KamerkringInloggen
Kamerbrief

Nadere beleidsreactie op de voorlichting van de Raad van State over facultatieve protocollen VN-verdrag handicap, IVRK en IVESCR

31 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 471cfe89d8632741 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202424 170GehandicaptenbeleidNr. 326 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGE-ZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 31 mei 2024Op 29 juni 2022 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State(hierna: Raad van State) voorlichting gegeven over het facultatief protocolvan het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap(hierna: VN-verdrag handicap)1, het derde facultatief protocol van hetInternationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna: IVRK)2 enhet facultatief protocol van het Internationaal Verdrag inzake Econo-mische, Sociale en Culturele Rechten (hierna: IVESCR)3.Met onze brief van 26 mei 20234 hebben wij u geïnformeerd over hetprincipebesluit van het kabinet, waarvoor de voorlichting de basis was. Indeze brief hebben wij u ook toegezegd nog een nadere kabinetsreactie opde voorlichting te geven. Deze reactie ontvangt u hierbij.Mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid laten wij u deze nadere kabinetsreactie op devoorlichting van de Raad van State toekomen.Hoofdpunten van deze briefIn deze brief:1.citeren wij het reeds genomen principebesluit van 26 mei 2023,1wetten.nl – Regeling – Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van personen meteen handicap – BWBV0003559 (overheid.nl)2https://www.ohchr.org/en/instruments-mechanisms/instruments/optional-protocol-convention-rights-child-communications3wetten.nl – Regeling – Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake economische,sociale en culturele rechten – BWBV0004027 (overheid.nl)4Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 284. kst-24170-326ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3261 2.geven wij een algemene introductie op de weging van het kabinetvan de Raad van State voorlichting en wordt de opzet van dezenadere beleidsreactie uiteengezet,3.geven wij een nadere toelichting op de onderdelen van het facultatiefprotocol bij het VN-verdrag handicap en benoemen wij het reeds ingang gezette vervolgproces voor ratificatie ervan,4.geven wij een nadere toelichting op de onderdelen van het derdefacultatief protocol bij het IVRK en beschrijven wij het vervolgprocesnaar het weegmoment voor de ratificatie van dit protocol,5.lichten wij nader toe dat ratificatie van het facultatief protocol bij hetIVESCR nu niet aan de orde is en6.geven wij afsluitend in reactie op de voorlichting van de Raad vanState een integrale nadere toelichting op het thema «doorwerking inde nationale rechtsorde».1. Principebesluit facultatieve protocollen 26 mei 2023 Met onze brief van 26 mei 20235 hebben wij u geïnformeerd over hetprincipebesluit van het kabinet, waarvoor de voorlichting de basis was.Als start van de nadere beleidsreactie citeren wij graag nogmaals hetgenomen besluit.Citaat principebesluit facultatieve protocollenHet kabinet heeft het principebesluit genomen om de facultatieveprotocollen bij het VN-Verdrag handicap en het IVRK te ratificeren.De procedure voor het ratificatieproces bij het VN-Verdrag handicapstart direct. De start voor het facultatieve protocol bij het IVRK vindtplaats na afronding van het ratificatieproces van het protocol bij hetVN-Verdrag handicap, waarbij nog een expliciet weegmomentplaatsvindt ten aanzien van het protocol bij het IVRK.In de brief van 26 mei 2023 hebben wij tevens de kernoverweging van hetkabinet voor u uiteengezet.Citaat kernoverweging principebesluitMede ingegeven door de Raad van State voorlichting heeft hetkabinet bij het nemen van dit besluit meegewogen dat ratificatie vangenoemde protocollen de mondiale bescherming van de rechten vande mens in algemene zin en de internationale rechtsorde versterkt.Daarnaast heeft het kabinet gekeken naar de doorwerking van