KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 3 oktober 2024, over Begrotingsonderzoek IenW

4 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e53ba916e29fddb9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat (XII)voor het jaar 202536 600 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2025Nr. 60 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 4 november 2024 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 3 oktober2024 overleg gevoerd met de heer Madlener, Minister van Infrastructuuren Waterstaat, en de heer Jansen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer enMilieu, over:−het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar2025 (Kamerstuk 36 600-XII);−het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2025 (Kamerstuk 36 600-A).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,Schukkink kst-36600-XII-60ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 601 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: SchukkinkAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Olger van Dijk, Peter deGroot, Heutink, De Hoop en Veltman,en de heer Madlener, Minister van Infrastructuur en Waterstaat, en deheer Jansen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 9.31 uur.De voorzitter:Een hele goede morgen, dames en heren. Ik open dit wetgevingsoverlegvan de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat. Het onderwerpis het begrotingsonderzoek van IenW. Ik heet de mensen op de publieketribune van harte welkom en ook de mensen die dit op afstand volgen.Welkom ook aan de leden. Welkom aan de Minister, de Staatssecretaris ende ondersteuning.We gaan beginnen met de inbreng van de rapporteurs, de heer Heutinkvan de PVV en de heer De Hoop van GroenLinks-Partij van de Arbeid.Vervolgens zal de reactie van de bewindslieden plaatsvinden. Daarna zalde termijn van de kant van de Kamer starten. Als ik het goed hebbegrepen, mag ik als eerste het woord geven aan de heer De Hoop alsrapporteur, namens de commissie. Ik wilde bijna zeggen «namensGroenLinks-Partij van de Arbeid», maar u doet dit als rapporteur. Gaat uwgang.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Zo is het, voorzitter. Dank voor de mogelijkheid om namens de commissiesamen met de heer Heutink als rapporteur te mogen optreden bij debehandeling van de eerste begrotingen van Infrastructuur en Waterstaaten het Mobiliteitsfonds van het nieuwe kabinet. Vooral ook dank aan deondersteuning van de griffie, mede namens de heer Heutink: meneerSchukkink, meneer Van der Waals en meneer De Bakker. Zij hebben onsweer geweldig ondersteund, dus heel veel dank daarvoor.Voorzitter. In mijn termijn ligt de nadruk op twee onderwerpen, namelijkde maatregelen tegen onderuitputting van de begroting en dedoorwerking van de taakstellingen uit het hoofdlijnenakkoord. Daarnaastheb ik enkele vragen naar aanleiding van de publicaties van de AlgemeneRekenkamer en het CBS over de prijsstijgingen en de begrotingsindeling.Voorzitter. Onderuitputting is de afgelopen jaren een terugkerendprobleem geweest, waarvoor zowel ik als mijn voorgangers structureelaandacht hebben gevraagd. Over het afgelopen jaar, 2023, werd 800miljoen aan beschikbare middelen niet uitgegeven, terwijl het ministeriewel voor grote infrastructurele opgaven staat. Zo is er de instandhou-dingsopgave, waarop de heer Heutink later zal ingaan. Zoals ik voor dezomer bij de behandeling van de jaarverslagen 2023 al opmerkte: metmiddelen die wel beschikbaar zijn maar op de plank blijven liggen,worden geen problemen opgelost. De Kamer heeft eerder motiesaangenomen waarin wordt gevraagd om meer overprogrammering omonderuitputting tegen te gaan.Het idee achter meer overprogrammering is dat meer projecten inuitvoering worden genomen, zodat beschikbare middelen die niet wordenuitgegeven door bijvoorbeeld vertragingen, toch kunnen wordenuitgegeven aan andere projecten. Het verbaast mij als rapporteur dan ookdat er eenmalig voor 2025 wel 425 miljoen extra overprogrammeringwordt gecreëerd, maar dat dit niet wordt gedaan door meer projecten uitte voeren, maar door de begroting te verlagen. Hiermee lijken deoplossingen voor de grote infrastructurele opgaven van het ministerie nietdichterbij te komen, maar juist op de langere baan te worden geschoven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 602 De belangrijkste budgetverlaging om die extra overprogrammering terealiseren is de kaderaanpassing, waarmee circa 500 miljoen uit 2025wordt doorgeschoven. Een deel hiervan komt in 2028 terug op debegroting, maar het grootste deel wordt doorgeschoven naar 2030 en dejaren daarna. Toegelicht wordt dat dit wordt gedaan om een meerrealistische begroting te creëren. Daarbij is niet duidelijk waarom diemiddelen dan niet een of twee jaar vertragen, maar gelijk meer danvijf jaar doorschuiven. Bovendien hebben we net bij de vorige begrotingvoor 2024 ook al grote kaderaanpassingen gehad om een meer realis-tische begroting te krijgen.Voorzitter. Ik heb hierover de volgende vragen. Waarom creëert u voor2025 boekhoudkundig meer overprogrammering door het budget teverlagen in plaats van de programmering te verruimen? Hoe brengt dit deoplossingen van de grote infrastructurele opgaven zoals de instandhou-dingsopgave dichterbij? Kan het budget gedurende 2025 ook wordenverhoogd als zich mogelijkheden tot versnelling voordoen? Kunt u sturenop het benutten van mogelijkheden tot versnelling? Hoe verklaart u na deomvangrijke kaderaanpassing bij de ontwerpbegroting 2024 de nieuwegrote kaderaanpassing op het Mobiliteitsfonds? Boekt u met dezekaderaanpassingen alvast een verwachte onderuitputting vooraf in? Hoerealistisch zijn de begroting van het Mobiliteitsfonds voor 2025 en deramingen voor latere jaren nu? Hoe groot acht u de kans dat u binnenkortweer een omvangrijke kaderaanpassing zult moeten doorvoeren om toteen realistische begroting te komen?Voorzitter. Dan de verwerking van de taakstellingen uit het hoofdlijnenak-koord en het regeerakkoord in de IenW-begroting. In deze ontwerpbe-groting zijn al wel de taakstellingen opgenomen, maar nog niet de2,5 miljard voor de bereikbaarheid van woningbouwlocaties. Hierbij valtop dat het grootste deel van de taakstellingen nog niet is verdeeld over deIenW-organisaties, maar dat dit pas bij de Voorjaarsnota gebeurt. Meerdan de helft van de taakstellingen wordt gerealiseerd bij specifiekeuitkeringen, vooral bij de brede doelenuitkeringen voor de vervoersre-gio’s, waarvoor structureel 110 miljoen minder beschikbaar komt. Wathierbij echter het meeste opvalt, is dat de taakstellingen al zijn ingeboekt,maar dat niet duidelijk wordt gemaakt wat de gevolgen hiervan zijn voorde taakuitvoering van IenW-organisaties als Rijkswaterstaat, en voor hetdoelbereik van de betrokken uitkeringen, regelingen en subsidies.Ik heb hierover de volgende vragen. Welke gevolgen hebben de taakstel-lingen voor de taakuitvoering door het kerndepartement van het minis-terie, Rijkswaterstaat, de ILT en het KNMI? Hoe zal de resterendeapparaattaakstelling worden verdeeld over de IenW-organisaties? Welkegevolgen hebben de taakstellingen voor de Vervoerregio Amsterdam ende Metropoolregio Rotterdam Den Haag? Welke gevolgen hebben detaakstellingen voor de resultaten en het doelbereik van de verschillendespecifieke uitkeringen en subsidies, voor internationale samenwerking envoor waterstof en batterijen?Voorzitter. De Algemene Rekenkamer en het CBS publiceren rond debegrotingen respectievelijk hun begrotingsbrieven en Factsheets BredeWelvaart. Ik heb naar aanleiding hiervan nog de volgende vragen. Hoestaat u tegenover de overwegingen van de Rekenkamer om naderonderzoek te doen naar het nut en de mogelijkheid van verplicht advies,binnen het adviesrecht van decentrale overheden, bij de bescherming vandrinkwater bij het boren naar aardwarmte? Waarom worden bedrijfsvesti-gingen die zich schuldig maken aan milieucriminaliteit nog steeds nietcorrect geïdentificeerd in het Justitieel Documentatiesysteem en zijnveelplegende bedrijven nog steeds niet goed in beeld? Hoe gaat u dezorgelijke trends op de thema’s water en geluid aanpakken die het CBSsignaleert in de Factsheets Brede Welvaart?Voorzitter. Tot slot van mijn termijn wil ik nog enkele onderwerpen aan debewindspersonen voorleggen, te beginnen met de prijsstijgingen. ErTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 603 wordt in de begroting flink geput uit de risicoreservering prijsstijgingenvoor het Mobiliteitsfonds. 549 miljoen uit die risicoreservering wordtverdeeld over de productartikelen voor de periode 2025–2037. Is derisicoreservering prijsstijgingen groot genoeg om verdere prijsstijgingenin de toekomst te dekken? Zo nee, wat betekent dit voor de program-mering van het Mobiliteitsfonds? Welke maatregelen neemt u hiertegen?Op de begroting wordt het nieuwe begrotingsartikel 15, Vrachtwagen-heffing, opgenomen. Dit artikel is een beetje een vreemde eend in de bijt,omdat het is gericht op één instrument. Inhoudelijk zou de vrachtwagen-heffing goed kunnen passen onder artikel 14, Wegen en Verkeersvei-ligheid, waarvoor een subdoelstelling is ingericht over een emissievrijetransportsector. Aan de andere kant gaat het om grote bedragen met eenspecifieke dekking en besteding. Mijn laatste vragen gaan hierover. Kunt udeze keuze voor een apart begrotingsartikel voor de vrachtwagenheffingverder toelichten? Waarom brengt u de vrachtwagenheffing niet onder alsinstrument bij artikel 14, Wegen en Verkeersveiligheid?Voorzitter, dan zou ik nu graag via u het woord geven aan mijn mederap-porteur, de heer Heutink.De voorzitter:Dan gaan we dat doen. Meneer Heutink, gaat u uw gang.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Ook namens mij dank aan de ambtelijke ondersteuning voor devoorbereidingen. Dat is ontzettend fijn. Zonder hen kunnen wij dit werkniet doen. Ook mijn dank voor de mogelijkheid om namens dezecommissie met de heer De Hoop als rapporteur te mogen optreden. Inmijn termijn stel ik drie onderwerpen centraal, namelijk: instandhouding,de informatiewaarde van de begrotingen en de Strategische EvaluatieAgenda.Voorzitter. Niet voor niets staat de instandhoudingsopgave voor deinfrastructuur al jaren hoog op de agenda van deze commissie. Velebruggen, tunnels en andere kunstwerken die vanaf de jaren vijftig van devorige eeuw zijn gebouwd, zijn min of meer tegelijkertijd aan vernieuwingof vervanging toe. Voor de netwerken van Rijkswaterstaat is daar in dekomende jaren echter niet genoeg geld voor, ondanks het feit dat hetbudget in 2030 groeit met 1 miljard euro. Zoals de heer De Hoop alaanhaalde, wordt uit de rijksbegroting niet duidelijk hoe de nieuwetaakstelling voor Rijkswaterstaat uit het hoofdlijnenakkoord zich verhoudttot het eerdere voornemen voor extra personeel, en wat dit betekent voorde instandhoudingsopgave. Ik heb hierover de volgende vraag. Hoe kijkt uvanuit het nieuwe kabinet aan tegen het budgettekort voor instand-houding van de netwerken van Rijkswaterstaat? Gaat u op zoek naar extramiddelen, zodat de ambities voor instandhouding kunnen wordengerealiseerd?Voorzitter. Over het spoor wordt in de begroting gemeld dat de instand-houdingsopgave voor het basiskwaliteitsniveau nu volledig is gedekt. DeAlgemene Rekenkamer signaleert echter dat er nog een budgettekortresteert voor instandhouding van het spoor. Afgelopen juni gaf uwvoorganger aan de besluitvorming over het basiskwaliteitsniveau spoorover te laten aan het huidige kabinet. De Kamer is hierover niet afzon-derlijk geïnformeerd, maar de uitwerking in de begroting doet vermoedendat het ministerie hierin inmiddels keuzes heeft gemaakt.Dit leidt tot de volgende vragen. Waarom legt u de besluitvorming overhet basiskwaliteitsniveau spoor niet apart aan de Kamer voor, maarverwerkt u deze in de ontwerpbegroting voor het Mobiliteitsfonds? Houdtvaststelling van de begroting voor het Mobiliteitsfonds automatisch in dathet BKN spoor wordt vastgesteld? Vraag twee: is het budgettekort voor deinstandhouding van het spoor met de vaststelling van het BKN spoor nuvolledig gedekt tot en met 2032 of voor de duur van het Mobiliteitsfonds?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 604 De vraag die wij daar ook nog bij hebben, is: resteert er nog een budget-behoefte voor instandhouding?Voorzitter. Ook de verbetering van de informatiewaarde van de begro-tingen en de jaarverslagen is al jarenlang een belangrijk aandachtspuntvan deze commissie en van de diverse rapporteurs. Als rapporteur kan iknamens de commissie stellen dat de informatiewaarde van deIenW-begroting met de uitrol over alle beleidsartikelen is versterkt. Dit isvanuit de gedachte dat de Kamer zo concreet mogelijk moet wetenwaarvoor zij begrotingsmiddelen autoriseert en wat daarmee is bereikt.Toch blijft er nog het nodige te wensen over. Zo is bij de meeste artikelende koppelingen tussen financiële instrumenten en de subdoelen nogonduidelijk, en dient deze verbeterd te worden. Daarnaast kunnen doelenin veel meer gevallen smart worden geformuleerd. Ook worden doelen enmiddelen soms nog door elkaar gehaald. Dat brengt mij bij de volgendevragen. Kunt u meer ambitie en inzet tonen als het gaat om het smartformuleren van de subdoelstellingen? En kunt u in de volgende begrotingde belangrijkste meetbare gegevens en beleidsinformatie op het niveauvan de subdoelstellingen opnemen in de doelenboom?Voorzitter. Dan de Strategische Evaluatie Agenda, afgekort ook wel deSEA. De SEA van Infrastructuur en Waterstaat biedt een goed inzicht in degeplande evaluaties. Een verbetering is dat voor elk thema wordtaangegeven wat met de uitkomst van de evaluaties zal worden gedaan.De SEA dekt echter niet het gehele IenW-terrein af. De Kamer ontvangtveel evaluaties over relatief kleine beleidsartikelen, maar nauwelijksevaluaties over de miljarden die via fondsen worden uitgegeven. Ditbeperkt het inzicht in de doeltreffendheid en de doelmatigheid. Dediepgang van evaluaties op het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds is in depraktijk echter zeer beperkt. Er worden nauwelijks evaluaties vaninfrastructuurprojecten uitgevoerd. Ook een aangekondigde evaluatieover de kosten van toekomstige dijkversterkingen is bijvoorbeeld nietopgenomen in de SEA. Dat is wellicht een omissie, maar dat horen wegraag.Er ontbreken nog enkele artikelen in de SEA, zoals internationaal beleid,meteorologie, ILT en de brede doeluitkering. Ik heb daarover de volgendevragen aan het kabinet. Kunt u in de SEA voortaan de fondsen – dan gaathet over het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds – met meer diepgangmeenemen door meer evaluaties van infrastructuurprojecten uit tevoeren, en de uitkomsten hiervan verwerken in periodieke rapportages?De laatste vraag die wij hebben, is: kunt u in de SEA voortaan allebeleidsartikelen van de IenW-begroting opnemen? Dat geldt dus ook voorde artikelen 19, 23, 24 en 25.Voorzitter, dat was mijn bijdrage als rapporteur.De voorzitter:Daar dank ik u voor. Ik kijk naar de Minister voor de eerste beantwoordingvan de vragen van de rapporteurs. Gaat uw gang.Minister Madlener:Dank u wel, voorzitter. Ik hoor degelijk en grondig werk van de rappor-teurs. Ik ga kijken of ik jullie vragen kan beantwoorden. Ik begin met deheer De Hoop. Hij begon met de vragen: «Waarom creëren we voor 2025boekhoudkundig meer overprogrammering door het budget te verlagen inplaats van de programmering te verruimen? Hoe brengt dit de oplossingvan grote opgaven dichterbij?» De eenmalige hogere overprogrammeringin 2025 is een pilot met het Ministerie van Financiën, om te onderzoekenof hogere overprogrammering effectief is om tot een meer realistischebegroting te komen. Een belangrijk uitgangspunt van deze pilot is datIenW de productie niet remt. Op deze manier kan de productiecapaciteitmaximaal worden benut de komende jaren. Dat geldt ook voor deinstandhoudingsopgave. De productie op instandhouding groeit dan ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 605 naar 4,9 miljard voor Rijkswaterstaat en ProRail in 2025. In 2023 werd4,3 miljard uitgegeven aan instandhouding. Onderdeel van de pilot is datwe kunnen gaan versnellen, en dat gaan we ook doen. Maar dat gaan wewel beheerst doen, samen met de Minister van Financiën. We doen hetdus allebei, en we versnellen.Dan de volgende vraag. Kan het budget gedurende 2025 ook wordenverhoogd als er zich mogelijkheden tot versnelling voordoen? En kunnenwe sturen op het benutten van mogelijkheden tot versnelling? Als in deloop van 2025 blijkt dat er extra kasbudget uit latere jaren nodig is, zal iksamen met het Ministerie van Financiën verkennen welke mogelijkhedener zijn om de uitgaven te verhogen op