KamerkringInloggen
Kamerbrief

Wetsvoorstel basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen naar Raad van State

15 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ba5b9b4bf2925d6f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 311Zelfstandig ondernemerschap25 883ArbeidsomstandighedenNr. 292 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 september 2025InleidingOp zelfstandigen die langdurig ziek worden komt veel af. Onder anderehet risico op een forse teruggang in inkomen doordat ze hun werklangdurig niet of in mindere mate als gevolg van ziekte kunnen voort-zetten. Arbeidsongeschiktheid is een risico dat, als het zich voordoet,grote en vaak vergaande gevolgen heeft. De meerderheid van dezelfstandigen is nu niet verzekerd tegen het risico van arbeidsonge-schiktheid. Een grote groep dekt het risico (gedeeltelijk) af op een anderemanier, zoals met opgebouwd vermogen of het inkomen van een partner.Een ander deel is onverzekerd, omdat zij de kosten niet kunnen dragen,omdat zij de kosten te hoog vinden of omdat zij geen verzekering kunnenafsluiten, bijvoorbeeld door (een combinatie van) hun leeftijd, medischeaandoening of medische geschiedenis.Met een arbeidsongeschiktheidsverzekering die voor alle zelfstandigentoegankelijk is zijn zelfstandigen beter beschermd tegen verlies vaninkomen bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Ook zorgt deze verzekeringvoor een gelijker speelveld tussen zelfstandigen onderling, en tussenwerknemers en zelfstandigen. Tot slot voorkomt het dat de kosten vanarbeidsongeschiktheid door beroep op de bijstand op de samenleving alsgeheel worden afgewenteld.Het vormgeven van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voorzelfstandigen is daarom zowel onderdeel van het pensioenakkoord als vaneen pakket aan maatregelen om de arbeidsmarkt te hervormen. In overlegmet zelfstandigenorganisaties, sociale partners en beoogd uitvoerderswordt al sinds 2020 gewerkt aan een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbareverzekering. Hierbij is specifiek gekeken naar een verzekering die quavormgeving past bij de aard van het zelfstandig ondernemerschap. kst-31311-292ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2921 Met de brief van 22 november 2024 is uw Kamer geïnformeerd over devoortgang van het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheidzelfstandigen (Baz) en dan met name over de ontvangen reacties in deinternetconsultatie en de kritische uitvoeringstoetsen van UWV en deBelastingdienst.1 Ondanks zowel de kritische reacties uit de internetcon-sultatie als uit de uitvoeringstoetsen waren er nog genoeg aanknopings-punten om op korte termijn te verkennen hoe de gesignaleerdeknelpunten ondervangen kunnen worden. Deze verkenning is inmiddelsafgerond en heeft geleid tot enkele aanpassingen aan het wetsvoorstel.De gedane aanpassingen komen tegemoet aan een groot deel van deeerdere uitvoeringsbezwaren. De uitvoerbaarheid is hiermee sterkverbeterd. Zowel UWV als de Belastingdienst hebben dan ook middelsherijkte uitvoeringstoetsen aangegeven dat het wetsvoorstel in dezevormtechnisch uitvoerbaar is. Ik ben verheugd uw Kamer dan ook tekunnen mededelen dat het wetsvoorstel ter advisering zal wordenaangeboden aan de Raad van State.Middels deze brief informeer ik uw Kamer over de belangrijkste aanpas-singen aan het wetsvoorstel, de herijkte uitvoeringstoetsen van UWV ende Belastingdienst en het vervolgproces nu het wetsvoorstel voor advieswordt aangeboden aan de Raad van State.Belangrijkste aanpassingen aan het wetsvoorstelDe uitvoeringstoetsen in het najaar van 2024 van de Belastingdienst enUWV, waren kritisch over de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel.2Daarbij speelde de onzekerheid over de grondslag «winst uit onder-neming», de schaarse capaciteit bij de uitvoering en de complexiteit vanhet wetsvoorstel de grootste rol. Mede naar aanleiding van die toetsen isde afgelopen periode opnieuw intensief samengewerkt met uitvoerders,zelfstandigenorganisaties en sociale partners om middels aanpassingen tekomen tot een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare verzekering. Debelangrijkste aanpassingen worden hieronder nader toegelicht.Verlenging van de wachttijd van een naar twee jaarVoor het vaststellen van de verzekeringsplicht, het vaststellen van deverschuldigde premie en het vaststellen van de uitkering is