KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Reactie op verzoek commissie over ‘verankering van de palliatieve fase in alle zorgwetten’

22 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e6b6bf83a9fbc5a0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 509Palliatieve zorgNr. 85 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 6 juni 2024 inzakepalliatieve zorg en stervensbegeleiding (Kamerstuk 29 509, nr. 82)).De vragen en opmerkingen zijn op 18 oktober 2024 aan de Staatssecre-taris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van22 oktober 2024 zijn de vragen, voorzien van een inleiding, beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Heller kst-29509-85ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 851 InleidingBijgaand stuur ik u de antwoorden op de vragen van het SchriftelijkOverleg (SO) over Palliatieve zorg en stervensbegeleiding. Voor de goedeorde merk ik hierbij het volgende op.Op woensdagavond 16 oktober jl. stond het plenaire debat Palliatieve zorgen stervensbegeleiding geagendeerd. Zeer kort van tevoren is door ubesloten het debat van de agenda te halen. Vervolgens heeft uw Kamervia een emailprocedure op 17 oktober jl. besloten tot een schriftelijkoverleg met daarbij de wens de beantwoording voor de begrotingsbehan-deling VWS te ontvangen. Op vrijdagmiddag 18 oktober jl. stuurde u mijhet verslag van dat schriftelijk overleg.Ik vind het belangrijk dat uw Kamer goed geïnformeerd is en dat vragenadequaat worden beantwoord. Dat vraagt echter zorgvuldigheid en dusook tijd. Niet voor niets zijn er termijnen afgesproken ten aanzien van hetbeantwoorden van vragen. Gelet op het grote aantal vragen in het SO ende krappe termijn is het voor mij niet mogelijk geheel aan uw verzoek tevoldoen.Aangezien de motivatie om de antwoorden op zeer korte termijn teontvangen is gelegen in de begrotingsbehandeling heb ik in mijnbeantwoording prioriteit gegeven aan de vragen met een budgettairkarakter. Daarmee maak ik mogelijk dat u de juiste afwegingen kuntmaken met het oog op uw inbreng tijdens de begrotingsbehandeling.Ook alle overige vragen heb ik zo goed mogelijk geprobeerd te beant-woorden. Daarbij heb ik wel – voor uitgebreidere beschouwingen – somsterugverwezen naar eerdere brieven. Daar waar een antwoord nog nietgegeven kan worden zal ik die betrekken bij mijn voortgangsbrief die u indecember a.s. zult ontvangen.Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie9Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie10Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie10II.Reactie van de Staatssecretaris12 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractiePalliatieve zorg en stervensbegeleiding zijn een wezenlijk onderdeel vanonze levensloop, zo constateren de leden van de PVV-fractie. In hetregeerprogramma (bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96) is hieroveropgenomen dat palliatieve en terminale zorg een vanzelfsprekendTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 852 onderdeel moeten worden van reguliere zorg. Waaruit blijkt dat dit nogniet het geval is?De Staatssecretaris geeft aan dat er nog onderzocht wordt welkeaanpassingen hiervoor nodig zijn in de verschillende zorgwetten. Hoeveris de Staatssecretaris met deze onderzoeken en wanneer gaan we deeerste aanpassingen zien?Kan de Staatssecretaris al meer vertellen over de experimenten alterna-tieve bekostiging palliatieve zorg? En wat is de stand van zaken metbetrekking tot knelpunten in de huidige bekostiging en contractering vanpalliatieve zorg?De leden van de PVV-fractie hebben in een commissiedebat palliatievezorg van afgelopen april (Kamerstuk 29 509, nr. 83) aangegeven datvanwege het hanteren van budgetplafonds door de zorgverzekeraars hetnog steeds voorkomt dat mensen niet kunnen sterven op de plek van hunkeuze. Is dit inmiddels opgelost en zo ja, hoe?Vanuit het werkveld blijkt dat er soms lange wachtlijsten bestaan voor eenplaats in de hospice. Navraag hiernaar leert genoemde leden dat er metregelmaat mensen in een hospice verblijven die beter op hun plek zoudenzijn in een verpleeghuis. Echter, iedereen weet dat ook de verpleeghuis-plekken schaars zijn en er meer dan 21.000 mensen op de wachtlijst staan.De thuiszorg kan vanwege de zorgzwaarte en personeelsgebrek de zorgthuis steeds vaker niet meer leveren. Bij gebrek aan een plek in eenverpleeghuis is dan soms een vrij bed in een hospice een laatsteoplossing voor deze mensen. Met als gevolg dat de hospice steedsminder beschikbaar is voor de doelgroep waarvoor zij bedoeld is.Door wachtlijsten en tekorten in de zorg elders verschuiven tekorten ooknaar de zorg in de hospice. Herkent de Staatssecretaris de situatie die deleden van de PVV-fractie schetsten?Zo ja, hoe verwacht zij dat deze situatie zich de komende jaren zalontwikkelen?De oplossing ligt niet alleen in de palliatieve zorg, maar overstijgtmeerdere domeinen. Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat dejuiste zorgvrager op het juiste bed belandt en zo passende zorg kankrijgen?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van dereactie van de Staatssecretaris op het verzoek van de commissie oververankering van de palliatieve fase in alle zorgwetten. Hierbij hebben zijnog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zouden allereerst willenbenadrukken dat het voor de rouwverwerking van de nabestaanden vangroot belang is dat het stervensproces zo goed mogelijk verloopt.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat palliatievezorg 24 uur per dag, 7 dagen per week gedurende het hele jaarbeschikbaar dient te zijn. Zij merken op dat er grote problemen zijn met decapaciteit van palliatieve thuiszorgteams en zien dat de budgetplafonds debeschikbaarheid van de palliatieve zorg belemmeren. Klopt het datkleinere organisaties in de knel komen te zitten wegens de budgetpla-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 853 fonds en dat grotere organisaties in de knel komen te zitten wegens dedoelmatigheidseisen? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat deStaatssecretaris nemen om dit tegen te gaan?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn zich ervan bewust dat deorganisatie bij het overschrijden van het plafond contact zou moetenopnemen met de zorgverzekeraar om tot een nieuwe afspraak te komen,maar merken hierbij op dat dit in de praktijk erg ingewikkeld is envertragend kan werken. Zij zien dat kleinere organisaties met minderfinanciële reserves hierdoor failliet gaan of genoodzaakt zijn zorg temoeten weigeren met als gevolg dat de druk op andere organisatiestoeneemt. Genoemde leden zien dat de druk in november en decemberbijzonder hoog is. Zij merken tevens op dat deze druk ook gevoeld wordtdoor vrijwilligers, die geconfronteerd worden met medische zorgtaken inde nacht, omdat er niet genoeg professionals waren om het rooster rondte krijgen. Kan de Staatssecretaris reflecteren op het feit dat zorgorgani-saties niet in staat zijn om hun werk goed te doen wegens financiëlebelemmeringen en personeelstekorten? Welke concrete oplossingenkunnen genoemde leden verwachten van de Staatssecretaris? Kan deStaatssecretaris daarnaast ook reflecteren op het bestaan van budgetpla-fonds in de palliatieve zorg? Zou de Staatssecretaris kunnen reflecteren opde noodzaak van het bestaan van budgetplafonds in de palliatieve zorg ofzijn zij het met genoemde leden eens dat het beter zou zijn als depalliatieve zorg uitgezonderd zou zijn van budgetplafonds?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken dat organisaties ondergrote druk staan wegens de doelmatigheidseisen. Zij merken op datorganisaties de opdracht krijgen om een gemiddeld aantal uren per cliëntte besteden, waarbij er een financiële beloning is indien de organisatieonder dit aantal uren blijft, maar er een boete is als de organisatie hetaantal uren overschrijdt. Zou de Staatssecretaris op deze punten eenreflectie kunnen geven? Welke concrete maatregelen is de Staatssecretarisvoornemens te nemen om deze problematiek op te lossen? Welkeconcrete maatregelen gaat de Staatssecretaris nemen om specifiek tevoorkomen dat deze systematiek ontmoedigend werkt voor organisatiesom cliënten met een grote zorgvraag te helpen? De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de advance care planning-gesprekken erg waardevol zijn. Hierbij vragen zij welke concrete stappende Staatssecretaris gaat nemen om goede afstemming te bewerkstelligentussen de verschillende beroepsgroepen rondom de advance careplanning. Hoe gaat de Staatssecretaris tevens erop toe zien dat er goedeinformatieoverdracht tussen deze beroepsgroepen (bijvoorbeeld:huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, medisch specialisten, etc.)plaatsvindt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich ernstig zorgen overde organisatie van nazorg voor nabestaanden. Zij merken op dat nazorgniet officieel gefinancierd wordt door thuiszorgorganisaties, ondanks denoodzakelijkheid (welke ook benadrukt wordt in de opleiding voorpalliatieve zorg). Zij merken op dat nabestaanden momenteel afhankelijkzijn van zorgverleners die bereid zijn om dit in hun vrije tijd te doen of instaat zijn om het onder kantoortijd weg te schrijven. Zij zien ook dat devrijwilligers van Palliatieve Terminale Zorg weliswaar een subsidieontvangen, maar dit gaat om één bedrag per inzet, waardoor dezevrijwilligers soms maar beperkt nazorg kunnen bieden. Genoemde ledenzouden graag willen zien dat nazorg ingebed wordt in de gehele sectorvan palliatieve zorg, waar dit nodig is. Welke concrete stappen gaat deStaatssecretaris nemen om dit te realiseren? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van het feit dat uitgerekend in deweek van de palliatieve zorg de Staatssecretaris heeft bekend gemaakt datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 854 er acht procent minder subsidie per persoon gegeven zal worden aanhospices en organisaties met vrijwilligers in de palliatieve zorg.Genoemde leden verzoeken de Staatssecretaris met klem om dezeserieuze bezuiniging te heroverwegen en niet in te voeren. Is de Staatsse-cretaris ook bereid om dit te doen? Zo nee, waarom niet?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieAl langer zijn de leden van de VVD-fractie pleitbezorger van goedepalliatieve zorg. Hierbij proberen deze leden het belang van goedepalliatieve zorg te benadrukken, waarbij zij erkennen dat er stappen gezetmoeten worden om (waar nodig) deze zorg te verbeteren. De leden van deVVD-fractie zijn doordrongen van het belang van goede en zorgvuldigepalliatieve zorg. Het is voor mensen in de laatste levensfase, en voor demensen om hen heen, van groot belang om goed afscheid te kunnennemen. Daarbij hoort goede medische begeleiding en handelen, maar ookaandacht voor het proces van sterven. Patiënt, zorgvuldige zorg envertrouwen in de zorgverleners moeten hier voorop staan.De Staatssecretaris onderzoekt hoe de bestaande wetgeving kan wordenaangepast om deze zorg verder in te voeren en te verbeteren. In debegroting van 2025 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport wordt aangegeven dat de eerder vastgestelde impulsmiddelen(€ 150 miljoen) hiervoor beschikbaar blijven. De leden van de VVD-fractiesteunen deze voornemens van de Staatssecretaris.Toch gaat het verstrekken en bekostigen van de palliatieve zorg nog nietaltijd goed (genoeg), ondanks dat het belang van deze zorg in de laatstelevensfase door vrijwel iedereen – betrokkenen, artsen, verpleegkundigenen politiek – wordt erkend.Daarom hebben wij nog een aantal vragen. Kan de Staatssecretarisaangeven in hoeverre er nog altijd sprake is van structurele uitdagingen inde palliatieve zorg? Genoemde leden hebben het bijvoorbeeld al vakergehad over de verstrekking van zorg, hulpmiddelen en ondersteuningvanuit de wijkverpleging. Hoe staat het met de communicatie en demogelijkheden in domeinoverstijgende samenwerking? En wat zijn dehobbels in de financiering en de contractering?Hoe staat het met de capaciteit, de beschikbaarheid van het aantalhospices en het aantal bedden? Associatie Hospicezorg Nederland laatweten dat er vanaf 2040 1.800 bedden nodig zijn. Er zijn volgens henmomenteel 1.200 bedden. Wat is ervoor nodig om deze extra bedden inde toekomst te realiseren?