de fondsen. Als zich mogelijkhedenvoordoen tot versnelling, wordt dit beoordeeld binnen het kabinet enwordt draagvlak gezocht om het binnen de rijksbegroting in te passen.Versnelling klinkt mij natuurlijk altijd als muziek in de oren, dus u kuntervan uitgaan dat ik daar zeker achteraan zit.Hoe verklaart u, na de omvangrijke kaderaanpassing bij de ontwerpbe-groting voor 2024, de nieuwe grote kaderaanpassing bij het Mobiliteits-fonds? Er zijn verschillende verklaringen voor uitgaven die naar achterenschuiven. Door de afgelopen kabinetten zijn nieuwe middelen uit eenregeerakkoord of coalitieakkoord voor het Mobiliteitsfonds en hetDeltafonds in een optimistisch ritme geraamd. Bij de uitwerking vanplannen voor deze nieuwe middelen bleek dat de uitbetaling in een latereperiode plaatsvindt. Dan schuift het dus op. Ook is sprake van tegenval-lende planning in de uitvoering, bijvoorbeeld door vertraging door stikstofen door een beperkte capaciteit in de uitvoering bij zowel het Rijk als debouwsector. Die beperkte capaciteit zien we echt heel veel terug. Dat iseen enorm probleem. Dat zien we in de hele maatschappij terug.Als derde: afgelopen voorjaar is extra aandacht gegeven aan hetonderwerp realistisch ramen. Dit komt met name door het hogeEMU-saldo en de historie van veel verschuivingen in het investerings-domein. Dat heeft geleid tot een extra kaderaanpassing voor het Mobili-teitsfonds.Boeken wij in deze kaderaanpassing de verwachte onderuitputting voorafalvast in? Met de kaderaanpassing wordt er vooraf geen verwachteonderuitputting ingeboekt, maar er wordt wel rekening gehouden met eenrealistischer ritme van de investeringsuitgaven. Op de fondsen isdaarnaast sprake van saldowerking. Dat betekent dat de uitgaven kunnenvertragen, maar die kunnen volgend jaar worden gedaan zonder dat dezeuitgaven op een andere manier worden ingezet door het kabinet. In 2023is fors meer uitgegeven op de fondsen dan in de jaren ervoor, namelijk8,4 miljard op het Mobiliteitsfonds en 1,7 miljard op het Deltafonds. Hetvoordelig saldo bedroeg in 2023 0,6 miljard. Het gaat om 6% van deuitgaven van de fondsen. Daarmee wil ik het beeld wegnemen dat ersprake is van hele grote onderuitputting.Hoe realistisch zijn de begroting van het Mobiliteitsfonds voor 2025 en deramingen voor de latere jaren nu? Er wordt veel aandacht besteed aan hetrealistisch begroten van investeringsuitgaven op het Mobiliteitsfonds. Datheeft ertoe geleid dat op het Mobiliteitsfonds zowel bij de eerste supple-toire begroting voor 2024 als bij de ontwerpbegroting voor 2025 eenkaderaanpassing heeft plaatsgevonden. Hierbij zijn middelen naar laterejaren verschoven om investeringsuitgaven in een realistischer ritme teplaatsen. In de ontwerpbegroting voor 2025 is het meest actuele enrealistische beeld verwerkt. Er worden uitgaven verwacht van 9,4 miljardop het Mobiliteitsfonds en 1,7 miljard op het Deltafonds. Vooral bij hetMobiliteitsfonds is dit fors meer dan in het verleden is uitgegeven.Hoe groot achten wij de kans dat er binnenkort weer omvangrijkekaderaanpassingen moeten worden doorgevoerd om tot een realistischebegroting te komen? Op basis van de nu beschikbare informatie zijn ergeen aanvullende aanpassingen van de programmering of de uitgaven-kaders in beeld. Wel kunnen wijzigingen in de plannen van het kabinet enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 606 tegenvallers in de programmering ervoor zorgen dat er in de toekomstmogelijk wijzigingen kunnen optreden in de programmering. Er is dus eenkans dat budgetten dan verschoven moeten worden. Dat is op zich nietsnieuws. De Voorjaarsnota 2025 en de bijbehorende eerste suppletoirebegroting is het moment waarop dergelijke aanpassingen aan uw Kamerkunnen worden voorgelegd.Welke gevolgen hebben de taakstellingen voor de taakuitvoering door hetkerndepartement van het ministerie, Rijkswaterstaat, de ILT en het KNMI?Hoe zal de resterende taakstelling worden verdeeld over deIenW-organisaties? In de begroting van 2025 is het eerste deel van detaakstelling, 23 miljoen, structureel verdeeld over alle dienstonderdelenvan IenW. Dit komt neer op een efficiencykorting van ongeveer 1% op deapparaatsbudgetten voor alle dienstonderdelen. Voor het resterende deelvan de taakstelling voor de jaren 2026 tot 2029, oplopend tot 67 miljoenper jaar, is binnen het departement een proces ingericht waarin dezekeuzes zullen worden gemaakt. In dit proces is ook invulling gegeven aanhet uitgangspunt in het hoofdlijnenakkoord dat de uitvoering zal wordenontzien. Daarbij zal er in ieder geval bijzondere aandacht zijn voor depublieksfuncties. De financiële uitwerking van de definitieve keuzes voorhet deel 2026 tot 2029 van de apparaatstaakstelling wordt bij deVoorjaarsnota in 2025 verwerkt. Op dit moment kan dus nog niet wordenaangegeven wat de precieze gevolgen zijn in termen van taken of deverdeling over de onderdelen van de IenW-organisatie.Dan de vraag hoe wij staan tegenover de overweging van de AlgemeneRekenkamer om nader onderzoek te doen naar het nut en de mogelijkheidvan een verplicht en bindend adviesrecht van decentrale overheden bij debescherming van drinkwater bij het boren naar aardwarmte ... O, die kaneruit, hoor ik nu. Die vraag is kennelijk niet gesteld.Hoe gaat u de zorgelijke trends op de thema’s water en geluid aanpakkendie het CBS signaleert in de Factsheet Brede Welvaart? Die vraag is welgesteld. Op het gebied van het integrale waterbeleid zijn er in de factsheetvan het CBS vijftien indicatoren opgenomen. De indicatoren hebben nietaltijd een direct verband met de impact van mijn beleid. Omgevingsfac-toren kunnen ook hier een rol in spelen. De geconstateerde daling van debrede welvaart op de indicatoren heeft uiteraard mijn aandacht. Dedoelstellingen voor schoon en gezond water zijn vastgelegd in deEuropese Kaderrichtlijn Water. Met het impulsprogramma KaderrichtlijnWater zet het kabinet zich er samen met de medeoverheden voor in omdeze doelstellingen voor elkaar te krijgen en om hopelijk bij te kunnendragen aan een hogere brede welvaart. Het is mijn verwachting dat wehier nog heel veel over zullen spreken. De indicator over geluid zegt ietsover hoe mensen hun leefomgeving ervaren. Een groot deel van dehuishoudens in Nederland ervaart hinder van geluidsoverlast door burenen verkeer. De relatief hoge geluidsoverlast is verklaarbaar door het feitdat we leven in een dichtbevolkt land met een hoge economischestandaard en de daaraan gekoppelde mobiliteit en bedrijvigheid. Ja, dat iszo. Om de gezondheid te beschermen, bestaat er een uitgebreid stelselvoor de regulering van omgevingslawaai zoals verkeerslawaai enindustrielawaai. Regulering is gericht op preventie in verband met nieuweontwikkelingen, beheersing van bestaande situaties en sanering vanhoger belaste locaties. Dit is slechts een deel van de geluidsoverlast waarmijn beleid invloed op heeft. Mijn beleid heeft bijvoorbeeld geen invloedop overlast van buren.Het is wel een hoop gelees zo, hè? Maar er zijn ook hele ingewikkeldevragen gesteld, en veel ook, die ik serieus en goed wil beantwoorden. Ikdoe het dus toch maar zo.Is de risicoreservering prijsstijging groot genoeg om verdere prijsstij-gingen in de toekomst te dekken? Zo nee, wat betekent dit voor deprogrammering op het Mobiliteitsfonds en welke maatregelen nemen wehiertegen? Het is moeilijk te voorspellen of de huidige risicoreserveringTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 607 toereikend is om de doorwerking van eerdere prijsstijgingen en toekom-stige prijsontwikkelingen op te vangen. Toekomstige prijsontwikkelingenhangen namelijk in grote mate samen met economische ontwikkelingen.De prijsontwikkelingen in de weg- en waterbouw en de prijscompensatiedie we van Financiën krijgen, lijken vanaf 2023 weer naar elkaar toe tebewegen. Er worden daarom op dit moment ook geen aanvullendemaatregelen getroffen. Wel hou ik samen met de Minister van Financiënde prijsontwikkelingen nauwlettend in de gaten.Ik ben bijna aan het einde van de eerste lijst.Kunt u de keuze voor een apart begrotingsstelsel voor de vrachtwagen-heffing toelichten? Die keuze voor een apart begrotingsartikel metfondswerking voor de vrachtwagenheffing is gemaakt omdat datbudgettaire zekerheid biedt om de gelden voor de terugsluis tewaarborgen. De netto-opbrengst van de fiscale heffing wordt namelijkzichtbaar een-op-een geïnvesteerd in verduurzaming en innovatie van desector. De opbrengsten en uitgaven van de vrachtwagenheffing wordenop die manier overzichtelijk, transparant en navolgbaar voor uw Kamer ende sector, op één plek in de begroting weergegeven. Er werd gevraagd:waarom brengt u de vrachtwagenheffing niet onder als instrument bijartikel 14, Wegen en Verkeersveiligheid? Zoals ik in mijn vorige antwoordal aangaf, is het van belang dat het op één plek in de begroting inzichtelijken navolgbaar is dat de netto-opbrengst van de vrachtwagenheffingbeschikbaar blijft en dat die wordt besteed aan doelen die in overleg metde transportsector worden bepaald. Het is niet wenselijk om ditversnipperd in de begroting op te nemen. Het geeft dus duidelijkheid. Dieterugsluis is natuurlijk essentieel voor het draagvlak.Dan kom ik op de vragen van rapporteur Heutink ...Staatssecretaris Jansen:Voorzitter, er was ook nog een vraag aan mij gesteld door de heerDe Hoop. Wilt u dat de Minister doorgaat met de beantwoording?De voorzitter:Ja, dat lijkt me het meest ordentelijk. Het lijkt me goed als de Ministereerst zijn beantwoording afmaakt. Dan krijgt u daarna de gelegenheid alsStaatssecretaris.Minister Madlener:Dan de eerste vraag van rapporteur Heutink: «Hoe kijkt u vanuit hetnieuwe kabinet aan tegen het budgettekort voor instandhouding van denetwerken van Rijkswaterstaat? Gaat u op zoek naar extra middelen, zodatde ambities voor instandhouding kunnen worden gerealiseerd?» Degereserveerde middelen voor instandhouding zijn in balans gebracht metwat maakbaar is voor Rijkswaterstaat. De komende jaren ligt de focus ophet vergroten van de maakbaarheid van de instandhoudingsopgave. In debudgetten voor de Rijkswaterstaatnetwerken wordt al rekening gehoudenmet een vergroting van de maakbaarheid richting een productievolumevan circa 3 miljard per jaar in 2030. Tot het moment waarop demaakbaarheid van Rijkswaterstaat en de markt boven het beschikbarebudget komt, zal extra budget voor instandhouding geen oplossing zijn,simpelweg omdat dat niet leidt tot meer productie.Er werd ook gevraagd: kunt u in de volgende begroting van Infrastructuuren Waterstaat voor elk beleidsartikel goede koppelingen leggen tussen despecifieke doelstellingen of subdoelstellingen en de belangrijkste enomvangrijkste financiële instrumenten die daaraan bijdragen? Sinds debegroting van 2023 is door mijn ministerie samen met de Kamer gewerktaan het verbeteren van de informatiewaarde in de begroting. Dit heeftgeleid tot een succesvolle aanpak binnen het ministerie, die ik dekomende jaren wil vasthouden. Maar met de in de begroting van 2025doorgevoerde verbeteringen zijn we er wat mij betreft nog niet. Ik deel deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 608 ambitie die de Kamer uitspreekt over het leggen van de koppeling tussende doelstellingen en de belangrijkste financiële instrumenten die daaraanbijdragen. Komend jaar gaan we de informatiewaarde van de begrotingverder verbeteren.Dan is er ook gevraagd: kunt u de doelstellingen, waar mogelijk, smartmaken – smart staat voor specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch entijdgebonden – en de formulering zo veel mogelijk lostrekken van de in tezetten middelen? Bij de totstandkoming van de begroting van 2025hebben we moeten constateren dat het voor verschillende subdoelstel-lingen ingewikkeld is om de beoogde resultaten precies te definiëren en temeten. Ik ben het met u eens dat ik zo goed mogelijk moet rapporterenover de doelstellingen en de beoogde resultaten en hierover transparantmoet zijn. Bij de totstandkoming van de begroting van 2026 zet ik erop inom, waar mogelijk, de subdoelstellingen meer concreet te formuleren. Hetantwoord is dus ja.De voorzitter:U heeft nog een paar vragen over, zie ik.Minister Madlener:Ik heb nog een paar vergeten vragen. We lijken wel ambtenaren hier. Kuntu in de Strategische Evaluatie Agenda voortaan de fondsen, het Mobili-teitsfonds en het Deltafonds, met meer diepgang meenemen, door meerevaluaties van infrastructuurprojecten uit te voeren en de uitkomstenhiervan te verwerken in de periodieke rapportages? Goede vraag. Mijninzet is om te zorgen voor een Strategische Evaluatie Agenda waarin almijn beleid evenredig vertegenwoordigd is. In de begroting van 2025 zijndaarom stappen gezet om de verbinding met de fondsen explicieter temaken. In de periodieke rapportages, de beleidsdoorlichtingen, worden defondsbestedingen meegenomen in de scope van de onderzoeken. Dit zalik vanaf de volgende begroting ook inzichtelijk maken in de tabellen.Dan de laatste. Kunt u in de SEA – dat is de Strategische Evaluatie Agendavan IenW – ook artikelen 19, 23, 24 en 25 opnemen? De SEA volgt niet delogica van de begrotingsartikelen. De SEA kent een thematische indeling.De SEA-tabellen in de begroting staan dus niet gelijk aan de beleidsarti-kelen. Zo vallen uitgaven op de artikelen 19, 24 en 25 volledig onder dethema’s die samenhangen met andere artikelen. In de volgende SEA zal ikexpliciet toelichten hoe de genoemde artikelen worden afgedekt binnende thema’s.Ik hoop dat iedereen het begrijpt. Het is vrij ingewikkelde taal. Het zijningewikkelde vragen. Maar goed, het staat op schrift, dus u kunt hetallemaal nog nader bestuderen. Ik geef graag het woord aan deStaatssecretaris.De voorzitter:Dat zal ik doen, Minister. Ik dank u voor de beantwoording in de eerstetermijn. Ik geef graag het woord aan Staatssecretaris Jansen.Staatssecretaris Jansen:Dank u wel, voorzitter. Ik sluit mij ten eerste graag aan bij de woorden vande Minister door de rapporteurs, en natuurlijk alle andere mensen diehieraan hebben bijgedragen, te danken voor hun inzet. Het is uitermatebelangrijk werk. Het houdt ons ook scherp. Dat is absoluut aanbevelens-waardig.Ik heb van rapporteur De Hoop een vraag gekregen met betrekking tot detaakstellingen. Welke gevolgen hebben de taakstellingen voor deVervoerregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag? Ikheb het volgende gedaan. Ik heb aan de vervoerregio’s gevraagd wat degevolgen zijn van de 10%-taakstelling op de brede doeluitkering verkeeren vervoer. Het antwoord dat ik heb gekregen is dat de budgetkortingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 609 gevolgen kan hebben voor de hoogte van de tarieven alsook voor hetvoorzieningenniveau van het stad- of streekvervoer. Dat betekent dus ookdat het gevolgen kan hebben voor de reizigers binnen deze vervoerre-gio’s. Juist om die reden heb ik de afspraak gemaakt met de vervoerre-gio’s om in gesprek te blijven en te bekijken wat de precieze gevolgen vandeze budgetkorting zijn en die nader in kaart te brengen.Ik heb twee vragen van rapporteur Heutink gekregen. De eerste hadbetrekking op de instandhouding van het spoor. Waarom leg ik debesluitvorming van het basiskwaliteitsniveau spoor niet apart aan deKamer voor, maar verwerk ik deze in de ontwerpbegroting voor hetMobiliteitsfonds? En houdt vaststelling van de begroting voor hetMobiliteitsfonds automatisch in dat het BKN spoor is vastgesteld? DeKamer is per brief van 7 juni jongstleden door het vorige kabinetgeïnformeerd over de inhoudelijke vormgeving van de basiskwaliteit vanhet spoor. Dat is ook met u besproken tijdens het commissiedebat Spoorvan 12 september jongstleden. Het dekken van de resterende budgettaireopgave is door het vorige kabinet, zoals ook aangegeven door derapporteur, vanwege mogelijk beleidsrijke keuzes overgelaten aan hetkabinet dat er nu zit. Dit kabinet heeft de keuze gemaakt om de restopgavevan het BKN spoor van 850 miljoen te dekken uit de beschikbare middelenvan het Mobiliteitsfonds en dit te verwerken in de ontwerpbegroting 2025.Dat betekent dat dit kabinet heeft ingestemd met de inhoudelijke vormvan het BKN spoor en dat het BKN spoor daarmee is vastgesteld.De tweede vraag van rapporteur Heutink betrof het budgettekort voor deinstandhouding van het spoor met de vaststelling van het BKN spoor ende genoemde maatregelen en overboekingen vanuit de aanvullende post.Zijn ze nu volledig gedekt tot en met 2032 of voor de duur van hetMobiliteitsfonds? Resteert er mogelijk nog een budgetbehoefte voor deinstandhouding? Het antwoord kan heel kort zijn. Er is tot en met 2037geen sprake van een budgettekort voor de instandhouding van het spoor.Daar wil ik het graag bij laten.De voorzitter:Ik dank ook de Staatssecretaris voor de beantwoording. Ik kijk even naarde rapporteurs. Heeft dat tot aanvullende vragen geleid? Dat is het geval.Maar niet in het geval van rapporteur De Hoop. Dan geef ik het woord aanrapporteur Heutink. Gaat uw gang.De heer Heutink (PVV):Dank aan de bewindspersonen voor de antwoorden. Eén vraag is eigenlijkniet helemaal beantwoord. Die ging over de Strategische EvaluatieAgenda en was in de richting van de Minister. We vroegen of het kabinetbereid is om meer infrastructuurprojecten op te nemen in de SEA en deuitkomsten daarvan te verwerken in de periodieke rapportages. DeMinister gaf daar geen duidelijk antwoord op. Ik wil daarop eigenlijkgewoon een ja of nee horen. Volgens mij kan het heel simpel zijn.De voorzitter:Ik kijk naar de Minister. Kan hij deze vraag zo beantwoorden? De Ministeroverlegt nog even. Dat is altijd goed.Minister Madlener:Ik begrijp de vraag. We gaan eerst goed inventariseren en bundelen wat ernu al is. Daarna kijken we of het nuttig is om daar meer projecten aan toete voegen. Ik kan dat op dit moment dus nog niet helemaal toezeggen. Ikbegrijp de achtergrond van de vraag en ik zou natuurlijk heel graag meerwillen, maar – ik moet eerlijk zijn – we moeten nog beoordelen of het zinheeft.