KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Milieuraad op 18 september 2025 (Kamerstuk 21501-08-1003)

10 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 08ae084a35cff717 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-08MilieuraadNr. 1005 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 10 september 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infra-structuur en Waterstaat en de Minister van Klimaat en Groene Groeiinzake de geannoteerde agenda van de Milieuraad op 18 september 2025(Kamerstuk 21 501-08, nr. 1004) en de het verslag van de Milieuraad van17 juni 2025 te Luxemburg (Kamerstuk 21 501-08, nr. 1003).De vragen en opmerkingen zijn op 3 september 2025 aan de Staatssecre-taris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Klimaat enGroene Groei voorgelegd. Bij brief van 10 september 2025 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,Peter de GrootAdjunct-griffier van de commissie,Koerselman kst-21501-08-1005ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10051 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties InhoudsopgaveInleiding2PVV-fractie2GroenLinks-PvdA-fractie4BBB-fractie4PvdD-fractie5 InleidingDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de stukken voordit schriftelijk overleg en hebben de volgende vragen en opmerkingen.De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de brieven over de Milieuraad. Deze leden hebben hierovernog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie danken de Staatssecretaris voor de onder-havige stukken. Zij hebben op dit moment geen verdere vragen.De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de stukken enzien af van inbreng voor de Milieuraad van 18 september 2025.De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de stukkeninzake de komende Milieuraad en hebben hierover enkele vragen enopmerkingen.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben vragen aan deStaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister vanKlimaat en Groene Groei in het licht van de aankomende Milieuraad.PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie nemen kennis van de agenda, maar vragentegelijkertijd ook of de Minister rekening houdt met de principes haalbaar,betaalbaar en realistisch.De leden van de PVV-fractie verbazen zich over het feit dat de EU inclusiefde Nederlandse Minister weer voorop wil lopen in de klimaatdoelstel-lingen en vragen of Nederland zich daarmee niet de markt uit prijst. Zijvragen hoe dit voorop lopen zich verhoudt met de voorbeelden vanindustrieën die het niet meer zien zitten in Nederland door allerleioorzaken. Ook vragen zij waarom er zo nodig een Europees tussendoelmoet worden vastgelegd, terwijl diezelfde EU naar eigen zeggengrotendeels op koers ligt. Waar baseert de Minister een sterk investerings-klimaat en een helder langetermijnperspectief op, met in het achterhoofddat het een Europees tussendoel voor 2040 wenst vast te leggen?De leden van de PVV-fractie vragen wat dan de juiste voorwaarden zijn diebijdragen aan een open strategische autonomie, concurrentievermogenen weerbaarheid in Nederland. Zij verbazen zich dat verwezen wordt naareen brief ondertekend door 152 bedrijven en investeerders die oproepentot een EU-emissiereductiedoel van ten minste 90% in 2040. Veel van dezeondertekenaars vallen wat deze leden betreft in de categorie slagers diehun eigen vlees keuren. Met andere woorden: zij hebben er alle belang bijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10052 dat deze EU-emissiereductiedoelstelling wordt ingevoerd. Is de Ministerhet met deze leden eens dat dit een gevalletje is van: «Wij van WC-eend...»?De leden van de PVV-fractie lezen dat er voldoende beschikbaarheid vanfinanciën dient te worden gewaarborgd. Hoeveel gaat dit grapjeNederland dan weer kosten en draagt Nederland niet al meer dan genoegbij aan rupsje-nooit-genoeg (lees: de EU)?De leden van de PVV-fractie lezen dat er een krachtenveld in de Raadactief is, waardoor de Raad is verdeeld. Zij zijn voorstander van deprincipes haalbaar, betaalbaar en realistisch, wat zij al deze geheleKamerperiode benoemen op het terrein van milieu. Deze leden vragenaan de Minister of dit met het leveren van een bijdrage aan het Europesedoel voor 2040 deze principes hanteert?De leden van de PVV-fractie vragen wat de EU Nationally DeterminedContribution (NDC) kan betekenen en of deze indirecte gevolgen kanhebben voor Nederland, als het geen wetgevend document met nieuwe,bindende verplichtingen voor EU-lidstaten is.De leden van de PVV-fractie constateren dat voor de zoveelste keer eengesprek (Genève van 5 t/m 14 augustus) over een mondiaal juridischbindend instrument om plasticvervuiling tegen te gaan(VN-plasticverdrag) plaatsvond. Ook nu weer is geconstateerd dat debelangen ver uit elkaar liggen. Deze leden vragen wanneer het besefbinnen de EU indaalt dat je niet kan concurreren of verschillen kanoverbruggen met landen die op alle fronten de middelen hebben omplastic te produceren tegen een lager energietarief, lagere loonkosten endie niet afhankelijk zijn van grondstoffen.De leden van de PVV-fractie hebben al eerder de waanzinnige tripjesbenoemd in het kader van klimaat en milieu. Vanaf 1995 worden er alsnoepreisjes georganiseerd en betaald door de belastingbetaler naarDubai, Azerbeidzjan, Colombia, Zuid-Korea, Saudi-Arabië, Thailand,Namibië, Slovenië en Brazilië. Nu wordt er dwars door een beschermddeel van de Amazone een snelweg aangelegd ten behoeve van dedertigste klimaattop. En of het nog niet genoeg is, wordt de luchthavenuitgebreid, de haven vergroot voor cruiseschepen en nieuwe hotelsgebouwd; allemaal voor een paar dagen kletsen over het klimaat. Dezeleden zijn benieuwd of de Minister de mening deelt dat dit soortgekkigheid, zoals de halve wereld rondvliegen om een paar dagen tekletsen over het klimaat en milieu, niet veel schadelijker is.De leden van de PVV-fractie lezen dat de onderhandelingsronde uitein-delijk geschorst is en dat is afgesproken om de onderhandelingen op eennader te bepalen moment voort te zetten. Voorts lezen deze leden dat deexecutive director van het United Nations Environment Programme(UNEP) tijdens de VN-Milieuvergadering (UNEA-7) van 8 tot en met12 december in Nairobi te Kenia, zal rapporteren over de uitkomsten vande onderhandelingen. Deze leden vragen aan de Staatssecretaris of hethieraan deelneemt en daarmee het reizende circus van snoepreisjes instand houdt, terwijl ondertussen de penibele situatie van plastic verwer-kende bedrijven in Nederland voortduurt. Deze leden hebben deze situatiemeermaals aan de orde gesteld en zorgen geuit over de door de overheidgestimuleerde plastic verwerkende bedrijven, die een koploperspositiemoesten hebben, wat uiteindelijk geleid heeft tot veel faillissementen inde sector. Deze leden vragen welke maatregelen de Staatssecretarisneemt om hieraan een halt toe te roepen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10053 GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben een aantal vragen overde wijziging van de Europese klimaatwet en het klimaatdoel voor 2040.Deze leden begrijpen dat het Europese NDC voor 2035 zal samenhangenmet het doel voor 2040. Wat is hierbij de inzet van de Minister? Kan deMinister toelichten wat dit doel, in lijn met de wetenschap, zou moetenzijn?