Verslag van een schriftelijk overleg over stand van zaken Villa ExpertCare (III) (Kamerstuk 24170-401)
Brontekst
Versie 06106238912f6b7e · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 170GehandicaptenbeleidNr. 411 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 1 juli 2026 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport over de brief van 20 mei 2026 overstand van zaken Villa ExpertCare (III) (Kamerstuk 24 170, nr. 401).De vragen en opmerkingen zijn op 4 juni 2026 aan de Minister vanLangdurige Zorg, Jeugd en Sport voorgelegd. Bij brief van 1 juli 2026 zijnde vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-24170-411ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4111 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO, deChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties3Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de GroepMarkuszower8II.Reactie van de Minister9 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van destand van zaken Villa ExpertCare. Deze leden vinden het positief dat ervoor 38 cliënten een passende zorgplek is gevonden. Tegelijkertijd makenzij zich zorgen om de 19 cliënten waarvoor de overdracht van zorg uiterlijk1 september plaatsvindt. Voor deze kinderen gaat het om zeer kwetsbaresituaties, waarbij continuïteit, kwaliteit en passendheid van zorg vanessentieel belang zijn. Genoemde leden benadrukken dat het van grootbelang is dat voor alle cliënten tijdig een passende en duurzame zorgplekwordt gerealiseerd, die aansluit bij hun complexe zorgbehoefte en waarde benodigde expertise beschikbaar is.De Minister erkent dat de personele situatie op meerdere locatieskwetsbaar is, en dat de verhouding tussen personeel en cliënten verderverslechtert naarmate meer kinderen uitstromen. Juist kinderen met eencomplexe ondersteuningsbehoeften blijven het langst, terwijl hetgespecialiseerd personeel vertrekt. Daarnaast geeft de Minister aan dat erop enkele locaties al gebruik gemaakt wordt van tijdelijke inhuur om decontinuïteit van de zorg te waarborgen. Dit is heel begrijpelijk, maarouders hebben al vele malen aangegeven dat het van groot belang is dathet personeel bekend is en een vertrouwensband heeft met deze kinderen.Daartoe vragen de leden van de D66-fractie welke concrete garanties deMinister kan geven dat de kwaliteit en veiligheid van zorg voor deachterblijvende kinderen gedurende deze periode op peil blijft. Ookvragen deze leden wat het moment is waarop de Minister ingrijpt als blijktdat een locatie niet meer verantwoord kan functioneren.De ouders en verzorgers van deze kinderen leven al maanden in groteonzekerheid. Heldere communicatie is voor hen essentieel. Daartoevragen de leden van de D66-fractie of de Minister nader uiteen kan zettenop welke wijze de ouders proactief op de hoogte worden gehouden vanalle ontwikkelingen, en of het voor hen voldoende duidelijk is waar zijterechtkunnen met vragen of zorgen. Daarnaast vragen deze leden of deplek waar zij terechtkunnen met vragen of zorgen ook voorziet in snelleterugkoppeling en reactie aan alle ouders.Daarnaast laat de Minister weten dat de potentiële overname binnen tweeweken, die dus vandaag aflopen, beoordeeld wordt, om te kijken of eeneventueel overnamevoorstel haalbaar en toekomstbestendig is. Zijn deresultaten hiervan inmiddels bekend? Zijn de ouders hier al overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4112 geïnformeerd, en op welke wijze? Op welke termijn en op welke wijzewordt de Kamer geïnformeerd over het besluit?Tot slot benadrukken de leden van de D66-fractie het belang van goedezorg voor deze kinderen. Zij zijn afhankelijk van goede zorg, stabiliteit envertrouwde gezichten. Ouders moeten er te allen tijde op kunnenvertrouwen dat deze zorg goed geregeld is. Daar blijven de leden van deD66-fractie zich hard voor maken.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief omtrentde stand van zaken Villa ExpertCare. De leden merken op dat de Ministernadrukkelijk haar stelselverantwoordelijkheid neemt. Genoemde ledenhechten hier veel waarde aan omdat de gevolgen voor vele gezinnengroot zijn als deze situatie niet goed wordt opgepakt. Deze leden willen deMinister dan ook vragen hier mee door te gaan en de Kamer regelmatig teinformeren over de stand van zaken. Het is belangrijk dat we ervoorzorgen dat cliënten niet tussen wal en schip vallen.De leden van de VVD-fractie lezen dat voor ongeveer de helft van decliënten inmiddels een passende oplossing is gevonden. Kan de Ministeraangeven voor hoeveel cliënten er momenteel nog geen plek is? Verwachtde Minister dat dit wel gaat lukken voordat de kwaliteit van zorg in hetgeding komt? Verwacht de Minister dat dit wel gaat lukken voordat dezorg wordt afgeschaald? Kan de Minister het tijdspad schetsen wat zijvoor zich ziet?Het is de leden van de VVD-fractie momenteel niet helder of er al zorg isafgeschaald bij Villa ExpertCare, tegen de zin in van ouders en cliënten.Genoemde leden ontvangen namelijk signalen dat dit het geval is. Kan deMinister hier duidelijkheid over geven? Krijgen de cliënten nog hetzelfdeaantal dagen zorg als voor het ontstaan van deze situatie? Is er nog op netzo veel dagen zorg beschikbaar voor de cliënten en is de kwaliteit nog vangelijk niveau?Deelt de Minister de mening dat als een cliënt voorheen bijvoorbeeld vierdagen per week zorg ontving, dat een alternatief voor één dag per weekgeen passende oplossing is?De leden van de VVD-fractie lezen dat op enkele locaties inmiddels algebruik wordt gemaakt van tijdelijke inhuur. Kan de Minister inzicht gevenin wat de invloed daarvan op de kwaliteit van zorg is?De leden van de VVD-fractie merken op dat over een aantal weken dezomervakantie begint. Dit is een periode waarin over het algemeenminder personeel beschikbaar is. Kan de Minister inzicht geven inhoeverre de zorg bij Villa Expert Care ook tijdens deze vakantieperiodevoldoende geborgd is?De leden lezen tot slot dat er scenario’s worden uitgewerkt die nadruk-kelijk als laatste terugvaloptie zijn bedoeld. Kan de Minister aangeven inhoeverre ouders en cliënten worden meegenomen in deze scenario’s?Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO, deChristenUnie, de SGP en de PvdD-fractiesDe leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fractieshebben met veel belangstelling kennisgenomen van de brief van deMinister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, d.d. 20 mei 2026, over VillaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4113 ExpertCare (hierna: VEC). Zij hebben hier nog enkele vragen en opmer-kingen over.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat het Ministerie van VWS in het proces een faciliterende rol speelt en devoortgang van de gemaakte afspraken bewaakt samen met partijen. Dezeleden vragen de Minister of zij nader kan toelichten hoe deze rol erconcreet uitziet en welke werkzaamheden daarbij horen. Welke rol heefthet Ministerie van VWS bijvoorbeeld bij een eventueel overnameproces?Daarnaast lezen zij dat de Minister terecht stelt dat zorgverzekeraars enzorgkantoren een wettelijke zorgplicht hebben. Welke concrete acties zijnvan hen gevraagd en op welke wijze wordt getoetst of zij deze zorgplichtdaadwerkelijk nakomen? Welke interventiemogelijkheden heeft deNederlandse Zorgautoriteit (NZa) indien blijkt dat zorgverzekeraars enzorgkantoren er niet in slagen passende vervolgzorg te realiseren? Is hetEarly Warning System toegepast in de casus van VEC? Welke lessen zijngetrokken uit eerdere casussen waarbij zorg plotseling verdween, zoalsbijvoorbeeld bij faillissementen van ziekenhuizen in de regio, en op welkewijze zijn deze lessen toegepast bij de casus van VEC? Kan de Ministertevens reflecteren op de bevindingen van de Inspectie Gezondheidszorgen Jeugd (IGJ) en in het bijzonder hun conclusie dat zij beperktvertrouwen hebben in de verbeterkracht van de organisatie en heturgentiebesef van de bestuurder?De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties vragende Minister ook of zij het wenselijk vindt dat complexe, specialistischezorg dusdanig afhankelijk is van één individuele, commerciële aanbieder?Zo nee, welke lessen trekt zij uit deze casus? Kan de Minister reflecterenop de vraag of naar haar mening financiële prikkels in de zorg een rolhebben gespeeld bij het ontstaan van de situatie omtrent VEC? Zo nee,waarom niet? Zo ja, welke concrete lessen trekt zij hier uit?De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat per 4 mei «Project Herberg» van start is gegaan. Zij lezen tevens datuit informatie van 11 mei 2026 blijkt dat 38 cliënten inmiddels eenpassende vervolgplek hebben gevonden waarvoor ook de ouders/verzorgers akkoord hebben gegeven. Voor de 38 cliënten voor wie eenvervolgplek is gevonden, hebben de ouders naast het akkoord ookofficieel bevestigd dat het een passende plek is? Voor de overige 19cliënten waarvoor reeds een vervolgplek beschikbaar is, vindt deoverdracht van zorg plaats tussen 15 mei en 1 september. Voor hoeveelcliënten heeft deze overdracht inmiddels plaatsgevonden? Welke concretemaatregelen worden genomen om te voorkomen dat cliënten tijdens deoverdrachtsperiode tussen wal en schip vallen, zonder passende zorg?Voor hoeveel cliënten is er op moment van beantwoording van hetschriftelijk overleg nog geen passende vervolgplek gevonden, uitgesplitstper zorgzwaarte en regio? Per wanneer zou de Minister uiterlijk voor elkvan de cliënten een passende vervolgplek, met akkoord van de ouder(s)/verzorger(s), willen hebben?Aanvullend vragen de leden de leden van de PRO, de ChristenUnie, deSGP en de PvdD-fracties hoe wordt geborgd dat ouders/verzorgersinstemmings- en inspraakmogelijkheden hebben bij het vinden van eenvervolgplek. Hoe wordt bijvoorbeeld erop toegezien dat ouders niet louterop basis van angst voor het wegvallen van zorg akkoord gaan met eenvervolgplek? En in hoeverre wordt de fysieke afstand tussen dewoonplaats en vervolgplek vergroot door de overgang van VEC naar eenvervolgplek? Hoe wordt erop toegezien dat de vervolgplek, na overdrachtvan de cliënt, voldoet aan de aanvankelijke verwachtingen van de ouders?Welke mogelijkheden zijn er indien de vervolgplek toch niet passend blijktte zijn? Wie neemt uiteindelijk besluiten indien de meningen verschillenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4114 over een passende vervolgplek? Is de Minister bereid de Kamer periodiekte informeren over de voortgang van Project Herberg, inclusief aantallencliënten, doorlooptijden en knelpunten?De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat naar aanleiding van een motie van het lid Westerveld, VEC devaststellingsovereenkomsten met medewerkers heeft verlengd. Zij lezentevens dat 41 medewerkers (23 fte) hebben aangegeven ervan gebruik tewillen maken en tot en met 30 september dan wel 31 december 2026 indienst te willen blijven. Kan een overzicht worden aangeleverd van deverdeling per locatie, waarin tevens inzichtelijk wordt gemaakt hoeveelmedewerkers in dienst zijn tot en met 30 september en hoeveelmedewerkers in dienst zijn tot en met 31 december? Zou tevens eenoverzicht verstrekt kunnen worden, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt hoehet huidige aantal fte verdeeld is over de diverse groepen medewerkerswerkzaam bij VEC?De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat VEC heeft aangegeven dat op enkele locaties al gebruik wordtgemaakt van tijdelijke inhuur om de continuïteit van zorg te waarborgen.Op welke locaties is dit het geval? Hoe ziet de verdeling tussen tijdelijkeinhuur en vaste krachten eruit per locatie? De voorgenoemde ledenonderschrijven het belang van de continuïteit van de zorg, maar zoudenook graag de kwaliteit van zorg en veiligheid willen onderstrepen. Hoewordt enerzijds de kwaliteit van zorg en anderzijds de veiligheid geborgd,zeker gelet op de verhoogde inzet van tijdelijke inhuur? Welke maatre-gelen worden genomen om te voorkomen dat de gespecialiseerde kennisen ervaring van de medewerkers niet verloren gaat? En op welke wijzewordt geborgd dat de medewerkers behouden worden voor de sector enhet aanbod krijgen om in dienst te kunnen treden van een anderezorgaanbieder die vergelijkbare zorg levert?De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat VEC heeft aangegeven te onderzoeken of locaties anders georgani-seerd of geclusterd kunnen worden wanneer de personele bezetting encliëntenaantallen daar aanleiding toe geven. Zou nader geschetst kunnenworden hoe de situatie omtrent de personele bezetting en cliëntenaan-tallen eruit zou moeten zien om aanleiding te geven tot het andersorganiseren of clusteren van locaties? Hoe wordt bijvoorbeeld debereikbaarheid van de locaties voor de kinderen en hun ouders meege-wogen bij dit besluit? Zij lezen tevens dat VEC heeft aangegeven een planvoor clustering van locaties formeel voor te leggen aan de cliëntenraad ende raad van commissarissen. Is dit plan inmiddels formeel voorgelegd?Zo ja, zou deze ook gedeeld kunnen worden met de Kamer? Zo nee,wanneer wordt dit naar verwachting formeel voorgelegd aan de cliën-tenraad en de raad van commissarissen?De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat de Minister, B. Braun en VEC nadrukkelijk zal blijven aanspreken ophun verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige overgang. Heeft er nogcontact plaatsgevonden met B. Braun sinds het contact op 23 april jl.? Zoja, op welke momenten en wat is er voortgekomen uit deze contacten?De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat er binnen project Herberg en door zorgverzekeraars en zorgkantorengewerkt wordt aan scenario’s voor het geval de continuïteit van zorgonverwacht verder onder druk komt te staan. Zijn deze scenario’sinmiddels nader uitgewerkt? Zo ja, kunnen deze ook gedeeld worden metde Kamer en worden zij ook voorgelegd aan de cliëntenraad? Zo nee,wanneer kunnen deze scenario’s verwacht worden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4115 De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendaarnaast dat op moment van het schrijven van de brief er met zorgverze-keraars en zorgkantoren is afgesproken dat zij binnen nu en twee weken,gezamenlijk met VEC, beoordelen of een eventueel overnamevoorstelhaalbaar en toekomstbestendig is. Aan de hand van welke criteria wordtbepaald of een voorstel haalbaar en toekomstbestendig is? Gelet op deinmiddels verstreken tijd, is er al een besluit genomen?De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fractieshebben tevens signalen ontvangen dat de locaties in Waalre en Vleutenper 1 juli 2026 mogelijk gaan sluiten. Klopt het dat deze locaties gaansluiten? Zo ja, is er voor elk van de cliënten bij deze locatie een passendalternatief, al dan niet bij een andere locatie van VEC, dat ook goedge-keurd is door de ouders? Zo ja, sinds wanneer is de Minister op de hoogtevan deze voorgenomen sluiting en waarom heeft zij de Kamer hier nieteerder over geïnformeerd?De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fractieshebben tevens signalen vernomen van problemen met specialistischmedisch zorgvervoer voor kinderen met een zeer ernstige meervoudigebeperking (ZEMVB). Eerder in mei heeft bijvoorbeeld het Vervoer collectiefaan de bel getrokken, omdat zij zich ernstige zorgen maakt dat er eencontinuïteitsrisico ontstaat binnen dit essentiële onderdeel van dezorgverlening aan kinderen met een ZEMVB. In hoeverre staat hetspecialistisch medisch zorgvervoer voor cliënten bij VEC momenteelonder druk? Herkent de Minister de signalen dat het specialistischezorgvervoer onder druk staat wegens de aanhoudende stijging vankosten? Herkent de Minister tevens dat de bestaande contractstructurenonder de Zvw en de Wlz onvoldoende ruimte bieden voor passendecompensatie of werkbare oplossingen voor acute kostenstijgingen? Zo ja,is de Minister bereid om in overleg te treden met de uitvoerende partijenen te kijken hoe zij samen tot een oplossing kunnen komen? Hoereflecteert u op de hiermee ontstane continuïteitsrisico’s binnen hetspecialistisch zorgvervoer en de daarop aansluitende zorgketen voor deintegrale kindzorg?De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fractieszouden graag de urgentie van dit dossier willen benadrukken en daaromook verzoeken of de beantwoording zo spoedig mogelijk plaats kanvinden.