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6010 Daar moeten we het mee doen, hoor ik de heer Heutink zeggen. Dan dankik de Minister voor dat antwoord. Ik hoor hem nog even zeggen dat hij erpositief naar kijkt; dan is het toch bijna een «ja» geworden. Het woord isaan rapporteur Heutink.De heer Heutink (PVV):Dan lijkt het me wel verstandig om dit op te schrijven als een toezeggingdat de Minister serieus gaat kijken wat er wel kan. Door het op die manierte formuleren kunnen we het kabinet daar scherp op houden.Minister Madlener:Nee, dat is nou weer net niet de bedoeling. Ik wil natuurlijk aangeven datik er heel graag toe bereid ben en dat ik ook echt mijn best ga doen. Maarwe moeten echt eerst kijken waar we nu staan, want we moeten onszelfook niet voor de gek houden. We moeten hier wel realistisch naar kijken.Een toezegging gaat me dus iets te ver, maar ik heb wel de goede insteek.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het moment gekomen om namens de commissie derapporteurs hartelijk te danken voor hun inzet. Die was niet mogelijkzonder de ambtelijke ondersteuning, dus ook vanuit deze plaats hartelijkdank aan iedereen die hieraan heeft meegewerkt. Dan is de vervolgstapvan dit WGO, dit wetgevingsoverleg, aan ons. We beginnen met de eerstetermijn van de kant van de Kamer. We hebben een indicatieve spreektijdvan vier minuten. Laten we daar dus mee gaan starten. Ik wil als eerste deheer Heutink van de PVV het woord geven. Gaat uw gang.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Allereerst wil ik mijn dank uitspreken aan de rapporteurs. Zehebben uitstekend werk geleverd! Mijn mede-rapporteur de heer De Hoopsluit zich daarbij aan. Vanzelfsprekend deelt onze fractie de bevindingenvan de rapporteurs. Het baart ons grote zorgen dat het lijkt alsof we maarminder zijn gaan begroten om zo minder te hoeven doen. Dat is tochkrom, vragen we aan de Minister. Waarom heeft u de budgetten verlaagden er niet voor gekozen om meer werk te verzetten? We snappen dat u ietswilt doen aan onderuitputting. Dat was ook een nadrukkelijke wens van deKamer. De opgaven zijn echter zo ontzettend groot. Dan kunnen we hettoch niet uitleggen dat we vanwege wat regeltjes en begrotingsregeltjesmaar minder werk gaan verzetten? Mijn oproep aan het kabinet is: gameters maken, ga projecten aanleggen en ga ervoor zorgen dat de treinenop tijd gaan rijden. Zorg ervoor dat de ambities uit het regeerprogrammaworden uitgevoerd. Eén ding weten we namelijk zeker: met minderbudget zullen de goede ambities uit het regeerakkoord niet eerder en nietsneller worden gerealiseerd. We zeggen dus nogmaals tegen het kabinet:ga aan het werk.Voorzitter. Eén van de belangrijkste taken van ons als Kamerleden is hetcontroleren van de regering en het gevoerde beleid. Daarvoor zijn erduidelijke doelen nodig die goed geformuleerd zijn en waarop we hetkabinet kunnen bevragen als dat nodig is. Dat is de kern van onsKamerwerk. Keer op keer heeft de Kamer er al om gevraagd en steeds lijkthet stellen van duidelijke doelen maar niet te lukken. Hoe kan dat, vragenwe aan de Minister. Kan de Minister toezeggen dit bij een volgendebegroting beter te borgen? Ik mag toch hopen dat we niet een motiehoeven in te dienen om dit te realiseren?Een ander belangrijk punt als het gaat om het kunnen controleren van deregering is dat wij precies willen weten welk financieel instrumentbijdraagt aan een bepaald doel. Met andere woorden: we willen de vraagkunnen beantwoorden of wij ons geld efficiënt inzetten om de door onsgestelde doelen te behalen. Daarvoor hebben de rapporteurs eenbelangrijke vraag gesteld. Ik hoop dat de Minister in de beantwoordingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6011 toch wat verder wil gaan dan bij de antwoorden die hij net gaf. We willennamelijk gewoon zien dat dit geregeld gaat worden, dat we bij eenvolgende begroting kunnen zien en kunnen beoordelen of belastinggeldefficiënt en juist uitgegeven wordt. Sterker nog, op basis van dievoorwaarden heeft onze fractie bij de jaarverslagen over het afgelopenjaar decharge verleend. Dat was een nadrukkelijke voorwaarde voor dedechargeverlening. We gaan het dus regelen; desnoods moeten we daareen motie over indienen.Voorzitter. Een van de zaken uit zowel het hoofdlijnenakkoord als hetregeerprogramma was de taakstelling op de apparaten. Voor spoorwegenlijkt inmiddels duidelijk wat daar de consequentie van is, maar hebben weook in beeld wat het gaat betekenen voor de rest van de onderdelen? Zonee, wanneer denkt hij dit in kaart te hebben?Daar wil ik het voor nu bij laten, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Heutink. Ik geef het woord aan de heer De Hoop vanGroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil ook collega Heutink nog danken voor deprettige samenwerking. Politiek staan we af en toe best ver uit elkaar,maar als rapporteurs hebben we, denk ik, dit op een fijne manier neutraalnamens de commissie kunnen doen. Dat heb ik in ieder geval als ergprettig ervaren.Voorzitter. De coalitiepartijen wilden dat elk departement zou bezuinigenop het apparaat maar nadrukkelijk niet op de uitvoering. Als ik kijk naar deBDU-gelden en wat daar gebeurt, dan is dat wat GroenLinks-Partij van deArbeid betreft nadrukkelijk wél uitvoering. Het zijn investeringen in onzebereikbaarheid. Deze taakstelling is gewoon een snoeiharde bezuinigingmet grote consequenties in de grote steden, de regio’s met het meestefficiënte ov en de grootste behoefte aan en vraag naar het ov.Doelmatige ov-uitgaven hebben we eigenlijk niet. Ik snap niet dat er nietverder nagedacht is over de consequenties. Ik hoor de Staatssecretariszeggen: we gaan in gesprek met die regio’s over wat die mogelijkeconsequenties zijn. Maar die taakstelling is er al en gaat nu al conse-quenties hebben. Ik had gewild dat dat nu al goed in kaart was gebracht.Ik begrijp niet waarom juist op deze doelmatige post op deze manierbezuinigd is.Voorzitter. Ik heb de afgelopen week ook geluisterd naar de Minister vanBinnenlandse Zaken. In haar debat over de financiën van decentraleoverheden afgelopen week kon zij eigenlijk ook niet goed uitleggen waarnu precies de taakstelling op de BDU-gelden vandaan komt. Er is voor devervoerregio’s, de Metropoolregio Amsterdam en de MetropoolregioRotterdam Den Haag, die hierdoor getroffen worden, geen efficiëntie tebehalen. De korting van 10% is een bezuiniging die de reizigers zullenmerken. Dat vind ik zorgelijk, juist in regio’s waar ook een grote woning-bouwopgave is. Mijn vragen. Wat betekent dit concreet voor die woning-bouwopgave en hoe is dit meegenomen bij de besluitvorming over dezebezuinigingen?Verder ook de vraag of dit bijvoorbeeld gevolgen kan hebben voor deveiligheid in het ov. Als vervoerregio’s moeten bezuinigen maar nietwillen snijden in de dienstregeling, zullen ze mogelijk gedwongen wordenom het aantal controleurs te verlagen, terwijl wij als Kamer er juistnadrukkelijk op gewezen hebben dat dat belangrijk is.Tot slot de vraag wat dit concreet voor gevolgen kan hebben voor deinvesteringen in nieuwe ov-infra of het materieel of het onderhoud van deinfra en het materieel.Voorzitter. Zoals al in het verslag van de rapporteurs naar voren kwam, iser ook een taakstelling op de ambtelijke organisatie. In het hoofdlijnenak-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6012 koord stond dat die niet zou gelden voor de uitvoering. Uit de begrotingwordt dat niet echt duidelijk. Nog een aantal concretere vragen daarover.Welke taken kunnen er straks niet meer uitgevoerd worden? Als deuitvoering ontzien wordt, betekent dit dan dat er op het kerndepartementnog meer dan 22% bezuinigd moet worden? Welke gevolgen zal dit danhebben?Voorzitter. Er is voor de demping van de NS-tarieven gebruikgemaakt vaneenmalig geld uit het Mobiliteitsfonds en het kabinet zoekt naar struc-tureel geld. Deelt het kabinet dat structureel geld hiervoor niet uit hetMobiliteitsfonds kan komen, omdat dat nu eenmaal geen structurelemiddelen zijn maar middelen voor specifieke projecten? Hoe gaat deStaatssecretaris dan op zoek naar die structurele middelen, als die niet uithet Mobiliteitsfonds komen?Voorzitter. Er is op het spoor een grote opgave. Er moet niet alleen meerspoor worden aangelegd, maar er is ook een enorme onderhoudsopgave.We zien dat er problemen zijn op de hsl, met scheuren in viaducten, maarook zijn er grote zorgen over de spoordijken, die op veel plekken aanvervanging toe zijn. In de begroting lezen we daar weinig over, maar dekans bestaat dat hier spoedig meer middelen voor nodig zijn als blijkt dater snel onderhoud moet worden gepleegd. Op welke manier wordtgeborgd dat hier dan tijdig budget voor beschikbaar is, zodat noodzake-lijke investeringen niet uitgesteld worden vanwege financiële tekorten?Voorzitter, dan tot slot. Een van de redenen voor onderuitputting isgewoon stikstof en ook een gebrek aan mankracht. Ik wil graag van dezebewindspersonen horen hoe zij vanuit hun departement gaan zorgen datde stikstofproblematiek wordt opgelost. Wat betekent dit voor hetwegverkeer? Wat betekent het voor 130 kilometer per uur? Wat betekentdat voor de luchtvaart? Ik zou dat graag willen horen van de Minister.Voorzitter. Ook hoor ik ten slotte nog graag wat men gaat doen aan dearbeidstekorten bij de uitvoering.Dank.De voorzitter:Dank, meneer De Hoop. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Veltmanvan de VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Dank u, voorzitter. Om te beginnen ook dank aan de twee rapporteurs vanonze commissie. Fijn dat jullie dat werk hebben willen doen.Allereerst het telkens terugkerend fenomeen dat we geld wel beschikbaarstellen, maar dat het niet wordt benut. Het is er net al over gegaan. In ’23was er sprake van bijna 800 miljoen aan onderuitputting, terwijl deinfrastructurele opgaven enorm zijn. Omdat we willen voorkomen datbudget ligt te niksen, is het goed dat er realistischer wordt geraamd. Maarin vervolg op wat de rapporteurs vroegen over de programmering vanprojecten en budget het volgende. Om fileknelpunten op te lossen en allemensen die iedere dag naar hun werk rijden vlot van A naar B te kunnenlaten komen, is ook echt actie nodig. Hoe gaat de Minister voor deze actiezorgen en inzetten op een hogere productie? Hoe is hij hierover in gesprekmet de uitvoering door Rijkswaterstaat en ProRail en met marktpartijen?Hoe gaat hij zijn ambities waarmaken? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat inhet vervolg het gekozen budget zo veel mogelijk de norm is voor deuitvoering en programmering?Voorzitter. Er zijn nieuwe manieren van aanbesteding nodig, bijvoorbeeldin serie met overkoepelende contracten. Hoe pakt deze nieuwe Ministerdit op? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat aanbestedingen slagen en datmarktpartijen niet alleen voor de risico’s komen te staan en daardoorafhaken? Welk concreet plan heeft hij om dit verder te brengen enprojecten voortaan succesvol aan te besteden? De onderliggende vraag isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6013 hoe de Minister de ambities en de beschikbare middelen in het vervolgmet elkaar gaat matchen.Voor zowel onderhoud en renovatie als nieuwe aanlegprojecten zijn deambities groot, maar bij de schuif is in het MIRT veel geld van onderhoudnaar aanleg geschoven. Hoe is de Minister voornemens de aanlegpro-jecten te realiseren? Het ging er net al even over: de antwoorden dat ditmoeilijk is door stikstof, personeelskrapte en hogere prijzen zijn mijbekend. Mijn vraag is hoe deze Minister gaat zorgen voor beweging.Voorzitter. Dan enkele vragen over het basiskwaliteitsniveau rijkswegen enspoor. Het ging daar net ook al even over bij de rapporteurs, want wehebben een brief ontvangen over maatregelen die waren getroffen om hettekort bij het BKN spoor terug te dringen. Gezegd werd dat voor de laatsteresterende budgettaire opgave nog met de Kamer zou worden overlegd,maar nu – daarnet heeft de Staatssecretaris het ook verteld – wordtgezegd dat het is verwerkt en daarmee is afgedaan. Daar kan ik geengenoegen mee nemen. Wij zitten hier onder meer met de opdracht omgoed op te letten dat het belastinggeld dat in Nederland wordt betaaldook correct wordt besteed. Ons is beloofd dat wij betrokken zoudenworden bij de keuze voor de resterende budgettaire opgave van het BKNspoor. Welke keuzes zijn hier dan gemaakt door het kabinet? Ik heb geenidee. Ik zou het graag willen weten.Dan de vrachtwagenheffing. De VVD is blij met hoe die nu is opgenomenin de begroting. Dat is een bevestiging van de terugsluis en de afsprakenmet de sector. Dat wil ik graag gezegd hebben.Tot slot staat in de begroting dat het Mobiliteitsfonds vanwege deextrapolatie in 2038 een vrije investeringsruimte van 1,56 miljard kent. Ikga ervan uit dat de Minister dit volledig besteedt aan waardevolleprojecten die de mensen in heel Nederland vooruithelpen. Klopt dit? Hoegaat hij dit budget benutten? Welk soort projecten zullen wat hem betreftin de bestuurlijke MIRT-besprekingen in het land prioriteit krijgen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. Het woord is aan de heer Olger van Dijknamens Nieuw Sociaal Contract.