derechten uit de verdragen in de nationale rechtsorde bij ratificatie vandie protocollen. Ook heeft het kabinet meegewogen dat de Raad vanState vaststelde dat een betrouwbare voorspelling van de (finan-ciële) gevolgen voor de staat van ratificatie van de protocollen nieteenvoudig te geven is. Gelet daarop kiest het kabinet ervoor om tebeginnen met de ratificatie van het protocol bij het VN-handicapverdrag en voor de start van het ratificatieproces van het derdefacultatieve protocol bij het IVRK nog een expliciet weegmoment inte bouwen. In dit expliciete weegmoment zal het principebesluit tenaanzien van het IVRK niet ter discussie worden gesteld. Wel kaninformatie die naar boven komt tijdens het ratificatieproces van hetfacultatief protocol bij het VN-Verdrag handicap, inclusief uitvoe-ringstechnische, juridische en financiële aspecten, leiden tot eenander besluit ten aanzien van het IVRK.5Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 284.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3262 Voor het facultatief protocol van het IVESCR heeft het kabinet in de briefvan 26 mei 2023 aangegeven dat de afweging is gemaakt nu niet over tegaan tot ratificatie van dit facultatief protocol. De toegezegde toelichtinghierop volgt verderop in deze beleidsreactie.2. Algemene introductie op de weging van de Raad van Statevoorlichting en de verdere opzet van deze nadere beleidsreactie De voorlichting van de Raad van State geeft, na een introductie van debasisverdragen zelf, veel nader inzicht in de onderliggende aard eninhoud van de facultatieve protocollen. Het gaat hierbij met name om hetindividueel klachtrecht, het zelfstandig onderzoek en (in het geval vanIVRK) het interstatelijk klachtrecht. Deze onderdelen vormen dan ook dekapstok voor de nadere beleidsreactie in de volgende paragrafen van dezebrief. Voor het VN-verdrag handicap en het IVRK geven we een toelichtingop deze onderdelen van de protocollen en lichten we de overwegingenvan de Raad van State over deze onderdelen uit, die een basis hebbengevormd bij de totstandkoming van de besluiten over deze protocollen.De Raad van State achtte het ook van belang haar voorlichting over deprotocollen mede te geven tegen de achtergrond van de huidigedoorwerking van de desbetreffende basisverdragen zelf in de nationalerechtsorde. Daarom is in deze beleidsreactie ter afsluiting een integraletoelichting op dit punt opgenomen.Verder is het goed om te benoemen dat de voorlichting van de Raad vanState niet alle vragen van het kabinet in volledige omvang kon beant-woorden. De Raad van State benoemt onder andere dat de praktijk vanhet individueel klachtrecht voor een deel inherent moeilijk vooraf tevoorspellen valt.6 Ook zijn empirische gegevens over de ervaringen vanandere landen niet altijd makkelijk te verkrijgen en bovendien niet altijdrelevant, gezien verschillen in de nationaal-juridische context. Verder iseen betrouwbare voorspelling van de omvang van eventuele financiëlegevolgen vooraf niet eenvoudig te geven.Het kabinet heeft deze elementen van de voorlichting expliciet meege-wogen en mede hierom ervoor gekozen om voor elk protocol eeneigenstandig besluit te nemen. Per protocol heeft het kabinet gekekennaar aard en inhoud van het protocol, ratificatiegraad en – zoals ook in debrief van 26 mei 2023 benoemd – de ingebrachte zienswijzen vanEuropese instanties en nationale en internationale (belangen)organisaties,als ook van de betrokken VN-comités zelf.3. Nadere beleidsreactie Raad van State: facultatief protocolVN-verdrag Handicap Het facultatief protocol bij het VN-verdrag handicap kent op dit moment104 Staten die partij zijn en voorziet in een individueel klachtrecht voorburgers en een (additionele) zelfstandige onderzoeksbevoegdheid voorhet VN-comité.Individueel klachtrechtHet facultatief protocol bij het VN-verdrag handicap introduceert demogelijkheid van een individueel klachtrecht. Bij de ratificatie van hetprotocol geeft de staat het toezichthoudende comité daarmee debevoegdheid om kennisgevingen (klachten) van burgers of groepenpersonen, die menen slachtoffer te zijn van een schending van een6Zie Raad van State voorlichting, pagina 24 en 25.