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben met kennisgenomen van de brief vande Minister over Villa ExpertCare. Zij hebben hier nog enkele vragen enopmerkingen over.Betrokkenen geven aan dat zicht op een net proces met heldere afsprakenontbreekt. Herkent de Minister dit? Zij ervaren namelijk beperkte initia-tieven van ExpertCare in het bereiken van een goede oplossing.In hoeveel gevallen wordt de zorg al afgebouwd terwijl er nog geen(volledige) oplossing is?Heeft de Minister zich op de hoogte laten stellen door ouders overervaringen met de ZZP’ers die worden ingezet? Zo ja, wat heeft zijopgehaald? Genoemde leden bereiken namelijk signalen dat dit weinigperspectief biedt, te onregelmatig, met grote problemen tot gevolg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4116 Hebben zich recent incidenten voorgedaan op locaties van ExpertCarewaar niet de hulp kon worden geboden die nodig was? Hoe wordtvoorkomen dat er calamiteiten gebeuren door alle ontwikkelingen? Kan deMinister garanderen dat er, in overleg met betrokkenen, passende zorgwordt verleend tot aan de sluiting?Wat als er geen passende zorg kan worden gevonden op het moment vansluiting?In de brief schrijft de Minister dat VEC onderzoekt of locaties andersgeorganiseerd of geclusterd kunnen worden. Wat dus zou kunnenbetekenen dat kinderen naar locaties veel verder van huis moeten wordengebracht. Vindt de Minister dit een acceptabele oplossing? Worden deouders hierbij betrokken?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief enhebben voor nu nog een vraag. Deze leden vragen of de Minister nogeens kan toelichten waar ouders en kinderen en/of personeel zich kunnenmelden, op het moment dat zij vastlopen. Is er een centrale plek ofmogelijkheid waar mensen gehoord, geholpen of verder verwezen kunnenworden.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief over de stand van zaken rondom Villa ExpertCare. Deze ledenbenadrukken dat juist voor gezinnen met kinderen die zeer intensieve zorgnodig hebben, de huidige onzekerheid ontzettend ingrijpend is. Voor dezeleden moet absoluut vooropstaan dat kinderen en hun ouders/verzorgersdaadwerkelijk centraal blijven staan in alle keuzes en oplossingen die dekomende periode worden gemaakt. Daarbij waarderen deze leden ook deinzet van betrokken partijen om oog te houden voor de belangen van hetpersoneel, dat zich in deze moeilijke situatie blijft inzetten voor dezekwetsbare groep kinderen.Tevens spreken deze leden hun waardering uit voor alle betrokken partijendie zich momenteel intensief inspannen om voor de getroffen kinderen engezinnen zo snel mogelijk duidelijkheid, passende zorg en rust te creëren.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of inmiddels duidelijk is ofouders/verzorgers zich voldoende gehoord en geholpen voelen door deinzet van de verschillende betrokken partijen, waaronder VWS, en hoe deMinister dit blijft waarborgen. Deze leden hebben verder voorlopig geenvragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief over destand van zaken bij Villa ExpertCare. Zij maken zich grote zorgen over depositie van de gezinnen die door de dreigende sluiting worden getroffenen hebben dan ook nog een aantal vragen en opmerkingen.De leden van de SP-fractie hebben vernomen dat er nu plannen zijn om delocaties in Waalre en Vleuten te sluiten vanaf 1 juli en de zorg voor deovergebleven kinderen vanaf dat moment te concentreren in Rijswijk enWezep. Hoe kijkt de Minister naar dit plan van Villa ExpertCare? Inhoeverre is dit een realistische optie voor de gezinnen om wie het gaat?Wordt er dan verwacht dat zij dagelijks enorme afstanden afleggen omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4117 hun kind daarnaartoe te brengen, aangezien taxivervoer niet voor iederkind een mogelijkheid is?De leden van de SP-fractie constateren dat gezinnen nu in onzekerheidterecht komen als het gaat om de zorg na 1 juli. Welke boodschap heeft deMinister nu voor deze gezinnen? Welke garanties kan zij geven dat allekinderen ook na 1 juli een passende zorgplek hebben?De leden van de SP-fractie hebben grote twijfels over in hoeverre hetmogelijk is om voor alle kinderen een passende zorgplek buiten VillaExpertCare te vinden. Zij benadrukken daarom het belang van eenovername van de zorgvilla’s. In hoeverre wordt momenteel al hetmogelijke gedaan vanuit het ministerie, de zorgverzekeraars en de NZaom overnamekandidaten een serieuze kans te geven?De leden van de SP-fractie lezen dat «binnen nu en twee weken,gezamenlijk met VEC, [wordt beoordeeld] of een eventueel overname-voorstel haalbaar en toekomstbestendig is». Op basis van welke criteriaworden overnamevoorstellen beoordeeld? Op basis waarvan is dezedeadline vastgesteld? Wat gebeurt er als daarna blijkt dat er een serieuzeovername mogelijk is? Zal dan alsnog «volledig worden ingezet opzorgvuldige doorbemiddeling van alle cliënten naar andere aanbieders»?Is er daarbij überhaupt wel de garantie te geven dat er bij andereaanbieders voor alle gezinnen een volwaardig alternatief en een passendeoptie is?De leden van de SP-fractie vragen tot slot of de Minister al serieus heeftgekeken naar de mogelijkheden die de Minister en de IGJ hebben om in tegrijpen bij Villa ExpertCare, op het moment dat er geen overnamekan-didaat wordt gevonden, er ook geen passende plekken elders zijn en decontinuïteit van zorg in gevaar komt. Heeft zij bijvoorbeeld gekeken naarde mogelijkheden om bestuursdwang op te leggen, de Wet beschik-baarheid goederen in te zetten of op een andere manier in te grijpen omte voorkomen dat deze zorgvilla’s sluiten? Herinnert de Minister zich haartoezegging om alle mogelijkheden hiervoor te bekijken en hierover terugte koppelen aan de Kamer?Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep MarkuszowerDe leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van destand van zaken Villa ExpertCare en hebben hierover nog enkele vragenen opmerkingen.De leden van de Groep Markuszower maken zich zorgen over de toekomstvan hooggespecialiseerde verpleegkundige kindzorg in Nederland. Desituatie rond Villa ExpertCare laat zien hoe kwetsbaar deze vorm van zorgis wanneer een aanbieder besluit zijn activiteiten te beëindigen. Voor eenbeperkte groep kinderen met een zeer complexe zorgvraag bestaanimmers slechts weinig alternatieven. Genoemde leden zijn van meningdat dergelijke essentiële nichezorg een bijzondere verantwoordelijkheidvan de overheid behoort te zijn.De leden van de Groep Markuszower vragen de Minister hoe zij voorkomtdat Nederland in de toekomst opnieuw wordt geconfronteerd met eensituatie waarin een hooggespecialiseerde zorgvoorziening voor ernstigzieke kinderen wegvalt terwijl er onvoldoende alternatieve capaciteitbeschikbaar is. Is de Minister bereid te onderzoeken welke vormen vanstructurele borging mogelijk zijn voor dergelijke unieke zorgvoorzie-ningen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4118 De leden van Groep Markuszower constateren dat de continuïteit van dezezorg momenteel sterk afhankelijk blijkt van individuele zorgaanbieders enhun financiële positie. Kan de Minister aangeven of zij van mening is dathet huidige stelsel voldoende waarborgen biedt voor het voortbestaanvan hooggespecialiseerde verpleegkundige kindzorg? Welke lessen trektzij uit de situatie rond Villa ExpertCare voor het landelijke beleid tenaanzien van specialistische zorg voor kleine en kwetsbare patiënten-groepen?De leden van Groep Markuszower lezen dat momenteel wordt gezochtnaar overnamekandidaten en dat tegelijkertijd cliënten worden bemiddeldnaar andere aanbieders. Kan de Minister uiteenzetten hoe zij op langeretermijn wil waarborgen dat expertise, gespecialiseerde verpleegkundigecapaciteit en kennis die binnen Villa ExpertCare zijn opgebouwdbehouden blijven voor de Nederlandse gezondheidszorg? Is zij bereid eenvisie te ontwikkelen op de toekomst van deze vorm van hoogcomplexekindzorg en de Kamer hierover te informeren?De leden van Groep Markuszower begrijpen dat voor een aanzienlijk deelvan de cliënten een vervolgplek wordt gezocht of reeds is gevonden. Kande Minister inzicht geven in de gevolgen die deze overplaatsingen hebbenvoor kinderen en hun ouders/verzorgers, onder meer ten aanzien vanreistijden, afstand tot de woonplaats, de mate van specialistischeexpertise op de nieuwe locatie en de kwaliteit van de geboden zorg?Wordt bijgehouden in hoeverre cliënten terechtkomen in een zorgsettingdie qua zorgniveau en specialistische kennis vergelijkbaar is met VillaExpertCare? Zo ja, kan de Minister de Kamer hierover informeren?II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van destand van zaken Villa ExpertCare. Deze leden vinden het positief dat ervoor 38 cliënten een passende zorgplek is gevonden. Tegelijkertijd makenzij zich zorgen om de 19 cliënten waarvoor de overdracht van zorg uiterlijk1 september plaatsvindt. Voor deze kinderen gaat het om zeer kwetsbaresituaties, waarbij continuïteit, kwaliteit en passendheid van zorg vanessentieel belang zijn. Genoemde leden benadrukken dat het van grootbelang is dat voor alle cliënten tijdig een passende en duurzame zorgplekwordt gerealiseerd, die aansluit bij hun complexe zorgbehoefte en waarde benodigde expertise beschikbaar is.De Minister erkent dat de personele situatie op meerdere locatieskwetsbaar is, en dat de verhouding tussen personeel en cliënten verderverslechtert naarmate meer kinderen uitstromen. Juist kinderen metcomplexe ondersteuningsbehoeften blijven het langst, terwijl hetgespecialiseerd personeel vertrekt. Daarnaast geeft de Minister aan dat erop enkele locaties al gebruik gemaakt wordt van tijdelijke inhuur om decontinuïteit van de zorg te waarborgen. Dit is heel begrijpelijk, maarouders hebben al vele malen aangegeven dat het van groot belang is dathet personeel bekend is en een vertrouwensband heeft met deze kinderen.Daartoe vragen de leden van de D66-fractie welke concrete garanties deMinister kan geven dat de kwaliteit en veiligheid van zorg voor deachterblijvende kinderen gedurende deze periode op peil blijft. Ookvragen deze leden wat het moment is waarop de Minister ingrijpt als blijktdat een locatie niet meer verantwoord kan functioneren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4119 De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op dekwaliteit en veiligheid van zorg en heeft mogelijkheden om in te grijpenals de zorg ondermaats is.Reagerend op berichten uit de media, kan ik bevestigen dat de IGJ VECeen aanwijzing heeft opgelegd. Ik heb uw Kamer hierover op 23 juni jl.vertrouwelijk geïnformeerd. De aanwijzing is op dit moment nog nietopenbaar en tegen een besluit van de IGJ kunnen juridische stappenworden ondernomen die van invloed zijn op de termijn. De aanwijzing isal wel definitief, wat betekent dat VEC uitvoering moet geven aan deaanwijzing. Ik heb uw Kamer hierover op 23 juni jl. vertrouwelijk geïnfor-meerd.Voor de overige locaties blijft de IGJ toezicht houden en kan zij, indien dekwaliteit en veiligheid van zorg daarom vraagt, opnieuw handhavendoptreden. Ingrijpen door de IGJ ziet expliciet op het borgen van kwaliteiten veiligheid. De IGJ heeft niet zelf de mogelijkheid of bevoegdheid ompassende alternatieve zorg te organiseren, maar ziet hier wel nauw op toe.Zorgverzekeraars en zorgkantoren zijn voorbereid op een situatie vanacute discontinuïteit en hebben, indien nodig, noodscenario’s per cliëntklaarliggen.Er kunnen nooit absolute garanties worden gegeven over de zorg iniedere individuele situatie; de kwaliteit van zorg blijft in de praktijk altijdafhankelijk van menselijk handelen en omstandigheden. De IGJ houdt hiertoezicht op en treedt op wanneer dat nodig is. De recente aanwijzing laatzien dat de IGJ van deze bevoegdheid gebruik maakt wanneer de situatiedaarom vraagt.De ouders en verzorgers van deze kinderen leven al maanden in groteonzekerheid. Heldere communicatie is voor hen essentieel. Daartoevragen de leden van de D66-fractie of de Minister nader uiteen kan zettenop welke wijze de ouders proactief op de hoogte worden gehouden vanalle ontwikkelingen, en of het voor hen voldoende duidelijk is waar zijterechtkunnen met vragen of zorgen. Daarnaast vragen deze leden of deplek waar zij terechtkunnen met vragen of zorgen ook voorziet in snelleterugkoppeling en reactie aan alle ouders.Ouders en verzorgers worden door VEC op verschillende manierengeïnformeerd over relevante ontwikkelingen. VEC geeft aan hiervoor eentweewekelijkse nieuwsbrief te gebruiken, waarin de voortgang, belang-rijke besluiten en praktische informatie worden gedeeld. VEC geeftdaarnaast aan dat er aanvullende communicatie plaatsvindt, wanneerontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Ook worden ouders/verzorgersvia het zorgteam op de betreffende locatie geïnformeerd. Daarnaast speeltde cliëntenraad een rol in de informatievoorziening. De cliëntenraadverstuurt volgens VEC tweewekelijks een eigen nieuwsbrief, waarinouders worden geïnformeerd, signalen van ouders worden gedeeld enaanvullende vragen zichtbaar worden gemaakt. Deze signalen wordenvervolgens besproken in het structurele overleg tussen de cliëntenraad enVEC, dat wekelijks plaatsvindt.Ouders/verzorgers kunnen met vragen of zorgen rechtstreeks contactopnemen met de directie van VEC via e-mail. VEC geeft aan dat dezevragen individueel worden beantwoord, dat er of telefonisch contact ofeen gesprek op locatie plaatsvindt. Daarmee is er volgens VEC sprake vandirecte terugkoppeling richting ouders/verzorgers. De zorgverzekeraars enzorgkantoren hebben ook meermaals contact gezocht met de ouders/verzorgers. Zorgverzekeraars en zorgkantoren geven aan dat ouders/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41110 verzorgers ook bij hen terechtkunnen met vragen en zorgen en dat zij henhebben geïnformeerd over waar zij terecht kunnen met vragen en/ofzorgen. Tot slot worden ouders/verzorgers die toestemming hebbengegeven voor deelname aan Project Herberg vanuit dit project actiefbenaderd en kunnen zij daar ook met vragen terecht.Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 11 juni jl.1 is per 17 juni jl. eenonafhankelijk intermediair aangesteld. De onafhankelijk intermediair heeftonder meer aandacht voor de wijze waarop ouders en verzorgers wordenbetrokken en geïnformeerd en kan eventuele knelpunten hierin onder deaandacht brengen van de betrokken partijen en van VWS.Daarnaast laat de Minister weten dat de potentiële overname binnen tweeweken, die dus vandaag aflopen, beoordeeld wordt, om te kijken of eeneventueel overnamevoorstel haalbaar en toekomstbestendig is. Zijn deresultaten hiervan inmiddels bekend? Zijn de ouders hier al overgeïnformeerd, en op welke wijze? Op welke termijn en op welke wijzewordt de Kamer geïnformeerd over het besluit?Aanvankelijk was met een potentiële overnamekandidaat afgesproken datuiterlijk op 27 mei een concreet plan zou worden aangeleverd bijzorgverzekeraars en zorgkantoren ter beoordeling. Omdat dit plan op27 mei nog niet gereed was en de betreffende partij aangaf circa tweeweken extra nodig te hebben, is deze termijn in goed overleg verlengt tot10 juni. Daarbij is afgesproken dat ik uiterlijk op 17 juni zou wordengeïnformeerd over de uitkomst. De zorgverzekeraars en zorgkantorenhebben mij laten weten dat ook op 17 juni geen overnameplan wasontvangen.VEC heeft zich in de tussenliggende periode actief ingespannen om eenmogelijke overname te faciliteren. Daarbij is herhaaldelijk contact gezochtmet de potentiële overnamepartij en is ondersteuning aangeboden bij deverdere uitwerking van een voorstel. Deze inspanningen hebben nietbinnen de afgesproken termijnen tot een reactie of overnameplan geleid.VEC en de betrokken zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben aange-geven dat zij, ondanks verlenging van termijnen en actieve inspanningenom een mogelijke overname te faciliteren, uiteindelijk geen overname-voorstel hebben ontvangen. Op 17 juni is daarom geconcludeerd dat eenovername van de zorgvilla’s op dit moment niet langer aan de orde is endat alle inspanningen gericht moeten zijn op de zorgbemiddeling. Verdereonzekerheid over een mogelijke overname helpt kinderen en ouders nietverder, brengt risico’s met zich mee voor de continuïteit van zorg envertraagt de zorgbemiddeling. Alle betrokken partijen richten zich daaromvolledig op Project Herberg, zodat de continuïteit van zorg voor dezekwetsbare groep kinderen zo goed mogelijk wordt gewaarborgd.Project Herberg is er juist op gericht om, ondanks de schaarste in hetaanbod, voor alle kinderen een passende oplossing te vinden en deovergang naar een andere plek zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen.Dat neemt niet weg dat, wanneer zich alsnog een aanbieder meldt meteen goed onderbouwd overnameplan dat bijdraagt aan de continuïteit vanzorg, VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren dit plan zullen beoordelen.Gezien de huidige situatie is daarbij snelheid van groot belang.1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 402Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41111 VEC heeft ouders hierover op 25 juni jl. geïnformeerd. Middels debeantwoording van dit schriftelijk overleg informeer ik ook de Kamer overdeze ontwikkeling.Tot slot benadrukken de leden van de D66-fractie het belang van goedezorg voor deze kinderen. Zij zijn afhankelijk van goede zorg, stabiliteit envertrouwde gezichten. Ouders moeten er te allen tijde op kunnenvertrouwen dat deze zorg goed geregeld is. Daar blijven de leden van deD66-fractie zich hard voor maken.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief omtrentde stand van zaken Villa ExpertCare. De leden merken op dat de Ministernadrukkelijk haar stelselverantwoordelijkheid neemt. Genoemde ledenhechten hier veel waarde aan omdat de gevolgen voor vele gezinnengroot zijn als deze situatie niet goed wordt opgepakt. Deze leden willen deMinister dan ook vragen hier mee door te gaan en de Kamer regelmatig teinformeren over de stand van zaken. Het is belangrijk dat we ervoorzorgen dat cliënten niet tussen wal en schip vallen.De leden van de VVD-fractie lezen dat voor ongeveer de helft van decliënten inmiddels een passende oplossing is gevonden. Kan de Ministeraangeven voor hoeveel cliënten er momenteel nog geen plek is? Verwachtde Minister dat dit wel gaat lukken voordat de kwaliteit van zorg in hetgeding komt? Verwacht de Minister dat dit wel gaat lukken voordat dezorg wordt afgeschaald? Kan de Minister het tijdspad schetsen wat zijvoor zich ziet?Op peildatum 25 juni jl. is voor 42 kinderen een vervolgplek gevonden,waarvoor ouders toestemming hebben gegeven. Van deze kinderen zijn er31 al uit zorg bij VEC en voor 11 kinderen wordt de overdracht naarvervolgzorg in de periode tot en met september gerealiseerd. Dat betekentdat er nog voor 38 kinderen een passende vervolgplek moet wordengevonden.In de Kamerbrief van 11 juni2 heb ik aangegeven dat ik mij zorgen maakover de voortgang van de zorgbemiddeling. Dat is mede aanleidinggeweest om een onafhankelijk intermediair aan te stellen.Mijn inzet is dat voor alle kinderen zo spoedig mogelijk passendevervolgzorg beschikbaar is, met instemming van ouders/verzorgers. Ditvraagt om zorgvuldigheid en maatwerk in de uitvoering. Daarom kan ikgeen tijdspad schetsen, maar is het doel om dit zo snel en verantwoordmogelijk te realiseren, met als uitgangspunt dat de continuïteit enkwaliteit van zorg geborgd blijven.Het is de leden van de VVD-fractie momenteel niet helder of er al zorg isafgeschaald bij Villa ExpertCare, tegen de zin in van ouders en cliënten.Genoemde leden ontvangen namelijk signalen dat dit het geval is. Kan deMinister hier duidelijkheid over geven? Krijgen de cliënten nog hetzelfdeaantal dagen zorg als voor het ontstaan van deze situatie? Is er nog op netzo veel dagen zorg beschikbaar voor de cliënten en is de kwaliteit nog vangelijk niveau?De IGJ heeft in haar inspectierapport over VEC, dat op 20 mei 2026 isgepubliceerd, beschreven dat op locatie Wezep sprake is geweest vanafschaling van zorg, waaronder wijzigingen in de aanwezigheid en2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 402Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41112 groepssamenstelling en een vermindering van 24/7-aanwezigheid. De IGJbeschrijft in haar rapport ook dat er signalen zijn van verhoogde belastingen meer prikkels voor cliënten en vertegenwoordigers. Er wordt aandachtgevraagd voor de ervaren belasting en de communicatie daarover richtingcliëntvertegenwoordigers. Deze bevindingen zien op de onderzoekspe-riode van 28 januari tot en met 2 april 2026.De IGJ heeft sinds haar vorige rapport aanvullend toezicht uitgevoerd. Opbasis daarvan heeft de IGJ een aanwijzing opgelegd aan VEC. Over deinhoud van de aanwijzing heb ik uw Kamer op 23 juni jl. vertrouwelijkgeïnformeerd, VEC zal zich moeten inspannen uitvoering te geven aan deaanwijzing, in nauwe samenwerking met zorgverzekeraars, zorgkantorenen cliëntenvertegenwoordigers. De aanwijzing is op dit moment nog nietopenbaar en tegen een besluit van de IGJ kunnen juridische stappenworden ondernomen die van invloed zijn op de termijn. De aanwijzing isal wel definitief, wat betekent dat VEC uitvoering moet geven aan deaanwijzing. Ik heb uw Kamer hierover op 23 juni jl. vertrouwelijk geïnfor-meerd.VEC heeft aangegeven dat wordt gestreefd naar het zoveel mogelijkbehouden van het bestaande zorgpatroon per cliënt. Tegelijkertijd geeftVEC aan dat het aantal zorgdagen en de spreiding daarvan niet in allegevallen één-op-één kan worden voortgezet, onder meer als gevolg vande overgang naar andere zorgaanbieders en de beschikbare capaciteit. Ditkan er in de praktijk toe leiden dat het aantal zorgmomenten gelijk blijft,maar anders over de week wordt verdeeld. Of, dat aanpassingenplaatsvinden in frequentie of planning, steeds met instemming vanbetrokkenen. Wanneer er wijzigingen plaatsvinden, gebeurt dit volgensVEC in overleg met ouders of verzorgers en in afstemming met de nieuwezorglocatie, steeds met als uitgangspunt passende, veilige en continuezorg.Deelt de Minister de mening dat als een cliënt voorheen bijvoorbeeld vierdagen per week zorg ontving, dat een alternatief voor één dag per weekgeen passende oplossing is?Of sprake is van passende zorg is altijd afhankelijk van de individuelesituatie en vraagt om maatwerk. Het is daarom niet mogelijk om inalgemene zin te stellen dat een bepaalde vorm van zorg per definitie welof niet passend is. Tegelijkertijd vind ik wel, dat wanneer een cliëntvoorheen meerdere dagen per week zorg ontving, een alternatief datterugvalt naar één dag per week niet vanzelfsprekend passend is. Datmoet altijd zorgvuldig worden onderbouwd vanuit de zorgbehoefte vanhet kind, de impact op het gezin en in samenspraak met ouders/verzorgers.Project Herberg vervult een belangrijke rol bij het in beeld brengen vanpassende vervolgzorg voor cliënten door onafhankelijke verpleegkun-digen. Daarnaast vind ik het belangrijk dat VEC, de cliëntenraad en anderebetrokken partijen hierover goed met elkaar in overleg blijven. In dezesituatie waarin een aanbieder besluit de zorg te gaan beëindigen, zijnveranderingen in de zorgverlening onvermijdelijk. De invulling van zorgkan anders uitpakken dan in de huidige situatie, maar altijd met hetuitgangspunt dat de zorg passend moet zijn.De leden van de VVD-fractie lezen dat op enkele locaties inmiddels algebruik wordt gemaakt van tijdelijke inhuur. Kan de Minister inzicht gevenin wat de invloed daarvan op de kwaliteit van zorg is?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41113 De IGJ houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid van zorg. De IGJ ziet eronder andere op toe dat VEC deskundige professionals, passend bij dezorgvraag van de cliënten inzet. Daarbij verwacht de inspectie van VEC datzij zorgt voor goed ingewerkte, aantoonbaar bekwame en bevoegdezzp’ers en gedetacheerden, zodat de veiligheid van cliënten geborgd blijft.Dit volgt de IGJ in haar toezicht intensief en handelt als er op dit gebiedrisico’s voor de kwaliteit en veiligheid van zorg ontstaan. Inmiddels heeftde IGJ VEC een aanwijzing opgelegd. Ik heb uw Kamer hierover op 23 junijl. vertrouwelijk geïnformeerd. De aanwijzing is op dit moment nog nietopenbaar en tegen een besluit van de IGJ kunnen juridische stappenworden ondernomen die van invloed zijn op de termijn. De aanwijzing isal wel definitief, wat betekent dat VEC uitvoering moet geven aan deaanwijzing.De leden van de VVD-fractie merken op dat over een aantal weken dezomervakantie begint. Dit is een periode waarin over het algemeenminder personeel beschikbaar is. Kan de Minister inzicht geven inhoeverre de zorg bij Villa Expert Care ook tijdens deze vakantieperiodevoldoende geborgd is?VEC heeft mij verzekerd dat de continuïteit van zorg voor de locatiesRijswijk en Wezep tijdens de zomervakantie is geborgd. De zomerplanningis door de zorgteams uitgewerkt, waarbij rekening is gehouden met debeschikbare personele capaciteit en de zorgbehoefte van cliënten. VECgeeft aan dat de zomervakantie leidt tot een ander zorgpatroon, waarbijvaker sprake is van logeerzorg en meerdaagse opvang. Dit is meege-nomen in de personeelsplanning en organisatie van zorg, zodat de inzethierop aansluit.De leden lezen tot slot dat er scenario’s worden uitgewerkt die nadruk-kelijk als laatste terugvaloptie zijn bedoeld. Kan de Minister aangeven inhoeverre ouders en cliënten worden meegenomen in deze scenario’s?In het kader van de zorgplicht van zorgverzekeraars en zorgkantoren zijnvoor alle cliënten die in zorg zijn van VEC noodscenario’s uitgewerkt, voorhet geval sprake zou zijn van acute discontinuïteit van zorg. Dezescenario’s zijn cliëntspecifiek, omdat iedere zorgvraag en thuissituatieanders is. Ouders of vertegenwoordigers van cliënten worden hierbijbetrokken. Zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben mij laten weten datzij de noodscenario’s met ouders of vertegenwoordigers hebbenbesproken en afgestemd. Op dit moment is hier met prioriteit invullingaan gegeven voor de kinderen die door de aanwijzing worden geraakt.Het is daarbij mogelijk dat een noodscenario niet overeenkomt met devoorkeursoplossing van ouders of cliënten. De noodscenario’s zijnnadrukkelijk bedoeld als tijdelijke terugvaloptie om de continuïteit vanzorg te waarborgen, wanneer andere oplossingen niet tijdig beschikbaarblijken.Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO, deChristenUnie, de SGP en de PvdD-fractiesDe leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fractieshebben met veel belangstelling kennisgenomen van de brief van deMinister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, d.d. 20 mei 2026, over VillaExpertCare (hierna: VEC). Zij hebben hier nog enkele vragen en opmer-kingen over.