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben de brief van de voormalig Ministerover palliatieve zorg met interesse gelezen. Daarover hebben deze ledeneen aantal vragen. De leden van de NSC-fractie vinden het tijdige gesprekover het komende levenseinde, hoe moeilijk ook, van cruciaal belang. Hoekan de Staatssecretaris ervoor zorgen dat dat gesprek vaker tijdig wordtgevoerd? De algemene norm is dat 4 goede palliatieve zorg niet alleeneen specialisatie is, maar dat elke arts en verpleegkundige zijn/haarverantwoordelijkheid ziet. Genoemde leden vragen de Staatssecretarishoe wordt ervoor gezorgd dat kennisniveau van alle zorgverleners vanhelpenden tot specialist op pijl is. Hoe gaat het nu met de verschillendeinitiatieven om dit te verbeteren, zoals het Nationaal ProgrammaPalliatieve Zorg? Hoe kunnen de goede projecten die hieruit voortkomenstructureel worden gefinancierd? Genoemde leden zien dat verzekeraarsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 855 nu eerste stappen zetten om dat gesprek bij huisartsen ook te vergoeden.Op welke manier kan dat initiatief navolging krijgen?Verder horen de leden van de NSC-fractie geluiden uit het ziekenhuis dathet heel ingewikkeld is om palliatieve zorg in het ziekenhuis vergoed tekrijgen. De Diagnose Behandel Combinatie (DBC) palliatieve zorg wordtalleen vergoed als het palliatief team ernaar gekeken heeft én eenbespreking in het multidisciplinair overleg heeft plaats gevonden.Dagelijkse zorg voor een patiënt die echt in de stervensfase is maar diesterft voordat er een multidisciplinair overleg heeft kunnen plaatsvindendan is alle zorg niet declarabel. Genoemde leden vragen aan de Staatsse-cretaris of dit anders geregeld kan worden. Daarnaast moet er kennelijkanderhalf uur zitten tussen twee poliklinische bezoeken in ziekenhuizen.Dus als de patiënt een afspraak bij de poli palliatieve zorg heeft en eenafspraak bij de oncoloog moet er minstens anderhalf uur zitten tussen dieafspraken, anders wordt er niet vergoed. Dit gaat echter om doodziekepatiënten, kan dit echt niet anders?De leden van de NSC-fractie vinden het een goed uitgangspunt dat het dewens van de meeste mensen is om thuis in een vertrouwde omgeving testerven. Ergens zien genoemde leden daar ook wel een spiegel met degeboorte, het begin van het leven en het einde van het leven, zijn demeest intieme momenten, en in sommige opzichten lijken ze op elkaar.Ook rond geboortezorg zien zij dat goede zorg aan huis ertoe kan leidendat er minder onnodige medicalisatie plaatsvindt, juist omdat je het altijdachter de hand hebt. Het sterven heeft net als geboren worden ietsonvoorspelbaars, dat is nog een overeenkomst, je weet meestal niet opwelke dag het gaat gebeuren, iets waar mensen dus de controle ook deelsuit handen geven, en dat kan ook wanneer je weet dat goede zorg binnenhandbereik is. Dat er goede bestrijding van pijn, benauwdheid ofmisselijkheid mogelijk is. En er altijd nog ingegrepen kan worden. Hoe kande Staatssecretaris ervoor zorgen dat de samenleving weet hoe zo’nnatuurlijk sterven evenals een natuurlijke geboorte met alle begeleidingdie daarbij mogelijk, is bekend gemaakt wordt?De leden van de NSC-fractie zien dat ons land gelukkig beschikt overkundige zorgverleners in de wijk die dat thuis sterven kunnen onder-steunen. Sinds de Wet toetsing levensbeëindiging is er veel geld inonderzoek en onderwijs gestoken. De onderzoeken hebben de laatstejaren geleid tot goede projecten, zoals de palliatieve thuiszorggroepen.Deze zogeheten PaTz-groepen bestaan uit huisartsen, wijkverpleegkun-digen en inhoudelijk deskundigen die vroegtijdig met patiënten die niet zolang te leven meer hebben, spreken over de behoeften nabij het levens-einde. Uit onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) blijkt dat ernog geen landelijke organisatie en bekostiging van proactievezorgplanning2 is. De NZa zegt daar verandering in te brengen en gaat aande slag met de bekostiging in de huisartsen- en ziekenhuiszorg en deels inde kortdurende en langdurige zorg. Aan de Staatssecretaris vragen dezeleden wat de stand van zaken is om de structurele bekostiging vanproactieve zorgplanning te realiseren. Wordt bij die plannen voorstructurele bekostiging ook de deelname aan de PaTz-groepen bekostigd,niet alleen voor huisartsen maar ook voor de wijkverpleegkundigen enandere deskundigen die hieraan deelnemen?De leden van de NSC-fractie horen van de wijkverpleging dat ook daar deurennormen echt kunnen knellen. Dat ook daar het vaak ingewikkeld blijktom de kortdurende acute terminale zorg vergoed te krijgen of überhauptte kunnen leveren met schrijnende gevallen tot gevolg, zoals eerder ditjaar werd beschreven in de Volkskrant. Genoemde leden zijn dan ook blijte zien dat één van de zorgverzekeraars, Zilveren Kruis, een verzoek totTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 856 verruiming van de zorg voor palliatief-terminale patiënten voortaan altijdhonoreert. Zodat die zorg gewoon opgestart kan worden, zonder het risicodat het niet vergoed wordt. Deze leden vragen aan de Staatssecretaris hoezij kijkt naar die stap en of zij ook kansen ziet dat die navolging krijgt bijalle andere verzekeraars?NZa, 26 juni 2024, «Rapport verkenning bekostiging proactievezorgplanning» (Rapport verkenning bekostiging proactieve zorgplanning –Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)) 5 De leden van de NSC-fractieconstateren dat soms het hospice de aangewezen plek is om te sterven.Het komt voor dat mensen die terminaal ziek zijn niet naar het hospice vanhun keuze kunnen vanwege een zorgplafond. Genoemde leden vragen deStaatssecretaris of zij dit beeld herkent en wat zij vindt van deze zorgpla-fonds bij hospices. Hoe kunnen zorgplafonds voor hospices voorkomenworden?Tenslotte willen de leden van de NSC-fractie nog benoemen dat zij zeerveel waardering hebben voor het goede werk van de vele vrijwilligers inde palliatieve zorg. Vrijwilligers krijgen via de organisatie VrijwilligersPalliatieve Terminale Zorg (VPTZ) een opleiding om vervolgens de patiënten familie thuis of in het hospice bij te staan. Hoe kijkt de Staatssecretaristegen de VPTZ aan en kunnen zij hun subsidie de komende jarenbehouden of in de toekomst uitbreiden vanwege de groei van het aantalstervenden?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben een aantal vragen met betrekking totpalliatieve zorg en stervensbegeleiding.De leden van de D66-fractie merken op dat het nog steeds voorkomt datpatiënten geen toegang hebben tot goede zorg door het zorgplafond. Kande Staatssecretaris uitleggen waar het probleem precies ligt en welkeoplossingen zij hiervoor ziet? Kan zij daarbij ook ingaan op het rapportvan de Algemene Rekenkamer uit 2021? Welke stappen zijn sindsdiengezet? En wat is er nog nodig om te voorkomen dat patiënten en hunnaasten in een al onzekere situatie worden teleurgesteld, zo vragen dezeleden.De leden van de D66-fractie maken zich zorgen over de hospicezorg. Erzijn nu 1.200 bedden, maar dit moet groeien naar 1.800. Kan de Staatsse-cretaris uitleggen welke plannen zij hiervoor heeft en binnen welketermijn dit zal gebeuren?Deze leden merken op dat veel hospices sterk afhankelijk zijn vanvrijwilligers. Doordat de inzet van vrijwilligers toeneemt, wordt desubsidie echter met acht procent verlaagd. Erkent de Staatssecretaris datdit grote problemen kan veroorzaken voor veel hospices? Kan zijaangeven hoe de subsidieregeling kan worden aangepast, zodat errekening wordt gehouden met de groei van vrijwilligers? En is zij het metde leden van de D66-fractie eens dat het professionaliseren van informelezorg juist bijdraagt aan betere zorg? Zo, ja, welke plannen heeft zij om hierop in te zetten, zo vragen deze leden.De leden van de D66-fractie constateren dat patiënten die palliatieve zorgkrijgen vaak geen vast aanspreekpunt hebben, omdat de zorg oververschillende zorgverleners is verspreid. Erkent de Staatssecretaris, netals deze leden, het belang van één vast aanspreekpunt voor de patiënt enzijn naasten? Welke oplossingen ziet de Staatssecretaris hiervoor?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 857 Daarnaast vragen de leden welke rol een verpleegkundig specialist hierinkan spelen.Ten slotte, vragen deze leden of de Staatssecretaris kan uitleggen hoe dekwaliteit van palliatieve zorg in ziekenhuizen wordt gecontroleerd, welkeaandachtspunten daarbij opvallen en welke stappen daarna wordenondernomen.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de actualiteitrond palliatieve zorg en stervensbegeleiding. Deze leden hebben devolgende vragen aan de Staatssecretaris.De leden van de BBB-fractie hebben verschillende schrijnende verhalengelezen die helaas geen uitzondering zijn. Slechts de helft van al dezepatiënten sterft op de plek waar ze hadden gehoopt. Dit heeft te makenmet administratieve hoepels, geld-gedreven keuzes en controledwangvanuit de zorgverzekeraars. Hoe stervensbepalend dit is, verschilt sterkper regio. Hierdoor komt kwalitatieve 6 zorg naar de wensen van destervende neer op niets meer dan geluk. Wat de leden van de BBB-fractiebetreft moet het niet uitmaken waar je woont. Je moet kunnen rekenen opgoede en waardige zorg zéker in de laatste fase van het leven. Hoe gaat deStaatssecretaris de palliatieve zorg in alle regio’s meer met elkaar in lijnbrengen?Ook vinden de leden van de BBB-fractie dat iedereen die dat wil thuismoet kunnen sterven. Vanwege de welbekende budgetplafonds is dat nietvaak niet haalbaar als mensen in november of december komen teoverlijden. Hiermee komt de rekening van het beperken van de zorgkostenop het bordje van kwetsbare stervenden terecht. Het is voor iedereenbelangrijk erop te kunnen vertrouwen dat voor elke patiënt overal, thuis,in verpleeghuis, ziekenhuis, ggz-instelling of VGZ-omgeving, de juistepalliatieve zorg deskundigen bereikbaar zijn én gevonden worden. Dit kandoor de huidige situatie niet gegarandeerd worden. Hoe kijkt de Staatsse-cretaris naar deze budgetplafonds in de palliatieve zorg? Is dit niet bijuitstek een facet van de zorg waarin we dit weg zouden moeten laten?Daarnaast vinden genoemde leden ook dat er in Nederland veel wél goedis geregeld op het gebied van palliatieve zorg. Hierbij denken webijvoorbeeld aan specialistische teams palliatieve zorg die steeds meerziekenhuizen kennen. Toch zien we de doorverwijzingen maarmondjesmaat groeien. Uit onderzoek van dr. Boddaert, die op hetonderwerp promoveerde, blijkt dat slechts een kwart van de ziekenhuispa-tiënten met complexe palliatieve zorgbehoeften door een specialistischteam wordt gezien. Ziet de Staatssecretaris mogelijkheden om het aantalpatiënten dat de specialistische palliatieve zorg krijgt die ze nodig hebben,te verhogen?Vanuit het veld bereiken de leden van de BBB-fractie signalen dat veelpartijen in zorg en onderwijs op basis van projectsubsidies al sinds 2018werken aan het groter maken van de kennis en vaardigheden vanzorgverleners op alle niveaus. Echter, de samenwerking is nog eenaandachtspunt. Er is behoefte aan een herkenbare basis te komen, eenstructuur, om die kennis en ervaring zichtbaar en merkbaar stevig temaken en te houden. Vanuit het veld is er roep om een OnderwijsraadPalliatieve Zorg voor waarin de bewindspersonen van de MinisteriesVolksgezondheid, Welzijn en Sport én Onderwijs, Cultuur en Wetenschapsamen voor vertrouwen van de Tweede Kamer zorgen, door eenheid enverbinding van verantwoordelijken van alle niveaus van onderwijs (vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 858 mbo tot en met medisch specialistische vervolgopleidingen). Het gaaterom dat daarmee en daardoor alle deskundigen palliatieve zorg betersamen kunnen gaan werken om alle sinds 2018 opgebouwde kennis enervaring beschikbaar te maken voor alle (toekomstige) zorgprofessionals.Hoe staat de Staatssecretaris tegenover een dergelijk initiatief?Verder vinden de leden van de BBB-fractie dat palliatieve zorg geenonzeker woud van regels zou moeten zijn. Je moet erop kunnenvertrouwen dat je in de laatste dagen van je leven goede zorg krijgt. Diegoede zorg kunnen we alleen realiseren als we vertrouwen in dezorgverleners weer leidend laten zijn. Controledwang vanuit zorgverzeke-raars creëert enkel schijnveiligheid en helpt onze kwetsbare stervendenniet. Hoe gaat de Staatssecretaris de regie over palliatieve zorg weghalenbij de zorgverzekeraars en weer terugleggen bij de zorgprofessionals?Tenslotte zitten de leden van de BBB-fractie met zorgen rondom vrijwilli-gersinzet. Het percentage mensen dat ondersteuning ontvangt in depalliatieve fase van een vrijwilliger is de afgelopen jaren fors gestegen.Met name in hospices is de inzet van vrijwilligers onmisbaar. Om huntaken goed uit te kunnen voeren, is onder andere scholing essentieel. Erdreigt een serieuze daling van de subsidiebijdragen voor hospices envrijwilligersorganisaties. Kan de Staatssecretaris deze organisatiestegemoet treden door de subsidies op peil te houden, dan wel de dalingminder drastisch te maken?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie maken graag van de gelegenheid gebruik omvragen te stellen over de stand van zaken betreffende palliatieve zorg. Deleden van de CDA-fractie vinden het van belang dat er voldoende zorgondersteuning beschikbaar is als iemand niet meer beter wordt. De zorgin die 3 Palliaweb, 14 maart 2024, «We moeten méér praten over de doodom de kwaliteit van zorg te verbeteren» («We moeten méér praten over dedood om de kwaliteit van zorg te verbeteren» (interview) – Palliaweb) 7laatste fase moet heel zorgvuldig plaatsvinden en de kwaliteit van leven ineen prettige omgeving moet – juist in deze laatste fase – het uitgangspuntblijven.De leden van de CDA-fractie zien in de verschillende regio’s mooieinitiatieven tot bloei komen maar merken ook op dat er regionaleverschillen zijn. Is duidelijk wat de verschillende regionale behoeften zijn?Kan er een inschatting worden gemaakt van wat er de komende vier jaarnodig is aan palliatieve zorg thuis en aan palliatieve zorg in hospices? Ditvragen zij omdat mensen langer thuis wonen en ook graag in die laatstefase in een vertrouwde omgeving verblijven. Hoever staan de IntegraalZorgakkoord (IZA)(bijlage bij Kamerstuk 31 765, nr. 655) Transformatie-plannen Palliatieve Zorg op dit moment? Wat loopt goed en wat kan erbeter?Daarnaast hulde van genoemde leden aan de vrijwilligers die vrijwilli-gerswerk verrichten in de palliatieve zorg. Zijn er voldoende vrijwilligersin de palliatieve zorg of juist niet en in hoeverre is hier sprake vanregionale verschillen? Klopt het dat de subsidie gaat dalen? Waarom wilde Staatssecretaris de subsidie (acht procent) laten dalen en krijgen zeminder subsidie per persoon? Wat denkt de Staatssecretaris dat het effectis op het totaal aantal vrijwilligers en daarmee ook voor de toekomst vanhospicezorg?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 859 Klopt het dat ook de vraag voor palliatief terminale zorg voor specialedoelgroepen (bijvoorbeeld dak-en thuislozen maar ook mensen metpsychiatrische problemen) toeneemt?Zo ja, zijn deze groepen goed bekend bij de diverse organisaties? Hoewordt er voor deze groepen passende palliatieve zorg georganiseerd?De leden van de CDA-fractie vragen ook aandacht voor zingeving.Wanneer mensen langdurig ziek zijn en niet meer beter worden kanzingeving onder druk komen te staan. Mensen gaan vaak bewustnadenken over wat voor hen waardevol is. Vindt de Staatssecretaris datdit op dit moment voldoende geborgd is? Zo ja, waarom wel? Zo niet, watkan zij doen om dit te verbeteren?