Verslag van een commissiedebat, gehouden op 10 juni 2026, over Strafrechtelijke onderwerpen
Brontekst
Versie 9d052a2653fa48b9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1066 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 29 juli 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 10 juni 2026overleg gevoerd met mevrouw Van Bruggen, Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid, en de heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid,over:−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 6 juni2025 inzake kabinetsreactie op rapport Boetestelsels in balans(Kamerstuk 29 398, nr. 1176);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 sep-tember 2025 inzake pilot betalingsherinnering CentraalJustitieel Incassobureau (Kamerstuk 29 279, nr. 985);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 sep-tember 2025 inzake uitspraak hoger beroep in de zaak van deheer Singh (Kamerstuk 30 010, nr. 62);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 11 september 2025 inzake periodieke rapportage forensi-sche zorg (artikel 34.3.1.21 Begrotingswet) (Kamerstuk33 628, nr. 111);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 19 september 2025 inzake voortgangsbrief Straffen opmaat (Kamerstuk 29 279, nr. 986);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 28 november 2025 inzake WODC-onderzoek Resterenderecidiverisico’s na specifieke delicten (Kamerstuk 36 800 VI,nr. 19);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 9 december 2025 inzake beleidsreactie op WODC-onderzoek naar effecten civiele verboden op outlaw motorcy-cle gangs (Kamerstuk 29 911, nr. 491);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 10 december 2025 inzake versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid 2026–2029 (Kamerstuk 30 420, nr. 437);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 19 december 2025 inzake uitvoering moties en toezeggingbij het plenaire debat op 8 april 2025 over het bericht dat hetOM strafbare feiten waarop maximaal zes jaar cel staat kst-29279-1066ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10661 voortaan zelf gaat afhandelen via strafbeschikkingen (Kamer-stuk 29 279, nr. 1008);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 12 janu-ari 2026 inzake beleidsreactie op het rapport van de procureur-generaal bij de Hoge Raad «Afgezien van vervolging. Over denaleving van de wet door het Openbaar Ministerie bij hetnemen van sepotbeslissingen» (Kamerstuk 29 279, nr. 1009);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 29 janu-ari 2026 inzake eindrapport Evaluatie Wet administratiefrech-telijke handhaving verkeersvoorschriften (Kamerstuk 29 398,nr. 1200);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 12 februari 2026 inzake beleidsreactie op het onderzoeks-rapport van Inspectie JenV naar gebruik van algoritmes bij dereclassering (Kamerstuk 29 270, nr. 162);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 11 februari 2026 inzake WODC-rapport Effectiviteit vanstrafrechtelijke sancties bij ernstige milieudelicten (Kamerstuk22 343, nr. 439);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 2 maart2026 inzake rapportagebrief Internationale misdrijven 2024–2025 (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 132);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 9 maart 2026 inzake beantwoording vragen gesteldtijdens de procedurevergadering over het rapport Recidivevoorkomen (opgesteld door de rapporteurs van het kennis-thema recidive voorkomen) (Kamerstuk 36 800 VI, nr. 134);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 13 maart 2026 inzake overdracht van de heer Singh(Kamerstuk 30 010, nr. 63);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 17 maart 2026 inzake recidiveonderzoek (Kamerstuk29 911, nr. 500);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 18 maart 2026 inzake verschillende toezeggingen omtrentde inning van Wahv-boetes (Kamerstuk 29 279, nr. 1012);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheidd.d. 25 maart 2026 inzake WODC-rapport Strafverzwaring insamenhang. De invloed van recente wetgeving op de gevange-nisstraf bezien vanuit de wetssystematiek, rechtsvergelijkingen praktijk (Kamerstuk 29 279, nr. 1013);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 13 april 2026 inzake toezeggingen naar aanleiding vanplenaire behandeling wetsvoorstel ECRIS andere doelen(Kamerstuk 36 657) (Kamerstuk 36 657, nr. 17);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 13 mei2026 inzake stand van zaken van de verkeershandhavingvoorjaar 2026 (Kamerstuk 29 398, nr. 1221);−de brief van de Minister van Justitie en Veiligheid d.d. 8 juni2026 inzake beantwoording vragen commissie over heteindrapport Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handha-ving verkeersvoorschriften (Kamerstuk 29 398, nr. 1200)(Kamerstuk 29 398, nr. 1227).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10662 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,EerdmansDe griffier van de commissie,Van TilburgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10663 Voorzitter: PrickaertzGriffier: BurgerAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: El Abassi, Abdi, Ellian,Faber, Prickaertz, Sneller en Straatman,en mevrouw Van Bruggen, Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, ende heer Van Weel, Minister van Justitie en Veiligheid.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Ik open de vergadering. We zijn hier vandaag voor hetcommissiedebat Justitie en Veiligheid. Als eerste natuurlijk van hartewelkom aan de Minister en de Staatssecretaris en natuurlijk aan deKamerleden. Ik stel voor dat we gaan starten met de eerste termijn. Ik stelmaximaal drie interrupties per persoon in de eerste termijn voor. Ik geefhet woord aan mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Dank u, voorzitter. Pinksteren beloofde een mooie zonnige stranddag teworden voor jong en oud, voor de horecaondernemers en hun gasten. Dedeceptie in Zandvoort was echter groot toen grote groepen jongeren deboel kwamen verstieren. Vrouwen werden lastiggevallen en er warenvernielingen en vechtpartijen. Als je denkt dat je alles hebt gehad: er werdeen beveiliger met een parasol in zijn gezicht gestoken. Het is sowieso alvan de zotte dat strandtenthouders beveiligers moeten inhuren. Eenbeveiliger kost € 75 per uur per persoon. Huur je er twee in voor de heledag, dan ben je zo € 2.000 kwijt. Daar moet je heel wat colaatjes voorverkopen, en niet enkel omdat de overheid faalt. Vervolgens bezet het tuigje terras zonder wat te bestellen. Ze hebben een grote smoel tegenvrouwelijk bedienend personeel en gaan vervolgens over tot de sloop-ronde. Meerdere ondernemers voelden zich gedwongen om hun zaak tesluiten, terwijl zij het juist moeten hebben van dit soort dagen.Het was niet voor het eerst. Volgens de woordvoerder strandpaviljoens,Niels Priester, is het een standaardriedeltje op de eerste warme dagen vanhet jaar. Deze ellende is al minstens vijf jaar gaande. De PVV Zandvoortmaakt zich al jaren hard voor deze zaak. Er werden een politiepost encamera’s geplaatst, maar hoe zit het met de bezetting van dezepolitiepost? Waarom worden deze beelden van het cameratoezicht nietgebruikt om de daders te identificeren en te berechten? Graag een reactie.Na de ellende werd het gebied aangewezen als veiligheidsrisicogebied. Inoverleg met de strandtenthouders wordt per dag bepaald of dezemaatregel moet worden gehandhaafd. Maar waarom zo moeilijk? Alsof deondernemers niets anders te doen hebben. Waarom werd de maatregelniet eerder ingezet? Waarom is deze maatregel niet de hele zomer vankracht? Is het politieke onwil of politieke onmacht?Op de stranden bij Nisselande in Rotterdam is het ook om de haverklapraak, met vechtpartijen en steekpartijen. Daar is de aanwijzing alsveiligheidsrisicogebied tot minimaal 12 juni van kracht. Wordt het nieteens tijd dat de politie altijd preventief mag fouilleren? En dan zonderselectiepaal.Niet alleen op de stranden wordt de boel verziekt. In de Bijlmer kan mener ook wat van. Recentelijk toonden minderjarigen op video trots hunzware vuurwapens. Ze deinzen niet terug voor een liquidatie. Gezien hunjonge leeftijd worden zij amper gestraft en lopen ze zo weer op straat. Eenjongerenwerker vertelt: ik zie weleens jongens van 12 jaar. Het begint meteen mes, dan wordt het een machete en dan een vuurwapen. Wat hebbendeze raddraaiers die ik heb opgenoemd gemeen? De beeldopnames tonenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10664 dat ze dikwijls jong zijn, dikwijls minderjarig zijn en vaak een migrante-nachtergrond hebben. Ze weten: de pakkans is klein en de straffen zijnlaag.Dan de zaak van de nieuwe Nederlander die een Hollandse nieuwe ginghalen in de viswinkel. De visboer weigerde de vrouw, gehuld in een nikab,te helpen, omdat hij haar gezicht niet kon zien en dat gaf geenvertrouwen. De vrouw was goed voorbereid en filmde al kibbelend directde situatie. Zij deed vervolgens aangifte van discriminatie. Ja, niet echtorigineel. In eerste instantie wilde het OM niet vervolgen. Zij liet het erniet bij zitten en het hof deed er nog een schep bovenop en gaf het OMalsnog de opdracht te vervolgen. Terwijl gezichtsbedekkende kledingverboden is in de openbare ruimte, moet je het in je eigen viszaakallemaal maar gedogen. De visboer wordt voor de rechter gedaagd,terwijl hij opkomt voor de Nederlandse open samenleving. De manverdient alle steun. Hij verdient een lintje. Graag een reactie van deMinister.In al de eerdergenoemde voorbeelden is er sprake van provocatie. Wijworden vierkant uitgelachen. Wij worden in de hoek gezet onder het momvan discriminatie.In het tolerante Zweden is men wakker geworden. Daar kampt men ookmet dergelijke problemen en ze zijn het spuugzat. Ze zijn overgegaan tothet inrichten van gevangenissen voor minderjarige criminele jeugd. Ookwil men de strafleeftijd voor de zwaarste misdrijven verlagen naar 13 jaar.Ik ben mij ervan bewust dat dit harde keuzes zijn, maar het is ook hard omonschuldige burgers bloot te stellen aan deze jonge criminelen. Eenconsequent streng beleid is de enige oplossing. Het motto moet zijn:uitzetten of opsluiten.Tot zover, dank u.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Faber. Keurig binnen de tijd. Vijf seconden langer,maar dat is acceptabel. Dan gaan we door naar de volgende spreker,mevrouw Straatman. Gaat uw gang.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Het is een veelgehoorde opmerking: in Nederlandkun je beter de flitspaal stelen dan geflitst worden. Hoewel die vergelijkingeen komische ondertoon heeft, is de boodschap dat niet: onsboetesysteem is failliet. Het systeem is doorgeslagen en gaat ten kostevan de meest kwetsbare mensen in onze samenleving. Dat zegt niet alleeneen groot deel van deze Kamer, dat zeggen ook het Openbaar Ministerie,de rechtspraak, het CJIB en praktisch alle ketenpartners die hierbijbetrokken zijn. Daarom organiseerden PRO en het CDA onlangs opnieuween rondetafelgesprek over verkeersboetes. Afgelopen maandag kregenwe de antwoorden op onze vragen hierover. Wij gaan samen zoeken naaroplossingen, want dat is hard nodig. Met name de verhogingen bijniet-betalen zijn wat ons betreft disproportioneel.Vorige week zijn de boetebedragen weer opnieuw geïndexeerd. Iederedag dat we geen oplossing vinden, wordt de disbalans groter en definanciële opgave lastiger. Want hoewel kabinetten op rij erkennen dat hetsysteem niet deugt, blijven boetes de makkelijkste knop om gaten op debegroting van Justitie en Veiligheid te dichten. Dat moet wat ons betreftstoppen. Daarom mijn vraag aan de Staatssecretaris: erkent de Staatsse-cretaris dat ons boetesysteem bijdraagt aan schuldenproblematiek en datde maatschappelijke kosten groter zijn dan de opbrengsten? Welkestappen zet zij om de bestaande disbalans te verkleinen? Kan zij net alshaar voorganger toezeggen geen aanvullende beleidsmatige verhogingenvan boetes meer te zullen doorvoeren? Mijn collega Fatihya Abdi en ikzullen dit nauwlettend blijven volgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10665 Voorzitter. Dan de aanpak van outlaw motorcycle gangs. Uit recentWODC-onderzoek blijkt dat civiele verboden het georganiseerde criminelemilieu aantoonbaar bemoeilijken, maar dat het aantal leden nog steedshoger ligt dan in 2014 en dat er nieuwe motorbendes zijn ontstaan.Tegelijkertijd geeft het Landelijk Strategisch Overleg aan dat er inmiddelsvooral een regionale aanpak nodig is. Nu het LSO wordt opgeheven, rijstde vraag hoe kennis, expertise en informatie-uitwisseling wordengeborgd. Is er regionaal voldoende capaciteit aanwezig om civieleverboden te handhaven en tijdig in te grijpen bij ondermijnende organi-saties? Ik vraag het de Minister.Eind vorig jaar werd onze initiatiefwet voor een bestuurlijk verbod opondermijnende organisaties in de Eerste Kamer helaas verworpen. Maarinmiddels voert de Minister gesprekken met het Openbaar Ministerie ende Raad voor de rechtspraak om de doorlooptijden van civiele verbodente versnellen. Klopt het dat verboden steeds vaker uitvoerbaar bijvoorraad worden verklaard en daardoor direct effect hebben? Is datinmiddels ook de standaardwerkwijze? En wat zijn eigenlijk de gemid-delde doorlooptijden tussen verzoek en daadwerkelijk verbod? Is deMinister bereid de Kamer hierover periodiek te informeren?Voorzitter. Tot slot het voorkomen van recidive. Het is belangrijk datgemeenten en andere ketenpartners vroeg worden betrokken en goedgeïnformeerd zijn. Zoals op zo veel terreinen is ook hier sprake vanhandelingsverlegenheid rond het delen van informatie. In de Kamerbriefschrijft de Staatssecretaris dat daarvoor een handreiking is ontwikkeld enindien nodig ook een convenant wordt opgesteld. Wat is hiervan de standvan zaken, is mijn vraag. Daarnaast blijkt opnieuw dat het huidigekeuzepalet aan straffen te beperkt is om recidive effectief te kunnenvoorkomen. Korte gevangenisstraffen werken vaak averechts. Gedeti-neerden zitten te kort vast om echt werk te maken van re-integratie, terwijlzij in de tussentijd wel belangrijke basisvoorwaarden verliezen.Kan de Staatssecretaris aangeven tegen welke knelpunten in de praktijkwordt aangelopen bij korte gevangenisstraffen? Klopt het dat de aannamein de Wet versterking regie volkshuisvesting dat gedetineerden met eenstraf van drie maanden hun basisvoorwaarden behouden, in de praktijkvaak niet opgaat? Juist om de samenleving beter te beschermen enrecidive te voorkomen, zullen D66 en het CDA binnenkort het wetsvoorstelslimmer straffen verdedigen. Zonder afbreuk te doen aan de vergeldingvan straffen, valt er namelijk nog veel te winnen met een slimmeringericht sanctiestelsel, dat beter bijdraagt aan veiligheid en hetvoorkomen van nieuwe slachtoffers.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Straatman. Inmiddels mag ik ook welkom heten deheer Ellian en de heer El Abassi. Dan ga ik nu het woord geven aanmevrouw Abdi.Mevrouw Abdi (PRO):Voorzitter. Je bent qua strafmaat in dit land inderdaad beter af als je eenauto vernielt dan wanneer je verkeerd parkeert op een gehandicapten-plaats. Dat is natuurlijk wel heel erg raar. Vooropgesteld: er zijn nog steedsveel te veel verkeersdoden, dus er moet gehandhaafd worden. Dat staatniet ter discussie. Maar er is al lang en breed kritiek op de boetefabriek dieverkeersboetes zijn geworden. Van de hoogte tot de inning: het issimpelweg niet eerlijk. En het ergste is nog dat als boetes niet betaaldworden, bijvoorbeeld omdat mensen in de financiële shit zitten, deoverheid daar zelfs van profiteert. Een niet-betaalde boete van € 500 kanineens in twee stappen verdriedubbelen. Een overheid die verdient aanellende van haar eigen burgers, dat is echt niet uit te leggen. Daaromzeggen het Openbaar Ministerie, het CJIB, de rechtspraak en de politieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10666 inderdaad: «Het systeem is uit balans. Je raakt de meest kwetsbaremensen. Dit moet eerlijker.» Dit blijkt ook uit de uitvoerige evaluatie vande wet-Mulder.Ik wacht even tot de bel voorbij is.De voorzitter:U wilt even pauzeren? Je went eraan hoor. Meestal praat iedereengewoon door, door de bel heen. Maar ja, wat u wilt.Mevrouw Abdi (PRO):Oké, voorzitter. Er wordt vaak gezegd dat er veel verdeeldheid is in deKamer, maar het gebeurt niet om de haverklap dat een motie van mijnhand met algemene stemmen wordt aangenomen, en die ging precieshierover. Een groot deel van de Kamer vindt namelijk ook dat dit nietdeugt en moet veranderen. Daarom hebben we samen met het CDA hetinitiatief genomen voor een rondetafel over verkeersboetes. Afgelopenmaandag kregen we de antwoorden op onze feitelijke vragen. CollegaStraatman en ik gaan samen naar oplossingen zoeken. Dat is heel hardnodig. Met name de verhogingen bij niet betalen zijn niet proportioneel.Kan de Staatssecretaris die gaat over rechtsbescherming toelichten wat inhaar ogen nodig is voor een eerlijker systeem? Nu lijken vooral eenzijdigefinanciële overwegingen rondom de boetes de doorslag te geven en nietde financiële consequenties van dit systeem voor burgers in eenkwetsbare positie. Welke stappen kunnen zij en ook de Minister zetten omte zorgen dat er hersteld wordt? Hoe kijkt de Minister naar de verhoudingtussen de ernst van het feit en de hoogte van de boete? Graag een reactiehierop. Kan de Minister ook toezeggen de boetes niet langer mee te latengroeien met de inflatie? Ook hier graag een reactie op.Dan de berichtgeving over het toepassen van algoritmes bij de reclas-sering. Onjuist gebruik, oordeelde de inspectie. Zo zijn in een van dealgoritmes formules verwisseld, waardoor dat nooit goed heeft voorspeldwat het risico is dat de verdachte of de veroordeelde uiteindelijk opnieuween delict pleegt. Uit berekeningen van de inspectie blijkt ook datdaardoor bij een kwart van de adviezen het risico op recidive totaalverkeerd is ingeschat. Je moet hier natuurlijk niet al te lichtzinnig meeomgaan als overheid. De Staatssecretaris gaf aan dat zij niet metterugwerkende kracht kan beoordelen of een reclasseringsmedewerkermet behulp van algoritmes wel of niet fouten heeft gemaakt. Dat is iets tegemakkelijk wat ons betreft. Kan de Staatssecretaris daarom toezeggendat zij wel een onderzoek instelt naar de toepassing van algoritmes in destrafrechtspleging, desnoods steekproefsgewijs?Dat was het.