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat het Ministerie van VWS in het proces een faciliterende rol speelt en devoortgang van de gemaakte afspraken bewaakt samen met partijen. DezeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41114 leden vragen de Minister of zij nader kan toelichten hoe deze rol erconcreet uitziet en welke werkzaamheden daarbij horen. Welke rol heefthet Ministerie van VWS bijvoorbeeld bij een eventueel overnameproces?Daarnaast lezen zij dat de Minister terecht stelt dat zorgverzekeraars enzorgkantoren een wettelijke zorgplicht hebben. Welke concrete acties zijnvan hen gevraagd en op welke wijze wordt getoetst of zij deze zorgplichtdaadwerkelijk nakomen? Welke interventiemogelijkheden heeft deNederlandse Zorgautoriteit (NZa) indien blijkt dat zorgverzekeraars enzorgkantoren er niet in slagen passende vervolgzorg te realiseren? Is hetEarly Warning System toegepast in de casus van VEC? Welke lessen zijngetrokken uit eerdere casussen waarbij zorg plotseling verdween, zoalsbijvoorbeeld bij faillissementen van ziekenhuizen in de regio, en op welkewijze zijn deze lessen toegepast bij de casus van VEC? Kan de Ministertevens reflecteren op de bevindingen van de Inspectie Gezondheidszorgen Jeugd (IGJ) en in het bijzonder hun conclusie dat zij beperktvertrouwen hebben in de verbeterkracht van de organisatie en heturgentiebesef van de bestuurder?De rol van het Ministerie van VWS als stelselverantwoordelijke is in dittraject faciliterend en aanjagend van aard. Concreet betekent dit dat VWSde periodieke overleggen tussen betrokken partijen organiseert en voorzit,de voortgang van gemaakte afspraken monitort en partijen aanspreekt ophun verantwoordelijkheden wanneer dat nodig is. Ook draagt VWS eraanbij dat relevante informatie tussen partijen wordt gedeeld en datknelpunten tijdig worden geagendeerd en besproken. Het aanstellen vande onafhankelijk intermediair, betekent ook dat er opnieuw naar deoverlegstructuur wordt gekeken om te bepalen hoe betrokken partijen opeen effectieve manier met elkaar kunnen overleggen.Ik heb vanuit mijn bevoegdheid als Minister geen rol in een eventueelovernameproces tussen private organisaties en meng ik mij niet in deafspraken, onderhandelingen of besluitvorming tussen deze organisaties.Die verantwoordelijkheid ligt bij de betrokken partijen zelf.VEC en de betrokken zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben aange-geven dat zij, ondanks verlenging van termijnen en actieve inspanningenom een mogelijke overname te faciliteren, uiteindelijk geen overname-voorstel hebben ontvangen. Op 17 juni is daarom geconcludeerd dat eenovername van de zorgvilla’s op dit moment niet langer aan de orde is endat alle inspanningen gericht moeten zijn op de zorgbemiddeling. Verdereonzekerheid over een mogelijke overname helpt kinderen en ouders nietverder, brengt risico’s met zich mee voor de continuïteit van zorg envertraagt de zorgbemiddeling. Alle betrokken partijen richten zich daaromvolledig op Project Herberg, zodat de continuïteit van zorg voor dezekwetsbare groep kinderen zo goed mogelijk wordt gewaarborgd.Project Herberg is er juist op gericht om, ondanks de schaarste in hetaanbod, voor alle kinderen een passende oplossing te vinden en deovergang naar een andere plek zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen.Dat neemt niet weg dat, wanneer zich alsnog een aanbieder meldt meteen goed onderbouwd overnameplan dat bijdraagt aan de continuïteit vanzorg, VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren dit plan zullen beoordelen.Gezien de huidige situatie is daarbij snelheid van groot belang.De NZa houdt toezicht op de invulling van de zorgplicht door zorgverzeke-raars en zorgkantoren. De NZa geeft aan dat zij sinds februari metzorgverzekeraars en zorgkantoren in gesprek is over de omvang van deproblematiek en de beschikbare alternatieven voor cliënten. Eind aprilheeft de NZa hen gevraagd om per cliënt noodscenario’s uit te werkenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41115 voor het geval sprake zou zijn van acute discontinuïteit van zorg.Daarnaast heeft de NZa begin mei expliciet uitgevraagd welke mogelijk-heden er binnen de financiële kaders bestaan om, indien nodig,aanvullend zorgaanbod te creëren bij bestaande zorgaanbieders. Tenslotte onderhoudt de NZa intensief contact met zorgverzekeraars enzorgkantoren om de voortgang van deze inspanningen te monitoren.De NZa beschikt over verschillende interventiemogelijkheden indiensprake is van een overtreding van de zorgplicht, waaronder het geven vaneen aanwijzing of het opleggen van een last onder dwangsom. Volgens deNZa is daarvan op dit moment geen sprake. De focus ligt momenteel ophet gezamenlijk realiseren van passende vervolgzorg voor alle betrokkencliënten.Nadat op 27 januari 2026 bekend werd dat de locaties van VEC zoudensluiten per 31 maart 2026 en daarmee de continuïteit van zorg voor dekinderen die verblijven in de villa’s in het geding dreigde te komen, is hetcontinuïteitsbeleid toegepast en zijn de Early Warning System (EWS)-afspraken gevolgd. Hieraan voorafgaand waren er, op basis van debeschikbare informatie, nog geen signalen van concrete continuïteitsri-sico’s, op grond waarvan een Early Warning melding nodig was. Ik hebvan de NZa begrepen dat de NZa, zorgverzekeraars en zorgkantorenvoorafgaand aan het persbericht over de sluiting niet op de hoogte warenvan het voorgenomen besluit van VEC.Naar aanleiding van het faillissement van MC Slotervaart en MC IJssel-meerziekenhuizen heeft het Ministerie van VWS het zogenoemdecontinuïteitsbeleid ingevoerd, om ongecontroleerde faillissementen tevoorkomen. Dit betekent dat wanneer zorgaanbieders in financiëleproblemen (dreigen) te komen, en de continuïteit van de zorg in hetgeding dreigt te komen, de Early Warning System (EWS)-afsprakengelden. Op basis van deze afspraken doet een zorgverzekeraar een EarlyWarning melding bij de NZa, als zij risico’s ziet voor de continuïteit vanzorg op de korte termijn. De NZa meldt dit vervolgens aan het Ministerievan VWS. Deze vroegsignaleringsafspraken hebben tot doel om tijdig tekunnen handelen en de continuïteit van zorg te waarborgen. Naaraanleiding van recentere casuïstiek en praktijkervaringen wordt hetcontinuïteitsbeleid regelmatig aangevuld en bijgewerkt. Het faillissementvan Co-Med is bijvoorbeeld ook geëvalueerd. Uit die evaluatie volgen eenaantal concrete leerpunten. Toezichthouders, zorgverzekeraars en hetMinisterie van VWS werken momenteel aan de verdere uitwerking enimplementatie van de leerpunten uit deze evaluatie. Bijvoorbeeld aan hetbeter delen van signalen rondom discontinuïteit van zorg.De IGJ concludeert in haar rapport van 20 mei 2026 dat zij beperktvertrouwen heeft in de verbeterkracht van de organisatie en het urgentie-besef van de bestuurder. De IGJ geeft daarbij aan dat de bestuurdervolgens haar onvoldoende passend lijkt te handelen op signalen vanprofessionals en cliëntvertegenwoordigers over de continuïteit enkwaliteit van zorg. Ik vind deze conclusie zorgelijk.De recente aanwijzing van de IGJ benadrukt de ernst van de situatie. Datis zeer zorgelijk, vooral voor de betrokken kinderen en hun ouders. Vaneen zorgaanbieder mag worden verwacht dat risico’s tijdig wordenonderkend en dat alles in het werk wordt gesteld om de zorg veilig enverantwoord te blijven leveren.De IGJ heeft hierin een eigen, onafhankelijke verantwoordelijkheid. Ik hebwaardering voor de wijze waarop de IGJ haar toezicht heeft uitgevoerd enheeft ingegrepen toen zij oordeelde dat de kwaliteit en veiligheid van zorgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41116 onvoldoende konden worden geborgd. Voor mij staat nu voorop dat vooralle betrokken kinderen zo snel mogelijk een passend alternatief wordtgevonden en dat ouders daarbij zorgvuldig worden betrokken.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties vragende Minister ook of zij het wenselijk vindt dat complexe, specialistischezorg dusdanig afhankelijk is van één individuele, commerciële aanbieder?Zo nee, welke lessen trekt zij uit deze casus? Kan de Minister reflecterenop de vraag of naar haar mening financiële prikkels in de zorg een rolhebben gespeeld bij het ontstaan van de situatie omtrent VEC? Zo nee,waarom niet? Zo ja, welke concrete lessen trekt zij hier uit?Ik vind het niet wenselijk dat complexe, specialistische zorg in hoge mateafhankelijk is van één individuele aanbieder. Dat kan kwetsbaarhedenopleveren voor de continuïteit van zorg. De afhankelijkheid van éénaanbieder, in combinatie met personele, organisatorische en financiëlevraagstukken, maakt zichtbaar hoe kwetsbaar de continuïteit van zorgvoor een kleine en specialistische doelgroep kan zijn.Ik vind het van belang dat we van iedere continuïteitscasus leren, zoalsook bij eerdere situaties is gebeurd. Daarbij wordt steeds bezien of hethuidige instrumentarium van betrokken partijen toereikend is, ofverantwoordelijkheden helder zijn belegd en of aanvullende maatregelennodig zijn om de continuïteit van zorg verder te versterken en beter teborgen.Op dit moment kan ik niet concluderen dat financiële prikkels de oorzaakzijn van de situatie rondom VEC. Uit de beschikbare informatie blijkt datmeerdere factoren een rol spelen, waaronder personele, organisatorischeen financiële vraagstukken. Het is daarom niet mogelijk om deze situatieuitsluitend toe te schrijven aan financiële prikkels binnen het zorgstelsel.In mijn brief van 10 april jl.3 heb ik reeds toegezegd op termijn eenonafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar hoe deze situatie heeftkunnen ontstaan en welke rol partijen daarin hebben gehad.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat per 4 mei «Project Herberg» van start is gegaan. Zij lezen tevens datuit informatie van 11 mei 2026 blijkt dat 38 cliënten inmiddels eenpassende vervolgplek hebben gevonden waarvoor ook de ouders/verzorgers akkoord hebben gegeven. Voor de 38 cliënten voor wie eenvervolgplek is gevonden, hebben de ouders naast het akkoord ookofficieel bevestigd dat het een passende plek is? Voor de overige 19cliënten waarvoor reeds een vervolgplek beschikbaar is, vindt deoverdracht van zorg plaats tussen 15 mei en 1 september. Voor hoeveelcliënten heeft deze overdracht inmiddels plaatsgevonden? Welke concretemaatregelen worden genomen om te voorkomen dat cliënten tijdens deoverdrachtsperiode tussen wal en schip vallen, zonder passende zorg?Voor hoeveel cliënten is er op moment van beantwoording van hetschriftelijk overleg nog geen passende vervolgplek gevonden, uitgesplitstper zorgzwaarte en regio? Per wanneer zou de Minister uiterlijk voor elkvan de cliënten een passende vervolgplek, met akkoord van de ouder(s)/verzorger(s), willen hebben?Op peildatum 25 juni jl. is voor 42 kinderen een vervolgplek gevonden,waarvoor ouders toestemming hebben gegeven. Van deze kinderen zijn er31 al uit zorg bij VEC en voor 11 kinderen wordt de overdracht naarvervolgzorg in de periode tot en met september gerealiseerd. Dat betekentdat er nog voor 38 kinderen een passende vervolgplek moet worden3Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026 24 170, nr. 399Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41117 gevonden. Voor 18 cliënten is waarschijnlijk een vervolgplek gevonden enwordt gewacht op de definitieve bevestiging. Van de overige 20 cliëntenzitten er 13 in een voortgaande zorgverkenningsfase. De 38 cliënten zijnals volgt verdeeld over de villa’s: Waalre 7 cliënten, Vleuten 7 cliënten,Wezep 7 cliënten, Rijswijk 17 cliënten.De definitieve beoordeling of een zorgplek passend is, wordt door ouders/verzorgers zelf gemaakt, op basis van de door ouders/verzorgers gesteldeafwegingen en in overleg met de zorgorganisatie van de vervolgplek.Door akkoord te gaan met de vervolgplek bevestigt de ouder of verzorgerdat het een passende plek is.De voortgang van de clientovergangen wordt zorgvuldig gemonitord.Indien een cliënt bij een nieuwe zorgaanbieder in zorg gaat, is er volgensde zorgverzekeraars en zorgkantoren altijd sprake van constante evaluatieen afstemming over de zorgplannen en de invulling van zorg. Indien deplek niet passend is, wordt na evaluatie van de zorgvraag gezocht naareen beter passend alternatief. Dit gebeurt via de reguliere zorgbemid-deling. Daarnaast wordt in dit geval de voortgang van alle cliëntover-gangen periodiek (i.e. wekelijks) door VEC gerapporteerd en besprokenmet IGJ, NZa, de zorgverzekeraars, zorgkantoren en de cliëntenraad. Ervindt conform de randvoorwaarden van de IGJ continu een toetsingplaats van kwaliteit, veiligheid en continuïteit van zorg.Aanvullend vragen de leden de leden van de PRO, de ChristenUnie, deSGP en de PvdD-fracties hoe wordt geborgd dat ouders/verzorgersinstemmings- en inspraakmogelijkheden hebben bij het vinden van eenvervolgplek. Hoe wordt bijvoorbeeld erop toegezien dat ouders niet louterop basis van angst voor het wegvallen van zorg akkoord gaan met eenvervolgplek? En in hoeverre wordt de fysieke afstand tussen dewoonplaats en vervolgplek vergroot door de overgang van VEC naar eenvervolgplek? Hoe wordt erop toegezien dat de vervolgplek, na overdrachtvan de cliënt, voldoet aan de aanvankelijke verwachtingen van de ouders?Welke mogelijkheden zijn er indien de vervolgplek toch niet passend blijktte zijn? Wie neemt uiteindelijk besluiten indien de meningen verschillenover een passende vervolgplek? Is de Minister bereid de Kamer periodiekte informeren over de voortgang van Project Herberg, inclusief aantallencliënten, doorlooptijden en knelpunten?Ouders/verzorgers worden actief en structureel betrokken bij het geheleproces rondom het vinden van een vervolgplek. Indicatiestelling enzorginhoud staan centraal bij het zoeken naar een passend vervolg.Binnen zowel de begeleiding door VEC als via Project Herberg worden allebeschikbare opties vooraf met ouders/verzorgers besproken. Ouders/verzorgers behouden keuzevrijheid en kunnen een voorgesteldevervolgplek afwijzen. In de praktijk worden cliënten vaak bij meerderezorgaanbieders aangemeld, zodat er ruimte blijft om een weloverwogenkeuze te maken.Daarnaast kunnen ouders gebruikmaken van onafhankelijke onder-steuning, zoals advisering door DOI-teams4 en cliëntondersteuning viaMetgezel. Deze ondersteuning draagt eraan bij dat ouders/verzorgers huninstemmingsrecht daadwerkelijk kunnen uitoefenen en goed geïnfor-meerd keuzes kunnen maken.4DOI staat voor domeinoverstijgend indiceren. Een DOI-team bestaat uit onafhankelijkekinderverpleegkundigen, Metgezel en zorgmedewerkers van VEC.