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de onderhavigestukken. Zij hebben nog een aantal vragen en opmerkingen over deproblemen in de palliatieve zorg.De leden van de SP-fractie maken zich zorgen over de dreigende sluitingvan hospices, zoals bijvoorbeeld het Bethlehem Hospice in Nijmegen.Welke stappen gaat de Staatssecretaris zetten om te voorkomen dathospices sluiten, waardoor minder mensen hier toegang toe hebben?De leden van de SP-fractie uiten ook hun zorgen over het gebrek aansolidariteit in bepaalde probleemwijken, waar sommige mensen weigerenruimte te maken voor een hospice, zoals in Bloemendaal. Zij roepen deStaatssecretaris op om dit gebrek aan solidariteit aan te pakken. Is zijbijvoorbeeld bereid om de problematische sociaaleconomische segregatiein deze villawijken aan te pakken, om zo de solidariteit met anderegroepen te stimuleren?De leden van de SP-fractie stellen daarnaast dat het onacceptabel is dat ernog steeds gewerkt wordt met budgetplafonds voor palliatieve zorg,waardoor mensen minder vaak kunnen sterven op de plek van hun keuze.Is de Staatssecretaris bereid om ervoor te zorgen dat er niet langergebruik wordt gemaakt van budgetplafonds in de palliatieve zorg? Welkestappen is zij daarnaast bereid om te zetten om de wachtlijsten in depalliatieve zorg tegen te gaan?De leden van de SP-fractie zijn ten slotte van mening dat het momenteelteveel afhangt van welke zorgverzekeraar mensen hebben bij de vraag ofzij toegang hebben tot de juiste palliatieve zorg. Hoe is de Staatssecretarisvan plan om deze verschillen tegen te gaan, zodat iedereen toegang heefttot de palliatieve zorg die zij nodig hebben?Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie zien palliatieve zorg als belangrijkonderdeel van de zorg, waar, nu genezen niet meer mogelijk is, dezorgverlener vaak de pijn kan verlichten, maar in ieder geval troost kanbieden. Deze vorm van zorg kan niet zonder een warme en zorgendeomgeving.De leden van de ChristenUnie-fractie kunnen instemmen met hetvoornemen van de Staatssecretaris om te investeren in palliatieve zorg inmedische opleidingen op alle niveaus, en dat de Staatssecretarispalliatieve zorg wil verankeren in alle zorgwetten. Deze leden willendaaraan toevoegen dat er ook een opgave in de samenleving ligt. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8510 nodig om draagvlak te creëren voor de meerwaarde van palliatieve zorg,in hospices, in het ziekenhuis, thuis. Deze leden betreuren het dat erbuurten zijn die bij de komst van een hospice niet verwelkomend zijn. Hoewil de Staatssecretaris initiatieven ondersteunen die palliatieve zorgbekender maken? Bijvoorbeeld door scholieren op bezoek te laten gaan ineen hospice, zoals in hospice Bardo in Hoofddorp gebeurt?Vrijwilligers zijn onmisbaar in de palliatieve en terminale zorg, en desubsidie die instellingen krijgen voor de inzet van vrijwilligers is nodig omdeze vrijwilligers te ondersteunen, te trainen en te begeleiden, zodat zijhun werk kunnen doen. De leden van de ChristenUnie-fractie zijn daaromhogelijk verbaasd dat de Staatssecretaris ervoor kiest om het subsidie-plafond van komend jaar te verlagen, terwijl het aantal cliënten deafgelopen jaren is toegenomen en door de vergrijzing het aantal cliëntennog verder zal stijgen. Het bedrag per cliënt neemt daardoor af en isminder inzet van vrijwilligers mogelijk. Deze leden horen uit de sector dathierdoor hospices en palliatieve thuiszorg in financieel zwaar weer komten minder cliënten kan verzorgen. Waarom kiest de Staatssecretariservoor om essentiële krachten in de palliatieve zorg weg te bezuinigen, zovragen de leden van de ChristenUnie-fractie.De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen op de community basedpalliative care die in Groot-Brittannië bekend is, waar palliatieve zorg alseerstelijnszorg, ingebed in de gemeenschap, wordt geboden. Welkemogelijkheden ziet de Staatssecretaris om gemeenschappelijke palliatievezorg met vrijwilligers, familie en de buurt mogelijk te maken?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris omvrijwilligers, in den breedte maar voor nu specifiek in de palliatieve zorg,uit te nodigen en mee te laten beslissen aan de tafels waar regioplannenen regiobeelden worden gemaakt en uitgewerkt. Deze leden zijn vanmening dat de inzet van vrijwilligers, en mantelzorgers, cruciaal is in detransformatie van zorg. Dan is het niet meer dan logisch dat hun inzichtenen belangen een plek krijgen op de plekken waar hierover wordt beslotenen plannen hiervoor worden uitgewerkt. Welke stappen gaat de Staatsse-cretaris zetten om ervoor te zorgen dat dit op regionaal niveau gaatgebeuren? De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het erg schrijnendals terminale patiënten geen intensieve thuiszorg ontvangen, vanwegeonder andere budgetplafonds of contractafspraken van verzekeraars.Heeft de Staatssecretaris er zicht op in welke regio’s palliatieve zorg hetslechtst toegankelijk is? Hoe komt dit? Welke rol hebben zorgverzekeraarsin de toegang? Is de Staatssecretaris bereid de NZa te vragen uit te zoekenwat de huidige toegankelijkheid is van palliatieve zorg thuis en welkezorgverzekeraars het aantal vergoede uren flink beperken? Wat hebbenregio’s die achterblijven nodig van de Staatssecretaris om de toeganke-lijkheid te verbeteren? Heeft de Staatssecretaris zicht op de mate waarinhet ontbreken van contracten een belemmering is voor de zorg? Waaromzijn verzekeraars zo streng als ze weten dat zorgaanbieder en cliënt nietveel tijdhebben om meerdere keren een aanvraag te herzien? Vindt de Staatsse-cretaris dit terecht? Hoe vaak komt het voor dat zorgverzekeraars nietakkoord gaan met het zorgplan? Op grond waarvan zijn zorgverzekeraarsgerechtigd om de indicatie in twijfel te trekken?De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen op de zorg die er leeftrondom kinderen die achttien worden en palliatieve en terminale zorgontvangen in een hospice. Zij passen niet meer in een kinderhospice voorgoede zorg, maar ergens anders kunnen zij ook niet goed terecht. Wil deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8511 Staatssecretaris in overleg gaan en ervoor zorgen dat deze kinderen eengoede plek krijgen? Wil zij de Kamer over haar vorderingen informeren?II. Reactie van de Staatssecretaris Met interesse heb ik kennisgenomen van de vragen van de leden van deverschillende fracties naar aanleiding van het schriftelijke overleg«palliatieve zorg en stervensbegeleiding».Graag start ik met een algemene inleiding waarin mijn plannen wordenweergegeven.Palliatieve zorg richt zich op de kwaliteit van leven van mensen die nietmeer beter kunnen worden en kan maanden of zelfs jaren duren.Stervensbegeleiding vindt plaats in de allerlaatste, terminale, fase dieveelal een aantal weken, soms een paar maanden duurt. Terminale zorgen stervensbegeleiding zijn onderdeel van palliatieve zorg. Palliatieve zorgvind ik een belangrijk onderwerp, het staat in het regeerprogramma enhet is dan ook een prioriteit voor mij. Mijn persoonlijke ervaringen, mijnwerkbezoeken en gesprekken in de afgelopen tijd hebben mijn motivatiealleen maar vergroot.Goed opgeleide zorgprofessionals zijn in de gehele palliatieve fasebelangrijk. In de terminale fase spelen opgeleide en deskundige vrijwil-ligers thuis of in een hospice een onmisbare rol. Mensen moeten goedezorg kunnen ontvangen als zij dat nodig hebben en die zorg moet bij henen hun situatie passen, zeker ook als mensen de boodschap hebbengekregen dat ze niet meer beter zullen worden. Dat kunnen mensen vanalle leeftijden zijn, van jong tot oud; kinderen, volwassenen en ouderen.Dan is palliatieve zorg beschikbaar en zijn keuzes mogelijk over behande-lingen. Dan moet er aandacht zijn voor persoonlijke wensen ten aanzienvan kwaliteit van leven.Het is belangrijk dat mensen van deze mogelijkheden weten en hier zelfover nadenken. Sterven hoort erbij. Het einde van het leven moetonderdeel van de normale setting van het leven worden, het taboe moeteraf. Zorgverleners in alle sectoren van de zorg moeten met hun patiëntenhet goede gesprek kunnen voeren. Hiervoor zijn inmiddels mogelijkhedenin de bekostiging. Daarnaast moet het voor professionals in de zorgmakkelijk, behapbaar en comfortabel worden om palliatieve zorg teverlenen.Patiënten willen soms iets maar dat kan niet altijd. Zorgverleners vindenhet soms moeilijk het gesprek hierover te voeren. Ik wil dit verbeterendoor:–Mensen bewust te maken van de mogelijkheden die er zijn.–Zorgverleners bewust te maken van het belang van het goede gesprekover de mogelijkheden.–Palliatieve zorg te verankeren in de opleidingen en bij- en nascholin-gen.–Palliatieve zorg en terminale zorg een vanzelfsprekend onderdeel temaken van de reguliere zorg. Palliatieve zorg zou namelijk net zogewoon en belangrijk moeten zijn als geboortezorg.–Verder te werken aan alternatieve vormen van bekostiging dieaansluiten bij het beleid. Zodat meer mensen de palliatieve zorgkunnen krijgen die ze nodig hebben.Met de campagne «Leven tot het laatst», die vorige week, tijdens de weekvan de palliatieve zorg, is gestart wordt de komende 3 jaar gewerkt aanmeer maatschappelijke bewustwording over palliatieve zorg. DaarmeeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8512 dragen we bij aan de normalisering van palliatieve zorg in de samen-leving. Voor alle mensen van alle leeftijden.Palliatieve zorg moet worden verankerd in de zorgopleidingen én in de bij-en nascholingen. Door zorgverleners al vroeg in de opleiding hierop voorte bereiden rusten we ze beter uit om palliatieve zorg te verlenen.Ook wil ik zorgen dat de regio’s en alle partijen daarin, zoals ziekenhuizen,hospices, huisartsen en zorgverzekeraars, beter gaan samenwerken alshet gaat om palliatieve zorg. Dit is een IZA-transformatie waarmee ik regiovoor regio wil gaan zorgen dat zorgverleners tijdig en regelmatiggesprekken voeren met patiënten over hun wensen en grenzen in depalliatieve fase, dat zorgverleners met elkaar gaan samenwerken, over demuren heen en dat bij complexe palliatieve zorg specialisten beschikbaarzijn. Dit traject is beschreven in de Strategische agenda Transformatiepalliatieve zorg die wordt genoemd in de Commissiebrief van juni ditjaar1. Mijn rol daarbij is om te zorgen dat de regio’s en alle partijen daarin,zoals ziekenhuizen, hospices, huisartsen en zorgverzekeraars, wordenondersteund bij het opstarten en uitwerken van plannen om dat voorelkaar te krijgen en dat er concrete afspraken worden gemaakt tussendeze partijen.De manier waarop de palliatieve zorg wordt bekostigd moet aansluiten bijhet beleid. Dus zorgverleners moeten bijvoorbeeld ook betaald krijgenvoor het voeren van de gesprekken met patiënten over hun wensen engrenzen in de palliatieve fase. In het regeerprogramma staat dat pallia-tieve zorg een vanzelfsprekend onderdeel moet zijn van de reguliere zorg.Daarvoor wil ik ook bezien of hiervoor iets in de zorgwetten zou moetenworden aangepast. Maar misschien is dat nu nog niet direct nodig. Dat isgeen doel op zich, het gaat mij erom wat in de praktijk werkt.Veel wordt momenteel opgepakt in het kader van lopende programma’sen projecten. Hier wil ik op gaan versnellen. In december ontvang ik deToekomstverkenning palliatieve zorg 2050. Die is opgesteld door het RIVMsamen met experts. De tussenevaluatie van het Nationaal ProgrammaPalliatieve Zorg II (NPPZ II) door een extern bureau wordt in decemberopgeleverd. Ook de tussenevaluatie van het onderzoeksprogrammaPalliantie II is dan verschenen.Op basis van de geschetste scenario’s uit de toekomstverkenning en deuitkomsten van de tussenevaluaties wil ik met alle partijen een visie eneen agenda voor de komende jaren opstellen. Ook de inbreng van uwKamer vind ik daarbij belangrijk. Doel is dat de ingezette versnellingdoorgezet wordt en palliatieve zorg een vanzelfsprekend onderdeel wordtvan de reguliere zorg met specialistische zorg waar nodig en iedereen kansterven waar hij of zij dat wil.Dan ga ik nu over tot de beantwoording van de vragen, waarbij devolgorde van het verslag wordt aangehouden.Palliatieve zorg en stervensbegeleiding zijn een wezenlijk onderdeel vanonze levensloop, zo constateren de leden van de PVV-fractie. In hetregeerprogramma is hierover opgenomen dat palliatieve en terminalezorg een vanzelfsprekend onderdeel moeten worden van reguliere zorg.Waaruit blijkt dat dit nog niet het geval is?Helaas blijkt uit de praktijk dat mensen nog niet altijd de goede palliatievezorg ontvangen als ze dat nodig hebben en dat zorgverleners het somsmoeilijk vinden om het goede gesprek hierover te voeren. Maatschappe-1Kamerstukken II, 2023–2024, 29 509, nr. 82.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8513 lijke bewustwording is daarbij belangrijk. Daarvoor loopt nu de campagne«Leven tot het laatst». Daarnaast willen we zorgverleners bewust makenvan het belang van het goede gesprek met patiënten over hun wensen engrenzen in de palliatieve fase en zorgen dat zij zich daar ook goedtoegerust voor voelen. Daartoe moet palliatieve zorg een vast onderdeelzijn in de opleidingen en bij- en nascholingen. Transformaties in de regio’smoeten zorgen dat overal gewerkt wordt via het Kwaliteitskader pallia-tieve zorg (waaronder proactieve zorgplanning en transmurale samen-werking). Er lopen verschillende trajecten om te zorgen dat de bekostigingvan de palliatieve zorg hierbij aansluit.De PVV-fractie vraagt hoever de Staatssecretaris is met onderzoekenwelke aanpassingen nodig zijn in de verschillende zorgwetten en wanneerde eerste aanpassingen zichtbaar worden?Hiervoor verwijs ik naar de hiervoor genoemde Commissiebrief2.Kan de Staatssecretaris al meer vertellen over de experimenten alterna-tieve bekostiging palliatieve zorg vraagt de PVV-fractie?De NZa verkent in opdracht van VWS en in nauwe samenwerking metPZNL en ZonMw welke alternatieve wijze van financieren proactieve,transmurale palliatieve zorg kan stimuleren. Hiervoor starten in het najaarvan 2024 drie experimenten. Het gaat hierbij om kleinschalige experi-menten waarbij samenwerkende zorgaanbieders de mogelijkheid krijgenom de palliatieve zorg naar eigen inzicht in te richten volgens de principesvan het kwaliteitskaders en de bekostiging daarop te laten aansluiten.Parallel aan de experimenten onderzoekt de NZa overkoepelend de(meetbare en merkbare) effecten en werkingsmechanismen van alterna-tieve bekostiging op proactieve transmurale zorg en de ervaring vanbetrokkenen. Het gaat om een lange termijn ontwikkeltraject. De eerstefase loopt tot en met 2026.En, vraagt de PVV-fractie, wat is de stand van zaken met betrekking totknelpunten in de huidige bekostiging en contractering van palliatievezorg?Er lopen verschillende initiatieven gericht op de structurele bekostigingvan proactieve zorgplanning. Door de NZa zijn hiervoor inmiddels tweeprestaties ontwikkeld. De facultatieve prestatie «Time to talk» isbeschikbaar voor het bespreken van wensen en grenzen door debehandelend poortspecialist en per 2025 gaat een betaaltitel in voorproactieve zorgplanning in ziekenhuizen. Voor huisartsenzorg zijn ermomenteel maatwerkafspraken voor proactieve zorgplanning in speci-fieke situaties. De NZa werkt toe naar een structurele prestatie voorhuisartsenzorg per 2027. Hiernaast verkent de NZa samen met PZNL enZonMw via experimenten welke alternatieve wijzen van bekostigenproactieve, transmurale palliatieve zorg kunnen stimuleren. Ook wordenin het kader van het NPPZ II knelpunten in de huidige bekostiging encontractering aangepakt. Parallel aan de experimenten onderzoekt de NZaoverkoepelend de (meetbare en merkbare) effecten en werkingsmecha-nismen van alternatieve bekostiging op proactieve transmurale zorg en deervaring van betrokkenen.De leden van de PVV-fractie hebben in een commissiedebat palliatievezorg van afgelopen april aangegeven dat vanwege het hanteren vanbudgetplafonds door de zorgverzekeraars het nog steeds voorkomt dat2Kamerstukken II, 2023–2024, 29 509, nr. 82.