KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde Agenda informele JBZ-Raad 6-7 maart 2025 (Kamerstuk 32317-932) (algemeen deel)

4 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e5e9f545df7d1266 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 317JBZ-RaadNr. 934 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 4 maart 2025 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid over de volgende brieven:•Geannoteerde Agenda informele JBZ-Raad 6–7 maart 2025 (Kamerstuk32 317, nr. 932);•Verslag JBZ-Raad van 30 en 31 januari 2025 en het vierde kwartaal-overzicht 2024 van EU-wetsvoorstellen op JBZ-terrein (Kamerstuk32 317, nr. 931);•Fiche: Aanbeveling over de EU-richtsnoeren voor gastlandondersteu-ning (Kamerstuk 22 112, nr. 3993).De vragen en opmerkingen zijn op 3 maart 2025 voorgelegd aan deMinister en Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Bij brief van4 maart 2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,PoolAdjunct-griffier van de commissie,Paauwe kst-32317-934ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9341 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van deMinister en Staatssecretaris Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieWat betreft de EU-verordening ter bestrijding van online seksueelkindermisbruik (hierna: CSAM-verordening) willen de leden van dePVV-fractie graag de garantie van de Minister dat, ondanks dat deverordening niet op de agenda staat, het standpunt van Nederlandongewijzigd blijft. Kan de Minister tevens verduidelijken of de mogelijk-heden tot inbreuk op de end-to-endencryptie, zoals implementatie na eenevaluatiemoment, reden blijven voor Nederland om het huidige standpuntte behouden? Kan de Minister tevens aangeven of dit verandert op hetmoment dat dit aspect definitief uit het voorstel verdwijnt?AntwoordDe Nederlandse inzet blijft tot dusver ongewijzigd en wordtvormgegeven door de Kamerbrief van 29 november 2024.1In voornoemde Kamerbrief constateert het kabinet dattechnische ontwikkelingen constant in beweging zijn. Het ismogelijk dat nieuwe technologische ontwikkelingen of andererelevante inzichten aanleiding kunnen geven om bestaandestandpunten opnieuw te bekijken. Technologie ontwikkelt zichimmers snel, en het is daarom van groot belang dat getoetst blijftworden hoe beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik, het best– maar ook op de veiligste en meest proportionele manier – kanworden bestreden. De visie van het kabinet sluit dan ook aan bijeen review clause, waarop de PVV-fractie vermoedelijk doelt alszij spreekt over «implementatie na een evaluatiemoment».Daarbij wil het kabinet wel benadrukken dat mogelijke wijzi-gingen in regelgeving, voortvloeiend uit zo’n review clause,zullen moeten verlopen via een volledig nieuw Europeeswetstraject. Nederland zal zich dan, net als alle andere lidstaten,opnieuw moeten beraden op haar positie ten aanzien van datgewijzigde voorstel.De leden van de PVV-fractie hebben vanuit het veld begrepen dat eeneen-op-eentoepassing van de Verordening terroristische online-inhoudvoor het werkingsveld van de CSAM-verordening zou leiden tot eeneffectievere aanpak met minder privacyhiaten dan met het huidigevoorstel. Kan de Minister hierop reflecteren en dit eventueel inbrengentijdens de JBZ-Raad?AntwoordDe reikwijdte van de Verordening Terroristische online-inhoud(TOI) is beperkter dan die van het voorstel voor de CSAM-verordening. Waar de TOI-verordening zich specifiek richt ophostingdiensten op het openbare deel van het internet, heeft deCSAM-verordening een bredere scope. Deze ziet niet alleen ophostingdiensten op zowel het openbare als besloten deel van hetinternet, maar ook op interpersoonlijke communicatiediensten,zoals chat- en berichtendiensten. Dit komt voort uit de observatiedat CSAM-materiaal vaak wordt gedeeld via interpersoonlijkecommunicatiediensten en besloten delen van het internet.Tegelijkertijd is het waardevol dat in Nederland de aanpak vanterroristische online-inhoud en de bestrijding van online seksueelkindermisbruik samenkomen bij de Autoriteit online Terroristisch1Kamerstuk 32 317, nr. 906Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9342 en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM). Dit biedt de moge-lijkheid om ervaringen en inzichten uit beide domeinen metelkaar te verbinden. Mijn departement blijft hierover in gesprekmet experts van de ATKM.De CSAM-Verordening staat niet geagendeerd voor de komendeJBZ-raad.Aangaande de VN-conventie tegen cybercrime zijn de leden van dePVV-fractie benieuwd wat volgens de Minister de toegevoegde waardegaat zijn voor Nederland en welke delen ervan nog niet concreet geregeldzijn in Nederlandse wet- en regelgeving. Graag ontvangen deze leden eentoelichting hierop van de Minister.AntwoordHet VN-verdrag inzake cybercriminaliteit biedt mogelijkheden opsamenwerking op het gebied van cybercrime met landen die nietzijn aangesloten bij het Verdrag van Budapest van de Raad vanEuropa. Momenteel wordt door de Europese Commissie bezienwat de mogelijke