Voortgangsbrief en ontwikkelingen deelmobiliteit
Brontekst
Versie e1e0511b7ed08ce8 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 305MobiliteitsbeleidNr. 464 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 mei 2024Met deze voortgangsbrief wordt de Kamer geïnformeerd over de laatsteontwikkelingen op het gebied van deelmobiliteit. De brief begint met destand van zaken ten aanzien van moties, toezeggingen en eenamendement op het gebied van deelmobiliteit. Vervolgens wordt deKamer geïnformeerd over het programmaplan en de nulmeting van hetSamenwerkingsprogramma Natuurlijk!Deelmobiliteit. Tot slot wordt indeze brief de samenhang tussen deelmobiliteit en enkele andere trajectentoegelicht en wordt ingegaan op recente ontwikkelingen in de markt.Deelmobiliteit (ook wel deelvervoer) is een verzamelterm voor allevervoersmiddelen die gebruikt kunnen worden door meerdere gebruikerswaarbij de gebruiker ook de bestuurder is, maar deze niet zelf bezit1.Deelmobiliteit is een groeiend onderdeel van het mobiliteitssysteem.Zowel lokale overheden als het ministerie zijn gebaat bij het verkrijgenvan een beter beeld over de impact van deelmobiliteit, als één van debouwstenen binnen het bredere mobiliteitsbeleid. De kennis overdeelmobiliteit neemt ook bij kennis- en onderzoeksinstellingen toe. HetKiM heeft in een onderzoek2 uit 2021 laten zien dat het aandeel vandeelauto’s/deelmobiliteit in de totale mobiliteitsmix nu nog relatief kleinis. In een recente overzicht-studie3 geeft het KiM aan dat pakketten gerichtop het stimuleren van duurzamere reisalternatieven waarvan deelmobi-liteit onderdeel uitmaakt, kan bijdragen aan bijvoorbeeld beteredoorstroming en een afname van CO2 door mobiliteit (reductie van0,2–0,3 Mton).1Kamerstuk 31 305, nr. 3792https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2021/10/05/deelauto--en-deelfietsmobiliteit-in-nederland-ontwikkelingen-effecten-en-potentie3https://www.kimnet.nl/publicaties/publicaties/2024/04/22/effecten-van-maatregelen-op-doorstroming-en-verduurzaming-reisgedrag kst-31305-464ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4641 Stand van zaken toezeggingen aan en moties van de Kamer overdeelmobiliteitIn dit deel van de brief worden de verschillende toezeggingen aan deKamer en moties en een amendement van de Kamer over deelmobiliteitbesproken. Het gaat hierbij om:–een handelingskader voor deelscooters;–een top 10 aan instrumenten om deelmobiliteit te stimuleren;–een update over de plannen met de vrijgemaakte € 3 miljoen voorinclusieve deelmobiliteit;Toezegging handelingskader deelscooters modelteksten/modelvergunningen voor gemeentenHet samenwerkingsprogramma heeft gewerkt aan een handelingskadervoor deelscooters. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie van hetlid Van der Graaf (CU) c.s.4 en aan de aanvullende toezegging hierovergedaan in een vorige Kamerbrief5. Het handelingskader is uitgewerkt in devorm van modelteksten voor Algemene Plaatselijke Verordening (APV)vergunningen van gemeenten aan deelmobiliteitsaanbieders. Dezemodelteksten zijn afgerond en gepubliceerd6. De modelteksten gevenhiermee een concreet handelingskader voor gemeenten bij de vraag hoeom te gaan met de deelscooter. De modelteksten kunnen door gemeentenbenut worden in de vergunningverlening voor deelscooters. De model-teksten bieden eveneens handvatten voor gemeenten voor de ontwik-keling of actualisatie van regelgeving. Daarnaast dragen de modeltekstenbij aan de harmonisatie van beleid, wat ten goede komt aan de markt engebruikers. De inhoud van de modelteksten is uitgebreider beschreven inde bijlage onderaan deze brief.Motie top10 instrumentenNaar aanleiding van de motie van de leden Kröger (GL-PvdA) en De Hoop(GL-PvdA)7 onderzoekt onderzoeksbureau CE Delft met welke top tieninstrumenten de groei van (elektrische) deelmobiliteit ruimtelijk, wettelijkof