KamerkringInloggen
Kamerstuk

Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas) (voortzetting; tweede termijn) (ongecorrigeerd)

21 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c09d56ac336d922a · officiële bron

Tweede Kamer, Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas) (voortzetting; tweede termijn) VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG Concept De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 21 september 2026 vervolgoverleg gevoerd met mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei, over: het wetsvoorstel Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met het verhogen van het aandeel van gas uit hernieuwbare bronnen in de totale leveringen van gas aan afnemers (Wet bijmengverplichting groen gas) (36947); de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 18 september 2026 inzake appreciatie amendement en toezegging wetsvoorstel Bijmengverplichting groen gas (2026Z19289); de brief van de minister van Klimaat en Groene Groei d.d. 18 september 2026 inzake compensatie glastuinbouw in het kader van de bijmengverplichting groen gas (2026Z19301). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, Zwinkels De griffier van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei, Nava Voorzitter: Graus Griffier: Nava Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Flach, Graus, Grinwis, Jumelet, Klos, Kops, Kostić, Müller, Van Oosterhout en Vermeer, en mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei. Aanvang 17.00 uur. De voorzitter: Van harte welkom, allemaal, bij de tweede termijn van het wetgevingsoverleg van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei inzake de Wet bijmengverplichting groen gas. Ik heet allereerst de mensen op de publieke tribune en de mensen die meekijken en meeluisteren via het digitale kanaal van harte welkom. Verder heet ik natuurlijk ook de minister van Klimaat en Groene Groei en alle Kamerleden van harte welkom. Dit is een wetgevingsoverleg en in principe gelden daarvoor geen maximale spreektijden en ook met het aantal interrupties moeten we soepel omgaan. Maar u heeft er wel zelf voor gekozen om de zaal met catering slechts tot 19.00 uur te huren. Daarna is het over en om uiterlijk 19.00 uur gaan we afhameren. Ik doe dat het liefst eerder, maar het is echt uiterlijk tot 19.00 uur. Het is aan uzelf, maar ik zou voorstellen: beperk de spreektijden tot maximaal vier, vijf minuten en houd de interrupties kort en bondig. Probeer het aantal interrupties verder te beperken, want anders gaan we het niet redden. Ik geef graag als eerste het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie. De heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter, goedemiddag. Ik dacht dat collega Flach nog wel zou plaatsnemen. Dat is dus niet zo, maar ik hoop zo goed mogelijk de honneurs voor hem waar te nemen. Dank, voorzitter, en dank dat we nu de tweede termijn kunnen houden. Zoals ik twee weken geleden tijdens mijn eerste termijn al stelde, is de fractie van de ChristenUnie voorstander van een bijmengverplichting voor groen gas. Máár ik benoemde toen wel mijn grote zorgen over de huidige vormgeving van het voorstel. Deze zorgen zijn in de reactie in eerste termijn wat mij betreft nog niet afdoende geadresseerd. Met andere woorden, er volgen nu een aantal moties die belangrijk zijn voor mijn fractie. Maar eerst nog iets over een tweetal amendementen. Helaas ben ik genoodzaakt om het amendement op stuk nr. 19 in te trekken. Dat is gelijk mijn administratieve mededeling, voorzitter. Dat amendement gaat over de beperking van de doelgroepen, waarbij de piekvoorziening elektriciteit voor mijn fractie het belangrijkste was. Helaas kleven er te veel uitvoeringstechnische bezwaren van de NEa en de Belastingdienst aan. Ik heb me laten overtuigen door de minister en haar ambtenaren en hierbij is het dus ingetrokken. De voorzitter : Het amendement-Grinwis/Van den Berg (stuk nr. 19) is ingetrokken. De heer Grinwis (ChristenUnie): Maar het betekent wel dat ik extra gemotiveerd ben voor mijn andere strijd! Een en ander geldt dan ook niet voor mijn andere amendement over het ingangsjaar 2028 en de voorhangbepaling voor het groeipad en de buy-outprijs. Het amendement over de voorhangbepaling heb ik aangepast conform de appreciatie van de minister. Aanname van deze amendementen is voor mij randvoorwaardelijk om voor het wetsvoorstel te kunnen stemmen. En dat geldt ook voor een aantal van de moties die ik nu ga voorlezen, voorzitter. Allereerst een motie die een hele grote zorg van veel van mijn collega's en ook van mij adresseert inzake de betaalbaarheid van de energierekening voor huishoudens. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de energierekening van huishoudens niet alleen nu, vanwege geopolitieke ontwikkelingen, maar ook structureel zal stijgen na de invoering van ETS2 en de bijmengverplichting groen gas; constaterende dat het kabinet met het Noodfonds Energie slechts incidenteel 193 miljoen euro vrijmaakt voor de meest kwetsbare huishoudens, in weerwil van structurele lastenverzwaring; verzoekt de regering om voorbereidingen te treffen voor een langjarige en toereikende inzet van het Noodfonds Energie om te voorkomen dat kwetsbare huishoudens zich in de toekomst gedwongen voelen de kachel uit te zetten, en de Kamer bij Voorjaarsnota hierover te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Van Oosterhout. Zij krijgt nr. 24 (36947). De heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter. Ik bereid op dit moment ook een amendement voor om de energiebelasting op gas in de eerste twee schijven wat te verlagen, maar dat volgt later in het kader van het Belastingplan. Mijn tweede motie. De eerste grote zorg waren de huishoudens en mijn tweede zorg is de glastuinbouw. Daarom de volgende wat lange motie. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de glastuinbouwsector de afgelopen jaren aanzienlijke verduurzamingsstappen heeft gezet, mede dankzij het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030; constaterende dat uit de tussenevaluatie van het convenant en uit het onderzoek van Wageningen University & Research blijkt dat het restemissiedoel voor 2030, door het ontbreken van de juiste randvoorwaarden en de sinds het convenant aanvullende kostenopdrijvende maatregelen van het Rijk, alleen kan worden behaald door onevenredig in te leveren op economische rentabiliteit; overwegende dat de CO2-reductie door de bijmengverplichting groen gas slechts gedeeltelijk wordt verrekend in de restemissies van de glastuinbouw, aangezien het voordeel van de verminderde CO2-intensiteit van gas aan alle gasgebruikers wordt toegerekend; overwegende dat de strategische rol van warmte-krachtkoppeling (wkk) in het Nederlandse elektriciteitssysteem nog niet wordt meegewogen in het klimaat- en beprijzingsbeleid voor de glastuinbouw; overwegende dat het klimaatbeleid voor de glastuinbouw daarom toe is aan een herijking, onder meer inzake het tussendoel in 2030 en het toevoegen van een transitiepad richting 2040; verzoekt de regering om voor de zomer van 2027, met het Convenant Energietransitie Glastuinbouw als basis en in samenwerking met de sector, toe te werken naar een geactualiseerd transitiepad richting 2040, de conclusies uit de tussenevaluatie en het WUR-onderzoek daarbij expliciet mee te wegen, en het beleid rond de energietransitie en broeikasgasbeprijzing in de glastuinbouw daarmee zodanig vorm te geven dat een klimaatneutrale en economisch rendabele glastuinbouwsector haalbaar blijft, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Jumelet, Flach, Vermeer en Van den Berg. Zij krijgt nr. 25 (36947). De heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter. Dan heb ik nog een paar moties. De eerste is een onderzoeksmotie. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat groen gas schaars is en blijft, en daarom gericht moet worden ingezet waar duurzame alternatieven beperkt beschikbaar zijn en de systeemwaarde het grootst is; overwegende dat de SDE++ langjarige zekerheid kan bieden voor nieuwe Nederlandse productie, maar daarnaast een gericht vraaginstrument nodig kan zijn om groen gas naar specifieke toepassingen te sturen, zoals voorgesteld door diverse marktpartijen met de Gerichte Inzetregeling Groen Gas (GGIG); verzoekt de regering te verkennen of en hoe een gericht vraaginstrument voor groen gas vormgegeven zou kunnen worden, bijvoorbeeld via een begrensd contract for difference, waarmee groen gas gericht beschikbaar wordt gemaakt voor toepassingen met hoge systeemwaarde, en daarbij onder meer aandacht te besteden aan potentiële doelgroepen, prijs- en budgetbegrenzing en uitvoerbaarheid, en de Kamer hierover voor de zomer van 2027 te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Van den Berg. Zij krijgt nr. 26 (36947). De heer Grinwis (ChristenUnie): Dan de vierde. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat indien energieleveranciers gebruikmaken van de buy-outprijs, afnemers te maken hebben met meerkosten zonder dat er CO2-emissiereductie wordt geboekt; overwegende dat momenteel niet wordt uitgegaan van opbrengsten uit de buy-out, maar dat deze, als ze er zijn, zullen worden toegevoegd aan de algemene middelen, terwijl het in de rede ligt om deze middelen te gebruiken om de afnemers (ETS2-sectoren) naar rato te compenseren, mede in het licht van de al stijgende energielasten voor deze sectoren; verzoekt de regering in het geval van buy-outopbrengsten, conform de vigerende begrotingsregels, een lastenverlichting voor de ETS2-sectoren door te voeren ter hoogte van deze opbrengsten en deze lastenverlichting naar rato van de door sectoren gemaakte meerkosten te verdelen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Van den Berg. Zij krijgt nr. 27 (36947). De heer Grinwis (ChristenUnie): Dan heb ik er nog twee, voorzitter. Nog even geduld. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat groen gas waarvoor exploitatiesubsidie wordt ontvangen niet kan worden ingezet voor de bijmengverplichting, maar dat investeringssubsidies uit binnen- en buitenland niet zijn uitgesloten; overwegende dat voor een effectieve stimulering van de Nederlandse groengasproductie een gelijk speelveld van belang is, zowel tussen verschillende productietechnieken als tussen Nederlandse en buitenlandse producenten; overwegende dat in Nederland via de DEI+ enkel investeringssubsidie beschikbaar is voor groengasproductie middels vergassing en dat er tussen Europese lidstaten verschillen bestaan in de beschikbare subsidies voor groengasproductie; verzoekt de regering te bezien of er in Nederland een gelijk speelveld is tussen de verschillende productietechnieken voor groen gas en indien nodig voorstellen te doen om te zorgen voor dit gelijke speelveld; verzoekt de regering tevens bij de evaluatie van de bijmengverplichting expliciet te onderzoeken in hoeverre verschillen in investeringssteun tussen Nederland en andere Europese lidstaten het gelijke speelveld en de opschaling van Nederlandse groengasproductie beïnvloeden, en zo nodig voorstellen te doen om een gelijker speelveld te realiseren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Vermeer. Zij krijgt nr. 28 (36947). De heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter. Dit was dus een motie over de zorg over het gelijke speelveld. We hebben het daar ook in de eerste termijn over gehad, dus dat doe ik nu allemaal vrij snel zonder verdere toelichting, maar het is allemaal gepasseerd in de eerste termijn. Hierbij de laatste motie en die gaat over het eindplaatje, het eindperspectief. Die luidt als volgt. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de bijmengverplichting groen gas aansluit bij de ETS2-sectoren vanwege het belang van opschaling van groengasproductie, maar dat deze afbakening daarmee niet aansluit bij het eindbeeld van de inzet van groen gas, zoals blijkt uit het onderzoek van Guidehouse, namelijk inzet in piekvoorzieningen elektriciteit en warmtenetten en de staal- en keramieksector; overwegende dat moet worden voorkomen dat een instrument dat bedoeld is om de productie van groen gas op te schalen tegelijkertijd de ontwikkeling naar een doelmatige en hoogwaardige inzet van groen gas belemmert; verzoekt de regering bij de evaluatie van de bijmengverplichting expliciet te bezien in hoeverre de bijmengverplichting ertoe leidt dat groen gas minder of later beschikbaar komt voor sectoren waarin de inzet daarvan volgens het langetermijneindbeeld logisch is, en de uitkomsten daarvan te betrekken bij zowel de toekomstige vormgeving en doelgroep van de bijmengverplichting als bij overig klimaat- en energiebeleid, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Vermeer. Zij krijgt nr. 29 (36947). De heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter. Deze motie kan worden gezien als een — ja, wat zal ik zeggen? — reële vervanging van het amendement dat ik aan het begin van mijn termijn heb ingetrokken. Dit was het hele lijstje. Ik zal mijn collega's niet verblijden met nog meer moties, en u ook niet, voorzitter. Ik houd het hier dus bij in de tweede termijn. Dan geef ik collega Flach even de kans om zijn spullen te fatsoeneren. De voorzitter: Er zijn nog een paar interrupties. Allereerst dank voor uw inbreng in de tweede termijn en ook voor het indienen van de moties. Nogmaals, u heeft het amendement op stuk nr. 19 ingetrokken. Dat maakt dus geen deel meer uit van de beraadslaging. Allereerst meneer Kops en dan gaan we het rijtje af. De heer Kops (PVV): Even over de motie over de buy-out. Volgens mij zei de heer Grinwis dat de eventuele opbrengsten uit die buy-out zouden moeten gaan naar lastenverlichting voor ETS2, dus onder andere die huishoudens. Maar die buy-out is eigenlijk gewoon het afkopen van je verplichting. Het is een soort uitzondering in de wet. Van ons hoeft deze wet niet, maar als je dus voorstander bent van die wet, hoop je niet dat er gebruik wordt gemaakt van zo'n buy-out. Is het dan niet gek om die eventuele lastenverlichting afhankelijk te maken van of ondergeschikt aan iets waar je niet op hoopt? De heer Grinwis (ChristenUnie): Een begrijpelijke vraag. Ten eerste vind ik gewoon dat de energiebelasting op aardgas omlaag moet en daarom bereid ik ook een amendement voor in het kader van het Belastingplan om dat te bewerkstelligen. Dat is één. Twee. Er is in de eerste termijn al het nodige gewisseld over de ins en outs van die buy-outprijs. Met een amendement kan ik die prijs omhoog gooien of juist omlaag, maar daar heb ik niet voor gekozen. Ik heb nu gekozen voor het volgende. Als dit dan straks zo is in de wet en