juridische gevolgen zijn van ratificatie van ditverdrag ten opzichte van bestaande wet- en regelgeving. Dezeeerste analyse zal tevens worden afgezet tegen de bestaandeNederlandse wet- en regelgeving omtrent cybercrime. Aan dehand daarvan zal het kabinet haar positie bepalen ten opzichtevan mogelijke ratificatie.Wat de leden van de PVV-fractie betreft is de steunende houding dieNederland inneemt ten aanzien van het European Democracy Shield, eenerg voorbarige. Kan de Minister aangeven wat hij schaart onder devolgende zin uit de geannoteerde agenda: «Dit schild moet de EUbescherming en waarborgen bieden tegen buitenlandse inmenging (cyberen ontwrichtende propaganda)»? Wat is voor de Minister de reden omhier actief een bijdrage aan te leveren? Graag ontvangen deze leden eenreflectie op het gehele thema van de Minister.AntwoordNederland heeft een positieve grondhouding ten aanzien vaninitiatieven om de democratische rechtsstaat te versterken enbuitenlandse inmenging en heimelijke beïnvloeding tegen tegaan. De geopolitieke situatie en recente ontwikkelingen inlanden om ons heen, laten zien dat statelijke actoren hetvertrouwen in de democratische rechtsstaat in toenemende mateproberen te ondermijnen, onder meer door aanhoudendecyberaanvallen, spionageactiviteiten, de verspreiding vandesinformatie en het ongewenst inmengen in politieke besluit-vorming en de publieke opinie. Deze dreigingen zijn niet beperkttot landsgrenzen. Daarom is versterkte Europese samenwerkingnodig en kijkt Nederland positief naar voorstellen om onszelfbinnen de EU beter te beschermen. De Europese Commissiewerkt het European Democracy Shield de komende periode naderuit en het kabinet zal hier – samen met uw Kamer – een positie opbepalen middels een BNC-fiche.De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister tevens de toezeggingkan doen dat wat hem betreft de opmerking over het belang vangezamenlijk en proactief optrekken in het verdedigen van de democra-tische waarden in Europees verband, niet gaat leiden tot instemming meteen verdere inperking van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheidom kennis te mogen nemen van informatie of ideeën zonder vooraf-gaande inmenging vanuit de overheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9343 AntwoordBij nieuwe maatregelen blijven, net zoals voorgaande maatre-gelen, de waarden en grondrechten van onze rechtsstaat, zoalsde vrijheid van meningsuiting, voorop staan. De Grondwet enartikel 2 van het Verdrag van de Europese Unie – die onzevrijheden garanderen en waarborgen bieden, zijn en blijvendaarbij leidend.De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan aangeven wat dereden is voor Nederland om in te zetten op de versterking en ontwikkelingvan het EU-rechtsstaatinstrumentarium. Tevens vragen deze leden of deMinister kan duiden waar hij zelf aan denkt qua mogelijkheden en waaromdeze mogelijkheden nodig zouden zijn. Hierop zouden deze leden graageenzelfde toezegging willen van de Minister als bij de vraag in devoorgaande alinea.AntwoordRespect voor de rechtsstaat en fundamentele waarden doorlidstaten is essentieel voor een goed functionerende EuropeseUnie. Het is een cruciale randvoorwaarde voor het wederzijdsvertrouwen tussen lidstaten, het behoud van onze waardenge-meenschap en het goed functioneren van de interne markt. Hetkabinet acht het van belang dat het beschikbare instrumentariumzo volledig en effectief mogelijk wordt ingezet om eerbiedigingvan de rechtsstaat en fundamentele waarden in lidstaten teborgen. Ook zet het kabinet zich in voor de versterking enverdere ontwikkeling van het EU-rechtsstaatinstrumentarium. Ditis van belang om een goed functionerende Europese Unie ook opde lange termijn te kunnen borgen. Het kabinet is voorstandervan een versterking van de koppelingen tussen de (voortdurende)ontvangst van EU-middelen en de eerbiediging van de beginselenvan de rechtsstaat en naleving van grondrechten uit hetHandvest. Hierbij blijven de waarden en grondrechten van onzerechtsstaat, zoals de vrijheid van meningsuiting, voorop staan.De Grondwet en artikel 2 van het Verdrag van de Europese Unie –die onze vrijheden garanderen en waarborgen bieden, zijn enblijven daarbij leidend.De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan aangeven of hij hette allen tijde eens is met de stelling dat de jurisprudentie van het Hof vanJustitie van de EU en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mensals waardevolle bijdragen gezien worden in de ontwikkeling van hetrechtskader en de interpretatie ervan. Is de Minister het met deze ledeneens dat Europese jurisprudentie vaak in de weg staat aan het voeren vaneffectief nationaal beleid op veel gebieden, waaronder asiel en migratie?Graag ontvangen deze leden een onderbouwd standpunt van de Minister.AntwoordDe jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie(HvJ-EU) en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens(EHRM) draagt wezenlijk bij aan de ontwikkeling en interpretatievan het rechtskader binnen de Europese Unie respectievelijk