KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de EU-Gezondheidsraad van 20 juni 2025 (Kamerstuk 21501-31-798)

10 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5290c9dca88d54d6 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 799 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 10 september 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 1 september 2025 inzake deGeannoteerde agenda informele EU Gezondheidsraad d.d. 16 september2025 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 798), de brief van 27 augustus 2025 inzakeVerslag van de formele EU Gezondheidsraad van 20 juni 2025 (Kamerstuk21 501-31, nr. 797), de brief van 17 juni 2025 inzake Antwoorden op vragencommissie over o.a. de geannoteerde agenda formele EU-Gezondheids-raad van 20 juni 2025 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 788) en de brief van 6 juni2025 inzake de Geannoteerde agenda formele EU Gezondheidsraad20 juni 2025 (Kamerstuk 21 501-31, nr. 788).De vragen en opmerkingen zijn op 2 september 2025 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 10 september2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Meijerink kst-21501-31-799ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7991 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie5II.Reactie van de Minister5 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben nog enkele vragen en opmerkingenaangaande de Informele EU Gezondheidsraad d.d. 15–16 september 2025.Zoals bekend wordt bij de herziening van de Europese geneesmiddelen-wetgeving alleen op Europees niveau naar de financiële gevolgen van devoorstellen gekeken door middel van een impactassessment en niet opnationaal niveau. Welke financiële gevolgen zal deze herziening hebbenvoor Nederland? En welke gevolgen heeft deze herziening voor debeschikbaarheid van medicatie op nationaal niveau?Inmiddels hebben meerdere Europese farmaceuten aangekondigd hunuitgaven in de Verenigde Staten (VS) op te voeren, onder andere naaraanleiding van de dreiging van de Amerikaanse president om medicijnente belasten met importheffingen. Zo kondigede de Franse farmaceutSanofi aan tot 2030 minstens 20 miljard dollar te willen investeren in zijnactiviteiten in de VS en het Zwitserse Roche meldde de komende vijf jaar50 miljard dollar te stoppen in Amerikaanse uitbreiding1. Waarom wordendeze miljarden niet in de uitbreiding van de Europese farmaceutischeindustrie geïnvesteerd en hiermee ook op Europees grondgebied?Probeert de Europese Unie (EU) dit voornemen nog om te buigen en dezeinvesteringen binnenshuis te houden? Was het niet juist de ambitie van deEU, om de beschikbaarheid van medicatie in Europa te verbeteren? Welkeconsequenties brengt het voor de beschikbaarheid van medicatie inEuropa met zich mee, dat bedrijven massaal hun miljarden in de VS lijkente investeren? Heeft de producentenverantwoordelijkheid (UPV) voormedicijnfabrikanten vanuit de kaderrichtlijn water invloed op het feit datfarmaceuten buiten de EU miljarden investeringen doen? Zo nee, hoe kandit met zekerheid gezegd worden? Hoe geven farmaceuten in de EUinmiddels invulling aan de verantwoordelijkheid en de kosten voor hetvoorkómen van milieuschade die neergelegd is bij de producenten vanstoffen.In de beantwoording van een eerder schriftelijk overleg2 blijkt dat deNederlandse farmaceutische industrie «nog veel vragen en overwe-gingen» heeft ten aanzien van de onderhandelingen over de CriticalMedicines Act (CMA). Genoemde leden willen weten welke vragen enoverwegingen dit betreft? Wanneer kan de Kamer het standpunt van hetEuropees Parlement over de CMA verwachten? Hoe wordt er gezorgd dater met de CMA niet achter de feiten aangelopen wordt, aangezienEuropese farmaceuten op het punt staan miljarden te investeren in de VS?Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de CMA dient elke1AstraZeneca wil komende jaren 50 miljard investeren in VS – Skipr.2Kamerstuk 21 501-31 nr. 790.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7992 lidstaat een nationaal programma op te stellen ter ondersteuning van deleveringszekerheid van kritieke geneesmiddelen, hoe gaat deze er voorNederland uitzien? Welke randvoorwaarden worden hieraan gesteld?Welke randvoorwaarden ontbreken nog? Wie zijn er betrokken bij hetopstellen van dit Nederlandse nationale programma? Het gebruik van denieuwe publieke aanbestedingsprocedures moet onderdeel uitmaken vandit nationaal programma, wat houden deze «nieuwe publieke aanbeste-dingsprocedures» exact in?Aangezien de EU besloten heeft de begroting te willen uitbreiden enonder andere accijns op tabak van de lidstaten wil ontvangen3,verwachten genoemde leden van de Minister dat zij bij de Informele EUGezondheidsraad duidelijk laat weten dat Nederland hier niet achter staat,kan de Minister deze houding bevestigen? Kan de Minister garanderen datbij de herziening van de verschillende Tabaksrichtlijnen er geentoezegging volgt ten aanzien van de accijnzen op tabak richting de EU?De leden van de PVV-fractie zijn benieuwd naar de details van degezamenlijke Europese medische maatregelen en bevoorradingsstrategiedie binnenkort middels het BNC-proces gedeeld worden. Kan hierinhoudelijk al iets meer over gezegd worden?Ten aanzien van de civiel-militaire samenwerking en weerbaarheid vindengenoemde leden het goed dat er aandacht is voor het voorkomen vandoublures. Kan de Minister een overzicht naar de Kamer sturen van alleNederlandse initiatieven die er op dit moment zijn, zowel binnen de EU alsbinnen de NAVO op het gebied van civiel-militaire samenwerking? Waarmoet concreet aan gedacht worden bij een «nauwere» samenwerkingtussen de EU en de NAVO? Graag enkele concrete voorbeelden. De ledenvan de PVV-fractie zouden liever zien dat eerst de nationale civiel-militairesamenwerking concreter vorm krijgt, hoe staat het daarmee?