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Abdi. Keurig netjes binnen de tijd. Dan ga ik hetwoord geven aan meneer Sneller voor zijn vier minuten inbreng.De heer Sneller (D66):Dank je wel, voorzitter. Een straf is het kwaad dat men lijdt wegens eenkwaad dat men deed, schreef Hugo de Groot ergens een keer in het Latijn.Het kwam bij mij op omdat er een aantal mooie WODC-onderzoeken overstrafmaten op de agenda staan.Ik wou beginnen met degene die heel kritisch is over mijn motie, want hetis altijd goed om er, ook zelf, kritisch op te reflecteren. De meerderheidvan de gesprekspartners geeft aan dat de motie die ik vier jaar geledenheb ingediend eigenlijk om symboolwetgeving zou vragen. Nou, dat isnatuurlijk een tamelijk aanmatigende conclusie van zo’n onderzoek, maarwel eentje die je serieus moet nemen. Het gaat over milieucriminaliteit,een groot probleem met miljarden schade per jaar, bovendien oneerlijkeconcurrentie voor bedrijven die het wel gewoon netjes doen en eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10667 ondermijning van onze samenleving. Dus is het niet een prettige conclusieals ik vind dat de Wet op de economische delicten zou moeten zeggen datsancties ook doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn, wantdat is wat de motie vroeg.Als je dan verder spit, is het wel interessant om te lezen wat er dan welzou moeten gebeuren. Dan komen we, denk ik, bij de kern van waar hetstrafrecht op dit moment in de strafrechtketen hapert, namelijk: een lagepakkans en trage snelheid ondermijnen het preventieve effect van alleswat al mogelijk is. Een andere bevinding is dat heel veel mogelijkhedendie er al zijn – stillegging van een bedrijf, herstel opleggen et cetera etcetera – niet worden gebruikt, met als een conclusie een redelijk heftige:structurele en organisatorische problemen belemmeren een effectievemilieustrafrechtpleging en inspecties zijn schaars en vaak aangekondigd.Oftewel, de vraag is, denk ik: wat is er de afgelopen vier jaar gebeurd omte zorgen dat die milieustrafrechtpleging effectiever wordt en wat gaan wedaar de komende tijd aan doen? Als dat te ver voert voor dit debat, dangraag daar een reflectie op vóór het debat over de implementatie van deEuropese richtlijn hierover. Want ook vier jaar geleden werd er al eenmotie van mij aangenomen om te zorgen dat er een infrastructuur is,zodat we kunnen zien welke bedrijven het betreft en wat die schade is. Datis ook nodig voor rechters om die straffen op te leggen. Het interessantein deze conclusie vond ik dat er eigenlijk wordt gezegd: de oriëntatie voorstraftoemeting in milieustrafzaken zou moeten worden herzien. Ik hoorgraag wat het kabinet daar binnen de trias aan kan doen. Dat was namelijkook de conclusie bij Strafverzwaring in samenhang, het andereWODC-rapport. Daarin werd gezegd dat een hogere strafbedreiging en depreventieve werking daarvan veelal niet nader onderbouwd worden metargumenten of verwijzingen naar criminologische literatuur ter zake.Oftewel: het is niet zo heel effectief en we onderbouwen dat ook slecht alswetgever. Maar ook daar wordt verwezen naar de oriëntatiepunten, in ditgeval van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, die natuurlijk nietdoor ons worden opgesteld maar door anderen. Dus ik hoor ook hierovergraag hoe het kabinet dat ziet.Dan over de overbrenging van meneer Singh. Het heeft heel langgeduurd. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris op dat hele procesreflecteert. Zouden we de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvon-nissen, de WOTS, niet moeten aanpassen om te zorgen dat binding daarinbeter gedefinieerd wordt, zodat we de humanitaire gronden beter totuiting kunnen laten komen?Voorzitter. Ten slotte de terugkijktijd bij de verklaring omtrent het gedrag.Er staat een mooi onderzoek op de agenda. De terugkijktijd is in sommigegevallen 30 plus jaar, bijvoorbeeld voor functies bij DJI. De rechter heeftonlangs gezegd dat dat in bepaalde gevallen niet proportioneel is, omdathet een individuele beoordeling eigenlijk te veel uitsluit. Het WODC zegthierbij dat het aanbeveling verdient om aanvaardbare risico’s te definiërenals criterium voor de terugkijktermijn, zodat een betere afweging tussenhet belang van de bescherming van de maatschappij en de vog-aanvragermogelijk wordt. Mijn concrete vraag aan het kabinet is: hoe gaat hetervoor zorgen dat de balans tussen de individuele beoordeling en degenerieke termijnen beter wordt?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Dan gaan we door naar meneer Ellian. Aan uhet woord.De heer Ellian (VVD):Dank, voorzitter. Een mooi commissiedebat met veel onderwerpen en eenrijke variëteit. Ik zou iets anders willen benoemen als het gaat om boetes.Ik zag de moeder van Tamar. Zij is komen te overlijden nadat zij isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10668 aangereden. De dader kreeg een boete van € 1.500. Daar moest ik deafgelopen week toch aan denken. Inmiddels wordt hij weer vervolgd,maar de moeder heeft daar zes jaar voor moeten knokken. Dus als hetgaat over disbalans, ben ik wel benieuwd hoe de bewindspersonen kijkennaar zo’n geval. Ik zag de moeder gisteren bij RTL. Dat is waarvoor wij hierzijn. Als het gaat over disbalans en rechtvaardigheid, vraag ik me af hoehet kan dat zo’n situatie zich nog kan voordoen.Voorzitter. Ik zou graag een nieuw idee willen voorleggen aan de Ministervan Justitie en Veiligheid. Al nadenkende over de boetes, de tekorten encriminaliteit keek ik weer eens naar de bedragen en het resultaat van hetafpakken. Dat blijft natuurlijk echt gewoon ronduit bedroevend. Ikwaardeer het echt dat de Minister er, zeker de laatste maanden, stevig inzit. Daar ben ik blij om, maar we kunnen niet om de conclusie heen dat weniet veel afpakken. Als je vindt dat misdaad niet mag lonen, of het nougaat om «een gevangenisstraf moet een gevangenisstraf zijn» of dat jegeen voordeel mag hebben van criminaliteit, dan moeten we hier uit eenander vaatje tappen.Al pratend met allerlei mensen kwam ik op het volgende idee. Er ligt nogzo veel geld, crimineel verdiend vermogen, voor het oprapen. De zaak vanPiet Costa, de man van de martelcontainers, vind ik een mooi voorbeeld.De rechter legt een ontneming op van 19 miljoen, verdiend met drugscri-minaliteit. Hoeveel is er nou afgepakt? Echt bijna niets. Ik weet dat erplenair, bij de APB, een keer werd gevraagd: hoeveel hebben we nouafgepakt van Ridouan Taghi? Hoe kijkt de Minister naar het inzetten vanopsporingsberichtgeving voor het afpakken van vermogen? Ik denk dusaan een soort Opsporing Verzocht 2.0. Deze persoon heeft geld verdiendmet bijvoorbeeld internationale drugshandel, maar we weten niet precieswaar zijn vermogen is. Zijn er mensen die weten waar deze persoon vaakkwam et cetera et cetera? Je kan hiermee namelijk een groep mensenbereiken die je anders nooit bereikt, maar je straalt ook als overheid uit:kijk, misdaad mag niet lonen en we komen het geld halen. Ik ben heelbenieuwd hoe de Minister hiertegen aankijkt.In het verlengde hiervan: ik heb twee aangenomen moties.Mevrouw Faber (PVV):Een interessante inbreng van de heer Ellian. Maar het gebeurt ook dat hetgeld wel is opgespoord en dat men gewoon kan incasseren, maar datmen het te laat doorgeeft aan het incassobureau. Dan zijn de termijnenverlopen. Dat heeft toch meer te maken met het feit dat de strafrechtketenniet op orde is. Het klopt dat er geld blijft liggen, zoals u zegt, zeg ik via devoorzitter. Maar het schort er ook aan in de strafrechtketen, omdat zakente laat worden doorgegeven.De heer Ellian (VVD):Dank voor deze scherpe vraag, want die geeft mij de kans om het nog ietsnader te duiden. Ik denk dat inderdaad nog allerlei andere problemen eenrol spelen, bijvoorbeeld dat het Openbaar Ministerie te weinig conser-vatoir beslag legt tijdens de strafrechtelijke procedure, waardoor de helezaak zes, zeven jaar later, als een veroordeling definitief is geworden, naarhet CJIB gaat. Het CJIB heeft geen opsporingsmogelijkheden. Op ditmoment liggen er gewoon allerlei zaken – ik bedoel dat niet oneerbiedig –op de plank bij het CJIB, echt een grote hoeveelheid, duizenden zakenboven een ton. Ik zou zeggen: wat kun je daar nou mee? Uiteraard moet jemensen niet meteen vol in beeld brengen met hun hele naam entoenaam, maar er zijn echt heel veel grotere criminelen die nu de dansontspringen. Volgens mij was het ook collega Faber die laatst heel positiefwas over Game Over?! Ik denk dat je het een beetje in die sfeer moet doenen dat je in beeld moet brengen: «Dit is de crimineel. Hij moet ditterugbetalen. We weten ongeveer waar hij zich ophield. Hebben mensenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10669 informatie over waar bijvoorbeeld vermogensbestanddelen kunnen zijn?»Ik denk dat het echt enorme kansen kan bieden.Tot slot, voorzitter. Het directe antwoord op de vraag van mevrouw Faberis: het Openbaar Ministerie moet sneller beslag leggen en niet wachten,want als je wacht, dan is het nog steeds niet verloren, maar dan maak jehet wel heel moeilijk.Mevrouw Faber (PVV):Als ik het goed begrijp, dan is meneer Ellian er een voorstander van omzaken openbaar te maken en daarvoor het publiek in te schakelen, dus eensoort digitale schandpaal, zoiets dergelijks. Ja? Ja, ik noem het even de«digitale schandpaal», want dan snappen we allemaal waar we het overhebben. Dan is de vraag aan meneer Ellian: zullen we daar samen eenmotie voor indienen?De heer Ellian (VVD):Kijk, digitale schand ... Ik denk dat Game Over?! overigens terecht doorhet publiek werd gezien als: haha, daar ben je; je zult gevonden worden. Ikweet niet of ik het zelf «digitale schandpaal» zou noemen, maar mevrouwFaber vatte net heel accuraat de essentie samen. Je betrekt het publiekerbij en je laat als justitie, als overheid, inderdaad wel degelijk zien: «Wijkomen geld halen bij deze persoon. Je hebt namelijk geld terug te betalendat je verdiend hebt met verschrikkelijke activiteiten.» Ik weet niet of ik het«digitale schandpaal» zou noemen, maar je betrekt het publiek erbij. Nuheb je bij geweldsdelicten, overvallen en dat soort zaken vaak OpsporingVerzocht. «Wij zoeken Pietje, want ...» Oké, je kan ook zeggen: «Wij wetenwie Pietje is» – of misschien is hij ook al aangehouden – «maar we wetenniet precies waar zijn geld zit. Wie kan helpen?» Uiteraard kijk ik altijdgraag naar alles wat tot een meerderheid kan leiden.Mevrouw Abdi (PRO):Ik was toevallig afgelopen maandag op werkbezoek bij de FIOD, samenmet collega’s van de commissie voor Financiën. Tot mijn verbazing werddaar gezegd dat Nederland eigenlijk achteruitloopt als het gaat om hetafpakken van crimineel vermogen, omdat de Kamer ook qua wetgevingveel te laat dingen heeft ingevoerd. Ik ben benieuwd hoe de heer Ellianhiernaar kijkt, met name als het gaat om de richtlijn over non-convictionbased confiscation. Als knelpunt werd namelijk aangedragen dat wij alsNederland een beetje een rommeltje hebben als het gaat om het afpakkenvan criminele vermogens. Ik ben benieuwd hoe de heer Ellian daarnaarkijkt.De heer Ellian (VVD):Daarom is dit zo’n leuk debat, want dit is ook weer zo’n goede vraag. Ikverbaas me hier al jaren over. Ik heb een uitgebreid werkbezoek gebracht,samen met mijn gewaardeerde vriend, mag ik wel zeggen, John van denHeuvel aan de Guardia di Finanza in Italië, in Rome en in Zuid-Italië.Non-conviction based confiscation is essentieel, want je draait debewijslast om. Je legt eigenlijk de bewijslast bij de crimineel: joh, vertel jijmaar hoe je aan dit pand, deze auto of wat dan ook bent gekomen. Datbewijs kunnen ze natuurlijk zelden leveren. De Italianen voegen er nogaan toe: dan geven we het terug en gaan we het maatschappelijkherbestemmen. Volgens mij is daar in Zaanstad ook iets mee geprobeerd.Ja, ik denk dat de regelgeving in Nederland écht een enorme boost nodigheeft. Ik geloof wel dat de Minister bezig is met implementatie van dierichtlijn, maar dat wetsvoorstel juich ik toe. In een van de consultatie-versies zag ik dat het ingebed werd in een soort civielrechtelijke beslag-procedure, die ik zelf als advocaat veel heb gedaan. Ik was er zelf heelenthousiast over. Ik geloof dat het nu toch weer iets anders wordtingericht. Maar de gedachte «wij gaan beslag leggen; leg jij maar uit hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106610 je eraan bent gekomen en zo niet, dan ...» is superessentieel. Waarom ikhier zo gepassioneerd over praat, is omdat ik veel werk heb gemaakt vanhet Italiaanse antimaffiamodel, en zij altijd tegen mij zeiden: dat gevange-nismodel, 41 bis, bewaken en beveiligen zijn allemaal superbelangrijk,maar jullie moeten leren focussen op follow the money. Giovanni Falcone,die zijn leven heeft gegeven, was eigenlijk geestelijk vader van follow themoney. Wij moeten dat doen.Tot slot wil ik het volgende zeggen, voorzitter. Wat ik van de Italianenhoor, is: jullie FIOD is heel erg goed, maar ze lopen nu tegen een wirwarvan regels aan. Die zouden we moeten wegnemen.De voorzitter:Mevrouw Abdi heeft nog een vervolginterruptie.Mevrouw Abdi (PRO):Zeker. Wat de heer Ellian zegt klopt wel, maar ze gaven ook aan dat ze nietalleen te maken hebben met trage wetgeving van de Kamer, maar ookmet onvoldoende capaciteit. Er is enorm veel concurrentie tussen demedewerkers en de specialisten. Ze zeggen: we hebben aan de voorkantals het gaat om intelligence eigenlijk veel te weinig mensen. HetOpenbaar Ministerie heeft nu zes officiers van justitie die daarin gespecia-liseerd zijn, maar dat is bij lange na niet genoeg. Kan ik dan op de heerEllian rekenen, niet alleen als het gaat om een wet die eraan komt, maarook om daadwerkelijk in de uitvoering mogelijk maken dat je genoegmensen, expertise en middelen hebt om hier een succes van te maken?Zoals ze ook zeiden: elke euro die je hierin investeert, rendeert direct terugin de samenleving en geeft een normerend signaal af. Ik ben dusbenieuwd hoe de heer Ellian hiernaar kijkt.De heer Ellian (VVD):Een vraag die ik aan de Minister wilde stellen – die heb ik hier staan – is:wordt het niet tijd dat het CJIB en het OM een actieplan maken, om tespreken met de woorden van collega Mutluer, die er nu niet is? Zet eveniedereen bij elkaar. Ik begrijp dat zodra iedereen bij elkaar wordt gezet,van FIOD tot aan FASTNL, het OM en het CJIB, er in no time opeensverdachten worden veroordeeld en gevonden, en hun geld ook. Dit heeftdus te maken met hoe je het organiseert en of je de wil hebt. Was het ditjaar weer een onvolkomenheid volgens de Rekenkamer? Dat weet ikeigenlijk niet, maar volgens mij wel. Dit is volgens mij al jaar op jaar opjaar een onvolkomenheid. Als het gaat om de aanpak van georganiseerdecriminaliteit, bewegen we hemel en aarde voor een strenger gevangenis-regime, hogere straffen en het meekijken in appgroepen. We doen dusvan alles, maar de essentie is natuurlijk dat je het verdienmodel onderuitmoet halen. Ik denk dus dat het ook te maken heeft met hoe je het inricht.Als daar meer mensen voor nodig zijn, sure, dan is dat iets wat wemoeten overwegen, maar het heeft er vooral mee te maken of weafpakken centraal stellen of niet. Ik vind eerlijk gezegd dat dat nu niethelemaal het geval is.De heer Sneller (D66):Ik ben het helemaal eens met het gevoel van ongeduld over dienon-conviction based confiscation. Tijdens de behandeling van debegroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid in 2020 werd daareen schriftelijk voorstel voor gedaan door Groothuizen en Van Nispen.Maar mijn vraag gaat over conservatoir beslag. Wat is in de analyse vande heer Ellian precies het knelpunt waardoor het OM dat onvoldoendedoet?De heer Ellian (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106611 Dat was overigens een illuster duo, Groothuizen en Van Nispen. Diehebben veel interessante moties ingediend, maar dit raakt natuurlijk ookaan het ongeduld en de vraag van mevrouw Abdi. Dat is dus zes jaargeleden en die wet is er niet. Dat heeft dus wel te maken met intentie enmotivatie, want we hadden die wet al kunnen hebben. Daarmee kun je zoveel afpakken van criminelen. Ik benijd het OM niet. Die hebben gigaveelop hun bord liggen, zoals ICT-problemen. Ze doen er alles aan om met hetgeld dat ze hebben ook verantwoording af te leggen. Ik zou menen dat depolitie dat ook iets meer zou mogen doen, maar dat doen we bij een anderdebat. Maar ik begrijp inderdaad dat er weinig gespecialiseerden zijn bijhet OM. Het is natuurlijk echt een specialisme. Daar zijn er niet per se heelveel van. Je kunt je aandacht maar één keer verdelen. Het heeft er ookmee te maken dat het gefragmenteerd is. Het CJIB doet een deel en hetOM doet een deel. Heel veel aandacht gaat natuurlijk naar de lopendestrafzaak, de opdrachtgever van de moord, het pakken van de schutter ofdegene die een tasje cobra’s bij een synagoge neerlegt.Daar heb ik allemaal begrip voor, maar we zullen hier echt op een anderemanier naar moeten kijken. Hoe zeg je het ook alweer? Als je doet wat jedeed, dan krijg je wat