Memorie van toelichting
Brontekst
Versie f203b24fdbda72da · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–201935 000 XIIVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2019Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING Inhoudsopgave A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING 3 B. BEGROTINGSTOELICHTING 4 1. LEESWIJZER 6 2. BELEIDSAGENDA 9 3. DE BELEIDSARTIKELEN 31 Beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid 31 Beleidsartikel 13 Bodem en Ondergrond 45 Beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid 50 Beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor 63 Beleidsartikel 17 Luchtvaart 73 Beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens 87 Beleidsartikel 19 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal 95 Beleidsartikel 20 Lucht en Geluid 100 Beleidsartikel 21 Duurzaamheid 105 Beleidsartikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisi-co’s 114 Beleidsartikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie 125 Beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht 129 Beleidsartikel 25 Brede Doeluitkering 134 Beleidsartikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen 135 4. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN 142 Niet-beleidsartikel 97 Algemeen Departement 142 Niet-beleidsartikel 98 Apparaatsuitgaven kerndepar-tement 145 Niet-beleidsartikel 99 Nog onverdeeld 148 kst-35000-XII-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 21 5. BEGROTING AGENTSCHAPPEN 149 Agentschap Rijkswaterstaat 149 Agentschap Inspectie Leefomgeving en Transport 159 Agentschap Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut 164 6. BIJLAGEN 171 Bijlage 1 ZBO’s en RWT’s 171 Bijlage 2 Verdiepingsbijlage 174 Bijlage 3 Moties en Toezeggingen 197 Bijlage 4 Subsidieoverzicht 245 Bijlage 5 Evaluatie- en overig onderzoek 255 Bijlage 6 Overzichtsconstructie Milieu 268 Bijlage 7 Afkortingenlijst 273 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 22 A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Wetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen. Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota. Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).Wetsartikel 2Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen agentschappen Rijkswaterstaat (RWS), Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begroting opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 23 B. BEGROTINGSTOELICHTING Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft drie begrotingen:1.de voorliggende beleidsbegroting Hoofdstuk XII van de Rijksbegro-ting,2.de begroting van het Infrastructuurfonds (Hoofdstuk A van de Rijksbegroting) en3.de begroting van het Deltafonds (Hoofdstuk J van de Rijksbegroting).De twee fondsbegrotingen van IenW, het Infrastructuurfonds en het Deltafonds, worden gevoed vanuit de beleidsbegroting Hoofdstuk XII via beleidsartikel 26 (Bijdrage Investeringsfondsen).In de beleidsbegroting Hoofdstuk XII worden de uitgaven geraamd en verantwoord voor de beleidsuitgaven van IenW, waaronder beleidsonder-zoeken, subsidies en bijdragen aan medeoverheden en/of internationale organisaties. Ook de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement worden begroot op de beleidsbegroting.Op beide fondsbegrotingen worden de uitgaven aan concrete investe-ringsprojecten en programma’s geraamd, evenals de uitgaven voor beheer, onderhoud en vervangingen van de infrastructuur. De doelstelling van het Infrastructuurfonds is wettelijk vastgelegd in de Wet op het Infrastructuurfonds (Stb. 1993, 319): «het bevorderen van een integrale afweging van prioriteiten en het bevorderen van continuïteit van middelen voor infrastructuur». De instelling van het Deltafonds is wettelijk geregeld in de Waterwet (Stb. 2009, 107), met als doel de bekostiging van maatre-gelen, voorzieningen en onderzoeken op het gebied van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterkwaliteit.MIRT OverzichtAlle investeringsprojecten en -programma’s in het Infrastructuurfonds en Deltafonds zijn opgenomen in het MIRT Overzicht. Dit overzicht wordt aan de Tweede Kamer aangeboden op Prinsjesdag en biedt verdieping op de informatie die voor de projecten is opgenomen in het Infrastructuurfonds en Deltafonds. In principe is van ieder investeringsproject en -programma een projectblad opgenomen in het MIRT Overzicht. Om de verbinding tussen de begrotingen van de fondsen en het MIRT Overzicht te verhel-deren worden vanaf Begroting 2016 in het Infrastructuurfonds en Deltafonds waar mogelijk digitale verwijzingen opgenomen naar het specifieke projectblad in het MIRT Overzicht. Naast specifieke informatie over projecten, biedt het MIRT Overzicht ook meer informatie over de belangrijkste opgaven die spelen in de verschillende MIRT Gebieden, zoals bijvoorbeeld verwoord in de MIRT Gebiedsagenda’s.DeltaprogrammaHet Deltaprogramma is een nationaal programma. Rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen werken hierin samen met inbreng van maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Het doel is om Nederland ook voor de volgende generaties te beschermen tegen hoogwater en te zorgen voor voldoende zoetwater. In het Deltapro-gramma wordt naast de lange termijn voorkeursstrategieën ook een overzicht gegeven van de financiële middelen voor het Deltaprogramma, waarvoor het Deltafonds een belangrijk financiële bron is.De begrotingen van IenW zijn ook digitaal beschikbaar op www.rijksbe-groting.nl, het MIRT Overzicht 2018 is te vinden op www.mirtoverzicht.nl Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 24 en het Deltaprogramma op www.deltacommissaris.nl/deltaprogramma.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 25 1. LEESWIJZER StructuurDe opzet en structuur van de begroting voor Hoofdstuk XII zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. De begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd.1.Allereerst is de begrotings(wet)staat voor Hoofdstuk XII voor het jaar 2019 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramin-gen worden voorgesteld.2.In de Beleidsagenda is vervolgens een overzicht gegeven van prioriteiten voor 2019 en de hoofdlijnen van het (budgettaire) beleid. Daarna is eerst op hoofdlijnen inzicht verstrekt in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.3.In de artikelsgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel wordt per beleidsartikel beschreven wat per beleidsthema de algemene doelstelling is, wat de rollen en verantwoordelijkheden van de Minister hierbij zijn en welke budgetten er per financieel instrument voor het beleidsthema zijn begroot.4.In de verdiepingsbijlage (bijlage 2) worden per beleidsartikel de belangrijke mutaties toegelicht. In deze bijlage is door middel van een meerjarige mutatietabel op artikelonderdeelniveau de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorge-stelde stand. Dit is een aanvulling op de «standen» die in de (niet-)beleidsartikelen zijn opgenomen.5.De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting of betreffen overzichtsconstructies.Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op de rijksbegrotingsvoorschriften de onderstaande punten verwerkt:•Het beleidsartikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen kent de artikelonder-delen Bijdrage aan het Infrastructuurfonds en Bijdrage aan het Deltafonds. Per artikelonderdeel is een overzicht opgenomen van de bijdrage per modaliteit aan het Infrastructuurfonds en Deltafonds tot en met 2032.•Op de beleidsartikelen van Hoofdstuk XII waarop de bijdragen aan het Infrastructuurfonds/Deltafonds betrekking hebben wordt direct onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van beleid» extracomp-tabel de betrokken bijdrage aan het Infrastructuurfonds/Deltafonds gepresenteerd (zoals opgenomen in artikel 26 Bijdrage Investerings-fondsen). Hiermee worden de beleidsprestaties van de investeringen die worden verantwoord op de investeringsfondsen betrokken bij het formuleren van het integrale beleid, inclusief beleidsindicatoren.In de groeiparagraaf worden de belangrijkste verbeteringen in de begroting beschreven ten opzichte van het voorgaande jaar.Indicatoren WatermanagementDe indicatoren Watermanagement zijn vanaf de begroting 2019 niet meer opgenomen bij artikel 11 op Hoofdstuk XII aangezien deze betrekking hebben op het Beheer en Onderhoud van het hoofdwatersysteem. De verantwoording hierover vindt plaats op het Deltafonds. Aangezien de indicatoren Watermanagement ook al zijn opgenomen bij artikel 3 op het GroeiparagraafTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 26 Deltafonds, is ervoor gekozen om de indicatoren bij artikel 11 op Hoofdstuk XII weg te laten.Overheveling taken van DG Milieu en Internationaal naar DG MobiliteitBij de herinrichting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is besloten dat de taken die worden verricht in de taakvelden voertuige-missies en brandstoffen worden overgedragen van DG Milieu en Internationaal naar DG Mobiliteit. De taakvelden voertuigemissies en brandstoffen werden voorheen verantwoord onder artikel 20 Lucht en Geluid en artikel 21 Duurzaamheid. Vanaf deze begroting worden deze taakvelden verantwoord onder artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid.Kengetallen beleidsartikel 19 Uitvoering Milieubeleid en InternationaalIn de begroting 2018 is onder artikel 19 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal een drietal kengetallen gepresenteerd. In deze begroting zijn vanwege de (inter)departementale herindeling deze kengetallen niet meer aanwezig dan wel gepresenteerd onder beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid. Het betreft de volgende kengetallen:•Sectorale niet-ETS-emissieplafonds voor 2020. Dit kengetal relateert aan ETS-activiteiten, welke nu onderdeel zijn van het Ministerie van EZK.•Ontwikkeling verplichting aandeel hernieuwbare energie in het vervoer. Dit kengetal staat gepresenteerd bij beleidsartikel 14.•Ontwikkeling CO2-emissie nieuwe personenauto’s. Dit kengetal staat gepresenteerd bij beleidsartikel 14.De bij bovengenoemde kengetallen horende verantwoordelijkheden en budgetten zijn mede overgegaan naar beleidsartikel 14 dan wel het Ministerie van EZK.Kengetal beleidsartikel 20 Lucht en GeluidIn de begroting 2018 is onder artikel 20 Lucht en Geluid het kengetal Emissies luchtverontreinigende stoffen en broeikasgas door verkeer en vervoer gepresenteerd. In deze begroting is vanwege de departementale herindeling dit kengetal gepresenteerd onder beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid.Kengetallen beleidsartikel 13 Bodem en OndergrondIn de begroting 2018 zijn onder artikel 13 Bodem en Ondergrond de kengetallen Nationaal Belang SVIR gepresenteerd. In deze begroting zijn de kengetallen niet opgenomen vanwege de overheveling van budgetten (Ruimtelijke Ordening) naar het ministerie van BZK in het kader van de interdepartementale herindeling. Inboeking onderuitputtingIn het voorjaar van 2018 zijn er extra middelen vrijgemaakt voor onder andere het gasbesluit, de inrichting van LNV en de Brexit-voorbereiding. Hiervoor is dekking gevonden in de structurele onderuitputting op de verschillende departementale begrotingen. Op de beleidsbegroting van IenW is een structurele onderuitputting van € 20 miljoen oplopend naar € 23 miljoen vanaf 2021 ingeboekt in afwachting van concrete invulling. In de loop van het jaar wordt deze concreet ingevuld met onderuitputting waarvan bij aanvang van het jaar nog niet bekend is waar deze precies optreedt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 27 Verwerking motiesMotie Schouw c.s.In juni 2011 is de motie-Schouw (Kamerstukken II 2011–2012, 21 501-20, nr. 537) aangenomen. Deze motie zorgt ervoor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingspro-gramma’s een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. Voor IenW heeft de Raad voor 2018 geen specifieke aanbevelingen gedaan (COM 2016; 339).Motie-Hachchi c.s.In oktober 2012 is de motie-Hachchi (Kamerstukken II 2011–2012, 33 000 I, nr. 28) aangenomen. Een overzicht van alle rijksuitgaven Caribisch Nederland, inclusief die vanuit de IenW begrotingen, is opgenomen bij de begroting van het BES-fonds.Motie Leegte c.s.In januari 2015 is de motie-Leegte (Kamerstukken II 2014–2015, 30 196, nr. 278) aangenomen. In de begroting van het Ministerie van Economische Zaken wordt daarom een totaaloverzicht gepresenteerd van de maatre-gelen van alle ministeries in het kader van het Energieakkoord. Hierin zijn ook de maatregelen die onder de verantwoording van IenW vallen opgenomen. Bij de desbetreffende beleidsartikelen 14 Wegen en Verkeersveiligheid en 19 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal worden de maatregelen genoemd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 28 2. BELEIDSAGENDA IntroductieHet gaat goed met Nederland. Op verschillende internationale ranglijsten scoren we hoog. Op het gebied van watermanagement zijn we toonaan-gevend; van onze kennis wordt wereldwijd gebruik gemaakt. Binnen de Europese Unie (EU) lopen we voorop in het verantwoord omgaan met grondstoffen en verpakkingsmaterialen. En onze infrastructuur is van wereldklasse.Het vertrekpunt is goed, maar dat betekent niet dat we er zijn. In Nederland hebben we ook te maken met files, volle treinen, toenemende drukte in de steden, vervuiling en perioden van wateroverlast. De economie groeit en de vraag naar mobiliteit neemt toe. Er blijft dus werk aan de winkel om Nederland vandaag én morgen bereikbaar te houden. Immers, met een goede bereikbaarheid verdienen we onze boterham en kunnen we elkaar ontmoeten. We focussen daarom op een slimme combinatie en duurzame invulling van mobiliteit op weg, water en spoor, de zogeheten multimodale mobiliteitsaanpak. De verbetering van de doorstroming, vermindering van het aantal files, vervanging en innovatie van infrastructuur en zorg voor een goed openbaar vervoer (inclusief de fiets) staan hierbij centraal. Daarnaast zijn cybersecurity en verkeersvei-ligheid een belangrijke kabinetsprioriteit omdat we onze infrastructuur veilig en operationeel willen houden.Behalve aan een bereikbaar Nederland, werkt het Ministerie van Infra-structuur en Waterstaat (IenW) ook aan een leefbaar Nederland. We willen snel van A naar B; maar wel in een goed ingerichte, schone en veilige omgeving. Een omgeving waarin we een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het Parijsakkoord en andere internationale afspraken zoals de Agenda 2030 (Sustainable Development Goals). In 2019 zet IenW sterk in op circulaire economie en duurzaam transport, evenals op de verbetering van de omgevingsveiligheid en de kwaliteit van de leefom-geving. Ons werk op het gebied van waterveiligheid- en kwaliteit zetten we onverminderd voort. Daarbij kijken we ook breder naar bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering en opkomende stoffen in het water.Het veelzijdige takenpakket van IenW kent bij tijd en wijle dilemma’s en schurende belangen. Daarvoor moeten we afgewogen en innovatieve oplossingen vinden. Dit doen we samen met bewoners, bedrijven en andere overheden, in een steeds meer digitaliserende en data gedreven omgeving. Waar innovatie een effectieve bijdrage kan leveren aan onze doelstellingen, stimuleert IenW deze. Hierbij zijn onze kennisinstituten – het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)- van groot belang, evenals onder andere de universiteiten, de toegepaste onderzoeksinstellingen (TO2) en de topsectoren. In 2019 blijven we ons dan ook voor deze kennisbasis en innovatie inzetten.Onze ambities om Nederland in 2019 nog schoner, veiliger en leefbaarder te maken hebben we gedefinieerd in drie transities: (i) veilige, slimme en groene mobiliteit, (ii) klimaatadaptatie en (iii) circulaire economie. Deze transities vormen het hart van de beleidsagenda 2019, aangevuld met diverse andere onderwerpen die onze intensieve aandacht hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 29 We werken aan veilige, slimme en groene mobiliteitVeilige mobiliteitVerkeersveiligheid staat hoog op de agenda van dit kabinet. We moeten tempo maken want het aantal verkeersgewonden stijgt en ook is de jarenlange dalende trend in het aantal dodelijke slachtoffers doorbroken. Deze ontwikkeling kunnen we niet accepteren. Technologie biedt nieuwe mogelijkheden, maar er ontstaan ook nieuwe risico’s. Vergrijzing, meer fietsmobiliteit en toegenomen drukte op met name stedelijke wegen vragen om nieuwe oplossingen. Verkeersveiligheid is niet alleen een zaak van de overheid: we moeten intensief samenwerken met betrokken organisaties en marktpartijen. Niet voor niets staat in het Regeerakkoord dat we aan de slag gaan met het manifest «Verkeersveiligheid: een nationale prioriteit» van de Mobiliteitsalliantie.Samen met de stakeholders zijn inmiddels mogelijke risico’s in kaart gebracht. Die vormen nu de basis voor een nieuw Strategisch Plan Verkeersveiligheid dat eind 2018 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Dit plan richt zich met name op de vraag hoe de andere wegbeheerders gefaciliteerd en aangespoord kunnen worden om de verkeersveiligheid in de regio en de steden, inclusief afspraken over handhaving te verbeteren. Het grootste deel van de ongevallen vindt immers daar plaats. IenW investeert daarom in de verbetering van de veiligheid van de N-wegen, zoals ook opgenomen in het Regeerakkoord. Zowel voor de Rijks-N-wegen als voor de provinciale N-wegen trekken we € 25 miljoen (totaal € 50 miljoen) uit om maatregelen te nemen om de bermen veiliger te maken.Ook in het treinverkeer streven we naar meer veiligheid. Daarom investeren we extra in het verbeteren van de overwegveiligheid. Met de uitrol van European Rail Traffic Management System (ERTMS) wordt in Nederland invulling gegeven aan de vervangingsbehoefte van het huidige Automatische Treinbeïnvloeding systeem (ATB-systeem) en de Europese verplichtingen voor interoperabele spoorverbindingen. Naast een grotere veiligheid biedt ERTMS ook voordelen op het gebied van betrouw-baarheid en capaciteit. In 2019 wordt de beoogde Programmabeslissing genomen. ProRail gaat zorgen voor de ombouw van de infrastructuur en voert regie over het geheel, zoals materieelombouw en procesaanpas-singen. IenW voert het opdrachtgeverschap uit.Slimme mobiliteitDe ontwikkelingen op het gebied van slimme mobiliteit (smart mobility) gaan hard. Nederland loopt internationaal voorop en het is onze ambitie om deze positie te behouden. Niet alleen levert dit een belangrijke bijdrage aan de economische concurrentiepositie van Nederland, maar het heeft bovenal een grote impact op het verbeteren van de doorstroming, verkeersveiligheid en duurzaamheid.Samen met onze regionale partners en het bedrijfsleven introduceert IenW nieuwe en slimmere vormen van reizen. Een belangrijke pijler zijn tests en pilots op de openbare weg. Om tests met zelfrijdende voertuigen zonder bestuurder op de openbare weg mogelijk te maken wordt de wetgeving aangepast. We bieden daarnaast ruimte aan automatische vaartuigen, drones en pilots met flexibele en vraag gestuurde mobiliteits-concepten. Ook verwachten we de komende jaren interessante ontwikke-lingen op het gebied van verkeersmanagementsystemen, zodat wegge-bruikers onderweg optimaal worden ondersteund met actuele rij- en reisadviezen. We moeten zorgen dat we klaar zijn voor al deze ontwikke-Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 210 lingen. Zo gaan we onderzoeken wat nodig is om onze infrastructuur toekomstbestendig te maken voor voer- en vaartuigen met automatische functies en het gebruik van drones. IenW gaat er de komende periode voor zorgen dat de randvoorwaarden op orde zijn en dat publieke belangen zoals privacy, security en toegankelijkheid worden geborgd.In het goederenvervoer werken we ook in 2019 hard aan innovatie en verduurzaming. Zo gaat IenW aan de slag met het recent gepresenteerde maatregelenpakket voor spoorgoederenvervoer. Ook presenteren we eind 2018 een digitale transportstrategie en goederenvervoervisie. Dit levert een bijdrage aan de mogelijkheden voor een modal shift in het transport naar het Europese achterland en het delen van digitale data voor Europese transporten. De acties uit deze strategie en visie zullen in 2019 (verder) vorm krijgen.Groene mobiliteitIn het kader van het Klimaatakkoord is 7,3 Mton de indicatieve reductie-opgave voor 2030 die door de Mobiliteitstafel ingevuld moet worden, waarvan een resultaatverplichting van 5,9 Mton. Daarmee wordt vastgehouden aan de afspraak uit het Energieakkoord dat de uitstoot in de mobiliteitssector in 2030 niet meer mag zijn dan 25 Mton. De Mobiliteits-tafel heeft de ambitie om alle segmenten van het mobiliteits- en transport-systeem mee te nemen bij het invullen van de opgave. Het streven is dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto’s emissieloos zijn. Nationaal werken we o.a. aan zero emissie zones voor stadslogistiek, differentiatie van parkeertarieven en voldoende tank-en laadinfrastructuur. En op EU-niveau blijven we ons inzetten voor scherp bronbeleid. Bij (stads)logistiek en (spoor)goederenvervoer, streven we samen met de regio naar logistieke optimalisatie en slimme en duurzame mobiliteitssystemen. Ook de overheid draagt actief bij aan de doelen van de Mobiliteitstafel. Zo werken we er naar toe dat in 2020 35% – in 2022 50% – van het wagenpark van IenW (inclusief dienstauto’s) elektrisch is.Zoals aangekondigd in het Regeerakkoord wordt de aanpak van Topsector Logistiek gecontinueerd met extra focus op duurzaamheid. In het Werkprogramma Maritieme Strategie en Zeehavens 2018 – 2021 zijn tal van verduurzamingsmaatregelen opgenomen. Die worden, samen met het Klimaatakkoord, nader uitgewerkt in een Green Deal voor de verduur-zaming van de zeevaart, binnenvaart en havens. We streven ernaar deze Green Deal eind 2018 te sluiten.Nederland is in april 2018 akkoord gegaan met vergaande mondiale afspraken om in 2050 de totale uitstoot van broeikasgassen door de zeescheepvaart met de helft omlaag te brengen. Deze afspraken worden door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) verder uitgewerkt tot concrete reductiemaatregelen voor de korte, middellange en lange termijn. Ook is er binnen de IMO afgesproken om een geschikt tijdspad uit te werken voor een verbod op het gebruik en transport van zware stookolie en brandstof in het Arctisch gebied. In Europees verband zetten we in op soortgelijke strenge eisen aan de uitstoot van schadelijke stoffen in alle Europese wateren.Op het gebied van duurzame luchtvaart krijgt de implementatie van Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation (CORSIA) onverminderd de aandacht.De Europese Commissie (EC) presenteert de komende periode een beoordeling van de werking van CORSIA als start van de onderhande-Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 211 lingen over luchtvaart onder het European Emissions Trading System (EU ETS) na 2024. Nationaal stimuleert IenW de ontwikkeling en het gebruik van duurzame alternatieve brandstoffen, zoals biokerosine, innovatieve technologie (zoals elektrisch of hybride vliegen) en het efficiënt gebruik van het luchtruim. Het Ministerie van Financiën werkt samen met de ministeries van IenW en Economische Zaken en Klimaat (EZK) verder aan de invoering van fiscale regelingen, zoals die in het Regeerakkoord worden genoemd.(...) klimaatadaptatieHet klimaat verandert. De toename van extreme weersomstandigheden, zoals piekbuien, langdurige regen, droogte en hittestress laat dit zien. In Nederland staat het klimaatbeleid hoog op de agenda en er is brede overeenstemming over de urgentie van het vraagstuk. Ons beleid wordt mede bepaald door afspraken op mondiaal en Europees niveau, zoals het Klimaatakkoord van Parijs. Dit betekent een drastische beperking van de uitstoot van broeikasgassen. We brengen hiermee klimaatverandering echter niet meteen tot stilstand. IenW richt zich daarom op klimaatadap-tatie (aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering) en samen met de andere betrokken ministeries op klimaatmitigatie (het verminderen van de emissie van broeikasgassen).Met het Deltaprogramma en de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS2016) werken we aan klimaatadaptatie. De ruimtelijke inrichting van Nederland willen we tijdig klimaatbestendig en waterrobuust maken, zodat we in 2050 volledig zijn aangepast op klimaatverandering. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is recent geanalyseerd waar we nu staan. Daaruit is gebleken dat er meer moet gebeuren: plannen moeten worden omgezet in acties en op alle overheidsniveaus moet intensiever worden samengewerkt. Om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen hebben de gezamenlijke overheden afspraken met elkaar gemaakt over het uitvoeren van stresstesten, het vastleggen van ambities en het opstellen van uitvoeringsprogramma’s. In 2018 heeft IenW standaarden voor stresstesten ontwikkeld en een platform opgericht, zodat praktijkervaring kan worden gedeeld. In 2019 werken we aan de voorbereiding van een wijziging van de Waterwet om een tijdelijke impulsregeling uit het Deltafonds voor de versnelling van de aanpak van wateroverlast in de regio’s mogelijk te maken. Het Rijk zal die regeling in overleg met de medeoverheden vormgeven. Aanpassen aan toenemende extreme weersomstandigheden doen we niet alleen voor een teveel aan water (wateroverlast). Nederland krijgt ook te maken met langere periodes van droogte. In het Deltaprogramma zijn regio’s, het Rijk en de gebruikers volop bezig met de uitvoering van de maatregelen uit het Deltaplan Zoetwater. We gaan nu zo snel mogelijk kijken welke lessen we kunnen trekken uit de recente droogteperiode en gebruiken die voor de volgende fase van het Deltaplan Zoetwater.IenW werkt in 2019, aanvullend op het Deltaprogramma, ook verder aan de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma NAS (UP NAS 2018–2019), onder andere door het analyseren van klimaateffecten, het updaten van onderliggende risicoanalyses en het versterken van de kennisbasis en -uitwisseling. In 2019 willen we dat klimaatadaptatie een gedeelde verantwoordelijkheid is van overheden, organisaties, inwoners en bedrijven. Dit gebeurt vooral via actiegerichte klimaatdialogen. IenW coördineert de uitvoering van het UP NAS. Urgente klimaatrisico’s willen we uiterlijk in 2020 scherp in zicht hebben, zodat iedereen weet wie waar verantwoordelijkheid voor draagt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 212 WaterveiligheidWereldwijd kampen steden en delta’s met opgaven rond waterveiligheid- en zekerheid. Nederland heeft als stedelijke delta veel kennis en ervaring. IenW zet, samen met de ministeries van Buitenlandse Zaken en EZK via de Internationale Water Ambitie 2016–2019 in op een proactieve en preven-tieve benadering van watergerelateerde risico’s. Dat versterkt onze koploperspositie op dit gebied, maar ook de economische kracht van Nederland in het buitenland, met name rond adaptatie.Om onze positie als koploper en kennisdrager vast te houden, zullen we hard moeten blijven werken aan onze eigen waterveiligheid. Dat is sowieso noodzakelijk: een groot deel van Nederland ligt (nu al) onder de zeespiegel. Gevolgen van klimaatverandering, zoals een stijgende zeespiegel en toenemende wateroverlast, treffen ons des te harder. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zal in 2019 nieuwe bevindingen over de zeespiegelstijging publiceren. We zullen dan kijken naar de implicaties die dit mogelijk heeft voor het waterveiligheidsbeleid in Nederland.Preventie tegen overstromingen en anticiperen op nieuwe ontwikkelingen zijn onze belangrijkste uitgangspunten. In Nederland werken we vooruit en bereiden we ons voor op risico’s. Sinds 2017 gelden er nieuwe waterveiligheidsnormen in Nederland. Rijkswaterstaat en de water-schappen werken ook in 2019 aan de beoordeling van de keringen. De komende periode voorzien we alle keringen van een herbeoordeling. En we treffen maatregelen om de keringen te laten voldoen aan deze nieuwe normen. Hiervoor ligt de grootste opgave in het rivierengebied. Verder werken we in 2019 aan een landelijk beeld van de waterveiligheid, dat in 2023 beschikbaar moet zijn.(...) een circulaire economieNederland heeft grote ambities op het gebied van circulaire economie. Het Rijk zet zich samen met andere maatschappelijke partijen in om de transitie naar een circulaire economie te versnellen en op te schalen. De ambitie is dat Nederland in 2050 circulair is. In 2030 wordt een reductie van 50% nagestreefd van het nationale verbruik van primaire grond-stoffen. In het kader van het Rijksbrede Programma Nederland Circulair gaat het Rijk deze ambitie verder preciseren per prioriteit, keten of grondstoffenstroom. Daarbij zijn de gewenste effecten op milieu, leveringszekerheid en economisch concurrentievermogen leidend.De transitie naar een economie zonder afval is een van de grootste economische transities ooit. Maar wel een die absoluut noodzakelijk is. Belangrijke strategische doelen hierbij zijn: (i) het vervangen van niet-duurzame grondstoffen door duurzame grondstoffen, (ii) producten en grondstoffen langer in gebruik houden en (iii) het ontwikkelen en toepassen van nieuwe circulaire producten en diensten.De overgang naar een circulaire economie kan de overheid niet alleen. Daar zijn ook het bedrijfsleven, medeoverheden en maatschappelijke organisaties voor nodig. Het Rijk heeft in januari 2018 dan ook samen met deze partijen vijf transitieagenda’s gepresenteerd, die betrekking hebben op de sectoren biomassa en voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen. Deze vloeien voort uit het Grondstoffenakkoord, dat in januari 2017 is gesloten tussen het Rijk, VNO-NCW, MKB Nederland, VCP, FNV, IPO, VNG, UVW en Natuur & Milieu en is ondertekend door Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 213 ruim 380 partners die mee hebben gewerkt aan de totstandkoming van de transitieagenda’s.De beleidsinzet voor de komende jaren is opgenomen in de kabinetsre-actie op de transitieagenda’s, die in de zomer van 2018 naar de Tweede Kamer is gestuurd.1 In 2019 en verder worden acties uit de transitie-agenda’s samen met de betrokken partijen uitgevoerd via uitvoeringspro-gramma’s. Dit gebeurt in de context van het door IenW gecoördineerde programma Circulaire Economie. Met de uitvoeringsprogramma’s worden de krachten binnen het Rijk en met de stakeholders gebundeld. De betrokken partijen zullen de komende jaren gezamenlijk de resultaten monitoren en sturen; elk halfjaar wordt daartoe op bestuurlijk niveau overleg gevoerd.Om de transitie te versnellen is het belangrijk dat kennis wordt gedeeld en inkopers en opdrachtgevers elkaar weten te vinden. IenW gaat zich hiervoor inzetten door belangrijke instrumenten, kennis en innovatie op het gebied van circulaire economie te promoten en stimuleren. Waar nodig wordt wet- en regelgeving aangepast en internationale samen-werking opgezocht. Ook in het kader van het Klimaatakkoord is er aandacht voor circulaire economie waar dit bijdraagt aan de reductie van broeikasgassen. Daarnaast zet IenW samen met VNO-NCW en andere partners (waaronder decentrale overheden en financiële instellingen) het «Versnellingshuis» op, waar circulaire initiatieven worden ondersteund en kennis en best practices worden ontwikkeld en verspreid. Naast de nationale ambities werken we in 2019 ook verder, samen met medeover-heden, aan de overgang naar een circulaire economie in de regio.Om uitvoering te geven aan de kabinetsreactie worden binnen de IenW begroting in de jaren 2019 en 2020 middelen vrijgemaakt. In totaal maakt het kabinet € 16 miljoen vrij. Deze middelen worden ingezet voor o.a. de monitoring van de voortgang en effecten en voor de uitvoering van het deel van de transitieagenda’s waar IenW voor verantwoordelijk is.Naar een circulaire verpakkingsketenNederland verandert in volle vaart in een circulaire economie. Op dit moment zijn teveel verpakkingen alleen nog lastig opnieuw te gebruiken. Het is dus belangrijk om de keten van verpakkingen circulair te maken. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de producenten. Het Rijk heeft hierover met hen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afspraken gemaakt in de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013–2022. Die is in 2017 geëvalueerd. Hieruit blijkt dat we in Nederland 73% van alle verpakkingen en 51% van de kunststof verpakkingen recyclen. Daarmee lopen we internationaal op kop.In de evaluatie worden wel een aantal aandachtspunten genoemd. Met name de kwaliteit van het kunststofverpakkingsafval dat wordt aange-boden voor recycling moet verbeteren. Daarvoor zijn op dit moment onvoldoende financiële prikkels. IenW wil producenten stimuleren betere verpakkingen te gebruiken. Met het verpakkende bedrijfsleven voeren we dan ook overleg over de wijze waarop tariefdifferentiatie in de afvalbe-heerbijdrage kan worden gerealiseerd. In 2019 worden afspraken hierover vastgelegd. Verder is voor IenW het tegengaan van «plastic soep» en het voorkomen van zwerfafval een belangrijke prioriteit.1Kamerstukken II 2017–2018, 32 852, nr. 59Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 214 In de brief «Naar een circulaire verpakkingsketen» zijn de afspraken met het verpakkend bedrijfsleven over de aanpak van kleine plastic flesjes in het zwerfafval weergegeven.2 Besloten is tot een tweesporenbeleid: het eerste spoor betreft een recyclingdoelstelling van 90% voor kleine plastic flesjes en een reductiedoelstelling van 70 – 90% voor kleine plastic flesjes in het zwerfafval. Daarmee wordt een belangrijke impuls gegeven aan circulariteit. Het tweede spoor betreft het voorbereiden van het invoeren van statiegeld op kleine plastic flesjes, voor het geval in het najaar van 2020 mocht blijken dat de doelstellingen niet zijn gerealiseerd. In 2019 wordt de daartoe benodigde wijziging van het Besluit beheer verpak-kingen opgesteld en aan de Tweede Kamer aangeboden. De voortgang en realisatie van de doelstellingen worden gemonitord en hierover wordt de Tweede Kamer twee maal per jaar geïnformeerd. Ook wordt in het kader van de Landelijke Aanpak Zwerfafval door de VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen (StAV) een actieplan opgesteld voor minder blikjes in het zwerfafval. IenW zal hierbij graag partner zijn.Ook zijn we enthousiast over het initiatief van Nederlandse en Europese festivalorganisatoren om zich te ontwikkelen tot circulaire festivals. We ondersteunen dit proces via een nieuwe Green Deal en willen ook met andere sectoren tot soortgelijke afspraken komen.Duurzaam IenWWe vinden het belangrijk dat het Rijk het goede voorbeeld geeft en dat we zelf koploper zijn wanneer het gaat om circulaire economie. IenW zet zich hiervoor in door een eigen Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) actieplan en een duurzaamheidsverslag die jaarlijks in mei wordt gepubliceerd. We willen in alle opzichten een duurzame en circulaire organisatie zijn: in beleid, uitvoering en bedrijfsvoering. In 2019 spannen we ons in om de emissies in de keten (grond, weg, waterbouw en spoor) te verminderen, tot een verduurzaming van onze belangrijkste leveran-ciers in de keten, zoals asfalt en beton, te komen, voeren we ons eigen actieplan MVI uit en werken we aan een brede strategie om in 2030 een klimaat-en energieneutrale organisatie te zijn. Daarnaast scannen we komend jaar ook ons gebruik van single use plastics. De reductie van de eigen uitstoot van IenW zal zo verder worden verminderd, op weg naar een verlaging van de CO2-uitstoot met tenminste 30% tot 40% ten opzichte van 2009.(...) een gezonde en veilige leefomgevingWaterkwaliteitDe waterkwaliteit in ons land is de afgelopen decennia flink verbeterd. Een blik op de afgelopen decennia stemt hoopvol: maatregelen werken. Maar we hebben nog niet alle doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) binnen bereik. Door de Intentieverklaring Delta-aanpak Waterkwa-liteit en Zoetwater (2016) hebben de dertig meest betrokken overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten gezamenlijk wel veel verbeteracties in gang gezet. De goede onderlinge samenwerking moet zich nu gaan vertalen in een stevige waterkwaliteitsverbetering. De focus leggen we daarom vanaf het najaar 2018 op acties die de grootste bijdrage leveren, namelijk op het terrein van: (i) meststoffen, (ii) gewasbeschermings-middelen, (iii) medicijnresten en (iv) opkomende stoffen als GenX. Met extra middelen uit het Regeerakkoord voor natuur en waterkwaliteit, richten we onze aandacht met name op deze vier 2Kamerstukken II 2017–2018, 28 694, nr. 135Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 215 onderwerpen. De waterkwaliteit in enkele grote Rijkswateren waar de problemen urgent zijn, zoals de Grevelingen en de Eems-Dollard, is ook een belangrijke prioriteit.Voor de aanpak van opkomende stoffen gaan we de komende periode vergunningen bij alle overheden doorlichten. Ook wordt de kennisbasis verbeterd, met een breed opleidingsprogramma en verbeterde samen-werking. En IenW gaat samen met de waterschappen op basis van de urgente plekken uit de hotspotanalyse van de Unie van Waterschappen aan de slag met extra zuiveringen.Met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) gaan we de komende periode sturen op de effectiviteit van de maatregelen op individuele agrarische bedrijven. De vrijblijvendheid moet verdwijnen. Ook moet de gezamenlijke communicatie over waterkwaliteit naar het brede publiek extra aandacht krijgen. De betrokken overheden en maatschappelijke organisaties zullen in de tweede helft van 2018 bestuurlijk harde afspraken vastleggen in waterkwaliteitsdoelen. De aansturing van de Delta-aanpak Waterkwaliteit richten we daarnaast steviger in, zodat partijen elkaar beter kunnen aanspreken op het halen van de afgesproken resultaten.BodemkwaliteitEr gebeurt steeds meer in de grond onder onze voeten: de bodem en ondergrond worden intensief gebruikt. We moeten daarom soms kiezen waar welke activiteiten kunnen plaatsvinden. En we moeten het evenwicht bewaren tussen benutten en beschermen. In de structuurvisie Onder-grond hebben we de belangrijkste uitdagingen benoemd. Het borgen van de drinkwatervoorziening en het veilig en verantwoord kunnen benutten van de ondergrond voor de transitie naar een duurzame energievoor-ziening zijn daarvan twee voorbeelden. In 2019 wordt dit nader uitge-werkt, onder andere door het aanwijzen van (aanvullende) strategische grondwatervoorraden. Met de decentrale overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven gaan we samenwerken aan de problematiek van veenbodemdaling en het instellen van een nationale kennis- en informa-tievoorziening bodemdaling. Daarnaast wordt de verbinding gelegd met het bestuursakkoord Klimaat en Energie en het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA).In het tweede Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020 hebben we met medeoverheden afspraken gemaakt over de aanpak van bodemver-ontreinigingen en hoe we het ondergrondbeleid verder vorm willen geven. Het Rijk stelt hiervoor financiële middelen ter beschikking. Na de mid-term review van 2018 gaan we, waar nodig, de maatregelen van de bevoegde overheden voor het halen van de afgesproken convenants-doelen, herprioriteren.LuchtkwaliteitSchone lucht is een belangrijk onderdeel van een gezonde en veilige leefomgeving. De afgelopen jaren is de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd, maar er resteren nog wel enkele hardnekkige knelpunten, zoals in gebieden waar zich intensieve veehouderij bevindt (fijnstof) en in enkele binnenstedelijke gebieden (NO2). Daarom wordt de aanpak uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) voortgezet en aangevuld, onder andere door harmonisatie van milieuzones. De afweging voor het treffen van maatregelen gebeurt mede op basis van een analyse van de kosteneffectiviteit. Ook wanneer knelpunten zijn opgelost, kunnen zich gezondheidsrisico’s voordoen. Werken aan de Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 216 luchtkwaliteit stopt dan ook niet wanneer we straks aan Europese normen voldoen. Het kabinet zet in op een permanente verbetering van de luchtkwaliteit. Zo wordt toegewerkt naar de waarden die de Wereldge-zondheidsorganisatie hanteert. Begin 2019 zal het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) luchtkwaliteit worden afgerond. In overleg met medeoverheden, belangenorganisaties en bedrijfsleven wordt in 2019 het Schone Lucht Akkoord gepresenteerd.Milieurisico’s en OmgevingsveiligheidEen incident met gevaarlijke stoffen heeft grote gevolgen voor het milieu en de leefomgeving. Daarom is voorkomen altijd beter dan genezen. De komende jaren richten we ons beleid nadrukkelijk in op basis van de volgende drieslag: (i) het voorkomen van risico’s voor mens en milieu, (ii) actief inzetten op beheersmaatregelen, inclusief verbeterde samenwerking tussen inspecties en (iii) betrekken van de samenleving. Naast milieuri-sico’s richt IenW zich ook op financiële risico’s. Bedrijven moeten op voorhand laten zien hoe zij invulling geven aan het uitgangspunt «de vervuiler betaalt». Waar nodig zullen beleidsinspanningen uiteraard ook gericht zijn op het saneren van risicovolle situaties en het beheersen van bekende risico’s.Voor de verbetering van de gezondheid en veiligheid is echter meer nodig dan het op orde hebben van de basiskwaliteit van de leefomgeving. Daar hoort ook de ontwikkeling van gezonde en veilige toepassingen en een verantwoorde inrichting van gebieden bij. De transitie van saneren en beheersen naar het voorkomen van risico’s en gevaren houdt in dat aan de voorkant veiligheid en gezondheid worden meegenomen. Veilige producten en processen zijn namelijk niet alleen een voorwaarde voor een schone veilige leefomgeving, maar ook voor een circulaire economie.Het instrument safe by design speelt in deze transitie een belangrijke rol. Deze onderwerpen zullen we ook in Europees verband aan de orde stellen. En dan in het bijzonder een gezamenlijke aanpak van nanomate-rialen en gevaarlijke stoffen. Ook werken we samen met het bedrijfsleven en de wetenschap in het programma Duurzame Veiligheid 2030. Doel van dit programma is om te komen tot een vitale chemische sector in een veilige omgeving in 2030. Een goede veiligheidscultuur is een belangrijke pijler. We laten daarom onderzoeken hoe we kunnen leren van voorbeelden, zoals de aanpak Just Culture in de luchtvaartsector. Daarnaast doen we onderzoek naar meetinstrumenten op het gebied van veiligheidscultuur die op dit moment in de (petro)chemie worden toegepast.Nucleaire veiligheid en stralingsbeschermingDe Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) en IenW blijven zich onverminderd inzetten voor een verdere verbetering van de samenwerking met de buurlanden op het terrein van nucleaire veiligheid. Met de betrokken Belgische autoriteiten zullen er afspraken worden gemaakt over de verdere aanscherping rond het melden van ongewone gebeurtenissen en de communicatie daarover richting inwoners in de grensstreek. Via het webportaal verstrekt de ANVS sinds begin 2018 alle relevante informatie over een nucleaire crisis of stralings-ongeval.Radio-actief afval wordt de komende decennia veilig opgeslagen bij Centrale Organisatie Voor Radio-actief Afval (COVRA). Het kabinet gaat aan de slag met het instellen van een klankbordgroep om de discussie Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 217 over eindberging van radio-actief afval voor te bereiden. In 2019 zal verder gewerkt worden aan de instelling van deze klankbordgroep. Tevens wordt in 2019 het beleid ten aanzien van de ontmanteling van installaties verder ontwikkeld, onder meer in relatie tot de normstelling voor het vrijgeven van terreinen en gebouwen. De verplichting tot financiële zekerheids-stelling voor de ontmanteling van nucleaire installaties breiden we daarbij steeds meer uit.Ontwikkeling en een veilig, duurzaam gebruik van onze infra-structuurZoals aangegeven bij «slimme mobiliteit», moeten we naast het uitdenken van nieuwe formules ook regulier blijven investeren in infrastructuur en een veilig en duurzaam gebruik ervan waarborgen. Deze investeringen zijn noodzakelijk om ons land bereikbaar te houden. Voor deze investe-ringen in het netwerk zijn in het Regeerakkoord extra middelen beschikbaar gesteld. We trekken hiervoor cumulatief € 3,1 miljard uit.Nieuwe investeringen worden gebaseerd op de prioriteiten uit het regeerakkoord, de uitkomsten van de Nationale Markt- en Capaciteits-analyse (NMCA), maatschappelijk rendement en de beschikbaarheid van (regionale) cofinanciering. We willen dat de goede kwaliteit van de bestaande infrastructuur behouden blijft. Door de leeftijd van de bestaande infrastructuur en de toegenomen intensiteit van het verkeer neemt het belang van instandhouding toe. Met het Programma Vervanging en Renovatie zetten we in op het verjongen, vernieuwen en verduurzamen van onze infrastructuur. De instandhoudingsprogramma’s van Rijkswaterstaat en ProRail dragen bij aan een blijvend hoge kwaliteit van onze netwerken. Gezien de omvang van de opgave is in de IenW begroting een toenemend budget beschikbaar voor onder andere vervanging en renovatie van de infrastructuur in de komende jaren. In 2019 start bijvoorbeeld de renovatie van de wegconstructie van de A6 en A3 en wordt de renovatie van zeven tunneltechnische installaties in Noord- en Zuid Holland, waaronder de Schipholtunnel, opgeleverd.Omvorming Infrastructuurfonds naar MobiliteitsfondsDe huidige verdeelsleutel tussen weg, water en OV blijft voorlopig. In het Regeerakkoord is wel aangekondigd dat het Infrastructuurfonds in 2030 wordt omgevormd tot een Mobiliteitsfonds: niet langer de modaliteit, maar de mobiliteit centraal komt centraal te staan. Het Mobiliteitsfonds zal, naast budgetten voor beheer en onderhoud en aanleg van nieuwe infrastructuur om knelpunten op te lossen, ook budgetten omvatten voor het beter benutten van bestaande infrastructuur en het stimuleren van intelligente transportsystemen en CO2-neutrale oplossingen. Het Mobiliteitsfonds wordt een belangrijk middel om binnen de systematiek van de fondsbegroting breed en integraal af te wegen tussen opgaven en oplossingsrichtingen. Het streven is om hiertoe in 2019 een wetsvoorstel in te dienen bij de Tweede Kamer.WegenWegverbredingen, aanleggen van extra rijstroken en verkeersmanage-mentmaatregelen hebben een positief effect op de doorstroming. We zijn er nog niet, want uit de kwartaalrapportage van 2018 blijkt dat de filedruk weer met 2,5% is toegenomen. Tot 2030 komt er dan ook minstens 1.000 km aan rijstroken bij. We trekken € 100 miljoen extra uit waarmee files op korte termijn worden aangepakt. De File-aanpak 2020 van Rijkswaterstaat is daar onderdeel van. In 2019 en verder stellen we waar mogelijk Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 218 spitsstroken open en gaan we met enkele kleine aanpassingen aan de weg de doorstroming verbeteren.Om vervoersknelpunten te voorkomen is het belangrijk om het Meerjaren-programma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) op basis van de NMCA onverkort uit te voeren. Tijdens de Bestuurlijke Overleggen MIRT in het najaar van 2017 zijn de eerste afspraken gemaakt over de inzet van extra middelen de komende periode:•Voor het NMCA-knelpunt Papendrecht – Gorinchem op de A15 hebben we afgesproken nog eens maximaal € 100 miljoen vrij te maken, bovenop de eerdere reservering van € 200 miljoen;•Voor de A2 Deil – ’s-Hertogenbosch – Vught starten we samen met de regio met een adaptieve, gebiedsgerichte aanpak voor het totale maatregelpakket. Dit maatregelpakket bestaat uit het uitwerken en uitvoeren van een korte termijn pakket aan quick wins (met een totale omvang van € 45,9 miljoen) en oplossingsrichtingen voor de middellange en lange termijn;•Voor de (middel)lange termijn reserveren we € 430 miljoen voor het starten van een MIRT-verkenning naar structurele verbreding van de A2;•En voor de A58 Tilburg – Breda wordt een verkenning gestart binnen het programma SmartwayZ.NL. Binnen deze verkenning worden zowel innovatieve als kostenefficiënte oplossingen onderzocht.Daarnaast gaan we de komende periode de bestaande infrastructuur verduurzamen. Voor installaties die veel energie gebruiken, zoals de besturing van hef- en draaibruggen en sluizen, zoeken we naar duurzame alternatieven. Voor de stroomvoorziening van verkeersinstallaties gaan we gebruik maken van zonnepanelen, we onderzoeken de mogelijkheden van bermgras als biobrandstof en we gaan materialen recyclen die bij groot onderhoud vrijkomen zoals asfalt.VrachtwagenheffingIn het Regeerakkoord is opgenomen dat het kabinet in navolging van de ons omringende landen zo spoedig mogelijk een vrachtwagenheffing invoert. Hierdoor betaalt het binnen- en buitenlands vrachtverkeer voor het gebruik van de weg. De inkomsten uit de heffing zullen in overleg met de sector worden teruggesluisd naar de vervoerssector door verlaging van de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s en middelen voor innovatie en verduurzaming. Voor de zomer van 2019 zal het wetsvoorstel vrachtwagenheffing worden voorgelegd voor internetconsultatie om in 2020 aan de Tweede Kamer te worden aangeboden. Ook bereiden we de aanbesteding voor de realisatie en de exploitatie van de heffing voor. Het wetsvoorstel zal de bevoegdheden om te kunnen heffen benoemen, waarbij de opbrengsten worden teruggesluisd naar de vervoersector binnen de kaders van de Europese regelgeving. De invoering staat gepland voor 2023. Hierbij zal, in lijn met de motie Sienot c.s., voort-varend te werk worden gegaan om de heffing zo snel mogelijk in te voeren.3 VaarwegenVaarwegen spelen een belangrijke rol in het goederenvervoer. Om knelpunten op het water te voorkomen is het belangrijk om het MIRT op basis van de NMCA onverkort uit te voeren. Verder zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt over de opwaardering van het Wilhelminakanaal en de 3Kamerstukken II 2017–2018, 29 398, nr. 589Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 219 vaarweg Lemmer-Delfzijl. Daarnaast willen we de komende periode in het kader van de Lange Termijn Ambitie Rivieren (LTAR) komen tot een meer integraal afgewogen aanpak voor waterveiligheid- en scheepvaartop-gaven op de rivieren om zo een robuust en toekomstgericht rivieren-systeem te creëren. Ook werken we de komende periode bestuurlijk acties uit op de goederencorridors: betere benutting en uitbreiding van ligplaatsen en onderzoek naar de modal shift van weg naar water. Een actieve rol van de decentrale overheden is hier van belang.FietsinfrastructuurDe fiets kan een relevante bijdrage leveren aan het oplossen van congestie in de steden, het verminderen van CO2-uitstoot en het verbe-teren van de luchtkwaliteit. De fiets speelt ook een belangrijke rol in de deur-tot-deur bereikbaarheid in de vorm van voor- en natransport voor het openbaar vervoer (OV). In het Regeerakkoord is daarom vastgelegd dat we eenmalig een bedrag van € 100 miljoen uittrekken voor cofinanciering vanuit het Rijk voor fietsinfrastructuur, fietsparkeervoorzieningen en een werkgeversaanpak. Doordat het Rijk maximaal 40% co-financiert, kan een bedrag van rond de € 250 miljoen in fietsinfrastructuur worden gereali-seerd de komende periode.SpoorwegenWe willen in heel Nederland het OV faciliteren dat aansluit bij de mobiliteitsbehoefte van de OV-reizigers. In aanvulling op het lopende MIRT-programma wordt in de begroting 2019 dan ook een aanvullende impuls gegeven aan innovatie, veiligheid, «systeemfunctioneren» en maatregelen verspreid over het land. In het najaar van 2017 en in de loop van 2018 zijn daarvoor verschillende investeringen aangekondigd, zoals extra opstelcapaciteit (parkeerplekken voor treinen), een studie- en innovatiebudget (o.a. vervolgonderzoek naar 3kV), aanleg van het 5e en 6e spoor bij Amsterdam Zuid, impuls Overwegenaanpak en het maatrege-lenpakket Spoorgoederen. Met de verschillende reserveringen van in totaal zo’n € 500 miljoen in de begroting 2019 van het Infrastructuurfonds kunnen deze maatregelen verder worden uitgewerkt.Marktordening SpoorIn 2020 zal een besluit worden genomen over de marktordening en sturing op het spoor. Ook hiervoor geldt dat de reiziger centraal staat. Maar ook financiële aspecten spelen een rol.Een besluit over de ordening nemen we zorgvuldig, stapsgewijs en in samenwerking met andere partijen. De komende periode hebben we hiervoor naast informatie uit het rapport «Kiezen voor een goed spoor» verschillende bouwstenen nodig4:•Informatie om een besluit te kunnen nemen over de vervoerconcessie voor een hoofdrailnet na 2024. Hierbij gaat het om het vraagstuk of deze aanbesteed wordt dan wel onderhands gegund en om de reikwijdte van het hoofdrailnet, in relatie tot de decentralisatie van spoorlijnen en de positie van HSL;•Inzicht in de gevolgen voor de Nederlandse spoormarkt van het recht op toegang tot de spoorinfrastructuur. Door het Europese Vierde Spoorwegpakket kunnen spoorvervoerders vanaf dienstregeling 2021 (voor het Hoofdrailnet vanaf 2025) ook zonder concessie treindiensten uitvoeren;4Kamerstukken II 2016–2017, 29 984 nr. 713Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 220 •Beter inzicht in de randvoorwaarden voor een gelijk speelveld op de spoormarkt. ACM gaat daarvoor een update van de quick scan uitvoeren voor de spoormarkt voor het personenvervoer conform de motie Ziengs5;•Informatie over de verschillende opties voor het eigendom en de exploitatie van treinstations.ProRailHet kabinet heeft het besluit genomen om ProRail om te vormen tot een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) met eigen rechtspersoonlijkheid. Deze omvorming realiseren we gezamenlijk met ProRail. Met de omvorming zal worden voortgebouwd op de door ProRail ingezette verbeteringen. Tegelijkertijd biedt de omvorming nieuwe kansen om de aansturing te vereenvoudigen en de publieke verantwoording te versterken. Het wetsvoorstel wordt in 2019 aan de Tweede Kamer aangeboden.LuchtvaartDe luchtvaartsector is belangrijk voor Nederland. We willen de bereik-baarheid van Nederland via de lucht behouden en versterken. Dit leidt tot een aantal uitdagingen. In het Regeerakkoord is een Luchtvaartnota aangekondigd, die we in 2019 opleveren. Aanvankelijk zou de horizon van deze nota 2040 zijn, maar in overleg met de Tweede Kamer is deze verlengd naar 2050, overeenkomstig met de termijn van de klimaatam-bities. De nota wordt een richtinggevende en integrale beleidsvisie op de Nederlandse luchtvaart, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk. Dit moet leiden tot een goed afgewogen aanwijzer voor een duurzaam luchtvaartbeleid. Veiligheid, omgeving, milieu, economie en infrastructuur zijn daarin sterk bepalende factoren. We zetten een intensief traject op voor het betrekken van belanghebbenden en de omgeving.In vervolg op de Actieagenda Schiphol wordt onderzocht hoe we de concurrentiepositie van Schiphol kunnen behouden en versterken op een veilige, innovatieve en duurzame manier in balans met de omgeving. De maximumgrens van 500.000 vliegtuigbewegingen per jaar tot en met 2020 is in zicht. In het regeerakkoord is vastgelegd dat na 2020 randvoorwaar-delijke groei mogelijk is via de 50/50 verdelingsregel voor de milieuwinst. Daarnaast zal in het kader van de Luchtvaartnota worden gewerkt aan de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de ontwikkeling van Schiphol op de lange termijn. Ook wordt hard gewerkt aan de realisatie en openstelling van Lelystad Airport om Schiphol te ontlasten. In 2019 komen we ook voor de andere (regionale) burgerluchthavens van nationale betekenis tot – wijzigingen van de – luchtvaartbesluiten.Het Nederlandse luchtruim en het beheer hiervan zijn de afgelopen decennia stapsgewijs doorontwikkeld. De grenzen van de houdbaarheid komen echter in zicht. Een algehele herziening van het luchtruim is noodzakelijk en een topprioriteit. Het Nederlandse luchtruim is en blijft een zeer druk bevlogen luchtruim, waar onvermijdelijk sprake is van conflicterende maatschappelijke belangen. Het doel van de luchtruim-herziening is te komen tot een integrale, toekomstbestendige inrichting en beheer van het luchtruim. In de periode 2019–2021 werken we aan het ontwerpproces. Eén die gebaseerd is op een gewogen belangenafweging, in samenwerking met internationale partners en in voortdurende dialoog met belanghebbenden. De realisatie van projecten zal niet eerder 5Kamerstukken II 2017–2018, 29 984, nr. 759Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 221 plaatsvinden dan 2022. We zoeken wel naar tussenoplossingen om waar mogelijk reeds voor 2023 verbeteringen te realiseren.We treden internationaal en overzees effectief opDe duurzaamheidsdoelen uit het Regeerakkoord en het commitment van Nederland aan de Agenda 2030 (Sustainable Development Goals) zijn leidend voor de internationale activiteiten van IenW. We werken samen met belangrijke landen als China, VS, India en Indonesië via gezamenlijke projecten en/of missies. Op verschillende IenW-terreinen is Nederland toonaangevend in de wereld en delen we kennis en expertise met andere landen. We zetten waar mogelijk in op de ontwikkeling dat meer landen zich gaan committeren aan de Agenda 2030. Onze Europese en interna-tionale inzet richt zich met name op de drie IenW transities.IenW en de BrexitMet het oog op de voorgenomen Brexit zet IenW zich voor de toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk (VK) primair in op de volgende onderwerpen:–Een EU-VK luchtvaartakkoord en akkoorden over luchtvaartveiligheid en beveiliging burgerluchtvaart. Hiermee kunnen de luchtvervoersstro-men tussen de EU en het VK worden gecontinueerd;–Een liberaal EU-VK akkoord voor wegvervoer met zo min mogelijk lasten;–Voorkomen van handelsbeperkende effecten voor de Nederlandse maritieme sector;–Waarborgen van een gelijk speelveld op het gebied van milieu.RuimtedataIn 2019 komen de verbeterde services van het Europese satellietnavigatie systeem Galileo beschikbaar. De veel hogere precisie van 20 cm gaat de sectoren mobiliteit en landbouw helpen. IenW zet zich, mede binnen de kaders van het programma Anders Omgaan met Data, in op het gebruik van satellietdata voor beleidsvoorbereiding en -uitvoering. In dit proces benutten we ook data van TROPOMI, een instrument dat eind 2017 is geïntroduceerd, voor de meting van luchtkwaliteit.Caribisch deel van het KoninkrijkIn het Regeerakkoord heeft het kabinet voor heel Caribisch Nederland (CN) in totaal € 5 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Voor de wederopbouw van Saba en Sint Eustatius is € 46,8 miljoen beschikbaar gesteld voor lucht(havens) en de afval- en erosieproblematiek. Daarnaast heeft Saba, met hulp van IenW, haar drinkwatersysteem verstevigd en wordt er nu gebouwd aan een fabriek voor drinkwater. Ook Bonaire vergt aandacht op het gebied van de luchthaven, wegen en de betaalbaarheid van drinkwater en de onvei-ligheid van op- en overslag van brandstof.Begroting op hoofdlijnenDe onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van vorig jaar. Een meer gedetailleerd overzicht van de mutaties per artikel is in de verdiepingsbijlage te vinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 222 Begroting op hoofdlijnen (bedragen x € 1.000)art. 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024–2031 2032 Stand ontwerpbegroting 2018 (incl. NvW) 8.287.069 8.638.280 8.684.151 8.861.781 8.917.568 8.717.556 Mutaties Incidentele suppletpore begroting 70.475 23.150 19.375 0 0 0 Mutaties 1e suppletoire begroting 2018 681.314 1.164.363 619.071 228.444 240.726 234.223 Stand 1e suppletoire begroting 2018 9.038.858 9.825.793 9.322.597 9.090.225 9.158.294 8.951.779 Belangrijkste mutaties Hoofdstuk XII – 734.155 – 273.033 – 27.396 – 240.489 10.620 427.059 Kaderrelevante mutaties Hoofdstuk XII 1 DBFM Afsluitdijk 26 – 20.922 – 207.171 – 222.348 – 176.065 – 11.003 146.294 295.765 42.356 2 Meeropbrengsten Eurovignet 26 0 13.000 31.000 31.000 31.000 31.000 248.000 31.000 3 Exportheffing afval 24 253 1.446 1.319 1.234 1.234 1.234 4 LPO aanvullende posten B8 Cyber 99 87 131 153 153 1.461 D22 Infrastructuurfonds 26 10.895 21.790 10.895 2.179 2.179 2.179 17.432 2.179 E25 Klimaatenvelop div. 839 E23 Natuur en Waterkwaliteit 26 856 1.979 978 0 0 0 0 0 5 Kasschuif Infrastructuurfonds 26 – 700.000 300.000 400.000 5 Kasschuif Rijksbrede budgettaire beeld 26 – 100.000 – 150.000 250.000 5 Kasschuif Infrastructuurfonds/Deltafonds 26 100.000 – 100.000 26 – 100.000 100.000 6 Overboekingen GF/BCF – Roode Vaart 26 – 9.500 – Impuls Omgevingsveiligheid 22 – 14.150 Diversen div. 1.455 – 1.214 – 7.371 – 8.112 – 3.643 – 5.109 Overige mutaties Hoofdstuk XII 7 Aanvullende post apparaat 26 – 1.500 – 1.500 – 3.500 – 3.500 – 3.500 – 3.500 div. 1.500 1.500 3.500 3.500 3.500 3.500 8 KNMI 23 7.010 6.065 5.665 5.565 3.665 3.665 – waarvan Aanvullende taken div. – 610 – 365 – 365 – 365 – 365 – 365 – waarvan Basale Dienstverlening div. – 6.400 – 5.700 – 5.300 – 5.200 – 3.300 – 3.300 9 Diverse kasschuiven 0 0 0 0 0 – KNMI 23 – 6.191 – 3.170 4.020 2.671 2.670 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 223 art. 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024–2031 2032 – DGLM 17 – 1.594 1.594 – DGMI div. 7.785 1.576 – 4.020 – 2.671 – 2.670 10 Kasschuif DGMI – Asbest 22 3.200 – 9.900 – 9.300 – Intensivering Circulaire Economie 21 8.000 8.000 11 Loon- en prijsbijstelling 99 – 149.928 – 153.085 – 154.918 – 157.587 – 157.034 – 151.515 – waarvan Infrastructuurfonds 26 97.865 100.568 101.082 100.470 101.507 98.754 790.032 98.754 – waarvan Deltafonds 26 18.358 19.289 19.976 22.430 20.607 18.393 147.152 18.394 – waarvan Hoofdstuk XII div. 33.705 33.228 33.860 34.687 34.920 34.368 12 Eindejaarsmarge 99 – 18.031 Stand ontwerpbegroting 2019 8.304.703 9.552.760 9.295.201 9.330.714 9.168.914 9.378.838 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 224 Ad 1. Bij Begroting 2019 wordt de DBFM-conversie van het project Afsluitdijk verwerkt. De budgettaire reeksen worden omgezet om aan de beschikbaarheidsvergoedingen te kunnen voldoen.Ad 2. Het Eurovignet is een heffing voor zware vrachtwagens voor het gebruik van de hoofdwegen van een aantal Europese landen. Het Eurovignetverdrag wordt gewijzigd. De wijziging van het verdrag leidt tot hogere heffingsontvangsten voor de Nederlandse overheid. De geraamde meeropbrengsten worden toegevoegd aan de investeringsruimte van hoofdwegennet op het Infrastructuurfonds.Ad 3. Volgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III wordt er opnieuw een exportheffing op afvaltransport ingevoerd. Bij de begroting 2019 worden hiervoor middelen aan de begroting Hoofdstuk XII toege-voegd.Ad 4. Volgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III zijn bij de Eerste suppletoire begroting 2018 middelen beschikbaar gesteld aan de begrotingen Hoofdstuk XII en fondsen. Bij de begroting 2019 wordt tevens de loon- en prijsbijstelling over deze middelen aan de begrotingen toegevoegd.Ad 5. Volgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III is bij de Eerste suppletoire begroting 2018 € 2 miljard in de periode 2018 tot en met 2020 beschikbaar gesteld. Daarnaast is vanaf 2021 het Infrastructuur-fonds met € 100 miljoen per jaar opgehoogd. Door de aard van de infrastructurele planning en de noodzakelijke voorbereidende besluit-vorming is een aanloopperiode nodig, voordat de daadwerkelijke uitgaven aan projecten gedaan worden. Dit betekent dat een deel van de in 2018 jaar beschikbaar gestelde middelen niet besteed worden. Daarnaast zijn ook de uitgavenramingen van lopende projecten en programma’s geactualiseerd. Een nadere toelichting over de projecten en programma’s is opgenomen in de productartikelen en het MIRT-overzicht. Er wordt daarom € 700 miljoen verschoven van 2018 naar de jaren 2020 en 2021. Voor een nadere toelichting op de aanwending van de aanvullende middelen wordt verwezen naar «Aanvullende middelen Infrastructuur-fonds volgend uit het regeerakkoord» in de infrastructuuragenda. Ten behoeve van het Rijksbrede financiële beeld faciliteert IenW op het Infrastructuurfonds een kasschuif van € 100 miljoen en € 150 miljoen uit respectievelijk 2019 en 2020 naar 2023.Daarnaast zijn de beschikbare budgetten en uitgavenramingen op de investeringsfondsen uit balans geraakt door actualisaties van projectra-mingen en de verwerking van het Regeerakkoord. Met behulp van een kasschuif tussen het Infrastructuurfonds en Deltafonds wordt de mismatch in 2020 en 2021 tussen beschikbare budgetten en de uitgaven-ramingen deels hersteld.Ad 6. Dit betreft overboekingen naar het Gemeentefonds en het BTW-compensatiefonds in het kader van Roode Vaart (€ 9,5 miljoen) en Impuls Omgevingsveiligheid (€ 14,2 miljoen).Ad 7. Volgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III zijn bij de Eerste suppletoire begroting 2018 middelen beschikbaar gesteld aan de begrotingen 2019 Hoofdstuk XII, Infrastructuurfonds en Deltafonds.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 225 Ad 8. Dit betreft diverse interne overboekingen naar het KNMI ten behoeve van aanvullende taken en Basale Dienstverlening.Ad 9. Bij de begroting 2019 worden diverse interne kasschuiven gefacili-teerd op meerdere beleidsvlakken – met name voor het programma Omgevingsveiligheid – om het kasritme in overeenstemming te brengen met de te verwachten programmering.Ad 10. Dit betreft een kasschuif waardoor benodigde middelen in het juiste kasritme beschikbaar komen voor maatregelen op het gebied van Circulaire Economie en de Subsidieregeling verwijderen asbestdaken voor de jaren 2019 en 2020. De middelen voor de intensivering Circulaire Economie worden overgeheveld naar artikel 21.Ad 11. Dit betreft de loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2018 die nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Ad 12. Bij de Eerste suppletoire begroting is de eindejaarsmarge 2017 toegevoegd op artikel 99. Bij de begroting 2019 zijn deze middelen toebedeeld van artikel 99 naar de diverse artikelen.Overzicht niet-juridische verplichte uitgaven en bestemmingOp verzoek van de Tweede Kamer wordt inzicht gegeven in de niet-juridisch verplichte uitgaven per beleidsartikel. Hiermee wordt de budgetflexibiliteit in de begroting beter inzichtelijk gemaakt en valt af te leiden welk deel van de geraamde uitgaven budgettair-technisch gezien beschikbaar is voor alternatieve besteding. Het percentage en het bedrag niet-juridisch verplichte uitgaven per beleidsartikel worden bepaald op basis van het percentage «juridisch verplicht» uit de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen. In de kolom «Bestemming van de niet-juridische verplichte uitgaven» wordt het niet verplichte bedrag opgesplitst naar de bestemming van de uitgaven.Overzicht niet-juridische verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x 1.000)Art. nr. Naam artikel Juridisch verplicht Niet-juridisch verplichte uitgaven Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven 11 Integraal Waterbeleid(€ 45.362) € 41.476(91%) € 3.886(9%) • € 769 voor opdrachten algemeen waterbeleid (watereducatie, watercoalitie, doelmatig waterbeheer en Publiekscampagne Ons Water).• € 722 voor opdrachten ter ondersteuning van water internationaal.• € 292 voor klimaatadaptatie.• € 318 voor opdrachten waterveiligheid.• € 1.101 voor opdrachten waterkwaliteit.• € 684 voor opdrachten op het gebied van grote oppervlakte wateren. 13 Bodem en Ondergrond(€ 41.436) € 40.199(97%) € 1.237(3%) • € 470 voor beleids(onderzoek)opdrachten Bodem (o.a. RIVM)• € 107 Structuurvisie ondergrond.• € 490 Drinkwater en waterketen (o.a. Waternexus en Commissie van deskundigen)• € 170 onderzoekopdrachten voor Milieueffectrap-portage, Normering en regelgeving NEN, Landelijk Grondwaterregister. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 226 Art. nr. Naam artikel Juridisch verplicht Niet-juridisch verplichte uitgaven Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven 14 Wegen en Verkeersvei-ligheid(€ 49.917) € 41.963(84%) € 7.954(16%) • € 1.704 voor diverse opdrachten/onderzoeken t.b.v. wegmaatregelen, Smart Mobility en het verduur-zamen van mobiliteit• € 1.010 voor opdrachten programma’s Fiets, DUMO, Innovatie mobiliteit en afronding Beter Benutten. Opdrachten bestaan uit diverse onderzoeken en communicatieactiviteiten.• € 4.234 voor diverse onderzoeken verkeersveiligheid en verkeersveiligheid campagnes.• € 1.006 Opdrachten Stimulering Duurzame Brandstoffen 16 Openbaar Vervoer en Spoor(€ 13.157) € 11.686(89%) € 1.471(11%) • € 1.471 voor diverse opdrachten/onderzoeken ten behoeve van de uitvoering van de Lange Termijn Spooragenda (LTSA), uitvoeren van activiteiten ter ondersteuning van beheer- en vervoerconcessie, taken voor werkagenda Nationaal Openbaar Vervoer Beraad (NOVB) OV-Chipkaart en het project Nationale Data Openbaar Vervoer (NDOV). 17 Luchtvaart(€ 27.329) € 22.290(82%) € 5.039(18%) • € 5.039 voor diverse opdrachten/onderzoeken m.b.t. luchtvaartveiligheid, luchthavenontwikkeling, luchtverkeer, duurzaamheid en netwerkkwaliteit en de opgaven voor de herziening van het luchtruim, Schiphol na 2020 en Lelystad. 18 Scheepvaart en Havens(€ 38.555) € 37.584(97%) € 971(3%) • € 971 voor opdrachten en onderzoeken Scheepvaart en Havens met betrekking tot bevorderen duurzame binnenvaart, vernieuwen internationale regelgeving en onderzoek naar klimaat, luchtkwaliteit en duurzame zeevaart. 19 Uitvoering Milieu-beleid en Internati-onaal(€ 46.164) € 43.551(94%) € 2.613(6%) • € 532 uitvoering HGIS.• € 351 pilots Ruimte data.• € 277 cofinanciering Interreg.• € 940 DGMI- brede projecten.• € 513 vrijwillige bijdragen aan (inter)nationale organisaties. 20 Lucht en Geluid(€ 27.603) € 27.186(98%) € 417(2%) • € 357 Onderzoeksopdrachten geluidsanering en uitvoeringskosten BSV• € 60 Onderzoek ECN 21 Duurzaamheid(€ 27.462) € 23.068(84%) € 4.394(16 %) • € 1.139 Nederland Circulair• € 1.614 Maatschappelijk verantwoord inkopen• € 168 Biotische kringloop en bouw• € 163 Onderzoeksopdrachten industriële emissies 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s(€ 33.802) € 28.732(85%) € 5.070(15%) • € 2.237 Uitvoering Veiligheid Chemische Stoffen.• € 522 Uitvoering veiligheid inrichtingen en bedrijven.• € 1.464 Uitvoering Veiligheid Bedrijven en Transport.• € 403 diverse subsidies. 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie(€ 52.786) € 52.786(100%) € 0(0%) – 24 Handhaving en Toezicht(€ 108.072) € 103.364(100%) € 0(0%) – 25 Brede doeluitkering(€ 899.965) € 899.965(100%) € 0(0%) – 26 Bijdrage investerings-fondsen(€ 7.795.954) € 7.795.954(100%) € 0(0%) – Totaal € 9.207.564 € 9.174.512 € 33.052 –Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 227 Meerjarenplanning BeleidsdoorlichtingenIn onderstaande tabel is de meerjarenplanning van de beleidsdoorlich-tingen opgenomen.realisatie planning Artikel 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Geheel artikel? Artikel 11 Water-kwantiteit X Ja Waterkwaliteit Artikel 13 Bodem en Ondergrond X Ja Artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid X X Ja Artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor X Ja Artikel 17 Lucht-vaart overig X X Ja Artikel 18 Scheep-vaart en Havens X Ja Artikel 19 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal X Ja Artikel 20 Lucht X Nee Artikel 20 Geluid X Nee Artikel 21 Duurzaamheid X Ja Artikel 22 Omgevingsvei-ligheid en Milieurisico’s X Ja Artikel 23 Meteoro-logie, seismologie en aardobservatie X Ja Artikel 24 Handhaving en Toezicht X JaDe Brede doeluitkering (artikel 25) en de bijdrage investeringsfondsen (artikel 26) worden zoveel mogelijk meegenomen in de doorlichtingen van de beleidsartikelen. De instrumentering en normering ten behoeve van handhaving en toezicht van het beleid wordt bij de doorlichting van de beleidsartikelen meegenomen. De doorlichting van artikel 24 richt zich op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ILT als inspectie-organisatie binnen het kader van de opgedragen taken, de beschikbaar gestelde instrumenten, het budget en de governance binnen IenW.Het meest recente overzicht van de realisatie van beleidsdoorlichtingen. Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering zie bijlage 5 Evaluatie en overig onderzoek.Overzicht risicoregelingenIn het overzicht van risicoregelingen worden garanties en/of achterborg-stellingen opgenomen die een departement verstrekt aan derden buiten de sector Overheid. Een garantie is een voorwaardelijke financiële Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 228 verplichting van de overheid aan een derde buiten de overheid, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Bij het Ministerie van IenW is momenteel sprake van de garantieregeling borgstellingskrediet Bodemsa-nering MKB.Het borgstellingkrediet Bodemsanering MKB betreft de mogelijkheid voor een ondernemer in het midden- en kleinbedrijf, met onvoldoende middelen of te weinig zekerheden voor krediet bij een bank, om een borgstelling voor een gedeelte van het benodigde budget voor bodemsa-nering aan te vragen. Het Borgstellingkrediet Bodemsanering MKB is mede naar aanleiding van deze evaluatie in 2016 beëindigd. In 2019 wordt alleen nog garant gestaan voor een lopende garantie ter grootte van € 363. De garanties Bodemsanering MKB lopen af naar nul over de looptijd tot en met 2027.In de begroting 2018 is rekening gehouden met het aangaan van een garantieverplichting van € 23 miljoen in 2018 voor de aanschaf van nieuwe vliegtuigen door Winair. De orkaan Irma heeft ook voor Winair grote gevolgen gehad. Naast grote schade aan de gebouwen, moest ook het aantal vluchten aanzienlijk worden ingekrompen door een substantieel verminderde passagiersvraag en omzet. Voor Winair was daardoor het investeren in nieuwe vliegtuigen in 2018 niet mogelijk. In 2019 wordt dit opnieuw bezien. Hiermee verschuift de geraamd te verlenen garantie van 2018 naar 2019.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 229 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)Artikel Omschrijving Uitstaande garanties 2017 Geraamd te verlenen 2018 Geraamd te vervallen 2018 Uitstaande garanties 2018 Geraamd te verlenen 2019 Geraamd te vervallen 2019 Uitstaande garanties 2019 Garantie-plafond Totaal plafond Totaalstand risicovoor-ziening Artikel 13 MKB Krediet 397 0 0 363 0 0 363 0 0 0 Artikel 17 Winair 23.000 0 23.000 0 0 Totaal 397 23.000 23.000 363 23.000 0 363 0 0 0Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x 1.000)Artikel Omschrijving Uitgaven2017 Ontvang-sten 2017 Stand risicovoor-ziening 2017 Saldo 2017 Uitgaven 2018 Ontvang-sten 2018 Stand risicovoor-ziening 2018 Saldo 2018 Uitgaven 2019 Ontvang-sten 2019 Stand risicovoor-ziening 2019 Saldo 2019 Artikel 13 MKB Krediet 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Artikel 17 Winair 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 230 3. DE BELEIDSARTIKELEN Beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid Het op orde houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschap-pelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland droge voeten heeft, over voldoende zoetwater beschikt en schoon (drink)water heeft en kan blijven gebruiken, nu en in de toekomst.(Doen) uitvoerenVanuit de begroting Hoofdstuk XII wordt bijgedragen aan het Deltafonds (zie extracomptabele verwijzingen). Vanuit het Deltafonds worden maatregelen en voorzieningen op het gebied van waterveiligheid (artikel 1), zoetwatervoorziening (artikel 2), beheer, onderhoud en vervanging (artikel 3) en waterkwaliteit (artikel 7) bekostigd. De rol (doen) uitvoeren heeft betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterveiligheid, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit en waterkwantiteit:•Waterveiligheid. Het waarborgen van de bescherming door primaire waterkeringen langs het kust- en IJsselmeergebied en de rivieren volgens het wettelijk niveau; alsmede het dynamisch handhaven van de kustlijn, conform herziene basiskustlijn 2018 en handhaving kustfundament.•Waterveiligheid en Zoetwatervoorziening. Het (doen) uitvoeren van verkenningen en planuitwerkingen.•Waterveiligheid en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van aanlegpro-jecten, zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), Ruimte voor de Rivier, de Maaswerken (alle waterveiligheid) en het Verbeter-programma Waterkwaliteit Rijkswateren (waterkwaliteit).•Waterveiligheid, Waterkwantiteit en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van beheer, onderhoud en vervanging.RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het integrale waterbeleid, voor het Deltaprogramma en het toezicht op de uitvoering van de gerelateerde wet- en regelgeving. Ook is de Minister verantwoor-delijk voor het verbeteren van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de bestuurlijke organisatie en het instrumentarium ten behoeve van het waterbeleid. De rol «regisseren» heeft in dit artikel betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterveiligheid, waterkwantiteit, zoetwater-voorziening, waterkwaliteit en innovatie en exportbevordering.•Waterveiligheid. Het zorgen voor het ontwikkelen en implementeren van waterveiligheid gericht op alle primaire waterkeringen in Neder-land. Tevens het zorgdragen voor de waterveiligheid van de regionale waterkeringen in het beheer van het Rijk.•Het zorgen voor wettelijke kaders en instrumentarium voor het beoordelen en ontwerpen van primaire waterkeringen. Ontwikkelen van kaders voor het toetsen op veiligheid van de regionale waterkerin-gen in het beheer van het Rijk. Deze aanpak is onder andere terug te vinden in het Nationaal Waterplan 2016–2021 (Kamerstukken II 2014–2015, 31 710, nr. 35) en het Beheer- en Ontwikkelprogramma voor de Rijkswateren 2016–20214.•Waterkwantiteit en Zoetwatervoorziening. Het zorgen voor het ontwikkelen en implementeren van integraal waterbeleid in een aanpak gericht op de gebieden met grote Rijkswateren. Het realiseren van een maatschappelijk afgewogen verdeling van water en het daartoe zo te beheren hoofdwatersysteem dat wateroverlast en -tekort worden voorkomen. Het zorgen voor kaders en instrumentarium voor Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 231 regionale afwegingen om het regionale watersysteem op orde te brengen en te houden. Deze aanpak is onder andere terug te vinden in het Nationaal Waterplan 2016–2021 (Kamerstukken II 2014–2015, 31 710, nr. 35) en het Beheer- en Ontwikkelprogramma voor de Rijkswateren 2016–2021.•Waterkwaliteit. Het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het bereiken van een goede ecologische en chemische waterkwaliteit van de oppervlaktewateren in de Rijkswateren van de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde, Eems. De uitvoering gericht op het behalen van een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwa-teren in de vier stroomgebieden conform de voorschriften zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn Water (KRW), om in drie planperiodes uiterlijk in 2027 aan de Europese verplichtingen te voldoen.•Nederlands deel van de Noordzee. Het gaat hier om het ontwikkelen van beleid en het nemen van maatregelen voor het bereiken van een gezonde zee met een duurzaam gebruik in het Nederlandse deel van de Noordzee. Dit gebeurt in samenwerking en samenhang met de andere Noordzeelanden, conform de vereisten zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. De coördinerende verantwoordelijk-heid voor de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) ligt bij de Minister van IenW, tezamen met de Ministers van LNV en EZK voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot hun verantwoordelijkheid behoren.•Innovatie en exportbevordering. Het ontwikkelen van beleid, onder andere ten behoeve van de Topsector Water, gericht op het ontwikke-len van kennis, het bevorderen van innovatie en het versterken van de samenwerking tussen het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheid (de gouden driehoek) om de internationale concurrentie-kracht van het Nederlandse bedrijfsleven te versterken. Hierbij wordt een sterke thuismarkt (kennis en innovatie) gekoppeld aan een concurrerend Nederland in het buitenland. Voor dit laatste gaat het daarbij onder meer om het ontvangen van buitenlandse delegaties en het organiseren en uitvoeren van bilaterale handelsmissies.•Daarnaast regisseert de Minister de afstemming van het waterbeheer met de landen rondom de Noordzee en met de buurlanden boven-strooms gelegen in de stroomgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems.•Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op de beleidsterreinen waterkwantiteit en waterkwaliteit (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).WaterkwantiteitHieronder zijn de beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor water-kwantiteit opgenomen. In productartikelen 1, 2 en 3 van het Deltafonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.Ongeveer 60% van ons land zou regelmatig onder water staan als er geen dijken en duinen zouden zijn. In dit gebied wonen negen miljoen mensen en wordt 70% van ons BNP verdiend. Maatschappelijk gezien is aandacht voor de waterveiligheid dus van cruciaal belang voor de leefbaarheid en de economie van Nederland (Kamerstukken II 2015–2016, 34 436, nr. 3).Indicatoren en KengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 232 Indicator één en twee: waterveiligheid (droge voeten)Onderstaande indicatoren geven weer hoe het is gesteld met het aantal kilometers dijken en duinen en het aantal kunstwerken die zorgen voor waterveiligheid in Nederland. De cijfers zijn gebaseerd op de toetsronden uit 2001, 2006, 2011 en de verlengde derde toetsing uit 2014. Conform de Waterwet wordt periodiek getoetst of de primaire waterkeringen voldoen aan de wettelijke veiligheidsnormen. Deze toetsing wordt door de beheerder uitgevoerd volgens het door de Minister vastgestelde wettelijk toetsinstrumentarium. Indien een kering niet aan de norm voldoet, worden maatregelen getroffen. In 2017 is de nieuwe ronde beoordelen op veiligheid gestart, gebaseerd op de nieuwe normering (Kamerstukken II 2015–2016, 34 436, nr. 2). Over de resultaten van deze beoordeling wordt in 2023 gerapporteerd aan de Eerste en Tweede Kamer.In de begroting 2020 wordt de indicator waterveiligheid op artikel 11 vervangen door een indicator die de groei van het percentage bescherming tegen overstroming (overstromingskans) beter weergeeft. Dijken en duinen (km)200120062011201405001.0001.5002.0002.5003.0003.5004.0001.7925491.2171.5906801.3292.3081.2252342.4081.30239VoldoetVoldoet nietNader onderzoekBron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 233 Waterkwaliteit (schoon (drink)water)Over de ecologische en chemische kwaliteit van de oppervlaktewateren in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems en het bereiken van een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de vier stroomgebieden, wordt de Tweede Kamer jaarlijks geïnformeerd via «De Staat van Ons Water». Omdat de Kaderrichtlijn Water werkt met planperiodes, is een volledige beschrijving van de toestand alleen om de zes jaar mogelijk. Het PBL rapporteert op verzoek van de Minister van IenW in het Compendium voor de Leefomgeving jaarlijks op basis van de beschikbare gegevens over waterkwaliteit.Integraal waterbeleidIn «De Staat van Ons Water» wordt vanaf 2016 jaarlijks gerapporteerd over de voortgang van het integraal waterbeleid. Meer specifieke resultaatinformatie over het waterkwantiteitsbeleid wordt jaarlijks door de waterschappen gepubliceerd in de «Waterschapsspiegel».Op dit artikel hebben geen beleidswijzigingen plaatsgevonden met een effect op de begroting 2019.Kunstwerken (aangemerkt als primaire waterkering in aantallen)VoldoetVoldoet nietNader onderzoek200120062011201402004006008001.0001.2001.4001.6001.8002.00035082376340206625748335375868799110Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2014BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 234 art. 11 Integraal Waterbeleid (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 89.248 34.174 30.755 31.513 32.553 43.236 41.769 Uitgaven: 50.701 49.644 45.362 45.351 44.935 43.266 41.769 Waarvan juridisch verplicht 91% 11.01 Algemeen waterbeleid 38.330 37.393 33.424 33.767 33.648 32.415 30.918 11.01.01 Opdrachten 8.624 7.818 5.720 6.195 7.117 8.177 6.680 11.01.02 Subsidies 9.545 14.562 12.792 12.702 11.662 8.862 8.862 – Partners voor Water (HGIS) 9.251 13.322 11.602 11.602 11.602 8.802 8.802 – Overige subsidies 294 1.240 1.190 1.100 60 60 60 11.01.03 Bijdrage aan agentschappen 19.374 14.963 14.862 14.870 14.869 15.376 15.376 – waarvan bijdrage aan RWS 18.874 14.541 14.440 14.448 14.448 14.956 14.956 – waarvan bijdrage aan KNMI 500 422 422 422 421 420 420 11.01.04 Bijdrage aan medeoverheden 787 50 50 0 0 0 0 11.02 Waterveiligheid 3.057 2.853 2.992 2.994 3.000 2.999 2.999 11.02.01 Opdrachten 3.057 2.853 2.992 2.994 3.000 2.999 2.999 11.03 Grote oppervlaktewateren 2.390 2.714 2.408 2.181 2.056 1.949 1.949 11.03.01 Opdrachten 2.390 2.714 2.408 2.181 2.056 1.949 1.949 11.04 Waterkwaliteit 6.924 6.684 6.538 6.409 6.231 5.903 5.903 11.04.01 Opdrachten 3.638 4.443 3.823 3.719 4.086 4.213 4.213 11.04.02 Subsidies 436 436 400 400 400 0 0 11.04.04 Bijdrage aan medeoverheden 350 325 500 500 0 0 0 11.04.05 Bijdrage aan internationale organi-saties 2.500 1.480 1.815 1.790 1.745 1.690 1.690 Ontvangsten 1.226 278 0 0 0 0 0Extracomptabele verwijzingen naar artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds (bedragen x € 1.000) 2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 1 Inves-teren in Veiligheid van het Deltafonds 241.324 281.273 326.269 477.714 295.095 Andere ontvangsten van artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds 165.848 190.701 157.296 155.418 153.657 Totale uitgaven op artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds 407.172 471.974 483.565 633.132 448.752 waarvan 1.01 Grote projecten waterveiligheid 229.909 205.094 224.906 88.333 8.480 1.02 Overige aanlegprojecten waterveiligheid 171.053 261.763 254.769 541.811 437.972 1.03 Studiekosten 6.210 5.117 3.890 2.988 2.300Budgettaire gevolgen van beleid Extracomptabele verwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 235 Extracomptabele verwijzingen naar artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds (bedragen x € 1.000) 2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 2 Inves-teren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds 22.244 47.854 42.784 1.546 2.764 Andere ontvangsten van artikel 2 Investeren in zoetwatervoor-ziening van het Deltafonds 3.000 41 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 2 Investeren in zoetwatervoor-ziening van het Deltafonds 25.244 47.895 42.784 1.546 2.764 waarvan 2.01 Aanleg waterkwantiteit 0 0 0 0 0 2.02 Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening 22.504 44.545 40.264 1.461 2.341 2.03 Studiekosten 2.740 3.350 2.520 85 423Extracomptabele verwijzingen naar artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds (bedragen x € 1.000) 2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds 180.288 127.986 137.622 138.406 160.824 Andere ontvangsten van artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds 180 288 127.986 137.622 138.406 160.824 waarvan 3.01 Watermanagement 7 191 7.191 7.191 7.191 7.191 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 173 097 120.795 130.431 131.215 153.633Extracomptabele verwijzingen naar artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet van het Deltafonds (bedragen x € 1.000) 2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 4 Experi-menteren cf. art. III Deltawet van het Deltafonds 0 0 0 0 0 Andere ontvangsten van artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet van het Deltafonds 32.467 28.761 42.587 53.198 234.906 Totale uitgaven op artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet van het Deltafonds 32.467 28.761 42.587 53.198 234.906 waarvan 4.01 Experimenteerprojecten 0 0 0 0 0 4.02 Geïntegreerde contractvormen/PPS 32.467 28.761 42.587 53.198 234.906Extracomptabele verwijzingen naar artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds (bedragen x € 1.000) 2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 7 Inves-teren in waterkwaliteit van het Deltafonds 84.443 127.233 87.441 131.888 94.378 Andere ontvangsten van artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds 84.443 127.233 87.441 131.888 94.378 waarvan 7.01 Real. progr. Kaderrichtlijn water 48.170 47.259 51.340 73.973 62.348 7.02 Overige aanlegprojecten Waterkwaliteit 5.324 29.889 26.111 48.465 22.930Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 236 11.01 Algemeen Waterbeleid Het opdrachtenbudget is grotendeels juridisch verplicht. Dit heeft betrekking op de betaling van verplichtingen die tot en met 2018 zijn aangegaan, waaronder de structurele uitwerking van de wettelijke taken op basis van de Waterwet, het vervolgprogramma HGIS Partners voor Water 2016–2021 en het HGIS budget voor het internationale samenwer-kingsprogramma met de Unie van waterschappen onder de titel «Blue deal» en voor het programma gericht op acceleratie en implementatie van waterprojecten van de 2030 agenda, waarbij de Nederlandse inzet wordt gecompleteerd door de High Level Panel on Water (HLPW) coalitie van 11 landen, de Wereldbank en de Verenigde Naties.Het restant heeft vooral betrekking op de uitwerking van de afspraken in het Bestuursakkoord Water (BAW). De uitgaven voor de subsidies en de agentschapsbijdragen RWS en KNMI zijn volledig juridisch verplicht. De subsidies en de bijdragen aan medeoverheden hebben een beperkte tijdshorizon en de agentschapsbijdragen hebben een structureel karakter.11.02 Waterveiligheid Het opdrachtenbudget is grotendeels juridisch verplicht. Dit heeft betrekking op de betaling van verplichtingen die tot en met 2018 zijn aangegaan en de uitwerking van de wettelijke taken op basis van de Waterwet, zoals onder andere werken met de nieuwe normering, regie op de kennisontwikkeling waterveiligheid, werkzaamheden ten behoeve van de Lange Termijn Ambitie Rivieren (onderzoek naar maatregelen voor Rijn, IJssel en Maas), de EU-richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) en advisering over waterkeren en de kust.11.03 Grote oppervlaktewateren De uitgaven voor de opdrachten zijn deels juridisch verplicht. Dit heeft met name betrekking op de betaling van de lopende verplichtingen die aangegaan zijn tot en met 2018.11.04 Waterkwaliteit Een deel van het opdrachtenbudget is juridisch verplicht. Dit heeft betrekking op de betaling van diverse kleine verplichtingen die tot en met 2018 zijn aangegaan. De budgetten voor de subsidies, de bijdragen aan medeoverheden en de bijdragen aan internationale organisaties zijn volledig verplicht. De subsidie betreft de bijdrage aan het International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC). De bijdragen aan medeoverheden zijn bestemd voor het samenwerkingsprogramma Lumbricus ten behoeve van een klimaatrobuuste inrichting van het bodem- en watersysteem. De bijdragen aan internationale organisaties zijn bestemd voor structurele jaarlijkse contributies voor de internationale riviercommissies en de Oslo en Parijs-commissie (OSPAR), die in internationale verdragen zijn opgericht. Daarnaast zijn ze bestemd voor de bijdragen aan de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en aan de Verenigde Naties (VN), die onder andere het gevolg zijn van een tweetal Memoranda of Understanding.Het niet-juridisch verplichte deel op dit artikel heeft met name betrekking op de onder de financiële instrumenten opgenomen opdrachten op het gebied van de uitvoering van een aantal activiteiten. Dat gaat om BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 237 activiteiten in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Kader-richtlijn Mariene Strategie (KRM). Ook heeft het niet-juridisch verplichte deel betrekking op de ondersteuning van de internationale riviercom-missies en OSPAR in de voorbereiding en de uitvoering van hun werkzaamheden.11.01 Algemeen waterbeleid 11.01.01 Opdrachten In mei 2019 wordt de jaarlijkse voortgangsrapportage «Staat van Ons Water» gepubliceerd. Hierin wordt gerapporteerd over onder andere de uitvoering van het Nationaal Waterplan 2016–2021, het Bestuursakkoord Water uit 2011, het uitvoeringsprogramma van de Beleidsnota Drinkwater en de uitvoering van de Europese richtlijnen over waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en de mariene strategie.De Topsector Water en Maritiem is gericht op het ontwikkelen van kennis, het bevorderen van innovatie en het versterken van de samenwerking tussen het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheid (gouden driehoek). De ondersteuning van de ministeries van IenW en EZK aan het topteam draagt bij aan het organiseren van werkgroepen, evenementen en communicatiemiddelen zoals de website van Topsector Water en Maritiem (www.topsectorwater.nl). De Human Capital Agenda bevordert de instroom van goed gekwalificeerd personeel in de watersector. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door het uitreiken van beurzen aan wateram-bassadeurs, het organiseren van het Wereld Water College, het uitwerken van strategisch personeelsmanagement en het uitvoeren van de strate-gielijn «leven lang leren». De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) versterkt de verbinding van kennisinstellingen en bedrijfsleven met Europese onderzoeksprogramma’s op het terrein van Water en Klimaat. Dit versterkt de Nederlandse kennispositie op het terrein van Water en Klimaat en draagt bij aan de doelstellingen van het topsectorenbeleid en IenW.In 2019 worden uitgaven gedaan voor watereducatie om het waterbe-wustzijn bij jongeren te stimuleren, onder meer door middel van het vernieuwen van de hiervoor bestemde website. Dit gebeurt in samen-werking met de Unie van Waterschappen en met onderwijspartijen.De watercoalitie ondersteunt diverse maatschappelijke initiatieven die direct of indirect een bijdrage leveren aan een duurzame en doelmatige waterketen.Aan de Helpdesk Water, onderdeel van de dienst Water, Verkeer en Leefomgeving van RWS, wordt een jaarlijkse bijdrage geleverd. De Helpdesk Water heeft een reguliere taak als kennistransferpunt tussen uitvoering en beleid voor overheden en andere waterprofessionals. Daarnaast wordt ook informatievoorziening over watergerelateerde informatie in het kader van de toekomstige Omgevingswet voorbereid.Gewerkt wordt aan de totstandkoming van de Omgevingswet. Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 januari 2021 in werking. Activiteiten en onderzoeken op het gebied van water worden uitgevoerd ter voorbereiding op de implementatie van deze wet. Dit betreft o.a. het inbouwen van de nieuwe normering waterveiligheid.Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 238 Voor de uitvoering van het bestaande Omgevingsloket Online (OLO) wordt een jaarlijkse bijdrage geleverd ten behoeve van water- en omgevingsvergunningen.Het actualiseren van de uitvoeringsregelingen waterheffingen heeft betrekking op het moderniseren van de tabel afvalwatercoëfficiënt. Er lopen twee trajecten die samenhangen met de toekomstbestendige financiering van het Waterbeheer. De modernisering betreft enerzijds de hoogte van de afvalwatercoëfficiënten die verouderd zijn en anderzijds een vereenvoudiging door het aantal klasse-indelingen terug te brengen en over te stappen op de standaard bedrijfstak indelingen (SBI). Hiervoor wordt onderzocht op welke wijze de huidige indeling kan worden gewijzigd naar een vereenvoudigde indeling.Er wordt gewerkt aan nieuwe bestuurlijke afspraken op het gebied van waterkwaliteit, klimaatadaptatie en verdere samenwerking in de water-keten.In het kader van het project «duurzame financiering waterbeheer» dat met het Bestuursakkoord Water-partners is ingericht, worden samen met de Unie van Waterschappen onderzoeken verricht naar aanpassingen en moderniseringen van de zuiveringsheffing, de verontreinigingsheffing en de watersysteemheffing.Ten slotte worden middelen ingezet voor het programma Klimaatadap-tatie. Dit programma richt zich op het bevorderen van een transitie van personen en organisaties naar meer klimaatbestendig handelen. Daarbij bevindt het programma zich in een breed speelveld, waarbinnen het een schakelfunctie vervult. Klimaatadaptatie omvat drie onderdelen; allereerst de uitvoering van de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie van september 2014 (en het daarover gesloten bestuursakkoord). Hierin is een interbe-stuurlijke aanpak afgesproken teneinde Nederland op de lange termijn waterrobuust en klimaatbestendig in te richten, met als doel dat Nederland beter bestand is tegen dreigingen van overstromingen, neerslag, droogte en hitte.In december 2016 is de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) aan de TK aangeboden. In 2017 is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie opgesteld dat op Prinsjesdag 2017 aan de kamer is aangeboden. De ambities en doelstelling uit dit Deltaplan zullen de komende jaren bepalend zijn voor de activiteiten op het gebied van Ruimtelijke Adaptatie. In maart 2018 is het uitvoeringsprogramma van de NAS door de ministerraad vastgesteld. Dit uitvoeringsprogramma (UP NAS) is de basis voor de activiteiten in de periode 2018–2019. IenW heeft hierbij een coördinerende rol, maar doet dit in nauwe samenwerking met andere betrokken departementen, decentrale overheden en kennisinstellingen. Het UP NAS en het Deltapro-gramma zijn complementair aan elkaar.11.01.02 Subsidies In 2017 is een subsidiebeschikking afgegeven aan Deltares van in totaal € 3,1 miljoen voor de bouw van een nieuwe Geocentrifuge. Dit totaal-bedrag wordt gelijkmatig verdeeld over de jaren 2018, 2019 en 2020. De GeoCentrifuge is van groot belang voor de instandhouding van de (inter)nationale kennisinfrastructuur op het terrein van water en bodem, waarvoor IenW medeverantwoordelijk is. De Geocentrifuge wordt onder meer gebruikt voor onderzoek aan dijken, kustbescherming, offshore, aardbevingen en natte en droge infrastructuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 239 In 2016 is de nieuwe subsidieregeling gestart van het programma Partners voor Water (PvW) 2016–2021 als opvolger van de subsidieregeling van het programma HGIS Partners voor Water 3. Dit betreft het centrale uitvoe-ringsprogramma van de (interdepartementale) Internationale Water Ambitie (IWA). Het programma wordt aangestuurd vanuit het Interdepar-tementale Water Cluster, waarin de drie ministeries BZ, EZK en IenW samenwerken. De uitgaven voor het programma worden via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gefinancierd. Voor de uitvoering van het PvW 2016–2021 programma is mandaat verleend aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het budget is onderverdeeld in een deel voor lange termijn samenwerking met zeven Deltalanden, een subsidiedeel ten behoeve van marktbetrokkenheid en samenwerking met kansrijke nieuwe landen en Holland promotie.Een financiële bijdrage wordt geleverd aan het Watersnoodmuseum voor het herinrichten van het 4e caisson. Het Watersnoodmuseum heeft een unieke positie door de verbinding met het nationale herdenkingsmo-nument van de watersnoodramp en de verbinding die het legt tussen die ervaring en het waterbewustzijn voor nu en in de toekomst.Er wordt een jaarlijkse bijdrage van € 60.000 verstrekt aan de provincie Friesland ten behoeve van het Regiecollege Waddengebied (RCW). Het RCW is een strategisch overleg- en afstemmingsorgaan waarin Rijk, Provincie, Gemeenten, Waterschappen, bedrijfsleven, natuurorganisaties en de wetenschap zijn vertegenwoordigd. De bestuurlijke partners dragen jaarlijks financieel bij. Het RCW kijkt met integrale blik naar het Wadden-gebied en stemt de verschillende belangen op elkaar af. Zo wordt onder meer het voorgenomen beleid op het gebied van waterveiligheid en waterkwaliteit besproken. Het RCW draagt bij aan de doelstelling van het Rijk om te komen tot integraal beleid voor het Waddengebied. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.11.01.03 Bijdragen aan agentschappen De bijdrage aan RWS heeft betrekking op beleidsadvisering, vertegen-woordiging in internationale werkgroepen, opstelling van rapportages en evaluaties en begeleiding van opdrachten aan de markt en aan Deltares. Hiervoor wordt jaarlijks een opdracht aan RWS verstrekt. Tot deze opdracht behoren onder andere de bijdragen aan de uitwerking van de MIRT-onderzoeken waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterkwa-liteit.Aan het KNMI zijn diverse onderzoeken en analyses gevraagd die betrekking hebben op Kennisontwikkeling Windklimaat, Nationale adaptatiestrategie, ontwikkeling Noordzee windklimaatatlas en transnati-onale samenwerking Rijn en Maas.11.01.04 Bijdragen aan medeoverheden De bijdrage is bestemd voor de Unie van Waterschappen voor de financiering van belastingonderzoeken door de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB). Dit in het kader van het project «duurzame financiering waterbeheer», waarin met de partners van het Bestuursak-koord Water is besloten tot onderzoeken op dit terrein.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 240 11.02 Waterveiligheid 11.02.01 Opdrachten Op basis van de Richtlijn Overstromingsrisico (ROR) moeten eind 2019 de kaarten voor drie verschillende overstromingsscenario’s en in 2021 de plannen geactualiseerd zijn. Voor de actualisatie van de kaarten en de plannen is opdracht gegeven voor ondersteuning, ontwikkeling en beheer. In 2019 worden de werkzaamheden voortgezet.In 2019 wordt verder gewerkt aan het beoordelen van de primaire waterkeringen op basis van de nieuwe normen. Voor deze beoordeling worden diverse opdrachten verstrekt ter ondersteuning van de waterke-ringbeheerders. Daarnaast worden opdrachten verstrekt om kennis ten aanzien van waterveiligheid te ontwikkelen en ook vast te leggen.Voor de kust worden opdrachten verstrekt voor verdere kennisontwik-keling, onder andere over zeespiegelstijging en kustontwikkeling. Hierbij wordt samenwerking gezocht binnen het kader van Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK).Voor rivieren worden opdrachten verstrekt voor verdere kennisontwik-keling met betrekking tot het kunnen beoordelen van maatregelpakketten op grond van een MKBA en de bijdragen aan diverse MIRT-projecten in het rivierengebied voor zowel de Rijn, de IJssel als ook de Maas.11.03 Grote oppervlaktewateren 11.03.01 Opdrachten De beschikbare budgetten worden in 2018 ingezet voor onder andere de uitvoering van de volgende beleidsonderwerpen:Samen met de regio’s en andere partijen in de bestuurlijke MIRT overleggen wordt aan de hand van de gezamenlijke gebiedsagenda’s gewerkt. Daarnaast neemt IenW het initiatief, vanuit haar beleidsverant-woordelijkheid voor de Grote Wateren, om samen met collega-departementen en gebiedspartners gebiedsagenda’s te ontwikkelen voor de grote wateren. Verder wordt op basis van de gezamenlijke ambitie om kansen en maatregelen passend te laten zijn binnen de waarden van het gebied, gewerkt aan een gezamenlijke adaptieve uitvoeringsagenda. Ook wordt gewerkt aan een gezamenlijke kennis- en innovatie-agenda.Het Ministerie van IenW zal (mede namens het Ministerie van LNV) gezamenlijk met de regio een gebiedsagenda Wadden 2050 opstellen. Bij het opstellen van de gebiedsagenda worden de bevindingen betrokken van onder meer de Evaluatie van de Structuurvisie Waddenzee, de Beleidsverkenning en de tussentijdse evaluatie van de Samenwerkingsa-genda Verbetering Beheer Waddenzee. Tevens zullen de ambities uit de Natuurambitie Grote Wateren worden meegenomen bij het opstellen van de gebiedsagenda. De gebiedsagenda Wadden 2050 komt in de plaats van de eerder aangekondigde Rijksvisie op de toekomstige ontwikkeling van het Waddengebied en zal input leveren voor de Nationale Omgevingsvisie en het overige instrumentarium van de Omgevingswet.In het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» van 10 oktober 2017 heeft het kabinet aangekondigd dat er «één beheerautoriteit voor de Waddenzee komt die een integraal beheerplan uitvoert, waardoor betere Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 241 bescherming van natuurgebieden gecombineerd wordt met beter visbeheer». In 2019 zullen de uitkomsten van de in 2018 opgestarte verkenning naar de te vormen beheerautoriteit worden door vertaald in een herkenbare en aanspreekbare organisatievorm. De beheerautoriteit moet in 2019 van start gaan.»Rijk en regio gaan structureel werken aan ecologische verbetering van de Eems-Dollard, door samenhangende inzet van middelen, maatregelen en onderzoeken op basis van een meerjarig adaptief programma. De ambitie is dat de Eems-Dollard in 2050 voldoet aan het ecologisch streefbeeld, door stapsgewijs te werken en adaptief in te spelen op nieuwe ontwikke-lingen en inzichten.De drie landen die grenzen aan de Waddenzee, Nederland, Duitsland en Denemarken, vormen samen de Trilaterale samenwerkingslanden. Ze overleggen iedere vier jaar met elkaar over het vormen of aanpassen van het beschermingsbeleid van het waddengebied.De grote maatschappelijke opgaven tot 2030 na de planperiode van de Beleidsnota Noordzee 2016–2021 (Kamerstukken II 2014–2015, 31 710, nr. 35) zijn aanleiding voor de ministeries van IenW en LNV om in samen-werking met EZK en BZK en met belanghebbende partijen in de samen-leving te werken aan het opstellen van een Strategische Agenda Noordzee 2030 met een Uitvoeringsprogramma. Concreet gaat het vooral om het samengaan van de enorme windenergieopgave zoals deze voortvloeit uit de Routekaarten voor Wind op Zee tot 2030 met natuurherstel, voedsel-transitie en de ontwikkeling van duurzame en concurrerende sectoren van de Blauwe Economie op zee en in de kustzone, met een doorkijk naar 2050. De strategie zal worden opgenomen in de Nationale Omgevings-visie (NOVI) in 2019 en de nadere uitwerking daarvan in het Nationaal Waterprogramma in 2021. Het is ook onderdeel van de Nederlandse bijdrage aan de invulling van het Strategisch Ontwikkelingsdoel voor de zeeën en oceanen (SDG 14). Het kompas voor de lange termijn zijn de toekomstperspectieven uit de Noordzee Gebiedsagenda 2050 (verga-derjaar 2013–2014, 33 450, nr. 24).Nederland en Vlaanderen werken in de Vlaams-Nederlandse Scheldecom-missie samen aan een zogenoemde Agenda voor de Toekomst voor de integrale en duurzame ontwikkeling van het Schelde-estuarium. Een rode draad van deze agenda is hoe met slim(mer) sedimentbeheer de balans kan worden versterkt tussen de veiligheid, toegankelijkheid en natuur-lijkheid van het Schelde-estuarium. In 2018 wordt samen met de stake-holders het eerste onderzoeksprogramma van de Agenda voor de Toekomst geëvalueerd. Daarbij wordt de rapportage betrokken die in 2018 wordt opgeleverd over de (ontwikkeling van de) toestand van het Schelde-estuarium. In 2019 wordt het eindrapport voor de tweede evaluatie van de Vlaamse-Nederlandse samenwerking aangeboden aan het Vlaamse en Nederlandse parlement.Regio en Rijk hebben in 2018 een start gemaakt met de Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta. De inzet is het natuurlijk en het economisch kapitaal van de grote wateren in de Zuidwestelijke Delta in evenwicht met elkaar te ontwikkelen, binnen de randvoorwaarde van waterveiligheid. De gebiedsagenda komt tot stand door co-creatie van overheden, terreinbe-heerders, havenbedrijven, recreatieondernemers, schippers, visserij, energieproducenten en andere belanghebbenden. Medio 2019 is de oplevering van de Gebiedsagenda voor de Zuidwestelijke Delta voorzien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 242 11.04 Waterkwaliteit 11.04.01 Opdrachten Het doel is om in 2027 de doelstelling van chemisch schoon water en een ecologisch gezond watersysteem voor duurzaam gebruik bereikt te hebben. Ieder jaar wordt in De Staat van Ons Water de voortgang van de uitvoering van de maatregelen gerapporteerd. De toestand, doelen en maatregelen worden iedere 6 jaar vastgelegd en aan de Europese Commissie gerapporteerd middels stroomgebiedbeheerplannen onder de Kaderrichtlijn Water. De tweede stroomgebiedbeheerplannen voor Rijn, Maas, Schelde en Eems voor de periode 2016–2021 zijn eind december 2015 vastgesteld en op dit moment in uitvoering. De uitvoering van de tweede tranche maatregelen in het hoofdwatersysteem loopt via artikel 7 van het Deltafonds.De Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) kent, net als de KRW, een zesjarige plancyclus. In 2018 wordt de beoordeling van het mariene milieu en ecosysteem geactualiseerd, alsook de goede milieutoestand en daarbij behorende beleidsdoelen en indicatoren. Deze actualisatie wordt gebaseerd op de resultaten uit het KRM-monitoringprogramma en aanvullend onderzoek op gebied van vooral onderwatergeluid, zwerfvuil en microplastics. Ook wordt in 2018 een voortgangsrapportage gemaakt over de uitvoering van het KRM-Programma van Maatregelen, onderdeel van het Nationaal Waterplan 2016–2021. Het zwaartepunt bij de uitvoering van de maatregelen ligt bij het terugdringen van zwerfvuil in zee (plastic soep) en bescherming van ecologisch waardevolle gebieden op de Noordzee. Daarnaast geeft het kabinet meer invulling aan zijn faciliterende rol ten aanzien van «kansen benutten» voor het samengaan van een duurzame economische groei en gebruik met een gezond systeem, en voor eventueel ecosysteemherstel. De uitvoering van de KRM vindt plaats in samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Er wordt ingezet op internationale afstemming en samenwerking (Noordzeeregio, OSPAR, EU), op samenwerking met kennisinstituten en belanghebbenden en op cofinanciering uit EU-fondsen als Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV) en Interreg Community Initiative (INTERREG).11.04.02 Subsidies Dit betreft subsidieverlening voor het International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC) en geeft invulling aan de ambitie die is vastgelegd in de overeenkomst tussen IHE (Delft Institute for Water Education) en het Koninkrijk der Nederlanden. Medio 2016 hebben IHE en het Koninkrijk der Nederlanden een samenwerkingsovereenkomst opgesteld voor de jaren 2016–2022, die beantwoordt aan de toenemende grondwaterproblematiek in de wereld en met name het stedelijk gebied. Het United Nations-karakter van de taken van IGRAC bepaalt dat IGRAC (een UNESCO categorie 2 instelling) alleen kan werken op basis van overheidsfinanciering.11.04.04 Bijdragen aan medeoverheden De bijdrage aan medeoverheden heeft betrekking op de uitvoering van het samenwerkingsprogramma Lumbricus door Waterschap Vechtstromen met regionale partijen. Het samenwerkingsprogramma is gericht op het geïntegreerd toepassen van innovatieve maatregelen op het gebied van Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 243 bodem en water ten behoeve van een klimaatrobuuste inrichting van het bodem- en watersysteem van beekdalen. In dit programma komen doelstellingen met betrekking tot waterkwaliteit, zoetwatervoorziening, bodembeheer, klimaatadaptatie en waterveiligheid samen.11.04.05 Bijdragen aan internationale organisaties Nederland is partij in de verdragen waarin de internationale riviercom-missies voor de Rijn, Maas en Schelde zijn opgericht. In deze commissies bespreekt Nederland watervraagstukken op het gebied van kwaliteit, droogte en overstroming. De contributie voor deze commissies wordt jaarlijks vastgesteld. Voor coördinatie van de EU-richtlijnen Kaderrichtlijn water en Overstromingsrisico’s bestaat voor de Eems geen vaste riviercommissie, maar heeft Nederland apart een contract afgesloten met Flussgebietsgemeinschaft Ems in Nedersaksen, Duitsland.Voor de internationale samenwerking en afstemming over vraagstukken op het gebied van mariene milieu, ecologie en biodiversiteit in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan, inclusief de Noordzee, bestaat het Oslo- Parijs (OSPAR)-verdrag. Ook voor OSPAR is Nederland jaarlijks contributie verschuldigd.Nederland ambieert een internationale profilering als centrum voor watervraagstukken. Dit is verwoord in de Internationale Waterambitie van het kabinet. Het streven van Nederland als Centre of Excellence wordt gedeeltelijk ingevuld door middel van twee Memoranda of Understanding (MOU), waarmee UNESCO wordt ondersteund. Het gaat hier om ondersteuning capacity building door IHE.Water speelt een verbindende rol in de in VN-kader afgesproken Sustai-nable Development Goals (SDG’s). Er is reeds een specifiek SDG voor water afgesproken. In een van de subdoelen van de SDG die zich richt op steden wordt specifiek de nadruk gelegd op het verminderen van risico’s van watergerelateerde rampen. Op dit moment is hiertoe de implementa-tiefase aangebroken. Hiervoor wordt met internationale organisaties en platforms samengewerkt en worden activiteiten ondersteund. Zo worden bijdragen geleverd aan het Sendai raamwerk van de UNISDR, HELP, Aqueduct, Wereldbank, Water Global Practice WGP, OESO, Habitat III en World Water Council. Nederland steunt verder actief de activiteiten van UNECE Water op het gebied van grensoverschrijdend waterbeheer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 244 Beleidsartikel 13 Bodem en Ondergrond Een duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van bodem en ondergrond. Het doel is de vraagstukken op het gebied van bodemkwaliteit, drinkwa-tervoorziening, grondwater, bodemdaling, duurzaam bodembeheer in de landbouw, kabels en leidingen en bodemenergie in relatie met de maatschappelijke opgaven als energietransitie en klimaatadaptatie aan te pakken. Daarnaast is het beleid gericht op het tot stand brengen van een betrouwbare en betaalbare drink- en afvalwatervoorziening in Caribisch Nederland.Het Rijk is enerzijds verantwoordelijk voor het systeem van wet- en regelgeving omtrent beheer en gebruik van bodem, ondergrond en wateren en stimuleert anderzijds de investeringen en de bescherming daarvan. Daardoor heeft de Minister van IenW een stimulerende en een regisserende rol.StimulerenVoor het onderdeel Bodem en Ondergrond is de algemene doelstelling om te komen tot een duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van bodem en ondergrond. De (Rijks)structuurvisie Ondergrond vormt een belangrijke basis voor het ordenen van activiteiten in de bodem en ondergrond. De aanpak is onder meer beschreven in het Convenant Bodem en Onder-grond 2016–2020 en het Convenant Bodem en Bedrijven 2015. Het Rijk bevordert de investeringen in de kwaliteit van bodem en ondergrond door middel van:•Het bevorderen van de duurzame kwaliteit van het doelmatig gebruik van het bodem- en watersysteem.•Het Uitvoeringsprogramma van het Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020•Het efficiënt beschermen van drinkwaterbronnen door het landelijk faciliteren/stimuleren van de totstandkoming van gebiedsdossiers.Caribisch Nederland AfvalwatervoorzieningAanpassen van de Wet VROM BES en de Wet FIN-BES met als doel het van een afvalwaterheffing en de verkoop van gezuiverd afvalwater voor irrigatie mogelijke te maken en zo de exploitatiekosten van het afvalwater-beheer te dekken.RegisserenDe Minister van IenW heeft bij het onderwerp Bodem en Ondergrond een systeemverantwoordelijkheid voor het goed laten verlopen van processen op het gebied van duurzaam en efficiënt beheer en gebruik van bodem en ondergrond. De Minister van IenW is vanuit deze rolopvatting verantwoor-delijk voor:•De opname van de Wet bodembescherming in de Omgevingswet;•Het proces waarbij de decentrale overheden in staat worden gesteld van om uiterlijk in 2030 de bodemverontreiniging-problematiek te beheersen;•De verdere ontwikkeling van regelgeving en kennis van de bodem en ondergrond. Deze ontwikkeling ondersteunt het beleid in relatie tot maatschappelijke opgaven en faciliteert de toepassing daarvan door de andere overheden;•Het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht);Algemene Doelstelling Rollen en verantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 245 •Het beleid (beleidsnota drinkwater), regelgeving (drinkwaterwet) en het uitoefenen van toezicht/handhaving (via de ILT) op de levering van deugdelijk drinkwater;•De zorg – samen met andere bestuursorganen – voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening (zorgplicht).Drinkwatervoorziening Caribisch NederlandWetswijziging Wet elektriciteit en drinkwater BES (reparatie capaciteits-tarief) om zo de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van drinkwater in Caribisch Nederland te garanderen. Door het insulaire karakter, de geringe bevolkingsomvang en het ontbreken van grote zoetwatervoorraden zal de drinkwatervoorziening in Caribisch Nederland nooit kostendekkend zijn. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt daarom een subsidie op de transportkosten voor drinkwater beschikbaar.Afvalwatervoorziening Caribisch NederlandDoor de aanpassing van de Wet VROM BES en de Wet FIN-BES kan het openbaar lichaam Bonaire een lokale verordening afvalwaterheffing op- en vaststellen.Indicatoren en KengetallenVoor het Meerjarenprogramma Bodem wordt verwezen naar het Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020 (stcrt. 2015, 14854). In dit convenant is onder meer beschreven hoe de overheden de focus leggen bij de aanpak van de resterende verontreinigingen. Resterende verontrei-nigingen zijn verontreinigingen waarbij het risico voor mens, plant en dier het grootst is. In het convenant is afgesproken dat, afhankelijk van de situatie, spoedlocaties uiterlijk in 2020 zijn gesaneerd, dan wel dat de risico’s worden beheerst, dan wel in beeld gebracht en er concrete plannen voor de aanpak zijn gemaakt. De budgetten van het meerjaren-programma Bodem worden over de bevoegde overheden ex-Wet Bodembescherming (ex Wbb) verdeeld via het Provincie- en Gemeente-fonds. Gedurende de Convenantsperiode rapporteert het gezamenlijke uitvoeringsprogramma over de bereikte resultaten. In de systematiek van deze monitoring wordt onder andere gekeken naar het aantal spoedlo-caties die in uitvoering zijn, hoeveel er afgerond zijn, hoeveel er nog niet gestart zijn, en de kosten van de aanpak.Op dit artikel hebben geen beleidswijzigingen plaatsgevonden met een effect op de begroting 2019 voor wat betreft de onderwerpen Bodem en Ondergrond. Uitzondering hierop betreft de drinkwatervoorziening in Caribisch Nederland. Door flinke investeringen in de voorziening zijn de tarieven sterk gestegen en zonder extra tariefsubsidie wordt drinkwater onbetaalbaar voor kleinverbruikers hetgeen in strijd is met het vigerende beleid. Via extra tariefsubsidie blijft drinkwater voor deze groep toegan-kelijk en betaalbaar. De hoeveelheid extra benodigde tariefsubsidie wordt in 2018 nader uitgewerkt.De voormalige artikelonderdelen Eenvoudig Beter, Gebiedsontwikkeling, Geo-informatie en Ruimtelijk instrumentarium zijn vanaf 2018 overge-heveld naar de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 246 art. 13 Bodem en Ondergrond (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 160.868 77.567 26.820 21.030 127.372 123.880 138.422 Uitgaven: 136.527 39.046 41.436 35.044 139.643 137.703 138.422 Waarvan juridisch verplicht 97% 13.01 Ruimtelijk instrumen-tarium 10.786 0 0 0 0 0 0 13.01.01 Opdrachten 9.220 0 0 0 0 0 0 – Wabo 0 0 0 0 0 0 0 – Architectonisch beleid 2.285 0 0 0 0 0 0 – OLO 3.238 0 0 0 0 0 0 – Overige opdrachten 3.697 0 0 0 0 0 0 13.01.02 Subsidies 1.376 0 0 0 0 0 0 – Programma Ruimtelijk Ontwerp 1.376 0 0 0 0 0 0 13.01.03 Bijdrage aan agent-schappen 0 0 0 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 0 0 0 0 0 0 0 13.01.04 Bijdrage aan medeover-heden 190 0 0 0 0 0 0 13.02 Geo-informatie 33.717 0 0 0 0 0 0 13.02.01 Opdrachten 5.329 0 0 0 0 0 0 13.02.02 Subsidies 1.967 0 0 0 0 0 0 – Basisregistraties 1.967 0 0 0 0 0 0 13.02.06 Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s 26.421 0 0 0 0 0 0 – Kadaster 26.421 0 0 0 0 0 0 13.03 Gebiedsontwikkeling 9.473 0 0 0 0 0 0 13.03.01 Opdrachten 1.296 0 0 0 0 0 0 13.03.02 Subsidies 48 0 0 0 0 0 0 13.03.03 Bijdrage aan agent-schappen 2.402 0 0 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 0 0 0 0 0 0 0 13.03.04 Bijdrage aan medeover-heden 5.726 0 0 0 0 0 0 – Projecten BIRK 3.176 0 0 0 0 0 0 – Projecten Nota Ruimte 0 0 0 0 0 0 0 – Projecten Bestaand Rotterdams Gebied 2.550 0 0 0 0 0 0 13.04 Ruimtegebruik bodem 18.723 32.080 36.723 32.176 139.643 137.702 138.421 13.04.01 Opdrachten 5.727 7.314 16.416 17.007 14.967 5.167 5.400 13.04.02 Subsidies 7.499 8.611 13.480 11.149 13.983 20.507 18.705 – Bedrijvenregeling 1.385 2.176 8.657 8.938 11.772 18.296 16.208 – Programma Commissie MER 2.000 0 0 0 0 0 0 Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 247 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 – Subsidies Caribisch gebied 4.114 6.435 4.823 2.211 2.211 2.211 2.497 – Overige subsidies 0 0 0 0 0 0 0 13.04.03 Bijdrage aan agent-schappen 5.497 3.569 3.566 3.566 3.566 3.566 3.566 – waarvan bijdrage aan RWS 5.497 3.569 3.566 3.566 3.566 3.566 3.566 13.04.04 Bijdrage aan medeover-heden 0 12.586 3.261 454 107.127 108.462 110.750 – Meerjarenprogramma Bodem 0 12.442 3.261 454 107.127 108.462 110.750 – Programma Gebieds-gericht instrumentarium 0 144 0 0 0 0 0 13.04.07 Bekostiging 0 0 0 0 0 0 0 Uitvoering klimaatadap-tatie 0 0 0 0 0 0 0 13.05 Omgevingswet 63.828 6.966 4.713 2.868 0 1 1 13.05.01 Opdrachten 38.108 3.478 2.353 1.432 0 0 0 – Eenvoudig Beter 962 0 0 0 0 0 0 – Omgevingswetgeving 37.087 0 0 0 0 0 0 – Overige opdrachten 59 3.478 2.353 1.432 0 0 0 13.05.02 Subsidies 9.000 0 0 0 0 0 0 – Stimuleringsregeling Impl Omgevingswet 9.000 0 0 0 0 0 0 13.05.03 Bijdrage aan agent-schappen 16.720 3.488 2.360 1.436 0 1 1 – waarvan bijdrage aan RWS 16.720 3.488 2.360 1.436 0 1 1 Ontvangsten 12.248 0 4.450 0 2.000 0 013.04 Ruimtegebruik bodem Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht op grond van lopende verplichtingen vanwege de uitvoering van het bodembeleid. De uitgaven voor de subsidies en de agentschapsbijdrage aan RWS/WVL en de bijdragen aan drink- en afvalwatervoorzieningen in Caribisch Nederland zijn juridisch verplicht.Het niet-juridisch verplichte deel op dit artikel heeft met name betrekking op gelden conform de bestuurlijke afspraken voor knelpunten in de uitvoering van de Wet bodembescherming en grootschalige bodemsane-ringsprojecten.13.04 Ruimtegebruik bodem 13.04.01 Opdrachten De opdrachtverlening heeft betrekking op uitbesteding van beleidsinhou-delijke onderzoeksopdrachten en evaluaties aan derden op het gebied van: Bodem, Drinkwater en Waterketen, BES-eilanden, Commissie van deskundigen Drinkwaterbesluit, Structuurvisie Ondergrond (STRONG), Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 248 Bodemenergie, Milieueffectrapportage en NEN-regelgeving (drinkwater, bodem, zwemwater).13.04.02 Subsidies BedrijvenregelingOp grond van de Wet bodembescherming en het Besluit financiële bepalingen bodemsanering, worden subsidies ten behoeve van saneringsmaatregelen van bedrijven vastgelegd.Caribisch NederlandDit betreft subsidiebijdragen ten behoeve van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de drinkwater- en afvalwatervoorzieningen in Caribisch Nederland. Een goede drinkwatervoorziening is van groot belang voor de volksgezondheid, het welzijn en de welvaart van Caribisch Nederland. Vanwege de geringe bevolkingsomvang, het ontbreken van grote zoetwatervoorraden en het insulaire karakter is de drinkwatervoor-ziening in Caribisch Nederland niet kostendekkend. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt daarom in 2019 in totaal 4,8 miljoen euro subsidie beschikbaar om de toegankelijkheid tot schoon en veilig drinkwater in Caribisch Nederland te garanderen.13.04.03 Bijdragen aan agentschappen De Uitvoeringsorganisatie bodem en ondergrond bij RWS/WVL: dit betreft een opdracht aan het agentschap RWS. Concreet gaat het hierbij om het verrichten van uitvoerende wettelijke taken op grond van de Wet bodembescherming en ondersteuning van de beleidsontwikkeling op het gebied van bodem en ondergrond.13.04.04 Bijdragen aan medeoverheden Meerjarenprogramma bodemHet bodembeleid voor de periode 2016–2020 is opgenomen in het Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020 (Stcrt. 2015, 14854). Dit convenant is ondertekend door het Rijk, het IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen. Dit convenant vormt de basis voor het verstrekken van een bijdrage aan de andere overheden voor de financiering van de uitvoering van het convenant, inclusief de aanpak van verontreinigingen. Tevens vindt de betaling van eerdere toezeggingen voor de aanpak van enkele specifieke verontreinigingen plaats. Dit betreft o.a. de rijksbijdrage aan het Rotterdamse Havengebied en Utrecht Griftpark.Het resterende budget voor 2019 is voorzien voor eventuele knelpunten (artikel 11.4 Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020) en voor benodigde aanvullende financiële middelen voor individuele bevoegde overheden Wbb in verband met de uitvoering van het convenant (artikel 11.3 Convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020).13.05.03 Bijdragen aan agentschapen Dit betreft de agentschapsbijdrage voor de transitie van het agentschap Rijkswaterstaat in het kader van de Omgevingswet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 249 Beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid Het Ministerie van IenW streeft ernaar om weggebruikers zo snel, verkeersveilig, betrouwbaar en duurzaam mogelijk van A naar B te laten reizen. Daarvoor worden verschillende instrumenten ingezet: regelgeving, investeringen, regisseren, uitvoering en toezicht. IenW werkt toe naar een modern en goed functionerend verkeerssysteem en ontwikkelt een hoofdwegennet dat bijdraagt aan de economische en ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en dat voldoet aan de milieunormen. Daarnaast wordt ingezet op een landelijke afname van het aantal verkeersslachtoffers. Om deze doelen te bereiken werkt IenW samen met medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.(Doen) UitvoerenDe Minister is verantwoordelijk voor een robuust mobiliteitssysteem van sterke verbindingen, sterke modaliteiten, voorspelbare reistijden en goede bereikbaarheid (zie ook artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor). Voor het hoofdwegennet betekent dit dat de Minister zorgt voor:•Regelgeving en afspraken over voorzieningen- en kwaliteitsniveaus bij infrastructuur in het kader van veiligheid, betrouwbaarheid, snelheden, doorstroming en duurzaamheid.•De besluitvorming over en uitvoering van infrastructuur in relatie tot gebiedsontwikkeling. Aanlegprojecten worden in het MIRT vastgelegd. De bijdragen zijn gerelateerd aan het Infrastructuurfonds (artikel 12 Hoofdwegen).•De financiering (via het Infrastructuurfonds) van de programma’s Beter Benutten (afronding), Fiets, Duurzame Mobiliteit (DUMO) en Innovatie Mobiliteit.•De uitvoering van het beheer, onderhoud, verkeersmanagement en het oplossen van veiligheidsknelpunten door RWS als beheerder van het hoofdwegennet. Deze activiteiten zijn terug te vinden op het Infrastruc-tuurfonds (artikel 12 Hoofdwegen).•Het bevorderen van de bereikbaarheid en veiligheid en beperken van de kosten door verbetering van de reisinformatie en het verkeersma-nagement: via inzet op de laatste technologieën en samenwerking tussen bedrijfsleven en wegbeheerders verbetert de reisinformatie voor de reiziger, die zich daardoor zowel beter kan voorbereiden op de reis, als de reis kan aanpassen.•Het beheersen van de geluidproductie vanwege verkeer door middel van een jaarlijkse monitoring van de naleving van de geluidproductie-plafonds langs het rijkswegennet en het aanpakken van hoge geluidbelastingen langs rijkswegen door middel van het Meerjarenpro-gramma Geluidsanering (MJPG).•Het beheersen van de luchtkwaliteit langs het rijkswegennet door middel van monitoring en indien nodig het treffen van maatregelen in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving en deels ook voor de uitvoering van het beleid inzake wegen en verkeersveiligheid, waaronder het toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. Via wet- en regelgeving, aansturing van RWS in het beheer van het wegennet en afspraken met het bedrijfsleven en andere maatschappelijke organisaties, zorgt IenW voor veilige infrastructuur en optimaal gebruik daarvan. Daarbij wordt ingespeeld op ontwikkelingen bij gebruikers, voertuigen en infrastructuur. Deze regierol wordt concreet ingevuld door:Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 250 •De kennis en ervaring die is opgedaan met het programma Beter Benutten breed toe te passen binnen diverse beleidsterreinen van artikel 14, waar het gaat over het verbeteren van de bereikbaarheid in samenwerking met regionale partners en het daaraan koppelen van bijdragen aan slimme en duurzame mobiliteit. Van het programma Beter Benutten loopt het onderdeel Decentraal Spoor en ITS door tot en met 2020.•De programma-ambitie voor het programma Fiets. Meewerken met de Tour de Force aan de doelstelling: 20% meer fietskilometers in 2027. Deze ambitie is weergegeven in de Nationale Fiets agenda die in 2017 naar de Kamer is gestuurd (Kamerstukken II 2016–2017, 34 681, nr. 1).•Input te leveren voor het Klimaatakkoord voor de sector Mobiliteit. Doelstelling voor de sector Mobiliteit is de CO2-uitstoot in 2030 te beperken tot maximaal 25 Mton. Dit is een reductie van de CO2-uitstoot van circa 7 Mton ten opzichte van de Nationale Energieverken-ning 2017. Omdat hierbij de daadkracht, investeringen, kennis en kunde van meerdere partijen in de maatschappij nodig zijn, zorgt het programma Duurzame Mobiliteit dat in het Klimaatakkoord afspraken met deze partijen worden gemaakt over ieders eigen inzet en geza-menlijke acties, op basis van de afspraken in het Regeerakkoord.•Met stakeholders en gebruikers wordt vanuit de Unit Innovatie in Mobiliteit in een netwerk aanpak gewerkt aan het ontwikkelen van doelen en een heldere rol van de overheid bij de transitie naar nieuwe, «slimme», vormen van mobiliteit. Daar waar in samenspraak met het netwerk belemmeringen of kansen worden gezien voor innovaties om bij te dragen aan de beleidsdoelen neemt de Unit het voortouw om kaders te scheppen om deze innovaties verder te brengen. Ook sector overstijgende thema’s als privacy, regelgeving en data worden daarbij opgepakt. Tevens wordt de ontwikkeling gemonitord om kort cyclisch bij te kunnen sturen. Waar nodig wordt een broedkamer geboden om kansen voor innovaties optimaal te kunnen benutten.•Met betrekking tot slimme mobiliteit invulling geven aan de ambities in het regeerakkoord met betrekking tot het streven naar «Een slim en duurzaam vervoerssysteem waarvan de onderdelen naadloos op elkaar aansluiten». Hierbij ligt de focus op de volgende prioriteiten: infrastructuur die toekomst vast is door bij ontwerp, aanleg en onderhoud van infrastructuur rekening te houden met zelfrijdende voertuigen en benodigde systemen in of langs de weg; (wettelijke) ruimte voor een nieuwe generatie voertuigen; het (veilig) gebruik van slimme technologieën en diensten; nieuwe mobiliteitsconcepten & Mobility as a Service (MaaS); en het gebruik van data onder goede randvoorwaarden zoals privacy en security. Een voorbeeld van deze randvoorwaarden is het streven om overheidsinformatie over verkeer zoveel mogelijk via open data beschikbaar te stellen voor voertuigen, apps en reisplanners.•De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de gebiedsagen-da’s vormen de kaders voor de bereikbaarheidsopgaven. Maatschap-pelijke en technologische ontwikkelingen maken een andere aanpak van deze bereikbaarheidsopgaven op (middel)lange termijn nodig én mogelijk. Voortbouwend op de ervaringen van het programma Meer Bereiken wordt deze andere aanpak in de praktijk vormgegeven. Uitgangspunten hierbij zijn een gelijkwaardige samenwerking tussen Rijk, medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen, het in samenhang bezien van bereikbaarheid met andere ruimtelijke opgaven (bijvoorbeeld wonen, natuur, leefbaarheid, veiligheid) en het onderzoeken van een brede set oplossingsrichtingen (innoveren, informeren, in stand houden, inrichten en investeren).Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 251 •In het Strategische Plan Verkeersveiligheid 2018–2030 wordt samen met de andere overheden ingezet op een risico gestuurde aanpak. Risico’s worden in kaart gebracht zodat op niveau van rijk, provincie en gemeenten in samenspraak met maatschappelijke partners een goede afweging kan worden gemaakt welke maatregelen het meest bijdragen aan verbetering van de verkeersveiligheid. Voorbeelden van maatrege-len zijn infrastructuur op specifieke locaties, educatie, handhaving snelheid en alcohol. Ook wordt huidig beleid voortgezet, gericht op specifieke risicogroepen zoals ouderen en fietsers en het verminderen van afleiding door smartphonegebruik in het verkeer.•Samen met (internationale) overheden en marktpartijen te werken aan de marktcondities ten behoeve van veiligheid, bereikbaarheid en economie in het wegvervoer. Denk daarbij aan regelgeving over opleidingseisen, cabotage en maten en gewichten van het vrachtver-keer in Europa.•Inzetten op verbeteren van data van verkeersongevallen en in samenwerking met de decentrale overheden onderzoeken hoe een risico gestuurde aanpak kan worden gebruikt als nieuwe basis voor de inzet van maatregelen.•In navolging van omringende landen invoeren van een vrachtwagen-heffing. De inkomsten uit de heffing zullen in overleg met de sector worden teruggesluisd naar de vervoerssector door verlaging van de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s en gelden voor innovatie en verduurzaming.•De coördinatie van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van normen en plafonds, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en de verdeling van doelstellingen over sectoren en milieuthema’s. De doelen en normen hebben betrekking op het decarboniseren van transport middels het reduceren van CO2-emissies van motorvoertuigen, op het verduurzamen van brandstofkwaliteit, op de inzet van hernieuwbare energie in transport waaronder duurzame biobrandstoffen.•Coördineert de onderhandelingen met EZK en FIN op het gebied van de duurzame mobiliteit.•De opdracht aan de NEa voor de registratie van hernieuwbare energie voor het verkeer en de rapportage hierover ter controle van de duurzaamheid en de CO2-prestatie zijn hier onderdeel van.Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de Inspectie Leefomgeving en Transport op dit beleidsterrein (zie artikel 24 Handhaving en Toezicht).StimulerenOm de milieudoelen op het gebied van klimaat te behalen, is het belangrijk deze op een proactieve wijze met maatschappelijke partners te delen. Daarom stimuleert de Minister van IenW:•Zuinigere voertuigen. Dit gebeurt onder andere door de voorlopers in de sector te stimuleren en voor ontwikkeling van diverse alternatieve voertuigen en brandstoffen een kansrijke omgeving te creëren.•Het verduurzamen van energie en brandstoffen in de sectoren mobiliteit en transport door verdere uitvoering van de Actieagenda duurzame brandstofvisie voor het doelbereik van 15 tot 20 Petajoule energiebesparing voor 2020 en een maximumuitstoot van 25 megaton CO2 in 2030. Dit is gebaseerd op een 60% CO2 emissiereductiebereik waarvoor afspraken voor transport zijn vastgelegd in het SER-Energieakkoord, pijler zeven transport en mobiliteit. Het bereiken van Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 252 de jaardoelstelling voor hernieuwbare energie in transport, innovatie stimuleren van de ontwikkeling en toepassing van alternatieve energiedragers zoals elektrisch rijden, rijden op waterstof en duurzame biobrandstoffen, en het faciliteren van de aanleg van alternatieve tank- en laadinfrastructuur voor alternatieve energiedragers. In 2018 zullen in het Klimaatakkoord nieuwe reductiedoelstellingen worden vastge-legd welke gebaseerd zijn op de Overeenkomst van Parijs. Deze vereisen een CO2-emissiereductie van 80–95%. Voor de sector transport zullen de afspraken worden afgesproken in de mobiliteitsta-fel.•Een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, zo wordt toege-werkt naar de WHO-streefwaarden, dit om de gezondheidsrisico’s terug te dringen. In overleg met andere overheden, belangenorgani-saties en bedrijfsleven zal hiertoe in 2019 een nieuw luchtkwaliteits-plan worden gepresenteerd.•Schonere, zuinigere en stillere voertuigen. Door voorlopers in de sector te stimuleren en samen met de decentrale overheden en de sectorpartijen, slimme logistieke concepten te ontwikkelen voor stedelijke distributie, en voor ontwikkeling van diverse alternatieve voertuigen en brandstoffen een kansrijke omgeving te creëren.Hieronder zijn de beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor Wegen en Verkeersveiligheid opgenomen. In productartikel 12 van het Infrastruc-tuurfonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.AanlegIn het notaoverleg MIRT, d.d. 23 november 2015, heeft de Tweede Kamer ingestemd om in de eerstvolgende Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse de indicator voor acceptabele reistijd te wijzigen. Dit is gebeurd in de NMCA 2017 (Kamerstukken II 2016–2017, 31 305, nr. 229). De indicator voor acceptabele reistijd uit de Nota Mobiliteit en de SVIR is hiermee vervallen en is vervangen door de hoofdwegennet indicator. Met deze indicator worden de economische verlieskosten van (toekomstige) knelpunten in beeld gebracht, met als doel om die nieuwe projecten te prioriteren, die de meeste economische verlieskosten oplossen. Rijkswa-terstaat zal in haar Publieksrapportage (T3 aan het eind van elk jaar) een file top 50 kaart en tabel opnemen met de hoogste economische verlies-kosten. Deze tabel zal overgenomen worden in de verantwoordingsrap-portage. In het MIRT projectenboek zal dezelfde kaart opgenomen worden, en per MIRT-project de bijdrage aan het oplossen van de file top 50 worden weergegeven.Beheer en onderhoudVerwezen wordt naar het Infrastructuurfonds artikel 12.01 (verkeerssigna-lering op banen en verkeerscentrales) en 12.02 (km rijbaanlengte, km2 asfalt, km2 groen areaal).VerkeersmanagementVerwezen wordt naar het Infrastructuurfonds artikel 12.01 (indicator van op alle bemeten wegvlakken ingewonnen betrouwbare reis en routeinfor-matie en tijdige levering aan de serviceproviders).Indicatoren en KengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 253 Geluid en luchtkwaliteitIndicator: Lokale luchtkwaliteit NO2 en geluidsknelpunten langs hoofdwegen waarvoor nog een saneringsplan moet worden opgesteldWaarde2013 Waarde2014 Waarde2015 Waarde2016 Waarde2017 Streefwaarde peildatum Lokale luchtkwaliteit NO2 0 knelpunten Geluidsknelpunten langs rijkswegen waarvoor nog een saneringsplan moet worden vastge-steld 8.650 8.600 8.300 8.300 5.550 0 knelpunten in 2020Bron: RWS/WVL, 2017ToelichtingLangs het hoofdwegennet was de afgelopen jaren geen sprake van overschrijding van de normen voor luchtkwaliteit. De inzet is gericht op het voorkomen dat nieuwe knelpunten ontstaan.In vervolg op de brieven aan de Tweede Kamer over de kostenbeheersing van het MJPG d.d. 20 november 2015 (Kamerstukken II 2015–2016, 32 252, nr. 56) en 1 september 2016 (Kamerstukken II 2015–2016, 32 252, nr. 58) zal de komende jaren hieraan verder invulling worden gegeven door middel van prioritering van maatregelen.Regelgeving en afsprakenVerwezen wordt naar het Infrastructuurfonds artikel 12.02.04 (beschik-baarheid, verhouding verstoring wegwerkzaamheden ten opzichte van totale verstoringen, tijdsduur percentage van het jaar dat de weg veilig beschikbaar is).VerkeersveiligheidIndicator: Ontwikkeling aantal verkeersslachtoffersbasiswaarde realisatie doelstelling 2002 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2020 aantal verkeers-doden 1.066 650 570 570 621 629 613 500 ernstig verkeersge-wonden 16.100 19.200 18.800 20.700 21.300 21.400 n.n.b. 10.600Bron: Rijkswaterstaat/WVL, 2017 Bron verkeersdoden 2017:https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2018/17/verkeersdoden-2017 Voor een nadere toelichting bij de cijfers en ontwikkelingen wordt verwezen wordt naar de «Kerncijfers verkeersveiligheid» (Kamerstukken II 2016–2017, 29 398, nr. 544).Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 254 Hernieuwbare energie in het vervoerKengetal: Ontwikkeling verplichting aandeel hernieuwbare energie in het vervoer (in %)Verplich-tingen 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Besluit Hernieuwbare energie vervoer 2015 2 3,25 3,75 4 4,25 4,5 5 5,5 6,25 7 7,75 8,5 9,25 10 Realisatie 2 3,26 3,75 4,01 4,31 4,54 5,05 5,54 6,25 7 Bron: realisatie 2016: Rapportage hernieuwbare energie 2016 van de Nederlandse Emissieautoriteit: (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-812393)ToelichtingIn artikel 2.1 van het Besluit Hernieuwbare Energievervoer 2015 dat op 1 januari 2015 van kracht is geworden, is de ontwikkeling van de jaarverplichting hernieuwbare energie in het vervoer tot en met 2020 vastgelegd. Bedrijven hebben in 2016 aan de gestegen jaarverplichting hernieuwbare energievervoer (van 6,25% naar 7%) voldaan.Kengetal: Ontwikkeling CO2 -emissie nieuwe personenauto’s in gram CO2 per kilometer2005 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2021 EU 162,6 145,7 140,3 135,7 132,2 127,0 123,4 119,6 (130,0)1 118,1 (95,0) Nederland 169,9 146,9 135,8 126,1 118,6 109,1 107,3 101,2 105,9 1 NormBron: European Environment Agency (EEA) Technical Report No 19/2017. Monitoring CO2 emissions from new passenger cars and vans in 2016.ToelichtingNadat vrijwillige afspraken over CO2-reductie met de Europese autofabri-kanten niet tot gewenste resultaten hebben geleid, heeft de Europese Commissie in december 2007 een voorstel gedaan voor verplichte reductiedoelstellingen. Dat voorstel is in 2009 aangenomen en bevatte een verplichte norm van gemiddeld 130 g CO2/km in 2015. Daarnaast is in november 2013 overeenstemming bereikt dat een verplichte norm van gemiddeld 95 g CO2/km in 2021 zal gelden. Deze norm zal er straks toe leiden dat de gemiddelde automobilist op jaarbasis zo’n € 340 aan brandstofkosten bespaart ten opzichte van het referentiejaar 2007. Alleen voor 2015 en 2021 zijn er EU-normen (voor fabrikanten). De CO2-uitstoot van nieuwe voertuigen in Nederland wordt jaarlijks gemonitord.De gemiddelde CO2-uitstoot van nieuw verkochte voertuigen in Nederland is in de periode tussen 2010 en 2016 sterk gedaald, veel sterker dan in de rest van Europa. In 2016 nam de uitstoot van nieuw verkochte personen-auto’s in Nederland als enige lidstaat in de EU licht toe. Volgens voorlopige cijfers die het Europese milieuagentschap in april 2017 heeft gepubliceerd, komt in 2016 de voorlopige gemiddelde CO2-uitstoot uit op 105,9 g/km in Nederland en op 118,1 g/km in Europa. Nederland blijft daarmee ruim onder het Europese gemiddelde en kan nog steeds tot de kopgroep worden gerekend. Ook blijft het aantal elektrische voertuigen groeien. Op Europees niveau is aan fabrikanten opgelegd om in 2015 een gemiddeld CO2-uitstoot te realiseren van 130 g/km. In 2021 ligt de reeds vastgestelde norm op 95 gram CO2 per kilometer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 255 Op 8 november 2017 heeft de Europese Commissie een voorstel gepubli-ceerd voor de aanscherping van de normen voor personen- en bestel-auto’s voor de jaren 2025 en 2030. Zoals verwoord in het BNC-fiche (Kamerstukken II 2017–2018, 22 112, nr. 2440) ondersteunt Nederland het doel van het voorstel om CO2-uitstoot te reduceren, maar is kritisch over de uitwerking van het voorstel en had graag meer ambitie willen zien met het oog op de klimaatdoelstellingen.Kengetal: Emissies luchtverontreinigende stoffen en broeikasgas door verkeer en vervoervervoer. Betreft mobiele bronnen totaal, dus transportmiddelen en mobiele werktuigen, exclusief zeevaart (in kton/jr).1990 2000 2005 2010 2014 2015 2020 2030 Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Raming Raming NOx 369 272 236 193 151 143 99 63 SO2 21 10 6 1 0 0 0,4 0,5 PM2,5 24 15 12 8 5 5 3 2 NH3 1 4 5 5 4 4 3,8 4,1 NMVOS2 203 82 52 41 32 30 28 26Bron: de informatie over de gerealiseerde en geraamde emissies zijn afkomstig uit «Informative Inventory Report 2017» (RIVM Rapport 2017_0002). De ramingen gaan uit van uitvoering van vastgesteld en voorgenomen beleid. (http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2017/April/Informative_Inventory_Report_2017_Emissions_of_transboundary_air_pollutants_in_the_Netherlands_1990_2015)ToelichtingIn december 2016 zijn de nieuwe doelstellingen voor luchtverontreini-gende stoffen vastgesteld voor de periodes 2020–2029 en de periode 2030 en verder. Het betreft aanpassing van de oude Europese richtlijn voor National Emission Ceilings (NEC) voor 2010–2019, in een nieuwe NEC-richtlijn (EU2016/2284). In bovenstaande tabel zijn de reductiepercen-tages uit de richtlijn omgerekend naar vrachten. Elk jaar wordt een nieuwe analyse uitgevoerd en door nieuwe kennis kan dat betekenen dat ook eerdere cijfers soms nog enigszins worden aangepast doordat deze nieuwe inzichten met terugwerkende kracht ook worden meegenomen in de emissiecijfers van voorgaande jaren.In navolging van omringende landen wordt een vrachtwagenheffing ingevoerd. Het daarvoor te introduceren registratie- en betalingssysteem wordt gelijk aan dat in de buurlanden (zoals in het Regeerakkoord vermeldt), zodat voor vrachtauto’s geen extra apparatuur benodigd is. De inkomsten uit de heffing zullen in overleg met de sector worden terugge-sluisd naar de vervoerssector door verlaging van de motorrijtuigenbe-lasting op vrachtauto’s en gelden voor innovatie in en verduurzaming (Kamerstukken II 2017–2018, 31 305, nr. 239).Verder heeft het Regeerakkoord een grote ambitie neergelegd op het terrein van bereikbaarheid en mobiliteit, waarbij verduurzaming van de verschillende sectoren belangrijk is. De uitdagingen zijn groot en complex, en vragen om innovatieve oplossingen. Rijksoverheid en de sectoren hebben elkaar nodig om de ambities te kunnen realiseren. Gewerkt wordt aan het realiseren van de afspraken uit het klimaatakkoord van Parijs (CO2-reductie in de vervoersmodaliteiten), onder meer via het beleid voor brandstoffen en voertuigemissies. Verduurzaming is ook aan de orde in het transport- en wegvervoer, de ontwikkeling van luchtvaart op de langere termijn en bij scheepvaart, via onder meer de Green Deal vergroening scheepvaart en met het fietsbeleid, Tour de Force en Fietsagenda.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 256 Specifiek voor de sector Mobiliteit en Transport wordt uitvoering gegeven aan de afspraken van de Duurzame Brandstofvisie. In vervolg op de afspraken in het Energieakkoord zijn specifieke afspraken vastgelegd in convenanten, Bestuursakkoorden en Green Deals. Bij de totstandkoming van de Klimaatagenda worden aanvullende afspraken gemaakt om de opgave voor de sector als bijdrage aan de klimaatafspraken van Parijs.Naar aanleiding van het regeerakkoord heeft de overheveling van «klimaat» uit artikel 19 van het ministerie IenW naar het Ministerie van EZK plaatsgevonden. In de daaropvolgende herindeling van de beleidskern van het IenW-departement maakt «Voertuigen en Brand-stoffen» geen onderdeel meer uit van artikel 19 en 20 van de IenW begroting 2019, maar van artikel 14.Bij auto’s richt het kabinet zich op overschakeling naar elektrische aandrijflijnen, waarbij auto’s vrij zijn van schadelijke uitlaatgassen. Daarbij streeft het kabinet ernaar dat in 2030 alle nieuwe personenauto’s emissieloos zijn. Ook voor brom- en snorfietsen verkent het kabinet de mogelijkheden om de overgang emissieloze tweewielers te versnellen. Een dergelijke overgang kost echter tijd. In de tussenliggende periode is het van belang om aandacht te blijven houden voor naleving en verdere aanscherping van Europese emissienormen. In 2019 zal daarnaast specifieke aandacht blijven uitgaan naar roetfilters, katalysatoren en vergelijkbare systemen, die bedoeld zijn om de emissies van schadelijke stoffen te verlagen. Ook tijdens de gebruiksfase moeten deze technieken naar behoren blijven functioneren.Daarnaast is naar aanleiding van de Beleidsdoorlichting van beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid het belang van een zorgvuldige verant-woording en een waar mogelijk continue verbetering van de doeltref-fendheid en doelmatigheid bevestigd (Kamerstukken II 2017–2018, 32 861, nr. 27). Effecten van beleid worden zichtbaar gemaakt in de begroting en het jaarverslag. Verbeteringen krijgen vorm in het Programma Verso-bering en Efficiëntie, verbetering informatievoorziening en optimalisatie over de levenscyclus voor instandhouding en de doelmatigheidsindicator. Met NMCA, MKBA’s en alternatievenafweging vindt prioritering en integrale beoordeling van projecten plaats. Het budget voor verkeersma-nagement wordt – afhankelijk van beschikbare technologie – tussen 2015 en 2020 met 10% afgebouwd met de ambitie de bereikbaarheid met 5% te verbeteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 257 art. 14 Wegen en Verkeersveiligheid (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 33.639 34.835 33.587 34.034 36.683 36.646 35.239 Uitgaven: 46.179 43.580 49.917 41.043 37.164 35.901 34.721 Waarvan juridisch verplicht 84% 14.01 Netwerk 30.705 27.088 33.397 24.300 19.663 18.387 17.107 14.01.01 Opdrachten 24.066 19.221 15.901 13.375 10.363 9.081 7.315 – Beter Benutten 20.106 11.244 7.402 4.866 173 173 173 – BOA wegverkeers-beleid 1.435 1.246 2.350 2.387 2.722 2.728 2.768 – Wegverkeersbeleid 1.683 2.876 1.296 1.567 1.679 1.690 1.722 – Overige opdrachten 842 3.855 4.853 4.555 5.789 4.490 2.652 14.01.02 Subsidies 1.077 650 7.816 2.220 600 600 600 14.01.03 Bijdrage aan agent-schappen 5.562 7.217 9.680 8.705 8.700 8.706 8.703 – waarvan bijdrage aan RWS 5.562 7.217 5.731 4.745 4.744 4.740 4.736 14.02 Veiligheid 15.474 16.492 16.520 16.743 17.501 17.514 17.614 14.02.01 Opdrachten 5.251 6.147 6.606 6.829 7.618 7.629 7.729 – Opdrachten Verkeers-veiligheid 5.251 6.147 6.606 6.829 7.618 7.629 7.729 14.02.02 Subsidies 8.181 8.583 8.370 8.370 8.369 8.369 8.369 – VVN 3.523 3.893 3.736 3.736 3.736 3.736 3.736 – SWOV 3.878 3.870 3.869 3.869 3.869 3.869 3.869 – Overige subsidies 780 820 765 765 764 764 764 14.02.03 Bijdrage aan agent-schappen 596 595 597 597 597 599 599 – waarvan bijdrage aan RWS 596 595 597 597 597 599 599 14.02.05 Bijdragen aan interna-tionale organisaties 30 30 30 30 0 0 0 – Euro NCAP 30 30 30 30 0 0 0 30 30 30 30 0 0 0 14.02.06 Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s 1.416 1.137 917 917 917 917 917 – CBR 1.416 917 917 917 917 917 917 Ontvangsten 5.279 6.782 6.782 6.782 6.782 6.782 6.782Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 258 Extracomptabele verwijzing naar artikel 12 Hoofdwegennet van het Infrastructuurfonds (x € 1.000)2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 12 Hoofdwegennet van het Infrastructuurfonds 3.026.512 2.836.186 2.930.410 2.662.084 3.016.955 Andere ontvangsten van artikel 12 Hoofdwegennet van het Infrastructuurfonds 73.126 112.388 104.763 135.217 58.297 Totale uitgaven op artikel 12 Hoofdwegennet van het Infrastructuurfonds 3.099.638 2.948.574 3.035.173 2.797.301 3.075.252 waarvan 12.01 Verkeersmanagement 3.737 3.736 3.733 3.730 3.729 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging 675.177 643.081 755.369 678.135 701.736 12.03 Aanleg 1.466.966 1.242.849 1.282.609 1.068.518 1.447.044 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 371.112 470.583 416.348 500.715 379.519 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN 582.646 588.325 577.114 546.203 543.224 12.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0Extracomptabele verwijzing naar artikel 17.08 ZuidasDok van het Infrastructuurfonds (x € 1.000)2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 17.08 ZuidasDok van het Infrastructuurfonds 193.388 55.624 307.274 394.112 396.592 Andere ontvangsten van artikel 17.08 ZuidasDok van het Infrastructuurfonds 68.309 87.862 79.217 28.458 20.434 Totale uitgaven op 17.08 ZuidasDok van het Infrastructuur-fonds 261.697 143.486 386.491 422.570 417.026 waarvan 17.08 ZuidasDok 261.697 143.486 386.491 422.570 417.026Extracomptabele verwijzing naar artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000) 2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds 13.000 31.000 31.000 31.000 31.000 Andere ontvangsten van artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 20.05 Investeringsruimte toebe-deeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds 13.000 31.000 31.000 31.000 31.000 waarvan 20.04 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit 13.000 31.000 31.000 31.000 31.000Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regelingen, de Extracomptabele verwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 259 doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen». Naast de fiscale regelingen die in onderstaande tabel zijn opgenomen, heeft ook de forfaitaire bijtelling voor de fiets in de loonbelasting betrekking op dit beleidsartikel.Fiscale regelingen 2017–2019, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € miljoen)1 2017 2018 2019 BPM Vrijstelling nulemissievoertuigen2 4 7 9 MRB Vrijstelling nulemissievoertuigen3 12 19 26 IB/LB Korting op de bijtelling voor nulemissieauto’s4 92 141 189 IB/LB Korting op de bijtelling voor zuinige auto’s (overgangsrecht) 523 400 118 MRB Halftarief plug-in hybride auto’s 37 38 371 [–] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.2 BPM = Belasting van personenauto’s en motorrijwielen3 MRB = Motorrijtuigenbelasting4 IB = Inkomstenbelasting; LB = Loonbelasting14.01 Netwerk De uitgaven voor subsidies (zie hiervoor de subsidiebijlage) en de agentschapsbijdrage aan RWS zijn volledig juridisch verplicht. Voor subsidies betreft het hier onder andere verplichtingen die tot en met 2019 zijn aangegaan. De budgetten voor subsidies worden per jaar gepubli-ceerd en hebben daarmee een vastomlijnde tijdshorizon, de agentschaps-bijdrage heeft een structureel karakter. Van het opdrachtenbudget is het merendeel juridisch verplicht op grond van lopende verplichtingen.14.02 Veiligheid De uitgaven voor de agentschapsbijdrage aan RWS zijn volledig juridisch verplicht. De overige verplichtingen betreffen subsidies aan Veilig Verkeer Nederland (VVN), Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersvei-ligheid (SWOV) en Team Alert. Voor de subsidies aan VVN, SWOV en Team Alert zijn de maximaal beschikbare subsidiebudgetten vermeld in de gepubliceerde meerjarensubsidieregelingen c.q. jaarlijks gepubliceerde subsidieplafonds.Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht als gevolg van lopende opdrachten. Het niet juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor met name opdrachten voor het uitvoeren van onder-zoeken en het uitvoeren van verkeersveiligheidscampagnes.14.01 Netwerk 14.01.01 Opdrachten Het Ministerie van IenW geeft uitvoerings- en onderzoeksopdrachten in het kader van de beleidsterreinen duurzame mobiliteit en opdrachten betreffende diverse onderzoeken op het gebied van verkeer, wegmaatre-gelen en het verduurzamen van mobiliteit. Daarnaast vinden uitgaven plaats voor tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15, Smart Mobility zoals de zelfrijdende auto, het kennisplatform tunnelveiligheid, het Programma Aanpak Stikstof, taken in het kader van de wet SWUNG Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 260 (Samen werken aan de uitvoering van nieuw geluidbeleid). De uitgaven voor de diverse programma’s bestaan o.a. uit onderzoeken, communi-catie, monitoring en evaluatie, gedrag- en vraagbeïnvloeding, meerjaren-programma MIRT en Intelligente Transport Systemen (ITS).14.01.02 Subsidies De uitgaven hebben betrekking op subsidies verstrekt voor het fietsbeleid, waaronder de subsidie Fietsersbond en een incidentele subsidie aan het Fietsplatform. Verder wordt in het kader van de uitvoering van de Duurzame Brandstofvisie voor de transportsector (Kamerstukken II 2015–2016, 30 196, nr. 353) subsidies verstrekt voor technologieontwik-keling en innovatie duurzame mobiliteit en transport. De regeling DKTI is specifiek voor praktijktesten van initiatieven uit de markt, ondersteuning van de platforms die bij de uitvoering van de visie betrokken zijn en voor nationale bijdragen voor deelname aan Europese subsidieprojecten zoals calls van CEF, HORIZON en Fuel Cells land Hydrogen Joint Undertakings.14.01.03 Bijdrage aan agentschappen In het kader van het Beleidsondersteuning en Advies (BOA) protocol met RWS zijn afspraken gemaakt over beleidsondersteuning en -advisering, die RWS uitvoert in opdracht van de beleids-DG’s. Door middel van de agentschapsbijdrage wordt capaciteit hiervoor bij RWS gereserveerd. Jaarlijks verstrekt het Ministerie van IenW een opdracht aan de NEa met betrekking tot het register voor biobrandstoffen. Het betreft hier werkzaamheden die door RWS worden uitgevoerd. Het gaat met name om de uitvoering Infomil (centraal punt voor bundeling en verspreiding van milieu wet- en regelgeving) en om de uitvoering van werkzaamheden en het leveren van expertise op het beleidsterrein duurzame mobiliteit. Een deel een deel van de beleidsuitvoering wordt uitbesteed aan externe uitvoeringsorganisaties, zoals aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (uitvoering van subsidieregelingen en ander beleidsondersteu-nende werkzaamheden).14.02 Veiligheid 14.02.01 Opdrachten Onder opdrachten valt onder andere het verbeteren van de positie van kwetsbare verkeersdeelnemers. Dit gebeurt onder meer door onderzoeken op het gebied van fietsveiligheid en naar specifieke doelgroepen zoals ouderen. Onder dit artikel vallen ook opdrachten in verband met vergoe-dingen commissie rijgeschiktheid van de Gezondheidsraad en onderzoek rijden onder invloed onder dit artikel. Het stimuleren van de verkoop van veilige voertuigen gebeurt door deelname aan Euro NCAP (New Car Assessment Programme). Euro NCAP beoordeelt onafhankelijk de veiligheidsprestaties van Europa’s meest verkochte auto’s. Om gedragsbe-ïnvloeding te bereiken wordt onder meer het Meerjarenprogramma Campagnes Verkeersveiligheid uitgevoerd.14.02.02 Subsidies Er worden subsidies verstrekt aan maatschappelijke organisaties Veilig Verkeer Nederland (VVN), Fietsersbond, Team Alert en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 261 14.02.03 Bijdrage aan agentschappen In het kader van het Beleidsondersteuning en Advies (BOA) protocol met RWS zijn afspraken gemaakt over beleidsondersteuning en -advisering, die RWS uitvoert in opdracht van de beleids-DG’s. Door middel van de agentschapsbijdrage wordt capaciteit hiervoor bij RWS gereserveerd.14.02.06 Bijdrage aan ZBO en RWT’s Ingevolge de Regeling maatregelen Rijvaardigheid en Geschiktheid (RMRG) ontvangt het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), een RWT die per 1 januari 2017 is herzien. Vanaf 2017 vindt voor de vorderin-genonderzoeken (medisch en rijvaardigheid) nog een gedeeltelijke vergoeding plaats (Kamerstukken II 2016–2017, 29 398, nr. 529). Het resterende bedrag wordt doorberekend aan de burger waarbij het vorderingenonderzoek moet plaatsvinden. Incidentele werkzaamheden voor ZBO en RWT’s komen eveneens ten laste van deze post. Hiervoor vinden incidentele overboekingen plaats van opdrachtenbudgetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 262 Beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor Om ervoor te zorgen dat reizigers veilig, betrouwbaar en betaalbaar kunnen reizen van A naar B ontwikkelt, beheert en stuurt IenW de benutting van de hoofdspoorweginfrastructuur aan en stelt zij decentrale overheden in staat het Openbaar Vervoer buiten de hoofdspoorweginfra-structuur hiertoe te ontwikkelen, beheren en benutten. Daarbij zorgt IenW tegelijkertijd dat verladers van goederen over het spoor de trein in toenemende mate als een aantrekkelijke vervoersoptie beschouwen.IenW zet in op een hoofdspoorweginfrastructuur en Openbaar Vervoer dat bijdraagt aan de economische en ruimtelijke ontwikkeling van Nederland, aan het behalen van de milieunormen en de sociale functie van het Openbaar Vervoer. Om deze doelen, die ook beschreven staan in de Lange Termijn Spooragenda deel 2 (Kamerstukken II 2013–2014, 29 984, nr. 474), te behalen werkt IenW samen met medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.(Doen) UitvoerenDe Minister is verantwoordelijk voor een robuust mobiliteitssysteem van sterke verbindingen, sterke modaliteiten, voorspelbare reistijden en goede bereikbaarheid (zie ook artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid). Voor het Openbaar Vervoer en Spoor betekent dit dat de Minister zorgt voor:•Een concessie voor het vervoer over het hoofdrailnet (NS) waarin het aanbod van het reizigersvervoer op het hoofdrailnet is vastgelegd.•De uitvoering van het beheer, onderhoud en vervanging van railinfra-structuur, verkeersleiding, capaciteitsmanagement en het oplossen van veiligheidsknelpunten door ProRail onder aansturing van IenW (via de beheerconcessie). Deze activiteiten zijn terug te vinden op het Infrastructuurfonds (artikel 13).•De besluitvorming over en uitvoering van investeringen in de hoofdspoorweginfrastructuur (incl. stations) in relatie tot gebiedsont-wikkeling. Aanlegprojecten worden in het MIRT vastgelegd. De middelen worden beschikbaar gesteld via het Infrastructuurfonds.•Een bijdrage aan de financiering (via het Provinciefonds of de BDU) van het gedecentraliseerde Openbaar Vervoer.•Een concessie voor de Waddenveren (met uitzondering van Texel).•De financiering (via het Infrastructuurfonds) van het programma Beter Benutten Decentraal Spoor.•Het vormgeven (in saneringsplannen) en uitvoeren van de aanpak van hoge geluidsbelastingen langs het hoofdrailnet door middel van het Meerjarenprogramma geluidsanering (MJPG).•Het invoeren van het European Railway Traffic Management System (ERTMS), om onder meer de veiligheid op het spoor verder te verhogen.RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het beleid inzake openbaar vervoer (per trein, bus, tram, metro, taxi en waddenveren), waaronder het toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. IenW zorgt voor veilige infrastructuur en optimaal gebruik daarvan via wet- en regelgeving, aansturing van ProRail en NS in het beheer van de hoofd-spoorweginfrastructuur en stations en afspraken met decentrale overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Uitvoering vindt plaats door middel van samenwerking in de gehele ov-keten en de gehele goederenketen. Het beleid stimuleert en faciliteert deze samen-werking.Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 263 Deze regierol wordt ingevuld door:•Regelgeving en afspraken over voorzieningen- en kwaliteitsniveaus bij infrastructuur in het kader van veiligheid, betrouwbaarheid, doorstro-ming en duurzaamheid.•Regelgeving en afspraken over concessie overstijgende onderwerpen waar het voor de reiziger van belang is dat zaken uniform geregeld worden, ongeacht de vervoerder of concessie (zoals sociale veiligheid, toegankelijkheid, OV-chipkaart, taxivervoer en OV-data).•Regelgeving en afspraken over de benutting van de OV-infrastructuur en de ordening van de OV-markt. Hierbij worden de aanbevelingen van de parlementaire enquête Fyra betrokken.•Het stimuleren van de samenwerking in de gehele OV-keten en de spoorgoederenvervoerketen, door het organiseren van platforms en tafels.•De inzet van de Beleidsimpuls railveiligheid (Kamerstukken II 2015–2016, 29 893, nr. 204), waarin de prioriteiten in de veiligheidsaanpak voor de komende jaren zijn benoemd, zoals het Landelijke Verbeterpro-gramma Overwegen, het programma niet-actief beveiligde overwegen (nabo), het STS-verbeterprogramma (reductie stop tonend sein passages), suïcidepreventie en externe veiligheid langs het spoor en bij emplacementen.Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).Indicatoren en kengetallenHieronder staan de beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor Openbaar Vervoer en Spoor.In productartikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.In de Lange Termijn Spooragenda (LTSA) is in actie 43 aangegeven dat gezamenlijk een dashboard wordt ontwikkeld waarmee de verbetering van de reis van deur-tot-deur in beeld kan worden gebracht. Op basis van het dashboard wordt de deur-tot-deur ambitie gemonitord aan de landsdelige en landelijke OV- en Spoortafels. Een samenvatting van de rapportage over het Dashboard Deur tot Deur, de conclusies en eventuele afspraken die naar aanleiding daarvan aan de OV- en Spoortafels worden gemaakt, maken onderdeel uit van de periodieke terugkoppeling over de OV- en Spoortafels aan de Tweede Kamer.Kengetal: Klanttevredenheid regionaal openbaar vervoer2013 2014 2015 2016 2017 Algemeen oordeel 7,4 7,5 7,5 7,6 7,6 Informatie en veiligheid 7,6 7,6 7,7 7,7 7,9 Rijcomfort 7,5 7,5 7,6 7,6 7,6 Tijd en doorstroming 6,8 6,9 7,0 7,0 7,2 Prijs 6,3 6,4 6,6 6,7 6,7Bron: CROW/KpVV – Klantenbarometer 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 264 ToelichtingDe OV-Klantenbarometer is het klanttevredenheidsonderzoek voor het regionale stads- en streekvervoer waarvoor de provincies en de metro-poolregio’s verantwoordelijk zijn.Het onderzoek wordt per kwartaal geüpdatet. In de periode eind oktober tot begin december wordt het laatste kwartaal onderzocht. In het jaarverslag 2019 zal het jaarlijkse gemiddelde opgenomen worden.Vanaf 2018 zal NS conform de motie-Faber (Kamerstukken II 2013–2014, 29 984, nr. 502) met het oog op eenduidigheid en vergelijkbaarheid aansluiting zoeken bij de OV-Klantenbarometer. Vanaf het jaarverslag over 2018 zullen deze waarden meegenomen worden. Op dit moment meet NS de klantoordelen via een andere methode en worden zij hier in de concessie ook door IenW op beoordeeld. Vanaf het jaarverslag 2018 zullen ook nieuw gemeten waarden voor de Waddenveren meegenomen worden.Kengetal: Sociale veiligheid in het stads- en streekvervoer2013 2014 2015 2016 2017 Waardering veiligheidsgevoel in het voertuig als rapportcijfer – Reizigers (1) 7,9 8 8 8 8,1 – Personeel (2) n.b. 7 n.b. 6,8 n.b. Onveiligheidsincidenten in en rond het OV in % – Reizigers(3) 15 16 14 14 16 – Personeel(4) n.b. 60 nb 62 n.b.Bron: CROW-KpVV Personeelsmonitor stads- en streekvervoer 2016 en CROW-KpVV OV-Klantenbarometer 2017ToelichtingAd 1) Dit cijfer betreft het veiligheidsgevoel van de reizigers tijdens de rit.Ad 2) Dit cijfer betreft het veiligheidsgevoel van het personeel zowel in als rond het openbaar vervoer. Dit cijfer wordt tweejaarlijks gemeten.Ad 3) Dit betreft het percentage reizigers dat slachtoffer is geworden van een incident.Ad 4) Dit is het percentage van het personeel dat één of meerdere keren slachtoffer is geweest van een incident. Dit cijfer wordt tweejaarlijks gemeten.Kengetal: Sociale veiligheid NS2013 2014 2015 2016 2017 Klantoordeel sociale veiligheid 79,5% 80,2% 80,1% 87,1% 88,0%Bron: NS Jaarverantwoording 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 265 Indicator: Reizigerspunctualiteit en Algemeen klantoordeelRealisatie Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie Bodem-waarde Progressie-waarde Streefwaarde 2013 2014 2015 2016 2017 2015–2019 (1) 2016 (1) 2019 (1) Reizigerspunctua-liteit (2) 90,0% 90,5% 91,0% 90,6% 91,6% 88,9% 90,5% 91,1% Algemeen klantoordeel (3) 75% 75% 74% 77% 80% 74% 76% 80%Bron: NS Jaarverantwoording 2017ToelichtingAd 1) Met ingang van de nieuwe vervoerconcessie is de systematiek van jaarlijks veranderende grenswaarden gewijzigd in een systematiek van bodem- en streefwaarden. De bodemwaarde is de waarde waaronder NS niet mag presteren op straffe van een boete. De streefwaarde voor 2019 werkt met een bonus/malus-regime, waardoor er zowel een positieve als een negatieve prikkel is om de gewenste verbetering van de prestaties te realiseren. Voor elke prestatie-indicator geeft NS in het vervoerplan een zogeheten progressiewaarde voor het betreffende jaar waar de ambitie in zit. Progressiewaarden en realisaties moeten tezamen over het geheel gezien progressie tonen richting de streefwaarden voor 2019.Ad 2) De indicator Reizigerspunctualiteit laat het percentage reizigers zien voor wie de treinreis qua reistijd is geslaagd. Dat wil zeggen dat de trein daadwerkelijk gereden heeft, bij aankomst minder dan 5 minuten vertraging had en de voor de overstappers geplande aansluiting is gehaald.Ad 3) Het Algemeen klantoordeel geeft het percentage reizigers dat het reizen per trein op het hoofdrailnet met een zeven of hoger waardeert.Indicator: Spoorveiligheid (naar risicodrager)Nr. Risico-drager1 Omschrijving indicator 2014 2015 2016 NRV 1 Veiligheidsrisico treinreizigers SGEL2 onder reizigers/jaar/mld. reizigerskm’s 0 0,011 0 0,089 2 (Mogelijke) ongevallen met treinen 2.1 Aantal significante ongevallen/ mln. treinkm’s 0,122 0,199 0,18 2.2 Aantal significante treinbotsingen/mln. treinkm’s 0,019 0,006 0,01 2.3 Aantal significante ontsporingen/ mln. treinkm’s 0,006 0,006 0 2.4 Aantal STS passages 112 100 100 3 Veiligheidsrisico spoorpersoneel SGEL2 onder spoorpersoneel/jaar/mld. treinkm’s 0 1,283 13,965 5,97 4 Veiligheidsrisico overwegge-bruikers SGEL2 onder overweggebruikers/jaar/mld. treinkm’s 47,580 84,704 19,678 127 5 Suïcides Aantal spoorsuïcides 192 223 221 Bron: ILT Jaarverslag Spoorveiligheid 2016, Kamerstukken II 2016–2017, 29 893, nr. 215, Spoorveiligheid (naar risicodrager)Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 266 Hierboven staan de indicatoren voor spoorveiligheid zoals worden gehanteerd op basis van de Beleidsimpuls Railveiligheid. Over de indicatoren wordt jaarlijks gerapporteerd op basis van het Jaarverslag Spoorveiligheid, opgesteld door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in functie als National Railway Safety Authority. Hierin worden de indicatoren in samenhang met de achterliggende veiligheidsrisico’s nader toegelicht.In bovenstaande tabel is voor de belangrijkste acht spoorveiligheidsindi-catoren aangegeven wat de stand van zaken eind 2016 was op basis van de indicatoren. De stand van zaken 2017 komt in oktober 2018 beschikbaar. Gegevens van voor 2014 zijn niet beschikbaar, in verband met een andere meetmethode.Ad 1) Risicodragers = actoren met verschillende rollen die binnen het spoorsysteem veiligheidsrisico’s lopen.Ad 2) SGEL = Slachtoffers en Gewogen Ernstige LetselsDit is een kwantificering van de gevolgen van ernstige ongevallen met doden en ernstige letsels, waarbij 1 ernstig letsel statistisch gelijk is aan 0,1 overledene.Kengetal: Aantal treinbewegingen goederentreinen per week2013 2014 2015 2016 2017 Betuweroute (Meteren-Valburg) (ad 1) 410 480 440 390 470 Zevenaar grens 490 540 470 400 470 waarvan Betuweroute (ad 2) 410 480 440 380 460 Oldenzaal grens 70 60 100 130 110 Venlo grens 240 190 270 310 240 Maastricht grens 30 30 30 40 50 Roosendaal grens 110 110 130 140 150Bron: ProRail Operatie, VL/PAB en ProRail Vervoer en Dienstregeling PV/POVToelichtingDe treinbewegingen van goederentreinen in bovenstaande tabel zijn afgerond op tientallen. In 2016 was verschuiving van verkeer waarneembaar van de Betuweroute naar het gemengde net door omleidingen als gevolg van de bouw van het Derde spoor in Duitsland.Ad 1) Omdat eind 2015 de verbindingsboog bij Elst in gebruik is genomen, is er een verschil tussen het aantal goederentreinen op het drukste deel van de Betuweroute (Meteren-Valburg) en het aantal goederentreinen dat via de Betuweroute (Valburg-Zevenaar) en Zevenaar grens heeft gereden.In 2019 zal verder gewerkt worden aan het optimaliseren van het openbaar vervoer. De ambitie vanuit het regeerakkoord is dat het openbaar vervoer in alle delen van Nederland een goed alternatief is voor de auto. Het gaat er om dat de reiziger snel, comfortabel en veilig van A naar B kan reizen.Het regeerakkoord geeft aan dat goederenvervoer via de spoorwegen een belangrijke bijdrage kan leveren aan het beperken van toenemend goederenvervoer over de weg en de daarmee samenhangende uitstoot. Het spoorgoederenvervoer wordt gestimuleerd door de gebruiksver-goeding in de pas te laten lopen met die in de buurlanden. Om dit te verwezenlijken heeft de Staatssecretaris medio 2018 aan de Tweede BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 267 Kamer een maatregelenpakket voorgelegd om de ambitie in het regeerak-koord invulling te geven (Kamerstukken II 2017–2018, 29 984, nr. 782).Richting 2025, wanneer de concessie van de Nederlandse Spoorwegen voor het hoofdrailnet afloopt, wordt de optie voor meer marktopening opengehouden. De eerste stap hierin is een evaluatie van de huidige prestaties. Hier zal in 2019 mee begonnen worden. Dit gebeurt onder andere aan de hand van de parameters uit de vervoersconcessie. In deze tussentijdse evaluatie van de concessie van NS bekijken we ook verschil-lende opties voor het eigendom en de exploitatie van stations na 2025.Ook bij ProRail zal in 2019 een evaluatie van de prestaties plaatsvinden. Dit gebeurt naast het traject van de omvorming van ProRail naar een publiekrechtelijke zelfstandig bestuursorgaan waartoe het kabinet in het regeerakkoord heeft besloten. Mede naar aanleiding van een Raad van State advies (W14150443) is een traject gestart tot aanpassing en modernisering van de Spoorwetgeving en gestart met een nadere verkenning van een toekomstbestendige Spoorwet. In 2019 zal de vernieuwde Spoorwegwet naar de Kamer gestuurd worden, waarin onder andere de kaders voor de omvorming van ProRail staan.In 2019 zal ook de programmabeslissing voor het European Rail Traffic Management System (ERTMS) worden genomen. Indien deze beslissing positief is, zal worden overgegaan naar de realisatiefase van het programma ERTMS. Dit sluit aan bij het voornemen in het Regeerakkoord om ERTMS tijdig uit te rollen. Daarnaast wordt ook onderzoek gedaan naar de overschakeling op 3kV bovenleidingspanning. De middelen hiervoor komen uit een budget voor studie en innovatie op het spoor, die ik beschikbaar heb gesteld uit de aanvullende middelen van het regeerak-koord.Eind 2016 is met het Toekomstbeeld OV 2040 een gemeenschappelijke visie op de toekomst van het openbaar vervoer gepresenteerd. IenW en de OV-partners (overheden, vervoerders en infrabeheerder) willen zich gezamenlijk inzetten voor betere stedelijke bereikbaarheid, sneller verbindingen tussen steden en nieuwe concepten bijvoorbeeld om gebieden waar minder vraag is, bereikbaar te houden. Daarbij zullen de grenzen tussen modaliteiten steeds meer vervagen. IenW, regionale overheden, vervoerders en ProRail als infrabeheerder werken tot in 2019 uit welke maatregelen nodig zijn om dit Toekomstbeeld te realiseren. Aan de hand hiervan kijken we met de regio’s naar afspraken over cofinan-ciering van de verdere uitbreiding van het openbaar vervoer, bijvoorbeeld via lightrailverbindingen.Zowel in als buiten Nederland is een levendig debat ontstaan over de mogelijkheid om vervoer per vliegtuig over de korte afstand binnen Europa te vervangen door internationaal vervoer per trein. Meer reizen per trein draagt bij aan verduurzaming van het personenvervoer en het biedt veel andere voordelen op het gebied van comfort, zoals uitstappen midden in de stad. De uitkomsten van verschillende onderzoeken laten zien dat dat er potentieel is voor de trein als substitutie voor luchtvaart, dit wordt in 2019 verder onderzocht. Door in te zetten op de verbetering van de bereikbaarheid van de grensregio’s per spoor, kunnen reizigers ook op deze kortere afstanden een duurzamere keuze maken. Hierbij is het van belang om niet alleen te kijken naar infrastructurele maatregelen, zoals het uitbreiden van station Amsterdam Zuid om het station klaar te maken Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 268 als internationale hub, maar naar het brede palet van maatregelen om het treinproduct als geheel te verbeteren.Art. 16 Openbaar Vervoer en Spoor (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen – 7.368 7.710 11.497 9.380 16.850 10.128 10.525 Uitgaven: 18.804 19.292 13.157 13.918 14.236 14.245 12.225 Waarvan juridisch verplicht 89% 16.01 OV en Spoor 18.804 19.292 13.157 13.918 14.236 14.245 12.168 16.01.01 Opdrachten 4.462 6.903 5.818 6.512 6.991 6.936 6.655 – ERTMS 47 0 0 0 0 0 0 – Overige opdrachten 4.415 6.903 5.818 6.512 6.991 6.936 6.655 16.01.02 Subsidies 11.053 9.066 4.013 4.079 4.017 4.079 2.079 – Bodemsanering NS 0 0 0 0 0 0 0 – GSM-R 3.572 0 0 0 0 0 0 – Overige subsidies 7.481 9.066 4.013 4.079 4.017 4.079 2.079 16.01.03 Bijdrage aan agent-schappen 912 936 939 940 841 843 1.047 – waarvan bijdrage aan KNMI 44 45 45 45 45 45 0 – waarvan bijdrage aan RWS 868 891 894 895 796 798 1.047 16.01.04 Bijdrage aan medeover-heden 2.297 2.287 2.287 2.287 2.287 2.287 2.287 – CLU Betuweroute en HSL 2.297 2.287 2.287 2.287 2.287 2.287 2.287 16.01.05 Bijdragen aan interna-tionale organisaties 80 100 100 100 100 100 100 Ontvangsten 3.497 0 0 0 0 0 0Extracomptabele verwijzing naar artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds (x € 1.000)2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds 1.814.000 1.875.026 1.723.732 1.712.325 1.613.997 Andere ontvangsten van artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds 195.388 188.979 194.640 200.206 205.029 Totale uitgaven op artikel 13 Spoorwegen van het Infrastruc-tuurfonds 2.009.388 2.064.005 1.918.372 1.912.531 1.819.026 waarvan 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging 1.379.109 1.343.023 1.261.866 1.305.767 1.271.121 13.03 Aanleg 460.265 546.730 481.426 429.315 368.820 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 160.024 164.262 165.090 167.459 169.095 13.07 Rente en aflossing 9.990 9.990 9.990 9.990 9.990 13.08 Investeringsruimte 0 0 0 0 0Budgettaire gevolgen van beleid Extracomptabele verwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 269 Extracomptabele verwijzing naar artikel 14 Regionaal, lokale Infrastructuur van het Infrastructuurfonds (x € 1.000)2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 14 Regionaal, lokale Infrastructuur van het Infrastructuurfonds 192.762 158.381 69.641 47.282 1.752 Andere ontvangsten van artikel 14 Regionaal, lokale Infra-structuur van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 14 Regionaal, lokale Infrastructuur van het Infrastructuurfonds 192.762 158.381 69.641 47.282 1.752 waarvan 14.01 Grote regionaal/lokale projecten 15. 807 152.527 68.651 1.605 1.752 14.02 Regionale mobiliteitsfondsen 0 0 0 0 0 14.03 RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid 4. 955 5.854 990 45.677 0Extracomptabele verwijzing naar artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.10 PHS van het Infrastructuurfonds (x € 1.000)2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.10 PHS van het Infrastructuurfonds 221.244 231.635 289.095 306.566 275.428 Andere ontvangsten van artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.10 PHS van het Infrastructuur-fonds 3.711 1.353 27.419 0 0 Totale uitgaven op artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.10 PHS van het Infrastructuurfonds 224.955 232.985 316.514 306.566 275.428 waarvan 17.02 Betuweroute 4.807 1.210 1.210 0 0 17.03 HSL-Zuid 2.188 6.435 6.475 0 0 17.07 ERTMS 217.960 225.340 308.829 306.566 275.428 17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer 261.697 218.486 386.491 422.570 417.026Extracomptabele verwijzing naar artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000)2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds 29.897 24.226 25.367 96.635 120.635 Andere ontvangsten van artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 20.05 Investeringsruimte toebe-deeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds 29.897 24.226 25.367 96.635 120.635 waarvan 20.04 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit 29.897 24.226 25.367 96.635 120.635Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 270 in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».Fiscale regelingen 2017–2019, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € miljoen)1 2017 2018 2019 BPM Teruggaaf taxi’s en openbaar vervoer2 90 68 68 MRB Vrijstelling taxi’s en openbaar vervoer3 48 47 46 Reisaftrek OV 9 9 91 [–] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.2 BPM = Belasting van personenauto’s en motorrijwielen3 MRB = Motorrijtuigenbelasting16.01 OV en Spoor De uitgaven voor subsidies, de agentschapsbijdrage aan RWS, de bijdragen aan medeoverheden en de bijdragen aan (inter)nationale organisaties zijn volledig juridisch verplicht. De subsidies hebben een tijdshorizon. De agentschapsbijdrage, de bijdrage aan medeoverheden en de bijdragen aan (inter)nationale organisaties hebben een structureel karakter. Van het opdrachtenbudget is circa de helft juridisch verplicht op grond van lopende verplichtingen. Het betreft hier onder andere de bijdrage aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM), uitgaven voor de ov-begeleiderskaart, de continue screening van de taxibranche, de uitbesteding van SWUNG-1-taken en het onderzoek voor het rekenmodel trillingen spoorwegen. Het niet juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor uitvoering van taken die voortvloeien uit de werkagenda van het NOVB inzake de OV-chipkaart, het stimuleren van het beschikbaar stellen van (actuele) brongegevens voor reisinformatie-diensten in het kader van het project Nationale Data Openbaar Vervoer en het uitvoeren van activiteiten ter ondersteuning van het beheer van en vervoer over het spoor via concessies en de uitvoering van de Lange Termijn Spooragenda. Ook wordt bijgedragen aan de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en aan uitgaven om een gelijk speelveld te creëren in het openbaar vervoer.16.01 OV en Spoor 16.01.01 Opdrachten Dit betreffen voornamelijk (lopende) opdrachten voor de implementatie van de OV-chipkaart, monitoring sociale veiligheid, het stimuleren van het beschikbaar stellen van (actuele) brongegevens voor reisinformatie-diensten in het kader van het project Nationale Data Openbaar Vervoer (NDOV), de beheer- en vervoerconcessie, de uitbesteding van SWUNG-1-taken, het onderzoek naar verbetermogelijkheden voor het rekenmodel trillingen spoorwegen, het onderzoek naar verplaatsingen in Nederland (OVIN) en aanpassingen in de spoorwegwetgeving. Ook wordt bijge-dragen aan de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en aan uitgaven om een gelijk speelveld te creëren in het openbaar vervoer. Daarnaast maakt de jaarlijkse vergoeding aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) onderdeel uit van deze middelen, wat een vergoeding is voor haar Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 271 werk op het gebied van spoor zoals de Vervoerkamer. De Vervoerkamer reguleert de relatie tussen de beheerders en de gebruikers van het spoor.16.01.02 Subsidies Tijdelijke subsidieregeling spoorgoederenvervoer voor bijzondere omleidingskosten: deze regeling heeft tot doel de marktpositie van het spoorgoederenvervoer ten opzichte van het meer vervuilende goederen-vervoer over de weg te behouden gedurende de periode dat de Betuwe-route door de aanleg van een derde spoor in Duitsland tussen Emmerich en Oberhausen verminderd beschikbaar is en spoorwegondernemingen daardoor geconfronteerd worden met extra kosten door omleiding. Voor de jaren 2016 tot en met 2020 bedraagt het subsidieplafond € 13 miljoen inclusief de uitvoeringskosten.In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in regel 3 een bedrag van € 250.000 aan subsidieverplichtingen voor het jaar 2019 opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de mogelijke verlening van een subsidie om belemmeringen voor grensoverschrijdend treinverkeer waar mogelijk weg te nemen door maatregelen en bijdragen ter stimu-lering van internationaal personenvervoer. Door deze bijdrage kunnen reizigers veilig, betrouwbaar en betaalbaar reizen van Nederland naar Duitsland en vice versa. Deze subsidie wordt verstrekt aan Verkeers-verbund Rhein-Ruhr. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in regel 3 een bedrag van € 562.000 aan subsidieverplichtingen voor het jaar 2019 opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de mogelijke verlening van een subsidie voor de beleidsondersteuning voor de vereniging ROVER en voor het in stand houden van het ov-loket. Doel van deze subsidies is het ondersteunen van reizigers en een loket te organiseren waar zij terecht kunnen. Deze subsidies worden verstrekt aan de Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverleningen als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.16.01.03 Bijdrage aan agentschappen Met Rijkswaterstaat zijn afspraken gemaakt over beleidsondersteuning en -advisering.16.01.04 Bijdrage medeoverheden Dit betreft een jaarlijkse bijdrage voor de Complete Lijn Uitschakeling (waarbij bijvoorbeeld bij een incident een tracé als geheel wordt uitge-schakeld) en de inzet van de 25kV Spanningstester (CLU+) op de Betuwe-route en HSL in het kader van de daartoe gesloten overeenkomst met de betrokken Veiligheidsregio’s.16.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties Dit betreft een bijdrage aan de Organisation pour les Transports Internati-onaux Ferroviaires (OTIF). Deze internationale organisatie richt zich vooral op het creëren van een uniform rechtssysteem voor het vervoer van passagiers en vracht per rails.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 272 Beleidsartikel 17 Luchtvaart Het versterken van de internationale concurrentiekracht van de Neder-landse luchtvaartsector en het realiseren van een efficiënt, veilig en duurzaam luchtvaartbestel voor goederen, passagiers en omwonenden.RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van de kaders en voor het binnen deze kaders (doen) realiseren van de gewenste ontwik-keling van de Nederlandse luchtvaart. De rol «regisseren» heeft betrekking op de volgende taken:•Voor een veilig en duurzaam gebruik van netwerken stelt de Minister normen en handhaaft deze. Daarbij valt te denken aan de wetgeving voor het Nieuw Normen- en Handhavingstelsel Schiphol om geluids-hinder te beperken. Om de concurrentiekracht van de luchtvaart te versterken streeft de Minister internationaal naar een gelijk speelveld. Daarin passen een actief Nederlands lidmaatschap van de International Civil Aviation Organization (ICAO) en een gerichte bijdrage in de totstandkoming van Europese regelgeving inclusief een actieve rol in agentschappen als de European Aviation Safety Agency (EASA).•Voor het in stand houden en versterken van het luchtvaartnetwerk van verbindingen van Nederland met de rest van de wereld zijn interna-tionale overeenkomsten cruciaal (multilateraal en bilateraal). De Minister sluit hiertoe overeenkomsten met de vanuit de Nederlandse luchtvaartpolitiek gezien belangrijke landen.•Daarnaast wordt mede vanuit het oogpunt van verbetering van het milieu en van de kwaliteit van de leefomgeving de innovatie en de transitie naar een duurzame luchtvaart bevorderd.•IenW zorgt voor de regelgeving op het gebied van marktordening, passagiersrechten, veiligheid, milieu en security. Veel van deze regelgeving komt in internationaal of Europees kader tot stand. In deze kaders levert Nederland een actieve bijdrage gericht op de Neder-landse belangen.•De Minister richt zich nationaal en internationaal op het veiligstellen en verbeteren van de inrichting, het beheer en het gebruik van het luchtruim en op de verbetering van de prestaties van Luchtverkeerslei-ding Nederland en het Maastricht Upper Area Control Centre, een intensievere samenwerking tussen civiele en militaire luchtverkeerslei-dingsorganisaties (co-locatie) en een betere samenwerking van internationale luchtverkeersleidingsorganisaties binnen het Functional Airspace Block Europe Central (FABEC).•De Minister geeft zoveel mogelijk ruimte voor ondernemerschap, met een maximaal beroep op de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor duurzaamheid en voor een permanente verbetering van de veiligheid middels introductie van veiligheidsmanagement en toezicht gebaseerd op risico’s en veiligheidsprestatie.•De Minister richt zich op het veilig stellen van voldoende nationale luchthavencapaciteit en geeft invulling aan de wettelijke taken en verplichtingen ten aanzien van inrichting en gebruik van luchthavens en de omgeving.•Voorts zet de Minister in op een intensivering en stroomlijning van de inspanningen van alle overheden, belangenorganisaties en sectorpar-tijen betrokken bij bovenstaande beleidsopgaven.•Tevens draagt de Minister zorg voor een actieve inzet van Nederland in internationale gremia waar discussies worden gevoerd en besluiten worden genomen die van invloed zijn op het Nederlandse (mainport-)beleid, zoals in de Europese Raad van Transportministers.Algemene doelstelling Rollen en verantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 273 •Het behalen van de doelstelling hangt af van de betrokkenheid van en samenwerking met andere overheden en het bedrijfsleven. Daarnaast spelen het innovatieve vermogen van en technologische ontwikkelin-gen in de luchtvaartsector, de internationale ontwikkelingen en ontwikkelingen in internationale organisaties (EU, Eurocontrol, EASA, ICAO, ea.) een rol alsmede economische ontwikkelingen in Nederland.Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).Indicator: Creëren van luchthavencapaciteit SchipholBasis-waarde 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Gereali-seerd 2017 Streef-waarde 2020 Gerealiseerde vliegtuigbewe-gingen tov plafond 500.000 390.000 386.000 420.000 423.000 426.000 438.300 450.679 479.000 497.000 497.000 500.000 78% 77% 84% 84% 85% 88% 90% 96% 99% 99% 100%Bron realisatie: https://www.schiphol.nl/nl/schiphol-group/pagina/verkeer-en-vervoer-cijfers/ Bron streefwaarde: (Kamerstukken II 2014–2015, 34 098, nrs. 1–3).ToelichtingVoor de luchthaven Schiphol is in 2008 voor de periode tot en met 2020 een plafond voor het aantal vliegtuigbewegingen afgesproken van 510.000. In 2015 is dat plafond verlaagd naar 500.000 per jaar. Het Rijk heeft daarnaast de verantwoordelijkheid voor het creëren van capaciteit op de luchthavens Eindhoven en Lelystad.Er is gewerkt aan het wettelijk verankeren van het Nieuwe Normen- en Handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol (NNHS). Dit is van belang voor de indicator over luchthavencapaciteit, omdat het toegestane aantal vliegbewegingen een afgeleide zijn van deze regelgeving. De wet waarin dit stelsel is opgenomen, is op 30 maart 2016 gepubliceerd in het Staatsblad, maar nog niet formeel in werking getreden. Het bij de nieuwe wet behorende Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) is nog in voorbereiding. Totdat het in voorbereiding zijnde LVB in werking is getreden, is het nieuwe stelsel formeel nog niet van kracht.Indicator: Creëren extra luchthavencapaciteit Eindhoven en LelystadBasiswaarde 2009 Gerealiseerd t/m 2015 Gerealiseerd t/m 2016 Gerealiseerd t/m 2017 Streefwaarde 2020 Luchthaven capaciteit Eindhoven 0 25.000 25.000 25.000 25.000 Luchthaven capaciteit Lelystad 0 45.000 45.000 45.000 45.000Bron Eindhoven: Luchthavenbesluit Eindhoven 2014 (Kamerstukken II 2013–2014, 31 936, nr. 187), Vergunning burgermedegebruik exploitant militaire luchthaven Eindhoven ten behoeve van Eindhoven Airport N.V. (gebruiksjaren 2016 tot en met 2019) (Stcrt., 47829, nr. 28).Bron Lelystad: Luchthavenbesluit Lelystad (Staatsblad 2015 nr. 130).ToelichtingDe ontwikkeling van Eindhoven en Lelystad (met in totaal 70.000 extra vliegtuigbewegingen op jaarbasis) moet ervoor zorgen dat Schiphol meer ruimte overhoudt voor mainportverkeer en de concurrentiepositie van Indicatoren en KengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 274 Schiphol wordt versterkt, conform het Convenant «Behoud en versterking mainportfunctie en netwerkkwaliteit luchthaven Schiphol».Op 17 december 2015 is aan de Eindhoven Airport NV voor de jaren 2016 tot en met 2019 een vergunning verleend voor burgermedegebruik van de militaire luchthaven Eindhoven voor de volledige ruimte van 25.000 extra vliegtuigbewegingen (Stcrt. 2015, 47829).Ten behoeve van de uitbreiding van Lelystad Airport heeft het kabinet een Luchthavenbesluit vastgesteld dat op 1 april 2015 in werking is getreden met een voorziene uitbreiding van de luchthaven voor groot commercieel verkeer: gefaseerd naar maximaal 45.000 vliegtuigbewegingen. Tot de herziening van het luchtruim is dit aantal maximaal 10.000 vliegtuigbewe-gingen. Alle betrokken overheden en marktpartijen werken met volle inzet aan ingebruikname van de luchthaven. Op 21 februari 2018 is de Tweede Kamer bij brief geïnformeerd dat de openingsdatum van Lelystad Airport voor groot commercieel verkeer is uitgesteld. In dezelfde brief is de Tweede Kamer geïnformeerd over de actualisatie van de MER voor Lelystad Airport en de geoptimaliseerde aansluitroutes voor de lucht-haven. (Kamerstukken II 2017–2018, 31 639, nr. 462).Indicator: Luchthavengelden, ATC-heffingen en overheidsheffingen (aeronautical kosten)Ranglijst kostenniveau (van hoog naar laag) Realisatie 2013 Realisatie 2014 Realisatie 2015 Realisatie 2016 Realisatie 2017 Streefwaarde 2018e.v. London Heathrow (LHR) 1 1 1 1 1 Parijs (CDG) 3 3 3 4 4 Frankfurt (FRA) 2 2 2 2 2 Gatwick 4 4 4 3 3 Schiphol 8 8 9 9 10 < LHR, FRA, CDG Zürich 5 5 6 4 5 München 6 6 5 6 6 Brussel 9 9 8 8 8 Madrid 7 7 7 7 7 Bron: SEO Benchmark Luchthavengelen en Overheidsheffingen van verschillende jaren.(2013 t.m. 2017)ToelichtingOnder andere in de Actieagenda Schiphol (Kamerstukken II 2015–2016, 29 665, nr. 224) staat dat het belangrijk is dat Schiphol een concurrerend kostenniveau behoudt. Om dit te kunnen vaststellen, vindt jaarlijks een vergelijking plaats van de luchthavengelden, de Air Traffic Control (ATC)-heffingen en de overheidsheffingen op Schiphol en tien concurre-rende luchthavens. In deze benchmark wordt berekend wat op de verschillende luchthavens voor een vergelijkbaar pakket vluchten betaald zou moeten worden. De resultaten van de laatste benchmark zijn in bovenstaande tabel opgenomen waarbij nummer 1 de duurste is. De benchmark laat zien dat Schiphol medio 2017 op dit vlak de goedkoopste is van de negen onderzochte West-Europese luchthavens in de benchmark. In de benchmark wordt Schiphol ook met de luchthavens Dubai en Istanbul vergeleken. Schiphol is in 2017, net als in voorgaande jaren, duurder dan Istanbul, maar dit jaar is Schiphol voor het eerst goedkoper dan Dubai. Vandaar de 10e positie van Schiphol in de benchmark.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 275 Kengetal: Geluidsbelasting rond SchipholPeriode 2012 2013 2014 2015 2016 2017 grenswaarde TVG Gedurende het gehele etmaal (Lden) 62,71 62,45 62,55 62,67 62,79 62,81 63,46 dB(A) Gedurende de periode van 23.00 tot 7.00 uur (Lnight) 52,47 52,09 52,14 52,53 52,46 52,25 54,44 dB(A)Bron gerealiseerde waarden: Handhavingsrapportages Schiphol (ILT, jaren 2012 tot en met 2017)Bron grenswaarde: Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (2004)ToelichtingIn het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol zijn voor de luchthaven Schiphol de grenzen gesteld aan de totale hoeveelheid geluid (Totaal Volume Geluid, TVG) dat het vliegverkeer in een jaar mag produceren. De geluidsbelasting van het vliegverkeer moet worden begrensd met op handhavingspunten vastgestelde grenswaarden (aan de baankoppen en bij aanpalende bebouwde kom).In het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol is vastgelegd dat de totale hoeveelheid geluid van het luchthavenluchtverkeer bij Schiphol per gebruiksjaar overdag (de Lden) niet meer dan 63,46 dB(A) en voor de nacht (de Lnight) niet meer dan 54,44 dB(A) mag bedragen. Bij dreigende overschrijding wordt door de ILT handhavend opgetreden. De Handha-vingsrapportage Schiphol 2017 van de ILT is aan de Tweede Kamer aangeboden op 21 maart 2018 (Kamerstukken II 2017–2018, 29 665, nr. 278).Voor de jaarlijkse totale risicogewicht score (TRG-score) voor Schiphol in relatie tot de TRG-grenswaarde in het Luchthavenverkeerbesluit wordt verwezen naar de handhavingsrapportage Schiphol, ILT, 2017.Kengetal: Aantal bestemmingen waarnaar (> 2 x per jaar) met vnl. geregelde vluchten wordt gevlogen per luchthavenLuchthaven 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Amsterdam 258 246 253 263 271 266 261 264 263 262 266 Frankfurt 288 291 284 283 288 301 286 286 287 290 309 London Heathrow 181 177 171 165 174 176 176 179 180 186 203 Parijs Charles de Gaulle 260 273 272 271 268 256 258 278 274 290 294 Brussel 158 190 183 188 200 190 181 192 190 193 200Bron: Amsterdam Airport Schiphol (AAS), op basis van APGdat ToelichtingIn deze tabel is het aantal bestemmingen per luchthaven opgenomen waarvoor geldt dat deze meer dan twee keer per jaar worden aange-vlogen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 276 Kengetal: Aantal vliegtuigbewegingen, passagiers en vrachttonnage per luchthaven2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Vliegbewegingen (x 1.000) Amsterdam 436 428 391 386 420 423 426 438 451 479 497 Frankfurt 485 480 458 458 481 476 466 463 457 453 465 London Heathrow 476 473 460 449 476 471 470 471 472 473 474 Parijs Charles de Gaulle 544 551 518 492 507 491 472 465 469 473 476 Brussel 241 236 212 205 214 206 199 214 221 207 221 Passagiers (in miljoenen) Amsterdam 48 47 44 45 50 51 53 55 58 64 68 Frankfurt 54 53 51 53 56 57 58 59 61 61 64 London Heathrow 68 67 66 66 69 70 72 73 75 76 78 Parijs Charles de Gaulle 60 61 58 58 61 61 62 64 66 66 69 Brussel 18 19 17 17 19 19 19 22 23 22 25 Vracht (x 1.000 ton) Amsterdam 1.610 1.568 1.286 1.512 1.524 1.483 1.531 1.633 1.621 1.662 1.752 Frankfurt 2.074 2.021 1.808 2.199 2.133 1.986 2.016 2.051 1.993 2.029 2.109 London Heathrow 1.314 1.401 1.278 1.473 1.484 1.465 1.423 1.499 1.497 1.541 1.698 Parijs Charles de Gaulle 2.053 2.039 1.819 2.177 2.088 1.950 1.876 1.896 1.861 1.953 2.009 Brussel 762 659 449 476 475 459 430 454 463 464 514Bron: Amsterdam Airport Schiphol (AAS /Airports Council International ACI)ToelichtingInzet van het beleid is het optimaliseren van de netwerkkwaliteit in combinatie met een concurrerende en duurzame luchtvaart. De netwerk-kwaliteit wordt mede bepaald door overheidstarieven en -maatregelen, maar is voor een groot deel niet direct beïnvloedbaar. Bovenstaande kengetallen geven de omvang van het netwerk in aantallen bestem-mingen en het verkeer en vervoer op Schiphol weer in vergelijking met andere grote Noordwest-Europese luchthavens. Schiphol heeft in 2017 van deze West-Europese luchthavens de meeste vliegtuigbewegingen en staat qua passagiers en vracht op de derde plaats.Monitor Netwerkkwaliteit en StaatsgarantiesDe jaarlijkse Monitor Netwerkkwaliteit en Staatsgaranties geeft een beeld van de ontwikkeling van de netwerkkwaliteit op Schiphol ten opzichte van enkele concurrerende luchthavens. Daarnaast wordt in de monitor het netwerk van Air France-KLM vanaf Schiphol vergeleken met dat vanaf Parijs Charles de Gaulle. Zo wordt de naleving van de staatsgaranties gevolgd die in het kader van de fusie van KLM met Air France zijn afgesproken. De monitor richt zich op de kwaliteit van de directe verbin-dingen vanaf luchthavens («directe connectiviteit»), de verbindingen vanaf luchthavens met een overstap onderweg («indirecte connectiviteit») en de huboperatie op luchthavens («hubconnectiviteit»). Uit het onderzoek blijkt dat het netwerk van Schiphol zich in 2017 in het algemeen positiever heeft ontwikkeld dan die van concurrerende luchthavens. Schiphols directe en indirecte connectiviteit ontwikkelen zich sterker dan Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 277 op alle andere onderzochte luchthavens (Parijs Charles de Gaulle, Frankfurt, München, Londen Heathrow, Istanbul en Dubai). Ook de hubconnectiviteit van Schiphol groeit in 2017 sterk. De afgelopen jaren heeft het Air France-KLM passagenetwerk op Schiphol zich aanzienlijk beter ontwikkeld dan op Parijs Charles de Gaulle. Dit houdt in dat Air France-KLM zich wat netwerkkwaliteit betreft steeds goed heeft gehouden aan het naleven van de staatsgaranties die destijds met Air France-KLM zijn afgesproken. Wat luchtvracht betreft laat de monitor zien dat de totale vrachtcapaciteit van Air France-KLM in 2017 op zowel Schiphol als Parijs Charles de Gaulle gekrompen is (met 4% respectievelijk 1%).Kengetal: Gemiddelde EU brede vertraging per vlucht toe te rekenen aan Air Traffic Management (in minuten)2012 2013 2014 2015 2016 2017 Taakstelling vanaf 2000 met herijking voor 2002–2006 0,7 0,6 0,5 0,5 0,5 nnb Gerealiseerd 0,63 0,54 0,61 0,76 0,91 0,94Bron: Performance Review Body 2017ToelichtingHet Rijk heeft geen directe invloed op het aantal minuten vertraging in het Europese luchtruim. Dit kengetal is een internationaal gemiddelde en wordt bepaald door operationele factoren, zoals capaciteitsplanning, human resource management, weersomstandigheden en stakingen. Dit kengetal geeft wel een beeld van de efficiëntie van het luchtvaartbestel.Kengetal: Gemiddelde ATFM-vertraging per vlucht2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Grenswaarde Gemiddelde ATFM-vertraging (en route en airport) per vlucht in minuten per vlucht 1 1 1 1 2 2 2 Gerealiseerd Gemiddelde ATFM-vertraging (en route en airport) per vlucht in minuten per vlucht 0,9 0,78 0,68 0,94 Gerealiseerd Gemiddelde ATFM-vertraging (airport) per vlucht in minuten per aankomende vlucht volgens PRB methode 1,81 1,41 1,34 1,89 2,91 2,00 3,22Bron: Luchtverkeersleiding Nederland 2017ToelichtingDit kengetal heeft betrekking op de gemiddelde vertraging op Neder-landse luchthavens. Het merendeel van de vertragingen treedt op in de terminalfase van een vlucht en wordt veroorzaakt door weersomstandig-heden (storm, mist, sneeuw) die een direct negatief effect hebben op de afhandeling van de starts en landingen in de vluchtfase beneden een hoogte van een kilometer. Beperkte aantallen vliegtuig-opstelplaatsen en werkzaamheden op de luchthaven kunnen ook vertragingen veroorzaken. De door de verkeersleiding beïnvloedbare ATFM vertraging is in 2017 toegenomen ten opzichte van 2016, van 0,01 minuten per vlucht naar 0,20.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 278 LVNL hanteert met ingang van 2015 dezelfde systematiek als de Perfor-mance Review Body om vertragingen te meten. Verder heeft LVNL in 2015 de vertragingswaarden vanaf 2010 herberekend volgens de PRB-syste-matiek om de effecten van de wijziging van de meetsystematiek trans-parant weer te geven. Er is uitsluitend sprake van een technische wijziging in de meetsystematiek zonder een beleidsmatige impact.Het regeerakkoord heeft een luchtvaartnota 2020–2050 aangekondigd welke in 2019 wordt opgeleverd. De nota wordt een richtinggevende en integrale beleidsvisie van dit kabinet en moet leiden tot een goed afgewogen visie voor een duurzaam luchtvaartbeleid met daarbij de contouren van de benodigde overheidsinzet. Veiligheid, omgeving, milieu, economie en infrastructuur zijn daarin bepalende factoren. Dit vraagt ook een intensief traject met belanghebbenden en omgeving om een breed gedragen visie te kunnen ontwikkelen.In vervolg op de actieagenda Schiphol onderzoeken we hoe we, gezien de grote groei van de luchtvaart en de capaciteitsontwikkeling, de concurren-tiepositie van Schiphol kunnen behouden en versterken op een innova-tieve, duurzame en veilige manier. Mede doordat de maximaal toegestane 500.000 vliegtuigbewegingen tot en met 2020 in zicht komen wordt onderzoek gedaan naar veiligheid, hinder voor de omgeving, de grensbe-waking en de infrastructuur van de luchthaven. Dit ten behoeve van de discussie over de toekomst van Schiphol na 2020. Daarnaast wordt bijvoorbeeld hard gewerkt aan de realisatie en openstelling van Lelystad Airport in 2020 om Schiphol te ontlasten. Voor Eindhoven Airport wordt een keuze voorbereid over de wenselijkheid van beperkte groei na 2019.Het Nederlandse luchtruim en het luchtverkeersleidingsconcept is sinds tientallen jaren stapsgewijs doorontwikkeld. Het doel van de luchtruim-herziening is dan ook te komen tot een integrale, toekomstbestendige inrichting en beheer van het luchtruim, gebaseerd op een gewogen belangenafweging, in samenwerking met internationale partners en in voortdurende dialoog met belanghebbenden.Op het gebied van duurzame luchtvaart krijgt mondiaal de implementatie van CORSIA (Carbon Offsetting and Reduction Scheme for International Aviation) onverminderd de aandacht.Op Europees niveau presenteert de Europese Commissie naar verwachting een beoordeling van de werking van CORSIA als start van de onderhandelingen over luchtvaart onder het EU ETS (The European Emissions Trading System) na 2024. Nationaal wordt de inzet voortgezet op de ontwikkeling van duurzame alternatieve brandstoffen zoals biokerosine en op het stimuleren van innovatieve technologie, zoals elektrisch of hybride vliegen en het efficiënt gebruik van het luchtruim. Door het Ministerie van Financiën wordt samen met ons ministerie en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat verder gewerkt aan de invoering van financiële maatregelen, zoals deze in het regeerakkoord zijn genoemd.Het ministerie werkt in 2019 aan de implementatie van de aanbevelingen in het rapport Veiligheid vliegverkeer Schiphol van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) conform de aanpak zoals beschreven in de brief aan de OVV van 11 oktober 2017 (Bijlage bij Kamerstukken II 2017–2018, 29 665, nr. 242).BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 279 Bij brief van 22 december 2017 (Kamerstukken II 2017–2018, 32 861, nr. 28) is de rapportage en de kabinetsreactie van de beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 17 Luchtvaart voor de periode 2009 t/m 2015 aan de Tweede Kamer gestuurd. In de rapportage wordt geconcludeerd dat het luchtvaartbeleid in beperkte mate aanjagend is. De meeste beleidsinstru-menten sluiten aan op een faciliterende en kaderstellende rol van de overheid. Het luchtvaartbeleid is sterk afhankelijk van internationale wet- en regelgeving en daarnaast geeft de luchtvaartsector vooral zelf invulling aan het bereiken van de beleidsdoelen. Door deze kenmerken van het luchtvaartbeleid kan de rijksoverheid volgens de onderzoekers beperkt beleidsinstrumenten inzetten die actieve sturing op luchtvaartdoelen mogelijk maken. Geconstateerd wordt dat het leggen van een één op één relatie tussen het gevoerde beleid en gerealiseerde doelen daardoor niet altijd goed mogelijk is, wat het lastig maakt om alle beleidsinstrumenten te evalueren op doeltreffendheid en doelmatigheid.In het rapport van de beleidsdoorlichting wordt aanbevolen om beleids-doelen, indicatoren en beleidsinstrumenten meer SMART te formuleren en te onderbouwen. Daarnaast wordt aanbevolen om de doelen geregeld te (blijven) monitoren en het beleid te evalueren. Dit wordt dit opgepakt door aan de slag te gaan met het zo SMART mogelijk formuleren van de doelen, kengetallen en indicatoren in artikel 17 en met een evaluatie-agenda waarin een planning is opgenomen voor monitors en evaluaties voor de periode tot 2022. In de hierboven genoemde brief (Kamerstukken II 2017–2018, 32 861, nr. 28) is aangegeven dat deze doelen, kengetallen en indicatoren vanaf de begroting 2020 zo SMART mogelijk zijn geformu-leerd.art. 17 Luchtvaart (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 12.483 34.148 40.424 8.266 8.922 16.012 7.569 Waarvan garantieverplichtingen 23.000 Uitgaven: 14.982 20.126 27.329 20.929 10.058 9.805 8.880 Waarvan juridisch verplicht 82% 17.01 Luchtvaart 14.982 20.126 27.329 20.929 10.058 9.805 8.880 17.01.01 Opdrachten 7.184 9.763 19.957 15.619 5.308 5.854 6.553 – Opdrachten GIS 1.763 1.495 5.228 2.050 135 0 0 – Caribisch Nederland 418 1.683 7.790 7.277 429 430 436 – Overige opdrachten 5.003 6.585 6.939 6.292 4.744 5.424 6.117 17.01.02 Subsidies 6.366 4.264 4.142 3.285 2.825 2.425 622 – Leefbaarheidsfonds 2.900 0 1.000 400 400 0 0 – Overige subsidies 3.466 4.264 3.142 2.885 2.425 2.425 622 17.01.03 Bijdrage aan agent-schappen 108 4.523 1.654 449 449 50 50 – waarvan bijdrage aan RWS (Caribisch Nederland) 0 4.082 1.210 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 88 148 50 50 50 50 50 – waarvan bijdrage aan KNMI 20 14 14 14 14 0 0 Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 280 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 17.01.05 Bijdrage aan interna-tionale organisaties 1.248 1.476 1.476 1.476 1.476 1.476 1.476 17.01.06 Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s 75 100 100 100 0 0 0 – LVNL 75 100 100 100 0 0 0 Ontvangsten 1.237 1.925 1.365 1.262 855 925 785Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. Het betreft de Accijns-vrijstelling luchtvaartuigen. De Minister van Financiën is hoofdverant-woordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de Fiscale regelingen».17.01 Luchtvaart Het grootste deel van de uitgaven is juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van aangegane verplichtingen voor opdrachten en subsidies voor onder meer het project geluidsisolatie Schiphol (GIS), de uitgaven voor het Schadeschap Schiphol en voor de uitvoering van toezichtstaken door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Voor een overzicht van de subsidies wordt verwezen naar de bijlage Subsidies. De subsidies hebben een tijdshorizon. Op basis van de opdrachtbrief aan RWS voor Beleidsondersteuning en advies (BOA) is het budget voor 2019, ultimo 2018 juridisch verplicht.De bijdrage aan internationale organisaties betreft de jaarlijkse contributie aan de International Civil Aviation Organization (ICAO), aan het hiertoe opgezette samenwerkingsverband binnen ABIS en aan de European Civil Aviation Conference (ECAC). Dit bedrag is daarmee geheel juridisch verplicht.De resterende niet-juridisch verplichte ruimte is belegd met de activiteiten uit de uitvoeringsagenda bij de Luchtvaartnota (Kamerstukken II 2010–2011, 31 936, nr. 47) en het State Safety Programme Actieplan 2015.17.01 Luchtvaart 17.01.01 Opdrachten Opdrachten Geluidsisolatie Schiphol (GIS)Doel van het project Geluidsisolatie Schiphol fase 3 (GIS-3) is het verminderen van geluidshinder voor omwonenden van Schiphol door middel van geluidsisolatie. De geplande uitgaven voor 2019 en verder hebben betrekking op aankopen in de geluidssloopzones, klachtenafhan-deling en de behandeling en uitbetaling van schadeclaims.Extracomptabele verwijzingen Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 281 Overige opdrachten1. Programma SchipholDe ontwikkelingen op het luchtvaartdossier vragen om een integrale benadering voor de beleidsvorming over Schiphol. Omdat hiervoor een stevige extra inzet nodig is, is besloten een project Schiphol in te richten waarin een integrale aanpak wordt ontwikkeld voor de luchthaven. In de Kamerbrief van 21 december (Kamerstukken II 2017–2018, 29 665, nr. 250) wordt ingegaan welke concrete stappen er voor de korte en middellange termijn moeten worden gezet. Een belangrijk aspect hiervan is het verankeren van politiek-bestuurlijke en juridische afspraken in regel-geving, hierbij gaat het om het vaststellen van een Luchthavenverkeersbe-sluit (LVB) en Luchthavenindelingsbesluit (LIB). Er wordt rekening mee gehouden dat de besluitvorming over de toekomstige ontwikkeling van Schiphol ook financiële consequenties heeft, hierbij valt te denken aan planschade/nadeelcompensatie. In wetgeving en politiek bestuurlijke afspraken is opgenomen dat de ontwikkeling van Schiphol en de regionale luchthavens via juridische besluiten vastgelegd moet worden.2. Normen en handhavingsstelselDe ontwikkeling van Schiphol tot en met 2020 vindt plaats binnen de aan de Alderstafel/Omgevingsraad Schiphol afgesproken kaders. Het budget is bestemd voor opdrachten ten behoeve van de implementatie van het nieuwe normen- en handhavingsstelsel voor Schiphol en aanpassing van de wet- en regelgeving, zijnde de Wet luchtvaart, het Luchthavenindeling-besluit Schiphol (LIB) en het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB).3. OVV-follow-upIn april 2017 heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) het rapport Veiligheid vliegverkeer Schiphol gepubliceerd. Het ministerie werkt aan de implementatie van de aanbevelingen van de OVV conform de aanpak zoals beschreven in de brief van het ministerie aan de OVV van 11 oktober 2017 (Bijlage bij Kamerstukken II 2017–2018, 29 665, nr. 242). Met deze aanpak versterkt het ministerie de rol als eindverantwoordelijke voor de veiligheid. Een deel van de acties vergt extra financiële inzet.4. LelystadLelystad Airport moet fungeren als overloopluchthaven voor Schiphol, zodat op Schiphol meer ruimte vrijkomt voor mainportgebonden verkeer. Omdat voor de openstelling van Lelystad Airport voor groot commercieel handelsverkeer een stevige extra inzet nodig is, is besloten een project Lelystad Airport in te richten. In de Kamerbrief van 21 februari (Kamer-stukken II 2017–2018, 31 936, nr. 462) wordt ingegaan welke concrete stappen er moeten worden gezet in de richting van de opening van de luchthaven. Belangrijke stappen waarvoor extra inzet nodig is zijn bijvoorbeeld het wijzigen van het Luchthavenbesluit en het organiseren van een monitoringsprogramma. Er wordt rekening mee gehouden dat de besluitvorming over Lelystad Airport ook financiële consequenties kan hebben.5. Nadere uitwerking luchtruimvisie en civiel-militaire samenwerkingEind 2017 is het plan van aanpak voor de luchtruimherziening opgeleverd. Dit plan is een opstap naar een projectplan dat in het najaar van 2018 gereed is en dient in de eerste plaats om richting en invulling te geven aan de stappen in 2018. Het project wordt gezamenlijk uitgevoerd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Ministerie van Defensie, het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK), Luchtverkeers-Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 282 leiding Nederland (LVNL) en Maastricht Upper Area Control Centre (MUAC). Participatie en internationale samenwerking staan centraal in de aanpak. In het project zullen met voorrang acties worden ingezet om waar mogelijk reeds voor 2023 verbeteringen te realiseren.Door middel van jaarlijkse voortgangsbrieven wordt de voortgang gemeld van hoe en wanneer de luchtverkeersleidingsorganisaties uitvoering geven aan de beoogde luchtruimwijzigingen en aan de aanpassingen aan het luchtverkeersleidingsysteem. Daarnaast is de uitwerking van de verdergaande civiel-militaire samenwerking op het gebied van luchtver-keersdienstverlening een belangrijk aspect.6. OmgevingsmanagementVanuit het ministerie staat een transparante en zorgvuldige besluit-vorming voor luchtvaart voorop. Met ruime betrokkenheid voor de omgeving en belanghebbenden. De Luchtvaartnota en de opgaven voor de herziening van het luchtruim, Schiphol na 2020 en Lelystad zijn projectmatig opgezet. Dat maakt het mogelijk om te sturen op het gebied van de projectbeheersing, het risicomanagement en de planning en op het gebied van het omgevings- en besluitvormingsmanagement. Daartoe worden voorzieningen getroffen om genoemde functies op professionele wijze uit te voeren. Bijzondere aandacht daarin heeft het omgevingsma-nagement en de bijbehorende vormen van participatie, communicatie en het borgen van expertise en inzichten vanuit diverse invalshoeken, ten einde een open en zorgvuldige besluitvorming te faciliteren. De hiervoor gereserveerde middelen worden ingezet om op professionele wijze de benodigde expertise aan te trekken en voor het organiseren van de betrokkenheid van de omgeving.7. State Safety Programme (SSP)Op basis van de door het ministerie en de luchtvaartsector uitgevoerde risicoanalyse zijn het State Safety Programme 2015–2019 en het SSP Actieplan 2015 opgesteld. Vanaf 2016 wordt uitvoering gegeven aan het Actieplan. Het plan betreft onder andere maatregelen om de wetgeving op orde te brengen, de veiligheid met prestatie-indicatoren meetbaar te maken en de introductie van veiligheidsmanagement door de gehele luchtvaartsector. In 2018 is het SSP Actieplan geactualiseerd, resulterend in het SSP Actieplan 2018–2020. In 2019 wordt het State Safety Programme 2020–2024 opgesteld en aan de Kamer aangeboden.8. Verminderen risico op vogelaanvaringenEind 2018 wordt een nieuw convenant vastgesteld om het vogelaanva-ringsrisico voor de luchtvaart op Schiphol te verminderen. Grotendeels zullen de maatregelen uit het convenant Reduceren risico vogelaanva-ringen Schiphol 2016–2018 worden gecontinueerd.De maatregelen betreffen onder meer:•het ontwikkelen en toepassen van radardetectieapparatuur voor het monitoren van vogelbewegingen en het informeren van de vogelwach-ters over vogelbewegingen in het landingsterrein op de luchthaven;•maatregelen gericht op het populatiebeheer met als doel het aantal ganzen binnen de 10 km zone rond Schiphol te reduceren naar het aantal zoals vastgesteld in het Ganzenbeheerplan omgeving Schiphol 2018–2024;•beperkingen voor nieuwe vogelaantrekkende ruimtelijke bestemmin-gen in het gebied «beperking aantrekken vogels» zoals opgenomen in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol;Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 283 •maatregelen die gericht zijn op het beperken van het voedselaanbod in de omgeving van Schiphol bestaande uit het versneld onderwerken van de graanresten na de oogst, zodat er geen graankorrels aan het oppervlak blijven liggen waar ganzen op kunnen foerageren en het ontwikkelen van alternatieven voor de graanteelt.9. Opdrachten Caribisch NederlandHet betreft de aanschaf van apparatuur en installaties ter bevordering van het veilig gebruik van de luchthavens en ter verbetering van de bedrijfs-voering. Tevens betreft het de financiering van diverse onderzoeken en opleidingen, en de jaarlijks terugkerende kosten voor instandhouding van de luchtvaartpublicaties. Vanaf 2018–2020 betreft het ook de financiering van de wederopbouw van de Bovenwindse eilanden als gevolg van de orkanen in september 2017.10. KDCDe Stichting Knowledge & Development Center (KDC) levert kennis om innovatieve oplossingen te vinden voor de duurzame ontwikkeling van de Mainport Schiphol. In het KDC werken de partners KLM, Schiphol en Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) samen met universiteiten en kennisinstellingen om alle operationele processen op en rond Schiphol te innoveren, zowel op de grond als in de lucht. KDC levert daarbij tevens een bijdrage aan het overheidsbeleid voor de ontwikkeling van Schiphol en de herindeling van het luchtruim.17.01.02 Subsidies Versneld onderwerken graanresten ten behoeve van reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol.Eén van de sporen in de aanpak om het risico van vogelaanvaringen op Schiphol te reduceren is het beperken van voedselaanbod in de omgeving van de luchthaven. De afgelopen jaren was er een subsidieregeling voor het bijdragen aan het versneld onderwerken van de graanresten na de oogst in een deel van de Haarlemmermeerpolder. Met ingang van 1 januari 2018 is voor de periode 2018–2022 is een nieuwe regeling van kracht op grond waarvan een vergoeding verstrekt kan worden. Agrarische ondernemers kunnen op vrijwillige basis deelnemen, met de deelnemers worden overeenkomsten gesloten.Omgevingsraad Schiphol en Commissies Regionaal OverlegIenW draagt financieel bij aan de activiteiten van de Omgevingsraad Schiphol (ORS). Dit onafhankelijke overleg- en adviesorgaan verenigt bewoners, regionale en lokale overheden, luchtvaartpartijen en branche-organisaties met als doel om de hinder van Schiphol zoveel mogelijk te beperken en een optimaal gebruik van de luchthaven te bevorderen. De jaarlijkse bijdrage bedraagt maximaal € 0,369 miljoen. De luchthavens van nationale betekenis Eelde, Lelystad, Maastricht en Rotterdam kennen in 2019 eveneens commissies voor regionaal overleg. In 2019 is de rijksbijdrage per commissie maximaal € 0,035 miljoen. In 2018 wordt een tussenevaluatie naar het functioneren van de commissies voor regionaal overleg opgeleverd. Naar aanleiding daarvan beziet het ministerie in overleg met de voorzitters van deze commissies of en zo ja welke verbeteringen doorgevoerd kunnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 284 LeefbaarheidsfondsBij de afnemende mogelijkheden van hinderbeperking is de tweede tranche van het leefbaarheidsfonds een belangrijke impuls voor de inpassing van de luchthaven Schiphol in haar omgeving. De partijen Schiphol, de provincie Noord-Holland en het Rijk hebben afgesproken om in totaal € 30 miljoen voor een tweede fase ter beschikking te stellen aan de Stichting Leefomgeving Schiphol.Het Rijk stelt maximaal € 10 miljoen ter beschikking, waarvan € 5,3 miljoen in 2016, € 2,9 miljoen in 2017, maximaal € 1,0 miljoen in 2019 en jaarlijks maximaal € 0,4 miljoen in de jaren 2020 en 2021.Subsidie Klachtentelefoon Luchtverkeer LimburgIenW stelt een subsidie beschikbaar aan de Stichting Klachtentelefoon Luchtverkeer Limburg voor de behandeling van klachten over de vliegbasis Geilenkirchen (AWACS) en de andere buitenlandse luchthavens in de grensregio met Limburg (Weeze-Niederrhein, Luik-Bierset). Gezien de specifieke situatie heeft IenW hiertoe besloten. Het gaat om buiten-landse luchthavens die milieueffecten hebben op Nederlands grond-gebied, waarbij specifiek voor de vliegbasis Geilenkirchen sprake is van een bijzonder rijksbelang (militaire bescherming van ons land in NAVO-verband) en relatief hoge geluidsoverlast vanwege de AWACS-vliegtuigen. Voor de periode 2017–2019 bedraagt de subsidie jaarlijks maximaal € 0,075 miljoen.Verbeteren luchtvaartveiligheid Zuidoost AfrikaIn de periode tot en met 2019 wordt jaarlijks maximaal € 0,05 miljoen beschikbaar gesteld aan de stichting AviAssist ten behoeve van het verbeteren van de luchtvaartveiligheid in de regio Zuidoost Afrika. IenW heeft het initiatief genomen om te zorgen dat in die regio kennis over luchtvaartveiligheid wordt gedeeld, maar vooral goed gebruikt. Hiermee wordt invulling gegeven aan de doelstellingen ten aanzien van luchtvaart-veiligheid zoals neergelegd in het State Safety Programme.Bovenstaande begrotingsvermeldingen voor de Omgevingsraad Schiphol en Commissies Regionaal Overleg, Leefbaarheidsfonds, Klachtentelefoon luchtverkeer Limburg en verbeteren luchtvaartveiligheid Zuidoost Afrika, vormen de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, Algemene wet bestuurs-recht.Corporate Biofuel ProgrammeIenW is per 1 oktober 2016 toegetreden tot het KLM Corporate Biofuel Programme. De bijdrage van € 0,2 miljoen aan het programma wordt door KLM voor 100% gebruikt om duurzame biokerosine in te kopen en draagt daarmee bij aan de vergroening van de luchtvaartsector.Incidentele subsidiesOndersteuning luchtverkeersdienstverlening BonaireOm een onaanvaardbare stijging in de tarieven voor het gebruik van luchtverkeersdienstverlening op en rond Bonaire International Airport te voorkomen, zal IenW een deel van de kosten voor het leveren van de dienst door Dutch Caribbean Air Navigation Service Provider (DC-ANSP) dekken via subsidiering. Zonder deze bijdrage zouden de tarieven dusdanig sterk stijgen dat een mogelijke verstoring van de markt zal optreden, met bijbehorend negatief effect op de lokale gemeenschap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 285 De bijdrage in 2018 en in 2019 bedraagt maximaal € 0,65 miljoen per jaar.Subsidie luchthaven TwenteArea Development Twente (ADT) ontvangt van IenW een subsidie van maximaal € 0,9 miljoen voor het doen van luchtzijdige investeringen voor de ontwikkeling van luchthaven Twente (onder de voorwaarde dat de bijdrage voldoet aan de regels voor staatssteun) en voor het laten uitvoeren van een onderzoek naar de mogelijkheden voor een remote tower concept voor luchtverkeersdienstverlening. Deze subsidie vloeit voort uit het amendement Koopmans (Kamerstukken II 2007–2008, 31 200 XII, nr. 60) en geeft invulling aan de afspraken uit de Bestuursover-eenkomst Gebiedsontwikkeling Vliegveld Twente (Bijlage bij Kamer-stukken II 2009–2010, 31 936, nr. 17).17.01.03 Bijdrage aan agentschappen Dit betreft voornamelijk de bijdrage die aan RWS ter beschikking wordt gesteld voor de uitvoering van de masterplannen luchthavens Caribisch Nederland gericht op het wegwerken van de tekortkomingen ten aanzien van de internationale regelgeving.17.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties Voor de jaarlijkse contributie aan de International Civil Aviation Organi-zation, aan het hiertoe opgezette samenwerkingsverband binnen ABIS (de ABIS-groep vertegenwoordigt de burgerlijke luchtvaartautoriteiten van Oostenrijk, België, Kroatië, Nederland, Luxemburg, Ierland, Zwitserland en Portugal), en aan de European Civil Aviation Conference (ECAC) wordt in 2019 een bedrag uitgegeven van € 1,476 miljoen, waarvan € 1,311 miljoen via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).17.01.06 Bijdragen aan ZBO’s (LVNL) Ten behoeve van het geschikt maken van de Soesterbergradar voor burgermedegebruik wordt een bijdrage van maximaal € 0,1 miljoen verstrekt aan Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL).Garantie LVNLHet luchtvaartbegeleidingssysteem van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) nadert het einde van zijn technische levensduur en dient te worden vervangen. Daarnaast wordt een uitbreiding van de huisvesting voorzien. Hiervoor gaat LVNL bij het Ministerie van Financiën leningen aan voor een totaalbedrag van € 165 miljoen. In het kader van de regelgeving met betrekking tot schatkistbankieren stelt het Ministerie van IenW zich garant voor deze leningen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 286 Beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens Het realiseren van een efficiënt, veilig en duurzaam goederenvervoer-systeem, waarbinnen de internationale concurrentiekracht van de mainport en van de Nederlandse maritieme sector wordt versterkt.(Doen) uitvoerenDe Minister is verantwoordelijk voor het in stand houden van een robuust hoofdnetwerk van vaarwegen. Vanuit de begroting Hoofdstuk XII (artikel 26.01) wordt een bijdrage gedaan aan het Infrastructuurfonds. Via het Infrastructuurfonds (artikel 15, 17 en 18) investeert de Minister door middel van aanleg en benutting in dit netwerk, in binnenhavens en in de maritieme toegang van zeehavens om een goede en betrouwbare bereikbaarheid over water van de economische kerngebieden te reali-seren. Aanleg- en benuttingsprojecten worden in het Meerjarenpro-gramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) vastgelegd. De Minister is verantwoordelijk voor toezicht en nautisch beheer. Rijkswater-staat voert als beheerder het beheer, onderhoud en vervanging uit. De uitgaven aan beheer, onderhoud en vervanging worden verantwoord op het Infrastructuurfonds (artikel 15).RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving en deels ook voor de uitvoering van het maritiem beleid. De rol «regisseren» heeft betrekking op de volgende taken:•De Minister stelt normen en handhaaft deze om het veilige en duurzame gebruik van netwerken te waarborgen. De Minister ijvert regionaal en internationaal voor gelijke normen, bijvoorbeeld in de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie van de EU en de Interna-tionale Maritieme Organisatie (IMO), ook omdat een internationaal level playing field goed is voor de Nederlandse concurrentiepositie. Daarin passen een actief Nederlands lidmaatschap van IMO en Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en een gerichte bijdrage aan de totstandkoming van Europese regelgeving, inclusief een actieve rol in agentschappen als het Europese Maritieme Veiligheidsagent-schap (EMSA) en andere organisaties.•De in 2015 vastgestelde Maritieme Strategie geeft de leidende principes aan: meerwaarde door samenwerking, ruimte voor onderne-merschap en oog voor de stad en leefomgeving. Vanuit het oogpunt van verbetering van het milieu en van de kwaliteit van de leefomge-ving wordt de innovatie en de transitie naar een duurzame scheepvaart bevorderd. IenW zorgt voor «state of the art» regelgeving op het gebied van marktordening, passagiersrechten, bemanningszaken en security. Waar nodig wordt hiervoor internationaal samengewerkt.•Met het programma Beter Benutten stimuleert de Minister een slim, efficiënt en veilig gebruik van de vaarwegen. Samen met de inspannin-gen van de vervoerders en verladers kan daarmee de capaciteit van de vaarwegen beter worden benut.•De Minister geeft zoveel mogelijk ruimte voor ondernemerschap, met een maximaal beroep op de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor een permanente verbetering van de veiligheid en duurzaamheid van het transport over water.•IenW draagt, binnen het kabinetsbrede bedrijvenbeleid onder coördinatie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, als vakdepartement verantwoordelijkheid voor de overheidsinbreng op de Topsector Logistiek en het maritieme cluster binnen de Topsector Water en Maritiem.Algemene doelstelling Rollen en verantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 287 •Voorts zet de Minister in op een intensivering en stroomlijning van de inspanningen van alle overheden, belangenorganisaties en sectorpar-tijen betrokken bij bovenstaande beleidsopgaven.Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de Inspectie Leefomgeving en Transport op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht) en door de Autoriteit Consument en Markt.Hieronder zijn de beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor scheep-vaart en havens opgenomen. In productartikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.Indicator: Passeertijd sluizenRealisatie 2011 Realisatie 2012 Realisatie 2013 Realisatie 2014 Realisatie2015 Realisatie2016 Realisatie 2017 Streefwaarde 2018 en 2019 Hoofdtransportas 67% 68% 69% 70% 68% 66% 66% 85% Hoofdvaarweg 79% 78% 80% 80% 80% 80% 80% 75% Overige vaarweg 92% 93% 92% 92% 91% 91% 88% 70%Bron: RWS, 2018ToelichtingVoor elk type vaarweg (Hoofdtransportas, Hoofdvaarweg en Overige vaarwegen) wordt een te realiseren percentage schepen nagestreefd dat binnen de normtijd de sluis passeert (streefwaarde). De «passeertijd sluizen» is een absolute normtijd die voor elke sluis afzonderlijk is bepaald. De gerealiseerde passeertijden op de hoofdtransportassen voldoen nog niet aan de streefwaarden. Dit speelt al langere tijd en wordt voornamelijk veroorzaakt door gebrek aan capaciteit op de corridors tussen Zeeland en Rotterdam. Voor de sluizen op die corridors lopen dan ook MIRT-projecten, gericht op het verbeteren van deze capaciteit.De passeertijden voor de hoofd- en overige vaarwegen scoren wel ruim voldoende.Kengetal: Ontwikkeling van het procentuele marktaandeel (in tonnen) van de Nederlandse havengebieden ten opzichte van de totale Noordwest Europese havenrange (de «Hamburg-Le Havre range»)Basiswaarde 2005 2010 2011 2012 2013 2014 2015 20161 2017 Totaal Nederlandse Zeehavens 44,9 47,8 47,2 47,9 47,5 47,2 48,1 48,3 47,9 Mainport Rotterdam 34,9 37,0 36,3 37,0 36,6 36,2 37,3 37,6 37,2 Overige Nederlandse Zeehavens 10,0 10,8 10,9 10,9 10,9 11,0 10,8 10,7 10,71 vanaf 2016 Havenbedrijf Rotterdam op basis van cijfers ESPO. ESPO beschouwt daarin alleen de Nederlandse havens van Rotterdam, Amsterdam en Zeeland. In eerdere jaren zijn ook de havens van Moerdijk en Groningen in het overzicht meegenomen. Deze worden niet meegenomen door ESPO.Bron: 2002–2010 Nationale Havenraad; 2011–2015 IenW;ToelichtingDit kengetal geeft informatie over het marktaandeel van de Nederlandse zeehavens ten opzichte van de concurrerende Noordwest Europese havenrange (de zogenaamde «Hamburg-Le Havre range»). Het streven is het marktaandeel van de Nederlandse havengebieden ten opzichte van de Indicatoren en KengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 288 totale Noordwest (de «Hamburg-Le Havre range») ten minste te handhaven.«Totaal Nederlandse Zeehavens» laat in 2017 weer een lichte daling van het marktaandeel zien ten opzichte van 2015 en 2016. Met name Mainport Rotterdam laat in 2017, na een lichte stijging in 2016, weer een lichte daling van het marktaandeel zien.Deze lichte daling van het marktaandeel is te wijten aan dalingen in het droog massagoed en het nat massagoed. Deze daling werd deels gecompenseerd door een sterkere groei van voornamelijk containers. Het marktaandeel van de overige Nederlandse zeehavens is gelijk gebleven.Kengetal: Ontwikkeling in aantallen en bruto tonnage (GT)1 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Van de vloot van in Nederland geregistreerde zeeschepen onder Nederlandse vlag Aantallen Handelsvaart 725 769 800 822 808 790 771 761 Zeesleepvaart 249 235 247 260 258 275 288 291 Waterbouw 120 156 169 168 167 171 171 176 Totaal 1.094 1.160 1.216 1.250 1.233 1.236 1.230 1.228 Bruto tonnage (GT) (x 1.000) Handelsvaart 6.075 6.883 6.740 7.045 6.978 6.572 6.411 6.275 Zeesleepvaart 310 290 362 347 360 409 423 444 Waterbouw 450 513 531 533 537 531 542 572 Totaal 6.835 7.686 7.633 7.925 7.875 7.512 7.376 7.291 Van de vloot onder buitenlandse vlag in Nederlands eigendom of beheer Aantallen Handelsvaart 433 422 408 403 403 432 451 458 Zeesleepvaart 459 456 477 498 519 512 502 499 Waterbouw 63 55 55 52 52 62 62 63 Totaal 955 933 940 953 974 1.006 1.015 1.020 Bruto tonnage (GT) (x 1.000) Handelsvaart 5.259 5.232 5.072 5.517 5.987 6.500 7.203 7.700 Zeesleepvaart 1.011 1.298 1.640 1.612 1.643 1.740 2.239 1.706 Waterbouw 251 210 264 248 285 312 322 328 Totaal 6.521 6.740 6.976 7.377 7.915 8.552 9.764 9.7341 Schepen > 100 GT en pontons > 1000 GTBron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2018. Cijfers van zeeschepen onder buitenlandse vlag op basis van IHS.ToelichtingBovenstaande kengetallen geven informatie over de ontwikkeling in aantallen en bruto tonnage (GT) van de vloot in Nederlands eigendom of beheer onder Nederlandse en buitenlandse vlag. De gegevens zijn opgesplitst naar de sectoren handelsvaart, zeesleepvaart en waterbouw. De groei c.q. afname van de vloot onder Nederlandse vlag is niet alleen van overheidsbeleid afhankelijk, maar ook van externe factoren zoals de wereldwijde groei van het ladingaanbod en investeringsklimaat, het Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 289 zeevaartbeleid (waaronder fiscale klimaat) van andere landen en de individuele prestaties van de ondernemingen. Een toename van de vanuit Nederland beheerde vloot (en dan met name de Nederlandse vlag) is gunstig voor de ontwikkeling van de toegevoegde waarde.Kengetal: veiligheid scheepvaartAantal scheepvaartongevallen (inclusief visservaartuigen en recreatievaart) op het Nederlandse deel van de Noordzee (Nederlandse en buitenlandse vlag) 2005 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Zeer ernstige scheepvaartonge-vallen (ZESO) 1 1 0 4 2 0 0 2 2 Ernstige scheepvaar-tongevallen (ESO) 4 9 4 15 13 12 11 8 11 Totaal 5 10 4 19 15 12 11 10 13 Aantal significante ongevallen met schepen op de Nederlandse binnenwateren1 Aantal significante scheepsongevallen 96 164 159 161 136 138 158 164 161 Aantal doden en gewonden op schepen op de Nederlandse binnenwateren (ook onder niet Nederlandse vlag) Aantal doden 7 4 8 4 9 4 6 7 8 Aantal gewonden 49 45 63 58 27 44 35 38 331 Voor de beoordeling van de ontwikkeling van de veiligheid op de Nederlandse binnenwateren wordt gebruik gemaakt van het begrip «significant scheepsongeval». Significante scheepsongevallen zijn scheepsongevallen op de Nederlandse binnenwateren met schepen (ook onder niet Neder-landse vlag) waarbij schade is ontstaan die als ernstig wordt geclassificeerd in de vorm van slachtoffers (doden/gewonden), stremming van de vaarweg of schade aan de vaarweg, schip, lading of milieu.Bron: RWS, 2017, Cijfers van zeeschepen onder buitenlandse vlag op basis van IHS.ToelichtingIn 2017 zijn op het Nederlandse deel van de Noordzee tien ESO’s (ernstige scheepvaartongevallen) en twee ZESO’s (zeer ernstige scheepvaartonge-vallen) geregistreerd. De tien ESO’s zijn als volgt onderverdeeld: koopvaardij (acht), visserij (een) en recreatievaart (een). De twee ZESO’s zijn als volgt onderverdeeld: Koopvaardij (een) en recreatievaart (een).Onder het totaal van 1.122 ongevallen waren er 161 ernstige scheepson-gevallen 2017 op het binnenwater (inclusief de zeehavens). Hierbij was sprake van grote materiële schade aan schip, lading of infrastructuur, met milieuschade, stremming van de vaarweg of (in uitzonderlijke gevallen) doden en zwaargewonden als gevolg. Deze ernstige ongevallen zijn de zogenaamde significante ongevallen.In 2017 waren er 8 dodelijke slachtoffers te betreuren in vier van alle geregistreerde scheepsongevallen, waarbij tweemaal 3 slachtoffers te betreuren waren.De met de Rijksbrede Nederlandse Maritieme Strategie 2015–2025 (Kamerstukken II 2014–2015, 31 409, nr. 70) ingezette koers wordt ook in 2019 voortgezet, evenals de samenwerking tussen de rijksoverheid en de maritieme sector bij de uitwerking van de Maritieme Strategie. De basis voor deze samenwerking wordt gevormd door een op 22 februari 2018 vastgesteld werkprogramma, waarin de prioriteiten op het gebied van zeevaart, zeehavens, binnenvaart en de maritieme maakindustrie voor de komende jaren zijn vastgelegd (Kamerstukken II 2017–2018, 31 409, nr. 184). Het werkprogramma heeft een doorlooptijd tot en met 2021 en BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 290 adresseert voor 2019 onder meer de volgende onderwerpen: verbetering van het scheepsregister, Smart Shipping, structuurversterking binnen-vaart, vergroening zeevaart/binnenvaart en beroepskwalificaties binnen-vaart.Daarnaast is in het regeerakkoord aangegeven dat met de zeevaart-, de binnenvaart- en de havensector een green deal zal worden afgesloten omdat in deze sectoren nog veel milieuwinst is te behalen. De voorberei-dende werkzaamheden voor deze green deal hebben eind 2017 een aanvang genomen en de green deal zal zo mogelijk nog in 2018 worden ondertekend. De uitvoering van de green deal start in 2019.Bij brief van 5 december 2016 (Kamerstukken II 2016–2017, 32 861, nr. 22) is de beleidsdoorlichting van artikel 18 aangeboden aan de Tweede Kamer. Uit de beleidsdoorlichting komt naar voren dat het merendeel van de beleidsinstrumenten op het gebied van zeevaart, binnenvaart en zeehavens doeltreffend is ingezet en een positieve bijdrage is geleverd aan de doelstelling van artikel 18. Op het terrein van doelmatigheid bleek het lastiger deze relatie te leggen, hoewel voor een groot deel van de instrumenten één of meer waarborgen zijn aangetroffen voor een doelmatige uitvoering. Om het inzicht in de doelmatigheid en doeltref-fendheid van het beleidsinstrumentarium te vergroten is aangesloten bij het nieuwe werkprogramma voor de Maritieme Strategie en zeehavens van begin 2018. Bij de daarin geformuleerde maatregelen is steeds per maatregel aangegeven hoe de doelmatigheid en doeltreffendheid zal worden beoordeeld. Bij de tussentijdse evaluatie van het werkprogramma (twee jaar na de vaststelling) kan besloten worden of het wenselijk is om nieuwe indicatoren of kengetallen op te nemen in de begroting.Art. 18 Scheepvaart en havens (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 30.825 73.325 6.070 4.056 4.087 4.081 4.667 Uitgaven: 29.409 41.380 38.555 34.664 4.535 4.529 5.115 Waarvan juridisch verplicht 97% 18.01 Scheepvaart en havens 29.409 41.380 38.555 34.664 4.535 4.529 5.115 18.01.01 Opdrachten 18.207 30.368 31.763 30.269 1.904 1.897 1.929 – Topsector logistiek 16.810 18.588 17.590 15.231 0 0 0 – Caribisch Nederland 141 9.712 12.400 12.900 100 100 100 – Overige opdrachten 1.397 2.068 1.773 2.138 1.904 1.897 1.929 18.01.02 Subsidies 8.505 8.065 4.172 1.764 0 0 0 – Topsector logistiek 7.775 6.489 4.104 1.764 0 0 0 – Overige subsidies 730 1.576 68 0 0 0 0 18.01.03 Bijdrage aan agent-schappen 1.137 1.345 988 999 999 1.000 1.479 – waarvan bijdrage aan RWS 1.137 1.175 988 999 999 1.000 1.479 18.01.05 Bijdragen aan interna-tionale organisaties 1.559 1.602 1.632 1.632 1.632 1.632 1.632 Ontvangsten 794 200 0 784 0 0 0Budgettaire gevolgen van beleid Extracomptabele verwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 291 Extracomptabele verwijzing naar artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000)2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds 1.185.804 1.038.016 982.625 847.779 762.574 Andere ontvangsten van artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds 105.584 149.711 85.151 14.651 0 Totale uitgaven op artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds 1.291.388 1.187.727 1.067.776 862.430 762.574 waarvan 15.01 Verkeersmanagement 8.655 8.655 8.655 8.655 8.655 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging 363.039 376.367 329.346 336.183 317.654 15.03 Aanleg 364.110 356.991 344.833 144.980 75.576 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 240.431 129.319 75.628 71.244 60.853 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN 315.153 316.395 309.314 301.368 299.836 15.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0Extracomptabele verwijzing naar artikel 17.06 PMR van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000)2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 17.06 PMR van het Infrastructuurfonds 17.475 969 255 255 255 Andere ontvangsten van artikel 17.06 PMR van het Infrastruc-tuurfonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 17.06 PMR van het Infrastructuur-fonds 17.475 969 255 255 255 waarvan 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam 17.475 969 255 255 255Extracomptabele verwijzing naar artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds (x € 1.000)2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 Andere ontvangsten van artikel 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 20.05 Investeringsruimte toebe-deeld naar modaliteit van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 waarvan 20.04 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit 0 0 0 0 0Voor de periode 2019–2023 staan geen bedragen geraamd en zijn derhalve geen bedragen zichtbaar.Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:–Accijnsvrijstelling communautaire waterenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 292 –Willekeurige afschrijving zeeschepenVoor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramings-grond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».Fiscale regelingen 2017–2019, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € miljoen)1 2017 2018 2019 Tonnageregeling winst uit zeescheepvaart 120 120 115 Afdrachtvermindering zeevaart 111 111 1101 [–] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.18.01 Scheepvaart en havens De bijdragen aan agentschappen en internationale organisaties zijn volledig juridisch verplicht en hebben een structureel karakter.Voor de Topsector Logistiek zijn zowel het subsidiedeel aan de Neder-landse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) als de opdrachten via Connekt volledig juridisch verplicht. Dat geldt ook voor het opdrachtenbudget voor IenW opdrachten voor de topsector Logistiek dat eveneens juridisch verplicht is.Van het overige opdrachtenbudget is circa de helft juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van aangegane verplichtingen voor onder meer de uitvoering van toezichtstaken door de ACM en de monitoring van maritieme indicatoren en kengetallen.Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor beleidsonderzoek gericht op onder meer binnenvaart, zeevaart, zeehavens en Caribisch Nederland.18.01 Scheepvaart en havens 18.01.01 Opdrachten •Voor beleidswerk gericht op havens (onder andere havensamenwer-king) en Caribisch Nederland (de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) is het benodigde budget gereserveerd.•Het werkprogramma Maritieme Strategie en Zeehavens 2018–2021 is vanaf 2018 als onderdeel van het integrale werkprogramma ter uitvoering van de Maritieme Strategie doorgezet.•Als vlaggen-, kust- en havenstaat zet Nederland in International Maritime Organization (IMO)- en EU-verband in op verbetering van het stelsel van regelgeving (bij voorkeur door optimaliseren bestaande regelgeving).