KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 16 april 2026, over Personen- en familierecht

1 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cf6ea22fa9575ec8 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 836Personen- en familierechtNr. 144 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 1 juli 2026 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 16 april 2026overleg gevoerd met mevrouw Van Bruggen, Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid, over:−de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 5 juli2021 inzake rapport «Impactanalyse Wijziging Transgender-wet» van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (Kamer-stuk 35 825, nr. 5);−de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 7 juli2023 inzake inventarisatie geslachtsregistratie x (Kamerstuk35 825, nr. 19);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 1 oktober 2025 inzake vervolgtraject rapport Schade doorschande (Kamerstuk 33 836, nr. 126);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbeschermingd.d. 20 februari 2025 inzake advies internationale positievermelding transgender ouder uit wie een kind wordt geborenop geboorteakte (Kamerstuk 36 481, nr. 15);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbeschermingd.d. 20 juni 2025 inzake rapport van de Commissie onderzoekBinnenlandse Afstand en Adoptie 1956–1984 (Kamerstuk33 836, nr. 122);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbeschermingd.d. 30 juni 2025 inzake beleidsreactie doorlichting Besluitgeslachtsnaamswijziging (Kamerstuk 33 836, nr. 123);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbeschermingd.d. 11 juli 2025 inzake voortgang afstands- en adoptiedos-siers (Kamerstuk 31 265, nr. 135);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 3 oktober 2025 inzake aanpak complexe scheidingen(Kamerstuk 31 839, nr. 1111);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 4 november 2025 inzake onderzoek tussenevaluatie Wetherziening partneralimentatie (Kamerstuk 34 231, nr. 19);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 17 december 2025 inzake RSJ-advies Grondslagen van kst-33836-144ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1441 kindvriendelijke juridische procedures in het civiele familie- enjeugdrecht (Kamerstuk 33 836, nr. 129);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 13 januari 2026 inzake reactie op gewijzigde motie van deleden Moorman en Kostic´ over het wetsvoorstel Wijzigingvermelding geslacht in geboorteakte alsnog aan de Kamervoorleggen (Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 33) (Kamerstuk 33 836,nr. 130);−de brief van de Staatssecretaris Rechtsbeschermingd.d. 13 januari 2026 inzake brief houdende intrekking van hetwetsvoorstel (Kamerstuk 35 825, nr. 21);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 9 februari 2026 inzake voortgang interlandelijke adoptie(Kamerstuk 31 265, nr. 136);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 2 april 2026 inzake toelichting op de intrekking vanwetsvoorstel Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboekin verband met het veranderen van de voorwaarden voorwijziging van de vermelding van het geslacht in de akte vangeboorte (Kamerstuk 35 825) (Kamerstuk 35 825, nr. 22);−de brief van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidd.d. 13 april 2026 inzake binnenlandse afstand en adoptie(Kamerstuk 33 836, nr. 131).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,EerdmansDe griffier van de commissie,Van TilburgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1442 Voorzitter: EerdmansGriffier: PaauweAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bikker, Clemminck,Diederik van Dijk, Eerdmans, Kostic´, Mutluer, Sneller, Straatman enWendel,en mevrouw Van Bruggen, Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.Aanvang 13.59 uur.De voorzitter:Goedemiddag, dames en heren. Welkom in de vergadering van de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid. U bent hier welkom tot 17.00 uur.Tot dan zijn wij met elkaar bezig. Ik heet van harte welkom de Staatssecre-taris van Justitie en Veiligheid, met haar gevolg. Wij praten vandaag overhet personen- en familierecht. We hebben een volle bak aan Kamerleden,onder wie een nieuw gezicht, zie ik: de heer Clemminck van JA21. Hij wilook graag meedoen in deze commissie, als dat mag. Ik kijk ook even naarde tribune ... Nee hoor, haha! Als u even in het midden gaat staan, dankunnen we u wat vragen stellen! Nee hoor, ik denk dat dit akkoord is als ikiedereen zo bekijk. Van harte welkom en doe uw best.Wij hebben vier minuten spreektijd per commissielid voor de bijdrage. Ikwilde aan u voorleggen om drie interrupties te doen per persoon in deeerste termijn om eens te kijken hoever we komen. Lukt dat niet of heeft umeer vragen, dan kunnen we altijd kijken, gelet op de tijd, hoe het vordert.Maar het is best een groot onderwerp met veel vragen. Daar geven weook de ruimte voor. Dit gezegd hebbende ben ik denk ik door de huishou-delijke mededelingen heen? Ik kijk even naar de griffier. Ja. Dan kunnenwij van start gaan. Ik geef als eerste het woord aan het lid Kostic´ namensde Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Vandaag vraagt de Partij voor de Dieren aandachtvoor het recht van mensen om erkend te worden voor wie ze zijn. Voortrans, intersekse en non-binaire mensen is dat geen vanzelfsprekendheid.Zij zijn in Nederland aantoonbaar minder veilig. Ze worden vele malenvaker gediscrimineerd, bedreigd en zelfs mishandeld. Dat probleem wordtverergerd door wetgeving, die het hun heel moeilijk maakt om hungeslachtsregistratie aan te passen. Kan de Staatssecretaris zich inleven inhoe vernederend het voelt dat je verplicht bent goedkeuring te vragen aaniemand anders over wie je bent? Zo voelt het voor trans en non-binairemensen. Zij moeten volgens de wet onnodig verplicht eerst goedkeuringvragen bij de psycholoog of zelfs de rechter om erkend te worden.Voorzitter. Al sinds 2019 belooft de politiek daarom dat de Transgenderwetmoet worden gemoderniseerd. Partijen als VVD, CDA en D66 hebben voorde verkiezingen meerdere malen daarover beloftes gedaan aan de kiezer.Toch staan we hier vandaag nog steeds zonder een wet. En ondertussenwachten mensen.Voorzitter. Dat wachten heeft gevolgen. Dat betekent dat mensen dagelijksspanning voelen bij het laten zien van hun ID bij het ophalen van eenpakketje omdat hun registratie niet klopt met wie ze zijn, omdat ze telkenshet risico lopen om geconfronteerd te worden met onbegrip, afwijzing ofzelfs agressie. Dat zorgt voor stress, voor onveiligheid, voor het gevoeldat je identiteit steeds ter discussie staat.Voorzitter. De huidige situatie is voor veel mensen vernederend, kost gelden leidt tot wachttijden van maanden. Dit zorgt voor onnodige overbe-lasting van gezondheidsdeskundigen, die hun tijd veel beter kunnenbesteden aan echte problemen. Zij vragen daarom ook aan de politiek omaanpassing van de wet. Twaalf Europese landen hebben al geregeld datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1443 mensen zonder tussenkomst van anderen worden erkend om wie ze zijn.Het kabinet heeft zich gecommitteerd aan het Regenboogakkoord, waarinook het opnieuw indienen van de Transgenderwet staat. Mijn vraag aande Staatssecretaris is helder: waar wachten we nog op? Is zij bereid om degemoderniseerde Transgenderwet zo snel mogelijk opnieuw naar deKamer te sturen? Kan zij uiterlijk voor het debat over emancipatie met eentijdlijn komen voor het herindienen van de wet? Kan zij op korte termijn ingesprek gaan met de gemeenschap, voor wie dit belangrijk is, en metorganisaties die die gemeenschap vertegenwoordigen, zoals hetTransgender Netwerk, en daarover terugkoppelen aan de Kamer?Voorzitter. Dan de positie van non-binaire mensen. Voor hen is het nógingewikkelder. Zij kunnen hun geslachtsregistratie alleen via de rechterlaten aanpassen. Rechters hebben al gezegd dat dit discriminerend is endat de overheid een wettelijke regeling moet bieden. Ongeveer 2% van deNederlanders identificeert zich niet als man of vrouw. Daar hoor ikzelf ooktussen. Ook zij hebben recht op erkenning. Mijn vraag: wanneer komt dewettelijke mogelijkheid om een x te registreren zonder tussenkomst vande rechter? Al honderden mensen hebben inmiddels een x via de rechterkunnen verkrijgen, maar zij lopen weer tegen tal van problemen aan in demaatschappij. Is de Staatssecretaris bereid met belangenorganisaties,zoals Transgender Netwerk, in gesprek te gaan om deze problemen inkaart te brengen en met een aanpak te komen?Voorzitter. Dit debat gaat niet alleen over wetgeving, het gaat overmensen die vandaag leven met een gevoel van onzekerheid, onveiligheiden vernedering, omdat de overheid achterblijft. De beloftes zijn gedaan,het draagvlak bij deskundigen is er. Nu is het tijd om te leveren. Voor depolitiek is het slechts een administratieve wijziging, maar voor veelmensen maakt het een wereld van verschil. Het gaat om het recht omjezelf te zijn.Dank u wel.De voorzitter:Dank u zeer. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Mutluer namensGroenLinks-PvdA.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Laat ik vooropstellen dat ik het een mijlpaal vind dat het kabinetvoor de zomer excuses wil gaan maken aan afstandsmoeders die tot ’84onder ingrijpende en soms gedwongen omstandigheden hun pasgeborenkinderen hebben moeten afstaan, en aan hun kinderen. Voor die mensengaat het over identiteit, over verlies en over een overheid die daarin eennare rol heeft gespeeld en daarmee levenslange schade heeft aangericht.Ik vraag de Staatssecretaris om, naast die excuses, te komen tot concretemaatregelen om nieuwe misstanden te voorkomen. Dat zie je nubijvoorbeeld bij arbeidsmigranten. Ik vraag haar ook om te komen met dejuiste zorg voor de doelgroep, zodat zij de dossiers kunnen inzien op dejuiste plek, en dat zij de regie krijgen om die te raadplegen, maar ookzodat ze naar familie kunnen zoeken, ongeacht de ontstaansgeschiedenis.Dat moet zo veel als mogelijk gegarandeerd worden. Is de Staatssecretarisdaartoe bereid?Voorzitter. Dan de dubbele achternamen. Sinds 2022 kunnen ouders beideachternamen doorgeven aan hun kinderen. Je zou zeggen: wat mooi, eenstap vooruit in gelijkwaardigheid. Maar het is allesbehalve dat. De wetpakt namelijk oneerlijk uit, en is onrechtvaardig en discriminerend voorheel veel vrouwen, die ook vandaag hier aanwezig zijn. Waarom? Omdatvrouwen altijd toestemming moeten vragen en krijgen van een vader omook hun naam door te mogen geven. In de praktijk creëert dat afhanke-lijkheid in precies de situaties waarin juist bescherming nodig is. Dat blijktuit alle verhalen die ik via Clara Wichmann heb gehoord, maar ook uit deverhalen van Rebecca en van Annemijn die we vanochtend in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1444 Volkskrant hebben gelezen. Rebecca is geadopteerd en krijgt geentoestemming van haar ex om haar eigen roots mee te geven aan haareigen kinderen. Het blijkt ook uit het verhaal van Chiara, die intiemeterreur en een onveilige relatie heeft overleefd en die nu volledig gezagheeft, maar nog steeds toestemming aan haar ex-partner moet vragen omook haar achternaam aan haar kind te geven. Ik kan daar met mijn hoofdgewoon niet bij. Het wrange is dat er geen rechtsgang en geen echtevangnetregel is. Er is alleen een hele ingewikkelde procedure om je naamte wijzigen via Justis, die geld en tijd kost, terwijl ouders niet iets willenwijzigen, maar iets willen toevoegen. Waarom accepteren we dit? Watvindt deze Staatssecretaris, ook als vrouw, van deze bepaling in de wet?Wil zij deze bepaling uit die wet lichten en zo snel mogelijk aanpassen? Inmijn beleving kunnen wij niet wachten totdat die evaluatie plaatsvindt enhet nog heel lang duurt voordat die wet überhaupt aangepast wordt. Ik wildie aanpassing ook heel graag met terugwerkende kracht. Graag daar eenreactie op.Dan internationale kinderontvoeringen. Het verhaal van Insiya staat voormij symbool voor de strijd die achtergebleven ouders jaren moetenvoeren. Ik heb onwijs veel respect voor de moeder van Insiya, Nadia, diena twaalf jaar nog steeds wacht en vecht. Wat mij betreft moet depolitieke druk op het hoogste niveau blijven. Het handelsakkoord werdgenoemd. Dat kun je gebruiken als drukmiddel, of ik zou zeggen: alshefboom, niet als breekijzer. Maar heb ook oog voor de noden van deachtergebleven ouders. Enerzijds zitten zij al met de ellende dat hun kindweg is, maar zij moeten vaak ook langdurig in juridische proceduresblijven en het financiële gevecht aangaan.Voorzitter. Tot slot over adoptie. Interlandelijke adoptie wordt beëindigd in2030, misschien eerder. Wat mij betreft gebeurt dat wel met een helezorgvuldige afronding van de procedures. Ik vraag bij de Staatssecretarisoog voor de misstanden, die ook door familierechters worden geconsta-teerd. Zij zeggen namelijk dat we moeten oppassen, omdat er bijinterlandelijk draagmoederschap een nieuw adoptieschandaal in de maakis. Ik ben voor de Wet draagmoederschap; die moet er komen. Er is eenwetenschapstoets met een aantal hele goede aanbevelingen. Ik weet datde Staatssecretaris daarop ingaat. Ik hoop dat dat ook tot de nodigewijzigingen leidt. Ik hoop niet dat er rechtszaken plaatsvinden na deexcuses van de Staat. Ook de geadopteerden willen namelijk gerech-tigheid, zorg, ondersteuning en compensatie. Excuses aanbieden – danrond ik echt af – vraagt ook om meer inspanningen van de Staatssecre-taris dan er nu worden geleverd.De voorzitter:Dank, mevrouw Mutluer. U heeft een interruptie van mevrouw Bikker vande ChristenUnie.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Collega Mutluer legt terecht de vinger op de misstanden die er zijngeweest rondom adoptie en de grote gevolgen die die nu nog steedshebben. Ik vond het juist daarom heel duidelijk om vanuit de wetenschap-pelijke hoek te horen, opnieuw: kijk uit wat je mogelijk maakt met datwetsvoorstel over draagmoederschap als je de internationale route verderopent. Gezien de uitspraken van collega Mutluer is mijn vraag aan haar ofzij ook vindt dat het wetsvoorstel echt een roekeloos pad inslaat als weinternationaal draagmoederschap toch meer mogelijk gaan maken.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dank voor die vraag. Nee, het is voor mij juist een onderschrijving dat wedie wet nodig hebben. Dat is dus eigenlijk het omgekeerde van watmevrouw Bikker zegt. Ik zie dat er onwijs veel misstanden zijn, ook in hetbuitenland: ouders die een terechte kinderwens hebben en geen draag-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1445 moeder hier in Nederland mogen vragen of krijgen en die dus hun heilzoeken in het buitenland, met alle gevolgen van dien. Dat kunnen we nietaltijd controleren; we kunnen het niet altijd achterhalen. Ik denk dat diekinderrechters of familierechters terecht zeggen dat ze nu misstanden ziendie lijken op die bij interlandelijke adoptie. Er wordt een beeld geschetstvan vervalste documenten en misbruik van armoede. Juist daarom denkik dat het onwijs belangrijk is om hier in Nederland met de juistewaarborgen en de juiste randvoorwaarden die wet omtrent draagmoeder-schap te hebben.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. We gaan luisteren naar mevrouw Wendel van deVVD.Mevrouw Wendel (VVD):Voorzitter. Vandaag spreken we over personen- en familierecht. Dit debatgaat over allerlei verschillende onderwerpen, maar desondanks hebbenwe een relatief korte spreektijd. Ik vind het belangrijk om deze onder-werpen met zorg te behandelen en daarom kies ik vandaag voor focus. Ikfocus me vandaag op verschrikkelijke gebeurtenissen uit het verledenwelke tot vandaag de dag enorme impact hebben op mensen.Tussen 1956 en 1984 zijn er in Nederland ruim 15.000 pasgeborenkinderen afgestaan door hun moeder. Voor het overgrote deel waren ditkinderen van ongehuwde jonge vrouwen die geen enkele kans zagen ofkregen om hun kindje bij zich te houden. De moeders stonden meestalvoor een voldongen feit; de kinderen werden direct na de geboorte vanhen gescheiden, soms zonder dat de moeder het kind zelfs maar hadgezien. De kinderen groeiden op zonder dat de moeders wisten waar enbij wie. Deze moeders moesten vaak zwijgen over hun zwangerschap enover de geboorte van hun baby. Een deel van de kinderen heeft nu, opvolwassen leeftijd, nog altijd geen of beperkte kennis over hun eigenontstaansgeschiedenis. In plaats van dat deze jonge, kwetsbare vrouwenwerden ondersteund bij het laten opgroeien van hun kind, werden zijonder druk gezet om afstand te doen van hun baby.Voorzitter. Toen ik dit een aantal maanden geleden voor het eerst hoorde,dacht ik echt: dit kan toch niet waar zijn? Maar helaas is het wel waar. Endat in ons Nederland! De VVD vindt dat vrouwen recht hebben op eigenregie, zeker in zulke wezenlijke aspecten van het leven als het al dan nietkrijgen of behouden van een kind; het kennen van je eigen geschiedenisen de keuze met wie je familierelaties wil onderhouden. Deze regieontbrak in het verleden heel vaak. Dat anderen, familieleden en instanties,over jou als jonge moeder beslisten, was eerder regel dan uitzondering.De VVD betreurt dit ten zeerste en zet zich al jaren in voor de erkenningvan het leed en het onrecht dat duizenden ongehuwde moeders en hunkinderen destijds is aangedaan door hen gedwongen te scheiden en demoeders geen reële keuzevrijheid te bieden om hun kinderen te behoudenen zelf op te voeden.Deze week is heel bijzonder voor vele afstandsmoeders en -kinderen. DeStaatssecretaris heeft namelijk aangegeven excuses te zullen maken aande betrokkenen. Dit is een heel belangrijke stap voor veel moeders enkinderen; ik kijk ook even naar de betrokkenen die hier vandaag bij ditdebat aanwezig zijn.Maar daarmee zijn we er nog niet. Ik wil benadrukken dat volledige enonbeperkte inzage van de dossiers cruciaal is. De VVD heeft twee jaargeleden hier dan ook een motie over ingediend. Daarnaast ligt er demotie-Michon c.s. welke de regering verzoekt het mogelijk te maken datafstandsmoeders een «brief van je moeder» aan het dossier in hetNationaal Archief kunnen toevoegen. We hebben ook verzocht om dearchieven van Fiom over te dragen aan het Nationaal Archief. Ik heb devolgende vragen. Wat is de status hiervan? Zijn de moties al uitgevoerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1446 Het kabinet zegt zelf ook dat de tijd echt dringt. Wie heeft er nu echt dieonbeperkte en volledige toegang? Geldt die ook voor de kinderen van degeadopteerden? Ook voor hen is het namelijk van groot belang om teweten waar zij vandaan komen. Waarom is dit nog steeds niet geregeld?Als daar een wetswijziging voor nodig was, had die allang in procedurekunnen worden gebracht wat de VVD betreft. Het gaat niet alleen om waarje vandaan komt, het is ook heel erg belangrijk omdat het kan gaan om jegezondheid.Dan heb ik nog een algemene vraag. Wanneer kan de Kamer een reflectieverwachten van de ministeries en andere partijen die een rol hebbengespeeld, zoals is beloofd in de reactie op Schade door schande?Tot slot, voorzitter. Een groot deel van de wensen van de afstandsmoedersen hun kinderen wordt gerealiseerd met de Wet afbouw interlandelijkeadoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel. Dit wetsvoorstel is tot6 april in internetconsultatie geweest. Ik wil de Staatssecretaris vragenwanneer zij het naar de Raad van State zal sturen. Hoewel ik begrijp datook de inzage van dossiers geregeld wordt in deze wet, wil ik vragen of deStaatssecretaris toch al eerder iets kan regelen voor deze specifiekedoelgroep, juist omdat de tijd voor hen zo dringt.