hetEuropese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dezejurisprudentie draagt bij aan de rechtszekerheid en debescherming van fundamentele rechten, en in het geval van deEuropese Unie, de eenheid van de rechtsorde. Het kabinet hechtgroot belang aan de naleving van internationale en Europeserechtsverplichtingen en erkent de waarde van de rechtspraak vanbeide hoven in het waarborgen van deze principes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9344 De stelling dat de Europese jurisprudentie vaak in de weg staataan het voeren van een effectief nationaal beleid op veelgebieden, waaronder asiel en migratie, houdt geen rekening metde genuanceerde rechtspraak van de hoven. Deze rechtspraakstelt kaders waarbinnen lidstaten beleid kunnen voeren (HvJ-EU)en geeft duidelijkheid over de reikwijdte en inhoud van deVerdragsartikelen uit het EVRM (EHRM). Het kabinet zet zich invoor een effectief en uitvoerbaar nationaal beleid binnen degeldende juridische kaders en zoekt, waar nodig, naar mogelijk-heden om bestaande regelgeving te verbeteren of te verduide-lijken, zowel nationaal als op Europees niveau.De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan aangeven welkstandpunt hij inneemt en/of in heeft genomen ten aanzien van hetvoorstel om meer te investeren in de voorlichting aan burgers overEU-wetgeving. Is de Minister het met deze leden eens dat hiervoor geenpublieke middelen vrijgemaakt moeten worden en dit geld veel nuttigerbesteed kan worden?AntwoordHet Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft geen taak ofbudget ten behoeve van algemene voorlichting overEU-wetgeving. Wel kan het voorkomen dat voorlichtingsactivi-teiten ondernomen worden om nieuwe wetgeving over hetvoetlicht te brengen bij burgers of bedrijven om de invoeringdaarvan in goede banen te leiden. Dat kan zowel gebeuren bijwetgeving die een oorsprong in EU-besluiten heeft als bij zuivernationale wetgeving.Met betrekking tot de harmonisering van het insolventierecht delen deleden van de PVV-fractie dezelfde opvatting als het kabinet met betrekkingtot de titels 6 en 7, maar stellen deze leden zich ook ten aanzien vanmeerdere titels uit de richtlijn kritisch op. Uit titel 5 van de richtlijn volgteen aangifteplicht voor bestuurders van een faillissement. Dit past nietbinnen het Nederlandse systeem en is zeer onwenselijk. Daarnaast staatde gedwongen contractovername, die volgt uit artikel 27 van de richtlijn,haaks op de contractvrijheid.AntwoordTijdens de JBZ-raad van 13 december 2024 is door de lidstateningestemd met een gedeeltelijke oriëntatie ten aanzien van hetrichtlijnvoorstel tot harmonisatie van bepaalde aspecten van hetinsolventierecht. Onderdeel van die gedeeltelijke oriëntatie wasook Titel V, waarin in het commissievoorstel de verplichting voorbestuurders om faillissement aan te vragen (duty to file) wasopgenomen. Het kabinet was kritisch over deze verplichting enheeft bij deze titel ingezet op aanpassing en verduidelijking. In degedeeltelijke oriëntatie is nu opgenomen dat de verplichting tothet aanvragen van faillissement kan worden opgeschort, onderandere wanneer de bestuurder andere maatregelen treft die eenvergelijkbaar niveau van schuldeisersbescherming bieden als deaanvraag van een faillissement. Daarnaast is verduidelijkt datlidstaten zelf het begrip «insolventie» in de zin van Titel V mogendefiniëren, waarbij geldt dat dit begrip mag afwijken van hettoegangscriterium voor een faillissementsprocedure. Dit biedt deflexibiliteit waar Nederland ook op heeft ingezet. Tegen dieachtergrond heeft Nederland ingestemd met de gedeeltelijkealgemene oriëntatie, waar de gewijzigde Titel V deel vanuitmaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9345 De gedwongen contractsovername, zoals opgenomen inartikel 27, kan schuren met de contractsvrijheid. Daarbij is nietgeheel duidelijk welke belangenafweging is gemaakt. Degedwongen contractovername is op dit moment onderdeel van deonderhandelingen. Het kabinet zet daarbij in op verdere verduide-lijking van de wettekst en heeft er vertrouwen in dat er voorNederland een acceptabele regeling gaat komen.Tevens vinden de leden van de PVV-fractie het gebrek aan een definitievan «curator» zorgelijk. Dit kan er namelijk toe leiden dat een curator uiteen andere EU-lidstaat waar minder strenge voorwaarden gelden,toegang krijgt tot Nederlandse gegevensdatabanken, wat zowel een grootveiligheidsrisico met zich brengt als een risico voor de persoonsgegevens.Wat deze leden betreft dient de Minister een finale wettekst met deaangifteplicht, de verplichte contractovername en de vereenvoudigdeinsolventieregeling voor micro-ondernemingen niet goed te keuren in deRaad.AntwoordIn Titel III van het voornoemde richtlijnvoorstel zijn regelsopgenomen om goederen die tot de boedel behoren op te sporen,onder andere door insolventiefunctionarissen, ongeacht delidstaat waarin ze zijn gevestigd, betere toegang te geven totinformatie over bankrekeningen. De eerder genoemde gedeelte-lijke oriëntatie bevat een regeling waarbij