je kreeg. Dan wordt het volgend jaar weer 200miljoen of 250 miljoen. Je moet echt het afpakken van crimineelvermogen centraal gaan stellen. Ik treed natuurlijk niet in de afwegingenvan het OM; ik doe dat soms wel, omdat ik ze een beetje wil prikkelen, zegik met een knipoog tegen de Minister. Maar ik denk dat je er wel naartoemoet dat je bij grotere criminelen, bijvoorbeeld bij de internationaledrugshandel, separaat van opsporing eigenlijk ook meteen beslag legt opvermogensbestanddelen, want dan heb je het maar gedaan. Dan kan hetCJIB die na de veroordeling meteen uitwinnen; dat zei mevrouw Fabereigenlijk ook. Ik ben geen officier, maar ik kan me indenken dat we hiereens wat dieper op ingaan met elkaar, want ik vind het ongelofelijk dat jeuit kan gaan van 20 miljard verdiend vermogen in Nederland en dat we200 miljoen afpakken.De voorzitter:Mag ik u vragen af te ronden?De heer Ellian (VVD):Wie houden we dan voor de gek? Ja, dat is leuk. Ik kom hier graag. Mag ikverder?De voorzitter:Als er verder geen interrupties zijn, wil ik u verzoeken uw inbreng voort tezetten.De heer Ellian (VVD):Dat ga ik doen. Ik heb nog anderhalve minuut. Ik ga er vogelvlugdoorheen.Over tipgeld heb ik twee moties ingediend. Die zijn allebei aangenomen.Ik begrijp dat het OM zegt dat het een beetje ingewikkeld is, maar tegende Minister zeg ik, via u, voorzitter: er liggen twee aangenomen moties endie moeten uitgevoerd worden. Op de nationale opsporingslijst staan eenaantal criminelen waar geen bedrag bij staat of maar € 10.000. Alsjeblieft,mag ik er nou op rekenen dat er iets gedaan wordt? Ik stelde 1 miljoeneuro voor. Oké, als het OM dat niet wil, is dat prima, maar aangenomenmoties, tot twee keer toe, moeten wel uitgevoerd worden. Ik ben dusbenieuwd of de Minister mij nu goed nieuws kan geven.Dat hoop ik ook als het gaat om de genealogische databanken. Die pilotloopt nu vijf jaar. Cold cases liggen mij na aan het hart. Dat geldt voorvelen in deze Kamer, ook voor mevrouw Mutluer, die er nu niet is. Hoestaat het nu met de genealogische databanken? Kunnen we daarbij eendoorbraak verwachten? En wat is nu de bedoeling als het gaat om de coldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106612 cases en de politie-informatie? Als ik nabestaanden spreek – dit raakt ookde portefeuille van de Staatssecretaris – merk ik dat die hun hartvasthouden omdat politie-informatie na vijf jaar verwijderd wordt. Diezeggen over cold cases: kouder dan koud wordt het niet meer, maarzonder die politie-informatie ga je die zaak nooit meer oplossen. Is deMinister bereid om die wetten te herzien? Ik weet dat het een gigaklus is,maar ik denk wel echt dat het moet. Die vijfjaartermijn is voor deVVD-fractie echt onacceptabel.Over de zaak van meneer Singh wil ik het volgende opmerken richting deStaatssecretaris. Ik ken de zaak ook goed. Die is veel in de Kamerbesproken. Ik zit er wat anders in dan de collega, maar dat is niet erg. Ikwil benadrukken dat de Staatssecretaris ervoor moet zorgen dat denabestaanden, die ik ook zelf gesproken heb, echt hun stem kunnen latenhoren. Hun verhaal werpt namelijk echt een ander licht op meneer Singhen de gebeurtenissen waar je soms ook in de media over leest.Dan ben ik er, voorzitter. Twaalf seconden over de tijd heen.De voorzitter:Het waren er zelfs maar negen, meneer Ellian. Geen enkel probleem. Alser verder geen interrupties zijn, wil ik graag het woord geven aan meneerEl Abassi.De heer El Abassi (DENK):Dank u wel, voorzitter. We spreken vaak over verkeershufters, maarvandaag wil ik het hebben over bestuurlijk huftergedrag of, aansluitend bijde woorden van de Kamer, bestuurshufters. Want ondanks waarschu-wingen van de Raad van State, het CJIB, de rechtspraak en eerdereuitspraken van de Kamer worden verkeersboetes telkens opnieuwverhoogd, ook nu weer, met 2,7%. De Minister verdedigt dat met demededeling dat zijn prioriteiten elders liggen en dat hij het geld nodigheeft voor andere zaken. Daarmee worden verkeersboetes steeds meergebruikt als melkkoe voor de begroting. Dit terwijl ze bedoeld zijn omverkeersveiligheid te bevorderen.Voorzitter. Dit is niet uit te leggen aan de mensen die deze boetes moetenbetalen. Namens al die burgers wil ik hier vandaag het volgende zeggen.Mensen maken fouten, mensen houden zich niet altijd aan de regels, enwie de regels overtreedt, mag daarvoor worden beboet. Daar is iedereenhet mee eens, ook DENK. Maar boetes moeten wel proportioneel zijn. Diemoeten in verhouding staan tot de overtreding en gericht zijn opgedragsverandering en het bevorderen van de verkeersveiligheid. Zemogen niet worden ingezet als middel om de staatskas te spekken. Daarwringt het. De overheid verwacht van burgers dat zij hun gedragaanpassen wanneer regels bijvoorbeeld niet werken, maar wanneerdeskundigen, uitvoerders en rechters waarschuwen dat deze boetes hundoel voorbijschieten, weigert de overheid zelf haar koers te wijzigen.Daarom wil ik nogmaals namens die burgers het kabinet één eenvoudigeboodschap meegeven: houd u aan de regels die uzelf heeft vastgesteld;zorg voor proportionele boetes die bijdragen aan verkeersveiligheid inplaats van boetes die vooral dienen als inkomstenbron voor de schatkist.Is de Minister bereid om de boetes te verlagen, of op z’n minst niet teverhogen?Voorzitter. Ook zag ik een Kamerbrief over internationale misdrijven.Nederland zegt terecht: oorlogsmisdaden en misdrijven tegen demenselijkheid moeten altijd worden bestraft. In dat licht mis ik ietswezenlijks, namelijk de oorlogsmisdaden gepleegd door Nederlanders inIsraël. Dat uitgangspunt geldt ook voor Nederlanders, Nederlanders dieuitreizen naar Israël om bij te dragen aan gruweldaden die daar wordengepleegd. Die daden kunnen wij zelfs moeiteloos volgen via social media,waarover de brief met geen woord rept. Dat terwijl inmiddels minimaal645 Nederlanders met dat doel naar Israël zijn uitgereisd. Vergeleken metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106613 Syriëgangers is dat meer dan een verdubbeling. Dat waren namelijk nog300 uitreizigers. Volgens de Minister mag je aansluiting zoeken bij deIsraëlische strijdkrachten. Meent de Minister dit, zou ik hem willen vragen.Gelet op de openlijke oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de mense-lijkheid die daar worden gepleegd, wil ik van de Minister weten hoe hij hetverschil in politieke en strafrechtelijke zin verklaart tussen Syriëgangersdestijds en Nederlanders die zich aansluiten bij het Israëlische genocide-leger.Voorzitter, tot slot het rechts-extremisme. Over intimidatie en terreur rondazc’s en moskeeën heb ik het vaker gehad. Deze gruweldaden wordenopenlijk geclaimd door Defend Netherlands of Voorpost.De voorzitter:Meneer El Abassi, er is een interruptie voor u van mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Nou, het is meer een opmerking. Ik vind het nogal ver gaan om hetIsraëlische leger te bestempelen als een genocideleger. Dat vind ik echt tever gaan. Dan kunnen we nog wel een paar boekjes opendoen, maar danzitten we hier de hele middag nog. Dit vind ik wel ver gaan.De voorzitter:Dank voor uw punt van orde.De heer El Abassi (DENK):Ik zou best naar mevrouw Faber willen luisteren, maar ik luister liever naarexperts, deskundigen, mensenrechtenorganisaties en het InternationaalStrafhof. Die zijn veel deskundiger dan mevrouw Faber.Voorzitter, ik ga verder waar ik gebleven was.De voorzitter:Ogenblikje, meneer El Abassi, er is een interruptie van mevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Het is goed om te horen dat de heer El Abassi naar het Strafhof willuisteren, maar volgens mij is er nog helemaal geen uitspraak geweest dathet een genocideleger is. Ik weet dus niet waar hij dat dan vandaan haalt,maar ik vind het erg ver gaan, vooral omdat Israël een bevriende natie isvan Nederland.De heer El Abassi (DENK):Volgens mij weet mevrouw Faber genoeg. Er loopt een serieus onderzoek.Die lopen niet zomaar. Tegelijkertijd weet mevrouw Faber ook hoe hetInternationaal Strafhof tegengehouden wordt. Over de bewoordingen dieze hebben losgelaten, namelijk dat er mogelijk een genocide gaande is inGaza, en tegelijkertijd het gegeven dat er internationaal allerlei drukuitgeoefend wordt op deze internationale rechters, heb ik de PVV enmevrouw Faber nog niet gehoord. Misschien zou mevrouw Faber zichdaarop moeten focussen in plaats van op het goedpraten van eengenocide.De voorzitter:Ik onderbreek u even voor een interruptie van de heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Ik vraag me toch wel het volgende af. Dat wil ik de heer El Abassi ookvragen. Vergelijkt hij nu Syriëgangers in de tijd van het IS-kalifaat, waaraantoonbaar de meest gruwelijke daden, van slavernij tot massamoord,plaatsvonden vanuit extreem islamitisch gedachtegoed, met het Israë-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106614 lische leger? Vergelijkt hij het Israëlische leger met IS? Is dat wat de heerEl Abassi zegt?De heer El Abassi (DENK):Ik heb nergens gezegd dat ik vergelijk. Dat is één. Tegelijkertijd heb ik hetgevoel dat de heer Ellian dat wel doet, dat hij het ene geval kennelijkminder erg vindt dan het andere geval. Ik ben dus niet degene die hetvergelijkt; dat doet de heer Ellian zelf. Maar we kunnen het hebben overwat Israël wel heeft gedaan: oorlogsmisdrijven, genocide, apartheid,administratieve detentie, geweld door kolonisten, nederzettingen en ga zomaar door. Er zijn daar Nederlanders heen gestuurd. Vanochtend is er nogeen artikel verschenen over scherpschutters die daar mogelijk naartoe zijngegaan, die op kinderen schoten in Gaza. Ik merk dat de heer Ellian mijhier vragen zit te stellen en kritisch probeert te zijn over het feit dat wedaar vragen over stellen. Ik zou de heer Ellian willen vragen om ook tevragen aan deze Minister waarom er nog niet één persoon uit Israël isopgepakt op dit moment en waarom we zo laks zijn als het gaat om degenocide die daar gepleegd wordt op dit moment.De heer Ellian (VVD):Ik stel een heel normale vraag, omdat uit het betoog van de heer El Abassiwel degelijk een vergelijking kwam tussen IS en het Israëlische leger. Ikdenk niet dat er een genocide plaatsvindt in Gaza, maar waar het om gaatis het volgende. IS was een kalifaat. Ik weet dat de sharia voor DENKprima is, maar het was een misdadig systeem van onderdrukking vanonschuldige burgers, nota bene overigens de eigen burgers. Wat Israëldoet is een oorlog voeren – ik weet dat dit ver buiten de orde is, maar daarkan ik niet zo veel aan doen – in Gaza. Waar het om gaat is wat het legerdan doet en op welke manier dat leger proportioneel handelt. Daar kan jevragen over stellen, maar dat is volstrekt anders dan de barbarij van IS. Endat een collega-Kamerlid zegt dat het Israëlische leger daarmee tevergelijken is of dat ik het een minder erg vind dan het ander, dat laat ziendat de heer El Abassi gewoon Israël een terroristische staat vindt. Maargoed, dat wisten we al. Maar ik vind wel de vergelijking met IS echt buitenalle proporties. En geen woord overigens over de beestachtige daden van7 oktober! Daar hoor ik hem ook geen vragen over stellen aan de Minister.En dan zou ik deze Minister moeten vragen naar Nederlanders die daareen van de mooiste landen in het Midden-Oosten willen verdedigen? Ikvind het echt ongelofelijk, voorzitter.De voorzitter:Dank u. Ik wil voorstellen dat u uw inbreng voortzet, meneer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Uiteraard mag ik reageren, dus dat wil ik ook graag doen.De voorzitter:Heel kort, alstublieft.De heer El Abassi (DENK):Dan sla ik het punt van sharia even over. Als de heer Ellian het heeft overoorlog voeren: ik kwam al met een opsomming. Apartheid. Ik kwam almet administratieve detentie. Ik kwam al met geweld door kolonisten,nederzettingen waar Palestijnen uit huizen worden gehaald, kinderen bijwie op geslachtsdelen geschoten wordt en vrouwen die verkracht worden.Ze staan nu zelfs op de zwarte lijst. Daar zijn ze net op gezet door de VN,omwille van seksueel geweld. Aanvallen op ziekenhuizen. Aanvallen opscholen en op vluchtelingenkampen. Ik kan zo doorgaan. Blokkades voorvoedsel. Als de heer Ellian dat oorlog voeren noemt, dan snap ik dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106615 tweedeling binnen de VVD. Want heel veel mensen binnen de VVD vindendit wel een genocide en die irriteren zich dood aan Kamerleden ...De voorzitter:Meneer El Abassi. Meneer El Abassi, ik wil u even onderbreken. Is dit eenonderdeel van uw inbreng of bent u aan het reageren?De heer El Abassi (DENK):Eigenlijk niet voorzitter. Mij ging het alleen om internationale ...De voorzitter:Ik had u verzocht om een heel korte reactie te geven. Het lijkt mijverstandig dat u uw inbreng alsnog voortzet. U heeft nog twaalfseconden.De heer El Abassi (DENK):Dat zal ik doen. Dat is veel korter dan ik dacht.Dat uitgangspunt geldt ook voor Nederlanders. Het kan zijn dat ik eenstukje opnieuw voorlees, voorzitter. Over Nederlanders die uitreizen naarIsraël om bij te dragen aan gruweldaden die daar worden gepleegd – diedaden kunnen wij zelfs moeiteloos via social media volgen – rept de briefmet geen woord. Volgens mij had ik dat al eerder voorgelezen. Volgens deMinister mag je aansluiting zoeken bij Israëlische strijdkrachten. Ik had alde vraag gesteld of de Minister dat meent.Ik was bij rechts-extremisten. Intimidatie en terreur rond azc’s enmoskeeën ...De voorzitter:Meneer El Abassi, ik ga u helaas onderbreken. U bent ver over de tijd, dusik wil ik vragen om het ...De heer El Abassi (DENK):Dan bewaar ik het laatste blokje, voorzitter. Doen we.De voorzitter:Ja, dat lijkt me verstandig. Dank u wel.Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Ikkijk even naar de Minister. 25 minuten? Dat lijkt me een goed plan. Zullenwe voorzetten om 11.10 uur? Dan schors ik nu even tot 11.10 uur. Dank uwel.De vergadering wordt van 10.43 uur tot 11.10 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We zijn gekomen aan de eerste termijn van hetkabinet. Ik wil de leden voorstellen dat we maximaal drie interruptiesdoen. Ik wil u verzoeken om de interrupties kort en bondig te houden,zodat we niet in tijdnood komen en ook nog een tweede termijn kunneninplannen. Dan wil ik graag het woord geven aan de Minister. U start. Gauw gang.Minister Van Weel:Dank, voorzitter. Ik heb geen algemene inleiding, want de diversiteit vande onderwerpen die we hier bespreken, leent zich niet echt voor eenkapstok. Ik doe dat dus in blokjes. Ik begin bij de boetes. Dan ga ik doornaar motorbendes en bestuurlijk verbod. Dan ga ik naar overlast. Dan zalik confiscatie doen. Daarna kom ik bij overig.Laat ik beginnen bij de boetes en met de allermakkelijkste vraag. Diekwam van mevrouw Straatman. Zij vroeg of ik kan toezeggen dat ik geenaanvullende beleidsmatige verhogingen van de verkeersboetes doorvoer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106616 Het antwoord daarop is: ja. Ik heb dat eerder gezegd. Ik betreur dat dat inhet verleden is gebeurd. Dat heeft louter financiële achtergronden gehad.Een aantal van u merkten dat ook terecht op. Ik vind dat verkeersboetesdaar niet voor bedoeld zijn. Ik heb daarom zelf gezegd dat ik geenbeleidsmatige verhogingen zal doorvoeren. Ik moet overigens wel ietscorrigeren: dat geld komt niet bij Justitie terecht, maar vloeit rechtstreeksdoor naar de staatskas. Er is voor mij as such dus geen perverse prikkel,maar die zou je als Staat natuurlijk wel kunnen hebben.Wat ik echter niet kan doen, is toezeggen dat ik de inflatiecorrectie nietjaarlijks doorvoer. Dat is gewoon een vast patroon van ons leven. Onssalaris wordt gecorrigeerd voor inflatie. De prijzen in de supermarktcorrigeren zichzelf voor inflatie. Dat geldt ook voor boetes en strafbepa-lingen. Als ik dat niet doe, hebben we meteen een gat, omdat mijnbegroting ook wordt gecorrigeerd voor inflatie. Dat gat loopt dan per jaarop tot 30 miljoen, zeg ik uit mijn hoofd. Dat zijn structurele bedragen,want de inflatiecorrectie die je niet doorvoert, werkt door tot in deoneindigheid. Dus, nee, geen beleidsmatige verhogingen meer. Ja, ik benhet met u en vele instanties eens dat er op dit moment sprake is van eendisbalans. Ik wil daar ook nog een keer naar kijken, maar met de caveatdat ik niet nu binnen de begroting 300 miljoen heb gereserveerd dan welga reserveren om die volledige disbalans, zoals die nu bestaat, op teheffen door het verlagen van de verkeersboetes. Daar maak ik anderekeuzes.Mevrouw Straatman (CDA):Heel goed om van de Minister te horen dat die beleidsmatige verhogingenniet doorgevoerd worden. Tegelijkertijd hoeven we niet héél ver terug inhet verleden te kijken, namelijk naar 2024, om te zien dat dat wel gebeurdis. Ik ben dus blij met deze toezegging van de Minister, maar in deaanbevelingen van de evaluatie van de wet-Mulder wordt gezegd: kunnenwe dan ook waarborgen in het systeem inbouwen, zodat het niet ookgebeurt als er een andere Minister zit? Juist die beleidsmatige verho-gingen zorgen namelijk voor die disbalans, die ook in de toekomst blijft.Ziet de Minister daarin mogelijkheden om niet alleen via een toezegging,maar ook wettelijk te verankeren dat beleidsmatige verhogingen omfinanciële redenen geen reden zijn om boetes te verhogen?Minister Van Weel:We zijn natuurlijk nog bezig met de evaluatie van de wet-Mulder. Wekomen daar later dit jaar meer uitgebreid over te spreken. Daar wil ik ditvraagstuk ook heel graag in meenemen. Dat geldt overigens ook voor alleaanbevelingen die u mogelijk heeft, samen met mevrouw Abdi, naaraanleiding van de rondetafel die u heeft gehouden. Nogmaals, ik denk datwe allemaal dezelfde problematiek erkennen. De vraag is: hoe geven wedaar goed gehoor