KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken van de verkeersveiligheid voorjaar 2025

2 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b13c7a8ba1871585 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1175 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juni 2025In april liet het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS) weten dat er in2024 675 verkeersdoden zijn gevallen. Dat is ongeveer evenveel als eenjaar eerder (684). Ondanks dat het aantal verkeersdoden met 42% isverminderd sinds 2000, gaat het nog steeds om veel te veel mensen. Eengroot deel daarvan is fietser: al vijf jaar op een rij komen er meer fietsersom dan inzittenden van auto’s. Eind dit jaar publiceert Stichting Weten-schappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) weer de Staat van deVerkeersveiligheid, zij geven dan een nadere duiding bij deze CBS-cijfers.Verkeersveiligheid draait om het terugdringen van het aantal verkeers-slachtoffers. Zodat iedereen veilig de auto, motor, fiets of ander vervoers-middel kan pakken om te gaan werken, sporten of op visite te gaan.Met deze brief wordt u, mede namens de Minister van JenV, geïnformeerdover verschillende verkeersveiligheidsonderwerpen. De brief is onderver-deeld in de volgende thema’s:1.Veilig fietsen2.Veilige infrastructuur3.Veilige bestuurders en kwaliteit rijonderwijs4.Verkeershandhaving (JenV)5.Opgevoerde elektrische fietsen, waaronder fatbikes6.Overige ontwikkelingenDaarnaast ontvangt u een overzicht van de voortgang van de maatregelenin het Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2022–2025, waarvoor het Rijkprimair aan de lat staat (bijlage 1).1 Momenteel wordt een nieuw LandelijkActieplan Verkeersveiligheid voorbereid, dat eind dit jaar aan de Kamerwordt gestuurd. De kosten van het nieuwe Landelijk Actieplan wordengedekt vanuit de begroting van het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat (IenW).1Bijlage 1: Stand van zaken uitvoering Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid 2022–2025 kst-29398-1175ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11751 Ten slotte ontvangt u conform toezegging aan de Kamer2 de tussentijdseevaluatie van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV).3 Debelangrijkste aanbevelingen van de evaluatie zijn:–inzetten op een betere balans tussen infrastructuur, educatie enhandhaving;–opstellen van duidelijke meetbare tussendoelen; en–het verkrijgen van meer inzicht in waar de meeste winst in hetreduceren van het aantal slachtoffers te behalen is.Daarnaast wordt aanbevolen om extra in te zetten op de verdereondersteuning van (kleine) gemeenten bij de uitvoering van het SPV, enervoor te zorgen dat het datamanagement rondom het SPV goedgeorganiseerd is en blijft. De resultaten van de evaluatie worden gebruiktvoor de nieuwe bestuurlijke afspraken waarvoor de planning is om dezeop 7 juli 2025 in het bestuurlijk overleg verkeersveiligheid vast te stellen.De resultaten van de evaluatie SPV worden ook gebruikt voor het nieuweLandelijk Actieplan Verkeersveiligheid voor de periode tot 2030.1. Veilig fietsen Meerjarenplan FietsveiligheidUit «De Staat van de Verkeersveiligheid» blijkt dat ook in 2023 onderfietsers de meeste verkeersslachtoffers vallen. Volgens de IntegraleMobiliteitsanalyse 2021 zal het aantal fietsslachtoffers de komende jarenstijgen.4 In het najaar van 2024 is de Kamer geïnformeerd over de standvan zaken omtrent het Meerjarenplan Fietsveiligheid.5 Het plan bevindtzich momenteel in de afrondende fase en wordt op 7 juli 2025 besprokentijdens het bestuurlijk overleg Verkeersveiligheid met de SPV-partners. Nadeze afstemming wordt het plan met de Kamer gedeeld. De kosten vanhet Meerjarenplan Fietsveiligheid worden gedekt vanuit de begroting vanIenW.Fietshelm campagne «Zet ’m op»Het dragen van een fietshelm kan de kans op hoofd- en hersenletsel met60–70% verlagen. Op 16 april 2025 is daarom de campagne «Zet ’m op»gestart. Het doel van de campagne is om het vrijwillig gebruik van defietshelm te verhogen. Deze boodschap draagt IenW uit samen metmedeoverheden, artsen en partners als VeiligheidNL, ANWB, VeiligVerkeer Nederland (VVN), BOVAG en de RAI Vereniging. In de komendeperiode wordt de campagne doorontwikkeld en uitgebreid met regionaleacties gericht op ouderen, (ouders van) kinderen en forenzen.Innovaties op het gebied van fietsverlichtingNaar aanleiding van de toezegging aan het lid Olger van Dijk (NSC) issamen met Adviesdienst Mens & Veiligheid BV een onderzoek gestartnaar innovaties op het gebied van fietsverlichting.6 Op basis van eenliteratuurstudie en internationale voorbeelden zijn twee kansrijketoepassingen geselecteerd om nader te onderzoeken: verlichting gerichtop het uitlichten van de fietser of de fiets, en verlichting geïntegreerd inde fietshelm. Beide toepassingen worden beoordeeld op hun potentieelom de zichtbaarheid van fietsers te vergroten en daarmee de verkeersvei-ligheid te verbeteren. In juni 2025 vindt een expertmeeting plaats om te2Kamerstuk 29 398 nr. 11393Bijlage 2: Tussentijdse Evaluatie van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 20304Kamerstuk 31 305, nr. 3285Kamerstuk 29 398, nr. 11396TZ202502-121Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11752 bepalen welke extra functionaliteiten van fietsverlichting en/of reflectiemeerwaarde hebben. Op basis hiervan wordt de toegevoegde waarde vaninnovatieve vormen van fietsverlichting ingeschat. De Kamer wordt rondde zomer van 2025 geïnformeerd over de uitkomsten van de expertsessie.2. Veilige infrastructuur Aantal weginspecteurs Rijkswaterstaat gaat structureel omhoogOp het hoofdwegennet neemt door de toegenomen drukte op de weg hetaantal pech- en ongevallen jaar op jaar toe. De weginspecteur zorgt voorhet beveiligen en vlot afhandelen van deze incidenten. Om het groeiendaantal incidenten aan te kunnen, is ervoor gekozen om het aantalweginspecteurs van Rijkswaterstaat (RWS) uit te breiden bij Voorjaarsnota2025. In totaal wordt de capaciteit structureel met 38 fte uitgebreid, eenstijging van ruim 10%. Door een snelle afhandeling van incidenten op deweg kan het verkeer goed doorrijden en blijft het veilig op de weg.Derde tranche Investeringsimpuls verkeersveiligheidVia de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid ondersteunt en stimuleerthet Ministerie van IenW de medeoverheden om infrastructurele verkeers-veiligheidsmaatregelen te nemen op het onderliggend wegennet (wegenin beheer van gemeenten, provincies en waterschappen). Met deze briefkrijgt de Kamer een eerste inzicht in de uitkomsten van dit eersteaanvraagtijdvak van de derde tranche.