insolventiefunctiona-rissen directe toegang kunnen krijgen tot de nationale bankreke-ningenregisters. Titel III was eveneens onderdeel van de indecember jl. bereikte voornoemde gedeeltelijke oriëntatie. In diegedeeltelijke oriëntatie zijn in lijn met de Nederlandse inzet ookvoorwaarden opgenomen over de verhouding tussen de AVG ende verwerking van de informatie uit de bankrekeningenregistersdoor insolventiefunctionarissen, zo moeten insolventiefunctiona-rissen wanneer zij dergelijke informatie verwerken, beschikkenover een interne (audit)procedure voor het passend beheer vanvertrouwelijke informatie. Nu diverse waarborgen zijnopgenomen, acht het kabinet (verdere) definiëring van het begrip«insolventiefunctionaris» in deze richtlijn niet noodzakelijk.Tegen die achtergrond heeft Nederland ingestemd met degedeeltelijke algemene oriëntatie.Op dit moment wordt Titel VI inhoudende de vereenvoudigdeinsolventieregeling op technisch (ambtelijk) niveau behandeld.Het kabinet onderschrijft daarbij de noodzaak dat micro-ondernemingen binnen de EU snel en efficiënt moeten wordenafgewikkeld, om onnodige verliezen te voorkomen. Wel is hetkabinet kritisch over de gekozen uitwerking, vanwege hetbeperkte toezicht op de procedure en de daarmee samenhan-gende risico’s op fraude en misbruik van de procedure. Daarbijwordt in de onderhandelingen ingezet op verbetering van dezepunten. Het kabinet stelt zich constructief op en heeft ervertrouwen in dat er uiteindelijk een voor Nederland acceptabeleregeling uit gaat komen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het verslag van de JBZ-Raad van 30 en 31 januari 2025 en van degeannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 6–7 maart 2025.Deze leden stellen nog enkele vragen naar aanleiding van het verslag ende geannoteerde agenda.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9346 De leden van de VVD-fractie hebben eveneens kennisgenomen van dekwartaalrapportage van het vierde kwartaal 2024 waarin de EU-wets-voorstellen op JBZ-terrein zijn opgenomen. Deze leden vragen of hetmogelijk is om al in het volgende kwartaaloverzicht ook de wetsvoor-stellen op te nemen die zijn aangekondigd in het werkprogramma van denieuwe Europese Commissie en daarbij per wetsvoorstel een indicatie tegeven van het moment waarop de Kamer een BNC-fiche tegemoet kanzien.AntwoordVanwege de dynamiek van het Europese besluitvormingsproces ishet niet mogelijk om een exacte indicatie te geven van hetmoment waarop de Kamer een BNC-fiche kan verwachten. Deaankomende Staat van de Unie 20252 bevat naast een appreciatievan het Commissiewerkprogramma voor 2025 ook de beoogdepublicatiedata van de aangekondigde voorstellen. Het kabinetblijft zich inspannen om uw Kamer tijdig te informeren.Russische agressie tegen Oekraïne: strijd tegen straffeloosheidDe leden van de VVD-fractie vinden het belangrijk dat internationalemisdrijven die in Oekraïne zijn gepleegd en nog steeds worden begaan,worden opgespoord, worden vervolgd en worden berecht. Kan deMinister concreter aangeven wat er nog nodig is om te komen tot deoprichting van een tribunaal voor de berechting van de internationalemisdrijven die in Oekraïne zijn en worden gepleegd, wanneer er zicht is opovereenstemming in de Raad en wat de resterende juridische belemme-ringen zijn voor zowel het nieuwe tribunaal als een volledig compensatie-mechanisme. Ook vragen deze leden naar een nadere duiding van degewenste taken en bevoegdheden van het nieuwe tribunaal: is hetbijvoorbeeld de bedoeling dat het nog op te richten tribunaal uiteindelijkrechtsmacht uitoefent over alle in Oekraïne gepleegde internationalemisdrijven vanaf de inval? Of is het volgens de Minister wenselijk dat hetInternationaal Strafhof ook een deel van deze misdrijven blijft onder-zoeken, vervolgen en berechten?De leden van de VVD-fractie vragen ook in hoeverre de oprichting van eenspeciaal tribunaal een rol speelt of zal spelen bij de vredesonderhande-lingen tussen Rusland en de Verenigde Staten en of het kabinet net alsdeze leden van mening is dat de inzet van de EU zou moeten zijn dat eendergelijk tribunaal dient te worden opgericht.AntwoordDe besprekingen over de oprichting van een speciaal tribunaalvoor het misdrijf agressie vinden plaats in een kerngroep van eenkleine 40 landen en bevinden zich in een vergevorderd stadium.De belangrijkste juridische elementen voor het tribunaal zijnafgelopen maand neergelegd in een conceptstatuut waar laterdeze maand weer over gesproken wordt. Het is de bedoeling dathet tribunaal zal worden opgericht door middel van een verdragtussen Oekraïne en de Raad van Europa, dat andere statenkunnen ondersteunen.Het tribunaal zal zich richten op de opsporing, vervolging enberechting van het misdrijf agressie en niet op andere interna-tionale misdrijven. Voor de opsporing, vervolging en berechtingvan die misdrijven blijft een belangrijke rol weggelegd voor hetInternationaal Strafhof.2De Kamerbrief zal eind maart volgenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9347 Het kabinet wil niet vooruitlopen op mogelijke