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook een aantal vragenover de uitvoering van het doel, zodat het 2040-doel haalbaar is. In degeannoteerde agenda schrijft de Minister dat zij gaat pleiten voor eenstevig uitvoeringspakket om de doelen daadwerkelijk te gaan halen. Dezeleden onderschrijven dit belang. Kan de Minister toezeggen dat ze hierbijinzet op het met zekerheid halen van het 2040-doel, bijvoorbeeld door testreven naar 95% reductie in 2040 of door in elk geval te pleiten voor hetinzetten op de bovenkant van de bandbreedte van het klimaatdoel bij hetuitwerken van wetgeving- en andere uitvoeringsplannen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen over deflexibiliteit in het behalen van het 2040-doel, en dan met name over deinzet van internationale koolstofkredieten. Hoe blijft het Europeseklimaatbeleid in combinatie met de inzet van internationale koolstofkre-dieten overeind staan? Het combineren van internationale koolstofkre-dieten met bijvoorbeeld het Emissions Trading System (EU-ETS) zou hethuidige Europese systeem kunnen ondermijnen. Kan de Ministertoelichten hoe dergelijke systemen zullen worden gecombineerd en metelkaar zullen worden geïntegreerd? Krijgt elke lidstaat bijvoorbeeld eenreserve? Of komt er een gedeelde Europese reserve waar bij wijze van«last resort» gebruik van kan worden gemaakt? Hoe wil zij voorkomen datlidstaten gaan afwachten tot zij uiteindelijk doelen kunnen afkopen doormiddel van deze kredieten? Kan de Minister een toelichting geven op hoedit eruit komt te zien?De mate waarin internationale koolstofkredieten kunnen worden ingezet isvoor een groot deel afhankelijk van de systematiek die wordt gehanteerd.Kan de Minister aangeven welke systematiek Nederland zou willenhanteren, en hoe zij ervoor gaat zorgen dat het aandeel koolstofkredietenzo klein mogelijk wordt gehouden? Om hoeveel kredieten zou het in totaalgaan? Onderschrijft de Minister dat het systeem van koolstofkredieten opdit moment niet goed werkt, en dat het systeem aanzienlijk moet wordenverbeterd om hier met Europees beleid op in te zetten? Hoe gaat zij ervoorzorgen dat dit een waterdichtsysteem wordt waar niet mee gesjoemeldkan worden? Concreter: hoe gaat zij ervoor zorgen dat kredieten nietdubbel worden geteld en dat het alleen om permanente CO2-reductiegaat? Is de Minister het met deze leden eens dat er moet worden ingezetop het zogeheten «like for like»-principe en dat het alleen mag gaan over6.4 credits? Zo ja, gaat zij hiervoor pleiten in Europa? Tot slot vragen dezeleden hoeveel dit systeem van koolstofkredieten zal gaan kosten. Kan deMinister hier een indicatie van geven? Kan ze hierbij toelichten of en, zoja, hoe deze middelen doelmatig en doeltreffend worden uitgegeven omde klimaatdoelen te halen?BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben gelezen dat de Europese Commissieeen nieuw EU-klimaatdoel voor 2040 voorstelt van 90% emissiereductieten opzichte van 1990, met de mogelijkheid om 3% daarvan via interna-tionale carbon credits te realiseren. Deze leden vragen de Minister hoe ditdoel zich verhoudt tot de uitvoerbaarheid in Nederland, waar hetelektriciteitsnet nu al vol zit, vergunningverlening stagneert en de kostenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10054 voor burgers en bedrijven oplopen. Kan de Minister toezeggen datNederland geen steun zal geven aan een doelstelling die niet gepaardgaat met concrete uitvoeringsoplossingen, zoals de aanpak van netcon-gestie, betaalbaarheid en leveringszekerheid?De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast of de Minister kangaranderen dat Nederland niet akkoord gaat met een Europesedoelstelling die in de praktijk neerkomt op extra lasten en verplichtingenvoor boeren, het mkb en huishoudens, terwijl grote vervuilers in derdelanden buiten schot blijven. Hoe wordt geborgd dat de concurrentiepositievan onze agrarische sector en industrie niet verder verslechtert dooreenzijdige Brusselse ambities?Met betrekking tot de Europese inzet voor COP30 constateren deze ledendat de EU nog geen nieuwe NDC (klimaatbijdrage) voor 2035 heeftingediend. Deze leden vragen of de Minister bereid is in Brussel tebenadrukken dat Nederland pas kan instemmen met een Europesebijdrage wanneer de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid aantoonbaar zijngeregeld. Kan de Minister tevens aangeven hoe de EU voorkomt datsteeds hogere financiële toezeggingen aan ontwikkelingslanden (zoals deafgesproken 300 miljard dollar per jaar na 2025) neerkomen op extralasten voor Europese belastingbetalers?De leden van de BBB-fractie hebben voorts kennisgenomen van hetopnieuw mislukken van de mondiale onderhandelingen over eenplasticsverdrag. Zij vragen de Staatssecretaris of de EU, in plaats van zichte verliezen in langdurige internationale trajecten die door olieproduce-rende landen worden geblokkeerd, niet beter kan inzetten op praktischemaatregelen binnen Europa zelf. Bijvoorbeeld door de import vangoedkope plastics uit China en andere landen te beperken en door teinvesteren in een sterke eigen recyclingsector. Hoe voorkomt de Staatsse-cretaris dat Europese recyclers omvallen door oneerlijke concurrentie,terwijl boeren, burgers en bedrijven juist met strengere regels en hogerekosten worden geconfronteerd?De leden van de BBB-fractie vragen ten aanzien van de PFAS-restrictie hoede Staatssecretaris gaat voorkomen dat een generiek verbod leidt totonwerkbare situaties voor essentiële sectoren, zoals de landbouw, de zorgen de maakindustrie. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat Nederlandzich in Brussel hard zal maken voor een praktische aanpak met werkbareuitzonderingen en realistische termijnen, zodat bedrijven niet op slotkomen te staan door regels die in de praktijk niet uitvoerbaar zijn?De leden van de BBB-fractie vragen de Minister ten slotte te bevestigendat Nederland in de Milieuraad steeds zal vasthouden aan hetuitgangspunt van haalbaarheid, betaalbaarheid en nationale autonomie,en dat Brussel niet op de stoel komt te zitten van Nederlandse boeren,bedrijven en huishoudens.Partij voor de Dieren-fractieDe leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de wereld nogver verwijderd is van het reductiedoel van 1,5 graden Celsius en dat hethuidige beleid afkoerst op 2,6 tot 3,1 graden opwarming. De Ministerspreekt positief over het binnen bereik houden van de 1,5 gradendoel-stelling en zegt achter de Europese doelstelling van 90% reductie in 2040te staan. Hoe rijmt de Minister de ernst van de situatie, ook voorNederland, met de wens om een zekere mate van flexibiliteit in datklimaatdoel op te nemen? Erkent de Minister daarnaast dat doornalatigheid van opeenvolgende kabinetten de opgave van het halen vande 1,5 gradendoelstelling vele malen moeilijker is geworden, terwijl deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10055 urgentie om te handelen alleen maar groter is? Deelt de Ministerdaarnaast de opvatting dat het beste moment om klimaatneutraal teworden gisteren was? Is de Minister, gezien de recente verontrustendeberichten over de verzwakkende golfstroom die de zeespiegelstijging inNederland versnelt, en gezien de talloze bosbranden deze zomer, het metdeze leden eens dat de veiligheid van inwoners gediend is bij eenambitieuzer pad naar klimaatneutraliteit in 2040? Zo ja, wat gaat deMinister hiervoor doen?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen de Minister of zij hunanalyse deelt dat het voorstel om 3% van de doelstelling te halen viacarbon credits niet in lijn is met het principe dat landen verantwoorde-lijkheid dragen voor hun eigen historische uitstoot. Hoe reageert deMinister op de kritiek van de Europese Adviesraad van Klimaatweten-schappers dat het strategischer en eerlijker is om beschikbare middelenbinnenlands te investeren in de uitrol van schone technologie, in plaatsvan geld weg te sluizen via carbon credits? Kan de Minister toezeggen datzij zich er in de Milieuraad voor gaat inzetten om CO2-compensatie nietmee te nemen in het officiële klimaatdoel van Europa? Kan de Ministerverder toezeggen dat ze in de Milieuraad zal pleiten voor een klimaatdoelin EU’s officiële klimaatplan dat in lijn is met de 1,5 graden? En voor eenextra tussendoelstelling in 2035? En kan zij bij de Milieuraad ook pleitenvoor een afbouwplan voor fossiele brandstoffen?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat steedsopnieuw rapporten verschijnen die bevestigen hoe schadelijk PFAS, dezogenaamde «forever chemicals», zijn voor onze gezondheid (kanker,vruchtbaarheidsproblemen, leverschade, immuunstoornissen) en deleefomgeving. Zo ook deze zomer nog in artikelen van Follow the Money1.Het is goed dat Nederland zich in Europa opstelt als een van de aanjagersvan een PFAS-verbod. Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat eenEuropees verbod er op zijn vroegst eind 2026 komt, en waarschijnlijk noglater, mede door de intensieve lobby van de industrie. Ook is nogonduidelijk hoe het verbod er precies uit komt te zien. In de laatsteREACH-update worden verschillende opties voor het verbod besproken.Klopt het dat in alle opties trifluorazijnzuur (tfa) ook volledig wordtverboden? Optie 1 voorziet in een volledige ban, uitgezonderd striktessentiële toepassingen. Optie 2 laat ruimte voor uitstel tot 2039 of zelfsvoor permanent gebruik in bepaalde sectoren. Erkent de Staatssecretarisdat optie 1 de enige wenselijke uitkomst zou zijn, zeker omdat erinmiddels voldoende alternatieven beschikbaar zijn? Gaat Nederland zichook actief inzetten om optie 1 te bereiken?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de vorigebewindspersonen van IenW hebben aangegeven een nationale ban teoverwegen, als Europa te traag handelt. Deze leden steunen die keuze. Isde Staatssecretaris het met deze leden eens dat een Europees verbod pasvanaf 2026 veel te laat komt, omdat zo nog jarenlang schadelijke enniet-afbreekbare chemicaliën zich in onze leefomgeving en lichamenkunnen ophopen? En deelt de Staatssecretaris de mening dat de1Follow The Money, «Ons water wordt vervuild door pfas, maar de chemische industrie houdtstrengere regels tegen», 8 juli 2025 (https://www.ftm.nl/artikelen/met-de-pfas-vervuiling-in-nederland-komt-het-nooit-meer-goed?share=0Z4L68XOLk4B9iRVshM%2BX4qc2p%2BRlPER6uJIvqhQyTeK0u%2FoCzYcn4bHR2XiLw%3D%3D)en Follow The Money, «Met de pfas-vervuiling in Nederland komt het nooit meer goed» 14 juli2025 (https://www.ftm.nl/artikelen/met-de-pfas-vervuiling-in-nederland-komt-het-nooit-meer-goed? share=0Z4L68XOLk4B9iRVshM%2BX4qc2p%2BRlPER6uJIvqhQyTeK0u%2FoCzYcn4bHR2XiLw%3D%3D)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10056 volksgezondheid beter beschermd wordt door eerder nationale restrictiesop PFAS in te voeren? Zo ja, welke stappen wil de Staatssecretaris gaanzetten?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken tot slot op dat er eengrote groep Nederlandse drinkwaterbedrijven is die zich zorgen maakt omde hoge concentraties lithium in de Rijn en oproept tot een Europesekwaliteitsnorm. Kan de Minister van Infrastructuur en Waterstaattoezeggen dat hij gaat pleiten voor met spoed een Europese kwali-teitsnorm? Zo ja, hoe gaan ze dit oppakken?II Reactie van de bewindspersonen Algemeen1. De leden van de PVV-fractie nemen kennis van de agenda, maar vragenzich ook tegelijkertijd af of de Staatssecretaris rekening houdt met deprincipes realisme, haalbaarheid en betaalbaarheid.AntwoordJa. Dat zijn aspecten die worden meegewogen.2. De leden van de BBB-fractie vragen de Minister ten slotte te bevestigendat Nederland in de Milieuraad steeds zal vasthouden aan hetuitgangspunt van haalbaarheid, betaalbaarheid en nationale autonomie,en dat Brussel niet op de stoel komt te zitten van Nederlandse boeren,bedrijven en huishoudens.AntwoordHet kabinet zet in op een concreet, tijdig en stevig uitvoeringspakket datbedrijven en burgers in staat stelt om de transitie daadwerkelijk terealiseren. In het BNC-fiche over de EU-klimaatdoelstelling voor 2040heeft het kabinet een uitgebreide beoordeling gegeven van dit voorstel.2Uitgangspunten als haalbaarheid, weerbaarheid en betaalbaarheid spelendaarbij een centrale rol bij dit uitvoeringspakket. Een Europees tussendoelin 2040 is een logische stap richting klimaatneutraliteit in 2050.Klimaat3. De leden van de PVV-fractie verbazen zich over het feit dat de EUinclusief de Nederlandse Minister weer voorop wil lopen in de klimaat-doelstellingen en vragen of Nederland zich daarmee niet de markt uitprijst. Zij vragen hoe dit voorop lopen zich verhoudt met de voorbeeldenvan industrieën die het niet meer zien zitten in Nederland door allerleioorzaken. Ook vragen zij waarom er zo nodig een Europees tussendoelmoet worden vastgelegd, terwijl diezelfde EU naar eigen zeggengrotendeels op koers ligt. Waar baseert de Minister een sterk investerings-klimaat en een helder langetermijnperspectief op, met in het achterhoofddat het een Europees tussendoel voor 2040 wenst vast te leggen?AntwoordOm een schone, concurrerende en weerbare economie kostenefficiënt terealiseren, moeten bedrijven (vroeg)tijdig en met vertrouwen investerenin verduurzaming, in Nederland en de rest van Europa. Om zowel eengroene markt te blijven stimuleren, het concurrentievermogen te2Kamerstukken II 2025, 22 112, nr. 4114Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10057 versterken als de gevolgen van klimaatverandering te beperken, is het vanbelang dat alle landen in Europa samenwerken om dit te bereiken en zoook andere landen buiten Europa mee te krijgen. Dit draagt bij aan hetbehoud van een Europees en mondiaal gelijk speelveld.Tegelijk biedt de ontwikkeling van schone productie en technologieën veelkansen voor de EU om een toekomst bestendige industrie te realiseren dieconcurrerend is. Daarom vindt het kabinet het van belang dat er op eenEuropees niveau op effectieve uitvoering van deze transitie wordt ingezet,waarbij focus gericht is te zorgen dat knelpunten in de uitvoering wordenaangepakt zodat bedrijven en huishoudens de transitie kunnen maken.Het kabinet acht het tussendoel een logische stap richting klimaatneutra-liteit in 2050. Het belang van een EU-tussendoel voor 2040 wordt doorverschillende lidstaten, waaronder Nederland onderschreven, door debeleidscontinuïteit die deze tussenstap biedt over de weg naar klimaat-neutraliteit in 2050.4. De leden van de PVV-fractie vragen wat dan de juiste voorwaarden zijndie bijdragen aan een open strategische autonomie, concurrentiever-mogen en weerbaarheid in Nederland. Zij verbazen zich dat verwezenwordt naar een brief ondertekend door 152 bedrijven en investeerders dieoproepen tot een EU-emissiereductiedoel van ten minste 90% in 2040.Veel van deze ondertekenaars vallen wat deze leden betreft in de categorieslagers die hun eigen vlees keuren. Met andere woorden: zij hebben eralle belang bij dat deze EU-emissiereductiedoelstelling wordt ingevoerd.Is de Minister het met deze leden eens dat dit een gevalletje is van: «Wijvan WC-eend ...»?AntwoordNee. De juiste voorwaarden die bijdragen aan strategische autonomie,concurrentievermogen en weerbaarheid zien op verschillende zaken zoalsde benodigde investeringen, financiering, regelgeving, normen/doelen,maar ook randvoorwaarden als beschikbaarheid van infrastructuur, langetermijn zekerheid in beleid en beroepsbevolking. De brief laat zien datbedrijven de innovatieve en economische potentie in de transitie willenbenutten, maar zij vragen de overheid en de EU hier aan bij te dragen eneen duidelijke koers te bepalen en investeringszekerheid te bieden. Naastondersteuning van voorlopers is het ook van belang om de bedrijven dievan fossiel naar duurzaam overschakelen op een goede wijze te onder-steunen zodat ook deze bedrijven nog langere tijd winstgevend enduurzaam hun economische activiteiten kunnen uitvoeren. In de Neder-landse inzet wordt benadrukt dat de randvoorwaarden voor alle bedrijvengoed moeten worden ingevuld.5. De leden van de PVV-fractie lezen dat er voldoende beschikbaarheid vanfinanciën dient te worden gewaarborgd. Hoeveel gaat dit grapjeNederland dan weer kosten en draagt Nederland niet al meer dan genoegbij aan rupsje-nooit-genoeg (lees: de EU)?AntwoordDe precieze beleids- en financiële gevolgen zijn afhankelijk van detoekomstige invulling van het doel en de daaropvolgende onderhande-lingen.6. De leden van de PVV-fractie lezen dat er een krachtenveld in de Raadactief is, waardoor de Raad is verdeeld. Zij zijn voorstander van deprincipes haalbaar, betaalbaar en realistisch, wat zij al deze geheleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10058 Kamerperiode benoemen op het terrein van milieu. Deze leden vragenaan de Minister of dit met het leveren van een bijdrage