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8514 mensen niet kunnen sterven op de plek van hun keuze. Is dit inmiddelsopgelost en zo ja, hoe?Mensen mogen in de meest kwetsbare fase van het leven geen lasthebben van de gevolgen van omzetplafonds. Zorgaanbieders moeten optijd aan de bel trekken als het plafond in beeld komt. De verzekeraar kandan maatregelen nemen. Uit navraag bij zorgverzekeraars blijkt dat zijwelwillend en voortvarend aanvragen voor budgetverhogingen behan-delen als het om palliatieve zorg gaat. Zo worden problemen voorkomen.Overigens gaat dit in veel regio’s ook al goed. Maar niet altijd en nietoveral. Daarom ga ik met zorgverzekeraars in overleg om het probleemscherp te krijgen en goede afspraken te maken dat omzetplafonds geengevolgen meer hebben voor mensen die palliatieve zorg nodig hebben.Eventuele afspraken hierover zouden mogelijk ook goed passen in deaanvulling op het integraal zorgakkoord dat het kabinet wil sluiten. Overhet verloop van dit overleg en het opnemen hiervan in het integraalzorgakkoord zal ik uw Kamer op de hoogte houden.De PVV-fractie vraagt naar de situatie in de hospices.In Nederland zijn momenteel circa 275 hospicevoorzieningen voorvolwassenen met een gemiddelde bezettingsgraad van 80%. Een hospiceheeft een maximale bezettingsgraad van 80 tot 90%. Dit komt onder meerdoordat er minimaal één dag zit tussen de dag waarop een gast overlijdten een volgende gast de kamer kan betrekken. Uit capaciteitsonderzoek,verricht binnen het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II),blijkt dat er in 2022 2.625 mensen niet terecht konden bij het hospice vankeuze vanwege 100% bedbezetting. De verwachte prognose is dat in 2040er 589 bedden extra nodig zijn. In totaal zijn er 137 extra bedden geplandbij 44 hospices, variërend van 1 tot 8 bedden per hospice. De meeste vandeze uitbreidingen zijn gepland in de periode 2024–2027. Voor kinderen enjongvolwassenen is de capaciteit toereikend, maar de verspreiding nietoptimaal door regionale verschillen. Er zijn verschillende redenen datmensen niet in een hospice terecht kunnen. Soms is er geen bedbeschikbaar of is er een tekort aan personeel of wijkverpleging. Maar hetkomt ook voor dat mensen bij meerdere hospices worden ingeschreven.Niet worden opgenomen in een hospice kan dan ook betekenen datiemand voor een ander hospice heeft gekozen. Via het project «VersterkenHospicezorg» worden regionale afspraken gemaakt over beddencapaciteiten kwaliteit zodat de cliënt in het juiste hospice de juiste zorg ontvangt.Voor het eerst zitten alle hospices gezamenlijk aan tafel om te kijken naarwat er nodig is in de toekomst. Niet alleen voor hun eigen hospice ofbinnen hun eigen gemeente, maar om de hospicezorg regionaal teverbeteren. Er wordt gekeken naar hoe adequaat doorverwezen kanworden naar hospices binnen de regio die wel plek hebben. En hoevrijwilligers vaker thuis kunnen worden ingezet om mantelzorgers teontlasten en te voorkomen dat hospicezorg nodig is. Het project loopt toteind 2024. Op basis van de resultaten wordt het vervolg bepaald.De oplossing ligt niet alleen in de palliatieve zorg, zo geeft de PVV-fractieaan, maar overstijgt meerdere domeinen. Hoe gaat de Staatssecretariservoor zorgen dat de juiste zorgvrager op het juiste bed belandt en zopassende zorg kan krijgen?Ik wil zorgen dat de regio’s en alle partijen daarin, zoals ziekenhuizen,hospices, huisartsen en zorgverzekeraars, beter gaan samenwerken alshet gaat om palliatieve zorg. Dit is een IZA transformatie waarmee ik regiovoor regio wil gaan zorgen dat zorgverleners tijdig en regelmatiggesprekken voeren met patiënten over hun wensen en grenzen in depalliatieve fase, dat zorgverleners met elkaar gaan samenwerken, over deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8515 muren heen en dat bij complexe palliatieve zorg specialisten beschikbaarzijn. Dit traject is beschreven in de Strategische agenda Transformatiepalliatieve zorg die wordt genoemd in de Commissiebrief3 van juni ditjaar. Mijn rol daarbij is om te zorgen dat de regio’s en alle partijen daarin,zoals ziekenhuizen, hospices, huisartsen en zorgverzekeraars, wordenondersteund bij het opstarten en uitwerken van plannen om dat voorelkaar te krijgen en dat er concrete afspraken worden gemaakt tussendeze partijen.Dan de vragen van de GroenLinks-PvdA-fractie. Allereerst ben ik het eensmet de opmerking van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA dathet voor de rouwverwerking van de nabestaanden van groot belang is dathet stervensproces zo goed mogelijk verloopt.De GL-PvdA-fractie heeft diverse vragen over budgetplafonds: Klopt hetdat kleinere organisaties in de knel komen te zitten wegens de budgetpla-fonds en dat grotere organisaties in de knel komen te zitten wegens dedoelmatigheidseisen? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat deStaatssecretaris nemen om dit tegen te gaan? Kan de Staatssecretarisreflecteren op het feit dat zorgorganisaties niet in staat zijn om hun werkgoed te doen wegens financiële belemmeringen en personeelstekorten?Welke concrete oplossingen kunnen genoemde leden verwachten van deStaatssecretaris? Kan de Staatssecretaris daarnaast ook reflecteren op hetbestaan van budgetplafonds in de palliatieve zorg? Zou de Staatssecre-taris kunnen reflecteren op de noodzaak van het bestaan van budgetpla-fonds in de palliatieve zorg of zijn zij het met genoemde leden eens dathet beter zou zijn als de palliatieve zorg uitgezonderd zou zijn vanbudgetplafonds?Ten aanzien van personeelstekorten: Het zou niet zo moten zijn datmensen die palliatief (terminaal) zijn niet de juiste of voldoende zorg thuiskunnen krijgen, omdat er onvoldoende wijkverpleging beschikbaar is. Inhet regeerprogramma hebben we afspraken gemaakt om het arbeids-markttekort aan te pakken door:–De administratietijd te halveren per 2030 middels inzet van innovatiesals artificial intelligence (AI), zodat er meer tijd is voor de patiënt.–De juiste inzet van medewerkers door arbitrage tussen zorgwetten in tevoeren en goed de samenwerking met mantelzorgers en vrijwilligersvorm te gegeven samen met het gebruik van innovaties.–Het vergroten van het vakmanschap en werkplezier middels eenleidraad. Hierin is aandacht voor autonomie en vertrouwen, hetvoorkomen van verzuim en het tegengaan van agressie; verhoudingtussen vast en flexibel personeel en bij meerdere organisatieswerkzaam kunnen zijn; bekostiging van verschillende opleidingsvor-men, inclusief bijvoorbeeld de nascholing palliatieve zorg.Ten aanzien van budgetplafonds: Zoals ik in antwoord op vragen van dePVV-fractie al aangaf, mogen mensen in de meest kwetsbare fase van hetleven geen last hebben van de gevolgen van omzetplafonds. Zorgaan-bieders moeten op tijd aan de bel trekken als het plafond in beeld komt.De verzekeraar kan dan maatregelen nemen. Uit navraag bij zorgverzeke-raars blijkt dat zij welwillend en voortvarend aanvragen voor budgetver-hogingen behandelen als het om palliatieve zorg gaat. Zo wordenproblemen voorkomen. Overigens gaat dit in veel regio’s ook al goed.Maar niet altijd en niet overal. Daarom ga ik met zorgverzekeraars inoverleg om het probleem scherp te krijgen en goede afspraken te makendat omzetplafonds geen gevolgen meer hebben voor mensen diepalliatieve zorg nodig hebben. Eventuele afspraken hierover zouden3Kamerstukken II, 2023–2024, 29 509, nr. 82.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8516 mogelijk ook goed passen in de aanvulling op het integraal zorgakkoorddat het kabinet wil sluiten. Over het verloop van dit overleg en hetopnemen hiervan in het integraal zorgakkoord zal ik uw Kamer op dehoogte houden.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken verder op dat organi-saties onder grote druk staan wegens de doelmatigheidseisen. Zij merkenop dat organisaties de opdracht krijgen om een gemiddeld aantal uren percliënt te besteden, waarbij er een financiële beloning is indien deorganisatie onder dit aantal uren blijft, maar er een boete is als deorganisatie het aantal uren overschrijdt. Zou de Staatssecretaris op dezepunten een reflectie kunnen geven? Welke concrete maatregelen is deStaatssecretaris voornemens te nemen om deze problematiek op telossen? Welke concrete maatregelen gaat de Staatssecretaris nemen omspecifiek te voorkomen dat deze systematiek ontmoedigend werkt voororganisaties om cliënten met een grote zorgvraag te helpen?Deze vragen van de GL-PvdA-fractie zal ik beantwoorden in de brief die ikvoor december van dit jaar heb toegezegd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen welke concrete stappende Staatssecretaris gaat nemen om goede afstemming te bewerkstelligentussen de verschillende beroepsgroepen rondom de advance careplanning. Hoe gaat de Staatssecretaris tevens erop toe zien dat er goedeinformatieoverdracht tussen deze beroepsgroepen (bijvoorbeeld:huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, medisch specialisten, etc.)plaatsvindt?Via het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II) wordt gewerktaan het beschikbaar maken van palliatieve zorg voor iedereen die datnodig heeft. Het gaat om de juiste zorg, op de juiste plek, op het juistemoment, door de juiste zorgverlener, tegen de juiste financiering. De basisvormen het Kwaliteitskader palliatieve zorg en de interdisciplinairerichtlijnen palliatieve zorg. Transmurale samenwerking en advanced careplanning zijn hier belangrijke onderdelen van. Palliatieve zorg enterminale zorg moeten een vanzelfsprekend onderdeel zijn van dereguliere zorg, zoals ook in het regeerprogramma staat. Ik wil dezebeweging versnellen door belangrijke elementen van het Kwaliteitskaderpalliatieve zorg (markering, proactieve zorgplanning, transmuralesamenwerking, ondersteuning bij complexe zorg) te implementeren in deregio met behulp van concrete afspraken en investeringen. Dit voorjaar ishiervoor vanuit het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II de Strate-gische agenda Transformatie palliatieve zorg opgesteld. Ook lopenverschillende initiatieven gericht op de structurele bekostiging vanproactieve zorgplanning. Door de NZa zijn hiervoor inmiddels tweeprestaties ontwikkeld. De facultatieve prestatie «Time to talk» isbeschikbaar voor het bespreken van wensen en grenzen door debehandelend poortspecialist en per 2025 gaat een betaaltitel in voorproactieve zorgplanning in ziekenhuizen. Voor huisartsenzorg zijnmomenteel maatwerkafspraken voor proactieve zorgplanning in speci-fieke situaties. De NZa werkt toe naar een structurele prestatie voorhuisartsenzorg per 2027. Hiernaast verkent de NZa samen met PZNL enZonMw via experimenten welke alternatieve wijzen van bekostigenproactieve, transmurale palliatieve zorg kunnen stimuleren. Ook wordenin het kader van het NPPZ II knelpunten in de huidige bekostiging encontractering aangepakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8517 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zouden graag willen zien datnazorg ingebed wordt in de gehele sector van palliatieve zorg, waar ditnodig is. Welke concrete stappen gaat de Staatssecretaris nemen om dit terealiseren?Nazorg is een specifiek en belangrijk onderdeel van het Kwaliteitskaderpalliatieve zorg Nederland en maakt dan ook deel uit van de genoemdeIZA-transformatie palliatieve zorg waarbij het Kwaliteitskader wordtgeïmplementeerd in zorg en sociaal domein in de regio’s. In de brief die ikvoor december van dit jaar heb toegezegd, zal ik nader ingaan op hetonderwerp nazorg.Tot slot verzoeken de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie de Staatsse-cretaris de acht procent minder subsidie per persoon aan hospices enorganisaties met vrijwilligers in de palliatieve zorg te heroverwegen.Het Ministerie van VWS stelt subsidie beschikbaar vanuit de «Regelingpalliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis» (hierna:Regeling) om de inzet, opleiding en coördinatie van vrijwilligers in depalliatieve terminale zorg te stimuleren. Dit geldt voor vrijwilligers bijmensen thuis en in hospices.De subsidieregeling maakt gebruik van een subsidieplafond. Hetsubsidieplafond is in de periode 2024–2026 als volgt opgebouwd:2024€ 31.979.000 (€ 25.479.000 regulier + 6.500.000 coalitieakkoordmiddelen)2025€ 31.861.000 (€ 25.861.000 regulier + 6.000.000 coalitieakkoordmiddelen)2026€ 32.249.000 (€ 26.249.000 regulier + 6.000.000 coalitieakkoordmiddelen) In het overzicht is te zien dat het reguliere bedrag de afgelopen jaren isaangevuld met coalitieakkoordmiddelen Rutte IV. Dit was ook nodig inverband met groeiende vraag naar vrijwilligers. De hoogte van deinstellingssubsidie per cliënt is onder andere afhankelijk van waar devrijwilligers worden ingezet (op eigen locatie of op een andere locatie) enof de aanbieder of locatie waar de vrijwilligers worden ingezet zorgverleent, waarop aanspraak bestaat op grond van de Wet langdurige zorgof de Zorgverzekeringswet. Daarnaast is de hoogte van de instellingssub-sidie afhankelijk van het aantal cliënten waaraan in de referentieperiodevan de afgelopen drie jaar palliatieve terminale zorg is verleend. Het totaalaantal cliënten waaraan palliatieve terminale zorg is verleend wordtgedeeld door het aantal jaren van de referentieperiode (drie jaar). Deuitkomst is het gemiddeld aantal cliënten per jaar. Voor dat aantal deelt deinstelling mee in het beschikbare budget. Voor beginnende hospices biedtde referentieperiode ruimte om te kunnen beoordelen dat het hospiceduurzaam en