binnen ditwetsvoorstel aansluiting gezocht bij het fiscale begrip «winst uit onder-neming». Doordat de winst uit onderneming na het verzekeringsjaardefinitief wordt vastgesteld – vanaf minimaal een half jaar tot maximaal5 jaar na afloop van het verzekeringsjaar – kan er onzekerheid ontstaanover de hoogte van de betaalde premie en het recht op een uitkering.Zowel de Belastingdienst als UWV gaven in de uitvoeringstoetsen aandaarmee, in het toen voorgelegde wetsvoorstel, te grote risico’s opterugvorderingen en nabetalingen te zien waarnaast een te groot beroepop het doenvermogen van de zieke zelfstandige werd gedaan. Ookbenadrukte UWV dat dit afdeed aan de uitvoerbaarheid van hetwetsvoorstel. Om aan de ene kant de onzekerheid over de grondslag«winst uit onderneming» te verkleinen en aan de andere kant deuitvoering van UWV minder te belasten is er voor gekozen de voorge-stelde wachttijd van de verzekering te verlengen van een naar twee jaar.Door verlenging van de wachttijd naar twee jaar wordt de kans opterugvorderingen verkleind, doordat de ruime meerderheid van deuitkeringen dan is gebaseerd op definitieve inkomensgegevens. Verderzorgt een verlenging van de wachttijd ervoor dat een grotere groep van de1Kamerstukken II 2024/25, 31 311, nr. 278.2Kamerstukken II 2024/25, 31 311, nr. 278.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2922 zieke zelfstandigen tijdens de wachttijd zal herstellen. Het aantal claimbe-oordelingen dat UWV uiteindelijk moet uitvoeren wordt kleiner en ditvergroot de uitvoerbaarheid van het voorstel. Verder sluit een wachttijdvan twee jaar ook meer aan bij de harmonisering van de Baz met de WetWIA die al een wachttijd van twee jaar kent, zodat hybride werkendenstraks met minder verschillen tussen beide verzekeringen te makenhebben. Een nadeel van een langere wachttijd is dat zelfstandigen eenlange(re) periode moeten overbruggen tussen het moment van uitval enhet recht op uitkering. Voor sommige zelfstandigen kan dit invloedhebben op inkomenszekerheid. Daar tegenover staat dat een wachttijdvan twee jaar het voor private partijen aantrekkelijker maakt omproducten aan te bieden die kortdurend het arbeidsongeschiktheidsrisicoafdekken.De verlenging van de wachttijd van twee jaar komt daarnaast ooktegemoet aan de veel geuite oproep in de internetconsultatie voorverruiming van de wachttijd omdat dit volgens de reageerders debetaalbaarheid vergroot, aansluit bij het stelsel van werknemers én meerruimte biedt voor eigen alternatieven zoals schenkkringen die doorgaansvoor de duur van twee jaar uitkeren.Het invoeren van een franchiseSamenloop van uitkeringen wordt door zowel burgers als uitvoering alscomplex ervaren, zo benadrukt UWV ook in de uitvoeringstoets.Daarnaast is een veel geuite wens in de internetconsultatie om zelfstan-digen die ook in loondienst werken – en dus verzekerd zijn voor de WIA –voor een lager bedrag of niet te verzekeren voor de Baz.Daarom is in het wetsvoorstel een zogenaamde franchise opgenomen. Defranchise zorgt ervoor dat een zelfstandige die ook als werknemer werkt,en bij arbeidsongeschiktheid middels de Wet WIA al uitzicht heeft op eenuitkering, daarnaast niet óf voor een lager bedrag verzekerd is voor deBaz. In het wetsvoorstel is daarom opgenomen dat de premie- enuitkeringsgrondslag voor de Baz lager worden naarmate de zelfstandigeals werknemer voor een hoger bedrag verzekerd is voor de Wet WIA.3Beoogd is om bij arbeidsongeschiktheid, ook met toepassing van defranchise ten minste een uitkering van minimaal het wettelijkminimumloon per maand te verschaffen. De franchise past zodoende bijhet karakter van een basisverzekering voor zelfstandigen.Door invoering van de franchise wordt rekening gehouden met de matewaarin de zelfstandige al als werknemer verzekerd is voor het risico vanarbeidsongeschiktheid. Daarnaast wordt, door de franchise, de complexesamenloop van uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid (recht op zowelWIA- als een Baz-uitkering) kleiner. De uitvoeringsorganisaties zien danook meerwaarde in de franchise.Aanpassingen aan het overgangsrecht en de opt-outBelangrijk onderdeel van de Baz is dat zelfstandigen keuzevrijheidbehouden bij de invulling van de verplichte verzekering. Dit is vormge-geven doormiddel van overgangsrecht en een opt-out. Dat houdt in datzelfstandigen ontheven kunnen worden van de plicht zich publiek teverzekeren als zij al een