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41118 Door het wegvallen van aanbod bij VEC is het reëel dat voor een deel vande cliënten de reistijd naar een vervolgplek toeneemt. Bij het zoeken naarpassend alternatief aanbod wordt de afstand nadrukkelijk meegewogen,maar dit is niet het enige criterium. Beschikbaarheid van specialistischezorg kan ertoe leiden dat een plek op grotere afstand noodzakelijk is.Eventuele veranderingen in reistijd worden altijd in overleg met oudersbesproken. Daarbij worden ook aanvullende mogelijkheden verkend, zoalsinzet van vervoer of (tijdelijke) intensivering van zorg in de thuissituatie.De passendheid van de vervolgplek wordt vooraf geborgd door intensievebegeleiding en informatievoorziening richting ouders/verzorgers. Naplaatsing is, net als bij iedere zorgrelatie, sprake van evaluatie van degeboden zorg. Dit gebeurt in samenspraak tussen ouders/verzorgers, denieuwe zorgaanbieder en indien betrokken de zorgverzekeraar of hetzorgkantoor. Binnen Project Herberg wordt de passendheid van zorgdaarnaast bewaakt door onafhankelijke kinderverpleegkundigen, dietoezien op een juiste indicatie en invulling van de zorg. VEC geeft aanbovendien een eindevaluatie uit te voeren per cliënt, waarin wordtteruggekeken op de overdracht en de aansluiting van de vervolgzorg.Indien een vervolgplek in de praktijk niet passend blijkt, wordt dit opnieuwbeoordeeld door de betrokken zorgaanbieder in samenspraak metouders/verzorgers en indien nodig met betrokkenheid van de zorgverze-keraar of het zorgkantoor. Waar nodig kan de zorg worden aangepast ofkan opnieuw worden gezocht naar een alternatieve plek.Het uitgangspunt is dat ouders/verzorgers een doorslaggevende rolhebben bij de keuze voor een vervolgplek. De besluitvorming vindt plaatsin samenspraak tussen ouders, zorgaanbieder en zorgverzekeraar ofzorgkantoor, waarbij ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid handelt.In situaties waarin verschillen van inzicht ontstaan, wordt in overleggezocht naar een oplossing die recht doet aan de zorgbehoefte van decliënt en de professionele standaarden. Passende zorg betekent echterniet dat de zorg hetzelfde is als wat cliënten en ouders/verzorgers gewendzijn. Door de sluiting van de villa’s zal er hoe dan ook een veranderingoptreden voor cliënten en ouders/verzorgers.Ik vind het van belang om uw Kamer te informeren wanneer daaraanleiding toe is. Dat heb ik de afgelopen periode ook gedaan viameerdere Kamerbrieven. Daarmee is uw Kamer tot op heden zorgvuldigen tijdig geïnformeerd. Om goed zicht te houden op de voortgang van hetproces heb ik, zoals toegelicht in mijn brief van 11 juni jl.5, een onafhan-kelijk intermediair aangesteld om de zorgbemiddeling te versnellen en hetvertrouwen in het proces te versterken. Gelet op de huidige stand vanzaken acht ik de aanvullende informatiewaarde van afzonderlijke,periodieke rapportages op dit moment beperkt. Uiteraard blijf ik alert oprelevante ontwikkelingen en eventuele knelpunten. Indien daar aanleidingtoe is, zal ik uw Kamer hierover vanzelfsprekend blijven informeren.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat naar aanleiding van een motie van het lid Westerveld (Kamerstuk24 170, nr. 391), VEC de vaststellingsovereenkomsten met medewerkersheeft verlengd. Zij lezen tevens dat 41 medewerkers (23 fte) hebbenaangegeven ervan gebruik te willen maken en tot en met 30 septemberdan wel 31 december 2026 in dienst te willen blijven. Kan een overzichtworden aangeleverd van de verdeling per locatie, waarin tevens inzich-telijk wordt gemaakt hoeveel medewerkers in dienst zijn tot en met30 september en hoeveel medewerkers in dienst zijn tot en met5Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 402Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41119 31 december? Zou tevens een overzicht verstrekt kunnen worden, waarbijinzichtelijk wordt gemaakt hoe het huidige aantal fte verdeeld is over dediverse groepen medewerkers werkzaam bij VEC?Er kan geen overzicht worden verstrekt waarin de verdeling per locatieen/of per functiegroep inzichtelijk wordt gemaakt. Dergelijke informatie isherleidbaar tot individuele medewerkers en/of bevat bedrijfsgevoeligegegevens, waardoor verstrekking niet verenigbaar is met privacy- enbedrijfsbelangen. Volgens VEC zijn er op 30 september 2026 24medewerkers (16 fte) in dienst en op 31 december 2026 zijn er 20medewerkers (15 fte) in dienst.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat VEC heeft aangegeven dat op enkele locaties al gebruik wordtgemaakt van tijdelijke inhuur om de continuïteit van zorg te waarborgen.Op welke locaties is dit het geval? Hoe ziet de verdeling tussen tijdelijkeinhuur en vaste krachten eruit per locatie? De voorgenoemde ledenonderschrijven het belang van de continuïteit van de zorg, maar zoudenook graag de kwaliteit van zorg en veiligheid willen onderstrepen. Hoewordt enerzijds de kwaliteit van zorg en anderzijds de veiligheid geborgd,zeker gelet op de verhoogde inzet van tijdelijke inhuur? Welke maatre-gelen worden genomen om te voorkomen dat de gespecialiseerde kennisen ervaring van de medewerkers niet verloren gaat? En op welke wijzewordt geborgd dat de medewerkers behouden worden voor de sector enhet aanbod krijgen om in dienst te kunnen treden van een anderezorgaanbieder die vergelijkbare zorg levert?VEC geeft aan dat er op alle locaties gebruik wordt gemaakt van tijdelijkeinhuur, als onderdeel van de maatregelen om de continuïteit en veiligheidvan zorg te waarborgen tijdens de afbouwfase. VEC geeft ook aan dat deverhouding tussen vaste en tijdelijke inzet verschilt per locatie. VolgensVEC is de verdeling tussen vaste en tijdelijke inzet het gevolg van degefaseerde afbouw en de keuzes die medewerkers zelf hebben gemaaktna het aanbod tot het openbreken van de vaststellingsovereenkomsten(VSO’s).De IGJ ziet er onder andere op toe dat VEC deskundige professionals,passend bij de zorgvraag van de cliënten, inzet. Daarbij verwacht deinspectie van VEC dat zij zorgt voor goed ingewerkte, aantoonbaarbekwame en bevoegde zzp’ers en gedetacheerden, zodat de veiligheidvan cliënten geborgd blijft. De IGJ heeft VEC een aanwijzing opgelegd. Ikheb uw Kamer hierover op 23 juni jl. vertrouwelijk geinformeerd. Deaanwijzing is op dit moment nog niet openbaar en tegen een besluit vande IGJ kunnen juridische stappen worden ondernomen die van invloedzijn op de termijn. De aanwijzing is al wel definitief, wat betekent dat VECuitvoering moet geven aan de aanwijzing. Ik heb uw Kamer hierover op23 juni jl. vertrouwelijk geïnformeerd.Het is belangrijk dat expertise en ervaring van gespecialiseerd verpleeg-kundig personeel in de sector behouden blijven. Tegelijkertijd makenzorgprofessionals zelf keuzes over hun loopbaan en werkplek. Hetbeëindigen van een dienstverband bij VEC kan aanleiding zijn om na tedenken over een volgende stap in de loopbaan. Om zorgprofessionalsdaarbij te ondersteunen, is eerder dit jaar het studiekeuze- en loopbaan-platform Zowi6 beschikbaar gekomen. Om professionals daarbij teondersteunen, is eerder dit jaar het studiekeuze- en loopbaanplatformZowi7 beschikbaar gekomen. Daarmee kan deze groep professionals6Zie www.zowi.nl7Zie www.zowi.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41120 bijvoorbeeld verkennen welke vervolgstap binnen zorg en welzijn passendzou kunnen zijn, gebaseerd op hun specifieke situatie en de kennis enexpertise die zij bezitten. Zowi geeft suggesties voor functies, opleidingenen ontwikkelpaden in zorg en welzijn. Dat kunnen logische vervolgstappenzijn, maar ook opties waar deze professionals zelf misschien nog niet aanhadden gedacht. Ook daarmee komen zij terecht op een plek die bij henpast en blijft de opgebouwde ervaring en capaciteit voor de sectorbehouden.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat VEC heeft aangegeven te onderzoeken of locaties anders georgani-seerd of geclusterd kunnen worden wanneer de personele bezetting encliëntenaantallen daar aanleiding toe geven. Zou nader geschetst kunnenworden hoe de situatie omtrent de personele bezetting en cliëntenaan-tallen eruit zou moeten zien om aanleiding te geven tot het andersorganiseren of clusteren van locaties? Hoe wordt bijvoorbeeld debereikbaarheid van de locaties voor de kinderen en hun ouders meege-wogen bij dit besluit? Zij lezen tevens dat VEC heeft aangegeven een planvoor clustering van locaties formeel voor te leggen aan de cliëntenraad ende raad van commissarissen. Is dit plan inmiddels formeel voorgelegd?Zo ja, zou deze ook gedeeld kunnen worden met de Kamer? Zo nee,wanneer wordt dit naar verwachting formeel voorgelegd aan de cliën-tenraad en de raad van commissarissen?In mijn brief van 20 mei jl.8 heb ik aangegeven dat VEC onderzocht oflocaties anders georganiseerd of geclusterd kunnen worden wanneer depersonele bezetting en/of cliëntenaantallen daar aanleiding toe geven. Ikheb daarbij aangegeven dat dergelijke keuzes zorgvuldig en tijdig moetenworden voorbereid, passend moeten zijn voor cliënten, ouders/verzorgersen personeel, en dat de continuïteit en kwaliteit van zorg voor cliëntenvoorop moeten blijven staan.Daarbij geldt als uitgangspunt dat iedere locatie beschikt over voldoendeen stabiele inzet van gekwalificeerd personeel en een voldoende aantalcliënten om zorg veilig, deskundig en efficiënt te kunnen organiseren.Wanneer deze randvoorwaarden niet meer op alle vier locaties afzon-derlijk kunnen worden gehaald, kan clustering van zorg bijdragen aan: hetbehouden van voldoende deskundigheid en continuïteit in teams, hetwaarborgen van veiligheid en kwaliteit van zorg en het voorkomen vanversnippering van schaarse capaciteit. Clustering is daarmee geen doel opzich, maar een zorginhoudelijk onderbouwde maatregel om de kwaliteiten veiligheid van zorg juist te beschermen in een situatie van afbouw enschaarste.Het voornemen van VEC tot clustering betrof het per 1 juli verplaatsen vanin totaal elf cliënten van de locaties Waalre en Vleuten naar Rijswijk enWezep. VEC geeft aan op 15 mei jl. de cliëntenraad, de Raad van Commis-sarissen en medewerkers geïnformeerd te hebben over de mogelijkheidvan clustering van zorg. Vervolgens heeft VEC op 22 mei jl. een adviesaan-vraag hierover ingediend bij zowel de cliëntenraad als de Raad vanCommissarissen. Op 22 mei jl. zijn volgens VEC ook alle ouders/verzorgers middels een tweewekelijkse nieuwsbrief geïnformeerd over demogelijkheid van het samenbrengen van kinderen op één of twee villa’s inplaats van vier. Op 5 juni jl. hebben volgens VEC betreffende ouders/verzorgers van de villa’s Waalre en Vleuten hierover algemene informatieontvangen met een uitnodiging voor een gesprek met VEC en hetzorgteam van de betreffende villa. In mijn gesprek met VEC en B. Braunop 10 juni jl. gaf VEC aan dat vertegenwoordigers van VEC inmiddels met8Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 401Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41121 negen ouders van cliënten binnen de scope van de voorgenomenclustering hebben gesproken. Deze gesprekken zijn volgens VECconstructief verlopen. Daarbij zijn zorgen en aandachtspunten van oudersbesproken, waaronder vragen over financiering, contacten met zorgverze-keraars en vervoer.Tijdens mijn gesprek met VEC en B. Braun op 10 juni jl., en zoals gecom-municeerd in mijn Kamerbrief van 11 juni jl.9, heb ik geconstateerd dat er,zowel bij mij als bij betrokkenen, nog aanzienlijke zorgen bestaan over dezorgvuldigheid van het doorlopen proces en de mate waarin ouders tijdigen voldoende zijn meegenomen in de besluitvorming rondom clustering.Daarom is afgesproken dat ik een onafhankelijke intermediair aanstel endat de voorgenomen clustering per 1 juli niet zou plaatsvinden voordatvoor de betreffende kinderen een passend alternatief was gevonden.De IGJ heeft sinds haar laatste inspectierapport, aanvullend toezichtuitgevoerd. Op basis daarvan heeft de IGJ een aanwijzing opgelegd aanVEC. De aanwijzing is op dit moment nog niet openbaar en tegen eenbesluit van de IGJ kunnen juridische stappen worden ondernomen dievan invloed zijn op de termijn. De aanwijzing is al wel definitief, watbetekent dat VEC uitvoering moet geven aan de aanwijzing. Ik heb uwKamer hierover op 23 juni jl. vertrouwelijk geïnformeerd.Daarmee is de eerdere discussie over clustering van deze locatiesachterhaald door de actuele situatie en staat niet langer de clustering vanlocaties centraal, maar het zo snel mogelijk realiseren van een zorgvuldigeoverdracht naar passende alternatieve zorg. Tegen die achtergrond zie ikgeen aanleiding om de eerdere documenten over de voorgenomenclustering met uw Kamer te delen.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat de Minister, B. Braun en VEC nadrukkelijk zal blijven aanspreken ophun verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige overgang. Heeft er nogcontact plaatsgevonden met B. Braun sinds het contact op 23 april jl.? Zoja, op welke momenten en wat is er voortgekomen uit deze contacten?Naast het gesprek met B. Braun op 23 april jl., heb ik op 10 juni jl.gesproken met het bestuur van VEC en B. Braun samen. In mijn brief van11 juni jl.10 heb ik de uitkomsten van dit gesprek gedeeld.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendat er binnen project Herberg en door zorgverzekeraars en zorgkantorengewerkt wordt aan scenario’s voor het geval de continuïteit van zorgonverwacht verder onder druk komt te staan. Zijn deze scenario’sinmiddels nader uitgewerkt? Zo ja, kunnen deze ook gedeeld worden metde Kamer en worden zij ook voorgelegd aan de cliëntenraad? Zo nee,wanneer kunnen deze scenario’s verwacht worden?In het kader van de zorgplicht van zorgverzekeraars en zorgkantoren zijner door alle betrokken partijen noodplannen opgesteld. Dat betekent dater per cliënt een noodscenario ligt indien er sprake is van acute disconti-nuïteit van zorg. Deze plannen zijn cliëntspecifiek. Zorgverzekeraars enzorgkantoren hebben mij laten weten dat met de ouders of vertegenwoor-digers van de cliënten de mogelijkheden zijn verkend en het noodscenariois afgestemd. Het is goed mogelijk dat de noodoplossing niet gelijk is aande voorkeursoplossing maar in veel gevallen zal sprake zijn van eentijdelijke noodoplossing. De noodscenario’s zijn afgestemd met de NZa.9Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 40210Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 402Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41122 Ik begrijp de wens van uw Kamer om inzicht te krijgen in de noodscena-rio’s. Omdat de noodplannen specifiek per client zijn en daardoorprivacygevoelige informatie bevatten, kunnen deze plannen niet met deKamer gedeeld worden en openbaar gemaakt worden.