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda Informele EU Gezondheidsraad en hebben hier nogenkele vragen en opmerkingen bij.Genoemde leden lezen dat het aantal klinische studies in Europa enNederland afneemt. Terwijl klinisch onderzoek kan bijdragen aan hetsneller beschikbaar komen van nieuwe behandelingen. Kan nader wordentoegelicht waarom het aantal klinische studies in Europa en Nederlandafneemt? Hoe gaat de Minister deze dalende trend tegen zodat het aantalklinische studies weer toeneemt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat Anti-MicrobiëleResistentie (AMR) op de geannoteerde agenda staat. Gezien de gezond-heidsdreiging die hiervan uitgaat staan deze leden hier positief tegenover.De genoemde leden lezen verder dat Denemarken voorop loopt op hetgebied van verantwoord gebruik van antimicrobiële middelen. Welkelessen neemt de Minister over van Denemarken om verantwoord om tegaan met het gebruik van antimicrobiële middelen? Welke rol ziet deMinister weggelegd voor Europa in het verantwoord omgaan metantimicrobiële middelen?3Europese Commissie wil accijns op tabak en belasting van bedrijven ontvangen | Economie |NUA.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7993 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het Verslag EU Gezondheidsraad, d.d. 20 juni 2025. Genoemde ledenhebben echter nog enkele opmerkingen en vragen.De leden van de VVD-fractie hechten waarde aan de veiligheid enweerbaarheid van Nederland en Europa. Deze leden zijn daarom verheugddat er veel aandacht is besteed aan coördinatie, cyberveiligheid ennoodvoorraden. Om dit te bewerkstelligen raakt de Critical Medicines Act(CMA) ook vraagstukken rondom financiële prikkels voor het stimulerenvan Europese medicijnproductie en Nederlands productievermogen.Mocht de CMA deze prikkels niet juridisch ondervangen, ontstaat eenrisico dat landen dit gebruiken om structurele staatssteun te verlenen. Hoewil de Minister ervoor zorgen dat de financiële prikkels zo vorm zullenworden gegeven dat ook Nederlandse bedrijven evenredig hiervankunnen profiteren?De leden van de VVD-fractie wil dat Nederland de sterkste economie vanEuropa wordt. Deze leden zien dat er voor geneesmiddelenproducenteneen ongelijk speelveld is op het vlak van belastingen, milieuvereisten enarbeidsomstandigheden. Daarbij komt het feit dat dit ongelijke speelveldzich verder uitstrekt naar landen buiten Europa, waarbij EU-landen zichmoeten committeren aan meer wet- en regelgeving en aan veel hogerevoorwaarden moeten voldoen om geneesmiddelen te mogen producerendan landen zoals China en India. Hoe zet de Minister zich in om een gelijkspeelveld te creëren voor Nederlandse geneesmiddelenproducenten?De leden van de VVD-fractie lezen dat er «een zeer brede coalitie van19 lidstaten, waaronder Nederland, aandrong op een urgente herzieningvan de Europese tabakregelgeving». Genoemde leden vragen of Duitslanden België onderdeel zijn van deze 19 lidstaten. Momenteel reizenNederlanders naar de eerdergenoemde buurlanden voor goedkoperetabakswaren, waardoor Nederland belastinginkomsten, via accijnzen,misloopt. Als onze buurlanden de herziening van de Europese tabakregel-geving steunen, zal de Nederlandse staatskas deze accijnzen niet langermislopen. Denkt de Minister dat de herziening op korte termijn zalplaatsvinden?De leden van de VVD-fractie lezen dat er aandacht was voor zelfred-zaamheid van jongeren, ouders, opvoeders en leerkrachten middelsvoorlichting en educatie. Voorbeelden houden echter op bij schermtijd-aanbevelingen en telefoonverboden op scholen. Beide zijn al onderdeelvan huidig politiek debat. Er staat eerder in de brief dat een goedopgezette volksgezondheidsinterventie een potentieel rendement heeftvan 14 euro voor elke geïnvesteerde euro. De leden van de VVD-fractiezijn van mening dat dit meer binnenlandse aandacht verdient. Welke rolziet de Minister voor zichzelf in het creëren van een binnenlands, goedopgezette volksgezondheidsinterventie gericht op de zelfredzaamheid vanjongeren?Tot slot lezen de leden van de VVD-fractie dat huidige UR-middelen opdezelfde wijze ingericht kunnen worden. Kan de Minister toelichten wathiermee precies bedoeld wordt? Betekent dit dat er geen wijziging plaatszal vinden in de manier waarop UR- en UAD-geneesmiddelen kunnenworden geleverd? Als dit wel verandert, kan de Minister toelichten opwelke manier dit verandert?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7994 Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda van de Informele EU Gezondheidsraad in Kopenhagen.Deze leden hebben hierover nog enkele vragen. In het kader van de«gedachtewisseling Life science en klinische studies» vinden deze ledenhet belangrijk om nogmaals te benadrukken dat een volledige opt-outvoor secundair gebruik van medische gegevens van het grootste belangis. Kan de Minister schetsen hoe deze opt-out wel of niet wordt gewaar-borgd in de Strategie op Europese biowetenschappen? Zal de Ministerzich inzetten voor een volledige opt-out voor secundair gebruik vanmedische gegevens, zonder uitzonderingen?Daarnaast zijn de leden van de NSC-fractie geschokt door de datahack bijEurofins. Is de Minister bereid om de cyberveiligheid van data vanonderzoek met patiëntengegevens aan de orde te stellen in de EUGezondheidsraad?De leden van de NSC-fractie zijn verheugd dat er tijdens de raad