctielijst te plaatsen. Tenaanzien van deze organisatie geldt dat Nederland een voordracht heeftgedaan tot plaatsing op de EU IS/Al-Qaida sanctielijst en dat deze listingop 24 november 2025 is aangenomen door de Raad van de EuropeseUnie.Uw Kamer heeft een duidelijk signaal afgegeven dat er tegen organisatiesdie onze democratische rechtsorde ondermijnen dient te wordenopgetreden. Ik onderschrijf dit signaal. Bij voldoende feitelijke informatie3Kamerstukken II 2023/24 36 476, nr. 6; Kamerstukken II 2024/25 36 651, nr. 23; Kamerstukken II2024/25 29 279, nr. 882; Kamerstukken II 2024/25 36 651, nr. 11; Kamerstukken II 2024/25 36 651,nr. 17; Kamerstukken II 2025/26 28 684, nr. 799; Kamerstukken II 2025/26 30 821, nr. 320.4De AIVD maakt op basis van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 eenafweging of inlichtingen gedeeld kunnen worden.5Het EU-terrorisme sanctieregime (GS93110) is ter implementatie van VN VeiligheidsraadResolutie 1373 (2001); nr. 2001/930/Gemeenschappelijk Buitenland Veiligheid Beleid, Gemeen-schappelijk Standpunt nr. 2001/931/GBVB, Verordening (EG) nr. 2580/2001 en Gemeenschap-pelijk Standpunt nr. 2016/1693.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7772 dat een persoon of organisatie zich bezighoudt met terroristischeactiviteiten en op de nationale en/of Europese sanctielijst terrorisme, ofdaarmee verband houdende lijsten, zou moeten worden geplaatst, zal hetkabinet hiertoe overgaan, zoals dit bijvoorbeeld ook bij de AlliedDemocratic Forces is gedaan. Zoals in het coalitieakkoord vermeld, is hetwenselijk om terroristische organisaties in Nederland en in de EuropeseUnie zo snel mogelijk te kunnen verbieden. Op dit moment kan de civielerechter op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek een rechtspersoonwaarvan het doel of de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde,op verzoek van het OM verboden verklaren en ontbinden. Hiervan is inieder geval sprake als het doel of de werkzaamheid leidt of dreigt te leidentot een bedreiging van de nationale veiligheid, de internationalerechtsorde, ontwrichting van de democratische rechtsstaat of hetopenbaar gezag. Ik wil verkennen of aanvullend instrumentarium nodig isom in een vroeg stadium op te kunnen treden tegen organisaties dieextremisme en terrorisme bevorderen.Daarbij acht ik het van groot belang dat zo’n vergaande maatregel dieinbreuk maakt op een grondrecht, namelijk de vrijheid van vereniging,alleen ingezet kan worden tegen die organisaties die ook daadwerkelijkonze democratische rechtsorde ondermijnen. Onze democratischerechtsorde is immers gebaat bij een grote diversiteit aan meningen,geluiden en organisaties die opkomen voor een bepaald standpunt.Daarom heb ik de afgelopen periode nader onderzoek verricht hoe anderelanden met deze problematiek omgaan. Hierbij heb ik ook specifiekgekeken hoe andere landen zorgen dat er heldere en duidelijke criteriagelden om een organisatie te kunnen verbieden. Voor een naderetoelichting op dit onderzoek verwijs ik u naar de bijlage.Conclusies nader onderzoek en vervolgBestuurlijk model verbieden organisatiesDiverse landen kennen een systeem waarin een bestuursorgaan eenbeslissing kan nemen omtrent het verbieden van de organisatie, waarnadit besluit kan worden getoetst door de bestuursrechter. In Nederland ligtde beslissing om een organisatie verboden te verklaren bij de rechter, alssluitstuk van een civielrechtelijke procedure waarin het OM op basis van(veelal uit strafrechtelijke onderzoeken) verkregen informatie de rechterhierom heeft verzocht. Juist bij organisaties die een bedreiging vormenvoor onze democratische rechtsorde door banden te hebben metterroristische organisaties, door extremisme en terrorisme te bevorderenen door geweld te verheerlijken, vindt het kabinet het van groot belangom in een zo vroeg mogelijk stadium vanuit de Rijksoverheidnormstellend en effectief op te kunnen treden. Uit het nadere onderzoekvolgt dat Frankrijk en Duitsland met een bestuursrechtelijk model effectieflijken in het vroegtijdig optreden tegen dergelijke organisaties. Daaromwil