Verslag van een schriftelijk overleg over de voorhang ontwerpregeling Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen 2026 (Kamerstuk 32847-1487)
Brontekst
Versie 42a36b8a7bdc2ab3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarktNr. 1500 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 19 augustus 2026 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heefteen aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de brief van 4 juni 2026inzake voorhang van de ontwerpregeling Stimuleringsregeling aardgas-vrije huurwoningen 2026 (Kamerstuk 32 847, nr. 1487).De vragen en opmerkingen zijn op 9 juli 2026 aan de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voorgelegd. Bij brief van19 augustus 2026 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,BrometDe griffier van de commissie,De Vos kst-32847-1500ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 15001 IVragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2IIAntwoord / reactie van de Minister3 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de ontwerpre-geling Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen 2026. Daartoehebben zij nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van de verduur-zaming van de bestaande woningvoorraad, maar zijn van mening datbelastinggeld alleen moet worden ingezet als dit aantoonbaar effectief is.Kan de Minister onderbouwen dat de regeling niet leidt tot onbedoeldesubsidie van partijen die deze investeringen ook zonder overheidssteunzouden doen? Op welke wijze is vastgesteld dat er sprake is van eenonrendabele top en niet van reguliere investeringen die behoren tot deverantwoordelijkheid van verhuurders of andere betrokken partijen?Daarnaast vragen deze leden hoe wordt voorkomen dat deze regeling leidttot een stapeling van subsidies. Kan de Minister inzichtelijk maken welkeandere regelingen gelijktijdig kunnen worden benut en hoe wordtgeborgd dat er geen sprake is van dubbele financiering of overcompen-satie? Hoe wordt hierop toegezien bij de uitvoering van de regeling?Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deVoorhang ontwerpregeling Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwo-ningen 2026 en hebben over een aantal onderwerpen nog vragen voor deMinister.Op bladzijde 10 van de Ontwerpregeling valt te lezen dat de Stimulerings-regeling aardgasvrije huurwoningen 2026 (SAH 2026) het aardgasvrijmaken en het aansluiten op warmtenetten van huurwoningen en ook vanwoningen in gemengde Verenigingen van Eigenaars zal stimuleren. Dezeleden willen van de Minister weten of de nagestreefde omschakeling naarwarmtenetten tot gevolg heeft dat een eventuele toekomstige terugscha-keling naar aardgas fysiek onmogelijk wordt. Daarnaast willen de ledenvan de PVV-fractie van de Minister weten of er scenario’s denkbaar zijn dieertoe kunnen leiden dat een verdere omschakeling naar warmtenettenmoet worden gestaakt of uitgesteld.Op dezelfde bladzijde valt te lezen dat het kabinet bij de Voorjaarsnota2026 een budget van 77 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld voor deaansluiting van huurwoningen op warmtenetten. Aedes, BouwendNederland, HVC en De Warmtealliantie stellen op bladzijde 1 van hunschriftelijke inbreng op voorliggende ontwerpregeling dat om deNationale Prestatieafspraak van 450.000 woningen aardgasvrij in 2034weer in zicht te krijgen, jaarlijks circa 160 miljoen euro per jaar nodig is,ofwel meer dan een verdubbeling van het nu beschikbaar gesteldebudget. De leden van de PVV-fractie willen de Minister vragen of hetbeschikbaar stellen van een budget van 77 miljoen euro betekent dat hetkabinet mogelijk problemen voorziet in de uitrol van warmtenetten en nietde deur wil sluiten voor alternatieven voor warmtenetten?.