aan het Europesedoel voor 2040 deze principes hanteert?AntwoordHet kabinet staat positief tegenover het voorgestelde Europeseklimaatdoel en benadrukt in onderhandelingen het belang van een steviguitvoeringspakket wat bedrijven en burgers de goede voorwaarden biedtom de transitie te kunnen maken. Na een besluit over het tussendoel zalde Europese Commissie met wetgevende voorstellen komen om dit doelte bereiken. Ook in deze verdere onderhandelingen zal het kabinet blijvenpleiten dat de Commissie, naast de reeds gepresenteerde initiatieven omde uitvoerbaarheid te ondersteunen (waaronder de reeds aangekondigdemaatregelen uit de CID), tijdig met concrete wetgevingsvoorstellen komtdie structurele knelpunten in de transitie aanpakken. Daarbij speleneffectiviteit, kostenefficiëntie, haalbaarheid en betaalbaarheid een rol.Voor de volledigheid wordt nog opgemerkt dat Nederland zijn bijdrage zalleveren aan het Europese doel, maar het kabinet heeft ervoor gekozen omgeen nationaal tussendoel voor 2040 vast te leggen in de NederlandseKlimaatwet.7. De leden van de PVV-fractie vragen wat de EU Nationally DeterminedContribution (NDC) kan betekenen en of deze indirecte gevolgen kanhebben voor Nederland, als het geen wetgevend document met nieuwe,bindende verplichtingen voor EU-lidstaten is.AntwoordDe EU NDC zelf is inderdaad geen wetgevend document, maar de inhoudis een weergave van bestaande Europese wetgeving, waar wel verplich-tingen uit voortvloeien. In de nu voorliggende EU NDC zal de EUaangeven welke emissiereductie het verwacht te bereiken in 2035 op basisvan het pad naar 2040. Ondanks dat de EU NDC geen wetgevenddocument is, is het internationaal van groot belang. Andere groteuitstoters zullen goed kijken naar wat de EU indient en wat het verwachtte realiseren richting 2035, en de optelsom van alle NDC’s gezamenlijkgeeft een beeld van de wereldwijde voortgang ten opzichte van de doelenuit de Overeenkomst van Parijs.8. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben een aantal vragenover de wijziging van de Europese klimaatwet en het klimaatdoel voor2040. Deze leden begrijpen dat het Europese NDC voor 2035 zal samen-hangen met het doel voor 2040. Wat is hierbij de inzet van de Minister?Kan de Minister toelichten wat dit doel, in lijn met de wetenschap, zoumoeten zijn?AntwoordDe inzet is een EU NDC in lijn met de wetenschap en 1,5 graden Celsius,waarbij de Commissie het advies van de European Scientific AdvisoryBoard on Climate Change (ESABCC) over het tussendoel voor 2040 heeftmeegewogen. Het kabinet wil dat de verwachte emissiereductie die wordtopgenomen in de NDC past bij het reductiepad richting 2040. Hieruit volgteen percentage van 72,5% voor 2035. De EU NDC voor 2035 afleiden vanhet 2040-doel draagt aan beide punten bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 10059 In relatie tot het Commissievoorstel voor het 2040-doel benadrukt hetkabinet het belang van een stevig uitvoeringspakket, en acht het kabinethet tussendoel daarmee een logische stap richting klimaatneutraliteit in2050 en in lijn met wetenschappelijke inzichten en internationaletoezeggingen over het binnen bereik houden van 1,5 graden Celsius.9. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook een aantal vragenover de uitvoering van het doel, zodat het 2040-doel haalbaar is. In degeannoteerde agenda schrijft de Minister dat zij gaat pleiten voor eenstevig uitvoeringspakket om de doelen daadwerkelijk te gaan halen. Dezeleden onderschrijven dit belang. Kan de Minister toezeggen dat ze hierbijinzet op het met zekerheid halen van het 2040-doel, bijvoorbeeld door testreven naar 95% reductie in 2040 of door in elk geval te pleiten voor hetinzetten op de bovenkant van de bandbreedte van het klimaatdoel bij hetuitwerken van wetgeving- en andere uitvoeringsplannen?AntwoordHet kabinet zet zich in voor een Europees tussendoel ondersteund meteen stevig uitvoeringspakket. Het eerste dat nu moet gebeuren is om eenconcreet ijkpunt in Europa vast te stellen wat gehaald kan worden en de1,5 graden Celsius binnen bereik houdt, maar niet verder gaat dannoodzakelijk. Bij de verdere uitwerking van het post-2030 beleidspakket ishet belangrijk om op basis van de effectbeoordeling van dit beleidspakketeen afweging te maken over de meest efficiënte maatregelen enbenodigde middelen om de haalbaarheid van dit doel te bewerkstelligen.Op basis daarvan zal de Europese Commissie met een uitvoeringspakketkomen om dat doel te implementeren.10. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen overde flexibiliteit in het behalen van het 2040-doel, en dan met name over deinzet van internationale koolstofkredieten. Hoe blijft het Europeseklimaatbeleid in combinatie met de inzet van internationale koolstofkre-dieten overeind staan? Het combineren van internationale koolstofkre-dieten met bijvoorbeeld het Emissions Trading System (EU-ETS) zou hethuidige Europese systeem kunnen ondermijnen. Kan de Ministertoelichten hoe dergelijke systemen zullen worden gecombineerd en metelkaar zullen worden geïntegreerd? Krijgt elke lidstaat bijvoorbeeld eenreserve? Of komt er een gedeelde Europese reserve waar bij wijze van«last resort» gebruik van kan worden gemaakt? Hoe wil zij voorkomen datlidstaten gaan afwachten tot zij uiteindelijk doelen kunnen afkopen doormiddel van deze kredieten? Kan de Minister een toelichting geven op hoedit eruit komt te zien?11. De mate waarin internationale koolstofkredieten kunnen wordeningezet is voor een groot deel afhankelijk van de systematiek die wordtgehanteerd. Kan de Minister aangeven welke systematiek Nederland zouwillen hanteren, en hoe zij ervoor gaat zorgen dat het aandeel koolstofkre-dieten zo klein mogelijk wordt gehouden? Om hoeveel kredieten zou hetin totaal gaan? Onderschrijft de Minister dat het systeem van koolstofkre-dieten op dit moment niet goed werkt, en dat het systeem aanzienlijkmoet worden verbeterd om hier met Europees beleid op in te zetten? Hoegaat zij ervoor zorgen dat dit een waterdichtsysteem wordt waar niet meegesjoemeld kan worden? Concreter: hoe gaat zij ervoor zorgen datkredieten niet dubbel worden geteld en dat het alleen om permanenteCO2-reductie gaat? Is de Minister het met deze leden eens dat er moetworden ingezet op het zogeheten «like for like»-principe en dat het alleenmag gaan over 6.4 credits? Zo ja, gaat zij hiervoor pleiten in Europa? Totslot vragen deze leden hoeveel dit systeem van koolstofkredieten zal gaankosten. Kan de Minister hier een indicatie van geven? Kan ze hierbijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 100510 toelichten of en, zo ja, hoe deze middelen doelmatig en doeltreffendworden uitgegeven om de klimaatdoelen te halen?Antwoord vraag 10 en 11In het voorstel noemt de Commissie de mogelijkheid van een beperkteinzet (3%) van internationale kredieten van hoge kwaliteit, onder Artikel 6van de Overeenkomst van Parijs in de periode 2036–2040. Hierbij heeft deCommissie aangegeven dat de internationale koolstofkredieten nietkunnen worden ingezet in het EU emissiehandelssysteem (ETS). Voor hetkabinet is dit eveneens een belangrijk uitgangspunt, dat in de wettekstmoet worden verankerd. Het inzetten van internationale kredieten binnenhet EU ETS kent namelijk het risico dat de geloofwaardigheid en integriteitvan het emissiehandelssysteem worden aangetast.Andere voorwaarden voor de inzet van internationale kredieten die watbetreft het kabinet nodig zijn om het EU klimaatbeleid effectief voort tezetten zijn: de kredieten zijn van hoge kwaliteit, de aankoop van kredietenis van landen met klimaatambitie in lijn met de doelen van de Overeen-komst van Parijs, en de kredieten kunnen worden ingezet ter bevorderingof ondersteuning van internationale partnerschappen en handelsrelatiesdie ook vanuit strategische klimaat- en energiepolitiek van belang zijnvoor de EU.Nederland heeft zich de afgelopen jaren met betrekking tot artikel 6kredieten hard ingezet voor duidelijke regels, sterke kwaliteitseisen, eneen hoge mate van transparantie, omdat