fiscaal bevorderd kan worden. De onderzoekers hebben eerst eenlong-list opgesteld met mogelijke maatregelen op basis van de literatuuren expertinterviews. Daarna hebben de onderzoekers deze ingekort toteen lijst van 15 instrumenten. Zij werken deze nu verder uit en rekenendeze kwantitatief door om zo tot een top tien te komen. Het streven is hetrapport voor het zomerreces met de Kamer te delen.Onderzoek inclusiviteit/vervoersarmoedeZoals aangekondigd in een eerdere Kamerbrief8 is het ministerie inoverleg met het Samenwerkingsprogramma deelmobiliteit om te bezienhoe de vrijgemaakte € 3 miljoen9 (amendement van de leden VanGinneken (D66) en Van der Molen (CDA)) effectief kan worden ingezet enkennis kan worden opgedaan over inclusiviteit en deelmobiliteit. Dekomende maanden wordt in samenwerking met verschillende medeover-4Kamerstuk 36 200 XII, nr. 715Kamerstuk 31 305, nr. 412. «Op basis van deze signalen wil ik samen met de VNG, maar ookmet CROW, het Gemeentelijk Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur (GNMI) en alledeelnemende gemeenten uit het Samenwerkingsprogramma Deelmobiliteit een handelings-kader voor deelscooters opstellen.»6https://kennisvanstadenregio.nl/uploads/media_item/media_item/181/44/240201_Modelbepalingen_deelmobiliteit-1709800044.pdf7Kamerstuk 31 305, nr. 4248Kamerstuk 31 305, nr. 4129Kamerstuk 36 200 A, nr. 51Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4642 heden uit het samenwerkingsprogramma onderzocht op welke wijze totzinvolle pilots of tot zinvolle besteding van de middelen en opschaling tekomen op basis van bestaande kennis. Daarbij staat voorop dat demiddelen zo worden ingezet dat ze bijdragen aan een (blijvende)vermindering van vervoersarmoede. De planning is dat eind van dit jaarhet onderzoek wordt afgerond en met de Kamer gedeeld zal worden.Definitie deelmobiliteitIn het commissiedebat Auto van 15 juni 2023 is door het lid Van Ginneken(D66) bij de Minister geïnformeerd over een definitie voor deelmobiliteit.Een eenduidige (juridisch handhaafbare) definitie waarbij ook onderscheidgemaakt kan worden tussen huurvoertuigen en deelvoertuigen ontbreektop dit moment. Een definitie kan gemeenten helpen met handhaving vanlokale regelgeving en kan op landelijk niveau helpen bij juridische enfiscale vraagstukken. Het CROW en het KiM begeleiden dit traject. Hetdoel is om een definitie op te stellen die bruikbaar is voor alle overheids-lagen. De verwachting is dat in Q3 van dit jaar een eerste versie van een(juridisch handhaafbare) definitie wordt opgeleverd.Samenwerkingsprogramma Deelmobiliteit (programmaplan ennulmeting)Er worden al veel inspanningen door overheden ondernomen op hetonderwerp deelmobiliteit, maar meer samenhang is nodig om totopschaling, effectiever en efficiënter beleid voor deelmobiliteit te komen.De oprichting van het Samenwerkingsprogramma Deelmobiliteit draagteraan bij om deze samenhang te stimuleren.In eerdere correspondentie10 met de Kamer is de opzet en de start van hetsamenwerkingsprogramma deelmobiliteit (ook wel genoemd «Natuurlijk!Deelmobiliteit, hierna N!D) toegelicht. Centraal in het samenwerkingspro-gramma staan standaardisatie, harmonisatie en kennisdeling. Zo wordthet inzicht, de samenhang en de voorspelbaarheid van beleid voormarktpartijen vergroot, wat de kans op opschaling verbetert.Het Samenwerkingsprogramma richt zich op verschillende deelmodali-teiten; naast de deelauto ook op de deel(bak)fiets en deelscooter. In hetprogramma is er naast een rol voor IenW, BZK, regionale en lokalemedeoverheden ook een belangrijke rol om kennis te delen voor dekoepelorganisaties VNG, CROW, GNMI en Platform31.Inmiddels is hard gewerkt door alle betrokken overheden aan eenprogrammaplan en is dit ook door de partners vastgesteld. Het program-maplan is bijgevoegd. In dit plan wordt beschreven wat de ambities vanhet samenwerkingsprogramma