KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

20 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 841e96405781c5e4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 915 XVWijziging van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026(wijziging samenhangende met deVoorjaarsnota)Nr. 4 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 20 april 2026 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast methet voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eerverslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daaropgegeven antwoorden.De vragen zijn op 9 april 2026 voorgelegd aan de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid en de Minister van Werk en Participatie. Bijbrief van 17 april 2026 zijn ze door de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid en de Minister van Werk en Participatie beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,Van der LeeAdjunct-griffier van de commissie,Morrin kst-36915-XV-4ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 41 Vraag 1Klopt het dat er in het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) een reserve zitvan zo’n 39 miljard euro?Antwoord 1Dat klopt, het UWV geeft in de januarinota 2026 aan dat het vermogen vanhet Arbeidsongeschiktheidsfonds eind 2025 bijna € 39,3 miljard bedraagt.Vraag 2Klopt het dat de regering voornemens is om de premie voor het Aofverder te verhogen?Antwoord 2Ja, de premietarieven van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zullen stijgendoor verschillende maatregelen uit het coalitieakkoord, waaronder devrijheidsbijdrage voor bedrijven en het verlagen van het maximum-dagloon en maximumpremieloon. Over de invulling van de vrijheidsbij-drage voor bedrijven zal overleg plaatsvinden met ondernemersorgani-saties.Vraag 3Klopt het dat de overschotten van de Aof-premie mogen worden ingezetvoor tekorten elders op de begroting?Antwoord 3Overschotten van de Aof-premie kunnen niet letterlijk worden ingezetvoor tekorten elders op de rijkbegroting. Uit de sociale fondsen mogenalleen uitgaven worden gedaan aan de betreffende uitkeringsregelingen.Daarom worden de overschotten ook zichtbaar als een toenemendfondsvermogen. Wel zijn de sociale fondsen onderdeel van de overheid,en hun overschot is dus onderdeel van het EMU-saldo van de gehelecollectieve sector. Een groter overschot van de sociale fondsen maakt hetdus mogelijk dat andere onderdelen van de overheid een groter begro-tingstekort hebben.Vraag 4Hoeveel inkomsten verwacht de regering te ontvangen uit boetes ensancties die voortvloeien uit maatregelen binnen de sociale zekerheid?Antwoord 4Ontvangsten uit boetes en sancties die voortvloeien uit maatregelenbinnen de sociale zekerheid worden niet separaat inzichtelijk gemaakt,omdat er onvoldoende informatie beschikbaar is om tot een betrouwbareraming voor een aparte reeks te komen. De ontvangsten zijn onderdeelvan de realisaties van regelingen.Vraag 5Welk bedrag aan opbrengsten uit opgelegde boetes en maatregelenbinnen de sociale zekerheid wordt in de Voorjaarsnota geraamd? En inwelke begroting staat dit?Antwoord 5Ontvangsten uit boetes en sancties die voortvloeien uit maatregelenbinnen de sociale zekerheid worden niet separaat inzichtelijk gemaakt,omdat er onvoldoende informatie beschikbaar is om tot een betrouwbareraming voor een aparte reeks te komen. De ontvangsten zijn onderdeelvan de realisaties van regelingen. In de begroting van SZW staan demeest recente realisatiecijfers per wet weergegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 42 Vraag 6Kan worden aangegeven welk bedrag aan inkomsten er is uit boetes,kortingen en andere financiële maatregelen binnen de sociale zekerheiduitgesplitst per regeling?Antwoord 6In onderstaande tabellen wordt het bedrag aan inkomsten uit boetes ensancties (benadelingsbedrag) als gevolg van overtreding van de inlichtin-genplicht weergegeven, uitgesplitst per regeling. De inkomsten uitkortingen zijn voor de regelingen die worden uitgevoerd door de SVB ookweergegeven. Voor UWV en gemeenten zijn hierover geen cijfersbeschikbaar.Boetes (x € 1 mln.)120242025WW0,40,5Wajong<0,1<0,1TW0,1<0,1ZW<0,1<0,1IVA, WGA, WAO, WAZ0,10,2AOW0,60,7AIO0,20,2Anw0,1<0,1AKW0,10,1Participatiewet2,41,921 Betreft opgelegde boetes2 Betreft opgelegde boetes Benadelingsbedrag sancties (x€ 1 mln.)20242025WW22,2Wajong0,80,8TW1,54,7ZW1,21,8IVA, WGA, WAO, WAZ3,43,6AOW2,72,6AIO1,71,8Anw0,90,3AKW1,42,7Participatiewet29,921,911 Betreft gegevens over de periode Q1 t/m Q3 2025. Kortingen (x € 1 mln.)20242025AOW5,66,1AIO9,58,5Anw0,10,1AKW1,52,4 Vraag 7Waar wordt het geld opgebracht uit boetes die voortvloeien uit maatre-gelen binnen de sociale zekerheid aan uitgegeven?Antwoord 7Het geld dat wordt opgebracht uit boetes die voortvloeien uit maatregelenbinnen de sociale zekerheid wordt teruggestort in de sociale fondsen ofhet gemeentefonds, en verrekend met de geraamde uitkeringslasten,afhankelijk van de uitkering die het betreft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 43 Vraag 8Kan worden toegelicht of in de begroting rekening is gehouden metniet-gebruik van sociale zekerheidsregelingen door rechthebbenden, en zoja, welk bedrag daarmee gemoeid is, uitgesplitst per regeling?Antwoord 8In de ramingen in de begroting van SZW wordt rekening gehouden dateen deel van de doelgroep geen of niet volledig gebruik maakt vanregelingen waar wel recht op bestaat. De ramingen worden namelijkonder andere gebaseerd op realisatiecijfers (het daadwerkelijke gebruik)van de afgelopen jaren. Er is geen integraal overzicht beschikbaar van deuitkeringslasten als 100% gebruik gemaakt zou worden van de regelingendoor alle rechthebbenden. Het verschilt van regeling tot regeling hoe hetgeraamde gebruik zich verhoudt tot het maximaal mogelijke gebruik,omdat ook de aard van regelingen verschilt. Er is wel onderzoek gedaannaar niet-gebruik, bijvoorbeeld de synthesestudie naar Niet-gebruik vaninkomensondersteunende regelingen SZW1 en de recente monitor van hetniet-gebruik van toeslagen2.Vraag 9Hoe groot is het budgettaire tekort als wordt uitgegaan van vollediggebruik van regelingen door alle rechthebbenden (dus zonderniet-gebruik) uitgesplitst per regeling?Antwoord 9Er is geen integraal overzicht beschikbaar van de uitkeringslasten als100% gebruik gemaakt zou worden van de regelingen door alle rechtheb-benden. Het verschilt van regeling tot regeling hoe het geraamde gebruikzich verhoudt tot het maximaal mogelijke gebruik, omdat ook de aard vanregelingen verschilt. Er is wel onderzoek gedaan naar de wijze waarop enmate waarin niet-gebruik kan worden tegengegaan3. Deze inzichten zijngebruikt om de financiële gevolgen van het wetsvoorstel proactievedienstverlening SZW in te schatten.Vraag 10Welke effecten hebben de lagere Wet langdurige zorg (Wlz-)uitgaven opde instroom en uitstroom in de maatschappelijke opvang?Antwoord 10Beleid over maatschappelijke opvang valt onder verantwoordelijkheid vande Minister van VWS.De neerwaartse bijstelling van de