het kabinet concreet onderzoeken of – naast de civielrechtelijkeprocedure van 2:20 BW – een dergelijk bestuursrechtelijk model ook in hetNederlandse rechtssysteem vorm zou kunnen krijgen en toegevoegdewaarde zou kunnen hebben.Daarbij acht het kabinet het van groot belang om, mede naar aanleidingvan hetgeen met uw Kamer en de Eerste Kamer is gewisseld ten aanzienvan de initiatiefwet bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties,zorgvuldig te kijken naar heldere, specifieke en duidelijk afgebakendegronden op basis waarvan een organisatie bestuursrechtelijk verbodenkan worden. Dit om te zorgen dat alleen díe organisaties worden geraaktdie onze democratische rechtsorde ondermijnen door extremisme enterrorisme te bevorderen. De afgelopen periode is daarom ook nadruk-kelijk gekeken hoe andere landen tot afgebakende criteria zijn gekomen enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7773 hoe deze – onder meer in jurisprudentie – nader zijn ingevuld. Op basisvan de uitkomsten van het nadere onderzoek en gelet op de hierbovengeschetste complexiteit heeft het kabinet de Landsadvocaat om adviesgevraagd ten aanzien van de mogelijkheden voor een bestuursrechtelijkmodel in Nederland. Hierbij is verzocht om te adviseren hoe en onderwelke voorwaarden een «bestuurlijk model» in het Nederlandse rechts-systeem vorm zou kunnen krijgen, waarbij in het bijzonder aandacht zalworden besteed aan de formulering van heldere, specifieke en duidelijkegronden voor de bevoegdheid om een organisatie te verbieden. Over hetadvies wordt uw Kamer voor eind 2026 geïnformeerd.Ongewenste buitenlandse financieringNader onderzoek naar instrumenten om ongewenste buitenlandsefinanciering tegen te gaan heeft laten zien dat andere landen eenverscheidenheid aan maatregelen kennen die zich afzonderlijk richten opspecifieke vormen van ongewenste buitenlandse financiering. Hierbij is erniet één concrete maatregel die doeltreffend alle vormen van ongewenstebuitenlandse financiering kan aanpakken. Omdat andere landen, net alsNederland, maatregelen kennen op het gebied van terrorismefinancieringen witwassen, is in het nadere onderzoek gekeken naar de inrichting van(transparantie)registers en wat Nederland hiervan zou kunnen leren.Denemarken hanteert een register waarin personen of organisaties zijnopgenomen van wie Deense instellingen geen financiële middelen bovende drempelwaarde mogen ontvangen. België kent verschillende registersom ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan, waarvan ééngericht op maatschappelijke organisaties en een specifiek register voorreligieuze organisaties. Het Verenigd Koninkrijk hanteert een register ompolitieke beïnvloedingsactiviteiten tegen te gaan.Naar aanleiding van de uitkomsten van dit nadere onderzoek acht hetkabinet het van belang om, net als andere landen, verschillende instru-menten in plaats te hebben om ongewenste buitenlandse financieringtegen te gaan. Om effectief op te kunnen treden dienen deze instrumentenzich op specifieke vormen van financiering te richten. Immers, uit eerdereonderzoeken en adviesaanvragen volgt dat een generieke benadering omongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan op bezwaren stuit enonvoldoende effectief is.6 Nederland kent daarom een systeem waarbij inde eerste plaats de inlichtingen- en veiligheidsdiensten onderzoek kunnendoen in de gevallen waarin er ernstige vermoedens zijn van financieringvanuit het buitenland, die een gevaar oplevert voor de democratischerechtsorde of waardoor risico’s ontstaan voor de nationale veiligheid. HetMinisterie van Buitenlandse Zaken kan notes verbales over financierings-stromen, die zij ontvangen van Golfstaten, doorsturen naar de AIVD. Ookkent Nederland verschillende instrumenten om witwassen en terrorismefi-nanciering tegen te gaan. Zo analyseert de Financial Intelligence UnitNederland (FIU) ongebruikelijke en verdachte transacties en kan de FIUdeze delen met de opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten omhierop te acteren.Het kabinet acht het wenselijk om dit systeem aan te vullen met hetwetsvoorstel transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo). Ditwetsvoorstel richt zich specifiek op ongewenste financiering door middelvan donaties aan maatschappelijke organisaties. Om buitenlandsebeïnvloeding door donaties tegen te gaan, krijgen de burgemeester, hetOM en andere specifiek aangewezen overheidsinstanties de bevoegdheidom bij maatschappelijke organisaties – zoals stichtingen, verenigingen,6Zie o.m. de voorlichting van de Raad van State over een verbod op financieringsstromen uitonvrije landen (W12.20.0042/III/Vo).