ookaandacht wordt gegeven aan de weerbaarheid van de zorg. Volgens dezeleden speelt hierbij ook retour- en restmedicatie een belangrijke rol.Retour- en restmedicatie mag niet meer hergebruikt worden, terwijl ersoms tekorten zijn. Ook in Oekraïne zijn er grote tekorten van bijvoorbeeldpijnmedicatie. Is dit onderwerp volgens de Minister al voldoendeaanwezig in bestaande strategieën rondom weerbaarheid? Is de Ministerbereid om de EU regelgeving ten aanzien van retour- en restmedicatie teversoepelen zodat na controle van de apotheker, geschikte medicatie weerhergebruikt kan worden? Kan de Minister zich inzetten om demogelijkheid van de implementatie van een structureel monitoring-systeem voor retour- en restmedicatie in alle lidstaten te onderzoeken,met als doel om in crisissituaties sneller toegang te krijgen totbeschikbare medische middelen? Vindt de Minister het wenselijk om ditsysteem permanent te verankeren in de Europese strategie voor civiel-militaire samenwerking en medische bevoorrading, zodat Europa minderafhankelijk is van trage leveringsketens in een veranderend geopolitieklandschap?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Informele EUGezondheidsraad d.d. 15–16 september 2025. Genoemde leden hebbengeen vragen aan de Minister.II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben nog enkele vragen en opmerkingenaangaande de Informele EU Gezondheidsraad d.d. 15–16 september 2025.Zoals bekend wordt bij de herziening van de Europese geneesmiddelen-wetgeving alleen op Europees niveau naar de financiële gevolgen van devoorstellen gekeken door middel van een impactassessment en niet opnationaal niveau. Welke financiële gevolgen zal deze herziening hebbenvoor Nederland? En welke gevolgen heeft deze herziening voor debeschikbaarheid van medicatie op nationaal niveau?De gevolgen van de herziening van de Europese geneesmiddelenwet-geving zullen afhangen van de uiteindelijke definitieve wettekst.Afgelopen zomer zijn de lidstaten in de Raad van de Europese UnieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7995 gekomen tot een compromistekst voor een herziene Europese geneesmid-delenwetgeving. Op dit moment lopen de trilogen tussen de Europesewetgevende instellingen en is er nog geen definitieve wettekst.Mijn ambtsvoorganger heeft eerder toegezegd om na een politiek akkoorden na het bepalen van de definitief geldende wettekst een impactanalysevoor de Nederlandse context uit te voeren. Na het uitvoeren van dezeanalyse kan ik de verwachte financiële gevolgen en de impact opbeschikbaarheid met u delen. In het algemeen kan ik delen dat ik verwachtdat de beschikbaarheid van geneesmiddelen op nationaal niveau met deherziene Europese geneesmiddelenwetgeving wordt bevorderd. Alle driede instellingen in de trilogen hebben de beschikbaarheid van geneesmid-delen als hoge prioriteit en delen de noodzaak voor maatregelen in deEuropese geneesmiddelenwetgeving om deze te bevorderen.Inmiddels hebben meerdere Europese farmaceuten aangekondigd hunuitgaven in de Verenigde Staten (VS) op te voeren, onder andere naaraanleiding van de dreiging van de Amerikaanse president om medicijnente belasten met importheffingen. Zo kondigede de Franse farmaceutSanofi aan tot 2030 minstens 20 miljard dollar te willen investeren in zijnactiviteiten in de VS en het Zwitserse Roche meldde de komende vijf jaar50 miljard dollar te stoppen in Amerikaanse uitbreiding4. Waarom wordendeze miljarden niet in de uitbreiding van de Europese farmaceutischeindustrie geïnvesteerd en hiermee ook op Europees grondgebied?Het gaat hier om multinationale bedrijven die internationaal opereren. Hetis bekend dat farmaceutische bedrijven een groot gedeelte van hun omzetop nieuwe innovatieve geneesmiddelen behalen in de VS. Ik acht hetdaarom begrijpelijk dat zij in dat land investeren. Omdat het niet duidelijkis of het hier gaat om nieuwe investeringen, reeds geplande investeringendie nu naar voren worden gehaald, of een combinatie hiervan, kan ik nietinschatten welk effect de beleidswijziging in de VS heeft gehad. Maar dathet hier gaat om een uitdagende geopolitieke context is duidelijk.Overigens investeren Amerikaanse farmaceutische bedrijven ook inEuropa en in Nederland. Voor vragen over het vestigingsklimaat inNederland verwijs ik naar mijn collega Minister van Economische Zaken.Probeert de Europese Unie (EU) dit voornemen nog om te buigen en dezeinvesteringen binnenshuis te houden?De EU heeft een rapport gepubliceerd over de concurrentiekracht en hettoekomstige verdienvermogen van Europa, het zogeheten «Draghirapport». In dit rapport wordt ook uitgebreid gesproken over de farmaceu-tische industrie. De Europese Commissie zet zich nu in om hetonderzoeks- en vestigingsklimaat in Europa te verbeteren, dat blijkt ookwel uit de geannoteerde agenda voor deze EU Gezondheidsraad waarinde farmaceutische sector en bijbehorende onderwerpen terugkomen.Was het niet juist de ambitie van de EU, om de beschikbaarheid vanmedicatie in Europa te verbeteren?Dat is correct en daar wordt ook op ingezet. Daarbij richt de inzet zichzowel op innovatieve, als op generieke geneesmiddelen.Welke consequenties brengt het voor de beschikbaarheid van medicatie inEuropa met zich mee, dat bedrijven massaal hun miljarden in de VS lijkente investeren?4AstraZeneca wil komende jaren 50 miljard investeren in VS – Skipr.