Wlz-uitgaven in de eerste suppletoirebegroting 2026 staat los van de instroom en uitstroom in de maatschap-pelijke opvang. De begroting van de Wlz-uitgaven geactualiseerd op basisvan de recente uitvoeringsinformatie van de NZa in haar zogenoemde«Februaribrief benutting budgettair kader Wlz 2026»4. De NZa licht daarintoe dat het beeld over de afgelopen jaren laat zien dat het aantal indicatiesblijft toenemen, maar dat de totale groei in 2025 lager was dan invoorgaande jaren en dat er geen aanwijzingen zijn dat de groei in 2026sterk zal toe- of afnemen. Ten opzichte van de ontwerpbegroting leidt ditin 2026 tot lagere uitgaven (€ 602 miljoen) dan oorspronkelijk verwacht.Dit heeft verder dus geen effect voor de maatschappelijke opvang.1Niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen SZW. Een synthesestudie, januari 2023,Kamerstuk 26 448, nr. 696.2Panteia en Universiteit Leiden, Monitor niet-gebruik toeslagen, Rapportage niet-gebruik 2021,mei 2025 (definitief_rapport_2_monitor_niet-gebruik_toeslagen_2021_panteia_lu.pdf).3Tijdelijke regeling pilot gerichte bevordering gebruik AIO, Kamerstuk 29 389, nr. 121.4Bijlage bij Kamerstukken II, 2025–2026, 34 104, nr. 466Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 44 Vraag 11In hoeverre zijn gemeenten financieel in staat om de aanpak vandakloosheid voort te zetten, gezien de overhevelingen naar hetgemeentefonds?Antwoord 11SZW voert beleid om armoede en problematische schulden te voorkomenen te bestrijden, dat kan bijdragen om dakloosheid te helpen voorkomen.Dit doet SZW onder andere door bij te dragen aan het Gemeentefonds.Hoe gemeenten deze middelen besteden is aan de gemeenten zelf.Specifieke vragen over het Gemeentefonds moeten gesteld worden aande Minister van BZK, die hiervoor verantwoordelijk is. Verdere vragenover beleid ter voorkoming van dakloosheid kunnen gesteld worden aande Minister van VWS, die verantwoordelijk is voor dit onderwerp.Vraag 12Zijn er specifieke middelen gereserveerd voor preventie van dakloosheid(bijv. vroegsignalering schulden, woonbegeleiding)?Antwoord 12Ten aanzien van dakloze EU-burgers is er nauwe samenwerking tussenVWS, SZW en J&V. In dat kader ondersteunt SZW VWS met een initiatiefvoor de opvang van kwetsbare niet-rechthebbende EU-burgers. Hiervooris 13 miljoen per jaar voor de jaren 2026 t/m 2028 gereserveerd, waarvan€ 8 miljoen per jaar vanuit SZW. Daarnaast voert SZW beleid voor hetvoorkomen en oplossen van geldzorgen, armoede en schulden, wat insommige gevallen ook dakloosheid kan helpen voorkomen, al is daarmeer voor nodig. Een voorbeeld is vroegsignalering van schulden,waarbij gemeenten met vastelastenpartners (verhuurders, zorgverzeke-raars, energiebedrijven, waterbedrijven) inwoners met beginnendebetalingsachterstanden benaderen met een hulpaanbod. Ook zijn erdiverse andere laagdrempelige hulproutes voor mensen met geldzorgen,zoals Geldfit en vrijwilligersorganisaties, waar SZW een financiëlebijdrage aan levert. Dit dient echter een veel breder doel dan alleenpreventie van dakloosheid. Voor specifieke vragen over beschikbaremiddelen ter voorkoming van dakloosheid verwijs ik u verder naar deMinister van VWS.Vraag 13Kunt u inzicht geven in de ontwikkeling van het aantal dakloze personen inrelatie tot deze begrotingswijzigingen?Antwoord 13In de jaren 2014–2018 zag het CBS een stijgende trend. Na vier jaar vandaling, van bijna 40.000 in 2018 tot ruim 26.000 in 2022, ziet het CBS sinds2022 weer een stijging. Volgens de schatting van het CBS waren er op1 januari 2024 33.000 mensen dakloos. Er zijn geen causale verbanden tetrekken tussen deze begrotingswijzigingen en het aantal daklozepersonen.Vraag 14Hoeveel ambtenaren vallen bij het Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid onder de nullijn?Antwoord 14Dit gaat om 5.486 medewerkers (stand 31 maart 2026) en 5.034,8 fte,werkzaam bij het SZW kerndepartement, Nederlandse Arbeidsinspectie enRijksschoonmaakorganisatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 45 Vraag 15Hoeveel medewerkers bevinden zich in de lagere loonschalen (schaal 1t/m 6)? Wat is het aandeel van deze groep binnen de uitvoering (uitvoe-ringsorganisaties vs. beleid)?Antwoord 15Aantal medewerkersKerndepartement51Nederlandse Arbeidsinspectie51Rijksschoonmaakorganisatie1.592TOTAAL1.694 Aantal fteKerndepartement45,1Nederlandse Arbeidsinspectie46,7Rijksschoonmaakorganisatie1.243,6TOTAAL1.335,4 Vraag 16Welke functies/beroepen vallen voornamelijk binnen de lagereloonschalen (schaal 1 t/m 6)? Wat is de huidige en verwachte personeels-krapte binnen deze functies?Antwoord 16Functies op het niveau van schaal 1 t/m 6 bij SZW zijn (assistent)medewerker facilitair management, (assistent) medewerker administratie,managementondersteuner, medewerker verwerken en behandelen,ondersteunend medewerker toezicht/medewerker toezicht en medewerkercommunicatie.Het grootste aantal medewerkers met een functie in de lagere loonschalenvervult de functie assistent medewerker facilitair management (schaal 1).Dit betreft de schoonmaakmedewerkers van de Rijksschoonmaakorgani-satie (RSO). Verder komen de functies assistent medewerker facilitairmanagement (schaal 3) en medewerker facilitair management (schaal 5)relatief veel voor. Dit betreft overwegend meewerkend voorwerkers enambulant objectleiders (coördinator) van de RSO. Verder komt de functiemanagementondersteuner (schaal 6) in wat grotere aantallen voor. Voorde overige functies in de lagere loonschalen gaat het om kleine aantallenmedewerkers per functie.Voor de functies assistent medewerker facilitair management (schaal 1) enmeewerkend voorwerker (schaal 3) wordt personeelskrapte verwacht dooreen ouder wordend medewerkersbestand en beperkte beschikbaarheidvan nieuwe aanwas op de arbeidsmarkt.Vraag 17Zijn er interne analyses of risico-inschattingen gemaakt over de effectenvan de nullijn, bijvoorbeeld op de instroom of uitstroom? Zo ja, kunnendeze worden gedeeld?Antwoord 17Er zijn geen interne analyses of risico-inschattingen gemaakt over deeffecten van de nullijn. Wel heeft het Centraal Planbureau in de doorre-kening van het Coalitieakkoord 2025–2028 het volgende opgemerkt: «Inhet verleden is gebleken dat de loonontwikkeling in de overheidssectorniet duurzaam achter kan lopen op de loonontwikkeling in de marktsector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 46 Het CPB veronderstelt daarom dat het effect van een nullijn in 2026 in dedaaropvolgende jaren wordt ingelopen en na vier jaar nihil is.»Vraag 18Bij hoeveel mensen die in 2025 (deels) arbeidsongeschikt zijn verklaardligt de oorzaak van deze arbeidsongeschiktheid op de werkvloer?Antwoord 18SZW beschikt niet over deze gegevens. De Wet werk en inkomen naararbeidsvermogen (WIA) maakt ook geen onderscheid naar de oorzaak vande arbeidsongeschiktheid bij de toekenning van de uitkering. Hetuitgangspunt van de WIA is de mate van arbeidsbeperking en niet devraag waardoor (werkvloer of elders) iemand ziek is geworden.Vraag 19Welke vormen van letsel zijn er in 2025 en 