KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek van het lid Jasper van Dijk over het sociaal leenstelsel

13 jun 2013 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 518085a134b80123 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 24 724Studiefinanciering Nr. 118 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 13 juni 2013 Uw Kamer heeft mij 11 juni jongstleden in het ordedebat (Handelingen II 2012/13, nr. 93) gevraagd om aanvullend op mijn brief van 7 juni 20131 op een aantal aspecten omtrent de invoering van het sociaal leenstelsel nader in te gaan. Ik ga hieronder kort in op de vragen die u mij gesteld heeft. Uw Kamer vraagt wanneer er een einde komt aan de onzekerheid voor studenten en hoe ik het vervolgtraject voor me zie. Ik heb in mijn brief van 7 juni die duidelijkheid gegeven. Ik heb onder meer aangegeven dat ik het naar aanleiding van verschillende onderzoeken en vele gesprekken die ik heb gevoerd met scholieren en studenten belangrijk vind om aan de (aankomende) studenten nu duidelijkheid te verschaffen door de maatregelen tijdig bekend te maken. Daarom heb ik mijn brief ruim voor de zomer en dus ruim voor de start van het komende collegejaar gestuurd. De (aankomende) studenten kunnen er nu dus vanuit gaan dat: •het sociaal leenstelsel voor de masterfase per 1 september 2014 ingaat; •het sociaal leenstelsel voor de bachelorfase per 1 september 2015 ingaat. Ik ben voornemens om de uitwerking van het sociaal leenstelsel in de masterfase zeer binnenkort aan te bieden in een wetsvoorstel, waarin ik het kader zal schetsen voor de invoering van het gehele sociaal leenstelsel, inclusief de bachelorfase. Het wetsvoorstel voor het sociaal leenstelsel in de bachelorfase zult u dan begin 2014 ontvangen, met zoals gezegd 1 september 2015 als beoogde invoeringsdatum. Dat wetsvoorstel zal de lijn volgen die ik uitzet in het voorstel voor de masterfase. 1«Verdere invulling sociaal leenstelsel en onderzoek naar gedragseffecten», 7 juni 2013, Kamerstuk 24 724, nr. 117. kst-24724-118ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 24 724, nr. 1181 Uit deze fasering vloeit voort wat de gevolgen zijn voor de mogelijkheid voor aankomende studenten om een tussenjaar te volgen (gap year). Aankomende bachelorstudenten kunnen het komend jaar nog een tussenjaar nemen tussen middelbare school en hoger onderwijs, vooruitlopend op de invoering van het sociaal leenstelsel. Daarna kunnen zij nog steeds een tussenjaar volgen, maar zullen zij voor bacheloroplei-dingen rekening moeten houden met de invoering van het sociaal leenstelsel per 1 september 2015. Uw Kamer vraagt me waarom ik alleen de basisbeurs voor de bachelorfase een jaar langer laat doorlopen. In mijn brief heb ik aange-geven dat ik het voor aankomende bachelorstudenten belangrijk vind om meer tijd te nemen voor een zorgvuldige voorlichting over de stelselwijzi-gingen, zodat middelbare scholieren beter gefaciliteerd kunnen worden in het maken van een bewuste studiekeuze. Om bij te dragen aan een bewustere studiekeuze wil ik een breed instrumentarium aan kwaliteitsbe-vorderende maatregelen doorvoeren, die ik heb opgenomen in het wetsvoorstel Kwaliteit in Verscheidenheid, dat momenteel in de Eerste Kamer ligt. Daarin wordt geregeld dat studenten die zich inschrijven voor 1 mei recht hebben op een studiekeuzegesprek. Dit zal volgens planning voor het eerst in 2014 plaatsvinden. Daarnaast wordt de studiebijsluiter vanaf collegejaar 2014/2015 verplicht voor alle opleidingen in het hoger onderwijs. De genoemde maatregelen uit het wetsvoorstel Kwaliteit in Verschei-denheid gelden alleen voor aankomende bachelorstudenten. Voor aanstaande masterstudenten geldt, dat zij al vergevorderd zijn in hun studie en met hun reeds opgedane ervaring in het hoger onderwijs een verstandige en bewuste keuze kunnen maken over het vervolg van hun opleiding. Invoering per 1 september 2014 acht ik voor de aanstaande masterstudenten daarom verantwoord, mede gelet op de stevige inzet op een goede voorlichting door DUO. Invoering per 1 september 2014 van het sociaal leenstelsel in de masterfase betekent daarnaast dat ik kan beginnen met het investeren van de opbrengsten van het sociaal leenstelsel in de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. De opbrengsten van de masterfase kan ik volgens planning aanwenden. Omdat de invoering van het sociaal leenstelsel in de bachelorfase een jaar opschuift, schuiven de opbrengsten van de bachelorfase ook een jaar op. De structurele opbrengsten veranderen niet. U vroeg ook nog naar de gevolgen voor de Rijksbegroting. Ik verwijs daarvoor naar de bijlage van mijn brief van 7 juni. U heeft gevraagd om meer inzicht in de nadere uitwerking van een alternatief vervoersarrangement. Ik kan mij voorstellen dat u en de studenten meer duidelijkheid willen, maar die kan ik op dit moment niet geven. De precieze vorm van het vervoersarrangement is afhankelijk van overleg tussen de overheid en de openbaar vervoerbedrijven en het overleg met de studenten. Zoals ik in mijn brief van 7 juni heb aange-geven is daarbij vertrouwelijkheid vereist om een succesvol onderhande-lingsresultaat te boeken met de vervoersbedrijven. Ik verwacht dat ik einde van dit jaar meer informatie kan geven over het vervolgproces. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. BussemakerTweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 24 724, nr. 1182

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d0c9dbf5a867ebf3

14 okt 2026 · eaf0a91b3bfea5ae

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.