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3263 bepaling uit het VN-verdrag handicap door de staat die partij is bij hetverdrag, te ontvangen en te bestuderen.Niet elke kennisgeving wordt door het comité in behandeling genomen,zoals de Raad van State ook beschrijft7. Het comité neemt, kort samen-gevat, een kennisgeving niet in behandeling als:–deze anoniem wordt gedaan;–de kennisgeving misbruik vormt van het recht of in strijd is met hetverdrag;–dezelfde kennisgeving al is onderzocht door het Comité of uit hoofdevan een andere internationale onderzoeksprocedure of regeling wordtonderzocht;–niet alle beschikbare nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput;–de kennisgeving kennelijk ongegrond of onvoldoende onderbouwd is;–de feiten zich hebben voorgedaan voordat het protocol van krachtwerd voor de betrokken staat.De introductie van het individueel klachtrecht is niet nieuw voorNederland, zoals de Raad van State ook aangeeft8. Een dergelijkeklachtenprocedure wordt ook voorzien ten aanzien van het InternationaalVerdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (IVBPR), hetVN-vrouwenverdrag, het VN-verdrag tegen rassendiscriminatie en hetVN-verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterendebehandeling of bestraffing. De Raad van State merkt op dat de introductievan een individueel klachtrecht van waarde kan zijn voor betrokkenburgers en belangenorganisaties9. Tegelijkertijd geeft de Raad van Stateaan de verwachtingen van een individueel klachtrecht voor het toezicht-houdende comité te temperen, omdat eerst alle nationale rechtsmiddelenmoeten zijn uitgeput voordat een klacht ontvankelijk is en de proceduresop mondiaal niveau lang duren.10Bovendien is er in de afgelopen jaren slechts in beperkte mate gebruikgemaakt van het individueel klachtrecht door Nederlandse burgers ofbelangenorganisaties. De Raad van State geeft aan dat de beperkteaantallen mede verklaard kunnen worden door het feit dat het individueelklachtrecht voor de mondiale comités minder bekend is dan het indivi-dueel klachtrecht op het regionale niveau en vereist is dat de nationalerechtsmiddelen zijn uitgeput11.Zelfstandig onderzoekNaast de introductie van het individueel klachtrecht voorziet het facultatiefprotocol bij het VN-verdrag handicap in een bevoegdheid tot zelfstandigonderzoek door het toezichthoudende comité. Met deze bevoegdheid kanhet comité – indien het betrouwbare informatie ontvangt over mogelijkernstige of systematische schendingen van het verdrag in de lidstaat – opeigen initiatief de staat uitnodigen om mee te werken aan een onderzoek.Het comité stuurt de uitkomsten van het onderzoek, vergezeld vancommentaren en aanbevelingen, naar de staat. De staat wordt geachtbinnen zes maanden een reactie op de uitkomsten van het onderzoek in tedienen bij het comité. Het comité heeft ook de mogelijkheid om de staat tevragen om de genomen maatregelen naar aanleiding van het onderzoekmee te nemen in de reguliere rapportagecyclus bij het verdrag. Hetrapport dat naar aanleiding van het onderzoek door het comité wordt7Zie Raad van State voorlichting, pagina 12.8Idem, o.a. pagina 23.9Idem, pagina 25.10Zie Raad van State voorlichting, pagina 25 en 26.11Idem, pagina 23.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3264 opgesteld, is juridisch niet-bindend en in beginsel evenmin openbaar. Welkan het rapport in laatste instantie openbaar worden gemaakt, bijvoor-beeld als de desbetreffende staat niet reageert op het onderzoek. Tenaanzien van het facultatief protocol bij het VN-verdrag handicap geldt eenopt-out mechanisme: staten kunnen verklaren de onderzoeksbevoegdheidvan het comité niet te erkennen.In navolging van de voorlichting van de Raad van State zal Nederlandgéén gebruik maken van het opt-out mechanisme en daarmee dezelfstandige onderzoeksbevoegdheden van het comité