aan? Overigens was ik over de afbakening van deboetes even vergeten te vertellen dat de Staatssecretaris verder in zalgaan op de ophogingen dan wel de inningen.De heer El Abassi (DENK):Ik hoor de Minister aangeven dat de vraag is hoe we daar goed gehooraan geven. Volgens mij weten we dat al. Breng ze weer in balans. Verlaagdie boetes. Zorg ervoor dat ze weer in balans zijn. Is de Minister het metmij eens dat we die boetes zo snel mogelijk weer in balans moetenbrengen?Minister Van Weel:Dat vereist keuzes. Als «het in balans brengen» zou betekenen dat we deoverige sancties niet verhogen, maar alleen de verkeersboetes moetenverlagen, dan kost dat structureel 300 miljoen euro. Op dit moment geef ikdie liever uit aan het op orde krijgen van de politiebegroting, of aan hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106617 zorgen voor meer recherchecapaciteit. Als er andere manieren zijn om diebalans te herstellen – je zou daarbij kunnen denken aan een andereverdeling binnen de verkeersboetes of aan de verhoudingen tot desancties zoals het OM die oplegt voor andere misdrijven, zoals mishan-deling – dan valt daar natuurlijk wel over te spreken, maar ik ga geen300 miljoen besteden aan het verlagen van de verkeersboetes zoals ze nuzijn.De heer El Abassi (DENK):Dit vind ik best gek. Ik kan het maar niet snappen. Ik noem een voorbeeldvan een pakketbezorger die ik gesproken heb. Hij heeft wat boetes gehad,omdat hij flink op het gaspedaal gedrukt heeft. Hij geeft aan dat hij eenkeuken moest betalen die wat duurder was uitgevallen en dat hij om diereden, een financiële reden, het gaspedaal in die periode wat meer heeftingedrukt dan in andere periodes. Als ik de Minister zo volg, dan is dateen legitieme reden om dat te doen, namelijk een financiële reden zoalswij die hier in de Kamer en vanuit het kabinet benoemen, omdat er andersbepaalde dingen niet betaald kunnen worden. Dat geldt ook voor dezepakketbezorger, want hij kan zijn keuken anders niet betalen. Wat zegt deMinister tegen deze pakketbezorger? Zeggen we dan ook: we schelden dieboete kwijt, omdat hij anders financieel niet rondkomt en zijn keuken nietkan betalen?Minister Van Weel:Het is wel heel vreemd dat iemand denkt dat hij harder mag rijden dan wijmet z’n allen hebben vastgelegd in de wet, omdat hij de keuken die hijgekocht heeft niet kan betalen. Absoluut niet, zou ik willen zeggen. Ik hoopdat hij geleerd heeft dat die keuken nog onbetaalbaarder wordt als jemaar ongeremd op het gaspedaal duwt. Die regels zijn er niet voor niks.We hebben het hier over de hoogte van de boetes. Dat vind ik terecht.Laten we het feit dat je boetes krijgt alsjeblieft in stand houden, want wezien nog steeds een enorm aantal verkeersdoden. We zien de hufters in degrote steden. We zien mensen met 80 kilometer per uur door eenwoonwijk scheuren; ik woon vlak bij zo’n weg. Wat mij betreft houden wedie sancties dus in stand.De heer El Abassi (DENK):Het is opmerkelijk dat de Minister dat vreemd vindt. Ik vind dat nietvreemd. Ik vind het vreemd dat het kabinet zichzelf niet aan de regelshoudt die we samen hebben afgesproken, namelijk dat boetes nietdisproportioneel mogen zijn, dat ze moeten dienen voor de verkeersvei-ligheid, dat ze dienen om gedrag te veranderen en niet, zoals de Ministernet letterlijk noemt, om de staatskas te spekken. Dat zijn niet de regels diewe hier samen hebben afgesproken. Ik zou de Minister willen vragen of hijwel beseft dat hij naar deze burgers wijst, ze zelfs hufters noemt, terwijlhet hufterige gedrag eigenlijk vanuit hier, vanuit het kabinet, komt.Minister Van Weel:Ik weet niet hoe dit filmpje geknipt gaat worden. Het maakt me eigenlijkook allemaal niet zo veel uit, meneer El Abassi. Weet u, mensen moetenzich aan de wet houden. Het feit dat u het hier opneemt voor mensen diewillens en wetens de wet breken en daarmee een gevaar veroorzakenvoor de gezondheid van anderen, werp ik verre van mij. Daar zal ik nooitachter staan. Wij hebben het over overtredingen die zijn begaan. Diezullen bestraft worden. Het enige waar we het over hebben gehad en watbespreekbaar is, wat mij betreft, is de disbalans die in het verleden tussenverkeersboetes en overige sancties is geslopen. Nogmaals, dat kun je optwee manieren opheffen. Dat kan ofwel door het ophogen van die overigesancties ofwel door het verlagen van de verkeersboetes ofwel door eenandere distributie. Het is niet automatisch gezegd dat dat moet resulterenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106618 in het verlagen van die verkeersboetes, al zijn ze wel hoog. De allerbesteremedie tegen deze hoge verkeersboetes is je gewoon aan de wethouden.De voorzitter:Dan wil ik voorstellen dat de Minister doorgaat met zijn reactie. Dank u.Minister Van Weel:Laat ik onder het kopje boetes ook nog even het voorbeeld van de heerEllian vervatten. Dat voorbeeld ging over de moeder van een verkeers-slachtoffer en de boete van € 1.500 voor de dader. Ik kan nooit ingaan opindividuele gevallen. Het is wel zo dat verkeersongevallen heel veelcomplexe aspecten kunnen kennen. Het is zeker niet zo dat elk dodelijkongeval in dezelfde mate verwijtbaar is aan de bestuurder. Nogmaals, ikweet niet wat er in dit geval gebeurd is. U vertelt dat er een vervolging isingesteld. Ik ga er dus van uit dat het OM alle verschillende aspecten vandeze casus zal wegen en dat het recht zijn beloop gaat krijgen. Dat is welwat we vaak zien. Het is natuurlijk altijd te betreuren als er bij verkeers-ongevallen dodelijke slachtoffers vallen. Dat zijn er helaas veel te veel.Dat was het blokje boetes, voorzitter. Althans, dat was het voor mijn deel.De voorzitter:Dan onderbreek ik u even, want er is een interruptie van mevrouw Abdi.Gaat uw gang.Mevrouw Abdi (PRO):Het is goed om te horen dat de Minister die disbalans ziet en dat hij zegtdat hij daar serieus naar wil kijken. Ik heb een specifieke vraag. Ik vroegnatuurlijk naar de verhouding tussen de ernst van het feit en de hoogtevan de boete. Kan de Minister toezeggen dat er inderdaad wordt gekekennaar die wettelijke grensbedragen en überhaupt naar een soort heroriën-tatie van alle feiten, omdat dat heel lang niet heeft plaatsgevonden? Is deMinister bereid om daar ook naar te kijken? Kan hij dat toezeggen?Minister Van Weel:Dit nemen we ook mee in de wetsevaluatie. We zullen ook in gesprek methet OM treden om te kijken hoe er meer balans kan worden gevondentussen die twee sanctiestelsels, dus tussen de wet-Mulder en deOM-sancties.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Van Weel:Dan kom ik op de motorbendes, de civiele verboden en de vraag of we deexpertise niet missen. Nee, de expertise is geborgd, zeg ik. De landelijkeen regionale expertisecentra tegen ondermijning spelen daarin eenbelangrijke rol. Zij houden natuurlijk ook het karakter van dit soort clubs inde gaten, die allang niet meer de Hells Angels van toen zijn, maar weer inhele andere verschijningsvormen opgeld doen. Er is ook voldoendecapaciteit in de regio om de civiele verboden daarop te handhaven. Datgebeurt ook op het moment dat die verboden worden overtreden. Weblijven daar dus prioriteit aan geven. Het klopt dat ze steeds vakeruitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dat scheelt natuurlijk eenhoop tijd in dit soort lange processen. Sinds 2022 hebben we twee zakengezien waarbij dat concreet is gebeurd. Een zaak was die van de Hardli-nersmotorclub in 2024. De andere zaak was in 2025 en betrof een bedrijf,Jet Air, dat vliegtuigonderdelen naar Rusland exporteerde. Er wordt duswel degelijk gebruik van gemaakt. Het heeft effect. Het heeft ook impactop de doorlooptijden: waar we bij de Hells Angels hebben gezien dat dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106619 nog 41 weken was, was die bij de Hardliners 27 weken. Dat helptnatuurlijk enorm bij het verbieden.Ik moet u eerlijk zeggen dat dat ook de reden is dat ik in mijn beleidsbriefheb aangekondigd dat ik onderzoek doe naar de mogelijkheden voor eenbestuursrechtelijk verbod, waarbij ik wel breder wil kijken naar sommigegevallen waarin je acuut een gevaar voor de nationale veiligheid zietontstaan vanuit een organisatie. De route via artikel 2:20 van het BurgerlijkWetboek is soms lang en omslachtig, omdat die vaak gericht is oporganisaties waarbij er over een langere tijd, met een cumulatie vanstrafbare feiten, een strafrechtelijk dossier ligt, waarmee je uiteindelijk eenrechtszaak kan voeren. We zien ook af en toe organisaties opkomen ofoverwaaien vanuit het buitenland die bijvoorbeeld gelieerd kunnen zijnaan een terroristische organisatie in het buitenland. We willen in iedergeval kijken hoe we in navolging van de landen om ons heen, zoalsDuitsland, Frankrijk, maar sinds kort ook België, daar sneller op kunnenacteren. To be continued. U vroeg daar niet naar, maar ik geef het u welmee.Dan kom ik bij de overlast. Mevrouw Faber vroeg daar terecht aandachtvoor. Ik ben zelf langs geweest in Zandvoort. Het was gelukkig eenregenachtige dag, dus ik kon ongestoord de paviljoenhouders, de boa’s ende agenten van hun werk houden. Ik heb daar gesproken met allebetrokkenen. Het is schrijnend. Het was voor mij ook opvallend om teleren dat dit inderdaad een fenomeen is dat altijd in die eerste mooieweekenden van het jaar gebeurt en dan weer uitdooft, omdat mensen opvakantie gaan. Het is dus echt bepaald gedrag dat, hoe schadelijk ook,beperkt is in de tijd. Dat maakt het niet minder schadelijk. De strandpavil-joenhouders zeggen dat het lijkt alsof mensen denken dat ze in een soortvrijstaat zijn gekomen op het moment dat ze hier aankomen met de treinof de auto en dat ze alle normale regels die thuis, in hun eigen wijk of inhun eigen stad gelden van zich af kunnen gooien en kunnen losgaan ophet strand. Dat uit zich in provocerend gedrag. Het uit zich in, zoals u zegt,het lastigvallen van andere gasten en in met z’n twintigen aan een tafelgaan zitten en één cola bestellen. Het is dus echt niet altijd strafbaar, maarhet is wel irritant gedrag. De politie merkt daarbij op dat ze ook op desnelweg zien dat iedereen om hen heen 100 rijdt, totdat ze er eenkilometer voor of achter gaan zitten, want dan zien ze in een keer een heelander patroon. Het is dus ook lastig om deze mannen op heterdaad tepakken voor strafbaar gedrag, want ze vertonen het gewoon niet als deboa of de politie langsloopt. Wat doe je daar dan tegen? De burgemeestervan Zandvoort heeft nu een aantal maatregelen genomen die echt weleffect hebben gehad, bijvoorbeeld het aanwijzen tot veiligheidsrisico-gebied. Daarbij zagen ze dat het feit dat je dan preventief kunt fouillerenen mensen kunt wegsturen ook een afschrikwekkend effect had. Mensenkwamen daar daadwerkelijk in kleineren getale heen of keerden om. Datwas natuurlijk het gedrag dat de bestuurder daar wilde bereiken. Dat isniet het gedrag dat een bestuurder van een badplaats überhaupt wilbereiken. Die wil namelijk net als de paviljoenhouders dat het druk is,maar dan wel op een beheersbare manier en met klanten waar ze opzitten te wachten.Je kunt zo’n veiligheidsrisicogebied nooit permanent maken; dat laat deGemeentewet ook helemaal niet toe. Deze burgemeester heeft echter welhet idee om te kijken of hij een temperatuurgerelateerde noodverordeningkan instellen in bepaalde periodes in het jaar. Dat gaat dan om hetvoorjaar, de eerste mooie dagen, en het najaar, op het moment datiedereen terugkomt van vakantie. Dat zijn namelijk de pieken. Dat isinteressant en we gaan kijken of dat juridisch mogelijk is. Dan heeft hij inieder geval een middel waarmee hij ook aan de voorkant kan zitten en niethoeft te wachten tot er een avond van alles gebeurd is voordat hij datdoet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106620 Mevrouw Faber (PVV):Ik dank de Minister voor de beantwoording. Het is natuurlijk wel zo dat jeeen veiligheidsrisicogebied altijd van tevoren kan instellen. Dat kangewoon voor een jaar, volgens de regels. Ik wil niet zeggen dat je hetgelijk voor het hele jaar moet instellen, maar ik kan me voorstellen dat jehet voor het zomerseizoen in ieder geval wel instelt. Ik vraag me afwaarom dat niet gebeurt, want je ziet het al van verre aankomen. Dit is aljaren gewoon staande praktijk. Dan is het nog zo dat er camera’s en eenextra politiepost zijn geplaatst. Waarom worden de beelden van diecamera’s niet gebruikt om de daders op te sporen? De Minister geeftterecht aan dat de strandtenthouders ook publiek willen hebben, maar opdit publiek zit je niet te wachten en daardoor blijft het goede publiek, datwel graag in jouw strandtent wil zitten en wel een bestelling plaatst,gewoon weg.Dat waren mijn vragen. Ik wil er wel nog een paar verzinnen, maarvolgens mij ...Minister Van Weel:Waar strafbare feiten worden gepleegd en waar camera’s behulpzaamkunnen zijn bij de opsporing en het aanhouden van mensen, gebeurt dat.Waar strafbare feiten worden geconstateerd, ofwel door boa’s, ofwel dooragenten, wordt daar ook tegen opgetreden. Waar strandpaviljoenhoudersstrafbare feiten constateren in hun zaak, hebben zij ook een portofoonwaarmee zij direct verbinding hebben met de politie, zodat die daar kankomen optreden. Een heleboel van het gedrag dat we hebben gezien, isechter hoogst irritant, maar niet altijd strafbaar. Denk daarbij aan luidpraten en met ziektes schelden op een terras. Je gaat daar als gezin nietmeer naast zitten, dus dat is voor een strandpaviljoenhouder verschrik-kelijk. Zeker als er op een gegeven moment wat drank in de man is,gebeurt dat. Er zijn ook paviljoenhouders die zeggen: om 16.00 uur ga ikdicht of laat ik geen vrouwen of meisjes meer lopen op het terras. Dat isverschrikkelijk, maar de politie is niet altijd de oplossing hiervoor.Dat is denk ik waar de strandpaviljoenhouders met de politie en met deburgemeester naar kijken: wat zijn nou de maatregelen die we kunnennemen om te zorgen dat dit soort mensen niet in hele grote hordes zo’nbadplaats overspoelt? En nogmaals, dit was voor mij echt een les: hetspeelt niet in juli en augustus, het is echt in het voorseizoen en hetnaseizoen dat dit ineens tot uiting komt en mensen denken dat er geengrenzen bestaan. Nou, die bestaan wel en die handhaven we ook.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik mevrouw Faber nog even het woord voor eentweede interruptie.Mevrouw Faber (PVV):De Minister geeft aan dat er geen strafbare feiten werden gepleegd, maarer werd wel een beveiliger met een parasol in zijn gezicht gestoken, erwerden vrouwen lastiggevallen, er waren vernielingen. Dat zijn volgensmij gewoon zaken die helemaal niet pluis zijn. Dat kunnen we dat wel heelmakkelijk afdoen met «ja, de politie is niet overal de oplossing voor»,maar wie is dat dan wel? In feite is het natuurlijk wel zo dat de politiegewoon de taak heeft om te handhaven. Dat kan natuurlijk ook insamenwerking met de boa’s.Dan heb ik ook nog de volgende vraag. Er zijn camera’s; waarom wordendie beelden in Zandvoort dan niet gebruikt? Of staan die camera’s uit enstaan ze er alleen maar voor Jan Jurk? Dan zeg ik het nog netjes.Minister Van Weel:Ik heb geen enkele indicatie dat camera’s niet gebruikt worden voor deopsporing van strafbare feiten. Dat gebeurt in elke stad. Het is gewoonTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106621 aan het lokale gezag om dat te doen. Ik kan niet bedenken waarom dit nietgebruikt zou worden. En als dat zo is, dan zou ik daarover een vraag aande burgemeester stellen, want hij heeft die mogelijkheden gewoon wel.Als ik zeg dat de politie niet overal de oplossing voor is ... Natuurlijk is depolitie de oplossing voor de handhaving en voor de opsporing vanstrafbare feiten, maar ik duidde er net al op dat veel van dit soortgedragingen niet per se strafbare feiten zijn. U noemde net een aantalstrafbare feiten, namelijk vernielingen of mishandeling, maar lang nietalles is een strafbaar feit. Dat bedoel ik daarmee. Natuurlijk handhaaft depolitie op strafbare feiten.Onder dit kopje ga ik heel kort in op de zaak van de Nederlandse visboer.Die zaak is onder de rechter. Het helpt niet als ik daarop reageer. Ik reageerniet op individuele zaken, en niet op dit moment. Daar is de zaak niet meegeholpen en de visboer ook niet.Mevrouw Faber (PVV):Ik begrijp de scheiding der machten. Ik snap ook wel dat de Minister nietgraag wil ingaan op een zaak die onder de rechter ligt. De Minister zouwel kunnen reageren op bijvoorbeeld de vraag of je hem zou willenvoordragen voor een lintje.Minister Van Weel:Nou, dat was ik niet voornemens op dit moment, en ook ... Er is altijd weleen collega te vinden die het dan anders doet, zeg ik tegen de heerSneller.De heer Sneller (D66):Zou u de voordracht tekenen?Minister Van Weel:Nee. Ook dat zou ik op dit moment trouwens zien als een inmenging ineen zaak die onder de rechter ligt. Dat doe ik dus niet.Voorzitter. Ik ga in op het onderwerp confiscatie. Daar zijn een hoopvragen over gesteld, en terecht. Ik denk dat we in Nederland lang naïefzijn geweest over de spilrol die wij vervullen in de internationaledrugswereld. Dat zijn we allang niet meer. We zijn grofweg tien jaargeleden begonnen met het aanpakken van de grootste netwerken,waaronder dat van Taghi, maar kort daarna ook dat van Bolle Jos, iemandwaar we natuurlijk nu nog achteraan zitten. Daarna hebben we beslotenom heel veel werk te maken van het verhogen van de weerbaarheid tegendeze internationale drugshandel, door het dichtzetten van onze havens,onze luchthavens en kwetsbare plekken, zoals bloemenveilingen, maarook door personeel minder kwetsbaar te maken voor deze criminelen. Devolgende stap is absoluut het geld. Dat heeft de volle aandacht van hetOM. Laten we eerlijk zijn: ook Bolle Jos is veroordeeld tot