bestaande verzekering hebben, of een private3Zolang de zelfstandige winst uit onderneming geniet, blijft de zelfstandige technisch gezienonderdeel van de kring van verzekerden voor de Baz. Door de franchise kunnen de premie- enuitkeringsgrondslag voor de Baz echter lager worden navenant het uitzicht op uitkering bijarbeidsongeschiktheid, op grond van de Wet WIA, hoger is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2923 verzekering afsluiten die voldoet aan bepaalde voorwaarden. In dat gevalhoeft de zelfstandige geen Baz-premie te betalen en heeft de zelfstandigegeen recht op een Baz-uitkering. In het, voor uitvoeringstoets voorgelegdewetsvoorstel, was een mogelijkheid opgenomen om gedurende elkmoment in het belastingjaar over te stappen van de publieke verzekeringnaar een private verzekering en visa versa.De Belastingdienst heeft in de uitvoeringstoets aangegeven dat hetovergangsrecht en de opt-out uitvoerbaar zijn als wordt aangesloten bijbestaande processen in de fiscaliteit. In de bestaande processen is het bijhet innen en heffen van de premie niet mogelijk om de genoten winst uitonderneming in een belastingjaar toe te delen aan een specifieke periodebinnen het belastingjaar.4 Het gevolg hiervan is dat over de gehelegenoten winst uit onderneming die in een jaar is genoten premie wordtgeheven of helemaal niet, ongeacht voor welke duur de zelfstandigepubliek verzekerd zou zijn in dat jaar. Daarbij past het niet dat dezelfstandige gedurende het belastingjaar over kan stappen van depublieke verzekering naar de private verzekering en visa versa. Indiennamelijk over de gehele winst uit onderneming in een belastingjaarpremie wordt geheven, terwijl de zelfstandige ook over een periode in datjaar privaat verzekerd was, zou er sprake zijn van dubbele premielasten.De te betalen premie staat dan niet in verhouding tot de periode dat dezelfstandige onder de publieke verzekering valt. Indien ervoor zou wordengekozen dat over de gehele winst uit onderneming in het belastingjaargeen premie wordt geheven, terwijl de zelfstandige wel een periodepubliek verzekerd is, geldt dat dit mogelijke nadelige gedragseffecten metzich meebrengt die de stabiliteit en houdbaarheid van het stelselondergraven.Daarom is met het oog op uitvoerbaarheid van de regeling en het belangvan het hebben en behouden van keuzevrijheid van de zelfstandige om tekunnen kiezen voor een private verzekeraar, in het voorstel opgenomendat de ontheffing van de publieke verzekering in principe alleen kanstarten aan het begin van het jaar en alleen kan eindigen aan het eindevan het jaar. Voor enkele afwijkende en bijzondere situaties zijn uitzonde-ringen opgenomen om zoveel mogelijk onbedoelde verzekeringsgaten tevoorkomen. Een jaarlijks overstapmoment maakt het overzichtelijker voorde zelfstandige en hierdoor weet de zelfstandige wat van hem wordtverwacht. Daarnaast sluit dit principe ook aan bij andere regelingen, zoalsde zorgverzekering, waar men aan het einde van elk jaar kan besluiten omover te stappen of te blijven bij de huidige verzekering.Betaalbaarheid van de verzekeringEen arbeidsongeschiktheidsverzekering is waardevol, maar kan voorzelfstandigen een grote kostenpost zijn. Daarom is het van belang dat ereen betaalbare basisverzekering beschikbaar komt voor alle zelfstandigen.Het uitgangspunt van de Baz is dat de premie lastendekkend wordtvastgesteld. Dat houdt in dat alle uitgaven aan de regeling (de uitkerings-lasten en uitvoeringskosten) worden bekostigd via de opgehaalde premievoor de verzekering. Er zal continu – zowel voor de inwerkingtreding vandit wetsvoorstel als daarna – monitoring plaatsvinden op de inschattingvan de kosten, op basis van actuele gegevens over het aantal zelfstan-digen en de leeftijds- en inkomensverdeling. Dit kan leiden tot aanpassingvan de premie, om zo weer te komen tot een lastendekkende premie.4Met uitzondering van de situatie dat een ondernemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, enin situaties waarin toepassing van internationaal recht hiertoe strekt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2924 In het wetsvoorstel dat in 2024 ter internetconsultatie is uitgebracht werdde premie op 6,5% van de maximale premiegrondslag (142,86% van hetwettelijk minimumloon) ingeschat. In de internetconsultatie werdveelvuldig voorgesteld in de vormgeving wijzigingen aan te brengen omte komen tot een lagere