erkennen. Redenhiervoor is dat de bevoegdheid tot zelfstandig onderzoek geen aanvul-lende materiële verplichting creëert en een aanvulling vormt op derapportageplicht waaraan Nederland al gebonden is12. Bovendien hebbenslechts twee verdragspartijen gebruik gemaakt van de opt-out bij hetfacultatief protocol bij het VN-verdrag handicap, namelijk Syrië enGuinee-Bissau.VervolgprocesDe procedure voor ratificatie van het facultatief protocol bij hetVN-verdrag handicap is inmiddels gestart. Concreet betekent dit dat ereen voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het protocol en eenmemorie van toelichting worden opgesteld en bij uw Kamer zullenworden ingediend.4. Nadere beleidsreactie Raad van State: derde facultatiefprotocol IVRK Het derde facultatief protocol bij het IVRK kent op dit moment 50 Statendie partij zijn en voorziet in een individueel klachtrecht voor burgers, een(additionele) zelfstandige onderzoeksbevoegdheid voor het VN-comité enstatenklachtrecht.Individueel klachtrechtHet facultatief protocol bij het IVRK introduceert ook de mogelijkheid vaneen individueel klachtrecht, de klachten van burgers. De gemaakteafweging is hetzelfde als hierboven voor het protocol bij het VN-verdraghandicap beschreven is. Het individueel klachtrecht in het facultatiefprotocol bij het IVRK werkt hetzelfde als het individueel klachtrecht in hetfacultatief protocol bij het VN-verdrag handicap, met één verschil. Voorhet in behandeling nemen van een kennisgeving vereist het facultatiefprotocol bij het IVRK namelijk aanvullend dat de klacht binnen één jaar nahet uitputten van de nationale rechtsmiddelen moet zijn ingediend.Zelfstandig onderzoekHet facultatief protocol bij het IVRK kent – net als het facultatief protocolbij het VN-verdrag handicap – ook een bevoegdheid tot zelfstandigonderzoek door het toezichthoudende comité. Het facultatief protocol bijhet IVRK kent eenzelfde opt-out mechanisme als het facultatief protocol bijhet VN-verdrag handicap. Nederland zal – om dezelfde bovengenoemderedenen – géén gebruik maken van de opt-out en daarmee de zelfstandigeonderzoeksbevoegdheid van het comité erkennen. Bovendien heeftslechts één verdragspartij gebruik gemaakt van de opt-out bij hetfacultatief protocol bij IVRK, namelijk Monaco.12Zie Raad van State voorlichting, onderdeel e op pagina 15.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3265 StatenklachtrechtEen belangrijk verschil tussen het facultatief protocol bij het VN-verdraghandicap en het derde facultatief protocol bij het IVRK betreft hetstatenklachtrecht. Het derde facultatief protocol bij het IVRK biedt statende mogelijkheid om bij het ratificeren van het protocol aan te geven dathet comité de bevoegdheid krijgt om klachten van andere staten over deratificerende staat te ontvangen en te bestuderen. Dit is een zogenoemdopt-in mechanisme. Het comité zal alleen een klacht beoordelen in hetgeval dat zowel de klagende staat als de staat waarover de klacht gaat,hebben aangegeven dat het comité een dergelijke bevoegdheid heeft.Nederland is voornemens om gebruik te maken van het opt-in mecha-nisme en daarmee de bevoegdheid van het comité om een klacht van eenandere staat in behandeling te nemen, te erkennen. Besluitvorming vindtplaats bij het weegmoment. Allereerst wordt voor deze richting gekozenomdat de bevordering van de ontwikkeling van de internationalerechtsorde een in de Grondwet verankerde opdracht aan de regering is enin het belang is van Nederland zelf. Dit vraagt om een actieve Neder-landse inzet met betrekking tot het bevorderen van de ontwikkeling van deinternationale rechtsorde. In dat verband vestigt Nederland internationaal,vooral in VN-verband, de aandacht op het belang van vreedzamegeschillenbeslechting13. Zo heeft Nederland bij het Internationaal Verdraginzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijningen het VN Anti-folterverdrag verklaard dat het toezichthoudende comitébevoegd is om klachten van andere staten te ontvangen en te bestuderen.Het aanvaarden van het