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 15002 Op bladzijde 10 en 11 staat dat het oorspronkelijke doel van 500.000aansluitingen in 2030 bij lange na niet gehaald wordt en dat de inzet vande 77 miljoen euro van de SAH 2026 naar verwachting resulteert in deaansluiting van zo’n 13.000 tot 15.000 huurwoningen op een warmtenet.De leden van de PVV-fractie willen aan de Minister vragen of er genoegbouwpersoneel is om deze klus te klaren, kijkende naar de vele ambitiesop het gebied van Volkshuisvesting.II Antwoord / reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieVraag 1Kan de Minister onderbouwen dat de regeling niet leidt tot onbedoeldesubsidie van partijen die deze investeringen ook zonder overheidssteunzouden doen?Antwoord op vraag 1Vanuit gesprekken met VNG en Aedes, de branchevereniging van dewoningcorporaties, is duidelijk dat er geen projecten worden uitgevoerdals er geen steun wordt gegeven. De kosten voor de verhuurder zijn dante groot. Dit is een duidelijk teken dat er overheidssteun nodig is om meerwoningen op het warmtenet aan te sluiten.Vraag 2Op welke wijze is vastgesteld dat er sprake is van een onrendabele top enniet van reguliere investeringen die behoren tot de verantwoordelijkheidvan verhuurders of andere betrokken partijen?Antwoord op vraag 2De regeling gaat niet uit van een afzonderlijke berekening van deonrendabele top per woning of per project. De aanwezigheid van eenonrendabele component is bij de vormgeving van de regeling op generiekniveau vastgesteld. Uit de voorbereiding van de regeling bleek dat deadditionele kosten van het volledig aardgasvrij maken van bestaandehuurwoningen en het aansluiten daarvan op een warmtenet een belem-mering vormden voor de totstandkoming en versnelling van projecten.Zonder een bijdrage van het Rijk zouden projecten niet, minder snel of opkleinere schaal worden gerealiseerd.Om te voorkomen dat reguliere investeringen of onderhoudsverplich-tingen van verhuurders worden gesubsidieerd, is in de regeling limitatiefbepaald welke kosten voor subsidie in aanmerking komen. Het betreftuitsluitend kosten die rechtstreeks samenhangen met het beëindigen vanhet aardgasgebruik en de aansluiting op een warmtenet, zoals aanpas-singen aan de binnen installatie, het verwijderen van de gasaansluiting ende door de warmteleverancier in rekening gebrachte aansluitkosten.Regulier onderhoud, algemene woningverbetering en andere investe-ringen die niet noodzakelijk zijn voor het aardgasvrij maken, komen nietop grond van deze regeling voor vergoeding in aanmerking.De regeling vormt daarmee geen volledige vergoeding van een projectspecifiek berekende onrendabele top. Zij biedt een begrensde, generiekebijdrage in de additionele kosten die specifiek voortvloeien uit debeleidsmatig gewenste versnelling naar aardgasvrije huurwoningen. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 15003 reguliere verantwoordelijkheid van verhuurders voor onderhoud,verbetering en financiering van hun woningbezit blijft in stand.Vraag 3Kan de Minister inzichtelijk maken welke andere regelingen gelijktijdigkunnen worden benut en hoe wordt geborgd dat er geen sprake is vandubbele financiering of overcompensatie? Hoe wordt hierop toegezien bijde uitvoering van de regeling?Antwoord op vraag 3Er zijn drie regelingen die relevant zijn met betrekking tot warmtenettenondersteunen: Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH),Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) en de Investeringssubsidieduurzame energie en energiebesparing (ISDE). Deze dienen ieder eeneigen doelgroep, waardoor er geen dubbele financiering of overcompen-satie is. De SAH is voor de aansluiting van woningen die worden verhuurdof woningen in een VvE waar minstens één huurwoning onderdeel van is.De ISDE kan worden aangewend bij de aansluiting op het gasnet doorwoningeigenaren of zakelijke gebruikers. De doelgroep van de WIS is deinvesteerders in het warmtenet, dus degenen die het net aan zullenleggen.De kosten die gesubsidieerd kunnen worden in de SAH, zijn ten hoogste40 procent van de subsidiabele inpandige kosten, met een maximum van€ 2.200 per woningen en maximaal 30 procent van de aansluitkosten totmaximaal € 3.800 per woning. De verhuurder en, afhankelijk van deafspraken binnen het project, andere betrokken partijen, blijven daarmeeverantwoordelijk voor een substantieel deel van de investering. Deregeling blijft hiermee ook binnen de staatssteungrenzen.Wanneer een woning al SAH-subsidie heeft verkregen is deze uitgeslotenvan deelname. Dit geldt voor de huidige SAH-regeling als ook de SAHregeling uit het verleden.