Reactie op een evaluatie van de impact van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) op water
Brontekst
Versie 0477023347ed4808 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 28 625Herziening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Nr. 285 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 17 juli 2020 De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft verzocht om een reactie op een evaluatie van de impact van het Gemeen-schappelijk landbouwbeleid (GLB) op water. De evaluatie is beschreven in het rapport «Evaluation of the impact of the CAP on water», dat de European Economic Interest Grouping Alliance Environnement in 2020 publiceerde. In deze evaluatie is voor de periode van 2013 tot heden gekeken naar de effecten van GLB-instrumenten en maatregelen die waterproblemen beïnvloeden. Het rapport bevat diverse aanbevelingen voor de inzet van het GLB gericht op de realisatie van duurzaam waterbeheer en vermin-deren van de landbouwdruk op water. De aanbevelingen gaan op hoofdlijnen over ambitieuze doelstellingen voor lidstaten, controleerbare minimumresultaten bereiken en meer GLB-middelen (voor o.a. kennis, innovatie, bewustwording) inzetten voor water relevante aandachtsge-bieden. De Nederlandse aanpak met collectieve acties voor de uitvoering van het Plattelands Ontwikkelingsprogramma (POP) is als zeer efficiënt beoor-deeld. Aanbevolen wordt deze aanpak verder te stimuleren. Deze aanbevelingen zie ik als een ondersteuning van mijn inzet voor de implementatie van het GLB. Ik streef naar een omslag in het GLB van inkomensondersteuning naar doelgerichte betalingen voor een klimaat-vriendelijke kringlooplandbouw en een biodivers boerenlandschap. Ik wil de GLB-middelen inzetten voor een duurzaam en efficiënt beheer van onze natuurlijke hulpbronnen, zoals ons water. Met de LNV-visie (Kamerstuk 35 000 XIV, nr. 5) heeft Nederland een ambitieus doel gesteld: overstappen naar kringlooplandbouw en daarmee voorkomen dat we water, bodem en grondstoffen uitputten. Met de kst-28625-285ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 28 625, nr. 2851 transitie naar duurzame landbouw wordt de impact van landbouw op watersystemen naar een aanvaardbaar niveau gebracht. Het is voor Nederland de uitdaging om naast het in stand houden van een sterke, innovatieve landbouwsector ook ambitieuze maatschappelijke en milieudoelstellingen te halen, in de wetenschap dat beide met elkaar kunnen conflicteren. Nederland kent vele meetprogramma’s (o.a. emissieregistratie, watermo-nitoring) en analyses (o.a. evaluaties mestbeleid en gewasbeschermings-beleid, Nationale analyse waterkwaliteit, PBL-rapportage) die aangeven waar de impact van landbouw op wateren vermindert en waar nog opgaven liggen. De resultaten van deze meetprogramma’s en analyses dragen bij aan de bewustwording van de impact van landbouwpraktijken op water. Met de ontwikkeling van een Nationaal Strategisch Plan geef ik invulling aan de speerpunten van het toekomstige GLB voor de periode 2022/2023–2027, zoals ik ook heb gemeld in mijn brief aan uw Kamer van 8 juni jl. over het verslag van de videoconferentie voor landbouw- en visserijmi-nisters op 13 mei 2020 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1234): a)Bevorderen van een slimme, veerkrachtige en gediversificeerde landbouwsector om voedselzekerheid te garanderen; b)Intensiveren van milieuzorg en klimaatactie en bijdragen aan de verwezenlijking van de milieu en klimaatgerelateerde doelstellingen van de Europese Unie; c)Versterken van het sociaaleconomische weefsel van de plattelandsge-bieden. Aanvullend wil ik de landbouwsector met kennisstimulering en -deling, innovatie en digitalisering faciliteren in hun modernisering en verder beperking van de impact van landbouwpraktijken op water. Zo kan Nederland haar gidsrol in Europa voor innovaties in duurzame landbouw en de integrale benadering van landbouw- en wateropgaven verder versterken. In het Nationaal Strategisch Plan worden voor het nieuwe GLB meerdere interventies uitgewerkt. De basisinkomenssteun in de 1e Pijler in combi-natie met conditionaliteit is de eerste laag waarbij boeren aan minimum-vereisten moeten voldoen, onder andere op het gebied van water. Met de invoering van een systeem van eco-regelingen kunnen de boeren deze steun aanvullen en verder invulling geven aan kringlooplandbouw met een acceptabele invloed op watersysteemkwaliteiten. Aanvullend kunnen tegen vergoeding collectieve agromilieumaatregelen worden genomen, in lijn met het huidige stelsel voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. SchoutenTweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 28 625, nr. 2852
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.