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Wendel. Er is een vraag van mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Die vraag gaat niet over de terechte opmerkingen aangaande afstands-moeders en -kinderen en wat zij nodig hebben. Ik wil mijn collega van deVVD vragen hoe zij kijkt naar mijn voorstellen ten aanzien van de dubbeleachternaam. In 2022, toen we dat wetsvoorstel bespraken, hebben wij eenwetswijziging voorgesteld om de discriminerende bepaling dat een vrouwtoestemming van de man nodig heeft, uit het wetsvoorstel te halen. Naarhet voorbeeld van België zouden we dat anders willen formuleren,namelijk: als een stel onderling niet met elkaar overeen kan komen of eenkind wel of geen dubbele achternaam krijgt, dan geldt de naam van beideouders op alfabetische volgorde. Is de collega bereid om de Staatssecre-taris te vragen deze discriminerende bepaling zo snel mogelijk uit hetfamilierecht te halen, zodat vrouwen ook die gelijkwaardigheid voelen?Mevrouw Wendel (VVD):Gelijkwaardigheid is voor de VVD heel erg belangrijk. Ik vind het dus heelmooi dat collega Mutluer dit onderwerp agendeert. Het vorige kabinetheeft aangegeven de evaluatie naar voren te halen. We zouden nog eenaantal jaar moeten wachten, maar het vorige kabinet heeft gezegd: nee,we gaan dat al in januari 2027 doen. Volgens mij is dat heel erg goed. Weldenk ik dat het goed is dat we die evaluatie zorgvuldig doen en die eerstafwachten. Wij zien de uitkomsten daarvan natuurlijk met interessetegemoet. Gelijkwaardigheid tussen man en vrouw staat voor ons daarbijvoorop.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Inmiddels hebben heel veel vrouwen ons via de mail benaderd met hunverhalen. Ik verzeker u dat dat er de komende tijd veel meer zullenworden. Vindt mijn collega ook niet dat het wachten op een evaluatie hetsignaal afgeeft dat we het allemaal leuk en aardig vinden wat hier nugebeurt en dat het lijkt alsof we deze onrechtvaardige situatie willens enwetens in stand houden? Dat zeg ik omdat een evaluatie een jaar in beslaggaat nemen. Voordat die hier in de Kamer terugkomt, zijn we weer eenjaar verder. Voordat de wet aangepast is en in de Kamer is behandeld, zijnwe wéér een jaar verder. Deze vrouwen kunnen niet nog drie, vier jaarwachten. Daarom is mijn oproep en wens, ook richting de collega van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1447 VVD: doe met ons mee. Laten we er voor al die vrouwen voor zorgen datwe dit soort bepalingen anno 2026 gewoon niet meer in onze wetboekenhebben staan.De voorzitter:Wil mevrouw Wendel een reactie geven?Mevrouw Wendel (VVD):Ja. Ik denk dat mijn reactie nog steeds heel erg aansluit bij wat ik net zei.Voor ons staat gelijkwaardigheid tussen man en vrouw echt voorop. Juistdaarom vinden we het goed dat die evaluatie ver naar voren wordtgehaald. Wel vinden we het belangrijk dat dat zorgvuldig gebeurt, op eenmanier waarop we het in de praktijk voor deze vrouwen goed regelen.Toen dit wetsvoorstel er kwam, waren er heel veel argumenten tegen deuitvoering. Voordat ik hier iets over ga zeggen, wil ik dus weten of deuitvoering dit aankan. Zo blijft het niet alleen bij een goed voorstel, maarzal het ook resoneren in de praktijk. Ik zie de evaluatie dus met heel veelinteresse tegemoet.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb net geschetst hoe trans mensen elke dag moeten leven metgevoelens van onzekerheid, onveiligheid en vernedering, omdat zemoeten wachten tot anderen hen überhaupt goedkeuren om wie ze zijn enomdat de overheid achterblijft. Vanuit de politiek, onder andere vanuit deVVD, beloven we al heel lang dat de modernisering van de Transgen-derwet er snel moet komen. In het coalitieakkoord staat ook dat hetRegenboogakkoord gewoon wordt overgenomen. Daar staat die Trans-genderwet in. Ter bevestiging en hopend op een positief antwoord, vraagik: staat de VVD nog steeds positief tegenover de modernisering van deTransgenderwet en roept zij vandaag samen met ons het kabinet op omheel snel met die wet naar de Kamer te komen?Mevrouw Wendel (VVD):De VVD geeft eigenlijk al tijden aan – want het duurt lang; dat deel ik methet lid Kostic´ – dat het die Transgenderwet wil behandelen. Ik word dusniet blij van het feit dat die is ingetrokken, als ik het zo mag zeggen. Wevinden het juist belangrijk dat we dit gesprek snel met elkaar voeren.Tijdens de eerste termijn van de Kamer, die al heeft plaatsgevonden, zijner vooral heel veel vragen gesteld door mijn fractie. Die zouden wij graagbeantwoord willen zien. Wat ik heel graag zou willen, is dat de nieuweStaatssecretaris, die hier vandaag zit, goed gaat kijken naar de eerstetermijn van de Kamer van destijds en naar de vragen die daarin leefden,en dat er dan een nieuw wetsvoorstel naar de Kamer komt. Wat onsbetreft gaat dat zeker geen jaren duren.De voorzitter:Dan nog een tweede vraag van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het is goed om te horen dat de urgentie er ook is bij de VVD en dat deVVD die boodschap uitdraagt richting de Staatssecretaris. Die wet isnamelijk ook ingetrokken onder een VVD-kabinet. Ik ben dus blij dat deVVD hier nu een andere koers kiest.Dan over mensen die heel graag een x zouden willen, omdat zij zich nietidentificeren als man of vrouw. Is de VVD het met ons eens dat deStaatssecretaris daar snel werk van zou moeten maken, omdat diemensen nu geen normale, eerlijke mogelijkheid hebben om te zijn wie zezijn?Mevrouw Wendel (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1448 De VVD wil eigenlijk kijken hoe we überhaupt zouden moeten omgaanmet geslachtsregistratie. Wij vragen ons af hoe belangrijk het überhaupt isdat zoiets in een paspoort of een identiteitsbewijs staat. Overbodigegeslachtsregistratie zouden we het liefst tegen willen gaan; dat sowieso.Dan de specifieke vraag, over de x in het paspoort. Ook hiervoor geldt watons betreft dat dat een heel zorgvuldig wetgevingstraject moet zijn. DeRaad van State is over het amendement van D66 uit het verledennatuurlijk duidelijk geweest, namelijk dat het «even» in een wet gegotenmoet worden. Wij zouden die heel graag willen behandelen, maar ookdaarbij geldt zorgvuldigheid.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik hoor collega Wendel over een nieuw wetsvoorstel voor de Transgen-derwet zeggen dat het gaat om een «nieuw» wetsvoorstel. Mag ik daaruitafleiden dat we het nu niet hebben over een simpel kopietje dat opnieuwwordt toegestuurd, maar dat het letterlijk bij de tijd wordt gebracht? Ikdenk dat het al verouderd was toen het werd ingediend en de ontwikke-lingen hebben niet stilgestaan. Het is nog gebaseerd op een evaluatie vanbijna tien jaar oud. Ik neem aan dat het, ook in de ogen van de VVD, weleen wetsvoorstel moet zijn waarin alle recente ontwikkelingen die er opdit terrein zijn geweest, ook internationaal, worden meegenomen.Mevrouw Wendel (VVD):Ik denk dat het goed is om te kijken naar wat er in de eerste termijn van deKamer is gezegd en welke andere relevante zaken volgens de Staatssecre-taris hierin meegenomen moeten worden, en om dan een voorstel naarde Kamer te sturen.De voorzitter:Ja, voldoende zo? Dan gaan we verder naar mevrouw Straatman van hetCDA voor haar bijdrage.Mevrouw Straatman (CDA):Dank u wel, voorzitter. Ik neem u graag mee naar 29 november 2024, naarde woorden van Trudy Scheele-Gertsen in de rechtszaal bij het hofDen Haag: «Het schrijnende hiervan is dat men tot op de dag van vandaagmij en al die andere vrouwen wil doen geloven dat zij wel zelf hebbengekozen voor afstand. Tot op de dag van vandaag werpt dat een schaduwover mijn leven en het merendeel van mijn lotgenoten: de schuld tekrijgen de verantwoordelijkheid over je eigen kind niet te willen nemen,gezondigd tegen religieuze wetten, incapabel om je kind zelf op te voeden.Deze geschiedenis, we kunnen die niet terugdraaien, maar ik vraag welnadrukkelijk om eerherstel. Voor alle moeders en mijzelf, in wat voor vormdan ook. Het mag niet de geschiedenisboeken ingaan zoals de Staat er nuover denkt.»Voorzitter. Deze woorden spreken voor zich. Het leed dat afstandsmoedersen -kinderen is aangedaan, werkt door tot op de dag van vandaag.Daarom is het belangrijk dat we hierbij stilstaan, de rol van de overheiderkennen én markeren dat de Staat er sinds deze week niet langer zo overdenkt. De brief van de Staatssecretaris met de toezegging dat excusesworden aangeboden, is dan ook van grote betekenis. Ik dank de Staatsse-cretaris dat zij in de hele korte periode dat zij er nu zit, dit dossier deaandacht en de urgentie heeft gegeven die het verdient. De Staatssecre-taris geeft aan dat excuses voor de zomer zullen komen. Kan zij het procesdaarnaartoe schetsen en aangeven hoe afstandsmoeders en -kinderendaarbij betrokken worden?Voorzitter. Excuses zijn het begin van een traject naar herstel. Ik wil daarbijaandacht vragen voor drie punten. Allereerst de toegang tot dossiers.Moeders en kinderen missen autonomie, terwijl het over hun eigenafstammingsgeschiedenis gaat. Mijn collega van de VVD stelde zojuistTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1449 deze vraag en ik wil die graag ook stellen: wat is de stand van zaken watbetreft de overdracht van de Fiom-dossiers naar het Nationaal Archief enwat betreft het wettelijk verankeren van het recht op inzage, en welkedigitale inzage is nu ook al mogelijk?Ten tweede geldt dat waarheidsvinding niet eindigt bij excuses. Sterkernog, de excuses maken duidelijk dat de geschiedenis en de dossiers tot nutoe een verkeerd beeld gaven van de werkelijkheid. Daarom willenafstandsmoeders heel graag een brief toevoegen aan dossiers. HetNationaal Archief ziet echter allerlei, wat mij betreft bureaucratische,bezwaren en ziet daarbij over het hoofd dat toegang tot dossiers vaak ookeen eerste stap is naar mogelijk hersteld contact tussen moeder en kind.Het is dan juist heel cruciaal wat er in die dossiers staat. Dat belang zouwat het CDA betreft moeten prevaleren. Hoe ziet de Staatssecretaris dit?Klopt het dat de wet toevoeging van een brief niet in de weg staat? Kan deStaatssecretaris toezeggen hierover met de Minister van OCW in gesprekte gaan?Voorzitter. Ten derde. Excuses hebben alleen zin als we van het verledenleren. Daarom schrikt het CDA van de verhalen die naar buiten komenover gedwongen afstand bij arbeidsmigranten. Heeft de Staatssecretarisdeze groep vrouwen voldoende in beeld en welke stappen zet zij om dezegroep de juiste ondersteuning te bieden? Extra zorgwekkend is dat nogsteeds met de juridisch niet bindende afstandsverklaringen wordtgewerkt. Deze hebben weliswaar inmiddels een andere werktitelgekregen, maar hebben nog steeds dezelfde impact. Feit blijft namelijk datna ondertekening het mentaal moeilijker is om terug te komen op eenbesluit. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat deze praktijk van symbo-lische verklaringen tot afstand per direct stopt?Voorzitter, ik rond af, maar niet voordat ik ook aandacht heb gevraagdvoor een ander dossier, namelijk de Nederlandse geadopteerden uitChileense kindertehuizen, waar ook veel misstanden hebben plaatsge-vonden. Het strafrechtelijk onderzoek in Chili loopt nog, maar geadop-teerden lopen opnieuw aan tegen een gebrek aan autonomie over huneigen adoptiedossiers, die bij Fiom liggen. Fiom beslist welke informatiemet Chili wordt gedeeld. Dat is tot nu toe helemaal niets, terwijl andereEuropese landen wel meewerken. Wat kan de Staatssecretaris voor dezegroep betekenen?Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Straatman, dank. U heeft een interruptie van mevrouw Bikker tepakken.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik kan me bij die laatste vragen trouwens aansluiten, want juist ook voordeze groep mensen duurt het al eindeloos lang.Dit bepaalt me eerlijk gezegd ook bij de bevindingen van de commissie-Joustra en bij het wetsvoorstel omtrent draagmoederschap, waarvan decommissie heeft afgesproken dat we de Staatssecretaris vragen om eenreactie op de wetenschapstoets. Ik wil op dit moment wel al heel graagweten hoe de collega van het CDA denkt over dit wetsvoorstel in dehuidige vorm, omdat er afspraken over staan in het coalitieakkoord en ikme ernstige zorgen maak dat we, als dat dat wetsvoorstel zo doorgaat,een herhaling krijgen van misstanden uit het verleden. Daarnaast denk ikpersoonlijk dat het onverstandig is om draagmoederschap verder normaalte gaan maken. Ik ben heel benieuwd hoe de CDA-fractie hierin staat enook welke route de CDA-fractie voor zich ziet.Mevrouw Straatman (CDA):Dank aan mevrouw Bikker voor de vraag. In het coalitieakkoord staat datwe doorgaan met de Wet draagmoederschap, maar wel mede inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14410 ogenschouw nemend de aanbevelingen uit de commissie-Joustra. Ik denkdat daar twee van de punten samenkomen. Wij zaten vanochtend samenbij de technische briefing en ik denk dat mevrouw Bikker daar ook heelduidelijk heeft gehoord waar mijn zorgen zitten en waar mijn vragen overgingen, namelijk over die buitenlandse trajecten. Ik denk dat we onzeogen ook niet moeten sluiten voor de risico’s die daarin liggen; daar hebik zorgen over en daar heb ik vragen over gesteld. Ik ga, mede inogenschouw nemend wat de commissie-Joustra over interlandelijkeadoptie heeft opgeschreven, opnieuw kijken naar dit wetsvoorstel overdraagmoederschap.De voorzitter:Mevrouw Bikker, ik wijs u erop dat dit voor nu uw laatste interruptie is.Gaat uw gang.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank voor het antwoord. Deskundigen wijzen er wat dat wetsvoorstel overdraagmoederschap op dat ook de bemiddeling mogelijk gemaakt gaatworden en er dus ook veel meer advertenties zullen komen rondombinnenlands draagmoederschap. Nu heb ik altijd met het CDAopgetrokken, juist als het ging over dingen die je niet wilt. Ik zei daarvanheel vaak samen met het CDA: ga dan niet doen alsof je het via de wetbeter geregeld gaat krijgen. Een voorbeeld daarvan is de gokmarkt,waarvoor we een-op-een samen optrokken om te zeggen: ga nou niet datpad op en al helemaal niet een pad met reclame en advertenties. Heeftcollega Straatman naast die reserve ten aanzien van buitenlandsdraagmoederschap – ik hoop dat dat buitenlands draagmoederschaphelemaal gaat stoppen – ook terughoudendheid als het gaat om hetbinnenlands draagmoederschap? Hoe ziet ze dat qua proces in dekomende maanden? Naar ik meen staat het namelijk wel op de planningom dit wetsvoorstel in mei of juni te behandelen.Mevrouw Straatman (CDA):We hebben een wetenschapstoets gehad. Daaruit kwamen een heel aantalaanbevelingen. Volgens mij waren er bijna twintig aanbevelingen vanwetenschappers, die naar zowel het binnenlandse als het buitenlandsetraject hebben gekeken. Het kabinet komt met een reactie daarop. Die zietzowel op de binnenlandse procedure als op de buitenlandse procedure. Ikdenk dat het dus een zorgvuldig traject is dat we dat afwachten en dat wekijken op welke manier we ook de binnenlandse procedure mogelijk metnog meer waarborgen kunnen omkleden. Tegelijkertijd zeg ik wel dat weook te maken hebben met een realiteit waarin draagmoederschapplaatsvindt. Vanochtend werd ook duidelijk dat het ontbreken van diewettelijke regeling ook zorgt voor heel veel problemen. In het belang vanwensouders, maar vooral ook in het belang van kinderen, zouden we hetgewoon zorgvuldig moeten regelen. Ik ga dus met goed gemoed naar dereactie van het kabinet kijken, maar met name over het buitenlandsetraject heb ik veel zorgen. Ik wil gewoon dat we op iedere mogelijkemanier voorkomen dat we kwetsbare mensen in het buitenlandopnieuw ... Ik wil dat we voorkomen dat we te maken krijgen met dezelfdeproblematiek die we bij interlandelijke adoptie hebben gezien.De voorzitter:Dank. Dan gaan wij luisteren naar de heer Sneller. Hij spreekt namensD66.De heer Sneller (D66):Dank u wel, voorzitter. In een democratie is het grootste goed dat je jeleven zo mag inrichten als je wil, zolang je anderen geen schadeberokkent en je je aan de regels houdt. Maar dan moeten we wel zorgenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14411 dat die regels ook aansluiten bij hoe mensen hun leven willen leiden. Demaatschappij verandert constant. Zie bijvoorbeeld het huwelijk voor parenvan gelijk geslacht. Dat is dit jaar 25 jaar geleden ingevoerd. Ooit werdgedacht dat dat onmogelijk is; nu is het bijna vanzelfsprekend. Daarmee ishet ook een bestendiging van rechten en een schild tegen discriminatie.Als sociaalliberaal zoek ik ook steeds naar manieren waarop we onzewetten zouden moeten aanpassen om aan te sluiten bij de maatschappijvan nu en die idealen ook te ondersteunen.Met die inleiding wou ik eigenlijk van rechts naar links, vanuit mij gezien,beginnen. Ten eerste een compliment aan mevrouw Mutluer voor hetorganiseren van het rondetafelgesprek over de Wet introductie gecombi-neerde geslachtsnaam. Dat was voor mij ook weer leerzaam. Volgens mijwas het destijds een stap vooruit. Ik ben daar iets positiever over dancollega Mutluer. Ik heb ook persoonlijk gezien dat het een gewaardeerdestap is geweest. Mijn kinderen hebben in ieder geval nu die gecombi-neerde geslachtsnaam. Maar we hebben ook duidelijk van deskundigenen mensen die in minder gelukkige relaties zaten, gehoord hoe schrijnendhet kan zijn. Het vetorecht van de man is volgens mij een gekke vorm, omhet mild te zeggen. Dat heb ik zelf ook gevoeld toen ik toestemming moestgeven en wist wat de gevolgen zouden zijn als ik die toestemming nietzou geven. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is hoe zij hiernaar kijkt. Wehoorden ook dat er onder andere een geschillenregeling zou moetenworden uitgewerkt. We hoorden dat er destijds bij de behandeling van hetamendement-Mutluer/Bromet wat twijfels over waren. We hoorden ookdat er een evaluatie naar voren is gehaald. Hoe zorgen we ervoor dat wegeen tijd verliezen in het geval dat we daar inderdaad toe besluiten en ereen meerderheid blijkt te zijn in deze Kamer, en tegelijkertijd ook rechtdoen aan de zorgvuldigheid die dit naamrecht zeker ook vraagt? Dat is eenvraag aan de Staatssecretaris.Dan kom ik bij de collega ernaast. De VVD-fractie heeft een initiatiefwets-voorstel in consultatie gebracht over het meerouderschap. Dat is iets watal sinds 2016, sinds het door de staatscommissie is aangeraden, wat mijbetreft om een regeling vraagt en kansen biedt om meer stabiliteit enzekerheid te bieden voor kinderen. Ik vind dat een heel mooi initiatiefwets-voorstel en hoop dat we dat verder kunnen gaan zien.Dan kom ik bij collega Straatman, die ook in haar eigen inbreng alillustreerde hoe zij zich heeft ingezet voor de afstandsmoeders en daarook sinds zij de Kamer in is gekomen haar tanden in heeft gezet. Hetsierde haar dat ze complimenten aan de Staatssecretaris gaf, maar diekomen haar ook toe. Ik voeg me graag bij de vragen die gingen overinzage in de dossiers en hoe dat nou ook breder zit met het recht op hetkennen van je ontstaansgeschiedenis.Dan nog even terug naar collega Kostic´, die twee terechte vragen stelde.Eén ging over de Transgenderwet en de tweede over de x in het paspoort.Sommige mensen denken dat die x in het paspoort over een marginaalverschijnsel gaat, maar bij het lezen van de rapporten blijken er gewoon480.000 tot 580.000 Nederlanders te zijn die zeggen dat het waarschijnlijkof zeer waarschijnlijk is dat ze hun geslachtsregistratie zullen aanpassenals dat via de gemeente mogelijk is. Dat zijn niet enkele tientallen mensen,zoals mensen soms lijken te denken als je ze tegenkomt. Mijn vraag aande Staatssecretaris over allebei deze wetsvoorstellen of voornemens iseigenlijk: wat zijn haar plannen op dat gebied?Ten slotte een punt dat nog niet genoemd is: de echtscheidingen. Denotarissen zeggen eigenlijk het volgende. Er liggen een paar mooiestukken over wat er gebeurt bij complexe scheidingen. Het is belangrijkdat beter wordt geborgd dat de kinderen goed worden begrepen en dathun belangen worden geborgd. Daar moeten we zorgvuldig in zijn.Tegelijkertijd zijn er ook mensen die uit elkaar gaan in goed overleg, maardaar belasten we nu ook de rechterlijke macht mee. Welke mogelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14412 ziet de Staatssecretaris om dat bijvoorbeeld via het notariaat te latenverlopen?Dank u wel.De voorzitter:Zeer bedankt.