KamerkringInloggen
Kamerstuk

Amendement van het lid Bühler over een uitzondering op de inwerkingtreding voor een aantal werkgeversverplichtingen voor pgb-houders

19 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d013f230c24f1abb · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 744Wijziging van de Werkloosheidswet en enigeandere wetten vanwege aanpassing van deRegeling dienstverlening aan huis (Wetaanpassing Regeling dienstverlening aan huis)Nr. 29 AMENDEMENT VAN HET LID BÜHLEROntvangen 19 januari 2026 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:Artikel IX wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.2. In het eerste lid (nieuw), aanhef, wordt «in werking met ingang van1 januari 2026. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst,wordt uitgegeven na 31 december 2025, treedt zij in werking» vervangendoor «, met uitzondering van de artikelen IV, onderdelen A en C, en V inwerking».2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:2. De artikelen IV, onderdelen A en C, en V treden in werking op een bijkoninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen ofonderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.Toelichting De indiener maakt zich zorgen over de werkgeversverplichtingenwaarmee pgb-houders als gevolg van het wetsvoorstel zullen wordengeconfronteerd. Pgb-budgethouders worden door dit wetsvoorstelgepositioneerd als volwaardige werkgevers, die eindverantwoordelijk zijnvoor het voldoen aan het geldende arbeidsrecht en zich dienen te houdenaan alle wettelijke verplichtingen die bij het werkgeverschap komenkijken. Naar oordeel van de indieners is er hierbij onvoldoende aandachtvoor de (financiële) gevolgen die dit heeft voor pgb-houders.Met dit amendement schort de indiener de inwerkingtreding van enkeleonderdelen van het wetsvoorstel (artikel IV, onderdeel A en C, en artikel V)tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum op, opdat de betreffende kst-36744-29ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 291 bepalingen, tenzij daartoe een juridische noodzaak ontstaat, niet inwerking zullen treden.BühlerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 744, nr. 292

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9bebd1c4f2ae92c7

14 okt 2026 · 522619b0b67d33ca

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.