2024 geconstateerd na eenongeluk op de werkvloer? Kan dit worden uitgesplitst in percentages encategorieën?Antwoord 19Cijfers van het CBS laten zien dat in 2024 85.000 arbeidsongevallenplaatsvonden waarbij de werknemer minstens vier dagen verzuimde. Bij30% van deze ongevallen betreft dit psychisch letsel. Een ontwrichting,verstuiking of verrekking was in 29,1% van de gevallen het meest ernstigeletsel bij een ongeval op de werkvloer. Botbreuken, wonden en opper-vlakkige letsels zijn verwondingen die bij 10% van de ongevallen metminstens vier dagen verzuim zijn opgelopen. In de tweede helft van 2026verschijnen de cijfers over 2025.Tabel: Meest ernstige letsel bij arbeidsongeval met minstens vier dagen verzuim, 2024Meest ernstige letsel bij arbeidsongeval% arbeidsongevallen van werknemers(% van arbeidsongevallen werknemers(15 tot 75 jaar))Psychisch letsel30,3%Ontwrichtingen, verstuikingen en verrekkingen29,1%Geen onderscheid lichamelijk en psychisch letsel11,4%Botbreuken9,9%Wonden en oppervlakkige letsels9,9%Hersenschuddingen en inwendige letsels4,2%Ander lichamelijk letsel3,1%Onbekend2,2%Bron: CBS, TNO Vraag 20Hoeveel procent van de werknemers ervoer in 2025 en 2024 eenongezonde werkdruk? Kan dit worden uitgesplitst naar sectoren?Antwoord 20Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2024 van CBS en TNOblijkt dat in 2024 16% van de werknemers stressvol werk had, 9,1%emotioneel zwaar werk en 20% burn-outklachten (mede) door werkervaart. Het percentage werknemers met stressvol werk was evenalsvoorgaande jaren het hoogst in de sectoren horeca (29%), zorg (23%) enonderwijs (22%). In de sectoren zorg en onderwijs was ook de emotionelebelasting het hoogst (respectievelijk 19% en 17%). In het onderwijs is ookhet aandeel werknemers met burn-outklachten met 25% het hoogst.Onderstaande tabel geeft de tien beroepen met het hoogste aandeelstressvol werk in 2024 weer. Cijfers over 2025 zijn nog niet beschikbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 47 Tabel: tien beroepen met hoogste aandeel stressvol werk, 2024CategorieStressvol werk (%)Apothekersassistenten50,8%Leerkrachten basisonderwijs38,5%Medisch praktijkassistenten38,5%Artsen35,0%Docenten algemene vakken voortgezet onderwijs34,7%Kelners en barpersoneel34,4%Verpleegkundigen (mbo)34,2%Bakkers31,4%Gespecialiseerd verpleegkundigen30,2%Koks29,8%Bron: CBS, TNO Vraag 21Bij welk percentage mensen dat in 2025 en 2024 is gekeurd door hetUitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) werd uiteindelijkgeen arbeidsongeschiktheid vastgesteld?Antwoord 21Volgens de Kwantitatieve Informatie 2025 van het UWV zijn er in 202486.183 aanvragen afgehandeld. Hiervan zijn er 25.588 afgewezen. Ditbetreft circa 30%. In 2025 zijn er 77.349 aanvragen afgehandeld. Hiervanzijn er 23.711 afgewezen. Dit betreft circa 31%.Vraag 22Welke vormen van arbeidsongeschiktheid werden er vastgesteld en hoevaak, uitgesplitst in categorieën en percentages?Antwoord 22In dit antwoord is gekeken naar het aantal nieuwe WIA-uitkeringen in 2024en 2025. Bij een groot deel daarvan is de diagnose (vooralsnog)onbekend. Dit komt enerzijds doordat mensen die een WIA-voorschotontvangen pas op een later moment beoordeeld worden. De diagnosewordt daardoor ook pas later vastgesteld en met terugwerkende krachtverwerkt in de cijfers. Daarnaast wordt er bij de vereenvoudigde beoor-deling van 60-plussers geen volledige medische beoordeling gedaan dooreen verzekeringsarts van het UWV.Onderstaande tabel geeft een uitsplitsing naar diagnosehoofdgroep vande nieuwe WIA-uitkeringen waarbij de diagnose bekend is. Dit betreftongeveer de helft van het totaal aantal nieuwe uitkeringen. Deze infor-matie volgt uit de Kwantitatieve Informatie 2025 van het UWV. Door degrote omvang van de groep onbekend kunnen deze cijfers niet alsrepresentatief worden beschouwd voor de volledige groep.Tabel: WIA-toekenningen in 2024 en 2025 uitgesplitst naar diagnosehoofdgroep.20242025AbsoluutPercentageAbsoluutPercentageNieuwe WIA-uitkeringen69.046100%71.325100%wv. Onbekend26.97239%35.67350%wv. Bekend42.07461%35.65250%Uitsplitsing bekend naar diagnosehoofdgroepTotaal bekend42.074100%35.652100%wv. Oncologische aandoeningen2.9767%2.5707%wv. Psychische stoornissen16.86440%15.45543%wv. Aandoeningen van het zenuwstelsel3.6019%3.3329%wv. Aandoeningen van hart- en vaten1.0412%1.2313%wv. Aandoeningen van het botspierstelsel enbindweefsel7.32717%5.43415%Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 48 20242025AbsoluutPercentageAbsoluutPercentagewv. Aandoeningen van het ademhalingsstelsel9852%9453%wv. Infectieziekten3.2878%1.5804%wv. Overig5.99314%5.10514% 20242025AbsoluutPercentageAbsoluutPercentageNieuwe WIA-uitkeringen69.046100%71.325100%wv. Onbekend26.97239%35.67350%wv. Bekend42.07461%35.65250%Uitsplitsing bekend naar diagnosehoofdgroepTotaal bekend42.074100%35.652100%wv. Oncologische aandoeningen2.9767%2.5707%wv. Psychische stoornissen16.86440%15.45543%wv. Aandoeningen van het zenuwstelsel3.6019%3.3329%wv. Aandoeningen van hart- en vaten1.0412%1.2313%wv. Aandoeningen van het botspierstelsel enbindweefsel7.32717%5.43415%wv. Aandoeningen van het ademhalingsstelsel9852%9453%wv. Infectieziekten3.2878%1.5804%wv. Overig5.99314%5.10514% Vraag 23Bij hoeveel werkgevers (in percentage) zijn er op dit moment geenpassende banen voor mensen met een arbeidshandicap?Antwoord 23Hier zijn geen exacte gegevens van. Wel blijkt uit het onderzoek «Arbeids-markt in kaart» van het SCP uit 20235 dat 18,3% van alle werkgeversmensen met een arbeidsbeperking in dienst hebben. Belangrijk hierbij tevermelden is dat als er gekeken wordt naar middelgrote (30%) en groteorganisaties (60%) dit percentage beduidend hoger is.Vraag 24Welke redenen geven werkgevers waardoor er volgens hun geenpassende banen worden gecreëerd voor mensen met een arbeidshan-dicap?Antwoord 24Uit het onderzoek «Arbeidsmarkt in kaart» van het SCP uit 20236 blijkt dattwee op de vijf werkgevers aangeven geen geschikte functies te hebbenvoor deze groep. Daarnaast noemt 18% van de werkgevers als reden datde organisatie te weinig capaciteit heeft voor begeleiding en onder-steuning van mensen met een arbeidsbeperking. Bijna 43% van dewerkgevers geeft aan dat wanneer er aanvullende voorzieningen zijn voorziekteverzuim, zij wel bereid zijn mensen met een arbeidsbeperking indienst te nemen. Bij middelgrote en grote organisaties is dit aandeelgemiddeld nog hoger, namelijk meer dan de helft. Dat is opvallend, omdater binnen de banenafspraak al sprake is van voorzieningen voor ziekte-verzuim. De bestaande no-riskregeling zorgt er namelijk voor datwerkgevers worden vrijgesteld van het doorbetalen van het loon als eenmedewerker met een arbeidsbeperking binnen de banenafspraak ziekuitvalt.5Arbeidsmarkt in kaart: werkgevers - editie 4 | Sociaal en Cultureel Planbureau6Arbeidsmarkt in kaart: werkgevers - editie 4 | Sociaal en Cultureel PlanbureauTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 49 Daarnaast blijkt uit onderzoek (o.a. van Start Foundation7) dat