inderdaad forse verbeteringennodig waren.De voorloper van artikel 6 mechanisme, het Clean DevelopmentMechanism (CDM) onder het Kyoto Protocol werkte niet naar behoren.Een van de problemen was dat het mechanisme veel projecten bleek tebevatten die niet additioneel waren aan bestaand beleid. Daarnaast warener problemen met mensenrechten van de lokale bevolking en leverdenprojecten niet de mitigatie op die ze beloofden. Dezelfde problemenspelen op de vrijwillige koolstofmarkt. Ook hier leven zorgen over deintegriteit van deze markt en over het gebrek aan transparantie enmonitoring, waardoor het moeilijk is om de kwaliteit van koolstofkredietente beoordelen.Bij de finale uitwerking van artikel 6 zijn daarom gedetailleerde regels enkwaliteitsstandaarden afgesproken, om overschatting en dubbeltelling tevoorkomen en kwaliteit te borgen. Er zijn ook afspraken om de perma-nentie van reductie en koolstofverwijdering zeker te stellen. Het toezicht-houdend orgaan op artikel 6.4 werkt de permanentiestandaarden nuverder uit. Ook de ontwikkeling van de markt zal komende jaren goed inde gaten gehouden worden. Bij de herziening van de artikel 6-regels in2028 kunnen mogelijke gaten worden gedicht die bij de implementatiekomende jaren zichtbaar worden.Gedetailleerde afspraken over het gebruik van internationale koolstofkre-dieten door de EU zullen worden vastgelegd in de wetgeving die volgt teruitvoering van het nieuwe klimaatdoel voor 2040. Hieronder valt bijvoor-beeld de exacte emissieboekhouding van de aangekochte kredieten en demogelijke toepassing van het like-for-like principe. De Nederlandse positieop onder meer deze punten zal na publicatie van het impact assessmentvan de Commissie over internationale kredieten nader worden uitgewerkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 100511 Het totaal aantal koolstofkredieten dat nodig zou zijn voor een bijdragevan maximaal 3% aan de 2040-doelstelling is ook afhankelijk van deuiteindelijke uitwerking van het wetsvoorstel. De Commissie berekent ditop een bandbreedte van 150 tot 400 miljoen ton CO2-equivalent in deperiode 2036–2040.Nederland zal bij de verdere uitwerking van de EU-regelgeving erop lettendat deze de VN-kwaliteitsstandaarden respecteren en bovengenoemdeverbeteringen ondersteunen. Het kabinet zal ook nu al pleiten voorduidelijke voorwaarden bij de inzet van internationale kredieten, zoals (i)het gebruik van internationale kredieten voor het EU ETS is niet mogelijk,(ii) kredieten zijn van hoge kwaliteit (iii) de aankoop van kredieten is vanlanden met klimaatambitie in lijn met de doelen van de Overeenkomst vanParijs, en (iv) de kredieten kunnen worden ingezet ter bevordering ofondersteuning van internationale partnerschappen en handelsrelaties dieook vanuit strategische klimaat- en energiepolitiek van belang zijn voor deEU.Het kabinet is positief over de kwaliteit van de 6.4-standaarden die tot nutoe zijn gepubliceerd, en spant zich er inderdaad voor in om dezestandaarden leidend te laten zijn. Indien de EU kiest voor samenwerkingonder het 6.4-mechanisme én bilaterale samenwerking met landen onderartikel 6.2, wil Nederland dat de bilaterale samenwerking ook voldoet aande standaarden en methodologieën onder artikel 6.4.De kosten van het gebruik van internationale koolstofkredieten zijn op ditmoment moeilijk te bepalen. Dit hangt af van meerdere factoren,waaronder het aantal koolstofkredieten dat gekocht zal worden, van welkelanden en welke projecten EU-landen zullen kopen, hoe de markt zichontwikkelt, en hoe technologieën zich ontwikkelen. Het impact assessmentvan de Commissie zal kunnen worden gebruikt om de mogelijke kostenvan artikel 6 te kunnen beoordelen en om te kunnen afwegen hoe dezekosten zich verhouden tot het reductiepotentieel van investeringen in deEuropese industrie.12. De leden van de BBB-fractie hebben gelezen dat de EuropeseCommissie een nieuw EU-klimaatdoel voor 2040 voorstelt van 90%emissiereductie ten opzichte van 1990, met de mogelijkheid om 3%daarvan via internationale carbon credits te realiseren. Deze leden vragende Minister hoe dit doel zich verhoudt tot de uitvoerbaarheid inNederland, waar het elektriciteitsnet nu al vol zit, vergunningverleningstagneert en de kosten voor burgers en bedrijven oplopen. Kan deMinister toezeggen dat Nederland geen steun zal geven aan eendoelstelling die niet gepaard gaat met concrete uitvoeringsoplossingen,zoals de aanpak van netcongestie, betaalbaarheid en leveringszekerheid?AntwoordVoor het kabinet staat centraal dat een klimaatdoel efficiënt uitvoerbaar is.Daarom wordt ingezet op een concreet, tijdig en stevig uitvoeringspakketdat bedrijven en burgers in staat stelt om de transitie daadwerkelijk terealiseren. Conform de motie Erkens (Kamerstuk 31 793, nr. 257),benadrukt het kabinet het belang van dit uitvoeringspakket om structureleknelpunten in de transitie, zoals netcongestie en betaalbaarheid op telossen. Concreet kijkt het kabinet onder andere uit naar voorstellen van deEuropese Commissie i.h.k.v. het European Grids Package later dit jaar. Inde vervolgbesprekingen en uitwerking hiervan zal het kabinet zich actiefinzetten voor de voor Nederland belangrijke randvoorwaarden voorverduurzaming van de Europese economie, zoals een Europese aanpakvan de hoge netwerktarieven, vereenvoudiging en stroomlijnen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 100512 vergunningsprocedures (o.a. toestaan tijdelijke beperkte stikstofdepositiebij de constructiefase van duurzame energieprojecten), ondersteuning enaandacht voor netcongestie.3 Tevens acht het kabinet het essentieel dat bijde uitwerking van toekomstige voorstellen de impact op Europeseleveringszekerheid wordt meegewogen.13. De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast of de Minister kangaranderen dat Nederland niet akkoord gaat met een Europesedoelstelling die in de praktijk neerkomt op extra lasten en verplichtingenvoor boeren, het mkb en huishoudens, terwijl grote vervuilers in derdelanden buiten schot blijven. Hoe wordt geborgd dat de concurrentiepositievan onze agrarische sector en industrie niet verder verslechtert dooreenzijdige Brusselse ambities?AntwoordHet kabinet staat positief tegenover het voorgestelde Europeseklimaatdoel en stelt daarbij het belang van een stevig uitvoeringspakketcentraal wat bedrijven en burgers de goede voorwaarden biedt om detransitie te kunnen maken. Het biedt kansen voor Europese bedrijven omde concurrentiepositie te versterken en voorop te lopen in innovatie.Tevens verwelkomt het kabinet het voorstel voor meer flexibiliteit tussensectoren. Een belangrijk aandachtspunt bij de uitwerking hiervan isvolgens het kabinet dat alle sectoren een gebalanceerde en kosteneffec-tieve bijdrage leveren aan het behalen van het EU-klimaatdoel voor 2040,en dat de opgave voor alle sectoren helder is. Om extra druk op bepaaldesectoren te voorkomen, zullen alle sectoren hieraan moeten bijdragen.Hierbij moet volgens het kabinet goed worden gekeken naar de specifiekekenmerken van de verschillende sectoren. Daar komt bij dat de uitwerkingvan het Europese klimaatdoel niet alleen in Nederland plaatsvindt, en nietalleen de Nederlandse concurrentiepositie betreft. Ook bedrijven enburgers in andere lidstaten, inclusief de agrarische sector en industrie,zullen binnen deze Europese doelen moeten handelen en concurreren. Hetkabinet ziet graag dat bij de uitwerking van de post-2030-beleidsarchitectuur rekening wordt gehouden met een mondiaal enEuropees gelijk speelveld.14. Met betrekking tot de Europese inzet voor COP30 constateren dezeleden dat de EU nog geen nieuwe NDC (klimaatbijdrage) voor 2035 heeftingediend. Deze leden vragen of de Minister bereid is in Brussel tebenadrukken dat Nederland pas kan instemmen met een Europesebijdrage wanneer de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid aantoonbaar zijngeregeld. Kan de Minister tevens aangeven hoe de EU voorkomt datsteeds hogere financiële toezeggingen aan ontwikkelingslanden (zoals deafgesproken 300 miljard