KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voorjaarsnota 2025

18 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6480e3fa9a86c9ba · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 725Voorjaarsnota 2025Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËNOntvangen 18 april 2025 INHOUDSOPGAVEVoorwoord2Visuele samenvatting41Inleiding en samenvatting besluitvorming62Economisch beeld103Uitgaven133.1Besluitvorming en ontwikkeling uitgavenkader133.2Horizontale ontwikkeling per begrotingshoofdstuk233.3Internationale veiligheid253.4Energie- en klimaatbesluitvorming283.5Herstel- en Veerkrachtplan283.6Medeoverheden294Inkomsten314.1Inkomstenkader314.2Inkomstenraming445Overheidssaldo en schuld475.1Ontwikkeling overheidssaldo en schuld475.2Toelichting saldoraming Financiën486Naar een meer realistische begroting496.1Expertgroep realistisch ramen496.2Kasschuiven en onderuitputting506.3Aanvullende onderuitputting517Informatievoorziening52B(lage 1 – Budgettaire kerngegevens53B(lage 2 – Verticale toelichting54Algemene Zaken en De Koning54 kst-36725-1ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 11 Buitenlandse Zaken (inclusief BHO)58Justitie en Veiligheid70Binnenlandse Zaken en Koninkr(ksrelaties inclusief Staten-Generaal, Hoge Colleges van Staat, Koninkr(ksrelaties enBES-fonds77Onderw(s, Cultuur en Wetenschap92Financiën103Defensie (inclusief Defensiematerieelbegrotingsfonds)114Infrastructuur en Waterstaat (inclusief Mobiliteitsfonds enDeltafonds)124Economische Zaken (inclusief Nationaal Groeifonds)135Landbouw, Visser(, Voedselzekerheid en Natuur141Sociale Zekerheid150Zorg174Asiel en Migratie192Volkshuisvesting en Ruimtel(ke Ordening196Klimaat en Groene Groei (inclusief Klimaatfonds)204Gemeentefonds en Provinciefonds (inclusief accres)212Pr(sb(stelling219Arbeidsvoorwaarden221Aanvullende Post222B(lage 3 – Groningen232B(lage 4 – Toeslagen Herstel236B(lage 5 – Defensie koppeling 2% bbp238B(lage 6 – Accres Gemeentefonds en Provinciefonds242B(lage 7 – Belasting - en premieontvangsten246B(lage 8 – Fiscale sleuteltabel248B(lage 9 – Opmerkel(ke belastingconstructies251B(lage 10 – Vermogensverdeling in beeld272B(lage 11 – Investeringen netbeheerders276 VOORWOORDDe eerste Voorjaarsnota van dit kabinet verschijnt in een tijd waarin hetinternationaal onrustig is. De voortdurende oorlog in Oekraïne, verschui-vende geopolitieke verhoudingen en de invoering van handelstarievenraken de Nederlandse veiligheidsbelangen en economie. Deze ontwikke-lingen leiden tot onvoorspelbaarheid en risico’s voor de Nederlandseeconomie en overheidsfinanciën. Tegelijkertijd zien we al langer dat deNederlandse economie met hardnekkig hoge inflatie te maken heeft.Hoewel de koopkracht in de meest recente ramingen op peil blijft, ligt deinflatie al langere tijd hoger dan het gemiddelde in de eurozone.In die context van internationale onzekerheid en hoge inflatie, kiest hetkabinet ervoor om vast te houden aan het trendmatig begrotingsbeleid alsanker voor de overheidsfinanciën. Sturen op kaders is hiervan eenfundamenteel onderdeel. Het beheersen van de overheidsfinanciën zorgtervoor dat rekeningen niet doorgeschoven worden en voorkomt datdaardoor belastingen in de toekomst stijgen. Door deze traditie vantrendmatig begroten was Nederland in staat om bij eerdere schokken,zoals corona en de energiecrisis, de gevolgen voor burgers en bedrijvente helpen opvangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 12 De hoge inflatie is een extra reden hier aan vast te houden. Voor inflatiezijn het monetair beleid van de centrale bank, het begrotingsbeleid van deoverheid en de economische structuur in een land belangrijk. De EuropeseCentrale Bank richt zich echter op de eurozone als geheel, terwijl deNederlandse inflatie hoger is dan in de rest van de eurozone. Dat maakthet monetaire beleid op dit moment mogelijk minder passend voorNederland. In deze tijd van hoge inflatie, kiest het kabinet ervoor om debtw-verhoging op cultuur, media en sport geheel te schrappen en debelasting op de energierekening te verlagen.De Expertgroep realistisch ramen wijst er terecht op dat de laatste jarenveel geplande uitgaven niet werden gerealiseerd door bijvoorbeeldarbeidsmarktkrapte. Het kabinet heeft door onder andere kasschuiven, hetinboeken van aanvullende onderuitputting en het afschaffen vanuitzonderingen op de eindejaarsmarge eerder ingezet op het realistischermaken van begrotingen. In deze Voorjaarsnota zijn opnieuw stappen gezetom uitgaven op de departementale begrotingen in een realistischer ritmete plaatsen.In deze Voorjaarsnota dekt het kabinet tegenvallers en zitten investeringenen ombuigingen. Zo zijn tegenvallers op onder meer asiel, deEU-afdrachten en de arbeidsongeschiktheid (WIA) verwerkt. Het kabinetinvesteert in defensie (1,2 miljard euro structureel) en weerbaarheid enschrapt de bezuiniging in 2026 op kinderopvang voor werkenden.Daarnaast wordt de huurtoeslag verhoogd en krijgen gemeenten dekomende jaren extra geld. De Nedersaksenlijn en een aantal andereprioritaire infrastructuurprojecten in Noord-Nederland worden gereali-seerd, gedekt uit de reservering voor de Lelylijn. Om tekorten niet verderop te laten lopen, moeten ook keuzes worden gemaakt. Het kabinet kiestvoor ingrepen in de sociale zekerheid via de WW en het kindgebondenbudget, in de kosten voor geneesmiddelen en het beheersbaar maken vanjeugdzorg. Daar bovenop wordt rijksbreed een rem gezet op de groei vande overheidsuitgaven door het deels inhouden van de prijsbijstelling. Perdepartementale begroting zijn deze mutaties nader gespecificeerd in deverticale toelichting (bijlage 2).Door de genomen maatregelen ligt er hiermee een pakket waarbij hetbegrotingstekort en de staatsschuld dalen ten opzichte van de Miljoe-nennota en waarbij het inkomsten- en uitgavenkader sluiten. Dit is eenbelangrijke stap in het herstellen van de begrotingsdiscipline na eenaantal uitzonderlijke jaren met corona en de energiecrisis.De Minister van Financiën,E. HeinenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 13 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 14 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 15 1 INLEIDING EN SAMENVATTING BESLUITVORMING Deze eerste Voorjaarsnota van het kabinet Schoof presenteerteen update van de begroting van 2025 en de daaropvolgendejaren. Met de Voorjaarsnota informeert het kabinet het parlement over devoorjaarsbesluitvorming over de uitgaven en inkomsten van het Rijk. Hetkabinet voert trendmatig begrotingsbeleid, wat houvast biedt voorNederlandse burgers en bedrijven. Stabiel beleid betekent dat Neder-landers weten waar ze van op aan kunnen en de zekerheid voelen ombeslissingen te kunnen nemen voor de komende jaren. Om dit tewaarborgen, stuurt het kabinet op de uitgaven- en inkomstenkaders die bijde start van de regeerperiode zijn afgesproken.Wereldwijde ontwikkelingen brengen risico’s voor de Neder-landse economie met zich mee. De invoertarieven die de VS hebbenaangekondigd en ingevoerd, hebben een negatieve impact op dewereldhandel en de economie. Ook de bedreiging van de veiligheidvanwege de Russische agressieoorlog in Oekraïne raakt onze welvaart. Deonzekerheid in de wereld kent een prijs, en een open economie zoals dievan Nederland kan hierdoor hard worden geraakt. Het kabinet baseert zichop de meest recente ramingen van het CPB. Deze ramingen zijn in februariopgesteld en gaan nog uit van een economische groei van 1,9% in 2025en 1,5% in 2026. Volgens deze ramingen stijgt ook de koopkracht en daaltde armoede tot en met 2028. Dit is ook in lijn met de doelen van hetkabinetsbeleid. Tegelijkertijd zijn de onzekerheden groot en vormen derecente ontwikkelingen geen onderdeel van deze ramingen. Deonzekerheid onderstreept het belang van het trendmatig begrotingsbeleidzodat bij economische neergang niet meteen hoeft te worden bezuinigd.Realistisch begroten blijft een prioriteit voor het kabinet. Deafgelopen jaren is gebleken dat het EMU-saldo positiever uitviel dan ineerste instantie begroot. Dat kwam onder meer omdat een deel van debegrote middelen niet tot besteding kwam in het geplande jaar. Historischhoge kasschuiven en onderuitputting waren het gevolg. De Expertgroeprealistisch ramen heeft verschillende aanbevelingen gedaan om deramingen te verbeteren. Het kabinet heeft alle aanbevelingen overge-nomen en werkt aan verbetering van de ramingen.1 Voor 2025 en 2026 zijnin deze Voorjaarsnota voor respectievelijk 2,1 en 7 miljard euro aankasschuiven verwerkt. Deze uitgaven komen in latere jaren tot bestedingen belasten dan het saldo. De stand van de overheidsfinanciën anno 2025is goed, maar het saldo en de schuld zullen in de toekomst verslechterendoor met name de vergrijzende samenleving.Samenvatting besluitvormingHet kabinet houdt vast aan trendmatig begroten, wat bijdraagtaan stabiel en voorspelbaar beleid. Als onderdeel hiervan zijn mee- entegenvallers aan de inkomsten- en uitgavenkant dit voorjaar integraalgewogen en voorzien van budgettaire dekking, onder meer door inzet vande prijsbijstelling. Dit betekent dat de ministeries niet volledig wordengecompenseerd voor prijsontwikkelingen. Het kabinet handhaaft hetuitgavenkader, en draagt daarmee bij aan een solide en gezonderijksbegroting. Dit is van groot belang voor Nederlandse burgers enondernemers. Tevens voorkomen we hiermee dat rekeningen wordendoorgeschoven naar volgende generaties. Door de maatregelen blijven1Kabinetsreactie rapport Expertgroep realistisch ramen | Publicatie | rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 16 het overheidstekort en de schuld in de komende jaren, ook in 2026, binnende Europese referentiewaarden.2Met het oog op de internationale ontwikkelingen en de inflatieheeft het kabinet een aantal aanvullende maatregelen genomen.De besluitvorming van deze Voorjaarsnota wordt gepresenteerd inhoofdstuk 3 (uitgaven) en hoofdstuk 4 (inkomsten). In onderstaandetabellen worden de belangrijkste maatregelen voor de uitgaven en deinkomsten samengevat.Tabel 1 Samenvatting besluitvorming uitgaven(in miljarden euro, + is hogere uitgaven)202520262027202820292030Uitgavenkader bij Miljoenennota 2025427,0455,0476,9494,2512,70,0Kasschuiven– 2,0– 7,12,81,71,1– 1,3Nominale ontwikkeling, WW en bijstand en overigekadercorrecties1,02,32,92,31,41,0Uitgavenkader bij Voorjaarsnota 2025425,8449,9482,1498,0515,0537,7Defensie0,00,20,30,91,11,2JenV: weerbaarheid0,00,00,10,10,10,1Gemeenten/jeugd en volume accres0,41,41,40,10,10,3Schrappen huurverhoging 2025 en 2026– 0,1– 0,4– 0,5– 0,5– 0,5– 0,5Investeren sociale huur0,00,30,40,40,00,0Verhogen huurtoeslag (boodschappenbonus)0,10,90,00,00,00,0Infrastructuur Nedersaksenlijn (cum. 1.912 mln.)0,00,00,00,00,00,0Infrastructuur vrijval Lelylijn0,00,00,00,0– 0,2– 0,2Infrastructuur overig0,0– 1,01,00,00,00,1Stikstof0,20,40,00,00,00,0Backpay weduwen KNIL-militairen en ambtenaren0,10,00,00,00,00,0Hervorming WW (inclusief besparingsverlies)0,00,00,20,1– 0,2– 0,2Schrappen bezuiniging kinderopvang0,00,10,20,20,30,3Compensatie middengroep en flankerende beleidkinderopvang0,00,30,81,00,50,2Realistische ingangsdatum KOT0,0– 0,6– 2,2– 1,9– 0,3– 0,2Uitfaseren onderwijskansenregeling0,00,0– 0,1– 0,2– 0,2– 0,2OCTAS (struc. 197 mln.)0,00,00,00,00,00,0BNI-koppeling ODA0,00,00,00,10,10,1VWS: invulling bij- en nascholing MSZ-personeel0,00,00,20,20,20,2VWS: pakketmaatregelen geneesmiddelen0,00,0– 0,1– 0,1– 0,1– 0,1VWS: uitvoeringsinformatie– 0,3– 0,8– 0,6– 0,6– 0,6– 0,6VWS: overig0,00,40,20,10,20,1SZW: uitvoeringsinformatie inclusief WIA maatrege-len0,30,51,21,01,01,0SZW: afromen Envelop groepen in de knel0,00,00,00,0– 0,2– 0,2SZW: overige maatregelen (inclusief WKB)– 0,2– 0,1– 0,3– 0,3– 0,3– 0,4EU-afdrachten0,11,00,30,60,60,6Asiel0,90,60,50,70,40,4Mee- en tegenvallers VRO (voornamelijk huurtoe-slag)– 0,3– 0,3– 0,3– 0,3– 0,3– 0,3Groningen schade en versterken0,0– 0,10,40,00,3– 0,2Generieke maatregelen– 0,7– 1,1– 1,4– 1,6– 1,7– 1,7Overig– 0,1– 0,60,10,20,40,2Aanvullende onderuitputting– 0,7– 1,5– 1,5– 0,70,00,0Totale uitgavenontwikkeling binnen het kader425,5449,6482,5497,4515,7537,7Over/onderschrijding uitgavenkader bij Voorjaars-nota 2025– 0,3– 0,30,4– 0,50,80,0Oekraine-uitgaven buiten het kader1,2– 0,52,81,20,10,0 Het kabinet presenteert een gedekt pakket van maatregelen. Aande uitgavenkant van het begroting trekt het kabinet extra geld uit voorDefensie (oplopend tot 1,2 miljard euro in 2030). Op het terrein vanJustitie en Veiligheid maakt het kabinet extra middelen vrij voorweerbaarheid. Verder wordt de bezuiniging op de kinderopvang geschrapten komt er geld beschikbaar voor het corrigeren van foutief vastgesteldeWIA-uitkeringen. Om opvolging te geven aan de aanbevelingen uit deOnafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel2De Europese begrotingsregels schrijven voor dat het EMU-saldo en de EMU-schuld binnen dereferentiewaarden moeten blijven (respectievelijk – 3% en 60% van het bbp).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 17 (OCTAS) zijn middelen beschikbaar gesteld. Op SZW-terrein staat daartegenover dat de WW-duur per 1 januari 2027 met 6 maanden wordtverkort, conform het hoofdlijnenakkoord (HLA). Een realistische invoervan het nieuwe financieringsstelsel voor de kinderopvang leidt totincidentele vrijval van middelen. Daarbij wordt de vergoeding voormiddengroepen de komende jaren stapsgewijs verhoogd. Verder wordthet kindgebonden budget (WKB) sneller afgebouwd voor de hogereinkomens. Voor gemeenten worden middelen gereserveerd om destijgende kosten van Jeugdzorg op te vangen, terwijl voor de langeretermijn maatregelen worden genomen om de regelingen meerbeheersbaar te maken en de kosten te beperken. De sociale huren wordentwee jaar bevroren. Ter compensatie van de terugvallende huurinkomstendoor de huurbevriezing wordt geld gereserveerd voor intensiveringen inde sociale huur. In 2026 wordt de huurtoeslag eenmalig verhoogd omhuishoudens te ondersteunen voor de gestegen kosten van levenson-derhoud. Er wordt een eenmalige reservering van 50 miljoen eurogetroffen ten behoeve van de backpay voor weduwen van voormaligKNIL-militairen en ambtenaren in Nederlands-Indië. De onderw(skansen-regeling in het voortgezet onderwijs wordt uitgefaseerd. Tot slot komt er600 miljoen extra beschikbaar voor het stikstofdossier en wordt uit demiddelen voor de Lelylijn in totaal 2,5 miljard euro (over langere periode)vrijgemaakt voor verschillende andere infrastructuurprojecten, waaronderde Nedersaksenl(n.Met deze besluitvorming respecteert het kabinet het uitgaven-kader, conform de begrotingsafspraken in het HLA. Het totaal aanbesluitvorming op de uitgaven is te zien in tabel 1. Alle nieuwe uitgavenen tegenvallers op generale dossiers, zoals asiel en EU-afdrachten, zijngedekt met maatregelen en meevallers. Zoals afgesproken in het HLA isde dekking deels gevonden door de loon- en prijsbijstelling bij departe-menten deels in te houden. Ook hebben verschillende departementendekkingsmaatregelen genomen voor hun eigen begroting. Verder heefthet kabinet nieuwe stappen gezet om het kasritme van uitgaven op debegroting realistischer te maken. Hiermee geeft het kabinet opvolging aande adviezen van de Expertgroep realistisch ramen. Voor deze kasschuivenheeft het kabinet het uitgavenkader gecorrigeerd. Tot slot is, zoals eerderbekendgemaakt, extra geld vrijgemaakt voor het onverminderd steunenvan Oekraïne. Zoals afgesproken in het HLA vallen deze middelen buitenhet uitgavenkader.Tabel 2 Samenvatting besluitvorming inkomstenStanden in € mln. (+ = saldoverbe-terend)202520262027202820292030strucBtw cultuur, media en sportSchrappen btw verhoging op cultuur,media en sport– 1.326– 1.326– 1.326– 1.326– 1.326– 1.326Beperkt toepassen van de tabelcor-rectiefactor1.3361.3361.3361.3361.3361.336Stelpost fiscale regelingen enconstructiesStelpost fiscale regelingen enconstructies– 259– 259– 259– 259– 259– 259Aanpakken constructie «vleugjezuivel» in alcoholvrije dranken3636363636Aanpakken schenk- en erfbelastingconstructie estate planningstools inhuwelijksvermogensrecht344444Beperkt toepassen van de tabelcor-rectiefactor126126126126126126Box 3Uitstel WWR inclusief niet voorinvul-len eigen gebruik190– 189– 2.381Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 18 Standen in € mln. (+ = saldoverbe-terend)202520262027202820292030strucDekking d.m.v. verhoging forfaitinclusief verlagen heffingsvrijevermogen in 2026 en 20271.2671.267Overige besluitvormingVerhoging arbeidsongeschiktheids-premies225225225225225225Verlagen energiebelasting huishou-dens– 200– 200– 200Overige besluitvorming voorjaar– 13– 13– 1– 2– 241Herijkingen3641181042920Overige ontwikkelingen– 9626263647132Technische maatregelen Belasting-plan 2026– 9– 11– 19– 22– 24– 24– 24Totaal stand inkomstenkader1951.006– 1.149– 46155198271 Met dit pakket aan maatregelen sluit het inkomstenkader over degehele kabinetsperiode. Dit is in lijn met het trendmatig begrotings-beleid. De som van alle beleidsmatige mutaties over 2025–2028 komt uitop 6 miljoen euro. Het sluiten van het inkomstenkader zorgt voorstabiliteit van de lastendruk voor huishoudens en bedr(ven en helpt b(het beheersen van de overheidsfinanciën.Het kabinet draait de voorgestelde verhoging van het btw-tariefop cultuur, media en sport terug. De Kamer had met de motie Van D(kc.s. gevraagd om een alternatieve invulling. Dit levert een structurelederving op van 1,3 miljard euro vanaf 2026 (tabel 2). Als dekking wordtongeveer de helft van de reguliere inflatiecompensatie binnen deinkomstenbelasting (via de tabelcorrectiefactor), per 1 januari 2026 niettoegekend. Dit betekent dat de belastingsch(ven en heffingskortingenbinnen de inkomstenbelasting beperkt worden gecompenseerd voorhogere inflatie.Daarnaast verlaagt het kabinet de energiebelasting voor huishoudens met200 miljoen euro vanaf 2026, waarmee het tegemoetkomt aan zorgen overde energiekosten voor burgers. Verder wordt een fiscale regelinggeïntroduceerd om medewerkersparticipaties voor startups en scale-upste stimuleren en wordt het toeslagpartnerschap vereenvoudigd.Er is rekening gehouden met het effect van de besluitvorming opde inflatie. Het schrappen van de btw-verhoging op cultuur, media ensport leidt tot een afname van de inflatie in 2026. Het effect van debudgettaire dekking via de beperking van de tabelcorrectiefactor leidt naarverwachting tot een kleiner effect op de inflatie, omdat een btw-verhogingdirect doorwerkt in prijzen, maar een verhoging van directe belastingenslechts indirect.3 Het aanpakken van de belastingconstructie «vleugjezuivel» binnen de verbruiksbelasting op non-alcoholische dranken heefteen verwaarloosbaar effect op de inflatie. Door een klein beetje zuivel toete voegen aan frisdrank of vruchtensappen is het nu nog mogelijk dedranken onder de uitzondering voor zuivel- en sojadranken te brengen enzo de heffing te omzeilen. In deze Voorjaarsnota wordt deze constructieaangepakt. Ook de rest van de inkomstenmaatregelen waartoe isbesloten, heeft geen noemenswaardige effecten op de inflatie. Demaatregelen uit deze Voorjaarsnota op de huren zorgen tot slot voorbeperking van de inflatie via de prijsontwikkeling van de huisvesting.Conform de motie Grinwis is hierover gerapporteerd.43Zie ook DNB (2025). Het effect van begrotingsbeleid op inflatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 19 Tabel 3 Verticale toelichting EMU-saldo en totale schuld202520262027202820292030EMU-saldo Miljoenennota 2025– 2,8%– 3,7%– 2,4%– 2,4%– 2,5%Belasting- en premieinkomsten0,3%0,5%0,5%0,6%0,8%Kadercorrecties inclusief nominale ontwikkeling– 0,1%– 0,2%– 0,2%– 0,2%– 0,1%Voorjaarsbesluitvorming exclusief kasschuiven0,0%0,1%0,0%0,0%0,0%Kasschuiven0,2%0,6%– 0,2%– 0,1%– 0,1%Overig– 0,2%– 0,2%– 0,2%– 0,1%0,0%EMU-saldo Voorjaarsnota 2025– 2,6%– 3,0%– 2,6%– 2,1%– 1,9%– 2,2%Schuld Voorjaarsnota 202545,2%47,8%48,7%49,2%49,5%50,0% De hogere economische groei leidt door middel van hogerebelastinginkomsten tot verbetering van het EMU-saldo. Als gevolgvan de hogere loon- en prijsontwikkeling uit het Centraal Economisch Plan(CEP) stijgen de uitgaven en dit verslechtert het verwachte saldo(nominale ontwikkeling). De voorjaarsbesluitvorming heeft vanwege desluitende kaders nauwelijks een effect op het EMU-saldo. Het kabinetheeft daarnaast inspanningen gedaan om de begrotingen in een realisti-scher kasritme te plaatsen. Dit leidt in 2025 en 2026 tot verbeteringen vanhet EMU-saldo, in latere jaren zullen deze middelen alsnog uitgegevenworden en dan het saldo belasten. In de post overig zijn de uitgavenef-fecten buiten het uitgavenkader zichtbaar, zoals bijvoorbeeld de extramiddelen voor de steun aan Oekraïne.LeeswijzerDe Voorjaarsnota is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken.Hoofdstuk 2 begint met het huidige economisch beeld. Hoofdstuk 3 gaatin op de besluitvorming aan de uitgavenkant, hoofdstuk 4 presenteert deinkomstenkant met een overzicht van de belasting- en premie-inkomsten.Vervolgens geeft hoofdstuk 5 de actuele ramingen voor het EMU-saldo ende EMU-schuld. Hoofdstuk 6 gaat in op de stappen die het kabinet zetrichting een meer realistische begroting. Tot slot beschrijft hoofdstuk 7 deontwikkelingen in de informatievoorziening aan het parlement.Deze Voorjaarsnota heeft elf bijlagen. Bijlage 1 geeft een overzichtvan de budgettaire kerngegevens. Bijlage 2 bevat de verticale toelichting.Dit is een cijfermatig overzicht voor iedere begroting van budgettaireveranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de Miljoenennota 2025.Bijlage 3 bevat een overzicht van de dossiers rond de schade- enversterkingsoperatie in Groningen. Bijlage 4 geeft een overzicht van deuitgaven rondom Toeslagen Herstel. In b(lage 5 wordt de koppeling vande defensie-uitgaven aan 2% van het nominale bbp toegelicht. Vervolgensbevat bijlage 6 de accrestranches voor het Gemeente- en Provinciefonds.Bijlage 7 bevat een nadere toelichting op de belasting- en premieont-vangsten. Bijlage 8 toont de fiscale sleuteltabel. Bijlage 9 gaat in opopmerkelijke belastingconstructies. Bijlage 10 toont een overzicht van devermogensverdeling in Nederland. Tot slot geeft bijlage 11 inzicht in deinvesteringen van netbeheerders.2 ECONOMISCH BEELD De grilligheid van het Amerikaanse beleid rondom invoerhef-fingen creëert onzekerheid over de economische vooruitzichten.Door de Amerikaanse invoerheffingen worden producten uit hetbuitenland duurder voor de Verenigde Staten (VS), zowel voor consu-menten als voor producenten die onderdelen uit het buitenland4Zie Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotings-staat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2025 | Tweede Kamer der Staten-Generaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 110 gebruiken. Bovenal heeft het grillige verloop van de hoogte van deinvoerheffingen geleid tot onzekerheid in de economie. Producentenweten niet met welke kosten ze rekeningen moeten houden en stellendaardoor mogelijk investeringen uit. Consumenten bouwen hogerebuffers op en stellen consumptie mogelijk uit. Hierdoor vertraagt deeconomische groei. Onzekerheid uit zich ook in onrustige koersbewe-gingen op de financiële markten. De afname van onzekerheid vereist nietalleen het terugdraaien van de invoerheffingen, maar ook herstel van hetvertrouwen in stabiel economisch beleid. Daardoor is onzekerheid in deeconomie een hardnekkig verschijnsel.In aanloop naar de aankondiging van de Amerikaanse invoerhef-fingen op 2 april 2025 steeg de onzekerheid naar een hoogtepunt.De Economic Policy Uncertainty Index meet de onzekerheid ten aanzienvan beleid in de samenleving, onder andere aan de hand van kranten-koppen en verwachtingen van professionals. In maart 2025 bereikte deindex het hoogste punt sinds de coronapandemie (figuur 1).Box: doorrekeningen effecten handelstarievenIn diverse doorgerekende scenario’s kan het bbp-verlies voorNederland in 2026 oplopen tot 1,6% (tabel 4). De verschillen inhet geraamde effect zijn onder andere afhankelijk van de heffingendie de VS opleggen en de reactie van de EU en de rest van dewereld. Hierbij geldt dat het effect op het bbp op de korte termijndrie tot vijf keer groter is dan op de lange termijn, omdat handels-stromen en productie zich over tijd aanpassen. Als er vanuit wordtgegaan dat handelsbalansen niet veranderen en dat er geenstructureel effect is op de productiviteit, is het structurele effect ophet bbp beperkt. Zo komt het CPB op de lange termijn, wanneerhandelsstromen en productie zich hebben aangepast, op een effectvan 0,0%. De raming van DNB bevindt zich aan de bovenkant van demarge, met een bbp-verlies op de korte termijn van 1,6%. Tabel 4geeft een overzicht van de doorgerekende scenario’s. Op 1 meipubliceert het CPB een doorrekening van de gevolgen vaninvoertarieven.Tabel 4 Effect op bbp (korte en langer termijn) en inflatie, %-afwijking t.o.v. basispad (cumulatief)bbp 2026bbp struc.PRIJSPEIL 2026Heffing t.a.v. EUCPB (nov 24)n.v.t.~0,0%n.v.t.10% op goederen,100% op voertui-genDNB (dec 24)– 1,6%n.v.t.+0,8%10% op goederenSwank (feb 26)n.v.t.– 1,5%+0,4%25% op goederenFiguur 3 Economic Policy Uncertainty Index VSTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 111 bbp 2026bbp struc.PRIJSPEIL 2026Heffing t.a.v. EURabobank (mrt 25)– 0,7%n.v.t.+0,4%25% op goederenOESO (mrt 25)**– 0,2%n.v.t.+0,7%10% op alleniet-grondstofgoederen Onze economie steunt op openheid, sterke instituties en markt-werking. Dit vormt de basis voor groei en zorgt dat we welvaart hebbenom te verdelen. Vrijhandel leidt onder de streep tot hogere welvaart, vialagere prijzen voor consumenten, kansen voor exporteurs en toegang totkritieke grondstoffen. De EU is essentieel voor de Nederlandse welvaart.Het is met afstand onze belangrijkste handelspartner. Volgens het IMF zijnhandelsbarrières binnen de EU vergelijkbaar met tarieven van 45% voorhandel in goederen en 110% voor handel in diensten.5 Dat onderstreepthet belang van het versterken van de interne markt en de verdieping vande kapitaalmarktunie.De ontwikkelingen op het wereldtoneel vergroten de neerwaartserisico’s bij het economisch beeld van het CPB uit februari. In datbeeld groeit de economie de komende jaren verder, na de terugkeer vande economische groei in 2024. Voor 2025 raamt het CPB een economischegroei van 1,9% en voor 2026 een groei van 1,5%. Figuur 4 laat deeconomische groei en een uitsplitsing naar de bestedingscomponentenvan het bbp zien. De groei in 2025 en 2026 wordt naar verwachting breedgedragen door deze bestedingscomponenten. In 2025 leveren deinvesteringen weer een positieve bijdrage aan de economische groei. Nakrimp in 2023 en stagnatie in 2024 groeit de uitvoer weer in 2025. Deuitvoer groeit mee met een stijging van de relevante wereldhandel en hetwereld-bbp. Ook de overheidsconsumptie stijgt, onder andere doorhogere zorg- en defensie-uitgaven.De toenemende consumptie van huishoudens levert de belang-rijkste bijdrage aan de economische groei. Doordat de loongroeihoger ligt dan de inflatie, stijgt de koopkracht zowel in 2025 als 2026. Ditkan worden verklaard door de inhaalgroei van de lonen op de inflatie vande afgelopen jaren en de krapte op de arbeidsmarkt. De inflatie zet de5Zie IMF (2024). Regional economic outlook for Europe October 2024.Figuur 4 Economische groei en groeibijdragen bestedingscomponentenBron: CPBTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 112 dalende lijn die in 2023 en 2024 is ingezet komende jaren door. Naarverwachting komt de inflatie in 2025 uit op 3,2% en 2,6% in 2026.De werkloosheid neemt de komende jaren iets toe. Het CPBverwacht 3,8% werkloosheid in 2025 en 4,0% in 2026. Dit blijft in historischperspectief laag. De werkgelegenheid neemt verder toe, maar de groeineemt iets af. Waar de werkgelegenheid in 2024 nog groeide met 0,6%,komt de groei in 2025 en 2026 uit op 0,3%. De stijging van dewerkloosheid komt doordat de stijging van de werkgelegenheid destijging van het arbeidsaanbod niet bijhoudt, vooral in 2026. Daarmeeneemt de krapte op de arbeidsmarkt iets af.Op langere termijn voorziet het CPB een hoger bbp dan eerder.Het CPB heeft het structureel arbeidsaanbod omhoog bijgesteld. Dat komtdoor hogere nieuwe inschattingen van de ontwikkeling van de participa-tiegraad. Dit geldt met name voor mensen rond de pensioenleeftijd enjongeren. Hierdoor valt de werkgelegenheid op middellange termijn hogeruit, wat voor een hoger bbp zorgt. Tegelijkertijd blijft het beeld dat deeconomische groei in de komende acht jaar vertraagt.3 UITGAVEN 3.1 Besluitvorming en ontwikkeling uitgavenkader De voorjaarsbesluitvorming heeft geleid tot een evenwichtig pakket aanmaatregelen, waarbij de financiële afspraken gerespecteerd worden. Inhet HLA is afgesproken hoeveel er mag worden uitgegeven; hetzogenoemde uitgavenkader. Hogere uitgaven die onder het kader vallenmoeten gedekt worden door lagere uitgaven elders op de begroting. Doormiddel van een kadertoets worden de budgettaire gevolgen van debesluitvorming inzichtelijk gemaakt. Daarbij wordt getoetst of het pakketaan maatregelen binnen het afgesproken uitgavenkader past. Met hetpakket aan maatregelen in deze Voorjaarsnota sluit het uitgavenkaderbinnen de begrotingshorizon. De kadertoets van de uitgaven is weerge-geven in onderstaande tabel. Onder de tabel worden de maatregelenafzonderlijk toegelicht.Tabel 5 Kadertoets uitgaven(in miljarden euro, min = onderschrijding)2025202620272028202920301Uitgavenkader bij Miljoenennota 2025427,0455,0476,9494,2512,7Aanpassingen van het uitgavenkader naaraanleiding van:2Nominale ontwikkeling0,81,92,41,80,90,23WW en bijstand– 0,4– 0,5– 0,6– 0,7– 0,6– 0,54Kasschuiven– 2,0– 7,12,81,71,1– 1,35Bijstelling prijs accres (Gemeenten enProvincies)0,50,60,70,81,01,16Overige kadercorrecties0,20,30,30,30,20,27Uitgavenkader bij Voorjaarsnota 2025425,8449,9482,1498,0515,0537,7*Kaderrelevante uitgaven:Generale dossiers0,61,20,81,31,31,48EU-afdrachten0,11,00,30,60,60,69Gasbaten0,60,00,40,30,20,210Bijstelling volume accres (Gemeenten enProvincies)0,00,00,10,10,10,311Rente studiefinanciering0,00,1– 0,10,00,00,012Boetes en Transacties– 0,1– 0,1– 0,1– 0,1– 0,1– 0,113Dividenden– 0,10,0– 0,10,00,00,014Defensie 2%0,00,20,30,40,40,4Asiel0,90,60,50,70,40,415Opvang0,80,40,00,00,00,016IND0,00,10,50,60,40,417Dwangsommen0,00,10,00,00,00,018Wetsvoorstellen asiel0,10,10,10,10,10,1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 113 (in miljarden euro, min = onderschrijding)202520262027202820292030VWS– 0,3– 0,4– 0,3– 0,3– 0,3– 0,319Uitvoeringsinformatie VWS– 0,3– 0,8– 0,6– 0,6– 0,6– 0,620Invulling bij- en nascholing MSZ-personeel0,00,00,20,20,20,221Pallas0,10,00,10,10,10,122Covid-vaccinatie0,00,10,00,00,00,023Uitstel vervanging abonnementstariefWmo0,00,20,00,00,00,024Backpay weduwen KNIL-militairen enambtenaren0,10,00,00,00,00,025Pakketmaatregelen geneesmiddelen0,00,0– 0,1– 0,1– 0,1– 0,126Overig VWS0,00,10,10,00,00,0SZW0,10,2– 0,10,20,80,527Uitvoeringsinformatie SZW (a.o. WIA, ZWen KOT)0,30,31,00,80,80,728WIA onvermijdelijke (herstel)maatregelen0,00,20,20,20,20,229Realistische ingangsdatum KOT0,0– 0,6– 2,2– 1,9– 0,3– 0,230Compensatie middengroep en flankerendbeleid kinderopvang0,00,30,81,00,50,231Steiler afbouwen recht op WKB (extraknikpunt)0,00,0– 0,3– 0,3– 0,3– 0,332Hervorming Werkloosheidswet0,00,00,20,1– 0,2– 0,233Schrappen bezuiniging kinderopvang0,00,10,20,20,30,334OCTAS (struc. 197 mln.)0,00,00,00,00,00,035Afromen Envelop Groepen in de knel0,00,00,00,0– 0,2– 0,236Overig SZW– 0,20,00,00,00,0– 0,1Gemeenten/Jeugd0,41,31,30,00,00,037Gemeenten/Jeugd extra middelen0,41,31,30,80,80,838Gemeenten/Jeugd maatregelen0,00,00,0– 0,8– 0,8– 0,8Huren– 0,10,8– 0,1– 0,1– 0,5– 0,539Schrappen huurverhoging 2025 en 2026– 0,1– 0,4– 0,5– 0,5– 0,5– 0,540Investeren sociale huur0,00,30,40,40,00,041Verhogen huurtoeslag (boodschappenbo-nus)0,10,90,00,00,00,0Infrastructuur0,0– 1,01,00,0– 0,2– 0,242Nedersaksenlijn (cum. 1.912 mln.)0,00,00,00,00,00,043Sluis kornwerderzand (cum. 375 mln.)0,00,00,00,00,00,044N36 (cum. 115 mln.)0,00,00,00,00,00,045Flessenhals Meppel (cum. 100 mln.)0,00,00,00,00,00,046Anders inzetten reservering Lelylijn0,00,00,00,0– 0,2– 0,247Fasering infrastructuur0,0– 1,01,00,00,00,0Stikstof0,20,00,00,00,20,248Stikstof0,20,40,00,00,00,049Fasering middelen stikstof AP0,0– 0,40,00,00,20,2Overig Rijk– 1,5– 2,1– 1,2– 0,60,70,250Herstel en Veerkrachtplan– 0,20,10,00,00,00,051Mee- en tegenvallers VRO (voornamelijkhuurtoeslag)– 0,3– 0,3– 0,3– 0,3– 0,3– 0,352Groningen schade en versterken0,0– 0,10,40,00,3– 0,253BNI-koppeling ODA0,00,00,00,10,10,154Actualisatie EU-toerekening ODA– 0,1– 0,1– 0,1– 0,1– 0,1– 0,155Additionele intensivering Defensie0,00,00,10,50,70,756Subsidietaakstelling EZ0,00,00,00,00,00,057JenV: weerbaarheid0,00,00,10,10,10,158Dekking Klimaatfonds0,0– 0,2– 0,2– 0,20,00,059Uitfaseren onderwijskansenregeling0,00,0– 0,1– 0,2– 0,2– 0,260Eindejaarsmarge2,60,00,00,00,00,061Invulling taakstelling eindejaarsmarge1,40,00,00,00,00,062In=uittaakstelling– 4,00,00,00,00,00,063Aanvullende onderuitputting– 0,7– 1,5– 1,5– 0,70,00,064Overig– 0,2– 0,10,30,20,10,0Generieke maatregelen– 0,7– 1,1– 1,4– 1,6– 1,7– 1,765Inhouden prijsbijstelling– 0,6– 0,4– 0,6– 0,7– 0,7– 0,766Inhouden incidentele loonontwikkeling0,00,00,00,0– 0,1– 0,167Inhouden externe inhuur tranche 2025 en2026– 0,1– 0,2– 0,2– 0,2– 0,2– 0,268Omzetten loon- en prijsbijstelling0,0– 0,4– 0,7– 0,7– 0,7– 0,769Reguliere uitgaven bij Voorjaarsnota 2025425,5449,6482,5497,4515,7537,770Over/onderschrijding uitgavenkader bijVoorjaarsnota 2025– 0,3– 0,30,4– 0,50,80,0Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 114 Aanpassingen van het uitgavenkader2. Nominale ontwikkeling Op basis van actuele macro-economische inzichten uit het CEP van hetCPB z(n de ramingen voor ontwikkeling van de lonen en pr(zen opwaartsbijgesteld.3. WW en bijstand De verwachte uitgaven aan de Werkloosheidswet (WW) en bijstand zijnbijgesteld op basis van de meest recente CPB-raming en realisatiecijfers.Mutaties van uitgaven aan de WW en bijstand, die niet het gevolg zijn vanbeleid, worden conform begrotingsregels met een kadercorrectieverwerkt.4. Kasschuiven In deze Voorjaarsnota z(n opnieuw stappen gezet om de begrotingrealistischer te maken. Met kasschuiven is per saldo 2,0 miljard euro in2025 en 7,1 miljard euro in 2026 naar latere jaren geschoven. Hiervoorwordt het kader gecorrigeerd en geeft het kabinet invulling aan deaanbevelingen van de Expertgroep realistisch ramen. In paragraaf 6 wordtuitgebreider ingegaan op realistisch ramen.5. Bijstelling prijs accres (Gemeenten en Provincies) Op basis van de CEP-raming van het CPB is het accres naar bovenbijgesteld. De jaarlijkse bijstelling van het Gemeente-en Provinciefondsheet het accres. Het accres is sinds 2024 gekoppeld aan de ontwikkelingvan het bbp. Deze post betreft het prijsdeel.6. Overige kadercorrecties Deze post bestaat uit een aantal kleinere kadercorrecties, bijvoorbeelddoor het afschaffen van het criterium samengestelde gezinnen enamendementen bij de begrotingsbehandelingen van OCW.Generale dossiers8. EU-afdrachten De EU-afdrachten z(n naar boven b(gesteld als gevolg van diverseeffecten, waaronder de bronnenrevisie door het CBS en een positievereraming van de economische groei. Daarnaast z(n ook de afdrachten vande invoerrechten en de perceptiekostenvergoeding opwaarts b(gesteld.9. Gasbaten Ten opzichte van de vorige raming is het dividend EBN neerwaartsbijgesteld. Dit is onder andere het gevolg van prijsontwikkelingen op degasmarkt, die doorwerken op de ontvangsten Mijnbouwwet. Daarnaast iser sprake van een lichte afname van de verwachte gaswinning en eenverslechtering van de toekomstige financiële resultaten uit olie- engasactiviteiten door hogere kosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 115 10. Bijstelling volume accres (Gemeenten en Provincies) Op basis van de CEP-raming van het CPB is het accres naar bovenbijgesteld. De jaarlijkse bijstelling van het gemeente-en provinciefondsheet het accres. Het accres is sinds 2024 gekoppeld aan de ontwikkelingvan het bbp. Dit betreft het volumedeel.11. Rente studiefinanciering De ontvangen rente op studiefinanciering is neerwaarts bijgesteldvanwege minder uitstaande studieschulden.12. Boetes en Transacties De raming voor ontvangsten uit boetes en transacties wordt op basis vanrealisaties opwaarts bijgesteld.13. Dividenden De dividendraming van de niet-financiële staatsdeelnemingen wordtopwaarts bijgesteld.14. Defensie 2% In het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Dit geldt voor zowel prijs als volume. In hetCEP 2025 is het volume van het bbp meer gegroeid dan eerder geraamd.Om de defensie-uitgaven op 2% van het bbp te houden, zijn aanvullendemiddelen beschikbaar gesteld.Asiel15. Opvang De kosten voor de opvang van asielzoekers voor 2025 en 2026 wordenbijgesteld op basis van het mediaanscenario van de meest recenteMeerjaren Productie Prognose (MPP). Het betreft vooral middelen voorhet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), inclusief de meerkostenvoor crisisnoodopvang. Ook betreft het de effecten van de MPP voor derechtspraak, de rechtsbijstand, Stichting NIDOS (voor de opvang vanalleenstaande minderjarige vluchtelingen), Identificatie en Registratie ende Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV).16. IND Het budget voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordtopgehoogd om personeel te behouden die de asielaanvragen volgend uitde MPP en de bestaande voorraad verwerken. Het gaat structureel om374 miljoen euro.17. Dwangsommen De IND moet in 2025 en 2026 dwangsommen betalen aan asielzoekerswaarvan de asielaanvraag niet binnen de wettelijke beslistermijn wordtafgehandeld. Op basis van de realisatie van 2024 wordt het budgetbijgesteld in 2025 en in 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 116 18. Wetsvoorstellen asiel Er volgen vanuit de asielwetgeving, waaronder het tweestatusstelsel,budgettaire consequenties voor onder andere de IND en rechtspraak. Dezeworden deels gedekt uit de reservering van 50 miljoen euro op deAanvullende Post. Er zijn aanvullend middelen nodig voor de implemen-tatie.VWS19. Uitvoeringsinformatie VWS Op basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut en de Nza zijn deWlz en de Zvw-uitgaven geactualiseerd.20. Invulling bij- en nascholing MSZ-personeel Een deel van de structurele onderuitputting van de wijkverpleging wordtingezet als alternatieve invulling van de taakstelling voor b(- ennascholing MSZ-personeel.21. Pallas De kosten van de Pallas-reactor vallen hoger uit. De stijging komt metname door hogere kosten die volgen uit het detailontwerp, langeredoorlooptijd, hogere indirecte kosten en prijsstijgingen van materialen enarbeid.22. Covid-vaccinatie Dit betreft de kosten voor het eenmalig verlengen van de Covid-vaccinatiecampagne in 2026.23. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Als gevolg van vertraging van het wetsvoorstel vervanging abonnements-tarief Wmo is er een incidenteel besparingsverlies in 2026.24. Backpay weduwen KNIL-militairen en ambtenaren Er wordt een eenmalige reservering van 50 miljoen euro getroffen tenbehoeve van de backpay voor weduwen van voormalig KNIL-militairen enambtenaren in Nederlands-Indië.25. Pakketmaatregel geneesmiddelen Het kabinet beperkt de aanspraak op zelfzorggeneesmiddelen in deZorgverzekeringswet. Dit zijn betaalbare geneesmiddelen die beschikbaarzijn in de vrije verkoop. Het bedrag is een taakstellende opbrengst, diewordt ingevuld met de verder uit te werken aanpassing van de aanspraak.26. Overig VWS Dit betreft het resterende per saldo beeld op de VWS-begroting. Hetoverige uitvoeringsbeeld laat een structurele meevaller zien van44,1 miljoen euro en een tegenvaller van 67,1 miljoen euro. Er zijn ookmeerdere gedekte intensiveringen toegevoegd op de VWS-begroting(98,4 miljoen euro structureel). Het gaat onder andere om middelen voorde inzet van vrijwilligers in de palliatieve zorg (17 miljoen euro struc-tureel), het alternatief invullen van de apparaatstaakstelling uitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 117 amendement Bontenbal (15 miljoen euro structureel) en aanpassing vande regeling Dienstverlening aan Huis (10,8 miljoen euro). Deze wordenmet name gedekt door de inzet van loonbijstelling (86 miljoen eurostructureel).SZW27. Uitvoeringsinformatie SZW (o.a. WIA, ZW en KOT) Naar aanleiding van de meest recente raming van het CPB en de meestrecente uitvoeringsinformatie van de verschillende uitvoeringsorgani-saties, zijn de regelingen op de SZW-begroting bijgesteld. Hieruit volgteen per saldo tegenvaller. Deze tegenvaller wordt voornamelijk veroor-zaakt door een forse tegenvaller op de Wet werk en inkomen naararbeidsvermogen (WIA) en tegenvallers op de kinderopvangtoeslag (KOT)en de Ziektewet (ZW).28. WIA onvermijdelijke (herstel)maatregelen Voor de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) wordenverschillende onvermijdelijke maatregelen genomen. Een deel van dezemaatregelen zijn herstelacties. De eerste herstelactie betreft het herstellenvan fouten in de vaststelling van de hoogte van het WIA-dagloon in deperiode 2020–2024. Een tweede herstelactie betreft het opvolging gevenaan een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB, uitspraakloonloze tijdvakken). Een derde herstelactie betreft fouten die gemaakt zijnbij de indexatie van WIA-uitkeringen in de periode 2006–2022.Daarnaast worden maatregelen genomen om de druk op UWV bij hetsociaal-medisch beoordelen te verlichten. Dit betreft een vereenvoudigdebeoordeling voor 60-plussers, extra uitvoeringskosten voor het UWV, enhet wettelijk verankeren van het kwijtschelden van voorschotten.29. Realistische ingangsdatum KOT In het HLA is afgesproken om per 2027 een nieuwe financiering vankinderopvang in te voeren. Om een goede overgang te borgen, is beslotenmeer tijd te nemen voor de implementatie van en overgang naar denieuwe financiering. In 2029 gaat de nieuwe financiering in.30. Compensatie middengroep en flankerend beleid kinderopvang Een deel van de besparing die volgt uit de realistische ingangsdatum KOTwordt ingezet om voorafgaand aan het nieuwe financieringsstelsel voorde kinderopvang, een ingroeipad te hanteren. Dit ingroeipad zorgt ervoordat de vergoedingspercentages stijgen en geleidelijk kunnen toegroeiennaar 96% voor alle werkende ouders. Daarnaast worden middelen ingezetom middengroepen en de sector te ondersteunen bij de overgang naarhet nieuwe financieringsstelsel, middels flankerend beleid.31. Steiler afbouwen recht op WKB (extra knikpunt) Met deze maatregel wordt een extra knikpunt ingericht voor het kindge-bonden budget (WKB) voor ouders met een gezamenlijk inkomen vanaf60.000 euro. Voor hen wordt het afbouwpercentage verhoogd, waarmeezij sneller het recht op het kindgebonden budget (WKB) verliezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 118 32. Hervorming Werkloosheidswet In het HLA is afgesproken dat er een besparing plaats zal vinden op deWerkloosheidswet (WW) van 200 miljoen euro per jaar vanaf 2027. Dezebesparing wordt ingevuld met een duurverkorting van de WW van 24 naar18 maanden die ingaat vanaf 1 januari 2027. Omdat de maatregelen pasna 18 maanden een budgettair effect hebben, is er ten opzichte van hetHLA een besparingstekort in 2027 en 2028 en vanaf 2029 en verder eenbesparingsoverschot.33. Schrappen bezuiniging kinderopvang In het HLA is de maatregel genomen om de kinderopvangtoeslag (KOT)niet te indexeren in 2026. Deze bezuiniging wordt teruggedraaid.34. OCTAS (struc. 197 mln.) Om opvolging te geven aan de aanbevelingen uit De OnafhankelijkeCommissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (Octas), wordenmaatregelen uitgewerkt.35. Afromen Envelop Groepen in de knel Ten behoeve van het uitgavenbeeld, wordt een deel van de middelen uitde envelop Groepen in de knel afgeroomd.36. Overig SZW Dit betreft overige intensiveringen en dekking binnen de SZW-begroting.Hieronder vallen onder andere de inzet van loon- en prijsbijstelling en debeleidsmatige vrijval van middelen voor het Lage-Inkomensvoordeel (LIV).Gemeenten/Jeugd37. Gemeenten/Jeugd extra middelen Voor 2025 tot en met 2027 komt circa 3 miljard euro cumulatief voorgemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in hetGemeentefonds. Dit is nader beschreven in paragraaf 3.6 van deVoorjaarsnota.38. Gemeenten/Jeugd maatregelen Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsa-genda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt.Dit is nader beschreven in paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota.Huren39. Schrappen huurverhoging 2025 en 2026 De huren voor sociale huurwoningen worden in 2025 en 2026 bevroren.Dit betekent dat er geen huurverhogingen mogen worden doorgevoerdper 1 juli 2025 tot 1 juli 2027. Deze huurbevriezing werkt ook door inlagere uitgaven voor de huurtoeslag. Structureel wordt er 492 miljoeneuro minder uitgegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 119 40. Investeren sociale huur Ter compensatie van de terugvallende huurinkomsten door de huurbe-vriezing wordt er 270 miljoen euro in 2026 en 405 miljoen euro in 2027 en2028 gereserveerd voor investeringen in de sociale huur.41. Verhogen huurtoeslag (boodschappenbonus) De huurtoeslag wordt incidenteel verhoogd met 1,0 miljard euro.Infrastructuur42. Nedersaksenlijn (cum. 1.912 mln.) Het kabinet heeft besloten om de gereserveerde middelen voor de Lelylijnop de Aanvullende Post in te zetten voor de Nedersaksenlijn en drieandere projecten in noordelijk Nederland. Deze mutatie betreft dereservering voor de Nedersaksenlijn.43. Sluis Kornwerderzand (cum. 375 mln.) Het kabinet heeft besloten om de gereserveerde middelen voor de Lelylijnop de Aanvullende Post in te zetten voor de Nedersaksenlijn en drieandere projecten in noordelijk Nederland. Deze mutatie betreft dereservering uit deze middelen voor het project Sluis Kornwerderzand inFriesland.44. N36 (cum. 115 mln.) Het kabinet heeft besloten om de gereserveerde middelen voor de Lelylijnop de Aanvullende Post in te zetten voor de Nedersaksenlijn en drieandere projecten in noordelijk Nederland. Deze mutatie betreft dereservering uit deze middelen voor het project N36 tussen Almelo enOmmen.45. Flessenhals Meppel (cum. 100 mln.) Het kabinet heeft besloten om de gereserveerde middelen voor de Lelylijnop de Aanvullende Post in te zetten voor de Nedersaksenlijn en drieandere projecten in noordelijk Nederland.46. Anders inzetten reservering Lelylijn Het kabinet heeft besloten om de gereserveerde middelen voor de Lelylijnop de Aanvullende Post in te zetten voor de Nedersaksenlijn en drieandere projecten in noordelijk Nederland.47. Fasering infrastructuur Het kabinet heeft besloten tot fasering van de infrastructuur. Hierdoorwordt er kasbudget van 2026 naar 2027 geschoven.Stikstof48. Stikstof In totaal wordt 600 miljoen euro vrijgemaakt voor de stikstofaanpak in delandbouwsector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 120 49. Fasering middelen stikstof AP In totaal wordt 400 miljoen euro van de stikstofmiddelen op de Aanvul-lende Post uit 2026 geschoven naar 2029 en 2030.Overig Rijk50. Herstel en Veerkrachtplan Er vindt een technische bijstelling plaats. Deze bijstelling (inclusief denegatieve bijstelling in 2024) heeft geen effect op de totale raming van deontvangsten van het HVP.51. Mee- en tegenvallers VRO (voornamelijk huurtoeslag) De uitgaven aan de huurtoeslag zijn lager dan geraamd vooral doorgunstiger inkomensontwikkelingen. Daarnaast zijn er diverse kleineretegenvallers bij onder andere de Nationale Geo Informatie Infrastructuur(NGII), de huurcommissie en de Omgevingswet.52. Groningen schade en versterken Voor Groningen worden jaarlijks bij de Voorjaarsnota zowel de uitgavenen ontvangsten van de schade- en versterkingsraming, als ook de bijdrageaan Energie Beheer Nederland (EBN) geactualiseerd. De bijstelling voorde uitgaven wordt onder meer veroorzaakt door hogere (uitvoerings-)kosten, maar ook door de versterkingsoperatie die naar verwachtinglanger doorloopt.53. BNI-koppeling ODA Het ODA-budget wordt bijgesteld op basis van de verwachting van devolumeontwikkeling van het bruto nationaal inkomen (bni) op basis vanhet CEP. Hiermee is een koppeling van het ODA-budget met de groei vanhet bni hersteld. De middelen voor de koppeling worden onder andereingezet voor migratiepartnerschappen en de Nederlandse bijdrage aan de22e middelenaanvulling van de International Development Association(IDA), onderdeel van de Wereldbank.54. Actualisatie EU-toerekening ODA Het ODA-toerekenbare deel van de EU-afdrachten is geactualiseerd aan dehand van het huidige Nederlandse bni-aandeel, hierdoor zou hetODA-budget stijgen met 61 miljoen euro. Om de ODA-prestatie gelijk tehouden, is dit in mindering gebracht op het ODA-budget.55. Additionele intensivering Defensie Het kabinet investeert structureel 737 miljoen euro extra in Defensie. Dezeintensivering komt bovenop de structurele volumebijstelling van 420miljoen euro die beschikbaar wordt gesteld aan de Defensiebegrotingmiddels de koppeling tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp.56. Subsidietaakstelling EZ Ter dekking van de integrale problematiek wordt er vanaf 2027 eenombuiging van 25 miljoen euro per jaar gedaan op subsidies op debegroting van Economische Zaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 121 57. JenV: Weerbaarheid Om de maatschappelijke weerbaarheid te vergroten wordt vanaf 2027 eenbedrag ter hoogte van 70 miljoen euro beschikbaar gesteld aan hetMinisterie van Justitie en Veiligheid.58. Dekking Klimaatfonds Ter dekking van de integrale problematiek wordt een ombuiging vancumulatief 600 miljoen euro gedaan op het Klimaatfonds.59. Uitfaseren onderwijskansenregeling Met deze maatregel wordt de onderw(skansenregeling in het voortgezetonderwijs opgeheven. Met de onderw(skansenregeling kr(gt een schoolmeer budget op basis van een achterstandsscore op schoolvestigings-niveau van het CBS. Met deze maatregel wordt bekostiging voor scholendie in aanmerking komen voor de onderwijskansenregeling verlaagd.Deze maatregel levert 90 miljoen euro op in 2027 en vanaf 2028 struc-tureel 177 miljoen euro.60. Eindejaarsmarge Departementen kunnen een deel van de middelen die in 2024 niet z(nbesteed via de eindejaarsmarge meenemen naar 2025. In dezeVoorjaarsnota wordt de eindejaarsmarge toegevoegd aan de departe-mentale begrotingen.61. Invulling taakstelling eindejaarsmarge In de Miljoenennota 2025 is afgesproken dat de aanvullende uitgaven aanHerstel Toeslagen voor 1,4 miljard euro gedekt worden uit de eindejaars-marge. Hiervoor is een reservering getroffen op de Aanvullende Post. Detotaal uit te keren eindejaarsmarge is verlaagd met 1,4 miljard euro omdeze reservering op de Aanvullende Post in te vullen.62. In=uittaakstelling Als tegenhanger van de eindejaarsmarge is een in=uittaakstelling geboektop de Aanvullende Post. Het inboeken van een in=uittaakstelling voorkomtdat het uitkeren van de eindejaarsmarge leidt tot belasting van hetuitgavenkader. De gedachte achter de in=uittaakstelling is dat er aan heteinde van dit jaar naar verwachting in ongeveer dezelfde mate als hetvoorgaande jaar sprake zal z(n van onderbesteding op de begrotingen.63. Aanvullende onderuitputting In de komende jaren blijft de onderuitputting naar verwachting hoog.Daarom is er voor 2025 0,7 miljard euro aan aanvullende onderuitputtingingeboekt. Bij de Miljoenennota 2026 zal dit bedrag opnieuw wordenbezien. Voor 2026 en 2027 is 1,5 miljard euro en voor 2028 is 0,7 miljardeuro ingeboekt. Bij de Voorjaarsnota 2026 wordt bezien of dezeverwachting van aanvullende onderuitputting nog actueel is. Indien ditniet het geval is wordt gekeken naar het inhouden van de prijsbijstellingtranche 2026 als alternatieve invulling. In paragraaf 6.3 wordt de aanvul-lende onderuitputting nader toegelicht.64. Overig Deze post bevat overige uitgaven onder het uitgavenkader.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 122 Generieke maatregelen65. Inhouden prijsbijstelling Er wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd. De overige50% wordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.66. Inhouden incidentele loonontwikkeling Het kabinet verlaagt de reservering voor arbeidsvoorwaarden vanaf 2029met 100 miljoen euro door het inhouden van de kabinetsbijdrage voorincidentele loonontwikkeling. Dit wordt ingezet ter dekking van rijksbredeproblematiek.67. Inhouden externe inhuur tranche 2025 en 2026 Het kabinet heeft besloten om de loonbijstelling voor externe inhuur intranche 2025 en 2026 in te houden. Dit levert een besparing op van circa128 miljoen euro in 2025 oplopend naar 171 miljoen euro in 2030 enverder. Dit wordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.68. Omzetten loon- en prijsbijstelling In het hoofdlijnenakkoord is een wettelijke koppeling afgesproken tussende defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Deze geldt voor prijs- envolumeontwikkeling bbp. De eerder getroffen loon- en prijsreservering opbasis van de Loon- en Prijsontwikkelingsystematiek vervalt hierdoor, netals de reservering voor valutaschommelingen.3.2 Horizontale ontwikkeling per begrotingshoofdstuk De totale uitgaven stijgen in 2030 ten opzichte van 2025 met30 miljard euro. Tabel 6 laat per begroting zien hoe de uitgaven op deverschillende beleidsterreinen zich ontwikkelen ten opzichte van elkaar.6Figuur 5 toont per begroting het verschil tussen 2030 en 2025.Tabel 6 Horizontale ontwikkeling per begrotingshoofdstuk (bedragen in miljarden euro)Begroting202520262027202820292030Verschil2030–2025Zorg11411612212412612914Sociale Zekerheid10811011211311611710Gemeentefonds en Provinciefonds(incl. Accres)5050525254577Onderwijs, Cultuur en Wetenschap575456545454– 3Defensie (inclusief Defensiemateri-eelbegrotingsfonds)2124252626265Buitenlandse Zaken (inclusief BHO)1315182021228Justitie en Veiligheid171717171717– 1Infrastructuur en Waterstaat(inclusief Mobiliteitsfonds enDeltafonds)1414171515151Klimaat en Groene Groei (incl.Klimaatfonds)34355646De uitgaven zijn inclusief de niet-belastingontvangsten. De reserveringen uit het Hoofdlijnenak-koord zijn toegerekend aan het beleidsverantwoordelijke departement. Voor een aantalincidentele posten is gecorrigeerd: bij Defensie voor de reservering ter overgang naar eennieuw pensioenstelsel en bij Financiën voor de lening aan TenneT. De begrotingen zijnexclusief de uitgaven aan Oekraïne. De begrotingen van VWS en SZW zijn exclusief derijksbijdragen en de nominale ontwikkeling. De meeste begrotingen zijn geïndexeerd naarprijspeil 2025. De SZW-begroting wordt bij Miljoenennota geïndexeerd naar prijspeil 2025. Deuitgaven voor het Gemeentefonds, het Provinciefonds, Homogene Groep InternationaleSamenwerking en huurtoeslag zijn in lopende prijzen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 123 Begroting202520262027202820292030Verschil2030–2025Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening91099880Financiën (exclusief NationaleSchuld)13810966– 7Economische Zaken (inclusiefNationaal Groeifonds)3334230Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur544344– 1Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties (incl. BES-fonds en HogeColleges van Staat)444333– 2Asiel en Migratie662222– 4Algemene Zaken en De Koning0000000Totaal43744045445645946730 De zorguitgaven groeien jaar-op-jaar door de verwachte loon- enpr(sontwikkelingen en volumefactoren. De belangr(kste oorzakenvan de st(gende uitgaven z(n de vergr(zing, de technologische ontwik-keling, hoger zorggebruik door hogere inkomens, st(gende lonen door dekrappe arbeidsmarkt en de achterbl(vende arbeidsproductiviteit in dezorg. Vanaf 2027 wordt het eigen risico verlaagd naar 165 euro engetrancheerd op 50 euro per behandeling in de medisch-specialistischezorg. Dit leidt tot een stijging van de netto zorguitgaven van 4,1 miljardeuro in 2027 tot 4,6 miljard euro in 2030.De uitgaven voor sociale zekerheid nemen toe met circa10 miljard euro tussen 2025 en 2030. Dit wordt voornamel(kveroorzaakt door de verwachte stijging van de uitgaven aan de AlgemeneOuderdomswet (5,3 miljard euro) als gevolg van de vergrijzing en deverwachte hogere uitgaven aan de Kinderopvangtoeslag (2,6 miljardeuro). Deze hogere uitgaven hangen samen met de voorgenomeninvoering van een nieuw kinderopvangstelsel per 2029.De uitgaven voor Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp nemen toe met circa 8 miljard euro tussen 2025 en2030. Dit wordt deels verklaard door lagere uitgaven in de EU-begroting in2025 en Nederlandse ontvangsten uit het coronaherstelfonds in 2025.Daarnaast is de raming van de EU-afdrachten geactualiseerd op basis vande laatste economische verwachtingen en geldt vanaf 2028 de raming vanhet nieuwe Meerjarige Financiële Kader (MFK).De uitgaven aan Defensie nemen toe met circa 5 miljard eurotussen 2025 en 2030. Dit komt doordat de uitgaven aan Defensie zijngekoppeld aan 2% van het bbp en het kabinet aanvullend structureel0,7 miljard euro beschikbaar stelt.De begroting van het Ministerie van Financiën daalt met 7 miljardeuro. Dat komt door het feit dat de Hersteloperatie Toeslagen een tijdelijkkarakter heeft.De begroting van Asiel en Migratie daalt met ongeveer 4 miljardeuro. Dit komt ten eerste doordat in 2025 en 2026 incidenteel budgetbeschikbaar gesteld is voor de meerkosten van crisisnoodopvang. Tentweede heeft het kabinet in het hoofdlijnenakkoord de al aflopendeuitgaven aan asiel met aanvullend structureel circa 1 miljard euroverlaagd, gekoppeld aan een maatregelenpakket om de asielinstroom forste verlagen. Bij deze Voorjaarsnota stelt het kabinet structureel374 miljoen euro beschikbaar voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst(IND) om asielaanvragen te kunnen blijven afhandelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 124 3.3 Internationale veiligheid 3.3.1 Oekraïne Nederland blijft Oekraïne politiek, militair, financieel en moreelactief en onverminderd steunen in tijd van oorlog, herstel enwederopbouw. Op 24 februari 2025 was het drie jaar geleden datRusland de grootschalige invasie van Oekraïne startte. De oorlog is eenongekende daad van agressie tegen een democratisch Europees land metvresel(ke gevolgen voor alle Oekraïners. Dit is onlosmakelijk verbondenmet de afschrikking van verdere Russische agressie.In internationaal verband ondersteunt het kabinet Oekraïne opmilitair gebied en draagt het kabinet bij aan niet-militaire steun.De totale internationale steun aan Oekraïne wordt gecontinueerd met3,5 miljard euro. Daarnaast zijn niet alle middelen voor militaire enniet-militaire steun in 2024 tot besteding gekomen. Deze worden weertoegevoegd aan de begroting.Militaire en niet-militaire steunHet kabinet heeft besloten om de militaire steun te continuerenmet 3,1 miljard euro op de Defensiebegroting. Dit komt bovenop decirca 10 miljard euro die sinds het uitbreken van de oorlog reedsbeschikbaar is gesteld aan militaire steun. De militaire en geopolitiekeFiguur 5 Verschil begrotingstotaal 2030 ten opzichte van 2025 (Bedragen in miljarden euro)Bron: Ministerie van FinanciënTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 125 ontwikkelingen rondom Oekraïne leiden ertoe dat 2 miljard euro van ditpakket versneld in 2025 wordt geplaatst. Hier worden onder meer dronesvan gekocht, in samenwerking met de Oekraïense industrie.Daarnaast wordt 100 miljoen euro bijgedragen aan het UkraineComprehensive Assistance Package (UCAP). Hieruit wordtniet-dodelijke militaire steun geleverd, zoals brandstof, medischevoorzieningen en winteruitrusting. Deze middelen worden toegevoegdaan de begroting van Buitenlandse Zaken.Tot slot kent het kabinet met deze Voorjaarsnota 252 miljoeneuro in 2026 voor niet-militaire steun aan Oekraïne toe aan debegroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Via dereguliere begrotingsmomenten wordt de invulling van deze middelen aande Kamer voorgelegd. Naast de middelen die in deze Voorjaarsnotaaanvullend zijn toegekend, levert Nederland reeds niet-militaire steun viade Europese Unie (EU) en via internationale financiële instellingen als deWereldbank en het International Monetair Fonds (IMF).Tabel 7 Uitgaven internationale steun OekraïneIn miljoenen euro’s202520262027202820292030Stand Miljoenennota 20253.1222.92432751384–Militaire ondersteuning2.2562.3212251180–Niet-militaire steun86660330534–Mutaties Voorjaarsnota 20252.5554351.101754045Militaire ondersteuning2.5271631.097734040Niet-militaire steun2827242–5Stand Voorjaarsnota 20255.6763.3591.42858812445Militaire ondersteuning4.7832.4841.11958412040Niet-militaire steun893875309445 Binnenlandse regelingenOok in 2025 bl(ft het kabinet zich inzetten voor de opvang vanOekraïense ontheemden en het aanbieden van de juiste voorzie-ningen. Hierb( blijft de focus liggen op het vergroten van participatie enzelfredzaamheid.Voor de uitgavenraming van de binnenlandse regelingen wordtgebruik gemaakt van dezelfde prognose van het aantal Oekra-ïense ontheemden in Nederland als bij Najaarsnota 2024. Dezeraming gaat uit van gemiddeld 133.000 Oekraïense ontheemden in 2025en dat wekel(ks gemiddeld 350 ontheemden meer zullen instromen dande opvang zullen verlaten. Dit is een lagere netto-instroom dan bij deMiljoenennota 2025 gedacht. Dit leidt derhalve tot meevallers bij deopvang voor de jaren 2025 en 2026. De meevallers bij de opvang voor dejaren 2025 en 2026 worden ook veroorzaakt door een verlaging van denormvergoeding voor opvangplekken op basis van het kostprijsonderzoekdat eind 2024 is uitgevoerd. Bij zorg is voor de jaren 2025 en 2026 sprakevan tegenvallers doordat de gemiddelde zorgkosten per ontheemdenhoger zijn dan eerder werd ingeschat. Daarnaast is eenmalig 19 miljoeneuro teruggevorderd op het gebied van voorschoolse educatie ennoodhuisvesting voor Oekraïense leerlingen na afhandeling van deverantwoording over de specifieke uitkering voor deze middelen bijgemeenten.Tot slot raamt het kabinet, vooruitlopend op een mogelijkeverlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) tot4 maart 2027, de uitgaven tot 4 maart 2028. De reden hiervoor is deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 126 Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne waardoor gemeenten tot eenjaar na afloop van de RTB verantwoordelijk blijven voor de opvang. In deMiljoenennota 2025 zijn budgetten opgenomen tot 4 maart 2027. Demogelijke verlenging tot 4 maart 2028 verklaart de tegenvallers vooropvang en zorg in de jaren 2027 en 2028. Deze middelen worden op deAanvullende Post gereserveerd.Tabel 8 Uitgaven binnenlandse regelingen OekraïneIn miljoenen euro’s202520262027202820292030Stand Miljoenennota 20253.9133.8581.168–––Opvang Ontheemden3.6663.7621.168–––Zorg24796––––Onderwijs––––––Mutaties Voorjaarsnota 2025– 1.199– 1.0031.6491.021––Opvang Ontheemden– 1.223– 1.0971.440876––Zorg4394208146––Onderwijs– 19–––––Stand Voorjaarsnota 20252.7152.8552.8171.021––Opvang Ontheemden2.4432.6652.608876––Zorg290190208146––Onderwijs– 19––––– LeveringszekerheidOm de leveringszekerheid van aardgas te versterken heeftEnergie Beheer Nederland (EBN) de afgelopen jaren op aanwijzenvan de Staat gas opgeslagen in de gasberging in Bergermeer. Dezekosten zijn voor de vulseizoenen 2023/2024, 2023/2024 en 2024/2025 alsonderdeel van de maatregelen voor Oekraïne behandeld vanwege deenergiecrisis. Ook voor de vulseizoenen 2025/2026 en 2026/2027 heeft hetkabinet geld vrijgemaakt voor een vulmaatregel, deze uitgaven vallenechter weer regulier onder het uitgavenkader.De kosten voor de vulmaatregelen worden via een opslag op detransporttarieven van Gasunie Transport Services (GTS)doorbelast aan gasgebruikers. De verwachte kosten van de heffing zijnnaar beneden bijgesteld. Daarnaast worden de inkomsten doorgeschovennaar de periode vanaf 2027 omdat de Wet Bestrijden Energieleverings-crisis (WBE) op zijn vroegst per 1 januari 2026 in werking treedt en deheffing pas daarna kan worden geïmplementeerd.Tabel 9 Uitgaven leveringszekerheidIn miljoenen euro’s202520262027202820292030Stand Miljoenennota 2025257– 88– 88– 88– 88–Leveringszekerheid257– 88– 88– 88– 88–Mutaties Voorjaarsnota 2025– 16888666666– 22Leveringszekerheid– 16888666666– 22Stand Voorjaarsnota 202588–– 22– 22– 22– 22Leveringszekerheid88–– 22– 22– 22– 22 3.3.2 NAVO Op 24 en 25 juni 2025 is Nederland gastland van de NAVO-top. Deadditionele uitgaven voor de NAVO-top 2025 komen vooralsnog uit op183,4 miljoen euro. Een deel hiervan (76,8 miljoen euro) komt uit hetHGIS-budget. Wegens noodzakelijke veiligheidsmaatregelen is dit hogerdan opgenomen in de Voorjaarsnota 2024, aangezien deze uitgaven toennog niet konden worden ingeschat. De totale uitgaven worden gedaanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 127 vanuit de begrotingen van JenV (81,7 miljoen euro), BZ (53 miljoen euro),Defensie (42,6 miljoen euro) en IenW (6,1 miljoen euro).In het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen dedefensie-uitgaven en minimaal 2% van het Nederlandse bbp.Daarnaast investeert het kabinet aanvullend reekstructureel 0,7 miljardeuro in Defensie. De volgende tabel toont de standen van de defensie-uitgaven en corresponderende percentages bbp in- en exclusief militairesteun aan Oekraïne.Tabel 10 Nominale defensie-uitgaven en percentage bbp1In miljoenen euro’s202520262027202820292030Totaal Defensie-uitgaven (excl. OEK)21.37324.95326.57328.07729.20529.795%-bbp (excl. OEK)1,79%2,00%2,05%2,08%2,09%2,05%Totaal Defensie-uitgaven (incl. OEK)26.14527.53227.92128.66229.32529.835%-bbp (incl. OEK)2,19%2,21%2,15%2,12%2,09%2,06%1 Nominale defensie-uitgaven zijn inclusief budgetten op begrotingen van andere ministeries die worden meegerekend in de NAVO-norm en de prijs-reservering op de Aanvullende Post. 3.4 Energie- en klimaatbesluitvorming Binnen het kabinet is een pakket met energie- en klimaatmaatre-gelen, om de doelen voor energie en klimaat binnen bereik tebrengen, tot stand gekomen. De Minister van Klimaat en Groene Groeiinformeert de Kamer voor 1 mei nader over dit pakket. De maatregelenpassen binnen de bestaande middelen op de Rijksbegroting. Budgettaireverwerking en autorisatie door de Kamer zal op een later momentplaatsvinden. Pas na die autorisatie zullen de uitgaven daadwerkelijkplaats kunnen vinden.3.5 Herstel- en Veerkrachtplan Door middel van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) maaktNederland aanspraak op 5,4 miljard euro aan middelen uit deEuropese Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF). Het HVP is eenr(ksbreed programma met hervormingen en investeringen.7 De HVF is zoopgebouwd dat uitbetaling conditioneel is aan het behalen van hervor-mingen en investeringen. De middelen worden in v(f tranches uitgekeerdals de vastgelegde m(lpalen en doelstellingen z(n behaald.In 2024 zijn de eerste twee (van in totaal vijf) betaalverzoekeningediend met in totaal een waarde van 2,5 miljard euro. Heteerste betaalverzoek is in september 2024 uitbetaald. Het tweedebetaalverzoek is inmiddels positief beoordeeld door de EuropeseCommissie en de Raad. Nederland verwacht de uitbetaling voor de zomervan 2025. Om ook de volgende betaalverzoeken in te kunnen dienen is hetvan belang dat alle investeringen en hervormingen tijdig kunnen wordenbehaald. Voor deze investeringen en hervormingen is onder andere eenspoedige implementatie van een aantal wetgevingstrajecten van belang.Het gaat hier om de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting, de WetBasisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) en de WetVerduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR).Voor een spoedige implementatie van het HVP is een tijdige parlementairebehandeling van deze wetgevingstrajecten van belang.7Nederlands Herstel- en Veerkrachtplan | Herstel- en Veerkrachtplan | rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 128 Als mijlpalen en doelstellingen niet worden gehaald of behaaldemijlpalen en doelstellingen worden teruggedraaid, leidt dit toteen korting op grond van een kortingsmethodologie.8 Dezemethodologie is opgesteld door de Europese Commissie en is in lijn metde rol die lidstaten hebben voorzien voor de Europese Commissie om toete zien op de naleving van de plannen. De methodologie sluit ook aan bijde Nederlandse inzet om een prikkel voor hervormingen mee te gevenaan lidstaten. Deze korting kan oplopen tot 600 miljoen euro per niet(volledig en t(dig) behaalde m(lpaal of doelstelling. Een eventuele kortingleidt tot een tegenvaller op de rijksbegroting. Het kabinet is aanhoudendgemotiveerd om samen het r(ksbrede programma van hervormingen eninvesteringen in het Nederlandse HVP volledig uit te voeren. Op dezemanier kan het kabinet de volledige 5,4 miljard euro aan EU-middeleninzetten voor belangr(ke investeringen in Nederland. Zoals afgesprokenzal de Tweede Kamer over de implementatie van het HVP wordengeïnformeerd b( het indienen van een betaalverzoek en ieder voorjaar ennajaar over de algemene voortgang.3.6 Medeoverheden De afgelopen maanden hebben het Rijk en medeoverhedenintensieve gesprekken gevoerd om invulling te geven aan onzegezamenlijke verantwoordelijkheid. Jeugdzorg en de financiëlesituatie van gemeenten zijn daarbij nadrukkelijk onderwerp van gesprekgeweest met gemeenten.Het kabinet zet in op goede en beheersbare jeugdzorg en eengezonde financiële positie voor gemeenten. Voor 2025 tot en met2027 komt daarom in totaal circa 3 miljard euro cumulatief beschikbaarvoor jeugdzorg en gemeenten (zie tabel 11), waarvan ook middelen voorde terugval in 2026 in het Gemeentefonds. Verder worden de maatregelenuit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt op inhoud en beheersbaarheiden vanaf 2028 worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. Hieroverworden met gemeenten afspraken gemaakt, waarbij ook wordt verwachtdat zij werken aan een adequate en doelmatige uitvoering van deJeugdwet. In figuur 6 staat weergegeven hoe het Gemeentefonds(nominaal, dus inclusief accres) zich ontwikkelt de komende jaren.Tabel 11 Reeks Gemeenten/JeugdIn miljoenen euro’s (– is saldoverbeterend)202520262027202820292030Reeks Gemeenten/Jeugd4141.3121.283– 9– 731. w.v. Demping terugval gemeentefonds 2026–4004224124144242. wv. Tekorten voor rekening rijk4144144144144144143. wv. Groeipad maatregelen HA–498447–––4. wv. Eigen bijdrage Jeugdzorg–––– 260– 260– 2605. wv. Sturen op trajectduur jeugdzorg–––– 68– 68– 686. wv. Indexeren opbrengst hervormingsagenda–––– 507– 507– 507 1. Demping terugval gemeentefonds 2026Er wordt structureel 424 miljoen euro beschikbaar gesteld voor deterugval in het Gemeentefonds vanaf 2026.2. Tekorten voor rekening rijkDe deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in hetbudget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk engemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn 414 miljoen euro.8Kamerstuk II 21 501-07 nr. 1970Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 129 3. Groeipad maatregelen HervormingsagendaHet ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagendawordt verzacht. De volledige besparing van de Hervormingsagendawordt in 2028 gerealiseerd.4. Eigen bijdrage jeugdzorgEr wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari2028. De maatregel moet 260 miljoen euro opleveren.5. Sturen op trajectduur jeugdzorgRijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe webeter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet 68 miljoeneuro opleveren vanaf 2028.6. Indexeren opbrengst hervormingsagendaDe besparingsopgave van de Hervormingsagenda is in prijs- envolumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronder-stellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen.Hiernaast werken Rijk en de VNG door aan nieuwe financiëlearrangementen voor Jeugdzorg en de Wet maatschappelijkeondersteuning die (beter) aansluiten bij de (financieel) bestuur-lijke verhoudingen en meer duidelijkheid en voorspelbaarheidvoor beide partijen bieden. In afwachting van deze uitwerking is voorWmo bij Voorjaarsnota 2024 een reeks van jaarlijks 75 miljoen eurooplopend naar 300 miljoen euro in 2029 gereserveerd voor aanvullendeindexatie voor demografie/vergrijzing. Het kabinet voegt hier voor 2030een extra tranche van 75 miljoen euro aan toe. Voor 2030 is daarmee nu375 miljoen euro gereserveerd, structureel.Tot slot worden in de Voorjaarsnota ook andere mutaties gedaandie medeoverheden raken. Deze staan toegelicht in de verticaletoelichting bij begrotingshoofdstukken 50 en 51 (gemeente- enprovinciefonds).Figuur 6 Ontwikkeling gemeentefonds inclusief accresBron: Ministerie van FinanciënTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 130 4 INKOMSTEN 4.1 Inkomstenkader BesluitvormingHet inkomstenkader zorgt voor stabiliteit van de lastendruk voorhuishoudens en bedr(ven en helpt b( het beheersen van deoverheidsfinanciën. De manier om dit te doen is het compenseren vanbeleidsaanpassingen met gevolgen voor de inkomsten van het R(k. Deonderstaande tabel bevat een overzicht van de besluitvorming over dederving die aan de inkomstenkant is ontstaan sinds de Miljoenennota2025 en de dekking daarvan.Het kabinet draait de voorgestelde verhoging van het btw-tariefop cultuur, media en sport terug. De Kamer had met de motie Van Dijkc.s. gevraagd om een alternatieve invulling. Dit levert een structurelederving op van 1,3 miljard euro vanaf 2026. Als dekking wordt ongeveerde helft van de reguliere inflatiecompensatie binnen de inkomstenbe-lasting (via de tabelcorrectiefactor) per 1 januari 2026 niet toegekend. Ditbetekent dat de belastingsch(ven en heffingskortingen binnen deinkomstenbelasting beperkt worden gecompenseerd voor hogere inflatie.De energiebelasting voor huishoudens wordt verlaagd. Debelastingvermindering binnen de energiebelasting is een vast bedrag perelektriciteitsaansluiting dat ongeacht de hoeveelheid verbruikte energie inmindering wordt gebracht op de energierekening. Deze belastingvermin-dering wordt in 2026, 2027 en 2028 voor met 200 miljoen euro verhoogd.In 2026 bedraagt de belastingvermindering hierdoor 529,10 euro.Het kabinet geeft binnen box 3 definitief invulling aan de dekkingvoor de budgettaire derving door Hoge Raad-arresten uit juni2024 en het jaar uitstel van de Wet werkel(k rendement. Conformde Kamerbrief uit december 2024 bestaat deze invulling uit een hogerforfait voor overige bezittingen (stijging van 1,78%-punt per 2026) en eenverlaging van het heffingsvr(e vermogen (naar 51.396 euro). Hetforfaitaire rendement voor overige bezittingen stijgt doordat vanaf 2026ook huurinkomsten en voordelen als gevolg van eigen gebruik wordenmeegerekend. Het definitieve heffingsvrije vermogen wordt vastgesteldop basis van de cMEV-raming van het CPB in augustus.Het kabinet introduceert een fiscale regeling om medewerkers-participaties voor startups en scale-ups te stimuleren. Dezeregeling biedt medewerkers van innovatieve startups en scale-ups eenlagere belastingheffing in box 1, met als doel om innovatieve bedrijven enhet aantrekken van talent te stimuleren. De lagere heffing wordt zovormgegeven dat de grondslag van het inkomen uit aandelenopties wordtversmald tot 65%. Daardoor is het effectieve tarief ongeveer gelijk aan watde heffing zou zijn als de aandelenopties in box 2 zouden zijn belast. Degrondslagversmalling wordt vormgegeven in de loonheffing. De dekkingbestaat uit de afschaffing van de meewerkaftrek en de stakingsaftrek.Het toeslagpartnerschap wordt vereenvoudigd door hetafschaffen van het criterium samengestelde gezinnen per 2027.Toeslagpartnerschap is één van de grootste knelpunten in het huidigetoeslagenstelsel, zowel voor burgers als voor de uitvoeringsorganisaties.Het partnerbegrip is onduidelijk en sluit niet altijd goed aan op de situatievan mensen. Hierdoor ontstaan nu onwenselijke toeslagenpartner-schappen, zoals bij mantelzorgers, mensen die tijdelijk een familielid ofvriend in huis nemen, of mensen die gaan samenwonen (woningdelers)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 131 omdat zij geen eigen woning kunnen betalen. De regel dat mensentoeslagpartner worden als zij samenwonen met één andere volwasseneen er daarnaast een minderjarig kind van één van beiden op het adres isingeschreven, wordt om deze reden afgeschaft. Dit wordt gedekt door hetverlagen van de vermogensgrenzen in het kindgebonden budget en dezorgtoeslag tot 113.000 euro (alleenstaanden) en 150.000 (partners).Tabel 12 Inkomstenkader Voorjaarsnota 2025Standen in € mln. (+ =saldoverbeterend)202520262027202820292030strucBtw cultuur, media ensport1Schrappen btw verhogingop cultuur, media en sport– 1.326– 1.326– 1.326– 1.326– 1.326– 1.3262Beperkt toepassen van detabelcorrectiefactor1.3361.3361.3361.3361.3361.336Stelpost fiscale regelingenen constructies3Stelpost fiscale regelingenen constructies– 259– 259– 259– 259– 259– 2594Aanpakken constructie«vleugje zuivel» inalcoholvrije dranken36363636365Aanpakken schenk- enerfbelasting constructieestate planningstools inhuwelijksvermogensrecht3444446Beperkt toepassen van detabelcorrectiefactor126126126126126126Box 37Uitstel WWR inclusief nietvoorinvullen eigen gebruik190– 189– 238108Dekking d.m.v. verhogingforfait inclusief verlagenheffingsvrije vermogen in2026 en 20271.2671.2670Overige besluitvormingvoorjaar 20259Verhoging arbeidsonge-schiktheidspremies22522522522522522510Verlagen energiebelastinghuishoudens– 200– 200– 20000011Invoeren fiscale regelingwerknemersopties voorstartups en scale-ups– 20– 20,6– 21,2– 21,8– 2512Stakingsaftrek 75%versoberen en in 2030afschaffen141414191913Meewerkaftrek 75%versoberen en in 2030afschaffen5557714Aanpassen samenvoegbe-paling arbeidskorting oversociale zekerheidsuitkerin-gen343333333215Kadercorrectie: middelenvoor sociale advocatuuren sociaal domein, naaraanleiding van samen-voegbepaling arbeidskor-ting– 34– 33– 33– 33– 3216Uitstel pensioen bedragineens– 13– 13017Verlagen lage Aof-premie– 130– 165018Verhogen hoge Aof-premie130165019Laten vervallen criteriumsamengestelde gezinnenbinnen de zorgtoeslag– 1,5– 18– 18– 18– 18– 1820Verlagen vermogensgrensbinnen de zorgtoeslag56270747070Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 132 Standen in € mln. (+ =saldoverbeterend)202520262027202820292030struc21Kadercorrectie voordekking vervallensamengestelde gezinnenbinnen het WKB viaverlagen vermogensgrenszorgtoeslag– 4– 44– 52– 56– 52– 5222Zorgpremie-ontwikkelingdoor Zvw-uitgaven– 542– 524– 491– 492– 492– 49223Doorwerking ontwikkelingzorgpremies op zorgtoe-slag1021009595959524Compensatie zorgpremiesvia tarief eerste en tweedesch(f IB (voor deelburgers)26425323723723723725Compensatie zorgpremiesvia Aof (voor deelbedr(ven)176170160160160160Herijkingen26Tijdelijke tariefkortingmotorrijtuigenbelasting(mrb)36381571261727Aanpassen toeslagpartner-begrip zorgtoeslag:oplossing voor achterblij-vers noodgedwongenelders verblijvendepartner0,32,82,82,82,82,82,8Overige ontwikkelingen28Ingekomen en uitgezon-den werknemersbetrekken bij de invoeringvan een constant forfaitvan 27% voor expats212530313129Verhogen forfait leefkilo-meters IB aftrek specifiekezorgkosten– 1– 1– 1– 1– 1– 1– 130Matigingsbeleid belasting-rente erfbelasting– 6– 6– 5– 5– 5– 5– 531RVU-vrijstelling verlengenmet 3 jaar en drempelbe-drag verhogen– 23– 48– 74– 72– 43032Verhogen RVU-heffingvoor 3 jaar (tot max. 65%)2348525243033Verhogen AOF-premievoor 3 jaar (dekking rest)0022200034Enveloppe voor verlen-ging RVU-vrijstelling naijkmoment– 14– 43– 8635Reservering verhogenRVU-heffing095236Reservering verhogenAOF-premie14343437Amendementen bij hetwetsvoorstel Belasting-plan 2025– 21195102010438Doorwerking afschaffenbelastingrente opzorgtoeslag2,12,22,22,32,42,439Indexatie van dedoelmatigheidsgrens opde invorderingsrentebinnen de zorgtoeslag– 0,4– 0,5– 0,5– 0,5– 0,5– 0,540Jaar uitstel verhogenAWf-premie voor Wpc– 96041Kadercorrectie jaar uitstelverhogen AWf-premievoor Wpc960Belastingplan 202642Aanpassing SW voorbiologisch kind– 9– 7– 7– 7– 7– 7– 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 133 Standen in € mln. (+ =saldoverbeterend)202520262027202820292030struc43Verruimen/verduidelijkenfietsregeling loonbelasting– 3– 3– 3– 3– 3– 344Afschaffen kwarttarievenmotorrijtuigenbelasting(MRB)1111145Verhogen budgetreserveMIA– 35046Verlagen budgetreserveVAMIL35047Aanpassing aangifteter-mijn erfbelasting– 1– 10– 13– 15– 15– 15Totaal stand inkomstenka-der1951.005– 1.149– 46155198271 Toelichting maatregelen1. Schrappen btw-verhoging op cultuur, media en sport Conform de motie Van D(k c.s. wordt de verhoging van het btw-tarief opcultuur, media en sport naar 21% teruggedraaid. Dit levert een structurelederving op van 1,3 miljard euro vanaf 2026.2. Beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor (TCF) De tabelcorrectiefactor is een parameter die volgt uit de inflatiecijfers vanhet CBS (de berekeningswijze is wettelijk vastgelegd), waarmee onderandere de inkomstenbelasting standaard wordt aangepast aan de inflatie.De tabelcorrectiefactor binnen de inkomstenbelasting wordt voor 51%toegepast (per 1 januari 2026), in plaats van 100%. Dit betekent dat debelastingsch(ven en heffingskortingen binnen de inkomstenbelastingbeperkt worden gecompenseerd voor hogere inflatie. Dit is een lastenver-zwaring ten opzichte van het basispad. Dit percentage is inclusief dedekking voor de stelpost fiscale regelingen en constructies uit de TCF.3. Stelpost fiscale regelingen en constructies In het HLA is een stelpost opgenomen om fiscale regelingen af te bouwenen onbedoelde belastingconstructies aan te pakken.4. Aanpakken constructie «vleugje zuivel» in alcoholvrije dranken Op alcoholvrije dranken zoals frisdrank en vruchtensappen wordtverbruiksbelasting geheven. Zuivel- en sojadranken zijn vrijgesteld vanverbruiksbelasting. Door een klein beetje zuivel toe te voegen aanfrisdrank of vruchtensappen is het mogelijk de dranken onder deuitzondering te brengen en zo de heffing te omzeilen. Met deze maatregelwordt deze constructie aangepakt. Ook suikerrijke zuiveldranken, zoalschocolade- en frambozenmelk worden hierdoor voortaan belast.5. Aanpakken schenk- en erfbelasting constructie estate planningstools inhuwelijksvermogensrecht Gehuwden kunnen in het zicht van overlijden de huwelijkse voorwaardenzo aanpassen dat erfbelasting voor een groot deel wordt vermeden. Omdit te voorkomen wordt voorgesteld dat wanneer er sprake is van eengemeenschap van goederen, schenk- of erfbelasting wordt geheven voorzover een belastingplichtige meer dan 50% verkrijgt bij ontbinding van diegemeenschap. Deze aanpassing volgt op een uitspraak van de Hoge Raaden leidt tot een opbrengst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 134 6. Beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor (TCF) De tabelcorrectiefactor is een parameter die volgt uit de inflatiecijfers vanhet CBS (de berekeningswijze is wettelijk vastgelegd), waarmee onderandere de inkomstenbelasting standaard wordt aangepast aan de inflatie.De tabelcorrectiefactor binnen de inkomstenbelasting wordt voor 46,2%toegepast (per 1 januari 2026), in plaats van 51%. Dit betekent dat erbinnen de belastingsch(ven en heffingskortingen in de inkomstenbe-lasting beperkt worden gecompenseerd voor hogere inflatie. Dit is eenlastenverzwaring ten opzichte van het basispad. Dit percentage is eentweede stap, bovenop de dekking voor het terugdraaien van de verhogingvan de btw cultuur, media en sport.7. Uitstel WWR inclusief niet voorinvullen eigen gebruik De implementatie van de Wet Tegenbew(sregeling (compensatiestelsel)heeft geleid tot een jaar uitstel van de Wet Werkel(k Rendement(toekomstig stelsel) tot 2028. Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeelddat bij de tegenbewijsregeling box 3 het eigen gebruik van onroerendezaken op nihil wordt gesteld, zolang er geen wettelijke regeling is. Ookheeft er een her(king van de Wet Tegenbew(s plaatsgevonden naaraanleiding van het certificeringsproces met het CPB.8. Dekking d.m.v. verhoging forfait inclusief verlagen heffingsvrijevermogen in 2026 en 2027 In het najaar is het kabinet een dekking overeengekomen om de dervingvan het uitstellen van de WWR en het niet kunnen belasten van eigengebruik binnen de Wet Tegenbewijsregeling tot en met 2025 te dekkenmet twee maatregelen: een verhoging van het forfait voor overigebezittingen en een verlaging van het heffingsvrij vermogen. Het forfaitvoor overige bezittingen wordt verhoogd naar 7,78%. Het heffingsvrijvermogen wordt verlaagd naar 51.396 euro. Dit leidt tot een opbrengst in2026 en 2027, tot aan de invoering van de WWR in 2028. Deze dekking zitreeds in het basispad van het CEP, en in de saldoberekeningen en hebbeneen positief effect op het saldo in 2026 en een negatief effect in 2027.9. Verhoging arbeidsongeschiktheidspremies De Aof-premie wordt structureel verhoogd. Dit levert 225 miljoen euro op.10. Verlagen energiebelasting huishoudens Energiebelasting (EB) wordt geheven over het verbruik van aardgas enelektriciteit. De EB kent ook een belastingvermindering. Dit is een vastbedrag per elektriciteitsaansluiting dat ongeacht de hoeveelheidverbruikte energie in mindering wordt gebracht op de energierekeningMet deze maatregel wordt de belastingvermindering in 2026, 2027 en2028 voor 200 miljoen euro verhoogd. In 2026 wordt de belastingvermin-dering hierdoor 529,10 euro.11. Invoeren fiscale regeling werknemersopties voor startups enscale-ups Er wordt een nieuwe fiscale regeling geïntroduceerd ter stimulering vanmedewerkersparticipatie voor startups en scale-ups. De regeling biedtmedewerkers van dit soort bedrijven een lagere loonbelasting door degrondslag van inkomen uit aandelenopties te versmallen tot 65%. Ookwordt het moment van heffing uitgesteld tot het moment van dedaadwerkelijke verkoop van de aandelen. Dit leidt tot een derving. DitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 135 wordt gedekt door de stakingsaftrek en de meewerkaftrek stapsgewijs afte schaffen.12. Stakingsaftrek 75% versoberen en in 2030 afschaffen De stakingsaftrek is een regeling in de IB voor ondernemers die stoppen(bijvoorbeeld door verkoop van de onderneming) waardoor er over eendeel van de stakingswinst geen belasting betaald hoeft te worden. Uit deevaluatie blijkt dat de regeling geen legitiem doel heeft. Met dezemaatregel wordt de aftrek per 2027 verlaagd naar 908 euro en per 2030afgeschaft, ter dekking van de nieuwe regeling voor startups en scale-ups.13. Meewerkaftrek 75% versoberen en in 2030 afschaffen De meewerkaftrek is een regeling in de IB waardoor ondernemers van wiede partner onbetaald in de onderneming meewerkt, minder belasting overhun winst hoeven te betalen. Uit de evaluatie blijkt dat het doel van deregeling achterhaald en niet meer legitiem is. Tijdens de totstandkomingvan de regeling was het voor een IB-ondernemer niet toegestaan om zijnof haar partner in dienst te nemen. Tegenwoordig is dit wel mogelijk. Metdeze maatregel worden de aftrekpercentages van de winst per 2027verlaagd en wordt de regeling per 2030 afgeschaft, ter dekking van denieuwe regeling voor startups en scale-ups.14. Aanpassen samenvoegbepaling arbeidskorting over sociale zeker-heidsuitkeringen In maart is het parlement geïnformeerd dat het kabinet naar aanleidingvan een uitspraak van de Hoge Raad de reikwijdte van de arbeidskortinggaat inperken, via de zogeheten samenvoegbepaling. Hierdoor is dearbeidskorting niet meer van toepassing op sociale zekerheidsuitkeringendie via de werkgever worden betaald.15. Kadercorrectie: middelen voor sociale advocatuur en sociaal domein,naar aanleiding van samenvoegbepaling arbeidskorting Een kadercorrectie om het mogelijk te maken dat de middelen uit demaatregel Aanpassen samenvoegbepaling arbeidskorting over socialezekerheidsuitkeringen, kunnen worden aangewend voor socialeadvocatuur en binnen het sociaal domein.16. Uitstel pensioen bedrag ineens De invoering van de Wet herziening bedrag ineens is opnieuw uitgesteld.Pensioenuitvoerders hebben aangegeven na instemming van beideKamers ten minste zes tot negen maanden nodig te hebben omdeelnemers goed te kunnen informeren over het keuzerecht voor opnamevan een bedrag ineens van het ouderdomspensioen. Daarom wordt deinvoering uitgesteld naar 1 juli 2026. Dit leidt tot een derving in 2025 en2026.17. Verlagen lage Aof-premie In 2022 heeft het kabinet, als onderdeel van het «MKB-pakket» geldvrijgemaakt voor een extra verlaging van het lage Aof-tarief. Tijdens debehandeling van het Belastingplan 2025 (BP 2025) in de Tweede Kamer isdat pakket gewijzigd en de premieverlaging kleiner geworden. Deaanpassingen waren daarmee niet in elk jaar even groot, waardoor hetAof-tarief voor kleine werkgevers nu een afwijkend verloop kent en hetverschil met het hoge tarief in 2026 en 2027 incidenteel oploopt. Met dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 136 maatregel wordt de korting via het lage tarief voor het mkb in 2026 en2027 gelijk gehouden. Hiervoor wordt het lage Aof-tarief verlaagd met0,21%-punt in 2026 en 0,23%-punt in 2027.18. Verhogen hoge Aof-premie Om het gelijk houden van de korting voor het mkb in de Aof-premie tedekken wordt het hoge Aof-tarief verhoogd met 0,03%-punt in 2026 en0,04%-punt in 2027.19. Laten vervallen criterium samengestelde gezinnen binnen dezorgtoeslag Het toeslagpartnerschap wordt vereenvoudigd door het afschaffen vanhet criterium samengestelde gezinnen per 2027. Toeslagpartnerschap iséén van de grootste knelpunten in het huidige toeslagenstelsel, zowelvoor burgers als voor de uitvoerbaarheid. Het partnerbegrip is onduidelijken sluit niet altijd goed aan op de situatie van mensen. Hierdoor ontstaannu onwenselijke toeslagenpartnerschappen, zoals bij mantelzorgers,mensen die tijdelijk een familielid of vriend in huis nemen, of mensen diegaan samenwonen (woningdelers) omdat zij geen eigen woning kunnenbetalen. Deze maatregel wordt gedekt door het verlagen van de vermo-gensgrens in het kindgebonden budget (deze valt niet binnen hetinkomstenkader) en de zorgtoeslag.20. Verlagen vermogensgrens binnen de zorgtoeslag Het schrappen van het criterium voor samengestelde gezinnen in detoeslagen wordt gedekt door de vermogensgrenzen in de zorgtoeslag (enkindgebonden budget) voor alleenstaanden en partners respectievelijk teverlagen naar 113.000 en 150.000 euro.21. Kadercorrectie voor dekking vervallen samengestelde gezinnen binnenhet WKB via verlagen vermogensgrens zorgtoeslag Het afschaffen van het criterium samengestelde gezinnen binnen hetkindgebonden budget wordt deels gefinancierd met het verlagen van devermogensgrens in de zorgtoeslag. Om dit mogelijk te maken wordt hetkader gecorrigeerd.22. Zorgpremie-ontwikkeling door Zvw-uitgaven De meevaller binnen de Zvw-uitgaven is gebruikt om tegenvallers eldersaan de uitgavenkant te dekken. Volgens de begrotingsregels moeten delasten worden verzwaard voor het deel van de Zvw-meevaller dat elders isingezet aan de uitgavenkant. Conform reguliere systematiek wordt ditgecompenseerd via de eerste en tweede schijf van de IB (voor het deel datburgers afdragen) en de Aof-premie (voor het deel dat werkgeversafdragen).23. Doorwerking ontwikkeling zorgpremies op zorgtoeslag Zie maatregel Zorgpremie-ontwikkeling door Zvw-uitgaven.24. Compensatie zorgpremies via tarief eerste en tweede sch(f IB (voordeel burgers) Zie maatregel Zorgpremie-ontwikkeling door Zvw-uitgaven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 137 25. Compensatie zorgpremies via Aof (voor deel bedr(ven) Zie maatregel Zorgpremie-ontwikkeling door Zvw-uitgaven.26. Herijking tijdelijke tariefkorting motorrijtuigenbelasting (mrb) In het Belastingplan 2025 is bepaald dat er een tijdelijke mrb-tariefkortingwordt ingevoerd voor emissievrije personenauto’s. De raming van dezemaatregel is aangepast naar aanleiding van het doorlopen van hetcertificeringsproces met het CPB. Met deze herijking wordt dit verwerkt.27. Herijking aanpassen toeslagpartnerbegrip zorgtoeslag: oplossing voorachterblijvers noodgedwongen elders verblijvende partner Deze maatregel is onderdeel van de maatregel Aanpassen toeslagpartner-begrip: oplossing voor achterbl(vers noodgedwongen elders verbl(vendepartner, uit de Miljoenennota 2025 (tabel 8, maatregel G5). Deze maatregelkost minder dan destijds verwacht.28. Ingekomen en uitgezonden werknemers betrekken bij de invoering vaneen constant forfait van 27% voor expats Conform de tweede nota van wijziging van het BP25 geldt het nieuweconstante forfait van 27% van de expatregeling voor ingekomen enuitgezonden werknemers, zoals militairen en diplomaten. Ten aanzien vande ingekomen werknemers is sprake van een derving die al is meege-nomen in de Miljoenennota 2025. Voor de uitgezonden werknemers leidtde versobering van 30% naar 27% tot een opbrengst die nog niet wasverwerkt.29. Verhogen forfait leefkilometers IB aftrek specifieke zorgkosten In het BP2025 en de tweede nota van wijziging zijn de vervoerskosten inde regeling aftrek specifieke zorgkosten in de IB aangepast, onder anderedoor invoering van een forfait voor leefkilometers. Dit forfait is vervolgensverhoogd. De wijzigingen zijn in werking getreden per 1 januari 2025. Ditleidt tot een derving die nog niet was verwerkt.30. Matigingsbeleid belastingrente erfbelasting Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad hanteert deBelastingdienst een matigingsbeleid voor belastingrente die wordtgeheven bij de erfbelasting. Dit komt er op neer dat bij een foutieve of eenonvolledige aangifte de rente niet meer wordt geheven over de verschul-digde belasting, maar over het verschil tussen de verkeerde en dedefinitieve aangifte. Dit leidt tot een derving.31. RVU-vrijstelling voor drie jaar verlengen en bedrag verhogen In oktober 2024 is er een akkoord bereikt over de Regeling voor VervroegdUittreden (RVU). Met dit nieuwe akkoord wordt de drempelvrijstelling inde RVU-heffing per 2026 verhoogd en voor drie jaar verlengd. Daarnaastis er middels een envelop geld gereserveerd voor het mogelijk verlengenvan de drempelvrijstelling daarna. Dit wordt deels gedekt door eenverhoging van het tarief van de RVU-heffing in stappen tot 65% in 2028 envoor het overige door een verhoging van premie voor het AOF.32. Verhogen RVU-heffing voor drie jaar Zie maatregel 31.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 138 33. Verhogen AOF-premie voor drie jaar Zie maatregel 31.34. Enveloppe voor verlenging RVU-vrijstelling na ijkmoment Zie maatregel 31.35. Reservering verhogen RVU-heffing Zie maatregel 31.36. Reservering verhogen AOF-premie (RVU) Zie maatregel 31.37. Amendementen bij het wetsvoorstel Belastingplan 2025 Bij de behandeling van het wetsvoorstel BP25 zijn acht amendementenaangenomen. De som van deze amendementen leidt tot een structureleopbrengst van 104 miljoen euro. De structurele overdekking komt doorhet amendement Grinwis, Stoffer en Van Dijk waarmee de uitbetaling vande algemene heffingskorting is verbreed. Dit leidt tot een derving van102 miljoen euro in 2028, afbouwend naar nul in 2039. Er is echter eenstructurele dekking tegenover gezet door de reguliere inflatiecompensatiebinnen de inkomstenbelasting (via de TCF) beperkt toe te passen.Hierdoor wordt er structureel meer geld opgehaald en leidt de som vanalle amendementen dus tot een structurele overdekking.38. Doorwerking afschaffen belastingrente op zorgtoeslag De afschaffing van de belastingrente op terugvorderingen en nabeta-lingen werkt door op de zorgtoeslag.39. Indexatie van de doelmatigheidsgrens op de invorderingsrente binnende zorgtoeslag De indexering van UR IW 1990 art. 33. De doelmatigheidsgrens op deinvorderingsrente wordt geïndexeerd.40. Jaar uitstel verhogen AWf-premie voor Wpc In de Voorjaarnota 2024 is het besluit verwerkt om de crisisuitgaven vande Wet personeelsbehoud b( crisis (Wpc) te dekken door middel van eenpremieverhoging van het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf). Er isdestijds een kadercorrectie toegepast binnen het inkomstenkader om dedekking via de AWf-premie mogel(k te maken. De begrotingsregelsbieden hier de mogel(kheid toe, omdat het een hervorming betreft. Hetingaan van de Wpc is een jaar vertraagd. Daarmee is de dekking ook eenjaar later pas nodig. Dit uitstel wordt middels een kadercorrectie verwerkt.41. Kadercorrectie jaar uitstel verhogen AWf-premie voor Wpc Zie maatregel Jaar uitstel verhogen AWf-premie voor Wpc.42. Aanpassing schenk- en erfbelasting voor biologisch kind De Hoge Raad heeft geoordeeld dat er binnen de schenk- en erfbelastinggeen onderscheid mag worden gemaakt tussen kinderen die zijn geborenbinnen of buiten het huwelijk. Ter reparatie wordt voorgesteld omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 139 biologische kinderen voor de schenk- en erfbelasting gelijk te stellen metjuridische kinderen, zodat ook biologische kinderen recht hebben op dekindvrijstelling en het lagere tarief. Dit leidt tot een derving.43. Verruimen/verduidelijken fietsregeling loonbelasting Op dit moment geldt er een bijtellingsregeling voor de terbeschikkingge-stelde (elektrische) fiets. Deze bijtelling geldt alleen voor fietsen die ookworden gebruikt voor privédoeleinden. Een fiets die wordt gebruikt voorwoon-werkverkeer wordt geacht voor privédoeleinden ter beschikking tezijn gesteld. Dit levert problemen op voor fietsen die voorwoon-werkverkeer worden gebruikt, maar over het algemeen niet meenaar huis worden genomen, zoals hubfietsen. Met deze maatregel wordtde fietsregeling verduidelijkt zodat dit onbedoelde effect wordt verholpen.De maatregel zorgt ervoor dat voor «zakelijke» fietsen die over hetalgemeen niet thuis worden gestald geen bijtelling geldt. Dit leidt tot eenderving.44. Afschaffen kwarttarieven motorrijtuigenbelasting (mrb) In de mrb zijn er twee kwarttarieven. Eén voor motorijtuigen die wordengehouden door kermis- of circusexploitanten en één voor motorrijtuigendie zijn ingericht als werktuig of -plaats. Met deze maatregel worden dezekwarttarieven afgeschaft. Dit leidt tot een opbrengst.45. Verhogen budgetreserve milieu-investeringsaftrek (MIA) Het budget van de MIA is in 2024 wederom overschreden door het groteaantal aanvragen. Dit betekent dat er geen ruimte meer is bij eeneventuele overschrijding in 2025 of 2026. Vanuit het oogpunt vanbudgettaire beheersbaarheid is dat niet wenselijk. Met deze maatregelwordt de MIA budgetreserve verhoogd met 35 miljoen euro. Dit voorkomtdat ondernemers onverhoopt geen gebruik meer van de MIA kunnenmaken als gevolg van een verhoogd risico op vroegt(dige sluiting van deregeling. Dit leidt tot een derving. Deze wordt gedekt door de budgetre-serve van de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) teverlagen.46. Verlagen budgetreserve VAMIL Ter dekking van de verhoging van de MIA budgetreserve wordt debudgetreserve van de VAMIL met 35 miljoen euro verlaagd. In tegen-stelling tot de MIA werd het budget van de VAMIL de afgelopen jaren nietvolledig opgemaakt.47. Aanpassing aangiftetermijn erfbelasting Voor de erfbelasting geldt een aangiftetermijn van acht maanden na hetoverlijden. Deze termijn is voor de burger vaak te kort om juist en volledigaangifte erfbelasting te kunnen doen. Met deze maatregel wordt deaangiftetermijn verlengd. Dit leidt tot een derving.Budgettaire verwerking moties en amendementen najaar 2024.B( de Algemene Politieke Beschouwingen 2024 en de behandeling van deverschillende begrotingen en het Belastingplan, is een aantal amende-menten en moties aangenomen met gevolgen voor de inkomsten. Degevolgen hiervan voor het inkomstenkader worden in deze Voorjaarsnotaverwerkt. Het opgetelde effect is opgenomen in het inkomstenkader.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 140 Hieronder worden alle moties en amendementen die verwerkt zijnweergegeven.Tabel 13 Budgettaire moties en amendementen najaar 2024202520262027202820292030Structureel1Stapgswijs verhogeneerste schijf werkkostenre-geling van 1,92% naar2,16%– 20– 20– 59– 59– 59– 59– 592Stapgswijs afschaffenheffingskorting groenbeleggen inkomstenbelas-ting (IB)11000003Stapsgewijs afschaffenbox 3 vrijstelling groenbeleggen191959595959594Verhogen plafondperiodieke giftenaftrek IBvan € 250.000 naar € 1,5miljoen– 4– 8– 11– 15– 19– 19– 195Terugdraaien afschaffinggiftenaftrek in devennootschapsbelasting(Vpb)– 24– 24– 24– 24– 24– 24– 246Verlagen budgettenwillekeurige afschrijvingmilieu-investering (VAMIL)en milieu-investeringsaftrek (MIA)101010101010107Twee jaar aftoppingsgrenspensioenopbouw 2e en 3epijler niet indexeren183333333333338Schrappen verminderinguitbetaling algemeneheffingskorting (AHK) metde arbeidskorting (AK) bijde alleenverdienersmaatregel– 102– 92– 8309Tabelcorrectiefactor (TCF)IB voor 95,7% toepassen10310310310310Verhogen budget WetBevordering Speur- enOntwikkelingswerk(WBSO)– 100– 100– 100– 100– 100– 100– 10011Verhogen arbeidsonge-schiktheidsfonds (AOF)premie met 0,04%10010010010010010010012Terugdraaien drempelgenerieke renteaftrekbe-perking (earningsstrip-ping) voor vastgoedlicha-men met verhuurdvastgoed buiten toepas-sing laten– 53– 48– 44– 43– 42– 41– 4013Beperken verhogingpercentage generiekerenteaftrekbeperking tot24,5%5148454341414114Terugdraaien afschaffingverlaagde motorrijtuigen-belasting (mrb) tariefpersonenauto’s die rijdenop Compressed NaturalGas (CNG), LiquifiedNatural Gas (LNG) ofLiquified Petroleum Gas(LPG)– 54– 54– 54– 54– 54– 5415Verlagen budget MIA54545454545416Taakstellende invoeringbelasting op e-sigaretten(vapes)75757517Kadercorrectie belastingop e-sigaretten (vapes)– 75– 75– 75Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 141 202520262027202820292030StructureelTotaal– 211951020104 Toelichting maatregelen1. Stapsgewijs verhogen eerste schijf werkkostenregeling van 1,92% naar2,16% Het percentage van de eerste schijf van de vrije ruimte van de werkkosten-regeling wordt in 2025 verhoogd van 1,92% naar 2% en vanaf 2027 naar2,16%. Hiermee krijgen werkgevers, relatief gezien met name het mkb,meer fiscale ruimte voor goed werkgeverschap. Door uitbreiding van devrije ruimte kunnen werkgevers bijvoorbeeld makkelijker duurzamearbeidsvoorwaarden, sportabonnementen of een extra thuiswerkvergoe-dingen aanbieden.2. Stapgswijs afschaffen heffingskorting groen beleggen IB De vrijstelling groen beleggen is met ingang van 1 januari 2025 verlaagdnaar 26.312 euro en de heffingskorting groen beleggen is met ingang van1 januari 2025 verlaagd naar 0,1%. Zowel de vrijstelling groen beleggenals de heffingskorting groen beleggen vervallen per 1 januari 2027.3. Stapsgewijs afschaffen box 3 vrijstelling groen beleggen Zie onderdeel 2.4. Verhogen plafond periodieke giftenaftrek IB van 250.000 naar1,5 miljoen euro Sinds 1 januari 2023 geldt voor de aftrek van periodieke giften aan ANBI’sen verenigingen een plafond van 250.000 euro per kalenderjaar perhuishouden, waarbij overgangsrecht geldt tot en met 2026. Per 1 januari2025 zijn als gevolg van een amendement periodieke giften tot eenplafond van 1,5 miljoen euro per kalenderjaar per huishouden aftrekbaar.5. Terugdraaien afschaffing giftenaftrek in de vennootschapsbelasting Als gevolg van het amendement is de giftenaftrek in de vennootschapsbe-lasting (ten hoogste 50% van de winst met een maximum van 100.000euro) niet afgeschaft.6. Verlagen budgetten willekeurige afschrijving milieu-investering (VAMIL)en milieu-investeringsaftrek (MIA) Als onderdeel van de dekking van amendement 36 602, nr. 90 is hetbudget voor de MIA en de Vamil met ingang van 1 januari 2025 met (intotaal) 10 miljoen euro verlaagd. Hiermee is rekening gehouden bij dejaarlijkse aanpassing van de Milieulijst.7. Twee jaar aftoppingsgrens pensioenopbouw tweede en derde pijler nietindexeren De aftoppingsgrens van het pensioengevend loon uit de Wet op deloonbelasting 1964 en de maximale premiegrondslag voor het bepalenvan de jaarruimte voor inleg van premies voor lijfrenten uit de Wetinkomstenbelasting 2001, worden bij het begin van kalenderjaar 2025 en2026 niet geïndexeerd. De niet-indexering is voorgesteld ter dekking vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 142 het in stand houden van de giftenaftrek in de winstbelasting en hetverruimen van de giftenaftrek in de IB.8. Schrappen vermindering uitbetaling algemene heffingskorting (AHK)met de arbeidskorting (AK) bij de alleenverdienersmaatregel Door het amendement is de fiscale oplossing voor eenverdieners(beoogde inwerkingtreding per 2028) aangepast. In het BP2025 werd eengerichte verruiming van de uitbetaling van de algemene heffingskorting(AHK) aan de minstverdienende partner geregeld. Oorspronkelijk moesthierbij aan twee voorwaarden voldaan worden. Eén van de voorwaardenis met dit amendement vervallen. Het gaat om de vermindering van hetuit te betalen bedrag met het bedrag van de arbeidskorting waar de(bijna-)alleenverdiener recht op heeft. De inkomensgrens en afbouw vande uitbetaling met het verzamelinkomen blijft bestaan.9. Tabelcorrectiefactor (TCF) IB voor 95,7% toepassen Ter dekking van de budgettaire gevolgen worden de bedragen in debelastingwetten die geïndexeerd worden bij het begin van het jaar 2028niet vermenigvuldigd met de tabelcorrectiefactor (TCF), maar met eenafwijkende formule (1 + (95,7% x (TCF – 1)). Daardoor worden debedragen minder geïndexeerd.10. Verhogen budget Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk(WBSO) Het budget voor de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk(S&O), ook wel WBSO genoemd, wordt structureel verhoogd met100 miljoen euro. De afdrachtvermindering S&O is de belangrijksteNederlandse subsidie voor innovatieve bedrijven, waar ook kleinerebedrijven toegang toe hebben. Om juist innovatieve- en onderzoekspro-jecten binnen die kleinere bedrijven meer te stimuleren, worden depercentages afdrachtvermindering voor startende en kleinere bedrijven ende grens tot waar het hogere percentage van de eerste schijf loopt,verhoogd.11. Verhogen arbeidsongeschiktheidsfonds (AOF) premie met 0,04% De verhoging van het budget voor de afdrachtvermindering S&O wordtstructureel gedekt door een verhoging van de Aof-premie met 0,04%.12. Terugdraaien drempel generieke renteaftrekbeperking (earnings-stripping) voor vastgoedlichamen met verhuurd vastgoed buitentoepassing laten In het BP2025 was een antifragmentatiemaatregel opgenomen als gevolgwaarvan de door de drempel geboden aftrekruimte in de generiekerenteaftrekbeperking buiten toepassing zou blijven voor vastgoedli-chamen met aan derden verhuurd vastgoed. De Kamer heeft met ditamendement besloten om deze antifragmentatiemaatregel niet in tevoeren. De dekking hiervoor is gevonden in het gedeeltelijk nietdoorvoeren van de voorgenomen verhoging van het percentage van degenerieke renteaftrekbeperking. Dit betekent dat het verschil tussen derentelasten en rentebaten ter zake van geldleningen (saldo aan renten)niet aftrekbaar is voor zover het hoger is dan 24,5% van de gecorrigeerdewinst, dit percentage zou aanvankelijk 25% zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 143 13. Beperken verhoging percentage generieke renteaftrekbeperking tot24,5% Zie onderdeel 12.14. Terugdraaien afschaffing verlaagde motorrijtuigenbelasting (mrb)tarief personenauto’s die rijden op Compressed Natural Gas (CNG),Liquified Natural Gas (LNG) of Liquified Petroleum Gas (LPG) In het Belastingplan 2024 is besloten om per 1 januari 2026 de kortingsre-geling in de motorrijtuigenbelasting af te schaffen voor personenauto’sdie rijden op CNG, LNG of LPG. Via een amendement op het BP2025 isechter geregeld dat deze regeling toch behouden blijft. De hierdoorontstane derving (54 miljoen euro) is gedekt door het budget van de MIAte verlagen.15. Verlagen budget met MIA Als onderdeel van de dekking van amendement 36 602, nr. 66 wordt hetbudget van de MIA vanaf 2026 met 54 miljoen euro verlaagd via eenaanpassing van de Milieulijst, die jaarlijks wordt vastgesteld.16. Taakstellende invoering belasting op e-sigaretten (vapes) Ter dekking van de OCW-begroting is taakstellend per 2029 de invoeringvan een belasting op e-sigaretten (vapes) opgenomen. De vormgeving enuitvoerbaarheid van deze maatregel wordt op dit moment onderzocht.17. Kadercorrectie belasting op e-sigaretten (vapes) Een kadercorrectie om dekking van de OCW-begroting mogelijk te maken.4.2 Inkomstenraming In 2025 bedragen de ontvangsten naar verwachting 428,7 miljardeuro. In de periode 2026–2030 lopen de ontvangsten verder op tot534,9 miljard euro. Deze paragraaf begint met een korte toelichting op degehanteerde ramingsmethodiek, gevolgd door een toelichting op deontwikkeling van de ontvangsten tussen 2025 en 2030. Vervolgens wordenvoor 2025 de belangr(kste mutaties ten opzichte van de Miljoenennota2025 toegelicht en uitgesplitst naar belastingsoort. B(lage 6 bevat eenuitsplitsing op detailniveau van de raming van de ontvangsten, op zowelEMU- als kasbasis.De inkomstenraming is een belangr(ke bouwsteen voor hetbepalen van het begrotingssaldo en de financieringsbehoefte vanhet R(k. De inkomsten z(n sterk gevoelig voor economische ontwikke-lingen. Daarom worden diverse macro-economische variabelen als inputvoor het ramingsmodel benut, zoals de groei van het bbp, de werkgele-genheid en de groei van de lonen. De ontwikkeling van deze economischevariabelen wordt geschat door het CPB. Via een econometrisch modelwordt wat er in de economie gebeurt per belastingsoort vertaald naar eenverwachte ontwikkeling van de opbrengst: de endogene ontwikkeling. Omvervolgens te komen tot een raming van de ontvangsten wordt dieinformatie gecombineerd met recente realisaties van de ontvangsten, deeffecten van nieuw beleid en eventuele specifieke b(stellingen (b(voor-beeld vanwege relevante uitvoeringsinformatie).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 144 Tabel 14 laat zien dat de ontwikkeling van de ontvangstengrotendeels wordt gedreven door endogene ontwikkelingen endaarb( ongeveer gel(ke tred houdt met de waardeontwikkelingvan het bbp. De tabel toont de ontwikkeling van de totale ontvangstenover de periode 2025 tot en met 2030. De raming van de endogene groeiis gebaseerd op het economisch beeld zoals geraamd door het CPB in hetCEP 2025. De regel voor beleidsmaatregelen bevat de geraamde effectenvan beleid, inclusief het beleid aangekondigd in deze Voorjaarsnota.9Tabel 14 Ontwikkeling van de opbrengst uit belastingen en premies op EMU-basis (in miljarden euro)202520262027202820292030Belastingen en premies volksverzekeringen326,5346,7359,7374,8389,9403,3– waarvan belastingen281,8301,4311,3323,1336,2347,5– waarvan premies volksverzekeringen44,645,348,451,753,755,8Premies werknemersverzekeringen102,2106,3115,9121,0126,0131,6Totaal428,7453,0475,6495,8515,9534,9Mutatie24,322,620,220,119,0– waarvan endogene groei18,417,520,417,818,2– waarvan beleid5,95,0– 0,22,30,8Endogene groei in %4,3%3,9%4,3%3,6%3,5%Waardeontwikkeling bbp in %4,3%4,0%4,1%3,7%n.n.b.Bron: Ministerie van Financiën Ten opzichte van de stand Miljoenennota 2025 z(n de geraamdeinkomsten voor 2025 opwaarts b(gesteld met 3,6 miljard euro.Tabel 15 splitst de mutatie van de geraamde ontvangsten in 2025 uit ineen deel dat wordt verklaard door beleidsw(zigingen die sinds deMiljoenennota 2025 z(n doorgevoerd en een overig deel. Het overige deelbestaat uit de doorwerking van de inmiddels bekende definitieverealisaties van 2024 op de raming voor 2025, en uit nieuwe inzichten in degroei van de ontvangsten in 2025 zelf («endogene ontwikkeling»).De endogene ontwikkeling hangt in de regel samen met ontwik-kelingen in de economie die anders uitpakken dan verwacht enmet algemene ramingsonzekerheid. Voor 2025 is de verticaleendogene ontwikkeling per saldo positief. De doorwerking van deontvangsten in 2024 – die nader worden toegelicht in het FinancieelJaarverslag van het R(k 2024 – is negatief: – 2,9 miljard euro.10 Heteconomisch beeld voor 2025 op basis van het CEP 2025 leidt juist tothogere geraamde ontvangsten (+4,4 miljard euro) dan het beeld op basisvan de vorige raming (MEV 2025). Dit komt onder meer door een hogeregeraamde groei van het nominale bbp (5,6% in plaats van 4,3%) en eengroter aantal gewerkte uren. Daarnaast zijn er wijzigingen in de geraamdeeffecten van beleid. Dit is grotendeels terug te voeten op een aangepasteboekingswijze sinds het opstellen van de Miljoenennota 2025 van dederving van belastinginkomsten voor de tegenbewijsregeling voor box 3.Tabel 15 Overzicht mutaties van de inkomsten sinds Miljoenennota 2025(in miljarden euro)InkomstenStand Miljoenennota 2025425,19Hierbij geldt als kanttekening dat deze nieuwe beleidsmaatregelen ook weer de groei van deeconomie, en daarmee van de belastingen zelf, kunnen beïnvloeden. Omdat geen nieuweeconomische raming van het CPB beschikbaar is, is dit effect (de «ex post» doorwerking vanbeleid) geen onderdeel van deze raming. Het beleid is dus alleen «ex ante» meegenomen.10De gerapporteerde doorwerking 2024 komt in deze tabel niet exact overeen met het verschiltussen geraamde en gerealiseerde ontvangsten in 2024. Dit verschil is aanvullend gecorri-geerd voor de opwaartse effecten in 2024 als gevolg van anticipatie box 2 en de gewijzigdeboekingswaijze van het box 3-arrest (in totaal 4,6 miljard euro). Deze effecten werken namelijkper definitie niet door in toekomstige jaren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 145 (in miljarden euro)InkomstenMutatie3,6– waarvan doorwerking 2024*– 3,0– waarvan economisch beeld 20254,4– waarvan beleid2,3Stand Voorjaarsnota 2025428,7 Figuur 5 toont voor enkele belangr(ke belastingsoorten deverticale ontwikkeling van de verwachte ontvangsten. Deverschillen bij de meeste belastingsoorten zijn beperkt. De ontvangstenvan de loon- en inkomensheffing vormen de belangr(kste inkom-stenbron.11 De geraamde inkomsten hiervan zijn nauwelijks gewijzigd. Bijde meeste andere belastingsoorten is sprake van een lichte stijging van degeraamde ontvangsten, in lijn met het gunstigere economische beeld. Deaccijnzen vormen hierop een uitzondering. Onderliggend heeft ditbetrekking op lagere verwachte ontvangsten uit de tabaksaccijns. Dithangt samen met lager-dan-verwachte ontvangsten gedurende de laatstemaanden van 2024, die ook doorwerken in de verwachting voor 2025.Het Ministerie van Financiën corrigeert de verwachteontvangsten op EMU-basis voor ontvangsten die betrekkinghebben op coronaschulden. Betalingen die hierover plaatsvinden,worden teruggelegd naar het jaar waarin de schuld is ontstaan (2020 of2021). Per eind 2024 staat nog een totale schuld van 10,2 miljard euroopen. De raming van de belastingontvangsten houdt er rekening mee dateen deel van de schuld niet wordt afbetaald, b(voorbeeld door faillis-11De loon- en inkomensheffing bestaat uit inkomsten uit zowel de loon- en inkomstenbelastingals de premies volksverzekeringen, die als één geheel worden geïnd.Figuur 7 Vergelijking inkomsten in 2025 volgens Miljoenennota 2025 enVoorjaarsnota 2025 (in miljarden euro)Bron: Ministerie van FinanciënTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 146 sement. In de raming van de kasontvangsten is aangenomen dat3,5 miljard euro (35%) van de resterende schuld uiteindelijk oninbaar is.Deze inschatting is gebaseerd op de verdeling van de resterende schuldennaar status (bij met termijnen, kleine achterstand, grote achterstand, of ininvordering).125 OVERHEIDSSALDO EN SCHULD 5.1 Ontwikkeling overheidssaldo en schuld Het geraamde EMU-saldo blijft in de kabinetsperiode tussen– 1,9% bbp en – 3,0% bbp. Dit jaar zal de schuld naar verwachtinguitkomen op 45,2% bbp en 50,0% bbp bedragen aan het einde van demeerjarenperiode. Daarmee blijft Nederland voldoen aan de Europesegrenswaarden.De totale overheidsfinanciën bestaan uit verschillende onder-delen. Dit is te zien in tabel 16. De inkomsten worden opgeteld bij denetto-uitgaven binnen het uitgavenkader, de overige netto-uitgaven en decorrecties voor het EMU-saldo. Dit leidt tot het saldo van de centraleoverheid. Hier wordt het EMU-saldo decentrale overheden bij opgeteldom tot het totale EMU-saldo voor de collectieve sector te komen.Tabel 16 Ontwikkeling overheidsfinanciën (in miljarden euro, tenzij anders aangegeven)202520262027202820292030Inkomsten (belastingen en sociale premies)428,7453,0475,6495,8515,9534,9Netto-uitgaven binnen het uitgavenkader425,7449,8482,9497,7515,9537,9Overige netto-uitgaven en correcties voor hetEMU-saldo33,139,925,325,126,328,4Totale netto-uitgaven en correcties voor hetEMU-saldo458,8489,7508,2522,8542,2566,3EMU-saldo centrale overheid– 30,1– 36,7– 32,6– 27,0– 26,4– 31,4EMU-saldo decentrale overheden– 0,7– 0,7– 0,7– 0,7– 0,8– 0,8EMU-saldo collectieve sector– 30,8– 37,4– 33,3– 27,7– 27,1– 32,2EMU-saldo collectieve sector (in procenten bbp)– 2,6%– 3,0%– 2,6%– 2,1%– 1,9%– 2,2%EMU-schuld collectieve sector540,5596,0632,2664,8693,5725,8EMU-schuld collectieve sector (in procenten bbp)45,2%47,8%48,7%49,2%49,5%50,0%Bruto binnenlands product (bbp)1.1961.2471.2971.3501.4001.451 Tabel 17 toont de ontwikkeling van het EMU-saldo ten opzichtevan de Miljoenennota 2025. De hogere economische groei leidt doormiddel van hogere belastinginkomsten tot verbetering van het EMU-saldovan in totaal 0,8% in 2029. Als gevolg van de hogere loon- en prijsontwik-keling (nominale ontwikkeling) uit het CEP stijgen de uitgaven en ditverslechtert het verwachte saldo tussen 0,1% en 0,2% over de begro-tingshorizon. De voorjaarsbesluitvorming heeft vanwege de sluitendekaders een beperkt positief effect op het EMU-saldo van 0,1% in 2026, watdeels wordt verklaard door de onderschrijding van het uitgavenkader inhet betreffende jaar. Het kabinet heeft daarnaast inspanningen gedaan omde begrotingen in een realistischer kasritme te plaatsen. Dit leidt in 2025en 2026 tot een verbetering van het EMU-saldo, in latere jaren zullen dezemiddelen alsnog uitgegeven worden en dan het saldo belasten. In de postoverig zijn de uitgaveneffecten buiten het uitgavenkader zichtbaar, zoals12Voor een uitgebreide toelichting op de laatste stand van zaken met betrekking tot coronabelas-tingschulden wordt verwezen naar Kamerstukken II 2024–2025 31 066-1463.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 147 de extra middelen voor de steun aan Oekraïne. Tot slot heeft het hogeregeraamde bbp een klein positief meerjarig effect op het EMU-saldo vanmaximaal 0,1% (noemereffect).Tabel 17 Verticale toelichting EMU-saldo (in % bbp, – is tekort)202520262027202820292030EMU-saldo Miljoenennota 2025– 2,8%– 3,7%– 2,4%– 2,4%– 2,5%Belasting- en premieinkomsten0,3%0,5%0,5%0,6%0,8%Kadercorrecties inclusief nominale ontwikkeling– 0,1%– 0,2%– 0,2%– 0,2%– 0,1%Voorjaarsbesluitvorming exclusief kasschuiven0,0%0,1%0,0%0,0%0,0%Kasschuiven0,2%0,6%– 0,2%– 0,1%– 0,1%Overig (inclusief noemereffect)– 0,2%– 0,2%– 0,2%– 0,1%0,0%EMU-saldo Voorjaarsnota 2025– 2,6%– 3,0%– 2,6%– 2,1%– 1,9%– 2,2% Tabel 18 toont de ontwikkeling van de EMU-schuld ten opzichtevan de inschatting in de Miljoenennota 2025. Per saldo valt deschuld meerjarig iets lager uit dan werd geraamd bij Miljoenennota. Hetgestegen bbp heeft een verlagend effect op de EMU-schuld: hetzogenoemde noemereffect. Daarnaast leidt de vaststelling van de schuld2024 door het CBS tot een neerwaartse doorwerking op de schuld in laterejaren. Tot slot leidt ook de meerjarige verbetering van het EMU-saldo toteen lagere EMU-schuld.Tabel 18 Verticale toelichting EMU-schuld (in % bbp, + is hogere schuld)202520262027202820292030EMU-schuld Miljoenennota 202546,6%50,1%50,7%51,6%52,5%Noemereffect door bbp-ontwikkeling– 0,8%– 0,9%– 0,9%– 1,1%– 1,2%Doorwerking schuld t-1– 0,6%– 0,6%– 1,4%– 1,1%– 1,2%Mutatie EMU-saldo– 0,1%– 0,7%0,2%– 0,3%– 0,5%Financiële transacties en kastransverschillen0,1%– 0,1%0,0%0,1%– 0,1%Overige mutaties0,0%0,0%0,0%0,0%0,0%EMU-schuld Voorjaarsnota 202545,2%47,8%48,7%49,2%49,5%50,0% 5.2 Toelichting saldoraming Financiën Het Ministerie van Financiën maakt voor de budgettaire nota’seen eigen raming van het EMU-saldo en schuld, die recentregelmatig afweken van de realisatie. In de afgelopen jaren zijn ookde verschillen met de raming van het CPB toegenomen. Deze toelichtingis bedoeld om inzicht te geven in de opbouw van de raming vanFinanciën, zodat afwijkingen ten opzichte van de realisatie beter tebegrijpen zijn. De raming bestaat uit drie hoofdcomponenten: de uitgavenvan het Rijk, de inkomsten van het Rijk en het saldo van de decentraleoverheden. Voor meer technische informatie, zie ook de bijlagen van hetrapport van de Expertgroep realistisch ramen.De uitgavenraming is een optelsom van begrotingstotalen vandepartementen. De afgelopen jaren zijn de uitgaven niet altijd volledigtot besteding gekomen. Dit leidt tot zogeheten onderuitputting. Omonderuitputting te voorkomen, zetten ministeries gedurende het jaarkasschuiven in. Door uitgaven naar andere jaren te verplaatsen, wordt debegroting realistischer gemaakt. In recente jaren zijn onderuitputting enkasschuiven toegenomen, onder andere door een combinatie van eenambitieuze investeringsagenda en een krappe arbeidsmarkt. Dit zorgt voorverschillen tussen de raming en realisatie. Ook in deze Voorjaarsnota zijnadditionele kasschuiven ingeboekt (zie hoofdstuk 6 – Naar een meerrealistische begroting).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 148 Aan de inkomstenkant maakt het Ministerie van Financiëngebruik van een model dat gebaseerd is op realisaties, ramingenen beleidsmaatregelen. Dit inkomstenmodel wordt jaarlijks toegelichtin de Miljoenennota. Alleen bij duidelijke signalen uit bijvoorbeeldkasrealisaties wordt de raming handmatig bijgestuurd. Belastingin-komsten zijn gevoeliger voor economische schommelingen dan uitgaven,waardoor afwijkingen in de raming vaker voorkomen.De raming van het EMU-saldo decentrale overheden is gebaseerdop het gemiddelde saldo van CBS-realisaties in het verleden. In deafgelopen jaren viel dit saldo vaak mee ten opzichte van de raming,mogelijk door extra middelen via de fondsen en arbeidsmarktkrapte bij dedecentrale overheden. In 2024 is er echter voor het eerst sprake van eentegenvaller van het saldo decentrale overheden.6 NAAR EEN MEER REALISTISCHE BEGROTING 6.1 Expertgroep realistisch ramen Het kabinet neemt de aanbevelingen over van de Expertgroeprealistisch ramen om de ramingen verder te verbeteren. Op14 maart publiceerde de Expertgroep realistisch ramen (hierna: Expert-groep) haar rapport. In het rapport gaat de Expertgroep in op deverschillen tussen de ramingen en de realisaties van het EMU-saldo enworden aanbevelingen gedaan om de trefzekerheid van de ramingen tevergroten. In de kabinetsreactie is aangegeven alle aanbevelingen over tenemen. Hieronder op hoofdlijnen een korte samenvatting.De Expertgroep geeft aan dat de inkomstenraming behoorlijkafweek door uitzonderlijke economische schokken. Hoewel deramingssystematiek lange tijd leidde tot beperkte afwijkingen tussenraming en realisatie, waren de verschillen in 2021–2023 groot enherhaaldelijk positief. Gemiddeld bedroeg de ramingsafwijking over dezejaren 2,7% bbp. Dit kwam vooral door de coronapandemie en de oorlog inOekraïne met een hoge inflatie, waardoor ook het CPB en DNB moeitehadden met voorspellingen. De expertgroep geeft aan dat 60% van deramingsafwijking wordt verklaard door deze twee op elkaar volgende«perfect storms». In 2024 stabiliseerde de economie en sloot de ramingaanzienlijk beter aan bij de realisaties. Wel blijft met name de vennoot-schapsbelasting (vpb) lastig te ramen. De Expertgroep doet waardevolleaanbevelingen om de inkomstenramingen te verbeteren. Het kabinet zalde aanbevelingen voor betere voorspellingen in dynamische economischeomstandigheden opvolgen.Verder wijst het rapport op het belang van een meer realistischebegroting. De afgelopen jaren werden veel geplande uitgaven nietgerealiseerd. Een belangrijk deel van de overige 40% van de ramingsaf-wijking valt onder deze categorie. Het kabinet heeft daarom maatregelengenomen, zoals kasschuiven, aanvullende onderuitputting en hetafschaffen van uitzonderingen op de eindejaarsmarge. Ook wordt sindsenkele jaren uitgebreider gerapporteerd over begrotingsrealisme enniet-bestede middelen in onder andere de Voorjaarsnota en het FinancieelJaarverslag van het Rijk (FJR). Het kabinet ziet zich aangemoedigd doorde Expertgroep om kritisch te blijven kijken naar onderuitputting en hetbelang van een realistische begroting. Zie de volgende paragraaf 6.2 en6.3 voor een nadere toelichting hierop.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 149 6.2 Kasschuiven en onderuitputting In het notaoverleg over realistisch ramen is de toezegging gedaanom in de Voorjaarsnota uitgebreider in te gaan op de kasschuivenen onderuitputting. De afgelopen jaren zijn de onderuitputting en dekasschuiven toegenomen. In 2024 was de totale onderuitputting 6 miljardeuro en is per saldo 11 miljard euro naar latere jaren geschoven (zie figuur6). In het Financieel Jaarverslag Rijk wordt een uitgebreidere toelichtinghierop gegeven.Verschillende begrotingen zijn in deze Voorjaarsnota realistischergemaakt door kasschuiven. In totaal is per saldo 2,0 miljard euro aanbudget vanuit 2025 en 7,1 miljard euro uit 2026 weggeschoven naar laterejaren. Hiermee zet het kabinet in op het realistischer maken van deMiljoenennota 2026 zodat gedurende het jaar minder hoeft bijgestuurd teworden. Een uitgebreidere toelichting op de verschillende kasschuiven zitin de verticale toelichting (bijlage 2).Tabel 19 Kasschuiven (Bedragen in miljarden euro)Departement202520262027202820292030Klimaat en Groene Groei– 0,9– 1,41,10,20,7– 2,6Economische Zaken (incl. Nationaal Groeifonds)– 0,7– 0,30,30,5– 0,40,4Financiën (excl. Nationale Schuld)– 0,6– 0,40,60,40,00,0Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur– 0,50,20,10,00,10,1Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening– 0,3– 0,10,4– 0,10,00,0Sociale Zekerheid– 0,2– 0,20,20,10,10,1Zorg– 0,2– 0,30,10,20,00,1Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (incl.BES-fonds en Hoge Colleges van Staat)– 0,10,00,00,00,00,0Aanvullende Post– 0,1– 0,7– 0,70,10,70,7Infrastructuur en Waterstaat (incl. Deltafonds enMobiliteitsfonds)– 0,1– 0,9– 0,1– 0,1– 0,3– 0,3Justitie en Veiligheid– 0,10,00,00,00,00,0Defensie (incl. Defensiematerieelbegrotingsfonds)0,00,00,00,00,00,0Onderwijs, Cultuur en Wetenschap0,7– 1,00,10,10,00,0Buitenlandse Zaken (incl. Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp)1,1– 2,30,50,30,20,2Figuur 8 Onderuitputting en kasschuiven 2018–2024 (bedragen in miljarden euro)Bron: Ministerie van FinanciënTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 150 Departement202520262027202820292030Totaal– 2,0– 7,12,81,71,1– 1,3Bron: Ministerie van Financiën De Miljoenennota 2026 is het eerste moment dat departementenonderuitputting aanleveren en het laatste moment dat deontwerpbegroting realistischer gemaakt kan worden metkasschuiven. De onderuitputting bij de Miljoenennota is vaak vrijbeperkt, maar de kasschuiven kunnen fors zijn omdat op dat momentdepartementen meer inzicht hebben of de budgetten in de resterendemaanden tot besteding gaan komen. De meeste onderuitputting die in hetlopende jaar al bekend is, wordt gemeld bij de Najaarsnota. In deMiljoenennota 2026 wordt duidelijk wat het totaal aan kasschuiven over2025 is en kan ook een betere inschatting worden gemaakt van deverwachte onderuitputting. Deze inschatting wordt ook gebaseerd op derealisatiecijfers van departementen.6.3 Aanvullende onderuitputting Om in te spelen op de stijgende trend aan onderuitputting heefthet kabinet, net als op eerdere momenten, besloten om aanvul-lende onderuitputting in te boeken in de begroting. Het kabinetmaakt de begroting realistischer door kasschuiven. Tegelijkertijd houdt heter rekening mee dat meer middelen in het geplande jaar niet tot bestedingzullen komen door aanvullende onderuitputting in te boeken. Hetinboeken van aanvullende onderuitputting heeft niet de voorkeur. Het isbeter om budgetten met kasschuiven op de departementale begrotingenin een realistisch bestedingsritme te plaatsen of onderuitputting metconcrete maatregelen in de begroting te zetten.De huidige begroting houdt rekening met 3 miljard euro aanaanvullende onderuitputting in 2025 en 3,8 miljard euro in 2026,voor 2027 en 2028 is respectievelijk 1,5 miljard euro en0,7 miljard euro ingeboekt. Daarnaast is 4,1 miljard euro aanin=uittaakstelling13 in 2025 ingeboekt. In tabel 20 is ditzelfde bedragverondersteld aan in=uittaakstelling in de latere jaren. Dit betekent dat inde huidige begroting in totaal 7,0 miljard euro in 2025 en 7,9 miljard euroin 2026 aan onderuitputting moet worden gerealiseerd om de aanvullendeonderuitputting en in=uittaakstelling geheel in te kunnen vullen. Het deelwat aan het eind van het jaar niet wordt ingevuld, leidt tot saldoverslech-tering. Samen met de verwerkte kasschuiven in deze Voorjaarsnota komthet totaal aan verwachte niet bestede middelen in 2025 uit op 9 miljardeuro en 15 miljard euro in 2026.Tabel 20 Verwachte onderuitputtingin miljarden euro, + is saldobelastend20252026202720281. In=uittaakstelling1– 4,1– 4,1– 4,1– 4,12. Eerder geboekte aanvullendeonderuitputting– 2,3– 2,313De in=uittaakstelling is de jaarlijkse tegenhanger van de eindejaarsmarge. Om te voorkomendat het uitgavenplafond wordt overschreden door de jaarlijkse uitkering van de eindejaars-marge, wordt tegel(kert(d een even grote taakstelling ingeboekt, de zogenoemdein=uittaakstelling. Hierdoor levert het doorschuiven via de eindejaarsmarge dus geen extramiddelen op in het jaar waarnaar wordt doorgeschoven. De in=uittaakstelling kent geenconcrete invulling, maar moet gaandeweg het jaar ingevuld worden met onderuitputting engenerale meevallers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 151 in miljarden euro, + is saldobelastend20252026202720283. Aanvullende onderuitputtingVoorjaarsnota 2025– 0,7– 1,5– 1,5– 0,7Verwachte onderuitputting (1t/m 3)– 7,0– 7,9– 5,6– 4,84. Kasschuiven Voorjaarsnota2025– 2,0– 7,12,81,7Totaal (1 t/m 4)– 9,0– 15,0– 2,8– 3,11 Voor 2026, 2027 en 2028 wordt verondersteld dat de in=uittaakstelling even hoog is als in 2025.De exacte hoogte is bekend na de voorjaarsbesluitvorming in het desbetreffende jaar. 7 INFORMATIEVOORZIENING Door de besluitvorming medio april af te ronden en in deze notaook het meerjarige beeld te tonen, kan het parlement op tijd hetgesprek voeren met het kabinet over de ingezette koers. Ook geefthet kabinet hiermee duidelijkheid aan burgers en bedrijven, en sluit hetproces aan bij het zogenoemde Europees Semester. De besluitvorming ende doorrekening van het CPB worden verwerkt in het nieuwe JaarlijkseVoortgangsverslag (Annual Progress Report). Hiermee informeert hetkabinet de Europese Commissie over de meest actuele ontwikkelingen inde begroting. Ook uw Kamer ontvangt het APR. Ook zal de Raad van Stateeen advies publiceren bij de Voorjaarsnota op basis van de doorrekeningvan het CPB. Zo zorgt het kabinet voor een goede informatievoorzieningaan alle belanghebbenden.Publicatie van de meerjarige Voorjaarsnota voor 1 mei is één vanstappen die het kabinet heeft gezet ter verbetering, moderni-sering en vereenvoudiging van het begrotings- en verantwoor-dingsproces en de financiële informatievoorziening. De komendejaren wordt daar verder aan gewerkt aan de hand van de agendatoekomstbestendig begroten en verantwoorden. De Minister vanFinanciën heeft deze agenda begin oktober 2024 naar beide Kamersverstuurd.Het kabinet verbetert ook de informatievoorziening aan deKamer. Meer bijlagen en overzichten in begrotingsstukken zijn niet deoplossing voor het verbeteren van het inzicht. Het voornemen is omalleen bijlagen en overzichten op te nemen waar de Kamer behoefte aanheeft en om informatie niet op verschillende plekken in de nota aan tebieden. Het overzicht van de belangrijkste begrotingsinformatie wordtdaarom voortaan alleen maar aangeboden in de verticale toelichting enniet ook nog in de verdiepingsbijlage. Voor nieuwe bijlagen enoverzichten wordt een horizonbepaling van vier jaar toegepast. Hetoverzicht van moties en toezeggingen wordt niet meer opgenomen in debegrotingsstukken, omdat de Kamer dit ook zelf bijhoudt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 152 – BUDGETTAIRE KERNGEGEVENSTabel 21 EMU-saldo (in miljarden euro, min = tekort)2025202620272028202920301Belasting- en premieontvangsten428,7453,0475,6495,8515,9534,92Totale netto-uitgaven460,0491,8517,4538,6564,6589,1w.v. Niet-relevante rijksuitgaven, welrelevant voor EMU-saldo23,630,618,918,720,222,33Niet EMU-saldo relevante uitgaven(exclusief financiering staatsschuld)10,711,415,622,228,528,94Kas-transverschillen en overige posten– 9,5– 9,3– 6,4– 6,4– 6,1– 6,15EMU-saldo decentrale overheden– 0,7– 0,7– 0,7– 0,7– 0,8– 0,86EMU-saldo collectieve sector (1-2-3+4+5)– 30,8– 37,4– 33,3– 27,7– 27,1– 32,27EMU-saldo collectieve sector (inprocenten bbp)– 2,6%– 3,0%– 2,6%– 2,1%– 1,9%– 2,2% Tabel 22 Niet-relevante rijksuitgaven, wel relevant voor het EMU-saldo (in miljoenen euro, plus = uitgave en saldoverslechterend)202520262027202820292030Invoerrechten EU-afdrachten4.5644.8925.0865.2765.4525.621Rente staatsschuld7.1479.12911.21012.33713.80015.052Rente schatkistbankieren (excl. sociale fondsen)973851863859856809Dividend financiele staatsdeelnemingen– 365– 397– 402– 407– 407– 407Overige gevolgen interventies financiele crisis(netto)– 75– 56– 53– 54– 53– 48Ontvangsten COVA– 111– 111– 111– 111– 111– 111Ontvangsten ETS– 850– 1.150– 5.050– 4.100– 3.400– 3.000Opbrengsten CO2-heffing– 17– 61– 139– 22400Werkgeversbijdrage kinderopvang– 1.698– 1.705– 1.706– 1.709– 1.709– 1.709Zorgtoeslag (netto)7.0407.4158.1898.5849.0009.443Diergezondheidsfonds– 1810000Oekraïnemiddelen8.4796.2144.2591.62714059Invaren pensioenen defensie08.150300000Belasting- en invorderingsrente– 962– 929– 907– 789– 799– 805Rente-ontvangsten lening TenneT– 628– 1.219– 1.620– 1.632– 1.632– 1.632Overige saldorelevante uitgaven buiten het kader92– 471– 1.016– 977– 972– 972Totaal23.57130.55218.90218.67920.16522.299 Tabel 23 Niet EMU-saldo relevante uitgaven (inclusief financiering staatsschuld, in miljoenen euro, plus = hogere uitgave)202520262027202820292030Verstrekking studieleningen2.7132.4812.1041.7981.6601.625Aflossing studieleningen– 2.553– 1.751– 2.305– 1.781– 1.793– 1.811Coronagerelateerde leningen– 86– 22036– 2– 3– 275Rijksbijdragen aan de sociale fondsen50.58358.00561.50263.83668.57073.607Rente sociale fondsen1.2781.4701.9192.3652.8373.241Kasbeheer– 10.419– 10.563– 14.098– 14.140– 14.427– 15.635Aan- en verkoop staatsdeelnemingen3.0644302772002000Lening TenneT14.20017.1000000Diverse leningen– 165– 180– 166– 206– 429– 158Exportkredietverzekering484848484848Oekraïne00– 37– 39– 38– 36Overig284– 92.0922.034– 158– 189Totaal58.94866.81251.37254.11356.46760.417 BIJLAGE 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 153 – VERTICALE TOELICHTINGDe verticale toelichting toont voor ieder begrotinghoofdstuk de budget-taire veranderingen die zich hebben voorgedaan sinds de Miljoenennota2025.De verticale toelichting bestaat per begroting uit twee tabellen: uitgavenen ontvangsten. De bedragen in de tabellen zijn in miljoenen euro. Doorafrondingen kan het totaal afwijken van de som der onderdelen. In deontwerpbegroting wordt een meer gedetailleerde toelichting op demutaties gegeven.Algemene Zaken en De KoningDe KoningI De Koning: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota59595959590Loonbijstelling111111Loonbijstelling111111Prijsbijstelling000000Prijsbijstelling000000Extrapolatie59Extrapolatie59Technisch000000Technisch000000Stand Voorjaarsnota616161616161 I De Koning: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota000000Extrapolatie0Extrapolatie0Stand Voorjaarsnota000000 UitgavenLoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonbijstelling wordt overgemaakt naar debegroting van de Koning.PrijsbijstellingEr wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd. Het restantwordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek. Vanwege afrondingstaat dit bedrag in de tabel op nul.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van de Koning.BIJLAGE 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 154 TechnischDeze post bestaat uit diverse loon- en prijsdoorbelastingen met debegroting van AZ.OntvangstenExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van de Koning. Vanwege afrondingstaat dit bedrag in de tabel op nul.Algemene ZakenIII Algemene Zaken: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota1011019996950Meevallers– 1– 1– 1– 1– 1– 1Meevallers– 1– 1– 1– 1– 1– 1Tegenvallers1577777Tijdelijke huisvesting1022222ICT en informatiebeveiliging321111Apparaat234444Overige tegenvallers00000Intensiveringen0Intensiveringen0Ombuigingen– 1– 1– 1– 1– 1– 1Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting– 1– 1– 1– 1– 1– 1Overige ombuigingen0Overboekingen met andere begrotingen000000Overboekingen met andere begrotingen000000Loonbijstelling333333Loonbijstelling333333Prijsbijstelling111111Prijsbijstelling111111Eindejaarsmarge– 2Eindejaarsmarge– 2Extrapolatie95Extrapolatie95Technisch010000Technisch010000Stand Voorjaarsnota118111108105104104 III Algemene Zaken: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota999990Meevallers000011Meevallers000011Extrapolatie9Extrapolatie9Technisch110000Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 155 In miljoenen euro202520262027202820292030Technisch110000Stand Voorjaarsnota9109999 UitgavenMeevallersEr zijn beperkte meevallers ter hoogte van circa 1 miljoen euro op deAZ-begroting die worden ingezet om problematiek te dekken.TegenvallersTijdelijke huisvestingDoor meerkosten als gevolg van de t(del(ke verhuizing van het Ministerievan AZ door de renovatie van het Binnenhof zijn tegenvallers ontstaan.Deze bestaan uit eenmalige kosten van 9,7 miljoen euro in 2025 en vanaf2026 2,2 miljoen euro.ICT en informatiebeveiligingAZ heeft te maken gekregen met meerdere tegenvallers op ICT eninformatiebeveiliging. Dit betreft in 2025 en 2026 voor een belangrijk deelde ICT-voorzieningen voor de inrichting voor de t(del(ke huisvesting enhet creëren van een tweede datacenter. Structureel betreft het vooral hetop niveau houden van de informatiebeveiliging en vervanging vanapparatuur en systemen.ApparaatDoor het beleidsarme karakter en de beperkte omvang van de begrotingvan AZ is het niet mogelijk de tegenvallers op apparaat volledig op debegroting in te passen.Overige tegenvallersDe taakstelling van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- enVeiligheidsdiensten (CTIVD) wordt voor 2026 teruggedraaid. Het deel vanAZ bedraagt 150 duizend euro. Vanwege afronding staat dit bedrag in detabel op nul.IntensiveringenConform het amendement van de leden Van Nispen en Six Dijkstra is detaakstelling voor de CTIVD teruggedraaid voor 2025. Dit betreft 254duizend euro. Vanwege afronding staat dit bedrag in de tabel op nul.OmbuigingenDekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDekking voor amendement Bontenbal c.s. is verspreid over meerderebegrotingen. De begroting van AZ is structureel verlaagd met circa1 miljoen euro ten behoeve van het terugdraaien of verlagen vanverschillende onderwijsbezuinigingen uit het HLA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 156 Overige ombuigingenConform het amendement van de leden Van Nispen en Six Dijkstra is detaakstelling voor de CTIVD teruggedraaid voor 2025. Dit betreft 254duizend euro. Vanwege afronding staat dit bedrag in de tabel op nul.Overboekingen met andere begrotingenDit betreft onder andere een overboeking met het Ministerie van SZW. Alsgevolg van lagere realisaties van de banenafspraak in de sector overheidontstaat een besparingsverlies op de bijstand. AZ draagt op basis van eenverdeelsleutel 176 duizend euro bij aan de dekking van dit besparings-verlies. Vanwege afronding staat dit bedrag in de tabel op nul.LoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonb(stelling wordt overgemaakt naar debegroting van AZ.PrijsbijstellingEr wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd. Het restantwordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.EindejaarsmargeAZ had in 2024 een overschrijding van 1,5 miljoen euro. Dit leidt tot eennegatieve eindejaarsmarge die AZ binnen de eigen begroting zal dekken.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van AZ.TechnischDeze post betreft o.a. technische mutaties voor het doorverdelen van detaakstelling op het apparaat vanuit het hoofdlijnenakkoord en diverseloon- en prijsdoorbelastingen, ook met de begroting van de Koning.OntvangstenMeevallersDeze post bestaat uit een structurele verhoging van de ontvangstenoplopend naar 0,5 miljoen euro vanaf 2029 op de begroting van AZ vanDienst Publiek en Communicatie.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van AZ.TechnischDit betreft technische mutaties voor het doorverdelen van de taakstellinguit het HLA op het apparaat en diverse loon- en prijsdoorbelastingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 157 Buitenlandse Zaken (inclusief BHO)Buitenlandse ZakenV Buitenlandse Zaken: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota12.26215.67615.19816.46316.9440Meevallers– 10– 10– 10– 10– 10– 10Ramingsbijstelling VN-crisisbeheersingsoperaties– 10– 10– 10– 10– 10– 10Tegenvallers989999Contributiestijgingen789999Overige tegenvallers100000Intensiveringen7737373737Naleving sancties7737373737Ombuigingen– 20– 21– 19– 19– 18– 18Bijdrage HGIS t.b.v. Oekraïnesteun0Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting– 7– 7– 7– 7– 7– 7Rijksbrede taakstelling prijsbijstelling– 13– 13– 12– 11– 11– 10Generaal dossier2171.123427745764786EU-afdrachten2171.122426744764786MH171110Kasschuiven– 8680106534848Huisvestingsbudget– 115853534848HGIS-eindejaarsmarge– 752254Overboekingen Aanvullende Post0Nabetaling TEM0Overboekingen met andere begrotingen5– 31– 17– 13– 13– 20Overige overboekingen met andere begrotingen361614181811Naleving sancties– 6– 6– 31– 31– 31– 31Hoog Risico Posten– 25Europees Ontwikkelingsfonds– 42Kadercorrecties131– 2311Prijsbijstelling non-ODA131– 2311Eindejaarsmarge122Middelenafspraak63HGIS-eindejaarsmarge59Extrapolatie17.371Extrapolatie17.371Technisch511111Overig technisch511111Niet-kaderrelevant548625621665691753Actualisatie invoerrechten463590621665691753Militaire steun Oekraïne7525Niet-militaire steun Oekraïne10100000Stand Voorjaarsnota13.07117.46016.35117.93318.45318.956 V Buitenlandse Zaken: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota3.6542.8221.2331.2661.3030Generaal dossier– 1.0611.442155166173188Perceptiekostenvergoeding116148155166173188Herstel en Veerkrachtplan– 1.1771.294Kasschuiven– 8945300121Huisvestingsbudget– 8945300121Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 158 In miljoenen euro202520262027202820292030Overboekingen Aanvullende Post0Nabetaling TEM0Extrapolatie1.330Extrapolatie1.330Technisch300000Overig technisch300000Stand Voorjaarsnota2.5074.7161.3881.4321.4871.518 UitgavenMeevallersRamingsbijstelling VN-crisisbeheersingsoperatiesDe raming voor de VN-crisisbeheersingsoperaties wordt neerwaartsbijgesteld met structureel 10 miljoen euro, aangezien dit budget deafgelopen jaren onderuitputting kende.TegenvallersContributiestijgingenDe contributies die Nederland betaalt aan onder andere de NAVO, OESO,VN, OVSE en OPCW zijn structureel gestegen. Daarnaast neemt deNederlandse bijdrage aan de Raad van Europa toe door het wegvallen vande contributie van Rusland.Overige tegenvallersDe bijdrage aan het Center for International Legal Cooperation (CILC) stijgtals gevolg van hogere kosten voor lopende programma’s op het gebiedvan rechtsstaatopbouw en democratie in Moldavië.IntensiveringenNaleving sanctiesEr wordt structureel 36,5 miljoen euro vrijgemaakt voor de instand-houding en verdere versterking van de sanctienaleving in Nederland. Dezemiddelen zijn toegevoegd aan de begroting van BZ, als coördinerenddepartement. Met deze middelen wordt onder andere een CentraalMeldpunt Sancties opgericht, waarbij BZ, Financiën, JenV, IenW en EZ bijzijn betrokken. Van deze middelen wordt structureel 31 miljoen euroovergeboekt naar andere departementen.OmbuigingenBijdrage HGIS t.b.v. OekraïnesteunUit het HGIS-budget wordt 50 duizend euro beschikbaar gemaakt om eenbijdrage te leveren aan de verbetering van de maritieme veiligheid enbeveiliging in Oekraïne. Deze middelen komen ter beschikking van hetMinisterie van IenW.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 159 Dekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDekking voor amendement Bontenbal c.s. is verspreid over meerderebegrotingen. De begroting van BZ is structureel verlaagd met 7,4 miljoeneuro ten behoeve van het terugdraaien of verlagen van verschillendeonderwijsbezuinigingen uit het HLA. Dekking vindt plaats op artikel 7(apparaat).Rijksbrede taakstelling prijsbijstellingEr wordt rijksbreed 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd.Het restant wordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek. VoorHGIS non-ODA betekent dit dat een deel van de reservering voorprijscompensatie op artikel 6 (nog onverdeeld) wordt afgeboekt.Tijdens de Voorjaarsbesluitvorming 2025 is tevens besloten dat een aantalbudgettaire afspraken over de HGIS worden herzien:•Het non-ODA deel van het HGIS-budget wordt vanaf 2026 niet meergeïndexeerd met prijs bbp. Hiervoor gaat de reguliere Rijksbrede loon-en prijsbijstellingssystematiek gelden.•De uitzondering op de eindejaarsmarge voor het HGIS-budget komt tevervallen, deze wordt in lijn gebracht met de reguliere eindejaarsmar-gesystematiek (1% van de begrotingsstand bij ontwerpbegroting).•In lijn met de afspraken over de koppeling van de Defensiebegrotingaan de NAVO-norm (2% bbp) (zie bijlage 5) zullen in beginsel alleonderdelen van de Defensiebegroting die nu nog onderdeel van deHGIS zijn (zoals het BIV) per 2026 uit de HGIS worden gehaald.Daarnaast ontvangen alle NAVO-toerekenbare uitgaven (niet op deDefensiebegroting, maar wel in de HGIS) voortaan prijsbijstelling uitde Defensiebegroting.Generaal dossierEU-afdrachtenDe EU-afdrachten zijn naar boven bijgesteld als gevolg van diverseeffecten, waaronder de nacalculatie. Dit jaar valt de nacalculatie samenmet de vijfjaarlijkse verificatiecyclus (de bronnenrevisie) van het brutonationaal inkomen (bni). De nacalculatie leidt tot een incidenteel effect in2025 van 22 miljoen euro (plastic-afdracht) en 2026 van 674 miljoen euro(bni- en btw-afdrachten).14 De nacalculatie is een reguliere herijking vande afdrachten aan de Europese Unie (EU) tussen de lidstaten.Naast het bovengenoemde incidentele effect van de nacalculatie, is er ookeen inschatting gemaakt van het structurele effect van de bronnenrevisieop de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU. In dezeinschatting is ook de verwachte economische ontwikkeling meegenomen.Als gevolg hiervan stijgen de geraamde Nederlandse afdrachten aan deEU meerjarig. Deze toename is te verklaren door de volgende aspecten:•Als gevolg van de bronnenrevisie 2024 van het CBS is het Nederlandsebni naar boven bijgesteld. Deze bijstelling is relatief groter dan anderelidstaten, waardoor het relatieve bni-aandeel van Nederland in de EUis gestegen. Deze bijstelling werkt door op toekomstige begrotingsja-ren.•De tweede oorzaak is groei- en prijsontwikkeling. Met name de relatiefhoge inflatie in NL – vooral ten opzichte van grotere EU-lidstaten –14Kamerstuk 21 501-03, nr. 190Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 160 zorgt voor een hoger relatief bni-aandeel voor Nederland. Ook dezeontwikkeling werkt door op toekomstige begrotingsjaren.•De relatief grotere stijging vanaf 2028 heeft te maken met de ramings-methodiek van het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK). Destijging van het bni-aandeel heeft relatief meer impact vanaf 2028.De hierboven toegelichte meerjarige ontwikkeling betreft een inschatting.De meerjarige doorwerking wordt na de Lenteraming van de EuropeseCommissie geactualiseerd.Verder zijn de rentestanden in de raming geactualiseerd. De raming vande rentebetalingen aan de EU voor Next Generation EU (NGEU) valthierdoor in het nieuwe MFK lager uit.Tot slot is in de aanvullende begroting (draft amending budget 1, DAB12025) het verschil tussen de inkomsten en uitgaven (het surplus) van 2024in de Europese begroting van 2025 verwerkt. Dit surplus over hetvoorgaande begrotingsjaar wordt ieder jaar verrekend met deEU-afdrachten van de lidstaten. Voor Nederland leidt het surplus tot85 miljoen euro lagere bni-afdrachten in 2025.MH17Voor de voortzetting van bestaande inzet op lopende internationaalrechte-lijke MH17-procedures is voor de periode juli 2026 t/m juni 2029 eenbedrag van totaal 2,9 miljoen euro beschikbaar gesteld.KasschuivenHuisvestingsbudgetIn 2024 heeft er 62,8 miljoen euro aan onderuitputting plaatsgevonden diedoor middel van de middelenafspraak in 2025 is toegevoegd aan hethuisvestingsbudget. Daarnaast is het uitgavenbudget gestegen vanwegehoger verwachte verkoopopbrengsten. Het totale huisvestingsbudgetwordt in een realistisch ritme geplaatst.HGIS-EindejaarsmargeBinnen de HGIS kan BZ de eindejaarsmarge (EJM) verdeeld over 3 jarenopvragen. Middels deze kasschuif wordt de HGIS-eindejaarsmarge in dejaren 2026 en 2027 toegevoegd aan de begroting van Buitenlandse Zaken.Overboekingen Aanvullende PostNabetaling TEMEr is een Traditionele Eigen Middelen (TEM)-nabetaling van 204 duizendeuro in 2025 gedaan aan de Europese Unie. Deze middelen zijn overge-heveld vanaf de reservering op de Aanvullende Post naar deBZ-begroting.Overboekingen met andere begrotingenOverige overboekingen met andere begrotingenEr hebben verschillende overboekingen plaatsgevonden als gevolg van deHGIS-besluitvorming. Vanwege een structurele ramingsbijstelling op hetHGIS-budget van JenV vindt er een overboeking plaats van JenV naar BZvan 6,3 miljoen euro. Verder is 16 miljoen euro van de onderuitputting opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 161 het Budget Internationale Veiligheid in 2024 opnieuw beschikbaar gesteldaan Defensie voor toekomstige inzet in 2025.Daarnaast is 1,5 miljoen euro beschikbaar gesteld aan IenW voor deorganisatie van de NAVO-top. Op 24 en 25 juni is Nederland gastland vande NAVO-top. De additionele uitgaven voor de NAVO-top 2025 komenvooralsnog uit op 183,4 miljoen euro. Een deel hiervan (76,8 miljoen euro)komt uit het HGIS-budget. Wegens noodzakelijke veiligheidsmaatregelenis dit hoger dan opgenomen in de Voorjaarsnota 2024, aangezien dezeuitgaven toen nog niet konden worden ingeschat. De totale uitgavenworden gedaan vanuit de begrotingen van JenV (81,7 miljoen euro), BZ(53 miljoen euro), Defensie (42,6 miljoen euro) en IenW (6,1 miljoen euro).Naleving sanctiesEr wordt structureel 36,5 miljoen euro vrijgemaakt voor de instand-houding en verdere versterking van de sanctienaleving in Nederland. Dezemiddelen zijn toegevoegd aan de begroting van BZ, als coördinerenddepartement. Daar wordt 31 miljoen euro overgeboekt naar het Ministerievan Financiën, JenV, IenW en EZ.Hoog Risico PostenDe Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) – onderdeel van hetMinisterie van Defensie – verzorgt de beveiliging van personeel van eenaantal hoog-risicoposten. Conform afspraken tussen de Ministeries vanBuitenlandse Zaken en Defensie vindt hiervoor jaarlijks een overboekingplaats tussen beide departementen.Europees OntwikkelingsfondsIn 2026 valt de Nederlandse bijdrage aan het Europese Ontwikkelings-fonds neerwaarts bijgesteld als gevolg van een geactualiseerde ramingvan de Europese Commissie. Aangezien deze meevaller volledigODA-budget betreft, wordt deze overgeheveld naar de BHO-begroting.KadercorrectiesPrijsbijstelling non-ODANaar aanleiding van de CEP-raming van het Centraal Planbureau wordthet non-ODA-budget bijgesteld op basis van de verwachting van deprijsontwikkeling van het bbp.EindejaarsmargeMiddelenafspraakConform de huidige middelenafspraak, die in 2025 afloopt, wordtaanvullend op de HGIS-eindejaarsmarge de onderuitputting van 2024(62,8 miljoen euro) toegevoegd aan 2025. Daarnaast is er een nieuwemiddelenafspraak gemaakt. Tot en met 2025 gold een afspraak datmiddelen die voortkomen uit verkoop van vastgoed mochten wordeningezet voor investeringen in de vastgoedportefeuille van BZ. In denieuwe set afspraken is nader gespecificeerd om welk vastgoed het gaat.Daarnaast is afgesproken dat – in lijn met het advies van de 17e Studie-groep Begrotingsruimte – de uitzondering op de eindejaarsmarge voor demiddelenafspraak komt te vervallen. De nieuwe set afspraken geldt tot enmet 2030.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 162 HGIS-eindejaarsmargeDe HGIS-eindejaarsmarge wordt toegevoegd aan de begroting vanBuitenlandse Zaken in 2025 en conform HGIS-besluitvorming doorver-deeld naar de betreffende departementen.ExtrapolatieExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Buitenlandse Zaken.TechnischOverig technischIn 2025 worden meer paspoortaanvragen van Nederlanders in hetbuitenland verwacht en daarnaast zijn er ook hogere EU-ontvangsten uitsubsidie. Deze ontvangsten worden gedesaldeerd met de uitgaven opartikel 4 (consulaire dienstverlening).Niet-kaderrelevantActualisatie invoerrechtenGedurende het jaar treedt een onbedoeld saldo-effect op in de ramingenvan de invoerrechten, doordat aan de inkomsten- en uitgavenkant eenandere raming wordt gebruikt. Om dit saldo-effect te voorkomen wordtdrie keer per jaar een actualisatie verwerkt aan de uitgavenkant van deinvoerrechten en de perceptiekostenvergoeding die hieruit volgt. Deinvoerrechten zijn niet kaderrelevant.Militaire steunHet kabinet heeft besloten om 100 miljoen euro beschikbaar te stellen aanmilitaire steun voor Oekraïne via het NAVO Ukraine ComprehensiveAssistance Package (UCAP). Deze militaire steun maakt onderdeel uit vanhet aangekondigde steunpakket van 3,5 miljard euro.Niet-militaire steun OekraïneHet kabinet heeft besloten om 20 miljoen euro beschikbaar te stellen voorhet versterken van de cyberweerbaarheid van Oekraïne. Deze niet-militairesteun maakt onderdeel uit van het aangekondigde steunpakket van3,5 miljard euro.OntvangstenGeneraal dossierPerceptiekostenvergoedingNederland ontvangt 25% van de bruto af te dragen nabetalingen aantraditionele eigen middelen (TEM) als perceptiekostenvergoeding. Dezemutatie hangt samen met de actualisatie en nabetaling van de invoer-rechten en is relevant voor het uitgavenplafond. Vanwege de hoger danverwachte invoerrechten, nemen ook de ontvangsten van de perceptie-kostenvergoeding toe.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 163 Herstel en VeerkrachtplanVoor het herstel en veerkrachtplan vinden minder ontvangsten in 2025plaats en meer in 2026. Dit heeft twee oorzaken:•Er vindt een technische bijstelling plaats als gevolg van het ophogenvan de Nederlandse portefeuille van het Herstel en Veerkrachtplan(HVP) ten behoeve van RePowerEU. In 2024 is het budget met118 miljoen euro naar beneden bijgesteld. De stand van 2025 wordtmet 244 miljoen euro naar boven bijgesteld en de stand voor 2026wordt met 127 miljoen euro naar beneden bijgesteld. Meerjarighebben deze technische bijstellingen geen effect op de totale ramingvan de ontvangsten van het HVP.