stabiel is. Er kan pas een instellingssubsidie aangevraagdworden, als er een referentieperiode is opgebouwd van minimaal één jaar.Ik begrijp dat hospices en vrijwilligersorganisaties ontstemd hebbengereageerd op het feit dat de normbedragen voor de inzet van vrijwilligersin 2025 lager uitvallen dan het huidige jaar. Vrijwilligers verrichtenondersteuning die van onschatbare waarde is voor mensen in de laatstelevensfase. De daling van de subsidiebedragen komt doordat hetsubsidieplafond van de regeling is bereikt. Ik wil benadrukken dat hetsubsidiebudget ongeveer gelijk is gebleven ten opzichte van vorig jaar. Desubsidieregeling kent een subsidieplafond van € 32 miljoen per jaar. Dit isinclusief € 6 miljoen coalitieakkoordmiddelen extra per jaar van het vorigeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8518 kabinet die loopt tot en met 2028. Er wordt dus tot en met 2028 al forsgeïnvesteerd.Het beschikbare subsidiebedrag wordt jaarlijks verdeeld onder aanvra-gende organisaties. Elke organisatie ontvangt afhankelijk van het aantalcliënten naar rato hetzelfde percentage van het maximumbedrag. Datzorgt voor een eerlijke verdeling: alle organisaties hebben gelijke kansen,«wie het eerst komt, het eerst maalt» is niet van toepassing. Het zorgt erook voor dat er nooit geld overblijft, maar dat het volledige budget wordtopgemaakt.De afgelopen jaren ontvingen steeds meer mensen in de laatstelevensfase ondersteuning van een vrijwilliger en het ziet er naar uit datdeze ontwikkeling zich doorzet. Omdat sprake is van een subsidieplafondbetekent dit dat per cliënt een lager normbedrag wordt uitgekeerd. Hetbudget moet namelijk over een groter aantal worden verdeeld. Voor 2025zijn normbedragen daardoor 7,4% lager uitgevallen ten opzichte vannormbedragen voor dit jaar. Dit pakt dus nu voor hospices en vrijwilligers-organisaties ongunstig uit. Ik kan mij voorstellen dat zij daarvan schrikken.De subsidieregeling is bedoeld om de inzet, opleiding en coördinatie vanvrijwilligers in de palliatieve terminale zorg te stimuleren. Dit geldt voorvrijwilligers bij mensen thuis en in hospices. De subsidie is niet bedoeldom kostendekkend te zijn voor de volledige exploitatie van een hospice.Ik vind het belangrijk dat het budget zo stimulerend mogelijk is. Tegelij-kertijd zijn de financiële mogelijkheden altijd begrensd. Zo zijn decoalitieakkoordmiddelen al belegd met voornemens voor beleidsontwik-keling.De VVD fractie vraagt in hoeverre er nog altijd sprake is van structureleuitdagingen in de palliatieve zorg? We hebben het bijvoorbeeld al vakergehad over de verstrekking van zorg, hulpmiddelen en ondersteuningvanuit de wijkverpleging. Hoe staat het met de communicatie en demogelijkheden in domein overstijgende samenwerking? En, wat zijn dehobbels in de financiering en de contractering?Er zijn dingen die beter kunnen en beter moeten, zodat mensen goedepalliatieve zorg ontvangen als ze dat nodig hebben. Dat begint metmensen bewust te maken van de mogelijkheden die er zijn. Daarvoorloopt nu bijvoorbeeld de campagne «Leven tot het laatst». Daarnaastwillen we zorgverleners bewust maken van het belang van het goedegesprek over alle mogelijkheden en te zorgen dat zij zich daar ook goedtoegerust voor voelen. Palliatieve zorg moet dan ook een vast onderdeelzijn in de opleidingen en bij- en nascholingen. Transformaties in de regio’smoeten zorgen dat overal gewerkt wordt via het Kwaliteitskader pallia-tieve zorg (waaronder proactieve zorgplanning en transmurale samen-werking). De manier waarop de palliatieve zorg gefinancierd (gecontrac-teerd en bekostigd) wordt moet hierbij aansluiten. Hiervoor lopenverschillende trajecten waarover ik ook verslag heb gedaan in degenoemde Commissiebrief4.De communicatie over palliatieve zorg vindt helaas nog te vaak te laat enonvoldoende plaats. Het is daarom belangrijk dat zorgverleners tijdig enregelmatig gesprekken voeren met patiënten en hun naasten over hunwensen en grenzen in de palliatieve fase, zodat er een goede afstemmingis met de patiënt en tussen zorgverleners over de palliatieve zorg. Met hetNationaal Programma Palliatieve Zorg II wordt daarom ingezet op meerbewustwording over palliatieve zorg, op tijdig het gesprek voeren. En via4Kamerstukken II, 2023–2024, 29 509, nr. 82.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8519 de Strategische agenda Transformatie palliatieve zorg op een betere(domein overstijgende) samenwerking tussen de zorgverleners in deregio.In het regeerprogramma is opgenomen dat palliatieve zorg een vanzelf-sprekend onderdeel moet zijn van de reguliere zorg. In de Commissiebriefvan juni dit jaar is aangegeven hoe dit kan worden gerealiseerd metuitvoering van de Strategische agenda Transformatie palliatieve zorg, meteen integrale aanpak, door alle partijen, op lokaal, regionaal en landelijkniveau. Zo kan transmurale coördinatie en samenwerking in de regioverbeteren, zodat door alle zorgverleners en ondersteuners in de regio(zorgdomein en sociaal domein) beter wordt samengewerkt in depalliatieve fase met als basis het Kwaliteitskader palliatieve zorg enuitgaande van de wensen en grenzen van de patiënt en diens naasten.De leden van de VVD vragen hoe staat het met de capaciteit, de beschik-baarheid van het aantal hospices en het aantal bedden? AssociatieHospicezorg Nederland laat weten dat er per 2040 1.800 bedden nodigzijn, er zijn volgens hen nu 1.200 bedden. Wat is ervoor nodig om dezebedden in de toekomst te realiseren?In Nederland zijn momenteel circa 275 hospicevoorzieningen voorvolwassenen met een gemiddelde bezettingsgraad van 80%. Een hospiceheeft een maximale bezettingsgraad van 80 tot 90%. Dit komt onder meerdoordat er minimaal één dag zit tussen de dag waarop een gast overlijdten een volgende gast de kamer kan betrekken. Uit capaciteitsonderzoek,verricht binnen het NPPZ II, blijkt dat er in 2022 2.625 mensen niet terechtkonden bij het hospice van keuze vanwege 100% bedbezetting. Deverwachte prognose is dat in 2040 er 589 bedden extra nodig zijn. In totaalzijn er 137 extra bedden gepland bij 44 hospices, variërend van 1 tot8 bedden per hospice. De meeste van deze uitbreidingen zijn gepland inde periode 2024–2027. Voor kinderen en jongvolwassenen is de capaciteittoereikend, maar de verspreiding niet optimaal door regionale verschillen.Er zijn verschillende redenen dat mensen niet in een hospice terechtkunnen. Soms is er geen bed beschikbaar of is er een tekort aan personeelof wijkverpleging. Maar het komt ook voor dat mensen bij meerderehospices worden ingeschreven. Niet worden opgenomen in een hospicekan dan ook betekenen dat iemand voor een ander hospice heeft gekozen.Via het project Versterken Hospicezorg worden regionale afsprakengemaakt over beddencapaciteit en kwaliteit zodat de cliënt in het juistehospice de juiste zorg ontvangt. Voor het eerst zitten alle hospicesgezamenlijk aan tafel om te kijken naar wat er nodig is in de toekomst.Niet alleen voor hun eigen hospice of binnen hun eigen gemeente, maarom de hospicezorg regionaal te verbeteren. Er wordt gekeken naar hoeadequaat doorverwezen kan worden naar hospices binnen de regio diewel plek hebben. En hoe vrijwilligers vaker thuis kunnen worden ingezetom mantelzorgers te ontlasten en te voorkomen dat hospicezorg nodig is.Het project loopt tot eind 2024. Op basis van de resultaten wordt hetvervolg bepaald.De leden van de NSC-fractie vragen hoe de Staatssecretaris ervoor kanzorgen dat het gesprek over het komende levenseinde vaker tijdig wordtgevoerd?Het is belangrijk dat zorgverleners tijdig en regelmatig gesprekken voerenmet patiënten en hun naasten over hun wensen en grenzen in depalliatieve fase, zodat er een goede afstemming is met de patiënt entussen zorgverleners over de palliatieve zorg. Met het NationaalProgramma Palliatieve Zorg II wordt daaromTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8520 ingezet op meer bewustwording over palliatieve zorg en op tijdig hetgesprek voeren. Daarvoor is de campagne «Leven tot het laatst» opgezet,die loopt tot het einde van dit jaar. Verder wordt via de Strategischeagenda Transformatie palliatieve zorg ingezet op een betere (domeinoverstijgende) samenwerking tussen de zorgverleners in de regio.De leden van de NSC-fractie vragen de Staatssecretaris hoe wordt ervoorgezorgd dat kennisniveau van alle zorgverleners van helpenden totspecialist op pijl is.Het is belangrijk dat palliatieve zorg een vanzelfsprekend onderdeel is vande reguliere zorg. Daarvoor is het belangrijk dat palliatieve zorg verankerdwordt in de zorgopleidingen en in bij- en nascholing. Om dit te realiserenis ook urgentiebesef bij de sector nodig omdat de sector veelal de inhoudvan de zorgopleidingen bepaalt in samenwerking met het onderwijs. Ofen wanneer palliatieve zorg onderdeel is van alle zorgopleidingen kan ikuw Kamer nu niet toezeggen. Naar aanleiding van de motie Hermans(VVD) en Paulusma (D66) (van 29 mei 2024, 29 509, nr. 77) verken ik ditmomenteel samen met de Minister van OCW. Aangezien er tot nu toegeen aangrijpingspunten zijn in wetgeving en er een grote verantwoorde-lijkheid ligt bij de sector voor de inhoud van de opleidingen is het nog tevroeg om hierover uitspraken te doen. Ik zal uw Kamer hierover infor-meren.Hoe gaat het nu met de verschillende initiatieven om dit te verbeteren,zoals het Nationaal Programma Palliatieve Zorg, vraagt de NSC-fractie?De verschillende initiatieven zoals het NPPZ II, de Strategische agendaTransformatie palliatieve zorg en het ZonMw programma Palliantie II,lopen op schema. Binnen NPPZ II wordt gewerkt aan het vergroten vanmaatschappelijke bewustwording over palliatieve zorg en het inzetten opproactieve zorgplanning. De monitoring van het programma laat zien datop dit moment 80% van de gestelde doelen/ voorgenomen resultaten voor2024 is behaald. In opdracht van VWS wordt ook een tussenevaluatieuitgevoerd op het proces(verloop) en de resultaten van NPPZ II. Indecember verschijnt de Toekomstverkenning palliatieve zorg 2050. Opbasis van deze twee rapporten wordt de ingezette versnelling ompalliatieve zorg een vanzelfsprekend onderdeel te laten zijn van dereguliere zorg, verder vormgegeven. Eind dit jaar wordt uw Kamerhierover geïnformeerd.De leden van de NSC-fractie vragen: Hoe kunnen de goede projecten diehieruit voortkomen structureel worden gefinancierd? Genoemde ledenzien dat verzekeraars nu eerste stappen zetten om dat gesprek bijhuisartsen ook te vergoeden. Op welke manier kan dat initiatief navolgingkrijgen?Er lopen verschillende initiatieven gericht op de structurele bekostigingvan proactieve zorgplanning. Door de NZa zijn hiervoor inmiddels tweeprestaties ontwikkeld. De facultatieve prestatie «Time to talk» isbeschikbaar voor het bespreken van wensen en grenzen door debehandelend poortspecialist en per 2025 gaat een betaaltitel in voorproactieve zorgplanning in ziekenhuizen. Voor huisartsenzorg zijnmomenteel maatwerkafspraken voor proactieve zorgplanning in speci-fieke situaties. De NZa werkt toe naar een structurele prestatie voorhuisartsenzorg per 2027. Hiernaast verkent de NZa samen met PZNL enZonMw via experimenten welke alternatieve wijzen van bekostigenproactieve, transmurale palliatieve zorg kunnen stimuleren. Ook wordenin het kader van het NPPZ II knelpunten in de huidige bekostiging encontractering aangepakt. Parallel aan de experimenten onderzoekt de NZaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8521 overkoepelend de (meetbare en merkbare) effecten en werkingsmecha-nismen van alternatieve bekostiging op proactieve transmurale zorg en deervaring van betrokkenen.Verder horen de leden van de NSC-fractie geluiden uit het ziekenhuis dathet heel ingewikkeld is om palliatieve zorg in het ziekenhuis vergoed tekrijgen. De Diagnose Behandel Combinatie (DBC) palliatieve zorg wordtalleen vergoed als het palliatief team ernaar gekeken heeft én eenbespreking in het multidisciplinair overleg heeft plaats gevonden.Dagelijkse zorg voor een patiënt die echt in de stervensfase is maar diesterft voordat er een multidisciplinair overleg heeft kunnen plaatsvindendan is alle zorg niet declarabel. Genoemde leden vragen aan de Staatsse-cretaris of dit anders geregeld kan worden. Daarnaast moet er kennelijkanderhalf uur zitten tussen twee poliklinische bezoeken in ziekenhuizen.Dus als de patiënt een afspraak bij de poli palliatieve zorg heeft en eenafspraak bij de oncoloog moet er minstens anderhalf uur zitten tussen dieafspraken, anders wordt er niet vergoed. Dit gaat echter om doodziekepatiënten, kan dit echt niet anders?Deze vraag zal worden beantwoord in de stand van zaken brief palliatievezorg die voor december aan uw Kamer is toegezegd.De NSC-fractie vraag hoe de Staatssecretaris ervoor kan zorgen dat desamenleving weet hoe natuurlijk sterven evenals een natuurlijke geboortemet alle begeleiding die daarbij mogelijk is bekend gemaakt wordt?Met de campagne «Leven tot het laatst», die vorige week, tijdens de weekvan de palliatieve zorg, is gestart wordt de komende 3 jaar gewerkt aanmeer maatschappelijke bewustwording over palliatieve zorg. Daarmeedragen we bij aan de normalisering van palliatieve zorg in de samen-leving. Voor alle mensen van alle leeftijden.De leden van de NSC-fractie vragen wat de stand van zaken is om destructurele bekostiging van proactieve zorgplanning te realiseren. Wordtbij die plannen voor structurele bekostiging ook de deelname aan dePaTz-groepen bekostigd, niet alleen voor huisartsen maar ook voor dewijkverpleegkundigen en andere deskundigen die hieraan deelnemen?PaTz-groepen zijn effectieve vormen van lokale samenwerking in deeerste lijn, die aantoonbaar de kwaliteit en deskundigheid in de palliatievezorg thuis verbeteren. Er zijn diverse initiatieven om het bekostigen vandeze (transmurale) samenwerking en ondersteuning mogelijk te maken,zoals het zogenoemde TAPA$ experiment in het kader van de NZabeleidsregel Innovatie. Ook verkent de NZa via experimenten op welkealternatieve wijze bekostiging van proactieve, transmurale palliatieve zorgmogelijk is. Voor deze experimenten alsook voor de IZA-transformatiepalliatieve zorg wordt nauw samengewerkt tussen de NZa, StichtingPalliatieve Zorg Nederland, zorgverzekeraars en veldpartijen. VWSondersteunt dit en kijkt met de betrokken partijen waar we, zo mogelijk,verder kunnen versnellen zodat deze