KamerkringInloggen
Kamerbrief

Evaluatie van de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) en tussentijdse evaluatie van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (Wet vifo)

20 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie eec48954b112c9cb · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 153Wijziging van de Telecommunicatiewet metbetrekking tot ongewenste zeggenschap intelecommunicatiepartijen (Wet ongewenstezeggenschap telecommunicatie)35 880Regels tot invoering van een toets betreffendeverwervingsactiviteiten die een risico kunnenvormen voor de nationale veiligheid gezien heteffect hiervan op vitale aanbieders ofondernemingen die actief zijn op het gebied vansensitieve technologie (Wet veiligheidstoetsinvesteringen, fusies en overnames)Nr. 31 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 februari 2026Het Ministerie van EZ heeft enige tijd geleden SEO EconomischOnderzoek (SEO) en de Universiteit Leiden gevraagd een evaluatie van deWet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT) en eentussentijdse evaluatie op hoofdlijnen van de Wet veiligheidstoetsinvesteringen, fusies en overnames (Wet vifo) uit te voeren. Door middelvan deze brief informeer ik uw Kamer over de afronding van dezeevaluatie. Om efficiëntie te bevorderen en de samenhang tussen beidewetten te waarborgen, zijn de evaluaties van de WOZT en de Wet vifo alséén opdracht uitgezet bij een extern onderzoeksbureau. Dit is conform detoezegging op het verzoek van Kamerlid Thijssen tijdens het commissie-debat Telecom begin 2025.1 Hierbij bied ik u, mede namens de Ministervan Justitie en Veiligheid, het evaluatierapport aan.WOZTDe WOZT is in 2020 in het leven geroepen met als doel het beschermenvan de nationale veiligheid en openbare orde door te voorkomen datbepaalde telecommunicatiepartijen in handen vallen van partijen die hunzeggenschap kunnen gebruiken om deze te schaden. De WOZT heeft eensignalerende, preventieve en waarborgende functie. Het bestaan van dewet heeft als gevolg, zo blijkt uit de evaluatie, dat potentiële partijen meteen risicoprofiel ontmoedigd worden om te investeren binnen detelecommunicatiesector waardoor daadwerkelijk ingrijpen overbodig is.1Kamerstukken II 2024/25, 24 095, nr. 588 kst-35153-31ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 153, nr. 311 Wat betreft de impact op de risico’s voor de nationale veiligheid stellen deonderzoekers dat deze lastig vast te stellen is, doordat de inhoud van detoetsen en de gesignaleerde risico’s vertrouwelijk zijn. Het kabinetverwelkomt de conclusie van het rapport dat de WOZT waarschijnlijk hetnagestreefde doel bereikt, namelijk het beperken van ongewenstezeggenschap of significante invloed. Met deze evaluatie wordt uitvoeringgegeven aan de eis uit de Telecommunicatiewet om «binnen vijf jaar nade inwerkingtreding [...] over de doeltreffendheid en de effecten van [deWOZT] in de praktijk» een evaluatie uit te voeren.Tijdens het eerdergenoemde commissiedebat is naar aanleiding van eenvraag van Kamerlid Thijssen ook toegezegd bij de evaluatie van de WOZTte onderzoeken of aanbieders van clouddiensten onder de werking van deWOZT moeten worden gebracht. Een besluit over de reikwijdte van deWOZT is een politieke keuze die gezien de huidige demissionaire statusaan het volgend kabinet gelaten wordt. Wel zijn er enkele aandachts-punten om met uw Kamer te delen. De markt voor clouddiensten inNederland wordt, net als in de rest van de Europese Unie, gedomineerddoor enkele zeer grote Amerikaanse aanbieders. Uit een marktonderzoekvan de ACM blijkt dat 75 tot 90 procent van de markt in Nederland inhanden is van dergelijke grote (niet-Europese) spelers. Voor dezegevestigde partijen lijkt het onderbrengen van clouddiensten onder deWOZT op voorhand niet erg effectief. Daarnaast bestaat de markt voorclouddiensten uit Nederlandse aanbieders die weliswaar kleiner vanomvang zijn dan de Amerikaanse