– Eerste inzichten uit het eerste aanvraagtijdvakIenW had voor het eerste aanvraagtijdvak € 125 miljoen beschikbaar opde begroting van het Mobiliteitsfonds. In totaal zijn er door de medeover-heden 200 aanvragen ingediend: 190 door gemeenten (waaronder debijzondere gemeente Sint-Eustatius), acht door provincies en twee doorwaterschappen. In totaal is er voor circa € 121 miljoen aan aanvrageningediend bij het ministerie. Een eerste analyse van de binnengekomenaanvragen laat zien dat maatregelen die veel worden aangevraagd deinrichting van het nieuwe wegtype Gebieds-ontsluitingsweg 30 km/u(GOW30) en vrijliggende voetpaden zijn. Ook maatregelen gericht opfietsveiligheid blijven onverminderd populair, zoals de aanleg vanvrijliggende fietspaden en het aanbrengen van kant- en asmarkeringen opfietspaden.– Nieuwe regels, nieuwe aanvragersDe nieuwe regels, waaronder de herziene menukaart en de nieuweverdeelsleutel, lijken te hebben geleid tot nieuwe aanvragers.7 Voorzichtigkan geconcludeerd worden dat deze wijzigingen positief uitpakken voorde deelnamebereidheid van de medeoverheden aan de investerings-impuls. Zo zijn er 26 gemeenten die voor het eerst gebruikmaken van deinvesteringsimpuls. Onder hen bevinden zich gemeenten als Barneveld,Den Helder, Wageningen en Schiermonnikoog. Dit is een positieveontwikkeling die het bereik van de regeling onderstreept.– Vooruitblik volgende tijdvakken derde trancheWat betreft de regionale spreiding van de aanvragen valt op dat vooralgemeenten in het oosten en zuiden van het land (provincies Gelderland,7De Kamer is eerder uitgebreid geïnformeerd over de nieuwe spelregels die gelden voor dederde tranche, zie Kamerstuk 29 398, nr. 1100Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11753 Noord-Brabant en Limburg) en de Vervoerregio Amsterdam actief hebbenaangevraagd. Gemeenten in het noorden (provincies Drenthe, Fryslân enGroningen) en westen (provincie Zuid-Holland) blijven daarbij enigszinsachter.Deze regionale verschillen in het aantal aanvragen vragen om maatwerk:het is van belang om, samen met de SPV-partners InterprovinciaalOverleg (IPO) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), hetgesprek aan te gaan met gemeenten en provincies om te achterhalenwelke belemmeringen zij nog ervaren. Het ministerie streeft naar optimalebenutting van het beschikbare budget en een verbetering van deverkeersveiligheid voor heel Nederland. Deze aanpak sluit naadloos aanbij het principe van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor verkeersvei-ligheid zoals verankerd in het SPV: lokaal waar het kan, rijksregie waarnodig.De aanhoudende vraag naar middelen onderstreept het belang van deimpuls. Onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring van deVoorjaarsnota 2025 heeft IenW de resterende middelen van de investe-ringsimpuls beschikbaar waarmee medeoverheden maatregelen kunnenaanvragen en kan een nieuw aanvraagtijdvak worden uitgeschreven. Dankomt de resterende circa € 113 miljoen beschikbaar. De wens is dat allemedeoverheden een aanvraag indienen en daarmee investeren in eenverkeersveiliger onderliggend wegennet in heel Nederland. Na hetzomerreces ontvangt de Kamer een analyse van het eerste aanvraag-tijdvak van de derde tranche. Daarbij wordt ook ingegaan op de motie vanhet lid Grinwis (CU) c.s. over het aanpakken van drukke schoolrouteslangs 80- en 50-kilometerwegen zonder vrijliggende fietspaden.8Strategische agenda verkeersveiligheid rijkswegen (SAV-R)In december jl. is de Tweede Kamer geïnformeerd over twee onderzoekendie in het kader van de strategische agenda verkeersveiligheid voor derijkswegen (SAV-R) zijn opgeleverd door Arcadis.9 Daarbij is een nadereverdieping op de uitgevoerde onderzoeken aangekondigd. Dezeverdieping richt zich op de categorisering van verkeersveiligheidsniveausop rijkswegen zoals door de Europese Commissie wordt vereist in hetkader van de RISM-II richtlijn (richtlijn (EU) nr. 2019/1936). Dit onderzoekwordt uitgevoerd door Sweco en bevindt zich in de afrondende fase. Hetonderzoek biedt handvatten voor een nadere prioritering van de inzet opverkeersveiligheid op rijkswegen en zal worden benut voor het opstellenvan de SAV-R. Omdat de tussenliggende analysestappen meer tijd hebbeningenomen dan voorzien, wordt de SAV-R naar verwachting dit najaar aande Tweede Kamer gestuurd.Monitoringsrapportage Veilig over RijkswegenRijkswaterstaat heeft de rapportage «Veilig over Rijkswegen 2023» (VOR2023) gepubliceerd. De rapportage bevat kerncijfers over de verkeersvei-ligheid op het Nederlandse Rijkswegennet.In 2023 waren er volgens het Bestand geRegistreerde Ongevallen inNederland (BRON) 70 verkeersdoden op rijkswegen. Een lichte daling invergelijking met de 79 dodelijke slachtoffers in 2022. Het aantal slacht-offers is gestegen naar een vergelijkbaar aantal als voor de coronape-riode. In het najaar publiceert SWOV een verdiepende analyse naar dedodelijke ongevallen op rijkswegen, waarover de Kamer, net alsvoorgaande jaren, wordt geïnformeerd.8Kamerstuk 29 398, nr. 10969Kamerstuk 29 398, nr. 1139Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11754 Voortgang verkeersveiligheidsaanpak