•De concurrentiepositie van het maritieme cluster vereist de implemen-tatie van verdragen, een gelijk speelveld en vermindering van de administratieve lasten. De inzet richt zich bijvoorbeeld op een Europese maritieme ruimte zonder grenzen, het monitoren van de arbeidsmarkt, het faciliteren van verbetering van de efficiency van bemanningen en het wegnemen van knelpunten in de relevante wetgeving. Hiervoor wordt beleidsinformatie verzameld en onderzoek verricht.Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 293 •Voor de topsector Logistiek worden in 2019 opdrachten uitgevoerd onder regie van het Topteam Logistiek. De opdrachten en subsidies hebben betrekking op de volle breedte van de logistieke sector, dat wil zeggen op alle modaliteiten.18.01.02 Subsidies Voor de topsector Logistiek worden de subsidies op basis van het meerjarenprogramma en de gestarte activiteiten via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) uitgezet.18.01.03 Bijdragen aan agentschappen In het kader van het Beleidsondersteuning en Advies (BOA) protocol met RWS zijn afspraken gemaakt over beleidsondersteuning en -advisering, die RWS uitvoert in opdracht van de beleids-DG’s. Door middel van de agentschapsbijdrage wordt capaciteit hiervoor bij RWS gereserveerd.18.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties Vanuit de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gelden betaalt IenW in totaal € 1,07 miljoen aan contributies in het kader van Maritieme Zaken. Hiervan gaat circa € 0,5 miljoen contributie naar de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) en circa € 0,4 miljoen contributie naar de International Maritime Organisation (IMO) conform verdragsverplichtingen. Daarnaast worden bijdragen gedaan aan de International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities (IALA), Regional Cooperation Agreement on Combating Piracy and Armed Robbery against Ships in Asia (ReCAAP), de Donaucommissie en de North Atlantic Ice Patrol.Door de internationale brancheorganisaties in de binnenvaart is met een beroep op de gelden uit het reservefonds het European IWT platform opgericht. Uit het Nederlandse deel van het door de sector opgebouwde fonds zal gedurende 10 jaar een bedrag van € 450.000 per jaar aan het IWT uitgekeerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 294 Beleidsartikel 19 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal IenW zet zich in de internationale arena in voor een klimaatbestendige en duurzame infrastructuur en leefomgeving. Zo heeft Nederland zich gecommitteerd aan de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals/ SDG’s), waardoor de Nederlandse innovaties en kennis ook buiten de landgrenzen kunnen worden ingezet voor het realiseren van die doelen. Daarbij zet IenW voor het agenderen van onderzoek en beleid, de ontwikkeling van internationale beleidsinstru-menten, uitwisseling van kennis en expertise, het creëren van draagvlak en het versterken van marktkansen voor Nederlandse IenW sectoren, gericht in op internationale samenwerking met overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen om de klimaatweerbaarheid, duurzaam water-beheer, slimme en groene mobiliteit en circulaire economie in binnen- en buitenland te versterken.RegisserenDe Minister van IenW regisseert de inhoudelijke lijn voor de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese en het mondiale transport- en milieubeleid. Meer specifiek is de Minister van IenW verantwoordelijk voor:•De uitvoering van de voor IenW relevante SDG’s uit de 2030 Agenda voor duurzame ontwikkeling en de verantwoording aan de Tweede Kamer daarover.•De regie op de internationale aspecten van het IenW-beleid, inclusief het politieke optreden en de vertegenwoordiging in de betreffende internationale gremia. Daartoe horen onder andere de Europese Transport- en Milieuraad, de UNECE, de OESO, OESO-ITF en UN Environment.•Het opstellen en uitdragen van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van normen en plafonds, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en de verdeling van doelstellin-gen over sectoren en milieuthema’s.De nationale en Europese beleidscoördinatie op het gebied van satelliet-navigatie en de IenW inzet op het gebruik satelliet-data en satelliet-navigatie. Het internationale IenW beleid vindt niet alleen zijn grondslag in dit beleidsartikel. Specifieke rollen en verantwoordelijkheden van de Minister op de verschillende beleidsterreinen van IenW zijn bij de betreffende artikelen vermeld. De Minister van Buitenlandse Zaken coördineert het internationale beleid ten behoeve van geïntegreerde besluitvorming door het Kabinet. De Minister van BHOS coördineert de Nederlandse inzet op de SDG’s.StimulerenDe Minister van IenW ontplooit ook diverse activiteiten om de nationale doelen van de transities naar een circulaire economie, een klimaatbe-stendige inrichting van de leefomgeving en duurzame mobiliteit te versterken door verbinding met internationale activiteiten.•Het onderhouden van een netwerk met lidstaten, EU-instellingen en mondiale organisaties, denktanks en non-gouvernementele organisa-ties. Dit netwerk is cruciaal om tijdig (nieuwe) internationale ontwikke-lingen te signaleren die van invloed (kunnen) zijn op de IenW-terreinen en het ontwikkelen van een visie en strategie voor de internationale beleidsinzet.•Voor ondersteuning van beleidsontwikkeling neemt IenW deel aan diverse bilaterale en multilaterale overleggen (formeel en informeel) gericht op de totstandkoming van coalities met gelijkgezinde landen.Algemene doelstelling Rollen en verantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 295 •Gerichte financiële ondersteuning van het werk van (inter)nationale organisaties die zich inzetten voor de bevordering van internationale samenwerking en overdracht/uitwisseling van kennis.•Ten slotte zet IenW samen met andere deelnemende staten en actoren in op het bevorderen van concrete internationale samenwerking en activiteiten in internationale multi-stakeholderpartnerschappen, zoals het Global Partnership for Marine Litter en de Climate and Clean Air Coalition.(Doen) UitvoerenIenW heeft een deel van de beleidsuitvoering uitbesteed aan het Rijksin-stituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De opdracht verlening en de bijbeho-rende budgetten aan het RIVM en de RVO worden binnen IenW op één plaats verantwoord en centraal gecoördineerd. Doel hiervan is het verbeteren van overzicht op en flexibiliteit binnen de totale opdracht, kwaliteitsverbetering van het hele opdrachtproces (goed opdrachtgever-schap) en terugdringen van de administratieve lasten.De Minister laat onder meer de volgende werkzaamheden uitvoeren:•Uitvoering van subsidieregelingen en -programma’s en beleidsonder-steunende werkzaamheden (zoals beleidsadviezen) door de RVO.•Het RIVM voert als kennisinstituut op het gebied van milieuproblema-tiek beleidsvoorbereidend en -onderbouwend onderzoek uit. Daarnaast ondersteunt het RIVM het milieubeleid bij een groot aantal (vaak wettelijk vastgelegde) reguliere taken, zoals monitoring- en rapporta-geverplichtingen en stoffenbeoordelingen.De IenW ambities kunnen door de hoge mate van verwevenheid met de internationale arena alleen maar effectief worden gerealiseerd in internationaal verband. Dit is niet alleen afhankelijk van de Nederlandse inzet, maar ook van de inbreng van partners en andere partijen. Het opnemen van kwantitatieve meetbare indicatoren gerelateerd aan het te realiseren doel is in dit verband zelden relevant of toepasselijk.De belangrijkste wijzigingen op het terrein van internationaal beleid worden beschreven in de beleidsagenda.Indicatoren en Kengetallen BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 296 art. 19 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen – 51.003 57.235 44.302 45.658 45.755 45.114 44.966 Uitgaven: 70.475 55.413 46.164 46.467 46.672 45.205 44.857 Waarvan juridisch verplicht 94% 19.011 Tegengaan klimaatver-andering 17.676 0 0 0 0 0 67 19.01.01 Opdrachten 3.401 0 0 0 0 0 0 19.01.02 Subsidies 2.613 0 0 0 0 0 0 19.01.03 Bijdrage aan agent-schappen 11.662 0 0 0 0 0 67 – waarvan bijdrage aan KNMI 424 0 0 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan NEa 8.127 0 0 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 3.111 0 0 0 0 0 67 19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samen-werking 52.799 55.413 46.164 46.467 46.672 45.205 44.790 19.02.01 Opdrachten 2.647 7.413 6.234 7.495 8.636 7.150 6.723 – Uitvoering CDM 47 43 0 0 0 0 0 – RIVM – RVO – Interreg 0 546 277 244 244 244 244 – Overige opdrachten 2.600 6.824 5.957 7.251 8.392 6.906 6.479 19.02.02 Subsidies 650 839 967 0 0 0 0 – Interreg 650 839 967 0 0 0 0 19.02.03 Bijdrage aan agent-schappen 46.008 44.581 36.569 36.578 35.642 35.661 35.673 – waarvan bijdrage aan RIVM 34.755 32.162 27.274 27.284 27.257 27.275 27.287 – waarvan bijdrage aan RVO 11.003 12.086 9.090 9.089 8.284 8.285 8.285 – waarvan bijdrage aan RWS 250 333 205 205 101 101 101 19.02.05 Bijdragen aan interna-tionale organisaties 3.493 2.580 2.394 2.394 2.394 2.394 2.394 Ontvangsten 198.796 431 0 0 0 0 01 Vanwege de herverkaveling zijn de budgetten voor klimaat op artikel 19 overgeboekt naar EZK. Dit is de reden dat de budgettaire gevolgen op artikelonderdeel 19.01 vanaf 2018 op nul uitkomen.19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking De financiering van de in voorgaande jaren aangegane verplichtingen in het kader van de uitvoering van de opdrachten aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en RIVM zijn juridisch verplicht. Deze bijdragen hebben een structureel karakter.Budgettaire gevolgen van beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 297 Ook de bijdrage aan de doorontwikkeling van het satellietinstrument TROPOMI is meerjarig juridisch verplicht.De bijdrage aan internationale organisaties is grotendeels juridisch verplicht. Het betreft hier uitgaven op grond van internationale verdragen of andere internationale afspraken. Deels zijn deze structureel van aard.Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor opdrachten die worden verstrekt voor wetenschappelijk (inter)nationaal onderzoek, onderzoekprogramma’s en toekenningen aan (inter)nationale organisaties die een bijdrage leveren aan de internationale beleidsdoel-stellingen op het gebied van milieu- en ruimtevaartbeleid.19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking 19.02.01 Opdrachten InterregInterreg is een Europese subsidieregeling waarin partijen uit meerdere landen samenwerken op het terrein van innovatie, duurzaamheid, bereikbaarheid en regionale gebiedsontwikkeling. Met de beschikbare middelen wordt de Nederlandse bijdrage voor de kosten van de interna-tionale uitvoering en de uitvoering in Nederland (waaronder inbegrepen de stimulering van de deelname door Nederlandse partners) gefinancierd. Hiermee wordt de deelname van Nederlandse organisaties aan de transnationale en interregionale programma’s van Interreg bevorderd. De stimulering via de Interreg-subsidieregelingen is hieronder bij 19.02.02 vermeld.Overige opdrachtenHet Ministerie van IenW verstrekt aan nationale en internationale wetenschappelijke en adviserende instellingen opdrachten, onder andere op het gebied van ruimtedata, satellietdata en infrastructuur waaronder de doorontwikkeling van het satelliet instrument TROPOMI en het beheer van de Publieke Dienst Galileo. Ook worden de middelen aangewend voor het in Europees verband uitwerken van de Sustainable Development Goals, activiteiten in het kader van internationale diplomatie, waaronder het uitvoeren van bedrijfsleven missies, en het ondersteunen en facili-teren van delegaties bij internationale bijeenkomsten.19.02.02 Subsidies InterregDit betreft uitgaven in het kader van subsidieregelingen ter stimulering van deelname door Nederlandse partners aan de Europese Interreg-subsidieprogramma’s Europe, North West Europe en North Sea Region. Via de PSR-regeling (Projectstimuleringsregeling Interreg V; Stcrt. 2015, 10986) worden subsidies verstrekt in de voorbereiding en indiening van Interreg-projectvoorstellen. Via de Cofinancieringsregeling (Stcrt. 2015, 30863) kunnen partners een bijdrage krijgen in hun aandeel in de projectkosten.Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 298 19.02.03 Bijdragen aan agentschappen RIVM en RVOIenW heeft een deel van de beleidsuitvoering uitbesteed aan externe uitvoeringsorganisaties, zoals aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (uitvoering van subsidieregelingen en ander beleidsondersteu-nende werkzaamheden) en aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (uitvoering van wettelijke taken en beleid onderbouwend onderzoek).RWSDit betreft de bijdrage voor de capaciteitsinzet in het kader van de uitvoering van de Antarcticaregelgeving en enkele ondersteunende activiteiten in het kader van het internationale beleid van IenW.19.02.05 Bijdragen aan (inter)nationale organisaties Het Ministerie van IenW kent op grond van internationale verdragen of andere internationale afspraken financiële bijdragen toe aan (inter-)na-tionale organisaties. Dat is nodig om de kosten te dekken van de doorlopende ontwikkeling van het desbetreffende verdrag of de organi-satie.In onderstaande tabel zijn de verwachte bijdragen en contributies voor 2019 vermeld.Bedragen x € 1.000United Nations Environment Programme (UNEP) 615 VNECE CLRTAP-verdrag (grensoverschrijdende luchtverontreiniging) 83 VNECE CLRTAP Coordination Centre for Effects 90 VNECE PRTR-verdrag (emissieregisters) 20 Verdrag van Rotterdam (melding vooraf export chemicaliën) 50 Verdrag van Stockholm (persistente organische stoffen) 95 Verdrag van Bazel (overbrenging gevaarlijk afval) 95 OESO Programme on Chemical Accidents (voorkomen en bestrijden van gevolgen van chemische ongelukken) 35 Cartagenaprotocol (verdrag over veiligheid van grensoverschrijdend vervoer van levende ggo’s) 50 VNECE Aarhus-verdrag (toegang tot informatie, besluitvorming en rechter) 45 VNECE Helsinki-verdrag (bescherming tegen industriële ongevallen) 30 VN Minamata-verdrag (regulering kwik emissies) 100 China Council (adviesraad voor duurzame ontwikkeling) 100 Control of Chemicals (OESO) (veiligheid van chemische producten) 20 International Transport Forum (ontwikkelingen op vervoersgebied) 178 Totaal 1.606 Tevens worden de middelen ingezet voor het verstrekken van incidentele en vrijwillige bijdragen aan (inter)nationale organisaties voor activiteiten die het internationaal milieubeleid van het Ministerie van IenW onder-steunen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 299 Beleidsartikel 20 Lucht en Geluid Bevorderen van een solide en gezonde leefomgeving door de luchtkwa-liteit te verbeteren en door geluidhinder te voorkomen of te beperken.RegisserenOm qua luchtkwaliteit en geluid een solide en gezonde leefomgeving te bereiken, regisseert de Minister van IenW de inhoudelijke lijn voor de nationale inbreng in de ontwikkeling van het Europese luchtkwaliteits- en geluidbeleid. Meer specifiek is de Minister van IenW verantwoordelijk voor:•De coördinatie van de Nederlandse inzet in internationaal kader bij de vaststelling van grenswaarden en plafonds voor emissies van luchtverontreinigende stoffen, de vertaling daarvan naar Nederlandse wet- en regelgeving en (zo nodig) de verdeling van doelstellingen over sectoren en milieuthema’s. De doelen, grenswaarden en plafonds hebben betrekking op verbetering van de luchtkwaliteit en op bronbeleid voor geluid- en industriële emissies;•De ondersteuning van gemeenten en provincies bij het toezicht op de naleving van algemene regels en bij de vergunningverlening ter vermindering van luchtemissies bij de industrie en bij een juiste toepassing van de geluidregelgeving;•De implementatie van de geluidregelgeving (wet SWUNG) waarmee een optimale gezondheidsbescherming van burgers en flexibiliteit voor de beheerders van rijkswegen en hoofdspoorwegen wordt beoogd. SWUNG-2 zal de aanpak van geluidhinder op gemeentelijk en provinciaal niveau beter uitvoerbaar maken. Deze nieuwe geluidregels worden ondergebracht in de Omgevingswet. Lagere overheden worden ondersteund om aan de voorschriften van deze regelgeving te kunnen voldoen en geluidsgevoelige locaties langs infrastructuur aan te pakken.StimulerenOm de milieudoelen op het gebied van luchtkwaliteit en geluid te behalen, is het belangrijk deze op een proactieve wijze met maatschappelijke partners te delen. Daarom stimuleert de Minister van IenW:•Het aangaan en organiseren van allianties met en tussen bedrijven, branches, overheden en kennisorganisaties om de doelen uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), het Actieprogramma Luchtkwaliteit6 en SWUNG (geluid) tot een succes-volle uitvoering te brengen;•Een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, zo wordt toege-werkt naar de WHO-streefwaarden, dit om de gezondheidsrisico’s terug te dringen.•Medeoverheden tot uitvoering van maatregelpakketten in het NSL en het Actieplan Luchtkwaliteit om daarmee de Europese normen voor luchtkwaliteit (voor fijnstof in 2011 en voor NO2 in 2015) te halen. Dit is belangrijk voor de gezondheid van burgers en hiermee schept de Minister tevens ruimte voor nieuwe infrastructuur, woningbouw en bedrijvigheid.Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).6Kamerstukken II 2015–2016, 30 175, nr. 223Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2100 Jaarlijks ontvangt de Tweede Kamer een monitoringsrapportage over de voortgang van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De monitoring dient om de voortgang van de uitvoering van het NSL te volgen en biedt een basis om het programma waar nodig bij te sturen. De monitoring betreft de ontwikkeling van de luchtkwaliteit en de uitvoering van projecten en maatregelen. De achtste rapportage is reeds aan de Kamer verzonden (Kamerstukken II 2017–2018, 30 175, nr. 268).Kengetal: Tegengaan geluidhinder (kengetallen sanering verkeerslawaai, aantal woningen)t.g.v. Rijksinfrastructuur t.g.v. andere infrastructuur Totaal Aantal woningen Rijkswegen inclusief betreffende A-lijst woningen Spoorwegen A-lijst Overig Totaal 109.800 70.650 77.355 335.800 593.605 Uitgevoerd 1980–1990 (schatting) 40.000 7.450 – 40.000 87.450 Uitgevoerd 1990–2011 58.302 16.238 48.650 36.721 159.911 Uitgevoerd 2012 – 549 3.031 1.125 4.705 Uitgevoerd 2013 – 831 3.000 2.784 6.615 Uitgevoerd 2014 56 704 3.000 397 4.157 Uitgevoerd 2015 22 2.311 2.000 434 4.767 Uitgevoerd 2016 740 1.600 1.832 4.172 Uitgevoerd 2017 0 1.067 200 1.253 2.520 Planning 2018 0 83 400 3.508 3.991 Planning 2019 0 675 400 3.000 4.075 Aangepast restant per eind 2019 11.420 40.002 15.074 244.746 311.242Bron: Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV) https://www.bureausaneringverkeerslawaai.nl/ ToelichtingDeze cijfers hebben betrekking op de sanering verkeerslawaai die onder regime van de Wet Geluidhinder wordt afgehandeld. Deze sanering kent een ander normenkader dan de sanering vanwege rijksinfrastructuur die nu door RWS en ProRail wordt uitgevoerd onder de Wet milieubeheer. Deze sanering is opgenomen onder beleidsartikel 14.In 2018 wordt de resterende saneringsvoorraad nader beschouwd en opgeschoond. Naar verwachting zal de voorraad afnemen, omdat woningen niet langer voor saneringsmaatregelen in aanmerking komen.Indicatoren en KengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2101 Kengetal: Emissies luchtverontreinigende stoffen 1990, 2000, 2005, 2010 en 2014, doelstellingen en prognoses 2020 en 2030 in kton/jr.1 1990 2000 2005 2010 2010 2015 2020 20202 2030 2030 NEC- Richtlijn Realisatie Raming Herziene NEC-Richt-lijn Raming Herziene NEC-Richt-lijn SO2 193 73 64 34 50 30 30 46 30 30 NOx 604 420 369 300 260 228 177 203 130 NH3 369 178 156 135 128 128 117 136 109 123 NM VOS3 490 244 181 165 185 139 143 167 145 154 PM2,5 51 28 22 17 13 10,4 14 9,6 121 Elk jaar wordt een nieuwe analyse uitgevoerd en door nieuwe kennis kan dat betekenen dat ook eerdere cijfers soms nog enigszins worden aangepast. Zie ook toelichting.2 Plafonds voor 2020 en 2030 zijn afgeleid van de Richtlijn inzake nationale emissie reductieverbintenissen inzake bepaalde stoffen in de lucht (2016/2284), waarin reductiepercentages zijn opgenomen ten opzichte van basisjaar 2005. De voorstellen voor 2020 zijn gelijk aan de waarden in het herziene Gotenburgprotocol, dat binnenkort zal worden geratificeerd.3 NMVOS: Vluchtige organische stoffen, exclusief methaan.Bronnen: de informatie over de gerealiseerde en geraamde emissies zijn afkomstig uit «Informative Inventory Report 2017» (RIVM Rapport 2017_0002). De ramingen gaan uit van uitvoering van vastgesteld en voorgenomen beleid. (http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2017/April/Informative_Inventory_Report_2017_Emissions_of_transboundary_air_pollutants_in_the_Netherlands_1990_2015)ToelichtingIn december 2016 zijn de nieuwe doelstellingen voor luchtverontreini-gende stoffen vastgesteld. Het betreft aanpassing van de National Emission Ceilings (NEC) (richtlijn (EU) 2016/2284). In bovenstaande tabel zijn de reductiepercentages uit de richtlijn omgerekend naar vrachten. Elk jaar wordt een nieuwe analyse uitgevoerd en door nieuwe kennis kan dat betekenen dat ook eerdere cijfers soms nog enigszins worden aangepast doordat deze nieuwe inzichten met terugwerkende kracht ook worden meegenomen in de emissiecijfers van voorgaande jaren.Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is verlengd tot aan de invoering van de Omgevingswet. Er resteren namelijk nog enkele knelpunten, zoals die in enkele gebieden met intensieve veehouderij (fijnstof) en bij binnenstedelijke gebieden (NO2). Met name daar is het gewenst de NSL-aanpak nog enige tijd voort te zetten en te monitoren. Ook wanneer de knelpunten zijn opgelost, kunnen zich gezondheidsrisico’s voordoen vanwege luchtverontreiniging. Het streven is een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, zo wordt toegewerkt naar de WHO-streefwaarden.Begin 2019 zal het IBO luchtkwaliteit worden afgerond. In overleg met medeoverheden, belangenorganisaties en bedrijfsleven wordt in 2019 het Schone Lucht Akkoord gepresenteerd, de uitkomsten van het IBO worden hierbij betrokken.Waar het gaat om geluidsanering is het van belang dat de saneringsope-ratie verder wordt afgerond en waar mogelijk op een kosteneffectieve manier wordt verbreed. Naast deze ontwikkelingen zal worden gezocht naar tot nu toe onvoldoende gebruikte mogelijkheden. Met het oog op een kostenefficiënte inzet van de beschikbare middelen voor de geluidsa-nering langs de rijksinfrastructuur (Meerjarenprogramma Geluidsanering) is in 2016 en 2017 de regelgeving beperkt aangepast. Op basis hiervan worden de komende jaren saneringsplannen vastgesteld en in uitvoering genomen.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2102 Art. 20 Lucht en Geluid (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 17 17.347 24.825 27.432 28.507 28.596 30.450 Uitgaven: 20.563 32.227 27.603 27.632 28.507 28.596 30.450 Waarvan juridisch verplicht 98% 20.01 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder 20.563 32.227 27.603 27.632 28.507 28.596 30.450 20.01.01 Opdrachten 6.507 4.662 3.107 2.763 2.782 2.782 2.782 – Verkeersemissies 2.446 604 0 0 0 0 0 – Geluid- en luchtsanering 3.725 3.912 3.107 2.763 2.782 2.782 2.782 – Overige opdrachten 336 146 0 0 0 0 0 20.01.02 Subsidies 0 0 0 0 0 0 0 – Euro 6 en Euro-VI 0 0 0 0 0 0 0 – Verkeersemissies 0 0 0 0 0 0 0 – Overige subsidies 0 0 0 0 0 0 0 20.01.03 Bijdrage aan agentschappen 1.722 921 1.530 1.539 1.527 1.546 1.556 – waarvan bijdrage aan RWS 1.722 921 1.530 1.539 1.527 1.546 1.556 20.01.04 Bijdrage aan medeoverheden 11.213 26.254 22.552 23.039 23.742 23.812 25.656 – NSL 0 11.239 0 0 0 0 0 – Wegverkeerlawaai 11.213 15.015 22.552 23.039 23.742 23.812 25.656 – Overige bijdrage medeoverheden 0 0 0 0 0 0 0 20.01.07 Bekostiging 1.121 390 414 291 456 456 456 Ontvangsten 179 0 0 0 0 0 0De bijdragen aan medeoverheden in het kader van met name de wettelijke taken inzake de sanering van het wegverkeerslawaai en het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn juridisch verplicht. Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht door lopende opdrachten in de sfeer van de uitvoering van met name de geluidsa-nering.Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor (onderzoeks)opdrachten op het beleidsterreinen geluid en voor onderzoek ECN.20.01 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder 20.01.01 Opdrachten Het Ministerie van IenW geeft uitvoerings- en onderzoeksopdrachten in het kader van geluidhinder en luchtkwaliteit. Ten aanzien van het beleidsterrein geluidhinder gaat het met name om de opdrachtverlening aan het Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV), dat namens het Ministerie van IenW zorg draagt voor de uitvoering van de geluidsanering voor gemeentelijke en provinciale infrastructuur.Budgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2103 20.01.03 Bijdragen aan agentschappen RWSDe voornaamste werkzaamheden voor de bijdragen aan RWS zijn voor luchtkwaliteit en geluid onder meer het geven van inhoudelijk advies, het uitvoeren van (literatuur)onderzoek en het verzorgen dan wel onder-steunen van rapportages. Voor het NSL betreffen de werkzaamheden van RWS het verzorgen van het secretariaat.20.01.04 Bijdragen aan medeoverheden De betalingen aan de provincies en gemeenten in het kader van het NSL hebben in de afgelopen jaren plaatsgevonden, in diverse tranches. De financiële afwikkeling en nabetaling van het restant van de toegezegde bijdragen is in 2018 voorzien.Bij het onderdeel wegverkeerslawaai gaat het om de bijdragen aan provincies en gemeenten voor het uitvoeren van saneringsmaatregelen met betrekking tot geluidhinder door het verkeer.20.01.07 Bekostiging Jaarlijks bekostigt het Ministerie van IenW een deel van het milieuonder-zoeksprogramma van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) te Petten. Over de invulling van dit programma worden afspraken gemaakt met ECN, mede om te borgen dat het onderzoek en de resultaten dienstbaar zijn aan de beleidsontwikkeling en -onderbouwing door IenW.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2104 Beleidsartikel 21 Duurzaamheid Bevorderen van de circulaire economie met als doelen het behouden van natuurlijke hulpbronnen, zicht op de economische keten en het gebruik van hulpbronnen, het verbeteren van de voorzieningszekerheid van grondstoffen, het verminderen van emissies en het versterken van de Nederlandse economie.RegisserenDuurzaamheid moet expliciet onderdeel uit gaan maken van afwegingen en besluiten van organisaties en individuen in Nederland. Om dit te bereiken worden belemmeringen weggenomen, instrumenten ontwikkeld en samenwerkingsverbanden georganiseerd met de maatschappelijke partners. De Minister is hierbij verantwoordelijk voor:•De transitie naar een circulaire economie7 die wezenlijk bijdraagt aan het verminderen van de milieudruk en het halen van de klimaatdoel-stelling, het verbeteren van de voorzieningszekerheid en het versterken van het verdienvermogen van de Nederlandse economie en het vitaal houden van ons natuurlijk kapitaal;•Het borgen van verduurzaming via wetgeving op nationaal, op EU- en internationaal niveau, bijvoorbeeld om de markt voor secundaire grondstoffen te vergroten, slim ontwerp van producten te stimuleren, het marktaandeel van circulaire producten te verhogen, ongewenste emissies te voorkomen, de kwaliteit van de leefomgeving in verdichte gebieden te verbeteren;•Het met behulp van de minimumstandaarden in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) verder realiseren van hoogwaardige afvalver-werking;•Het coördineren van beleid in Europees en in mondiaal verband om het internationale level playing field voor duurzaamheid te versterken;•Het toepassen van slimme marktprikkels door het beprijzen van milieuschade;•Het coördineren van het interdepartementale plan van aanpak Maatschappelijk Verantwoord Inkopen overheden 2015–20208.StimulerenZowel producenten als consumenten moeten concrete stappen kunnen zetten naar een meer circulaire economie. Om dit te bereiken steunt IenW duurzame initiatieven in de samenleving. Daarom stimuleert de Minister in samenwerking met andere ministers:De verduurzaming van productketens waarbij bedrijven worden gestimu-leerd om efficiënter om te gaan met grondstoffen, kringlopen verder te sluiten en meer waarde uit afval te halen. Hiertoe worden partijen gefaciliteerd via bijvoorbeeld de Transitieagenda’s, aanpassing van regelgeving, Green Deals en ketenprojecten;•Samenwerking met andere organisaties om begrippen als «duurzaam consumeren» en «maatschappelijk verantwoord ondernemen» concreet en hanteerbaar te maken voor (kleine) bedrijven en burgers;•Investeringen in productietechnieken met een lagere milieuschade. Bijvoorbeeld door het stimuleren van de aanschaf van milieuvriende-lijke producten of bedrijfsmiddelen door middel van financiële stimulering (MIA/VAMIL) en Groen Beleggen;7zoals uiteengezet in het Rijksbrede programma Circulaire Economie,8https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2015Z16386&did=2015D33363Algemene Doelstelling Rollen en verantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2105 •Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) bij zowel het Rijk als decentrale overheden te vergroten/versterken, met speciale aandacht voor klimaatneutraal en circulair inkopen.Duurzame ontwikkeling kan op meerdere manieren inzichtelijk worden gemaakt. In internationaal verband zijn najaar 2015 in de Verenigde Naties de Sustainable Development Goals vastgesteld. Over de stand van zaken in Nederland wordt regelmatig gerapporteerd («Meten van SDGs, een eerste rapportage voor Nederland», CBS, november 2016). Ook is hierop aansluitend vanaf Verantwoordingsdag 2018 de jaarlijkse Monitor Brede Welvaart door het CBS beschikbaar, als opvolger van de Monitor Duurzaam Nederland (brief mEZ, december 2016).Voor het Rijksbrede programma Circulaire Economie is door het Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek en het RIVM samen met de Universiteit Utrecht een monitoringprogramma ontwikkeld met indicatoren en een nulmeting, zoals gevraagd in de motie-Van Veldhoven c.s. (Kamerstukken II 2016–2017, 32 852, nr. 36). Dit werd op 15 januari 2018 aangeboden aan de Kamer als bijlage bij de brief van de Staatssecretaris van IenW (Kamerstukken II 2017–2018, 32 852, nr. 53). Ook voor de transitieagenda’s Biomassa en Voedsel, Kunststof, Consumentengoederen, Maakindustrie en Bouw werden indicatoren en een sturingsprogramma ontwikkeld in 2018 en vanaf de ontwikkeling gemonitord.Voor het afvalbeleid zijn doelen vastgesteld in het Landelijk Afvalplan (LAP), waaronder:•Beperking van het afval aanbod door huishoudens en bedrijven, bevordering van afvalscheiding en (voorbereiding voor) nuttig hergebruik, liefst door hoogwaardige recycling. LAP3 is eind 2017 in werking getreden.•Preventie van afvalstoffen, zodanig dat de in de periode 1985–2014 bereikte ontkoppeling tussen de ontwikkeling van het Bruto Binnen-lands Product (BBP) en de ontwikkeling van het totale afvalaanbod wordt versterkt. Dit houdt in dat het totaal afvalaanbod in 2023 niet groter mag zijn dan 61 Mton en in 2029 niet groter mag zijn dan 63 Mton.•Het van 2012 tot 2022 halveren van de hoeveelheid Nederlands afval dat de economie «verlaat» via afvalverbrandingsinstallaties en/of stortplaatsen (in 2012 betrof dit bijna 10 Mton).Onderstaande grafieken laten cijfers realisatie afvalaanbod versus doelstelling (grafiek 1) zien. Afvalverwerking: storten, recyclen en verbranden (tabel 2). Tabel 3 is een weergave van het werkelijke afval als deze de groei van het bbp zou volgen. De ambitie is om de hoeveelheid afval die wordt gestort of verbrand terug te brengen van 10 Mton in 2012 naar circa 4,5 Mton in 2022. Dat moet bereikt worden door inzet in de gehele keten, door van de ontwerp- tot aan de afvalfase te werken aan preventie, hergebruik en recycling. De hoeveelheid huishoudelijk restafval is afgenomen terwijl de hoeveelheid bedrijfsafval is toegenomen. Het is aannemelijk dat voor dat laatste de aantrekkende economie een rol in speelt. Indicatoren en KengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2106 Grafiek1201220132014201520162017201820192020202120220,01,02,03,04,05,06,07,08,09,010,0Hoeveelheid Nederlands afval dat deeconomie verlaat (Mton)JaarRealisatieDoelstellingBron: RWS leefomgevingGrafiek 21985199019952000200520102015010.00020.00030.00040.00050.00060.00070.000RecyclingAndere nuttige toepassingVerbranden als verwijderingStortenBron: RWS leefomgevingTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2107 Het Rijksbrede programma «Nederland Circulair in 2050» geeft richting aan alle inspanningen die IenW (en de overige departementen) doet om de transitie naar een circulaire economie te versnellen. Op 15 januari 2018 zijn 5 transitie-agenda’s aangeboden aan het kabinet. Dat zijn voorstellen hoe het «Nederland Circulair in 2050» versterkt kan worden in samen-werking met maatschappelijke partijen. Het kabinet bepaalt welke inzet gepleegd gaat worden hiervoor. Die inspanningen zullen opgenomen worden in een uitvoeringsprogramma voor de komende periode.Het derde circulaire economiepakket dat de Europese Commissie op 16 januari 2018 heeft gepubliceerd, versterkt en ondersteunt evenals de beide vorige pakketten de Nederlandse ambities voor een circulaire economie voor de komende periode. Het derde pakket bevat, naast een rapport over kritieke primaire grondstoffen, de kunststoffenstrategie en het snijvlak van stoffen-, product- en afvalstoffenwetgeving, tevens de voorstellen van de Commissie ten aanzien van monitoring van de transitie naar een circulaire economie. Over de wijzigingsvoorstellen van de Commissie is inmiddels overeenstemming bereikt tussen Raad, parlement en Commissie. De voornaamste maatregelen betreffen de doelstelling voor inzameling van huishoudelijk afval, uitfaseren van storten, uitbreiding van de producenten verantwoordelijkheid, avalpreventie, en verbetering in de toepassing van de concepten «einde-afval» en «bijpro-ducten».De Minister zet zich blijvend in voor een ambitieus circulair economie-beleid dat de transitie in Europa en daarmee in Nederland ondersteunt op basis van een gelijk speelveld voor bedrijven en het wegnemen van belemmeringen in regelgeving. Tevens is het stimuleren van de Europese markt voor secundaire grondstoffen een randvoorwaarde voor de transitie. Het streven is om de positie van Nederlandse bedrijven die bijdragen aan een circulaire economie te versterken. Een belangrijk instrument om de doelstellingen ten aanzien van Circulaire Economie te realiseren is Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI). Dat betekent Grafiek 319801990200020102020010.00020.00030.00040.00050.00060.00070.00080.00090.000100.000BBPWerkelijke afvalhoeveelheidBron: RWS leefomgevingBeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2108 dat bij de inkoop van producten, diensten en werken de effecten op people, planet en profit worden meegenomen.In 2019 komt het onderzoek van het RIVM naar de effecten van het programma «Transitiegericht Inkopen» uit de klimaatenveloppe 2018 beschikbaar. Ook gaat het RIVM in 2019 het onderzoek van 2017 naar de effecten van MVI herhalen om inzicht te krijgen in de voortgang.Het Ministerie van IenW werkt ook aan de verduurzaming van zijn eigen beleid, uitvoering en bedrijfsvoering en heeft daarvoor ook een eigen Actieplan MVI opgesteld. Gekozen is om hierbinnen inhoudelijk prioriteit te leggen op acties gericht op circulaire economie en klimaat.Voor de uitvoering van de kabinetsreactie voor de delen waarvoor IenW verantwoordelijk is, worden binnen de IenW begroting middelen vrijgemaakt. Voor 2019 en 2020 maakt het kabinet in totaal € 16 miljoen vrij. Deze middelen worden ingezet voor o.a.: de rijksbrede coördinatie van het CE-programma, de monitoring van de voortgang en effecten, de uitvoering van een aantal doorsnijdende thema’s uit de kabinetsreactie (zoals producentenverantwoordelijkheid, versnellingshuis, communicatie en circulair ontwerpen) en de versnelling en opschaling van de transitie-agenda’s waar IenW voor verantwoordelijk is.art 21. Duurzaamheid (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen – 4.746 61.855 27.673 25.639 17.662 17.691 16.316 Uitgaven: 21.741 60.014 27.462 25.639 17.662 17.691 16.316 Waarvan juridisch verplicht 84% 21.04 Duurzaamheidsinstru-mentarium 618 284 1.188 1.247 1.247 847 847 21.04.01 Opdrachten 618 284 1.188 1.247 1.247 847 847 21.04.03 Bijdrage aan agent-schappen 0 0 0 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 0 0 0 0 0 0 0 21.05 Duurzame Product-ketens 20.445 25.325 25.436 23.470 15.493 15.522 14.147 21.05.01 Opdrachten 10.724 7.637 13.503 13.722 5.793 5.821 5.821 – Uitvoering Duurzame productketens 9.274 5.578 13.139 13.357 5.428 5.456 5.456 – Caribisch Nederland afvalbeheer 1.450 0 0 0 0 0 0 21.05.02 Subsidies 2.541 10.140 4.216 2.031 2.003 2.004 629 – Caribisch Nederland afvalbeheer 0 4.291 3.559 1.374 1.374 1.375 0 21.05.03 Bijdrage aan agent-schappen 7.180 7.078 7.247 7.247 7.247 7.247 7.247 – waarvan bijdrage aan RWS 7.180 7.078 7.247 7.247 7.247 7.247 7.247 21.05.06 Bijdrage aan ZBO en RWT 0 470 470 470 450 450 450 Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2109 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 21.06 Natuurlijk kapitaal 678 550 838 922 922 1.322 1.322 21.06.01 Opdrachten 678 550 838 922 922 1.322 1.322 21.06.02 Subsidies 0 0 0 0 0 0 0 21.06.03 Bijdrage aan agent-schappen 0 0 0 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 0 0 0 0 0 0 0 21.07 Duurzame mobiliteit 0 33.855 0 0 0 0 0 21.07.01 Opdrachten 0 5.343 0 0 0 0 0 21.07.02 Subsidies 0 23.746 0 0 0 0 0 21.07.03 Bijdrage aan agent-schappen 0 4.766 0 0 0 0 0 – waarvan bijdrage aan RWS 0 2.271 0 0 0 0 0 Ontvangsten 618 0 0 0 0 0 0Extracomptabele fiscale regelingenNaast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».Fiscale regelingen 2017–2019, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € miljoen)1 2017 2018 2019 Vrijstelling groen beleggen box 3 44 39 37 Heffingskorting groen beleggen 27 26 25 Milieu-investeringsaftrek (MIA) 114 99 107 VAMIL 27 40 321 [–] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.21.04 Duurzaamheidsinstrumentarium Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht als gevolg van doorlopende opdrachten. Meer specifiek betreft het opdrachten die betrekking hebben op het ontwikkelen van een duurzaamheidsinstrumen-tarium en het verbeteren van het economisch functioneren van de huidige verdienmodellen.Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor diverse (onderzoeks)opdrachten op het beleidsterrein duurzaamheidsin-strumentarium.Extracomptabele verwijzingen BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2110 21.05 Duurzame productketens De uitgaven voor subsidies (zie hiervoor de subsidiebijlage) en agent-schapsbijdragen zijn volledig juridisch verplicht. De subsidies hebben een tijdshorizon en de agentschapsbijdragen hebben een structureel karakter. Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht als gevolg van doorlopende opdrachten.De budgettaire reeks Caribisch Nederland heeft betrekking op de wederopbouw van Saba en Sint-Eustatius en verbetering van het afvalbeheer op Bonaire en Sint-Eustatius.Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor diverse (onderzoeks)opdrachten op het beleidsterrein duurzame product-ketens.21.06 Natuurlijk kapitaal Meer specifiek betreft het opdrachten die betrekking hebben op de uitvoering van wettelijke taken onder andere door RWS op het gebied van biomassa en ecosystemen.Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikel wordt aangewend voor diverse (onderzoeks)opdrachten op het beleidsterrein natuurlijk kapitaal.21.04 Duurzaamheidsinstrumentarium Het ontwikkelen van een duurzaamheidsinstrumentarium en het verbe-teren van het economisch functioneren van de huidige verdienmodellen, zodat alle (maatschappelijke) kosten een rol gaan spelen bij de afwegingen van consumenten.21.04.01 Opdrachten In dit kader worden opdrachten verstrekt voor de ontwikkeling en implementatie van duurzaamheidsinstrumentarium, zoals monitoring, onderzoek en kennisontwikkeling en stimuleren van circulair ondernemen.21.05 Duurzame Productketens Productketens worden onderzocht met het oog op de gevolgen van de winning, verwerking en het (her)gebruik van grondstoffen. Actie- en resultaatgerichte samenwerking in ketens en in de «gouden driehoek» (onderzoekers, ondernemers en overheid) wordt ondersteund om te komen tot een circulaire economie gericht op het maximaliseren van de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen en het minimaliseren van waardevernietiging.Verduurzaming van de veehouderij is niet alleen van belang als onderdeel van transitie naar een circulaire economie, maar ook om te kunnen voldoen aan (Europese) doelen op het gebied van emissies en milieukwa-liteit. Tevens is verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving rondom veehouderijen nodig voor het waarborgen van een goed en gezond woon- en leefklimaat.Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2111 21.05.01 Opdrachten De opdrachten hebben betrekking op uitvoering van wettelijke taken op het gebied van het afvalbeleid (onder andere de uitvoering van het LAP3). Daarnaast heeft dit betrekking op opdrachten voor de uitvoering van «Nederland circulair in 2050». Dit betreft vooral de uitvoering van de prioriteiten kunststoffen, consumptiegoederen en het gedeelte infra-structuur van de prioriteit bouw.Voor landbouw betreft het onder andere onderzoek naar toepassingen van maatregelen die de emissies uit veehouderijen naar de lucht en de leefomgeving verminderen en daarmee bijdragen aan een goed en gezond woon- en leefklimaat rond veehouderijen.21.05.02 Subsidies Dit betreft budget voor subsidieverlening in het kader van voorlichting aan burgers over duurzame handelingsperspectieven en ondersteuning van bedrijven bij verduurzaming van productieprocessen. Daarnaast wordt subsidie verleend in het kader van het ontwikkelen, beheren en toetsen van transparante duurzaamheidcriteria.De middelen voor de ontwikkeling van het afvalbeheer Bonaire en voor wederopbouw, ten behoeve van herstelwerkzaamheden na de geleden orkaanschade (IRMA), ten aanzien van het afvalbeheer Saba en Sint Eustatius staan op een subsidiebudget vanaf 2018.21.05.03 Bijdragen aan agentschappen Dit betreft de bijdrage aan RWS in het kader van de transitie naar een Circulaire Economie (CE). Het betreft hier ook een opdracht aan RWS voor de uitvoering van het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA), waar IenW – ook namens gemeenten en provincies – de opdracht voor verleent.21.06 Natuurlijk Kapitaal Biotische (materiaal)ketens in kader van het borgen van het natuurlijk kapitaal zijn een integraal onderdeel van de transitie naar een circulaire economie. Biotische ketens, zoals hout of biocomposiet, kunnen vaak een alternatief zijn voor materialen van fossiele of minerale oorsprong. Duurzaam geproduceerde biotische grondstoffen maken het mogelijk om goederen of diensten duurzaam te kunnen benutten als circulair alter-natief.21.06.01 Opdrachten Het betreft hier opdrachten voor de ontwikkeling van criteria voor duurzaamheid van onder andere biomassa.Verder betreft dit de opdracht aan RWS voor de uitvoering van het beleid op het gebied van biotische ketens. RWS wordt gevraagd om de relatie inzichtelijk te maken tussen de inzet van biotische materialen en de gevolgen voor materiaalgebruik, CO2-emissies en energiegebruik. Verder levert RWS ondersteuning van Green Deals en de City Deal Circulaire Stad. Verder gaat het om enkele taken in verband met het stortplaatsen-dossier, informatie- en kennisoverdracht op het gebied van milieubeleid en -regelgeving voor de landbouw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2112 21.07 Duurzame Mobiliteit Op dit artikelonderdeel werden in 2018 met name opdrachten, subsidies en agentschapsbijdragen betreffende duurzame mobiliteit verantwoord. Vanaf 2019 vindt deze verantwoording plaats op artikel 14.21.07.01 Opdrachten Het Ministerie van IenW geeft uitvoerings- en onderzoeksopdrachten in het kader van de beleidsterreinen duurzame mobiliteit en industrie.21.07.02 Subsidies In het kader van de uitvoering van de Duurzame Brandstofvisie voor de transportsector (Kamerstukken II 2015–2016, 30 196, nr. 353) worden subsidies verstrekt voor technologieontwikkeling en innovatie duurzame mobiliteit en transport. De regeling DKTI is specifiek voor praktijktesten van initiatieven uit de markt, ondersteuning van de platforms die bij de uitvoering van de visie betrokken zijn en voor nationale bijdragen voor deelname aan Europese subsidieprojecten zoals calls van CEF, HORIZON en Fuel Cells land Hydrogen Joint Undertakings. Verder betreft dit budget voor de subsidie voor de uitreiking van de Koning Willem I-plaquette.21.07.03 Bijdrage aan agentschappen Dit betreft werkzaamheden die door RWS worden uitgevoerd. Het gaat om de uitvoering van werkzaamheden en het leveren van expertise op de beleidsterreinen duurzame mobiliteit en leefomgeving. Verder zit in deze bijdrage de opdracht vervat die het Ministerie van IenW jaarlijks aan de NEa verstrekt in het kader van de uitvoering van werkzaamheden op het gebied van energie en vervoer. Ook betreft dit een bijdrage aan het KNMI in het kader van Kenniscocreatie en kennislanding van wetenschap in beleid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2113 Beleidsartikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s Het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving, die door de inwoners van Nederland ook als zodanig wordt ervaren.RegisserenDe Minister is verantwoordelijk voor de integrale kaderstelling rond activiteiten die risico’s kunnen veroorzaken voor een gezonde en veilige leefomgeving. Deze regisserende rol komt naar voren in:•De normstelling en regels waaraan bedrijven en overheden zich bij de uitoefening van hun activiteiten moeten houden. Het daarvoor gewenste beschermingsniveau wordt bij voorkeur op Europees of internationaal niveau vastgelegd en nationaal geïmplementeerd, waardoor een level playing field bereikt wordt. De veiligheid van mens en milieu bij handelingen met genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s), bij de ontwikkeling en implementatie van regelgeving op het gebied van chemische stoffen (REACH) en bestrijdingsmiddelen (Biocidenverordening, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden), bij risicovolle bedrijven en bij het transport van gevaarlijke stoffen (water, rail, buisleidingen en weg) zijn voorbeelden waarbij dit in de vorm van wet- en regelgeving gebeurt. Voor deze dossiers geldt dat Nederland een actieve bijdrage levert aan de Europese processen die leiden tot verdere verbetering van deze internationale regels.•Waar Europese regels (deels) ontbreken, of waar specifieke omstandig-heden in Nederland het stellen van regels voor de veiligheid van de omgeving noodzakelijk maken, wordt in dialoog met stakeholders gezocht naar een optimum tussen de te bereiken doelen (en dus baten in termen van milieu en gezondheidswinst) en de lasten die deze regels veroorzaken. Dit is onder meer aan de orde bij de regelgeving rond buisleidingen, risicovolle bedrijven, de emissies van zeer zorgwekkende stoffen en het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Met dat laatste wordt een balans gezocht tussen de belangen van vervoer, ruimte en veiligheid. De voorgenomen verplichting om asbestdaken te saneren is in 2015 aangekondigd en krijgt in 2018/2019 zijn juridische vormgeving. In Nederland vormen asbestdaken de belangrijkste bron van verspreiding van asbestvezels in de leefomgeving.•Waar nieuwe technologische ontwikkelingen aanleiding zijn om na te gaan of beleid en regelgeving daarmee nog in de pas lopen, kan het overwegen van nieuw of aanvullend beleid en regulering aan de orde zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de beleidsontwikkeling ten behoeve van de veilige toepassing voor mens en milieu van nieuwe vormen van nanotechnologie en biotechnologie.•Het reduceren van de regeldruk wordt onder meer nagestreefd door een betere kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze taken worden door 29 Omgevingsdiensten (OD’s) uitgevoerd, waarbij zes OD’s een specialisatie in BRZO12-taken hebben. De Minister heeft hierin een regisserende rol als voorzitter van het bestuurlijk omgevingsberaad (BOB) en als verantwoordelijke voor het VTH-stelsel.•Tegengaan van lastendruk is ook een centrale invalshoek bij het transport van gevaarlijke stoffen. Om die reden stelt Nederland in principe geen hogere eisen aan verpakkingen en voer- of vaartuigen dan in de relevante internationale verdragen is vastgelegd, conform de EU-Kaderrichtlijn transport gevaarlijke stoffen.•Het verlenen van vergunningen met als doel bescherming van mens en milieu bij activiteiten met GGO’s.Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2114 •Het verlenen van vergunningen voor een beperkt aantal bedrijven met een verhoogd risico voor de externe veiligheid in Caribisch Nederland.StimulerenHet is primair de verantwoordelijkheid van bedrijven die risico’s voor een gezonde en veilige leefomgeving vormen om deze risico’s te identificeren en te voorkomen of te beperken. Dit geldt ook voor overheden die, bijvoorbeeld in de ruimtelijke ordening of vergunningverlening, keuzes maken die invloed hebben op een gezonde en veilige leefomgeving. De Minister stimuleert:•Het in beeld (doen) brengen van bestaande of nieuwe risicosituaties en het vermijden of beperken hiervan. Dit geschiedt door inventarisaties van deze risico’s en het stimuleren van de aanpak daarvan, door het in beeld brengen van de risico’s van nieuwe technologieën zoals het gebruik van nanomaterialen en biotechnologie, het volgen van nieuwe wetenschappelijke inzichten op het gebied van hormoonverstoring en gecombineerde blootstelling aan stoffen en door het ontwikkelen van beleid ten aanzien van onzekere risico’s. De eigen verantwoordelijkheid van bedrijven en andere overheden is daarbij een belangrijk anker, onder andere door openheid te geven ten aanzien van feitelijke risico’s. De Risicokaart (in overleg met het Ministerie van Veiligheid en Justitie ontwikkeld) en de Atlas Leefomgeving zijn hiervan voorbeelden. Op basis van deze informatie kunnen burgers nagaan hoe het is gesteld met de kwaliteit van hun directe leefomgeving. Het landelijk asbest-volgsysteem voorziet alle ketenpartijen van de nodige informatie. Om de sanering van asbestdaken tijdig op gang te brengen wordt het voorgenomen verbod begeleid door een subsidieregeling die in 2016 is ingegaan. Naar verwachting zal het in totaal beschikbare bedrag van € 75 miljoen in 2019 volledig zijn besteed. In 2016 is een samenwer-kingsverband met alle betrokken partijen opgericht om onder meer met behulp van een meerjarig uitvoeringsprogramma de sanering van de asbestdaken te begeleiden. Hiermee moet worden voorkomen dat er een capaciteitsprobleem ontstaat bij de inventarisatie- en verwijde-ringsbedrijven en dat er een handhavingsprobleem ontstaat na inwerkingtreding van het verbod. Decentrale overheden verkennen momenteel de mogelijkheden voor financieringsconstructies, bijvoorbeeld gekoppeld aan andere verduurzamingsmaatregelen.•Het nemen van maatregelen ter bescherming van mens en maatschap-pij tegen moedwillige verstoring van onderdelen van de vitale infrastructuur door te bevorderen dat de risico’s op moedwillige verstoring (bijvoorbeeld terroristische aanslagen) worden geïdentifi-ceerd en waar mogelijk beperkt. Het betreft hier onder andere chemische bedrijven en buisleidingen.•Een continue verbetering van de omgevingsveiligheid bijvoorbeeld met behulp van het instrument van de Safety Deals.•Dat veiligheid en gezondheid van meet af aan in innovaties wordt meegenomen, door via kennisontwikkeling en opleiding dit veilig-heidsdenken te ontwikkelen en te integreren. Daardoor kunnen op termijn gezonde en veilige producten en processen tot stand komen, hetgeen tevens bijdraagt aan realiseren van een circulaire economie («Veilig aan de Voorkant», Safe-by-design).Verder is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2115 Veiligheid en veiligheidsbeleving zijn niet eenvoudig objectief te meten. Het streven is gericht op het voorkomen van onveiligheid: vermeden onveilige situaties laten zich niet meten. Op dit terrein worden daarom kwantitatieve kengetallen gehanteerd.REACHIn het kader van de Europese stoffenregelgeving (REACH) worden stoffen beoordeeld en waar nodig van maatregelen voorzien (geharmoniseerde classificatie en labeling, autorisatie, restrictie). Nederland levert een bijdrage aan dat proces, waarbij de Nederlandse inzet wordt bepaald door de eerder ontwikkelde beleidsprioriteringscriteria en de mate waarin de betreffende stof voor Nederland zorgen oplevert, of hier geproduceerd of gebruikt wordt. Onderstaande tabel geeft aan wat de realisatie is in 2017 bij deze producten van het Europese systeem en wat naar verwachting de Nederlandse inbreng en voor de hele EU is in 2018 en 2019. Daarbij betreft de Nederlandse bijdrage de door Nederland ingebrachte dossiers en door andere lidstaten ingebrachte dossiers waar Nederland veelal actief input op levert.Tabel resultaten REACH in 2017, 2018 en 2019Realisatie 2017 Geraamd 2018 Geraamd 2019 NL inbreng Hele EU NL inbreng Hele EU NL inbreng Hele EU 1 Beoordelingen ontwerpbesluiten ECHA t.a.v. registratiedossiers en testvoor-stellen van Europese bedrijven. 95 211 120 420 80 395 2 Door Nederland uitgevoerde (en beoordeelde ontwerpbesluiten van) stofevaluaties. 2 22 2(30) 45 2(25) 50 3a Door Nederland gescreende stoffen. Circa 12 n.v.t. Circa 20 n.v.t. 3b Door Nederland ingediende (en becommentarieerde) RMO-analyses. 4(10) n.v.t. 5(10) n.v.t. 6(10) n.v.t. 4a Door Nederland ingebrachte (en becommentarieerde) Annex XV dossiers t.a.v. zeer ernstige zorgstoffen. 1(10) 10 2(15) 15 2(25) 25 4b Door Nederland gerapporteerde (en becommentarieerde) clusters van autorisatieverzoeken. 3(35) 40 1–2(5–10) 5–10 1–2(15) 15 5 Door Nederland gerapporteerde (en becommentarieerde) restrictiedossiers. 2(9) 9 2(5–7) 5–7 2(8) 8 6 Door Nederlandse ingebrachte (en becommentarieerde) voorstellen voor geharmoniseerde classificatie & labeling. 6(51) 53 6–11(30) 50 6–11(40) 85 7 Behandelde vragen door de REACH & CLP helpdesk. 668 n.v.t. 600 n.v.t. 450 n.v.t.Bronnen: RIVM, Werkprogramma 2018 Bureau REACH en Jaarverslag 2017 Bureau REACH. ECHA, Programming Document 2019–2021 – Draft 1 (december 2017).Toelichting:Het beoordeling- en besluitvormingstraject met betrekking tot de REACH-werkprocessen stofevaluatie, autorisatieverzoeken en restrictie-dossiers beperkt zich veelal niet tot één kalenderjaar waarmee de daarmee samenhangende werklast over meerdere jaren wordt verspreid. De getallen betreffen door NL becommentarieerde dossiers of door NL RAC- en SEAC-leden gedragen (co)rapporteurschappen. De aantallen door Indicatoren en KengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2116 Nederland becommentarieerde dossiers staan steeds tussen haakjes. Voor de Nederlandse bijdrage in 2018 en 2019 staan bandbreedtes (onzeker-heidsmarge) vermeld daar afstemming over de daadwerkelijke Neder-landse inzet nog niet is afgerond. Bij het prioriteren wordt de nadruk gelegd op stoffen die relevant zijn voor de Nederlandse situatie.Ad 1) In 2018 valt de laatste deadline voor preregistratie dossiers, waardoor ECHA een stijging in ontwerpbesluiten m.b.t. testvoorstellen voorziet.Ad 2) Het aantal stofevaluaties kende in 2017 een dip vanwege de interferentie met compliance check uitgevoerd door ECHA en is voor 2018 en 2019 weer terug op het oude niveau.Ad 3a) Het screeningswerk om tot de selectie te komen voor kandidaten voor risico reducerende maatregelen (stofevaluatie, classificatie, autorisatie of restrictie) maakte voorheen nog geen deel van uit van de tabel.Ad 4a) De Nederlandse inbreng aan Annex XV SVHC dossiers wordt voor 2019 op twee dossiers geschat. Het lastige daarbij is wel om tot geschikte stoffen te komen, deze volgen veelal uit andere processen zoals RMO-analyse en stofevaluatie.Ad 4b) De taken met betrekking tot de autorisatieverzoeken laten zich lastig beschrijven in aantallen. De autorisatieaanvragen betreffen in de regel 1 tot 3 gebruiken die afzonderlijke opinies behoeven. Aanvragen worden veelal geclusterd in groepen van vergelijkbare aanvragen die door dezelfde rapporteurs worden behandeld uit efficiëntieoverwegingen.Ad 5) Nederland levert input op alle restrictiedossiers.Ad 6) ECHA voorziet voor 2019 een forse toename in CLH dossiers.Ad 7) Het RIVM beantwoordt zowel vragen van de REACH Helpdesk als de CLP-Helpdesk. De verwachting is dat het aantal vragen af zal nemen na het verstrijken van de laatste registratie deadline medio 2018.AsbestdakenHet beleid is er op gericht dat alle asbestdaken verantwoord worden verwijderd. De juridische maatregelen die daartoe verplichten hebben vorm gekregen in 2018 (wettelijke grondslag in Wet milieubeheer) of zullen vorm krijgen in 2019 (algemene maatregel van bestuur ter uitwerking).Het aantal vierkante meters asbestdak in Nederland is in 2012 ingeschat op 120 mln. Het Ministerie van IenW volgt de sanering van de asbest-daken en brengt per kwartaal in beeld hoeveel daken er zijn gesaneerd. In onderstaande tabel wordt op jaarbasis de stand van zaken en de planning van de saneringsoperatie in beeld gebracht. Omdat verschillende provincies de asbestdaken op hun gebied in kaart brengen op basis van feitelijke waarnemingen, kan onderstaand overzicht met betrekking tot het resterend aantal vierkante meters in de loop van 2019 mogelijk worden geactualiseerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2117 Sanering asbestdaken (aantallen in miljoenen m2 ):gesaneerd resterend 2012 (-) 120 2013 4,5 115,5 2014 5,9 109,6 2015 6,9 102,7 2016 9,9 92,8 2017 10,8 82,0 2018 14,01 68,0 2019 17,01 51,01 de aantallen in de jaren 2018 en 2019 zijn inschattingen.Bron: Startmeldingenbestand van de Inspectie SZW (meldingen saneerders bij aanvang sanering), bewerkt door RWS. BevtVoor het oplossen van knelpunten veroorzaakt door het Basisnet is de milde saneringsregeling Bevt (Besluit externe veiligheid transport) gestart.9 Deze regeling heeft betrekking op het oplossen van huidige en mogelijke toekomstige knelpunten bij bestaande woningen langs basisnetroutes. Bij aanvang van deze regeling was er sprake van 42 kwetsbare objecten en per 1 januari 2018 resteren nog 11 woningen. Deze regeling loopt nog tot en met 2020 (bron: RWS).GGO’sEr is gekozen om over de uitvoering van de GGO-regelgeving niet alleen kengetallen te vermelden maar ook indicatoren. Immers, kengetallen geven uitsluitend een beeld van wat de bestede middelen voor vergun-ningverlening aan resultaten hebben opgeleverd, maar zij bieden geen inzicht in de mate waarin vergunningverlening aan het bereiken van het beleidsdoel heeft bijgedragen.Kengetallen zijn de aantallen ontvangen vergunningaanvragen, aanvragen voor wijziging van vergunningen, kennisgevingen, wijzigingen op kennisgevingen en art.2.8-verzoeken.Indicatoren zijn het percentage van het aantal vergunningaanvragen, kennisgevingen of art.2.8 verzoeken voor handelingen waarbij het risico voor mens en milieu gelijk of lager is dan een verwaarloosbaar risico.De GGO-regelgeving is op 1 maart 2015 gewijzigd10 waarbij naast vergunningen ook algemene regels, de mogelijkheid tot het doen van kennisgevingen en verzoeken ingevolge art. 2.8 van het Besluit ggo milieubeheer 2013 zijn geïntroduceerd en de structuur van de vergunning-verlening is gewijzigd. Dit gegeven zorgt ervoor dat nog maar een beperkte set historische kengetallen voorhanden is. De prognose voor 2019 is dat de realisatie eenzelfde beeld als 2017 en 2018 te zien zal geven.De realisatie in 2017 is als volgt:9Staatscourant 2015, nr. 10961, Beleidsregel verwerven van woningen langs basisnetroutes.10Stb. 2014, 57 en Stcrt. 2014, 11317Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2118 Kengetal2017 Indicator2017 Ingeperkt gebruik: – Vergunningaanvragen 120 100% – Kennisgevingen1 267 100% – Meldingen2 83 n.v.t. – Verzoeken ex art. 2.8 Besluit ggo 123 100% Introductie in het milieu, landbouw (inclusief marktaan-vragen) – – Introductie in het milieu, medisch, veterinair 6 100% Totaal 599 n.v.t.1 Het betreft kennisgeving op niveau I, II-k, II-v, en III, inclusief de wijzigingen op de respectieve-lijke niveaus2 Tussen 7 september 2016 en 31 december 2017 kan voor beperkte wijzigingen op een vergunning die voor 1 maart 2015 is verleend volstaan worden met een melding in plaats van een vergunningswijziging.Bron: RIVM, bureau Genetisch Gemodificeerde Organismen. Majeure risicobedrijvenJaarlijks rapporteert de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer de Staat van de Veiligheid bij de majeure risicobedrijven. De Staat van de Veiligheid majeure risicobedrijven schetst vanuit een breed perspectief een beeld van de veiligheidssituatie van de majeure risicobedrijven in Nederland. Met deze benadering wordt vanuit verschillende invalshoeken het beeld over de veiligheid bij deze groep bedrijven losgekoppeld van de individuele casuïstiek bij bedrijven. Op basis van een jaarlijks terugke-rende rapportage (eerste rapportage in 2014) kunnen tevens trends en ontwikkelingen over de veiligheid bij de majeure risicobedrijven zichtbaar worden en waar nodig specifieke sturingsmaatregelen worden genomen. De Staat van de Veiligheid majeure risicobedrijven is een monitoringsin-strument voor de stelselverantwoordelijke departementen (IenW, JenV en SZW). Op 9 juli 2018 (Kamerstukken II 2017–2018, 26 956, nr. 211) is de Staat van de Veiligheid over 2017 aan de Kamer aangeboden.Binnen het programma Duurzame Veiligheid 2030 (DV2030) wordt ernaar gestreefd om per 2030 een (petro)chemische industrie zonder noemens-waardige incidenten te bewerkstelligen. Partners uit het bedrijfsleven, wetenschap en overheid werken hiertoe samen in vijf themagewijze roadmaps. In deze roadmaps worden diverse projecten en onderzoeken uitgevoerd. Voor 2019 staat onder andere de derde fase van het Just Culture project en de follow-up van de nulmeting van de staat van de industriële installaties op de agenda. DV2030 werkt verder aan het concept van de «Safety Delta Nederland» waardoor de (petro)chemische industrie in Nederland in 2030 de veiligste ter wereld moet worden. Een eerste stap hierin is het maken van één gezamenlijke Kennisagenda Duurzame Veiligheid voor de (petro)chemie. De uitwerking van de Safety Delta Nederland staat prominent op de agenda voor 2019.In het met de andere overheden uit te voeren programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) wordt in het deelprogramma Modernisering Omgevingsveiligheid (MOV) 2019 verdere invulling gegeven aan de implementatie van de alternatieve invulling van het groepsrisico met aandachtsgebieden.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2119 De aandachtsgebieden geven inzicht in de risico’s in de omgeving die veroorzaakt worden door het verwerken, het vervoeren of het opslaan van gevaarlijke stoffen. Op kaarten worden deze gebieden gemarkeerd.Doordat de risico’s visueel worden gemaakt, zullen ruimtelijke ordenaars in hun plannen eerder rekening houden met de gevaren, zoals een brand, explosie of giftige wolk. In 2019 ligt het accent op het vaststellen van de aandachtsgebieden rondom Seveso-bedrijven, individueel en in groeps-verband. De invulling van het groepsrisico is in de Omgevingswet opgenomen.Veiligheid en gezondheid moeten, mede als voorwaarde voor het realiseren van een circulaire economie, van meet af aan in een innovatie worden meegenomen omdat alleen dan ook in de toekomst een gezonde en veilige leefomgeving realiseerbaar is. Safe-by-Design («Veilig aan de Voorkant») lijkt een geschikt concept te zijn om invulling te geven aan die voorwaarde en is daarom van groot belang voor het voorkomen van milieurisico’s. Met de brief «Beleidsaanpak omgevingsveiligheid en milieurisico’s» is de Kamer geïnformeerd over deze nieuwe ambities voor de aanpak van milieurisico’s en de acties die daar in 2019 en verder uit voortvloeien (Kamerstukken II 2017–2018, 28 089, nr. 88). In 2019 zal verder invulling worden gegeven aan de beleidsmodernisering (Programma Veiligheid Biotechnologie) die in de Kabinetsreactie Trendanalyse Biotechnologie11 is aangekondigd. Het doel van de beleidsmodernisering is ten minste te waarborgen dat de veiligheid van mens, dier en milieu is gewaarborgd bij toepassingen van biotechnologie en beleid en regelgeving zijn toegesneden op toekomstige ontwikke-lingen. In 2019 ontvangt de Kamer een tweede voortgangsbrief.In 2019 worden nieuwe versies van de Regeling vervoer land van gevaarlijke stoffen (VLG), de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen en de Regeling vervoer over het spoor van gevaarlijke stoffen gepubliceerd. Hiermee blijven de veiligheidseisen aan transport van gevaarlijke stoffen gekoppeld aan de laatste stand van zaken in wetenschap en techniek.art. 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 38.226 45.904 29.349 43.010 48.895 49.681 62.362 Uitgaven: 45.430 52.171 33.802 45.565 43.370 49.831 62.362 Waarvan juridisch verplicht 90% 22.01 Veiligheid chemische stoffen 5.867 11.486 7.345 8.146 7.955 7.955 7.885 22.01.01 Opdrachten 3.383 6.428 4.773 5.544 5.443 5.443 5.373 22.01.02 Subsidies 537 2.717 235 265 175 175 175 – NANoREG 51 2.182 0 0 0 0 0 – Overige subsidies 486 535 235 265 175 175 175 22.01.03 Bijdrage aan agent-schappen 1.958 2.341 2.337 2.337 2.337 2.337 2.337 11Brief aan TK, Beleidsnota Biotechnologie, reactie op Trendanalyse Biotechnologie 2016 «Regelgeving Ontregeld», 12-12-2016 (Kamerstukken II 2016–2017, 27 428, nr. 335).Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2120 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 – waarvan bijdrage aan RWS 1.946 2.341 2.337 2.337 2.337 2.337 2.337 22.01.05 Bijdragen aan interna-tionale organisaties 0 0 0 0 0 0 0 22.02 Veiligheid biotechno-logie 2.952 3.000 2.770 4.770 2.770 2.770 2.770 22.02.01 Opdrachten 2.952 3.000 2.770 4.770 2.770 2.770 2.770 22.02.05 Bijdragen aan interna-tionale organisaties 0 0 0 0 0 0 0 22.03 Veiligheid bedrijven en transport 36.611 37.685 23.687 32.649 32.645 39.106 51.707 22.03.01 Opdrachten 3.805 5.565 4.251 20.533 22.029 21.390 24.691 – Omgevingsveiligheid 1.305 1.223 1.979 16.160 16.160 15.480 18.160 – Overige opdrachten 2.500 4.342 2.272 4.373 5.869 5.910 6.531 22.03.02 Subsidies 27.298 27.072 14.869 7.549 6.049 13.149 22.449 – Asbest 26.347 23.091 10.783 3.194 3.194 10.294 19.594 – Overige subsidies 951 3.981 4.086 4.655 2.855 2.855 2.855 22.03.03 Bijdrage aan agent-schappen 1.896 2.002 1.521 1.521 1.521 1.521 1.521 – waarvan bijdrage aan RWS 1.896 2.002 1.521 1.521 1.521 1.521 1.521 22.03.04 Bijdragen aan medeover-heden 0 0 0 0 0 0 0 – Bijdragen programma Externe Veiligheid 0 0 0 0 0 0 0 22.03.05 Bijdragen aan interna-tionale organisaties 0 0 0 0 0 0 0 22.03.09 Inkomensoverdrachten 3.612 3.046 3.046 3.046 3.046 3.046 3.046 Ontvangsten 726 2.432 250 250 250 250 250Extracomptabele verwijzing naar artikel 18.06 Externe Veiligheid van het Infrastructuurfonds (bedragen x € 1.000)2019 2020 2021 2022 2023 Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 18.06 Externe Veiligheid van het Infrastructuurfonds 893 787 0 0 0 Andere ontvangsten van artikel 18.06 Externe Veiligheid van het Infrastructuurfonds 0 0 0 0 0 Totale uitgaven op artikel 18.06 Externe Veiligheid van het Infrastructuurfonds 893 787 0 0 0 waarvan 18.06 Externe veiligheid 893 787 0 0 022.01 Veiligheid chemische stoffen De uitgaven voor subsidies en de agentschapsbijdragen zijn volledig juridisch verplicht. Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht als gevolg van doorlopende opdrachten, waaronder opdrachten in de sfeer van wettelijke taken inzake het (inter)nationale stoffenbeleid evenals de vergunningverlening op dat gebieden het (interdeparte-mentale) meerjarenprogramma Gezondheidsrisico’s straling zendmasten Extracomptabele verwijzingen BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2121 (elektromagnetische velden) en de jaarlijkse bijdragen aan de Gezond-heidsraad en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmid-delen en biociden (Ctgb).Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikelonderdeel heeft met name betrekking op het uitvoeren van de programma’s REACH, waaronder ook de onderzoeken in het kader van de aanpak van zeer zorgwekkende stoffen, Gezondheid in het milieubeleid (GiM) en Safe-by-Design («Veilig aan de voorkant»).22.02 Veiligheid biotechnologie Het grootste deel van de uitgaven is juridisch verplicht als gevolg van de jaarlijkse bijdrage aan de COGEM en de uitgaven in het kader van het meerjarenonderzoeksprogramma Biotechnologie en Veiligheid.Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikelonderdeel wordt aangewend voor uitgaven in het kader van de modernisering veiligheid biotechnologie.22.03 Veiligheid bedrijven en transport De uitgaven voor inkomensoverdrachten en de agentschapsbijdragen zijn volledig juridisch verplicht. Van het subsidiebudget worden de budgetten voor de subsidieregelingen Verwijderen Asbestdaken en Versterking omgevingsveiligheid chemische sector 2019 in de Staatscourant gepubli-ceerd en zijn hiermee juridisch verplicht. Van het opdrachtenbudget is een deel juridisch verplicht als gevolg van doorlopende opdrachten. Meer specifiek betreft het opdrachten en subsidies in de sfeer van (wettelijke) taken inzake omgevingsveiligheid, vervoer gevaarlijke stoffen (beëindigen van chloortransporten over het spoor) en basisnetten.Het niet-juridisch verplichte deel van dit artikelonderdeel wordt voor een deel aangewend voor uitgaven in het kader van de modernisering van het omgevingsveiligheidsbeleid, veiligheid BRZO-bedrijven in Caribisch Nederland, vuurwerkcampagnes en het beheer van het VTH-stelsel (Stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving).22.01 Veiligheid chemische stoffen 22.01.01 Opdrachten In dit kader worden opdrachten verstrekt aan onder andere de Gezond-heidsraad voor de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van asbest, chemische stoffen en externe veiligheid en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) voor de uitvoering van het werkprogramma. Daarnaast worden opdrachten verstrekt voor het meerjarig onderzoekprogramma elektromagnetische velden (EMV), de uitvoering van EU-regelgeving ten aanzien van zeer zorgwekkende stoffen in relatie tot andere overheden (vergunningver-lening), voor de uitvoering van taken op de gebieden «veiligheid en gezondheid» (asbest) en «nieuwe risico’s en security» (nanotechnologie en synthetische biologie).22.01.02 Subsidies De subsidies hebben betrekking op de bijdrage aan het Platform EMV.Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2122 22.01.03 Bijdragen aan agentschappen Dit betreft de bijdrage aan RWS voor voornamelijk de capaciteitsinzet in het kader van de uitvoering van InfoMil (centraal punt voor bundeling en verspreiding van milieu wet- en regelgeving) op het beleidsonderwerp «asbest». Daarbij wordt inzet geleverd voor het beheer en verdere ontwikkeling van het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS).22.02 Veiligheid biotechnologie 22.02.01 Opdrachten Ter uitvoering van de wettelijke taak wordt jaarlijks een opdracht verstrekt aan de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) voor het maken van beoordelingen inzake risico’s verbonden aan werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen en het adviseren over maatregelen risicobeheersing en monitoring die bij de uitvoering van werkzaamheden met GGO’s kunnen worden toegepast. Daarnaast worden de uitgaven in het kader van het meerjarige onderzoeksprogramma Biotechnologie en Veiligheid hier verantwoord.22.03 Veiligheid bedrijven en transport 22.03.01 Opdrachten OmgevingsveiligheidHet betreft hier uitgaven in het kader van de Impuls omgevingsveiligheid (IOV 2019–2020) voor de deelprogramma’s Besluit risico’s zware ongevallen (BRZO), Publicatiereeks Gevaarlijke stoffen (PGS), Informatie/Kennisinfrastructuur en lokaal externe (omgeving) veiligheidsbeleid. Door middel van een programmatische aanpak wordt ingezet op het creëren van een veiligere leefomgeving. Het programma wordt uitgevoerd onder auspiciën van het Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOB).Overige opdrachtenHet betreft hier opdrachten voor (wettelijke) taken in het kader van BRZO bedrijven, olieterminals in Caribisch Nederland en vuurwerk, de monitoring van basisnetten (weg, water, spoor), aanpassing regelgeving vervoer gevaarlijke stoffen als gevolg van wijzigingen internationale verdragen, modellenbeheer buisleidingen (Bevb), onderhouden Activitei-tenbesluit voor het realiseren vermindering regeldruk bedrijven en de stelselontwikkeling en het beheer van standaarden voor vergunningver-lening, toezicht en handhaving (VTH). Daarnaast worden opdrachten verstrekt voor onderzoek en implementatie van risicoreductie maatregelen alsmede de ondersteuning en begeleiding van het verwijderen van asbestdaken.22.03.02 Subsidies AsbestHet betreft hier de uitgaven in het kader van de Subsidieregeling verwijderen asbestdaken die door de RVO wordt uitgevoerd. Jaarlijks wordt in de Staatscourant het beschikbare jaarbudget gepubliceerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2123 Overige subsidiesHet betreft hier de uitgaven in het kader van de Subsidieregeling versterking omgevingsveiligheid chemische sector, die door de RVO wordt uitgevoerd. Jaarlijks wordt in de Staatscourant het beschikbare jaarbudget gepubliceerd. De overige subsidies hebben voornamelijk betrekking op de vuurwerkcampagnes, subsidies aan organisaties die een bijdrage leveren aan het samenwerkingsprogramma «verwijderen asbestdaken» en het vervolmaken van het stelsel van Omgevingsdiensten. Daarnaast kunnen hier ook als onderdeel van de uitvoeringsagenda BRZO ook subsidies worden toegekend onder de noemer «Safety Deals». De Safety Deals zijn complementair aan de maatregelen die versterking van toezicht en handhaving tot doel hebben. Het gaat hier om het creëren van een duurzame veiligheidscultuur bij onder meer de bedrijfsprocessen binnen de chemiesector.22.03.03 Bijdragen aan agentschappen Dit betreft de bijdrage aan RWS voor de capaciteitsinzet in het kader van de uitvoering van InfoMil (centraal punt voor bundeling en verspreiding van milieu wet- en regelgeving) op de beleidsonderwerpen «kennisover-dracht omgevingsveiligheid» en «vergunningverlening». Daarnaast vinden hier uitgaven plaats voor werkzaamheden van de Dienst Verkeer en Scheepvaart van RWS in het kader van basisnetten en vervoer gevaarlijke stoffen.22.03.09 Inkomensoverdrachten De inkomensoverdrachten hebben betrekking op het honoreren van incidentele aanvragen in het kader van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienst gerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS). Deze regeling is bedoeld voor iedereen die de ziekte van maligne mesothe-lioom heeft als gevolg van contact met asbest buiten de werksituatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2124 Beleidsartikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie Het KNMI adviseert en waarschuwt de samenleving om risico’s met een atmosferische of seismische oorsprong terug te dringen. Het KNMI ontwikkelt daartoe hoogwaardige kennis, verricht waarnemingen, en zet die om in producten en diensten die de veiligheidsrisico’s verminderen, bijdragen aan een duurzame samenleving en economische mogelijkheden bevorderen.FinancierenDe Minister is verantwoordelijk voor het faciliteren van een internationaal systeem van organisaties waarin Nederland vertegenwoordigd wordt door het KNMI. Dit doet zij door haar rol van financier in de vorm van bijdragen en contributies. Met name te noemen zijn EUMETSAT12, ECMWF13 en WMO14.(Doen) uitvoerenDe Minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet taken meteorologie en seismologie. De Minister heeft deze taken belegd bij het agentschap KNMI. De rol «(doen) uitvoeren» heeft betrekking op de volgende taken:a.het kosteloos verstrekken van algemene weerberichten omtrent de toestand van het huidige weer en het te verwachten weer;b.waarschuwingen aan het algemeen publiek bij verwacht of werkelijk gevaarlijk of maatschappij-ontwrichtend weer of waarschuwingen bij calamiteiten waarbij het weer een belangrijke rol speelt;c.het onverwijld informeren van het algemeen publiek bij een significante bodembeweging door geofysische bronnen of vulkani-sche activiteit;d.het kosteloos ondersteunen van bestuursorganen in gedefinieerde gevallen;e.het voortbrengen of verzamelen van meteorologische, seismologi-sche en andere geofysische gegevens in het kader van de uitvoering van de taken zoals opgenomen in de Wet meteorologie en seismolo-gie;f.het beheer en onderhoud van de voor de uitvoering van zijn taken noodzakelijke technische infrastructuur;g.het overeenkomstig ministeriële regeling desgevraagd ondersteunen van bestuursorganen, de rechterlijke organisatie, overheidsbedrijven of openbare lichamen op het terrein van meteorologie, seismologie of andere geofysische terreinen bij de uitvoering van aan hen bij of krachtens wet opgedragen taken;h.onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling met betrekking tot meteorologie, seismologie en andere geofysische terreinen;i.meteorologische, seismologische en andere geofysische gegevens of het onderzoek, bedoeld in onderdeel h, op verzoek van internationale organisaties voortbrengen, verzamelen of beschikbaar stellen;j.het voor hergebruik als bedoeld in de Wet hergebruik van overheids-informatie, zonder dat daartoe een verzoek is gedaan op grond van die wet, beschikbaar stellen van meteorologische, seismologische en andere geofysische gegevens of onderzoeksresultaten, of de opzet daarvan, voor zover intellectuele eigendomsrechten van anderen dat 12European Organisation for the Exploitation of Meteorological Satellites; www.eumetsat.int.13European Centre for Medium-Range Weather Forecasts; www.ecmwf.int.14World Meteorological Organization; www.wmo.ch.Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2125 niet beperken, waarbij er op basis van een overeenkomst aanvullende dienstverlening kan worden verleend;k.internationale samenwerking op het gebied van meteorologie en seismologie en andere geofysische terreinen; enl.het verlenen van meteorologische diensten voor de luchtvaartnaviga-tie.De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor het Kernstopverdrag en de Minister van Economische Zaken en Klimaat is verantwoordelijk voor het kader van de Mijnbouwwet.Realisatie Streefwaarde/ norm Indicatoren 2013 2014 2015 2016 2017 Algemene weersverwachtingen en adviezen – afwijking min.temperatuur (°C) – 0,01 – 0,18 0,45 0,44 0,34 ABS1 (<0,5) – afwijking max.temperatuur (°C) – 0,25 – 0,25 – 0,31 – 0,36 – 0,31 ABS (<0,5) – gemiddelde afwijking windsnelheid (m/s) 0,26 0,00 0,00 0,26 – 0,12 ABS (<1,0) Maritieme verwachtingen – tijdigheid marifoonbericht (%) 99,3 99,9 99,5 98,9 99,4 > 99 Gereviewde publicaties 105 105 120 113 139 > 80 Kengetallen Aantal uitgegeven weeralarmen 2 1 1 2 1 Percentage tijdige beschikbaarheid van de meteorologische producten (Bron: EUMETSAT) >98,5 >98,5 >98,5 >98,5 >98,5 >98,51 ABS: absolute waardeBron: KNMI, 2018ToelichtingDe indicatoren ten aanzien van algemene weers- en maritieme verwach-tingen geven een indruk van de tijdigheid van de berichtgeving door het KNMI en de gemiddelde afwijking van verwachte waardes voor tempe-ratuur en windsnelheid ten opzichte van de uiteindelijk waargenomen waardes. Het aantal gereviewde publicaties is een maatstaf voor de kwantiteit en de kwaliteit van het onderzoek van het KNMI. Het aantal zogenoemde gereviewde publicaties in vooraanstaande wetenschappe-lijke tijdschriften wordt bepaald.Het aantal weeralarmen is afhankelijk van de weersomstandigheden; hierdoor is er geen norm aan te geven. Bovendien is het afgeven van een weeralarm geen doel op zich. Wel is belangrijk dat het instrument weeralarm effectief wordt ingezet om de samenleving tijdig te waarschuwen voor maatschappij-ontwrichtend weer. In het jaarverslag zal worden ingegaan op het aantal opgetreden weeralarmsituaties en de mate waarin het KNMI gegrond heeft gewaarschuwd, dan wel gegrond niet heeft gewaarschuwd.Het kengetal «tijdige beschikbaarheid van de meteorologische producten» geeft een beeld van de tijdige beschikbaarheid van de gegevens van de METEOSAT- en METOP-satellieten voor de meteorologische producten van het KNMI. Indien de streefwaarden niet worden gehaald, heeft dat een negatieve impact op de kwaliteit van de weersverwachting op de dagen Indicatoren en KengetallenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2126 van gebrekkige beschikbaarheid van de waarnemingen, een en ander afhankelijk van de dan optredende weerssituatie.Op dit artikel hebben geen beleidswijzigingen plaatsgevonden met effect op de begroting 2019.Art. 