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank, voorzitter. Ook hulde aan de rapporteurs Heutink en De Hoop, dieeen deep dive in de begroting hebben gedaan. Inmiddels zijn ze volgensmij droog achter de oren en hebben ze namens ons vele vragen gesteld.Dank daarvoor. Vanuit de NSC-fractie sluit ik me daarbij aan en heb ik nogeen paar specifieke punten.Voorzitter. Om te beginnen staat mijn fractie voor het stimuleren vanbrede welvaart. Via investeringen moeten we ervoor zorgen dat alleregio’s in Nederland bereikbaar zijn, zodat bijvoorbeeld Auke, Jelle enHabtamu ook binnen een acceptabele reistijd bij de dokter of op school inFryslân kunnen zijn. In deze begroting lijkt alleen nog weinig gebruikge-maakt te zijn van de bredewelvaartsindicatoren. Doelstellingen ontbrekenvaak of zijn abstract. Ik hoor graag een reflectie van beide bewindsper-sonen op dit punt. Herkennen zij dat ook? Beloven zij in die zin ookbeterschap voor volgende jaren? Hoe staat het bijvoorbeeld met deuitvoering van mijn motie over het meewegen van aspecten van bredewelvaart bij het afwegingskader voor MIRT-investeringen? Kan NSC ervanop aan dat dit bij toekomstige investeringsbeslissingen echt wordtgedaan, zodat elke regio telt?Voorzitter. Als het goed is, zijn het hoofdlijnenakkoord en het regeerpro-gramma vertaald in de begroting. Kunnen beide bewindspersonenaangeven welke specifieke doelen in deze begroting voortkomen uit hethoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6014 Voorzitter. Het ging al even over de korting van 22% op het ambtelijkapparaat. Als ik het goed heb begrepen, is het mede omwille van de tijdniet helemaal gelukt om voor dit jaar de uitvoering te ontzien. Ik krijggraag een bevestiging of dit inderdaad zo is. Ik heb wel het voornemengehoord om dit in latere jaren te doen in het proces dat werd genoemd.Als het klopt dat het dit jaar wel is gebeurd, is het dan ook de bedoelingom dat later eventueel te repareren? Ik krijg graag een antwoord op ditpunt.Dan wil ik ook even stilstaan bij de generieke taakstelling voor subsidies.We zien nu de bekende kaasschaaf: overal hetzelfde beetje eraf. De vraagis of dat altijd wel is wat je wilt, ook qua beleid. Zou je niet veel meerkeuzes moeten maken? Nu worden bijvoorbeeld belangrijke organisatiesop het terrein van verkeersveiligheid ook gekort, terwijl daar juist eenenorme opgave is. Als Kamer zijn we er eensgezind over dat daar juist inmoet worden geïnvesteerd. Kan de Minister ons alvast geruststellen datdit type organisaties hun kerntaken kunnen blijven uitoefenen?Ik heb daar eigenlijk ook een vervolgvraag bij. Worden de effecten van diekaasschaafkortingen, wat ze nu dus zijn, de komende maanden goed inbeeld gebracht? Zijn deze bewindspersonen van zins om volgend jaar bijde Voorjaarsnota een soort herschikking te doen en daar eventueel deeffecten bij te betrekken?Voorzitter. Het ging ook al even over de enorme opgave die we hebben ophet gebied van infra en vooral van instandhouding. Rijkswaterstaat enProRail hebben in kaart gebracht wat er nodig is voor de periode tot enmet 2037. Dat is maar liefst 35 miljard voor Rijkswaterstaat en 37 miljardvoor ProRail, als ik het goed heb begrepen. Er gaapt dus een flink gat metde bedragen die hier nu beschikbaar voor zijn gesteld. Het ging al evenover de maakbaarheid en de 3 miljard per jaar. Maar er is toch een grootgat tussen wat er gevraagd en wat er beschikbaar is. Mijn vraag iseigenlijk: Hoe beoordelen de bewindspersonen dat nu? Hoe matcht datmet de gestelde doelen?Voorzitter. Het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma zijnambitieus. Als NSC zijn we heel blij met de vele doelen daarin. Ik noemnog maar eens de Lelylijn en de Nedersaksenlijn. De vraag is wel weerhoe ook die ambities matchen met de financiële ruimte. Wanneer moetennou welke keuzes worden gemaakt volgens deze bewindspersonen?Voorzitter. Dan tel ik ook mijn zegeningen in het hoofdlijnenakkoord en ditregeerprogramma. Ik noem de extra 2,5 miljard voor de ontsluiting vannieuwe woningbouwlocaties. Kan de Minister aangeven hoe hij dit budgetdenkt te kunnen verdelen, gezien de vele ambities? En wanneer gaat hijdat doen?Er staat nu bijvoorbeeld bij VRO ook een mooi potje van 5 miljard voorwoningbouw, waarvan een deel randvoorwaardelijk is. Is de Minister al ingesprek met collega Keijzer om dit budget misschien ook aan te wendenvoor IenW-projecten die woningbouw helpen ontsluiten?Voorzitter, tot slot. Het is niet alleen belangrijk om doelen te stellen, maarook om prioriteiten aan te brengen, zeker gezien de beperkte financiëleruimte. Niet alles kan overal en tegelijk. Kunnen beide bewindspersonenaangeven wat voor hen in deze kabinetsperiode topprioriteit is? Waar zouhet geld als eerste heen moeten gaan?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u voor uw bijdrage. We gaan even schorsen om de bewindsper-sonen de gelegenheid te geven om te kunnen antwoorden in de eerstetermijn van de kant van het kabinet. Ik schors tot 10.45 uur.De vergadering wordt van 10.22 uur tot 10.53 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6015 We zijn toegekomen aan de eerste termijn van de kant van het kabinet. Wegaan snel verder, want de tijd gaat hard. Ik zou wederom als eerste deMinister, de heer Madlener, het woord willen geven. Gaat uw gang.Minister Madlener:Dank u wel, voorzitter. We hebben een aardige lijst vragen, dus ik wilgewoon het rijtje afgaan, als u het goedvindt.Dan begin ik met de heer Heutink. Hij begon door te vragen waarom wede budgetten hebben verlaagd en er niet voor hebben gekozen om meerwerk te verzetten. Dat gaat over de onderuitputting. Ik zal een antwoordformuleren dat door mijn ambtenaren gegeven is en dat vertalen naar hoeik denk dat u het bedoelt. In mijn ambities is maakbaarheid de norm vooruitvoering en programmering. In de afgelopen jaren zijn we tegen degrenzen aangelopen van wat maakbaar en realiseerbaar is binnen deuitvoeringsorganisaties en de markt. Daarmee heeft het verhogen van deprogrammering geen zin, want die uitgaven zullen dan overblijven. Dekomende jaren ligt de focus op het vergroten van de maakbaarheid. Degeraamde budgetten voor aanleg en instandhouding zijn daaropgebaseerd. Dat zien we ook terug in hogere uitgaven op de fondsen. Dat isinderdaad het probleem: er is een enorme schaarste in de markt, maarook schaarste in de capaciteit voor vergunningverlening bij Rijkswater-staat. We willen dus eigenlijk meer dan we kunnen en ook meer dan demarkt aankan. Dat is de reden van die onderuitputting. Dat geld kúnnenwe niet uitgeven, maar dat willen we natuurlijk wel. We hebben nu metFinanciën afgesproken om voor het komend jaar die schuif toe te passen,waarbij we de budgetten verlagen. Dat doen we om het EMU-saldo teverbeteren. Maar het is natuurlijk mijn ambitie om meer te gaan doen. Ditis dus een eenmalige actie, een eenmalige afspraak, maar we gaan eralles aan doen om de maakbaarheid, zoals dat heet – dat is eigenlijkgewoon de capaciteit, zowel bij Rijkswaterstaat als in de markt – groter enefficiënter te maken. We willen natuurlijk projecten realiseren.De voorzitter:Ik zou de Minister willen onderbreken. Het lijkt me goed om interruptiesdirect te doen, omdat u de leden afgaat in uw beantwoording. Als eersteis er een vraag van de heer Heutink van de PVV.De heer Heutink (PVV):Op deze wijze worden de ambities eigenlijk wel kunstmatig beperktdoordat we niet meer kúnnen doen en de budgetten laag wordengehouden. Dat brengt wel een enorm risico met zich mee. De vraag iseven welk risico dat precies gaat zijn. Daar gaat mijn vraag over. Debudgetten zijn nu verlaagd. De Minister en ik weten allebei dat het bestlastig is om budgetten weer terug te krijgen als ze eenmaal weg zijn. Mijnvraag is dus welke afspraken de Minister heeft gemaakt met de Ministervan Financiën over het terugkrijgen van die budgetten.Minister Madlener:Dat is een goede vraag van de heer Heutink, maar het is gelukkig niet zodat het geld weg is. 100% van het budget blijft beschikbaar. We doen hetalleen op een later moment. Dit is puur een geste naar de Minister vanFinanciën om het EMU-saldo goed te houden. We konden het geld tochniet uitgeven. Maar er gaat geen cent van het budget af. Dat is ook nodig,want de budgetten schieten vaak tekort. Er is een enorme inflatie bij debouwkosten. We zien ook echt tekorten. Enerzijds is het dus goed nieuwsdat er geen cent verloren gaat in het budget, maar anderzijds blijft hetprobleem bestaan dat de kosten van de uitvoering vaak toch wat hogerzijn dan gepland. Dat is de realiteit. Maar ik wil in ieder geval die zorgwegnemen bij de heer Heutink. Dat was ook mijn zorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6016 Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoor de Minister net zeggen dat er sprake is van schaarste bij Rijkswa-terstaat en in de markt. Ik zou daar graag wat meer over willen weten. Ikkrijg namelijk te horen dat het grootste knelpunt zit bij de voorbereidingop de projecten en aan de voorkant van de vergunningverlening, zodat zein uitvoering kunnen gaan. Ik hoor juist dat heel veel aannemers staan tetrappelen om te beginnen, nu soms zelfs grote projecten afronden en dandenken «wanneer komt het volgende?» en eventueel zelfs naar hetbuitenland vertrekken voor de uitvoering van projecten. Dus waar zit dieschaarste nou? Kijken we inderdaad vooral naar de markt of naar allebei,of moeten we als een dolle aan het werk om Rijkswaterstaat meer inbeweging te krijgen, zodat de markt aan het werk kan?Minister Madlener:Het is beide. We zien dat aanbestedingen soms ook niet goed lopen. Bij deVan Brienenoordbrug was één inschrijving, dus het is niet zo dat de helemarkt niks te doen heeft. Er wordt heel hard gewerkt. Er is wel concur-rentie tussen de aanleg van wegenprojecten en bijvoorbeeld de energie-transitie. Dat zijn vaak dezelfde aannemers. Er is dus echt voldoende werk.We moeten ook zorgen dat het beter voorspelbaar wordt voor aannemers,zodat ze hun personeel aan de gang kunnen houden. Ik heb daarvoor ookafspraken met de aannemers over hoe wij zaken in de markt gaan zetten.Hoe zorgen we dat dat op een goede manier gebeurt, dus niet een helebups nu en dan niks meer? Het moet een beetje voorspelbaar worden,zodat aannemers daar beter op kunnen anticiperen en mensen kunnenvasthouden. Dat is natuurlijk belangrijk. Dus ik heb daar zeer goedegesprekken over. Daar gaan we zeker zaken in verbeteren.Bij Rijkswaterstaat is er echter ook een gebrek aan capaciteit. Ieder projectis natuurlijk heel juridisch. We hebben nu gelukkig net goedkeuringgekregen voor ViA15, na zeven jaar procederen. Het is steeds moeilijkerom nog iets te doen in dit land, met al die regeldruk. Kijk ook naar hetstikstofprobleem. Mensen stappen direct naar de rechter. Dat is natuurlijkook hun recht, maar het zorgt wel voor een enorme juridisering om nogiets voor elkaar te krijgen. Dat heeft ook allemaal capaciteit nodig, ook bijde ambtenaren. In de hele markt is een tekort aan mensen. Je ziet hetoveral. Wij hebben er ook heel veel last van. Dan helpt een taakstellingmisschien ook nog eens niet mee, dus we moeten heel goed kijken of wedit wel goed kunnen inpassen. Maar het heeft al onze aandacht. Wemoeten niet het kind met het badwater weggooien. We moeten echt deproductie verhogen. We willen de markt juist aan de gang zetten. Datheeft al onze aandacht. U bent daar ook bij, zeg ik tegen mevrouwVeltman. We moeten er creatief in zijn. Dit heeft al onze aandacht.De voorzitter:Mevrouw Veltman heeft nog een vervolgvraag daarover.Mevrouw Veltman (VVD):Ik ben ook heel blij dat het de aandacht heeft en dat die gesprekkengevoerd worden. Dat is hartstikke goed. Overigens ben ik ook ontzettendblij dat de kogel door de kerk is met de A15 en dat daarmee de hele regioGelderland en de regio’s daaromheen veel beter ontsloten zullen worden.Daar zijn we heel blij mee. De Minister refereerde net ook aan deVan Brienenoordbrug. Mijn beeld is dat het daar niet zozeer gaat omschaarste. Hij zei: er was maar één inschrijving. Maar dat had volgens mijvooral te maken met de wijze van de verdeling van de risico’s bij deaanbesteding. Mijn nadrukkelijke oproep is dan ook om niet alleen teveronderstellen dat het de schaarste is, maar om ook in gesprek te gaanover het verdelen van de risico’s.Minister Madlener:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6017 Het heeft ongetwijfeld ook een rol gespeeld dat het risico te veel bij demarkt is komen te liggen. Het blijft natuurlijk altijd een beetje zoeken naarwaar je het risico legt, want het risico bij de belastingbetaler of bij onszelfleggen, is ook niet altijd het beste. Maar dat is hier misgegaan. Daarom isdie aanbesteding ook gestopt. Maar we zien het bij veel meer projecten:zijn we nog wel populair om voor te werken? Dat is bijna de vraag. We zijnop dit moment samen met de markt aan het onderzoeken hoe we datkunnen verbeteren, want we hebben elkaar wel nodig. De markt heeft onsnodig, maar wij hebben de markt ook zeker nodig. Dus dat moet gewoonbeter. Ten aanzien van het risico moet het gewoon beter. De voorspel-baarheid, wat gaan we aanbesteden en wanneer, moet ook beter. Ik snapwat u zegt. Het is op dit moment ook niet optimaal, maar we werken echtsamen aan verbetering, bijvoorbeeld aan hoe we de snelheid in vergun-ningverlening bij Rijkswaterstaat kunnen verbeteren.Het is een zeer belangrijk onderwerp, want we hebben natuurlijk allerleiambities. We zien ook dat de prijzen steeds meer oplopen. De staalprijzenzijn ongeveer verdrievoudigd. Dat helpt ook niet mee. Dus we zien ookproblemen bij de budgetten. En stikstof kennen we allemaal. Het is dusniet de makkelijkste tijd om heel veel aan te leggen. Maar goed, het is eenuitdaging. Dat doen we samen.De voorzitter:U heeft nog een interruptie van de heer Heutink hierop.De heer Heutink (PVV):Bij de Van Brienenoordbrug ging het niet alleen over de risico’s die hetproject met zich meebracht, maar het had ook te maken met decomplexiteit ervan. De bedoeling is nu volgens mij dat we het gaanopknippen, om het zo aantrekkelijker te maken. Dan kom ik terug op deaanbestedingen en op de vraag of wij als partij, als rijksoverheid, nog welinteressant zijn om voor te werken. Dat kan natuurlijk wel een funda-menteel probleem blootleggen. Mijn vraag aan de Minister is dus of hijbereid is om de Kamer per brief te informeren over een plan van aanpakom de aanbestedingen recht te trekken. Hoe zijn de gesprekken met deaannemers gegaan? Hoe gaan wij ervoor zorgen dat we weer eenaantrekkelijke partij worden om voor te werken?Minister Madlener:Dat zou ik eigenlijk niet in een brief of een briefje willen doen. Het isnatuurlijk een continu proces. We moeten hier echt mee bezig gaan. Het isook niet heel makkelijk. Het is niet dat je even een oplossing kuntbedenken waarna het beter gaat. Het is echt een proces dat wegezamenlijk met de markt moeten oppakken. Overigens is de Kamer daarook bij. We hebben natuurlijk allemaal wensen. Het moet allemaalstikstofloos en circulair worden gebouwd. Dat helpt ook niet altijd. Wehebben dus heel veel ambitie. Het moet allemaal beter, maar dat verhoogtde prijzen soms. We moeten daar dus continu aan werken. Het lijkt megoed om de Kamer op dit punt een brief te sturen waarin we de stand vanzaken op dit moment schetsen, alsmede een soort plan van aanpak omhiermee aan de slag te gaan. We zijn ermee aan de slag, maar ik wil julliedaar natuurlijk in meenemen. Het is bij ons een heel groot onderwerp: hoegaan we het geld dat we hebben zo efficiënt mogelijk aanwenden om deprojecten uit te voeren? Daar zie ik een heel grote spanning.De voorzitter:Mevrouw Veltman heeft ook nog een vraag.Mevrouw Veltman (VVD):Het is sowieso fijn als er een plan van aanpak komt, ook onze kant op. Uzegt dat we samen aan de lat staan. We kunnen dan ook goed geïnfor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6018 meerd zijn. Ik zou willen vragen om daar bijvoorbeeld ook inzicht in demarktcapaciteit in mee te nemen, zodat we echt een goed beeld krijgen,ook van de wijze waarop de Minister de ambitie gaat verwezenlijken. Hieris echt een andere aanpak nodig. Ik vind dat we als Kamer ook gevoelmoeten krijgen bij die aanpak en bij wat we anders gaan doen.Minister Madlener:Ik ben het geheel eens met mevrouw Veltman. Ik wil dat graag toezeggen.Het is een van de uitdagingen die ik in de eerste drie maanden van mijnministerschap heb opgemerkt. Die spanning zit op zo veel terreinen.Stikstof kennen we natuurlijk al. De materiaalprijs is gestegen en datmaakt het nu ook lastiger. Je ziet ook dat risicomijdende. Het is voor demarkt misschien ook onzekerder. We zien soms heel grote tekortenontstaan. Bouwbedrijven komen zelfs in de problemen doordat ze derisico’s toch niet kunnen dragen. Het is natuurlijk geen heel grote markt inNederland. Het zijn een paar grote aannemers. Als zij wat terughoudenderworden, wordt het al snel dun gezaaid. Het is dus echt een grote zorg,waar we heel goed mee bezig moeten gaan. Ik zeg u dus toe dat we uhierin meenemen. Laten we kijken hoe we dit samen kunnen verbeteren.Maar het zal niet zomaar even een snelle oplossing zijn. Het is echt eenproces van jaren om dit te verbeteren.De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording.Minister Madlener:Dan was er nog een vraag van de heer Heutink. Kunnen we specifiekertoelichten hoe we de informatiewaarde verbeteren, doelen inzichtelijkeren meetbaarder maken en hieraan financiële instrumenten koppelen? Deheer Heutink vraagt of ik in de volgende begroting de doelstellingen kanspecificeren, deze kan koppelen aan meetbare gegevens en een koppelingkan maken met de financiële instrumenten. Ik snap de behoefte en deelook de ambitie. We werken er ook hard aan, want het is niet eenvoudigom zo’n breed pakket taken inzichtelijk te maken in de begroting. Wevinden zelf dat we al goed bezig zijn en mooie slagen hebben gemaakt,zodat het verbeterd is, maar het is niet zo simpel als het lijkt. Ook zijn nietalle doelstellingen van de overheid even makkelijk te meten met indica-toren. We doen ons best. Geeft u vooral ook zelf aan waar wij dat beterkunnen doen. Wij zullen ons maximaal inspannen om ieder jaar weer eenstapje de goede richting op te gaan.De voorzitter:Dat leidt tot een korte vraag van de heer Heutink.De heer Heutink (PVV):Het is geen vraag. We zullen in de tweede termijn met twee moties overdit soort punten komen.Minister Madlener:Die moties wacht ik dan graag af. Dit waren de vragen van de heerHeutink.Dan kom ik bij de heer De Hoop. Hij vroeg: wat betekent de apparaattaak-stelling van het kabinet voor het ministerie? De apparaattaakstellingvanuit het hoofdlijnenakkoord is voor 2025 verdeeld over de verschillendedienstonderdelen. Overal is dat 1%, dus dat valt op korte termijn nog welmee. Met wat efficiënter werken moet dat toch lukken. Maar goed, dat isde korte termijn. Er wordt nog bezien hoe we dat gaan doen na 