rijks-N-wegenEr is € 200 miljoen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van deverkeersveiligheid van rijks-N-wegen.10 Over de voortang van de aanpakrijks-N-wegen wordt u geïnformeerd met de MIRT brief voorjaar 2025.3. Veilige bestuurders en kwaliteit rijonderwijs Programma Van rijles naar rijonderwijsIn de Kamerbrief van 13 december 2024 is de Kamer geïnformeerd overde laatste ontwikkelingen rondom het programma Van rijles naarrijonderwijs (programma VRNR). In 2025 en 2026 worden enkele actie-lijnen uitgevoerd om de maatregelen uit het advies Roemer11 in depraktijk te brengen. Het transitieplan dat Royal HaskoningDHV in opdrachtvan IenW heeft geschreven dient hierbij als startpunt.12 Voordat degewijzigde wet- en regelgeving ingaat wordt dan ervaring opgedaan meteen deel van de adviezen zoals het nieuwe Nationaal Leerplan Rijop-leiding B en de nieuwe wijze van opleiden, het toetsen en examineren.Ook kunnen alle betrokkenen dan voorbereidingen treffen om de nieuwemanier van werken vorm te geven.Het CBR heeft onderzocht welke wensen en eisen er bij de stakeholdersleven rondom het Leerlingvolgsysteem (LVS). Uit dit onderzoek van hetCBR is een adviesrapport13 gekomen waarin twee verschillendeICT-oplossingsrichtingen voor het LVS zijn beschreven, te weten SAAS(software as a serviceapplicatie) en de Data Fabric. Samen met destakeholders is gekozen om de Data Fabric verder uit te werken met eenafsprakenkader en stappen te zetten voor het ontwikkelen van de Dataprotection impact assessment (DPIA). Het voordeel van de gekozenICT-oplossing is dat de gebruikte data beschikbaar worden gesteld vanuitde bronsystemen waar veel rijinstructeurs nu al mee werken. Vervolgenswordt deze data alleen gepresenteerd in Data Fabric en niet opgeslagen.Op deze manier blijft de data van een leerling alleen opgeslagen op deplek waar de leerling zelf voor gekozen heeft.In lijn met de adviezen uit het rapport «De rijinstructeur: Sleutel naar meerverkeersveiligheid»14 werkt Innovam Branche Kwalificatie Instituut (IBKI)samen met deskundigen uit de branche aan:–de erkenningsregeling inclusief toezichtskader voor (erkende)rijinstructeursopleiders–het aanpassen van het examenprogramma voor de rijbewijs leerling Bvoor aankomende en bevoegde rijinstructeurs–het toezicht op de naleving van het Nationaal Leerplan Rijopleiding Bdoor de rijinstructeurDe afgelopen twee jaar heeft de Koepel Rijopleiding & Verkeerseducatie(KRV) een subsidie van IenW gekregen waarmee zij stappen hebben gezetom de rijschoolbranche te versterken en te professionaliseren. Voor IenWzijn zij dé gesprekspartner vanuit de branche. De subsidie is met twee jaarverlengd omdat het uitwerken van een duurzame eigen financiering enhet aantrekken van een onafhankelijke voorzitter nog niet is gelukt. Nadeze twee jaar stopt de subsidie definitief.10Kamerstuk 29 398, nr. 101411Kamerstuk 29 398, nr. 111012Bijlage 3: Transitieplan van Rijles naar Rijonderwijs13Bijlage 4: Adviesrapport Leerlingvolgsysteem14De rijinstructeur: sleutel naar meer verkeersveiligheid | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11755 De Kamer wordt in het najaar met de Kamerbrief stand van zaken van deverkeersveiligheid verder geïnformeerd over de voortgang van hetprogramma VRNR. Voor het commissiedebat CBR dat gepland staat op4 september 2025 wordt de Kamer geïnformeerd over de toezegging15 omde kwaliteit van rijscholen met 30% slagingspercentage te verbeteren enhierbij de optie voor een kwaliteitskeurmerk te onderzoeken.Medische rijgeschiktheidOp advies van de Gezondheidsraad16 komt de medische keuring voor eenrijbewijs voor mensen met hemofilie en andere stollingsstoornissen tevervallen.17 Op 1 april jl. is hiervoor de benodigde wijziging van wet- enregelgeving in werking getreden.18 Hierdoor hoeven mensen die naasteen stollingsstoornis geen verdere aandoeningen hebben geen rijge-schiktheidskeuring meer te ondergaan.In maart jl. is de Tweede Kamer geïnformeerd over het plan van hetministerie om de eisen voor mensen met een autismespectrumstoornis(ASS) in de Regeling eisen geschiktheid 2000 (REG2000) te laten vervallen.Het streven is om deze wijziging per 1 januari 2026 in te laten gaan. VoorAD(H)D wordt de beoordeling meer risicogestuurd gemaakt, door alleende personen te keuren waarvan de aard en ernst van de aandoening eenverhoogd risico voor de verkeersveiligheid vormen. Het CBR onderzoektnu hoe de keuringen bij mensen met AD(H)D gerichter kunnen wordengedaan waarmee de algemene keuring afgeschaft kan worden. Het doel isom alleen mensen met AD(H)D door een psychiater te laten keurenwaarbij een grotere kans bestaat op rijongeschiktheid.19Tot slot werken IenW en CBR aan het aanpassen van de duur van derecidiefvrijetermijn, waarin bestuurders ongeschikt zijn om te rijden na hetdoormaken van een psychose. Dit is nu zes maanden. De Gezond-heidsraad heeft geadviseerd om geen vaste termijn te stellen, omdat dehuidige termijn door veel betrokkenen als onnodig belemmerend wordtervaren.20Het ministerie wil snel verlichting bieden aan de doelgroep die de huidigerecidiefvrijetermijn als belemmerend ervaart. In overleg met het CBR ishet ministerie voornemens om, in lijn met het eerder uitgebrachte adviesvan de Nederlandse vereniging voor Psychiatrie (NvVP), de huidigetermijn van zes maanden te verkorten naar twee maanden.21 Het strevenis om deze wijziging per 1 januari 2026 in te laten gaan. Daarnaast gaathet CBR verkennen wat de alternatieven zijn voor de recidiefvrijetermijn,zoals bijvoorbeeld een maatwerkoplossing. De Kamer wordt uiterlijk eind2025 geïnformeerd over de voortgang van deze verkenning.Onderzoek invoering puntenrijbewijs gestartTijdens het Commissiedebat Verkeersveiligheid van 11 februari jl.22 isaangegeven dat een puntenrijbewijs een mogelijkheid is om veelplegersin het verkeer aan te pakken. Daarnaast heeft het instellen hiervan een15TZ202412-05916https://www.gezondheidsraad.nl/onderwerpen/rijgeschiktheid/documenten/adviezen/2024/01/30/advies-rijgeschiktheid-bij-hemofilie-en-andere-stollingsstoornissen17Kamerstuk 29 398, nr. 113918https://wetten.overheid.nl/BWBR0011362/2025-04-0119Kamerstuk 29 398, nr. 117120https://www.gezondheidsraad.nl/onderwerpen/rijgeschiktheid/alle-adviezen-over-rijgeschiktheid/rijgeschiktheid-na-het-doormaken-van-een-psychose21https://www.psychiatrie.nl/kennisbank/adviesnota-herziening-rijgeschiktheid-bij-psychose-2/22Kamerstuk 29 398, nr. 1170.