interstatelijk klachtrecht bij het derde facultatiefprotocol bij het IVRK sluit hierop aan. Bovendien hebben meerderelidstaten van de Europese Unie het interstatelijk klachtrecht vantoepassing verklaard. Het gaat om Duitsland, België. Portugal, Finland,Italië, Slowakije, Tsjechië en Slovenië.Daarbij komt dat de ervaring leert dat staten nauwelijks gebruik makenvan een interstatelijk klachtrecht, zoals ook wordt benoemd door de Raadvan State in de voorlichting14. Doorgaans zullen staten eerst diplomatiekemethoden inzetten en bijvoorbeeld overgaan tot economische sancties.Daarnaast is de behoefte aan een interstatelijk klachtrecht ook beperkt:mensenrechtenschendingen raken andere verdragspartijen immersmeestal niet rechtstreeks. Al met al wordt het interstatelijk klachtrechtalleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden en als ultimum remediumingezet.VervolgprocesNa afronding van het ratificatieproces voor het protocol bij hetVN-verdrag handicap zal voor het derde facultatieve protocol bij het IVRKnog een expliciet weegmoment plaatsvinden.5. Nadere toelichting IVESCR protocol Het Koninkrijk der Nederlanden heeft in 2009 het facultatief protocol bijhet IVESCR ondertekend. Het voorstel van wet inzake de goedkeuring vanhet facultatief protocol bij het IVESCR is in 2017 aan de Afdelingadvisering van de Raad van State voorgelegd. In 2017 heeft het kabinet erechter voor gekozen om dit wetsvoorstel niet in te dienen bij de TweedeKamer.13Kamerstukken II 2015/16, 31 271, nr. 22.14Zie Raad van State voorlichting, pagina 14.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3266 Volgens de Raad van State is een betrouwbare voorspelling van de(financiële) gevolgen voor de staat van ratificatie van de facultatieveprotocollen niet eenvoudig te geven. Vanwege de uiterst brede reikwijdtevan het IVESCR (economische, sociale en culturele rechten) kunnen de(financiële) gevolgen van ratificatie van het facultatief protocol bij hetIVESCR aanzienlijk groter zijn dan in het geval van de protocollen bij hetVN verdrag handicap en het IVRK. Daarnaast is de ratificatiegraad van hetfacultatief protocol bij het IVESCR vrij laag, wereldwijd is het slechts door28 landen geratificeerd.Vanwege de combinatie van onvoorspelbaarheid van de (financiële)gevolgen van ratificatie, de brede reikwijdte van het IVESCR, en de lageratificatiegraad, heeft het kabinet besloten dat ratificatie van het facultatiefprotocol bij het IVESCR onder de huidige omstandigheden niet aan deorde is.6. Nadere beleidsreactie Raad van State: doorwerking van deverdragen zelf en de protocollen in de nationale rechtsorde De Afdeling advisering van de Raad van State achtte het van belang haarvoorlichting mede te geven tegen de achtergrond van de huidigedoorwerking van de desbetreffende verdragen in de nationalerechtsorde15. Juist dit aspect heeft het kabinet ook grondig meegenomenin de afweging voor het principebesluit. Daarom volgt in deze naderebeleidsreactie op dit punt ook een nadere en afsluitende toelichting.De rechten uit de verdragen zelf werken op diverse wijzen door in denationale rechtsorde. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het geven van eenoordeel in algemene zin over de rechtstreekse werking van een verdrags-bepaling door de wetgever (in de memorie van toelichting bij de rijkswettot goedkeuring van een verdrag). Dit oordeel kan de rechter vervolgensmeenemen om te bepalen of in een concreet geval een verdragsbepalingrechtstreeks werkt. Daarnaast zijn de niet-bindende oordelen (o.a.concluding observations en general comments) van toezichthoudendecomités een belangrijk instrument voor de doorwerking van verdrags-rechten in de nationale rechtsorde. Deze niet-bindende oordelen spelendaarbij een tweeledige rol:(1)de niet-bindende oordelen van toezichthoudende comités dragen bijaan de verdere inkadering en concretisering van soms onbepaalde enin de praktijk moeilijk toepasbare verdragsbepalingen en kunnen alszodanig mogelijk bevorderen dat deze rechten worden erkend