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7774 kerkgenootschappen en buitenlandse rechtspersonen – gericht navraag tekunnen doen naar buitenlandse giften. Als deze substantieel blijken, kanverdere navraag plaatsvinden over de donateur en kan de rechtermaatregelen, zoals een stakingsbevel, opleggen. Hierbij is – samen metuw Kamer – goed gekeken hoe het voorkomen van ongewenste buiten-landse financiering via donaties zo min mogelijk effect heeft op goededoelen en de bijbehorende donateurs. Daarom is al in een eerder stadiumhet systeem verlaten waarbij iedere organisatie een donatieregister moetbijhouden. Daarvoor is in de plaats een organisatiegerichte benaderinggekomen, die inhoudt dat alleen in het kader van handhaving van deopenbare orde, of bij twijfel of de wet of de statuten worden nageleefd, deburgemeester of het OM een verzoek aan een individuele organisatie kandoen om informatie te verkrijgen over ontvangen donaties van meer dan15.000 euro. Op 17 maart ben ik met de Eerste Kamer in debat gaan overdit wetsvoorstel.Ook acht het kabinet het wenselijk om scherp te kijken naar hoeongewenste buitenlandse beïnvloeding door financiering in democra-tische processen kan worden voorkomen. Daarom voorziet hetwetsvoorstel houdende de Wet op de politieke partijen erin dat politiekeverenigingen geen cumulatieve gift van meer dan € 250,– per jaar mogenaannemen zonder te verifiëren of de donateur ingezetene is vanNederland dan wel de Nederlandse nationaliteit bezit. Daarnaast is hetvan belang om deze problematiek ook op Europees niveau aan te pakken.In dit kader lopen er op dit moment onderhandelingen over de transpa-rantierichtlijn uit het Defence of Democracy package. Hierin wordt ondermeer gesproken over de mogelijkheden om in alle lidstaten een registra-tieplicht in te voeren van belangenvertegenwoordigingsactiviteitennamens derde landen. De Minister van Binnenlandse Zaken heeft uwKamer in de brief van 24 september 2025 geïnformeerd over een standvan zaken in dit traject.7In de aanpak van buitenlandse ongewenste financiering is en blijftEuropese samenwerking essentieel om dit probleem aan te pakken.Binnen het Radicalisation Awareness Netwerk (RAN) en diens opvolger:de Knowledge Hub van de EU, wordt gewerkt aan bewustwording overhet onderwerp binnen de lidstaten onder andere in de vorm van het delenvan best practices als het komen tot mogelijke maatregelen.Door maatregelen te treffen op specifieke vormen van ongewenstebuitenlandse financiering geeft het kabinet invulling aan het «slimmeverbod» om buitenlandse ongewenste financiering tegen te gaan.Nederland kent hiervoor een robuust systeem dat nader wordt aangevuldmet de hierboven genoemde acties. Aanvullend blijft het kabinet zich ookinternationaal inspannen om ongewenste buitenlandse financiering tegente gaan.Ten aanzien van de mogelijkheden om organisaties, die een bedreigingvormen voor onze democratische rechtsorde door banden te hebben metterroristische organisaties, door extremisme en terrorisme te bevorderenen door geweld te verheerlijken, in een zo vroeg mogelijk stadium teverbieden, onderzoekt het kabinet de mogelijkheden om een «bestuurlijkmodel» in te voeren met concrete en duidelijke gronden.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel7Kamerstukken II 2025/26 28 844, nr. 300.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7775

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ba4c9b0fa4d0ff70

14 okt 2026 · 73de815164703843

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.