•Daarnaast heeft er een kasschuif plaatsgevonden van 2025 naar 2026.Tot en met 2026 maakt Nederland aanspraak op 5,4 miljard euro uit deHerstel- en Veerkrachtfaciliteit. Het derde betaalverzoek vindt niet zoalseerder gepland in het voorjaar van 2025 plaats, maar wordt in detweede helft van 2025 ingediend. Uitbetaling geschiedt pas nagoedkeuring door de Raad van de EU op basis van een beoordelingdoor de Europese Commissie. Omdat de verwachting is dat Nederlandhet geld pas begin 2026 ontvangt, worden er circa 1,4 miljard euro aanontvangsten van 2025 naar 2026 verschoven.KasschuivenHuisvestingsbudgetDoor een verwachte stijging van het verkoopbudget zijn meerontvangsten geraamd in 2026, daarnaast worden ook in latere jaren meerverkoopopbrengsten verwacht. Conform de middelenafspraak wordendeze middelen door middel van een kasschuif in een realistisch ritmegeplaatst.Overboekingen Aanvullende PostNabetalingen TEMAls gevolg van een nabetaling Traditionele Eigen Middelen (TEM) stijgenook de ontvangsten met 41 duizend euro in 2025, omdat Nederland 25%van de invoerrechten conform de afspraken over perceptiekostenver-goeding mag houden.ExtrapolatieExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Buitenlandse Zaken.TechnischOverig technischIn 2025 worden meer paspoortaanvragen van Nederlanders in hetbuitenland verwacht en daarnaast zijn er ook hogere EU-ontvangsten uitsubsidie. Deze ontvangsten worden gedesaldeerd met de uitgaven opartikel 4 (consulaire dienstverlening).Buitenlandse Handel en OntwikkelingshulpTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 164 XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota3.5983.1203.1243.6113.9230Intensiveringen99517577472535535Dollarkoers523320522Migratiepartnerschappen203544444444Wederopbouw Gaza20Doorverdeling meevaller art. 5.410173173Verdragsmiddelen Suriname8– 1– 1Mondiale gezondheid en SRGR (herschikkingen)122222Humanitaire hulp (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)02227344040Migratie (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)05365829595Veiligheid en rechtsorde (Kamerbrief Ontwikkelings-hulp)04151657575Voedselzekerheid (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)05365829595Water (Kamerbrief Ontwikkelingshulp en herschik-kingen)– 287108137159159Private sector development (Kamerbrief Ontwikke-lingshulp en herschikkingen)– 2055555Overige intensiveringen101317161818Ombuigingen– 150– 568– 616– 511– 577– 577Multilaterale samenwerking (Kamerbrief Ontwikke-lingshulp en herschikkingen)2– 30– 34– 45– 53– 53Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting00– 1– 1– 1– 1Maatschappelijk middenveld (Kamerbrief Ontwikke-lingshulp)0– 34– 58– 78– 94– 94Onderwijs (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)0– 47– 50– 56– 61– 61Overig armoedebeleid (Kamerbrief Ontwikkelings-hulp)0– 3– 2– 2– 4– 4Vrouwenrechten (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)0– 35– 37– 42– 46– 46Klimaat (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)– 1– 118– 143– 184– 214– 214Amendement UNRWA– 4– 3– 7– 11– 13– 13Rijksbrede taakstelling prijsbijstelling– 49– 50– 37– 38– 40– 40Overige ombuigingen– 98– 248– 247– 54– 51– 51Generaal dossier– 61– 19– 27– 6149Actualisatie ODA-toerekening EU-afdrachten– 61– 61– 61– 61– 61– 61Bijstelling ODA-budget n.a.v. CEP-Raming42345562110Kasschuiven– 371– 512400203140140Kasschuif asiel– 371– 512400203140140Overboekingen met andere begrotingen520736– 18– 18– 113– 182ODA-toerekening asiel571712HGIS-besluitvorming– 52– 19– 19– 19– 19– 17IDA22– 95– 165Overige overboekingen met andere begrotingen1421111Kadercorrecties72475968219Bijstelling ODA-budget n.a.v. CEP-Raming72475968219Extrapolatie3.923Extrapolatie3.923Niet-kaderrelevant172624200Ukraine Partnership Facility171042Niet-militair steunpakket Oekraïne 202602520000Stand Voorjaarsnota3.6533.6073.4923.8113.9774.108 XVII Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota53484543420Extrapolatie42Extrapolatie42Stand Voorjaarsnota534845434242Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 165 UitgavenIntensiveringenDollarkoersBHO verwacht een tegenvaller door wisselkoersverschillen op dollarbeta-lingen. Ter compensatie worden er vanuit artikel 5.4 (het bufferartikel)middelen beschikbaar gesteld op artikel 5.2 (overig armoedebeleid). Aanhet eind van het jaar wordt de wisselkoers conform gebruikelijkesystematiek afgerekend, dan kan het uiteindelijke bedrag hoger of lageruitvallen.MigratiepartnerschappenHet kabinet stelt budget beschikbaar op artikel 4.2 voor partnerschappenmet migratieherkomst- en doorreislanden.Wederopbouw GazaHet kabinet stelt 20 miljoen euro in 2025 beschikbaar voor de weder-opbouw van Gaza, zoals ook toegezegd aan de Kamer. De dekking voor ditbudget komt uit artikel 1.3.Doorverdeling meevaller art. 5.4De meevaller op artikel 5.4 (het bufferartikel) door de lagere asieltoere-kening wordt door BHO overgeheveld naar de budgetten op handel eneconomie (art. 1.3), humanitaire hulp (art. 4.1), migratie (art. 4.2) enveiligheid en stabiliteit (art. 4.3).Verdragsmiddelen SurinameDe Verdragsmiddelen Suriname die in 2024 niet tot besteding zijngekomen, worden in 2025 opnieuw beschikbaar gesteld conform deuitvoering van het Verdrag. Daarnaast wordt het budget uit 2026 en 2027naar 2025 geschoven.Mondiale gezondheid en SRGR (herschikkingen)Per saldo wordt er geïntensiveerd op het budget voor mondialegezondheid seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR;artikel 3.1). Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp en bijbehorendbeleidskader vinden er binnen het bestaande budget herschikkingenplaats. Daarnaast worden er middelen van artikel 2.2 (water) en 5.4 (hetbufferartikel) overgeheveld naar 3.1, o.a. voor een verhoogde Neder-landse bijdrage aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO/PAHO).Humanitaire hulp (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp wordt er geïntensiveerd op hetbudget voor humanitaire hulp (artikel 4.1).Migratie (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp wordt er geïntensiveerd op hetbudget voor opvang en bescherming in de regio en migratiesamen-werking (artikel 4.2).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 166 Veiligheid en rechtsorde (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp wordt er geïntensiveerd op hetbudget voor veiligheid en rechtsorde (artikel 4.3).Voedselzekerheid (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp wordt er geïntensiveerd op hetbudget voor voedselzekerheid (artikel 2.1).Water (Kamerbrief Ontwikkelingshulp en herschikkingen)Per saldo wordt er geïntensiveerd op het budget voor water (artikel 2.2).Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp wordt er extra geld vrijge-maakt voor watermanagement. Verder wordt er vanaf artikel 2.2 struc-tureel 1,9 miljoen euro overgeheveld naar artikel 3.1 voor het programmaGlobal Analysis and Assessment of Sanitation and Drinking Water(GLAAS) van de Wereldgezondheidsorganisatie.Private sector development (Kamerbrief Ontwikkelingshulp en herschik-kingen)Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp wordt het budget gericht ophandel en economie (artikel 1.3) verhoogd. Ook wordt in 2025 20 miljoeneuro overgeheveld naar artikel 4.3 voor middelen t.b.v. wederopbouw inGaza.Overige intensiveringen en herschikkingenEr wordt onder andere in de jaren 2025, 2026 en 2027 in totaal 4 miljoeneuro bijgedragen aan het Dutch Disaster Risk Reduction & Surge Support(DRSS) vanaf artikel 4.1. Ook vindt er, in diezelfde jaren, een middelenaan-vulling plaats van International Fund for Agricultural Development (IFAD)van in cumulatief 7,3 miljoen euro.OmbuigingenMultilaterale samenwerking (Kamerbrief Ontwikkelingshulp en herschik-kingen)Per saldo wordt er omgebogen op de budgetten voor multilateralesamenwerking (artikel 5.1), conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp.Dekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDe dekking voor amendement Bontenbal c.s. is verspreid over meerderebegrotingen. De begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulpis structureel verlaagd met 0,9 miljoen euro t.b.v. het terugdraaien ofverlagen van verschillende onderwijsbezuinigingen uit het hoofdlijnenak-koord.Maatschappelijk middenveld (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp worden de budgetten voor hetmaatschappelijk middenveld (artikel 3.3) structureel met 94 miljoen euroneerwaarts bijgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 167 Onderwijs (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp worden de budgetten voorberoeps- en hoger onderwijs (artikel 3.4) volledig afgebouwd.Overig armoedebeleid (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp worden de budgetten vooroverig armoedebeleid (artikel 5.2) structureel met 4 miljoen euroneerwaarts bijgesteld.Vrouwenrechten (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp worden de budgetten voorvrouwenrechten en gendergelijkheid (artikel 3.2) volledig afgebouwd.Klimaat (Kamerbrief Ontwikkelingshulp)Conform de Kamerbrief Ontwikkelingshulp worden de budgetten voorklimaat (artikel 2.3) vanaf 2029 structureel met 214 miljoen euroneerwaarts bijgesteld.Amendement UNRWAMet amendement Stoffer en Eerdmans wordt de bijdrage aan UnitedNations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East(UNRWA) voor 2025 en latere jaren verlaagd naar structureel 1 miljoeneuro in 2029.Rijksbrede taakstelling prijsbijstellingEr wordt rijksbreed 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd.Het restant wordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek. VoorHGIS ODA betekent dit dat een deel van de reservering voor prijscompen-satie op bufferartikel 5.4. wordt afgeboekt.Overige ombuigingen en herschikkingenVanaf artikel 5.4 (het bufferartikel) worden de middelen ter compensatievan wisselkoersverschillen overgeheveld naar artikel 5.2 (overig armoede-beleid). Ook wordt vanaf artikel 5.4 de meevaller door de lagere asieltoe-rekening overgeheveld naar verschillende artikelen en wordt de intensi-vering op migratie partnerschappen gedekt. Verder betreft deze post metname een aantal herschikkingen op artikel 4.1 (humanitaire hulp) terdekking van onder andere de bijdrage aan DRSS van in totaal 4 miljoeneuro; van amendement Dobbe, waarmee 5 miljoen euro in 2025 extrawordt bijgedragen aan humanitaire hulp in Soedan; en van amendementvan Baarle, waarmee 1 miljoen euro in 2025 vrij wordt gemaakt voor hulpaan de Rohingya.Generaal dossierActualisatie ODA-toerekening EU-afdrachtenDe EU-afdrachten zijn voor een deel ODA-toerekenbaar. Na actualisatieaan de hand van het huidige Nederlandse bni-aandeel zou hetODA-budget stijgen met 61 miljoen euro. Om het ODA-budget en deODA-prestatie gelijk te houden, wordt dit in mindering gebracht op artikel5.4 (het bufferartikel).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 168 Bijstelling ODA-budget n.a.v. CEP-RamingNaar aanleiding van de raming van het CEP van het CPB wordt hetODA-budget bijgesteld op basis van de verwachting van de volumeont-wikkeling van het bruto nationaal inkomen (bni).Overboekingen met andere begrotingenODA-toerekening asielEen deel van de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit ontwikkelings-landen wordt betaald vanuit het ODA-budget. Er is sprake van lagerebezettingsaantallen. De ODA-middelen die daarom te veel zijn overge-boekt naar de begroting van AenM worden nu teruggeboekt naar debegroting van BHO.HGIS-besluitvormingAls gevolg van de HGIS-besluitvorming vindt er een aantal overboekingenmet andere begrotingen plaats, wat een effect heeft op de BHO-begrotingvan – 52 miljoen euro in 2025. De grootste mutatie voor 2025 is eenverrekening van 36 miljoen euro van de BHO- naar de BZ-begroting voorde overschrijding van het ODA-budget in 2024. Ook wordt er vanuit ODAstructureel 13 miljoen euro aan loon- en prijsbijstelling overgeboekt aanBZ, ten behoeve van het ODA-deel van de apparaatsuitgaven. Daarnaastwordt er vanaf 2026 met 2,1 miljoen euro jaarlijks bijgedragen aan deMondiale Gezondheidsstrategie (MGS) van VWS. Het overige deel is eensaldo van verschillende kleinere mutaties, waaronder verdere overheve-lingen van loon- en prijsbijstelling.IDA22Binnen het ODA-budget wordt er additioneel geld beschikbaar gesteldvoor de Nederlandse bijdrage aan de 22e middelenaanvulling van deInternational Development Association (IDA), dat onderdeel is van deWereldbank.Overige overboekingen met andere begrotingenEr vindt een aantal overboekingen plaats tussen de begroting van BHO ende begroting van BZ. Zo komt er in 2026 41,5 miljoen euro aanODA-budget terug vanuit de begroting van BZ, naar verwachting zal deNederlandse bijdrage aan het Europese Ontwikkelingsfonds (EOF) met41,5 miljoen euro lager uitvallen. Daarom vloeien deze middelen terugnaar artikel 5.4 (het bufferartikel) op de BHO-begroting. Het overige deel iseen saldo van verschillende kleinere mutaties.KadercorrectiesBijstelling ODA-budget n.a.v. CEP-RamingNaar aanleiding van de raming van het CEP van het CPB wordt hetODA-budget bijgesteld op basis van de verwachting van de prijsontwik-keling van het bruto nationaal inkomen (bni).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 169 KasschuivenKasschuif asielDe lagere bezetting in de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit ontwikke-lingslanden leidt tot een meevaller binnen het ODA-budget. Dezemiddelen worden met deze kasschuif in een ander ritme gezet.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp.Niet-kaderrelevantUkraine Partnership FacilityDe Ukraine Partnership Facility (UPF) 2 is in 2024 ingericht. Tot en met30 januari 2025 konden bedrijven een aanvraag indienen. De hiervoorbeschikbare middelen stonden in 2024 op de begroting. Bij Slotwet zijndeze afgeboekt en nu worden de middelen weer beschikbaar gesteld inhet juiste ritme vanaf 2025.Niet-militaire steunpakket Oekraïne 2025Het kabinet stelt 252 miljoen euro in 2026 generaal beschikbaar voorniet-militaire steun aan Oekraïne. Deze middelen worden aan deBHO-begroting toegevoegd.OntvangstenExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp.Justitie en VeiligheidVI Justitie en Veiligheid: UitgavenVI Justitie en Veiligheid: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota18.32518.35318.32918.24818.2510Meevallers– 238– 73– 63– 58– 48– 48Ramingsbijstellingen n.a.v. onderuitputting– 78– 73– 63– 58– 48– 48Inzet eindejaarsmarge– 160Tegenvallers22166127146129105Arbeidsvoorwaardenmiddelen95Beroep eindejaarsmarge (EJM)49Ramingsbijstelling Prognosemodel Justitiële Ketens(PMJ)468785868686Ramingsbijstelling inburgering– 68341240Overige tegenvallers314839191919Intensiveringen10792217217217217Middelen Politie en de veiligheidsketen5075100100100100Garantieregeling forensische zorg24Amendement Ellian extra plekken licht beveiligdeinrichting20Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 170 VI Justitie en Veiligheid: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Amendement Mutluer c.s. aanpak Stop Femicide10Overige amendementen begrotingsbehandelingJenV3Middelen sociale advocatuur30303030Weerbaarheid70707070Overige intensiveringen1717171717Ombuigingen– 47– 18– 41– 41– 46– 51Verlaging middelen artikel 92 voor amendementenbegrotingsbehandeling– 3Verlaging middelen artikel 92 voor dekkingproblematiek– 7– 10– 34– 34– 39– 43Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting– 8– 8– 8– 8– 8– 8Verlaging middelen artikel 33 voor amendementMutluer c.s.– 10Verlaging middelen Wetboek van Strafvorderingvoor amendement Ellian– 20Generaal dossier– 20– 24– 25– 25– 25– 25Reservering boetes en transacties op artikel 92 voorgenerale beeld– 20– 24– 25– 25– 25– 25Kasschuiven– 539271321Kasschuif ondermijning– 31283Overige kasschuiven– 23901021Overboekingen met andere begrotingen– 50– 35– 87– 119– 120– 120Middelen HLA Nationale veiligheid versterken– 8– 42– 103– 103– 103– 103Overige overboekingen met andere begrotingen– 41717– 15– 17– 17Kadercorrecties0000Kadercorrecties0000Loonbijstelling680683687686687678Loonbijstelling680683687686687678Prijsbijstelling656564636362Prijsbijstelling656564636362Eindejaarsmarge160Eindejaarsmarge160Extrapolatie18.027Extrapolatie18.027Technisch– 48– 113– 110– 101– 101– 101Herverkaveling middelen apparaat van JenV naarAenM-begroting– 121– 112– 104– 104– 103– 103Overig technisch72– 1– 6233Niet-kaderrelevant00000Niet-kaderrelevant00000Stand Voorjaarsnota19.10219.00619.12419.02819.00818.746 VI Justitie en Veiligheid: OntvangstenVI Justitie en Veiligheid: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota1.6501.7511.7811.8061.8370Meevallers543131313131Afroming eigen vermogen DJI23Ramingsbijstelling Prognosemodel Justitiële Ketens(PMJ)182525252525Afroming eigen vermogen Justis7Ontvangsten Dienstencentrum Justitie en Veiligheid666666Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 171 VI Justitie en Veiligheid: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Generaal dossier6264667177113Ramingsbijstelling boetes en transacties6264667177113Extrapolatie1.837Extrapolatie1.837Technisch72– 1– 6233Technisch72– 1– 6233Stand Voorjaarsnota1.8381.8451.8731.9111.9481.984 UitgavenMeevallersRamingsbijstellingen n.a.v onderuitputtingOp basis van een analyse van onderuitputting op de budgetten invoorgaande jaren wordt een structurele ramingsbijstelling van circa48 miljoen euro op de JenV-begroting verwerkt om problematiek tedekken.Inzet eindejaarsmargeJenV zet circa 160 miljoen euro aan eindejaarsmarge in om overlopendeverplichtingen te dekken.TegenvallersArbeidsvoorwaardenmiddelenIn 2024 is incidenteel circa 95 miljoen euro op de jaarlijkse loonontwikke-lingsbijstelling voor arbeidsvoorwaardenmiddelen niet tot bestedinggekomen. Hiervoor is aanvullende eindejaarsmarge beschikbaar gesteld.Beroep eindejaarsmarge (EJM)Dit betreft diverse posten waarvoor beroep wordt gedaan op de einde-jaarsmarge. Dit betreft onder andere de kosten voor de cao RechterlijkeMacht (circa 11 miljoen euro). Daarnaast wordt eindejaarsmarge ingezetvoor middelen die in 2024 voor het project Justicelink niet tot bestedingzijn gekomen (circa 9 miljoen euro) en voor vertraging bij de implemen-tatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (WvSv) (circa 5,8 miljoeneuro).Ramingsbijstelling Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)Het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) raamt de capaciteitsbehoeftevoor de organisaties binnen de justitiële keten. Door onzekerheid in deramingen is een afslag op de capaciteitsbehoefte genomen, waarbij hetbeeld op stand 2027 is gestabiliseerd. De grootste tegenvallers doen zichvoor binnen de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s) en bij de klinischeplaatsen binnen de forensische zorg. De tariefsverhoging vanuit deNederlandse Zorg Autoriteit (NZA) ten behoeve van forensische zorg ismeerjarig verwerkt. Ook is sprake van aanvullende capaciteitsbehoefte bijde Raad voor de rechtspraak (Rvdr).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 172 Ramingsbijstelling inburgeringDe ramingsbijstelling inburgering bestaat uit twee wijzigingen. Ten eersteis het inburgeringsbudget bijgesteld op basis van het aantal verwachteinburgeraars. Daarnaast is gekozen om de 10% korting op de SPUKInburgeringsvoorzieningen voor de jaren 2026 en 2027 niet door tevoeren, wat leidt tot een tegenvaller. Mede op basis van evaluatie van deWet Inburgering 2021 werkt JenV de komende tijd aan wetsaanpassingenom tot een structurele invulling van de korting te komen.Overige tegenvallersDit betreft het saldo van diverse tegenvallers. Er is onder andere sprakevan een tegenvaller bij Domeinen door een stijging van kosten zoalshuisvesting, ICT en voor de vernietiging van inbeslaggenomen vuurwerk(circa 9 miljoen euro).IntensiveringenMiddelen Politie en de VeiligheidsketenBij de nota van wijziging op de JenV-begroting van 14 november 2024 zijnmiddelen voor de Politie en de veiligheidsketen overgeboekt van deAanvullende Post naar de JenV-begroting. Hiervan is 42 miljoen euro in2025 voor de NAVO-top, waarmee het totaal voor JenV voor de NAVO-topop dit moment op 81,7 miljoen euro uitkomt.Garantieregeling forensische zorgOm meer tbs-bedden te kunnen realiseren zal JenV de garantieregelingforensische zorg openstellen. Hiervoor wordt een bedrag van 24 miljoeneuro uit de eindejaarsmarge beschikbaar gesteld en afgestort in eenbegrotingsreserve.Amendement Ellian extra plekken licht beveiligde inrichtingBij de begrotingsbehandeling 2025 van JenV is het amendement Elliandoor de Tweede Kamer aangenomen. Het amendement beoogt hetrealiseren van een licht beveiligde afdeling van 50 tot 100 plekken in of bijeen penitentiaire inrichting. Met deze mutatie (20 miljoen euro) wordt hierincidenteel budget voor vrijgemaakt.Amendement Mutluer c.s. aanpak Stop FemicideBij de begrotingsbehandeling 2025 van JenV is het amendement Mutluerc.s. door de Tweede Kamer aangenomen. Met dit amendement wordtincidenteel 10 miljoen euro vrijgemaakt zodat er o.a. binnen de justitiëleketen een start kan worden gemaakt met het vergroten van de capaciteiten kennis van professionals en de gewenste laagdrempelige 24/7 hulplijnkan worden opgericht.Overige amendementen begrotingsbehandeling JenVDit betreft het saldo van de overige amendementen die bij de begrotings-handeling 2025 door de Tweede Kamer zijn aangenomen. Dit betreftbijvoorbeeld een amendement voor het versterken van meldpunt 144 bijde politie en het in stand houden van de subsidie voor de Geschillencom-missie Consumentenzaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 173 Middelen sociale advocatuurEr komt 30 miljoen euro beschikbaar vanaf 2027 om opvolging te gevenaan de aanbevelingen van Commissie van der Meer II voor het versterkenvan de sociale advocatuur.WeerbaarheidOm de maatschappelijke weerbaarheid te vergroten wordt vanaf 2027 eenbedrag van 70 miljoen euro beschikbaar gesteld op de JenV-begroting.Overige intensiveringenDit betreft de overige intensiveringen die binnen de JenV-begroting zijngedekt.OmbuigingenVerlaging middelen artikel 92 voor amendementen begrotingsbehan-delingDeze mutatie betreft de dekking voor een aantal amendementen uit debegrotingsbehandeling JenV binnen artikel 92 (Nog onverdeeld).Verlaging middelen artikel 92 voor dekking problematiekOp artikel 92 (Nog onverdeeld) wordt voor circa 43 miljoen euroomgebogen voor het dekken van de problematiek op de JenV-begroting.Dekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDekking voor het amendement Bontenbal c.s. is verspreid over meerderebegrotingen. De begroting van Justitie en Veiligheid is structureelverlaagd met circa 8 miljoen euro ten behoeve van het terugdraaien ofverlagen van verschillende onderwijsbezuinigingen uit het HLA.Verlaging middelen artikel 33 voor amendement Mutluer c.s.Deze mutatie betreft de dekking voor het amendement Mutluer c.s.,dekking wordt gevonden op artikel 33 (Veiligheid en criminaliteitsbe-strijding) op middelen die niet juridisch verplicht of bestuurlijk gebondenzijn.Verlaging middelen Wetboek van Strafvordering voor amendement EllianDeze mutatie betreft de dekking voor het amendement Ellian, door heteenmalig verlagen van de begrote uitgaven voor de implementatie vanhet Wetboek van Strafvordering (WvSv).Generaal dossierReservering boetes en transacties op artikel 92 voor generale beeldTer compensatie voor de derving van de boete-ontvangsten, als gevolgvan een lagere indexering in 2024 dan benodigd voor dekking vanrijksbrede problematiek, wordt een bedrag oplopend tot circa 25 miljoeneuro afgeboekt ten behoeve van het generale beeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 174 KasschuivenKasschuif ondermijningEr is sprake van een aanpassing van het kasritme bij middelen voorondermijning door o.a. vertraging bij een project bij het realiseren van hetBeslaginformatiesysteem (BIS), de implementatie van een confiscatie-richtlijn door de komst van een Europese richtlijn en voor de incidentelekosten als gevolg van de wetswijziging Nieuwe psychoactieve stoffen(NPS).Overige kasschuivenDeze post bestaat uit een aantal mutaties. De grootste mutaties wordentoegelicht. Zo is sprake van een kasschuif voor de Wet reguleringsekswerk (Wrs) omdat door uitstel van de wet de middelen niet in 2025maar in 2026 benodigd zijn. Daarnaast is het kasritme van het projectJusticelink aangepast. Ook worden middelen voor Urban Search andRescue NL (USAR NL), die de wettelijke taak heeft om in Nederland en inhet buitenland integrale hulp te verlenen, bijgesteld naar een meerrealistisch kasritme. Tenslotte is door vertraging bij projecten eenkasschuif bij de middelen voor de JenV-brede Werkagenda benodigd.Overboekingen met andere begrotingenMiddelen HLA Nationale veiligheid versterkenDe HLA-middelen voor het versterken van Nationale veiligheid wordenovergeboekt naar de begroting van Defensie en Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties t.b.v. de veiligheidsdiensten. De verdeling hiervan is inoverleg tussen de verschillende departementen tot stand gekomen.Overige overboekingen met andere begrotingenDit betreft het saldo van verschillende overboekingen. De grootstemutaties worden toegelicht. Ten eerste is er sprake van een bijdragevanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorhet recherche samenwerkingsteam (incidenteel 14,4 miljoen euro). Tentweede is bij de overheveling van middelen voor inburgering naar deJenV-begroting afgesproken dat de afrekening over 2024 ten gunste of tenlaste van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid komt. Hetafgelopen jaar was sprake van een meevaller bij de ontvangsten waardoorincidenteel 31,2 miljoen euro naar de begroting van Sociale Zaken enWerkgelegenheid wordt overgeheveld. Ten derde, worden er structureelmiddelen (16,8 miljoen euro) overgeheveld naar het Ministerie van Asielen Migratie voor de nieuw opgerichte Dienst Identificatie en ScreeningAsielzoekers (DISA) voor werkzaamheden die eerst door de NationalePolitie werden uitgevoerd.LoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonb(stelling wordt overgeboekt naar deJenV-begroting.PrijsbijstellingEr wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd. Het restantwordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 175 EindejaarsmargeDe eindejaarsmarge voor JenV over 2024 bedraagt 160 miljoen euro.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de JenV-begroting.TechnischHerverkaveling middelen apparaat van JenV naar AenM-begrotingDit betreft de herverkaveling van middelen voor apparaatsuitgaven van deJenV-begroting naar de AenM-begroting als gevolg van de oprichting vaneen nieuw ministerie.Overig technischDit betreft een totaal van meerdere beperkte desalderingen en daarnaastenkele technische mutaties die per saldo op nul sluiten.Niet-kaderrelevantDit betreft enkele technische mutaties die per saldo op nul sluiten.OntvangstenMeevallersAfroming eigen vermogen DJIIn 2025 wordt het surplus op het eigen vermogen bij de Dienst JustitiëleInrichtingen (DJI) afgeroomd door JenV. Het gaat om circa 23 miljoeneuro.Ramingsbijstelling Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)Uit het Prognosemodel Justitiële Ketens volgt per saldo een meevaller.Ten eerste is sprake van een meevaller op de griffierechtenontvangstenvan circa 32 miljoen euro. Ten tweede is er een tegenvaller op deontvangsten voor de administratiekosten van het Centraal JustitieelIncassobureau (CJIB) van circa 7 miljoen euro.Afroming eigen vermogen JustisIn 2025 wordt het surplus op het eigen vermogen bij Justis afgeroomddoor JenV. Het gaat om circa 7 miljoen euro.Ontvangsten Dienstencentrum Justitie en VeiligheidEr is sprake van hogere ontvangsten (structureel 6,1 miljoen euro) daneerder geraamd bij het Dienstencentrum Justitie en Veiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 176 Generaal dossierRamingsbijstelling boetes en transactiesDe raming voor ontvangsten uit boetes en transacties laat een meerjarigemeevaller zien van 113 miljoen euro. Dit wordt o.a. veroorzaakt doordat errelatief meer boetes worden uitgedeeld waarvoor een hoger boetebedraggeldt en een correctie op de ontvangsten uit transacties.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de JenV-begrotingTechnischDit betreft een totaal van o.a. de doorverdeling van de taakstelling op hetapparaat, meerdere beperkte desalderingen en daarnaast enkeletechnische mutaties die per saldo op nul sluiten.Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inclusief Staten-Generaal, Hoge Colleges van Staat, Koninkrijksrelaties enBES-fondsBinnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesVII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota5.0844.5453.2943.0522.1740Tegenvallers– 127– 27737435576285Hogere bouwkosten Batch 1588 en Big Five87421Versterken, schade en overige bijstellingenGroningen– 145– 110727432575285Overige tegenvallers910821Intensiveringen67198248295244231Overboekingen PEGA38123175206139146Overboeking Nationaal Programma Groningen163329364527Inrichting nieuw departement VRO333333Bestendigen organisatie apparaat VRO18991313I-strategie 2025–2030133222Budgettaire invulling apparaatstaakstellingHoofdlijnenakkoord1823293232Overige intensiveringen8117101110Ombuigingen– 18– 25– 25– 27– 30– 30Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting– 9– 9– 9– 9– 9– 9Budgettaire invulling apparaatstaakstellingHoofdlijnenakkoord– 9– 12– 15– 17– 17Overige ombuigingen– 8– 8– 3– 3– 3– 3Kasschuiven– 67318– 21149Nationaal programma Groningen (NPG)66130– 7– 45– 27Economische agenda46– 6– 6– 33Groningen overig– 1375594375Overige kasschuiven– 411891031Overboekingen met andere begrotingen– 1414618189103Middelen hoofdlijnenakkoord 2024 NationaleVeiligheid83278787878Eindejaarsmarge slavernijverleden JenV1Eindejaarsmarge VRO– 27Overige overboekingen met andere begrotingen5– 18– 1631225Loonbijstelling525151515049Loonbijstelling525151515049Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 177 In miljoenen euro202520262027202820292030Prijsbijstelling272318151212Prijsbijstelling272318151212Eindejaarsmarge320Eindejaarsmarge Groningen261EU Open data Richtlijn15Overige eindejaarsmarge44Extrapolatie2.146Extrapolatie2.146Technisch11534566Tariefgefinancierde dienstverlening100Budgettaire invulling apparaatstaakstellingHoofdlijnenakkoord18Desaldering Herstelboeking ontvangsten/knelpuntenIMG– 36Overig technisch3234566Stand Voorjaarsnota5.4384.8134.3983.8853.1222.851 VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota1.7722.1761.9199468220Meevallers– 129– 152– 100665402697Versterken, schade en overige bijstellingenGroningen– 129– 152– 100665402697Extrapolatie265Extrapolatie265Technisch11534566Tariefgefinancierde dienstverlening100Budgettaire invulling apparaatstaakstellingHoofdlijnenakkoord18Herstelboeking ontvangsten/knelpunten IMG– 36Overig technisch3234566Stand Voorjaarsnota1.7572.0271.8231.6161.230967 UitgavenTegenvallersHogere bouwkosten Batch 1588 en Big FiveDe versterking buiten de reguliere versterkingsoperatie van Batch 1588 enin Appingedam en Ten Post z(n onderdeel van de bestuurl(ke afsprakenmet de regio. Door met name gestegen bouwkosten en indexatie vallende kosten hoger uit.Versterken, schade en overige bijstellingen GroningenDe reguliere schade- en versterkingsraming wordt jaarl(ks geactualiseerdb( de Voorjaarsnota. Deze b(stelling is verwerkt ten laste van hetr(ksbrede beeld en wordt onder meer veroorzaakt door hogere kostenvoor schade, versterking en uitvoering. Ook loopt de versterkingsoperatienaar verwachting langer door. Naast de b(stelling voor schade enversterken worden kleinere b(stellingen gedaan voor een aantal speci-fieke onderdelen zoals juridische b(stand. Tegenover deze uitgaven staan(gedeeltelijke) ontvangsten geraamd. Dit wordt verder toegelicht bijontvangsten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 178 Overige tegenvallersDit betreft tegenvallers bij de Oorlogsgravenstichting en de R(ksdienstvoor de Identiteitsgegevens (RvIG).IntensiveringenOverboekingen PEGAEr wordt voor circa 828 miljoen euro tot en met 2030 overgeheveld naarde BZK-begroting voor het uitvoeren van maatregelen die het kabinetheeft aangekondigd naar aanleiding van het eindrapport van de parlemen-taire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (PEGA). Dit z(nvoornamel(k maatregelen in het kader van schade en versterken, maarook voor de economische en sociale agenda en verduurzaming b(versterken.Overboeking Nationaal Programma GroningenHet Nationaal Programma Groningen (NPG) is onderdeel van deBestuurl(ke Afspraken uit 2018. Vanuit de regio is een aanvraagontvangen waarvoor middelen vanaf de Aanvullende Post wordenovergeboekt naar de BZK-begroting.Inrichting nieuw departement VROEr worden aanvullende structurele middelen beschikbaar gesteld voor demeerkosten voor de oprichting van het Ministerie van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening, vanwege de aanstelling en ondersteuning van eennieuwe secretaris-generaal en directeur Financieel-Economische ZakenVRO. Dit betreft een overheveling van 2,5 miljoen euro van de Aanvul-lende Post naar de BZK-begroting.Bestendigen organisatie apparaat VROIn 2024 is het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtel(ke Ordening(VRO) als zelfstandig departement opgericht met structurele taken. Deapparaatsbudgetten van VRO z(n echter voor een groot deel incidenteelen nemen op term(n af. De afname komt doordat recente kabinettenincidenteel geld beschikbaar hebben gesteld. Ten behoeve van destructurele taken van VRO worden er middelen vrijgemaakt voor debestendiging van het apparaat. De apparaatsuitgaven van VRO wordenverantwoord op het centraal apparaat artikel van de begroting van BZK.I-strategie 2025–2030De i-Strategie BZK-VRO bevat maatregelen voor de digitale transformatievan BZK-VRO om de weerbaarheid tegen nieuwe en/ of toenemendedreigingen te verhogen, een inhaalslag in de adoptie van nieuwetechnologie te maken en om de executiekracht van de organisatie tevergroten.Budgettaire invulling apparaatstaakstelling HLADe apparaatstaakstelling voor BZK en VRO uit het HLA bedraagt struc-tureel 121 miljoen euro. Bij de Voorjaarsnota is 64 miljoen euro hiervaningevuld, het resterende deel (ingeboekt op SSO’s) volgt na het voorjaar.Van het ingevulde deel van de taakstelling blijft 33 miljoen euro struc-tureel op het apparaatsartikel, waarvan 23 miljoen euro voor FTE reductie.De overige 32 miljoen euro structureel wordt ingevuld op beleidsartikelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 179 Dit betreft het deel van taakstelling dat gedekt wordt vanuit beleidsarti-kelen op de begrotingen van BZK, VRO en KR.Overige intensiveringenDit betreft verschillende intensiveringen, zoals de uitvoering CAO-Rijk ende incidentele intensivering voor vier arbitragezaken voor Groningen.OmbuigingenDekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDekking voor amendement Bontenbal c.s. is verspreid over meerderebegrotingen. De begroting van BZK is structureel verlaagd met 9 miljoeneuro ten behoeve van het terugdraaien of verlagen van verschillendeonderw(sbezuinigingen uit het HLA. BZK dekt dit voornamelijk uit deloon- en prijsbijstelling.Budgettaire invulling apparaatstaakstelling HLADe apparaatstaakstelling voor BZK en VRO uit het HLA bedraagt struc-tureel 121 miljoen euro. Bij de Voorjaarsnota is 64 miljoen euro hiervaningevuld, het resterende deel (ingeboekt op SSO’s) volgt na het voorjaar.Van het ingevulde deel van de taakstelling blijft 33 miljoen euro struc-tureel op het apparaatsartikel, waarvan 23 miljoen euro voor FTE reductie.De overige 32 miljoen euro structureel wordt ingevuld op beleidsartikelen.Dit betreft de alternatieve invulling op de beleidsartikelen van BZK.Overige ombuigingenDit betreft een aantal kleinere incidentele ombuigingen, waaronder op hetopdrachtenbudget verbinding inwoner en overheid (1 miljoen euro).KasschuivenNationaal programma Groningen (NPG)Naar aanleiding van een opvraag van de regio worden de middelen vanhet Nationaal Programma Groningen middels een kasschuif in eenpassend ritme gezet.Economische agendaOm in 2025 een start te kunnen maken met de economische agenda voorGroningen en Noord-Drenthe wordt geld uit latere jaren naar vorengeschoven.Groningen overigEr wordt een aantal kasschuiven gedaan op de budgetten voor de schadeafhandeling, de versterkingsoperatie en perspectief in Groningen.Hiermee staan de beschikbare middelen in een realistischer ritme datbeter aansluit b( het tempo van de uitvoering.Overige kasschuivenDit betreft verschillende kasschuiven van in totaal circa 10 miljoen euro ofminder. In de meeste gevallen worden middelen die in 2025 staan in eenrealistischer kasritme gezet. Voorbeelden z(n versterking ondersteuningTweede Kamer en decentrale politieke partijen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 180 Overboekingen met andere begrotingenMiddelen hoofdlijnenakkoord 2024 Nationale VeiligheidDe HLA-middelen voor het versterken van Nationale veiligheid wordenovergeboekt naar de begroting van Defensie en Binnenlandse Zaken enKoninkrijkrelaties ten behoeve van de veiligheidsdiensten. De verdelinghiervan is in overleg tussen de verschillende departementen tot standgekomen.Eindejaarsmarge slavernijverleden JenVOp de JenV begroting is in 2024 circa 0,5 miljoen euro niet besteed. Dezemiddelen worden doorgeschoven naar 2025 en toegevoegd aan artikel 14(Slavernijverledenfonds: fonds en herdenkingscomité). Op deze wijzeblijven de middelen voor het slavernijverledenfonds behouden.Eindejaarsmarge VRODit betreft de overboeking naar de begroting van VRO voor de dekkingvan de overlopende verplichtingen. Het Ministerie van VRO is per 2025opgericht en de bijbehorende beleidsbudgetten zijn per 2025 overge-heveld van de begroting van BZK naar de begroting van VRO. Dit betekentdat de overlopende verplichtingen op de beleidsbudgetten in 2024 nogwerd gerealiseerd op de begroting van BZK en dat deze budgetten ookmeelopen in de grondslag van BZK voor de eindejaarsmarge. Deeindejaarsmarge wordt daarom toegevoegd aan de begroting van BZK envervolgens naar VRO overgeboekt.Overige overboekingen met andere begrotingenDit betreft tientallen kleinere overboekingen van en naar andere begro-tingen, waaronder de overboeking naar Justitie en Veiligheid voor de EUverordening politieke advertenties.LoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonb(stelling wordt overgemaakt naar BZK.PrijsbijstellingEr wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd. Het restantwordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.EindejaarsmargeEindejaarsmarge GroningenIn 2024 stonden de middelen voor Herstel Groningen op de begroting vanEZK. Vanaf 2025 staan de middelen voor Herstel Groningen op deBZK-begroting. Daarom wordt de eindejaarsmarge voor Groningen nutoegevoegd aan de BZK-begroting. Dit betreft zowel de reguliereeindejaarsmarge op de Groningenmiddelen als de additionele eindejaars-marge die betrekking heeft op onderuitputting in 2024.EU Open data RichtlijnB( de tweede suppletoire 2024 z(n middelen gereserveerd in het geval hetEuropese Hof van Justitie over zou gaan tot vaststelling van een forfaitairesom vanwege de te late omzetting van de Europese Open Data Richtl(n inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 181 Nederlandse wetgeving. De uitspraak werd verwacht in 2024, maar heefttoen niet plaatsgevonden. De uitspraak volgt in 2025. Daarom worden degereserveerde middelen meegenomen naar 2025.Overige eindejaarsmargeDit betreft (voornamel(k) de reguliere eindejaarsmarge van ruim44 miljoen euro. De maximale (reguliere) eindejaarsmarge is 1% van detotale begroting.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties.TechnischTariefgefinancierde dienstverleningJaarl(ks worden b( voorjaar op basis van de jaarplanraming de uitgaven-en ontvangstenbudgetten van tariefgefinancierde uitvoeringsorganisatiesvastgesteld en verwerkt. Hier staan voor eenzelfde bedrag aanontvangsten tegenover.Budgettaire invulling apparaatstaakstelling HLADe apparaatstaakstelling voor BZK en VRO uit het HLA bedraagt struc-tureel 121 miljoen euro. De invulling van de taakstelling valt uiteen in driedelen: invulling door de beleidskern en staf (fte-reductie) van 23 miljoeneuro structureel, besparingen op (beleids)budgetten van 41 miljoen eurostructureel en daarnaast besparingen op de bedr(fsvoering uitgevoerddoor de Shared Services Organisaties (57 miljoen euro). Incidenteel voor2025 wordt de taakstelling grotendeels gedekt uit loon- en prijsbijstellingen een desaldering van een vordering op personeelsgerelateerde kosten.Desaldering Herstelboeking ontvangsten/knelpunten IMGDit betreft een correctie van een foutieve boeking in 2024. Zowel deuitgaven op de knelpuntenbudget als de ontvangsten z(n hierdoor tehoog begroot en dat wordt met een desaldering hersteld.Overig technischDit betreft technische reallocaties van middelen en desalderingen, waarhetzelfde bedrag aan ontvangsten tegenover staan.OntvangstenMeevallersVersterken, schade en overige bijstellingen GroningenDe reguliere schade- en versterkingsraming wordt jaarl(ks geactualiseerd.Doordat de uitgavenraming, met name in latere jaren, hoger is dan eerderverwacht, wordt ook de ontvangstenraming naar boven b(gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 182 ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties.TechnischTariefgefinancierde dienstverleningJaarl(ks worden b( voorjaar op basis van de jaarplanraming de uitgaven-en ontvangstenbudgetten van tariefgefinancierde uitvoeringsorganisatiesvastgesteld en verwerkt. Hier staan voor eenzelfde bedrag aan uitgaventegenover.Budgettaire invulling apparaatstaakstelling HLADe apparaatstaakstelling voor BZK en VRO uit het HLA bedraagt struc-tureel 121 miljoen euro. De invulling van de taakstelling valt uiteen in driedelen: invulling door de beleidskern en staf (fte-reductie) van 23 miljoenstructureel, besparingen op (beleids)budgetten van 41 miljoen eurostructureel en daarnaast besparingen op de bedr(fsvoering uitgevoerddoor de Shared Services Organisaties (57 miljoen euro). Incidenteel voor2025 wordt de taakstelling grotendeels gedekt uit loon- en prijsbijstellingen een desaldering van een vordering op personeelsgerelateerde kosten.Herstelboeking ontvangsten/knelpunten IMGDit betreft een correctie van een foutieve boeking in 2024. Zowel deuitgaven op de knelpuntenbudget als de ontvangsten z(n hierdoor tehoog begroot en dat wordt met een desaldering hersteld.Overig technischDit betreft technische reallocaties van middelen en desalderingen, waarhetzelfde bedrag aan uitgaven tegenover staan.Staten-GeneraalIIA Staten-Generaal: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota2672612542662500Meevallers– 2Tweede Kamer – Pensioenen en wachtgelden– 2Tegenvallers265423Tweede Kamer – Schadeloosstelling222222Tweede Kamer – Fractiekosten1Tweede Kamer – Renovatie en tijdelijke huisvesting432Intensiveringen14104444Tweede Kamer – Bedrijfsvoering411111Tweede Kamer – Integrale Veiligheid311111Eerste Kamer – Parlementair systeem220000Tweede Kamer – Interparlementaire betrekkingen13Overige intensiveringen332211Loonbijstelling988988Loonbijstelling988988Prijsbijstelling222222Prijsbijstelling222222Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 183 In miljoenen euro202520262027202820292030Eindejaarsmarge2Eindejaarsmarge2Extrapolatie248Extrapolatie248Technisch0Technisch0Stand Voorjaarsnota294287274285266265 IIA Staten-Generaal: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota444440Extrapolatie4Extrapolatie4Stand Voorjaarsnota444444 UitgavenMeevallersTweede Kamer – Pensioenen en wachtgeldenHet budget voor de wachtgeldregeling wordt minder sterk aangesprokendoor voormalige Kamerleden dan aanvankel(k ingeschat. Daarom is deraming voor de wachtgelden in 2025 met 1,8 miljoen euro incidenteel naarbeneden b(gesteld. In de jaren daarna is al rekening gehouden met eenafname van het budget.TegenvallersTweede Kamer – SchadeloosstellingHet budget voor de schadeloosstelling wordt structureel opgehoogd met2 miljoen euro, doordat de bezoldigingen en vergoedingen van politiekeambtsdragers in juli 2024 aangepast z(n op basis van de CAO R(k2024–2025. Deze aanpassingen zorgen voor extra kosten, die de TweedeKamer niet volledig kan dekken uit de loonb(stelling. Daarnaast moet deWerkkostenregeling met 0,5 miljoen euro structureel worden opgehoogd.Tweede Kamer – FractiekostenHet budget voor de fractiekosten 2030 was nog gebaseerd op ouderezetelbedragen en niet eerder aan te passen. In deze raming wordt dejaarsch(f 2030 zichtbaar en kan zo worden b(gesteld naar nieuwerezetelbedragen. Een ophoging van 1,0 miljoen euro in 2030 is benodigdvoor deze aanpassing.Tweede Kamer – Renovatie en tijdelijke huisvestingDe Tweede Kamer zal langer verbl(ven in de t(del(ke huisvesting vanBezuidenhoutseweg 67. Dat zorgt ervoor dat noodzakel(ke (vervangings-)investeringen gedaan moeten worden in verschillende installaties, zoalsin de Beveiligingsinstallaties en de installaties rondom audio-visueel (AV).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 184 IntensiveringenTweede Kamer – BedrijfsvoeringDe Tweede Kamer heeft op het gebied van bedr(fsvoering aanvullendebudget nodig voor de overstap naar een moderne werkplek, w(zigingen informatie, archiefbewerking en reisbudgetten.Tweede Kamer – Integrale VeiligheidDe veiligheidssituatie van het pand, de systemen en de leden van deTweede Kamer vragen om investeringen in personeel en materieel.Eerste Kamer – Parlementair systeemIn 2023 is de griffie het project voor een nieuw parlementair systeemgestart. Doel van het project is te komen tot een toekomstbestendiginformatiesysteem dat het huidige parlementaire systeem moetvervangen. Het huidige systeem is aan het einde van z(n levensduur. In dejaren 2025 en 2026 is er budget nodig voor de implementatie van hetsysteem. Vanaf 2027 is er budget nodig voor onderhoud en doorontwik-keling.Tweede Kamer – Interparlementaire betrekkingenDe Staten-Generaal organiseert in juli 2026 de jaarl(kse vergadering(Annual Session) in Nederland van de OVSE (Organisatie voor Veiligheiden Samenwerking in Europa) Parlementaire Assemblee. Het betreft eenv(fdaags vergadercongres voor ongeveer 700 deelnemers. Hiervoor isincidenteel 4 miljoen nodig.Overige intensiveringenDit betreft met name incidentele kosten voor het uitvoeren van moties enprojecten, en structurele kosten voor het instellen van drie nieuwe vastecommissies voor de drie nieuwe departementen.LoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonb(stelling wordt overgemaakt naar deStaten-Generaal.PrijsbijstellingDe tranche 2025 van de pr(sb(stelling wordt overgemaakt naar deStaten-Generaal.EindejaarsmargeDe eindejaarsmarge (maximaal 1% van de begroting) die niet totuitputting is gekomen in 2024 wordt toegevoegd aan de begroting.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 185 OntvangstenExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal.Hoge Colleges van Staat en KabinettenIIB Overige Hoge Colleges van Staat: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota1921801871791760Tegenvallers1Begrotingskoersproblematiek1Raad van State – Vreemdelingenkamer11Overige tegenvallers0Intensiveringen6911121212Raad van State – Herijking normtijden Algemene –en Omgevingskamer6911121212Kasschuiven– 22Tijdelijke huisvesting Algemene Rekenkamer– 22Overboekingen met andere begrotingen3Transitie Kiesraad2Staatscommissie Rechtstaat1Loonbijstelling777777Loonbijstelling777777Prijsbijstelling111111Prijsbijstelling111111Eindejaarsmarge1Eindejaarsmarge1Extrapolatie178Extrapolatie178Technisch111111Technisch111111Stand Voorjaarsnota211209207199196199 IIB Overige Hoge Colleges van Staat: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota666660Extrapolatie6Extrapolatie6Technisch111111Technisch111111Stand Voorjaarsnota777777 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 186 UitgavenTegenvallersBegrotingskoersproblematiekMet deze reeks worden de posten op de begroting van de kabinetten vande Gouverneurs van Sint-Maarten en Aruba aangepast naar de nieuwebegrotingskoers.Raad van State – VreemdelingenkamerDe Vreemdelingenkamer binnen de Afdeling bestuursrechtspraak van deRaad van State (RvS) is sinds 2001 belast met de behandeling van HogerBeroep Vreemdelingen (HBV)-zaken. Deze kamer wordt gefinancierd doormiddel van outputfinanciering. Het budget is tot en met 2025 vastgesteld.Voor 2026 is de Raming b(gesteld en wordt het budget met circa11 miljoen euro verhoogd gezien het aantal zaken dat de RvS naarverwachting zal afdoen.Overige tegenvallersDit betreft detacheringskosten bij het kabinet van de Gouverneur van SintMaarten.IntensiveringenRvS – Herijking normtijden Algemene – en OmgevingskamerDe RvS heeft een normt(donderzoek laten uitvoeren. Dit onderzoek toontaan dat een aantal ontwikkelingen, zoals Europeanisering van het recht,toegenomen complexiteit van zaken en beroepsschriften die uitgebreidergemotiveerd moeten worden, leiden tot meer werk. Daarnaast verwachtde RvS de komende jaren een hogere instroom van zaken. Met dezemiddelen kan de RvS stapsgew(s de hogere instroom van zakenverwerken.KasschuivenTijdelijke huisvesting Algemene RekenkamerHet pand van de Algemene Rekenkamer aan het Lange Voorhout wordt dekomende jaren gerenoveerd. Daartoe is het nodig dat de AlgemeneRekenkamer t(del(k andere huisvesting betrekt. Op basis van detechnische gebouwinformatie van de t(del(ke locatie met b(behorendeplanning is besloten te koersen op verhuizing vóór de zomer van 2026 (nahet verantwoordingsonderzoek). Deze kasschuif zet de middelen in hetjuiste ritme.Overboekingen met andere begrotingenTransitie KiesraadIn overleg tussen het Ministerie van BZK en Kiesraad z(n afsprakengemaakt over de benodigde middelen voor de transitie van de Kiesraadnaar verkiezingsautoriteit. De afspraak is dat vanaf 2023 eerst incidenteelper jaar 2 miljoen aan de begroting van de Kiesraad wordt toegevoegd enop het moment dat het tweede wetsvoorstel, kwaliteitsbevorderinguitvoering verkiezingsproces, in werking treedt dit structureel wordttoegevoegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 187 Staatscommissie RechtstaatDit betreft een overboeking van de HLA-middelen voor de staatscom-missie rechtstaat om een dialoog tussen de staatsmachten te organiseren.LoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonb(stelling wordt overgemaakt naar De HogeColleges van Staat.PrijsbijstellingDe tranche 2025 van de pr(sb(stelling wordt overgemaakt naar De HogeColleges van Staat.EindejaarsmargeDe eindejaarsmarge (maximaal 1% van de begroting) die niet totuitputting is gekomen in 2024 wordt toegevoegd aan de begroting.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Overige Hoge Colleges van Staat.TechnischDit betreft diverse desalderingen, b(voorbeeld voor de Nationaleombudsman en voor de taakoefening medeoverheden.OntvangstenExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Overige Hoge Colleges van Staat.TechnischDit betreft diverse desalderingen, b(voorbeeld voor de Nationaleombudsman en voor de taakoefening medeoverheden.KoninkrijksrelatiesIV Koninkrijksrelaties: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota2632142061781490Meevallers– 4– 4– 4– 4– 4– 4Ramingsbijstelling toeslagen op pensioenen NA– 4– 4– 4– 4– 4– 4Intensiveringen2Budgettaire invulling apparaatstaakstellingHoofdlijnenakkoord1Intensivering Artikel 1 n.a.v. amendement Eerdmansc.s.1Ombuigingen– 1– 2– 2– 3– 3– 3Budgettaire invulling apparaatstaakstellingHoofdlijnenakkoord– 1– 2– 3– 3– 3Overige ombuigingen– 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 188 In miljoenen euro202520262027202820292030Generaal dossier110000Wisselkoersactualisatie110000Kasschuiven– 364302Kasschuif middelen slavernijverleden– 19127Kasschuif middelen voedselzekerheid– 5222Kasschuif subsidies Tijdelijke Werkorganisatie– 12– 1022Overboekingen met andere begrotingen– 4502111Actieagenda Goed bestuur – Caribisch Nederland111111Overige overboekingen met andere begrotingen– 4501000Loonbijstelling555555Loonbijstelling555555Prijsbijstelling211100Prijsbijstelling211100Eindejaarsmarge1Eindejaarsmarge1Extrapolatie140Extrapolatie140Technisch200000Technisch200000Stand Voorjaarsnota190219238180149139 IV Koninkrijksrelaties: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota2052241482393030Extrapolatie303Extrapolatie303Technisch200000Desalderingen200000Stand Voorjaarsnota207224148239303303 UitgavenMeevallersRamingsbijstelling toeslagen op pensioenen NAEr vindt een ramingsbijstelling plaats op het budget «Toeslagen oppensioenen NA». Het budget is bedoeld voor de pensioenen vanvoormalig Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse pensioengerechtigden.Omdat het aantal pensioengerechtigden steeds kleiner wordt, wordt deraming verlaagd met 4 miljoen euro structureel.IntensiveringenIntensivering Artikel 1 n.a.v. amendement Eerdmans c.s.Dit betreft de invulling van het amendement Eerdmans c.s.15 waarbij er in2025 middelen worden gerealloceerd van uitvoeringskosten slavernijver-leden naar de KMar.15Kamerstukken IV 2024, 36 600, nr. 10Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 189 Budgettaire invulling apparaatstaakstellingDe apparaatstaakstelling uit het HLA wordt deels budgettair ingevuld opde begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.OmbuigingenBudgettaire invulling apparaatstaakstelling HoofdlijnenakkoordEen deel van de apparaatstaakstelling uit het Hoofdlijnenakkoord wordtalternatief ingevuld en gedekt uit artikel 7 ’Onvoorzien», artikel 4«Bevorderen sociaaleconomische structuur» en de uitgekeerde prijsbij-stelling op de begroting van Koninkrijksrelaties.Overige ombuigingenDit betreft de invulling van het amendement Eerdmans c.s. waarbij er in2025 middelen worden gerealloceerd van uitvoeringskosten slavernijver-leden naar de KMar.Generaal dossierWisselkoersactualisatieMet deze reeks worden de posten op de begroting aangepast naar denieuwe begrotingskoers.KasschuivenKasschuif middelen slavernijverledenVoor de actieagenda’s wordt nog gewerkt aan de uitwerking van concreteprogramma-en projectplannen. Het zwaartepunt van de uitgaven wordtpas in 2026 verwacht. Voor de subsidieregeling geldt dat deze naar allewaarschijnlijkheid per 1 juli 2025 wordt opengesteld, waardoor er geenvolledige uitputting van het voor 2025 gereserveerde bedrag zal plaats-vinden. Daarom worden deze middelen naar 2026 en 2027 geschoven.Kasschuif middelen voedselzekerheidIn 2025 wordt een kwartiermaker aangesteld die uitwerkt hoe de geldenvan het project voedselzekerheid besteed gaan worden. Hierdoor zal hetgrootste gedeelte van het beschikbare budget niet in 2025 tot bestedingkomen maar in latere jaren. Daarom worden de middelen naar 2026 tot enmet 2028 geschoven.Kasschuif subsidies Tijdelijke WerkorganisatieDe besteding van de middelen voor de ondersteuning bij de uitvoeringvan de Landspakketten verloopt minder snel dan verwacht. Om gedegenplanvorming en besluitvorming te faciliteren, wordt het budget van 2025en 2026 naar 2027 doorgeschoven.Overboekingen met andere begrotingenActieagenda Goed bestuur – Caribisch NederlandBetreft een overboeking voor de actieagenda Goed Bestuur CaribischNederland zoals is opgenomen in het HLA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 190 Overige overboekingen met andere begrotingenDit betreft onder andere een overboeking van circa 21 miljoen euro naarDefensie voor de inzet van de Koninkl(ke Marechaussee voor grenstoe-zicht, en circa 23 miljoen euro naar Justitie en Veiligheid voor hetRecherchesamenwerkingsteam (RST), het Openbaar Ministerie op deLanden en het gemeenschappelijk Hof van Justitie. Ook wordt 2,9 miljoeneuro overgeheveld naar het apparaatsartikel van BZK.LoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonb(stelling wordt overgemaakt naar debegroting van Koninkr(ksrelaties.PrijsbijstellingEr wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd. Het restantwordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.EindejaarsmargeDe eindejaarsmarge wordt toegevoegd aan de begroting van Koninkr(ks-relaties.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Koninkr(ksrelaties.TechnischDit betreft met name een desaldering voor de te ontvangen middelen voorde basisdienstverlening SSO-CN van de verschillende opdrachtgevendedepartementen.OntvangstenExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Koninkr(ksrelaties.TechnischDesalderingenDit betreft voornamelijk een desaldering voor de te ontvangen middelenvoor de basisdienstverlening SSO-CN van de verschillende opdrachtge-vende departementen. Daarnaast betreft het de raming van deontvangsten voor de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB).BES-fondsBES-fonds: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota89899091930Generaal dossier123347BBP-indexatiesystematiek volume112236Wisselkoersactualisatie111111Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 191 In miljoenen euro202520262027202820292030Overboekingen met andere begrotingen111111Overboekingen met andere begrotingen111111Prijsbijstelling333333Prijsbijstelling (volgens BBP-indexatiesystematiek)333333Eindejaarsmarge3Eindejaarsmarge3Extrapolatie93Extrapolatie93Stand Voorjaarsnota97969799101104 UitgavenGeneraal dossierBBP-indexatie volumeHet BES-fonds wordt geïndexeerd op basis van deBBP-indexatiesystematiek. De reservering en uitkering van het pr(sdeelvan deze indexatie loopt via de pr(sb(stelling. De reservering en deuitkering van het volumedeel van deze systematiek loopt via de begrotingvan het BES-fonds. Deze reeks betreft de mutatie van tranche 2025 en vande reservering voor toekomstige tranches.WisselkoersactualisatieMet deze reeks worden de posten op de begroting aangepast naar denieuwe begrotingskoers.Overboekingen met andere begrotingenDe overboekingen naar het BES-fonds bestaan uit middelen van KR tenbehoeve van het openbaar vervoer op Caribisch Nederland en uit eenb(drage van VWS voor de afdeling Community Development op Saba.Pr(sb(stelling (volgens bbp-indexatiesystematiek)De tranche 2025 van de pr(sb(stelling wordt overgemaakt naar hetBES-fonds. Dit is het pr(sdeel van de nieuwe bbp-indexatiesystematiek.EindejaarsmargeDe eindejaarsmarge wordt toegevoegd aan het BES-fonds.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van het BES-fonds.Onderwijs, Cultuur en WetenschapTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 192 VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: UitgavenVIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota57.59756.09456.96354.93654.6060Meevallers– 11– 29– 36– 32– 54– 36Studiefinancieringsraming94– 24– 33– 30– 53– 36School en Omgeving– 54Eerste tegemoetkoming leenstelselstudenten– 40– 5– 3– 2– 1– 1Overige meevallers– 1100Tegenvallers2128496686125Referentieraming516355983125Nieuwkomersonderwijs1591251– 2Overige tegenvallers222222Intensiveringen318550806862874916Amendement 141 terugdraaien onderwijsbezuinigin-gen126352647700725745Amendement 147 vier keer 25 miljoen voorwetenschap25252525Alternatieve invulling apk-taakstelling223838383838Basisvaardigheden mbo112412DUO102531333236Niet afschaffen OV-vergoeding buitenland studeren-den (Hoofdlijnenakkoord)36101013Nationaal versterkingsplan microchip-talent314313111827Controle uitwonendenbeurs herzieningen6214Overige intensiveringen322733465257Ombuigingen– 204– 210– 385– 491– 463– 540Opheffen onderwijskansenregeling– 90– 177– 177– 177Dekking amend. 141 t.b.v. terugdraaien onderwijsbe-zuinigingen– 22– 82– 132– 132– 132– 132Dekking amend. 147 t.b.v. 25 miljoen voor weten-schap– 25– 25– 25– 25Basisvaardigheden funderend onderwijs– 9– 21– 48– 48Inzet loon- en prijsbijstelling– 70– 47– 47– 55– 21– 52Inzet eindejaarsmarge– 76Verlagen ho-bekostiging– 2– 24– 33– 41– 42– 59Verlagen mbo-bekostiging– 9– 11– 15– 14– 21Praktijkleren– 20Overige ombuigingen– 9– 24– 37– 24– 28– 30Kasschuiven679– 9581271003912OV-bedrijven970– 970School en Omgeving– 88342628NGF– 5126712– 17Controle uitwonendenbeurs herzieningen– 4721189Loon- en prijsbijstelling– 5302412710Doorstroom beroepskolom– 261313Overige kasschuiven– 51– 43402634– 5Overboekingen met andere begrotingen– 12– 123– 114– 12311Nationaal versterkingsplan microchip-talent– 30– 42– 9SPUK Uitkering Kansrijke Wijk– 92– 117– 117NGF LLO Collectief141414Overige overboekingen met andere begrotingen4– 3– 3– 611Kadercorrecties00Kadercorrecties00Loonbijstelling2.0682.0272.0211.9971.9851.974Loonbijstelling2.0682.0272.0211.9971.9851.974Prijsbijstelling192178197174172172Prijsbijstelling192178197174172172Eindejaarsmarge373Eindejaarsmarge373Extrapolatie54.328Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 193 VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Extrapolatie54.328Desalderingen4Desalderingen4Technisch000000Technisch000000Niet-kaderrelevant– 701– 621– 633– 609– 598– 624Niet-kaderrelevant– 701– 621– 633– 609– 598– 624Stand Voorjaarsnota60.32356.93658.99456.87856.65056.328 VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: OntvangstenVIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota2.2742.3542.4512.5522.6470Meevallers7Ontvangstenbudget GOAB7Tegenvallers– 13– 13– 12– 10– 52Studiefinancieringsraming– 13– 13– 12– 10– 52Intensiveringen– 1– 1Wettelijke rente SF– 1– 1Generaal dossier– 22– 73147– 7– 24– 47Rente op SF– 22– 73147– 7– 24– 47Extrapolatie2.720Extrapolatie2.720Desalderingen4Desalderingen4Technisch000000Technisch000000Niet-kaderrelevant1.06420271314511285Oekraïne: overig19Overig niet-kaderrelevant1.04520271314511285Stand Voorjaarsnota3.3142.4703.2972.6792.7302.760 UitgavenMeevallersStudiefinancieringsramingIn 2025 volgt uit de raming een tegenvaller van 93,8 miljoen euro die tweehoofdoorzaken heeft. Ten eerste studeren hbo-studenten relatief sneller afdan eerder is geraamd waardoor de omzetting van prestatiebeurs naargift voor de nieuwe basisbeurs eerder plaatsvindt. Ten tweede wordtwanneer een student een wo bachelordiploma behaalt, er direct eentegemoetkoming voor het leenstelsel uitgekeerd. De huidige raming wasgebaseerd op de aanname dat de student voor het bachelordiploma paseen tegemoetkoming kreeg na behalen van een masterdiploma. Hierdoorschuiven uitgaven op naar voren en is er een tegenvaller in 2025. Hettotale budget van de tegemoetkoming verandert hiermee niet. Structureelis er een per saldo meevaller van 36,3 miljoen euro die onder andereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 194 wordt veroorzaakt door een lagere fractie gebruikers in het hbo en wo,een minder hoge gemiddelde aanvullende beurs dan eerder geraamd eneen lagere prijs voor de ov-studentenkaart.School en OmgevingAanvragen voor de subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025waren in de eerste ronde van 2023 lager dan verwacht. Door hetmeerjarige karakter van de subsidie leidt dit ook in 2025 tot een meevallervan 53,9 miljoen euro.Eerste tegemoetkoming leenstelselstudentenEr is een meevaller van 40,0 miljoen euro in 2025 aflopend tot 0,2 miljoeneuro in 2032 op de tegemoetkoming leenstelsel. Uit nieuwe cijfers vanDUO blijkt dat de groep die geen studiefinanciering heeft aangevraagd enin aanmerking komt voor een tegemoetkoming kleiner is dan geraamd.Overige meevallersIn 2025 is er voor 10,8 miljoen euro aan overige meevallers. Dit bestaat uiteen meevaller op de subsidie basisvaardigheden voor prioriteitsscholen inhet funderend onderwijs (6,3 miljoen euro), op de reservering voor hetIKB-budget DUO voor 2024 die niet volledig benodigd is (2,9 miljoeneuro), op de regeling internationalisering funderend onderwijs(1,0 miljoen euro) en het werkkapitaal beleidsportfolio van DUO(0,5 miljoen euro).TegenvallersReferentieramingEr is een tegenvaller van 5 miljoen euro in 2025 oplopend tot structureel125,2 miljoen euro door de bijstelling op de leerling- en studentenraming(Referentieraming). In het hoger beroepsonderwijs is er een structureletegenvaller van 96,8 miljoen euro omdat de verwachte studentenaantallenin het hbo hoger zijn dan de vorige raming. In het mbo is er een struc-turele tegenvaller van 86,7 miljoen euro vanwege een hoger aandeelstudenten dat kiest voor de beroepsopleidende leerweg (bol), die hogerekosten heeft dan de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) vanwege meercontacturen.In het wetenschappelijk onderwijs zijn de verwachte studentenaantallenlager ten opzichte van de vorige referentieraming waardoor er eenmeevaller is van 40,2 miljoen euro structureel. Daarnaast is het aantalinternationale (EER-)studenten gedaald. Deze daling wordt verrekend metde taakstelling op internationale studenten (124,9 miljoen euro struc-tureel), die al bij Ontwerpbegroting 2025 op de OCW-begroting isverwerkt, en leidt dus niet tot een daadwerkelijke meevaller nu. Tot slot iser in het funderend onderwijs een kleine meevaller van 18,0 miljoen eurostructureel doordat er minder leerlingen worden verwacht ten opzichtevan de vorige raming.NieuwkomersonderwijsEr volgen de komende jaren meer leerlingen nieuwkomersonderwijs inhet funderend onderwijs dan vooraf gedacht. Hierdoor ontstaat er naarverwachting in 2025 een tegenvaller van 15 miljoen euro. Structureel is ervanaf 2029 een kleine meevaller op het nieuwkomersonderwijs vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 195 2,3 miljoen euro omdat het verwachte aantal nieuwkomers op de langeretermijn afneemt.Overige tegenvallersEr zijn overige tegenvallers van 2,2 miljoen euro structureel, waarvan1,3 miljoen euro op de wisselkoers Caribisch Nederland en 0,8 miljoeneuro als gevolg van de rechterlijke uitspraak over een aanpassing van hetvreemdelingenbesluit 2000 (Chavez-jurisprudentie), wat leidt tot denoodzaak van het afnemen van extra Staatsexamens NT2 doordat detaaleisen zijn aangescherpt.IntensiveringenAmendement 141 Terugdraaien onderwijsbezuinigingenMet amendement 141 (Bontenbal c.s.) zijn verschillende onderwijsbezuini-gingen uit het HLA teruggedraaid of verlaagd. Structureel zijn er devolgende bezuinigingen teruggedraaid of verlaagd: de langstudeermaat-regel (282,0 miljoen euro), maatschappelijke diensttijd (130,0 miljoeneuro), internationale studenten (125,0 miljoen euro), functiemix Randstad(75,0 miljoen euro), startersbeurzen (40,0 miljoen euro), School enOmgeving (40,0 miljoen euro), doorstroming beroepskolom en techniekhavo (20,0 miljoen euro), bezuiniging godsdienstig vormingsonderwijs(18,6 miljoen euro), regeling praktijkleren (11,9 miljoen euro) en religieuscultureel erfgoed (5 miljoen euro).Amendement 147 vier keer 25 miljoen voor wetenschapAmendement 147 (Eerdmans c.s.) voegt de komende vier jaar 25 miljoeneuro per jaar toe aan het Fonds Onderzoek en Wetenschap. Dit wordtingezet voor maatregelen die de werkdruk voor wetenschappers helpenverlichten.Alternatieve invulling apk-taakstellingMet het HLA en het amendement-Bontenbal c.s. is in totaal 108,5 miljoeneuro structureel bezuinigd op het apparaat van OCW. Deze bezuiniging isvoor 70,3 miljoen euro gerealiseerd op het apparaatsartikel en wordt voor38,2 miljoen euro vervangen door alternatieve dekking.Basisvaardigheden mboOCW stelt, naast het Masterplan basisvaardigheden in het funderendonderwijs, in het mbo cumulatief 47,2 miljoen euro beschikbaar in destudiejaren 2025–2026 en 2026–2027 voor het verbeteren van de basis-vaardigheden door middel van intensiever onderwijs en meerbegeleiding.DUOBij DUO wordt geïntensiveerd om ICT-achterstanden weg te werken(27,1 miljoen euro in 2030 en 10,9 miljoen structureel), te voldoen aannieuwe Rijksbrede wet- en regelgeving (7,5 miljoen euro in 20230 en6,5 miljoen structureel) en gestegen kosten op het apparaat te compen-seren (1,4 miljoen structureel).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 196 Niet afschaffen OV-vergoeding buitenland studerendenUit een juridische analyse van de Landsadvocaat is gebleken dat demaatregel uit het HLA die de OV-vergoeding voor studenten die in hetbuitenland studeren afschaft een aanmerkelijk juridisch risico vormtomdat dit mogelijk in strijd zou zijn met het EU-recht. OCW heeft daarombesloten de vergoeding niet af te schaffen. Hiervoor is 21 miljoenstructureel geïntensiveerd, met een oploop vanaf 2,8 miljoen in 2026. Eenresterend besparingsverlies van 9 miljoen euro op de maatregel, door eenlager aantal studenten en lager bedrag per student, is verwerkt in destudiefinancieringsraming.Nationaal versterkingsplan microchip-talentPer nota van wijziging zijn middelen voor het versterkingsplan microchiptalent overgeboekt vanaf de AP naar de OCW-begroting (en vervolgensweer naar EZ overgeheveld). Dit betreft cumulatief 82,5 miljoen euro in dejaren 2025 tot en met 2027, met name voor de incidentele kosten voorcapaciteitsvergroting en de inzet op het aantrekken van internationaaltalent. In de Voorjaarsnota wordt additioneel tot oplopend 43,1 miljoeneuro structureel in 2031 overgeheveld naar de OCW-begroting, met namevoor de bekostiging en studiefinanciering van de extra (EER-)studentendie met dit plan geworven worden.Controleproces uitwonendenbeursEr is 60,8 miljoen euro in 2025 per nota van wijziging vanaf de AP aan deOCW-begroting toegevoegd voor het herzien van financiële maatregelenbij de uitwonendenbeurs, die tussen 2012 en 2023 door DUO zijngenomen. In de Voorjaarsnota is er 0,4 miljoen euro in 2025 en13,6 miljoen euro in 2026 aan additionele middelen overgeheveld in voorhet uitbetalen van hieraan gekoppelde wettelijke rente. Deze middelenworden overgeheveld vanaf de Aanvullende Post-reservering voorherinvoering van de basisbeurs.Overige intensiveringenOverige intensiveringen zijn onder andere 11,9 miljoen in 2030 (struc-tureel 2 miljoen euro) voor continue screening van VOG’s in hetfunderend onderwijs, 6,5 miljoen euro voor de functiemix Randstadregio’sen 4 miljoen euro ten behoeve van het wetsvoorstel screening kennisvei-ligheid.OmbuigingenOpheffen onderwijskansenregelingMet deze maatregel wordt de onderw(skansenregeling in het voortgezetonderwijs opgeheven. Met de onderw(skansenregeling kr(gt een schoolmeer budget op basis van een achterstandsscore op schoolvestigings-niveau van het CBS. Met deze maatregel wordt bekostiging voor scholendie in aanmerking komen voor de onderwijskansenregeling verlaagd.Deze maatregel levert 90 miljoen euro op in 2027 en vanaf 2028 struc-tureel 177 miljoen euro.Dekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDekking voor het amendement Bontenbal c.s. vindt plaats op verschil-lende posten op verschillende begrotingen. De begroting van OCW ishiervoor structureel verlaagd met 132,3 miljoen euro. Op de OCW-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 197 begroting is er vanaf 2025 22,3 structureel miljoen gekort op apparaats-kosten. Daarnaast is de compensatie voor scholen in verband met deverhoging van de btw op leermiddelen teruggedraaid (60,0 miljoenstructureel). Ook is de bekostiging van de landelijke publieke omroepstructureel gekort met 50,0 miljoen euro, met de inzet om deze korting(deels) in te vullen met extra Ster-inkomsten.Dekking amendement t.b.v. 25 miljoen voor wetenschapAmendement 147 voegt de komende vier jaar 25,0 miljoen euro per jaartoe aan het Fonds Onderzoek en Wetenschap. Dit wordt onder anderegedekt uit het uitstel van de curriculumherziening in het funderendonderwijs (cumulatief 60 miljoen euro) en nog niet toegekende 10%studievoorschotmiddelen (cumulatief 21 miljoen euro).Basisvaardigheden funderend onderwijsEen deel van de middelen die bedoeld zijn voor de gerichte bekostigingbasisvaardigheden wordt door OCW niet uitgekeerd. Het gaat om loon- enprijsbijstelling. Het bedrag dat niet wordt uitgekeerd loopt op totstructureel 48,1 miljoen euro vanaf 2030. Het in 2024 gecommuniceerdenominale bedrag van minimaal 182 euro per leerling dat scholenontvangen blijft gelijk, evenals de doelgroep van scholen die aanspraakkan maken op de middelen.Inzet eindejaarsmargeEen deel van de onderuitputting van 2024 wordt als eindejaarsmargetoegevoegd aan de OCW begroting van 2025 OCW zet 75,8 miljoen eurovan de eindejaarsmarge in voor de tegenvallers op de referentie- enstudiefinancieringsraming en voor intensiveringen bij DUO. De resterende276,8 miljoen euro wordt ingezet voor openstaande verplichtingen(waarvan 156,8 miljoen euro voor NGF-projecten), compensatie van dekorting op de prijsbijstelling en overige tegenvallers en intensiveringen.Zie hieronder onder «Eindejaarsmarge».Inzet loon- en prijsbijstellingDit jaar is een deel van de middelen voor de indexatie van loon- enprijsontwikkelingen (lpo) ingezet voor problematiek of opgaven op debegroting van OCW. Deze inzet bedraagt 69,7 miljoen euro incidenteel in2025 en 51,6 miljoen euro structureel.Verlaging ho-bekostigingEr wordt een korting toegepast op de bekostiging van het hoger onderwijsvan structureel 58,8 miljoen euro onder andere ten behoeve van hetterugdraaien van de maatregel uit het Hoofdlijnenakkoord die deOV-vergoeding voor studenten die in het buitenland studeren afschaft ende implementatie van de NIS2-richtlijn omtrent cyberveiligheid.Verlaging mbo-bekostigingEr wordt een korting toegepast op de bekostiging van het mbo vanstructureel 21,5 miljoen euro ten behoeve van het alternatief invullen vande RBS-maatregel, NIS-2 en OCW-brede problematiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 198 PraktijklerenOCW buigt vanaf 2030 20 miljoen euro om op het budget van de regelingpraktijkleren ten behoeve van OCW-brede problematiek.Overige ombuigingenOverige ombuigingen worden onder andere gedaan op de regelingProfessionalisering en Begeleiding Starters en Schoolleiders (2,8 miljoeneuro structureel), de Regeling aanvullende bekostiging strategischpersoneelsbeleid (2,8 miljoen euro structureel) ten behoeve van intensive-ringen voor de beroepsgroep leraren en continue screening van VOG’s inhet funderend onderwijs. Daarnaast is er een ombuiging op de RegelingRegionaal Investeringsfonds (incidenteel 18,0 miljoen euro verspreid overde nog niet verplichte middelen van de tranches 2025, 2026 en 2027). Ookis er een ombuiging op de Regeling doorstroom beroepskolom(incidenteel 19,8 miljoen euro verspreid over de nog niet verplichtemiddelen van de tranches 2026 tot en met 2029). Tenslotte is er opmeerdere budgetten van het voortgezet onderwijs omgebogen tenbehoeve van compensatie voor de korting op de prijsbijstelling voor hetvoortgezet onderwijs.KasschuivenOV bedrijvenEr vindt een kasschuif plaats op de reisvoorziening van de studiefinan-ciering om het kasritme van de Staat te optimaliseren. Dit betekent dat er970 miljoen euro in het najaar van 2025 wordt betaald aan de vervoersbe-dr(ven als voorlopige vergoeding, in plaats van in januari 2026.School en omgevingDoor de ombuiging uit het HLA op dit budget is een kasschuif nodig omde resterende middelen in het juiste betaalritme te zetten. Dit betreft eenverschuiving van 87,9 miljoen euro uit 2025 naar 2026, 2027 en 2028.NGFEr zijn kasschuiven naar achteren gedaan op diverse NGF-projecten omdeze in het juiste ritme te zetten. Zo is 15 miljoen euro van het projectNationale Aanpak Professionalisering van Leraren geschoven naar 2026en 2027 omdat de betreffende subsidieregelingen pas later in de tijd vanstart zullen gaan. Daarnaast is de tweede tranche van in totaal 42,9miljoen euro voor het LLO-collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterdenakkoord bevonden door de NGF-commissie en in het juiste ritme gezet in2026 tot en met 2028.Controleproces Uitwonendenbeurs herzieningenDit gaat om middelen die aan de OCW-begroting zijn toegevoegd voor hetherzien van financiële maatregelen bij de uitwonendenbeurs, die tussen2012 en 2023 door DUO zijn genomen. Met deze kasschuif worden demiddelen nu in een passend kasritme geplaatst.Loon- en prijsbijstellingIn verband met de Rijksbrede korting op de prijsbijstelling wordt er eenkasschuif gedaan naar latere jaren op de middelen voor de loon- enprijsbijstelling om deze middelen doelgericht in te zetten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 199 Doorstroom beroepskolomDit betreft een kasschuif om de beschikbare middelen voor de tranche2026 na de extensivering voor de Regeling doorstroom beroepskolom inhet juiste kasritme te plaatsen.Overige kasschuivenOverige kasschuiven bestaan uit meerdere kleinere kasschuiven. Zo wordt14 miljoen euro uit 2025 naar verwachting pas uitgegeven in 2026 en 2028omdat de invoer van het nieuwe curriculum in het funderend onderwijs isuitgesteld. Daarnaast verschuift OCW 17,7 miljoen euro aan LPO uit 2025naar 2026, 2027, en 2028 en 2030 om dit in het juiste ritme uit te kunnenkeren aan agentschappen en ZBO’s.Overboekingen met andere begrotingenNationaal versterkingsplan microchip talentEr is cumulatief voor de jaren 2025 tot en met 2027 81 miljoen euroovergeheveld naar de EZ-begroting om de instroom van studenten en hetaantal afgestudeerden in techniekopleidingen te vergroten, de participa-tiegraad van onbenut potentieel te vergroten en talent voor de techniek tebehouden.SPUK Uitkering Kansrijke WijkEen deel van de subsidie School en Omgeving loopt via gemeenten.Daarom wordt er vanuit het budget voor School en Omgeving in deperiode 2026–2028 een bijdrage gedaan aan de specifieke uitkeringKansrijke Wijk van cumulatief 233 miljoen euro. Daarnaast draagt OCW indiezelfde periode ook nog 93 miljoen euro bij aan Kansrijke Wijk voor despecifieke uitkering Jonge Kind.NGF LLO CollectiefVoor het NGF-project LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden iser een voorwaardelijk bedrag van 42,9 miljoen euro toegekend nagoedkeuring van de NGF-commissie en de beide fondsbeheerders.Overige overboekingen met andere begrotingenOverige overboekingen bestaan onder andere uit middelen voor eendecentralisatie-uitkering overgeheveld aan BZK voor basisvaardighedenvoor volwassenen (21,5 miljoen euro cumulatief), de bijdrage van VWSaan OCW voor de subsidie onderwijsconsulenten (5,9 miljoen eurocumulatief) en de overheveling van de lpo op de middelen voor officiëleontwikkelingshulp naar de OCW-begroting (4,3 miljoen euro structureel).LoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonbijstelling is overgemaakt naar de begrotingvan OCW.PrijsbijstellingEr wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd. Het restantwordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1100 EindejaarsmargeEen deel van de onderuitputting van 2024 wordt als eindejaarsmargetoegevoegd aan de OCW begroting van 2025. Deze Voorjaarsnota isconform besluit bij Miljoenennota 2025 een deel van de maximale 1%eindejaarsmarge op regulier budget ingehouden ter dekking van hogereuitgaven voor de Hersteloperatie Toeslagen. Het OCW aandeel betreft305,2 miljoen euro. De 100% eindejaarsmarge op NGF-projecten isvolledig toegevoegd. De resterende eindejaarsmarge inclusief NGFbedroeg voor OCW 352,8 miljoen euro. Hiervan is 156,8 miljoen euroingezet voor openstaande verplichtingen bij projecten van het NationaalGroeifonds. 75,8 miljoen euro wordt ingezet als ombuiging, zie hierbovenonder «inzet eindejaarsmarge. Daarnaast is er 61,7 miljoen euro ingezetter compensatie van de korting op de prijsbijstelling in 2025. De overige58,4 miljoen euro wordt ingezet voor openstaande verplichtingen enintensiveringen, waaronder 16,7 miljoen euro voor weerbaarheidkennisinstellingen.Tot slot is 19,7 miljoen euro van de middelen die bestemd waren voor hetkwijtschelden van DUO-schulden bij gedupeerden, partners enex-partners als gevolg van de kinderopvangtoeslagenaffaire (KOT) in 2024niet tot besteding gekomen. Omdat deze middelen naar verwachting nogsteeds nodig zijn voor de hersteloperatie is dit bedrag opnieuw toege-voegd aan de begroting van OCW.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van OCW.DesalderingenDesalderingenEr zijn meerdere desalderingen gedaan.TechnischEr zijn meerdere technische correcties doorgevoerd en technischeherschikkingen tussen budgetten die geen budgettaire effecten hebben.Een voorbeeld zijn herschikkingen binnen het apparaatsartikel na verdereconcretisering van de invulling van de apparaatstaakstelling.Niet-kaderrelevantNiet-kaderrelevantDe tranche 2025 van de niet-kaderrelevante pr(sb(stelling is overgemaaktnaar de begroting van OCW. Daarnaast is er een meevaller op deniet-kaderrelevante uitgaven aan studiefinanciering die voornamelijkwordt veroorzaakt doordat voor alle niveaus het percentage van destudenten dat gebruik maakt van leningen is gedaald. Ook is er bij hbo enwo sinds 2023 een flinke daling in het gemiddelde leenbedrag. Daarbijdaalt de fractie gebruikers van de basisbeurs en de hoogte van deaanvullende beurs. Tenslotte draagt ook het lagere aantal studenten uit deReferentieraming bij aan de meevaller.