alsrechtstreeks werkend in de Nederlandse rechtsorde;(2)de Nederlandse rechter gebruikt de niet-bindende oordelen omverdragsbepalingen te interpreteren en zou deze ook kunnen gebrui-ken om nationale bepalingen verdragsconform te interpreteren.Dit geldt ook voor de zienswijzen van de comités die voortvloeien uit eenindividueel klachtrecht dat door de facultatieve protocollen wordtgeïntroduceerd. Zelfs als een dergelijke zienswijze is gericht aan eenandere staat kunnen zij verduidelijken hoe verdragsbepalingen moetenworden geïnterpreteerd en wat van staten mag worden verwacht bij deimplementatie van een verdrag.De Raad van State signaleert in dit verband ontwikkelingen die zowel opinternationaal als nationaal niveau plaatsvinden16. Naast burgerlijke enpolitieke rechten wordt tegenwoordig ook aan (onderdelen van) socialerechten soms rechtstreekse werking toegekend. Hierdoor kunnen socialerechten mogelijk vaker dan voorheen door het individu worden15Idem, pagina 1.16Idem, pagina 18 en 19.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3267 ingeroepen voor de nationale rechter en zal deze in individuele gevallenmogelijk vaker dan voorheen bereid zijn om aan dergelijke rechten tetoetsen.Het kabinet heeft van de door de Raad van State gesignaleerde ontwikke-lingen kennisgenomen. Het kabinet verwacht echter dat de ratificatie vande facultatieve protocollen bij het VN-verdrag handicap en het IVRKslechts beperkt effect zullen hebben op de hiervoor geschetste ontwikke-lingen, omdat:•de niet-bindende oordelen van de toezichthoudende comités (in devorm van general comments, concluding observations of zienswijzenin individuele klachtprocedures tegen andere staten) nu al doornationale rechters kunnen worden gebruikt bij de interpretatie vanverdragsbepalingen, onafhankelijk van de vraag of Nederland defacultatieve protocollen ratificeert17;•de Nederlandse rechter zich wat betreft de toekenning van recht-streekse werking aan sociale rechten sowieso terughoudend opstelt.Het geven van een oordeel over de rechtstreekse werking komt ineerste instantie toe aan de wetgever;•de beoordeling van de rechtstreekse werking van specifieke verdrags-bepalingen van het VN-verdrag handicap en het IVRK door dewetgever reeds heeft plaatsgevonden bij ratificatie van de verdragenzelf. Bij de goedkeuringswet van het VN-verdrag handicap18 en degoedkeuringswet van het IVRK19 is in de memorie van toelichtingnamelijk een passage opgenomen over de doorwerking van verdrags-bepalingen in de nationale rechtsorde. Met betrekking tot hetVN-verdrag handicap acht het kabinet het niet noodzakelijk om dedoorwerking van specifieke verdragsbepalingen nu opnieuw teexpliciteren. Gezien de door de Raad van State gesignaleerdeontwikkelingen en het feit dat de beoordeling van de rechtstreekswerkende verdragsbepalingen voor het IVRK in 1994 heeft plaatsge-vonden, zal het advies van de Raad van State om de specifiekeverdragsbepalingen voor het IVRK opnieuw te expliciteren nog teroverweging worden genomen in aanloop naar het weegmoment.AfrondendMet deze nadere beleidsreactie op de voorlichting van de Raad van Stategeven wij invulling aan de toezegging in de brief over het principebesluitop 26 mei 2023. U wordt door de coördinerend bewindspersoon voor hetVN-verdrag handicap nader geïnformeerd over het goedkeuringsprocesrond het protocol bij dit verdrag. U wordt door de coördinerend bewinds-persoon voor het IVRK nader geïnformeerd over besluitvorming in hetweegmoment voor het protocol bij dit verdrag.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. HelderDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. van Ooijen17Zie Raad van State voorlichting, pagina 28.18Kamerstukken II, 2013/14, 33 992 (R2034), nr. 3, p. 819Kamerstukken II, 1992/93, 22 855 (R1451), nr. 3, p. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 24 170, nr. 3268

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ddab3640c73145bf

14 okt 2026 · 86474e59eb6e157c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.