een boete van96 miljoen euro. Dat wil nog niet zeggen dat die meteen vandaag op mijnbegroting staan, zeg ik er dan maar bij tegen de heer Ellian. Dit is dus eenveelkoppig monster, ook al omdat de constructies die voor witwassenworden gebruikt uiterst geraffineerd zijn. Het Dreigingsbeeld Onder-mijning Nederland, dat ik vorige week in ontvangst heb genomen, geeftdaar een schokkend inzicht in.Nou, laten we maar teruggaan naar het voorbeeld van de keuken. Ubestelt een keuken bij IKEA, maar u heeft geen zin om die op te halen of uheeft daar niet de capaciteit voor, ook niet om die te installeren. U zoektdus online naar een bedrijfje dat dit voor u kan doen. Zij halen die keukenbij IKEA op met een busje, komen bij u thuis en zetten die bij u in elkaar. Ubetaalt daarvoor. U krijgt daar een factuur voor en het lijkt allemaal inorde. De kans is echter best wel groot dat dit soort bedrijfjes eenconstructie met meer lagen hanteert. De eerste, de tussenhandelaar die uziet, lijkt helemaal legitiem, maar uiteindelijk is bij de uitvoering sprakeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106622 van arbeidsuitbuiting, wordt het personeel zwart betaald of krijgt het eenveel lager bedrag. Dat zwart geld wordt gebruikt om uiteindelijk het werkte doen op een manier die je eigenlijk niet zou moeten willen, terwijlondertussen via de factuur en uw betaling het witwassen geschiedt.Het kost enorm veel tijd en effort om in dit soort constructies te duiken endat boven water te krijgen, maar dat lukt wel. Denk alleen maar aan wat erin Zaanstad is gebeurd met glazenwassers en hoe lokale bestuurders daartoch een antwoord op weten te vinden. De vermenging van de boven- enonderwereld is geslaagd, zou ik willen zeggen; die is overal om ons heen.Er is eigenlijk geen bedrijfstak waar je die niet in vindt. Ik lees dat er eenhoop ophef is over Philip Morris – laat ik dat dan nu ook maar noemen –die zich mengt in een experiment met het telen van wiet. Ja, er zijnslechtere aandeelhouders te bedenken. Door de constructies die daarvoorgebruikt worden, vergt het ontzettend veel recherchewerk om dat op tesporen.Daarbovenop zien we ook nog eens de internationale component. Zekerde grotere netwerk en de grotere jongens daarin zoeken natuurlijk naarparadijzen waar helemaal geen wetgeving is om te confisqueren ofwaarmee wij in ieder geval niet samenwerken. Dat maakt de interna-tionale samenwerking zo belangrijk. De VAE zijn daar, denk ik, een heelgeslaagd voorbeeld van. Daarmee hebben wij niet alleen een uitleverings-verdrag afgesloten, waardoor zij daar in fysieke zin niet meer veilig zijn,maar daarmee werken wij ook steeds beter samen om ook het geld af tekunnen pakken dat veroordeelde drugscriminelen daar hebben gestald.Ook de VAE werken daaraan mee, want uiteindelijk wil een land niet dereputatie hebben het afvoerputje te zijn voor de criminelen van de wereld.Zo weten we dat er ook een hoop geld in Marokko wordt neergezet.Marokko is nu bezig met het herzien van zijn confiscatierichtlijnen – datsteunen we van harte – zodat het makkelijker wordt om dat geld over tehevelen, bijvoorbeeld naar het buitenland, naar ons.Wij zijn ook zelf bezig met de Confiscatierichtlijn. Dat werd al door eenaantal van u genoemd. Die ligt op dit moment bij de Raad van State.Daarmee implementeren we de Confiscatierichtlijn na lange tijd – ik zeghet eerlijk tegen de heer Sneller. Er zijn veel pogingen gedaan, maar het istelkens gestrand. Toen de Europese Confiscatierichtlijn in beeld kwam, isbesloten om daarop te wachten en die te implementeren. Daarmee gaathet inderdaad makkelijker worden om geld af te pakken van criminelen,ook als zij nog niet veroordeeld zijn voor het plegen van strafbare feiten.Dat is de kern van de Confiscatierichtlijn. Dat komt dus aardig dicht in debuurt van comply or explain: hoe komt u aan deze Ferrari? Als het OMaanleiding heeft om te denken dat het aannemelijk kan maken dat er daarcrimineel geld is, dan kan daar dus beslag op worden gelegd.Ik vind dat heel belangrijk. Dat is de signaalwerking. Als ik in de wijken enbuurten kom waar deze problematiek speelt, dan zie ik gouden Tesla’s ofenorme SUV’s staan voor sociale huurwoningen met camera’s aan demuur. Ik heb het al eerder gezegd: het is vaak postcodegerelateerd. Helaaswordt de kans dat je in aanraking komt met ondermijnende criminaliteitbeïnvloed door waar je wieg staat; dat maakt uit. Iedereen in zo’n wijkweet dat. Zolang de overheid daar niets aan doet of niets aan kan doen, iszij haar geloofwaardigheid als rolmodel en voorbeeld voor een beteretoekomst aan het verspelen. Dan gelooft men namelijk dat dat de snelsteweg is naar geluk, veiligheid en geld. Dat moeten we doorbreken en daarhoren zowel het afpakken van vermogen in zo’n wijk als de 96 miljoen vanBolle Jos bij. Ik denk dat dat minder is dan zijn maandinkomen, dus daarkan nog wel wat bij. Dus dat zullen we doen.Dat dit een onvolkomenheid is, heeft te maken met een vrij hoge ramingdie al jaren op mijn begroting staat. Die is gerelateerd aan hele grotezaken die er toen met banken zijn geweest. Die heb je niet elk jaar en dieworden zeker niet elk jaar betaald, ook al heb je wel zo’n vonnis overcriminelen. Ik vind die raming dus gewoon te hoog. Dat helpt ons ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106623 niet. De ambitie moet hoger, maar dat geldt niet per se voor het bedrag opde begroting.Voorzitter. Ik kom bij het kopje overige.De heer Sneller vroeg naar de oriëntatiepunten voor de rechtspraak,bijvoorbeeld bij milieudelicten. Ik kan die niet beïnvloeden. Dat past nietbij de scheiding der machten. Het is echt aan de rechter om de op teleggen straf vast te leggen, maar het is ook aan de rechtspraak zelf om deoriëntatiepunten vast te leggen. Wat ik wel regelmatig doe – ik heb datvan de week nog gedaan over de 200%-eis bij geweld tegen hulpverleners– is het gesprek aangaan met de rechtspraak, met het OM: wat vinden wehiervan, wat constateren we, wat zijn de oorzaken die jullie hiervanvinden? Dat wil ik ook met alle liefde op dit onderwerp doen.Wat is er de afgelopen vier jaar dan gebeurd naar aanleiding van hetrapport van het WODC? De afgelopen jaren is met het interbestuurlijkprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving ondercoördinatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hardgewerkt om de integrale aanpak van milieucriminaliteit te versterken.Daarbij gaat het om de versterking op het gebied van de vergunningver-lening, het toezicht en de handhaving. Nou, het zit al in de naam.Ook is gewerkt aan een bijdrage van het strafrecht aan het effectieverbestrijden van milieucriminaliteit, onder andere door het formaliseren vande Strategische Milieukamer, het verbeteren van de inrichting van depolitiemilieutaak en door de implementatie van de nieuwe milieurichtlijn.In het kader van dat laatste, dus de nieuwe milieurichtlijn, wordt jaarlijks3 miljoen structureel geïnvesteerd in de versterking van de aanpak, onderandere om het High Impact Environmental Crime-team van de politie teversterken. Maar het rapport laat ook zien dat we er nog niet zijn. Dieconclusie deel ik dus. In de beleidsreactie zullen we daarop terugkomenen aangeven wat we daarbovenop nog kunnen doen.Dan de genealogische databanken. De pilot loop op dit moment. De vraagvanuit die pilots is: kan dit zonder een aanvullende wettelijke basis? Ikdenk dat dit de hoofdvraag is die erachter ligt. Het is een erg onderzoeks-intensieve methode, vandaar dat we iets langer de tijd nemen voor depilot, om te kijken of we daar echt resultaten uit kunnen halen. We willenhet ook zo zorgvuldig mogelijk doen, om aan te tonen dat we hiermee welbinnen de grenzen blijven van privacywetgeving.Ten slotte de moties van de heer Ellian over tipgeld. Daarna zal ik nogtwee woorden wijden aan Israël. Ja, dit kan al en het gebeurt ook. Maarhet OM is daarbij vaak in the lead. Het OM komt ook naar mij toe met hetverzoek om in uitzonderlijke gevallen ofwel onder de radar in bepaaldecircuits, ofwel boven de radar in het openbaar, bedragen te verhogen.Daar stem ik dan ook gaarne mee in. Dat is iets anders dan dat ik hetopleg aan het OM. Zij weten echt vanuit het onderzoek wat zij denken dateffect kan hebben op de mensen die je probeert te bereiken met wattipgeld.Uw tip om Opsporing Verzocht in te zetten in het geldelijke domein neemik graag mee. Ik ben gaarne bereid om ernaar te kijken of daar muziek inzou kunnen zitten.De heer Ellian (VVD):De Minister gaat nog twee woorden wijden aan Israël, dus daaruit leid ikaf dat hij bijna aan het einde van zijn beantwoording is. Fijn dat deMinister bereid is om te kijken naar Opsporing Verzocht voor het afpakkenvan vermogen. Dan die 96 miljoen van Bolle Jos. Ik hoor het de Ministerzeggen. Ik vind het echt goed dat hij uitstraalt «we komen achter jullieaan». 96 miljoen. Die vangst in Spanje laatst was 1 miljard. Dat is eenbeetje het probleem. Als we al afpakken, is het weinig en in het grotegeheel der dingen staat het nog niet helemaal in verhouding. Maar latenwe alles doen wat we kunnen doen. Dat is ook waarom ik zo hecht aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106624 Opsporing Verzocht in een nieuw jasje, waarbij je het publiek erbij betrekten laat zien: het mag niet lonen.Als het gaat om het tipgeld, zou ik niet willen dat ik nog een derde motiemoet indienen. Ik snap het, maar wat de samenleving echt niet snapt, is:je zet allemaal figuren op die lijst en dan staan er bedragen bij, € 15.000 of€ 20.000. Dat gaat nergens over. Ik weet hoe het werkt. Ik weet dat er ookheimelijk van alles mogelijk is. Daar moeten we hier niet over praten. Hetenige wat ik vraag, is: kun je dan niet voor een aantal personen dat bedragverhogen? Er is geen crimineel die hiervoor verraden gaat worden. Danmoet je, zeg ik in alle eerlijkheid, ook niet meer op die manier grotejongens op de opsporingslijst zetten. Het slaat nergens op. Het bedrag enwat ze hebben gedaan liggen veel te ver uit elkaar. Als een jongen voor€ 3.000 een aanslag op een synagoge wil plegen, gaat toch niemand voor€ 15.000 een grote crimineel verraden? Ik vraag dus nogmaals aan deMinister: is er nou niet iets mogelijk? Die 1 miljoen was misschien watoverdreven. Misschien ook niet. Maar dit zijn zulke lage bedragen, wil deMinister daar nog een keer naar kijken?Minister Van Weel:Ik ben sowieso gehouden om nog schriftelijk terug te komen op uwmoties, dus dat zal ik doen. Ik ben altijd bereid om ernaar te kijken.Nogmaals, er is geen budgettaire reden om het niet te doen. Ik vind weldat we het vanuit de inhoud beredeneerd moeten kunnen doen. Daarvooris voor mij van belang dat het OM en de politie hier brood in zien en ereffect van verwachten. Dat is wat ik ga meewegen in de komende periodeen dan kom ik terug met een brief in antwoord op uw motie, na de zomer.De voorzitter:Dat is een toezegging van de Minister.Minister Van Weel:Ik heb nu al last van al mijn toezeggingen van voor de zomer. Daar ben iknu al elk weekend veel tijd aan kwijt. Er moeten ook nog dingen na dezomer.De heer El Abassi had het over Nederlanders in vreemde krijgsdienst. Hetis niet verboden om je als Nederlander aan te sluiten bij een krijgsmachtvan een ander land. Dat geldt ook voor de IDF. De enige uitzonderingdaarop is als men actief Nederlands militair is. Dan zul je daarvoortoestemming moeten krijgen. Die wordt hoogstwaarschijnlijk nietverleend, omdat je een actief dienende Nederlandse militair bent. Andersdan dat geldt voor Nederlanders in vreemde krijgsdienst hetzelfde alsvoor Nederlanders wereldwijd. Misdrijven, ook oorlogsmisdrijven, kunnendoor ons vervolgd worden op het moment dat daar sprake van is. Op ditmoment hebben wij geen zaken lopen tegen Nederlanders van wie eraanleiding is om te veronderstellen dat zij oorlogsmisdaden hebbengepleegd dan wel dat iemand aangifte tegen hen heeft gedaan. Dat is destand van zaken.De voorzitter:Daarmee bent u aan het einde gekomen van uw inbreng in eerste termijn.Dan wil ik graag het woord geven aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Bruggen:Voorzitter, hartelijk dank. Ook ik heb geen inleidende spreektekst, wantgelet op de diversiteit – ik zag het natuurlijk al wel op de convocatielijst –kan ik het beter in blokjes doen. De blokjes die ik heb zijn: de inning vande verkeersboetes, waar verschillende vragen over zijn gesteld, derecidive en de risicotaxatie, de algoritmes bij de reclassering en de casusvan de heer Singh. Bij dat laatste zeg ik meteen dat we in feite niet ingaanop individuele casuïstiek. Hierbij zijn we echter met elkaar een wegTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106625 opgegaan, waardoor ik dat in dit geval nog wel even doe. Daarna ga ik inop de andere belangrijke onderwerpen, oftewel: overig.In zijn algemeenheid geef ik wel even een reflectie op de verkeersboetes.Ze hebben al enige tijd de aandacht, zowel van de Kamer als van demedia. We weten natuurlijk dat de Hoge Raad zich nog gaat buigen overde ophogingen, want die ophogingen van 50% en 100% zijn gewoon fors.Zoals de Minister terecht al aangaf, ga ik gelet op de financiële dekkingniet vooruitlopen of nu al anticiperen op de adviezen die we óók van deRaad voor de rechtspraak en het CJIB zelf krijgen. Dat kan ook niet, maarer zijn natuurlijk maatregelen die we wel kunnen nemen. Soms is datbudgetneutraal best te organiseren, maar soms gaat dat ook net nietbudgetneutraal. Daarop zal ik terugkomen in mijn antwoord op de vragendie daarover vooral door mevrouw Straatman en mevrouw Abdi zijngesteld.Ik hecht eraan te vermelden dat de inning van de verkeersboetes over hetalgemeen wel heel goed verloopt. Ruim 80% van de mensen die eenboete krijgen, betaalt die boete gewoon binnen de gestelde termijn. Derecente evaluatie van de wet-Mulder heeft bevestigd dat het stelsel in hetalgemeen goed werkt. We moeten dus nagaan hoe we de verkeersboetesop een goede manier kunnen blijven innen. De uitspraak van de HogeRaad nemen we daar natuurlijk in mee. Na de zomer komen de Ministeren ik daarop terug.Dan ga ik in op de meer specifieke vragen die in dezen gesteld zijn over demaatschappelijke kosten-batenanalyse, die je hier ook op los kunt laten:«Welke stappen zet u dan eigenlijk? We zien immers dat de maatschappe-lijke kosten en baten uit balans zijn geraakt.» De Hogeschool Utrecht heeftdaar in 2024 al onderzoek naar gedaan. Daar is in de rondetafel ook opgereflecteerd. Dat heb ik in ieder geval gezien. Ik denk dat terecht isgeconstateerd dat we dan vooruitlopen op 8,5 miljard aan maatschappe-lijke kosten die we anders zouden willen besteden. Daar moeten we dusgoed naar kijken. Gelukkig doen we dat ook. We zijn met het Ministerievan Sociale Zaken en Werkgelegenheid echt aan het kijken naar de bredeschuldenproblematiek en de inning van die schulden. Daarnaast is in derondetafel over (verkeers)boetes en oplopende betalingsproblemengesproken over de maatschappelijke kosten van 750 miljoen per jaar diespecifiek gerelateerd zijn aan verkeersboeteschulden.Ik moet wel zeggen dat het natuurlijk niet alleen maar gaat om eenmaatschappelijke kosten-batenanalyse. We hebben immers een syste-matiek en boetes voor het geval iemand een overtreding begaat – iemandrijdt bijvoorbeeld te hard. 80% van hen houdt zich daar gewoon aan, zoalsik net al zei. Komen mensen in hardvochtige situaties terecht, dan zijn erecht mogelijkheden om daar op een passende manier mee om te gaan.Dat heb ik zelf gezien toen ik bij het CJIB heb meegekeken en meege-luisterd naar gesprekken die gevoerd werden met mensen die belden ombijvoorbeeld een betalingsregeling te treffen. Volgens mij gaan we daarop deze manier, binnen de middelen die we beschikbaar hebben voor hetsysteem, zo goed mogelijk mee om.Aanvullend daarop willen we bekijken of we de ondergrens van debetalingsregeling, die nu € 75 is, omlaag zouden kunnen doen. Daaroverben ik met het CJIB in gesprek. We zeggen dus eigenlijk: zodra je bovende grens van € 75 komt, kom je voor een betalingsregeling in aanmerking,maar misschien kunnen we kijken naar een lager bedrag. Alles moet welop een budgetneutrale manier worden ingevuld. Dat is wel hetuitgangspunt. Doen we dat niet, dan moeten daar natuurlijk middelenvoor beschikbaar worden gesteld en dat is op dit moment gewoon lastig.Dan heel specifiek over de ophogingen en het disproportioneel zijn.Mevrouw Abdi vraagt daarom of ik kan toelichten wat er nodig is voor eeneerlijker systeem. In het verleden is door mijn voorganger, de Staatssecre-taris Rechtsbescherming, al een uitwerking van verschillende scenario’svan de verlaging gepresenteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106626 De voorzitter:Mevrouw de Staatssecretaris, mag ik u even onderbreken? Er is namelijkeen interruptie van mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik had ook nog eventjes kunnen wachten, want hetging om hetzelfde punt.Ik denk dat de Staatssecretaris terecht aanhaalt wat we in de rondetafelhebben gehoord over de 750 miljoen aan maatschappelijke kosten diedirect gerelateerd zijn aan de verkeersboetes en met name deophogingen. Dat is waar ik vooral op zou willen inzoomen. Ik hoorde deMinister zojuist heel terecht zeggen dat we ons gelukkig mogen prijzendat we een boete kennen, want dat is ook heel belangrijk in het kader vande verkeersveiligheid. Nou, dat onderschrijf ik helemaal. Mijn probleem zit’m met name in de disbalans bij die ophogingen. Het moet budgetneu-traal. Dat begrijp ik ook, want wij kunnen het geld natuurlijk niet ergensvandaan toveren. Mijn vraag is of het beleid dat we nu hebben niet eenbeetje valt in de categorie «penny wise, pound foolish». We halen hetimmers binnen op de begroting van JenV, terwijl we weten dat een grootdeel van de mensen door die verkeersboete in de schuldenproblematiekterechtkomt en we het via een andere begroting er weer uit laten vloeien.Ik ben daarom toch nog op zoek naar de potjes en naar de maatregelendie we nu nemen op andere begrotingen die ook direct raken aan dezeverkeersproblematiek. Welke zijn dat? Zou de Minister daar in het kadervan de maatschappelijke kosten-batenanalyse misschien nog op inkunnen gaan? Die beantwoording in de brief was namelijk wel heel kort.De voorzitter:Ik ga ervan uit dat uw vraag aan de Staatssecretaris was en niet aan deMinister.Mevrouw Straatman (CDA):Ja.Staatssecretaris Van Bruggen:Volgens mij kan ik een antwoord geven op het deel dat over deophogingen gaat. We hebben dit nu ingericht op basis van een verhogingvan 50% en van 100%. Het ingewikkelde is dat we goed zullen moetenkijken naar het effect ervan, of dat nu mijn begroting of een anderebegroting betreft. Dat is eigenlijk wat ik met de Minister van Sociale Zakenen Werkgelegenheid in de brede agenda aan het uitrollen ben op basisvan de eerdere analyse, het eerdere rapport: wat kost het ons maatschap-pelijk gezien dat we voor deze mensen uiteindelijk niet tijdig een passendeoplossing weten te vinden? Dat is wat we met de aanpak schuldenproble-matiek aan het inrichten zijn. Daar geldt natuurlijk exact hetzelfde voor.Het is dus niet zo dat we onze ogen sluiten voor het «penny wise, poundfoolish»-aspect. We zien zelf immers ook dat het ingewikkeld is om bijdeze hele specifieke groep uiteindelijk op tijd in te grijpen. De mogelijk-heden om dat te doen, zijn er wel. Deze mensen kunnen echt wel, als hetlukt, bellen naar het CJIB om een betalingsregeling te treffen. Hetingewikkelde is wel dat zij vaak niet door een verkeersboete alleen in deproblemen zijn gekomen. Deze mensen hebben vaak problemen die veelmeer omvatten. Dat is wat we met die bredere aanpak veel beter in beeldwillen brengen. Als wij een algemeen overzicht hebben van álle schuldendie een bepaalde persoon heeft, kunnen we ook met een gemeente kijkenwelke maatregelen getroffen kunnen worden. We moeten kijken naar eenoplossing die veel meer omvat en niet alleen maar naar: op welkebegroting komt dit binnen – ik zeg het maar even heel plat – en waar gaathet er eigenlijk weer uit?