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ten eerste dank aan mijn collega van D66 voor het mooie betoog. Ik denkdat we hetzelfde doel hebben. Ik heb toch nog een vraag. Mijn collegavraagt aan de Staatssecretaris wat haar plannen zijn met betrekking tot deuitvoering van het Regenboogakkoord, zoals in het coalitieakkoord staat,waarvan de Transgenderwet en de x in het paspoort onderdelen zijn. Watis de boodschap van D66? Is D66 het met ons eens dat de Staatssecretarisdaar vaart mee moet maken en daarmee zo snel mogelijk naar de Kamerzou moeten komen?De heer Sneller (D66):Er was in beginsel ook een initiatiefwet waarvan ik me nog steeds afvraagof we die moeten voortzetten. Dat is mede afhankelijk van de antwoordenvan de Staatssecretaris en de voorkeuren van collega Kostic´, want ik denkdat we in gezamenlijk overleg moeten bezien wat het beste is. Tegelij-kertijd heb ik de bijlage met de uitvoeringsconsequenties gezien. Ik hebgezien hoeveel daarachter vandaan komt. Het is de vraag of dat alsinitiatiefwet het meest kansrijk is, of dat ik mezelf dingen op de hals haaldie ik niet waar kan maken. Ik sta daar dus relatief open in, maar ik vind inieder geval dat het moet gebeuren. Als het de meest kansrijke route is datde Staatssecretaris daarmee komt, dan graag.De voorzitter:Dank. Dat brengt ons bij de bijdrage van de heer Diederik van Dijk, SGP.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank u wel, voorzitter. Soms krijg je het gevoel dat de burgerlijke standsteeds meer op een snackbar gaat lijken. Zoals je bij een snackbar allerleisoorten friet en snacks kunt bestellen, kunt kiezen voor geen saus ofdubbele saus en met of zonder uitjes, zo is ook bij de burgerlijke standsteeds meer naar eigen behoefte verkrijgbaar. Denk aan een enkele of eendubbele geslachtsnaam, wel of geen x in allerlei situaties, en heteenvoudig wijzigen van de achternaam. De gedachte is dat alleseenvoudig via de balie van de burgerlijke stand moet kunnen gebeuren,zonder hinderlijke rechter die toetst of de persoonlijke wens wel noodza-kelijk, gewichtig of toelaatbaar is. De overheid waakt niet meer over deorde en stijl namens het collectief, maar voldoet snel en simpel aanindividuele behoeftes. Aan het begin van haar ambtstermijn wil ik deStaatssecretaris uitnodigen om een meer fundamentele reflectie te gevenop dit rechtsgebied. Is er volgens haar nog voldoende balans tussen hetalgemeen belang en de individuele behoefte? De SGP wijst er bovendienop dat de onderbouwing van voorstellen nogal eens dun is, bijvoorbeeldtoen de behoefte van een zeer beperkte groep uit een aanvechtbarepeiling zomaar leidde tot het invoeren van de dubbele geslachtsnaam.Hoe wil de Staatssecretaris bijdragen aan rijpe, zorgvuldige wetgeving?Voorzitter. Dit is een natuurlijk bruggetje naar de plannen voor hetnaamrecht. De naam is een belangrijk onderdeel van de persoonlijkeidentiteit, maar die identiteit is volgens de SGP vooral een objectiefgegeven, bijvoorbeeld vanwege de gegeven bloedbanden en familiestruc-turen. Het betekent niet dat de overheid het subjectieve gevoel diskwalifi-ceert, zeker niet, maar we kunnen er zeker ook niet altijd zomaar aantoegeven. Als iemand zich bijvoorbeeld niet thuis voelt bij de naam VanBeek, omdat hij al jaren aan een rivier woont, hoeft de overheid niet teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14413 accepteren dat iemand Van Dijk wil heten. Het verbaasde de SGP dat hetdemissionaire kabinet het algemene recht overnam om eenmalig deachternaam te wijzigen, enkel op basis van een wankele suggestie in eenrapport. Kunnen we ervan uitgaan dat dit kabinet daar niet mee doorgaat?Voorzitter. Het is een goede zaak dat het wetsvoorstel over de zelfidentifi-catie is ingetrokken. Wat we op dit moment politiek ook vinden, het is inieder geval duidelijk dat we met het oude voorstel niet verder kunnen. Detijden zijn, in de relatief korte jaren, echt veranderd. De oude onder-bouwing, waaronder de evaluatie van de Transgenderwet uit 2017,volstaat echt niet meer. Onderkent het kabinet die realiteit? De SGP neemtaan dat de Staatssecretaris rekenschap wil geven van de recenteontwikkelingen. Neemt de Staatssecretaris bovendien de opvatting vanhet EHRM serieus dat een toets van een deskundige belangrijk kan zijn bijhet wijzigen van de geslachtsregistratie?Voorzitter. De relatie tussen een moeder en haar ongeboren kind isbijzonder, maar kan ook bijzonder kwetsbaar zijn. Dat blijkt in ieder gevaljuridisch zo te zijn. Lisette ten Haaf van de Universiteit Utrecht laat heelhelder zien in een uitgebreid artikel in Ars Aequi, het favoriete blad vanmijn collega Sneller, dat de wetgever de belangen van moeder en kindonvoldoende beschermt. Daardoor ontstaat binnen de jurisprudentieinconsistentie en dus rechtsongelijkheid voor zowel de moeder als hetongeboren kind. Te denken valt bijvoorbeeld aan de ondertoezichtstellingvan een ongeboren kind of de situatie van een gedwongen keizersnede,waarbij ook het strafrecht hapert. Het doden van een levensvatbare foetusvalt bijvoorbeeld wel binnen het bereik van het strafrecht, maar ernstigemishandeling niet. Dat roept fundamentele vragen op, die niet allemaalaan de rechtspraak overgelaten kunnen worden. Dat is ook de strekkingvan het genoemde artikel. Wil de Staatssecretaris deze thematiekonderzoeken en verkennen hoe de wetgever meer duidelijkheid endaarmee rechtszekerheid kan bieden aan moeder en kind?Voorzitter. Mijn laatste punt. Het is al eerder aangehaald door collega’s: dewetenschapstoets voor draagmoederschap geeft veel reden tot naderebezinning, bijvoorbeeld over het risico op misstanden. En daar ligt mijnvraag: kan de Staatssecretaris aangeven of zij de nationaal coördinatorbestrijding van geweld tegen vrouwen en de Nationaal RapporteurMensenhandel om een advies wil vragen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank, meneer Diederik van Dijk. U heeft een paar vragen, te beginnen bijmevrouw Mutluer van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik zeg dit met alle respect, want ik heb weleens tegenover collega Diederikvan Dijk gestaan waarbij ik andere bewoordingen gebruikte en hij dat tochwel zwaar opnam, en daar wil ik niet naartoe. Aan de andere kant: als wehet hebben over het naamrecht en het vetorecht van de man, had ikgehoopt, als het gaat om de dubbele geslachtsnaam, dat de SGP eenandere bijdrage had willen of kunnen leveren. Want gaat mijn collegadoor zijn bijdrage niet voorbij aan al die gevoelens van vrouwen diezeggen dat dit niet rechtvaardig is? Gaat hij niet voorbij aan al dievrouwen die zeggen: «Ik zit in een toxische relatie waarin sprake is vanintieme terreur. Dat naamrecht, dat vetorecht, die toestemming wordtmisbruikt voor doeleinden waar ik last van heb en waar mijn kind last vanheeft. En ik wil met gezag aan mijn kind ook míjn geschiedenis en míjnnaam doorgeven.»? Ik wil dat u daarop reageert.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank voor deze vraag. Een hele nette vraag; ik val niet ondersteboven.Dus dank voor alle compassie die ik hier proef. Nee, in alle ernst: eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14414 goede vraag. Waar ik in mijn bijdrage vooral de vinger op heb gelegd enwaar ik ook serieus op wacht, is een serieuze reflectie op de verhoudingtussen het algemeen belang en orde, waarvoor een overheid verantwoor-delijk is, en de andere kant van allerlei individuele behoeften. Kijk,mevrouw Mutluer noemt een aantal hele pijnlijke situaties. Daarbij allemedewerking om die vrouwen te helpen. Als je dan af wil van een heleellendige geschiedenis en van de achternaam van je man: alle begrip.Maar dat kan allemaal. Wat ik daartegenover zet, is het voorstel van nugewoon iedereen die daar eventueel behoefte aan heeft, de mogelijkheidgeven tot een nieuwe achternaam. Nou, dat vind ik typisch een voorbeeldvan iets waar we volledig in doorslaan. Daar wil ik graag een naderereflectie op hebben.De voorzitter:Mevrouw Mutluer is door haar vragen heen; dit ter geruststellingmisschien. Dat brengt ons bij de heer Sneller voor zijn vraag.De heer Sneller (D66):Ik denk dat dit ook komt, zo zeg ik tegen collega Van Dijk, doordat hij zelfbegint over «cafetaria» en die vergelijking gewoon iets te ver doortrekt alshij begint over «uitjes» als het gaat over kwesties zoals onderhavige en dediepgevoelde wensen van sommige mensen op dit soort punten. Ik denkdus dat dat een deel van de achtergrond is, en ik denk dat hij dat ook welsnapt. Tegen die achtergrond heb ik twee vragen, ten eerste over hetkunnen wijzigen van die achternaam. Als ik de woorden van de vorigeStaatssecretaris daarover lees, zie ik dat het bijvoorbeeld ook tegen deachtergrond van de invoering van het bsn als identificerend iets is. Ikbedoel dat er dus op een andere manier tegemoet wordt gekomen aan debehoefte, die de heer Van Dijk denk ik terecht neerlegt, om ook orde,structuur en herleidbaarheid vast te leggen. In welke mate kan hij dieredenering van de Staatssecretaris volgen?De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank voor deze vraag. Zo komen we toch echt wel verder. Kijk, in mijnkorte spreektijd heb ik natuurlijk ook woorden gebruikt om een kleinbeetje te prikkelen: «Schieten we niet een beetje door? Waartoe dient eennaam? In hoeverre moet dit zijn gebaseerd op een individuele behoefte?Zit er niet ook een andere kant aan?» Van het rapport dat eronder ligt – datis van Andersson, zeg ik uit mijn hoofd – was ik niet erg onder de indruk,maar er stond één ding in waar ik het van harte mee eens ben enwaarmee ik volgens mij ook uw vraag beantwoord. Het rapport sugge-reert inderdaad een algemeen recht voor iedereen op een eenmaligewijziging van de achternaam, maar – die aanbeveling heb ik niet meerteruggezien – zegt ook: ontwikkel eerst een visie op de functies vanachternamen. Dat staat op pagina 44. Die hele tussenstap is overgeslagendoor het demissionaire kabinet. Daar zit mijn punt. Waar zijn we nouprecies mee bezig? Hoe kijken we naar achternamen? Zoals de heerSneller zegt: het bsn relativeert in zekere zin de positie van de achternaamwat, maar in hoeverre? Het lijkt me echt wel goed om daar eens watdieper over te debatteren, en dan krijg ik graag eerst een goede visiedaarop van het kabinet.De heer Sneller (D66):Maar dan is er in ieder geval openheid om die relativering eventueel doorte voeren. Zo hoor ik in ieder geval het antwoord van collega Van Dijk. Datis mooi.De andere vraag die ik had, is deze. Tussen neus en lippen door zei deheer Van Dijk dat er een wetsvoorstel was dat gebaseerd was op ... Ik hebhet niet helemaal goed genoteerd, maar ik geloof dat het neerkwam op«een flutpeiling» of in ieder geval op een peiling die niet zo goed was. InTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14415 dat opzicht vroeg ik mij af hoe het zit met de feitelijke onderbouwing. Wehebben van Rutgers, het expertisecentrum seksualiteit, het rapport Kiezenvoor een «X». Ik noemde die cijfers in mijn eigen bijdrage. Ik vroeg me afhoe de heer Van Dijk kijkt naar die aantallen. Plaatst hij daar ook vraag-tekens bij of onderschrijft hij die wel?De heer Diederik van Dijk (SGP):De heer Sneller noemde die aantallen en ik heb geen reden om aan tenemen dat de heer Sneller ons iets anders voorstelt dan de werkelijkheid,dus daar wil ik best in meegaan. Voor mij is het wel heel belangrijk datzo’n document iets objectiveerbaars heeft. Als je een persoon voor je hebtstaan, moet je weten dat het een man is als het een man is en dat het eenvrouw is als het een vrouw is et cetera. Het zit voor mij veel meer op datpunt, eigenlijk nog ongeacht de aantallen waar het over gaat.De voorzitter:Uw laatste interruptie.De heer Sneller (D66):Dat snap ik. De «et cetera» is dan denk ik de x, als ik de heer Van Dijk evenmag helpen. Het is vooral belangrijk dat we wel over dezelfde feitenbasispraten. Blijkbaar is er in het verleden een onderzoek geweest waarvan deheer Van Dijk nu zegt: dat was eigenlijk een onvoldragen onderzoek en ikbetwist de cijfermatige onderbouwing. Het is, denk ik, wel goed om indeze fase, voordat we dat hele traject zo meteen weer ingaan, even vast testellen dat de heer Van Dijk zegt: ik heb geen reden om te twijfelen aan decijfermatige onderbouwing.De heer Diederik van Dijk (SGP):Helder. Ik kan meteen een klein misverstand oplossen. Het onderzoekwaar ik net naar verwees, ging over de dubbele geslachtsnaam. Dat wasecht een rammelend onderzoek. We moeten altijd goed opletten. Deugende cijfers? Zijn de mensen die worden geïnterviewd representatief? Welkeorganisaties inspreken maakt ook nog erg veel uit. Daar begint het: hetbegint bij de feiten. Daar wil ik ook altijd graag op aanspreekbaar zijn.De voorzitter:Zeker. Dank, meneer Diederik van Dijk. Dan gaan we naar mevrouw Bikkervan de ChristenUnie. Gaat uw gang.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Het rapport Schade door schande confronteert onsmet een pijnlijk verleden, waarin moeders en kinderen ernstig tekort zijngedaan. Moeders moesten zonder wettelijke basis verklaringen tekenenom afstand te doen van hun kinderen en dat heeft hen en hun kinderenernstig beschadigd. Ik was diep onder de indruk toen ik las wat vrouwenervaren hebben in die tijd. Dat de overheid haar rol erkent, is belangrijk ennoodzakelijk. De aangekondigde excuses zijn daarom een goede zaak,maar voor de ChristenUnie geldt ook dat erkenning niet mag blijvensteken in woorden alleen. Kan de Staatssecretaris toelichten wat zijverstaat onder «zorgvuldige excuses», welke invloed getroffenendaadwerkelijk hebben op de inhoud en vorm daarvan en welke concretestappen van herstel en nazorg het kabinet voor zich ziet?Dan interlandelijke adoptie. Die wordt afgebouwd. Het is glashelder dat inhet verleden veel is misgegaan. Tegelijkertijd wil ik vandaag ook metwaardering spreken over de situaties waarin het wel goed ging en waarinhet wel goed gaat, want naast de pijnlijke gevallen ken ik zeker ookgelukkige gezinnen, waarin zowel ouders als adoptiekinderen diepeverbondenheid ervaren en met dankbaarheid terugkijken op de totstand-koming van de familieband via adoptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14416 Maar voor nu, in dit debat, zoom ik in op de misstanden. Recent nogerkende het gerechtshof Amsterdam namelijk, in de casus-Butink – NRCschreef er uitgebreid over – dat er ernstige misstanden waren en datzowel de Staat als bemiddelingsorganisaties daarvan op de hoogte waren,maar dat toch niet onrechtmatig gehandeld is. Dit is de eerste geadop-teerde die de Staat op deze wijze aansprakelijk heeft gesteld. Maarondanks dat de rechter ernstige misstanden constateert en ondanks dekritische beschouwing van de commissie-Joustra en de excuses van deoverheid, staat deze gedupeerde met lege handen. Hoe beschouwt enrijmt de Staatssecretaris het dat er enerzijds sprake is van vastgesteldemisstanden en excuses, maar er anderzijds geen herstel is vanoverheidswege?Tot slot vraag ik het volgende. Welke lessen trekt het kabinet uit hetverleden voor het huidige beleid en mogelijk nieuwe initiatieven?Onderstreept dit niet eens te meer dat we, voor zover mogelijk, echtmoeten kijken hoe kinderen bij hun biologische ouders kunnen blijven, enanders kunnen opgroeien in de buurt van de omgeving waar ze geborenzijn?Als je de casus bestudeert die ik eerder aanhaalde, lees je over een kinddat haar biologische moeder nog altijd niet gevonden heeft. Je leest ookover frauduleuze adoptie doordrenkt van commercie, waarbij lokaletussenpersonen in het land van herkomst letterlijk per kind werdenbetaald, en over kinderen die afkomstig waren van alleenstaande moedersmet weinig geld, in de context van wijdverbreide corruptie. De commissie-Joustra schrijft in de context van Sri Lanka bovendien over babyfarms enkinderhandel. Alles wat je niet wilde, gebeurde daar. Nu schrijft Joustradat structurele en systematische misstanden terug te voeren zijn op hetontstaan van een adoptiemarkt en het tot een verhandelbaar goed makenvan kinderen, met inbegrip van markttermen als «vraag en aanbod»,«kanalen», «tussenpersonen» en «vergunningen».Joustra waarschuwt in dit verband voor dezelfde mechanismen als hetgaat om draagmoederschap. Ondertussen ligt er een wetsvoorstel dattoch deze weg opgaat. Wetenschappers zijn glashelder: internationaaldraagmoederschap geeft grote kans op misstanden. Nationaal zijn erenorm veel haken en ogen. We mogen daar niet naïef over zijn en wekunnen het niet nog een keer zo mis laten gaan. De ChristenUnie is helder:wij zien het wetsvoorstel over draagmoederschap als een heilloze weg.Die kant moeten we niet op. Het rammelt ook inhoudelijk. Daarom heb ikde volgende indringende oproep aan het kabinet. Ga niet door met ditwetsvoorstel. Trek het terug. Dit onzalige pad verder uitlopen zou eenminderheidskabinet, dat nog op allerlei fronten in de Kamer zaken hooptte doen, ook echt niet moeten willen. Stop nu het kan en luister goed naarde indringende waarschuwingen.Voorzitter. Mijn collega Sneller sprak goede woorden over het omgaanmet complexe scheidingen. Ik sluit me daarbij aan en sla dus, kortheids-halve vanwege de tijd, de vragen over die ik daarover wilde stellen,behalve de vraag wat de ambitie van het kabinet is op dit punt in dekomende vier jaar. Dat wil ik wel weten.Ten aanzien van de Transgenderwet is hier al veel gewisseld. Ik constateerdat de wet is ingetrokken. Dan moet je niet opnieuw hetzelfde proces opdie manier ingaan. Natuurlijk moeten we kijken naar de bevindingen, ookdie van de afgelopen jaren, van wat transgender mensen in Nederlandmeemaken.O, mijn microfoon viel uit. De voorzitter is me zat! Daar hebben we hetlater over. Wat mijn fractie betreft is de wet nu ingetrokken en blijft dat zo.De voorzitter:Sorry, ik drukte u inderdaad even weg. Ik was de knoppen aan hetuitproberen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14417 (Hilariteit)De voorzitter:Maar eerlijk is eerlijk, u was ook al over uw tijd! Het was dus eigenlijk