werkgeversde huidige afbakening van de doelgroep binnen de banenafspraak te smalvinden. Het is voor werkgevers vaak niet duidelijk waarom iemand meteen beperking wel of niet onder de doelgroep banenafspraak valt. Ookgeven werkgevers aan de wet- en regelgeving complex te vinden. Dezepunten zijn een belangrijke reden om de banenafspraak fundamenteel teherzien. U bent hierover in juni 2025 geïnformeerd8 en rond de zomer2026 wordt u opnieuw geïnformeerd.Vraag 25Welk percentage arbeidsongeschikten kan na of tijdens de ziekteterugkeren in een passende baan bij de huidige werkgever?Antwoord 25Uit een onderzoek uit 2016 bleek dat het percentage langdurig ziekewerknemers dat tijdens de loondoorbetalingsperiode terugkeert bij dehuidige werkgever (1e spoor) circa 55% is9. Voor mensen die de WIA-poortbereiken verschilt het percentage dat bij de huidige werkgever in dienstblijft. Voor mensen die niet de WIA instromen is dit circa 65%, voormensen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn is dit circa 50% en voormensen die volledig arbeidsongeschikt zijn is dit circa 20%10. Van demensen die niet de WIA instromen of gedeeltelijk arbeidsongeschiktworden is één jaar later nog meer dan 80% aan het werk. Mensen kunneneventueel ook later na de claimbeoordeling weer aan de slag gaan bij hunoude werkgever. Hier zijn echter geen cijfers over beschikbaar.Vraag 26Welk percentage arbeidsongeschikten kan na ziekte of tijdens de ziektehelemaal niet meer bij een werkgever terecht? Welke klachten hebbendeze mensen?Antwoord 26Het percentage langdurig zieke werknemers dat tijdens de loondoorbeta-lingsperiode niet meer aan het werk gaat is ruim 20%11. In de Ziektewet iscirca 30% van de mensen van wie de ZW-uitkering is beëindigd, niethersteld12. Het is echter onbekend welk deel van de mensen die binnen deZiektewet herstelt (weer) werkt. In de WIA is zo’n 87%13 van alle mensenniet aan het werk. Dit betekent niet dat mensen in de WIA in het algemeenop langere termijn niet meer aan het werk komen. Mensen die aan hetwerk zijn en herstellen, stromen immers de WIA uit. Ongeveer 25.000mensen zijn in 2024 de WIA uitgestroomd vanwege een reden anders danwerk (en exclusief detentie), bijvoorbeeld door pensionering of overlijden.Deze mensen zijn dus ook niet duurzaam bij een werkgever aan de slaggekomen. De mate van arbeidsparticipatie verschilt per medischediagnose, waarbij mensen met een aandoening aan het bewegingsstelselof een psychische aandoening minder vaak aan het werk zijn dan mensenmet een overige aandoening14. Vooral mensen die voormalig eenvangnetter waren, zijn veel minder vaak aan het werk dan voormaligwerknemers.7Gedwongen discriminatie door Banenafspraak | Start Foundation8Kamerstukken II 2024/25 34 352 nr. 3409Panteia (2016), De theorie en praktijk van re-integratie tweede spoor, Tabel 3.310UWV (2023), UWV monitor Arbeidsparticipatie arbeidsbeperkten 202311Panteia (2016), De theorie en praktijk van re-integratie tweede spoor, Tabel 3.312UWV (2025), UWV kwantitatieve informatie 2024, eigen berekeningen13UWV (2025), UWV kwantitatieve informatie 202414UWV (2024), UWV Monitor arbeidsparticipatie arbeidsbeperkten 2023, Tabel 4.4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 410 Vraag 27Hoeveel mensen met een arbeidshandicap zitten er op dit moment thuis,maar zouden wel willen werken?Antwoord 27De helft hiervan (ruim 145.000) is aan het werk binnen de banenafspraak.Dit betekent dat er zo’n 135.000 mensen in de doelgroep banenafspraakzitten die niet aan het werk zijn. De Arbeidsinspectie heeft onderzoek15gedaan naar deze groep en daaruit blijkt dat een aanzienlijk deel van dezegroep (35%) geen reële kans op werk heeft. Hoeveel mensen binnen dezegroep wel zouden willen werken is niet bekend.Daarnaast is er ook nog een behoorlijke groep mensen met een arbeids-handicap die niet valt onder de doelgroep banenafspraak. Wat precies deomvang van deze groep is, is niet bekend, maar een deel van deze groepwil graag aan het werk, zie bijvoorbeeld het initiatief van onder andereStart Foundation «Niet (on)beperkt genoeg»16. Mede naar aanleiding vandit initiatief is de banenafspraak fundamenteel te herzien. U bent hieroverin juni 2025 geïnformeerd17 en voor de zomer 2026 wordt u opnieuwgeïnformeerd.Vraag 28Welke sancties krijgen werkgevers wanneer zij geen passende banen voormensen met een arbeidshandicap creëren?Antwoord 28Met de wet vereenvoudigde banenafspraak die op 9 mei 2025 in hetStaatsblad is gepubliceerd is er voor het eerst sinds het begin van debanenafspraak een werkende quotumregeling die geactiveerd kan wordenals het aantal te realiseren banen achterblijft. Deze regeling werkt met eenbonus en een malus. Dit betekent dat werkgevers die meer banenrealiseren dan is afgesproken een bonus krijgen en werkgevers die minderbanen realiseren een boete. Het activeren van deze quotumregeling blijfteen zwaar instrument. Daarom zal dit besluit alleen na zorgvuldig beraadworden genomen. Het kabinet overlegt eerst met sociale partners engemeenten over de beslissing voor het activeren. Daarbij kunnen deeconomische situatie, de beschikbaarheid van kandidaten en de realisatiesworden meegenomen. Dit jaar zal er een besluit aan de Tweede en EersteKamer worden voorgehangen waarmee de activering van de nieuwequotumregeling, indien gewenst, zoals in de Wet vereenvoudigdebanenafspraak is opgenomen, mogelijk wordt gemaakt.Vraag 29Waar baseert de regering de prognose op dat de instroom in de Wet Werken Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) zo groot zal zijn? Welke vormenvan arbeidsongeschiktheid zorgen voor deze instroom?Antwoord 29Het aantal WIA-aanvragen en het aantal 42e-weeks ziekmeldingen bij hetUWV zijn in 2025 hoger uitgevallen dan eerder verwacht. De ontwikkelingvan dit langdurige verzuim is een goede voorspeller voor het aantalWIA-aanvragen in 2026. De inschatting is dat het aantal aanvragen in 2026groeit met 6,0%. De toename van het aantal aanvragen komt gedeeltelijkdoordat het aantal verzekerden hoger uitvalt als gevolg van conjunctuur-ontwikkelingen. De resterende groei komt doordat de instroom van de15Op papier arbeidsvermogen, in de praktijk geen reële kans op werk | NederlandseArbeidsinspectie16Niet (on)beperkt genoeg | Startfoundation17Kamerstukken II 2024/25 34 352 nr. 340Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 411 groep mensen met psychische aandoeningen vermoedelijk verder zalstijgen op basis van de realisaties.Naast de toename van het aantal WIA-aanvragen leidt ook de uitvoerings-problematiek tot meer (tijdelijke) instroom. Als UWV de claimbeoordelingniet tijdig kan verrichten, kan een verzekerde een voorschot ontvangen. Erworden meer voorschotten verstrekt dan eerder verwacht. Daardoorstroomt een deel van de mensen administratief tijdelijk de WIA in, doordateen voorschot aangemerkt wordt als instroom. Als ze minder dan 35%arbeidsongeschikt worden verklaard, stromen ze na de claimbeoordelingweer uit. Een aantal van de getroffen maatregelen om de uitvoering