zijn, hoe het programma gepositioneerd isen welke werkwijze en strategie gevolgd wordt bij verdere standaardi-satie, harmonisatie en kennisdeling. Tevens zijn concrete doelenopgenomen en wordt ingegaan op de programmering met projecten zoalsonderzoeken en tot slot de organisatie.Om inzicht te krijgen in de impact van het programma en om bij te kunnensturen is er een eerste meting, de nulmeting, uitgevoerd. Deze is eenbijlage bij deze brief. In de nulmeting zijn meetbare indicatoren aan deprogrammadoelstellingen gekoppeld. Deze gaan in op het aanbod, hetgebruik en de houding tegenover deelmobiliteit (deelauto’s en deeltwee-wielers). Voor het meetbaar maken van de verwachte maatschappelijke10Kamerstuk 31 305, nr. 379 (23-12-2022), Kamerstuk 31 305, nr. 412 (18-07-2023) en Kamerstuk31 305, nr. 425 (26-09-2023).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4643 impact worden autobezit, ruimtegebruik en CO2-uitstoot inzichtelijkgemaakt. Als basisjaar wordt 2022 aangehouden, dit is voor aanvang vanhet programma. De gebruikte bronnen zijn het CROW, het LandelijkReizigersonderzoek (LRO), CBS en I&O Research. Aan het eind van elk jaarwordt een nieuwe meting gedaan om de voortgang te monitoren. Delooptijd van het programma is vijf jaar.Relatie IenW en N!DHet Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat faciliteert het samenwer-kingsprogramma vanuit de behoefte aan meer kennisopbouw, meergelijkheid in regelgeving (harmonisatie en standaardisatie), het delen vankennis, het uitwisselen van ervaringen, het verbeteren vangemeentegrens-overstijgende (deel)mobiliteit en het goed monitoren vanalle effecten. Door intensief betrokken te zijn in de fase waarin de marktzich nog aan het vormen is, streeft IenW ernaar om tijdig in te kunnenspringen als er nationale wet- of regelgeving moet worden aangepast. Ditalles met als doelstelling dat deelmobiliteit kan opschalen, en zo kanbijdragen aan de juiste mobiliteit op de juiste plaats in lijn met deHoofdlijnennotitie Mobiliteitsvisie 2050 die eerder met de Kamer isgedeeld11. Door deelmobiliteit op de juiste manier in te zetten kan zijbijdragen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en duurzaamheid,zeker in gebieden waar de ruimte schaars is. Daarnaast kan zij bijdragenaan het bereikbaar houden van het landelijk gebied. Het is bovendien deverwachting dat het tijdig inspelen op vraagstukken en ontwikkelingenminder positieve aspecten zoveel mogelijk zal beperken. Het samenwer-kingsprogramma zorgt ervoor dat de opgedane kennis wordt gedeeld.Lokale overheden kunnen deze kennis vervolgens naar behoefte inzetten.In de bijlage onderaan deze brief staat een overzicht van deelmobiliteits-projecten.Samenhang van deelmobiliteit met andere trajectenDeelmobiliteit is groeiend en raakt daarom steeds meer aan anderebeleidstrajecten. Dit deel van de brief beschrijft de samenhang met devolgende trajecten:–Aanpak mobiliteitstransitie;–Wet Personenvervoer 2000;–Stationsagenda;–Mobiliteitshubs.Aanpak mobiliteitstransitie en samenhang met deelmobiliteitOm de bereikbaarheid voor huidige en toekomstige generaties op orde tekunnen houden, onderschrijven Rijk en regio het belang van eengezamenlijke, en op elkaar afgestemde, inzet op integraal bereikbaar-heidsbeleid. In dit kader hebben Rijk en regio tijdens het BestuurlijkOverleg MIRT (BO MIRT) in het najaar van 2023 met elkaar afgesprokenom in nauwe samenwerking, onder regie van IenW, en met oog voor degebied-specifieke kenmerken, te komen tot een gezamenlijke landelijkeaanpak voor de mobiliteitstransitie. In goed overleg en samenwerking metIPO en VNG is de (verdere) uitwerking van deze aanpak met de regio’sinmiddels gestart. Uiterlijk bij het BO MIRT van 2024 stellen Rijk en regioeen Plan van Aanpak vast. Onderdeel van deze aanpak is ook hetontwikkelen van een afweegkader en leidraad deelmobiliteit