experimentele betaaltitels zo snelmogelijk structureel en landelijk beschikbaar komen.De leden van de NSC-fractie vragen aan de Staatssecretaris hoe zij kijktnaar de stap van zorgverzekeraars Zilveren Kruis, die een verzoek totverruiming van de zorg voor palliatief-terminale patiënten voortaan altijdhonoreert, en of zij ook kansen ziet dat die navolging krijgt bij alle andereverzekeraars? Verder constateren de leden van de NSC-fractie dat somshet hospice de aangewezen plek is om te sterven. Het komt voor datmensen die terminaal ziek zijn niet naar het hospice van hun keuzekunnen vanwege een zorgplafond. Genoemde leden vragen de Staatsse-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8522 cretaris of zij dit beeld herkent en wat zij vindt van deze zorgplafonds bijhospices. Hoe kunnen zorgplafonds voor hospices voorkomen worden?Zoals ik in antwoord op vragen van de PVV-fractie al aangaf, mogenmensen in de meest kwetsbare fase van het leven geen last hebben vande gevolgen van omzetplafonds. Zorgaanbieders moeten op tijd aan debel trekken als het plafond in beeld komt. De verzekeraar kan danmaatregelen nemen. Uit navraag bij zorgverzekeraars blijkt dat zijwelwillend en voortvarend aanvragen voor budgetverhogingen behan-delen als het om palliatieve zorg gaat. Zo worden problemen voorkomen.Overigens gaat dit in veel regio’s ook al goed. Maar niet altijd en nietoveral. Daarom ga ik met zorgverzekeraars in overleg om het probleemscherp te krijgen en goede afspraken te maken dat omzetplafonds geengevolgen meer hebben voor mensen die palliatieve zorg nodig hebben.Hierbij neem ik ook het voorbeeld van Zilveren Kruis mee. Eventueleafspraken hierover zouden mogelijk ook goed passen in de aanvulling ophet integraal zorgakkoord dat het kabinet wil sluiten. Over het verloop vandit overleg en het opnemen hiervan in het integraal zorgakkoord zal ik uwKamer op de hoogte houden.Tenslotte willen de leden van de NSC-fractie weten hoe de Staatssecre-taris tegen de VPTZ aankijkt en of zij hun subsidie de komende jarenkunnen behouden of in de toekomst uitbreiden vanwege de groei van hetaantal stervenden?Opgeleide en deskundige vrijwilligers spelen in een hospice, maar ookthuis een belangrijke en onmisbare rol. De komende jaren wordt eentoename verwacht van het aantal palliatieve cliënten, waardoor ook devraag naar vrijwilligers sterk zal toenemen. VPTZ Nederland (VrijwilligersPalliatieve Terminale Zorg Nederland) is hierbij van grote waarde. Zijondersteunen de vrijwilligers via de ruim 200 lidorganisaties, behartigenhun belangen en stimuleren de kwaliteit van de zorg en ondersteuning diegeboden wordt aan mensen in de laatste levensfase. VPTZ Nederlandontvangt jaarlijks een instellingssubsidie. Voor het jaar 2025 en voor dejaren daarna is deze subsidie hoger door extra subsidie voor de VPTZAcademie om het toenemende aantal vrijwilligers te kunnen blijvenopleiden. Ik vind het belangrijk dat vrijwilligers hun deskundigheidverkrijgen door een gedegen opleiding en nascholing volgen om hunvaardigheden op peil te houden. Hieraan levert VPTZ Nederland eenbelangrijke bijdrage.De leden van de D66-fractie merken op dat het nog steeds voorkomt datpatiënten geen toegang hebben tot goede zorg door het zorgplafond. Kande Staatssecretaris uitleggen waar het probleem precies ligt en welkeoplossingen zij hiervoor ziet? Kan zij daarbij ook ingaan op het rapportvan de Algemene Rekenkamer uit 2021? Welke stappen zijn sindsdiengezet? En wat is er nog nodig om te voorkomen dat patiënten en hunnaasten in een al onzekere situatie worden teleurgesteld, zo vragen dezeleden.Zoals ik in antwoord op vragen van de PVV-fractie al aangaf, mogenmensen in de meest kwetsbare fase van het leven geen last hebben vande gevolgen van omzetplafonds. Zorgaanbieders moeten op tijd aan debel trekken als het plafond in beeld komt. De verzekeraar kan danmaatregelen nemen. Uit navraag bij zorgverzekeraars blijkt dat zijwelwillend en voortvarend aanvragen voor budgetverhogingen behan-delen als het om palliatieve zorg gaat. Zo worden problemen voorkomen.Overigens gaat dit in veel regio’s ook al goed. Maar niet altijd en nietoveral. Daarom ga ik met zorgverzekeraars in overleg om het probleemscherp te krijgen en goede afspraken te maken dat omzetplafonds geenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8523 gevolgen meer hebben voor mensen die palliatieve zorg nodig hebben.Eventuele afspraken hierover zouden mogelijk ook goed passen in deaanvulling op het integraal zorgakkoord dat het kabinet wil sluiten. Overhet verloop van dit overleg en het opnemen hiervan in het integraalzorgakkoord zal ik uw Kamer op de hoogte houden.De leden van de D66-fractie maken zich zorgen over de hospicezorg. Erzijn nu 1200 bedden, maar dit moet groeien naar 1800. Kan de Staatsse-cretaris uitleggen welke plannen zij hiervoor heeft en binnen welketermijn dit zal gebeuren?In Nederland zijn momenteel circa 275 hospicevoorzieningen voorvolwassenen met een gemiddelde bezettingsgraad van 80%. Een hospiceheeft een maximale bezettingsgraad van 80 tot 90%. Dit komt onder meerdoordat er minimaal één dag zit tussen de dag waarop een gast overlijdten een volgende gast de kamer kan betrekken. Uit capaciteitsonderzoek,verricht binnen het NPPZ II, blijkt dat er in 2022 2.625 mensen niet terechtkonden bij het hospice van keuze vanwege 100% bedbezetting. Deverwachte prognose is dat in 2040 er 589 bedden extra nodig zijn. In totaalzijn er 137 extra bedden gepland bij 44 hospices, variërend van 1 tot 8bedden per hospice. De meeste van deze uitbreidingen zijn gepland in deperiode 2024–2027. Voor kinderen en jongvolwassenen is de capaciteittoereikend, maar de verspreiding niet optimaal door regionale verschillen.Er zijn verschillende redenen dat mensen niet in een hospice terechtkunnen. Soms is er geen bed beschikbaar of een tekort aan personeel ofwijkverpleging. Maar het komt ook voor dat mensen bij meerderehospices worden ingeschreven. Niet worden opgenomen in een hospicekan dan ook betekenen dat iemand voor een ander hospice heeft gekozen.Via het project «Versterken Hospicezorg» worden regionale afsprakengemaakt over beddencapaciteit en kwaliteit zodat de cliënt in het juistehospice de juiste zorg ontvangt. Voor het eerst zitten alle hospicesgezamenlijk aan tafel om te kijken naar wat er nodig is in de toekomst.Niet alleen voor hun eigen hospice of binnen hun eigen gemeente, maarom de hospicezorg regionaal te verbeteren. Er wordt gekeken naar hoeadequaat doorverwezen kan worden naar hospices binnen de regio diewel plek hebben. En hoe vrijwilligers vaker thuis kunnen worden ingezetom mantelzorgers te ontlasten en te voorkomen dat hospicezorg nodig is.Het project loopt tot eind 2024. Op basis van de resultaten wordt hetvervolg bepaald.Deze leden merken op dat veel hospices sterk afhankelijk zijn vanvrijwilligers. Doordat de inzet van vrijwilligers toeneemt, wordt desubsidie echter met acht procent verlaagd. Erkent de Staatssecretaris datdit grote problemen kan veroorzaken voor veel hospices? Kan zijaangeven hoe de subsidieregeling kan worden aangepast, zodat errekening wordt gehouden met de groei van vrijwilligers?Het Ministerie van VWS stelt subsidie beschikbaar vanuit de «Regelingpalliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis» (hierna:Regeling) om de inzet, opleiding en coördinatie van vrijwilligers in depalliatieve terminale zorg te stimuleren. Dit geldt voor vrijwilligers bijmensen thuis en in hospices.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8524 De subsidieregeling maakt gebruik van een subsidieplafond. Hetsubsidieplafond is in de periode 2024–2026 als volgt opgebouwd:2024€ 31.979.000 (€ 25.479.000 regulier + 6.500.000 coalitieakkoordmiddelen)2025€ 31.861.000 (€ 25.861.000 regulier + 6.000.000 coalitieakkoordmiddelen)2026€ 32.249.000 (€ 26.249.000 regulier + 6.000.000 coalitieakkoordmiddelen) In het overzicht is te zien dat het reguliere bedrag de afgelopen jaren isaangevuld met coalitieakkoordmiddelen Rutte IV. Dit was ook nodig inverband met groeiende vraag naar vrijwilligers. De hoogte van deinstellingssubsidie per cliënt is onder andere afhankelijk van waar devrijwilligers worden ingezet (op eigen locatie of op een andere locatie) enof de aanbieder of locatie waar de vrijwilligers worden ingezet zorgverleent, waarop aanspraak bestaat op grond van de Wet langdurige zorgof de Zorgverzekeringswet. Daarnaast is de hoogte van de instellingssub-sidie afhankelijk van het aantal cliënten waaraan in de referentieperiodevan de afgelopen drie jaar palliatieve terminale zorg is verleend. Het totaalaantal cliënten waaraan palliatieve terminale zorg is verleend wordtgedeeld door het aantal jaren van de referentieperiode (drie jaar). Deuitkomst is het gemiddeld aantal cliënten per jaar. Voor dat aantal deelt deinstelling mee in het beschikbare budget. Voor beginnende hospices biedtde referentieperiode ruimte om te kunnen beoordelen dat het hospiceduurzaam en stabiel is. Er kan pas een instellingssubsidie aangevraagdworden, als er een referentieperiode is opgebouwd van minimaal één jaar.Ik begrijp dat hospices en vrijwilligersorganisaties ontstemd hebbengereageerd op het feit dat de normbedragen voor de inzet van vrijwilligersin 2025 lager uitvallen dan het huidige jaar. Vrijwilligers verrichtenondersteuning die van onschatbare waarde is voor mensen in de laatstelevensfase. De daling van de subsidiebedragen komt doordat hetsubsidieplafond van de regeling is bereikt. Ik wil benadrukken dat hetsubsidiebudget ongeveer gelijk is gebleven ten opzichte van vorig jaar. Desubsidieregeling kent een subsidieplafond van € 32 miljoen per jaar. Dit isinclusief € 6 miljoen coalitieakkoordmiddelen extra per jaar van het vorigekabinet die loopt tot en met 2028. Er wordt dus tot en met 2028 al forsgeïnvesteerd.Het beschikbare subsidiebedrag wordt jaarlijks verdeeld onder aanvra-gende organisaties. Elke organisatie ontvangt afhankelijk van het aantalcliënten naar rato hetzelfde percentage van het maximumbedrag. Datzorgt voor een eerlijke verdeling: alle organisaties hebben gelijke kansen,«wie het eerst komt, het eerst maalt» is niet van toepassing. Het zorgt erook voor dat er nooit geld overblijft, maar dat het volledige budget wordtopgemaakt.De afgelopen jaren ontvingen steeds meer mensen in de laatstelevensfase ondersteuning van een vrijwilliger en het ziet er naar uit datdeze ontwikkeling zich doorzet. Omdat sprake is van een subsidieplafondbetekent dit dat per cliënt een lager normbedrag wordt uitgekeerd. Hetbudget moet namelijk over een groter aantal worden verdeeld. Voor 2025zijn normbedragen daardoor 7,4% lager uitgevallen ten opzichte vannormbedragen voor dit jaar. Dit pakt dus nu voor hospices en vrijwilligers-organisaties ongunstig uit. Ik kan mij voorstellen dat zij daarvan schrikken.De subsidieregeling is bedoeld om de inzet, opleiding en coördinatie vanvrijwilligers in de palliatieve terminale zorg te stimuleren. Dit geldt voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8525 vrijwilligers bij mensen thuis en in hospices. De subsidie is niet bedoeldom kostendekkend te zijn voor de volledige exploitatie van een hospice.Ik vind het belangrijk dat het budget zo stimulerend mogelijk is. Tegelij-kertijd zijn de financiële mogelijkheden altijd begrensd. Zo zijn decoalitieakkoordmiddelen al belegd met voornemens voor beleidsontwik-keling.En is zij het met de leden van de D66-fractie eens dat het professionali-seren van informele zorg juist bijdraagt aan betere zorg? Zo, ja, welkeplannen heeft zij om hier op in te zetten, zo vragen deze leden.Opgeleide en deskundige vrijwilligers spelen in een hospice, maar ookthuis een belangrijke en onmisbare rol. De komende jaren wordt eentoename verwacht van het aantal palliatieve cliënten, waardoor ook devraag naar vrijwilligers sterk zal toenemen. De organisatie VPTZNederland is hierbij van grote waarde. Zij ondersteunen de vrijwilligersvia de ruim 200 lidorganisaties, behartigen hun belangen en stimuleren dekwaliteit van de zorg en ondersteuning die geboden wordt aan mensen inde laatste levensfase. VPTZ Nederland ontvangt jaarlijks een instellings-subsidie van het Ministerie van VWS. Voor het jaar 2025 en voor de jarendaarna is deze subsidie hoger door extra subsidie voor de VPTZ Academieom het toenemende aantal vrijwilligers te kunnen blijven opleiden. Ik vindhet belangrijk dat vrijwilligers hun deskundigheid verkrijgen door eengedegen opleiding en nascholing volgen om hun vaardigheden op peil tehouden. Hieraan levert VPTZ Nederland een belangrijke bijdrage.De leden van de D66-fractie constateren dat patiënten die palliatieve zorgkrijgen vaak geen vast aanspreekpunt hebben, omdat de zorg oververschillende zorgverleners is verspreid. Erkent de Staatssecretaris, netals deze leden, het belang van één vast aanspreekpunt voor de patiënt enzijn naasten? Welke oplossingen ziet de Staatssecretaris hiervoor?Daarnaast vragen de leden welke rol een verpleegkundig specialist hierinkan spelen.Het tot stand komen van een regiebehandelaar maakt deel uit vantransmurale coördinatie en continuïteit van zorg, wat één van dekernelementen is van het Kwaliteitskader palliatieve zorg. Hierin wordtpersoonlijke continuïteit gestimuleerd, waarbij het gaat om een vastezorgverlener in iedere afzonderlijke zorgsetting die de patiënt kent envolgt. Transmurale coördinatie en continuïteit van zorg maakt onderdeeluit van de IZA-transformatie in de regio en isopgenomen in de Strategische agenda Transformatie palliatieve zorg.Deze ontwikkeling wordt ondersteund door een innovatieve prestatie (eenzogenoemde TAPA$ prestatie), die kan worden gecontracteerd omgedurende het gehele zorgproces samenwerking tussen generalisten en inpalliatieve zorg gespecialiseerde zorgverleners in een regio mogelijk temaken.Ten slotte, vraagt de D66-fractie of de Staatssecretaris kan uitleggen hoede kwaliteit van palliatieve zorg in ziekenhuizen wordt gecontroleerd,welke aandachtspunten daarbij opvallen en welke stappen daarna wordenondernomen.Deze vraag zal worden beantwoord in de stand van zaken brief palliatievezorg die voor december aan uw Kamer is toegezegd.De leden van de BBB-fractie vragen: Hoe gaat de Staatssecretaris depalliatieve zorg in alle regio’s meer met elkaar in lijn brengen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8526 