2025. Hetis natuurlijk een enorme klus om die bezuiniging zo verstandig mogelijkdoor te voeren. Het is echter een bezuiniging die we moeten doorvoeren;dat is nu eenmaal zo. Het is niet leuk en het doet pijn. We zijn aan hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6019 bekijken hoe we dit zo goed mogelijk kunnen laten landen. Dat zal voorieder ministerie zo zijn. We moeten de schade die hierdoor ontstaat, zominimaal mogelijk houden. Dat vereist echt wel heel specifiek maatwerkbij ieder onderdeel. We hebben het ook al gehad over Veilig VerkeerNederland; daar kom ik zo op terug. Iedereen heeft zo zijn bestaansreden.Dat mogen we natuurlijk niet ondergraven. Het is een uitdaging. Volgendjaar valt het nog mee, maar het is een oplopende taakstelling. We zullenecht ons best doen om dit goed te laten landen in de hele organisatie.Mooier kan ik het niet maken.Wat doen we aan arbeidstekorten voor de uitvoering? Dat was een vraagvan de heer De Hoop. We hebben het er net ook al even over gehad. Dearbeidsmarkt is krap, en dat merken we. Rijkswaterstaat weet nog wel dejuiste mensen te vinden, maar ook wij merken dat er veel vacaturesopenstaan. Soms zijn die heel specifiek. Qua stikstofdeskundigen zittenwe bijvoorbeeld krap in de markt. Dat heeft natuurlijk nadelige gevolgen.We willen het kennisniveau bij Rijkswaterstaat verder verhogen. We willendat competenties breder in de sector worden ontwikkeld. We zijn duscreatief aan het bekijken hoe we die vragen in kunnen vullen.Er is een transitie gaande sinds 2019, waarbij met de markt een expertiseoptimaal wordt benut en innovatie wordt versterkt. «Innovatie» isnatuurlijk altijd een mooi antwoord, maar het is niet zo makkelijk. Wantook dat vergt aanpassing. Wij vragen ook veel van de markt. Ik noemde alstikstofarm bouwen en circulariteit. Dat zijn allemaal aanpassingen diemoeten worden doorgevoerd. Het heeft al onze aandacht. We moetenkijken of we de capaciteit bij Rijkswaterstaat kunnen vergroten in plaatsvan verkleinen.Wat betekent de stikstofproblematiek voor het wegverkeer? We hebbengisteren gelukkig een positieve uitspraak gezien inzake het project ViA15.Dat is een belangrijk project voor het oosten van het land. Het heeft zevenjaar aan rechtszaken gekost, zeven jaar vertraging opgeleverd. Ik benontzettend blij dat dat er nu in ieder geval door is. In die zeven jaar is menechter weer met nieuwe wetgeving en eisen op de proppen gekomen.Deze goede uitspraak kun je dus niet zomaar doortrekken naar alle nieuweprojecten. Dat is eigenlijk het jammere ervan. We zien dat het steedslastiger wordt om grote projecten nog goed uit te voeren. We zien eenjuridisering en rechtszakenvertragingen. Zeven jaar vertraging betekentook zeven jaar bouwinflatie. Die afgelopen zeven jaar zijn niet geringgeweest. Dat zal wel weer leiden tot tekorten op de financiën. Dit isgewoon de realiteit, waar we nu mee te doen hebben. Ik ben in iedergeval heel blij met de ViA15.We zien de stikstofproblematiek dalen. Het goede nieuws is – laten we datook niet vergeten – dat de stikstofuitstoot door het wegverkeer eenenorme daling doormaakt. Die daling gaat door, met de elektrificering ennieuwe voertuigen. Ik hoop ook echt dat het vrachtverkeer gaat aanhakenals het gaat om stikstofwinst. Het zou alleen leuk zijn als die stikstofwinstten goede komt aan de sector. Nu gaat die stikstofwinst vooral nog naarde natuur en naar de PAS-melders. Dat is ook belangrijk, maar het zou watmij betreft wat meer in evenwicht mogen.Hoe gaan deze bewindspersonen ervoor zorgen dat de stikstofproble-matiek wordt opgelost en wat betekent het voor de luchtvaart? Dat waseven een vraag tussendoor, maar die is niet onbelangrijk. De luchtvaartmoet natuurlijk ook bijdragen aan het oplossen van de stikstofcrisis. Latenwe ook zien dat het wel de goede kant opgaat met de stikstofuitstoot.Alleen, we zijn nog wel even bezig om het doel dat we hebben met destikstofuitstoot, te halen. Dat maakt het lastig. Maar ik zie dat de transport-sector er goed aan bijdraagt, goed bezig is. We halen onze doelen bijna –dat is al heel wat – maar het moet nog beter. We hopen dat het beterwordt door de nieuwe voertuigen. De biofuel in de luchtvaart is natuurlijkook een belangrijke steunpilaar. Dat gaat trouwens niet om stikstof, maarom CO2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6020 Verder zijn de luchthavens zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen vanstikstofrechten. Dat gebeurt ook, door het opkopen van stikstofrechten.Dat vindt niet iedereen even leuk, maar het is wel een oplossing voor hetlokale probleem. Het is aan het bevoegd gezag en aan de Minister vanLVVN om de aanvragen te beoordelen. Maar het blijft een enormeuitdaging.Dan kom ik bij mevrouw Veltman. Zij vroeg welk concreet plan wij hebbenom het aanbesteden van projecten voortaan succesvoller te maken. Daarhebben we het net ook al even over gehad. Ik wil daar niet al te diep meerop ingaan. Ik denk dat ik er genoeg over gezegd heb. Maar de uitdagingvoor de komende jaren is dat we efficiënt de projecten ten uitvoer kunnenbrengen, met de schaarse middelen die wij hebben. Daar zit een enormebudgetspanning op.Er werd gezegd: er zijn nieuwe manieren van aanbesteden nodig,bijvoorbeeld in serie met overkoepelende contracten. We moeten creatiefkijken naar de vragen uit de markt. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat hetaantrekkelijk wordt voor de marktpartijen om dat te doen? Soms kun jeeen project opknippen in kleinere delen, zodat meerdere aannemers zichhierop in kunnen schrijven. Ook dat heeft nadelen. Maar we zijn dus echtcreatief aan het bekijken, samen met de markt, hoe we zaken kunnenverbeteren. Dit is ook een oproep aan de marktpartijen en aan uw Kamer:denk hierover mee. Ik sta in ieder geval open voor alle verbeteringen,want die zijn hard nodig.De heer Heutink (PVV):Ik wil toch heel even meedenken met de Minister, met uw welnemen,voorzitter. Is het geen idee om meerdere aannemers of enkele aannemersvoor langere termijn te kunnen contracteren als rijksoverheid, evenafgezien van het project waarom het dan gaat? Dan kunnen dezeaannemers zich op langere termijn voorbereiden op het werk dat gaatkomen. Dan kunnen zij daar personeel voor aannemen en materialengoedkoper inkopen. Ik denk dat het een goede manier is om langdurigezekerheid te creëren. Dan kun je ervoor zorgen dat de rijksoverheid altijdweet dat er voldoende capaciteit. Ik denk dat het voor beide kanten goedzou kunnen werken. Ik hoor graag hoe de Minister daarover denkt. Als hijdaar nu geen antwoord op heeft, is dat niet erg, maar dan kan hij er latermisschien op terugkomen. Het is maar even een proefballonnetje, die ikhier graag wil opwerpen.Minister Madlener:Dat proefballonnetje is precies raak geschoten. Die voorspelbaarheid isprecies waar de markt behoefte aan heeft. Dan zorg je ervoor dat jepersoneel jarenlang zekerheid heeft. Dan is het niet zo dat er een grotepiek is en dat daarna iedereen de bouw weer kan verlaten. Dat is precieswaar wij mee bezig zijn. Dat doen we vooral in de onderhoudsopgave. Datis financieel gezien eigenlijk de grootste opgave die wij nu hebben. Als dieene brug of dat ene viaduct klaar is, is het belangrijk dat dezelfde mensengelijk weer door kunnen naar het volgende project, zodat de aannemerniet met zijn mensen zit te wachten. Dat is precies de richting waarmee wijbezig zijn. Ik zal u in de brief die ik u beloofd heb, daarvan op de hoogtestellen. Wij blijven hieraan werken, want dit is wat de markt vraagt. Datwas dus een uitstekende suggestie.Dan de aanleg. Er werd gevraagd hoe wij in gesprek zijn met de uitvoeringdoor RWS, ProRail en marktpartijen die staan te springen om aan de slagte gaan. Wat betreft Rijkswaterstaat is er een halfjaarlijks overleg met devoorzitters van een aantal belangrijke brancheorganisaties in de infra-structuur over het werk van Rijkswaterstaat. Dat is het standaardoverleg,maar daarnaast heb ik als Minister natuurlijk ook veel overleg met demarktpartijen. Dat zie ik als een grote taak voor de komende jaren. Ik hebal toegezegd aan marktpartijen dat ik dat blijf doen. Daarin bespreken weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6021 de oplossingen en kijken we waar zij behoefte aan hebben. We hebben hetnet al gehad over een treintje van projecten, zodat er voorspelbaarheidkomt. Bij ProRail zal dat ook spelen. Daar zal de Staatssecretaris straksmisschien nog op ingaan. Dit heeft onze gezamenlijke aandacht.Hoe gaan we de ambities waarmaken? Dat is een heel goede vraag, bijnaeen gewetensvraag, want de ambities zijn iets hoger dan de budgettenreiken. Dat betekent: keuzes maken. Het kabinet heeft gezegd: we gaandoor met de enorme onderhoudsopgave. Ik denk dat dit heel verstandigis. Als je geen onderhoud doet, komen er later heel grote problemen. Ikben blij dat we met z’n allen geconstateerd hebben dat we dit onderhoudheel goed gaan doen. Daarnaast vond het kabinet het natuurlijk fijn omtoch weer aan de slag te gaan met de zeventien projecten. Maar deeerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het budget erg beperkt is. Dat zal dusom keuzes vragen. Die keuzes heb ik op dit moment nog niet gemaakt,maar in de komende tijd gaat dat wel gebeuren. Daar ga ik uw Kamer ookbij betrekken. Die keuzes gaan ook over brede welvaart en overhaalbaarheid van de projecten: welke passen goed in het schema enwelke tekorten hebben we nog op te lossen met elkaar? Op de ViA15,waarover we nu een feestje vieren omdat we ermee aan de slag mogen,zit inmiddels ook een forse overschrijding. Dat moeten we ook allemaal inogenschouw nemen. Het vereist dus gewoon heel veel gepuzzel. Metbrede welvaart hebben we instrumenten om te kunnen bekijken waar wehet gaan doen. De regio’s willen ook bediend worden. Er zijn veelpauzeprojecten waarvan iedereen denkt: ik wil dat ze op korte termijndoorgaan. Maar dat zal niet lukken. We moeten dus met elkaar gaanbekijken welke we wel gaan doen en er in de komende jaren mee starten.Daar zal ik met het ministerie over nadenken. Ik zal uw Kamer daarbijbetrekken, zodat we die keuze samen kunnen maken. Maar het zal nietalles zijn, zeg ik erbij.Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoor goed wat de Minister zegt, maar ik ben echt wel benieuwd wat devoorkeur van de Minister is als het gaat om het in gang zetten van dieprojecten. De A15 is er nu door bij de Raad van State. Ja, er is eenbudgetspanning. Maar hoe gaat de Minister dit dan aanpakken? Waar zouhij de keuzes willen maken? Ik vind dit wel een beetje een heel breed enalgemeen antwoord.Minister Madlener:Het is ook een breed, algemeen antwoord, omdat ik die keuze nog nietgemaakt heb. Mijn ambitie is natuurlijk om zo veel mogelijk te doen. Ik wildat mijn opvolger later ook zegt: nu kan ik bepaalde projecten openen.Niet zomaar omdat het om mijn opvolger gaat, maar omdat Nederlandhier behoefte aan heeft. We hebben 18 miljoen mensen, die zich allemaalwillen verplaatsen. Nederland moet niet krakend vastlopen in files. Ook inde regio zien we de filedruk stijgen. Straks gaat de wintertijd weer in. Danzullen we zien dat de filedruk weer enorm gaat toenemen. Ik wil hetmaximale doen. Hoe bekijk ik dit? Ik vind het belangrijk dat het hele landziet dat we rekening houden met de regio, dus dat we overal iets doen.Het tweede is de haalbaarheid: doen we twee kleinere projecten of kiezenwe voor één groot project? Die keuze moeten we ook maken. Dan hebbenwe ook nog de woningopgave. We hebben gelukkig 2,5 miljard voorontsluiting. We moeten dus ook bekijken waar dit kan samenvallen metbestaande projecten en hoe we het maximale uit het budget kunnenkrijgen.De voorzitter:Dat roept een vervolgvraag op.Mevrouw Veltman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6022 Er wordt al tientallen jaren over gesproken en al zeven jaar over geproce-deerd. Mag ik daarom aannemen dat in ieder geval bij de A15 de schop inde grond kan gaan? Wordt er met alle verschillende uitdagingen dusdaniggepuzzeld dat dit gewoon gerealiseerd kan worden?Minister Madlener:U mag ervan verzekerd zijn dat dit project hoog op mijn verlanglijstjestaat, want dit is een van de projecten waar we nu mee door kunnen. Bijheel veel andere projecten hebben we nog heel veel hobbels, bijvoorbeeldqua stikstof. Die zijn er hier niet. Hier kunnen we nu mee door. Dat is eenkans. Er zijn alleen forse overschrijdingen, dus dat heeft ook gevolgenvoor andere projecten. Het wensenlijstje is veel groter dan wat we dekomende jaren kunnen gaan doen. Daar moeten we ook eerlijk in zijn.Maar dit is wel een van de projecten waarvan ik denk: dit is een heelbelangrijk project voor die regio.De voorzitter:Sorry, ik wil hier graag nog een opmerking over maken. Het lijkt nu wat dekant op te gaan van keuzes. Dat is natuurlijk ook politiek. Ik heb daaromeven ruimte gegeven voor deze vragen, omdat die doorgingen op eentechnische beantwoording. De Minister gaat nu in zijn beantwoording ookrichting de keuzes die we moeten maken. Ik zou de leden willen uitno-digen om volgende week, wanneer de IenW-begroting staat geagendeerd,de politieke discussie met de Minister te voeren. De Minister vervolgt nuzijn beantwoording van de vragen die gesteld zijn, want we pratenhierover zeker door bij de begrotingsbehandeling. Ik kan verklappen dat uvast en zeker ook nog een notaoverleg MIRT krijgt, waarin er nog een keerde mogelijkheid is om erover te spreken. Ik denk dus dat er genoegmogelijkheden komen om over de afwegingen met elkaar te debatteren.Vervolgt u de beantwoording, Minister.Minister Madlener:De voorzitter heeft helemaal gelijk. Dit is natuurlijk meer een technischbegrotingsdebat, waarin we niet zozeer op de keuzes moeten ingaan. Hetis natuurlijk wel heel veel verleidelijk, want we hebben gister een feestjekunnen vieren na zeven jaar vertraging. Ik snap dat we dan allemaal heelgraag zeggen: goh, nu kunnen we hiermee door. Maar het staat op de lijstmet ambities. Daar komen we later op terug.Hoe gaan we ervoor zorgen dat in het vervolg het gekozen budget zo veelmogelijk de norm is voor de uitvoering en programmering? In mijnambitie is maakbaarheid de norm voor uitvoering en programmering,maar de afgelopen jaren zijn we wel tegen de grenzen aangelopen vanwat maakbaar en realiseerbaar is. Dat hebben we natuurlijk ook nietallemaal zelf in de hand. Een materiaalprijsstijging kun je niet begroten;die gebeurt en zorgt voor problemen. De stikstofcrisis die we nu hebben,hebben we ook niet echt zien aankomen. Het heeft dus beperkingen. Maarik ben een realist. Ik kom uit Rotterdam. Ik heb ervaring met realistischbegroten. We moeten elkaar ook geen sprookjes vertellen. Daarom wil ikhier echt zo realistisch mogelijk naar kijken. Het nadeel ervan is dat je ookde tekorten ziet. Dat is niet altijd even prettig. De ambities zijn vele malengroter dan dat wat we de komende jaren kunnen gaan doen. Toch vind ikhet belangrijk om heel realistisch te begroten. Dat gaan we dus ook doen.Hoe gaan we zorgen voor een hogere productie? Ik heb al gezegd dat wesamen met de markt gaan bekijken hoe we beter kunnen aanbesteden. Wegaan bekijken hoe we onze eigen organisatie nog verder kunnenstroomlijnen. Voor de instandhouding is het ook heel erg nodig enbelangrijk dat we echt efficiënt werken met elkaar en leren van projecten.Er wordt gekeken naar bepaalde technieken, bijvoorbeeld bij de verbe-tering van viaducten. Als die gestandaardiseerd kan worden, kun je daarTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6023 winst mee bereiken. Daarvoor hebben we creatief denken nodig. Datwordt allemaal gedaan.Dan de ruimte in het Mobiliteitsfonds. Hoe gaan we het budget benuttenen wat voor projecten zullen prioriteit krijgen? Daar gaan we later op in bijde behandeling van het MIRT en de begroting. Daarbij is uw Kamernatuurlijk ook mede aan zet.Dan kom ik bij de vragen van de heer Van Dijk over brede welvaart. Hoemaken we gebruik van bredewelvaartsindicatoren? De heer Van Dijk vindthet kennelijk nog niet helemaal duidelijk hoe we dat doen. Daar is metPrinsjesdag een brief over gestuurd aan uw Kamer, waarnaar ik graagverwijs. Ik wil erbij opmerken dat brede welvaart geen heel eenduidigbegrip is. Iedereen heeft er zijn eigen ideeën bij. Voor mij is bredewelvaart ook kwaliteit van leven. Dat gaat over mobiliteit, maar ook overje woonomgeving. Je weegt op je eigen manier af hoe je dat bekijkt. Erzijn indicatoren opgenomen voor brede welvaart, maar die zijn vaak watabstracter. Uiteindelijk is het een politieke keuze hoe wij dat met elkaarwegen, of wij vinden dat de bredewelvaartsaspecten voldoende zijnmeegenomen. Daar hebben we ook het MIRT-overleg voor. Ik ga natuurlijkeen voorzet doen met wat volgens