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11756 afschrikwekkende werking. SWOV voert een verkenning uit naar demogelijke invoering van een puntenrijbewijs in Nederland. Daarbij wordtgekeken naar ervaringen in andere landen met het puntenrijbewijs en hoedit zou passen binnen de Nederlandse context. Voor het volgendeCommissiedebat Verkeersveiligheid eind 2025 worden uitkomsten van ditonderzoek met u gedeeld.Nieuwe communicatie over rijden onder invloedIn december 2024 is de nieuwe Bob-campagne gestart: «TOP, jij blijftBob!» Uit evaluatie23 van deze campagne blijkt dat 95% van de mensenveel vertrouwen heeft dat ze zich aan hun voornemen kunnen houden omniet te drinken als ze nog moeten rijden. De nieuwe slogan van decampagne is daarnaast bij een grote groep bekend. Vooral de tv-reclameswerden hoog gewaardeerd.Het Trimbos-instituut heeft in opdracht van IenW een handreiking24gemaakt om een alcohol-, drugs- en medicijnenbeleid (ADM)25 op testellen, specifiek voor de transport- en vervoerssector. Dit geeft dezebedrijven handvatten om afspraken te maken met medewerkers over datzij nuchter zijn als zij aan het werk zijn. Zo zorgen bedrijven dat niet alleenvrachtwagenchauffeurs veel veilige kilometers maken, maar ook datleerlingenvervoer onze kinderen veilig op school afzet en thuisbrengt.Omwisseling van rijbewijzen van expats van buiten de EUDe motie van de leden Heutink (PVV) en Vedder (CDA), ingediend bij hetTweeminutendebat Verkeersveiligheid van september 2024, verzoekt deregering om te onderzoeken uit welke landen de expats komen die opbasis van de 30%-regeling een Nederlands rijbewijs krijgen, of dezelanden daar geschikt voor zijn en of de kennis om aan het verkeer deel tenemen voldoende aanwezig is.26 De Dienst Wegverkeer (RDW) brengt opdit moment de aantallen en de betrokken landen van herkomst in kaart. Zijanalyseren deze data op de aanwezigheid van trends of andere signalendie van belang kunnen zijn voor de verkeersveiligheid.Voor wat betreft het tweede deel van de motie wordt een internationalevergelijking uitgevoerd met het erkenningsbeleid van enkele andereEU-lidstaten zoals België, Frankrijk en Duitsland. Een andere relevanteontwikkeling voor de behandeling van deze motie is de verwachte vierderijbewijsrichtlijn, waarvan de onderhandelingen zich op dit moment in delaatste fase van de triloog bevinden. In deze richtlijn worden nieuweregels geïntroduceerd voor het omwisselen van niet-EU-rijbewijzen. Hetbelangrijkste daarbij is de mogelijkheid voor de Europese Commissie ommet behulp van de lidstaten het verkeersveiligheidsniveau van eenniet-EU land te onderzoeken. Vervolgens kan de Commissie in overlegmet de lidstaten een besluit nemen dat het veiligheidsniveau van eenrijbewijs correspondeert met dat van rijbewijzen in de EU. De Kamerwordt in het najaar bericht over de uitkomst van de onderzoeken.23Campagne-effectonderzoek Bob 2024 | Rapport | Rijksoverheid.nl24Bijlage 5: Handreiking ADM-beleid voor de Vervoers- en Transportsector25Handreiking alcohol-, drugs en medicijnbeleid voor de vervoers- en transportsector –Trimbos-instituut26Kamerstuk 29 398, nr. 1117Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11757 Vergelijking slagingspercentages praktijkexamen rijbewijs B Nederland enDuitslandTijdens het CBR-debat van 28 november 2024 is toegezegd de Kamernader te informeren over de achtergrond van het verschil in slagingsper-centages tussen Nederland en Duitsland. Duitsland kent traditioneel eenslagingspercentage dat veel hoger ligt dan in Nederland en andereEuropese landen. In 2024 bedroeg het gemiddelde slagingspercentagevoor alle B-examens in Duitsland 63%27 tegenover 51%28 in Nederland,met de nuance dat er net als in Nederland grote regionale verschillen tezien zijn. Sinds 2015 zijn de verschillen tussen Nederland en Duitsland welkleiner geworden: in 2015 waren deze cijfers 69% voor Duitslandtegenover 50% voor Nederland.29 In de Duitse rijschoolwereld is er, netzoals in Nederland, een discussie over de hoogte van het slagingsper-centage en de vraag of dit via de kwaliteit van het rijonderricht is testuren.Het verschil in slagingspercentages kan worden toegeschreven aan demanier waarop de rijschoolsector in Duitsland is gereguleerd: in Duitslandis de sector veel meer «dichtgereguleerd», met meer voorschriften eneisen. Het gaat daarbij zowel om de regulering van het beroep vanrijinstructeur als om het lesgeven zelf. Het starten van een rijschool is inDuitsland pas toegestaan als de betrokkene twee jaar lang als hoofd-beroep rijinstructeur in loondienst is geweest. Daarnaast is er eenrijscholenregister met een daaraan gekoppelde kwaliteitscontrole. Voorhet lesgeven geldt onder meer dat iedere leerling minimaal twaalfrijlessen moet krijgen voordat hij of zij examen mag doen. Daarbij isvoorgeschreven dat een van die lessen in het donker en een tijdens slechtweer moet plaatsvinden.30 Veel van de Duitse situatie is ook onderdeelvan het programma VRNR, wat, zoals hierboven beschreven, nu inNederland wordt geïmplementeerd.4. Verkeershandhaving (JenV) Uitrol geautomatiseerde handhavingsmiddelenIn mei zijn de eerste focusflitsers in gebruik genomen. De focusflitser iseen verplaatsbare camera die controleert op het gebruik van mobieleelektronische apparaten, zoals een telefoon, tijdens het rijden. De Ministervan IenW heeft eerder namens de Minister van JenV