vredesonderhan-delingen en hun betekenis voor dit onderwerp. Vaststaat datNederland zich, ook binnen de EU, voor het tribunaal zal blijveninzetten.Ten aanzien van een volledig compensatiemechanisme voorOekraïne dient deze schadeclaims te kunnen registreren, beoor-delen en compenseren. Het registreren gebeurt inmiddels bij hetSchaderegister voor Oekraïne, sinds medio 2023 gevestigd in DenHaag en sinds april 2024 operationeel.Voor het beoordelen van schadeclaims wordt momenteel gewerktaan een claimscommissie. Na een viertal voorbereidende bijeen-komsten met ruim vijftig landen, tussen juli 2024 en januari2025, zal van 24 tot 26 maart de eerste onderhandelingsrondeplaatsvinden. De voorbereidende bijeenkomsten hebben geenjuridische belemmeringen aan het licht gebracht, die bij voorbaataan oprichting van een claimscommissie in de weg zouden staan.Voor het compenseren van schadeclaims zal, in afwezigheid vaneen andere regeling tussen Oekraïne en Rusland, een schade-fonds nodig zijn, dat recht doet aan het feit dat Rusland zelfinternationaalrechtelijk verantwoordelijk is voor de schade alsgevolg van zijn agressie. Besprekingen over de mogelijkheden tothet oprichten van zo’n fonds zullen echter pas aan de orde zijn natotstandkoming van een claimscommissie.OverigDe leden van de VVD-fractie brengen in herinnering dat tijdens hetwetgevingsoverleg over Boek 2 van het nieuwe Wetboek van Strafvor-dering de Minister meedeelde dat hij van zijn collega’s tijdens deafgelopen JBZ-Raad heeft vernomen dat andere EU-lidstaten worstelenmet de (mogelijke) gevolgen van het Landeck-arrest. Deze worsteling,noch enige weergave daarvan, is echter terug te vinden in het verslagover enige JBZ-Raad. Kan de Minister ervoor zorgdragen dat allediscussies die plaatsvinden over hoe om te gaan met het Landeck-arrest,voortaan terugkomen in het verslag over de JBZ-Raad? Zo nee, waaromniet?AntwoordHet kabinet zal uw Kamer in het vervolg via het verslag vanJBZ-raad informeren over discussies die tijdens de JBZ-raadhebben plaatsgehad met betrekking tot de gevolgen van hetLandeck-arrest.De leden van de VVD-fractie stellen vast dat de gevolgen van hetLandeck-arrest voor de politie, het Openbaar Ministerie (hierna: OM)alsmede de rechtelijke macht, omvangrijk zijn. Deze leden stellen ook vastdat de Minister heeft beaamd zich zorgen te maken over de werklastver-zwaring van politie en OM en de vertraging in opsporingsonderzoeken alsgevolg van het arrest. Kan de Minister aangeven of en op welke wijzeactief een uitzondering op de machtigingsverplichting in en buiten rechtebepleit wordt? Deze leden vragen of het kabinet bereid is met gelijkge-stemde landen in gesprek te gaan om te bezien hoe de impact van hetLandeck-arrest op de werklast van politie en OM en de doorlooptijden vanopsporingsonderzoeken kunnen worden geminimaliseerd. Welkemogelijkheden zijn er voor het kabinet om in EU-verband in de JBZ-Raadmiddels gewijzigde wet- en regelgeving de toename aan werklast alsgevolg van het Landeck-arrest verder te verkleinen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9348 AntwoordDe toegang tot gegevens in een smartphone levert veel infor-matie op over de handel en wandel van burgers. Dat dezetoegang het privéleven van burgers kan blootleggen is heel nuttigvoor de opsporing, maar deze vormt tegelijkertijd een ernstigebeperking van het grondrecht op bescherming van het privéleven.Een grondrecht kan worden beperkt met inachtneming van hetevenredigheidsbeginsel. In het landeckarrest geeft het Hof vanJustitie van de EU in dit verband uitleg aan dat evenredigheidsbe-ginsel. Een van de voorwaarden van de toegang is de vooraf-gaande toestemming van een rechterlijke instantie of onafhanke-lijke bestuurlijke autoriteit. De betekenis en reikwijdte van dezerechtspraak is nog onzeker en zal moeten uitkristalliseren in derechtspraktijk. Zo ook of er ruimte is voor een uitzondering ophet vereiste van voorafgaande toestemming. Op dit moment zijntwee zaken aanhangig bij de Hoge Raad waarin deze vraag aan deorde is. Het Kabinet gaat de rechter niet voor de voeten lopendoor hierover te speculeren.Het landeckarrest staat niet op zichzelf maar is een onderdeelvan een bredere ontwikkeling in de rechtspraak van het Hof vanJustitie van de EU. Tegen de achtergrond van deze bredereontwikkeling heeft Nederland in de EU een voorstel gedaan voorhet aanwijzen van de officier van justitie als een rechterlijkeinstantie of onafhankelijke bestuurlijke autoriteit. Alsdan zouhet, naast de rechter-commissaris, ook de officier van justitie zijndie kan beslissen over de toegang tot gegevens. Hierover is uwKamer geïnformeerd bij brief van 23 februari 2024.3 Over hetnon-paper is op ambtelijk niveau gesproken met vertegenwoor-digers van enkele andere lidstaten en de Europese Commissie.Vooralsnog bestaat onvoldoende steun op EU-niveau om ditvoorstel verder te brengen.