mij de beste keuze is, maar ik weet datde Kamer daar zelf ook over nadenkt. Het heeft ook met regio’s te maken,want in de regio speelt brede welvaart ook. Uit de monitor over vervoers-armoede van pasgeleden kwam naar voren dat heel veel regio’s afhan-kelijk zijn van die projecten voor hun mobiliteit. Zo heeft iedere regio zijneigen specifieke uitdagingen. Ik hoop dat we daar samen met uw Kamertoch een soort afweging in kunnen maken. Uiteindelijk is het aan depolitiek om die keuze te maken.De heer Olger van Dijk (NSC):Op zichzelf begrijp ik dat. Het is ook best lastig. De Minister gaf eerder alaan dat we het hier vaak over zullen hebben. De voorganger van deMinister heeft een poging gedaan om met bereikbaarheidsdoelen te gaanwerken. NSC heeft gezegd: waar je ook woont in Nederland, het zou goedzijn als je binnen drie kwartier bijvoorbeeld een mbo-instelling of eenhuisartsenpost kunt bereiken. Is deze Minister ook van zins om op die wegdoor te gaan?Minister Madlener:Ik vind het wel nuttig om er zo naar te kijken, want dat is de praktijk. Als jeergens wilt gaan wonen, kijk je ook hoe ver je van een ziekenhuis vandaanwoont. We zien bij de sluiting van een ziekenhuis bijvoorbeeld ook dat ditonder druk staat. Het is geen statisch gegeven; het is dynamisch. Als weeen weg aanleggen, kijken we naar dat moment. Dan zien we bepaaldeontwikkelingen. We zien ook dat de Randstad steeds drukker wordt. Is datnou wenselijk? Dat zal in de Nota Ruimte weer tot uitdrukking komen.Waar gaan we met z’n allen wonen? Gaan we dat wat meer verdelen ofgaan we toch meer concentreren? Die keuze wordt op dit momentgemaakt. Ook dat is heel belangrijk voor die leefbaarheidsaspecten. Het isdus aan ons allen om hier die weging in te maken.De heer Olger van Dijk (NSC):Heel concreet: gaat deze Minister, ook naar aanleiding van een vraag vandeze kant, zelf verder met die bereikbaarheidsdoelen? Ik formuleer hetbewust ruim. Ik heb net ook wat invullingen genoemd.Minister Madlener:Ik vind die bereikbaarheidsdoelen altijd belangrijk. Als we een keuzemaken voor project x of project y, dan gaat het over al die aspecten. Diedoelen zijn dus altijd belangrijk. Maar uiteindelijk zal het een politiekekeuze zijn wat we net belangrijker vinden: willen we nu geld steken in díéregio of gaan we toch voor een andere keuze? Daar heeft de Nota RuimteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6024 ook heel veel mee van doen, want we willen echt meer woningenproduceren. Ik ga er dus mee verder. Ik denk dat de Kamer dat ook doet,want brede welvaart is hier een populair begrip. Maar het kan niet allesoverstijgen. Je kunt zeggen dat je een mbo op twintig minuten afstandmoet hebben, maar er zijn ook hele andere eisen. Iemand anders wil eenAlbert Heijn hebben binnen vijf minuten. Uiteindelijk zal het een politiekekeuze zijn. We kijken natuurlijk naar alle aspecten. Wat doet een bepaaldtraject voor de leefomgeving? Hoe is de inpassing? Dat speelt allemaalmee. Ik hoor dus wat u zegt, maar ik vind het toch iets te simpel om tezeggen: ja of nee. Ik zeg: we zijn er allemaal bij.De heer Olger van Dijk (NSC):Daar ben ik het op zichzelf mee eens. Mijn pleidooi was eerder om dit heelexpliciet mee te nemen bij de afweging. Daarom verwees ik ook naar diemotie van NSC over het afwegingskader. Het gaat niet om een simpel ja ofnee. Het gaat erom dat je het in kaart brengt en op een gegeven momentweegt of het wel of niet aan de normen voldoet. Ik stel toch ook nog eenkeer de vraag: hoe staat het met het afwegingskader voorMIRT-investeringen? Krijgen we daar wellicht nog een brief over van dezeMinister?Minister Madlener:Daarover is een brief naar uw Kamer gestuurd. Dat gaat om het analyse-kader van de brede welvaart. We kunnen nu bijvoorbeeld door met ViA15.Dat is een keuze. Dat heeft natuurlijk tal van bredewelvaartsaspecten vooreen heel gebied. De hele regio daar profiteert van minder sluipverkeer. Ikzal die analyse per project in kaart brengen, zodat u de afweging goedkunt maken.De heer Olger van Dijk (NSC):Toch nog één keer, want dat afwegingskader is net wat anders. Er komtvolgens mij nog een brief naar aanleiding van de MIRT-overleggen voorons MIRT-overleg van eind november. Mijn verzoek is heel concreet ofnaar aanleiding van de ingediende motie toch nog eens kan wordenverduidelijkt hoe dit meeweegt in het afweegkader voor MIRT-investeringen. Ik doel dus op de brief van eind november.Minister Madlener:Ik hoor nu ook van mijn ambtenaar dat het gaat om een analysekader engeen afweegkader. De uiteindelijke keuze om voor project x of project y tegaan, is een politieke keuze. Daar hoort wel een analyse bij. Wat bereikenwe hiermee? Welke bredewelvaartsaspecten bereiken we hiermee? Maarhet blijft een analyse en geen afweging. De afweging om project x ofproject y op te pakken is uiteindelijk aan uw Kamer om te maken. Daar ligtmisschien het verschil in deze discussie.De heer Olger van Dijk (NSC):Er wordt al een à twee jaar gewerkt aan dat analysekader/afweegkader; ikvind dat meer een kwestie van naamgeving. De motie ligt er. Ik heb ergewoon behoefte aan om te zien welke slag er is gemaakt. Mij is door uwvoorganger toegezegd dat er een slag zou worden gemaakt bij debegroting in dat analysekader. Ik heb echt behoefte aan de laatste standvan zaken op dat punt en doe toch een laatste verzoek om in de brief, ookal is dat in een beperkte passage, de laatste stand mee te nemen van deconcrete vertaling van die motie. Zo concreet is de vraag.De voorzitter:De concrete vraag is: hoe staat het met het analysekader bij deafwegingen van projecten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6025 Minister Madlener:Er is dus een analysekader naar uw Kamer gestuurd. Ik zeg u toe dat wedat analysekader zullen inpassen en gebruiken bij de begroting. Als u hetdan – laten we zeggen bij de volgende begroting – toch nog steedsonvoldoende vindt, kunnen we dit gesprek opnieuw voeren. Het blijftechter een analyse. Bij de afweging gaat het om het maken van de keuze.Het is een analyse. Het is een hulpmiddel voor ons en voor uw Kamer omdie afweging te maken. Maar ik zal ervoor zorgen dat het een duidelijkeplek krijgt in de begroting. Dat zal dan ongetwijfeld een nieuwe discussieoproepen, maar ik hoop dat wij tegemoet kunnen komen aan de wens vande heer Van Dijk.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vind het punt dat de heer Van Dijk aankaart geheel terecht. Ik snap dater een verschil is tussen een analyse en de afweging die je daarnauiteindelijk maakt, ook als Kamer, maar de Minister maakt natuurlijk ooknadrukkelijk afwegingen op basis van die analyse. In mijn herinneringging deze motie specifiek over MIRT-projecten, waarbij heel langafwegingen worden gemaakt op basis van MKBA’s. De Kamer heeft toengezegd dat bepaalde regio’s er daarbij heel vaak bekaaid van afkomen.Daarom denk ik dat het wel nuttig kan zijn dat wij als Kamer voor hetMIRT-debat op basis van die analyse een brief van de Minister krijgen overhoe het kan dat bepaalde afwegingen zijn gemaakt. Ik denk dat dat onsook helpt om het MIRT-debat te voeren. De vraag is dus of de Ministerdaar nog een slag in kan maken, waarbij hij ook zijn eigen afwegingen watinkleurt. Die brief zouden we dan voor het MIRT-debat moeten krijgen.De voorzitter:Ik wil toch even zeggen dat er net een toezegging is gedaan door deMinister. De Minister neemt natuurlijk de besluiten, die hij voorlegt aan deKamer. De Kamer kan daarop reageren. De Minister heeft de toezegginggedaan dat hij het kader gebruikt bij die afwegingen. Die toezegginghebben we genoteerd. U heeft natuurlijk alle ruimte om straks in het debatde Minister te bevragen op de toepassing van die analyse. Maar we gaaneven luisteren naar het antwoord van de Minister.Minister Madlener:Ik hoor wat de Kamer vraagt. Ik ken die wens ook al heel lang. Ik zal hier inde MIRT-brief ook nog op ingaan. Ik hoop dan iets meer tegemoet tekomen aan de wens van de Kamer, want ik snap die wens. Ik ga dat dusproberen te doen in de MIRT-brief.De voorzitter:Oké. Vervolgt u uw beantwoording.Minister Madlener:Ik ben nog steeds bij de vragen van de heer Van Dijk. Hij vroeg of beidebewindspersonen kunnen aangeven welke doelen in de begrotingvoortkomen uit het hoofdlijnenakkoord. Het hoofdlijnenakkoord, hetregeerprogramma en de begroting van IenW sluiten uiteraard op elkaaraan. Er zijn een aantal prioriteiten waarvoor tijd nodig is om ze uit tewerken. Ik ben bezig met het verhogen van de snelheid naar 130 kilometerper uur.We hebben het al gehad over welke van de zeventien gepauzeerdeprojecten gestart kunnen worden.«Hoe kunnen we dit zo snel mogelijk in de begroting verwerken?» Daarwordt hard aan gewerkt. Wat ons betreft staan er geen tegenstrijdigedoelen in de begroting – uiteraard niet, zou ik willen zeggen. Als er dusnog specifieke tegenstrijdigheden zijn, dan zou ik ze graag willen horen.Maar ik zie ze op dit moment niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6026 «In de begroting wordt niet echt inzichtelijk hoe de korting van 22% op hetambtelijk apparaat is verwerkt. Kunt u hier een toelichting op geven?»Zoals we ook aan de rapporteur hebben aangegeven, is het eerste deelvan de taakstelling structureel verdeeld over alle dienstonderdelen. Datkomt dus neer op een efficiencykorting op de apparaatsbudgetten van 1%voor alle dienstonderdelen. Voor het resterende deel van de taakstellingzal het van 2026 tot 2029 oplopen tot 67 miljoen per jaar. Er is binnen hetdepartement een proces ingericht waarin deze keuzes worden gemaakt.Daar wordt dus op dit moment invulling aan gegeven. Maar dat isnatuurlijk een heel kwetsbaar proces, waarover we met alle voorzich-tigheid en zorgvuldigheid nadenken. Die 1% valt nog mee, maar in dekomende jaren zal dit echt keuzes vergen. Er zal in ieder geval aandachtzijn voor de publieksfuncties. Die willen we ontzien. Ook de uitvoeringwillen we ontzien, want dat is natuurlijk waarvoor we uiteindelijk op aardezijn: de uitvoering. We zullen de verdere uitwerking hiervan dus bij deVoorjaarsnota 2025 in de begroting verwerken, dus ik kan op dit momentnog niet aangeven wat de precieze effecten zijn. Bij de Voorjaarsnotazullen we hier verder over spreken.De heer Olger van Dijk (NSC):Nog even heel concreet. Dank voor zover, maar het klopt toch dat diekorting, ook omwille van de tijd, gewoon generiek is doorgevoerd? Datgeldt op dit moment dus ook voor de uitvoering. Graag een bevestigingdaarvan. Ik begrijp dat overigens, maar mijn punt is vooral: als je danvolgend jaar in dat hele proces hier weer naar gaat kijken, probeer je ditdan weer recht te zetten of is dit nu gewoon een done deal, een feit? Wantdan wordt op dit moment dus ook de uitvoering geraakt, hoe klein ook.Minister Madlener:Het antwoord is: die 1% geldt voor alle dienstonderdelen. Dat klopt. Maaraan de andere kant is 1% gelukkig nog heel weinig. We proberen tevoorkomen dat dit ook leidt tot 1% minder dienstverlening. Dat isnatuurlijk een uitdaging, maar 1% is nog wel te doen. De echte uitdagingkomt daarna, maar daar gaan we bij de Voorjaarsnota verder overspreken.Dan de generieke taakstelling subsidies. «Kunt u aangeven hoe u dit invultbij IenW? Gaat dat met de kaasschaaf, overal iets ervan af? Of kijkt u ooknaar de effectiviteit en de doelmatigheid?» De subsidietaakstelling is voornu naar rato verdeeld over de verschillende beleidsartikelen. De komendeperiode wordt de definitieve invulling verder uitgewerkt. Daarom kan iknog niet aangeven wat de precieze gevolgen zijn. We kijken natuurlijk naarde doelmatigheid en de effectiviteit, maar ook naar de continuïteit vanorganisaties die afhankelijk zijn van die subsidies. Bij de Voorjaarsnota zalik de Kamer hier ook over informeren. We zullen daarbij ook inzichtproberen te geven in de effecten.De heer Olger van Dijk (NSC):Misschien komt u er zo nog op, maar ik had specifiek verkeersveiligheidgenoemd. Bij een aantal organisaties op dat vlak is het duidelijk dat deopgave alleen maar groter wordt. In die zin was de vraag ook vooral of datdan betekent dat de kaasschaaf – laat ik het concreet stellen – volgend jaarwordt verlaten. Zal men inderdaad meer keuzes gaan maken en dus toteen soort van herschikking gaan komen op basis van die effectenanalyse?Minister Madlener:De kaasschaaf zal inderdaad worden verlaten. We gaan echt kijken naarwaar we de beste keuzes kunnen maken. De taakstelling moet echterworden uitgevoerd, dus het vereist gewoon keuzes. Maar het hoeft geenkaasschaaf te worden, om het voorzichtig te formuleren. In die zin hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6027 we dus keuzes te maken. De effecten voor bijvoorbeeld de verkeersvei-ligheid zullen daarbij scherp in de gaten worden gehouden.De voorzitter:Bent u bijna klaar met uw beantwoording?Minister Madlener:Ja.Er is 10 miljard voor spoor en 15 miljard voor rijkswegen, voor instand-houding. De opgave voor instandhouding is fors hoger dan hetbeschikbare budget. De instandhoudingsopgave is ook groter dan debeschikbare maakcapaciteit. Daar hebben we het al over gehad. Vanwegehet gebrek aan capaciteit en financiële middelen is niet alles mogelijk.Daarom zijn de gereserveerde middelen voor instandhouding in balansgebracht met wat maakbaar is voor Rijkswaterstaat. De komende jaren ligtde focus op het vergroten van het productievermogen voor instand-houding. Ten aanzien van het spoor zal de Staatssecretaris hierop ingaan.Het productievermogen van Rijkswaterstaat zal in 2030 stijgen van2 miljard naar 3 miljard per jaar.Dan over de ontsluiting van de woningbouw. De heer Van Dijk vroeg: hoecreatief kunnen we de 2,5 miljard voor ontsluiting van de woningbouw uithet hoofdlijnenakkoord verdelen? De 2,5 miljard voor de komende jaren isnatuurlijk heel belangrijk. Het is ook heel belangrijk dat we dat heel goeden efficiënt verdelen en dat we niet alles in één mandje leggen. Er zijnprojecten van 2,5 miljard. Dan ben je in één klap alles kwijt. We moetenhier echt kijken naar hoe we voor dat geld maximaal woongebiedenkunnen ontsluiten. Dat is de uitdaging in de Nota Ruimte. Daar spelen veelmeer aspecten een rol bij. We hebben water en bodem sturend. Er zijngebieden waar het misschien iets minder voor de hand ligt om te bouwen.Bij andere gebieden ligt dat misschien wat meer voor de hand. Dat is duseen enorme puzzel. Daar wordt op dit moment, in hele goede samen-werking met mevrouw Keijzer van Wonen, hard aan gewerkt. Het heeft alonze aandacht. We hopen in 2026 te kunnen beginnen met de eersteuitgave, dus het duurt nog wel even voordat we die projecten echtconcreet vorm kunnen geven.