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1101 OntvangstenMeevallersOntvangstenbudget GOAB (gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid)OCW ontvangt in 2025 incidenteel 7 miljoen euro door terugvorderingenop de specifieke uitkering voor het gemeentelijk onderwijsachterstanden-beleid over de periode 2019–2022.StudiefinancieringsramingEr is een incidentele tegenvaller bij de SF-ontvangsten, met name doordater sprake is van lagere mbo-studentenaantallen ten opzichte van de vorigereferentieraming. Daardoor vallen de lesgeldontvangsten met name in deeerste jaren lager uit. In latere jaren valt dit effect grotendeels weg omdathet aantal bol-studenten volgens de Referentieraming toeneemt. Destructurele meevaller van 2 miljoen euro ontstaat met name door hogergeraamde ontvangsten via opbrengsten uit OV-boetes.IntensiveringenWettelijke rente SFDUO heft sinds augustus 2024 geen wettelijke rente bij debiteurenwaarmee een betalingsregeling is getroffen. Met deze intensivering, vantwee maal 1,4 miljoen euro, wordt deze regeling voortgezet in 2027 en2028.Generaal dossierRente op SFIn 2025 en 2026 zijn de renteontvangsten naar beneden bijgesteld, watzorgt voor een tegenvaller. Op basis van realisatiegegevens over 2024blijkt dat de renteontvangsten langzamer ingroeien dan gedacht. Op delange termijn is er ook een tegenvaller. Dit komt doordat de totaleuitstaande hoofdsom afneemt doordat oud-studenten versneld aflossenen studenten minder lenen. Tenslotte worden de tegemoetkomingen voorde leenstelselstudenten in 2025 en 2027 voor een deel verrekend metuitstaande studieschulden. Hierdoor komen er in die jaren extra renteont-vangsten binnen wat leidt tot een meevaller in 2027.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Onderw(s, Cultuur en Weten-schap.DesalderingenEr zijn meerdere desalderingen gedaan, waaronder een desaldering van7,3 miljoen euro op de Ster-inkomsten wegens lagere Ster-inkomsten danverwacht. Ook is er een meevaller bij DUO doordat er meer IKB-dagen zijnopgenomen dan gedacht (2,9 miljoen euro).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1102 TechnischEr is een technische correctie doorgevoerd waarbij een deel van hetniet-kaderrelevante studiefinancieringsbudget als tevens niet-EMUrelevant is gemarkeerd. Dit heeft geen budgettaire consequentie.Niet-kaderrelevantStudiefinanciering NRIn 2024 zijn de ontvangsten hoger uitgevallen dan geraamd, omdatoud-studenten meer aflossen dan noodzakelijk. Mogelijk wordt ditveroorzaakt door stijgende rentelasten. In 2025 en 2027 ontstaat een extragrote meevaller door de verrekening van de tegemoetkomingen met deuitstaande studieschulden. Studenten zijn tenslotte ook minder gaanlenen dan eerder geraamd. Hierdoor neemt de totale hoofdsom vanuitstaande schulden de komende jaren flink af (met circa 3,5 miljard euroin 2030).Ontvangsten OekraïneEr is eenmalig 19 miljoen euro teruggevorderd op het gebied vanvoorschoolse educatie en noodhuisvesting voor Oekraïense leerlingen naafhandeling van de verantwoording over de specifieke uitkering voor dezemiddelen bij gemeenten.FinanciënFinanciënIXB Financiën: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota27.66228.80911.04610.02610.0730Meevallers– 35– 34Herverzekering leverancierskredieten7Vrijval middelen– 42– 34Tegenvallers37181222Tegenvaller EIB-EGF3417– 2Overige tegenvallers323222Intensiveringen9054033181111Aanvullende Post opvraag Box 34550Inzage Fiscaal Dossier (amendement Omtzigt)169Uitvoeringskosten CBAM652Fiscale uitvoeringskosten516ICT uitgaven555555Amendement Belangenbehartiger222222Aanvullende Post opvraag Toeslagen Herstel445208Overige intensiveringen1194333Ombuigingen– 81– 84– 53– 48– 48– 48Ombuiging nog onverdeeld– 10– 15– 14– 9– 9– 9Ombuiging Belastingdienst– 25– 29Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting– 38– 38– 38– 38– 38– 38Overige ombuigingen– 9– 3– 1– 1– 1– 1Kasschuiven– 590– 371591371Kasschuif Wereldbank329– 329Kasschuiven scan en detectie– 20128Kasschuiven Toeslagen Herstel– 892– 60591362Overige kasschuiven– 77Overboekingen met andere begrotingen35103535127197Overboekingen BCF1666544Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1103 In miljoenen euro202520262027202820292030Naleving sancties4327272727Wereldbank95165Overige overboekingen met andere begrotingen1503322Kadercorrecties10000Afschaffen criterium samengestelde gezinnen10000Loonbijstelling188183179177176176Loonbijstelling188183179177176176Prijsbijstelling473227201919Prijsbijstelling473227201919Eindejaarsmarge309Doorgeschoven middelen Toeslagen Herstel 2024289Eindejaarsmarge19Extrapolatie9.882Extrapolatie9.882Technisch222424181212Desalderingen222424181212Overig technisch000000Niet-kaderrelevant3.0927370777671Reservering kapitaalstorting TenneT Duitsland3.000Belasting- en invorderingsrente927370777671Overig niet-kaderrelevant000000Stand Voorjaarsnota30.77629.20111.95210.69510.44810.322 IXB Financiën: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota3.6584.4264.6654.5824.5610Meevallers2315Meevaller niet-belastingontvangsten1515Herverzekering leverancierskredieten8Generaal dossier551050152020Dividenden staatsdeelnemingen551050152020Extrapolatie4.565Extrapolatie4.565Technisch222424181212Desalderingen222424181212Niet-kaderrelevant154– 438– 219– 1516997Verkoop aandelen ABN AMRO410Belasting- en invorderingsrente12595116123137135Premieontvangsten garantie TenneT Nederland33375115157188Schaderestituties ekv– 5– 5– 5– 5– 5– 5Renteontvangsten lening Griekenland– 9– 10– 5– 211Renteontvangsten lening TenneT– 115– 159– 13Dividenden financiële staatsdeelnemingen– 254– 232– 227– 222– 222– 222Aflossing lening Griekenland– 160– 160– 160Overig niet-kaderrelevant000000Stand Voorjaarsnota3.9134.0374.5204.4644.6624.695 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1104 UitgavenMeevallersHerverzekering leverancierskredietenDe uitgaven (uitvoeringskosten en schade-uitkeringen) en ontvangsten(premie en schaderestitutie) van de herverzekering leverancierskredietenvallen hoger uit. Per saldo is er sprake van een meevaller van circa1 miljoen euro (door 8 miljoen euro hogere ontvangsten tegenover7 miljoen hogere uitgaven).Vrijval middelenEen deel (circa 75 miljoen euro in totaal) van het budget op artikel 10 (nogonverdeeld) en 1 (Belastingen) in 2025 en 2026 wordt naar verwachtingniet besteed en valt daarom vrij voor het generale beeld.TegenvallersTegenvaller EIB-EGFDit betreft een corona gerelateerde tegenvaller van 49 miljoen euro b( hetpan-Europees garantiefonds (EGF) van de European Investment Bank(EIB). De allocatieperiode voor de producten in het fonds is afgelopen,waardoor het EGF nu in een fase zit waarin de garanties ingeroepenkunnen worden. Omdat de investeringen onder het garantiefonds eenhoog risicoprofiel hebben, is een verliesraming opgenomen. Debetalingen voor 2025 en 2026 vallen naar schatting hoger uit dan eerderverondersteld.Overige tegenvallersDit betreft meerdere beperkte tegenvallers waaronder hogere kosten voormultibanking.IntensiveringenAanvullende Post opvraag box 3Voor de uitvoering van rechtsherstel en overbruggingswetgeving van box3 zijn er middelen gereserveerd op de Aanvullende Post (AP). Dezeworden dit voorjaar gedeeltelijk (95 miljoen euro in totaal) overgeheveldnaar artikel 1 (Belastingen).Inzage Fiscaal Dossier (amendement Omtzigt)Het amendement Omtzigt voorziet in een recht op inzage in het eigenfiscale dossier. Ten behoeve van de uitvoering hiervan wordt 25 miljoeneuro gereserveerd. Het amendement is gericht op voldoen aan artikel 66avan het Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), dat op 31 december2025 van kracht wordt.Uitvoeringskosten CBAMHet Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) treedt vanaf 1 januari2026 in werking, dit is een Europese verordening die de EU inzet om deCO2-uitstoot die is vrijgekomen bij de productie van bepaalde goederenbuiten de EU, aan de grens te corrigeren. De CBAM brengt uitvoerings-kosten mee voor de Douane en de Nederlandse Emissieautoriteit (circaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1105 13 miljoen euro in totaal). In afwachting van de uitwerking van Europeseuitvoeringswetgeving worden er voor nu incidentele middelen geboekt.Fiscale uitvoeringskostenBetreft extra middelen voor de Belastingdienst voor uitvoeringskosten vandiverse fiscale wet- en regelgeving (circa 21 miljoen euro in totaal).ICT uitgavenVanwege diverse ontwikkelingen op ICT-gebied, marktwerking en bijdrageaan Shared service organisaties (SSO’s) zijn er hogere ICT-uitgaven(structureel 5 miljoen euro).Amendement BelangenbehartigerOm invulling te geven aan het amendement van Dijk en Grinwis wordtstructureel 2 miljoen euro extra beschikbaar gesteld aan de Belangenbe-hartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden. De dekkingvoor dit amendement komt vanaf de reservering hiervoor op de Aanvul-lende Post.Aanvullende Post opvraag Toeslagen HerstelTen behoeve van verschillende onderdelen van de hersteloperatieToeslagen wordt er een beroep gedaan op de reservering op de AP van473 miljoen euro in totaal. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om middelen voorde compensatie van aanvullende schade. Het gaat om onderdelenwaarvoor eerder al een reservering is gemaakt in afwachting vandefinitieve besluitvorming. Op basis van de actuele inzichten inzakeaantallen, bedragen, nu adequaat geachte aannames en gekozen richtingis de verwachting dat op dit moment niet meer budget benodigd is danhet huidige totaalbudget van 11,7 miljard euro dat meerjarig voor dehersteloperatie beschikbaar is.Overige intensiveringenBetreft meerdere kleinere intensiveringen waaronder een hogere bijdrageaan het Nationale Cybersecurity Centrum en hogere kosten voorschatkistbankieren. Daarnaast betreft dit middelen voor de Belasting-dienst, Toeslagen en het kerndepartement in het kader van Informatiehuis-houding op orde (IOO).OmbuigingenOmbuiging nog onverdeeldDit betreft de inzet van middelen vanuit artikel 10 (nog onverdeeld) terdekking van diverse tegenvallers en intensiveringen.Ombuiging BelastingdienstDe beschikbare ruimte van circa 54 miljoen euro binnen de Belasting-dienst wordt onder andere ingezet voor de noodzakelijke intensiveringenvoor inzage fiscaal dossier en fiscale uitvoeringskosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1106 Dekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDe dekking voor het amendement Bontenbal c.s. is verspreid overmeerdere begrotingen. De begroting van Financiën is structureel verlaagdmet 38 miljoen euro ten behoeve van het terugdraaien of verlagen vanverschillende onderwijsbezuinigingen uit het HLA. Dit wordt gedektbinnen artikel 1.Overige ombuigingenDiverse beperkte knelpunten op de Financiën begroting worden binnen debestaande budgetten ingepast door om te buigen op voornamelijk eigenpersoneel. Verder betreft dit de overheveling van bestaande budgettenvanuit artikel 10 in het kader van IOO naar de directoraten-generaal.KasschuivenKasschuif WereldbankDit betreft een aanpassing van het kasritme van de InternationalDevelopment Association (IDA) b(dragen aan de Wereldbank. Degeplande betalingen van circa 330 miljoen euro in 2026 worden albijgedragen in 2025.Kasschuiven scan en detectieDit betreft twee kasschuiven t.b.v. de aanschaf van scan-en detectiemate-rialen door de Douane. Een onderdeel hiervan is de vervangingsopgavevan scan-en-detectiemateriaal voor het realiseren van afbouw van hetgebruik van elektronica uit landen met een offensief cyberprogramma.Kasschuiven Toeslagen HerstelIn het kader van realistisch ramen worden middelen voor ToeslagenHerstel geschoven naar 2027 en 2028. Dit betreft 892 miljoen euro uit 2025en 60 miljoen euro uit 2026. Het moment van uitvoering van onder anderede compensatie van aanvullende schade valt later dan eerder veronder-steld.Overige kasschuivenDit betreft de kasschuiven voor vernieuwing van het TreasuryManagement System (TMS) en voor Informatiehuishouding op orde(IOO).Overboekingen met andere begrotingenOverboekingen BCFDit betreft verschillende overboekingen van andere begrotingen naar hetBtw-compensatiefonds (BCF).Naleving sanctiesEr wordt structureel 36,5 miljoen euro vrijgemaakt voor versterken van desanctie naleving in Nederland. Deze middelen zijn toegevoegd aan debegroting van BZ, als coördinerend departement. Met deze middelenwordt onder andere een Centraal Meldpunt Sancties opgericht, waarbijBZ, Financiën, JenV en EZ bij zijn betrokken. Ook wordt hieruit structureelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1107 27 miljoen euro overgeboekt naar Financiën voor het continueren van deinzet van de Douane en de FIOD.WereldbankDit betreft extra middelen ten gunste van de IDA-b(drage aan deWereldbank, overgeheveld vanuit de begroting van BHO. De IDA-bijdragevalt onder het ODA-budget.Overige overboekingen met andere begrotingenDit betreft verschillende beperkte overboekingen met andere begrotingen.KadercorrectiesAfschaffen criterium samengestelde gezinnenDe vereenvoudiging in het toeslagpartnerschap door het afschaffen vanhet criterium samengestelde gezinnen per 2027 leidt tot incidenteleuitvoeringskosten in 2026 (1 miljoen euro). Structureel leidt de maatregeltot een beperkte besparing (0,4 miljoen euro).LoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonb(stelling wordt toegevoegd aan debegroting van Financiën.PrijsbijstellingEr wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd. Het restantwordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.EindejaarsmargeDoorgeschoven middelen Toeslagen Herstel 2024De programmamiddelen voor Toeslagen Herstel in 2024 z(n niet volledigbesteed. De uitvoering van enkele regelingen verloopt minder snel daneerder verondersteld. Deze middelen (289 miljoen euro) worden toege-voegd aan het budget in 2025. De verwachting is dat deze middelen inlatere jaren nodig zijn om mensen die gedupeerd zijn door de problemenmet toeslagen te kunnen compenseren.EindejaarsmargeDe eindejaarsmarge 2024 van 19 miljoen euro wordt toegevoegd aan debegroting van Financiën.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Financiën.TechnischDesalderingenDit betreft een totaal van meerdere desalderingen waaronder voorapparaat en geleverde diensten aan het ODC (Overheids Data Centrum).Hiertegenover staan evenredige ontvangsten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1108 Overig technischDit betreft enkele technische mutaties die per saldo op nul sluiten.Niet-kaderrelevantReservering kapitaalstorting TenneT DuitslandIn totaal is een reservering van 7,3 miljard euro voor kapitaalstortingen inTenneT Duitsland opgenomen. Hiervan is 3,0 miljard euro opgenomen opde Financiënbegroting en is de overige 4,3 miljard euro op de Aanvul-lende Post gereserveerd. De gehele reservering moet worden gezien alseen last resort maatregel, die zal worden gebruikt in het onverwachtegeval dat de deelname van private investeerders niet voldoende is om degehele kapitaalbehoefte in te vullen of indien de schuldherstructureringtot onaanvaardbare kosten leidt. Het kabinet acht een deelname vanprivate investeerders in TenneT Duitsland de beste structurele oplossingvoor het invullen van de kapitaalbehoefte van TenneT Duitsland.Belasting- en invorderingsrenteDe raming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerdnaar aanleiding van de nieuwe raming van de korte rente uit het CEP vanCPB en de realisatiecijfers uit 2024. Verder wordt er in 2025 23 miljoeneuro aan rentevergoedingen geraamd in verband met het dossierSondervermögen (oordeel van de Hoge Raad dat een groot Duitsvastgoedfonds niet belastingplichtig is in Nederland en daarom geenwinstbelasting hoefde te betalen).Overig niet-kaderrelevantDit betreft enkele niet-kaderrelevante mutaties die per saldo op nulsluiten.OntvangstenMeevallersMeevaller niet-belastingontvangstenDit betreft een meevaller (30 miljoen euro in totaal) die voortkomt uit debijstelling van de raming van de niet-belastingontvangsten (boetes enschikkingen), deze meevaller wordt afgedragen aan het generale beeld.Herverzekering leverancierskredietenDe uitgaven (uitvoeringskosten en schade-uitkeringen) en ontvangsten(premie en schaderestitutie) van de herverzekering leverancierskredietenvallen hoger uit. Per saldo is er sprake van een meevaller van circa1 miljoen euro (door 8 miljoen euro hogere ontvangsten tegenover7 miljoen euro hogere uitgaven).Generaal dossierDividenden staatsdeelnemingenDe dividendraming van de niet-financiële staatsdeelnemingen wordtaangepast als gevolg van de huidige marktomstandigheden. Er wordenper saldo hogere autonome ontvangsten verwacht. Onder meer de winstvan Schiphol valt de komende jaren hoger uit dan was geraamd in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1109 begroting. Wel is het dividenduitkeringspercentage van Schiphol verlaagdom Schiphol, gegeven haar grote investeringsagenda, een gezondefinanciële positie te laten behouden.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Financiën.TechnischDesalderingenDit betreft een totaal van meerdere desalderingen waaronder voorapparaat en geleverde diensten aan het ODC (Overheids Data Centrum).Hiertegenover staan evenredige uitgaven.Niet-kaderrelevantVerkoop aandelen ABN AMRODe Staat bouwt, via NL Financial Investments (NLFI), haar belang in ABNAMRO af. De verwachte ontvangsten nemen met 410 miljoen euro toe alsgevolg van de verkoop van aandelen ABN AMRO door de Staat.Belasting- en invorderingsrenteDe raming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerdnaar aanleiding van de nieuwe raming van de korte rente uit het CEP vanhet CPB en de realisatiecijfers uit 2024. Daarnaast betreft dit een beleids-matige aanpassing met betrekking tot de belastingrente bij de erfbe-lasting.Premieontvangsten garantie TenneT NederlandDe Staat ontvangt als garantieverstrekker een garantiepremie voor hetverstrekken van de garantie aan TenneT Nederland. De premie wordtbetaald over alle schuld die TenneT nieuw heeft aangetrokken onder degarantie en is gel(kgesteld aan het verwachte financieringsvoordeel datTenneT kr(gt door het verstrekken van de garantie.Schaderestituties ekvDe raming voor de schaderestituties exportkredietverzekeringen (ekv)wordt structureel met 5 miljoen euro naar beneden bijgesteld. Dit komtdoordat de ekv een vraaggestuurd instrument is. Op basis van daadwer-kel(k opgelopen (niet-definitieve) schades en de inzet op het verhalen vande schade b( tegenpart(en kan de uiteindel(ke stand van de recuperatiesafw(ken van de ramingen.Renteontvangsten lening GriekenlandOp basis van de meest recente renteramingen van het CPB en debijstelling van de aflossing van de lening worden de verwachte renteont-vangsten van de lening aan Griekenland b(gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1110 Renteontvangsten lening TenneTDe raming van de renteontvangsten op de lening aan TenneT wordtb(gesteld aan de hand van de meest recente inzichten ten aanzien van hetbetaalritme waarmee TenneT de rente op leningsfaciliteit voldoet en dehoogte van de rente.Dividenden financiële staatsdeelnemingenDe dividendraming wordt aangepast naar de meest recente informatieover het verwachte dividend van de financiële staatsdeelnemingen. Derealisatie valt lager uit dan geraamd door de afbouw van het belang inABN AMRO16, hierdoor wordt over minder aandelen dividend ontvangen.Aflossing lening GriekenlandDe raming voor de aflossing van de lening Griekenland wordt b(gesteld.In 2024 heeft Griekenland een deel van de uitstaande leningen onder deGreek Loan Facility vervroegd afgelost. Het afgeloste bedrag staat gelijkaan de voorziene aflossing voor 2026, 2027 en 2028, waardoor in dezejaren niet zal worden afgelost.Overig niet-kaderrelevantDit betreft enkele niet-kaderrelevante mutaties die per saldo op nulsluiten.Nationale Schuld (Transactiebasis)IXA Nationale Schuld: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota33.28244.29551.19751.62249.8120Intensiveringen21Treasury Management Systeem21Extrapolatie48.776Extrapolatie48.776Niet-kaderrelevant– 1.039– 1.059– 1.333– 6251.9192.193Rente vlottende schuld81467571615684683Aflossing vaste schuld2– 123– 62622.4442.451Rentelasten kasbeheer– 485– 337– 202– 15912412Rente vaste schuld– 637– 1.066– 1.076– 1.083– 1.221– 1.353Overig niet-kaderrelevant000000Stand Voorjaarsnota32.24343.23849.86450.99751.73250.969 IXA Nationale Schuld: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota84.308109.78283.19782.52480.3160Extrapolatie77.895Extrapolatie77.895Niet-kaderrelevant– 2.793– 12.0472.559– 1.080– 3.7531.110Mutatie vlottende schuld28.203Ontvangen aflossingen– 1– 3– 5– 26– 48286Rentebaten kasbeheer– 30– 30– 28– 27– 2517Mutatie in rekening courant en deposito– 1.881– 1.842827161.6492.522Uitgifte vaste schuld– 29.084– 10.1722.511– 1.743– 5.329– 1.71616Kamerstuk 31 789 nr. 118Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1111 In miljoenen euro202520262027202820292030Overig niet-kaderrelevant000000Stand Voorjaarsnota81.51597.73585.75681.44476.56379.005 UitgavenIntensiveringenTreasury Management SysteemDit betreft extra middelen voor de implementatie van een nieuwe versievan het Treasury Management Systeem. De middelen worden gedekt viade Financiën begroting (9B).ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van de Nationale Schuld.Niet-kaderrelevantRente vlottende schuldDe raming van de rentelasten vlottende schuld valt per saldo hoger uit alsgevolg van w(zigingen in de omvang van de kortlopende schuld en dehoogte van de korte rente. De korte rente is door het CPB lager geraamdin het CEP dan de rente waarmee in de ontwerpbegroting 2025 rekening isgehouden. Echter, doordat de omvang van de kortlopende schuld naarverwachting toeneemt, ontstaat een structurele tegenvaller van 81 miljoeneuro in 2025 oplopend tot 683 miljoen euro in 2030.Aflossing vaste schuldDoor de vervroegde aflossing van obligaties in 2024 zal in 2026 en 2027minder afgelost worden (in totaal 749 miljoen euro). In 2029 en 2030neemt de aflossing van de vaste schuld met in totaal 4,9 miljard euro toeals gevolg van de uitgifte van nieuwe staatsobligaties.Rentelasten kasbeheerDe raming van de rentelasten kasbeheer daalt in 2025 met 485 miljoeneuro ten opzichte van de ontwerpbegroting 2025 met name als gevolg vande nieuwe raming sociale fondsen. In 2030 st(gt de raming van derentelasten kasbeheer met 412 miljoen euro onder andere door deverwachting dat sociale fondsen meer middelen zullen aanhouden in deschatkist.Rente vaste schuldDe rentelasten vaste schuld vallen naar verwachting lager uit met nameals gevolg van het financieringsplan 2025 waarin is opgenomen dat erminder schuld wordt uitgegeven op de kapitaalmarkt. Daarentegen is ergerekend met hogere rentepercentages zoals die door het CPB z(ngeraamd in het CEP. Hierdoor ontstaat per saldo een structurele meevallervan 637 miljoen euro in 2025 oplopend tot 1,4 miljard euro in 2030.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1112 Overig niet-kaderrelevantDeze post bestaat uit diverse niet-kaderrelevante mutaties die onder deondergrens vallen.OntvangstenExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van de Nationale Schuld.Niet-kaderrelevantMutatie vlottende schuldDe vlottende schuld neemt in 2025 naar verwachting toe met 28,2 miljardeuro als gevolg van het financieringsplan 2025 waarin is opgenomen dater meer financiering wordt aangetrokken op de geldmarkt. Schomme-lingen in de financieringsbehoefte in een lopend begrotingsjaar wordenzo veel mogel(k opgevangen op de geldmarkt.Ontvangen aflossingenOp basis van de actuele inzichten wordt verwacht dat de aflossingen opde leningen, die door de agentschappen en rechtspersonen met eenwettel(ke taak in het kader van schatkistbankieren worden afgesloten, inde periode van 2025 tot en met 2029 per saldo lager uitvallen dan eerdergeraamd. Voor 2030 is de verwachting dat er per saldo meer afgelost zalworden.Rentebaten kasbeheerDe raming van de rentebaten kasbeheer is in de periode van 2025 t/m2029 lager dan geraamd b( de ontwerpbegroting 2025. Dit is het gevolgvan het b(werken van de realisatie van verstrekte leningen en de nieuwerentestanden in de CEP-raming van het CPB. In 2030 worden hogererentebaten verwacht.Mutatie in rekening courant en depositoUit de actualisatie van de raming van uitgaven en ontvangsten van socialefondsen bl(kt dat deze fondsen in 2025 en 2026 naar verwachting minderovertollige middelen zullen storten in de schatkist. Dit betekent dat degeraamde mutatie in het saldo op de rekeningen-courant en deposito’sdaalt ten opzichte van de ontwerpbegroting 2025. Voor de periode van2027 t/m 2030 is de verwachting dat de sociale fondsen meer middelenaanhouden in de schatkist.Uitgifte vaste schuldDe raming van de uitgifte vaste schuld is voor het lopende jaar met29,1 miljard euro naar beneden b(gesteld als gevolg van het financie-ringsplan 2025. Daarin is opgenomen dat de Nederlandse staat 40 miljardeuro aan staatsobligaties zal uitgegeven. Het financieringsplan geeft eenbeschr(ving van de geschatte omvang en de totstandkoming van definancieringsbehoefte van de Nederlandse staat voor 2025 en eenoverzicht van de manier waarop het Agentschap van plan is deze in tevullen. Daarnaast is de raming van de uitgifte vaste schuld voor 2026 envoor de periode van 2028 tot en met 2030 naar beneden b(gesteld alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1113 gevolg van een lager geraamd kastekort. In 2027 wordt naar verwachtingper saldo meer schuld uitgegeven door hogere uitgaven van de rijks-overheid.Overig niet-kaderrelevantDeze post bestaat uit diverse niet-kaderrelevante mutaties die onder deondergrens vallen.Defensie (inclusief Defensiematerieelbegrotingsfonds)DefensieX Defensie: UitgavenX Defensie: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota12.24412.39110.73710.94911.0920Intensiveringen1425132428922186Invulling bestedingsplannen 2% augustusbesluitvor-ming2232902211390Grensbewaking Koninklijke Marechaussee142834678386Amendement Van der Wal Veteranenplatform0Ombuigingen0Amendement Van der Wal Veteranenplatform0Kasschuiven– 14– 24– 418168Kasschuiven– 14– 24– 418168Overboekingen met andere begrotingen545511560585608645Overboeking aandeel loonontwikkeling Defensiebe-groting414425443449455458Overboeking aandeel prijsontwikkeling Defensiebe-groting545456565556Overboekingen met Defensiematerieelbegrotings-fonds1727426078104Middelen HLA Nationale veiligheid versterken1821212121Overige overboekingen met andere begrotingen59– 2– 2– 2– 26Eindejaarsmarge36Eindejaarsmarge36Extrapolatie11.313Extrapolatie11.313Technisch444444Technisch444444Niet-kaderrelevant2.3261381.000Continuering militaire steun Oekraïne1.9901381.000Kasschuif Oekraïne nota van wijziging703Oekraïnesteun uit eigen voorraad– 250Oekraïne – overig– 117Stand Voorjaarsnota15.15513.27112.62011.84511.94112.055 X Defensie: OntvangstenX Defensie: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota2452753841441440Extrapolatie144Extrapolatie144Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1114 X Defensie: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Technisch444444Technisch444444Niet-kaderrelevant48Oekraïne48Stand Voorjaarsnota297279388148148148 UitgavenIntensiveringenInvulling bestedingsplannen 2% augustusbesluitvormingIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. In augustus 2024 zijn aanvullende middelenvrijgemaakt om tot 2% te komen. Deze middelen zijn middels een notavan wijziging op de Ontwerpbegroting 2025 overgeheveld naar deDefensiebegroting en het Defensiematerieelbegrotingsfonds. De middelenzijn bestemd voor de verdere versterking van Defensie in lijn met deDefensienota 2024 (DN24), zoals meer aanvullende investeringen in lucht-en raketverdediging, innovatie en versnelde inwerkingtreding van DN24plannen.Grensbewaking Koninklijke MarechausseeVoor het intensiveren van de grensbewaking door de Koninkl(keMarechaussee (KMar) is extra geld beschikbaar gesteld. Deze middelenworden nu overgeheveld naar de Defensiebegroting en het Defensiemate-rieelbegrotingsfonds.Amendement Van der Wal VeteranenplatformBij de begrotingsbehandeling is 0,1 miljoen euro in 2025 beschikbaargesteld voor de ondersteuning van het Veteranen Platform en zijnactiviteiten.OmbuigingenAmendement Van der Wal VeteranenplatformDe materiële uitgaven worden verlaagd met 0,1 miljoen euro voor dedekking van dit amendement.KasschuivenDit betreft drie kasschuiven: Nationaal Fonds Ereschuld, Defensie open oporde en Airtraffic management. De uitgavenritmes worden aangepastnaar aanleiding van geactualiseerde uitvoeringsinformatie.Overboekingen met andere begrotingenOverboeking aandeel loonontwikkeling DefensiebegrotingIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Hierdoor worden de defensie-uitgavenbijgesteld op basis van prijs- en volumeontwikkelingen van het bbp. DezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1115 bijstellingen zijn geboekt op het DMF en het aandeel dat wordt besteedom de loonontwikkeling op de Defensiebegroting te ondervangen wordtdaar naartoe overgeheveld.Overboeking aandeel prijsontwikkeling DefensiebegrotingIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Hierdoor worden de defensie-uitgavenbijgesteld op basis van prijs- en volumeontwikkelingen van het bbp. Dezebijstellingen zijn geboekt op het DMF en het aandeel dat wordt besteedom de prijsontwikkeling op de Defensiebegroting te ondervangen wordtdaar naartoe overgeheveld.Overboekingen met DefensiematerieelbegrotingsfondsEr zijn diverse overboekingen gedaan tussen de Defensiebegroting en hetDefensiematerieelbegrotingsfonds (DMF). Zo worden er exploitatiemid-delen van investeringsprojecten overgeheveld naar de Defensiebegrotingomdat de projecten in een dermate gevorderd stadium zijn dat personelebezetting versterkt kan worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor het DefensieCyber Commando en voor vuursteun bij de Koninklijke Landmacht.Middelen HLA Nationale veiligheid versterkenDe HLA-middelen voor het versterken van Nationale veiligheid wordenovergeboekt naar de begroting van Defensie en Binnenlandse Zaken enKoninkrijkrelaties t.b.v. de veiligheidsdiensten. De verdeling hiervan is inoverleg tussen de verschillende departementen tot stand gekomen.Overige overboekingen met andere begrotingenDeze post bestaat uit overboekingen met andere begrotingen. Dit betreftonder andere bijdrages van Buitenlandse Zaken van 25 miljoen euro aande Koninklijke Marechaussee ten behoeve van de Brigade SpecialeBeveiligingsopdrachten (BSB), de toevoeging van 18 miljoen euroHGIS-eindejaarsmarge aan de begroting van Defensie, en 21 miljoen eurovan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor versterking van hetgrenstoezicht van de Caribische landen in het Koninkrijk.EindejaarsmargeDit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2024 van 36 miljoeneuro aan de begroting van Defensie.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Defensie.TechnischDefensie declareert zorgkosten van militairen bij de zorgverzekeraarStichting ZiektekostenVerzekering Krijgsmacht (SZVK), waaraan militairenziektekostenpremies afdragen. De ontvangsten gerelateerd aan dezedeclaratiestromen zijn met 4 miljoen euro verhoogd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1116 Niet-kaderrelevantContinuering militaire steun OekraïneBovenop de circa 10 miljard euro die sinds het uitbreken van de oorlogreeds beschikbaar is gesteld aan militaire steun, heeft het kabinet beslotenom de militaire steun te continueren met 3,1 miljard euro op de defensie-begroting. De militaire en geopolitieke ontwikkelingen rondom Oekraïneleiden ertoe dat 2 miljard euro van dit pakket versneld in 2025 wordtgeplaatst. Hier worden onder meer drones van gekocht, in samenwerkingmet de Oekraïense industrie.Kasschuif Oekraïne nota van wijzigingHet budget voor militaire steun aan Oekraïne in 2025 is via een nota vanwijziging op de Ontwerpbegroting 2025 met 750 miljoen euro verhoogd.Dit budget is middels een verlaging van het budget in 2024 in de tweedesuppletoire begroting verschoven, omdat deze uitgaven niet meer werdenverwacht in 2024. Echter, enkele steunleveringen (met name munitie) zijnalsnog versneld tot realisatie gekomen (47 miljoen euro) in 2024. Dekasschuif zoals doorgevoerd bij Najaarsnota en nota van wijziging komtdaarmee uit op een bedrag van 703 miljoen euro in plaats van de eerderverwachte 750 miljoen euro.Oekraïnesteun uit eigen voorraadTer compensatie van geleverd materieel uit eigen voorraad aan Oekraïneis 250 miljoen euro overgeheveld naar het DMF. Door deze compensatiekan het geleverde materieel worden vervangen.Oekraïne – overigEen steunlevering aan Oekraïne die middels cofinanciering met een anderland zou plaatsvinden is komen te vervallen. De uitgaven en ontvangstenzijn eerder uit 2024 weggeschoven naar 2025 via de kasschuif van750 miljoen euro. Met het wegvallen van de ontvangsten worden deuitgaven met hetzelfde bedrag van 117 miljoen euro verlaagd.OntvangstenExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Defensie.TechnischDefensie declareert zorgkosten van militairen bij de zorgverzekeraarStichting ZiektekostenVerzekering Krijgsmacht (SZVK), waaraan militairenziektekostenpremies afdragen. De ontvangsten gerelateerd aan dezedeclaratiestromen zijn met 4 miljoen euro verhoogd.Niet-kaderrelevant – OekraïneNederland schaft materieel aan voor steun aan Oekraïne samen metandere landen, die een deel van de lasten dragen. Deze ontvangsten zijnniet gerealiseerd in 2024 en schuiven door naar 2025.DefensiematerieelbegrotingsfondsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1117 K Defensiematerieelbegrotingsfonds: Uitgaven (2025–2030)K Defensiematerieelbegrotingsfonds: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota9.77512.32312.69013.07312.70811.795Intensiveringen315655228911.1511.232Intensivering Defensie Voorjaarsnota 202590507657737Invulling bestedingsplannen 2% augustusbesluitvor-ming537383313426430Grensbewaking Koninklijke Marechaussee312848726865Overboekingen met andere begrotingen– 561– 504– 536– 562– 584– 613Overboeking aandeel loonontwikkeling Defensiebe-groting– 414– 425– 443– 449– 455– 458Overboeking aandeel prijsontwikkeling Defensiebe-groting– 54– 54– 56– 56– 55– 56Overboekingen met Defensiebegroting– 17– 27– 42– 60– 78– 104Security Fund– 75Middelen HLA Nationale veiligheid versterken14444Overige overboekingen met andere begrotingen– 100000Kadercorrecties190Compensatie valutaschommelingen190Eindejaarsmarge196Eindejaarsmarge196ExtrapolatieExtrapolatieTechnisch8121.0431.0841.2041.2541.256Prijstranche 2025 defensie-uitgaven735841841841841841Volumebijstelling 2% bbp Voorjaar 2025208250370420420Bijstelling programmering Defensie-investeringen1527337085852.1022.208Aanpassing over-/onderprogrammering– 152– 733– 708– 585– 2.102– 2.208Overig technisch76– 6– 6– 6– 6– 4Niet-kaderrelevant17497734040Kasschuif Oekraïnesteun uit eigen voorraad– 25097734040Oekraïnesteun uit eigen voorraad250Oekraïne – overig174Stand Voorjaarsnota10.61713.42713.85714.68114.57013.709 K Defensiematerieelbegrotingsfonds: Uitgaven (2031–2040)K Defensiematerieelbegrotingsfonds: UitgavenIn miljoeneneuro2031203220332034203520362037203820392040Stand Basis-stand Miljoe-nennota11.79211.73711.76911.33111.38011.40511.37911.27611.2620Intensiveringen1.2181.2311.2461.2461.2461.2461.2461.2461.246802IntensiveringDefensieVoorjaarsnota2025737737737737737737737737737737Invullingbestedingsplan-nen 2%augustusbe-sluitvorming415428443443443443443443443GrensbewakingKoninklijkeMarechaussee65656565656565656565Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1118 K Defensiematerieelbegrotingsfonds: UitgavenIn miljoeneneuro2031203220332034203520362037203820392040Overboekingenmet anderebegrotingen– 575– 578– 609– 609– 575– 576– 576– 575– 575– 575Overboekingaandeelloonontwikke-ling Defensiebe-groting– 458– 458– 458– 458– 458– 458– 458– 458– 458– 458Overboekingaandeelprijsontwikke-ling Defensiebe-groting– 56– 56– 56– 56– 56– 56– 56– 56– 56– 56Overboekingenmet Defensiebe-groting– 65– 68– 99– 99– 66– 66– 66– 66– 65– 65Security FundMiddelen HLANationaleveiligheidversterken4444444444Overigeoverboekingenmet anderebegrotingen0000000000KadercorrectiesCompensatievalutaschom-melingenEindejaars-margeEindejaars-margeExtrapolatie11.705Extrapolatie11.705Technisch1.2541.2541.2541.2541.2541.2541.2541.2541.2541.254Prijstranche2025 defensie-uitgaven841841841841841841841841841841Volumebijstel-ling 2% bbpVoorjaar 2025420420420420420420420420420420BijstellingprogrammeringDefensie-investeringen1.604283– 233– 348– 161– 83– 355– 1.477– 1.8802.014Aanpassingover-/onderprogram-mering– 1.604– 283233348161833551.4771.880– 2.014Overigtechnisch– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6Niet-kaderrelevantKasschuifOekraïnesteunuit eigenvoorraadOekraïnesteunuit eigenvoorraadOekraïne –overigTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1119 K Defensiematerieelbegrotingsfonds: UitgavenIn miljoeneneuro2031203220332034203520362037203820392040Stand Voor-jaarsnota13.68813.64413.66013.22213.30413.32913.30313.20013.18613.186 K Defensiematerieelbegrotingsfonds: Ontvangsten (2025–2030)K Defensiematerieelbegrotingsfonds: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota97151153172160157ExtrapolatieExtrapolatieTechnisch76– 6– 6– 6– 6– 4Technisch76– 6– 6– 6– 6– 4Stand Voorjaarsnota173145146166154153 K Defensiematerieelbegrotingsfonds: Ontvangsten (2031–2040)K Defensiematerieelbegrotingsfonds: OntvangstenIn miljoeneneuro2031203220332034203520362037203820392040Stand Basis-stand Miljoe-nennota1511511441441441441441441440Extrapolatie144Extrapolatie144Technisch– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6Technisch– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6– 6Stand Voor-jaarsnota144145137138138138138137137137 UitgavenIntensiveringenIntensivering Defensie Voorjaarsnota 2025Het kabinet investeert structureel 737 miljoen euro extra in Defensie. Dezeintensivering komt bovenop de structurele volumebijstelling van420 miljoen euro die beschikbaar wordt gesteld aan de Defensiebegrotingmiddels de koppeling tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp.Invulling bestedingsplannen 2% augustusbesluitvormingIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. In augustus 2024 zijn aanvullende middelenvrijgemaakt om tot 2% te komen. Deze middelen zijn middels een notavan wijziging op de Ontwerpbegroting 2025 overgeheveld naar deDefensiebegroting en het Defensiematerieelbegrotingsfonds. De middelenzijn bestemd voor de verdere versterking van Defensie in lijn met deDefensienota 2024 (DN24), zoals meer aanvullende investeringen in lucht-en raketverdediging, innovatie en versnelde inwerkingtreding van DN24plannen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1120 Grensbewaking Koninklijke MarechausseeVoor het intensiveren van de grensbewaking door de Koninkl(keMarechaussee (KMar) is extra geld beschikbaar gesteld. Deze middelenworden nu overgeheveld naar de Defensiebegroting en het Defensiemate-rieelbegrotingsfonds.Overboekingen met andere begrotingenOverboeking aandeel loonontwikkeling DefensiebegrotingIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Hierdoor worden de defensie-uitgavenbijgesteld op basis van prijs- en volumeontwikkelingen van het bbp. Dezebijstellingen zijn geboekt op het DMF en het aandeel wat wordt besteedom de loonontwikkeling op de Defensiebegroting te ondervangen wordtdaar naartoe overgeheveld.Overboeking aandeel prijsontwikkeling DefensiebegrotingIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Hierdoor worden de defensie-uitgavenbijgesteld op basis van prijs- en volumeontwikkelingen van het bbp. Dezebijstellingen zijn geboekt op het DMF en het aandeel wat wordt besteedom de prijsontwikkeling op de Defensiebegroting te ondervangen wordtdaar naartoe overgeheveld.Overboekingen met DefensiebegrotingEr zijn diverse overboekingen gedaan tussen de Defensiebegroting en hetDefensiematerieelbegrotingsfonds (DMF). Zo worden er exploitatiemid-delen van investeringsprojecten overgeheveld naar de Defensiebegrotingomdat de projecten in een dermate gevorderd stadium zijn dat personelebezetting versterkt kan worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor het DefensieCyber Commando en voor vuursteun bij de Koninklijke Landmacht.Security FundDefensie boekt 75 miljoen euro over naar het Ministerie van EconomischeZaken voor de uitbreiding van het SecFund. Dit fonds focust op definanciering van innovatieve dual-use technologieën bij voor Defensieinteressante start-ups en MKB om zo de Nederlandse defensie- enveiligheid gerelateerde technologische industriële basis (NLDTIB) teversterken. Het fondsvermogen wordt via Economische Zaken verschaftaan de Brabantse Ontwikkelmaatschappij (BOM), de fondsbeheerder.Middelen HLA Nationale veiligheid versterkenDe HLA-middelen voor het versterken van Nationale veiligheid wordenovergeboekt naar de begroting van Defensie en Binnenlandse Zaken enKoninkrijkrelaties t.b.v. de veiligheidsdiensten. De verdeling hiervan is inoverleg tussen de verschillende departementen tot stand gekomen.Overige overboekingen met andere begrotingenDeze post bestaat uit overboekingen met andere begrotingen. Dit betreftonder andere een bijdrage van het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat van 10 miljoen euro voor uitvoering van beschermingstakenvoor Noordzee infrastructuur en een bijdrage aan het Ministerie vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1121 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 miljoen euro voorbedrijfsvoeringskosten.KadercorrectiesCompensatie valutaschommelingenIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. In de vormgeving van de koppeling komt decompensatie-afspraak voor valutaschommelingen te vervallen vanaf 2026.Voor 2025 is Defensie incidenteel gecompenseerd voor de ontwikkelingenin de wisselkoersen van US Dollars en Zweedse Kronen gebaseerd op hetCEP van het CPB. Defensie is gevoelig voor schommelingen in wissel-koersen bij met name de aanschaf en in mindere mate bij instandhoudingvan materieel. De vormgeving van de wettelijke 2%-koppeling wordtnader uitgelegd in bijlage 5.EindejaarsmargeDit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2024 van 196 miljoeneuro aan de begroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2040(t+15) toegevoegd aan het Defensiematerieelbegrotingsfonds.TechnischVolumebijstelling 2% bbp Voorjaar 2025In het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Deze geldt voor prijs- en volumeontwikkelingbbp. Vanwege de hogere volumeontwikkeling van het bbp dan eerdergeraamd zijn aanvullende middelen vrijgemaakt om de defensie-uitgavenop 2% te houden. Bij de besteding van deze extra middelen wordt inprincipe eerst voldaan aan het mitigeren van valutaschommelingen en hetreserveren van loonruimte. Daarna wordt gekeken naar het op sterktebrengen/houden van bestaande investeringsprojecten binnen de DefensieLifecycle Plan (DLP) systematiek, alvorens extra budget wordt gebruikt omnieuwe investeringen te doen. De vormgeving van de wettelijke2%-koppeling wordt nader uitgelegd in bijlage 5.Prijstranche 2025 defensie-uitgavenIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Deze geldt voor prijs- en volumeontwikkelingbbp. De prijsreservering is geplaatst op de Aanvullende Post en wordt intranches uitgekeerd aan de Defensiebegroting. Dit betreft de overboekingvan de tranche 2025.Bijstelling programmering Defensie-investeringenIn deze begroting zijn de ramingen aangepast op de programmering dieDefensie aanhoudt in de Defensie lifecycle periode van 2025–2040.Vanwege de verslechterde veiligheidssituatie worden investeringspro-jecten waar mogelijk versneld. Er wordt gebruik gemaakt van hetbegrotingsinstrument overprogrammering met een limiet van 30% inieder begrotingsjaar. Dit betekent dat er meer plannen in de eerste jarenstaan dan past binnen het beschikbare budget die jaren. Door met dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1122 overprogrammering te werken wordt zoveel als mogelijk getracht tevoorkomen dat vertragingen bij individuele projecten leiden tot onderrea-lisatie van het totale beschikbare budget. De investeringsplannen die niettot realisatie komen, worden doorgeschoven naar een later begro-tingsjaar. Over de gehele planperiode van 15 jaar sluit de programmeringaan op het totaal beschikbare budget. Middels het Defensieprojectenover-zicht (DPO) biedt Defensie de voortgang op investeringsprojecten.Aanpassing over-/onderprogrammeringMet de actualisatie van de projecten en toevoegingen van additioneelbudget in relatie tot de 2%-koppeling zijn de uitgaven aangepast aan deverwachte programmering. Door deze technische tegenboeking wordt hetkaseffect van de overprogrammering gemitigeerd.Overig technischDit betreft meerdere technische mutaties gerelateerd aan ontvangstenmu-taties. De grootste heeft betrekking op zorgverzekeraar Stichting Ziekte-kostenVerzekering Krijgsmacht (SZVK). Defensie declareert zorgkostenvan militairen bij SZVK, waaraan militairen ziektekostenpremies afdragen.Bij het SZVK is in de loop der jaren een overschot aan uit te kerenzorgomzet ontstaan. In overleg met het SZVK is afgesproken dit overschotaf te bouwen waardoor zowel het ontvangstenbudget als het uitgaven-budget in 2025 is verhoogd met 40 miljoen euro.Niet-kaderrelevantKasschuif Oekraïnesteun uit eigen voorraadDit betreft de toevoeging van 250 miljoen euro aan het Defensiematerieel-begrotingsfonds voor de vervanging van aan Oekraïne geleverde eigenvoorraad. Het verwachte ritme van de vervanging vergt een kasschuif.Oekraïnesteun uit eigen voorraadTer compensatie van geleverd materieel uit eigen voorraad aan Oekraïneis 250 miljoen euro overgeheveld naar het DMF. Door deze compensatiekan het geleverde materieel worden vervangen.Oekraïne – overigDit betreft de verwachte vervanging van uit eigen voorraad geleverdmaterieel aan Oekraïne. De start van de vervanging van enkele leveringen(174 miljoen euro) is verschoven van 2024 naar 2025.OntvangstenExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2040(t+15) toegevoegd aan het Defensiematerieelbegrotingsfonds.TechnischDit betreft meerdere technische mutaties gerelateerd aan ontvangstenmu-taties. De grootste heeft betrekking op zorgverzekeraar Stichting Ziekte-kostenVerzekering Krijgsmacht (SZVK). Defensie declareert zorgkostenvan militairen bij SZVK, waaraan militairen ziektekostenpremies afdragen.Bij het SZVK is in de loop der jaren een overschot aan uit te kerenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1123 zorgomzet ontstaan. In overleg met het SZVK is afgesproken dit overschotaf te bouwen waardoor zowel het ontvangstenbudget als het uitgaven-budget in 2025 is verhoogd met 40 miljoen euro.Infrastructuur en Waterstaat (inclusief Mobiliteitsfonds enDeltafonds)Infrastructuur en WaterstaatXII Infrastructuur en Waterstaat: UitgavenXII Infrastructuur en Waterstaat: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota14.11115.83915.86315.11915.13311.836Tegenvallers71Bijstelling BVOV3Overige tegenvallers41Intensiveringen91323425871Apparaat DGLM51213888Sociale stations2Subsidie Drinkwater22Overboeking Aanvullende Post: Elektrisch taxiën10Overboeking Aanvullende post: Nedersaksenlijn en3 infraprojecten10344063Overige intensiveringen0Ombuigingen– 26– 32– 31– 27– 27– 26Amendement t.b.v. OCW-begroting– 19– 19– 19– 19– 19– 19Overige ombuigingen– 7– 13– 12– 8– 8– 7Kasschuiven– 297– 511351031792Kasschuiven Klimaatfonds– 91– 8144484932Kasschuiven Nationaal Groeifonds– 91– 93325– 1658Kasschuif Elektrisch Taxiën44– 8Overige kasschuiven– 114395426– 72Overboekingen met andere begrotingen– 5324103Overboekingen met andere begrotingen– 5324103Loonbijstelling118114112112112111Loonbijstelling Infrastructuur en Waterstaat706664636363Loonbijstelling Mobiliteitsfonds414141414141Loonbijstelling Deltafonds121212121212Overige loonbijstelling– 6– 5– 5– 5– 5– 5Prijsbijstelling191214212202204205Prijsbijstelling Mobiliteitsfonds138159158154161160Prijsbijstelling Infrastructuur en Waterstaat312626242122Prijsbijstelling Deltafonds222928242123Eindejaarsmarge46Eindejaarsmarge Nationaal Groeifonds35Eindejaarsmarge Infrastructuur en Waterstaat11Eindejaarsmarge Klimaatfonds0Extrapolatie3.382Extrapolatie3.382Technisch44– 1.6811.26326917484Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting191919191919Mutaties met Deltafonds1– 2598745– 5– 65Mutaties met Mobiliteitsfonds– 45– 455147192140111Fasering infrastructuur– 1.0001.000Overig technisch701510132019Niet-kaderrelevant0Niet-kaderrelevant0Stand Voorjaarsnota14.19614.42017.60215.82015.67115.758Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1124 XII Infrastructuur en Waterstaat: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota415801.1151.1161.1100Meevallers65Bijstelling BVOV65Extrapolatie1.110Extrapolatie1.110Technisch511111Technisch511111Stand Voorjaarsnota1115811.1161.1171.1121.112 UitgavenTegenvallersBijstelling BVOVDit is een bijstelling van het te ontvangen budget aan Beschikbaarheids-vergoeding OV (BVOV). De subsidieregeling BVOV is op voorschotbasis.De eindafrekening en de checks door de accountant vinden later plaatst,waardoor er verschillen zijn tussen de voorschotten en eindafrekening.IenW krijgt enerzijds circa 65 miljoen euro terug van de ontvangers van deBVOV-bijdragen en moet anderzijds circa 3,2 miljoen euro afstaan aan deontvangers van de BVOV-bijdragen op basis van de definitievevaststelling.Overige tegenvallersDit is een bedrag van 3 miljoen euro voor de COVID-directie. Het betreftmiddelen die nodig zijn om overlopende opdrachten te voldoen in 2025.Daarnaast is er een tegenvaller van totaal 1,2 miljoen euro (verdeeld over2025 en 2026) voor het Herstel- en Veerkrachtplan. Voor de inzet vanexterne medewerkers zijn er extra middelen benodigd.IntensiveringApparaat DGLMBinnen het Directoraat Generaal Luchtvaart en Maritieme zaken (DGLM)liep door het aflopen van incidentele budgetten het beschikbare budgetop apparaat af. IenW heeft gekozen om deze taken te continueren, enhebben dit binnen de eigen begroting ingepast. Voor de dekking van dezeaflopende incidentele budgetten binnen DGLM is een verdeelsleuteltoegepast over de overige DG’s om aan de wettelijke en juridischeverplichtingen te voldoen. Dit is bij de overige directies bijvoorbeeld uitopdrachtenbudgetten opgehaald.Sociale stationsDit betreft een overboeking van de dekkingsopgave OVS (OpenbaarVervoer en Spoor) waarbij 2,3 miljoen euro gedekt wordt ten gunste vansociale stations conform de voorjaarsbesluitvorming. Deze middelen zijnten behoeve van de verbetering van de sociale veiligheid op stations doorde NS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1125 Subsidie drinkwaterDit betreft het opvragen van middelen voor de jaren 2025 en 2026 terdekking van de drinkwaterkosten op Caribisch Nederland. Het gaat om intotaal 3 miljoen euro. Deze middelen komen van de Aanvullende Post vanSZW (artikel 9. Koopkracht Caribisch Nederland).Overboeking Aanvullende post: Elektrisch taxiënIn het coalitieakkoord zijn middelen op de Aanvullende Post gereserveerdvoor het verminderen van stikstofuitstoot. Destijds is afgesproken datIenW ook op een gedeelte van deze middelen aanspraak zou maken. IenWheeft dit voorjaar een bestedingsplan ingediend voor elektrisch taxiën(10 miljoen euro), en dit bedrag zal worden overgeheveld naar deIenW-begroting. Met de middelen wordt ingezet op het stimuleren vanelektrisch taxiën op de luchthaven Schiphol. Dit draagt bij aan hetverlagen van de stikstofuitstoot.Overboeking Aanvullende post: Nedersaksenlijn en 3 infraprojectenHet kabinet heeft besloten om de gereserveerde middelen voor de Lelylijnop de Aanvullende Post in te zetten voor andere doelen. Deze middelenworden bestemd voor de Nedersaksenlijn (1,9 miljard euro) en drieandere projecten in noordelijk Nederland: het project N36 tussen Almeloen Ommen (115 miljoen euro), het project Sluis Kornwerderzand inFriesland (375 miljoen euro) en het oplossen van de flessenhals tussenZwolle en Meppel (100 miljoen euro).OmbuigingenAmendement t.b.v. OCW-begrotingHet amendement Bontenbal c.s. wordt gedekt met middelen vanmeerdere begrotingen. De begroting van IenW is structureel verlaagd met19 miljoen euro ten behoeve van het terugdraaien of verlagen vanverschillende onderwijsbezuinigingen uit het Hoofdlijnenakkoord zoalsverzocht in het amendement.Overige ombuigingenIenW heeft bij verschillende directies ombuigingen gedaan om bij tekunnen dragen aan de IenW-brede problematiek. Deze ombuigingen zijnde dekking voor bijvoorbeeld de aflopende budgetten op het apparaat bijDGLM.KasschuivenKasschuiven KlimaatfondsHet betreft hier kasschuiven van de Klimaatfondsmiddelen binnenhoofdstuk 12. Enkele voorbeelden hiervan zijn de kasschuif voor deSubsidie Schoon en Emissieloos Bouwen. Hiervoor wordt 31,5 miljoeneuro naar achter geschoven van 2025 en 2026 naar 2027 en 2028, omdatde verplichtingen die zijn aangegaan in 2025 en 2026 in die jaren nietvolledig tot kasbetaling zullen komen. Een deel van de middelen wordthierdoor pas in latere jaren uitbetaald. Verder wordt op de subsidieWaterstof in Mobiliteit 53 miljoen euro vanuit 2025 en 2026 naar 2029 en2030 geschoven zodat de middelen beter aansluiten bij de planning vande subsidie. Om de kasbudgetten in overeenstemming te brengen met deprogrammering wordt voor de subsidie laadinfrastructuur wegverkeerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1126 2,5 miljoen euro naar voren gehaald van 2027 en 2028 naar 2025 en 2026.Per saldo leiden de kasschuiven tot een schuif van middelen naar laterejaren.Kasschuiven Nationaal GroeifondsHet betreft hier kasschuiven en toegekende projecten binnen hetNationaal Groeifonds. Er vindt onder andere een kasschuif plaats om demiddelen voor het project Luchtvaart in Transitie in het goede ritme tezetten. Hierbij wordt er circa 60 miljoen euro uit 2025 en 2026 geschovennaar latere jaren. Daarnaast wordt er kas naar achteren geschoven(48 miljoen euro) voor het Maritiem Masterplan (MMP). In 2024 isintensief aandacht besteed aan de juiste wijze waarop de regelingen voorhet MMP opgezet moeten worden en de opdracht- en subsidiever-strekking moeten plaatsvinden. Er was ook aanvullend onderzoek nodigvanwege staatssteunregelgeving. Dit heeft geleid tot vertragingen ennoodzakelijke schuiven in kas- en verplichtingbudget voor zowelopdrachten- subsidie- als agentschapsbijdragebudget. Voor de personeleuitgaven op het Nationaal Groeifondsproject Maritiem Masterplan wordteen kas- en verplichtingenschuif voorgesteld om de budgetten beter in lijnte brengen met de verwachte uitgaven in de komende jaren.Kasschuif Elektrisch taxiënIn het coalitieakkoord zijn middelen op de Aanvullende Post gereserveerdvoor het verminderen van stikstofuitstoot, zoals hierboven benoemdworden dit voorjaar middelen hiervan naar IenW overgeheveld voorElektrisch Taxiën. Deze middelen stonden in een ander ritme op deAanvullende Post dan dat IenW ze wil uitgeven. Met deze kasschuifworden de middelen voor elektrisch taxiën in het juiste ritme gezet.Overige kasschuivenVanuit de Geluidsisolatieregeling Schiphol (GIS) wordt circa 17 miljoen uit2025 naar latere jaren geschoven. Nieuwe ramingen van deze regelingvoorspellen dat de uitgaven in latere jaren tot uitbetaling komen. Hierwordt het betreffende ritme op aangepast.Overboekingen met andere begrotingenDit betreft onder andere een overboeking naar het Ministerie van Defensievoor de aankoop van een patrouilleschip van 10 miljoen euro en eenoverboeking naar het Ministerie van Economische Zaken voor TNO. TNOvoert namelijk voor IenW een onderzoek uit op het gebied van program-matische samenwerking voertuigemissies en duurzame mobiliteit. Deoverheveling betreft 2,2 miljoen euro. Daarnaast doet IenW eenoverboeking van in totaal 36 miljoen euro (2025 t/m 2029) voor hetopenstellen van het IenW-deel in de DEI+-openstelling (DemonstratieEnergie- en Klimaatinnovatie) voor het thema Circulaire Economie in2025. Op basis van de regeling kan subsidie worden verstrekt voorprojecten voor recycling en hergebruik van reststromen, verminderingvan gebruik van grondstoffen, waarbij het productieproces geschikt wordtvoor het gebruik van gerecyclede grondstoffen en voor vervanging vanfossiele grondstoffen door biobased grondstoffen. Ook zijn er een aantaloverboekingen naar de begroting van IenW. IenW ontvangt circa17 miljoen euro voor het versterken van faciliteiten voor toegepastonderzoek bij het KNMI. Het KNMI ontvangt de bijdrage voor FTO(Faciliteiten Toegepast Onderzoek) programma’s via de agentschapsbij-drage IenW. Het betreft over de periode 2025–2029 de programma’s FTODuurzaamheid en FTO DigiLab die in consortiumverband zullen wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1127 uitgevoerd. Ook ontvangt IenW een toevoeging van de NGF middelen(circa 34 miljoen euro) voor het NGF programma Luchtvaar in Transitie.Deze middelen stonden nog op de NGF-begroting en zouden ondervoorwaarde worden toegekend. Aan deze voorwaarde is nu voldaan. Demiddelen worden ingezet voor de subisidie Hydrogen Aircraft Powertrainand Storage Systems (HAPPS).LoonbijstellingMet deze overboeking wordt de loonbijstelling toegevoegd aan debegroting van IenW. Ook de loonbijstelling van de fondsen wordt eersttoegevoegd aan de begroting van IenW. De loonbijstelling van de fondsenwordt later verdeeld over de fondsen.PrijsbijstellingMet deze overboeking wordt de prijsbijstelling toegevoegd aan debegroting van IenW. Ook de prijsbijstelling van de fondsen wordt eersttoegevoegd aan de IenW begroting. De prijsbijstelling van de fondsenwordt later verdeeld over de fondsen. Er wordt 50% van de prijsbijstellingtranche 2025 uitgekeerd. Het restant wordt ingezet ter dekking vanrijksbrede problematiek.EindejaarsmargeConform de begrotingsregels wordt de eindejaarsmarge (circa 46 miljoeneuro) toegevoegd aan de begroting van IenW. De niet uitgegevenmiddelen van 2024 van het Nationaal Groeifonds worden volledigtoegevoegd.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Infrastructuur en Waterstaat.TechnischDekking Amendement t.b.v. OCW-begrotingHet amendement Bontenbal c.s. wordt gedekt met middelen vanmeerdere begrotingen. De begroting van IenW is structureel verlaagd met19 miljoen euro ten behoeve van het terugdraaien of verlagen vanverschillende onderwijsbezuinigingen uit het HLA zoals verzocht in hetamendement.Mutaties met DeltafondsConform de Comptabiliteitswet worden de financiële middelen van debeleidsbegroting overgeheveld naar het Deltafonds. De aanpassingen vandeze middelen worden verder toegelicht in de Verticale Toelichting vanhet Deltafonds.Mutaties met MobiliteitsfondsConform de Comptabiliteitswet worden de financiële middelen van debeleidsbegroting overgeheveld naar het Mobiliteitsfonds. De aanpas-singen van deze middelen worden verder toegelicht in de VerticaleToelichting van het Mobiliteitsfonds.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1128 Fasering InfrastructuurHet kabinet heeft besloten tot fasering van de infrastructuur. In dezehoedanigheid wordt er kasbudget van 2026 naar 2027 geschoven.Overig technischDeze post bevat overige herschikkingen.OntvangstenMeevallersBijstelling BVOVDit is een bijstelling van het te ontvangen budget aan Beschikbaarheids-vergoeding OV (BVOV). De subsidieregeling BVOV is op voorschotbasis.De eindafrekening en de checks door de accountant vinden later plaatst,waardoor er verschillen zijn tussen de voorschotten en eindafrekening.IenW krijgt enerzijds circa 65 miljoen euro terug van de ontvangers van deBVOV-bijdragen en moet anderzijds circa 3,2 miljoen euro afstaan aan deontvangers van de BVOV-bijdragen op basis van de definitievevaststelling.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Infrastructuur en Waterstaat.TechnischDeze post bevat overige herschikkingen.MobiliteitsfondsMobiliteitsfonds: Uitgaven (2025–2030)In miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota9.42910.63410.60510.31810.68610.595Intensiveringen17150500500500500Overboeking AP: WoMo II middelen150500500500500Overige intensiveringen17Ombuigingen– 17Ombuigingen– 17Kasschuiven investeringsplafond220– 575– 330– 285– 330– 350Kasschuif WoMo II middelen– 125– 400– 350– 200– 50Overige kasschuiven investeringsplafond220– 4507065– 130– 300Overboekingen met andere begrotingen– 30– 5– 5– 5– 5– 5Overboekingen met andere begrotingen– 30– 5– 5– 5– 5– 5Eindejaarsmarge86Eindejaarsmarge86ExtrapolatieExtrapolatieTechnisch63– 17– 19– 10– 94– 21Technisch63– 17– 19– 10– 94– 21Stand Voorjaarsnota9.76810.18610.75010.51810.75710.718Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1129 Mobiliteitsfonds: Uitgaven (2031–2039)In miljoenen euro203120322033203420352036203720382039Stand Basisstand Miljoenen-nota9.0809.0158.9298.7808.8108.7568.6908.6470Intensiveringen350Overboeking AP: WoMo IImiddelen350Overige intensiveringenOmbuigingenOmbuigingenKasschuiven investeringspla-fond200625400250175Kasschuif WoMo II middelen20047525015050Overige kasschuiveninvesteringsplafond150150100125Overboekingen met anderebegrotingen– 3Overboekingen met anderebegrotingen– 3EindejaarsmargeEindejaarsmargeExtrapolatie8.661Extrapolatie8.661Technisch– 39– 39– 33– 26– 28– 3– 28– 26– 29Technisch– 39– 39– 33– 26– 28– 3– 28– 26– 29Stand Voorjaarsnota9.5899.6019.2969.0048.9578.7538.6628.6218.632 Mobiliteitsfonds: Ontvangsten (2025–2030)In miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota9.42910.63410.60510.31810.68610.595Eindejaarsmarge239Eindejaarsmarge239ExtrapolatieMutaties met Infrastructuur en WaterstaatTechnisch100– 44814620071124Mutaties met Infrastructuur en Waterstaat– 45– 455147192140111Overig technisch1457– 18– 6913Stand Voorjaarsnota9.76810.18610.75010.51810.75710.718 Mobiliteitsfonds: Ontvangsten (2031–2039)In miljoenen euro203120322033203420352036203720382039Stand Basisstand Miljoenen-nota9.0809.0158.9298.7808.8108.7568.6908.6470EindejaarsmargeEindejaarsmargeExtrapolatie284Mutaties met Infrastructuuren Waterstaat284Technisch508586367224147– 3– 28– 268.348Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1130 In miljoenen euro203120322033203420352036203720382039Mutaties met Infrastructuuren Waterstaat509580366221146– 29– 29– 298.348Overig technisch060322723Stand Voorjaarsnota9.5899.6019.2969.0048.9578.7538.6628.6218.632 UitgavenIntensiveringenOverboeking Aanvullende Post: WoMo (middelen voor ontsluiting nieuwewoningbouwlocaties)Het kabinet heeft besloten om de middelen van de Aanvullende Post voorde ontsluiting van nieuwe woningen uit het Hoofdlijnenakkoord(2,5 miljard euro) over te hevelen naar de begroting van IenW. Vervolgenswordt het ritme op de begroting van IenW via een kasschuif in eenrealistisch ritme geplaatst (zie toelichting bij kasschuif).Overige intensiveringenTijdens de begrotingsbehandelingen zijn twee amendementen aange-nomen die tot een wijziging van de begroting 2025 hebben geleid. Teneerste is besloten om 6,5 miljoen euro uit de post Overige reserveringenover te hevelen naar de post Toegangsweg Groningen Airport Eelde, omhiermee investeringen te kunnen doen in de infrastructuur en faciliteitenvan de luchthaven Groningen Airport Eelde. Hiernaast is een amendementaangenomen om 10 miljoen euro toe te voegen aan artikel 13 Spoor-wegen, om in te zetten voor het veilig maken van de spoorwegover-gangen in Ermelo en Nijkerk op het traject Harderwijk-Amersfoort.Hiermee wordt het weer mogelijk om op dit traject spitstreinen in tezetten.Kasschuiven investeringsplafondKasschuif middelen voor ontsluiting nieuwe woningbouw (WoMo)Het huidige ritme op de Aanvullende Post is niet realistisch. Het nieuwekasritme is gebaseerd op de ervaringen van de eerdere middelen voor deontsluiting van de woningbouw (7,5 miljard euro van het vorige kabinet)en de adviezen van het IBO Woningbouw en Grond. Daarnaast heeft deexpertgroep realistisch ramen dit voorjaar geadviseerd om plannen in eenrealistisch ritme te plaatsen zodat de begroting realistischer wordt. Met ditnieuwe ritme volgen we het advies van de expertgroep op. Op basis vande definitieve verdeling en gemaakte afspraken met de regio tijdens hetBOL en BO MIRT dit jaar, wordt in voorjaar 2026 bezien of het ritme nogrealistisch is of verdere aanpassingen behoeft. Alle voorstellen wordenonder andere getoetst op maakbaarheid (door RWS en ProRail, dan welexterne deskundigen), degelijke ramingen (inclusief realistisch kasritme),planningen van vergunningen, netcongestie en stikstofruimte.Kasschuif MobiliteitsfondsBinnen het Mobiliteitsfonds wordt in 2026 circa 450 miljoen eurogeschoven naar latere jaren (2031 en verder). In de jaren 2027 – 2030wordt 295 miljoen euro per saldo weggeschoven naar latere jaren. Erwordt circa 220 miljoen euro naar het jaar 2025 geschoven, om hetbeschikbare budget aan te laten sluiten bij de programmering. In totaalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1131 wordt in de periode 2025 tot en met 2030 per saldo 525 miljoen eurokasbudget geschoven naar de jaren 2031 en verder. De schuiven op deprogrammering vinden plaats op verschillende projecten binnen hetMobiliteitsfonds, het gaat hierbij onder andere om (geen volledigeopsomming – zie daarvoor de eerste suppletoire begroting van hetMobiliteitsfonds): A50 Bankhoef Paalgraven, de OV VerbindingAmsterdam – Haarlemmermeer en de Oude Lijn. In de eerste suppletoirebegroting van het Mobiliteitsfonds wordt dit verder toegelicht. Met dekasschuiven zijn kasbudgetten in deze jaren in een zo’n realistischmogelijk ritme gezet. Hiermee wordt het advies van de expertgroeprealistisch ramen (commissie de Jong) opgevolgd.Overboekingen met andere begrotingenDeze post bevat diverse overboekingen van en naar andere departe-menten in het kader van het Mobiliteitsfonds.EindejaarsmargeConform de begrotingsregels voor fondsen worden alle niet uitgegevenmiddelen van 2024 toegevoegd aan de begroting van 2025.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2039(t+14 jaar) toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds.TechnischDoorverdeling saldo 2024Dit is een technische bijstelling zodat de ontvangsten- en de uitgaven vande eindejaarsmarge binnen het fonds op elkaar aansluiten.Overig technischDit betreft overige herschikkingen.OntvangstenEindejaarsmargeConform de begrotingsregels voor fondsen worden alle niet uitgegevenmiddelen van 2024 toegevoegd aan de begroting van 2025.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2039(t+14) toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds.TechnischMutaties met Infrastructuur en WaterstaatDeze mutaties zijn technisch nodig om het fonds in evenwicht te houden.De inhoudelijke mutaties zijn toegelicht bij de uitgaven.Overig technischDit betreft overige herschikkingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1132 DeltafondsDeltafonds: Uitgaven (2025–2030)In miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota1.7232.1322.1081.8511.7361.829Kasschuiven investeringsplafond20– 2559050– 60Kasschuiven investeringsplafond20– 2559050– 60Overboekingen met andere begrotingen– 2– 1– 1– 10Overboekingen met andere begrotingen– 2– 1– 1– 10Eindejaarsmarge11Eindejaarsmarge11ExtrapolatieExtrapolatieTechnisch– 8– 2– 1– 3– 149Technisch– 8– 2– 1– 3– 149Stand Voorjaarsnota1.7451.8752.1961.8971.7221.778 Deltafonds: Uitgaven (2031–2039)In miljoenen euro203120322033203420352036203720382039Stand Basisstand Miljoenen-nota1.8271.8431.8681.8701.9341.9881.9761.9670Kasschuiven investeringspla-fond70551515Kasschuiven investeringspla-fond70551515Overboekingen met anderebegrotingen000Overboekingen met anderebegrotingen000EindejaarsmargeEindejaarsmargeExtrapolatie1.931Extrapolatie1.931Technisch– 5– 5– 5– 5– 5– 5– 5– 5– 5Technisch– 5– 5– 5– 5– 5– 5– 5– 5– 5Stand Voorjaarsnota1.8921.8931.8781.8801.9301.9841.9711.9621.927 Deltafonds: Ontvangsten (2025–2030)In miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota1.7232.1322.1081.8511.7361.829Eindejaarsmarge28Eindejaarsmarge28ExtrapolatieExtrapolatieTechnisch– 6– 2588846– 14– 51Mutaties met Infrastructuur en Waterstaat1– 2598745– 5– 65Overig technisch– 7201– 914Stand Voorjaarsnota1.7451.8752.1961.8971.7221.778 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1133 Deltafonds: Ontvangsten (2031–2039)In miljoenen euro203120322033203420352036203720382039Stand Basisstand Miljoenen-nota1.8271.8431.8681.8701.9341.9881.9761.9670EindejaarsmargeEindejaarsmargeExtrapolatie1.931Extrapolatie1.931Technisch65501010– 5– 5– 5– 5– 5Mutaties met Infrastructuuren Waterstaat65501010– 5– 5– 5– 5– 5Overig technischStand Voorjaarsnota1.8921.8931.8781.8801.9301.9841.9711.9621.927 UitgavenKasschuif investeringsplafondsBinnen het Deltafonds wordt in 2026 circa 255 miljoen euro geschovennaar latere jaren (2031 en verder). In de jaren 2027 – 2030 wordt80 miljoen euro per saldo naar deze periode geschoven. Er wordt circa20 miljoen euro naar het jaar 2025 geschoven. De kasschuif naar het jaar2025 is om het beschikbare budget aan te laten sluiten bij de program-mering. In totaal wordt in de periode 2025 tot en met 2030 per saldo155 miljoen euro kasbudget geschoven naar de jaren 2031 en verder. Deschuiven op de programmering vinden plaats op verschillende projectenbinnen het Deltafonds. De budgetten ten behoeve van o.a waterkwaliteitworden op basis van actuele prognoses naar voren gehaald en program-mering voor onder andere het Hoogwaterbeschermingsprogramma en deAfsluitdijk wordt naar latere jaren geschoven. In de eerste suppletoirebegroting van het Deltafonds wordt dit verder toegelicht. Met dekasschuiven zijn kasbudgetten in deze jaren in een zo’n realistischmogelijk ritme gezet. Hiermee wordt het advies van de expertgroeprealistisch ramen (commissie de Jong) opgevolgd.Overboekingen met andere begrotingDeze post bevat diverse overboekingen van en naar andere departe-menten in het kader van het Deltafonds. Onder ander een overboekingvan circa 0,3 miljoen euro (2025 t/m 2028) naar KGG voor een bijdrage aande Technical Support Unit (TSU) van Werkgroep II van het Intergouverne-mental Panel on Climate Change (IPCC). En daarnaast een 4-jaarlijksebijdrage van circa 0,2 miljoen euro aan SIA voor programma Praktijk-kennis Water en Bodem.EindejaarsmargeConform de begrotingsregels voor fondsen worden alle niet uitgegevenmiddelen van 2024 toegevoegd aan de begroting van 2025.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2039(t+14 jaar) toegevoegd aan het Deltafonds.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1134 TechnischDit betreft overige herschikkingen.OntvangstenEindejaarsmargeConform de begrotingsregels voor fondsen worden alle niet uitgegevenmiddelen van 2024 toegevoegd aan de begroting van 2025.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2039(t+14 jaar) toegevoegd aan het Deltafonds.TechnischMutaties met Infrastructuur en WaterstaatDeze mutaties zijn technisch nodig om het fonds in evenwicht te houden.De inhoudelijke mutaties zijn toegelicht bij de uitgaven.Overig technischDit betreft overige herschikkingen.Economische Zaken (inclusief Nationaal Groeifonds)Economische ZakenXIII Economische Zaken: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota3.2522.9332.6162.3972.23723Meevallers– 81Onderuitputting Brexit Adjustment Reserve– 81Tegenvallers12Corona12Intensiveringen942121– 95Overhevelingen met de Aanvullende Post718121– 95Weerbaarheid223Overige intensiveringen010000Ombuigingen– 10– 30– 32– 32– 32– 32Inzet Beschermingsvoorziening EconomischeVeiligheid– 2– 23Subsidietaakstelling– 25– 25– 25– 25Overige ombuigingen– 8– 7– 7– 7– 7– 7Kasschuiven– 359– 7129118133166Kasschuiven– 45– 1892321Kasschuiven NGF– 314– 7021110110144Overboekingen met andere begrotingen18784551635Security Fund75Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent30429Nij Begun282828109Overige overboekingen met andere begrotingen5415195– 65Loonbijstelling666664646362Prijsbijstelling131312121111Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1135 In miljoenen euro202520262027202820292030Eindejaarsmarge249Extrapolatie2.052Technisch5721110Desalderingen5721110Niet-kaderrelevant1000Overlopende verplichtingen ETCI 1.010Stand Voorjaarsnota3.4053.0382.7572.5772.4072.291 XIII Economische Zaken: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota4974912352414370Tegenvallers– 145– 22311Energiecrisis: Tegemoetkoming Energiekosten– 24– 22311Ontvangsten Brexit Adjustment Reserve– 121Extrapolatie230Technisch5721110Desalderingen5721110Stand Voorjaarsnota410471240253438230 UitgavenMeevallersOnderuitputting Brexit Adjustment Reserve (BAR)Niet alle middelen voor de BAR bleken nodig voor de uitvoering van deprojecten. Deze meevaller wordt ingezet om de tegenvaller op deBAR-ontvangsten te dekken (zie ontvangsten).TegenvallersCoronaVoor de uitfinanciering van aflopende coronaregelingen (subsidieregelingevenementengarantie en aanvullende tegemoetkoming evenementen)worden nog kosten verwacht in 2025. Dit ziet met name op de afwikkelingvan beroep- en bezwaarzaken en de bijbehorende uitvoeringskosten.IntensiveringenOverboekingen Aanvullende PostHieronder vallen verschillende overboekingen van de Aanvullende Post.Het gaat onder andere om middelen die bijdragen aan het NationaalVersterkingsplan Microchip-talent.WeerbaarheidIn het kader van de weerbaarheidsaanpak van het kabinet wordt de inzetop economische veiligheid en kritieke grondstoffen tot en met 2026verlengd. Dit gaat om het beschermen van economische belangen, ondermeer door de wet Veiligheidstoets investeringen, fusies en overnamesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1136 (Vifo). Voor kritieke grondstoffen wordt ingezet op kennisopbouw enpositionering van Nederland om de risicovolle afhankelijkheden terug tebrengen. Dit wordt vanuit de Beschermingsvoorziening EconomischeVeiligheid (BEV) gedekt.Overige intensiveringenHieronder vallen de kosten voor de voortzetting van de werkzaamhedenaan het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP).OmbuigingenInzet Beschermingsvoorziening Economische VeiligheidDe bijdrage aan de Beschermingsvoorziening Economische Veiligheidwordt verlaagd om de inzet op weerbaarheid in 2025 en 2026 te dekken.SubsidietaakstellingTer dekking van de integrale problematiek wordt er vanaf 2027 eenombuiging van 25 miljoen euro per jaar gedaan op subsidies op debegroting van Economische Zaken.Overige ombuigingenDeze post bestaat grotendeels uit het amendement, ingediend bij debegrotingsbehandeling van OCW, dat toeziet op dekking van hetmaatregelenpakket voor de OCW-begroting. De taakstelling wordt primairbereikt door een aanvullende, proportionele korting op het apparaat vande rijksoverheid, met name op personeelskostenKasschuivenKasschuivenEr hebben meerdere kasschuiven op de EZ-begroting plaatsgevonden.Hieronder valt onder meer een kasschuif uit 2025 naar achter voor deMaritieme Maakindustrie (15 miljoen euro) en een schuif van 12 miljoeneuro van 2025 naar 2029 voor het Dutch Venture Initiative.Kasschuiven NGFDe middelen voor de NGF-projecten die op de EZ-begroting staan wordennaar achter geschoven zodat ze beter aansluiten bij het verwachteuitbetalingsritme aan de consortia. Deze projecten lopen veelal vertragingop in de opstartfase waardoor de middelen op een later moment totbesteding komen.Overboekingen met andere begrotingenSecurity FundDefensie boekt 75 miljoen euro over voor de uitbreiding van het SecFund.Dit fonds focust op de financiering van innovatieve dual-use technolo-gieën bij voor Defensie interessante start-ups om zo de Nederlandsedefensie- en veiligheid gerelateerde technologische industriële basis(NLDTIB) te versterken. Het fondsvermogen wordt via Economische Zakenverschaft aan de Brabantse Ontwikkelmaatschappij (BOM), de fondsbe-heerder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1137 Nationaal Versterkingsplan Microchip-talentEr is cumulatief voor de jaren 2025 tot en met 2027 81 miljoen euroovergeheveld van de OCW-begroting om de instroom van studenten enhet aantal afgestudeerden in techniekopleidingen te vergroten, departicipatiegraad van onbenut potentieel te vergroten en talent voor detechniek te behouden.Nij BegunEr is cumulatief voor de jaren 2025 tot en met 2029 101 miljoen euroovergeheveld van de BZK-begroting voor het aantrekken van strategischeinternationale bedrijvigheid en het verbeteren van het ondernemings- envestigingsklimaat in de regio Groningen.Overige overboekingen met andere begrotingenOnder deze post vallen diverse kleinere overboekingen met anderebegrotingshoofdstukken. Zo wordt er bijvoorbeeld 30 miljoen euro van debegroting van KGG overgeheveld voor de rijksbijdrage aan TNO en heveltEZ 9 miljoen euro over naar OCW ten behoeve van een subsidiebe-schikking aan de Nederlandse Organisatie voor WetenschappelijkOnderzoek (NWO).LoonbijstellingJaarl(ks worden de middelen op de EZ-begroting gecorrigeerd voor dest(ging in lonen.PrijsbijstellingJaarl(ks worden de middelen op de EZ-begroting gecorrigeerd voor dest(ging in pr(zen. Er wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025uitgekeerd. Het restant wordt ingezet ter dekking van rijksbrede proble-matiek.EindejaarsmargeOp basis van onderuitputting in 2024 wordt op de EZ-begroting deeindejaarsmarge toegevoegd voor de Nationaal Groeifonds projecten,Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS), het Toekomst-fonds en voor de reguliere EZ-begroting.