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieVraag 4Deze leden willen van de Minister weten of de nagestreefde omschakelingnaar warmtenetten tot gevolg heeft dat een eventuele toekomstigeterugschakeling naar aardgas fysiek onmogelijk wordt.Antwoord op vraag 4De omschakeling naar een warmtenet maakt het technisch niet perdefinitie onmogelijk om een gebouw in de toekomst opnieuw van eenandere warmtevoorziening te voorzien. Een toekomstige terugschakelingnaar aardgas ligt echter niet in de rede en is ook geen scenario waarophet beleid of de energie-infrastructuur wordt ingericht.Het uitgangspunt van het beleid is dat de gebouwde omgeving uiterlijk in2050 geen gebruik meer maakt van aardgas en overstapt op duurzamemanieren van verwarmen. Aardgas is daarmee geen warmtebron voor detoekomst. Voor gebouwen die niet op een warmtenet zijn aangesloten,kunnen andere aardgasvrije oplossingen beschikbaar zijn, zoals eenindividuele elektrische warmtepomp. Op langere termijn kan voor eenbeperkt aantal gebouwen mogelijk een rol zijn weggelegd voor duurzamegassen, maar dit betekent geen terugkeer naar fossiel aardgas.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 15004 Deze lijn is ook vastgelegd in de Wet gemeentelijke instrumentenwarmtetransitie en de bijbehorende regelgeving. Wanneer een gemeentein het omgevingsplan voor een gebied bepaalt dat vanaf een bepaaldedatum geen gas meer mag worden gebruikt, vervallen in dat gebied deaansluit- en transporttaak van de gasnetbeheerder. De netbeheerderrealiseert daar dan geen nieuwe gasaansluitingen meer, beëindigt hetgebruik van bestaande aansluitingen en transporteert geen gas meer naardie aansluitingen. Het gasnet kan vervolgens buiten gebruik wordengesteld. De netbeheerder beoordeelt of leidingen met het oog opeventueel toekomstig hergebruik kunnen blijven liggen of moeten wordenverwijderd.Voor bewoners blijft daarbij de keuze bestaan om niet aan te sluiten ophet door de gemeente voorziene warmtenet, mits zij tijdig kiezen voor eenandere toegestane, duurzame en aardgasvrije warmtevoorziening. Dekeuze ziet dus op het aardgasvrije alternatief en niet op het behoud van demogelijkheid om later weer fossiel aardgas te gebruiken.Een eventuele terugkeer naar aardgas zou in een gebied waar het gasnetbuiten gebruik is gesteld of verwijderd, nieuwe investeringen in aanslui-tingen en infrastructuur vereisen. Een dergelijke terugkeer past niet bij dekoers naar een klimaatneutrale en aardgasvrije gebouwde omgeving.Daarnaast willen de leden van de PVV-fractie van de Minister weten of erscenario’s denkbaar zijn die ertoe kunnen leiden dat een verdere omscha-keling naar warmtenetten moet worden gestaakt of uitgesteld.Antwoord op vraag 5Er zijn omstandigheden denkbaar waarin de verdere ontwikkeling van eenspecifiek warmtenet moet worden uitgesteld, aangepast of in het uiterstegeval niet wordt voortgezet. Dit betekent echter niet dat de omschakelingnaar collectieve warmte als geheel wordt gestaakt.Warmtenetten vormen één van de oplossingen voor het verduurzamenvan de gebouwde omgeving. Zij kunnen met name in dichtbebouwdegebieden en bij de beschikbaarheid van geschikte lokale of regionalewarmtebronnen een aantrekkelijke oplossing zijn. Niet alle woningenzullen echter op een warmtenet worden aangesloten. Afhankelijk van dekenmerken van de woningen, de wijk en het lokale energiesysteemkunnen individuele oplossingen, zoals een volledig elektrische of hybridewarmtepomp, meer geschikt en kosteneffectief zijn.Bij de verdere uitwerking en aanleg van een warmtenet wordt per gebieden per project bezien of sprake is van een duurzame, betrouwbare,uitvoerbare en betaalbare warmtevoorziening. Daarbij wegen zowel debetaalbaarheid voor de toekomstige gebruikers als de businesscase vanhet warmteproject zwaar mee. Voor een haalbare businesscase zijn ondermeer de investerings- en exploitatiekosten, het verwachte aantalaansluitingen, de kosten van de warmtebronnen en infrastructuur en debeschikbare publieke en private financiering van