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik had begrepen dat de verdeelsleutel, of het verdelen, zelf voor volgendjaar op de rol stond. U zegt: in 2026 beginnen. Heb ik dat goed begrepen?Wanneer wordt die 2,5 miljard concreet verdeeld? Dat is nu nog niet hetgeval en dat begrijp ik ook. Het is allemaal kort dag. Maar wanneer wordtdat dan wel gedaan, om in 2026 daadwerkelijk te kunnen beginnen?Minister Madlener:We kunnen natuurlijk eerder afspraken en keuzes maken. Maar we willenin 2026 eigenlijk beginnen met het uitgeven van het geld. Dat is gewoonreëel. Het duurt namelijk wel enige tijd om die keuzes te maken en dievergunningen te regelen. Het is, gezien de praktijk, zelfs snel, zou ik willenzeggen. We zijn er op dit moment hard mee bezig. Keuzes kunnen weeerder maken. Die keuzes moeten we natuurlijk wel bezien in het geheel.Op dit moment ben ik nog een beetje voorzichtig, want het moet welvoldoende woningen opleveren. Het is echt de bedoeling dat we naar100.000 woningen per jaar gaan. Er zijn tal van leuke projecten en er zijnook heel veel tekorten op projecten. Die tekorten kun je inlopen met ditgeld. Maar dan is het geld snel op en dan hebben we het woningaantalniet bereikt. Ik zit ook te denken aan een soort norm per woning, zodat weeen beetje in de gaten kunnen houden of de projecten echt efficiënt zijnom het gewenste aantal woningen te kunnen realiseren.Mevrouw Veltman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6028 Ik heb een aanvullende vraag. Betekent dit ook dat de Minister vindt dathet geld moet worden toebedeeld aan projecten waarbij de betreffendegemeente en regio ook daadwerkelijk zeggen dat die woningen er komenen dat zij daar hun handtekening onder zetten? En betekent het ook datprojecten niet op de prioriteitenlijst komen wanneer dat niet zo is ofwanneer het niet binnen afzienbare tijd lijkt te gebeuren?Minister Madlener:Dat lijkt mij heel goed. Het gaat er concreet om dat we echt woningenmoeten produceren. Die productie moet omhoog. We zien dat er veel teweinig woningen worden gebouwd, dus de snelheid waarmee we datkunnen realiseren vind ik heel belangrijk. Het gaat hier echt om concreteafspraken. Het is ook duidelijk met het kabinet afgesproken dat het metdie 2,5 miljard gaat om éxtra woningen. Het gaat dus niet om bestaandeprojecten, maar om nieuwe gebieden. Laat dat heel duidelijk zijn. Daarzoeken we naar. Maar het is een puzzel. Waar kun je dit het meest efficiëntuitgeven? Waar vindt de Minister van Ruimtelijke Ordening dat ditgewenst is? Die keuze wordt dus de komende tijd gemaakt. Die puzzelwordt nu gelegd.De laatste vraag gaat over doelen en prioriteiten, gezien de beperkteruimte. Niet alles kan overal tegelijk, dus de vraag was of we kunnenaangeven wat onze topprioriteit is in deze kabinetsperiode en waar alseerste extra geld naartoe zou moeten gaan. Op zich is dat altijd een goedevraag, want alles is belangrijk. Maar het ene is soms toch net watbelangrijker dan het andere, ook binnen de mogelijkheden. Ik zou voormijzelf twee prioriteiten willen stellen. De instandhouding moet samenmet de markt goed worden vormgegeven, zodat we efficiënt ons gelduitgeven aan de staat van onze infrastructuur. Die opgave vind ik heelbelangrijk op dit moment. Daarnaast is er de woningontsluiting waaroverwe het net hadden. Ook dat vind ik echt een prioriteit. We hebben eencrisis op de woningmarkt en daar moeten we in volle vaart mee aan deslag. Dat zouden mijn prioriteiten zijn.Mevrouw Veltman (VVD):Over dat laatste heb ik dan toch nog een vraag. Ik ben blij om te horen datde Minister zegt dat het om concrete, nieuwe projecten moet gaan. In devorige kabinetsperiode is al 7,5 miljard gereserveerd om dit te doen. Ikmag zelf rapporteur zijn over dat onderwerp om ervoor te zorgen dat wemet elkaar goed scherp hebben dat het efficiënt wordt besteed. Maar ikkan me voorstellen dat ook daar projecten in zitten waarbij dit alsvoorwaarde kan gelden, namelijk of er concreet een handtekening onderstaat van de gemeenten en de regio en of het ook echt een concreet planis. Als dat niet zo is, zijn er waarschijnlijk andere waarbij dat wel zo is,zodat er geschoven moet worden. Ziet de Minister dat ook zo? Vindt hijdat we op die manier ook nog naar die 7,5 miljard moeten kijken?Minister Madlener:Dat zijn natuurlijk afspraken van een vorig kabinet. Ik zou heel graag jawillen zeggen, maar ik moet toch een klein voorbehoud maken, want ikken de afspraken niet allemaal tot in detail. Ik wil bestaande afspraken nietdoorkruisen, maar we zitten wel in een wooncrisis en ik vind dat we iederecent die we hebben efficiënt moeten besteden om de woningproductie opgang te brengen. Ik ben het in die zin met mevrouw Veltman eens dat ikdaar wel het maximale zou willen. We moeten echt waar voor ons geldkrijgen. Het is bedoeld voor wonen, dus ik zou dat wel zo willen zien. Ik wilechter niet treden in bestaande afspraken, want ik weet dat het in hetverleden ook niet altijd helemaal zo is gezien. Maar mijn inzet zou zijn: eenkoppeling met wonen en echt duidelijke afspraken over wat het oplevert.Mevrouw Veltman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6029 Misschien mag ik dit interpreteren als een toezegging om dat ook voor die7,5 miljard nog eens heel goed te bekijken.Minister Madlener:Ja, dat mag u zo zien. Maar het voorbehoud dat ik bestaande afsprakenniet kan doorkruisen, hoort daar ook bij. Ik ken al die afspraken namelijkniet, maar voor het geld dat nog beschikbaar is of daar waar ik de ruimteheb, zou ik wel een duidelijke focus willen leggen op woningen en ookaantallen woningen, zodat het echt efficiënt wordt besteed aan nieuwewoningen.Mevrouw Veltman (VVD):Ja, en dat er concrete afspraken over zijn gemaakt. Anders doen we hetniet, want dan ligt het op andere plekken veel meer voor de hand.Minister Madlener:Ja, ik ben het daarmee eens.De voorzitter:Dank. We noteren de toezegging. U was gelijk aan het einde van uwbeantwoording?Minister Madlener:Ja.De voorzitter:Hartstikke fijn, dank u wel. Dan geef ik het woord aan de Staatssecretaris,de heer Jansen. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Dank ook aan de Kamerleden voor de gestelde vragen.Misschien eerst een opmerking van mijn kant voordat ik inga op debeantwoording van de vragen. We hebben net een hele interessantediscussie gehad over brede welvaart en hoe je dat concreet terug gaatzien in hetgeen waarmee wij bezig zijn vanuit het kabinet. Ik noem eenvoorbeeld. Afgelopen maandag heb ik u een brief gestuurd over deLelylijn en de Nedersaksenlijn. Daarin stond het volgende. Stel dat dielijnen er komen, wat betekent dat voor de woningbouw? Wat betekent hetvoor werkgelegenheid? Er stond bijvoorbeeld ook in dat als ze gereali-seerd zouden zijn – ik zeg met nadruk «zouden zijn» – de afstand totbepaalde voorzieningen als het ware kleiner wordt of sneller kan wordenoverbrugd. Daarnaast zou het, als u het mij vraagt, idealiter betekenen dater bijvoorbeeld een mbo-instelling wordt gerealiseerd, met een depen-dance of zelfstandig, op een plek waar er momenteel nog geen is, juistvanwege het feit dat er meer mensen wonen en er meer bedrijvigheid is.Zo zie ik idealiter het plaatje voor me. Dat is eigenlijk ook hoe we alskabinet proberen om de bredewelvaartsaspecten mee te nemen: doorslimme keuzes te maken en te kijken wat het effect is. Dat zei de Ministernet ook al. Je wil maximaal effect bereiken met de middelen die je hebt.Dat is hoe wij het proberen vorm te geven. Ik hoop dat dit iets meerduiding geeft aan hoe wij brede welvaart proberen mee te nemen in hetgeheel. Ik zie wat geknik aan de andere kant. Daar ben ik blij mee. Ik hoopdat dit de Kamerleden iets meer handvatten biedt.Dan kom ik op de vragen. Allereerst de vraag van de heer De Hoop overde budgetkorting op de BDU. Hij vroeg wat die concreet betekent voor dewoningbouwopgave en of dit is meegenomen in de besluitvorming overde bezuinigingen en hoe dan. Daarnaast vroeg hij wat de concretegevolgen zijn voor de investeringen in ov-infra of materieel. Volgens mijwas dat in essentie uw vraag. Het doel van de maatregel specifiekeuitkering, waarbij het wordt overgeheveld naar het Gemeentefonds en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6030 Provinciefonds, is het vergroten van de autonomie van deze bestuurs-lagen en het verminderen van administratieve en controlelasten. Daarmeesamenhangend is er ook een budgetkorting ingeboekt. Daarbij wil ik welopmerken dat die budgetkorting pas ingaat per 1 januari 2026.Daarmee kom ik eigenlijk ook al bij een van de vragen die de heer DeHoop stelde. Hij vroeg: u bent nu aan het praten, maar bent u er alconcreet over aan het nadenken hoe het dan verdergaat? Ik ben in overlegmet de vervoersregio’s en de Minister van BZK. Laat ik het zo zeggen: iksnap de zorgen, maar gelukkig hebben we nog tot 1 januari 2026. Alleen,in het kader van de vraag wat de gevolgen zijn is het wel goed om daarsneller duidelijkheid over te hebben. Het is niet zo dat we op dit momenthelemaal geen idee hebben. Ik wil alleen van de vervoersregio’s wetenhoe het gaat neerdalen. Volgens mij heb ik in mijn beantwoording richtingde rapporteurs net aangegeven hoe we daarmee omgaan. Er is bijvoor-beeld een link tussen het ontsluiten van nieuwe woningbouwlocaties ende BDU-middelen. Maar nogmaals, dat is de situatie waar we op ditmoment in zitten. Zodra ik daar meer nieuws over heb, kom ik natuurlijknaar uw Kamer toe om daar meer duiding aan te geven, maar dit is wel desituatie waarin we zitten.Voorzitter. Dan is er een tweede vraag van de heer De Hoop. Deelt hetkabinet de mening dat de structurele oplossing voor de NS-tarieven nietuit het Mobiliteitsfonds mag komen? Ik sla het maar even heel plat. Hierkan ik helaas nog niet op vooruitlopen. Het kabinet is blij dat er eenoplossing is gevonden voor de NS-tarieven in 2025. Hier was draagvlakvoor. Ik heb ook aangegeven dat ik in de komende periode met het kabinetin samenwerking met de NS aan de slag ga om een structurele oplossingaan u te kunnen voorleggen. Zoals ik al eerder heb gezegd, wordt deKamer hier bij de Voorjaarsnota over geïnformeerd.Voorzitter. Dan de derde vraag die ik van de heer De Hoop heb gekregen.Op welke manier wordt geborgd dat er tijdig middelen beschikbaar zijnvoor het herstel van de viaducten rondom de hsl? Er loopt momenteel eenonderzoek naar de exacte schade en hoe die zou moeten worden hersteld.Zolang dat onderzoek loopt, heb ik nog geen zicht op de kosten van hetherstel. Zodra dit helder is, kom ik er zeker bij u op terug. Daarbij merk ikwel direct op dat ik daar geen middelen voor heb begroot. Dat is dus weliets waar we dan keuzes in moeten maken. Maar ik heb er dus nog geengoed, helder zicht op wat dat zou betekenen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan nog even iets over de middelen voor de NS. Ik snap dat de Staatsse-cretaris niet vooruit wil lopen op de financiering die hij zoekt in deVoorjaarsnota, maar als de Staatssecretaris daar daadwerkelijk structurelemiddelen voor wil vinden, dan kan hij die volgens mij niet uit hetMobiliteitsfonds halen, omdat dat gericht is op specifieke projecten. Hetlijkt mij buitengewoon ingewikkeld om daarmee structureel iets te dekkenvoor de NS. Als de Staatssecretaris oprecht de ambitie heeft om het opstructurele wijze te doen, dan moet hij het toch met mij eens zijn dat hetbuitengewoon ingewikkeld is om dat vanuit het Mobiliteitsfonds te doen.Staatssecretaris Jansen:Die conclusie deel ik met de heer De Hoop. Het is ook buitengewooningewikkeld. Dat is precies de reden waarom we nu met een incidenteleoplossing voor 2025 zijn gekomen. Als u het mij heel eerlijk vraagt: ik denkniet dat het Mobiliteitsfonds hiervoor bedoeld is. Ik ben het dus met ueens. Het is buitengewoon ingewikkeld en eigenlijk ook niet wenselijk, zegik heel eerlijk richting de heer De Hoop.De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6031 Staatssecretaris Jansen:Volgens mij heb ik daarmee de vragen van de heer De Hoop gehad. Mochtik iets vergeten zijn, dan hoor ik dat vanzelf, denk ik.Dan kom ik op vragen van mevrouw Veltman met betrekking tot het BKNspoor: «Waarom heeft de Staatssecretaris er niet voor gekozen om eerstde systematiek en het totaalbudget van 885 miljoen voor te leggen aan deKamer? Hoe wordt de Kamer hierbij betrokken? Betekent vaststellingautomatisch dat het is vastgesteld?» Daar ben ik in de eerste termijn ookal op teruggekomen bij de rapporteurs. Het kabinet heeft met dezeontwerpbegroting middelen vrijgemaakt uit het Mobiliteitsfonds.Daarvoor was draagvlak binnen het kabinet. Dat is dus de richting die wijgekozen hebben. Dit was natuurlijk nodig, omdat het BKN spoor – datmoeten we niet vergeten, denk ik – echt het absolute minimumonder-houdsniveau is om het spoor beschikbaar, veilig en betrouwbaar tehouden. Het is dus niet zo dat hiermee gouden kranen worden gereali-seerd. Dit is echt het minimale dat we nodig hebben om het op niveau tehouden.Verdere maatregelen zijn op dit moment volgens het kabinet niet haalbaaren dus ook onwenselijk. Het is dus niet zo dat het kabinet geen nieuwekeuzes maakt die leiden tot aanvullende maatregelen. Dat is ook preciesde reden waarom wij het niet aan de Kamer hebben voorgelegd. Met dezemiddelen is het BKN spoor vastgesteld. Wij hebben instandhouding alsprioriteit aangegeven. Dat staat ook in het hoofdlijnenakkoord. «Basiskwa-liteit op orde» is hoe wij het hebben vormgegeven. Volgens mij kunnenwe nog nader van gedachten wisselen over de ontwerpbegroting tijdenshet begrotingsdebat.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Veltman heeft nog een vraag.Mevrouw Veltman (VVD):Ja, over dit laatste punt, over het BKN spoor. Ik hoor dat de Staatssecre-taris zegt dat er geen verdere aanvullende maatregelen zijn getroffen.Toch las ik in de brief van de Staatssecretaris van voor de zomer dat eraanvullende maatregelen moeten worden genomen. Ik begrijp dat er eenminimumniveau is. Dat geldt overigens ook voor Rijkswaterstaat. Maar ikben toch een beetje in de war. Er is schaarste en we moeten kiezen. Ermoeten soms vervelende keuzes worden gemaakt. Nu is er gezegd: erhoeven verder geen keuzes te worden gemaakt. De reeds afgesprokenkeuzes om op dat minimumniveau voor spoor te komen, zijn er; dat snapik. Maar er was nog een resterende opgave, en daar stappen we nuoverheen. Ik zou dus graag willen weten welke gedachten de Staatssecre-taris had voor de zomer – dat was een andere persoon, maar het was welde Staatssecretaris – over eventuele aanvullingen daarop. Ik weet dat devorige Staatssecretaris dat wellicht wat voor zich uitgeschoven heeft, juistom de nieuwe Staatssecretaris daar keuzes in te kunnen laten maken.Staatssecretaris Jansen:Ik snap de vraag van mevrouw Veltman. Alleen, er was een probleem metde financiering. Dat is de reden waarom we hiervoor gekozen hebben. Ikheb ook nagedacht over andere mogelijkheden, zeg ik heel eerlijk. Ik noemeen voorbeeld. Ik heb ook gedacht: misschien kunnen we middelen diegereserveerd waren voor een project, hiervoor inzetten. Denk bijvoorbeeldaan de Merwedelijn. Maar op het moment dat we daar middelen uithadden gehaald, had dat weer een effect gehad op de woningbouw diewe daar willen realiseren. Dat zijn de afwegingen die ik heb moetenmaken. Er was een financieringsprobleem. Op deze wijze heb ik daar opdit moment invulling aan kunnen geven, met instemming van het kabinet.Mevrouw Veltman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6032 Ik had het eigenlijk meer over de keuzes die toch binnen het BKN spoorgemaakt zouden kunnen worden, hoe pijnlijk ook. Maar goed, ik heb daarnu geen zicht op, terwijl was aangekondigd dat er nog mogelijkhedenwaren. Daarover blijf ik dus met een vraag zitten.De voorzitter:Misschien is dat iets voor de volgende debatten. Het wordt namelijk snelpolitiek, denk ik.Staatssecretaris Jansen:Nogmaals, ik begrijp de vraag die mevrouw Veltman stelt. Dit is hetabsolute minimum; laat dat heel duidelijk zijn. Er zijn dus geen anderekeuzes mogelijk binnen de middelen die beschikbaar waren.Mevrouw Veltman (VVD):Mijn punt is nu niet politiek. Dat er geen andere keuzes zijn, weet ik niet.De Staatssecretaris zegt dat nu, maar voor de zomer werd gezegd dat welverwacht werd dat we die konden maken en dat daar later op terugge-komen zou worden. Dat is in ieder geval mijn beeld.Staatssecretaris Jansen:Ik denk dat dat beeld niet klopt. Maar vindt u het goed als ik hier nader opterugkom richting mevrouw Veltman, voorzitter?De voorzitter:Dan noteren we dat. Vervolgt u uw beantwoording.Staatssecretaris Jansen:Dan kom ik op een vraag van NSC. Kort samengevat ging de vraag overambitie qua projecten en financiële ruimte. Er werd gezegd: «Hethoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma zijn erg ambitieus. Ik noemnog maar eens de Lelylijn en de Nedersaksenlijn. De vraag is wel hoe dezeambities met de financiële ruimte matchen en welke keuzes volgens dezebewindspersonen gemaakt moeten worden.» De Minister is er ook al opingegaan rondom zijn portefeuille. Het hoofdlijnenakkoord en hetregeerprogramma tonen inderdaad veel ambitie. De Lelylijn en deNedersaksenlijn worden met name genoemd. Het vorige kabinet had3 miljard voor de Lelylijn gereserveerd. Zoals u vorige week in de briefhebt kunnen lezen, is dat bij lange na niet voldoende om de lijn terealiseren. Eerder zijn schattingen gemaakt, maar nu zijn er echteramingen, die gewoon preciezer, concreter en beter onderbouwd zijn.Daar gaan we mee te maken krijgen, hoewel daar ook nog een marge inzit; daar ben ik ook heel eerlijk in. De 13,8 miljard die wij noemden, kanwel degelijk nog te maken krijgen met een stijging al naar gelang de tijd,omdat het natuurlijk een langlopend project is.We moeten natuurlijk ook niet vergeten dat de Lelylijn een waanzinniggroot project is. Het is een project dat meerdere decennia gaat behelzen.Het is uniek in zijn soort. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dathet heel belangrijk is. Maar het is wel een megagroot project. We moetengewoon kijken hoe we hier op de beste manier mee om kunnen gaan. DeNedersaksenlijn is ook heel belangrijk voor de regio. Daar is 1,7 miljardvoor nodig, zoals ik heb aangegeven in mijn brief aan u. Het idee is nu datwe de komende tijd in gesprek gaan met de regionale bestuurders en datwe binnen het kabinet gaan kijken wat kan en hoe we het beste verderkunnen gaan met deze projecten. Voor u is het misschien goed om teweten dat ik komende maandag een overleg heb met de mensen uit denoordelijke regio, juist om te kijken hoe we hiermee verder kunnen gaan.Ik heb recent van de commissaris van de Koning van Groningen een briefontvangen, waarin ook hij aangeeft hoe zij hiertegen aankijken. Alleen,concreet moeten we daar in het gesprek van aanstaande maandag naderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6033 op ingaan. Over de resultaten van de gesprekken zal ik u in november inhet kader van het BO MIRT informeren.Dan was er nog een tweede vraag van de heer Van Dijk van NSC, over deprioriteiten die ik voor ogen heb in deze periode. Het hoofdlijnenakkoordis natuurlijk vanzelfsprekend. We hebben net al een tijd gesproken overhet BKN. Ik denk dat instandhouding heel belangrijk is. Sociale veiligheidis echt een van de speerpunten die deze periode van belang zijn, denk ik.Daar moeten we met nadruk stappen in zetten. Als laatste wil ik nietonbenoemd laten dat een schone en veilige leefomgeving een van debelangrijke speerpunten is waar ik in ieder geval mee aan de gang ga indeze periode.De voorzitter:Ik dank de Minister en de Staatssecretaris voor de beantwoording ineerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik stel voor dat we sneldoorgaan met de tweede termijn van de kant van de Kamer. Wellicht zijner moties of korte vragen. Ik zou de inbrengen willen beperken tot éénminuut, ook gezien de tijd. We hebben nog een klein halfuur. Het zou mooizijn als we precies om 12.30 uur afronden.Meneer Heutink, gaat uw gang.De heer Heutink (PVV):Voorzitter. Ik wil beide bewindspersonen bedanken voor hun inbreng enhet beantwoorden van de vragen.Wij hebben twee moties meegebracht, zoals wij net al hebbenaangekondigd.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de begroting voorzien is van een doelenboom, inclusiefsubdoelstellingen;verzoekt de regering om bij de uitwerking van de begroting van 2026specifiek inzichtelijk te maken met welke specifieke middelen al dezedoelen, inclusief subdoelstellingen, behaald zullen worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Heutink en De Hoop.Zij krijgt nr. 12 (36 600-XII).De heer Heutink (PVV):Dan de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6034 constaterende dat de IenW-begroting niet altijd afrekenbare doelen enmeetbare gegevens bevat;verzoekt de regering om bij de begroting van 2026 op alle beleidsartikelenafrekenbare doelen en meetbare gegevens op te nemen, deze doelensmart te formuleren en eenduidig per beleidsartikel te formuleren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Heutink en De Hoop.Zij krijgt nr. 13 (36 600-XII).De heer Heutink (PVV):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:De heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank. Ook dank aan beide bewindspersonen en het ministerievoor de beantwoording. U heeft gezien dat collega Heutink en ik alsrapporteurs twee moties hebben ingediend, die volgens mij de rol van deKamer als controleur nog beter kunnen versterken. Ik hoop dus dat u daarpositief naar wilt kijken.Verder zijn er heel veel vragen die mij triggeren voor de begroting. Ik kijkernaar uit om daar volgende week met u over in debat te gaan. Wij ziendan verder, wat mij betreft.Dank.De voorzitter:Mevrouw Veltman is nog even de administratie aan het doen, dus ik geefeerst het woord aan de heer Olger van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank u wel. Dank aan beide bewindspersonen voor de beantwoording. Ikben blij met de toezegging over de brede welvaart. Dat is belangrijk voordeze Kamer.Over het punt van subsidies heb ik nog een heel korte, feitelijke vraag. Ikkreeg het signaal dat er wel degelijk wat verschil zit in de kaasschaaf,bijvoorbeeld voor de verkeersveiligheidsorganisaties. Misschien kan datnog uit de wereld worden geholpen, dus of die korting qua kaasschaafverschillend is geweest of dat die toch overal hetzelfde is.Vervolgens heb ik nog een korte motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de generieke taakstelling op de subsidies technisch isdoorgevoerd en dat daarbij niet gekeken is naar de effectiviteit van desubsidies;overwegende dat bij de Voorjaarsnota herschikking van de budgettenmogelijk is;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6035 verzoekt de regering de effecten van de kortingen op IenW-subsidies teonderzoeken, dit te betrekken bij een mogelijke herschikking vansubsidiebudgetten bij de Voorjaarsnota 2025, en de Kamer hierover teinformeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Olger van Dijk.Zij krijgt nr. 14 (36 600-XII).Dank u wel. Dan mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Dank u, voorzitter. Ik heb net op tijd een printje, want de printer wasuitgevallen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de periode 2022–2024 7,5 miljard bestuurlijk istoegekend aan gemeenten voor bereikbaarheid van nieuwe woningen;overwegende dat met de middelen de ontsluiting van extra woningen inNederland moet worden gerealiseerd;overwegende dat een expliciete voorwaarde van deze toekenning, de startvan de bouw van extra woningen voor 2030 en concrete afsprakenhierover met gemeenten/regio’s betreft;verzoekt de Minister om door de bestuurlijke afspraken rondom deverdeling van de 7,5 miljard te gaan om te bezien of deze middelendoelmatig en volgens afspraak van de start van de bouw van extrawoningen voor 2030 gestand wordt gedaan,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Veltman en Peter de Groot.Zij krijgt nr. 15 (36 600-XII).Dank u wel. Dan was dit de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ikkijk even of er een korte schorsing nodig is voor de appreciatie van demoties. Ja, we schorsen een paar minuten. We gaan om 12.11 uur verder.De vergadering wordt van 12.08 uur tot 12.11 uur geschorst.De voorzitter:We gaan door met de tweede termijn van de kant van de regering. Die zalvoornamelijk gaan over de appreciatie van de moties. Ik wil MinisterMadlener het woord geven.Minister Madlener:Dank u wel, voorzitter. Dank voor alle vragen. Het is een vrij technischdebat. In die zin heb ik een beetje zitten worstelen met de ambtelijkezorgvuldigheid en begrijpelijke taal. Dat is een beetje zoeken. Maar goed,dat is een interessante oefening voor mij. Ik hoop dat naarmate mijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6036 ervaring als Minister groter wordt, het steeds beter zal gaan. De motieszijn in ieder geval heel concreet. Ik begrijp de achtergrond ervan.De motie op stuk nr. 12 van de twee rapporteurs, Heutink en De Hoop,verzoekt de regering om «bij de uitwerking van de begroting 2026specifiek inzichtelijk te maken met welke specifieke middelen al dezedoelen, inclusief subdoelstellingen, behaald zullen worden». De begrotingis natuurlijk bedoeld om dat inzicht te geven. Dat is het uiteindelijke doelervan. Ik deel dat dit nog niet altijd helemaal optimaal is. Ik heb alsKamerlid ook zitten worstelen met wat er staat. Zo’n begroting is enormingewikkeld, dus hoe inzichtelijker, hoe beter. Maar dat is toch ook weermakkelijker gezegd dan gedaan. Ik zie deze motie als een aanmoedigingom verdere stappen te nemen in het inzichtelijker maken. Als ik dit magzien als een inspanningsverplichting, zou ik die zeker oordeel Kamerwillen geven.De heer Heutink (PVV):Het gaat in de motie specifiek om de doelenbomen. In de doelenbomenstaan concrete doelen en subdoelen. Wij willen eigenlijk gewoon wetenwelke instrumenten en financiële middelen worden gebruikt om alledoelen te halen. Dat is eigenlijk wat we willen met deze motie. Volgens mijis dat niet heel erg uitgebreid. Het moet wel over de hele begroting gaan,maar als je sec kijkt naar alle doelen in de doelenbomen, dan moet hetdaar volgens mij echt wel kunnen landen.Minister Madlener:Wat de heer Heutink hier vraagt, is iets specifieker. Ik heb wel behoefteaan iets meer duiding over hoe de heer Heutink en de heer De Hoop datvoor zich zien. Mag ik voorstellen dat ik deze motie oordeel Kamer geef endat ik beide woordvoerders uitnodig voor een gesprek met mijn ambte-naren om nog eens samen te bekijken hoe we dit goed gaan vormgeven.De voorzitter:Dat is wel een maximale geste, zou ik zeggen. Dan doen we het zo. Demotie op stuk nr. 12 krijgt oordeel Kamer.Minister Madlener:We doen ons best, voorzitter.De motie op stuk nr. 13 ligt een beetje in dezelfde lijn. Deze motie verzoektde regering om «bij de begroting van 2026 op alle beleidsartikelenafrekenbare doelen en meetbare gegevens op te nemen, deze doelensmart te formuleren en eenduidig per beleidsartikel te formuleren». Dit isnog weer een grotere opgave. Hoe specifieker je wordt, hoe lastiger hetwordt om daar specifieke bedragen aan toe te kennen. Maar dit is eenmooi voornemen. Ik zou eigenlijk hetzelfde willen zeggen als bij de vorigemotie. Ik wil deze motie dus oordeel Kamer geven als we dit kunnen zienals een inspanningsverplichting. Ik wil echt mijn best doen. Maar het moetwel werkbaar blijven. Ik zou u willen uitnodigen om dit in hetzelfdegesprek te bespreken. Dan zou ik deze motie ook oordeel Kamer kunnengeven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 13: oordeel Kamer. Dank.Minister Madlener:De motie van de heer Van Dijk op stuk nr. 14 verzoekt de regering «deeffecten van de kortingen op IenW-subsidies te onderzoeken, dit tebetrekken bij een mogelijke herschikking van subsidiebudgetten bij deVoorjaarsnota 2025 en de Kamer hierover te informeren». We hebben alde vraag gehad of er echt één kaasschaaf is, of dat er meerderekaasschaven zijn geweest waardoor er verschillen ontstaan. Het zijn erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6037 geen meerdere. Het is echt één kaasschaaf geweest van 1%. Er is dusgeen tweede kaasschaaf van 2% of 3%. Dat wil ik ten eerste wegnemen.Natuurlijk gaan we onderzoeken wat dit doet. Bij de volgende opgavekunnen we nog wel bekijken hoe we de taakstelling precies gaan invullen.Het is dus zinnig om dat te onderzoeken. Daarmee zou ik deze motie ookoordeel Kamer willen geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 14: oordeel Kamer.Minister Madlener:Dan de motie op stuk nr. 15. Dat is de motie van Veltman-Kamp en DeGroot, die de Minister verzoeken om door de bestuurlijke afsprakenrondom de verdeling van de 7,5 miljard te gaan om te bezien of dezemiddelen doelmatig worden besteed en of de afspraak van de start van debouw van extra woningen in 2030 gestand wordt gedaan. Ik begrijp heelgoed wat de motie-indieners hiermee bedoelen, want die 7,5 miljard isnatuurlijk bedoeld voor extra woningen. Het is natuurlijk een afspraak vaneen vorig kabinet. Een heel groot deel van die 7,5 miljard is al belegd inprojecten. Ik zou dit kunnen toezeggen voor nieuwe projecten die nogafgesproken moeten worden, maar ik kan niet door bestaande afsprakenheen gaan. Ik hoop dat dat ook duidelijk mag zijn. Als dat de uitleg is vandeze motie, kan ik haar oordeel Kamer geven en wil ik mijn best doen omook bij deze middelen te kijken naar de doelmatigheid.Mevrouw Veltman (VVD):We zouden graag willen dat door de afspraken heen wordt gegaan, ookals we denken dat ze zijn gemaakt, om te zien of het ook echt gestandwordt gedaan. Ik kan me ook voorstellen dat er soms een gemeente ofregio is die zegt: wij willen daar ooit wel woningen bouwen.Minister Madlener:Het is natuurlijk goed om bij iedere afspraak die je maakt te kijken of diedoelmatig en volgens bedoeling wordt uitgevoerd. In die zin ben ik hetnatuurlijk eens met de indieners van de motie. Bij de bestaande afsprakenis er ook een soort verantwoordingssysteem, dus in die zin gebeurt het al.Als ik de motie mag lezen als een extra inspanning om toch nog eensgoed te kijken of we de oorspronkelijke doelen gaan halen, kan ik haaroordeel Kamer geven.De voorzitter:U heeft nog een vraag daarover, mevrouw Veltman?Mevrouw Veltman (VVD):Ja. Ik begrijp dat, maar ik had het net ook – toen was u nog even aan hetoverleggen – over projecten waarvan wordt gezegd «we gaan hier ooitwel bouwen», waarna op basis daarvan verder wordt gekeken. Wij zoudenhet mooi vinden als er ook echt concrete afspraken zijn waar eenhandtekening onder staat, omdat anders projecten waarbij dat wel hetgeval is misschien de boot missen, terwijl die andere weinig concreet zijn.We zouden graag zien dat er op die manier naar alle projecten wordtgekeken.De voorzitter:Helder. Naar mijn idee zeggen u en de Minister bijna hetzelfde.Minister Madlener:Ik denk ook dat we het eens zijn. Mijn voorbehoud is dat ik bestaandeafspraken niet kan doorkruisen. Misschien zet dat u op het verkeerdebeen. Als de bestaande afspraak is «hier heeft u een zak geld en we kijkenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6038 of het lukt», kan ik die afspraak natuurlijk niet veranderen. Maar deverantwoording moet natuurlijk goed zijn. Daar bent u als Kamer ook bij,maar ik ga er ook naar kijken. Dat zeg ik u toe. Voor afspraken die nog temaken zijn, kunnen we het wellicht nog strakker met elkaar afspreken alsdat nodig is. Ik heb echt geen zicht op de afspraken die al zijn gemaakt. Erzijn al lopende afspraken en ik kan die gewoon niet doorkruisen. Dat wil ikmaar zeggen. Dat voorbehoud wil ik wel maken, maar ik begrijp deintentie. Ook ik vind doelmatigheid heel belangrijk. Ik wil dus hetmaximale doen om de doelmatigheid te maximaliseren voor die7,5 miljard. Als we het daarover eens kunnen zijn, kan ik de motie oordeelKamer geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 15 krijgt oordeel Kamer. Ik kijk nog even naar deMinister of hij nog antwoorden wil geven.Minister Madlener:Ik moet één correctie aanbrengen. Dat was een beetje slordig. We hebbenhet net gehad over de kaasschaaf en de taakstelling. Die is niet 1%, maar10%. Dat is toch een heel verschil, maar het is niet anders.De voorzitter:Dank u wel. Dan kijk ik ook even of de Staatssecretaris nog iets wilzeggen. Dat is niet het geval.Dan zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de kantvan het kabinet. Ik meld alvast dat we dinsdag aanstaande over de motiesgaan stemmen, dus houd daar rekening mee.Er is alleen nog een klein stukje administratie te doen. Dat zijn detoezeggingen. Het zijn er een viertal.−Toezegging nummer één. De Minister van Infrastructuur en Waterstaatzegt de Kamer een brief toe waarin wordt ingegaan op de wijzewaarop de beschikbare middelen voor infrastructuurprojecten tegende achtergrond van de huidige uitdagingen zo efficiënt mogelijkkunnen worden ingezet. In deze brief wordt ook de suggestie van hetlid Heutink met betrekking tot meer zekerheid voor aannemersmeegenomen.Op welke termijn? Dat was overigens een toezegging aan het lid Heutinken aan het lid Veltman-Kamp.Minister Madlener:Dat kan in ieder geval nog dit jaar, voor het kerstreces.De voorzitter:Volgens mij heeft u gezegd: voor het MIRT-debat.Minister Madlener:Ja, dat kan.De voorzitter:Dan schrijven we dat zo op: voor het MIRT-debat.−De tweede toezegging. De Minister van Infrastructuur en Waterstaatzegt toe het analyse-instrument brede welvaart toe te passen in dekomende begroting van het Mobiliteitsfonds.Minister Madlener:Daarbij wil ik graag aantekenen dat het voor nieuwe projecten geldt. Ikkan niet alle bestaande projecten nog eens langs die maatlat gaan leggen,want dat zijn bestaande projecten.De heer Olger van Dijk (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6039 Ik heb ook begrepen dat werd toegezegd om daar in een MIRT-brief nogeven op terug te komen.De voorzitter:Ja, dat is toezegging nummer drie.−Toezegging nummer drie. De Minister van Infrastructuur en Waterstaatzegt een brief toe in de aanloop naar het notaoverleg MIRT, waarinwordt ingegaan op de concrete vertalingen van het analyse-instrumentMobiliteitsfonds naar gemaakte keuzes. Dat is een toezegging aan deheer Olger van Dijk en de heer De Hoop.Dan zijn we aangekomen bij de laatste toezegging.−De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat komt per briefnader terug op de vraag van het lid Veltman ten aanzien van degemaakte keuzes inzake het basiskwaliteitsniveau spoor.Voor wanneer kunt u dat toezeggen?Staatssecretaris Jansen:Voor de begrotingsbehandeling, voorzitter.De voorzitter:Voor de begrotingsbehandeling. Oké.Dan zijn we aan het einde gekomen van dit wetgevingsoverleg. Ik dank deMinister en de Staatssecretaris, en de ondersteuning. Hartelijk dank voordit debat. Ik dank de leden voor de aanwezigheid. Ik dank ook de griffie ende ondersteuning voor het feit dat wij hier vandaag zo prettig kunnenvergaderen met elkaar. Als laatste wil ik ook de mensen bedanken die ditop de publieke tribune of op afstand hebben gevolgd.Sluiting 12.23 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XII, nr. 6040

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c6c46d4a8c034378

14 okt 2026 · b4202aa19804472b

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingBegrotingsonderzoek IenW
    Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 3 oktober 2024, over Begrotingsonderzoek IenW

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.