teontlasten leidt naar verwachting tot meer (tijdelijke) instroom, zoalspraktisch beoordelen en de herinvoering van de 60-plusmaatregel inseptember 2025.Vraag 30Welke gevolgen zal het heffen van extra Aof-premie volgens de regeringhebben op de loonontwikkeling?Antwoord 30Hogere werkgeverslasten zorgen op termijn voor een lagere loonontwik-keling. De loonontwikkeling hangt echter ook af van andere factoren. HetCPB raamt in de analyse van het coalitieakkoord een 0,1 procentpuntlagere CAO-loonstijging voor de jaren 2027–2030 (3,2 procent in dedoorrekening van het coalitieakkoord tegenover 3,3 procent in hetbasispad).Vraag 31Welke gevolgen zal het verlagen van het maximumdagloon volgens deregering hebben op de hoogte van geheven premies?Antwoord 31Een verlaging van het maximumpremieloon met 20% zorgt voor ongeveer€ 2,6 miljard minder premie-inkomsten (in prijzen 2026) voor de arbeids-ongeschiktheid, werkloosheid en de opslag kinderopvang tezamen. Omdie premie-inkomsten op hetzelfde niveau te houden zoals in hetcoalitieakkoord is opgenomen, worden de betreffende premietarievengezamenlijk met ongeveer 0,78 procentpunt omhoog bijgesteld.Vraag 32Wat is de verwachte loonontwikkeling in 2026? Hoe verhoudt zich dattegenover het verwachte inflatiecijfer, gecorrigeerd op de huidigeontwikkelingen rond de situatie in Iran?Antwoord 32In het Centraal Economisch Plan (CEP) verwacht het Centraal Planbureau(CPB) dat de contractloonontwikkeling in 2026 uitkomt op 4,0% en inflatieop 2,3%, dat is nog exclusief de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Degevolgen van de situatie in het Midden-Oosten op de energieprijzen eninflatie zijn uiterst onzeker. In een recenter onderzoek naar de mogelijkeimpact op de inflatie verwacht het CPB dat op basis van de huidigemarktverwachtingen de inflatie in 2026 uitkomt op 3,8%. Indien deenergieprijzen nog verder doorstijgen en de prijzen langer op een hoogniveau blijven, dan kan de inflatie oplopen tot 5,3%18.18CPB (2026), De economische impact van hogere energieprijzen door de Iranoorlog, geraad-pleegd 16-04-2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 412 Vraag 33Voor welk bedrag leiden de achterstanden van de WIA-beoordelingen totfinanciële consequenties in de Voorjaarsnota?Antwoord 33Op basis van realisaties van de afgelopen jaren en een prognose van deontwikkeling van de achterstanden is een raming opgesteld van de kostenvan het kwijtschelden van WIA- en TW-voorschotten. Op basis van dezeraming zijn in de voorjaarsbesluitvorming 2025 meerjarig middelengereserveerd. Deze lopen op van circa € 33 miljoen in 2026 naar circa€ 99 miljoen per jaar vanaf 2030 en zijn onderdeel van de WIA-raming.Vraag 34Wat voor doorwerking is er tussen de aftrek specifieke zorgkosten en hetkindgebonden budget? Hoe werkt deze?Antwoord 34De aftrek specifieke zorgkosten verlaagt het verzamelinkomen. Hetverzamelinkomen is het inkomensbegrip dat wordt gebruikt voor devaststelling van het recht op toeslagen, waaronder het kindgebondenbudget. Omdat het kindgebonden budget inkomensafhankelijk is, leidt hetvervallen van deze aftrekpost tot een hoger verzamelinkomen voor detoeslagen en daarmee tot onder meer lagere WKB-uitgaven.Dit betreft een generieke doorwerking via het relevante inkomensbegripvoor de toeslagen. Een vergelijkbaar effect deed zich bijvoorbeeld eerderin het verleden voor bij de stapsgewijze beperking van de zelfstandigen-aftrek, hetgeen ook resulteerde in een hoger verzamelinkomen endaarmee een lager recht op toeslagen.Vraag 35Kunt u de Ramingsbijstellingen uitkeringslasten verder uitsplitsen?Antwoord 35Onderstaande tabel bevat een uitsplitsing van de Ramingsbijstellingenuitkeringslasten.Regeling202620272028202920302031Begrotingsgefinancierde uitgaven– 380– 282– 177– 153– 210– 215wv. Toeslagenwet152315151923wv. Inkomensvoorziening oudere werklozen– 40041310wv. Wajong83– 82– 84– 83– 84wv. Uitvoeringskosten UWV1– 4– 4– 4– 3– 3wv. Aanvullende InkomensvoorzieningOuderen6912172228wv. Algemene Kinderbijslagwet192020181512wv. Tegmoetkoming asbestslachtoffers– 1– 1– 1– 1– 1– 1wv. Tegemoetkoming stoffengerelateerdeberoepsziekten– 9– 14– 29– 42– 44– 40wv. Remigratiewet– 1– 2– 2– 2– 2– 2wv. Uitvoeringskosten SVB011122wv. Loonkostenvoordelen– 20– 2– 1– 1– 1– 1wv. Kinderopvangtoeslag– 248– 273– 132– 93– 110– 96wv. Wet op het kindgebonden budget– 87– 68– 89– 67– 45– 37wv. DUO-leningen376655wv. COA voorinburgering– 2379111111wv. Inkomensvoorziening oudere en gedeelte-lijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen– 3– 3– 3– 3– 3– 3wv. Inkomensvoorziening oudere en gedeelte-lijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers– 2– 6– 7– 9– 10– 12wv. Bijstand voor zelfstandigen322222wv. Kwijtschelden schulden– 7– 3– 1000wv. Uitvoeringsinformatie Caribisch-Nederland125678Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 413 Regeling202620272028202920302031wv. SPUK inburgering03592120128128wv. Alleenverdienersproblematiek5– 40000wv. Uitvoeringskosten Dubbele KinderbijslagIntensieve Zorg111111wv. Bijstand– 362751– 7– 89– 120wv. Loonkostensubsidie– 37– 39– 41– 43– 45– 47wv. Noodmaatregel Overbrugging Werkloos-heid3600000wv. Overig000002Begrotingsgefinancierde ontvangsten07487867362wv. Toeslagenwet– 600000wv. Inkomensvoorziening oudere werklozen– 100000wv. Aanvullende InkomensvoorzieningOuderen– 300000wv. Tegemoetkoming stoffengerelateerdeberoepsziekten– 200000wv. Remigratiewet– 100000wv. Kinderopvangtoeslag19132929188wv. Wet op het kindgebonden budget456057565453wv. DUO-leningen– 2– 2– 2– 2– 2– 2wv. COA voorinburgering– 300000wv. SPUK inburgering– 4800000wv. Boeteontvangsten Inspectie333333wv. Overig000000Premiegefinancierde uitgaven737105011701010835851wv. Ziektewet202206213219215217wv. Wet arbeidsongeschiktheidsverzkering– 28– 26– 24– 22– 21– 19wv. Wet arbeidsongeschiktheidsverzkeringzelfstandigen– 2– 1– 1– 100wv. Inkomensvoorziening volledig arbeidson-geschikten– 147– 246– 288– 295– 300– 256wv. Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsge-schikten3296077937941798*753*wv. Verlofregelingen149159161162159164wv. Compensatie Transitievergoeding bijLangdurige Arbeidsongeschiktheid– 4– 58– 16556wv. Uitvoeringskosten UWV618685767591wv. Algemene ouderdomswet1547163388wv. Algemene nabestaandenwet– 3– 6– 7– 8– 10– 10wv. Werkloosheidswet17827518119– 125– 102wv. Overig000000Premiegefinancierde ontvangsten– 6– 3– 14– 35– 2– 1wv. Uitvoeringsfonds voor de Overheid– 6– 3– 14– 35– 2– 11 Dit betreft een gedeelte van de ramingsbijstelling. Het restant is gereserveerd op de Aanvullende Post (€ 152 miljoen in 2029 oplopend naar€ 506 miljoen in 2031). Vraag 36Waar slaat de vernieuwing rijksdienst neer? Komt deze ook bijuitvoeringsorganisaties?Antwoord 36Ja, deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiency-taakstelling. In het coalitieakkoord is opgenomen dat deze taakstellingwordt doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departementen uitvoering.Vraag 37Welke inhoudelijke voorstellen zijn er voor de vernieuwing rijksdienst?Antwoord 