dollar per jaar na 2025) neerkomen op extralasten voor Europese belastingbetalers?AntwoordIn hun NDC beschrijven partijen bij de Overeenkomst van Parijs wat zijvan plan zijn te doen om de doelen van de overeenkomst te halen. De EUheeft een gezamenlijke NDC, en zet daar de EU-inzet uiteen. De EU NDCvoor 2035 dient voor COP30 te worden ingediend. Het document is eenweergave van bestaande wetgeving, die stuk-voor-stuk zijn beoordeeld,onder meer op haalbaarheid en financiële impact. Uit de EU NDC vloeiendus geen verplichtingen voort voor lidstaten, die verplichtingen komenvoort uit de wetgeving waarop de NDC is gebaseerd. In de EU NDC wordtook aangegeven welke emissiereductie de EU verwacht te bereiken in3Kamerstukken II, 2025, 21 501-33, nr. 1145Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 100513 2035. Dit wordt bepaald op basis van het tussendoel voor 2040. In hetBNC-fiche over de EU-klimaatdoelstelling voor 2040 heeft het kabinet eenuitgebreide beoordeling gegeven van dit voorstel.4De EU-inzet voor de klimaatonderhandelingen wordt bij iedere COP dooralle lidstaten gezamenlijk bepaald. Bij besluiten waar de EU op basis vandat mandaat mee in stemt, wordt rekening gehouden met de financiële enjuridische kaders van de EU en die van de nationale overheden. Het vorigjaar overeengekomen klimaatfinancieringsdoel van USD 300 miljard moetvanaf 2035 jaarlijks behaald worden en de financiering krijgt vorm viaverschillende kanalen, publiek en gemobiliseerd privaat. Er is geen sprakevan een verdeelsleutel en de Nederlandse invulling is een nationalebevoegdheid.15. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de wereldnog ver verwijderd is van het reductiedoel van 1,5 graden Celsius en dathet huidige beleid afkoerst op 2,6 tot 3,1 graden opwarming. De Ministerspreekt positief over het binnen bereik houden van de 1,5 gradendoel-stelling en zegt achter de Europese doelstelling van 90% reductie in 2040te staan. Hoe rijmt de Minister de ernst van de situatie, ook voorNederland, met de wens om een zekere mate van flexibiliteit in datklimaatdoel op te nemen? Erkent de Minister daarnaast dat doornalatigheid van opeenvolgende kabinetten de opgave van het halen vande 1,5 gradendoelstelling vele malen moeilijker is geworden, terwijl deurgentie om te handelen alleen maar groter is? Deelt de Ministerdaarnaast de opvatting dat het beste moment om klimaatneutraal teworden gisteren was? Is de Minister, gezien de recente verontrustendeberichten over de verzwakkende golfstroom die de zeespiegelstijging inNederland versnelt, en gezien de talloze bosbranden deze zomer, het metdeze leden eens dat de veiligheid van inwoners gediend is bij eenambitieuzer pad naar klimaatneutraliteit in 2040? Zo ja, wat gaat deMinister hiervoor doen?AntwoordSinds het Parijsakkoord in 2015 is de verwachte wereldwijde temperatuur-stijging naar beneden bijgesteld. In de loop der jaren is de verwachteoverschrijding opgeschoven in de richting van de doelen. In een beperktaantal scenario’s blijft de op dit moment verwachte opwarming onder de2 graden. De nieuwe ronde NDC’s zal duidelijk maken in hoeverre hierverbetering in plaatsvindt. De door de leden van de Partij voor deDieren-fractie genoemde nieuwe ontwikkelingen zullen in de verderewetenschappelijke analyses van het IPCC een rol gaan spelen. Duidelijk isdat het voorgestelde Europese 2040-doel in de EU een logische stap isrichting een klimaatneutraal Europa in 2050, in lijn met wetenschappelijkeinzichten en internationale toezeggingen over het binnen bereik houdenvan 1,5 graden Celsius. Het kabinet acht het van groot belang dat derandvoorwaarden om dit doel te realiseren op orde zijn en werkt daartoeaan een stevig uitvoeringspakket.16. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen de Minister of zijhun analyse deelt dat het voorstel om 3% van de doelstelling te halen viacarbon credits niet in lijn is met het principe dat landen verantwoorde-lijkheid dragen voor hun eigen historische uitstoot. Hoe reageert deMinister op de kritiek van de Europese Adviesraad van Klimaatweten-schappers dat het strategischer en eerlijker is om beschikbare middelenbinnenlands te investeren in de uitrol van schone technologie, in plaatsvan geld weg te sluizen via carbon credits? Kan de Minister toezeggen dat4Kamerstukken II 2025, 22 112, nr. 4114Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 100514 zij zich er in de Milieuraad voor gaat inzetten om CO2-compensatie nietmee te nemen in het officiële klimaatdoel van Europa? Kan de Ministerverder toezeggen dat ze in de Milieuraad zal pleiten voor een klimaatdoelin EU’s officiële klimaatplan dat in lijn is met de 1,5 graden? En voor eenextra tussendoelstelling in 2035? En kan zij bij de Milieuraad ook pleitenvoor een afbouwplan voor fossiele brandstoffen?AntwoordHet voorstel betreft een mogelijke, beperkte inzet van artikel 6 kredieten.Nederland zet zich in om het daadwerkelijke gebruik van de kredieten telaten functioneren als vangnet.Voor de uitwerking van het beleidspakket is het belangrijk dat de gevolgenvan het gebruik van internationale koolstofkredieten verder verkendworden. In het bijzonder de kosten die ermee gepaard gaan en deafweging of deze zich verhouden tot het (resterende) reductiepotentieelvan investeringen in de Europese industrie. Er moet voldoende ruimteblijven om, op basis van de impact assessment bij de uitwerking, in hetuiteindelijke beleidspakket de beste balans te vinden tussen de mogelijkeinzet van koolstofkredieten en de ervoor voorziene middelen.Het kabinet zet derhalve in op een plafond voor de inzet van internationalekoolstofkredieten ten behoeve van het 2040-doel. Zoals gepresenteerd inhet Commissievoorstel dient dit te worden uitgedrukt als een beperktmaximum percentage binnen een afgebakende tijdsperiode. Het kabinetzal pleiten voor duidelijke voorwaarden bij de inzet van internationalekredieten, zoals (i) het gebruik van internationale kredieten voor het EUETS is niet mogelijk, (ii) kredieten zijn van hoge kwaliteit (iii) de aankoopvan kredieten is van landen met klimaatambitie in lijn met de doelen vande Overeenkomst van Parijs, en (iv) de kredieten kunnen worden ingezetter bevordering of ondersteuning van internationale partnerschappen enhandelsrelaties die ook vanuit strategische klimaat- en energiepolitiek vanbelang zijn voor de EU.In relatie tot het Commissievoorstel voor het 2040-doel benadrukt hetkabinet het belang van een stevig uitvoeringspakket, en acht het kabinethet tussendoel daarmee een logische stap richting klimaatneutraliteit in2050 en in lijn met wetenschappelijke inzichten en internationaletoezeggingen over het binnen bereik houden van 1,5 graden Celsius. Hetkabinet steunt eveneens het voorstel van de Commissie om op basis vanhet 2040-doel te bepalen welke emissiereductie de EU zal opnemen in deNDC voor 2035.Tot slot zal Nederland in gesprek gaan met onze buurlanden over hetverantwoord afbouwen van fossiele brandstoffen. Het is belangrijk om ditin internationaal verband te bezien, aangezien het energiesysteem vooralbinnen Noordwest-Europa zeer geïntegreerd is.17. De leden van de PVV-fractie hebben al eerder de waanzinnige tripjesbenoemd in het kader van klimaat en milieu. Vanaf 1995 worden er alsnoepreisjes georganiseerd en betaald door de belastingbetaler naarDubai, Azerbeidzjan, Colombia, Zuid-Korea, Saudi-Arabië, Thailand,Namibië, Slovenië en Brazilië. Nu wordt er dwars door een beschermddeel van de Amazone een snelweg aangelegd ten behoeve van dedertigste klimaattop. En of het nog niet genoeg is, wordt de luchthavenuitgebreid, de haven vergroot voor cruiseschepen en nieuwe hotelsgebouwd; allemaal voor een paar dagen kletsen over het klimaat. Dezeleden zijn benieuwd of de Minister de mening deelt dat dit soortgekkigheid, zoals de halve wereld rondvliegen om een paar dagen tekletsen over het klimaat en milieu, niet veel schadelijker is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 100515 AntwoordNee. Klimaatverandering is een wereldwijd