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7996 De investeringen die u aanhaalt, worden voornamelijk gedaan door deinnovatieve farmaceutische industrie, terwijl de beschikbaarheidspro-blemen in Europa, zoals medicijntekorten, zich vooral voordoen bij degoedkopere generieke geneesmiddelen. In die zin zullen eventueleconsequenties relatief zijn.Heeft de producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor medicijnfabri-kanten vanuit de kaderrichtlijn water invloed op het feit dat farmaceutenbuiten de EU miljarden investeringen doen? Zo nee, hoe kan dit metzekerheid gezegd worden?De UPV uit de Richtlijn Stedelijk Afvalwater maakt producenten vanmedicijnen financieel verantwoordelijk voor het zuiveren van medicijn-resten uit het huishoudelijk afvalwater van patiënten. Deze UPV is eenmilieuheffing op het gebruik van medicijnen en dat maakt het producerenvoor de Europese markt duurder. Dit raakt met name de productie van demeest gebruikte geneesmiddelen. Nederland vraagt hiervoor dan ookactief aandacht in Brussel.Hoe geven farmaceuten in de EU inmiddels invulling aan de verantwoor-delijkheid en de kosten voor het voorkómen van milieuschade dieneergelegd is bij de producenten van stoffen?Op de websites van de Europese koepelorganisaties, European Federationof Pharmaceutical Industries and Associations (EFPIA) en Medicines forEurope, beschrijven deze organisaties welke stappen zij hiertoe in de EUhebben gezet.In de beantwoording van een eerder schriftelijk overleg blijkt dat deNederlandse farmaceutische industrie «nog veel vragen en overwe-gingen» heeft ten aanzien van de onderhandelingen over de CriticalMedicines Act (CMA). Genoemde leden willen weten welke vragen enoverwegingen dit betreft?Zoals ik in de beantwoording van het eerder genoemde schriftelijk overlegmet uw Kamer heb gedeeld, is het niet aan mij om de vragen en overwe-gingen vanuit de industrie ten aanzien van de verordening kritiekegeneesmiddelen met u te delen, aangezien deze in vertrouwelijkheid metmij zijn gedeeld. Deze input neem ik wel mee in de onderhandelingen inBrussel.Wanneer kan de Kamer het standpunt van het Europees Parlement overde CMA verwachten?Het standpunt van het Europees Parlement wordt begin decemberverwacht.Hoe wordt er gezorgd dat er met de CMA niet achter de feiten aangelopenwordt, aangezien Europese farmaceuten op het punt staan miljarden teinvesteren in de VS?In de Voortgangsbrief beschikbaarheid en leveringszekerheid geneesmid-delen5 heeft mijn ambtsvoorganger aangegeven niet te zullen wachten ophet eindresultaat van de verordening kritieke geneesmiddelen. Daaromben ik nu al maatregelen aan het verkennen op nationaal niveau, om deproductie van (kritieke) geneesmiddelen in Nederland te stimuleren.De Europese Commissie zet zich tegelijkertijd in om het onderzoeks- envestigingsklimaat in Europa te verbeteren. Dat blijkt ook uit de geanno-5Kamerstukken II 2024/25, 29 477 nr. 939.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7997 teerde agenda voor deze EU-Gezondheidsraad, waarin de farmaceutischesector en bijbehorende onderwerpen terugkomen.Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de CMA dient elkelidstaat een nationaal programma op te stellen ter ondersteuning van deleveringszekerheid van kritieke geneesmiddelen, hoe gaat deze er voorNederland uitzien? Welke randvoorwaarden worden hieraan gesteld?Welke randvoorwaarden ontbreken nog? Wie zijn er betrokken bij hetopstellen van dit Nederlandse nationale programma?Dit nationaal programma moet nog worden vormgegeven en zalafhankelijk zijn van de definitieve wetstekst van de verordening kritiekegeneesmiddelen. Het is daarom te vroeg om te spreken over de randvoor-waarden voor dit programma en wie er betrokken moeten worden bij hetnationale programma. Wel zie ik noodzaak om snel te handelen, omdat6 maanden een korte periode is. Waar mogelijk zal ik voorwerk doen.Het gebruik van de nieuwe publieke aanbestedingsprocedures moetonderdeel uitmaken van dit nationaal programma, wat houden deze«nieuwe publieke aanbestedingsprocedures» exact in?In de voorgestelde verordening staan leveringszekerheidscriteria dieworden meegewogen bij de publieke aanbesteding. De procedure vanaanbesteding verandert niet. De uiteindelijke vorm van deze criteria hangtaf van de definitieve verordening. Er kan gedacht worden aan hetaanhouden van voorraad, het aantal verschillende leveranciers, oftransparantie over de toeleveringsketens.Aangezien de EU besloten heeft de begroting te willen uitbreiden enonder andere accijns op tabak van de lidstaten wil ontvangen6,verwachten genoemde leden van de Minister dat zij bij de Informele EUGezondheidsraad duidelijk laat weten dat Nederland hier niet achter staat,kan de Minister deze houding bevestigen?Momenteel wordt het kabinetsstandpunt over het Meerjarig FinancieelKader en specifiek het eigen middelenbesluit gevormd. De appreciatiesvan de verschillende voorstellen onder het Meerjarig Financieel Kaderzullen zo spoedig mogelijk per brief en middels BNC-fiches aan uw Kamertoekomen.Kan de Minister garanderen dat bij de herziening van de verschillendeTabaksrichtlijnen er geen toezegging volgt ten aanzien van de accijnzen optabak richting de EU?Ik ga niet vooruitlopen op agendering of besluitvorming. Daarom zal ik bijdeze informele Raad geen Nederlands standpunt op dit terreinoverbrengen of toezeggingen doen.De leden van de PVV-fractie zijn benieuwd naar de details van degezamenlijke Europese medische maatregelen en bevoorradingsstrategiedie binnenkort middels het BNC-proces gedeeld worden. Kan hierinhoudelijk al iets meer over gezegd worden?De appreciaties op deze voorstellen zullen zo spoedig mogelijk, en binnende gebruikelijke termijn, per BNC-fiche aan uw Kamer toekomen.6Europese Commissie wil accijns op tabak en belasting van bedrijven ontvangen | Economie |NU.