37Deze zijn er nu nog niet en moeten nog verder worden uitgewerkt. Dit isook onderwerp van gesprek in de Ministeriële Taskforce SlagvaardigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 414 Overheid waarbij de Staatssecretaris van BZK optreedt als coördinerendbewindspersoon op dit onderwerp.Vraag 38Waarom kunnen de Particiatiewetwet in balans maatregelen bufferbudgeten niet-rechthebbende partner niet halverwege het jaar ingevoerdworden?Antwoord 38Voor beide maatregelen zijn aanpassingen van de ICT-systemen bijgemeenten nodig. Deze aanpassingen zijn niet realiseerbaar voor 1 juli2026 en kunnen daarom niet halverwege het jaar ingevoerd worden. Deinwerkingtredingsdata van alle wijzigingen in de Participatiewet in balanszijn afgestemd met de VNG. Uitgangspunt is daarbij geweest om zo minmogelijk verschillende inwerkingtredingsdata te hanteren, zodat deimplementatie doenbaar is voor gemeenten.Vraag 39Welk bedrag is er gemoeid met het uitsluiten van de bijstand in de Wetproactieve dienstverlening? Kunt u toelichten waarom de regering spreektvan 30 miljoen euro, terwijl gemeenten het hebben over 47 miljoen euro?Is er een verklaring voor dit verschil?Antwoord 39Met de versobering van het conceptbesluit proactieve dienstverleningSZW treedt het onderdeel over gegevensuitwisseling voor de algemenebijstand niet in werking totdat er voldoende middelen beschikbaar zijn.Het gaat om structureel € 30,1 miljoen per jaar, bestaande uit uitkerings-lasten van € 28,4 miljoen en uitvoeringskosten van € 1,7 miljoen.Naast de algemene bijstand waren er reeds een aantal andere onderdelennog niet voorzien van financiële dekking. Dit zijn de onderdelen bijzonderebijstand (structureel € 15,5 miljoen) en studietoeslag (structureel€ 1,5 miljoen) waarvan door het vorige kabinet reeds was besloten datdeze niet mee zouden lopen Dit telt samen op tot structureel€ 47,1 miljoen per jaar. De VNG spreekt over € 47,1 miljoen omdat dit alleonderdelen betreft waarvoor nog geen financiële dekking is voorzien. Deregering spreekt over € 30,1 miljoen omdat dit enkel het onderdeelalgemene bijstand betreft wat bij de voorjaarsnota is komen te vervallen(studietoeslag en bijzondere bijstand zijn tot nu toe geen onderdeelgeweest van het besluit vanwege ontbrekende dekking).Vraag 40Waar wordt de dekking voor de tegenvaller in de WIA van 1 miljard eurogevonden, naast de 30 miljoen euro uit proactieve dienstverlening? Waarkomt de resterende 970 miljoen euro vandaan?Antwoord 40Dit is onderdeel van de integrale besluitvorming over het bredere beeldvan de rijksbegroting, waardoor het merendeel van de tegenvaller in hetrijksbrede beeld is opgevangen. Op de SZW-begroting is dekkinggevonden in de versobering van het wetsvoorstel proactieve dienstver-lening voor het onderdeel algemene bijstand (€ 30 miljoen structureel) enhet afschaffen van kinderbijslag (AKW) en kindgebonden budget (WKB)voor 16- en 17-jarigen als ze tegelijkertijd studiefinanciering ontvangen(structureel € 53 miljoen). Dit is in lijn met de situatie van vóór 2020, voorde overgang naar het sociaal leenstelsel. De vormgeving van dezemaatregel wordt betrokken bij de verdere uitwerking van de nieuwekindregeling waartoe is besloten in het coalitieakkoord. Daarnaast is op deAanvullende Post van Financiën een ombuiging opgenomen voor de jarenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 415 vanaf 2029 ter beheersing van de begroting van SZW (structureel€ 253 miljoen vanaf 2031).Vraag 41Zijn er andere dekkingsmogelijkheden voor de WIA-tegenvaller dan ondermeer het budget voor proactieve dienstverlening?Antwoord 41Ieder jaar op Prinsjesdag wordt de ombuigingslijst gepresenteerd, waarinandere mogelijke maatregelen zijn opgenomen.Vraag 42Leidt het inzetten van de extra middelen voor taalaanbod als dekking vanbudgettaire problematiek niet tot een tekort op het beschikbaretaalaanbod voor bijstandsgerechtigden?Antwoord 42Dit heeft tot gevolg dat er minder taaltrajecten dan verwacht aangebodenkunnen worden aan mensen in de bijstand. De bestaande financiëlestromen waarmee gemeenten taalonderwijs aan kunnen bieden aanbijstandsgerechtigden, zoals via het re-integratiebudget of deWEB-middelen, blijven in stand.Vraag 43Hoeveel inkomsten verwacht de regering te genereren uit de kortingen enboetes in het kader van de taaleis?Antwoord 43Er wordt geen beleid gevoerd op het genereren van inkomsten uitkortingen en boetes in het kader van de taaleis. In de SZW-begrotingwordt daarom ook geen rekening gehouden met verwachte inkomsten uitkortingen en boetes in het kader van de taaleis.Vraag 44Wanneer is het besluit gevallen om de Algemene Kinderbijslagwet (AKW)en Wet op het Kindgebonden Budget (WKB) bij studiefinanciering af teschaffen?Antwoord 44Dit besluit is genomen in de voorjaarsnotabesluitvorming 2026.Vraag 45Welke beleidsvoorbereiding ligt er onder het besluit AKW en WKB bijstudiefinanciering afschaffen?Antwoord 45Met deze maatregel wordt beoogd aan te sluiten bij de situatie van vóór2020. Tot 2020 bestond er namelijk al geen recht op AKW (en daarmee ookWKB) wanneer een 16- of 17-jarig kind recht had op studiefinanciering.Deze uitzondering is destijds geschrapt vanwege de invoering van hetsociaal leenstelsel. Nu studenten weer recht hebben op een basisbeurs,wordt herinvoering van deze uitzondering passend geacht. Dit beperktbovendien de stapeling van inkomensondersteuning.De studiefinanciering bevat, naast de basisbeurs, ook een van hetinkomen van de ouders afhankelijke bijdrage aan het levensonderhoudvan de student, de aanvullende beurs. Als ouders AKW en WKBontvangen, en het kind basisbeurs én aanvullende beurs ontvangt vooreen studie in het hoger onderwijs (hbo/wo) is sprake van overlappendefinanciering van de kosten van levensonderhoud van het kind. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 416 vormgeving van deze maatregel wordt betrokken bij de verdereuitwerking van de nieuwe kindregeling.Vraag 46Kunt u nader toelichten wat het bedrag aan vermindering van 676 duizendeuro aan premieopbrengsten betekent. Hoe verhoudt dit zich tot eenderving van 2,6 miljard euro bij de verlaging van het maximalepremieloon?Antwoord 46De vermindering van € 676 miljoen betreft de lagere uitgaven aan deverschillende uitkeringsregelingen als gevolg van de verlaging van hetmaximumdagloon. De verlaging van het maximumpremieloon leidt toteen veel groter bedrag aan gederfde premie-inkomsten. Dat komt doordatde hoogte van uitkeringen maar een deel is van het maximumdagloon,vaak 70 procent of lager als bijvoorbeeld sprake is van gedeeltelijkearbeidsongeschiktheid of gedeeltelijke werkloosheid. Daarnaast zijn depremie-inkomsten zelf hoger dan de uitgaven aan de werknemers-verzekeringen. Een daling van de grondslag met 20 procent zorgt dus voormeer inkomstenderving dan uitgavenderving. Tot slot is in de ramingmeegenomen dat mensen met een loon op of boven het maximum-dagloon relatief ondervertegenwoordigd zijn in de uitkeringsontvangers.Vraag 47Wat betekent het dat een deel van de