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de JBZ-Raad van 6–7 maart 2025. Dezeleden hebben hierover nog enkele vragen.AlgemeenDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van het feit dat hetPoolse voorzitterschap afgelopen maand met een nieuw voorstel isgekomen in het kader van de CSAM-verordening. Dit voorstel houdt ondermeer in dat de bepaling tot verplichte detectie van persoonlijk berichten-verkeer vooralsnog wordt geschrapt. Deze leden zijn, vanwege de strijdmet (artikel 13 van) de Grondwet en (Europese) rechterlijke uitspraken,zeer kritisch op het aspect van verplichte detectie in persoonlijk berichten-verkeer. Deze leden zijn dan ook blij met het schrappen van verplichtedetectie en vinden dat er nu een evenwichtiger voorstel ligt dat debestrijding van online seksueel kindermisbruik effectief kan bevorderen.Kan de Minister aangeven wat de visie van het kabinet is op het nieuwePoolse voorstel? En kan de Minister aangeven hoe andere lidstatenvolgens hem naar het nieuwe voorstel (zullen) kijken?Antwoord3Bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 32 317, nr. 872,; non-paper: «Collecting digitalpersonal information in criminal matters»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9349 De huidige inzet van het kabinet wordt vormgegeven door deKamerbrief van 29 november 2024, waarin kaders voor deonderhandelingen in Brussel zijn vastgelegd. Zoals bekend is injanuari een nieuw Voorzitterschap aangetreden, dat inmiddelseen compromisvoorstel heeft gedaan. Het voorstel wordt op ditmoment bestudeerd, waarna het kabinet zal bepalen hoeNederland zich daartoe verhoudt. Conform de gebruikelijkewerkwijze zal uw Kamer hierover worden geïnformeerd.Over de positie van specifieke lidstaten kan niets worden gezegd.Wel is duidelijk dat het krachtenveld opnieuw gefragmenteerd isen dat een aantal lidstaten zich kritisch heeft uitgelaten over hetnieuwe compromisvoorstel. Vooralsnog lijkt het erop dat hetVoorzitterschap streeft naar bespreking van dit voorstel tijdensde JBZ-Raad in juni, al kan dit de komende maanden nogveranderen.De strijd tegen drugshandel en georganiseerde criminaliteitDe leden van de NSC-fractie lezen dat de aanpak van georganiseerdedrugscriminaliteit een prioriteit is van dit kabinet. Deze leden onder-schrijven het grote belang daarvan. Zij zijn groot voorstander van hetdoeltreffend werken aan het gezamenlijk weerbaar maken van havens inEU-verband, om ook verplaatsingseffecten zo veel mogelijk tegen te gaan.Deze leden waarderen het dan ook dat het zorgen voor weerbarelogistieke knooppunten een van de Nederlandse prioriteiten is en dat ditpunt naar verwachting ook een belangrijk onderdeel zal vormen van deaanstaande EU-interne veiligheidsstrategie. Kan de Minister aangeven watNederland van andere Europese landen kan leren als het gaat om hetweerbaarder maken van logistieke knooppunten?AntwoordAls Nederland hebben we een voortrekkersrol als het gaat om hetweerbaar maken van onze logistieke knooppunten, met name alshet gaat om bijvoorbeeld publiek-private samenwerking engrensoverschrijdende samenwerking tussen havens zoals tussenHamburg, Rotterdam en Antwerpen al gebeurt. Tegelijkertijd is erin andere landen ervaring opgedaan die voor ons interessant is,bijvoorbeeld op het gebied van voorkomen van crimineleinmenging en corruptie. Het kabinet onderschrijft dat het doelvan het over en weer delen van deze praktijken is dat de havensin heel de EU veiliger worden zodat verplaatsing van crimineleactiviteiten voorkomen wordt.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de agenda voorde JBZ-Raad te Brussel op 6 en 7 maart 2025. Deze leden hebben hierslechts één vraag over.De leden van de BBB-fractie merken op dat op 24 december 2024 deAlgemene Vergadering van de VN een nieuw verdrag over cybercrimina-liteit heeft aangenomen. Tijdens de JBZ-Raad zal gevraagd worden of hetverdrag geratificeerd moet worden door de EU en de lidstaten. Wat is dehouding van het kabinet tegenover het ratificeren van het VN-verdraginzake cybercriminaliteit?AntwoordOp dit moment is het nog te vroeg om een positie te bepalen tenopzichte van de ratificatie van het VN-verdrag inzake cybercrimi-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93410 naliteit. Momenteel wordt door de Europese Commissie bezienwat de mogelijke juridische gevolgen zijn van ratificatie van ditverdrag ten opzichte van bestaande wet- en regelgeving. Dezeeerste analyse zal tevens worden afgezet tegen de bestaandeNederlandse wet- en regelgeving omtrent cybercrime. Aan dehand daarvan zal het kabinet zijn positie bepalen ten opzichtevan mogelijke ratificatie.De leden van de BBB-fractie merken op dat er tijdens de JBZ-Raaduitvoering gesproken zal worden over de (veiligheids)situatie in Oekraïne.In de brief valt te lezen dat hier nog geen aanvullende informatie overbeschikbaar is. Maar de Minister stelt terecht dat oorlog tegen Oekraïneop middellange en lange termijn risico’s met zich brengt voor deveiligheid van de EU. De onderhandelingspogingen die zijn geïnitieerd,kunnen ervoor zorgen dat de oorlog een andere wending krijgt endaarmee deze risico’s beïnvloeden. Zijn de betrokken Ministers daarombereid om na afloop van de JBZ-Raad de Kamer