in gebieds-ontwikkeling (als onderdeel van het samenwerkingsprogrammaNatuurlijk!Deelmobiliteit).11Kamerstuk 31 305, nr. 388Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4644 Deelmobiliteit en Wet personenvervoer 2000In de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) is deelmobiliteit nietopgenomen. In overleg met Financiën, BZK, VWS en OCW is in september2023 een interdepartementaal overleg opgestart, gericht op het verkennenvan de mogelijkheden van het (juridisch) integreren van verschillendevervoersvormen (o.a. deelmobiliteit) in publiek vervoer. Het beter opelkaar laten aansluiten van de verschillende vervoersvormen, zoals hetdoelgroepenvervoer, openbaar vervoer en het leerlingenvervoer, draagtbij aan een effectiever vervoerssysteem en een betere bereikbaarheidvoor de verschillende reizigersgroepen. Hierbij wordt ook gekeken naar deimpact op wet- en regelgeving, waaronder de Wet personenvervoer 2000.Eind 2024 wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang van dezeverkenning.Stationsagenda en deelmobiliteitDeelmobiliteit is één van de 10 prioritaire thema’s in de Stationsagendadie op 9 februari 2023 aan de Tweede Kamer is aangeboden12. Deontwikkelingen op het gebied van deelmobiliteit rondom stations zijnweergegeven in de eerste voortgangsrapportage van de Stations-agenda13. In 2024 zullen IenW, NS Stations en ProRail samen een visieopstellen voor deelmobiliteit op stations.Mobiliteitshubs in relatie tot deelmobiliteitshubsHet bundelen van deelmobiliteit in hubs kan voordelen hebben voor debeschikbaarheid van deelmobiliteit, de herkenbaarheid voor de reiziger,het voorkomen van verrommeling op straat, en het bieden van goedeaansluiting op het bredere netwerk van openbaar vervoer, wegen- enfietsinfrastructuur en voorzieningen. Nederlandse overheden werkensamen aan de uitrol en samenhangende aanpak op hubs. In het BO MIRTvan november 2023 is afgesproken dat Rijk en regio een meerjarig,landelijk samenwerkingsprogramma mobiliteitshubs starten, met als doelom systematisch te leren en een samenhangende aanpak op mobili-teitshubs te realiseren. Hier wordt de Kamer dit jaar nog separaat overgeïnformeerd.Deze aanpak voor mobiliteitshubs hangt nauw samen met de aanpak ophet gebied van deelmobiliteit en deelmobiliteitshubs. Zo is op hetBestuurlijk Overleg MIRT van november 2022 € 7 miljoen (cofinanciering)door het Rijk ter beschikking gesteld voor de uitrol van uniformedeelmobiliteitshubs. Deelmobiliteitshubs vormen een netwerk vanplekken in de buitenruimte waar deelvoertuigen kunnen worden geplaatst.Samen met 9 decentrale overheden worden de komende jaren ongeveer900 van deze deelmobiliteitshubs uitgerold, waarvan inmiddels een kwartis gerealiseerd. De effecten van deze hubs op het gebruik van deelmobi-liteit worden met een uitgebreid monitoringsprogramma gemeten doorhet Ministerie van IenW. De inzichten en praktijkervaringen die in dekomende jaren worden opgedaan, worden in diverse projecten van hetsamenwerkingsprogramma deelmobiliteit gebruikt en beschikbaargemaakt aan overheden. Na de zomer worden de eerste resultatenverwacht.12Kamerstuk 29 984, nr. 108813Kamerstuk 23 645, nr. 819Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4645 Recente ontwikkelingen in de marktZoals hiervoor is omschreven wordt gewerkt aan effectiever en efficiënterbeleid voor deelmobilteit, dat moet bijdragen aan de verdere opschalingervan. Tegelijkertijd is het goed om te beseffen dat deelmobiliteit eenopkomende private en ook nog kwetsbare markt is. De gemeenteAmsterdam heeft enkele maanden terug nieuwe vergunningen uitge-geven voor deelscooters en het aanbieden van deelbakfietsen voor heteerst vergund (voorheen was dit een ontheffing). Twee partijen die actiefwaren in de stad hebben geen nieuwe vergunning gekregen. Deze partijenhebben het lastig omdat dit doorwerkt in hun business case in de rest vanhet land. Dat kan als gevolg hebben dat gebruikers uit andere plaatsenook deze deelmobiliteitsaanbieder zien verdwijnen.Het samenwerkingsprogramma faciliteert de gesprekken tussen deaanbieders en wethouders waar dit speelt.