ramingsbijstelling rondom uitvoe-ringsinformatie WIA op de aanvullende post wordt gereserveerd?Betekent dit dat deze mutatie deels nog gedekt moet worden?Antwoord 47De volledige ramingsbijstelling van de WIA is gedekt. Een deel(€ 553 miljoen structureel) staat op de begroting van SZW, het anderedeel staat vanaf 2029 (€ 506 miljoen structureel) gereserveerd op deAanvullende post bij Financiën.Vraag 48De uitgaven aan de WIA worden opwaarts bijgesteld met 285 miljoen euroin 2026, oplopend naar 1.065 miljoen euro in 2031, klopt het dat een deelvan deze bijstelling reeds bekend was bij de Miljoenennota? Zo ja, terhoogte van welk bedrag?Antwoord 48Nee, dat klopt niet. De laatste meerjarige raming van de WIA-uitgavenbetrof de verwerking van de januarinota 2025 van het UWV welke bijVoorjaarsnota. De informatie uit de januarinota 2026, die nu is verwerkt,was toen nog niet beschikbaar en ook niet bij de Miljoenennota 2026.Bij het verwerken van de laatste UWV-cijfers zijn ook andere nieuweinzichten gebruikt, specifiek met betrekking tot de ontwikkeling van deziektebeelden psychische aandoeningen en long-covid, onder andere dooropgedane inzichten vanuit het IBO WIA, wat in december 2025 isgepubliceerd:–Psychische aandoeningen: in de UWV-cijfers van vorig jaar was voorhet eerst duidelijk te zien dat de WIA-instroom als gevolg vanpsychische aandoeningen meer dan proportioneel was gestegen. Hetwas echter zeer onzeker hoe deze ontwikkeling zou doorzetten.Daarom is er destijds voor gekozen om deze extra instroomstijging inde raming als tijdelijk te veronderstellen en dus af te bouwen naar 0aan het einde van de begrotingshorizon. Op basis van de laatsteUWV-cijfers en het IBO WIA kan echter geconcludeerd worden dat hethier gaat om een maatschappelijke ontwikkeling die naar verwachtingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 417 niet snel zal keren. Daarom is in de nieuwe raming de afbouwlosgelaten. Het wijzigen van deze afname leidt tot hogere verwachteuitkeringslasten.–Long-covid: als gevolg van de coronapandemie zijn er mensenlangdurig ziek en arbeidsongeschikt geworden als gevolg vanlong-covid. Dit heeft geleid tot extra WIA-instroom. Ook hierbij is vorigjaar de aanname gemaakt dat dit voor een deel een tijdelijk effectbetrof. Deze extra instroom werd daarom ook gedeeltelijk afgebouwdrichting het einde van de begrotingshorizon. Op basis van de laatsteUWV-cijfers is echter niet op te maken in hoeverre deze afbouw in dewerkelijkheid optreedt en of deze ook gaat optreden. Daarom is ookdeze afbouw in de huidige raming losgelaten, wat leidt tot hogereverwachte WIA-instroom en dus uitkeringslasten.Het aanpassen van deze twee aannames liggen, samen met de verwerkingvan de hogere instroomcijfers van het UWV uit de januarinota 2026 (zieook het antwoord op vraag 29) ten grondslag aan de tegenvaller.Vraag 49De uitgaven aan de WIA worden opwaarts bijgesteld met 285 miljoen euroin 2026, oplopend naar 1.065 miljoen euro in 2031, klopt het dat een deelvan deze bijstelling reeds bekend was bij de Miljoenennota? Klopt het datde inschatting was dat het bedrag toen 761 miljoen bedroeg?Antwoord 49Nee, dat klopt niet. De laatste meerjarige raming van de WIA-uitgavenbetrof de verwerking van de januarinota 2025 van het UWV bijVoorjaarsnota 2025. De informatie uit de januarinota 2026, die nu isverwerkt, was toen nog niet beschikbaar en ook niet bij de Miljoenennota2026. Het klopt dus niet dat er bij Miljoenennota 2026 een inschatting wasvan € 761 miljoen.Bij het verwerken van de meest actuele UWV-cijfers zijn ook anderenieuwe inzichten gebruikt, specifiek met betrekking tot de ontwikkelingvan de ziektebeelden psychische aandoeningen en long-covid, onderandere door opgedane inzichten vanuit het IBO WIA, wat in december2025 is gepubliceerd:–Psychische aandoeningen: in de UWV-cijfers van vorig jaar was voorhet eerst duidelijk te zien dat de WIA-instroom als gevolg vanpsychische aandoeningen meer dan proportioneel was gestegen. Hetwas echter zeer onzeker hoe deze ontwikkeling zou doorzetten.Daarom is er destijds voor gekozen om deze extra instroomstijging inde raming als tijdelijk te veronderstellen en dus af te bouwen naar 0aan het einde van de begrotingshorizon. Op basis van de meestactuele UWV-cijfers en het IBO WIA kan echter geconcludeerd wordendat het hier gaat om een maatschappelijke ontwikkeling die naarverwachting niet snel zal keren. Daarom is in de nieuwe raming deafbouw losgelaten. Het wijzigen van deze afname leidt tot hogereverwachte uitkeringslasten.–Long-covid: als gevolg van de coronapandemie zijn er mensenlangdurig ziek en arbeidsongeschikt geworden als gevolg vanlong-covid. Dit heeft geleid tot extra WIA-instroom. Ook hierbij is vorigjaar de aanname gemaakt dat dit voor een deel een tijdelijk effectbetrof. Deze extra instroom werd daarom ook gedeeltelijk afgebouwdrichting het einde van de begrotingshorizon. Op basis van de meestactuele UWV-cijfers is echter niet op te maken in hoeverre deze afbouwin de werkelijkheid optreedt en of deze ook gaat optreden. Daarom isook deze afbouw in de huidige raming losgelaten, wat leidt tot hogereverwachte WIA-instroom en dus uitkeringslasten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 418 Het aanpassen van deze twee aannames ligt, samen met de verwerkingvan de hogere instroomcijfers van het UWV uit de januarinota 2026 (zieook het antwoord op vraag 29) ten grondslag aan de tegenvaller.Vraag 50De uitgaven aan de WIA worden opwaarts bijgesteld met 285 miljoen euroin 2026, oplopend naar 1.065 miljoen euro in 2031, klopt het dat dit dezeinformatie ook al beschikbaar was dan wel af te leiden was bij hetpubliceren van de januarinota van UWV op 29 januari?Antwoord 50De bijstelling van de WIA-uitgaven is gebaseerd op de gegevens uit dejanuarinota 2026 van het UWV. Ieder jaar bij Voorjaarsnota worden deramingen voor alle uitkeringsregelingen geactualiseerd op basis van demeest recente uitvoeringsinformatie en het actuele macro-economischebeeld van het CPB.Vraag 51De uitgaven aan de WIA worden opwaarts bijgesteld met 285 miljoen euroin 2026, oplopend naar 1.065 miljoen euro in 2031, op welk moment is deuitvoeringsinformatie hierover beschikbaar geworden?Antwoord 51De bijstelling van de WIA-uitgaven is gebaseerd op de gegevens uit dejanuarinota 2026 van het UWV. Deze is op 29 januari gepubliceerd.Vraag 52In hoeverre wordt de structurele 30 miljoen euro voor de aanbevelingenvan de Commissie Sociaal minimum gecoördineerd met het klimaatbeleiden de noodzaak dat klimaatadaptatiemaatregelen leiden tot hogereweerbaarheid van mensen op de BES-eilanden?Antwoord 52De € 30 miljoen structureel uit het coalitieakkoord voor CaribischNederland is primair gericht op het bouwen aan een leefbaar sociaalminimum. De invulling voor deze € 30 miljoen wordt momenteeluitgewerkt.Vraag 53Kan nader worden toegelicht hoe de subsidietaakstelling van 2027 wordtingevuld?Antwoord 53De subsidietaakstelling uit het coalitieakkoord bedraagt voor SZW circa€ 1,9 miljoen vanaf 