te informeren over dezegesprekken en mogelijke beslissingen die hier genomen zijn? Zo nee,waarom niet?AntwoordMet het verslag van deze JBZ-Raad zal uw Kamer nader wordengeïnformeerd over de behandeling van dit agendapunt tijdens deJBZ-Raad. Het onderwerp staat op dit moment als informatiepuntop de agenda van de JBZ-Raad. De verwachting is echter dat eenaantal landen toch het woord zal nemen gelet op de urgentie vande ontwikkelingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de JBZ-Raad van 6 en 7 maart 2025 en deoverige stukken op de agenda. Deze leden maken van de gelegenheidgebruik om nog enkele vragen te stellen over de geannoteerde agendavan de JBZ-Raad en de Raadsconclusies inzake bestrijding van bedrei-gingen wapens en pyrotechnische artikelen.Binnenlandse Zaken; Staat van het SchengengebiedDe leden van de CDA-fractie zijn het met de Minister eens dat de afgiftevan visa aan personen met de Russische nationaliteit terughoudend en inlijn met de daartoe opgestelde richtsnoeren moet gebeuren. Toch wijst deSchengenbarometer erop dat het aantal personen met de Russischenationaliteit dat op basis van visa in de EU verblijft, is toegenomen.Daarom vragen de leden van de CDA-fractie of de Minister van mening isdat er aanvullende maatregelen nodig zijn vanuit de EU om de motie-VanCampen/Boswijk (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2179) uit te voeren.AntwoordHet antwoord op deze vraag treft uw Kamer aan in de beant-woording van het schriftelijk overleg bij het asiel- en migratiege-deelte van deze JBZ-Raad.Justitie; De rechtsstaat als pijler voor democratie in EuropaDe leden van de CDA-fractie zijn het met de Minister eens dat Nederlandzich in moet zetten voor het uitdragen van de EU als waardengemeen-schap. Ook constateren deze leden dat EU-voorzitter Polen de link met deinternationale ontwikkelingen niet schroomt wanneer het benoemt datook buiten Europa antirechtsstatelijke opvattingen voet aan de grondTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93411 hebben gekregen. Daarom vragen de leden van de CDA-fractie of deMinister de intentie heeft om zich ook op een soortgelijke manier uit tespreken over de antirechtsstatelijke opvattingen die sinds kort in depraktijk zichtbaar zijn in onder andere de Verenigde Staten.AntwoordHet kabinet onderschrijft het belang van de EU als waardenge-meenschap en blijft zich inzetten voor de bevordering van derechtsstaat en democratische waarden wereldwijd. Zo blijft hetkabinet zich bijvoorbeeld inspannen om de (gevolgen van de)sancties gericht op het Internationaal Strafhof te mitigeren, eninitieert daarover ook overleg met EU-lidstaten.Russische agressie tegen Oekraïne: strijd tegen straffeloosheidDe leden van de CDA-fractie zijn het met de Minister eens dat Nederlandzich in moet zetten voor de oprichting van een tribunaal voor devervolging van het misdrijf van agressie en voor de oprichting van deClaimcommissie om zo een stap te zetten richting een volledig compensa-tiemechanisme. Deze leden vragen of de Minister de zorgen deelt dat eenmogelijke deal tussen de Amerikaanse president Trump en de Russischepresident Poetin de mogelijkheden voor het tot stand komen en functio-neren van het tribunaal en het compensatiemechanisme voor Oekraïnekan belemmeren.AntwoordVoor de oprichting en het goed functioneren van een speciaaltribunaal voor het misdrijf agressie en het compensatiemecha-nisme is het van belang dat het op brede politieke en financiëlesteun kan rekenen. Steun van de VS voor het tribunaal encompensatiemechanisme is dan ook wenselijk, maar zoals bijandere internationale organisaties is gebleken, hoeft hetontbreken van actieve steun vanuit de VS niet aan de oprichtingof het functioneren van het tribunaal of compensatiemechanismein de weg te staan.Raadsconclusies inzake bestrijding van bedreigingen wapens en pyrotech-nische artikelen – oproep tot aanscherpen en beter naleven regels zwaarvuurwerkDe leden van de CDA-fractie zijn het met de Minister eens dat het vangroot belang is dat de regels omtrent zwaar vuurwerk worden aange-scherpt en beter worden nageleefd binnen de EU, om zo het gebruik ervandoor criminelen te bestrijden. Deze leden vragen of er voor de Neder-landse lobbyinzet voldoende steun is onder de andere lidstaten en of deMinister kansen ziet om via EU-wetgeving ook een eventueel Nederlandsbrede vuurwerkverbod beter handhaafbaar te maken.AntwoordZoals reeds uitvoerig is besproken tijdens de debatten over dejaarwisseling en het initiatiefwetsvoorstel voor een algeheelvuurwerkverbod van 28 januari en 19 februari, maakt de Ministervan Justitie en Veiligheid zich samen met de Staatssecretaris vanInfrastructuur en Waterstaat sterk voor aanvullende maatregelenop EU niveau. Dit heeft onder andere geleid tot een studie van deEuropese Commissie over dit onderwerp en de conceptraadscon-clusies waarnaar wordt verwezen. De komende maanden zullengesprekken worden gevoerd met collega Ministers en deEuropese Commissie. Daaruit zal blijken of er voldoende steun isom tot afspraken op EU niveau te komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93412 Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben de agenda voor de JBZ-Raad van 6 en7 maart 2025 gelezen. Deze leden hebben hier nog een aantal vragen over.De leden van de SP-fractie constateren dat het Poolse voorzitterschap meteen nieuw voorstel is gekomen ten aanzien van de CSAM-verordening diein een impasse verkeert. Daarbij wil het de verplichte detectie mogelijkschrappen, maar de verordening wel permanent maken. Kan de Ministeringaan op recente ontwikkelingen op het vlak van de CSAM-verordening,waarbij het Poolse Raadsvoorzitterschap een gewijzigd voorstel heeftgeagendeerd (Raadsdocument 5352/25) waaruit het detectiebevelverwijderd is, en waar de tijdelijke verordening die momenteel vrijwilligedetectie door techbedrijven toestaat, geïncorporeerd wordt in deCSAM-verordening? Deelt de Minister de zorg dat de blokkerendeminderheid, waar Nederland deel van uitmaakt, enigszins wankel is,omdat het uit Duitsland bestaat dat net nieuwe verkiezingen heeft gehaden Polen dat de huidig voorzitter is en daarmee meer terughoudend? Hoeweegt de Minister de recente kritiek van kinderrechtenorganisaties, dathet voorstel ondertussen uit dusdanig veel compromissen bestaat dat het«amper de status quo handhaaft»?AntwoordHet is niet mogelijk om vooruit te lopen op een eventueel nieuwstandpunt van een specifieke lidstaat. Wel is duidelijk dat hetkrachtenveld opnieuw gefragmenteerd is en dat een aantallidstaten zich kritisch heeft uitgelaten over het nieuwecompromisvoorstel.Het recente voorstel van het Voorzitterschap bevat zowel eenbeperking als een verruiming. Waar de mogelijkheid tot verplichtedetectie van CSAM volledig is geschrapt, wordt tegelijkertijdgezocht naar manieren om detectie langs andere wegen mogelijkte maken. Een van de voorstellen is om vrijwillige detectiepermanent mogelijk te maken. Vrijwillige detectie is momenteelal toegestaan op basis van een tijdelijke uitzondering op deePrivacy-richtlijn, zoals vastgelegd in Verordening (EU)2021/1232. Deze uitzondering maakt het voor aanbieders vanonline communicatiediensten mogelijk om vrijwillig materiaalvan seksueel kindermisbruik op hun platforms op te sporen, temelden en te verwijderen, ondanks de strikte privacyregels dienormaliter gelden onder de ePrivacy-richtlijn.Het voorstel wordt op dit moment bestudeerd. De zorgen diedoor kinderrechtenorganisaties zijn geuit, worden hierbijzorgvuldig meegewogen. Daarbij blijft het belangrijk om testreven naar een evenwichtige benadering, waarbij debescherming van kinderen wordt gewaarborgd en tegelijkertijdfundamentele rechten, zoals privacy, worden gerespecteerd.De leden van de SP-fractie vinden het positief dat de gesprekken over hetaan banden leggen van zwaar vuurwerk wederom op de Europese agendastaan. Deze leden zien een verbod op Europees zwaar vuurwerk als eenvan de belangrijkste stappen om vuurwerkongevallen in Nederland teverminderen. Te lezen valt dat de concepttekst onder meer oproept tot hetaanscherpen en beter naleven van regels omtrent (illegaal) zwaarvuurwerk. Echter gaat het wel om Raadsconclusies die nog altijd minderbindend zijn dan een richtlijn. Ook is het voor deze leden niet helder watde verwachte politieke verhoudingen hieromtrent zijn. Verwacht deMinister dat er een kans is dat het Europees verbod op zwaar vuurwerkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93413 ook in de EU-interne veiligheidsstrategie een rol kan spelen? Is deMinister bereid hier zich voor in te zetten? Welke verwachtingen zijn erwat betreft de politieke verhoudingen? Kan de Minister hierbij ookspecifiek ingaan op de Nederlandse buurlanden Duitsland en België, waarhet meeste illegale vuurwerk nu vandaan komt? Zegt dit ook iets over dewelwillendheid van Polen om maatregelen te nemen, aangezien het dehuidig voorzitter is?AntwoordHet is een positieve ontwikkeling dat het Poolse Voorzitterschapzich inzet voor Raadsconclusies op het terrein van vuurwerk. Ditkan gezien worden als een resultaat van de inspanningen dieNederland levert om vuurwerk op de Europese agenda te krijgen.Over de politieke verhoudingen ten aanzien van de Raadscon-clusies is momenteel niet veel bekend, omdat de lidstaten noggeen formeel standpunt hebben ingenomen op ministerieelniveau. De Minister van Justitie en Veiligheid zal het onderwerpdan ook bilateraal blijven bespreken met zijn collega’s. Daartoebehoren ook de buurlanden. Daarnaast zet de Minister vanJustitie en Veiligheid samen met de Staatssecretaris van Infra-structuur en Waterstaat in om aanvullende eisen en maatregelenin de Pyrorichtlijn op te nemen die momenteel geëvalueerdwordt. De uitkomsten van de evaluatie zullen later dit jaarbekend worden. De verwachting is dat de Europese Commissie in2025 beslist over een eventuele herziening van de Pyrorichtlijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 93414

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e7f48a45b20f1ca5

14 okt 2026 · 03fd43c6bd2d00af

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.