belang.De Wet collectieve warmte gaat er van uit dat bij de afbakening enontwikkeling van een warmtekavel zicht moet bestaan op een collectievewarmtevoorziening die doelmatig kan worden aangelegd en geëxploi-teerd en die betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam is. Het warmtebedrijfmoet financieel in staat zijn, om taken uit te voeren en structureel eenredelijk rendement te behalen. Ook moet bij de besluitvorming inzichtbestaan in de kosten voor de aanleg en exploitatie van het warmte-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 15005 systeem. Wanneer dit onvoldoende kan worden geborgd kan het nodigzijn een project uit te stellen.Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 6 juli 2026 (Kamerstukken II2025–2026 36 576, nr.122) blijft het kabinet inzetten op collectieve warmtewaar dit een passende en kosteneffectieve oplossing is. Deze inzetbetekent niet dat ieder voorgenomen warmtenet onder alle omstandig-heden moet worden gerealiseerd. De uiteindelijke keuze en faseringblijven afhankelijk van een zorgvuldige afweging van betaalbaarheid,duurzaamheid, betrouwbaarheid, uitvoerbaarheid en de financiëlehaalbaarheid van het concrete project.Vraag 6De leden van de PVV-fractie willen de Minister vragen of het beschikbaarstellen van een budget van 77 miljoen euro betekent dat het kabinetmogelijk problemen voorziet in de uitrol van warmtenetten en niet dedeur wil sluiten voor alternatieven voor warmtenetten?. Aedes, BouwendNederland, HVC en De Warmtealliantie stellen dat er jaarlijks circa 160miljoen euro per jaar nodig is, ofwel meer dan een verdubbeling van hetnu beschikbaar gestelde budget.Antwoord op vraag 6Het beschikbaar stellen van € 77 miljoen betekent niet dat het kabinet opvoorhand rekening houdt met het mislukken van de uitrol van warmte-netten of dat het warmtenetten als voorkeursoptie loslaat. Het budget isjuist bedoeld om concrete projecten financieel haalbaar te maken en deaansluiting van huurwoningen op warmtenetten te versnellen.Ik heb kennisgenomen van de schriftelijke inbreng van Aedes, BouwendNederland, HVC, De Warmtealliantie en de VNG. Aan de hand van hunberekening lijkt het huidige budget van 77 miljoen niet toereikend voorhet doel uit de Nationale Prestatieafspraken om 450.000 aardgasvrijewoningen in 2034 te realiseren. Ik heb dit signaal ontvangen en neem ditserieus. Daarbij geldt dat deze subsidieregeling niet het enige instrumentis waarmee aan deze doelstelling wordt bijgedragen en dat ook niet allewoningen via een warmtenet aardgasvrij zullen worden gemaakt.Door de regeling kunnen er juist extra woningen van het gas af. Warmte-netten zijn minder afhankelijk van energieprijsschommelingen en hebbenminder CO2-eq uitstoot. Om die reden heb ik de uitspraak van uw Kamer1,om de regeling weer te openen, zo ingevuld. Zo blijven warmtenettengoed vertegenwoordigd in een robuuste energiemix, samen met (hybride)warmtepompen als alternatief voor warmtenetten.Vraag 7De leden van de PVV-fractie willen aan de Minister vragen of er genoegbouwpersoneel is om deze klus te klaren, kijkende naar de vele ambitiesop het gebied van Volkshuisvesting.Antwoord op vraag 7Wanneer de vraag voor het aansluiten op warmtenetten nagenoeg gelijkblijft voorzie ik geen extra krapte met betrekking tot bouwpersoneel. Bijversnelde realisatie van het aansluiten op warmtenetten voorzie ik een1Motie Kröger, Kamerstukken II, 2025–2026, 36 387, nr. 54 en motie Beckerman Kamerstukken II,2025–2026, 32 847 nr. 1354Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 15006 grote opgave. Hier wordt via verschillende sporen aan gewerkt om desector klaar te stomen voor het uitvoeren van deze opgave. Onder anderevia inspanningen uit het Aanvalsplan Techniek en het Actieplan Groene &Duurzame Banen. Ook is recent in de kamerbrief «Talenstrategie voor detoekomstige welvaart» bekendgemaakt dat de bouwsector is aangemerktals prioritaire opgave. Hierdoor komt de sector in aanmerking voor extrakredieten voor het opleiden en ontwikkelen van talent.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 15007
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.