welhet goede moment om dat soort dingen even te testen. Maar zeer bedanktvoor uw bijdrage, mevrouw Bikker. Dat brengt ons bij de laatste sprekervan vandaag. Dat is de heer Clemminck namens JA21. Gaat uw gang.De heer Clemminck (JA21):Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Bikker heeft gelijk dat er bij interstatelijkeadoptie helaas veel mis is gegaan, maar dat er inderdaad ook wel mooie,nieuwe verbanden zijn gecreëerd.Voorzitter. Dank aan de commissie dat ik vandaag mag deelnemen alswoordvoerder Emancipatie van JA21. Ik zal in mijn betoog dus ook vooralde focus leggen op deze onderdelen. Maar eerst over Insiya. Zij werd tienjaar geleden uit Nederland ontvoerd en is illegaal in India zonder haarmoeder. Dat is de situatie van Insiya, de dochter van Nadia. Ik spreek dezetekst namens mijn collega Ingrid Coenradie, die hier intensief mee bezigis. Ze heeft gesproken met de Indiase ambassadeur en met MinisterBerendsen, maar een concreet antwoord op de vraag wat Nederland gaatdoen, blijft uit. Blijkbaar is het ontvoeren naar en vasthouden in een anderland iets wat we gedogen en ontbreekt het iedereen aan doorzettings-macht. Dit kan toch niet? Alle jurisprudentie en moties ten spijt zijn wenog geen steek verder. Wat heeft het kabinet nodig om grote stappenvooruit te zetten om het contact tussen moeder en dochter op z’n minstweer te herstellen, om gehoor te geven aan het recht en niet toe te gevenaan misdaad? Wat gaat het kabinet wanneer doen? Wat zijn de te nemenstappen? Wanneer kunnen we concreet beweging zien? Alle diplomatie isnu wel een keer voorbij. Is het kabinet bereid om deze kwestie opEuropees niveau op het hoogste punt van de agenda te zetten?Voorzitter. Dan over de Transgenderwet en de procedure voor de wijzigingvan de geslachtsregistratie. In 2014 is de koppeling tussen biologischfeitelijk geslacht en de registratie bij de overheid losgelaten. De term«geslacht» op bijvoorbeeld je paspoort moet eigenlijk «genderidentiteit»zijn. Mijn partij is kritisch op dit loskoppelen van het feitelijke geslacht ende geslachtsregistratie bij de overheid. Maar laat ik helder zijn: socialeacceptatie van transgenders is voor ons nooit, nooit een vraagstukgeweest. Genderdysforie bestaat, transgenders bestaan. Het zijn onzebuurtgenoten, collega’s op het werk, familieleden. Acceptatie is minimaaleen kwestie van goed fatsoen. Transgenders zijn volwaardige burgers vanons land, met alle rechten en plichten die daarbij horen.Voorzitter. Dat betekent dat er ook een procedure is om je geslachtsregis-tratie aan te passen. En die procedure ís er. In mijn gesprekken met degemeenschap hoor ik nadrukkelijk de wens om hier aanpassingen aan tedoen. De regering is voornemens een wetsvoorstel daarvoor in te dienen.Kan de Staatssecretaris aangeven wat de tijdlijn gaat worden? Wanneerkunnen wij het wetsvoorstel verwachten? Kan de Staatssecretarisaangeven dat dit wetsvoorstel in grote lijnen hetzelfde blijft als hetingetrokken wetsvoorstel? Die laatste vraag heeft ook te maken met eenpassage uit het coalitieakkoord waarin staat: «Het Regenboogakkoord ishiervoor de basis. Wij voeren dit akkoord zorgvuldig uit met wetgeving enbeleid.» Maar als ik dan het Regenboogakkoord ga lezen, staat er weer:het CDA neemt dit wetsvoorstel zorgvuldig in overweging. Kan deStaatssecretaris verhelderen welke politieke afspraken zijn gemaaktbinnen de coalitie dan wel binnen het kabinet? Voor mijn fractie is eenbalans tussen toegankelijkheid en zorgvuldigheid in de wijzigingspro-cedure van groot belang. Voor de burgers moet de procedure helder,begrijpelijk en ook te doen zijn. Tegelijkertijd gaat het niet even om hetwijzigen van een adres. De overheid heeft ook een verantwoordelijkheidom dit proces zorgvuldig in te richten. Burgers moeten goed weten wat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14418 procedure inhoudt, wat de gevolgen zijn en er moet vastgesteld wordendat het een duurzame wens betreft. Is voor de Staatssecretaris hetvaststellen van de duurzame wens een belangrijk onderdeel van eenzorgvuldig proces? Welke elementen bevat dit dan volgens de Staatsse-cretaris? Daarnaast heeft de Staat ook een verantwoordelijkheid voor demogelijke consequenties van een wijziging van de geslachtsregistratie,bijvoorbeeld als het gaat om de veiligheid en toegang tot het buitenland.Dat geldt zeker in het bijzonder voor de toevoeging van x.Ik rond af, voorzitter. Een kritische blik zal mijn fractie ook hebben tenaanzien van de wijzigingsprocedure geslachtsregistratie voor kinderenonder de 16 jaar. Dat is nu nog niet mogelijk, maar in het ingetrokkenwetsvoorstel werd hier wel een procedure voor voorzien, namelijk via derechter. Hoe kijkt de Staatssecretaris aan tegen deze jonge leeftijd als hetgaat om de wijziging van de geslachtsregistratie in relatie tot de zorgplichtvan de overheid, dus met betrekking tot goed begrip, het goed kunnenoverzien van de consequenties en een duurzame wil?Voorzitter, dank u wel. Tot zover.De voorzitter:Zeer bedankt. Ik zie een vraag van de SGP. De heer Diederik van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Een vraag aan de heer Clemminck. Hij maakte een paar opmerkingen overde Transgenderwet en de nieuwe versie die wordt verwacht. Hij maaktedaarbij ook een paar opmerkingen over dat het van belang is dat je op eenrespectvolle manier met transgender personen et cetera omgaat. Daarben ik het honderd procent mee eens. Elk mens is gelijk, gelijkwaardig.Daar is geen discussie over. Maar het pijnpunt in het wetsvoorstel wasjuist dat dit ook jongeren raakt, zonder enige tussenkomst van eendeskundige. Internationaal is er ook heel veel gebeurd. Er zijn steeds meerwaarschuwingen, ook van gerenommeerde medici en wetenschappers:kijk uit, ga nou niet te snel mee in de transitie, want het gaat meestalvanzelf over; pas op om erin mee te gaan, want je komt in een proceswaarvan soms het einde niet is te overzien. Die voorzichtigheid ...Niemand wil hier mensen kwetsen; de SGP in ieder geval ook niet. Maarwat is nou werkelijk in het belang van juist ook jongeren? Neemt de heerClemminck dat ook mee in zijn pleidooi richting dit kabinet?De heer Clemminck (JA21):Zeker. Ik ben blij met de opmerking van de collega van de SGP. Mijn zorgzit namelijk ook op het volgende punt. We zagen een paar dagen geledende uitkomst dat er een enorme toename is van de discriminatie vantransgenders in Nederland. Dat is wat mij betreft echt een zorgpunt, dus ikben ook blij met deze woorden van de collega van de SGP. Ik vraag omeen zorgvuldig wetsproces en ik vraag om een procedure die aan de enekant wel toegankelijkheid voor transgenders in Nederland borgt entegelijkertijd zorgvuldig is. Mijn voornaamste kritische blik zal inderdaadgaan over de leeftijdsbepaling die in ieder geval in het ingetrokkenwetsvoorstel zat en wellicht in het nieuwe wetsvoorstel zal zitten. Dandenk ik bijvoorbeeld ook aan het verbod op de conversietherapie, waarJA21 ook voorgestemd heeft. Daarbij hebben we de scheiding gemaakttussen minderjarigen en volwassenen. Vanuit die blik kan ik t.z.t. ookkijken naar een nieuw wetsvoorstel op dit gebied.De voorzitter:Tot zover de eerste bijdrage vanuit de Kamer. Ik kijk even naar deStaatssecretaris. Op welke termijn denkt zij de antwoorden gereed tehebben? Een halfuurtje? Zullen wij zeggen dat wij hier stipt om 15.30 uurweer vertrekken? Ja. Dan doen we dat. Dank u wel. Dan schors ik tot dandeze vergadering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14419 De vergadering wordt van 14.58 uur tot 15.32 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering van de vaste commissie. Wij gaan door met debeantwoording van de vragen die in de eerste ronde door de Kamerledenzijn gesteld. Het lid Kostic´ heeft mij gemeld dat ze heel even naar eenandere vergadering moet, dus zij is een halfuurtje elders, maar ze heefthaar spullen hier laten liggen, ter bevestiging van haar terugkeer. Wijgaan luisteren naar de Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Bruggen:Voorzitter, dank u wel. Dat is meteen even schakelen, want in mijn eerstemapje zitten de vragen over gender. Zal ik dat dan maar meteen omkeren?De voorzitter:Dat is wel sympathiek, denk ik.Staatssecretaris Van Bruggen:Dat ga ik doen dan. Ik heb voldoende mapjes om het ergens tussen teschuiven.Vandaag spreek ik voor het eerst met u over het personen- en familie-recht. In aanloop naar dit debat heb ik gemerkt, voor zover ik dat niet alwist, dat dit iedereen raakt. Dit raakt iedereen op enig moment in zijnleven, of je het nu wilt of niet. Het heeft hele mooie, maar ook ingewik-kelde en moeilijke kanten. Ik kan u vertellen dat mijn week begon met eentelefoontje naar Frans en Ellen. Dat was een langverwacht telefoontje,waarin excuses van het kabinet werden aangeboden aan de afstands-moeders en de afgestanen. De manier waarop we dat gesprek met elkaarvoerden, over de manier waarop wij als kabinet proberen om zo veelmogelijk tegemoet te komen aan wat nodig is op dit moment en demanier waarop we dit de komende maanden verder met elkaar gaaninvullen, heeft diepe indruk op mij gemaakt; het was ontzettendpersoonlijk. Daar wil ik dus mee beginnen. Grote dank daarvoor, want zo’nproces duurt lang en het moet zorgvuldig gebeuren, maar we zittenallemaal op dezelfde pagina wat dat betreft.In het verlengde daarvan kan ik het volgende zeggen. Dit is mijn zesdeweek, maar vóór mij hebben heel veel mensen ontzettend veel werkverricht en gevochten voor het moment waar we nu zijn, niet in de laatsteplaats enkele Kamerleden. Daar wil ik ook mijn dank en respect vooruitspreken, want daardoor is dit onderwerp boven op mijn stapelterechtgekomen.Goed. Er zijn meer onderwerpen waar we het vandaag met elkaar overgaan hebben. Je afkomst is allesbepalend voor wie je bent, dus informatiedaarover is belangrijk. Daarnaast gaat het personen- en familierecht ookover familiebanden en levensgebeurtenissen, zoals het ontstaan vangezinnen, in de verschillende vormen die er vandaag de dag bestaan,maar ook het uiteenvallen daarvan. Dat zijn levensgebeurtenissen metveel impact op ouders en kinderen. Er zijn de afgelopen jaren veelontwikkelingen geweest in het personen- en familierecht. Het is geenrustige periode geweest. Soms is dat noodzakelijk, omdat je dingen in dewet moet vastleggen. Soms zijn het besluiten waarvan we nu zeggen: kijkdaar nog eens goed naar. Interlandelijke adoptie wordt bijvoorbeeldafgebouwd. Er ligt een indringend rapport van de commissie-De Winterover binnenlandse adoptie en afstand. Over al deze onderwerpen spreekik u vandaag, evenals over andere ontwikkelingen, zoals het naamrecht,waar ook vragen over gesteld zijn, en de aanpak van complexe schei-dingen.Ik zal ingaan op de vragen die door de Kamer zijn gesteld. Ik heb daarmaar liefst tien mapjes voor. Ik zal de onderwerpen noemen, zodat u weetwanneer uw vraag ongeveer beantwoord gaat worden. Ik begin dus nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14420 met gender, maar met binnenlandse afstand en adoptie. Dan ga ik naarhet wetsvoorstel Afbouw interlandelijke adoptie, de adoptiedossiers,gender, het naamrecht, de complexe scheidingen, de internationalekinderontvoeringen, het draagmoederschap en nog twee overige vragen.De voorzitter:Dan tel ik er negen, maar ik begrijp nu dat er twee blokjes overig zijn, oféén blokje overig met daarin twee vragen. Heel goed. Ik telde er negen,maar ik schreef heel snel mee, dus het zullen er tien zijn. Genoeg te doen,in ieder geval.Staatssecretaris Van Bruggen:Ja, genoeg te bespreken. Ik begin met binnenlandse afstand en adoptie.Daarover is een vraag gesteld door mevrouw Mutluer van PRO. Zij steldevoorop dat het een mijlpaal is dat excuses zijn aangeboden en vroeg: bentu bereid om te komen met concrete maatregelen, ook gericht op hetinzien van dossiers en het zoeken naar familie, om nieuwe misstanden tevoorkomen? Ja, dat ben ik. Na ontvangst van het rapport Schade doorschande hebben gesprekken plaatsgevonden met een aantal getroffenen,onder meer over de behoefte aan maatregelen die kunnen bijdragen aanerkenning en herstel. Die behoeften zijn zeer uiteenlopend. Dat moet ikook zeggen. Ik kan daar waarschijnlijk niet volledig aan tegemoetkomen.Daar moeten we het ook met elkaar over hebben. Er moeten wel keuzesgemaakt worden. Ik begrijp dat de getroffenen heel graag duidelijkheidwillen en ik wil ook tot een zorgvuldig besluitvormingsproces komen. Ikzal uw Kamer voor de zomer nader informeren over de resultaten van hetreflectietraject, de opvolging van de aanbevelingen en de verderemaatregelen. Ik doe dat de komende periode samen met die getroffenen,zodat we ook daadwerkelijk bijdragen aan het herstel.Dan de vraag van mevrouw Wendel: wanneer ontvangt de Kamer deuitkomsten van de reflectie op de gebeurtenissen rondom afstand enadoptie? Zoals ik zei, komt er voor de zomer een brief naar uw Kamer.Daar zal ik ook die uitkomsten van de reflectiebijeenkomst in meenemen.Dan ga ik naar binnenlandse afstand en adoptie. Mevrouw Straatmanvroeg hoe de afstandsmoeders en afgestanen bij het proces richtingexcuses betrokken worden. Zoals ik u net al zei, wil ik dat graag zorgvuldigdoen. Ik doe dat ook heel graag samen. Over herstelmaatregelen hebbenwe nog een gesprek te voeren met elkaar: «Wat is toereikend? Wat ishaalbaar? Hoe komen we nader tot elkaar?» We hebben wel met elkaarafgesproken dat dit allemaal voor de zomer plaatsvindt. Ik voel ook eengrote urgentie om dit goed en zorgvuldig, maar ook snel met elkaar op telossen. Ik heb ook een enorme bereidheid gevoeld bij de getroffenen omdat gesprek met ons te blijven voeren, zeker ook als het gaat over hoe jeexcuses maakt. De waarheid kan ik natuurlijk niet alleen maar zelfverzinnen. Het gaat er ook om hoe excuses ontvangen worden, welkewoorden echt iets betekenen en hoe we die betekenis er voldoende aankunnen toevoegen. Daar ben ik en daar ga ik de komende maanden metde getroffenen over in gesprek.Dan de vraag van mevrouw Straatman over het gebruik van de afstands-verklaringen. Dat is een belangrijk onderwerp, waar volgens mij eenaantal van u een vraag over gesteld hebben. Het is onderdeel van hetprotocol Afstand ter adoptie. In dit protocol zijn de samenwerkingsaf-spraken vastgelegd tussen alle organisaties die op dit terrein werken.Naar aanleiding van het rapport van commissie-De Winter is per begin2026 besloten om de term «afstandsverklaring» te wijzigen in «verzoek totvoortzetten van de afstandsprocedure». Met het ondertekenen van ditdocument verzoekt een moeder instanties om de afstandsprocedure voortte zetten. Het document had en heeft echter geen juridische status. Ikbegrijp dat überhaupt het ondertekenen van een document echt als heelvervelend of zelfs heel dwingend kan worden ervaren, terwijl dat juist nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14421 de bedoeling is. De Raad voor de Kinderbescherming gaat daarom samenmet de andere protocolpartners op zoek naar alternatieven voor hetgebruik van een document en het zetten van een handtekening. Ik vind diteen goede ontwikkeling. Ik denk dat het passend en verstandig is.Mevrouw Straatman (CDA):Goed dat daar onderzoek naar wordt gedaan en verder naar gekekenwordt. Tegelijkertijd zou ik ervoor willen waken dat we het beestje dadelijkeen andere naam gaan geven en het vervolgens precies dezelfde impactheeft, want als ik de antwoorden op de Kamervragen lees, dan erkent deStaatssecretaris ook dat de handtekening een louter symbolische waardeheeft, terwijl het wel een veel meer dan symbolische impact heeft. Hetheeft geen enkele juridische betekenis, maar het vergt wel iets om daarlater van terug te komen, zeker als iemand de Nederlandse taal of deNederlandse gebruiken veel minder machtig is. Zou de Staatssecretarisdus in die gesprekken, ook met de Raad voor de Kinderbescherming,willen meenemen dat het niet alleen om het veranderen van de naamgaat, maar dat we eigenlijk zouden moeten stoppen met het hele gebruikvan zo’n document of het wettelijk moeten inregelen? Het is een vanbeide.Staatssecretaris Van Bruggen:Ja, dat klopt. Dat is ook precies het gesprek dat ik voer met de Raad voorde Kinderbescherming. Zij voeren dat gesprek ook weer met hun partners.Dan gaat het over het zoeken naar alternatieven voor überhaupt hetgebruik van het document en het zetten van de handtekening.Dan een vraag van mevrouw Bikker die eigenlijk in het verlengde ligt vande voorgaande vragen: wat is dan het zorgvuldige proces naar de excusesdie voor de zomer gemaakt worden? Zoals ik net zei, ben ik daar natuurlijkheel graag over in gesprek met de getroffenen, over wie we eerder ook alhet gesprek hebben gevoerd, en de belangenorganisaties die opkomenvoor de belangen van de getroffenen. We zoeken naar hoe je zo veelmogelijk tegemoet kunt komen aan wat nodig is om de excuses te latenlanden in de woorden die daar het beste bij passen. Dat is een opmaatnaar de zomer. Ik zal u daar voor de zomer over informeren, zeker ook inlijn met de herstelmaatregelen.