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7998 Ten aanzien van de civiel-militaire samenwerking en weerbaarheid vindengenoemde leden het goed dat er aandacht is voor het voorkomen vandoublures. Kan de Minister een overzicht naar de Kamer sturen van alleNederlandse initiatieven die er op dit moment zijn, zowel binnen de EU alsbinnen de NAVO op het gebied van civiel-militaire samenwerking?Er zijn verschillende internationale gremia waarbinnen gesproken wordtover civiel-militaire samenwerking op het gebied van gezondheid. Zospelen de Europese Unie (EU), de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)en de NAVO, daarbij een belangrijke rol. Binnen deze instanties sluitNederland aan bij verschillende werkgroepen om te spreken overciviel-militaire samenwerking. Omdat civiel-militaire samenwerking in degezondheidszorg een relatief nieuw thema is, zien we dat er nog steedsnieuwe internationale initiatieven en werkgroepen ontstaan en is hetaantal initiatieven nog continu in beweging. Een overzicht kan ik daaromnog niet geven. Maar het toont wel aan waarom het van belang is dat wijsystematisch aansluiten bij deze ontwikkelingen. Juist om synergie tebevorderen en doublures te voorkomen. Dat uitgangspunt hanteren wijsteeds in onze deelname, en ook in de komende periode zullen wij ons eractief voor blijven inzetten dat de internationale samenwerking op ditterrein zo effectief en complementair mogelijk wordt vormgegeven.Waar moet concreet aan gedacht worden bij een «nauwere» samen-werking tussen de EU en de NAVO? Graag enkele concrete voorbeelden.De EU en de NAVO delen veel lidstaten. Daarom is er een zorg dat indienin beide verbanden initiatieven worden opgezet voor het versterken vande weerbaarheid van de zorg, dit resulteert in dubbel werk. Nauweresamenwerking en afstemming is bedoeld om dit te voorkomen.Een voorbeeld hiervan is onze inzet om als VWS en Defensie in nauwesamenwerking deel te nemen aan initiatieven en werkgroepen bij onderandere de NAVO (Joint Health Group) en de EU (onder andere hetgezondheidsveiligheid comité en verschillende werkgroepen onder deHealth Emergency Response Authority (HERA)). Ook zien we dat de EU ende NAVO in de verschillende overlegstructuren ten aanzien van deweerbaarheid, steeds beter samenwerken.De leden van de PVV-fractie zouden liever zien dat eerst de nationaleciviel-militaire samenwerking concreter vorm krijgt, hoe staat hetdaarmee?Het verder uitwerken van de nationale weerbaarheidsopgave en het werkdat de EU en de NAVO in dit kader doen, zijn complementaire activiteiten.Uw Kamer is op 6 december 2024 en 11 juli jl. geïnformeerd over deNederlandse weerbaarheidsopgave bij militaire en hybride dreigingen. Degezondheidszorg is in deze brieven als één van de prioritaire onderwerpenopgenomen. In dezeKamerbrieven is in samenhang uiteengezet wat een weerbaremaatschappij inhoudt en welke opgave er ligt om deze te bereiken. Zo ookten aanzien van civiel-militaire samenwerking ter voorbereiding van dezorg op crises en conflict. In de laatste Kamerbrief is aangekondigd dat inhet najaar van 2025 een uitgebreidere brief naar de Kamer wordtgezonden waarin de concrete inzet en vervolgstappen zijn opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 7999 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda Informele EU Gezondheidsraad en hebben hier nogenkele vragen en opmerkingen bij.Genoemde leden lezen dat het aantal klinische studies in Europa enNederland afneemt. Terwijl klinisch onderzoek kan bijdragen aan hetsneller beschikbaar komen van nieuwe behandelingen. Kan nader wordentoegelicht waarom het aantal klinische studies in Europa en Nederlandafneemt? Hoe gaat de Minister deze dalende trend tegen zodat het aantalklinische studies weer toeneemt?Het aantal klinische studies in Europa laat al een aantal jaren een dalendetrend zien. Dit komt door een toename van concurrentie uit anderelanden, voornamelijk uit Azië (met name China en India) en Zuid-Amerikaen de Verenigde Staten. Genoemde oorzaken voor de afname van hetaantal klinische studies in Europa zijn – naast toenemende concurrentie –onder andere de regeldruk en variëteit in regelgeving en procedurestussen landen.Sommige Europese landen zoals Spanje en Denemarken hebben metactief beleid deze daling weten te keren. Het Ministerie van VWS isdaarom onlangs een programma gestart om het klinisch-onderzoeks-landschap in Nederland te verbeteren. Door middel van dit programmawordt onder andere onderzocht hoe het systeem voor medisch-ethischetoetsing van klinische studies verbeterd kan worden. Daarnaast wordtgekeken hoe de regulatoire keten voor beoordeling van klinische studiesen van toelating van geneesmiddelen, versterkt kan worden. Ten slottewordt gekeken hoe de regeldruk bij het opzetten en uitvoeren vanklinische studies verminderd kan worden en hoe onderzoekers gefacili-teerd kunnen worden bij het uitvoeren van studies. Dit programma isopgezet in consultatie met de Centrale Commissie MensgebondenOnderzoek, de Nederlandse Vereniging Medische Ethische Toetsing-commissies en put ook uit eerdere analyses van bijvoorbeeld de DutchClinical Research Foundation. De daling van klinische studies baart ook deEuropese Commissie zorgen. Dit vindt zijn weerklank in de Life Sciencesand Health Strategy, waarin initiatieven worden voorgesteld om hetuitvoeren van multinationale klinische studies te faciliteren.Hoewel ik onderstreep dat een aantal zaken alleen in Europees verbandkunnen worden opgelost, zal ik hier niet op wachten. Zo wil ik ookverkennen of een Nationaal Klinisch Onderzoek Bureau, zoals bijvoorbeeldin Denemarken is opgezet, een nuttig instrument is om Nederlandaantrekkelijker te maken voor klinisch onderzoek. Ik acht een aantrekkelijkklinisch onderzoeksklimaat in Nederland van belang voor de patiënt, hetzorgsysteem, academisch onderzoek en voor de farmaceutische industrie.