aan het lid Veltman(VVD) toegezegd de Kamer drie maanden na het gebruik van de focus-flitsers te informeren over de resultaten van de inzet van die focus-flitsers.31 De ervaringen of resultaten worden gedeeld in de eerstvolgendeverzamelbrief verkeersveiligheid (najaar 2025), zodra er meer focusflitserseen langere periode in gebruik zijn.In totaal moeten er dit jaar 40 focusflitsers in gebruik worden genomen envolgend jaar nog eens 10. De focusflitsers worden met name ingezet opN-wegen en drukke toegangswegen tot steden. Daarnaast is het OpenbaarMinisterie (OM) druk bezig om het aantal flexflitsers uit te breiden. Dit zijnverplaatsbare flitspalen waarmee op snelheid wordt gehandhaafd. Intotaal zijn er nu 75 flexflitsers beschikbaar. Aan het eind van volgend jaar27Erstmals mehr als 2 Millionen Fahrprüfungen 2024 – viele scheitern, Betrug nimmt zu –TÜV-Verband28Kamerstuk 29 398, nr. 115829Mailwisselingen met CBR en TÜV30Benchmarking rijschoolsystemen in Nederland en omringende landen, Vlakveld en Stipdonk,SWOV 201331TZ202502-123Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11758 moeten er in totaal 125 flexflitsers in gebruik genomen zijn, waarmee op375 verschillende locaties gehandhaafd kan worden. De flexflitser wordtingezet op het onderliggend wegennet, met een focus op zogehetengebiedsontsluitingswegen. Sinds kort valt de GOW30 (een gebiedsontslui-tingsweg met een limiet van 30 km/u) daar ook onder.Het OM rondt dit jaar de vervanging van 520 oude vaste flitspalen af. Intotaal zijn na evaluatie 120 van de 640 huidige locaties voor vasteflitspalen komen te vervallen, omdat is gebleken dat de palen op dielocaties niet langer voldoende effectief zijn. Om het effect van handha-vingsmiddelen zo goed mogelijk te benutten, worden locaties periodiekgeëvalueerd. Locaties waar de palen niet langer voldoende effectiefblijken te zijn, zijn bijvoorbeeld locaties waar de verkeersproblematiek inde afgelopen jaren flink is afgenomen, waar veel flitspalen dicht op elkaarstaan, waar de weginrichting niet op orde is of waar een herinrichting vande weg is gepland of heeft plaatsgevonden. Binnenkort worden dezevrijgekomen palen, in samenspraak met wegbeheerders en de politie,ingezet op nieuwe locaties waar deze een grotere bijdrage leveren aan deverkeersveiligheid. Vervolgens zal het aantal vaste flitspalen stapsgewijsworden uitgebreid tot een totaal van 750 in 2029. In totaal betekent devervanging en intensivering een ruime verdubbeling van de handha-vingslocaties.AlcoholslotDe aangenomen motie van het lid Veltman (VVD)32 verzoekt de regeringzo snel mogelijk over te gaan tot de invoering van het alcoholslot. In deeerder door Deloitte uitgevoerde verkenning, waarvan de resultaten op17 maart naar uw Kamer zijn verstuurd,33 is geconcludeerd dat hetalcoholslotprogramma zowel in het bestuursrecht als in het strafrecht kanworden ingevoerd.34 In het bestuursrecht blijft echter een significantjuridisch risico dat de Hoge Raad het alcoholslot als dubbele bestraffingziet. Aanbevolen is daarom om invoering in het strafrecht nader uit tewerken en de uitvoeringsconsequenties van dit scenario in kaart tebrengen.In de Kamerbrief van 17 maart is ook aangekondigd dat daarnaast eenscenario voor invoering in het bestuursrecht nader bekeken zal worden.Het gaat om een scenario waarbij er na oplegging van een alcoholslotvanuit het bestuursrecht, door het OM wordt afgezien van strafrechtelijkevervolging. Hiermee zou dubbele bestraffing voorkomen worden. Ditscenario is door Deloitte niet uitvoerig onderzocht omdat afzien vanstrafrechtelijke vervolging op dat moment onwenselijk leek. Voort-schrijdend inzicht over de gevolgen van het vastlopen van de strafrecht-keten, hebben ertoe geleid dat dit scenario nu toch als mogelijkheid wordtgezien om, naast invoering in het strafrecht, nader te verkennen. Eenvoordeel van dit scenario zou kunnen zijn dat dat de strafrechtketenhiermee kan worden ontlast en dat het mogelijk leidt tot meer opleg-gingen van het alcoholslot waarmee er dus een grote bijdrage aan deverkeersveiligheid kan worden geleverd. Samen met de betrokkenpartners wordt momenteel bekeken of dit een wenselijk en haalbaarscenario zou kunnen zijn. Deze verkenning is reeds gestart. De Ministervan JenV streeft ernaar uw Kamer voor het eerstvolgende commissie-debat te informeren of dit bestuursrechtelijke scenario ook haalbaar wordtgeacht. Indien dit bestuursrechtelijke scenario op basis van de eersteinschattingen haalbaar lijkt, zullen beide scenario’s (zowel dit bestuurs-32Kamerstuk 29 398, nr. 116133Kamerstuk 29 398, nr. 1169.34Kamerstuk 29 398 nr. 1169Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11759 rechtelijke scenario als het strafrechtelijke scenario) nader wordendoorgerekend en zullen de uitvoeringsconsequenties van beide scenario’sin kaart worden gebracht zodat op basis hiervan een besluit genomen kanworden over de herinvoering van het alcoholslot. Er wordt naar gestreefddeze verkenning en de besluitvorming over de herinvoering van hetalcoholslot in het eerste helft van 2026 af te ronden.Voor de volledigheid wordt de Kamer erop gewezen dat de motie nietvermeldt vanuit welke middelen de invoering van het alcoholslot moetworden gefinancierd en dat deze middelen dus ook nog niet zijn gereser-veerd.Voor de volledigheid wijzen we uw Kamer er op dat de motie nietvermeldt vanuit welke middelen de invoering van het alcoholslot moetworden gefinancierd en dat deze ook nog niet zijn gereserveerd.Wetsvoorstel verbetering aanpak rijden onder invloed en de ontzeggingvan de rijbevoegdheidTijdens het vorige commissiedebat Verkeersveiligheid heeft de Ministervan JenV de Kamer toegezegd voor de behandeling van het wetsvoorstelverbetering aanpak rijden onder invloed in te gaan op de vraag of rechtersmet dit wetsvoorstel ook de mogelijkheid krijgen om af te wijken van demaximale duur van de rijontzegging, of de