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik ben blij met die toezegging. Dank daarvoor. Het is heel goed dat deStaatssecretaris dat zo doet. Kan zij nog iets meer zeggen over hoe zij,richting de zomer, de getroffenen zelf hierbij betrekt en welke invloed zijhebben op de inhoud en de vorm?Staatssecretaris Van Bruggen:We zijn nu in overleg en willen het gesprek voeren over herstelmaatre-gelen en wat een tegemoetkoming kan zijn die nu nodig is en ook voortoekomstige generaties. Het intergenerationele gedeelte heeft namelijkook schade veroorzaakt. Denk aan dossierinzage, psychosociale onder-steuning, DNA-kits en de belangrijke aspecten die in eerdere fasen zijngenoemd door deze groep getroffenen. Wij moeten goed beoordelen enkunnen kijken wat haalbaar en betaalbaar is. Voor ons is dat natuurlijk eenbelangrijke afweging. Tegelijkertijd mag die nooit leidend zijn. Dat wil ikten eerste zeggen over de herstelmaatregelen. In tweede instantie,misschien ook wel voorafgaand daaraan, vraag ik mij af welke woordenwe samen waardevol genoeg vinden op het moment dat we excusesaanbieden. Dat doe ik graag met de collega van VWS, mevrouw Hermans.Dat heeft u ook gezien. Zij heeft met mij en de getroffenen een gesprekgevoerd en is hier nauw bij betrokken geweest in de afgelopen anderhalveweek, waarin dit allemaal op een snelle en zorgvuldige manier heeftplaatsgevonden. Dat zal ook het geval zijn in het vervolg, bij het goed enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14422 juist kiezen van de woorden die nodig zijn om echt tegemoet te komenaan wat excuses voor deze groep betekenen.De voorzitter:U kunt vervolgen.Staatssecretaris Van Bruggen:Dan had ik nog een vraag van mevrouw Straatman over de groepvrouwen die als arbeidsmigranten in Nederland werken. Zij vroeg of ik diegroep goed genoeg in beeld heb en of ik signalen ontvang over zorgen diewe over deze groep hebben. De signalen over de groep vrouwen zijn bijmij bekend. Helaas bestaan er geen snelle en makkelijke oplossingen. Hetkabinet moet en wil hier juist in de breedte heel goed naar kijken. DeMinisteries van JenV, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van VWSzijn hierover al met elkaar in contact en zijn ook in gesprek met veldpar-tijen. Samen zijn wij aan het verkennen wat er nodig is om bestaande hulpen ondersteuning beter te laten aansluiten bij de behoeften van dezwangere arbeidsmigrant. Wat gebeurt er dan heel feitelijk? Fiom biedtinformatie over keuzeopties en biedt in Nederland ondersteuning indiverse talen. Er worden tolken ingeschakeld bij keuzehulptrajecten. Fiomheeft speciaal voor arbeidsmigranten een routekaart ontwikkeld, waarinde keuzeopties, ondersteuning en hun rechten worden toegelicht.Daarnaast organiseerde Fiom onlangs voor de hulpverleners en contact-personen van arbeidsmigranten bij stichting Barka een kennissessie overonbedoelde zwangerschap.Dan ben ik door het eerste blokje over binnenlandse afstand en adoptieheen. Ik ga naar het tweede blokje. Dat gaat over het wetsvoorstel Afbouwadoptie.De voorzitter:Voordat u dat doet, heeft u nog een vraag van mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Ik heb een vraag over het punt van de arbeidsmigranten. Ik ben bekendmet de verschillende routes die Fiom heeft. Tegelijkertijd was het ookFiom die de noodklok luidde in het NRC-artikel over arbeidsmigranten. Zijzeiden dat zij de situatie eigenlijk onvoldoende in beeld hebben en dat ereen situatie dreigt die we uit het verleden kennen en zeker nooit meerwillen laten voorkomen. Wat kunnen we dus meer doen dan we nu doen?En moeten we daar geen spoed mee maken? We hebben immers uit hetverleden geleerd wat voor ellende dat met zich meebrengt.Staatssecretaris Van Bruggen:Het is absoluut terecht dat u hier nog even extra de vinger bij legt. Hetgaat erom dat we in de breedte kijken naar de omstandigheden vanarbeidsmigranten. Als die omstandigheden zo penibel zijn dat zwangerevrouwen zich op een of andere manier onder druk gezet voelen om hunkinderen af te staan, dan is dat een uitvloeisel van het feit dat we het inbeginsel al onvoldoende goed geregeld hebben voor arbeidsmigranten.Dat is het gesprek dat we voeren met Sociale Zaken en met VWS.Tegelijkertijd is het mijn rol om juist daar aan tafel te zeggen: «Doordat aldie omstandigheden niet goed geregeld zijn, komen deze vrouwen inprecies dezelfde situatie terecht. Daardoor krijgen we een herhaling vanzetten ten opzichte van het verleden.» Dit onderwerp moeten we dus zekerdaar aan tafel constant bespreekbaar maken. Ik kan niet veel meer doendan de maatregelen bij Fiom die ik nu net noem. Weet wel, om u gerust testellen, dat dit een onderwerp is dat mijn aandacht heeft aan die tafel metVWS en SZW. Het is namelijk juist belangrijk om zo’n kwetsbare groep,binnen een kwetsbare groep van arbeidsmigranten, extra goed in degaten te houden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14423 De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Staatssecretaris Van Bruggen:Voorzitter. Dan een vraag van mevrouw Wendel over het wetsvoorstelover afbouw van adoptie. Het wetsvoorstel Afbouw interlandelijke adoptieen vereenvoudiging identiteitsherstel is tot 6 april in internetconsultatiegeweest. Wanneer stuurt u dit naar de Raad van State, vroeg zij. Het kloptdat de internetconsultatie vorige week is geëindigd. Er zijn 240 reacties opbinnengekomen, 186 openbare en 54 niet-openbare. Ik ga hier even watuitgebreider op in dan normaal gesproken. De keuze voor het maken vaneen openbare of niet-openbare reactie kan door de indiener van de reactiezelf worden gemaakt. Die keuze wordt dus niet door de ontvanger, doorons, gemaakt. Daarnaast zijn een paar reacties die openbaar wareningediend niet langer meer openbaar omdat daarin persoonsgegevensvan derden zijn vermeld. Het zou onverstandig zijn om die openbaar temaken. Ook deze reacties worden uiteraard gewoon betrokken bij deverdere voorbereiding van het wetsvoorstel, net zoals alle andere reacties.Ik streef ernaar om het wetsvoorstel in het najaar naar de Raad van Statete sturen. We zijn nu die 240 reacties aan het bestuderen.Dan de adoptiedossiers. Ik begin met een vraag van mevrouw Wendel enmevrouw Straatman. Zij willen weten wie er echt die onbeperkte envolledige toegang heeft tot inzage van dossiers. Geldt die ook voor dekinderen van de geadopteerden? Waarom is dit nog steeds niet geregeld?Dit is een complex onderwerp – ik heb mij er ook wat langer over moetenlaten bijpraten – want het raakt aan verschillende aspecten van hoezorgvuldig om te gaan met persoonsgegevens. Adoptiedossiers bevattenaltijd persoonsgegevens van meerdere betrokkenen, bijvoorbeeld ook vangeadopteerde broertjes en zusjes. Dat betekent dat er voorafgaand aan deinzage van een dossier altijd een belangenafweging moet plaatsvinden,ongeacht door wie er om inzage wordt verzocht. In het wetsvoorstelAfbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstel iseen wettelijk vermoeden opgenomen dat het belang van een geadop-teerde bij inzage van afstammingsgegevens zwaarder weegt dan debelangen van de overige belanghebbenden. Desalniettemin moet dieweging nog wel worden gemaakt. Het wettelijk vermoeden geeft richtingaan de belangenafweging en draagt bij aan de inzagemogelijkheden voorgeadopteerden. Ik merk in de gesprekken met archiefbeheerders zoals hetNationaal Archief dat er aandacht en inzet is voor het belang van een zobreed mogelijke inzage in de dossiers. In beginsel wordt er inzageverstrekt in de afstammingsinformatie.Dan ga ik door naar een vraag over internationale adoptie, namelijk dievan mevrouw Straatman over Chileense adoptieouders. Bij Fiom liggen erdossiers over Chileense adopties. Fiom beslist welke informatie met deChileense autoriteiten wordt gedeeld in het kader van een strafrechtelijkonderzoek. Dat is voor de Chileense geadopteerden onverteerbaar. Watkunt u voor hen betekenen, wil mevrouw Straatman weten. Het is mijbekend dat de Chileense autoriteiten een strafrechtelijk onderzoek zijngestart naar de adoptiepraktijken in het verleden. De Chileense autori-teiten zijn via de diplomatieke weg geïnformeerd over de beschikbaarheidvan dossiers over Chileense adopties bij Fiom. Rechtshulpverzoekenverlopen via de aangewezen autoriteiten. Het is dus niet aan Fiom ombeslissingen te nemen over het delen van informatie met de Chileenseautoriteiten. De Chileense autoriteiten kunnen zich desgewenst wel inverbinding stellen met de Nederlandse autoriteiten om die informatie opte vragen. In algemene zin worden er geen mededelingen gedaan overindividuele strafzaken, het contact daarover met buitenlandse autoriteitenof de wijze waarop er gehandeld is.Dan de vraag van mevrouw Wendel over inzage in relatie tot hetwetsvoorstel. Zij begrijpt dat inzage van dossiers wordt geregeld in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14424 Adoptiewet maar vraagt mij of ik toch niet eerder al iets kan regelen voordeze specifieke doelgroep, juist omdat de tijd dringt. Ik zie helaas geenmogelijkheid om de inzage in dossiers nu echt anders te laten verlopen. Ikheb wel begrip voor de vraag. Het wetgevingstraject kost gewoon tijd. Ikzag u net al even nadenken over hoelang het allemaal precies moet duren.Het traject vraagt ook om zorgvuldigheid. Het gebeurt zo snel mogelijk,maar natuurlijk moet je ook heel goed kijken naar het moment dat je, voorof na de zomer, een wet verder brengt. Dat is waar we op dit momentstaan. Ik blijf in overleg met onder meer het Nationaal Archief en Fiomover inzage in de dossiers en benadruk daarbij het belang van debetrokkenen bij die inzage. Ik constateer daarbij gelukkig dat dit belangbreed wordt onderschreven.Mevrouw Wendel (VVD):U zag inderdaad mijn nadenkende gezicht. Ik zou het liefst willen zeggen:dit accepteer ik niet; ik wil dat het morgen online is. Tegelijkertijd ... Nee,niet «online is»; ik bedoel uiteraard «geregeld is», niet «online is».Tegelijkertijd begrijp ik natuurlijk de realiteit waarin de Staatssecretariszich bevindt. Ik steun uiteraard dat de Staatssecretaris dit met zorgvul-digheid doet, maar ik wil vragen of ze kan toevoegen dat ze dat metdezelfde bedrevenheid doet waarmee ze de afgelopen zes weken – ikgeloof dat de Staatssecretaris toen gestart is – met dit dossier aan degang is gegaan. Ik wil dus vragen om ervoor te zorgen dat dit niet een vande dossiers is die nog ergens bungelt, maar dat u dit echt prioriteit blijftgeven.Staatssecretaris Van Bruggen:Dat zeg ik met liefde toe, omdat ik ook heel goed begrijp hoe belangrijkhet is om te weten waar je vandaan komt en om inzage te krijgen waar datnodig is. Ik begrijp ook heel goed dat er een belangenafweging noodza-kelijk kan zijn. Daarvoor geven we dus ook alle ruimte en zo voer ik diegesprekken nu ook. Tegelijkertijd heeft het absoluut mijn prioriteit om ditgoed en snel te regelen.Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Wendel over de moederbrief. Dat isnatuurlijk ook best wel weer een complex onderwerp. Er ligt eenKamerbreed aangenomen motie van collega Michon. Die heeft deregering verzocht het mogelijk te maken dat de afstandsmoeders een briefvan de moeder aan het dossier in het Nationaal Archief kunnentoevoegen, waardoor afstandsmoeders de gelegenheid krijgen eenaanvullende verklaring te verstrekken om zo de door hen geconstateerdeonjuistheden of onvolledigheden in het dossier te corrigeren. Dat is destrekking van de motie. Zoals ik net ook al zei, ben ik mij zeer bewust vanhet grote belang van inzage in het dossier in relatie tot het verleden, detoekomst en in het kader van mogelijk contactherstel. Daar werd doorenkelen van u ook aan gerefereerd. Het is ook bekend dat er behoefte kanzijn aan de toevoeging van een brief van een moeder aan het dossier. Mijnvoorganger heeft uitvoerig gesproken met de rijksarchivaris. Dat heeftgeleid tot de volgende inzichten. Het Nationaal Archief beheert archievenzoals deze, die zijn overgebracht door de organisatie die het archiefsamenstelt. Dat zijn altijd afgesloten dossiers. Ten behoeve van deauthenticiteit en de betrouwbaarheid van een archief wordt er niets meeraan dat archief toegevoegd of eruit verwijderd. Zo werkt dat nou eenmaal,zeg ik even heel plat. Alleen documenten die bij een archiefvormer zijnachtergebleven en die behoren tot een eerder incompleet overgebrachtarchief worden daaraan toegevoegd. Dat is dus maar een klein groepje.Dit is in overeenstemming met de Archiefwet. Dat neemt niet weg dat ikde mogelijkheden onderzoek van een separaat archief waarin brieven vanmoeders zouden kunnen worden ondergebracht. Ik kan daar nu niet opvooruitlopen, maar ik wil dat heel graag rond de zomer met u delen. Dieverkenning loopt namelijk nu en ik realiseer me heel goed dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14425 antwoord op deze vraag niet kan zijn dat het een afgesloten dossier is, datdat nu eenmaal in de Archiefwet staat en dat we daar dus niks meer aandoen. Juist een separaat archief zou kunnen bijdragen aan het op eenandere manier tegemoetkomen aan de mogelijkheid om een moederbrieftoe te voegen.Mevrouw Wendel (VVD):In alle eerlijkheid kan ik deze interruptie eigenlijk hetzelfde beginnen alsmijn vorige. Wat ik concreet zou willen vragen, is hoe de Staatssecretariser dan voor gaat zorgen dat het geen los archief wordt dat daar helemaalniet mee verbonden is. Met andere woorden, komt er een goedeverwijzing in te staan, zodat het laagdrempelig te vinden is als betrok-kenen in zo’n dossier kijken? Ja, dat.Staatssecretaris Van Bruggen:Dat is een terechte vraag. Ik ben aan het onderzoeken hoe dat separatearchief eruit zou kunnen zien. Ik ben dus ook aan het onderzoeken hoe hetniet een losstaand pakketje brieven zou kunnen zijn, maar dat het er ookdaadwerkelijk onderdeel van uit kan maken of dat het misschien eenparallel dossier kan zijn, waardoor je het wel kan vinden. Ik kom graagvoor de zomer terug op de vraag hoe dat er dan uitziet. Dat is eigenlijk desnelst mogelijke termijn zonder aan zorgvuldigheid in te boeten, laat ik hetzo zeggen.De voorzitter:Een aanvullende vraag van mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Ik probeer het voor mezelf even goed te begrijpen. Betekent het nu dat deArchiefwet het niet toestaat, omdat de definitie van «een afgeslotenarchief» het niet mogelijk maakt dat er iets anders bij komt dan op basisvan die ene uitzonderingsgrond die u zojuist noemde?Staatssecretaris Van Bruggen:Dat klopt.De voorzitter:Ja. U kunt vervolgen.Staatssecretaris Van Bruggen:Dank u wel. Mevrouw Straatman van het CDA en mevrouw Wendel van deVVD stelden beiden de vraag wat de stand van zaken is met betrekking tothet onderzoek naar de mogelijkheden van een wettelijke grondslag. Datligt eigenlijk in het verlengde hiervan. Ik denk dat dit antwoord hetzelfdeis. Ja, dat is hetzelfde.Dan ga ik naar de gerichte vraag van de VVD die ging over een motie dieoproept om ook de archieven van stichting Fiom over te dragen aan hetNationaal Archief. Dat is een private organisatie en een privaat archief. Ermoet zorgvuldig en terughoudend om worden gegaan met de wettelijkegrondslag die verplichte overdracht van dossiers van private organisatiesaan de overheid voorschrijft. Een dergelijke juridische grondslag isjuridisch lastig. Het houdt immers blijkbaar een vorm van onteigening in.Het is wel een beetje een juridische rabbit hole waar je dan interechtkomt, maar goed, daar zijn we zelf natuurlijk bij. In het wetsvoorstelAfbouw interlandelijke adoptie en vereenvoudiging identiteitsherstelwordt voorzien in een wettelijke grondslag voor vrijwillige overdracht vandossiers van private organisaties aan het Ministerie van Justitie enVeiligheid. Daarmee kunnen de dossiers overgedragen worden aan hetNationaal Archief. Het verschil zit tussen het vrijwillig overdragen en hetniet-vrijwillig overdragen. Voor Fiom geldt dat er sprake is van duurzameTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14426 archivering van de dossiers. Fiom verleent op verzoek ook de inzage. Datmaakt dat ik op dit moment ook geen noodzaak zie om Fiom te verplichtendie dossiers over te dragen. Ik kijk even naast mij, maar ik ga ervan uit datdus ook gewoon gebeurt. Is er een vraag?Mevrouw Straatman (CDA):Toch nog over die dossiers. Het wordt nu natuurlijk wel een heel doolhofvoor moeder en kind. Je wilt gewoon één loket waar alles samenkomt,omdat het ook het beginpunt is waar moeder en kind samenkomen. Alsde wet het onmogelijk maakt er een brief bij te voegen, dan moeten wekijken hoe we daar op een andere manier mee omgaan. Het is natuurlijkwel absurd dat dit soort wettelijke bepalingen, die toch wel heel bureau-cratisch lezen, het hersteld contact gewoon in de weg zitten. Voor zover erüberhaupt al contact is, is dat natuurlijk vaak heel broos. Mensen gaandan geen heel doolhof aan dossiers opentrekken om toch maar te vindenwat ooit de gedachte van de moeder was bij een dossier dat de kinderennu lezen. Ergens snap ik inderdaad dat we met wettelijke problemen temaken hebben, maar aan de andere kant kunnen we hier ook op eenpragmatische manier mee omgaan voor deze specifieke gevallen.Staatssecretaris Van Bruggen:Aan het begin van dit kopje zei ik ook dat ik me hier zelf iets langer overheb moeten laten informeren, want het is nu absoluut niet pragmatisch;laat dat duidelijk zijn. Het is ook heel erg belangrijk dat we het zoeenvoudig mogelijk maken om inzage in dossiers toe te staan. We hebbenalleen wel te maken met wat belangrijke wetgeving, waarin a bijvoorbeeldeen belangenafweging gemaakt wordt of waarin we b binnen eenarchiefwet nou eenmaal spreken over afgesloten dossiers, of c de variantdie ik net noemde. Je ziet dus dat het hele kader ons eigenlijk dwingt omdit heel netjes en zorgvuldig te doen. Dat is ook niet over één nacht ijsgegaan, moeten we heel eerlijk zeggen.Ik ben het wel absoluut eens met de vraag van mevrouw Straatman of wedit kunnen versimpelen en mogelijk kunnen maken dat mensen actiefgeïnformeerd worden, net zoals dat nu bijvoorbeeld gebeurt als eendossier wordt toegevoegd bij het Nationaal Archief. Kunnen we zorgendat het eenvoudig is, dat ze makkelijk doorverwezen kunnen worden?Kunnen we daar zorg voor dragen? Ik zie dat eigenlijk in het verlengde vande vraag over de moederbrief, waar ik voor de zomer een bericht over wilsturen: hoe zorgen we nou dat als we informatie verzamelen op verschil-lende plekken, het niet alleen maar een kwestie is van door blijven zoekenen verrast worden dat er nog meer informatie op een andere plek staat,maar dat we dat ook daadwerkelijk als een pakket kunnen zien en dat wehet zoeken en het vinden van informatie over waar je vandaan komt, ookeenvoudig maken? Ik wil daar de toezegging op doen dat ik wat betreft demoederbrief in zijn algemeenheid kijk naar hoe we die archivering nuhebben geregeld.Mevrouw Wendel (VVD):Mijn conclusie is dat dit allemaal juridisch geneuzel is. Ik denk te zien datde Staatssecretaris zich daar net zo aan ergert als ik. Ik heb er dus ookvertrouwen in dat de Staatssecretaris dit met passie zal oppakken en zalkijken hoe we dit binnen de mogelijkheden die er zijn, kunnen oplossen. Ikwil de Staatssecretaris ook vragen: als we daar wél wetten voor moetenwijzigen, binnen de grenzen van het redelijke uiteraard, kan ik er dan vanuitgaan dat de Staatssecretaris met voorstellen daartoe komt?Ten slotte: de Staatssecretaris sprak erover dat dossiers eigenlijk bezit zijnvan Fiom, of we die dan gaan onteigenen en hoe je daarmee omgaat. Kanik daaruit lezen dat de Staatssecretaris Fiom wel echt met klem zalverzoeken om die dossiers over te dragen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14427 Staatssecretaris Van Bruggen:Ik hou van de wet; laat ik dat even vooropstellen. Het is dus niet zo dat ikdenk dat het allemaal geneuzel is, want het dient ook absoluut een doeldat we dingen met elkaar heel goed en zorgvuldig hebben vastgelegd. Wehebben het onszelf alleen soms ook wel heel erg ingewikkeld gemaakt endaar moeten we goed naar kijken. Wees er dus gerust op dat ik databsoluut ga doen. Wat betreft Fiom verplichten: het is een collegialeorganisatie waarmee het gesprek wordt gevoerd, zodat zij daar absoluutniet moeilijker over doen dan strikt noodzakelijk. Ik merk daar ook geenterughoudendheid, dus ik heb ook geen aanleiding om ze te verplichten ofze iets anders op te leggen. Weet dat dit bovenaan mijn lijstje staat vanbelangrijke onderwerpen en gespreksonderwerpen met Fiom.Dan had ik een vraag van mevrouw Bikker over de adoptiezaak vanmevrouw Butink. Zij vroeg: hoe vindt de Staatssecretaris de geconsta-teerde ernstige misstanden en excuses rijmen met geen herstel vanoverheidswege in de casus-Butink? Ik heb het gelezen. Mevrouw Butinkheeft bij de rechter een schadevergoeding gevorderd van de Staat, inverband met haar adoptie uit Sri Lanka in 1992. Deze vordering isuiteindelijk afgewezen. Het gerechtshof van Amsterdam heeft geoordeelddat de Staat destijds niet onrechtmatig heeft gehandeld. De impact vandie procedure en de redenen waarom die is ingesteld, is heel grootgeweest voor mevrouw Butink. Mijn voorgangers en ik hebben dat heelgoed begrepen. Mevrouw Butink heeft een voortrekkersrol op zichgenomen met deze procedure. Naar aanleiding van het destijds door deStaat ingestelde cassatieberoep heeft zij in december 2022 een gesprekgehad met de toenmalige Minister, de heer Weerwind. Er zijn afsprakenmet haar gemaakt over een tegemoetkoming in bepaalde kosten. Over deconcrete inhoud van de afspraken kan ik geen uitspraken doen, maar dit iswel wat er toen is afgesproken.De voorzitter:Dit roept een vraag op bij mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik heb mevrouw Butink afgelopen zondag mogen spreken. Ik denk datmevrouw Butink niet alleen voor zichzelf vecht, maar voor heel veelandere jonge vrouwen en mannen die geadopteerd zijn, waarbijmisstanden zijn geconstateerd waar excuses voor zijn aangeboden. Erwordt terecht gezegd: hoe kan het dat de Staat niet bijdraagt aanidentiteitsherstel, ondersteuning bij waarheidsvinding en structurelepsychologische hulp? Mevrouw Butink strijdt dus voor veel meer. Ik kanhet gewoon niet rijmen dat er enerzijds excuses worden gemaakt en eranderzijds wordt gezegd dat de rechter anders heeft beslist en dat zecompensatie heeft gekregen van de vorige bewindspersoon. Dat rijmtgewoon niet. Graag even een reactie daarop.Staatssecretaris Van Bruggen:Ik begrijp goed dat dit vragen oproept. Uiteindelijk ga ik niet op de stoelvan het gerechtshof zitten. In deze casus is uiteindelijk geoordeeld dat deStaat niet onrechtmatig gehandeld heeft. Ik denk dat dat juridisch in iedergeval een belangrijke constatering is. Tegelijkertijd vraag je je bij desituatie die hier speelde, af wat het maken van excuses dan inhoudt. Dealgemene herstelmaatregelen die u net kort noemde – ik heb geengesprek gehad met mevrouw Butink – zien natuurlijk ook op de activiteitendie INEA nu in zijn algemeenheid voor zijn rekening neemt. Ik ga ervan uitdat dat in heel veel gevallen toereikend is. Als dat niet het geval is, is hetnatuurlijk belangrijk daar het gesprek over aan te gaan. We hebben juistmet elkaar afgesproken dat INEA de organisatie is die er zorg voor draagtdat deze mensen in hun herstel nog wel hun heil kunnen halen. Volgensmij is dat een belangrijke constatering. Ik begrijp ook heel goed dat dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14428 groep, zeker vanuit die voortrekkersrol, teleurgesteld is dat hetgerechtshof op deze manier geoordeeld heeft. Nogmaals, dat is daar. Ikdenk dat daar juridische afwegingen zijn gemaakt die ook belangrijk zijn.De voorzitter:U kunt vervolgen.Staatssecretaris Van Bruggen:Dan ga ik naar de vraag van mevrouw Bikker over de lessen van decommissie-Joustra: welke lessen trekt het kabinet uit het verleden voorhet huidige beleid en de mogelijke nieuwe initiatieven? Het rapport van decommissie-Joustra heeft, naast belangrijke uitgangspunten metbetrekking tot het belang van het kind, de kwetsbaarheden in het systeemheel goed weergegeven. De zorgvuldige afbouw van interlandelijkeadoptie, die is ingezet in het wetsvoorstel – beter gezegd: het wetsvoorstelis daarvoor de juridische basis – is het gevolg van de lessen die in hetverleden uit interlandelijke adoptie zijn getrokken. Het rapport van decommissie-Joustra heeft ook een bredere betekenis. Ook in anderedossiers is er oog voor de belangen van kinderen en mogelijke kwetsbaar-heden in het systeem. Dit is dus de les die we daar in zijn algemeenheiden in bredere zin uit trekken.Dat was mijn kopje over de adoptiedossiers. Ik zag dat lid Kostic´ ook weerterug is en dat we dus naar het onderwerp gender kunnen.De voorzitter:Het vorige blokje over adoptiedossiers roept nog twee vragen op. De heerSneller mag eerst, daarna mevrouw Bikker.De heer Sneller (D66):Ik had meer in algemene zin een vraag gesteld onder dit kopje, over hetrecht om je ontstaansgeschiedenis te kennen. Gaan we daar meer overteruglezen in de brief die voor de zomer komt?Staatssecretaris Van Bruggen:Het is goed dat u dat aanvult en een terechte opmerking. Zeker, dat kunt uook daarin lezen. Dank u wel.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik had in het licht van het rapport-Joustra ook gevraagd welke impact hetheeft op het wetsvoorstel over draagmoederschap. Komt de Staatssecre-taris daar ook later op terug?Staatssecretaris Van Bruggen:Daar moet ik dan in de tweede termijn even op terugkomen.Mevrouw Straatman (CDA):Dit is tegelijkertijd mijn laatste vraag, voorzitter. Ik had ook nog een vraagover de digitale inzage van dossiers. Komt de Staatssecretaris daar in«overig» nog op terug, of nu?Staatssecretaris Van Bruggen:Ook in tweede termijn. Ik heb er in deze mappen wel iets over gelezen,maar ik wil de vraag zorgvuldig beantwoorden. Graag in de tweedetermijn.De voorzitter:Ik wil de commissie voorstellen om het bij maximaal vijf interrupties tehouden. Daar sloot mevrouw Straatman ook net mee af en dat leek mijeen goede norm, de Straatmannorm. Misschien komen we daar een heelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14429 eind mee, als het zo kan. We hebben namelijk tot 17.00 uur. Dan gaan wedoor met blokje vier, gender.Staatssecretaris Van Bruggen:Ik doe mijn best. Over de Transgenderwet zijn veel vragen gesteld. Ikbegin bij lid Kostic´ en de heer Clemminck. Zij vroegen beiden: in hetcoalitieakkoord is opgenomen dat u blijft werken aan acceptatie,veiligheid en emancipatie van de lhbtiqa+-gemeenschap conform hetRegenboogakkoord; wanneer gaat de Transgenderwet opnieuw wordeningediend? Ik hecht heel veel waarde aan de acceptatie, de veiligheid ende emancipatie van deze gemeenschap. Ik vind de woorden die gekozenzijn in het coalitieakkoord ook heel passend en mooi, namelijk: er zijnwetsvoorstellen ingediend die stil zijn komen te liggen, er zijn wetsvoor-stellen die zijn ingetrokken, en we gaan alles wat bijdraagt aan deuitvoering van dat Regenboogakkoord in deze periode verder brengen.Hoe gaan we dat doen? Dat is een mooie aanvulling op de vraag diemevrouw Wendel heeft gesteld. We hebben ook een eerste termijn in deKamer ervaren over de Transgenderwet. Ik ken ook de samenstelling vandeze Kamer, dus we moeten goed kijken hoe we zorgen dat we invullingen uitvoering kunnen geven aan die Transgenderwet. Het is een helebelangrijke wet, maar tegelijkertijd ook een die we echt zorgvuldig moetenaanpakken. Dat is waar ik de komende periode mee bezig ben. U kuntervan op aan dat we uitvoering geven aan wat er in het coalitieakkoordstaat. Het moment en de manier waarop we dat doen, bepaal ik heelgraag met de Kamer samen. Wat dat betreft is dit een uitnodigende handnaar u om hierover het gesprek met mij te blijven voeren.De voorzitter:Dat roept een vraag op bij het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik kies mijn vragen ook heel graag zorgvuldig uit; mijn concrete vraag wasof de Staatssecretaris wil toezeggen dat ze met een tijdlijn komt voor degemoderniseerde Transgenderwet en of ze met die tijdlijn wil komen voorhet emancipatiedebat. Dat is voor ons echt fundamenteel. Daarnaast hadik ook nog gevraagd of ze op korte termijn in gesprek wil gaan met degemeenschap die het betreft en de organisaties die die gemeenschapvertegenwoordigen, en daarover op korte termijn wil terugkoppelen naarde Kamer.Staatssecretaris Van Bruggen:Om met dat tweede te beginnen: heel graag zelfs. Ik heb daar ook heelmooie brieven van ontvangen. Het is belangrijk dat zij zich ook gezienvoelen door dit coalitieakkoord en dat ik ook ervaar hoe belangrijk deonderwerpen, niet alleen ten aanzien van de x maar ook van de Transgen-derwet nog zijn voor deze groepen mensen. Wij zijn allemaal mensen, enals we dan uiteindelijk kijken naar hoe we elkaar mogen leren kennen enidentificeren, zijn dit hele belangrijke stappen om jezelf te kunnen zijn inNederland. Dat is precies wat het coalitieakkoord beoogt en dat is ookprecies wat je juist met dit soort wetten vorm wilt geven. Tegelijkertijdmoet dat zorgvuldig, zoals ik zei. Ik ga heel graag het gesprek aan, ook ommee te nemen wat nou het belang en de urgentie ervan is. Ik weet ook dateen wet een aanlooptijd en een uitvoeringstijd heeft, maar we hebben vierjaar, dus we gaan dit natuurlijk gewoon doen met elkaar. Tegelijkertijd ishet absoluut belangrijk om dit heel zorgvuldig te doen. Die tijdlijn, voorhet emancipatiedebat, wordt wel krap, maar laat ik toezeggen dat ik mijnuiterste best ga doen om u in ieder geval op dit onderwerp een beeld tekunnen geven van hoe de toekomst eruitziet. Dat wordt natuurlijk doormijn collega, de Staatssecretaris van OCW, gedaan, want daar valt hetemancipatiedebat onder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14430 Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank voor de toezegging over de tijdlijn. Over de zorgvuldigheid wil ik hetvolgende meegeven aan de Staatssecretaris. Laat daar geen misver-standen over bestaan: de politiek heeft daarover nagedacht. Er is eenuitgebreide evaluatie geweest en we hebben input gekregen van mensenuit het zorgveld, mensenrechtenorganisaties, vrouwenrechtenorgani-saties, die allemaal zeggen: zet nou door met deze wet. We weten al dathet zorgvuldig is. Mensen wachten er al sinds minstens 2019 op, toenvoor het eerst die belofte werd gedaan. Er is een Regenboogakkoord en eris een meerderheid in deze Kamer om dat zo snel mogelijk door te zetten.Ik wil de Staatssecretaris ook meegeven om dat mee te nemen in deplanning die ze voor het emancipatiedebat gaat versturen.Staatssecretaris Van Bruggen:Daar ben ik me zeer van bewust. Absoluut.De heer Clemminck (JA21):Het coalitieakkoord refereert inderdaad aan het Regenboogakkoord en aanhet op een zorgvuldige manier verder brengen van dat akkoord. Nu zittener in het Regenboogakkoord zelf nog wat nuances als het gaat om destellingname van politieke partijen, ook partijen die behoren tot decoalitie. Ik vroeg dus eigenlijk naar een politieke duiding. U refereert in hetcoalitieakkoord aan het Regenboogakkoord, maar in het Regenboogak-koord zitten dus nuances van deelnemers. Wat is dan de politieke duidingvan de zinsnede in het coalitieakkoord?Staatssecretaris Van Bruggen:Die is heel veel waard; dat vooropgesteld. Ten tweede heb ik het Regen-boogakkoord natuurlijk ook gelezen en zie ik de nuancering die daar wordtaangebracht. Daarom is er ook de zorgvuldigheid in dit traject. Ik wilnamelijk niet dat we met een wat ons betreft goed doordachte en goedgewogen wet komen, die uiteindelijk sneuvelt omdat we het nietzorgvuldig hebben aangepakt. Het allerbelangrijkste is dat als we dit metelkaar gaan doen, we het dus ook op een goede manier doen. Dat is hetgesprek dat we nu met elkaar moeten voeren. Ik ben ook blij om van u tehoren hoe we er vandaag de dag in staan. Dat neem ik mee. Wees ergerust op dat ik dit heel serieus neem en dat ik hier absoluut geenvertraging duld. Maar zorgvuldigheid vraagt tijd. Dat is waar ik op ditmoment absoluut mee bezig ben.De heer Diederik van Dijk (SGP):Heel kort en misschien is dit bijna ten overvloede, maar ik hoor een dikkestreep onder het woord «zorgvuldig». Daaruit leid ik af dat ook allerecente ontwikkelingen onder dat begrip «zorgvuldigheid» passen. Het isnamelijk een trein die echt niet stilstaat. Ik heb in mijn bijdrage ook alverwezen naar de toenemende kritiek van medische wetenschappers, ookinternationaal, die juist oproepen tot terughoudendheid. Ik ga er dus vanuit dat de Staatssecretaris die recente ontwikkelingen meeneemt, zeker alshet gaat over de belangen van jongeren.Staatssecretaris Van Bruggen:Uiteraard worden alle inzichten meegenomen. Dat kan ik zeker zeggen. Ikwil wel even terugkomen op uw vraag over de deskundigenverklaring. Ikdenk dat het goed is om daar reëel over te zijn. Het belangrijkste is dat hetEHRM daar een opvatting over heeft geuit, niet zozeer in de zin van «jemoet», maar meer in de zin van «weeg dat goed, je kan». Ik denk dat wedaar eerlijk over moeten zijn. We kiezen er natuurlijk voor om niet tezeggen dat het per se móét, maar juist dat het kán. Dat is ook hoe deTransgenderwet in het verleden is vormgegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14431 De voorzitter:U kunt vervolgen.Staatssecretaris Van Bruggen:Dan ga ik naar de vraag van mevrouw Wendel. Zij vroeg of ik goed kankijken naar de eerste termijn van de Kamer. Dat kan ik zeker. Die neem ikdaar absoluut in mee.Dan kom ik op de vragen die gesteld zijn over non-binariteit. Dat is ookeen belangrijke in het Regenboogakkoord. Het lid Kostic´ heeft gevraagd ofik bereid ben om gesprekken aan te gaan. Dat ben ik zeker. Ik ga ookabsoluut in gesprek met de Staatssecretaris van Onderwijs en Emanci-patie. Ik ga ook graag in gesprek met de belangenorganisaties.In het verlengde daarvan is er ook nog een vraag gesteld over – ik zeg hetmaar even zo – de mogelijkheid om een x te laten registreren op degeboorteakte. Daarvoor is eerder in de Kamer een initiatief genomen. Opdat moment is er bij dat initiatiefvoorstel ook ambtelijke ondersteuningverleend. Dat is in 2023 stil komen te liggen. Ik nodig u van harte uit omdaar ook weer de eerste stappen in te zetten. Ik bied ook heel graag deambtelijke ondersteuning daarbij aan, omdat het eigenlijk samenlooptmet hoe we het Regenboogakkoord vorm zouden willen geven.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ten eerste wil ik heel graag weten op welke termijn de Staatssecretarisongeveer met de belanghebbenden in gesprek zal gaan en daarover naarde Kamer zal terugkoppelen. Belangrijker is nog dat ze met wat ze nu zegtde bal als het om dit vraagstuk gaat eigenlijk weer terug naar de Kamerkaatst. Er zou namelijk een wetsvoorstel liggen. Zegt ze nou dat de Kamerzelf met een wetsvoorstel moet komen, omdat ze zelf niks gaat doen? Ofgaat de Staatssecretaris dit zelf voortvarend oppakken? Volgens mij hoorik namelijk net dat D66 het liefst wil dat de Staatssecretaris dit sneloppakt.Staatssecretaris Van Bruggen:Dit vraagt ook wel zorgvuldigheid. Ik denk dat dat dus ook is waar westaan. In het formele proces ligt hierover nog een voorstel in de Kamer. Ikwil dus ook niet door dingen heen lopen. Natuurlijk kunnen we met elkaarhet gesprek voeren over hoe we dit vorm gaan geven. Volgens mij is datwaar we nu staan. Ik kan in ieder geval ambtelijke ondersteuningaanbieden bij het initiatiefwetsvoorstel. Laten we elkaar spreken over watdaar nog meer bij nodig is. Het raakt allemaal aan het uitwerking gevenaan het Regenboogakkoord, zoals het ook in het coalitieakkoord isomschreven.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Misschien kan D66 dan precies toelichten hoe ze het bedoelen. Ik snapzeker dat de Staatssecretaris de Kamer niet in de weg wil zitten. Het gaatons vooral om de snelheid. Volgens mij heb ik voldoende benadrukt hoeurgent het voor heel veel mensen is en hoelang dit al wordt beloofd. Wezien in Europa steeds meer landen die dit gewoon al wettelijk hebbengeregeld. We kunnen dus heel snel aan de slag gaan. Het maakt me nietuit hoe het gebeurt, maar laten we snel aan de slag gaan. Ik heb hetkabinet daarbij heel graag aan onze zijde.Staatssecretaris Van Bruggen:Ik sta daarbij absoluut aan uw zijde.De heer Sneller (D66):Ik zeg even via de voorzitter tegen de Staatssecretaris dat ik collega Kostic´binnenkort even zal opzoeken om te kijken hoe we dit goed kunnen doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14432 De voorzitter:De Staatssecretaris kan vervolgen.Staatssecretaris Van Bruggen:Dank u wel, voorzitter. Ik kom bij het naamrechtdossier. Ik heb daar besteen uitgebreide inleidende spreektekst voor. Ik ga dat gewoon doen, wantwe hebben nog wel even. Er zijn ook veel vragen over gesteld.Uit de beleidsdoorlichting blijkt dat de naam in onze tijd minder een puuradministratief herkenningsteken is en juist meer uitdrukking geeft aan wieje bent en met wie je je verbonden voelt. Tegelijkertijd wordt in debeleidsdoorlichting geconstateerd dat er in de praktijk knelpunten wordenervaren, juist op het gebied van gronden, kosten en termijnen. Op basisvan die inzichten heb ik een voorstel uitgewerkt voor de vereenvoudigingvan de gronden en de bewijslast van de naamswijziging. In het voorstelkrijgt elke Nederlander eenmalig de kans om zijn voor- en/of achternaambij de gemeente te laten wijzigen zonder opgave van reden. Dit maaktnaamswijziging niet alleen eenvoudiger, maar ook goedkoper. Zo willenwe de drempels verlagen zonder in te leveren op zorgvuldigheid en gelijkebehandeling.Uw Kamer heeft daarnaast aandacht gevraagd voor de vangnetvorm. Datis een belangrijke, zo hebben we vandaag ook allemaal in de Volkskrantkunnen lezen. De vangnetnorm bepaalt welke achternaam een kind krijgtals ouders er samen niet uit komen. Zo krijgt een kind binnen het huwelijkof geregistreerd partnerschap de achternaam van de vader van het kind.Recent heeft een rondetafelgesprek plaatsgevonden, op aangeven vanmevrouw Mutluer. Daar hoorden we complimenten over. Volgens mij ishet een buitengewoon interessante bijeenkomst geweest, waarin moedersen organisaties hun zorgen hebben geuit over de vraag of dit systeem inNederland nog van deze tijd is, gezien er onderscheid gemaakt wordttussen de man en de vrouw.Als vrouw en als mens ben ik wel gevoelig voor de oproep om te komentot een aanpassing, die ik verschillende leden hier vandaag heb horendoen. De planning is om dit onderwerp mee te nemen in de lopendeevaluatie van de Wigg. Het ingewikkelde is natuurlijk dat die al naar vorengehaald is, naar januari 2027. Nu ga ik toch weer het woord «zorgvuldig»gebruiken. Ik wil de uitkomsten van de prejudiciële vragen die door derechtbank Zeeland–West-Brabant aan de Hoge Raad zijn gesteld,meenemen in die evaluatie. Dat kost tijd. Voor je het weet is het januari’27. Op het moment dat ik door uw Kamer ertoe wordt opgeroepen om ditonderdeel naar voren te halen, zal ik daar zeker gehoor aan geven.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel blij met het feit dat de Staatssecretaris dit als vrouw en alsmens onderschrijft. Dat is gewoon heel prettig. Aan de andere kant is hetnu natuurlijk nog wel heel vaag. Het is onzeker wanneer de antwoordenop de prejudiciële vragen gaan komen. Dat kan een jaar duren, maarmisschien ook wel anderhalf of twee jaar. We weten uit ervaring ook dathet afronden van de evaluatie wat tijd in beslag neemt. Dan moet er eersteen reactie op komen en dan ga je nadenken over hoe je dat eventueel inde wet kunt aanpassen. Een wetsaanpassing gaat nog een jaar duren. Danmoet die naar de Raad van State. Ik ben even aan het schetsen hoelangdat kan duren. Ondertussen hebben we te maken met onwijs veelvrouwen in heel veel situaties die hiermee van doen hebben, op een helenegatieve manier. Wat heeft de Staatssecretaris van ons nodig? Ik kan menamelijk best voorstellen dat we haar een handje helpen en zelf met eenwetsvoorstel voor wetsaanpassing komen, om zo de boel te versnellen endaarbij al die dingen wel mee te nemen. Ik ben dus even aan het zoeken.Kunnen we ergens samenwerken?Staatssecretaris Van Bruggen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14433 In dit proces is er natuurlijk niet voor niks gekozen voor een evaluatie opde Wigg, de wet waar dit een onderdeel van is. In zijn totaliteit betekenthet dus dat je daar iets uithaalt en dat al gaat aanpassen. Ik zeg u eerlijkdat ik daar voorzichtig mee zou willen zijn. Je moet het dus in zijn totaliteitbezien. De evaluatie is naar voren gehaald. Het heeft zeker mijn voorkeurom die af te wachten. Ik begrijp ook wat mevrouw Mutluer zegt, namelijkdat zo’n proces ook weer tijd kost. Tegelijkertijd zijn we er zelf bij watbetreft een evaluatie en de vragen hoe we het gaan inrichten, hoelang datmoet duren, wanneer we de resultaten willen zien en wanneer we de wetwillen aanpassen. Op beide manieren kost het tijd. Als we het nu zoudendoen, kost het tijd. Als we over een halfjaar met de evaluatie starten, hetdan in de breedte bezien en het dan zouden doen, kost het ook tijd. Weetdat ik het belangrijk vind. Weet ook dat als ik er door uw Kamer toeopgeroepen wordt om dit eruit te halen en naar voren te halen, dat ik datdan zal doen. Tegelijkertijd wil ik wijzen op het risico dat het met zichmeebrengt als je dit onderdeeltje eruit trekt.Daarbij wil ik nog even iets zeggen over wat ik vandaag vernam en wat ikook een inzicht voor mezelf vond. Ja, het klopt dat de man een veto heeft,maar dat heeft de vrouw ook. Door de vrouw wordt het alleen niet zo vaakingezet. In die zin is er dus sprake van gelijkwaardigheid. Tegelijkertijd zieje dat de uitwerking anders uitpakt.