2027. Hiervan is de helft (€ 0,939 miljoen) vooralsnogingeboekt op het algemene subsidiebudget van begrotingsartikel 2 voorsubsidies voor armoede- en schuldenbeleid, ondersteuning arbeidsmarkt-regio’s en vakmanschap. De andere helft van de taakstelling is ingeboektop het subsidiebudget op begrotingsartikel 1 voor de Stimuleringsre-geling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen (SLIM-regeling). UwKamer wordt bij de ontwerpbegroting 2027 geïnformeerd over dedefinitieve invulling van deze bezuiniging.Vraag 54Klopt het dat middelen voor de uitvoeringskosten van gemeenten voorinburgering niet meegroeien met het aantal inburgeraars?Antwoord 54De uitvoeringskosten maken deel uit van de algemene uitkering uit hetGemeentefonds. Middelen uit het gemeentefonds zijn vrij besteedbaar enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 419 bewegen niet mee met de volumes. Normering vindt plaats via deindexatiesystematiek van het Gemeentefonds. Dit houdt in dat hetGemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal brutobinnenlands product (bbp) volgt.Vraag 55Kunt u aangeven hoe groot het tekort voor gemeenten is voor deuitvoering van de Wet Inburgering 2021 (Wi2021)?Antwoord 55In 2025 is een onderzoek naar de betaalbaarheid van de Wi2021 uitge-voerd door Cebeon. Dit onderzoek concludeert dat gemeenten in 2024€ 65–€ 80 miljoen tekort kwamen op de uitvoeringskosten ten opzichtevan het structureel in het gemeentefonds beschikbaar gestelde budget.Vraag 56Waarom heeft de regering ervoor gekozen om geen extra middelen voorgemeenten voor de uitvoeringskosten voor inburgering op te nemen?Antwoord 56Het kabinet heeft de bevindingen van het kostprijsonderzoek en degeconstateerde tekorten voor de uitvoering van inburgeringstaken terkennis genomen. Daarom verkent het kabinet samen met de VNG hoekosten en taken in balans gehouden kunnen worden. Hierover is hetkabinet in gesprek met gemeenten.Vraag 57Wat zijn de gevolgen van het afromen van de tijdelijke middelenIBO-schulden voor de uitvoering van de maatregelen in het IBO, bijvoor-beeld voor de totstandkoming van het integraal schuldenoverzicht?Antwoord 57Een deel van de middelen voor 2026 en het restant van 2027 en 2028 metbetrekking tot het IBO-schulden is tijdens de voorjaarsbesluitvormingingezet ter dekking van onvermijdelijkheden op de SZW-begroting. In2026 wordt er in totaal € 28,2 miljoen besteed aan maatregelen uit hetIBO-schulden, bijvoorbeeld voor onderdelen van een integraal schul-denoverzicht. De realisatie en implementatie van een aantal maatregelenuit het IBO waaronder een integraal overzicht vraagt naast incidentele ookstructurele financiering. In het coalitieakkoord is een envelop beschikbaargesteld voor versterking van de armoedebestrijding en een effectieveaanpak van problematische schulden. Over de precieze invulling hiervanzal ik uw Kamer bij Miljoenennota informeren.Vraag 58Wat gebeurt er met de naar beneden bijgestelde 13,4 miljoen euro van hetbudget voor het Centraal Orgaan opvang asielzoeker (COA) voorvoorinburgering? Deze meevaller loopt mee in het totale beeld van mee-en tegenvallers op de SZW-begroting. Per saldo is er een tegenvallendbeeld.Antwoord 58Dit is als meevaller verwerkt bij de Voorjaarsnota 2026 (Kamerstukken II2025–2026, 36 915, nr. 1). Dit is terug te vinden in tabel «XV Sociale Zakenen Werkgelegenheid: Uitgaven» op p184, in de rij «Overige meevallers».Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 420 Vragen 1e supp (kindregelingen) – gesteld aan FIN beantwoorddoor SZWVraag 402Kunt u specificeren hoe de structurele opbrengst van circa € 53 miljoen isberekend?Antwoord op vraag 402Het kabinet heeft besloten om per 1 januari 2029 het recht op kinderbijslag(AKW) en de daaraan gekoppelde aanspraak op het kindgebonden budget(WKB) af te schaffen voor 16- en 17-jarige studenten in het hogeronderwijs (hbo/wo) die reeds recht hebben op studiefinanciering.In de raming van deze maatregel is daarbij op basis van CBS-gegevensover de jaarlijkse instroom van het aantal leerlingen in het hogeronderwijs verondersteld dat structureel voor circa 15.200 16- en 17-jarigestudenten in het hoger onderwijs het recht op AKW komt te vervallen.Verder valt structureel naar schatting voor circa 9.300 studenten het rechtop WKB weg, voor de WKB gaat het om een enigszins kleinere populatiestudenten voor wie het recht komt te vervallen aangezien om inaanmerking te komen voor WKB inkomens- en vermogenseisen gelden.Deze aantallen zijn vervolgens vermenigvuldigd met het (gemiddelde)recht op AKW en WKB voor 16- en 17-jarigen. Structureel levert demaatregel circa € 53 miljoen op. De vormgeving van deze maatregelwordt betrokken bij de verdere uitwerking van de nieuwe kindregeling.Vraag 403Kunt u aangeven wat de inkomenseffecten van deze maatregel zijn voorde betrokken huishoudens, uitgesplitst naar inkomensgroep?Vraag 406Kunt u aangeven wat de inkomenseffecten van het afschaffen van AKW enWKB voor 16- en 17-jarigen met recht op studiefinanciering zijn, uitge-splitst naar inkomensgroep, en hoeveel huishoudens hierdoor wordengeraakt?Antwoord op vraag 403 en 406Het is niet mogelijk om inkomenseffecten te berekenen volgens destandaard inkomensgroepen, omdat het model voor de berekening vaninkomenseffecten- en koopkrachtcijfers geen gegevens bevat over destudiefinanciering. Het recht op de kindregelingen vervalt nu wanneer eenkind 18 jaar wordt. Door deze maatregel vervalt het recht eerder, indieneen kind recht krijgt op studiefinanciering. De precieze vormgeving, zoalsper wanneer in het jaar het recht op de kindregelingen precies vervalt,moet nog worden uitgewerkt. Dat bepaalt ook het inkomenseffect.Wel kunnen de effecten geïllustreerd worden met voorbeelden: in 2026ontvangt een alleenstaande ouder met één kind en een laag inkomen,circa € 1.700 aan kinderbijslag en maximaal € 6.950 aan kindgebondenbudget (€ 3.550 plus alleenstaande ouderkop van circa € 3.400) opjaarbasis. Een paar ontvangt de alleenstaande-ouderkop niet en krijgt dusmaximaal € 1.700 aan kinderbijslag plus € 3.550 aan kindgebondenbudget. De precieze gevolgen hangen af van de huishoudsituatie. Hetbedrag aan kindgebonden budget is bijvoorbeeld inkomensafhankelijk. Enof de alleenstaande-ouderkop vervalt, hangt af van of er nog andereminderjarige kinderen in het huishouden zijn.Wanneer het kind gaat studeren en thuis blijft wonen, ontvangt het kind in2026 circa € 1.560 aan thuiswonende basisbeurs, maximaal € 5.900aanvullende beurs op jaarbasis (bij recht op studiefinanciering gedurendeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 421 het gehele jaar) en een reisproduct. Bij het vaststellen van de hoogte vande aanvullende beurs wordt rekening gehouden met het inkomen vanbeide ouders en met schoolgaande of studerende broers en zussen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XV, nr. 422

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4354ed014b53405b

14 okt 2026 · 3412fd04be423873

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.