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fracties lezendaarnaast dat op moment van het schrijven van de brief er met zorgverze-keraars en zorgkantoren is afgesproken dat zij binnen nu en twee weken,gezamenlijk met VEC, beoordelen of een eventueel overnamevoorstelhaalbaar en toekomstbestendig is. Aan de hand van welke criteria wordtbepaald of een voorstel haalbaar en toekomstbestendig is? Gelet op deinmiddels verstreken tijd, is er al een besluit genomen?Zorgverzekeraars en zorgkantoren geven aan dat zij een overnamebeoordelen op basis van een onderbouwd plan, waarin onder meerzorginhoudelijke, organisatorische en financiële aspecten zijn uitgewerkt.Aanvankelijk was met een potentiële overnamekandidaat afgesproken datuiterlijk op 27 mei een concreet plan zou worden aangeleverd bijzorgverzekeraars en zorgkantoren ter beoordeling. Omdat dit plan op27 mei nog niet gereed was en de betreffende partij aangaf circa tweeweken extra nodig te hebben, is deze termijn in goed overleg verlengt tot10 juni. Daarbij is afgesproken dat ik uiterlijk op 17 juni zou wordengeïnformeerd over de uitkomst. De zorgverzekeraars en zorgkantorenhebben mij laten weten dat ook op 17 juni geen overnameplan wasontvangen.VEC heeft zich in de tussenliggende periode actief ingespannen om eenmogelijke overname te faciliteren. Daarbij is herhaaldelijk contact gezochtmet de potentiële overnamepartij en is ondersteuning aangeboden bij deverdere uitwerking van een voorstel. Deze inspanningen hebben nietbinnen de afgesproken termijnen tot een reactie geleid.VEC en de betrokken zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben aange-geven dat zij, ondanks verlenging van termijnen en actieve inspanningenom een mogelijke overname te faciliteren, uiteindelijk geen overname-voorstel hebben ontvangen. Op 17 juni is daarom geconcludeerd dat eenovername van de zorgvilla’s op dit moment niet langer aan de orde is endat alle inspanningen gericht moeten zijn op de zorgbemiddeling. Verdereonzekerheid over een mogelijke overname helpt kinderen en ouders nietverder, brengt risico’s met zich mee voor de continuïteit van zorg envertraagt de zorgbemiddeling. Alle betrokken partijen richten zich daaromvolledig op Project Herberg, zodat de continuïteit van zorg voor dezekwetsbare groep kinderen zo goed mogelijk wordt gewaarborgd.Project Herberg is er juist op gericht om, ondanks de schaarste in hetaanbod, voor alle kinderen een passende oplossing te vinden en deovergang naar een andere plek zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen.Dat neemt niet weg dat, wanneer zich alsnog een aanbieder meldt meteen goed onderbouwd overnameplan dat bijdraagt aan de continuïteit vanzorg, VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren dit plan zullen beoordelen.Gezien de huidige situatie is daarbij snelheid van groot belang.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fractieshebben tevens signalen ontvangen dat de locaties in Waalre en Vleutenper 1 juli 2026 mogelijk gaan sluiten. Klopt het dat deze locaties gaansluiten? Zo ja, is er voor elk van de cliënten bij deze locatie een passendalternatief, al dan niet bij een andere locatie van VEC, dat ook goedge-keurd is door de ouders? Zo ja, sinds wanneer is de Minister op de hoogteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41123 van deze voorgenomen sluiting en waarom heeft zij de Kamer hier nieteerder over geïnformeerd?Het voornemen van VEC tot clustering betrof het per 1 juli verplaatsen vanin totaal elf cliënten van de locaties Waalre en Vleuten naar Rijswijk enWezep. Tijdens mijn gesprek met VEC en B. Braun op 10 juni, en zoalsgecommuniceerd in mijn Kamerbrief van 11 juni jl.11, heb ik geconstateerddat er, zowel bij mij als bij betrokkenen, nog aanzienlijke zorgen bestaanover de zorgvuldigheid van het doorlopen proces en de mate waarinouders tijdig en voldoende zijn meegenomen in de besluitvormingrondom clustering. Daarom is afgesproken dat ik een onafhankelijkeintermediair aanstel en dat de voorgenomen clustering per 1 juli niet zouplaatsvinden voordat voor de betreffende kinderen een passend alter-natief was gevonden.De IGJ heeft sinds haar vorige rapport aanvullend toezicht uitgevoerd. Opbasis daarvan heeft de IGJ een aanwijzing opgelegd aan VEC. Deaanwijzing is op dit moment nog niet openbaar en tegen een besluit vande IGJ kunnen juridische stappen worden ondernomen die van invloedzijn op de termijn. De aanwijzing is al wel definitief, wat betekent dat VECuitvoering moet geven aan de aanwijzing. Ik heb uw Kamer hierover op23 juni jl. vertrouwelijk geïnformeerd.Daarmee is de eerdere discussie over clustering van deze locatiesachterhaald door de actuele situatie en staat niet langer de clustering vanlocaties centraal, maar het zo snel mogelijk realiseren van een zorgvuldigeoverdracht naar passende alternatieve zorg.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fractieshebben tevens signalen vernomen van problemen met specialistischmedisch zorgvervoer voor kinderen met een zeer ernstige meervoudigebeperking (ZEMVB). Eerder in mei heeft bijvoorbeeld het Vervoer collectiefaan de bel getrokken, omdat zij zich ernstige zorgen maakt dat er eencontinuïteitsrisico ontstaat binnen dit essentiële onderdeel van dezorgverlening aan kinderen met een ZEMVB. In hoeverre staat hetspecialistisch medisch zorgvervoer voor cliënten bij VEC momenteelonder druk? Herkent de Minister de signalen dat het specialistischezorgvervoer onder druk staat wegens de aanhoudende stijging vankosten? Herkent de Minister tevens dat de bestaande contractstructurenonder de Zvw en de Wlz onvoldoende ruimte bieden voor passendecompensatie of werkbare oplossingen voor acute kostenstijgingen? Zo ja,is de Minister bereid om in overleg te treden met de uitvoerende partijenen te kijken hoe zij samen tot een oplossing kunnen komen? Hoereflecteert u op de hiermee ontstane continuïteitsrisico’s binnen hetspecialistisch zorgvervoer en de daarop aansluitende zorgketen voor deintegrale kindzorg?Ik heb kennisgenomen van de brief van het Vervoer Collectief, die ik inafschrift heb ontvangen via het verzoek van de vaste commissie voorVolksgezondheid, Welzijn en Sport van 3 juni 2026 (kenmerk 2026Z11760).De specifieke signalen over problemen met specialistisch medischzorgvervoer waren tijdens het plenaire debat met uw Kamer op 2 april jl.onder mijn aandacht gebracht door Kamerlid van Houwelingen (FvD).Ik herken het signaal dat stijgende kosten, waaronder brandstofkosten,een grote impact kunnen hebben op vervoerders. De impact vankostenstijgingen is mede afhankelijk van de duur daarvan en de mogelijk-heden om deze binnen de bedrijfsvoering en de contractafspraken op te11Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 402Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41124 vangen. Mij is echter niet bekend in hoeverre dit op dit moment leidt totconcrete continuïteitsproblemen in het specialistisch medisch zorgvervoervoor cliënten van VEC.Ik herken niet dat de bestaande contractstructuren onder de Zvw en deWlz per definitie onvoldoende ruimte bieden voor passende oplossingen.Ik ben van mening dat zorgverzekeraars en zorgkantoren voldoendemogelijkheden hebben om, waar nodig, met aanbieders en vervoerders ingesprek te gaan over knelpunten en passende oplossingen. Vanuit hunzorgplicht zijn zij verantwoordelijk voor het borgen van de continuïteit vanzorg, inclusief de randvoorwaarden die daarvoor noodzakelijk zijn.Wel neem ik de signalen serieus. Ambtenaren van het Ministerie van VWShebben, na het debat van 2 april jl. meermalen contact gehad met eenspecialistisch zorgvervoerder en aan de betrokken zorgverzekeraar/zorgkantoor gevraagd contact met hem op te nemen. Ik zal dit signaalopnieuw onder de aandacht brengen en nu ook breder bij Zorgverzeke-raars Nederland (ZN). Daarnaast zal ik het bespreken in mijn reguliereoverleggen met de NZa. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan devraag in hoeverre de huidige bekostiging en indexering voldoendeaansluiten bij de ontwikkelingen in de praktijk. De NZa indexeert tarievenjaarlijks op basis van loon- en prijsontwikkelingen, waarbij ook brandstof-kosten onderdeel uitmaken van de gehanteerde prijsindices.Ik onderschrijf dat specialistisch medisch vervoer een onmisbare schakelis in de zorgketen voor kinderen met een zeer ernstige meervoudigebeperking. Juist daarom is het van belang dat eventuele continuïteitsri-sico’s tijdig worden gesignaleerd en besproken. Ik vertrouw erop datzorgverzekeraars, zorgkantoren, vervoerders en zorgaanbieders hieringezamenlijk hun verantwoordelijkheid nemen.Met het beantwoorden van deze vragen ga ik ervan uit tevens te hebbenvoldaan aan het commissieverzoek van de Tweede Kamer om een reactieop de brief van het Vervoer Collectief12.De leden van de PRO, de ChristenUnie, de SGP en de PvdD-fractieszouden graag de urgentie van dit dossier willen benadrukken en daaromook verzoeken of de beantwoording zo spoedig mogelijk plaats kanvinden.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben met kennisgenomen van de brief vande Minister over Villa ExpertCare. Zij hebben hier nog enkele vragen enopmerkingen over.Betrokkenen geven aan dat zicht op een net proces met heldere afsprakenontbreekt. Herkent de Minister dit? Zij ervaren namelijk beperkte initia-tieven van ExpertCare in het bereiken van een goede oplossing.Dat beeld herken ik niet. Op 8 april 2026 heb ik met de NZa, IGJ, zorgver-zekeraars, zorgkantoren en het bestuur en de cliëntenraad van VECgesproken. Naar aanleiding daarvan is afgesproken dat partijen wekelijksbijeenkomen om de voortgang en actuele ontwikkelingen te bespreken.Deze overleggen vinden plaats in wisselende samenstelling en staanonder leiding van het Ministerie van VWS. De ene week nemen vertegen-woordigers van de NZa, de IGJ en de betrokken zorgverzekeraars enzorgkantoren deel. De andere week sluiten daarnaast ook het bestuur van12Commissieverzoek 2026Z11760Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41125 VEC en de cliëntenraad aan. Ter voorbereiding op deze overleggenverstrekt VEC voorafgaand aan ieder overleg een actueel overzicht van destand van zaken rond de zorgbemiddeling, de personele situatie en hetovernameproces. Daarnaast kent Project Herberg, waarbinnen dezorgbemiddeling plaatsvindt, een eigen governance-structuur. Onafhanke-lijke deskundigen beoordelen per cliënt welke vervolgzorg passend enbeschikbaar is. Hierover wordt vervolgens gerapporteerd aan eenstuurgroep bestaande uit VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren.Ik onderken dat sprake is van een complex traject met veel betrokkenpartijen. Juist daarom zet ik, samen met partijen, in op regelmatigeafstemming en duidelijke afspraken. Daarmee proberen we het proces zozorgvuldig mogelijk te laten verlopen en betrokkenen zo goed mogelijk teinformeren.In mijn brief van 11 juni jl.13 geeft ik aan dat ik wel heb geconstateerd datde verhouding tussen VEC en de cliëntenraad onder druk staat. Ditbemoeilijkt de gezamenlijke voortgang van het proces. Om de voortgangvan de zorgbemiddeling te versnellen en het vertrouwen in het proces teverbeteren, zal ik, zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 11 juli jl.14 iseen onafhankelijk intermediair aangesteld. De onafhankelijjk intermediairzal zelf ook regulier en intensief overleg voeren met betrokken partijen.Het aanstellen van de onafhankelijk intermediair, betekent ook dat eropnieuw naar de overlegstructuur wordt gekeken om te bepalen hoebetrokken partijen op een effectieve manier met elkaar kunnenoverleggen.In hoeveel gevallen wordt de zorg al afgebouwd terwijl er nog geen(volledige) oplossing is?Heeft de Minister zich op de hoogte laten stellen door ouders overervaringen met de ZZP’ers die worden ingezet? Zo ja, wat heeft zijopgehaald? Genoemde leden bereiken namelijk signalen dat dit weinigperspectief biedt, te onregelmatig, met grote problemen tot gevolg.De IGJ heeft in haar inspectierapport over VEC, dat op 20 mei 2026 isgepubliceerd, beschreven dat op locatie Wezep sprake is geweest vanafschaling van zorg, waaronder wijzigingen in de aanwezigheid engroepssamenstelling en een vermindering van 24/7-aanwezigheid. De IGJbeschrijft in haar rapport ook dat er signalen zijn van verhoogde belastingen meer prikkels voor cliënten en vertegenwoordigers. Er wordt aandachtgevraagd voor de ervaren belasting en de communicatie daarover richtingcliëntvertegenwoordigers. Deze bevindingen zien op de onderzoekspe-riode van 28 januari tot en met 2 april 2026.De IGJ heeft sinds haar vorige rapport aanvullend toezicht uitgevoerd. Opbasis daarvan de IGJ een aanwijzing opgelegd aan VEC. VEC zal zichmoeten inspannen om uitvoering te geven aan de aanwijzing, in nauwesamenwerking met zorgverzekeraars, zorgkantoren en cliëntenvertegen-woordigers. De aanwijzing is op dit moment nog niet openbaar en tegeneen besluit van de IGJ kunnen juridische stappen worden ondernomendie van invloed zijn op de termijn. De aanwijzing is al wel definitief, watbetekent dat VEC uitvoering moet geven aan de aanwijzing. Ik heb uwKamer hierover op 23 juni jl. vertrouwelijk geïnformeerd.VEC heeft aangegeven dat wordt gestreefd naar het zoveel mogelijkbehouden van het bestaande zorgpatroon per cliënt. Tegelijkertijd geeftVEC aan dat het aantal zorgdagen en de spreiding daarvan niet in alle13Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 40214Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 402Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41126 gevallen één-op-één kan worden voortgezet, onder meer als gevolg vande overgang naar andere zorgaanbieders en de beschikbare capaciteit. Ditkan er in de praktijk toe leiden dat het aantal zorgmomenten gelijk blijft,maar anders over de week wordt verdeeld of dat aanpassingen plaats-vinden in frequentie of planning. Wanneer er wijzigingen plaatsvinden,gebeurt dit volgens VEC in overleg met ouders of verzorgers en inafstemming met de nieuwe zorglocatie, steeds met als uitgangspuntpassende, veilige en continue zorg.Als onderdeel van de maatregelen om de continuïteit en veiligheid vanzorg te waarborgen tijdens de afbouwfase, wordt er op alle locaties vanVEC gebruikgemaakt van tijdelijke inhuur. VEC geeft aan dat deverhouding tussen vaste en tijdelijke inzet per locatie verschilt. De IGJ zieter onder andere op toe dat VEC deskundige professionals, passend bij dezorgvraag van de cliënten inzet. Daarbij verwacht de inspectie van VEC datzij zorgt voor goed ingewerkt, aantoonbaar bekwame en bevoegde zzp’ersen