er om de een of andere reden niet genoeg groen gas tegen een concurrerende prijs beschikbaar is, dan gaan er inkomsten richting Eelco Heinen, de minister van Financiën. Ik heb dit grapje nu vaker meegemaakt: ETS1- en ETS2-opbrengsten gaan in rook op, althans, komen ten goede aan iedereen, maar gaan niet terug naar degene die betaald heeft. Ik denk: nou moeten we eens aan de voorkant gelijk een slot op de deur zetten. Als er eventuele opbrengsten zijn — die zijn niet voorzien, op dit moment is de raming bij Financiën: nul — dan is het logisch dat als de raming nul is en er inkomsten binnenkomen aan de inkomstenkant, ze ook aan de inkomstenkant, dus via lastenverlichting, naar rato worden teruggegeven aan degene die ze heeft opgebracht. Dat is de redenering. De voorzitter: Er stak nog iemand zijn hand op. Meneer Van den Berg? Ja. De heer Van den Berg (JA21): Ik hoor van de heer Grinwis veel moties en ik denk ook veel kritiek op de wet. Is dat nou met als uitgangspunt "deze wet is eigenlijk niet goed uitvoerbaar, het is een onwenselijke wet en we proberen 'm nog zo veel mogelijk te repareren"? Hoe verhoudt dat zich tot de oproep tot uitstel omdat het anders voor de ChristenUnie sowieso een no-go is? De heer Grinwis (ChristenUnie): Op zich is mijn uitgangspunt wat positiever. Ik ben namelijk voor een bijmengverplichting. Dat instrument vind ik zo gek nog niet. Als instrument vind ik het dus goed. Alleen, ik vind het jammer hoe het zich heeft ontwikkeld de afgelopen jaren. Nu wordt het eigenlijk over alle huishoudens, de glastuinbouw, utiliteitsgebouwen et cetera verschmerzt en wordt het niet ingezet waar het het meest logisch is, bijvoorbeeld in de piekvoorziening voor elektriciteit. Samen met collega Van den Berg heb ik een poging gedaan om dat te verbeteren. Ik moet constateren dat dat op dit moment helaas niet lukt. Dan is het kiezen of kabelen. Wat doe je dan met deze onvolkomen wet? Ik heb even mijn mind opgemaakt. Voor mij is het belangrijk dat we het komend jaar benutten voor een aantal zaken die niet goed zijn geregeld of niet voldoende gegarandeerd zijn, zoals het helpen van huishoudens die de energierekening niet kunnen betalen en een fatsoenlijke of in ieder geval nog draagbare energiebelasting, maar dat doen we bij het Belastingplan. Aan de glastuinbouwkant moet er echter een pad komen richting 2040 waarvan wij en zij kunnen zeggen: dit is verantwoord, dit is haalbaar, zo kunnen wij weer verder, zo hebben wij toekomst in Nederland. Daarom is het amendement om de wet in '28 te laten ingaan, inclusief een voorhang dat we volgende besluiten van de minister goed kunnen beoordelen als Kamer, voor mij randvoorwaardelijk om voor deze wet te kunnen stemmen; that's it. Ik ben dus bereid om ervoor te gaan, maar wel op deze voorwaarde. Anders even goede vrienden, maar dan stem ik tegen. De voorzitter: Dank u wel voor uw beantwoording, meneer Grinwis. Dan gaan we even terug naar meneer Flach. Dank dat u er gezond en wel bent. We gaan luisteren naar de inbreng van de Staatkundig Gereformeerde Partij. De heer Flach (SGP): Dank, voorzitter, en excuus dat ik iets later aanschoof. De voorzitter: Het kost u veertien gevulde koeken. De heer Flach (SGP): Ik zal kijken wat ik kan doen. In de eerste termijn heb ik twee belangrijke graten in de keel benoemd. Op deze punten zie ik tot nu toe helaas weinig beweging. Dat maakt het voor de SGP lastig om dit wetsvoorstel te steunen. Ik loop deze punten nog kort langs. Een graat in de keel is het schrappen van de beperking van de bijmengverplichting tot Hollands biogas. Ik herhaal wat ik in eerste termijn heb gezegd: we zitten er niet op te wachten dat wij Italiaanse of andere Europese productie-installaties gaan financieren in plaats van onze eigen biogasinstallaties. Ook de CO2-winst gaat dan naar het buitenland, heeft de minister bevestigd. De minister zei: we moeten ons aan de Europese wetgeving houden, dus ik kan niet anders. Uiteindelijk bepaalt echter niet de Europese Commissie hoe het Europees verdrag geïnterpreteerd moet worden, maar het Europese Hof. Als wij ervan overtuigd zijn dat we een beroep kunnen doen op artikel 36 van het Europees verdrag, waarom houden we daar dan niet aan vast? Het kan niet zo zijn dat de Commissie met de ene hand lidstaatverplichtingen voor CO2-reductie oplegt, waaronder die in ETS-sectoren, en met de andere hand instrumenten afpakt om CO2-reductie in eigen land te realiseren. Is de minister dit met mij eens? In de notificatieprocedure is dit nauwelijks aan de orde gekomen. Laten we net als Frankrijk duidelijk positie kiezen, de bijmengverplichting beperken tot Nederlandse installaties en dan maar de confrontatie met de Commissie aangaan. De SGP blijft zich grote zorgen maken over de gevolgen voor onder meer de glastuinbouw. Inmiddels ligt het Prinsjesdagpakket er, met de beloofde compensatie. Daar ben ik niet vrolijker van geworden. De verlaging van de energiebelasting geldt alleen voor 2027. Daarna wordt een nieuwe afweging gemaakt. De wet ligt echter voor meerdere jaren vast. Bovendien laat de doorrekening bij verschillende bedrijfstypen een grote mismatch zien tussen de kostenverhoging en de compensatie. Het ene bedrijf krijgt tienduizenden euro's te weinig en het andere krijgt tienduizenden euro's te veel. Het sterkt mij in de overtuiging dat we alles op alles moeten zetten om in ieder geval de glastuinbouw buiten de bijmengverplichting en ETS2 te houden. De sector wordt onevenredig getroffen door de stapeling van lastenverzwaringen. De minister geeft steeds aan dat het uitvoeringstechnisch niet mogelijk is. Dat ben ik niet met haar eens. Betrokken partijen, waaronder een energieleverancier, zien deze mogelijkheden wel. Het is lastiger, maar niet onmogelijk. Dat geldt ook voor de uitzondering voor het gasverbruik boven de 25.000 kuub voor het energie-intensieve mkb. Waar een wil is, is een weg. Tot slot. In de eerste termijn heb ik vragen gesteld over de optimistische inschatting van de opschaling van de capaciteit voor groengasproductie. Al jarenlang blijkt het heel lastig te zijn. Een knelpunt is stikstof. Er komt nu alleen een concrete stikstofvrijstelling voor energie-infrastructuur en waterstofprojecten, maar nog niet voor groengasprojecten. Van mooie woorden kopen we niet veel. Welke garantie heeft de minister dat er bijvoorbeeld een stikstofvrijstelling voor biogasprojecten komt? Ik zoek naar mijn motie. Ik heb er één. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de Kamer heeft gevraagd om niet over te gaan tot een opt-in voor ETS2 voor de glastuinbouw zolang de partners in het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030 hier niet mee hebben ingestemd (36600-XIV, nr. 24); overwegende dat de glastuinbouw te maken heeft met een onevenredige stapeling van milieuheffingen; overwegende dat de toegezegde compensatie beperkt is en onnodig drukt op de rijksbegroting; overwegende dat het uitzonderen van de glastuinbouw bij ETS2 weliswaar uitvoeringstechnisch lastiger is, maar niet onmogelijk; verzoekt de regering samen met de sector, energieleveranciers en de Nederlandse Emissieautoriteit te bezien hoe de glastuinbouw buiten ETS2 gehouden kan worden en het vrijvallende compensatiebudget voor de bijmengverplichting te investeren in onder meer verlaging van de energiebelasting en ondersteuning van groengasproductie, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Grinwis. Zij krijgt nr. 30 (36947). Dank u wel voor uw inbreng in de tweede termijn namens de SGP, meneer Flach. We kunnen meteen doorgaan. Er zijn geen interrupties. Meneer Kops, u spreekt namens de Partij voor de Vrijheid. De heer Kops (PVV): Dank u wel, voorzitter. Twee weken geleden hadden we de eerste termijn van de behandeling van de Wet bijmengverplichting groen gas. Ik heb toen in mijn eerste termijn uiteengezet dat, wat je verder inhoudelijk ook van groen gas vindt, de vraag toch was of bijvoorbeeld huishoudens met deze wet ook echt dat groene gas krijgen zoals het de bedoeling is. Het antwoord is nee. Laat staan dat groen gas überhaupt fysiek van gewoon gas te onderscheiden is. Nee, want de praktijk is als volgt. De energieleverancier koopt ergens, in Nederland of ver weg in het buitenland, een papiertje waarop staat dat een of andere producent een of ander aandeel groen gas in het net heeft gestopt. Die energieleverancier verkoopt aan zijn Nederlandse klanten feitelijk dus gewoon gas dat op papier echter "groen" mag heten. Oftewel, het is nep groen gas, niet meer en niet minder. Het is een geldverslindende papieren werkelijkheid. Het is gewoon geldklopperij. Voor deze praktijk gaan de huishoudens dus extra betalen. Daardoor gaat de energierekening nog verder omhoog. De vraag was twee weken geleden en is nu nog steeds hoe je uitgerekend nu, in tijden van recordenergieprijzen en recordenergierekeningen, met een wetsvoorstel kunt komen waardoor mensen in het land nog meer voor hun energie gaan betalen. Als het aan de minister ligt, is dat volgend jaar al. Voorzitter. De totale energierekening van huishoudens bestaat nu al voor meer dan de helft, 58%, uit belastingen en netkosten. De energiebelasting op gas is nu al meer dan verdubbeld ten opzichte van 2019. De consumentengasprijs in Nederland behoort nu al tot de hoogste van heel Europa. Energievergelijk.nl heeft berekend dat de Nederlanders jaarlijks €1.766 aan gas betalen en de Belgen €927. Dat is nogal een verschil. En dan wordt over de energierekening ook nog het hoge btw-tarief van 21% geheven. Dat gebeurt ook over de energiebelasting, terwijl het om een basisbehoefte gaat. Voorzitter. De PVV en ook andere partijen vroegen vorige week: en nu dan? Komt de minister alleen met een wetsvoorstel dat de energierekening verder verhoogt of zou ze voor komend jaar wellicht ook iets gaan doen om de energielasten te dempen? De minister verwees toen meerdere keren naar Prinsjesdag, want "dan komt de financiële kant". Dat is niet bepaald om vrolijk van te worden. Integendeel, want het gaat maar door. Ook volgend jaar gaat de energiebelasting op gas gewoon nog verder omhoog. De netkosten stijgen ook gigantisch. Dat leidt gemiddeld tot een stijging van de energierekening van €180. Let wel: dit komt allemaal bovenop de stijgingen die we het afgelopen jaar al hebben gezien. Volgens gaslicht.com is een nieuw vast contract van een jaar nu, in september, gemiddeld al €800 duurder dan in januari van dit jaar. Het is dus en-en-en: iedere keer komt er weer wat bovenop. Het gaat uiteindelijk onderaan de streep om enorme bedragen. Voorzitter. Als je dat tot je laat doordringen … Mensen betalen zich al helemaal blauw. Meer dan 500.000 huishoudens leven nu al in energiearmoede. En dan moeten ze, als het aan de minister ligt, komend jaar ook nog eens extra gaan betalen voor een beetje nep groen gas. Het is eigenlijk om moedeloos van te worden. De vraag is en blijft hoe je nou zoiets bedenkt. Kan de minister daar nog een keer op ingaan? Wat ons betreft is en blijft de conclusie: groen gas, weg ermee! Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Kops, voor uw inbreng namens de PVV. Dan gaan we naar mevrouw Müller. Zij spreekt namens de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Mevrouw Müller (VVD): Dank u wel, voorzitter. Twee weken geleden hebben we inderdaad een inhoudelijk debat met elkaar gehad. Zoals ik toen al zei, staat mijn fractie positief tegenover de bijmengverplichting. Groen gas maakt de afhankelijkheid van fossiele import kleiner. Het kan geproduceerd worden op Nederlandse bodem uit mest en reststromen en kan in de toekomst sectoren die niet kunnen elektrificeren voorzien van groene energie, gebruikmakend van bestaande infrastructuur. Maar voordat we op dat punt zijn, moet er opgeschaald worden. Precies in die opschaling kan de bijmengverplichting voorzien. Ik heb drie belangrijke punten, ten eerste de randvoorwaarden. De minister gaf in haar beantwoording aan dat er gewerkt wordt aan modelvergunningen, handreikingen en het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten. Dat is concreet en positief. Kan de minister mij toezeggen dat deze uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 gereed en landelijk beschikbaar zijn? Ook verwees zij naar de brief van het kabinet over netcongestie. Die brief hebben we inmiddels gekregen. Er staan inderdaad een aantal versnellingsinstrumenten in die specifiek gelden voor het verzwaren van het net. Kan de minister toezeggen dat zij in de Routekaart Groen Gas expliciet aangeeft welke versnellingsinstrumenten uit deze crisisaanpak ook toepasbaar zijn op groengasprojecten? Ten tweede de betaalbaarheid. We zijn inderdaad inmiddels een paar Kamerbrieven hierover verder. De in de samenleving en in de Kamer levende zorgen zijn terecht. De energierekening stijgt. De nettarieven gaan flink omhoog en de kosten van ETS2 en groen gas komen daarbij. Hier gaan we aanstaande donderdag het debat met elkaar over voeren. Wat de VVD betreft is er flankerend beleid nodig om ervoor te zorgen dat die energierekening betaalbaar blijft, maar een betaalbare energierekening wordt niet logisch opgelost door één instrument te schrappen. Daarvoor bestaan koopkrachtbeleid, energiearmoedebeleid en woningverduurzaming. Voor ons is er daarom nu geen reden om tegen de bijmengverplichting te zijn. Voor de glastuinbouw heeft het kabinet inmiddels laten weten dat de kosten voor groen gas tot en met 2030 gecompenseerd worden. Dat is positief, maar voor het integrale beeld is er meer nodig. Daarom heb ik de volgende motie, zoals ik de vorige ronde ook al vertelde. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de glastuinbouw de ambitie heeft om in 2040 klimaatneutraal en economisch rendabel te produceren en dat de verduurzaming momenteel wordt belemmerd door netcongestie, onvoldoende duurzame warmte en onvoldoende externe CO2; overwegende dat het wenselijk is dat de sector een duidelijke prikkel houdt om te verduurzamen en dat voorkomen moet worden dat bedrijven worden geconfronteerd met een stapeling van lasten voor emissies die zij door het ontbreken van verduurzamingsalternatieven nog niet redelijkerwijs kunnen vermijden; overwegende dat wkk's de komende jaren een belangrijke rol kunnen blijven spelen bij het leveren van warmte, CO2 en flexibel elektriciteitsvermogen en dat groen gas en waterstof mogelijkheden bieden om te verduurzamen; verzoekt de regering om samen met de glastuinbouwsector te komen tot herijkte langjarige afspraken richting 2040 waarin: afspraken worden gemaakt over investeringen van de sector in verduurzaming en randvoorwaarden vanuit de overheid; duidelijkheid wordt geboden over de samenhang tussen ETS2, de bijmengverplichting groen gas en nationale CO2-beprijzing en over een passend en voorspelbaar compensatiekader met oog op behoud van een economisch rendabele sector; de toekomstige systeemrol van wkk's en de mogelijkheden voor de inzet van groen gas en waterstof daarbij worden betrokken; verzoekt de regering de Kamer hierover uiterlijk bij de Voorjaarsnota 2027 te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Müller en Meulenkamp. Zij krijgt nr. 31 (36947). Mevrouw Müller (VVD): Tot slot. In mijn eerste termijn heb ik aangegeven dat ik samen met mijn collega's van het CDA en D66 een motie heb voorbereid over de duur van de verplichting voor het verbeteren van de investeringszekerheid van ondernemers. Die motie zal de heer Jumelet straks indienen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Müller, voor uw inbreng namens de VVD. Er is een interruptie van de heer Flach. Ik denk dat die over uw motie gaat. De heer Flach (SGP): Dat klopt, voorzitter. Ik hoorde de vertegenwoordiger van de VVD zeggen: wij kunnen deze wet wel steunen, want de compensatie is goed geregeld. De VVD laat zich dan wel met een fooi wegsturen op dit punt. In de brief wordt namelijk nog een keer herhaald dat de sector gecompenseerd wordt tot 2030, maar de daadwerkelijke invulling daarvan wordt alleen maar voor 2027 benoemd. Het is logisch dat die tot 2030 is, want dan ligt het nog onder de benodigde productie, maar daarna blijft die verplichting bestaan en moet de productie verder worden opgeschaald. Die glastuinbouwbedrijven zijn dan nog niet van het gas af. Sterker nog, met het uitzetten van kolencentrales hebben we ze dan misschien wel harder nodig dan ooit. Laat de VVD zich hier niet met een fooi het bos in sturen? Mevrouw Müller (VVD): Dat hoop ik niet. Daarom heb ik ook mijn motie ingediend, waarin ik het kabinet oproep om dit integraal te bekijken en voor de Voorjaarsnota van volgend jaar met een plan te komen. Ik zie inderdaad dat het nu nog maar voor een heel klein gedeelte geregeld is. Ik roep het kabinet dus op: kom met een integraal beeld en los het op. De heer Flach (SGP): Dan heb ik toch een waarschuwing. De VVD gaat hiermee instemmen met een belangrijk wetsvoorstel met verregaande verplichtingen voor de sector. Als die motie wordt aangenomen, komt er louter een onzeker onderzoek. Daar komt misschien helemaal niet uit wat de VVD wil. We hebben dat ook gezien bij de compensatie. Toen hebben we daar ook om gevraagd, maar er ligt uiteindelijk een heel mager voorstel. Met andere woorden: is het niet veel te mager om op basis hiervan zo'n verregaand wetsvoorstel op te leggen aan de glastuinbouw? Mevrouw Müller (VVD): Ik roep niet alleen maar op om met een onderzoek te komen. Ik zeg: kom gezamenlijk met de sector tot een akkoord. Ik vraag dus wel om meer dan dat. Volgens mij is er meerdere keren aangegeven dat het voor de uitvoerbaarheid eigenlijk niet mogelijk is om deze sector vanuit de bijmengverplichting helemaal te ontzien. Als dat niet kan, dan kan dat dus niet. Ik vind het belangrijk om de bijmengverplichting wel in te voeren, omdat ik denk dat we zo snel mogelijk af moeten van de afhankelijkheid van fossiele import. Mijn fractie is er daarom van overtuigd dat we voor deze wet moeten stemmen. De heer Flach (SGP): Ik sla even een zijpad in. Ik hoor mevrouw Müller zeggen: we moeten het daarmee doen, want het kan niet. Ik heb in mijn betoog gezegd dat het lastig is, maar dat het wel kan. Ik hoop dus dat de VVD alles blijft steunen om ervoor te zorgen dat die uitzondering er wel degelijk komt, omdat dat uiteindelijk pas echt de problemen oplost. Mevrouw Müller (VVD): Ik spoor het kabinet aan om ervoor te zorgen dat de sector in een economisch goede positie kan blijven werken. Ik steun het kabinet wel in het feit dat ze … Volgens mij heeft het kabinet duidelijk genoeg aangegeven dat het te moeilijk is om ze hier volledig van uit te zonderen. De heer Van den Berg (JA21): De VVD stelt hier te kunnen instemmen met deze wet. Op Prinsjesdag is er een rapport uitgekomen van TNO, waarin wordt gesproken over de stapeling van energielasten. Ik ben daarom wel benieuwd of mevrouw Müller vindt dat er voldoende is weergegeven hoe erg die stijging is. Is zij het met JA21 eens dat we daar ook echt iets aan zouden moeten doen? Mevrouw Müller (VVD): Ik denk dat het in de Kamer breed gedeeld wordt dat die kostenstijging heel groot is en dat dat heel erg door de stijging van de nettarieven komt. Daar moeten we het dus donderdag, tijdens het debat over energie voor huishoudens, echt over hebben. Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat die stijging in ieder geval wordt gedempt, dat die minder wordt? Kunnen we de investeringen in het net op een slimmere manier doen, zodat we bijvoorbeeld niet 235 miljard hoeven te investeren, maar het laag kunnen houden? Tegelijkertijd denk ik wel, net als u, dat het beeld zorgelijk is. De kosten gaan de komende jaren gewoon stijgen. Gelukkig zitten er ook een aantal dingen in die wel handvatten bieden, want verduurzaming en het isoleren van een woning blijken gelukkig elke keer rendabel. De vraag is dus ook hoe we mensen in staat kunnen stellen om zelf wat meer grip te krijgen op die energierekening. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door isoleren makkelijker te maken. De voorzitter: Hou de tijd in de gaten, want om 19.00 uur … Het lid Kostić komt er nog aan, dus dat belooft ook nog wat. De heer Van den Berg (JA21): Zeker, voorzitter. Hoe rijmt zich dat dan met het feit dat de VVD zegt dat de energierekening beheersbaar moet blijven? Dit is gewoon weer een maatregel die ervoor zorgt dat de energierekening omhooggaat. De VVD zegt dat we dat kunnen dekken met isolatiemaatregelen of armoedebeleid, maar dat lost het echte probleem niet op. Als ik het VVD-programma lees, zie ik dat er wordt gezegd: "We verlagen de energierekening. We gaan voor een lagere energiebelasting. We zorgen dat die niet verder stijgt." Hoe valt dat te rijmen met het feit dat de VVD dan toch zegt: we gaan hier toch mee akkoord, dus we gaan het maar op andere manieren cheffen? Mevrouw Müller (VVD): Ik ben het met u eens; wij maken ons daar als fractie ook zorgen over. De heer Kops refereerde er zojuist aan dat de energierekening in één jaar met €800 is gegroeid. Tegelijkertijd zien wij ook dat dat komt door de afhankelijkheid van fossiele import. Die afhankelijkheid van fossiele import willen we verkleinen, en daarvoor is ook deze wet een belangrijk instrument. Dat is het completere verhaal, dat er ook bij verteld moet worden. De voorzitter: Meneer Van den Berg, afrondend. De heer Van den Berg (JA21): Het valt volgens mij niet helemaal te rijmen dat wij, als we van fossiele import af willen, die duurder is, voor eigen productie gaan, die vervolgens nog veel duurder is. Dat klopt volgens mij niet. Dan kunnen we toch veel beter voor die fossiele import gaan? Maar dat terzijde. Eigenlijk wil ik mevrouw Müller vooral het volgende vragen. Zij zegt dat ze in een motie om opties voor de Voorjaarsnota 2027 wil vragen. Dat zou kunnen, maar kunnen we niet veel beter dit jaar in het Belastingplan een pad neerleggen voor de glastuinbouw, waarin we zeggen: dat wordt wél gecompenseerd voor de komende jaren, dus daar mag je van uitgaan? Mevrouw Müller (VVD): Ik kan niet helemaal overzien wat de heer Van den Berg nu precies voorstelt. Ik sta uiteraard achter mijn eigen motie en ik ga ervan uit dat het kabinet daar op een gepaste manier mee omgaat. De voorzitter: Kijk eens aan. Meneer Vermeer. De heer Vermeer (BBB): Mevrouw Müller vraagt eigenlijk om een nieuw akkoord met de glastuinbouw, maar er was al een akkoord, dat is opengebroken. Hoe denkt mevrouw Müller dat de partijen die uitgenodigd worden voor dat akkoord zo'n gesprek in zullen gaan? Mevrouw Müller (VVD): Zodra de voorwaarden in zo'n akkoord worden gewijzigd, is het ook logisch om weer met elkaar aan tafel te gaan. Ik proef bij de glastuinbouw uiteraard enige scepsis over wat er allemaal op de sector afkomt, maar ik proef ook nog steeds wel de welwillendheid om daar goed met het kabinet over te spreken. Staatssecretaris Erkens en deze minister gaan daar volgens mij ook serieus mee aan de slag. Ik hoop dus dat de glastuinbouw welwillend met dit kabinet aan nieuwe afspraken wil werken. De voorzitter: Meneer Vermeer, u krijgt meteen het woord namens de BoerBurgerBeweging. O, sorry, eerst nog een interruptie van mevrouw Van Oosterhout van PRO. Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Ik hoor de VVD spreken over de stapeling van de energierekening en de noodzaak van flankerend beleid. Vervolgens heeft zij het over het commissiedebat dat aanstaande donderdag plaatsvindt. Ik heb goed nieuws voor de VVD, want we hoeven niet te wachten tot donderdag. Ik zal straks al komen met een motie met het verzoek om nog voor het Belastingplan 2027 een inventarisatie te sturen van mogelijke maatregelen om enerzijds de energierekening structureel te verlagen en anderzijds jaarlijks na het uitkomen van de Monitor Energiearmoede gerichte financiële maatregelen te nemen. Ik ben benieuwd of de VVD die motie zal steunen. De voorzitter: Mevrouw Müller, wat is daarop uw antwoord? Mevrouw Müller (VVD): Nou, een verkenning van maatregelen om de energierekening te verlagen klinkt heel logisch en goed. Ik zal de motie goed bekijken, maar in eerste instantie sta ik er positief tegenover. De voorzitter: Dan gaan we nu naar meneer Vermeer. Hij spreekt namens de BoerBurgerBeweging. De heer Vermeer (BBB): Dank u wel, voorzitter, en dank aan de minister en haar team voor de beantwoording in de eerste termijn. BBB ziet kansen voor groen gas. Alles over de glastuinbouw is eigenlijk al door de collega's behandeld. Daarom hebben wij ook een aantal moties op dat gebied gesteund. Het is wel mooi dat in dit hele traject over groen gas nu eigenlijk openlijk uitgesproken wordt dat we nog lang niet van het gas af zijn en dat we ons daarop moeten voorbereiden, in tegenstelling tot eerdere beelden die werden geschetst alsof we misschien met tien jaar of zo wel van het gas af zouden kunnen. Dat is natuurlijk een utopie. Wij zien kansen voor groen gas, zeker als we mest en andere reststromen die wij in Nederland hebben, kunnen omzetten in energie van eigen bodem. Dat kan fossiel gas vervangen en boeren een aanvullend verdienmodel bieden. Dan moet het inderdaad, zoals de heer Kops zegt, niet afgekocht worden via allerlei certificaten, maar moet het ook daadwerkelijk groen gas zijn. De eerste termijn heeft één fundamentele zorg van BBB nog niet weggenomen. Deze wet organiseert namelijk wél de verplichting, maar niet de productie. De overheid schrijft precies voor hoeveel groen gas er straks moet worden bijgemengd. Energieleveranciers moeten leveren en het NEa gaat registreren en controleren. Als niet aan de verplichting wordt voldaan, volgen daar consequenties uit. Maar een wettelijke verplichting tot gebruik van groen gas bouwt geen enkele vergister. En de boeren die daarvoor moeten investeren, tekenen niet voor één begrotingsjaar. Die leggen voor tien, vijftien jaar geld op tafel, dus die moeten weten of zij straks nog voldoende mest hebben, of ze hun vergunning krijgen, of er infrastructuur is, of ze hun gas kwijt kunnen en of de regels lang genoeg overeind blijven om hun investeringen überhaupt terug te verdienen. Precies daar botst de Haagse werkelijkheid met de werkelijkheid op het boerenerf. Dezelfde overheid die in deze wet rekent op mest als grondstof voor groen gas, voert tegelijkertijd beleid dat gevolgen heeft voor de omvang en samenstelling van de veehouderij. Minder dieren betekent ook iets voor de beschikbaarheid van mest. Bovendien is die mest niet waardeloos; ook andere toepassingen hebben die grondstof nodig. BBB heeft daarom in eerste termijn gevraagd hoe een ondernemer onder deze omstandigheden een langjarige investering moet verantwoorden. Die vraag is voor ons nog steeds niet overtuigend beantwoord. Het kabinet kan wel een markt voor groen gas creëren, maar daarmee ontstaat er nog geen financierbare businesscase voor degenen die het moeten produceren. Voorzitter. De begroting die afgelopen week gepresenteerd is, maakt die tegenstelling eigenlijk alleen maar zichtbaarder. Aan de Haagse kant wordt namelijk wel vooruit gedacht: de bijmengverplichting wordt een nieuwe taak van de Nederlandse Emissieautoriteit en voor de uitbreiding van de hernieuwbare-energietaken wordt extra capaciteit voorzien; zo staat dat geschreven. Dus voor het register, de administratie, de controle en de handhaving wordt capaciteit georganiseerd. Alleen zien we niet welk deel van die capaciteit en middelen specifiek voor deze wet nodig zijn. Maar waar is diezelfde voorbereiding voor de mensen die het groene gas daadwerkelijk moeten maken? Waar is het overzicht van de vergisters die gebouwd moeten worden? Hoeveel projecten zijn er inmiddels vergund en hoeveel wachten er nog op een vergunning? Hoeveel lopen er tegen stikstof of netcongestie aan? Hoeveel extra productiecapaciteit staat er bij de start van deze verplichting daadwerkelijk klaar? En hoeveel agrarische ondernemers zullen onder de huidige voorwaarden bereid en financieel in staat zijn om voor tien of vijftien jaar te investeren? Ik vroeg de premier bij de APB ook naar de garantie die hij kon geven voor de financiering van agrarische bedrijven met die stikstofbrief die op tafel ligt. De premier kwam niet verder dan: "We zijn in gesprek met de banken". Maar met een gesprek tussen premier en banken kan een boer gewoon geen nieuwe projecten financieren. Dit is de wereld op zijn kop. We weten hoe we straks gaan registreren en dat er te weinig groen gas is. We weten wie daarop moet toezien, we bouwen het register, we organiseren de handhaving, maar we weten nog niet of de ondernemer die dat groene gas moet produceren, überhaupt kan bouwen, laat staan of hij dan nog bestaat als ondernemer. BBB wil niet dat we in Den Haag eerst een wettelijke vraag creëren en vervolgens over een paar jaar verbaasd gaan constateren dat het Nederlandse aanbod achterblijft, waarna Nederlandse leveranciers zich noodgedwongen elders moeten bevoorraden of de rekening uiteindelijk bij burgers en bedrijven terechtkomt. Als het kabinet serieus kiest voor groen gas van eigen bodem, dan hoort daar meer bij dan een verplichting. Dan moet dit kabinet er ook voor zorgen dat ondernemers kunnen investeren, vergunningen kunnen krijgen, er infrastructuur beschikbaar is en er voldoende zekerheid bestaat over de grondstoffen waarop hun installatie jarenlang moet draaien. De overheid kan niet aan de ene kant de vraag wettelijk afdwingen en aan de andere kant tegen de producent zeggen: succes ermee! Daarom dien ik de volgende motie in. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de bijmengverplichting groen gas vraagt om een forse groei van de Nederlandse productie; overwegende dat mestvergisting alleen van de grond komt als voldoende mest beschikbaar is en investeringen rendabel en uitvoerbaar zijn; verzoekt de regering om vóór de eerste verhoging van de bijmengverplichting inzichtelijk te maken of de benodigde productiecapaciteit tijdig gerealiseerd kan worden, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer. Zij krijgt nr. 32 (36947). De heer Vermeer (BBB): Dank u wel. En voorzitter, een praktische mededeling. Ik moet uiterlijk om 18.55 uur deze ruimte verlaten. Dat doe ik dan zonder verdere aankondiging. De voorzitter: Dank u wel, maar we moeten allemaal om 19.00 uur deze zaal verlaten. U mag dus vijf minuten eerder gaan, geen enkel probleem. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg (JA21): Ik hou het bij één interruptie, voorzitter, even heel kort. Begrijp ik nou dat BBB deze motie indient met als oogmerk voor de wet te stemmen? De heer Vermeer (BBB): Wij zitten hier met een duivels dilemma. Aan de ene kant willen wij de groengasproductie vanuit mestvergisting mogelijk maken en bevorderen. Aan de andere kant leidt die hele bijmengverplichting tot hogere prijzen voor consumenten en bedrijven. We zien daarnaast ook dat er allerlei randvoorwaarden nog niet ingewilligd zijn. Wij zullen dus straks, als alle moties en amendementen bekend zijn, de balans opmaken. Dat is nog een dubbeltje op z'n kant, kan ik u vertellen. De voorzitter: Dan gaan we nu luisteren naar meneer Jumelet. Ik heb altijd de neiging om "Sjumelet" te zeggen. Hij spreekt namens het Christen Democratisch Appèl. Alstublieft. De heer Jumelet (CDA): Dank u wel, voorzitter, voor deze aankondiging. Voorzitter. Na de eerste termijn, twee weken geleden, vandaag vanuit mijn inbreng toch nog aandacht voor drie onderwerpen. Ze zijn ook al bij andere collega's langsgekomen, maar ik wil het hebben over de binnenlandse groengasproductie, de betaalbaarheid en de gevolgen voor de glastuinbouw. Allereerst over de gevolgen van deze bijmengverplichting voor de binnenlandse productie van groen gas. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik er begrip voor heb dat niet alles op voorhand exact te beantwoorden is; er bestaat nu eenmaal onzekerheid over hoe de markt zich zal ontwikkelen en welk deel van de vraag uiteindelijk door Nederlandse productie wordt ingevuld. Die onzekerheid is er gewoon. Ik vind het wel jammer dat mijn vragen over de concrete uitwerking van het versnellingsplan, dat plan van LTO, NVDE en Rabobank, nog onvoldoende zijn beantwoord. Juist gezien de onzekerheid over het effect van de bijmengverplichting vindt het CDA het belangrijk dat ook aan de aanbodkant snel stappen kunnen worden gezet. In ieder geval zou ik graag van de minister horen dat de uitvoering van het versnellingsplan daadwerkelijk prioriteit heeft en dat de minister hier op korte termijn samen met haar collega van LVVN concreet mee aan de slag gaat. Het kan misschien een suggestie zijn: kan bijvoorbeeld een aanjaagteam helpen om daadwerkelijk concrete stappen te zetten bij de vergunningverlening en de uitvoering? Daarin is nog veel te winnen, denk ik. Als we namelijk willen dat deze wet daadwerkelijk leidt tot meer Nederlandse productie, moeten we niet alleen de vraag organiseren maar ook zorgen dat de productiecapaciteit er daadwerkelijk komt. Ik zal zo meteen ook nog een motie hierover indienen. Voorzitter. Dan betaalbaarheid. Ook daarover hebben we twee weken geleden uitgebreid gesproken. Het gaat dan wat mij betreft niet alleen over de gevolgen van dit wetsvoorstel, maar veel breder over de cumulatieve effecten op de energierekening van allerlei beleid en ontwikkelingen. We hebben inmiddels meer inzicht in de ontwikkeling van de energierekening. Dat is heel goed, maar er ontbreekt nog een goed overzicht van de beleidsknoppen — daar hebben we eerder ook een motie over ingediend met collega Van den Berg — bijvoorbeeld een beleidsknop om ook die betaalbaarheid te kunnen regelen. Of misschien beter gezegd: om de kosten te drukken. Ik denk dat het ons allemaal zou helpen om een beter beeld te krijgen. Daarom vraag ik de minister om zo snel mogelijk met een zo volledig mogelijk overzicht te komen. Kan de minister ook aangeven wanneer zij de motie, mede-ingediend door collega Van den Berg, kan afdoen? Ik begreep net dat hier ook nog voorstellen van PRO over komen, dus wellicht kan dit samen worden beetgepakt, om het ook af te doen. Voorzitter. Dan de glastuinbouw. Ook dit derde punt is voor het CDA een belangrijk punt. Een aantal andere fracties hebben het ook heel nadrukkelijk naar voren gebracht: de gevolgen voor de glastuinbouw. Met Prinsjesdag is er wat meer duidelijkheid gekomen. Er komt compensatie voor de glastuinbouw voor de gevolgen van de bijmengverplichting, in ieder geval tijdelijk. Het is inderdaad tijdelijk. Maar voor ons is nog niet helemaal duidelijk wat die compensatie in de praktijk precies betekent en hoe die zich verhoudt tot het gezamenlijke pad richting 2040. De minister geeft aan dat ze samen met haar collega van LVVN en de sector wil komen tot een uitvoerbaar pad. We vinden het belangrijk dat dit ook echt in gezamenlijkheid gebeurt en dat de afspraken uit het convenant daarbij leidend blijven. Daarom nog twee concrete vragen aan de minister. Allereerst, in hoeverre ligt met het voorgenomen pad al vast dat de ETS2-opt-in voor de glastuinbouw er komt? Is er in de gesprekken met de sector nog daadwerkelijk ruimte om alternatieven in te brengen? En worden die alternatieven ook serieus meegewogen? Ten tweede, kan de minister toezeggen dat de inzet van haarzelf en haar collega van LVVN erop gericht zal zijn om samen met alle convenantspartijen tot dit uitvoerbare pad te komen, in lijn met de bedoeling van de motie-Flach/Grinwis, dus niet overgaan tot de genoemde opt-in voor de glastuinbouw, tenzij alle partners in het convenant hiermee instemmen? Voorzitter. Naar aanleiding van dat eerste punt heb ik een motie. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat binnenlandse productie van groen gas belangrijk is voor onder meer energieonafhankelijkheid en de verduurzaming van onze energievoorziening; constaterende dat de bijmengverplichting groen gas een belangrijke eerste stap is om het gebruik van groen gas te vergroten; constaterende dat de huidige horizon tot 2035 onvoldoende zekerheid biedt voor langjarige investeringen; overwegende dat de regering het belang van langjarige zekerheid voor de groengassector onderschrijft en zelf ook aangeeft dat tijdige duidelijkheid over de bijmengverplichting nodig is; overwegende dat wachten op de evaluatie in 2029 deze duidelijkheid te laat biedt; verzoekt de regering om als uitgangspunt te hanteren dat de bijmengverplichting doorloopt tot 2040, dit in de AMvB te vertalen en vast te leggen en bij de evaluatie in 2029 te communiceren over een eventuele bijstelling van het ingroeipad, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Jumelet, Müller en Klos. Zij krijgt nr. 33 (36947). Dank u wel voor uw inbreng namens het CDA, meneer Jumelet. Er zijn geen interrupties. Dan gaan we meteen naar Progressief Nederland, vertegenwoordigd door mevrouw Van Oosterhout. Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de minister bedanken voor het beantwoorden van de vragen in de eerste termijn. In de eerste termijn heb ik mijn zorgen geuit over twee aspecten van het wetsvoorstel. Aan de ene kant is dat het betaalbaar houden van de energierekening van huishoudens. Aan de andere kant is dat het risico op een lock-in van de intensieve veehouderij via mestvergisting. Ik begin met het risico op een lock-in van de intensieve veehouderij. De minister gaf aan bewust behoedzame aannames te hanteren, maar verder heb ik weinig waarborgen gehoord over hoe zij dit lock-inrisico gaat voorkomen. Mijn vragen over het bevoordelen van rioolslib in de SDE++ en het apart rapporteren in de NEa-monitoring werden doorgeschoven naar deze termijn. Ik hoor daar dus nog graag een antwoord op. Daarnaast heb ik de volgende motie. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat een aanzienlijk deel van de beoogde groengasproductie voor de bijmengverplichting naar verwachting uit mestvergisting zal komen; overwegende dat stimulering van mestvergisting het risico met zich meebrengt dat een financieel belang ontstaat bij het in stand houden van de intensieve veehouderij; verzoekt de regering te onderzoeken of en, zo ja, in hoeverre de SDE++-categorieën voor mestvergisting leiden tot een lock-in van de intensieve veehouderij, bijvoorbeeld door hierop een landbouwtransitietoets toe te passen, waar nodig deze categorieën aan te passen of te verwijderen uit de regeling, en hierover de Kamer te informeren voorafgaand aan de openstellingsronde van de SDE++ in 2027, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout. Zij krijgt nr. 34 (36947). Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Dan de betaalbare energierekening. Er is al veel over gezegd vandaag. Mijn fractie is niet tevreden met de antwoorden van de minister hierover. De minister wil dat de energierekening in een breder perspectief wordt geplaatst. Ze vindt dat we de stijgende energierekening in samenhang met ander beleid moeten bezien. Ik snap dat de energierekening samenhangt met andere beleidsterreinen, zoals het beleid rondom de koopkracht, maar ik vind dat de minister haar verantwoordelijkheid voor de energierekening niet zomaar naar andere bewindspersonen kan doorschuiven. Daarom heb ik nogmaals de vraag: gaat de minister zich ervoor inspannen om de energierekening betaalbaar te houden? Voorzitter. Ik ga naar mijn moties hierover. Inmiddels hebben we de Prinsjesdagstukken binnen en hebben we kunnen zien wat de minister concreet van plan is om de energierekening betaalbaar te houden. Mijn conclusie is helaas: niet veel. Daarom heb ik de volgende twee moties. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat energieleveranciers onder de bijmengverplichting groen gas gebruik kunnen maken van een buy-out; constaterende dat de opbrengsten van deze buy-out op dit moment terugvloeien naar de algemene middelen; overwegende dat de bijmengverplichting naar verwachting leidt tot een hogere energierekening voor huishoudens, oplopend tot maximaal €90 per jaar in 2031; verzoekt de regering zich ervoor in te spannen dat evenredig aan de opbrengsten van de buy-out middelen worden vrijgemaakt voor verduurzaming voor huishoudens, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout. Zij krijgt nr. 35 (36947). Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Tot slot. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat uit de Monitor Energiearmoede blijkt dat de daling van het aantal huishoudens in energiearmoede stagneert en dat het kabinet hier nog geen maatregelen voor heeft genomen; constaterende dat de bijmengverplichting groen gas en de invoering van ETS2 zullen leiden tot een hogere energierekening voor huishoudens met een mogelijke stijging van het aantal huishoudens in energiearmoede tot gevolg; constaterende dat zowel ETS2 als de bijmengverplichting (via de buy-outoptie) opbrengsten genereren voor de Nederlandse Staat; overwegende dat het onwenselijk is dat de rekening van deze twee instrumenten optelt bij huishoudens, terwijl CO2-beprijzing juist een kans kan bieden om de energierekening betaalbaar te houden; verzoekt de regering voor de behandeling van het Belastingplan 2027 in de Kamer een inventarisatie te sturen van mogelijke maatregelen om de energierekening voor huishoudens per 2027 (structureel) te verlagen; verzoekt de regering daarbij onder meer te kijken naar het verlagen van de elektriciteitsbelasting, het socialiseren van de nettarieven en het stimuleren van verduurzaming van de gebouwde omgeving en als dekking voor mogelijke opties ook de opbrengsten van ETS2 en de buy-out van de bijmengverplichting groen gas te betrekken; verzoekt de regering jaarlijks na het uitkomen van de Monitor Energiearmoede gerichte (financiële) maatregelen te nemen indien het aandeel huishoudens in energiearmoede stijgt of gelijk blijft, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van Oosterhout. Zij krijgt nr. 36 (36947). Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Dank. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Oosterhout, voor uw inbreng namens PRO. Ik zie dat er twee interrupties voor u zijn, allereerst de heer Grinwis en dan het lid Kostić. De heer Grinwis (ChristenUnie): Een herkenbare inbreng van collega Van Oosterhout. Ik heb een vraag over haar laatste motie en haar pleidooi om de energiekosten voor huishoudens te verlagen. De groengasbijmengverplichting en ETS2 verhogen met name de prijs van gas voor huishoudens. Maar in de opties die mevrouw Van Oosterhout noemt, hoor ik vooral "elektriciteit" en "nettarieven" en niet een verlaging van de energiebelasting op gas. Is het voor PRO denkbaar dat we ook die knop durven in te zetten? Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Dat is niet waar mijn fractie op zou willen sturen. Bij Prinsjesdag hebben we gekeken naar de stapeling van de energierekening. Daarvan zijn groen gas en ETS2 een onderdeel, maar ook de nettarieven. Met het oog op dat plaatje hebben wij gewezen op een aantal opties en denkrichtingen voor de minister. We hopen daar nog voor het Belastingplan duidelijkheid over te hebben. De heer Grinwis (ChristenUnie): Is dat een overweging vanuit klimaatoverwegingen of zit er iets anders in de weg? De energiebelasting op met name gas is natuurlijk enorm gestegen de afgelopen tien jaar. In 2017 was het, geloof ik, nog 25% en sinds 2019 is die, zo zei collega Kops, verdubbeld. In 2013 was het nog €0,42 en in het Belastingplan 2027 zitten we al op meer dan €0,61 aan energiebelasting. En dan komt daar de btw ook nog eens overheen. Ik ben even op zoek waarom zij niet naar die knop kijkt. Ik snap dat het niet de voorkeur van mijn collega heeft, maar kan zij wat beter toelichten waarom niet? Dan kunnen wij daar bij onze voorstellen rekening mee houden. Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Inderdaad, het klopt dat de belasting op gas is gestegen. Klimaat en duurzaamheid waren daarbij zeker een overweging. We hebben nu een duidelijk beeld van de stapeling bij de energierekening als geheel. Belasting is daar een onderdeel van, maar hoe gaat het zich verder ontwikkelen? Het is voor ons heel erg belangrijk dat de energierekening structureel omlaaggaat. Maar als je de gasbelasting verlaagt, is dat meer symptoombestrijding. Daarom willen wij kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de energierekening structureel omlaaggaat, zodat we de energierekening van mensen ook daadwerkelijk omlaag brengen. De belasting op gas verlagen is wat ons betreft geen wenselijke optie om dat doel te bereiken. Kamerlid Kostić (PvdD): Een voor ons belangrijke vraag. Ik hoor mijn collega Van Oosterhout herhalen dat zij zorgen heeft over wat deze wet gaat doen als het gaat om een lock-in met mest in de bio-industrie. We hebben net een nieuw rapport gekregen, dat in opdracht van Urgenda is opgesteld. Dat bevestigt dat deze wet een doodlopende weg is, ook voor het klimaat, omdat dit beslist niet goed wordt geadresseerd. Ik lees in een nieuwe Kamerbrief van het kabinet zelfs dat ze stevig inzetten — dat zeggen ze letterlijk — op het stimuleren van groen gas binnen de veehouderij. Het kabinet gaat mestvergisting dus flink opschalen. Deelt collega Van Oosterhout dat de huidige versie van de wet daarmee een financiële prikkel creëert om koeien meer op stal te houden, dat schaalvergroting in de hand wordt gewerkt en dat ons energiesysteem afhankelijk wordt gemaakt van de bio-industrie? Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Ik deel inderdaad de zorgen van het lid Kostić over de mogelijke lock-in op mest. Vandaar dat we een amendement en deze motie hebben ingediend om te kunnen bijsturen als dat mogelijk en nodig is. Het rapport dat het lid Kostić net noemde, ken ik niet, maar ik ga het graag lezen. Kamerlid Kostić (PvdD): Ik zal het ook zo delen met de Kamer en de minister, want het lijkt me goed dat de hele Kamer het tot zich neemt, voordat we overgaan tot de stemmingen. Ik ga even terug naar de reactie van mijn collega. De waarborgen waar mijn collega het over heeft, gaan over een evaluatiebepaling. We evalueren over een aantal jaar. Maar ja, in de tussentijd gaan boeren natuurlijk alvast investeren in mestvergisters. Banken zullen dit ook gaan stimuleren. Koeien zullen dan op stal worden gehouden. We moeten dan dus over een paar jaar na zo'n evaluatie concluderen dat we inderdaad afhankelijker zijn geworden van de bio-industrie. Maar ja, dan zijn de investeringen al gedaan en dan staan die koeien niet meer in de wei. Mijn vraag aan mijn collega van PRO is of zij er toch over wil nadenken dat we nu garanties moeten creëren dat dit niet gaat gebeuren, zodat we niet achteraf in de problemen komen doordat we boeren hiermee opzadelen? Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Ik begrijp de vraag heel goed. Vandaar ook onze motie. Daarin vragen we om al bij de openstellingsronde van SDE++ in 2027 die extra waarborgen geregeld te hebben. Mevrouw Müller (VVD): Ik gaf net aan dat ik in principe welwillend kijk naar een motie waarin we zeggen: laat het kabinet uitzoeken welke maatregelen er allemaal getroffen kunnen worden. Ik haak even aan op het puntje van de buy-outs, dat de heer Grinwis ook noemde in een van zijn moties. Ik vraag de minister om daar goed op te reflecteren. Wat mij betreft, en ik hoop ook dat we daar naartoe gaan, komen die buy-outs op nul euro te staan — mijn collega naast mij refereerde daar ook aan — en hebben wij gewoon Nederlandse productie en hoeven we geen buy-outprijs te betalen. Daar moeten we van uitgaan. Zeggen "we willen 'm structureel verlagen", maar wel inzetten op geld waarvan we hopen dat we het niet krijgen, vind ik moeilijk. Ik vind, mijn partij vindt goede begrotingsregels altijd belangrijk. Je houdt inkomsten en uitgaven van elkaar gescheiden. Ik vind dit lastig: iets structureel willen doen en betalen met iets waarvan we hopen dat we het niet nodig hebben. Kunt u daarop reflecteren? Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Ja. Ik begrijp heel goed wat de VVD hier zegt. Ik denk, ook in het kader van wat er eerder in het debat is gewisseld: mochten er toch opbrengsten zijn, dan zou mijn fractie graag zien dat die niet terugvloeien naar de algemene middelen maar worden gestopt in de verduurzaming van huishoudens. Ik heb het opgenomen in de motie als een van de dekkingsopties, naast bijvoorbeeld ETS2. De heer Van den Berg (JA21): Ik denk dat PRO hier eigenlijk twee dingen zegt die niet allebei waar kunnen zijn. Ze zegt dat ze de huishoudens in energiearmoede wil ondersteunen. Daar ben ik het natuurlijk mee eens. Maar daarbij wil ze niet de belasting op aardgas verlagen. Nou woont 75% van de mensen in energiearmoede in huizen die primair gasgestookt zijn. Hoe zijn die twee dingen met elkaar te rijmen? Als je die mensen wilt helpen, moet je toch iets doen aan die belasting op gas? Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Er zijn een heleboel manieren om de energierekening omlaag te brengen. Mijn fractie gaat het erom dat als je de energiebelasting op gas verlaagt, je structureel niks doet. Dat is immers een heel tijdelijke oplossing, en volgend jaar zitten ze in precies hetzelfde schuitje. Mijn fractie zegt: je zou kunnen nadenken over het dempen van de nettarieven. Je zou kunnen voorstellen om nog verdere isolatiemaatregelen te nemen. Dus echt gericht kijken: wat kunnen we doen om ervoor te zorgen dat deze huishoudens volgend jaar niet in hetzelfde schuitje zitten? De energiebelasting op gas verlagen is gewoon een eenmalige oplossing die structureel niks doet. De heer Van den Berg (JA21): Maar dat kán gewoon niet. Ik zou mevrouw Van Oosterhout toch willen oproepen om gewoon toe te geven dat de oproep om huishoudens in energiearmoede te helpen niet echt is. We kunnen de netwerktarieven wel gaan dempen voor elektriciteit, maar de meeste huishoudens zitten zoals gezegd in een aardgasgestookt huis, dus dat heeft geen grote impact op die inkomensgroepen. Als je die mensen wilt helpen, heeft het ook geen zin om in te zetten op isolatie, want 75% woont in corporatiewoningen. Kortom, die mensen blijven net zo hard zitten waar ze nu zitten en ik hoor geen oplossing van mevrouw Van Oosterhout waarmee die mensen wel geholpen zijn. Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Volgens mij is mijn fractie zo'n beetje elk debat bezig met precies dit onderwerp, het tegengaan van energiearmoede. We doen daartoe ook aan de lopende band voorstellen. Ik vind dit dus unfair. De heer Van den Berg (JA21): Ik zou mevrouw Van Oosterhout toch willen oproepen om eens naar die gasbelasting te kijken. We kunnen de belasting op elektriciteit wel verlagen, dat kan, maar ik hoop dat we het TNO-rapport hebben gelezen dat op Prinsjesdag uitkwam en waaruit blijkt dat juist de mensen met de hoogste inkomens in geëlektrificeerde huishoudens zitten. Als mevrouw Van Oosterhout die belasting wil verlagen, helpt ze dus vooral de rijkere huishoudens. Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Volgens mij is het heel duidelijk wat mijn fractie wil: zorgen voor een eerlijke verdeling van de lasten en zorgen voor een eerlijke verdeling van de energierekening. We doen ook altijd voorstellen in lijn daarmee. De voorzitter: Lid Kostić, u bent al aan de beurt geweest, maar u wilt nog een keer, neem ik aan? Kamerlid Kostić (PvdD): Nou, het is misschien goed om een en ander te verduidelijken, maar misschien heeft PRO nog tijd nodig om erover na te denken, ook gezien het rapport. Mijn collega had het over SDE++-subsidies waarover zij een motie heeft. Ik heb die motie gelezen. Het is een onderzoeksmotie die het kabinet ruimte tot interpretatie laat. Maar belangrijker nog: deze wet is straks gewoon wet, daar stemmen we als het goed is volgende week al over. Daarmee is er een zekerheid dat we de verkeerde kant opgaan, tenzij er in de wet al wordt bijgestuurd. Zoals mijn collega van PRO weet, zijn moties in deze Kamer helaas niet zo heel veel waard. Zeker als het gaat om zulke belangrijke besluiten en we een groot risico lopen dat we vastlopen in de bio-industrie, moet mijn collega van PRO het toch met mij eens zijn dat we die waarborgen moeten hebben voordat we over die wet gaan stemmen? En dan niet via een motie die in alle richtingen geïnterpreteerd kan worden, maar daadwerkelijk in de wet. Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Ik ben heel erg benieuwd welke extra waarborgen het lid Kostić dan nog wil zien of wil hebben. Ik denk wel dat het belangrijk is om vast te stellen dat als je deze wet graag wil, je toch nu alvast stappen zal moeten nemen. Mijn fractie zou voor deze wet kunnen stemmen, mits we straks een goede weging van de moties en amendementen maken. Dat zullen we na de stemmingen doen. Als het lid Kostić nog andere ideeën heeft over welke moties … De voorzitter: Nee, maar dat gaan we niet doen, gezien de tijd. Dat kan ze dadelijk in haar eigen termijn doen. Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Ja, precies. Ik hoor die ideeën dan graag. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan meneer Klos. Hij spreekt namens Democraten 66. De heer Klos (D66): Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: O, meneer Vermeer. Ik had u niet gezien, sorry. U heeft nog een vraag voor mevrouw Van Oosterhout. De heer Vermeer (BBB): Ik heb het al tien keer geprobeerd, maar ik zal het wat scherper doen. Ik hoorde van mevrouw Van Oosterhout dat ze nogal bang is voor het risico van een lock-in in de intensieve veehouderij. Ze wil zelfs de subsidies daarvoor beperken. Denkt mevrouw Van Oosterhout nou echt dat boeren koeien houden om geld te verdienen aan groen gas? Mevrouw Van Oosterhout (PRO): We hebben in Denemarken gezien dat het wel degelijk kan leiden tot een intensivering van de veestapel. Voor ons is het dus heel belangrijk dat we daar waarborgen voor hebben, vandaar deze motie. De heer Vermeer (BBB): Hoe ziet mevrouw Van Oosterhout dat in het licht van alle andere maatregelen die al genomen worden wat betreft de veehouderij en een alsmaar krimpende veestapel? De hoeveelheid mensen groeit, dus de hoeveelheid rioolslib stijgt. Vreest mevrouw Van Oosterhout op dat punt dan geen lock-in? Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Ik zie een lock-in bij rioolslib niet per definitie als probleem. Zoals we ook in de eerste termijn van dit debat hebben gezegd, is het voor ons vooral heel erg belangrijk dat de stikstofplannen van dit kabinet en deze wet goed in samenhang zijn met elkaar. Ik denk dat het ook in het belang van de boeren is dat we geen tegengestelde prikkels krijgen. De voorzitter: Oké. Meneer Klos, u bent nu echt aan de beurt en niet meer de klos. Alstublieft, uw tijd loopt. De heer Klos (D66): Dank u wel, voorzitter. Het is de eerste keer dat ik die hoorde, trouwens. Voorzitter. Meer groen gas maakt ons minder kwetsbaar voor de flipperkastprijzen van fossiel, maakt ons minder afhankelijk van ongure regimes, verlicht de druk op het elektriciteitsnet en is goed voor het klimaat. De bijmengverplichting ondersteunt al deze doelen. Daarom steunt mijn fractie deze wet en pleiten wij voor spoedige inwerkingtreding. Daar zijn ook praktische redenen voor. De wet is al te vaak en te lang uitgesteld. Producenten moeten weten waar ze aan toe zijn voordat ze investeren. Energieleveranciers hebben ook duidelijkheid nodig. Een aantal van de zorgen over de uitwerking van de wet, die wij breed in deze Kamer hebben gedeeld, zijn in de eerste termijn geadresseerd. Ik voeg daar in de tweede termijn nog een aantal verzoeken per motie aan toe. Ten eerste de volgende motie. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de bijmengverplichting voor groen gas invloed heeft op de energierekening van huishoudens; overwegende dat verduurzaming van de energievoorziening hand in hand moet gaan met bescherming van de huishoudens die mogelijke prijseffecten het hardst voelen en weinig mogelijkheden hebben om over te stappen op een alternatief; overwegende dat eenmalige ramingen onvoldoende inzicht geven in de daadwerkelijke ontwikkeling van deze kosten; verzoekt de regering de bijmengverplichting als onderdeel van de jaarlijkse integrale prognose energierekening mee te laten nemen in de verwachte ontwikkeling van de leveringsprijs, en bij de Monitor Energiearmoede uiteen te zetten welke maatregelen worden getroffen om kwetsbare huishoudens te beschermen, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Klos. Zij krijgt nr. 37 (36947). De heer Klos (D66): Voorzitter. Als we huishoudens en bedrijven vragen om bij te dragen aan de opschaling van groen gas, dan moet ook helder zijn wat Nederland daarvoor terugkrijgt. Daar zit nog een probleem, want Europees groen gas kan meetellen voor onze bijmengverplichting. Verschillende landen zijn bezig met een bijmengverplichting, maar we willen uiteindelijk één sterke Europese markt voor groen gas, met heldere regels, een gelijk speelveld en zekerheid over de klimaatwinst. Daarom heb ik de volgende motie. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat Nederland met een nationale bijmengverplichting inzet op de opschaling van groen gas; constaterende dat verschillende Europese landen ook werken aan de introductie van een bijmengverplichting, waaronder Frankrijk, Duitsland en Ierland; overwegende dat een grotere Europese markt kan bijdragen aan snellere opschaling, lagere kosten en een gelijk speelveld; verzoekt de regering om zich samen met gelijkgezinde lidstaten in Europees verband in te zetten voor een Europese bijmengverplichting voor groen gas, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Klos. Zij krijgt nr. 38 (36947). Dank u wel, meneer Klos, voor uw inbreng namens D66. De heer Flach (SGP): Ik heb een korte vraag over die laatste motie. Die motie staat een beetje haaks op wat ik in mijn bijdrage zei, namelijk dat we in Nederland mogelijk niet voldoende capaciteit kunnen bieden of dat we worden weggedrukt door invoeding vanuit andere Europese lidstaten. Wat zou deze Europese verplichting daaraan oplossen? De heer Klos (D66): Wat die Europese verplichting doet, is een grotere markt voor groen gas creëren. Ik denk dat de omstandigheden voor groengasproductie in Nederland vrij positief zijn, dat wij dus een grote bijdrage kunnen leveren op een Europese markt en dat de vooruitzichten voor Nederlandse producenten daarmee dus verbeteren. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie geen interrupties meer. Meneer Van den Berg, wilde u gaan spreken of gaan interrumperen? De heer Van den Berg (JA21): Ik heb één interruptie, voorzitter. De voorzitter: U bent wel de kampioen interrupties vandaag. De heer Van den Berg (JA21): Nou, de heer Klos zegt iets waar ik eigenlijk wel een vraag bij heb. We hebben toch de Renewable Energy Directive, die al hernieuwbare brandstoffen afdwingt? Wat zou dit dan nog toevoegen aan die RED II dan wel RED III? De heer Klos (D66): Dat klopt, maar die ziet niet specifiek op groen gas. Als we willen komen bij het huidige Europese doel van 35 bcm groen gas, denk ik dat daar ook Europabreed beleid op gemaakt moet worden. Maar, nogmaals, ik zeg het ook omdat ik graag wil dat er in Nederland klimaatwinst wordt gerealiseerd en de markt voor Nederlandse producenten positiever wordt. Daar is deze motie op gericht. De heer Kops (PVV): Ik heb een vraag over de, volgens mij, eerste motie. Als ik het juist heb begrepen, wordt daarin opgeroepen om eventueel te komen tot maatregelen om kwetsbare huishoudens te beschermen. Aan wat voor maatregelen denkt de heer Klos dan zelf? De heer Klos (D66): Dat kunnen alle maatregelen zijn die energiearmoede beperken. Dat kan zitten in verduurzaming en dat kan zitten in een verlaging van de belasting op elektriciteit. Met mij valt breed te praten over de mogelijkheden om dat te doen. We hebben gezien dat in de jaren 2019 tot 2023 de energiearmoede in Nederland is gedaald van 10% tot 4%, maar dat die in 2024 en 2025 is gestegen tot 6% en daar ook is gebleven. Dat is een zorgelijke ontwikkeling. Ik vind dat wij de instrumenten die we hebben als Kamer, moeten gebruiken om dit te verminderen. De heer Kops (PVV): Maar wat ik u volgens mij niet hoor noemen, is de energiebelasting op gas. Die is de afgelopen jaren gestegen, gestegen en gestegen, en die is dit jaar meer dan verdubbeld ten opzichte van 2019. En volgend jaar gaat die weer omhoog. Is D66 ertoe bereid om dat aan te pakken? Als dat kennelijk het probleem is, is D66 dan bereid om de energiebelasting op gas niet te verhogen maar te verlagen? De heer Klos (D66): Volgens mij heeft de heer Kops in dit debat iets belangrijks gezegd. Van de vaste energiecontracten is de prijs binnen één jaar met €800 gestegen. Dat valt niet te verklaren door het verduurzamingsbeleid. Dat valt te verklaren door de situatie in de wereld, namelijk door de sluiting van de Straat van Hormuz en door het beginnen van een roekeloze oorlog door Donald Trump. Als wij ons beter willen kunnen beschermen tegen dat soort instabiliteit zullen we minder gas moeten gebruiken. De heer Kops (PVV): Dat klinkt natuurlijk allemaal heel leuk, maar we hebben het nu over de betaalbaarheid, dus concreet over wat mensen thuis betalen. En dan hebben we het, heel simpel, over gas. Als D66 iets wil doen aan de energieprijzen of aan de energierekening, en specifiek aan gas, hoe kan D66 dan instemmen met een wet die gas, als het aan de minister ligt volgend jaar al, gewoon duurder maakt? Leg dat eens uit aan de mensen thuis! U wilt iets doen aan de betaalbaarheid en u wilt kwetsbare huishoudens helpen, maar u gaat waarschijnlijk gewoon voor deze wet stemmen, waardoor gas nóg duurder wordt. Dat kan toch niet? De heer Klos (D66): De reden waarom ik dat doe, is dat ik wil dat Nederland minder afhankelijk wordt van fossiele import. Ik snap dat de PVV zich daar geen zorgen over maakt, maar dát is de boosdoener bij de stijging van de gasprijzen. We moeten dus alles op alles zetten om te zorgen dat dat gaat lukken, en daarvoor is dit een van de instrumenten. De heer Grinwis (ChristenUnie): Ik heb nog een vraag aanvullend op collega Kops. Kijk, de prijselasticiteit en het gedragseffect dat je van de energiebelasting op gas mag verwachten is, denk ik, door heel veel huishoudens al geïnternaliseerd en ingeboekt door te gaan isoleren of whatever. En als ze niet hebben geïsoleerd, heeft dat er vaak mee te maken dat men niet in een woning woont waarin men dat zelf kan doen, omdat men afhankelijk is van een verhuurder, of met een aantal andere zaken. Die gasprijs is echter al een enorme incentive. Hoe principieel ligt het dan om die energiebelasting op gas wél als middel te pakken, zeker als bijvoorbeeld groen gas bijmengen de kosten voor huishoudens verhoogt met minimaal €0,03 en misschien wel €0,06 per kuub bijgemengd gas in het eerste jaar? De heer Klos (D66): Ik geloof dat de vraag is hoe principieel de discussie is. Ik ben pragmatisch. Met mij valt altijd te praten over een pragmatische oplossing, maar ik zie de pragmatische oplossing zowel in het verduurzamen en dus isoleren van woningen, waar we corporaties ook de ruimte voor kunnen geven, als in het aantrekkelijker maken van het gebruiken van een alternatief voor gas. Dat lijkt mij de beste route. Ik zie dat dus ook als de meest pragmatische route. U vraagt naar de principes; die liggen voor mij daar. De heer Grinwis (ChristenUnie): Maar volgens mij hebben we de afgelopen jaren al tegen de zin van de heer Kops in behoorlijk effectief de belasting op elektriciteit relatief verlaagd en de belasting op aardgas enorm verhoogd. We hebben een Nationaal Isolatieprogramma opgezet en dwingende afspraken met woningcorporaties gemaakt, die wettelijk verankerd zijn. Dat geldt ook voor andere verhuurders. Alles is al gericht op het duurzamer maken van de gebouwde omgeving. De belasting op gas is al torenhoog. Die leidt eerder tot het uitzetten van de kachel dan tot nog eens proberen het huis nog verder te verduurzamen. Hebben we dan niet een niveau bereikt waarop je misschien ook weer je eigen pragmatische principes eens tegen het licht moet houden, zo van: is het nou echt wel zo verstandig om die aardgasbelasting nog verder op te voeren? De voorzitter: Kamerleden, ik wil toch het volgende zeggen. U heeft zelf die tijd bepaald, van 17.00 uur tot 19.00 uur. Dat is belachelijk kort voor de tweede termijn van een wetgevingsoverleg met zo veel spreektijd, moties en interrupties. Houd het kort en bondig. Ik wil toch voorstellen dat de minister het een en ander schriftelijk beantwoordt en alleen maar een appreciatie van de moties geeft, want anders gaan we het gewoon niet redden. De heer Klos (D66): Wat mij betreft hebben we de taks bereikt wat betreft onze fossiele import. Die hebben we gewoon niet snel genoeg afgebouwd. Zolang die blijft bestaan, zal die prijs blijven stijgen. Ik denk dat de heer Kops het belangrijkste bewijs heeft gegeven, namelijk dat die prijs in één jaar met €800 stijgt en dat we dus alles moeten doen om dat naar beneden te brengen. Dus als u vraagt waar de rek uit is, dan is dat wat mij betreft bij het feit dat we nog steeds zo sterk fossiel afhankelijk zijn. De voorzitter: Meneer Vermeer, nu heb ik u wel gezien. De heer Vermeer (BBB): De heer Klos schetst een soort wensbeeld door te zeggen dat we alternatieven aantrekkelijker moeten maken. Ik ben zelf van het gas afgegaan en ik weet hoeveel dat kost. Een gemiddeld huishouden kan dat gewoon helemaal niet betalen, terwijl de belastingen toenemen en het ook nog zo is dat alle mensen met geld die hierin investeren en die, net als ik, hun gasleiding eruit laten trekken, ervoor zorgen dat de netwerkkosten voor diegenen die overblijven nog hoger worden. Vindt de heer Klos niet dat we dan ook een streep moeten zetten onder dat systeem en moeten zeggen "die netwerkkosten gaan niet omhoog en alles wat we nu nog doen waardoor er minder gebruikers op het net zitten, moet dan maar betaald worden door de overheid op de een of andere manier, maar niet door de huishoudens die met gas blijven zitten"? De heer Klos (D66): Ik vind dit een heel reëel probleem. Ik denk dat we niet in dit debat zo een-twee-drie moeten zeggen "we hebben een deal en zo gaan we het doen", maar ik vind dit een heel reëel probleem en ik vind het ook reëel om daarover verder te praten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Berg namens JA21. De heer Van den Berg (JA21): Dank u wel, voorzitter. Ik moet zeggen dat ik tot vijf minuten voor het debat heb gewacht met het afronden van mijn spreektekst, omdat ik ook nog wel heel nieuwsgierig was welke wending dit debat überhaupt zou krijgen. We hebben natuurlijk met z'n allen de eerste termijn meegemaakt en ik denk dat die niet mals was. Ik denk dat er heel veel kritiek was vanuit de Kamer en dat er eigenlijk echt wel letterlijk een soort minderheidspositie voor het kabinet ontstond, waar wel een minister zat die, denk ik, de wet verdedigde alsof er een meerderheid voor was. Ik vond het toch wel heel bijzonder om dat zo mee te maken. Ik denk ook dat er hele specifieke vragen waren over de betaalbaarheid; de heer Grinwis zei dat net zelf ook al: wat moeten die mensen op een gegeven moment nog doen? Zeker de mensen in een corporatiewoning die last hebben van energiearmoede hebben niks aan een verlaging van de netwerktarieven en die hebben ook niks aan de verlaging van tarieven op het gebied van elektriciteit; die hebben te maken met een hele hoge rekening. Ook in de eerste termijn kwam, teleurstellend, geen goed antwoord van de minister op de vraag hoe we dat nou gaan beetpakken. Dat wil ik toch wel even gezegd hebben. Desondanks dachten wij vanuit JA21 ook: hoe kunnen we hier nou nog pragmatisch in meedenken? Wellicht zijn er mogelijkheden om ons iets meer comfort te geven, bijvoorbeeld met amendementen. Deze wet had in ieder geval beter gemaakt kunnen worden. Wij zijn dus an sich niet tegen groen gas, maar dit is gewoon een draak van een wet. Ik wil hier toch echt wel gezegd hebben dat als dit een uitstekende wet was geweest, wij best hadden kunnen overwegen om gewoon voor te zijn, maar vanwege de houding van het kabinet kunnen wij het nu toch gewoon niet verkopen. Ik wil toch gezegd hebben dat ik dat dan wel jammer vind. Voor ons staat hierin namelijk gewoon ten eerste de leveringszekerheid voorop en ten tweede de betaalbaarheid. Onze zorgen op het gebied van de leveringszekerheid met betrekking tot de warmtekrachtkoppelingen zijn niet weggenomen. Het heeft natuurlijk ook een relatie tot de glastuinbouw. Die zorgen zijn ook niet weggenomen. Het past wat ons betreft niet om voor één jaar 51 miljoen euro beschikbaar te stellen terwijl die verplichting wel jarenlang doorloopt. Dan moet het kabinet met een voorstel komen voor het Belastingplan over hoe de komende jaren gedekt worden. Anders kom je simpelweg weer op de investeringsbereidheid van de sector uit, maar dat wil het kabinet dan weer niet. Ik heb dus soms moeite om te begrijpen hoe het kabinet opereert op dit punt. Ten tweede over de betaalbaarheid. We hebben, nadat we de eerste termijn hadden afgerond, de tweede termijn uitgesteld vanwege het rapport van TNO dat nog op Prinsjesdag moest komen. Dat hebben we ontvangen. Er staat een enorme verhoging van de energiekosten in weergegeven. Dat komt door de groengasbijmengverplichting, door ETS2 en door de hogere netwerktarieven. Het antwoord vanuit het kabinet daarop is: nee. Is dan onze zorg gedekt dat de betaalbaarheid voor de huishoudens vooropstaat? Nee. Dat is voor ons zo'n groot bezwaar dat wij heel veel moeite hebben om op deze manier met de wet akkoord te gaan. Uiteraard komen er nog amendementen en moties. Daar zullen wij ook zeker naar kijken. Maar als we als Kamer zo veel spreken over de hoge prijzen, de leveringszekerheid en de betaalbaarheid, en daar niks aan gedaan wordt, in ieder geval niet op manieren die ook echt impact hebben op de mensen die al in de problemen zitten, dan gaan wij dat gewoon niet doen. Ik ga afronden, voorzitter. Ik heb op de valreep nog een amendement ingediend, op stuk nr. 23. Dat gaat over het halveren van de doelstellingen. Waarom? Dan halveren we waarschijnlijk in principe ook de kosten voor de huishoudens. Dat lijkt mij een goede stap om meer tegemoet te komen aan de gestegen lasten van inwoners. Ik heb een motie, voorzitter. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat deze wet toeziet op een groeipad naar 0,84 billion cubic meters (bcm) groen gas; constaterende dat in de begroting van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor 2027 een beleidsdoel is opgenomen voor 2 bcm groen gas; overwegende dat het al onzeker is of het doel uit de bijmengverplichting gehaald zal worden; verzoekt de regering geen hoger beleidsdoel voor groen gas op te nemen dan waar de bijmengverplichting naar streeft, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Zij krijgt nr. 39 (36947). Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de bijmengverplichting groen gas leidt tot een nog verdere stijging van de kosten voor huishoudens; overwegende dat een hogere energierekening het risico op energiearmoede verder vergroot; overwegende dat de energierekening van huishoudens de komende jaren naar verwachting verder zal stijgen door verschillende beleidskeuzes; verzoekt de regering jaarlijks de gevolgen van de bijmengverplichting groen gas, ETS2 en andere beleidskeuzes voor de energierekening van huishoudens en de ontwikkeling van energiearmoede te evalueren, de Kamer hierover te informeren en zo nodig maatregelen voor te stellen om deze gevolgen te beperken, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Zij krijgt nr. 40 (36947). De heer Van den Berg (JA21): En dan de laatste, voorzitter. Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat warmte-krachtkoppelingen een belangrijke bijdrage leveren aan de leveringszekerheid en het ontlasten van het elektriciteitsnet; constaterende dat kostenstijgingen, waaronder die door de bijmengverplichting groen gas, de inzet van wkk's onder druk kunnen zetten; verzoekt de regering de gevolgen voor het beschikbare wkk-vermogen te monitoren en tijdig maatregelen te nemen wanneer de leveringszekerheid hierdoor in gevaar komt, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Zij krijgt nr. 41 (36947). De heer Van den Berg (JA21): Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, meneer Van den Berg, voor uw inbreng namens JA21. Dan gaan we nu naar het lid Kostić. Zij spreekt namens de Partij voor de Dieren. Kamerlid Kostić (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Mijn collega Esther Ouwehand is vandaag met de landbouwcommissie op bezoek in Brussel. Vandaar dat ik even haar plek overneem. In de eerste termijn zeiden we het ook al, en ik vind het heel belangrijk om het nogmaals te benadrukken: de Partij voor de Dieren vindt het ontzettend belangrijk dat we de klimaatcrisis aanpakken, dat we onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afbouwen en dat we van het gas af komen. Daar staan wij volledig achter. Maar wat je niet moet doen, is onze energievoorziening in plaats daarvan afhankelijk maken van de bio-industrie, van mest en van de import van veevoer. Wat je ook niet moet doen, is de schaalvergroting van veehouderijen in de hand werken. Dat is precies wat er met deze wet gebeurt. Banken zeggen nu al tegen boeren: met 400 koeien is een mestvergister financieel niet interessant; vanaf 500 koeien gaat het pas renderen. Deze weg helpt de dieren, het milieu en uiteindelijk ook het klimaat niet. Dat blijkt ook uit het rapport van onderzoeksbureau Kalavasta in opdracht van Urgenda. Daar had ik het net over. We ontvangen graag ruim voor de stemmingen een reactie van de minister op dit rapport. Ik geef het graag mee met de bode. De voorzitter: We wachten heel even op de bode. Dan maakt het, zodra het aan de minister overhandigd is, ook deel uit van de beraadslagingen. Gaat u rustig door, omdat we in tijdnood zitten. Gaat u dus maar gewoon door. Kamerlid Kostić (PvdD): Oké. De minister deed in de eerste termijn alsof er niets aan de hand was. Ze zegt dat slechts een deel van de mest vergist hoeft te worden, dat mestvergisting gecombineerd kan worden met weidegang, dat het kabinet het behoedzaam aanpakt, dat er verschillende manieren zijn om groen gas te stimuleren en dat het niet alleen maar via mestvergisting moet. Maar in een Kamerbrief van 11 september lees ik toch echt iets heel anders. Daarin staat, ik citeer: "Het kabinet zet daarbij stevig in op het stimuleren van groengasproductie binnen de veehouderij. Door in de voorgenomen bijmengverplichting groen gas op ketenemissiereductie te sturen wordt mestvergisting op basis van dagverse mest gestimuleerd." Kan de minister hier nu alsjeblieft niet meer omheen draaien en erkennen dat het kabinet volop inzet op de opschaling van mestvergisting, ook met deze wet? De voorzitter: Lid Kostić, kunt u even uw spulletjes overhandigen aan de bode, opdat ze deel uitmaken van de beraadslaging? Kamerlid Kostić (PvdD): Ja, dat was het rapport. Mijn collega van PRO vroeg net welke waarborgen wij willen zien. In de praktijk zien we nu al jaren de trend dat weidegang afneemt en koeien steeds vaker permanent op stal staan. Inmiddels komt een op de drie koeien nu al nooit buiten. Daarom hebben wij gezegd dat wij eerst de kabinetsplannen willen zien voor een dierwaardige veehouderij, voordat we over deze wet kunnen besluiten. Inmiddels hebben we de AMvB over dierwaardige veehouderij gezien. Daar zit geen enkele waarborg in voor de weidegang. Koeien krijgen geen recht om naar buiten te gaan. Als je vervolgens wel een enorme financiële prikkel creëert om mest op te vangen en te vergisten, dan weet je toch wat er gaat gebeuren, zeg ik tegen al de partijen hier. Een mestvergister kost algauw 500.000 tot meer dan 2 miljoen euro. Als een boer zo'n investering doet, moet die investering snel worden terugverdiend. Dat lukt het best als je koeien zo veel mogelijk op stal houdt, zodat de mest kan worden opgevangen door een vergister. Deze wet creëert dus een grote financiële prikkel voor boeren om koeien meer op stal te houden. De kabinetsplannen voor een dierwaardige veehouderij bieden geen enkele waarborg om dit tegen te gaan. Ik zie dat deze minister deze wet heel snel door de Kamer wil krijgen. Maar vertel dan wel het eerlijke verhaal! Ik vraag haar om hier alsnog op te reflecteren. We moeten als Kamer nog fundamenteel met elkaar debatteren over de toekomst van de landbouw. Remkes zei het al: neem die bocht nou in één keer, anders blijft iedereen maar vastlopen. Niet eerst allerlei nieuwe investeringen stimuleren om vervolgens, over een paar jaar, te moeten constateren dat boeren opnieuw vastzitten met hoge schulden, terwijl de problemen niet zijn opgelost. Het kabinet zegt continu de landbouwopgaven integraal te willen aanpakken. Dat is supergoed, maar dan moet je dat ook echt laten zien. Dus niet zonder dat we een fundamentele discussie over de toekomst van de landbouw hebben gevoerd, mestvergisting nu al enorm gaan opschalen, maar in plaats daarvan kiezen voor een gezonde landbouw in samenhang met klimaat en dierenwelzijn. Tot slot. We moeten niet de fout maken om nu als Kamer in te stemmen met een route waarvan we later gaan constateren dat we het zorgvuldiger en meer in samenhang hadden moeten doen, waardoor boeren tonnen of miljoenen investeren en met hoge schulden verder klem komen te zitten en waardoor steeds meer koeien nooit meer in de wei zullen staan, maar opgehokt. We stemmen volgende week over deze wet. Deze wet biedt geen enkele garantie tegen afhankelijkheid van de bio-industrie en voor dierenwelzijn. Sterker nog, de bijmengverplichting is sterk afhankelijk van de mestvergisting. Daar gaan moties niets aan veranderen, helaas. Een evaluatie is er over een paar jaar, als de mestvergisting en de bio-industrie al zijn gestimuleerd. Die gaan daar helaas ook niks aan veranderen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, lid Kostić, voor uw inbreng namens de Partij voor de Dieren. De heer Vermeer voor een interruptie. De heer Vermeer (BBB): Als ik dit allemaal zo hoor, mag ik daaruit dan ook opmaken dat de eerstvolgende keer dat wij een motie indienen om meer dierlijke mest in plaats van kunstmest op de grond door boeren toe te laten passen, de Partij voor de Dieren die gaat steunen? Kamerlid Kostić (PvdD): Het gaat erom dat we hier in Nederland veel te veel mest hebben. Dat weten we allemaal. Daardoor komen we in de problemen. Deze wet stimuleert dat eigenlijk. Die stimuleert de bio-industrie en maakt ons afhankelijk van die bio-industrie voor onze energievoorziening. En dat wordt dan "groen" genoemd. Ik heb net al uitgebreid onderbouwd waarom dat niet groen is. Daarover ligt er ook een rapport in opdracht van Urgenda. Het is slecht voor het dierenwelzijn, het is slecht voor het milieu, het is slecht voor de gezondheid en uiteindelijk is het geen oplossing voor het klimaat. Het is echt een hele grote fout als de Kamer deze weg inslaat. Dat wil ik vooral benadrukken. De voorzitter: Dit is ook iets waarmee we dadelijk een beetje buiten de orde geraken. Laten we daarvoor waken. We gaan even schorsen ... Mevrouw Müller? Alstublieft. Mevrouw Müller (VVD): Ik ga het ook maar bij één interruptie houden om het te bespoedigen. De VVD wordt door de Partij van de Dieren de hele tijd weggezet als "de fossiele VVD". De hele inzet van mij en de VVD is om de afhankelijkheid van fossiele import te verminderen. Als we een instrument hebben waarmee we dat kunnen doen en waarmee we een gedeelte kunnen verduurzamen, vraag ik me af welke andere opties de Partij van de Dieren dan wél schetst. Er zijn immers gewoon heel veel sectoren en plekken waar elektrificatie niet kan. We zullen dus altijd afhankelijk blijven van moleculen. Hoe gaat de Partij van de Dieren dan die moleculen verbeteren? Gaan we dat doen met groene waterstof, waarvan we weten dat we daar nog heel ver van weg zijn? Nu ligt er een instrument op tafel waarmee we de afhankelijkheid van import van fossiele brandstoffen wel degelijk kunnen verminderen. Daar is de Partij van de Dieren dan radicaal tegen. Dat vind ik bijzonder. Dat wil ik daar even bij gezegd hebben. De voorzitter: Eén keer kan een slip of the tongue zijn, maar u zei vier keer "Partij van de Dieren". Het is de Partij voor de Dieren. Dan weet u dat; ik zeg dit ook voor de Handelingen. Kamerlid Kostić (PvdD): Het is inderdaad helaas "de fossiele VVD". Dit is geen weg vooruit. Als je er niet voor hebt gezorgd dat het een integraal plan wordt, loop je ertegen aan dat de klimaatproblemen niet worden opgelost, dat de milieuproblemen verergeren en dat je dieren ophokt. Dat zijn de conclusies. Daarom hebben milieu-, natuur- en dierenwelzijnsorganisaties de Kamerleden gemaild om hier echt niet mee door te gaan. Zoals de wet er nu ligt, is die geen oplossing voor het klimaat. Wij hebben gezegd welke garanties wij willen in de wet. Geen moties en geen evaluatie over een paar jaar, want we moeten nu echt kiezen. We hebben dit lang genoeg vooruitgeschoven, gezocht naar geitenpaadjes en halve oplossingen gesubsidieerd die uiteindelijk niet bleken te werken. Dit is echt een verkeerde weg. Je moet nu goed borgen dat dierenwelzijn, een gezonde landbouw en klimaat er goed in zitten. De voorzitter: De minister moet zich goed kunnen voorbereiden op de appreciatie van de moties. Daarom wil zij dat er minimaal twintig minuten geschorst wordt. Dat is dus tot 18.45 uur. Het blijft ook met name bij die appreciaties. De rest kan de minister schriftelijk beantwoorden. Succes, mevrouw de minister, en tot 18.45 uur. Ciao! De vergadering wordt van 18.27 uur tot 18.45 uur geschorst. De voorzitter: Ik heropen dit wetgevingsoverleg. Ik ga dadelijk het woord geven aan mevrouw de minister. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik wil graag dat u eerst met de appreciatie van de moties begint, als dat kan. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Prima, voorzitter; ik ben in uw handen. Anders zou ik zijn begonnen met in ieder geval twee vragen die nog uit de eerste termijn zijn overgebleven. Misschien kan ik daar antwoord op geven, dan de moties appreciëren en dan de rest? De voorzitter: En de amendementen. Twee amendementen zijn gewijzigd: de amendementen op stukken nrs. 21 en 22. Het amendement op stuk nr. 23 is nieuw. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Doe ik. De voorzitter: Alstublieft, mevrouw de minister. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Zeker. Dank u wel, voorzitter. Ook vandaag weer worden in de inbreng van de leden alle hoeken van het speelveld geschetst. We willen wel groen gas, maar we willen ook voldoende zekerheid als we mensen vragen om te investeren. We willen reststromen benutten zonder een lock-in te creëren, we willen investeren in onafhankelijkheid, maar zonder daarmee de huishoudens te zwaar te belasten. We willen ervoor zorgen dat we binnen al deze kaders van het speelveld blijven. Daarom kiezen we ook een heel behoedzaam pad. Ik hoop dat we dit extra kunnen verankeren met een aantal moties en amendementen die de leden hebben ingediend. Ik hoop dat de leden in hun eindoordeel zullen meewegen dat we ons best doen om recht te doen aan de zorgen die zijn geschetst. Dan kom ik bij de beoordeling van de amendementen. Er zijn naast de bestaande amendementen inderdaad een paar nieuwe amendementen ingediend. Ik wil mijn dank uitspreken aan de heer Grinwis, die zijn verantwoordelijkheid neemt voor de uitvoerbaarheid van het wetgevingsstelsel dat we met elkaar maken. Dat is gewoon ongelofelijk belangrijk. De appreciatie van het amendement-Grinwis/Van den Berg op stuk nr. 21 ter vervanging van stuk nr. 14 dat een AMvB regelt waarin de hoogte van de jaarlijkse verplichting en de hoogte van de buy-out moeten worden voorgehangen bij het parlement: oordeel Kamer. Dan het amendement op stuk nr. 22 ter vervanging van nr. 20 over een jaarlijkse monitoring naar de Tweede Kamer met betrekking tot het aantal GGE's, de binnenlandse productie, een analyse van de Nederlandse productiecapaciteit, de buy-out, een raming van de prijsontwikkeling en meerkosten et cetera: ook oordeel Kamer. Dan is er nog een amendement van de heer Van den Berg op stuk nr. 23 dat de hoogte van de bijmengverplichting halveert. Dat amendement ontraad ik. De doelstelling is in de eerste drie jaar al onder het niveau van de huidige productie van groen gas, dus het is echt haalbaar. Daarom ontraad ik dit amendement. Dan kom ik bij de moties, voorzitter. Ik ga er even snel doorheen en dan hoor ik het vanzelf wanneer u zegt "hier wil ik nog nader op ingaan". Ik ga proberen om het snel te doen, zodat we eventueel nog aan de vragen toekomen. De motie-Grinwis op stuk nr. 24 over langjarige inzet van het noodfonds: oordeel Kamer. De motie-Grinwis op stuk nr. 25 over met het Convenant Energietransitie Glastuinbouw als basis met de sector toewerken naar een transitiepad richting 2040: oordeel Kamer. De motie-Grinwis op stuk nr. 26 over een verkenning naar een gericht vraaginstrument voor groen gas: oordeel Kamer. De motie-Grinwis op stuk nr. 27: in geval van buy-outopbrengsten de lastenverlichting naar rato van de door de sectoren gemaakte meerkosten verdelen. Ik zou de heer Grinwis willen vragen deze motie aan te houden. Hij weet heel goed dat dit enigszins op gespannen voet staat met de begrotingsregels. We zijn hierover nog in gesprek met de minister van Financiën en ik kan hierop niet vooruitlopen, dus wil ik de heer Grinwis verzoeken om de motie aan te houden. De heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter, voordat ik dat doe, heb ik even een vraag. Is het mogelijk om voor de stemmingen een appreciatie van het ministerie van Financiën te krijgen? Volgens mij handel ik binnen de begrotingsregels en is er geen opbrengst ingeboekt. De redenering is: als er enige inkomsten te noteren vallen, dan moeten die aan de inkomstenkant weer terug. Dat is volgens mij conform de begrotingsregels, maar ik ben heel benieuwd of er vanuit het ministerie van Financiën, dat hier inderdaad formeel over gaat, voor de stemmingen een appreciatie naar de Kamer kan komen. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Daar zullen we ons best voor doen. Maar als u 'm niet aanhoudt ... Ik kan geen garantie geven. Als ik geen appreciatie kan geven, moet ik 'm ontraden. Ik kan er niet namens de minister van Financiën akkoord op geven. Ik doe mijn inspanning, zeg ik tegen de heer Grinwis, om te zorgen voor een appreciatie. De heer Grinwis (ChristenUnie): Dan wacht ik even de reactie van de minister van Financiën af, alvorens ik 'm aanhoud. Ik hou het dus nog even spannend, want ik wil eigenlijk gewoon voor de stemmingen een appreciatie van de minister van Financiën hebben. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Oké. De motie op stuk nr. 28 verzoekt de regering te bezien of er een gelijk speelveld is tussen de verschillende productietechnieken en te onderzoeken in hoeverre verschillen in investeringssteun het gelijke speelveld beïnvloeden. Oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 29 van de heer Grinwis, over een evaluatie van de bijmengverplichting om te voorkomen dat het minder of later beschikbaar komt voor sectoren waarvoor het ook van belang is voor de lange termijn. Dit is eigenlijk ook ter vervanging van het amendement waaraan hij werkte, de essentie daarvan. Oordeel Kamer. De voorzitter: Het is oordeel Kamer, meneer Grinwis. De heer Grinwis (ChristenUnie): Ja, voorzitter, maar ik wil toch even terugkomen op de motie op stuk nr. 27. Nu krijgt die namelijk het oordeel "ontraden" van de minister. Dat is onhandig, want we vragen een oordeel van de minister van Financiën, maar nu heeft de motie al het oordeel "ontraden". Dan stel ik dus voor om 'm aan te houden. Dan blijft het oordeel "aanhouden" en dan wacht ik gewoon de reactie van de minister van Financiën af. De voorzitter: Op verzoek van de heer Grinwis stel ik voor zijn motie (36947, nr. 27) aan te houden. Daartoe wordt besloten. De voorzitter: We gaan verder met de motie op stuk nr. 30. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Dat betekent natuurlijk ook ... Een aangehouden motie kan ook nog op elk ander moment in stemming worden gebracht, dus dan hoeft het ook niet per se gekoppeld te zijn aan de stemmingen over de andere moties. De voorzitter: De motie op stuk nr. 30. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Voorzitter. De motie op stuk nr. 30 van de heer Flach verzoekt om de glastuinbouw buiten ETS2 te houden. Die moet ik helaas om uitvoeringstechnische redenen ontraden, zoals ook gewisseld is in het debat. De motie op stuk nr. 31 van mevrouw Müller over herijkte langjarige afspraken richting 2040. Oordeel Kamer. Ik ga samen met LVVN bekijken hoe we die langjarige afspraken maken. Dan de motie op stuk nr. 32 van de heer Vermeer om voor de eerste verhoging van de bijmengverplichting inzichtelijk te maken of productiecapaciteit tijdig gerealiseerd kan worden. Oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 33 van de heer Jumelet en mevrouw Müller verzoekt de regering het uitgangspunt te hanteren dat de bijmengverplichting doorloopt tot 2040 en bij de evaluatie in 2029 te communiceren over een eventuele bijstelling van het ingroeipad. Oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 34 van mevrouw Oosterhout verzoekt de regering te onderzoeken in hoeverre de SDE++-categorieën leiden tot een lock-in en dat te voorkomen, bijvoorbeeld door hierop een landbouwtransitietoets toe te passen, en de Kamer hierover te informeren voorafgaand aan de openstellingsronde van de SDE++ in 2027. Oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 35, ook ingediend door mevrouw Van Oosterhout. Die verzoekt de regering zich ervoor in te spannen dat evenredig aan de opbrengsten van de buy-out middelen worden vrijgemaakt voor de verduurzaming van huishoudens. Hierin wordt gevraagd om een inspanningsverplichting. Daarom kan ik 'm oordeel Kamer geven. Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 36. De voorzitter: Een ogenblik, mevrouw de minister. Er is een interruptie van meneer Flach en ook een van meneer Vermeer. De heer Flach (SGP): Even voor de duidelijkheid, want we moeten straks allemaal stemmen over zo'n motie. Ik kon niet helemaal volgen wat er nu gebeurde. Er wordt best wel concreet gevraagd om een verlaging van de energierekening. De minister manoeuvreert dat handig weg door het een inspanningsverplichting te noemen, maar ik ben benieuwd hoe hard het kabinet dit dan opneemt. Wat wordt hiermee besloten, als deze motie wordt aangenomen? Minister Van Veldhoven-van der Meer: Deze motie vraagt de regering om zich ervoor in te spannen dat evenredig aan de opbrengsten van de buy-out middelen worden vrijgemaakt voor de verduurzaming van huishoudens. Dat zie je natuurlijk op meerdere plekken in de begrotingen, bijvoorbeeld ook bij ETS. Tegelijkertijd worden er ook middelen uitgegeven aan de verduurzaming van de industrie. Dat is niet een-op-een gekoppeld, maar er is wel een evenredigheid. Daarom is de formulering van deze motie, dus de regering vragen om zich ervoor in te spannen dat evenredig aan de opbrengsten, als die er zijn ... Eigenlijk hopen we natuurlijk dat hier nooit gebruik van hoeft te worden gemaakt, want dan werkt de groengasbijmengverplichting zoals die moet werken: het stimuleren van de sector. Maar mocht er toch iets zijn, dan vraagt PRO om te zorgen dat er evenredig aan de opbrengsten middelen worden vrijgemaakt voor de verduurzaming van huishoudens. Dat is een formulering waarmee we kunnen leven. De heer Vermeer (BBB): Ik ben helemaal verbaasd, want dit is precies dezelfde omschrijving als bij de motie op stuk nr. 27, waarbij dat opeens een probleem zou zijn. "Ter hoogte van" is precies hetzelfde als "evenredig aan". Minister Van Veldhoven-van der Meer: Nee, want de motie op stuk nr. 27 is geen inspanningsverplichting, maar een actieverplichting, namelijk: "(…) conform de vigerende begrotingsregels een lastenverlichting (…) door te voeren ter hoogte van (…)". Die is dus dwingender dan de inspanningsverplichting. Het verschil tussen een resultaatverplichting en een inspanningsverplichting is relevant in deze context; dat weet u ook vanuit andere debatten. Maar we hopen uiteindelijk met elkaar dat er in die buy-out niks terecht zal komen, dus voordat we te veel op de semantiek zitten … Daarom heb ik dus ook gesuggereerd om de motie op stuk nr. 27 aan te houden. Wellicht is er met een inspanningsverplichtingsformulering hierop nog tot een oordeel Kamer te komen. Dat is het verschil tussen de formulering van de ene en de andere. Ik kan het niet mooier voor u maken. De heer Vermeer (BBB): Maar de appreciatie ging over de vraag of het wel of niet aan de begrotingsregels voldeed en dan maakt het geen bal uit of het een inspanning of een verplichting is. Het voldoet wel of niet aan de regels, maar dat terzijde. Wij moeten dit dan zelf maar beoordelen en ons inspannen, want dan mag het wel. De voorzitter: De Kamer is dadelijk aan zet met stemmen. Minister Van Veldhoven-van der Meer: De heer Grinwis heeft ook opgeschreven: "conform de begrotingsregels". Ik weet dat hij die goed genoeg kent en hij wil daar altijd heel goed binnen blijven. Het zit 'm hier in de marge van de formulering. Dan kan een dubbeltje op zijn kant soms net naar links of naar rechts vallen. Dat kennen we allemaal, ook uit andere debatten. De voorzitter: Dan de motie op stuk nr. 36. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Ik hoop dat u ziet dat ik in de breedte moties van allerlei partijen oordeel Kamer geef, omdat ik u allemaal hoop te ondersteunen in de lastige afweging die u heeft te maken. Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 36. Ook hierbij komt het nauw met de formulering. Hier valt het dubbeltje op zijn kant dan net niet de goede kant op, tenzij er voor een alternatief dictum wordt gekozen. Als we dit namelijk jaarlijks in de cijfers over de ontwikkeling van de energierekening kunnen betrekken en bij de Monitor Energiearmoede, en indien het aandeel huishoudens in energiearmoede stijgt of gelijk blijft, we gerichte maatregelen "afwegen", kan er zeker oordeel Kamer op komen. Maar zoals de motie nu is, met deze formulering, moet ik die helaas ontraden. Dat is even een afweging voor de indiener. De voorzitter: De motie is ontraden, maar misschien wil mevrouw Van Oosterhout het dictum aanpassen. Dan moet u dat even laten weten, mevrouw Van Oosterhout. Mevrouw Van Oosterhout (PRO): Nee. Ik schrik er eigenlijk ook wel een beetje van. De motie is namelijk al erg voorzichtig geformuleerd. Ik zou toch denken dat het gelijk blijven of dalen van de energiearmoede toch echt wel de ondergrens is. Ik pas het dictum dus niet aan. De voorzitter: De motie op stuk nr. 36 is ontraden. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 37. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Ik zou mevrouw Van Oosterhout dan in ieder geval willen vragen of ze 'm nog even wil aanhouden, zodat ik wat ze hierover zegt nog een keer kan wegen en kan kijken of we misschien tot een schriftelijke interpretatie van de motie kunnen komen waarin we bij elkaar komen. Volgens mij is het ook hierbij een kwestie van tot een formulering komen waarbij we dezelfde verwachting hebben van wat we kunnen doen. Ik verzoek dus de motie op stuk nr. 36 aan te houden. De voorzitter: Nee. Mevrouw Van Oosterhout schudt nee. We gaan verder met de motie op stuk nr. 37 van het lid Klos. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Voorzitter, dan de motie op stuk nr. 37 over de bijmengverplichting bij de jaarlijkse integrale prognose energierekening mee laten nemen als onderdeel van de verwachte ontwikkeling: oordeel Kamer. Voorzitter. De motie op stuk nr. 38 van de heer Klos, over in Europees verband inzetten voor een Europese bijmengverplichting voor groen gas, krijgt ook oordeel Kamer. In de motie op stuk nr. 39 staat "geen hoger beleidsdoel voor groen gas op te nemen" bijvoorbeeld op gespannen voet met de motie van de heer Grinwis die ik oordeel Kamer heb gegeven. Ik ontraad deze motie. De motie op stuk nr. 40 verzoekt om jaarlijks de gevolgen van de ontwikkeling van energiearmoede te evalueren en krijgt oordeel Kamer. Van de motie op stuk nr. 41 is het tweede onderdeel van het verzoek, namelijk "tijdig maatregelen nemen wanneer de leveringszekerheid hierdoor in gevaar komt", er al. Dat gaat namelijk om het capaciteitsmechanisme. Als dit blijft staan, moet ik de motie ontraden, omdat we niet iets nieuws gaan ontwerpen, maar we zouden wel de gevolgen voor het beschikbare wkk-vermogen kunnen monitoren. Het is even de vraag of de indiener op dit punt de motie zou willen aanpassen. De voorzitter: Moet de motie op stuk nr. 41 aangepast worden? Minister Van Veldhoven-van der Meer: Ja, het verzoek is om die aan te passen, anders wordt die ontraden. De voorzitter: Anders wordt die ontraden. Dan is de motie op stuk nr. 41 dus ontraden. Meneer Grinwis, u snapt iets niet? Meneer Vermeer moet de vergadering verlaten. Meneer Vermeer, succes vanavond. De heer Grinwis (ChristenUnie): Succes, inderdaad. Toch even het volgende. Er staat "tijdig maatregelen", maar ik snap het niet zo goed. Als je in de gaten houdt hoe het in de merit order gaat met die wkk's op groen gas, dan is het toch logisch om de frase "maatregelen te treffen" daarbij te hanteren? Ik snap niet waarom de minister niet de vrijheid neemt om de motie gewoon als ondersteuning van beleid te kenschetsen en oordeel Kamer te geven. Dit is toch een logische combi? Je wil namelijk niet dat door de bijmengverplichting de wkk's als het ware weggedrukt worden in de merit order. Minister Van Veldhoven-van der Meer: Ik denk dat de heer Grinwis hier nu een aantal zaken aan koppelt; ik zou misschien niet meteen tot dezelfde conclusie willen komen. Ik vind het heel goed om de gevolgen voor het beschikbare wkk-vermogen te monitoren, maar we hebben het capaciteitsmechanisme om flexibele capaciteit te contracteren daar waar er behoefte aan is, en dat op de meest kosteneffectieve manier voor de hele economie; de wkk's zijn daarvoor heel interessant. Hier wordt het een-op-een gekoppeld en gesteld dat de leveringszekerheid erdoor in gevaar zou komen. Ik vind dit een lastige formulering. Ik zie een aantal haken en ogen bij deze specifieke formulering. Met het capaciteitsmechanisme hebben we al een maatregel voor als dit al het geval zou zijn, dus ik ga daar geen extra maatregel voor nemen. Vandaar mijn verzoek om het tweede gedeelte te schrappen. Dan zou ik de motie oordeel Kamer geven, maar nu niet. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw de minister, voor de appreciatie van de moties en de amendementen. We gaan er een einde aan breien, zoals beloofd, want het is 19.00 uur. Lid Kostić? Kamerlid Kostić (PvdD): Ik had nog concreet gevraagd om voor de stemmingen te reageren op dit onderzoek. Het kan kort maar duidelijk. Het is wel belangrijk voor de stemmingen. De voorzitter: Mevrouw de minister dient ook te antwoorden voor de stemmingen. Het liefst doet ze dat uiterlijk vrijdag. Dat wil ik ook vragen. Haar team was de vragen immers al aan het voorbereiden. Er is dus al heel wat tijd in gaan zitten. Mevrouw de minister, gaat dat lukken, uiterlijk vrijdag? Minister Van Veldhoven-van der Meer: Voorzitter, dat wordt heel krap. We gaan ons best doen; we gaan bekijken wat kan. Het is een inspanningsverplichting en ik kan hier geen resultaatsverplichting afgeven. Er waren nog wel een paar heel concrete vragen uit de eerste termijn. Laat mij die dan nog snel beantwoorden; dat was toegezegd. Dan kan dat in ieder geval ook worden meegewogen. Dat is een vraag van mevrouw Van Oosterhout. Meneer Jumelet, uw vragen behandelen we dan in de schriftelijke beantwoording. Hoe hangt deze wet en de inzet voor groen gas uit mestvergisting samen met de stikstofplannen? De bijmengverplichting stuurt niet op een specifiek percentage mestvergisting, want het kan ook worden ingevuld met andere technieken. Er zijn veel meer stromen die hiervoor benut kunnen worden. We zijn bewust terughoudend geweest wat betreft de hoeveelheid groen gas uit mestvergisting waarmee rekening wordt gehouden. Binnen de stikstofplannen van het kabinet, die sturen op de extensivering van grondgebondenheid, kan nog steeds voldoende mest beschikbaar zijn om een vergister rendabel te exploiteren. Kan de minister toezeggen dat de NEa-rapportage ook informatie over het aandeel groen gas uit mestvergisting zal bevatten? Dat was ook een vraag van mevrouw Van Oosterhout. Ja, dat kan ik. Die rapportage zal ik vanaf het jaar na inwerkingtreding ook aan u toezenden. Dan kunnen we ook dit met elkaar heel goed blijven monitoren. De heer Jumelet vroeg nog hoe gevolg kan worden gegeven aan het versnellingsplan van de NVDE, Rabobank en LTO. Hier trekken we samen op met de minister van LVVN. Op dit moment zijn er overleggen met de stakeholders over het voorstel en wordt er ambtelijk gewerkt aan hoe opvolging kan worden gegeven aan de verschillende voorstellen. We komen daar later uitgebreider op terug. Dat krijgt u dan ook nog schriftelijk. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw de minister. Ik dank de mensen op de publieke tribune. Meneer Grinwis nog met een procedurevoorstel. De heer Grinwis (ChristenUnie): Excuus. Ik weet niet of ik het hier moet inbrengen, maar ik zou graag gespreide stemming willen aanvragen. Dan stemmen we volgende week dinsdag over de amendementen en de moties en die donderdag — ik snap de haast — over de wet, bij hoge uitzondering. De voorzitter: Dat dient u te regelen bij de regeling van werkzaamheden in de plenaire zaal. Daar hoort dit. Daar is het juist geadresseerd. Iedereen tevreden verder? Dank u wel. Dan kunnen we de mensen op de publieke tribune gaan bedanken voor hun komst en hun waardigheid. Dat geldt ook voor de mensen die thuis hebben gekeken en geluisterd, onze twee trouwe Kamerbodes, de Dienst Verslag en Redactie, de minister en haar team, alle Kamerleden en ook onze griffier. Ik wens iedereen een behouden thuiskomst. Ik sluit dit wetgevingsoverleg. Sluiting 19.05 uur. ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 2 (2026-2027) van 21 september 2026 Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected] Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden ontleend. Uit ongecorrigeerde verslagen mag niet letterlijk worden geciteerd. Inlichtingen: [email protected] ONGECORRIGEERD STENOGRAM Verslag OSV 2 (2026-2027) van 21 september 2026 1

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 7c67c1730ebb4156

13 okt 2026 · c231070a7ebee00b

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.