premie, zoals een verlenging van de wachttijd.Door de in deze brief beschreven aanpassingen aan het wetsvoorstelworden de verwachte uitkeringslasten lager ingeschat. Verder is naarbestudering van het rapport van het Actuarieel Genootschap5 in deraming meer rekening gehouden met de aard van het gehanteerdearbeidsongeschiktheidscriterium in de Baz wat ook resulteert in lagereuitkeringslasten. Voorgaande leidt tot een lagere benodigde premie om deregeling budgetneutraal vorm te geven. Hierdoor komt het verwachtepremiepercentage op basis van de huidige inzichten uit op 5,4%. Terillustratie komt dat op basis van het wettelijk minimumloon in 2025 neerop ongeveer € 171 bruto per maand indien er sprake is van de maximalepremiegrondslag (142,86%% van het wettelijk minimumloon). Bij eenlagere winst wordt de te betalen premie per maand navenant minder.Herijkte uitvoeringstoetsen Belastingdienst en UWVNa het aanpassen van het wetsvoorstel heb ik zowel UWV als deBelastingdienst verzocht om de eerder uitgebrachte uitvoeringstoetsen teherijken. Deze herijkingen zijn recent afgerond. Beide organisaties gevenaan dat door de gedane aanpassingen de uitvoerbaarheid sterk isverbeterd en dat het wetsvoorstel dan ook technisch uitvoerbaar is. Hierbijwijzen ze op enkele aandachtspunten die zich vooral concentreren op debenodigde capaciteit.UWV wijst daarbij op de achterstanden bij de sociaal-medische beoorde-lingen, en geeft daarbij aan dat het wetsvoorstel pas uitvoerbaar is vanafhet moment dat daarvoor voldoende capaciteit beschikbaar is. UWV geeftaan dat zonder fundamentele wijzigingen in het arbeidsongeschiktheids-stelsel en concrete stappen op afzienbare termijn er geen ruimte is voorom het wetsvoorstel in 2030 of de jaren daarna uit te voeren. De Belas-tingdienst geeft aan dat het wetsvoorstel voor hen uitvoerbaar is per1 januari 2030 mits er voldoende capaciteit op dat moment aanwezig is,de kaders rondom de opt-out en franchise niet wijzigen en er geenherprioritering plaatsvindt in de beschikbare (IV-)capaciteit van deorganisatie.Ik herken de door de uitvoerders genoemde aandachtspunten. We werkener in verschillende andere trajecten dan ook met de uitvoerders hard aanom ervoor te zorgen dat aan deze aandachtspunten op een passendemanier invulling wordt gegeven. Samen met UWV ben ik continue bezigom maatregelen te treffen met als doel de achterstanden bij de sociaal-medisch beoordelingen te beperken. Hierover zal ik uw Kamer periodiekinformeren. Daarnaast zijn ingrijpende maatregelen in het stelselnoodzakelijk om het stelsel te verbeteren, te vereenvoudigen en weeruitvoerbaar te maken. Daaraan werk ik naar aanleiding van het advies vanOCTAS.VervolgprocesDe Baz is als hervorming opgenomen in het zogeheten Herstel- enVeerkrachtplan. Hierin zijn als mijlpalen opgenomen dat de Baz – nadatdeze tot wet is verheven – in het Staatsblad wordt gepubliceerd en dat de5Koninklijk Actuarieel Genootschap (2025). De prijs van de Baz: hoe aannames de premiebepalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2925 Kamer wordt geïnformeerd over de stappen die worden gezet dooruitvoerders om de Baz in te voeren. Het niet (tijdig of volledig) halen vandie mijlpalen heeft grote financiële gevolgen in de vorm van eensubstantiële korting op de te ontvangen middelen uit de Herstel- enVeerkrachtfaciliteit (HVF) (in totaal mogelijk 1,2 mld. euro).6Aangezien beide uitvoeringsorganisaties concluderen dat hetwetsvoorstel technisch uitvoerbaar is acht het kabinet het voorstel danook rijp voor een adviesaanvraag bij de Raad van State. Ik streef ernaarhet wetsvoorstel in het eerste kwartaal van volgend jaar aan te bieden aanuw Kamer.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,M.L.J. Paul6De Commissie heeft discretionaire bevoegdheid voor het bepalen van de korting. Op basis vande kortingsmethodologie en precedenten in de toepassing ervan zullen belangrijke mijlpalenals nieuwe wetgeving naar verwachting tot 600 miljoen kosten. Daaropvolgende mijlpalen diezien op de stand van de uitvoering kosten naar verwachting minder. Zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/08/30/bijlage-1-grafische-weergave-kortingsmethodologie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 311, nr. 2926

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 446fe5be18d8454e

14 okt 2026 · 8a90440033303e75

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.