maximale termijn van 10 jaarverdubbeld kan worden en op de vraag of de rijontzegging nou alsstrafverzwaring of als geschiktheidsverklaring moet worden gezien(toezeggingen aan lid De Hoop, PvdA-GL en lid Krul, CDA35. De Ministervan JenV komt in de nota naar aanleiding van het verslag bij ditwetsvoorstel terug op deze toezeggingen. Er wordt naar gestreefd dezenota nog voor het commissiedebat naar uw Kamer te verzenden.Boetestelsels in balansTijdens het vorige Commissiedebat Verkeersveiligheid heeft de Ministervan JenV de Kamer toegezegd in het onderzoek naar herziening van hetboetestelsel de suggestie van het lid Grinwis (CU), om in te zetten opextra handhaving en met de extra boeteopbrengsten een verlaging van deboetes te bekostigen, mee te nemen in dit onderzoek en de Kamerhierover voor de zomer per brief te informeren. Hierop wordt in dekabinetsreactie op het rapport «Boetestelsels in balans» nader ingegaan.De kabinetsreactie zal naar verwachting nog voor het CommissiedebatVerkeersveiligheid naar de Kamer verzonden worden.Propositie verkeershandhavingZoals de Minister van JenV in de vorige verzamelbrief heeft aangegeven,is de propositie «Van Versnipperde Verantwoordelijkheden naar VeiligVerkeer» twee keer op bestuurlijk niveau besproken. De voorstellen uit depropositie stuiten op juridische en praktische bezwaren, maar alle partijenzijn het erover eens dat de (subjectieve) pakkans vergroot zou moetenworden. Naar aanleiding hiervan is een werkgroep opgericht ondervoorzitterschap van het Ministerie van JenV, bestaande uit de Verenigingvoor Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg, gemeenteRotterdam, het OM, politie, vervoerregio’s, het Centraal JustitieelIncassobureau en het Ministerie van IenW. De werkgroep heeftconstructief samengewerkt om te komen tot een lijst met haalbaremaatregelen die de objectieve en/of subjectieve pakkans kunnenvergroten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het mogelijk maken van meermaatwerk bij de besluitvorming, plaatsbepaling en roulatiefrequentie van35TZ202502-183Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117510 handhavingsmiddelen, met daarbij een grote rol voor de wegbeheerderen politie. Daarnaast hebben de propositie en de werkgroep er voorgezorgd dat enkele maatregelen gericht op het verstevigen van deverkeershandhaving en het vergroten van de objectieve en subjectievepakkans al gezamenlijk zijn opgepakt. Een voorbeeld hiervan is een doorhet OM en VNG gezamenlijk opgestelde communicatieaanpak over debeschikbaarheid, de aanvraagprocedure en de criteria van flitsers. Ook isde inzet van flitsers op GOW30 wegen sinds eind vorig jaar mogelijkgemaakt.Tijdens het bestuurlijk overleg Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030(SPV) op 7 juli a.s. wordt de lijst met maatregelen besproken en beslotenwelke daarvan nader worden uitgewerkt en geïmplementeerd. Ook zaltijdens dit overleg aan de bestuurders worden gevraagd om hiervoor debenodigde capaciteit beschikbaar te stellen. In de eerstvolgende verzamel-brief verkeersveiligheid zal uw Kamer geïnformeerd worden.Inzet boa’s op verkeershandhavingTijdens het vorige Commissiedebat Verkeersveiligheid heeft de Ministervan Infrastructuur en Waterstaat namens de Minister van JenV het lidStoffer (SGP) toegezegd uw Kamer te informeren over de resultaten vande inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) op het gebiedvan verkeershandhaving.36 Sinds 1 januari 2024 zijn de bevoegdhedenvan boa’s op het gebied van verkeershandhaving uitgebreid. Op grondhiervan mogen boa’s nu ook handhavend optreden tegen het ontbreken ofvoeren van onjuiste fietsverlichting, handheld telefoongebruik op de fietsen het negeren van rood licht door fietsers en voetgangers.Uit cijfers van het Centraal Justitieel Incassobureau blijkt dat in 2024 intotaal 82 gemeenten daadwerkelijk gebruik hebben gemaakt van dezenieuwe bevoegdheden. Daarbij zijn 2.698 boetes opgelegd voor het niet ofonjuist voeren van fietsverlichting, 2.634 voor handheld telefoongebruikop de fiets, 418 voor het negeren van rood licht door fietsers en 29 voorhet negeren van rood licht door voetgangers. De grotere gemeenten latenhierbij, zoals verwacht, de hoogste aantallen boetes zien. Dit hangt onderandere samen met een grotere beschikbaarheid en inzet van boa’s enmeer fiets- en voetgangersverkeer waardoor er een grotere kans is op hetconstateren van overtredingen. Ter vergelijking: de Politie heeft inhetzelfde jaar ruim 81.000 boetes uitgeschreven voor deze feiten.Gemeenten beoordelen de uitbreiding van bevoegdheden over hetalgemeen als positief, zo blijkt uit een uitvraag door het Centrum voorCriminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Tegelijkertijd maken nog nietalle gemeenten hier gebruik van. Een genoemde reden hiervoor is eengebrek aan capaciteit. Daarnaast geven gemeenten aan dat er vooral in deopstartfase nog aandachtspunten zijn. Het gaat dan met name om hetopstellen van een passend handhavingsarrangement en de afstemmingmet de politie, wat de nodige tijd vergt. Omdat het voor boa’s om nieuwefeiten gaat, is het belangrijk dat de instructies, bevoegdheden enoperationele kaders vooraf goed worden besproken en afgestemd.Het Ministerie van Justitie en Veiligheid voert momenteel een diepgaandebeschouwing van het boa-bestel uit, waarin onder meer de rol, taken,benodigde bevoegdheden en uitrusting van boa’s worden onderzochtevenals de daarbij behorende waarborgen. Deze inzichten wordenmeegenomen in de beoordeling of en hoe de bevoegdheden van boa’s36TZ202502-120Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117511 verder uitgebreid kunnen worden, waaronder op het gebied van verkeers-handhaving.Opgevoerde elektrische fietsen, waaronder fatbikes (IenW &JenV)Aanpassing regeling voertuigen (IenW)Zoals toegezegd in de Kamerbrief van 29 maart 2024,37 wordt hetverboden om op een elektrische fiets een