gedetacheerden, zodat de veiligheid van cliënten geborgd blijft. Ditvolgt de IGJ in haar toezicht intensief en handelt als er op dit gebiedrisico’s voor kwaliteit en veiligheid van zorg ontstaan.Ik heb signalen ontvangen van zowel de cliëntenraad als van eenindividuele (groot)ouder over de inzet van zzp’ers binnen de zorgver-lening. In deze signalen worden onder andere zorgen geuit over demogelijke gevolgen van de inzet van zzp’ers in relatie tot kwaliteit vanzorg. Afhankelijk van de inhoud heb ik deze signalen onder de aandachtgebracht van de toezichthouders (NZa en IGJ) dan wel gedeeld metzorgverzekeraars, zorgkantoren en VEC.Hebben zich recent incidenten voorgedaan op locaties van ExpertCarewaar niet de hulp kon worden geboden die nodig was? Hoe wordtvoorkomen dat er calamiteiten gebeuren door alle ontwikkelingen? Kan deMinister garanderen dat er, in overleg met betrokkenen, passende zorgwordt verleend tot aan de sluiting?Er zijn bij de IGJ door VEC geen incidenten of calamiteiten gemeld die tewijten zijn geweest aan niet passende zorg vanwege de voorgenomensluiting van locaties. Wel heeft een lid van de cliëntenraad contactopgenomen met de IGJ over een situatie waarin de afgesproken zorg nietgeleverd kon worden. Dit signaal is meegenomen in het toezicht op VEC.De IGJ is hierover doorlopend in gesprek met het bestuur. De inspectiebewaakt ook dat VEC eventuele calamiteiten meldt. VEC heeft zichdaarover tot nu toe transparant en proactief opgesteld richting deinspectie.Wat als er geen passende zorg kan worden gevonden op het moment vansluiting?In de brief schrijft de Minister dat VEC onderzoekt of locaties andersgeorganiseerd of geclusterd kunnen worden. Wat dus zou kunnenbetekenen dat kinderen naar locaties veel verder van huis moeten wordengebracht. Vindt de Minister dit een acceptabele oplossing? Worden deouders hierbij betrokken?In mijn brief van 20 mei jl.15 heb ik aangegeven dat VEC onderzocht oflocaties anders georganiseerd of geclusterd moeten worden wanneer depersonele bezetting en/of cliëntenaantallen daar aanleiding toe geven. Ikheb daarbij aangegeven dat dergelijke keuzes zorgvuldig en tijdig moetenworden voorbereid, passend moeten zijn voor cliënten, ouders/verzorgers15Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 401Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41127 en personeel, en dat de continuïteit en kwaliteit van zorg voor cliëntenvoorop moeten blijven staan.Het voornemen van VEC tot clustering betrof het per 1 juli verplaatsen vanin totaal elf cliënten van de locaties Waalre en Vleuten naar Rijswijk enWezep. Tijdens mijn gesprek met VEC en B. Braun op 10 juni, en zoalsgecommuniceerd in mijn Kamerbrief van 11 juni jl.16, heb ik geconstateerddat er, zowel bij mij als bij betrokkenen, nog aanzienlijke zorgen bestaanover de zorgvuldigheid van het doorlopen proces en de mate waarinouders tijdig en voldoende zijn meegenomen in de besluitvormingrondom clustering. Daarom is afgesproken dat ik een onafhankelijkeintermediair aanstel en dat de voorgenomen clustering per 1 juli niet zouplaatsvinden voordat voor de betreffende kinderen een passend alter-natief was gevonden.De IGJ heeft sinds haar vorige rapport aanvullend toezicht uitgevoerd. Opbasis daarvan heeft de IGJ een aanwijzing opgelegd aan VEC. Deaanwijzing is op dit moment nog niet openbaar en tegen een besluit vande IGJ kunnen juridische stappen worden ondernomen die van invloedzijn op de termijn. De aanwijzing is al wel definitief, wat betekent dat VECuitvoering moet geven aan de aanwijzing. Ik heb uw Kamer hierover op23 juni jl. vertrouwelijk geïnformeerd.Daarmee is de eerdere discussie over clustering van deze locatiesachterhaald door de actuele situatie en staat niet langer de clustering vanlocaties centraal, maar het zo snel mogelijk realiseren van een zorgvuldigeoverdracht naar passende alternatieve zorg.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief enhebben voor nu nog een vraag. Deze leden vragen of de Minister nogeens kan toelichten waar ouders en kinderen en/of personeel zich kunnenmelden, op het moment dat zij vastlopen. Is er een centrale plek ofmogelijkheid waar mensen gehoord, geholpen of verder verwezen kunnenworden.Ouders kunnen met vragen of zorgen rechtstreeks contact opnemen metde directie van VEC via e-mail. VEC geeft aan dat deze vragen individueelworden beantwoord, dat er of telefonisch contact of een gesprek oplocatie plaatsvindt. Zorgverzekeraars en zorgkantoren geven aan datouders ook bij hen terechtkunnen met vragen en zorgen en dat zij henhebben geïnformeerd over waar zij terecht kunnen met vragen en/ofzorgen. Tot slot worden ouders die toestemming hebben gegeven voordeelname aan Project Herberg vanuit dit project actief benaderd enkunnen zij daar ook met vragen terecht.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief over de stand van zaken rondom Villa ExpertCare. Deze ledenbenadrukken dat juist voor gezinnen met kinderen die zeer intensieve zorgnodig hebben, de huidige onzekerheid ontzettend ingrijpend is. Voor dezeleden moet absoluut vooropstaan dat kinderen en hun ouders/verzorgersdaadwerkelijk centraal blijven staan in alle keuzes en oplossingen die dekomende periode worden gemaakt. Daarbij waarderen deze leden ook deinzet van betrokken partijen om oog te houden voor de belangen van het16Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 402Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41128 personeel, dat zich in deze moeilijke situatie blijft inzetten voor dezekwetsbare groep kinderen.Tevens spreken deze leden hun waardering uit voor alle betrokken partijendie zich momenteel intensief inspannen om voor de getroffen kinderen engezinnen zo snel mogelijk duidelijkheid, passende zorg en rust te creëren.De leden van de BBB-fractie vragen de Minister of inmiddels duidelijk is ofouders/verzorgers zich voldoende gehoord en geholpen voelen door deinzet van de verschillende betrokken partijen, waaronder VWS, en hoe deMinister dit blijft waarborgen. Deze leden hebben verder voorlopig geenvragen.Ik kan niet voor alle ouders en verzorgers spreken. Wel is een afvaardigingvan de cliëntenraad aanwezig bij de gesprekken met de betrokkenpartijen, zodat signalen en zorgen van cliënten en hun naasten recht-streeks kunnen worden ingebracht.Ik ontvang uiteenlopende signalen. Van de cliëntenraad hoor ik overouders die zich zorgen maken of niet tevreden zijn over de gang vanzaken, maar via VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren ontvang ik ooksignalen dat er ouders zijn die zich kunnen vinden in de gebodenvervolgzorg en de gemaakte afspraken. Ik verwacht dat de aangesteldeonafhankelijk intermediair hier meer een eenduidig beeld over gaatvormen.Ik vind het belangrijk dat ouders en verzorgers hun ervaringen, zorgen ensignalen blijven delen met de cliëntenraad, VEC, zorgverzekeraars ofzorgkantoren. Deze signalen worden betrokken bij de gesprekken die metde betrokken partijen worden gevoerd.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief over destand van zaken bij Villa ExpertCare. Zij maken zich grote zorgen over depositie van de gezinnen die door de dreigende sluiting worden getroffenen hebben dan ook nog een aantal vragen en opmerkingen.De leden van de SP-fractie hebben vernomen dat er nu plannen zijn om delocaties in Waalre en Vleuten te sluiten vanaf 1 juli en de zorg voor deovergebleven kinderen vanaf dat moment te concentreren in Rijswijk enWezep. Hoe kijkt de Minister naar dit plan van Villa ExpertCare? Inhoeverre is dit een realistische optie voor de gezinnen om wie het gaat?Wordt er dan verwacht dat zij dagelijks enorme afstanden afleggen omhun kind daarnaartoe te brengen, aangezien taxivervoer niet voor iederkind een mogelijkheid is?Het voornemen van VEC tot clustering betrof het per 1 juli verplaatsen vanin totaal elf cliënten van de locaties Waalre en Vleuten naar Rijswijk enWezep. Tijdens mijn gesprek met VEC en B. Braun op 10 juni, en zoalsgecommuniceerd in mijn Kamerbrief van 11 juni jl.17, heb ik geconstateerddat er, zowel bij mij als bij betrokkenen, nog aanzienlijke zorgen bestaanover de zorgvuldigheid van het doorlopen proces en de mate waarinouders tijdig en voldoende zijn meegenomen in de besluitvormingrondom clustering. Daarom is afgesproken dat ik een onafhankelijkeintermediair aanstel en dat de voorgenomen clustering per 1 juli niet zouplaatsvinden voordat voor de betreffende kinderen een passend alter-natief was gevonden.17Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 402Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41129 De IGJ heeft sinds haar vorige rapport aanvullend toezicht uitgevoerd. Opbasis daarvan de IGJ een aanwijzing opgelegd aan VECDe aanwijzing isop dit moment nog niet openbaar en tegen een besluit van de IGJ kunnenjuridische stappen worden ondernomen die van invloed zijn op determijn. De aanwijzing is al wel definitief, wat betekent dat VEC uitvoeringmoet geven aan de aanwijzing. Ik heb uw Kamer hierover op 23 juni jl.vertrouwelijk geïnformeerd.Daarmee is de eerdere discussie over clustering van deze locatiesachterhaald door de actuele situatie en staat niet langer de clustering vanlocaties centraal, maar het zo snel mogelijk realiseren van een zorgvuldigeoverdracht naar passende alternatieve zorg.De leden van de SP-fractie constateren dat gezinnen nu in onzekerheidterecht komen als het gaat om de zorg na 1 juli. Welke boodschap heeft deMinister nu voor deze gezinnen? Welke garanties kan zij geven dat allekinderen ook na 1 juli een passende zorgplek hebben?Ik begrijp goed dat de huidige situatie voor gezinnen veel onzekerheid enzorgen met zich meebrengen. De aankondiging van VEC om de zorgver-lening in de vier villa’s op zo’n korte termijn te beëindigen heeft groteimpact op kinderen, ouders en medewerkers. Ook de aanwijzing van deIGJ aan VEC brengt veel onzekerheid met zich mee.Project Herberg is erop gericht om voor alle cliënten een passendalternatief te vinden. De cliënten die door de aanwijzing van de IGJgeraakt worden, krijgen daarbij prioriteit. Daarnaast hebben zorgverzeke-raars en zorgkantoren voor deze cliënten noodscenario’s voorbereid,zodat snel kan worden gehandeld als dat nodig is. Voor mij staat vooropdat geen enkel kind zonder zorg komt te zitten en dat ouders zorgvuldigworden betrokken bij de stappen die worden gezet.De leden van de SP-fractie hebben grote twijfels over in hoeverre hetmogelijk is om voor alle kinderen een passende zorgplek buiten VillaExpertCare te vinden. Zij benadrukken daarom het belang van eenovername van de zorgvilla’s. In hoeverre wordt momenteel al hetmogelijke gedaan vanuit het ministerie, de zorgverzekeraars en de NZaom overnamekandidaten een serieuze kans te geven?In het traject is door VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren actief gewerktaan het faciliteren van een mogelijke overname. Een overname kan echteralleen plaatsvinden wanneer sprake is van een haalbaar en toekomstbe-stendig voorstel van een overnamekandidaat.Aanvankelijk was met een potentiële overnamekandidaat afgesproken datuiterlijk op 27 mei een concreet plan zou worden aangeleverd bijzorgverzekeraars en zorgkantoren ter beoordeling. Omdat dit plan op27 mei nog niet gereed was en de betreffende partij aangaf circa tweeweken extra nodig te hebben, is deze termijn in goed overleg verlengt tot10 juni. Daarbij is afgesproken dat ik uiterlijk op 17 juni zou wordengeïnformeerd over de uitkomst. De zorgverzekeraars en zorgkantorenhebben mij laten weten dat ook op 17 juni geen overnameplan wasontvangen.VEC heeft zich in de tussenliggende periode actief ingespannen om eenmogelijke overname te faciliteren. Daarbij is herhaaldelijk contact gezochtmet de potentiële overnamepartij en is ondersteuning aangeboden bij deverdere uitwerking van een voorstel. Deze inspanningen hebben nietbinnen de afgesproken termijnen tot een reactie geleid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41130 VEC en de betrokken zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben aange-geven dat zij, ondanks verlenging van termijnen en actieve inspanningenom een mogelijke overname te faciliteren, uiteindelijk geen overname-voorstel hebben ontvangen. Op 17 juni is daarom geconcludeerd dat eenovername van de zorgvilla’s op dit moment niet langer aan de orde is endat alle inspanningen gericht moeten zijn op de zorgbemiddeling. Verdereonzekerheid over een mogelijke overname helpt kinderen en ouders nietverder, brengt risico’s met zich mee voor de continuïteit van zorg envertraagt de zorgbemiddeling. Alle betrokken partijen richten zich daaromvolledig op Project Herberg, zodat de continuïteit van zorg voor dezekwetsbare groep kinderen zo goed mogelijk wordt gewaarborgd.Project Herberg is er juist op gericht om, ondanks de schaarste in hetaanbod, voor alle kinderen een passende oplossing te vinden en deovergang naar een andere plek zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen.Dat neemt niet weg dat, wanneer zich alsnog een aanbieder meldt meteen goed onderbouwd overnameplan dat bijdraagt aan de continuïteit vanzorg, VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren dit plan zullen beoordelen.Gezien de huidige situatie is daarbij snelheid van groot belang.Ik heb met mijn bevoegdheden als Minister geen rol bij een eventueelovernameproces. Ik meng mij niet in de afspraken, onderhandelingen ofbesluitvorming tussen private organisaties. Die verantwoordelijkheid ligtbij de betrokken partijen zelf.De leden van de SP-fractie lezen dat «binnen nu en twee weken,gezamenlijk met VEC, [wordt beoordeeld] of een eventueel overname-voorstel haalbaar en toekomstbestendig is». Op basis van welke criteriaworden overnamevoorstellen beoordeeld? Op basis waarvan is dezedeadline vastgesteld? Wat gebeurt er als daarna blijkt dat er een serieuzeovername mogelijk is? Zal dan alsnog «volledig worden ingezet opzorgvuldige doorbemiddeling van alle cliënten naar andere aanbieders»?Is er daarbij überhaupt wel de garantie te geven dat er bij andereaanbieders voor alle gezinnen een volwaardig alternatief en een passendeoptie is?Zorgverzekeraars en zorgkantoren geven aan dat zij een overnamebeoordelen op basis van een onderbouwd plan, waarin onder meerzorginhoudelijke, organisatorische en financiële aspecten zijn uitgewerkt.Snelle besluitvorming over een mogelijke overname is van belang voor decontinuïteit van zorg. Het leidt tot tijdige duidelijkheid voor cliënten,ouders en medewerkers en voorkomt