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106627 Mevrouw Straatman (CDA):Misschien nog één aanvullende vraag. Het antwoord van de Staatssecre-taris begrijp ik goed. Tegelijkertijd zijn de maatregelen die we nu nemen,ook een beetje een doekje voor het bloeden. We zien immers hoe dewet-Mulder ooit is ingericht. Sinds 2011 hebben we gigantische verho-gingen doorgevoerd. Dat het resultaat is dat mensen in de knel komen,kan dus niet helemaal uit de lucht komen vallen. Ik ben dus toch op zoek.Hoe kunnen we terug naar hoe het ooit begonnen is? In de antwoorden inde brief worden bijvoorbeeld in het kader van een oplossing naar eenbudgetneutrale route een aantal fictieve sommetjes over de administratie-kosten doorgerekend en bedragen genoemd die dat zou opleveren. Danstaat er: hierbij wordt opgemerkt dat de geïnde administratiekostenovereen moeten komen met de daadwerkelijk gemaakte administratie-kosten van het CJIB. Mijn vraag zou dus zijn: zijn dit fictieve bedragen of isdit een reële route?Staatssecretaris Van Bruggen:Nou, dat zal ik even moeten checken, want in de beantwoording van devraag ga ik ervan uit dat we een casus voorspiegelen waarin we zeggen:als er administratiekosten zijn, dan moet het ook ergens bij het CJIBvandaan komen. Richting de zomer, vanaf 1 juli, is er wel een pilot,waarbij juist de kosten voor de herinnering in eerste instantie niet inrekening worden gebracht. U ziet dat we wel aan knopjes proberen tedraaien om die effecten zo klein mogelijk te houden. Op deze heelspecifieke vraag kan ik in de tweede termijn nog wel even terugkomen bijmevrouw Straatman. Ja? Oké, dank.Dat waren de vragen die heel specifiek over de inning zijn gesteld. Dan gaik door naar de volgende vraag van mevrouw Straatman. Die ging over derecidive: «In de Kamerbrief schrijft de Staatssecretaris dat voor hetuitwisselen van gegevens een handreiking is ontwikkeld. Wat is de standvan zaken?» Een heel terechte vraag.Ja, ik kijk toch even naar de voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Abdi, een interruptie.Mevrouw Abdi (PRO):Het ging zo snel, voorzitter. Ik wilde eigenlijk nog doorgaan op debeantwoording van de Staatssecretaris over de boetes, want zij zegt weltwee wezenlijke dingen. Ze zegt «het effect, dat moeten we nog onder-zoeken», maar dat is het hele punt. Volgens mij is het effect best helder enis er geen verder onderzoek nodig. Ik merk dat ik het toch wel lastig vinddat wordt gezegd «het gaat niet om de begroting» op verschillendedingen. Het is natuurlijk wel gek dat je één overheid hebt, hè. Om eenvoorbeeld te noemen: ik liep met een gerechtsdeurwaarder mee en alleinningen kwamen eigenlijk van de overheid, met het CJIB voorop. Wehebben dan een discussie over hoe je dat tegen kunt gaan, maar hierhebben we vervolgens de discussie: ja, lastig, lastig, financiële kaders. Ikzou dus graag de concretere toezegging willen dat de Staatssecretaris ookecht in gesprek gaat met haar collega’s van Sociale Zaken over hoe hetmeer samengebracht kan worden in plaats van dat er verkokerd wordtgekeken naar dezelfde problematiek.Staatssecretaris Van Bruggen:Dat is best een heel eenvoudige toezegging, want dat doen we eigenlijk al.Het is misschien een beetje lood om oud ijzer, maar dat is natuurlijk waarwe juist ook in het gesprek met de Minister, dat we een aantal maandengeleden met elkaar hebben gevoerd, over die brede schuldenaanpak, overhoe je ervoor kunt zorgen dat je het integraal blijft bekijken en niet alleenvanuit de kokers, over hebben gesproken. Wat ik wel kan doen, is kijken ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106628 die breedte dan voldoende is. Uiteraard. Daar kan ik altijd een gesprekover aangaan, ook met de collega van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.Ik denk ook dat een aantal zaken gewoon echt loopt. Over die evaluatievan de wet-Mulder, over wat we daar precies ooit beoogd hebben en watnu het resultaat is, kunnen we na de zomer in gesprek. Daarnaast is ernatuurlijk de casus die voorligt bij de Hoge Raad. Ik denk dat het gewoonbelangrijke momenten zijn om ook weer even te herijken: wat is nou desituatie, waar kijken we naar? Ik zou echt wel in die zin willen aangevendat wij dit natuurlijk zelf ook ervaren als een ingewikkeldheid en dat weproberen om zo veel mogelijk interdepartementaal naar oplossingen tezoeken. Dat doen we bijvoorbeeld met het Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid.Ik ben ook heel blij om te horen, moet ik heel eerlijk zeggen, dat zowel ineen rondetafel als eerder ook gewoon door de overtuiging van de Kamer,en in het bijzonder van mevrouw Straatman en mevrouw Abdi, er naaroplossingen wordt gezocht. Dat is gewoon echt een manier om dit goed teblijven doen met elkaar. Het is ingewikkeld als je boetes wilt blijven innenen ondertussen ziet dat een kleine groep hier echt ontzettend veel last vanheeft. Dan moeten we kijken naar oplossingen die mogelijk zijn. Ik ben dusheel blij om te horen – dat vernam ik zo tussen de regels door – dat beidenook naar aanleiding van de rondetafel bezig zijn met het meedenken overen ideeën opperen voor hoe we dat nou op een goede en menselijkemanier kunnen doen. Tegelijkertijd hebben we te maken met de realiteit,de afwegingen die we ook tussen de ministeries interdepartementaalmoeten maken. Wees er gerust over dat wij dit gesprek ook breed voeren,in ieder geval met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.De heer Sneller (D66):Omdat het woord «interdepartementaal» is gevallen, wil ik toch één duitin het zakje doen en dat gaat precies over de doelgroep die verhoogdeopenstaande Wahv-boetes heeft en ook vanwege problematischeschulden geregistreerd is. Volgens mij zou je moeten kunnen achterhalenwelk deel van de verhogingen leidt tot meer kosten voor de Rijksoverheidop andere departementen: Binnenlandse Zaken en het gemeentefonds,door wat door gemeenten wordt uitgegeven, en Sociale Zaken. Er wordenook nog een aantal andere dingen genoemd, zoals meer ziektekosten doorstress et cetera et cetera. Dat zijn niet alleen maatschappelijke kosten,maar ook kosten voor de rijksbegroting. Daar wreekt zich dat wij toch dooreen rietje naar de begroting van JenV kijken, waardoor gevolgen voorandere begrotingen ook door Financiën niet worden meegewogen. Dusdat zou mijn suggestie zijn voor het interdepartementale overleg.Staatssecretaris Van Bruggen:Dat is zeker een suggestie die ik meeneem. Graag. Het is belangrijk om ditgesprek met elkaar te blijven voeren. In dat Nationaal ProgrammaArmoede en Schulden, waar ik net al aan refereerde, zit bijvoorbeeld datintegrale schuldenoverzicht. Dus dan ben je al met elkaar aan het kijken:waar komt nou die schuld vandaan? Kunnen we dan nog specifiekeinzoomen op die ophoging, wat nu een suggestie is? Daar zou ik vanzeggen: het is interessant om te kijken of dat uiteindelijk kan helpen in hetzoeken naar oplossingen voor deze heel specifieke groep, die echt ingrotere problemen komt en die uiteindelijk ook niet bijdraagt aan welkestaatskas dan ook omdat we er aan de achterkant ook gewoon heel veelmiddelen voor kwijt zijn.De voorzitter:Dan verzoek ik u om door te gaan met uw beantwoording.Staatssecretaris Van Bruggen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106629 Vriendelijk dank. Dan zit ik weer bij de gegevensuitwisseling. Dat gaatnatuurlijk over de handreiking die opgesteld is. Die handreiking is in hetnajaar af. Het leek alsof die al af is, maar ze is in het najaar af. Wat goednieuws is om te melden, is dat binnen de juridische kaders die er nu zijner vaak een prima convenant opgesteld kan worden tussen partijenonderling om gegevens uit te wisselen in het kader van zorg en veiligheid,maar dat het ’m vaak nog zit in onbekendheid en handelingsverlegenheidover het uitwisselen van die informatie. Ik denk dat dat onze grootsteopgave is, om daar duidelijkheid over te geven. Dat moet die handreikingook vooral doen. Dus in de volgende voortgangsbrief over de ontwikke-lingen van het gevangeniswezen zal ik dit punt heel expliciet meenemen.Dan de korte gevangenisstraffen. Ook een heel interessante en belangrijkevraag om met elkaar te blijven beantwoorden: kan de Staatssecretarisaangeven tegen welke knelpunten in de praktijk dan wordt aangelopen?Als je kijkt naar de vijf basisvoorwaarden die we proberen in de detentieop orde te brengen, namelijk wonen, een geldig identiteitsbewijs, werk,een zorgverzekering en schuldenoverzicht – dat zijn natuurlijk problemenwaar een groot gedeelte van de gedetineerden in vastzit – heb je een heelkorte tijd om dat op orde te brengen. Dus daar hebben we echt iets tedoen. Tegelijkertijd zijn er verschillende verantwoordelijkheden die jehierbij treft. Sommige gemeenten zijn van goede wil, om het maar evenzo te zeggen – daar kun je natuurlijk maatschappelijk weer verschillendnaar kijken – en zeggen: als iemand kortgestraft in detentie zit, willen weeigenlijk zijn woning voor die periode wel aanhouden. Er zijn natuurlijkook gemeenten – dat ligt binnen hun eigen handelingsbevoegdheid – diezeggen: sorry, we hebben die woningen gewoon keihard nodig. Dieruimte moet er ook op dat niveau zijn.Wat wel helpt, is dat voor de langgestraften in de wet die nu in de EersteKamer ligt, de Wet regie versterking volkshuisvesting, is afgesproken: zorgnou dat die urgentiecategorie voor die ex-gedetineerden duidelijk naarvoren komt. Dan zijn we maatschappelijk namelijk wel met de goededingen bezig. Op het moment dat iemand in detentie hard gewerkt heeftaan zijn re-integratie en hij weer op zoek is naar een woning, zullen we diedus op een bepaalde manier ook weer een plek moeten geven. Vandaardat het helpt dat in die nieuwe wet is opgenomen dat ook dieex-gedetineerden die lang in detentie hebben verbleven, binnen diecategorie zullen vallen. De zorg die uitgesproken werd – dat snap ik ookwel – door mevrouw Straatman zit ’m natuurlijk juist bij die kortgestraften,waarbij de periode dat je bezig kunt zijn met die vijf randvoorwaarden omweer een goede start te maken kort is. Daar hebben we in het verledeneen bestuurlijk akkoord over gesloten met gemeenten en de reclassering.Ik kan in ieder geval hier wel al zeggen dat in ons actieplan gevangenissenook dat bestuurlijk akkoord weer wat gereanimeerd gaat worden, omdathet belangrijk is dat gemeenten ook goed bediend kunnen worden doorDJI om daar in korte tijd goede stappen in te zetten.Dat was het blokje recidive. Dan ga ik door naar het inspectierapport overde algoritmes, het algoritme OxRec om het maar even heel specifiek tezeggen. Dat was een vraag die door mevrouw Abdi is gesteld. Het blijfteen ingewikkelde casus. Een advies, zoals een risicotaxatie-instrument,bevat uiteindelijk verschillende onderdelen. OxRec is een onderdeel vande brede risicotaxatie, maar het menselijke oordeel is altijd het finaleoordeel geweest. Natuurlijk is het zo dat op het moment dat je een advieskrijgt vanuit een bepaald onderdeel, in dit geval OxRec, dat wordtmeegewogen. Wat niet te doen is, is zeggen hoe anders het menselijkeoordeel was geweest dan wat we nu kunnen inschatten. Daarom is hetdus lastig om daar met terugwerkende kracht iets van te vinden.Wat we natuurlijk wel doen, is dat verbetertraject waar we ook met dereclassering over in gesprek zijn. We vinden het namelijk belangrijk om teweten hoe zwaar dat menselijke oordeel weegt. In de tussentijd zijn zijnatuurlijk vooral met hun vierogenprincipe altijd nog aan het meekijkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106630 op de oordelen die er zijn zonder dat we OxRec gebruiken. Over datverbetertraject wordt de Kamer in het najaar geïnformeerd. Daarnaast ishet goed om te zeggen – de vraag die mevrouw Abdi stelde was natuurlijkbreder – hoe we dat eigenlijk doen met toezicht op die algoritmes waar wegebruik van maken als Rijksoverheid. De Inspectie Justitie en Veiligheidheeft een doorlopende toezichtstaak hierop. Mevrouw Abdi stelde ooknog de vraag of je dan op een bepaalde manier met steekproeven kuntgaan werken. Dat vond ik interessant. Ik denk dat dat een mooie zou zijnen ik wil graag toezeggen om dat mee te nemen in het gesprek met dereclassering over de manier waarop ze nu hun nieuwe risicotaxatieme-thodiek gaan inrichten.Mevrouw Abdi (PRO):Ik hoor de Staatssecretaris zeggen: ik wil het meenemen in het gesprekmet de reclassering. We hebben zelf ook uitgebreid met de reclasseringgesproken. Kijk, het gaat wel om iets wezenlijks, dat iemand vrij rondlooptterwijl dat niet had gemoeten of dat iemand is gediscrimineerd. Wehebben onlangs ook het rapport gehad van de Staatscommissie tegenDiscriminatie en Racisme, die zegt: de overheid doet veel te weinig om datactief tegen te gaan. Dit is een goed voorbeeld, want het is niet het eerstealgoritme waarin variabelen zoals je inkomen of je buurt allemaal samenworden gepakt. Ik vind het lastig dat er wordt gezegd: dat is een mense-lijke factor, dus we kunnen dat niet onderzoeken. Ik zou in dat verbeter-traject – dat stond er namelijk niet expliciet in – veel meer aan de voorkantwillen toetsen of iets voldoet aan bepaalde voorwaarden. Dat is hier nietgebeurd, en dat is niet de eerste keer. Daar wil ik een toezegging opkrijgen, want een gesprek vind ik echt niet in verhouding staan tot wat erhier is gebeurd.Staatssecretaris Van Bruggen:Het zijn eigenlijk twee verschillende onderwerpen die we wat mij betreftnaast elkaar kunnen bespreken. Dat is de situatie bij de reclassering, dienatuurlijk gaat over hoe OxRec is ingezet, hoe we daar nu op reflecterenen wat we daar in een nieuwe methodiek ook aan zouden willen verbe-teren. Het andere punt is de doorlopende toezichttaak op algoritmesvanuit de inspectie. Ik denk dat het belangrijk is dat in dat tweede gevalvooral aan de voorkant kan worden gekeken met welk instrument eigenlijkwordt gewerkt; daar gaan we toezicht op houden en dat doen we op eenbepaalde manier. Heel specifiek wil ik graag het volgende meenemen inmijn gesprek met de reclassering. Zij zijn bezig met het ontwikkelen vaneen nieuwe methodiek. Volgens mij zijn ze op alle mogelijke manierensuperalert op hoe we dit in de toekomst gaan doen. De vraag daarbij is ofhet dan ook noodzakelijk en slim is om daar op een bepaalde manier aante kunnen werken, bijvoorbeeld door middel van steekproeven. Dat is watik kan meenemen in het gesprek. Wat ik niet zou willen doen is vooruit-lopen op hoe ze dat nu met elkaar gaan inrichten. We voeren diegesprekken immers allemaal, ook met de reclassering, en die zijn hiernatuurlijk ook ongelofelijk van geschrokken. Dat kan dus nooit debedoeling zijn. Een organisatie die goed wil kijken naar hoe we risico’staxeren voordat we mensen weer terug geleiden naar de samenleving,mag dat natuurlijk niet doen op een manier die niet bijdraagt aan degelijkheid in de samenleving.Dan kom ik toch even bij de individuele casus van de heer Singh. In mijnkorte introductie zei ik dat we daarbij een weg zijn opgegaan waar ik zelfvaak niet heel enthousiast over ben, want we gaan gewoon niet in opindividuele casussen. Tegelijkertijd hebben we hier natuurlijk met elkaarheel specifiek het gesprek over gevoerd. Mijn voorganger heeft uw Kamerin 2025 ook op de hoogte gesteld van het arrest van het hof van DenHaag, en vervolgens ook het oordeel van de Staat. Uiteindelijk is op13 maart de heer Singh weer overgedragen aan Nederland en is hij in eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106631 