KamerkringInloggen
Kamerbrief

Handleiding Coöperatie Laatste Wil

30 apr 2020 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bf5a1e1bc7fa2e0b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 32 647Levensbeëindiging Nr. 79 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 30 april 2020 Bij de beantwoording van vragen van uw Kamer d.d. 8 oktober 2019 inzake het bericht dat de Coöperatie Laatste Wil een handleiding online heeft gezet waarmee het mogelijk is om een leven te beëindigen, heeft mijn ambtgenoot van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) toegezegd dat ik uw Kamer zal informeren over de uitkomst van de afweging van het Openbaar Ministerie (OM) over het al dan niet starten van een strafrech-telijk onderzoek naar het handelen van Coöperatie Laatste Wil (CLW).1 Met deze brief doe ik die toezegging gestand. Het OM heeft mij eerder dit jaar laten weten dat het zich de afgelopen tijd heeft beraden op de vraag of er aanknopingspunten zijn om stappen te ondernemen richting CLW. Na uitvoerige reflectie, met zowel interne als externe deskundigen, komt het OM tot het oordeel dat er op dit moment geen mogelijkheid is om strafrechtelijk of civielrechtelijk op te treden tegen CLW. Het OM heeft de handleiding van CLW bestudeerd en zich eerst beraden op de vraag of deze handleiding een verdenking van een strafbaar feit oplevert. Die vraag wordt door het OM ontkennend beantwoord. Het OM acht het hierbij van belang dat zelfdoding op zich geen strafbaar feit is. Wel is het, aldus het OM, op grond van artikel 294 Wetboek van Strafrecht, strafbaar om een ander opzettelijk tot zelfdoding aan te zetten, hulp te verlenen bij een zelfdoding of daartoe middelen te verstrekken. Bijkomende voorwaarde voor strafbaarheid op grond van artikel 294 Wetboek van Strafrecht is dat de zelfdoding is geslaagd. Dat betekent dat opzettelijk aanzetten tot, hulp verlenen bij of middelen verstrekken in geval van een poging tot zelfdoding niet strafbaar is. Het OM geeft aan dat thans, voor zover bekend, niet is voldaan aan de bijkomende voorwaarde dat sprake moet zijn van een geslaagde zelfdoding. 1Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 295. kst-32647-79ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 32 647, nr. 791 Daarnaast is het naar het oordeel van het OM zeer de vraag of, wanneer wel sprake zou zijn van een geslaagde zelfdoding, de handleiding aan te merken zou zijn als een vorm van strafbare hulp. De jurisprudentie over wat onder «hulp» moet worden verstaan is casuïstisch en komt er in de kern op neer dat het verstrekken van een algemeen (vrijblijvend) advies niet strafbaar is, maar instructies en concrete handelingen of vaardig-heden die voorafgaand aan de zelfdoding zijn gegeven, wel strafbaar zijn.2 De Hoge Raad heeft verder bepaald dat als strafbare hulp bij zelfdoding moet worden aangemerkt die gedraging waardoor de zelfdoding voor de ander «mogelijk of gemakkelijk» is gemaakt.3 Naast de beoordeling of sprake is van een strafbaar feit danwel of een verdenking bestaat dat een strafbaar feit zal worden gepleegd, heeft het OM gekeken naar zijn civielrechtelijke mogelijkheden. Het OM kan de rechtbank op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek verzoeken een rechtspersoon waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde, verboden te verklaren en te ontbinden. Hierbij past het OM wel terughoudendheid, gelet op de grondwettelijk verankerde rechten van vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering. Toepassing van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek vereist dat de gedragingen van CLW in strijd zijn met de openbare orde. Het OM is van oordeel dat daar in dit geval geen sprake van is omdat CLW een rechtspersoon is die zich volgens haar statuten wil inzetten om een laatstewilmiddel te legaliseren. Dit streven is op zichzelf niet verboden waardoor thans niet kan worden opgetreden op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek, aldus het OM. Het OM heeft wel aanleiding gezien om CLW een brief te sturen. In de brief heeft het OM CLW een waarschuwing gegeven omdat CLW zich met de handleiding in een grensgebied bevindt. De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus2HR 5 december 1995, ECLI:NL:1995:ZD309, r.o. 8.1, 8.7 en 8.11 en HR 22 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR8225 onder verwijzing naar Aanhangsel van de Handelingen II 1998–1999, blz. 1714.3HR 18 maart 2008, ECLI:HR:2008: BC4463.Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 32 647, nr. 792

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b13df86645ac0cfa

14 okt 2026 · 0ce08526714d0f9e

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.