aanbieders, maar evengoed kunnendeze partijen relevante diensten aanbieden waarvoor het mogelijk vanbelang is deze in het kader van de nationale veiligheid te beschermen.Hoe mogelijke risico’s op de nationale veiligheid voor deze Nederlandsepartijen ondervangen kunnen worden en of de WOZT daar het juisteinstrument voor is zal het volgende kabinet moeten onderzoeken. Daarbijgeldt dat het al dan niet onderbrengen van deze aanbieders onder deWOZT, en op basis van welke drempelwaarden, gebaseerd moet wordenop zorgvuldig onderbouwde risico’s voor de nationale veiligheid en deeffectiviteit van de WOZT.Wet vifoDe Wet vifo is in werking sinds 1 juni 2023. Deze wet heeft tot doelnationale veiligheidsrisico’s die voortvloeien uit bepaalde verwervings-activiteiten, zoals investeringen, fusies en overnames, te beheersen. Demotie van de leden Van Haga en Smolders verzoekt de regering «na tweejaar op hoofdlijnen de doeltreffendheid en andere effecten van de wet teevalueren, boven op de geplande evaluatie na vijf jaar» (Kamerstuk35 880, nr. 13) Het onderhavige onderzoek heeft als doel de doeltref-fendheid en de andere effecten van de Wet vifo te beoordelen, waarmeeuitvoering is gegeven aan de voornoemde motie Van Haga-Smolders.Het kabinet verwelkomt de conclusie van het rapport dat de Wet vifowaarschijnlijk het nagestreefde doel bereikt, namelijk het beperken vanongewenste zeggenschap of significante invloed. Ook verwelkomt hetkabinet de onderschrijving van het onderzoek dat de neveneffecten bij dehuidige vormgeving van de Wet vifo te overzien lijken.Verder neemt het kabinet kennis van de aandachtspunten en verdereconclusies die het rapport meldt. Het kabinet zal deze meenemen in dedoorontwikkeling van de Wet vifo, en zal nagaan of deze evaluatieaanleiding geeft tot het wijzigen van de Wet vifo. Daarbij dient ook naderte worden bezien hoe een eventuele wijziging samenhangt met andereontwikkelingen die van invloed zijn op de Wet vifo; zo zal de Wet vifoTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 153, nr. 312 mogelijk gewijzigd moeten worden om te zorgen dat het aansluit op destelselwijziging m.b.t. vitale aanbieders en processen door het invoerenvan de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Ook eventuele constateringenuit de uitvoeringspraktijk zouden aanleiding tot wetswijziging kunnengeven.Bij het bezien wanneer dergelijke eventuele wetswijzigingen gestartkunnen worden, zal rekening moeten worden gehouden met deherziening van de FDI-Verordening. Deze herziening bevindt zich nu in deafrondende fase. Na vaststelling zal een traject tot omzetting in nationalewetgeving gestart worden, wat ook zal leiden tot wijziging van de Wetvifo. Aan dat traject zal prioriteit worden gegeven boven andere eventuelewetgevingsvoornemens. Dit gebeurt met het oog op het realiseren vantijdige omzetting. Eventuele nationale beleidsvoornemens die wetgevingvereisen mogen niet in dit traject worden ondergebracht, aangezien datvertraging van de implementatie van EU-regels met zich mee zoubrengen, wat strijdig zou zijn met het uitgangspunt van minimumimple-mentatie.Tot slot merkt het kabinet op dat over twee jaar (vijf jaar na inwerking-treding van de Wet vifo) de formele reguliere evaluatie van de Wet vifo zalplaatsvinden.ConclusieDe uitkomsten van deze evaluatie zullen meegenomen worden in devoortzetting van zowel de WOZT als de Wet Vifo. De in deze wettengeregelde investeringstoetsen zijn een belangrijk onderdeel van hetbredere instrumentarium om risico’s voor de nationale veiligheid eneconomische veiligheid te mitigeren, en het kabinet beziet constant ofdeze verbeterd kunnen worden.De Minister van Economische Zaken,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 153, nr. 313

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3184151869fa9f2a

14 okt 2026 · f1cdc354949951ae

13 okt 2026 · a380ac3b86103b3c

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.