probleem. Alleen door samente werken kunnen we het toekomstig welzijn van burgers en het duurzaamverdienvermogen van bedrijven zeker stellen. Internationale klimaatonder-handelingen zorgen ervoor dat álle landen actie ondernemen, en dragenzo bij aan een wereldwijd gelijk speelveld.Zonder de COPs was de Overeenkomst van Parijs er niet gekomen, warener geen internationale afspraken over het uitfaseren van vervuilendefossiele brandstoffen, over de versnelde uitrol van hernieuwbare energie,en over de wereldwijde reactie op de toenemende impact van extreemweer. De opeenvolgende conferenties hebben bovendien extra druk gezetop grote uitstoters zoals China, de Verenigde Staten, Saudi-Arabië, enIndia, om – net als de EU – hun klimaatplannen aan te scherpen en het1,5-gradendoel binnen bereik te brengen.Tot slot: internationale samenwerking vraagt om aanwezigheid. De kostenvan geen actie nemen tegen klimaatverandering, ook voor Nederland, zijnvele malen hoger dan die van een conferentie.INC Plasticverdrag18. De leden van de PVV-fractie constateren dat voor de zoveelste keer eengesprek (Genève van 5 t/m 14 augustus) over een mondiaal juridischbindend instrument om plasticvervuiling tegen te gaan(VN-plasticverdrag) plaatsvond. Ook nu weer is geconstateerd dat debelangen ver uit elkaar liggen. Deze leden vragen wanneer het besefbinnen de EU indaalt dat je niet kan concurreren of verschillen kanoverbruggen met landen die op alle fronten de middelen hebben omplastic te produceren tegen een lager energietarief, lagere loonkosten endie niet afhankelijk zijn van grondstoffen.AntwoordHet is inderdaad teleurstellend dat het in Genève niet is gelukt om tot eenovereenkomst te komen. Wel hebben de discussies meer inzichtenopgeleverd in de verschillende posities voor de voortzetting van deonderhandelingen. De inzet van de EU blijft om via een mondiaal juridischinstrument onder andere bij te dragen aan een gelijker speelveldwereldwijd.Plasticrecyclingsector19. De leden van de BBB-fractie hebben voorts kennisgenomen van hetopnieuw mislukken van de mondiale onderhandelingen over eenplasticsverdrag. Zij vragen de Staatssecretaris of de EU, in plaats van zichte verliezen in langdurige internationale trajecten die door olieproduce-rende landen worden geblokkeerd, niet beter kan inzetten op praktischemaatregelen binnen Europa zelf. Bijvoorbeeld door de import vangoedkope plastics uit China en andere landen te beperken en door teinvesteren in een sterke eigen recyclingsector. Hoe voorkomt de Staatsse-cretaris dat Europese recyclers omvallen door oneerlijke concurrentie,terwijl boeren, burgers en bedrijven juist met strengere regels en hogerekosten worden geconfronteerd?20. De leden van de PVV-fractie lezen dat de onderhandelingsrondeuiteindelijk geschorst is en dat is afgesproken om de onderhandelingenop een nader te bepalen moment voort te zetten. Voorts lezen deze ledendat de executive director van het United Nations Environment ProgrammeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 100516 (UNEP) tijdens de VN-Milieuvergadering (UNEA-7) van 8 tot en met12 december in Nairobi te Kenia, zal rapporteren over de uitkomsten vande onderhandelingen. Deze leden vragen aan de Staatssecretaris of hethieraan deelneemt en daarmee het reizende circus van snoepreisjes instand houdt, terwijl ondertussen de penibele situatie van plastic verwer-kende bedrijven in Nederland voortduurt. Deze leden hebben deze situatiemeermaals aan de orde gesteld en zorgen geuit over de door de overheidgestimuleerde plastic verwerkende bedrijven, die een koploperspositiemoesten hebben, wat uiteindelijk geleid heeft tot veel faillissementen inde sector. Deze leden vragen welke maatregelen de Staatssecretarisneemt om hieraan een halt toe te roepen.Antwoord vraag 19 en 20Zoals beschreven in de brief aan de Kamer van 24 juni 2024 over definanciële situatie van Nederlandse plasticrecyclers5 is het probleemgroter dan Nederland, en speelt het in heel Europa. Hoofdoorzaken voorde huidige situatie zijn een lage prijs voor primair fossiele plastic,goedkoop recyclaat van buiten de EU en in bepaalde sectoren eenverminderde economische activiteit. Het is de combinatie van deze drieoorzaken en de duur die de crisis dieper maakt dan wat de sector gewendis. Hierdoor zijn alleen al in Nederland meer dan tien plasticrecyclersfailliet gegaan.Tegelijkertijd bestaat er, juist omdat het niet enkel een Nederlandsprobleem is, helaas geen eenvoudige oplossing. Steunmaatregelen(subsidies) die het verschil in prijs tussen fossielplastic en plasticrecyclaatzouden vergoeden, moeten ter goedkeuring aan de Europese Commissieworden voorgelegd. Daarbij geldt op voorhand dat staatssteunregels hetsubsidiëren van noodlijdende bedrijven moeilijk toelaten. Ook is deuitvoerbaarheid van het vergoeden van een onrendabele top in de praktijklastig, omdat deze vaak moeilijk objectief vast te stellen is. De recycling-sector is heterogeen en geen bedrijf is hetzelfde. En los van dezejuridische uitvoeringscomplexiteiten is het subsidiëren van een noodlij-dende sector een kostbare zaak, die over een paar jaar bezien honderdenmiljoenen euro’s kan kosten. Daarom werkt het kabinet aan een beperktoverbruggingskrediet van 20 miljoen euro om noodlijdende bedrijven tekunnen ondersteunen. Er wordt bekeken of de middelen hiervoor uit hetKlimaatfonds vrijgemaakt kunnen worden.Daarnaast neemt het kabinet maatregelen om de markt voor plasticrecy-claat structureel te verbeteren, binnen de kaders die de internationaleverplichtingen van de EU daarvoor stellen. Dat gebeurt door in te zettenop een Europese verplichting voor het toepassen van recyclaat. Mededankzij Nederlandse inzet zijn hier al ambitieuze doelstellingen overeenge-komen in de Europese Verpakkingenverordening. Ook bij de onderhande-lingen over de Circulaire Voertuigenverordening is dit de Nederland inzet.Ook kijkt het kabinet in het kader van het Uitgebreide ProducentenVerantwoordelijkheid (UPV)-doorontwikkeltraject hoe het UPV-instrumentbeter de circulaire economie, en daarmee ook plasticrecyclers, kanondersteunen.Het kabinet hecht veel waarde aan een mondiaal gelijk speelveld waaropeerlijke concurrentie kan plaatsvinden. De EU heeft verschillendeinstrumenten om marktverstorende praktijken van derde landen teadresseren. Als er sprake is van dumping of marktverstorendesubsidiëring van geïmporteerde goederen kan de EU op basis van eenonderzoek anti-dumping- of anti-subsidiemaatregelen nemen. Dit zijn5Kamerstukken II 2023/24, 32 813, nr. 1408.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 100517 maatregelen om ernstige schade aan de EU-industrie te voorkomen eneen gelijk speelveld te herstellen. Daarbij geldt wel dat de EU telkens eenzorgvuldige afweging dient te maken tussen de belangen van onderandere EU-producenten, industriële gebruikers en consumenten. Ookmoet een causaal verband tussen de dumping of de subsidiëring en deschade aan de EU-industrie worden aangetoond. Op het gebied vanplastic heeft de Commissie eerder dit jaar reeds antidumpingheffingeningevoerd voor polyetheentereftalaat (PET) uit China. Sinds 2000 gelden alantisubsidiemaatregelen op PET uit India. Daarnaast gelden sinds 12 juli2024 voorlopige antidumpingmaatregelen op polyvinylchloride (PVC) uitEgypte en de VS.Tot slot, juist gezien deze hierboven geschreven context en het belang vaneen mondiaal gelijk speelveld, is het van belang om deel te nemen aan derelevante Europese en mondiale bijeenkomsten, zoals ook UNEA-7. Deveronderstelling dat dit ten koste gaat van inzet voor de sector is onjuist.Als we dit niet doen, laten we juist de Nederlandse sector in de kou staan.PFAS21. De leden van de BBB-fractie vragen ten aanzien van de PFAS-restrictiehoe de Staatssecretaris gaat voorkomen dat een generiek verbod leidt totonwerkbare situaties voor essentiële sectoren, zoals de landbouw, de zorgen de maakindustrie. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat Nederlandzich in Brussel hard zal maken voor een praktische aanpak met werkbareuitzonderingen en realistische termijnen, zodat bedrijven niet op slotkomen te staan door regels die in de praktijk niet uitvoerbaar zijn?AntwoordDe procedure om te komen tot een beperking van PFAS kent eenzorgvuldige afweging voor een groot aantal sectoren. Hierbij worden derisico’s van het gebruik van PFAS en de sociaaleconomische gevolgen vanhet beperken van PFAS gewogen. Er wordt onder meer gekeken welke rolPFAS speelt, en of alternatieven beschikbaar zijn of nog moeten wordenontwikkeld. Het gaat dus niet om een generiek verbod. Wanneer dezeweging klaar is (naar verwachting eind 2026), volgt een voorstel van deEuropese Commissie. Die zal door het kabinet via het gebruikelijkeBNC-fiche worden beoordeeld op o.a. effectiviteit (bijdragen aanvermindering emissies van- en blootstelling aan PFAS) en uitvoer-baarheid. Hierbij worden relevante partijen geconsulteerd, bijvoorbeeldbedrijfsleven en waterwinbedrijven.22. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat steedsopnieuw rapporten verschijnen die bevestigen hoe schadelijk PFAS, dezogenaamde «forever chemicals», zijn voor onze gezondheid (kanker,vruchtbaarheidsproblemen, leverschade, immuunstoornissen) en deleefomgeving. Zo ook deze zomer nog in artikelen van Follow the Money6.Het is goed dat Nederland zich in Europa opstelt als een van de aanjagersvan een PFAS-verbod. Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat eenEuropees verbod er op zijn vroegst eind 2026 komt, en waarschijnlijk noglater, mede door de intensieve lobby van de industrie. Ook is nog6Follow The Money, «Ons water wordt vervuild door pfas, maar de chemische industrie houdtstrengere regels tegen», 8 juli 2025, te vinden op: https://www.ftm.nl/artikelen/met-de-pfas-vervuiling-in-nederland-komt-het-nooit-meer-goed?share=0Z4L68XOLk4B9iRVshM%2BX4qc2p%2BRlPER6uJIvqhQyTeK0u%2FoCzYcn4bHR2XiLw%3D%3DFollow The Money, «Met de pfas-vervuiling in Nederland komt het nooit meer goed», 14 juli2025, te vinden op: https://www.ftm.nl/artikelen/met-de-pfas-vervuiling-in-nederland-komt-het-nooit-meer-goed? share=0Z4L68XOLk4B9iRVshM%2BX4qc2p%2BRlPER6uJIvqhQyTeK0u%2FoCzYcn4bHR2XiLw%3D%3DTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 100518 onduidelijk hoe het verbod er precies uit komt te zien. In de laatsteREACH-update worden verschillende opties voor het verbod besproken.Klopt het dat in alle opties trifluorazijnzuur (tfa) ook volledig wordtverboden? Optie 1 voorziet in een volledige ban, uitgezonderd striktessentiële toepassingen. Optie 2 laat ruimte voor uitstel tot 2039 of zelfsvoor permanent gebruik in bepaalde sectoren. Erkent de Staatssecretarisdat optie 1 de enige wenselijke uitkomst zou zijn, zeker omdat erinmiddels voldoende alternatieven beschikbaar zijn? Gaat Nederland zichook actief inzetten om optie 1 te bereiken?AntwoordHet is incorrect dat het restrictievoorstel wordt vertraagd door een lobbyvanuit de industrie. De procedure van de Commissie om te komen tot eenbeperking van PFAS heeft twee momenten van openbare raadpleging.Omdat het oorspronkelijke voorstel gaat over veel verschillende stoffen(de hele groep PFAS) en veel verschillende toepassingen, is het een grootdossier en hebben veel bedrijven, kennisinstellingen en overhedeninformatie aangeleverd tijdens de eerste raadpleging. Die informatie moetworden verwerkt en wanneer dat is afgerond, moet ECHA, hetEU-agentschap voor chemische stoffen, vervolgens opinies opstellen overgezondheid- en milieurisico en sociaaleconomische aspecten. De planningis dat dit hele proces, inclusief een tweede openbare raadpleging enverwerking van de resultaten, richting het einde van 2026 is afgerondwaarna een voorstel van de Commissie volgt.Het is correct dat er verschillende opties worden beoordeeld. Het doel vanhet voorstel is het beperken van de blootstelling aan PFAS en hetbeperken van PFAS-emissies naar het milieu. Het oorspronkelijke voorstelstelde hiertoe een verbod voor, met voor specifieke sectoren overgangs-termijnen (van 5 of 12 jaar). Naar aanleiding van de inbreng in deopenbare raadpleging wordt voor enkele sectoren ook onderzocht of eenalternatieve route, zonder een verbod maar met maatregelen om emissiesen blootstelling te voorkomen, ook voldoende effectief kan zijn.De restrictie richt zich op alle PFAS, inclusief trifluorazijnzuur. Op ditmoment zijn er nog geen opties waar lidstaten uit kunnen kiezen.Wanneer de Europese Commissie met een voorstel komt, zal het kabinetvia het gebruikelijke BNC-fiche een oordeel vormen over het voorstel, enbeoordelen of het voldoende uitvoerbaar is en voldoende bijdraagt aaneen forse vermindering van emissies van en blootstelling aan PFAS.23. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de vorigebewindspersonen van IenW hebben aangegeven een nationale ban teoverwegen, als Europa te traag handelt. Deze leden steunen die keuze. Isde Staatssecretaris het met deze leden eens dat een Europees verbod pasvanaf 2026 veel te laat komt, omdat zo nog jarenlang schadelijke enniet-afbreekbare chemicaliën zich in onze leefomgeving en lichamenkunnen ophopen? En deelt de Staatssecretaris de mening dat devolksgezondheid beter beschermd wordt door eerder nationale restrictiesop PFAS in te voeren? Zo ja, welke stappen wil de Staatssecretaris gaanzetten?AntwoordDe Kamer is met de brief van 21 juli jl. geïnformeerd over de mogelijk-heden en gevolgen van een nationaal PFAS productverbod en PFASTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 100519 lozingsverbod.7 Die verkenning geeft aan dat de te behalen tijdwinst vaneen nationaal verbod beperkt is en de effectiviteit beperkt. Daarbij zal eennationaal verbod geen prikkel geven aan de industrie om alternatieven teontwikkelen, aangezien de industrie in de rest van de EU kan blijvenproduceren. Een Europees verbod zal door de veel grotere afzetmarkt weleen stimulans voor innovatie zijn.Daarom is de kabinetsinzet met betrekking tot een verbod geheel gerichtop het zo snel mogelijk komen tot Europese maatregelen. Wel gaat hetkabinet in Nederland in de tussentijd door met andere maatregelen,bijvoorbeeld via het Actieprogramma PFAS. Ook werken bedrijven en debetrokken bevoegde gezaghebbenden aan verdere maatregelen envergunningseisen om de emissies van PFAS te minimaliseren.Waterkwaliteit24. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken tot slot op dat ereen grote groep Nederlandse drinkwaterbedrijven is die zich zorgen maaktom de hoge concentraties lithium in de Rijn en oproept tot een Europesekwaliteitsnorm. Kan de Minister van Infrastructuur en Waterstaattoezeggen dat hij gaat pleiten voor met spoed een Europese kwali-teitsnorm? Zo ja, hoe gaan ze dit oppakken?AntwoordDe zorgen zijn bekend. De Europese wensen wat betreft de energietran-sitie en de geopolitieke onafhankelijkheid daarbinnen, kan tot gevolghebben dat lithium binnen Europa gewonnen gaat worden. Dat betekentook lithium-emissies in Europa. Het is daarom van belang om deconsequenties hiervan goed in beeld te brengen. Op basis daarvan kanbeoordeeld worden of aanvullende acties noodzakelijk zijn. Op Europeesniveau wordt in het kader van de Europese richtlijn Prioritaire Stoffen, opinitiatief van Nederland, nu onderzocht of lithium op de volgende«watchlist» kan komen. Dat was voor de huidige watchlist nog nietmogelijk omdat volgens het Joint Research Centre meer gegevens nodigzijn over de toxiciteit. Zodra een stof op de watchlist is geplaatst moetenlidstaten deze stof jaarlijks gaan meten. Als de stof in meerdere lidstatenwordt aangetroffen, dan komt de stof op de lijst met verontreinigendestoffen van de richtlijn Prioritaire Stoffen (met Europese norm). Dit proceskunnen we als lidstaat helaas niet versnellen, maar het kabinet zal lithiumonder de aandacht blijven brengen in Europa.7Kamerstukken II 2024/25, 35 334, nr. 406.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 100520

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7ff83f3dbaa17b55

14 okt 2026 · da065ce6bfd93b47

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.