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. HarbersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4646 – Projecten deelmobiliteit van N!D en IenWGerealiseerde projecten en mijlpalenStandaardisatie gebruikersonderzoek deelmobiliteitEind vorig jaar is een rapport gepubliceerd14 waarmee een landelijkstandaard werkwijze voor periodiek gebruikersonderzoek is gerealiseerd.Met een gebruikersonderzoek wordt het gebruik van en kijk op deelmobi-liteit gemeten. Het rapport wordt nu als basis gebruikt om vanaf 2024jaarlijks op de landelijk gestandaardiseerde werkwijze namens degezamenlijke overheden gebruikersonderzoek uit te gaan zetten. Door ditte standaardiseren kunnen de resultaten tussen regio’s vergelekenworden. Op die manier kunnen regio’s van elkaar leren welk beleid eengoede uitwerking heeft.Modelteksten/modelvergunningen voor gemeentenEen eerste versie van de modelteksten voor de Algemene PlaatselijkeVerordening (APV) vergunningen van gemeenten aan deelmobiliteitsaan-bieders is recent afgerond en gepubliceerd15. Deze modelteksten makenhet gemakkelijk voor gemeenten om regelgeving voor deelmobiliteit temaken of te actualiseren en dragen bij aan het harmoniseren van beleid,wat ten goede komt aan de markt en gebruikers. Zo kunnen aanbiedersbijvoorbeeld gemakkelijker opschalen omdat de vergunningseisen vangemeenten steeds meer vergelijkbaar worden. Deze modelteksten zijn ookbesproken met de markt. De modelteksten vormen overigens een levenddocument dat periodiek aangepast kan worden aan de hand van nieuweontwikkelingen, inzichten en ervaringen van gemeenten. Hierbij moet oogzijn voor de continuïteit van de markt. Er wordt daarom getracht zo minmogelijk te veranderen maar wel open te staan voor nieuwe inzichten ookin het belang van de markt. Een voorbeeld is dat er nu, mede naaraanleiding van ervaringen in Amsterdam, een vraag is of er niet permodaliteit een minimale looptijd voor vergunningen moet wordeningevoerd en of daarbij differentiatie per modaliteit – immers eeninvestering in een deel(bak)fiets is iets anders dan in een deelauto – nodigis.Flexibele parkeermachtigingHet product flexibele parkeermachtiging is een samenwerking met SHPV(Servicehuis Parkeer- en Verblijfsrechten). Door de flexibele parkeermach-tiging kunnen deelauto’s worden gekoppeld aan het Nationaal Parkeerre-gister. Met deze koppeling kunnen parkeervergunningen eenvoudiger opeen ander kenteken worden gezet. Dit maakt onder andere «one way»ritten tussen steden mogelijk. Hiermee wordt gebouwd aan een toekomst-bestendige manier van parkeren en beheren van de openbare ruimte.Trainingen gemeenten over de deelautoMet dank aan een bijdrage van de Europese Commissie, is een trainings-traject opgezet om gemeenten te helpen met het onderwerp autodelen.Dit trainingstraject, uitgevoerd door Deloitte en Advier, en een samen-werking tussen het Ministerie van IenW en het samenwerkingspro-14https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/11/20/standaardisatie-onderzoek-deelmobiliteit15https://kennisvanstadenregio.nl/uploads/media_item/media_item/181/44/240201_Modelbepalingen_deelmobiliteit-1709800044.pdfBijlageTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4647 gramma, draagt eraan bij dat gemeenten die eerder niet actief betrokkenwaren bij het onderwerp autodelen hier ook mee aan de slag gaan.Evaluatie City Deal (deelmobiliteit in gebiedsontwikkeling)Begin dit jaar is een onderzoek gepubliceerd waarin de City DealElektrische Deelmobiliteit in Stedelijke Gebiedsontwikkeling werdgeëvalueerd16. Het hoofddoel van de City Deal was «het versnellen vaneen doorbraak naar het