penitentiaire inrichting beland. Op 19 mei is er uitspraak gedaan in deomzettingsprocedure en is de Amerikaanse straf omgezet in een levens-lange gevangenisstraf hier. De heer Sneller vroeg hoe ik reflecteer op dathele proces. Ik ben op 23 februari gestart, en dit was toen een voldongenfeit. Op 13 maart is de heer Singh overgedragen. Ik denk dat het Neder-landse recht vervolgens ook zijn beloop heeft gehad. De vraag is of we ophumanitaire gronden andere overwegingen moeten meenemen. DieWOTS, dat penitentiaire instrument waarmee we dat hebben ingericht,laat ruimte voor de vraag of er binding is. Daar heeft de rechter in zijnuitspraak ook iets over gezegd, al in eerdere instantie. Die humanitairegronden worden natuurlijk meegewogen. Tegelijkertijd zijn dat ook degesprekken die je juist op een diplomatieke manier met elkaar voert. Dusals er aanleiding is om een beleidskader aan te passen – deze zaak ligt ooknog voor in cassatie – dan zal ik dat doen, maar op dit moment zie ik datniet omdat we volgens mij ook binnen dat penitentiaire instrumentvoldoende ruimte hebben om deze overwegingen, zowel qua binding alsformeel, alsook ten aanzien van de humanitaire gronden, meer opdiplomatieke manier met elkaar te kunnen wegen en te kunnen inbrengen.Dan is er nog de vraag van de heer Ellian over de nabestaanden. Dienabestaanden hebben in het proces wellicht vanuit de verantwoorde-lijkheid bij het CJIB de informatie gekregen die zij moeten krijgen. Datzullen ze in de toekomst ook blijven doen. Mochten er formele momentenzijn dat nabestaanden een plek krijgen in het proces – we weten niet of datzo gaat zijn – dan gaan we dat natuurlijk gewoon formeel en netjes metelkaar afhandelen. Dus laat dat in dit geval ook een geruststelling zijn.De laatste vraag, van de heer Sneller, gaat over de verklaring omtrent hetgedrag: kijken we ook altijd naar de omstandigheden van het geval? Het isnatuurlijk ook een eyeopener als je je realiseert dat er soms 30 jaarteruggekeken wordt als er een vog wordt afgegeven. Dat klinkt dus nietheel proportioneel. Wat mij geruststelt is dat Justis altijd naar deomstandigheden van het geval kijkt, zoals de leeftijd ten tijde van hetplegen van het strafbare feit, de afdoening van de strafzaak, het tijds-verloop en de hoeveelheid justitiële gegevens. Nu zijn we bezig met hetontwikkelen van een consistente manier van het beoordelen van derisicomethodiek voor het afgeven van die vog. De kijker thuis denktmisschien: waar gaat dit over? Om in te kunnen schatten of we eenverklaring omtrent gedrag kunnen afgeven aan een persoon en of diegeschikt is om dit werk te doen, wordt nu samen met TNO een nieuwerisicomethodiek ontwikkeld. Ik denk dat het goed is om dat af te wachten,want dat komt eind van het jaar naar ons toe. Dan kunnen we goed kijkenof we daarin de manier waarop we de proportionaliteit meenemen,voldoende plek geven.Tot zover de beantwoording van de aan mij gestelde vragen. Dank u wel.De voorzitter:Er is nog één interruptie, van de heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Ik zat even te denken: ga ik dit doen? Want soms heeft het weinig zin omeen interruptie te plegen, omdat je weet dat de bewindspersoon «nee»gaat zeggen. Toch blijft de casus-Singh mij puzzelen. Daar zijn heel veelbrieven over gestuurd, maar de bewindspersoon leidt het in met: wijpraten gewoon niet over individuele gevallen. Ik zit zo naar de overkant tekijken, naar de Minister van JenV, die niet rechtstreeks over de beslis-singen van het OM gaat. Zo is ons systeem ingericht, gelukkig maar. Hijzegt: ik ga u niet vertellen over dit opsporingsonderzoek, deze verdachteof deze veroordeelde, want daar ga ik niet over. Hij gaat over het groteregeheel. Maar de Staatssecretaris – dat is niet erg, hoor, want dat deden alhaar voorgangers ook – zegt: ik praat niet met u over individuele gevallen.Zij is echter rechtstreeks verantwoordelijk voor die individuele gevallen. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106632 mag als Kamerlid rechtstreeks een motie indienen over een gratiebe-slissing. Ik weet van sommige gratiebeslissingen, maar daar doe ik niksmee, uit respect voor de Staatssecretaris. Soms denk ik weleens: ik moetgewoon een motie indienen waarin staat «Pietje moet geen gratiekrijgen». Dat mag, want dat is een beslissing die ú neemt. Ik wil dus hetvolgende vragen. Er zijn veel slimme mensen op het departement. Is deStaatssecretaris bereid om een uitvoerige brief te sturen aan de Kamerover waarom we in de Kamer niet zouden mogen spreken of geeninformatie zouden mogen ontvangen over de executie van vonnissen enindividuele gevallen die rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid vande Staatssecretaris vallen? Aan de hand van die Kamerbrief kan dan eenschriftelijk overleg worden gevoerd, want ik ben er na vijf jaar Kamerlid-maatschap wel een beetje klaar mee dat als ik vraag waarom de heerHolleder vrijkomt, ik als antwoord krijg: daar ga ik niet over praten. Ooknu, bij dat ongemak over meneer Singh, denk ik weer: dat is helemaal nietnodig.Staatssecretaris Van Bruggen:Het eind van de beantwoording gaat zijn: nee. Maar ik wil dat toch wel eenklein beetje inleiden. Volgens mij heeft de Minister op een eerdere vraagook geantwoord: we gaan niet in op individuele casussen. Maar ik begrijpheel goed het punt dat de heer Ellian wil maken. Volgens mij moeten wegewoon altijd – dat is mijn boodschap – heel zorgvuldig zijn in hoe wepraten over heel specifieke casussen ten aanzien van een eventueelgratieverzoek of wat dan ook. Dat is volgens mij niet het niveau waaropwe met elkaar dit gesprek moeten voeren. Ik denk wel dat het belangrijk isdat we allemaal steeds het gewicht van dit soort besluiten voor ogenhouden. U kunt gerust zijn dat ik dat doe. Ik denk ook dat we daarovertussen Kamer en bewindspersoon steeds het goede gesprek moetenblijven voeren. In deze heel individuele en specifieke casus van eenWOTS-verzoek – een vraag die gesteld is in het verleden ten aanzien vande overdracht van de heer Singh – moeten we ook steeds zorgvuldigheidblijven betrachten in de zin van: is dit informatie die noodzakelijk is ommet elkaar op deze manier uit te wisselen? Dat is mijn punt geweest.De heer Ellian (VVD):Ik constateer dat de Staatssecretaris zegt: nee, ik wil geen brief sturen.Prima. Dan gaan we met moties werken. Die kunt u dan verwachten want,nogmaals, er zit een onderscheid met de rol van de Minister als het gaatom bijvoorbeeld OM en opsporing. Dit is iets anders geregeld. Vroeger,voor de Wet USB, lag een en ander ook bij het OM. Mijn voorgangers hiervonden het een goed idee om het rechtstreeks onder de verantwoorde-lijkheid van de bewindspersoon te brengen. Het gaat om de uitvoeringvan strafrechtelijke beslissingen. De Staatssecretaris zegt: we moetenvoorzichtig zijn met individuele gevallen. Maar het is wel gek. Als er eenvonnis is van de rechter over het overbrengen van 46 individuelePalestijnen, dan kan daar een heel debat over gevoerd worden. Maar alshet gaat om iets wat maatschappelijk heel gevoelig ligt, iets overgedetineerden of een tbs’er die ontsnapt tot gevaar van de samenleving,dan is het: nee, meneer Ellian, daar gaan we niet over praten. Maar het isgoed. Dan gaan we een motie indienen en gaan we kijken hoe we ditverder kunnen brengen.De voorzitter:Genoteerd. Wilt u nog reageren, Staatssecretaris?Staatssecretaris Van Bruggen:Ik denk wel dat dit goed is. Volgens mij hebben we namelijk allemaaldezelfde bedoeling, namelijk heel zorgvuldig met individuele casussenomgaan. En daar hebben we allemaal onze eigen verantwoordelijkheid in.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106633 Ik begrijp ook heel goed wat de heer Ellian met de Wet USB bedoelt. Watwe wat mij betreft niet moeten willen, is dat we met brieven over en weerof moties over en weer gaan werken voor hoe wij dat gesprek met elkaarvoeren. Volgens mij doen we dat nu op basis van de informatie die wehebben in de casus-Singh. Die informatie wisselen we met elkaar uit enals het aan de orde is, hebben we ook op dat niveau het gesprek metelkaar. Is dat iets wat we standaard en te allen tijde doen als het gaat omeen gratieverzoek? Nee, dat is natuurlijk niet zo. Volgens mij is dat dusjuist het maatwerk dat je met elkaar betracht. Ik zou het dan ook heelspijtig vinden als we op deze manier een soort uniforme manier vaninformatie-uitwisseling met elkaar zouden zoeken. Dus ik denk dat hetgoed is om het gesprek met elkaar hierover op een hele zorgvuldigemanier, alles in ogenschouw nemende, te blijven voeren.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de kant vanhet kabinet. Ik stel voor aan de vaste commissie dat we meteen doorgaanmet de tweede termijn van de Kamer. Ik wil daarvoor 1 minuut en20 seconden spreektijd voorstellen en ik wil met uw goedkeuringvoorstellen dat er één interruptie per persoon plaatsvindt in deze tweedetermijn. De heer Ellian heeft nog iets.De heer Ellian (VVD):Een onbeantwoorde vraag, voorzitter, als dat mag. Een vraag uit de eerstetermijn. Ik vroeg de Minister naar het vernietigen van politiegegevens. Dieis, denk ik, per abuis ...De voorzitter:Misschien handig om daar in de tweede termijn even op terug te komen?Ja? Prima. Dan zou ik dat bewaren voor de tweede termijn. Dan kunnenwe starten met de tweede termijn van de Kamer. Ik geef het woord aanmevrouw Faber.Mevrouw Faber (PVV):Ja, dank u, voorzitter. Als eerste wil ik natuurlijk de bewindspersonenbedanken voor de beantwoording. Maar mijn vraag betreffende hetveiligheidsrisicogebied is ook niet helemaal beantwoord, want mijn vraagwas ook: waarom werd dat zo laat ingezet in Zandvoort, en waarom wordtdat niet langer ingezet? Dat is punt één. Dan natuurlijk de visboer. Ik vindtoch wel dat deze man een lintje verdient. Ik ga daar dan ook een motievoor indienen, dus bij dezen vraag ik gelijk een tweeminutendebat aan.Dan dit betreffende de verkeersboetes. De Minister geeft aan «deinflatiecorrectie, daar kom je niet onderuit», maar als de bedragen heelhoog zijn, dan tikt een inflatiecorrectie van 2% à 3% toch wel lekker aan,moet ik zeggen. Er zal natuurlijk wel gekeken kunnen worden naar deeventuele verhogingen die ook plaatsvinden, maar ik heb begrepen datdat al de aandacht heeft.Dan moet ik toch de heer Ellian bijvallen over de individuele casussen. Erwordt altijd gezegd dat we het daar niet over hebben, maar we hebbenhet ook weleens over Bolle Jos. En zo zijn er nog meer die hier wordengenoemd. Ik ga verder geen namen noemen. Dat is wel inconsequentbeleid in mijn ogen.Tot zover, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Faber. Dan ga ik door naar de tweede spreker:mevrouw Straatman. Ga uw gang.Mevrouw Straatman (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106634 Dank u wel, voorzitter, en ook namens mij dank aan de Minister en aan deStaatssecretaris voor de beantwoording. Er is een grote variëteit aanonderwerpen voorbijgekomen. Die stonden ook op de agenda. Het is altijdeen kunst om dat in vier minuten spreektijd te verwerken, dus ik ben heelblij dat de collega’s andere onderwerpen hebben aangedragen die ookvoor het CDA heel belangrijk zijn. Ik pak daar even het afpakken vancrimineel vermogen uit. Ik denk dat het heel goed is om te horen dat deMinister er alles aan doet om dit proces te versnellen.Over de verkeersboetes is er veel gezegd. Dat blijft voor ons eenbelangrijk punt. Inderdaad, je kunt het heel groot maken en dan gaat hetover 300 miljoen. Ik denk dat we kleine stapjes moeten zetten en vooralmoeten inzoomen op die verhogingen, want daar is de grootste disbalans.Ik hoor dat er wel ruimte zit bij de Staatssecretaris om te kijken naar welkemogelijkheden daar zitten. Dat doet mij goed. Ik denk ook niet dat wemoeten wachten op een conclusie van de ag of een uitspraak van de HogeRaad. Die hebben wij niet nodig om zelf te concluderen dat we hier ietsaan moeten doen, want dit raakt ook aan een geloofwaardige enbetrouwbare overheid. En wat het CDA betreft: ook wij zijn bereid om meete kijken en te puzzelen voor alles wat mogelijk is om naar die budgetneu-trale oplossing te komen. Vandaar ook mijn vraag over die administratie-kosten, over hoe dat precies zit.De voorzitter:Dank u wel. Keurig binnen de tijd. Dan geef ik het woord aan mevrouwAbdi.Mevrouw Abdi (PRO):Dank, voorzitter. Ook van mij dank aan de bewindspersonen voor hunbeantwoording. Ik ben blij om te horen dat ook zij constateren dat er eendisbalans is en dat er in ieder geval meer een soort welwillendheid is omdit serieus aan te pakken. Dat is denk ik belangrijk, want de essentie vanonze rechtsstaat is natuurlijk dat je burgers beschermt tegen misbruik:misbruik door anderen, misbruik door de overheid. Kijk daarbij naar de roldie je hebt, juist als het gaat om de geloofwaardigheid van het systeem.Boetes zul je nodig hebben, maar die moeten natuurlijk geen verdien-model worden.Een laatste suggestie. Ik was wel geïnspireerd door collega Sneller. Vaakheb je bij interdepartementale discussies – ik weet dit als oud-ambtenaar –dat men toch weer even een soort optelsom doet van alles wat al isuitgezocht en onderzocht. Nou ja, je kan een heel feestje bouwen rondallerlei adviezen. Ik zou toch echt willen vragen om het veel meerpraktisch en gericht te maken – ik sluit me volledig aan bij collegaStraatman, wat hier ook geen verrassing zal zijn – en héél gefocust tekijken naar die verhogingen en niet alleen te kijken wat de kaders zijn enwat er mogelijk is, maar ook te kijken hoe we een soort route kunnenontwikkelen om toch te komen bij deze hele specifieke groep, dieonevenredig hard wordt geraakt. Het gaat er dus om om niet opnieuw eengesprek te voeren of een samenvatting te maken, maar om echt een soortintern actieplan te maken om te bepalen hoe we daartoe kunnen komen.Ik denk namelijk dat er veel meer mogelijk is dan we ons nu toestaan en ikdenk dat het heel belangrijk is, juist vanwege wat we volgens mij hier metelkaar proberen te doen.De voorzitter:Dank, mevrouw Abdi. Ik geef het woord aan de heer Sneller.De heer Sneller (D66):Dank, voorzitter. Ik hou het kort. Dank aan de beide bewindspersonen voorhun beantwoording. Over zowel de verkeersboetes als de milieucrimina-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106635 liteit, de terugkijktijd, de vog en de WOTS gaan we het in de nabijetoekomst weer hebben, dus dan zal ik er uitgebreider op terugkomen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u. Dan geef ik het woord aan de heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Dank, voorzitter. Uiteraard dank ik ook beide bewindspersonen voor debeantwoording en natuurlijk degenen die hen ondersteunen bij het gevenvan die antwoorden. Ik proef duidelijke motivatie bij de Minister voor hetidee van «misdaad mag niet lonen»; hij legde, vond ik, ook wel mooivolgordelijk uit hoe het in de tijd gegaan is. We hebben ons eigenlijk veelmoeten concentreren op het optuigen van het bouwwerk om de georgani-seerde criminaliteit tegen te gaan. Dit stuk verdient extra aandacht en ikproef bij hem dat hij die eraan gaat geven. Ik zal daar een voorzet voordoen met een Opsporing Verzocht 2.0. Over het tipgeld hoorde ik hemzeggen dat hij daar nog een keer naar gaat kijken. Ik ben dus blij met debrief daarover die naar de Kamer komt. Ik wacht even op het antwoordover de cold cases en de politiegegevens, want dat is echt een onderwerpdat me na aan het hart ligt.Richting de Staatssecretaris vroeg ik me het volgende af. We hebben aleen tijdje niet meer gesproken over gratiëring en de vraag hoe het staatmet de rechten van slachtoffers. De Staatssecretaris is ook verantwoor-delijk voor slachtofferbeleid. Hoe staat het er nu mee? Wanneer krijgen weeigenlijk weer een brief over de gratieprocedure en de positie vanslachtoffers daarin?De voorzitter:Dank u wel, meneer Ellian. Ik wil graag het woord geven aan de heerEl Abassi.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter, dank. Voor degenen die de Minister hebben horen praten over«knippen»: het ging niet over kappers, maar het ging over video’s dieverschillende partijen maken en op social media plaatsen. Ik moet er heeleerlijk over zijn dat ik het ermee eens ben dat ik ook geen chocola kanmaken van het antwoord van de Minister, maar wellicht kan ons commu-nicatieteam dat wel.Het is niet waar dat ik opkom voor overtreders. Sterker nog, ik heb in mijnbijdrage aangegeven dat iedereen, inclusief alle partijen, ook het OM endeskundigen, het ermee eens is dat mensen beboet moeten worden omgenormeerd te worden. Daar zijn we het met z’n allen over eens. Ik benhet er níét mee eens dat er ook overtreders zijn die niet genormeerdkunnen worden, namelijk dit kabinet. In die zin is het niet DENK dat voorovertreders opkomt, of ikzelf in dit geval, maar is het de Minister zelf. Ikzeg namelijk: overtreed de regels die we samen gemaakt hebben níét.Dan nog kort: Israël. Er is vandaag een onderzoek van Investicoverschenen waarbij het OM aangeeft dat we, om onderzoek te kunnendoen naar die misdaden, signalen moeten hebben van betrokkenheid bijmisdrijven. Dat is een kip-eiverhaal, want om die signalen te hebben,moet er onderzoek gedaan worden; dat wordt ook in dat onderzoek vanInvestico aangegeven. Dat deden we dus wel bij de Syriëgangers. Dat isde reden dat ik dat als voorbeeld noemde, niet om te vergelijken. Ik vraagme oprecht af waarom we dat in dit geval niet doen, terwijl we dat inSyrië wel deden. Toen hadden we heel veel capaciteit en hebben we erheel veel onderzoek naar gedaan. Dat doen we nu niet.