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat Anti-MicrobiëleResistentie (AMR) op de geannoteerde agenda staat. Gezien de gezond-heidsdreiging die hiervan uitgaat staan deze leden hier positief tegenover.De genoemde leden lezen verder dat Denemarken voorop loopt op hetgebied van verantwoord gebruik van antimicrobiële middelen. Welkelessen neemt de Minister over van Denemarken om verantwoord om tegaan met het gebruik van antimicrobiële middelen?Nederland scoort al erg goed in het verantwoord gebruik van antimicro-biële middelen. Dat neemt niet weg dat er altijd ruimte is voor verbe-tering. Daarover ga ik graag met Denemarken in gesprek. Een puntwaarop we van Denemarken kunnen leren is bijvoorbeeld hun ervaringmet de inzet van nieuwe inkoopsamenwerkingen, met o.a. Noorwegen enIJsland, om gezamenlijk antibiotica in te kopen. Door de toegang totTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79910 verschillende typen antibiotica in Nederland te verbeteren, kan er wellichtnog gerichter worden voorgeschreven. Dat draagt bij aan het voorkomenvan resistentie.Welke rol ziet de Minister weggelegd voor Europa in het verantwoordomgaan met antimicrobiële middelen?In 2023 zijn er aanbevelingen aangenomen door de Europese Raad inzakede uitbreiding van de EU-maatregelen ter bestrijding van resistentie tegenantimicrobiële stoffen, met behulp van een «één gezondheid»-benadering.In deze aanbevelingen zijn EU-lidstaten verzocht om onder andere doelente stellen voor de humane sector. Zo wordt er een doel gesteld voor dereductie van het totale antibioticagebruik bij de eerstelijnszorg, deziekenhuissector en instellingen voor langdurige zorg, in 2030. InNederland moet het antibioticumgebruik met 3% zijn gedaald ten opzichtevan het niveau in 2019. Alle lidstaten dienen te werken aan het behalenvan de voor hun gestelde targets en de Europese Commissie voert daaropmonitoring uit.De Europese Commissie financiert daarnaast een grote Joint Action onAMR (EU-JAMRAI-2). Een van de algemene doelstellingen van JAMRAI-2is het bieden van directe en aanzienlijke ondersteuning, om EU-lidstaten(MS) en geassocieerde landen (AC), te helpen bij de ontwikkeling,actualisering en uitvoering van hun nationale actieplannen (NAP) voorAMR. Daarnaast wordt er binnen JAMRAI, in een specifieke werkgroepgewerkt aan stewardship en verantwoord gebruik. Nederland neemt deelaan deze Joint Action en trekt het werkpakket dat lidstaten ondersteunt enhelpt bij hun actieplannen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het Verslag EU Gezondheidsraad, d.d. 20 juni 2025. Genoemde ledenhebben echter nog enkele opmerkingen en vragen.De leden van de VVD-fractie hechten waarde aan de veiligheid enweerbaarheid van Nederland en Europa. Deze leden zijn daarom verheugddat er veel aandacht is besteed aan coördinatie, cyberveiligheid ennoodvoorraden. Om dit te bewerkstelligen raakt de Critical Medicines Act(CMA) ook vraagstukken rondom financiële prikkels voor het stimulerenvan Europese medicijnproductie en Nederlands productievermogen.Mocht de CMA deze prikkels niet juridisch ondervangen, ontstaat eenrisico dat landen dit gebruiken om structurele staatssteun te verlenen. Hoewil de Minister ervoor zorgen dat de financiële prikkels zo vorm zullenworden gegeven dat ook Nederlandse bedrijven evenredig hiervankunnen profiteren?Ik zie het risico dat lidstaten de verordening gebruiken om structurelestaatssteun te verlenen niet, omdat de bestaande staatssteunkadersongewijzigd blijven. Binnen deze kaders is het voor overheden mogelijkom financiële ondersteuning te verlenen. De verordening stelt voor datstrategische projecten worden opgezet om productie te stimuleren. Daarben ik blij mee. Deze strategische projecten, waaronder de Nederlandse,kunnen tevens aanspraak maken op financiële ondersteuning vanuit deEU. Ik zet in de onderhandelingen in op een coördinatiemechanisme datervoor kan zorgen dat financiële steun eerlijk en doelmatig verdeeldwordt. Ik wil de mogelijkheden die strategische projecten bieden voorNederland maximaal benutten, maar ik merk hierbij op dat hiermomenteel nog geen financiële middelen voor zijn vrijgemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79911 De leden van de VVD-fractie wil dat Nederland de sterkste economie vanEuropa wordt. Deze leden zien dat er voor geneesmiddelenproducenteneen ongelijk speelveld is op het vlak van belastingen, milieuvereisten enarbeidsomstandigheden. Daarbij komt het feit dat dit ongelijke speelveldzich verder uitstrekt naar landen buiten Europa, waarbij EU-landen zichmoeten committeren aan meer wet- en regelgeving en aan veel hogerevoorwaarden moeten voldoen om geneesmiddelen te mogen producerendan landen zoals China en India. Hoe zet de Minister zich in om een gelijkspeelveld te creëren voor Nederlandse geneesmiddelenproducenten?De signalen dat het speelveld voor geneesmiddelenproducenten op hetgebied van belastingen, milieuvereisten, energiekosten en arbeidsomstan-digheden ongelijk is, zijn bij mij bekend. Ik blijf meedenken met Neder-landse geneesmiddelenproducenten over hoe we productie in Nederlandkunnen behouden. Onlangs heb ik knelpunten bij producenten opgehaalden binnenkort zal de Minister van Economische Zaken de Kamer infor-meren over het industriebeleid. Ik ben met hem in gesprek over de plekdie