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Economische Zaken.TechnischDesalderingenOnder deze post vallen gelijktijdige aanpassingen van ontvangsten enuitgaven binnen de begroting van EZ. Zo wordt er bijvoorbeeld 24 miljoeneuro gestort in de begrotingsreserve ten behoeve van een maatwerkga-rantie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1138 Niet-kaderrelevantOverlopende verplichtingen ETCI 1.0In 2024 is 10 miljoen euro niet gestort aan het European Investment Fund(EIF), de uitvoerder van European Tech Champions Initiative (ETCI). Dezemiddelen zijn wel juridisch verplicht. Daarom worden deze middelen naar2025 geschoven. De middelen voor ETCI zijn niet EMU-saldorelevant.OntvangstenTegenvallersEnergiecrisis: Tegemoetkoming EnergiekostenHet vorige kabinet heeft vanwege de hogere energieprijzen besloten toteen Tegemoetkoming Energiekosten. Deze regeling is inmiddels gesloten,maar er is nog wel sprake van terugontvangsten. In 2024 zijn hogereontvangsten binnengekomen dan eerder verwacht. De raming vanontvangsten voor komende jaren is geactualiseerd op basis van onderandere de realisatie over 2024.Ontvangsten Brexit Adjustment Reserve (BAR)In 2024 is het Meerjarig Financieel Kader (MFK) van de Europese Unietussentijds herzien, om extra middelen aan Oekraïne, defensie en migratiete alloceren. Dit leidde tot een korting op de BAR-enveloppe voorNederland. Hierdoor keert de Europese Commissie het laatste deel van deNederlandse middelen niet uit. Deze tegenvaller wordt deels gedekt dooreen meevaller op de uitgaven op aan de BAR.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van EZ.TechnischDesalderingenOnder deze post vallen gelijktijdige aanpassingen van ontvangsten enuitgaven binnen de begroting van EZ. Zo wordt er bijvoorbeeld 24 miljoeneuro onttrokken uit de begrotingsreserve ten behoeve van een maatwerk-garantie.Nationaal GroeifondsNationaal Groeifonds: Uitgaven (2025–2030)In miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota393734617913950563Kasschuiven– 328– 221289395– 523207Overboekingen met andere begrotingen– 137– 30– 59– 16Loonbijstelling012303Prijsbijstelling001102Eindejaarsmarge71Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1139 In miljoenen euro202520262027202820292030Stand Voorjaarsnota04838511.296428775 Nationaal Groeifonds: Uitgaven (2031–2034)In miljoenen euro2031203220332034Stand Basisstand Miljoenennota4652171412Kasschuiven218– 392Overboekingen met andere begrotingenLoonbijstelling32Prijsbijstelling21EindejaarsmargeStand Voorjaarsnota6881801612 Nationaal Groeifonds: Ontvangsten (2025–2030)In miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota000000Stand Voorjaarsnota000000 Nationaal Groeifonds: Ontvangsten (2031–2034)In miljoenen euro2031203220332034Stand Basisstand Miljoenennota0000Stand Voorjaarsnota0000 UitgavenKasschuivenOp de Nationaal Groeifonds (NGF)-begroting worden met name middelenvoor projecten met een voorwaardelijke toekenning naar achtergeschoven zodat ze beter aansluiten bij het verwachte moment vanomzetting. De omzettingen worden gedaan na het uitbrengen van eenpositief advies over een project door de adviescommissie.Overboekingen met andere begrotingenNaar aanleiding van een nieuw uitgebracht advies van de Adviescom-missie van het NGF worden voor vier projecten middelen overgeheveldnaar de begrotingen van de uitvoerende departementen. Dit zijn hetEZ-project PhotonDelta (54 miljoen euro), het OCW-project «LLO CollectiefLaagopgeleiden en Laaggeletterden» (43 miljoen euro), het IenW-project«Luchtvaart in Transitie» (34 miljoen euro) en het KGG-project «Groenver-mogenNL» (105 miljoen euro). Daarnaast worden uitvoeringskostenovergeheveld naar de begroting van EZ.LoonbijstellingJaarl(ks worden de middelen op de NGF-begroting gecorrigeerd voor dest(ging in lonen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1140 PrijsbijstellingJaarl(ks worden de middelen op de NGF-begroting gecorrigeerd voor dest(ging in pr(zen. Er wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025uitgekeerd. Het restant wordt ingezet ter dekking van rijksbrede proble-matiek.EindejaarsmargeOp basis van onderuitputting in 2024 wordt op de NGF-begroting deeindejaarsmarge toegevoegd.OntvangstenEr zijn geen ontvangsten geraamd.Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en NatuurLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en NatuurXIV Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur: UitgavenXIV Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota4.7312.9952.3241.8281.6070Meevallers– 44Meevaller Sbv– 44Tegenvallers164240301817Tekort in beslag genomen goederen6655Tegenvaller bedrijfsvoeringskosten565521Tegenvaller beheerkosten AERIUS1010101010Tegenvaller uitvoeringskosten GLB1010Overige tegenvallers510101166Intensiveringen422673282254279172Stikstof200400Indexatie uitvoeringskosten en regelingen565149474646Verhoging Subsidie Behoud grasland bij afbouwderogatie52Verwerking amendement Grinwis agrarisch natuur-en landschapsbeheer50Demping NVWA-tarieven voor roodvleesslachthui-zen11Mestaanwending en RENURE1030304015Mestbeleid 2026–202959646463Nationale financiering subsidie brede weersverzeke-ring1212Robotisering en digitalisering513182020Verhoging budget Ecoregeling50Vervanging high containment unit2330Voorkomen afloop apparaatsbudget30303030Overige intensiveringen538782635061Ombuigingen– 102– 100– 94– 97– 88– 86Inzetten loon-en prijsbijstelling voor intensiveringen– 5– 22– 18– 18– 17– 10Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting– 7– 7– 7– 7– 7– 7Ombuiging maatwerksubsidie voor CO2-levering aande glastuinbouw– 9– 9– 4Inzetten loon-en prijsbijstelling voor indexeringen– 56– 51– 49– 47– 46– 46Inzet reserveringen voor intensiveringen– 3– 2– 12– 4– 7Ombuiging Beleidsprogramma Nationale Parken2024–2030– 1– 5– 4– 4– 4Overige ombuigingen– 24– 8– 9– 9– 9– 12Kasschuiven– 532241117286482Kasschuif Maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging30– 30Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1141 XIV Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Kasschuif Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuin-bouw (SWiG)– 16– 43– 37– 73567Kasschuif beëindigingsregeling maatwerk– 18892Kasschuif verplaatsingsregeling– 201010Kasschuif loon-en prijsbijstelling– 49– 41116198Kasschuif beëindigingsregelingen– 36027585Overige kasschuiven– 100253918108Overboekingen met andere begrotingen– 31– 11– 5– 4– 4– 5Overboeking BTW-compensatiefonds– 12– 4– 4– 4– 4– 4Overboeking Gemeente- en Provinciefonds– 20– 7– 3– 1– 1– 1Overige overboekingen met andere begrotingen1– 11000Loonbijstelling574945414039Loonbijstelling574945414039Prijsbijstelling542920131111Prijsbijstelling542920131111Eindejaarsmarge189Eindejaarsmarge189Extrapolatie1.564Extrapolatie1.564Technisch412220Technisch412220Stand Voorjaarsnota4.7643.9202.7302.0961.9281.795 XIV Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur: OntvangstenXIV Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota7492134146640Meevallers6Meevallers6Tegenvallers– 5– 5– 5– 5– 5Tegenvallers– 5– 5– 5– 5– 5Intensiveringen2Intensiveringen2Ombuigingen10625Terugbetalingen MGA82Afromen surplus eigen vermogen NVWA14Afrekening NVWA10Verlaging borgstellingsfaciliteit25Overige ombuigingen1Extrapolatie63Extrapolatie63Technisch412220Technisch412220Stand Voorjaarsnota1931131301436058 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1142 UitgavenMeevallersMeevaller SbvEr was 60 miljoen euro beschikbaar voor de Subsidie voor investeringenin verduurzaming voor veehouderijlocaties met piekbelasting (Sbv).Omdat er slechts voor 16 miljoen euro aanvragen gedaan zijn, is er eenmeevaller van 44 miljoen euro gerealiseerd.TegenvallersTekort in beslag genomen goederenIn het kader van het uitvoeren van de Wet dieren, waarvoor moet wordengehandhaafd op dierenwelzijn, worden er door LVVN dieren in bewaringof in beslag genomen. Als opslaghouder maakt LVVN kosten voor zakenzoals voer, dierenarts en vervoer. Deze kosten worden in beginselverhaald op de partij waarvan de dieren in beslag of in bewaring wordengenomen. Omdat dit minder vaak lukt dan verwacht is hier een tekortontstaan van circa 5 miljoen euro per jaar tot en met 2028. Momenteelwordt onderzocht hoe de kosten beter dan nu het geval is verhaaldkunnen worden op de partij waarvan de dieren in beslag of bewaringworden genomen. Er wordt vanuit gegaan dat hier verbetering in zaloptreden zodat hier na 2028 geen extra overheidskosten voor gemaakthoeven te worden.Tegenvaller bedrijfsvoeringskostenEr is een tegenvaller ontstaan op het vernieuwen van software en hetinrichten van staatsgeheime werkplekken. Hierdoor is een tegenvallerontstaan van circa 5 miljoen euro in 2025 en 6 miljoen euro in 2026. Vanaf2030 lopen de kosten hiervoor terug naar circa 1 miljoen euro per jaar.Tegenvaller beheerkosten AERIUSNa 2025 is geen budget begroot voor beheerkosten voor AERIUS, terwijlhier wel kosten voor gemaakt moeten worden. Hierdoor is sprake van eentegenvaller van circa 10 miljoen euro van 2026 tot en met 2030. Voor deperiode na 2030 wordt bekeken hoe het beheer van AERIUS meerdoelmatig geregeld kan worden. Als er meer duidelijkheid is over hoe dekosten zich na dit jaar zullen ontwikkelen, zal daar dekking voor wordengevonden binnen de LVVN begroting.Tegenvaller uitvoeringskosten GLBDe uitvoeringskosten die aan RVO betaald moeten worden voor hetGemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) vallen hoger uit dan begroot.Daardoor is er sprake van een tegenvaller van circa 10 miljoen euro in2026 en 2027. Vanaf 2028 is er sprake van een nieuw GLB, dat door deEuropese Commissie wordt vastgesteld. Dan worden ook de uitvoerings-kosten herbezien.Overige tegenvallersDit betreft een aantal kleine tegenvallers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1143 IntensiveringenStikstofIn totaal wordt 600 miljoen euro vrijgemaakt voor de stikstofaanpak in delandbouwsector.Indexatie uitvoeringskosten en regelingenDe loon-en prijsbijstelling wordt ingezet voor de indexatie van verschil-lende budgetten op de LVVN begroting. De grootste posten zijn indexatievan de opdracht aan de NVWA (11 miljoen euro structureel), de opdrachtaan RVO (10 miljoen euro in 2025 en 7 miljoen euro structureel), en hetapparaatsbudget (10 miljoen euro in 2025 en 9 miljoen euro structureel).Verhoging Subsidie Behoud grasland bij afbouw derogatieIn 2025 wordt de Subsidie Behoud grasland bij afbouw derogatieopengesteld, zoals ook in 2023 en 2024. Door een ophoging van deEuropese deminimisgrens, wordt het bedrag per aanvrager verhoogd.Voor deze ophoging wordt 52 miljoen euro beschikbaar gesteld in 2025.Dit budget is afkomstig uit de HLA middelen die zijn gereserveerd voorAgrarisch Natuur en Landschapsbeheer op de aanvullende post bijFinanciën.Verwerking amendement Grinwis agrarisch natuur- en landschapsbeheerConform amendement Grinwis (Kamerstukken II, 2024/25, 36 600 XIVnr. 4) is 50 miljoen euro toegevoegd aan de LVVN begroting voor 2025voor uitbreiding van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Ditbudget is afkomstig uit de middelen die bij het Hoofdlijnenakkoord zijngereserveerd voor LVVN op de aanvullende post bij Financiën.Demping NVWA-tarieven voor roodvleesslachthuizenDoor het inhuizen van de Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS),onderdeel van het programma Herziening Stelsel Keuren en Toezicht,worden roodvleesslachthuizen met een tariefstijging geconfronteerd. Hetkabinet heeft besloten deze tariefstijging in 2025 eenjarig deels tecompenseren. Hierdoor stijgen de kosten voor het roodvleesslachthuizenmeer stapsgewijs. Hiervoor is 11 miljoen euro begroot.Mestaanwending en RENUREDit betreft middelen voor de subsidieregeling emissiearme mestaan-wending op het boerenbedrijf (in anticipatie op goedkeuring van deEuropese Commissie voor het gebruik hiervan) het stimuleren vanRENURE, een kunstmestvervanger die gemaakt is van dierlijke mest(REcovered Nitrogen from manURE). Hiervoor wordt 125 miljoen eurobegroot tot en met 2030. Dit budget is afkomstig uit de middelen die bijhet Hoofdlijnenakkoord zijn gereserveerd voor LVVN op de aanvullendepost bij Financiën.Mestbeleid 2026–2029Met deze intensivering wordt een aantal maatregelen mogelijk gemaaktdie een oplossing moeten bieden voor de problematiek op de mestmarkt.Dit betreft het achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn (circa 20 miljoeneuro per jaar), het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM)(20 miljoen euro per jaar), uitvoering, toezicht en handhaving opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1144 maatregelen uit het zevende en achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn(17 miljoen euro per jaar) en (nood)maatregelen om de problematiek opde mestmarkt het hoofd te bieden (7 miljoen euro per jaar). Dit budget isafkomstig uit de middelen die bij het HLA zijn gereserveerd voor LVVN opde aanvullende post bij Financiën.Nationale financiering subsidie brede weersverzekeringDoor een herziening van de subsidie op de brede weersverzekering,waarmee deze doeltreffender wordt ingericht, wordt niet langer voldaanaan Europese voorwaarden. Omdat deze subsidie Europese cofinancieringontvangt, is het verlies van deze cofinanciering opgevangen met12 miljoen euro aan nationale financiering vanaf 2026 tot het einde vanhet huidige GLB in 2027. Daarna kan bezien worden hoe de subsidie op debrede weersverzekering ingepast kan worden in het nieuwe GLB.Robotisering en digitaliseringOm arbeidskrachten in de land-en tuinbouwsector te besparen maakt hetkabinet 75 miljoen euro vrij voor het innovatieprogramma robotisering.Dit budget is afkomstig uit de middelen die bij het Hoofdlijnenakkoord zijngereserveerd voor LVVN op de aanvullende post bij Financiën.Verhoging budget EcoregelingEr blijkt meer animo te zijn voor de Ecoregeling dan vooraf gedacht.Daardoor zou er een tekort aan budget ontstaan voor deze regeling. Omdit te voorkomen heeft het kabinet besloten het budget voor de Ecore-geling met 50 miljoen euro te verhogen in 2026. Dit budget is afkomstiguit de middelen die bij het HLA zijn gereserveerd voor LVVN op deaanvullende post bij Financiën.Vervanging high containment unitDe huidige high containment unit (HCU) van Wageningen University &Research zit aan het einde van de technische levensduur en moet opterm(n vervangen worden. Een HCU is noodzakel(k voor uitvoering vande wettel(ke taken ten behoeve van de preventie en bestr(ding vandierziekten en zoönosen. Het kabinet heeft besloten om 35 miljoen euro tereserveren voor de voorbereidende werkzaamheden ter vervanging vande HCU.Voorkomen afloop apparaatsbudgetHet apparaatsbudget voor LVVN loopt vanaf 2027 sterk af, terwijl deopgave waar het departement voor staat niet kleiner wordt. Om hiervoorte corrigeren wordt vanaf 2027 structureel 30 miljoen euro aan hetapparaatsbudget van LVVN toegevoegd.Overige intensiveringenDit betreft een groot aantal kleine intensiveringen, waaronder maatre-gelen in het kader van dierwaardigheid (51 miljoen euro), onderzoek naarinnovaties in de visserij (50 miljoen euro), experimenteerlocaties en pilotsvoor het verduurzamen van landbouwbedrijven (40 miljoen euro), deaanpak wolf (28 miljoen euro), een ophoging van de regeling Energie-efficiëntie glastuinbouw (22 miljoen euro) en de aanpak PAS-melders(20 miljoen euro).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1145 OmbuigingenInzetten loon-en prijsbijstelling voor intensiveringenVoor de dekking van verschillende intensiveringen wordt een deel van deloon-en prijsbijstelling ingezet. Het betreft 22 miljoen euro in 2026 enstructureel 10 miljoen euro.Dekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDekking voor het amendement Bontenbal c.s. is verspreid over meerderebegrotingen. De begroting van LVVN is structureel verlaagd met 7 miljoeneuro t.b.v. het terugdraaien of verlagen van verschillende onderwijsbezui-nigingen uit het HLA.Ombuiging maatwerksubsidie voor CO2-levering aan de glastuinbouwDe oorspronkelijk beoogde maatwerksubsidie voor CO2-levering aan deglastuinbouw kon om juridische redenen geen doorgang vinden daaromwordt 22 miljoen euro, dat gereserveerd stond voor deze regeling, nuomgebogen. De beoogde CO2-reductie van deze regeling blijft wel alsdoelstelling behouden.Inzetten loon-en prijsbijstelling voor indexeringenDe loon-en prijsbijstelling wordt ingezet voor de indexatie van verschil-lende budgetten op de LVVN begroting. De grootste posten zijn indexatievan de opdracht aan de NVWA (11 miljoen euro structureel), de opdrachtaan RVO (10 miljoen euro in 2025 en 7 miljoen euro structureel), en hetapparaatsbudget (10 miljoen euro in 2025 en 9 miljoen euro structureel).Inzet reserveringen voor intensiveringenLVVN heeft budget op de begroting gereserveerd voor onvoorzienerisico’s. Er is gebleken dat er meer gereserveerd werd dan nodig, daaromis besloten om een deel van de reservering in te zetten voor intensive-ringen.Ombuiging Beleidsprogramma Nationale Parken 2024–2030Het kabinet heeft besloten om 18 miljoen euro van het budget dat begrootstond voor het Beleidsprogramma Nationale Parken 2024–2030 om tebuigen en in te zetten voor intensiveringen.Overige ombuigingenDit betreft een aantal kleine ombuigingen.KasschuivenKasschuif Maatregel Gebiedsgerichte BeëindigingVanwege de urgentie van vermindering van de stikstofemmissie wordt de2e Batch van de Maatregel Gerichte Beëindiging (MGB) vervroegd naarhet najaar van 2025 in plaats van het najaar van 2026. Daarvoor wordt30 miljoen euro uit 2026 naar 2025 geschoven. Met de gebiedsgerichteMGB kunnen provincies veehouderijondernemingen financieel schade-loosstellen als zij een veehouderijlocaties gedeeltelijk of geheel sluiten enals die in prioritaire gebieden liggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1146 Kasschuif Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG)Met de Subsidie Warmte-infrastructuur Glastuinbouw (SWiG) biedt hetkabinet financiële ondersteuning bij de aanleg van warmtenetten voor deglastuinbouw. De regeling is in 2024 voor het eerst opengezet, en op basisvan de ervaringen die hiermee zijn opgedaan wordt de openstelling voor2025 aangepast. Dat heeft er ook toe geleid dat budgetten naar achterenzijn geschoven, omdat dit beter aansluit bij het verwachte ritme waarinhet budget wordt uitgegeven.Kasschuif beëindigingsregeling maatwerkVoor veehouderijlocaties die zich niet goed lenen voor andere beëindi-gingsregelingen is er een maatwerkregeling in het leven geroepen.Maatwerkcasussen blijken echter een langere doorlooptijd te kennen danvoorzien, onder andere vanwege juridische complexiteit. Ook maken derecente uitspraken van de RvS, waarmee intern salderen per saldovergunningsplichtig wordt17, deze regeling lastiger uitvoerbaar. Daaromwordt budget uit 2025 naar achteren geschoven.Kasschuif verplaatsingsregelingHet blijkt meer tijd te kosten om veehouderijlocaties te verplaatsen danvooraf gedacht. Daardoor wordt budget uit 2025 voor deze regeling met20 miljoen euro verlaagd, en budget in 2026 en 2027 beide met 10 miljoeneuro verhoogd, zodat het budget beter aansluit op het verwachteuitgaveritme.Kasschuif loon-en prijsbijstellingDe prijsbijstelling is in een ander kastempo uitgekeerd dan waarin LVVNdeze nodig heeft. Daarom is met een kasschuif budget in het gewenstekasritme gezet. Per saldo wordt 49 miljoen euro uit 2025 geschoven en in2027 tot en met 2030 gezet.Kasschuif beëindigingsregelingenHet blijkt meer tijd te kosten voordat deelnemers aan de beëindigingsre-gelingen Lbv en Lbv-plus aan de mijlpaalbepalingen voldoen, waarna zijaanspraak kunnen doen op het subsidiebudget. Daarom is 360 miljoeneuro die begroot stond voor 2025 naar 2026 en 2027 geschoven.Overige kasschuivenDit betreft een aantal kleine kasschuiven, waarondereen kasschuif op hetprogramma Natuurversterking Noordzee (13 miljoen euro uit 2025 naar2027 en 2028), voor maatregelen in veenweidegebieden (25 miljoen eurouit 2025 voornamelijk naar 2026 en 2029), voor vestigingssteun voor jongeboeren (10 miljoen euro uit 2025 naar 2026 en 2027), voor Natuurcompen-satie Voordelta (10 miljoen euro uit 2025 voornamelijk naar 2027, en voorde inhuur van zaakbegeleiders (10 miljoen euro uit 2025 naar 2026 en2027).17ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923 en ABRvS 18 december 2024,ECLI:NL:RVS:2024:4909Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1147 Overboekingen met andere begrotingenOverboeking BTW-compensatiefondsDit betreft de bijdrage van LVVN aan het BTW-compensatiefonds voorwerkzaamheden van medeoverheden voor het Programma Natuur(3,5 miljoen euro), de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied(circa 6,7 miljoen euro), en nog een aantal kleinere regelingen.Overboeking Gemeente- en ProvinciefondsDit betreft een bijdrage aan de medeoverheden voor uitvoering van deuitkoopregelingen Lbv- en Lbv-plus (circa 11 miljoen euro), natuurbrand-preventie (3 miljoen euro per jaar tot en met 2030), nationale parken(2 miljoen euro), en nog een aantal kleinere regelingen.Overige overboekingen met andere begrotingenDit betreft een aantal kleinere overboekingen.LoonbijstellingDit betreft budget dat aan LVVN is toegekend ter compensatie van demacroeconomische loonontwikkeling.PrijsbijstellingDit betreft budget dat aan LVVN is toegekend ter compensatie van demacroeconomische prijsontwikkeling. Er wordt 50% van de prijsbijstellingtranche 2025 uitgekeerd. Het restant wordt ingezet ter dekking vanrijksbrede problematiek.EindejaarsmargeDit betreft budget dat aan LVVN is toegekend voor betalingen die over dejaargrens heen lopen. Voor LVVN wordt onder andere eindejaarsmargetoegekend voor de beëindigingsregelingen Lbv- en Lbv-plus, zodathiermee de overlopende verplichtingen op deze regelingen voldaankunnen worden. Anders zou LVVN geen budget hebben om alle aanmel-dingen voor de beëindigingsregelingen te betalen.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de LVVN begroting.TechnischDit betreft een aantal verschillende technische mutaties.OntvangstenTerugbetalingen MGAIn 2022 is de Maatregel gerichte aankoop en beëindiging veehouderijennabij natuurgebieden (MGA) opengezet als specifieke uitkering aanprovincies. Kort na de deadline van deze regeling zijn de Landelijkebeëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en Landelijkebeëindigingsregeling-plus veehouderijlocaties (Lbv-plus) aangekondigd,die financieel aantrekkelijker zouden zijn. Veel veehouders hebben daaromTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1148 besloten af te zien van hun aanbod voor de MGA, waardoor provinciesrelatief weinig gebruik hebben kunnen maken van deze specifiekeuitkering. Hierdoor wordt 82 miljoen euro door provincies teruggestortnaar LVVN.Afromen surplus eigen vermogen NVWADe NVWA laat in zijn prognose van het resultaat over 2024 een forspositief resultaat zien (circa 40 miljoen euro). De Regeling Agentschappenschrijft voor dat het eigen vermogen gebonden is aan een bandbreedtevan maximaal 5% van de omzet in de afgelopen 3 jaar. Voor NVWA betreftdit 26 miljoen euro. Daarom wordt het surplus van circa 14 miljoen euroovergemaakt naar LVVN, dat de eigenaar is van de NVWA.Afrekening NVWAOver 2024 heeft de NVWA onderuitputting gerealiseerd op twee postendie door LVVN zijn gefinancierd. Dat zijn de terugbetalingen als gevolgvan de CBb-uitspraak van 26 september 2023 en het programmaHerziening stelsel keuren en toezicht. Deze onderuitputting wordtteruggegeven aan LVVN.Verlagen borgstellingsfaciliteitUit de evaluatie van de BL kwam naar boven dat een lager bedrag in debegrotingsreserve opgenomen kan worden als gevolg van de structureellagere deelname en het aantal verliesdeclaraties. Dit betreft eeneenmalige verlaging van de reserve van 25 miljoen euro.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van LVVN.TechnischDit betreft een aantal verschillende technische mutaties.DiergezondheidsfondsDiergezondheidsfonds: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota36373738380Extrapolatie38Extrapolatie38Stand Voorjaarsnota363737383838 Diergezondheidsfonds: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota54363738380Extrapolatie38Extrapolatie38Niet-kaderrelevant230Toevoeging eindsaldo DGF 202423Stand Voorjaarsnota783637383838Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1149 UitgavenExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van het Diergezondheidsfonds (DGF).OntvangstenExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van het Diergezondheidsfonds.Toevoeging eindsaldo DGF 2024Conform de begrotingssystematiek van het Diergezondheidsfonds (DGF)wordt het eindsaldo DGF 2024 aan de begroting 2025 toegevoegd(23,1 miljoen euro).Sociale ZekerheidSociale Zaken en WerkgelegenheidXV Sociale Zaken en Werkgelegenheid: UitgavenXV Sociale Zaken en Werkgelegenheid: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota59.99764.41467.27369.32871.7450Meevallers– 269– 192– 111– 93– 55– 16Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)6– 6– 16– 21– 28– 35Wet Kindgebonden budget (WKB)– 220– 156– 65– 45– 239Overige meevallers– 55– 29– 30– 27– 24– 19Tegenvallers188– 166465308209200Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegen-heid (NOW)134Kinderopvangtoeslag (KOT)34– 200420268173164Algemene Kinderbijslagwet (AKW)81520222322Overige tegenvallers131925171314Intensiveringen2444591.0481.369851585Ingroeipad nieuw kinderopvangstelsel192968511.079446148Borgen toegankelijkheid kinderopvang2424Uitvoeringskosten ontwerp en inrichting nieuwefinanciering KO4665WIA: SMC-uitvoeringskosten363636Reservering OCTAS13815GIDK: financiering sociaal ontwikkelbedrijven343739424447GIDK: ontwikkelen arbeidsvermogen voor afgewe-zen wajongeren in de Pwet481317GIDK: verhoging jeugd-WML39404243GIDK: overige maatregelen42532372727Actie-agenda integratie51116222722Participatiewet in balans321497510Besparingsverlies banenafspraak overheid35Besparingsverlies banenafspraak markt22Overige intensiveringen92765795134130Ombuigingen– 424– 799– 2.614– 2.165– 634– 599Invoering nieuwe financiering kinderopvang per2029– 38– 612– 2.169– 1.743– 156– 47Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1150 XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Steilere afbouw WKB vanaf een inkomen van 60.000euro– 25– 304– 291– 296– 300Afromen Groepen in de knel– 130– 130Hervorming Werkloosheidswet (WW): duurverkor-ting naar 18 maanden1710475Hervorming Werkloosheidswet (WW): koppelingLGU-WGA266Inzet re-integratiebudget UWV– 20Uitstel Participatiewet in balans– 24– 80000AOV-AOW Hiaat– 25Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting– 34– 34– 34– 34– 34– 34Lage-inkomensvoordeel– 182Gedeeltelijk afboeken LPO-tranche 2025– 17– 13– 4– 5– 5Overige ombuigingen– 102– 103– 93– 112– 123– 163Kasschuiven– 193– 2351621535685Kasschuif ingroeipad kinderopvangstelsel38– 2171416520Kasschuif MDIEU– 4040Kasschuif Groepen in de knel (GIDK)– 146– 324316676Overige kasschuiven– 46141817– 129Overboekingen Aanvullende Post2011141561416748Overheveling middelen Groepen in de knel (GIDK)193104147134108108Uitvoeringskosten ontwerp en inrichting nieuwefinanciering KO– 46– 65Overige overboekingen Aanvullende Post899755Overboekingen met andere begrotingen– 117– 109– 128– 86– 4– 7Overboeking invullen apparaatstaakstelling OCW242425252525Overboeking invullen apparaatstaakstelling HLA1122334545Overboeking rijksbijdrage sociale infrastructuur– 20– 21– 23– 25– 26– 28Overboeking IBO problematische schulden– 22– 18– 34Overboeking alleenverdienersproblematiek– 26Overboeking impulsbudget arbeidsmarktregio’s– 35– 29– 39– 45Overboeking impulsbudget sociale infrastructuur– 35– 32– 32– 32– 32– 32Overige overboekingen met andere begrotingen– 3– 44– 47– 43– 15– 17Kadercorrecties– 218– 210– 192– 238– 250– 194Niet-beleidsmatige mutaties bijstand– 218– 215– 249– 293– 290– 244Afschaffen criterium samengestelde gezinnen892939393Verlagen vermogensgrenzen in kindgebondenbudget (WKB)– 3– 36– 38– 52– 43Loonbijstelling697768585757Loonbijstelling697768585757Prijsbijstelling101010988Prijsbijstelling101010988Eindejaarsmarge15Eindejaarsmarge15Extrapolatie71.825Extrapolatie71.825Desalderingen20Desaldering re-integratie UWV20Technisch– 45– 69– 138– 150– 156– 164GIDK: doorverdeling middelen– 45– 69– 138– 150– 156– 164Overig technisch000000Niet-kaderrelevant628950452– 796– 6091.906Niet-kaderrelevant628950452– 796– 6091.906Stand Voorjaarsnota60.10664.24466.45167.83871.28673.734 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1151 XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid: OntvangstenXV Sociale Zaken en Werkgelegenheid: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota2.5022.4982.4662.3742.3040Meevallers312623133– 4Kinderopvangtoeslag (KOT)162623133– 4Overige meevallers150Tegenvallers– 31– 21– 18– 21– 22– 22Wet Kindgebonden budget (WKB)– 30– 20– 17– 20– 21– 21Overige tegenvallers– 1– 1– 1– 1– 1– 1Intensiveringen– 9– 9– 9– 5– 5Intensiveringen– 9– 9– 9– 5– 5Ombuigingen– 145159213144Ingroeipad nieuw kinderopvangstelsel418425236Invoering nieuwe financiering kinderopvang per2029– 427117161108Kasschuiven410942Kasschuiven410942Extrapolatie2.277Extrapolatie2.277Desalderingen20Desaldering re-integratie UWV20Niet-kaderrelevant3– 1– 10Niet-kaderrelevant3– 1– 10Stand Voorjaarsnota2.5252.4972.5172.5252.4962.391 UitgavenMeevallersAanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)In 2025 worden de uitkeringslasten van de Aanvullende Inkomensvoor-ziening Ouderen (AIO) opwaarts bijgesteld door onder andere een nieuwevoorziening voor oninbare vorderingen. Vanaf 2026 worden deAIO-uitkeringslasten op basis van de realisatiecijfers van de SVBmeerjarig neerwaarts bijgesteld, voornamelijk doordat het aantalAIO-huishoudens in de toekomst minder hard zal stijgen dan eerderverwacht. Dit wordt met name verklaard doordat de raming voor het eerstvolledig aansluit bij de nieuwe ramingssystematiek van de SVB.Wet Kindgebonden budget (WKB)De uitgaven aan de WKB zijn meerjarig naar beneden bijgesteld. Dit wordtverklaard doordat Dienst Toeslagen bij het inschatten van de inkomens uitgaat van een sterkere inkomensstijging dan de daadwerkelijke loonont-wikkeling. Hierdoor komen de voorschotten die ouders tijdens het jaarontvangen lager uit. In latere jaren leidt dit tot meer nabetalingen enminder terugvorderingen. Hierdoor neemt de meevaller na 2025 inomvang af. Omdat het totale recht op basis van realisatiecijfers meerjarignaar beneden is bijgesteld vanwege hogere inkomensinschattingen, zijner ook structureel lagere WKB-uitgaven. Op basis van het CEP van hetCPB, nemen de WKB-uitgaven structureel wel toe. Dit wordt verklaarddoordat het CPB de inkomensontwikkeling van huishoudens met kinderenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1152 in de voorjaarsraming vanaf 2027 structureel lager inschat dan eerder,met als gevolg een hoger recht op toeslagen.Overige meevallersOnder deze post vallen meerdere meevallers van beperkte budgettaireomvang. De grootste meevaller onder deze post is een meevaller vancirca 40 miljoen euro cumulatief op de TegemoetkomingsregelingStoffengerelateerde Beroepsziekten (TSB). Deze bijstelling wordt onderandere veroorzaakt door een lager aantal aanvragen voor de regeling daneerder verwacht en vertraging bij het toevoegen van nieuwe ziekten.TegenvallersNoodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW)Op basis van de realisatiegegevens van UWV zijn de verwachtte uitgavenaan de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) naarboven bijgesteld. Dit komt voornamelijk doordat de hoogte van deoninbare vorderingen naar boven is bijgesteld. Ook verwacht het UWV opbasis van realisatiegegevens het UWV dat de uitkomsten van bezwaar ofberoep leiden tot hogere definitieve vaststellingen dan eerder verwacht.Kinderopvangtoeslag (KOT)De uitgaven aan de KOT zijn meerjarig naar boven bijgesteld. Dit komthoofdzakelijk doordat het aantal kinderen dat gebruikmaakt van kinder-opvang in 2025 sterker toeneemt dan eerder verwacht. Ook is naaraanleiding van de meest recent CPB-raming de werkloze beroepsbe-volking meerjarig naar beneden bijgesteld, met een hoger gebruik vanKOT als gevolg. Daarnaast is er een technisch effect. De eerste ingroeistaprichting het nieuwe kinderopvangstelsel leidt vanwege gedragsreactiesook in 2027 en 2028 nog tot een hoger gebruik. De meerkosten daarvanworden gefinancierd vanuit de beschikbare ingroeipadmiddelen in 2026.Daardoor ontstaat een incidentele meevaller in 2026 en een hogeretegenvaller in 2027 en 2028.Algemene Kinderbijslagwet (AKW)De uitgaven aan de AKW zijn naar boven bijgesteld. De bijstelling is hetgevolg van hogere realisatiecijfers, een opwaarts bijgestelde bevolkings-prognose en een toename in het aantal kinderen met intensieve zorg,waarvoor recht bestaat op een hoger bedrag aan kinderbijslag.Overige tegenvallersOnder deze post vallen meerdere tegenvallers van beperkte budgettaireomvang. Hieronder valt een bijstelling van de uitgaven aan de kinderbij-slagvoorziening (KBV) Caribisch Nederland met circa 10 miljoen eurocumulatief. Deze hogere uitgaven hebben te maken met een verhogingvan de KBV per 1 januari 2024, waarvan de eerder geraamde extra kosteneen onderschatting blijken van de werkelijke kosten. Ook bestaat dezepost uit een aantal nabetalingen in 2025 naar aanleiding van hogeregerealiseerde uitgaven aan regelingen in 2024. Hieronder valt eenafrekening van de Wet op het Kindgebonden Budget (WKB).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1153 IntensiveringenIngroeipad nieuw kinderopvangstelselMet 2029 als invoeringsjaar van de nieuwe financiering van kinderopvangis een langer en geleidelijker ingroeipad nodig. In 2026, 2027 en 2028wordt de kinderopvangtoeslag stapsgewijs verhoogd. Het doel van ditingroeipad is de vraag naar kinderopvang geleidelijk te laten stijgen en desector tijd te geven om het aanbod mee te laten groeien. De reeks betreftdit ingroeipad.Borgen toegankelijkheid kinderopvangDeze reeks betreft een reservering voor maatregelen die de toeganke-lijkheid van kinderopvang borgen en zorgen voor een soepele transitienaar het nieuwe financieringsstelsel. Met deze reservering kunnen op eenlater moment mitigerende maatregelen worden uitgewerkt.Uitvoeringskosten ontwerp en inrichting nieuwe financiering kinder-opvangDeze reeks betreft een reservering voor incidentele middelen die nodigzijn voor het opbouwen en inrichten van de uitvoering van de nieuwefinanciering van kinderopvang.WIA: SMC-uitvoeringskostenDe vraag naar sociaal-medische beoordelingen is al tijden groter dan hetaantal beoordelingen dat UWV kan verrichten. Er wordt aanvullendefinanciering beschikbaar gesteld voor het UWV, zodat taakdelegatie bijsociaal-medische centra kan worden uitgebreid. Door taakdelegatieworden delen van de sociaal-medische beoordelingen uitgevoerd doorsociaal-medisch verpleegkundigen en arbeidsdeskundigen, waardoor deverzekeringsarts efficiënter wordt ingezet. Deze reeks betreft structurelemiddelen vanaf 2028. Daarnaast zijn er incidenteel middelen gereserveerdop artikel 11 van de SZW-begroting.Reservering OCTASDit betreft een reservering van middelen om opvolging te geven aan hetadvies de aanbevelingen van de Onafhankelijke Commissie ToekomstArbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS).Groepen in de knel: financiering sociaal ontwikkelbedrijvenVanaf 2025 worden er middelen beschikbaar gesteld om de werking vanloonkostensubsidie (LKS) b( beschut werk te verbeteren. Het voornemenis om voor beschut werk een forfaitaire LKS in te voeren. Dit betekent datde loonwaardemetingen b( beschut werk worden afgeschaft en erstandaard een vaste vergoeding voor de gemiste loonwaarde wordtuitgekeerd. Dit zorgt voor een versimpeling in de uitvoering van de LKSb( beschut werk. Ook kr(gen de werknemers niet meer te maken met hetonzekere jaarl(kse traject van de loonwaardemeting. Deze maatregel vergteen wetsw(ziging. Tot het moment dat de wetsw(ziging is gerealiseerdworden de middelen toegevoegd aan de R(ksb(drage beschut werk in hetGemeentefonds.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1154 Groepen in de knel: ontwikkelen arbeidsvermogen voor afgewezenwajongeren in de PwetJaarlijks zijn er circa 1.350 personen bij wie de Wajong-aanvraag wordtafgewezen omdat UWV niet kan vaststellen dat zij duurzaam geenarbeidsvermogen hebben. Bij deze doelgroep is het arbeidsvermogen dusmogelijk ontwikkelbaar. Het huidige instrumentarium van gemeenten isvaak niet passend voor deze groep, waardoor zij een groter risico lopenop levenslange uitkeringsafhankelijkheid van een bijstandsuitkering ofuiteindelijk alsnog de Wajong instromen. Gemeenten ontvangen middelenvoor jeugdbegeleiders en -coaches en voor het opzetten van arbeidsont-wikkelplekken voor deze doelgroep.Groepen in de knel: verhoging minimumjeugdloonMet deze maatregel wordt het minimumjeugdloon voor 16–20-jarigen metgemiddeld 20% verhoogd. De verhoging brengt het minimumjeugdloonvoor 16-jarigen gel(k aan 40% van het volwassenminimumloon, voor17-jarigen aan 50%, 18-jarigen aan 62,5%, 19-jarigen aan 75% en voor20-jarigen aan 87,5%. De verhoging verbetert de toereikendheid van hetloon van jongeren en ondersteunt volt(ds werkende jongeren om rond tekomen. De verhoging gaat in per 1 januari 2027.Groepen in de knel: overige maatregelenDit betreft een aantal maatregelen uit het pakket voor groepen in de knel.Hieronder valt een maatregel om de opvang van daklozeEU-arbeidsmigranten te verbreden voor 2026 t/m 2028. Deze maatregelkost 8 miljoen euro per jaar. Ook wordt met een maatregel IndividuelePlaatsing en Steun (IPS) structureel mogel(k gemaakt voor de gemeen-tel(ke doelgroep. Middels IPS worden mensen met een psychischeaandoening aan betaald werk geholpen. Deze maatregel kost structureelcirca 12 miljoen euro. Daarnaast wordt in aanloop naar de invoering vande Wet toelating terbeschikking stelling van arbeidskrachten het toezichtop de uitzendsector uitgebreid en worden middelen voor de NLA en hetkerndepartement vr(gemaakt voor het uitvoeren van de Wet gegevensver-werking door samenwerkings verbanden (WGS).Actie-agenda integratieDeze reeks omvat maatregelen in het kader van de actie-agendaintegratie. Ten eerste wordt een maatregel genomen in het kader van detaaleis. Bijstandsgerechtigden moeten voldoen aan de taaleis, zoals in deParticipatiewet is opgenomen. Gemeenten ontvangen vanaf 2027 meermiddelen via het Gemeentefonds, zodat zij meer bijstandsgerechtigdeneen formele taalcursus kunnen aanbieden. Daarbij ligt de focus op denieuwe instroom en op bestaande bijstandsgerechtigden die baat kunnenhebben bij een taalaanbod. Structureel gaat het om een bedrag van17,4 miljoen euro. Ten tweede wordt een pakket aan maatregelengenomen ter bevordering van de integratie en een open samenleving inNederland. Het pakket bevat onder andere de volgende maatregelen: hetopzetten van een Imanopleiding, het verlengen van de werkgeverssub-sidie statushouders, het werken aan een inclusieve arbeidsmarkt en deverlenging van de specifieke uitkering (SPUK) kansrijke wijken. Ookworden er pilots opgezet voor het voorkomen van discriminatie, polari-satie en extremisme.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1155 Participatiewet in balansOm de maatregelen uit het wetsvoorstel Participatiewet in balans uit tevoeren zijn middelen nodig voor implementatie- en uitvoeringskosten. Hetgaat hierbij onder andere om kosten die gemeenten maken voor detraining van medewerkers, het informeren van burgers en het aanpassenvan werkprocessen. Ook bij het Inlichtingenbureau (IB), de SVB, Divosa ende Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is er sprake van implemen-tatiekosten. Cumulatief gaat het om een bedrag van 73 miljoen euro. Ditwordt gedekt vanuit de middelen op de aanvullende post en de vrijvaldoor uitstel van het wetsvoorstel. De overige middelen die zijn vrijge-vallen als gevolg van het uitstel (4 miljoen euro) worden elders binnen deSZW-begroting ingezet voor knelpunten.Besparingsverlies banenafspraak overheidDoor het niet halen van de banenafspraak door overheidswerkgeverstreedt in 2025 een besparingsverlies van 35 miljoen euro op. Doordat dequotumregeling nog niet in werking is getreden, kan dit besparingsverliesniet gedekt worden uit heffingsopbrengsten. Zoals opgenomen in deVoorjaarsnota 2024 is een verdeelsleutel opgesteld om het besparings-verlies banenafspraak overheid te dekken op de verschillende departe-mentale begrotingen, zolang de quotumregeling nog niet van kracht is.Het aantal niet behaalde banen bij departementen en overheidssectoren isbetrokken bij deze verdeling.Besparingsverlies banenafspraak marktMarktwerkgevers hebben de banenafspraak in 2025 niet gehaald. Dit zorgtvoor een besparingsverlies van 22 miljoen euro op de bijstand. Doordatde quotumregeling nog niet in werking is getreden, kan dit besparings-verlies niet gedekt worden uit heffingsopbrengsten.Overige intensiveringenOnder deze post vallen meerdere intensiveringen van beperkte budget-taire omvang. Hieronder valt een intensivering van cumulatief circa15 miljoen euro voor in een verbeterprogramma van de ICT-infrastructuurvan de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN). Met dit verbeterpro-gramma wordt de uitvoering van de RCN versterkt, waarmee de kwaliteitvan de dienstverlening verbetert. Ook bevat deze post een intensiveringvoor koopkrachtmaatregelen in Caribisch Nederland. Deze middelen,cumulatief 8 miljoen euro, worden ingezet voor een tijdelijke energie-toelage. Verder valt onder deze post een intensivering van circa 10 miljoeneuro in 2025 in het kader van het wetsvoorstel Handhaving socialezekerheid. Voor dit wetsvoorstel zijn extra implementatiekosten enuitvoeringskosten nodig.OmbuigingenInvoering nieuwe financiering kinderopvang per 2029In het HLA is afgesproken om per 2027 een nieuwe financiering vankinderopvang in te voeren. Het betreft een ingrijpende wijziging zowelvoor de uitvoering als de kinderopvangorganisaties. Om een goedeovergang te borgen, is besloten meer tijd te nemen voor de implemen-tatie van en overgang naar de nieuwe financiering. In 2029 gaat de nieuwefinanciering in. Deze reeks betreft de besparing als gevolg van het nieuweinvoeringsjaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1156 Steilere afbouw WKB vanaf een inkomen van 60.000 euroMet deze maatregel wordt een extra knikpunt ingericht voor het kindge-bonden budget (WKB) voor ouders met een gezamenlijk inkomen vanaf60.000 euro (prijspeil 2024). Het afbouwpercentage wordt vanaf het(nieuwe) tweede knikpunt met 4,3%-punt structureel verhoogd van 8,5%tot 12,8%. Dit levert een besparing op van 300 miljoen euro structureel.Afromen Groepen in de knelBij Miljoenennota 2025 zijn middelen overgeheveld naar deSZW-begroting ten behoeve van een maatregelenpakket voor hetaanpakken van problematische schulden en een maatregel om netto inplaats van bruto terug te vorderen. De middelen voor problematischeschulden waren voornamelijk beoogd voor gemeentelijk schuldenbeleid(vroegsignalering), beleid van SZW (integraal schuldenoverzicht voorhuishoudens) en beleid van JenV (één overheidsincasso en hetvoorkomen van kostenoploop boetes). Vanaf 2029 worden deze middeleningezet ter dekking van de budgettaire problematiek op deSZW-begroting. Ook wordt een deel van de reservering voor Groepen inde knel op de Aanvullende Post ingehouden. Dit telt samen op totcumulatief 404 miljoen euro in de meerjarenperiode.Hervorming WW: duurverkorting WW naar 18 maandenIn het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat er een besparing plaats zalvinden op de Werkloosheidswet van 200 miljoen euro per jaar vanaf 2027.Er is voor gekozen om deze besparing in te vullen met een verkorting vande maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden per 1 januari 2027. Eenduurverkorting heeft met vertraging een budgettair effect, waardoor er tenopzichte van de besparing in het HLA in 2027 en 2028 minder wordtbespaard dan afgesproken in het HLA en vanaf 2029 meer. Het effect vanduurverkorting op de uitgaven aan de Werkloosheidswet en de uitvoe-ringskosten UWV zijn verwerkt op Hoofdstuk 40, Sociale Verzekeringen.Het effect van de duurverkorting (een hogere instroom in de Participa-tiewet, lager gebruik van de Toeslagenwet, hoger gebruik IOW en hogereuitvoeringskosten van gemeenten) zijn verwerkt op Hoofdstuk 15, SocialeZaken en Werkgelegenheid.Hervorming WW: koppeling LGU-WGAVoor de loongerelateerde uitkering (LGU) van de WerkhervattingGedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en de Werkloosheidswet is omwillevan vereenvoudiging ervoor gekozen om de hoogte en duur van de tweeuitkeringen te harmoniseren. In het Hoofdlijnenakkoord is gekozen vooreen besparing op de Werkloosheidswet. Hier wordt invulling aan gegevenmet een inkorting van de maximale WW-uitkeringsduur, wat ook leidt toteen inkorting van de maximale uitkeringsduur van de loongerelateerdeWGA-uitkering. WGA-gerechtigden ontvangen daardoor eerder eenloonaanvullingsuitkering of vervolguitkering. Daar tegenover staat dat deuitgaven aan de Toeslagenwet voor mensen met een WGA-uitkering na deLGU naar verwachting hoger uitvallen. Per saldo in 2030 bespaart dit55 miljoen euro aan uitgaven op de SZW begroting.Inzet re-integratiebudget UWVIn 2025 wordt circa 20 miljoen euro van het UWV re-integratiebudgetWajong ingezet ter dekking. Deze middelen zijn via een desaldering vaneen terugontvangst beschikbaar gekomen aan de uitgavenkant.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1157 Uitstel Participatiewet in balansAls het gevolg van de vertraging van de inwerkingtreding van hetwetsvoorstel Participatiewet in Balans, spoor 1, van 1 juli 2025 naar1 januari 2026 vallen middelen vrij die ter dekking ingezet worden voor deimplementatiekosten van het wetsvoorstel. De beoogde inwerkingtredingvan het onderdeel bufferbudget en het onderdeel verrekenen is uitgesteldtot 1 juli 2026, waardoor het daarvoor beoogde budget in 2026 vrijvalt.AOV-AOW HiaatEen mogelijke tegemoetkoming voor arbeidsongeschikte zzp’ers die eeninkomenshiaat hebben tussen het einde van hun private AOV op 65 jaaren de AOW-leeftijd, wordt niet doorgezet. Bij de uitwerking van deregeling is gebleken dat er geen objectief criterium bestaat om arbeidson-geschikte zzp’ers gunstiger te behandelen dan andere groepen die ook inde (inmiddels beëindigde) Tijdelijke Overbruggingsuitkering (OBR) zaten.Deze groep kan daardoor niet met een eenmalige passende regelingtegemoetgekomen worden zonder precedentwerking. De reservering vanmiddelen voor een mogelijke tegemoetkoming vervalt.Dekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDekking voor het amendement Bontenbal c.s. is verspreid over meerderebegrotingen. De begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid isstructureel verlaagd met 34 miljoen euro t.b.v. het terugdraaien ofverlagen van verschillende onderwijsbezuinigingen uit het Hoofdlijnenak-koord. Binnen de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt detaakstelling ingevuld aan de hand van de grondslagen waarop deze isgebaseerd. Dit betekent dat zowel het Uitvoeringsinstituut Werknemers-verzekeringen (UWV) als de Sociale Verzekeringsbank (SVB) wordengekort op het budget voor uitvoeringskosten. Voor het overige deel wordter gekort op de middelen van het kerndepartement. Dit gaat om middelenter compensatie voor de loon- en prijsontwikkeling (LPO) in 2025 en eencentrale reservepost voor apparaatsuitgaven voor latere jaren.Lage-inkomensvoordeelHet lage-inkomensvoordeel (LIV) is een jaarlijkse tegemoetkoming voorwerkgevers die werknemers met een laag loon in dienst hebben, en wordtuitbetaald in het jaar volgend op het jaar waarop het LIV betrekking heeft.Het LIV kent een uurloongrens. Dat is het bedrag dat iemand gemiddeldper uur mag verdienen om in aanmerking te komen voor het LIV. Alsanticipatie op het verhogen van het WML is in 2024 de uurloongrensverlaagd van 125% naar 104%. Dit is gedaan omdat het LIV enkel voor delaagste inkomens beschikbaar moet zijn. Als gevolg hiervan kwamenminder werknemers in aanmerking voor het LIV, dit effect bleek echtergroter dan initieel verwacht. Het lage inkomensvoordeel (LIV) wordt na2025 afgeschaft.Gedeeltelijk afboeken LPO-tranche 2025Een deel van de indexatiemiddelen voor de loon- en prijsontwikkeling(LPO) van de SZW-begroting wordt ingezet ter dekking.Overige ombuigingenOnder deze post vallen meerdere ombuigingen van beperkte budgettaireomvang. Zo wordt de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijkarbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) afgesloten voor nieuwe instroomTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1158 per 2028. Hiermee wordt cumulatief 27 miljoen euro omgebogen. Ookworden diverse reserveringen op de SZW-begroting alternatief ingezet.Dit gaat bijvoorbeeld om cumulatief circa 22 miljoen euro voor deuitvoering van de aanbevelingen van het Aanjaagteam BeschermingArbeidsmigranten die niet tot besteding komen. Tot slot bevat deze postde bijdragen van andere departementen ter dekking van het besparings-verlies banenafspraak overheid (17 miljoen euro).KasschuivenKasschuif ingroeipad kinderopvangstelselIn 2026 volgt een verdere verhoging van de vergoedingspercentages in dekinderopvang. Dit is onderdeel van de ingroeimiddelen om alle werkendeouders bijna gratis kinderopvang aan te bieden. Door onder anderegedragseffecten, nabetalingen en terugontvangsten leiden de ingroeimid-delen in 2026 tot een aangepast kasritme op de uitgaven en ontvangsten.Deze kasschuif zet de beschikbare middelen in het juiste kasritme.Kasschuif MDIEUHet betreft een kasschuif voor Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheiden eerder Uittreden (MDIEU) van 2025 naar 2028. Met deze schuif wordthet kasbudget voor 2025 realistisch begroot op basis van de verwachtebesteding aan MDIEU subsidieprojecten. Momenteel verkent het kabinetnaar aanleiding van het onderhandelakkoord «gezond naar pensioen» hoeresterende middelen van MDIEU kunnen worden ingezet voor eenduurzame inzetbaarheidsagenda. Het budget wordt doorgeschoven naar2028 ten behoeve van de uitwerking van deze beleidsagenda.Kasschuif Groepen in de knelDeze kasschuif is ten behoeve van het maatregelenpakket voor Groepen inde knel. Door de middelen van 2025 en 2026 naar latere jaren te schuivenwordt beter rekening gehouden met de ingroei en invoeringstermijn vande onderliggende maatregelen.Overige kasschuivenOnder deze post vallen meerdere kasschuiven van beperkte budgettaireomvang. Hieronder valt een kasschuif van middelen voor de Stimulerings-regeling LLO in MKB (SLIM). Circa 23 miljoen euro wordt vanuit 2025 en2026 naar latere jaren geschoven, om het kasritme in overeenstemming tebrengen met de bevoorschottingssystematiek en daarmee te kunnenvoldoen aan verplichtingen. Ook omvat deze post een kasschuif vanmiddelen die op de begroting staan gereserveerd voor de expeditiere-geling duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkeling. Hierbij wordtcirca 5 miljoen euro vanuit 2025 naar latere jaren geschoven zodat hetkasritme aansluit bij de beschikkingen van de toegekende subsidies.Overboekingen Aanvullende PostOverheveling middelen Groepen in de Knel (GIDK)Deze overheveling is ten behoeve van het maatregelenpakket voorGroepen in de knel. Deze overheveling wordt verder doorverdeeld op deSZW-begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1159 Uitvoeringskosten ontwerp en inrichting nieuwe financiering KODe reservering van incidentele middelen voor het opbouwen en inrichtenvan de uitvoering van de nieuwe financiering van kinderopvang, wordtovergeboekt naar de Aanvullende Post.Overige overboekingen Aanvullende PostDeze post betreft meerdere overboekingen met de Aanvullende Post,onder meer voor de implementatiekosten van het wetsvoorstel Participa-tiewet in balans en voor de uitvoering van het opheffen van het handha-vingsmoratorium rond arbeidsrelaties door de Belastingdienst. Daarnaastwordt de loon- en prijsbijstelling die eerder is uitgekeerd over middelendie gereserveerd staan op de Aanvullende Post, overgeboekt. Dezeoverboeking bedraagt circa 8 miljoen euro in 2025 en loopt af tot circa5 miljoen euro in 2030.Overboekingen met andere begrotingenOverboeking invullen apparaatstaakstelling OCWEen deel van de taakstelling naar aanleiding van de besluitvorming overde OCW-begroting (amendement Bontenbal c.s) wordt ingevuld met hulpvan een bijdrage van het UWV en de SVB. Deze invulling bedraagt jaarlijkstotaal 31 miljoen euro, waarvan 24 miljoen euro op hoofdstuk 40. Dezebijdrage wordt overgeboekt van hoofdstuk 40 naar hoofdstuk 15 van deSZW-begroting, waar de totale taakstelling wordt ingevuld.Overboeking invullen apparaatstaakstelling HLAEen deel van de apparaatstaakstelling uit het Hoofdlijnenakkoord (HLA)wordt ingevuld met hulp van een bijdrage van het UWV en de SocialeVerzekeringsbank (SVB). Deze invulling bedraagt 10 miljoen euro in 2026oplopend tot 45 miljoen euro in 2029. Deze bijdrage wordt overgeboektvan hoofdstuk 40 naar hoofdstuk 15 van de SZW-begroting, waar de totaletaakstelling wordt ingevuld.Overboeking rijksbijdrage sociale infrastructuurEr wordt 20 miljoen euro in 2025 oplopend tot 28 miljoen euro in 2030overgeboekt naar het Gemeentefonds. Bij Voorjaarsnota van 2024 isbesloten tot een versterking van het stelsel van sociaal ontwikkelbe-drijven. Met de infrastructurele opslag krijgen gemeenten de ruimte om10.000 extra banen te creëren voor mensen die tijdelijk of langdurigmoeten terugvallen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven.Overboeking IBO problematische schuldenHet kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematischeschulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op hetbasispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problema-tische schulden. Hiervoor wordt in 2025 19 miljoen euro overgemaaktnaar het Gemeentefonds om in te zetten op vroegsignalering vanschulden. Ook worden middelen overgemaakt naar het Ministerie vanJustitie en Veiligheid voor de jaren 2025 t/m 2027 voor enkele onderdelenvan het pakket, waaronder het uitwerken en instellen van een zorgplichtvoor gerechtsdeurwaarders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1160 Overboeking alleenverdienersproblematiekBij Miljoenennota 2024 zijn er middelen gereserveerd op deSZW-begroting voor de uitwerking van een tijdelijke regeling viagemeenten, voor de groep alleenverdienende huishoudens in de bijstanddie te maken heeft met een nadelige samenloop van fiscaliteit, socialezekerheid en toeslagen (oplossing voor de alleenverdienersproblematiek).De wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek is ingegaan per1 januari 2025. Deze overboeking zorgt dat de middelen voor 2025 voor deuitvoering van deze regeling naar het Gemeentefonds overgeheveldworden.Overboeking impulsbudget arbeidsmarktregio’sEr wordt 35 miljoen euro in 2025 oplopend tot 28 miljoen euro in 2030overgeboekt naar het Gemeentefonds. De 35 arbeidsmarktregio’sontvangen vanaf 2025 een tijdelijk impulsbudget. Deze middelen zijnbedoeld om gezamenlijke dienstverlening op het gebied van werk enontwikkeling uit te werken met de partners in de arbeidsmarktregio.Overboeking impulsbudget sociale infrastructuurBij Voorjaarsnota 2024 is besloten tot een versterking van het stelsel vansociaal ontwikkelbedrijven. Met deze overboeking naar het Gemeente-fonds van circa 180 miljoen euro cumulatief, worden sociaal ontwikkelbe-drijven ondersteund om hun infrastructuur toekomstbestendig te maken.Overige overboekingen met andere begrotingenDeze post bevat verschillende overboekingen met andere begrotingen.Hieronder valt een overboeking van 8,9 miljoen euro naar het Gemeente-fonds om gemeenten in staat te stellen om hun regiefunctie binnen deverschillende arbeidsmarktregio’s te vervullen. Ook vindt er eenoverboeking van circa 11 miljoen euro plaats naar de begroting van hetMinisterie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in het kader vanhet Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Vanaf de begrotingvan Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt hieraan onder anderebijgedragen voor re-integratie op de arbeidsmarkt en armoede enschulden.KadercorrectiesNiet-beleidsmatige mutaties bijstandDe uitgaven aan de bijstand worden neerwaarts bijgesteld. Dit wordtonder andere veroorzaakt door de verwerking van de laatste CPB-ramingen de voorlopige realisaties van 2024. Doordat het CPB een lagerewerkloze beroepsbevolking verwacht in de komende jaren, worden debijstandsuitgaven neerwaarts bijgesteld. De verwerking van de voorlopigevolumerealisaties van 2024 zorgt daarnaast voor een neerwaartsebijstelling. De verwerking van de prijsrealisaties zorgt daarentegen vooreen (kleine) opwaartse bijstelling.Afschaffen criterium samengestelde gezinnenDit is een vereenvoudiging in het toeslagpartnerschap door het afschaffenvan het criterium samengestelde gezinnen. Door deze maatregel zijnmensen niet langer toeslagpartner als zij samenwonen met één anderevolwassene en er daarnaast een minderjarig kind van één van beiden ophet adres is ingeschreven. Door deze maatregel nemen de uitgaven aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1161 de Wet Kindgebonden Budget (WKB) structureel met 93 miljoen euro toe.Omdat deze maatregel deel uitmaakt van een pakket waarin ook maatre-gelen aan de inkomstenkant van de Rijksbegroting worden genomen,wordt er een kadercorrectie toegepast.Verlagen vermogensgrenzen in kindgebonden budget (WKB)De vermogensgrenzen in het kindgebonden budget en zorgtoeslagworden in de periode 2027 tot en met 2029 tijdelijk met circa 28.750 euroverlaagd en structureel vanaf 2030 met circa 27.250 euro verlaagd(mutaties in prijzen ’24). Dit levert voor het kindgebonden budget eenbesparing op van 43 miljoen euro structureel. Omdat deze maatregel deeluitmaakt van een pakket waarin ook maatregelen aan de inkomstenkantvan de Rijksbegroting worden genomen, wordt er een kadercorrectietoegepast.LoonbijstellingLoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonb(stelling wordt toegevoegd aan debegroting SZW.PrijsbijstellingPrijsbijstellingDe tranche 2025 van de prijsbijstelling wordt toegevoegd aan debegroting SZW.EindejaarsmargeEindejaarsmargeOp deze wijze regelt SZW de overheveling van middelen uit 2024 naar2025, deze eindejaarsmarge bedraagt maximaal 1% van het (gecorri-geerde) begrotingstotaal uit het voorgaande jaar.ExtrapolatieExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Sociale Zaken en Werkgele-genheid.DesalderingenDesaldering re-integratie UWVDit betreft een desaldering van terugontvangsten van hetre-integratiebudget UWV. Hierbij worden uitgaven enniet-belastingontvangsten gelijktijdig verhoogd, waarmee er geen effect isop het begrotingssaldo.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1162 TechnischGIDK: doorverdeling middelenDeze post bevat de technische doorverdeling van de middelen vanGroepen in de knel (GIDK) binnen de SZW-begroting. De intensiveringendie voortvloeien uit deze doorverdeling, zijn toegelicht onder Intensive-ringen.TechnischDeze post bevat meerdere budgetneutrale technische mutaties binnen debegroting. Hieronder vallen herschikkingen waarbij middelen voorarbeidsmarktinfrastructuur naar een ander begrotingsartikel wordenovergeheveld.Niet-kaderrelevantNiet-kaderrelevantDeze post bevat niet-kaderrelevante mutaties van Rijksbijdragen. Zo wordtde Rijksbijdrage Ouderdomsfonds bijgesteld naar aanleiding van denieuwste raming van het CPB.OntvangstenMeevallersKinderopvangtoeslag (KOT)In de meeste jaren zijn de KOT-ontvangsten naar boven bijgesteld. Dithoudt met name verband met de hogere uitgaven en ontvangsten alsgevolg van een opwaartse bijstelling van het aantal kinderen datgebruikmaakt van kinderopvang.Overige meevallersOnder deze post vallen meerdere meevallers van beperkte budgettaireomvang. Dit betreft onder andere een bijstelling van de terugontvangstenvan de inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW). Uit realisaties blijktdat aan UWV meer is overgemaakt voor IOW-uitgaven in 2024 dan UWVdaadwerkelijk heeft uitgegeven. Hierdoor ontvangt SZW in 2025 eenbedrag terug van UWV.TegenvallersWet Kindgebonden budget (WKB)De Wet Kindgebonden budget (WKB)-ontvangsten zijn meerjarig naarbeneden bijgesteld. Dit houdt met name verband met de lagerevoorschotten gedurende het jaar. Bij het inschatten van de inkomenswordt namelijk door Dienst Toeslagen uitgegaan van een sterkereinkomensstijging dan de daadwerkelijk verwachte loonontwikkeling.Hierdoor komen de voorschotten die ouders tijdens het jaar ontvangenlager uit. In latere jaren leidt dit tot meer nabetalingen en dus minderterugontvangsten. Naar aanleiding van CEP wordt dit effect iets beperktals gevolg van de inkomensontwikkeling van huishoudens met kinderendie door het CPB in de CEP-raming vanaf 2027 structureel lager wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1163 ingeschat dan eerder ten tijde van de cMEV 2024. Dit leidt tot hogerebeschikkingen en per saldo hogere ontvangsten (lees: een grondslage-ffect).Overige tegenvallersOnder deze post vallen meerdere tegenvallers van beperkte budgettaireomvang. Onder andere de boete-ontvangsten van de NederlandseArbeidsinspectie (NLA) vallen op basis van de realisatiecijfers lager uitdan meerjarig werd voorzien.IntensiveringenIntensiveringenDeze post bevat meerdere intensiveringen die lagere ontvangsten totgevolg hebben. Deze intensiveringen betreffen voornamelijk de effectenvan het afschaffen van de belastingrente en het bevriezen van deinvorderingsrente in de toeslagen. Dit heeft een effect op de Kinderop-vangtoeslag (KOT) en het Kindgebonden budget (WKB), waar dezemaatregelen leiden tot lagere terugontvangsten (4,8 miljoen euro in 2030).OmbuigingenIngroeipad nieuw kinderopvangstelselMet 2029 als invoeringsjaar van de nieuwe financiering van kinderopvangis een langer en geleidelijker ingroeipad nodig. In 2026, 2027 en 2028wordt de kinderopvangtoeslag stapsgewijs verhoogd. Het doel van ditingroeipad is de vraag naar kinderopvang geleidelijk te laten stijgen en desector tijd te geven om het aanbod mee te laten groeien. Deze reeksbetreft de hogere ontvangsten die deze maatregel veroorzaakt.Invoering nieuwe financiering kinderopvang per 2029In het HLA is afgesproken om per 2027 een nieuwe financiering vankinderopvang in te voeren. Het betreft een ingrijpende wijziging zowelvoor de uitvoering als de kinderopvangorganisaties. Om een goedeovergang te borgen, is besloten meer tijd te nemen voor de implemen-tatie van en overgang naar de nieuwe financiering. In 2029 gaat de nieuwefinanciering in. Dit leidt naast een besparing op de uitgaven ook tothogere ontvangsten. De ontvangsten komen tijdelijk hoger uit doordat erin het huidig stelsel meer verrekeningen zijn dan in het nieuwe stelsel.KasschuivenKasschuivenIn 2026 volgt een verdere verhoging van de vergoedingspercentages in dekinderopvang. Dit is onderdeel van de ingroeimiddelen om alle werkendeouders bijna gratis kinderopvang aan te bieden. Door onder anderegedragseffecten, nabetalingen en terugontvangsten leiden de ingroeimid-delen in 2026 tot een aangepast kasritme op de uitgaven en ontvangsten.Deze kasschuif zet de beschikbare middelen in het juiste kasritme.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1164 ExtrapolatieExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van SZW.DesalderingenRe-integratie UWVDit betreft een desaldering van terugontvangsten van hetre-integratiebudget UWV. Hierbij worden uitgaven enniet-belastingontvangsten gelijktijdig verhoogd, waarmee er geen effect isop het begrotingssaldo.Niet-kaderrelevantNiet-kaderrelevantDeze post betreft de aflossingen van gemeenten op de kapitaalverstrek-kingen voor de Tozo vanuit het Rijk.Sociale VerzekeringenSociale Verzekeringen: UitgavenSociale Verzekeringen: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota83.10888.10692.56597.348102.7720Meevallers5– 83– 213– 420– 513– 670Herziening ramingsmethodiek WIA24– 39– 146– 336– 418– 574Algemene Ouderdomswet (AOW)– 12– 34– 56– 72– 82– 83Overige meevallers– 7– 10– 11– 12– 13– 13Tegenvallers4837468609651.0921.162Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)281468610733820875Ziektewet (ZW)997996120137141Verlofregelingen464751586369WIA: herstelactie dagloon286239000Compensatieregeling transitievergoeding – LAO243013172125Uitvoeringskosten UWV en SVB5345354747Overige tegenvallers576444Intensiveringen19206231180218237WIA: SMC-uitvoeringskosten303436000WIA: 60+ maatregel2925506760WIA: loonloze tijdvakken– 39103113656973WIA: kwijtschelden voorschotten3033496991Overige intensiveringen262925161313Ombuigingen– 5– 318850– 343– 357Hervorming Werkloosheidswet (WW): duurverkor-ting naar 18 maanden520083– 247– 262Hervorming Werkloosheidswet (WW): koppelingLGU-WGA– 16– 62– 61Overige ombuigingen– 5– 8– 12– 17– 35– 34Kasschuiven– 15– 19143Kasschuiven– 15– 19143Overboekingen met andere begrotingen– 28– 32– 43– 54– 65– 66Overboeking invullen apparaatstaakstelling OCW– 24– 24– 25– 25– 25– 25Overboeking invullen apparaatstaakstelling HLA– 11– 22– 33– 45– 45Overige overboekingen met andere begrotingen– 444444Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1165 Sociale Verzekeringen: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Kadercorrecties– 63– 3857– 78– 171– 465Nominale ontwikkeling130234399296146– 218Werkloosheidswet (WW)– 193– 272– 341– 374– 317– 247Overige kadercorrecties000000Extrapolatie108.315Extrapolatie108.315Stand Voorjaarsnota83.50388.90193.65597.993102.994108.158 Sociale Verzekeringen: OntvangstenSociale Verzekeringen: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota2452823063373490Kadercorrecties139– 39150Nominale ontwikkeling12123– 1Overige kadercorrecties127– 46120Extrapolatie364Extrapolatie364Stand Voorjaarsnota259290302346364363 UitgavenMeevallersHerziening ramingsmethodiek WIAHet afgelopen najaar heeft SZW het ramingsmodel van de wet WIA (WetWerk en Inkomen naar Arbeidsvermogen) herzien om het model tevereenvoudigen en de uitlegbaarheid te vergroten. Voorheen werden voorde raming van de toekomstige WIA-uitgaven de inschattingen van hetUWV gebruikt als basis. In het nieuwe ramingsmodel wordt gebruikgemaakt van de eigen langetermijnraming van SZW, waarin realisatie-cijfers uit het verleden de basis vormen. Dit maakt de SZW-raming beteruitlegbaar omdat SZW meer inzicht heeft in de eigen langetermijnramingdan in de meerjarige inschattingen van het UWV.Deze (eenmalige) mutatie geeft alleen het effect weer dat ontstaatwanneer de realisatiecijfers die de basis vormen voor de SZW-begroting2025 worden ingevoerd in het nieuwe ramingsmodel. Aanvullendeinformatie over de mate waarin trends uit de realisatiecijfers zich ook inde toekomst zullen voordoen is hierbij niet meegenomen, wat bij eennormale ramingsronde wel gebeurt. Daarmee is deze mutatiereeks niet tezien als het verschil dat ontstaat door de vorige ramingsronde opnieuwdoor te rekenen met een nieuw model.Deze mutatie moet in samenhang bezien worden met de mutatie alsgevolg van uitvoeringsinformatie. De meerjarige doorrekening van derealisaties van 2024 uit de Januarinota van het UWV is immers uitgevoerdmet het aangepaste ramingsmodel. Per saldo leiden deze mutaties (eenmeevaller door de herziene methodiek, een tegenvaller door de uitvoe-ringsinformatie) tot een structurele tegenvaller van 301 miljoen euro opde WIA, waarvan 112 miljoen euro op de Inkomensvoorziening VolledigTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1166 Arbeidsongeschikten (IVA) en 189 miljoen euro op de WerkhervattingGedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA, inclusief eigenrisicodragers).Algemene Ouderdomswet (AOW)De raming van de AOW-uitkeringslasten wordt meerjarig neerwaartsbijgesteld. Dit wordt verklaard door een neerwaartse bijstelling van hetaantal personen met een AOW-uitkering. Het CBS verwacht namelijk dathet aantal personen met een AOW-gerechtigde leeftijd de komende jarenzal blijven groeien, maar minder hard dan vorig jaar werd geraamd.Daarnaast wordt ook het gemiddelde opbouwpercentage voor de groepdie een gekorte AOW ontvangt, neerwaarts bijgesteld. Tegenover deneerwaartse bijstelling door het aantal gerechtigden en het opbouwper-centage, staat een opwaartse bijstelling door een groter aandeel alleen-staanden AOW-gerechtigden.Overige meevallersOnder deze post vallen meerdere meevallers van beperkte budgettaireomvang. De voornaamste bijstelling binnen deze post is op de AlgemeneNabestaandewet (Anw). De uitgaven aan deze regeling vallen meerjariglager uit, door een lager aantal Anw-gerechtigden dan eerder verwacht.Deze lagere uitgaven bedragen 7 miljoen euro in 2025 en lopen op tot12 miljoen euro in 2030.TegenvallersWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)Dit betreft de meerjarige doorrekening van de realisaties van 2024 uit deJanuarinota van het UWV op zowel de IVA (Inkomensvoorziening VolledigArbeidsongeschikten) als de WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeids-geschikten, inclusief eigenrisicodragers). Deze tegenvaller wordtvoornamelijk veroorzaakt doordat er in 2024 meer mensen de WIA zijningestroomd dan eerder werd verwacht. Deze hogere instroom wordtvoornamelijk verklaard door long-covid en psychische aandoeningen enwerkt door in de raming van de toekomstige uitgaven.Deze mutatie moet in samenhang bezien worden met de mutatie alsgevolg van de herziening van de ramingsmethodiek. De meerjarigedoorrekening van de realisaties van 2024 uit de Januarinota van het UWVis immers uitgevoerd met het aangepaste ramingsmodel. Per saldo leidendeze mutaties (een meevaller door de herziene methodiek, een tegenvallerdoor de uitvoeringsinformatie) tot een structurele tegenvaller van301 miljoen euro op de WIA, waarvan 112 miljoen euro op de IVA en189 miljoen euro op de WGA.Ziektewet (ZW)De ZW-uitkeringslasten zijn in 2030 met circa 140 miljoen euro opwaartsbijgesteld. Dit komt voornamelijk door de bijstelling van het ZW-volumeen in mindere mate door de bijstelling van de gemiddeldeZW-uitkeringshoogte. Het ZW-volume is met name voor de groep ziektebij zwangerschap fors opwaarts bijgesteld. Uit de CEP-raming blijktnamelijk dat de werkzame beroepsbevolking de komende jaren sterktoeneemt. Hierdoor wordt met name een hoger beroep op de ZW doorzieke zwangeren verwacht. Ook heeft er een wijziging plaatsgevonden vanhet ramingsmodel van de zieke uitzendkrachten. Door deze aanpassingwordt richting het einde van de begrotingshorizon een hogere instroomTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1167 voor de groep uitzendkrachten in de ZW geraamd ten opzichte van devorige raming.VerlofregelingenDe uitgaven voor de verlofregelingen worden opwaarts bijgesteld metcirca 46 miljoen euro in 2025 tot circa 69 miljoen euro in 2030. Deopwaartse bijstelling komt voort uit de bevolkingsprognose van hetCentraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die verwacht dat het aantalgeboorten komende jaren toeneemt. Hierdoor is de verwachting dat ermeer mensen van de regelingen gebruik zullen maken, en/of dat zij langerverlof opnemen dan voorheen voorzien. Dit geldt voor de regelingen voorzwangerschaps- en bevallingsverlof, adoptieverlof en pleegzorgverlof(WAZO), aanvullend geboorteverlof voor partners (WIEG) en de wetbetaald ouderschapsverlof (WBO). De raming voor de uitkeringslastenvoor de zelfstandige-en-zwanger-regeling (ZEZ) wordt daarentegen naarbeneden bijgesteld, de verwachting is dat de gemiddelde uitkering lageruitvalt dan eerder voorzien.WIA: herstelactie dagloonUWV heeft in de periode 2020 – 2024 een substantieel aantal foutengemaakt bij het vaststellen van het dagloon in de Wet Werk en Inkomennaar Arbeidsvermogen (WIA). Dit heeft gevolgen voor de uitkeringen vanWIA-gerechtigden die te veel of te weinig hebben ontvangen. UWV brengtmomenteel de precieze omvang en de impact voor uitkeringsgerechtigdenin kaart. Deze fouten worden de komende jaren hersteld, wat extraWIA-uitgaven tot gevolg heeft. Voor het herstel zet UWV een correctieor-ganisatie op. Ook voor de Toeslagenwet (TW) is er een klein effect.Compensatieregeling transitievergoeding – LAOOp basis van uitvoeringsinformatie van UWV is de raming van decompensatieregeling transitievergoeding voor langdurige arbeidsonge-schiktheid (CRTV LAO) opwaarts bijgesteld. Dit wordt veroorzaakt dooreen hogere gemiddelde uitkering. Daarnaast worden vanaf 2027 meeruitbetalingen verwacht door een toename in het aantal langdurigarbeidsongeschikten, in lijn met de realisatiecijfers in de WIA (Wet Werken Inkomen naar Arbeidsvermogen). In 2025 en 2026 wordt een lageraantal uitbetalingen verwacht. Het prijseffect is echter groter, waardoor erook in deze jaren sprake van een per saldo tegenvaller.Uitvoeringskosten UWV en SVBOp basis van de macro-economische verwachtingen van het CPB in deCEP-raming en de januarinota van het UWV en SVB worden de uitvoe-ringskosten naar boven bijgesteld. De uitvoeringskosten nemen per saldotoe doordat de raming van het aantal aanvragen en continueringen vanuitkeringsregelingen naar boven is bijgesteld.Overige tegenvallersOnder deze post vallen meerdere tegenvallers van beperkte budgettaireomvang. Zo worden de uitgaven aan de Compensatieregeling Transitie-vergoeding MKB (CRTV MKB) meerjarig hoger geraamd dan eerderverwacht. Uit realisatiegegevens blijkt dat de hoogte van de uitgekeerdecompensatiebedragen hoger is dan eerder verwacht. Deze tegenvallerbedraagt 24 miljoen euro in 2025 en loopt op tot 25 miljoen euro in 2030.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1168 IntensiveringenWIA: SMC-uitvoeringskostenDe vraag naar sociaal-medische beoordelingen is al tijden groter dan hetaantal beoordelingen dat UWV kan verrichten. Er wordt aanvullendefinanciering beschikbaar gesteld voor het UWV, zodat taakdelegatie bijsociaal-medische centra kan worden uitgebreid. Door taakdelegatieworden delen van de sociaal-medische beoordelingen uitgevoerd doorsociaal-medisch verpleegkundigen en arbeidsdeskundigen, waardoor deverzekeringsarts efficiënter wordt ingezet.WIA: 60+ maatregelOm de achterstanden bij sociaal medisch beoordelen te verkleinen wordtvanaf september 2025 de vereenvoudigde claimbeoordeling voor60-plussers voort te zetten voor een periode van twee jaar. De maatregelzorgt ervoor dat 60-plussers die wachten op hun Wet Werk en Inkomennaar Arbeidsvermogen (WIA)-claimbeoordeling tijdelijk vereenvoudigdworden beoordeeld. Dit heeft als gevolg dat er tijdelijk meer en hogereWIA-uitkeringen worden verstrekt, waardoor de WIA uitgaven toenemen.Tegenover de extra WIA-uitgaven staat een inverdieneffect op deWerkloosheidswet (WW) en Inkomensvoorziening oudere werklozen(IOW).WIA: loonloze tijdvakkenDe Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft medio 2024 bepaald dat alleloonloze tijdvakken buiten beschouwing gelaten moeten worden bij dedagloonvaststelling in de WIA. Loonloze tijdvakken zijn periodes waaringeen inkomen is ontvangen, met als gevolg dat het dagloon en daarmeede WIA-uitkering lager uitvalt. Deze rechterlijke uitspraak leidt tot extrastructurele lasten in de WIA (en een inverdieneffect op de Toeslagenwet).WIA: kwijtschelden voorschottenAls gevolg van de lange wachttijden bij de WIA-claimbeoordelingenverstrekt UWV aan mensen een voorschot op de WIA-uitkering.Werknemers kunnen in financiële problemen komen als dezevoorschotten terugbetaald moeten worden indien er geen recht blijkt opeen uitkering. Daarom wordt sinds medio 2021 buitenwettelijk beleidgevoerd en het voorschot kwijtgescholden. Het voeren van tijdelijkbuitenwettelijke beleid is onwenselijk, omdat dit rechtsonzekerheid geeftaan burgers. Daarom wordt dit beleid structureel en binnenwettelijkgemaakt, zodat het beleid voorspelbaar wordt voor langdurig ziekewerknemers. De maatregel zorgt voor extra WIA-uitgaven en in minderemate voor extra Toeslagenwet-uitgaven.Overige intensiveringenOnder deze post vallen verschillende intensiveringen. Vanuit de enveloploondoorbetaling bij ziekte op de Aanvullende Post wordt voor verbeterdere-integratie twee maatregelen uitgevoerd. Voor pilots voor beterere-integratiedienstverlening aan vangnetters (zieke werknemers zonder-werkgever) komt cumulatief 27 miljoen euro beschikbaar en voorre-integratie aan werklozen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie komtcumulatief 18 miljoen euro beschikbaar. Ook wordt er voor cumulatief30 miljoen euro geïntensiveerd op het extra bevallingsverlof, in het kadervan vereenvoudiging.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1169 OmbuigingenAfromen Groepen in de knelBij Miljoenennota 2025 zijn middelen overgeheveld naar deSZW-begroting ten behoeve van een maatregelenpakket voor hetaanpakken van problematische schulden en een maatregel om netto inplaats van bruto terug te vorderen. De middelen voor problematischeschulden waren voornamelijk beoogd voor gemeentelijk schuldenbeleid(vroegsignalering), beleid van SZW (integraal schuldenoverzicht voorhuishoudens) en beleid van JenV (één overheidsincasso en hetvoorkomen van kostenoploop boetes). Vanaf 2029 worden deze middeleningezet ter dekking van de budgettaire problematiek op deSZW-begroting. Ook wordt een deel van de reservering voor Groepen inde knel op de Aanvullende Post ingehouden.Hervorming Werkloosheidswet (WW): duurverkorting naar 18 maandenIn het HLA is afgesproken dat er een besparing plaats zal vinden op deWerkloosheidswet van 200 miljoen euro per jaar vanaf 2027. Er is voorgekozen om deze besparing in te vullen met een verkorting van demaximale WW-duur van 24 naar 18 maanden, waarbij de maximale duurvanaf 1 januari 2028 geleidelijk wordt verlaagd. Een duurverkorting heeftmet vertraging een budgettair effect, waardoor er ten opzichte van debesparing in het HLA in 2027, 2028 en 2029 minder wordt bespaard danafgesproken in het HLA en vanaf 2030 meer. Het effect van duurverkortingop de uitgaven aan de Werkloosheidswet en de uitvoeringskosten UWVzijn verwerkt op Hoofdstuk 40, Sociale Verzekeringen. Het effect van deduurverkorting (een hogere instroom in de Participatiewet, lager gebruikvan de Toeslagenwet, hoger gebruik IOW en hogere uitvoeringskostenvan gemeenten) zijn verwerkt op Hoofdstuk 15, Sociale Zaken enWerkgelegenheid.Hervorming WW: koppeling LGU-WGAVoor de loongerelateerde uitkering (LGU) van de WerkhervattingGedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en de Werkloosheidswet is omwillevan vereenvoudiging ervoor gekozen om de hoogte en duur van de tweeuitkeringen te harmoniseren. In het Hoofdlijnenakkoord is gekozen vooreen besparing op de Werkloosheidswet. Hier wordt invulling aan gegevenmet een inkorting van de maximale WW-uitkeringsduur, wat ook leidt toteen inkorting van de maximale uitkeringsduur van de loongerelateerdeWGA-uitkering. WGA-gerechtigden ontvangen daardoor eerder eenloonaanvullingsuitkering of vervolguitkering. Daar tegenover staat dat deuitgaven aan de Toeslagenwet voor mensen met een WGA-uitkering na deLGU naar verwachting hoger uitvallen. Per saldo in 2030 bespaart dit54 miljoen euro aan uitgaven op de SZW-begroting.Overige ombuigingenOnder deze post vallen verschillende ombuigingen van beperkte omvang,zoals het afschaffen van het urencriterium in de zwangerschaps- enbevallingsuitkering voor zelfstandigen (ZEZ) in het kader van vereenvou-diging van het verlofstelsel, voor cumulatief 49 miljoen euro. Verder zijner ook meerdere kleinere ombuigingen op artikel 11: uitvoeringskosten,voor in totaal 5 miljoen euro in 2025 tot 3 miljoen euro in 2030.