vertraging in de zorgbemiddelingnaar passende vervolgplekken. Daarnaast neemt het risico toe datpersoneel vertrekt, waardoor de beschikbare zorgcapaciteit verder onderdruk kan komen te staan. In de afbouwfase waarin VEC zich bevindt,wordt het personeel bovendien schaarser en kan de kwaliteit van zorg inde villa’s mogelijk verder onder druk komen te staan. Daarbij geldt dat eenovernameproces langdurig en complex is. Juist daarom is het noodza-kelijk om tijdig heldere deadlines te stellen voor bijvoorbeeld hetaanleveren van een onderbouwd overnameplan, zodat een zorgvuldigebeoordeling kan plaatsvinden en er indien nodig nog voldoende tijdresteert voor vervolgstappen.VEC en de betrokken zorgverzekeraars en zorgkantoren hebben aange-geven dat zij, ondanks verlenging van termijnen en actieve inspanningenom een mogelijke overname te faciliteren, uiteindelijk geen overname-voorstel hebben ontvangen. Op 17 juni is daarom geconcludeerd dat eenovername van de zorgvilla’s op dit moment niet langer aan de orde is endat alle inspanningen gericht moeten zijn op de zorgbemiddeling. VerdereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41131 onzekerheid over een mogelijke overname helpt kinderen en ouders nietverder, brengt risico’s met zich mee voor de continuïteit van zorg envertraagt de zorgbemiddeling. Alle betrokken partijen richten zich daaromvolledig op Project Herberg, zodat de continuïteit van zorg voor dezekwetsbare groep kinderen zo goed mogelijk wordt gewaarborgd.Project Herberg is er juist op gericht om, ondanks de schaarste in hetaanbod, voor alle kinderen een passende oplossing te vinden en deovergang naar een andere plek zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen.Dat neemt niet weg dat, wanneer zich alsnog een aanbieder meldt meteen goed onderbouwd overnameplan dat bijdraagt aan de continuïteit vanzorg, VEC, zorgverzekeraars en zorgkantoren dit plan zullen beoordelen.Gezien de huidige situatie is daarbij snelheid van groot belang.De leden van de SP-fractie vragen tot slot of de Minister al serieus heeftgekeken naar de mogelijkheden die de Minister en de IGJ hebben om in tegrijpen bij Villa ExpertCare, op het moment dat er geen overnamekan-didaat wordt gevonden, er ook geen passende plekken elders zijn en decontinuïteit van zorg in gevaar komt. Heeft zij bijvoorbeeld gekeken naarde mogelijkheden om bestuursdwang op te leggen, de Wet beschik-baarheid goederen in te zetten of op een andere manier in te grijpen omte voorkomen dat deze zorgvilla’s sluiten? Herinnert de Minister zich haartoezegging om alle mogelijkheden hiervoor te bekijken en hierover terugte koppelen aan de Kamer?Ik grijp al vanaf het eerste moment actief in vanuit mijn systeemverant-woordelijkheid en zal dat blijven doen zolang dat nodig is. Het ministerieheeft de afgelopen maanden wekelijks overleg gevoerd met de betrokkenpartijen om de voortgang te bewaken. Daarnaast heb ik zelf meerderegesprekken gevoerd met betrokken partijen om hun aan te spreken ophun verantwoordelijkheid. Ook heb ik een onafhankelijk intermediairaangesteld om de voortgang te ondersteunen, knelpunten zichtbaar temaken en de samenwerking te versterken.Tegelijkertijd kent mijn rol ook grenzen. De verantwoordelijkheid voor dezorgverlening ligt bij de zorgaanbieder, de zorgplicht bij de zorgverzeke-raars en zorgkantoren. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ziet toe op denaleving van die zorgplicht en de IGJ houdt toezicht op de kwaliteit enveiligheid van de zorg.In de Kamerbrief van 11 juni jl.18 heb ik de Kamer geïnformeerd dat deWet beschikbaarheid goederen niet van toepassing is op de situatierondom VEC. Deze wet ziet op het beschikbaar houden van goederen inbuitengewone omstandigheden, zoals nationale crisis- of oorlogssituaties,en biedt geen grondslag om de levering van zorg door een specifiekezorgaanbieder af te dwingen. Bovendien ziet de wet op goederen, terwijlhet in deze situatie gaat om zorgverlening als dienst. Voor de borging vande continuïteit van zorg zijn primair de zorgplicht van zorgverzekeraars ende verantwoordelijkheden van zorgaanbieders zelf relevant.Met betrekking tot bestuursdwang geeft de IGJ aan dat haar bevoegd-heden of interventiemogelijkheden expliciet zien op het borgen vankwaliteit en veiligheid van zorg. De IGJ heeft niet zelf de mogelijkheid ofbevoegdheid om passende alternatieve zorg te organiseren, maar ziet hierwel nauw op toe.18Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 402Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41132 Vanuit mijn systeemverantwoordelijkheid blijf ik het uiterste doen omerop toe te zien dat partijen hun verantwoordelijkheid nemen en blijf ikhandelen waar dat binnen mijn bevoegdheden mogelijk isVragen en opmerkingen van de leden van de Groep MarkuszowerDe leden van de Groep Markuszower hebben kennisgenomen van destand van zaken Villa ExpertCare en hebben hierover nog enkele vragenen opmerkingen.De leden van de Groep Markuszower maken zich zorgen over de toekomstvan hooggespecialiseerde verpleegkundige kindzorg in Nederland. Desituatie rond Villa ExpertCare laat zien hoe kwetsbaar deze vorm van zorgis wanneer een aanbieder besluit zijn activiteiten te beëindigen. Voor eenbeperkte groep kinderen met een zeer complexe zorgvraag bestaanimmers slechts weinig alternatieven. Genoemde leden zijn van meningdat dergelijke essentiële nichezorg een bijzondere verantwoordelijkheidvan de overheid behoort te zijn.De leden van de Groep Markuszower vragen de Minister hoe zij voorkomtdat Nederland in de toekomst opnieuw wordt geconfronteerd met eensituatie waarin een hooggespecialiseerde zorgvoorziening voor ernstigzieke kinderen wegvalt terwijl er onvoldoende alternatieve capaciteitbeschikbaar is. Is de Minister bereid te onderzoeken welke vormen vanstructurele borging mogelijk zijn voor dergelijke unieke zorgvoorzie-ningen?Ik begrijp de zorgen van de Kamer. Daarom heb ik, conform de motie vanhet lid Maeijer (Kamerstuk 24 170, nr. 394), besloten om samen met deNZa en branche- en beroepsverenigingen een verkenning uit te voerennaar de middellange en lange termijn.Deze verkenning heeft tot doel om de doelgroep en de zorgbehoefte beterin kaart te brengen en te bezien hoe deze hooggespecialiseerde zorgduurzaam kan worden geborgd. Daarbij wordt onder meer gekeken naarde rol van zorgverzekeraars en zorgkantoren bij het organiseren vanpassend zorgaanbod, de ontwikkeling van passende tarieven, mede in hetlicht van het lopende kostprijsonderzoek van de NZa, en de aansluitingtussen verschillende zorgdomeinen.Hiermee wordt niet alleen gewerkt aan een oplossing voor de huidige,acute situatie, maar ook aan de vraag hoe deze specialistische zorg oplangere termijn duurzaam kan worden georganiseerd en geborgd. DeKamer wordt na de zomer geïnformeerd over de voortgang en debevindingen van deze verkenning.De leden van Groep Markuszower constateren dat de continuïteit van dezezorg momenteel sterk afhankelijk blijkt van individuele zorgaanbieders enhun financiële positie. Kan de Minister aangeven of zij van mening is dathet huidige stelsel voldoende waarborgen biedt voor het voortbestaanvan hooggespecialiseerde verpleegkundige kindzorg? Welke lessen trektzij uit de situatie rond Villa ExpertCare voor het landelijke beleid tenaanzien van specialistische zorg voor kleine en kwetsbare patiënten-groepen?Het huidige stelsel kent verschillende waarborgen voor de continuïteit vanzorg, zoals de zorgplicht van zorgverzekeraars en zorgkantoren en hettoezicht door de NZa en de IGJ. Deze waarborgen zijn erop gericht omcontinuïteitsrisico’s tijdig te signaleren en passende oplossingen teorganiseren wanneer zorg onder druk komt te staan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41133 Tegelijkertijd laat de situatie rond VEC zien dat hooggespecialiseerdeverpleegkundige kindzorg voor een kleine en kwetsbare patiëntengroepkwetsbaar kan zijn, wanneer deze afhankelijk is van een beperkt aantalaanbieders. Daarom vind ik het belangrijk om kritisch te blijven kijken ofhet huidige instrumentarium en de verantwoordelijkheidsverdeling vanbetrokken partijen voldoende zijn om de continuïteit van deze zorgduurzaam te borgen.Mijn eerste prioriteit ligt nu bij het vinden van een passende oplossingvoor de betrokken kinderen en hun ouders. Zodra er een duurzameoplossing is gevonden voor alle kinderen die zorg ontvangen van VEC,vind ik het van belang om deze casus zorgvuldig te evalueren, zoals weook bij eerdere continuïteitscasussen hebben gedaan. Daarbij zal wordenbezien welke lessen hieruit kunnen worden getrokken voor het landelijkebeleid rondom specialistische zorg voor kleine en kwetsbare patiënten-groepen en of aanvullende maatregelen nodig zijn om de continuïteit vandeze zorg in de toekomst beter te borgen.De leden van Groep Markuszower lezen dat momenteel wordt gezochtnaar overnamekandidaten en dat tegelijkertijd cliënten worden bemiddeldnaar andere aanbieders. Kan de Minister uiteenzetten hoe zij op langeretermijn wil waarborgen dat expertise, gespecialiseerde verpleegkundigecapaciteit en kennis die binnen Villa ExpertCare zijn opgebouwdbehouden blijven voor de Nederlandse gezondheidszorg? Is zij bereid eenvisie te ontwikkelen op de toekomst van deze vorm van hoogcomplexekindzorg en de Kamer hierover te informeren?Het is belangrijk dat expertise en ervaring van gespecialiseerd verpleeg-kundig personeel in de sector behouden blijven. Tegelijkertijd makenzorgprofessionals zelf keuzes over hun loopbaan en werkplek. Hetbeëindigen van een dienstverband bij VEC kan aanleiding zijn om na tedenken over een volgende stap in de loopbaan. Om zorgprofessionalsdaarbij te ondersteunen, is eerder dit jaar het studiekeuze- en loopbaan-platform Zowi19 beschikbaar gekomen. Daarmee kan deze groepprofessionals bijvoorbeeld verkennen welke vervolgstap binnen zorg enwelzijn passend zou kunnen zijn, gebaseerd op hun specifieke situatie ende kennis en expertise die zij bezitten. Zowi geeft suggesties voor functies,opleidingen en ontwikkelpaden in zorg en welzijn. Dat kunnen logischevervolgstappen zijn, maar ook opties waar deze professionals zelfmisschien nog niet aan hadden gedacht. Ook daarmee komen zij terechtop een plek die bij hen past en blijft de opgebouwde ervaring en capaciteitvoor de sector behouden.Daarnaast wordt, conform de motie van het lid Maeijer, een verkenninguitgevoerd naar de toekomst van deze vorm van specialistische zorg.Daarbij wordt onder meer gekeken naar de kenmerken en behoeften vande doelgroep, de rol van zorgverzekeraars en zorgkantoren, passendebekostiging en de wijze waarop deze zorg duurzaam kan worden geborgd.De kennis, expertise en gespecialiseerde verpleegkundige capaciteit diebinnen VEC zijn opgebouwd, worden daarbij nadrukkelijk betrokken. DeKamer wordt na de zomer geïnformeerd over de uitkomsten hiervan.De leden van Groep Markuszower begrijpen dat voor een aanzienlijk deelvan de cliënten een vervolgplek wordt gezocht of reeds is gevonden. Kande Minister inzicht geven in de gevolgen die deze overplaatsingen hebbenvoor kinderen en hun ouders/verzorgers, onder meer ten aanzien vanreistijden, afstand tot de woonplaats, de mate van specialistischeexpertise op de nieuwe locatie en de kwaliteit van de geboden zorg?19Zie www.zowi.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41134 Wordt bijgehouden in hoeverre cliënten terechtkomen in een zorgsettingdie qua zorgniveau en specialistische kennis vergelijkbaar is met VillaExpertCare? Zo ja, kan de Minister de Kamer hierover informeren?Indicatiestelling en zorginhoud staan centraal bij het zoeken naar eenpassend vervolg. Binnen zowel de begeleiding door VEC als via ProjectHerberg worden alle beschikbare opties vooraf met ouders/verzorgersbesproken. Ouders behouden keuzevrijheid en kunnen een voorgesteldevervolgplek afwijzen. In de praktijk worden cliënten vaak bij meerderezorgaanbieders aangemeld, zodat er ruimte blijft om een weloverwogenkeuze te maken.Door het wegvallen van aanbod bij VEC is het reëel dat voor een deel vande cliënten de reistijd naar een vervolgplek toeneemt. Bij het zoeken naarpassend alternatief aanbod wordt de afstand nadrukkelijk meegewogen,maar dit is niet het enige criterium. Beschikbaarheid van specialistischezorg kan ertoe leiden dat een plek op grotere afstand noodzakelijk is.Eventuele veranderingen in reistijd worden altijd in overleg met oudersbesproken. Daarbij worden ook aanvullende mogelijkheden verkend, zoalsinzet van vervoer of (tijdelijke) intensivering van zorg in de thuissituatie.De passendheid van de vervolgplek wordt vooraf geborgd door intensievebegeleiding en informatievoorziening richting ouders/verzorgers. Naplaatsing is, net als bij iedere zorgrelatie, sprake van evaluatie van degeboden zorg. Dit gebeurt in samenspraak tussen ouders/verzorgers, denieuwe zorgaanbieder en indien betrokken de zorgverzekeraar of hetzorgkantoor.Binnen Project Herberg wordt de passendheid van zorg daarnaastbewaakt door onafhankelijke kinderverpleegkundigen, die toezien op eenjuiste indicatie en invulling van de zorg. VEC geeft bovendien aan eeneindevaluatie uit te voeren per cliënt, waarin wordt teruggekeken op deoverdracht en de aansluiting van de vervolgzorg.Indien een vervolgplek in de praktijk niet passend blijkt, wordt dit opnieuwbeoordeeld door de betrokken zorgaanbieder in samenspraak metouders/verzorgers en indien nodig met betrokkenheid van de zorgverze-keraar of het zorgkantoor. Waar nodig kan de zorg worden aangepast ofkan opnieuw worden gezocht naar een alternatieve plek.Het uitgangspunt is dat ouders/verzorgers een doorslaggevende rolhebben bij de keuze voor een vervolgplek. De besluitvorming vindt plaatsin samenspraak tussen ouders, zorgaanbieder en zorgverzekeraar ofzorgkantoor, waarbij ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid handelt.In situaties waarin verschillen van inzicht ontstaan, wordt in overleggezocht naar een oplossing die recht doet aan de zorgbehoefte van decliënt en de professionele standaarden. Passende zorg betekent echterniet dat de zorg hetzelfde is als wat cliënten en ouders/verzorgers gewendzijn. Door de sluiting van de villa’s zal er hoe dan ook een veranderingoptreden voor cliënten en ouders/verzorgers.Ik kan de Kamer geen specifiek inzicht geven in de gevolgen van deoverplaatsingen naar vervolgzorg, omdat dit privacygevoelige informatiebetreft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 41135
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.