voorziening te hebben waarmeecontroles op de trapondersteuning kunnen worden omzeild. Voor veelsoorten gemotoriseerde voertuigen, zoals snor- en bromfietsen, is het alverboden om een voorziening te hebben om controles op de snelheid teomzeilen. Voor elektrische fietsen bestond een dergelijk verbod nog niet.Met deze regeling wordt dat verbod alsnog ingevoerd. Deze regeling isinmiddels gepubliceerd en treedt op 1 juli 2025 in werking.Vervolg «’t kan hard gaan» campagne (IenW)Vanaf 16 juni 2025 wordt er een vervolg gegeven aan de campagne «’t kanhard gaan», die jongeren en hun ouders/verzorgers wijst op de risico’svan het gebruiken van opgevoerde elektrische fietsen. Via radiospotjes,sociale media en posters wordt uitgelicht wat de risico’s zijn, waarondereen mogelijke boete, strafblad, inbeslagname en een onverzekerdvoertuig. Via de verschillende kanalen zijn in 2024 al meer dan driemiljoen mensen bereikt. De campagne wordt nu voor de zomer ingezet,zodat jongeren en hun ouders/verzorgers hier rekening mee kunnenhouden wanneer zij overwegen een elektrische fiets aan te schaffen voorhet volgende schooljaar.Intensivering handhaving en markttoezicht, waaronder fatbikes (IenW)In relatie tot de toezegging aan lid Pierik (BBB) om de handhaving enmarkttoezicht op fatbikes te intensiveren,38 werken de Inspectie Leefom-geving en Transport (ILT), Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit(NVWA), Douane en politie aan het verbeteren van de onderlingesamenwerking. Het is de planning van de genoemde instanties om hunsamenwerkingsafspraken voor de zomer te bekrachtigen. Vanuit IenWwordt het initiatief genomen voor een directeurenoverleg met detoezichthouders en handhavende instanties. De Kamer wordt hier voor hetvolgende CD Verkeersveiligheid in het najaar nader over geïnformeerd.Aparte regels voor fatbikes op basis van koppel en gewicht en vorm vantypegoedkeuring (keurmerk) (IenW)Naar aanleiding van de motie39 van de leden Olger van Dijk (NSC) enVeltman (VVD) doet adviesbureau Goudappel onderzoek naar demogelijkheden om op basis van koppel en/of gewicht een aparte categoriee-bikes te maken. Dit onderzoek wordt naar verwachting in juni 2025afgerond, waarna de Kamer wordt geïnformeerd over de onderzoeksresul-taten. In diezelfde brief wordt ook ingegaan op de motie van het lid Olgervan Dijk (NSC)40 over de mogelijkheid voor een vorm van typegoed-keuring (zoals een keurmerk) en lopende gesprekken met deRAI-Vereniging hierover.37Kamerstuk 29 398, nr. 1101.38TZ202502-118.39Kamerstuk 29 398, nr. 116240Kamerstuk 29 398, nr. 1114Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117512 Algeheel opvoerverbod (IenW)Tijdens het Tweeminutendebat Verkeersveiligheid van 19 februari 2025 iseen motie ingediend die de regering verzoekt om te komen tot eenalgeheel opvoerverbod voor het opvoeren van elektrische fietsen,elektrische stepjes en andere tweewielers, in het bijzonder fatbikes.41 Eentotaalverbod houdt in een verbod op:–het verkopen van opgevoerde voertuigen en opvoeronderdelen;–het gebruik en bezit van opgevoerde voertuigen op de openbare wegen op privéterrein; en–het feitelijk opvoeren van een voertuig (de handeling) door particulie-ren voor eigen gebruik of bedrijven die deze dienst commercieelaanbieden.IenW onderzoekt momenteel de mogelijkheden voor een algeheelopvoerverbod en brengt in kaart wat hiervan de gevolgen kunnen zijn. DeKamer wordt hierover voor het volgende Commissiedebat Verkeersvei-ligheid nader geïnformeerd.Handhaving fatbikes (JenV)De Minister van JenV heeft uw Kamer tijdens het vorige CommissiedebatVerkeersveiligheid toegezegd in gesprek te gaan met de politie over designalen dat de politie moeite heeft met het handhaven op fatbikesvanwege de gehanteerde definitie van «elektrische fiets» (toezegging aanhet lid Veltman, VVD42). De Minister heeft ook toegezegd in gesprek tegaan over de rollenbanken en de vraag of er marges gehanteerd wordenbij het meten van snelheden van fatbikes (toezegging aan lid Olger vanDijk, NSC43), en de Kamer hierover schriftelijk te informeren.In maart jl. hebben de politie, het OM, het Ministerie van IenW en hetMinisterie van JenV overlegd over de gehanteerde definitie van«elektrische fiets» en de daaruit voortvloeiende mogelijkheden voorhandhaving. De politie en het OM hebben afgesproken om op kleineschaal te gaan handhaven zonder waarneming van te hard rijden. Totdusver heeft de politie enkel handhavend opgetreden bij waarneming vanelektrische fietsen die sneller reden dan 25 km/u. Dit zal eerst op kleineschaal worden gedaan zodat middels zogeheten proefprocessen kanworden getoetst hoe de rechter kijkt naar deze interpretatie. Als dezeinterpretatie van regelgeving overeenkomt met de rechterlijke uitspraak,zal er een brede uitrol van deze handhaving plaatsvinden. Hiermee wordtde toezegging aan het lid Veltman (VVD) als afgedaan beschouwd.44Zoals toegezegd aan het lid Olger Van Dijk (NSC) wordt hierbij ookingegaan op de marges bij het meten van snelheden van fatbikes.45 Op ditmoment wordt er bij de controles van elektrische fietsen gehandhaafdzodra de trapondersteuning aanhoudt boven de wettelijk toegestanesnelheid van 25 km/u na toepassing van de correctie van de maximalemeetafwijking van het gebruikte meetmiddel.De maximale meetafwijking bij een rollentestbank bedraagt 5 km/u bij eengemeten maximumsnelheid tot en met 50 km/u. Bij hogere gemetensnelheden geldt een marge van 10 procent. De gemeten maximum-snelheid moet dus met één van deze waarden worden gecorrigeerd.41Kamerstuk 29 398, nr. 116342TZ202502-18243Toezegging niet officieel geregistreerd. Staat in Kamerstuk 29 398, nr. 117044Toezegging niet officieel geregistreerd. Staat in Kamerstuk 29 398, nr. 117045Toezegging niet officieel geregistreerd. Staat in Kamerstuk 29 398, nr. 1170Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117513 Bij een meting door middel van een rijtest wordt