gebruik van elektrische deelmobiliteit in stedelijkegebiedsontwikkelingen». In de evaluatie zijn de effecten van de aanwe-zigheid van elektrische deelmobiliteit bij vijf gebiedsontwikkelingenonderzocht. Hierbij komt het perspectief van de ontwikkelaar, gemeente,mobiliteitsaanbieder en bewoner aan bod. Het onderzoek laat zien datzowel de omgeving als de opzet van het woningproject invloed heeft ophet slagen van het project. Zo is de nabijheid van voorzieningen enhoogwaardig openbaar vervoer in de omgeving belangrijk. Daarnaast ishet ook relevant dat er steeds wordt bijgestuurd in hoeveel deelmobiliteiter wordt aangeboden en dat de voertuigen ook beschikbaar zijn voorbewoners uit de omgeving. De ruimtebesparing door de inzet vandeelmobiliteit is in de meeste gevallen ten gunste gekomen aan extrawoningen of een groener ingerichte buitenruimte. De inzichten zijnbruikbaar voor alle partijen die betrokken zijn bij stedelijke gebiedsontwik-keling in combinatie met elektrische deelmobiliteit. De inzichten wordendaarom ook meegenomen in het lopende project van het samenwerkings-programma (Casusboek deelmobiliteit in gebiedsontwikkeling).Publiekscampagne «Delen maakt je wereld mooier»In november 2023 is de deelauto-campagne «Delen maakt je wereldmooier» door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en dewethouder Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen van de gemeenteDen Haag gelanceerd. De campagne richt zich in de eerste fase op dedoelgroep rijbewijsbezitters tussen de 26 en 39 jaar. Met media inzet is de(potentiële) doelgroep voorgelicht over de voordelen van autodelen. Zozijn voor de kennisoverdracht abri’s ingezet en heeft er een socialemediacampagne gedraaid. Voor het verder uitdiepen van de positieveaspecten van autodelen zijn er artikelen geplaatst in maandbladen, enhebben daarnaast influencers in hun eigen stijl de voordelen vanautodelen verder toegelicht. De landelijke campagne is op een aantalplaatsen regionaal doorgezet met eigen materiaal en informatie-stands inwinkelcentra. Op de website www.startmetdelen.nl is alle informatie overde publiekscampagne te vinden. Na een tussentijdse evaluatie zal decampagne in het najaar van 2024 een vervolg krijgen.Projecten in de startfaseHet samenwerkingsprogramma deelmobiliteit werkt actief aan veelverschillende projecten die parallel worden opgestart. Hieronder eenvoorbeeld van één van deze projecten die dit jaar wordt gestart:Casusboek deelmobiliteit in gebiedsontwikkelingEr wordt met een samenwerking van adviesbureaus en kennisinstellingeneen digitaal casusboek opgeleverd met daarin tenminste 30 gebiedsont-wikkelingsprojecten in Nederland waar deelmobiliteit een belangrijke rolin heeft. Deze projecten kunnen zich in zowel de planfase als degebruiksfase bevinden. De bedoeling is om alle projecten die worden16https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/01/25/evaluatie-city-deal-elektrische-deelmobiliteit-in-stedelijke-gebiedsontwikkelingTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4648 opgenomen meer gedetailleerd te kunnen selecteren op specifiekekenmerken (o.a. bouwprogramma, omgevingskenmerken, mobiliteits-concept, parkeernormen, etc.). Om zodoende bij te dragen aan brederekennisdeling en -ontwikkeling op het onderwerp van deelmobiliteit ingebiedsontwikkelingsprojecten. We verwachten het digitale casusboektegen de zomer van 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4649
Gerelateerde bronnen
- De minister zal uitzoeken of een definitie voor deelvoertuigen juridisch mogelijk en nuttig is, en komt hier einde van het jaar op terug in het Samenwerkingspro
De minister zal uitzoeken of een definitie voor deelvoertuigen juridisch mogelijk en nuttig is, en komt hier einde van het jaar op terug in het Samenwerkingsprogramma Deelmobiliteit.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.