Palliatieve zorg en terminale zorg moeten in alle regio’s een vanzelf-sprekend onderdeel zijn van de reguliere zorg. Dit wordt gestimuleerddoor per regio partijen (ziekenhuizen, hospices, huisartsen, zorgverzeke-raars, etc.) afspraken te laten maken over hoe ze gaan zorgen datzorgverleners tijdig en regelmatig gesprekken voeren met patiënten overhun wensen en grenzen in de palliatieve fase, dat zorgverleners metelkaar gaan samenwerken over de «muren» heen en dat zij zorgen dat bijcomplexe palliatieve zorg voldoende specialisten palliatieve zorgbeschikbaar zijn. Dit voorjaar is hiervoor vanuit het NPPZ II de Strate-gische agenda Transformatie palliatieve zorg opgesteld.Ook vragen de leden van de BBB-fractie hoe de Staatssecretaris kijkt naarde budgetplafonds in de palliatieve zorg? Is dit niet bij uitstek een facetvan de zorg waarin we dit weg zouden moeten laten?Zoals ik in antwoord op vragen van de PVV-fractie al aangaf, mogenmensen in de meest kwetsbare fase van het leven geen last hebben vande gevolgen van omzetplafonds. Zorgaanbieders moeten op tijd aan debel trekken als het plafond in beeld komt. De verzekeraar kan danmaatregelen nemen. Uit navraag bij zorgverzekeraars blijkt dat zijwelwillend en voortvarend aanvragen voor budgetverhogingen behan-delen als het om palliatieve zorg gaat. Zo worden problemen voorkomen.Overigens gaat dit in veel regio’s ook al goed. Maar niet altijd en nietoveral. Daarom ga ik met zorgverzekeraars in overleg om het probleemscherp te krijgen en goede afspraken te maken dat omzetplafonds geengevolgen meer hebben voor mensen die palliatieve zorg nodig hebben.Eventuele afspraken hierover zouden mogelijk ook goed passen in deaanvulling op het integraal zorgakkoord dat het kabinet wil sluiten. Overhet verloop van dit overleg en het opnemen hiervan in het integraalzorgakkoord zal ik uw Kamer op de hoogte houden.Verder vraagt de BBB-fractie of de Staatssecretaris mogelijkheden ziet omhet aantal patiënten dat de specialistische palliatieve zorg krijgt die zenodig hebben, te verhogen?Onderdeel van de Strategische agenda Transformatie palliatieve zorg isom te zorgen dat bij complexe palliatieve zorg voldoende specialistenpalliatieve zorg beschikbaar zijn. Per regio maken partijen (ziekenhuizen,hospices, huisartsen, zorgverzekeraars, etc.) daar afspraken over in hetkader van transformaties in de regio. Regio’s worden hiertoe ondersteundbij het opstarten en uitwerken van een IZA-Transformatieplan palliatievezorg. De hierbij opgedane inzichten worden breder beschikbaar gesteld,zodat ook andere regio’s gebruik kunnen maken van de geleerde lessen.Daarnaast werken veel partijen in zorg en onderwijs al sinds 2018 aan hetvergroten van de kennis en vaardigheden van alle zorgverleners(helpenden, verzorgenden, verpleegkundigen, huisartsen en medischspecialisten).Vanuit het veld is er roep om een Onderwijsraad Palliatieve Zorg waarinde bewindspersonen van de Ministeries Volksgezondheid, Welzijn enSport én Onderwijs, Cultuur en Wetenschap samen voor vertrouwen vande Tweede Kamer zorgen, door eenheid en verbinding van verantwoorde-lijken van alle niveaus van onderwijs (van mbo tot en met medischspecialistische vervolgopleidingen). Het gaat erom dat daarmee endaardoor alle deskundigen palliatieve zorg beter samen kunnen gaanwerken om alle sinds 2018 opgebouwde kennis en ervaring beschikbaar temaken voor alle (toekomstige) zorgprofessionals. Hoe staat de Staatsse-cretaris tegenover een dergelijk initiatief vraag de BBB-fractie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8527 Naar aanleiding van de eerder genoemde motie Hermans (VVD) enPaulusma (D66) verken ik momenteel samen met de Minister van OC&Wwat de knelpunten en oplossingsrichtingen zijn om palliatieve zorg teverankeren in zorgopleidingen en in bij- en nascholing. Aangezien er totnu toe geen aangrijpingspunten zijn in wetgeving en er een groteverantwoordelijkheid ligt bij de sector voor de inhoud van de opleidingenis het nog te vroeg om hierover uitspraken te doen. Ik zal uw Kamerhierover informeren.De BBB-fractie vraagt: Hoe gaat de Staatssecretaris de regie overpalliatieve zorg weghalen bij de zorgverzekeraars en weer terugleggen bijde zorgprofessionals?Deze vraag zal worden beantwoord in de stand van zaken brief palliatievezorg die voor december aan uw Kamer is toegezegd.Tenslotte zitten de leden van de BBB-fractie met zorgen rondom vrijwilli-gersinzet. Er dreigt een serieuze daling van de subsidiebijdragen voorhospices en vrijwilligersorganisaties. Kan de Staatssecretaris dezeorganisaties tegemoet treden door de subsidies op peil te houden, danwel de daling minder drastisch te maken?Het Ministerie van VWS stelt subsidie beschikbaar vanuit de «Regelingpalliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis» (hierna:Regeling) om de inzet, opleiding en coördinatie van vrijwilligers in depalliatieve terminale zorg te stimuleren. Dit geldt voor vrijwilligers bijmensen thuis en in hospices.De subsidieregeling maakt gebruik van een subsidieplafond. Hetsubsidieplafond is in de periode 2024–2026 als volgt opgebouwd:2024€ 31.979.000 (€ 25.479.000 regulier + 6.500.000 coalitieakkoordmiddelen)2025€ 31.861.000 (€ 25.861.000 regulier + 6.000.000 coalitieakkoordmiddelen)2026€ 32.249.000 (€ 26.249.000 regulier + 6.000.000 coalitieakkoordmiddelen) In het overzicht is te zien dat het reguliere bedrag de afgelopen jaren isaangevuld met coalitieakkoordmiddelen Rutte IV. Dit was ook nodig inverband met groeiende vraag naar vrijwilligers. De hoogte van deinstellingssubsidie per cliënt is onder andere afhankelijk van waar devrijwilligers worden ingezet (op eigen locatie of op een andere locatie) enof de aanbieder of locatie waar de vrijwilligers worden ingezet zorgverleent, waarop aanspraak bestaat op grond van de Wet langdurige zorgof de Zorgverzekeringswet. Daarnaast is de hoogte van de instellingssub-sidie afhankelijk van het aantal cliënten waaraan in de referentieperiodevan de afgelopen drie jaar palliatieve terminale zorg is verleend. Het totaalaantal cliënten waaraan palliatieve terminale zorg is verleend wordtgedeeld door het aantal jaren van de referentieperiode (drie jaar). Deuitkomst is het gemiddeld aantal cliënten per jaar. Voor dat aantal deelt deinstelling mee in het beschikbare budget. Voor beginnende hospices biedtde referentieperiode ruimte om te kunnen beoordelen dat het hospiceduurzaam en stabiel is. Er kan pas een instellingssubsidie aangevraagdworden, als er een referentieperiode is opgebouwd van minimaal één jaar.Ik begrijp dat hospices en vrijwilligersorganisaties ontstemd hebbengereageerd op het feit dat de normbedragen voor de inzet van vrijwilligersin 2025 lager uitvallen dan het huidige jaar. Vrijwilligers verrichtenondersteuning die van onschatbare waarde is voor mensen in de laatsteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8528 levensfase. De daling van de subsidiebedragen komt doordat hetsubsidieplafond van de regeling is bereikt. Ik wil benadrukken dat hetsubsidiebudget ongeveer gelijk is gebleven ten opzichte van vorig jaar. Desubsidieregeling kent een subsidieplafond van € 32 miljoen per jaar. Dit isinclusief € 6 miljoen coalitieakkoordmiddelen extra per jaar van het vorigekabinet die loopt tot en met 2028. Er wordt dus tot en met 2028 al forsgeïnvesteerd.Het beschikbare subsidiebedrag wordt jaarlijks verdeeld onder aanvra-gende organisaties. Elke organisatie ontvangt afhankelijk van het aantalcliënten naar rato hetzelfde percentage van het maximumbedrag. Datzorgt voor een eerlijke verdeling: alle organisaties hebben gelijke kansen,«wie het eerst komt, het eerst maalt» is niet van toepassing. Het zorgt erook voor dat er nooit geld overblijft, maar dat het volledige budget wordtopgemaakt.De afgelopen jaren ontvingen steeds meer mensen in de laatstelevensfase ondersteuning van een vrijwilliger en het ziet er naar uit datdeze ontwikkeling zich doorzet. Omdat sprake is van een subsidieplafondbetekent dit dat per cliënt een lager normbedrag wordt uitgekeerd. Hetbudget moet namelijk over een groter aantal worden verdeeld. Voor 2025zijn normbedragen daardoor 7,4% lager uitgevallen ten opzichte vannormbedragen voor dit jaar. Dit pakt dus nu voor hospices en vrijwilligers-organisaties ongunstig uit. Ik kan mij voorstellen dat zij daarvan schrikken.De subsidieregeling is bedoeld om de inzet, opleiding en coördinatie vanvrijwilligers in de palliatieve terminale zorg te stimuleren. Dit geldt voorvrijwilligers bij mensen thuis en in hospices. De subsidie is niet bedoeldom kostendekkend te zijn voor de volledige exploitatie van een hospice.Ik vind het belangrijk dat het budget zo stimulerend mogelijk is. Tegelij-kertijd zijn de financiële mogelijkheden altijd begrensd. Zo zijn decoalitieakkoordmiddelen al belegd met voornemens voor beleidsontwik-keling.De leden van de CDA-fractie zien in de verschillende regio’s mooieinitiatieven tot bloei komen maar merken ook op dat er regionaleverschillen zijn. Is duidelijk wat de verschillende regionale behoeften zijn?Kan er een inschatting worden gemaakt van wat er de komende vier jaarnodig is aan palliatieve zorg thuis en aan palliatieve zorg in hospices? Ditvragen zij omdat mensen langer thuis wonen en ook graag in die laatstefase in een vertrouwde omgeving verblijven. Hoever staan de IntegraalZorgakkoord (IZA) Transformatieplannen Palliatieve Zorg op dit moment?Wat loopt goed en wat kan er beter?Deze vraag zal worden beantwoord in de stand van zaken brief palliatievezorg die voor december aan uw Kamer is toegezegd.De CDA-fractie vraagt: Zijn er voldoende vrijwilligers in de palliatieve zorgof juist niet en in hoeverre is hier sprake van regionale verschillen? Klopthet dat de subsidie gaat dalen? Waarom wil de Staatssecretaris desubsidie (acht procent) laten dalen en krijgen ze minder subsidie perpersoon? Wat denkt de Staatssecretaris dat het effect is op het totaalaantal vrijwilligers en daarmee ook voor de toekomst van hospicezorg?Het Ministerie van VWS stelt subsidie beschikbaar vanuit de «Regelingpalliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis» (hierna:Regeling) om de inzet, opleiding en coördinatie van vrijwilligers in depalliatieve terminale zorg te stimuleren. Dit geldt voor vrijwilligers bijmensen thuis en in hospices.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8529 De subsidieregeling maakt gebruik van een subsidieplafond. Hetsubsidieplafond is in de periode 2024–2026 als volgt opgebouwd:2024€ 31.979.000 (€ 25.479.000 regulier + 6.500.000 coalitieakkoordmiddelen)2025€ 31.861.000 (€ 25.861.000 regulier + 6.000.000 coalitieakkoordmiddelen)2026€ 32.249.000 (€ 26.249.000 regulier + 6.000.000 coalitieakkoordmiddelen) In het overzicht is te zien dat het reguliere bedrag de afgelopen jaren isaangevuld met coalitieakkoordmiddelen Rutte IV. Dit was ook nodig inverband met groeiende vraag naar vrijwilligers. De hoogte van deinstellingssubsidie per cliënt is onder andere afhankelijk van waar devrijwilligers worden ingezet (op eigen locatie of op een andere locatie) enof de aanbieder of locatie waar de vrijwilligers worden ingezet zorgverleent, waarop aanspraak bestaat op grond van de Wet langdurige zorgof de Zorgverzekeringswet. Daarnaast is de hoogte van de instellingssub-sidie afhankelijk van het aantal cliënten waaraan in de referentieperiodevan de afgelopen drie jaar palliatieve terminale zorg is verleend. Het totaalaantal cliënten waaraan palliatieve terminale zorg is verleend wordtgedeeld door het aantal jaren van de referentieperiode (drie jaar). Deuitkomst is het gemiddeld aantal cliënten per jaar. Voor dat aantal deelt deinstelling mee in het beschikbare budget. Voor beginnende hospices biedtde referentieperiode ruimte om te kunnen beoordelen dat het hospiceduurzaam en stabiel is. Er kan pas een instellingssubsidie aangevraagdworden, als er een referentieperiode is opgebouwd van minimaal één jaar.Ik begrijp dat hospices en vrijwilligersorganisaties ontstemd hebbengereageerd op het feit dat de normbedragen voor de inzet van vrijwilligersin 2025 lager uitvallen dan het huidige jaar. Vrijwilligers verrichtenondersteuning die van onschatbare waarde is voor mensen in de laatstelevensfase. De daling van de subsidiebedragen komt doordat hetsubsidieplafond van de regeling is bereikt. Ik wil benadrukken dat hetsubsidiebudget ongeveer gelijk is gebleven ten opzichte van vorig jaar. Desubsidieregeling kent een subsidieplafond van € 32 miljoen per jaar. Dit isinclusief € 6 miljoen coalitieakkoordmiddelen extra per jaar van het vorigekabinet die loopt tot en met 2028. Er wordt dus tot en met 2028 al forsgeïnvesteerd.Het beschikbare subsidiebedrag wordt jaarlijks verdeeld onder aanvra-gende organisaties. Elke organisatie ontvangt afhankelijk van het aantalcliënten naar rato hetzelfde percentage van het maximumbedrag. Datzorgt voor een eerlijke verdeling: alle organisaties hebben gelijke kansen,«wie het eerst komt, het eerst maalt» is niet van toepassing. Het zorgt erook voor dat er nooit geld overblijft, maar dat het volledige budget wordtopgemaakt.De afgelopen jaren ontvingen steeds meer mensen in de laatstelevensfase ondersteuning van een vrijwilliger en het ziet er naar uit datdeze ontwikkeling zich doorzet. Omdat sprake is van een subsidieplafondbetekent dit dat per cliënt een lager normbedrag wordt uitgekeerd. Hetbudget moet namelijk over een groter aantal worden verdeeld. Voor 2025zijn normbedragen daardoor 7,4% lager uitgevallen ten opzichte vannormbedragen voor dit jaar. Dit pakt dus nu voor hospices en vrijwilligers-organisaties ongunstig uit. Ik kan mij voorstellen dat zij daarvan schrikken.De subsidieregeling is bedoeld om de inzet, opleiding en coördinatie vanvrijwilligers in de palliatieve terminale zorg te stimuleren. Dit geldt voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8530 vrijwilligers bij mensen thuis en in hospices. De subsidie is niet bedoeldom kostendekkend te zijn voor de volledige exploitatie van een hospice.Ik vind het belangrijk dat het budget zo stimulerend mogelijk is. Tegelij-kertijd zijn de financiële mogelijkheden altijd begrensd. Zo zijn decoalitieakkoordmiddelen al belegd met voornemens voor beleidsontwik-keling.Klopt het dat ook de vraag voor palliatief terminale zorg voor specialedoelgroepen (bijvoorbeeld