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Volgens mij is tijdens het rondetafelgesprek met uw commissie, voorzitter,uitgelegd dat het niet zo werkt. Ik moet het even goed zeggen. In dit soortgevallen is de man in familierechtelijke zin vaak totaal niet betrokken bijde vrouw. We hebben hier te maken met een partner die soms samen meteen vrouw een kind opvoedt, maar soms niet eens aanwezig is in hetleven van het kind. Toch moet die nog steeds de toestemming verlenen. Ikvind dat je die twee niet met elkaar kan vergelijken. De toenmaligeMinister heeft dat tijdens het debat ook gedaan. Dat lijkt mij echt geenrecht doen aan de situatie nu.Mijn vraag aan de Staatssecretaris is de volgende. Ik zie wel wat mogelijk-heden om dit uit te lichten. Ik hoor de risico’s, maar het is niet onmogelijk.Wij gaan daar dus wel even over nadenken. We gaan ook nadenken overde vraag of dit met terugwerkende kracht kan, zodat alle vrouwen die diemogelijkheid nu niet hebben gekregen of te laat waren toen deovergangsregeling in het leven werd geroepen, hier straks toch eenberoep op kunnen doen. Wij gaan daar dus mee aan de slag.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt.Staatssecretaris Van Bruggen:Hartelijk dank, voorzitter. Ik heb nog een vraag gekregen van de heer VanDijk over het algemeen recht op eenmalige naamswijziging. Dat waseigenlijk het eerste gedeelte waar ik net op terugkwam. U krijgt toch eenbeetje het antwoord dat dat uit de consultatiefase moet blijken. Op 6 aprilis de consultatiefase van de Wet afbouw interlandelijke adoptie envereenvoudiging identiteitsherstel afgerond. Er zijn veel reacties op dieconsultatie binnengekomen. Uit een eerste analyse van de consultatieblijkt dat er veel behoefte is aan eenvoudige vorm van naamswijziging, inhet bijzonder onder geadopteerden. Ik beraad me op de uitkomsten en devervolgstappen ten aanzien van dit wetsvoorstel.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik wil aanhaken bij het punt over het voorstel om iedereen het recht tegeven om een keer in zijn leven van achternaam te kunnen veranderen.Vereenvoudiging et cetera is allemaal uitstekend, maar het lijkt me echteen doorgeslagen wetsvoorstel, een doorgeslagen vorm van gelijkheidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14434 om iedereen zo’n recht te geven. Wat ik vooral mis – dat is een politiekeopvatting – is het volgende. Tegen welke achtergrond, tegen welke visiemoet je dit afzetten? Hoe kijken wij aan tegen de functie van achter-namen? Zouden we het daar niet eerst een keer fundamenteel overmoeten hebben, zoals bijvoorbeeld het Anderssonrapport opwierp? Datlijkt me beter, voordat we weer met allemaal nieuwe initiatieven aankomen zetten waar heel veel tijd in gaat zitten en waarvan we ons echtkunnen afvragen of die nou onze prioriteit moeten zijn.Staatssecretaris Van Bruggen:Het heeft mijn prioriteit omdat ik merk dat het ontzettend belangrijk isvoor een hele grote groep mensen. We komen met dit wetsvoorstelblijkbaar ook tegemoet aan die vraag. Ik denk dat het goed is om dat inzijn totaliteit te wegen. Dat is wat de consultatiefase nu met zichmeebrengt. Dat is wat we de komende periode gaan doen.De voorzitter:De Staatssecretaris vervolgt.Staatssecretaris Van Bruggen:Hartelijk dank. Ik kom al bij het volgende blokje. Ik wil internationalekinderontvoering en draagmoederschap, wat ook belangrijke onder-werpen zijn, ook graag de tijd geven. Dit is het mapje complexe schei-dingen. Ik heb daar twee vragen over gekregen. De eerste is van de heerSneller: welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris om echtscheidingenvia het notariaat te laten verlopen? Dat is een interessante gedachte. Iklaat dit onderzoeken door het WODC. Zij onderzoeken wat de verwachtevoor- en nadelen zijn van een scheiding van paren zonder minderjarigekinderen zonder tussenkomst van de rechter. Ik betrek daarbij ook de rolvan de notarissen. Ik verwacht in mei 2026, over dik een maand, hetrapport aan uw Kamer te kunnen zenden. Rond de zomer komt mijnreactie daarop.De tweede vraag die werd gesteld over scheidingen is van mevrouwBikker: wat is de ambitie van de Staatssecretaris op het gebied vancomplexe scheidingen? In de afgelopen jaren is gewerkt aan een gerichtewerkwijze om ouders te begeleiden met hulp en ondersteuning voorgezinnen die dat nodig hebben en die zelf niet meer uit de situatie van eencomplexe scheiding komen. Dat project is recent afgerond. De Ministervan Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, mevrouw Sterk, organiseertbijeenkomsten met gemeenten om het te hebben over de methode diezou werken – die wordt ook wel de «Haaglandenmethode» genoemd –zodat regio’s van elkaar kunnen leren. We ondersteunen de gemeenten ende professionals om deze werkwijze en de scheidingsexpertise teverwerken in een eigen lokale aanpak. Steeds meer gemeenten zetten inop de aanpak van scheidingen. Daarnaast werk ik momenteel samen metde juridische partners in de rechtspraak, de advocatuur, de Raad voor deKinderbescherming en Villa Pinedo aan een rapport over kindvriendelijkejuridische procedures bij scheidingen. Hier wordt ook het onderwerpcontactverlies in meegenomen. De planning is dat het rapport rond dezomer naar u toegestuurd wordt.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Dank daarvoor. Ook dank voor de inzet op de agenda die ontwikkeld wordtmede naar aanleiding van de motie van collega Ceder. Als het gaat omcomplexe scheidingen, dan valt mij telkens op hoe groot de gevolgen zijnen hoelang die nog een effect hebben, ook op de levens van kinderen.Daarom wil ik niets liever dan dat we dit verbeteren. Ik ben benieuwd watde Staatssecretaris in de zomer gaat teruggeven aan de commissie, maarik ben ook benieuwd hoe we het kunnen voorkomen. Wat kunnen wedoen om relaties, waar mogelijk, nieuw leven in te blazen of om er op eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14435 eerder moment bij te zijn? Ik besef heel goed dat dat niet allemaal aan deoverheid is, maar ik denk wel dat we de enorme gevolgen onder ogenmoeten zien. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat ze in dat rapport nietalleen kijkt naar de eindsituatie, maar ook naar wat beter kan in het trajectdaarvoor, zowel vanuit de samenleving als op sommige punten vanuit deoverheid?Staatssecretaris Van Bruggen:Zeker. Het gaat er natuurlijk wel heel erg om in hoeverre je je als overheidbemoeit met mensen die in een situatie komen waarin ze de bewustekeuze maken om uit elkaar te gaan. Maar als de gevolgen zo ingrijpendzijn, zeker voor kinderen, dan heb je wel een belangrijke rol. Dat iseigenlijk ook wat de Haaglandenmethode doet. Je zegt juist: hoe kunnenwe in de gemeenten het gesprek faciliteren? We zien namelijk dat heteffect op het gezin breder is en niet alleen de ouders aangaat. Het heeftecht effect op kinderen. We zullen het rapport in de zomer zien, maar ikweet dat het daarin ook gaat over hoe je binnen de rechtspraak kindge-sprekken voert. Zij komen vaak in een situatie terecht waarin ze niet dekeuze hebben of hun ouders wel of niet bij elkaar blijven. Ze wordenbinnen een klein halfuur gehoord door een rechter, wat best indruk-wekkend is. Hoe kun je zo’n omgeving vormgeven, bijvoorbeeld door dekamer een beetje kindvriendelijk te maken? Hoe kun je de rechtspraakdaarin faciliteren? Denk bijvoorbeeld aan de tijd die nodig is om datgesprek goed te voeren. Er zijn allerlei omstandigheden waarvan je alsoverheid zou kunnen zeggen: hier hebben wij best wel een rol in. Ik wilniet vooruitlopen op het rapport, maar ik weet wel dat dit soortgesprekken daar deel van uitmaken. Als we het rapport hebben, is hetgoed om te kijken of er nog losse eindjes zijn, bijvoorbeeld zaken die wenog onvoldoende faciliteren.De voorzitter:U kunt vervolgen.Staatssecretaris Van Bruggen:Hartelijk dank, voorzitter. Ik heb nog het blokje internationale kinderont-voeringen. Ik begin met de vraag die door mevrouw Mutluer en de heerClemminck is gesteld over de reflectie op de ontvoering van het meisjeInsiya. Een aantal van u hebben waarschijnlijk gisteren de moeder vanInsiya gezien bij het programma Eva. Ik heb het zelf ook teruggekeken. Datmaakt indruk. Gisteren heeft de premier een gesprek gevoerd met demoeder van Insiya om te kijken wat je kunt doen in deze situatie, waarin er22 vonnissen liggen en waarin er zo veel duidelijkheid is over wat deuitkomst zou moeten zijn. Het contact zou op z’n minst hersteld moetenworden, maar je staat als overheid met de handen op de rug. Dat gesprekis van belang, net als het kiezen van een brede aanpak hierin als kabinet.We moeten er op alle mogelijke manier voor zorgen dat we de invloeduitoefenen die we kunnen uitoefenen. Dat doen we. De Minister vanBuitenlandse Zaken en de Staatssecretaris, ik, stemmen de acties strak opelkaar af, samen met onze diplomatieke posten. Gisteren heeft de Ministerook nog gesproken met de moeder van Insiya. We blijven richting Indiaherhalen dat de Nederlandse rechter onomwonden heeft vastgesteld datde moeder het eenhoofdig gezag heeft. We benadrukken het urgentebelang van onmiddellijk contactherstel tussen moeder en dochter. Eenander aspect is het genoemde handelsakkoord. Daar wil ik ook wel eveninhoudelijk op terugkomen. Dat staat los van deze zaak. Ik begrijp ook weldat u de vraag opwerpt. Dat akkoord wordt echter gesloten door Europaen niet door Nederland. Wij kunnen dus niet niet ondertekenen. Zoals iknet zei, blijven we wel met de diplomatieke partners het gesprek voerenen blijven we druk uitoefenen op India om ervoor te zorgen dat er juistwel ervaren en gevoeld wordt dat het nu echt genoeg geweest is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14436 De voorzitter:Wie was er het eerst? Mevrouw Mutluer, en daarna de heer Clemminck.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp dat Nederland niet eenzijdig een handelsakkoord kan opzeggen.Dat gaat niet. Aan de andere kant heb ik ook de brief van BuitenlandseZaken gelezen. Daar staat letterlijk in dat het akkoord geen inhoudelijke ofjuridische aanknopingspunten bevat voor deze zaak en nog breder voorde samenwerking in kinderontvoeringszaken. Daar zijn wij het gewoonniet mee eens. Waarom, zult u zeggen? Omdat in het handelsakkoord ookeen clausule staat over mensenrechten en democratie. In onze belevingzijn kinderrechten mensenrechten en hebben we daarmee dus ook eenheel duidelijk aanknopingspunt om dit als Nederland in ieder geval aan tezwengelen in EU-verband. Als de premier dit echt meent – we kennen depremier; die gaat niet zomaar dit gesprek voeren, dus hij meent het – danmoeten we hier in mijn beleving de politieke en diplomatieke drukmaximaal blijven opvoeren, want ik zie een aanknopingspunt. Wilt u datals Staatssecretaris ook overbrengen, vraag ik via de voorzitter. Andersgaan we dat doen via een motie met onder anderen collega Coenradie,denk ik. Ik krijg hier graag een reflectie op.Staatssecretaris Van Bruggen:Weet zeker dat de Minister-President, de Minister van BuitenlandseHandel en Ontwikkelingssamenwerking en ik dit met elkaar bespreken, deurgentie zien en ook heel goed kijken naar alle middelen die ingezetkunnen worden. Als je het bijvoorbeeld hebt over zo’n handelsakkoord,vereist de diplomatieke weg ook een bepaalde druk. Daar zijn we alskabinet eensluidend over. Die oproep wil ik herhalen. Die herhaal ik hieren die herhaal ik aan de tafel met de Minister. Maar ik geef u ook mee dathet zeker ook aan uw Kamer is om een uitspraak te doen over alles wathelpt in dat gesprek.De voorzitter:Dan nog een vraag van de heer Clemminck.De heer Clemminck (JA21):Ja, het begint allebei met een C, maar verder houdt de vergelijking metmijn collega Coenradie wel op. Ik kan er van alles over zeggen, maar iklaat het toch maar even gaan. Ik begrijp het. Ik zou het kabinet hetvolgende willen vragen. Dat handelsverdrag is een proces waarinNederland op verschillende momenten juist ook met de Europesepartners – hier komt een soort van pro-Europese uitspraak van JA21 – dedruk kan opvoeren. Ik hoop dan ook dat het kabinet zijn Europese partnersachter deze zaak gaat krijgen, zodat Nederland niet alleen staat tegenoverIndia, maar we een blok kunnen vormen tegenover India in deze kwestie.Staatssecretaris Van Bruggen:Absoluut. Wij hebben Europese partners. U ook. U heeft ook politiekepartners in Europa. Zorg ervoor dat deze boodschap daar ook steeds weerop tafel ligt. Dat zou ik dan graag terug willen geven.De voorzitter:Dat roept een vraag op van mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Maar laten we wel wezen: het is veel krachtiger als een kabinet zich metandere regeringen inzet. Ik wil niet spreken voor JA21 en uw politiekepartners in Europa, maar voor een partij als de ChristenUnie betekent datin Europa dat we met zes parlementariërs aan de slag zijn. Dat is tochanders dan dat de regering zich erachter schaart. Ik zou dus echt aan hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14437 kabinet willen vragen om ieder evenement waar het maar mogelijk is ookte gebruiken. We weten immers allemaal dat dit meisje allang terug inNederland had moeten zijn.Staatssecretaris Van Bruggen:Daar kunt van op aan.De voorzitter:U kunt vervolgen.Staatssecretaris Van Bruggen:Dank u wel. Er is nog een vraag gesteld door mevrouw Mutluer van PRO.Zij vraagt mij om aandacht te hebben voor de noden van de achterge-bleven ouders, die zitten met de ellende dat hun kind weg is en dielangdurige juridische procedures moeten voeren. Daar is uiteraard oogvoor. In elke zaak spannen we ons maximaal in om te doen wat in hetbelang is van het kind en wat het Haags Kinderontvoeringsverdrag vanons vraagt. Het Centrum Internationale Kinderontvoering biedt gratisjuridisch advies, voorlichting en mediation aan iedereen die in eenpersoonlijke of professionele omgeving te maken krijgt met dreigendeinternationale kinderontvoeringen. De achtergebleven ouder kan eenverzoek tot teruggeleiding indienen bij de Centrale autoriteit Interna-tionale Kinderaangelegenheden. De Centrale autoriteit ondersteunt deachtergebleven ouder juridisch in de teruggeleidingsprocedure, ook in hetgeval van ontvoeringen naar niet-verdragslanden. In dat geval wordt viade diplomatieke kanalen aandacht gevraagd voor de zaak. Twee jaargeleden is naar aanleiding van een motie van Kamerlid Van Nispen van deSP onderzocht waar achtergebleven ouders behoefte aan hebben. Dieaanbevelingen uit het onderzoek zijn inmiddels opgevolgd.Dan heb ik nog twee mapjes. Ik kom nu bij het mapje draagmoederschapen daarna bij overig.De voorzitter:Sorry. Gaat dit nog over het blokje ontvoering?Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Dan gebruik ik mijn laatste interruptie, voorzitter, waarvoor danktrouwens. U bent best coulant. Fijn.De motie-Van Nispen is inderdaad uitgevoerd, maar er zijn meer wensenvan ouders wier kinderen zijn ontvoerd. Dat kan soms de wens zijn om alslotgenoten bij elkaar te zitten en daarbij ondersteuning te krijgen, somsook psychische ondersteuning, om dit leed te boven te kunnen komen. Eris ook behoefte aan advocaten die zich hiermee bezighouden of mediatorswaar ouders naartoe kunnen worden verwezen. De behoefte van ouderswier kinderen zijn ontvoerd, is breder. Is de Staatssecretaris bereid omdaar met een frisse blik naar te kijken en met de betrokken organisatieshet gesprek te voeren om na te gaan wat er nog extra gedaan kanworden?Staatssecretaris Van Bruggen:Ik heb niet de signalen dat het nu niet toereikend is, dus het is goed omdat even aan u mee te geven. Ik zei net dat het CIKO, het CentrumInternationale Kinderontvoering, gratis juridisch advies geeft en meedenktover mediation. Als dat niet toereikend is, is het belangrijk dat we dat metelkaar constateren en dat ik de signalen krijg. Uiteraard ga ik dan ookgraag in gesprek over wat nog nodig zou moeten zijn.De voorzitter:U kunt vervolgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14438 Staatssecretaris Van Bruggen:Het blokje draagmoederschap. Het is een ethisch en juridisch zeercomplex onderwerp. Dat maakt dat wij hier zorgvuldig mee om moetengaan. Als je een kinderwens hebt maar die niet langs de natuurlijke wegkunt vervullen, is dat enorm ingrijpend. Mensen kiezen in dat geval somsvoor draagmoederschap, maar deze manier om een kinderwens invervulling te laten gaan kent ook de nodige risico’s, die mede gelet op devaak internationale component niet volledig kunnen worden uitgesloten.De commissie-Joustra naar misstanden bij de interlandelijke adoptie –daar werd ook door een aantal van u aan gerefereerd – heeft in hetverleden ook al op dit risico gewezen. Risico’s zijn er en zullen er zijn, meten zonder regeling.Bij uw Kamer ligt het wetsvoorstel Kind, draagmoederschap enafstamming, waarvan de voorlopige planning is dat wij daar begin juniover komen te spreken. In het coalitieakkoord is opgenomen dat we debehandeling van het wetsvoorstel voortzetten met respect voor deaanbevelingen die zijn voortgekomen uit het WODC-rapport Het gedragenkind en de aandachtspunten uit het rapport van de Commissie onderzoekinterlandelijke adoptie. Ik betrek daarbij zonder meer de wetenschaps-toets. Ik zeg ook heel expliciet dat die nu in juni op de agenda staat, wantde kabinetsreactie op de wetenschapstoets heeft u nog van mij tegoed. Ikheb natuurlijk ook wel even tijd nodig om dat goed te doen. Een aantalvan u heeft daar ook vragen over gesteld: is het belangrijk dat erbijvoorbeeld nog een aanvullende rondetafel wordt georganiseerd? Ik ziegeen aanleiding om daar nu iets voor te organiseren binnen mijn macht.Het is vooral aan uw Kamer om goed te kijken naar het moment vanagendering. De kabinetsreactie op de wetenschapstoets kunt u zo spoedigmogelijk ... Maar ook weer zorgvuldig, want die wetenschapstoets heeftook bepaalde aanbevelingen in zich – daar is vandaag door u ook watlanger over doorgepraat – die ik goed zal moeten bestuderen.