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1170 KasschuivenKasschuivenDeze post betreft meerdere kasschuiven, zoals een kasschuif voormaatregelen om kwetsbare mensen in de WW te ondersteunen. Hierbijwordt er 6 miljoen euro geschoven uit 2025 naar 2029 en 2030. Ook is ereen kasschuif voor de Wet beperkte verbreding banenafspraak. Vanwegeéén jaar uitstel wordt er 5 miljoen euro geschoven van 2026 naar 2027.Overboekingen met andere begrotingenOverboeking invullen apparaatstaakstelling OCWEen deel van de taakstelling naar aanleiding van de besluitvorming overde OCW-begroting (amendement Bontenbal c.s) wordt ingevuld met hulpvan een bijdrage van het UWV en de SVB. Deze invulling bedraagt jaarlijkstotaal 31 miljoen euro, waarvan 24 miljoen euro op hoofdstuk 40. Dezebijdrage wordt overgeboekt van hoofdstuk 40 naar hoofdstuk 15 van deSZW-begroting, waar de totale taakstelling wordt ingevuld.Overboeking invullen apparaatstaakstelling HLAEen deel van de apparaatstaakstelling uit het HLA wordt ingevuld methulp van een bijdrage van het UWV en de Sociale Verzekeringsbank (SVB).Deze invulling bedraagt 10 miljoen euro in 2026 oplopend tot 45 miljoeneuro in 2029. Deze bijdrage wordt overgeboekt van hoofdstuk 40 naarhoofdstuk 15 van de SZW-begroting, waar de totale taakstelling wordtingevuld.Overige overboekingen met andere begrotingenDeze post bevat verschillende overboekingen met andere begrotingen.Hieronder valt een overboeking naar het Ministerie van BinnenlandseZaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voor het gebruik van de BasisregistratiePersonen (BRP) van 6,4 miljoen euro.KadercorrectiesNominale ontwikkelingDe raming van de nominale ontwikkeling (verwachte indexatie van deuitkeringsregelingen aan de loon- en pr(sontwikkeling) is geactualiseerdop basis van de recente economische raming van het CPB. Dit leidt persaldo tot een opwaartse b(stelling van de nominale ontwikkeling tenopzichte van de Miljoenennota 2025.Werkloosheidswet (WW)Het uitgavenplafond wordt gecorrigeerd voor conjuncturele mutaties in deWW. Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV en op basis van deCEP-raming van het CPB is de raming van de WW-uitgaven meerjarigneerwaarts bijgesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2024. Debijstelling wordt met name verklaard door een lager aantalWW-uitkeringen dan eerder verwacht, onder andere door de neerwaartsebijstelling van de werkloze beroepsbevolking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1171 Overige kadercorrectiesDeze post bevat de kadercorrectie voor het Eigenrisicodragerschap (ERD)binnen de Ziektewet (ZW). Deze kadercorrectie komt voort uit de per saldouittreding van werkgevers naar eigenrisicodragers, waardoor ZW-lastenafnemen en er dus een kleine (afgerond op 0) neerwaartse kadercorrectieplaatsvindt.ExtrapolatieExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting Sociale Verzekeringen.OntvangstenKadercorrectiesNominale ontwikkelingDe raming van de nominale ontwikkeling (verwachte indexatie van deuitkeringsregelingen aan de loon- en pr(sontwikkeling) is geactualiseerdop basis van de recente economische raming van het CPB. Dit leidt persaldo tot een opwaartse b(stelling van de nominale ontwikkeling tenopzichte van de Miljoenennota 2025.Overige kadercorrectiesDeze post bevat de kadercorrectie voor de Uitvoeringsfonds voor deoverheid (Ufo) -ontvangsten binnen de Werkloosheidswet (WW). Op basisvan de voorlopige realisaties van het UWV vallen de Ufo-ontvangsten(UWV verhaalt de WW-uitkeringen op de overheidswerkgever) hoger uitdan eerder verwacht. Hiervoor wordt het kader gecorrigeerd.ExtrapolatieExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting Sociale Verzekeringen.Koppeling UitkeringenKoppeling Uitkeringen: UitgavenKoppeling Uitkeringen: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota1.3112.2863.4374.5395.6580Tegenvallers161616161615Algemene Kinderbijslagwet (AKW)161616161615Intensiveringen10125214245254254Schrappen bezuiniging kinderopvang10125214245254254Kadercorrecties– 81– 72– 100– 113– 102– 219Nominale ontwikkeling– 81– 72– 100– 113– 102– 219Extrapolatie6.809Extrapolatie6.809Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1172 Koppeling Uitkeringen: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Voorjaarsnota1.2562.3543.5674.6875.8256.859 Koppeling Uitkeringen: OntvangstenKoppeling Uitkeringen: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota4182938470Kadercorrecties0– 6– 7– 9– 10– 11Nominale ontwikkeling0– 6– 7– 9– 10– 11Extrapolatie55Extrapolatie55Stand Voorjaarsnota41222293644 UitgavenTegenvallersAlgemene Kinderbijslagwet (AKW)De raming voor de indexatie van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW)sloot niet aan bij de werkelijke indexatiesystematiek. Daarom is deramingssystematiek aangepast om beter aan te sluiten bij de werke-lijkheidIntensiveringenSchrappen bezuiniging kinderopvangIn het HLA is de maatregel genomen om de kinderopvangtoeslag (KOT)niet te indexeren in 2026. Deze bezuiniging wordt teruggedraaid.KadercorrectiesNominale ontwikkelingDe raming van de nominale ontwikkeling (verwachte indexatie van deuitkeringsregelingen aan de loon- en pr(sontwikkeling) is geactualiseerdop basis van de recente economische raming van het CPB. Dit leidt persaldo tot een neerwaartse b(stelling van de nominale ontwikkeling tenopzichte van de Miljoenennota 2025.ExtrapolatieExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting Koppeling Uitkeringen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1173 OntvangstenKadercorrectiesNominale ontwikkelingDe raming van de nominale ontwikkeling (verwachte indexatie van deuitkeringsregelingen aan de loon- en pr(sontwikkeling) is geactualiseerdop basis van de recente economische raming van het CPB. Dit leidt persaldo tot een neerwaartse b(stelling van de nominale ontwikkeling tenopzichte van de Miljoenennota 2025.ExtrapolatieExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting Koppeling Uitkeringen.ZorgVolksgezondheid, Welzijn en SportXVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota36.50238.50240.22442.63644.8010Meevallers– 64– 10– 4– 6– 7– 7Zorgkosten onverzekerbare vreemdelingen (OVV)– 4– 4– 4– 4– 4– 4Uitkomstgerichte zorg– 5Uitstel vervanging abonnementstarief Wmouitvoering– 5– 1000Landelijk dekkend netwerk– 6– 4Zorgbonus pgb Zvw– 8Vermogensverschaffing Intravacc– 13Passende zorg– 20Overige meevallers– 2– 10– 2– 3– 3Tegenvallers181140227182209170Pallas7609794126105RSV-immunisatieprogramma292625252424Subsidie verwarde onverzekerbare personen (SOV)262727262525Wisselkoerseffect Caribisch Nederland1719191713– 5Uitkeringen oorlogswetten665433Abortuszorg599999PGB 2.03433Volumegroei zorguitgaven BES-eilanden1198911Overige tegenvallers2294Intensiveringen126494114849185Backpay weduwen KNIL-militairen en ambtenaren50Invulling dekking amendement t.b.v. OCW-begroting151515151515Amendementen op ontwerpbegroting 202514Kosten kinderopvang pleegouders131313333Fundament onder Informatievoorziening en Toezicht(FIT)4116Informatievoorziening en inhuur ICT-expertiseCCMO433333Intensiveringen zorg BES-eilanden455555Overheadkosten tariefstijging SSO’s444433AP-middelen werk aan uitvoering01310115Nieuwe directie Open Overheid01819999COVID-19 vaccinatiecampagne 2026140Inzet vrijwilligers in de palliatieve terminale zorg68101717Prijscompensatie zorguitgaven BES-eilanden1198911Structurele versterking infrastructuur WOII66666Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo225Vernieuwingsplan Westerbork88Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1174 In miljoenen euro202520262027202820292030Overige intensiveringen1828161197Ombuigingen– 87– 156– 137– 97– 100– 104Amendementen op ontwerpbegroting 2025– 14Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting– 15– 15– 15– 15– 15– 15Inzet loonbijstelling– 55– 139– 119– 78– 82– 86Overige ombuigingen– 3– 2– 3– 4– 3– 3Kasschuiven– 167– 70811111135NGF project DUTCH82– 3– 3– 3RIVM Asset– 2– 772Gespecialiseerde cliëntondersteuning (GCO)– 4– 545Arbeidsmarktregelingen– 14941Passende zorg– 390001327Pallas– 44– 63000107Werkgeverskosten opleiden wijkverpleging (WOW)– 6060Overige kasschuiven– 13– 68711Overboekingen met andere begrotingen– 37– 223912128SPUK Transformatiemiddelen IZA111111Budget verwarde personen646666Uitzonderen AMR-middelen GVS-limiet– 3– 6– 3Kosten kinderopvang pleegouders– 13– 13– 13– 3– 3– 3Stimuleringsregeling wonen en zorg– 25Kenniscentra LVHC55555Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo– 225Overige overboekingen met andere begrotingen– 1323540Loonbijstelling236209190180170168Loonbijstelling236209190180170168Prijsbijstelling282725222017Prijsbijstelling282725222017Eindejaarsmarge52Stimuleringsregeling wonen en zorg25Overige eindejaarsmarge27Extrapolatie44.579Extrapolatie44.579Technisch47611220Technisch47611220Niet-kaderrelevant– 371.069960543463.248Zorgtoeslag7295928198919581.435BIKK Wlz32– 52– 21– 2520205Oekraïne23612Rijksbijdrage Wlz– 800550200– 750– 6001.500Criterium samengestelde gezinnen– 4– 44– 52– 56– 52Rijksbijdrage 18-– 53– 6– 1123159Stand Voorjaarsnota36.78140.04241.69043.08045.55448.298 XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota2852011801831830Meevallers6224SPUK MEOZ30Surplus eigen vermogen agentschappen21Bevolkingsonderzoeken borstkanker 202411Brede SPUK24Extrapolatie185Extrapolatie185Technisch4761122Technisch4761122Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1175 In miljoenen euro202520262027202820292030Niet-kaderrelevant659638662707747786Zorgtoeslag659638662707747786Stand Voorjaarsnota1.053900868892932971 UitgavenMeevallersZorgkosten onverzekerbare vreemdelingen (OVV)Het CAK vergoedt zorgkosten aan zorgaanbieders die medisch noodzake-lijke zorg verlenen aan in betalingsonmacht verkerende vreemdelingendie vanwege hun verblijfsstatus zijn uitgesloten van toegang tot de socialezorgverzekeringen. Op basis van de uitgavenrealisatie in 2024 verwachthet CAK dat deze uitgaven vanaf 2025 lager uitvallen dan het beschikbarebudget. Dit leidt tot een meevaller van structureel 4,0 miljoen euro.Uitkomstgerichte zorgHet beschikbare budget voor het programma uitkomstgerichte zorg in2025 is niet volledig benodigd. Er valt 5,0 miljoen euro vrij.Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo uitvoeringVanwege de vertraging van de invoering van de inkomens- en vermo-gensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 van 1 januari 2026 naar1 januari 2027 ontstaat er een per saldo meevaller op de desbetreffendeuitvoeringskosten. De eerder geraamde structurele beheerskostenschuiven een jaar op. Dit zorgt voor een meevaller (5,2 miljoen euro in2025 en 1,2 miljoen euro in 2026).Landelijk dekkend netwerkVoor het landelijk dekkend netwerk voor gegevensuitwisseling endatabeschikbaarheid in de zorg komt 6,0 miljoen euro in 2025 en4,0 miljoen euro in 2026 niet tot besteding.Zorgbonus pgb ZvwVoor de Zvw-pgb-zorgbonus zijn minder aanvragen gedaan dan verwacht,daarom valt er 8,1 miljoen euro vrij.Vermogensverschaffing IntravaccB( de verkoop van Intravacc aan FDI is overeengekomen dat een bedragaan Intravacc B.V. als vermogensverschaffing wordt overgemaakt. Dezeuitgaven zijn deels al in 2024 gedaan en bij de najaarsnota verwerkt,waardoor de uitgaven in 2025 13,3 miljoen euro lager uitvallen danbegroot.Passende zorgUit de nieuwe liquiditeitsprognose van ZonMw blijkt dat er 59,0 miljoeneuro van het programma passende zorg in 2025 niet tot besteding komt.Een deel daarvan wordt kasgeschoven naar latere jaren (39,0 miljoeneuro) en een deel valt vrij (20,0 miljoen euro).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1176 Overige meevallersEr resteert nog 2,7 miljoen euro aan overige meevallers. Dit betreft onderandere 2,0 miljoen euro aan structureel vrijvallende middelen vanaf 2028voor Goed Gebruik Geneesmiddelen en een incidentele vrijval vanmiddelen voor de frictiekosten LCH (3,1 miljoen euro van 2025 t/m 2027).TegenvallersPallasDe kosten van de Pallas-reactor vallen 421,0 miljoen euro hoger uit in denieuwe raming (verspreid over 2027 tot en met 2030). De stijging komtmet name door hogere kosten die volgen uit het detailontwerp, langeredoorlooptijd, hogere indirecte kosten en prijsstijgingen van materialen enarbeid. Hiernaast wordt 76,3 miljoen euro in 2025 ingezet om de liquidi-teitspositie van NRG-Pallas te versterken.RSV-immunisatieprogrammaHet streven is om in het najaar 2025 te starten met het vaccineren vanbaby’s in hun eerste levensjaar. De kosten voor uitvoering en de vaccinszijn hoger uitgevallen dan van tevoren geraamd. De meerkosten hiervoorbedragen in 2025 29,1 miljoen euro, aflopend naar 24,0 miljoen euro in2030 en 21,9 miljoen euro structureel.Subsidie verwarde onverzekerbare personen (SOV)Het CAK vergoedt zorgkosten aan zorgaanbieders die medisch noodzake-lijke zorg verlenen aan onverzekerde personen. Op basis van de uitgaven-realisatie in 2024 verwacht het CAK dat deze uitgaven vanaf 2025 hogeruitvallen dan het beschikbare budget. Het budget voor 2025 wordt met26,0 miljoen euro verhoogd. Structureel wordt het budget met25,0 miljoen euro verhoogd.Wisselkoerseffect Caribisch NederlandDe begroting voor de zorg op Caribisch Nederland wordt in dollarsgemaakt en vervolgens met de dan geldende wisselkoers naar euro’somgerekend. De begroting wordt nu bijgesteld aan de hand van denieuwe wisselkoersprognoses van het CPB. De correcties verschillen perjaar door verschillen in de begrote bedragen en de prognose van dewisselkoersen. In 2025 betreft het een tegenvaller van 16,9 miljoen euro.Vanaf 2030 is er een meevaller van structureel 5,1 miljoen euro.Uitkeringen oorlogswettenHet aantal uitkeringsgerechtigden is hoger dan verwacht. Hierop is detotale uitgavenraming voor de uitkeringen van oorlogswetten geactuali-seerd waarbij het budget is verhoogd (2,7 miljoen euro structureel).AbortuszorgDoor een stijging in het aantal uitgevoerde zwangerschapsafbrekingen inabortusklinieken nemen de totale kosten van de subsidieregelingabortusklinieken toe. Omdat er de komende jaren rekening gehoudenmoet worden met een verhoogd aantal zwangerschapsafbrekingen, wordthet budget opgehoogd met structureel 8,6 miljoen euro.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1177 PGB 2.0Het platform PGB 2.0 blijft in ieder geval tot en met 2027 in het beheer vanVWS. Om dit platform te onderhouden en ontwikkelen is budget voorpersoneel, het aanhouden van contracten en licenties benodigd. Om dehuidige werkzaamheden te continueren is respectievelijk 33,5 miljoeneuro in 2026 en 32,5 miljoen euro in 2027 benodigd.Volumegroei zorguitgaven BES-eilandenOp de BES-eilanden groeit het aantal mensen dat gebruik maakt van dezorg. Dit zorgt dan ook voor een stijging in de kosten van die zorg. Hetgaat om een toename van structureel 10,5 miljoen euro.Overige tegenvallersEr treden nog diverse andere incidentele tegenvallers op. Dit betreft onderandere een tegenvaller op de ontwikkelingskosten van Digitale Identifi-catie en Authenticatie in de Zorg (DIAZ) (5,6 miljoen euro in 2025 en4,3 miljoen euro in 2026), een tegenvaller van 5,2 miljoen euro in 2025 ophet ZonMw-programma Kwaliteitsgelden 2024–2026 en een tegenvallervan cumulatief 5,4 miljoen euro over 2025 t/m 2027 op de LandelijkeCommissie Sociale Hygiëne (LCSH).IntensiveringenBackpay weduwen KNIL-militairen en ambtenarenEr wordt een eenmalige reservering van 50,0 miljoen euro getroffen tenbehoeve van de backpay voor weduwen van voormalig KNIL-militairen enambtenaren in Nederlands-Indië.Invulling dekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDe ombuiging op apparaat in het amendement Bontenbal c.s. wordtalternatief ingevuld met de inzet van LPO over de VWS-begroting(15,1 miljoen euro structureel).Amendementen op ontwerpbegroting 2025Diverse amendementen van de ontwerpbegroting 2025 zijn budgettairverwerkt, dit betreft de bijbehorende intensiveringen van in totaal13,8 miljoen euro in 2025.Kosten kinderopvang pleegoudersEen recente gerechtelijke uitspraak heeft bepaald dat pleegzorgaanbiederskosten voor kinderopvang als bijzondere kosten van pleegouders moetenvergoeden. Daarnaast hebben pleegouders in het vrijwillig kader op ditmoment nog geen recht op vergoeding van kinderopvangkosten alsbijzondere kosten van pleegouders. Dit wordt gelijkgetrokken. In totaalwordt er in de jaren 2025 tot en met 2027 13,2 miljoen euro per jaartoegevoegd aan het Gemeentefonds. Structureel wordt vanaf 20283,1 miljoen euro per jaar toegevoegd aan het Gemeentefonds.Fundament onder Informatievoorziening en Toezicht (FIT)De registratiesystemen voor ondersteuning en toezicht van de InspectieGezondheidszorg en Jeugd zijn verouderd en worden vervangen. Dekosten voor onder andere licenties, migratie en integratie van systemen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1178 het programmateam, externe inhuur en beheer en onderhoud betreffencumulatief 20,7 miljoen euro van 2025 tot en met 2028.Informatievoorziening en inhuur ICT-expertise CCMOOm aan Europese regels te kunnen voldoen, wordt de infrastructuur vande informatievoorziening en informatietechnologie die bij medisch-ethische toetsing wordt gebruikt verbeterd. Het gaat om een investering inIT-systemen van structureel 3,0 miljoen euro.Intensiveringen zorg BES-eilandenOp de BES-eilanden wordt gewerkt aan een verbetering van de zorg. Dehier begrote middelen zijn bestemd voor de renovatie van hetzorgcentrum op Sint Eustatius (2,1 miljoen euro in 2025), het versterkenvan de residentiële jeugdzorg op Bonaire (0,4 miljoen euro structureel),het verbeteren van het aanbod van screeningsprogramma’s (3,9 miljoeneuro structureel), en het versterken van de huisartsenzorg (0,6 miljoeneuro structureel).Overheadkosten tariefstijging SSO’sAls gevolg van hogere tarieven stijgen de kosten voor dienstverlening vanShared Service Organisaties met 3,5 miljoen euro structureel. Het gaatdan om bijvoorbeeld kosten voor ICT en kantoren.AP-middelen werk aan uitvoeringVanaf de aanvullende post worden middelen toegevoegd aan deVWS-begroting voor intensiveringen in het kader van het programmaWerk aan Uitvoering. Het gaat om cumulatief 31,2 miljoen euro binnen demeerjarenperiode. De middelen zijn niet structureel.Nieuwe directie Open OverheidOm te kunnen voldoen aan het groeiend aantal WOO-verzoeken richt VWShiervoor een nieuwe directie in. Het gaat om 9,0 miljoen euro structureel.COVID-19 vaccinatiecampagne 2026Er worden middelen vrijgemaakt voor het COVID-19 vaccinatieprogrammain 2026. Dit kost incidenteel 140,0 miljoen euro.Inzet vrijwilligers in de palliatieve terminale zorgEr wordt structureel 17,0 miljoen euro toegevoegd aan de subsidiere-geling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis om detegemoetkoming voor de inzet, opleiding en coördinatie van de vrijwil-ligers in organisaties voor palliatieve terminale zorg te kunnen voort-zetten.Prijscompensatie zorguitgaven BES-eilandenNaast dat het aantal mensen dat gebruik maakt van de zorg groeit, wordtde geleverde zorg ook duurder op de BES-eilanden. Dit komt bijvoorbeelddoor toegenomen prijzen van medicatie en medische uitzendingen. Hetgaat hierbij om ongeveer 10,5 miljoen euro structureel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1179 Structurele versterking infrastructuur WOIIOm het verhaal van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust op eenkwalitatief hoogwaardige manier te blijven vertellen en de plekken waarde verschrikkingen hebben plaatsgevonden levend te houden, komt erstructureel 6,3 miljoen euro aan extra financiering beschikbaar.Uitstel vervanging abonnementstarief WmoDe invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrageWmo 2015 kan niet eerder dan per 1 januari 2027 plaatsvinden. Dit leidttot een besparingsverlies in het Gemeentefonds van 225,0 miljoen euro.Dit wordt vanaf de VWS-begroting overgeheveld naar het Gemeente-fonds.Vernieuwingsplan WesterborkEr wordt in totaal 15,0 miljoen euro aan middelen vrijgemaakt op deVWS-begroting (7,5 miljoen euro in 2026 en in 2027) om te werken aan derealisatie van het vernieuwingstraject Kamp Westerbork.Overige intensiveringenEr zijn nog diverse overige intensiveringen op de VWS-begroting. Ditbetreft onder andere een intensivering van 3,2 miljoen euro structureelvoor de gevolgen van de rechterlijke uitspraak over de regeling dienstver-lening aan huis (waarvan 1,8 miljoen euro structureel wordt overgeheveldnaar het gemeentefonds), structureel 2,0 miljoen euro vanaf 2026 voor hetprogramma ontregel de zorg en structureel 1,1 miljoen euro voor de IHSImedical devices pilot. Enkele grote incidentele intensiveringen zijn10,0 miljoen euro van 2027 tot en met 2029 voor de STOZ ronde 2025,7,7 miljoen euro in 2026 voor het programma «Geef bewegen de ruimte»,4,1 miljoen euro in 2025 voor Babyconnect en 1,6 miljoen euro in 2026voor vervolgaanpak Racisme en Discriminatie.OmbuigingenAmendementen op de ontwerpbegroting 2025Diverse amendementen van de ontwerpbegroting 2025 zijn budgettairverwerkt, dit betreft de bijbehorende ombuigingen van in totaal13,8 miljoen euro in 2025.Dekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDekking voor amendement Bontenbal c.s. is verspreid over meerderebegrotingen. Het apparaatsbudget op de VWS-begroting is structureelverlaagd met 15,1 miljoen euro t.b.v. het terugdraaien of verlagen vanverschillende onderwijsbezuinigingen uit het hoofdlijnenakkoord.Inzet loonbijstellingOm de intensiveringen op de VWS-begroting te dekken wordt geëxtensi-veerd op de beschikbare loonbijstelling. Dit betreft een extensivering vancumulatief 558,7 miljoen euro en structureel 86,1 miljoen euro.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1180 Overige ombuigingenDe overige ombuigingen betreffen voornamelijk inzet van structureel1,6 miljoen euro aan niet benodigde Loon- en prijsbijstelling voorGeneesmiddelen en Medische Technologie (GMT) en een extensiveringvan structureel 1,0 miljoen euro op het programma FAST.KasschuivenNGF project DUTCHMet het subsidiëren van het Nationaal Groeifonds (NGF) project DUTCHstimuleert VWS innovatieve vormen van zorgonderwijs door de ontwik-keling van simulatiemodules. Op basis van het definitieve projectplanwordt cumulatief 9,9 miljoen euro vanuit 2027 tot en met 2029 naar 2025en 2026 geschoven.RIVM AssetVanuit het Ministerie van EZ zijn middelen beschikbaar gesteld voor hetontwikkelen van een ASSET-faciliteit, om te voldoen aan de toenemendevraag naar analyses van complexe gegevens. Deze middelen worden nuin een juist kasritme geplaatst. Er wordt cumulatief 8,8 miljoen euro van2025 en 2026 naar 2027 en 2028 geschoven.Gespecialiseerde cliëntondersteuning (GCO)Voor de subsidieregeling Gespecialiseerde Cliëntondersteuning (GCO)worden middelen uit 2025 en 2026 (9,0 miljoen euro cumulatief)verschoven naar 2027 en 2028 om beter aan te sluiten bij de verwachtebenutting van de regeling.ArbeidsmarktregelingenVerschillende aflopende arbeidsmarktregelingen (de StimuleringsregelingTechnologie in Ondersteuning en Zorg, Sectorplanplus en de subsidiere-geling Veerkracht en Zeggenschap) hebben nog lopende verplichtingen ofuitvoeringskosten die tot uitgaven leiden in 2026 t/m 2028. Om daaraan tekunnen voldoen wordt in totaal 14,2 miljoen euro vanuit 2025 verschovennaar deze latere jaren.Passende zorgUit de nieuwe liquiditeitsprognose van ZonMw blijkt dat er 59,0 miljoeneuro van het programma passende zorg in 2025 niet tot besteding komt.Een deel daarvan wordt geschoven vanuit 2025 naar 2029 en 2030(39,0 miljoen euro) en een deel valt vrij (20,0 miljoen euro).PallasAls gevolg van een aangepaste liquiditeitsprognose voor het Pallasproject zijn de middelen in een nieuw kasritme gezet. Hierbij is106,7 miljoen euro uit 2025 en 2026 doorgeschoven naar 2030.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1181 Werkgeverskosten opleiden wijkverpleging (WOW)De subsidieregeling werkgeverskosten opleiden wijkverpleging wordt dekomende twee jaar bij vaststelling (achteraf) uitgekeerd. Om demogelijkheid te behouden om over twee jaar de subsidie anders vorm tegeven, worden de middelen uit 2025 verschoven naar 2027 (60,0 miljoeneuro).Overige kasschuivenDe grootste overige kasschuiven betreffen een kasschuif van 6,2 miljoeneuro uit 2026 t/m 2027 naar 2028 tot en met 2029 voor de IPCEI (importantproject of common European interest) Health, een kasschuif van6,1 miljoen euro uit 2025 naar 2028 voor het programma Medicatieover-dracht, een kasschuif van 6,0 miljoen euro uit 2025 naar 2027 voor deprojectsubsidie Medisch-generalistische zorg (MGZ) in de regio en eenkasschuif van cumulatief 4,0 miljoen euro uit 2028 t/m 2030 naar 2027voor intergenerationeel wonen.Overboekingen met andere begrotingenSPUK-Transformatiemiddelen IZAEen deel van de IZA-transformatiemiddelen wordt overgeheveld van depremiegefinancierde zorguitgaven naar de begrotingsgefinancierdeuitgaven om het budgetplafond van de SPUK-transformatiemiddelen(cumulatief 33,5 miljoen euro over 2025 t/m 2027) te verhogen tenbehoeve van de transformatieplannen van gemeenten.Budget verwarde personenEen beperkt deel van het programmabudget voor het dossier verwardepersonen stond gereserveerd binnen de premiegefinancierde uitgaven.Aangezien de afgelopen jaren de uitgaven voor dit programma voorna-melijk op de VWS-begroting zijn geweest en dit ook de verwachting isvoor toekomstige jaren, wordt 5,9 miljoen euro structureel overgeheveldnaar de begrotingsgefinancierde uitgaven.Uitzonderen AMR-middelen GVS-limietEr komt een pilot van twee jaar waarbij antimicrobiële resistentie(AMR)-middelen worden uitgezonderd van de Geneesmiddelenvergoe-dingssysteem (GVS)-limiet. Om deze pilot te bekostigen wordt cumulatief12,0 miljoen euro in 2025 tot en met 2027 overgeboekt van deVWS-begroting naar de premiegefinancierde zorguitgaven.Kosten kinderopvang pleegoudersEen recente gerechtelijke uitspraak heeft bepaald dat pleegzorgaanbiederskosten voor kinderopvang als bijzondere kosten van pleegouders moetenvergoeden. Daarnaast hebben pleegouders in het vrijwillig kader op ditmoment nog geen recht op vergoeding van kinderopvangkosten alsbijzondere kosten van pleegouders. Dit wordt gelijkgetrokken. In totaalwordt er in de jaren 2025 tot en met 2027 13,2 miljoen euro per jaartoegevoegd aan het Gemeentefonds. Structureel wordt vanaf 20283,1 miljoen euro per jaar toegevoegd aan het Gemeentefonds.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1182 Stimuleringsregeling wonen en zorgAangesloten wordt bij de regeling van het Ministerie van VRO voor definanciering van wooncorporaties voor het opzetten van wooninitiatievenvan sociale ondernemers en bewoners met betrekking tot ouderenhuis-vesting (zoals hiervoor werd vormgegeven door de planontwikkelfase ende bouw- en nafinancieringsfase van de Stimuleringsregeling Wonen enZorg). Hiervoor boekt VWS 25,0 miljoen euro over naar de VRO-begroting.Hier staat tegenover dat de middelen op de begrotingsreserve voor destimuleringsregeling Wonen en Zorg komen te vervallen.Kenniscentra LVHCDe structurele middelen voor kenniscentra Laag Volume Hoog Complexe(LVHC) doelgroepen stonden op H41, terwijl de financiering van dezekenniscentra loopt via een subsidie op H16. Middels deze mutatie wordende middelen op het juiste hoofdstuk gezet (4,7 miljoen euro structureel).Uitstel vervanging abonnementstarief WmoDe invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrageWmo 2015 kan niet eerder dan per 1 januari 2027 plaatsvinden. Dit leidttot een besparingsverlies in 2026 in het Gemeentefonds van 225,0 miljoeneuro. Dit wordt vanaf de VWS-begroting overgeheveld naar het Gemeen-tefonds.Overige overboekingen met andere begrotingenEr zijn diverse overige overboekingen met andere begrotingen geweest.Enkele grote posten hiervan zijn de structurele overheveling als gevolgvan de aanpassing regeling dienstverlening aan huis naar het gemeente-fonds van 1,8 miljoen euro vanaf 2026, HGIS-budgetten die wordenovergeboekt naar de VWS-begroting (4,3 miljoen euro in 2026 t/m 2029 en2,3 miljoen euro structureel) en een overheveling van 2 miljoen euro in2025 en in 2026 naar de EZ-begroting voor het FAST programma vanTNO.LoonbijstellingDe jaarl(kse loonb(stelling wordt overgeboekt naar de VWS-begroting.Het betreft 236,4 miljoen euro in 2025 en 167,6 miljoen euro structureel.PrijsbijstellingDe jaarl(kse prijsb(stelling wordt overgeboekt naar de VWS-begroting. Erwordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd. Het restantwordt ingezet ter dekking van Rijksbrede problematiek. Het betreft28,0 miljoen euro in 2025 en 17,3 miljoen euro structureel.EindejaarsmargeStimuleringsregeling wonen en zorgAangesloten wordt bij de regeling van het Ministerie van VRO voor definanciering van wooncorporaties voor het opzetten van wooninitiatievenvan sociale ondernemers en bewoners met betrekking tot ouderenhuis-vesting (zoals hiervoor werd vormgegeven door de planontwikkelfase ende bouw- en nafinancieringsfase van de Stimuleringsregeling Wonen enZorg). Hiervoor wordt eenmalig de eindejaarsmarge verhoogd metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1183 25,0 miljoen euro. Hier staat tegenover dat de middelen op de begrotings-reserve voor de stimuleringsregeling Wonen en Zorg komen te vervallen.Overige eindejaarsmargeVWS ontvangt de reguliere eindejaarsmarge (26,7 miljoen euro).ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Volksgezondheid, Welz(n en Sport.TechnischEr z(n verschillende technische mutaties binnen de VWS-begrotinguitgevoerd, die budgettair op nul sluiten. De reeks bij uitgaven sluit persaldo op nul met de reeks bij ontvangsten. Deze mutaties betreffenvoornamelijk ophogingen van het kasbudget als gevolg van aanpassingenaan de ontvangstenramingen.Niet-kaderrelevantZorgtoeslagOp basis van actuele ramingen in het CEP van het CPB wordt de uitgaven-raming zorgtoeslag meerjarig b(gesteld. Daarnaast is besloten deuitgavenramingen voortaan bruto te presenteren, waarbij ook deontvangsten als gevolg van terugbetalingen in beeld worden gebracht. Ditleidt per saldo tot een stijging van de uitgavenraming voor 2025 met729,7 miljoen euro. Daarnaast heeft er een wijziging in het toeslagen-stelsel zich voorgedaan; het toeslagpartnerbegrip is aangepast.BIKK WlzDe raming voor de bijdragen in kosten en kortingen is structureelbijgesteld met 204,6 miljoen euro naar aanleiding van de nieuwe ramingin het CEP.OekraïneDe ramingen van de Oekraïneregelingen zijn bijgesteld en verlengd tot enmet Q1 2027. Het gaat hierbij om een ophoging van de meerkostenre-geling sociaal domein voor gemeenten (cumulatief 47,3 miljoen euro), deSOV-regeling voor Oekraïners (cumulatief 1,5 miljoen euro) en deuitvoeringskosten van het CAK (0,6 miljoen euro).Rijksbijdrage WlzDe raming voor de Rijksbijdrage Wlz is structureel bijgesteld met1.500,0 miljoen euro naar aanleiding van de nieuwe raming in hetCentraal Economisch Plan.Criterium samengestelde gezinnenDeze maatregel betreft een vereenvoudiging van het toeslagpartnerschapdoor het afschaffen van het criterium samengestelde gezinnen per1 januari 2027. De maatregel behelst het afschaffen van de regel datmensen toeslagpartner worden als zij samenwonen met één anderevolwassene en er daarnaast een minderjarig kind van één van beiden ophet adres is ingeschreven. Hierdoor ontstaan nu veel onterechte partner-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1184 schappen (o.a. bij mantelzorgers en woningdelers) waardoor toeslagge-rechtigden mogelijk duizenden euro’s aan ondersteuning mislopen invoornamelijk de zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Met demaatregel worden ruim 10.000 toeslaggerechtigden geholpen. Dekking isgevonden door het verlagen van de vermogensgrenzen in de zorgtoeslagen het kindgebonden budget.Rijksbijdrage 18-De raming voor de R(ksb(drage 18- is structureel bijgesteld met159,3 miljoen euro naar aanleiding van de nieuwe raming in het CEP.OntvangstenMeevallersSPUK MEOZDe ontvangstenraming voor 2025 is opgehoogd met 30,1 miljoen euro inverband met ontvangsten uit de SPUK Meerkosten Openbare Zwembaden(MEOZ). De voornaamste verklaring hiervoor is dat gasprijzen gedurendede regeling lager uitvielen dan de op voorhand geschatte gasprijzen.Surplus eigen vermogen agentschappenHet eigen vermogen van agentschappen vloeit terug naar het depar-tement als deze hoger is dan 5% van de gemiddelde omzet in deafgelopen drie jaar. Dit leidt tot een ontvangst vanuit het CIBG(10,8 miljoen euro) en het RIVM (9,8 miljoen euro).Bevolkingsonderzoeken borstkanker 2024In 2024 zijn minder bevolkingsonderzoeken naar borstkanker verricht danwaar in de raming mee rekening was gehouden. Het aantal bevolkingson-derzoeken naar baarmoederhalskanker en darmkanker was hoger dangeraamd. Per saldo leidt dit tot een incidentele ontvangst in 2025 van11,0 miljoen euro.Brede SPUKUit de verantwoording van gemeenten over 2023 blijkt dat een deel vande beschikbare brede SPUK-middelen niet tot besteding is gekomen. Ditleidt tot een verwachte ontvangst in 2027 van 23,7 miljoen euro.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Volksgezondheid, Welz(n en Sport.TechnischEr z(n verschillende technische mutaties binnen de VWS-begrotinguitgevoerd, die budgettair op nul sluiten. De reeks bij ontvangsten sluitper saldo op nul met de reeks bij uitgaven. Het betreft onder andere eenophoging van de ontvangstenraming in 2026 met 39,8 miljoen euro i.v.m.een ontvangst uit de overlooppost van ZonMw, een desaldering i.v.m. deSPUK-stimuleringsregeling sport van 33,0 miljoen euro in 2025 en eenophoging van de ontvangsten i.v.m. sectorplan plus met 20,0 miljoen euroin 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1185 Niet-kaderrelevantZorgtoeslagEr is besloten de uitgavenramingen zorgtoeslag voortaan bruto tepresenteren, waarbij ook de ontvangsten als gevolg van terugbetalingenin beeld worden gebracht. Dit leidt tot een ontvangstenraming van659,2 miljoen euro in 2025, oplopend tot 786,0 miljoen euro in 2030.ZorgZorg: UitgavenPremiegefinancierd Budgettair Kader Zorg: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota106.611112.582119.816125.985133.4080Meevallers– 368– 902– 829– 816– 796– 796Actualisatie niet-IZA sectoren7– 142– 112– 82– 62– 62Actualisatie MSZ0– 75– 75– 75– 75– 75Actualisatie Wlz beheerskosten zorgkantoren– 15– 15– 15– 15– 15– 15Actualisatie Wlz– 360– 317– 230– 250– 230– 230Actualisatie wijkverpleging– 312– 397– 394– 414– 414Meevaller Wmo– 33PGB op maat– 8Tegenvallers197215215215215RS-vaccinatie12Actualisatie Wlz buiten kader777777Actualisatie GGZ202202202202Actualisatie MDZ7777Intensiveringen333180181181181Alternatieve invulling bij- en nascholing MSZ-personeel165165165165Besparingsverlies Trancheren eigen risico318Overige intensiveringen1515161616Ombuigingen– 108– 405– 415– 428– 394Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting– 315– 315– 315– 315Meer tijd voor de Patiënt– 3– 20– 30– 43– 9Pakketmaatregel geneesmiddelen– 70– 70– 70– 70Transformatiemiddelen IZA– 105Kasschuiven0– 1901018000Transformatiemiddelen IZA0– 180018000PGB op maat– 1010Overige kasschuiven0000Overboekingen met andere begrotingen– 101– 113– 109– 100– 100– 98Schuif Wmo-Wlz– 10Overige overboekingen met andere begrotingen– 101– 103– 109– 100– 100– 98Kadercorrecties2197218128– 137– 481Actualisatie loon- en prijsbijstelling o.b.v. CEP2197218128– 137– 481Extrapolatie141.445Extrapolatie141.445Technisch000000Technisch000000Stand Voorjaarsnota106.164111.806119.098125.357132.343140.073 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1186 Zorg: OntvangstenPremiegefinancierd Budgettair Kader Zorg: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota5.9306.0584.4374.5754.7120Meevallers92620212223Actualisatie eigen bijdrage Wlz91010101111Actualisatie eigen risico1610111112Tegenvallers– 4– 2– 2– 2– 1Actualisatie eigen risico– 4– 2– 2– 2– 1Intensiveringen– 9113– 3– 3– 3– 3Herstel box 3– 9– 2Besparingsverlies Trancheren eigen risico118Eerste inkomensgenieters– 3– 3– 3– 3– 3Kasschuiven5– 2– 2– 2Doorwerking herstel box 35– 2– 2– 2Kadercorrecties03182119Actualisatie eigen betalingen Wlz o.b.v. CEP4182221Actualisatie eigen risico o.b.v. CEP000– 1– 2Extrapolatie4.904Extrapolatie4.904Stand Voorjaarsnota5.9356.1934.4544.6084.7484.940 UitgavenMeevallersActualisatie niet-IZA-sectorenOp basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut z(n deZvw-uitgaven geactualiseerd. De niet-IZA-sectoren laten in totaal eenmeevaller zien (62 miljoen euro structureel). Er is een meevaller van150 miljoen euro in 2024 op de uitgaven voor de grensoverschrijdendezorg, doordat er minder declaraties verwerkt konden worden danverwacht. De declaraties worden naar verwachting in 2025 wél verwerkt,waardoor er in dat jaar een tegenvaller van gelijke hoogte ontstaat.Daarnaast is er een incidentele meevaller in de beschikbaarheidsbijdragevoor opleidingen in de Zvw, met name door lagere instroom (80 miljoeneuro in 2025 en 2026, aflopend tot 50 en 20 miljoen euro in 2027 en 2028).De grootste structurele meevallers vinden plaats in de apotheekzorg(95,7 miljoen euro), de kraamzorg (12,7 miljoen euro) en de overigecuratieve zorg (27,1 miljoen euro).Actualisatie MSZOp basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut z(n deZvw-uitgaven geactualiseerd. De uitgaven aan de medisch-specialistischezorg vallen op basis van de huidige inzichten structureel 75 miljoen eurolager uit dan eerder geraamd.Actualisatie Wlz beheerskosten zorgkantoorOp het budget voor de beheerskosten Wlz is gedurende 2024 eenmeevaller ontstaan van 14,8 miljoen euro. Deze meevaller wordtstructureel verondersteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1187 Uitvoeringsinformatie WlzOp basis van de februaribrief van de NZa is de raming voor het Wlz-kaderbijgesteld. Dit betreft een neerwaartse bijstelling van 360 miljoen euro in2025 en 230 miljoen euro structureel.Actualisatie wijkverplegingOp basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut zijn deZvw-uitgaven geactualiseerd. De uitgaven aan wijkverpleging vallenstructureel 414 miljoen euro lager uit dan eerder geraamd. Dit betreft eenaanvulling op de actualisatie bij Ontwerpbegroting 2025.Meevaller WmoVanwege de vertraging van de invoering van de inkomens- en vermo-gensafhankelijke eigen bijdrage Wmo ontstaat er per saldo een meevallerop de desbetreffende uitvoeringskosten.PGB op maatVoor de maatregel PGB op maat vindt de besparing plaats in een anderkasritme dan eerder verwerkt. In totaal zal de maatregel in 2026 8 miljoeneuro extra aan besparing opleveren op het Wlz-kader.TegenvallersRS-vaccinatieDe raming van de besparing was gebaseerd op invoering van deRS-vaccinatiecampagne per januari 2025. De RS-vaccinatiecampagne startechter in oktober 2025. Daar is de raming op aangepast (12 miljoen euro).Actualisatie Wlz buiten kaderOp basis van de actualisatiec(fers van het vierde kwartaal 2024 van hetZorginstituut over de verwachte Wlz-uitgaven buiten de contracteerruimteis er een tekort van 6,7 miljoen euro bij de tandheelkundige zorg.Actualisatie GGZOp basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut z(n deZvw-uitgaven geactualiseerd. De uitgaven aan geestelijke gezond-heidszorg vallen structureel 202 miljoen euro hoger uit dan eerdergeraamd. In de Ontwerpbegroting 2025 is de actualisatie tot en met 2026reeds verwerkt.Actualisatie MDZOp basis van uitvoeringsinformatie van het Zorginstituut z(n deZvw-uitgaven geactualiseerd. De uitgaven aan multidisciplinaire zorgvallen structureel 7 miljoen euro hoger uit dan eerder geraamd. In deOntwerpbegroting 2025 is de actualisatie tot en met 2026 reeds verwerkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1188 IntensiveringenAlternatieve invulling bij- en nascholing MSZ-personeelMiddels amendement Bontenbal c.s. is een aantal maatregelen op deOCW-begroting teruggedraaid. Vanuit de VWS-begroting worden dezegedekt onder andere gedekt met de maatregel bij- en nascholingmedisch-specialisten (165 miljoen euro structureel). Er is gekozen om dezemaatregel te vervangen door andere dekking. Deze dekking vindt plaatsvanuit een deel van de onderuitputting op de wijkverpleging.Besparingsverlies Trancheren eigen risicoEr wordt gekozen om de maatregel Trancheren eigen risico per 2027 in telaten gaan. In het HLA staat dat het eigen risico per 2027 wordt getran-cheerd op maximaal 50 euro per behandeling in de medisch-specialistische zorg. Deze maatregel zou in 2026 al ingaan met eentranchering op maximaal 150 euro per behandeling. Het uitstel naar 2027resulteert in een netto besparingsverlies van 200 miljoen euro in 2026. Ditbesparingsverlies ontstaat door hogere zorguitgaven dan geraamd(318 miljoen euro). Daarnaast wordt de raming aan ontvangsten eigenrisico naar boven bijgesteld (118 miljoen euro).Overige intensiveringenVanaf 1 januari 2026 valt het pgb niet meer onder de Regeling Dienstver-lening Aan Huis (RDAH) Dit zal een stijging veroorzaken in het benodigdepgb-budget van 10,8 miljoen euro structureel waarvoor het Wlz-kadermoet worden aangepast en extra uitvoeringskosten van 3,3 miljoen europer jaar. Daarnaast wordt per 2026 langdurige persoonsgerichte actieveoefentherapie voor volwassenen met axiale spondyloartritis (axSpA) meterstige functionele beperkingen vergoed vanuit het basispakket. Dit koststructureel 1,7 miljoen euro.OmbuigingenDekking amendement t.b.v. OCW-begrotingMiddels amendement Bontenbal c.s. is een aantal maatregelen op deOCW-begroting teruggedraaid. Vanuit de VWS-begroting worden dezegedekt met de maatregelen bij- en nascholing medisch-specialisten(165 miljoen euro structureel) en het aanpakken van de beloningen voormedisch-specialisten in maatschappen (150 miljoen euro structureel). Demaatregel bij- en nascholing medisch-specialisten wordt alternatiefingevuld door het inzetten van een deel van de onderuitputting in dewijkverpleging.Meer tijd voor de PatiëntNiet benodigde middelen voor Meer Tijd voor de Patiënt worden ingezetvoor andere doeleinden. Het betreft structureel 9,5 miljoen euro encumulatief 96 miljoen euro in de jaren 2026 t/m 2029.Pakketmaatregel geneesmiddelenHet kabinet beperkt de aanspraak op zelfzorggeneesmiddelen in deZorgverzekeringswet. Dit zijn betaalbare geneesmiddelen die beschikbaarzijn in de vrije verkoop. Het bedrag is een taakstellende opbrengst, diewordt ingevuld met de verder uit te werken aanpassing van de aanspraak.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1189 Transformatiemiddelen IZATer dekking van het besparingsverlies van het later invoeren van hetTrancheren van het eigen risico wordt een deel van de IZA transformatie-middelen ingezet (105 miljoen euro in 2025). Tegenover deze verlagingwordt over de jaren 2025 tot en met 2027 loon- en prijsbijstellinggealloceerd naar de transformatiemiddelen.KasschuivenTransformatiemiddelen IZAOm de transformatie van het Integraal Zorgakkoord (IZA) teweeg tebrengen zijn transformatiemiddelen beschikbaar. Een deel van demiddelen (180 miljoen euro) komt pas later tot besteding en wordtgeschoven van 2026 naar 2028.PGB op maatHet kasritme van de reeds ingeboekte besparing voor pgb op maat zal zichanders voordoen dan eerder ingeboekt. In het jaar 2026 zal de besparinggroter zijn dan eerder verwacht en in 2027 zal de besparing lager zijn daneerder verwacht. Om dit verschil in het kader te verwerken zal er eenkasschuif plaatsvinden van 10 miljoen euro van het jaar 2026 naar 2027.Overboekingen met andere begrotingenSchuif Wmo-WlzHet scheiden van wonen en zorg in de Wlz leidt bij gemeenten totmeerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlzworden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmogefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt middels eenoverheveling vanuit de Wlz naar het gemeentefonds. In 2026 betreft dit10 miljoen euro.Overige overboekingen met andere begrotingenDit betreft onder meer de overboeking naar het Gemeentefonds van deloon- en prijsbijstelling Wmo Beschermd Wonen (-87,2 miljoen eurostructureel). Daarnaast zijn er meerdere overhevelingen tussen de premie-en begrotingsgefinancierde uitgaven op de VWS-begroting, waarondermiddelen voor verwarde personen (-5,9 miljoen euro structureel) enkenniscentra LVHC (-4,7 miljoen euro structureel).KadercorrectiesActualisatie loon- en prijsbijstelling o.b.v. CEPDe raming van de loon-en pr(sontwikkeling in de zorg is aangepast opbasis van actuele macro-economische inzichten van het CEP.ExtrapolatieExtrapolatieTer invoeging van een nieuw begrotingsjaar in de meerjarige begrotings-periode z(n de begrotingstanden 2029 geëxtrapoleerd naar 2030.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1190 TechnischTechnischEr z(n enkele budget neutrale schuiven verwerkt, waaronder de uitdelingvan de loon- en pr(s indexatie.OntvangstenMeevallersActualisatie eigen bijdrage WlzDe nieuwe kwartaalc(fers van het Zorginstituut leiden per saldo tot eenmeevaller op de eigen bijdrage Wlz.Actualisatie eigen risicoJaarl(ks levert de Erasmus School of Health & Policy Management denieuwste kostenverdeling van de zorguitgaven over kostenklassen. Dekostenverdelingen beschr(ven per sector hoe de kosten verdeeld z(n overde populatie. Op basis daarvan her(kt VWS het eigen risico model en deraming.TegenvallersActualisatie eigen risicoDe ontvangstenraming voor het eigen risico wordt geactualiseerd met dedoorwerking van de wijzigingen in de Zvw-uitgaven bij de voorjaarsbe-sluitvorming.IntensiveringenHerstel box 3Burgers met een box 3 vermogen kunnen in bepaalde gevallen in bezwaartegen hun belastingaangifte, met terugwerkende kracht vanaf 2017, totaan de invoering van de wet werkelijk rendement, naar verwachting in2028. Dit leidt tot lagere verzamelinkomens in de betreffende jaren,waardoor Wlz-cliënten ook lagere eigen bijdrages verschuldigd zijn.Hiervoor is de eigen bijdrage met 9,2 miljoen euro in 2025 en 1,7 miljoeneuro in 2026 verlaagd.Besparingsverlies Trancheren eigen risicoEr wordt gekozen om de maatregel Trancheren eigen risico per 2027 in telaten gaan. In het HLA staat dat het eigen risico per 2027 wordt getran-cheerd op maximaal 50 euro per behandeling in de medisch-specialistische zorg. Deze maatregel zou in 2026 al ingaan met eentranchering op maximaal 150 euro per behandeling. Het uitstel naar 2027resulteert in een netto besparingsverlies van 200 miljoen euro in 2026. Ditbesparingsverlies ontstaat door hogere zorguitgaven dan geraamd(318 miljoen euro). Daarnaast wordt de raming aan ontvangsten eigenrisico naar boven bijgesteld (118 miljoen euro).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1191 Eerste inkomensgenietersWegens een wettel(ke onrechtmatigheid en problematiek in de uitvoeringis het Ministerie van VWS voornemens de eigenb(dragesystematiek tew(zigen zodat b( iedereen de hoogte van de eigen b(drage berekend zalworden op inkomen jaar t-2. Voorheen werd b( de groep «eersteinkomensgenieters» het jaar t of t-1 gehanteerd. In de prakt(k bleek ditechter niet uitvoerbaar en heeft het geleid tot ongelijke behandeling vanverschillende leeftijdsgroepen, vele correctiefacturen en navorderingen enschuldenproblematiek b( Wlz-cliënten. Deze onbedoelde negatieveeffecten worden weggenomen door de systematiek aan te passen, wat zalleiden tot lagere eigenb(drage-inkomsten.KasschuivenDoorwerking herstel box 3De eigen bijdrages maken gebruik van inkomensgegevens van twee jaareerder. Daarom loopt het effect op de eigen bijdrage Wlz en beschermdwonen Wmo in ieder geval door t/m 2029. Voor de jaren 2026, 2027, 2028en 2029 zijn de kosten geraamd op respectievelijk 1,7 miljoen euro,1,5 miljoen euro, 1,6 miljoen euro en 1,7 miljoen euro. Hiervoor is eenkasschuif verwerkt.KadercorrectiesActualisatie eigen betalingen Wlz o.b.v. CEPDe raming van de eigen bijdrage Wlz is aangepast op basis van actuelemacro-economische inzichten van het CEP.Actualisatie eigen risico o.b.v. CEPDe raming van het eigen risico is aangepast op basis van actuelemacro-economische inzichten van het CEP.ExtrapolatieExtrapolatieTer invoeging van een nieuw begrotingsjaar in de meerjarige begrotings-periode z(n de begrotingstanden 2029 geëxtrapoleerd naar 2030.Asiel en MigratieXX Asiel en Migratie: UitgavenXX Asiel en Migratie: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota9.4819.7692.8541.2191.2190Tegenvallers5150Bonus spreidingwet31Dwangsommen IND2050Intensiveringen118118118118118118Wetsvoorstellen115115115115115115Middelen voor oprichting nieuw ministerie333333Generaal dossier821491454590374374MPP: COA Crisisnoodopvang815758MPP: IND3488454590374374Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1192 XX Asiel en Migratie: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030MPP: overig82MPP: COA– 36– 356Overboekingen met andere begrotingen– 568– 70711988Overheveling asiel ODA– 571– 712Overige overboekingen met andere begrotingen4611988Loonbijstelling979235262626Loonbijstelling979235262626Prijsbijstelling27257555Prijsbijstelling27257555Extrapolatie1.219Extrapolatie1.219Technisch121112104104103103Herverkaveling middelen apparaat van JenV naarAenM-begroting121112104104103103Overig technisch000000Niet-kaderrelevant– 1.181– 1.0390Oekraïne – Regeling Medische zorg OekraïenseOntheemden (RMO) + overig3254Oekraïne – opvang ontheemden– 1.213– 1.093Overig niet-kaderrelevant000Stand Voorjaarsnota8.9678.9123.5832.0701.8531.853 XX Asiel en Migratie: OntvangstenXX Asiel en Migratie: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota13141414140Generaal dossier9Afboeken asielreserve9Extrapolatie14Extrapolatie14Technisch000000Technisch000000Stand Voorjaarsnota221414141414 UitgavenTegenvallersBonus spreidingwetIn het kader van de spreidingswet zijn in 2024 bonussen voor gemeentenniet tot uitbetaling gekomen. Deze worden in 2025 uitbetaald.Dwangsommen INDDe Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moet naar verwachting in2025 en 2026 dwangsommen betalen aan asielzoekers waarvan deasielaanvraag niet binnen de wettelijke beslistermijn wordt afgehandeld.Op basis van de realisatie in 2024 wordt de voorziening op dit momentopgehoogd met 20 miljoen euro in 2025 en 50 miljoen euro in 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1193 IntensiveringenWetsvoorstellenEr volgen vanuit de asielwetgeving, waaronder het tweestatusstelsel,budgettaire consequenties van in totaal 115 miljoen euro voor onderandere de IND en de rechtspraak. Deze worden deels gedekt uit dereservering van 50 miljoen euro op de Aanvullende Post. Er is aanvullend65 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de uitvoeringsgevolgen.Middelen voor oprichting nieuw ministerieEr worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor de meerkostenvoor de oprichting van het Ministerie van Asiel en Migratie. Dit betreft eenoverheveling van 2,5 miljoen euro van de Aanvullende Post naar deAenM-begroting.Generaal dossierMPP: COA CrisisnoodopvangOmdat er onvoldoende reguliere opvangplekken zijn is (crisis)nood-opvang nodig. Voor de meerkosten wordt in 2025 en 2026 extra budgetbeschikbaar gesteld aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).MPP: INDDit betreft budget voor de IND om personeel te behouden om deasielaanvragen die volgen uit de Meerjaren Productie Prognose (MPP) ende bestaande voorraad te verwerken. Het gaat structureel om 374 miljoeneuro.MPP: overigDit betreft het saldo van de effecten van de MPP voor de rechtspraak, derechtsbijstand, Stichting NIDOS (voor de opvang van alleenstaandeminderjarige vluchtelingen), Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers(DISA) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV).MPP: COAUit de meest recente MPP en de realisatiecijfers volgt een lagereasielinstroom en bezetting dan waar in de huidige begroting rekeningmee is gehouden. Dit leidt tot een bijstelling van het budget van het COAvoor 2025 en 2026.Overboekingen met andere begrotingenOverheveling asiel ODAConform de reguliere systematiek wordt een deel van de kosten vaneerstejaarsasielopvang gefinancierd uit het Official DevelopmentAssistance (ODA) budget. Er wordt minder uitgegeven aan eerstejaarsa-sielopvang dan eerder verwacht. Daardoor wordt circa 571 miljoen euro in2025 en circa 712 miljoen euro in 2026 overgeboekt naar deBHO-begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1194 Overige overboekingen met andere begrotingenDit betreft het saldo van verschillende overboekingen. De grootstemutaties worden toegelicht. Ten eerste is er sprake van een structurelebijdrage (16,8 miljoen euro) van het Ministerie van Justitie en Veiligheidvoor de nieuwe opgerichte Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers(DISA) voor taken die niet langer door de Nationale Politie wordenuitgevoerd. Ten tweede wordt er incidenteel 11 miljoen euro overgeheveldnaar het gemeentefonds voor de bijdrage aan gemeenten voor de opvangvan asielzoekers. Ten derde is er sprake van een incidentele bijdrage vancirca 3 miljoen euro aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor debijdrage van de politie aan het Frontex Standing Corps. Het FrontexStanding Corps betreft een Europees samenwerkingsverband voorEuropese grensbewaking.LoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonb(stelling wordt overgeboekt naar deAenM-begroting.PrijsbijstellingEr wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitgekeerd. Het restantwordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de AenM-begroting.TechnischHerverkaveling middelen apparaat van de JenV naar de AenM-begrotingDit betreft de herverkaveling van middelen voor apparaatsuitgaven van deJenV-begroting naar de AenM-begroting als gevolg van de oprichting vaneen nieuw ministerie.Overig technischDit betreft een totaal van enkele technische mutaties die per saldo op nulsluiten.Niet-kaderrelevantOekraïne – Regeling Medische zorg Oekraïense Ontheemden (RMO) +overigDeze verzamelpost bestaat uit budget voor de RMO en subsidies. Detegenvaller wordt vooral veroorzaakt door de RMO, doordat de gemid-delde zorgkosten per ontheemde hoger zijn dan eerder werd ingeschat.Oekraïne – opvang ontheemdenIn 2025 en 2026 zijn er meevallers. Op basis van de prognose is dewekelijkse netto-instroom van Oekraïense ontheemden verlaagd van 540naar 350. Daarnaast is op basis van het kostprijsonderzoek de normver-goeding voor opvangplekken verlaagd. Gemeenten blijven aanspraakmaken op de uitzonderingsbepaling voor het declareren van werkelijkekosten indien zij niet uitkomen met de verlaagde normvergoeding.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1195 Overig niet-kaderrelevantDit betreft enkele technische mutaties die per saldo op nul sluiten.OntvangstenGeneraal dossierAfboeken asielreserveIn 2024 is besloten het restant van de asielreserve (9 miljoen euro) in tezetten ter dekking van de asieltegenvallers. Deze middelen zijn niet in 2024afgeboekt, waardoor dit nu in 2025 plaatsvindt.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de AenM-begroting.TechnischDit betreft een totaal van enkele technische mutaties die per saldo op nulsluiten.Volkshuisvesting en Ruimtelijke OrdeningXXII Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: UitgavenXXII Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota9.3879.2759.4909.2949.3840Meevallers– 236– 318– 255– 272– 252– 287Huurtoeslagraming– 236– 318– 255– 272– 252– 287Tegenvallers382625312323Vennootschapsbelasting RVB24Huurcommissie81210101010Nationale Geo-Informatie Infrastructuur (NGII)577777Beheerskosten Omgevingswet444444Overige tegenvallers– 4341022Intensiveringen5001.453688616233225Verduurzamingsaanpak in Groningen en Noord-Drenthe179185195118117116Amendementen doorbouwfaciliteit150Boodschappenbonus83917Diverse Rijksvastgoedbedrijf3210101040Indexatie VRO151515151515Diverse omgevingswet142021201313Prestatie-eisen kwaliteit bouwwerken347744Bestendiging programmabudgetten123588Herhuisvesting AZ033333Huurregister24444Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie1111111111Nationale Geo-Informatie Infrastructuur (NGII)33466Programma’s Ruimtelijke Ordening77777Renovatie Binnenhof33737Reservering investering sociale huur270405405Overige intensiveringen2354521Ombuigingen– 385– 475– 594– 563– 551– 555Dekking bestendiging VRO– 1– 35– 49– 25– 15– 25Wet Regie op de Volkshuisvesting– 37Prijsbijstelling– 45– 30– 34– 33– 31– 26Huurbevriezing– 135– 381– 492– 492– 492– 492Amendementen doorbouwfaciliteit– 150Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1196 XXII Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Alternatieve invulling apparaatstaakstellingHoofdlijnenakkoord– 8– 9– 11– 11– 11Overige ombuigingen– 16– 20– 10– 1– 1– 1Kasschuiven– 288– 55389– 70915Diverse klimaat– 1931411Duurzaam maatschappelijk vastgoed– 33– 1259Stimuleringsregeling Flex- en transformatiewonin-gen– 44– 1155Grootschalige woningbouw– 180– 36304– 88Overige kasschuiven– 12– 1045– 215Overboekingen Aanvullende Post0Overboekingen Aanvullende Post0Overboekingen met andere begrotingen66122129127– 14– 16Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid092117117Overige overboekingen met andere begrotingen65301210– 14– 16Loonbijstelling1188888Loonbijstelling1188888Prijsbijstelling544141333126Prijsbijstelling544141333126Eindejaarsmarge3Eindejaarsmarge3Extrapolatie9.340Extrapolatie9.340Desalderingen30Desalderingen30Technisch200000Technisch200000Stand Voorjaarsnota9.18110.0779.9209.2048.8718.778 XXII Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota4844794674684640Meevallers613141545352Flexwoningen RVB31Huurtoeslagraming312838504948Zuiderhage311222Overige meevallers– 322222Intensiveringen19Aankoop compensatiegronden10Afrekening RVB9Ombuigingen27888Afrekening RVB24meerontvangsten RVB verhuur3888Extrapolatie464Extrapolatie464Desalderingen30Desalderingen30Technisch2Technisch2Stand Voorjaarsnota623517516530517516Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1197 UitgavenMeevallersHuurtoeslagramingDe huurtoeslagraming is mede b(gesteld op basis van de raming van hetCEP. Vanaf 2025 wordt de raming structureel verlaagd onder andereomdat de inkomens meer z(n gestegen dan eerder verwacht en mindermensen in de huurtoeslag instromen dan eerder geraamd.TegenvallersVennootschapsbelasting Rijksvastgoedbedrijf (RVB)Over de opbrengsten van de benzineveilingen en bodemwinning moet hetRVB jaarl(ks vennootschapsbelasting afdragen. Dit betreft een generaaldossier.HuurcommissieDe huurcommissie wordt geconfronteerd met een hogere zaaklast en eenhoger aantal zaken dat inhoudel(k moet worden afgedaan dan voorheen.Om te kunnen voldoen aan deze toenemende zaaklast wordt de b(dragevan VRO aan de huurcommissie verhoogd met structureel 10 miljoeneuro. Hiermee wordt de organisatie van de huurcommissie toekomstbe-stendig gemaakt.Nationale Geo-Informatie Infrastructuur (NGII)De NGII bestaat uit geobasisregistraties met geografische gegevens overde fysieke leefomgeving. Om de basis van bestaande systemen op orde tehouden en te kunnen voldoen aan de wettel(ke eisen is 6,9 miljoen eurovr(gemaakt.Beheerskosten OmgevingswetEr worden structureel middelen toegekend voor het beheer van deLandel(ke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen (LVBB). Dezemiddelen z(n nodig omdat de belasting van het systeem groter is dan b(aanvang ingeschat. Het gaat dan b(voorbeeld om grotere en complexerebestanden.Overige tegenvallersDit bevat verschillende tegenvallers zoals een herijking van het uitgaven-ritme voor het Woningbouwproject Zuiderhage en het herstel van deschade aan de fundering van de Grafel(ke Zalen.IntensiveringenVerduurzamingsaanpak in Groningen en Noord-DrentheEen van de maatregelen uit de kabinetsreactie op de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (PEGA) ziet op het isoleren vanwoningen tot de standaard voor isolatie in de provincie Groningen en degemeenten in Noord-Drenthe. Deze maatregel voor verduurzaming wordtvan de Aanvullende Post (AP) overgeboekt naar de begroting van VRO.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1198 Amendement doorbouwfacilteitB( de behandeling van de ontwerpbegroting van BZK in 2024 zijn peramendement de middelen voor de doorbouwgarantie alternatief ingezetvoor de bevordering van de woningbouw. Het budget voor Woningbou-wimpuls wordt verhoogd met 60 miljoen euro in 2025. Het budget voorhet Fonds betaalbare koopwoningen wordt verhoogd met 30 miljoeneuro. Het budget voor Regeling huisvesting aandachtsgroepen (RHA)wordt met 30 miljoen euro verhoogd. Daarnaast wordt 30 miljoen eurotoegevoegd aan de RHA specifiek voor studentenhuisvesting.BoodschappenbonusDe huurtoeslag wordt in 2026 incidenteel verhoogd met 1 miljard euro.Diverse RijksvastgoedbedrijfDit bevat diverse intensiveringen van het RVB zoals aankoop vancompensatiegronden (zowel aan de uitgaven- als de ontvangstenkant10 miljoen euro) en meer FTE voor wettelijke verhuurtaken. Ook reser-veert het RVB middelen voor het informatiecentrum, het t(del(kuitzichtspunt van het Binnenhof en voor de opslag van kunst uit dest(lkamers. Daarnaast worden middelen vrijgemaakt voor de tijdelijkehuisvesting van AZ en de Tweede Kamer.Indexatie VROEr wordt tot en met 2030 15 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld om(wettelijke) indexering mogelijk te maken.Diverse omgevingswetDeze post bevat diverse intensiveringen voor de omgevingswet. Er zijnmiddelen vrijgemaakt voor een inhaalslag b( de Landelijke VoorzieningBekendmaken en Beschikbaarstellen (LVBB) vanwege een vertraging in deontwikkeling. Hierdoor wordt het basisniveau later opgeleverd danverwacht, waardoor er meerkosten worden gemaakt. Daarnaast heeft hetService Team R(k (STR) langer werkzaamheden dan eerder geraamd. Erworden structurele beleidsmiddelen toegevoegd voor Omgevingswet terhet verbeteren van de dienstverlening door bevoegd gezagen, complexi-teitsreductie van het stelsel en de gebruikersvriendelijkheid van hetOmgevingsloket. Ook worden er incidenteel extra middelen beschikbaargesteld om het Digitaal Stelsel Omgevingswet landelijke voorziening(DSO-LV) uit te bouwen. Tevens worden er structurele beleidsmiddelentoegevoegd voor de Omgevingswet voor het verbeteren van de dienstver-lening door bevoegd gezagen, complexiteitsreductie van het stelsel en degebruikersvriendelijkheid van het Omgevingsloket.Prestatie-eisen kwaliteit bouwwerkenIn het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) worden prestatie-eisengesteld aan de kwaliteit van bouwwerken aan de hand van bepalingsme-thoden van het Nederlands Normalisatie-Instituut (NEN) en de NationaleMilieudatabase (NMD). Hiervoor worden middelen beschikbaar gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1199 Bestendigen programmamiddelenDe apparaat- en opdrachtenbudgetten van VRO z(n voor een groot deelincidenteel en nemen op term(n af. Omdat VRO echter wel structureletaken heeft, wordt er 8 miljoen euro beschikbaar gemaakt voor destructurele bestendiging van de programmamiddelen.Herhuisvesting AZEen commissie bij AZ krijgt nieuwe huisvesting. Er is wettel(k vastgelegddat dit organisatieonderdeel meegroeit met de instanties waar het toezichtop houdt.HuurregisterIn het HLA is aangegeven dat er een voorstel komt voor een huurregister.Hier worden nu structureel 4 miljoen euro voor beschikbaar gemaakt.Nationaal Programma Lokale WarmtetransitieDit betreft de aanvraag voor de middelen op de Aanvullende Post«Uitvoeringskosten Klimaat» ten behoeve van de voortzetting van hetNationaal Programma Lokale Warmtetransitie. Het NPLW ondersteuntgemeenten b( de lokale warmtetransitie door kennis te delen en hetmonitoren van de uitvoering. De middelen worden opgevraagd van 2026tot en met 2030.Nationale Geo-Informatie Infrastructuur (NGII)Voor de verbetering en doorontwikkeling van de NGII wordt structureel6 miljoen euro beschikbaar gemaakt.Programma’s Ruimtelijke OrdeningEr worden middelen beschikbaar gesteld voor de programma’s NOVEX,Mooi NL en de Nota Ruimte. Deze programma’s zien op de kaders en deuitvoering van de inrichting van de fysieke leefomgeving.Renovatie BinnenhofTer dekking van verwachte uitgaven voor de Renovatie van het Binnenhofis b( de Voorjaarsnota 2024 37 miljoen euro structureel op de AanvullendePost gereserveerd. Dit bedrag, dat onderdeel is van de circa 2 miljard eurodie geraamd is voor de renovatie, wordt nu overgeboekt naar deVRO-begroting.Reservering investering sociale huurTer compensatie van de terugvallende huurinkomsten door de huurbe-vriezing wordt er 270 miljoen euro in 2026 en 405 miljoen euro in 2027 en2028 gereserveerd voor investeringen in de sociale huur.Overige intensiveringenDit betreft overige kleine intensiveringen zoals het amendement aanpakvan energiearmoede waarmee er 10 miljoen euro beschikbaar gesteldvoor de aanpak van energiearmoede in 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1200 OmbuigingenDekking bestendiging VROOm langjarig te voorzien in kerntaken die de realisatie van de woning-bouwopgave ondersteunen worden incidenteel 150 miljoen eurowoningbouwmiddelen ingezet in de jaren 2026–2030. Er wordt 75 miljoeneuro minder uitgegeven aan de realisatiestimulans, 25 miljoen eurominder aan grootschalige woningbouw, 15 miljoen euro minder aan deWoningbouwimpuls en de overige middelen komen uit diverse reeksen.Wet Regie op de VolkshuisvestingDe wet Regie op de Volkshuisvesting zou ingaan per 1 januari 2025. Dezewet is echter nog niet behandeld in de Tweede Kamer waardoor ervertraging in de invoering is opgetreden. Dit resulteert in een incidentelelagere uitgave van 37 miljoen euro.PrijsbijstellingenTen behoeve van de dekking van de intensiveringen van VRO is eromgebogen op de resterende prijsbijstelling.HuurbevriezingDe huren voor sociale huurwoningen worden in 2025 en 2026 bevroren.Dit betekent dat er geen huurverhogingen mogen worden doorgevoerdper 1 juli 2025 tot 1 juli 2027. Deze huurbevriezing werkt ook door inlagere uitgaven voor de huurtoeslag. Structureel wordt er 492 miljoeneuro minder uitgegeven. Aanvullend hierop geldt dat het kabinet:•Minder huurwoningen onder Wet betaalbare huur wil laten vallen:door een lager puntenaantal te hanteren, wordt de groep woningen dieonder de regulering valt kleiner, maar blijven we wel de onderkant vande huurmarkt voor lage en lage middeninkomens reguleren.•De WOZ-waarde meer gewicht in de huurprijs wil geven: dit zorgtervoor dat voor woningen in grotere steden (Amsterdam en Utrecht)een hogere en meer marktconforme huurprijs gevraagd kan worden.Dit is eerlijk omdat op deze woningen ook minder rendement behaaldlijkt te worden.•Verkent of het mogelijk is dat regulering niet van toepassing kan zijnop kleine verhuurders: bijvoorbeeld voor eigenaren die hun tweedewoning verhuren.Amendementen DoorbouwfaciliteitUit vervolgonderzoek naar de doorbouwfaciliteit is gebleken dat dezemoeil(k uitvoerbaar is en daarnaast beperkt doeltreffend en doelmatigzou z(n. Bij de behandeling van de ontwerpbegroting van VRO in 2024 zijnde middelen per amendement herbestemd voor alternatieve instrumententer bevordering van de woningbouw.Alternatieve invulling taakstelling hoofdlijnenakkoordDit is een overboeking van VRO naar BZK waar de apparaatsbudgettenvan VRO op de begroting staan. VRO vult de apparaatstaakstellinggedeeltelijk nader in met beleidsinhoudelijke keuzes. De posten waaropVRO het meeste ombuigt z(n verduurzaming maatschappel(k vastgoed,diverse subsidies voor de energietransitie gebouwde omgeving enprojecten ruimtel(ke kwaliteit (respectievel(k 3, 2,5 en 4,5 miljoen euro).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1201 Overige ombuigingenDit bevat onder andere ruimte die volgt uit ongebruikte indexatieruimtevan de Regio Deals en incidentele ruimte binnen de Omgevingswet.Daarnaast wordt er ook omgebogen op de externe inhuur.KasschuivenEmissieloos bouwenIn het kader van het stikstofbeleid is er budget beschikbaar gesteld zodataanbestedende r(ksdiensten uitstoot-verminderende criteria kunnenstellen b( aanbestedingen. De geplande projecten voor 2025 z(nvertraagd omwille van complexiteit en de uitspraak van de Raad van Stateomtrent het Europese natuurbeschermingsrecht. Om de middelen in hetjuiste kasritme te zetten wordt er circa 13 miljoen euro naar de jaren 2026tot en met 2028 doorgeschoven.Duurzaam maatschappelijk vastgoedDe projecten voor het verduurzamen van r(ksgebouwen (DUMAVA) z(nvertraagd en schuiven door naar latere jaren. Tevens wordt op basis vande uitvoering en prognose het budget van de subsidieregeling DUMAVAin het juiste ritme gezet.Stimuleringsregeling Flex- en TransformatiewoningenDe regeling voor stimulering van Flex- en Transformatiewoningen isverruimd. Daarmee is de term(n voor startbouw verlengd van 12 naar18 maanden. Dit zorgt ervoor dat het kasritme aangepast dient te worden.Grootschalige woningbouwTijdens het BO Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport(MIRT) van eind 2025 worden naar verwachting afspraken gemaakt (metde grootschalige woningbouwgebieden) over de concrete inzet van demiddelen. Door verplichtingen aan te gaan biedt VRO zekerheid overondersteuning aan gemeenten. De gerelateerde kasuitgaven worden in2026 en 2027 geraamd.Overige kasschuivenDit betreft verschillende kleinere kasschuiven. In de meeste gevallenworden middelen die in 2025 staan in een realistischer kasritme gezet.Overboekingen met andere begrotingenNationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV)De regeling Kansr(ke W(k is een interdepartementale regeling die gerichtis op de 20 focusgebieden binnen het NPLV. De SPUK wordt doorgezet inde jaren 2026 – 2028. Hiervoor ontvangt VRO als coördinerend Ministerievan verschillende departementen een b(drage.Overige overboekingen met andere begrotingenDit betreffen enkele kleinere overboekingen van en naar andere begro-tingen en de overboeking van de eindejaarsmarge van BZK naar VRO.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1202 LoonbijstellingDe 2025 tranche van de loonbijstelling wordt overgemaakt naar VRO.PrijsbijstellingDe 2025 tranche van de prijsbijstelling wordt overgemaakt naar VRO.EindejaarsmargeHet Nationaal groeifonds heeft een 100% eindejaarsmarge, waardoor2,9 miljoen euro aan niet-bestede middelen in 2024 wordt toegevoegd aande begroting.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van VRO.TechnischOverig technischDit betreft technische reallocaties van middelen en desalderingen, waarhetzelfde bedrag aan ontvangsten tegenover staan.OntvangstenMeevallersRVB FlexwoningenDoor een latere matching van flexwoningen die ingekocht z(n door hetRVB komen b(behorende ontvangsten later binnen dan geraamd. Deontvangstenraming voor 2024 is daarom in totaal met 31 miljoen euroverlaagd. Deze ontvangsten worden in 2025 toegevoegd aan de begroting.Raming huurtoeslagOok aan de ontvangstenkant kent de raming van de huurtoeslag eensubstantiële meevaller.Overige meevallersDit betreft de diverse overige hogere ontvangsten.IntensiveringenAankoop compensatiegrondenMet de aankoop van extra compensatiegronden zullen ook deontvangsten van het RVB toenemen.Afrekening RVBDe meevaller b( het RVB is ontstaan door een combinatie van factoren.Enerzijds zijn er meer ontvangsten gerealiseerd dan geraamd op metname de ingebruikgeving. Anderzijds zijn er minder kosten gemaakt danwaar middelen voor zijn verstrekt in 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1203 OmbuigingenAfrekening RVBDe ombuiging ontstaat b( het RVB door meer ontvangsten die andersworden ingezet.Meerontvangsten RVBDit bevat diverse intensiveringen van het Rijksvastgoedbedrijf zoalsaankoop van compensatiegronden (zowel aan de uitgaven- als deontvangstenkant 10 miljoen euro) en meer FTE voor wettelijke verhuur-taken.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Binnenlandse Zaken.TechnischWoningbouwproject ZuiderhageDit betreft de hogere verwachte ontvansten door het grootschaligewoningbouwtraject Zuiderhage in Lelystad.Overig technischDit betreft technische reallocaties van middelen en desalderingen, waarhetzelfde bedrag aan uitgaven tegenover staan.Klimaat en Groene Groei (inclusief Klimaatfonds)Klimaat en Groene GroeiXXIII Klimaat en Groene Groei: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota4.5095.5505.5895.6465.3262.140Meevallers– 375– 456225131201Bijdrage EBN: Groningen schade en versterken– 294– 456225131201Vultaak EBN gasopslag vulseizoen 2025–2026– 82Tegenvallers2.524761512518148Tegenvaller SDE-regelingen2.517761512518148Aardwarmte7Intensiveringen12101934242567Inzet reservering SDE++525Noodvoorraad gas EBN37373737Vultaak EBN gasopslag vulseizoen 2026–2027152Overige intensiveringen12105555Ombuigingen– 14– 3– 3– 3– 3– 3Amendementen begrotingsbehandeling 2025– 14– 3– 3– 3– 3– 3Kasschuiven– 3836014432408– 362SDE307– 408Overige kasschuiven– 383601443210146Overboekingen met andere begrotingen38– 1311149– 1Toekenning NGF-project GroenvermogenNL105Herverkaveling met EZ– 292613105Eindejaarsmarge HGIS0Overige overboekingen met andere begrotingen– 38– 1551– 2– 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1204 In miljoenen euro202520262027202820292030Loonbijstelling526351494852Loonbijstelling526351494852Prijsbijstelling273127271833Prijsbijstelling273127271833Eindejaarsmarge213Eindejaarsmarge213Extrapolatie4.431Extrapolatie4.431Technisch231641251Desalderingen231641251Niet-kaderrelevant– 168Oekraïne1Vultaak EBN gasopslag vulseizoen 2024–2025– 168Stand Voorjaarsnota6.8336.0846.1326.5626.1327.059 XXIII Klimaat en Groene Groei: OntvangstenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota2.4182.4196.1204.9013.8870Tegenvallers– 20– 20– 20– 20Verlagen heffing vultaak EBN gasopslag vulseizoen2025–2026– 20– 20– 20– 20Ombuigingen974747474Terugbetalingen Tijdelijke TegemoetkomingBlokaansluitingen9Heffing noodvoorraad gas EBN37373737Heffing vultaak EBN gasopslag vulseizoen 2026–202738383838Generaal dossier– 559– 7– 389– 333– 247– 182Gasbaten– 559– 7– 389– 333– 247– 182Kasschuiven– 3838Kasschuiven– 3838Extrapolatie3.275Extrapolatie3.275Technisch2.5477625765301531Onttrekking begrotingsreserve duurzame energie2.517761512518148Onttrekking begrotingsreserve geothermie7Desalderingen231641251Niet-kaderrelevant0– 88848434122Oekraïne0Bijstelling heffing vultaken EBN gasopslag– 88– 66– 66– 6622ETS-ontvangsten150150100100Stand Voorjaarsnota4.4163.0276.4445.2353.8813.329 UitgavenMeevallersBijdrage Energie Beheer Nederland: Groningen schade en versterkenIn lijn met de economische verhoudingen binnen de MaatschapGroningen komt 40% van de doorbelasting voor schade en versterken inGroningen voor rekening van Energie Beheer Nederland (EBN). DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1205 voorziening bij EBN was eind 2024 hoger dan eerder geraamd. Daarnaastworden de kosten voor schade en versterken op de BZK-begroting overeen langere periode uitgesmeerd. Samen leidt dit ertoe dat de bijdrageaan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen metcumulatief 193 miljoen euro neerwaarts wordt bijgesteld.Vultaak EBN gasopslag vulseizoen 2025–2026De kosten voor het vullen van de gasopslag in Bergermeer worden met82 miljoen euro naar beneden bijgesteld door een verbeterde ramingsme-thodiek op basis van eerdere ervaringen en nieuwe inzichten. De heffingop het gastransport om de vultaak te bekostigen is eveneens naarbeneden bijgesteld (zie ontvangsten).TegenvallersTegenvaller SDE-regelingenDe lagere energieprijzen uit de Klimaat- en Energieverkenning 2024 tenopzichte van de Klimaat- en Energieverkenning 2023 leiden tot hogereuitgaven aan subsidieregelingen Stimulering Duurzame Energieproductie(SDE), doordat het verschil (de onrendabele top) tussen de kostprijs vanhernieuwbare energie en de marktvergoeding groter wordt. Dezeramingsbijstelling wordt gefinancierd door een onttrekking aan debegrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie. Daarnaast zijn erin 2025 middelen benodigd voor de nadeelcompensatie kolencentrales(497 miljoen euro). Ook deze middelen worden gefinancierd door eenonttrekking uit de begrotingsreserve. Onttrekkingen uit begrotingsre-serves leiden tot een belasting van het EMU-saldo.AardwarmteVanuit de garantieregeling aardwarmte dient een nog openstaandebeschikking te worden betaald voor een aardwarmteproject. Hierdoorontstaat er een mismatch tussen inkomsten (premies) en uitgaven(verliesdeclaraties) die wordt gefinancierd door een onttrekking uit debegrotingsreserve geothermie.IntensiveringenInzet reservering SDE++Ter dekking van de tegenvaller op de SDE en de openstelling van de SDEin 2025 wordt 525 miljoen euro overgeheveld van de Aanvullende Post.Noodvoorraad gas EBNVoor het aanhouden van een noodvoorraad gas door EBN wordt vanaf2027 37 miljoen euro vrijgemaakt. Dit wordt gedekt middels een heffingop het gastransport (zie ontvangsten).Vultaak EBN gasopslag vulseizoen 2026–2027Voor het verlengen van de vultaak gas voor EBN naar het vulseizoen2026–2027 is 152 miljoen euro gereserveerd. Dit wordt intertemporeelgedekt middels een heffing op het gastransport (zie ontvangsten).