dak- en thuislozen maar ook mensen metpsychiatrische problemen) toeneemt? Zo ja, zijn deze groepen goedbekend bij de diverse organisaties? Hoe wordt er voor deze groepenpassende palliatieve zorg georganiseerd?Deze vraag zal worden beantwoord in de stand van zaken brief palliatievezorg die voor december aan uw Kamer is toegezegd.De leden van de CDA-fractie vragen ook aandacht voor zingeving.Wanneer mensen langdurig ziek zijn en niet meer beter worden kanzingeving onder druk komen te staan. Mensen gaan vaak bewustnadenken over wat voor hen waardevol is. Vindt de Staatssecretaris datdit op dit moment voldoende geborgd is? Zo ja, waarom wel? Zo niet, watkan zij doen om dit te verbeteren?Zingeving is één van de vier dimensies van goede palliatieve zorg en is alszodanig verankerd in het Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland. DitKwaliteitskader is de basis voor alle activiteiten van het NPPZ II.Bovendien maakt sinds 2019 een subsidieregeling de inzet van geestelijkverzorgers in de thuissituatie mogelijk. Geestelijke verzorging in dethuissituatie wordt ingezet bij levensvragen van mensen die ongeneeslijkziek zijn, kwetsbare senioren, ouders van een kind met een ernstige ziekte,maar ook mensen die te maken hebben met verlies van werk, relaties, ofnaasten. Ook kinderen en jongvolwassenen (tot 23 jaar) wiens vader ofmoeder komt te overlijden of is overleden, kunnen door een rouw- enverliesbegeleider of geestelijk verzorger begeleid worden.De leden van de SP-fractie maken zich zorgen over de dreigende sluitingvan hospices, zoals bijvoorbeeld het Bethlehem Hospice in Nijmegen.Welke stappen gaat de Staatssecretaris zetten om te voorkomen dathospices sluiten, waardoor minder mensen hier toegang toe hebben?Deze vraag zal worden beantwoord in de stand van zaken brief palliatievezorg die voor december aan uw Kamer is toegezegd.De leden van de SP-fractie uiten ook hun zorgen over het gebrek aansolidariteit in bepaalde probleemwijken, waar sommige mensen weigerenruimte te maken voor een hospice, zoals in Bloemendaal. Zij roepen deStaatssecretaris op om dit gebrek aan solidariteit aan te pakken. Is zijbijvoorbeeld bereid om de problematische sociaaleconomische segregatiein deze villawijken aan te pakken, om zo de solidariteit met anderegroepen te stimuleren?Deze vraag zal worden beantwoord in de stand van zaken brief palliatievezorg die voor december aan uw Kamer is toegezegd.De leden van de SP-fractie stellen daarnaast dat het onacceptabel is dat ernog steeds gewerkt wordt met budgetplafonds voor palliatieve zorg,waardoor mensen minder vaak kunnen sterven op de plek van hun keuze.Is de Staatssecretaris bereid om ervoor te zorgen dat er niet langergebruik wordt gemaakt van budgetplafonds in de palliatieve zorg? WelkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8531 stappen is zij daarnaast bereid om te zetten om de wachtlijsten in depalliatieve zorg tegen te gaan?Zoals ik in antwoord op vragen van de PVV-fractie al aangaf, ga ik metzorgverzekeraars in overleg om het probleem scherp te krijgen en goedeafspraken te maken zodat omzetplafonds geen gevolgen meer hebbenvoor mensen die palliatieve zorg nodig hebben. Dit zou goed passen inhet integraal zorgakkoord dat het kabinet wil sluiten. Over het verloop vandit overleg en het opnemen hiervan in het integraal zorgakkoord zal ik uwKamer op de hoogte houden.De leden van de SP-fractie zijn ten slotte van mening dat het momenteelteveel afhangt van welke zorgverzekeraar mensen hebben bij de vraag ofzij toegang hebben tot de juiste palliatieve zorg. Hoe is de Staatssecretarisvan plan om deze verschillen tegen te gaan, zodat iedereen toegang heefttot de palliatieve zorg die zij nodig hebben?Deze vraag zal worden beantwoord in de stand van zaken brief palliatievezorg die voor december aan uw Kamer is toegezegd.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen: Hoe wil de Staatssecretarisinitiatieven ondersteunen die palliatieve zorg bekender maken? Bijvoor-beeld door scholieren op bezoek te laten gaan in een hospice, zoals inhospice Bardo in Hoofddorp gebeurt?Het bezoeken van Hospice Bardo door scholieren is een mooi voorbeeldvan hoe we palliatieve zorg onder de aandacht kunnen brengen. Om debekendheid van palliatieve zorg te vergroten, is er binnen het themabewustwording van het NPPZ II, een breed scala aan initiatieven zoalslandelijke en lokale campagnes, en de landelijke Week van de PalliatieveZorg. Initiatieven die laten zien dat palliatieve zorg meer is dan alleenhospices. Want palliatieve zorg begint vanaf het moment dat iemandongeneeslijk ziek is. Het omvat zorg in verschillende fasen en settings,zoals thuis, in een verpleeghuis of in een ziekenhuis. Het gaat over hetverbeteren van de kwaliteit van het leven van patiënten en naasten.Hoewel de primaire doelgroep in de publiekscampagnes mensen van 60jaar en ouder zijn, streeft het NPPZ II ernaar om palliatieve zorg onder deaandacht te brengen bij een breed publiek. Er wordt bijvoorbeeldoverwogen om in 2025 de campagnes verder uit te breiden naar platformsals TikTok en Instagram, zodat ook jongeren kunnen worden bereikt.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de «bezuiniging» op desubsidie voor vrijwilligers.Het Ministerie van VWS stelt subsidie beschikbaar vanuit de «Regelingpalliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis» (hierna:Regeling) om de inzet, opleiding en coördinatie van vrijwilligers in depalliatieve terminale zorg te stimuleren. Dit geldt voor vrijwilligers bijmensen thuis en in hospices.De subsidieregeling maakt gebruik van een subsidieplafond. Hetsubsidieplafond is in de periode 2024–2026 als volgt opgebouwd:2024€ 31.979.000 (€ 25.479.000 regulier + 6.500.000 coalitieakkoordmiddelen)2025€ 31.861.000 (€ 25.861.000 regulier + 6.000.000 coalitieakkoordmiddelen)2026€ 32.249.000 (€ 26.249.000 regulier + 6.000.000 coalitieakkoordmiddelen) Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8532 In het overzicht is te zien dat het reguliere bedrag de afgelopen jaren isaangevuld met coalitieakkoordmiddelen Rutte IV. Dit was ook nodig inverband met groeiende vraag naar vrijwilligers. De hoogte van deinstellingssubsidie per cliënt is onder andere afhankelijk van waar devrijwilligers worden ingezet (op eigen locatie of op een andere locatie) enof de aanbieder of locatie waar de vrijwilligers worden ingezet zorgverleent, waarop aanspraak bestaat op grond van de Wet langdurige zorgof de Zorgverzekeringswet. Daarnaast is de hoogte van de instellingssub-sidie afhankelijk van het aantal cliënten waaraan in de referentieperiodevan de afgelopen drie jaar palliatieve terminale zorg is verleend. Het totaalaantal cliënten waaraan palliatieve terminale zorg is verleend wordtgedeeld door het aantal jaren van de referentieperiode (drie jaar). Deuitkomst is het gemiddeld aantal cliënten per jaar. Voor dat aantal deelt deinstelling mee in het beschikbare budget. Voor beginnende hospices biedtde referentieperiode ruimte om te kunnen beoordelen dat het hospiceduurzaam en stabiel is. Er kan pas een instellingssubsidie aangevraagdworden, als er een referentieperiode is opgebouwd van minimaal één jaar.Ik begrijp dat hospices en vrijwilligersorganisaties ontstemd hebbengereageerd op het feit dat de normbedragen voor de inzet van vrijwilligersin 2025 lager uitvallen dan het huidige jaar. Vrijwilligers verrichtenondersteuning die van onschatbare waarde is voor mensen in de laatstelevensfase. De daling van de subsidiebedragen komt doordat hetsubsidieplafond van de regeling is bereikt. Ik wil benadrukken dat hetsubsidiebudget ongeveer gelijk is gebleven ten opzichte van vorig jaar. Desubsidieregeling kent een subsidieplafond van € 32 miljoen per jaar. Dit isinclusief € 6 miljoen coalitieakkoordmiddelen extra per jaar van het vorigekabinet die loopt tot en met 2028. Er wordt dus tot en met 2028 al forsgeïnvesteerd.Het beschikbare subsidiebedrag wordt jaarlijks verdeeld onder aanvra-gende organisaties. Elke organisatie ontvangt afhankelijk van het aantalcliënten naar rato hetzelfde percentage van het maximumbedrag. Datzorgt voor een eerlijke verdeling: alle organisaties hebben gelijke kansen,«wie het eerst komt, het eerst maalt» is niet van toepassing. Het zorgt erook voor dat er nooit geld overblijft, maar dat het volledige budget wordtopgemaakt.De afgelopen jaren ontvingen steeds meer mensen in de laatstelevensfase ondersteuning van een vrijwilliger en het ziet er naar uit datdeze ontwikkeling zich doorzet. Omdat sprake is van een subsidieplafondbetekent dit dat per cliënt een lager normbedrag wordt uitgekeerd. Hetbudget moet namelijk over een groter aantal worden verdeeld. Voor 2025zijn normbedragen daardoor 7,4% lager uitgevallen ten opzichte vannormbedragen voor dit jaar. Dit pakt dus nu voor hospices en vrijwilligers-organisaties ongunstig uit. Ik kan mij voorstellen dat zij daarvan schrikken.De subsidieregeling is bedoeld om de inzet, opleiding en coördinatie vanvrijwilligers in de palliatieve terminale zorg te stimuleren. Dit geldt voorvrijwilligers bij mensen thuis en in hospices. De subsidie is niet bedoeldom kostendekkend te zijn voor de volledige exploitatie van een hospice.Ik vind het belangrijk dat het budget zo stimulerend mogelijk is. Tegelij-kertijd zijn de financiële mogelijkheden altijd begrensd. Zo zijn decoalitieakkoordmiddelen al belegd met voornemens voor beleidsontwik-keling.De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen op de community basedpalliative care die in Groot-Brittannië bekend is, waar palliatieve zorg alseerstelijnszorg, ingebed in de gemeenschap, wordt geboden. Welkemogelijkheden ziet de Staatssecretaris om gemeenschappelijke palliatievezorg met vrijwilligers, familie en de buurt mogelijk te maken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8533 Palliatieve zorg moet integraal onderdeel worden van de reguliere zorg enniet van een specifieke sector. Dit houdt in dat alle zorgverleners depalliatieve fase moeten markeren en tijdig het gesprek voeren met hunpatiënten over hun wensen en grenzen in de palliatieve fase. Daaraanwordt gewerkt door implementatie van het kwaliteitskader. Proactievetransmurale samenwerking is daarbij belangrijk zodat hulpverlenersvanuit de verschillende zorgsectoren goed met elkaar samenwerken. Erlopen verschillende initiatieven om dit te bevorderen en ook financieelmogelijk te maken. Ook werkt het RIVM samen met experts aan deToekomstverkenning palliatieve zorg 2050, waarin scenario’s wordenopgesteld. Hierin wordt deze vraag meegenomen. De toekomstverkenningwordt in december aan de Tweede Kamer gestuurd en vormt input voorhet opstellen van een toekomstagenda.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris omvrijwilligers, in den breedte maar voor nu specifiek in de palliatieve zorg,uit te nodigen en mee te laten beslissen aan de tafels waar regioplannenen regiobeelden worden gemaakt en uitgewerkt. Deze leden zijn vanmening dat de inzet van vrijwilligers, en mantelzorgers, cruciaal is in detransformatie van zorg. Dan is het niet meer dan logisch dat hun inzichtenen belangen een plek krijgen op de plekken waar hierover wordt beslotenen plannen hiervoor worden uitgewerkt. Welke stappen gaat de Staatsse-cretaris zetten om ervoor te zorgen dat dit op regionaal niveau gaatgebeuren?Deze vraag zal worden beantwoord in de stand van zaken brief palliatievezorg die voor december aan uw Kamer is toegezegd.De leden van de ChristenUnie-fractie vinden het erg schrijnend alsterminale patiënten geen intensieve thuiszorg ontvangen, vanwege onderandere budgetplafonds of contractafspraken van verzekeraars. Heeft deStaatssecretaris er zicht op in welke regio’s palliatieve zorg het slechtsttoegankelijk is? Hoe komt dit? Welke rol hebben zorgverzekeraars in detoegang? Is de Staatssecretaris bereid de NZa te vragen uit te zoeken watde huidige toegankelijkheid is van palliatieve zorg thuis en welkezorgverzekeraars het aantal vergoede uren flink beperken? Wat hebbenregio’s die achterblijven nodig van de Staatssecretaris om de toeganke-lijkheid te verbeteren? Heeft de Staatssecretaris zicht op de mate waarinhet ontbreken van contracten een belemmering is voor de zorg? Waaromzijn verzekeraars zo streng als ze weten dat zorgaanbieder en cliënt nietveel tijd hebben om meerdere keren een aanvraag te herzien? Vindt deStaatssecretaris dit terecht? Hoe vaak komt het voor dat zorgverzekeraarsniet akkoord gaan met het zorgplan? Op grond waarvan zijn zorgverzeke-raars gerechtigd om de indicatie in twijfel te trekken?Zoals hierboven aangegeven ga ik met zorgverzekeraars in overleg om deproblematiek rond omzetplafonds scherp te krijgen en goede afspraken temaken dat omzetplafonds geen gevolgen meer hebben voor mensen diepalliatieve zorg nodig hebben. Ik zal bij mijn gesprekken deze vragenbetrekken. Deze vragen zullen vervolgens worden beantwoord in de standvan zaken brief palliatieve zorg die voor december aan uw Kamer istoegezegd.De leden van de ChristenUnie-fractie wijzen op de zorg die er leeftrondom kinderen die achttien worden en palliatieve en terminale zorgontvangen in een hospice. Zij passen niet meer in een kinderhospice voorgoede zorg, maar ergens anders kunnen zij ook niet goed terecht. Wil deStaatssecretaris in overleg gaan en ervoor zorgen dat deze kinderen eengoede plek krijgen? Wil zij de Kamer over haar vorderingen informeren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8534 De gesprekken met ouders tijdens mijn werkbezoek aan HospiceBinnenveld hebben grote indruk op mij gemaakt. Zij hebben mij verteldhoe groot de overgang van 18- naar 18+ is en welke problemen dat metzich meebrengt. Dit geeft ouders en kinderen veel stress. Ik ga mijnuiterste best doen voor ouders en kinderen om de overgang teverzachten. Tegelijkertijd benadruk ik dat dat ingewikkeld wordt. Het gaatover een moeilijk vraagstuk dat over verschillende wetten heen gaat. Dekomende tijd breng ik het probleem samen met betrokkenen echt goed inkaart. Vervolgens bezie ik wat nodig is voor verbeteringen. Ik informeeruw Kamer over de uitkomsten in het voorjaar van 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 509, nr. 8535

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 15687e9ffe2a75d8

14 okt 2026 · ada777db6e6e6766

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.