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Ik heb net een, denk ik, duidelijk signaal gegeven aan de Staatssecretarishoe dit voor de ChristenUnie ligt. Als ik kijk naar het wetsvoorstel en deaanbevelingen die zijn gedaan in de wetenschapstoets maar ook opandere plekken, zoals door de commissie-Joustra, dan kan ik me haastniet voorstellen dat de Staatssecretaris hetzelfde wetsvoorstel wil gaanverdedigen in de Kamers, ook gezien de teksten in het coalitieakkoord.Zegt zij hiermee ook dat het wetsvoorstel mogelijk aangepast gaatworden? Wat is het proces dat de Staatssecretaris voor ogen heeft? Is datenkel die brief en daarna in juni een behandeling doen? Of hoe ziet deStaatssecretaris dat?Staatssecretaris Van Bruggen:Ik zie het zo dat ik het gesprek met uw Kamer ga voeren over hetwetsvoorstel. Ik denk dat het belangrijkste is om dan met elkaar de kadersen de inhoud te bespreken. We hebben het geladen met een wetenschaps-toets. Ik denk dat het belangrijk is om goed te kijken hoe we daar alskabinet naar kijken. Alles in overweging nemende gaan we dan met elkaarhet gesprek aan over dit belangrijke wetsvoorstel.De voorzitter:U bent door de Straatmannorm heen, mevrouw Bikker. Gelet op de tijdwordt het nu ook wat krap. De heer Diederik van Dijk heeft wel nog eeninterruptie. Gaat uw gang.De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik ga toch nog eventjes hierop door. We wachten natuurlijk met belang-stelling de kabinetsreactie af, maar de Staatssecretaris sluit eigenlijk aande voorkant al bijna uit dat het wetsvoorstel veranderd wordt, terwijl juistTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14439 de wetenschapstoets onder meer ook zegt dat het buitenlandtraject, waarzo veel vragen over zijn, versoepeld wordt. Dat staat eigenlijk haaks op degedachte om zo veel mogelijk in het binnenland te regelen. Ik kan me dusvoorstellen dat dat wel degelijk tot een wijziging van het wetsvoorstel zouleiden. Die gaan we dan als het goed is niet pas aan de orde stellen als weal in debat zijn.Staatssecretaris Van Bruggen:Ik moet de mores in Den Haag misschien nog wat leren kennen, maar ikdenk dat het juist heel mooi is dat we daar met elkaar het debat overvoeren en dat we dan kijken hoe we dit wetsvoorstel nou verder moetenbrengen en kijken waar we zorgen voor de zorgvuldigheid, ook in relatietot de andere ontwikkelingen inzake interlandelijke adoptie. Zeker in zijngeheel, in zijn totaliteit, moeten we dat gesprek wat mij betreft tijdens datdebat met elkaar voeren.De voorzitter:U kunt door, Staatssecretaris.Staatssecretaris Van Bruggen:Ik heb nog een vraag van de heer Van Dijk te beantwoorden. Die luidt:gaat u een advies op de wetenschapstoets vragen aan de NationaalRapporteur Mensenhandel? Dat is gebeurd. Dat advies is al opgevraagden heeft onderdeel uitgemaakt van de consultatie van het wetsvoorstel.Daar nu nog een keer een advies over vragen zou eigenlijk dubbelop zijn,maar weet dat we dat in ieder geval meenemen.Dan heb ik nog een mapje overig, met nog twee vragen daarin. Dat denkik, althans. Er is wat beweging om mij heen, dus ik weet het niet zeker,maar ik ga daarvan uit. Anders hoor ik het graag van u in de tweedetermijn.Er was een vraag van de heer Sneller en de heer Van Dijk: hoe kijkt deStaatssecretaris aan tegen de verhouding tussen algemene rechten enindividuele afweging? Dat is een vrij fundamentele vraag; misschien hadik hiermee moeten beginnen. We leven in een tijd waarin het recht om zelfte bepalen wie je wilt zijn steeds meer aandacht krijgt. Als het meeraandacht krijgt en de samenleving erom vraagt, dan moeten we ook kijkenwelke vormen daar geschikt voor zijn. Dat is wat we hier ook met elkaardoen. We zorgen ervoor dat als ergens een meerderheid voor is – danbedoel ik niet de helft plus één, maar een breed gedragen voorstel – ereen wetsvoorstel komt om dat vorm te geven. Dat is een hele goedeontwikkeling, denk ik. Ik vind het belangrijk dat we bij het opstellen vanwet- en regelgeving steeds kijken in hoeverre het algemeen belang in deweg staat van in wetgeving ruimte geven aan het individuele belang.De tweede vraag was van de heer Van Dijk. Die ging over het artikel Derechter als beschermer van het ongeboren kind. Volgens dat artikelbeschermt de wetgever belangen van moeder en kind onvoldoende.Daardoor ontstaat rechtsongelijkheid aan de wieg; ondertoezichtstellingbij het ongeboren kind. Ook het strafrecht hapert. Dit is wel een funda-mentele vraag. Ik zie naar aanleiding van het artikel geen noodzaak totonderzoek naar nadere wettelijke regelgeving voor ondertoezichtstellingbij ongeboren kinderen. Volgens mij hebben we dat proces nu zorgvuldigingericht. Het vraagt ook altijd ontzettend veel expertise, aandacht enzorgvuldigheid op het moment dat dit soort interventies wordt gepleegd.Ik ben er blij mee dat we natuurlijk ook een staatscommissie in het levenhebben geroepen, die juist ook echt kijkt wanneer je nou als overheid aanhet ingrijpen bent in een gezin en op welke manier je dat doet. Dat raaktnatuurlijk ook heel erg aan die ondertoezichtstellingen. Ik vind het juist inde breedte daarvan een belangrijk onderwerp om mee te nemen, nietspecifiek naar aanleiding van dit artikel.Dank u wel, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14440 De heer Diederik van Dijk (SGP):Ik had nog één interruptie, meen ik. Ik vrees dat dit antwoord toch welheel kort door de bocht is. Ik verwees niet voor niks naar het artikel vanArs Aequi, waar ik zelf ook van schrok, waarin staat dat de wetgevereigenlijk gewoon tekortschiet als het gaat om de positie van zwangerevrouwen en kinderen. Waar ik ook van schrok in dat artikel, zijn de groteverschillen die we momenteel hebben tussen rechterlijke uitsprakenomdat rechters te weinig houvast hebben. Er liggen in bijna vergelijkbarecasussen soms echt verschillende uitspraken. Vergt dat dan niet toch ietsmeer aandacht van de wetgever?Staatssecretaris Van Bruggen:Dat lijkt mij een goed onderwerp voor mijn gesprek met de Raad voor derechtspraak. Ik zal dat dus meenemen. Dank u wel.De voorzitter:Staatssecretaris, had u nog een nabrander? Ik zag dat u net iets in handenkreeg.Staatssecretaris Van Bruggen:Ik heb een nabrander. Dat waren de vragen die ik zei in tweede termijn tebeantwoorden. Het is een beetje wat uw voorkeur heeft: gaan we dat nuof straks doen?De voorzitter:Dat kan in tweede termijn.Ik kijk naar de klok en ik kijk naar de collega’s. Ik denk dat er tijd is vooreen heel summiere tweede termijn, waarin nog even een onbeantwoordevraag kan worden gesteld. Wij moeten namelijk om 17.00 uur deze zaaluit, voordat het licht uitgaat. Dank aan de Staatssecretaris. Ik ga kijkennaar de leden. Het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank u wel. Ik vraag graag een tweeminutendebat aan. Ik heb tweevragen.De Staatssecretaris heeft toegezegd dat over de Transgenderwet op kortetermijn een gesprek zal worden gevoerd met de gemeenschap. Daaroverzou worden teruggekoppeld naar de Kamer. Ik zou graag een kleinetijdsindicatie willen.Mijn tweede vraag gaat over de toezegging om onder andere metTransgender Netwerk in gesprek te gaan over de problemen waar mensendie nu al een x in hun paspoort hebben, in de maatschappij tegenaanlopen. Daarover wil ik graag nog een verduidelijking en bevestiging vande Staatssecretaris. Zal zij niet wachten op het wetsvoorstel dat die x opeen andere manier moet gaan regelen? Dat is immers een ander traject.Het gaat om mensen die nu al een x in hun paspoort hebben en te makenhebben met heel praktische zaken zoals banken en verzekeraars die zichnog niet aan die realiteit hebben aangepast. Mijn concrete vraag was ofde Staatssecretaris in gesprek wil gaan met de belanghebbenden om nate gaan tegen welke problemen zij aan lopen en welke acties wij daaropkunnen nemen. Kan zij dat toezeggen?Dank.De voorzitter:Mevrouw Mutluer.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Ik vond het heel fijn om dit debat te voeren met deze Staatsse-cretaris. Ik dank haar voor haar constructieve houding. Ik kondig wel aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14441 dat wij sowieso met een voorstel gaan komen, samen met de heerClemment ... Zeg ik het niet goed?De voorzitter:Het is de heer Clemminck.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):Clemminck. Excuses. Ik ben niet zo van de namen.De voorzitter:Maar u gaat samen een voorstel doen.Mevrouw Mutluer (GroenLinks-PvdA):We zien toch een aanknopingspuntje om Insiya bij het handelsakkoordonder de aandacht te brengen en gaan daarom een voorstel doen. Naaraanleiding van het debat dat we net hebben gevoerd, ga ik ook eenvoorstel indienen ten aanzien van de dubbele geslachtsnaam om er zovoor te zorgen dat de onrechtvaardige situatie, een discriminerendelement in de wet, verdwijnt.Tot slot, voorzitter, heb ik nog één vraag en die heeft te maken metadoptie. Ik weet dat er kinderen zijn die geadopteerd zijn nadat ze tevondeling zijn gelegd. Een van mijn collega’s, de heer De Hoop, is er daareen van. Ik heb laatst een podcast beluisterd. Kinderen die dat overkomt,zouden te allen tijde het recht moeten hebben om via de politie of elderste achterhalen wie hun ouders zijn. Het sluit een beetje aan op dediscussie die we hebben gehad over adoptie in het algemeen. Is deStaatssecretaris daartoe bereid? Eventueel kan zij daar later op terug-komen, maar ik vind dit wel een mooi puntje om mee af te sluiten.De voorzitter:Zeker. Dank. Mevrouw Wendel.Mevrouw Wendel (VVD):Dank, voorzitter. In deze tweede termijn wil ik de Staatssecretaris toch metklem danken voor de voortvarende aanpak van de afgelopen weken in hetbinnenlandse-adoptiedossier. Ik waardeer dat echt enorm. Volgens mij ismet de aankondiging van excuses een hele belangrijke stap gezet.Tegelijkertijd druk ik de Staatssecretaris nogmaals op het hart om metdezelfde urgentie en in hetzelfde tempo door te gaan met de rest van hetproces naar de erkenning voor deze mensen, en dan doel ik met name opde openbaarheid van de dossiers en de «brief van je moeder».Dank u wel.De voorzitter:Dank. Mevrouw Straatman.Mevrouw Straatman (CDA):Dank, voorzitter. Ik kan me helemaal aansluiten bij de woorden vanmevrouw Wendel. Dank voor de urgentie waarmee het traject is opgepakt,maar ik zie het wel echt als een beginpunt van het traject naar herstel.Laten we dus met name kijken naar de toegang tot de dossiers en demoederbrief: hoe kunnen we die op een pragmatische manier regelen? Devraag is immers ook wat een «afgesloten dossier» nou is. Gelet op degeschiedenis van dat dossier, kun je je ook heel erg de vraag stellen ofeen dossier zonder moederbrief niet per definitie onvolledig is en of dekwalificatie «gesloten» dan wel past. Dat is, denk ik, voor een latermoment.Misschien nog een korte toelichting op mijn vraag over de digitale inzage.Je ziet dat met name de afstandsmoeders – dat zal ook wel gelden vooreen grotere groep mensen die op leeftijd zijn – naar het Nationaal ArchiefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14442 in Den Haag moeten gaan om daar om inzage te vragen, terwijl detechnische uitrusting om via DigiD inzage te krijgen, er al is. Laten we daardus ook op dat punt pragmatisch mee omgaan en dat gewoon faciliteren.De voorzitter:De heer Sneller.De heer Sneller (D66):Dank, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording enaan de collega’s voor het mooie debat. Ik meld mij binnenkort bij collegaKostic´, zoals beloofd. Voor nu moet ik mij verontschuldigen.Dank u wel.De voorzitter:De heer Diederik van Dijk.De heer Diederik van Dijk (SGP):Dank, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de beantwoording. Deagenda van vandaag was in zekere zin, althans zo heb ik het gezien, tochwel een beetje een ratjetoe van thema’s, met alle respect. Ik vind het vooreen deel wel een klein beetje exemplarisch voor de manier waarop wijomgaan met dit rechtsgebied, zeker als wij het hebben over hetnaamrecht. Daar hebben we het nodige over gewisseld. Daarbij is nu tochde vraag: gaan we nu zó ver mee in hele individuele gevoelens, enhoeveel waarde hechten wij aan collectieve kenbaarheid en orde et cetera,wat het algemene belang zou moeten dienen? Ik hoop dat we over datpunt, over de visie die achter het naamrecht ligt, toch een keer een watfundamenteler debat met elkaar kunnen hebben.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Bikker.Mevrouw Bikker (ChristenUnie):Voorzitter. Ik ben dol op fundamentele debatten, dus ik sluit mij graag aanbij collega Diederik van Dijk. Het allermeest wil ik echter de Staatssecre-taris graag een compliment maken. Op dit immens grote terrein zesweken actief zijn en dan al met zo veel kennis van zaken hier komen envanuit het hart laten zien waar je betrokkenheid ligt, verdient gewoon eengroot compliment. Veel dank daarvoor.Ik heb wat vragen gesteld over het draagmoederschap in relatie tot decommissie-Joustra, maar ik kan me ook voorstellen dat de Staatssecre-taris, in plaats van daarop in te gaan in de tweede termijn, dat watsteviger behandelt in de brief.Ik wil haar danken voor de toezegging rondom de complexe scheidingenen de inzet die het kabinet op dat vlak zal plegen.De voorzitter:Tot slot de heer Clemminck.De heer Clemminck (JA21):Voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de wijziging op het gebiedvan de geslachtsregistratie. Zorgvuldigheid is belangrijk, zowel in hetwetgevingsproces als bij het voorstel dat komt. Dat heeft de Staatssecre-taris volgens mij heel helder gemaakt, maar dat geldt straks ook voor deuitkomst van de procedure, voor de balans tussen aan de ene kant detoegankelijkheid voor burgers en aan de andere kant de zorgvuldigheid.Voor mijn partij is vooral de leeftijdsbepaling een belangrijk onderdeeldaarvan. Ik kijk uit naar de behandeling te zijner tijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14443 Ik hoop dat dit meer zal zijn dan het optelt tot 76 zetels. Dat proef ik ookwel uit de woorden van de Staatssecretaris. Juist bij dit soort vraag-stukken en wetsbehandelingen moet volgens mij naar een breeddraagvlak in de Kamer gezocht worden. Ik hoop dus dat dit uiteindelijkook de intentie is van de Staatssecretaris.De voorzitter:Dank. Ik geef het woord aan de Staatssecretaris voor haar tweede termijn.Staatssecretaris Van Bruggen:Hartelijk dank, voorzitter. Ik begin met de vraag die mevrouw Bikkereerder heeft gesteld over de lessen uit het rapport van de commissie-Joustra. Het is echt goed om daarop wat zorgvuldiger en uitvoeriger terugte komen in een brief, want ik heb hier een vrij kort en technocratischantwoord. Ik zou het ook jammer vinden, want anders doe ik hieraan geenrecht. Als u dat goed vindt, kom ik daar dus schriftelijk op terug.Dan de vraag van mevrouw Straatman over de digitale inzage: kunnendossiers gedigitaliseerd worden? Archiefbewaarders gaan over eigenarchivering. Dat is toch ook wel weer hoe het feitelijk zit, maar ik wil heelgraag het gesprek met die archiefbewaarders aangaan om aandacht tevragen voor de mogelijkheden om hun dossiers te digitaliseren, zodat zeinzichtelijk worden en de mensen die inloggen met hun DigiD echt eencompleet dossier bij het Nationaal Archief kunnen inzien omdat het daarinmiddels aan toegevoegd is. Dat is de ideale situatie. Het is belangrijk omte weten dat dit niet iets is waar ik per se vandaag wat mee kan. Het is welwaarover ik met hen het gesprek voer, want ik realiseer mij ook dat juistdie digitalisering kansen biedt.Dan de vraag van het lid Kostic´. Ik ga graag op korte termijn in gesprekmet de transgender en x-gemeenschap. Dat zou ik graag voor de zomerdoen, want dat helpt mij ook om mij dit dossier meer eigen te maken.Juist bij het personen- en familierecht heb ik dat nodig om met de goededingen bezig te zijn; dat heb ik nu wel ervaren in de persoonlijkegesprekken die ik voer. Wat mij betreft wordt dat dus voor de zomer. Datligt ook aan de agenda’s, maar dat zal vast goed komen.Dan de problemen die nú worden ervaren door mensen die een x in hunpaspoort hebben, bijvoorbeeld als zij zich bij banken of gemeentenmoeten identificeren. Ik zou daar toch graag schriftelijk op terugkomen,want anders insinueer ik mogelijk iets over hoe het nu loopt en hoe wijdat anders zouden moeten doen. Ik denk dat het goed is dat ik daar eveniets dieper induik, zodat ik schriftelijk iets meer tegemoet kan komen aaneen zorgvuldig antwoord.De laatste vraag die ik hier nog heb liggen, is van mevrouw Mutluer en diegaat over vondelingen, zoals collega De Hoop. Dit is al mogelijk via INEA.Dat is dus een beetje het feitelijke antwoord. Tegelijkertijd is het absoluuteen groep die we niet uit het oog moeten verliezen. Het is niet iets waar jeheel vaak in de krant over leest, om het maar even zo te zeggen. Ik denkdat het goed is om in dit onderwerp wat dieper te duiken en dit onderdeelte laten uitmaken van een schriftelijke terugkoppeling, zodat u een beeldkrijgt van hoe het nu werkt.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Misschien kan ik het de Staatssecretaris makkelijker maken. Ik hou vanbrieven, maar de Staatssecretaris heeft gezegd dat zij sowieso in gesprekgaat met de belanghebbenden, onder andere met Transgender Netwerk.Over de mensen met een x in het paspoort die tegen allerlei praktischeproblemen aan lopen: mijn vraag was vooral of de Staatssecretaris datook kan bespreken tijdens het gesprek dat zij voor de zomer voert metTransgender Netwerk, zodat daar kan worden bekeken waar zich dieproblemen nou precies voordoen. Kan de Staatssecretaris vervolgensterugkoppelen wat zij heeft gezien en welke oplossingen zij daarvoor ziet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14444 Staatssecretaris Van Bruggen:Helder verzoek. Dat ga ik zo doen. Hartelijk dank.De voorzitter:Dat was uw tweede termijn?Staatssecretaris Van Bruggen:Dat klopt. Ik ben klaar.De voorzitter:Dank u zeer, Staatssecretaris en de ondersteuning, voor deze beant-woording.Ik krijg de toezeggingen van vandaag aangereikt. Ik ga ze voorlezen.−De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zegt toe de Kamer voorde zomer van 2026 te informeren over het reflectietraject in het kadervan het rapport Schade door schande en de aanbevelingen daarin,over de gesprekken met de getroffenen en over de herstelmaatregelenen het proces daarbij.−De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zegt toe de Kamer voorde zomer van 2026 te informeren over het onderzoek naar de mogelijk-heden voor een separaat archief voor moederbrieven.−De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zegt toe zich ervoor in tespannen de Kamer vóór het debat over emancipatie te informeren overde tijdlijn met betrekking tot een nieuwe Transgenderwet en degesprekken met de gemeenschap.−De Staatssecretaris zegt toe dat, als in mei 2026 het WODC-rapportover het onderzoek naar het regelen van scheidingen via de notaris,naar de Kamer wordt gestuurd, zij de kabinetsreactie daarop in dezomer van 2026 aan de Kamer zal toezenden.−De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zegt toe de kabinetsreac-tie op de wetenschapstoets wetsvoorstel Wet kind, draagmoederschapen afstamming en de reflectie daarop van het lid Diederik van Dijk, zospoedig mogelijk naar de Kamer toe te zenden.−De Staatssecretaris zegt toe de Kamer voor de zomer te informerenover de problematiek die mensen ervaren met een x in hun paspoort.Dat zijn ze.Daarmee hebben wij de toezeggingen genoteerd. Ik dank de Kamer, decollega’s, voor de inbreng en de Staatssecretaris voor haar beant-woording. Ik dank alle mensen die hier op de tribune aanwezig zijn enallen die via de livestream luisteren, voor hun aandacht.Ik sluit de vergadering.Sluiting 16.59 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 14445

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9700424a19d32f67

14 okt 2026 · 58a8f87a4e1e9ad2

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingPersonen- en familierecht
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 16 april 2026, over Personen- en familierecht

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.