geneesmiddelenproductie hierin krijgt.Tegelijkertijd speelt Nederland een voorlopersrol bij de onderhandelingenover de verordening kritieke geneesmiddelen. Door middel van strate-gische projecten moet de Europese geneesmiddelenproductie eenstimulans krijgen.De leden van de VVD-fractie lezen dat er «een zeer brede coalitie van19 lidstaten, waaronder Nederland, aandrong op een urgente herzieningvan de Europese tabakregelgeving». Genoemde leden vragen of Duitslanden België onderdeel zijn van deze 19 lidstaten.Nederland heeft twee brieven ondertekend waarin wordt aangedrongenop een urgente herziening van de Europese tabaksregelgeving. Op21 maart 2025 is op initiatief van Nederland, met in totaal 12 lidstaten, eenbrief gestuurd aan Commissaris Várhelyi met een oproep tot onderandere een spoedige en toekomstbestendige herziening van Europeseregels op e-sigaretten en tabaksproducten. België heeft deze brief ookgetekend, Duitsland niet.Op 26 mei 2025 hebben 15 Europese lidstaten, inclusief Nederland,Duitsland en België een brief verstuurd aan Commissievoorzitter Von derLeyen, waarin wordt opgeroepen tot een herzieningsvoorstel van deRichtlijn tabaksaccijns.Momenteel reizen Nederlanders naar de eerdergenoemde buurlandenvoor goedkopere tabakswaren, waardoor Nederland belastinginkomsten,via accijnzen, misloopt. Als onze buurlanden de herziening van deEuropese tabakregelgeving steunen, zal de Nederlandse staatskas dezeaccijnzen niet langer mislopen. Denkt de Minister dat de herziening opkorte termijn zal plaatsvinden?De onderhandelingen over de herziening van de Richtlijn tabaksaccijnszijn nog niet begonnen. Daarom is het nog niet duidelijk wat de houdingvan andere lidstaten is ten aanzien van het voorstel van de Commissie ende daarin opgenomen minimum accijnstarieven. Wel lijkt er bereidheid tezijn bij diverse lidstaten om tot een herziening te komen. Zo hebben15 lidstaten waaronder Nederland, België en Duitsland in het voorjaar eenbrief gestuurd aan Commissievoorzitter Von der Leyen, met de oproepeen herzieningsvoorstel voor de Richtlijn tabaksaccijns in te dienen. Overhet algemeen kost het uitonderhandelen van Europese wetgeving enkelejaren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79912 De leden van de VVD-fractie lezen dat er aandacht was voor zelfred-zaamheid van jongeren, ouders, opvoeders en leerkrachten middelsvoorlichting en educatie. Voorbeelden houden echter op bij schermtijd-aanbevelingen en telefoonverboden op scholen. Beide zijn al onderdeelvan huidig politiek debat. Er staat eerder in de brief dat een goedopgezette volksgezondheidsinterventie een potentieel rendement heeftvan 14 euro voor elke geïnvesteerde euro. De leden van de VVD-fractiezijn van mening dat dit meer binnenlandse aandacht verdient. Welke rolziet de Minister voor zichzelf in het creëren van een binnenlands, goedopgezette volksgezondheidsinterventie gericht op de zelfredzaamheid vanjongeren?Zelfredzaamheid begint met gezond en veilig opgroeien. De rol vanouders is hierbij cruciaal. Opvoedondersteuning helpt om de zelfred-zaamheid van ouders en daarmee ook van jongeren te versterken. Met hetAZWA-akkoord zijn afspraken gemaakt over basisvoorzieningen, diebeschikbaar moeten zijn in de wijk en buurt, op het gebied vangezondheid, ondersteuning, welzijn en zorg. Een van de voorzieningen diein dit kader genoemd wordt, is dat gemeenten in samenwerking met deGGD, moeten bijdragen aan de aanpak Gezonde School, met specifiekeaandacht voor mentale gezondheid. De Gezonde School-aanpak leunt ophet principe dat integraal, schoolbreed en doorlopend wordt gewerkt aanhet welbevinden van leerlingen (en leraren). Aanvullend wordt vanuit hetMinisterie van VWS ook gewerkt aan het actieprogramma mentalegezondheid en GGZ.U bent geïnformeerd over de contouren van dit programma via eenKamerbrief. Binnen het actieprogramma wordt ook ingezet op de mentaleveerkracht van jongeren; o.a. door inzet op ontmoeting via bv. laagdrem-pelige inloopmogelijkheden, zingeving en Maatschappelijke Diensttijd-projecten. Dit programma wordt eind dit jaar gelanceerd.Zelfredzaamheid in het digitale tijdperk vraagt om meer dan enkel inzet opmentale veerkracht. Dit vraagt ook om mediawijsheid en een veiligeonline omgeving. Ik verwijs u hiervoor naar de Kamerbrief van4 september over de strategie Kinderrechten online.Tot slot lezen de leden van de VVD-fractie dat huidige UR-middelen opdezelfde wijze ingericht kunnen worden. Kan de Minister toelichten wathiermee precies bedoeld wordt? Betekent dit dat er geen wijziging plaatszal vinden in de manier waarop UR- en UAD-geneesmiddelen kunnenworden geleverd? Als dit wel verandert, kan de Minister toelichten opwelke manier dit verandert?In mijn beantwoording ga ik ervan uit dat uw vraag betrekking heeft op deherziening van de Europese geneesmiddelenwetgeving. In het voorstelvan de Europese Commissie wordt de receptplicht uitgebreid tot alleantimicrobiële middelen. Bij het Raadsmandaat van de lidstaten van deEU, is men gekomen tot een basisregel van receptplicht voor alleantimicrobiële middelen, behalve de geneesmiddelen die op de huidworden toegepast. Lidstaten mogen echter uitzonderingen op dit principeaanwijzen. Dit biedt de mogelijkheid om een voor Nederland gewensteindeling aan te houden. In Nederland gaat het College ter Beoordeling vanGeneesmiddelen over de indeling van geneesmiddelen in deze catego-rieën.Daarbij wil ik graag benadrukken dat de trilogen tussen de Europesewetgevende instanties, nog lopen en dat er nog geen definitieve wettekstis. Wanneer deze bekend is, informeren wij de Tweede Kamer of erveranderingen