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1206 Overige intensiveringenVoor de uitvoeringskosten van bestaand beleid worden middelengereserveerd op de KGG-begroting. Het gaat hierbij onder andere om hetNationaal Programma Regionale Energiestrategie (cumulatief 32 miljoeneuro in 2025 t/m 2030), de afhandeling van de aardbevingsschade enversterkingsoperatie in Groningen (cumulatief 5 miljoen euro in 2025 en2026) en uitvoeringskosten van de Belastingdienst voor de TijdelijkeTegemoetkoming Blokaansluitingen (2 miljoen euro in 2025).OmbuigingenAmendementen begrotingsbehandeling 2025Twee aangenomen amendementen bij de begrotingsbehandeling 2025leiden tot een ombuiging van 11 miljoen euro op de KGG-begroting in2025. Daarnaast is de KGG-begroting structureel verlaagd met 3 miljoeneuro ten behoeve van het terugdraaien of verlagen van verschillendeonderwijsbezuinigingen uit het HLA.KasschuivenSDEVanwege de tegenvaller op de reeds beschikte SDE-uitgaven en deopenstelling van de SDE++ in 2025 en 2026 wordt een kasschuif op deSDE-middelen in 2029 en 2030 gedaan. De openstelling van de SDE++ in2025 en 2026 leidt vanaf respectievelijk 2028 en 2029 tot uitgaven op deKGG-begroting.Overige kasschuivenEr zijn kasschuiven gedaan om de middelen op de KGG-begroting in eenrealistisch ritme te zetten. Dit betreft onder andere een kasschuif op deNGF-middelen uit 2025 naar latere jaren. Daarnaast wordt een kasschuifgedaan op de Demonstratieregeling Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+)uit 2025 t/m 2027 naar 2028 t/m 2030. Ook worden de uitgaven voor demaatwerkafspraak met Nobian vervroegd van 2028 naar 2026.Overboekingen met andere begrotingenToekenning NGF-project GroenvermogenNLDe adviescommissie van het Nationaal Groeifonds (NGF) heeft geadvi-seerd om 105 miljoen euro om te zetten in een definitieve toekenning voorhet project GroenvermogenNL en daarmee over te hevelen naar deKGG-begroting. Het doel van GroenvermogenNL is om de transitie naargrootschalig gebruik van groene waterstof in de Nederlandse industrie teondersteunen en te versnellen.Herverkaveling met EZVanwege de splitsing van de begroting van Economische Zaken enKlimaat in een begroting van Economische Zaken en een begroting vanKlimaat en Groene Groei zijn er diverse overboekingen tussen beidebegrotingen. Dit gaat om correcties ten opzichte van de eerdere herverka-veling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1207 Eindejaarsmarge HGISDe eindejaarsmarge op de HGIS-middelen wordt overboekt van debegroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp naar debegroting van KGG.Overige overboekingen met andere begrotingenVanaf de KGG-begroting worden diverse overboekingen met anderebegrotingen gedaan, waaronder een bijdrage aan het Ministerie vanVolkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor de isolatieaanpak voorwoningen in Groningen en Noord-Drenthe (cumulatief 40 miljoen euro) eneen bijdrage van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor deDemonstratie Energie- en Klimaatinnovatie circulaire economie(41 miljoen euro).LoonbijstellingJaarlijks worden de middelen op de KGG-begroting gecorrigeerd voor deloonstijgingen.PrijsbijstellingJaarlijks worden de middelen op de KGG-begroting gecorrigeerd voor deprijsstijgingen. Er wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitge-keerd. Het restant wordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.EindejaarsmargeOp basis van de onderuitputting op de EZK-begroting in 2024 wordt deeindejaarsmarge aan de KGG-begroting toegevoegd. De hoogte van deeindejaarsmarge 2024 voor KGG is gebaseerd op de middelen die vanaf2025 op de KGG-begroting staan.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Klimaat en Groene Groei.TechnischDesalderingenVerschillende hogere ontvangsten worden toegevoegd aan de uitgavenop de KGG-begroting. Het gaat hierbij onder andere om een desalderingvan de ontvangsten Mijnbouwwet. Verliesverrekening in de ontvangstenMijnbouwwet leidt tot negatieve ontvangsten in 2027 en 2028, daaromworden deze negatieve ontvangsten verplaatst naar de uitgavenzijde vande KGG-begroting.Niet-kaderrelevantOekraïneDe in-kind-hulp voor Oekraïne vanuit het Ministerie van KGG liep tot1 januari 2025. Door vertragingen is er echter nog een aantal facturen diein 2025 moet worden betaald. Hiervoor is budget beschikbaar gesteld opde KGG-begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1208 Vultaak EBN gasopslag vulseizoen 2024–2025De vultaak gas in het seizoen 2024–2025 is 168 miljoen euro goedkoperuitgevallen dan geraamd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat hetverschil tussen de zomer- en winterprijs van aardgas positiever uitviel dangeraamd. De subsidie aan EBN is daarom naar beneden bijgesteld. Deheffing op het gastransport om de vultaak te bekostigen is eveneens naarbeneden bijgesteld (zie ontvangsten).OntvangstenTegenvallersVerlagen heffing vultaak Energie Beheer Nederland vulseizoen 2025–2026Omdat de kosten van de vultaak gas van Energie Beheer Nederland (EBN)voor het vulseizoen 2025–2026 lager uitvallen dan geraamd worden ookde geraamde ontvangsten van de heffing naar beneden bijgesteld.OmbuigingenHeffing noodvoorraad gas EBNVoor het aanhouden van een noodvoorraad gas door EBN in de Piekgasin-stallatie Alkmaar wordt vanaf 2027 37 miljoen euro vrijgemaakt. Dezekosten worden gedekt door een opslag op de transporttarieven vanGasunie Transport Services (GTS).Heffing vultaak EBN gasopslag vulseizoen 2026–2027Voor het verlengen van de vultaak voor EBN naar het vulseizoen2026–2027 is 152 miljoen euro gereserveerd. Deze kosten wordenintertemporeel gedekt met een opslag op de transporttarieven van GTS.Terugbetalingen Tijdelijke Tegemoetkoming BlokaansluitingenOp basis van een nieuwe raming worden er hogere terugbetalingenverwacht van verleende voorschotten voor de Tijdelijke TegemoetkomingBlokaansluitingen.Generaal dossierGasbatenDe gasbaten bestaan uit dividenden EBN en ontvangsten uit hoofde vande Mijnbouwwet. Ten opzichte van de vorige raming is het dividend EBNneerwaarts bijgesteld. Dit is onder andere het gevolg van veranderdezomer-winter spreads in de gasmarkt waardoor de inkomsten van EBN alsparticipant in gasopslagen dalen.De ontwikkeling van het dividend EBN werkt door in de raming voor deontvangsten Mijnbouwwet. Daardoor dalen de geraamde ontvangsten uitde Mijnbouwwet. Daarnaast is er sprake van een lichte afname van deverwachte gaswinning en een verslechtering van de toekomstigefinanciële resultaten uit olie- en gasactiviteiten door hogere kosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1209 KasschuivenDe heffing op gastransport wordt verschoven van 2026 t/m 2029 naar 2027t/m 2030, omdat de cumulatieve ontvangsten voor de vulmaatregelen totnu toe groter zijn dan de cumulatieve kosten.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Klimaat en Groene Groei.TechnischOnttrekking begrotingsreserve duurzame energieDe lagere energieprijzen uit de Klimaat- en Energieverkenning 2024 tenopzichte van Klimaat- en Energieverkenning 2023 leiden tot hogereuitgaven aan de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductieen Klimaattransitie (SDE). Deze ramingsbijstelling wordt gefinancierd uitde begrotingsreserve duurzame energie en klimaattransitie. Onttrekkingenaan begrotingsreserves leiden tot een belasting van het EMU-saldo.Onttrekking begrotingsreserve geothermieVanuit de garantieregeling aardwarmte dient een nog openstaandebeschikking te worden betaald voor een aardwarmteproject. Hierdoorontstaat er een mismatch tussen inkomsten (premies) en uitgaven(verliesdeclaraties) die wordt gefinancierd door een onttrekking uit debegrotingsreserve geothermie.DesalderingenVerschillende hogere ontvangsten worden toegevoegd aan de uitgavenop de KGG-begroting. Het gaat hierbij onder andere om een desalderingvan de ontvangsten Mijnbouwwet. Verliesverrekening in de ontvangstenMijnbouwwet leidt tot negatieve ontvangsten in 2027 en 2028, daaromworden deze negatieve ontvangsten verplaatst naar de uitgavenzijde vande KGG-begroting.Niet-kaderrelevantOekraïneDe in-kind-hulp voor Oekraïne vanuit het Ministerie van Klimaat enGroene Groei liep tot 1 januari 2025. Hiervoor krijgt het ministerie nogretributie vanuit de Europese Commissie, die als ontvangst op debegroting worden geboekt.Bijstelling heffing vultaken EBN gasopslagDeze bijstelling bestaat uit drie posten. EBN heeft handelsresultatengerealiseerd vanuit haar vultaak. Deze zijn als interim-dividend uitgekeerden worden daarom afgetrokken van de door gasverbruikers te betalenheffing. Ook is de raming voor de kosten van de vultaak 2024–2025 naarbeneden bijgesteld. Ten slotte wordt de heffing op gastransportverschoven van 2026 t/m 2029 naar 2027 t/m 2030, omdat de cumulatieveontvangsten voor de vulmaatregelen tot nu toe groter zijn dan decumulatieve kosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1210 ETS-ontvangstenETS is het emissiehandelsysteem binnen de Europese Unie. De overheidverkoopt emissie rechten voor dit systeem, waardoor er ontvangsten zijnop de begroting. De verwachte ETS-prijs is hoger dan voorheen, waardoorde ontvangsten toenemen.KlimaatfondsKlimaatfonds: Uitgaven (2025–2030)In miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota7582.7832.4402.9362.4884.259Ombuigingen– 200– 200– 200Ombuiging Klimaatfonds– 200– 200– 200Kasschuiven– 560– 1.4561.003210286– 2.179Kasschuiven– 560– 1.4561.003210286– 2.179Loonbijstelling5201313823Loonbijstelling5201313823Prijsbijstelling113936443863Prijsbijstelling113936443863Stand Voorjaarsnota2141.1853.2923.0032.8202.165 Klimaatfonds: Uitgaven (2031–2035)In miljoenen euro20312032203320342035Stand Basisstand Miljoenennota1.5422.0422.1922.2922.292OmbuigingenOmbuiging KlimaatfondsKasschuiven5044543923291.017Kasschuiven5044543923291.017LoonbijstellingLoonbijstellingPrijsbijstelling3040434545Prijsbijstelling3040434545Stand Voorjaarsnota2.0772.5362.6272.6673.354 Klimaatfonds: Ontvangsten (2025–2030)In miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota000000Stand Voorjaarsnota000000 Klimaatfonds: Ontvangsten (2031–2035)In miljoenen euro20312032203320342035Stand Basisstand Miljoenennota00000Stand Voorjaarsnota00000 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1211 UitgavenOmbuigingenOmbuiging KlimaatfondsTer dekking van de integrale problematiek wordt er een ombuiging vancumulatief 600 miljoen euro gedaan op het Klimaatfonds.KasschuivenOp het Klimaatfonds worden kasschuiven gedaan om de middelen in hetjuiste kasritme te zetten. Hierbij worden ook middelen uit de periode t/m2030 verschoven naar 2031 t/m 2035. Dit betreft onder andere kasschuivenop het perceel CO2-vrije gascentrales (768 miljoen euro uit 2030 naar 2031t/m 2035), het perceel vroege fase opschaling (1,7 miljard euro uit 2025 en2026 naar latere jaren) en het perceel verduurzaming industrie(964 miljoen euro uit 2025 t/m 2030 naar 2031 t/m 2035). Op deze manierworden de middelen in kasritmes gezet die zo goed mogelijk aansluitenbij de maatregelen waarvoor middelen vooralsnog in het fonds zijngereserveerd.LoonbijstellingJaarlijks worden de middelen op het Klimaatfonds gecorrigeerd voor deloonstijgingen.PrijsbijstellingJaarlijks worden de middelen op het Klimaatfonds gecorrigeerd voor deprijsstijgingen. Er wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 uitge-keerd. Het restant wordt ingezet ter dekking van rijksbrede problematiek.OntvangstenEr zijn geen ontvangsten geraamd.Gemeentefonds en Provinciefonds (inclusief accres)GemeentefondsGemeentefonds: UitgavenB Gemeentefonds: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota44.89642.23642.00641.78841.7070Tegenvallers4141.3121.283– 9– 73Extra middelen gemeenten en Jeugd4141.3121.283– 9– 73Intensiveringen81356274313342342Uitvoeringskosten Omgevingswet81Hervormingsagenda Jeugd0356274313342342Overboekingen met andere begrotingen627839607600542541Bijstelling accrestranche 2025 Gemeentefonds423396394392392389LPO 2025 beschermd wonen878787878787Sociale infrastructuur555355565860Arbeidsmarktregio’s44384854Alleenverdienersproblematiek25IBO problematische schulden19Begeleiding jongeren naar werk15Kinderopvang pleegouders131313333Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1212 B Gemeentefonds: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Faciliteitenbesluit opvangcentra11Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024– 115Hulpmiddelen Wmo10Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo225Overige overboekingen met andere begrotingen50179722Loonbijstelling1029995928885Loonbijstelling1029995928885Prijsbijstelling000000Prijsbijstelling000000Eindejaarsmarge135Eindejaarsmarge135Extrapolatie41.589Extrapolatie41.589Technisch000000Technisch000000Stand Voorjaarsnota46.25644.84244.26542.78442.67342.560 UitgavenTegenvallersExtra middelen gemeenten en JeugdVoor 2025 tot en met 2027 komt circa 3 miljard euro cumulatief voorgemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in hetGemeentefonds. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uitde Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatre-gelen uitgewerkt. Dit is nader beschreven in paragraaf 3.6 van deVoorjaarsnota.IntensiveringenUitvoeringskosten omgevingswetDit betreft het overboeken van de op de Aanvullende Post gereserveerdemiddelen in 2025 voor de uitvoeringskosten Omgevingswet. Het gaat omeen incidentele tegemoetkoming van 81 miljoen euro in de transitiekostendie gemeenten maken bij de invoering van de Omgevingswet.Hervormingsagenda JeugdDeze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post gereser-veerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om eenbedrag van 356 miljoen euro in 2026 variërend tot 342 miljoen euro in2030.Overboekingen met andere begrotingenBijstelling accrestranche 2025 gemeentefondsOp basis van de geactualiseerde bbp-ontwikkeling voor 2025 wordt debijstelling van de accrestranche 2025 overgeheveld naar het Gemeente-fonds. Het betreft een bedrag van 423 miljoen euro in 2025 aflopend tot389 miljoen euro in 2030.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1213 LPO 2025 Integratie-uitkering beschermd wonenDit betreft de toedeling van de loon-en prijsontwikkeling (LPO) tranche2025 van 87 miljoen euro voor de integratie-uitkering beschermd wonen.Sociale infrastructuurDit betreft een overboeking van 55 miljoen euro in 2025 oplopend tot60 miljoen euro in 2030 van het Ministerie van SZW, waarvan 28 miljoeneuro structureel. Dit geeft een impuls aan het vormgeven en versnellenvan het toekomstbestendig maken van de sociale infrastructuur.Arbeidsmarktregio’sDit betreft een overboeking van 44 miljoen euro in 2025 oplopend tot54 miljoen euro in 2028. Deze bijdrage is bedoeld om slagkracht te makenen gezamenlijke dienstverlening te ontwikkelen met de partners in dearbeidsmarktregio.AlleenverdienersproblematiekDit betreft een overboeking via decentralisatie-uitkering van 25 miljoeneuro in 2025 van het Ministerie van SZW. Gemeenten kunnenhuishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiekindividuele bijzondere bijstand bieden. Deze uitkering dient ter finan-ciering daarvan.IBO problematische schuldenDit betreft een overboeking van 19 miljoen euro in 2025 van het Ministerievan SZW voor het verbeteren van de vroegsignalering van schulden doorgemeenten.Begeleiding jongeren naar werkDit betreft een overboeking via decentralisatie-uitkering van 15 miljoeneuro incidenteel in 2025 van het Ministerie van SZW. Met deze aanpakzetten gemeenten, scholen en hun partners zich in om kwetsbare jongerente ondersteunen naar vervolgonderwijs of werk.Kinderopvang pleegoudersDit betreft een overboeking van 13 miljoen euro in 2025 tot en met 2027en 3 miljoen euro structureel vanaf 2028 van het Ministerie van VWS voorde kinderopvang voor pleegouders.Faciliteitenbesluit opvangcentraDit betreft een overboeking van 11 miljoen euro incidenteel in 2025 vanuithet Ministerie van AenM voor het faciliteitenbesluit opvang. In hetfaciliteitenbesluit is geregeld dat de gemeenten die een opvangcentrumvoor asielzoekers hebben, uitkeringen krijgen via een decentralisatie-uitkering.Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024Het BCF kent jaarlijks een plafond. Wanneer er aan het eind van het jaarminder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt hetrestant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van eenoverschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1214 definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota2025 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Tenopzichte hiervan wordt het bedrag met – 115 miljoen euro gecorrigeerd.Hulpmiddelen WmoDit betreft een overboeking van 10 miljoen euro in 2026 van het Ministerievan VWS. Het scheiden van wonen en zorg in de Wlz leidt bij gemeententot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit deWlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit deWmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedektmiddels een budgetneutrale schuif vanuit de Wlz.Uitstel vervanging Wmo abonnementstariefDe invoering van de inkomens- en vermogensafhankel(ke eigen b(drageWmo 2015 kan niet eerder dan per 1 januari 2027 plaatsvinden. Dit leidttot een besparingsverlies in het Gemeentefonds van 225 miljoen euro in2026. Dit wordt vanaf de VWS-begroting overgeheveld naar het Gemeen-tefondsOverige overboekingen met andere begrotingenDit betreft het totaal van diverse overboekingen vanuit andere begrotings-hoofdstukken naar de begroting van het Gemeentefonds van in totaal50 miljoen euro in 2025 aflopend tot 2 miljoen euro in 2030. De overboe-kingen hadden allen een waarde van minder dan 10 miljoen euro per jaar.Dit betreft onder andere: een overboeking van het Ministerie van LVVNvan 9,7 miljoen euro in 2025 voor de landelijke beëindigingsregelingveehouderij, een overboeking van het Ministerie van OCW van 6,5 miljoeneuro in 2025 voor de aanpak laaggeletterdheid volwassenen en eenoverboeking van 7,8 miljoen euro van het Ministerie van KGG terversterking van ecologie en biodiversiteit rond hernieuwbare energiepro-jecten op land.Loonb(stellingLoonbijstelling ParticipatieDit betreft de toedeling van de loonbijstelling 2025 voor de integratie-uitkering Participatie. Het betreft een bedrag van 102 miljoen euro in 2025aflopend naar 85 miljoen euro in 2030 structureel.Pr(sb(stellingPrijsbijstelling ParticipatieDit betreft de toedeling van de prijsbijstelling 2025 voor de integratie-uitkering Participatie. Dit betreft een bedrag van 80.000 euro oplopend tot111.000 euro structureel in 2030.EindejaarsmargeIn 2024 zijn niet alle middelen overgeheveld aan gemeenten. Dezebedragen worden in 2025 gestort in het Gemeentefonds. Het Gemeente-fonds kent een ongelimiteerde eindejaarsmarge. Het gaat om een bedragvan 135 miljoen euro in 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1215 ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van het Gemeentefonds.TechnischEnkele technische mutaties die per saldo op nul sluiten.ProvinciefondsProvinciefonds: UitgavenC Provinciefonds: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota3.5523.3383.2983.2953.2940Overboekingen met andere begrotingen2274541393734Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024173Bijstelling accrestranche 2025 Provinciefonds363434343433Overige overboekingen met andere begrotingen17117531Eindejaarsmarge0Eindejaarsmarge0Extrapolatie3.277Extrapolatie3.277Stand Voorjaarsnota3.7793.3823.3383.3343.3313.310 UitgavenOverboekingen met andere begrotingenAfrekening ruimte onder plafond BCF 2024Het BCF kent jaarlijks een plafond. Wanneer er aan het eind van het jaarminder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt hetrestant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van eenoverschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft dedefinitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota2025 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Tenopzichte hiervan wordt het bedrag met 173 miljoen euro gecorrigeerd.Bijstelling accrestranche 2025Op basis van de geactualiseerde bbp-ontwikkeling voor 2025 wordt debijstelling van de accrestranche 2025 overgeheveld naar het Provincie-fonds. Het betreft een bedrag van 36 miljoen euro in 2025 aflopend naar33 miljoen euro in 2030.Overige overboekingen met andere begrotingenDit betreft het totaal van diverse overboekingen van in totaal 17 miljoeneuro in 2025 aflopend tot 1 miljoen euro in 2030 vanuit andere begrotings-hoofdstukken naar de begroting van het Provinciefonds. De grootsteboeking betreft de decentralisatie-uitkering «Nationale parken» van hetMinisterie van LVVN, hierbij gaat het om 2,2 miljoen euro in 2025 en3,6 miljoen euro in 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1216 EindejaarsmargeIn 2024 zijn niet alle middelen overgeheveld aan de provincies. Dezebedragen worden in 2025 gestort in het Provinciefonds. Het Provincie-fonds kent een ongelimiteerde eindejaarsmarge. Het gaat om een bedragvan 3.000 euro in 2025.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van het Provinciefonds.Accres GemeentefondsAccres Gemeentefonds: UitgavenAccres Gemeentefonds: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota6082.6204.6146.5318.4890Ombuigingen– 115Afrekening BCF– 115Generaal dossier04810494133238Bijstelling bbp-ontwikkeling volume04810494133238Overboekingen met andere begrotingen– 308– 396– 394– 392– 392– 389Overboeking bijstelling tranche 2025– 423– 396– 394– 392– 392– 389Overboeking afrekening BCF115Kadercorrecties4685996507688911.006Bijstelling bbp-ontwikkeling prijs en revisie4685996507688911.006Extrapolatie10.919Extrapolatie10.919Stand Voorjaarsnota6532.8704.9737.0009.12111.774 UitgavenOmbuigingenAfrekening BCFHet BCF kent jaarlijks een plafond. Wanneer er aan het eind van het jaarminder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt hetrestant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van eenoverschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft dedefinitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota2025 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Tenopzichte hiervan wordt het bedrag met – 115 miljoen euro gecorrigeerd.Generaal dossierBijstelling bbp- ontwikkeling volumeHet accres is bijgesteld op basis van de bbp-cijfers uit de CEP-ramingenvan het CPB. De getoonde bedragen zijn inclusief het accres voor hetBtw-compensatiefonds en betreffen het volume deel. Zie bijlage 6: AccresGemeentefonds en Provinciefonds voor meer toelichting op de accresont-wikkeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1217 Overboekingen met andere begrotingenAccrestranche 2025 gemeentefondsOp basis van de geactualiseerde bbp-ontwikkeling voor 2025 wordt debijstelling van de accrestranche 2025 overgeheveld naar het Gemeente-fonds. Het betreft een bedrag van 423 miljoen euro in 2025.Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024Het BCF kent jaarlijks een plafond. Wanneer er aan het eind van het jaarminder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt hetrestant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van eenoverschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft dedefinitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota2025 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Tenopzichte hiervan wordt het bedrag met – 115 miljoen euro gecorrigeerd.KadercorrectiesBijstelling bbp- ontwikkeling prijs en revisieHet accres is bijgesteld op basis van de bbp-cijfers uit de CEP-ramingenvan het CPB. De getoonde bedragen zijn inclusief het accres voor hetBtw-compensatiefonds en betreffen het prijs deel en de CBS-revisie. Ziebijlage 6: Accres Gemeentefonds en Provinciefonds voor meer toelichtingop de accresontwikkeling.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van het Accres Gemeentefonds.Accres ProvinciefondsAccres Provinciefonds: UitgavenAccres Provinciefonds: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota1163124846528230Intensiveringen173Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024173Generaal dossier02581118Bijstelling bbp-ontwikkeling volume02581118Overboekingen met andere begrotingen– 209– 34– 34– 34– 34– 33Overboeking bijstelling tranche 2025– 36– 34– 34– 34– 34– 33Overboeking afrekening BCF– 173Kadercorrecties425051677788Bijstelling bbp-ontwikkeling prijs en revisie425051677788Extrapolatie1.042Extrapolatie1.042Stand Voorjaarsnota1223295066928771.115 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1218 UitgavenIntensiveringAfrekening BCFHet BCF kent jaarlijks een plafond. Wanneer er aan het eind van het jaarminder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt hetrestant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van eenoverschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft dedefinitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota2025 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Tenopzichte hiervan wordt het bedrag met 173 miljoen euro gecorrigeerd.Generaal dossierBijstelling bbp- ontwikkeling volumeHet accres is bijgesteld op basis van de bbp-cijfers uit de CEP-ramingenvan het CPB. De getoonde bedragen zijn inclusief het accres voor hetBtw-compensatiefonds en betreffen het volume deel. Zie bijlage 6: AccresGemeentefonds en Provinciefonds voor meer toelichting op de accresont-wikkeling.Overboekingen met andere begrotingenAccrestranche 2025Op basis van de geactualiseerde bbp-ontwikkeling voor 2025 wordt debijstelling van de accrestranche 2025 overgeheveld naar het Provincie-fonds. Het betreft een bedrag van 36 miljoen euro in 2025.Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024Het BCF kent jaarlijks een plafond. Wanneer er aan het eind van het jaarminder gedeclareerd is dan het vastgestelde plafond, dan wordt hetrestant naar rato toegevoegd (dan wel onttrokken in het geval van eenoverschrijding) aan het provinciefonds en gemeentefonds. Dit betreft dedefinitieve afrekening van de ruimte onder het plafond. Bij Miljoenennota2025 heeft er reeds een voorlopige afrekening plaatsgevonden. Tenopzichte hiervan wordt het bedrag met 173 miljoen euro gecorrigeerd.KadercorrectieBijstelling bbp- ontwikkeling prijs en revisieHet accres is bijgesteld op basis van de bbp-cijfers uit de CEP-ramingenvan het CPB. De getoonde bedragen zijn inclusief het accres voor hetBtw-compensatiefonds en betreffen het prijs deel en de CBS-revisie. Ziebijlage 6: Accres Gemeentefonds en Provinciefonds voor meer toelichtingop de accresontwikkeling.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van het Accres Provinciefonds.PrijsbijstellingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1219 Prijsbijstelling: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota1.5022.9124.4366.0947.6670Ombuigingen– 508– 379– 515– 700– 669– 698Gedeeltelijk inhouden prijsbijstelling tranche 2025– 508– 379– 515– 700– 669– 698Kadercorrecties2827641.0921.0548611.028Grondslagmutatie– 1045126017– 288– 309Prijsontwikkeling3857138321.0371.1491.337Prijsbijstelling– 904– 924– 909– 843– 813– 842Uitkeren prijsbijstelling tranche 2025– 904– 924– 909– 843– 813– 842Extrapolatie9.318Extrapolatie9.318Technisch– 372– 902– 1.303– 1.752– 2.118– 2.383Verwerking aanpassing indexatiesystematiekDefensie– 372– 902– 1.303– 1.752– 2.118– 2.383Stand Voorjaarsnota01.4712.8013.8534.9286.423 UitgavenOmbuigingenGedeeltelijk inhouden prijsbijstelling tranche 2025Dit deel van de prijsbijstelling tranche 2025 wordt ingezet ter dekking vanrijksbrede problematiek.KadercorrectiesGrondslagmutatieAls gevolg van de nieuwe begrotingsgrondslagen zoals vastgesteld inMiljoenennota 2025, zijn de prijsgrondslagen aangepast en vastgesteld.Op basis van deze nieuwe grondslagen wijzigt de bestaande reserveringvoor de prijsbijstelling.PrijsontwikkelingDe prijsontwikkeling is volgens reguliere systematiek bijgesteld. Dezebijstelling volgt uit de raming van het CEP van het CPB.PrijsbijstellingUitkeren prijsbijstelling 2025Deze post betreft de gedeeltelijke uitkeringen van de prijsbijstellingtranche 2025 aan de departementale begrotingen. Dit jaar wordt 50% vande prijsbijstelling uitgekeerd aan departementen.ExtrapolatieExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van de Prijsbijstelling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1220 TechnischVerwerking aanpassing indexatiesystematiek DefensieIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Deze geldt voor prijs en volume. Deprijsreservering op basis van de Loon- en Prijsontwikkelingsystematiek(LPO) vervalt hierdoor. De vormgeving van de wettelijke 2%-koppelingwordt nader uitgelegd in bijlage 5.ArbeidsvoorwaardenArbeidsvoorwaarden: UitgavenArbeidsvoorwaarden: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota4.0186.99710.51914.17517.8040Ombuigingen– 128– 200– 181– 171– 264– 271Inhouden loonbijstelling externe inhuur tranche2025 en 2026– 128– 200– 181– 171– 164– 171Inhouden incidentele loonontwikkeling– 100– 100Kadercorrecties374599559219– 264– 572Grondslagmutatie1.5582.1712.1032.0831.9592.026Loonontwikkeling– 1.184– 1.572– 1.544– 1.864– 2.223– 2.597Loonbijstelling– 3.850– 3.839– 3.728– 3.661– 3.599– 3.590Loonbijstelling– 3.850– 3.839– 3.728– 3.661– 3.599– 3.590Extrapolatie21.529Extrapolatie21.529Technisch– 414– 792– 1.209– 1.603– 1.998– 2.396Verwerking aanpassing indexatiesystematiekDefensie– 414– 792– 1.209– 1.603– 1.998– 2.396Stand Voorjaarsnota02.7655.9618.95911.67814.701 UitgavenOmbuigingenInhouden loonbijstelling externe inhuur tranche 2025 en 2026Het kabinet houdt de loonbijstelling voor externe inhuur in tranche 2025en 2026 in. Dit levert een besparing op van circa 128 miljoen euro in 2025oplopend naar 171 miljoen euro in 2030 en verder. Dit wordt ingezet terdekking van Rijksbrede problematiek.Inhouden incidentele loonontwikkelingHet kabinet verlaagt de reservering voor arbeidsvoorwaarden vanaf 2029met 100 miljoen euro door het inhouden van de kabinetsbijdrage voorincidentele loonontwikkeling. Dit wordt ingezet ter dekking van Rijksbredeproblematiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1221 KadercorrectiesGrondslagmutatieAls gevolg van de nieuwe begrotingsgrondslagen zoals vastgesteld inMiljoenennota 2025, zijn de loongrondslagen aangepast en vastgesteld.Op basis van deze nieuwe grondslagen wijzigt de bestaande reserveringvoor de loonbijstelling.LoonontwikkelingDe loonontwikkeling voor de komende jaren is structureel neerwaartsb(gesteld ten opzichte van de Miljoenennota 2025. Deze b(stelling volgtuit het CEP. De ramingen in de CEP worden door het CPB opgesteld enzien op de ontwikkeling in de lonen en de sociale werkgeverslasten.LoonbijstellingDit betreft de loonbijstelling tranche 2025 die is overgemaakt naar dedepartementale begrotingen.ExtrapolatieMet de extrapolatie wordt de begrotingsstand in het extrapolatiejaar 2030(t+5) toegevoegd aan de begroting van Arbeidsvoorwaarden.TechnischVerwerking aanpassing indexatiesystematiek DefensieIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. De koppeling geldt voor prijs- en volumeont-wikkeling bbp. De loonreservering op basis van de Loon- en Prijsontwikke-lingsystematiek (LPO) vervalt hierdoor. De vormgeving van de wettelijke2%-koppeling wordt nader uitgelegd in bijlage 5.Aanvullende PostAanvullende Post: UitgavenAanvullende Post: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Stand Basisstand Miljoenennota– 2.28311.8967.9667.2805.9522.520Intensiveringen05034262824Risicoreservering schade en versterken05034262824Ombuigingen– 112– 189– 67– 106– 300– 323Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting– 25– 40– 55– 70– 75– 75Aanloopkosten MRB+– 35TEM-reservering– 50– 97Agrarisch Natuurbeheer– 50Anders inzetten reservering Lelylijn– 10– 34– 223– 246Overige ombuigingen– 2– 2– 2– 2– 2– 2Kasschuiven– 101– 744– 63770733679Agrarisch natuurbeheer en agrarische sector68– 550– 21244325325Vredespaleis– 12– 3143Box 3– 1313Groningen PEGA– 39– 197– 245– 222391312Toeslagen Herstel– 100– 183– 24307Envelop ouderenzorg281– 171– 92– 18Gegevensuitwisseling– 45101520Passende zorg– 205510Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1222 Aanvullende Post: UitgavenIn miljoenen euro202520262027202820292030Overige kasschuiven– 550Overboekingen Aanvullende Post– 1.683– 3.573– 3.376– 3.237– 3.229– 3.492Agrarische sector– 6– 165– 163– 164– 198– 95Apparaatskosten nieuw ministerie– 8– 8– 8– 8– 8– 8Nationaal Programma Groningen– 16– 33– 29– 36– 45– 27Nationaal versterkingsplan microchip-talent– 31– 43– 13– 11– 18– 27Grensbewaking Kmar– 45– 56– 82– 139– 151– 151Inzet stelpost asiel– 50– 50– 50– 50– 50– 50Reservering politie– 50– 75– 100– 100– 100– 100Compensatie controle uitwonende beurs– 61Agrarisch natuurbeheer– 62– 22– 22– 13– 4Box 3– 62– 53Uitvoeringskosten omgevingswet– 81Groepen in de knel– 193– 104– 147– 134– 108– 108PEGA– 217– 308– 370– 325– 256– 262Prijsontwikkeling Defensie– 735– 841– 841– 841– 841– 841Hervormingsagenda Jeugd– 341– 263– 300– 328– 328Hervormingsagenda Jeugd LPO– 15– 12– 13– 15– 15Invulling bestedingsplannen 2% augustusbesluitvor-ming– 761– 674– 534– 565– 430Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie– 11– 11– 11– 11– 11Renovatie Binnenhof– 3– 37– 37Structureel maken Jettengelden– 2– 4– 4Tegenvaller SDE en SDE-openstelling 2025– 525Toeslagen Herstel– 445– 20– 8Uitvoeringskosten ontwerp en inrichting financieringKO4665Woningbouw– 150– 500– 500– 500– 500Overige overboekingen Aanvullende Post– 67– 93– 73– 47– 38– 41Kadercorrecties42562828Nominale indexatie VWS42562828Loonbijstelling237383805856Loonbijstelling237383805856Prijsbijstelling115166605451Prijsbijstelling115166605451Eindejaarsmarge45PEGA Eindejaarsmarge 202445Extrapolatie4.355Extrapolatie4.355In=uittaakstelling– 3.285– 1.450– 1.450– 700Invulling taakstelling Eindejaarsmarge1.400Aanvullende onderuitputting– 650– 1.450– 1.450– 700In=uittaakstelling– 4.035Technisch7351.1022.1362.8503.6994.373Reservering prijsontwikkeling bbp Defensie7351.5022.1362.8203.4994.203Schuif AP middelen stikstof– 400200200Overig technisch000300– 30Niet-kaderrelevant– 3503.7873.171Actualisatie Defensiepensioenen– 350Reservering kapitaalstorting TenneT Duitsland2.1502.150Reservering Oekraïne – opvang ontheemden1.440876Reservering Oekraïne – Regeling Medische ZorgOekraïense Ontheemden196146Stand Voorjaarsnota– 6.6506.8658.5859.5517.0238.272 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1223 UitgavenIntensiveringenRisicoreservering schade en versterkenBij de Voorjaarsnota 2025 zijn de ramingen voor schade en versterkenGroningen bijgesteld op basis van de laatste inzichten van de uitvoerdersInstituut Mijnbouw Groningen en Nationaal Coördinator Groningen. BijMiljoenennota 2026 wordt nog een beperkte bijstelling verwacht. Hiervoorworden middelen gereserveerd.OmbuigingenDekking amendement t.b.v. OCW-begrotingDe dekking voor het amendement Bontenbal c.s. vindt plaats op verschil-lende posten op verschillende begrotingen. De reservering voor deherijking OV-contract (75 miljoen euro structureel) is ingezet voor hetterugdraaien of verlagen van verschillende onderwijsbezuinigingen uit hetHLA. Uit de herijking van het OV-contract bleek dat het contract nietaangepast hoeft te worden en de reservering niet nodig was.Aanloopkosten MRB+De middelen die nodig zijn voor het hervormen van toekomstbestendigeautobelastingen voor 2025 (35 miljoen euro) zijn naar verwachting nietnodig en vallen daarom vrij.TEM-reserveringOp de Aanvullende Post is een voorziening gecreëerd ter dekking van deverschuldigde TEM-bedragen (Traditionele Eigen Middelen) en de hiermeesamenhangende vertragingsrente (VR) aan de Europese Unie. De Douaneheeft in de constructieve dialoog met de Europese Commissie een aantaldossiers afgerond. De reservering op de AP wordt daarom voor 2025 en2026 naar beneden bijgesteld, vanwege het verwachte lagere niveau vannabetalingen en vertragingsrente.Agrarisch NatuurbeheerDeze middelen zijn onderdeel van de enveloppe van 0,5 miljard eurostructureel voor het Agrarisch natuurbeheer (ANB). Hiervan is 50 miljoenovergeheveld naar de begroting van LVVN naar aanleiding vanAmendement Grinwis om in 2025 te starten met de voorbereidingen vande uitbreiding van het ANB.Anders inzetten reservering LelylijnHet kabinet heeft besloten om gereserveerde middelen voor de Lelylijn inte zetten voor andere doelen.Overige ombuigingenDeze post bestaat uit twee kleinere ombuigingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1224 KasschuivenAgrarisch natuurbeheer en agrarische sectorVoor meerdere bestedingsplannen wordt budget van de enveloppen voorde agrarische sector en voor agrarisch natuurbeheer naar LVVN overge-heveld. Met deze mutatie wordt het ritme van het resterende budget ineen kasritme gezet dat beter aansluit op de verwachte kasuitgaven.VredespaleisEr is in totaal 43 miljoen euro aan middelen op de AP gereserveerd voornoodzakelijke veiligheidsmaatregelen op het gebied van onderhoud,asbestsanering en brandveiligheid van het Vredespaleis. In afwachtingvan een besluit over de renovatie van het Vredespaleis worden demiddelen die bestemd zijn voor noodzakelijke veiligheidsmaatregelendoorgeschoven naar 2030.Box 3De beschikbare middelen zijn naar verwachting niet volledig benodigd in2025. Om deze reden wordt niet het volledige bedrag overgeboekt naar deBelastingdienst. Om flexibiliteit te behouden wordt 13 miljoen euro naar2028 geschoven. Mogelijk blijkt op basis van realisatiecijfers dat dezemiddelen later toch benodigd zijn.Groningen PEGADe resterende middelen voor PEGA worden in een ritme gezet dat aansluitbij de verwachte opvragen voor de komende jaren.Toeslagen HerstelIn het kader van realistisch ramen worden middelen voor ToeslagenHerstel geschoven naar 2028. Dit betreft 100 miljoen euro uit2025,183 miljoen euro uit 2026 en 24 miljoen euro uit 2027. Het momentvan uitvoering van onder andere de compensatie van aanvullende schadevalt later dan eerder verondersteld.Envelop ouderenzorgOm de envelop ouderenzorg per 2026 in te laten gaan worden vanuit 2027tot en met 2029 middelen naar 2026 geschoven.GegevensuitwisselingIn het kader van realistisch ramen is het kasritme van de envelopgegevensuitwisseling aangepast.Passende ZorgIn het kader van realistisch ramen is het kasritme van de enveloppassende zorg aangepast.Overige kasschuivenDeze post bestaat uit een relatief kleine kasschuif.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1225 Overboekingen Aanvullende PostAgrarische sectorVoor meerdere bestedingsplannen wordt budget van de enveloppen naarLVVN overgeheveld. Deze mutatie boekt een deel van de 5 miljard euroenvelop over naar LVVN.Apparaatskosten nieuw ministerieEr worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor de meerkostenvoor de oprichting van het Ministerie voor Asiel en Migratie, Klimaat enGroene Groei en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.Nationaal Programma GroningenHet Nationaal Programma Groningen (NPG) is onderdeel van deBestuurl(ke Afspraken uit 2018. Vanuit de regio is een aanvraagontvangen. Hiervoor worden middelen overgeboekt naar deBZK-begroting.Nationaal Versterkingsplan microchip-talentPer nota van wijziging zijn middelen voor het versterkingsplan microchiptalent overgeboekt naar de OCW-begroting (en vervolgens weer naar EZovergeheveld). Dit betreft cumulatief 83 miljoen euro in de jaren 2025 toten met 2027, met name voor de incidentele kosten voor capaciteitsver-groting en de inzet op het aantrekken van internationaal talent. In deVoorjaarsnota wordt additioneel tot oplopend 43 miljoen euro structureelin 2031 overgeheveld naar de OCW-begroting, met name voor debekostiging en studiefinanciering van de extra (EER-)studenten die met ditplan geworven worden.Grensbewaking KmarDe middelen voor het intensiveren van de grensbewaking door deKoninklijke Marechaussee (KMar) worden overgeheveld naar de Defensie-begroting en het Defensiematerieelbegrotingsfonds.Inzet stelpost asielDe stelpost van 50 miljoen euro voor asielwetgeving is overgeheveld naarde begroting van Asiel en Migratie.Reservering politieB( de Nota van W(ziging op de JenV-begroting van 14 november 2024z(n middelen voor de Politie en de veiligheidsketen overgeboekt naar deJenV-begroting.Compensatie controle uitwonende beursEr is 61 miljoen euro in 2025 per nota van wijziging aan deOCW-begroting toegevoegd voor het herzien van financiële maatregelenbij de uitwonendenbeurs, die tussen 2012 en 2023 door DUO zijngenomen. In de Voorjaarsnota is er 0,4 miljoen euro in 2025 en 14 miljoeneuro in 2026 aan additionele middelen overgeheveld in voor het uitbe-talen van hieraan gekoppelde wettelijke rente.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1226 Agrarisch natuurbeheerEr wordt budget overgeheveld vanuit de envelop agrarisch natuurbeheernaar LVVN.Box 3Voor de uitvoering van rechtsherstel en overbruggingswetgeving van Box3 zijn middelen gereserveerd. Deze worden dit voorjaar gedeeltelijk(95 miljoen euro) overgeheveld naar de Financiënbegroting. Daarnaastworden vanwege de doorwerking naar andere departementen nogmiddelen van deze post overgeboekt naar SZW en VWS (20 miljoen euro).Uitvoeringskosten omgevingswetDe incidentele tegemoetkoming van 81 miljoen euro voor de transitie-kosten die gemeenten maken bij de invoering van de Omgevingswetwordt overgeheveld naar het Gemeentefonds.Groepen in de knelHet maatregelenpakket wordt overgeboekt en verder doorverdeeld op deSZW-begroting.PEGAVoor het uitvoeren van maatregelen die het kabinet heeft aangekondigdnaar aanleiding van het eindrapport van de parlementaire enquêtecom-missie aardgaswinning Groningen (PEGA) wordt circa 827 miljoen euroovergeboekt naar de begroting van BZK. Dit zijn maatregelen in het kadervan schade en versterken, de economische en sociale agenda en voorverduurzaming bij versterken. Daarnaast wordt er circa 910 miljoen euroovergeboekt naar de begroting van VRO voor de maatregel voorverduurzaming van de provincie Groningen en Noord-Drenthe.Prijsontwikkeling DefensieIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Deze geldt voor prijs- en volumeontwikkelingbbp. De prijsreservering is geplaatst op de AP en wordt in tranchesuitgekeerd aan de Defensiebegroting. Dit betreft de overboeking van detranche 2025.Hervormingagenda JeugdDe aanvullende reeks voor de Hervormingsagenda Jeugd wordt overge-boekt.Hervormingsagenda Jeugd LPODe loon-en prijsbijstelling over de reeks hervormingsagenda jeugd wordtovergeboekt.Invulling bestedingsplannen 2% augustusbesluitvormingIn het HLA is een wettel(ke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. In augustus 2024 z(n aanvullende middelenvr(gemaakt om tot 2% te komen. Deze middelen z(n middels een Notavan W(ziging op de Ontwerpbegroting 2025 overgeheveld naar deDefensiebegroting en het Defensiematerieelbegrotingsfonds. De middelenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1227 z(n bestemd voor de verdere versterking van Defensie in l(n met deDefensienota 2024 (DN24), zoals meer aanvullende investeringen in lucht-en raketverdediging, innovatie en versnelde inwerkingtreding van DN24plannen.Nationaal Programma Lokale WarmtetransitieDe middelen voor de uitvoeringskosten klimaat voor de voorzetting vanhet Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) wordenovergeheveld. Het NPLW ondersteunt gemeenten b( de lokale warmte-transitie door kennis te delen en het monitoren van de uitvoering.Renovatie BinnenhofTer dekking van verwachte uitgaven voor de renovatie van het Binnenhofis 37 miljoen euro structureel gereserveerd. Dit bedrag, dat onderdeel isvan de 2 miljard euro dat geraamd is voor de renovatie, wordt nuovergeboekt naar de VRO-begroting.Structureel maken JettengeldenDoor de subsidietaakstelling uit het HLA was de subsidie politieke partijenmet circa 3,6 miljoen euro structureel gekort. Met deze overboeking wordtde ingeboekte taakstelling vanaf 2028 gecompenseerd waardoor deJettengelden weer structureel doorlopen. De dekking komt uit dereservering voor goed bestuur en sterke rechtsstaat.Tegenvaller SDE en SDE-openstelling 2025Ter dekking van de tegenvaller op de SDE en de openstelling van de SDEin 2025 wordt 525 miljoen euro overgeheveld.Toeslagen HerstelTen behoeve van verschillende onderdelen van de hersteloperatieToeslagen wordt in totaal 473 miljoen euro overgeheveld naar deFinanciënbegroting. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om middelen voor decompensatie van aanvullende schade.Uitvoeringskosten ontwerp en inrichting financiering kinderopvangDe incidentele middelen voor het opbouwen en inrichten van deuitvoering van de nieuwe financiering van kinderopvang wordt overge-boekt naar de Aanvullende Post vanaf de SZW-begroting.WoningbouwDe middelen voor de ontsluiting van nieuwe woningen uit het HLA(2,5 miljard euro) worden overgeheveld naar de begroting van IenW.Vervolgens wordt het ritme op de begroting van IenW via een kasschuif ineen realistisch ritme geplaatst.Overige overboekingen Aanvullende PostDeze post bestaat uit enkele kleinere overboekingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1228 KadercorrectiesNominale indexatie VWSDe gereserveerde middelen voor ouderenzorg en transformatiemiddelenIZA zijn geindexeerd op basis van de Macro Economische Verkenning2025.LoonbijstellingDe tranche 2025 van de loonbijstelling is overgeboekt.PrijsbijstellingEr wordt 50% van de prijsbijstelling tranche 2025 toegevoegd aan dereserveringen. Het restant wordt ingezet ter dekking van rijksbredeproblematiek.EindejaarsmargePEGA Eindejaarsmarge 2024De eindejaarsmarge voor PEGA van 45 miljoen wordt toegevoegd voor2025.ExtrapolatieExtrapolatie betekent dat een nieuw begrotingsjaar (t+5) wordt toege-voegd aan de Aanvullende Post.In=uittaakstellingInvulling taakstelling EindejaarsmargeIn de Miljoenennota is een taakstelling opgenomen van 1,4 miljard euro in2025 voor de dekking van Toeslagen. Deze taakstelling is ingevuld dooreen deel van de eindejaarsmarge niet uit te keren.Aanvullende onderuitputtingIn de komende jaren blijft de onderuitputting naar verwachting hoog.Daarom is er voor 2025 0,7 miljard euro aan aanvullende onderuitputtingingeboekt. Voor 2026 en 2027 is 1,5 miljard euro en voor 2028 is0,7 miljard euro ingeboekt. Bij Voorjaarsnota 2026 wordt bezien of dezeverwachting van aanvullende onderuitputting nog actueel is. Indien ditniet het geval is wordt gekeken naar het inhouden van de prijsbijstellingtranche 2026 als alternatieve invulling.In=uittaakstellingDe in=uittaakstelling is de boekhoudkundige tegenhanger van deeindejaarsmarge. Zo wordt voorkomen dat het toevoegen van deeindejaarsmarge de ruimte onder het uitgavenplafond verkleind. Dein=uittaakstelling wordt gedurende het jaar gevuld vanuit de onderuit-putting op de departementale begrotingen. Mocht onvoldoende onderuit-putting optreden, dan wordt het uitgavenkader overschreden enverslechtert het EMU-saldo. De omvang van de in=uittaakstelling is gelijkaan de eindejaarsmarge 2025 en de invulling van de taakstelling einde-jaarsmarge.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1229 TechnischReservering prijsontwikkeling BBP DefensieIn het HLA is een wettelijke koppeling afgesproken tussen de defensie-uitgaven en 2% van het bbp. Deze geldt voor prijs en volume. Dereservering voor prijsstijgingen van de defensie-uitgaven wordtgebaseerd op de prijsontwikkeling van het bbp en geboekt op de AP.Defensie maakt niet langer deel uit van de LPO systematiek. Devormgeving van de wettelijke 2%-koppeling wordt nader uitgelegd inbijlage 5.Schuif AP middelen stikstofEr wordt 400 miljoen euro van de stikstof middelen op de AanvullendePost uit 2026 geschoven naar 2029 en 2030.Overig technischDeze post bestaat uit enkele technische correcties, waaronder eentechnisch bijstelling op de risicoreservering domeinoverstijgende risico’s.Niet-kaderrelevantActualisatie DefensiepensioenenBij de Voorjaarsnota 2023 is een reservering getroffen voor het affinan-cieren van de begrotingsgefinancierde militaire pensioenen. Het invarenvan deze pensioenen in het nieuwe pensioenstelsel conform de Wettoekomst pensioenen (Wtp) is namelijk alleen mogelijk als de pensioenenkapitaalgedekt worden gemaakt. De omvang van de reservering isbepaald aan de hand van de actuariële berekeningssystematiek die hetAlgemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) hanteert om de inkoopsom vastte stellen voor kapitaaldekking van de begrotingsgefinancierde pensi-oenen. De reservering is bijgewerkt op basis van de meest recenteinformatie over de ingangsdatum van de nieuwe ABP-pensioenregeling(die is uitgesteld van 1 januari 2026 naar 1 januari 2027), de marktrente enABP-dekkingsgraad. Uiteindelijk zijn de marktrente en ABP-dekkingsgraadop 31 december 2026 leidend voor het definitieve af te financieren bedrag.Reservering kapitaalstorting TenneT DuitslandIn totaal is een reservering van 7,3 miljard euro opgenomen voorkapitaalstortingen in TenneT Duitsland. Hiervan is 3,0 miljard euroopgenomen op de Financiënbegroting en is de overige 4,3 miljard euro opde Aanvullende Post gereserveerd. De gehele reservering moet wordengezien als een last resort maatregel, die zal worden gebruikt in hetonverwachte geval dat de deelname van private investeerders nietvoldoende is om de gehele kapitaalbehoefte in te vullen of indien deschuldherstructurering tot onaanvaardbare kosten leidt. Het kabinet achteen deelname van private investeerders in TenneT Duitsland de bestestructurele oplossing voor het invullen van de kapitaalbehoefte vanTenneT Duitsland.Reservering Oekraïne – opvang ontheemden (RTB)In 2027 en 2028 wordt budget voor opvang gereserveerd, in afwachtingvan Europese besluitvorming over de verlenging van de Richtlijn TijdelijkeBescherming (RTB).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1230 Reservering Oekraïne – Regeling Medische Zorg Oekraïense Ontheemden(RMO)Deze verzamelpost bestaat voornamelijk uit budget voor de RegelingMedische zorg ontheemden uit Oekraïne (RMO) en subsidies. In 2027 en2028 wordt hier net als voor opvang in afwachting van Europesebesluitvorming over de verlenging van de RTB budget op de AanvullendePost gereserveerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1231 – GRONINGENDeze bijlage geeft een toelichting op de raming voor de uitgaven aanschade en versterken in Groningen. Jaarlijks worden de schade- enversterkingsramingen bijgesteld bij de Voorjaarsnota. Daarnaast wordteen overzicht gegeven van de budgetten voor de maatregelen uit dekabinetsreactie N( Begun op de Parlementaire EnquêtecommissieGroningen Aardgaswinning Groningen (PEGA) die worden opgevraagdvan de Aanvullende Post (AP). Als gevolg van het besluit om de herstel-operatie voor Groningen onder te brengen bij BZK, zijn bij de ontwerpbe-grotingen 2025 de budgetten voor schade en versterken van de EZKbegroting naar de BZK begroting overgeheveld. De bijdrage van de Staataan EBN voor de kosten voor schade en versterken zijn ondergebracht bijhet nieuw opgerichte ministerie Klimaat en Groene Groei (KGG).Bij de Voorjaarsnota 2025 wordt het begrotingsjaar 2030 aan de begrotingtoegevoegd. Tabel 24 toont de raming van de schadeafhandeling en deversterkingsoperatie t/m 2030 en laat zien dat er circa 8 miljard euro aanuitgaven wordt geraamd. Hiervan gaat circa 2,2 miljard euro naar deuitvoering van de maatregelen.Tabel 24 Totale raming schadeafhandeling en versterkingsoperatie t/m 2030 (bedragen in mln. euro, – = saldoverbeterend)#Omschrijving202520262027202820292030Cumulatief1Totale raming schade1.2231.0487946173302184.2292Waarvan excl. btw1.2041.0297755993182124.1363Waarvan btw19191918126934Totale raming versterking8897908536444312403.8475Waarvan excl. btw7616747285493682053.2866Waarvan btw1281161259563355627Totale raming (1+4)2.1121.8381.6471.2617614588.0778Totale raming excl. btw(2+5)1.9651.7031.5031.1486864177.4229Totale btw (3+6)1471351441137541655 De raming voor de schadeafhandeling is door de uitvoerder, het InstituutMijnbouw Groningen (IMG), op basis van de geactualiseerde verwach-tingen bijgesteld. De raming van het IMG is gebruikt voor de bijstellingvan de begroting van BZK. De schadeafhandeling zal naar verwachtingook na 2030 nog doorlopen. Bij de volgende herijking zal daarom hetbegrotingsjaar 2031 worden toegevoegd.De raming voor de versterkingsoperatie is opgesteld door de uitvoerderNationaal coördinator Groningen (NCG). De raming volgt 11 mijlpalen vanhet versterkingsproces, gebruikt concrete projectramingen en waar datniet mogelijk is, de gemiddelde kosten per type huis. In september 2024 isde diepteanalyse van de NCG over de haalbaarheid 2028 (Kamerstukken II,2023–2024, 33 529 nr. 1246) met uw Kamer gedeeld. De analyse laat ziendat het merendeel van de versterkingsopgave voor eind 2028 is afgerond.Echter, de analyse laat ook zien dat de beoogde einddatum voor deafronding van de versterking in 2028 niet voor alle gebouwen behaald kanworden. Om deze reden worden bij Voorjaarsnota 2025 ook voor de jaren2029 en 2030 versterkingskosten geraamd. De diepteanalyse wordtjaarlijks geactualiseerd en de huidige versterkingsraming is gebaseerd opde laatste actualisatie van maart 2025 (Kamerstukken II, 2024–2025, 33 529nr. 1282).Tabel 25 toont de mutatie van de geraamde de geraamde uitgaven voorschade en versterken ten opzichte van de Voorjaarsnota 2024. T/m 2030stijgen de kosten cumulatief met circa 1,7 miljard euro, waarvan 1 miljardBIJLAGE 3Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1232 euro voor uitvoeringskosten. Voor schade is het jaar 2030 toegevoegd enzijn de eerste ervaringscijfers uit 2024 bekend voor de verschillendewijzen van schadeafhandeling. Voornamelijk de uitvoeringskosten en deraming voor de regeling maatwerk vallen hoger uit dan vorig jaar. Voorversterken is zowel begrotingsjaar 2029 als 2030 toegevoegd vanwege deverwerking van de diepteanalyse. Op basis van de diepteanalyse zullen deversterkingskosten naar verwachting dalen in de eerste jaren en stijgen inlatere jaren ten opzichte van de Voorjaarsnota 2024. De versterking zal duslanger duren en op een hoger uitvoeringsniveau dan vorig jaar werdverwacht. Hierdoor lopen de uitvoeringskosten van het NCG ook langerdoor dan eerder verwacht.Tabel 25 Actualisatie raming uitgaven schadeafhandeling en versterkingsoperatie t/m 2030 (bedragen in mln. euro, – = saldoverbe-terend)#Omschrijving202520262027202820292030Cumulatief1Actualisatie ramingschade2318415389133341.2102Actualisatie ramingversterking– 378– 119312434312405293Actualisatie raming– 147– 1117274325652741.740 De hoogte van de ontvangstenraming is gelijk aan de uitgavenraming t+1,verminderd met de btw uitgaven die niet bij de Nederlandse AardolieMaatschappij (NAM) in rekening worden gebracht. De totale ontvangsten-raming is dit voorjaar naar boven bijgesteld, zoals te zien is in tabel 26. Ditwordt veroorzaakt door de hogere uitgavenraming voor de schadeafhan-deling. De ontvangsten voor de versterkingsoperatie zijn in de jaren 2025t/m 2027 lager dan eerder geraamd. Dit komt omdat de uitgavenramingvoor de versterkingsoperatie is aangepast, waardoor er minder uitgavenzijn in de eerste jaren waar ook minder ontvangsten tegenover staan.Tabel 26 Actualisatie raming ontvangsten schadeafhandeling en versterkingsoperatie t/m 2030 (bedragen in mln. euro, – =saldoverbeterend)#Omschrijving202520262027202820292030Cumulatief1Actualisatie ontvangstenschade– 84– 226– 1– 399– 373– 318– 1.3992Actualisatie ontvangstenversterking207383106– 262– 26– 369393Totale mutatie bij VJN2025123157105– 660– 398– 686– 1.360 Tabel 25 toont de financiering van de ramingsbijstelling voor de Staat. Dekosten voor schade en versterken worden (exclusief btw) doorbelast aande NAM, die namens de Maatschap (NAM en beleidsdeelneming EBN)verantwoordelijk is voor het betalen van de kosten voor schade enversterken. In lijn met de economische verhoudingen binnen deMaatschap komt 40% van de kosten voor rekening van EBN. Op basis vande actualisatie van de ramingen voor schade en versterken is de bij EBNaanwezige voorziening niet toereikend om het EBN-deel van de geraamdeuitgaven voor schade en versterken te voldoen. Daarom wordt vanaf 2027in de Rijksbegroting een bijdrage aan EBN opgenomen voor de kostenvan schade en versterken Groningen.De bijdrage die in de begroting is opgenomen betreft het verschil tussende kostenvoorziening en de jaarlijkse kosten die EBN raamt enerzijds ende kosten die de Staat in rekening raamt te brengen anderzijds. EBN gaatuit van lagere kosten doordat de voorziening b( EBN op de inschattingvan NAM is gebaseerd. Sinds ontwerpbegroting 2025 staan deze kostenop de begroting van KGG.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1233 B( Voorjaarsnota 2024 betrof de cumulatieve geraamde bijdrage circa1,6 miljard euro. Bij Voorjaarsnota 2025 is deze afgenomen tot circa1,5 miljard euro, een neerwaartse bijstelling van circa 100 miljoen. Dezebijstelling wordt verklaard door een hogere voorziening bij EBN eind 2024dan eerder geraamd en doordat de kosten van versterken over eenlangere periode worden uitgesmeerd.Tabel 27 Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen t/m 2030 (bedragen in mln. euro, – = saldoverbe-terend)#Omschrijving202520262027202820292030Cumulatief1aOntvangstenramingschade excl. btw9021.2041.0297755993184.8261bOntvangstenramingversterken excl. btw6457116827305453693.6831cOntvangstenramingoverige posten excl. btw4131312121265240% van 1a t/m 1c isaandeel EBN6207716896074622793.4293EBN-deel uit resultaatlopend jaar (niet overvoorziening lopend)1008070605003604aStand voorziening 31/12t-11.5741.0543630002.9904bAanspreken voorziening5206913630001.5745Nieuwe reeks voorbijdrage aan EBN (VJN2025)002575474122791.4956Stand bijdrage EBN (VJN2024)02947133222811.6107Mutatie (5–6)0– 294– 456225131279– 115 Naast de bestaande middelen voor schade en versterken, heeft hetkabinet in april 2023 haar kabinetsreactie «N( Begun» gestuurd op heteindrapport van de Parlementaire enquêtecommissie aardgaswinningGroningen. Hierin neemt het kabinet maatregelen om de schadeafhan-deling en de versterkingsoperatie milder, makkelijker en menselijker temaken (Kamerstukken II, 2022–2023, 35 561 nr. 17). Hiervoor is bij deVoorjaarsnota 2023 een reeks op de AP gereserveerd die in totaal optelttot 11,5 miljard euro. Deze reeks bestaat voor 4 miljard euro uit incidentelemiddelen, waarvan 3 miljard euro voor schade en versterken. Daarnaast iser 7,5 miljard euro gereserveerd t/m 2055 voor de generatielangebetrokkenheid, wat is bestemd voor sociaal en economisch perspectief enverduurzaaming. Bij de Voorjaarsnota 2025 wordt voor 10 maatregelencumulatief 1,7 miljard euro overgeheveld van de AP naar de departe-mentale begrotingen van BZK en, in het kader van verduurzaming, VRO.In tabel 27 staan deze maatregelen incl. de bedragen genoemd. Naastmaatregelen voor schade en versterken worden er in het kader van degeneratielange betrokkenheid middelen opgevraagd voor de socialeagenda, de economische agenda en verduurzaming.Tabel 28 Overheveling PEGA-maatregelen van de Aanvullende Post bij VJN 2025 (bedragen in mln. euro, – = saldoverbeterend)Maatregel202520262027202820292030CumulatiefVergoeding eigen tijd105500020Indexering en meerkosten Batch1588034000034Stut en Steun02,22,22,20,00,06,6Agenda voor herstel0,3000000,3MKB Programma (regionaal)131160030Drieborg111115Economische agenda2556565600193Sociale agenda0079117138146479Verduurzaming Groningen179198215142120116970 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1234 Naast deze uitgaven voor schade en versterken en de middelen volgenduit de kabinetsreactie op de PEGA, zijn er ook middelen die aan de regioten goede komen vanuit de Bestuurlijke Afspraken uit 2020 (1,5 miljardeuro) en de 1,15 miljard euro voor het Nationaal Programma Groningen(NPG). Deze zijn respectievelijk bij de Voorjaarsnota 2021 en 2018toegevoegd. Onderdeel van deze bestuurlijke afspraken zijn de aparteafspraken over versterking buiten de reguliere operatie voor o.a. Batch1588 en in Appingedam en Ten Post. Voor deze projecten wordt bij deVoorjaarsnota 2025 118 miljoen euro extra beschikbaar gesteld met nameom de gestegen bouwkosten te financieren. Hiervoor was reeds33,5 miljoen euro gereserveerd bij de PEGA-kabinetsreactie zoals ook tezien is in tabel 28. Voor het NPG wordt 187 miljoen euro overgeboekt vande AP naar de begroting van BZK.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1235 – TOESLAGEN HERSTELHet kabinet zet zich in voor mensen die gedupeerd z(n door de problemenmet de kinderopvangtoeslag. Om deze gedupeerden door de problemenmet toeslagen recht te doen is compensatie en emotioneel herstelcruciaal. Op basis van de actuele inzichten inzake aantallen, bedragen, nuadequaat geachte aannames en gekozen richting is de verwachting dat erop dit moment niet meer budget benodigd is dan het huidige totaalbudgetvan 11,7 miljard dat meerjarig voor de hersteloperatie beschikbaar is.Deze Voorjaarsnota kent enkele mutaties:–De programmamiddelen (420 miljoen euro) zijn in 2024 niet volledigtot besteding gekomen. De uitvoering van enkele regelingen verlooptminder snel dan eerder verondersteld. Deze middelen zijn gedeeltelijkal eerder doorgeschoven naar latere jaren. Het resterende gedeelte vandeze middelen (289 miljoen euro) wordt nu bij de 1e suppletoirebegroting toegevoegd aan het budget in 2025. De verwachting is datdeze middelen in latere jaren nog nodig z(n om mensen die gedu-peerd z(n door de problemen met de kinderopvangtoeslag te kunnencompenseren. Ook voor de kwijtschelding van publieke schuldenworden middelen doorgeschoven naar 2025.–Ten behoeve van verschillende onderdelen van de hersteloperatieToeslagen wordt er de komende jaren een beroep gedaan op dereservering op de AP van 473 miljoen euro in totaal. Het gaat hierb(b(voorbeeld om middelen voor de compensatie van aanvullendeschade. Na deze opvraag resteert nog 977 miljoen euro op de AP.–In het kader van realistisch ramen worden middelen voor ToeslagenHerstel verschoven naar latere jaren. Het moment van uitvoering vanonder andere de compensatie van aanvullende schade valt later daneerder verondersteld.–Aan de begroting van de hersteloperatie wordt in totaal 108 miljoeneuro (inclusief AP) loon- en prijsbijstelling toegevoegd.In onderstaande tabel is een uitsplitsing opgenomen per regeling. In de20e Voortgangsrapportage wordt uitgebreider ingegaan op de hierbovenbeschreven ontwikkelingen, deze zal voor de zomer naar de Kamerworden gestuurd.Tabel 29 Stand Toeslagen Herstel Voorjaarsnota 2025In miljoeneneuro202020212022202320242025202620272028CumulatiefStand na 1e sup2025931.2711.0251.5191.5952.0131.5531.24637010.685Programma471.1367801.1821.1141.4451.1631.0993708.336w.v. 30k, IB,aanvullendecompensatie(incl. uitvoeringVSO-route) enoverig367133032754192951132582.185w.v. Kindrege-ling74494136114355857w.v. Kwijtschel-den publiekeschulden (incl.uitvoering;rijksbreed)36916222425797211601.146w.v. Kwijtschel-den privateschulden (incl.uitvoering)4117310455675931529BIJLAGE 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1236 In miljoeneneuro202020212022202320242025202620272028Cumulatiefw.v. Anderetoeslagen1711029w.v. Ex-partners(10k)231359380w.v. Ondersteu-ning doorgemeenten1114344711913146401w.v. Reserve-ring ondersteu-ning rechtsbij-stand13739253380w.v. Dwang-sommen1923617742222w.v. Ouders inhet buitenland(incl. uitvoering)5111619163170w.v. Uithuis-plaatsingenkinderen (incl.uitvoering;JenV)101126231w.v. Schade-expert pool11114w.v. Aanvul-lende compen-satie5237711.0063582.658w.v. Onverdeeld2612744ApparaatFinanciën461352453374815693901472.349Reservering opaanvullendepost111626328966Totaal931.2711.0251.5191.5952.0151.5641.87269811.652 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1237 – DEFENSIE KOPPELING 2% BBPDe Initiatiefwet Financiële Defensieverplichtingen (hierna «de Wet») steltdat Nederland jaarlijks minimaal 2% van het Nederlandse bruto binnen-lands product (bbp) aan Defensie uitgeeft, in lijn met de NAVO-norm(Vilnius, 2023). In lijn met het HLA en deze wet is een werkwijze voorverwerking van de 2% opgesteld door het Ministerie van Defensie en hetMinisterie van Financiën. De werkwijze onder dit kabinet is hieronderbeschreven.Werkwijze op hoofdlijnen–In elk jaar wordt 2% van het Nederlandse bbp beschikbaar gesteld alsinput voor de Defensiebegroting. Dit gaat om de euro’s per jaar die hetMinisterie van Defensie kan uitgeven. Defensie beziet vervolgenswaaraan het geld besteed kan worden en in welk tempo, bijvoorbeeldpersoneel, wapens, kazernes of transportcapaciteit.–Afhankelijk van de precieze bestedingsplannen kan het voorkomen datDefensie verwacht dat in een jaar meer of minder dan 2% bbpuitgegeven wordt. De uitkomst van deze verwachting wordt de outputgenoemd en vormt de begrotingsstand die wordt opgenomen in deDefensiebegroting. Zo kan bijvoorbeeld de bestelling van eenonderzeeboot, die langer duurt of juist versnelt, een grote invloedhebben op de output van dat jaar en daarmee ook hoe hoog het NAVOpercentage dat jaar zal zijn. De werkwijze zorgt er dus voor dat erminimaal een input van 2% bbp is per jaar, maar de output per jaarwordt bepaald door het ritme waarin Defensie de uitgaven kan doen.–Om het uitgavenritme, ofwel de output, goed te kunnen inrichten,behoudt Defensie o.a. de mogelijkheid om kasschuiven (verschuivenvan budgetten over jaren) toe te passen, alsook het recht op einde-jaarsmarge (meenemen van niet-besteed budget van afgelopen jaarnaar huidige jaar). Het al dan niet behalen van de 2% bbp output inenig jaar valt daarmee onder de verantwoordelijkheid van de Ministervan Defensie, passend binnen de kaders van de begrotingsregels eneen realistisch uitgavenritme. In begrotingsstukken van Defensie wordteen tabel opgenomen die het onderscheid van 2%-input naar %-bbpoutput elk jaar toont.Start kabinetsperiode – input 2% bbp–Aan het begin van een kabinetsperiode wordt bij de Startnotavastgesteld hoeveel geld nodig is om aan 2% bbp (input) te voldoenvolgens de meest recente schatting van het bbp door het CPB. Het CPBmaakt een inschatting welk deel bestaat uit veranderingen in de prijsof het volume die samen het (nominale) bbp opmaken.–Het geld dat voortkomt uit de ontwikkeling van het bbp-volume wordtvoor de gehele meerjarenperiode beschikbaar gesteld op de Defensie-begroting. De meerjarenperiode die bij Startnota zichtbaar is, wordtaangeduid als de «Oorspronkelijke meerjarenperiode». Het uitgavenni-veau van het laatste jaar in de oorspronkelijke meerjarenperiode wordtplat doorgetrokken en is beschikbaar voor Defensie om te investeren(zie figuur 10). De voor 2% benodigde volumeoploop na de oorspron-kelijke meerjarenperiode wordt apart gereserveerd op de AanvullendePost. Op deze manier hebben toekomstige kabinetten de ruimte omkeuzes te maken over welke defensiecapaciteiten te zijner tijd nodigzijn, terwijl het huidige kabinet wel de structurele effecten van de nugemaakte keuzes kan verwerken.–Het geld voor de vergoeding van prijsontwikkelingen wordt bepaald opbasis van de geschatte prijsontwikkeling van het bbp. Hiermee volgthet niet meer de loon- en prijsontwikkeling (LPO) systematiek. HetBIJLAGE 5Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1238 hanteren van de LPO systematiek zou immers kunnen leiden totafwijkingen t.o.v. de 2% bbp. De reservering voor de prijsontwikkelingvan het bbp wordt geplaatst op de Aanvullende Post (AP) bij Financiën.Jaarlijks wordt er bij de Voorjaarsnota een tranche uitgekeerd voor deprijsontwikkeling in het lopende jaar, dit kan worden gezien als eenplak bovenop bestaande budgetten. Op deze manier blijft de begrotingin prijzen van het uitvoeringsjaar waardoor de vergelijkbaarheid metandere begrotingen behouden blijft.Jaarlijkse «input»-bijstelling (ofwel noemersturing)–Jaarlijks brengt het CPB een nieuw Centraal Economisch Plan (CEP) uitmet daarin een schatting van de omvang van het bbp. Op basis vandeze nieuwe schatting wordt bekeken hoeveel (extra) geld nodig is om2% bbp aan input beschikbaar te stellen voor Defensie ten opzichte vanwat beschikbaar is gesteld bij de Startnota. Zonder aanpassing van deDefensiebegroting zouden wijzigingen in het bbp (de noemer) ertoeleiden dat het NAVO-percentage zou veranderen. Als de economie(bbp) groeit ten opzichte van de verwachting bij de Startnota terwijl deDefensiebegroting gelijk blijft, zal het NAVO-percentage immerszakken. Om het percentage op 2% te houden, wordt de Defensiebegro-ting bijgesteld met 2% van de totale nominale bbp-verandering voorprijs en volumegroei. Dit heet «noemersturing».18–Voor het volumedeel van het bbp op de Defensiebegroting wordt dezenoemersturing «asymmetrisch» vormgegeven. Dit houdt in dat deDefensiebegroting nooit gekort wordt binnen de oorspronkelijkemeerjarenperiode. Positieve afwijkingen in het volume van het bbpleiden tot een ophoging van de Defensiebegroting. In een symmetri-sche vormgeving zouden negatieve afwijkingen in het bbp tot eenverlaging leiden. Echter, omdat het op korte termijn lastig is omminder geld uit te geven wordt er niet direct gekort op de Defensiebe-groting. In plaats daarvan wordt er bij toekomstige positieve afwijkin-gen van het bbp rekening gehouden met het feit dat eerdere negatieve18Inzicht in wijzigingen die zich voordoen als gevolg van deze nieuwe werkwijze zullen wordenopgenomen in bestaande delen van budgettaire nota’s zoals de Verticale toelichtingen vanDefensie of de Aanvullende Post en Kadertoets, dan wel in de nieuwe toelichting in debudgettaire stukken van Defensie.Figuur 9 Verdeling volumeontwikkeling defensie-uitgaven11 Figuur 1 toont enkel de volumeontwikkeling in de Defensiebegroting in prijzen van hetuitvoeringsjaar. De prijsontwikkelingen in latere jaren worden verwerkt op de prijsreservering diegeplaatst is op de Aanvullende Post bij Financiën.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1239 bijstellingen niet zijn verwerkt. Kortom, het gesaldeerde resultaat vanalle positieve en negatieve bijstellingen op het volume van het bbpwordt meegenomen. Figuur 11 biedt een voorbeeld van drie opeenvol-gende jaren waarin respectievelijk een verhoging, verlaging enverhoging van de volumeontwikkeling bbp verondersteld wordt. Iederjaar wordt enkel de bijstelling op de Defensiebegroting verwerkt alsdeze per saldo positief is.–Voor de periode buiten de oorspronkelijke meerjarenperiode geldt dathet begrote budget (dat op de AP staat) zowel naar boven als naarbeneden kan worden bijgesteld. Dit is mogelijk omdat er geen plannenzijn waarvan de uitvoering wordt belemmerd, aangezien de middelennog niet op de Defensiebegroting staan.–Voor het prijsdeel van het bbp geldt dat Defensie jaarlijks bij Voorjaars-nota een tranche uitgekeerd krijgt gebaseerd op de prijsreservering dieop de Aanvullende Post geplaatst is. Deze prijsreservering wordtsymmetrisch (zowel naar boven als naar beneden) bijgesteld. Daarnawordt de tranche voor het lopende jaar uitgekeerd.Overige bepalingen en werkafspraken–Conform de begrotingsregels worden bijstellingen als gevolg vanvolumeontwikkeling van het bbp gedekt binnen het uitgavenkader.Bijstellingen als gevolg van prijsontwikkeling leiden tot een nominalecorrectie van het uitgavenkader.–De generale compensatie van valutakoersontwikkelingen voorDefensie, zoals nu opgenomen in de begrotingsregels, komt tevervallen. Hierdoor worden zo min mogelijk afwijkingen gecreëerdt.a.v. de noemer (het bbp in euro’s).–Binnen de systematiek van «input»-sturing is het niet logisch om persaldo meevallers te laten vrijvallen ten gunste van het generale beeld,omdat daarmee de 2%-input wordt aangetast. Daarom is de afspraakgemaakt dat Defensie wordt uitgezonderd van deze begrotingsregel.Dit heet een «budgetteringsafspraak» (meevallers kunnen ingezetworden voor een intensivering). Deze budgetteringsafspraak wordtFiguur 10 Jaarlijkse (asymmetrische) noemersturing11 Figuur 2 toont enkel de asymmetrische bijstelling op de volumeontwikkeling in de defensiebe-groting. De bijstellingen op de volumeontwikkeling buiten de oorspronkelijke meerjarenperiodeen bijstellingen op de prijsontwikkelingen in het algemeen worden verwerkt op de AanvullendePost bij Financiën.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1240 samen met de overige werkafspraken periodiek geëvalueerd om tebezien of deze naar behoren werkt.–Tenslotte zijn voorgenoemde werkafspraken ook van toepassing opbudgetten op begrotingen van andere ministeries die wordenmeegerekend in de NAVO-norm. Daarnaast leidt dit er toe dat inbeginsel alle onderdelen van de Defensiebegroting die nu nogonderdeel van de HGIS zijn (zoals het BIV) per 2026 uit de HGISworden gehaald.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1241 – ACCRES GEMEENTEFONDS EN PROVINCIEFONDSUitgangspunten en actualiteitGemeenten en provincies beschikken over verschillende inkomsten-bronnen om de uitgaven te financieren. Eén van de belangrijksteinkomstenbronnen hiervan is de algemene uitkering uit het Gemeente-fonds en het Provinciefonds (GF en PF). De jaarlijkse toe- en afname vanhet Gemeentefonds en het Provinciefonds wordt het accres genoemd.Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek.Uitgangspunt is dat de fondsen (GF en PF) meerjarig de ontwikkeling vanhet nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordtgesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling vande fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historischgemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minderschommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van hetlopende jaar, waardoor de fondsen reëel «op niveau» blijven. Conformrijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaardefinitief. Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht vaneen individuele gemeenten of provincies kan worden ingezet.In de Voorjaarsnota is het accres voor het jaar 2025 en verder geactuali-seerd op basis van de ontwikkeling van het bbp van het CEP door het CPB.In onderstaande tabel zijn de actuele cijfers opgenomen:Tabel 30 indicesTabel Indices202520262027202820292030Indices CPB bbp CEP 25Volume bbp (8-jaars gemiddelde)2,16%1,93%1,82%1,72%1,61%2,28%Prijs bbp3,63%2,74%2,52%2,61%2,50%2,50%Gecombineerde bbp index5,87%4,72%4,39%4,37%4,15%4,84%Indices CPB bbp MN25Volume bbp (8-jaars gemiddelde)2,03%1,82%1,65%1,53%1,46%Prijs bbp2,71%2,65%2,64%2,42%2,42%Gecombineerde bbp index4,80%4,52%4,33%3,99%3,92%Verschil inclusief CBS-revisie (nieuw-oud)Volume bbp (8-jaars gemiddelde)0,13%0,11%0,17%0,19%0,15%Prijs bbp0,92%0,09%– 0,12%0,19%0,08%Gecombineerde bbp index1,07%0,20%0,06%0,38%0,23% Accres gemeentefondsOnderstaande tabel 31 bevat de grondslag en de huidige accres ramingzoals opgenomen in deze Voorjaarsnota op basis van de bbp cijfers uit hetCEP 2025. Tabel 32 bevat het accres voor 2025 en verder zoals opgenomenin de Miljoenennota 2025. Tabel 33 bevat de mutaties in het accres tussende stand Miljoenennota 2025 en de stand Voorjaarsnota 2025 inclusiefrevisie.Tabel 31 Grondslag en accres Voorjaarsnota 2025 (inclusief revisie)Bedragen in miljoenen euro202520262027202820292030Gemeentefonds (voor zover onderdeel van deaccresgrondslag; grondslag tranche 2025)39.30736.83136.67536.53036.51536.460Tranche 2025 volume849796792789789788Tranche 2025 Prijs1.4581.3661.3601.3551.3541.352Mutaties in grondslag VJN in prijspeil 20257182.0021.659400372383Gemeentefonds (voor zover onderdeel van deaccresgrondslag; grondslag voor tranche 2026–2030)40.99540.48739.07339.03038.983tranche 2026 volume791781754753752BIJLAGE 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1242 Bedragen in miljoenen euro202520262027202820292030tranche 2026 prijs1.1451.1311.0911.0901.089tranche 2027 volume772745744743tranche 2027 prijs1.0881.0501.0491.047tranche 2028 volume735734733tranche 2028 prijs1.1341.1331.131tranche 2029 volume717716tranche 2029 prijs1.1311.130tranche 2030 volume1.056tranche 2030 prijs1.185Cumulatief accres 2025–20302.3074.0985.9247.6529.49411.722 Tabel 32 Accres Miljoenennota 2025Tabel 11.3 Accres Miljoenennota 2025Bedragen in miljoenen euro20252026202720282029tranche 2025 volume798747744741741tranche 2025 prijs1.0861.0181.0141.0101.009tranche 2026 volume702699697696tranche 2026 prijs1.0411.0371.0331.032tranche 2027 volume663660660tranche 2027 prijs1.0781.0741.073tranche 2028 volume639638tranche 2028 prijs1.0251.025tranche 2029 volume633tranche 2029 prijs1.065Totaal accres1.8843.5085.2346.8788.574 Tabel 33 Mutatie in accres (inclusief CBS revisie)Bedragen in miljoenen euro20252026202720282029tranche 2025 volume5148484848tranche 2025 prijs371348346345345tranche 2026 volume89825857tranche 2026 prijs104945958tranche 2027 volume1098584tranche 2027 prijs10– 24– 24tranche 2028 volume9696tranche 2028 prijs109108tranche 2029 volume84tranche 2029 prijs66Totaal accres423589690774919 Accres ProvinciefondsOnderstaande tabel 34 bevat de grondslag en de huidige accres ramingzoals opgenomen in deze Voorjaarsnota op basis van de bbp cijfers uit hetCEP 2025. Tabel 35 bevat het accres voor 2025 en verder zoals opgenomenin de Miljoenennota 2025. Tabel 36 bevat de mutaties in het accres tussende stand Miljoenennota 2025 en de stand Voorjaarsnota 2025 inclusiefrevisie.Tabel 34 Grondslag en accres Voorjaarsnota 2025 (inclusief revisie)Bedragen in miljoenen euro202520262027202820292030provinciefonds (voor zover onderdeel van deaccresgrondslag; grondslag tranche 2025)3.3903.1853.1473.1443.1433.126Tranche 2025 volume736968686868Tranche 2025 Prijs126118117117117116Mutaties in grondslag VJN in prijspeil 2025190117531Provinciefonds (voor zover onderdeel van deaccresgrondslag; grondslag voor tranche 2026–2030)3.7793.3823.3383.3343.3313.310tranche 2026 volume6564646464tranche 2026 prijs9493939392Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1243 Bedragen in miljoenen euro202520262027202820292030tranche 2027 volume64646363tranche 2027 prijs90908989tranche 2028 volume636362tranche 2028 prijs979796tranche 2029 volume6161tranche 2029 prijs9796tranche 2030 volume90tranche 2030 prijs101Cumulatief accres 2025–2030199347496654812997 Tabel 35 Accres Miljoenennota 2025Bedragen in miljoenen euro20252026202720282029tranche 2025 volume6965646464tranche 2025 prijs9488878787tranche 2026 volume61606060tranche 2026 prijs90898989tranche 2027 volume575757tranche 2027 prijs929292tranche 2028 volume5555tranche 2028 prijs8888tranche 2029 volume55tranche 2029 prijs92Totaal accres163304449592738 Tabel 36 Mutatie in accres (inclusief CBS revisie)Bedragen in miljoenen euro20252026202720282029tranche 2025 volume44444tranche 2025 prijs3230303030tranche 2026 volume5444tranche 2026 prijs4444tranche 2027 volume777tranche 2027 prijs– 3– 3– 3tranche 2028 volume88tranche 2028 prijs88tranche 2029 volume7tranche 2029 prijs5Totaal accres3643466274 Doorwerking op plafond Btw-compensatiefondsDe bijdrage van het Rijk aan het Btw-compensatiefonds (hierna: BCF) kenteen plafond. Dit plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan deaccrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voorhet Gemeentefonds en Provinciefonds.Het plafond van het BCF wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties(zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrek-kingen aan het BCF. Hierdoor hebben decentralisaties geen effect op deruimte onder het plafond van het BCF.Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van hetGemeente- en het Provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafondkomt het verschil ten gunste van het Gemeente- en Provinciefonds.Hierdoor zijn het BCF en het Gemeente- en Provinciefonds communice-rende vaten.Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van het BCF-plafond voor hetaandeel gemeentes en provincies weer sinds Miljoenennota 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1244 Tabel 37 Ontwikkeling geraamd plafond BCF(in miljoenen euro)202520262027202820292030BCF Plafond totaal5.0415.2825.5025.7435.9726.157Plafond aandeel gemeenten MN254.4194.6124.7994.9905.1765.441Taakmutaties4121––Toevoeging accres sinds voorjaarsnota46586487105186Plafond aandeel gemeenten VJN254.4694.6714.8655.0785.2815.627Uitputting gemeenten3.8153.8123.8133.8123.8113.811Ruimte onder plafond gemeenten6548591.0521.2661.4701.816Plafond aandeel provincies MN25554599624648673716Taakmutaties1244444Toevoeging accres sinds voorjaarsnota689121423Plafond aandeel provincies VJN25572611637664690743Uitputting provincies450442442442442442Ruimte onder plafond provincies122169195222249301 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1245 – BELASTING – EN PREMIEONTVANGSTENTabel 38 Meerjarige raming belastingen en premies op EMU-basis (in miljoenen euro)202520262027202820292030Indirecte belastingen122.476130.666135.611140.269144.076148.246Invoerrechten4.5644.8925.0865.2765.4525.621Omzetbelasting83.01788.50292.37695.77898.834102.007Belasting op personenauto’s en motorrijwielen1.8551.8671.7971.6711.4991.345Accijnzen12.01113.58013.54313.55113.53113.590Overdrachtsbelasting3.8454.4154.4414.5984.7254.837Assurantiebelasting4.0634.2184.3484.4824.6064.695Motorrijtuigenbelasting5.1065.4635.5855.6615.7656.214Belastingen op een milieugrondslag6.5866.4067.1577.9618.3058.570Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.623641677688757766Belasting op zware motorrijtuigen204790000Bankbelasting601601601601601601Directe belastingen en premies volksverzekeringen203.655215.696223.764234.215245.468254.733Loon- en inkomensheffing144.192155.146161.704169.919179.117186.315Dividendbelasting7.7458.0378.4769.0289.4479.825Kansspelbelasting1.2341.3571.4261.4881.5311.596Vennootschapsbelasting46.83447.34948.32249.92251.49753.091Bronbelasting op rente en royalty’s23260– 13– 24– 31Schenk- en erfbelasting3.6273.7823.8363.8723.9013.936Overige belastingontvangsten321330328325322321Totaal belastingen en premies volksverzekeringen326.452346.692359.703374.809389.865403.300Premies werknemersverzekeringen102.224106.278115.855120.979125.990131.557waarvan zorgpremies60.87962.68870.12273.41376.62680.326Totaal belasting- en premieontvangsten428.675452.970475.558495.788515.855534.856 Tabel 39 Detailraming belastingen en premies 2025 op EMU-basis (in miljoenen euro)Miljoenennota 2025Voorjaarsnota 2025VerschilIndirecte belastingen121.619122.476857Invoerrechten4.1014.564463Omzetbelasting82.23783.017780Belasting op personenauto’s en motorrijwielen1.9871.855– 131Accijnzen12.33912.011– 328– Accijns van lichte olie4.5474.55710– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie3.2013.23433– Tabaksaccijns3.3803.016– 363– Alcoholaccijns400384– 16– Bieraccijns46047414– Wijnaccijns351345– 6Overdrachtsbelasting3.9383.845– 93Assurantiebelasting4.0984.063– 35Motorrijtuigenbelasting5.0475.10660Belastingen op een milieugrondslag6.3796.586207– CO2-heffing glastuinbouw56561– Afvalstoffenbelasting267266– 1– Energiebelasting4.9325.084152– Waterbelasting3403411– Brandstoffenheffingen011– Vliegbelasting78483753– Kolenbelasting011Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.676623– 53Belasting op zware motorrijtuigen208204– 4Bankbelasting608601– 7Directe belastingen155.380159.0423.662Inkomstenbelasting11.75010.601– 1.149Loonbelasting85.56888.9783.409Dividendbelasting6.5777.7451.168Kansspelbelasting1.2671.234– 33Vennootschapsbelasting46.58246.834252Bronbelasting op rente en royalty’s5523– 32Schenk- en erfbelasting3.5803.62746BIJLAGE 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1246 Miljoenennota 2025Voorjaarsnota 2025VerschilOverige belastingontvangsten354321– 33waarvan Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland2602600Totaal belastingen277.353281.8394.486Premie volksverzekeringen46.84244.613– 2.229Premies werknemersverzekeringen100.861102.2241.363waarvan zorgpremies59.99860.879881Totaal belasting- en premieontvangsten425.055428.6753.620 Tabel 40 Detailraming belastingen en premies 2025 op kasbasis (in miljoenen euro)Miljoenennota 2025Voorjaarsnota 2025VerschilIndirecte belastingen121.236123.0771.841Invoerrechten4.0874.603516Omzetbelasting81.89683.4721.577Belasting op personenauto’s en motorrijwielen1.8741.798– 76Accijnzen12.36912.021– 348– Accijns van lichte olie4.5644.5685– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie3.2153.23521– Tabaksaccijns3.3783.031– 348– Alcoholaccijns399383– 16– Bieraccijns4624664– Wijnaccijns351337– 13Overdrachtsbelasting3.9013.896– 5Assurantiebelasting4.0844.072– 12Motorrijtuigenbelasting5.0025.03836Belastingen op een milieugrondslag6.3536.564211– CO2-heffing glastuinbouw0– 10– Afvalstoffenbelasting269268– 2– Energiebelasting4.9655.162197– Waterbelasting3393445– Brandstoffenheffingen010– Vliegbelasting7807899– Kolenbelasting010Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.676630– 45Belasting op zware motorrijtuigen208203– 5Bankbelasting608601– 7Inframarginale heffing1791790Directe belastingen152.243155.6603.417Inkomstenbelasting8.6737.893– 780Loonbelasting85.61688.7543.138Dividendbelasting6.3547.5411.188Kansspelbelasting1.2661.228– 38Vennootschapsbelasting46.69346.555– 138Bronbelasting op rente en royalty’s61622Schenk- en erfbelasting3.5803.62746Overige belastingontvangsten354333– 22waarvan Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland2602600Totaal belastingen op kasbasis273.834279.0705.236Premies volksverzekeringen op kasbasis47.03044.641– 2.389Premies werknemersverzekeringen101.281102.5891.308Aansluiting naar EMU (KTV)2.9102.376– 535Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis425.055428.6753.620 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1247 – FISCALE SLEUTELTABELDe sleutels geven het budgettaire effect weer als een maatregel in 2026wordt ingevoerd. Aangegeven is het effect van het verhogen van eentarief/korting, tenzij anders aangegeven. Verlagen geeft ongeveerhetzelfde budgettaire effect maar met omgekeerd teken tenzij apartvermeld, (+ = opbrengst; – = derving). Sleutels zijn niet optelbaar enslechts een indicatie van de budgettaire opbrengsten / kosten. De sleutelshouden daar waar relevant rekening met eerste-ordegedragseffecten. Desleutels gelden alleen voor 2026. Structurele effecten kunnen afwijken.Tabel 41 Fiscale sleuteltabelNiveau2026per eenheidOpbrengstper eenheid(€ mln)Box 1TariefTarief eerste schijf (gecombineerd)35,60%1%-punt3.821Tarief tweede schijf37,51%1%-punt1.025Toptarief49,50%1%-punt465Aftrektarief tariefmaatregel37,51%1%-punt– 167Schijflengtes (eindpunt hogere schijfgrenzen blijven hetzelfde)Verlengen grens premie volksverzekeringen1€ 38.788(€ 40.989)€ 1.000– 242Verlengen schijf basistarief€ 78.880€ 1.000– 323HeffingskortingenAlgemene heffingskorting€ 3.105€ 100– 865Afbouwpunt algemene heffingskorting€ 29.697€ 1.000– 299Arbeidskorting: maximum€ 5.667€ 100– 492Arbeidskorting: generiek€ 992 /€ 5.283 /€ 5.667€ 100– 790Afbouwpunt arbeidskorting€ 45.565€ 1.000– 215Afbouwpercentage arbeidskorting6,51%1%-punt854Ouderenkorting€ 2.060€ 100– 179Afbouwpunt ouderenkorting€ 45.853€ 1.000– 42Afbouwpercentage ouderenkorting15%1%-punt17Alleenstaande ouderenkorting€ 538€ 100– 103Inkomensafhankelijke combinatiekorting€ 3.022€ 100– 36Opbouw inkomensafhankelijke combinatiekor-ting11,45%1%-punt– 9Jonggehandicaptenkorting€ 920€ 100– 29OverigEigenwoningforfait tot € 1.340.0000,30%0,05%-punt378Eigenwoningforfait vanaf € 1.340.0002,35%0,05%-punt6,4OndernemersZelfstandigenaftrek€ 2.470€ 100– 32Startersaftrek€ 2.123€ 100– 6MKB-winstvrijstelling12,70%1%-punt– 163Box 2Schijfgrens op € 69.470Tarief lage schijf24,50%1%-punt126Tarief hoge schijf31,00%1%-punt113Box 3Tarief36%1%-punt180Heffingsvrij vermogen€ 51.396€ 1.000– 21Schenk- en erfbelastingtariefSchijfgrens op € 158.207Tariefgroep 1 (partners en kinderen)0 – € 158.20710%1%-punt114€ 158.207 en meer20%1%-punt58Tariefgroep 1a ((achter)kleinkinderen)BIJLAGE 8Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1248 Niveau2026per eenheidOpbrengstper eenheid(€ mln)0 – € 158.20718%1%-punt3,1€ 158.207 en meer36%1%-punt0,8Tariefgroep 2 (overige verkrijgers)0 – € 158.20730%1%-punt26€ 158.207 en meer40%1%-punt13SchijflengteVerlengen eerste schijf€ 158.207€ 10.000– 29VPBSchijfgrens op € 200.000Lage tarief19%1%-punt543Algemene tarief25,8%1%-punt1.113Innovatiebox9%1%-punt136WBSOTarief eerste schijf niet-starters36%1%-punt– 19Tarief eerste schijf starters50%1%-punt– 1Schijfgrens verhogen€ 380.000€ 25.000– 11Tarief tweede schijf16%1%-punt– 50KansspelbelastingTarief verhogen37,8%1%-punt19Belastingen van rechtsverkeerOverdrachtsbelasting verlaagd tarief woningen2%0,5%-punt351Overdrachtsbelasting algemeen tarief10,4%0,5%-punt21Overdrachtsbelasting algemeen tarief woningen8,0%0,5%-punt31Assurantiebelasting tarief21%1%-punt201BTW tariefAlgemeen tarief21%1%-punt3.591Lage tarief9%1%-punt1.323Belastingen op milieugrondslageurocentBelasting op leidingwater43,601 cent9Afvalstoffenbelasting40,731 euro6Vliegbelasting30,161 euro22Energiebelasting (EB)Aardgas in eurocenten per m3eurocent0 – 1.00059,891 cent671.000–170.00059,891 cent31170.000 – 1 mln32,991 cent131 mln – 10 mln21,331 cent22> 10 mln5,301 cent30Elektriciteit in eurocenten per kWheurocent0 – 2.9009,131 cent1812.900- 10.0009,131 cent3910.000 – 50.0006,651 cent7850.000 – 10 mln3,721 cent377> 10 mln (zakelijk gebruik)0,311 cent297Verhogen belastingvermindering EB peraansluiting529,10€ 10– 108AutobelastingenMotorrijtuigenbelasting personenauto enbestelauto particulierdivers1%-punt45Motorrijtuigenbelasting bestelauto ondernemerdivers1%-punt7Belasting van personenauto’s en motorrijwielenvoor personenauto’sdivers1%-punt10Brandstofaccijnzen per litereurocentBenzineaccijns (ongelood)0,9991 cent52Dieselaccijns (zwavelvrij)0,6531 cent45LPG-accijns (d = 0,54 kg/l)0,2361 cent3Alcoholaccijns per litereurocentGedistilleerd (per liter ad 100%)divers10%38Bierdivers10%43Wijndivers10%33Tabaksaccijns2euroSigaretten (per pakje van 20 stuks)7,81€ 0,10 p/p0Shag (per pakje van 50 gram)17,35€ 0,10 p/p0Verbruiksbelasting alcoholvrije dranken (perhectoliter)euroSap, frisdrank en alcoholarme dranken (perhectoliter)26,1310%58BankenbelastingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1249 Niveau2026per eenheidOpbrengstper eenheid(€ mln)Tarief langlopende schulden30,029%0,001%-punt201 Tussen haakjes staat het bedrag dat geldt voor personen geboren vóór 1-1-19462 Deze sleutels gelden enkel voor een verhoging van de accijnzen. Een gelijke sleutel voor eenverlaging van de accijns op sigaretten kost € 8 miljoen en voor shag € 1 miljoen.3 Het tarief voor kortlopende schulden is twee keer zo hoog als het tarief voor langlopendeschulden. Bij een verhoging wordt aangenomen dat deze verhouding gelijk blijft.Versie april 2025 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1250 – OPMERKELIJKE BELASTINGCONSTRUCTIESHet kabinet heeft in de kabinetsreactie op het IBO Vermogensverdeling dieop Prinsjesdag 2022 naar de Kamer is gestuurd, toegezegd met eenjaarlijkse lijst van opmerkelijke belastingconstructies te komen en deze alsbijlage bij de Voorjaarsnota naar de Tweede Kamer te sturen.19 Dit is voorhet eerst gebeurd in de Voorjaarsnota 2023 op basis van een uitgebreideinventarisatie.20De lijst bevat de negen constructies van de lijst van vorig jaar met daaraanvijf «nieuwe» constructies toegevoegd. Van de negen bekendeconstructies is een actualisatie gemaakt van de stand van zaken van deaanpak. Van de vijf nieuwe constructies wordt een beschrijving gegevenhoe deze constructie werkt, wat het voordeel is voor de belastingplichtigeen wat het handelsperspectief is voor de overheid om de constructie aante pakken.21De vijf «nieuwe» constructies zijn:•Vruchtensappen met «een vleugje zuivel»;•Estate planning: in het zicht van het overlijden van een van deechtgenoten de gerechtigdheid tot het vermogen van de huwelijksge-meenschap wijzigen;•Onbelaste toegang tot lijfrentekapitaal;•Samenwerkingsverbanden IB-ondernemer met eigen bv en•Lucratiefbelangregeling.22De negen constructies conform de lijst van vorig jaar zijn:•Belastingontwijking via de kavelruilvrijstelling in de OVB;•Kortdurende verhuurconstructies in de btw;•Belastingontwijking via de splitsingsvrijstelling in de OVB;•Ontwijking van btw & OVB via vastgoedaandelentransacties;•Belasting ontlopen via verhuurd vastgoed in de bedrijfsopvolgingsre-geling (BOR) in de schenk- en erfbelasting en de doorschuifregeling(DSR) in de inkomstenbelasting;•Belastingontwijking via niet reguliere afwikkeling van pensioenaan-spraken in de bv;•Ontwijking van heffing in box 3 via agiostortingen terugkopen vanbezittingen;•Dividendstripping en•Opknipgedrag bij vastgoed-bv’s om maximaal te profiteren vanrenteaftrek.Tabel 40 toont een overzichtstabel met de stand van zaken van de aanpakvan deze vijftien constructies. Daarna volgt een beschrijving van elk vandeze constructies.Tabel 42 Stand van zaken aanpak belastingconstructies1. Vruchtensappen met «een vleugje zuivel»Wordt aangepakt met een wetsvoorstel inBelastingplan 202619Kamerstukken II 2022–23, 36 200, nr. IX-4.20Kamerstukken II 2023/2024, 32 140, nr 175.21Naar aanleiding van de motie Idsinga (Kamerstukken II, 2023–24, 25 087 nr. 335) is delucratiefbelangregeling benoemd in de bijlage Opmerkelijke belastingconstructies van vorigjaar, maar verder niet beschreven. Dat is dit jaar voor het eerst.22Hoewel deze regeling op zichzelf geen belastingconstructie is, zorgt de regeling er wel voordat het inkomen uit arbeid van werkende personen niet altijd gelijk wordt belast.BIJLAGE 9Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1251 2. Estate planning: in het zicht van hetoverlijden van een van de echtgenoten degerechtigdheid tot het vermogen van dehuwelijksgemeenschap wijzigenWordt aangepakt met een wetsvoorstelmaatregel in Belastingplan 20263. Onbelaste toegang tot lijfrentekapitaalWordt aangepakt met een wetsvoorstel inFiscale verzamelwet 20264. Samenwerkingsverbanden IB-ondernemermet eigen bvOpenstaand: aanpak wordt onderzocht5. Lucratiefbelangregeling1Openstaand: Twee alternatieve maatregelenom lucratief belang gelijker te belasten metinkomen uit arbeid hebben ter consultatievoorgelegen. Dit voorjaar wordt mede nav deconsultatie een voorstel naar de Kamergestuurd.Eerder in deze bijlage beschreven constructiesStand van zaken aanpak6. DividendstrippingOpenstaand: Deels met maatregelen aange-pakt in Wet Overige Fiscale Maatregelen 2024.Onderzoek naar een verdere versterking vande aanpak dividendstripping wordt ditvoorjaar afgerond.7. Opknipgedrag bij vastgoed-bv’s ommaximaal te profiteren van renteaftrekOpenstaand: De antifragmentatiemaatregel inBelastingplan 2025 is bij amendementgeschrapt. Naar aanleiding van de motie VanEijk/Vermeer wordt op dit moment in kaartgebracht welke antimisbruikmaatregelenandere EU-landen hebben geïmplementeerdom belastingconstructies waarbij misbruikwordt gemaakt van de generieke renteaftrek-beperking te bestrijden (Kamerstukken II2024/25 36 602, nr. 104). De Kamer wordt hiervoor 1 juli over geïnformeerd.8. Constructies in de kavelruilvrijstellingAangepakt in Belastingplan 20259. Kortdurende verhuurconstructies in de btwAangepakt in Belastingplan 2025 en Einde-jaarsregeling 202410. Belastingontwijking via de splitsingsvrij-stelling in de OVBAangepakt in Eindejaarsregeling 202411. Ontwijking van btw & OVB via vastgoed-aandelentransacties;Aangepakt in Belastingplan 202412. Belasting ontlopen via verhuurd vastgoedin de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in deschenk- en erfbelasting en de doorschuifrege-ling (DSR) in de inkomstenbelasting;Aangepakt in Belastingplan 202413. Belastingontwijking via niet reguliereafwikkeling van pensioenaanspraken in de bvAangepakt in Fiscale Verzamelwet 202514. Ontwijking van heffing in box 3 viaagiostortingen terugkopen van bezittingen.Oplossing gevonden in de uitvoering1 De lucratiefbelangregeling is op zichzelf geen belastingconstructie, maar levert wel eenongelijke belastingdruk op inkomen uit arbeid. • Aanpak vruchtensappen «met een vleugje zuivel» (BP2026)a) Basisregeling en fiscale contextDe verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken kent van oudsher eenuitzondering voor de belasting van zuivel- en sojadranken. Zuivel- ensojadranken bevatten namelijk belangrijke voedingsstoffen als eiwit,calcium en vitamines B2 en B12. Zowel (ongezoete, halfvolle en magere)zuivel als sojadrank met maximaal 6 gram suiker en verrijkt met calciumen vitamine B2 en B12 staan in de Schijf van Vijf van het Voedings-centrum, dat de wetenschappelijke richtlijnen voor een gezond enduurzaam voedselpatroon vertaalt. De huidige vormgeving van deuitzondering sluit aan bij het melkvetgehalte van dranken.2323Zie artikel 9, derde lid, onderdeel a, Wet verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken, dat luidt:«Als limonade wordt niet aangemerkt: a) de uit melk of melkproducten bereide drank met eengehalte aan melkvetten van 0,02% mas of meer waarin zich melkeiwit en melksuiker bevinden,niet zijnde een uit wei of weiproducten vervaardigde drank.»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1252 Deze uitzondering kent een aantal ongewenste effecten. Door detoevoeging van een zeer geringe hoeveelheid melkvet kunnen alcoholvrijedranken van de verbruiksbelasting worden uitgezonderd. Dit gebeurt in depraktijk bijvoorbeeld bij sappen die worden aangeboden «met een vleugjezuivel.»Ook zijn op dit moment bijvoorbeeld chocolade- en frambozenmelk (dievaak veel suiker bevatten) van de verbruiksbelasting uitgezonderd.b) Hoe werkt het?Producenten voegen aan vruchten- en groentesappen of frisdranken eengeringe hoeveelheid zuivel toe en als gevolg hiervan vallen deze drankenonder de uitzondering voor zuivel- en sojadranken in de verbruiksbe-lasting van alcoholvrije dranken. Over deze producten hoeft dientenge-volge geen verbruiksbelasting te worden betaald.c) wat is het uiteindelijke voordeel?Over de vruchten- en groentesappen of frisdranken «met een vleugjezuivel» hoeft geen verbruiksbelasting van € 26,13 per 100 liter te wordenbetaald.d) wat is het handelsperspectief voor de overheid?Het voorstel is om de zuiveluitzondering zo aan te passen dat deze alleenkomt te gelden voor de meest pure zuivel- en sojadranken, zoals magere-,halfvolle- en volle melk. De exacte vormgeving van de aanpassing wordtop dit moment onderzocht, waarbij wordt bekeken welke zuivel- ensojadranken vanwege gezondheidseffecten uitgezonderd moeten blijvenen met Douane op welke manier dit zo uitvoerbaar mogelijk kan wordeningericht. Door de aanpassing zullen zowel producten «met een vleugjezuivel» als chocolade- en frambozenmelk (of soortgelijke zuiveldrankenmet veel suiker) worden belast met verbruiksbelasting.2. Estate planning in relatie tot het huwelijksvermogenrecht inhet zicht van overlijden a) Basisregeling en fiscale contextDe Belastingdienst signaleert toenemende aandacht voor estate planningin relatie tot het huwelijksvermogensrecht. Door een arrest van de HogeRaad van 16 februari 202424 is duidelijk geworden dat het mogelijk is omerfbelasting te ontwijken door in huwelijkse voorwaarden de gerech-tigdheid tot de huwelijksgoederengemeenschap aan te passen. Daardoordaalt de verwachte nalatenschap van de echtgenoot die vermoedelijk alseerste overlijdt. Dit kan tot een zeer forse besparing van erfbelastingleiden, terwijl er evenmin schenkbelasting verschuldigd is. Dergelijkeconstructies zijn lastig te bestrijden door de Belastingdienst. In de zaak dieleidde tot het arrest van de Hoge Raad werd een gerechtigdheid van 90%voor de vermoedelijk langstlevende echtgenoot en slechts 10% voor deandere echtgenoot afgesproken. De nalatenschap van laatstgenoemdeechtgenoot – waarover erfbelasting is verschuldigd – was daardoor veelkleiner dan bij een standaard 50/50 verdeling.24HR 16 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:239.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1253 b) Hoe werkt het?Voorbeeld:A en B zijn gehuwd in gemeenschap van goederen (met gelijke breuk-delen, dat is ieder 50%) en hebben geen kinderen. De huwelijksgemeen-schap bedraagt € 10 miljoen. A en B wijzigen hun huwelijksevoorwaarden en bepalen daarin dat B nog maar voor 5% tot de huwelijks-gemeenschap is gerechtigd en A voor 95%. Als B overlijdt, bedraagt diensnalatenschap 5% van € 10 miljoen (€ 500.000) in plaats van 50%(€ 5.000.000). Dit levert een besparing van erfbelasting op van circa€ 900.000. Door de wijziging is A bij het overlijden van B immers op grondvan het huwelijksvermogensrecht gerechtigd tot 95% van het gemeen-schappelijke vermogen in plaats van tot 50%. De verkrijging krachtenshuwelijksvermogensrecht is onbelast.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?Door de wijziging van de huwelijkse voorwaarden is A bij het overlijdenvan B op grond van het huwelijksvermogensrecht gerechtigd tot 95% vanhet gemeenschappelijke vermogen in plaats van tot 50% daarvan. Deverkrijging krachtens huwelijksvermogensrecht is onbelast.d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?Door het arrest van de HR kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallensprake zijn van belastbaarheid (namelijk in geval van fraus legis). Omdatdeze en andere constructies via het huwelijksvermogensrecht alsonwenselijk worden beschouwd en als gevolg van dit arrest vermoedelijkvaker zullen voorkomen, geeft dit arrest aanleiding tot wetswijziging. Dezewetswijziging loopt mee in het pakket Belastingplan 2026.Als maatregel wordt voorgesteld dat wanneer sprake is van een gemeen-schap van goederen waartoe beide echtgenoten voor ongelijke breuk-delen zijn gerechtigd of een «ongelijk verrekenbeding», schenk- oferfbelasting wordt geheven voor zover een belastingplichtige meer dan50% verkrijgt bij ontbinding van die gemeenschap of op grond van hetverrekenbedingbeding. De wetswijziging zal voor consultatie gepubliceerdworden op internetconsultatie.nl.4. Samenwerkingsverbanden IB-ondernemer en eigen bv a) Basisregeling en fiscale contextTwee basissituaties zijn in dit kader relevant om te benoemen. De winst uitonderneming van een ondernemer voor de inkomstenbelasting(IB-ondernemer) is belast in box 1, waarbij de IB-ondernemer aanspraakkan maken op de MKB-winstvrijstelling25 en, onder voorwaarden, deondernemersaftrek (bestaande uit zelfstandigenaftrek – inclusief starters-aftrek –, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek,startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, en stakingsaftrek). Winst van eenlichaam (zoals een bv) wordt belast in de vennootschapsbelasting (tegen19% of 25,8%),26 gevolgd door heffing in box 2 bij (onder andere)25Een vermindering van de belastinggrondslag ten bedrage van 12,7% van het gezamenlijkebedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit een of meerondernemingen nadat dit bedrag is verminderd met de ondernemersaftrek.2619% voor winsten tot en met € 200.000 en 25,8% voor het gedeelte van de winst daarboven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1254 uitkeringen vanuit de bv aan de directeur-grootaandeelhouder (dga).27Daarnaast zal de gebruikelijkloonregeling toepassing vinden: de dgawordt geacht een loon te krijgen dat normaal is voor het niveau en deduur van zijn arbeid waarover loonbelasting is verschuldigd (alsvoorheffing op belastingheffing in box 1). In deze situatie bestaat geenaanspraak op de MKB-winstvrijstelling en ondernemersaftrek. Dezefaciliteiten zijn alleen beschikbaar voor IB-ondernemers in box 1 en geldenniet voor de vennootschapsbelasting en box 2.b) Hoe werkt het?Ingeval een dga onderneemt in een bv is, zoals hiervoor omschreven,vennootschapsbelasting verschuldigd over de winst van de bv, box2-heffing verschuldigd over uitkeringen van de bv aan de dga enloonbelasting/box 1-heffing verschuldigd over het (gebruikelijk) loon vande dga.De dga kan ervoor kiezen om een samenwerkingsverband (bijvoorbeeldeen vennootschap onder firma) met zijn eigen bv aan te gaan. De bvbrengt alle activa en passiva van de onderneming in het samenwerkings-verband in. De dga brengt arbeid in (de arbeid waarvoor hij hiervoor het(gebruikelijke) loon ontving). De onderneming van de bv wordt door hetaangaan van het samenwerkingsverband ook gedreven voor rekening enrisico van de belastingplichtige natuurlijk persoon. De belastingplichtigenatuurlijk persoon kwalificeert hierdoor als ondernemer voor de inkom-stenbelasting.In deze aangepaste situatie wordt het winstaandeel dat de dga alsIB-ondernemer geniet (voor zijn ingebrachte arbeid) belast in box 1 alswinst uit onderneming, waarbij hij aanspraak maakt op onder andere deMKB-winstvrijstelling. Zijn arbeidsinkomen wordt hierdoor niet meerbepaald op grond van de regels rond het gebruikelijke loon en debelastingdruk over het arbeidsinkomen wordt zo lager.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?Het voordeel van het aangaan van het samenwerkingsverband met deeigen bv is dat de arbeid van de dga niet langer wordt belast als loon(eventueel met toepassing van de gebruikelijkloonregeling) (in box 1tegen maximaal 49,5%), maar als winst uit onderneming (ook in box 1tegen maximaal 49,5%) waarbij de MKB-winstvrijstelling en, ondervoorwaarden, ondernemersfaciliteiten kunnen worden toegepast. Dit leidtvoor het geheel tot een lagere belastingdruk. Het winstinkomen in de bvwordt belast tegen het Vpb-tarief van 19% of 25,8%28 en pas belast in box2 op het moment dat de winst daadwerkelijk wordt uitgekeerd.d) Wat is het handelsperspectief voor de overheid?Op dit moment wordt gewerkt aan het uitwerken van de aanpak van deconstructie waarbij aanmerkelijkbelanghouders door middel van eensamenwerkingsverband tussen de eigen bv en de eigen persoon alsIB-ondernemer, gebruikmaken van fiscale ondernemersfaciliteiten in de IBdie eigenlijk niet voor hen zijn bedoeld (de ondernemersaftrek en deMKB-winstvrijstelling). Denk aan het ontwijken van de gebruikelijkloonre-27Bij een aandelenbelang van 5% of meer is – globaal gezegd – sprake van een aanmerkelijkbelang voor box 2. Hier gaan we ervan uit dat er een dga is die alle aandelen houdt.28Afhankelijk van het winstniveau kan de aangepaste situatie ertoe leiden dat de winst in de vpbvolledig onder het opstaptarief van 19% valt en niet langer (deels) onder het reguliere tariefvan 25,8%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1255 geling door arbeidsgerelateerde activiteiten buiten de bv te houden endaarvoor als IB-ondernemer ondernemersfaciliteiten te claimen. Debeoogde aanpak ziet erop dat er geen gebruik meer kan worden gemaaktvan deze fiscale faciliteiten ingeval winst uit een dergelijk samenwerkings-verband wordt genoten.Een gerichte maar ook vrij drastische aanpak is het ontzeggen van defiscale ondernemersfaciliteiten in de IB wanneer de bv van een aanmerke-lijkbelanghouder een samenwerkingsverband aangaat met de eigenIB-onderneming. Het inkomen in box 1 wordt dan niet langer als «winstuit onderneming met ondernemersfaciliteiten» gezien. Hierdoor is het nietmeer mogelijk om op gekunstelde wijze deze faciliteiten (beleidsmatigonbedoeld) op te zoeken. Onderzocht wordt welke ongewenste nevenef-fecten aan deze insteek kleven om overkill te voorkomen. Er wordtgekeken naar proportionaliteit, het gelijkheidsbeginsel, of het mogelijk isde beoogde aanpak voldoende duidelijk op de doelgroep af te bakenen endaarmee zowel overkill als underkill te voorkomen. Dit alles geschiedt ookmet oog op de uitvoerbaarheid van de maatregel.5. Lucratiefbelangregeling en mogelijke alternatieven a) Basisregeling en fiscale contextHet maatschappelijk debat gaat al langer over beloningsstructuren diemet name in de private equitysector gebruikelijk zijn. Managers in dezesector ontvangen als onderdeel van hun beloningsstructuur vermogens-bestanddelen waarmee zij hoge rendementen kunnen behalen. Het gaatdaarbij ook over de fiscale behandeling van deze beloningen. Derendementen op de op deze wijze verkregen vermogensbestandsdelen(«carried interest») staan in een geringe verhouding tot het geïnvesteerdekapitaal van de betreffende manager en/of het feitelijk op de investeringgelopen risico en zijn daarom (deels) disproportioneel. Het disproporti-onele gedeelte van het rendement is dan in feite een beloning voor arbeiden niet voor het geïnvesteerde kapitaal. De maatschappelijke discussiegaat dan vervolgens over de vraag waarom het inkomen uit dezevermogensbestanddelen meestal in box 2 van de inkomstenbelastingtegen een tarief van maximaal 31% (2025) wordt belast en niet standaardin box 1 tegen een tarief van maximaal 49,5%. Met name als de nettoren-dementen op de als bonus uitgereikte aandelenpakketten (deels)disproportioneel zijn ten opzichte van het geïnvesteerde bedrag en/of hette lopen risico, wordt dit als een ongelijke behandeling van inkomen uitarbeid gezien.Tijdens het debat over extreem rijken op 4 april 2024 is de motie Idsingac.s. aangenomen. Deze motie verzoekt de regering de lucratiefbelangre-geling zo aan te passen dat managers die actief zijn in de privateequitysector over hun carried interest (voordelen uit lucratief belang)worden belast naar het progressieve tarief van box 1 van de inkomstenbe-lasting.29 Naar aanleiding van deze motie heeft Staatssecretaris Van Rijtoegezegd nader onderzoek te doen naar de huidige lucratiefbelangre-geling in de Wet inkomstenbelasting 2001. Het onderzoeksrapport op13 februari 2025 naar de Tweede Kamer verzonden.3029Kamerstukken II 2023/24, 25 087, nr. 335.30Kamerstukken II 2024/25, 32 140, nr. 225.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1256 b) Hoe werkt het?Volgens de huidige wetgeving wordt de carried interest belast alsinkomen in box 1. De belastingplichtige kan deze heffing in box 1 inruilenvoor een heffing in box 2 onder de voorwaarde dat de belastingplichtigehet lucratief belang inbrengt in een kapitaalvennootschap (dit heet de«aanmerkelijkbelangvariant»). Vervolgens dient de kapitaalvennootschapde voordelen uit lucratief belang voor minimaal 95% «door te stoten» naarde aanmerkelijkbelanghouder in privé. Anders gezegd, de kapitaalven-nootschap moet de voordelen uit lucratief belang voor minstens 95%uitkeren aan de belastingplichtige private equitymanager. Als debelastingplichtige aan deze voorwaarde voldoet, behoren deze voordelenniet langer tot het box 1-inkomen van de belastingplichtige maaruitsluitend tot de box 2-voordelen. Deze verplichting zorgt ervoor dat deheffing in box 2 direct plaatsvindt en voorkomt daarmee uitstel vanbelastingheffing in box 2. De belastingplichtigen betalen dan over devoordelen uit lucratief belang maximaal 31% inkomstenbelasting in box 2in 2025. Daarbij geldt dat er vaak geen sprake is van vennootschapsbe-lasting over de door de kapitaalvennootschap ontvangen voordelen uitlucratief belang vanwege de deelnemingsvrijstelling, zodat de voordelenuit lucratief belang alleen worden belast in box 2. Als de vennootschaphet voordeel (rendement) niet of niet voldoende doorstoot naar deaanmerkelijkbelanghouder, zijn de voordelen uit lucratief belang dubbelbelast, zowel in box 1 als in box 2 bij latere uitdeling van de voordelennaar privé.Voor veel belastingplichtigen zal de aanmerkelijkbelangvariant doorgaansfinancieel voordeliger zijn dan belastingheffing in box 1, afgezien van desituaties waarin sprake is van een verlies. In de praktijk zullen dus de alsarbeidsbeloning ontvangen vermogensbestandsdelen meestal wordeningebracht in een kapitaalvennootschap zodat het rendement op ditvermogen tegen de lagere tarieven in box 2 wordt belast. Het hoogstetarief in box 1 is 49,5% en in box 2 is het hoogste tarief 31% in 2025. Dat iseen verschil van 18,5%-punt.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?Het uiteindelijke voordeel kan voor de individuele belastingplichtige grootzijn. Zoals hiervóór is uiteengezet, bedraagt het verschil tussen hethoogste tarief in box 1 en het hoogste tarief in box 2 momenteel18,5%-punt.d) Wat is het handelsperspectief voor de overheid?Vóór de invoering van de lucratiefbelangregeling nam de Belastingdiensthet standpunt in dat het disproportionele gedeelte van het rendement infeite een beloning is voor arbeid en niet een opbrengst van het geïnves-teerde kapitaal, zoals belanghebbenden stelden. Mede vanwege het groteverschil in belastingdruk tussen box 1 en box 3 leidde dit destijds vaak totdiscussie tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst. Die discussieging over de vraag of sprake is van een opbrengst van arbeid (box 1) danwel een opbrengst van het geïnvesteerd kapitaal die belast is tegen eenforfaitaire heffing van (toen nog) 4% vermenigvuldigd met het box 3-tariefvan 30%. In box 3 leverde dat een effectieve heffing van 1,2% op over dewaarde van de carried interestrechten of managementparticipaties.Omdat deze discussie complex en sterk feitelijk is, resulteerde dezediscussie vaak in een compromis tussen de belastingplichtige en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1257 Belastingdienst.31 Daarbij werd met een heffing in box 2 inclusief eendooruitdelingsplicht het midden gevonden tussen box 1 en box 3. Ditcompromis is in grote lijnen als uitgangspunt genomen bij de vormgevingvan de lucratiefbelangregeling per 1 januari 2009. Met deze wetgeving kande Belastingdienst zonder complexe discussies de werkelijk behaaldevoordelen uit lucratief belang belasten op het moment van realisatie. In dehuidige praktijk hanteert de Belastingdienst voor carried interestrechtenen bepaalde managementparticipaties als hulpmiddel een rekenmodelwaarmee bepaalbaar is wat de minimumprijs is voor de verwerving vanlucratieve rechten/belangen. Daarmee kan de Belastingdienst de gevolgenvoor de loonbelasting bij toekenning van de lucratieve rechten/belangenvaststellen.Bij de parlementaire behandeling van de lucratiefbelangregeling isdestijds onderkend dat in veel gevallen uitsluitend de box 2-heffing aan deorde zal zijn en geen box 1-heffing. Desondanks is destijds eenamendement van het toenmalige Kamerlid Irrgang32 verworpen om deaanmerkelijkbelangvariant te schrappen. De toenmalige Staatssecretarisvan Financiën noemde daarbij de volgende argumenten die op ditmoment nog steeds gelden en relevant zijn:33–Beloningsinstrumenten zoals een carried interest bevatten ookelementen van een vergoeding op geïnvesteerd kapitaal, zodat deinkomstenbelastingheffing in box 2 met een uitkeringsverplichtingevenwichtig is.–De belastingdruk via box 2 loopt internationaal in de pas.–Een eenduidige keuze voor een heffing in box 1 is niet goed voor hetvestigingsklimaat.–In de praktijk sloot de Belastingdienst met belastingplichtigen aldiverse vaststellingsovereenkomsten (vso’s) met belastingplichtigenwaarbij de uitkomst was dat de carried interest in box 2 was belast.Deze uitkomst bleek effectief voor de discussie of de voordelen in box1 of in box 3 belast moeten zijn.In het onderzoeksrapport is aangegeven dat het schrappen van deaanmerkelijkbelangvariant leidt tot een verstoring van een goedlopende,op samenwerking gerichte uitvoeringspraktijk. De huidige lucratiefbelang-regeling heeft immers voor duidelijkheid en rechtszekerheid gezorgd,zowel voor belastingplichtigen met een lucratief belang als voor deBelastingdienst. Het is nog maar de vraag of de afschaffing van deaanmerkelijkbelangvariant ertoe leidt dat de carried interest daadwerkelijkuitsluitend in box 1 kan worden belast, omdat belastingheffing van carriedinterest in box 1 kan worden betwist door de belastingplichtige en erdiverse structuren zijn waarbij sprake is van een lucratief belang, die nietafzonderlijk worden geregistreerd in de aangiften inkomstenbelasting. Omdie reden zijn geen gegevens beschikbaar uit de belastingaangiften ofinterne systemen van de Belastingdienst. Er zal tevens overgangsrechtnodig zijn voor lopende structuren waarbij de aanmerkelijkbelangvariant31In het rapport wordt benoemd dat de huidige lucratiefbelangregeling – inclusief devormgeving van de aanmerkelijkbelangvariant voor de heffing in box 2 – heeft geleid totrechtszekerheid voor zowel belastingplichtigen met een lucratief belang als de Belastingdienst.Dat is vooral van belang omdat carried interest- en managementparticipatiestructuren diversen complex zijn. In veel gevallen voorkomt de huidige vormgeving van de lucratiefbelangre-geling dan ook arbeidsintensieve discussies tussen de belastingplichtige en de Belastingdienstover de vraag of sprake is van een lucratief belang, over de waardering bij de verkrijging vaneen lucratief belang en of er loonvoordelen zijn. Voor de Belastingdienst is deze goedeafstemming gunstig omdat de Belastingdienst op die manier relatief eenvoudig toezicht kanhouden.32Kamerstukken II, 2007/08, 31 459, nr. 14.33Handelingen II 3 september 2008, 107, p. 7869–7871 en Handelingen I 9 december 2008, 13,p. 617.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1258 van toepassing is. Discussies over de vraag of sprake is van een lucratiefbelang zullen naar verwachting verscherpen. Daarnaast is het denkbaardat belastingplichtigen structuren dusdanig inrichten dat er minder vaaksprake is van een lucratief belang. Dit betekent dat een nieuwevormgeving druk op het reguliere toezicht van de Belastingdienst zalleggen die – vanwege de complexiteit – inzet vraagt van hooggekwalifi-ceerd personeel. Daarnaast is van belang dat het toepasselijke tarief voorvoordelen uit lucratief belang (in box 2) niet uit de pas loopt in verge-lijking met de ons omringende landen.In het onderzoeksrapport worden naar aanleiding van de motie Idsingac.s. twee alternatieven (denkrichtingen) toegelicht. Daarbij geldt nog hetvoorbehoud dat bij de invoering van een box 3-stelsel naar werkelijkrendement, dus met een vermogenswinst- en/of vermogensaanwasbe-lasting de verhouding principieel ander komt te liggen als het belasting-tarief in box 3 hoger zou zijn dan bijvoorbeeld 36%. In een dergelijkregime is het verschil tussen managers en investeerders kleiner dan ookbij de invoering van de lucratiefbelangregeling bestond. Om die reden ligthet voor de hand eventuele aanpassingen van de lucratiefbelangregelinggelijk met invoering van een toekomstig box 3-stelsel te laten plaats-vinden. Deze alternatieven zijn sinds 5 maart (tot en met 2 april) 2025 viainternet voorgelegd ter consultatie. De praktijk kan hierop reagerenwaarna besluitvorming over het al dan niet aanpassen van de huidigelucratiefbelangregeling kan plaatsvinden.Alternatief 1: Heffing lucratief belang als loon dan wel als resultaat uitoverige werkzaamhedenEen denkrichting voor een eventuele aanpassing van de lucratiefbelangre-geling is om deze in te bedden in de loonheffingen. Bij deze variant kan deopbrengst niet meer in box 2 worden belast. Voor zover sprake is van eendienstbetrekking vindt loonheffing plaats als het voordeel is genoten(pay-as-you-earn). Als geen sprake is van een dienstbetrekking zou deheffing – evenals nu – kunnen plaatsvinden in box 1 als resultaat uitoverige werkzaamheden (row). Deze variant zou wel een fundamenteleherziening van de huidige lucratiefbelangregeling betekenen en vraagtmeer wetgevings- en uitvoeringscapaciteit dan alternatief 2 (ziehieronder).Alternatief 2: Het invoeren van een multiplier voor de heffingsgrondslagvan box 2Een andere denkrichting is een (effectieve) tariefsverhoging in box 2 maardan alleen voor belastingplichtigen met een lucratief belang. Een variantdie gemakkelijker lijkt te realiseren is, is een grondslag verbredendemaatregel voor belastingplichtigen die de aanmerkelijkbelangvarianttoepassen. In het onderzoeksrapport is opgemerkt dat het effectieve tariefdaarbij tussen het toptarief in box 1 (49,5%) en het toptarief in box 2(2025: 31%) zou moeten liggen.6. Dividendstripping a) Basisregeling en fiscale contextDividendbelasting wordt, kort gezegd, geheven van aandeelhouders overopbrengsten (waaronder dividenden) die zij behalen uit aandelen in eenvennootschap die in Nederland is gevestigd. De dividendbelasting wordtingehouden door de Nederlandse vennootschap tegen een tarief van 15%van de opbrengst. In binnenlandse situaties is de dividendbelasting eenvoorheffing op de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1259 Nederlandse aandeelhouders kunnen de dividendbelasting verrekenenmet de door hen verschuldigde Nederlandse inkomstenbelasting ofvennoot schapsbelasting. Buitenlandse aandeelhouders, daarentegen,zullen in de meeste gevallen niet onderworpen zijn aan Nederlandseinkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Voor buitenlandseaandeelhouders is in voorkomende gevallen het verdragstarief vantoepassing en zal de dividendbelasting vaak een eindheffing zijn.Daarnaast kent de wet voor bepaalde situaties een inhoudingsvrijstellingof een mogelijkheid tot teruggave op verzoek. Zo kan bijvoorbeeld eenaandeelhouder die vrijgesteld is van winstbelasting, zoals een pensioen-fonds, een verzoek doen om teruggaaf van de ingehouden dividendbe-lasting. Daarnaast kan bijvoorbeeld voor dividenduitkeringen binnenconcernverband in deelnemingssituaties onder voorwaarden eeninhoudingsvrijstelling van toepassing zijn.Aandeelhouders (veelal in het buitenland) kunnen door het aangaan vaneen samenstel van transacties proberen de Nederlandse dividendbe-lasting te verminderen. In sommige gevallen is daarbij sprake vandividendstripping.b) Hoe werkt het?Bij dividendstripping wordt de economische en juridische gerechtigdheidtot dividenden opgesplitst om een dividendbelastingvoordeel te behalen.De economische gerechtigdheid bij de opbrengst van de aandelen(dividenden) blijft rusten bij de oorspronkelijke aandeelhouder waardoorde oorspronkelijke aandeelhouder het belang bij de inkomsten en waardestijgingen van de aandelen blijft houden. Hiervoor wordt bijvoorbeeld hetjuridisch eigendom van de aandelen (tijdelijk) uitgeleend aan een anderepartij die recht heeft op een gunstigere behandeling voor de dividendbe-lasting dan de oorspronkelijke aandeelhouder. Deze gunstigere positie kanbijvoorbeeld betrekking hebben op een recht op verrekening, teruggaaf ofvermindering van de Nederlandse dividendbelasting waartoe deoorspronkelijke (buitenlandse) aandeelhouder geen of een beperkter rechtheeft.Hierdoor wordt de heffing van dividendbelasting beperkt of voorkomen.De partijen die hierbij betrokken zijn, zullen over het algemeen het hieruitvoorvloeiende voordeel (de dividendbelasting) delen. Hierbij is vaak ookeen (professionele) tussenpersoon betrokken die beide partijen bij elkaarbrengt en daarvoor wordt beloond. Hoewel de verschijningsvormen vandividendstripping in de praktijk heel divers en zeer complex kunnen zijn,werkt vrijwel elke vorm van de dividendstripping in de kern op dehiervoor beschreven wijze.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?Vermindering (gedeeltelijk of geheel) van Nederlandse dividendbelasting.d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?Met ingang van 1 januari 2024 is een aantal maatregelen ter versterkingvan de aanpak van dividendstripping in werking getreden. Deze maatre-gelen waren onderdeel van het Wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen2024. Door deze maatregelen is de bewijslastverdeling aangepast terverbetering van de bewijspositie van de inspecteur. Voorts is een nadereinvulling gegeven aan het begrip «samenstel van transacties», teneindeopsplitsing van belangen binnen concernverband en verhulling over delandsgrenzen heen te voorkomen. Tot slot is de zogenaamde «registratie-datum» wettelijk vastgelegd. Aan de hand van deze registratiedatumTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1260 wordt bepaald wie gerechtigd is tot de opbrengst van aandelen diepubliekelijk worden verhandeld en – in het verlengde daarvan enafhankelijk van de overige voorwaarden – recht heeft op verrekening,vrijstelling, teruggaaf of vermindering van dividendbelasting.In de memorie van toelichting bij deze maatregelen is door het vorigekabinet een onderzoek aangekondigd naar aanvullende maatregelentegen dividendstripping. Ook dit kabinet onderschrijft dat verdereversterking van de aanpak van dividendstripping wenselijk is. Daarom ishet onderzoek, dat is gestart door het voorgaande kabinet, voortgezet. Hetonderzoek richt zich op de vraag welke (materiële) maatregelen kunnenworden genomen om de aanpak van dividendstripping verder teversterken. Daarbij wordt onderzocht hoe de zogenoemde nettorende-mentbenadering kan worden vormgegeven en of voor pensioenfondseneen specifieke maatregel vereist is. Daarnaast zal ook specifiek wordengekeken naar deelnemingsdividenden. Ook wordt, mede op verzoek vande Tweede Kamer, onderzocht welke maatregelen tegen dividendstrippingandere EU-landen hebben genomen. Naar verwachting zal over hetonderzoek in het voorjaar van 2025 aan de Tweede Kamer wordengerapporteerd.7. Opknipgedrag bij vastgoed-bv’s om maximaal te profiteren vanrenteaftrek a) Basisregeling en fiscale contextDe earningstrippingmaatregel is een algemene renteaftrekbeperking in devennootschapsbelasting. De earningstrippingmaatregel beperkt deaftrekbaarheid van het verschil tussen de rentelasten en de rentebatenvan geldleningen (saldo aan renten) bij het bepalen van de winst. Hetsaldo komt niet in aftrek voor zover dat meer bedraagt dan het hoogstevan 24,5% van de EBITDA34 of 1 miljoen euro. De maatregel is afkomstiguit de eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking (ATAD1) en is per1 januari 2019 in de vennootschapsbelasting geïmplementeerd. Nederlandheeft gekozen voor een robuuste implementatie die op onderdelenaanzienlijk verder gaat dan de in ATAD1 opgenomen minimumstandaard.Als gevolg van de keuze voor een robuuste implementatie wordt nietalleen opgetreden tegen grondslaguitholling, maar wordt vooral een meergelijke fiscale behandeling van eigen vermogen en vreemd vermogen bijalle belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting nagestreefd.b) Hoe werkt het?Bij het bepalen van de winst kunnen bedrijven het saldo aan renten niet inaftrek brengen voor zover dat meer bedraagt dan het hoogste van 20%van de EBITDA of de drempel van 1 miljoen euro. Deze drempel geeftbedrijven een prikkel om met vreemd vermogen gefinancierde investe-ringen op te knippen over verschillende vennootschappen en daarmee derentelasten zodanig te alloceren dat het saldo van de rentelasten enrentebaten onder de drempelwaarde blijft. De Belastingdienst ziet dit in depraktijk inderdaad ook gebeuren ten aanzien van investeringen in doorvastgoed bv’s met aan derden verhuurd vastgoed.Bij de opzet van structuren wordt het vastgoed verspreid over Neder-landse vennootschappen. Dit vastgoed wordt gefinancierd met vreemdvermogen. De rente over de leningen ter financiering van het vastgoed isin beginsel aftrekbaar bij het bepalen van de winst. Omdat het vastgoeden de bijbehorende financiering is verdeeld over verschillende vennoot-34Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1261 schappen blijft het saldo aan rentelasten en rentebaten onder de grensvan 1 miljoen euro.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?De rente op de leningen kan tot aan de drempel volledig in aftrek wordengebracht, ongeacht de omvang van de EBITDA. Het is daarmee mogelijkhet betalen van Vpb in zijn geheel te ontwijken.d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?Het opknipgedrag kan worden bestreden door de drempel in deearningstrippingmaatregel voor vastgoedlichamen met (aan derden)verhuurd vastgoed te verlagen of geheel buiten toepassing te laten(oftewel de drempelwaarde wordt 0). In het Belastingplan 2025 zat eenvoorstel om de drempel van de earningsstrippingmaatregel voordergelijke vastgoedlichamen buiten toepassing te laten. Deze antifrag-mentatiemaatregel is bij amendement geschrapt (Kamerstukken II 2024/2536 602, nr. 55). Naar aanleiding van de motie Van Eijk/Vermeer wordt opdit moment in kaart gebracht welke antimisbruikmaatregelen andereEU-landen hebben geïmplementeerd om belastingconstructies waarbijmisbruik wordt gemaakt van de generieke renteaftrekbeperking tebestrijden (Kamerstukken II 2024/25 36 602, nr. 104). De Kamer wordt hiervoor 1 juli over geïnformeerd.8. Belastingontwijking via de kavelruilvrijstelling a) Basisregeling en fiscale contextDe kavelruilvrijstelling is een vrijstelling in de overdrachtsbelasting. Doormiddel van de kavelruilvrijstelling kunnen gronden en opstallen in hetlandelijk gebied vrij van overdrachtsbelasting worden geruild. Het doelvan de vrijstelling is om de overdrachtsbelasting geen belemmering telaten vormen voor de verbetering van landinrichting in het landelijkgebied.b) Hoe werkt het?De kavelruilvrijstelling wordt gebruikt om vrij van overdrachtsbelastinggronden en opstallen, waaronder woningen, te verkrijgen. Om gebruik tekunnen maken van de vrijstelling moeten minimaal 3 partijen betrokkenzijn bij de kavelruil, minimaal 3 partijen moeten gronden en/of opstalleninbrengen en minimaal 2 partijen moeten gronden en/of opstallenverkrijgen. Daarnaast kan een geldbedrag verkregen worden. Uit depraktijk kwamen signalen naar voren dat koopovereenkomsten werdenopgespaard en bij elkaar werden geveegd om aan de voorwaarden tevoldoen. Ook bleek dat gronden en opstallen die werden geruild ver bijelkaar vandaan liggen (andere provincies).Voorbeeld:Partij A beoogt ter belegging een woning te verkrijgen van partij B. Diewoning is gelegen in het landelijk gebied. Een rechtstreekse overdrachtvan partij B aan partij A leidt tot heffing van overdrachtsbelasting (10,4%).Verkrijger partij A wil dit als kavelruil vormgeven om een beroep op dekavelruilvrijstelling te kunnen doen. Partij A schakelt een adviseur in. Diebrengt hen in contact met partij C. Deze stelt zich beschikbaar omenerzijds een strookje grond in te brengen en anderzijds voorafgaand aande kavelruil een strookje grond aan partij A te verkopen dat partij A kaninbrengen. De kavelruil wordt als volgt vormgegeven:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1262 –Partij A brengt een strookje grond (dat A recent van C heeft gekocht)en een geldsom (koopsom voor de woning en voor het strookje gronddat door C wordt ingebracht) in.–Partij B brengt de woning en een geldsom (koopsom voor het strookjegrond van A) in.–Partij C brengt een strookje grond in.Vervolgens wordt er «verkaveld». De woning die B heeft ingebracht wordttoebedeeld aan partij A. Partij A verkrijgt ook het strookje grond van C.Partij B ontvangt de geldsom voor de woning en verkrijgt het strookjegrond van A. Partij C ontvangt alleen een geldsom. De kavelruil voldoetaan het minimumaantal partijen dat de Omgevingswet als voorwaardestelt. Er zijn immers (ten minste) drie partijen betrokken die onroerendezaken inbrengen, waarvan ten minste twee partijen onroerende zakenverkrijgen. De woningtransactie tussen A en B voldoet daar zelfstandigniet aan. Doordat partijen A en C een strookje grond inbrengen wordenalle verkrijgingen vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Zo kan partij Adoor middel van kavelruil deze woning verkrijgen zonder heffing vanoverdrachtsbelasting terwijl hiervoor bij een reguliere verkoop 10,4%overdrachtsbelasting verschuldigd zou zijn. Partijen A en B kunnen op eenlater moment beslissen de strookjes grond (terug) over te dragen aanpartij C. Daardoor kunnen dezelfde strookjes grond meermaals voor eenkavelruilconstructie worden gebruikt. De adviseur kan partij C opnieuwinschakelen wanneer andere partijen zich melden die een onroerende zaakin het landelijk gebied vrij van overdrachtsbelasting wensen te verkrijgen.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?Hiermee wordt een fiscaal voordeel behaald van 2% tot 10,4%overdrachtsbelasting. 2% wanneer de verkrijger van een woning er zelf ingaat wonen, 10,4% voor andere opstallen en woningen die niet bestemdzijn om zelf in te wonen (8% vanaf 1 januari 2026).d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?De voorwaarden waaronder de kavelruilvrijstelling van toepassing is zijnaangepast. Deze aanpassing zat in het Belastingplan 2025 en de maatregelis op 1 januari 2025 in werking getreden. De aanpassing ziet op devolgende onderdelen:–De kavelruilvrijstelling is niet langer van toepassing op de verkrijgingvan woningen, de ondergrond en eventuele aanhorigheden daarbijbegrepen. Agrarische bedrijfswoningen kunnen onder de kavelruilvrij-stelling wel vrij van overdrachtsbelasting worden verkregen.–De kavelruilvrijstelling is niet langer van toepassing op de verkrijgingvan andere opstallen, en de ondergrond daarvan, tenzij die opstal tenbehoeve van de landbouw bedrijfsmatig geëxploiteerd wordt (delandbouweis).–Voor de opstallen die wel voldoen aan de landbouweis en daardoor inaanmerking komen voor de kavelruilvrijstelling, geldt dat de bedrijfs-matige agrarische exploitatie gedurende ten minste tien jaren alszodanig moet worden voortgezet (de voortzettingseis).–Als niet aan de voortzettingseis wordt voldaan is alsnog overdrachts-belasting verschuldigd, behalve indien niet aan de voortzettingseiswordt voldaan als gevolg van het feit dat een opstal door overheidsbe-leid aan de landbouw wordt onttrokken ten behoeve van de ontwikke-ling en instandhouding van natuur en landschap.–De maatregel houdt voor onbebouwde grond geen beperking van dekavelruilvrijstelling in. Voor onbebouwde grond geldt de landbouweisen daarmee ook de voortzettingseis niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1263 9. Kortdurende verhuurconstructies in de btw a) Basisregeling en fiscale contextHet verhuren van onroerende zaken is in beginsel vrijgesteld van btw.35Dat wil zeggen: er wordt geen btw geheven op de verhuurprestatie die deverhuurder aan de huurder verricht. Dit heeft als logisch gevolg dat deverhuurder ook niet de btw kan aftrekken die aan hem in rekening isgebracht (bijvoorbeeld als gevolg van een verbouwing). De verhuur vanonroerende zaken is in sommige situaties echter wél met btw belast. Hetgaat daarbij onder andere om de verhuur in het kader van hotel,-pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijven. In die gevallen kan deverhuurder de btw op verbouwingskosten dus wél in aftrek brengen.b) Hoe werkt het?Stel, een vastgoedondernemer verbouwt zijn oude pand naar nieuwewoningen bestemd voor de verhuur. Over de verbouwingskosten wordtbtw berekend. De vastgoedondernemer wil deze btw in aftrek brengen,maar dit is niet mogelijk als hij de woningen (direct) btw-vrijgesteld gaatverhuren. De vastgoedondernemer besluit daarom zijn pand eerstkortdurend te verhuren (bijvoorbeeld als studentenkamers). Deverhuurder geeft daaraan een zodanige (juridische) vorm dat deze verhuurkwalificeert als btw-belaste verhuur en krijgt daardoor toch recht op aftrekvan de btw op bouwkosten. In het volgende jaar stapt de ondernemeralsnog over op de beoogde (btw- vrijgestelde) langdurige verhuur vanwoningen. In dat geval voorziet de Wet op de omzetbelasting 1968 (wetOB) niet in de mogelijkheid om de in aftrek gebrachte btw gedeeltelijk teherzien. Op deze manier kan de ondernemer (uiteindelijk) btw-vrijgesteldverhuren en toch alle btw op bouwkosten in aftrek brengen. Dit kan opgrond van de huidige regelgeving, maar is niet in de geest daarvan. Erwordt immers kunstmatig een btw-aftrekrecht gecreëerd voor eenverbouwingsdienst die uiteindelijk hoofdzakelijk gebruikt wordt voorbtw-vrijgestelde prestaties.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?Er wordt btw ontlopen op de volledige verbouwingskosten.d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?–In de btw-regelgeving is een herziening op zogenoemde investerings-diensten opgenomen, zijnde diensten aan één of meer onroerendezaken die deze meerjarig dienen en een drempelbedrag van € 30.000te boven gaan.–Ondernemers dienen de hier bedoelde investeringsdiensten gedu-rende (effectief) vijf jaar te volgen.–Onder andere ondernemers die gebruik maken van de «short stay»structuur, zullen vanaf 2026 worden geconfronteerd met herzienings-btw op de verbouwingskosten. Anderzijds biedt de gekozen maatregelin het omgekeerde geval ondernemers de gelegenheid tot teruggaafvan btw die eerder niet in aftrek gebracht kon worden.–De maatregel heeft daarmee een tweeledig doel:•de btw-aftrek van diensten die een onroerende zaak over meerderejaren dienen, te laten aansluiten bij het daadwerkelijke gebruik vandeze diensten (conform de btw-systematiek en het beginsel vanfiscale neutraliteit) voor aftrekgerechtigde c.q. vrijgesteldeprestaties en35Artikel 11, eerste lid, onderdeel b, Wet OB 1968.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1264 •het creëren van een gelijker speelveld tussen ondernemers.–De werking van de maatregel inclusief het drempelbedrag zal wordengemonitord en, indien nodig, bijgestuurd. Mede daarom wordt demaatregel ook specifiek op dit punt geëvalueerd.–De benoemde maatregelen zijn opgenomen in het Belastingplan 2025en de Eindejaarsregeling 2024 en geldt per 1 januari 2026.10. Belastingontwijking via de splitsingsvrijstelling in de OVB a) Basisregeling en fiscale contextElke verkrijging van een onroerende zaak is in principe belast metoverdrachtsbelasting. Voor bepaalde situaties bestaan vrijstellingen. Desplitsingsvrijstelling is een ondernemingsfaciliteit die beoogt dat deoverdrachtsbelasting geen belemmering vormt bij herstructureren vanondernemingen.b) Hoe werkt het?Hoe belastingontwijking kan plaatsvinden wordt geïllustreerd aan de handvan een gesimplificeerd voorbeeld: bv A wordt gesplitst zodat eenonroerende zaak wordt verkregen door een andere vennootschap (bv B).Bv A verkrijgt de aandelen in bv B. Deze bv B past de splitsingsvrijstellingtoe op de verkrijging van de onroerende zaak. Bv A vervreemdt deaandelen in bv B aan een derde (bv C). In bepaalde gevallen is hetmogelijk dat de verkrijging van die aandelen door bv C niet belast is metOVB. Eindstand is dat bv C (via de aandelen) eigenaar is geworden van deonroerende zaken zonder dat er OVB is geheven. Als bv A de onroerendezaak rechtstreeks aan bv C zou hebben verkocht was er wel OVBverschuldigd (in dit geval door bv B). Zo wordt belasting ontweken doortoepassing van de splitsingsvrij stelling.De splitsingsvrijstelling beoogt dat de overdrachtsbelasting geenbelemmering vormt wanneer ondernemingen willen herstructureren. Dewetgever heeft echter niet beoogd dat de vrijstelling toepassing vindtwanneer herstructurering van een onderneming alleen plaatsvindt metoog op het kunnen verkopen van vastgoed aan derden zonder dat erheffing van overdrachtsbelasting plaatsvindt.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?Het voordeel is 10,4% overdrachtsbelasting over de waarde van het pand.Op de verkoop van aandelen drukt, in beginsel, geen overdrachtsbe-lasting. Dit is anders wanneer aandelen in een zogenoemde onroerende-zaakrechts persoon (rechtspersonen met daarin relatief veel vastgoed)worden overgedragen.d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?De voorwaarden van de splitsingsvrijstelling worden aangepast omonbedoeld gebruik te voorkomen en de uitvoerbaarheid en handhaaf-baarheid door de Belastingdienst te verbeteren. Tevens zorgen deaanpassingen ervoor dat de splitsingsvrijstelling meer in overeen-stemming is met de andere ondernemingsvrijstellingen in de ovb.De nieuwe voorwaarden zijn de volgende:–Een aanhoudingseis van 3 jaar;–Een ondernemingseis;–Een voortzettingseis van 3 jaar;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1265 –De vrijstelling is niet van toepassing als een opeenvolging vanverschillende rechtshandelingen (fusie, splitsing, aandelenfusie,interne reorganisatie) in overwegende mate is gericht op belastingont-wijking;–De vrijstelling ziet ook op zogenoemde ruziesplitsingen (waarbijaandeelhouders uit elkaar gaan), hierbij geldt de ondernemingseisniet.De aanpassing van de voorwaarden waaronder de splitsingsvrijstellingvan toepassing is liep mee in het Eindejaarsbesluit 2024 en treedt 1 juli2025 in werking.11. Ontwijking van BTW & OVB via vastgoedaandelentransacties a) Basisregeling en fiscale contextBij aankoop van nieuwe onroerende zaken is btw verschuldigd (21%).Over aankoop van bestaande onroerende zaken is overdrachtsbelasting(OVB) verschuldigd. Het is mogelijk om nieuwe onroerende zaken via eenaandelentransactie in plaats van een directe levering van de onroerendezaak over te dragen waardoor er noch btw noch OVB wordt geheven. Inde praktijk gebruiken belastingplichtigen deze mogelijkheid om debelastingdruk te verlagen bij de aankoop van nieuwe onroerende zaken.Deze structuur is interessant voor kopers van nieuwe onroerende zakendie de btw daarop niet in aftrek kunnen brengen, zoals voor verhuurdersvan woningen, onder wijsinstellingen, pensioenfondsen, verzekerings-maatschappijen en zorgaanbieders.b) Hoe werkt het?Een projectontwikkelaar ontwikkelt een nieuwe onroerende zaak in eenvastgoed-bv. De koper verkrijgt vervolgens de onroerende zaak door alleaandelen van de vastgoed-bv te kopen. In dit geval wordt geen btw éngeen OVB betaald.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?De hoogte van de belastingbesparing voor de koper is afhankelijk van despecifieke omstandigheden van het geval. Zo is van grote invloed of deverkoper zijn bouwpersoneel extern inhuurt (inhuur is belast met btw) ofin dienst heeft (geen btw) en op welke wijze en voor welke grondprijs deverkoper aan de grond is gekomen (dat is: met of zonder btw of OVB). Debesparing per transactie is dus sterk afhankelijk van de (niet-aftrekbare)btw bij de verkoper, die drukt op ingekochte goederen en diensten. Debesparing zal wel minder dan 21% bedragen.d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?Er bestaat geen doeltreffende en doelmatige mogelijkheid om de btw-drukvan de genoemde aandelentransacties te verhogen via een aanpassingvan de btw-wetgeving. Wel bestaat een werkbare mogelijkheid om debelastingontwijking aan te pakken door aanpassing van de OVB. Dat kandoor aanpassing van de samenloopvrijstelling in de OVB. De samenloop-vrijstelling zorgt er kort gezegd voor dat wanneer er op verkoop vanvastgoed btw geheven wordt, er geen OVB verschuldigd is. De samen-loopvrijstelling in de OVB kan zodanig worden gewijzigd dat in ieder gevalOVB-heffing (10,4%) plaatsvindt op de aankoop van nieuwe onroerendezaken via aandelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1266 Hoewel deze maatregel geen volledig gelijk speelveld creëert tussennieuwe onroerende zaken die via aandelen worden geleverd en nieuweonroerende zaken die direct worden geleverd, blijkt dit de meestdoelmatige en doeltreffende maatregel om de ongelijkheid tussen dezetwee transacties te verminderen. De maatregel liep mee in het pakketBelastingplan 2024 en is op 1 januari 2025 in werking getreden.12. Belasting ontlopen via verhuurd vastgoed in de bedrijfsopvol-gingsregeling (BOR) in de schenk- en erfbelasting en dedoorschuifregeling (DSR) in de inkomstenbelasting a) Basisregeling en fiscale contextDe Successiewet 1956 schrijft voor dat schenk- of erfbelastingverschuldigd is over de waarde van schenkingen en erfenissen. Wanneerde schenking of erfenis ondernemingsvermogen betreft, kan de verkrijgergebruik maken van de bedrijfsopvolgingsregeling: de BOR. Op verzoek, enonder voorwaarden, kan (een deel van) het ondernemingsvermogenvrijgesteld worden van schenk- of erfbelasting. Doel van de BOR is tevoorkomen dat de continuïteit van een onderneming in gevaar komt alsgevolg van onvoldoende middelen om de schenk- en erfbelasting tevoldoen. De eerste 1.205.871 euro (bedrag 2023) aan ondernemingsver-mogen is sinds 2010 volledig vrijgesteld. Van de waarde van het onderne-mingsvermogen daarboven is 83% vrijgesteld. De BOR wordt ookverleend aan de verkrijgers en erfgenamen voor wie de vrijstelling nietnoodzakelijk is om een bedrijfs overdracht mogelijk te maken.Daarnaast is bij bedrijfsoverdracht (hetzij als gevolg van verkoop hetzij alsgevolg van schenken of overlijden) inkomstenbelasting verschuldigd overde stakingswinst (in geval van een IB-onderneming) respectievelijk devervreemdingswinst (in geval van aanmerkelijk belang in een bv). Dedoorschuifregeling (DSR) regelt dat er onder voorwaarden geeninkomsten belasting verschuldigd is bij bedrijfsoverdracht dan welvervreemding van ab-aandelen.Doel van de BOR en de DSR is te voorkomen dat verschuldigde belastingreële bedrijfsopvolgingen in de weg staat. De BOR en DSR zijn daaromook alleen van toepassing op het ondernemingsvermogen in een bedrijf.Beleggingsvermogen – zowel beleggingen aanwezig in de ondernemingals een belang in een beleggingsmaatschappij – is uitgesloten. Onder-scheid maken tussen ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen isin veel gevallen bijzonder lastig, met name bij exploitatie van vastgoed. Ervinden structuren plaats met vastgoed om gebruik te kunnen maken vande BOR en de DSR.b) Hoe werkt het?Zoals beschreven komt alleen ondernemingsvermogen in aanmerkingvoor de BOR en de DSR. De BOR biedt een haast onbeperkte vrijstellingvoor ondernemingsvermogen omdat er geen maximum geldt waarop hethoge vrijstellingspercentage van 83% van toepassing is. Vastgoed datwordt geëxploiteerd wordt vaak als ondernemingsvermogen opgegeven,terwijl het veelal om beleggingsvermogen gaat. Gelet op het grotefinanciële belang van met name de BOR vinden relatief veel juridischeprocedures over vastgoed plaats. Dat legt ook een groot beslag legt ophoogwaardige capaciteit bij de Belastingdienst in de vorm vanvooroverleg en juridische procedures.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1267 c) Wat is het uiteindelijke voordeel?Met name de BOR biedt belanghebbenden een prikkel om beleggingsver-mogen zoveel mogelijk te doen voorkomen als ondernemingsvermogen.Over het verhuurde vastgoed zou dan geen schenk- en erfbelastingworden betaald bij overdrachten tot 1.205.871 euro (cijfers 2023). Over hetmeerdere is 83% vrijgesteld van schenk- en erfbelasting. Gezien de vrijwelonbeperkte vrijstelling kan een zeer groot gedeelte van de schenk- enerfbelasting worden ontweken. Het kan hier in gevallen gaan om zeergrote bedragen. Het gebruik van de BOR is dan ook zeer scheef verdeeld:40% van het budgettaire belang van de BOR in de periode 2010–2016komt op conto van 2% van de verkrijgers van ondernemingsvermogen. Degemiddelde waarde van het vrijgestelde vermogen van deze 2% in degenoemde periode bedraagt meer 19 miljoen euro.d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?Zoals gezegd is het lastig om een zuiver onderscheid te maken tussenbeleggingsvermogen en ondernemingsvermogen. Door vastgoed dat aanderden wordt verhuurd of ter beschikking wordt gesteld wettelijk aan temerken als beleggingsvermogen wordt de nodige duidelijkheid verschaft,wat leidt tot minder vooroverleg met de Belastingdienst en minderjuridische procedures. Met deze vereenvoudigingsmaatregel wordt ookconstruerend gedrag binnen de BOR en DSR met dit vastgoed tegen-gegaan. Daarnaast wordt hiermee voorkomen dat de reikwijdte van deBOR en DSR onbedoeld toeneemt. Dit sluit bovendien goed aan bij hetdoel van de BOR en de DSR. Bij vastgoedportefeuilles is externe finan-ciering voor het betalen van de verschuldigde belasting door de mogelijk-heden tot onderpand/ hypotheek in de regel namelijk geen probleem.Daarnaast kan voor het betalen van de belasting ook een gedeelte van devastgoedportefeuille worden verkocht, wat in het algemeen geen bezwaarvoor de continuïteit van de bv vormt. Ten slotte zal het maatschappelijkbelang van het bijeen houden van een vastgoedportefeuille veelal beperktzijn.Het kabinet heeft dan ook in de Miljoenennota 2023 ervoor gekozen bovenstaande maatregelen om te zetten in beleid. Hiermee wordt tevensinvulling gegeven aan de afspraak in het coalitieakkoord om reëlebedrijfsopvolging eenvoudiger en eerlijker te maken. Deze maatregel zatin het aangenomen pakket Belastingplan 2024 en is per 1 januari 2024ingevoerd.13. Belastingontwijking via niet reguliere afwikkeling vanpensioenaanspraken in de bv a) Basisregeling en fiscale contextEen dga kon in het verleden fiscaal gefaciliteerd pensioen opbouwen inzijn bv, het zogeheten pensioen in eigen beheer (PEB). De aanspraak oppensioen in eigen beheer is onbelast en de uiteindelijke uitkering napensionering is belast (omkeerregel), net zoals het geval is bij pensioen-opbouw van werknemer via een pensioenfonds of verzekeraar. Het PEBvoor dga’s is afgeschaft per 1 juli 2017. Het toenmalige kabinet heeft hetstandpunt ingenomen dat een echt pensioen beter buiten de onder-neming bij een financiële instelling kan worden opgebouwd met eenfiscale faciliteit, net zoals dat voor werknemers geldt. Bij afschaffing vande PEB gold een overgangsrecht. Een bestaande PEB kon tot 1 januari2020 fiscaal voordelig worden afgekocht of worden omgezet in aanspraakingevolge een oudedagsverplichting (ODV). Indien geen gebruik werdgemaakt van deze mogelijkheden, dan bleef het opgebouwde pensioen inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1268 eigen beheer staan, maar de pensioenaanspraak bij de bv kan niet meeraangroeien. Op het moment dat pensioen wordt uitgekeerd aan de dga ishij loon- en inkomstenbelasting verschuldigd.b) Hoe werkt het?Een dga dient het opgebouwde PEB dan wel de ODV periodiek uit te kerenvanaf de pensioengerechtigde leeftijd (onder voorwaarden kan eeneerdere of latere ingangsdatum mogelijk zijn). Als echter op enig momenteen oneigenlijke handeling (bijvoorbeeld een zekerheidsstelling ofgedeeltelijke afkoop van het PEB dan wel ODV) wordt verricht, dan wordtde gehele pensioenaanspraak of ODV op dat moment onzuiver; dat wilzeggen dat niet langer aan de fiscale voorwaarden wordt voldaan. Diehandeling is oneigenlijk omdat deze strijdig is met de fiscale voorwaardenvoor een PEB of ODV. Er dient dan in beginsel belastingheffing plaats tevinden over de waarde in het economische verkeer van de totaleaanspraak. Als er echter geen belastingheffing heeft plaatsgevonden endeze oneigenlijke handeling niet binnen de navorderingstermijn wordtopgemerkt door de belastinginspecteur, dan kan er ook geen belasting-aanslag meer worden opgelegd, ook niet bij een volgende oneigenlijkehandeling met het PEB of de ODV. Als het pensioen vervolgens nietregulier wordt uitgekeerd of verstrekt aan de gerechtigde, dan kan hetpensioen geheel onbelast blijven. Er is de facto sprake van ontduiking. Ditis een onwenselijke situatie en kan constructies uitlokken.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?Belastingafstel. Er kan geen heffing plaatsvinden over de onbelasteaanspraak, die achteraf bezien gewoon tot het belastbare loon hadmoeten worden gerekend.d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?Met de Fiscale verzamelwet 2025 is de wet zodanig aangepast dat desanctiebepaling opnieuw geldt bij een volgende oneigenlijke handeling.Hiermee wordt bevorderd dat ook na een eerste oneigenlijke handelingdie op zichzelf niet meer valt onder de sanctiebepaling toch regulier wordtuitgekeerd zodat over deze uitkeringen regulier belasting kan wordengeheven. Hiermee worden constructies om belastingheffing te omzeilentegengegaan.14. Ontwijking van box 3 via agiostorting en terugkopen vanbezittingen a) Basisregeling en fiscale context–In box 3 wordt het inkomen uit sparen- en beleggen belast.–In box 2 wordt het inkomen uit aanmerkelijk belang belast. Van eenaanmerkelijk belang is sprake bij een direct of indirect bezit vantenminste 5% van de aandelen, winstbewijzen, genotsrechten ofstemrechten in een vennootschap.–Een aanmerkelijkbelanghouder kan (een deel van) het spaar- enbeleggingsvermogen vanuit box 3 als extra kapitaalstorting (agiostor-ting) overhevelen naar de eigen vennootschap.b) Hoe werkt het?Een natuurlijk persoon heeft spaar- en beleggingsvermogen in box 3.Daarnaast is de natuurlijk persoon aanmerkelijkbelanghouder van eenvennootschap. De persoon in kwestie brengt vanuit box 3 (een deel van)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1269 het spaar- en beleggingsvermogen onder in de eigen vennootschap viaeen agiostorting. Daarmee daalt de rendementsgrondslag in box 3.Vervolgens koopt de aanmerkelijkbelanghouder de eerder ingebrachtevermogensbestanddelen van de vennootschap. De betreffende vermo-gensbestanddelen behoren zodoende weer tot de rendementsgrondslagvan box 3. De koopsom wordt echter schuldig gebleven, daarvoor gaat deaanmerkelijkbelanghouder een lening aan bij de vennootschap.Over het geleende bedrag moet de aanmerkelijkbelanghouder eenzakelijke rente betalen aan de vennootschap. Over de rentebaten is devennootschap vennootschapsbelasting verschuldigd. Als het restant vande rentebaten als dividend wordt uitgekeerd is de aanmerkelijkbelang-houder hierover in box 2 belasting verschuldigd. Uiteindelijk blijft denatuurlijk persoon eigenaar van het spaar- en beleggingsvermogen, alleenis vanwege het niet betalen van de koopsom een lening aan de eigenvennootschap ontstaan in box 3.c) Wat is het uiteindelijke voordeel?De constructie heeft tot gevolg dat een schuld aan de eigen vennootschapontstaat. Een schuld in box 3 vermindert de heffing van inkomstenbe-lasting bij de natuurlijk persoon. Daartegenover staat dat over derentebaten vennootschapsbelasting is verschuldigd door de vennoot-schap en, bij uitdeling van het restant aan de aandeelhouder, heffing inbox 2. Het uiteindelijke voordeel is sterk afhankelijk van de samenstellingen rendementen van het spaar- en beleggingsvermogen.Per 2023 wordt het voordeel uit sparen en beleggen (box 3) berekend doorhet effectieve rendementspercentage te vermenigvuldigen met degrondslag sparen en beleggen. De grondslag sparen en beleggen bestaatuit de rendementsgrondslag (waarde van de bezittingen minus deschulden op 1 januari) verminderd met het heffingvrije vermogen). Hetrendementspercentage van schulden bedraagt in 2023 2,57% en komt inmindering op het effectieve rendementspercentage. Daarnaast verlaagt deschuld de rendementsgrondslag. Als de ontstane schuld aan de eigenvennootschap de rendementsgrondslag tot nihil vermindert, is geen box3-heffing verschuldigd.Het lenen van de eigen vennootschap wordt overigens per 2023ontmoedigd. Als de totale som van schulden van de aanmerkelijkbelanghouder aan zijn eigen vennootschap meer dan 700.000 euro bedraagt,wordt dat meerdere als inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerkinggenomen.Daartegenover staat dat de vennootschap over de rentebaten van delening jaarlijks vennootschapsbelasting is verschuldigd. Het vennoot-schapsbelastingtarief in 2023 bedraagt 19% bij een belastbaar bedrag toten met 200.000 euro en 25,8% over het meerdere. Als (het restant van) derentebaten vervolgens als dividend wordt uitgekeerd, is de aanmerkelijk-belanghouder daarover 26,9% inkomstenbelasting verschuldigd in box 2(cijfers 2023).d) Wat is het handelingsperspectief voor de overheid?Het afgelopen jaar is onderzocht welke mogelijkheden er zijn om dezeconstructie te bestrijden. De Belastingdienst heeft aangegeven dat alledossiers die op het netvlies stonden inmiddels zijn opgelost doordat eencompromis overeen is gekomen met de belastingplichtige om deconstructie te ontmantelen. Zodra zich nieuwe signalen voordoen die nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1270 met bestaande handhavings-instrumentarium tot een goed einde kunnenworden gebracht zal naar oplossingsrichtingen worden gekeken. Eén vande opties is het verder ontmoedigen van het lenen van de eigenvennootschap.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1271 – VERMOGENSVERDELING IN BEELDDe hier gepresenteerde cijfers geven een beeld van de vermogens-opbouw, -verdeling en – ontwikkeling van huishoudens in Nederland,inclusief informatie over schenkingen en erfenissen.De bron voor de vermogensgegevens is het Integraal Inkomens- enVermogensonderzoek van het CBS. De cijfers over 2006 t/m 2022 zijndefinitief en de cijfers over 2023 zijn voorlopig.BIJLAGE 10Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1272 De bedragen in alle figuren zijn gemiddelde bedragen. De cijfers zijntevens te vinden op de site van het CBS. Aanvullende cijfers zijn alsinteractieve grafieken beschikbaar in het dashboard Vermogen invogelvlucht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1273 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1274 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1275 – INVESTERINGEN NETBEHEERDERSIn l(n met het advies van de 17e Studiegroep Begrotingsruimte en het IBOBekostiging elektriciteitsinfrastructuur z(n in deze b(lage de investerings-prognoses van de netbeheerders en de verwachte ontwikkeling in denetbeheerkosten weergeven.De investeringen van de netbeheerders maken geen onderdeel uit van deR(ksbegroting, maar z(n voorgefinancierd met eigen vermogen, verstrektdoor de aandeelhouders ((mede)overheden), en vreemd vermogenaangetrokken op de markt. Deze investeringen worden terugverdiend viade nettarieven, de maximale tarieven worden vastgesteld door de ACM.Ten behoeve van een integraal overzicht worden deze kosten nu ookgepresenteerd in de Voorjaarsnota.De netbeheerkosten bestaan uit de kapitaalkosten en de operationelekosten die de netbeheerders moeten maken voor het beheren van hetelektriciteitsnet. Samen met het tarifeerbare volume bepalen de netbe-heerkosten de uiteindel(ke netwerktarieven.Tabel 43 Investeringsprognoses netbeheerdersBedragen in miljoenen euro2025202620272028202920302031203220332034203520362037203820392040Investeringsopgave7.7239.45110.54811.72910.44511.18211.55312.34012.54812.54312.34212.37812.59113.20813.46913.893 Tabel 44 Netbeheerkosten netbeheerdersBedragen in miljoenen euro2025202620272028202920302031203220332034203520362037203820392040Totaal netbeheerkosten6.7706.8308.2099.2339.03810.09911.11412.53613.50413.91215.33116.37917.28918.32819.11120.036Waarvan OPEX3.4253.0873.4443.6833.3793.5233.7654.0014.1334.1464.5294.8115.1985.5585.5825.771Waarvan CAPEX3.3463.7434.7655.5505.6596.5777.3498.5359.3719.76610.80211.56712.09012.77113.53014.265 BIJLAGE 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725, nr. 1276

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 8c2bc1c7ea9c5844

14 okt 2026 · ea086fb273ef8629

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.