over het algemeengebruik gemaakt van een lasersnelheidsmeter, hierbij geldt een correctievan 3 km/u. Deze rijtest wordt uitgevoerd door daadwerkelijk te gaanrijden op de betreffende fiets met trapondersteuning, waarbij de snelheidwaarbij de trapondersteuning wordt onderbroken, met een lasersnelheids-meter wordt vastgesteld.De bovengenoemde correctiewaardes voor zowel de rollentestbank als derijtest met lasersnelheidsmeter zijn wettelijk bepaald en vastgelegd in deinstructie meting maximum constructiesnelheid en de Instructiesnelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers46, 47. Hiermee wordt detoezegging van het lid Olger Van Dijk (NSC) als afgedaan beschouwd.5. Overige ontwikkelingen Ontwikkelingen nieuw beleid gehandicaptenvoertuigenVoor gehandicaptenvoertuigen werkt IenW verder aan de uitwerking van(tenminste) twee voertuigcategorieën voor gehandicaptenvoertuigen, éénbedoeld voor snellere voertuigen, en één categorie bedoeld voorlangzamere voertuigen (zoals de scootmobiel).48 In 2024 is er dooronderzoeksbureau Sweco een onderzoek uitgevoerd naar de verschillendetypen en aantallen van gehandicaptenvoertuigen die in gebruik zijn. Hierinis geconcludeerd dat de grootste groep voertuigen bestaat uit scootmo-bielen, waar er naar schatting 195.000 van aanwezig zijn op de weg.49Voor de zomer van 2025 vindt een stakeholdersessie plaats, en eind 2025wordt de Kamer verder geïnformeerd over het nieuwe beleid. In deze briefwordt onder andere ingegaan op technische- en gebruikerseisen vangehandicaptenvoertuigen.Plaats op de weg van Lichte Elektrische Voertuigen (LEVs)De fietspaden in Nederland worden op veel plekken steeds drukker endoor de diversiteit van LEVs nemen ook de massa- en snelheidsver-schillen toe op het fietspad. Verschillende wegbeheerders maken zichzorgen over een veilige inpassing van deze voertuigen op het fietspad.Naar aanleiding van de motie van het lid Koerhuis (VVD)50 onderzoektIenW of wegbeheerders maatwerk toe kunnen passen voor de plaats opde weg van LEVs. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid om bepaaldeLEVs te verplaatsen van het fietspad naar de naastgelegen rijbaan waareen maximumsnelheid geldt van 30 km/u. Als tussenresultaat van hetonderzoek heeft het bureau DTV in samenwerking met medeoverhedenverschillende maatregelen verkend.51Omdat er weinig bekend is over de effecten van maatwerkmogelijkhedenis IenW in samenwerking met medeoverheden een traject gestart om toete werken naar pilotprojecten. Met deze pilotprojecten moet duidelijkworden of maatregelen die verkend zijn, effectief, handhaafbaar,uitlegbaar en uitvoerbaar zijn. Naar verwachting wordt in de tweede helftvan 2025 en in 2026 een selectie van deze pilots uitgevoerd. Op basis vandeze resultaten wordt bekeken op welke manier dit in de landelijke46https://www.om.nl/onderwerpen/beleidsregels/instructies/verkeer/instructie-snelheidsoverschrijdingen-en-snelheidsbegrenzers-2022i00247https://www.om.nl/onderwerpen/beleidsregels/instructies/verkeer/instructie-meting-maximumconstructiesnelheid-2024i00248Kamerstuk 29 398, nr. 110249https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/voertuigen-op-de-weg/documenten/rapporten/2025/01/09/mindervalidenvoertuigen-onderzoek-naar-gebruik-en-aantallen-in-nederland50Kamerstuk 29 398, nr. 106451Bijlage 6: Eindrapport pilots massa en snelheid fietspadTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117514 wetgeving of richtlijnen kan worden verankerd. De Kamer wordt in devolgende verzamelbrief Verkeersveiligheid geïnformeerd over de standvan zaken van het onderzoek.Gewijzigd Verdrag van Wenen inzake Verkeerstekens (Weense Conventie)Op 10 maart jl. is in internationaal overleg ingestemd met een wijzigingvan het Verdrag van Wenen inzake verkeerstekens (de Weense Conventie).Deze wijziging heeft mogelijk gevolgen voor sommige Nederlandseverkeersborden, waaronder de bebouwde kom borden. IenW beschouwtmet medeoverheden en wegbeheerders per wijziging de impact van dezewijzigingen. De Verdragswijziging wordt via een goedkeuringswetgeratificeerd, wat de laatste stap is van alle landen voor definitieveinstemming met de wijzigingen. Begin 2026 wordt u geïnformeerd over deaard en omvang van de wijzigingen. Het Reglement Verkeersregels enVerkeerstekens 1990 (RVV 1990) en mogelijk ook het Besluit administra-tieve bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) zullen moeten wordenaangepast. De verwachting, rekening houdend met de doorlooptijd vanregelgeving, is dat deze wijzigingen in 2027 in werking zullen treden.Vervolgonderzoek motie Boswijk c.s. naar de risico’s van slimme(elektrische) voertuigen voor de nationale veiligheidMet betrekking tot de beantwoording van de motie-Boswijk c.s.52 geldt hetvolgende. Zoals reeds aangegeven in de Kamerbrief53 die in het kader vande motie op 14 april 2025 naar de Kamer is verzonden, wordt degevraagde inhoud van de motie meegenomen in het al gestarte vervolg-onderzoek. De gewenste tijdslijn van de motie is, vanwege de complexiteitvan het vraagstuk, niet haalbaar. De Kamer wordt voor het eind van 2025hierover verder geïnformeerd.Trendbrekers verkeersveiligheidIn het traject Trendbrekers verkeersveiligheid is verkend welke extramaatregelen kunnen bijdragen aan het breken van de trend van hetstijgende aantal verkeerslachtoffers. Hierbij is gekeken naar effectiviteit,haalbaarheid, betaalbaarheid en maatschappelijk draagvlak. Zoals eerdertoegezegd ontvangt de Kamer uiterlijk juni 2025 de uitkomst van dittraject.54De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,B. Madlener52Kamerstuk 35 207, nr. 9553Kamerstuk 35 207, nr. 9754Kamerstuk 29 398 nr. 1139Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 117515

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c42ba71ad387d0de

14 okt 2026 · e01dbd6602fd553d

13 okt 2026 · 8e3560db0f1de82c

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.