komen en hoe we deze implementeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79913 Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda van de Informele EU Gezondheidsraad in Kopenhagen.Deze leden hebben hierover nog enkele vragen. In het kader van de«gedachtewisseling Life science en klinische studies» vinden deze ledenhet belangrijk om nogmaals te benadrukken dat een volledige opt-outvoor secundair gebruik van medische gegevens van het grootste belangis. Kan de Minister schetsen hoe deze opt-out wel of niet wordt gewaar-borgd in de Strategie op Europese biowetenschappen? Zal de Ministerzich inzetten voor een volledige opt-out voor secundair gebruik vanmedische gegevens, zonder uitzonderingen?De Europese strategie op levenswetenschappen is afgelopen zomer doorde Commissie gedeeld, met de ambitie om Europa leidend te laten zijn inde levenswetenschappen, waar gezondheid en ontwikkeling van nieuwekwalitatieve medische producten een belangrijke rol bij spelen. Daarnaastis er de verordening betreffende de Europese ruimte voor gezondheidsge-gevens (EHDS). Deze verordening is inmiddels in werking getreden.Daarmee kan de nieuwe strategie op levenswetenschappen geen nieuwwettelijk kader creëren voor een opt-out voor secundair gebruik vanmedische gegevens. De EHDS zorgt al voor een duidelijk kader voor hetgebruik van elektronische gezondheidsgegevens voor secundair gebruik.In de EHDS is geregeld dat burgers rechtstreeks een beroep kunnen doenop het EHDS opt-out recht voor secundair gebruik. De opt-out metbetrekking tot het beschikbaar stellen van elektronische gezondheidsge-gevens voor secundair gebruik, geldt in beginsel voor alle in de EHDSgenoemde gegevens.Daarnaast zijn de leden van de NSC-fractie geschokt door de datahack bijEurofins. Is de Minister bereid om de cyberveiligheid van data vanonderzoek met patiëntengegevens aan de orde te stellen in de EUGezondheidsraad?Z-CERT (het expertisecentrum voor cybersecurity in de zorg) opereert ineen informeel Europees netwerk van CSIRTS (Computer Security IncidentRespons Teams). Het doel van dit netwerk is het delen van dreigingen enincidenten op technisch niveau.Daarnaast heeft de Europese Commissie begin 2025 een EU-actieplangepresenteerd om de cyberbeveiliging van ziekenhuizen en zorgverlenerste verbeteren. De gesprekken over wat dit kan betekenen voor hetzorgveld lopen in de daarvoor bestemde werkgroepen tussen de lidstaten.Tijdens de komende informele gezondheidsraad in Kopenhagen, staat ditthema niet specifiek op de agenda.De leden van de NSC-fractie zijn verheugd dat er tijdens de raad ookaandacht wordt gegeven aan de weerbaarheid van de zorg. Volgens dezeleden speelt hierbij ook retour- en restmedicatie een belangrijke rol.Retour- en restmedicatie mag niet meer hergebruikt worden, terwijl ersoms tekorten zijn. Ook in Oekraïne zijn er grote tekorten van bijvoorbeeldpijnmedicatie. Is dit onderwerp volgens de Minister al voldoendeaanwezig in bestaande strategieën rondom weerbaarheid?Voordat hergebruik van retourmedicatie in een weerbaarheidsstrategiekan worden opgenomen, is aanpassing van de Europese wet noodzakelijk.Dit komt omdat in de huidige Europese wetgeving, heruitgifte (hetverstrekken van medicatie aan een patiënt, die de apotheek al eerder heeftverlaten en weer is teruggenomen), niet is toegestaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79914 In de onderhandelingen over de herziening van de farma-wetgeving heeftNederland zich ervoor ingespannen dat heruitgifte wettelijk eenmogelijkheid wordt, zij het onder strikte voorwaarden. Het huidigraadsvoorstel kent een voorstel waarbij een geneesmiddel veilig eneenmalig aan een andere patiënt kan worden heruitgegeven, door middelvan extra voorwaarden en controles door de apotheker.Dit raadsvoorstel wordt nu besproken in de trilogen met EuropeesParlement en Europese Commissie.Is de Minister bereid om de EU regelgeving ten aanzien van retour- enrestmedicatie te versoepelen zodat na controle van de apotheker,geschikte medicatie weer hergebruikt kan worden?Hier ben ik zeker toe bereid en ook al intensief mee bezig. Zie ook mijnantwoord op de vorige vraag.Kan de Minister zich inzetten om de mogelijkheid van de implementatievan een structureel monitoringsysteem voor retour- en restmedicatie inalle lidstaten te onderzoeken, met als doel om in crisissituaties snellertoegang te krijgen tot beschikbare medische middelen?Zoals hierboven reeds uitgelegd is eerst herziening van de Europesefarmawetgeving noodzakelijk om retourmedicatie te mogen uitgeven. Eennieuw structureel monitoringssysteem voor retour- en restmedicatie heefttot die tijd geen toegevoegde waarde en verhoogt de administratievelasten bij zorgverleners waar dit retour wordt gebracht.Vindt de Minister het wenselijk om dit systeem permanent te verankerenin de Europese strategie voor civiel-militaire samenwerking en medischebevoorrading, zodat Europa minder afhankelijk is van trage leverings-ketens in een veranderend geopolitiek landschap?Voordat ik hier een uitspraak over kan doen, moet eerst worden vastge-steld of heruitgifte wettelijk mogelijk wordt. In mijn eerdere antwoordenheb ik toegelicht dat een herziening van de Europese farmawetgevingnoodzakelijk is.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Informele EUGezondheidsraad d.d. 15–16 september 2025. Genoemde leden hebbengeen vragen aan de Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-31, nr. 79915

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 092f09de5a95db0b

14 okt 2026 · 8a339dea58b6a585

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.