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106636 Mag ik u verzoeken om af te ronden, meneer El Abassi? U bent over uwtijd heen.De heer El Abassi (DENK):Voorzitter. Die vraag blijft bij mij bestaan en dat zal ik allemaal meenemennaar het tweeminutendebat. Ik verwacht nog een antwoord van deMinister.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de bewindslieden. Wilt u even schorsen ofkunt u meteen door met uw tweede termijn? Ga uw gang. Ik wil graag hetwoord geven aan de Minister.Minister Van Weel:Dank u, voorzitter. Ik zal proberen daar ook weer in sneltreinvaartdoorheen te gaan.Mevrouw Faber vroeg waarom het veiligheidsrisicogebied niet eerder isingesteld. Dat is aan de burgemeester. Burgemeesters zijn terughoudendmet het instrument, want het is een zwaar instrument, maar ze hébben hetwel. Ik vertelde u ook al dat deze burgemeester al bezig is met een plan:«Als ik deze perfect storm weer samen zie komen, met mooi weer engezien de tijd van het jaar, kan ik dan niet alvast, op voorhand, eennoodverordening uitschrijven?» Bestuurders denken dus wel degelijkcreatief na over de vraag hoe de beschikbare instrumenten ook kunnenworden ingezet voor dit soort zaken, maar het is in elk geval wel aan hetlokale gezag om dat te doen. Ik heb wel gezegd: het zou helpen als julliemet een aantal badplaatsen om de tafel gaan zitten om ervaringen uit tewisselen. We zien het namelijk ook in Scheveningen gebeuren, we zienhet in Nesselanden gebeuren. Zo kun je leren en hoef je niet elke keer hetwiel opnieuw uit te vinden. Dat vond hij een goed idee.Mevrouw Faber (PVV):Er moet mij toch iets van het hart. Ik bedoel het niet slecht, maar het zijnwel dingen die spelen. Ik heb de indruk dat bestuurders zich achter elkaarverschuilen. Het klopt natuurlijk dat de burgemeester die bevoegdhedenheeft. We zien echter dat de Minister zegt dat het bij de burgemeester zit,en dat als het andersom is, de burgemeester zegt dat het bij de Ministerzit, of bij die organisatie, of die, of die. Maar ondertussen zijn de burgersen ook de ondernemers natuurlijk wel de sjaak. Ik denk dat we ook datbelang meer naar voren moeten zetten. Ik heb er wel moeite mee dat menzich ... Tenminste, laat ik het zo stellen: het lijkt erop dat de bestuurderszich achter elkaar verschuilen en dat ze in dezen te weinig oog hebbenvoor de burger en de ondernemer.Minister Van Weel:Dat vind ik toch een beetje een flauwe polemiek. Dit is namelijk gewoonhoe de bestuurlijke wereld in Nederland werkt: de burgemeester isverantwoordelijk voor de openbare orde in zijn gemeente. Daar kán ik nieteens iets aan doen en daar wil ik ook helemaal niets aan doen. Het is nietverschuilen; het is gewoon hoe de verantwoordelijkheden zijn verdeeld.Het is ook flauw om te zeggen dat de burgemeester zich zou verschuilenachter mij, want dat doet hij niet. Dit is een burgemeester die u meerderemalen op televisie hebt kunnen zien, ook toen ik er was, om uit te leggenwaarom hij heeft gedaan wat hij heeft gedaan, welke uitdagingen hij kenten hoe hij juist bezig is voor die strandpaviljoenhouders, de burgers vanZandvoort en de welwillende toeristen die daar zijn. De maatregelen die iknet noemde, de noodverordening, het veiligheidsrisicogebied, zijnallemaal uitingen van wat het bestuur, in dit geval de burgemeester,probeert te doen om deze situatie tegen te gaan. Het is aan het verant-woordelijke orgaan om de bestuurder erop af te rekenen dat de uitkomstTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106637 niet honderd procent perfect is, dat er misschien dingen te laat zijngebeurd of wat dan ook. Dat verantwoordelijke orgaan bent u daar waarhet om mijn acties gaat en dat is de gemeenteraad daar waar het de actiesvan de burgemeester aangaat. En geloof me, naast een heet weekendheeft de burgemeester daarna ook een hete vergadering gehad in degemeenteraad.Het systeem werkt dus wat mij betreft. Ik zal mij in ieder geval nooitverschuilen achter de burgemeester, maar ik wil ook opkomen voor dezeburgemeester, want dat kan hij zelf niet. Hij verschuilt zich ook niet achtermij.Dan de heer Ellian. De gegevens worden nog niet vernietigd. In hethalfjaarbericht van de politie neem ik mee waar we daarmee staan. Dit iseen moeilijk dossier. Het is een dossier met een hele lange baard, waar weheel veel debatten over hebben gevoerd, ook in mijn vorige termijn alsMinister van Justitie en Veiligheid. De Autoriteit Persoonsgegevens isklip-en-klaar en biedt heel weinig ruimte hiervoor. De Raad van State isgevraagd of we nog een geitenpaadje kunnen vinden. Op welke manierzou het dan kunnen? Ook daar zijn niet heel veel kansrijke avenues uitvoortgekomen. We zijn nu met de politie aan het kijken op welke manier jewelke gegevens wél zou kunnen bewaren en wat je moet vernietigen.Maar even voor de helderheid, ook voor nabestaanden, want soms lopendeze dingen door elkaar heen, het volgende. Het gaat hier niet omdossierinformatie van cold cases, of om alles wat ooit maar in het kadervan een onderzoek naar een cold case naar boven is gekomen. Al dieinformatie blijft gewoon bewaard. Die gaat niet weg. Elke nieuwe lead dieer komt, elke nieuwe DNA-technologie die er komt, kan nog steedsworden losgelaten op al die aspecten van die zaak. We zien ook dat ersuccesvolle coldcaseaanpakken zijn. Denk aan de hologrammen die nugebruikt worden en die echt resultaat opleveren in oude zaken, maar wezien ook nieuwe DNA-technologieën; noem het maar op. Er zijn heel veelmanieren om cold cases op te lossen. Waar het hier om gaat is de enormevergaarbak van iedereen die ooit in Nederland op welke manier dan ookmet de politie in aanraking is gekomen. Dat kan zijn omdat het achterlichtvan je fiets kapot was. Daarvan zegt de AP: er is misschien een heel kleinekans dat er ooit een link gelegd wordt tussen de man die zonder lichtfietste in Sneek en aangehouden werd, en een moordzaak in Zuid-Drenthevan twintig jaar geleden. Dat kan, maar de AP zegt: de speld die mogelijkin die hooiberg zit vergelijken met de hooiberg die je bewaart, daarvanvinden wij dat de proportionaliteit niet klopt.Dat is een feit waartoe ik mij moet verhouden; ik moet daar wat mee.Maar ik wilde wel even de context schetsen, om niet de indruk te wekkendat wij cold cases overboord gooien of die dossiers vernietigen. Dat doenwe absoluut niet. Ik zeg ook niet dat u dat zegt.De heer Ellian (VVD):Heel goed dat de Minister het uitlegt, want het is buitengewoon complexematerie en het leidt natuurlijk tot veel emotie bij nabestaanden. Voor deVVD-fractie is de essentie tweeledig. Het betreft een enorme berg aaninformatie. Ik begrijp dat de Autoriteit Persoonsgegevens daar wat vanvindt. Wij hechten meer aan het toch mogelijk kunnen oplossen vanzaken; het betreft wel 1.800 cold cases. En ook in het licht van algemeneopsporing, of het nou om algemene criminaliteit gaat of om georgani-seerde criminaliteit, kan dat kapotte achterlicht wel degelijk toevallig vandie jongen zijn die ergens in Nederland een tasje cobra’s bij iemand aande deur heeft gehangen.Ik vind wel dat ik een beetje terugkrijg dat de discussie erg technischwordt gemaakt. Ik begrijp dat er kritiek is van de AP. Daar moeten we watmee. Of niet, want wij kunnen ook de wet aanpassen als het moet. Maarhet gaat om het belang van die gegevens. Ik wil ook graag benadrukkendat het niet zo is dat nu iedereen bij die gegevens kan, want de officierTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106638 heeft een soort poortwachtersfunctie en moet voor oude gegevenstoestemming geven. Het systeem is dus best goed. Maar de belangen zijnwel groot wat mijn fractie betreft. Ik wil de Minister vragen – hij is ermeebezig – of het in een aparte brief kan als hij dat niet bezwaarlijk vindt. Hetwordt nu in het halfjaarbericht gebracht, maar dat leidt soms tot watonhandige procedurele dingen aan onze kant van de Kamer. Is hetmogelijk om ons hier een apart briefje over te sturen? Dan kan het opmeerdere plekken in de Kamer besproken worden. Het mag gelijktijdigmet het halfjaarbericht.Minister Van Weel:Dat is nu juist wat ik probeer te voorkomen. Ik hou dit juist heel graagbinnen het politiedossier, omdat we daar inmiddels een lange opbouwhebben van het hele debat. Daar hebben we continu de stappen metelkaar gezet. De volgende stap die wordt gezet, is een logischevervolgstap om ook in dat kader te bespreken. Daarom hou ik ’m tochgraag samen daarmee.Voorzitter. Dan is er nog één vraag. Die is van de heer El Abassi. Ondanksdat hij zegt dat hij geen vergelijking trekt tussen ISIS en het Israëlischeleger, doet hij dat toch op deze manier, door te stellen dat wij hetzelfdemoeten omgaan met IS-terroristen die uitgereisd zijn om deel te nemenaan een moorddadige terroristische organisatie als met die Nederlandersdie in een vreemde krijgsdienst zijn gaan dienen, namelijk die van eenbevriende natie. Ik zeg niet dat er in dat laatste geval geen sprake kan zijnvan oorlogsmisdaden. Daar waar die aanwijzingen er zijn, zal daaronderzoek naar moeten worden gedaan. Als dat niet gebeurt door de IDFof het Israëlische overheidssysteem, dan, zo heb ik al gezegd, zijn wijprima in staat om dat vanuit het OM zelf te doen. Maar het is toch eenvolstrekt andere situatie dan die we destijds aan de hand hadden in Syrië.De voorzitter:Dan hebben we daar een interruptie op van de heer El Abassi.De heer El Abassi (DENK):Helaas maar één. Ik snap niet wat de Minister precies bedoelt met devergelijking. Ik heb het erover dat in de uitvoering het OM aangeeft datom iets te kunnen doen tegen mogelijke soldaten die daarheen zijngestuurd en misdrijven hebben gepleegd, er signalen moeten zijn. Dat iswat er gezegd wordt. Signalen zijn er genoeg. We kunnen rapportennoemen, we kunnen noemen wat mensenrechtenorganisaties zeggen enwat deskundigen roepen. Genoeg. Daar weten we wat van. Het probleemzit ’m erin dat het OM aangeeft signalen nodig te hebben, dat om diesignalen te hebben, je onderzoek moet doen, en dat dit onderzoek nietwordt gedaan. Maar in andere gevallen wordt dergelijk onderzoek welgedaan; ik heb Syrië genoemd, maar ik had net zo goed heel veel anderelanden kunnen noemen, waar we dit wel doen. Ik vraag me vooral afwaarom we dat hier niet doen. We weten donders goed wat er daar inIsraël gebeurt, en toch krijgen we nu iedere keer te horen: nee, niemandwordt aangehouden. We krijgen niks mee over onderzoeken die er gedaanzijn of die er lopen. Oftewel, er wordt gewoon niks gedaan in dit geval.Minister Van Weel:Nee, omdat we daar geen enkel signaal van hebben, noch aanleidinghebben voor het OM om onderzoek te doen naar een gedraging van eenNederlander die duidt op een internationaal misdrijf. Dat is compléétanders dan de situatie van ISIS. Die organisatie was gebouwd opinternationale misdaad. Daar was nul kader, daar was nul recht. Het gingom het afstraffen van onschuldigen. Dat is een volstrekt andere situatie endaarom vind ik het vergelijk zo verwerpelijk. U probeert dat toch elke keerweer te doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106639 De voorzitter:Ik had volgens mij eigenlijk voorgesteld om één interruptie te doen, maaru kunt nog een heel korte interruptie plaatsen. Ik ga er dan wel vanuit dathet een vraag is.De heer El Abassi (DENK):Ik zou graag willen dat de Minister ingaat op signalen die niet ontvangenzouden zijn. In het interruptiedebat dat ik had met de heer Ellian heb ik aldie signalen aangegeven, over nederzettingen, geweld, kolonisatie,administratieve detentie, apartheid en ga zo maar door. Wat voor signalenwil de Nederlandse overheid nog ontvangen, zou ik de Minister willenvragen.De voorzitter:De Minister. Een korte reactie.Minister Van Weel:Komt u maar met signalen over betrokkenheid van Nederlanders bijinternationale misdrijven. Dat is wat we nodig hebben.De voorzitter:Dan gaan we door met de tweede termijn van het kabinet. Ik geef hetwoord graag aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Bruggen:Hartelijk dank, voorzitter. Ik heb volgens mij drie vragen nog te beant-woorden. De eerste vraag is een wat technische en had wat uitgebreideraan de orde kunnen komen in de beantwoording van de feitelijke vragen.Het gaat om de vraag van mevrouw Straatman: zijn de bedragen voor hetverhogen van de administratiekosten genoemd in de beantwoording vande feitelijke vragen reële opties? De administratiekosten zijn bedoeld omdaadwerkelijk gemaakte kosten voor de administratieve handelingenbinnen het CJIB voor de inning van de boete te dekken. Dat is duidelijk.Het is zo geregeld in het Besluit administratiefrechtelijke handhavingverkeersvoorschriften en de Regeling vaststelling administratiekosten. Dieadministratiekosten moeten worden betaald door de overtreder conformhet principe «de veroorzaker betaalt». Dat hebben we verwoord zoals wedat in Nederland doen in het rapport Maat houden. Dat is het officiëleNederlandse beleidskader van de overheid voor het doorberekenen vantoelatings- een handhavingskosten. Zo hebben we dat gewoon met elkaarafgesproken.De tweede vraag is gesteld door mevrouw Abdi: is het mogelijk om eenactieplan op te stellen?Zal ik doorgaan met de beantwoording van deze vraag, voorzitter? Is dathandig?De voorzitter:Ik kijk even naar mevrouw Straatman. Wilt u graag nu een interruptieplegen?Mevrouw Straatman (CDA):Het gaat nog steeds over die technische vraag, maar daar kunt u ook perbrief op terugkomen. Het is mij nog steeds niet helemaal duidelijk. Hetgaat om twee opties, waar ook best wel behoorlijke dekkingsbedragenaan vasthangen. Zou dat op dit moment een knop zijn waar je mogelijkaan zou kunnen draaien? Is dat op dit moment in strijd met de besluitenen het rapport Maat houden, dat we nu hebben liggen, of kan het gewoonnu al?Staatssecretaris Van Bruggen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106640 Het is nu in strijd met elkaar. Dat is het eenvoudige antwoord daarop.Dan nu dus de vraag van mevrouw Abdi: is het niet mogelijk om eenintegraal actieplan met elkaar op te stellen als het gaat om de inning vande schulden en de manier waarop met schuldenproblematiek wordtomgegaan? We hebben het Nationaal Programma Armoede en Schulden.Ik vind het belangrijk dat we het op de desbetreffende momenten op diemanier met elkaar blijven bespreken. In het najaar hebben we het debatook weer met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid erbij. Ikzou dan ook graag met elkaar willen bezien of de acties die we met elkaarin het nationaal programma hebben verwoord voldoende wordenopgepakt. Kunnen we ervoor zorgen dat we de voortgang daarvan goedbewaken? Volgens mij is dat een heel passend moment om te bezien ofhet actieplan überhaupt aan de orde is of dat we voldoende voortgangmaken op de manier waarop we dat nu met elkaar aan het doen zijn.De laatste vraag was van de heer Ellian: is er weer een moment waaropwe het met elkaar kunnen hebben over de positie van slachtoffers ennabestaanden en misschien nog wat breder ook over hoe we met hetgratiebeleid omgaan? Goed nieuws: er wordt gewerkt aan de voortgangs-brief slachtofferbeleid. Die komt nog voor de zomer naar de Kamer.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Voordat ik de vergadering sluit, wil ik nog even de toezeg-gingen van de beide bewindslieden opnoemen.Eerst een ander puntje: mevrouw Faber heeft een tweeminutendebataangevraagd. Dat is genoteerd.−De Minister van Justitie en Veiligheid zegt toe geen aanvullendebeleidsmatige verhogingen door te voeren bij verkeersboeten en bij deevaluatie van de wet-Mulder nader in te gaan op de vraag in hoeverredit wettelijk verankerd kan worden en hoe er meer balans kan wordengevonden tussen de sanctiestelsels.Minister Van Weel:Ik zou «kan worden» veranderen in «moet worden», want ik heb nog nietde toezegging gedaan dat we het ook daadwerkelijk gaan doen. Ik wil echtdie evaluatie even afwachten.De voorzitter:Dan passen we dat eventjes aan.−De Minister van JenV zegt toe na de zomer een reactie op de motiesvan het lid Ellian over tipgeld naar de Kamer te sturen en daarbij ook inte gaan op de hoogte van het bedrag.De heer Ellian (VVD):Helemaal goed, maar «na de zomer» kan ook 2048 zijn, dus ...De voorzitter:Dan zullen we erbij vermelden dat het na de zomer van 2026 is, in hetderde kwartaal van 2026.−De Staatssecretaris van JenV zegt toe in de volgende voortgangsbriefgevangeniswezen in te gaan op de juridische mogelijkheden voorgegevens in het kader van zorg en veiligheid en het voorkomen vanrecidive.−De Staatssecretaris van JenV zegt tevens toe in gesprek te gaan met dereclassering over het invoeren van steekproefsgewijze controles in denieuwe risicotaxatiemethodiek.Wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?Staatssecretaris Van Bruggen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106641 In het najaar komt de nieuwe methodiek aan de orde, dus ik verwacht dathet in zijn volledigheid bij de voortgangsbrief forensische zorg ofgevangeniswezen zal zijn. Dan kunnen we daarover het gesprek metelkaar aangaan. Dat is na de zomer, Q3 2026.De voorzitter:Dan noteren wij dat zo: Q3 2026.−De Minister van JenV zegt toe in het halfjaarbericht politie nader in tezullen gaan op het langer bewaren van politiegegevens ten behoevevan opsporing en cold cases.Daarmee zijn we aan het eind gekomen van alle toezeggingen. Ik dank debeide bewindslieden heel hartelijk voor hun aanwezigheid en voor debeantwoording. Ik dank de leden van de vaste commissie voor Justitie enVeiligheid voor hun aanwezigheid. Ik dank de mensen op de tribune en demensen die thuis gekeken hebben. Ik sluit de vergadering.Sluiting 12.42 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106642
Gerelateerde bronnen
- Strafrechtelijke onderwerpen
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 10 juni 2026, over Strafrechtelijke onderwerpen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.