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 43.088 51.115 53.728 49.847 43.681 46.976 46.185 Uitgaven: 43.959 52.061 52.786 49.093 42.716 45.890 43.219 Waarvan juridisch verplicht 100% 23.01 Meteorologie en seismologie 26.726 32.404 31.151 30.786 30.707 28.807 28.807 23.01.03 Bijdrage aan het agentschap KNMI 25.855 31.464 30.211 29.846 29.767 27.867 27.867 – Meteorologie 24.969 30.387 29.234 28.979 29.011 27.111 27.111 – Seismologie 661 952 952 842 731 731 731 23.01.05 Bijdrage aan interna-tionale organisaties 870 940 940 940 940 940 940 – Contributie WMO (HGIS) 870 940 940 940 940 940 940 23.02 Aardobservatie 17.233 19.657 21.635 18.307 12.009 17.083 14.412 23.02.03 Bijdrage aan het agentschap KNMI 17.233 19.657 21.635 18.307 12.009 17.083 14.412 – Aardobservatie 17.233 19.657 21.635 18.307 12.009 17.083 14.412 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0De uitgaven voor de bijdrage aan het agentschap KNMI zijn volledig juridisch verplicht. De bijdrage aan het agentschap KNMI heeft een structureel karakter.23.01 Meteorologie en seismologie 23.01.03 Bijdrage aan het agentschap KNMI Meteorologie•Reguliere uitgifte van een algemeen weerbericht en van waarschuwin-gen voor gevaarlijk weer (code geel, code oranje en weeralarm);•Terbeschikkingstelling van de meteorologische basisdata van het nationale meteorologische meetnet en de nationale meteorologische modelinfrastructuur, op basis van een opendatabeleid;•Terbeschikkingstelling van data, informatie en kennis over het huidige klimaat;•Het leveren van projecties over het toekomstige klimaat (klimaatscena-rio’s);•Verrichten van strategisch en toegepast onderzoek en het geven van beleidsadviezen op het gebied van de meteorologie;•Internationale vertegenwoordigingen op het gebied van de meteorolo-gie (met name WMO, EUMETSAT en ECMWF);•Beantwoorden van vragen vanuit de maatschappij over weer en klimaat.Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2127 Seismologie•Continu monitoren van natuurlijke en geïnduceerde seismiciteit in Nederland;•Verrichten van strategisch en toegepast onderzoek en het geven van beleidsadviezen op het gebied van de seismologie;•Beantwoorden van vragen vanuit de maatschappij op het gebied van aardbevingen en tsunami’s;•Verrichten van waarnemingen en onderzoek ten behoeve van het Nationaal Data Centre (NDC) voor de CBTBO.23.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties: contributie WMO De beschikbare middelen worden gebruikt om de Nederlandse contributie aan de World Meteorological Organization (WMO) te voldoen. De WMO coördineert de noodzakelijke wereldwijde samenwerking binnen de meteorologische gemeenschap (zowel op weer en klimaat gerelateerd onderwerpen) en opereert de infrastructuur waarmee waarnemingen internationaal worden uitgewisseld. Het KNMI vertegenwoordigt Nederland bij de WMO. Het budget van de WMO wordt vierjaarlijks door het WMO Congress vastgesteld. De Nederlandse contributie wordt gefinancierd uit HGIS.23.02 Aardobservatie 23.02.03 Bijdrage aan het agentschap KNMI Het verzorgen van de waarnemingen vanuit polaire en geostationaire weersatellieten wordt in Europees verband uitgevoerd door EUMETSAT, een intergouvernementele organisatie van 30 lidstaten. Deze operationele satellieten leveren informatie die onontbeerlijk is voor het monitoren van weer en klimaat. Het KNMI vertegenwoordigt Nederland bij EUMETSAT. Het budget van EUMETSAT wordt jaarlijks in de Council vastgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2128 Beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht Het stimuleren en bewaken van veilige vervoers- en watersystemen en een duurzame leefomgeving.FinancierenDe Minister is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving in het transport en de leefomgeving. De Minister heeft een nationale coördinatie- c.q. verantwoordingsverplichting richting de EU ten aanzien van internationale milieuregelgeving.Binnen het departement is de uitvoering van de handhaving en het toezicht opgedragen aan het agentschap Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De werkzaamheden van dit agentschap worden groten-deels gefinancierd via bijdragen vanuit IenW. Een deel van de kosten van vergunningverlening wordt gefinancierd vanuit tarieven aan externe partijen; het niet gedekte deel van de kosten van vergunningverlening wordt gefinancierd vanuit bijdragen op artikel 97 uit deze begroting. De tarieven die aan externe partijen voor vergunningverlening wordt gevraagd zijn dus niet geheel kostendekkend.De Autoriteit woningcorporaties als onderdeel van de ILT houdt namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toezicht op de woningcorporaties. Dit toezicht wordt, met uitzondering van het toezicht op de naleving van de Wet normering topinkomens (WNT), gefinancierd via een jaarlijkse heffing op deze woningcorporaties. Het toezicht op de naleving van de WNT wordt uit de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gefinancierd.Namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat wordt toezicht gehouden op het gebruik van gassen die invloed hebben op het klimaat. Naast ozonlaag afbrekende gassen zijn dit ook gassen die als broeikasgas worden bestempeld.De ILT voert het toezicht uit en geeft vergunningen af voor de zogenaamde precursoren voor explosieven namens de Minister van Justitie en Veiligheid. Deze stoffen kunnen worden gebruikt om (terroris-tische) aanslagen te plegen. Verkoop ervan is door een vergunningstelsel beperkt.(Doen) uitvoerenDe Minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke taken van het agentschap ILT.De rol uitvoeren heeft betrekking op:•Toezicht door middel van inspecties/controles•Het houden van audits•Het afhandelen van incidenten/voorvallen•Het doen van onderzoeken•Vergunningverlening•Afhandeling meldingen•Afhandeling vragenEen beschrijving van het uitvoeringsprogramma van de ILT is te vinden in het Meerjarenplan 2019–2023 (MJP) dat in het najaar 2018 aan de Tweede Kamer wordt verzonden. In dit meerjarenplan wordt de Tweede Kamer ook verder geïnformeerd over het toezicht op de woningcorporaties van de Autoriteit woningcorporaties.Algemene Doelstelling Rollen en VerantwoordelijkhedenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2129 Indicatoren en kengetallenOnderstaande tabel geeft inzicht in de voorziene activiteiten in het begrotingsjaar.De ILT zet haar schaarse capaciteit selectief in op de terreinen waar de maatschappelijke risico’s het grootst zijn en waar het handelen van de ILT het meeste effect kan sorteren. Een belangrijke pijler voor deze afweging is de ILT-Brede Risicoanalyse (IBRA). Deze wordt tegelijk met het MJP aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze ontwikkelde methode helpt de ILT om ordelijk te kiezen, op basis van maatschappelijke schade, aan welke taken zij prioriteit geeft en aan welke niet. De grootste maatschap-pelijke risico’s worden door de ILT programmatisch aangepakt, met telkens de meest kansrijke combinatie van disciplines, specialisten en instrumenten. Daarbij worden instrumenten ingezet van gerichte nalevingscommunicatie tot opsporing. De ILT is gestart met zeven programma’s. In 2019 worden daar vier programma’s aan toegevoegd.Bij de inrichting van de thematische inspectieprogramma’s wordt de bestaande capaciteitsinzet gericht op het verbeteren van de effectiviteit op deze onderwerpen.Overzicht productie-aantallen 2017–2019 Productie-aantallen 2019 Vergunning-verlening Toezicht Onderzoek en handhaving (Incidenten) Dienstver-lening ILT 21.000 67.300 3.500 620.000 waarvan AW (Autoriteit woningcorporaties) 750 175 4 0Bovengenoemde aantallen zijn gebaseerd op de huidige inzichten. Ontwikkelingen binnen en buiten de ILT zorgen ervoor dat het werk van de ILT de komende tijd zal veranderen. De snel veranderende wereld en (technologische) ontwikkelingen in de maatschappij vragen dat van de ILT. Maar ook de conclusies uit de parlementaire enquête over de Fyra en de vele taken van de ILT eisen dat de organisatie verandert. De ILT wil haar taken kunnen uitvoeren en daarbij voldoende flexibel worden en blijven om te kunnen meebewegen met nieuwe ontwikkelingen. De basis voor de verandering is:A.informatie gestuurd (data) werken en transparant over resultaten;B.selectieve en effectieve inzet gebaseerd op de hiervoor genoemde risicoanalyse;C.invulling geven aan reflectieve en signalerende functie;D.optimale dienst-(vergunning)verlening en verbetering kostendek-kendheid.Voor de in het regeerakkoord aangekondigde exportheffing op afval-stoffen zal de ILT als toezichthouder gaan optreden.BeleidswijzigingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2130 art. 24 Handhaving en Toezicht (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 106.759 110.547 108.072 107.253 107.235 107.241 107.241 Uitgaven: 106.759 110.547 108.072 107.253 107.235 107.241 107.241 Waarvan juridisch verplicht 100% 24.01 Handhaving en toezicht 106.759 110.547 108.072 107.253 107.235 107.241 107.241 24.01.03 Bijdrage aan het agentschap ILT 106.759 110.547 108.072 107.253 107.235 107.241 107.241 – Afval, Industrie en bedrijven 22.092 22.915 23.675 23.559 23.492 23.493 23.493 – Rail en wegvervoer 22.634 23.257 22.834 22.845 22.861 22.863 22.863 – Scheepvaart 18.356 18.607 18.244 18.253 18.272 18.272 18.272 – Luchtvaart 15.522 16.426 16.342 15.609 15.615 15.617 15.617 – Water, producten en stoffen 20.230 20.728 19.833 19.843 19.851 19.852 19.852 – Programmakosten handhaving ILT 6.975 7.664 6.194 6.194 6.194 6.194 6.194 – Afval Industrie en Bedrijven CN 100 100 100 100 100 100 100 – Scheepvaart CN 500 500 500 500 500 500 500 – Luchtvaart CN 250 250 250 250 250 250 250 – Water, Producten en Stoffen CN 100 100 100 100 100 100 100 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0De uitgaven voor de bijdrage aan het agentschap ILT zijn volledig juridisch verplicht. De bijdrage aan het agentschap ILT heeft een structureel karakter.De werkzaamheden die de ILT uitvoert voor de financiële bijdragen van het moederdepartement aan het agentschap zijn toe te wijzen aan de hieronder weergegeven onderdelen. In het Meerjarenplan (MJP) 2019–2023 staat uitgebreider beschreven welke taken worden uitgevoerd en de bijbehorende kengetallen ten aanzien van programma’s, vergun-ningverlening en toezicht. Vergunningverlening en de werkzaamheden van de Autoriteit woningcorporaties worden niet gedekt door agent-schapsbijdrages maar door bijdrages uit de markt respectievelijk de sector.24.01 Handhaving en toezicht De ILT voert haar werkzaamheden uit op basis van de volgende verdeling:A.ProgrammatischB.Niet-programmatischC.Onderzoek en handhaving (incidenten)D.Optimale dienstverlening en vergunningverleningE.Autoriteit woningcorporatiesBudgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2131 A. Programma’s in 2019De ILT zet haar schaarse middelen in op de taken met de grootste maatschappelijke risico’s, zoals die met behulp van de ILT-Brede Risico-analyse (IBRA) zijn berekend. Vraagstukken vereisen steeds vaker een integrale in plaats van sectorale benadering waarbij ook rekening is gehouden met de technologische ontwikkelingen. De grootste maatschap-pelijke risico’s worden programmatisch opgepakt. Deze nieuwe aanpak vraagt om samenwerking met collega’s van beleid en van andere inspecties op basis van een gedegen informatiepositie, een efficiënte inzet van multidisciplinaire teams en de juiste middelen, gericht op het grootste maatschappelijke effect.11 Programma’sIn 2018 is de ILT gestart met programmatisch werken op de zes belang-rijkste onderwerpen van de IBRA. Die risico’s worden programmatisch aangepakt en worden hierna benoemd. In het MJP staan de ambities en activiteiten ruim beschreven. Met de in de programma’s genoemde activiteiten wil de ILT bijdragen aan de realisatie van deze ambitieuze doelstellingen. De mate waarin dit op dit moment al haalbaar is, is onderdeel van de ontwikkeling om tot programmatisch werken te komen. Dit zal met vallen en opstaan gepaard gaan. Om deze ervaringen te delen, organiseert de ILT in 2019 voor elk van de programma’s een in- en externe stakeholderbijeenkomst.De ILT wil op termijn meer werk programmeren waarbij de werkzaam-heden van de ILT beargumenteerd en gestuurd worden op basis van het maatschappelijk doel. In 2019 wordt gestart met vier programma’s die zijn gebaseerd op de uitkomsten van IBRA 2018 (programma’s 1 t/m 4). De ILT werkt dan op de volgende onderwerpen in programma’s:1.Onjuiste uitvoering rijksbeleid meest risicovolle bedrijven2.Legionellabestemming bij prioritaire instellingen3.Verstoring marktwerking taxivervoer4.Onveilig spoorvervoer5.Aantasting van bodem, grond- en oppervlaktewater6.Onjuiste verwerking van afvalstoffen7.Marktevenwicht in het goederenvervoer over de weg8.Productenlabels en ecodesign9.Vrijkomen van ozonlaag afbrekende en klimaatschadelijke stoffen10.Uitstoot en/of lozing van gevaarlijke stoffen door scheepvaart11.SchipholMet deze stap wordt de top 10 van grootste risico’s, berekend door de IBRA, programmatisch aangepakt. Het elfde programma «Schiphol» is ingegeven door politiek-bestuurlijk belang.B. Niet-programmatisch werkenToezicht en opsporingToezicht en opsporing is in 2019 voor een groot deel (nog) niet onderge-bracht in de programma’s. Het gaat om taken zoals milieuveiligheid van stoffen en producten, transport over weg, rail en water en door de lucht, gevaarlijke stoffen en risicovolle bedrijven en het toezicht op certifice-rende instellingen en andere overheden. Er wordt toezicht gehouden op basis van objectinspecties, administratiecontroles en audits. Dit werk continueert en verandert ook.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2132 Certificerende instellingenDe ILT onderhoudt een relatie met ruim 600 certificerende instellingen. Een deel van deze certificerende instellingen verstrekt in mandaat van de overheid c.q. de ILT certificaten. Dergelijke stelsels, waarbij marktpartijen in mandaat de publieke taak van vergunningverlening uitvoeren, komen voor in verschillende maatschappelijke domeinen en in verschillende vormen. Behalve dat de ILT in 2019 doorgaat met de professionalisering van haar optreden binnen deze (wettelijke) stelsels, zal zij ook in 2019, mogelijk samen met andere toezichthouders, een nadere analyse maken van mogelijke risico’s voor de publieke belangen die aan dergelijke stelsels kunnen klevenC. Onderzoek en HandhavingNederland is veiliger, maar het voelt niet zo. Dat is een van de uitkomsten uit de ILT-omgevingsanalyse. Incidenten, bijzondere gebeurtenissen en niet te voorspellen ontwikkelingen vinden plaats en leiden tot een heftige reactie in de samenleving. De ILT onderzoekt incidenten als handhaver en kan handelend optreden.D. Dienstverlening en VergunningverleningDe ILT werkt aan kostenefficiency door het optimaliseren en verzakelijken van de dienstverlening en de vergunningverlening. De ILT is altijd bereikbaar via haar meld- en informatiecentrum. Via de informatievoor-ziening op de website, de webcare, mediavoorlichting, afstemming met sectoren en branches en door middel van direct contact met het klantcon-tactcentrum. Het frontoffice van de ILT herkent en vangt signalen op uit de omgeving, bundelt die signalen en zet deze door in de organisatie. Via klanttevredenheidsonderzoeken meet de ILT de tevredenheid van klanten.De ILT ontwikkelt zich op het gebied van vergunningverlening verder tot een organisatie die de aanvrager duidelijkheid, eenvoud en gemak biedt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2133 Beleidsartikel 25 Brede Doeluitkering Het realiseren van maatwerkoplossingen voor verkeers- en vervoersvraag-stukken door de twee krachtens artikel 20, derde lid, van de Wet personen-vervoer 2000 aangewezen openbare lichamen die verkeer- en vervoer-staken verrichten (vervoerregio’s). Dit betreffen thans de Vervoerregio Amsterdam en het samenwerkingsverband van gemeenten in de zuidelijke Randstad, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.FinancierenDe Minister is systeemverantwoordelijk voor de bijdrage aan de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU), die het mogelijk maakt dat er in de gebieden waar de vervoerregio’s actief zijn maatwerkoplossingen kunnen worden geboden voor verkeers- en vervoervraagstukken. Dit artikel hangt samen met artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid en artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor waarin het bredere beleidsveld wordt geschetst.De samenwerkingsverbanden Vervoerregio Amsterdam en Metropool-regio Rotterdam Den Haag zijn verantwoordelijk voor de beleidsinhoude-lijke beslissingen over hun verkeer- en vervoeraangelegenheden.Voor 2019 zijn er geen beleidswijzigingen.Art 25. Brede doeluitkering (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 926.383 925.246 898.544 912.434 901.630 887.442 887.442 Uitgaven: 930.277 929.574 899.965 898.466 887.442 887.441 887.442 Waarvan juridisch verplicht 100% 25.01 Brede doeluitkering 930.277 929.574 899.965 898.466 887.442 887.441 887.442 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 025.01 Brede Doeluitkering Conform de wet BDU wordt jaarlijks voorafgaand aan het uitkeringsjaar de brede doeluitkering ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het regionaal verkeer- en vervoersbeleid geheel als betalingsver-plichting vastgelegd.Jaarlijks wordt een beschikking verstrekt voor de Brede Doeluitkering aan de Vervoerregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Deze beschikking wordt berekend op basis van de in de Wet BDU Verkeer en Vervoer opgenomen methodiek. Uitbetaling vindt plaats in vijf termijnen, waarvan de tweede termijn een dubbele is.De Vervoerregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag zijn vrij in de afweging aan welke verkeer- en vervoertaken zij de BDU-middelen besteden. Zij bepalen dat aan de hand van de doelen die zij willen bereiken op hun verkeer- en vervoersterrein. Daarbij hebben zij veel ruimte voor een eigen invulling, rekening houdend met de specifieke kenmerken van hun regio.Algemene doelstelling Rol en verantwoordelijkheden Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2134 Beleidsartikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen Op dit artikel worden de bijdragen aan het Infrastructuurfonds en het Deltafonds verantwoord.FinancierenZaken die op het Infrastructuurfonds en Deltafonds worden verantwoord zijn terug te vinden in de verschillende beleidsartikelen op de begroting Hoofdstuk XII.Voor de beleidswijzigingen wordt verwezen naar de betreffende beleidsar-tikelen.Art. 26 Bijdrage investeringsfondsen (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 5.259.841 6.387.709 7.795.954 7.564.932 7.582.089 7.417.229 7.622.385 Uitgaven: 5.259.841 6.387.709 7.795.954 7.564.932 7.582.089 7.417.229 7.622.385 26.01 Bijdrage aan het Infrastructuurfonds 4.604.822 5.515.228 6.921.916 6.637.549 6.634.493 6.309.146 6.504.240 26.02 Bijdrage aan het Deltafonds 655.019 872.481 874.038 927.383 947.596 1.108.083 1.118.145 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0De mate van budgetflexibiliteit is terug te vinden bij de afzonderlijke artikelen op de beide fondsen van IenW.26.01 Bijdrage aan het Infrastructuurfonds Het betreft hier de bijdrage vanuit de begroting Hoofdstuk XII aan het Infrastructuurfonds ten behoeve van uitgaven die op het fonds worden verantwoord.Algemene Doelstelling Rol en verantwoordelijkheden Beleidswijzigingen Budgettaire gevolgen van beleid Budgetflexibiliteit Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2135 Opbouw art.ond. 26.01 Bijdrage aan het IF (bedragen x € 1.000)2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 12 Hoofdwegennet 2.511.391 3.026.512 2.836.186 2.930.410 2.662.084 3.016.955 2.650.172 2.667.747 12.01 Verkeersmanagement 3.736 3.737 3.736 3.733 3.730 3.729 3.728 3.726 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging 695.374 675.177 643.081 755.369 678.135 701.736 668.994 614.035 12.03 Aanleg 564.280 1.393.840 1.130.461 1.177.846 956.140 1.432.379 1.119.891 1.191.604 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 672.417 371.112 470.583 416.348 477.876 335.887 328.653 327.085 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN 575.584 582.646 588.325 577.114 546.203 543.224 528.906 531.297 12.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 13 Spoorwegen 1.841.248 1.814.000 1.875.026 1.723.732 1.712.325 1.613.997 1.617.992 1.395.817 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging 1.422.117 1.379.109 1.343.023 1.261.866 1.305.767 1.271.121 1.268.029 1.268.206 13.03 Aanleg 249.968 264.877 357.751 286.786 229.109 163.791 168.766 – 54.836 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 159.173 160.024 164.262 165.090 167.459 169.095 171.207 172.457 13.07 Rente en aflossing 9.990 9.990 9.990 9.990 9.990 9.990 9.990 9.990 13.08 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 14 Regionaal, lokale infrastructuur 199.832 192.762 158.381 69.641 47.282 1.752 1.606 9.336 14.01 Grote regionaal/lokale projecten 166.909 151.807 152.527 68.651 1.605 1.752 1.606 9.336 14.02 Regionale mobiliteitsfondsen 0 0 0 0 0 0 0 0 14.03 RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid 32.923 40.955 5.854 990 45.677 0 0 0 15 Hoofdvaarwegennet 796.244 1.185.804 1.038.016 982.625 847.779 762.574 714.252 703.769 15.01 Verkeersmanagement 8.655 8.655 8.655 8.655 8.655 8.655 8.655 8.655 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging 349.606 363.039 376.367 329.346 336.183 317.654 319.074 291.193 15.03 Aanleg 90.911 258.526 207.280 259.682 130.329 75.576 50.923 68.790 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 34.345 240.431 129.319 75.628 71.244 60.853 35.476 35.984 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN 312.727 315.153 316.395 309.314 301.368 299.836 300.124 299.147 15.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 17 Megaprojecten 222.507 620.048 628.527 827.914 849.542 751.301 434.335 458.072 17.02 Betuweroute 4.615 4.807 1.210 1.210 0 0 0 0 17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid 1.674 2.188 6.435 6.475 0 0 0 0 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam 23.267 17.475 969 255 255 255 255 255 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2136 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 17.07 ERTMS 94.594 217.960 225.340 308.829 306.566 275.428 127.172 165.283 17.08 ZuidasDok – 30.551 115.921 176.087 124.654 120.151 58.592 – 18.604 17.284 17.10 PHS 128.908 261.697 218.486 386.491 422.570 417.026 325.512 275.250 18 Overige uitgaven – 72.994 893 787 0 0 0 0 0 18.01 Saldo afgesloten rekeningen – 78.728 0 0 0 0 0 0 0 18.02 Beter Benutten 0 0 0 0 0 0 0 0 18.03 Intermodaal vervoer 0 0 0 0 0 0 0 0 18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR) 0 0 0 0 0 0 0 0 18.06 Externe veiligheid 5.730 893 787 0 0 0 0 0 18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise 0 0 0 0 0 0 0 0 18.08 Netwerkoverstijgende kosten 4 0 0 0 0 0 0 0 18.11 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging 0 0 0 0 0 0 0 0 18.13 Tol gefinancierde uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 0 18.14 Minregel: rentevrijval 0 0 0 0 0 0 0 0 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif 0 0 0 0 0 0 0 0 18.16 Resevering Omgevingswet 0 0 0 0 0 0 0 0 20 Verkenningen, reserveringen en investerings-ruimte 17.000 81.897 100.626 100.171 190.135 357.661 467.760 543.376 20.01 Verkenningen 2.000 4.000 7.900 6.304 50.000 193.526 222.000 278.057 20.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen 10.000 30.000 30.000 30.000 0 0 0 0 20.03 Reserveringen 5.000 25.000 13.000 18.000 19.000 20.000 5.000 5.000 20.04 Generieke investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit 0 22.897 49.726 45.867 121.135 144.135 240.760 260.319 Totaal 5.515.228 6.921.916 6.637.549 6.634.493 6.309.147 6.504.240 5.886.117 5.778.117Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2137 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 12 Hoofdwegennet 2.501.228 2.407.242 1.767.097 2.041.637 2.074.743 1.328.829 1.340.201 12.01 Verkeersmanagement 3.726 3.726 3.734 3.734 3.734 3.734 3.734 12.02 Beheer, onderhoud en vervanging 535.555 490.941 767.246 777.514 815.366 480.129 480.129 12.03 Aanleg 1.091.914 1.088.701 167.018 478.319 650.211 36.095 32.816 12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 340.673 299.302 298.350 255.484 78.846 282.285 296.961 12.06 Netwerkgebonden kosten HWN 529.360 524.572 530.749 526.586 526.586 526.586 526.561 12.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 13 Spoorwegen 1.338.306 1.330.403 1.294.804 1.301.654 1.333.844 1.327.121 1.262.208 13.02 Beheer, onderhoud en vervanging 1.279.925 1.298.807 1.294.318 1.316.932 1.316.719 1.410.157 1.450.411 13.03 Aanleg – 125.111 – 151.533 – 161.446 – 108.393 – 77.314 – 133.959 – 198.193 13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 173.502 173.139 151.942 83.125 84.449 40.933 0 13.07 Rente en aflossing 9.990 9.990 9.990 9.990 9.990 9.990 9.990 13.08 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 14 Regionaal, lokale infrastructuur 9.335 9.336 10.695 0 0 0 0 14.01 Grote regionaal/lokale projecten 9.335 9.336 10.695 0 0 0 0 14.02 Regionale mobiliteitsfondsen 0 0 0 0 0 0 0 14.03 RSP-ZZL: pakket bereikbaarheid 0 0 0 0 0 0 0 15 Vaarwegen 789.325 845.541 678.015 669.237 803.431 597.926 598.136 15.01 Verkeersmanagement 8.655 8.655 8.655 8.655 8.655 8.655 8.655 15.02 Beheer, onderhoud en vervanging 216.167 216.128 305.205 276.471 243.940 221.100 221.100 15.03 Aanleg 229.301 284.839 22.741 34.993 201.896 4.577 21.694 15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS 35.570 35.001 37.938 45.642 45.464 60.118 43.211 15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN 299.632 300.918 303.476 303.476 303.476 303.476 303.476 15.07 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 17 Megaprojecten 341.024 343.681 535.616 238.068 157.838 3.704 0 17.02 Betuweroute 0 0 0 0 0 0 0 17.03 Hogesnelheidslijn-Zuid 0 0 0 0 0 0 0 17.06 Project Mainportontwikkeling Rotterdam 255 255 59.160 0 0 0 0 17.07 ERTMS 136.408 138.421 108.500 81.043 154.208 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2138 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 17.08 ZuidasDok 3.003 9.185 211.081 975 0 0 0 17.10 PHS 201.358 195.820 156.875 156.050 3.630 3.704 0 18 Overige uitgaven 0 0 0 0 0 445.202 445.202 18.01 Saldo afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0 0 0 18.02 Beter Benutten 0 0 0 0 0 0 0 18.03 Intermodaal vervoer 0 0 0 0 0 0 0 18.04 Gebiedsgerichte aanpak (UPR) 0 0 0 0 0 0 0 18.06 Externe veiligheid 0 0 0 0 0 0 0 18.07 Mobiliteitsonafhankelijke kennis en expertise 0 0 0 0 0 0 0 18.08 Netwerkoverstijgende kosten 0 0 0 0 0 0 0 18.11 Investeringsruimte 0 0 0 0 0 0 0 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging 0 0 0 0 0 445.202 445.202 18.13 Tol gefinancierde uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 18.14 Minregel: rentevrijval 0 0 0 0 0 0 0 18.15 Ramingsbijstelling en kasschuif 0 0 0 0 0 0 0 18.16 Reservering Omgevingswet 0 0 0 0 0 0 0 20 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte 366.544 333.522 884.819 1.210.581 1.080.332 1.887.440 1.944.018 20.01 Verkenningen 60.000 25.000 110.000 30.000 0 0 0 20.02 Korte termijn mobiliteitsmaatregelen 0 0 0 0 0 0 0 20.03 Reserveringen 5.000 5.000 105.000 175.000 105.000 5.000 5.000 20.04 Generieke investeringsruimte 0 0 0 0 636.507 1.726.259 1.661.500 20.05 Investeringsruimte toebedeeld naar modaliteit 301.544 303.522 669.819 1.005.581 338.825 156.181 277.518 Totaal 5.345.762 5.269.724 5.171.046 5.461.177 5.450.188 5.590.222 5.589.765Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2139 26.02 Bijdrage aan het Deltafonds Het betreft hier de bijdrage vanuit de begroting Hoofdstuk XII aan het Deltafonds ten behoeve van uitgaven die op het fonds worden verantwoord.Opbouw art.ond. 26.02 Bijdrage aan het DF (bedragen x € 1.000)2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 1 Investeren in waterveiligheid 298.630 241.324 281.273 326.269 477.714 295.095 436.596 1.01 Grote projecten waterveiligheid 142.122 64.061 14.393 67.610 88.333 8.480 110.724 1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid 147.112 171.053 261.763 254.769 386.393 284.315 323.872 1.03 Studiekosten 9.396 6.210 5.117 3.890 2.988 2.300 2.000 2 Investeren in zoetwatervoorziening 26.425 22.244 47.854 42.784 1.546 2.764 2.057 2.01 Aanleg waterkwantiteit 0 0 0 0 0 0 0 2.02 Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening 22.993 19.504 44.504 40.264 1.461 2.341 2.057 2.03 Studiekosten 3.432 2.740 3.350 2.520 85 423 0 3 Beheer, onderhoud en vervanging 191.818 180.288 127.986 137.622 138.406 160.824 159.028 3.01 Watermanagement 7.219 7.191 7.191 7.191 7.191 7.191 7.216 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 184.599 173.097 120.795 130.431 131.215 153.633 151.812 4 Experimenteren cf art. III Deltawet 27.367 32.467 28.761 42.587 53.198 234.906 66.262 4.01 Experimenteerprojecten 0 0 0 0 0 0 0 4.02 Geintegreerde contractvormen/PPS 28.761 42.587 53.198 234.906 66.262 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven 286.242 313.272 314.276 310.893 305.330 330.178 385.551 5.01 Apparaat 210.597 235.456 234.966 229.318 218.069 218.491 221.383 5.02 Overige uitgaven 64.045 64.816 64.810 64.886 65.072 65.098 63.640 5.03 Investeringsruimte 11.600 11.000 12.500 7.500 1.000 19.400 19.328 5.04 Reserveringen 0 2.000 2.000 9.189 21.189 27.189 81.200 7 Investeren in waterkwaliteit 41.999 84.443 127.233 87.441 131.888 94.378 53.658 7.01 Real.progr.Kaderrichtlijn water 23.557 48.170 47.259 51.340 73.973 62.348 52.658 7.02 Overige aanlegprojecten Waterkwaliteit 5.000 5.324 29.889 26.111 48.465 22.930 0 7.03 Studiekosten waterkwaliteit 13.442 30.949 50.085 9.990 9.450 9.100 1.000 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2140 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Totaal 872.481 874.038 927.383 947.596 1.108.082 1.118.145 1.103.1522025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 1 Investeren in waterveiligheid 368.113 380.161 321.390 326.100 379.672 362.611 104.513 170.522 1.01 Grote projecten waterveiligheid 0 664 0 0 0 0 0 0 1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid 366.113 377.497 319.390 324.100 377.672 360.611 102.513 168.522 1.03 Studiekosten 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2 Investeren in zoetwatervoorziening 1.833 1.917 1.833 1.833 0 0 0 0 2.01 Aanleg waterkwantiteit 0 0 0 0 0 0 0 0 2.02 Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening 1.833 1.917 1.833 1.833 0 0 0 0 2.03 Studiekosten 0 0 0 0 0 0 0 0 3 Beheer, onderhoud en vervanging 204.575 167.316 170.448 279.676 289.312 289.312 289.312 289.296 3.01 Watermanagement 7.216 7.216 7.419 7.013 7.013 7.013 7.013 7.013 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 197.359 160.100 163.029 272.663 282.299 282.299 282.299 282.283 4 Experimenteren cf art. III Deltawet 56.872 56.049 55.239 54.783 53.858 53.060 52.344 51.571 4.01 Experimenteerprojecten 0 0 0 0 0 0 0 0 4.02 Geintegreerde contractvormen/PPS 56.872 56.049 55.239 54.783 53.858 53.060 52.344 51.571 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven 403.457 426.015 472.118 379.139 474.820 525.645 779.253 713.214 5.01 Apparaat 221.310 225.846 225.845 225.133 225.133 225.133 225.133 225.133 5.02 Overige uitgaven 63.785 63.781 65.263 61.879 61.574 61.574 61.574 61.574 5.03 Investeringsruimte 30.362 33.388 78.010 29.127 40.113 90.938 324.546 426.507 5.04 Reserveringen 88.000 103.000 103.000 63.000 148.000 148.000 168.000 0 7 Investeren in waterkwaliteit 76.114 75.129 74.720 0 0 0 0 0 7.01 Real.progr.Kaderrichtlijn water 74.114 75.129 74.720 0 0 0 0 0 7.02 Overige aanlegprojecten Waterkwaliteit 0 0 0 0 0 0 0 0 7.03 Studiekosten waterkwaliteit 2.000 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 1.110.964 1.106.587 1.095.748 1.041.531 1.197.662 1.230.628 1.225.422 1.224.603 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2141 4 DE NIET-BELEIDSARTIKELEN Niet-beleidsartikel 97 Algemeen Departement Op dit artikel worden de IenW-brede programma-uitgaven verantwoord.art. 97 Algemeen departement (Bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 131.783 133.672 50.214 55.974 56.899 57.157 57.135 Uitgaven: 114.922 121.356 62.073 63.673 57.149 57.156 57.134 97.01 IenW-brede programma-middelen 114.922 105.356 57.073 56.973 57.149 57.156 57.134 97.01.01 Opdrachten 84.406 74.328 28.815 28.564 29.297 29.550 29.528 – Onderzoeken ANVS 4.189 3.760 3.880 3.916 4.009 4.012 4.012 – Overige opdrachten 80.217 70.568 24.935 24.648 25.288 25.538 25.516 97.01.02 Subsidies 1.341 1.609 1.255 1.356 752 502 502 97.01.03 Bijdrage aan agent-schappen 24.048 24.129 21.765 21.766 21.766 21.765 21.765 – waarvan bijdrage aan KNMI 2.583 2.583 213 213 213 213 213 – waarvan bijdrage aan ILT 12.412 12.471 12.476 12.476 12.473 12.472 12.472 – waarvan bijdrage aan RWS 2.625 2.631 2.632 2.633 2.636 2.636 2.636 – waarvan bijdrage aan RIVM 6.428 6.444 6.444 6.444 6.444 6.444 6.444 97.01.06 Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s 5.127 5.290 5.238 5.287 5.334 5.339 5.339 – StAB 5.127 5.290 5.238 5.287 5.334 5.339 5.339 97.02 Sanering Thermphos 0 16.000 5.000 6.700 0 0 0 Ontvangsten 336 3.657 1.101 1.101 1.101 1.101 1.10197.01 IenW-brede programmamiddelen 97.01.01 Opdrachten Onderzoeken ANVSHet betreft uitgaven voor opdrachten aan (inter)nationale technische support organisaties (waaronder de dienstverlening door agentschappen) inzake technische ondersteuning, advisering en onderzoek op terreinen van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming alsmede beveiliging en waarborging (safeguards). Daarnaast worden ook de uitgaven die verband houden met samenwerking tussen ANVS en internationale organisaties (zoals bijvoorbeeld HERCA, OECD/NEA en IAEA) inzake voornoemde terreinen op dit artikel verantwoord.Algemene Doelstelling Budgettaire gevolgen van beleid Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2142 Overige opdrachtenRegeringsvliegtuigDit betreft de uitgaven van IenW voor het onderhoud, exploitatie en aanschaf van het (vervangend) regeringsvliegtuig. Dit is inclusief de uitgaven voor het interim-Regeringsvliegtuig waarvoor middelen bij Voorjaarsnota 2018 zijn toegevoegd.Onderzoeken PBLDit betreft uitgaven ten behoeve van onderzoeksactiviteiten van PBL, zoals de aanschaf van databestanden, ontwikkeling van modellen, uitbesteding van onderzoek en vervaardiging van (web)publicaties. Een deel van deze uitgaven wordt door externe opdrachtgevers vergoed. Voor nieuws en publicaties van het PBL, zie de website van het PBL15.Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC)DCC is verantwoordelijk voor een effectief crisisbeheersingsbeleid en een professionele aanpak van crises. Tijdens een (dreigende) crisis coördineert het DCC-IenW de informatievoorziening binnen het ministerie op het gebied van Infrastructuur en Waterstaat en is het DCC verantwoordelijk voor het crisisbeheersingsproces. Het beleid op het gebied van crisisbe-heersing is het laatste decennium flink in ontwikkeling. Dit is vooral veroorzaakt door de opkomst van andere crisisvormen (terreuraanslagen, extreme weersomstandigheden en infectieziekten), door de internationale dimensies van crises en de verantwoordelijkheid voor nucleaire crisisbe-heersing.OverigDit betreft voornamelijk de uitgaven die worden gedaan inzake corporate- en beleidscommunicatie zoals de grote publiekscampagnes als van A naar Beter. Daarnaast betreft het artikeloverstijgende onderzoeksopdrachten van bijvoorbeeld het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, op het gebied van Kennis, Innovatie en Strategie alsmede Bestuurlijke en Juridische Zaken.97.01.02 Subsidies Deze uitgaven hangen samen met subsidies die IenW verstrekt, met name aan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek voor het programma SURF (Smart Urban Regions in the Future), Urban Futures en het programma Duurzame Logistiek.97.01.03 Bijdragen aan agentschappen KNMIDit betreft de bijdrage aan het KNMI voor afname van meteorologische producten en diensten relevant voor de uitvoering van diverse taken door RWS waaronder gladheidbestrijding en afname van maatwerk dienstver-lening door ANVS.ILTDe bijdrage aan ILT is bestemd voor de kosten van vergunningverlening die niet geheel gedekt worden door de inkomsten die de ILT verkrijgt vanuit de tariefheffing. Dit wordt veroorzaakt door tarieven, waarvan het bij ministeriële regeling vastgestelde bedrag lager is dan de werkelijke 15www.pbl.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2143 kosten van de vergunningverlening en door vergunningverlenende activiteiten van ILT waarvoor geen tarief is vastgesteld, waardoor de desbetreffende aanvragers van vergunningen de kosten van de aanvraag niet aan ILT hoeven te vergoeden. De vastgestelde tarieven worden in de Staatscourant gepubliceerd.RWSDit betreft de bijdrage aan RWS voor de capaciteitsinzet in het kader van beleidsondersteuning en advies en de capaciteitsinzet van het DCC.Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)Het RIVM is de vaste partner van de ANVS voor een aantal taken op het terrein van stralingsbescherming. Dit zijn taken als beleidsondersteuning bij stralingsbescherming, ondersteuning bij stralingsinspecties, het beheer van de ongeval-organisatie, het in stand houden van het Radionu-cliden laboratorium alsmede het beheer van het Nationaal Meetnet Radio-activiteit en de stralingsmeetwagens. De bijdrage aan het RIVM hangt hiermee samen.97.01.06 Bijdrage aan ZBO en RWT’s Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB)Deze uitgaven hangen samen met de subsidie die IenW verstrekt aan de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak. De StAB adviseert, door middel van deskundigenberichten, op verzoek van de Raad van State en de rechtbanken over geschillen op het terrein van de fysieke leefomgeving zoals milieu, ruimtelijke ordening, water, bouw en schade.97.02 Sanering Thermphos 97.02.02 Subsidies Naar aanleiding van het kabinetsbesluit is besloten dat het Rijk een bijdrage levert bij de sanering van voormalig bedrijventerrein Thermphos, waarbij IenW als beleidsverantwoordelijk departement is aangesteld.In de tabel Budgettaire gevolgen van beleid bij dit niet-beleidsartikel is in regel «97.02.02 Rijksbijdrage sanering Thermphos» een bedrag van maximaal € 27,7 miljoen aan subsidieverplichtingen voor de jaren 2018 (€ 16 miljoen), 2019 (€ 5 miljoen) en 2020 (€ 6,7 miljoen) opgenomen. Dit bedrag heeft betrekking op de verlening van een subsidie voor de sanering van de opstallen en het terrein van het voormalige bedrijf Thermphos aan de uitvoerende partij. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuurs-recht.OntvangstenHierop worden de ontvangsten geraamd die IenW ontvangt voor het gebruik van het Regeringsvliegtuig en voor onderzoeken van het PBL.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2144 Niet-beleidsartikel 98 Apparaatsuitgaven kerndepartement Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met uitzondering van de agentschappen Inspectie Leefomgeving en Transport, Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut en Rijkswaterstaat. Het omvat de verplichtingen en uitgaven voor ambtelijk personeel, inhuur externen en materieel voor het kerndepartement.Art. 98 Apparaatsuitgaven kerndepartement (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 371.489 294.359 293.059 286.588 282.877 282.864 282.868 Uitgaven: 334.417 310.653 299.115 289.372 283.069 282.951 282.863 98.01 Personele uitgaven 228.170 229.332 223.422 213.087 204.460 203.798 202.233 – waarvan eigen personeel 198.489 195.145 193.622 193.321 187.257 186.462 185.761 – waarvan externe inhuur 21.853 26.186 21.241 9.606 7.363 8.106 8.106 – waarvan overige personele uitgaven 7.828 8.001 8.559 10.160 9.840 9.230 8.166 98.02 Materiële uitgaven 106.247 81.321 75.693 76.285 78.609 79.153 80.630 – waarvan ICT 21.816 24.668 20.383 18.098 19.838 19.872 20.103 – waarvan bijdrage aan SSO’s 66.555 40.620 34.527 36.839 36.736 36.737 36.136 – waarvan overige materiële uitgaven 17.875 16.033 20.783 21.348 22.035 22.544 24.071 Ontvangsten 18.224 14.888 5.430 5.430 5.430 5.430 5.43098.01 Personele uitgaven Dit betreft alle uitgaven van het eigen personeel, de externe inhuur en postactieven voor het kerndepartement.Eigen personeelOnder uitgaven eigen personeel vallen de loonkosten en de uitgaven voor de personele exploitatie.•Onder loonkosten wordt verstaan alle uit de rechtspositiebepalingen en aanverwante (wettelijke) regelingen voortvloeiende uitgaven aan en ten behoeve van de werknemers, zoals salaris, vakantie- en eindejaars-uitkering, vergoedingen voor inbesteding van personeel, toelagen, toeslagen en vergoedingen, gratificaties, onkostenvergoedingen waaronder woon-werkverkeer (ook collectieve inkoop openbaar vervoerskaarten), sociale lasten en de bijdrage aan de zorgverzeke-ringswet, pensioenpremies en de eindheffing loonbelasting.•Onder personele exploitatie worden andere personele uitgaven verstaan zoals verhuiskosten, hotels in het kader van dienstreizen, werving en selectie, keuringen, assessments, outplacement, loopbaan-begeleiding en re-integratie, arbeidsgezondheidskundige begeleiding, werkplekaanpassing, uitbesteding arbo-dienstverlening, bedrijfshulp-verlening, representatie voor eigen personeel, opleiding, coaching, training, bezoek van symposia en congressen, personeelsevenemen-Algemene Doelstelling Budgettaire gevolgen van beleid Toelichting op de financiële instrumentenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2145 ten, bijeenkomsten en recepties, noodzakelijke contributies van personeel, uitgaven sociaal flankerend beleid en dergelijke.Externe inhuurDit betreft de uitgaven voor externe inhuur.Overige personele uitgavenDe overige personele uitgaven betreft de uitgaven aan postactieven. Onder postactieven wordt verstaan uitgaven aan en ten behoeve van voormalig personeel, voor zover niet ten laste komend van derden (pensioen- of uitkeringsfonds) zoals Functioneel leeftijdsontslag (FLO), werkloosheidsuitkeringen, wachtgelden en de daarmee samenhangende uitvoeringskosten van derden.98.02 Materiële uitgaven Dit betreft materiele uitgaven van het kerndepartement waarvoor geldt dat deze betrekking hebben op uitgaven die bedoeld zijn voor activiteiten ter ondersteuning van het primaire proces.ICT bevat zowel de uitgaven voor projecten als structurele uitgaven zoals onderhoud en licenties. De bijdrage aan de Shared Service Organisaties betreft onder andere P-Direkt (Salarisbedrijf van het Rijk), FM Haaglanden en het Rijksvastgoedbedrijf.Apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van de Bestuurskern (bedragen x € 1.000)2019 Totaal apparaat Bestuurskern 296.837 Directoraat-Generaal Mobiliteit 32.282 Directoraat-Generaal Milieu en Internationaal 27.520 Directoraat-Generaal Water en Bodem 19.646 Directoraat-Generaal Luchtvaart en Maritieme zaken 18.725 Beleids- en Bestuursondersteuning 34.307 Financiën en Bedrijfsvoering 118.678 – waarvan IenW-brede apparaatsuitgaven 71.239 Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming 21.445 Planbureau voor de Leefomgeving 24.234 Deze tabel splitst de apparaatsuitgaven van het kerndepartement per integratieonderdeel uit voor het jaar 2019.Apparaatsuitgaven Staf Deltacommissaris (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Totaal apparaatsuitgaven Staf Deltacommissaris 1.503 2.142 1.830 1.830 1.830 1.830 1.830De apparaatskosten van de Staf Deltacommissaris worden in lijn met de Waterwet op het Deltafonds begroot en verantwoord (zie artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven van het Deltafonds).Extracomptabele verwijzingenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2146 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Totaal apparaatskosten agent-schappen 1.239.612 1.252.062 1.255.383 1.253.477 1.223.023 1.188.887 1.185.492 RWS 1.031.132 1.058.322 1.060.001 1.062.551 1.032.412 999.671 996.276 ILT 152.664 145.599 148.861 144.245 143.834 143.839 143.839 KNMI 55.816 48.141 46.521 46.681 46.777 45.377 45.377Drie agentschappen vallen onder IenW: Rijkswaterstaat (RWS), de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILT) en het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KNMI). Bovenstaand zijn de begrote apparaats-kosten van deze agentschappen opgenomen. IenW draagt hier deels aan bij. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de agentschapspara-grafen.Apparaatsuitgaven ZBO’s en RWT’s (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Totaal apparaatsuitgaven ZBO’s en RWT’s 656.031 495.227 542.227 539.227 531.227 529.227 527.227 ProRail 472.000 490.000 537.000 534.000 526.000 524.000 522.000 Kadaster 179.000 StAB 5.031 5.227 5.227 5.227 5.227 5.227 5.227Daarnaast verstrekt IenW bijdragen aan drie begrotingsgefinancierde ZBO’s en RWT’s: ProRail, Kadaster en StAB. (De geplande structurele overheveling per 1/1/2018 van StAB naar het Ministerie van Veiligheid en Justitie is nog niet geformaliseerd). Het Kadaster is per 1-1-2018 overge-heveld naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.Voor meer informatie over ZBO’s en RWT’s van IenW zie de bijlage ZBO’s en RWT’s van deze begroting.Apparaatsuitgaven ministerie (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Totaal apparaatsuitgaven ministerie 2.230.059 2.056.660 2.095.491 2.080.812 2.037.290 2.001.036 1.995.353 Totaal apparaatsuitgaven kerndepartement 334.416 309.371 297.881 288.108 283.040 282.922 282.634 Totaal apparaatskosten agentschappen 1.239.612 1.252.062 1.255.383 1.253.477 1.223.023 1.188.887 1.185.492 RWS 1.031.132 1.058.322 1.060.001 1.062.551 1.032.412 999.671 996.276 ILT 152.664 145.599 148.861 144.245 143.834 143.839 143.839 KNMI 55.816 48.141 46.521 46.681 46.777 45.377 45.377 Totaal apparaatskosten ZBO’s en RWT’s 656.031 495.227 542.227 539.227 531.227 529.227 527.227 ProRail 472.000 490.000 537.000 534.000 526.000 524.000 522.000 Kadaster 179.000 StAB 5.031 5.227 5.227 5.227 5.227 5.227 5.227Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2147 Niet-beleidsartikel 99 Nog onverdeeld Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 99 worden gedaan. Het artikel dient hoofdzakelijk als tussenstation voor de overboeking van middelen naar de andere artikelen op de IenW begroting, zoals loon- en prijsbijstelling. Ook taakstellingen die nog niet direct kunnen worden doorgeboekt worden op dit artikel geadministreerd.Art. 99 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Verplichtingen 0 – 20.194 – 15.973 – 13.840 – 15.769 – 15.766 – 15.759 Uitgaven: 0 – 20.060 – 15.992 – 13.840 – 15.769 – 15.766 – 15.759 Loonbijstelling 0 – 32 – 485 – 722 – 1.041 – 1.028 – 1.027 Prijsbijstelling 0 368 696 994 1.260 1.170 1.685 Onvoorzien 0 – 20.396 – 16.203 – 14.112 – 15.988 – 15.909 – 15.900ToelichtingVolgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III zijn bij de Eerste suppletoire begroting 2018 middelen ten behoeve van Cyber-security aan de begroting toegevoegd. Deze middelen zijn in afwachting van een verdere verdeling geplaatst op dit artikel.Aanvullend is er op dit artikel de structurele onderuitputting van € 20 miljoen, oplopend naar € 23 miljoen vanaf 2021, ingeboekt in afwachting van een concrete invulling. In de loop van het jaar wordt deze concreet ingevuld met onderuitputting, waarvan bij aanvang van het jaar nog niet bekend is waar deze precies optreedt.Algemene Doelstelling Budgettaire gevolgen van beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2148 5 BEGROTING AGENTSCHAPPEN Agentschap Rijkswaterstaat IntroductieRijkswaterstaat (RWS) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. RWS beheert en ontwikkelt de rijkswegen, -vaarwegen en -wateren en zet in op een duurzame leefomgeving.Samen met anderen werkt RWS aan een land dat beschermd is tegen overstromingen, waar voldoende groen is en voldoende en schoon water. En waar je vlot en veilig van A naar B kunt. Samenwerken aan een veilig, leefbaar en bereikbaar Nederland. Dat is Rijkswaterstaat.Het Ministerie van IenW kent een scheiding tussen beleid, toezicht en uitvoering. RWS fungeert hierbij als uitvoeringsorganisatie van het ministerie. Het formuleren van beleid is belegd bij de beleidsdirectoraten-generaal. Dit betekent dat de doelstellingen van het agentschap afhan-kelijk zijn van de (veelal lange termijn-) beleidsdoelstellingen en kaders die door IenW worden aangegeven. Deze beleidsdoelen zijn geformuleerd in de beleidsartikelen van de beleidsbegroting Hoofdstuk XII.Producten en dienstenRWS treedt op als manager van het gebruik van een aantal hoofdinfra-structuurnetwerken (hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet, hoofdwater-systemen), als beheerder van die netwerken, als realisator van uitbrei-dingen van deze netwerken en als adviseur voor het ten aanzien hiervan te voeren beleid. RWS voert deze taken uit vanuit een netwerkbenadering. Belangrijkste producten zijn:•Verkeersmanagement: het inzetten van instrumenten en hulpmiddelen om vraag en aanbod op elk moment zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen en om het verkeersaanbod zo goed mogelijk af te wikkelen. Het betreft vooral bediening van objecten als bruggen en sluizen, verstrekken van route-informatie en incidentmanagement.•Watermanagement: reguleren van de hoeveelheden water in het hoofdwatersysteem en van de kwaliteit daarvan, door het hanteren van de te onderscheiden categorieën «vasthouden/bergen/afvoeren» en «schoonhouden/scheiden/zuiveren».•Beheer, onderhoud en vervanging: instandhouding van objecten en areaal op een vooruitstrevende, toekomstgerichte manier, gericht op het ook in technische zin steeds verder ontwikkelen van het netwerk of systeem.•Aanleg: dit betreft investeringen om de functionaliteit van het netwerk te vergroten. Nieuwe verbindingen of verbreding van bestaande. Sleutelwoord: capaciteitsvergroting.•Beleidsondersteuning en -advisering: het uitvoeren van studies of het leveren van bijdragen daaraan, adviezen met betrekking tot beleidsno-ta’s en de uitvoerbaarheid van beleid.•Leveren van kennis en expertise: ten behoeve van beleidsondersteu-ning en -advisering, milieu en leefomgeving, grote (aanleg)projecten en aansturing projecten en uitvoeringsorganisaties, het verstrekken van subsidies en basisinformatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2149 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2019 (bedragen x € 1.000)Realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Baten Omzet moederdepartement 2.212.833 2.359.296 2.238.924 2.140.710 2.099.918 1.942.878 1.958.896 Omzet nog uit te voeren werkzaamheden 368.508 Omzet overige departementen 38.677 42.203 31.251 30.253 29.344 29.344 29.344 Omzet derden 179.317 184.222 184.657 184.622 184.622 184.622 184.622 Rentebaten 100 200 300 400 Vrijval voorzieningen 3.324 Bijzondere baten 2.348 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000 Totaal baten 2.436.499 2.957.229 2.457.832 2.358.685 2.317.084 2.160.144 2.176.262 Lasten Apparaatskosten 1.031.132 1.058.322 1.060.001 1.062.551 1.032.412 999.671 996.276 – personele kosten 827.364 816.435 818.108 818.954 790.540 758.194 755.249 – waarvan eigen personeel 744.871 737.920 752.691 765.845 737.430 708.084 705.139 – waarvan externe inhuur 82.493 77.015 63.917 51.609 51.610 48.610 48.610 – waarvan overige p-kosten 1.500 1.500 1.500 1.500 1.500 1.500 – materiële kosten 203.768 241.887 241.893 243.597 241.872 241.477 241.027 – waarvan apparaat ICT 29.730 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000 30.000 – waarvan bijdrage aan SSO’s 49.337 56.000 56.000 56.000 56.000 56.000 56.000 – waarvan overige M-kosten 124.701 155.887 155.893 157.597 155.872 155.477 155.027 Onderhoud 1.321.514 1.841.412 1.342.978 1.241.013 1.229.296 1.104.868 1.124.159 Rentelasten 3.707 8.520 5.878 6.146 6.401 6.630 6.852 Afschrijvingskosten 29.085 39.975 39.975 39.975 39.975 39.975 39.975 – materieel 27.652 38.500 38.500 38.500 38.500 38.500 38.500 – waarvan apparaat ICT 2.657 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000 – immaterieel 1.433 1.475 1.475 1.475 1.475 1.475 1.475 Overige kosten 23.177 – dotaties voorzieningen 12.449 – bijzondere lasten 10.728 Totaal lasten 2.408.615 2.948.229 2.448.832 2.349.685 2.308.084 2.151.144 2.167.262 Saldo van baten en lasten 27.884 9.000 9.000 9.000 9.000 9.000 9.000 Dotatie aan reserve Rijksrederij 8.305 9.000 9.000 9.000 9.000 9.000 9.000 Te verdelen resultaat 19.579 0 0 0 0 0 0ToelichtingBatenOmzet moederdepartementDe omzet moederdepartement betreft de omzet voor activiteiten (en de daarmee samenhangende producten) die RWS verricht voor IenW, zoals:•het beheer en onderhoud van de infrastructuur en waterkwaliteit;Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2150 •de apparaatskosten (personeel en materieel) van RWS die verband houden met de aanleg, verkeers- en watermanagement en onderhoud van infrastructuur;•de capaciteit die RWS levert in het kader van zijn kennis- en adviesta-ken en de activiteiten in het kader van Leefomgeving.Specificatie omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)2018 2019 2020 2021 2022 2023 Deltafonds 452.114 440.879 421.404 406.218 396.902 419.918 Artikel 1 Investeren in waterveiligheid 226 256 526 526 412 412 Artikel 3 Beheer Onderhoud en Vervanging 152.276 143.427 103.461 115.096 116.957 139.525 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overig 298.800 296.407 295.924 290.596 279.533 279.981 Artikel 7 Waterkwaliteit 812 789 21.493 0 0 0 Infrastructuurfonds 1.853.621 1.750.530 1.674.886 1.650.933 1.503.055 1.495.256 Artikel 12 Hoofdwegennet 1.265.399 1.157.960 1.086.193 1.146.727 990.797 985.351 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet 588.221 592.570 588.693 504.206 512.258 509.905 Hoofdstuk XII 53.562 47.515 44.420 42.767 42.921 43.722 Artikel 11 Waterkwaliteit 14.541 14.440 14.448 14.448 14.956 14.956 Artikel 13 Bodem en Ondergrond 7.057 5.926 5.002 3.566 3.567 3.567 Artikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid 7.812 8.155 7.159 7.154 7.162 7.158 Artikel 16 Spoor 891 894 895 796 798 1.047 Artikel 17 Luchtvaart 4.509 1.640 435 435 50 50 Artikel 18 Scheepvaart en Havens 1.175 988 999 999 1.000 1.479 Artikel 19 Uitvoering milieubeleid en Internatio-naal 333 205 205 101 101 168 Artikel 20 Lucht en Geluid 921 1.530 1.539 1.527 1.546 1.556 Artikel 21 Duurzaamheid 9.349 7.247 7.247 7.247 7.247 7.247 Artikel 22 Externe veiligheid en risico’s 4.343 3.858 3.858 3.858 3.858 3.858 Artikel 97 Algemeen departement 2.631 2.632 2.633 2.636 2.636 2.636 Totaal 2.359.296 2.238.924 2.140.710 2.099.918 1.942.878 1.958.896 Van totaal omzet IenW *apparaats- en afschrijvingskosten en rentelas-ten 1.026.091 1.035.646 1.039.396 1.010.322 977.709 974.437 *programma 1.333.205 1.203.278 1.101.313 1.089.596 965.168 984.459Omzet nog uit te voeren werkzaamhedenDit betreffen middelen die RWS in 2017 van het moederdepartement heeft ontvangen en bestemd waren voor werkzaamheden die gepland waren in 2017, maar waarvan de uitvoering doorloopt in 2018 (€ 368,5 miljoen). In de instandhoudingsbijlage van de Infrastructuurfonds en Deltafondsbe-groting 2019 is de opbouw van de nog uit te voeren werkzaamheden per ultimo 2017 weergegeven.Omzet overige departementenDe omzet overige departementen heeft met name betrekking op van andere ministeries ontvangen vergoedingen voor het gebruik van vaartuigen van de Rijksrederij. Daarnaast betreft het vergoedingen voor de capaciteit die RWS levert in het kader van Beleidsondersteuning en Advisering en de werkzaamheden voor de Omgevingswet. Dit als gevolg Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2151 van de departementale herindeling met betrekking tot klimaat, de ruimtelijke ontwikkeling en de Omgevingswet.Specificatie omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)2018 2019 2020 2021 2022 2023 Ministerie van Defensie 14.740 14.740 14.740 14.740 14.740 14.740 Ministerie van Financiën 2.474 2.474 2.474 2.474 2.474 2.474 Ministerie van Economische zaken en Klimaat 8.874 8.822 8.824 8.822 8.822 8.822 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 16.114 5.214 4.214 3.307 3.307 3.307 Totaal 42.203 31.251 30.253 29.344 29.344 29.344Omzet derdenDe omzet derden heeft betrekking op vergoedingen van onder meer provincies, gemeenten en de Europese Unie in het kader van het beheer en onderhoud van de infrastructuur en de kennis- en adviesfunctie. Daarnaast bevat deze post de verwachte opbrengsten uit schaderijdingen en schadevaringen ter dekking van de kosten van reparatiewerkzaam-heden, opbrengsten uit vergunningverlening, beheeropbrengsten op het areaal, opbrengsten voor de Nationale Bewegwijzeringsdienst en opbrengsten in het kader van Werken voor en met Anderen.Specificatie omzet derden (bedragen x € 1.000)2018 2019 2020 2021 2022 2023 Vergoeding provincies etc. 38.000 38.000 38.000 38.000 38.000 38.000 Schaderijdingen/schadevaringen 26.400 26.400 26.400 26.400 26.400 26.400 Vergunningen WVO 17.500 17.500 17.500 17.500 17.500 17.500 Beheeropbrengsten areaal 54.000 54.000 54.000 54.000 54.000 54.000 Nationale Bewegwijzeringsdienst 22.250 22.685 22.650 22.650 22.650 22.650 Overige opbrengsten derden 26.072 26.072 26.072 26.072 26.072 26.072 Totaal 184.222 184.657 184.622 184.622 184.622 184.622Bijzondere batenDe geraamde bijzondere baten betreffen voornamelijk verwachte boekwinst op de verkoop van vaste activa.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2152 LastenPersonele kostenSpecificatie personele kosten2018 2019 2020 2021 2022 2023 Aantal FTE 8.785 8.845 8.866 8.528 8.246 8.240 Eigen Personele kosten (x € 1.000) 737.920 752.691 765.845 737.430 708.084 705.139 Inhuur (x € 1.000) 77.015 63.917 51.609 51.610 48.610 48.610Het aantal FTE is ten opzichte van de begroting 2018 gewijzigd als gevolg van onderstaande twee ontwikkelingen:Strategisch Capaciteitsmanagement–Om een betere relatie te leggen tussen de gevraagde productie en de daarvoor benodigde capaciteit is binnen IenW voor RWS het instru-ment Strategisch Capaciteitsmanagement ontwikkeld. Daarbij wordt jaarlijks op basis van vastgestelde normen, rekenregels en tarieven voor alle werkprocessen van RWS doorgerekend wat de benodigde capaciteit voor de komende 5 jaar is op basis van de huidige ver-wachte producten en prestatieopgaven. Op basis van de uitkomsten van de berekening voor de begroting 2019 is besloten om RWS de komende jaren voor regulier onderhoud, M-fase DBFM, Vervanging en Renovatie en de uitvoering van het Regeerakkoord extra capaciteit te kennen. Dit betekent een verhoging van de capaciteit met 254 FTE in 2019 en 321 FTE in 2020 aflopend naar 119 FTE in 2023.Herverkaveling Regeerakkoord.–Een overdracht van circa 7 FTE naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties als gevolg van de departementale herindeling met betrekking tot de Omgevingswet.Eigen personeelDe kracht van Rijkswaterstaat ligt in de zakelijke en professionele wijze waarop het zijn kerntaken uitvoert. Om daarop te kunnen sturen is gedefinieerd welke taken RWS met eigen mensen uitvoert (de kerntaken) en welke taken aan de markt worden overgelaten (de niet-kerntaken).De kosten van externe inhuur betreffen de inzet van derden op de kerntaken van RWS.Daarnaast vindt er inzet van derden plaats op taken die RWS van de markt betrekt (niet-kerntaken). In de beleidsbegroting en verantwoording van lenW wordt de (externe) inhuur transparant inzichtelijk gemaakt in de baten-lastenparagraaf van het agentschap Rijkswaterstaat.Inhuur apparaat (kerntaken)RWS streeft ernaar om de inhuur van externen op kerntaken zoveel mogelijk te beperken vanuit het basisprincipe dat Rijkswaterstaat op kerntaken eigen mensen inzet, ter vermindering van de kwetsbaarheid en het verkleinen van de afhankelijkheid van externen. Inhuur op kerntaken vindt in beginsel alleen plaats als er sprake is van piekbelasting in de directe productie of in geval van onderbezetting, ziekte of vervanging. Inhuur op kerntaken kan ook een keuze zijn als vanuit de arbeidsmarkt hele specifieke kennis/specialisme niet kan worden aangetrokken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2153 Door een aantal maatregelen daalt de inhuur op kerntaken de komende jaren:•extra inzet op het werven van voldoende gekwalificeerd eigen personeel en versnelling van het wervingsproces om vacatures zo snel mogelijk in te vullen;•een flexibele interne pool om snel interne inzet te kunnen organiseren;•versterking van cruciale kennis binnen de organisatie is geborgd met interne loopbaanontwikkeling.Inhuur programma (niet-kerntaken)Gelet op de omvang van de productieopgave van RWS blijft de inhuur op taken die bij de markt zijn belegd (de niet-kerntaken) substantieel, maar wordt er een dalende trend verwacht. Voor het betrekken van externe capaciteit op niet-kerntaken geldt dat deze zoveel mogelijk op basis van op productafspraken gebaseerde contracten zal worden gedaan, tenzij dat om inhoudelijke of aansturingsredenen niet doelmatig is. Hierdoor daalt de inhuur geleidelijk.De inhuur op niet-kerntaken in het primaire proces wordt met name onder de posten onderhoud en aanleg op het Infrastructuurfonds en het Deltafonds verantwoord.Specificatie inhuur (bedragen x € 1.000)2018 2019 2020 2021 2022 2023 Apparaat (kerntaken) 77.015 63.917 51.609 51.610 48.610 48.610 Programma (niet-kerntaken) 106.835 96.385 86.835 86.835 86.835 86.835 Totaal 183.850 160.302 138.444 138.445 135.445 135.445Materiële kostenDe materiële kosten omvatten onder andere ICT, huisvesting, bureau-kosten en communicatie.OnderhoudDe kosten beheer en onderhoud hebben betrekking op de kosten die in rekening worden gebracht door derden (met name aannemers en ingenieursbureaus). Deze voeren werkzaamheden uit die direct bijdragen aan het beheer en de instandhouding van de infrastructuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2154 Kasstroomoverzicht over het jaar 2019 (bedragen x € 1.000)Realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 1. Rekening-courant RHB 1 januari + depositoreke-ningen 601.934 676.570 303.413 304.573 326.844 349.937 375.407 +/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom 2.447.062 2.588.721 2.457.832 2.358.685 2.317.084 2.160.144 2.176.262 –/– totaal uitgaven operati-onele kasstroom – 2.311.790 – 2.908.254 – 2.408.857 – 2.309.710 – 2.268.109 – 2.111.169 – 2.127.287 2 Totaal operationele kasstroom 135.272 – 319.533 48.975 48.975 48.975 48.975 48.975 –/– totaal investeringen – 19.743 – 54.106 – 108.110 – 122.646 – 69.979 – 59.484 – 59.484 +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen 4.390 3. Totaal investeringskasstroom – 15.353 – 54.106 – 108.110 – 122.646 – 69.979 – 59.484 – 59.484 –/– eenmalige uitkering aan moederdepartement – 32.507 – 12.380 +/+ eenmalige storting door moederdepartement 14.200 6.000 8.600 8.600 8.600 8.500 8.500 –/– aflossingen op leningen – 30.276 – 19.500 – 19.686 – 20.336 – 22.197 – 20.255 – 21.205 +/+ beroep op leenfaciliteit 3.300 26.362 71.381 107.679 57.693 47.734 47.734 4. Totaal financieringskas-stroom – 45.283 482 60.295 95.943 44.096 35.979 35.028 5. Rekening-courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) 676.570 303.413 304.573 326.844 349.937 375.407 399.926 (noot: maximale roodstand 0,5 miljoen euro) ToelichtingOperationele kasstroomHieronder vallen de inkomsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfs-voering. Meerjarig wordt gestreefd naar een stabiel saldo van baten en lasten.InvesteringskasstroomHieronder vallen de verkopen van activa en de nieuwe investeringen. De nieuwe investeringen hebben betrekking op het in stand houden van de activa van RWS. De hogere investeringen in 2019 en 2020 worden veroorzaakt door het vlootvervangingsprogramma van de Rijksrederij.FinancieringskasstroomHieronder vallen alle geldstromen die gerelateerd zijn aan de financiering van het agentschap. RWS doet een beroep op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën ter financiering van de investeringen. Het beroep op de leenfaciliteit ligt lager dan het totaal van de investeringen omdat de investeringen in de vaartuigen van de Rijksrederij in 2018 volledig en vanaf 2019 deels worden gefinancierd uit de bestemmingsreserve. Daarnaast wordt in de begroting van het agentschap rekening gehouden met aflossing op deze leenfaciliteit. De storting door moederdepartement betreft de aflossing van de langlopende vordering die RWS heeft op het Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2155 moederdepartement. In 2018 is het surplus Eigen Vermogen (€ 12,4 miljoen) teruggestort naar het MoederdepartementOverzicht doelmatigheidsindicatorenOmschrijving Realisatie 20171 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Apparaatskosten per eenheid areaal (bedragen x € 1) Hoofdwegennet 26.270 26.707 27.189 26.899 26.030 23.793 24.627 Hoofdvaarwegennet 25.960 26.376 26.562 26.466 26.279 25.123 25.492 Hoofdwatersystemen 1.180 1.262 1.261 1.260 1.242 1.190 1.207 % Apparaatskosten ten opzichte van de omzet % Apparaatskosten ten opzichte van de omzet 24% 21% 19% 20% 21% 21% 21% Tarief per FTE (bedragen x € 1) Tarief per FTE 121.645 123.805 122.856 122.883 124.241 124.547 124.253 Omzet agentschap per product (bedragen x € 1.000) Hoofdwatersystemen 476.810 452.114 440.879 421.404 406.218 396.902 419.918 Hoofdwegennet 1.125.493 1.265.399 1.157.960 1.086.193 1.146.727 990.797 985.351 Hoofdvaarwegennet 557.416 588.221 592.570 588.693 504.206 512.258 509.905 Overig 53.114 53.562 47.515 44.420 42.767 42.921 43.722 TOTAAL 2.212.833 2.359.196 2.238.824 2.140.610 2.099.658 1.942.578 1.958.596 Bezetting FTE totaal (excl. externe inhuur)1 8.797 8.785 8.845 8.866 8.528 8.246 8.240 % overhead 14,43% 13% 13% 13% 13% 13% 13% Exploitatiesaldo (% van de omzet) Exploitatiesaldo (% van de omzet) 1,3% 0% 0% 0% 0% 0% 0% Gebruikerstevredenheid Publieksgerichtheid 70% 70% 70% 70% 70% 70% Gebruikerstevredenheid HWS 70% 70% 70% 70% 70% 70% Gebruikerstevredenheid HWN 85% 80% 80% 80% 80% 80% 80% Gebruikerstevredenheid HVWN 69% 75% 75% 75% 75% 75% 75% Ontwikkeling PIN-waarden Hoofdwatersystemen 100 100 100 100 100 100 100 Hoofdwegennet 100 100 100 100 100 100 100 Hoofdvaarwegennet 100 100 100 100 100 100 1001 Voor het jaar 2017 is de bezetting opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2156 Apparaatskosten per eenheid areaalDeze indicator geeft informatie over hoe de kosten die het apparaat van RWS maakt voor verkeersmanagement en beheer en onderhoud zich ontwikkelen ten opzichte van het areaal. Een dalende trend van de kosten per eenheid areaal geeft een indicatie van een toename in de efficiëntie van de organisatie op het gebied van Beheer en Onderhoud en Verkeers-management.Percentage apparaatskosten ten opzichte van de omzetDeze indicator geeft de verhouding weer tussen de kosten van het apparaat en de totale omzet (deze omzet bestaat uit BLS en GVKA realisatie en planstudie) van RWS. De daling van het percentage ten opzichte van 2017 wordt met name veroorzaakt door de stijging van de totale omzet.Tarief per FTEDeze indicator geeft de ontwikkeling weer van de kosten (apparaats- en afschrijvingskosten en rentelasten gecorrigeerd voor kosten t.b.v. Werken voor en met Anderen) per formatieve ambtelijke FTE. De stijging van het tarief ten opzichte van de realisatie 2017 wordt met name veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling.Omzet agentschap per productgroepIn de tabel is de Omzet IenW uitgesplitst naar de verschillende netwerken. Deze daling wordt veroorzaakt door de meerjarige begrotingsstanden.BezettingFTE totaal: deze voorgeschreven indicator geeft aan hoe de ambtelijke bezetting van RWS zich ontwikkelt.Percentage overhead: deze indicator geeft aan welk deel van het ambte-lijke personeel (in FTE) binnen RWS zich bezighoudt met de bedrijfs-voering. Bedrijfsvoering bevat alle processen die ondersteunend zijn aan de organisatie. Het streven is daarbij voortdurend een optimale kwalita-tieve en kwantitatieve omvang van de bedrijfsvoering.Exploitatiesaldo (% van de omzet)Deze voorgeschreven indicator toont de ontwikkeling van het exploitatie-saldo als percentage van de omzet.GebruikerstevredenheidPublieksgerichtheid: deze indicator geeft aan hoe tevreden onze gebruikers en partners over RWS zijn als publieke dienstverlenende organisatie. Dan gaat het over zaken als «luisteren; verwachtingenma-nagement; aanspreekbaarheid; houding en gedrag en de wijze waarop wij communiceren».Gebruikerstevredenheid (per netwerk): deze indicator geeft aan hoe tevreden onze gebruikers over de kwaliteit van de drie netwerken zijn. Denk daarbij aan veiligheid, doorstroming; kwaliteit infrastructuur en tijdige en betrouwbare informatievoorziening (gekoppeld aan de netwerken).Ontwikkeling PIN-waardenDe ontwikkeling van de PIN-waarden (prestatie-indicatorwaarden) geeft een beeld hoe de ontwikkeling is in de toestand van het door RWS beheerde areaal. Het weergegeven cijfer betreft een index ten opzichte Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2157 van het jaar 2015. De bijlage instandhouding bij de begrotingen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds biedt inzicht in instandhouding en de gehanteerde PIN-waarden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2158 Agentschap Inspectie Leefomgeving en Transport IntroductieHet Ministerie van IenW kent een scheiding tussen beleid, uitvoering en toezicht. Het formuleren van beleid en wet- en regelgeving is primair belegd bij de beleidsdirectoraten-generaal. De toezichthoudende taken zijn bij IenW belegd bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De ILT voert ook taken uit namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie en Veiligheid.Producten en dienstenDe producten en diensten van de ILT betreffen de toelating op de markt (vergunningen) en vervolgens de handhaving van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.De ILT zet haar schaarse capaciteit selectief in op de terreinen waar de maatschappelijke risico’s het grootst zijn en waar het handelen van de ILT het meeste effect kan sorteren. Een belangrijke pijler voor deze afweging is de ILT-Brede Risicoanalyse (IBRA). Deze ontwikkelde methode helpt de ILT om ordelijk te kiezen, op basis van maatschappelijke schade, aan welke taken zij prioriteit geeft en aan welke niet. De grootste risico’s worden door de ILT programmatisch aangepakt. De ILT gaat steeds meer in programma’s werken, met telkens de meest kansrijke combinatie van disciplines, specialisten en instrumenten. Daarbij worden instrumenten ingezet van gerichte nalevingscommunicatie tot opsporing.1. VergunningverleningNieuwe toetreders tot een markt moeten aantonen dat ze aan de wettelijke eisen voldoen. Wordt daar aan voldaan, dan verleent de ILT één of meer vergunning(en) of certificaten. De wetgever verbindt door die keuze veiligheidseisen aan marktordeningsprincipes: zonder vergunning mag het bedrijf niet handelen.2. HandhavingHet handhaven van wet- en regelgeving geschiedt door middel van dienstverlening, toezicht en opsporing. Het zwaartepunt van de inspectie-activiteiten ligt op het terrein van het toezicht. De ILT kent de volgende toezicht vormen:•Objectinspecties;•Administratiecontroles;•Audits;•Dienstverlening (meldingen, vragen)3. Incident- en ongevalsonderzoekOngevallenonderzoek is bij ernstige ongevallen opgedragen aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV). In voorkomende gevallen levert de ILT expertise en deskundigen en soms (zoals bij scheepvaart en railvervoer) heeft de ILT een eigen taak bij het onderzoeken van ongevallen. Ongevallenonderzoek kan aanleiding zijn om de dienstver-lening te vergroten en/of het toezicht te versterken. In ernstige gevallen van falen kan uit het onderzoek een toezichtmaatregel voortvloeien.Incidenten en ongevallen vragen om een snelle respons en een gecoördi-neerde aanpak. Ondanks dat crisismanagement geen toezichtstaak is, is de (systeem)verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de crisisbeheer-singstaak belegd bij de Inspecteur-generaal. Het betreft de preparatie, respons en (deels) nazorg van incidenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2159 Begroting baten en lastenDe begroting van baten en lasten voor het jaar 2019 (bedragen x € 1.000)realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Baten Omzet moederdepartement 121.028 121.951 120.548 119.729 119.708 119.713 119.713 Omzet overige departementen 375 375 875 875 875 875 875 Omzet derden 27.989 24.580 24.156 23.803 23.401 23.401 23.401 Rentebaten 0 50 50 50 50 50 50 Vrijval voorzieningen 98 0 0 0 0 0 0 Bijzondere baten 1.647 0 0 0 0 0 0 Totaal baten 151.137 146.956 145.629 144.457 144.034 144.039 144.039 Lasten Apparaatskosten 152.664 145.514 144.861 144.245 143.834 143.839 143.839 Personele kosten 112.741 107.980 108.413 108.235 107.832 107.832 107.832 Waarvan eigen personeel 99.425 102.653 103.753 103.753 103.753 103.753 103.753 Waarvan externe inhuur 13.249 5.127 4.460 4.282 3.879 3.879 3.879 Waarvan overige personele kosten 67 200 200 200 200 200 200 Materiële kosten 39.922 37.535 36.448 36.010 36.002 36.007 36.007 Waarvan apparaat ICT 379 200 200 200 200 200 200 Waarvan bijdrage aan SSO’s 22.146 19.467 17.290 16.684 16.663 16.668 16.668 Waarvan overige materiële kosten 17.397 17.868 18.958 19.126 19.139 19.138 19.138 Rentelasten 0 0 0 0 0 0 0 Afschrijvingskosten 1.808 1.342 668 112 100 100 100 Immaterieel 0 0 0 0 0 0 0 Materieel 1.808 1.342 668 112 100 100 100 Waarvan apparaat ICT 0 0 0 0 0 0 0 Overige lasten 1.535 100 100 100 100 100 100 Dotaties voorzieningen 1.266 100 100 100 100 100 100 Bijzondere lasten 269 0 0 0 0 0 0 Totaal lasten 156.006 146.956 145.629 144.457 144.034 144.039 144.039 Saldo van baten en lasten – 4.869 0 0 0 0 0 0ToelichtingBatenOmzet moederdepartementDe omzet IenW is een vergoeding voor de productgroepen vergunningver-lening en handhaving (toezicht, incidentmelding en onderzoek).Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2160 Specificatie omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)Hoofdstuk XII realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 artikel 24 Handhaving en Toezicht 106.759 109.227 108.072 107.253 107.235 107.241 107.241 artikel 97 Algemeen departement 12.412 12.471 12.476 12.476 12.473 12.472 12.472 Artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor 253 253 Realisatie nutv werkzaamheden 1.604 Totaal 121.028 121.951 120.548 119.729 119.708 119.713 119.713Omzet overige departementenDe omzet afkomstig van andere departementen betreft de middelen voor het toezicht op naleving van de Wet normering topinkomens in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.Ook zet de ILT, in opdracht van dezelfde Minister, haar werkzaamheden voort op het gebied van de handhaving van de naleving van de verplich-tingen met betrekking tot het energielabel in het kader van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen.Omzet derdenDe opbrengsten derden betreffen de doorberekende kosten aan de afnemers van de vergunningen en overige externe opdrachten. Het toezicht op de woningcorporaties wordt doorbelast aan de sector en is ook opgenomen onder omzet derden (raming 2019: € 13,3 miljoen).LastenPersonele kostenIn 2019 stijgt de personele omvang van de ILT als gevolg van nieuwe taken op het gebied van exportheffing. Bij het doorgaande verloop vanwege pensionering, is kennisborging en -deling een belangrijk onderdeel van het personeelsbeleid. De externe inhuur betreft voorna-melijk inhuur op ict-terrein.Specificatie personele kostenrealisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Aantal FTE 1.099 1.113 1.124 1.124 1.124 1.124 1.124 Eigen personeelskosten (x € 1.000) 99.425 102.653 103.753 103.753 103.753 103.753 103.753 Externe inhuur (x € 1.000) 13.249 5.127 4.460 4.282 3.879 3.879 3.879Materiële kostenDe materiële kosten omvatten onder andere ICT, huisvesting, opleidingen en overige kosten voor middelen ten behoeve van de uitvoering van de inspectietaken. De eerder begrote kostendalingen op huisvesting en ICT-beheer worden vanaf 2020 gerealiseerd.De organisatieverandering bij ILT is in volle gang. Onder meer het programmatisch werken wordt geïmplementeerd zoals in het Meerja-renplan verder wordt toegelicht. Daarnaast wordt het IV- landschap vernieuwd. Dit levert de komende jaren naar verwachting besparingen op Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2161 de ICT-kosten op, afhankelijk van het tempo waarmee de verouderde applicaties kunnen worden vervangen en stopgezet. Mede daardoor kunnen de kosten voor externe ICT-inhuur worden teruggebracht.Kasstroomoverzicht over het jaar 2019 (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 1. Rekening-courant RHB 1 januari + stand depositoreke-ningen 40.775 26.542 20.083 16.652 16.664 16.664 16.664 2a totaal ontvangsten operati-onele kasstroom (+) – 5.174 146.956 145.629 144.457 144.034 144.039 144.039 2b totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–) – 4.199 – 153.214 – 148.861 – 144.245 – 143.834 – 143.839 – 143.839 2. Totaal operationele kasstroom – 9.373 – 6.258 – 3.232 212 200 200 200 3a. totaal investeringen (–/–) – 120 – 200 – 200 – 200 – 200 – 200 – 200 3b. totaal boekwaarde desinves-teringen (+/+) 25 – – – – – – 3. Totaal investeringskasstroom – 96 – 200 – 200 – 200 – 200 – 200 – 200 4a. eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–) – 4.765 – – – – – – 4b. eenmalige storting door het moederdepartement (+/+) – – – – – – – 4c. aflossingen op leningen (–/–) – – – – – – – 4d. beroep op leenfaciliteit (+/+) – – – – – – – 4. Totaal financieringskasstroom – 4.765 – – – – – – 5. Rekening-courant RHB 31 december + stand depositore-kening en (=1+2+3+4) 26.542 20.083 16.652 16.664 16.664 16.664 16.664 (Maximale roodstand € 0,5 mln.) ToelichtingOperationele kasstroomDe reserveringen en voorzieningen op de ILT-balans lopen naar verwachting de komende jaren terug door uitbetaling, waarna de totale operationele kasstroom zal afvlakken.InvesteringskasstroomDe investeringenkasstroom is naar verwachting beperkt omdat de ILT overgaat van eigen auto’s naar lease. De resterende investeringen betreffen bedrijfsspecifieke apparatuur.FinancieringskasstroomGelet op de beschikbare liquiditeiten is het doelmatig om de beperkte investeringen te financieren met eigen kasmiddelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2162 Overzicht doelmatigheidsindicatorenOmschrijving Generiek Deel 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 1. Kostprijzen per productgroep (x € 1.000) – Handhaving 130.267 124.594 123.855 122.878 122.553 122.557 122.557 – Vergunningverlening 25.739 22.362 21.774 21.580 21.481 21.482 21.482 2. Tarieven/uur (x € 1) – Handhaving 145,6 137,8 134,6 133,5 133,2 133,2 133,2 – Vergunningverlening 141,1 132,6 129,1 127,9 127,4 127,4 127,4 3. Omzet per productgroep (pxq)(x € 1.000) – Handhaving 122.759 120.320 118.988 117.816 117.396 117.402 117.402 – Vergunningverlening 14.221 14.115 14.115 14.115 14.115 14.115 14.115 4. FTE-totaal (excl. externe inhuur) 1.099 1.113 1.124 1.124 1.124 1.124 1.113 5. Saldo van baten en lasten (%) – 3,2% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 6. Kwaliteitsindicator 1: Doorlooptijd vergunningen binnen norm 91% 95% 95% 95% 95% 95% 95% 7. Kwaliteitsindicator 2: Wacht-tijden informatiecentrum 38 sec <20sec. <20sec. <20sec. <20sec. <20sec. <20sec. Omschrijving Specifiek Deel Inspectiediensten 8. Kwaliteit Handhaving: Klachten (bezwaar en beroep) 1.071 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 Waarvan gegrond (%) 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%ToelichtingBovenstaand overzicht bevat de doelmatigheidsindicatoren van de ILT en is opgesteld conform de Rijksbegrotingsvoorschriften. Het geraamde aantal fte’s past binnen de randen van de begroting.De kwaliteitsindicatoren (6, 7 en 8) betreffen de kwaliteit van vergunning-verlening, dienstverlening en handhaving. Aangezien «gegronde klachten» in het Inspectieproces niet bestaan, c.q. van de klachten niet formeel wordt vastgesteld of deze wel of niet gegrond zijn, is deze vervangen door «bezwaar- en beroepszaken». De ILT streeft naar 0% gegrond verklaarde bezwaren en beroepen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2163 Agentschap Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut IntroductieHet Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) adviseert en waarschuwt de samenleving om risico’s met een atmosferische of seismische oorsprong terug te dringen. Het KNMI ontwikkelt daartoe hoogwaardige kennis, verricht waarnemingen, en zet die om in producten en diensten die de veiligheidsrisico’s verminderen, bijdragen aan een duurzame samenleving en economische mogelijkheden bevorderen.Per 1 januari 2016 is de Wet taken meteorologie en seismologie in werking getreden.Producten en dienstenDe samenleving wordt steeds gevoeliger voor extreem weer, klimaatver-andering, luchtkwaliteit, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen. Om deze toegenomen risico’s zoveel mogelijk te helpen beperken past het KNMI het concept van de risico-reductie-cyclus toe.We bewaken en waarschuwen, maar we geven ook adviezen en hande-lingsperspectieven voor zowel acute als toekomstige gevaren. Daarbij trekken we actief lessen uit gebeurtenissen om toekomstige adviezen nog beter te maken en zo tot risico-reductie te komen. Dit doen we samen met onze omgeving: het algemene publiek, overheden en (weer)bedrijven. We innoveren permanent onze dienstverlening en creëren daarbij (duurzame) economische kansen voor het bedrijfsleven terwijl we bijdragen aan een veilig, bereikbaar en leefbaar Nederland.Het KNMI heeft zijn producten en diensten ingedeeld in de product-groepen Meteorologie en Seismologie. Daarnaast wordt Aardobservatie als product onderscheiden. Meetbare gegevens voor deze product-groepen zijn opgenomen in beleidsartikel 23.De begroting van baten en lasten van het agentschap KNMI (bedragen x € 1.000)Realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Baten Omzet moederdepartement 47.710 54.755 55.303 51.609 45.231 48.390 45.719 Omzet nog uit te voeren werkzaamheden 6.599 150 0 0 0 0 0 Omzet overige departementen 2.441 3.011 2.930 2.930 2.930 2.930 2.930 Omzet derden 21.004 24.367 24.809 25.434 25.610 25.626 25.626 Rentebaten 1 0 0 0 0 0 0 Vrijval uit voorzieningen 0 0 0 0 0 0 bijzondere baten 1 Totaal baten 77.756 82.284 83.042 79.974 73.772 76.947 74.276 Lasten Apparaatskosten 48.190 48.141 46.521 46.681 46.777 45.377 45.377 – personele kosten 32.760 32.636 32.141 31.841 31.541 31.241 31.241 * waarvan eigen personeel 31.411 31.840 31.345 31.045 30.745 30.445 30.445 * waarvan externe inhuur 1.245 744 744 744 744 744 744 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2164 Realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 * waarvan overige personele kosten 104 52 52 52 52 52 52 – materiële kosten 15.430 15.505 14.380 14.840 15.236 14.136 14.136 * waarvan apparaat ICT 5.812 5.105 5.105 5.105 5.105 5.105 5.105 * waarvan bijdrage aan SSO’s 4.467 4.575 4.075 3.975 3.975 3.275 3.275 * waarvan overige materiële kosten 5.151 5.825 5.200 5.760 6.156 5.756 5.756 Materiële Programmakosten * Aardobservatie 22.204 19.657 21.635 18.307 12.009 17.084 14.413 * Overig 7.676 11.048 11.448 11.548 11.548 11.048 11.048 * waarvan ICT 4.751 6.041 6.441 7.041 7.041 6.541 6.541 * waarvan overige materiële kosten 2.925 5.007 5.007 4.507 4.507 4.507 4.507 Afschrijvingskosten – materieel 1.823 3.038 3.038 3.038 3.038 3.038 3.038 * Apparaat 491 408 408 408 408 408 408 * waarvan apparaat ICT * Programma 1.332 2.630 2.630 2.630 2.630 2.630 2.630 * waarvan ICT 432 1.104 1.104 1.104 1.104 1.104 1.104 – immaterieel 98 400 400 400 400 400 400 Overige kosten – dotaties voorzieningen – Rentelasten 0 0 0 0 0 0 0 * Programma 0 0 0 0 0 0 0 * Apparaat 0 0 0 0 0 0 0 – bijzondere lasten – 1 – bijzondere lasten Totaal lasten 79.990 82.284 83.042 79.974 73.772 76.947 74.276 Saldo van baten en lasten – 2.234 0 0 0 0 0 0ToelichtingBatenOmzet moederdepartementDe omzet IenW betreft een vergoeding voor de producten op het gebied van meteorologie, seismologie en aardobservatie. Het betreft zowel een vergoeding voor wettelijke taken als de vergoeding van RWS, ANVS en beleids-DG’s voor maatwerk. De stijging in de opbrengsten IenW wordt veroorzaakt door fluctuatie in de opbrengsten voor Aardobservatie (programma). Daarnaast is sprake van een stijging door de toekenning van extra middelen vanaf 2018 in het kader van het programma Basale Dienstverlening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2165 Specificatie omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)Omschrijving Realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Hoofdstuk XII Artikel 11 Waterkwantiteit 500 422 422 422 421 420 420 Artikel 16 Spoor 20 45 45 45 45 45 44 Artikel 17 Luchtvaart 44 14 14 14 14 0 0 Artikel 19 Uitvoering milieubeleid en Internationaal 424 178 0 0 0 0 0 Artikel 23 Meteorologie en seismologie en aardobservatie* 43.088 51.121 51.846 48.153 41.776 44.950 42.280 Bijdrage ILT 0 0 0 0 0 0 0 Bijdrage RWS 2.370 2.370 2.370 2.370 2.370 2.370 2.370 Bijdrage ANVS 213 213 213 213 213 213 213 Bijdrage DCC 0 0 0 0 0 0 0 Overige omzet IenW 1.051 392 392 392 392 392 392 Totaal 47.710 54.755 55.303 51.609 45.231 48.390 45.719 Van totale omzet IenW * apparaats- en afschrijvings-kosten en rentelasten 30.477 35.098 33.668 33.302 33.222 31.306 31.306 * programma 17.233 19.657 21.635 18.307 12.009 17.084 14.413De bedragen per product zijn:Opbrengsten moederdepartement per product (bedragen x € 1.000)Omschrijving Realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Meteorologie 29.816 34.146 32.715 32.460 32.491 30.575 30.575 Seismologie 661 952 952 842 731 731 731 Aardobservatie 17.233 19.657 21.635 18.307 12.009 17.084 14.413 Totaal 47.710 54.755 55.303 51.609 45.231 48.390 45.719Omzet nog uit te voeren werkzaamhedenDe omzet nog uit te voeren werkzaamheden bestaat uit opbrengsten die in eerdere jaren van IenW zijn ontvangen voor de basistaken en waar in een later jaar prestaties voor worden geleverd.Omzet overige departementenDe opbrengst overige departementen heeft betrekking op van andere ministeries ontvangen vergoedingen voor de inzet van KNMI-capaciteit voor het hen verzochte maatwerk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2166 Specificatie omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)Realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Rijksinstituut voor Veiligheid en Milieu 115 87 87 87 87 87 87 Het Ministerie van Defensie 1.183 1.105 1.105 1.105 1.105 1.105 1.105 Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 1.069 1.671 1.590 1.590 1.590 1.590 1.590 Overig 74 149 149 149 149 149 149 Totaal 2.441 3.011 2.930 2.930 2.930 2.930 2.930Het KNMI ontvangt een vergoeding van het Rijksinstituut voor Veiligheid en Milieu (RIVM) voor de levering van luchtkwaliteitsverwachtingen. De bijdrage van het Ministerie van Defensie is een bijdrage voor onderhoud infrastructuur. De bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat betreft tot en met 2017 dienstverlening op het gebied van seismologie. Vanaf 2018 komt daar naar aanleiding van de herverkaveling een bijdrage bij voor dienstverlening op het gebied van klimaat (voorheen bij het Ministerie van IenW).Omzet derdenOpbrengsten luchtvaart zijn inkomsten uit een drietal tarieven die via Eurocontrol of LVNL bij luchtvaartmaatschappijen in rekening worden gebracht. Projecten extern gefinancierd bestaat uit gelden van de Europese Unie, ESA/ESTEC, universiteiten en NSO ter financiering van onderzoeksprojecten in de meteorologie en seismologie. De opbrengsten dataverstrekking en licenties bestaan uit ontvangsten van voornamelijk weerproviders voor door het KNMI aan hen geleverde meteorologische data. De overige opbrengsten betreffen deels lopende contracten met derden (zoals bijvoorbeeld Climate Centre, NAM en Havenbedrijven) en deels nog te realiseren opbrengsten.Specificatie omzet derdenRealisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Opbrengsten luchtvaart 9.103 8.997 8.997 8.997 8.997 8.997 8.997 Projecten extern gefinancierd 9.787 13.233 13.233 13.233 13.233 13.233 13.233 Dataverstrekkingen en licenties 649 600 600 600 600 600 600 Overige opbrengsten 1.465 1.537 1.979 2.604 2.780 2.796 2.796 Totaal 21.004 24.367 24.809 25.434 25.610 25.626 25.626LastenPersonele kostenDe specificatie van de personele kosten is als volgt:Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2167 Specificatie personele kosten Realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 FTE 383 377 371 368 364 361 361 Eigen personeelskosten (x € 1.000) 31.411 31.840 31.345 31.045 30.745 30.445 30.445 Inhuur (x € 1.000) 1.245 744 744 744 744 744 744De daling van de inhuurkosten komt voort uit het streven deze kosten verder te verlagen.Materiële apparaatskostenDe materiële uitgaven omvatten onder andere ICT, huisvesting, communi-catie en contributies. De toename van de kosten wordt vooral veroorzaakt door hogere ICT-kosten naar aanleiding van investeringen in ICT die gedaan zullen worden in het kader van het programma Basale Dienstver-lening+ en hogere kosten voor uitbesteding voor het uitvoeren van subsidieprojecten.AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten betreffen voornamelijk de afschrijvingskosten voor ICT-apparatuur (Rekenserver en Massa opslagsysteem) en waarneemap-paratuur (regenradars, wolkenradars en een veelheid aan sensoren).Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2168 Kasstroomoverzicht van het agentschap KNMI (bedragen x € 1.000)Realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 1. Rekening-courant RHB 1 januari + stand depositore-kening 11.668 4.110 2.830 2.566 2.779 2.868 2.688 2a. Totaal ontvangsten operati-onele kasstroom (+) 1.921 3.438 3.438 3.438 3.438 3.438 3.438 2b. Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-) – 8.171 – 4.071 – 1.973 – 1.129 – 953 – 1.155 – 1.545 2. Totaal operationele kasstroom – 6.250 – 633 1.465 2.309 2.485 2.283 1.893 3a. Totaal investeringen (-/-) – 6.142 – 7.382 – 2.373 – 1.700 – 200 0 0 3b. Totaal boekwaarde desinves-teringen (+/+) 319 0 0 0 0 0 0 3. Totaal investeringskasstroom – 5.823 – 7.382 – 2.373 – 1.700 – 200 0 0 4a. Eenmalige uitkeringen aan moederdepartement (-/-) 0 0 0 0 0 0 0 4b. Eenmalige storting door het moederdepartement (+/+) 0 300 300 300 300 300 300 4c. Aflossingen op leningen (-/-) 0 – 948 – 2.029 – 2.396 – 2.696 – 2.763 – 1.960 4d. Beroep op leenfaciliteit (+/+) 4.516 7.382 2.373 1.700 200 0 0 4. Totaal financieringskas-stroom 4.516 6.734 644 – 396 – 2.196 – 2.463 – 1.660 5. Rekening-courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) 4.110 2.830 2.566 2.779 2.868 2.688 2.921 (maximale roodstand € 0,5 miljoen) ToelichtingOperationele kasstroomDe operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en vooruitontvangen bedragen. De vooruitontvangen bedragen voor aardobservatie worden vanaf 2019 negatief. Daarom is een nog door te voeren kasschuif opgenomen in de operationele kasstroom.InvesteringskasstroomInvesteringen vinden vooral plaats in waarneemapparatuur en computer-systemen.FinancieringskasstroomHet beroep op de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën betreft investeringen met een afschrijvingstermijn van 3 jaar of langer. Voor 2018 betreft het vooral investeringen in software (€ 3,4 miljoen) en waarneem-Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2169 apparatuur (€ 3,5 miljoen). In de jaren daarna betreft het met name investeringen in de waarneem- en productieketen.Als gevolg van het resultaat 2017 is het Eigen Vermogen van het KNMI nihil. In lijn met de Regeling Agentschappen wordt het Eigen Vermogen van het KNMI behoedzaam aangevuld door de eigenaar met € 0,3 miljoen per jaar tot en met 2023 tot een bedrag van € 1,8 miljoen.Overzicht doelmatigheidsindicatorenOmschrijving Generiek Deel Realisatie 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Kostprijzen per product (groep) – percentage overhead (*) 97 97 97 97 97 97 97 – fte’s overhead/indirect (*) 104 98 98 98 98 98 98 Tarieven/uur (*) 96 103 103 103 103 103 103 Omzet per productgroep – Meteorologie 52.649 59.470 58.331 58.701 58.908 57.008 57.008 – Seismologie 2.898 3.157 3.076 2.966 2.855 2.855 2.855 – Aardobservatie 22.207 19.657 21.635 18.307 12.009 17.084 14.413 FTE-totaal (excl. externe inhuur) 383 377 371 368 364 361 361 Saldo van baten en lasten (%) – 3% 0% 0% 0% 0% 0% 0% Algemene weersverwachtingen en adviezen – afwijking min.temperatuur (°C) 0,34 ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) – afwijking max.temperatuur (°C) – 0,31 ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) ABS (<0,5) – gemiddelde afwijking windsnelheid (m/s) – 0,12 ABS (<1,0) ABS (<1,0) ABS (<1,0) ABS (<1,0) ABS (<1,0) ABS (<1,0) Maritieme verwachtingen – tijdigheid marifoonbericht (%) 99,4 > 99 > 99 > 99 > 99 > 99 > 99ToelichtingHet totale aantal fte’s en daarmee ook het aantal fte’s overhead/indirect zal dalen door bezuinigingen.Door prijsstijgingen (o.a. ICT) stijgen de kosten van de overhead. Tezamen met het dalende aantal fte’s zorgt dit voor een (sterke) stijging van de uurtarieven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2170 6. BIJLAGEN Bijlage 1 ZBO’s en RWT’s Naam organisatie1 rwt zbo Functie Begro-tingsarti-kel(en) Begrotings-raming2 (x € 1.000) Verwijzing naar website rwt/zbo3 Hyperlinkuitgevoerdeevaluatie zbo onder kaderwet APK-erkenninghouders X Keuren motorvoertuigen n.v.t. n.v.t. div. Evaluatieplicht n.v.t. Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Straling (ANVS) X X Uitvoeren werkzaam-heden op het vlak van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, vervoer van radio-actieve stoffen en radio-actief afval, stralingsincidenten en beveiliging en safeguards. 97 n.v.t. www.autoriteitnvs.nl De ANVS is een zbo sinds 1 juli 2017. Centraal Bureau Rijvaardigheidsbe-wijzen (CBR)4 X X Afnemen div. mobiliteits-examens 14 917 www.cbr.nl De wettelijke evaluatie heeft plaatsgevonden in 2017. Het rapport is in juli 2018 aange-boden aan de Eerste en Tweede Kamer. College voor toelating van gewasbescher-mingsmiddelen en biociden (Ctgb) X X Besluitvorming omtrent de toelating van gewasbeschermingsmid-delen en biociden in Nederland 22 959 www.ctgb-wageningen.nl Evaluatieplicht n.v.t. (EZ) Commissie m.e.r. X Adviseert over de inhoud en kwaliteit van milieueffectrapporten 13 0 www.commissiemer.nl Evaluatieplicht n.v.t. Dienst voor het Wegverkeer (RDW)* X X Keuren en registreren voertuigen/onderdelen 14 n.v.t. www.rdw.nl https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/12/12/aanbieding-rapport-wettelijke-evaluatie-aan-tweede-kamer Havenbeheerders X Zorgdragen voor ontvangstinrichtingen voor scheepsafval n.v.t. n.v.t. div. Evaluatieplicht n.v.t. Stichting VAM (IBKI)* X X Afnemen examen rijinstructeur, APK-keurmeester n.v.t. n.v.t. www.ibki.nl Beperkte evaluatie vindt plaats in 2018 Keuringsartsen Scheepvaart X Medische keuring n.v.t. n.v.t. www.ilent.nl Evaluatieplicht n.v.t. Keuringsinstanties Explosieven X Verrichten van keurings-activiteiten op explo-sieven n.v.t. n.v.t. div. Evaluatieplicht n.v.t. Keuringsinstanties Kabelbaaninstallaties X Keuren kabelbaaninstal-laties n.v.t. n.v.t. div. Evaluatieplicht n.v.t. Keuringsinstanties Pleziervaartuigen X Keuren pleziervaartuigen n.v.t. n.v.t. div. Evaluatieplicht n.v.t. Keuringsinstanties Scheepsuitrusting X Keuren scheepsuit-rusting n.v.t. n.v.t. div. Evaluatieplicht n.v.t. KIWA X Vergunningverlening voor ILT div. n.v.t. www.kiwa.nl Evaluatieplicht n.v.t. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2171 Naam organisatie1 rwt zbo Functie Begro-tingsarti-kel(en) Begrotings-raming2 (x € 1.000) Verwijzing naar website rwt/zbo3 Hyperlinkuitgevoerdeevaluatie zbo onder kaderwet Klassebureaus art. 6 Schepenwet en art. 6 en 3.1 Schepenbesluit 1965 en Binnenvaart X X Classificeren van schepen n.v.t. n.v.t. div. Evaluatieplicht n.v.t. Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL)* X X Luchtverkeersbege-leiding 17 77 www.lvnl.nl https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-411563.pdf Nederlands Loods-wezen BV X Faciliteren beloodsen schepen 18 n.v.t. www.loodswezen.nl Evaluatieplicht n.v.t. Nederlandse Loodsencorporatie (NLC) div. div. Beloodsen van schepen 18 n.v.t. www.loodswezen.nl Evaluatieplicht n.v.t. ProRail X Beheren spoorinfra-structuur 13. IF 2.374.783 www.prorail.nl Evaluatieplicht n.v.t. Regionale Loodsen-corporaties (RLC’s) X X Beloodsen van schepen 18 n.v.t. www.loodswezen.nl Evaluatieplicht n.v.t. Rijkshavenmeester Rotterdam en Amsterdam X X Havenverkeersleiding n.v.t. n.v.t. www.portofrotter-dam.com Evaluatieplicht n.v.t. Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) X Het op verzoek van de bestuursrechter uitbrengen van onafhankelijke deskundi-genberichten op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening, water, bouw en schade 98 5.227 www.stab.nl Evaluatieplicht n.v.t. Stichting Airport Coordination Netherlands (SACN)* X Slottoewijzing luchtvaart n.v.t. n.v.t. www.slotcoordina-tion.nl Evaluatieplicht n.v.t. Stichting Buisleidin-genstraat Nederland (LSNed) X LSNed beheert een obstakelvrij leidingen-tracé tussen de industriegebieden van Rotterdam en Moerdijk, in de richting van Vlissingen en Antwerpen. n.v.t. n.v.t. www.lsned.nl Evaluatieplicht n.v.t. De Nationale en Internationale Wegvervoer Organi-satie (NIWO)* X X Verlenen en intrekken van vergunningen en machtigingen n.v.t. n.v.t. www.niwo.nl https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2013/05/17/rapportage-wettelijke-evaluatie-niwo Per 1 januari 2017 omgevormd tot publiekrechtelijk zbo. Evaluatie vindt plaats in 2018. Stichting Scheepsaf-valstoffen en Vaardocumenten Binnenvaart (SAB) X Afgeven olieafgifte-boekje 18 n.v.t. www.sabni.nl Evaluatieplicht n.v.t. Stichting Vaarbewijs- en Marifoonexamens (VAMEX)* X X Afnemen examen klein vaarbewijs n.v.t. n.v.t. www.vamex.nl Evaluatieplicht n.v.t. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2172 Naam organisatie1 rwt zbo Functie Begro-tingsarti-kel(en) Begrotings-raming2 (x € 1.000) Verwijzing naar website rwt/zbo3 Hyperlinkuitgevoerdeevaluatie zbo onder kaderwet VTS-operators X X Reguleren van scheep-vaartverkeer op rivieren en in havens. n.v.t. n.v.t. www.portofrotter-dam.com Evaluatieplicht n.v.t.1 Organisaties met een (*) zijn onder de werking van de Kaderwet zbo’s gebracht. Een groot aantal organisaties is deeltijd-zbo/-rwt.2 Het overgrote deel van de onder IenW ressorterende zbo’s en rwt’s wordt gefinancierd vanuit tarieven.3 Voor de algemene toezichtvisie en ministeriële regelingen en sturingsvisies op zbo’s, zie: http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-infrastructuur-en-waterstaat/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/03/07/toezichtvisie-ienm-2013–2017-verantwoorde-uitvoering.html 4 Ten behoeve van de inzichtelijkheid zijn subsidies en subsidieregelingen die met ingang van 2018 onder de verantwoordelijkheid van het Minis-terie van Binnenlandse Zaken dan wel het Ministerie van Economische zaken niet opgenomen. Dit leidt in de 2017 tot verschillen ten opzichte van het Jaarverslag 2017. Naam organisatie1 Minis-terie rwt zbo Functie Begro-tingsarti-kel(en) Begrotingsraming2 (x € 1.000) Verwijzing naar website rwt/zbo3 College voor toelating van gewasbescher-mingsmiddelen en biociden (Ctgb) EZK X X Besluitvorming omtrent de toelating van gewasbescher-mingsmiddelen en biociden in Nederland 22 959 www.ctgb-wageningen.nl1 Organisaties met een (*) zijn onder de werking van de Kaderwet zbo’s gebracht. Een groot aantal organisaties is deeltijd-zbo/rwt.2 Het overgrote deel van de onder IenM ressorterende zbo’s en rwt’s wordt gefinancierd vanuit tarieven.3 Voor de algemene toezichtvisie en ministeriële regelingen en sturingsvisies op zbo’s, zie: http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ienm/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/03/07/toezichtvisie-ienm-2013–2017-verantwoorde-uitvoering.html Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2173 Bijlage 2 Verdiepingsbijlage Beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000)11 Integraal Waterbeleid 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 44.986 44.310 44.312 43.974 41.875 41.875 Mutatie nota van wijziging 2017 803 – 412 – 376 – 212 – 5 – 5 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 6.866 4.214 4.114 3.564 564 – 936 Nieuwe mutaties – 3.011 – 2.750 – 2.699 – 2.391 832 835 Stand ontwerpbegroting 2019 49.644 45.362 45.351 44.935 43.266 41.769Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 11.01 Algemeen waterbeleid 1 Loon-/prijsbijstelling tranche 2018 579 475 825 2.234 2.349 2.352 2 HGIS GCECA – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000 3 HGIS Watergazant – 491 – 491 – 491 – 491 4 Bijdrage KNMI – 622 – 573 – 573 – 573 – 733 – 733 Diversen 253 73 – 334 – 1.254 – 447 – 447 11.02 Waterveiligheid Diversen – 68 – 18 – 17 – 11 – 12 – 12 11.03 Grote oppervlaktewateren Diversen – 671 – 243 – 118 – 324 – 325 – 325 11.04 Waterkwaliteit Diversen 9 27 9 28 Totaal – 3.011 – 2.750 – 2.699 – 2.391 832 835Ad 1. Dit betreft de toedeling van de prijsbijstelling tranche 2018.Ad 2. Dit betreft de overboeking van de toegekende HGIS middelen voor Global Excellence for Climate Adaptation (GCECA) van artikel 11 (Integraal Waterbeleid) naar artikel 19 (Uitvoering Milieubeleid en Internationaal). De middelen worden overgeboekt, omdat de doelstelling van het programma beter aansluit bij de doelstellingen van artikel 19.Ad 3. Dit betreft de overboeking van de toegekende HGIS-middelen voor de Watergazant. De verantwoording hiervoor vindt plaats op artikel 98 gezien het personele kosten betreft.Ad 4. Jaarlijks worden er, in overleg met het KNMI, door de opdracht-gevers van het KNMI aanvullende opdrachten verstrekt middels een jaarlijkse offerte. Naar aanleiding van de offerte 2018 wordt er aanvullend budget aan het KNMI overgeheveld voor het inrichten van de functie met betrekking tot Space Weather en het uitvoeren van Broeikasgasmetingen in 2018.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2174 Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1.000)11 Integraal Waterbeleid 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 278 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2019 278 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2175 Beleidsartikel 13 Bodem en Ondergrond Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)13 Bodem en Ondergrond 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 131.496 101.727 104.016 186.353 188.668 189.387 Mutatie nota van wijziging 2017 – 77.656 – 54.897 – 53.979 – 49.779 – 50.779 – 50.779 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 400 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 – 12.043 – 7.579 – 14.064 936 936 936 Nieuwe mutaties – 2.751 1.785 – 929 2.133 – 1.122 – 1.122 Stand ontwerpbegroting 2019 39.046 41.436 35.044 139.643 137.703 138.422Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000) Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 13.01 Ruimtelijke instrumentarium 13.02 Geo-informatie 13.03 Gebiedsontwikkeling 13.04 Ruimtegebruik bodem 1 Stormpolderdijk – 2.950 2.950 0 2.000 0 0 Diversen 133 – 1.278 – 997 133 – 1.123 – 1.123 13.05 Omgevingswet Diversen 66 113 68 0 1 1 Totaal – 2.751 1.785 – 929 2.133 – 1.122 – 1.122Ad 1. Dit betreft een desaldering in het kader de geactualiseerde saneringsopgave Stormpolderdijk (EMK). De ontvangst van de gemeente Krimpen a/d IJssel vanwege de verkoop van het terrein (€ 2,950 miljoen) wordt niet meer in 2018 maar in 2019 verwacht. Daarnaast zijn er in het jaar 2021 voor € 2 miljoen aan ontvangsten in kader van aanvullende maatregelen de gemeente Krimpen a/d IJssel in het kader van de saneringsopgave Stormpolderdijk (EMK).Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1.000)13 Bodem en Ondergrond 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 8.824 3.824 3.824 3.824 3.824 3 824 Mutatie nota van wijziging 2017 – 8.824 – 3.824 – 3.824 – 3.824 – 3.824 – 3 824 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 2.950 1.500 0 0 0 0 Nieuwe mutaties – 2.950 2.950 0 2.000 0 0 Stand ontwerpbegroting 2019 0 4.450 0 2.000 0 0Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Ontvangsten 2018 2019 2020 2021 2022 2023 13.09 1 Stormpolderdijk – 2.950 2.950 0 2.000 0 0 Totaal – 2.950 2.950 0 2.000 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2176 Ad 1. Zie hierboven toelichting uitgaven artikel 13 ad 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2177 Beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)14 Wegen en Verkeersveiligheid 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 36.725 34.298 32.827 29.492 28.653 29.338 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 2.000 644 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 1.083 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 3.772 14.975 8.216 7.672 7.248 4.894 Stand ontwerpbegroting 2019 43.580 49.917 41.043 37.164 35.901 34.232Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 14.01 Netwerk 1 BOA inzet tbv impuls wegen 1.259 2 Overboekingen vanuit IF (DUMO, Fiets) 2.107 1.085 3 Overboekingen vanuit DGMI 0 13.357 7.678 7.185 6.911 5.068 Diversen 64 520 525 474 322 – 189 14.02 Veiligheid Diversen 342 13 13 13 15 15 Totaal 3.772 14.975 8.216 7.672 7.248 4.894Ad 1. Als gevolg van de impuls Wegen uit het regeerakkoord Rutte III worden in 2018 meer verkenningen en MIRT onderzoek gestart door RWS. Hiervoor wordt budget overgeheveld van het Infrastructuurfonds naar Hoofdstuk XII.Ad 2. Deze mutatie betreft een overboeking vanuit het Infrastructuurfonds voor de programma’s Duurzame Mobiliteit, Fiets en Programma Innovatie Mobiliteit. Deze middelen worden onder andere ingezet voor beleidson-dersteuning en advies (BOA) van RWS.Ad 3. Bij de herinrichting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is besloten dat de taken die worden verricht in de taakvelden voor voertuigemissies en brandstoffen, worden overgedragen van DGMI naar DGMo. Daarom worden budgetten van artikel 21 naar artikel 14 overgeboekt.Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1.000)14 Wegen en Verkeersveiligheid 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 6.782 6.782 6.782 6.782 6.782 6.782 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 0 0 0 0 0 – 1.000 Stand ontwerpbegroting 2019 6.782 6.782 6.782 6.782 6.782 5.782Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2178 Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)Ontvangsten 2018 2019 2020 2021 2022 2023 1 Buisleidingen – 1.000 Totaal 0 0 0 0 0 – 1.000Ad 1. Deze mutatie betreft een technische verwerking. De geraamde inkomsten uit de Buisleidingenstraat bedragen € 2 miljoen per jaar. Deze reeks is gebaseerd op een afbetaling van een lening van ca. € 70 miljoen waarvan inmiddels ca. € 50 miljoen is terugbetaald. Abusievelijk is deze ontvangstenreeks in het verleden structureel doorgetrokken. Met deze mutatie wordt invulling gegeven aan een afbouw van deze extrapolatie teneinde een tekort op langere termijn te voorkomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2179 Beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)16 Openbaar Vervoer en Spoor 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 18.622 13.142 13.917 14.237 14.234 12.400 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 354 15 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 316 0 1 – 1 11 – 232 Stand ontwerpbegroting 2019 19.292 13.157 13.918 14.236 14.245 12.168Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 16.01 Spoor Diversen 316 0 1 – 1 11 – 232 Totaal 316 0 1 – 1 11 – 232De mutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en hoeven daarom niet te worden toegelicht.Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1.000)16 Openbaar Vervoer en Spoor 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 3.497 0 0 0 0 0 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2019 3.497 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2019 3.497 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2180 Beleidsartikel 17 Luchtvaart Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)17 Luchtvaart 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 15.162 15.731 11.496 9.181 9.243 8.339 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 1.675 7.000 6.875 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 1.260 – 140 280 0 0 0 Nieuwe mutaties 2.029 4.738 2.278 877 562 362 Stand ontwerpbegroting 2019 20.126 27.329 20.929 10.058 9.805 8.701Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 17.01 Luchtvaart 1 Kasschuif Wederopbouw Saba – 1.594 1.594 2 Luchtvaart dossiers 2.607 3.271 2.400 1.188 988 988 3 Eindejaarsmarge 1.223 Diversen – 207 – 127 – 122 – 311 – 426 – 626 Totaal 2.029 4.738 2.278 877 562 362Ad 1. Als gevolg van de orkaanschade moet in 2018 een nieuwe afvalver-brandingsinstallatie op Saba worden gerealiseerd. Door een kasschuif tussen artikel 21 (Duurzaamheid) en artikel 17 (Luchtvaart) worden hiervoor middelen vrijgemaakt.Ad 2. Ten behoeve van de ambities uit het regeerakkoord Rutte III op het luchtvaartdossier zijn extra middelen benodigd voor de programma’s Schiphol, Luchtruimherziening en Lelystad. Voor de begrotingsperiode (2018–2023) worden middelen toegevoegd voor de inzet op het luchtvaart-dossier.Ad 3. Betreft een mutatie in het kader van de opgevraagde eindejaar-marge voor de financiering van overlopende verplichtingen uit 2017.Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1.000)17 Luchtvaart 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 1.115 1.255 732 605 675 535 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 810 110 530 250 250 250 Nieuwe mutaties 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2019 1.925 1.365 1.262 855 925 785Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2181 Beleidsartikel 18 Scheepvaart en Havens Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)18 Scheepvaart en Havens 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 25.396 14.016 11.032 4.657 4.663 5.227 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 5.500 12.500 12.500 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 10.187 12.451 10.674 7 7 7 Nieuwe mutaties 297 – 412 458 – 129 – 141 – 194 Stand ontwerpbegroting 2019 41.380 38.555 34.664 4.535 4.529 5.040Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 18.01 Scheepvaart en havens Diversen 297 – 412 458 – 129 – 141 – 194 Totaal 297 – 412 458 – 129 – 141 – 194De mutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en hoeven daarom niet te worden toegelicht.Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1.000)18 Scheepvaart en Havens 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 200 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 0 0 784 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2019 200 0 784 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2182 Beleidsartikel 19 Uitvoering Milieubeleid en Internationaal Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)19 Uitvoering Milieubeleid en Internati-onaal 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 66.915 64.678 57.936 58.138 57.882 56.120 Mutatie nota van wijziging 2017 – 21.799 – 22.139 – 16.454 – 16.760 – 16.484 – 14.640 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 7.545 – 46 – 46 190 190 190 Nieuwe mutaties 2.752 3.671 5.031 5.104 3.617 3.187 Stand ontwerpbegroting 2019 55.413 46.164 46.467 46.672 45.205 44.857Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 19.01 Tegengaan klimaatverandering 19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking 1 HGIS GCECA 2.000 2.000 2.000 2.000 0 0 2 Loon-/prijsbijstelling tranche 2018 1.123 943 1.681 2.385 2.592 2.589 3 Opdracht RIVM 0 900 900 900 900 900 Diversen – 371 – 172 450 – 181 125 – 302 Totaal 2.752 3.671 5.031 5.104 3.617 3.187Ad 1. Dit betreft de overboeking van de toegekende HGIS-middelen voor Global Excellence for Climate Adaptation (GCECA) van artikel 11 (Integraal Waterbeleid) naar artikel 19 (Uitvoering Milieubeleid en Internationaal). De middelen worden overgeboekt omdat de doelstelling van het programma beter aansluit bij de doelstellingen van artikel 19.Ad 2. Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling tranche 2018.Ad 3. De opdrachtverlening en de bijbehorende budgetten aan het RIVM worden binnen IenW op artikel 19 verantwoord en centraal gecoördi-neerd. De benodigde middelen worden vanuit diverse beleidsartikelen naar dit artikel overgeheveld.Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1.000)19 Uitvoering Milieubeleid en Internati-onaal 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 224.000 224.000 224.000 224.000 224.000 224.000 Mutatie nota van wijziging 2017 – 224.000 – 224.000 – 224.000 – 224.000 – 224.000 – 224.000 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 431 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2019 431 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2183 Beleidsartikel 20 Lucht en Geluid Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)20 Lucht en Geluid 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 34.729 27.895 28.057 28.913 29.003 30.857 Mutatie nota van wijziging 2017 – 355 – 355 – 355 – 355 – 355 – 355 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 – 2.332 – 19 – 19 0 0 0 Nieuwe mutaties 185 82 – 51 – 51 – 52 – 52 Stand ontwerpbegroting 2019 32.227 27.603 27.632 28.507 28.596 30.450Specificatie nieuwe mutaties (x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 20.01 Gezonde lucht en tegengaan geluidhinder Diversen 185 82 – 51 – 51 – 52 – 52 Totaal 185 82 – 51 – 51 – 52 – 52De mutaties zijn lager dan de voorgeschreven norm en hoeven daarom niet te worden toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2184 Beleidsartikel 21 Duurzaamheid Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)21 Duurzaamheid 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 19.719 17.745 18.195 18.305 18.062 16.270 Mutatie nota van wijziging 2017 14.702 13.869 8.189 7.697 7.421 5.577 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 33.600 2.606 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 – 2.753 – 183 28 0 0 0 Nieuwe mutaties – 5.254 – 6.575 – 773 – 8.340 – 7.792 – 5.531 Stand ontwerpbegroting 2019 60.014 27.462 25.639 17.662 17.691 16.316Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 21.04 Duurzaamheidsinstrumentarium Diversen – 143 21.05 Duurzame productketens 1 Kasschuif Wederopbouw Saba 1.594 – 1.594 2 Overboeking BZK – 2.250 3 Overboeking EZK – 1.543 4 Intensivering Circulaire Economie 8.000 8.000 Diversen 408 888 – 584 – 643 – 371 46 21.06 Natuurlijk kapitaal 5 Bijdrage RWS – 2.000 Diversen 150 21.07 Duurzame mobiliteit 6 Overheveling naar DGMo 0 – 13.604 – 7.924 – 7.432 – 7.156 – 5.313 7 Bijdrage waterstofbussen – 1.875 Diversen 705 – 265 – 265 – 265 – 265 – 264 Totaal – 5.254 – 6.575 – 773 – 8.340 – 7.792 – 5.531Ad 1. Als gevolg van de orkaanschade moet in 2018 een nieuwe afvalver-brandingsinstallatie op Saba worden gerealiseerd. Door een kasschuif tussen artikel 21 (Duurzaamheid) en artikel 17 (Luchtvaart) worden hiervoor middelen vrijgemaakt.Ad 2. Dit betreft een bijdrage aan het Ministerie van BZK voor de klimaatenvelop. Vanuit het regeerakkoord is er voor klimaat (CO2-reductie) en de circulaire transitie in 2018 € 2,25 miljoen beschikbaar voor de Rijksinkoop. Met deze middelen worden pilots en projecten gestimuleerd die tot doel hebben om via inkoop een bijdrage te leveren aan de circulaire en CO2-arme economie.Ad 3. Dit betreft een overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken voor de regeling nationale EZ-subsidies Beleidsexperiment CO2-reductie industrie. Deze regeling is onderdeel van projecten omtrent circulaire economie die worden uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2185 Ad 4. Dit betreft een overboeking vanuit artikel 22. Deze middelen zijn benodigd voor de uitvoering van het IenW-deel van de kabinetsbrief (TK 2017-2018, 32 852 nr. 59) Circulaire Economie.Ad 5. Rijkswaterstraat voert werkzaamheden uit in het kader van innovaties op het vlak van circulaire economie in de grond- weg- en waterbouw. Hiertoe wordt budget overgeheveld vanuit de begroting Hoofdstuk XII naar het Infrastructuurfonds.Ad 6. Bij de herinrichting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is besloten dat de taken die worden verricht in de taakvelden voor voertuigemissies en brandstoffen, worden overgedragen van DGMI naar DGMo. Daarom worden budgetten van artikel 21 naar artikel 14 overgeboekt.Ad 7. Dit betreft een overboeking naar het Provinciefonds ten behoeve van waterstofbussen.Beleidsartikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 34.937 49.057 57.829 56.805 63.346 63.967 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 10.806 – 5.009 – 6.709 0 0 0 Nieuwe mutaties 6.428 – 10.246 – 5.555 – 13.435 – 13.515 – 1.605 Stand ontwerpbegroting 2019 52.171 33.802 45.565 43.370 49.831 62.362Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 22.01 Veiligheid chemische stoffen 1 Opdracht RWS 1.373 1.373 1.373 1.373 1.373 Diversen 487 – 904 – 304 – 304 – 304 – 374 22.02 Veiligheid biotechnologie Diversen – 100 – 100 – 100 – 100 – 100 22.03 Veiligheid bedrijven en transport 2 Kasschuif KNMI/DGMI 6.430 2.270 – 4.020 – 2.000 – 2.680 0 3 Opdracht RWS – 1.373 – 1.373 – 1.373 – 1.373 – 1.373 4 Opdracht RIVM – 900 – 900 – 900 – 900 – 900 5 Impuls Omgevingsveiligheid – 14.150 6 Kasschuif Asbest / Circulaire Economie 11.200 8.000 – 9.000 – 9.300 – 8.000 – 8.000 Diversen – 489 338 – 231 – 231 – 231 – 231 Totaal 6.428 – 10.246 – 5.555 – 13.435 – 13.515 – 1.605Ad 1. Jaarlijks wordt met RWS een contract afgesloten over de capaci-teitsinzet en de middelen voor het aangaan van verplichtingen. Het gaat hier specifiek om de BOA-financiering (Beleidsondersteuning, Onderzoek en Advies).Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2186 Ad 2. Binnen de IenW-begroting wordt een kasschuif gefaciliteerd tussen DGMI en KNMI. Voor het KNMI (artikel 23) betreft dit een schuif van de middelen aardobservatie. Voor DGMI (artikel 22) betreft dit schuiven op de Bijdrage agentschappen en programma Omgevingsveiligheid. De schuiven zijn nodig om het kasritme in overeenstemming te krijgen met de te verwachten programmering.Ad 3. Zie toelichting bij ad 1.Ad 4. De gecoördineerde opdrachtverlening aan RIVM wordt verantwoord op artikel 19. Vanuit de andere artikelen wordt voor aanvullingen op de centrale opdracht budget overgeheveld naar artikel 19.Ad 5. Ten behoeve van de uitvoering van het programma Impuls Omgevingsveiligheid wordt budget gedecentraliseerd voor de uitvoering van de programmering 2019.Ad 6. Betreft een generale kasschuif waardoor benodigde middelen in het juiste kasritme beschikbaar komen voor maatregelen op het gebied van Circulaire Economie en de Subsidieregeling verwijderen asbestdaken voor de jaren 2019 en 2020. Het aandeel circulaire economie wordt overge-heveld naar artikel 21. Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1.000)22 Externe veiligheid en risico’s 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 250 250 250 250 250 250 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 2.182 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2019 2.432 250 250 250 250 250Beleidsartikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 50.508 49.482 38.864 33.887 38.887 38 887 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 – 60 – 33 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 1.613 3.337 10.229 8.829 7.003 4 332 Stand ontwerpbegroting 2019 52.061 52.786 49.093 42.716 45.890 43 219Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2187 Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 23.01 Meteorologie en seismologie 1 KNMI Aanvullende taken 610 365 365 365 365 365 2 KNMI Basale Dienstverlening 6.400 5.700 5.300 5.200 3.300 3.300 Diversen 703 402 402 402 402 402 23.02 Aardobservatie 3 Kasschuif KNMI/DGMI – 6.191 – 3.170 4.020 2.671 2.670 0 Diversen 91 40 142 191 266 265 Totaal 1.613 3.337 10.229 8.829 7.003 4.332Ad 1. Jaarlijks worden er, in overleg met het KNMI, door de opdracht-gevers van het KNMI aanvullende opdrachten verstrekt door middel van een jaarlijkse offerte. Naar aanleiding van de offerte 2018 wordt er aanvullend budget naar het KNMI overgeheveld voor het inrichten van de functie met betrekking tot Space Weather en het uitvoeren van Broeikas-gasmetingen in 2018.Ad 2. Het KNMI heeft onderzocht hoe de toekomstvastheid van het instituut geborgd kan worden. Zowel voor wat betreft zijn bedrijfsvoering als zijn taken gelet op technologische ontwikkelingen. Het totale plan van het KNMI laat zich in grofweg twee investeringen uiteenzetten. Naar aanleiding van besluitvorming over de eerste investering (Basale Dienstverlening+) worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld. Deze investering legt de focus op een gezonde bedrijfsvoering en financiën van het KNMI.Ad 3. Binnen de IenW-begroting wordt een kasschuif gefaciliteerd tussen DGMI en KNMI. Voor het KNMI (artikel 23) betreft dit een schuif van de middelen voor aardobservatie. Voor DGMI (artikel 22) betreft dit schuiven op meerdere beleidsvlakken, met name op de Bijdrage agentschappen en het programma Omgevingsveiligheid. De schuiven zijn nodig om het kasritme in overeenstemming te krijgen met de te verwachten program-mering.Beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)24 Handhaving en Toezicht 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 103.314 103.364 103.382 103.400 103.401 103.401 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 7.233 4.708 3.871 3.835 3.840 3.840 Stand ontwerpbegroting 2019 110.547 108.072 107.253 107.235 107.241 107.241Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2188 Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 24.01 Handhaving en toezicht 1 IV-portefeuille 1.000 2 Verhuiskosten 1.950 4 Toezicht Schiphol 525 740 6 Loon-/prijsbijstelling tranche 2018 2.513 2.500 2.552 2.601 2.606 2.606 7 Exportheffing afval 253 1.446 1.319 1.234 1.234 1.234 Diversen 992 22 0 0 0 0 Totaal 7.233 4.708 3.871 3.835 3.840 3.840Ad 1. Dit betreft een mutatie voor stimuleringsmiddelen in het kader van de informatievoorziening die worden ingezet ten behoeve van het programma Anders Omgaan met Data.Ad 2. Dit betreft een mutatie ter dekking van de verhuiskosten van ILT van de Koningskade naar de Rijnstraat. Het gaat met name om hogere ICT-werkplekkosten.Ad 4. Dit betreft een mutatie voor aanvullende inzet op het dossier Toezicht Schiphol. Het gaat voorlopig om een 2-jarig programma waarna evaluatie plaatsvindt.Ad 6. Dit betreft de toedeling van de prijsbijstelling tranche 2018 voor Hoofdstuk XII.Ad 7. In het Regeerakkoord Rutte III staat dat er een exportheffing op afvaltransport wordt ingevoerd. De uitvoering wordt bij ILT belegd.Beleidsartikel 25 Brede Doeluitkering Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)25 Brede Doeluitkering 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 881.588 881.547 880.078 869.277 869.279 869 279 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 29.567 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 18.419 18.418 18.388 18.165 18.162 18 163 Stand ontwerpbegroting 2019 929.574 899.965 898.466 887.442 887.441 887 442Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 25.01 Brede doeluitkering 1 Loon-/prijsbijstelling tranche 2018 18.419 18.418 18.388 18.165 18.162 18.163 Totaal 18.419 18.418 18.388 18.165 18.162 18.163Ad 1. Dit betreft de toedeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2018 voor Hoofdstuk XII.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2189 Beleidsartikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen Uitgaven beleidsartikel (Bedragen x € 1.000)26 Bijdrage investeringsfondsen 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 6.595.335 6.958.629 7.015.355 7.132.047 7.178.572 6.981.396 Mutatie nota van wijziging 2017 – 30.382 – 11.126 – 9.603 – 5.810 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 444.899 1.018.929 478.581 84.011 100.000 100.000 Nieuwe mutaties – 622 143 – 170.478 80.599 371.842 138.658 540.988 Stand ontwerpbegroting 2019 6 387 709 7.795.954 7.564.932 7.582.090 7.417.230 7.622.384Specificatie nieuwe mutaties (Bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 26.01 Infrafstructuuronds 1 Loon-/prijsbijstelling tranche 2018 97.865 100.568 101.082 100.470 101.507 98.754 2 DBFM Afsluitdijk – 9.075 – 3.775 – 3.775 – 3.775 – 3.775 3 Eurovignet 0 13.000 31.000 31.000 31.000 31.000 4 KNMI Basale Dienstverlening – 4.400 – 3.700 – 3.300 – 3.200 – 660 – 660 5 Aanvullende Post Infrastructuurfonds – 1.500 – 1.500 – 3.500 – 3.500 – 3.500 – 3.500 6 Kasschuif IF/DF – 100.000 100.000 7 Kasschuif Infrastructuurfonds – 100.000 – 150.000 250.000 8 Vervanging zakensysteem ANVS – 2.400 9 Personele capaciteit Kustwacht – 1.190 – 1.190 – 1.190 – 1.190 – 1.190 10 LPO aanvullende post Infrastructuur-fonds 10.895 21.790 10.895 2.179 2.179 2.179 11 Overboekingen vanuit IF (DUMO, Fiets) – 2.107 – 1.085 Diversen – 9.113 – 8.549 – 2.554 – 42 1.418 1.418 12 Kasschuif Infrastructuurfonds – 700.000 300.000 400.000 26.02 Deltafonds 8 Loon-/prijsbijstelling tranche 2018 18.358 19.289 19.976 22.430 20.607 18.393 9 Kasschuif IF/DF 100.000 – 100.000 10 Overboeking Roode Vaart – 9.500 11 DBFM Afsluitdijk – 20.922 – 198.096 – 218.573 – 172.290 – 7.228 Diversen – 1.719 470 538 – 240 – 1.700 148.369 Totaal – 622.143 – 170.478 80.599 371.842 138.658 540.988Voor een specificatie van de nieuwe mutaties wordt verwezen naar de verdiepingsbijlage van de begroting van het Infrastructuurfonds (artikel 19) en het Deltafonds (artikel 6).Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2190 Niet-beleidsartikel 97 Algemeen Departement Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)97 Algemeen departement 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 57.813 57.187 56.883 56.845 56.846 56.846 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 27.700 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 32.317 5.030 6.700 0 0 0 Nieuwe mutaties 3.526 – 144 90 304 310 288 Stand ontwerpbegroting 2019 121.356 62.073 63.673 57.149 57.156 57.134Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 97.01 Algemeen departement 1 KNMI maatwerk offerte 2.370 2 Eindejaarsmarge 572 Diversen 584 – 144 90 304 310 288 Totaal 3.526 – 144 90 304 310 288Ad 1. Jaarlijks wordt er in overleg met het KNMI door de opdrachtgevers van het KNMI aanvullende opdrachten verstrekt door middel van een jaarlijkse offerte. Naar aanleiding van de vastgestelde offerte 2018 wordt er vanuit RWS budget beschikbaar gesteld voor de verstrekte maatwerk-opdracht aan het KNMI.Ad 2. Dit betreft de toedeling van de Eindejaarsmarge 2017 voor Hoofdstuk XII.Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1.000)97 Algemeen departement 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 1.101 1.101 1 101 1 101 1 101 1 101 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 2.556 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2019 3.657 1.101 1 101 1 101 1 101 1 101Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2191 Niet-beleidsartikel 98 Apparaatsuitgaven Kerndepartement Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)98 Apparaatsuitgaven kerndepartement 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 313.306 303.043 296.638 294.349 294.301 293.314 Mutatie nota van wijziging 2017 – 28.903 – 22.553 – 19.690 – 19.690 – 19.690 – 19.690 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 8.305 – 3.907 – 3.940 – 4.176 – 4.176 – 4.176 Nieuwe mutaties 17.945 22.532 16.364 12.586 12.516 12.895 Stand ontwerpbegroting 2019 310.653 299.115 289.372 283.069 282.951 282.343Uitgaven2018 2019 2020 2021 2022 2023 98.01 Personele uitgaven 1 Loon-/prijsbijstelling tranche 2018 4.810 4.698 4.598 4.527 5.017 5.001 2 BOA Impuls Wegen 1.259 3 Inhuur DUMO, Fiets 1.080 4.424 4 Luchtvaart dossier 3.588 5.331 3.012 2.742 2.742 2.742 5 Overboeking EZK 1.500 6 Voorbereiding vrachtwagenheffing 1.179 7 Eindejaarsmarge 1.513 8 Middelen Regeerakkoord apparaat 1.500 1.500 3.500 3.500 3.500 3.500 9 Herverkaveling Stelselherziening omgevingswet 321 200 1.800 0 0 0 10 Apparaatproblematiek Herverkaveling 2.139 1.920 1.991 1.991 2.482 2.482 11 ANVS Vervanging zakensysteem – 80 1.250 12 Herschikking apparaatbudget 116 – 210 – 430 – 750 – 704 – 2.424 Diversen 116 2.741 2.121 1.121 646 646 98.02 Materiële uitgaven 13 Loon-/prijsbijstelling tranche 2018 131 118 118 118 118 118 14 Luchtvaart dossiers – 1.800 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000 – 2.000 15 Overboeking FIN – 383 – 385 – 391 – 393 – 395 16 Herschikking apparaat – 116 210 430 750 704 2.424 17 ANVS Vervanging zakensysteem 80 1.150 18 Eindejaarsmarge 1.450 Diversen – 458 1.585 1.615 980 406 406 Totaal 17.945 22.532 16.364 12.586 12.516 12.895Ad 1. Dit betreft de uitgekeerde Loon- en Prijsbijstellingtranche 2018.Ad 2. Als gevolg van de impuls Wegen uit het regeerakkoord Rutte III worden in 2018 meer verkenningen en MIRT onderzoeken gestart door RWS. De budgetten voor BOA inzet RWS zijn in 2017 allemaal geplaatst op Hoofdstuk XII. Voorheen stonden de budgetten BOA inzet Verkenningen en MIRT-onderzoeken nog op het IF.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2192 Ad 3. Dit betreft een overboeking vanuit het Infrastructuurfonds naar de begroting Hoofdstuk XII voor de (deel)programma’s Fiets, Duurzame Mobiliteit (DUMO) en Programma Innovatie Mobiliteit (PIM). De middelen zijn bestemd voor inhuur.Ad 4. Ten behoeve van de ambities uit het Regeerakkoord Rutte III op het Luchtvaartdossier zijn extra middelen benodigd voor de programma’s Schiphol, Luchtruimherziening en Lelystad. Voor wat betreft de extra externe inhuur op het Schipholdossier gaat het om specifieke expertise die niet binnen IenW beschikbaar is. Ten aanzien van de luchtruim-herziening is behoefte aan (ten opzichte van de luchtverkeersleidingorga-nisaties) eigen ATM (Air Traffic Management) expertise, omdat deze maar beperkt binnen de eigen organisatie beschikbaar is. Ten behoeve van Lelystad is tijdelijk extra capaciteit nodig. Het betreft de inzet van een programmamanager via de ABD (Algemene Bestuursdienst) en project-leider en projectondersteuning via detachering RWS en de inhuur van een projectleider, voor het maken van een communicatiestrategie en het verwerken van inspraakreacties. Naast de lijnorganisatie zal ook een uitvoeringsprogramma Luchtvaart worden opgezet. Het gaat hierbij om een versterking van 20 fte.Ad 5. Per 1 januari 2018 zijn 10 fte’s van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) naar het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) overgegaan. Het bijbehorende budget voor 2018 wordt met deze mutatie overgeboekt vanuit EZK.Ad 6. Dit betreft de voorbereidingskosten apparaat voor het project kilometerheffing vrachtverkeer vanuit het Infrastructuurfonds.Ad 7. Dit betreft de toebedeling van de eindejaarsmarge voor overlopende verplichtingen uit 2017, die bij 1e suppletoire voorlopig technisch op artikel 99 is toegekend.Ad 8. Bij de 1e suppletoire begroting 2018 is de verhoging van het Infrastructuurfonds verwerkt volgend uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte III. De middelen worden conform de bestaande verdeel-sleutel tussen hoofdwegennet, spoorwegen en hoofdvaarwegennet verdeeld. Dit betreft het aandeel van de apparaatskosten hierin.Ad 9. Voor de duur van het programma Stelselherziening omgevingsrecht, waarvoor met de herverkaveling tijdelijk formatie is overgedragen aan het Ministerie van BZK, is voor de periode 2018/2020, voor de inzet op de reguliere juridische dossiers tijdelijk extra personele inzet noodzakelijk.Ad 10. Dit betreft apparaatsproblematiek die voornamelijk is ontstaan n.a.v. de herverkaveling met het Ministerie van BZK. Er is structureel budget overgegaan naar het Ministerie van BZK voor personeel dat op korte termijn zou uitstromen, voornamelijk door pensioen, terwijl intern rekening was gehouden met vrijval van deze budgetten.Ad 11. Op dit moment wordt de ANVS bij het uitvoeren van haar taak ondersteund door de systemen TERRA en HOLMES. Deze systemen worden in 2018 en 2019 uit gefaseerd door de ILT. De ANVS voert per 2018 een nieuw zakensysteem in waarmee in 2018 vergunningverlening overgaat op het nieuwe systeem en in 2019 handhaving en toezicht overgaan. De kosten betreffen een gedeelte inhuurkosten en een gedeelte ICT-kosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2193 Ad 12 Dit betreft een herschikking binnen de apparaatsuitgaven als gevolg van een actualisatie van personele en materiële budgetten.Ad 13. Dit betreft de uitgekeerde Loon- en Prijsbijstellingtranche 2018.Ad 14 Zie Ad 4. Dit betreft een herschikking binnen apparaat t.b.v. de dekking van de uitgaven voor de Luchtvaartdossiers.Ad 15. Dit betreft een niet-structurele overboeking aan het Ministerie van Financiën in het kader van de financiering van Digitale Content, conform de gemaakte afspraken in het ICBR.Ad 16. Dit betreft een herschikking binnen de apparaatsuitgaven als gevolg van een actualisatie van personele en materiële budgetten.Ad 17. Op dit moment wordt de ANVS bij het uitvoeren van haar taak ondersteund door de systemen TERRA en HOLMES. Deze systemen worden in 2018 en 2019 uit gefaseerd door de ILT. De ANVS voert per 2018 een nieuw zakensysteem in waarmee in 2018 vergunningverlening overgaat op het nieuwe systeem en in 2019 handhaving en toezicht overgaan. De kosten betreffen een gedeelte inhuurkosten en een gedeelte ICT-kosten.Ad 18. Dit betreft de toebedeling van de eindejaarsmarge voor overlo-pende verplichtingen uit 2017, die bij 1e suppletoire voorlopig technisch op artikel 99 is toegekend.Opbouw ontvangsten vanaf de vorige ontwerpbegroting (bedragen x € 1.000)98 Apparaatsontvangsten kerndepar-tement 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 5.430 5.430 5.430 5.430 5.430 5.430 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 9.458 0 0 0 0 0 Nieuwe mutaties 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2019 14.888 5.430 5.430 5.430 5.430 5.430Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2194 Niet-beleidsartikel 99 Nog onverdeeld Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)99 Nog onverdeeld 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Stand ontwerpbegroting 2018 108 42 5 602 6 830 545 545 Mutatie nota van wijziging 2017 0 0 0 0 0 0 Mutatie Incidentele suppletoire begroting 2018 0 0 0 0 0 0 Mutatie 1e suppletoire begroting 2018 145.313 140.640 143.472 143.912 143.205 138.202 Nieuwe mutaties – 165.481 – 156.674 – 162.914 – 166.511 – 159.517 – 152.681 Stand ontwerpbegroting 2019 – 20.060 – 15.992 – 13.840 – 15.769 – 15.767 – 13.934Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)Uitgaven 2018 2019 2020 2021 2022 2023 99.01 Nog onverdeeld 1 Luchtvaart dossiers – 4.095 – 4.381 – 3.118 – 1.636 – 1.436 – 918 2 Eindejaarsmarge – 7.962 3 Klif St. Eustatius – 1.500 4 ILT IV-portefeuille – 1.000 5 Loon- en prijsbijstelling tranche 2018 – waarvan Hoofdstuk XII – 29.283 – 28.526 – 30.197 – 32.506 – 32.939 – 32.905 – Waarvan Infrastructuurfonds – 97.865 – 100.568 – 101.082 – 100.470 – 101.507 – 98.754 – waarvan Deltafonds – 18.358 – 19.289 – 19.976 – 22.430 – 20.607 – 18.393 – waarvan naar BZK – 2.534 – 1.642 – 1.564 – 1.420 – 1.344 – 1.344 – waarvan naar EZK – 377 – 363 – 363 – 311 – 311 – 311 6 GSM-R – 108 – 7 – 5.117 – 6.374 – 9 Diversen – 2.399 – 1.898 – 1.497 – 1.364 – 1.364 – 56 Totaal – 165.481 – 156.674 – 162.914 – 166.511 – 159.517 – 152.681Ad 1. Ten behoeve van de ambities uit het Regeerakkoord Rutte III op het Luchtvaartdossier zijn extra middelen benodigd voor de programma’s Schiphol, Luchtruimherziening en Lelystad. In het Regeerakkoord zijn geen middelen beschikbaar gesteld hiervoor. Voor wat betreft de extra externe inhuur op het Schipholdossier gaat het om specifieke expertise die niet binnen I&W beschikbaar is. Ten aanzien van de luchtruim-herziening is behoefte aan (ten opzichte van de luchtverkeersleiding-organisaties) eigen ATM (Air Traffic Management) expertise, omdat deze maar beperkt binnen de eigen organisatie beschikbaar is. Ten behoeve van Lelystad is tijdelijk extra capaciteit nodig. Het betreft de inzet van een programmamanager via de ABD en projectleider en projectondersteuning via detachering RWS en de inhuur van een projectleider, voor het maken van een communicatie-strategie en het verwerken van inspraakreacties. Naast de lijnorganisatie zal ook een uitvoeringsprogramma Luchtvaart worden opgezet. Het gaat hierbij om een versterking van 20 fte. Dit betreft de bijdrage dekking vanuit de uitgekeerde Loon- en prijsbijstelling.Ad 2. Bij de Eerste suppletoire begroting is de eindejaarsmarge 2017 toegevoegd op artikel 99. Bij de begroting 2019 zijn deze middelen toebedeeld van artikel 99 naar de diverse artikelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2195 Ad 3. Dit betreft een overboeking naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van het noodherstel aan de Klif op St. Eustatius.Ad 4. Dit betreft een mutatie voor middelen die worden ingezet ten behoeve van het programma Anders Omgaan met Data. Dit is in het kader van de BSR-portefeuille IV.Ad 5. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2018 die op artikel 99 Nog onverdeeld is toegevoegd bij Eerste suppletoire begroting 2018 en die bij deze Begroting 2018 nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Ad 6. Dit betreft een overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in het kader van GSM-R.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2196 Bijlage 3 Moties en Toezeggingen Moties bewindspersonen Infrastructuur en WaterstaatVindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO initiatiefnota Koopmans «De grenzen voorbij»22-04-2010 32 351-8 over meenemen van de inbouw van ERTMS in de infrastructuur. Staatssecretaris Deze motie wordt betrokken in dePlanuitwerkingsfase, onder andere via gesprekken met de buurlanden. VAO Vervoersconcessie Hoofdrailnet (aanvrager Hoogland/PvdA)20-12-2012] 29 984-350 verzoekt de regering, na vijf jaar de ervaringen van de op dat moment reeds gedecentrali-seerde lijnen in kaart te brengen en hierbij de wenselijkheid van het decentraliseren van aanvullende verbindingen te verkennen, en tevens te evalueren of een eventuele openbare aanbesteding van het hoofdrailnet vanaf 2025 in het belang van de reiziger is. Staatssecretaris Met het onderzoek «Kiezen voor een goed spoor» zijn de effecten van decentralisatie en aanbe-steding in kaart gebracht. Besluitvorming over de scope van het netwerk in 2025 en of dit netwerk aanbesteed of onder-hands gegund moet worden, vindt in 2020 plaats. Daarbij staat het belang van de reiziger centraal. Notaoverleg MIRT Infra08-04-2013 33 400-A-95 verzoekt de regering om eerst sluitende afspraken te maken met de regio over de dekking van de exploitatieverliezen voor de 1e fase, het zogenaamde voorloopbedrijf waarbij zonder infrastructurele investeringen een diesel-IC moet gaan rijden vanaf 2014 dan wel de huidige Euregiobaan wordt voortgeze-t;overwegende dat aansluitend voor de tweede fase maximaal 18 miljoen euro extra benodigd is voor de infrastructuur tussen Heerlen en Herzogenrath; verzoekt de regering tevens, als voorwaarde hierbij afspraken te maken over de tweede fase met betrokken partijen (provincie Limburg, de Duitse overheid en vervoerders) over de noodzakelijke stappen om een geëlektrificeerde IC-verbinding te realiseren en als de plannen nader uitgewerkt zijn afspraken te maken over de daarvoor benodigde kosteneffec-tieve infrastructurele investeringen en de verdeling van de exploitatie-verliezen om de IC tussen Eindhoven-Heerlen-Aken op een verantwoorde manier te kunnen laten rijden. Staatssecretaris IenW en de provincie Limburg hebben voor 2016 t/m 2018 afspraken gemaakt met NVR en NS over de financiering van de exploitatie van de pendel Heerlen-Herzogenrath.Zodra de elektrificatie van Landgraaf tot Herzogenrath gereed is (ws. december 2018) zal de sneltrein Maastricht-Heerlen-Aken gaan rijden. De studie naar de mogelijkheid en haalbaarheid van een IC- verbinding naar Aken en de daarvoor benodigde infrastructuur en exploitatie is nog gaande. Inzet daarbij is om de Kamer vóór het AO MIRT van najaar 2018 over de uitkomst van die studie te informeren. 33 834 Wijziging van de Wet milieubeheer (jaarver-plichting hernieuwbare energie vervoer, hernieuwbare brandstof-eenheden en elektronisch register hernieuwbare energie vervoer)20-05-2014 33 834-21 (was 15) verzoekt de regering, over drie jaar de werking van voorliggende Wijziging van de Wet milieubeheer onafhankelijk te laten evalueren waar bij douane-gegevens geanalyseerd worden om te bezien of de kwantiteit van de daadwerkelijke importstromen overeenkomt met de gegevens uit het HBE systeem. Staatssecretaris Evaluatie is toegezegd en wordt uitgevoerd in 2018. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2197 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Spoor28-04-2015 29 984-598 verzoekt de regering, het landelijk mogelijk te maken om incidenten- en politiegegevens aan elkaar te koppelen om de sociale veiligheid in het openbaar vervoer te verbeteren. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 28 642 nr. 103. Wijziging van de Wet personenvervoer 2000 (34 042)27-05-2015 34 042-15 verzoekt de regering, spoedig te komen met een tijdsplan om het in- en uitchecken bij het overstappen naar andere vervoerders definitief te beëin-digen. Staatssecretaris Door het NOVB is een werkgroep ingesteld die besluitvorming door het NOVB over enkelvoudig in- en uitchecken op het spoor voorbe-reidt. De onderzoeken die de basis vormen voor deze besluitvorming, waaronder de uitkomsten van de pilot Valleilijn, bevinden zich in de afrondende fase. Na de zomer vindt besluitvorming plaats. Zodra het NOVB een besluit heeft genomen, naar verwachting in september, wordt de Kamer hierover geïnformeerd. De Kamer ontvangt dan tevens de onder-bouwing en de achterliggende stukken. Dit heeft de Staatssecre-taris ook zo gemeld in de kamerbrief van 28 maart 2018. VAO Spoorveiligheid/ERTMS17-06-2015] 29 893-193 verzoekt de regering om in de aanbestedingsstrategie de volgende aspecten te borgen en duidelijkheid te hebben over deze aspecten alvorens de aanbe-steding kan plaatsvinden:• de afstemming tussen materieel en baan, die passend moet zijn en waarbij minder uitval dan met het huidige ATB en GSM-R mag voorkomen;• de verschillende levels en systemen van ERTMS moeten op elkaar aansluiten;• duidelijkheid ten aanzien van het aantal en de omvang van de kavels, waarin het spoor en materieel worden aanbesteed en een duidelijke fasering waarbij niet alle kavels in een keer worden aanbesteed;• de aanleg van ERTMS moet afgestemd worden met de buurlanden;• de uitwerking van ERTMS in wet- en regelgeving die Europees is afgestemd;• een duidelijke verantwoordelijk-heidsverdeling van het project, ook na het aflopen van de huidige concessieperiode;• een goede financiële verant-woording met jaarlijks goedkeu-rende accountantscontrole. Staatssecretaris De genoemde aspecten vormen reeds belangrijke aandachtspunten van het programma en zullen terug komen in de definitieve contractering- en aanbestedings-trategie, die onderdeel uit maakt van de programmabeslissing die in 2019 aan de Kamer wordt aangeboden, dan wel via de halfjaarlijkse voortgangsrappor-tages, dan wel de jaarlijkse ADR-rapportages. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2198 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Wetsvoorstel tijdelijke tolheffing Blankenburgver-binding en ViaA1509-09-2015 34 189-18 verzoekt de regering, te zoeken naar een prikkel waarmee de uitvoeringskosten van de tolheffing op de Blankenburgver-binding en de ViA15 onder de 20% van de totale tolopbrengsten worden gehouden en de Kamer te informeren over de verwachte kosten van de uitvoering van de tolheffing. Minister In de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 is opgenomen dat het tolsysteem wordt uitgewerkt in een uitvoe-ringsplan dat aan de Staten-Generaal wordt overgelegd, uiterlijk vier weken voordat de tolheffing van start gaat. In dit plan wordt naast de verwachte inningskosten, een algemene beschrijving van het tolsysteem, de registratiemiddelen, de betalingsmogelijkheden en de klantenservice gegeven. De planning is het uitvoeringsplan eind 2019 aan de Tweede Kamer aan te bieden. Wetsvoorstel tijdelijke tolheffing Blankenburgver-binding en ViaA1509-09-2015 34 189-19 verzoekt de regering, ervoor zorg te dragen dat privacygevoelige gegevens niet langer dan strikt noodzakelijk worden bewaard en de Kamer over de precieze invulling hiervan te informeren bij de aanbieding van de nadere uitwerking van het systeem. Minister In de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 is opgenomen dat het tolsysteem wordt uitgewerkt in een uitvoe-ringsplan dat aan de Staten- Generaal wordt overgelegd, uiterlijk vier weken voordat de tol heffing van start gaat. In dit plan wordt naast de verwachte inningskosten, een algemene beschrijving van het tolsysteem, de registratiemiddelen, de betalingsmogelijkheden en de klantenservice gegeven. Ook zal dan worden ingegaan op hoe gewaarborgd wordt dat privacy gevoelige gegevens niet langer dan strikt noodzakelijk worden bewaard. De planning is het uitvoeringsplan eind 2019 aan de Tweede Kamer aan te bieden. VAO MIRT23-11-2015 34 300-A-23 verzoekt de regering om, in het programma Beter Benutten een oplossing te vinden voor de aansluiting van de A7 en de Westfrisiaweg, via de spits-strook A7 tussen Avenhorn en Hoorn en middelen ook vrij te maken conform de kaders van het programma Beter Benutten. Minister De planning van de MIRT-verkenning Corridorstudie Amsterdam-Hoorn is dat de Minister eind 2018 een ontwerp-structuurvisie vaststelt met daarin het voorkeursalternatief. VAO Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming17-12-2015 25 422-127 verzoekt de regering, er bij de Belgische regering op aan te dringen om eerst een milieueffect-rapportage te laten uitvoeren, alvorens deze kernreactor opnieuw wordt opgestart. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. VAO Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming17-12-2015 25 422-132 verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat beide toezichthouders, de Nederlandse ANVS en de Belgische FANC, gezamenlijke inspecties gaan doen bij de kerncentrales aan beide kanten van de grens. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2199 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Nucleaire veiligheid en stralingsbescherming17-12-2015 25 422-134 constaterende dat burgers in Zeeland en West-Brabant een slechte informatiepositie hebben omtrent de toestand van en incidenten betreffende de kerncentrale in Doel;verzoekt de regering, deze informatiepositie structureel te verbeteren. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. Wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de invoering van een nieuw normen- en handhavings-stelsel voor de luchthaven Schiphol en enige andere wijzigingen (34 098)10-02-2016 34 098-14 verzoekt de regering, tot een zodanige invulling van de vierdebaanregel dat de luchtvaart-sector een prikkel tot innovatie blijft behouden en ook in de toekomst verdere volumegroei binnen de gelijkwaardigheidscri-teria kan blijven realiseren. Minister Naar aanleiding van de motie heeft de Minister de ORS middels een adviesopdracht gevraagd zich te buigen over de toekomstbesten-digheid van het NNHS. Dit zodat het ORS advies kan worden betrokken bij de doorvertaling van de NNHS afspraken in een toekomstbestendig ontwerp-Luchthavenverkeerbesluit (LVB). VAO Milieuraad02-03-2016 21 501-08-622 (was 615) verzoek de regering om de Europese Commissie tijdens de Milieuraad op te roepen om op termijn injectie van afvalwater van mijnbouwactiviteiten onder de richtlijn industriële emissies te brengen. Staatssecretaris Er is nog altijd geen zicht op Europese ontwikkelingen waar we de wens van de Kamer (mijnbouw vergunningplichtig maken onder Richtlijn industriële emissies) kunnen inbrengen. Daarom is het streven om in 2019 opnieuw de balans op te maken. Ondanks dat mijnbouw niet onder de richtlijn valt, wordt op Europees niveau wel gewerkt aan BREF Hydro-carbons, dat een referentiedo-cument voor vergunningverlening beoogt te zijn. VAO Wadden07-04-2016 29 684-131 verzoekt de regering om, spoedig te onderzoeken of en hoe de concessieverlening van de veerdiensten naar de Wadden-eilanden overgelaten kan worden aan de betrokken provincies. Staatssecretaris De Tweede Kamer is 3 oktober 2017 gemeld dat IenW samen met de Provincie Friesland in 2018 een onafhankelijk onderzoek uit laat voeren naar de consequenties van de overdracht van het concessie-beheer en -verlening ter voorbe-reiding van politieke besluit-vorming. Zie kamerbrief 23 645, nr. 649. VAO Milieuraad16-06-2016 21 501-08-628 Verzoekt de regering tijdens de onderhandelingen over de ontwikkeling van biobrand-stoffen in te zetten op:• CO2-klimaatwinst;• Kosteneffectiviteit;• Investeringszekerheid;• en een zoveel mogelijk gelijk speelveld binnen de EU. Staatssecretaris Na de uitkomst van de Energieraad is de Kamer geïnformeerd met Kamerstuk 21 501-33 nr. 716 VAO Milieuraad16-06-2016 21 501-08-633 Overwegende dat de EU haar ambitie voor de uitstoot van luchtvervuilende stoffen heeft afgezwakt;Overwegende dat de omgevingswet voor milieukwaliteit bouwt op EU richtlijnen;Verzoekt de regering in kaart te brengen wat het gevolg is van lagere EU doelen, die in de omgevingswet komen, op lucht in Nederland. Staatssecretaris Deze motie wordt afgedaan met het verschijnen van het Nationaal Actieplan Luchtkwaliteit in de tweede helft van 2018. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2200 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Milieuraad16-06-2016 21 591-01-634 verzoekt, de regering, zich op ÉU-niveau in te zetten voor een verbeterplan voor de controle op giftige stoffen in textiel. Staatssecretaris In opdracht van het Ministerie van VWS en VWS en de Staatssecre-taris IenW is op het voorstel in Brussel tegengestemd. De meerderheid heeft voorgestemd waardoor er een EU beperking voor textiel komt. Naar verwachting komt het EU-besluit na de zomer. Voortouw in dit dossier ligt inhoudelijk bij VWS, IenW is systeemverantwoordelijk voor REACH. Na publicatie van het EU-besluit wordt afgestemd en besloten of VWS of IenW de Kamer informeert. VAO Havens05-07-2016 29 862-31 verzoekt de regering om, in overleg met de regio een plan te ontwikkelen dat voorziet in de gegarandeerde ontsluiting van Voorne-Putten. Minister Voor de middellange termijn onderzoeken provincie Zuid-Holland, MRDH en gemeenten op Voorne-Putten nut en noodzaak voor het verbeteren van de bereikbaarheid van Voorne-Putten, mede in relatie tot verstedelijkingsafspraken, ontwikkeling van de haven van Rotterdam en het goederenvervoer alsmede overige ruimtelijke en economische ontwikkelingen in dit gebied. Rijkswaterstaat is bij dit onderzoek betrokken. VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid05-07-2016 29 398-512 verzoekt de regering, een campagne tegen het appen op de fiets te starten die vergelijkbaar is aan de BOB-campagne. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 29 398 nr. 606 Notaoverleg MIRT07-07-2016 34 300-A-79 constaterende dat bewoners rondom de A8 in Zaanstad rond de Coenbrug zich zorgen maken over de milieu-overlast en de gemeente Zaanstad nader onderzoek verricht; overwegende dat de regering al bereidheid heeft getoond te onderzoeken welke maatregelen mogelijk zijn om de geluids-overlast van de Coenbrug te beperken; verzoekt de regering de uitkomsten van beide onderzoeken te bespreken met de gemeente Zaanstad en de Kamer te informeren over de uitkomst. Minister Rijkswaterstaat en de bewoners-groep hebben in april 2018 met elkaar gesproken. Afgesproken is om voor de zomervakantie opnieuw bij elkaar te komen. Hierbij worden dan de uitkomsten van het onderzoek naar mogelijk-heden om het geluidsprobleem betrokken. Deze uitkomsten zullen voor de zomer tevens met de gemeente Zaanstad besproken worden. De Kamer wordt geïnformeerd in het tweede kwartaal van 2018. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2201 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Openbaar vervoer, OV-chipkaart en taxi07-07-2016 23 645-632 verzoekt de regering in kaart te brengen hoe enkelvoudig in- en uitchecken zo goed mogelijk en op welke termijn kan worden gerealiseerd en met het NOVB een plan op te stellen om dit te bewerkstelligen. Staatssecretaris Door het NOVB is een werkgroep ingesteld die besluitvorming door het NOVB over enkelvoudig in- en uitchecken op het spoor voorbe-reidt. De onderzoeken die de basis vormen voor deze besluitvorming, waaronder de uitkomsten van de pilot Valleilijn, bevinden zich in de afrondende fase. Na de zomer vindt besluitvorming plaats. Zodra het NOVB een besluit heeft genomen, naar verwachting in september, wordt de Kamer hierover geïnformeerd. De Kamer ontvangt dan tevens de onder-bouwing en de achterliggende stukken. Dit heeft de Staatssecre-taris ook zo gemeld in haar kamerbrief van 28 maart 2018. VAO Openbaar vervoer, OV-chipkaart en taxi07-07-2016 23 645-629 verzoekt de regering om, in overleg met de spoor-branche te komen tot het formuleren van deze maatregelen en bij het PHS tussentijds de balans op te maken en te toetsen of het nog voldoet aan de oorspronkelijke uitgangspunten. Staatssecretaris De motie is afgedaan metKamerstuk 32 404 nr. 87 VAO Landelijk beeld jaarwisseling02-11-2016 28 684-485 verzoekt de regering, de opsporing van illegaal vuurwerk afkomstig uit het buitenland te intensiveren, postorderbedrijven te onder-steunen en meer mogelijkheden te bieden om actie te ondernemen tegen illegale vuurwerkpakketten en de bezorging er van. Staatssecretaris De motie is afgedaan met de Tweede Kamer brief over de landelijke aanpak van de jaarwis-selingsproblematiek Kamerstuk 28 684 nr. 526 Begrotingsbehandeling IenM03-11-2016 345520-XII-39 verzoekt de regering, in lopende studies mee te nemen in hoeverre bundeling van vervoersstromen en oplossingen over de modaliteiten heen (naar voorbeeld van Whim in Helsinki) onderdeel kunnen uitmaken van de oplossingen voor de onder druk staande stedelijke bereikbaarheid. MinisterStaatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 31 305 nr. 260. Begrotingsbehandeling IenM03-11-2016 34 550-XII-46 verzoekt de regering, samen met provincies en gemeenten in 2017 overleg te voeren met als doel in 2018 te komen met een nationaal luchtplan (NLP), dit NLP te richten op de streefwaarden voor gezonde lucht, de meest vervuilde punten als eerste aan te pakken en daarvoor samen met de partners te bezien welke maatregelen daarvoor effectief zijn uit oogpunt van zowel gezondheidswinst als kosten. Staatssecretaris In de brief van 25 april (Reactie op GR advies) is gecommuniceerd dat het schone lucht akkoord (nieuw naam) eerste kwartaal 2019 naar de TK wordt gezonden (Verga-derjaar 2017–2018, Kamerstuk 30 175 nr. 292) Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2202 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Begrotingsbehandeling IenM03-11-2016 34 550-XII-31 verzoekt de regering, te voorkomen dat Europese luchtvaartmaatschappijen op achterstand worden gezet door, boven op de mondiale afspraken, op Europees niveau uitstoot apart te beprijzen. Minister Wordt meegenomen bij toekom-stige voorstellen. Omdat de motie zich richt op een systeem dat pas in 2021 van start zal gaan. Begrotingsbehandeling IenM03-11-2016 34 550-XII-32 verzoekt de regering, ondernemers in het midden- en kleinbedrijf en start-ups te ondersteunen door belemme-ringen weg te nemen, en de Kamer daarover te informeren. Staatssecretaris De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief «Kabinetsreactie op de Transitieagenda’s Kamerstuk 32 852 nr. 59 Wetgevingsoverleg Water14-11-2016 34 550-J-19 verzoekt de regering, in beeld te brengen hoe groot de problematiek met betrekking tot overmatige waterplantengroei is, wat de resultaten van de pilot zijn en welke acties hieruit volgen, en op basis hiervan met het maatschappelijk veld in gesprek te gaan over de aanpak van de overmatige plantengroei in de Randmeren. Minister De Tweede Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 27 625 nr. 434. Notaoverleg MIRT28-11-2016 34 550-A-49 verzoek de regering om in 2017 te bezien of het mogelijk is om meer te investeren in betere sluisbediening, meer ligplaatsen en afloopvoorzieningen voor de binnenvaart. Minister Op basis van NMCA en eerdere afspraken in BO-MIRT goederen-corridors zal worden onderzocht of de huidige ligplaatsen en de geplande MIRT-projecten voldoende zijn voor de toekom-stige behoefte. De verwachting is dat eventuele tekorten als eerste aangepakt zullen worden op de goederencorridors Oost en Zuidoost.Ook zal voor de zomer door RWS een plan van aanpak worden opgeleverd of en op welke manier aanpassing van bedieningstijden nodig is, zoals bedoeld in het Regeerakkoord. Notaoverleg MIRT28-11-2016 34 550-A-24 verzoekt de regering, in dat programma de aanpak van knooppunt Zaandam te prioriteren. Minister De planning van de MIRT-verkenning Corridorstudie Amsterdam-Hoorn is dat de Minister eind 2018 een ontwerp-structuurvisie vaststelt met daarin het voorkeursalternatief. Knooppunt Zaandam maakt onderdeel uit van deze MIRT-verkenning. Notaoverleg MIRT28-11-2016 34 550-A-36 verzoekt de regering, in het gebiedsgerichte programma Goederencorridor Oost met prioriteit de opgave voor de A15 Ridderkerk-Gorinchem mee te nemen. Minister Het verkeersonderzoek A15 is in de afrondende fase beland. Het definitieve eindrapport zal 26/4 worden vastgesteld in een directeurenoverleg. Vervolgens kunnen het onderzoek A15 en de scope van de MIRT-verkenning worden afgestemd in de program-maraad Goederenvervoercorridors op 4/6. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2203 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Notaoverleg MIRT28-11-2016 34 550-A-37 verzoekt de regering, deze wensen van de regio, inclusief oeververbinding en N59, te beoordelen op de bijdrage aan de verbetering van de doorstroming tussen het regionale en landelijke wegennet, en met de regio afspraken te maken hoe bij een positieve beoordeling deze projecten een plaats kunnen krijgen in het gebiedsprogramma Rotterdam-Den Haag. Minister Momenteel is de zogenoemde «Pre-verkenningsfase oeververbin-dingen Rotterdam» gaande. In het BO MIRT ZWN najaar 2018 zullen de resultaten hiervan worden besproken en zal een besluit genomen worden over het (wel of niet) starten van een MIRT-Verkenning. Rijk en regio hebben overeenstemming bereikt over de diverse opgaven (met name woningbouw en NMCA-knelpunten weg en binnenstedelijk OV) en over de scope op hoofdlijnen van de MIRT-Verkenning. Belangrijke vraag in het BO MIRT is of er voldoende (75%) zicht op bekostiging van de meest voor de hand liggende oplossing is.Voor wat betreft de N59 geldt dat, in vervolg op de gemaakte afspraken tijdens het BO MIRT ZWN najaar 2017, dit jaar een Bestuurlijke Overeenkomst is getekend met de regio. Hierin is verwoord hoe de in 2017 geselecteerde maatregelen voor verkeersveiligheid, duurzaamheid en doorstroming zullen worden uitgewerkt en dat hierover in 2018 een besluit zal worden genomen. Notaoverleg MIRT28-11-2016 34 550-A-38 verzoekt de regering, eventuele aanbestedingsmee-vallers bij de aanleg van deze projecten in mindering te brengen op de tolopgave. Minister Op eventuele aanbestedingsmee-vallers of tegenvallers is nog geen zicht. Op z’n vroegst is dat eind 2018 voor Blankenburgverbinding bekend en voor de ViA15 in 2020.Voor wat betreft de ViA15 ligt er overigens ook een afspraak om eventuele meevallers in te zetten voor aanvullende maatregelen bij het project (vastgelegd in de bestuursovereenkomst). Het is nu nog niet te zeggen of de tolopgave verlaagd kan worden in geval van een meevaller. Notaoverleg MIRT28-11-2016 34 550-A-50 verzoekt de regering te inventariseren waar de aanleg van kademuren vervoer van goederen via de binnenvaart mogelijk zou kunnen maken, en hiervoor middelen uit Beter Benutten beschikbaar te stellen. Minister Een onderzoek naar mogelijke locaties op de Goederencorridors Oost en Zuid-Oost is een van de acties die als prioritair zal worden opgepakt in de programma aanpak van de Goederencorridors. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2204 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Notaoverleg MIRT28-11-2016 34 550-A-41 verzoekt de regering, zich in te zetten voor de realisering van de aanleg van een verbin-dingsboog tussen de A30 en de A1 richting Apeldoorn en verbetering van de verbindingsboog van Amersfoort richting Ede, en daartoe in overleg te treden met de overheden en andere belang-hebbenden in de regio, met als doel dat er in het voorjaar van 2017 duidelijkheid gegeven wordt over planning en financiering; verzoekt de regering, in te stemmen met de start van een MIRT-onderzoek door de regio en in het kader van de uitkomsten daarvan en de uitkomsten van het NMCA 2017 tot een overwogen beslissing te komen voor de realisatie van structurele maatre-gelen voor het hele knooppunt. Minister Het MIRT onderzoek is door de regio in gang gezet. Het Rijk is betrokken bij het onderzoek. In het najaar van 2018 worden de uitkomsten van het MIRT-onderzoek verwacht. Daarna kan in het BO MIRT besloten worden of er al dan niet een MIRT verkenning gestart gaat worden. Wegenverkeerswet in verband met de invoering van het trekkerkenteken07-12-2016 34 397-23 verzoekt de regering om, de snelheidsverhoging voor trekkers mogelijk te maken en zo spoedig met de wegbeheerders, met name gemeenten en provincies, afspraken te maken over openstelling van de wegen voor landbouwverkeer. Minister De motie is in uitvoering. Wegenverkeerswet in verband met de invoering van het trekkerkenteken07-12-2016 34 397-24 verzoekt de regering, over te gaan tot het sluiten van een convenant met wegbe-heerders en het bedrijfsleven over het verhogen van de maximum-snelheid voor landbouwvoertuigen naar 40 km/u en een betere toegang tot gebiedsontsluitings-wegen en rondwegen voor landbouwvoertuigen; verzoekt de regering tevens om, gemeenten te laten aansluiten bij het geautoma-tiseerde systeem van de Rijks-dienst voor het Wegverkeer om ontheffingen laagdrempelig en goedkoop te verkrijgen. Minister De motie is in uitvoering. VAO Duurzaamheid en Milieu21-02-2017 30 196-531 verzoekt de regering om, de bestemde middelen in de compensatieregeling voor bestelbusjes zo snel mogelijk bij de geraakte ondernemers in aangrenzende gemeenten terecht te laten komen. Staatssecretaris De overboeking gaat mee met de meicirculaire Gemeentefonds 2018. De benodigde formulieren zijn daarvoor aangeleverd bij BZK. De meicirculaire verschijnt pas eind mei. De Kamer wordt in het najaar 2018 hierover geïnfor-meerd. VAO Scheepvaart22-02-2017 31 409-136 verzoekt de regering, in overleg met de provincie en de regiogemeenten te komen tot een gedragen plan en in de Voorjaarsnota aan te geven hoe, met meerdere departementen, de financiële haalbaarheid is. Staatssecretaris Graag ben ik bereid om samen met de Provincie Limburg te onderzoeken of aan de bovenge-noemde voorwaarden invulling gegeven kan worden. Een eventuele bijdrage vanuit IenW wordt ten laste gebracht van de investeringsruimte spoor.» Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2205 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Scheepvaart22-02-2017 31 409-138 verzoekt de regering om bij de bemiddeling over oplossingen, afspraken en toetsingsnormen ook de Kustwacht te betrekken als partij aan tafel waarmee afspraken gemaakt worden. Minister De Tweede Kamer wordt hierover d.m.v. de verzamelbrief Maritiem geïnformeerd in het najaar van 2018. VAO Scheepvaart22-02-2017 31 409-141 verzoekt de regering, binnen enkele maanden een plan uit te werken over hoe de missiefinanciering van MARIN substantieel kan worden verhoogd, zodat reeds bij de eerstvolgende kabinetsformatie tot besluitvorming omtrent deze missiefinanciering kan worden overgegaan. Minister Voor onderzoek en innovatie (OCW en EZK) zijn binnen het regeerak-koord extra gelden toegewezen. Op 26 februari 2018 heeft de Staatssecretaris EZK een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over investeringen in toegepast onderzoek en innovatie in 2018 (Kamerstukken II 2017/18, 33 009, nr. 49).In deze brief is aangekondigd om de Rijksbijdrage van de T02-instellingen te verhogen ter versterking van de kennisbasis voor de drie kerntaken» van de instellingen. Voor MARIN betekent dit een voorgenomen verhoging van de Rijksbijdrage van € 2,7 miljoen voor 2018. De gesprekken over de verdeling van de extra gelden voor 2019 en verder zijn inmiddels gestart. VAO Scheepvaart22-02-2017 31 409-142 verzoekt de regering, concrete nadere stappen te zetten om te komen tot meer samen-hangend beleid (weg, spoor en water) voor de grote vervoers-stromen en de Kamer hierover in het voorjaar van 2017 te infor-meren. Minister De visie zal einde van dit jaar 2018 naar de Kamer worden gestuurd. Subsidieregeling Fietsersbond22-02-2017 34 550-XII-72 verzoekt de regering, de doelstellingen van de subsidie aan de Fietsersbond duidelijker te koppelen aan de doelen uit de Agenda Fiets, deze hierop tussentijds te evalueren en de subsidieregeling eventueel de komende jaren hier inhoudelijk op te herijken en de Kamer hierover te informeren. Staatssecretaris In de artikelsgewijze toelichting van de Subsidieregeling Fietsersbond 2017, gepubliceerd in de Staatscourant van 31 maart 2017 is aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de motie. Omdat pas vanaf 1 januari 2018 subsidie verstrekt wordt op basis van deze regeling is het nog te vroeg voor een inhoudelijk (tussen)evaluatie. VAO Milieuraad08-06-2017 21 501-08-686 verzoekt de regering, Europese medestanders te vinden om samen op te trekken voor een internationaal verdrag om plasticvervuiling tegen te gaan. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 VAO Scheepvaart21-06-2017 31 409-167 verzoekt de regering, te onderzoeken of de boetetarieven in de binnenvaartsector, in vergelijking met andere sectoren, niet uit de pas lopen, in dit onderzoek ook de werkwijze van de ILT te betrekken en de Kamer hierover te informeren. Minister De Kamer is bij brief (31 409 nr 175) geïnformeerd over de reactie op de motie. Daarin is het onderzoek toegezegd, inclusief de vergelijking met andere sectoren. Het onderzoek loopt. Naar verwachting wordt het voor de zomer afgerond en in het najaar 2018 wordt de Kamer geïnfor-meerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2206 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Wetgevingsoverleg Water27-06-2017 27 625-391 verzoekt de regering, een handreiking op te stellen voor het bevoegd gezag die verduide-lijkt hoe binnen de ABM- en de immissietoets rekening gehouden moet worden met de risico’s voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 VAO ERTMS/Spoorveiligheid06-07-2017 33 652-55 verzoekt de regering, concrete voorstellen uit te werken voor verlaging van de maximum-snelheid voor goederentreinen tussen 23.30 uur en 05.30uur op trajecten door dorps- en stads-kernen langs de Brabantroute en Bentheimroute tot 80 km/u zolang andere (bron)maatregelen onvoldoende effectief zijn en de Kamer voor de begrotingsbehan-deling 2018 hierover te infor-meren. Staatssecretaris Dit staat in Kamerbrief trillingen die 23 april jl. naar de Tweede Kamer is verzonden (Kamer-stukken II, Vergaderjaar 2017/2018, Kamerstuk 29 984, nr. 765). Generiek werkt het niet voor trillingen. Locatie specifiek kan het een oplossing zijn. Daarvoor is nader onderzoek nodig onder welke voorwaarden dit kan. VAO ERTMS/Spoorveiligheid06-07-2017 33 652-56 verzoekt de regering om, de Kamer voor een eventueel routeringsbesluit te informeren op basis van welke criteria besloten zal worden om het routeringsbe-sluit in te zetten. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 30 373 nr. 68 Plenair debat blootstelling werknemers en omwonenden aan gevaarlijke stoffen van chemiebedrijf Chemours/Dupont21-09-2017 25 883-299 verzoekt de regering, onderzoek te doen naar het introduceren van een actieve informatie- en monitoringsplicht voor bedrijven richting de vergunningverlener en de drinkwaterbedrijven, zodat voor hen altijd duidelijk is welke stoffen bedrijven lozen, in welke hoeveel-heden en op welke tijdstippen. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 VAO Luchtvaart04-10-2017 31 936-407 verzoekt de regering om in afwachting van de herin-deling van het luchtruim de vliegroutes van en naar Lelystad, de hinder te monitoren en binnen de gestelde randvoorwaarden blijvend te optimaliseren, en de betrokken bestuurders, bewoners en ondernemers proactief daarbij te betrekken. Minister De motie is in uitvoering. VAO Luchtvaart04-10-2017 31 936-408 verzoekt de regering om, in overleg met de sector tot een eenduidige afbakening van de segmenten te komen die bijdraagt aan de versterking van de mainportfunctie van Schiphol. Minister De eenduidige afbakening van de segmenten vormt een onderdeel van de vormgeving van de verkeersverdelingsregel (VVR) tussen Schiphol en Lelystad Airport. De VVR wordt op dit moment opgesteld. De Europese Commissie gaat over goedkeuring. Afronding is voorzien na het doorlopen van het Europese- en nationale regelgevingstraject eind 2019. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2207 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Luchtvaart04-10-2017 31 936-412 verzoekt de regering, zich maximaal in te spannen om door middel van heldere (juridische) instrumenten te voorkomen dat de capaciteit op Lelystad beschikbaar komt voor bestemmingen en/of luchtvaart-maatschappijen die niet zijn verplaatst van Schiphol naar Lelystad, en gaat. Minister Dit (juridisch) instrumentarium vormt een onderdeel van de vormgeving van de verkeersverde-lingsregel (VVR) tussen Schiphol en Lelystad Airport. De VVR wordt op dit moment opgesteld. De Europese Commissie gaat over goedkeuring. Afronding is voorzien na het doorlopen van het Europese- en nationale regelge-vingstraject eind 2019. VAO Luchtvaart04-10-2017 31 936-413 verzoekt de regering, de slotallocatie nu en in de toekomst te optimaliseren en daarom zo spoedig mogelijk in overleg te gaan over het herge-bruik van toebedeelde, maar niet gebruikte slots met het Opera-tioneel Schiphol Overleg (OSO) en de slotcoördinator en de Kamer hierover te informeren; verzoekt de regering voorts, om in beeld te brengen op welke wijze en condities niet-mainportgebonden vrachtvluchten aanvullende ruimte kunnen krijgen op andere vliegvelden, zoals Maastricht Aachen Airport. Minister De motie is in uitvoering. Wetgevingsoverleg Water27-11-2017 34 775-J-7 verzoekt de regering, hiervoor zorg te dragen door in de verkenningsfase een initiatieven-loket in te richten waar wordt bekeken of hun initiatieven direct in te passen zijn in het waterveilig-heidsproject; verzoekt de regering tevens, te stimuleren dat mensen en ondernemers na afloop van een waterveiligheidsproject met initiatieven terechtkunnen bij één overheidsloket, waarbij het tarief voor vergunningen altijd goed onderbouwd moet zijn. Minister De motie is in uitvoering. Wetgevingsoverleg Water27-11-2017 34 775-J-16 verzoekt de regering in gesprek te gaan met de VNG hoe de resterende knelpunten opgelost kunnen worden. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 Wetgevingsoverleg Water27-11-2017 34 775-J-10 verzoekt de regering, te streven naar een verbetering van de kennisdeling over gevaarlijke stoffen, zo mogelijk in Europees verband. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 Wetgevingsoverleg Water27-11-2017 34 775-J-15 verzoekt de regering om, ook eerder in de keten pilots te doen starten en kennisdeling te ondersteunen, zodat er een samenhangende aanpak van bron tot eindpunt ontstaat; verzoekt de regering tevens, te onderzoeken wat het meest effectieve instrument is voor aanpak van een aantal veelvoorkomende stoffen eerder in de keten, zodat alle ketenpartijen zich daarop kunnen richten en de doelen helder zijn. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2208 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-16 verzoekt de regering om zo veel mogelijk spits- en plusstroken van in ieder geval de linkerrijbaan om te zetten naar volwaardige rijstroken. Minister Momenteel loopt er een onderzoek naar de mogelijkheden om invulling te geven aan deze motie voor trajecten, waar ombouw niet reeds voorzien is. Later dit jaar, wanneer de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, wordt de Kamer geïnformeerd over het vervolg. Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-17 verzoekt de regering om, binnen het MIRT-programma goederencorridor Oost en Zuidoost samen met de regio’s en marktpartijen na te gaan of er in de buurt van deze acute knelpunten rijksgrond is waar op korte termijn beveiligde, private truckparkings zouden kunnen worden gereali-seerd. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 29 398 nr.606 Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-19 verzoekt de regering, het filemonster zo klein mogelijk te houden door in asfalt te blijven investeren en daarbij de NMCA als uitgangspunt te nemen. Minister In het Regeerakkoord is opgenomen dat nieuwe investe-ringen worden gebaseerd op de uitkomsten van de Nationale Markt en Capaciteitsanalyse (NMCA). Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-26 verzoekt de regering om, in het eerste kwartaal van 2018 samen met de betrokken sectoren (autobranche, verzeke-ringsbranche, telecombranche, e.a.) te kijken hoe techniek ingezet kan worden om het gebruik van afleidende apparaten door bestuurders onmogelijk te maken en de Kamer hierover voor het zomerreces te informeren. Minister Het al dan niet kunnen appen in het verkeer kan technisch voorkomen worden maar zal altijd op vrijwillige basis zijn. Toepassing hiervan kunnen we wel stimuleren. Met het convenant veilig gebruik smartfuncties in het verkeer hebben we oa producenten, verzekeraars, leasemaatschappijen en telecombranche opgeroepen stappen te nemen richting een veilige norm om afleiding door smartfuncties te voorkomen. Daarnaast werken we aan een internationale conferentie op 8 juni met oa producenten en gedrags-wetenschappers, waarbij we samen kansrijke oplossingen willen verkennen. Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-27 verzoekt de regering, een actieve en intensieve campagne te starten om iedereen bewust te maken van de gevaren van het gebruik van de smart-phone in het verkeer om nog meer onnodige slachtoffers te voorkomen. Minister De nieuwe meerjaren- campagne voor veilig gebruik smartphone in de auto en op de fiets gaat in september 2018 van start. Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-28 verzoekt de regering, de risico’s van cyberaanvallen op de Nederlandse infrastructuur (sluizen, bruggen, wegmarkering enzovoort) in beeld te brengen en noodzakelijke maatregelen te treffen. Minister De motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2209 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-58 verzoekt de regering, een structureel overzicht en evaluatie op te stellen van de wegaanpassingen van N-wegen die in beheer zijn van het rijk waarbij inzichtelijk wordt of de aangepaste weginrichting in de praktijk ook zorgt voor meer veiligheid op de N-wegen. Minister De motie is in uitvoering. Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-30 verzoekt de regering, nader onderzoek te doen naar de kansen en voornemens van alle mogelijke grensoverschrijdende treinverbindingen en de Kamer daarover medio 2018 te infor-meren. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 29 984 nr. 783. Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-36 verzoekt de regering, bij aanleg van fietsenstallingen en fietssnelwegen zo veel mogelijk rekening te houden met elektrische fietsen, speedpedelecs en bakfietsen. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 34 775-A nr. 70 Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-37 verzoekt de regering, bij elke nieuwe investering in infrastructuur die vanuit rijksmid-delen wordt bekostigd, na te gaan of een onderzoek naar een gelijktijdige verbetering van de fietsinfrastructuur in het betref-fende gebied relevant is. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 34 775-A nr. 70 Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-38 verzoekt de regering om, in samenwerking met hyperlooppartijen en private partijen te onderzoeken of er een haalbare businesscase kan worden gemaakt voor een geschikte testlocatie voor het hyperloop-concept. Minister De motie is in uitvoering. Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-21 verzoekt de regering om, voortbouwend op het Toekomstbeeld OV, een analyse te doen naar wat er nodig is om de internationale reiziger te laten kiezen voor het meest milieuvrien-delijke alternatief. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 29 984 nr. 783. Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34775-XII-41 roept de regering op, om bij de uitvoering van de transitieagenda consumptiegoe-deren apart aandacht te besteden aan textiel. Staatssecretaris De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief «Kabinetsreactie op de Transitieagenda’s Kamerstuk 32 852 nr. 59 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2210 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34775-XII-44 verzoekt de regering:• in kaart te brengen op welke wijze de minimumcriteria voor duurzame inkoop van voertuigen stapsgewijs kunnen worden verhoogd om te voldoen aan de doelen voor klimaat en luchtkwa-liteit; • zelf het goede voorbeeld te geven bij duurzame inkoop van voertuigen; • in overleg te treden met de VNG over de uitkomsten van het onder-zoek, het wegnemen van knelpunten en verbeteringen van duurzame inkoop van voertuigen in het kader van het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Staatssecretaris 1) Voor het updaten van de criteriadocumenten is inmiddels een jaarlijkse actualisatie opgezet.2) Goede voorbeeld geven wordt opgepakt door Duurzaam IenW en BZK.3) Er wordt samen met VNG o.a. gewerkt aan een bestuursakkoord rond «Zero Emission Doelgroepen-transport». Het model inkoop- en aanbestedingsbeleid wordt aangepast op duurzaamheid. VNG wil ook actief deelnemen aan leernetwerk vervoer/duurzame mobiliteit en faciliteiten bieden. Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-54 verzoekt de regering te onderzoeken, bijvoorbeeld in het onderzoek van de SWOV, of een vorm van certificering de verkeersveiligheid bevordert. Minister In het najaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van het SWOV onderzoek naar certificering ter verbetering van de verkeersvei-ligheid. Begrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 775-XII-59 verzoekt de regering, de binnenvaartsector nauw te betrekken bij de invulling van de green deal en onder meer schonere motoren en vermin-dering van wachttijden bij havens, sluizen en bruggen hierbij te betrekken. Minister Deze motie is betrokken bij de uitwerking van de in het regeerak-koord aangekondigde green deal voor de zeevaart, binnenvaart en havens. Er vindt overleg plaats met binnenvaartorganisaties. Implementatie ILUC-richtlijn inzake brandstofkwaliteitBegrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 717-14 verzoekt de regering, in de Europese onderhandelingen over de herziening van de Richtlijn hernieuwbare energie zich er maximaal voor in te spannen om ILUC serieus mee te nemen in CO2-emissieberekeningen. Staatssecretaris Na de uitkomst van de Energieraad is de Kamer geïnformeerd met Kamerstuk 21 501-33 nr. 716 Implementatie ILUC-richtlijn inzake brandstofkwaliteitBegrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 717-15 verzoekt de regering, bij de lopende onderhandelingen over de hernieuwbare-energierichtlijn erop in te zetten dat het na 2020 mogelijk is om te sturen op CO2-reductie van verschillende biobrandstoffen. Staatssecretaris Na de uitkomst van de Energieraad is de Kamer geïnformeerd met Kamerstuk 21 501-33 nr. 716 Implementatie ILUC-richtlijn inzake brandstofkwaliteitBegrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 717-16 verzoekt de regering om, jaarlijks bij het toesturen van de rapportage Energie voor Vervoer aan de Kamer aan te geven hoe de voorgestelde beleids- en wetswijzi-gingen uitpakken, en daarbij in te gaan op de geschatte ontwikkeling van CO2-reductie door gebruik van biobrandstoffen. Staatssecretaris Na de uitkomst van de Energieraad is de Kamer geïnformeerd met Kamerstuk 21 501-33 nr. 716 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2211 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Implementatie ILUC-richtlijn inzake brandstofkwaliteitBegrotingbehandeling IenW28-11-2017 34 717-18 verzoekt de regering in Europees verband zich aan te sluiten bij dit doel van de milieucommissie en daarbij in te zetten op een combinatie van instrumenten zoals bijvoorbeeld betere sturing op CO2 en ILUC, en de inzet van zeer geavanceerde biobrandstoffen. Staatssecretaris Na de uitkomst van de Energieraad is de Kamer geïnformeerd met Kamerstuk 21501–33 nr. 716 Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-14 verzoekt de regering om, met cofinanciering vanuit de provincie de A20 Nieuwerkerk a/d IJssel-Gouda sneller te realiseren. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 34 775-A nr. 72 Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-19 verzoekt de regering om in de afweging voor het voorkeursbesluit mee te nemen of de spitsstroken tussen Zaandam en Purmerend op de A8 en A7 opgewaardeerd kunnen worden tot volwaardige rijstroken. Minister De planning van de MIRT-verkenning Corridorstudie Amsterdam-Hoorn is dat de Minister eind 2018 een ontwerp-structuurvisie vaststelt met daarin het voorkeursalternatief. Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-20 verzoekt te onder-zoeken of en op welke wijze de verbreding van de N50 afgerond kan worden in 2022 of zo veel eerder als mogelijk en hierbij in overleg te treden met de provincie Overijssel en de regio met betrokkenheid van ondernemers om ook de mogelijkheden die zij zelf hebben te verkennen. Minister De motie is in uitvoering. Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-22 verzoekt de regering, voortvarend aan de slag te gaan met bovenstaande en andere relevante wegentrajecten uit het regeerakkoord. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 34 775-A nr. 72 Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-23 verzoekt de regering, in de verkenning A15-goederencorridor breed te kijken naar oplossingen voor wegenknelpunten in de gehele corridor en daarbij ook te zoeken naar oplossingen waarvoor geen procedures nodig zijn. Minister Uit het verkeersonderzoek A15 is naar voren gekomen dat uitsluitend een formele procedure (MIRT-verkenning) op het traject A15 Papendrecht – Gorinchem noodzakelijk is. Conform de uitkomsten van het verkeerson-derzoek zal in deze verkenning breed worden gekeken naar kansrijke oplossingsmogelijk-heden. Het streven is om de startbeslissing hiervoor nog voor de zomer 2018 door de Minister te laten ondertekenen. Voor de overige knelpunten die zijn geconstateerd wordt gewerkt aan een korte termijn maatregelen-pakket (KTA) voor de gehele A15, waarvoor geen of kortere procedures nodig zijn. Inhoud en financiering van deze KTA zullen in het BO MIRT in dit najaar worden besproken. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2212 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-24 verzoekt de regering om, zo snel mogelijk tot een akkoord te komen met de gemeente en provincie Utrecht over de noodzakelijke investe-ringen voor de NRU. Minister Er ligt een plan van aanpak dat past binnen de randvoorwaarden en het budget dat in 2010 is afgesproken. Echter de gemeente Utrecht wil graag aanvullende afspraken maken over de NRU. Afgesproken is dat er een gezamenlijke notitie wordt opgesteld met de verschillende varianten en standpunten om voor te leggen in een bestuurlijk overleg. Dit overleg zal voor de zomer plaatsvinden. Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-47 verzoekt de regering om, in samenwerking met concessieverleners, regionale vervoerders en ProRail een actueel overzicht te maken van regionale knelpunten op het spoor vooraf-gaand aan de MIRT-overleggen in het najaar van 2018 en de Kamer hierover te informeren. Staatssecretaris Regionale concessieverleners en -vervoerders hebben hun eerste opgave van door hun ervaren knelpunten ingediend. Thans vindt in nader overleg een harding en prioritering van de aangemelde knelpunten plaats. De Kamer wordt geïnformeerd voorafgaand aan de MIRT overleggen in het najaar van 2018. Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-48 verzoekt de regering, te onderzoeken of succesvolle maatregelen uit die projecten geïntegreerd kunnen worden in het programma Smartwayz, en dan in het bijzonder op het traject Weert-Eindhoven. Minister Binnen het programma SmartwayZ is gestart met het faciliteren van de eerste uitrol van bewezen mobiliteitsdiensten binnen de deelopgave A2 Eindhoven-Weert. Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-34 verzoekt de regering, de regio actief te ondersteunen bij het werken aan een nieuw projectvoorstel en financierings-voorstel, en de Kamer hierover medio 2018 te informeren. Minister In het NO MIRT van 11 december 2017 is de motie van der Graaf c.s. aangenomen, waarin de regering verzocht werd om de regio actief te ondersteunen bij het werken aan een nieuw projectvoorstel en financieringsvoorstel en de Kamer hierover medio 2018 te infor-meren. Door regio en Rijk wordt gezamenlijk intensief gewerkt aan de vele aspecten van een nieuw voorstel. Het Rijk heeft in lijn met de motie een CEF subsidieverzoek van de regio ondersteund en doorgeleid aan de Europese Commissie. Ook is vóór de zomer bestuurlijk overleg gevoerd om de voortgang te bewaken. Gebleken is dat er nog te veel werk ligt om vóór de zomer al tot besluit-vorming te kunnen komen. Er wordt na de zomer bestuurlijk overleg ter besluitvorming gepland. Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-35 verzoekt de regering, in overleg met de provincies Zuid-Holland en Zeeland en de gemeenten Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee de extra investeringen in verkeersveiligheid op de N59 zo snel mogelijk te realiseren. Minister In vervolg op de gemaakte afspraken tijdens het BO MIRT ZWN najaar 2017, is dit jaar een Bestuurlijke Overeenkomst getekend met de regio. Hierin is verwoord hoe de in 2017 geselecteerde maatregelen voor verkeersveiligheid, duurzaamheid en doorstroming zullen worden uitgewerkt en dat hierover in 2018 een besluit zal worden genomen. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2213 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-36 verzoekt de regering, een inventarisatie en risicoanalyse te maken van alle onbewaakte spoorwegovergangen en uiterlijk in het voorjaar van 2018 met een plan van aanpak te komen om de gevaarlijkste overwegen met spoed aan te pakken. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-37 verzoekt de regering, de A28 tussen Zwolle en knooppunt Hoogeveen toe te voegen aan het MIRT-onderzoek A28. Minister Tijdens het BO MIRT van december 2017 zijn Rijk en Regio overeenge-komen een MIRT-onderzoek A28 te starten om in beeld te brengen wat de toekomstige problematiek is op de A28 en wat de oorzaak is dat het knelpunt op de A28 hard stijgt in de NMCA van het lage naar hoge groeiscenario. In het MIRT-onderzoek wordt gekeken naar welke opgaven er op korte en langere termijn spelen en wat de onderlinge samenhang is. Uitgangspunt van het MIRT-onderzoek is een slim en duurzaam vervoersysteem. De gesprekken met potentiële regionale partners zijn gestart. Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-49 verzoekt voorts, medio 2018 voorstellen te doen hoe deze knelpunten structureel opgelost kunnen worden en waarbij bovendien de financiële conse-quenties inzichtelijk worden gemaakt. Minister Voor het traject A1/A35 is binnen het programma Beter Benutten een pakket maatregelen uitge-voerd gericht op het vergroten van de verkeersveiligheid en een betere doorstroming. Het pakket bestond uit aanpassen van de belijning en dynamische snelheidsverlaging. Uit de evaluatie van Beter Benutten is gebleken dat er geen sprake meer is van een structureel knelpunt.Met de regio ben ik in gesprek om te bezien op welke wijze invulling kan worden gegeven aan deze motie. Na de zomer zal de Kamer hierover worden geïnformeerd. Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-50 verzoekt de regering, in overleg met omwonenden en betrokken overheden welwillend te bezien of de (natuur)compensatie kan plaatsvinden door de aanleg van een geluidscherm. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 34 775-A nr. 72 Notaoverleg MIRT11-12-2017 34 775-A-42 verzoekt de regering, hierover met de regio Utrecht ook dergelijke afspraken te maken om hiermee zekerheid te helpen bieden voor de voortgang van het project Beter Benutten. Minister De motie is in uitvoering. VAO Scheepvaart17-01-2018 31 409-179 verzoekt de regering, deze opties te onderzoeken op haalbaarheid en de resultaten daarvan te betrekken bij het opstellen van de voorgenomen green deal. Minister De in de motie genoemde kansrijke oplossingen, namelijk meten aan de pijp, milieucertifi-cering van schepen en een duurzaam investeringsfonds worden betrokken bij de uitwerking van de in het regeerak-koord aangekondigde green deal voor de zeevaart, binnenvaart en havens. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2214 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Scheepvaart17-01-2018 31 409-181 verzoekt de regering, in overleg te treden met banken en financiële instellingen die de bouw van nieuwe schepen financieren om te bezien op welke wijze de transitie naar CO2-vriendelijke schepen gestimuleerd kan worden. Minister Deze motie is betrokken bij de uitwerking van de in het regeerak-koord aangekondigde green deal voor de zeevaart, binnenvaart en havens. Er vindt overleg plaats met banken en andere financiële instellingen. VAO Scheepvaart17-01-2018 31 409-182 verzoekt de regering om, de positie van de (kleine) binnenvaartschipper mee te nemen in deze green deal zodat deze belangrijke groep voldoende perspectief heeft om mee te gaan in de verduurzamingsslag. Minister Deze motie is betrokken bij de uitwerking van de in het regeerak-koord aangekondigde green deal voor de zeevaart, binnenvaart en havens. Inwerkingtreding wijzi-gingsbesluit Luchthavenin-delingbesluit Schiphol17-01-2018 29 665-251 verzoekt de regering, om gemeenten expliciet de mogelijkheid te bieden om voor, met en namens hun inwoners te participeren in het proces rondde herindeling van het luchtruim en de toekomst van Schiphol. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 31 936 nr. 491 VAO Leefomgeving18-01-2018 30 175-286 verzoekt de regering om, te onderzoeken, of en hoe in het nieuwe luchtkwaliteitsbeleid kwantitatieve doelstellingen voor het terugdringen van de gezond-heidsschade door luchtvervuiling, kunnen worden geformuleerd. Staatssecretaris Het NAL wordt het Schone Lucht Akkoord. Dit gaat in het voorjaar van 2019 naar de Kamer. Over deze planning is de Kamer geïnformeerd VAO Nucleaire Veiligheid18-01-2018 25 422-216 verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de mogelijkheid een landelijke site op te zetten waar alle actuele informatie betreffende binnen- en buitenlandse kerncentrales en kernreactoren, als ook benodigde informatie ten aanzien van rampenplannen, op één centrale plek terug zijn te vinden. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid08-02-2018 29 398-580 verzoekt de Minister, om zowel de wijze waarop de informatie uit verschillende relevante bronnen wordt vergaard als ontsloten naar wegbeheerders nader uit te werken in dit plan. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 29 398 nr. 606 VAO Luchtvaart14-02-2018 31 936-445 verzoekt de regering, hinder als criterium breder te definiëren dan alleen geluids-hinder en hiervoor voorstellen te doen ten behoeve van de Luchtvaartnota (2020–2040). Minister Dit is nog actueel en wordt meegenomen in de luchtvaartnota. VAO Luchtvaart14-02-2018 31 936-454 verzoekt de regering, in gesprek te gaan met alle Neder-landse vliegvelden om te inventariseren welke investeringen er nodig zijn om hybride en elektrisch vliegen ruim baan te geven zodat Nederland vanaf 2025, of zoveel eerder als de techniek dat toestaat, een koplopersrol kan innemen, en de Kamer daar voor de zomer over te informeren. Minister De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd op 6 juli 2018. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2215 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Luchtvaart14-02-2018 31 936-460 verzoekt de regering, de mogelijkheden te onderzoeken om vliegtuigen met de meeste geluids- en milieuhinder te ontmoedigen, bijvoorbeeld door een heffing, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren. Minister De motie is in uitvoering. VAO Luchtvaart14-02-2018 31 936-457 verzoekt de regering, in het kader van de bedoelde nieuwe overleg- en besluitvormings-structuur voor de luchtvaart, in overleg met betrokkenen, verschillende varianten te ontwerpen en deze aan de Kamer voor te leggen. Minister De motie is in uitvoering. VAO Spoor20-02-2018 29 984-741 verzoekt de regering, om te inventariseren wat er nodig is aan afspraken of tarieven voor vervoerders om Nederland weer aangesloten te krijgen op het Europese nachtnet. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 29 984 nr. 783. VAO Spoor20-02-2018 29 984-744 verzoekt de regering, om met de NS een sms/appdienst op te zetten om overlast in de trein te melden. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 28 642 nr. 103 VAO Spoor20-02-2018 29 984-746 verzoekt de regering, de tijdelijke intercitypendel van Dordrecht naar Breda met minimaal een jaar te verlengen, in ieder geval in de spitsuren, en met de regio afspraken te maken over de kostenverdeling; verzoekt de regering voorts, om met de NS, regionale vervoerders en de regio Drechtsteden gedurende dit jaar te zoeken naar een optimalisering van de reistijden van en naar Dordrecht. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. VAO Spoor20-02-2018 29 984-747 verzoekt de regering om, NS en ProRail te stimuleren de onbenutte mogelijkheden voor het verbeteren van reizen met een beperking te verkennen, daarbij gebruik te maken van de suggesties van Wij Staan Op! en leder(in), en de Kamer hierover voor de zomer te informeren. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 23 645 nr. 669 VAO Spoor20-02-2018 29 984-749 verzoekt de regering, ten behoeve van de besluit-vorming over volgende concessies verschillende wijzen van sturing en sanctionering in kaart te brengen, en daarbij in ieder geval een systeem van «three strikes binnen vijf jaar» mee te nemen. Staatssecretaris Dit onderwerp zal worden meegenomen in de besluitvorming over de ordening. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2216 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Plenair debat Onder-zoeksraad voor de Veiligheid over de veiligheid van het vliegverkeer op Schiphol21-02-2018 29 665-262 verzoekt de regering, er bij de sector op aan te dringen om zo snel mogelijk over te gaan tot het nemen van beheersmaatre-gelen om het risico op baaninci-denten te reduceren, en daarbij in het bijzonder te kijken naar het slim aanbrengen van Runway Status Lights. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat Onder-zoeksraad voor de Veiligheid over de veiligheid van het vliegverkeer op Schiphol21-02-2018 29 665-264 verzoekt de regering, om bij het opnieuw inrichten van overlegstructuren de inspraak van omwonenden en milieuorgani-saties een prominente rol te geven. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat Onder-zoeksraad voor de Veiligheid over de veiligheid van het vliegverkeer op Schiphol21-02-2018 29 665-266 verzoekt de regering, bij de besluitvorming over de groei van Schiphol expliciet aandacht te besteden aan de veiligheidsrisico’s die mogelijk voortkomen uit de afspraken over baanwisselingen uit het Nieuwe normen- en Handhavingsstelsel. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat Onder-zoeksraad voor de Veiligheid over de veiligheid van het vliegverkeer op Schiphol21-02-2018 29 665-275 spreekt uit dat integrale veiligheid rondom het vliegverkeer van luchthaven Schiphol altijd het eerste uitgangspunt van al het beleid en beslissingen moet zijn voor alle betrokken partijen. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat Schoon-houden van drinkwater22-02-2018 27 625-416 verzoekt de regering, een uitvoeringsplan op te stellen met de betrokken instanties om ons drinkwater te beschermen tegen deze nieuwe bedreigingen. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 VAO Spoorordening06-02-2018 29 984-751 verzoekt de regering om, met alle betrokken partijen de verschillende opties voor betrokkenheid en inspraak van klanten en stakeholders van een zbo ProRail in kaart te brengen en voor te leggen aan de Tweede Kamer. Staatssecretaris IenW onderzoekt op dit moment samen met ProRail de verschil-lende opties om de betrokkenheid en inspraak van stakeholders te verbeteren. Daarbij wordt ook gekeken naar de bestaande gremia en de behoefte van verschillende stakeholders. IenW en ProRail spreken hierover met de betrokken partijen. VAO Spoorordening06-03-2018 29 984-757 spreekt uit dat de omvorming van ProRail tot zbo niet moet leiden tot prijsverhoging voor gebruik van het spoor door vervoerders en reizigers. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. VAO Spoorordening06-03-2018 29 984-758 verzoekt de regering om, bij de toevoeging van sprinterdiensten op het hoofd-railnet aan regionale concessies als belangrijke voorwaarde op te nemen dat de reiziger erop vooruitgaat en daarbij de mogelijke effecten op de directe intercityverbindingen met de Randstad in kaart te brengen, waaronder de effecten op de frequentie. Staatssecretaris Er wordt een quick scan uitge-voerd, waarvoor gesprekken met provincies worden gevoerd. Verwachting is dat quick scan in het najaar aan de Kamer kan worden gestuurd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2217 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Spoorordening06-03-2018 29 984-759 verzoekt de regering om, de ACM te vragen om die update dit jaar uit te voeren en waar nodig uit te breiden met alle facetten die van belang zijn voor een gelijk speelveld bij regionale aanbestedingen, zoals de reizigersopbrengsten of voordelen uit exploitatie van het HRN en materieel die doorwerken in de regio. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 29 984 nr. 768 VAO Milieuraad06-03-2018 21 501-08-708 verzoekt de regering om, in de onderhandelingen over de Europese plasticstrategie ook in te zetten op heldere productieaf-spraken, zoals het reduceren van het aantal soorten plastic, waardoor recycling van plastic vereenvoudigt. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. VAO Milieuraad06-03-2018 21 501-08-709 verzoekt de regering, te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van een oplopend Europees verplicht percentage gerecycled plastic in verpakkingen. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. VAO Milieuraad06-03-2018 21 501-08-710 verzoekt de regering, in Europees verband haar steun te betuigen voor een totaalverbod op oxo-degradeerbare plastics, en de Europese Commissie op te roepen zo snel mogelijk te komen met wetgeving. Staatssecretaris De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief «Kabinetsreactie op de Transitieagenda’s Kamerstuk 32 852 nr. 59 VAO Milieuraad06-03-2018 21 501-08-712 verzoekt de regering om, op EU-niveau in gesprek te gaan met relevante stakeholders met als doel een systeem van tariefdifferentiatie uit te werken dat zowel de volledige recyclebaarheid van producten als het gebruik van gerecyclede grondstoffen voor nieuwe producten stimuleert. Staatssecretaris De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief «Kabinetsreactie op de Transitieagenda’s Kamerstuk 32 852 nr. 59 VAO Milieuraad06-03-2018 21 501-08-713 verzoekt de regering, een Europees verbod op bewust toegevoegde microplastics te bespoedigen en indien noodzakelijk een gelijkgestemde-kopgroep binnen de EU te vormen om gezamenlijk in te zetten op een verbod op de bewust toegevoegde microplastics in Nederland en gelijkgestemde landen voor 2019. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. Plenair debat lozen van GenX in het oppervlakte-water14-03-2018 28 089-71 verzoekt de regering, te onderzoeken welke (wettelijke) belemmeringen er momenteel zijn voor de ILT om bij ernstige milieuvervuiling afzet- en transportenlijsten snel op te vragen, en hierover de Kamer zo spoedig mogelijk te informeren. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 28 089 nr. 91 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2218 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Plenair debat lozen van GenX in het oppervlakte-water14-03-2018 28 089-72 verzoekt de regering, in overleg met de provincie Zuid-Holland te onderzoeken welke aanvullende voorwaarden voor vergunningverlening kunnen worden gesteld, en of op basis van best beschikbare technieken een verbod op uitstoot en lozing van GenX kan worden gesteld. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid22-03-2018 29 398-589 verzoekt de regering om, het conceptwetsvoorstel over de kilometerheffing voor vracht-verkeer voor de zomer van 2019 voor te leggen voor internetcon-sultatie; verzoekt de regering tevens, er in de planning naar te streven dat in 2020 bij de parlementaire behandeling onomkeerbare stappen kunnen worden gezet; verzoekt de regering voorts, om de Kamer bij het beleidskader te informeren over de planning waarin de onomkeerbare stappen zijn opgenomen. Minister De impact van de motie wordt in de komende periode bepaald. De gestelde termijnen sluiten vooralsnog aan op de huidige programmaplanning. De haalbaarheid van deze planning is, zoals ook gesteld in het standpunt, afhankelijk van diverse factoren. Na de behandeling van het beleidskader in de Tweede Kamer kan worden aangegeven of aan de motie kan worden voldaan. VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid22-03-2018 29 398-592 verzoekt de regering het Charter for Walking tijdens bestuurlijke en andere overleggen onder de aandacht te brengen van provincies en gemeenten zodat deze in navolging van Eindhoven en Tilburghet Charter for Walking ook gaan ondertekenen en zich hard gaan maken voor de belangen van voetgangers wandelaars waaronder ouderen en mindervaliden. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 29 398 nr. 606 VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid22-03-2018 29 398-594 verzoekt de Minister in overleg te treden met de betrokken departementen en organisaties teneinde in de Nationale Omgevingsvisie het voetgangers-beleid prominent terug te laten komen. Minister Na het zomerreces stuurt het kabinet een Hoofdlijnenbrief m.b.t. de NOVI naar de Kamer. Deze komt in nauwe samenwerking tussen betrokken departementen en organisaties tot stand. Hierin zal ook uiteengezet worden hoe het voetgangersbeleid in de NOVI wordt opgenomen. VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid22-03-2018 29 398-598 verzoekt de regering te onderzoeken of ook de resterende delen van de N36 veiliger gemaakt kunnen worden door het profiel te verbreden. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 29 398 nr. 606 VAO Milieuraad03-04-2018 21 501-08-721 verzoekt de regering, de Europese Commissie en lidstaten hierbij aan te sporen om hun inspanningen te vergroten ter vermindering van het aantal proefdieren. Staatssecretaris Het aansporen van EU Commissie en lidstaten om hun inspanningen ten aanzien van dierproefvrije testen verder te versterken, zal plaatsvinden tijdens de betref-fende overleggen. De uitkomst zal worden meegenomen met de bespreking van de Milieuraad (planning oktober 2018). Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2219 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Milieuraad03-04-2018 21 501-08-724 verzoekt de regering om, zich in Europa in te zetten voor één emissie-eis voor alle personenauto’s op de technisch laagst mogelijke emissies. Staatssecretaris Op initiatief van de Europese Commissie is op 6 maart 2018 tijdens de «Motor Vehicle Emissions Group» (MVEG) gesproken over Euro 7 normen. Zowel lidstaten als marktpartijen en ngo’s konden hun visie geven.• Dat gaf vooralsnog een vrij eenduidig beeld dat een Euro 7 studie gewenst is. Daarbij leefden wensen omtrent aanscherping van duurzaamheidsvereisten, verbetering van markttoezicht en controle op updates.• Ook werd het wenselijk geacht om limietwaarden aan te passen aan mondiale «best practices», waarbij deze waarden technologie-neutraal worden ingevuld.• Vanuit Nederland wordt het uitvoeren van een studie door de Europese Commissie van harte ondersteund. Uiteraard zal Nederland in deze studie haar inbreng leveren. VAO Circulaire Economie03-04-2018 33 043-83 verzoekt de regering, concrete afspraken te maken met het bedrijfsleven zodat het gebruik van recyclaat in hoogwaardige toepassingen wordt verhoogd. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. VAO Circulaire Economie03-04-2018 33 043-84 verzoekt de regering, in gesprek te gaan met grote koffieketens om te komen tot ambitieuze afspraken inzake het terugdringen van het aantal gebruikte koffiebekers. Staatssecretaris Er zijn gesprekken met Starbucks en met NS/Pro-Rail t.a.v. het gebruik van wegwerpkoffiebekers op stations. Andere koffieketens zijn nodig voor het opschalen van de initiatieven die zijn gestart. Daarnaast komt ook de Europese Commissie met een voorstel om het gebruik van o.a. wegwerp-bekers te reduceren. De inzet en ambitieuze doelen voor het reduceren van het gebruik van koffiebekers in Nederland willen we hier op afstemmen. VAO Circulaire Economie03-04-2018 33 043-85 verzoekt de regering, alle reacties op de monitoringssys-tematiek en de antwoorden van Rijkswaterstaat daarop openbaar te maken. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 30 872 nr. 220 VAO Circulaire Economie03-04-2018 33 043-86 verzoekt de regering, de producentenverantwoordelijkheid naar andere productgroepen zo snel als mogelijk uit te breiden en daarbij als eerste te kijken naar wegwerpproducten, meubels en textiel. Staatssecretaris De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief «Kabinetsreactie op de Transitieagenda’s Kamerstuk 32 852 nr. 59. VAO Circulaire Economie03-04-2018 33 043-89 verzoekt de regering om, samen met de supermarktbranche en diens toeleveranciers de mogelijkheden te verkennen om concrete doelstellingen te formuleren waarmee het aantal soorten en combinaties van verpakkingen worden verminderd. Staatssecretaris De motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2220 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken VAO Circulaire Economie03-04-2018 33 043-90 verzoekt de regering, met het bedrijfsleven en de gemeenten afspraken te maken over een actieplan en reductieper-centage voor blik in 2020, met als doel het aantal blikjes in het zwerfafval te verminderen. Staatssecretaris De motie is afgedaan met Kamerstuk 30 872 nr.220 VAO Circulaire Economie03-04-2018 33 043-95 Verzoekt de regering om in haar reactie op de transitie agenda’s te beschrijven welke concrete stappen er gezet kunnen worden om zo snel mogelijk tot uitvoering over te gaan van de icoon projecten zoals beschreven in de transitie agenda’s en welke rol de overheid daarbij kan spelen. Staatssecretaris De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief «Kabinetsreactie op de Transitieagenda’s Kamerstuk 32 852 nr.59. Plenair debat snelle stijging van de zeespiegel17-04-2018 32 813-168 verzoekt de regering, onderzoek te doen naar de consequenties van actuele klimaatmodellen voor de zeespiegelstijging, en daarmee voor onze kustbescherming, en de uitkomsten daarvan mee te nemen in de nieuwe Investeringsagenda Water en het Deltaprogramma, zodat helder is wat dit mogelijk betekent voor het ingezette beleid. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 Plenair debat snelle stijging van de zeespiegel17-04-2018 32 813-182 verzoekt de regering bij de eerstvolgende actualisatie het Deltaprogramma en de Investe-ringsagenda Water de beleidshorizon te verbreden naar analogie van het klimaatakkoord van Parijs, zodat niet alleen ons mitigatiebeleid maar tevens ons adaptatiebeleid gericht is op het Parijsproof maken van Nederland. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 Plenair debat snelle stijging van de zeespiegel17-04-2018 32 813-183 verzoekt de regering, de impact van een zeespiegel-stijging van 1,8 meter op de brede welvaart in Nederland in kaart te brengen en mee te nemen in het Deltaprogramma als het KNMI en het IPCC ze als relevant beschouwen. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 Plenair debat klimaatak-koord voor de luchtvaart19-04-2018 31 936-467 verzoekt de regering om, de Kamer regelmatig, gedetailleerd en tijdig op de hoogte te houden van alle relevante vorderingen in het proces, de inhoud van de afspraken, de Nederlandse en Europese inzet en de uitkomsten en besluiten. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat klimaatak-koord voor de luchtvaart19-04-2018 31 936-476 verzoekt de regering om, bij de EU-implementatie van CORSIA vast te blijven houden aan de Europese duurzaamheidseisen voor biobrand-stoffen (RED) en zich ervoor in te zetten dat dit wereldwijd de minimum-standaard wordt. Minister De motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2221 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Plenair debat klimaatak-koord voor de luchtvaart19-04-2018 31 936-469 verzoekt de regering om, bij Europese gesprekken over belastingen op luchtvaart internationaal én nationaal de inzet van biokerosine voor de luchtvaart te stimuleren, met nadrukkelijke aandacht voor de kansen voor het opschalen van het gebruik van biokerosine, en de mogelijkheden daartoe in kaart te brengen met betrokkenheid van de Nederlandse luchtvaartsector, en hierover de Kamer dit jaar te rapporteren. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat klimaatak-koord voor de luchtvaart19-04-2018 31 936-471 verzoekt de regering, er zorg voor te dragen dat ook de overige ministeries gaan partici-peren in het Corporate Biofuel Programme, om zo het gebruik van en onderzoek naar duurzame biobrandstof als transitie-brandstof voor de luchtvaart verder te stimuleren. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat klimaatak-koord voor de luchtvaart19-04-2018 31 936-472 verzoekt de regering om, zich na inwerkingtreding van CORSIA, in het geval dat een andere ICAO-lidstaat aantoonbaar (delen van) de afspraken niet nakomt, zich niet terughoudend op te stellen in het aankaarten daarvan in de council, de raad, van ICAO, opdat de raad adequaat kan optreden. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat Schiphol en Lelystad Airport15-05-2018 29 665-293 verzoekt de regering, een plan van aanpak op te stellen om de multi-modale hub Schiphol verder te ontwikkelen, toekomstbe-stendig en concurrentieresistent te houden. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat Schiphol en Lelystad Airport15-05-2018 29 665-305 verzoekt de regering om, in de Luchtvaartnota 2040 alle klimaateffecten van de luchtvaart op te nemen, waaronder de totale CO2-uitstoot, ook buiten de luchthaven. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat Schiphol en Lelystad Airport15-05-2018 29 665-308 verzoekt de regering, in te zetten op het voorkomen van veiligheidsrisico’s en de Kamer hierover te informeren. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat Schiphol en Lelystad Airport15-05-2018 29 665-311 verzoekt de regering in de Luchtvaartnota expliciet aandacht te besteden aan de overkoepelende en slimme en integrale regie tussen de lucht-havens van nationaal belang en vooruitlopend daarop met deze vliegvelden het gesprek aan te gaan. Minister De motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2222 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Plenair debat Schiphol en Lelystad Airport15-05-2018 29 665-312 verzoekt de regering, in het participatieplan ten behoeve van de toekomst van de luchtvaart in Nederland aandacht te besteden aan een duidelijk coördinerende rol en verantwoordelijkheid voor de provincies en uiteraard aan mogelijkheden om het publiek goed te betrekken. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat Schiphol en Lelystad Airport15-05-2018 29 665-314 verzoekt de regering, een brede maatschappelijke consultatie onderdeel telaten uitmaken van het adviestraject;ver-zoekt de regering tevens, heldere politieke keuzerichtingen, mét het inzicht in het draagvlak daarvoor, aan de Kamer voor te leggen, en gaat. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat Schiphol en Lelystad Airport15-05-2018 29 665-315 verzoekt de regering, in de Luchtvaartnota 2020–2040 de economische rol van Schiphol als mainport voor Nederland te koesteren en dit prominent tot uiting te laten komen in de Luchtvaartnota. Minister De motie is in uitvoering. Plenair debat Schiphol en Lelystad Airport15-05-2018 29 665-317 verzoekt de regering, ten behoeve van de Lucht-vaartnota 2020–2040 een analyse te laten maken van de stand der techniek ten opzichte van eerder onderzoek naar het creëren van een mainport in de Noordzee; verzoekt de regering voorts, een quickscan te laten maken van de potentiële maatschappelijke kosten en baten alsmede de conse-quenties voor de vliegveiligheid van een verplaatsing van Schiphol naar zee; verzoekt de regering tevens, voor het zomerreces planning en kernvragen voor dit onderzoek aan de Tweede Kamer te doen toekomen. Minister De motie is afgedaan met Kamerstuk 31 936 nr. 491 Plenair debat Schiphol en Lelystad Airport15-05-2018 29 665-320 verzoekt de regering, in overleg met Schiphol, te komen tot differentiatie in luchthavengelden op basis van klimaatimpact; verzoekt de regering hierover de Kamer in het vierde kwartaal van 2018 te rapporteren. Minister De motie is in uitvoering. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2223 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Externe Veiligheid22-05-2018 28 089-78 verzoekt de regering, een analyse te maken bij welke beperkte groep van gevallen (situaties of omstandigheden) dit risico het grootste is, en inzichtelijk te maken met welke instrumenten voorkomen kan worden dat de belastingbetaler voor eventuele saneringskosten opdraait, bijvoorbeeld via een financiële zekerheidsstelling; verzoekt de regering tevens, daarbij mogelijke gevolgen van deze instrumenten in beeld te brengen voor de bedrijven, de veiligheid en het toezicht en de handhaving. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet AO Externe Veiligheid22-05-2018 28 089-79 verzoekt de regering, te onderzoeken of en, zo ja, hoe de kosten van deze onderzoeken op de vervuilende bedrijven verhaald kunnen worden. Staatssecretaris De Kamer wordt in het derde kwartaal 2018 geïnformeerd. AO Externe Veiligheid22-05-2018 28 089-86 verzoekt de regering, daarbij tevens in beeld te brengen welke internationale voorbeelden er zijn van verzekering tegen milieuschade door bedrijven, al dan niet via fondsvorming. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet AO Maritiem31-05-2018 31 409-187 verzoekt de regering om, kleine binnenvaartschepen (dat wil zeggen: korter dan 86 meter en/of met een maximaal laadvermogen van minder dan 1.500 ton), naar voorbeeld van Duitsland, te vrijwaren van de toepassing van de CCR-regels die een bedreiging vormen voor een financieel gezonde bedrijfsvoering. Minister De uitvoering van de motie is in gang gezet AO Maritiem31-05-2018 31 409-188 verzoekt de regering, in gesprek te gaan met vertegen-woordigende organisaties van de binnenvaartschippers en zich in te spannen om hen aan te laten sluiten bij de Declaration of Nijmegen. Minister De uitvoering van de motie is in gang gezet AO Maritiem31-05-2018 31 409-190 verzoekt de regering om, in samenwerking met een kennisinstituut als MARIN onderzoek te doen naar rendabele, onderscheidende en duurzame concepten voor bestaande en nieuwe schepen in de binnenvaart. Minister De uitvoering van de motie is in gang gezet Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2224 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Plenair debatSchiphol en Lelystad Airport15-05-2018 29 665-328 verzoekt de regering om, Schiphol als multimodale hub (trein- en luchtstation) te benoemen in de Luchtvaartnota; verzoekt de regering voorts, in de Luchtvaartnota de ambitie op te nemen om in Europees verband en in samenhang met de interna-tionale spooragenda de overstap van vliegtuig naar trein aantrekke-lijker te maken; verzoekt de regering om, kansen voor snelle spoorverbindingen vanaf Amsterdam/Schiphol naar bestemmingen die een aantrek-kelijk alternatief zijn voor vliegverkeer te onderzoeken, zoals de binnensteden en de grootste luchthavens van Brussel, Parijs, Frankfurt en Londen. Minister + Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet Plenair debatfrauduleus handelen van afvalinzamelbedrijven31-05-2018 29 862-45 verzoekt de regering, te onderzoeken hoe prikkels kunnen worden verlegd om tot een systeem te komen waarin betaald wordt om afval c.q. grondstoffen te mogen ontvangen;verzoekt de regering, de Kamer hier nog dit jaar over te informeren. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet Plenair debatfrauduleus handelen van afvalinzamelbedrijven31-05-2018 29 862-47 verzoekt de regering, te inventariseren hoe informatie en expertise zo efficiënt mogelijk gedeeld kan worden tussen bevoegde gezagen en hoe eventuele kennislacunes aangevuld kunnen worden. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet AO Spoor14-06-2018 29 984-779 verzoekt de regering, in overleg te treden met de NS en ProRail opdat de landelijk uitgedunde dienstregeling zodanig wordt vormgegeven dat de belangrijke knooppunten ook buiten de Randstad bereikbaar blijven. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet AO Spoor14-06-2018 29 984-781 verzoekt de regering op, basis van deze onderzoeken samen met ProRail een afwegings-kader op te stellen om te beoor-delen of een locatie geschikt is voor gedifferentieerd rijden, en om het komende jaar een praktijkproef te doen op in ieder geval één locatie om de effecten in beeld te brengen; verzoekt de regering tevens, bij uitwerking van stimuleren goederenvervoer ook parallel te werken aan een robuust basisnet en onderzoek naar maatregelen om extra hinder te verminderen. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2225 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Plenair debatimporteren en dumpen van vervuilde grond uit het buitenland14-06-2018 27 625-426 verzoekt de regering, bij de evaluatie en actualisatie te onderzoeken hoe hergebruik van zo schoon mogelijke grond bij het verondiepen, indien beschikbaar uit de eigen omgeving, gestimu-leerd kan worden en aantrekke-lijker gemaakt kan worden dan het importeren van vervuilde grond en slib uit het buitenland. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet Plenair debatimporteren en dumpen van vervuilde grond uit het buitenland14-06-2018 27 625-427 Verzoekt de regering om samen met lagere overheden beleid en regelgeving te ontwik-kelen die ervoor zorgt dat bij de afgifte voor een vergunning voor ontginning van zand en grind ook een plan wordt ontwikkeld voor de invulling na de ontginning, waarin de beste maatschappelijke en ecologische invulling wordt gekozen, inclusief de verantwoor-delijkheid voor het dragen van de kosten. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet Plenair debatimporteren en dumpen van vervuilde grond uit het buitenland14-06-2018 27 625-428 verzoekt de regering om, in de beleidsevaluatie tot nieuwe richtlijnen te komen, waarbij naast de toxicologische kwaliteit van te storten grond ook andere factoren die van invloed zijn op de ecologie en de kwaliteit van bodem en water worden meegewogen. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet Plenair debatimporteren en dumpen van vervuilde grond uit het buitenland14-06-2018 27 625-429 verzoekt de regering, te onderzoeken hoe plastic in slib kan worden voorkomen door regelgeving en/of handhaving, en de Kamer hier nader over te informeren. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet Plenair debatimporteren en dumpen van vervuilde grond uit het buitenland14-06-2018 27 625-430 verzoekt de regering om, in deze evaluatie in kaart te brengen op welke locaties sinds de handreiking slib is gestort of op korte termijn gestort gaat worden en hoe dit proces verlopen is, en hierbij in ieder geval de Redichemse Waard mee te nemen; verzoekt daarnaast om, in de evaluatie aandacht te besteden aan de invulling van de rol van gemeenten rondom bestem-mingen van specifieke plassen. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet Plenair debatimporteren en dumpen van vervuilde grond uit het buitenland14-06-2018 27 625-431 verzoekt de regering om, in de evaluatie te kijken in welke mate deze handreiking wordt gebruikt en naar aanleiding van de uitkomsten van de evaluatie deze handreiking te herijken. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet Plenair debatnieuwe acties en stakingen binnen Air France/KLM14-06-2018 31 936-485 verzoekt de regering, zich kabinetsbreed maximaal in te zetten voor de Nederlandse publieke belangen die met KLM zijn gemoeid. Minister De uitvoering van de motie is in gang gezet Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2226 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Plenair debatnieuwe acties en stakingen binnen Air France/KLM14-06-2018 31 936-486 verzoekt de regering, de verkeers- en vervoersontwik-keling op de luchtvaartmarkt tussen Amsterdam en Dubai scherp te monitoren en zo nodig in te grijpen als blijkt dat de afspraken uit het luchtvaartverdrag tussen Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten worden geschonden. Minister De uitvoering van de motie is in gang gezet AO Milieuraad20-06-2018 2501-08-735 verzoekt de regering, in Europa speciale aandacht te vragen voor polymeren binnen de evaluatie van REACH. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet Jaarverslagen Infra-structuur en Waterstaat20-06-2018 34 950-XII-21 verzoekt de regering, deze doelstelling niet los te laten en het initiatief te nemen en te houden om, in overleg met partners, dit najaar te komen met een realistisch verkeersveilig-heidsplan om genoemde doelstellingen wel te behalen. Minister De Kamer wordt in het najaar geïnformeerd over de motie. Plenair debatgroeiende filedruk20-06-2018 31 305-253 verzoekt de regering om, middels overleg tussen het Ministerie van lenW, Rijkswater-staat, Kennisinstituut Mobiliteit en de ANWB te komen tot een set van uniforme, eenduidige filecijfers, en om de Kamer uiterlijk voor de behandeling van de lenW-begroting voor 2019 hierover te informeren. Minister De Kamer wordt uiterlijk voor de behandeling van de lenW-begroting 2019 hierover geïnformeerd. Plenair debatgroeiende filedruk20-06-2018 31 305-259 verzoekt de regering om de voordelen van uitvoering van dergelijke diensten buiten de spitsuren in VNG verband bij lokale overheden onder de aandacht te brengen. Minister De uitvoering van de motie is in gang gezet Plenair debatgroeiende filedruk20-06-2018 31 305-255 verzoekt de regering om, voor de begrotingsbehan-deling de Kamer te informeren over de uitvoering van deze afspraak in het regeerakkoord. Minister De Kamer wordt uiterlijk voor de behandeling van de lenW-begroting 2019 hierover geïnformeerd. Plenair debatgroeiende filedruk20-06-2018 31 305-256 verzoekt de Minister, bilateraal in te zetten op een structurele oplossing voor grensfiles door het Duitse rijverbod voor vrachtwagens op zondag en feestdagen. Minister De uitvoering van de motie is in gang gezet Plenair debat rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de risico’s rondom de jaarwisseling20-06-2018 28 684-534 verzoekt de regering het advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over een verbod op de productie van zwaar professi-oneel knalvuurwerk in EU-verband aan de orde te stellen. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezet Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2227 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Duurzaam vervoer22-05-2018 31 305-261 verzoekt de regering om versneld pictogrammen op verkeersborden te plaatsen voor alternatieve brandstoffen door werk met werk te maken als er onderhoudswerkzaamheden aan de weg plaatsvinden, verzoekt de regering tevens, met de leveran-ciers van navigatiesystemen in gesprek te gaan over hoe tankstations voor alternatieve brandstoffen en (snel)laadpunten op dezelfde wijze als reguliere tankstations kunnen worden aangegeven in hun producten. Staatssecretaris De uitvoering van de motie is in gang gezetToezeggingen bewindspersonen Infrastructuur en WaterstaatVindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Loodsenwet21-04-2010 De Minister zal het uitvoeren van de eindevaluatie naar Bedienen op afstand breder betrekken, en ook ondermeer Schuttevaer benaderen. Minister Conform de toezegging aan de Tweede Kamer om een evaluatie uit te voeren van twee pilotpro-jecten: Zeeland (project MOBZ) en Limburg (project Regiocentrale zuid) waarbinnen bediening op afstand wordt gerealiseerd. Huidige planning: Limburg in 2016 en Zeeland in 2018/2019. De evaluatie kan pas worden opgesteld zodra deze pilotpro-jecten zijn afgerond. Naar verwachting oktober 2019. AO Waterkwantiteit (2e termijn)20-06-2011 De Kamer ontvangt in 2018 de evaluatie van de 50/50% finan-ciering tussen Rijk en water-schappen van het Hoogwaterbe-schermingsprogramma. Minister De Kamer wordt in 2023 hierover geïnformeerd AO Waddenveren23-04-2014 De Staatssecretaris bericht de Kamer over de uitkomsten van het onderzoek naar de mogelijkheid om de concessieverlening voor de Waddenveren te decentraliseren naar de provincie. Staatssecretaris De Tweede Kamer is 3 oktober 2017 gemeld dat IenW samen met de Provincie Friesland in 2018 een onafhankelijk onderzoek uit laat voeren naar de consequenties van de overdracht van het concessie-beheer en -verlening ter voorbe-reiding van politieke besluit-vorming. Zie kamerbrief 23 645, nr 649. AO Vervoer en Beheer Hoofdrailnet (concept-ontwerpconcessies) – 2e termijn15-10-2014 De staatsecretaris informeert de Kamer er schriftelijk over als ze een besluit neemt over een voorstel van NS om tariefdifferen-tiatie toe te passen. Staatssecretaris De Staatssecretaris informeert de Kamer er schriftelijk over als ze een besluit neemt over een voorstel van NS om tariefdifferen-tiatie toe te passen.NS heeft tot op heden geen voorstel voor tariefdifferentiatie ingediend. In concessie is afgesproken dat NS een voorstel mag indienen. AO Vervoer en Beheer Hoofdrailnet (concept-ontwerpconcessies) – 2e termijn15-10-2014 De Staatssecretaris informeert de Kamer binnen twee maanden schriftelijk over hoe de aandacht voor het goederenvervoer geborgd wordt in de samenstelling van de directie van ProRail. Staatssecretaris Aan deze toezegging kan pas voldaan worden als de opheffing van KeyRail afgerond is. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2228 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Luchtvaart30-09-2015 De Staatssecretaris zal het ORS-advies aan de Kamer doen toekomen. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart30-09-2015 De Staatssecretaris zal de Kamer na 8 oktober verder informeren over het verloop van de infractie-procedure door de Europese Commissie inzake FABEC. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Externe veiligheid30-09-2015 De Staatssecretaris zegt toe dat de inventarisatie van de risico’s van windturbines, in relatie tot de risicokaarten, betrokken zal worden bij de regelgeving ten aanzien van de Omgevingswet. Staatssecretaris Windturbines zullen worden meegenomen in het DSO (Digitale Stelsel Omgevingswet). De wijze waarop windturbines in het kader van externe veiligheid in de Omgevingswet worden opgenomen wordt nu uitgewerkt. AO Transportraad01-10-2015 De Staatssecretaris zal de Kamer op enig moment na vaststelling in Europees verband van de «Real Driving Emissions»-test infor-meren over openstaande risico’s op verstoring van de marktwerking in dit nieuwe systeem en mogelijkheden voor handhaving bij misstanden onder dit systeem. Daarbij zal de Kamer inzage worden geboden in de manier waarop de onafhankelijkheid van de verschillende toezichtsin-stanties voor emissies afkomstig van auto’s in de Europese lidstaten is gewaarborgd. Staatssecretaris Het conceptvoorstel is door de EC gepubliceerd voor publieksconsul-tatie. Besluitvorming volg waarschijnlijk in september 2018 in Technische Commissie Motoer-Voertuigen (TCMV). Enige tijd daarna kan de Kamer hierover worden geïnformeerd. Dat zal naar verwachting in de tweede helft van het najaar van 2018 worden. AO Transportraad25-05-2016 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over relevante ontwikke-lingen ten aanzien van de ITS-richtlijn. Staatssecretaris Er loopt momenteel een evaluatie. Aan de hand daarvan stelt de EU DG Move eind 2019 een rapportage op, waarna de Kamer zal worden geïnformeerd. AO Wegverkeer en Verkeersveiligheid26-05-2016 De Minister van Infrastructuur en Milieu zal een onderzoek instellen naar een eventueel verbod op het gebruik van de mobiele telefoon op de fiets. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 29 398 nr. 606 AO Actieagenda Schiphol07-07-2016 De Staatssecretaris zal verifiëren of de luchtvaartmaatschappijen op Schiphol op dit moment al meer geluidsbeperking (reductie van 20% in plaats van 5%) realiseren dan overeengekomen in het «Convenant hinderbeperking en ontwikkeling Schiphol middellange termijn» en zal de Kamer hierover schriftelijk informeren zodra de MER van Schiphol er is. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor20-12-2016 Voor de zomer van 2017 infor-meert de Staatssecretaris de Kamer over het effect van de herpositionering van ProRail op een eventuele btw-afdracht. Staatssecretaris Gezamenlijk met ProRail wordt gewerkt aan het inzichtelijk maken van de omvang van deze effecten en aan de mogelijkheden om ze te mitigeren. Op dit moment worden twee varianten onderzocht. Ik verwacht in het najaar van 2018 meer duidelijkheid te kunnen bieden over de mogelijkheden van beide varianten. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2229 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Duurzaam en Milieu18-01-2017 De Staatssecretaris zal vóór de zomer van 2017 een brief aan de Kamer sturen over de evaluatie van TPAC waarin zij ook ingaat op de inrichting van een brede expertcommissie over duurzame biomassa gericht op meerdere stromen. Staatssecretaris De toetsing van duurzaam hout (nu TPAC) zal meelopen in de adviesaanvraag aan de SER over een uniform duurzaamheidskader biomassa. De uitkomst van het SER traject wordt afgewacht. AO Circulaire Economie/Leefomgeving16-02-2017 De Staatssecretaris zal vóór het volgende algemeen overleg Circulaire economie in samen-spraak met de Minister van Economische Zaken een brief aan de Kamer sturen over de financiële stromen ten behoeve van circulaire economie. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd met de brief «Kabinetsreactie op de Transitieagenda’s Kamerstuk 32 852 nr. 59 AO Luchtvaart23-02-2017 Indien er een bespreking plaats zal vinden tussen de Staatssecretaris en lokale bestuurders rond Schiphol over concrete voorstellen inzake de zorgen van omwonenden over de verkoop-baarheid van hun woningen, zal zij de Kamer hierover na afloop informeren. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor22-06-2017 In de jaarlijkse brief «Voortgang Betuweroute» zal worden ingegaan op de gevolgen van de vertragingen aan het derde spoor in Duitsland voor het spoorvervoer van goederen in Nederland. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd met een voortgangsbrief over goederen-vervoer Kamerstuk 22 589 nr. 324 AO Jaarverslagen Infrastructuur en Milieu29-06-2017 De Staatssecretaris komt terug op de vraag van het lid Kröger (GroenLinks) ten aanzien van het stimuleren van circulaire economie via aanbestedingen. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd met de brief «Kabinetsreactie op de Transitieagenda’s Kamerstuk 32 852 nr. 59 AO Spoorveiligheid en ERTMS05-07-2017 De Staatssecretaris zal de Kamer in het najaar op de hoogte stellen van de uitkomst van bestuurlijk overleg over het informeren van omwonenden over hun hande-lingsperspectief bij calamiteiten op het spoor. Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 30 373 nr. 68 AO Transportraad22-11-2017 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de mogelijkheden voor op elkaar afgestemde ticketsys-temen (de aansluiting van treinverkeer op vluchten), nadat de Minister hierover heeft gesproken met haar EU-collega’s. Minister + Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 29 984 nr. 783. AO Transportraad22-11-2017 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de toedeling van slots ten opzichte van de toedeling hiervan in andere lidstaten. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 29 665 nr. 330 AO Water27-11-2017 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over het besluit van de Minister over Varik-Heesselt. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2230 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Water27-11-2017 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de kosten van het pompen bij de bak van de A4 in Midden-Delfland versus het waterdicht maken van de bodem van de bak. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 AO Water27-11-2017 De Kamer zal in 2018 worden geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar overstro-mingsrisico’s in het grensgebied met Noordrijn-Westfalen. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 AO Water27-11-2017 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over het onderzoek naar de mogelijkheden voor informatiever-strekking aan de bevoegd gezagen en drinkwaterbedrijven over lozingen vanuit de industrie. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 AO Water27-11-2017 De Kamer wordt geïnformeerd over de verschillen tussen de dijk bij Uitdam en de rest van het traject Markermeerdijken. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 27 625 nr. 434 Plenair debat Implemen-tatie ILUC-richtlijn inzake brandstofkwaliteit04-12-2017 De Staatssecretaris zal in november 2018 een brief aan de Kamer sturen over de implementatie/ invoering van E10, waarbij zij in zal gaan op de kleine pomphouders, waarbij zij o.a. de sector en gebruikers zal betrekken. Staatssecretaris In het najaar 2018 wordt de wijziging van Besluit Luchtveront-reiniging naar Tweede Kamer gezonden. AO Scheepvaart07-12-2017 De Minister zal in het externe onderzoek naar het boetebeleid voor de binnenvaart ook een vergelijking met andere sectoren laten betrekken, evenals de wijze waarop de boetes worden opgelegd. Dit onderzoek komt voor het zomerreces van 2018 beschikbaar. Minister In het najaar 2018 wordt de wijziging van Besluit Luchtveront-reiniging naar de Kamer gezonden. AO Scheepvaart07-12-2017 In de eerste helft van 2018 ontvangt de Kamer de resultaten van het onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport naar aanleiding van de vermoedens van misstanden in de zeevaart. Minister De onderzoeken bevinden zich in de afrondende fase en zullen daarna voorzien van een beleidsre-actie door de Staatssecretaris naar de Kamer worden gestuurd. AO Scheepvaart07-12-2017 Eind 2018 ontvangt de Kamer het wetsvoorstel Markttoezicht loodswezen. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Leefomgeving14-12-2017 In 2019 zal de Staatssecretaris het herijkte beleidskader infrastructuur voor alternatieve brandstoffen aan de Kamer sturen. Indien mogelijk zal zij dit eerder doen. Staatssecretaris De Kamer zal over de nieuwe ambities mbt mobiliteit in het kader van het klimaatakkoordrond de zomer 2018 worden geïnfor-meerd. Na de zomer van 2019 zal de Kamer geïnformeerd worden over de herijking van het nationale beleidskader infrastructuur alternatieve brandstoffen. Dit is in lijn met de rapportageverplichting over de uitvoering van de EU Richtlijn Infrastructuur Alternatieve Brandstoffen aan de Europese Commissie. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2231 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Notaoverleg MIRT11-12-2017 Nadat het onderzoek van Rijkswaterstaat naar geluids-overlast bij de Coenbrug begin 2018 gereed is, zal de Minister de uitkomsten aan de Kamer sturen. Zij zal er tevens voor zorgen dat Rijkswaterstaat met de actiegroep A8-Coenbrug in gesprek zal gaan. Minister Rijkswaterstaat en de bewoners-groep hebben in april 2018 met elkaar gesproken. Afgesproken is om voor de zomervakantie opnieuw bij elkaar te komen. Hierbij worden dan de uitkomsten van het onderzoek naar mogelijk-heden om het geluidsprobleem betrokken. Deze uitkomsten zullen voor de zomer tevens met de gemeente Zaanstad besproken worden. De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Notaoverleg MIRT11-12-2017 In het kader van het overwegen-programma wordt de Kamer geïnformeerd over de mogelijk-heden bij publieke en private onbewaakte spoorwegover-gangen. Staatssecretaris Voor het AO MIRT is de Kamer geïnformeerd met Kamerstuk 34 775-A nr. 72 Notaoverleg MIRT11-12-2017 Voor de zomer van 2018, zo mogelijk al begin 2018, ontvangt de Kamer een brief over de mogelijkheden inzake de verbe-tering van internationale treinver-bindingen. Staatssecretaris Voor het AO MIRT is de Kamer geïnformeerd met Kamerstuk 29 984 nr. 783. AO Wegverkeer en verkeersveiligheid14-12-2017 In het najaar van 2018 ontvangt de Kamer informatie over de verbetering van de ongevallenre-gistratie, waarbij ook de suggesties in overweging worden genomen ten aanzien van koppeling van informatie van verschillende partijen (Sienot), afstelling van verkeerslichten (Van Aalst) en de positie van de voetganger als verkeersdeelnemer (Van Tongeren). Minister De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 29 398 nr. 606 AO Wegverkeer en verkeersveiligheid14-12-2017 In het najaar wordt de Kamer geïnformeerd over de suggestie in de regelgeving voor voertuigen te werken met zogenoemde «voertuigfamilies» op basis van de criteria snelheid, massa en afmeting. Minister Eind 2018 wordt de Tweede Kamer hierover geïnformeerd. AO Wegverkeer en verkeersveiligheid14-12-2017 De Kamer ontvangt volgend jaar een aangepast wetsvoorstel dat strekt tot invoering van een APK- en kentekenplicht voor tractoren. Minister Zoals in december 2017 toegezegd door de Minister wordt momenteel, samen met betrokken partijen, gewerkt aan een hernieuwd voorstel. Het hernieuwde voorstel wordt naar de Tweede Kamer gezonden. AO Externe Veiligheid18-01-2018 De Kamer zal op de hoogte worden gesteld van de precieze onderzoeksopdracht van het RIVM-onderzoek naar de fabriek in Son en Breugel. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 27 625 nr. 434 AO Externe Veiligheid18-01-2018 Als meer bekend is over innova-tieve verwerkingsmethodes van asbest, zal de Kamer hierover worden geïnformeerd. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2232 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Openbaar vervoer, ov-chipkaart en taxi17-01-2018 Voor de zomer van 2018 ontvangt de Kamer een concretisering van plannen voor openbaar vervoer in stedelijke gebieden. Staatssecretaris Voor het AO MIRT is de Kamer geïnformeerd met Kamerstuk 34 775-A nr. 72 AO Openbaar vervoer, ov-chipkaart en taxi17-01-2018 De Staatssecretaris denkt graag met mevrouw Van Brenk (50PLUS) mee over ideeën op het terrein van subjectieve veiligheid en gewenst gedrag in het openbaar vervoer. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 28 642 nr. 103 AO Openbaar vervoer, ov-chipkaart en taxi17-01-2018 Voor het zomerreces van 2018 ontvangt de Kamer nieuwe informatie over eventuele wensen en mogelijkheden ten aanzien van het gebruik van een landelijke database in het kader van sociale veiligheid in het openbaar vervoer. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 28 642 nr. 103 AO Openbaar vervoer, ov-chipkaart en taxi17-01-2018 De Staatssecretaris heeft de intentie het systeem van single check in/check out landelijk in te voeren en de Kamer in de tweede helft van 2018 te informeren over de resultaten van de diverse onderzoeken in dit kader. Staatssecretaris Door het NOVB is een werkgroep ingesteld die besluitvorming door het NOVB over enkelvoudig in- en uitchecken op het spoor voorbe-reidt. De onderzoeken die de basis vormen voor deze besluitvorming bevinden zich in de afrondende fase. Na de zomer vindt besluit-vorming plaats. Zodra het NOVB een besluit heeft genomen, naar verwachting in september, wordt de Kamer hierover geïnformeerd. De Kamer ontvangt dan tevens de onderbouwing en de achterlig-gende stukken. Dit heeft de Staatssecretaris ook zo gemeld in haar kamerbrief van 28 maart 2018. AO Openbaar vervoer, ov-chipkaart en taxi17-01-2018 De Staatssecretaris zal het Kennisinstituut voor Mobiliteits-beleid (KiM) vragen de prijselasti-citeit van openbaar vervoer te onderzoeken in het kader van de btw-verhoging uit het regeerak-koord. Staatssecretaris Het KiM is bezig met onderzoek naar de (vervoerskundige) effecten van de verhoging van de BTW. Naar verwachting zal een 1e versie van dat onderzoek in juni gereed zijn. In het najaar 2018 zal de Tweede Kamer geïnformeerd worden over de uitkomsten. AO Openbaar vervoer, ov-chipkaart en taxi17-01-2018 De Staatssecretaris zal onderzoek laten doen naar de automatisering in de taxibranche en de effecten daarvan op de handhaving. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Openbaar vervoer, ov-chipkaart en taxi17-01-2018 De Kamer ontvangt voor het algemeen overleg MIRT van 2018 een terugkoppeling van de gesprekken met decentrale overheden over langjarige beheer- en onderhoudskosten van ov-infrastructuur, mede in relatie tot de aanleg van nieuwe ov-infrastructuur. Staatssecretaris Op ambtelijk niveau vinden momenteel gesprekken plaats met decentrale overheden over de impact van hun toenemende BOV-kosten op de financiële ruimte voor nieuwe plannen. In die gesprekken komt ook aan de orde welke stappen de decentrale overheden gaan ondernemen om hun BOV-problematiek te beheersen. Bedoeling is dat uiteindelijk de uitkomsten van deze gesprekken gedeeld worden op de landelijke OV en Spoortafel die in het najaar plaatsvindt. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2233 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Openbaar vervoer, ov-chipkaart en taxi17-01-2018 De Staatssecretaris komt schriftelijk terug op de vraag van mevrouw Van Brenk (50PLUS) over de planning van de uitfasering van contact geld uit de bus. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 28 642 nr. 103 AO Wadden24-01-2018 In een verzamelbrief voorafgaand aan het komende AO Wadden zal de Kamer worden geïnformeerd over de vraag of en op welke wijze de Waddenzee een status als rechtspersoon kan krijgen, en of dit wenselijk is. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart25-01-2018 Zodra er meer duidelijkheid is over de verkeersverdelingsregel, zal de Kamer worden geïnformeerd. De Minister zal hierbij ingaan op het proces en het tijdpad. Minister De toezegging is in uitvoering. In de Kamerbrief van 21 februari 2018 over de aansluitroutes en mer-actualisatie Lelystad Airport is de Tweede Kamer geïnformeerd over het proces en het tijdpad van de verkeersverdelingsregel. AO Luchtvaart25-01-2018 De Kamer zal tweemaal per jaar worden geïnformeerd over de herindeling van het luchtruim. Minister Continu proces: tweemaal per jaar AO Luchtvaart25-01-2018 De Luchtvaartnota 2020–2040 komt in 2019 naar de Kamer. Minister De Kamer is geïnformeerd over de planning van de Luchtvaartnota voor het AO van 26 juni met Kamerstuk 196 nr. 491. AO Luchtvaart25-01-2018 Naar verwachting komt de MER Schiphol voor de zomer naar de Kamer. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart25-01-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de stappen in het proces rond de luchthavens Eindhoven en Rotterdam. De Minister komt nog terug op de vraag wanneer het onderzoek naar flankerende maatregelen hinderbeperkende maatregelen Eindhoven airport beschikbaar wordt. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart25-01-2018 De Kamer zal in de loop van 2018 worden geïnformeerd over de ontwikkelingen op het gebied van verduurzaming van de luchtvaart-sector. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart25-01-2018 De Minister zal haar collega van JenV vragen naar de toegevoegde waarde van het Convenant vliegen over conflictgebieden en de Kamer hierover informeren. Minister De Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 29 665 nr. 334 AO Spoorordening31-01-2018 De Kamer ontvangt voor het zomerreces van 2018 een separate brief over de invulling van het toezicht op de spoormarkt. Minister In de Kamerbrief over de aanpak van de ordening en sturing op het spoor is aangekondigd dat deze brief (over toezicht) pas gestuurd wordt nadat ACM de quick scan over de spoormarkt begin 2019 oplevert. Verwacht wordt voorjaar 2019. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2234 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Spoorordening31-01-2018 De Staatssecretaris zal met decentrale overheden eventuele mogelijkheden bespreken ten aanzien van het doortrekken van de Valleilijn en de Kamer daarvan een terugkoppeling geven. Staatssecretaris In de Kamerbrief over de ordening is gemeld dat de Kamer rond de zomer wordt geïnformeerd over het onderzoek naar doortrekking Valleilijn. AO Spoorordening31-01-2018 Voor de zomer informeer ik uw Kamer over hoever ik sta en of we met de decentrale overheden een decentralisatieconvenant kunnen sluiten. Staatssecretaris Om te kunnen onderbouwen in welke mate decentralisatie van één of meer spoorlijnen bijdraagt aan een regionaal geïntegreerd aanbod wordt een quick scan uitgevoerd. In het najaar van 2018 worden de resultaten verwacht. AO Spoorordening31-01-2018 Medio 2018 wordt de Kamer geïnformeerd over de verbetering van het vervoer over de hogesnel-heidslijn. Staatssecretaris De langetermijnvisie van NS en ProRail wordt besproken in het bestuurlijk tripartite van begin juli. De Kamer wordt in het najaar van 2018 geïnformeerd. AO Spoorordening31-01-2018 De Staatssecretaris zal de Kamer per brief informeren over de maatregelen in het kader van sociale veiligheid. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 28 642 nr. 103 AO Spoorordening31-01-2018 De Staatssecretaris zal met ProRail bezien of het mogelijk is korting toe te kennen voor het gebruik van het spoor door nachttreinen. Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 29 984 nr. 783. AO Spoorordening31-01-2018 Voor de zomer ontvangt de Kamer een maatregelenpakket in het kader van het stimuleren van goederenvervoer over het spoor. Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 22 589 nr. 24 AO Spoorordening31-01-2018 De Staatssecretaris gaat met de Minister van J&V in overleg om na te gaan of een sms-service in het kader van sociale veiligheid in de trein mogelijk is. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 28 642 nr. 103 AO Spoorordening31-01-2018 Over de spoorverbinding Hamont-Weert ontvangt de Kamer een brief vóór de zomer. Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 29 984 nr. 783. AO Milieuraad d.d. 5 maart 201820-02-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de uitvoering van de motie-Kröger c.s. (Kamerstuk 34 717, nr. 18) over vanaf 2021 niet meer gebruiken van palmolie en soja voor biobrandstoffen. Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 30 196 nr. 605 AO Milieuraad d.d. 5 maart 201820-02-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de maatregelen, gericht op het voorkomen van microplastics uit schurende reinigingsmiddelen, verf en autobanden in water. Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 28 089 nr. 67 AO Milieuraad d.d. 5 maart 201820-02-2018 De Staatssecretaris zal alsnog een reactie naar de Kamer zenden op de brief van de Gezondheidsraad die december 2016 naar de Kamer werd gestuurd, waarin deze waarschuwt voor de gezondheids-effecten van microplastics. Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 30 872 nr. 219 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2235 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken Mondelinge vragen van het lid Wassenberg (PvdD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht «Provincie Zuid-Holland: Beweringen Chemours zijn niet waar»06-03-2018 Voorzitter. Eén niet onbelangrijk detail nog om verwarring te voorkomen over zeer zorgwek-kende stoffen en de minimalisatie-plicht. Er is één lijst van zeer zorgwekkende stoffen. Alleen als je het aan de voorkant regelt, valt het daaronder, maar gaat het over een bijproduct dat er uitkomt, dan valt het onder de minimalisatieplicht. Maar uiteindelijk staan ze dus allemaal op die ene lijst van zeer zorgwekkende stoffen. Het leek me belangrijk om dat nog even te verhelderen.De voorzitter: Wanneer komt de brief richting de Kamer. Voor de zomer, voorzitter. Ik probeer daarin een aantal zaken opnieuw neer te zetten, zodat we meer naar de voorkant gaan in plaats van naar de achterkant. Dat zijn we aan het uitwerken. Daarom kom ik met die brief. De Kamer weet dat dit absoluut mijn volle aandacht heeft en dat ik echt aan het bekijken ben hoe we het systeem kunnen aanscherpen om mensen te laten weten dat de overheid zo veel mogelijk wil zorgen voor een veilige leefom-geving. Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 28 089 nr. 88 AO Spoor20-02-2018 Ik zou ook voor de zomer een brief kunnen sturen. Dan kan mevrouw Van der Graaf beoordelen of er na die brief nog specifieke wensen overblijven. Zullen we het zo doen? Dan zeg ik een brief toe op dit punt en komen we voor de zomer nog naar de Kamer met het antwoord op deze vraag. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 28 642 nr. 103 AO Wegverkeer en Verkeersveiligheid13-03-2018 De Kamer zal voor de zomer van 2018 per brief worden geïnfor-meerd over de voortgang van safety deals. Minister De Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 29 398 nr. 606 AO Wegverkeer en Verkeersveiligheid13-03-2018 Voor de zomer van 2018 ontvangt de Kamer, in het kader van de MIRT, nadere informatie over het voorkomen van verstoringen bij Kornwerderzand en de verbetering van fietsveiligheid in het algemeen. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 29 398 nr. 606 AO Wegverkeer en Verkeersveiligheid13-03-2018 Rond de zomer van 2018 ontvangt de Kamer de uitkomsten van het proefproject «Doortrappen» waarbij ouderen worden geholpen om veilig te blijven fietsen. Minister De Kamer is geïnformeerd met Kamerstuk 29 398 nr. 606 AO Circulaire Economie15-03-2018 De Kamer zal vanaf april 2018 elk half jaar de tussentijdse resultaten van de monitoring inzake de reductie van zwerfval toegezonden krijgen samen met een verslag van het bestuurlijk overleg, inclusief het tijdpad voor het wetstraject èn het plan van aanpak van het bedrijfsleven. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2236 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Circulaire Economie15-03-2018 In de kabinetsappreciatie van de transitieagenda’s zal ook worden ingegaan op LAP3 en de situatie met kwik. Staatssecretaris De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief «Kabinetsreactie op de Transitieagenda’s Kamerstuk 32 852 nr. 59 AO Circulaire Economie15-03-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de CO2-bijdrage van de circulaire economiedoelstel-lingen. Staatssecretaris De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief «Kabinetsreactie op de Transitieagenda’s Kamerstuk 32 852 nr. 59 AO Circulaire Economie15-03-2018 In de kabinetsreactie op de transitieagenda’s zal de Staatsse-cretaris ingaan op de gesprekken met de branche over producenten-verantwoordelijkheid. Staatssecretaris De Tweede Kamer is geïnformeerd met de brief «Kabinetsreactie op de Transitieagenda’s Kamerstuk 32 852 nr. 59 AO Circulaire Economie15-03-2018 De Kamer zal in de loop van het jaar worden geïnformeerd over de recyclingdoelstellingen voor verpakkingen. Staatssecretaris De Tweede Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Notaoverleg MIRT11-12-2017 In het voorjaar van 2018 ontvangt de Kamer: de prioritering ten aanzien van de bereikbaarheid van Schiphol, binnen de bredere afwegingen in de metropoolregio Amsterdam. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 34 775-A nr. 61 Notaoverleg MIRT11-12-2017 In het voorjaar van 2018 ontvangt de Kamer: nadere informatie over de bereikbaarheid van Science Park Utrecht. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 34 775-A nr. 72 AO Duurzaam vervoer19-04-2018 De Kamer wordt op de hoogte gesteld over de handhaving inzake Bo-Rent-fraude met roetfilters. Staatssecretaris De Kamer wordt in het najaar 2018 geïnformeerd. AO Duurzaam vervoer19-04-2018 De Kamer krijgt de uitwerking van de plannen voor de harmonisatie van de milieuzones voor de zomer toegestuurd. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd op 29-06-2018 inzake Contouren harmonisatie milieuzones AO Duurzaam vervoer19-04-2018 De Kamer wordt op de hoogte gesteld van de berekening CO2-reductie fossiele versus duurzame auto’s. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Duurzaam vervoer19-04-2018 De Kamer wordt rond de zomer geïnformeerd over de uitfasering van bromfietsen. Staatssecretaris De Kamer wordt in het najaar 2018 geïnformeerd over de versnelling van de transitie naar elektrische bromfietsen AO Duurzaam vervoer19-04-2018 De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de stand van zaken inzake de handhaving van de milieuzone op de Maasvlakte voor buitenlandse vrachtwagens. Staatssecretaris De Kamer is geïnformeerd op 29-06-2018 inzake Contouren harmonisatie milieuzones AO Duurzaam vervoer19-04-2018 De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de vraag of de aanleg van laadpalen kan worden meegenomen op de lijst met vve-onderwerpen waarvoor geen meerderheidsbesluit nodig is. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Duurzaam vervoer19-04-2018 De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de resultaten van de Mobiliteitstafel. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Duurzaam vervoer19-04-2018 De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de besteding van de 100 miljoen voor de fiets, incl. reactie op fietsplan D66. Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 34 775-A nr. 70 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2237 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Externe veiligheid16-05-2018 De Kamer ontvangt voor de zomer de bevindingen van de ILT rondom de verontreinigingssituatie bij Chemours en de Zwitserlandroute. Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 31 305 nr. 261 AO Externe veiligheid16-05-2018 De Kamer ontvangt, nadat de resultaten van het onderzoek van de provincie naar de lozingen van PFOA bekend zijn, deze resultaten. Hierbij wordt ook ingegaan op het hoe en waarom. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Externe veiligheid16-05-2018 Na het bestuurlijk omgevings-beraad en gesprekken met verschillende partners zal de Kamer worden geïnformeerd over de voortgang en vormgeving van het integraal toezicht bij BRZO-bedrijven. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Externe veiligheid16-05-2018 De Kamer wordt geïnformeerd over de datum van de herziening van de vergunning van Chemours. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Externe veiligheid16-05-2018 De Kamer zal jaarlijks worden geïnformeerd over de voortgang van de sanering van het Thermp-hosterrein. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Externe veiligheid16-05-2018 De Kamer ontvangt voor het AO Leefomgeving op 7 juni 2018 een kaderbrief met een brede schets van de agenda met uitwerking van het safe by design concept en een schets van de intensivering van de aanpak en het betrekken van de maatschappij. Staatssecretaris De toezegging is afgedaan met Kamerstuk 28 089 nr. 88 AO Externe veiligheid16-05-2018 De Kamer wordt in de voortgangs-brief geïnformeerd over de ervaringen van de gemeenten met de lijst van potentieel zeer zorgwekkende stoffen. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Externe veiligheid16-05-2018 De brief van de provincie met de advieswaarde van GenX en de aangescherpte norm van GenX in het oppervlaktewater zal worden doorgestuurd aan de Kamer. Minister De toezegging is afgedaan met 27 624 nr. 434 AO Externe veiligheid16-05-2018 De Kamer ontvangt in het najaar een brief met nadere uitwerking van de mogelijkheden en verboden van de vergunningver-lening en handhaving bij BRZO-bedrijven en een uitwerking van de betrokken handhavende instanties. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Nucleaire veiligheid17-05-2018 De Kamer krijgt een overzicht van de oefeningen in het kader van nucleaire veiligheid die zijn geweest. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Nucleaire veiligheid17-05-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd vergunningverleningspro-cedure en de wetgeving aan beide zijden van de grens. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2238 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Nucleaire veiligheid17-05-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de gesprekken met de burgemeesters in het kader van het veiligheidsoverleg over al dan niet ontbrekende rampenplannen. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Nucleaire veiligheid17-05-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de stand van zaken ten aanzien van de kwartiermaker en de klankbordgroep inzake de eindberging. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Maritiem17-05-2018 De Minister zal zich inzetten voor een integrale visie op de toekomst van het mainportbeleid van de havens en de Kamer hierover informeren. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Maritiem17-05-2018 De Minister zal in gesprek gaan met de ASV over de verschillen met Duitsland en de Kamer hierover informeren. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Maritiem17-05-2018 De Kamer zal zodra er meer duidelijk is over de oplossing van het probleem van de congestie in de haven van Rotterdam worden geïnformeerd. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Maritiem17-05-2018 De Kamer zal een brief ontvangen over de voortgang van de Maritieme Servicehaven Flevoland. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Maritiem17-05-2018 In de verzamelbrief zal de Minister de Kamer informeren over de voortgang van het bunkerlicentie-systeem Rotterdam. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerbrief op 5 juli 2018 inzake Diverse toezeggingen naar aanleiding van het AO Maritiem en het 30-ledendebat in mei 2018. AO Maritiem17-05-2018 De Kamer zal in de verzamelbrief worden geïnformeerd over de Waddenconferentie en zal op de hoogte worden gehouden over het illegaal vissen in de Voordelta. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Maritiem17-05-2018 Voor de zomer zal de Kamer worden geïnformeerd over de review ten aanzien van de sluis bij IJmuiden. Minister De toezegging is afgedaan met Kamerbrief 03-07-2018 Project Zeetoegang IJmond AO Maritiem17-05-2018 In de verzamelbrief zal de Kamer worden geïnformeerd over de voortgang van de afspraken van de Maasvlakte 2 met betrekking tot de specifieke punten van mevrouw Van Tongeren (GroenLinks). Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Maritiem17-05-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de haalbaarheid van het «meten aan de pijp». Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Maritiem17-05-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de onderzoeksresul-taten inzake de problematiek rondom cruiseschepen en het Europees level playing field. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Maritiem17-05-2018 De Kamer zal in het najaar worden geïnformeerd over het onderzoek van Rijkswaterstaat naar de mogelijke zelfbediening van sluizen. Minister De Kamer zal conform de toezegging in het najaar worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2239 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Transportraad30-05-2018 Een plan van aanpak ten behoeve van beveiligde vrachtwagenpar-keerplaatsen. Minister AO Transportraad30-05-2018 In de ILT-rapportage die eind 2018 naar de Kamer komt, zal ook worden ingegaan op de vraag of Nederlandse boetes daadwerkelijk worden betaald. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Transportraad30-05-2018 De Kamer krijgt een impactstudie naar de gevolgen voor het Nederlandse busvervoer van de Europese openstelling van het busvervoer. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Transportraad30-05-2018 De vergunningsgrens van 0 kg. voor pakketdiensten. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor06-06-2018 In het voorjaar van 2019 komt de Staatssecretaris terug op de vraag van het lid Ziengs (VVD) ten aanzien van kruissubsidies (op stations) op basis van de quick scan van de ACM. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor06-06-2018 Rond de zomer ontvangt de Kamer de analyse van de btw-verhoging door het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KIM). Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor06-06-2018 De Staatssecretaris zal schriftelijk reageren op het actieplan «Denderende banen op het spoor» van D66, aangeboden door het lid Sienot (D66). De Staatssecretaris zal het stuk interdepartementaal bespreken. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor06-06-2018 Voor de zomer informeert de Staatssecretaris de Kamer over sociale veiligheid in het OV in een brief. Hierin zal ook aandacht worden besteed aan opgelegde stationsverboden en de alert-app. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor06-06-2018 De Staatssecretaris komt na de zomer terug op de vragen van het lid Amhaouch (CDA) op het onderwerp winterweer en het voorkomen van verstoringen. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor06-06-2018 De Staatssecretaris komt op korte termijn terug op de vraag van het lid Laçin (SP) over de twee taxatierapporten in het kader van Rosmalen. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor06-06-2018 De Staatssecretaris informeert de Kamer na de zomer over haar voornemen tot internationaal overleg over grensoverschrijdende verbindingen («spoortop»). Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Spoor06-06-2018 Voor het algemeen overleg Openbaar vervoer, ov-chipkaart en taxi van 20 september 2018 informeert de Staatssecretaris de Kamer over de uitkomst van de proef van de single check-in- check-out op de Valleilijn. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2240 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Spoor06-06-2018 Eind 2018 komt de evaluatie van de trillinghinder en -schade van meer vervoer per spoor rondom Meteren op basis van nieuwe data van ProRail. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Milieuraad19-06-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over het initiatief vanuit het Ministerie van SZW inzake kennisdeling m.b.t. REACH. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Milieuraad19-06-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de wijze waarop in Europese context wordt omgegaan met schadelijke stoffen die nu in omloop zijn, zoals PFOA en GenX. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Milieuraad19-06-2018 In het verslag van de Milieuraad van 25 juni 2018 zal worden weergegeven hoe de Staatssecre-taris ten overstaan van haar Europese collega’s haar steun heeft uitgesproken voor het Duitse initiatief inzake persistente en toxische stoffen en hoe zij hierop hebben gereageerd. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Jaarverslagen Infra-structuur en Waterstaat20-06-2018 De Minister en Staatssecretaris zullen met de Inspectie Leefom-geving en Transport overleg voeren over de vraag of capaciteit en taken in balans zijn en de Kamer de uitkomst daarvan terugkoppelen in het kader van de begrotingsbehandeling in het najaar van 2018. Minister + Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Jaarverslagen Infra-structuur en Waterstaat20-06-2018 Ten aanzien van de wens van de heer Wassenberg (PvdD) om didecyldimethylammonium-chloride in groene-aanslagreinigers voor particulier gebruik te verbieden evalueert de Staatssecretaris het advies van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) om via etikettering als professionele maatregel te werken. De uitkomst van die evaluatie ontvangt de Kamer. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO ERTMS/Spoorveiligheid28-06-2018 De Staatssecretaris zal in het najaar van 2018 aan de Kamer rapporteren over wat zij zal doen met de aanbevelingen van de Boston Consulting Group (BCG), zoals genoteerd in de achtste voortgangsrapportage ERTMS. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO ERTMS/Spoorveiligheid28-06-2018 De quick scan naar het vervoer van gevaarlijke stoffen, waaronder chloor, wordt in het voorjaar van 2019 naar de Kamer gestuurd. Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO MIRT27-06-2018 De Kamer wordt geïnformeerd over de capaciteit en handhaving van truckparkings waarover zij al voor het zomerreces van 2018 een eerste inventarisatie ontvangt (afkomstig van Rijkswaterstaat). Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2241 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Water28-06-2018 De Kamer ontvangt een brief waarin wordt ingegaan op wat de volgende stap wordt bij de Europese ketenaanpak medicijn-resten. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Water28-06-2018 De Minister zal in de tweede helft van 2018 de Kamer informeren over het voorstel van de Unie van Waterschappen over het nieuwe belastingstelsel en zal daarbij, naast de vervuiler betaald, ook de begrippen eenvoudig en trans-parant laten meewegen. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Water28-06-2018 De Minister zal samen met de Staatssecretaris de Kamer in een brief informeren over het voorzorgsprincipe en uiteenzetten hoe het drinkwatercriterium wel in REACH kan worden opgenomen. De brief komt over twee weken. Minister + Staatssecretaris De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Water28-06-2018 De Kamer zal na de zomer worden geïnformeerd over de resultaten van de oliemonsters naar aanleiding van het ongeluk met Odfjell in de Rotterdamse haven. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Water28-06-2018 De Minister zal de Kamer informeren over de resultaten van de metingen die wekelijks door de provincie Zuid-Holland worden uitgevoerd naar lozingen met PFOA. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Water28-06-2018 De Kamer ontvangt in de tweede helft van 2018 een brief waarin de acties en de voortgang van het tegengaan van de veeninklinking staan. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Water28-06-2018 De Kamer ontvangt een brief over de acties en voortgang van het tegengaan van de lozingen van de pleziervaart. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO MIRT27-06-2018 De Kamer wordt voor het notaoverleg MIRT in het najaar van 2018 geïnformeerd over: -de mogelijkheden voor het opwaar-deren van spitsstroken tot volwaardige rijstroken, waarbij specifiek wordt ingegaan op de A50 en de A58. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO MIRT27-06-2018 De Kamer wordt voor het notaoverleg MIRT in het najaar van 2018 geïnformeerd over: de besluitvorming over het knooppunt A1-A35 Azelo/Buren en over een verbetering van de verbinding van de A4 via de N11 met de A12. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2242 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO MIRT27-06-2018 De Kamer wordt voor het notaoverleg MIRT in het najaar van 2018 geïnformeerd over: de wijze waarop wordt omgegaan met de aanbevelingen van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli). Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO MIRT27-06-2018 De Kamer wordt voor het notaoverleg MIRT in het najaar van 2018 geïnformeerd over: de verdeling van de extra regeerak-koordmiddelen over de verschil-lende projecten door middel van een inzichtelijke infographic. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO MIRT27-06-2018 De Kamer ontvangt voor het notaoverleg MIRT in het najaar van 2018 een schriftelijke reactie op de door het lid Von Martels (CDA) aangereikte cijfers ten aanzien van regionale cofinanciering en het hanteren van criteria. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Parlementair agenda punt AO Luchtvaart26-06-2018 De Kamer zal in het najaar worden geïnformeerd over de stand van zaken inzake duurzame luchtvaart. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart26-06-2018 Op korte termijn zal de Kamer het CE Delft-rapport over de klimaatef-fecten van een vliegtaks incl. de reactie van de Minister hierop ontvangen. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart26-06-2018 De Kamer zal (in de brief over verduurzaming van de luchtvaart) worden geïnformeerd over de mogelijkheden voor het ministerie om elektrisch vliegen in te zetten voor functionele doeleinden. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart26-06-2018 De Kamer zal worden geïnfor-meerd over de uitfasering van de meest vervuilende vliegtuigen (hoofdstuk 3). Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart26-06-2018 Zodra er meer bekend is over de situatie bij Wezep, zal de Kamer hierover worden geïnformeerd. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart26-06-2018 Zodra er meer bekend is n.a.v. de gesprekken in Brussel over de aanpassing van de slotveror-dening, zal de Kamer hierover worden geïnformeerd. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart26-06-2018 De Kamer ontvangt een update, als er weer een stap is gezet is inzake de mogelijkheid van een lucht-haven in zee. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart26-06-2018 Als een en ander inzake de secundaire slothandel is uitgekris-talliseerd, zal de Kamer hierover worden geïnformeerd. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Luchtvaart26-06-2018 De Kamer zal in de zomer het rapport van de regiegroep van de belevingsvlucht incl. de reactie van de Minister ontvangen. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2243 Vindplaats Omschrijving Bewindspersoon Stand van zaken AO Vliegveiligheid03-07-2018 De Kamer ontvangt ieder half jaar een voortgangsrapportage over de veiligheid in de luchtvaartsector. De eerste voortgangsrapportage komt voor het kerstreces naar de Kamer. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Vliegveiligheid03-07-2018 De Roadmap safety improvement Schiphol komt uiterlijk oktober 2018 naar de Kamer. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd. AO Vliegveiligheid03-07-2018 De Kamer ontvangt een evaluatie van de implementatie van de aanbevelingen van de OVV, het NLR en To70, voordat tot groei van het aantal vliegbewegingen op Schiphol kan worden overgegaan. Minister De Kamer zal conform de toezegging worden geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2244 Bijlage 4 Subsidieoverzicht Begro-tingsar-tikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 20171 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Laatste evaluatie1 (jaartal) Volgende evaluatie1 (jaartal) Einddatum subsidie2 (regeling) (jaartal) Artikel 11 Integraal Waterbeleid Regeling Subsidieprogramma wereldwijd werken met water: Partners voor Water (HGIS) – 125 0 0 0 0 0 0 2015 n.v.t. 2015 Subsidieregeling waterveiligheid en waterzekerheid stedelijke delta’s: Partners voor Water (HGIS) 5.172 4.000 4.000 1.500 500 0 0 n.v.t. 2018 2021 3 Tijdelijke subsidiere-geling IGRAC 2016–2021 400 400 400 400 400 0 0 2016 2021 2021 Tijdelijke subsidiere-geling Delta Alliance 2016–2020 0 250 200 0 0 0 0 n.v.t. 2019 2020 Overig Rijksdienst voor Ondernemend Nederland – Programma Partners voor Water 3 (HGIS) – 445 0 0 0 0 0 0 – – – 5 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland – Programma Partners voor Water 4 (HGIS) 4.649 9.072 7.402 10.102 11.102 8.802 8.802 – – – 5 Begroting Instituut Fysieke Veiligheid – Project Water en Evacuatie 50 0 0 0 0 0 0 ** ** – Provincie Friesland – Regiecollege Wadden-gebied 0 60 60 60 60 60 60 2014 ** – 10 Incidenteel Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2245 Begro-tingsar-tikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 20171 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Laatste evaluatie1 (jaartal) Volgende evaluatie1 (jaartal) Einddatum subsidie2 (regeling) (jaartal) Incidentele subsidies 11.01 Algemeen Waterbeleid 244 150 100 0 0 0 0 * * – Stichting Deltares – Bouw GeoCentrifuge 0 1.030 1.030 1.040 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 11.04 Waterkwaliteit 36 36 0 0 0 0 0 * * – Totaal artikel 9.981 14.998 13.192 13.102 12.062 8.862 8.862 Artikel 13 Bodem en Onder-grond Regeling Tijdelijke subsidiere-geling drinkwater Saba en St. Eustatius 2017 285 0 0 0 0 0 0 n.v.t. 2022 2017 6 Tijdelijke subsidiere-geling drinkwater en afvalwater Bonaire 2017 3.829 0 0 0 0 0 0 n.v.t. 2022 2017 6 Tijdelijke subsidiere-geling drinkwater BES en rioolwaterzuive-ringsinstallatie Bonaire 2018 tot en met 2022 – 6.435 4.823 2.211 2.211 2.211 2.497 n.v.t. 2022 2022 Besluit Besluit financiële bepalingen bodemsa-nering – Bedrijvenre-geling 735 1.376 8.157 8.438 11.272 17.796 15.708 2015 2020 2024 Besluit financiële bepalingen bodemsa-nering – Collectieve saneringen 650 800 500 500 500 500 500 2015 2020 2024 Begroting Provincie Friesland – Regiecollege Wadden-gebied 48 0 0 0 0 0 0 2014 ** – 10 Openbaar Lichaam Saba – Drinkwatervoor-ziening Saba 0 0 0 0 0 0 0 ** ** Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2246 Begro-tingsar-tikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 20171 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Laatste evaluatie1 (jaartal) Volgende evaluatie1 (jaartal) Einddatum subsidie2 (regeling) (jaartal) Water- en Energiebe-drijf Bonaire N.V. – Exploitatiekosten RWZI Bonaire 0 0 0 0 0 0 0 ** ** Incidenteel St. Bureau Commissie voor de Milieu-Effectrapportage – Programma Commissie MER 2.000 0 0 0 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 13.01 Ruimtelijk Instrumentarium 161 0 0 0 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 13.02 Geo-informatie 0 0 0 0 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 13.03 Gebiedsontwik-kelen 0 0 0 0 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 13.04 Ruimtegebruik Bodem 0 0 0 0 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 13.05 Eenvoudig Beter 0 0 0 0 0 0 0 * * – Totaal artikel 7.708 8.611 13.480 11.149 13.983 20.507 18.705 Artikel 14 Wegen en Verkeers-veiligheid Regeling Subsidieregeling Fietsersbond 582 600 600 600 600 600 600 2016 2021 2021 Subsidieregeling Veilig Verkeer Nederland 3.523 3.893 3.736 3.736 3.736 3.736 3.736 2017 2022 2018 7 Subsidieregeling SWOV 3.878 3.870 3.869 3.869 3.869 3.869 3.869 2017 2022 2018 7 Subsidieregeling Team Alert 750 760 765 765 764 764 764 2017 2022 2018 7 Incidenteel Incidentele subsidies 14.01 Netwerk 495 50 50 0 0 0 0 * * – Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2247 Begro-tingsar-tikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 20171 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Laatste evaluatie1 (jaartal) Volgende evaluatie1 (jaartal) Einddatum subsidie2 (regeling) (jaartal) Incidentele subsidies 14.02 Veiligheid 30 60 0 0 0 0 0 * * – Totaal artikel 9.258 9.233 9.020 8.970 8.969 8.969 8.969 Artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor Wet NS – Intercityver-binding Dordrecht-Breda 1.380 2.000 0 0 0 0 0 8 Regeling Subsidieregeling beheersing GSM-R interferentie 3.573 0 0 0 0 0 0 2017 n.v.t 2016 3 Tijdelijke subsidiere-geling spoorgoederen-vervoer voor bijzondere omleidings-kosten 676 2.200 2.900 3.000 2.938 3.000 1.000 n.v.t. 2019 2022 Tijdelijke subsidiere-geling Stichting Rocov Fryslân inzake consumenteninspraak Friese Waddenveren 2017–2021 12 12 12 12 12 12 12 n.v.t. 2021 2021 Tijdelijke subsidiere-geling SLKT 2017–2018 48 50 0 0 0 0 0 n.v.t. 2018 2018 Tijdelijke subsidiere-geling Stichting CROW inzake OV-Klantenbarometer 2018–2022 100 200 200 200 200 200 200 n.v.t. 2022 2022 Begroting Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer (ROVER) – OV-loket 2016–2018 318 326 322 320 320 320 320 ** ** – Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer (ROVER) – Beleidson-dersteuning 2016–2018 238 237 240 238 238 238 238 ** ** – Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2248 Begro-tingsar-tikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 20171 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Laatste evaluatie1 (jaartal) Volgende evaluatie1 (jaartal) Einddatum subsidie2 (regeling) (jaartal) Verkehrsverbund Rhein-Ruhr – exploi-tatie Regional Express 13 500 250 250 250 250 250 250 ** ** – Incidenteel NS Reizigers BV – Sociale Veiligheid 4.100 3.600 0 0 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 16.01 Spoor 110 191 89 59 59 59 59 * * – Totaal artikel 11.054 9.066 4.013 4.079 4.017 4.079 2.079 Artikel 17 Luchtvaart Regeling Subsidieregeling KDC (Knowledge Development Centre) 34 38 38 38 38 38 38 2017 2022 2022 Regeling Bijdrage onderwerken graan-resten 1.773 1.800 1.800 1.786 1.803 1.803 0 2016 2022 2022 Begroting Bijdrage Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol (CROS) / Omgevingsraad Schiphol (ORS) 353 369 369 369 369 369 369 ** ** – Bijdrage commissies regionaal overleg burgerluchthavens van nationale betekenis 140 140 140 140 140 140 140 ** ** – St. Bevordering Kwaliteit Leefomgeving Schipholregio – Leefomgeving Schiphol 2.900 0 1.000 400 400 0 0 ** ** – Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. – Corporate Biofuel Programme 200 200 0 0 0 0 0 ** ** – Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2249 Begro-tingsar-tikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 20171 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Laatste evaluatie1 (jaartal) Volgende evaluatie1 (jaartal) Einddatum subsidie2 (regeling) (jaartal) Stichting Klachtente-lefoon Luchtverkeer Zuid-Limburg – klachtenbehandeling AWACS-Geilenkirchen, Weeze-Niederrhein en Luik-Bierset 75 75 75 75 75 75 75 ** ** – Stichting Avi-Assist – Luchtvaartveiligheid Zuidoost Afrika 40 50 50 0 0 0 0 ** ** – Incidenteel Incidentele subsidies 17.01 Luchtvaart 203 942 20 0 0 0 0 * * – Dutch Caribbean Air Navigation Service Provider N.V. – Luchtverkeersdienst-verlening Bonaire 647 650 650 477 * * Totaal artikel 6.366 4.264 4.142 3.285 2.825 2.425 622 Artikel 18 Scheepvaart en Havens Regeling Tijdelijke subsidiere-geling EICB 2012 15 0 0 0 0 0 0 2012 n.v.t. 2013 Tijdelijke subsidiere-geling kennismakings-stages scheepvaart 131 0 0 0 0 0 0 2014 n.v.t. 2017 Subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart 448 0 0 0 0 0 0 2018 n.v.t. 2017 3 Tijdelijke subsidiere-geling innovaties duurzame binnenvaart 2018 – 1.304 0 0 0 0 0 2018 2020 2019 3 Tijdelijke subsidiere-geling NWO onderzoek Topsector Logistiek 2017–2021 3.500 6.489 4.104 1.764 0 0 0 n.v.t. 2021 2021 4 Incidenteel Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2250 Begro-tingsar-tikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 20171 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Laatste evaluatie1 (jaartal) Volgende evaluatie1 (jaartal) Einddatum subsidie2 (regeling) (jaartal) NWO – Subsidie Topsector Logistiek 4.275 0 0 0 0 0 0 * * – Zero Emissie Transport (Low Carbon Freight) 0 85 0 0 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 18.01 Scheepvaart en havens 89 165 68 0 0 0 0 * * – Totaal artikel 8.458 8.043 4.172 1.764 0 0 0 Artikel 19 Uitvoering Milieu-beleid en Internationaal Regeling Rijkscofinancieringsre-geling Interreg V 0 839 967 0 0 0 0 n.v.t. 2020 2020 Projectstimuleringsre-geling Interreg V 650 0 0 0 0 0 0 n.v.t. 2020 2020 Totaal artikel 650 839 967 0 0 0 0 Artikel 20 Lucht en Geluid Incidenteel Incidentele subsidies 20.01 Lucht en Geluid 0 0 0 0 0 0 0 * * – Totaal artikel 0 0 0 0 0 0 0 Artikel 21 Duurzaamheid Regeling Tijdelijke subsidiere-geling Milieu Centraal 2018–2021 928 629 629 629 629 629 629 2015 2020 2021 Subsidieregeling SMK 2018 390 100 20 0 0 0 0 2014 2020 2018 Subsidieregeling Demonstratie Klimaattechnologieën en – innovaties in transport 7.166 1.620 1.620 1.620 0 0 0 n.v.t. 2022 2021 Subsidieregeling Caribisch Nederland – 4.291 3.559 1.374 1.374 1.375 0 n.v.t. 2022 2022 4 Incidenteel Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2251 Begro-tingsar-tikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 20171 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Laatste evaluatie1 (jaartal) Volgende evaluatie1 (jaartal) Einddatum subsidie2 (regeling) (jaartal) Programma CIRCO en Nederland Circulair 990 990 0 0 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 21.05 Duurzame Productketens 232 3.884 8 28 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 21.06 Natuurlijk Kapitaal 0 0 0 0 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 21.07 Duurzame mobiliteit – 21.951 5.546 0 0 0 0 * * – Totaal artikel 9.707 33.465 11.382 3.651 2.003 2.004 629 Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s Regeling Subsidieregeling verwijderen asbest-daken 26.196 23.091 7.583 2.894 13.094 19.594 19.594 n.v.t. 2019 2019 Subsidieregeling versterking omgevings-veiligheid BRZO-sector 509 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 n.v.t. 2021 2021 Subsidieregeling VeiligheidNL 98 180 180 180 180 180 180 n.v.t. 2022 2022 Europese regeling EU-project NANoReg 51 2.182 0 0 0 0 0 Incidenteel Incidentele subsidies 22.01 Veiligheid Chemische Stoffen 486 535 235 265 175 175 175 * * – Belangenvereniging Pyrotechniek Nederland – Safety Deal Vuurwerk 113 0 0 0 0 0 0 * * – Incidentele subsidies 22.03 Veiligheid bedrijven en transport 380 1.801 1.906 2.475 675 675 675 * * – Totaal artikel 27.834 29.789 11.904 7.814 16.124 22.624 22.624 Artikel 97 Algemeen Depar-tement Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2252 Begro-tingsar-tikel Naam subsidie (regeling) (met hyperlink naar vindplaats) 20171 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Laatste evaluatie1 (jaartal) Volgende evaluatie1 (jaartal) Einddatum subsidie2 (regeling) (jaartal) Wet Nederlands Normali-satie Instituut – Normalisatiewerkzaam-heden radio-activiteitsmetingen 2013–2017 51 0 0 0 0 0 0 – – – 9 Besluit COVRA N.V. – Onderzoeksprogramma Eindberging Nucleair Afval (OPERA) 0 281 0 0 0 0 0 n.v.t. 2019 2009 Regeling Subsidieregeling Urban Futures Studio 250 250 250 250 250 0 0 n.v.t. 2023 2021 Begroting NWO – Programma Duurzame Logistiek 250 250 0 0 0 0 0 ** ** – NWO – Programma Smart Urban Regions of the Future (SURF) 750 750 750 750 0 0 0 ** ** – 11 Van Citters Beheer BV – Sanering Thermphos – 16.000 5.000 6.700 0 0 0 ** ** – Incidenteel Incidentele subsidies 97.01 Algemeen Departement 40 78 255 356 502 502 502 * * – Totaal artikel 1.341 17.609 6.255 8.056 752 502 502 Totaal Hoofdstuk XII 92.356 135.917 78.527 61.870 60.735 69.972 62.992 1 Ten behoeve van de inzichtelijkheid zijn subsidies en subsidieregelingen die met ingang van 2018 onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken dan wel het Minis-terie van Economische Zaken niet opgenomen. Dit leidt in de 2017 tot verschillen ten opzichte van het Jaarverslag 2017.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2253 Toelichting1.Een * in deze kolom betreft een incidentele subsidie, een ** een begrotingssubsidie. Voor deze subsidies geldt geen periodieke evaluatieplicht.2.Bij de subsidies die aangegeven zijn als Begrotingssubsidies en Incidentele Subsidies is geen einddatum aangegeven. Deze posten betreffen diverse subsidies die conform de Awb artikel 4:23 derde lid sub c en sub d worden verleend. Hieraan ligt derhalve geen subsidieregeling ten grondslag; een einddatum is niet aan de orde. Bij de Europese Regelingen zijn de evaluatiemomenten en eindda-tum niet van toepassing. Bij subsidies die rechtstreeks zijn geba-seerd op een formele wet is geen einddatum aangegeven omdat op grond van de vigerende Comptabiliteitswet 2001 geen horizonbepa-ling is verplicht.3.De evaluatie is uitgevoerd, publicatie is voorzien medio 2018.4.Nieuwe regeling, publicatie is voorzien in de loop van 2018.5.De programmamiddelen voor de programma’s Partners voor Water worden op het subsidie-artikel verantwoord.6.Artikel 13. De subsidieregelingen Tijdelijke subsidieregeling drinkwater Saba en St. Eustatius 2017 en de Tijdelijke subsidierege-ling drinkwater en afvalwater Bonaire 2017 hadden een looptijd van 1 jaar, en zijn opgevolgd door de subsidieregeling Tijdelijke subsidieregeling drinkwater BES en rioolwaterzuiveringsinstallatie Bonaire 2018 tot en met 2022. De evaluatie van de eerste twee regelingen zal worden opgenomen in de evaluatie van de huidige lopende regeling die voorzien is voor 2022.7.De huidige subsidieregeling vervalt per 1-1-2019, een vervolgrege-ling wordt in de tweede helft van 2018 gepubliceerd.8.Deze subsidie heeft, hoewel rechtstreeks gebaseerd op de Wet personenvervoer 2000, een incidenteel karakter. Evaluatiemomenten zijn daarom niet opgenomen.9.Deze subsidie is verstrekt op grond van de Kaderwet EZ-subsidies. Voor eventuele evaluaties wordt verwezen naar de informatie van het Ministerie van Economische Zaken.10.Deze subsidie is overgeheveld van artikel 13 naar artikel 11.11.De voortgangsrapportage voor de Subsidie(regeling) Urban Futures Studio is te vinden op: https://www.uu.nl/en/files/online-voortgangsverslag-urban-futures-studio-20172018–002klpdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2254 Bijlage 5 Evaluatie- en overig onderzoek Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Waterkwantiteit 11 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlichtingen Waterkwantiteit 11 2014 2014 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-442254 Waterkwantiteit en kwaliteit 11 20201 2021 Waterkwaliteit 11 2015 2015 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2015/11/23/beleidsdoorlichting-beleidsartikel-12-waterkwaliteit Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Leefomgevingsbalans (1x per 2 jaar) 11 2017 http://themasites.pbl.nl/balansvandeleefomgeving/2014 http://themasites.pbl.nl/balansvandeleefomgeving/jaargang-2017 Eind- en deelevaluaties programma’s Ruimte voor de Rivier en Zandmaas/Grensmaas 11 2012 2018 http://publicaties.minienm.nl/documenten/eind-en-deelevaluaties-programma-s-ruimte-voor-de-rivier-en-zandmaas-grensmaas Evaluatie Deltawet (experi-menteerartikel in 2021/2) 11 2016 2016 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-34513–1.html (tussentijdse) evaluatie Samenwerkingsagenda Beheer Waddenzee 11 2017 2017 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/07/06/beleidsverkenning-waddengebied-tussenevaluatie-samenwerkingsagenda-beheer-waddenzee-en-herziene-samenwerkingsagenda-beheer-waddenzee-2016–2018 Pilot ex-post doelmatigheids-onderzoek waterveiligheids-projecten 11 2017 2018 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-846672 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid MKBA’s CPB: overstromingsrisico’s 2017 2017 CPB (2017), Cost-benefit analysis for flood risk management and water governance in the Nether-lands: an overview of one century Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2255 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid MIRT-onderzoeken https://www.mirtoverzicht.nl/documenten/publicaties/2017/09/19/mirt-2018 DeltaprogrammaOntwerp Nationaal Waterplan 2016–2021 11 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-31710–35.html Advies van Bureau ICT-toetsing (BIT) over het programma Landelijk Meetnet Water 2 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-27625–447.html Onderzoeken m.b.t. totstandkoming Omgevingswet 11 http://www.omgevingswet portaal.nl/publicaties/ publicaties-eenvoudig-beter PBL: Leefomgevingsbalans (1x per 2 jaar) 11 2016 http://themasites.pbl.nl/balansvandeleefomgeving/2014 Actualisatie initiële beoor-deling KRM: beoordeling het bereiken van de goede milieutoestand en daarbij behorende doelen in 2020 n.a.v. het treffen van maatregelen in het kader van bestaand en voorgenomen beleid 11 2018 Voortgangsrapportage uitvoering Programma van Maatregelen KRM, cf. art. 8 11 2017 2018 Evaluatie doelmatigheid drinkwatervoorziening (evaluatie van hoofdstuk 5 v.d. drinkwaterwet o.g.v. art 60 v.d. Drinkwaterwet) 11 2016 2017 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/11/21/eindrapportage-evaluatie-doelmatigheid-drinkwaterwet Overig onderzoek voortgangsrapportage de staat van ons water 11 Jaarlijks https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/05/16/de-staat-van-ons-water Onderzoek naar indicatieve waterkwaliteitsnormen voor stoffen in de GenX-technologie 11 2017 https://www.rivm.nl/ dsresource?objectid= 570781c7-e34b-4b79-b68a-831fb7c91d11& type=pdf&disposition=inline Risicoanalyse en risicoma-nagement van drinkwaterpro-ductie in Nederland 11 2017 https://www.rivm.nl/ dsresource?objectid= 624b9eeb-08d3–4d6a-9146–63fee0e7881c& type=pdf&disposition=inline Toetsing van de Basiskustlijn (kustlijnkaartenboek) 11 Jaarlijks https://www.rijkswaterstaat.nl/zakelijk/open-data Midterm review beleidsnota drinkwater 11 2017 2017 Evaluatie nieuwe regelgeving voor badinrichtingen 11 2016 2019 http://www.internetconsultatie.nl/zwembaden Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2256 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats ILT: Jaarevaluatie drinkwater-tarieven(jaarlijks) 11 2017 https://www.aef.nl/toezicht-op-drinkwatersector-blijkt-effectief PBL: Monitor SVIR 11 2015 2016 http://www.clo.nl/onderwerpen/monitor-infrastructuur-en-ruimte http://www.pbl.nl/publicaties/monitor-infrastructuur-en-ruimte-2016 Bodem en Ondergrond 13 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlichtingen Ruimtelijke ontwikkeling 13 2013 2014 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-442256 Bodem en Ondergrond 13 2019 2020 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Eindevaluatie sleutelpro-jecten 13 2020 https://zoek.officielebe kendmakingen.nl/ kst-32861–8.html Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid MKBA’s Maatschappelijke kosten-batenanalyse maatregelen bodemlood 2017 https://www.ce.nl/publicaties/2029/maatschappelijke-kosten-batenanalyse-maatregelen-bodemlood Overig onderzoek Inspire monitor EU 13 2011 2017 http://inspire.jrc.ec.europa.eu/index.cfm/pageid/182 Ex-durante Evaluatie AMvB Ruimte 1e tranche 13 2017 Uitvoeringsmonitor SVIR 13 jaarlijks http://www.pbl.nl/publicaties/2012/monitor-infrastructuur-en-ruimte-2012-nulmeting http://www.clo.nl/onderwerpen/monitor-infrastructuur-en-ruimte Wegen en Verkeersveiligheid 14 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlichtingen Wegen en Verkeersveiligheid 14 2016 2017 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/12/22/eindrapport-beleidsdoorlichting-wegen-en-verkeersveiligheid Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2257 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Rijgeschiktheid langdurig gebruik Cat. III medicijnen 14 2015 2017 https://www.gezondheidsraad.nl/nl/nieuws/rijgeschiktheid-bij-langdurig-gebruik-van-icadts-categorie-iii-geneesmiddelen Monitoring en evaluatie «beter benutten» 14, 15 en 16 2012 jaarlijks https://www.beterbenutten.nl/monitoring-evaluatie-1 Eindevaluatie van het Vervolgprogramma Beter Benutten in het kader van het MIRT proces informeren. 16 2018 Evaluatie aantal doden en gewonden in het verkeer 14 jaarlijks https://zoek.officielebe kendmakingen.nl/ kst-29398–463.html Congestie 14 2017 https://www.kimnet.nl/publicaties/papers/2017/11/23/ex-post-evaluatie-van-benuttingmaatregelen-om-congestie-te-verminderen NMCA 1416 2015 Tweejaarlijks https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-264683 NMCA wegen 14 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-806234 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid MKBA MIRT Projectenboek Jaarlijks bij begroting Beweegbare bruggen EIB (2017), Bouwstenen voor beweegbare bruggen. Verkenning maatschappelijke kosten en baten Verkeer en omgevingsin-vloeden A8-A9 RIGO (2017), Maatschappelijke kosten-batenanalyse A8-A9. analyse van verkeer en omgevingsinvloeden Toekomstverkenning welvaart en leefomgeving cahier mobiliteit 14161718 2016 http://www.cpb.nl/sites/default/files/publicaties/bijlagen/cpb-pbl-boek-19-wlo-2015-mobiliteit.pdf Overig onderzoek Mobiliteitsbeeld 141618 2013 jaarlijks https://www.kimnet.nl/mobiliteitsbeeld Ruimte voor de fiets 1416 driejaarlijkse monitoring https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29984–317.html Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2258 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Smartphonegebruik op de fiets 14 2017 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/12/07/bijlage-4-onderzoek-arcadis-evaluatie-van-interventies-voor-verantwoord-smartphone-gebruik-op-de-fiets Fietsen en gezondheid 14 2017 http://www.pbl.nl/publicaties/fietsen-leidt-tot-langer-en-gezond-leven Mobiliteit en elektriciteit in het digitale tijdperk 14 http://www.pbl.nl/publicaties/mobiliteit-en-elektriciteit-in-het-digitale-tijdperk Fietsfeiten 14 2018 https://www.kimnet.nl/publicaties/brochures/2018/03/16/fietsfeiten Trendprognose wegverkeer 14 2018 https://www.kimnet.nl/publicaties/notities/2018/04/24/trendprognose-wegverkeer-2018–2023-voor-rws Stedelijke bereikbaarheid 1416 https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2018/05/07/stedelijke-bereikbaarheid Congestie 14 2018 https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2018/06/07/verdieping-en-verklaring-voor-recente-snelle-ontwikkeling-congestie-2014–2016 Opties voor meer-verkeersveiligheid 14 2018 https://www.swov.nl/publicatie/opties-voor-meer-verkeersveiligheid-2018–2030 Snelheidshandhaving op 60 en 80km uur 14 2017 https://www.swov.nl/publicatie/snelheidshandhaving-op-60-en-80kmuur-wegen Publieksrapportage rijkswe-gennet 14 2014 jaarlijks https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/03/12/3e-publieksrapportage-rijkswegennet-2017 Strategisch plan verkeersvei-ligheid 14 2018 https://zoek.officielebe kendmakingen.nl/ kst-29398–606.html Openbaar vervoer en Spoor 16 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlichtingen Spoor 16 2017 2018 Kamerbrief over onder-zoeksopzet doorlichting Spoor 16 2017 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/09/13/onderzoeksopzet-beleidsdoorlichting-hoofdstuk-xii-artikel-16-openbaar-vervoer-en-spoor Openbaar vervoer 16 2014 2014 https://zoek.officielebe kendmakingen.nl/ blg-442259 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2259 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Voortgangsrapportages HSL-Zuid groot project 16 Kamerstukken II, 22 026https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-820760.pdf Evaluatie sociale veiligheid OV 16 2014 jaarlijks https://zoek.officielebe kendmakingen.nl/ kst-28642–60.html https://www.crow.nl/publicaties/ ov-klantenbarometer-2017-sociale-veiligheid Evaluatie taxibeleid 16 2017 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/05/15/evaluaties-taxibeleid Evaluatie boordcomputer taxi 16 2015 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-807841.pdf OV-klantenbarometer 16 2013 2013 http://www.ovklantenbarometer.nl/ Evaluatie aanlegprojecten spoor 16 2017 2025 Evaluatie beheer en onderhoud spoor 16 2017 2015 NMCA goederenvervoer integraal 2017 16 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-806239 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid MKBA’s NMCA Spoor 2030–2040 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-806235 Eindrapport – NMCA Bus Tram en Metro-2017 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-806236 Overig onderzoek ERTMS groot project voortgangsrapportage 16 2013 Halfjaarlijks https://www.ertms-nl.nl/publicaties/1030905.aspx ERTMS Marktconsultatie 16 Halfjaarlijks https://www.ertms-nl.nl/aanbesteding-+en+contracteringstrategie/marktconsultaties/marktconsultatie+5/default.aspx Aansturing ERTMS 16 2017 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/01/27/rapport-onderzoek-aansturing-ertms Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2260 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Modal shift van weg naar spoor 16 2017 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/07/06/tno-2017-r10463-modal-shift-van-weg-naar-spoor-potentie-tot-2050-en-effect-op-co2-uitstoot Jaarverslag van de Spoorvei-ligheid 16 https://www.ilent.nl/documenten/publicaties/2017/08/08/jaarverslag-spoorveiligheid-2016 Ruimte voor de fiets 15 driejaarlijkse monitoring http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/fiets/meer-fietsenstallingen-bij-stations OV-klantenbarometer 16 http://www.ovklantenbarometer.nl/ Mobiliteitsbeeld 16 https://www.kimnet.nl/mobiliteitsbeeld Modal shift goederenvervoer naar Spoor 2017 https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2017/07/07/het-west-oost-goederenvervoer-in-nederland-modal-shift-naar-spoor Betuweroute: vervoerde tonnen, emissies en beleid 2017 https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2017/07/07/de-betuweroute-vervoerde-tonnen-emissies-en-beleid Bereikbaarheidsindicator 16 2017 https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2017/10/13/de-bereikbaarheidsindicator-uitgewerkt-voor-openbaar-vervoer-bbi-ov Internationale benchmark 16 2017 https://www.prorail.nl/sites/default/files/benchmark.pdf Maatschappelijke kosten verstoringen op het spoor 16 2017 https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2017/12/21/maatschappelijke-kosten-van-verstoringen-op-het-spoor Marktontwikkeling goederen-vervoer 16 2018 https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2018/03/15/marktontwikkelingen-spoorgoederenvervoer-2005–2016 Luchtvaart 17 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Beleidsdoorlichtingen Luchtvaart 17 2017 2018 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/12/22/decisio-beleidsdoorlichting-artikel-17-luchtvaart Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2261 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Jaarverslagen Alderstafel en evaluatie 17 jaarlijks https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/03/27/jaarverslag-2017-omgevingsraad-schiphol Evaluatie Schipholbeleid 17 2014 2018 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-29665–287.html Evaluatie gebruiksprognose Schiphol en safety 17 2014 2018 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/11/16/kamerbrief-over-schiphol-gebruiksprognose-2018 Verslag uit over de in de Wet luchtvaart en het Luchthaven-verkeerbesluit Schiphol vastgelegde veiligheids- en milieuaspecten over de periode 1 november 2015 tot en met 31 oktober 2016 17 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-29665–237.html Monitor netwerkkwaliteit en staatsgaranties 17 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-799580 Evaluatie Regeling commissies regionaal overleg burgerluchthavens van nationale betekenis 17 2017 2018 Vanwege capacitaire problemen wordt deze evaluatie later opgeleverd/uitgevoerd. Benchmark luchthavengelden en overheidsheffingen 2017 17 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-799581 Evaluatie Omgevingsraad Schiphol (ORS) 17 2019 Vanwege capacitaire problemen wordt deze evaluatie later opgeleverd/uitgevoerd. Evaluatie laagvliegroutes Lelystad Toezegging van de Minister dat evaluatie van laagvlieg-routes zal plaatsvinden bij 7.000 vliegbewegingen. Evaluatie onderwerken graanresten 2022 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid MKBA’s Toets op de planning luchtverkeersdienstverlening Lelystad 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/dossier/ 33997/kst-31936–382.html ’Verkennende MKBA beleidsalternatieven luchtvaart’ 17 2018 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/05/03/verkennende-mkba-beleidsalternatieven-luchtvaart Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Overig onderzoek Luchtvaartnota en luchtha-venbesluiten 17 2018 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-31936–491.html Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2262 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Veiligheid vliegverkeer Schiphol 2017 https://www.onderzoeksraad.nl/nl/onderzoek/2210/veiligheid-vliegverkeer-luchthaven-schiphol?s=39F5CEBFBCD78 BB32D3A727AE9C18584FF795C63 Benchmark luchthavengelden en overheidsheffingen Jaarlijks https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/02/16/benchmark-luchthavengelden-en-overheidsheffingen Luchthavencapaciteit en vliegtarieven 2017 SEO Economisch Onderzoek en Cranfield University (2017). The impact of airport capacity constraints on air fares. SEO rapportnummer: 2017-04. Evaluatie subsidie Knowledge & Development Center (KDC) 17 2017 2017 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2017/12/15/evaluatie-kwowledge-development-centre-mainport-schiphol-2018–2022 Externe veiligheid 18 2013 2018 https://www.easa.europa.eu/document-library/general-publications?publication_ type%5B%5D=144 Programmaplan luchtruim-herziening 2018 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-31936–511.html Gatewayreview Lelystad 17 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-31936–388.html Gatewayreview Luchtruim-herziening 17 2019 Scheepvaart en Havens Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlichtingen Scheepvaart en Havens 18 2015 2016 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/12/05/beleidsdoorlichting-scheepvaart-en-havens Scheepvaart en Havens 18 2020 2021 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Evaluatie subsidieregeling Zeehaveninnovatieproject IF artikel 15 18 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-800901 Evaluatie Quick wins binnenhavens IF artikel 15 18 2016 2017 https://www.mirtoverzicht.nl/projecten/quick-wins-binnenhavens Evaluatie subsidieregeling innovaties duurzame binnenvaart 18 2018 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2263 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Ex-ante onderzoeken naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid MKBA’s KBA brughoogtes 18 2017 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-31409–154.html Vervolg KBA brughoogtes 18 2018 Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Rijksbrede maritieme strategie 2015–2025 18 2014 2015 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-31409–70.html Deelrapportage Vaarwegen voor de Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse (NMCA) 18 2018 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-806237 Overig onderzoek Gevolgen Brexit voor maritieme sector 2018 https://www.kimnet.nl/publicaties/rapporten/2018/02/08/gaan-we-het-schip-in-mogelijke-gevolgen-van-de-brexit-voor-de-nederlandse-maritieme-sector Internationaal 19 Geluid 20 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlichtingen Geluid 2014 2015 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-32861–17.html Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Allocatie budgetten Swung I 20 2012 2018 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Swung 1 en Meerjarenpro-grammering geluidsanering 2018 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-32252–56.html Lucht 20 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlichtingen Nationaal samenwerkings-programma luchtkwaliteit 20 20182 2019 Opgeschoven i.v.m. verlenging NSL Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2264 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Overig onderzoek Jaarlijks monitoringrapport NSL 20 jaarlijks https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-30175-E.html Onderzoeken naar mogelijke knelpunten NSL 20 jaarlijks http://www.rijkswaterstaat.nl/wegen/wegbeheer/natuur-en-milieu/luchtkwaliteit/nationaal-samenwerkingsprogramma-luchtkwaliteit/documenten.aspx Stikstofdioxide in lucht 2018 http://www.clo.nl/indicatoren/nl0231-stikstofdioxide?ond=20912 Duurzaamheid 21 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlichtingen Duurzaamheid 21 2014 2014 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-442260 Duurzaamheid 21 2019 2020 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid De Regeling groenprojecten periode 2010–2016 zal in 2017 worden geëvalueerd 21 2017 2018 Aangekondigd in brief aan TK 30 196 nr.399 MIA/VAMIL 21 2017 2018 Genoemd in brief aan TK 33 752 van stas FIN van 17 sept. 2013 Het programma Van Afval Naar Grondstof 21 2017 2018 Uit 1ste voortgangsbrief aan de TK Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Ex-ante evaluatie Circulaire economie (inclusief consumentenbeleid en Van Afval naar Grondstof (VANG)) 21 2013 2013 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ blg-234688.html Overig onderzoek Monitor Duurzaam Nederland 2017 21 2014 Jaarlijks https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2017/20/monitor-duurzaam-nederland-2017-update-indicatoren Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2265 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Circulaire economie: we willen weten wat we kunnen meten 21 2017 RIVM rapportnummer 2017–0203 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s 22 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlichtingen Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s 22 2018 2018 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Voortgangsrapportage op grond van biocideveror-dening 22 2014 2020 Evaluatie van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen 2013 en de Regeling genetisch gemodifi-ceerde organismen 2013 22 2018 2019 – Overig onderzoek Maatschappelijke kosten/baten-onderzoek naar modal-shift vervoersstromen Chemelot 22 2018 2019 Programma «Bewust Omgaan met Veiligheid» Analyse bevindingen Onderzoeksraad voor Veiligheid ten behoeve van het veiligheidsbeleid van het Ministerie van IenM. M.J.G.J.A. Boogers et al. BMC Onderzoek 2017 22 2017 2017 Rijksoverheid.nl (vanaf mei 2018) Meteorologie, seismologie en aardobservatie 23 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlichtingen Meteorologie, seismologie en aardobservatie 23 2018 2019 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Overig onderzoek Evaluatie wet taken meteoro-logie en seismologie 23 2018 https://zoek.officiele bekendmakingen.nl/ kst-33802–3.html Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2266 Soort onderzoek Onderwerp Artikel Start Afronding Vindplaats Diverse data https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/ Handhaving en Toezicht 24 Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Beleidsdoorlichtingen Handhaving en toezicht (keuzes die in het handhavings- en toezicht-beleid door de ILT kunnen worden gemaakt). 24 2018 2019 Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid Evaluatie agentschap ILT 24 2014 2016 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid Meerjarenplan 2015–2019 ILT 2013 jaarlijks https://www.ilent.nl/actueel/nieuws/2017/09/19/ilt-publiceert-meerjarenplan-2018–2022 Overig onderzoek ILT-brede risicoanalyse 2017 Kamerstukken II 2016–2017, 34 550 XII, nr. 80 d.d. 6 juli 20171 De eindevaluatie van Bestuursakkoord Water vindt in 2020 plaats. De beleidsdoorlichting vindt aansluitend plaats.2 De beleidsdoorlichting Luchtkwaliteit (artikel 20) vindt plaats na afronding van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is verlengd tot de beoogde datum van invoering van de omgevingswet (2018).ToelichtingBij MIRT-projecten en de te nemen voorkeursbeslissingen ligt er altijd een MKBA aan ten grondslag. Deze wordt bij de voorkeursbeslissing openbaar. Over de voortgang van de besluitvorming over MIRT-projecten wordt de Tweede Kamer ieder half jaar geïnformeerd via een rapportage.Zie Mirtoverzicht.KIM publiceert zijn werkprogramma en rapporten.PBL publiceert zijn werkprogramma en onderzoeken.ILT publiceert haar rapporten.RIVM, onderdeel van het Ministerie van VWS, publiceert zijn rapporten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2267 Bijlage 6 Overzichtsconstructie Milieu In de ministerraad van 24 augustus 2001 is besloten om vanaf de begroting 2003 een Overzichtsconstructie Milieu op te nemen als vervanging van het Milieuprogramma. Dit is een overzicht waarin informatie bijeen wordt gebracht van (onderdelen van) beleidsartikelen van verschillende begrotingen met een milieudoelstelling. In de overzichtsconstructie zijn operationele doelen uit beleidsartikelen van de verschillende departementen opgenomen.De overzichtsconstructie heeft een informerende functie voor de Staten-Generaal. Op deze wijze wordt het integrale overheidsbeleid op een beleidsterrein zichtbaar gemaakt in één begroting, ook al wordt het beleid door meerdere ministers ontwikkeld en/of uitgevoerd. De individuele ministeriële verantwoordelijkheid blijft daarbij gehandhaafd.De Overzichtsconstructie Milieu is opgezet volgens de vigerende Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften. Er wordt een overzicht gegeven van alle met milieubeleid in verband staande artikelen en onderdelen bij IenW en andere ministeries. Begrotingsprestaties en -bedragen zijn niet in de overzichtsconstructie opgenomen; in de begrotingen van de ministeries kan de precieze invulling van het operationele doel worden terugge-vonden.De Overzichtsconstructie Milieu kent primair een thematische indeling waarbij is uitgegaan van de kerntaken van het milieubeleid bij het Ministerie van IenW:1.Klimaatverandering en luchtkwaliteit2.Duurzaam produceren3.Verminderen van risico’s van stoffen, straling en GGO’s4.Versterken van het internationale milieubeleid5.LeefomgevingskwaliteitAangezien een artikelonderdeel kan bijdragen aan meerdere taken, komen sommige onderdelen in de overzichtsconstructie op meerdere plaatsen voor. De overzichtsconstructie bevat geen andere informatie dan in de individuele begrotingen is terug te vinden.Niet alle ministeries hebben specifieke beleidsdoelstellingen op milieu-gebied of de milieubijdrage is niet expliciet ondergebracht in een artikelonderdeel:•III Algemene Zaken (AZ)Algemene Zaken heeft geen specifieke beleidsdoelstellingen op het milieugebied en ook geen milieu-uitgaven.•VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verant-woordelijk voor het beleid en de kaders op het terrein van de bedrijfs-voering van de rijksdienst. Dit betreft onder meer duurzame facilitei-ten, duurzame huisvesting en ICT, duurzame mobiliteit en duurzaam inkopen. De uitgaven hiervoor maken onderdeel uit van de begrotin-gen van departementen zelf.Gemeenten en provincies ontvangen van het Rijk verschillende bijdragen voor milieu. Deels staan die uitgaven op de betreffende departementale begrotingen (specifieke uitkering) en deels maken zij onderdeel uit van het Gemeente- (B) en/of het Provinciefonds (C) (algemene uitkering, integratie- of decentralisatie-uitkering). De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is beheerder Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2268 van beide fondsen; de Staatssecretaris van Financiën is medefondsbe-heerder.•VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW)OCW heeft geen taken en specifieke doelen ten aanzien van milieube-leid. OCW oormerkt geen subsidies of begrotingsbedragen aan milieubeleid.•IX Financiën (Fin)Financiën heeft geen specifieke beleidsdoelstellingen op het milieuge-bied en ook geen significante milieu-uitgaven.Voor de volledigheid is voor de fiscale ontvangsten uit de diverse vergroeningsmaatregelen wel een verwijzing in de overzichtsconstruc-tie opgenomen naar het desbetreffende belastingontvangstenoverzicht in bijlage 2 van de Miljoenennota. Er mag overigens geen relatie gelegd worden tussen fiscale ontvangsten en milieu-uitgaven; milieugerelateerde fiscale ontvangsten zijn uit hun aard niet geoor-merkt voor milieu-uitgaven.Fiscale regelingen ter bevordering van milieudoelstellingen zijn opgenomen in bijlage 6 en 11 van de Miljoenennota en worden ook extracomptabel vermeld in de departementale begrotingen bij het betreffende beleidsartikel.•X Defensie (Def)Defensie heeft in de begroting voor 2018 geoormerkte uitgaven voor energiebesparende maatregelen voor de bestaande infrastructuur (artikel 6). Daarnaast heeft Defensie niet zichtbare milieu-uitgaven in investerings- en exploitatiebudgetten. Deze niet zichtbare uitgaven betreffen onder andere de (meer)kosten voor inkoop van groene stroom, meerkosten voor duurzaam bouwen en energie-efficiënte apparaten en voertuigen, het bodemsaneringsprogramma en energiebesparende maatregelen op militaire kampementen. Verder zijn er niet zichtbare overige uitgaven onder algemeen (artikel 9) die betrekking hebben op de uitvoering van energie en milieu wetgeving.Taak 1: Klimaatverandering en luchtkwaliteitHoofdstuk Ministerie Artikel Artikelonderdeel Naam artikel(onderdeel) VII BZK 4 4.1 Energie en bouwkwaliteit X Def 6 Investeringen krijgsmacht XII IenW 14 14.01 Netwerk XII IenW 16 16.01 Openbaar Vervoer en Spoor XII IenW 17 17.01 Luchtvaart XII IenW 18 18.01 Scheepvaart en havens XII IenW 20 20.01 Gezonde lucht en tegengaan geluidshinder XII IenW 23 23.01 Meteorologie en seismologie XII IenW 24 24.01 Handhaving en toezicht XII IenW 26 Bijdrage investeringsfondsen XIII EZK 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering XIV LNV 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de belastingontvangsten in bijlage 2 van de Miljoenennota Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de fiscale regelingen in bijlage 6 en 11 van de MiljoenennotaTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2269 Taak 2: Duurzaam producerenHoofdstuk Ministerie Artikel Artikelonderdeel Naam artikel(onderdeel) XII IenW 11 11.04 Waterkwaliteit XII IenW 16 16.01 Openbaar Vervoer en Spoor XII IenW 21 21.04 Duurzaamheidsinstrumentarium XII IenW 21 21.05 Duurzame Productketens XII IenW 21 21.06 Natuurlijk kapitaal XII IenW 24 24.01 Handhaving en toezicht XII IenW 26 Bijdrage investeringsfondsen XIV LNV 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens XIV LNV 12 Natuur en biodiversiteit XVII BHOS 2 2.2 Water Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de fiscale regelingen in bijlage 6 en 11 van de Miljoenennota Taak 3: Verminderen van risico’s van stoffen, straling en GGO’sHoofdstuk Ministerie Artikel Artikelonderdeel Naam artikel(onderdeel) VI JenV 36 36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding XII IenW 16 16.01 Openbaar Vervoer en Spoor XII IenW 17 17.01 Luchtvaart XII IenW 18 18.01 Scheepvaart en havens XII IenW 22 22.01 Veiligheid chemische stoffen XII IenW 22 22.02 Veiligheid biotechnologie XII IenW 22 22.03 Veiligheid bedrijven en transport XII IenW 24 24.01 Handhaving en toezicht XII IenW 26 Bijdrage investeringsfondsen XIV LNV 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens XV SZW 1 Subsidies, opdrachten en bijdrage agentschappen XV SZW 6 Inkomensoverdrachten Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de belastingontvangsten in bijlage 2 van de Miljoenennota Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de fiscale regelingen in bijlage 6 en 11 van de MiljoenennotaTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2270 Taak 4: Versterken van het internationale milieubeleidHoofdstuk Ministerie Artikel Artikelonderdeel Naam artikel(onderdeel) V BZ 1 1.1 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak V BZ 2 2.4 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband V BZ 3 3.1 Afdrachten aan de Europese Unie V BZ 3 3.2 Europees Ontwikkelingsfonds V BZ 3 3.3 Een hechtere Europese waardengemeenschap VII BZK 4 4.1 Energie en bouwkwaliteit XII IenW 16 16.01 Openbaar Vervoer en Spoor XII IenW 17 17.01 Luchtvaart XII IenW 18 18.01 Scheepvaart en havens XII IenW 19 19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking XII IenW 24 24.01 Handhaving en toezicht XII IenW 26 Bijdrage investeringsfondsen XIII EZK 2 Bedrijvenbeleid: innovatief & duurzaam ondernemen XIII EZK 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering XIV LNV 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens XIV LNV 12 Natuur XVI VWS 1 1.1 Gezondheidsbescherming XVI VWS 6 6.4 Sport verenigt Nederland XVI VWS 10 Gezondheidsraad XVII BHOS 2 2.1 Voedselzekerheid XVII BHOS 1 1.3 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikke-lingslanden XVII BHOS 2 2.2 Water XVII BHOS 2 2.3 Klimaat Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de fiscale regelingen in bijlage 6 en 11 van de MiljoenennotaTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2271 Taak 5: LeefomgevingskwaliteitHoofdstuk Ministerie Artikel Artikelonderdeel Naam artikel(onderdeel) VII BZK 1 1.1 Bestuur en Regio VII BZK 1 1.2 Democratie VII BZK 3 3.1 Woningmarkt VII BZK 5 5.1 Ruimtelijke ordening XII IenW 11 11.04 Waterkwaliteit XII IenW 13 13.04 Ruimtegebruik bodem XII IenW 16 16.01 Openbaar Vervoer en Spoor XII IenW 17 17.01 Luchtvaart XII IenW 18 18.01 Scheepvaart en havens XII IenW 20 20.01 Gezonde lucht en tegengaan geluidshinder XII IenW 26 Bijdrage investeringsfondsen XIV LNV 12 Natuur XVII BHOS 2 2.2 Water Fin Bijlage Milj.nota Toelichting op de fiscale regelingen in bijlage 6 en 11 van de MiljoenennotaTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2272 Bijlage 7 Afkortingenlijst A. ABS Absolute waarde ACM Autoriteit Consument & Markt AMvB Algemene maatregel van bestuur ANVS Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming AO Algemeen Overleg APK Algemene Periodieke Keuring AR Algemene Rekenkamer AWACS Airborne Warning And Control System Awb Algemene wet bestuursrecht B. BAW Bestuursakkoord Water BBP Bruto Binnenlands Product BDU Brede Doeluitkering BES Bonaire, Sint Eustatius en Saba Bevb Besluit externe veiligheid buisleidingen Bevt Besluit externe veiligheid transportroutes BIRK Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit BNP Bruto Nationaal Product BOA Beleidsondersteuning en Advies BRZO Besluit Risico’s Zware Ongevallen BSV Bureau Sanering Verkeerslawaai BZ Ministerie van Buitenlandse Zaken BZK Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties C. CBR Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CCR Centrale Commissie voor de Rijnvaart CDM Clean Development Mechanism CLH Classification and Labelling Harmonisation CLRTAP Convention on Long-Range Transboundary Air Pollution CLSK Commando Luchtstrijdkrachten CO2 Koolstofdioxide COGEM Commissie Genetische Modificatie CPB Centraal Planbureau CROS Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol CROW/KpVV CROW Kennisplatform Verkeer en Vervoer Ctgb College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden D. dB(A) Decibel (audio) Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2273 DBFM Design-Build-Finance-Maintenance DCC Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing DEF Ministerie van Defensie DF Deltafonds DGLM Directoraat-Generaal Luchtvaart en Maritiem DGMo Directoraat-Generaal Mobiliteit E. EASA European Aviation Safety Agency EC Europese Commissie ECAC European Civil Aviation Conference ECHA European Chemicals Agency ECN Energieonderzoek Centrum Nederland EEA European Environment Agency EICB Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart EMSA Europese Maritieme Veiligheidsagentschap EMV Meerjarige onderzoeksprogramma elektromagnetische velden ERTMS European Rail Traffic Management System ESA European Space Agency ESO Ernstige Scheepsongevallen EU Europese Unie EU ETS Europese CO2 emissiehandelssysteem / EU Emissions Trading System EZ Ministerie van Economische Zaken F. FABEC Functional Airspace Block Europe Central Fin Ministerie van Financiën FLO Functioneel leeftijdsontslag G. GGO Genetisch Gemodificeerd Organisme GIS Geluidsisolatie Schiphol GT Bruto Tonnage GVKA Geïntegreerde Verplichtingen-Kasadministratie H. HGIS Homogene Groep Internationale Samenwerking HSL Hogesnelheidslijn HVWN Hoofdvaarwegennet HWBP Hoogwaterbeschermingsprogramma HWN Hoofdwegennet I. ICAO International Civil Aviation Organization ICT Informatie- en communicatie Technologie Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2274 IenM Ministerie van Infrastructuur en Milieu IenW Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat IF Infrastructuurfonds IGRAC International Groundwater Resources Assessment Centre ILT Inspectie Leefomgeving en Transport IMO International Maritime Organisation Inspire Europese Richtlijn voor harmonisatie van geo-informatie Interreg Programma voor transnationale samenwerking op het gebied van innovatieve en ruimtelijke gebiedsontwikkeling IOV Impuls Omgevingsveiligheid IPCC Intergovernmental Panel on Climate Change IPO Interprovinciaal Overleg ITS Intelligente Transportsystemen IWA Internationale Wateraanpak K. KDC Knowledge & Development Center KiM Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid KLM Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. KNMI Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut KpVV Kennisplatform Verkeer en Vervoer KRM Kaderrichtlijn mariene strategie KRW (Europese) Kaderrichtlijn Water Kton Kiloton (miljoen kilo) L. LAP Landelijk Afvalbeheerplan LAVS Landelijk Asbestvolgsysteem Lden Level day-evening-night LIB Luchthavenindelingbesluit Lnight Night Level LSNed Leidingenstraat Nederland LTSA Lange Termijn Spooragenda LVB Luchthavenverkeerbesluit Schiphol LVNL Luchtverkeersleiding Nederland M. MER Milieueffectrapportage MIA Milieu investeringsaftrek MIRT Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport MJPG Meerjarenprogramma Geluidsanering MKB Midden- en Kleinbedrijf MKBA Maatschappelijke kosten-batenanalyse MOU Memorandum of Understanding Mton Megaton (1 miljard kilo) Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2275 N. NAS Nationale Adoptie Strategie NCAP New Car Assessment Programme NDOV Nationale Data Openbaar Vervoer NEa Nederlandse Emissieautoriteit NEC National Emission Ceiling NGO Non-gouvernementele organisatie NH3 Ammoniak NIWO Stichting Nationale en Internationale Wegvervoerorganisatie NKWK Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat NLC Nederlandse Loodsencorporatie NMCA Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse NMVOS Vluchtige organische stoffen, exclusief methaan NO2 Stikstofdioxide NOVB Nationaal Openbaar Vervoer Beraad NOx Stikstofoxiden NRV National Reference Value NS Nederlandse Spoorwegen NSL Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit NWO Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek O. OCW Onderwijs, Cultuur en Wetenschap OD Omgevingsdiensten OECD Organisation for Economic Co-operation and Development OESO Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling OLO Omgevingsloket Online ORS Omgevingsraad Schiphol OSPAR Oslo-Parijs OTIF Organisation pour les Transports Internationaux Ferroviaires OV Openbaar vervoer OVV Onderzoeksraad voor Veiligheid P. PBL Planbureau voor de Leefomgeving PGS (15) Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen PHS Programma Hoogfrequent Spoorvervoer PRTR Kiev Protocol on Pollutant Release and Transfer Registers PSR Projectstimuleringsregeling R. RAC Committee for Risk Assessment RCW Regiecollege Waddengebied RDW Rijksdienst voor het Wegverkeer Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2276 REACH Registratie, Evaluatie en Autorisatie Chemische Stoffen RHB Rijkshoofdboekhouding RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RMO Risk Management Options RMRG Regeling Maatregelen Rijvaardigheid en Geschiktheid RVO.nl Rijksdienst voor ondernemend Nederland RvS Raad van State RWS Rijkswaterstaat RWT Rechtspersoon met een wettelijke taak S. SACNSDG Stichting Airport Coordination NetherlandsSustainable Development Goal SO2 Zwaveldioxide SSO Shared Services Organisatie SSP State Safety Programme 2015–2019 StAB Stichting Advisering Bestuursrechtspraak SURF Smart Urban Regions in the Future SVHC Substance of Very High Concern SVIR Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte SWOV Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWUNG Samen Weken aan de Uitvoering van Nieuw Geluidsbeleid SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid T. TK Tweede Kamer TRG Totaal Risicogewicht Grenswaarde TVG Totaal Volume Geluid U. UNISDR United Nations International Strategy for Disaster Reduction UNEP United Nations Environment Programme UNESCO United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization UNFCCC United Nations Framework Convention on Climate Change UvW Unie van Waterschappen V. VAMEX Stichting Vaarbewijzen- en Marifoon Examens VAMIL Vrijwillige afschrijving milieu-investeringen VANG Van Afval Naar Grondstof VN Verenigde Naties VNECE Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (United Nations Economic Commission for Europe, UNECE) VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten VOS Vluchtige Organische Stoffen VROM Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2277 VTH Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving VVN Veilig Verkeer Nederland VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport W. Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wbb Wet bodembescherming WMO Wereld Meteorologische Organisatie Y. / Z. ZBO Zelfstandig Bestuursorgaan ZESO’s Zeer Ernstige Scheepvaartongevallen Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000 XII, nr. 2278
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.